INVESTEREN EN PARTICIPEREN IN DE LOKALE ECONOMIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INVESTEREN EN PARTICIPEREN IN DE LOKALE ECONOMIE"

Transcriptie

1 INVESTEREN EN PARTICIPEREN IN DE LOKALE ECONOMIE ONDE RZ OEK NA AR ONDE RNE ME RSFOND S TEYLINGEN IN OPD RACH T VA N

2 Mariet Ewalts Aart van Bochove 27 oktober

3 INHOUDSOPGAVE VERZOEK AAN GEMEENTERAAD 4 SAMENVATTING EN LEESWIJZER VOORWOORD 5 1. WAAROM EEN ONDERNEMERSFONDS? versterking van de samenwerking 1.2. versterking van de lokale economische structuur landelijke en lokale argumenten 2. EEN GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS: SPELREGELS EN AFSPRAKEN drie beschikbare instrumenten 2.2 de spelregels van een gemeentebreed ondernemersfonds 2.3 hoe komt een ondernemer aan geld 2.4. een fonds is een instrument, geen doel 2.4 tarief: balans tussen opbrengst en draagkracht 2.6 hoe om te gaan met fiscale gegevens 2.7 de gemeente als partij 2.8 de BTW-problematiek 2.9 voorbeelden van bestedingen (zie flyer in bijlage) 3. ONDERZOEK NAAR AMBITIES EN DE DRAAGVLAKTOETS benadering 3.2 aanpak onderzoek 4. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK kernen a. detailhandel b. zorg- en maatschappelijke instellingen c. onderwijs d. sport en cultuur (volgt) 4.2 het buitengebied a. campings- en jachthavens b. agrarisch bedrijfsleven 4.3 bedrijven(terreinen) 4.4 overzicht resultaten bestedingsplannen (schematisch) 4.5 voorlopige conclusies 4.6 gebiedsindeling 4.7 de praktijk 5. DE GOVERNANCE VAN HET FONDS 43 Bijlage 1 - Respondenten Bijlage 2 - Flyer en voorbeelden bestedingsplannen elders in het land Bijlage 3 - Bedrijfseconomische kerngegevens Teylingen 3

4 VERZOEK AAN GEMEENTERAAD (KOPIE AANBIEDINGSBRIEF COLLEGE VAN B&W TEYLINGEN) Teylingen, 27 oktober 2014 Geacht college, In deze brief berichten wij u over de stand van zaken met betrekking tot het ondernemersfonds. Teylingen heeft een lange voorgeschiedenis met de discussie over dit onderwerp. Vier jaar geleden heeft een groep ondernemers, met steun van de TOV, een poging gedaan om een overtuigend voorstel te formuleren voor de instelling van zo n fonds. Eind vorig jaar heeft de TOV zelf het proces hervat, met steun van uw college. De raad is daarover geïnformeerd, eerst nog in oude samenstelling (voor de verkiezingen), daarna tijdens de collegeformatie en tenslotte op een raadsinformatieavond in juni. We zijn aan deze ronde begonnen met het voorstel voor een driejarig experiment met een gemeentebreed ondernemersfonds op woz-grondslag. U kent de motieven die ons daartoe brachten: versterking van het ondernemingsklimaat; verbetering van de gespreksverhouding tussen ondernemers en politiek; economische integratie van onze nieuwe, samengestelde gemeente; structurele financiering voor de gezamenlijke belangen van ondernemers; regionaal leiderschap van Teylingen in de Bollenstreek; participatie in en verantwoordelijkheid van ondernemers voor hun omgeving. We stellen, na een uitgebreide consultatie van onze leden en van andere ondernemers in Teylingen, vast dat er op dit moment te weinig een gemeentebreed gedeeld beeld bestaat van nut en noodzaak van zo n fonds. Tegelijkertijd is er wel degelijk een urgentie om in actie te komen. Het meest sprekende voorbeeld is de door de raad vastgestelde detailhandelsvisie. Uitvoering van die visie is zo goed als onmogelijk zonder een vorm van gezamenlijke en niet-vrijblijvende financiering. We zoeken daarom naar politieke instemming met een compromis, waarin aan de ene kant de economische clusters die zich nu willen verenigen worden gefaciliteerd en aan de andere kant de clusters die thans geen meerwaarde zien in een fonds, worden vrijgespeeld. 4

5 Het beeld is als volgt. Het onderzoek naar het ondernemersfonds is het initiatief van de TOV. Dit initiatief is tot vier keer toe in de ledenvergadering van de verenging aan de orde geweest. De ledenvergadering heeft zich onder het vorige bestuur twee keer unaniem uitgesproken voor de komst van een fonds. De ledenvergadering heeft de inrichting als opdracht aanvaard bij het aantreden van het nieuwe bestuur. De laatste keer, enkele weken geleden, is in een uitsluitend aan dit thema gewijde avond kritisch gediscussieerd. Er zullen onder de leden ongetwijfeld individuele tegenstanders zijn. Gelukkig maar, we zijn een democratische vereniging. Maar misverstand over de koers van bestuur en het overgrote deel van de leden van de TOV is niet mogelijk. Wat is dat waard? De TOV is de officiële spreekbuis van het bedrijfsleven in Teylingen. Het gemeentebestuur zowel uw college als individuele raadsfracties vragen ons regelmatig om overleg te voeren en standpunten in te nemen. Ook binnen het verband van de Vereniging Bedrijfsleven Duinen Bollenstreek en het platform Bedrijfsleven Rijnland is de TOV woordvoerder. Maar we realiseren ons terdege dat we daarmee geen Teylingenbrede partij zijn. De TOV heeft leden en activiteiten onder de detailhandel en horeca (dorpseconomie) en op de afzonderlijke bedrijventerreinen. Die twee clusters vormen onze core business. Hoewel we in het onderzoek ook veel individuele bedrijven uit detailhandel en bedrijventerrein hebben geconsulteerd, is de vereniging zelf het voornaamste vehikel voor de opinievorming. Dat was zo in thema s als de RijnlandRoute, de intergemeentelijke samenwerking en de detailhandelsvisie, dat is ook zo met het thema ondernemersfonds. We hebben in dit onderzoek enkele clusters onderscheiden waar we ons als TOV niet als representant of de woordvoeder wilden identificeren. Het gaat om de landbouw en de greenport, de recreatie (campings en jachthavens), de zorg en de sport. Met deze sectoren zijn afzonderlijke en soms uitgebreide gesprekken gevoerd. Een korte opsomming: In het overleg met de landbouw bollenkwekers, bollenhandelaren en melkveehouders is geen gezamenlijke belangstelling voor een goede financiële positie van het lokale bedrijfsleven gebleken. In de discussie hebben mogelijke bestedingen van het agrarisch trekkingsrecht een grote rol gespeeld, waaronder de door sommigen bepleite versnelde aanleg van glasvezel naar de agrarische bedrijven. Maar uiteindelijk bleken de bestedingen niet doorslaggevend. Doorslaggevend was de onthechtheid van de landbouw van de lokale gemeenschap. Er is een behoorlijke afstand tussen de andere ondernemers en de gemeente enerzijds en de landbouw anderzijds. We verwachten niet dat dat op afzienbare termijn gaat veranderen. Voor het ondernemersfonds blijft het landbouwcluster buiten beschouwing. Het recreatiecluster volgt, met enkele nuanceringen, ook die lijn. De recreatie is verwant aan de landbouw, in de zin dat ze gevestigd is in het buitengebied en zich onthecht voelt van de lokale economie. Er zijn ook de nodige dubbelbedrijven (landbouw en recreatie). Hoewel er een kans is dat op bijvoorbeeld het punt van gebiedsmarketing alsnog vormen van gezamenlijke organisatie en gezamenlijke bestedingen uit de recreatie zullen komen, blijft ook dit cluster buiten beschouwing in het ondernemersfonds. 5

6 De zorginstellingen zijn in uw coalitieakkoord als mogelijk vrij te spelen partij genoemd. De budgettaire krapte in de instellingen zal daarbij zeker een rol hebben gespeeld. Mede om die redenen hebben we alle in Teylingen actieve zorginstellingen gesproken. De instellingen steunen de komst van een ondernemersfonds. Ze zien het fonds als een potentiële brug naar het bedrijfsleven en naar ander sectoren. De zorg heeft die bruggen hard nodig, om goed te kunnen inspelen op de aanstaande decentralisaties en om allianties te vormen voor preventiebeleid en gezonde wijken. Het vergt echter nog wel wat denkwerk en netwerkvorming voordat de theorie kan worden ingevuld met praktische projecten. Daarom is met de zorg afgesproken dat, mocht het binnen de experimenteerperiode van drie jaar niet tot een concrete invulling in dit cluster komen, de bedragen naar de instellingen zullen worden geretourneerd. De besturen van alle sportverenigingen en accommodaties in Teylingen zijn voor een clusterbijeenkomst uitgenodigd. Op die bijeenkomst bleek veel steun voor het fonds en tekende zich een groot aantal gebruiksmogelijkheden af. De bijzondere verhouding tussen ondernemers en sport werd onderschreven. We willen de twee clusters landbouw en recreatie dus buiten de werking van een ondernemersfonds houden. Het gaat bij elkaar om omstreeks 18% van het fonds. Zorg en sport zullen als cluster zichtbaar zijn. We menen dat de keuze voor een clustergewijze opbouw en een clustergewijs vrijspelen een principe-uitspraak is, die ook voor andere clusters betekenis kan hebben. We verwachten niet dat er buiten deze vier nog meer bijzondere posities zich zullen aandienen. Maar mocht dat wel het geval zijn en op bijvoorbeeld een bedrijventerrein onverhoopt niets gezamenlijks van de grond komen, dan zullen we ook daar een vrijstellingsregeling treffen. Tegelijkertijd is er geen andere grondslag voor fondsvorming dan de Wet Onroerende Zaken. De gemeente legt een ozb-aanslag op en kan daarbij niet differentiëren, buiten de reeds in de wet voorziene vrijstellingen (waaronder areaal dat voor agrarische productie in gebruik is). Dat betekent dat het vrijstellen van de twee clusters door het fonds zelf moet gebeuren, in goed overleg met de gemeente en de betrokkenen. Er zijn in het land al voorbeelden beschikbaar van dergelijke regelingen (die allemaal op de landbouw betrekking hebben). We zullen een zo gebruiksvriendelijk mogelijke regeling inrichten. Retributie kan plaatsvinden zodra het fonds voldoende cashflow heeft. We denken met dit compromis de mogelijkheden te hebben gecreëerd om per cluster maatwerk te leveren. We hebben tevens voorkomen dat clusters in een positie komen om een soort veto over elkaar uit te spreken. Mocht het nou zo zijn dat de sectoren in het buitengebied tijdens de experimenteerperiode van drie jaar alsnog besluiten om te willen participeren, dan zal het stichtingsbestuur van het fonds deze toetreding graag faciliteren. Overigens is een voordeel van een gemeentebreed fonds dat je sectoraal kunt indelen. Bij de BIZ is dat niet het geval. Rest de vraag die ons is gesteld waarom we niet tot een peiling of stemming zijn gekomen. We hebben daar de volgende redenen voor: 6

7 We zien de praktische mogelijkheden van een telling niet. Er zijn ondernemers zonder enig personeelslid en ondernemers met honderden personeelsleden en veel onroerend goed. Ook bij de BIZ-wet is een poging gedaan om tot een uniform stemmodel te komen. Maar de stemprocedures zijn ingewikkeld en kostbaar en de uitkomsten worden bediscussieerd. Toch zijn we in het onderzoek zorgvuldig met de verhoudingen omgegaan: we hebben gekeken naar het aandeel van de sector of cluster in de te verwachten totale fondsgrootte van ongeveer euro. We hebben contact gezocht met de 15 grootste OZB-betalers (een aantal bedrijven maar vooral ook veel maatschappelijke en zorginstellingen) en we hebben de grotere werkgevers benaderd (met meer dan 70 medewerkers). We hebben gesproken met een vertegenwoordiging van de detailhandel & horeca, en onderwijs- en sportinstellingen in de kernen (20,3%), met bedrijven op bedrijventerreinen (42,6%) en tenslotte met bedrijven in het buitengebied (totaal 18,4%). Het aantal bij de TOVaangesloten bedrijven ligt - afhankelijk van de definitie boven de 50% van het totaal). Het blijft ook hier vooral een kwestie van definiëring en afbakening. Op basis van deze gesprekken, de georganiseerde bijeenkomsten en de brede communicatie, is de conclusie gerechtvaardigd dat een minderheid, namelijk het buitengebied, zich expliciet niet achter het initiatief van het ondernemersfonds stelt. Tegenover het aantal, aan de TOV-bestuur geadresseerde ingezonden brieven van tegenstanders van een ondernemersfonds staan even zoveel steunbetuigingen. Het instellen van een ondernemersfonds voor een experimenteerperiode van drie jaar is volgens ons dan ook een gemeentebreed gedragen initiatief. De overheid honoreert in het algemeen het beginsel van collectieve organisatie om te voorkomen dat het ieder voor zich wordt. We zien dat ook zo op lokaal niveau. In dit onderzoek is het bredere algemene belang volgens ons gediend omdat we vooral op zoek zijn gegaan naar de georganiseerde ondernemers. Daarnaast hebben we ook goed naar de inhoudelijke argumenten van individuele ondernemers geluisterd. Tot slot: een goed ondernemingsklimaat en een goed samenwerkingsklimaat hebben de steun van het lokaal bestuur nodig. Het gaat bij een ondernemersfonds zoals met elk voorstel in de raad: er moet vertrouwen zijn dat het gaat werken. De enige peiling die er echt toe doet, is die in de gemeenteraad. Wij komen tot onze concrete vragen. Wij verzoeken u om: 1. In het tarievenbesluit voor 2015 dat u aan de gemeenteraad gaat voorleggen, uit te gaan van een extra opbrengst van de ozb voor niet-woningen van 60 euro per ton woz-waarde 2. De meeropbrengst, uitgedrukt als percentage van de totale opbrengst van de ozb nietwoningen, op te nemen in het meerjarenbeeld voor 2016 en 2017, zodat van automatische indexering sprake is, tenzij het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds Teylingen u tijdig laat weten voor een andere tarifering te kiezen, dan wel van de verhoging af te zien 3. De intentie uit te spreken een subsidie beschikbaar te stellen aan de Stichting 7

8 Ondernemersfonds Teylingen ter grootte van de meeropbrengst van de ozb niet-woningen 4. Tevens de intentie uit te spreken om het fonds als experiment voor drie jaar mogelijk te maken, wanneer uit een evaluatie moet blijken of het fonds een voor Teylingen passende oplossing is 5. Met het oprichtingsbestuur van de stichting in overleg te treden over het sluiten van een convenant, waarin gemeente en fonds hun onderlinge verhouding regelen, met daarin uitspraken over tenminste het beginsel voor en door ondernemers (zeggenschap van belastingbetalers over de bestedingen uit het fonds), de accountability van het fonds (verantwoording en toezicht), het beginsel van non-substitutie (geen privaat geld voor publieke activiteiten) en de retributiemogelijkheden per cluster, in het bijzonder die voor de clusters landbouw en recreatie. Met het politiek vastleggen van die laatste bepaling is er een bestuurlijke vastlegging van de vrijstelling voor de landbouw en de recreatie. We gaan er vanuit dat zij daarmee hun clusterbelangen afdoende geregeld zien. Tenslotte verwijzen wij voor details omtrent de opinievorming over en de inrichting van het fonds naar het rapport Investeren en participeren in de lokale economie, dat wij als bijlage meesturen. De strekking van dit rapport zal als werkplan voor het fonds gaan functioneren en eveneens in het met u te sluiten convenant verankerd worden. Wij zien het overleg met u en met de raad met vertrouwen tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van de TOV Rene Vos (voorzitter) Hans Oudshoorn (vice-voorzitter) 8

9 SAMENVATTING De ondernemersvereniging TOV heeft een onderzoek laten uitvoeren naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een ondernemersfonds. Zoals in veel gemeenten, wordt ook in Teylingen gediscussieerd over een structurele basis voor de financiering van de gezamenlijke belangen van de ondernemers. Daarvoor is een gemeentebreed ondernemersfonds in beeld gekomen. Dat fonds wordt gevoed vanuit een gemeentelijke subsidie. Ter verkrijging van de noodzakelijke middelen verhoogt de gemeente de opbrengst van de ozb voor niet-woningen met een bedrag dat identiek is aan die subsidie. Het zou gaan om omstreeks euro. Het is een verhaal van, voor en door ondernemers. De gemeente bemoeit zich niet met de bestedingen, de ondernemers besturen hun eigen positie en via een trekkingsrechtensystematiek komt het geld weer terug in de gebieden of sectoren waar het wordt opgebracht. Het voorstel is om 3 gebieden aan te wijzen: kernen (detailhandel/onderwijs/sport/horeca en zorg), buitengebied (agrarisch en toerisme) en bedrijventerreinen (7 terreinen en overige bedrijven in buitengebied). Meer informatie over de spelregels en praktische uitwerking van een ondernemersfonds en toewijzing van de trekkingsgelden treft u aan in hoofdstuk 2 en 5. In hoofdstuk 1 schenken we aandacht aan de motieven waarom op meerdere plekken in het land naar een ondernemersfonds wordt toegewerkt. In hoofdstuk 3 beschrijven we de aanpak van het onderzoek via de verenigingen, individuele gesprekken met ondernemers en bijeenkomsten voor specifieke sectoren. In de bijlage treft u de lijst met respondenten aan. Bij de voorbereiding van een dergelijk fonds blijkt vaak in het buitengebied de nodige problematiek te liggen (hoofdstuk 4). Dat is ook in Teylingen het geval. De twee grote partijen in het buitengebied de toeristische sector (campings en jachthavens) en het agrarisch bedrijf zijn anders georganiseerd dan de ondernemersvereniging in de kernen. Ze hebben een andere organisatiecultuur en geschiedenis en zien onvoldoende nuttige bestedingen voortkomen uit hun aandeel in een fonds. Andere partijen, ondernemers op de bedrijventerreinen maar ook maatschappelijk ondernemers uit de zorg en het onderwijs steunen dit gemeentebreed initiatief voor een ondernemersfonds en willen zeker geen spelbreker zijn. Het gegeven dat het buitengebied slechts een minderheidsaandeel in de lokale economie heeft (iets meer dan in totaal 18% van de WOZ-waarde is belegd in de agrarische en toeristische sector zoals campings en jachthavens) doet daar niets aan af. Een gemeentebreed fonds beoogt de samenhang en de integratie in de lokale economie te bevorderen en daar moeten op termijn ook de bedrijven in het buitengebied van profiteren. In dit rapport valt te lezen dat alles is gedaan om de problematiek in het buitengebied hanteerbaar te maken. Uiteindelijk is het niet gelukt om deze twee sectoren over de streep te trekken. Het voorstel is om het gemeentebreed fonds toch te introduceren en de sectoren direct naar oprichting van het fonds een retributieregeling aan te bieden waarin het nieuw op te richten stichtingsbestuur faciliteert. Daarmee ontneem je de anderee ondernemers (de overige 82 %) niet de kans om dit experiment aan te gaan en krijgen ondernemers in het buitengebied nog een mogelijkheid om eventueel later toe te treden zodat economische integratie plaats gaat vinden. Het onderzoek laat ook zien dat bij ondernemers die het ondernemersfonds steunen de investeringsvoorstellen al klaar staan om uitgerold te worden (hoofdstuk 4). Hoofdstuk 5 tenslotte loopt vooruit op de besluitvorming door de gemeenteraad en informeert de lezer over het op te richten Stichtingsbestuur en de praktische werking van een ondernemersfonds. 9

10 LEESWIJZER Dit rapport heeft enkele eerdere tussenversies gekend. In deze versie van het rapport (versie 20 oktober 2014) is voor u als lezer het volgende van belang: - De lezer die inmiddels goed op de hoogte is hoe een ondernemersfonds werkt gaat direct door naar de onderzoeksresultaten in hoofdstuk 4, waar staat beschreven hoe de Teylingse ondernemer denkt over de lokale economie en de rol van een ondernemersfonds. In dit hoofdstuk staat per gebied en sector uitgeschreven welke investeringen de lokale ondernemers voor ogen hebben. - Vooral de lezer die eerdere versies heeft gelezen wijzen we op de gewijzigde teksten over de bedrijven in het buitengebied en over de zorg en de sport. 10

11 VOORWOORD Voor u ligt het resultaat van het onderzoek naar Ondernemersfonds Teylingen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de ondernemersvereniging TOV met steun van de gemeente Teylingen. Het bestuur en leden van TOV achten de tijd rijp voor een volgende fase: de lokale economie vraagt om een boost en na de fusie tot één gemeente Teylingen is het nu tijd voor economische integratie. Ondernemers willen investeren en participeren. Naast financiële mogelijkheden ( what s in for me ) zoeken ze naar maatschappelijke betrokkenheid. Een gemeentebreed fonds maakt het mogelijk deze ambitie in gezamenlijkheid te realiseren met alle ondernemers, profit- en not-for-profit naast elkaar. Ook de organisatie van ondernemers in Teylingen is toe aan een volgende stap: vrijwilligerswerk kent z n grenzen; het zijn altijd dezelfde die het werk doen. Ondernemers zijn echt niet te beroerd om te maaien, te beveiligen en te doneren etc. maar voor de structurele organisatie van visie en een continue uitvoeringskwaliteit is kennis en kracht nodig. En die ontbreekt nu: ieder neemt zijn deel, maar niemand staat op. Het is tijd voor een professionaliseringsslag. Dit rapport van Teylinger ondernemers is geschreven voor de Teylinger politiek. Het vraagt om aandachtige lezing. Niet alleen van de techniek en werkwijze van een ondernemersfonds, maar vooral van de economische analyse en de vele plannen en (verschillende) meningen van de lokale ondernemers. Het daagt raadsleden uit een visie te formuleren op de wenselijkheid van een goed georganiseerd lokaal ondernemerschap en de inhoud van de plannen te beoordelen. Draagvlak is daarvan een afgeleide. 11

12 1. WAAROM EEN ONDERNEMERSFONDS? 1.1 Versterking van de samenwerking De gemeente Teylingen met inwoners, is sinds 2006 een fusiegemeente van Voorhout, Warmond en Sassenheim. De drie woon- en winkelkernen worden omringd door een buitengebied met twee landschappelijke en toeristische iconen: het bloembollenlandschap en het watergebied de Kagerplassen. In het buitengebied liggen verspreide (handels- en transport)bedrijven naast agrarische bedrijven (vooral bloembollenbedrijven, tuinbouw en veeteelt). Rondom de Kagerplassen liggen campings en jachthavens. De gemeente telt in totaal 7 bedrijventerreinen. De vraag hoeveel bedrijven Teylingen telt, is niet eenduidig te beantwoorden. Volgens tellingen van de KvK en Holland Rijnland heeft Teylingen 1565 bedrijven maar dit getal zegt op zichzelf niet zoveel. Het KvK-bedrijvenregister is in oorsprong een register om de rechtszekerheid in het handelsverkeer te borgen. De nadruk van het register ligt daarom vooral op het registreren van juridische entiteiten. Dat leidt tot een groot aantal inschrijvingen zonder werkgelegenheid (holdings, pensioen BV s etc). Ook kan er sprake zijn van meervoudige inschrijvingen (bedrijf bestaat uit verschillende BV s). Bovendien worden grote en kleine bedrijven bij elkaar opgeteld. Alles bij elkaar een aantal waar je niet zoveel veel mee kan. In dit onderzoek tellen we niet de bedrijven, maar de ondernemers, gedefinieerd als alle organisaties die onroerende zaak belasting (OZB) betalen in de categorie niet-woningen. Dat gaat volgens de gegevens van de gemeente om ongeveer 1850 objecten. Maar zelfs dan weet je nog niet alles: immers zowel gebruikers als huurders betalen OZB en onder de objecten zitten ook nutsgebouwen (bijv. trafo s) en andere zaken waar geen afzonderlijke organisatie achter staat. Sommige ondernemers zijn eigenaar van een bedrijf met een aantal objecten op verschillende kavels. In 2005 is de TOV opgericht, nog voor de bestuurlijke fusie van de 3 gemeenten. De drie winkeliersverenigingen in de drie kernen zijn met de HID (Industrie, Handel en Dienstverlening) en de HoReDe (Horeca, Recreatie en Detailhandel) samengevoegd tot de Teylingen Ondernemersvereniging (TOV). Het is nog maar sinds dit jaar 2014 dat er binnen de TOV voor gekozen is om niet meer van de 3 kernen uit te gaan, en alleen nog maar van één ondernemersvereniging te spreken. Negen jaar na de fusie moet het er in principe niet meer toedoen of je namens Warmond, Voorhout of Sassenheim spreekt. Vanaf nu geldt dat het nieuwe TOV-bestuur het eerste aanspreekpunt is voor de leden in de drie kernen, de bedrijventerreinen en uiteindelijk het hele buitengebied. Hiermee heeft TOV een nieuwe koers ingezet: het werd tijd om in navolging van het politieke bestuur, de ondernemers in de hele gemeente te verenigen en eenheid uit te stralen. In dit hoofdstuk willen we stil staan bij de redenen waarom landelijk gezien het lokale ondernemersklimaat een volgende stap nodig heeft en waarom een ondernemersfonds daar een goed instrument voor is. 12

13 1.2 Versterking van de lokale economische structuur landelijke en lokale argumenten Er zijn op dit moment 30 gemeentebrede ondernemersfondsen in het land, en nog eens 15 in voorbereiding. Daarnaast zijn er tientallen gebieden waar een reclamebelasting wordt geïnd en zijn er 120 plekken waar een BIZ-heffing is ingevoerd (op de verschillen tussen de drie systemen komen we later terug). Er is een trend gaande. In deze paragraaf benoemen we eerst enkele landelijke trends die het beeld van Teylingen mede bepalen en noemen we daarna enkele specifieke lokale omstandigheden die de vraag naar een ondernemersfonds in de hand werken. Landelijke trends De komst van ondernemersfondsen is een beweging van onderop. Elke locale situatie is weer anders. Maar er is ook een serie landelijke trends die overal een rol spelen. We noemen: De eisen aan de bedrijfsomgeving nemen toe. Werknemers, klanten en bezoekers willen zich bewegen in een goed georganiseerde, veilige en schone omgeving. In winkelgebieden worden marketing, promotie en gebiedsidentiteit steeds belangrijker. In het economisch klimaat gaat het over ketenvorming, integratie, samenwerking, innovatie. Solitair werkende bedrijven hebben hun tijd gehad. De voorzieningen die daarvoor nodig zijn vragen om structurele oplossingen. Sinds in de troonrede van 2013 het begrip participatiesamenleving viel, is het zoeken naar een nieuwe rolverdeling tussen overheid, burgers en maatschappelijke instellingen. Elke burger, dus ook ondernemers, zal meer verantwoordelijkheid krijgen (en moeten nemen) om zelf bij te dragen aan de samenleving. Een ondernemerfonds geeft de ondernemers de mogelijkheid om deze bijdrage aan de samenleving vorm te geven. De overheid is een bredere, maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemers gaan verlangen. Ondernemers worden geacht mededrager te zijn van cultuur, gezondheidsbeleid, arbeidsmarktbeleid en onderwijs. Zelfs een klassieke kerntaak van de overheid als het veiligheidsbeleid is geen echt monopolie meer. Ook dat moet gebeuren op basis van deling van verantwoordelijkheden. Het verschil tussen publieke en commerciële sector is aan het vervagen. Voorheen strikt publieke instellingen als scholen, welzijnsorganisaties, organisaties voor zorg, cultuur en sport, gaan zich steeds meer gedragen als maatschappelijk ondernemers die een aantal belangen gemeenschappelijk hebben met hun collega s uit de commerciële sectoren. Werkgelegenheid is er één van, maar de grotere zorg van gemeentes voor de zwakkeren in onze samenleving vraagt om een goede samenwerking tussen zorg- en maatschappelijke instelling en bedrijfsleven, voor stages, voor opdrachten etc. voor hun cliënten. We zien die roep ook terug in Teylingen. Samenwerking tussen ondernemers is aan de ene kant meer noodzaak dan ooit te voren: in de nieuwe economische werkelijkheid is het crisis. Er moeten nieuwe markten gecreëerd worden. Dat vergt zichtbaarheid van het bedrijfsleven, ruimte om te pionieren, een overheid die precies weet wat ondernemers nodig hebben, goede woordvoerders en ook mogelijkheden om gezamenlijk voorzieningen te betalen, te investeren en kosten te besparen. 13

