SCHADEFONDS PROJECT X HAREN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SCHADEFONDS PROJECT X HAREN"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD SCHADEFONDS PROJECT X HAREN Nieuwe regels pandbelening Patiëntgegevens en privacy P JAARGANG APRIL

2 TWEE TEAMVOORZITTERS HANDEL GERECHTSHOF DEN HAAG DE AFDELING CIVIEL RECHT FUNCTIEOMSCHRIJVING DE REACTIE Gerechtshof Den Haag

3 Inhoud Vooraf Mr. C.E. Drion Good Faith Focus Mr. drs. J.E. van de Bunt Een schadefonds voor project X Focus Mr. C. olde Heuvel Strafrechtelijke handhaving van pandbeleningen In the light of these points, I respectfully suggest that the traditional ENGLISH HOSTILITY towards a DOCTRINE OF GOOD FAITH in the NEDERLANDS JURISTENBLAD SCHADEFONDS PROJECT X HAREN Nieuwe regels pandbelening Patiëntgegevens en privacy P JAARGANG APRIL Opinie Mr. drs. C.J.H. van Beek Een halfleeg glas De risico s van het bewaren van een kopie van het patiënten dossier voor de privacy performance of contracts (...) is MISPLACED Pagina Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 1103 Het SCHADEFONDS voor PROJECT X HAREN lijkt op het eerste gezicht te voorzien in een BEHOEFTE maar bij NADERE INSPECTIE levert het te veel NIEUWE PROBLEMEN op Pagina 1034 Als een DWANGSOM niet werkt is er GEEN ander instrument beschikbaar welk het IMMORELE gedrag van PANDHUIZEN sanctioneert Pagina 1036 Bij de AANPAK van de PROBLEMATIEK zal steeds voor ogen moeten staan dat OVERHEIDSHANDELEN in de rechtsstaat ook RECHTS- VORMEND moet zijn. De laatste jaren doet zich steeds VAKER het fenomeen voor dat de politieke WILSVORMING SNELLER gaat dan het wetgevingsproces Pagina 1094 Uit de UITSPRAKEN zou kunnen worden afgeleid dat een hulpverlener ALTIJD een KOPIE van het MEDISCH DOSSIER mag bewaren nadat het origineel is overgedragen, al was het maar VOOR HET GEVAL een (tucht)rechtelijke PROCEDURE mocht gaan spelen Pagina 1042 Hoewel verschillende lidstaten met de ONAFHANKELIJK- HEIDSPERCEPTIE van hun gerechtelijk apparaat wereldwijd in de TOP TIEN staan beschouwen de eindgebruikers de onafhankelijkheid van het rechtsstelsel eerder als LAAG Pagina 1098 Bij stapeling van INCASSO- MAATREGELEN kan het gebeuren dat het BELANG van de schuldenaar te zeer in het GEDRANG komt Pagina 1100 Omslag: Na de rellen in Haren ANP Eric Brinkhorst

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Richard H. Happé, belastingrecht, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 30. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). VU Law Academy Betrokken op úw competentie Leergangen najaar 2013 wordt u dé specialist in uw praktijk? Leergang Aanbestedingsrecht voor inkopers (september 2013) Leergang Aanbestedingsrecht voor juristen (september 2013) Leergang Fusie en overname (oktober 2013) Leergang Pensioenrecht (september 2013) Leergang Samenwerkingsverbanden tussen decentrale overheden Leergang Sport, Sportorganisatie & Recht (september 2013) Leergang Regelgevingsleer voor decentrale overheden (november 2013) Voor het gehele programma en inschrijving zie: (september 2013)

5 Vooraf 793 Good Faith 16 In veel rechtsstelsels speelt de goede trouw een rol van betekenis, en dan in de belevenis van rechtsgeleerden en rechtssubjecten meestal een goede. Good faith als goede fee, die de rechtvaardige uitkomst in het individuele geval tevoorschijn tovert. Maar er zijn ook critici, die wijzen op de (in hun ogen) soms te grote inbreuk die de goede trouw maakt op een ander fundamenteel beginsel, dat van de rechtszekerheid. In Engeland overheersen de critici, al eeuwenlang. Daar ziet men een afwijkende koers als een uitvloeisel van het paternalisme dat in andere stelsels zou gelden, tegenover het individualisme dat ten uitgangspunt ligt aan de common law. Het debat wordt zo sterk getoonzet dat bij buitenstaanders, bijvoorbeeld juristen op het continent van Europa, niet zelden het beeld bestaat dat de Engelse benadering voor alle rechtsstelsels uit de common law-traditie zou gelden. Dat beeld is niet juist. Zo bepaalde reeds in 1918 de New York Court of Appeals 1 : Every contract implies good faith and fair dealing between the parties to it. Ook de Uniform Commercial Code (in Section 1-203) en de Restatement on Contracts (in Section 205) gaan uit van deze regel. En in Australië geldt hetzelfde, een ontwikkeling die werd ingezet door de New South Wales Court of Appeal in Renard Constructions (ME) Pty v Minister for Public Works (1992) 44 NSWLR 349. Priestly JA verwoordde het onder 95 van zijn speech als volgt: people generally, including judges and other lawyers, from all strands of the community, have grown used to the courts applying standards of fairness to contract which are wholly consistent with the existence in all contracts of a duty upon the parties of good faith and fair dealing in its performance. In my view this is in these days the expected standard, and anything less is contrary to prevailing community expectations.. Het is deze tekst die de invloedrijke contractsjurist Michael P. Furmston in bracht tot de volgende gedachte: It is not inconceivable that on appropriate facts and with skillful argument, English law may make tentative steps in the same direction. In een opmerkelijke uitspraak van 1 februari 2013 heeft Justice Leggatt deze voorspelling doen uitkomen. 3 De zaak betreft een zakelijk geschil over de uitvoering van een distributieovereenkomst tussen een Engelse principaal (ITC) en een Singaporese distributeur (Yam Seng). In dit drama zijn de hoofdrollen voor Mr Presswell (bestuurder van ITC) en Mr Tuli (bestuurder van Yam Seng). Als lezer weet je al vrij snel welke kant deze zaak opgaat, want reeds in paragraaf 8 valt te lezen: I approach the evidence on the basis that, as in almost every case where there is a contemporaneous documentary record, the documents provide the best evidence of what happened. Human memory is notoriously unreliable, and the strong interests and emotions to which disputes resolved through litigation give rise are powerful distorting factors, however honest and wellintentioned the witness. Indeed, the more patently honest and convincing the witness, the greater can often be the risk in placing reliance on their territory. That was not a risk presented by the evidence of Mr Presswell.. Het probleem in deze zaak was echter dat moeilijk geconcludeerd kon worden tot een harde schending van schriftelijke afspraken. Deze hobbel wordt door de High Court genomen onder het kopje An Implied Duty of Good Faith?, in paragraaf 119 e.v. Na eerst kort stil te staan bij de heersende leer en alle bezwaren die worden opgeworpen tegen het accepteren van een bredere rol voor good faith, komt de eerste aap de mouw uit, of, zo men wil, de vloek de kerk in: this jurisdiction would appear to be swimming against the tide. Justice Leggatt het is opmerkelijk in deze tijden van Euro-scepticism begint dan met te wijzen op EU-regels die in Engeland reeds wettelijke basis hebben gevonden, zoals de Unfair Terms in Consumer Contracts Regulation 1999, waarin een breder concept van goede trouw is te vinden. Via de reeds hierboven genoemde bronnen uit de VS en Australië, komt hij dan uit bij soortgelijke benaderingen in Schots recht en ontwikkelingen in Canada en Nieuw-Zeeland die in dezelfde richting wijzen. Zijn tussenconclusie is dan in paragraaf 131 dat Engels recht nog niet zover is om (buiten specifieke rechtsgebieden als arbeidsrecht en maatschapsrecht) een algemene regel van goede trouw te aanvaarden, ook niet als default rule. Nevertheless, there seems to me no difficulty, ( ) in implying such a duty in any ordinary commercial contract based on the presumed intention of the parties. In dat kader beschrijft hij dan twee specifieke implied duties, namelijk de expectation of honesty en de fidelity to the parties bargain. Tot slot voert Justice Leggatt een zestal redenen aan om dit ook expliciet te betitelen als een duty of good faith and fair dealing (maar de ruimte ontbreekt om die te bespreken). Zijn eindconclusie liegt er niet om en kan dan ook niet onvermeld blijven. In the light of these points, I respectfully suggest that the traditional English hostility towards a doctrine of good faith in the performance of contracts, to the extent that it still persists, is misplaced. De toekomst zal leren of deze uitspraak moet worden gezien als het spreekwoordelijke schaap of als de even spreekwoordelijke zwaluw. Een gedurfde steen in de vijver is de beslissing in elk geval. Coen E. Drion 1. Wigand v Bachmann-Bechtel Brewing Co, 222 NY 272 at Cheshire, Fifoot & Furmston, Law of Contract (15th edition), p High Court of London (Queen s Bench Division), 1 February 2013, Yam Seng Pte Limited v International Trade Corporation Limited, [2013] EWHC 111 (QB). Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 794 Focus Een schadefonds voor project X Janet van de Bunt 1 Het schadefonds voor project X Haren lijkt op het eerste gezicht te voorzien in een behoefte en weet de obstakels uit het aansprakelijkheidsrecht behendig te ontwijken. Maar bij nadere inspectie levert het te veel nieuwe problemen op. Gevolg is dat het onzeker is of gedupeerden een tegemoetkoming zullen krijgen uit het fonds. Mocht er een tegemoetkoming uit het fonds komen, dan is deze op onrechtvaardige wijze verdeeld. Bovendien heeft het fonds een kleine reikwijdte, zodat de gedupeerde met meer dan alleen zaakschade, of de bedrijven met zaakschade naar andere procedures moeten uitwijken. 1. Waar is dat feestje? Na een verjaardagsuitnodiging op Facebook stroomden op 21 september 2012 in de gemeente Haren honderden jonge bezoekers toe in de verwachting een project X feest mee te maken. Het feest is ontaard in rellen en de bezoekers hebben een ware puinhoop achtergelaten. Een supermarkt is geplunderd, lantaarnpalen en verkeersborden zijn beschadigd, tuinen vernield en hulpverleners bekogeld met projectielen. Enkele dagen na de rellen heeft de Minister van Veiligheid en Justitie toegezegd dat de schade verhaald zal worden op de bezoekers. 2 Het OM heeft vervolgens telkens aan de rechter gevraagd een bijzondere voorwaarde aan de relschoppers op te leggen, in de vorm van storting van een verplicht bedrag in een nog op te richten schadefonds. Het gaat om een bedrag van 500 voor volwassenen en 250 voor minderjarigen. 3 Inmiddels zijn 45 daders onherroepelijk veroordeeld tot betaling van in totaal Eind februari 2013 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een regeling publiek gemaakt om dit schadefonds te verwezenlijken: 4 de Regeling tegemoetkoming schade openlijke geweldpleging. 5 De regeling is met terugwerkende kracht in werking getreden en geldt tot 1 januari Het schadefonds moet ook voor toekomstige gevallen een oplossing bieden, bijvoorbeeld bij voetbalrellen buiten het stadion, Oud en Nieuw-rellen en inhuldigingen. In deze bijdrage zal ik onderzoeken in hoeverre het schadefonds gedupeerden van openlijk geweld werkelijk baat. Daartoe zal ik de obstakels voor verhaal op de daders in het aansprakelijkheidsrecht schetsen (par. 2), bekijken of het schadefonds voor project X die obstakels laat verdwijnen (par. 3), onderzoeken welke andere problemen zich aandienen (par. 4), om tenslotte een antwoord te geven op de vraag in hoeverre het fonds gedupeerden verhaal biedt voor hun schade (par. 5). 2. Causaliteit in het aansprakelijkheidsrecht problematisch Een gedupeerde van project X Haren zal grote moeite krijgen de schade te verhalen in het aansprakelijkheidsrecht. De gedupeerde kan gebruik maken van verschillende grondslagen: de algemene onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) en voor zover het gaat om daders van veertien of vijftien jaar de kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders (art. 6:169 BW). 6 Complicerende factor bij die laatste grondslag is dat de ouders zich kunnen bevrijden van aansprakelijkheid als zij kunnen aantonen dat hen geen verwijt treft dat zij het gedrag niet hebben tegengehouden; met kinderen van die leeftijd, die in Nederland een grote mate van zelfstandigheid genieten, zullen ouders zich eenvoudig kunnen disculperen. 7 Juist vanwege de kans op het toebrengen van schade is het groepsgedrag onrechtmatig Waarschijnlijk zal het vereiste van causaal verband van de onrechtmatige daad een probleem vormen. Ook al is vastgesteld dat de dader openlijk geweld heeft gepleegd en schade heeft toegebracht, dan hoeft daarmee nog niet vast te staan dat die dader juist die specifieke schade (zoals de vernielingen in de tuin van een bepaalde gedupeerde) heeft veroorzaakt. Om dit probleem te omzeilen lijkt de gedupeerde als grondslag voor zijn vordering de groepsaansprakelijkheid te kunnen gebruiken (art. 6:166 BW): 8 als een van de leden 1030 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

