VOORWOORD. Namens de antibioticacommissie,

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VOORWOORD. Namens de antibioticacommissie,"

Transcriptie

1 VOORWOORD De antibioticacommissie werd op 14 maart 1996 door de medische staf geïnstalleerd met als opdracht het opstellen van richtlijnen ten behoeve van de medische staf voor een verantwoord gebruik van antibiotica. Na het verschijnen van de eerste druk in 2001 en de tweede druk in 2005 heeft de commissie, bestaande uit dhr. G.C. Dun, internist, dhr. S.C.M. Levering, ziekenhuis-apotheker, dhr dr M.A. Schouten, arts-microbioloog en dhr. M. Quadvlieg, longarts, zich ingespannen om een geactualiseerde derde versie te schrijven. Dat heeft geresulteerd in een derde druk. Bij het herzien zijn de afzonderlijke hoofdstukken voor advies en goedkeuring voorgelegd aan de betreffende maatschappen en vervolgens aan de medische staf. Daarom is de commissie van mening dat het boekje voor een ieder zodanig waardevolle gegevens bevat dat het naleven van de gestelde richtlijnen tot een vanzelfsprekendheid wordt. Het boekje laat zich als volgt lezen: Op de linkerpagina staat de receptuur weergegeven, op de rechterpagina is waar nodig een toelichting opgenomen. Het antibioticum, dat voor een bepaalde aandoening als eerste middel staat vermeld, is naar de mening van de commissie ook het antibioticum dat de voorkeur verdient. De antibiotische behandeling van infectieziekten is natuurlijk aan veranderingen onderhevig. De commissie zou het dan ook op prijs stellen uw suggesties voor verbetering aan de antibioticacommissie te doen toe komen. Na 2010 is besloten alleen met een digitaal te raadplegen antibioticaboek te werken waardoor wijzigingen makkelijker aan te brengen zijn en waardoor digitaal altijd de meest recente versie voor handen is. Namens de antibioticacommissie, Mw. T.T.N. Le, arts-microbioloog Tiel, mei 2012

2 Hoofdstukken I II III IV V VI VII VIII IX X XI XII XIII XIV XV XVI XVII XVIII XIX XX XXI XXII XXII XXIV XXV XXVI XXVII Algemene principes KNO infecties Lagere luchtweginfecties Urineweginfecties Gastro-intestinale infecties Infecties van het centraal zenuwstelsel Endocarditis Sepsis Infecties van huid en subcutis Infecties van bot en gewrichten Intra-abdominale infecties Gynaecologische infecties Obstetrische infecties Seksueel overdraagbare aandoeningen Ooginfecties Parasitaire infecties Virale infecties Tuberculose Diverse infecties Invasieve schimmelinfecties Niet-chirurgische profylaxe Antibiotica in de zwangerschap Antibiotica in de lactatieperiode Antibiotica bij neonaten en kinderen Antibiotica bij verminderde lever- en nierfunctie Chirurgische profylaxe Profylactische maatregelen na splenectomie website maatschap medische microbiologie en immunologie met allerlei informatie over diagnostiek en behandeling:

3 I ALGEMENE PRINCIPES 1. PIJLERS VAN EEN GOED ANTIBIOTICA BELEID 1.1 Optimale therapie- en profylaxeschema s toepassen Teneinde de optimale schema s vast te stellen is het bestaande beleid getoetst aan de meest recente literatuurgegevens over de toepassing van antibiotica, met als aandachtspunten de klinische effectiviteit, het spectrum, de penetratie, de dosering, de kinetiek en de kosten. Tevens is rekening gehouden met de in-vitro resistentiegegevens uit de eigen regio. 1.2 Resistentieproblematiek beheersbaar houden Om de resistentieontwikkeling, die ook in ons ziekenhuis zorgen baart, te beheersen, is het van belang antibiotica slechts toe te passen op strikte indicatie, in de juiste dosering en met de juiste therapieduur. Een aantal middelen wordt in reserve gehouden (d.w.z. zo min mogelijk gebruikt), zodat resistentie tegen deze middelen (met name: carbapenems, piperacilline/tazobactam, chinolonen) zoveel mogelijk wordt voorkomen. 1.3 Doelmatig toepassen van antibiotica Het antibioticabeleid geeft het keuzemiddel aan wanneer het kweekresultaat nog niet bekend is en men op klinische gronden reeds wil starten. Nadat het kweekresultaat en de gevoeligheidsbepaling bekend zijn, dient het beleid gericht te worden bijgesteld naar het meest doeltreffende en goedkoopste smalspectrum middel. 2. TOEDIENINGSWIJZE VAN ANTIBIOTICA 2.1 Route van toediening (oraal of parenteraal) De (bij ernstige infecties) vereiste hoge serum- resp. weefselspiegels kunnen bij veel antibiotica (b.v. ß-lactams) slechts worden bereikt bij parenterale (iv) toediening, zodat dit laatste dan ook meestal de voorkeur verdient. Bij ciprofloxacine, co-trimoxazol, clindamycine en fluconazol echter is de biologische beschikbaarheid oraal nagenoeg 100%, zodat men uit kostenoogpunt bij deze middelen bij voorkeur oraal dient te behandelen, eventueel na een oplaaddosis intraveneus. Ook ß-lactam antibiotica kan men goed oraal geven, zij het dat hogere doseringen oraal veelal niet worden verdragen, zodat orale toepassing beperkt is tot die infecties die men met lagere doseringen kan behandelen. 2.2 Frequentie van toediening De frequentie van toediening hangt af van de afstervingskinetiek van microorganismen onder invloed van het antibioticum en van de kinetiek van het antibioticum zelf. 1

4 I algemene principes 3. SWITCH- OF SEQUENTIËLE ANTIBIOTISCHE THERAPIE, OFWEL VAN PRIK NAAR SLIK Principe Na initieel intraveneuze antibiotische therapie gedurende uur wordt de patiënt verder behandeld met een equivalente orale antibiotische therapie. Dit is medisch verantwoord, patiëntvriendelijker, minder bewerkelijk en aanzienlijk goedkoper. Voordelen van orale t.o.v. intraveneuze antibiotische therapie verminderd risico van katheter-gerelateerde complicaties meer comfort en bewegingsvrijheid voor de patiënt mogelijkheid voor kortere opnameduur minder arbeidsintensief voor verpleegkundige Wet BIG: orale toediening van geneesmiddelen mag vanaf lager bekwaamheidsniveau economische voordelen: o geen additionele bereidings- en toedieningskosten ( 5.- tot 15.- per gift) o doorgaans substantieel lagere acquisitiekosten voor orale geneesmiddelen (10-30% van de kosten voor de parenterale toedieningsvorm). Uitgangspunten Er moet aan een aantal criteria voldaan worden: 1. De patiënt moet hemodynamisch stabiel zijn. Bij kenmerken van sepsis, zoals hypotensie en tachycardie, mag een verstoorde absorptie van oraal toegediende medicatie verondersteld worden. 2. De tekenen en verschijnselen van de infectie moeten aan het verminderen zijn (bv. temperatuur en leukocyten). In geval van koorts bij diepe neutropenie heeft intraveneuze therapie de voorkeur. 3. De patiënt moet in staat zijn orale medicatie in te nemen dan wel enteraal via een sonde te ontvangen. Tevens mogen er geen tekenen van malabsorptie zijn. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met interacties met voedsel of andere geneesmiddelen. 2

5 I algemene principes 4. Er moeten met het orale regime voldoende hoge concentraties ter plekke van de infectie bereikt worden. Dit impliceert dat orale therapie veelal onmogelijk is in geval van: meningitis, intracraniële abcessen endocarditis mediastinitis Legionella pneumonie exacerbaties van cystische fibrose S aureus bacteriëmie ernstige weke delen infecties (bv. groep A streptokokkeninfecties), infecties van/met kunstmateriaal (incl. lijnsepsis), ongedraineerde abcessen en empyeem. Aan het antibioticum wordt de eis gesteld, dat het een goede en voorspelbare absorptie vanuit het maagdarmkanaal kent. Vroege en late switch Een switch na 48 tot 72 uur is mogelijk bij: luchtweginfecties urineweginfecties huid en weke delen infecties pyelonefritis. Een switch na 2 weken is mogelijk bij: intra-abdominale infecties septische artritis osteomyelitis leverabcessen (in overleg met arts-microbioloog) gedraineerd empyeem (in overleg met arts-microbioloog). Praktische uitvoering Bekende verwekker als het i.v. antibioticum tevens in orale vorm beschikbaar is, kan hiernaar overgeschakeld worden als het i.v. antibioticum niet in orale vorm beschikbaar is, kan op basis van het antibiogram een geschikt antibioticum worden geselecteerd. Onbekende verwekker als het i.v. antibioticum tevens in orale vorm beschikbaar is, kan hiernaar overgeschakeld worden als het i.v. antibioticum niet in orale vorm beschikbaar is, kan in overleg met ziekenhuisapotheker of arts-microbioloog een geschikt oraal antibioticum worden geselecteerd. 3

6 I algemene principes Equivalente doseringen Van de meeste antibiotica die in beide toedienvormen beschikbaar zijn, is de intraveneuze dosering (vrijwel) gelijk aan de orale dosering. Een uitzondering hierop vormen de ß-lactam antibiotica (penicillines en cefalosporines). Voor deze klasse van antibiotica is de kritische succesfactor de t > MIC (minimal inhibitory concentration) ofwel de tijd gedurende welke de serumconcentratie van het antibioticum zich boven de MIC bevindt. Hoe hoog deze concentratie uiteindelijk boven de MIC ligt, is dus van ondergeschikt belang. Dit betekent voor penicillines dat de orale dosering veelal op 50-75% van de intraveneuze dosering uitkomt. Een illustratie hiervan is het voorbeeld amoxicilline (+/- clavulaanzuur) 4dd 1000mg (+/- 200mg) i.v. Dit is equivalent aan amoxicilline (+/- clavulaanzuur) 3dd 500mg (+/- 125mg) p.o. zoals in onderstaande figuur wordt aangetoond: Met het toedienen van een dubbele dosering amoxicilline (+/- clavulaanzuur) p.o. wordt dus geen beter klinisch resultaat, maar wel een toename van (m.n. gastro-intestinale) bijwerkingen bereikt. Bij de respectievelijke hoofdstukken en indicaties staan voor beide toedienwegen de toe te passen doseringen vermeld. 4

7 I algemene principes 4. TOEPASSING VAN ß-LACTAM ANTIBIOTICA ß-lactam antibiotica (penicillines, cefalosporines) hebben geen postantibiotisch effect en de piekspiegel heeft geen klinische betekenis. Wel relevant is dat de serum- respectievelijk weefselspiegel niet beneden de MIC (minimal inhibitory concentration) van de verwekker daalt. Om deze reden is bij ernstige infecties frequente dosering noodzakelijk. 5. TOEPASSING VAN AMINOGLYCOSIDEN Aangezien de aminoglycosiden voor 100% renaal worden geklaard, kan worden gedoseerd op geleide van de kreatininebepaling, ondersteund door bloedspiegelbepalingen. Het is gebleken dat de belangrijkste determinanten voor het optreden van toxiciteit zijn: de therapieduur: slechts bij uitzondering langer dan 14 dagen. de dalspiegel vlak voor een volgende dosis: deze dient zo laag mogelijk te zijn, teneinde de nefrotoxiciteit te beperken. Beperken van de therapieduur tot enkele dagen is zinvol. Het synergistisch effect met ß-lactam antibiotica is vooral de eerste dagen klinisch relevant. De combinatie met nefrotoxische middelen zoals cisplatine en amfotericine B moet worden vermeden. De effectiviteit van aminoglycosiden wordt bepaald door de hoogte van de piekserumspiegel in relatie tot de MIC van het micro-organisme. De dalspiegel mag, vanwege het post-antibiotisch effect van aminoglycosiden, enige tijd onder de MIC-waarde zakken. Om deze reden wordt als startschema een 1 x daagse toediening aanbevolen. 5