14 De Kamer van Koophandel is dit jaar vertrokken. Er is geen automatische back-up meer. De ondernemers moeten hun eigen belangen onder woorden brengen en behartigen. Dat kan gaan over lokale belangen zoals de vraag of een bedrijf op een bepaald terrein thuis hoort. Het kan ook gaan over regionale belangen. Zo heeft de kamer een bepalende rol gespeeld in de regionale lobby voor de Rijnlandroute. Het is wat wrang dat juist de sector die bij uitstek gaat profiteren van die route de tuinbouw op dit moment moeite heeft met het beginsel van regionale belangenbehartiging. Maar de noodzaak van dit soort werkzaamheden blijft gewoon bestaan. De aanhoudende recessie maakt samenwerking ook moeilijker. Bedrijven zijn meer dan voorheen op zichzelf teruggeworpen, zitten in een defensieve modus : whats in for me? Het lukraak indienen van verlanglijstjes bij anderen lees: als eerste bij de gemeente zonder zelf na te denken over sectorversterking, zal nog minder werken dan het toch al deed. De ondernemers moeten zelf een sterke partner worden in beheer en ontwikkeling van het ondernemersklimaat. Er is steeds meer sprake van concurrentie tussen steden en regio s. Ze staan met elkaar in een competitieve relatie om het binden van koopkracht en in het werven van inwoners, werknemers, bezoekers en bedrijven. De concurrentiekracht van een gebied wordt niet meer alleen bepaald door ruimte, bereikbaarheid en huisvesting, maar in toenemende mate ook door de interne organisatie, de kwaliteit van de voorzieningen, de transparantie van de relaties tussen economie overheid en onderwijs, de toegankelijkheid van de zorg en de woningmarkt en de interne verbindingen. Lokale trends Teylingen kent daarnaast een aantal specifieke redenen om de organisatiegraad van lokale ondernemers te versterken: Er zijn in Teylingen reële economische vraagstukken op te lossen, zoals de versterking van de detailhandel in de kernen. De nieuwe door bestuur en ondernemers opgestelde detailhandelsvisie heeft een aantal urgente plannen opgeleverd. Uitvoering van die plannen lukt alleen met een goede basisfinanciering en een professionele kracht: een centrummanager. Er blijft nog genoeg werk over voor de talrijke onbetaalde winkeliers die zich als vrijwilliger zullen blijven inzetten. De Detailhandelsvisie is een mooi voorbeeld van hoe de ondernemers in de verschillende kernen aanvankelijk concurrenten de linies gesloten hebben onder het motto: eerst samen klanten trekken en houden, daarna onderling concurreren. De economische integratie in de gemeente moet vorm krijgen om in samenwerking met omringende gemeenten de Bollenregio economisch in een goede positie in te brengen Het economisch beleid van de gemeente Teylingen heeft sterke partners nodig. Om de sociale voorzieningen op peil te kunnen houden is een brede economische basis nodig, en die ontbreekt in de gemeente. Veel bewoners zijn relatief rijk maar de economische basis is smal. Teylingen kent meer werkenden dan dat er banen zijn te vinden. Het gat wordt opgevuld 14

15 door banen bij bedrijven in de wijdere omgeving te zoeken 1. De gemeente heeft de komende jaren weinig geld. VVD, CDA en D66 vragen in het recente coalitieakkoord om een flinke inzet van de lokale ondernemers. Het beleid moet het hebben van het organiserend vermogen van de ondernemers; zij moeten zelf de regie gaan voeren in de werkgebieden. De gemeente kan faciliteren. Maar niet veel meer. Alweer: er is een goede samenwerkingsstructuur nodig. Een motief dat de laatste tijd steeds vaker opduikt, is dat van een gemeentelijke herindeling. Teylingen is na verloop van tijd bestuurlijk redelijk tot eenheid gesmeed. Vier jaar geleden is een poging ondernomen om een ondernemersfonds op te richten. TOV was toen nog een vereniging voor elke afzonderlijke kern en TOV als een federatie voor het geheel. De introductie van een ondernemersfonds is een probaat middel om al vanaf het begin naast een bestuurlijke, ook de economische integratie in de nieuwe gemeente op gang te brengen. TOV heeft dit jaar een volgende stap gezet: een daadwerkelijke fusie van ondernemersverenigingen van sectoren. Het ondernemersfonds Teylingen kan als vehikel dienen om de economische integratie en samenhang tussen ondernemers verder te versterken. Vrijblijvende regelingen volstaan niet meer. Om over voldoende beschikbare middelen te blijven beschikken is een sterkere organisatie van het lokale ondernemerschap nodig. Teylingen kent veel vrijwilligers en is daar trots op. Aan hun belasting zit echter wel een grens; je kunt niet altijd terugvallen op de vrijwillige inzet. Inbreng van nieuwe kennis en technieken en continue uitoefening van druk om zaken voor elkaar te krijgen en ondernemers te verbinden, vraagt eigenlijk om betaalde krachten van wie je deze taakopvatting mag eisen. Een keuze voor een fondsmanager (een centrummanager voor de winkelcentra of met bredere taken: een citymanager ) die namens de ondernemers uitvoering geeft aan plannen, lijkt steeds vaker de oplossing. Professionele inzet waarborgt een zekere continuïteit en biedt structuur. Verdere professionalisering van het Teylinger ondernemerschap is nodig. Een noodzaak tot modernisering van verschillende bedrijfssectoren. Een ondernemersfonds zorgt voor onafhankelijkheid, biedt een transparante structuur en zorgt voor een gegarandeerde financiële grondslag. Natuurlijk kan je je afvragen of het nu in Teylingen niet goed gaat. Gemeenschappelijke activiteiten draaien grotendeels op donaties van lokale ondernemers. De gemeenschap in Teylingen blijkt goedgevig en gul. Waarom deze situatie niet gewoon doorzetten? Waarom zijn vrijblijvende regelingen niet meer afdoende? Als we terug in de geschiedenis gaan, zien we dat de samenleving toen veel meer draaide op weldoeners zoals eigenaren van grote industriële bedrijven en herenboeren. Charitatieve instellingen stellen zich tegenwoordig meer en meer op als vermogensfondsen en beperken zich tot de rol van geldschieter. Modern ondernemerschap vraagt om moderne financieringsvormen. Bovendien: afhankelijkheid van deze groep vrijgevende rijken had 1 Teylingen: positie in rangorde in vgl. met de 50 grootste gemeenten van het land (uit: Atlas van Gemeenten 2014): - Aantal inwoners ; aantal arbeidsplaatsen Aantal arbeidsplaatsen per arbeidskracht (potentiële arbeidskracht): 44ste plaats met 84% (met woonsteden als Zoetermeer en Zaanstad, Almere etc.; Haarlemmermeer staat op de 1 e plaats met 198% dus bijna 2 arbeidsplaatsen per potentiële arbeidskracht) - Rijkdom inwoners (besteedbaar gestandaardiseerd huishoudinkomen): 2 e plaats met euro (met woonplaatsen als Leidschendam en Haarlemmermeer); Amstelveen staat op de 1 e plaats met ). 15

16 natuurlijk een prijs: in ruil voor de gift kreeg de gulle gever veel (politieke) invloed. De gift was dus bij nader inzien lang niet altijd zo vrijblijvend. Modernisering van het ondernemerschap betekent ook: vernieuwing van de bedrijfsvoering, het op een hoger plan brengen van de gemiddelde bedrijfsprestatie (rendement en arbeidsproductiviteit), het nadenken over investeringen en het vitaal houden van de onderneming, op de korte, maar zeker ook op de wat langere termijn. De ambitie ontbreekt. Ook Teylingen kent bedrijven, vooral in het buitengebied, die zich nauwelijks meer vernieuwen en als het ware stil staan in de hoop te overleven. Waar eigenaren de economische crisis en de veranderende maatschappelijke trends lijken te negeren en nauwelijks meer o n d e r n e m e n. Het leidt gemakkelijk tot een ingeslapen (deel)economie. Er ligt in Teylingen een opgave om het ondernemersklimaat verder te ontwikkelen en te verbeteren. Dat heeft de vernieuwde TOV ertoe gebracht om rond te kijken naar methodes om de samenwerking tussen de ondernemers beter te funderen en de positie van de ondernemers en de samenwerking met de overheid te versterken. Deze vraag past in het landelijk beeld: ondernemers worden volop aangesproken op hun verantwoordelijkheid, maar ze missen de middelen om er werk van te maken. Een ondernemersfonds kan die middelen verschaffen. De TOV is met dat doel voor ogen dit onderzoek naar de haalbaarheid van een ondernemersfonds voor Teylingen begonnen. De organisatiegraad onder ondernemers is vrij laag en vraagt versterking. Er is een permanente zoektocht naar financiële middelen, veel vrijwilligers dragen bij en nemen hun verantwoordelijkheid, maar er is - gezien de ambities - te veel werk. Bovendien zijn er tal van bedrijven die wel profiteren van collectieve afspraken maar geen energie of geld steken in het organiseren daarvan. Samenwerking tussen ondernemers vormt een voorwaarde voor een grotere slagkracht. TOV werkt hard aan het verder vergroten van het ledenaantal (nu 350 leden) 2 en zoekt samenwerking met gebieden en sectoren die nu nog nauwelijks betrokken zijn bij de brede ondernemersvereniging. Gezamenlijke fondsvorming is in korte tijd een erkend instrument geworden om het ondernemings- en samenwerkingsklimaat op lokaal niveau te versterken. Er zijn inmiddels 30 gemeenten die dit model hanteren, van heel klein (Schiermonnikoog) tot heel groot (Utrecht). In de voorliggende notitie worden strekking en werkwijze van zo n fonds uitvoerig toegelicht. Voor gemeentebrede ondernemersfondsen geldt geen enkel wettelijk voorschrift. Alle fondsen zijn van onderop, vanuit de ondernemers zelf ontstaan en hebben zichzelf in de praktijk uitgevonden. Er zijn dus geen formats of stramienen. Een ondernemersfonds is niet een regelgeleide, maar een ondernemerschapsgeleide omgeving. Tussen de dertig fondsen heeft zich inmiddels wel een good practice benadering ontwikkeld. Er is een Landelijk Platform van Ondernemersfondsen, waar die good practice ook bewaakt en besproken wordt. Alle fondsen doen waar ze voor bedoeld zijn: Ondernemers in staat stellen zelf regie te voeren in hun bedrijfsomgeving, zorgen voor vrij inzetbare gelden voor de behartiging van gezamenlijke belangen, eerlijk verdelen van de lasten en nieuwe kansen scheppen voor gezamenlijk ondernemerschap. 2 Met aftrek van holdings en andere juridische bedrijfsconstructies, kunnen we globaal uitgaan van 600 bedrijven, waarvan een groot deel ZZP-er, praktijkruimte etc. is. 16

17 2. EEN GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS: SPELREGELS EN AFSPRAKEN TOV streeft naar versterking van de collectieve kracht. In dit hoofdstuk gaan we in op mogelijke publieke regelingen voor versterking van het organiserend vermogen van ondernemers. Gezien de brede ambities van TOV heeft de inzet op het gemeentebrede ondernemersfonds op basis van de WOZ de voorkeur. Dit fonds kent een aantal algemene spelregels; wat rest is een set van voor de ondernemers van Teylingen geldende afspraken, waarover consensus moet ontstaan. 2.1 Drie beschikbare instrumenten De praktijk is in zekere zin aan de leer vooraf gegaan. Er zijn, zonder al te veel discussies, goede collectieve oplossingen ontstaan. Zo wordt er geen nieuw bedrijventerrein meer ontsloten zonder dat er in de koop- of pachtovereenkomst verplichte afspraken zijn opgenomen over participatie van bedrijven in collectieve arrangementen zoals onderhoud, beveiliging en energiehuishouding. In Teylingen is dat het geval bij het enige particuliere bedrijventerrein Greenib, waarvan de eigenaar het parkmanagement verzorgt. Winkelcentra met één grote eigenaar (vaak een institutionele belegger) werken vaak met een verplichte opslag op de huur om gezamenlijk beheer en promotie van het centrum te betalen. En de ambulante handel betaalt her en der ook een toeslag soms zelfs een zeer forse toeslag op de marktgelden (ook een publieke heffing). In veel gevallen is echter een privaatrechtelijke oplossing voor de bundeling van collectieve belangen van ondernemers niet haalbaar: het eigendom is te versplinterd, het ontbreekt aan organiserend vermogen, er zijn geen aanspreekbare partijen, enzovoort. Dan komen publieke regelingen in beeld: de reclamebelasting, een BIZ of een WOZ-fonds. We benoemen ze hiernaast in het kort. Er is consensus dat het initiatief voor een regeling uit moet gaan van de ondernemers en dat het ook de ondernemers zijn die moeten bepalen om wat voor soort regeling het gaat. De gemeente kan informatie verschaffen en de discussie op gang brengen, maar de keuze ligt bij de ondernemers. In de kern is de vraag naar een BIZ, een reclamebelasting of een WOZ-fonds vooral een zaak van ambitie: de reclamebelasting is vooral geschikt voor het financieren van klassieke winkelpromotie, de BIZ is geschikt voor verbetering van de openbare ruimte op een bedrijventerrein of in een winkelgebied, een WOZ-fonds komt in beeld wanneer de ambitie om het hele ondernemersklimaat in de gemeente een boost te geven en om dat te doen op een van de overheid en van de regelgeving onafhankelijke wijze, op eigen ondernemerskracht. 17

18 Reclamebelasting De reclamebealsting is een belasting op reclame-uitingen. Een reclame-uiting is alles wat iets meer is dan alleen een naamsaanduiding. De gemeente kan in een verordening een gebied aanwijzen waarbinnen reclamebelasting betaald moet worden. Dat kan een klein gebied zijn, het kunnen ook verscheidene gebieden per gemeente zijn. Probleem is wel dat de belasting alleen betaald wordt door de gebruikers van een reclamevoerend pand. In de praktijk: winkels en een beetje horeca. Andere bedrijven die evenzeer belang hebben bij traffic en collectieve belangenbehartiging, doen niet mee. En buiten de winkelgebieden werkt de reclame-belasting sowieso niet. Het instrument van de verordening maakt de reclamebelasting wat log de gemeente heeft er veel zeggenschap over - maar de inzetbaarheid is flexibel. De tarifering is dat ook. Er zijn globaal drie tariefgrondslagen: Een eenheidstarief, een gelijk bedrag voor elke winkel. Dat wringt wat: een groot en een klein bedrijf betalen dan evenveel. Deze manier van tariferen lokt veel bezwaren uit: bedrijven gaan argumenteren dat ze alleen een naamsaanduiding voeren en geen reclame. Een bedrag gerelateerd aan de omvang van de reclame-uiting. Ook dat wringt wat: een belwinkel heeft een minimale omzet maar moet zichzelf met veel reclame vindbaar maken, terwijl een warenhuis op eigen kracht gevonden kan worden. Bovendien zijn de perceptiekosten de kosten die gemaakt worden om de belasting te innen vrij hoog: er moet gemeten en gerekend worden. Dat kan door gespecialiseerde bureaus gebeuren, naar dan nog lopen de kosten op tot 20% van de opbrengst. Er zijn gemeenten die deze taak er niet meer bij willen of kunnen nemen. Een tarief gerelateerd aan de WOZ-taxatie van een pand. De reclamebelasting is lang geleden in het leven geroepen om gemeentebesturen een instrument te geven ter beteugeling van wildgroei van reclame in het straatbeeld. De belasting is nu aan een tweede leven begonnen als grondslag voor collectieve belangenbehartiging. De belasting is een effectief instrument om aan geld te komen in een situatie waarin de belangen van winkeliers leidend zijn. Omdat de populatie die meebetaalt vrij klein is, kunnen de kosten per belastingplichtige behoorlijk oplopen, alvorens een substantiële opbrengst in zicht komt. De reclamebelasting is voor Teylingen minder passend. Ten eerste is de reclamebelasting juist een aantal jaren geleden afgeschaft. En de vraag naar een ondernemersfonds leeft zowel in de winkelgebieden (waar veel reclame wordt gemaakt) als op de bedrijventerreinen (waar niet of nauwelijks reclame wordt gemaakt). Sommige gemeenten zien zelf af van de invoering of verhoging van de reclamebelasting omdat het jaarlijks checken van de reclame-uitingen veel werk kost en er veel bezwaarmogelijkheden zijn. Deze kosten worden meestal van de baten afgetrokken. Bedrijfsinvesteringzone-belasting (BIZ) Sinds enkele jaren is er een wettelijke regeling om tot een gebiedsgerichte businesstax te komen, de zogenaamde BIZ. Kenmerk van de BIZ is zijn gebiedsgerichtheid: een BIZ kan tot op postcodeniveau bepaald worden en binnen dat gebied kunnen zelfs weer sectorale uitzonderingen gemaakt worden. Er zijn bij gevolg veel mini-bizzen tot stand gekomen. De hoogte van de heffing wordt gerelateerd aan de WOZ-waarde. De BIZ wordt alleen betaald door de huurders van een zakelijk onroerend goed. Alleen bij leegstand wordt de heffing verlegd naar de eigenaar. Omdat het aantal schouders dat de lasten draagt beperkt is, kan de last per heffingsplichtige oplopen. De regeling stelt complexe, getalsmatige draagvlakeisen, vast te leggen via een schriftelijke stemming onder de gebruikers van de panden (het huurdersdeel van de WOZ). Die bepalingen zijn zowel voor de gemeente als voor de vrijwiligers-bestuurders van sommige terreinverenigingen niet realistisch en haalbaar in de uitvoering. Juist de wat verouderde terreinen met een behoorlijke omvang en een diversiteit aan bedrijventypes staan voor bijna onneembaar hoge drempels. De BIZ is vooral geschikt voor gebieden waar al een hoge mate van samenhang is. De toegestane bestedingen in de BIZ-gebieden zijn beperkt tot schoon, heel en veilig in de openbare ruimte en in het verlengde van de taken van de gemeente. Op enkele bedrijventerreinen in Teylngen moet het een en ander gebeuren aan onderhoud en revitalisering. Er is sprake van leegstand en het onderhoud rondom deze gebouwen laat wat te wensen over. Om dat goed op te kunnen pakken, zijn een goede ondernemersstructuur en een goed samenwerkingsklimaat nodig. Maar het scheppen van een goed samenwerkingsklimaat op terreinen waar leegstand ontstaat is juist moeizaam. Gebieden die strikt private dingen willen (zoals promotie, een digitale parkmanager, marketing, inkoopbundeling, mobiliteitsmanagement) of gemeenten waar het vooral gaat om versterking van het ondernemers- en onderhandelingsklimaat, komen met een BIZ niet veel verder. Bovendien kunnen de draagvlakeisen in de BIZ verlammend werken. Bij aanvang dwingen die eisen de initiatiefnemers tot een nauwkeurig telproces. En als de BIZ er eenmaal is, kan ten allen tijde een herpeiling worden aangevraagd. Het is een kwestie van voortdurend koppen tellen, in plaats van plannen maken voor structuurversterking. De bepalingen van de wet en de daarvan afgeleide verordening lokken vooral een regelgeleide reflex uit en geen creatief ondernemerschap. En tenslotte: de BIZ-regeling geeft de gemeente veel invloed. Daar zit niet elke gemeente op te wachten.

19 De derde optie is een fonds op basis van een verhoging van de OZB voor niet-woningen. De TOV heeft belangstelling uitgesproken voor deze laatste aanpak: een gemeentebreed WOZ-fonds. In die voorkeur speelden mee: TOV is ambitieus en de ondernemers willen investeren in de lokale economie. Een Ondernemersfonds geeft die mogelijkheden. In deze notitie staan de bestedingsplannen beschreven. Een ondernemersfonds gaat nooit werken als de lokale ondernemers alleen maar uitgaan van de eigen portemonnee en de vraag whats in for me? Teylingen kent een groep ondernemers die zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor een broodnodige impuls aan de lokale economie. Er is een bereidheid van grote ondernemers om mee te doen, maar uitsluitend op basis van professionele en collectieve regeling. Dit genereert financiële armslag die op geen enkele andere manier beschikbaar zou komen. De ontwikkelruimte die een WOZ-fonds verschaft is zeer ruim. Een WOZ-fonds legt bestedingen niet vast, maar verschaft de mogelijkheden aan de georganiseerde ondernemers om flexibel mee te sturen. Het integrale karakter van een WOZ-fonds. Een WOZ-fonds brengt alle economische actoren in dezelfde werkstructuur onder. Dat betekent dat ze veel gemakkelijker tot belangenbundeling komen en tot vorming van een lokale markt. Zeker een gefuseerde gemeente als Teylingen kan die extra samenhang zeer goed gebruiken. Het beginsel voor en door ondernemers, de optimale ontplooiingsvrijheid die een WOZ-fonds verschaft. Een WOZ-fonds is eenvoudig in de aansturing, is niet gevoelig voor beroep en bezwaar, gaat niet gepaard met innings- of perceptiekosten en vergt geen gemeentelijke regels. Een gemeentebreed WOZ-fonds betekent wel dat er maatwerkoplossingen moeten komen voor sectoren of terreinen waar een minder acute behoefte bestaat aan een collectieve oplossing, zoals bijvoorbeeld de agrarische sector in het buitengebied. 2.2 De spelregels van een gemeentebreed ondernemersfonds Een ondernemersfonds bestaat op grond van een politieke deal tussen een initiatiefgroep van ondernemers en de gemeenteraad: de gemeenteraad stemt in de OZB als ínningsinstrument toe te passen, los van de reguliere belastingheffing. Er wordt van te voren een bedrag afgesproken en de ondernemers accepteren die verhoging onder de conditie dat er een subsidie komt ter waarde van de OZB-verhoging voor de Stichting Ondernemersfonds Teylingen. Meer dan die deal is niet nodig. Er zijn geen wettelijke voorschriften voor hoe een fonds er uit moet zien en waar het zich aan moet houden: het is allemaal zelfbestuur van de initiatiefnemers. Maar er zijn in de steden waar al een fonds bestaat wel een aantal spelregels geïntroduceerd en die spelregels zijn ook in Teylingen in de plannen betrokken. Een opsomming. a. Ondernemer is iedereen die OZB betaalt De gemeente is in staat om pijnloos te voorzien in de voeding van een ondernemersfonds doordat die voeding even groot is als de opbrengst van een verhoging van de OZB voor niet-woningen. Het begrip ondernemer valt daarmee samen met de belastingcategorie niet-woningen. Dat betekent dat niet alleen de commerciële bedrijven winkels, horeca, kantoren, dienstverleners, werkplaatsen, fabrieken meedoen, maar ook not-for-profit ondernemingen uit overheid, het onderwijs, de cultuur, de zorg,

20 welzijn, sport. Alleen het wettelijk van OZB vrijgestelde vastgoed doet niet mee: kerken die voor de eredienst in gebruik zijn, waterstaatkundige werken, de glasopstand in de tuinbouw, landbouwgrond. Het bij elkaar brengen van zoveel ongelijksoortige organisaties was ooit een probleem, maar past nu goed bij trends in het economisch proces: Not for profit organisaties zijn zich steeds meer als onderneming gaan gedragen en zijn ook steeds vaker lid van ondernemersverenigingen. Er is veel meer begrip ontstaan voor de wederzijdse afhankelijkheid van profit en not-for-profit, bijvoorbeeld in de relatie tussen onderwijs en arbeidmarkt. Ook in Teylingen zien de onderwijs- en zoginstellingen het ondernemersfonds als een kans om in samen te kunnen werken met de lokale ondernemers. De omgevingsbelangen van profit en not-for-profit veiligheid, bereikbaarheid, promotie, herkenbaarheid vallen vaak samen. Het feit dat een ondernemersfonds op OZB-basis niet gericht is op een enkele sector (bijvoorbeeld winkels) en op, een enkel gebied (bijvoorbeeld bedrijventerrein) kan worden ingezet maar voor alle ondernemingen in de hele gemeente geldt, leek in de gemeenten waar al een fonds is, in eerste instantie een complicatie. Maar na verloop van tijd wordt juist die veelheid als een grote verworvenheid van het fonds ervaren: de context waarbinnen ondernemingen hun positie bepalen wordt veel breder en rijker. En er vindt nieuwe marktschepping plaats, door het ontstaan van nieuwe zakenrelaties. De OZB wordt mede door de eigenaren van het vastgoed opgebracht. De eigenaren zijn dus ook ondernemer. Niet alleen naar de letter: ze worden van harte uitgenodigd om zich als ondernemer te manifesteren, in de activiteiten die vanuit het fonds gefinancierd worden deel te nemen en invloed uit te oefenen op de bestedingen. Een ondernemersfonds draagt bij aan bestrijding van leegstand, aan promotie, veiligheid en andere zaken die bijdragen aan een duurzaam rendement voor eigenaren van vastgoed. In die zin is er ook tussen eigenaren en gebruikers van vastgoed een belangenparallelliteit. b. Een fonds is voor en door ondernemers Bij de deal met de gemeenteraad hoort dat de raad zich afzijdig houdt van de inrichting van en bestedingen uit het fonds. Natuurlijk is er wel degelijk een minimale bemoeienis: het fonds dient zich te houden aan algemene normen voor gesubsidieerde instellingen die met publiek geld werken, zoals het overleggen van jaarstukken en het blijven binnen de grenzen van de wet. Maar het inhoudelijk debat hoort geheel bij de ondernemers te liggen. In sommige gemeenten met een fonds heeft het de gemeente moeite gekost om aan die non-interventie te wennen. Maar de spelregel is wel overal geaccepteerd geraakt. Het rendement van een ondernemersorganisatie die eigen keuzes kan maken en zich in vrijheid kan organiseren is voor een gemeentebestuur op den duur veel groter dan dat beetje zeggenschap over een beperkt geldbedrag waar het in eerste instantie om ging. Juist door het fonds los te laten kan dynamiek ontstaan en krijgt de gemeente te maken met goed georganiseerd ondernemerschap. Het is overigens omgekeerd ook even wennen. Veel ondernemers hebben de gewoonte om hun probleem steeds te definiëren in relatie tot de overheid. Dat er een vrije ruimte komt voor gezamenlijk ondernemerschap, met geld maar zonder regels, kost vaak tijd om te ontdekken. In het begin van een fonds vragen tal van verenigingen wat de voorschriften zijn waar ze zich aan moeten houden. De kunst voor het bestuur van het fonds is natuurlijk om zo regelarm mogelijk op te trekken en de vrijheid om iets op poten te zetten zo maximaal mogelijk te houden. 20