7 van een groep de schade toebracht, en de kans op het zo toebrengen van schade de leden van de groep had moeten weerhouden van handelen in groepsverband, is elk lid hoofdelijk aansprakelijk, als het gedrag hem kan worden toegerekend. Zelfs als een dader niet direct aan een specifiek schadegeval kan worden gekoppeld, kan hij aansprakelijk worden gehouden op grond van de bepaling. 9 Juist vanwege de kans op het toebrengen van schade is het groepsgedrag onrechtmatig. 10 De toepassing van art. 6:166 BW vergt dat de aangesproken persoon met anderen optrekt met een zekere eenheid van tijd en plaats. 11 Bij grootschalige rellen is dat geen sine cure, omdat er sprake zal zijn van verschillende groepen op verschillende momenten. In Haren plunderden jonge bezoekers de supermarkt en tegelijkertijd, maar ook eerder en later, renden zij door de tuinen van het dorp. Wie was waar en wanneer? Het is dan ook verre van zeker dat art. 6:166 soelaas biedt. Zo blijft het causaal verband waarschijnlijk aan een vergoeding in het aansprakelijkheidsrecht in de weg staan. In enkele Harense strafzaken hebben gewonde politieagenten die de dader hadden herkend, zich gevoegd met een eis tot schadevergoeding. 12 Maar in de meeste zaken bleek het niet mogelijk de schade te herleiden tot een individuele dader, en is de schade afgewezen. Het schadefonds lijkt dus te voorzien in de behoefte van gedupeerden om hun schade vergoed te krijgen. 3. Schadefonds lost problemen op De vraag rijst of dit schadefonds inderdaad tegemoet komt aan de hindernissen die in het aansprakelijkheidsrecht rijzen bij rellen als het project X feest. 13 Het schadefonds heeft maar een beperkte reikwijdte: het biedt alleen een tegemoetkoming aan natuurlijke personen, zzp ers en eenmansbedrijfjes en richt zich uitsluitend op hun zaakschade. 14 Deze gedupeerden kunnen een bedrag voor kosten tot herstel van de schade aan hun eigendommen opvoeren of voor de kosten ter vervanging van hun eigendom als herstel van schade onmogelijk is. 15 Een aanvraag is eenvoudig in te dienen bij het schadefonds geweldsmisdrijven, dat een speciaal team heeft opgericht. 16 Een gedupeerde had deze deadline zomaar kunnen missen Het schadefonds stelt aan een tegemoetkoming niet al te hoge eisen. Voorwaarden zijn dat de gedupeerde voldoende aannemelijk maakt dat hij schade heeft geleden bij het incident, en dat deze schade niet vergoed wordt door de dader of niet volledig door de eigen verzekering van de gedupeerde gedekt wordt. 17 De gedupeerde dient daartoe aangifte te hebben gedaan van de schade en het proces-verbaal bij de aanvraag te voegen. 18 Om aan te tonen dat de verzekering de schade niet dekt, moeten de correspondentie met de verzekeraar en kopieën van de verzekeringspolissen worden overgelegd. 19 Ook de hoogte van de schade moet voldoende aannemelijk zijn, en door de gedupeerde zoveel mogelijk worden onderbouwd met schriftelijke stukken als offertes voor herstel van de schade. Andere vergoedingen of tegemoetkomingen voor dezelfde schade moet de gedupeerde van zijn schade aftrekken. 20 Zo wordt voorkomen dat de gedupeerde twee maal een vergoeding krijgt voor dezelfde schade. Auteur regeling is geschreven voor gebeurtenissen waarbij in groepsverband openlijk geweld is gepleegd, in de zin van art. 141 WvSr, en waarbij goederen zijn vernield. 6. Overigens is een wetsvoorstel aanhangig om van deze kwalitatieve aansprakelijkheid een risico-aansprakelijkheid te maken voor minderjarigen, zie: Kamerstukken Navraag bij het OM Noord-Nederland leert dat de gemiddelde leeftijd van de daders jaar was. 7. Zie bijvoorbeeld E.F.D. Engelhard, G.E. van Maanen, Aansprakelijkheid voor schade: contractueel en buitencontractueel (Mon. NBW A15), Kluwer 2008, p Zie recent over groepsaansprakelijkheid: N. Peters en M. Goorts, Artikel 6:166 BW: onbekend maakt onbemind?, AV&S, 2012, nr. 21; Voorts: R.J.B. Boonekamp, Onrechtmatige daad in groepsverband volgens NBW (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 1990; Asser-Hartkamp & Sieburgh 6-IV, 2011, nr Het groepsoptreden moet wel een gevaar in het leven hebben geroepen voor schade zoals die is geleden. Aan die eis lijkt voldaan. In de parlementaire geschiedenis wordt het voorbeeld genoemd van een rel waarbij iemand onverwacht een schietwapen bij zich heeft en gebruikt, of een samenscholing die uitloopt op zaaksbeschadiging: Parl. Gesch. Boek 6, p moetkoming schade openlijk geweld, Stcrt. 2013, nr. 5426, p Deze categorie gedupeerden wordt als de meest kwetsbare beschouwd die de schade minder goed zelf kan dragen: zie art. 1 aanhef en onder d van de regeling, alsmede de toelichting op dit artikel. 15. Zie art. 1 aanhef en onder g van de regeling. Dit is in overeenstemming met de wijze van vergoeding in het aansprakelijkheidsrecht voor zaakschade: J. Spier e.a., Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Deventer: Kluwer 2012, p Mr. drs. J.E. van de Bunt is als gastonderzoeker verbonden aan de afdeling burgerlijk recht van de Universiteit Leiden en bereidt een proefschrift voor over schadefondsen. Met veel dank aan prof. mr. A.G. Castermans en mr. P.W. den Hollander voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel. 10. Dit volgt uit lid 2 van art. 6:166 BW, tenzij de billijkheid een andere verdeling eist. Zie hierover ook Boonekamp 1990, p In de onderlinge verhouding komt dit ook tot uitdrukking, want dan dragen de deelnemers aan de groep voor gelijke delen in de schadevergoeding bij, los van de vraag in hoeverre hun gedrag tot de schade heeft bijgedragen. 11. Zie ook Boonekamp 1990, p , het gaat dan om de feitelijke vraag of sprake is van één geheel van gedragingen in groepsverband. 12. Dit blijkt uit: O. Adang e.a., Er is geen feest. De overheidsreactie op project X Haren. Deelrapport, 2013, p Te raadplegen via: documenten-en-publicaties/rapporten/2013/03/08/er-is-geen-feest-de-overheidsreactie-op-project-x-haren.html. 13. Zie de toelichting bij de Regeling tege- Noten 2. Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 4 (Vragen van het lid Marcouch aan Minister van Veiligheid en Justitie over de uit de hand gelopen situatie in de gemeente Haren rond Project X ). 3. Vergelijk art. 14c lid 2 aanhef en sub 4 WvSr. 4. Nieuwsbericht Teeven publiceert Regeling tegemoetkoming schade openlijk geweld, 6 maart 2013 te raadplegen via: De verwachting is dat er nog enkele tientallen veroordelingen zullen volgen in de zaken die in eerste aanleg of in hoger beroep moeten worden beslist. 5. Zie Regeling tegemoetkoming schade openlijk geweld, Stcrt. 2013, nr De 16. Het team schade openlijk geweld, zo blijkt uit art. 2 en de toelichting op dat artikel. Verder blijven de fondsen strikt gescheiden. 17. Vergelijk art. 6 aanhef onder d, art. 7 aanhef en onder a van de regeling. 18. Aangifte doen is niet gebonden aan een bepaalde termijn, en kan tegenwoordig zelfs per internet worden gedaan. 19. Art. 7 aanhef en onder b van de regeling; toelichting op art. 4 van de regeling. 20. Opnieuw art. 1 aanhef en onder g van de regeling. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Focus Als aan deze voorwaarden is voldaan, wordt de aanvraag gehonoreerd. Dat gaat gemakkelijker dan in het aansprakelijkheidsrecht, waar het causaal verband vereist is tussen onrechtmatige daad van een bepaalde dader en schade. Het causaliteitsvereiste uit het aansprakelijkheidsrecht wordt geëcarteerd. Een koppeling aan de rellen in Haren volstaat, dat wil zeggen dat het voldoende is aangifte te doen en te stellen dat schade is geleden bij de rellen. Maar enkele nieuwe problemen doemen op. Het gaat om de termijnen en de vulling van het fonds, de verdeling van gelden, en de keuze tussen verschillende procedures voor de gedupeerde. 4. Nieuwe problemen in zicht 4.1. Slechte timing Aan de termijnen van de procedure kleeft een viertal problemen. Ten eerste is onduidelijk voor welke datum een gedupeerde een aanvraag moet indienen. De gedupeerde moet een aanvraag binnen zes maanden na de eerste oplegging van een bijzondere voorwaarde in verband met een incident indienen. 21 Maar in de regeling is niet voor NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

