Evaluatie Informatie- en Servicepunt Sociale Activering (ISSA)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Evaluatie Informatie- en Servicepunt Sociale Activering (ISSA)"

Transcriptie

1 Evaluatie Informatie- en Servicepunt Sociale Activering (ISSA) Onderzoek verricht in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door Ipso Facto, bureau voor sociaal beleidsonderzoek te Houten. november 2001

2 INHOUDSOPGAVE FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 0. ABSTRACT V 1. INLEIDING Ontwikkelingen sociale activering Invalshoeken sociale activering Het ISSA: een integratie van beleid Evaluatie van het ISSA Leeswijzer 8 2. OPZET VAN HET EVALUATIEONDERZOEK Onderzoeksopzet in hoofdlijnen Voorbereidingsfase Schriftelijke enquête gemeenten Schriftelijke enquête welzijnsorganisaties Telefonische enquête welzijnsorganisaties Contextonderzoek OVERZICHT VAN TAKEN VAN HET ISSA Inleiding De start van het ISSA Activiteiten, producten en diensten Contacten met de doelgroep Stand van zaken CONTEXTONDERZOEK Inleiding Beschrijving organisaties en hun activiteiten Bekendheid met en beoordeling van het ISSA De toekomst Tot slot SCHRIFTELIJKE ENQUÊTE GEMEENTEN Inleiding Sociale activering door gemeenten Bekendheid met het ISSA Beoordeling van het ISSA Ondersteuning op het gebied van sociale activering Voortzetting activiteiten ISSA Samenvattend SCHRIFTELIJKE EN TELEFONISCHE ENQUÊTE WELZIJNSORGANISATIES Inleiding 39 I

3 6.2. Welzijnsorganisaties en sociale activering Bekendheid van het ISSA Beoordeling van het ISSA Ondersteuning op het gebied van sociale activering Voortzetting activiteiten ISSA Samenvattend Welzijnsorganisaties die géén contact hebben met het ISSA CONCLUSIE Inleiding Activiteiten van het ISSA Bekendheid van het ISSA Beoordeling van het ISSA Activiteiten van andere organisaties in het veld Het vervolg 55 BIJLAGEN 59 BIJLAGE I: GEBRUIKTE DOCUMENTEN EN LITERATUUR 61 BIJLAGE II: CHECKLIST QUICKSCAN 63 BIJLAGE III: SCHRIFTELIJKE VRAGENLIJST GEMEENTEN 65 BIJLAGE IV: SCHRIFTELIJKE VRAGENLIJST WELZIJNSORGANISATIES 79 BIJLAGE V: TELEFONISCHE VRAGENLIJST WELZIJNSORGANISATIES 93 BIJLAGE VI: CHECKLIST CONTEXTONDERZOEK 97 II

4 0. SAMENVATTING Inleiding Er is de laatste jaren in Nederland veel bestuurlijke aandacht voor sociale activering. Op rijksniveau is hier vanuit de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aandacht voor. SZW legt bij sociale activering vooral de nadruk op arbeidstoeleiding (sociale zekerheidsperspectief) terwijl bij VWS het betrekken van mensen bij de maatschappij en het doorbreken van sociaal isolement met name de aandacht krijgt. Er is gekozen voor een gezamenlijke definitie van sociale activering, namelijk het verhogen van maatschappelijke participatie en het doorbreken of voorkomen van sociaal isolement door maatschappelijk zinvolle activiteiten die eventueel een eerste stap naar betaald werk kunnen betekenen. Integratie van het beleid van beide ministeries vindt plaats met het Informatie en Servicepunt Sociale Activering (ISSA). Het ISSA is op 1 januari 2000 opgericht met als doel de ontwikkeling en implementatie van sociale activering op lokaal en regionaal niveau te ondersteunen. Vraagstelling In het onderzoek zijn drie hoofdvragen geformuleerd: a. In hoeverre zijn de doelstellingen van het ISSA bereikt volgens het veld? b. Welke activiteiten heeft het ISSA sinds de start in 2000 uitgevoerd? c. Hoe zou gevolg gegeven moeten worden aan de activiteiten van het ISSA? Dataverzameling Het onderzoek is gestart met een voorbereidingsfase. De tweede fase omvat de dataverzameling bij gemeenten en welzijnsorganisaties. De dataverzameling bestaat uit een schriftelijke en een telefonische enquête. De schriftelijke enquête is uitgezet onder een landelijk representatief panel van gemeenten en een mailinglist van welzijnsorganisaties van het ISSA. De telefonische enquête heeft plaatsgevonden onder welzijnsorganisaties waarmee het ISSA géén contact heeft. In de derde en laatste fase van de evaluatie zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van organisaties die naast het ISSA op landelijk of provinciaal/regionaal niveau actief zijn op dit terrein, de zogenaamde contextorganisaties. Resultaten Het ISSA heeft de in het werkplan beschreven activiteiten opgezet en uitgevoerd. Het gaat om de volgende activiteiten: Stimuleringsregeling Sociale Activering, voortgangsenquête Stimuleringsregeling 1, Nieuwsbrief Sociale Activering, (mede) organiseren van en bijdrage leveren aan conferenties, telefonische helpdesk, database met sociale-activeringsprojecten, werkbezoeken en het ontwikkelen van informatieproducten zoals handreikingen en brochures. Nagenoeg alle gemeenten hebben van het ISSA gehoord. Ook het merendeel van de welzijnsorganisaties die deel uitmaken van de mailinglist van het ISSA, hebben van het ISSA gehoord. Van de welzijnsorganisaties die wel (plannen voor) activiteiten of projecten op het 1 Alleen gemeenten konden projecten indienen voor de regeling. III

5 terrein van sociale activering hebben, maar waarmee het ISSA géén contact heeft, heeft een kwart van het ISSA gehoord. Verder kennen bijna alle gemeenten en welzijnsorganisaties uit het ISSA-bestand één of meer activiteiten van het ISSA. De bekendheid met de nieuwsbrief is het grootst. De activiteiten die het ISSA onderneemt worden door het merendeel van de gemeenten en welzijnsorganisaties positief beoordeeld. De brochures en de nieuwsbrief komen hierbij het beste uit de bus. Voor gemeenten is de belangrijkste vorm van ondersteuning de Stimuleringsregeling. Zowel gemeenten als welzijnsorganisaties noemen eveneens de nieuwsbrief, conferenties en de database. Bijna tweederde van de gemeenten en nagenoeg de helft van de welzijnsorganisaties vindt dat het ISSA een stimulerende werking heeft gehad. Bij de helft hiervan heeft deze impuls geleid tot een (meer) integrale aanpak van sociale-activeringsactiviteiten. Zowel gemeenten als welzijnsorganisaties hechten belang aan het feit dat het ISSA een overheidsinitiatief is. Voor gemeenten is dit met name vanwege het centrale aanspreekpunt dat hiermee is gecreëerd. Welzijnsorganisaties hechten met name belang aan een overheidsinitiatief omdat hiermee sociale activering op de politieke agenda staat. Ongeveer de helft van de gemeenten en welzijnsorganisaties heeft op het gebied van sociale activering behoefte aan andere of extra ondersteuning. Het gaat dan met name om voorlichting en concrete instrumenten zoals protocollen en handreikingen. Verder zou men graag ondersteuning krijgen in de vorm van cursussen en trainingen. Niet alleen het ISSA onderneemt activiteiten in het kader van sociale activering. Ook andere organisaties, de zogenaamde contextorganisaties, bieden ondersteuning aan gemeenten en/of welzijnsorganisaties. Zij bieden een grote verscheidenheid aan activiteiten. Ongeveer 90% van de gemeenten en welzijnsorganisaties heeft in het kader van sociale activering contact met contextorganisaties. Het vervolg Zowel gemeenten als welzijnsorganisaties zijn van mening dat de activiteiten van het ISSA moeten worden voortgezet. Gemeenten geven in geval van overname de voorkeur aan een overheidsinstantie op landelijk niveau, met uitzondering van de conferenties en werkbezoeken die ze het liefst op regionaal niveau voortgezet zouden zien. Ook welzijnsorganisaties geven de voorkeur aan de overheid, maar in een landelijk kenniscentrum of een provinciale steunfunctie zien zij eveneens een geschikte kandidaat. De meeste contextorganisaties vinden het te vroeg om het ISSA op te heffen. De samenwerking tussen SZW en VWS zou volgens hen (voorlopig) moeten worden voortgezet. IV