21 c. Bestedingsvrijheid We kunnen het beginsel voor en door ondernemers in een volzin vertalen: een ondernemersfonds is er voor de financiering van de collectieve belangen van ondernemers, waarbij alles wat ondernemers langs democratische weg bestemmen als hun collectieve belang, een valide bestemming is. In deze volzin zit verpakt dat er geen inhoudelijke voorschriften zijn voor de bestedingen: het fonds is niet afhankelijk van politieke of publieke opinievorming. De beslissing over besteding uit het fonds is privaat: alleen de ondernemers gaan er over. Soms zullen de bestedingen strikt te maken hebben met de private bedrijfsvoering, zoals promotie of kostenreductie door gezamenlijke inkoop. En soms zullen bestedingen raken aan de taak van de overheid in de openbare ruimte, zoals bij beveiligingsmaatregelen. Maar in alle gevallen zijn het de ondernemers die hun, mening vormen en beslissen, zonder inmenging van buiten. d. Non-substitutie Een volgende spelregel is dat de gemeente niet zal proberen om publieke taken onder het ondernemersfonds te schuiven. Wanneer de gemeente een bezuinigingstaakstelling afwentelt op het fonds, wordt het fonds een verlengstuk van de gemeentebegroting en heeft het geen meerwaarde meer. Dat wil niet zeggen dat een ondernemersfonds voor een gemeente geen toegevoegde waarde heeft. De meerwaarde van de komst van een fonds voor de politiek zit in de betere organisatie van de ondernemers in de gemeente en in het beschikbaar komen van een stevige partner voor overleg en samenwerking, niet in een mogelijk financieel voordeeltje voor de gemeente. Echt zoden aan de dijk zal het ook niet zetten: het geld in een fonds is veel geld voor de behartiging van de collectieve belangen van ondernemers, maar het is slechts een fractie van een gemeentebegroting. Ook wordt wel de vrees geuit dat de komst van het fonds voor de gemeente Teylingen, met straffe bezuinigingen voor de boeg, een alibi kan zijn om zelf te korten op gemeentelijke taken. Het is eerder andersom: zo moet de bijdrage van de gemeente aan bijvoorbeeld het bloemencorso omlaag, net zoals zoveel andere gemeentelijke bijdragen. Om de organisatie van het bloemencorso te kunnen blijven garanderen en om VVV, promotie en een website te laten functioneren, kan een ondernemersfonds een bijdrage overwegen. Natuurlijk blijft substitutie in theorie mogelijk. De komst van een ondernemersfonds verandert niets aan het budgetrecht van de gemeenteraad. Maar de praktijk in andere fondsgemeenten is anders. Juist omdat het lokale ondernemerschap straks goed georganiseerd is en over een eigen financiële positie beschikt, kunnen gemeentelijke taken veel effectiever worden opgepakt. De gemeente kan als partner wel voorwaarden stellen. Een voorbeeld: op voorwaarde dat de bedrijventerreinen hun parkeerplaatsen eens per week vrij maken, veegt de gemeente het terrein. Die afspraak veronderstelt een hoge organisatiegraad van de ondernemers: het werkt alleen wanneer alle ondernemers op het afgesproken uur de auto s van straat halen. De ondernemers moeten er op kunnen vertrouwen dat de gemeente zich naar vermogen zal blijven inzetten voor het ondernemersklimaat, juist in tijden van financiële schaarste. Daarom is het zaak om het beginsel van non-substitutie vast te leggen. Dat zal gebeuren in het convenant dat het oprichtingsbestuur van het fonds en het gemeentebestuur gaan afsluiten. Een mogelijke uitwerking van het non-substitutie beginsel zou kunnen zijn het vastleggen van het minimale gemeentelijke onderhoudsniveau in een service level agreement. Probleem van zo n SLA is dat ze niet meer zijn dan een momentopname en de dynamiek op een terrein niet goed kunnen 21

22 weergeven. Er begint daarom op veel plaatsen een voorkeur te ontstaan om vooral procedurele afspraken of stappenplannen te maken. Die afspraken kunnen gaan over gemeentelijke transparantie in de beschikbaarheid van budgetten en kostprijzen, over een periodieke schouw en over de afdoening van klachten of over gezamenlijke planning van onderhoud. Het kan gaan om uiterst praktische afspraken, zoals het net genoemde parkeervrij maken van de straat bij een veegbeurt. De gemeentelijke inspanning en die van de bedrijven zijn geen communicerende vaten. Het gaat vooral om het scheppen van een onderhandelingssituatie waarin recht wordt gedaan aan een vorm van dynamisch beheer. De beste garantie tegen het afwentelen van gemeentelijke taken op het fonds is uiteindelijk toch het alleenbeslissingsrecht over het fonds van de ondernemers. De praktijk uit andere gemeenten wijst uit dat de komst van een fonds de gemeente geen geld uitspaart, maar juist een prikkel is om extra te investeren. De ondernemers zijn georganiseerd, hebben een onderhandelingspositie, kunnen veel beter zaken signaleren en voorstellen doen. Er komen kwaliteitsvragen aan de orde die eerst helemaal niet in beeld waren. Op het moment dat de ondernemers daar een financiële prikkel voor kunnen geven, wordt het voor de gemeente interessant om daar ook financieel in te gaan participeren. e. Transparantie en democratie Een ondernemersfonds moet transparant zijn, in de zin dat alle bestedingen inzichtelijk zijn. Dat is een principieel statement: het fonds werkt met publiek geld, ook al is de besluitvorming privaat. Het is ook een praktisch statement: het geld moet door de ondernemers als van hen zelf ervaren worden en dat verplicht tot duidelijkheid. En het is nog een keer een praktisch statement: goede initiatieven moeten bekend worden en anderen moeten zich erbij kunnen aansluiten. Het fonds draagt bij aan marktschepping en dat vergt kennisdeling. Het democratisch gehalte is qua vormgeving soms lastig. Uitgangspunt is dat elke ondernemer / OZBbetaler moet kunnen meepraten en meebeslissen over de besteding van het geld. Daarom is er een voorkeur voor de verenigingsstructuur: elke ondernemer moet lid kunnen worden van een vereniging en meebeslissen over bestedingen. Maar het oerdemocratische meeste stemmen gelden is niet altijd de meest handige utwerking. Een bedrijf dat via de OZB duizenden euro s bijdraagt aan het fonds mag in de praktijk meer gewicht laten gelden dan een bedrijf waarbij het om tientjes gaat. Het vergt dus stuurmanskunst van de besturen van de verenigingen om iedereen tot z n recht te laten komen. In de andere gemeenten blijkt dat er altijd uit te komen is. De sleutel is dat verschillen van inzicht over bestedingen niet als politieke of bestuurlijke kwesties worden beschouwd, maar als verschillende business proposals. Je moet er een deal over kunnen sluiten. f. Systematiek van trekkingsrechten Bij de verdelingssystematiek in het fonds is het zoeken naar balans tussen twee uitgangspunten. Aan de ene kant is het zaak dat besluiten over geld zo dicht mogelijk bij de ondernemers genomen worden en dat de ondernemers het fonds als van hen zelf beschouwen (eigenaarschap). Aan de andere kant moeten ondernemers over de grenzen van hun eigen gebied en vereniging heen kunnen kijken, wijkoverstijgende acties kunnen plannen en toewerken naar een gemeentebreed marktplein van geldstromen, activiteiten en ideeën. Het systeem van trekkingsrecht blijkt die balans goed te kunnen treffen. In dat systeem blijft al het geld in een centrale kas. Er komt maar één jaarrekening en één goedkeuringsprocedure. Er zullen in Teylingen mogelijk 8 tot 10 allianties en verenigingen ontstaan die trekkingsrecht gaan uitoefenen; in dit onderzoek wordt daartoe een voorstel gedaan (zie verder). Verdeling van contant geld zou het budget vergruizen en een enorme papierstroom op gang brengen. Dat wordt voorkomen door het geld centraal te houden. Maar de verenigingen kunnen een recht laten gelden op hun eigen inleg en kosten maken tot de hoogte van die inleg. Verenigingen kunnen ook sparen; het 22

23 kalenderjaar is geen bestedingsvenster. Ze kunnen dus ook een financiële positie opbouwen voor grotere investeringen. De ondernemers moeten het geld als hun geld beschouwen, ook zonder dat ze het contant in handen hebben. Dat eigenaarschap kan bevorderd worden door een transparante administratie. Er zijn gemeenten waar elke trekkingsgerechtigde partij toegang heeft tot een eigen, besloten deel van de website van het fonds, waar alle financiële activiteiten van die partij en de stand van het trekkingsrecht tot op de komma nauwkeurig in beeld is gebracht. Dat blijkt goed te werken. In Teylingen zal de introductie van dit systeem ook overwogen worden. Uitzonderingen op de systematiek zijn mogelijk. Het is denkbaar dat sommige trekkingsgerechtigde partijen zo groot zijn, dat ze met eigen jaarplannen werken en ook andere inkomstenbronnen hebben dan alleen het fonds. In het geval de trekkingsgerechtigde partij zelf over een beheersstichting beschikt en BTW kan verrekenen, kan voor een kasstroom tussen ondernemersfonds en trekkingsgerechtigde op basis van een jaarplan worden gekozen. Er hoort een waarschuwing bij. Het systeem van de trekkingsrechten is waterdicht. Het werkt zoals een bouwdepot bij de bank: op is echt op, een tekort is niet mogelijk. Bij het inzetten van een tweede rechtspersoon naast de beheersstichting van het fonds is het zaak goede vervangende afspraken te maken. Het vaststellen van de gebieden, van de sectoren of van de thematische allianties waarbinnen ondernemers hun trekkingsrechten uitoefenen, is een kwestie van maatwerk. De meeste ondernemers zullen hun belangen op gebiedsniveau formuleren. Dan is het zoeken naar natuurlijke gebieden, waarin ondernemers elkaar herkennen. We doen daar in het vervolg van deze rapportage een voorstel voor. Veranderingen in gebieden of allianties in de loop van de tijd zijn mogelijk: immers in de loop van de tijd veranderen problemen en voorkeuren. Er is praktisch wel een beperking aan de veranderbaarheid van de systematiek: het moet organisatorisch werkbaar blijven. Maar geen enkele grens is heilig: het systeem moet een goede balans treffen tussen berekenbaarheid en veranderbaarheid, tussen consolidatie en innovatie. 2.3 Hoe komt een ondernemer aan geld? De bovenomschreven spelregels komen samen in de wijze waarop een ondernemer aan geld uit het fonds kan komen. In stappen: De ondernemer sluit zich aan bij zijn gebiedsvereniging (of andere alliantie). Als die er nog niet is, kan hij zelf een oprichtingsvergadering organiseren, met ondersteuning door het ondernemersfonds. De ondernemer begint in de vereniging een discussie over de visie op de bedrijfsomgeving. Daar volgen na verloop van tijd bestedingsvoorstellen uit. De vereniging krijgt aan het begin van elk kalenderjaar per brief van het bestuur van het ondernemersfonds te horen hoeveel trekkingsrecht zij heeft op het ondernemersfonds. Dat trekkingsrecht wordt opgeteld bij restanten van vorige jaren. De vereniging maakt plannen. Kleine verenigingen zullen dat per activiteit doen, grote verenigingen kunnen ook met een jaarplan werken. Het plan wordt ingediend bij het bestuur van het fonds. Het bestuur van het fonds toetst de aanvraag aan twee criteria: is er voldoende trekkingsrecht? En wordt het voorstel naar behoren gedragen door de leden van de vereniging? Het bestuur kan inhoudelijke vragen stellen en de vereniging wijzen op omstandigheden zoals dubbelingen met de programma s van anderen, maar kan de aanvraag niet op inhoudelijke gronden afwijzen. De meeste aanvragen worden dus per hamerslag toegekend. Agendering in het fondsbestuur dient niettemin twee doelen: toetsen van de rechtmatigheid en veilig stellen van de transparantie. 23

24 De vereniging krijgt bericht van goedkeuring en kan de activiteit aanbesteden of zelf uitvoeren. De rekening van de activiteiten wordt door de vereniging naar het fonds doorgeleid. Het fonds betaalt de rekening en zorgt voor vooraftrek van de BTW. 2.4 Een fonds is een instrument, geen doel De laatste spelregel voor een ondernemersfonds op WOZ-basis: een fonds is een instrument voor versterking van het handelend vermogen van het lokale ondernemerschap, het is geen doel op zich. Bij de eerste ronde de periode na de oprichting van het fonds geldt het fonds als een experiment, dat ook kan mislukken. Na die startperiode het voorstel is om in Teylingen drie jaren te nemen wordt het fonds geëvalueerd. Wanneer de ondernemers dan van mening zijn dat het fonds onvoldoende bijdraagt aan hun slagkracht, verdwijnt het fonds weer en wordt de OZB weer verlaagd. Dat wordt in het convenant met de gemeente vastgelegd. Mocht het fonds door die eerste evaluatie heen komen en blijven bestaan, dan nog komt elke vier jaar bij weer een evaluatie de vraag aan de orde of het fonds nog naar behoren functioneert. Elke tijd heeft z n eigen inzichten en het is best mogelijk dat over een tijd weer betere oplossingen beschikbaar zijn voor het probleem waar het fonds zich op richt. De keerzijde van die experimentele status is dat het fonds ook volstrekt niet als een kant-en-klaar mechaniek moet worden gezien. Er moet ontwikkelruimte en experimenteerruimte zijn in het fonds, institutionalisering moet vermeden worden, grenzen van werkgebieden mogen flexibel blijven, bestedingen moeten permanent goed tegen het licht gehouden worden op hun nut en noodzaak. Een individuele onderneming verandert voortdurend en volgt de markt, de behoeftes van klanten. Een fonds moet als werktuig van die zelfde ondernemers ook voortdurend veranderen en met hun behoeftes meebewegen. 2.5 Tarief: balans tussen opbrengst en draagkracht De komst van een ondernemersfonds betekent macro-economisch een lastenverzwaring voor het lokale bedrijfsleven, maar micro-economisch op het niveau van individuele bedrijven hoeft dat niet het geval te zijn. Ondernemers die op basis van vrijwilligheid en goodwill al jaren lang tijd en geld in hun omgeving en in de ondernemersverenigingen stoppen, kunnen de komst van het fonds als een lastenverlichting ervaren: de financiële last zal in het vervolg door alle ondernemers worden gedragen. Voor veel van die ondernemers zal de OZB-verhoging lager uitvallen dan de bedragen die zij thans aan contributie kwijt zijn; althans, in het geval de gelden uit het ondernemersfonds verrekend worden met de contributie. Of die verrekening zal plaats vinden, is aan de ondernemers zelf. Dan de grondslag voor de tarifering. De OZB voor niet-woningen voldoet aan het criterium van evenredigheid: de belastingdruk is gerelateerd aan de waarde van het bedrijfspand. In beginsel dragen de sterkere schouders de zwaardere lasten. Er zijn enkele uitzonderingen (bijvoorbeeld logistieke bedrijven met weinig personeel en weinig toegevoegde waarde op strategisch gelegen, dure grond), maar dat zijn incidenten. Om welke opslag gaat het? De tarifering moet een balans treffen tussen twee uitgangspunten: De opbrengst van de verhoging moet voldoende substantieel zijn om ook echt iets te doen. Dingen kosten hun geld; de beveiligingscamera s, de feestverlichting, de promotie-campagne, het parkmanagement, de 24

25 relaties onderwijs-arbeidsmarkt. Niet alles kan en niet alles hoeft tegelijkertijd, maar het fonds moet voldoende omvangrijk zijn om, ten eerste, acute noden en behoeftes te kunnen aanspreken en om, ten tweede, planontwikkeling en ondernemerschap aan te moedigen. De verhoging moet geen onevenredige pijn doen, moet niet meer dan een detail zijn in de kostenstructuur van bedrijven. Want ondernemers zijn gebaat bij samenwerking, maar ook bij het laag houden van de (productie)kosten. In Teylingen wordt gediscussieerd over een verhoging van maximaal 60 per WOZ-waarde van een niet-woning. Is 60 een draaglijke last? Een paar rekenvoorbeelden. De contributies van ondernemersvereniging TOV in Teylingen bedraagt 240 euro per jaar. Door de komst van het fonds waaraan alle ondernemers bijdragen, krijgt de ondernemersvereniging de kans om die contributie te verlagen. Of TOV dat ook doet, is geheel een eigen keuze. Overigens zijn de genoemde contributiebedragen in vergelijking met andere gemeenten, aan de lage kant (het dubbele of drievoudige komt vaak voor). De financiële basis voor samenwerking in Teylingen is op dit moment gewoon niet sterk. Van die 60 verhoging wordt 55% betaald door de eigenaar en 45% door de gebruiker / huurder (conform de 55 procent / 45 procent verhouding uit de belastingverordening van Teylingen. Neem een winkelpand met een WOZ-waarde van vijf ton, veel panden zitten in die range. De extra last voor dat pand na de komst van het fonds bedraagt 300 per jaar, waarvan 135 betaald wordt door de gebruiker. Nog een voorbeeld: een timmerman huurt als zzp-er een kleine hal voor opslag van gereedschappen. Bij een WOZ-waarde van , betaalt de timmerman jaarlijks 10,75 mee aan het fonds. Het gaat dus bij het overgrote deel van de belastingplichtigen om een relatief beperkt bedrag. Het is de wet van de grote aantallen die tot een behoorlijke opbrengst leidt, niet de absolute druk per bedrijf. Iedereen doet mee, dat houdt de lasten licht. Ook de hier en daar geuite vrees dat de eigenaren hun aandeel aan het fonds gaan doorberekenen in de huur is niet gegrond. De OZB verhoging is maar een detail in de totale kostenstructuur waar de eigenaar voor staat. Het zal zelfs moeite kosten om de verhoging goed zichtbaar te maken op het moment dat de kostenstructuur weer wordt doorgenomen en nieuwe huurcontracten worden voorbereid. Bij een kleine groep grotere bedrijven is de afdracht aan het fonds ook in absolute bedragen omvangrijk. Voor zowel grote als kleine bedrijven geldt natuurlijk dat elke lastenverzwaring er weer één is, hoe beperkt ook. Er moet iets tegenover staan: bedrijven moeten het fonds gaan ervaren als een versterking van hun bedrijfsomgeving, als een gemaksarrangement, als value for money. Leidt die 60 tot een substantiële opbrengst? De totale waarde van de categorie niet-woningen in Teylingen bedraagt volgens de gemeente in 2014 iets minder dan miljoen euro. Bij 60 euro per ton WOZ-waarde wordt de jaarlijkse voeding van het fonds dus omstreeks euro. Let wel: dit is nog geen officieel getal. We gaan er van uit dat 6% van het fonds nodig is voor beheers- en accountantskosten en voor capaciteit om acties als organisatieontwikkeling, opbouw, communicatie en informatie op gang te krijgen. Blijft over euro, te besteden in de gebieden. Ondernemers zijn zuinig. Ze gaan, wanneer ze eenmaal over geld beschikken, dat niet onmiddellijk uitgeven, maar eerst op zoek naar goede proposities. Zelfs in gebieden waar evidente behoeften liggen, kan het geruime tijd duren voor er echt bestedingen zijn. Dat is geen punt: ook het overleg over de problemen en de mogelijke oplossingen op een terrein voegen al iets toe aan organisatiegraad en samenhang op een terrein, zelfs zónder dat er geld aan plannen wordt uitgegeven. Hier wordt de dubbele functie van geld zichtbaar: je kunt het als vereniging uitgeven aan concrete activiteiten, maar zelfs zonder 25

26 dat je dat doet ontleen je er als vereniging een financiële positie aan die je slagkracht geeft. Er is dus absorptietijd nodig. Die is er ook: er kan gespaard worden binnen het fonds. De ervaring is dat met name promotionele activiteiten juist weer zeer snel van de grond zullen komen. Festivals, folders, winterse ijsbanen en alles wat maar meer bedacht kan worden voor winkelpromotie, werkt vaak direct omzetverhogend. Is er geld voor promotie, dan gaat dat geld ook op. Er kunnen dus tempoverschillen ontstaan in besteding tussen gebieden in de gemeente. Het geld uit het fonds doet dus twee dingen. Het draagt in de eerste plaats concrete financiering aan voor een reeks van gezamenlijke investeringen. En het vormt in de tweede plaats een context waarin over veel grotere investeringen, samenwerking en ondernemerschap gesproken kan worden. 2.6 Hoe om te gaan met fiscale gegevens De grondslag voor de trekkingsrechtensystematiek is de belastingstructuur van de gemeente Teylingen. Het fonds en de verenigingen die werken met het fonds moeten een beeld hebben van die structuur: welke opbrengsten (en trekkingsrechten) horen bij welke sectoren en welke gebieden? Het moet daarbij steeds gaan om een beeld op een zeker abstract niveau. Belastinggegevens zijn vertrouwelijk, de WOZ-waarde is een zaak tussen eigenaar/gebruiker enerzijds en de gemeentelijke belastingdienst anderzijds, waar derde partijen buiten staan. Het zal verder gaan om een beeld met een zekere flexibiliteit: de vastgoedwaarde ontwikkelt zich niet overal even snel en werkgebieden van ondernemersverenigingen veranderen. In de praktijk moet er tussen bestuur en management van het fonds enerzijds en belastingdienst anderzijds een understanding groeien, waarin op basis van vertrouwelijke gegevens toch een adequaat beeld kan worden verschaft van het trekkingsrecht. Het fonds moet op het niveau van de individuele belastingbetaler wegblijven, dan wel discreet zijn. Uit ervaringen elders blijkt dat het in het begin tijd voor rekenen en overleggen kost om de trekkingsrechten scherp te krijgen. Maar na verloop van tijd is dat routine geworden. Een bonus voor de gemeente is het beschikbaar komen van een goede analyse: door de gebruiksmodaliteit van het fonds ontstaat nieuw inzicht in de waardeontwikkeling van de gemeente. Op termijn wordt duidelijk waar snelle groei is, welke delen in de gemeente achterblijven, wat het effect is van investeringen, enzovoort. 2.7 De gemeente als partij in het fonds De positie van de gemeente is wat dubbelzinnig. De gemeente is de enige partij in Teylingen die zichzelf buiten deze OZB-verhoging kan opstellen, door eenzijdig het eigen aandeel in het fonds af te trekken van de subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Teylingen. De gemeente Teylingen heeft in het recente collegeakkoord aangegeven niet te willen participeren. De gemeente is echter zelf ook ondernemer en vastgoedgebruiker met dezelfde belangen bij een veilige en goed georganiseerde omgeving als alle andere ondernemingen. Vanzelfsprekend mag de gemeente geen bestuurlijke invloed op het fonds uitoefenen en het mag niet voorkomen dat de wethouder zich in de raad over bestedingen moet verantwoorden. Dat staat op gespannen voet met het beginsel voor en door ondernemers. Er zijn dan ook gemeenten waar de gemeente gewoon mee doet, vanuit een solidariteitsbeleving met de ondernemers, en zich netjes als private partij opstelt, zonder verwarring met de publieke rol. 26

27 De Gemeente Teylingen heeft in het coalitieakkoord Zorgzaam regisseren, dichtbij mensen vastgelegd dat de gemeentelijke gebouwen buiten de werking van het ondernemersfonds blijven. Dat wil niet zeggen dat de gemeente geen commitment aan gaat. Een overweging is de volgende. De gemeente heeft een middelenstroom voor kleine subsidies in het economisch domein. Het gaat dan om incidentele bijdragen aan het opleuken van winkelstraten, bloembakken, verlichting en dergelijke. Deze middelenstroom zou kunnen worden overgedragen aan het ondernemersfonds, onder het motto loslaten in vertrouwen. Onderbrenging bij het fonds bevordert de impact en samenhang van deze middelen: ze worden als vanzelf gebundeld met de ambities van de betrokken ondernemers. De gemeente is verlost van het beheer van een kleine, maar bewerkelijke middelenstroom. Om het fonds niet bijzonder te belasten, kan worden afgesproken om de rekening en verantwoording onder te brengen in de reguliere rapportages van het fonds aan de gemeente. De initiatiefgroep van het fonds staat positief tegenover deze overweging. Weliswaar zal de gemeente niet direct in het fonds participeren, maar het verleggen van de subsidiestroom is een prikkel voor het prestatieniveau van het fonds en voor het vermogen om cofinanciering tot stand te brengen. Het past bovendien in de politieke trend naar zelfsturing, een van de motieven achter het fonds. 2.8 De BTW-problematiek De Staatssecretaris van Financiën heeft vorig jaar een richtlijn uitgegeven over de BTW-verrekening vanuit de ondernemersfondsen (op dit punt is er geen verschil tussen een fonds op basis van de BIZ en een fonds op basis van de WOZ). De richtlijn komt er op neer dat de fondsen BTW-plichtig zijn, zelfs wanneer ze hun voeding krijgen uit niet-btw-belaste geldstromen (subsidies). Fondsen betalen de rekening voor met BTW-belaste verleende diensten en vragen vervolgens de betaalde BTW in de vooraftrek weer terug. De ruling van de staatsecretaris geeft de lokale belastinginspecteurs de ruimte om een uitzondering te maken voor dat deel van het areaal, dat zelf niet BTW-plichtig is (zorg, cultuur, onderwijs). De meeste inspecteurs laten het overigens zitten: het zou te ingewikkeld worden. In Teylingen gaat het maar om een klein aandeel. Het komt er op neer dat het besteedbare bedrag van euro dus ook echt dat geld is, en niet euro minus 21% BTW. Na BTW-plichtig verklaren van de Stichting Ondernemersfonds Teylingen maken de allianties van ondernemers dus bestedingsplannen, stellen die in overleg met het bestuur van het fonds vast en dienen de rekening in bij dat bestuur. Het fonds betaalt de rekening en vraagt de betaalde BTW in vooraftrek terug en brengt de nettosom in mindering op het trekkingsrecht van de ondernemers. 2.9 Voorbeelden van bestedingen Bij de start van een fonds is doorgaans voor een deel al duidelijk welke problemen het eerst aangepakt gaan worden. Voor een ander deel moet de gedachtevorming nog op gang gebracht worden. Het komt voor dat ondernemers hun bedrijfsomgeving pas goed gaan bekijken en de problemen gaan analyseren, wanneer het fonds een raamwerk aandraagt voor een oplossing. Voor die tijd had het toch geen zin. Het bestedingspatroon verandert in de loop van de tijd ook. In veel fondsen zie je dat na enkele jaren in de meest acute basisbehoeftes, is voorzien: er is een goede feestverlichting, de contracten over parkmanagement functioneren goed, de veiligheidsbeleving verbetert, enzovoort. Dan komen de meer reguliere en kostenbesparende en strategische bestedingen in beeld, waar eigen visies en beleidsvorming achter zitten: lobby bij de overheid, sparen voor investeringen, public relations, duurzaamheid, personeelsbeleid, personeelsgezondheid, samenwerking met onderwijs, sport en cultuur, enzovoort. 27

28 We geven in de bijlage een indruk - ter illustratie - van bestedingsdoelen zoals die in de loop der jaren zijn ontstaan bij andere fondsen in het land. We komen verderop terug op mogelijke bestedingsdoelen in Teylingen. 28

29 3. ONDERZOEK NAAR AMBITIES EN DE DRAAGVLAKTOETS In het nieuwste coalitieakkoord staat als voorwaarde gesteld dat de gemeente faciliteert bij het opzetten van een ondernemersfonds als wordt aangetoond dat voor het fonds voldoende draagvlak bestaat. In dit hoofdstuk geven we onze benadering weer. We zullen betogen dat dit initiatief om een ondernemersfonds in te richten, in de kern een business proposal is van een groep leidende ondernemers aan het collectief van het ondernemerschap in de gemeente Teylingen. We beschrijven vervolgens de wijze waarop we met dit begrip draagvlak zijn omgegaan. 3.1 Benadering We hebben eerder de komst van ondernemersfondsen als een beweging van onderop getypeerd. In de jaren was de politieke inzet in gemeenteraden vooral of dit initiatief van onderop kon rekenen op herkenning van de lokale politiek. Er waren twee vragen aan de orde. Ten eerste de vraag of de lokale politiek het probleem van de steeds hogere eisen aan de bedrijfsomgeving versus de vrijblijvendheid van de oplossingen herkende. En ten tweede de vraag of de lokale politiek het inzetten van het belastinginstrument steunde om een einde te maken aan die vrijblijvendheid. De komst van de BIZ heeft eenzijdig de aandacht getrokken naar het draagvlak. En dan draagvlak opgevat als een uitkomst van een teloefening, niet als resultaat van een analyse en een kwalitatief voorstel. Dat is jammer, omdat het een versmalling van de discussie is. De allereerste draagvlakeis van een BIZ is dat tenminste de helft van de belastingplichtigen moet opkomen bij een peiling. Als dat criterium niet gehaald wordt, gebeurt er niets meer. Als het wel gehaald wordt, volgen nog meer tellingen. En als ook die achter de rug zijn, kan er ten allen tijde een nieuwe peiling worden aangevraagd. Stel dat we alleen het eerste criterium een opkomst van 50% - zouden toepassen op gemeenteraadsverkiezingen, dan zou een toenemend aantal gemeenten intussen zonder gemeenteraad zitten. Maar zo werkt het gelukkig niet, het zou niets oplossen. De mechanische blik op het beginsel van draagvlak heeft geleid tot twee gedaanten in het lokale politieke discours. De ene gedaante is die van een gemeenteraad die alleen nog de BIZbepalingen toepast en kijkt of er aan de formele criteria is voldaan. De andere gedaante is die van een gemeente die zelf een visie vormt. Wil dat zeggen dat draagvlak geen criterium is? Nee, natuurlijk niet, maar het gaat er om hoe je draagvlak definieert en hanteert. Daarover het volgende. De OZB is een algemeen dekkingsmiddel voor gemeentebesturen en geen doelheffing. Wanneer we zeggen dat het ondernemersfonds betaald wordt uit een opslag op de OZB, dan is dat een metafoor die politiek wel klopt, maar wettelijk of juridisch onmogelijk is. Er loopt geen buis direct van de OZB-incasso naar het ondernemersfonds. Er loopt wel een buis van de algemene middelen van het gemeentebestuur naar het fonds. Formeel is het fonds een instelling die gesubsidieerd wordt vanuit die algemene middelen. De gemeenteraad heeft de vrijheid om de OZB-tarieven te verhogen ter verkrijging van meer algemene middelen. Dat de gemeenteraad vervolgens besluit om een subsidie toe te kennen ter hoogte van de opbrengst van een zekere OZB-verhoging, is een politieke metafoor. De raad had ook kunnen besluiten om die extra opbrengst aan onderwijs te besteden, aan infrastructuur of aan wat dan ook. Maar praktisch en materieel is het natuurlijk een krachtige metafoor: ondernemers betalen hun eigen collectieve belangenbehartiging en gebruiken daarvoor de belastingincasso van de gemeente. Overigens heeft het tarievenbeleid van gemeentebesturen te maken met toezicht door rijk en provincie. De afspraak is thans dat gemeentebesturen vrij zijn in hun tarievenbeleid, maar dat achteraf kan worden ingegrepen wanneer die vrijheid leidt tot extreme tariefsverhogingen. De staatssecretaris van 29