9 zien in openbaarmaking van de eerste oplegging tot storting in het fonds. Op de website van het fonds staat sinds 21 maart dat voor 15 april 2013 een aanvraag moet worden ingediend. 22 De daaraan ten grondslag liggende uitspraak is niet gepubliceerd. De eerste gepubliceerde uitspraak is van 22 november 2012, en zou een latere termijn voor indiening doen vermoeden. 23 Een gedupeerde had deze deadline zomaar kunnen missen. Ten tweede is, gerekend vanaf een incident, een periode van anderhalf à twee jaar nodig voordat het fonds een definitieve uitkering doet. Eerst wordt een beslissing op de aanvraag genomen en pas later wordt het beschikbare bedrag vastgesteld en verdeeld. Op de aanvraag, die zes maanden na de eerste oplegging moet worden gedaan, wordt beslist binnen drie tot zes maanden na de ontvangst van de aanvraag, afhankelijk van het aantal aanvragen. 24 Met de beoordeling van de aanvragen uit Haren kan dus vanaf het incident gerekend zomaar meer dan een jaar gemoeid zijn. Vervolgens moet het beschikbare geld nog vastgesteld en verdeeld worden, en dat in twee rondes. 25 De vaststelling en verdeling van het beschikbare bedrag in het fonds gebeurt drie maanden na de behandeling van de laatst ontvangen aanvraag. 26 Daarmee is de kous niet af; eventuele extra stortingen van daders, nadat het beschikbare bedrag is vastgesteld, worden behandeld als surplus. Na zes maanden is het tijd voor de laatste fase in de procedure: het surplusbedrag wordt vastgesteld en verdeeld onder degenen met resterende schade. In Haren zal dit op 15 april 2014 of 15 juli 2014 gebeuren, afhankelijk van het aantal aanvragen dat is ingediend. 27 De uitkering volgt binnen een maand. Met de totale afwikkeling na een incident is dus anderhalf à twee jaar benodigd, terwijl de voorwaarden voor een tegemoetkoming eenvoudig zijn en de schade ongecompliceerd van aard is. Dat is lang voor een dergelijke voorziening. De vergelijking met het Schadefonds geweldsmisdrijven dringt zich op. Gemiddeld keert dit fonds binnen vijf maanden uit voor letselschade. 28 Ten derde moeten de strafzaken geconcentreerd, kort na een incident, behandeld worden om het fonds tijdig te vullen. Daarvoor zal afstemming vereist zijn tussen Openbaar Ministerie en rechtbank. De daders krijgen een vrij lange termijn voor voldoening van de storting. Uit de gepubliceerde rechtspraak blijkt dat een termijn van ruim zeven maanden wordt gegeven. 29 Ook de laatste stortingen moeten in het (surplusbedrag van het) schadefonds terechtkomen teneinde de gedupeerden te bereiken. Deze problemen zouden zomaar aan een vlotte afwikkeling in de weg kunnen staan Ten vierde is de voorgenomen termijn van afwikkeling hoogst onzeker door het bezwaar en beroep dat tegen de beslissing op de aanvraag openstaat. 30 Het Schadefonds openlijk geweld is een zelfstandig bestuursorgaan dat besluiten neemt in de zin van art. 1:3 Awb, en daartegen staat bezwaar en beroep open. Totdat in dat bestuursrechtelijke traject een eindbeslissing is gevallen, kan een definitieve verdeling van het beschikbare bedrag niet goed plaatsvinden. Een afgewezen aanspraak zou alsnog toegewezen kunnen worden, en dat maakt verschil bij de verdeling. Dit leidt op zijn minst tot onzekerheid of de beoogde afwikkelingstermijnen wel behaald kunnen worden. De regeling houdt hier geen rekening mee. Kortom, bij de inrichting van het schadefonds lijkt niet goed nagedacht over deze vier aspecten van de termijnen. Deze problemen zouden zomaar aan een vlotte afwikkeling in de weg kunnen staan Eerlijk delen Ook de verdeelsleutel van het fonds zorgt voor hoofdbreken. In het aansprakelijkheidsrecht is het uitgangspunt van vergoeding bij verdeling van een ontoereikende pot geld de geleden schade, waarbij alle schuldeisers gelijk zijn en een verdeling naar rato van de geleden schade wordt gemaakt. 31 Gedupeerden krijgen elk eenzelfde percentage van de schade vergoed, de breuk van de door de individuele gedupeerde geleden schade en de totale geclaimde schade. De verdeling van het schadefonds lijkt daarentegen geïnspireerd op het sociale zekerheidsrecht, waar het uitgangspunt gelijke bedragen voor iedereen is. 32 Art. 9 lid 1 van de regeling bepaalt: Indien het team schade openlijk geweld een aanvraag heeft toegewezen, zal het de hoogte van het toe te kennen bedrag aan de betreffende gedupeerde bepalen door het beschikbare bedrag te delen door het totaal aantal toegewezen aanvragen. En lid 2: De hoogte van het toe te kennen bedrag zal in elk geval de hoogte van het schadebedrag van de gedupeerde niet 21. Het had voor de hand gelegen aan te knopen bij een onherroepelijke veroordeling, want pas daarna is er uitzicht op een storting in het fonds. Voordat een uitspraak in kracht van gewijsde gaat, dient een termijn van veertien dagen te zijn verstreken, vergelijk art. 408 WvSv voor hoger beroep en art. 432 WvSv voor cassatie. Vergelijk ook de Algemene termijnenwet. 22. Zie de website: https://schadefonds.nl/ over-schadefonds/actueel/176-schadefonds-voor-gedupeerden-haren-komt-tege- moet. vindt plaats binnen zes maanden op basis van de verwachting dat er meer dan 50 aanvragen binnenkomen + drie maanden voor de vaststelling en verdeling = 15 januari Vergelijk art. 11 van de regeling. 15 januari zes maanden = 15 juli Zie de website van het schadefonds geweldsmisdrijven: https://schadefonds.nl/ alles-over-de-uitkering/over-de-uitkering-aaanvraagprocedure/aanvraagprocedure. 29. Vergelijk Gerechtshof Leeuwarden 22 november 2012, LJN BY Het gaat om Gerechtshof Leeuwarden 22 november 2012, LJN BY Zie art. 2 Regeling tegemoetkoming schade openlijk geweld jo. art. 8 Wet schadefonds geweldsmisdrijven. 31. Dit is het beginsel van paritas creditorum, neergelegd in art. 3:277 BW. 24. Wanneer er meer dan vijftig aanvragen binnenkomen wordt deze termijn verlengd tot zes maanden, vergelijk art. 5 van de regeling. In Haren komt deze termijn afhankelijk van het aantal aanvragen uit op 15 juli 2013 of 15 oktober Art. 10 van de regeling. 26. Zie art. 8 en 9 van de regeling. Uitgaand van 15 april 2013: de behandeling 32. Natuurlijk zijn hier uitzonderingen op te vinden, zoals loondervingsuitkeringen, maar de bijstandsuitkering, de kinderbijslag en de AOW bijvoorbeeld zijn van gelijke hoogte, en kennen daarnaast enige differentiatie op basis van behoefte. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Focus overschrijden. Elke gedupeerde krijgt dus in beginsel hetzelfde bedrag uit het fonds ongeacht de werkelijke geleden schade, tenzij dit leidt tot overschrijding van de geleden schade van een gedupeerde. 33 Bij elke overschrijding van geleden schade wordt het bedrag weer herverdeeld. In deze complexe berekeningswijze worden de kleine schadegevallen bevoordeeld, nu hiervan procentueel meer vergoed zal worden. De nabetalingen die tot zes maanden later binnenkomen, komen terecht in de surplus-pot. Dan volgt eenzelfde verdeling in gelijke bedragen als voor het oorspronkelijke bedrag. 34 Naar het waarom van deze keuzes is het gissen. Het voordeel van de eenvoud van de toekenning van een vast bedrag wordt mogelijk tenietgedaan door de invloed van de werkelijke schade. Het nadeel is erin gelegen dat de kleinere schadegevallen worden bevoordeeld: daar is eerder sprake van volledige schadevergoeding Onzekere vulling De vulling van het fonds is onzeker. Deze is maar liefst afhankelijk van drie factoren: de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan (opportuniteitsbeginsel); de beslissing van de rechter om de bijzondere voorwaarde toe te kennen van een bepaalde omvang; de beslissing van de dader om storting te verkiezen boven een boete. In de wet zijn de volgende randvoorwaarden neergelegd, die de rechter daarbij tot uitgangspunt zal moeten nemen. 35 Het bedrag dat moet worden gestort bij wijze van bijzondere voorwaarde mag niet hoger zijn dan de geldboete die ten hoogste voor het strafbare feit kan worden opgelegd. 36 Voor het delict waar het fonds voor is opgericht, openlijke geweldpleging in vereniging, geldt een maximale boete van Voor Haren zijn de rechters ruimschoots onder die maximale boete gebleven: voor meerderjarige daders is een storting van 500 en voor minderjarige daders van 250 als bijzondere voorwaarde opgelegd. Bij de vaststelling van de hoogte moet de rechter rekening houden met de draagkracht van de dader, zo volgt uit de wet. 38 Uit het tot nu toe enige gepubliceerde arrest blijkt daar niet van. Wellicht hebben de raadsheren daartoe geen aanleiding gezien omdat het over bescheiden bedragen ging. De storting in het fonds is niet afdwingbaar De storting in het fonds is niet afdwingbaar. Uit de zaak van het Hof Leeuwarden blijkt dat de dader een geldboete van 600 moet betalen, als de bijzondere voorwaarde niet wordt nageleefd. 39 Die voorwaarde houdt in dat uiterlijk op 1 juli wordt gestort ten behoeve van het schadefonds. Als de dader besluit niet te betalen aan het schadefonds, zal het Centraal Justitieel Incasso Bureau die geldboete van 600 gaan innen. 40 Maar die geldboete komt niet ten goede aan de gedupeerden. 41 Of de som van die inmiddels is opgelegd voor project X Haren ook daadwerkelijk terechtkomt in het fonds is dan ook volkomen ongewis. Een andere keuze voor de vulling van het fonds was mogelijk geweest, denk aan een voorschotfonds gefinancierd door het rijk op basis van de te verwachten stortingen. Het schadefonds voor project X Haren zal, als alle daders betalen, maximaal in kas krijgen. In verhouding tot de kosten van het voorschotfonds voor gedupeerden van gewelds- en zedenmisdrijven in het kader van de Wet versterking positie slachtoffer is dit een te verwaarlozen bedrag. 42 Daarvoor is 1,2 tot 5 miljoen per jaar uitgetrokken Kiezen tussen procedures Wordt het met de komst van het schadefonds gemakkelijker voor de gedupeerde? Het wordt lastig kiezen welke procedure te beginnen en wanneer deze moet worden ingestoken. Het schadefonds kent veel onzekerheden en vergoedt alleen zaakschade. Als een gedupeerde zijn kansen op het krijgen van een vergoeding wil spreiden of ook letselschade of vermogensschade heeft, zal hij naast het fonds ook andere wegen moeten bewandelen. Dat is een extra belasting voor de gedupeerde, en bovendien is de verhouding tussen de (mogelijke) aanspraken niet duidelijk. Stel, hij kiest ervoor een civiele vordering in te stellen. Voor een individuele gedupeerde zal de aanspraak uit het schadefonds een vermindering van de schade kunnen bewerkstelligen. Dit betekent dat de rechter voordeelstoerekening zou kunnen toepassen. 43 Maar vooralsnog is met name de hoogte van de aanspraak zo onzeker, zo zagen we, vanwege de vulling van het fonds en het aantal gedupeerden dat daar een beroep op zal doen, dat het niet waarschijnlijk is dat de rechter die aanspraak verdisconteert bij het bepalen van de schade die moet worden betaald. Het schadefonds voorziet voor de situatie van een dubbele aanspraak in een verplichting tot terugbetaling van (een gedeelte) van de tegemoetkoming aan het fonds voor het geval een dubbele aanspraak bestaat. 44 Daarnaast kan een gedupeerde het permanente schadefonds voor geweldsmisdrijven aanschrijven. Daar kan hij een beroep op doen bij ernstig letsel als gevolg van een geweldsmisdrijf; de geweldplegingen tijdens project X in Haren zullen hier ook onder vallen. 45 De vergoedingen bedragen ten hoogste voor materiële schade en voor immateriële schade. Van samenloop tussen vergoedingen zal niet snel sprake zijn, omdat het fonds alleen materiële schade vergoedt als direct gevolg van het letsel. 46 Voor de zekerheid zou de gedupeerde uit Haren met zaakschade en letselschade dus drie procedures moeten beginnen: een aanvraag indienen bij de twee schadefondsen en een civiele vordering instellen. 5. Schadefonds maakt verwachtingen niet waar Het schadefonds voor project X Haren lijkt op het eerste gezicht te voorzien in een behoefte en weet de obstakels uit het aansprakelijkheidsrecht behendig te ont NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