6 0. ABSTRACT Social Activation Poverty often causes social isolation. Just as with unemployment, this frequently leads to an absence of social contacts and a lack of social involvement. Social activation is a possible solution: motivating people to perform socially useful tasks, paid or unpaid. In addition, people can also increase their chances of obtaining paid work through further schooling. Aim of evaluation Ipso Facto has carried out a study to evaluate the Informatie en Servicepunt Sociale Activering (ISSA), a knowledge centre that provides local government and welfare organisations with information on and support with social activation. ISSA is an initiative of the national government. Both the Ministry of Social Affairs and Employment and the Ministry of Health, Welfare and Sport participate in ISSA. The study has had the following aims and objectives: a. Has ISSA reached its goals according to organisations in the field? b. Which activities have been carried out by ISSA since its start in 2000? c. How should the continuation of ISSA s activities be organised? Information has been collected by means of questionnaires and face to face interviews. Respondents were representatives of local governments, welfare organisations and organisations that take part in social activation on the regional or national level. Results All activities, as mentioned in ISSA s working plan, were developed and executed. Nearly all local governments are familiar with ISSA, as are nearly all welfare organisations on ISSA s mailing list. However, welfare organisations with which ISSA has had no prior contact are less familiar with ISSA. Most local governments and welfare organisations positively evaluate ISSA s activities. Almost two third of local governments and nearly half of the welfare organisations state that ISSA has had a stimulating effect on their social activating activities. This has led, according to half of the respondents, to a (more) integral approach of social activation. Both local governments and welfare organisations emphasize the importance of ISSA being an initiative of the national government. About half of the local governments and welfare organisations indicate that some form of support is needed on the subject of social activation. Mostly mentioned are the provision of information and instruments like protocols and handbooks. Nearly 90% of the local governments and welfare organisations indicating the need of support, has made contacts with organisations that provide this kind of support. Local governments as well as welfare organisations argue that ISSA s activities need to be continued in the future. However, most of these activities could be carried out by organisations other then ISSA as well. Both local governments and welfare organisations prefer governmental organisations to carry out these activities. In addition, welfare organisations opt for a national knowledge centre or a provinciale steunfunctie. V

7 According to the majority of organisations involved in social activation, it is too early to stop ISSA s activities. The cooperation of the Ministries of Social Affairs and Employment,and Health, Welfare and Sports should be continued at least for a while in their general opinion. 6

8 1. INLEIDING 1.1. Ontwikkelingen sociale activering Er is de laatste jaren in Nederland veel bestuurlijke aandacht voor sociale activering. Zowel door de rijksoverheid als de gemeenten wordt sociale activering gezien als een bruikbaar instrument om mensen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben of in een sociaal isolement dreigen te raken, meer te betrekken bij de maatschappij. In de landelijke regelgeving is sociale activering in 1996 geïntroduceerd, middels het experimenteerartikel 144 van de Algemene bijstandswet (Abw). Hiermee kreeg een aantal gemeenten op experimentele basis de mogelijkheid af te wijken van een aantal Abw-artikelen, onder andere degenen die te maken hebben met de vrijlating van premies voor vrijwilligerswerk, de actieve sollicitatieplicht en melding van werkzaamheden zonder beloning. Een andere belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van sociale activering is de wijziging van de Algemene bijstandswet van 1 januari 1999 (artikel 43 Abw). Hiermee werd het mogelijk deelnemers aan sociale-activeringsactiviteiten een premie te geven die niet in mindering wordt gebracht op de uitkering. Ook binnen het welzijnswerk heeft sociale activering al een langere traditie. Te denken valt daarbij aan activerend welzijnsbeleid, buurtopbouwwerk, sociale vernieuwing, stadsvernieuwing en de burgerparticipatie bij de bevordering van de leefbaarheid van buurten en dorpen. Begin 2000 is, mede naar aanleiding van de bijstandsexperimenten, een Stimuleringsregeling Sociale Activering van kracht geworden. Gemeenten konden op basis van deze regeling eenmalig een bijdrage van maximaal ƒ ,-- verkrijgen voor het ontwikkelen of versterken van beleid op het gebied van sociale activering. De grote belangstelling bij gemeenten voor sociale activering blijkt wel uit de 453 aanvragen die in het kader van de stimuleringsregeling zijn ingediend. Van deze aanvragen zijn er 444 gehonoreerd. De positieve ervaringen met sociale activering hebben er toe geleid dat vanaf 1 juni 2001 in de Abw, de IOAW en de IOAZ een wetswijziging is doorgevoerd die bepaalt dat een tijdelijke ontheffing van de actieve sollicitatieplicht voor bijstandsgerechtigden kan worden verkregen ten behoeve van het deelnemen aan sociale-activeringsactiviteiten. Met deze wijziging is het experimentele karakter van deze mogelijkheid (ex.art. 144 Abw) omgezet in een structureel karakter. De verschillende initiatieven op het gebied van sociale activering, die onder andere in het kader van de bijstandsexperimenten zijn opgestart, hebben ondertussen bewezen resultaten op te leveren. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat sociale activering bijdraagt aan maatschappelijke participatie, een beter zelfbeeld bij deelnemers, dat mensen zich gelukkiger voelen, meer grip op hun leven krijgen en een positiever toekomstbeeld ontwikkelen. Daarnaast leidt sociale activering in een aantal gevallen tot uitstroom uit de uitkering, hetgeen een positief (financieel) effect heeft op zowel individu als maatschappij. 1

9 1.2. Invalshoeken sociale activering Het doel van sociale activering is mede afhankelijk van de invalshoek die wordt gekozen. Vanuit de invalshoek werk en inkomen is het doel om het arbeidspotentieel van de betrokkenen te ontwikkelen of in stand te houden en hen op termijn naar de arbeidsmarkt toe te leiden. Sociale activering is dan een eerste stap op weg naar betaald werk. Vanuit de invalshoek welzijn is het doel voornamelijk het participeren in de maatschappij en het verhelpen van een achterstandspositie. Sociale activering is dan niet in eerste instantie gericht op het vinden van betaald werk, maar op het bevorderen van maatschappelijke participatie en het voorkomen van een sociaal isolement. De twee invalshoeken worden op het niveau van de rijksoverheid teruggevonden in het beleid van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ten aanzien van sociale activering. De invalshoek werk en inkomen wordt voornamelijk toegeschreven aan het ministerie van SZW, waarbij de doelgroep met name bestaat uit mensen met een bijstands-, WAO- of WW-uitkering met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (fase 4-cliënten). De invalshoek welzijn ligt voor zover het de uitvoering betreft sinds de decentralisatie in 1987 exclusief bij de gemeenten. De gemeenten voeren vanuit het perspectief van welzijn beleid gericht op kwetsbare groepen zoals alleenstaande ouders et cetera. VWS en de provincies ondersteunen landelijke en regionale innovatieve projecten. Hierbij spelen de landelijke en regionale ondersteuningsinstellingen van welzijn, waar onder meer het NIZW en de regionale steunfuncties deel van uitmaken, een belangrijke rol. Hoewel in de praktijk de nadruk ligt bij bovengenoemde groepen worden uiteraard alle relevante doelgroepen bediend door de ministeries. De beide invalshoeken hebben geleid tot een gezamenlijke definitie van het begrip sociale activering en wel: Verhogen van de maatschappelijke participatie en het doorbreken en/of voorkomen van sociaal isolement, door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, die eventueel een eerste stap op weg naar betaald werk kunnen betekenen Het ISSA: een integratie van beleid Integratie van het beleid van de twee ministeries vindt plaats met het Informatie- en Servicepunt Sociale Activering (ISSA). Enerzijds heeft het ISSA tot taak, door middel van een integrale aanpak 2, het veld te informeren en te stimuleren, anderzijds dient het ISSA te zorgen voor de verbinding tussen overheid en uitvoerende organisaties door bijvoorbeeld signalen uit het veld te vertalen naar beleid. Een tweede verbinding die het ISSA legt, is die tussen het welzijnsveld en het sociale-zakenveld. De officiële startdatum van het ISSA is 1 januari 2000, maar reeds op de conferentie ter afsluiting van de Abw-experimenten in december 1999 is het ISSA aangekondigd en in gang gezet. Organisatie van het ISSA 2 Onder andere zo verwoord in de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 17 januari 2001 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2