8 I algemene principes 6. DOSERING VAN AMINOGLYCOSIDEN Altijd de nierfunctie (serumkreatinine) controleren! Indicatie anders dan endocarditis 1. Normale nierfunctie: startdosis 1 x 4-5 mg/kg iv (afronden in stapjes van 20 mg). 2. Verminderde nierfunctie: startdosis 1 x 4 mg/kg (afronden in stapjes van 20 mg). Vervolgens op geleide van spiegelbepalingen verder doseren. 3. Vierentwintig uur na 1 e gift dalspiegel laten bepalen. Vervolgens 2 e gift toedienen en topspiegel laten bepalen. Afnametijdstippen top- en dal spiegels: Dal: vlak voor de gift. Top: aan het einde van de gift; zodra toediening afgelopen is. Bij verminderde nierfunctie mag de 2 e gift pas worden gegeven als de dalspiegel bekend is. Wanneer blijkt dat er op basis van de berekende farmacokinetiek een doseerinterval van > 48 uur nodig is om een voldoende lage dalspiegel te krijgen, dan moet de gentamicine worden gestopt. Topspiegel: doorgaans mg/l Dalspiegel: doorgaans 0,3-0,6 mg/l 4. Therapieduur in principe maximaal 5 dagen. Indicatie endocarditis 1. Dosering 1 x 3 mg/kg iv (afronden in stapjes van 20 mg). 2. Vierentwintig uur na 1 e gift dalspiegel laten bepalen. 3. Bij de behandeling van endocarditis wordt gentamicine tezamen met een β-lactam antibioticum gegeven voor het bereiken van een synergistisch effect. Hiertoe hoeven geen hoge topspiegels bereikt te worden; ook bij een lage spiegel treedt dit synergistisch effect op. Wel moet de dalspiegel gecontroleerd worden om ongewenste cumulatie te voorkomen. 4. De behandelduur is 14 dagen; daarna wordt alleen het β-lactam antibioticum gecontinueerd. 6

9 I algemene principes 7. GEBRUIKSAANWIJZING BOEKJE De hoofdstukken zijn zo veel mogelijk gerangschikt naar tractus. Op de linker pagina staat het beleid bij een bepaalde infectie weergegeven en op de rechter pagina wordt, waar nodig, informatie verstrekt over de keuze van de therapie en de meest aangewezen microbiologische diagnostiek. Bij alle infecties wordt een richtlijn gegeven voor de behandelingsduur. Deze kan echter mede afhankelijk zijn van de toestand van de patiënt en de ernst van het ziektebeeld. Alle doseringen gelden voor normale lever- en nierfunctie. Betekenis van de keuzevolgorde per indicatie a) eerste keuzemiddel b) keuzemiddel bij contra-indicatie(s) voor middel a) Wanneer er geen voorkeur is, wordt dit aangegeven met of. 8. BRONVERMELDING Als bronnen voor dit boekje zijn gebruikt: vigerende standaarden van wetenschappelijke verenigingen de SWAB-richtlijnen locale resistentiepatronen 7

10 II KNO INFECTIES 1. FARYNGITIS / TONSILLITIS 1.1 Angina tonsillaris a) fenoxymethylpenicilline volwassenen 3 x 500 mg po gedurende 10 dagen of procaïne/benzathine/benzylpenicilline of volwassenen 1,2 miljoen E kinderen 0,6 miljoen E éénmalig diep im b) claritromycine volwassenen 2 x 500 mg po kinderen 2 x 7,5 mg/kg po gedurende 10 dagen of amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg iv of po 1.2 Recidiverende streptokokken faryngitis / Tonsillitis duur profylaxe 3-4 maanden a) procaïne/benzathine/benzylpenicilline volwassenen 1 x 1,2 miljoen E kinderen 1 x 0,6 miljoen E diep im om de 4 weken 1.3 Angina van Plaut-Vincent / Foetor ex ore a) metronidazol 3 x 500 mg po kinderen 3 x 10 mg/kg po 2. PERITONSILLAIR INFILTRAAT therapieduur 10 dagen a) benzylpenicilline 4 x 1 miljoen E iv b) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg iv of po c) clindamycine 3 x 600 mg iv of po 3. PERITONSILLAIR / RETROFARYNGEAAL ABCES therapieduur 14 dagen a) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg iv of po of b) clindamycine 3 x 600 mg iv of po 5

11 Error! Unknown switch argument. 1 Faryngitis / Tonsillitis De infectie is meestal viraal. Antibiotica komen alleen in aanmerking bij een ernstige bacteriële infectie. Streptococcus pyogenes is de meest voorkomende bacteriële verwekker. Keelkweek op gisten, Bordetella pertussis of Corynebacterium diphtheriae dienen speciaal te worden aangevraagd. De diagnostiek van gonorroe berust op het aantonen van gonokokken DNA (Transswab). Voor de diagnostiek van virale infecties komen in aanmerking: PCR: Herpes simplex virus, Coxsackie virus, respiratoire virussen (Transswab) Antigeendetectie: Respiratoir syncytiaal virus (steriele container) Serologie: Epstein Barr virus, Cytomegalovirus, respiratoire virussen 1.1 Angina tonsillaris De therapie is gericht op de meest voorkomende bacteriële verwekker: S. pyogenes. In verband met de kans op allergische reacties op penicillines dient een Epstein Barr virus infectie (Pfeiffer) te worden uitgesloten. Bij te verwachten therapie-ontrouw verdient procaïne/benzathine/benzylpenicilline éénmalig im de voorkeur boven behandeling met fenoxymethylpenicilline po. Claritromycine komt in aanmerking bij penicilline allergie en bij patiënten die onvoldoende reageren op penicilline. Onvoldoende reactie op penicilline kan het gevolg zijn van penicillinase producerende (anaerobe) keelflora. Amoxicilline/clavulaanzuur is dan ook en optie, tenzij er een penicilline allergie bestaat. 1.3 Angina van Plaut-Vincent / Foetor ex ore Angina van Plaut Vincent wordt veroorzaakt door een mengflora van anaerobe spirocheten (Borrelia vincenti), fusiforme Gram-negatieve staafjes en streptokokken. De diagnose wordt gesteld op het Gram preparaat. Hinderlijke foetor ex ore kan ontstaan in het verloop van mononucleosis infectiosa. De oorzaak is dan een superinfectie met anaeroben. 2 Peritonsillair infiltraat Meest voorkomende verwekker is S. pyogenes. Clindamycine komt alleen in aanmerking bij penicilline allergie. 3 Peritonsillair / Retrofaryngeaal abces De behandeling is primair chirurgisch (drainage). Antibiotica dienen slechts ter ondersteuning. Behalve S. pyogenes spelen ook andere streptokokken, anaerobe mondflora en Enterobacteriaceae een rol. Kweken van pus is belangrijk teneinde de empirische antimicrobiële therapie op geleide van het antibiogram te kunnen versmallen c.q. aanpassen. 5A

12 Error! Unknown switch argument. 4. EPIGLOTTITIS therapieduur 7 dagen a) cefotaxim volwassenen 3 x 1 g iv kinderen 4 x 50 mg/kg iv 5. LARYNGITIS SUBGLOTTICA Meestal betreft dit een virale infectie die self-limiting is. Bij secundaire bacteriële infecties kunnen antibiotica geïndiceerd zijn. therapieduur 7 dagen a) doxycycline 1 x 200 mg po b) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po c) cefotaxim 3 x 1 g iv 6. OTITIS MEDIA ACUTA Therapieduur 7 dagen. 6.1 Verwekker onbekend a) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po of of co-trimoxazol 2 x 960 mg po of iv kinderen 2 x 18 mg/kg po of iv 6.2 Verwekker bekend Pneumokokken / S. pyogenes a) benzylpenicilline 4 x 1 miljoen E im of iv of of fenoxymethylpenicilline 3 x 500 mg po kinderen 3 x 15 mg/kg po b) claritromycine 2 x 500 mg po kinderen 2 x 7,5 mg/kg po H. influenzae / M. catarrhalis a) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po kinderen 3 x 25 mg/kg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg po of iv kinderen 2 x 18 mg/kg po of iv 6

13 Error! Unknown switch argument. 4 Epiglottitis Bij kinderen is de meest voorkomende verwekker H. influenzae type b. Bij volwassenen speelt ook S. pneumoniae en M. catarrhalis een rol. Behalve een keelkweek dienen ook bloedkweken te worden afgenomen. Met name bij de keelkweek is het belangrijk te vermelden dat het om epiglottitis gaat. 5 Laryngitis subglottica Oorzaak is meestal viraal. Indien er een secundaire bacteriële infectie optreedt, betreft dit meestal tracheïtis en tracheobronchitis. De belangrijkste verwekkers zijn dan H. influenzae, S. pneumoniae en M. catarrhalis. Bij kinderen is amoxicilline/clavulaanzuur eerste keuzemiddel. Parenterale behandeling met cefotaxim komt alleen in aanmerking bij een ernstig zieke patiënt. 6 Otitis media acuta Verwekkers in afnemende volgorde van frequentie van voorkomen: S. pneumoniae, H. influenzae, M. catarrhalis, S. pyogenes en (zelden) S. aureus. Bij kinderen ouder dan 1 jaar en een ongecompliceerd beloop kan meestal worden volstaan met analgetica en xylometazoline neusdruppels gedurende 3 dagen. Antibiotica zijn geïndiceerd: indien na 3 dagen geen verbetering is opgetreden bij kinderen jonger dan 1 jaar bij recidiverende otitis media Bij een dreigende c.q. beginnende mastoïditis is paracentese, eventueel gecombineerd met een corticale mastoïdectomie en kweken van de pus, geïndiceerd Pneumokokken / S. pyogenes Erytromycine respectievelijk claritromycine zijn van toepassing bij penicilline allergie. 6A

14 Error! Unknown switch argument Staphylococcus aureus a) flucloxacilline 4 x 500 mg im of iv of po kinderen 4 x 25 mg/kg b) clindamycine 3 x 300 mg po of iv kinderen 4 x 10 mg/kg po of iv 7. CHRONISCHE SUPPURATIEVE OTITIS MEDIA Therapie op geleide van de kweek. therapieduur 10 dagen 8. OTITIS EXTERNA Therapieduur 14 dagen. 8.1 S. aureus a) fusidinezuur zalf 3 x daags lokaal eventueel eventueel flucloxacilline 4 x 500 mg po 8.2 P. aeruginosa a) zure oordruppels 3 x daags lokaal b) ofloxacine oogdruppels 3 x daags lokaal c) ciprofloxacine 3 x 400 mg iv of 2 x 750 mg po d) gentamicine-prednisolon oogdruppels 3 x daags lokaal 8.3 Aspergillus a) miconazol oordruppels 2% 3 x daags lokaal eventueel eventueel itraconazol 1 x 100 mg po 9. OTITIS EXTERNA MALIGNA therapieduur 6 weken a) ciprofloxacine 3 x 400 mg iv of 2 x 750 mg po b) ceftazidim 4 x 1 g iv 10. MASTOIDITIS therapieduur 6 weken a) ciprofloxacine 3 x 400 mg iv of 2 x 750 mg po clindamycine 3 x 600 mg iv of po 7