11 wijken. Maar bij nadere inspectie levert het te veel nieuwe problemen op. Gevolg is dat het onzeker is of gedupeerden een tegemoetkoming zullen krijgen uit het fonds. Mocht er een tegemoetkoming uit het fonds komen, dan is deze op onrechtvaardige wijze verdeeld. Voor de verdeling in gelijke bedragen voor de gedupeerden uit het fonds is geen reden te vinden. Een verdeling van het fonds, ervan uitgaand dat er onvoldoende geld is om de gedupeerden te voldoen, kan even goed pro rata plaatsvinden. De minister heeft verwachtingen gewekt met de oprichting van het schadefonds, maar die worden niet waargemaakt. De gedupeerde kan niet rekenen op een tegemoetkoming van enige omvang. Bovendien heeft het fonds een kleine reikwijdte, zodat de gedupeerde met meer dan alleen zaakschade, of de bedrijven met zaakschade naar andere procedures moeten uitwijken. Het indienen van een aanvraag bij het fonds lijkt slechts een extra belasting van de gedupeerde. Zal de gedupeerde de moeite nemen een aanvraag in te dienen? Het zal me daarom benieuwen of de regeling die tot 1 januari 2015 in werking is, na de evaluatie in deze vorm zal worden gecontinueerd. Om van het fonds een succes te maken zou de verdeling tenminste moeten worden gewijzigd in een verdeling pro rata van de schade, moet wettelijk worden vastgelegd dat het CJIB de bevoegdheid heeft stortingen te innen in de zin van art. 14c lid 2 WvSr, en zouden de termijnen van uitbetaling flink moeten worden bekort door de minister het schadefonds te laten voorfinancieren. Het risico, dat het rijk er een paar duizend euro bij inschiet, moet de minister dan maar voor lief nemen. 33. Art. 9 lid 1 en 2 van de regeling. 36. De oprichting van een speciaal fonds tenuitvoerlegging geldboeten. Voor het een strafrechtelijke boete, of meer als een 34. Art. 11 en 12 van de regeling, met dien voor de gedupeerden van Project X Haren geval de geldboete ook niet wordt betaald, civielrechtelijke schadevergoeding. verstande dat bedragen minder dan 25 past in de geest van het tweede deel van de is vervangende hechtenis opgelegd. 44. Art. 14 van de regeling. Dit geld kan niet worden uitgekeerd. bepaling, maar is niet voorzien in de wets- 41. Het schadefonds wordt dus gevuld door eventueel ten goede komen aan gedupeer- 35. De wet bepaalt dat de rechter de dader geschiedenis. Daar wordt wel opgemerkt de oplegging van een maatregel als bijzon- den van een volgend incident, vergelijk art. als bijzondere voorwaarde kan opleggen dat er een relatie zal zijn tussen het delict en dere voorwaarde bij een voorwaardelijk 13 lid 2 van de regeling. een bedrag te storten in het schadefonds de instelling die het geld krijgt van de strafdeel, te weten de storting in het scha- 45. Zie de Wet schadefonds geweldsmisdrij- geweldsmisdrijven of ten gunste van een dader. Zie Kamerstukken II 1989/1990, defonds. ven. instelling die zich ten doel stelt de belangen , nr. 3, p. 21 (MvT). 42. Zie Uitvoeringsbesluit voorschot scha- 46. Eventueel valt te denken aan bescha- van slachtoffers van strafbare feiten te 37. Een geldboete van de vierde categorie devergoedingsmaatregel, Stb. 2010, 311 en digde kleding. Art. 8 van de Wet schade- behartigen. Zie art. 14c lid 2 aanhef en zo blijkt uit art. 141 jo. art. 23 WvSr. de bijbehorende toelichting, p. 8. fonds geweldsmisdrijven bepaalt dat met onder sub 4 WvSr. Dit artikel is laatstelijk 38. Vergelijk art. 14c lid 4 jo. art. 24 WvSr. 43. Vergelijk art. 6:100 BW. In het theoreti- overige vergoedingen rekening wordt gewijzigd bij Wet van 17 november 2011, 39. Gerechtshof Leeuwarden 22 november sche geval dat alle schade op de daders gehouden. Als deze onredelijk lang op zich Stb. 2011, 545, i.w.tr. 1 april 2012, maar 2012, LJN BY3915. later alsnog zou kunnen worden verhaald, laten wachten, kan het schadefonds heeft voor deze voorwaarde geen wijzigin- 40. Het CJIB heeft niet de bevoegdheid de en de onderlinge schadeplichtigheid van de geweldsmisdrijven een voorschot geven op gen met zich gebracht. Zie bijvoorbeeld: aan het schadefonds te betalen geldsom te daders zou moeten worden bepaald, is ook die vergoedingen. Noyon/Langemeijer & Remmelink, Art 14c innen, zie voor deze bevoegdheid inzake interessant de vraag of de storting in het WvSr, aant. 6 (J. Fokkens). geldboeten: art. 572 lid 2 WvSv jo. Besluit schadefonds moet worden beschouwd als NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 795 Focus Strafrechtelijke handhaving van pandbelening Kritische opmerkingen naar aanleiding van de geplande wetswijziging Clara olde Heuvel 1 Al jaren worden de hoge rentes en moeilijk naleefbare voorwaarden die pandhuizen hanteren bekritiseerd. Pandbeleners betalen hun lening bij een pandhuis vaak drievoudig terug. Verschillende pogingen tot het wijzigen van de regelgeving hebben geen effect gesorteerd. Het nieuwe wetsvoorstel over pandbelening is zeer te verwelkomen. Maar ook met deze regelgeving liggen schendingen op de loer. Rechtspraak uit de negentiende eeuw laat zien dat pandhuizen zeer creatief waren in het bedenken van een constructie die de bestaande regelgeving omzeilde. Waarom is voor de handhaving van de regelgeving voor pandbeleningen toch weer gekozen voor het privaat- en bestuursrecht en niet voor het strafrecht? 1. Inleiding Binnen korte tijd zal de Pandhuiswet die ruim honderd jaar bestaansrecht heeft gehad op de schop gaan. Aangezien de wet van 1910 sterk verouderd is, praktisch gezien geen betekenis meer heeft en klanten van pandhuizen niet naar behoren beschermd worden is een nieuw wetsvoorstel gecreëerd. 2 De nieuwe regelgeving betreffende pandbeleningen zal in Boek 7 Titel 2D van het Burgerlijk Wetboek (BW), tussen de velerlei andere consumentenrechtelijke regels, worden opgenomen. 3 Consumentenrechtelijke bescherming zal voorop komen te staan en de voorwaarden waaraan een pandbeleningsovereenkomst dient te voldoen, zullen worden verscherpt. De nieuwe regelgeving zal van toepassing zijn op iedere beleensom. Tevens zullen alle verschillende juridische vormen van pandbelening onder de wet vallen, opdat de regelgeving niet ontweken kan worden. Ook krijgen pandhuizen een informatieverplichting jegens consumenten en dient de pandbeleningsovereenkomst duidelijk en begrijpelijk te zijn geformuleerd, ingevolge art. 6:231 BW. Verder heeft de regering in de planning dat de beleentermijn wordt verhoogd naar minstens twee maanden. Er komt een maximaal renteplafond per kalendermaand (art. 7:137 jo. 7:131 BW), welke stapsgewijs binnen twee jaar van 9% naar 4,5% wordt gebracht en er mogen geen additionele taxatie- of administratiekosten meer worden berekend door het pandhuis. De handhaving van de regelgeving uit Boek 7 Titel 2D zal via bestuursrechtelijke en/of privaatrechtelijke weg plaatsvinden. Het kabinet heeft niet gekozen voor het strafrecht en dat is mijns inziens een grote vergissing. In het geval dat een dwangsom niet werkt is er geen ander instrument beschikbaar welk het immorele gedrag van pandhuizen sanctioneert. In dit artikel zal ik beargumenteren waarom voor het strafrecht gekozen had moeten worden. Het uitlenen van geld met hoge rente wordt al eeuwenlang bekritiseerd en veel mensen zijn zich er niet van bewust dat minder bedeelde huishoudens naar een pandhuis gaan, omdat zij geen toegang hebben tot krediet bij een bank. De kredietwaardigheid van deze huishoudens wordt namelijk getoetst door de financiële Het kabinet heeft niet gekozen voor het strafrecht en dat is mijns inziens een grote vergissing 1036 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

13 instelling die geregistreerd staat bij het Bureau Krediet Registratie 4 (BKR). In het navolgende ga ik in op: verpanding en de misstanden bij pandjeshuizen (par. 2), de toekomstige handhavingsinstrumenten (par. 3) en het strafrecht en pandhuizen in historisch en huidig perspectief bezien (par. 4). Aan het eind volgt een conclusie. 2. De pandbelening en haar praktische problemen Verpanding van goederen houdt in dat een pandbelener met zijn/haar roerende zaak (bijvoorbeeld sieraad of keukenapparatuur) naar een pandhuis gaat. Het pandhuis schat de waarde in van het goed en leent een bepaald bedrag (beleensom) uit aan de consument. Binnen een afgesproken termijn kan de pandbelener zijn zaak weer ophalen en wordt de zaak teruggeven als terugbetaling van de beleensom (inclusief rente) geschiedt. Indien de consument de zaak niet komt ophalen staat het, het pandhuis vrij het goed openbaar te verkopen. De gesignaleerde praktische problemen bij pandbeleningen zijn talrijk (zie onderzoek Research en Beleid en IOO 5 ) en de extremen worden hieronder beschreven. Het rentevraagstuk is een steeds terugkerend thema. Dat het rentevraagstuk steeds terugkeert is niet vreemd als men ziet dat terugkoopwinkels maandelijks gemiddeld tussen de 5% en 20% van de beleensom aan rente in rekening brengen. 6 Geregeld worden aanvullende administratie- of opslagkosten nog eens bovenop de rente in rekening gebracht. 7 In de Pandhuiswet 1910 is geen enkel maximum aan de hoogte van de pandbeleningsvergoeding gesteld, waardoor pandbeleners in dit opzicht überhaupt geen bescherming genieten. 8 En de vraag is of het nieuwe renteplafond niet nog steeds hoog is. Het wetsvoorstel regelt dat de maandelijkse rente bij algemene maatregel van bestuur zal worden geregeld. Na in werking treden zal een maximale pandbeleningsvergoeding van 9% op maandbasis worden gehanteerd. Het tweede jaar zal de rente 4,5% op maandbasis zijn. 9 Een ander heikel punt is de beleentermijn en de mogelijkheid tot verlenging van deze. 10 Het merendeel van de pandhuizen kent een beleentermijn van één maand, maar een aantal pandhuizen kent een termijn van 28 dagen! 11 Deze beleentermijn kan veelal slechts eenmaal verlengd worden. Dit leidt doorgaans tot de verkoop van de beleende goederen, omdat met het bij elkaar sprokkelen van het geleende bedrag en het ophalen van de zaak toch meer tijd gepaard gaat. 12 Bovendien biedt de Pandhuiswet van 1910 praktisch gezien geen bescherming, omdat klanten die goederen boven de 11,34 belenen zich niet op de wet kunnen beroepen. Gelet op bovengenoemde knelpunten en mede gezien het feit dat aan het consumentenkrediet wél regels worden gesteld (art Wet op het consumentenkrediet) 13 en dat art. 4:35 van de Wet op het financieel toezicht ook bescherming biedt aan consumenten, 14 is voor nieuwe regelgeving gekozen. 15 Op welke manier de nieuwe regelgeving gehandhaafd zal worden, komt in de volgende paragraaf aan de orde. 3. Handhaving De nieuwe regeling van pandbelening zal een plaats krijgen tussen de bijzondere overeenkomsten in Boek 7 van het BW. 16 Regels van (Europees) consumentenrecht en algemeen verbintenissenrecht geven privaatrechtelijke grenzen aan deze overeenkomsten, vaak maar niet altijd van dwingendrechtelijke aard. Bovendien zal de regeling bestuursrechtelijk worden gehandhaafd en zal de consumentenautoriteit toezichthouder zijn. Titel 2D gaat deel uitmaken van onderdeel B van de bijlage van de Wet handhaving consumentenbescherming. 17 De handhaving is als volgt gedacht. Indien een voorschrift uit onderdeel B van de bijlage wordt overtreden als de eigenaar van het pandhuis zich bijvoorbeeld niet aan de minimale beleentermijn van twee maanden houdt, maar het geld eerder terugvordert (7:135 BW 18 ) zal door de Afdeling Toezicht van de consumentenautoriteit eerst onderzoek worden gedaan naar de feiten, vervolgens een rapport worden opgemaakt en uiteindelijk een sanctie worden voorgesteld door de juridische dienst. 19 De consumentenautoriteit beschikt over drie bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. Zij kan een last onder dwangsom opleggen, een bestuurlijke boete opleggen (art. 2.9 Whc) of haar beschikking openbaar maken (art Whc). De bestuurlijke boete is de onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, en kan op grond van de Whc ten hoogste zijn. 20 De last onder dwangsom is een herstelsanctie welke de te nemen herstelmaatregelen omschrijft en tevens de Auteur een regeling van de overeenkomst van pandbelening gesloten door consumenten; Titel 7.2A omvat de Consumentenkredietovereenkomsten. 4. Dit bureau informeert financiële instellingen over welke kredieten de mensen de afgelopen vijf jaar hebben of hebben gehad 5. L.S. de Ruig, C.M. van Ommeren en A. Vennekens, Pandhuizen in Nederland, Onderzoek naar markt en maximale vergoeding voor belening, Eindrapport, een onderzoek in opdracht van Ministerie van Financiën, Projectnummer: B3558/E0091, Zoetermeer, 2 juni 2009 (hierna: Onderzoek Research en Beleid). 3, p Mr. C. olde Heuvel studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam als jurist bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten. Dit artikel is gebaseerd op haar onderzoek voor een programma van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen onder begeleiding van prof. dr. J.P.B. Jonker, dr. O.C. Gelderblom en dr. mr. J.M. Milo. 6. Onderzoek Research en Beleid, p. 31; Volkskrant 13 oktober 2012, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p. 9 en Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p. 9 en 10 jo. art. 2.7 Wet Handhaving Consumentenbescherming (Whc). 18. Art. 135 wordt toegevoegd aan Boek 7 en valt onder Titel 2D. 19. Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Art Whc jo. art. 23 Wetboek van Strafrecht, jo. 5:40 Awb. 7. Onderzoek Research en Beleid, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Onderzoek Research en Beleid, p. 39 en Onderzoek Research en Beleid, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. Noten 2. Kamerstukken II 2011/12, , nr Na Titel 2A van Boek 7 BW ingevoegd bij de Wet van 19 mei 2011, Stb. 2011, 246 wordt een nieuwe titel 2D opgenomen met NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Focus Waiting for the pawn-shop to open - a New York street scene. CORBIS betaling van een geldsom omvat ingeval de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. 21 Het gevolg van het van toepassing verklaren van de Awb op de Whc is dat de rechtsbescherming uit de Awb van toepassing is. Aldus dient de consumentenautoriteit de overtreder te wijzen op de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de bestuurlijke sanctie. Over de gronden van het bezwaar oordeelt de consumentenautoriteit in eerste instantie. Desgewenst kan de overtreder in beroep bij de bestuursrechter en in hoger beroep bij de Raad van State. Afgezien van het publiekrecht hebben de individuele partijen in geval van een geschil de mogelijkheid zich tot de civiele rechter te wenden. 22 De nieuwe regelgeving aangaande pandbeleningen verklaart dat de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) niet van toepassing is op pandbeleningen, omdat er geen sprake zou zijn van een krediet in de zin van art. 1:1 van de Wft, nu een pandbelening niet leidt tot een restschuld en het pandhuis de eventuele verliezen draagt. 23 Er wordt met geen woord gerept over het strafrecht. In de volgende paragraaf zal duidelijk worden dat het een misslag is de Wft niet van toepassing te verklaren en uitsluitend voor het bestuurs- en privaatrecht te opteren. 4. De pandhuizen en het strafrecht in historisch en huidig perspectief bezien Ofschoon het ultimum-remedium beginsel vergt dat het strafrecht als laatste redmiddel dient te worden gebruikt en de wetgever eerst andere wegen dient te bewandelen (denk aan het bestuurs- of het privaatrecht) is het bij de pandbelening van belang dat publiekrechtelijk wordt gehandhaafd. Uit de gevoerde discussie in het WPNR over toezicht blijkt dat er recentelijk veel te doen is betreffende privaatrechtelijk of publiekrechtelijk handhaven, waar bij publiekrechtelijk handhaven weer een keuze gemaakt kan worden tussen het bestuursrecht of het strafrecht. 24 Het informeel reguleren van toezicht is moeilijk, omdat er veelal meerdere partijen bij een overtreding betrokken zijn en de eventuele begane overtredingen altijd wel geformaliseerd zijn in een wet of regeling. 25 Op het moment dat grote belangen op het spel staan is snel sprake van formalisering en publiekrechtelijke handhaving NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