30 binnenlandse zaken heeft laten weten dat bij die toetsing rekening zal worden gehouden met de vraag of er in een gemeente een ondernemersfonds is. De gemeentebesturen die de OZB verhogen om een fonds te voeden, hoeven dus niet te vrezen voor een tik op de vingers van de toezichthouder. De verhoging van de OZB is formeel dus geen zaak van de ondernemers. De gemeenteraad kan in theorie gewoon besluiten om de tarieven te verhogen en de opbrengsten te bestemmen voor een ondernemersfonds, zonder ook maar enige raadpleging van belanghebbenden. Het is in een enkel geval ook zo gegaan. Maar een belastingverhoging ligt politiek gevoelig. Het lokale lastenniveau maakt immers deel uit van de vestigingsvoorwaarden van bedrijven. Een gemeenteraad kan dat politieke risico zelf lopen. Maar het ligt in de rede dat de raad het politieke risico verlegt naar de initiatiefnemers: die moeten met een vertrouwenwekkend voorstel komen. Het vertrouwen van de raad is ten eerste een kwestie van intrinsieke kwaliteit van het voorstel: de raad moet de mogelijke komst van een fonds gewoon een goed plan vinden. Het is ten tweede een kwestie van draagvlak: het moet duidelijk zijn dat er in ondernemend Teylingen veel ondernemers zijn die zo n fonds nodig hebben en er kansen in zien, dan wel bereid zijn er hun nek voor uit te steken. Voorafgaand aan de besluitvorming moet de raad het vertrouwen hebben dat een grote groep ondernemers met een goed idee is gekomen en bereid is daar in te investeren. In de politiek is er draagvlak wanneer bij een stemming de helft plus één zich voor een standpunt uitspreekt. In de economie is dat lastiger. De helft plus één van de ondernemers? Maar hoe ga je dan om met de enorme verschillen in omvang tussen ondernemingen, van de eenmanszaak op parttimebasis tot een bedrijf met duizenden arbeidsplaatsen? De helft plus één van de omzet, de personeelsomvang, de toegevoegde waarde of de onroerend goed waarde dan? In de BIZ-regeling is geprobeerd om het draagvlak te kwantificeren: tenminste de helft van de belastingplichtigen in een gebied moet opkomen, waarvan tweederde voor moet stemmen. En de woz-waarde van die tweederde moet hoger zijn dan die van de tegenstemmers. En er kan ten allen tijde een nieuwe peiling worden gevraagd. Zo n regeling lokt eindeloos koppen tellen uit. En het probleem is dat er al heel veel organiserend vermogen van de initiatiefnemers vergen. Het komt er op neer dat de BIZ sterke gebieden waar al veel aan collectieve actie gebeurt, verder versterkt, maar voor andere gebieden minder bruikbaar is. Je kunt je afvragen of stemmingen wel thuis horen in de economie. Stemmingen horen thuis in het democratisch proces in de politiek, in de gemeenteraad. Het initiatief om een fonds in te richten is in de kern een business proposal van een groep leidende ondernemers aan het collectief van het ondernemerschap in een gemeente. Zoals de meeste business proposals, laat het zich niet met een simpel ja of nee beantwoorden. Er horen voorwaarden bij, en onderhandelingen. Op een gegeven moment valt er een beslissing op basis van het vertrouwen en de plausibiliteit dat je een goede deal gaat sluiten. Bij die deal hoort draagvlak en het is aan de gemeenteraad om te beoordelen of dat draagvlak er in voldoende mate is. In de gemeenten waar al een fonds is, is een praktische consensus ontstaan dat draagvlak drie dingen betekent: Draagvlak betekent in dit onderzoek: a. Er moet steun zijn onder de reeds georganiseerde ondernemers: in de TOV, LTO, toeristisch platform en de verenigingen. Dat deel van de ondernemers dat niet georganiseerd is, wordt daarmee weliswaar niet bereikt maar het is ook redelijk dat de politiek de stem van de reeds georganiseerden honoreert. De politiek vraagt immers bij voortduring om maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dan is het terecht om gezag toe te kennen aan de bedrijven die de verantwoordelijkheid al nemen. Het zijn allemaal vrijwilligers, die soms tegen de klippen op proberen samenhang en kwaliteit toe te voegen aan hun omgeving. Het fonds is er om die mensen te steunen. 30

31 b. In het onderzoek is gezocht naar steun onder de stakeholders : de grotere OZB-betalers maar ook de grotere werkgevers en de bijzondere sectoren en gebieden, zoals het buitengebied (agrarische en toersitische bedrijven) en de zorg- en onderwijsinstellingen (zie bijlage respondenten). c. In dit onderzoek in Teylingen zijn zowel mededelingen in kranten geplaatst ( oproep aan ondernemers om respons ), als uitgebreide informatie op de TOV-website. Er komen nog bijeenkomsten voor specifieke groepen (campings, jachthavens, LTO). Deze drie routes gezamenlijk hebben geleid tot een genuanceerd beeld (zie hoofdstuk 4). Er zullen altijd ondernemers zijn die nergens aan mee willen doen, hun isolement koesteren en zich principieel verzetten tegen een lastenverhoging, hoe beperkt ook. Omgekeerd zijn er voorhoedespelers met al praktische en uitgewerkte ideeën over hoe een fonds moet gaan werken. Door draagvlak op te vatten als een kwalitatief proces, worden die nuances zichtbaar, komen voorwaarden en prioriteiten in beeld. En er is een beeld van waar het enthousiasme zit, waar zorgen over zijn, waar al voldoende organiserend vermogen aanwezig is om snel te kunnen starten en waar nog geruime tijd ondersteuning nodig is. Er zullen altijd OZB-betalers zijn die met geen stok tot een gesprek of tot het articuleren van een mening zijn te brengen. En niet alleen omdat het geharnaste tegenstanders zijn, maar omdat ze zichzelf niet primair als ondernemer zien, omdat ze geen belangstelling hebben voor de wereld achter een aanslag, omdat ze principieel tegen elke vorm van aanslag zijn ongeacht inhoud, of omdat ze boos zijn op de gemeente of geen tijd willen besteden aan wat voor discussie dan ook. Met veel ondernemers valt uitstekend te discussiëren over een zakelijk voorstel, en dat heeft de TOV ook gedaan, maar met sommige ondernemers komt gewoon geen gesprek op gang. Dat is precies het soort onmacht wat je met de komst van een fonds wilt gaan oplossen. Het valt te verwachten dat na de start van het fonds in het eerste jaar twee-derde deel van de trekkingsrechten daadwerkelijk wordt gebruikt. De ondernemers staan al in de startblokken en er is voldoende passieve en actieve steun (mee willen doen aan activiteiten) en er zijn goede aanknopingspunten voor organisatie. Het ontbrekende een-derde deel aan benuttting van de trekkingsrechten volgt in de loop van de jaren dat het fonds de status van een pilot heeft. Soms is sprake van verbrokkeld eigendom, van gebieden waar nog niets georganiseerd is en waar geen woordvoerders waren te vinden, enzovoort. Die gebieden komen vanzelf in beeld wanneer het fonds uitgerold wordt. Bestuursleden van de nieuw op te richting Stichting Ondernemersfonds Teylingen vervullen daarin een activerende en adviserende rol. De opbrengst van dit onderzoek naar zoiets inhoudelijks als een ondernemersfonds is dus per definitie een kwalitatief verhaal, met wegingen, voorwaarden en nuanceringen. Maar wanneer de hamer eenmaal is gevallen houdt de discussie wel op. De praktijk in andere gemeenten wijst uit dat na het lopen van het discussieparcours en na besluitvorming door de raad het fonds snel, binnen een jaar, in het systeem van de ondernemers zit. Het wordt ervaren als een gemaksarrangement, waarmee veel gezeur en organisatiearmoede uit de lucht gehaald wordt. Daar komt nog iets bij. Bij de discussie over het wel of niet invoeren van een fonds draait het vaak om de tegenstelling tussen reeds georganiseerde bedrijven die hun verantwoordelijkheid willen nemen enerzijds en niet-georganiseerden anderzijds. Maar wanneer een fonds eenmaal effectief is, begint zich een grote middengroep te manifesteren van ondernemers die best willen meebetalen en meewerken, zolang er maar een helder kader is en de discussies ook echt ergens over gaan. Er zijn voorbeelden van verenigingen waar de opkomst op vergaderingen binnen twee jaar vertienvoudigde, gewoon omdat er 31

32 niet meer eindeloos gepraat werd over de hoogte van de contributie en er ruimte was gekomen voor de inhoud. De verwachting is reëel dat dit ook in Teylingen zal gebeuren. Na enkele jaren zal de organisatiegraad van het bedrijfsleven zeer versterkt zijn en zal de belangenbehartiging een veel professionelere gedaante aannemen. In alle gemeenten waar inmiddels een fonds op WOZ-basis bestaat, is dat op experimentele basis gebeurd. De early adopters zijn door hun experimenteerperiode heen en hebben evaluaties achter de rug, in een enkel geval zelfs al meerdere keren. De opbrengsten van die evaluaties zijn over de hele linie positief. Waar bij de start van die fondsen nog aarzelingen over draagvlak en effectiviteit bestonden, blijken die na de experimenteertijd te zijn verdwenen. Dat is natuurlijk geen garantie voor succes in Teylingen. Maar het is wel een aanwijzing dat er na de inrichting van een fonds een eigen dynamiek kan ontstaan die een ander licht werpt op mogelijke lacunes in het draagvlak. 32

33 3.2 Aanpak onderzoek We gaan nu in op het praktisch en chronologisch verloop van het onderzoek. De recente detailhandelsvisie is mede opgesteld door de gemeente in samenwerking met de detailhandel uit de drie kernen. De winkeliers zien een ondernemersfonds als een goede financieringsoptie voor een centrummanager, die leiding geeft aan een concreet uitvoeringsprogramma. Aanwezigen raadsleden hebben tijdens de plenaire bespreking eveneens aangegeven om, met dit doel voor ogen, de komst van een ondernemersfonds te willen steunen. Tijdens de bestuursvergadering van TOV, begin 2014 hebben de bestuursleden vervolgens unaniem ingestemd met het onderzoek naar een ondernemersfonds. Vervolgens zijn de raadsleden per brief geïnformeerd. Na de gemeenteverkiezingen zijn via een notitie en een presentatie voor de raadsleden van de commissie BFT ook alle nieuwe raadsleden ingelicht. Vanaf medio april is een flyer verspreid en zijn op basis van gegevens van de gemeente gesprekken gevoerd met de grotere WOZ-betalers en grotere werkgevers in Teylingen, met bedrijven en instellingen in de verschillende sectoren in zowel de kernen als het buitengebied (zie bijlage voor respondenten). In juli is via de website informatie verspreid in zowel elektronische als schriftelijke vorm. Via mededelingen in de lokale media is een oproep geplaatst aan ondernemers om zich via de TOV-website te laten informeren en een eventuele reactie achter te laten. Daarop binnengekomen vragen zijn beantwoord. In de flyer staan tal van voorbeelden opgenomen van elders uitgevoerde ondernemersplannen, gefinancierd met trekkingsgeld van een ondernemersfonds. Gelijkertijd is in die periode, vaak naar aanleiding van een gesprek, voor verschillende groepen gezocht naar mogelijkheden om een avond te organiseren voor speciale doelgroepen en gebieden. Zo is op initiatief van het bestuur van LTO-Noord Duin - & Bollenstreek een ontmoeting met de verantwoordelijk wethouder georganiseerd en in september een avond met agrarisch onernemers (leden van LTO en Anthos). In september volgde ook een avond voor toeristisch ondernemers (camping- en jachthavenbedrijven) en voor de sportverenigingen. In september organiseerde de TOV een speciale bijeenkomst voor haar leden Deze bijeenkomsten werden bekend gemaakt via post, en berichten in de pers. In de maanden hierna zal de TOV nog verder de publiciteit zoeken. We kunnen constateren dat verspreiding van informatie over een ondernemersfonds in meerdere stappen is gegaan. Vaak moesten we na een eerste keer met veel toelichting en voorbeelden een vervolgafspraak vastleggen. We zien dat op zich als een goed teken: kennelijk maakt de komst van een ondernemersfonds veel los. De ondernemers in Teylingen gaan niet over één nacht ijs. 33

34 4. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK Onderstaande resultaten zijn genoteerd op basis van individuele gesprekken en bijeenkomsten. In een apart overzicht beschrijven we de visie en ideeën van ondernemers; van voor- en tegenstanders. Op basis hiervan doen we een voorstel voor een gebiedsindeling en gemeenschappelijke afspraken. 4.1 Kernen a. Detailhandel Teylingen heeft ten opzichte van vergelijkbare plaatsen een relatief beperkt winkelaanbod. In totaal staat circa 20 panden leeg, samen goed voor een leegstand van circa m2 winkelvloeroppervlak = >20% (peildatum oktober 2013). Deze leegstand betreft wat oudere, vaak solitair gelegen panden. In de kernwinkelgebieden is de leegstand zeer laag. De conclusie uit de recente detailhandelsvisie is dat de winkelgebieden relatief goed functioneren, dat niet gewerkt moet worden aan uitbreiding van het aantal meters, maar aan de aantrekkelijkheid van de winkelcentra: klanten willen een vernieuwd aanbod met meer diversiteit. Met een trekkingsrecht van euro (20,2%) kunnen de nieuwe plannen uit detailhandelsvisie (zie box). uitgewerkt worden door de vele vrijwilligers en door een aan te trekken centrummanager. Hierbij wordt met een schuin oog gekeken naar de positieve effecten van het centrummanagement elders in het land, zoals in Leiden waar sommige Teylinger detaillisten eveneens zaken hebben. De detailhandel ziet in dat samenwerking met andere sectoren, zowel binnen als buiten de kernen nodig is. Aan de ene kant is het fonds nodig voor structurele steun en lobbykracht, aan de andere kant is het geld goed te gebruiken om praktische activiteiten te organiseren. Bijvoorbeeld de organisatie van speciale koopdagdelen voor cliënten van de lokale zorginstellingen, voor themamarkten en braderieën, samen met de agrariërs. Het fonds kan gebruikt worden om de betrokkenheid van de ondernemers bij deze activiteiten verder te vergroten. De detailhandelsvisie is omgezet in een uitvoeringsprogramma met de volgende acties: 1. verkennen mogelijkheden centrummanagement 2. vastgoedeigenaren betrekken en organiseren 3. opstellen visie per kern 4. handhaving en beleid De gemeente is van mening dat een ondernemersfonds ook kan worden gebruikt voor de financiering van de genoemde initiatieven. De gemeente zelf neemt daarin een stimulerende rol en ondersteunende rol zoals bij het opzetten van een overall website en het tegengaan van ongewenst leegstand tegengaan met tijdelijke maatregelen. Hoofdlijnen detaihandelsvisie Teylingen 2014 Teylingen heeft relatief beperkt winkelaanbod. Dat komt omdat er veel alternatieven dichtbij zijn (Leiden, Haarlem, Hoofddorp, Den Haag, Amsterdam). Ten opzichte van omliggende gemeenten doet Teylingen het nog goed. Niets doen leidt tot verslechtering. Nieuwe ontwikkelingen moeten waarde toevoegen; uitgangspunt is krimp in plaats van groei, maar met ruimte voor vernieuwing. Creëren kernwinkelgebieden en opstellen brancheprofielen, samenhang detailhandel horeca versterken, vereniging van pandeigenaren oprichten als klankbordgroep (o.a idee om panden uit de markt halen via vastgoedfonds t.b.v. detailhandel in kerngebied), gebiedsvisie opstellen en centrummanager aanstellen die aan de hand van gebiedsvisie kan werken. Clustering winkels nodig; onderscheid maken in kernwinkelgebied en aanloopstraat; nieuwe ontwikkeling in kernwinkelgebied. Er is onderscheid tussen detailhandel en horeca/dienstverlening/ambachten. Winkelgebieden in Teylingen moeten elkaar gaan versterken, het reeds ontstane onderscheid in functie verder versterken: Sassenheim compleet winkelaanbod; Voorhout dagelijkse en basis niet dagelijks; Warmond dagelijks en op toerisme. Koopzondag toch langzamerhand toestaan (5 zondagen per kerngebied en promoten)het verenigen van de pandeigenaren in een klankbordgroep per kern en zo structureel overleg met deze groep opzetten over de te maken keuzes. Verkennen mogelijkheden tot oprichting en financiering van onafhankelijk centrummanagement als trekker van de ontwikkelingen. (door onderzoek van kwartiermaker) 34

35 b. Zorg en maatschappelijke instellingen Teylingen kent een flink aantal grote maatschappelijke en zorginstellingen: Marente, Activite, het Raamwerk, GGZ-Rivierduinen, maar ook Teylingereind (Min. van Justitie) en de Maregroep (samen goed voor ongeveer euro, 8,5% van het OF). Deze sector beschouwt zich zelf als maatschappelijk ondernemer en een aantal instellingen is dan ook bewust lid van de TOV. In het algemeen hechten zorginstellingen veel belang aan een goede relatie met de lokale omgeving. Dat heeft te maken met het draagvlak voor de zorg en met een zekere deling van de verantwoordelijkheid. Het duidelijkst is dat in healthy neighbourhood -achtige projecten. Zorginstellingen en commerciële ondernemers zijn daar gezamenlijk betrokken bij preventieactiviteiten. Verder vraagt de politiek expliciet aan werkgevers een inzet om sociaal zwakkeren in de regio aan het arbeidsproces deel te laten nemen. De zorginstellingen van ouderen stimuleren cliënten zo lang mogelijk mobiel te blijven, organiseren wijkactiviteiten en open dagen om zo de relaties met de omgeving te versterken. Zonder uitzondering onderschrijven deze ondernemers de voordelen van samenwerking. Goede relaties met het bedrijfsleven zijn van belang voor hun cliënten (stages, werkplekken, contact met de buitenwereld etc.) als voor het personeel dat uit de directe omgeving wordt gerekruteerd. Bovendien is het bedrijfsleven een donateur voor activiteiten. Tenslotte is er begrip voor dat de samenwerking in de belangenbehartiging voor het bedrijfsleven een professionalisering nodig heeft, met meer financiële armslag. Voor Maregroep geldt: wij sluiten aan bij de doelstellingen van de regionale ondernemers. De Maregroep, Activite, Rivierduinen, Teylingereind, Raamwerk en Marente steunen de komst van het ondernemersfonds. De nuancering is natuurlijk de kostenkant. De meeste zorginstellingen staan financieel onder druk. Het meest expliciet in deze nuancering is Marente. De WOZ-waarde niet-woningen wordt met name uitgemaakt door de verpleeghuiscapaciteit. Rondom deze capaciteit zijn al samenwerkingsprojecten, soms met behoorlijke subsidies. Het is niet eenvoudig om met het op zich beperkte budget vanuit het fonds nog relevante aanvullingen te vinden. Voor de maatschappelijke instellingen speelt verder mee dat het fonds weliswaar een speelveld schept, maar niet automatisch returns oplevert. Je moet nog steeds energie steken in samenwerking. Het betekent een flinke inspanning van het Stichtingsbestuur om na de oprichting deze maatschappelijk ondernemingen te ondersteunen bij de inventarisatie van en besluitvorming over bestedingsvoorstellen. In bijvoorbeeld Gouda heeft het Groene Hart Ziekenhuis een evident belang bij preventieactiviteiten samen met ondernemers. Daar heeft het ziekenhuis zich ontwikkelt tot een sleutelspeler in het bedrijfsleven. Maar die situatie doet zich in Teylingen niet voor. De meeste instellingen in Teylingen werken regionaal. De lijn met betrekking tot de zorg is nu als volgt: Het trekkingsrecht van de zorginstellingen zal als sectoraal recht beschikbaar blijven (en dus niet opgaan in het budget van de gebiedsgerichte ondernemersverenigingen). Het bestuur van het fonds zal zich actief inzetten om met de zorginstellingen goede voorstellen te ontwikkelen. Daarbij kunnen voorstellen aan de orde komen die de hele sector raken (of zelfs het hele bedrijfsleven), zoals het organiseren van de aanleg van glasvezel (een collectieve aanbesteding verlaagt de kosten voor een individuele aansluiting dermate, dat de inleg in het fonds voor jaren in één klap wordt terugverdiend). Het kan ook gaan om voorstellen die op een afzonderlijke instelling betrekking hebben, bijvoorbeeld het organiseren van feesten in een verpleeghuis of zorgcentrum. Binnen de initiatiefgroep leven ideeën over cross-overs tussen zorg en detailhandel, bijvoorbeeld in de vorm van winkelarrangementen en toegankelijkheid voor rolstoelers. Mocht het in de drie jaar die het fonds in eerste instantie zal bestaan (daarna volgt een evaluatie) niet tot een substantiële en zinvolle besteding komen, dan wordt het gespaarde trekkingsrecht weer aan de 35

36 instellingen gerestitueerd. Het gaat om een klein aantal relatief grote bedragen, dat is administratief goed oplosbaar. c. onderwijs d. sport Bovenstaande argumenten gelden in grote lijnen ook voor het onderwijs. Maar meer nog dan de zorginstellingen zijn de bedrijven nu al directe partners van onderwijsinstellingen. Het belang van de bedrijven ligt in leerlingen die hun potentiële arbeidskrachten vormen. Er vindt dan ook nu al zeer frequent overleg plaats tussen stagebegeleiders en bedrijven om maatschappelijke stages te organiseren en om het lesprogramma nauwkeurig af te stemmen. Scholen zijn volgend aan het bedrijfsleven: als bedrijven een ondernemersfonds van belang achten, dan sluiten de scholen daarbij aan. Vrijwel alle gebouwen vallen echter onder de gemeente die in het voorstel niet participeert. Er zal gekeken moeten worden of en op welke wijze de onderwijsinstellingen toch kunnen participeren in het ondernemersfonds. In oktober jl. is door het TOV-bestuur een bijeenkomst georganiseerd voor de sportverenigingen en bedrijven. Een kleine vertegenwoordiging is op deze avond afgekomen en heeft op basis van informatie unaniem aangegeven het initiatief van de TOV zeer welwillend en met enthousiasme te willen steunen: een sympathiek initiatief. Er is binnen de sportverenigingen in het algemeen overeenstemming over het gemeenschappelijk doel: werving van meer (jeugd)leden. Dat doel komt dichterbij als je elkaar onderling ontmoet, onderling samenwerkt en gezamenlijk middelen in zet: Er kan zelfs iets groots uit komen! Dankzij het sportcafe weten ondernemers, de gemeente en sportverenigingen elkaar al op een prettige wijze te vinden. Sportverenigingen hebben altijd sponsoren nodig om de contributie op een goed lees: laag - niveau te houden. Gezamenlijke promotie en een informatieve website of app worden haalbaar. Elk jaar kunnen basisscholieren kennismaken met verschillende sporten. De organisatie daarvan kost geld dat met een Ondernemersfonds gefinancierd zou kunnen worden. Samenwerking is ook goed voor belangenbehartiging richting de gemeente. Aanvragen bij andere fondsen zoals het Fonds 1818 en het Schipholfonds blijven gewoon nodig, maar worden wellicht meer haalbaar omdat steeds vaker cofinanciering nodig is. OF-gelden maken dit mogelijk. De aanwezige vertegenwoordigers gaven aan dit voorstel met positief advies bij hun besturen te willen neerleggen Het buitengebied In het buitengebied (totaal euro, 18,4% van het OF) gaat om het open gebied, met verschillende soorten bedrijvigheid: het agrarisch bedrijfsleven (verspreid om de 3 kernen heen met bollenteelt, tuinbouw en veeteelt en agrarische handelsbedrijven) en de toeristisch-recreatieve bedrijven rondom de Kagerplassen: campings en jachthavens. Daarnaast is er nog een categorie overige bedrijven buitengebied. Deze bedrijven worden meegenomen onder 4.3 bedrijven(parken) 36

37 Een eerste analyse laat zien dat de Kagerplassen al enige tijd onderwerp van het politieke gesprek zijn binnen de gemeente. Uitgangspunt is versterking van het toerisme rondom de plassen. Al in 2007 werd in beleidsstukken gesproken over het in zijn algemeenheid achterblijvende kwaliteit van het toeristischrecreatief product over de gehele linie Sinds 2007 wordt gewerkt aan een verbeterplan. Voor de financiering van deze plannen zijn gemeentebudgetten gereserveerd en wordt aangeklopt bij verschillende subsidiegevers, fondsen en bij lokale ondernemers:. daar waar mogelijk worden ook kostendragers gezocht vanuit het bedrijfsleven. De RECRON stelt in haar beleidsstukken dat de recreatiesector in deze moeilijke jaren er alles aan moet doen om de economische vitaliteit te behouden: Het gaat om de productiviteitsverbetering: Het accent komt minder te liggen op groei, en meer op verbetering van de marges. Een meer efficiënte en effectieve bedrijfsvoering is nodig. Dit moet resulteren in hogere opbrengsten per gast of verblijfseenheid (bijv. kampeerplaats, bungalow of bed) en/of substantieel lagere kosten per gast of per eenheid. Deskundigen stellen dat de kosten per gast in de verblijfsrecreatie met 15-20% moeten dalen. In navolging van de industrie en de detailhandel in het recente verleden, maakt de recreatiesector een professionaliseringsslag door. De sector en de individuele ondernemer zijn daarvoor in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Ondernemers gaan in de bedrijfsvoering scherper letten op efficiency, effectieve marketing en slimmer organiseren De recreatiesector is belangrijk voor de locale economie of zoals een ondernemers aangeeft: zonder onze gasten op de jachthavens zou de horeca geen omzet hebben. Hetzelfde geldt voor de detailhandel: de campinggasten zorgen gedurende de zomer voor een goede klandizie bij de winkels in de kernen, vooral in Warmond en Sassenheim. a. De campings- en jachthavens rondom de Kagerplassen (3,3% - samen goed voor een geschat trekkingsrecht van naar schatting euro) bespreken we als eerste. Deze ondernemers bezitten, vergeleken met de agrarisch ondernemers, onroerend goed met relatief hoge WOZ-waarden: de gemiddelde OZB-verhoging per bedrijf is ongeveer 450 euro. Dat komt omdat bij campings en jachthavens de grond ook wordt belast; agrarische bedrijven zijn hiervan vrijgesteld. Enkele campings maken deel uit van een informeel toeristisch platform. Deze bedrijven worden door de gemeente gezien als vertegenwoordigers van de sector. Slechts drie ondernemers zijn betalend lid van Recron, een organisatie die deze ondernemers bijstaat bij bijvoorbeeld belangenbehartiging, zoals een discussie over bestemmingsplannen in de gemeente. De 12 jachthavens in Teylingen zijn georganiseerd in de HISWA en de WOKB de belangenvereniging van WatersportOndernemers rondom Kaag Braassem e.o..met ruim 100 leden uit het hele Hollandse Plassengebied. Vanuit Warmond/Leiden zit een aparte vertegenwoordiger in het bestuur. De organisatie van gezamenlijke activiteiten gaat volgens de woordvoerders niet eenvoudig maar zou wel nodig zijn. Hier zou een ondernemersfonds juist een vehikel in de samenwerking kunnen zijn: iemand moet het voortouw nemen uit zichzelf staat niemand staat op. Op abstract niveau zijn de agendapunten voor deze sector wel duidelijk: verbetering van de bereikbaarheid en de infrastructuur, de promotie en marketing van het gebied rondom de Kagerplassen, het aantrekken van toerisme (jongeren!) bij een steeds meer vergrijzende klandizie. Inzet van een professionele fondsmanager zou hier goed kunnen werken net zoals in Lisse waar de fondsmanager er voor zorgt dat ondernemers zich in het dorp goed presenteren. Een ondernemersfonds zou bijdragen aan versterking van de samenwerking tussen toeristisch ondernemers en de gemeente en aan ondersteuning van de gemeentelijke verbeterplannen voor de recreatiesector. Meer concreet gaat het om acties als: een website/portal waarop alle recreatiebedrijven rondom de Kagerplassen te vinden zijn, vaker 37