15 Error! Unknown switch argument Staphylococcus aureus Keuzemiddel b is van toepassing bij penicilline allergie. 7 Chronische suppuratieve otitis media Deze groep omvat patiënten die niet goed hebben gereageerd op de standaardbehandeling van een acute otitis media. De plaats van lokale antibiotische behandeling is dubieus. Preparaten met neomycine of andere aminoglycosiden kunnen alleen worden toegepast bij beperking van de therapieduur (maximaal 10 dagen). Een geperforeerd trommelvlies is geen contra-indicatie voor het toepassen van antibioticum houdende preparaten. 8 Otitis externa Bedoeld wordt de nattende vorm van otitis externa. Bij de droge vorm (veelal eczeem) spelen infecties geen rol. De belangrijkste pijler van de behandeling is het microscopisch oortoilet. Voordat lokale antibiotica-houdende oordruppels in aanmerking komen, wordt eerst getracht de gehoorgang in te drogen met burow-water of aluminium-acetotartraat. Bij forse zwelling kan eventueel een corticosteroïdhoudende oplossing worden overwogen. De belangrijkste verwekkers van infecties van de gehoorgang zijn: S. aureus, P. aeruginosa, schimmels m.n. Aspergillus. De keuze van de antimicrobiële therapie wordt bepaald op geleide van het kweek resultaat (kweek op schimmels speciaal aanvragen). Voor de lokale behandeling van S. aureus is gekozen voor fusidinezuur. Mupirocine komt alleen in aanmerking bij meticilline resistente S. aureus. Systemische therapie is alleen geïndiceerd wanneer de ontsteking zich uitbreidt tot een perichondritis of een regionale lymfadenopathie. 9 Otitis externa maligna Deze ernstige necrotiserende infectie wordt veroorzaakt door P. aeruginosa. De therapie bestaat uit chirurgische verwijdering van gedevitaliseerd weefsel c.q. lokale ondersteunende behandeling in combinatie met antimicrobiële therapie. In eerste instantie is intraveneuze therapie gedurende 14 dagen aangewezen. Hierna wordt vervolgd met orale therapie tot 1-2 weken na klinische genezing. Ciprofloxacine heeft het voordeel dat ook bij orale toediening adequate weefselspiegels worden bereikt. 10 Mastoïditis De behandeling bestaat uit lokale verwijdering van gedevitaliseerd weefsel of mastoïdectomie in combinatie met antimicrobiële therapie. De meest voorkomende verwekkers zijn S. pneumoniae, H. influenzae, S. aureus en P. aeruginosa. Bij de therapie keuze is rekening gehouden met de penetratieproblemen in het mastoïd. Het kweken van pus is belangrijk teneinde de empirische antimicrobiële therapie op geleide van het antibiogram te kunnen versmallen c.q. aanpassen. 7A

16 Error! Unknown switch argument. 11. FURUNKEL GEHOORGANG / NEUS therapieduur 7 dagen a) flucloxacilline 4 x 500 mg po kinderen 4 x 25 mg/kg po b) clindamycine 3 x 300 mg po of iv kinderen 4 x 10 mg/kg po of iv 12. SINUSITIS 12.1 Acute sinusitis therapieduur 10 dagen a) doxycycline 1 x 200 mg po b) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po 12.2 Chronische sinusitis / Dentogene sinusitis therapieduur dagen a) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po b) clindamycine 4x 300 mg po 8

17 Error! Unknown switch argument. 11 Furunkel gehoorgang / neus een lokaal verwekende behandeling in de vorm van b.v. Diachylon trekzalf is zinvol. Clindamycine is eerste keuzemiddel bij penicilline allergie. 12 Sinusitis Voor kweek komen in aanmerking: pus, sinus-aspiraat en sinus-spoelsel. Een neusuitstrijk is niet geschikt voor het opsporen van de verwekker Acute sinusitis Antibiotische therapie is in principe niet aangewezen. Afzuigen van secreet, antroscopie, bevordering van de pusafvloed en/of spoelingen kunnen door antibiotica worden ondersteund. In verband met de bereikte spiegels in de sinussen is amoxicilline/ clavulaanzuur, met uitzondering van kinderen, tweede keuzemiddel. Bij (dreigende) complicaties van sinusitis zoals orbita flegmone of cellulitis is parenterale therapie op geleide van de kweek aangewezen Chronische sinusitis / Dentogene sinusitis Behandeling is primair chirurgisch c.q. met drainage. Indien ter ondersteuning toch een antibioticum nodig is, dient dit een middel te zijn dat tevens werkzaam is tegen anaeroben. Gezien het hoge percentage ß- lactamase producerende Bacteroïdes isolaten is amoxicilline/clavulaanzuur een goede keuze voor de blinde start. 8A

18 III LAGERE LUCHTWEGINFECTIES 1. BRONCHITIS Therapieduur 7 tot 10 dagen. 1.1 Acute bronchitis / Exacerbatie van chronische bronchitis De meeste acute bronchitiden hebben een virale oorzaak. Bij secundair bacteriële infecties kunnen antibiotica geïndiceerd zijn. a) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg po c) doxycycline 1 x 200 mg po d) claritromycine 2 x 500 mg po 2. PNEUMONIE Therapieduur 5-7 dagen. 2.1 Onbekende verwekker, buiten het ziekenhuis verkregen Milde pneumonie (geen ziekenhuisopname nodig, AMBU-65 0 of1) a) amoxicilline 4 x 500 mg po b) doxycycline 1 x 100 mg po, eerste gift 200 mg Matig ernstige pneumonie (ziekenhuisopname nodig, AMBU-65 = 2) a) amoxicilline 4 x 1000 mg iv Bij allergie voor penicillinen: b) cefotaxim 3 x 1 g iv Indien risico voor legionella pneumonie (zie tekst): a) amoxicilline 4 x 1000 mg iv ciprofloxacine 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po Ernstige pneumonie (opname op intensive care, AMBU-65 > 2) a) amoxicilline 4 x 1 miljoen EH iv ciprofloxacine Bij allergie voor penicillinen: b) cefotaxim 3 x 1 g iv ciprofloxacine 2 x 400 mg iv 2 x 400 mg iv 2.2 Onbekende verwekker, binnen het ziekenhuis verkregen a) cefotaxim 3 x 1 g iv b) amoxicilline/clavulaanzuur 4 x 1200 mg iv Bij verdenking infectie met resistente flora (langdurige opname, eerdere antibiotische therapie) dan zowel bij a) als b): gentamicine 1 x 5 mg / kg 9

19 2.3 Bekende verwekker Pneumokokken a) benzylpenicilline 6 x 1 miljoen E iv b) claritromycine 2 x 500 mg po Stafylokokken therapieduur minimaal 2 weken a) flucloxacilline 4-6 x 1 g iv b) clindamycine 3 x 600 mg iv Pseudomonas aeruginosa a) ceftazidim 3 x 1 g iv gentamicine 1 x 5 mg/kg b) ciprofloxacine 3 x 400 mg iv of 2 x 750 mg po Mycoplasma pneumoniae therapieduur 2-3 weken a) doxycycline 1 x 200 mg po b) claritromycine 2 x 500 mg po 10

20 3 III lagere luchtweginfecties versie mei 2012.doc 1.1 Acute bronchitis / Exacerbatie van chronische bronchitis De meeste acute bronchitiden hebben een virale oorzaak. De belangrijkste bacteriële verwekkers: H. influenzae, S. pneumoniae en M. catarrhalis. Amoxicilline/clavulaanzuur is verkozen boven amoxicilline omdat circa 50% van de M. catarrhalis stammen ß-lactamase produceert. De hogere dosering van doxycycline (1 x maal daags 200 mg gedurende de totale kuur) is gekozen in verband met de matige gevoeligheid van H. influenzae. Doxycycline en claritromycine zijn tevens werkzaam tegen Mycoplasma en Chlamydia. Bij verdenking op Legionella is claritromycine eerste keuze. In verband met de recidiefkans bij kortere kuren is gekozen voor een therapieduur van 10 dagen. 2.1 Pneumonie, onbekende verwekker, buiten het ziekenhuis verkregen (Community Acquired pneumoniae, CAP) De meest voorkomende verwekker is: S. pneumoniae. S. aureus wordt vooral gezien na influenza. Lobaire pneumonie kan, behalve door S. pneumoniae, worden veroorzaakt door K. pneumoniae. De ernst van de ziekte bij een patiënt met pneumonie is belangrijk bij het kiezen van de optimale empirische behandelingsstrategie. Er is gekozen voor een indeling in 3 behandelcategorieën: mild, matig en ernstig. Voor de bepaling van de ernst van de ziekte wordt de AMBU-65 score gebruikt. De kerncriteria van de AMBU-65 score zijn: Ademhalingsfrequentie 30/minuut Mentale toestand bij presentatie (recent ontstane desoriëntatie in persoon, plaats en tijd) Bloeddruk systolisch < 90 mmhg en/of diastolisch < 60 mmhg Ureum > 7 mmol/l Leeftijd 65 De aanwezigheid van elk kerncriterium wordt met 1 punt gewaardeerd. De AMBU-65 score is de optelsom van het aantal punten, variërend van 0 tot 5. Op grond van de behaalde score wordt besloten tot de volgende driedeling: AMBU-65 0 of 1: ambulante behandeling AMBU-65 2: opname op verpleegafdeling AMBU-65 > 2: opname op intensive care Bij een AMBU-65 score van 0 of 1: Bij penicilline-allergie en onmogelijkheid tot doxycycline gebruik bij zwangerschap, lactatie of kinderen: claritromycine 2 dd 500 mg po bij niet zwangren of erytromycine 4 dd 500 mg po bij zwangeren. Bij een AMBU-65 score van 2: risicofactoren voor legionella uitvragen zoals recent verblijf buitenland, actuele legionella uitbraak, therapiefalen β-lactam antibiotica. Indien geen risicofactoren voor legionella geen ciprofloxacine starten maar wel een legionella sneltest doen. Indien legionella sneltest positief over op monotherapie ciprofloxacine. Therapie duur CAP: 5 dagen bij goed respons na 3 dagen, anders 7 dagen. Doxycycline altijd 7 dagen. 9A

21 3 III lagere luchtweginfecties versie mei 2012.doc Speciale groepen: - Bij reizigers uit gebieden met frequent voorkomende penicilline resistente S. pneumoniae: penicilline ophogen naar 6 dd 2 miljoen EH of cefotaxim 4 dd 1000 mg iv. - Bij fulminante pneumonie in aansluiting op influenza mogelijk S. aureus: amoxicilline vervangen door amoxicilline-clavulaanzuur 4 dd 1200 mg. Bij aangetoonde S. aureus: flucloxacilline. - Bij aangetoonde kolonisatie van de luchtwegen met pseudomonas spp.: ceftazidime of ciprofloxacine toevoegen. - Bij COPD patiënten met een bronchopeumonie dekking van H. influenzae bij empirische therapie geven: amoxicilline-clavulaanzuur 4 dd 1200 mg iv. Zie herziene SWAB-richtlijn voor Community Acquired Pneumoniae (CAP) 2011: aangepast schema CAP. 2.2 Pneumonie, onbekende verwekker, binnen het ziekenhuis verkregen Indien pneumonie optreedt uur na opname, zijn de meest voorkomende verwekkers Gram-negatieve staven. Cefotaxim is in tegenstelling tot ciprofloxacine niet werkzaam tegen Pseudomonas. Toch is ciprofloxacine duidelijk tweede keuzemiddel. Dit in verband met de aangetoonde relatie tussen het frequent gebruik van chinolonen en de ontwikkeling van resistentie. Bij ciprofloxacine is een dosering van 3 x 400 mg iv of 2 x 750 mg po slechts van toepassing voor de blinde start en voor Pseudomonas. Voor andere Gram-negatieve staven geldt een dosering van 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po Pneumokokken Cefotaxim, erytromycine en claritromycine zijn van toepassing bij penicilline allergie Stafylokokken Cefotaxim en clindamycine is van toepassing bij penicilline allergie Mycoplasma pneumonie Een therapieduur van twee tot drie weken is aangewezen in verband met de intracellulaire overleving van M. pneumoniae c.q. de kans op recidieven bij kortere kuren. 10A