15 Centraal toezicht zorgt ervoor dat regels uniform worden uitgelegd en onduidelijkheden worden voorkomen. In het verleden heeft men getracht via een andere constructie van pandbelening de wetgeving omtrent het verbod op het houden van pandhuizen te omzeilen. 4.1 De geschiedenis van pandhuizen in vogelvlucht Pandhuizen kennen een lange geschiedenis. In de veertiende eeuw werd door een graaf octrooi verleend om in eene bepaalde stad tafel of lombard te houden, oftewel om geld uit te lenen aan de meer behoeftigen van de samenleving. 27 In 1578 werd door de Staten van Holland en Zeeland aan het verlenen van octrooien een einde gemaakt om op te kunnen treden tegen destijds al bestaande woekerpraktijken. Banken van Leening werden ten behoeve van de armen opgericht en stonden onder stedelijk toezicht. Echter, het bestaan van de Banken van Leening zorgde ook voor pandhuizen, die doorgaans misbruik maakten van de sociaal zwakkeren. De invoering van de Wet Pluviôse 28 in 1800 beoogde een eind te maken aan de vrijheid een pandhuis op te richten. 29 Woekerrentes dienden bestreden te worden en armen mochten niet langer de dupe zijn van de malafide praktijken van pandjesbazen Woekerrentes dienden bestreden te worden en armen mochten niet langer de dupe zijn van de malafide praktijken van pandjesbazen. Het probleem van uitbuiting usury van de armere klasse kon worden opgelost door een verbod op pandhuizen c.q. verpanding van goederen te creëren en het houden van een pandjeshuis zonder vergunning te criminaliseren. Art. 1 van de Wet Pluviôse bepaalde dan ook: Aucune maison de prêt sur nantissement, ne pourra être établie qu au profit des pauvres et avec l autorisation du Gouvernement. 30 Daarnaast werd het houden van een pandhuis krachtens art. 411 van de Code Pénal strafbaar en werden de Banken van Leening wederom onder rechtstreeks toezicht van het centraal bestuur geplaatst. 31 Toestemming voor het oprichten van een Bank van Leening werd uitsluitend verleend als de instellingen zouden werken ten gunste van de armen (au profit des pauvres). 32 Voor particulieren werd het derhalve onmogelijk gemaakt een Bank van Leening (lees: pandhuis) te bedrijven. 33 Het bestaan van deze twee wetten zorgde voor onduidelijkheid over de verbods- en strafbepalingen en ondanks het feit dat pandhuizen een halt toegeroepen werd bleven minder bedeelden hun toevlucht zoeken bij de pandjeshuizen. Veroordelingen volgden desalniettemin en rechters uitten afkeuring tegen de ongeoorloofde hoge interest die werd geëist en stelden dat sprake was van woeker. 34 De straffen bij de veroordelingen varieerden van één maand tot drie maanden gevangenisstraf gecombineerd met een geldboete. De regelgeving weerhield de houders van pandhuizen er niet van hun praktijken voort te zetten. Zij ontwikkelden zelfs een nieuw principe om de Code Pénal en Wet Pluviôse te kunnen omzeilen. In een zaak die in 1857 bij de Hoge Raad diende ging het er om dat de houder van een pandhuis die vervolgd werd voor het niet hebben van een vergunning betoogde dat geen sprake zou zijn van het belenen van goederen, maar dat het een overeenkomst van koop en wederinkoop betrof. Met dat argument werd echter korte metten gemaakt en de HR stelde dat gekeken dient te worden naar de feitelijke situatie en niet naar de benaming die partijen aan de overeenkomst geven. 35 Enkele auteurs prefereerden echter, net als de pandhuishouders, de simulatievorm: Wanneer iemand eene handeling wil verrigten, die op zich zelve geoorloofd is, dan kan hij haar gieten in welken vorm hij verkiest. 36 Art. 411 was volgens Van Citters juridisch gezien niet van toepassing op de huizen van verkoop met recht op wederinkoop. 37 Vanaf 1857 wordt tevergeefs door pandhuizen steeds weer het zojuist genoemde argument genoemd Art. 5:9 onder a Awb. 28. Franse Wet 16 Pluviôse van december 1839, 61-3; Rb. Leeuwarden 27 januari 1844, WvhR 1844, 488-3; Zie ook Berigten s Gravenhage, den 7 october, WvhR 1848, en Rb. s-gravenhage 20 september 1848, WvhR 1848, 949-4; Berigten s Gravenhage, den 14 April, WvhR 1841, HR 14 mei 1856, WvhR 1857, Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p A. Hammerstein, Wat is toezicht waard?, WPNR 2012, 6937; H.J. Van den Noort, Toezicht en handhaving door het BFT, WPNR 2012, Franse Wet 16 Pluviôse van M.S. Pols, Commentaar op J.A. Levy De in den handel gebruikelijke beleenings- en prolongatie-contracten, s-gravenhage: Gebr. Belinfante 1860, Themis 1860, p Een Bank van Leening kan alleen worden opgericht ten gunste van de armen en enkel met toestemming van de regering. 31. Citters 1886, p Citters 1886, p Article 3: Les contrevenans seront poursuivis devant les tribunaux de police correctionnelle, et condamnés, au profit des pauvres, à une amende payable par corps, qui ne pourra être au-dessous de 500 francs, ni au-dessus de 3000 francs. Vertaald: diegene die handelt in strijd met de Wet Pluviôse zal worden vervolgd en veroordeeld tot een boete niet lager dan 500 francs en niet hoger dan 3000 francs. 34. Weekblad van het Regt (WvhR), Citters 1886, p De Rb. Deventer kwam tot de conclusie dat het beding van koop met wederinkoop als voorwendsel was gebruikt en dat er in werkelijkheid sprake was van belening op pand met hoge rente, Rb. Deventer 24 juli 1869, WvhR 1869, /4; Men diende te kijken naar de aard der handelingen, Rb. Arnhem 11 november 1884, WvhR 1884, (bevestigd door Gerechtshof Arnhem op 27 december 1884); Citters 1886, p ( ) voor de toepassing van art. 411 Strafregt, de aanwezigheid van een leenhuis op pand of zekerheid, zonder wettige vergunning, onder anderen behoort beoordeeld te worden naar de menigvuldigheid der gesloten beleeningen, het bedrag der op goederen gegeven gelden en de meerdere of mindere tijdsruimte, waarin de handelingen hebben plaats gehad, het al dan niet bestaan eener wettige vergunning en dergelijke omstandigheden meer, 25. A. Hammerstein, Wat is toezicht waard?, WPNR 2012, 6937; H.J. Van den Noort, Toezicht en handhaving door het BFT, WPNR 2012, A. Hammerstein, Wat is toezicht waard?, WPNR 2012, 6937, p L.J. Rietema, Taeffels van Leeninge in Overijssel ( ), Overijsselse Historische Bijdragen, 1978, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Focus Het creëren van de nieuwe constructie en het daadwerkelijk oprichten van huizen van verkoop met recht op wederinkoop leidden tot de vraag of armen beschermd moesten worden tegen misbruik (verpanding en hoge rentes) of dat zij de vrijheid dienden te hebben overeenkomsten te sluiten als koop en verkoop met beding van wederinkoop ook al waren dit constructies die gericht waren op het ontwijken van de regelgeving betreffende verpanding. Er werd ruim baan gemaakt voor pandjesbazen om woekerwinsten te bedingen over de ruggen van armen. 39 Niettemin verkoos de onvermogende een pandhuis boven een Bank van Leening, omdat het uitgekeerde bedrag dat per pand werd verstrekt bij een pandhuis hoger lag dan bij een Bank van Leening en omdat pandhuizen beter bereikbaar waren dan Banken van Leening. 40 De hoogte van de rente moeide de clientèle van pandhuizen niet. 41 In 1886 kwam het echter tot een omslagpunt, aangezien het Gerechtshof Amsterdam het vervolgde pandhuis vrijspreekt, hoewel er sprake was van verpanding. Niet is bewezen dat de in deze geslotene overeenkomsten van koop en verkoop met recht van wederinkoop bedekte beleeningen zouden zijn, en dus, niet het bewijs geleverd zijnde van hetgeen den beklaagde is ten laste gelegd. 42 Het Hof stelt onder meer dat de overeenkomsten duidelijk de bepalingen in het BW omtrent koop en wederinkoop raken en dat de rentebetalingen hier niets aan afdoen. 43 Men mag niet afwijken van de bewoordingen van een overeenkomst, zeker niet als dit in een strafzaak ten nadele van de beklaagde zou zijn. Het hof laat dienovereenkomstig de huizen van verkoop met recht tot wederinkoop buiten de werkingssfeer van het strafrecht, door ze als sui generis (enig in hun soort) te behandelen. Het Hof brengt niet alleen een privaatrechtelijk en strafrechtelijk principe bijeen om tot een vrijspraak van beklaagde te komen, maar wijkt tevens sterk af van de lijn van de Hoge Raad. Veel rechtsgeleerden 44 vonden het een kwalijke zaak dat ten nadele van de behoeftigen instellingen bestonden die niet aan de regeling van art. 411 C.P. waren onderworpen. 45 Vanwege het verderfelijk karakter van de pandjeshuizen werd de uitspraak dan ook volgens Citters met weinig ingenomenheid begroet. Ook via de Wet van 28 oktober 1946 tot opheffing particuliere bank van leening is tevergeefs getracht te voorkomen dat pandhuizen toetraden tot de markt; er zijn steeds meer pandhuizen opgericht. Dat herhaaldelijk en tevergeefs verschillende pogingen zijn gedaan de pandhuizen te verbieden 46 laat zien dat het een hardnekkig probleem is dat een strafrechtelijke aanpak vergt. Dat herhaaldelijk en tevergeefs verschillende pogingen zijn gedaan de pandhuizen te verbieden laat zien dat het een hardnekkig probleem is 4.2 Redenen voor strafbaarstelling De laatste jaren is de in het publieke belang gevoelde noodzaak ontstaan het toezicht op financiële ondernemingen te versterken door bepaald gedrag in publiekrechtelijke gedragsregels te normeren en deze regels te handhaven door middel van onder andere boetes. 47 In een tijd van financiële crises (bankencrisis, eurocrisis) waar het consumentenvertrouwen terugloopt en men de integriteit van financiële instellingen hoog in het vaandel heeft staan, is het gewenst dat de overheid een actieve taak op zich neemt en ferm optreedt tegen normschendingen op financieel vlak. 48 Er is bij pandbelening niet gekozen voor de Wet op het financieel toezicht, omdat volgens de regering geen sprake zou zijn van een krediet in de zin van art. 1:1 van de Wft, nu een pandbelening niet leidt tot een restschuld en het pandhuis eventuele verliezen draagt. 49 Ondanks het feit dat de consumentenautoriteit via de nieuwe regelgeving de mogelijkheid heeft een hoge boete op te leggen, ben ik van mening dat voor het strafrecht gekozen had moeten worden of op zijn minst ervoor gekozen had kunnen worden om het strafrecht naast het bestuursrecht te laten bestaan. Strafrechtelijke handhaving is gewenst, omdat het uitermate geschikt is voor het terechtwijzen van mensen die normen die wij als gemeenschap belangrijk achten overtreden. 50 Uit de geschiedenis blijkt dat pandjeshuizen er een onethische handelswijze op na hielden en houden. Het vragen van hoge rentes woeker is malafide, nog nagelaten het op een onjuiste wijze taxeren van goederen. Afkeurenswaardige gedragingen kunnen via het strafrecht bestreden worden en bepaalde vormen van onrecht behoren nu eenmaal typisch aan het strafrecht toe, omdat ze naar hun aard als misdadig kunnen worden aangemerkt. Een inbreuk op de eis van waarachtigheid en naastenliefde vinden, volgens Kelk, 51 in het strafrecht erkenning door een strafwaardigheidsoordeel. Het opzettelijk benadelen van pandbeleners acht ik afkeurenswaardig. Daarnaast legt het strafrecht meer gewicht in de schaal. Dat een boete kan worden opgelegd via de bestuursrechtelijke weg is an sich niet verkeerd, maar een dreigende hechtenis wegens het vervolgens niet betalen van die boete heeft een veel grotere impact. Via het strafrecht kan flink worden uitgepakt. Het feit dat de strafrechter de exclusieve bevoegdheid heeft een gevangenisstraf op te leggen laat dit reeds zien. Voorts hebben andere instrumenten in het verleden geen effect gesorteerd en leert wetgeving ons dat er altijd wel uitwassen zijn. Pandjesbazen zullen wel weer iets verzinnen om de regelgeving te ondermijnen. Het is bevreemdend afnemers van financiële producten voldoende wettelijke bescherming te bieden via de Wft, en de Wet op de economische delicten, om te voorkomen dat deze benadeeld worden en klanten van pandhuizen die bescherming te ontzeggen. Het belenen van goederen voor geld ligt dicht tegen het bedrijfsmatig aanbieden van geld 52 aan en er is zodoende een link zichtbaar. De regeling van de pandbeleningen zou goed bij de Wft passen. Hoewel bestuursrechtelijke sanctionering bij schending van de Wft voorop staat, is het bij bepaalde overtredingen wenselijk deze aan te merken als economisch delict in de zin van de WED. 53 De officier van Justitie heeft dan de mogelijkheid om een strafrechtelijke consequentie te verbinden aan een inbreuk ofwel via een strafbeschikking 54 ofwel via het voor NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