38 uitbaggeren van de sloten (Hoogheemraadschap baggert slechts 1x per jaar) zodat de sloepen via de sloten de Kaag eenvoudiger kunnen bereiken, folders ter promotie van de camping en de jachthavens en betere bewegwijziging. De tegenstanders die zich expliciet hebben gemanifesteerd geven toch vooral aan dat de verplichte bijdrage via de OZB onwenselijk is dat vernieuwing een kwestie is van individueel ondernemerschap. Een enkeling heeft de hoop op samenwerking al verloren op basis van slechte ervaringen eerder met collega s. Sommigen zien geen voordelen voor het bedrijf al was het maar omdat het afgelegen ligt. Ze hopen op restitutie van het bedrag maar dat is op individuele basis niet aan de orde. Na een enkel individueel gesprek met ondernemers uit deze sector waarin bovenstaande kansen en bezwaren van het OF naar voren werden gebracht, is besloten tot een bijeenkomst in september. In deze bijeenkomst werd door wethouder van Velzen de resultaten en plannen gepresenteerd van het gemeentelijk toeristisch beleid. De wethouder benadrukte dat de resultaten tot nu toe vooral te danken zijn aan samenwerking zowel in de Leidse regio als tussen de bollengemeenten. Dankzij deze samenwerking wordt de aanvraag van subsidies, bijvoorbeeld voor plattelandsontwikkeling mogelijk. In de discussie die volgde stond de vraag centraal in hoeverre dit beleid ook voor ondernemers gunstig uitpakt: wat merken de toeristisch ondernemers van de resultaten en profiteren ze van deze investeringen? In het algemeen werd aangegeven dat er merkbaar meer traffic is rond de Kaag. Dat beeld werd echter niet door iedere ondernemer gedeeld. Een aantal campings heeft al jarenlang stacaravans met vaste klanten, die soms zelfs de camping niet afkomen en slechts een rondje op het water varen. Voor hen zijn deze vernieuwingen helemaal niet nodig. Integendeel dat trekt soms zelfs verkeerde toeristen aan met overlast. Deze ondernemers zien ook geen toekomstige problemen in vergrijzing en in een andere watersportbeleving van de jongere generatie toeristen. Ondernemers gaven aan wel degelijk zelf te willen investeren in hun bedrijf of omgeving: soms omdat het moet bijv. bij de aansluiting van de riolering. Voor deze gelegenheidcoalities weten de verspreid liggende ondernemers elkaar wel te vinden. Samenwerking vindt eventueel noodgedwongen plaats, als het echt niet anders kan, door externe druk. In de zoektocht naar gedeelde belangen en versterking van de toeristische sector rondom de Kaag, kwamen tijdens de discussie vooral de verschillende posities naar voren. De onderlinge verschillen in ligging, in soort bedrijf, in soort klanten en doelgroep worden als onoverbrugbaar ervaren. Er is een oproep gedaan om het geld te besteden aan algehele promotie van de Kaag om versnippering van de bestedingen te voorkomen; bij promotie van de Kaag heeft immers elke toeristisch ondernemer baat. Maar ook dat idee werd verworpen door enkele ondernemers met een bedrijf op enige afstand van de Kaag. Het echte probleem zit volgens enkele ondernemers bij de financiering van eventuele bestedingsvoorstellen. Betwijfeld wordt of daar wel een Ondernemersfonds voor nodig is en of niet juist de gemeente voor deze investeringen verantwoordelijk is. Een financiële verplichting in een Ondernemersfonds gaat ze te ver. We concluderen het volgende. Het discussie- en samenwerkingsklimaat in de toeristische sector in Teylingen is matig. Een toeristisch platform ontbreekt en wordt niet echt als een gemis ervaren. Er zijn voldoende constructieve ideeën naar voren gekomen ter verbetering van de sector, ook gezien de maatschappelijke ontwikkelingen in het (water)toerisme, maar wat ontbreekt is enige consensus. Er is nauwelijks sprake van een gedeelde visie op de toekomst en benodigde private investeringen.. Deze verschillen maken dat er onvoldoende vertrouwen lijkt te zijn in overleg rondom gezamenlijk opgebrachte fondsgelden. Voor samenwerking heb je vertrouwen nodig om deals te sluiten en elkaar wat te gunnen; soms de een wat meer of eerder dan de ander ten dienste van het gezamenlijk doel: een sterke toeristische sector. TOV heeft goed geluisterd naar 38

39 de toeristisch ondernemers en hoopt dat de onderlinge discussies vroeg of laat toch leiden tot gezamenlijke bestedingsvoorstellen. Verder overleg vraagt wel om een vorm van organisatiegraad of een toeristisch platform. Enkele ondernemers lijken bereid zich daarvoor in te spannen. Aan de ondernemers is gevraagd om na te denken over een retributieregeling zodat de aspiraties van andere ondernemers in Teylingen met een OF niet geblokkeerd worden. Het bedrag van de sector zou dan direct weer direct teruggestort kunnen worden. Deze techniek bestaat al bij andere fondsen in het land. Het gaat er om een zorgvuldige afspraken die deze terugbetaling bij instelling van het fonds garanderen. b. Dan het agrarisch bedrijfsleven: al direct bij de start van het onderzoek in april is contact opgenomen met LTO-Noord Duin- & Bollenstreek en is een avond georganiseerd met leden van de agrarische commissie. Ondanks de informatie over techniek en werking van een ondernemersfonds bleven de commissieleden tegenstander van een ondernemersfonds. Het palet aan tegenargumenten was divers: van een principiële onderbouwing ( wij zijn tegen elke lastenverzwaring en wij betalen niet voor de detailhandel en het enige dat geldt is mijn portemonnee ) tot een meer inhoudelijke argumentatie ( de sector doet al genoeg en we gaan geen gezamenlijke bestedingsplannen verzinnen ). In juli heeft het bestuur van LTO-Noord D&B opnieuw contact opgenomen en is een gesprek met de (nieuwe) wethouder EZ gearrangeerd. Ook in het voorjaar heeft een ontmoeting plaatsgevonden met enkele niet-georganiseerde boeren. Zij maakten vanaf het begin duidelijk niet uit te zijn op een constructief gesprek: We zijn hier om het fonds onmogelijk te maken. Tijdens deze ontmoeting bleek dat deze groep zich niet alleen wil isoleren van de niet-agrarische ondernemers, maar ook van LTO en van de gemeentelijke overheid. Er was geen behoefte aan enige vorm van organisatie, platform of dialoog. Er was evenmin behoefte om te spreken over enige vorm van retributie. Er is door enkele agrarisch ondernemers een poging gedaan om het negatieve klimaat te kantelen en tot een constructief gesprek te komen. Hun vertrekpunt was dat, als er toch een fonds komt, er goede bestedingsplannen moeten komen ( want anders gaan anderen over je beslissen ). Het ondernemersfonds is mogelijk een kans om na het afschaffen van de landelijke productschappen lokaal gemeenschappelijke investeringen mogelijk te maken, zeker als het trekkingsrecht bij de sectoren komt te liggen. De grootste prioriteit geldt in dat geval het aanleggen van glasvezel naar de bedrijven. Ook is kenbaar gemaakt dat de gemeente op den duur een substantiële bijdrage van de agrarische sector verwacht voor de Greenport Duin en Bollenstreek. Daarnaast ziet de detailhandel mogelijkheden om markten en braderieën te organiseren in samenwerking met agrariërs. Een grotere betrokkenheid van deze sector bij de TOV wordt sowieso toegejuicht. In Lisse en Katwijk participeert deze sector naar tevredenheid in het ondernemersfonds, zo blijkt uit evaluaties. Bovendien profiteren agrariërs ook van investeringen in de toeristische sector maar dat wordt door de agrarische sector niet altijd zo ervaren: toeristen zijn eerder lastig (vernielingen) dan welkom. Normaals: dat geldt niet voor alle agrariërs. Sommigen zien juist kansen voor samenwerking. Bij de agrarische sector gaat het om een geschat trekkingsrecht van ongeveer euro (7,2%). Het gaat om ongeveer 220 bedrijven (tuinbouw, veeteelt en bollen, exclusief opslag/distributie-bedrijven). Dat zijn bedrijven rondom de drie kernen maar ook enkele (veeteelt-) bedrijven dicht tegen Kaag en Brassem aan. De gemiddelde jaarlijkse bijdrage aan het fonds van deze bedrijven bedraagt 132 euro, met uitschieters naar boven en beneden. Overigens is de productiegrond van een agrarisch bedrijf wettelijk gezien al uitgezonderd van ozb-betaling. Met ozb belast zijn alleen de opstallen. De feitelijke ozb- 39

40 bedragen corresponderen dus niet met de totale woz-waarde van het agrarisch bedrijf. De agrarische bedrijven in het buitengebied zijn over het algemeen geen lid van TOV, maar juist een gemeentebreed ondernemersfonds zou kunnen bijdragen aan meer samenwerking tussen agrarische en overige ondernemers in de gemeente. In het buitengebied is een aantal grote (agrarische) handels- en transportbedrijven gevestigd. Meestal zijn deze bedrijven nog maar deels bollenkwekerij en doorontwikkeld tot louter verpakkingsbedrijf van geïmporteerde bollen uit alle delen van het land. Een groot deel daarvan heeft zich primair ontwikkeld tot internationale georiënteerde handels- en transportbedrijf met grote loodsen. Deze bedrijven, vaak lid van de landelijke belangenorganisatie Anthos, lopen niet echt warm voor een lokaal ondernemersfonds. Hoewel ze hun wortels in de bollenstreek hebben, zijn ze gewend hun eigen (marketing)doelen te formuleren en te financieren (met bijvoorbeeld private fondsen); het liefst zonder moeizaam overleg en zonder onhandige samenwerking met onbekende partners zonder dat je weet wat er uit komt. Bovendien verwachten deze bedrijven weinig van een ondernemersfonds voor hun bedrijf vanwege een te geïsoleerde ligging. Ze investeren op individuele basis in de gemeenschap. De hoogte van de bijdrage aan het ondernemersfonds is voor hen niet direct relevant. De eigen donaties en door henzelf geformuleerde marketingdoelen hebben een veel grotere omvang. Eén ondernemer met een eigen vastgoedportefeuille draagt al bij aan de ondernemersfondsen in de buurgemeenten, zonder zich daarvan bewust te ziin. Internationaal georiënteerde bedrijven die ver van de lokale economische agenda zijn afgedreven en nauwelijks nog binding voelen met hun directe omgeving, vindt je overal. De kunst is deze bedrijven te binden en dat is bijvoorbeeld wel gelukt in het BioScience Park bij de buren in Leiden. Alle internationale bedrijven begrijpen goed dat ze moeten participeren in het lokale businesspark. Het cluster BioScience verbindt alle sectoren, klein en groot, exporteurs, producenten, onderzoekers en onderwijzers in één lokale organisatie. Juist de verbondenheid in een cluster geeft de kracht. In de regio rondom Teylingen is zoiets ook gaande: de totstandkoming van het cluster Greenport Duin- en Bollenstreek waarin alle bedrijven: handel, transport, kwekers, technici, scholen en onderzoek samen de economische agenda in de streek voor de komende jaren zouden moeten gaan bepalen. De zes betrokken gemeenten financieren voorlopig nog deze ontwikkeling en een aanvulling vanuit de brede agrarische sector is toegezegd. Naast lokale kwekers is het zaak om ook deze internationaal georiënteerde bedrijven aan de Greenport te binden. Alleen met samenwerking tussen lokaal gevestigde ondernemers op allerlei niveaus kan de Greenport zich in de bollenregio ontwikkelen. In september is, op initiatief van enkele LTO-leden, een laatste poging gedaan om tot een constructief gesprek te komen. De avond werd voor een deel bijgewoond door de wethouder Economische Zaken. Volgens afspraak werd in deze bijeenkomst een overzicht gepresenteerd van bestedingen die landelijk gezien een rol spelen in het discours over de plek van de landbouw in ondernemersfondsen. Hieronder treft u een korte selectie aan uit deze voorstellen. Open dagen, corso en andere vormen van zichtbaarheid en promotie. Er is veel te doen over de landbouw. Het vertrouwen in de voedselketen staat regelmatig onder druk. Er is debat over de milieubelasting. De landbouw doet regelmatig een beroep op de solidariteit van andere ondernemers en belastingbetalers, zoals nu weer in een pleidooi voor een publieke opkoopregeling vanwege de vraaguitval in Rusland. De landbouw heeft goodwill en publieke support nodig om het vertrouwen en de solidariteit te handhaven. Daar zijn zichtbaarheid en promotie voor nodig. Dat wordt op veel plaatsen in de voedselketen goed begrepen. Voedselverwerkende bedrijven zijn vaak voorlopers in het inrichten van ondernemersfonds en in het zoeken van contact met andere sectoren. Maar de primaire productie staat kennelijk ver van de markt af: daar wordt de noodzaak om te werken aan een 40

41 goed draagvlak veel minder gevoeld. Wanneer vanuit de landbouw in de praktijk een als onredelijk ervaren veto over een ondernemersfonds wordt uitgesproken, gaat dat ten koste van het draagvlak voor de landbouw in de overige economie op lokaal niveau. In standhouden lokale bestuurs- en lobbycapaciteit. LTO bezuinigt en trekt lobby- en belangenbehartigingcapaciteit terug uit de regio. De middelen concentreren zich op Brussel en Den Haag. Lokale belangenbehartiging (bestemmingsplannen, economische en ruimtelijke agenda greenport, bereikbaarheid) wordt moeilijker. Een specificatie van de lobbynoodzaak is de komst van de RijnlandRoute en de noordelijke ontsluiting van de N206. De landbouw is als sector wellicht het meest gediend met deze infrastructuur, vanwege de volumes die de landbouw op de weg zet. Het georganiseerde bedrijfsleven en de kamer van koophandel hebben een langdurig proces van beleidsbeinvloeding doorlopen om de routes op de kaart te krijgen. Er zijn vorderingen. Maar het werk is nog niet klaar. De kamer van koophandel heeft de taak van regiostimulering neergelegd en de andere organisaties hebben nauwelijks capaciteit. De Vereniging Bedrijfsleven Duin- en Bollenstreek heeft uitgesproken dat er eigenlijk in de hele streek ondernemersfondsen zouden moeten komen om de kwetsbaarheid van het bedrijfsleven te verminderen en een financiering te vinden voor de belangenbehartiging. Het organiserend vermogen voor grote projecten als de RijnlndRoute, is er nu niet meer. Versneld aanleggen van glasvezel. Agrarische bedrijven maken op dit moment kosten voor het onderhoud van een technisch gezien verouderde ict-infrastructuur. De toenemende informatisering van de landbouw maakt de toegang tot hoogwaardig internet op den duur onvermijdelijk. De kosten per bedrijf zijn echter hoog. Vraagbundeling is daar een antwoord op, zoals op veel bedrijventerreinen in gemeenten waar een fonds is, al gebeurt: met geld uit het fonds worden individuele aansluitingen opgeschaald tot een collectieve vraag. De kostenreducties voor individuele bedrijven kunnen tot tientallen procenten oplopen, een veelvoud van de afdracht aan een ondernemerfonds. Gezamenlijke investeringen in geothermie en CO2 reductie. Geothermie (aardwarmte) en andere energiemaatregelen zijn in de landbouw aan de orde van de dag, niet alleen om de CO2 uitstoot te verminderen, maar ook om de productiekosten te reduceren. Het Westland is internationaal een voorloper in het ontwikkelen en implementeren van de installatietechniektechniek die daarvoor nodig is. Het Westland kent een sterke traditie van samenwerking en schaalmaken van bedrijven. In de Duin- en Bollenstreek komt dit veel minder van de grond. Het areaal is kleiner, dat maakt de noodaak voor gezamenlijke investeringen nog groter. Maar het samenwerkingsklimaat daartoe ontbreekt. Het is ieder voor zich. Economische agenda Greenport. De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek hebben een economische agenda voor de greenport opgesteld. Achtergrond daarvan waren dringende signalen dat de greenport te weinig innoveerde, te weinig dynamiek vertoonde om concurrerend te blijven en te weinig samenwerkte. De gemeenten zijn gaan investeren, zowel in de governance van de greenport als in projecten. De strekking van de agenda is steeds geweest dat governance en projecten een coproductie moeten zijn van overheid en bedrijfsleven. De landbouw zou financieel en in capaciteit moeten gaan bijdragen (conform het innovatieconcept van de dubbel helix uit het topsectorbeleid van het kabinet). Tot nu toe is die cofinanciering niet van de grond gekomen. De agenda noemt zelf de mogelijkheid van een netwerk van ondernemersfondsen als een mogelijke funding van de bijdrage van het bedrijfsleven. Mocht worden afgezien van een ondernemersfonds, dan komt de vraag aan de orde hoe de bijdrage van de landbouw en het gesprekspartnerschap met de overheid dan geregeld gaan worden. Het is niet waarschijnlijk dat de gemeentebesturen in hun eentje aan de greenport blijven trekken. Cofinanciering bij Europese regelingen voor sectorinnovatie en plattelandsontwikkeling. Er zijn 41

42 Europese, landelijke en provinciale subsidieregelingen voor herstructurering van tuinbouwgebieden, voor energiebesparende maatregelen, voor productinnovatie, voor toeristische ontsluiting van het buitengebied en productdiversificatie van boerenbedrijven (boer als toeristisch ondernemer). Mogelijk komt er een regeling voor leegstandsbestrijding, het opruimen van verouderd onroerend goed en het tegengaan van verrommeling. Al die regelingen hebben een vorm van private cofinanciering nodig. Soms is dat een kwestie van cofinanciering door een individueel bedrijf, vaak vergt het een gezamenlijke cofinanciering vanuit een gebied. De staatssecretaris van landbouw wil onderzoeken of ondernemersfondsen (ze noemt de BIZ-variant) geschikte vehikels zijn om aan dergelijke cofinanciering te komen. Zij wil weten of de BIZ-wet tot de instrumentenkoffer voor vernieuwing behoort. De landbouw krijgt de discussie over een ondernemersfonds de komende jaren vaker aangeboden. Ondanks de inzet van de avond om in constructieve zin naar voorstellen te kijken, is het niet tot een serieuze weging gekomen. De stemming bleek er in het geheel niet naar om deze voorstellen als een realistische propositie te zien, zelfs niet in het geval het om kostenbesparende zaken als een collectieve aanbesteding van glasvezel ging. De overheersende visie werd gevoed door de what is in it for me -vraag: een investering zelfs een investering van gemiddeld 132 euro per bedrijf moet onmiddellijk in het eigen rendement zichtbaar worden. Het gesprek bleek vooral een herhaling van zetten: beantwoording van vragen over de werking van een Ondernemersfonds en herhaling van de eerder beschreven tegenargumenten. Volledigheidshalve voegen we aan dit algemene beeld enkele opmerkingen toe: Lokale investeringen in de sector worden als kruimelwerk afgedaan. De belangenbehartiging is vooral regionaal en landelijk van aard. Het zou anders worden wanneer er een fonds zou komen voor de gehele streek. Met eenheid in de Bollenstreek kan via één regionaal ondernemersfonds ondersteuning van regionale projecten als de Greenport plaatsvinden. Nu zouden de fondsen van Lisse, Katwijk en eventueel Teylingen mee moeten gaan betalen en blijven de andere gemeenten zonder OF achter. Teylingen is op zich ook weer niet goed te vergelijken met Lisse. De agrarische sector in Teylingen ligt verspreid over een relatief groot gebied en is diverser: tuinbouw, veeteelt en handel. Het argument dat je met geld, geld maakt (een mulitplier-effect door participatie in regionale en landelijke co-financieringsprojecten en toegang tot subsidiemogelijkheden) en aan tafel aan mag schuiven om mee te beslissen, wordt door een minderheid van de ondernemers herkend. Als je als sector lokaal invloed wilt uitoefenen, dan is samenwerking met andere sectoren nodig, zoals bijvoorbeeld in de Greenport tussen bollenondernemers en ondernemers in veeteelt en toerisme. Daarnaast vraagt de lokale belangenbehartiging richting gemeente, bijvoorbeeld over bestemmingsplannen en de GOMbijdrage, om verbetering. Hieraan zou de OF-inleg vanuit de agrarische sector goed besteed kunnen worden. Het merendeel beschouwt het OF als een sigaar uit eigen doos terwijl je zelf niet rookt. Met andere woorden: er zijn geen bestedingen te bedenken; er is eenvoudigweg geen behoefte aan. We betalen het zelf wel zo nodig: dan gaan we met de pet rond. Er is een grote kloof tussen de niet-agrarische en de agrarisch ondernemers in Teylingen. Waarom moeten wij betalen voor de wensen van de winkeliers? De problemen binnen de bebouwde kom worden afgewenteld op het buitengebied en wij agrariërs houden de ondernemers in de bebouwde kom overeind wanneer krijgen wij daar iets voor terug?. Er is een poging gedaan om tot een vorm van onderhandeling te komen, om te zien of de landbouw kon worden vrijgespeeld zonder de komst van het fonds voor de niet-agrarische ondernemers te blokkeren. Opties daartoe zijn een retributieregeling (de techniek daarvoor bestaat al) of een afspraak dat de middelen worden geretourneerd naar de bedrijven wanneer er na de experimenteerperiode van het fonds niets gebeurd blijkt te 42

43 zijn. Maar ook deze voorstellen hebben het niet gehaald: de LTO-vertegenwoordigers hebben als standpunt kenbaar gemaakt dat ze niet akkoord gaan met de oprichting van het ondernemersfonds in de gemeente Teylingen. We concluderen het volgende. Het samenwerkingsklimaat binnen de agrarische sector in Teylingen wordt door direct betrokken partijen als positief beoordeeld. De sector kent een goede organisatiegraad. Van een goed discussie- en samenwerkingsklimaat tussen de agrarische en niet-agrarische sector in Teylingen is geen sprake, integendeel. Echt contact ontbreekt vooralsnog. Nu is de relatie van de landbouw tot een ondernemersfonds wel vaker complex. Ook in de buurgemeenten Katwijk en Lisse en in de grote landbouwgemeenten in het noorden van het land vergde de relatie veel aandacht. Maar het verloop van de discussie in Teylingen is wel zorgelijk. Er is ook geen verbetering te verwachten, de verhoudingen zitten vast. Het wachten is op het kantelen van het klimaat. Het niet laten doorgaan van het ondernemersfonds vanwege de weerstand in de agrarische sector, lost niets op. Het zou de overige, niet-agrarische ondernemers een mogelijkheid ontnemen om te investeren in het ondernemingsklimaat, zonder dat de agrarische sector op enige manier een winst boekt. Eerder het tegendeel: de landbouw zal reputatieschade lijden. Het zou een situatie zijn met uitsluitend verliezers. We stellen de volgende lijn voor: retributie aan de landbouwbedrijven. Nogmaals: deze techniek bestaat elders al. Er zal zorg gedragen worden voor een zorgvuldige en optimale methode om het bedrag aan de bedrijven te restitueren. 4.3 Bedrijven(parken) Teylingen kent 8 bedrijvenparken, waarvan 2 in ontwikkeling, met samen naar schatting euro fondsgrootte (42,6%). 43

44 Op het terrein van Greenib (Warmond) na, zijn alle op de bedrijvenparken gevestigde bedrijven in particuliere handen. Er zijn geen bedrijvenparkverenigingen; de bedrijven komen soms op ad-hoc basis bij elkaar. Desondanks zijn er bedrijven die hopen dat geld van het ondernemersfonds een middel is om tot gezamenlijke acties te komen. Bijvoorbeeld de coördinatie van afvalverwerking, het onderhoud van het terrein, bewaking en beveiliging en aanleg van kabel voor internet en gezamenlijke investeringen in duurzaamheid (energie, oplaadpalen, shuttlebus etc.). Er is veel mogelijk dat nu niet tot stand komt. Zeker niet op de bedrijvenparken waar gedeeltelijke leegstand is. Het onderhoud laat te wensen over. Tegenstand komt daarentegen van bedrijven die zelf alles al goed geregeld hebben: eigen beveiliging t/m eigen donaties en subsidies. Sommige bedrijven staan zo los van de lokale economie en opereren zo op globaal niveau dat ze geen bestedingsplannen kunnen bedenken en daar de relevantie ook niet van inzien. Daar ging de deur dicht. Daarnaast zijn er in het buitengebied meer geïsoleerd liggende bedrijven: handel & industrie, kantoren, werkplaatsen & garages, opslag & distributie ( euro 8%). Niet alle bedrijven zijn op parken, geconcentreerd en naast elkaar gevestigd. Het onderstaand overzicht laat de resultaten van de talrijke gesprekken zien (voor lijst van geïnterviewden: zie bijlage). Enige toelichting is wel op de plaats. Per sector (1 e kolom) zijn in de 2 e kolom de suggesties genoteerd voor bestedingsplannen als het ondernemersfonds er komt. Sommige geïnterviewden spraken zich ook over de Teylinger economie uit en zagen mogelijkheden voor crossovers. Zo zijn er ook ondernemers die pleiten voor een verdere integratie van de agrarische sector in de rest van de economie. Uit de toelichtende opmerkingen in de derde kolom komt zowel de eensgezindheid als de uiteenlopendheid van meningen en verwachtingen naar voren. De ene vastgoedeigenaar meent dat verbetering van het ondernemersklimaat alleen goed is voor huurders, terwijl de ander juist aangeeft dit een krachtige en noodzakelijke maatregel te vinden, goed voor de sector. Na dit overzicht trekken we een aantal voorlopige conclusies. 44

45 4.4. RESULTATEN ONDERZOEK ONDERNEMERSFONDS TEYLINGEN MOGELIJKE BESTEDINGEN SECTOR MOTIVATIE/UITSPRAKEN/KANTTEKENINGEN SECTOR KERNEN DETAILHANDEL ZORG - Aantrekken centrummanager professionalisering en in de lead bij uitvoeringsplan Detailhandelsnota (o.a. marketing en promotie) - Crossovers: - Themadagen organiseren over de streekproducten (veeteelt) en bollenweekenden/ -markten met kraampjes (bijv. de bol in de stad ). (TOV investeert nu al in bollencorso: doneert aan orkesten en kindercorso); Bollenoogstfeest organiseren, evt. in museum Westerbeek als bollenmuseum? - Toegankelijk maken van winkelcentra voor minder mobiele inwoners, deskundigen inzetten om samen knelpunten vast te stellen ( rolstoeltoegankelijk en krachtig in de wijk ); speciale koopavonden organiseren voor mensen met handicap ouderen, rolstoelen, 70plussers, samen met zorginstellingen, thema s aandragen met als doel de mensen de huizen uit te krijgen (op de stille maandagmorgen); seniorenmarkt (vernieuwing) met horeca - Groen-onderhoud (i.s.m. Maregroep) o.a. plantenbakken - Voorzieningenniveau op peil houden (nu gemeente zich verder terugtrekt veiligheid en onderhoud wijken/winkels) - Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en Duurzaamheid: - Fairtradegemeente: duurzaamheidsdag voor alle ondernemers: over ontwikkelingen, lezingen, markten, fietspalen, palen voor electrische auto s, verkeerscirculatieplan, ambities voor verkeerscirculatie etc. - Coördinatie gezamenlijk vuilafvoer onder winkeliers (nu 200 auto s per jaar) = goedkoper en minder overlast, minder energie., minder overlast in het dorp en maatschappelijke doelstelling en minder energie - Gezamenlijke inkoop energie, KVO en bewaking (ook evt. samen met agrarische sector) - Seniorenmarkt: zorginstellingen tonen seniorenproducten (i.s.m. horeca) - (Mede)financiering wijkactiviteiten (integratie in wijken) - Zie detailhandelsvisie (2014): product van samenwerking tussen ondernemers en gemeente: Uitvoeringsplan o.a.: - Bestrijding leegstand winkels - Makelaarsoverleg - Aanzicht winkelcentra verbeteren - Veiligheid - Gemeenschappelijke regeling internet webtoegankelijkheid, portals - Krimp begeleiden (overleg pandeigenaren, bestemmingsplannen, aanloopstraten, branchering etc.) - O.a. vernieuwing en diversificatie aanbod in winkelcentra - Maatschappelijk ondernemen: stageplekken aanbieden aan Maregroep etc.