22 3 III lagere luchtweginfecties versie mei 2012.doc Chlamydia psittaci / pneumoniae therapieduur dagen a) doxycycline 1 x 200 mg po b) claritromycine 2 x 500 mg po Legionella pneumophila therapieduur 7-10 dagen a) ciprofloxacine 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po b) erythromycine 4 x 1000 mg iv c) meropenem 3 x 1000 mg iv Gisten en schimmels zie Invasieve schimmelinfecties (hoofdstuk XX) Nocardia/Actinomyces zie Diverse infecties (hoofdstuk XIX) Coxiella burnetii (Q-koorts) zie Diverse infecties (hoofdstuk XIX) 3. ASPIRATIEPNEUMONIE therapieduur 10 dagen Buiten ziekenhuis verworven: a) amoxicilline/clavulaanzuur 4 x 1200 mg iv Binnen ziekenhuis verworven: a) amoxicilline/clavulaanzuur 4 x 1200 mg iv gentamicine 5 mg/kg iv b) cefotaxim 3 x 1 gr iv metronidazol 3 x 500 mg iv gentamicine 5 mg /kg c) clindamycine 3 x 600 mg iv. ciprofloxaxine 2 x 400 mg iv. 4. KINKHOEST (BORDETELLA PERTUSSIS) therapieduur 14 dagen a) claritromycine 2 x 500 mg po b) erytromycine 4 x 500 mg po 10

23 3 III lagere luchtweginfecties versie mei 2012.doc Chlamydia psittaci / pneumonie Bij Chlamydia is in tegenstelling tot Mycoplasma, het verband tussen de therapieduur en de kans op recidieven niet aangetoond Legionella pneumonie Indien mogelijk kan erytromycine worden vervangen door claritromycine 2 x 500 mg oraal. Claritromycine is vooralsnog gecontraindiceerd bij zwangeren. Kweek op Legionella dient speciaal te worden aangevraagd. De Legionella sneltest toont Legionella antigeen in de urine aan. Beperking van deze test is dat alleen serotype 1 wordt aangetoond, en dat de test alleen positief is bij ernstig zieke patiënten (categorie IC behoeftige patiënten). 3. Aspiratiepneumonie De belangrijkste verwekkers zijn anaeroben waaronder Bacteroides fragilis. Daarnaast spelen, m.n. bij patiënten langer dan uur opgenomen in het ziekenhuis, S.aureus en aerobe Gram-negatieve staven een rol. Er is niet gekozen voor (een combinatie met) benzylpenicilline omdat een aanzienlijk percentage van m.n. de Bacteroides fragilis stammen ß- lactamase produceert. 4. Kinkhoest Antimicrobiële therapie geen effect op de ernst en de duur van de infectie maar wordt, behalve om epidemiologische redenen, gegeven ter preventie van een recidief. Afmaken van de 14-daagse kuur is daarom noodzakelijk. Claritromycine is vooralsnog gecontraindiceerd bij zwangeren. Voor profylactische behandeling van nauwe contacten (bv. binnen het gezin) komen in aanmerking: ongevaccineerden, onvolledig gevaccineerden en nuljarigen. Profylaxe dient zo snel mogelijk, in elk geval binnen 14 dagen na het contact, te worden gestart. Zie Niet-chirurgische profylaxe (hoofdstuk XXI). Voor het aantonen van B. pertussis is het mogelijk een PCR te doen. Bij langer bestaande klachten (> 3 weken) is alleen serologisch onderzoek aangewezen. 10A

24 IV URINEWEGINFECTIES 1. INFECTIES VAN DE AFVOERWEGEN 1.1 Acute Cystitis Therapieduur: a) nitrofurantoïne 4 x 100 mg po b) amoxicilline/clavulaanzuur 3 x 625 mg po c) norfloxacine 2 x 400 mg po d) co-trimoxazol 2 x 960 mg po Vrouwen / zwangeren 7 dagen, Mannen / gecompliceerd 10 dagen 1.2 Profylaxe recidiverende cystitis therapieduur > 6 weken a) nitrofurantoïne 1 x 100 mg po a.n. of of trimethoprim 1 x 100 mg po a.n. 1.3 Candida cystitis Blaascatheter therapieduur 7 dagen a) amfotericine B blaasspoeling 3-4 x 5mg = 50ml Géén blaascatheter therapieduur 14 dagen a) fluconazol Oplaaddosis 200 mg po, daarna 1 x 100 mg po Bij een non-albicans dubbele dosering gebruiken 1.4 Cystitis bij verblijfscatheter Na verwijderen c.q. vervangen van de catheter op geleide van de kweek behandelen als acute cystitis (zie 1.1) of Candida cystitis (zie 1.3) Alleen behandelen bij klachten! 11

25 4 IV urineweginfecties.doc 1 Infecties van de afvoerwegen Urineweginfecties in een ziekenhuispopulatie zijn, gezien vanuit bacteriologisch oogpunt, altijd gecompliceerd in die zin dat de diversiteit van de verwekkers groot is. Zo werd in 2009 in het ziekenhuis Rivierenland uit gewassen plas E. coli in 68% van de gevallen geïsoleerd. Op de tweede plaats stond Klebsiella gevolgd door Proteus en enterokokken. Bij de urinekweken die via een blaascatheter werden afgenomen werden met name enterokokken, Pseudomonas, Enterobacter, Citrobacter, Staphylokokken en gisten geïsoleerd. Gezien de uiteenlopende gevoeligheidspatronen van deze bacteriën is het noodzakelijk om vóór start van de therapie een kweek af te nemen. De nitriettest en bepaling van leukocyten in een sediment zijn niet geschikt voor screening van ziekenhuispopulaties. De nitriettest heeft slechts een gevoeligheid van 50%. Afwezigheid van leukocyten in een sediment sluit een infectie niet uit. Met name ureum-splitsende bacteriën, waaronder Proteus soorten, veroorzaken lysis van leukocyten waardoor deze niet meer in de urine zijn waar te nemen. Anderzijds vindt men soms leukocyturie waarbij de banale kweek van de urine negatief uitvalt. Dit is m.n. het geval bij urethritis, niertuberculose, blaaspoliepen en -tumoren, kort na operaties aan de urinewegen of kort na therapie. 1.1 Acute cystitis Het voorgestelde therapieschema is gebaseerd op de gevoeligheidspatronen van de meest voorkomende verwekkers in het ziekenhuis Rivierenland. Nitrofurantoïne is nog steeds goed werkzaam tegen E. coli (96% van de stammen is gevoelig) maar is nauwelijks werkzaam tegen andere frequent voorkomende verwekkers zoals enterokokken, Proteus en Klebsiella. Voor de thuissituatie wordt, in verband met de compliance, nitrofurantoine m.g.a. (2 x 100 mg po) geadviseerd. Het spectrum van norfloxacine omvat praktisch alle Gram-negatieve verwekkers inclusief Pseudomonas. Evenals nitrofurantoïne is dit middel niet werkzaam tegen enterokokken. Norfloxacine komt, in verband met de snelle resistentieontwikkeling, alleen in aanmerking bij Pseudomonas en indien de verwekker ongevoelig blijkt te zijn voor de overige middelen. Zwangerschap: Van de opgegeven middelen komt alleen amoxicilline/ clavulaanzuur in aanmerking. Alleen op speciale indicatie (overgevoeligheid voor amoxicilline, ongevoeligheid van de verwekker voor amoxicilline/clavulaanzuur) kan cefuroxim-axetil 2 x 500 mg po worden voorgeschreven. De resorptie en de effectiviteit van dit middel is echter niet voorspelbaar. 1.2 Profylaxe recidiverende cystitis Patiënten met recidiverende urineweginfecties dienen door de uroloog te worden onderzocht teneinde onderliggende factoren zoals blaasresidu, stenen, neurologische en congenitale aandoeningen uit te sluiten. Langdurige profylaxe komt in aanmerking bij meer dan drie recidieven per jaar. Bij vrouwen in de menopauze kunnen oestrogeen tabletten of vaginale applicatie van oestrogeen crème de incidentie van infecties sterk verlagen. Wanneer er aanwijzingen bestaan dat cystitis telkens ontstaat in aansluiting aan de coïtus dan is éénmalige profylaxe met genoemde middelen direct post-coïtaal geïndiceerd. 1.3 Candida cystitis Isolatie van Candida uit de urine bij een asymptomatische patiënt is geen indicatie voor behandeling. Bij recidieven dient te worden gedacht aan onderliggende oorzaken zoals diabetes. Candida vaginitis dient eveneens te worden uitgesloten. Bij neutropene patiënten kan isolatie van Candida uit de urine een aanwijzing zijn voor systemische candidiasis. 11A

26 4 IV urineweginfecties.doc 2. PARENCHYMATEUZE INFECTIES 2.1 Acute pyelonefritis therapieduur 14 dagen a) ciprofloxacine 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po b) co-trimoxazol 2 x po of iv c) amoxicilline/clavulaanzuur 3-4 x mg po of iv 2.2 Chronische pyelonefritis therapieduur 6 weken Voor keuzemiddelen zie acute pyelonefritis (2.1) 2.3 Acute prostatitis therapieduur 3 weken a) ciprofloxacine 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg po 2.4 Chronische prostatitis therapieduur > 6 weken a) ciprofloxacine 2 x 500 mg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg po 2.5 Epididymitis therapieduur 14 dagen leeftijd < 35 jaar a) doxycycline 1 x 200 mg po leeftijd > 35 jaar a) ciprofloxacine 2 x 500 mg po 12

27 4 IV urineweginfecties.doc 2 Parenchymateuze infecties Bij deze categorie worden antibiotica gebruikt waarmee een voldoende hoge weefselspiegel wordt bereikt. 2.1 Acute pyelonefritis / 2.2 Chronische pyelonefritis Ciprofloxacine heeft een zeer breed spectrum en vrijwel alle Gram-negatieve bacteriën zijn gevoelig. Indien uit de kweek blijkt dat de bacterie gevoelig is voor co-trimoxazol dient dit middel te worden toegepast. Amoxicilline/clavulaanzuur komt alleen in aanmerking bij verdenking op enterokokken. Bij kinderen en zwangeren is het eerste keuze. 2.3 Acute prostatitis Therapie waar mogelijk op geleide van kweek. De belangrijkste verwekkers zijn Gram-negatieve staven (E.coli in 70-80%). Ciprofloxacine is op dit moment het best werkzame middel bij prostatitis. 2.4 Chronische prostatitis Therapie waar mogelijk op geleide van kweek. In tegenstelling tot acute prostatitis worden enterokokken en S.aureus relatief frequent aangetroffen. Bij falen van de therapie dient ook aan tuberculose te worden gedacht. 2.5 Epididymitis Bij mannen jonger dan 35 jaar zijn de meest voorkomende verwekkers Chlamydia en gonokokken. Boven de 35 jaar wordt epididymitis meestal veroorzaakt door Gram-negatieve staven waaronder Pseudomonas. Wanneer de banale kweek, DNA onderzoek op gonokokken en Chlamydia geen verwekker opleveren, dient tuberculose te worden overwogen. 2.6 Infecties veroorzaakt door Pseudomonas Indien een infectie veroorzaakt wordt door een Pseudomonas spp en behandeling middels ciprofloxacine plaats gaat vinden dan moet de dosering van ciprofloxacine worden aangepast vanwege de verminderde gevoeligheid van Pseudomonas spp voor chinolonen. Bij intraveneuze therapie: 3 x 400 mg (i.p.v. 2 x 400 mg) Bij orale therapie: 2 x 750 mg (i.p.v. 2 x 500 mg) 12A

28 V GASTRO-INTESTINALE INFECTIES 1. TYPHUS EN PARATYPHUS therapieduur 14 dagen a) ciprofloxacine 2 x 400 mg iv of 2 x 500 mg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg iv of po 2. ANDERE SALMONELLOSEN 2.1 Met typheus ziektebeeld Behandeling: zie Alleen gastro-enteritis Geen antibiotica i.v.m. grotere kans op dragerschap. 3. SALMONELLA DRAGERSCHAP Dragers van S. typhi, S.paratyphi A, S. paratyphi B en S. paratyphi C die werkzaam zijn in de voedingslijn dienen te worden gedecontamineerd: therapieduur 4-6 weken a) ciprofloxacine 2 x 500 mg po 4. BACTERIËLE DYSENTERIE (SHIGELLOSE, E COLI O157) therapieduur 5 dagen a) ciprofloxacine 2 x 500 mg po b) co-trimoxazol 2 x 960 mg po 5. CAMPYLOBACTER JEJUNI In de regel geen antibiotica. Bij koorts en/of ernstige diarree langer dan 7 dagen: therapieduur 5 dagen a) claritromycine 2 x 250 mg po b) ciprofloxacine 2 x 500 mg po 6. YERSINIA ENTEROCOLITICA Meestal is therapie niet nodig, bij langdurige klachten kan eventueel worden gegeven therapieduur 5 dagen a) ciprofloxacine 2 x 500 mg po b) doxycycline oplaaddosis 200 mg po, daarna 1 x 100 mg po 13