10 Hoewel het ISSA organisatorisch is ondergebracht bij de directie Bijstandszaken van SZW 3, is het een formeel samenwerkingsverband tussen de ministeries van SZW en VWS. Het ISSA wordt dan ook bemenst door medewerkers van beide ministeries. De inhoudelijke aansturing van het ISSA geschiedt door een hiertoe aangestelde Stuurgroep, waarin onder andere de directie Sociaal Beleid van VWS en de directie Bijstandszaken van SZW participeren. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) zijn betrokken bij het ISSA, opdat de activiteiten van de verschillende overheidslagen zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd. Doelstelling, takenpakket en activiteiten ISSA heeft als doel de implementatie van sociale activering op beleids- en uitvoerend niveau te ondersteunen. Voorafgaand aan de oprichting van het ISSA is door de ministeries van VWS en SZW een notitie 4 opgesteld over het instellen van een informatiepunt sociale activering. Hierin wordt een takenpakket omschreven met daarin vier hoofdonderdelen. Deze hoofdonderdelen zijn: het volgen van de uitvoeringspraktijk 5, informatievoorziening, onderzoek en productontwikkeling en ondersteuning. Later is hier nog een taak aan toegevoegd, namelijk het uitvoeren van de Stimuleringsregeling Sociale Activering. In tabel 1.1. worden de hoofdtaken en subtaken, zoals in deze notitie staan beschreven, weergegeven. 3 Voortvloeiend uit het voormalige Informatie- en Service Punt (ISP) voor de bijstandsexperimenten van de directie Bijstandszaken van het ministerie van SZW. 4 Oprichtingsnotitie informatiepunt sociale activering, Ministerie SWZ & VWS, Oorspronkelijk was dit onderdeel van het takenpakket omschreven als monitoring. 3

11 Tabel 1.1. Takenpakket ISSA VOLGEN VAN DE UITVOERINGSPRAKTIJK - rapporteren en signaleren van sociale activering in de praktijk - resultaten van monitoren gebruiken als input voor verder formuleren van beleid sociale activering - ontwikkelen van voorstellen tot verbetering van uitvoeringsaspecten - inzicht bieden in werking van wet- en regelgeving - leveren van een aandeel in de evaluatie van experimenten - het leveren van een aandeel in de aanpak van sociale activering in nieuwe initiatieven INFORMATIEVOORZIENING - voorlichting over wet- en regelgeving - voorlichting in samenwerking met andere organisaties over Europese wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden voor projecten en/of experimenten - het (doen) organiseren van werkconferenties, symposia en (regionale) bijeenkomsten - het (doen) uitbrengen van publicaties, brochures en een nieuwsbrief - het leveren van inhoudelijke bijdragen op conferenties en studiedagen ONDERZOEK EN PRODUCTONTWIKKELING ONDERSTEUNING UITVOERING STIMULERINGSREGELING SOCIALE ACTIVERING 6 - het bijeenbrengen van visies, methoden en technieken voor bestuur en uitvoering - het bijeenbrengen en toegankelijk maken van onderzoek(sresultaten) - het entameren van onderzoek en werkontwikkeling - het (doen) vervaardigen van handreikingen voor de uitvoeringspraktijk - het inventariseren van de bestaande uitvoeringspraktijk - zorgdragen voor de toegankelijkheid en overdraagbaarheid van informatie - het inzicht bieden in en toegankelijk maken van informatie over bruikbare en aansprekende voorbeelden voor de uitvoeringspraktijk - de verspreiding van relevante projectinformatie - het leveren van kennis en expertise ten aanzien van de werkwijze en organisatie - het beoordelen van aanvragen - het volgen van goedgekeurde projecten In het algemeen zoekt het ISSA voor de uitvoering van haar taken waar mogelijk samenwerking met andere organisaties, met name met Divosa, de VOG (Ondernemersorganisatie voor welzijn, hulpverlening en opvang), het NIZW (Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn), de Federatie Opvang en StimulanSZ. Doelgroep In de documentatie van het ISSA wordt gesproken over twee categorieën binnen de doelgroep van de activiteiten van het ISSA: gemeenten en welzijnsorganisaties. Binnen deze categorieën bestaat een grote variatie. Gemeenten Het ISSA heeft een duidelijk omschreven taak waar het gaat om het bieden van ondersteuning en informatie aan gemeenten op het gebied van sociale activering. Uit onderzoek 7 blijkt dat ongeveer driekwart van de gemeenten een specifiek sociale-activeringsbeleid voert. Dit beleid is 6 In de Samenwerkingsovereenkomst inzake ISSA van de ministeries SZW en VWS is tevens het beoordelen van eindrapportages als taak vermeld. De besluitvorming aangaande de uitvoering en invulling van deze taak moet echter nog plaatsvinden. 7 Peiling 3. Stand van zaken lokaal sociaal-zekerheidsbeleid. SGBO, november

12 in veel gemeenten ondergebracht bij de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD) 8. De sociale diensten hebben een verantwoordelijkheid voor bijstandscliënten, waaronder de fase-4 cliënten. Dit maakt sociale diensten een duidelijke speler op het terrein van de sociale activering. Dit wil overigens niet zeggen dat andere gemeentelijke diensten en afdelingen zich niet met sociale activering zouden bezighouden. De aandacht voor sociale activering binnen andere diensten of afdelingen kan echter in grote mate verschillen per gemeente. Ook de visie van gemeenten over sociale activering kan verschillen van een smalle definitie (waarin toeleiding tot de arbeidsmarkt centraal staat) tot een brede definitie (waarin individuele ontplooiing, het voorkomen en bestrijden van sociale uitsluiting en het doen van maatschappelijk nuttige activiteiten ook tot sociale activering worden gerekend). Welzijnsorganisaties In Nederland zijn honderden welzijnsorganisaties actief. Het welzijnswerk in Nederland kan als volgt worden ingedeeld: - Organisaties voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening - Algemeen Maatschappelijk Werk* - Algemeen Welzijnswerk* - Sociaal-cultureel werk* - Buurt-, dorpshuizen en wijkcentra - Maatschappelijke opvang* - Organisaties gericht op één bepaalde doelgroep - Gehandicapten - Dak- en thuislozen* - Jeugd en jongeren - Vrouwen - Ouderen - Minderheden - GGZ-cliënten* - Verslaafden* - Organisaties gericht op het plaatsen van vrijwilligers* - Organisaties die een combinatie vormen van bovengenoemde indelingen. De organisaties met * zijn voor het ISSA de meest relevante welzijnsorganisaties. Activiteiten De eerste inspanningen waren gericht op het opzetten van de nieuwe structuur en verantwoordelijkheidsverdeling, alsmede op het opstellen van werkafspraken en procedures en het ontwikkelen van een visie. Het ISSA onderneemt verschillende activiteiten en biedt diverse diensten en producten aan om invulling te geven aan de gestelde doelen en het overeengekomen takenpakket. Wat betreft deze activiteiten kunnen globaal vijf typen worden onderscheiden: 8 De term Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD) wordt niet (meer) door alle gemeenten gebruikt, in de praktijk wordt ook gesproken van de afdeling Sociale Zaken of de dienst Welzijn. Indien in het vervolg van het rapport wordt gesproken over gemeenten of GSD-en, wordt het onderdeel van de gemeente bedoeld waar sociale activering is ondergebracht. 5