46 - Ondernemers verzorgen (intramurele) faciliteiten voor clienten/leerlingen (bijv. kapperswerkplaats Teylingereind door AKZO) - Zorginstellingen faciliteren ondernemers met aanbod van ruimte en inzet professionele kennis van personeel - Belang is om arbeidsplaatsen weg te zetten in de regio (sociale participatie) - Zijn op zoek naar (verbetering) relaties met de omgeving en met ondernemers OF kan zorgen dat het meer wordt dan praten alleen - Er wordt veel gepraat (zorgpact) maar er gebeurt te weinig - Veelal regio-insteek; de meerwaarde van deelname aan een OF zit bovenlokaal : meer dan alleen Teylingen. - Meedoen is altijd belangrijk want we hebben ondernemers nodig - We willen in de gemeenschap investeren - We snappen dat er een professionaliseringsslag gewenst is voor wat betreft bredere financiering gemeenschappelijke ondernemersactiviteiten (naast incidentele donaties en sponsoring) - OF is vooral voor gemeenschappelijke zaken ( niet te klein houden ) - OF brengt mensen samen en in overleg = pure winst - Wel nog twijfels over de praktische uitwerking van de trekkingsrechten: steun van stichtingsbestuur nodig. SPORT & CULTUUR ONDERWIJS (middelbaar- en beroepsonderwijs) Volgt in september - Ontwikkeling leerwegen met stages/bedrijfsbezoeken etc. - (Gratis) deelname leerlingen aan ondernemersactiviteiten - Deelname ondernemers aan beleidsontwikkeling op verbetering thema onderwijsinhoud lokale arbeidsmarkt - Onderwijsinstellingen faciliteren ondernemers met aanbod van ruimte en inzet professionele kennis van personeel 46 - Contacten met ondernemers is voor onderwijs erg belangrijk: voor maatschappelijke stage en studiekeuze - Bedrijfsvragen/opdrachten zijn goed vor leerlingen die vaak in lokale bedrijfsleven instromen ( dubbel winst ) - Nu al veel goede samenwerking met bedrijven en detailhandel, veelal operationeel (stages), maar liefst willen we ook beleidsmatige inbreng (over brancheontwikkeling, nieuwe technische mogelijkheden, leerwegen) = groot denken - Structurele samenwerkingsverband beter dan incidenteel samenkomen - Veel leerlingen komen op bedrijf ouders terecht - Gewend om mee te denken met ondernemers: het onderwijs is i.s.m. bedrijfsleven ingericht (veel werkvloer -gesprekken) - Ondernemers en onderwijs willen in de samenleving staan: OF is daar goed voor (alle kinderen binnenboord houden scheelt uitkeringsgeld) versterkt de regio!

47 BUITENGEBIED AGRARISCH - Internet/glasvezelkabel: is noodzakelijk en speelt belangrijke rol bij modernisering in de landbouw (bijv. tracking en tracing) - Reputatie agrarische sector verbeteren: bijv. rol van landbouwgif - Duurzaamheid en kostenreductie: agrariërs kunnen samen met andere ondernemerssectoren inzetten op gereduceerde inkoop van glasvezel of energie etc. - Crossovers (zie detailhandel): - Themadagen organiseren over de streekproducten (veeteelt) en bollenweekenden/ markten met kraampjes ( de bol in de stad ). TOV investeert nu al in bollencorso: donaties aan orkesten en kindercorso; Bollenoogstfeest organiseren, evt. in museum Westerbeek als bollenmuseum? - Samenwerking tussen agrarische sector en markten en restaurants met streekgerechten - Bloemencorso als hospitality-event,meer geld aan besteden vanuit OF - Keukenhof als innovatiecentrum (concepten ontwikkelen, geld zoeken, multiplier effect nastreven) - Lokale beïnvloeding: lobby naar gemeente toe over afschaffing of reductie bijdrage GOM en bestemmingsplannen - Versterking Greenport D&B: samenwerking tussen bollenondernemers en ondernemers in veeteelt en toerisme is nodig Samenwerking met de toeristische sector is nodig - Door het wegvallen van de productschappen is het OF een goede manier om lokaal collectieve acties mogelijk te maken - Er zijn binnen de agr. sector teveel eigen doelen (eigen portemonnee) en te weinig gezamenlijke doelen - Iedereen profiteert van de agrarische sector maar wij krijgen nooit wat terug (en we zijn het sponsoren wel moe) - Agrarisch ondernemen is meer overleven (knokken) dan ondernemen (ambitieuze plannen maken) - Er is te weinig samenhang tussen de agrariërs in de streek (anders dan Lisse vnl. kwekers) - Greenport is vooral voor bollentelers daar hebben we niets mee - Grote agrarische (handel- en transport-)bedrijven zijn teveel met zichzelf bezig, gunnen anderen niets en houden anderen buiten de regio tegen ( verdelen de koek onderling ) ze zijn te weinig lokaal georiënteerd! - Sommige agrarische bedrijven liggen te geïsoleerd om te kunnen profiteren van OF - Agrarische sector wordt vaak bevoordeeld (met subsidies en vergunningen) en staat overal buiten maar voelt zich altijd tekort gedaan misschien moeten we ze buiten het OF plaatsen? Geld terug geven en subsidies stoppen! - Veel agrarische bedrijven werken wereldwijd en denken niet (meer) lokaal ze zijn de lokale binding kwijtgeraakt. - Agrariërs geven veel aan de gemeenschap en goede doelen, investeren veel in eigen bron en bepalen het ook liever zelf: wij regelen het liever zelf, zoeken onze eigen partners. Met samenwerking kun je je invloed minder aanwenden, te veel consensus-gedoe - Eigen sponsorgeld is een soort van marketinggeld = naamsbekendheid. Dat heeft de voorkeur boven een ondernemersfonds (sponsorbedrag is veel hoger dan evt. fondsbijdrage daar gaat het dan ook niet om) - We zijn tegen gedwongen samenwerking - Belastingafdracht is zoiets als uitbreiding van de overheid = ervaren

48 TOERISME - Meer overnachtinggelegenheid voor toeristen in sloepen rondom de Kagerplassen realiseren (er wordt te weinig aan getrokken ) - Samenwerking tussen agrarische sector en markten en restaurants met streekgerechten - Bewegwijziging verbeteren - Baggeren van de sloten (Hoogheemraadschap baggert te weinigwaardoor toegang naar de Kaag moeilijk wordt). - Omgeving aantrekkelijker maken - (Mede)onderhoud en aanleg van voet- en fietspaden. - Aantrekken van een fondsmanager (dus meer dan een centrummanager) om lokaal ondernemerschap op hoger plan te brengen.(lisse is goed voorbeeld: daar krijgen ze e.e.a. voor elkaar waar Teylingen niet aan kan tippen! ) De citymanager moet mensen verbinden en de leiding nemen, liefst samen met andere taken 1 hele formatieplaats, uit Teylingen zelf! - Informatieportaal (kan de toerist ons vinden? - nu kom je nergens als je Warmond intypt ) - Professionalisering functie van VVV - We moeten ons meer als een skigebied gaan gedragen = (regionale) eenheid naar toeristische klant toe - regionalisering!: regionale samenwerking is op dit moment het 48 we als sanctie - In de sector zijn de landelijke collectieve heffingen nog maar onlangs afgeschaft. Er is principieel verzet tegen nieuwe lokale verplichte heffingen bij KAVB beginnen ze nu meer oog te krijgen voor maatschappelijk ondernemen = investeren (sluit aan bij het zoeken naar nieuwe vormen van collectiviteit agrarische sector) - De overheid betaalt al die plannen zelf maar! De overheid is onbetrouwbaar, misbruikt WOZ en OF om ondernemers te laten betalen voor plannen die ze zelf op moeten pakken (en waar ze zelf genoeg geld voor hebben) - Er zijn geen bestedingsplannen; activiteiten kunnen prima via sponsoring en de schooierszak gefinancierd worden - OZB-belastingverhoging voor OF is in feite beperking van de vrijheid opzeggen is niet mogelijk! - Agrariërs doen nergens aan mee en ontvangen veel van de gemeente (o.a. nu toestemming voor aanleg winterstalling jachten) - Er is een markt voor Nederlandse toeristen (Kagerplasen) en voor internationale toeristen (uit Amsterdam etc.) dit onderscheid moeten we blijven maken! - Samenwerking vraagt professionalisering: niet teveel houtjetouwtje en geen vrijblijvendheid je moet op elkaar kunnen rekenen - Samenwerken in de gemeente is niet het sterkste punt: rijke bewoners, mooi wonen maar beetje suf - terwijl er zoveel kansen liggen. - OF gaat om een professionaliseringslag. Het gaat er om dingen te regelen die essentieel zijn zodat je met de grote jongens om tafel kunt zitten - Er zijn veel partime-campingeigenaren misschien wel minder ondernemersambities? - Visie op vergrijzing en veroudering in de sector (zowel eigenaars/toeristen) ontbreekt en is wel nodig. - Investeringen in campings (o.a. opschaling) blijft nodig anders geen verdienvermogen (niet mogelijk vanwege bestemmingsplannen i.t.t. agrarische bedrijven (boerengolf en horeca = meten met 2 maten ) - Agrarische bedrijven mogen wel deeltijd-dagrecreatie voerne

49 BEDRIJVEN(TERREINEN) belangrijkste gat : branding/toerisme en infrastructuur - algehele promotie van de Kaag - glasvezel voor (snel) internet - meer eetgelegenheden langs de Kaag bij Warmond - Gezamenlijk Glasvezel /internet - Vervoer personeel en gasten (Schiphol): shuttlebus en goede abri s - Duurzaamheid en ketenbeheer: nieuw asfalt op parkeerplaats met daaronder een berging voor grijs water; warmtekracht, windmolens op terrein - Promotiezuilen bij de twee NS-stations - Privaat-publieke samenwerking bijv. kleine kantoren bouwen voor ZZPers - Toegang tot station verbeteren (looproute/verlichting) - Parkmanagement: er is weinig toezicht en geen onderhoud op bedrijvenparken. De oorzaak daarvoor ligt misschien bij de versnippering. - Beveiliging bedrijven (Veerpolder: ondanks patrouille door politie elke week een inbraak) samen met andere terreinen beveiliging regelen. Is ook goedkoper voor gemeente. - Bollenstreek: Space en Akzo-Nobel paradepaardjes - uitventen! - Bedrijven vragen zich af wat ze kunnen betekenen voor het sociale domein (nu bestedingen van de gemeente teruglopen) - Investeren in de Greencity : investeren in groen levert op den duur minder vandalisme, meer energiebesparing etc. op waardoor de prijzen (boerengolfen en horeca). Het bestemmingsplanbeleid laat dat toe. Hetzelfde geldt nu voor winterstalplaatsen. - Er zijn veel eigen belangen verbetering van het gebied is voor elk bedrijf van belang maar we zitten elkaar allemaal in de weg - Horeca, recreatie en campings gaan samen (in Warmond) - Campings en Jachthaven hebben hoge WOZwaarden omdat grond wordt meebelast i.t.t. de agrarische ondernemers - Toeristisch ondernemers moeten al veel zelf investeren: riolering, electriciteit en internet. - Gemeente is moeilijk met vergunningen: bij evenementen en bij bestemmingsplannen meer medewerking! - De sector moet nadenken over veranderingen in het (watersport)toerisme: minder bezit en meer verhuur van boten, minder animo jeugd, vergrijzing: dat leidt tot andere klanten met andere wensen. Meegroeien! - Ons bedrijf heeft als concernpolicy om naast financiële ook maatschappelijke doelen te verwezenlijken zoals: deelname aan lokale publieke programma s en de lokale economie - We kunnen onze eigen bedrijfsexpertise inzetten(eigen personeel) voor lokale doeleinden - OF geeft je een buffer om plannen uit te voeren (mede of voorfinanciering) - Relaties met maatschappelijke instellingen verbeteren ( maatschappelijk gezicht ) - Vanuit (jong-)ondernemers meer contacten zoeken met werklozen ( netwerkborrel )of gedetineerden (bedrijfsbezoek) - ZZP-ers weerhouden om naar Leiden te vertrekken: o.a. kleine kantoren bouwen op bedrijventerreinen (maar dan wel glasvezel/internet aanleggen en bestemmingsplannen wijzigen) - Maatschappelijk ondernemen zien als investering - Functioneren binnen de gemeenschap (en er niet buiten staan) - Regio-ontwikkeling vraagt om goede vertegenwoordiging van ondernemers, zeker na verdwijnen van de KvK - Je weet elkaar te vinden dankzij OF - Vastgoedeigenaren hebben weinig voordeel van verbetering 49

50 Sport GEMEENTE/TOV/ALGEMEEN* van de huizen stijgen en uiteindelijk de OZB-inkomsten hoger uitvallen - Infrastructuur en belangenbehartiging er moet veel gebeuren en dat kan niet met allemaal vrijwilligers en zonder geld (vgl. BioScience Park) - Lobbyist richting gemeente - Gezamenlijke promotie: website en app - Financiering kennismakingsdagen voor nieuwe (jeugd)leden - Cofinanciering subsidieaanvragen omgeving/winkelstraten - Vastgoedeigenaren hebben vooral voordeel van verbetering winkelgebied - Voor grote (vastgoed) eigenaren zou een reductie moeten komen boven een bepaalde hoeveelheid WOZ-waarde; en meer zeggenschap - Er zijn zorgen over de verdeling van en de zeggenschap over het OF-geld: wie krijgt wat en wie beslist daarover? Het eigen belang speelt een grote rol. - Overheid bezuinigt veel en kans bestaat dat ondernemers te veel de taken overnemen (wat zijn de reguliere overheidstaken nu?) - Over het terugtrekken van de gemeenten: beter is om partners te worden ieder doet wat. Bovendien, als overheid participeert in bijv. beveiliging bedrijventerreinen dan kunnen ze ook eisen stellen aan bijvoorbeeld hoeveelheid licht etc. - Afvalverwerking, beveiliging, duurzaamheid, kostenreductie.. het komt nu allemaal niet van de grond. niemand neemt het voortouw - Elkaar ontmoeten en gezamenlijk acties oppakken kan tot iets groots leiden. Alle sportverenigingen hebben als doel het werven van meer jeugdleden (voor toekomst en om contributie stabiel te houden). Sportverenigingen hebben ondernemers nodig! *Suggesties door ondernemers aangedragen - Een bedrijfscontacten-functionaris bij de gemeenten zou een goede oplossing kunnen zijn om: - vanuit de gemeente de communicatie te verbeteren: - de terugkoppeling rondom voor ondernemers van relevante besluiten te verbeteren (de helft van de eigenaars woont immers buiten Teylingen) - versnelling beantwoording van vragen van ondernemers (bijv. m.b.t. vergunningen). Dit duurt nu veel te lang (in Hillegom en Lisse zitten de (communicatie) ambtenaren dichtbij de ondernemers). - Gemeente zou globaal en flexibel moeten plannen in andere gemeenten gebeurt dat al. (starten als ZZP-er in kantoren/bedrijventerreinen en internetwinkels; bouw afhaalpunt boodschappen langs snelweg, meten met 2 maten bij toestaan/verbieden van bijv. paracommercie ongelijkheid weerhoudt 50 - Teylingen heeft bestuurlijk inmiddels wel een identiteit = geslaagd, maar daaronder is er nog weinig samenhang; de ondernemerslaag is nog steeds verbrokkeld - Het opleidingsniveau in Teylingen is hoog. Je ziet dat werknemers na ontslag starten als onderneming. Dat levert veel diversiteit op. - Bedrijven communiceren niet met elkaar en zoeken elkaar niet op voor samenwerking - Kleine bedrijven zijn afhankelijk van grote bedrijven. We moeten leren de lokale economie in samenhang te bekijken! - TOV kan meer leden gebruiken. Er is meer bewustwording nodig. In Teylingen hangt een sfeer van ieder voor zichzelf daarom komen mensen ook maar moeilijk naar TOV vergaderingen. Veel ondernemers wachten af en knikken instemmend, maar komen

51 ondernemers van investeringen - Stimuleren vestiging van goede restaurants in Teylingen,anders gaan ondernemers naar Lisse en Noordwijk, dus de gemeente uit. Voor de zichtbaarheid moet je de ondernemers in de gemeente proberen te houden - Ondernemers moeten samen met de gemeente een visie op bedrijventerreinen ontwikkelen: bijv. concentreren op 1 sector, bijv. de hoogwaardige relatief schone maakindustrie, met hoogopgeleide werknemers (te vgl. met. BioScience Park niet tot actie. Het is voor sommigen zelfs teveel moeite om de eigen buren te leren kennen. TOV moet ook beter communiceren. - De Teylingse ondernemers moet zich beter profileren: de ondernemers zijn iets te ouderwets, te beschermend, te behoudend, te afwachtend.. - We moeten ons als ondernemers beter organiseren, anders lopen er ondernemers uit de gemeente weg! - TOV moet meer samenwerken met andere ondernemersverenigingen. Daar het contact zoeken i.p.v. het overleg op provinciaal en regionaal niveau af te wachten. Wij ondernemers moeten gewoon naar de buren stappen. We moeten samen vechten in de regio. 51

52 4.5 Voorlopige conclusies We verbinden aan het praktisch verloop van het onderzoek tot nu toe enkele conclusies. Ten eerste. Het concept van een ondernemersfonds is, gezien de discussies, goed doorgedrongen in het bedrijfsleven van Teylingen. Er is geen unanieme steun dat was ook niet te verwachten maar de actieve belangstelling en de ambities om iets goeds neer te zetten zijn er zeker in de kernen, bij de maatschappelijke en zorginstellingen en de bedrijventerreinen. Het buitengebied met de agrarische- en toeristische sector steunen het fonds niet of niet expliciet. De agrarische sector ziet geen meerwaarde in een ondernemersfonds op lokaal niveau, maar dat probleem is oplosbaar door deze sector buiten het fonds te houden en een retributieregeling te treffen. Binnen de toeristische sector leven genoeg bestedingsvoorstellen, maar is onvoldoende consensus, ook niet over de inzet van fondsgelden. Daarentegen kent Teylingen genoeg ondernemers met ambities voor gezamenlijke investeringen, en niet zonder reden. Er is zoveel werk aan de winkel dat niet alleen de inzet van vrijwilligers maar ook van professionele krachten nodig is. De detailhandelaren opteren voor een centrummanager, maar ook bedrijven buiten de dorpskernen spreken over een bredere inzet van een fondsmanager. De omvang en reikwijdte van de problemen en uitdagingen zeggen lang niet alles over de mate van support voor samenwerking en vernieuwing onder de ondernemers. Daar waar de problemen het grootst zijn is er soms maar een enkeling die op deze manier vooruit wil. Ten tweede. De organisatiegraad binnen Teylingen is niet overal even groot. Niet alle bedrijfseigenaren zijn ondernemers met ambities die voortdurend op zoek zijn naar investeringsmogelijkheden en vernieuwing, die kansen zien maar zich ook zorgen maken over een veranderende markt en teruglopende klandizie. Deze actieve ondernemers willen samenwerken en beschouwen het ondernemersfonds als een mogelijkheid om dat voor elkaar te krijgen. Als een manier om niet altijd maar te hoeven leuren en sleuren of niet langer alleen gemeenschappelijke belangen te verdedigen. Meer behoudende eigenaren zien een ondernemersfonds vooral als kostenpost en zien geen crisis. Ten derde. Er is een voorkeur voor praktische bestedingen (website, baggeren, vegen, maaien,markten, folders etc.). Maar er zijn ook ideeën voor meer kostenreducerende en gemeenschappelijke bestedingen en meer onderlinge solidariteit (aantrekken fondsmanager, gezamenlijk inzetten op duurzaamheid, afvalverwerking, aankoop energie, glasvezelkabel e.d.). De meer strategische analyses en plannen lijken vooralsnog bij de gemeente vandaan te moeten komen, in goede samenwerking met de ondernemers. Het detailhandelsvisie is een goed voorbeeld: de aan te trekken fondsmanager, gefinancierd door ondernemers, kan zich vervolgens richten op gebiedsontwikkeling ter versterking van de sector. Er is wel een aantal ondernemers die het regiobelang benadrukt en mogelijkheden ziet om het ondernemersfonds te benutten voor regiomarketing en ontwikkeling Ten vierde. Uit alles - maar zeker ook het coalitieakkoord - blijkt dat de gemeente zichzelf als partner van de ondernemers ziet. De gemeente ziet de noodzaak en mogelijkheden ter versterking van verschillende sectoren en verwacht een flinke inzet van de ondernemers in de gemeente. Omgekeerd laten de resultaten van het onderzoek zien dat ondernemers inzien dat ze in plaats van te wijzen naar de overheid zich beter kunt richten op gedeeld partnerschap met de gemeente, met bijvoorbeeld een grotere kans op cofinanciering. Ook wordt bijvoorbeeld geroepen om een aparte bedrijfscontactenfunctionaris aan de kant van de gemeente voor adequate serviceverlening. Ondernemers kiezen voor maatschappelijke betrokkenheid, zeker nu het voorzieningenniveau door teruglopende overheidsfinanciën terug dreigt te lopen. Het is zaak om in samenwerking Teylingen in economisch én sociaal opzicht te versterken.

53 4.6 Gebiedsindeling In dit deel presenteren we een gedetailleerd voorstel voor een indeling voor trekkingsrechten. Deze voorzet is niet bedoeld als definitief voorstel, maar om de discussie op gang te brengen. Een indeling in gebieden heeft als voordeel dat de afstand tussen de individuele ondernemer en de financiële posities in het ondernemersfonds zo kort mogelijk zijn. Het eigenaarschap van het fonds lijkt zo het meest gediend. Anderzijds heeft het bestuur van TOV een voorkeur uitgesproken om de regie te voeren. We denken dat een tussenweg mogelijk is. We denken dat het goed is om het trekkingsrecht niet centraal te regelen, maar gebieden te definiëren met een eigen trekkingsrecht met daarnaast afspraken over een percentage voor gemeenschappelijke, ondernemersbrede investeringen. In de systematiek uit het volgende hoofdstuk wordt uitgegaan van 4 verschillende financiële posities: 1. 3 kernen samen (detailhandel met horeca) 2. sector zorg en maatschappelijke instellingen 3. sector sport 4. bedrijventerreinen en niet-landbouwbedrijven buitengebied 5. (overheid en onderwijs) Er zou voor al deze gebieden een nieuwe vereniging of platform opgericht moeten worden of TOV moet aparte gebiedscommissie willen vormen. In de eerste helft van 2015 moeten de voorkeuren wel echt duidelijk worden. Het staat de ondernemers vrij om hun eigen samenwerkingsgebieden te kiezen. Een criterium kan zijn de logische samenhang in een werkgebied. Een criterium kan ook zijn een gezamenlijke ambitie. Gebieden kunnen na verloop van tijd gaan samenwerken en fuseren, of juist weer uit elkaar gaan. De gebiedsindeling van een fonds moet de dynamiek van de lokale economie volgen. Het trekkingsrecht is gebaseerd op 60 euro per ton WOZ-waarde van de categorie niet-woningen in de gemeente Teylingen. De totaalsom is in deze tabel nog exclusief de bijdrage uit de gemeentepanden, en komt uit op ,--, gebaseerd op de belasting database van de gemeente. Enkele kanttekeningen: Gaat de gemeente ook participeren, dan komt er een extra bijdrage bij van (9,7%). Totaal ruim euro. De Gemeente Teylingen heeft twee identiteiten. Aan de ene kant is de gemeente een publiekrechtelijke partij; in die hoedanigheid hoort er gepaste afstand te zijn tot het fonds: politiekbestuurlijke bemoeienis met het fonds zou schadelijk zijn voor het beginsel voor en door ondernemers. Aan de andere kant is de gemeente ook privaatrechtelijke partij en is als vastgoedeigenaar en gebruiker ook gewoon ondernemer, met dezelfde belangen als de andere ondernemers. Het fonds kan verder, ook zonder financiële en praktische participatie van de kant van de gemeente. De stuurgroep wil de gemeente echter van harte uitnodigen toch deel te nemen aan het fonds. Er is vertrouwen dat een gemeentelijke positie in het fonds niet vanuit politieke motieven gebruikt zal worden. Tegelijkertijd gaat van gemeentelijke participatie wel een signaal van solidariteit uit naar de ondernemers. Mocht de gemeente inderdaad mee gaan doen, dan moeten ook voor de gemeente uiteindelijk rendementen zichtbaar worden gemaakt. In deze getallen is nog geen rekening gehouden met de eerder besproken bijdrage aan de operationele kosten van het fonds van 6%. Er is ook nog geen rekening gehouden met gemeentebrede bestedingsdoelen. Overwogen zou kunnen worden om daar van af te zien en eerst maar eens te kijken of de gebiedsgerichte benadering goed van de grond komt. Maar een andere overweging is dat vroeg of laat de vraag naar gezamenlijke acties toch wel op komt en dat het handig is daar nu al op vooruit te lopen. Zo zijn er fondsen die vanaf het begin 15% 53

54 apart hebben gezet voor gemeentebrede acties en juist met dat bedrag enorm veel dynamiek hebben kunnen losmaken Gebieden: 1. Kernen Voorhout, Sassenheim en Warmond, trekkingsrecht: Detailhandel/horeca: Sassenheim: (50.000) Voorhout: (21.000) Warmond: (10.000) 2. Zorg- en maatschappelijke instellingen Sport (bedrag nog te berekenen in mindering van ) 4. Buitengebied, trekkingsrecht a. agrarische sector (retributie) (29.000) b. recreatie sector (retributie) (13.000) c. overig (32.000) 5. Bedrijventerreinen, trekkingsrecht: a. Jagtlust(S) (47.000) b. Sassenheim-Zuid (S) (37.000) c. AKZO-terrein (s) incl. Teylingereind (49.000) d. Industriekade (S) (4.500) e. Nijverheidsweg (V) (8.000) f. Veerpolder (W) (20.000) g. Greenib (W) (6.000) 6. Gemeentelijke bijdrage Onderwijs Eindtotaal ,-- (excl. gemeente) > ,-- (incl. gemeente) 4.7 De praktijk Hoe gaat het nu in de praktijk lopen? Een voorbeeld: Een ondernemer neemt in zijn gebiedsvereniging deel aan de discussie over de visie op de bedrijfsomgeving; daar volgen na verloop van tijd bestedingsvoorstellen uit. De vereniging krijgt aan het begin van elk kalenderjaar per brief van het bestuur van het ondernemersfonds te horen hoeveel trekkingsrecht zij heeft op het ondernemersfonds (dat trekkingsrecht wordt, indien van toepassing, opgeteld bij restanten van vorige jaren). De vereniging maakt plannen dat kunnen plannen per activiteit zijn, maar bij voorkeur een jaarplan. De plannen worden ingediend bij het bestuur van de beheerstichting van het fonds. Het bestuur van het fonds toetst de aanvraag aan twee criteria: is er voldoende trekkingsrecht en wordt het voorstel naar behoren gedragen door de leden van de vereniging? Het bestuur kan inhoudelijke vragen stellen en de vereniging wijzen op omstandigheden zoals dubbelingen met de programma s van anderen, maar kan de aanvraag niet op inhoudelijke gronden afwijzen. De meeste aanvragen worden dus 54