17 De regeling van de pandbeleningen zou goed bij de Wft passen brengen van de zaak bij de strafrechter. Uit onderzoek naar de effectiviteit van het strafrecht versus het bestuursrecht bij milieudelicten blijkt dat van het strafrecht meer uitstraling en zodoende een meer preventieve werking uit gaat, indien zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk gehandhaafd kan worden. 55 De kabinetsnota biedt inzicht in de keuze tussen het bestuursrecht en het strafrecht. Een besloten context (afgebakende doelgroep, gespecialiseerd bestuursorgaan) duidt op bestuursrechtelijke aanpak en algemene rechtsbetrekkingen op een strafrechtelijke. 57 Indien een overtreding echter een zodanig forse inbreuk maakt op de belangen van burgers en bedrijven en morele afkeuring met strafrecht niet achterwege kan blijven moet toch het strafrecht toegepast worden. 58 Uit de lezing van H. Moraal 59 in 2009 volgt dat aan de hand van de kabinetsnota niet meteen duidelijk is voor welk sanctiestelsel gekozen moet worden bij overtredingen uit de Wft. 60 Een aantal punten bieden wel een aanknopingspunt om voor het strafrecht te gaan en dat zijn punten als: de samenloop met andere ernstige strafbare feiten, de omvang van de schade, recidive, het georganiseerde verband van de overtreding en de bijzonder kwetsbare positie van het slachtoffer. De toepasselijkheid van het strafrecht zorgt ervoor dat aan het slachtoffer door de sanctionering van de dader rechtstreeks schadevergoeding toegewezen kan worden. Dit levert geen extra kosten voor het slachtoffer op. 61 In het privaatrecht dient eerst een civielrechtelijke procedure te worden gestart. De mislukking van de voorgaande wet laat zien dat dit een probleem is wat publiekrechtelijk dient te worden aangepakt. Het is de taak van de overheid een sterk signaal af te geven bij normoverschrijdingen op financieel vlak. Te meer, omdat de mensen die naar een pandhuis gaan een kwetsbare positie innemen. Voor hen is het belenen van goederen veelal een last remedy. 5. Conclusie Al jaren worden de hoge rentes en moeilijk naleefbare voorwaarden die pandhuizen hanteren bekritiseerd. Pandbeleners betalen hun lening bij een pandhuis vaak drievoudig terug. Verschillende pogingen tot het wijzigen van de regelgeving hebben geen effect gesorteerd. De nieuwe regelgeving betreffende de pandbelening is zeer te verwelkomen. Het verhogen van de beleentermijn naar minstens twee maanden en het instellen van een maximaal renteplafond is heuglijk nieuws. Men heeft er echter geen rekening mee gehouden dat ook met de nieuwe regelgeving schendingen op de loer liggen. Rechtspraak uit de negentiende eeuw laat zien dat pandhuizen zeer creatief waren in het bedenken van een constructie die de bestaande regelgeving omzeilde. Waarom toch weer gekozen is voor het privaatrecht en bestuursrecht blijft onduidelijk. De regelgeving betreffende de pandbeleningen zou, wat mij betreft, weer naar het strafrecht overgeheveld moeten worden, niet in de zin dat pandjeshuizen strafbaar gesteld dienen te worden, maar dat het overschrijden van de regelgeving uit Boek 7 Titel 2D BW strafbaar is. Een eerste argument is dat de overheid de minder draagkrachtige burger dient te beschermen. Daarnaast zijn de bepalingen uit de Wft, die klanten voor financieringsinstellingen behoeden, ook strafrechtelijk en bestuursrechtelijk te handhaven. Het belenen van goederen voor geld heeft veel gemeenschappelijk met het verlenen van een krediet. Verder dient streng te worden opgetreden tegen de instellingen die hun regels te buiten gaan. Een dreigende hechtenis van 100 dagen werkt mijns inziens effectiever dan een bestuurlijke boete. Op zijn minst had het strafrecht ingezet kunnen worden als aanvullende escape in het geval het bestuursrecht geen effect sorteert. Het is onbegrijpelijk dat tegenwoordig alles gereguleerd is behalve het profiteren van de meest kwetsbaren uit de samenleving. 39. Citters 1886, p. 36, zie ook Levy 1860; De wetgeving op de Banken van Leening werd illusoir gemaakt. 40. Rb. Arnhem 11 november 1884, WvhR 1884, , par Rb. Arnhem 11 november 1884, WvhR 1884, , par Hof Amsterdam 24 mei 1886, WvhR 1886, Hof Amsterdam 24 mei 1886, WvhR 1886, ; Niet mag worden afgeweken van de bewoordingen van een overeenkomst, zeker niet als dit in een strafzaak ten nadele van de beklaagde uitpakt; Het Hof Arnhem had verzuimd te onderzoeken of er een wettelijke vergunning voor lag, HR 5 april 1886, WvhR 1886, Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p C. Kelk, Studieboek materieel strafrecht, Deventer: Kluwer 2005, p , p J.T.C. Leliveld, Kiezen voor een sanctiestelsel bij overtreding van de Wft, Tijdschrift voor Financieel Recht nr. 5/6 mei / juni 2009, p. 220; Kamerstukken II 2008/09, VI, nr Citters 1886, p. 36; Maassen 1994, p. 249, Levy 1860: Memorie van Antwoord, ingezonden bij brief van 6 mei 1910 door minister Heemskerk: HR 24 juni 1907, WvhR 1907, , A-G Noyon. 51. C. Kelk, Studieboek materieel strafrecht, Deventer: Kluwer 2010, p Art. 1:20 lid l sub d Wft. 57. J.T.C. Leliveld, Kiezen voor een sanctiestelsel bij overtreding van de Wft, Tijdschrift voor Financieel Recht nr. 5/6 mei / juni 2009, p Leliveld 2009, p Procureur-generaal bij het OM Art. 36f Wetboek van Strafrecht. 45. Citters 1886, p Kamerstukken II 2003/04, , nr., p. 18 en 52; art. 1 en 2 jo. art. 6 WED. 54. Via een strafbeschikking staat de weg weer open naar de strafrechter. 55. N. Struiksma, J. de Ridder en H.B. Winter, De effectiviteit van bestuurlijke en strafrechtelijke milieuhandhaving, 253 Onderzoek en Beleid WODC, Meppel: BJu 46. Wet van 28 oktober 1946 tot opheffing particuliere bank van leening. 47. A.G. Castermans, Dwaling tussen privaat- en publiekrecht, WPNR 2012, 6940, p. 11 en Kamerstukken II 2003/04, , nr. 3, p. 3. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 796 Opinie Een halfleeg glas De risico s van het bewaren van een kopie van het patiëntendossier voor de privacy Christiaan van Beek 1 Als de vertrouwelijkheid van medische gegevens op het spel staat kan dat veel ophef veroorzaken. Zie de perikelen rondom het elektronisch patiëntendossier. Ondertussen deden de Hoge Raad en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg een aantal uitspraken die die vertrouwelijkheid evenzeer onder druk zetten, zonder noemenswaardig aandacht te trekken. Recent is veel aandacht uitgegaan naar de invoering van de zorginfrastructuur (voorheen het elektronisch patiëntendossier). Met name de negatieve gevolgen en risico s voor de persoonlijke levenssfeer van de patiënt zijn in de media breed uitgemeten. NRC Handelsblad ontraadde in een commentaar zelfs zijn lezers deelname. 2 Los van de juridische merites van een dergelijk advies is de vertrouwelijkheid van medische gegevens klaarblijkelijk een belangrijk thema. Toch zijn er dit jaar een tweetal uitspraken gedaan door respectievelijk de Hoge Raad en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) die evenzeer betrekking hebben op dit onderwerp maar nauwelijks voor ophef hebben gezorgd. 3 Naar mijn mening ten onrechte. Deze uitspraken hebben betrekking op de uitleg van de dossier- en bewaarplicht. Op grond van art. 7:454 BW (WGBO) 4 is een arts verplicht om een dossier te voeren met betrekking tot de behandeling van de patiënt. De bewaarplicht heeft als uitgangspunt dat de arts medische gegevens voor een periode van vijftien jaar bewaart. De Het uitgangspunt is dus bewaren of overdragen dossier- en bewaarplicht zijn belangrijk in het kader van de continuïteit en kwaliteit van zorg. Dit geldt met name voor de zorg van huisartsen. Om deze reden schrijven de richtlijnen van de beroepsgroep voor dat bij wijziging van huisarts het patiëntendossier, en in het verlengde hiervan de bewaarplicht, wordt overgedragen aan de opvolger. Ook bij andere hulpverleners kan het verstandig zijn om het dossier over te dragen. Het uitgangspunt is dus bewaren of overdragen. Bij wijze van uitzondering is het een arts toegestaan om na overdracht een kopie van het dossier te bewaren ingeval er een (tucht)rechtelijke procedure speelt of dreigt. Kristalhelder zou je denken. De Hoge Raad en het CTG lijken dit nu in een ander perspectief te plaatsen. De uitspraak van de Hoge Raad heeft betrekking op een arts die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een kliniek om cosmetisch chirurgische handelingen uit te voeren. De arts en de kliniek gaan uit elkaar waarbij de arts kopieën van de dossiers vordert van de patiënten die hij behandeld heeft. De aard van de samenwerkingsovereenkomst brengt met zich mee dat zowel de kliniek als de arts als hulpverlener kunnen worden aangemerkt in de zin van art. 7:446 BW. Op beiden rust dus de bewaarplicht. Om de patiënt inzage en afschrift van het dossier te kunnen verlenen heeft iedere hulpverlener volgens de Hoge Raad daarom (in beginsel) recht op in ieder geval een kopie van het patiëntendossier van de patiënten die door hem zijn behandeld. De zaak van het Centraal Tuchtcollege betreft een huisarts die ernstig door een patiënt is bedreigd, en om deze reden, zonder hiervan mededeling aan de patiënt te doen, een kopie van het dossier heeft achtergehouden. Het CTG stelt in dit verband dat geen rechtsregel het de hulpverlener verbiedt een kopie van het dossier te behouden, en dat de wetsgeschiedenis hiervoor ook geen aanknopingspunt biedt. Uit de bovenstaande uitspraken zou kunnen worden afgeleid dat een hulpverlener altijd een kopie van het medisch dossier mag bewaren nadat het origineel is overgedragen, al was het maar voor het geval een (tucht)rechtelijke procedure mocht gaan spelen. Naar mijn mening staat een dergelijk algemeen geformuleerd recht op gespannen voet met de bescherming van de privacy van de patiënt. De uitspraak van de Hoge Raad is goed te begrijpen voor de specifieke situatie als er meerdere hulpverleners zijn waarmee de patiënt een behandelrelatie heeft. Een algemeen recht op een kopie van het dossier ligt echter minder voor de hand. Ook de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege roept in dit opzicht de nodige vragen op NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