13 (1) Organiseren van conferenties, symposia en regionale bijeenkomsten. (2) Ontwikkelen van handreikingen en brochures. (3) Afleggen van werkbezoeken en netwerken. (4) Geven van voorlichting en informatie. Het ISSA geeft op verschillende manieren voorlichting en informatie aan het veld. De belangrijkste manier is via de Nieuwsbrief Sociale Activering die een aantal keren per jaar verschijnt. Verder kunnen de internetsite 9, de telefonische helpdesk en presentaties op uitnodiging worden genoemd. (5) Verzamelen en documenteren van informatie over projecten en initiatieven in een database Evaluatie van het ISSA Om een objectief oordeel te verkrijgen over de effectiviteit van het ISSA heeft het Ministerie van Sociale Zaken Ipso Facto, bureau voor sociaal beleidsonderzoek te Houten gevraagd een evaluatie uit te voeren. Voor dit evaluatieonderzoek is de vraag gesteld in hoeverre het ISSA aan haar doelstellingen heeft voldaan. De doelstelling van het ISSA is als volgt vastgelegd: het ondersteunen van de ontwikkeling en implementatie van sociale activering op lokaal en regionaal niveau en het leggen van verbindingen tussen beleidsontwikkeling en uitvoering. De voor u liggende evaluatie van het ISSA is met name bedoeld om de effectiviteit van het ISSA voor het veld (gemeenten en welzijnsorganisaties) te bepalen. Vraagstelling van de evaluatie In de Startnotitie evaluatie ISSA is de centrale vraagstelling als volgt geformuleerd: hoe effectief zijn de activiteiten van het ISSA, heeft het ISSA haar doelstellingen kunnen realiseren, en is er nog behoefte aan een vervolg van deze activiteiten? In deze centrale vraagstelling kunnen drie aspecten worden onderscheiden. Twee aspecten, de effectiviteit van de activiteiten en de realisatie van doelstellingen, overlappen elkaar deels ervan uitgaande dat de activiteiten die ondernomen worden, bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen. 9 Zie en 6

14 Voor het evaluatieonderzoek zijn drie hoofdvragen geformuleerd: a. In hoeverre zijn de doelstellingen van het ISSA bereikt volgens het veld? b. Welke activiteiten heeft het ISSA sinds de start in 2000 uitgevoerd? c. Hoe zou gevolg gegeven moeten worden aan de activiteiten van het ISSA? Onderzoeksvragen evaluatie ISSA De centrale vraagstelling en de daaruit voortkomende hoofdvragen zijn nader uitgewerkt in een aantal deelvragen. Deze deelvragen zijn de feitelijke onderzoeksvragen van het evaluatieonderzoek. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksvragen opgenomen. Tabel 1.2. Onderzoeksvragen evaluatie ISSA Hoofdvragen Onderzoeksvragen Doelstellingen 1. Wat is de bekendheid met het ISSA en de door het ISSA uitgevoerde activiteiten in het veld? 2. Hoe worden de diverse activiteiten van het ISSA door het veld beoordeeld? 3. In hoeverre hebben de activiteiten van het ISSA daadwerkelijk een stimulerende werking op de ontwikkeling en implementatie van sociale activering op lokaal en regionaal niveau? Activiteiten 4. Welke activiteiten heeft het ISSA uitgevoerd sinds 1 januari 2000? 5. In hoeverre overlappen de activiteiten van het ISSA met die van andere partijen? 6. Zijn er witte vlekken in de activiteiten van het ISSA? Vervolg 7. Zijn er activiteiten die (alleen) door het ISSA worden uitgevoerd en die (naar mening van het veld) na het opheffen van het ISSA op 1 januari 2002 moeten worden voortgezet? 8. Bij welke instanties zouden de taken die het ISSA uitvoert ondergebracht kunnen worden en door wie zouden deze activiteiten volgens het veld het best kunnen worden uitgevoerd? De drie hoofdvragen zijn, conform de thema s van de drie hoofdvragen, in de tabel aangeduid met doelstellingen, activiteiten en vervolg. Deze hoofdvragen zijn beantwoord aan de hand van de onderzoeksvragen rechts in de tabel. Bij de eerste vraag: doelstellingen staat de effectiviteit van de activiteiten centraal. De realisatie van de doelstellingen hangt af van een aantal aspecten. Ten eerste van de bekendheid van het ISSA en haar activiteiten onder de doelgroepen die gebruik maken van het ISSA. Ten tweede van de waardering van het ISSA en haar activiteiten door het veld en daarnaast de bijdrage die, volgens het veld, is geleverd aan de ontwikkeling van sociale activering. Hierbij zal 7

15 worden getracht aan te geven in hoeverre door het ISSA succesvol invulling is gegeven aan het beschreven takenpakket. De tweede hoofdvraag activiteiten, heeft betrekking op de activiteiten die het ISSA heeft uitgevoerd, de compleetheid ervan en de overlap met de activiteiten van andere partijen. De laatste hoofdvraag, in de tabel aangeduid met vervolg, heeft betrekking op de periode ná de voorgenomen opheffingsdatum van het ISSA. De bijbehorende onderzoeksvragen hebben betrekking op de activiteiten die eventueel moeten en kunnen worden voortgezet en de organisatie(s) die hiervoor verantwoordelijk zou(den) kunnen zijn en die vanuit het perspectief van het veld het meest geschikt zijn Leeswijzer Het volgende hoofdstuk (2.) beschrijft de onderzoeksopzet, waarbij de verschillende onderdelen en onderzoeksmethoden worden toegelicht. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 3. de inspanningen die het ISSA vanaf haar oprichting heeft geleverd en welke activiteiten en producten zijn gerealiseerd. Met vertegenwoordigers van organisaties die zich in de context van het ISSA op het terrein van sociale activering bevinden zijn persoonlijke gesprekken gevoerd waarvan in hoofdstuk 4. verslag wordt gedaan. Vervolgens worden de resultaten van de dataverzameling onder gemeenten beschreven in hoofdstuk 5. Hiertoe is een schriftelijke enquête onder een landelijk panel van gemeentelijke sociale diensten uitgezet. Een schriftelijke enquête is eveneens uitgezet onder een andere doelgroep van het ISSA; de welzijnsorganisaties. Ter aanvulling op deze schriftelijke enquête is een telefonische enquête uitgevoerd om meer te kunnen zeggen over de bekendheid van het ISSA bij deze doelgroep. Hiervan doet hoofdstuk 6. verslag. Het rapport besluit met een hoofdstuk conclusies en aanbevelingen. 8