29 5 V gastro-intestinale infecties.doc Verwekkers van gastro-intestinale infecties blijken in toenemende mate resistent tegen diverse antibiotica. Multiresistentie wordt met name gezien bij verwekkers die in het buitenland zijn opgelopen. Kweek en antibiogram zijn daarom onontbeerlijk voor een goede therapiekeuze. Empirische behandeling kan, na afname van kweken, gestart worden aan de hand van genoemde antibiotica. 1. Typhus en paratyphus Bij een typheus ziektebeeld is toediening van een antimicrobieel middel vereist. Meest voorkomende verwekkers zijn Salmonella typhi, Salmonella paratyphi A en Salmonella paratyphi B, maar ook andere Salmonella soorten kunnen dit ziektebeeld veroorzaken, m.n. bij immuungecompromitteerde patiënten. Ciprofloxacine is eerste keuzemiddel omdat bij de chinolonen de kans op zowel relaps als chronisch dragerschap kleiner is dan bij andere middelen. De therapieduur bedraagt 10 dagen. Bij gebruik van co-trimoxazol dient gedurende 14 dagen te worden behandeld. Voor het stellen van de microbiologische diagnose, m.n. in de eerste 2 ziekteweken, zijn bloedkweken essentieel. Faeces en urinekweken worden pas na dagen positief. Wanneer ondanks sterke klinische verdenking bloed-, faeces- en urinekweken negatief blijven, dienen beenmerg en duodenaal secreet te worden gekweekt. Ten aanzien van S. typhi, S. paratyphi A, S. paratyphi B en S. paratyphi C geldt dat personen, werkzaam in voedsel verwerkende bedrijven (slagers, banket bakkers, kelners), na klinische genezing bacteriologisch dienen te worden vervolgd tot 3x negatieve faeces kweken met één week tussenpoos. Dit geldt niet voor dragers van andere Salmonella soorten. 3. Salmonella dragerschap Er is sprake van chronisch dragerschap wanneer Salmonella gedurende meer dan een jaar aantoonbaar blijft in faeces of urine. Bij S. typhi is de kans op dragerschap 1-4% en bij de andere Salmonella soorten <0,5%. Een hogere incidentie van chronisch dragerschap wordt gezien bij vrouwen en bij galweg pathologie, m.n. galstenen. De kans op succesvolle behandeling van chronisch dragerschap is gemiddeld 80% en is afhankelijk van de aan- of afwezigheid van galweg- pathologie. Ciprofloxacine verdient, vanwege relatief hoge concentratie in de gal, de voorkeur boven co-trimoxazol. Ciprofloxacine heeft bovendien het voordeel dat relatief hoge intracellulaire concentraties worden bereikt. Mede hierdoor kan bij gebruik van ciprofloxacine worden volstaan met een therapieduur van 4 weken. 4. Bacteriële dysenterie: Shigellose De besmettingsbron is de mens. Besmetting vindt plaats langs faecaal-orale weg. Een Shigella infectie dient altijd te worden behandeld. Shigella-proctitis bij homoseksuele mannen is te beschouwen als een SOA, d.w.z. partner(s) mee behandelen. Bij verdenking op Shigella is het belangrijk dat de faeces nog dezelfde dag op het medisch microbiologisch laboratorium arriveert. E.coli O157 Diarree met bloed en slijm bijmenging wordt in 15-36% van de gevallen veroorzaakt door een enterohemorrhagische E. coli (EHEC), meestal van het serotype O157. Besmetting treedt op door het eten van onvoldoende verhit vlees (hamburgerziekte). De klachten worden veroorzaakt door toxines uitgescheiden door de bacterie. Tot 8% van alle gevallen krijgt als complicatie het hemolytisch uremisch syndroom. Deze complicatie zou mogelijk uitgelokt kunnen worden door antibiotische behandeling in een vroeg stadium van de ziekte. De ziekte kan aangetoond worden middels isolatie van de verwekker uit de faeces (faeceskweek) of door het aantonen van toxines. Voor de empirische behandeling zie bacillaire dysenterie. 13A

30 5 V gastro-intestinale infecties.doc 7. CHOLERA a) doxycycline 300 mg po eenmalig b) ciprofloxcine 1g po eenmalig c) co-trimoxazol 2 x 960 mg po, 3 dagen 8. HELICOBACTER PYLORI therapieduur 7 dagen a) amoxicilline 2 x 1000mg po claritromycine 2 x 500 mg po pantoprazol 2 x 40 mg po b) doxycycline 1 x 100 mg po metronidazol 3 x 500 mg po pantoprazol 2 x 40 mg po 9. PSEUDOMEMBRANEUZE COLITIS (CLOSTRIDIUM DIFFICILE) therapieduur 10 dagen a) metronidazol 3 x 500 mg po b) vancomycine 4 x 250 mg po 10. ENTERITIS ALS GEVOLG VAN VOEDSELVERGIFTIGING Mogelijke ziekteverwekkers: Clostridium perfringens S. aureus Bacillus cereus Vibrio parahaemolyticus In het algemeen geen antibiotische therapie. Voorop staan vervanging van verloren lichaamsvloeistoffen en electrolyten. 11. ORALE CANDIDIASIS therapieduur tot 2 dagen na verdwijnen van de symptomen Niet zieke patiënt: a) nystatine 4 x E Zieke patiënt: a) fluconazol oplaaddosis 200 mg po, daarna 1 x 100 mg po 12. CANDIDA OESOPHAGITIS Zie Invasieve schimmelinfecties (hoofdstuk XX). 15

31 5 V gastro-intestinale infecties.doc 7. Cholera Cholera wordt veroorzaakt door de bacterie Vibrio cholera. Besmetting vindt plaats via de faecaal-orale route. De gemiddelde incubatietijd is 2 tot 3 dagen. In Nederland komt de ziekte uitsluitend als importziekte voor. Het klinisch beloop van cholera varieert van mild tot zeer ernstig. Het begin is acuut met braken en hevige kortdurende diarree ( rijstwater ). Er kan een snelle uitdroging met shock optreden. De patiënt heeft geen koorts en klaagt ook niet over buikkrampen. De diagnose berust op het aantonen van Vibrio cholera in de faeces. Kweekaanvraag op cholera is zinvol bij waterdunne faeces; let op: cholerakweek moet speciaal aangevraagd worden. 8. Helicobacter pylori Helicobacter pylori veroorzaakt gastritis en is verantwoordelijk voor het ontstaan van de peptische ulcera. De bacterie is sterk geassocieerd met het MALT lymfoom van de maag en speelt mogelijk mede een rol bij het ontstaan van maagcarcinoom. H. pylori infecties nemen toe met de leeftijd. Besmetting ontstaat vermoedelijk via mond-mond contact en vindt voornamelijk plaats op de kinder- en adolescenten leeftijd. Indien onbehandeld blijft de patiënt levenslang geïn-fecteerd. Door de hoge levensstandaard is in Nederland de kans op besmetting op kinderleeftijd in de laatste vijftig jaar sterk gedaald. Het huidige vóórkomen van de infectie bij jongeren is 1-5%. Bij zestigsers is dit nog meer dan 50%. Bij de microbiologische diagnostiek van H. pylori infecties wordt gebruik gemaakt van serologie, een faeces antigeen test en/of kweek. Serologie (het aantonen van specifieke IgG en/of IgA antistoffen) en de faeces antigeen test zijn geschikt als screening en kunnen worden gebruikt als follow-up maanden na behandeling, wanneer er voldoende tijd zit tussen de eerste en de tweede afname (voor serologie geldt 4-6 maanden, voor de faeces antigeentest wordt 2 maanden aangehouden). Wanneer protonpompremmers worden gebruit kan de faeces antigeentest een foutnegatieve uitslag geven. Kweek (antrumbiopten in NaCl 0,9%) of histologisch onderzoek wordt gezien als de gouden standaard en heeft het voordeel dat het antibiogram van de verwekker kan worden bepaald. Bij de keuze van het therapie schema s is behalve met de beschreven effectiviteit (>90%) ook rekening gehouden met factoren zoals patient compliance en bijwerkingen. Rekening moet worden gehouden met een metronidazol resistentie in de regio van 15 %. Bij allergie voor penicilline en resistentie voor metronidazol komen alternatieve schema s, in overleg met de arts-microbioloog, in aanmerking. Discussie bestaat nog over de vraag of H. pylori zonder peptische ulcera of zichtbare afwijkingen bij gastroscopie behandeld dient te worden. 9. Pseudomembraneuze colitis Pseudomembraneuze colitis is een beruchte complicatie van een behan-deling met antibiotica. Het klinisch beeld dient te worden onderscheiden van een antibioticadiarree. De diagnose dient dan ook te worden gesteld aan de hand van klinisch beeld, endoscopie en toxinebepaling (Clostridium difficile). Verloopt het ziektebeeld ernstiger dan gebruikelijk dan kan er sprake zijn van een infectie met een extra virulente stam. Om dit aan te tonen zijn kweek en aanvullend onderzoek noodzakelijk. Overleg hiervoor met de arts-microbioloog. Bij deze ernstig zieke patiënten wordt vancomycine 4 x 500 mg po gedurende dagen geadviseerd. Metronidazol heeft normaliter de voorkeur omdat vancomycine aanleiding geeft tot uitselectie van multiresistente enterokokken in de darmflora. Die enterokokken kunnen moeilijk te bestrijden ziekenhuis epidemieën veroorzaken. 11. Orale candidiasis Fluconazol alleen toepassen in zeer ernstige gevallen. 14A

32 VI INFECTIES VAN HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL 1. BACTERIELE MENINGITIS 1.1 Gram preparaat onbekend of negatief Leeftijd 0-4 weken a) cefotaxim 2 x 50 mg/kg iv (< 1 week) 3 x 50 mg/kg iv (1-4 weken) amoxicilline 3 x 25 mg/kg iv (< 1 week) 4 x 25 mg/kg (1-4 weken) Leeftijd 4 weken tot 10 jaar a) ceftriaxon 1 x 100 mg/kg iv (max 4 g) b) cefotaxim 4 x 50 mg/kg iv Leeftijd > 10 jaar a) ceftriaxon 1 x 100 mg/kg iv (max 4 g) b) cefotaxim oplaaddosis 2 g iv, daarna 6 g per continu infuus Immuungecompromitteerden / Patiënten met onderliggend lijden a) cefotaxim oplaaddosis 2 g iv, daarna 6 g per continu infuus amoxicilline 6 x 2 g iv 1.2 Gram preparaat positief Gram-negatieve duplokokken / Gram-positieve duplokokken Leeftijd 0-4 weken a) benzylpenicilline 3 x E/kg iv (< 1 week) 4 x E/kg iv (1-4 weken) Leeftijd 4 weken tot 10 jaar a) benzylpenicilline 6 x E/kg iv Leeftijd > 10 jaar a) benzylpenicilline oplaaddosis 2 miljoen E iv, daarna 12 miljoen E per continu infuus Gram-negatieve staven Doorgaan met empirische therapie (zie 1.1) totdat kweek bekend is. 15

Antibacteriële therapie: diagnose, behandeling en therapieduur

Antibacteriële therapie: diagnose, behandeling en therapieduur Antibacteriële therapie: diagnose, behandeling en therapieduur (Bron: Dr. N.C. Hartwig et al, Vademecum Pediatrische Antimicrobiele therapie, 3 e editie, 2005) In deze tabel wordt, uitgaande van een diagnose