55 per hamerslag toegekend. Agendering in het fondsbestuur dient niettemin drie doelen: toetsen van de rechtmatigheid, veilig stellen van de transparantie en verenigingen wijzen op mogelijke samenhang in activiteiten. De vereniging krijgt bericht van goedkeuring en kan de activiteit aanbesteden of zelf uitvoeren. De rekening van de activiteiten wordt door de vereniging naar het fonds geleid. Het fonds betaalt de rekening en zorgt voor vooraftrek van de btw. Ingeval van een jaarplan (waarbij de btw-aftrek door de trekkingsgerechtigde kan worden geregeld) kan ook budget worden overgemaakt naar de trekkingsgerechtigde. In het begin zal er her en der misschien kritisch naar deze werkwijze gekeken worden. Maar de ervaring is dat deze systematiek binnen een jaar routine is geworden. Veranderingen in werkgebieden in de loop van de tijd zijn mogelijk: in de loop van de tijd veranderen problemen en voorkeuren. Er is praktisch wel een beperking aan de veranderbaarheid van de systematiek: het moet organisatorisch werkbaar blijven. Maar geen enkele grens is heilig: het systeem moet een goede balans treffen tussen berekenbaarheid en veranderbaarheid, tussen consolidatie en innovatie. 55

56 5. DE GOVERNANCE VAN HET FONDS Dit hoofdstuk verschaft een inrichtingsschets van het ondernemersfonds. Achtereenvolgens: de governance in grote lijnen bestuursstructuur taken en samenstelling bestuur fondsmanagement evaluatie van het fonds. De governance in grote lijnen Het fonds financiert de omgevingsambities die ondernemers gezamenlijk formuleren. Het verschaft de ondernemers een financiële positie, maar vult die niet voor hen in. De vlag moet steeds door de verenigingen geplant worden, niet door het fonds. Bij zo n rol hoort een bescheiden en servicegerichte opstelling. Het fonds gaat niet op de stoel van de ondernemers zitten, neemt geen politieke standpunten in en is terughoudend met het voeren van een eigen communicatiestrategie. Het bestuur draagt, richting de gemeente, de eindverantwoordelijkheid voor een ordentelijke gang van zaken. Dat betekent dat het bestuur van het fonds alle bewegingen in het fonds moet kunnen zien en kunnen beoordelen en ook moet kunnen ingrijpen in geval van dreigende tekorten, verwaarlozing, non deliveries, enzovoort. Bovendien is zeker in het begin ook opbouwwerk nodig, de verwachtingen zijn hooggespannen, de kritische zin van de ondernemers ook. En terecht. Maar bij zoveel verwachtingen moet het fonds geoutilleerd op pad worden gestuurd. Het fonds heeft een eenvoudige, niet-prominente maar wel effectieve bestuursstructuur nodig. Stichting Ondernemersfonds Teylingen De meest praktische vorm voor het fonds is een centrale stichting. Het wordt statutair een onafhankelijke stichting, die los staat van de bestaande verenigingen. Deze stichting: zorgt voor afspraken met de gemeente beheert trekkingsrechten neemt geen inhoudelijke beslissingen over bestedingen uit het fonds (daar gaan de trekkingsgerechtigde verenigingen zelf over) zorgt voor een jaarrekening, btw-afhandeling, et cetera neemt daarmee geen plek in onder de bestaande verenigingen als het gaat om belangenbehartiging of activiteiten, maar is alleen een organisatorisch construct om het zo gemakkelijk mogelijk te maken. Bestuur Stichting Ondernemersfonds Teylingen Als het gaat om de samenstelling van het bestuur zijn er twee benaderingen. De ene benadering is die van een compact bestuur 3 tot 5 personen met een onafhankelijke signatuur. Zo n aanpak leent zich goed wanneer er nog veel witte vlekken zijn waar goed over moet worden nagedacht en waar creativiteit voor nodig is. De andere benadering is die waarin vertegenwoordigers van de trekkingsgerechtigde groepen in het bestuur komen: iemand van de detailhandel, iemand van de not for profit, iemand van de terreinen, enzovoort. Deze aanpak ligt meer voor de hand in situaties waarin verankering en eigenaarschap vooral de aandacht behoeven. 56

57 De keuze is om de oprichtingsfase van het bestuur de jaren 2015 en 2016 in te gaan met een bestuur volgens de eerste benadering: een compact bestuur met nieuwe en onafhankelijke mensen. De overweging daarbij is dat het fonds een initiatief is van de drie ondernemersverenigingen, maar een onafhankelijke rol moet gaan spelen, ook ten opzichte van deze verenigingen. Dit rapport opent met de mededeling dat we iets nieuws gaan beginnen in Teylingen. Die nieuwe start willen we onderstrepen door ook nieuwe bestuurlijk talent te zoeken voor deze klus. Het spreekt vanzelf dat het moet gaan om mensen met een groot gevoel voor ondernemerschap, maar die zijn ongetwijfeld te vinden. In de statuten kan worden vastgelegd dat het bestuur bestaat uit minimaal drie of vijf personen met wortels in en kennis van ondernemend Teylingen. Statutair zal ook de mogelijkheid bestaan om het bestuur uit te breiden, ook met niet-stemhebbende adviseurs. Het bestuur van de Stichting Ondernemersfonds Teylingen fungeert in de regel als beslissingsorgaan en heeft de volgende taken: Besluitvorming over alle aanvragen voor het gebruik van een trekkingsrecht. In het overgrote deel van de gevallen zal die behandeling een routinehandeling zijn. De inhoudelijke afweging hoort immers bij de verenigingen. Maar de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid vergt dat het bestuur alles ziet. Zorg dragen voor tijdige vaststelling en goedkeuring van de jaarrekening, verantwoording richting de gemeente. Bewaken van de goodwill richting de gemeente en de representatie van het fonds naar derde partijen (overheid, andere fondsen, andere ondernemersorganisaties). Zorgen dat ondernemers overal in Teylingen georganiseerd raken, zodat in de hele gemeente trekkingsrecht kan worden uitgeoefend. Zorg dragen voor transparantie in het hele netwerk: beschikbaar stellen van informatie over bestedingen, bevorderen van samenwerking tussen ondernemersorganisaties. Signaleren van behoeftes en problemen, indien nodig beleid ontwikkelen. Leveren van praktische hulp bij conflicten en problemen, ingrijpen bij ontsporingen. Het in gang zetten van periodieke evaluaties van het fonds. Punt van overweging is nog om, naast het bestuur, een adviesraad in te stellen. Een adviesraad zou kunnen bestaan uit de besturen van alle verengingen die gebruik maken van de financiële posities van het fonds. De functie van de adviesraad is tweeledig: gesprekspartner voor het bestuur, met name bij de bespreking van de jaarstukken; en platform voor uitwisseling van ideeën en voorstellen tussen alle partijen. Er zal later een keuze gemaakt worden in deze kwestie. 57

58 Fondsmanagement De ervaring van elders wijst uit dat fondsen groter dan ongeveer euro niet meer met alleen vrijwilligerswerk te runnen zijn. Het aantal verrekeningen is zo groot, dat een deugdelijke administratie nodig is. In de praktijk verbinden de meeste fondsen daar een soort opbouwcapaciteit aan, die de verenigingen ondersteunt in hun activiteiten. Dat wordt een secretariaat of management van een fonds, in Teylingen kan gedacht worden aan de ordegrootte van 15 tot 20 uur in de week. Het gaat om de volgende taken: Het soepel laten verlopen van het administratief proces: samen met de gemeente de hoogte van het trekkingsrecht per deelgebied vast stellen, de verenigingen daarover berichten, financieringsaanvragen begeleiden, facturen voldoen, administreren, zorgen voor een begroting en een jaarrekening. Het opbouwwerk : het ondersteunen van het tot stand komen van verenigingen en allianties in gebieden in de gemeente die nu nog een witte vlek zijn. Zorgen voor zuurstof in het netwerk van verenigingen, informatie verspreiden, goede praktijkvoorbeelden laten zien, mensen op ideeën brengen, ondernemers waar nodig helpen bij het formuleren van een project, contacten leggen, praktische problemen oplossen. Het ondersteunen van het bestuur van het fonds. De vraag naar capaciteit is in ondernemerskringen vaak lastig. Aan de een kant riekt het scheppen van een formatieve capaciteit naar overhead. Aan de andere kant is er ook gewoon vraag naar een slimme man of vrouw die de besturen van de verenigingen werk uit handen neemt. Evaluatie van het fonds De afspraak is dat het fonds een pilotperiode van drie jaar meemaakt. Tegen het einde van die periode eind-2017 volgt een evaluatie. Die evaluatie kan eventueel leiden tot het verdwijnen van het fonds, of tot voortzetting, indien nodig in bijgestelde vorm of met een bijgestelde agenda. De evaluatie bestaat uit het voorleggen van een kwalitatieve vraagstelling aan de stakeholders van het fonds. Dat zijn in beginsel de besturen van de verenigingen die gebruik maken van het fonds, aangevuld met de gemeente Teylingen, grotere individuele bedrijven en derden, waaronder eventueel deskundigen van buiten. 58

59 Bijlage:1 respondenten Lijst van geraadpleegde bedrijven en instellingen Teylingereind GGZ-Rivierduinen Marente Activite Raamwerk Teylingen college KTS Voorhout Rijnlands Lyceum Sassenheim Van der Schoot export. bollen Theo de Boer BV LTO-Noord, Duin-& Bollenstreek agrarische commissie Agrarisch ondernemers en handelsbedrijven Anthos Akzo-Nobel MCS Agriraad Heemskerk Development AbvaKabo Van Velzen van de Water Greenib Onroerend Goed BV Wesseling Transport Bakkerij Ammerlaan D-winkels - vastgoed Toerisme & Recreatie Mw. Esther Onderweter, voorzitter bestuur Mw. Derkje Schinkelshoek, directeur algemene zaken Mw. Yvonette den Boer, directeur wonen met Zorg Mw. Lita Berkhout, voorzitter bestuur Mw. Mr. A.S.V. de van der Schueren- van Hemel, bestuurssecretaris Dhr. Andre de Haan manager vastgoedbeheer Dhr. Ton de Groot, directeur Mw. A. Verkade, directeur. Dhr. Fred Molenaar, directeur Dhr. Nanne Batenburg, financieel directeur Dhr. Theo de Boer Dhr. Mart Duineveld (voorzitter) Dhr. Fer Vergeer Dhr. Daan Janze Dhr. Hedwig Damen Dhr. Jaap Leenen Dhr. Ron Mulder Dhr. Frank van der Valk Dhr. Jos van der Plas Dhr. Theo Warmerdam Dhr. Martin van de Geest Dhr. Ruud Berbee Dhr. Christian Damen Dhr. Maxim Ozkam Dhr. Daan Jansze Dhr. Hans Does Dhr. Kees Zonneveld Dhr. Jaap van Dijk Dhr. Mr. Henk Westerhof, voorzitter Dhr. Peter van der Knaap Dhr. Luc Schouten Dhr. Sjaak Langeslag Dhr. Frans Heemskerk Dhr. Andre Vink Dhr. Rob J. Batenburg Dhr. Jack Renes, managing director Dhr. Marcel Wesseling Dhr. Charles Ammerlaan Dhr. B.J. Faber, manager Vastgoed Beheer Mw. Lidia van Kempen (camping Rianto) Dhr. H. van Gent (Jachtwerf t Joppe) Dhr. Ted de Haas (Camping Horizon) Dhr. Ronald Kest (Camping Zonnekamp) Dhr. Carl Sprinken (Jachtwerf de Waag) Dhr. Jan-Willem Versluijs (Jachthaven Lockhorst) Dhr. Leo van Schie (Botenstalling Zijldijk) Mevr. Joke van Schie (Botenstalling Zijldijk) 59

60 Detailhandel-commissie Van der Valk Hotel Sassenheim Jong TOV: Oranjestate Vastgoed BK-office.nl Into-business Engineringsbedrijf Bakkerij Ammerlaan WIJMKB Spoelbedrijf Helmus Steenbergen Advocaten Suzikidealer + vakgarage Van Velzen van de Water ABN-AMRO Sport Mevr. Sandra Warmerdam (Camping de Wasbeek) Mevr. Elly van der Geest (Boerenjachthaven vandergeest ) Dhr. Coen ten Kley (fort Marina Dhr. Rene Vergeer (Fa. Kagerzoom) Mw. Ria Luiten (Jachthaven Zwanengat) Dhr. Patrick Kerkvliet (Olympia Charters) Dhr. Jules de Vries (voorzitter) Dhr. Wim Ouwehand Dhr. Ab de Bruin Dhr. Sven Bakker, directeur Dhr. Bart Keultjes Dhr. John van der Tol, uitgever Dhr. Anco Doeswijk Dhr. Wesly Ammerlaan Dhr. Roy van der Vlugt en Dhr. Paul v.d. Nagel Dhr. Marcel Helmus en Dhr. Epco Schippers Mw. Sanne van der Meer, advocaat Dhr. Laurens Bakker, accountant Dhr. Ron van der Hulst, accountant Dhr. Geert Jan van Leeuwen, senior relatiemanager overheid en onderwijs Dhr. Nol Sikking, Tennisvereniging Warmond Dhr. Derk Kappele, Warmondse IJsclub Dhr. Arjan Slobbe, St. Exploitatie Foranholte Dhr. Erik Benne, Warmondse IJsclub Dhr. Jan de Baare, Golfclub Kagerzoom 60

61 Fondsgrootte per sector Teylingen (gegevens zijn schattingen op basis van databestanden) Gebied Opbrengst fonds (bij 60,- opslag per ton) Kernen Sassenheim kern Voorhout kern Warmond kern Bedrijventerreinen Jagtlust (S) Sassenheim-Zuid (S) AKZO terrein (S) incl. Teylingereind Industriekade (V) Nijverheidsweg (S) Veerpolder (W) Greenrib (Oosteinde) (W) Sectoren Zorg Recreatie Tuinbouw Overig agrarisch Overig Buitengebied Overig buitengebied Totaal Gemeentelijk eigendom (gemeentehuis, scholen, bibliotheek, culturele instellingen, sportvoorzieningen, trafo s, kinderboerderijen, etc. Bruto totaal

62 Bijlage 2 - Flyer onderzoek OF Teylingen, verspreid via TOV-site en lokale media (naast een uitgebreide handreiking )

63 63

64 64

65 Bijlage 3 - Bedrijfseconomische kerngegevens gemeente Teylingen Fusiegemeente sinds 2006 Aantal inwoners Aantal bedrijven (cijfers KvK 2011) veel kleine bedrijven met 1-3 mws. Warmond 296 bedrijven kern voor toerisme en recreatie, goede positie in zorg Voorhout 590 bedrijven kern voor woningproductie, grenst aan het bollengebied Sassenheim 679 bedrijven centrumfunctie voor detailhandel en bedrijvigheid Aantal vestigingen per sector/branche (cijfers CBS, 2014) Arbeidsplaatsen (cijfers 2012 CBS) Werkeloosheid 3% (cijfers 2012) WOZ-waarde nietwoningen 771 miljoen (cijfers CBS 2012) Fondsgrootte bij OZBverhoging > euro (bij 100% participatie) 60 euro / ton Detailhandel nieuwe visie dec winkelkernen relatief beperkt aanbod weglek naar grote buurgemeenten Warmond dagelijks aanbod en toerisme Voorhout dagelijkse en basis niet-dagelijksaanbod Sassenheim compleet winkelaanbod winkelvloeropp m (is gemiddelde van referentiegemeenten <> inwoners. detailhandelsvisie -Inzet op concentratie en clustering en onderscheidend vermogen -brancheprofielen -aanstelling centrummanager met gebiedsvisie - samenhang detailhandel met horeca versterken -opkopen oude panden met vastgoedfonds Bedrijventerreinen (8 nieuwe bestemmingplannen 2012) oppervlakte totaal 13,3 ha. Gemengde bedrijventerreinen m.u.v. AKZO 8 bedrijventerreinen - Veerpolder (Warmond) meer wellness en leisure

VOORSTEL OPSCHRIFT AANHEF MOTIVERING. Vergadering van december 2014. Onderwerp: Instellen Ondernemersfonds - Besluitvormend

VOORSTEL OPSCHRIFT AANHEF MOTIVERING. Vergadering van december 2014. Onderwerp: Instellen Ondernemersfonds - Besluitvormend VOORSTEL OPSCHRIFT Vergadering van december 2014 Besluit nummer: 2014_Raad_00122 Onderwerp: Instellen Ondernemersfonds - Besluitvormend Beknopte samenvatting: Besloten wordt een ondernemersfonds in te

Nadere informatie

Commissie BFT 4 december 2014 (o.a. Ondernemersfonds)

Commissie BFT 4 december 2014 (o.a. Ondernemersfonds) Commissie BFT 4 december 2014 (o.a. Ondernemersfonds) Orgaan: Locatie: Datum: Aanvang: Commissie Bestuur, financiën en toerisme Raadzaal, Raadhuisplein 1, Voorhout donderdag 04 december 2014 20:00 uur

Nadere informatie

Nu een rijke forensenstad. Maar kleine en slecht georganiseerde economie.

Nu een rijke forensenstad. Maar kleine en slecht georganiseerde economie. Factsheet over Ondernemersfonds Leiden Voor: Conferentie IBS Goud waard, Gent, 13 december 2007 Van: Aart van Bochove Werk: directeur beleidsadviesbureau Blaauwberg, www.blaauwberg.nl. Vrije tijd: voorzitter

Nadere informatie

Betreft: verzoek tot mogelijk maken Ondernemersfonds Helmond

Betreft: verzoek tot mogelijk maken Ondernemersfonds Helmond Gemeente Helmond T.a.v. het College van B&W Postbus 950 5700 AZ Helmond Betreft: verzoek tot mogelijk maken Ondernemersfonds Helmond Helmond, 18 september 2012 Geacht college, Het wordt voor het ondernemersklimaat

Nadere informatie

HANDREIKING VOOR DE OPRICHTING VAN EEN ONDERNEMERSFONDS VOOR DE GEMEENTE TEYLINGEN

HANDREIKING VOOR DE OPRICHTING VAN EEN ONDERNEMERSFONDS VOOR DE GEMEENTE TEYLINGEN HANDREIKING VOOR DE OPRICHTING VAN EEN ONDERNEMERSFONDS VOOR DE GEMEENTE TEYLINGEN De Teylingen Ondernemers Vereniging (TOV) heeft een onderzoek naar de vorming van een ondernemersfonds geïnitieerd. Onderstaande

Nadere informatie

Nieuwegein, 3 juli 2012. Aan de leden van de raad,

Nieuwegein, 3 juli 2012. Aan de leden van de raad, Nieuwegein, 3 juli 2012 Aan de leden van de raad, Sinds een aantal jaren is er veel belangstelling voor het ontwikkelen van een nietvrijblijvende manier om de collectieve belangen van ondernemers te behartigen.

Nadere informatie

Rapport, 6 oktober 2013

Rapport, 6 oktober 2013 ONDERZOE K NAAR ONDERNEMERSFONDS BODE GRAVEN-REEUWI JK Rapport, 6 oktober 2013 KOPIE AANBIEDINGSBRIEF RAPPORT AAN COLLEGE VAN B&W Koepel Ondernemend Bodegraven-Reeuwijk Beursstraat 1a 2411 BA Bodegraven

Nadere informatie

2. De gemeente Vlaardingen bereid is om uit de algemene middelen een subsidie te verstrekken aan het ondernemersfonds.

2. De gemeente Vlaardingen bereid is om uit de algemene middelen een subsidie te verstrekken aan het ondernemersfonds. CONVENANT ONDERNEMERSFONDS VLAARDINGEN DE ONDERGETEKENDEN: 1. De gemeente Vlaardingen te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de wethouder economie van de gemeente Vlaardingen R.G. de Vries, bij volmacht

Nadere informatie

Raadsvoorstel 123. Gemeenteraad. Vergadering 4 december 2012

Raadsvoorstel 123. Gemeenteraad. Vergadering 4 december 2012 Raadsvoorstel 123 Onderwerp : invoering van een Ondernemersfonds onder gelijktijdige verhoging OZB nietwoningen in Helmond. B&W vergadering : 30 oktober 2012 Dienst / afdeling : SE.EC Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

Petitie MKB Hoorn met betrekking tot de ingevoerde reclamebelasting Hoorn ten behoeve van het Lokaal Ondernemersfonds

Petitie MKB Hoorn met betrekking tot de ingevoerde reclamebelasting Hoorn ten behoeve van het Lokaal Ondernemersfonds Petitie MKB Hoorn met betrekking tot de ingevoerde reclamebelasting Hoorn ten behoeve van het Lokaal Ondernemersfonds Hoorn, 25 augustus 2009 MKB Hoorn constateert - Dat de gemeente Hoorn eind mei de aanslagen

Nadere informatie

Ondernemersfonds Purmerend

Ondernemersfonds Purmerend Ondernemersfonds Purmerend Purmerend, december 2009 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemene inleiding 1.1: Aanleiding 1.2: Probleemstelling 1.3: Doelstelling en opbouw notitie Pagina 3 3 3 4 Hoofdstuk 2: Achtergronden

Nadere informatie

Plan van Aanpak BIZ Vianen

Plan van Aanpak BIZ Vianen Plan van Aanpak BIZ Vianen Plan van Aanpak BIZ Voorstraat Vianen oktober 2011 1 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Als vestingstad met historie, onder de rook van Utrecht, is Vianen trots op haar Voorstraat.

Nadere informatie

V E E R T I E N V E E L G E S T E L D E V R A G E N O V E R E E N

V E E R T I E N V E E L G E S T E L D E V R A G E N O V E R E E N V E E R T I E N V E E L G E S T E L D E V R A G E N O V E R E E N O N D E R N E M E R S F O N D S H A N D R E I K I N G V O O R D E E L N E M E R S A A N H E T S Y M P O S I U M V A N H E T P L A T F O

Nadere informatie

Portefeuillehouder van der Laan Datum collegebesluit 11 november 2014 Opsteller Marianne de Jeu Registratie. Agendapunt

Portefeuillehouder van der Laan Datum collegebesluit 11 november 2014 Opsteller Marianne de Jeu Registratie. Agendapunt Portefeuillehouder van der Laan Datum collegebesluit 11 november 2014 Opsteller Marianne de Jeu Registratie Agendapunt Onderwerp Gemeentebreed Ondernemersfonds Heerenveen Voorstel 1. Het tarief voor de

Nadere informatie

Samenvatting Plan van Aanpak Centrummanagement Grave. Ondernemersvereniging Graveon

Samenvatting Plan van Aanpak Centrummanagement Grave. Ondernemersvereniging Graveon Samenvatting Plan van Aanpak Centrummanagement Grave Ondernemersvereniging Graveon VOORWOORD Deze visie en plan van aanpak voor de start van Centrummanagement Grave is tot stand gekomen door samenwerking

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. TITEL Verordening reclamebelasting 2011

RAADSVOORSTEL. TITEL Verordening reclamebelasting 2011 RAADSVOORSTEL Van : Burgemeester en Wethouders Reg.nr. : 3686069v4 Aan : Gemeenteraad Datum : 20 april 2011 Portefeuillehouder : Wethouder M.C. Barendregt Wethouder G. Boeve Wethouder J.C. Buijtelaar Agendapunt

Nadere informatie

Centrummanagement Grave Het Ondernemersfonds. Stefan van Aarle

Centrummanagement Grave Het Ondernemersfonds. Stefan van Aarle Centrummanagement Grave Het Ondernemersfonds Stefan van Aarle De basis: plan van aanpak Vastgesteld juli 2012 Aandacht voor: Projecten Organisatie Financiering Doelstelling Het is samenwerking met de bij

Nadere informatie

Werkplan Stichting Ondernemersfonds Uithoorn

Werkplan Stichting Ondernemersfonds Uithoorn Werkplan Stichting Ondernemersfonds Uithoorn Het Bestuur Het bestuur van het Ondernemersfonds bestaat uit negen leden. Het eerste bestuur wordt benoemd bij akte. De bestuurders hebben geen last of ruggespraak.

Nadere informatie

Lokaal economisch beleid

Lokaal economisch beleid Lokaal economisch beleid Op weg naar een dynamische agenda voor de toekomst Tweede ondernemersavond 13 oktober 2014 Programma Opening 19:30 Doel van de avond 19:35 Terugblik 1 e ondernemersavond 19:40

Nadere informatie

Een ondernemersfonds is in feite een pot met. ondernemers. Besteding van. belastingen door. Gemeentelijke ondernemersfondsen

Een ondernemersfonds is in feite een pot met. ondernemers. Besteding van. belastingen door. Gemeentelijke ondernemersfondsen Gemeentelijke ondernemersfondsen Besteding van belastingen door ondernemers Stel dat je als groep van ondernemers zelf kon kiezen waaraan jouw belastinggeld zou moeten worden uitgegeven. Dat klinkt toch

Nadere informatie

Onderzoek Ondernemerspanel 4: Actuele economische onderwerpen

Onderzoek Ondernemerspanel 4: Actuele economische onderwerpen Onderzoek Ondernemerspanel 4: Actuele economische onderwerpen Kleine bedrijven, ondernemersverenigingen, leegstand kantoren en Bedrijfs Investerings Zone (BIZ) Contactpersonen gemeente Nieuwegein: Team

Nadere informatie

Plannen Economische Agenda 20113-2014

Plannen Economische Agenda 20113-2014 Plannen Economische Agenda 20113-2014 Aanvalsplan 1: Marketing regio Amersfoort: be good and tell it Wat is het doel: Gerichte marketingcampagnes starten op het gebied van ondernemen in Amersfoort en de

Nadere informatie

Gangmakers voor Bussum!

Gangmakers voor Bussum! Met de fusie tussen Bussum, Naarden en Muiden in het vizier en de op handen zijnde Raadsverkiezingen in maart 2014 geeft de Bussumse Ondernemers Vereniging (BOV) met dit pamflet haar visie op de economische

Nadere informatie

BIZ: workshop 9 stappenplan. 24 juni 2013 Linda van der Windt, beleidsadviseur

BIZ: workshop 9 stappenplan. 24 juni 2013 Linda van der Windt, beleidsadviseur BIZ: workshop 9 stappenplan 24 juni 2013 Linda van der Windt, beleidsadviseur BIZ QUIZ a. Groen bordje b. Rood bordje c. Hand opsteken BIZ QUIZ 1. Wat betekent BIZ? a. Bijzonder Ingewikkeld Zonebeheer

Nadere informatie

BOF / OV Hessenweg & Looydijk / OV Bilthoven Centrum p.a. Evert P. ten Kate Chalonhof 2 3762CS Soest evert@denkaatbv.nl

BOF / OV Hessenweg & Looydijk / OV Bilthoven Centrum p.a. Evert P. ten Kate Chalonhof 2 3762CS Soest evert@denkaatbv.nl BOF / OV Hessenweg & Looydijk / OV Bilthoven Centrum p.a. Evert P. ten Kate Chalonhof 2 3762CS Soest evert@denkaatbv.nl Aan het College van B&W van De Bilt Afschrift aan de Gemeenteraad 18 juli 2014 Geacht

Nadere informatie

Burgemeester en Wethouders 3 februari 2015. Steller Documentnummer Afdeling. M. de Boer 15I0000441 Ruimte

Burgemeester en Wethouders 3 februari 2015. Steller Documentnummer Afdeling. M. de Boer 15I0000441 Ruimte Steller Documentnummer Afdeling M. de Boer 5I000044 Ruimte Doorkiesnummer Communicatie Portefeuillehouder 036 522954 Nee W.P. van der Es Kabinet Brief bijgevoegd Te volgen procedure Nee Nee Rubriek Advies

Nadere informatie

ONDERNEMERSFONDS TEYLINGEN

ONDERNEMERSFONDS TEYLINGEN - Technische vragen aan College (vrij om over te nemen) voor Fractieleden gemeente Teylingen ONDERNEMERSFONDS TEYLINGEN - Update VOT- Presentatie aan fracties d.d. 24 augustus Teylingen 30 augustus 2015

Nadere informatie

O NDERNEMERSFONDS U TRECHT V ERSLAG VAN EEN HAALBAARHEIDSONDERZOEK. Utrecht / Leiden, 26 september 2011 EN VOORSTEL TOT INRICHTING

O NDERNEMERSFONDS U TRECHT V ERSLAG VAN EEN HAALBAARHEIDSONDERZOEK. Utrecht / Leiden, 26 september 2011 EN VOORSTEL TOT INRICHTING O NDERNEMERSFONDS U TRECHT V ERSLAG VAN EEN HAALBAARHEIDSONDERZOEK EN VOORSTEL TOT INRICHTING Utrecht / Leiden, 26 september 2011 VOORWOORD Al geruime tijd wordt in Utrecht gedacht en gesproken over de

Nadere informatie

Intentieverklaring Versterking economisch positie Centrum Alphen aan den Rijn

Intentieverklaring Versterking economisch positie Centrum Alphen aan den Rijn Intentieverklaring Versterking economisch positie Centrum Alphen aan den Rijn Inleiding Het centrum van Alphen aan den Rijn is de ontmoetingsplaats, het culturele- en koopcentrum voor de inwoners van Alphen

Nadere informatie

Informatieavond reclamebelasting

Informatieavond reclamebelasting Informatieavond reclamebelasting 9 april 2015 2-7-2015 1 Indeling van de avond Openingswoord door wethouder Ricky van den Aker Update over vrij parkeren Toelichting nieuwe reclamebelasting Enkele vragen

Nadere informatie

Dit is MKB-Nederland. Aanbod Lokale Partners

Dit is MKB-Nederland. Aanbod Lokale Partners Dit is MKB-Nederland Aanbod Lokale Partners Samen haar lokale partners werkt MKB- Nederland aan krachtige en effectieve lobby op lokaal niveau. Dit document legt uit wat het Lokaal Partnerschap precies

Nadere informatie

NAAR EEN ONDERNEMERSFONDS NIEUWEGEIN?