16 2. OPZET VAN HET EVALUATIEONDERZOEK 2.1. Onderzoeksopzet in hoofdlijnen Het onderzoek is gestart met een voorbereidingsfase. In deze fase is met een documentenanalyse, een interview met enkele medewerkers van het ISSA en een kwalitatieve quickscan onder een beperkt aantal gemeenten, een actueel beeld verkregen van (de activiteiten van) het ISSA en sociale activering. Daarnaast maken deze voorbereidende activiteiten een optimale vertaling van de onderzoeksvragen naar meetinstrumenten voor de tweede fase mogelijk: de dataverzameling bij gemeenten en welzijnsorganisaties. De dataverzameling bestaat uit een schriftelijke en een telefonische enquête. De schriftelijke enquête is uitgezet onder een landelijk representatief panel van gemeenten en een mailinglijst van welzijnsorganisaties van het ISSA. Omdat de met de schriftelijke enquête benaderde steekproeven verondersteld werden reeds bekend te zijn met het ISSA, is daarnaast een telefonische enquête onder welzijnsorganisaties uitgevoerd waarbij de bekendheid van het ISSA onder welzijnsorganisaties centraal staat. De derde fase in de evaluatie is een contextonderzoek onder organisaties die betrokken zijn bij sociale activering op regionaal/provinciaal en landelijk niveau Voorbereidingsfase Een eerste stap in de voorbereidingfase was het analyseren van relevante beschikbare documenten 10 over het ISSA en het werkgebied van het ISSA. Daarnaast zijn op basis van een interview bij het ISSA, het ISSA-takenpakket en de uitgevoerde activiteiten ter stimulering van sociale activering in het veld geactualiseerd. Verder is een kwalitatieve quickscan onder vijf gemeenten 11 uitgevoerd. De kwalitatieve quickscan is een methode waarbij, mits het een beperkte onderzoeksgroep betreft, relatief snel informatie te verwerven is van een hoog kwaliteitsniveau. Voor de quickscan zijn interviews gehouden met gemeenten en welzijnsorganisaties. Dit is gebruikt als voorbereiding op de samenstelling van de vragenlijsten onder gemeenten en welzijnsorganisaties. Criteria voor selectie waren onder andere gemeentegrootte, contacten met het ISSA, deelname aan- en toekenning van gelden voor sociale activering in het kader van de Stimuleringsregeling. Daarnaast is gelet op een goede landelijke spreiding. In de vijf gemeenten zijn in totaal veertien interviews gehouden (gemiddeld drie per gemeente). In elke gemeente is een beleidsmedewerker sociale activering persoonlijk geïnterviewd. Daarnaast zijn per gemeente gemiddeld twee projectleiders geïnterviewd van welzijnsorganisaties die zich met sociale activering bezighouden. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een korte checklist 12. De quickscan heeft als doel het perspectief van het veld en de stand van zaken ten opzichte van sociale activering in het veld inzichtelijk te maken. Hierdoor kunnen de onderzoeksvragen beter 10 Zie bijlage I voor een overzicht van gebruikte literatuur en documenten. 11 De gemeenten die medewerking hebben verleend aan de quickscan zijn: Helmond, Den Haag, Arnhem, Beverwijk en het gemeentelijke samenwerkingsverband Nordwest Fryslân. 12 Voor de checklist wordt verwezen naar bijlage II. 9

17 op de praktijk worden toegesneden en is een betere dataverzameling in het veld (de tweede fase van de evaluatie) mogelijk. Daarnaast heeft de kwalitatieve quickscan, door inbreng van kwalitatieve gegevens, ook een inhoudelijke meerwaarde voor de gehele evaluatie. Constructie meetinstrumenten De documentenanalyse, het interview met het ISSA en de kwalitatieve quickscan zijn de fundering voor de dataverzameling in het veld. Met informatie uit de voorbereidingsfase heeft Ipso Facto twee schriftelijke vragenlijsten opgesteld en één vragenlijst die telefonisch is afgenomen. Eén schriftelijke vragenlijst is gericht op gemeenten en zowel een schriftelijke als een telefonische vragenlijst op welzijnsorganisaties 13. Deze vragenlijsten zijn in overleg met de begeleidingscommissie tot stand gekomen. In beide schriftelijke vragenlijsten komen dezelfde, voor het veld relevante, onderwerpen aan de orde. Deze onderwerpen zullen hier niet in detail worden beschreven Schriftelijke enquête gemeenten De uitvoering van taken in het kader van sociale activering worden in de meeste Nederlandse gemeenten door een Gemeentelijke Sociale Dienst uitgevoerd, maar soms zijn de taken ondergebracht bij de afdeling Sociale Zaken of de dienst Welzijn. Voor het verkrijgen van een representatief inzicht in de ervaringen van gemeenten met het ISSA, is gebruik gemaakt van het GSD-panel, dat op een aantal belangrijke kenmerken (oa. gemeentegrootteklasse en landelijke spreiding) een representatieve afspiegeling vormt van alle gemeenten in Nederland. Dit panel is in 1990 op initiatief van het Ministerie van SZW, Divosa en de VNG ingesteld met als doel onderzoeken over de lokale sociale zekerheid zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en inhoudelijk en organisatorisch te stroomlijnen. Het panel bestaat uit 65 Gemeentelijke Sociale Diensten of afdelingen Sociale Zaken. In samenwerking met het beheerbureau zijn eerst de contactpersonen van het panel benaderd met een aankondigingsbrief om de gemeenten te informeren over het onderzoek. De panelgemeenten hebben begin augustus 2001 de schriftelijke vragenlijst in het kader van het evaluatieonderzoek ISSA toegestuurd gekregen. Daarnaast is rond de uiterste inzenddatum (22 augustus 2001) een schriftelijke herinnering gestuurd aan diegenen die nog geen vragenlijst hadden geretourneerd. Respons Van de 65 benaderde GSD-panelleden hebben er 50 binnen de verwerkingstermijn de vragenlijsten geretourneerd. Dit is een respons van 75%. Dit is een acceptabel resultaat, zeker gezien de moeilijke periode van het veldwerk (zomervakantie). De respons laat vrijwel dezelfde verdeling naar achtergrondkenmerken zien als het GSD-panelbestand en geeft hierdoor een representatief beeld van de opvattingen van alle Nederlandse gemeenten. Net als in het GSDpanel heeft de helft van de gemeenten die aan het onderzoek hebben meegewerkt minder dan inwoners en de andere helft meer dan inwoners. Er moet echter worden opgemerkt dat de omvang van het GSD-panel de laatste jaren is afgenomen. Een gevolg hiervan 13 Zie bijlage III voor de schriftelijke vragenlijst voor gemeenten. Voor de schriftelijke en telefonische vragenlijst voor welzijnsorganisaties wordt verwezen naar respectievelijk bijlage IV en bijlage V. 10