19 ANP Xtra Lex van Lieshout Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt in beginsel een verbod op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens waaronder medische gegevens. Een uitzondering geldt waar het de behandeling van de patiënt betreft, en het beheer van de praktijk. Dit wordt nader ingevuld door specifieke wetgeving waar art. 7:454 BW onderdeel van uitmaakt. Hiernaast zijn ook algemene bepalingen uit de Wbp van belang. De verwerking moet onder meer overeenkomen met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld, de verwerking mag niet bovenmatig (disproportioneel) zijn, en de betrokkene moet hierover geïnformeerd worden. Het is dan maar zeer de vraag of art. 7:454 BW voldoende basis biedt voor het bewaren van een kopie. Er is geen sprake van een expliciete wettelijke grondslag. Als een (tucht)rechtelijke procedure niet aan de orde is ontvalt bovendien het doel voor de verwerking. Dit impliceert dat de arts voor het bewaren van een kopie van het dossier goed beschouwd toestemming nodig heeft van de patiënt, en deze in ieder geval nadrukkelijk moet informeren over het bewaren van een kopie. Het dubbel bewaren kan tenslotte als bovenmatig en disproportioneel worden gekwalificeerd. Voor het effectueren van het inzagerecht en het recht op afschrift is dit immers niet noodzakelijk. Bove ndien ontstaat zo een weinig overzichtelijke situatie voor de patiënt. Met name als deze gebruik wil maken van het recht om medische gegevens te laten vernietigen. Dat zou voor dezelfde gegevens zowel bij de huidige en de oude huisarts moeten gebeuren. Bezien vanuit het perspectief van de privacy is het glas dus eerder halfleeg dan halfvol. Ik zou er daarom voor willen pleiten dat de arts alleen een kopie van een medisch dossier bewaart als er sprake is een specifieke situatie zoals dat nu het geval is. Hierbij is het overigens niet van belang of een dossier in papieren vorm bestaat of gedigitaliseerd is. De Wbp en de WGBO zijn Uit de uitspraken zou kunnen worden afgeleid dat een hulpverlener altijd een kopie van het medisch dossier mag bewaren nadat het origineel is overgedragen immers onverkort van toepassing. De discussie rondom de zorginfrastructuur laat wel zien dat er andere risico s op dit punt bestaan zoals de toegankelijkheid en opslag (cloudcomputing) van medische gegevens die evenzeer pleiten tegen het onnodig aanhouden van duplicaten, en het ook mogelijk moeten maken om digitale gegevens definitief te verwijderen. Met name dat laatste blijkt in de praktijk nog wel eens lastig te zijn. Niet voor niets is in het voorstel voor de nieuwe Europese Privacyrichtlijn een recht opgenomen om vergeten te worden. Het zou daarom goed zijn als de Hoge Raad en het CTG zich bij de uitleg van het gezondheidsrecht meer bewust tonen van dergelijke ontwikkelingen, en van het privacyrecht in het algemeen. Auteur 1. Mr. drs. C.J.H. van Beek is zelfstandig adviseur gezondheids- en privacyrecht en is recent onder meer werkzaam geweest voor de KNMG. Noten 2. NRC Handelsblad d.d. 3 december Het betreft de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 25 mei 2012 (LJN BV8508). En de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege d.d. 18 september 2012 (YG2344). 4. Art. 7:446 BW t/m art. 7:468 BW hebben betrekking op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Rechtspraak Aanbevolen citeerwijze: NJB 2013/ (nummer uitspraak) Hof van Justitie EU 1044 Hoge Raad (civiele kamer) 1045 Hoge Raad (strafkamer) 1055 Afd. Bestuursrechtspraak RvS 1061 Centrale Raad van Beroep 1062 College Beroep Bedrijfsleven 1067 Hof van Justitie van de Europese Unie Deze rubriek wordt verzorgd door M.K. Bulterman, van de Directie Juridische Zaken, Afdeling Europees Recht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De volledige uitspraken van het HvJ EU zijn beschikbaar via 797 Arrest van 21 maart 2013, nr. C-254/11 (Vierde kamer: J.C. Bonichot (rapporteur), waarnemend voor de president van de Vierde Kamer, C. Toader, M. Berger, A. Prechal en E. Jarašiūnas, rechters) Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid Klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de lidstaten Verordening (EG) nr. 1931/2006 Verordening (EG) nr. 562/2006 Maximumduur van verblijf Berekeningsregels Shomodi A. Feiten Onder de Schengenuitvoeringsovereenkomst, kunnen vreemdelingen die niet onderworpen zijn aan een visumplicht zich vrij verplaatsen binnen de Schengenruimte voor een periode van maximaal drie maanden gedurende zes maanden na de datum van eerste binnenkomst. Een specifieke verordening (Verordening nr. 1931/2006) geldt voor vreemdelingen die woonachtig zijn in een gebied dat grenst aan een lidstaat van de EU. Grensarbeiders kunnen een vergunning krijgen voor klein grensverkeer dat hen in staat stelt om de naburige lidstaat binnen te komen en er te blijven gedurende een ononderbroken periode, waarvan de duur wordt bepaald door de twee buurlanden, maar mag niet langer zijn dan drie maanden. Houders van een dergelijke vergunning zijn niet bevoegd om verder te gaan dan het grensgebied van de bezochte lidstaat. Hongarije en Oekraïne hebben een overeenkomst gesloten tot regeling van het klein grensverkeer aan hun gemeenschappelijke grens. Onder deze overeenkomst geldt een maximale verblijfsduur van 3 maanden. De heer Shomodi is een Oekraïense onderdaan en houder van een vergunning in het kader van het klein grensverkeer. Op 2 februari 2010 heeft hij zich bij de grenspost te Záhony gemeld. De Hongaarse politie heeft toen vastgesteld dat hij tussen 3 september 2009 en 2 februari dagen op het Hongaarse grondgebied had verbleven, waarbij hij zich daar bijna dagelijks voor enkele uren had opgehouden. Aangezien de heer Shomodi dus in een periode van zes maanden meer dan drie maanden in de Schengenruimte had verbleven, heeft de Hongaarse politie hem de toegang tot het Hongaarse grondgebied geweigerd op grond van het Hongaarse nationale recht, uitgelegd in het licht van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en verordening nr. 562/2006. De heer Shomodi heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Hongaarse rechters. B. Prejudiciële vragen De Hongaarse rechter legt de vraag voor wat de exacte draagwijdte is van de beperking tot drie maanden van elk ononderbroken verblijf waarop de houder van een vergunning voor klein grensverkeer op basis van de verordening nr. 1931/2006 recht heeft, gelet op de beperking van het verblijf tot drie maanden op een totaal van zes maanden voor onderdanen van derde landen die door de Schengenuitvoeringsovereenkomst en verordening nr. 562/2006 van de visumplicht zijn vrijgesteld. De verwijzende rechter wenst ook te vernemen welke frequentie van onderbrekingen in het verblijf van een houder van een vergunning voor klein grensverkeer in de zin van artikel 5 van verordening 1931/2006 aanvaardbaar is. C. Uitspraak van het Hof Het Hof overweegt dat de algemene regel van het Schengen acquis, dat voor van de visumplicht vrijgestelde onderdanen van derde landen het verblijf van korte duur beperkt tot in totaal drie maanden per periode van zes maanden, niet van toepassing is op klein grensverkeer. In dit verband wijst het Hof allereerst op de bewoordingen van artikel 5 van verordening 1931/2006. De beperking van drie maanden zoals neergelegd in de klein grensverkeer verordening verwijst enkel naar ononderbroken verblijf, terwijl de beperking van het Schengen acquis niet naar zulke verblijven verwijst. Ook verordening 1931/2006 pleit volgens het Hof voor een autonome uitleg. De vaststelling van verordening 1931/2006 wijst op de wil van de Uniewetgever om regels voor het klein grensverkeer vast te stellen die afwijken van het Schengen acquis. Deze regels beogen de bewoners van de betrokken grensgebieden, teneinde rekening te houden met de lokale, huidige en historische omstandigheden, in staat te stellen gemakkelijk, dat wil zeggen zonder overdreven administratieve hinderpalen, frequent maar eveneens regelmatig de landbuitengrenzen van de Unie te overschrijden om economische, sociale, culturele of familieredenen. Daarnaast vindt het Hof de geuite bezorgdheid van sommige regeringen over de vermeende negatieve gevolgen van een autonome uitlegging van de Verordening niet overtuigend, nu het vergemakkelijken van de grensovergang bedoeld is voor bonafide grensbewoners die gegronde en voldoende gemotiveerde redenen hebben om een landbuitengrens te overschrijden. Hier komt bij dat de lidstaten bevoegd blijven om sancties op te leggen aan de grensbewoners die hun vergunning voor klein grensverkeer misbruiken of bedrieglijk gebruiken. Aldus oordeelt het Hof dat de houder van een vergunning voor klein grensverkeer zich vrij in de grenszone moet kunnen verplaatsen wanneer zijn verblijf aldaar niet wordt onderbroken, en na elke onderbreking van zijn verblijf aanspraak moet kunnen maken op een nieuw verblijfsrecht voor drie maanden. In antwoord op de tweede vraag wijst het Hof erop dat het verblijf van de houder van een in het kader van het klein grensverkeer verstrekte vergunning voor klein grensverkeer als onderbroken moet worden beschouwd vanaf het ogenblik dat de betrokkene de grens overschrijdt om overeenkomstig de hem verstrekte vergunning naar zijn lidstaat van verblijf terug te keren, zonder dat rekening hoeft te worden gehouden met het aantal grensoverschrijdingen per dag. D. Slotsom Verordening 1931/2006 moet aldus worden uitgelegd dat de houder van een vergunning voor klein grensverkeer zich binnen de grenzen die zijn vastgelegd in deze verordening en in de bilaterale overeenkomst tussen het derde land waarvan hij onderdaan is en de aangrenzende lidstaat is gesloten, vrij in de grenszone moet kunnen verplaatsen wanneer zijn verblijf aldaar niet wordt onderbroken, en na elke onderbreking van zijn verblijf aanspraak moet kunnen maken op een nieuw verblijfsrecht voor drie maanden. Een onderbreking van het verblijf doet zich voor wanneer de grens tussen de naburige lidstaat en het derde land wordt overschreden, ongeacht de frequentie van deze overschrijding en zelfs indien zij meerdere keren per dag plaatsvindt NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 16

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.3.7 U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen bronnen www.cjib.nl, januari 2011 Openbaar Ministerie, brochure: Hoe krijg ik mijn schade vergoed? januari 2011

Nadere informatie

Nota van toelichting

Nota van toelichting Nota van toelichting In het Algemeen Overleg van 11 november 2008 heb ik nadere regelgeving voor buitengerechtelijke incassokosten aangekondigd (Kamerstukken II 2008/09, 24 515, nr. 144). Bij brief van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Pagina 1/7. Samenvatting

Pagina 1/7. Samenvatting Kenmerk: ACM/DC/2015/204831 Zaaknummer: 15.0707.29 Datum: 11 augustus 2015 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 2.9 van de Wet handhaving consumentenbescherming tot het opleggen

Nadere informatie

HoE krijg Ik mijn ScHADE vergoed?

HoE krijg Ik mijn ScHADE vergoed? Hoe krijg ik mijn schade vergoed? De schadevergoedingsmaatregel Heeft u als gevolg van een misdrijf schade geleden, dan is het strafproces een manier om uw schade vergoed te krijgen. Als de rechter vindt

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.32 Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 bronnen Nieuwsbericht Schadefonds geweldsmisdrijven 6.6.2011; www.schadefonds.nl Wet van 6 juni 2011

Nadere informatie

Datum 18 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over bericht Mishandelde bejaarde moet zelf achter daders aan

Datum 18 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over bericht Mishandelde bejaarde moet zelf achter daders aan 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Staatssecretaris van Veiligheid en Schedeldoekshaven 100 2511 EX

Nadere informatie

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding WIJZIGING VAN BOEK 6 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING IN VERBAND MET DE NORMERING VAN DE VERGOEDING VOOR KOSTEN TER VERKRIJGING VAN VOLDOENING BUITEN RECHTE Memorie

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Aan de minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Opstelten,

Aan de minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Opstelten, Aan de minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG datum 28 april 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 5685547/11/6 onderwerp

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Incassodiensten. Wuite Recherche en Incasso. De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277

Incassodiensten. Wuite Recherche en Incasso. De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277 Wuite Recherche en Incasso De Factorij 47F 1689 AK ZWAAG T 0229 24 7758 F 0229 29 9277 E info@wuitereni.nl I www.wuiterechercheenincasso.nl Incassodiensten Versie 5.1 8 januari 2013 Wuite Recherche en

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10909 22 juni 2011 Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 15 juni 2011, nr. 5700090/11, houdende wijziging

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-16 d.d. 9 januari 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. C.E. du Perron, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-310 d.d. 20 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

OPLEGGEN BESTUURLIJKE BOETE DHW

OPLEGGEN BESTUURLIJKE BOETE DHW OPLEGGEN BESTUURLIJKE BOETE DHW 1 ONDERWERP In deze notitie wordt kort het proces rond het opleggen van de bestuurlijke boete op basis van de Drank- en Horecawet beschreven, zoals toegepast door de Nederlandse

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Activiteiten onderneming : hypotheekbemiddeling; het aantrekken van gelden voor beleggingsdoeleinden.