Nadere informatie

INLEIDING. Stafcommissie antibioticabeleid, juni 2013

INLEIDING. Stafcommissie antibioticabeleid, juni 2013 I Algemene principes INLEIDING Dit boekje bevat de vernieuwde richtlijnen voor antimicrobiële therapie, zoals die worden toegepast in het ziekenhuis Gelderse Vallei. Bij het opstellen van deze richtlijnen

Nadere informatie

HANDLEIDING EN INLEIDING

HANDLEIDING EN INLEIDING HANDLEIDING EN INLEIDING Handleiding Met betrekking tot het gebruik hebben de samenstellers de volgende filosofie in gedachten: - De antibioticumkeuze, doseringen en doseringsintervallen zijn gericht op

Nadere informatie

Community-acquired pneumonie. Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid. Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan. (artsen-microbioloog)

Community-acquired pneumonie. Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid. Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan. (artsen-microbioloog) Community-acquired pneumonie Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan (artsen-microbioloog) DUO dagen 2014 Casus: 53-jarige vrouw Anamnese: Meer daneenweek

Nadere informatie

DIAGNOSTIEK TARIEVEN EERSTE LIJN 2014

DIAGNOSTIEK TARIEVEN EERSTE LIJN 2014 DIAGNOSTIEK TARIEVEN EERSTE LIJN 2014 De onderstaande tarievenlijst geeft een zo goed mogelijk beeld van de kosten van de meest aangevraagde onderzoeken. Afwijkingen kunnen voorkomen. Het kan zijn dat

Nadere informatie

Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie

Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie Editie Midden- en West-Brabant 2 e druk januari 2013 Amphia Ziekenhuis, Breda en Oosterhout Franciscus Ziekenhuis Roosendaal Lievensberg ziekenhuis, Bergen

Nadere informatie

Overzicht Aanlevering. Onbekende Codes

Overzicht Aanlevering. Onbekende Codes 10:51 dinsdag, juli 21, 2015 1 Overzicht Aanlevering Laboratorium code ISIS005 Maand - Jaar Februari-2015 Aanlever ID 7594 Datum ingelezen 27/05/2015 Aantal patiënten 1208 Aantal isolaten 2056 Aantal isolaten

Nadere informatie

Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie

Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie Editie Midden- en West-Brabant 2 e druk januari 2013 Amphia Ziekenhuis, Breda en Oosterhout Franciscus Ziekenhuis Roosendaal Lievensberg ziekenhuis, Bergen

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen van 0 tot 1 maand (0-28 dagen) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (jonger dan 1 maand) met koorts, verdacht van een

Nadere informatie

Empirische antibacteriële therapie op basis van vermoedelijke diagnose

Empirische antibacteriële therapie op basis van vermoedelijke diagnose Empirische antibacteriële therapie op basis van vermoedelijke diagnose (Bron: Dr. N.C. Hartwig et al, Vademecum Pediatrische Antimicrobiele therapie, 3 e editie, 2005) In onderstaande tabel worden, uitgaande

Nadere informatie

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat.

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat. Koorts bij kinderen van 1 tot 3 maanden (28 dagen tot en met 12 weken) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts,

Nadere informatie

Voorwoord. De redactie, januari 2011

Voorwoord. De redactie, januari 2011 Voorwoord Met genoegen presenteren wij u de 6 e herziene, regionale antibioticawegwijzer van Meander Medisch Centrum en St. Jansdal. Ook deze uitgave zullen we aanbieden op intranet via afdelingen/apotheek/formularia

Nadere informatie

bijlage bij de lezing NAJAARSDAG 01/11/2014 AFSPRAKENLIJST OP BASIS VAN FORMULARIUM-GEZELSCHAPSDIEREN

bijlage bij de lezing NAJAARSDAG 01/11/2014 AFSPRAKENLIJST OP BASIS VAN FORMULARIUM-GEZELSCHAPSDIEREN bijlage bij de lezing NAJAARSDAG 01/11/2014 AFSPRAKENLIJST OP BASIS VAN FORMULARIUM-GEZELSCHAPSDIEREN - dit document is bedoeld als leidraad voor het maken van afspraken binnen een dierenartspraktijk -

Nadere informatie

Antibiotic Stewardship. Prof. dr. J.M. Prins

Antibiotic Stewardship. Prof. dr. J.M. Prins Antibiotic Stewardship Prof. dr. J.M. Prins Juni 2012 June 2012 Drie Pijlers Hygiene En Infectiepreven tie Richtlijnen restrictief antibioticabele id Antimicrobial Stewardship 1 1 Restrictief voorschrijfsysteem

Nadere informatie

Antibiotica voor dummies Annemieke Mes-Rijkeboer infectioloog-intensivist

Antibiotica voor dummies Annemieke Mes-Rijkeboer infectioloog-intensivist Antibiotica voor dummies Annemieke Mes-Rijkeboer infectioloog-intensivist Doel Basisprincipes antibiotica Generaliserend Geen microbioloog/infectioloog Leuk! Puzzel! Centrale vraag Antibiotica: wat dekt

Nadere informatie

Welk antibioticum? KLIP, 12 februari 2013

Welk antibioticum? KLIP, 12 februari 2013 Welk antibioticum? KLIP, 12 februari 2013 Algemene principes Hoe breder, hoe effectiever Hoe breder, hoe meer (macro)resistentie Hoe breder, hoe meer bijwerkingen prescriptiegedrag SFK heeft 2 indicatoren

Nadere informatie

Het juiste antibioticum bij meningo-encephalitis. Dr. Danielle Van der beek

Het juiste antibioticum bij meningo-encephalitis. Dr. Danielle Van der beek Het juiste antibioticum bij meningo-encephalitis Dr. Danielle Van der beek Huisartsensymposium 12 maart 2016 Bacteriële meningitis Empirische therapie Volwassenen > 18 jaar en < 50 jaar Volwassenen > 50

Nadere informatie

Antibioticabeleid kinderen VU medisch centrum

Antibioticabeleid kinderen VU medisch centrum Antibioticabeleid kinderen VU medisch centrum I. Inleiding Voorwoord Voor u ligt de vernieuwde uitgave van het antibioticabeleid kinderen van het VUmc. Dit formularium is bedoeld om snel inzicht te krijgen

Nadere informatie

Gegeven Onbekende waarde Aantal Soort. AFDELING E_EZG3 2 monsters 1 1 10E081574-1.1 1 1 10E082902-1.2 1 1 10E079812-1.2 1 1 10E084583-1.

Gegeven Onbekende waarde Aantal Soort. AFDELING E_EZG3 2 monsters 1 1 10E081574-1.1 1 1 10E082902-1.2 1 1 10E079812-1.2 1 1 10E084583-1. Aanlevering Lab-code Maand Juli Jaar Aanlevering-D Datum -- Onbekende sleutelwaarden Gegeven Onbekende waarde Aantal oort AFDELNG E_EZG monsters Totaal Overzichten #solaten #solaten #Patienten #Patienten

Nadere informatie

Oncologie - Nielander

Oncologie - Nielander Oncologie - Nielander Is deze patiënt qua infectie 103 1 Low risk 2 - High risk Is deze patiënt qua infectie 1 Low risk 62% 2 - High risk 38% Wat doen we? 99 1 - kweken afwachten, evt. G-CSF 2 - amoxicilline

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen > 3 maanden ( > 12 weken oud) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (vanaf 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie.

Nadere informatie

Titel document Afnamematerialen overzicht microbiologie. Wijziging. TB PCR urine toegevoegd. Doel Beschrijven afnamematerialen microbiologie

Titel document Afnamematerialen overzicht microbiologie. Wijziging. TB PCR urine toegevoegd. Doel Beschrijven afnamematerialen microbiologie Titel document Afnamematerialen overzicht microbiologie Wijzigingen Paragraaf Wijziging TB PCR urine toegevoegd Doel Beschrijven afnamematerialen microbiologie Toepassingsgebied Medische microbiologie

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN. Amoxicilline trihydrate (= Amoxicilline 150 mg) Alum. Stearaat gefractioneerde kokosnootolie q.s. ad 1 ml.

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN. Amoxicilline trihydrate (= Amoxicilline 150 mg) Alum. Stearaat gefractioneerde kokosnootolie q.s. ad 1 ml. SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL CLAMOXYL L.A. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Amoxicilline trihydrate (= Amoxicilline 150 mg) Alum. Stearaat gefractioneerde

Nadere informatie

MicrovademecuM 2011. Richtlijnen voor microbiologische en immunologische diagnostiek en Antimicrobiële therapie in de huisartsenpraktijk

MicrovademecuM 2011. Richtlijnen voor microbiologische en immunologische diagnostiek en Antimicrobiële therapie in de huisartsenpraktijk MicrovademecuM 2011 Richtlijnen voor microbiologische en immunologische diagnostiek en Antimicrobiële therapie in de huisartsenpraktijk MicrovademecuM 2011 Richtlijnen voor microbiologische en immunologische

Nadere informatie

Beheersen van BRMO in de regio

Beheersen van BRMO in de regio Beheersen van BMO in de regio Miriam Beerens specialist ouderengeneeskunde Laura van Dommelen arts-microbioloog Danielle van Oudheusden arts infectieziektebestrijding Marjolijn Wegdam- Blans arts-microbioloog

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID 26 JANUARI 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het artikel 24, 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van

Nadere informatie

Van sepsis tot orgaanfalen

Van sepsis tot orgaanfalen Van sepsis tot orgaanfalen Hoe een infectie uit de hand kan lopen in neutropene patiënten 21 januari 2015 J.C. Regelink, internist hematoloog 4 th Nursing Symposoim Inhoud Historie Begrippen Sepis en orgaanfalen

Nadere informatie

Infecties op de ICU. Drs. A.A. Rijkeboer Internist-infectioloog Intensivist i.o. VUMC

Infecties op de ICU. Drs. A.A. Rijkeboer Internist-infectioloog Intensivist i.o. VUMC Infecties op de ICU Drs. A.A. Rijkeboer Internist-infectioloog Intensivist i.o. VUMC Inhoud ICU geassocieerde infecties Clostridium difficile Lijninfecties Ventilator associated pneumonia (VAP) Clostridium

Nadere informatie

Richtlijn Q koorts. versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis. Richtlijn Q koorts

Richtlijn Q koorts. versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis. Richtlijn Q koorts Richtlijn Q koorts versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis Richtlijn Q koorts Verdenking acute Q koorts: Frequente presentatie: Asymptomatisch Griepachtig beeld: Koorts, hoofdpijn, myalgieen, arthritis.

Nadere informatie

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1/6

BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1/6 BIJLAGE I SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1/6 1 NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL CEFALEXINE Kela 50 mg, tabletten voor honden KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Werkzame bestanddeel: Cefalexinum

Nadere informatie

BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL SURAMOX 10% 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Werkzaam bestanddeel: amoxicilline (als amoxicillinetrihydraat)

Nadere informatie

Chinolonen in de praktijk: gebruik en resistentie

Chinolonen in de praktijk: gebruik en resistentie Chinolonen in de praktijk: gebruik en resistentie Karola Waar Dr. K. Waar, arts-microbioloog, Izore Centrum voor Infectieziekten Friesland Wat wisten we? Chinolonen zijn orale antibiotica met een breed

Nadere informatie

Voorwoord. Werkgroep Antimicrobiële Therapie: Dr. J.W.K. van den Berg Dr. G.J.H.M. Ruijs. Dr. P.H.P. Groeneveld

Voorwoord. Werkgroep Antimicrobiële Therapie: Dr. J.W.K. van den Berg Dr. G.J.H.M. Ruijs. Dr. P.H.P. Groeneveld Antibioticumbeleid Voorwoord Met gepaste trots bieden wij u de eerste uitgave van het geheel herziene formularium antimicrobiële middelen aan. Het nieuwe concept, steeds vernieuwende antimicrobiële middelen

Nadere informatie

7.13. Koorts bij neutropene patiënt

7.13. Koorts bij neutropene patiënt 7.13. Koorts bij neutropene patiënt 1. Inleiding Deze richtlijnen zijn bedoeld als hulpmiddel bij het maken van een verantwoorde antibioticumkeuze. De richtlijnen zijn slechts indicatief. Het oordeel van

Nadere informatie

Samenvatting in. het Nederlands

Samenvatting in. het Nederlands 11 Samenvatting in het Nederlands Chapter Samenvatting 1 in het Nederlands Naast therapeutische effectiviteit zijn kostenbeheersing en het verminderen van onnodig antibioticumgebruik belangrijke aspecten

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN. Amoxicilline trihydrat. (= Amoxicilline 150 mg) Polysorbat. 80 Alum. Monostearas Ethyl. oleas q.s. ad 1 ml.