18 is dat het aantal respondenten op bepaalde vragen te beperkt is om representatieve uitspraken te kunnen doen over gemeenten met specifieke achtergrondkenmerken (zoals bijvoorbeeld gemeentegrootteklasse) Schriftelijke enquête welzijnsorganisaties Het ISSA beschikt over een bestand met welzijnsorganisaties die op de verzendlijst staan voor de ISSA-Nieuwsbrief. Om na te gaan hoe deze welzijnsorganisaties, die bekend zijn met de ISSA- Nieuwsbrief en (idealiter) met het ISSA, de activiteiten van het ISSA beoordelen, is een schriftelijke enquête uitgezet onder dit bestand. Het bestand bevatte 469 bruikbare organisaties. Deze organisaties zijn door Ipso Facto schriftelijk benaderd met de vragenlijst en een begeleidende brief. Respons Bij schriftelijke enquêtes moet, in het algemeen, voor de respons rekening worden gehouden met een ondergrens van 30%. Voor de schriftelijke enquête onder welzijnsorganisaties lag een respons van ongeveer 50% in de lijn der verwachtingen. Van de 469 verstuurde vragenlijsten zijn er 238 binnen sluitingstermijn binnengekomen. Dit is een respons van 51% Telefonische enquête welzijnsorganisaties Ter aanvulling op de schriftelijke enquête onder welzijnsorganisaties is een telefonische enquête uitgevoerd onder een selectie van welzijnsorganisaties. De welzijnsorganisaties zijn geselecteerd uit de gemeentegidsen van de GSD-panelgemeenten. Zoals beschreven in de vorige paragraaf is een schriftelijke vragenlijst uitgegaan naar welzijnsorganisaties die deel uitmaken van het bestand van het ISSA. Om te voorkomen dat deze welzijnsorganisaties twee keer benaderd zouden worden voor het evaluatieonderzoek zijn ze uit het bestand van de telefonische enquête gehouden. Dit heeft echter consequenties voor de interpretatie van de gegevens van de telefonische enquête. De kans is groot dat organisaties van het ISSA-bestand bekend zijn met het ISSA. De resultaten uit de telefonische enquête over de bekendheid met het ISSA worden hierdoor enigszins vertekend, aangezien de bovengenoemde organisaties niet zijn meegenomen in de telefonische enquête. Bij 47% van de gemeenten is een aantal organisaties buiten het onderzoek gehouden. Voor een paar gemeenten had dit als gevolg dat slechts enkele organisaties overbleven om benaderd te worden. Door bovengenoemde redenen kan niet meer gesproken worden van een representatieve steekproef onder welzijnsorganisaties. Het aantal te voeren gesprekken in gemeenten is, volgens een verdeelsleutel, naar gemeentegrootteklasse ingedeeld, omdat in grote gemeenten het aantal welzijnsorganisaties beduidend groter is dan in kleinere. Het GSD-panel bevat vijftien grote gemeenten ( inwoners of meer). In deze gemeenten zijn gemiddeld acht organisaties telefonisch benaderd. Verder is getracht in middelgrote gemeenten ( tot inwoners) vier en in kleine gemeenten (<30.000) twee gesprekken met welzijnsorganisaties te voeren. Bij samengestelde 11

19 gemeenten zijn in eerste instantie alleen de organisaties uit de, van oudsher, grootste centrale kern benaderd. In overleg met de begeleidingscommissie zijn de, voor het onderzoek, meest relevante categorieën organisaties betrokken. Dit zijn de werktypen Algemeen welzijnswerk, Algemeen maatschappelijk werk, Vrijwilligerswerk, Crisisopvang, Verslavingszorg en Sociaal cultureel werk. Deze werktypen zijn niet altijd terug te vinden in de gemeentegidsen onder dezelfde noemers. Regelmatig bleek dat er een andere indeling in categorieën of definiëring van de diverse typen welzijnswerk gebruikt werd in de gidsen. Verder is als voorwaarde gesteld dat de organisaties nu óf in de toekomst sociale activering in hun pakket moeten hebben om in aanmerking te komen voor de telefonische enquête. Respons Er zijn 243 welzijnsorganisaties uit 64 gemeenten 14 telefonisch benaderd 15. Eenderde van deze benaderde organisaties had géén activiteiten of projecten voor sociale activering en ook geen plannen hiertoe en was daarom ongeschikt om de enquête bij af te nemen. Bij 16% bleek het niet mogelijk de juiste persoon te spreken of weigerde men mee te werken aan het onderzoek. Uiteindelijk is bij 51% van de benaderde organisaties een telefonische enquête afgenomen. In tabel 2.1. is een overzicht gegeven van de respons waarbij onderscheid is gemaakt naar type organisatie. Tabel 2.1. Respons telefonische enquête naar type welzijnsorganisatie Weigering/ Afwezig 2 Geen sociale activering Aantal interviews Totaal Abs. % Abs. % Abs. % Abs. % Algemeen , , , ,6 Vrijwilligerswerk 9 16, , , ,1 Verslavingszorg/Crisisopvang 10 21, , , ,3 Totaal 39 16, , , ,0 1 Algemeen maatschappelijk werk, algemeen welzijnswerk, sociaal-cultureel werk, buurt-, dorpshuizen en wijkcentra en anders namelijk. 2 Juiste persoon was niet binnen de onderzoeksperiode aanwezig. De gemeenten van de geënquêteerde welzijnsorganisaties vertonen ongeveer dezelfde verdeling naar gemeentegrootteklasse als het GSD-panel. Grote gemeenten zijn licht oververtegenwoordigd. Dit is te verklaren uit het feit dat in kleine gemeenten veelal minder welzijnsorganisaties actief zijn dan in grotere gemeenten, waardoor de kans dat welzijnsorganisaties niet zijn geënquêteerd groter is in kleine gemeenten. 14 Bij één gemeente waren de gemeentegidsen op en was er geen mogelijkheid om op een andere manier de adresgegevens van welzijnsorganisaties te krijgen. 15 Bij achttien organisaties is het niet gelukt contact te krijgen (geen gehoor), deze organisaties zijn buiten beschouwing gelaten. 12

20 Op basis van de telefonische enquête kunnen, zoals reeds vermeld, geen uitspraken worden gedaan die representatief zijn voor alle welzijnsorganisaties in Nederland, maar het onderzoek geeft wél een goede indicatie van de opvattingen van welzijnsorganisaties waar het ISSA géén contact mee heeft Contextonderzoek De onderdelen van de evaluatie die tot nu toe zijn beschreven zijn vooral gericht op de ervaringen van de gebruikers van de activiteiten, producten en diensten van het ISSA. Deze betrokkenen leveren met name informatie over wat het ISSA in de uitvoeringspraktijk van gemeenten en welzijnsorganisaties betekent. Het ISSA bevindt zich echter in een complexe en dynamische omgeving. Sociale activering is immers gesitueerd in een bredere context, bijvoorbeeld in het kader van het terugdringen van arbeidsongeschiktheid, het bevorderen van reïntegratie en het ontwikkelen van een meer vraaggericht aanbod in de gezondheidszorg. Naast lokale overheden en welzijnsorganisaties spelen ook veel andere partijen een rol. Deze partijen bevinden zich op regionaal/provinciaal en landelijk niveau. Qua functie onderscheiden de partijen zich naar beleidsvoering, uitvoeringsondersteuning en/of belangenbehartiging en kennisontwikkeling. In het vervolg wordt gesproken van contextorganisaties. Met dit onderdeel worden de activiteiten van contextorganisaties op het terrein van sociale activering geschetst. Hierbij wordt eventuele overlap met activiteiten en producten van het ISSA zichtbaar. Tevens zijn de meningen van contextorganisaties over de mogelijke en wenselijke toekomst van het ISSA geïnventariseerd. Hiervoor is met een selectie van contextorganisaties face-to-face interviews gehouden. De selectie van deze organisaties is tot stand gekomen in overleg met de begeleidingscommissie. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een checklist 16. Er zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van in totaal twaalf contextorganisaties. Negen van deze organisaties zijn landelijk werkzaam en drie regionaal/provinciaal. Qua functies en werkgebied vormt deze selectie een brede afspiegeling van de contextorganisaties op het terrein van sociale activering. In de volgende tabel zijn de organisaties weergegeven. Organisaties uit het contextonderzoek 17 - Divosa - Federatie Opvang - IPO - Ministerie van VWS - Ministerie van SZW - NIZW - Prisma Brabant - Sjakuus - STAMM - StimulanSZ - VNG - VOG 16 Voor deze checklist wordt verwezen naar bijlage VI. 17 Voor een verklaring van de gebruikte afkortingen van organisatienamen en een beschrijving van deze organisaties wordt verwezen naar hoofdstuk 4. 13