NAAR EEN ONDERNEMERSFONDS NIEUWEGEIN? NAAR EEN ONDERNEMERSFONDS NIEUWEGEIN? Argumenten, voorstel en proces Concept, 3 juli 2012 Stuurgroep Ondernemersfonds Nieuwegein Huub van Baal, BiZZp Jos Littel, OKN Dik den Blanken, SMC Philip van Anraad,

Nadere informatie

Stichting CLOK. Samen bouwen aan een sterke, vitale en duurzame lokale economie. www.clok.nl e-mail info@clok.nl telefoon 035-695 41 44 StichtingCLOK

Stichting CLOK. Samen bouwen aan een sterke, vitale en duurzame lokale economie. www.clok.nl e-mail info@clok.nl telefoon 035-695 41 44 StichtingCLOK Stichting CLOK Samen bouwen aan een sterke, vitale en duurzame lokale economie www.clok.nl e-mail info@clok.nl telefoon 035-695 41 44 StichtingCLOK Indeling presentatie Gent 12-02-2015 Achtergrond CLOK

Nadere informatie

C.H. Hartendorp BP TH

C.H. Hartendorp BP TH SAMENVATTING RAADSVOORSTEL CASENUMMER BEHANDELEND AMBTENAAR SECTOR PORT. HOUDER 10G201406 381501 / 381501 ONDERWERP Verzoek oprichten BI-zone Westermaat. C.H. Hartendorp BP TH AGENDANUMMER BELEIDSPROGRAMMA/BELEIDSLIJN

Nadere informatie

Beëdigd Makelaar o.z. / Werklocatieregisseur

Beëdigd Makelaar o.z. / Werklocatieregisseur Edwin Markus Beëdigd Makelaar o.z. / Werklocatieregisseur ProcesbegeleiderExperimentwetBIZ 2009 WC Centrum Barendrecht BT Bijdorp Barendrecht BT Schiebroek Rotterdam Procesbegeleider Wet BIZ 2015 WC West

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Leiden is een stad vol verrassingen. Naast een roemrijke geschiedenis van wetenschap, vernieuwing en cultuur, heeft het moderne Leiden aantrekkelijke

Leiden is een stad vol verrassingen. Naast een roemrijke geschiedenis van wetenschap, vernieuwing en cultuur, heeft het moderne Leiden aantrekkelijke Leiden is een stad vol verrassingen. Naast een roemrijke geschiedenis van wetenschap, vernieuwing en cultuur, heeft het moderne Leiden aantrekkelijke winkels en een bloeiende kenniseconomie. Met als decor:

Nadere informatie

BEDRIJVEN INVESTERINGS ZONE (BIZ)

BEDRIJVEN INVESTERINGS ZONE (BIZ) BEDRIJVEN INVESTERINGS ZONE (BIZ) WAT IS EEN BEDRIJVEN INVESTERINGS ZONE? Een bedrijveninvesteringszone is een afgebakend gebied waar ondernemers samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving

Nadere informatie

Ondernemersfonds Utrecht

Ondernemersfonds Utrecht Simon Fortuyn, penningmeester s?ch?ng Ondernemersfonds Utrecht Kjeld Vosjan, fondsmanager Ondernemersfonds Utrecht Ondernemersfonds Utrecht 19 juni 2013, Apeldoorn INHOUD De aanleiding van het Utrechtse

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Aan de raad van de gemeente Lingewaard Aan de raad van de gemeente Lingewaard Onderwerp Invoering reclamebelasting/ondernemersfondsen 1. Samenvatting Op 16 juli 2009 is door de fractie PvdA een motie ingediend met het verzoek aan het college

Nadere informatie

EEN GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS IN HEERENVEEN: VOORWAARDEN EN PERSPECTIEVEN

EEN GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS IN HEERENVEEN: VOORWAARDEN EN PERSPECTIEVEN EEN GEMEENTEBREED ONDERNEMERSFONDS IN HEERENVEEN: VOORWAARDEN EN PERSPECTIEVEN Verslag van een vooronderzoek 25 september 2014 In opdracht van: 0 Samenvatting en leeswijzer Zoals in veel gemeenten, wordt

Nadere informatie

BIZ bijeenkomst Zoutman 6 september 2011. Samen werken aan een Schoon, Heel en Veilig bedrijventerrein!

BIZ bijeenkomst Zoutman 6 september 2011. Samen werken aan een Schoon, Heel en Veilig bedrijventerrein! BIZ bijeenkomst Zoutman 6 september 2011 Samen werken aan een Schoon, Heel en Veilig bedrijventerrein! 1. Welkom en opening de heer C. Visscher Vereniging Bedrijventerrein Zoutman i.o. wethouder J.C. Goudbeek

Nadere informatie

Startdia met foto Ruimte. De toekomst van Amersfoort centrum & de rol van de vastgoedsector

Startdia met foto Ruimte. De toekomst van Amersfoort centrum & de rol van de vastgoedsector Startdia met foto Ruimte De toekomst van Amersfoort centrum & de rol van de vastgoedsector Wie ben ik? Stefan van Aarle: Adviseur Retail & Centrummanagement Coördinator Platform Binnenstadsmanagement Organisatie

Nadere informatie

Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht

Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht Rapportage Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht Uitgevoerd door: ETIN Adviseurs s-hertogenbosch, mei 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 1.1 Populatie

Nadere informatie

VOORSTEL OPSCHRIFT AANHEF MOTIVERING. Vergadering van 23 februari 2016 bestemd voor de gemeenteraad

VOORSTEL OPSCHRIFT AANHEF MOTIVERING. Vergadering van 23 februari 2016 bestemd voor de gemeenteraad VOORSTEL OPSCHRIFT Vergadering van 23 februari 2016 bestemd voor de gemeenteraad Besluit nummer: 2016_BW_00165 Onderwerp: Wijzigen besluit Ondernemersfonds - Besluitvormend Beknopte samenvatting: Het college

Nadere informatie

Ambtelijke samenvoeging: Briljant idee of slap compromis? VNG congres 30 november 2015: 10.30-11.45

Ambtelijke samenvoeging: Briljant idee of slap compromis? VNG congres 30 november 2015: 10.30-11.45 VNG congres 30 november 2015: 10.30-11.45 * Proces dat heeft geleid tot besluit Bollenstreek * Inrichtingsvragen en keuzes * Discussie * Afsluiting Bij handopsteken: Wie is voor een ambtelijke samenvoeging

Nadere informatie

Het Rendement van Schoon Deel sessie 1 Retail & stations omgeving

Het Rendement van Schoon Deel sessie 1 Retail & stations omgeving Vraag Belangrijk Legenda Leestip Met de klok mee Start op 1 uur Van het midden uit naar buiten Per tak van boven naar beneden Deze PDF staat uit meerdere pagina's Welkom Hoop bekende gezichten Leuk mix

Nadere informatie

1. Ondernemers en ondernemersparticipatie

1. Ondernemers en ondernemersparticipatie Vragen naar aanleiding van de presentatie van Joost Menger gehouden op 21 januari in de Beurs van Berlage, oftewel FAQ. Ter informatie: de nieuwe BIZ-wet treedt pas in werking per 1 januari 2015. Het wetsvoorstel

Nadere informatie

Ondernemersfonds Lisse

Ondernemersfonds Lisse Ondernemersfonds Lisse Ton Tibboel, voorzitter 6 oktober 2009 Programma Totstandkoming in Lisse Hoe werkt het? Trekkingsrechten hoever zijn we? Voorbeelden Leiden Vragen Totstandkoming in Lisse Eerste

Nadere informatie

Doel is om voor deelnemers een beeld te schetsen van hoe het pensioen in elkaar steekt en hoe hun eigen pensioen er voorstaat.

Doel is om voor deelnemers een beeld te schetsen van hoe het pensioen in elkaar steekt en hoe hun eigen pensioen er voorstaat. Majesteit, dames en heren. Hartelijk welkom! En, Majesteit, ik weet zeker dat ik hier namens alle aanwezigen spreek als ik zeg dat wij buitengewoon vereerd zijn dat U bij een deel van dit programma aanwezig

Nadere informatie

Als burger/ondernemer vinden wij het niet meer dan normaal belasting te moeten betalen,daar staan we voor en dat doen we indien vereist.

Als burger/ondernemer vinden wij het niet meer dan normaal belasting te moeten betalen,daar staan we voor en dat doen we indien vereist. Aan de fractie van de WD Gemeente Teylingen Betreft:Ondernemersfonds Geachte fractie, Als burger/ondernemer vinden wij het niet meer dan normaal belasting te moeten betalen,daar Dat we als ondernemer gevestigd

Nadere informatie

Beoogd effect een efficiënte en klantgerichte uitvoering van de taken op het vlak van belastingen, met geminimaliseerde bedrijfsrisico's.

Beoogd effect een efficiënte en klantgerichte uitvoering van de taken op het vlak van belastingen, met geminimaliseerde bedrijfsrisico's. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering E.Th. Kamminga 25 oktober 2012 Datum voorstel 18 september 2012 Agendapunt Onderwerp Samenwerking op het vlak van belastingen De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Nadere informatie

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122 Gemeente Bussum Vaststellen tarieven onroerende-zaakbelastingen 2012 Brinklaan 35 Postbus 6000

Nadere informatie

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Inleiding Op 1 januari 2015 krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor een aantal nieuwe taken in het sociale domein

Nadere informatie

Onderwerp: evaluatie Stuurgroep Toerisme en Recreatie en planvorming 2009

Onderwerp: evaluatie Stuurgroep Toerisme en Recreatie en planvorming 2009 Agendapunt : Voorstelnummer : Raadsvergadering : 25 november 2008 Naam opsteller : Thea Olivier Informatie op te vragen bij : Thea Olivier Portefeuillehouders : Jan Mesu Onderwerp: evaluatie Stuurgroep

Nadere informatie

Activiteitenplan Verantwoording Begroting 2016

Activiteitenplan Verantwoording Begroting 2016 Biz Plan 2016 BIZ Ondernemers Driebergen (BIZ 3B) Activiteitenplan Verantwoording Begroting 2016 BIZ DRIEBERGEN (BIZ 3B) Versie april 2015 Activiteiten 2016 Een Bedrijven Investerings Zone (verder te noemen

Nadere informatie

Meerjarenbeleidplan Stichting Centrummanagement Hoogeveen 2015-2019

Meerjarenbeleidplan Stichting Centrummanagement Hoogeveen 2015-2019 Meerjarenbeleidplan Stichting Centrummanagement Hoogeveen 2015-2019 1. Vraag- en probleemstelling Het huidige meerjarenbeleidplan van de stichting loopt van 2011 tot en met 2014. Sinds een aantal jaren

Nadere informatie

achtergrond FORUM #08/23.04.09

achtergrond FORUM #08/23.04.09 26 Als in de winkel straat de verloedering toeslaat, moet er iets gebeuren. Maar hoe krijg je ondernemers zo gek daarvoor vrij willig meer belasting te betalen? Tekst: Paul Scheer Foto: Jeroen Poortvliet

Nadere informatie

Watersysteem van de Toekomst: vervolg debat-diner

Watersysteem van de Toekomst: vervolg debat-diner Memo Aan deelnemers diner-debat Eye Kopie aan Contactpersoon Rik van Terwisga Datum 8 januari 2015 Onderwerp Vervolg Debat-diner "Watersysteem van de Toekomst" Watersysteem van de Toekomst: vervolg

Nadere informatie

Onderzoek duurzame bedrijfsterreinen

Onderzoek duurzame bedrijfsterreinen Onderzoek duurzame bedrijfsterreinen In de afgelopen maanden heeft de Stichting Groene Hart samen met IVAM en Grontmij hard gewerkt aan het verduurzamen van vier bedrijfsterreinen ITC, gemeente Alphen

Nadere informatie

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant'

'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' 'Maak werk van Vrije tijd in Brabant' OPROEP VANUIT DE VRIJETIJDSSECTOR Opgesteld door: Vrijetijdshuis Brabant, TOP Brabant, Erfgoed Brabant, Leisure Boulevard, NHTV, MKB, BKKC, Stichting Samenwerkende

Nadere informatie

We lichten het Manifest heel graag verder toe en bij vragen kan u altijd contact met ons opnemen.

We lichten het Manifest heel graag verder toe en bij vragen kan u altijd contact met ons opnemen. Van: ONL voor Ondernemers [mailto:info@onl.nl] Verzonden: vrijdag 14 maart 2014 12:05 Aan: ONL voor Ondernemers Onderwerp: Verzoek voor doorsturen Ondernemersmanifest Geachte griffier, In de bijlage van

Nadere informatie

Werkende bedrijventerreinen. Dr. Cees-Jan Pen, Lector Brainport Fontys

Werkende bedrijventerreinen. Dr. Cees-Jan Pen, Lector Brainport Fontys Werkende bedrijventerreinen Dr. Cees-Jan Pen, Lector Brainport Fontys 2 Het roer moet om Zonder stevige rem op nieuwbouw en schrappen kansloze locaties is het dweilen met de kraan open. Is dit wat we verstaan

Nadere informatie

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur

Geachte lezer, Anne-Corine Schaaps directeur Geachte lezer, Fijn dat u even tijd neemt om kortweg kennis te maken met het beleid van stichting Welcom. Door het beleid voor de komende vier jaren te omschrijven, laat Welcom zien wat ze in de samenleving

Nadere informatie

Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen

Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen Versie definitief Datum 8 oktober 2010 1 (8) Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen Kleine bedrijven, ondernemersverenigingen, leegstand kantoren, parkmanagement en Bedrijfs Investerings

Nadere informatie

Valkenburgse Ondernemers Raad VOR waarin vertegenwoordigd. Gemeente Valkenburg aan de Geul

Valkenburgse Ondernemers Raad VOR waarin vertegenwoordigd. Gemeente Valkenburg aan de Geul Intentieverklaring voor een convenant Herstructurering Toeristische Infrastructuur Valkenburg aan de Geul tussen de Valkenburgse Ondernemers Raad VOR waarin vertegenwoordigd Koninklijk Horeca Nederland

Nadere informatie

Aan: College van Burgemeester en Wethouders van Breda Postbus 90156 4800 RH Breda. Breda, 12-12- 2012. Geacht College,

Aan: College van Burgemeester en Wethouders van Breda Postbus 90156 4800 RH Breda. Breda, 12-12- 2012. Geacht College, Aan: College van Burgemeester en Wethouders van Breda Postbus 90156 4800 RH Breda Breda, 12-12- 2012 Geacht College, Tot onze verbazing hebben wij vernomen dat U op 21 november jl. een schrijven (bijlage

Nadere informatie

Toespraak nieuwjaarsreceptie burgemeester Ada Grootenboer- Dubbelman, gemeente Goeree-Overflakkee

Toespraak nieuwjaarsreceptie burgemeester Ada Grootenboer- Dubbelman, gemeente Goeree-Overflakkee Toespraak nieuwjaarsreceptie burgemeester Ada Grootenboer- Dubbelman, gemeente Goeree-Overflakkee Samenwerking in de samenleving Dames en heren, Graag heet ik u, mede namens het college van burgemeester

Nadere informatie

Portefeuillehouder : H.J. van Komen Datum collegebesluit : 6 november 2012 Corr. nr.: 2012.10619

Portefeuillehouder : H.J. van Komen Datum collegebesluit : 6 november 2012 Corr. nr.: 2012.10619 Preadvies Portefeuillehouder : H.J. van Komen Datum collegebesluit : 6 november 2012 Corr. nr.: 2012.10619 Onderwerp : Voorstel inzake Winkeltijdenverordening Loon op Zand 2013 Programma : 4. Economische

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Hoe krijg ik ruim 1 miljoen etc

Hoe krijg ik ruim 1 miljoen etc Hoe krijg ik ruim 1 miljoen van ondernemers voor verbetering van de binnenstad? Kennisnetwerk centrumontwikkeling In Krimp- en anticipeergebieden 16 april 2015 Winschoten 1 Hoe krijg ik ruim 1 miljoen

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Stichting Ster van de Elf Steden Juli 2015

Stichting Ster van de Elf Steden Juli 2015 Stichting Ster van de Elf Steden Juli 201 Samenvatting (context) Sinds medio 2011 dragen ondernemers in de binnenstad van Franeker via de reclamebelasting verplicht bij aan activiteiten, evenementen, faciliteiten

Nadere informatie

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik

Werkplan 2014. Adviesraad Sociaal Domein Lopik Werkplan 2014 Adviesraad Sociaal Domein Lopik 18 februari 2014 Ter introductie De Adviesraad Sociaal Domein Lopik (ASDL) bestaat uit inwoners van Lopik die een actieve verhouding hebben met het sociale

Nadere informatie

Algemene beschouwingen CDA Weert

Algemene beschouwingen CDA Weert Algemene beschouwingen CDA Weert begroting 2016 www.cdaweert.nl Algemene Beschouwingen CDA Weert op de begroting 2016 van de gemeente Weert Dames en heren, hierbij de beschouwingen van het CDA op de voorliggende

Nadere informatie

Ondertekening Retaildeal

Ondertekening Retaildeal Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Ondertekening Retaildeal Programma Economie & Werk BW-nummer Portefeuillehouder B. van Hees Samenvatting Minister Kamp wil met 50 gemeenten een Retaildeal sluiten, om

Nadere informatie

TWEE LEDEN RAAD VAN TOEZICHT (PROFIEL BEDRIJFSVOERING EN PROFIEL POLITIEK BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN)

TWEE LEDEN RAAD VAN TOEZICHT (PROFIEL BEDRIJFSVOERING EN PROFIEL POLITIEK BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN) TWEE LEDEN RAAD VAN TOEZICHT (PROFIEL BEDRIJFSVOERING EN PROFIEL POLITIEK BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN) 7 november 2014 DE ORGANISATIE RIBW Kennemerland / Amstelland en de Meerlanden De Regionale Instelling

Nadere informatie

Verslag Themabijeenkomst Lokaal Economische agenda 2 maart 2015

Verslag Themabijeenkomst Lokaal Economische agenda 2 maart 2015 Verslag Themabijeenkomst Lokaal Economische agenda 2 maart 2015 Inleiding De raad heeft de regionaal economische agenda voor West-Friesland kaderstellend vastgesteld. De regionaal economische agenda vormt

Nadere informatie

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte.

We zijn op ontdekkingsreis, in een gebied waar de huidige systemen leidend zijn maar onvoldoende werken. Bij een ontdekkingsreis hoort ruimte. Het speelveld De wereld om ons heen verandert razend snel. De richting is duidelijk, de sociale zekerheid wordt geprivatiseerd. Samen bouwen we aan een vernieuwende structuur om de arbeidsmarkt essentieel

Nadere informatie

Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-44524496 - email: wmoraad@oss.nl

Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-44524496 - email: wmoraad@oss.nl Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-44524496 - email: wmoraad@oss.nl Datum 9 december 2014 Kenmerk 14015aWMOR / AvO Aan het college van B en W van de Gemeente Oss Betreft Advies

Nadere informatie

FORMAT BUSINESSCASE Inkoop Dagbesteding (licht)

FORMAT BUSINESSCASE Inkoop Dagbesteding (licht) FORMAT BUSINESSCASE Inkoop Dagbesteding (licht) Aanvrager Organisatie Overige initiatiefnemers Naam Contactpersoon Telefoon E-mail 1 Naam business case Klantsegment DAGBESTEDING CATEGORIE LICHT Cliënten

Nadere informatie

We zullen het samen moeten doen

We zullen het samen moeten doen Gezamenlijke aanpak stadshart E-Nieuwsbrief Stadshart Lelystad - Uitgave: januari 2015 Het college van Lelystad heeft de gemeenteraad geïnformeerd over de stand van zaken rondom het stadshart. Welke initiatieven

Nadere informatie

Nieuwkoop. Zienswijze notitie Breedband. Geacht college,

Nieuwkoop. Zienswijze notitie Breedband. Geacht college, Nieuwkoop Zienswijze notitie Breedband Geacht college, Op 5 december 2014 ontvingen wij van u een brief over breedband Nieuwkoop. Hierin vraagt u ons, onze visie op breedband internet kenbaar te maken

Nadere informatie

Integraal, sectoraal of per programma

Integraal, sectoraal of per programma Verslag VNG-bijeenkomst over effectieve overeenkomsten met werkgevers Zoetermeer, 19 december 2012 Bijeenkomst effectieve overeenkomsten met werkgevers Vanwege de energie die in bijeenkomsten van het bestuurlijk

Nadere informatie

voor het instellen v a n e e n O n d e r n e m e r s f o n d s e n hebben e e n draagvlakmeting onder alle

voor het instellen v a n e e n O n d e r n e m e r s f o n d s e n hebben e e n draagvlakmeting onder alle gemeente Tubbergen «% Aan de gemeenteraad Vergadering: 15 december 2014 Nummer: 15A Tubbergen, 4 december 2014 nderwerp: V a s t s t e l l e n v e r o r d e n i n g r e c l a m e b e l a s t i n g 2 0

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL. Lid van de Raad van Commissarissen. Woonstichting Vooruitgang (Teylingen)

FUNCTIEPROFIEL. Lid van de Raad van Commissarissen. Woonstichting Vooruitgang (Teylingen) FUNCTIEPROFIEL voor Lid van de Raad van Commissarissen bij Woonstichting Vooruitgang (Teylingen) RvC Woonstichting Vooruitgang 29 september 2015 Organisatie & context Woonstichting Vooruitgang stelt zich

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker

Verkiezingsprogramma D66 Maastricht 2014-2018. Samen Sterker Samen Sterker Werk > flexibelere arbeidsmarkt > verminderen bureaucratie > betere kansen voor startende (jonge) ondernemers Werk Algemeen Op dit moment hebben mensen die langs de kant staan te weinig kans

Nadere informatie

UPDATE CITYMARKETING & EVENEMENTENBELEID

UPDATE CITYMARKETING & EVENEMENTENBELEID UPDATE CITYMARKETING & EVENEMENTENBELEID Apeldoorn, 15 oktober 2015 Geachte heer, mevrouw, De gemeente werkt aan beleid voor citymarketing en evenementen. Wij hebben hierover met veel Apeldoornse partijen

Nadere informatie

Zwembaden met meerwaarde. Synarchis adviesgroep Zwembaden met meerwaarde

Zwembaden met meerwaarde. Synarchis adviesgroep Zwembaden met meerwaarde Zwembaden met meerwaarde Inleiding Onze visie op maatschappelijk vastgoed: een integrale benadering van investeren en exploiteren Synarchis benadert maatschappelijke voorzieningen integraal als het gaat

Nadere informatie

Het oprichten van een BIZ - van B tot Z

Het oprichten van een BIZ - van B tot Z Themadossier Het oprichten van een BIZ - van B tot Z Postbus 4, NL-5280 AA Boxtel Bosscheweg 107 0 T +31 (0)411 85 05 99 F +31 (0)411 85 04 01 E platform@binnenstadsmanagement.org www.binnenstadsmanagement.org

Nadere informatie

Ontwikkelingen werklocaties De portefeuillehouders informeren elkaar kort over ontwikkelingen in hun gemeente. Amersfoort

Ontwikkelingen werklocaties De portefeuillehouders informeren elkaar kort over ontwikkelingen in hun gemeente. Amersfoort CONCEPT-VERSLAG 021214 BOEZ Vergadering: Bestuurlijk Overleg Economische Zaken Regio Amersfoort Datum: 26 juni 2014 Aanwezig: Dhr. M. Röell (Voorzitter, Baarn), Dhr. P. van den Berg (Amersfoort), Dhr.

Nadere informatie

Versterken van de topsectoren: Life Science and Health, Ruimtevaarttechnologie, Biobased Economie

Versterken van de topsectoren: Life Science and Health, Ruimtevaarttechnologie, Biobased Economie Economische Zaken Doel Stimuleren van de regionale economie. Versterken van de topsectoren: Life Science and Health, Ruimtevaarttechnologie, Biobased Economie en de Greenports Duin- en Bollenstreek, Boskoop

Nadere informatie

Growing Green Citizens Kansen in Meedoen voor Floriade2022

Growing Green Citizens Kansen in Meedoen voor Floriade2022 voorstel voor Growing Green Citizens Kansen in Meedoen voor Floriade2022 Voorstellen van de bewoners van Almere Centrum in het kader van de Floriade Aan Van : Gemeente Almere Wethouders Ed Anker en Henk

Nadere informatie

Participatieverslag Nieuw & Anders

Participatieverslag Nieuw & Anders Participatieverslag Nieuw & Anders Op 26 en 31 maart vonden twee bijeenkomsten plaats met de titel Nieuw & Anders plaats. Twee bijeenkomsten die druk bezocht werden door vrijwilligers, verenigingen en

Nadere informatie

HEERHUGOWAARD. Voorwoord. Beste Heerhugowaarder,

HEERHUGOWAARD. Voorwoord. Beste Heerhugowaarder, Voorwoord Beste Heerhugowaarder, In dit verkiezingsprogramma 2014 hebben wij onze standpunten en visie in tien thema s kort en bondig weergegeven. Onze visie komen voort uit de sociaalliberale keuzes van

Nadere informatie

Toerisme en Recreatie

Toerisme en Recreatie Toerisme en Recreatie Wat speelt er? De vraagstukken over toerisme en recreatie zijn divers. Er zijn vraagstukken met betrekking tot de routestructuur, de kwaliteiten in het gebied en nieuwe functies.

Nadere informatie

Memo woensdag 15 februari aanstaande Wat is de relatie tussen het beëindigen van de tijdelijke contracten bij WML en de aanstaande fusie?

Memo woensdag 15 februari aanstaande Wat is de relatie tussen het beëindigen van de tijdelijke contracten bij WML en de aanstaande fusie? Met deze memo informeren wij u aan de hand van veel gestelde vragen en daarbij horende antwoorden over de stand van zaken van het fusietraject tussen de ISD en WML en geven we u informatie ondermeer over

Nadere informatie

Blik op Leidschendam-Voorburg 2020

Blik op Leidschendam-Voorburg 2020 Blik op Leidschendam-Voorburg 2020 Een toekomstvisie voor Leidschendam-Voorburg De voormalige gemeenten Leidschendam en Voorburg kennen elk een eeuwenlange historie. Als gefuseerde gemeente gaat Leidschendam-Voorburg

Nadere informatie

Geachte collega's, beste studenten,

Geachte collega's, beste studenten, College van Bestuur Geachte collega's, beste studenten, Na de hectische weken met de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis, hebben we een moment van bezinning ingelast. Wij hebben tijd genomen

Nadere informatie

Naar een BID/BIZ in België? Leren van ervaringen met BID/BIZ in Nederland

Naar een BID/BIZ in België? Leren van ervaringen met BID/BIZ in Nederland Ondernemersfondsen en BIZ: belastingrecht voor ondernemers Naar een BID/BIZ in België? Leren van ervaringen met BID/BIZ in Nederland mr.dr. A.W. (Arjen) Schep Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van

Nadere informatie