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN. Amoxicilline trihydrat. (= Amoxicilline 150 mg) Polysorbat. 80 Alum. Monostearas Ethyl. oleas q.s. ad 1 ml. SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL CLAMOXYL Ready-To-Use 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Amoxicilline trihydrat. (= Amoxicilline 150 mg) Polysorbat. 80

Nadere informatie

2015061201, v8 FK Achtergrondinformatie Otitis media acuta 1

2015061201, v8 FK Achtergrondinformatie Otitis media acuta 1 2015061201, v8 FK Achtergrondinformatie Otitis media acuta 1 5 Consultatiedocument Farmacotherapeutisch Kompas voor registratiehouders Graag reactie voor 30 november 2015 van de registratiehouders die

Nadere informatie

Resistentie. Toegespitst naar onze regio. Een internationaal probleem

Resistentie. Toegespitst naar onze regio. Een internationaal probleem Resistentie Toegespitst naar onze regio Een internationaal probleem 19 e Grande Conférence Verona 2013 Indeling bacteriën Indeling bacteriën Coccen Staven Gram positief Staphylococcen Streptococcen Pneumococ

Nadere informatie

Protocol Orthopedische Prothese Infecties UMCG, maart 2008

Protocol Orthopedische Prothese Infecties UMCG, maart 2008 Woord vooraf Dit afdelingsprotocol is opgesteld door vertegenwoordigers van de afdelingen orthopedie, medische microbiologie en infectiologie. Het is specifiek van toepassing op de patientenpopulatie van

Nadere informatie

Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen 1 Patiëntidentificatie Een uniek patiëntidentificatienummer Vrije tekst

Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen 1 Patiëntidentificatie Een uniek patiëntidentificatienummer Vrije tekst Toelichting op het registratieformulier oktober 2014 Optionele variabelen zijn in donkergrijs weergegeven op het registratieformulier en in deze toelichting. Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen

Nadere informatie

bij overgevoeligheid voor pencilline of bij patiënten die in de 7 dagen voorafgaand aan de ingreep

bij overgevoeligheid voor pencilline of bij patiënten die in de 7 dagen voorafgaand aan de ingreep Bacteriële endocarditis Endocarditis profylaxe (incidentieel)* Voor endocarditis-profylaxe komen in aanmerking patiënten met een Eerder doorgemaakte endocarditis Klepafwijking Aangeboren hartafwijking

Nadere informatie

Preventie van hartklepinfectie

Preventie van hartklepinfectie metabole en cardiovasculaire aandoeningen info voor patiënten en behandelende (tand)artsen Preventie van hartklepinfectie Endocarditisprofylaxis UZ Gent, Hartcentrum Info voor de patiënt Wat is endocarditis?

Nadere informatie

Antibiotica in de huisartsenpraktijk anno 2012 deel 2: RICHTLIJNEN. Heidi Castryck 20/09/2012

Antibiotica in de huisartsenpraktijk anno 2012 deel 2: RICHTLIJNEN. Heidi Castryck 20/09/2012 Antibiotica in de huisartsenpraktijk anno 2012 deel 2: RICHTLIJNEN Heidi Castryck 20/09/2012 Bronnen 1. Sanford guide to antimicrobial therapy 2010-2011 2. BAPCOC 2008, Belgische gids voor anti-infectieuze

Nadere informatie

VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011

VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011 VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011 1.0 EPIDEMIOLOGIE In Nederland is circa 20% van alle zwangeren draagster van GBS. Naar schatting zal gemiddeld 50% van alle kinderen, van

Nadere informatie

Pneumonie. Corine Martens, huisarts Gregor Mannes, longarts

Pneumonie. Corine Martens, huisarts Gregor Mannes, longarts Pneumonie Corine Martens, huisarts Gregor Mannes, longarts Casus 1 Hr. E, 63 jaar VG: copd en longca Med: spiriva. Onwelwording Ambu: goed aanspreekbaar, Duizelig, verder geen klachten RR 170/105, glu

Nadere informatie

Urineweg-infecties bij kinderen. Loes Tanja kinderarts

Urineweg-infecties bij kinderen. Loes Tanja kinderarts Urineweg-infecties bij kinderen Loes Tanja kinderarts Wat is een urineweginfectie (UWI)? Een combinatie van klinische leeftijdsgebonden kenmerken en de aanwezigheid van bacteriën in een betrouwbaar afgenomen

Nadere informatie

Legionella. Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014

Legionella. Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014 Legionella Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014 Indeling Historie Epidemiologie en pathogenese Klinische presentatie en beloop Microbiologische diagnose Behandeling Maatregelen naar aanleiding van een

Nadere informatie

ANTIBIOTICABELEID ATRIUM MEDISCH CENTRUM PARKSTAD (5 e Editie, 2012)

ANTIBIOTICABELEID ATRIUM MEDISCH CENTRUM PARKSTAD (5 e Editie, 2012) ANTIBIOTICABELEID ATRIUM MEDISCH CENTRUM PARKSTAD (5 e Editie, 2012) Inhoudsopgave Voorwoord bij de 5 e Editie 2 Handleiding en Inleiding 3 Besluitvorming 9 Hoofdstukken over antimicrobiële therapie, algemeen

Nadere informatie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie 166 Samenvatting SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie Deel I Introductie In de introductie van dit proefschrift (Hoofdstuk

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae List of publications Lijst van deelnemende centra Abbreviations

Nederlandse samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae List of publications Lijst van deelnemende centra Abbreviations Nederlandse samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae List of publications Lijst van deelnemende centra Abbreviations 193 194 Nederlandse samenvatting Inleiding Een urineweginfectie (UWI) wordt veroorzaakt

Nadere informatie

Themaconferentie infectiepreventie en antibioticum beleid

Themaconferentie infectiepreventie en antibioticum beleid Themaconferentie infectiepreventie en antibioticum beleid Wilma Budding Deskundige Infectiepreventie Ziekenhuis Amstelland Antibiotic stewardship; een praktijkvoorbeeld 17 september 2015 Inhoud 1. Introductie

Nadere informatie

RESIDENT: O. Ophelia

RESIDENT: O. Ophelia HALT 2 CASUSSEN RESIDENT: O. Ophelia O. Ophelia, 76 jarige (1937) vrouw Voltijds verblijvend in het WZC sinds 10 jaar Aanwezig om 8u op de dag van de studie Stapt zelfstandig Geen opname in het ziekenhuis

Nadere informatie

BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN BIJLAGE A SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL Amo-Colmix w.o. 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Per gram: Werkzame bestanddelen: Colistinesulfaat 500.000

Nadere informatie

Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004

Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004 Thema 2.1: Infectie- en Immuunziekten Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004 Tentamencoördinator mw. Dr. I. Bakker Tentameninformatie Het tentamen bestaat uit 68 vragen, waarvan 53 gesloten en

Nadere informatie

Cefuroxim Sandoz 250 mg omhulde tabletten Cefuroxim Sandoz 500 mg omhulde tabletten

Cefuroxim Sandoz 250 mg omhulde tabletten Cefuroxim Sandoz 500 mg omhulde tabletten 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Cefuroxim Sandoz 250 mg omhulde tabletten Cefuroxim Sandoz 500 mg omhulde tabletten 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Cefuroxim Sandoz 250 mg bevat 300.72 mg cefuroximaxetil

Nadere informatie

Microbiologische diagnostiek bij infecties op de Intensive Care. Dr. Jeroen Schouten Intensivist CWZ Nijmegen

Microbiologische diagnostiek bij infecties op de Intensive Care. Dr. Jeroen Schouten Intensivist CWZ Nijmegen Microbiologische diagnostiek bij infecties op de Intensive Care Dr. Jeroen Schouten Intensivist CWZ Nijmegen Casus bespreking Hr M, 1967, SEH op 20 oct 2010 VG -, medicatie - Sinds 1 week niet fit, grieperig.

Nadere informatie

DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB. Impetigo

DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB. Impetigo DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB IMPETIGO 127 Impetigo Ziektebeeld Impetigo of krentenbaard is een bacteriële infectie van de huid. Er ontstaan letsels ter hoogte van de epidermis die verschillende stadia

Nadere informatie

Intramurale Richtlijnen. Antimicrobiële Therapie

Intramurale Richtlijnen. Antimicrobiële Therapie Intramurale Richtlijnen Antimicrobiële Therapie Editie Midden-Brabant versie maart 2012 St. Elisabeth Ziekenhuis, Tilburg TweeSteden ziekenhuis, Tilburg en Waalwijk Inhoudsopgave INLEIDING... 1 1 SEPSIS

Nadere informatie

ANTIMICROBIËLE PROFYLAXE EN THERAPIE. St. ANTONIUS ZIEKENHUIS. Januari 2014

ANTIMICROBIËLE PROFYLAXE EN THERAPIE. St. ANTONIUS ZIEKENHUIS. Januari 2014 ANTIMICROBIËLE PROFYLAXE EN THERAPIE St. ANTONIUS ZIEKENHUIS Januari 2014-1 - Voorwoord Voor u ziet u de gedeeltelijk vernieuwde richtlijnen voor Antimicrobiële Profylaxe en Therapie, St. Antonius Ziekenhuis

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Bloedvergiftiging. of sepsis

PATIËNTEN INFORMATIE. Bloedvergiftiging. of sepsis PATIËNTEN INFORMATIE Bloedvergiftiging of sepsis 2 PATIËNTENINFORMATIE Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw naaste een bloedvergiftiging heeft, ook wel sepsis genoemd. Een sepsis is een complexe

Nadere informatie

Kweek algemeen, BRMO Onderzoek per onderdeel Tarief

Kweek algemeen, BRMO Onderzoek per onderdeel Tarief Medische Microbiologie en Infectieziekten 024-3657514 www.medischemicrobiologie.nl www.cwz.nl Tarievenwijzer 1e lijnsdiagnostiek 2015 (per 01-04-2015) De tarievenwijzer 1 e lijnsdiagnostiek geeft een overzicht

Nadere informatie

Preventie bacteriële endocarditis

Preventie bacteriële endocarditis Preventie bacteriële endocarditis Een advies voor artsen en tandartsen, samengesteld door de endocarditis profylaxe commissie van de Nederlandse Hartstichting Commissie Samenstelling van de endocarditis

Nadere informatie

Een hoestende longarts. Beroepsziekte? (werkte 3 maanden geleden kortdurend in Zuid Afrika!) Extensive Drug Resistant Tuberculosis (XDR-TB)???