Activiteiten onderneming : hypotheekbemiddeling; het aantrekken van gelden voor beleggingsdoeleinden. FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 24 Datum: 14 mei 2012 Gegevens onderneming : - de stichting STICHTING DERDENGELDEN SIMOCA LTD - de stichting STICHTING DERDENGELDEN SIMON - de buitenlandse vennootschap CONBAN

Nadere informatie

Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie D.t.v. mevrouw mr. drs. C.S. Valkenburg Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte mevrouw Verdonk,

Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie D.t.v. mevrouw mr. drs. C.S. Valkenburg Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte mevrouw Verdonk, Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie D.t.v. mevrouw mr. drs. C.S. Valkenburg Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG datum 4 maart 2005 contactpersoon mevrouw mr. Th.C. Kersten doorkiesnummer 070-361

Nadere informatie

Rechtspraak 2014. Wijnanda Rutten. Vereniging voor Pensioenrecht 21 januari 2015. Clifford Chance

Rechtspraak 2014. Wijnanda Rutten. Vereniging voor Pensioenrecht 21 januari 2015. Clifford Chance Vereniging voor Pensioenrecht 21 januari 2015 Wijnanda Rutten Clifford Chance Toezicht door DNB Bestuurlijke boetes Last onder dwangsom Prudent beleggen Clifford Chance 2 Bestuurlijke boetes DNB (artikel

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Nederlandse Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de Bank.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Nederlandse Voorschotbank B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de Bank. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-202 d.d. 9 juli 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. E.C. Aarts, secretaris) Samenvatting Op naam van Consument is een krediet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur)

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) De eigendomskwestie Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) 9 januari 2014 KNAW Prof. Schoordijk, NJB 2010, 2049 Enige jaren geleden betoogde ik dat de privatisering

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Monografieen BW B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Prof. mr. C.J.M. Klaassen Kluwer - Deventer - 2007 Inhoud VOORWOORD XI LUST VAN AFKORTINGEN XIII LUST VAN VERKORT AANGEHAALDE LITERATUUR XV I INLEIDING

Nadere informatie

Slachtoffer. Schade? van geweld? Wat het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor u kan doen

Slachtoffer. Schade? van geweld? Wat het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor u kan doen Slachtoffer van geweld? Schade? Wat het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor u kan doen Slachtoffer van geweld? Als u slachtoffer bent geworden van een geweldsmisdrijf, dan is dat een ingrijpende ervaring.

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk.

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk. Vragen en Antwoorden compensatieregelingen slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugd/pleegzorg In dit document vindt u vragen en antwoorden bij de mededelingen van het Ministerie van Veiligheid en

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 204 d.d. 30 augustus 2011 (mr P.A. Offers, voorzitter, prof. mr M.L. Hendrikse en mr B.F. Keulen, leden, en mr S.N.W. Karreman, secretaris)

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S20-28 Datum uitspraak: datum uitspraak Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies in het geschil tussen: N. Mooren te Amsterdam verder te noemen: Mooren, tegen: T. Leerintvelt,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

33 334 Aanvulling van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met een nieuwe titel 2D (regels met betrekking tot pandbeleningen)

33 334 Aanvulling van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met een nieuwe titel 2D (regels met betrekking tot pandbeleningen) TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2011-2012 33 334 Aanvulling van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met een nieuwe titel 2D (regels met betrekking tot pandbeleningen) Nr. 4 ADVIES RAAD VAN

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 76519-HHSc/132.09. Aanwijzing publicatie sterftecijfers 9 mei 2014

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 76519-HHSc/132.09. Aanwijzing publicatie sterftecijfers 9 mei 2014 Aangetekend Amphia Ziekenhuis Raad van Bestuur [ ] Postbus 90158 4800 RK BREDA Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl Behandeld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf

Nadere informatie

DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U?

DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U? DE WET INCASSOKOSTEN WAT BETEKENT DIT VOOR U? 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 Blz. 2. Hoe is de situatie nu? 5 3. Wat houdt de nieuwe regeling in? 5 4. Hoe worden de buitengerechtelijke incassokosten berekend?

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

Kale kikker of toch kale kip?

Kale kikker of toch kale kip? Kale kikker of toch kale kip? Martine Wouters Het slachtoffer is de afgelopen jaren steeds centraler komen te staan in de Nederlandse straf(proces)wetgeving. 1 Vanaf 1 januari 2014 is het mogelijk om conservatoir

Nadere informatie

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen 76 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente De Ronde Venen kan tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan

Nadere informatie

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Achtergrond Vanaf het najaar 2005 vindt door de SNCU in de uitzendbranche controle plaats op de naleving van de CAO voor Uitzendkrachten en sinds 2009

Nadere informatie

Uitvoeringsbesluit voorschot schadevergoedingsmaatregel

Uitvoeringsbesluit voorschot schadevergoedingsmaatregel Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.441 Uitvoeringsbesluit voorschot schadevergoedingsmaatregel tekst + toelichting bronnen Staatsblad 2010, 311 datum inwerkingtreding 1.1.2011 Het Uitvoeringsbesluit

Nadere informatie

Pagina 1/13. Besluit Openbaar. 1 Samenvatting. 2 Verloop van de procedure. Datum:

Pagina 1/13. Besluit Openbaar. 1 Samenvatting. 2 Verloop van de procedure. Datum: Ons kenmerk: Zaaknummer: Datum: ACM/DC/2015/207684_OV 15.1187.20 15 december 2015 Besluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 2.9 Wet handhaving consumentenbescherming tot het opleggen

Nadere informatie

Incassokosten volgens de WIK

Incassokosten volgens de WIK Incassokosten volgens de WIK Aanleiding WIK: In de periode tot de invoering van de WIK op 1 juli 2012 - was er ten aanzien van de hoogte en verschuldigdheid van incassokosten veel onduidelijkheid. In de

Nadere informatie

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 bijlage(n)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende

Nadere informatie

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6, eerste

Nadere informatie

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen.

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Slachtoffer zijn van een misdrijf is ingrijpend. Het draagt bij aan de verwerking van dit leed als slachtoffers het gevoel hebben dat zij de aandacht krijgen die zij verdienen. Dat zij zo goed mogelijk

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S20-25 Datum uitspraak: 3 mei 2013 Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies In het geschil tussen: R.A. Kuntzel te: Barsingerhorn verder te noemen: Kuntzel, tegen: J. Veldboer

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : Mevrouw A te B, tegen Menzis Zorgverzekeraar N.V. te Wageningen Zaak : Premie, premieachterstand: aanmelding ZiN, pre-wanbetalerbetalingsregeling Zaaknummer : 201402831

Nadere informatie

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014 > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

Het publieke van het privaatrecht: hoe regulering van publieke belangen het privaatrecht beïnvloedt

Het publieke van het privaatrecht: hoe regulering van publieke belangen het privaatrecht beïnvloedt Het publieke van het privaatrecht: hoe regulering van publieke belangen het privaatrecht beïnvloedt N ILG Congresbundel 2 0 1 0 O.O. Cherednychenko C.E.C. Jansen A.R. Neerhof F.M.J. Verstijlen (red.) Boom

Nadere informatie

Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade

Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade M.P.G. Schipper & I. van der Zalm Published in AV&S 2010/3, nr. 15,

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen.

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl Besluit inzake de verklaring omtrent de

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Directie Toegang Rechtsbestel/5362391/05/DTR/12 juli 2005 5362391 Bijlage De Minister van Justitie, Gelet op artikel 4:23,

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

CURRICULUM VITAE. mr dr R Wijne

CURRICULUM VITAE. mr dr R Wijne CURRICULUM VITAE mr dr R Wijne November 2014 - heden Januari 2014 - heden Juli 2013 - heden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Functie: Raadsheer-plaatsvervanger Boom Juridische uitgevers Functie: Hoofdredacteur

Nadere informatie

Jaarverslag 2010. Secretariaat tuchtgerechten Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Instituut voor Agrarisch Recht Postbus 245 6700 AE WAGENINGEN

Jaarverslag 2010. Secretariaat tuchtgerechten Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Instituut voor Agrarisch Recht Postbus 245 6700 AE WAGENINGEN Jaarverslag 2010 Secretariaat tuchtgerechten Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie Instituut voor Agrarisch Recht Postbus 245 6700 AE WAGENINGEN Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag 2010 van het secretariaat

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten

Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Handleiding wettelijke regeling inzake de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten Versie 1.1 22 augustus 2012 Handleiding buitengerechtelijke incassokosten 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2.

Nadere informatie

Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden Algemene voorwaarden Gebruikshandleiding en algemene informatie over algemene voorwaarden Versie 2013/2014 Legal-8 B.V. 3991 SZ Houten T: 088 88 3 8888 E: info@legal8.nl www.legal8.nl Legal8 algemene voorwaarden

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het kamerlid Leijten (SP) over een medisch letselschade fonds (2010Z18345)

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het kamerlid Leijten (SP) over een medisch letselschade fonds (2010Z18345) > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU)

Verjaring in het verzekeringsrecht. Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Verjaring in het verzekeringsrecht Lodewijk Smeehuijzen (hoogleraar privaatrecht VU) Inleiding Wetgever heeft de ambitie gehad in de artt. 3:306 tot en met 3:326 BW het hele verjaringsrecht te regelen.

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 maart 2013 Betreft Beantwoording vragen lid Van Hijum

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 maart 2013 Betreft Beantwoording vragen lid Van Hijum > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-322 d.d. 8 september 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars, leden en mr. I.M.L. Venker) Samenvatting

Nadere informatie

Reactie Groep Graafrechten wijziging Telecommunicatiewet (implementatie herziene Telecomrichtlijnen)

Reactie Groep Graafrechten wijziging Telecommunicatiewet (implementatie herziene Telecomrichtlijnen) Reactie Groep wijziging Telecommunicatiewet (implementatie herziene Telecomrichtlijnen) Groep 28 mei 2010 Feyo Sickinghe INLEIDING 1. Deze reactie volgt artikelsgewijs het concept wetsvoorstel wijziging

Nadere informatie

Bestuurlijke Boete. 2 Bestuurlijke boete Bestuurlijke boete 3

Bestuurlijke Boete. 2 Bestuurlijke boete Bestuurlijke boete 3 Bestuurlijke Boete Bestuurlijke Boete De bewaakt en bevordert een veilig en duurzaam gebruik van weg, water, lucht en rail door burgers en ondernemers. Dat wordt bijvoorbeeld gedaan door controles langs

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten. A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een Overeenkomst sluit.

Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten. A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een Overeenkomst sluit. Algemene Voorwaarden Van de Ven Uitvaarten Artikel 1 - Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: A. Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon met wie Van de Ven Uitvaarten een

Nadere informatie

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat Wat is rechtspraak? Nederland is een rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel van een rechtsstaat is onafhankelijke rechtspraak. Iedereen heeft wel eens ruzie met een ander. Stel je hebt een conflict met

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 2 februari 2015 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 019.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

10 december 2007 ET/TM / 7142496

10 december 2007 ET/TM / 7142496 Aan De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 10 december 2007 ET/TM / 7142496 Onderwerp Telemarketing In het Algemeen

Nadere informatie

Monuta: Monuta Uitvaartverzorging N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn;

Monuta: Monuta Uitvaartverzorging N.V., gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn; Aanvullende voorwaarden Monuta Draaiboek Deze Aanvullende voorwaarden Monuta Draaiboek zijn aanvullende voorwaarden op de algemene voorwaarden van Thuiswinkel. Artikel 1 Definities: Monuta: Monuta Uitvaartverzorging

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden gebruik Winkeldiefstalapplicatie

Algemene Voorwaarden gebruik Winkeldiefstalapplicatie Algemene Voorwaarden gebruik Winkeldiefstalapplicatie 1. Algemeen 1.1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op de tot stand gekomen overeenkomst met betrekking tot de diensten op het gebied van het gebruik

Nadere informatie

Verwijzen naar digitale bronnen

Verwijzen naar digitale bronnen Verwijzen naar digitale bronnen Aanvulling op de Leidraad voor juridische auteurs 2013 I. Bennigsen mr. dr. L.D. van Kleef-Ruigrok 27 januari 2014 1 1 Inleiding In de Leidraad voor juridische auteurs 2013

Nadere informatie

De bestuurlijke boete. Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies

De bestuurlijke boete. Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies De bestuurlijke boete Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies De bestuurlijke boete bij niet-naleving meldingsplichten subsidies Op 1 januari 2013 is de Wet bestuurlijke

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Juridischee Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301

Nadere informatie

PIV-OVEREENKOMST BUITENGERECHTELIJKE KOSTEN. De ondergetekenden:

PIV-OVEREENKOMST BUITENGERECHTELIJKE KOSTEN. De ondergetekenden: PIV-OVEREENKOMST BUITENGERECHTELIJKE KOSTEN De ondergetekenden: (Naam belangenbehartiger), gevestigd en kantoorhoudende te (plaats); hierna te noemen belangenbehartiger; en (Naam verzekeraar), gevestigd

Nadere informatie

Gemeentelijke handhaving en strafrecht

Gemeentelijke handhaving en strafrecht Gemeentelijke handhaving en strafrecht Prof. mr.dr. A.R. Hartmann Erasmus Universiteit Rotterdam d.d. 14 april 2011 Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam Overzicht: 1 Inleiding 2 Strafrechtelijke afdoening

Nadere informatie

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT PAS OP VOOR AANSPRAKELIJKHEID! Bij faillissement van een kapitaalvennootschap naar Nederlands recht, onderzoekt de

Nadere informatie