Een hoestende longarts. Beroepsziekte? (werkte 3 maanden geleden kortdurend in Zuid Afrika!) Extensive Drug Resistant Tuberculosis (XDR-TB)??? spreekuur Een hoestende longarts Een secretaresse met kinkhoest op de kinderafdeling De verpleegkundige van een kind op de IC met shock en vlekjes Een verpleegkundige met een voedselvergiftiging Een radioloog

Nadere informatie

BIJLAGE. Wetenschappelijke aspecten

BIJLAGE. Wetenschappelijke aspecten BIJLAGE Wetenschappelijke aspecten 3 BIJLAGE Wetenschappelijke aspecten A) INLEIDING Sparfloxacine is een antibioticum van de chinolonengroep dat is geïndiceerd voor de behandeling van: - in gemeenschapsverband

Nadere informatie

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen 1. Toelichting Dit programma is gebaseerd op de NHG-Standaard van juni 2013. Een patiënt met een urineweginfectie krijgt vaak alleen een recept mee, ziet soms de huisarts, maar wordt zelden verwezen naar

Nadere informatie

Vaginitis. Steven Vervaeke

Vaginitis. Steven Vervaeke Vaginitis Steven Vervaeke Genitale stalen Vrouwen: Cervicitis Vulvovaginitis Urethritis Bacteriële vaginose Salpingitis (PID) Endometritis Ulcera Normale vaginale flora Lactobacillen Corynebacterium spp.

Nadere informatie

MRSA; informatie voor huisartsen

MRSA; informatie voor huisartsen MRSA; informatie voor huisartsen Het St. Jansdal ziekenhuis vindt het belangrijk om een goede samenwerking te onderhouden met zijn zorgpartners, waaronder de huisartsen. Belangrijk in deze samenwerking

Nadere informatie

Richtlijn: Doelmatig gebruik van antibiotica bij urinaire infecties

Richtlijn: Doelmatig gebruik van antibiotica bij urinaire infecties Richtlijn: Doelmatig gebruik van antibiotica bij urinaire infecties Cystitis zonder complicaties Gecompliceerde cystitis Acute pyelonefritis Gecompliceerde pyelonefritis Prostatitis 5C-1 Cystitis bij de

Nadere informatie

3 e Post EAUN Meeting

3 e Post EAUN Meeting 3 e Post EAUN Meeting Carmen Sommers Verpleegkundig Specialist Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Urineweginfecties Urineweginfecties Definitie urineweginfectie Bacteriurie Een bacteriurie is slechts de aanwezigheid

Nadere informatie

Bloedvergiftiging (sepsis)

Bloedvergiftiging (sepsis) Bloedvergiftiging (sepsis) Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 0661 Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw familielid een bloedvergiftiging heeft. Een bloedvergiftiging wordt meestal

Nadere informatie

BIJSLUITER. CEFABACTIN 50 mg smakelijke tabletten voor honden en katten. DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS Hond en kat

BIJSLUITER. CEFABACTIN 50 mg smakelijke tabletten voor honden en katten. DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS Hond en kat BIJSLUITER CEFABACTIN 50 mg smakelijke tabletten voor honden en katten NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE, INDIEN

Nadere informatie

Nieuwsbrief eerste lijn december 2014 Editie 8

Nieuwsbrief eerste lijn december 2014 Editie 8 In deze nieuwsbrief Introductie Uricult of urine bij verdenking urineweginfectie Dick Veenendaal Staphefekt Bjorn Herpers Verhoogde incidentie Mycoplasma pneumoniae Wil v.d. Reijden Open Avonden Vraag

Nadere informatie

H.40009.1115. Bloedvergiftiging (Sepsis)

H.40009.1115. Bloedvergiftiging (Sepsis) H.40009.1115 Bloedvergiftiging (Sepsis) Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw familielid een bloedvergiftiging heeft. Een bloedvergiftiging wordt ook wel sepsis genoemd. Een sepsis is een complexe

Nadere informatie

Wat is een longontsteking?

Wat is een longontsteking? Longontsteking Wat is een longontsteking? Een longontsteking is een infectie van de longblaasjes en het omliggende weefsel. De infectie kan veroorzaakt worden door een bacterie of een virus, die u via

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Vancocin CP 250 mg, capsules 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Vancocin CP 250 mg, capsules, bevatten vancomycinehydrochloride,

Nadere informatie

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren.

Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren. Opname: na een verblijf in een buitenlands ziekenhuis nadat u in contact bent geweest met varkens of vleeskalveren (MRSA-bacterie) Als u in het buitenland in het ziekenhuis bent behandeld, bestaat de

Nadere informatie

CONCEPT ANTIMICROBIËLE THERAPIE. St. ANTONIUS ZIEKENHUIS NIEUWEGEIN 05.07.2006

CONCEPT ANTIMICROBIËLE THERAPIE. St. ANTONIUS ZIEKENHUIS NIEUWEGEIN 05.07.2006 CONCEPT ANTIMICROBIËLE THERAPIE St. ANTONIUS ZIEKENHUIS NIEUWEGEIN 05.07.2006 VOORWOORD Deze richtlijnen voor antimicrobiële therapie zijn opgesteld om een meer rationeel gebruik van deze middelen in het

Nadere informatie

DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB. Pneumokokkose. Er is een gemiddelde letaliteit van 5-7%, maar bij ouderen kan de letaliteit oplopen tot 40%.

DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB. Pneumokokkose. Er is een gemiddelde letaliteit van 5-7%, maar bij ouderen kan de letaliteit oplopen tot 40%. 165 Pneumokokkose Indien er een klinisch beeld van meningitis wordt vastgesteld zonder dat de onderliggende kiem reeds gekend is, zie algemene fiche Meningitis. Ziektebeeld Pneumokokkose is een acute of

Nadere informatie

1.3.1 SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

1.3.1 SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1.3.1 SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Fluomizin 10 mg tabletten voor vaginaal gebruik 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Elk tablet voor vaginaal gebruik bevat

Nadere informatie

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Bloedvergiftiging Informatie voor patiënten F0907-1225 juni 2010 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357 44

Nadere informatie

Apotheek Haagse Ziekenhuizen. SPC Individuele Bereidingen. Piperacilline 6 g / Tazobactam 0,75 g medicatiecassette, 100 ml (ZI-16112571)

Apotheek Haagse Ziekenhuizen. SPC Individuele Bereidingen. Piperacilline 6 g / Tazobactam 0,75 g medicatiecassette, 100 ml (ZI-16112571) 1. Naam van het geneesmiddel Piperacilline 6 g / Tazobactam 0,75 g medicatiecassette, 100 ml 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling Bevat per medicatiecassette van 100 ml piperacilline natrium.1water

Nadere informatie

Afname materialen MMB en bewaarcondities

Afname materialen MMB en bewaarcondities Anus uitstrijk, GBS - BRMO kweek Strijk stevig met de ESwab langs de anus, terwijl de ESwab om zijn lengte-as roteert. Doe de ESwab zover mogelijk in het meegeleverde buisje. Breek de ESwab op het breekpunt

Nadere informatie

Longontsteking (pneumonie)

Longontsteking (pneumonie) Longontsteking (pneumonie) In deze folder informeren wij u over wat een longontsteking is, hoe de behandeling verloopt en welke adviezen er zijn om uw herstel te bevorderen. Wat is een longontsteking?

Nadere informatie

INSTRUCTIE AFNEMEN MRSA KWEKEN DOOR HUISARTS

INSTRUCTIE AFNEMEN MRSA KWEKEN DOOR HUISARTS INSTRUCTIE AFNEMEN MRSA KWEKEN DOOR HUISARTS Eerste actie MRSA verdachte patiënten die (op termijn) naar het MCL gaan altijd melden aan de afdeling Hygiëne & Infectiepreventie (H&IP) via 058-2863718 of

Nadere informatie

MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum

MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum Verpleeghuis- woon- en thuiszorg MRSA in verpleeghuis en woonzorgcentrum Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep Infectiepreventie als auteur wordt vermeld.

Nadere informatie

Cobactan 2,5% Eerste hulp bij hersenvliesontsteking.

Cobactan 2,5% Eerste hulp bij hersenvliesontsteking. Cobactan 2,5% Eerste hulp bij hersenvliesontsteking. Cobactan 2,5% Hersenvliesontsteking is een acuut probleem, dat op elk zeugenbedrijf voorkomt. Nagenoeg ieder zeugenbedrijf is bekend met hersenvliesontsteking.

Nadere informatie

Haemophilus influenzae type b-infecties

Haemophilus influenzae type b-infecties 83 Haemophilus influenzae type b-infecties Indien er een klinisch beeld van meningitis wordt vastgesteld zonder dat de onderliggende kiem reeds gekend is, zie de algemene fiche Meningitis. Ziektebeeld

Nadere informatie

LONGGENEESKUNDE. Longontsteking BEHANDELING

LONGGENEESKUNDE. Longontsteking BEHANDELING LONGGENEESKUNDE Longontsteking BEHANDELING Longontsteking U bent in het ziekenhuis opgenomen vanwege een longontsteking. Maar wat is dat precies en wat kunnen we ertegen doen? In deze folder vindt u de

Nadere informatie

DEEL 2 Klinische aspecten

DEEL 2 Klinische aspecten DEEL 2 Klinische aspecten Hoofdstuk 3 Infectieziekten Infectieziekten 197 Infectieziekten W. Michielsen, R. Peleman Ouderen zijn vatbaarder voor infecties dan jongere personen en bovendien verloopt een

Nadere informatie

URINEWEGINFECTIE ONDER DE LOEP GENOMEN

URINEWEGINFECTIE ONDER DE LOEP GENOMEN 2 e Post EAUN Meeting URINEWEGINFECTIE ONDER DE LOEP GENOMEN Hanny Cobussen-Boekhorst, RN, M-ANP UMC St Radboud, Nijmegen INHOUD Inleiding Microbiologie Urineweg infecties Ongecompliceerde UWI + behandeling

Nadere informatie

Kinkhoest. Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen.

Kinkhoest. Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen. Kinkhoest Ziektebeeld Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen. Het ziektebeeld kan variëren van een milde hoest tot ernstige ziekte. Klassiek wordt kinkhoest gekenmerkt

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Indicaties voor isolatie

Ziekenhuizen. Indicaties voor isolatie Ziekenhuizen Indicaties voor isolatie Werkgroep Infectie Preventie Vastgesteld: november 2006 Toevoeging: oktober 2010 Wijziging: juli 2013 Revisie: november 2011 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd

Nadere informatie

Labboekje. Medische Microbiologie. Virologie (LKV) Zoeken op basis van serologie.

Labboekje. Medische Microbiologie. Virologie (LKV) Zoeken op basis van serologie. Labboekje Medische Microbiologie Virologie () Zoeken op basis van serologie. 1 Lab Klinische Virologie Lokatie Bestaat uit K1 zuid en L1 zuid Lab Klinische Virologie bestaat uit de volgende secties: AMM-moleculaire

Nadere informatie

Wat is een RS-infectie

Wat is een RS-infectie Het RS-virus Wat is een RS-infectie Het RS (Respiratoir Syncytieel)-virus is de meest voorkomende verwekker van luchtweginfecties bij zuigelingen en peuters. Dit virus kan het hele jaar door infecties

Nadere informatie

SWAB richtlijn antimicrobiële therapie bij gecompliceerde urineweginfecties

SWAB richtlijn antimicrobiële therapie bij gecompliceerde urineweginfecties Optimaliseren van het antibioticabeleid in Nederland X SWAB richtlijn antimicrobiële therapie bij gecompliceerde urineweginfecties Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB), juni 2006 Voorbereidingscommissie:

Nadere informatie

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!)

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) De microbiologen zagen zieke mensen. In hun ogen waren dat er veel meer dan normaal en zij spraken van een epidemie. ( ) We hebben de epidemie

Nadere informatie

Wat is empirische therapie? Goede antibiotische therapie: 4 D s. Doel antibiotische behandeling

Wat is empirische therapie? Goede antibiotische therapie: 4 D s. Doel antibiotische behandeling Wat is empirische therapie? 25 11 2014 Empirische antibioticatherapie dr. Liesbet Henckaerts empirische antibiotische behandeling = antibiotische behandeling die gestart wordt vóór het causale micro-organisme

Nadere informatie

Periprosthetische infectie (PPI) Protocol MCL 2015

Periprosthetische infectie (PPI) Protocol MCL 2015 Periprosthetische infectie (PPI) Protocol MCL 2015 Definitie PPI: voldoen aan 1 van de volgende criteria: 1. Abces of fistel die communiceert met het gewricht 2. Positieve aspiratie kweek 3. 2 positieve

Nadere informatie