21 14

22 3. OVERZICHT VAN TAKEN VAN HET ISSA 3.1. Inleiding Het ISSA heeft invulling gegeven aan het fungeren als een landelijk informatie- en servicepunt door verschillende activiteiten op te zetten en uit te voeren voor de doelgroepen. De doelgroepen van het ISSA zijn gemeenten en welzijnsorganisaties. Het ISSA definieert haar primaire doelgroep als de sleutelfiguren op het gebied van sociale activering (te weten wethouders, managers, coördinatoren, beleidsmedewerkers of projectleiders). De werkvloer en de doelgroepen (cliënten) zelf vallen hier buiten, waarbij door het ISSA wordt benadrukt dat dit niet wil zeggen dat deze groepen niet relevant zijn. In dit hoofdstuk wordt, op basis van beschikbare documenten en een interview met medewerkers van het ISSA, beschreven welke activiteiten het ISSA heeft ondernomen in de afgelopen twee jaar De start van het ISSA Het ISSA is formeel opgericht op 1 januari Reeds op de slotconferentie van het Informatie Service Punt (ISP) van de bijstandsexperimenten in december 1999 is het ISSA geïntroduceerd. Het verslag van deze conferentie is op logopapier van het ISSA geproduceerd en breed verspreid onder welzijnsorganisaties en gemeenten. Eind 1999 is een werkplan opgesteld voor het ISSA. Op 1 februari 2000 was het ISSA volledig bemenst. De eerste maanden van het jaar is met name gewerkt aan het opzetten van het ISSA: kennismaken, met elkaar leren samenwerken, het opstellen van werkafspraken en procedures en het ontwikkelen van een visie op sociale activering. Eind april 2000 is een voortgangsrapportage opgesteld en op basis van dit voortgangsrapport en het werkplan 2000 is een actieplan opgesteld voor de tweede helft van het jaar De belangrijkste actiepunten náást de reguliere werkzaamheden van het ISSA waren de ontwikkeling van de medewerkers (kennisvergroting, presentatiecursus, workshopvaardigheden et cetera), structurele inbedding van het ISSA binnen de beide ministeries en het continueren en intensiveren van de samenwerking met andere organisaties in het ISSAnetwerk. In het werkplan 2000 onderscheidt het ISSA vijf hoofdtaken. Deze taken worden hieronder vermeldt. Hierbij is tevens aangegeven welke activiteiten volgens het werkplan 2000 de basis zijn voor de invulling van de taken: Volgen van ontwikkelingen in het veld: uitvoeren van werkbezoeken is hierbij een belangrijke activiteit. Tevens wordt het organiseren van een bijeenkomst en het entameren van (inventariserend) onderzoek genoemd. Belangrijkste uitkomst is het verkrijgen van inzicht in succes- en faalfactoren bij de in- en uitvoering van sociale activering. Informatievoorziening: basisvoorwaarde is de beschikbaarheid van een adequate databank en aanpassing van het mailingbestand aan de doelgroep van het ISSA. Activiteiten die worden ondernomen zijn het opzetten van een telefonische helpdesk, organiseren van twee landelijke 15

23 conferenties en regionale bijeenkomsten, ontwikkelen van circa twee brochures, de nieuwsbrief sociale activering voortzetten en voorlichting geven over Europese regelgeving en financieringsmogelijkheden voor sociale-activeringsprojecten. Onderzoek en productontwikkeling: het ISSA kan reeds gepubliceerde informatie en onderzoeken verzamelen en analyseren en toegankelijk maken voor organisaties die zich bezighouden met sociale activering. Ook kan het ISSA kleinschalig onderzoek entameren uit eigen budget of grootschaliger onderzoek voorstellen. Het geheel staat in het teken van productontwikkeling door het ISSA. Ondersteuning: door het beheren van een projectendatabank wordt informatie toegankelijk gemaakt voor gemeenten en andere organisaties. Daarnaast kan het ISSA partijen die elkaar kunnen helpen op het terrein van sociale activering met elkaar in contact brengen. Verder verzorgen ISSA-medewerkers presentaties of lezingen bij gemeenten of andere organisaties. Uitvoeren Stimuleringsregeling Sociale Activering: op 8 februari 2000 is de Stimuleringsregeling Sociale Activering gepubliceerd. Met deze regeling is 40 miljoen gulden aan gemeenten beschikbaar gesteld om op lokaal niveau beleid en/of infrastructuur op het gebied van sociale activering te stimuleren. Tot 1 juli 2000 konden gemeenten aanvragen indienen voor een eenmalige subsidie van ƒ ,--. Het ISSA heeft tot taak gekregen deze aanvragen te verwerken en te beoordelen en hiervoor een werkproces op te stellen Activiteiten, producten en diensten Deze paragraaf beschrijft de door het ISSA uitgevoerde activiteiten en realisatie van producten van 1 januari 2000 tot en met de eerste helft van het jaar Stimuleringsregeling Sociale Activering Van ongeveer mei 2000 tot eind 2000 is het ISSA intensief bezig geweest met het beoordelen en verwerken van aanvragen voor de Stimuleringsregeling. Er is door het ISSA veel tijd geïnvesteerd om de ingediende projectvoorstellen aan de gestelde subsidiecriteria te laten voldoen. In totaal zijn er 453 aanvragen ingediend waarvan er 444 zijn toegekend. Met het uitkeren van ruim 39 miljoen gulden stimuleringsgelden heeft de regeling haar doel voor een belangrijk deel bereikt. De implementatie van de gesubsidieerde projecten is door het ISSA in 2001 met een voortgangsenquête geïnventariseerd. De uitkomsten van de voortgangsenquête waren gedurende dit evaluatieonderzoek echter nog niet beschikbaar. Nieuwsbrief sociale activering In november 2000 verscheen het eerste (nul-) nummer van de ISSA-nieuwsbrief. Vóór deze periode verscheen informatie van het ISSA in een apart katern in het informatieblad Inkijk van 16

szw0000033 Algemeen Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 17 januari 2001 1. Inleiding

szw0000033 Algemeen Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 17 januari 2001 1. Inleiding szw0000033 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 17 januari 2001 1. Inleiding In het Algemeen Overleg van 23 februari 2000 over sociale activering heeft mijn ambtsvoorganger

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek Wmo & Jeugd 2016

Cliëntervaringsonderzoek Wmo & Jeugd 2016 Cliëntervaringsonderzoek Wmo & Jeugd 2016 Inleiding Zowel in de Wmo als in de Jeugdwet is opgenomen dat gemeenten jaarlijks de ervaringen van cliënten moeten onderzoeken. Daarbij wordt vanaf 2016 voor

Nadere informatie

Beleidregels Sociaal Cultureel Werk 2005 (en verder)

Beleidregels Sociaal Cultureel Werk 2005 (en verder) Beleidregels Sociaal Cultureel Werk 2005 (en verder) 1. Beleidsterrein Beleidstaak: Sociaal Cultureel Werk Beheerstaak: Samenlevingsopbouwwerk, functienummer 630.00 Dit beleidsterrein omvat kinderwerk,

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen

enprestatie Inventarisatie Verordeningen Inventarisatie ventarisatie Verordeningen tegenprestatie Inventarisatie Verordeningen ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie ventarisatie ordeningen enprestatie

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302 Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302 Doel Voorbereiden en opzetten van en bijbehorende projectorganisatie, alsmede leiding geven aan de uitvoering hiervan, binnen randvoorwaarden van kosten,

Nadere informatie

Achtergrondinformatie. Man 2.0. Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen

Achtergrondinformatie. Man 2.0. Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen Achtergrondinformatie Man 2.0 Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen April 2010 1 Inleiding Het is het Oranje Fonds gebleken dat veel maatschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

De raad van de gemeente Schiermonnikoog,

De raad van de gemeente Schiermonnikoog, De raad van de gemeente Schiermonnikoog, Gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet, artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk

Nadere informatie

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Het onderzoek in het kort In opdracht van de Stuurgroep Arbeidsadviseur heeft TNO onderzoek verricht naar de informatie- en adviesbehoefte van (potentiële)

Nadere informatie

Opdrachtgever project Werknemer in opleiding : ministerie van OCW

Opdrachtgever project Werknemer in opleiding : ministerie van OCW Datum: 20 februari 2012 Ons kenmerk: JK1.12.009 Begeleidingsmodel Werknemer in opleiding Opdrachtgever project Werknemer in opleiding : ministerie van OCW Wout Schafrat Gijs van de Beek Preventie en duurzaamheid

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Rapport Onderzoek Toegang Wmo 2015

Rapport Onderzoek Toegang Wmo 2015 Z Rapport Onderzoek Toegang Wmo 2015 Maart 2015 In opdracht van het Transitiebureau Wmo Team Kennisnetwerk Wmo Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Over het onderzoek 3 3. De resultaten 4 3.1 Omvang deelnemende

Nadere informatie

ACTIEPLAN VERBORGEN VROUWEN

ACTIEPLAN VERBORGEN VROUWEN ACTIEPLAN VERBORGEN VROUWEN gemeente Den Haag September 2015 Conceptversie 2.0 1 Inleiding In november jl. is door de Haagse gemeenteraad Motie 86 Geïsoleerde Vrouwen aangenomen. Om uitvoering te geven

Nadere informatie

Ondersteuning van Vrijwilligershulp en Mantelzorg voor kwetsbare burgers in Zuid-Kennemerland in de sector Wonen, Welzijn & Zorg

Ondersteuning van Vrijwilligershulp en Mantelzorg voor kwetsbare burgers in Zuid-Kennemerland in de sector Wonen, Welzijn & Zorg versie 6: werkdocument vastgesteld in de bestuursvergadering d.d. 14 januari 2014 Ondersteuning van Vrijwilligershulp en Mantelzorg voor kwetsbare burgers in Zuid-Kennemerland in de sector Wonen, Welzijn

Nadere informatie

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau

Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording. Sociaal en Cultureel Planbureau Vrouwen In maatschappelijke Besluitvorming (VIB 2010) Onderzoeksverantwoording In opdracht van: Sociaal en Cultureel Planbureau Datum: 20 augustus 2010 Referentie: 14665.PW/SD/ND GfK Panel Services Benelux

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, januari 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2 1.1

Nadere informatie

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL!

SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! SAMENVATTING EVALUATIE PROGRAMMA SCHAKEL! Aanleiding Het Vervangingsfonds voert regelmatig grootschalige projecten of programma s uit om een extra impuls te geven aan de aanpak van het ziekteverzuim in

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015 nr. TB 15.5037761; gelet op artikel 8a,

Nadere informatie

DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD. Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad

DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD. Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad DE CLIËNTENRAAD BEOORDEELD Onderzoek naar de tevredenheid met het functioneren van de cliëntenraad -

Nadere informatie

Het Participatiebudget

Het Participatiebudget Het Participatiebudget Communicatieplan Het Participatiebudget: communiceren doen we zo! Gemeente Leeuwarden April 2009 Annette Geurden, invoering budget 1 INHOUDSOPGAVE 1. Aanleiding 3 2. Waarom een communicatieplan?

Nadere informatie

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011

Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan. Aan de Waterkant 2008-2011 Evaluatie nota vrijwilligerswerkbeleid Oostzaan Aan de Waterkant 2008-2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Evaluatiekader 3 1.2 Leeswijzer 3 2 Vrijwilligerswerk Oostzaan 4 2.1 De situatie toen 4 2.2 De

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod. Inhoud

Nieuwsbrief. Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod. Inhoud Nieuwsbrief Landelijk Implementatieteam Wet Tijdelijk Huisverbod Inhoud Waarom een landelijk implementatieteam 3 Samenstelling en rol implementatieteam 4 Voorlichting, opleiding en training 4 Instrumenten

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Communicatie

Onderzoeksopzet Communicatie Onderzoeksopzet Communicatie Rekenkamercommissie Heerenveen Februari 2009 Rekenkamercommissie Heerenveen: onderzoeksopzet communicatie 1 Inhoudsopgave A. Wat willen we bereiken 1. Aanleiding en achtergronden

Nadere informatie

Verordening. Participatieraad Sociaal Domein. (WMO, Participatiewet en Jeugdwet)

Verordening. Participatieraad Sociaal Domein. (WMO, Participatiewet en Jeugdwet) Verordening Participatieraad Sociaal Domein (WMO, Participatiewet en Jeugdwet) Aalten 2015 Verordening Participatieraad Sociaal Domein (WMO, Participatiewet en Jeugdwet) Aalten 2015. Artikel 1. Begripsbepalingen

Nadere informatie

De slimste route? Vormgeven toegang

De slimste route? Vormgeven toegang De slimste route? Vormgeven toegang Grote veranderingen in zorg en ondersteuning Taken vanuit AWBZ, Jeugdzorg, Werk en inkomen. Passend onderwijs (toegang tot onderwijs) De slimste route (voor Hengelo)

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Onderzoek Wonen Welzijn Zorg Kampen

Onderzoek Wonen Welzijn Zorg Kampen inzicht Advies en Faciliteiten Informatie Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon (038) 498 25 69 R.Dekker@zwolle.nl www.zwolle.nl Onderzoek Wonen Welzijn Zorg Kampen Onderzoeksvoorstel

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling verordening tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening Tegenprestatie

Nadere informatie

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn. Werkplan 2011

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn. Werkplan 2011 Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn Werkplan 2011 Haarlem, 11 juni 2010 Net-Werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland Wilhelminastraat 23 2011 VJ Haarlem telefoon:

Nadere informatie

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar!

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar! Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011 Aanpakken Maar! INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. RONDETAFELGESPREKKEN 2.1 Algemene uitkomsten van de rondetafelgesprekken 2.2 Aanbevelingen professor Meijs

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie 2015. Gemeente Achtkarspelen

Verordening Tegenprestatie 2015. Gemeente Achtkarspelen Verordening Tegenprestatie 2015 Gemeente Achtkarspelen De Raad van de gemeente Achtkarspelen: overwegende dat: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers,

Nadere informatie

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Agendanr. : Doc.nr : B2003 14372 Afdeling: : Sociale Zaken en Werkgelegenheid B&W-VOORSTEL Onderwerp : Langdurigheidstoeslag 2003 Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Algemeen:

Nadere informatie

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY INLEIDING Met ingang van 1 januari 2015 krijgen gemeenten een groot aantal taken overgeheveld, de zogeheten decentralisaties AWBZ-Wmo, de Jeugdwet en de

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

De ESF-scan laat de mogelijkheden zien.

De ESF-scan laat de mogelijkheden zien. Benieuwd naar de ESF-mogelijkheden voor uw gemeente? De ESF-scan laat de mogelijkheden zien. Radar en Raadgevend Bureau Het Grote Oost hebben een ESF-scan ontwikkeld. Middels deze ESF-scan wordt bepaald

Nadere informatie

Algemene gegevens Om te beginnen willen wij graag wat algemene informatie van u ontvangen. Uw gegevens worden geanonimiseerd verwerkt.

Algemene gegevens Om te beginnen willen wij graag wat algemene informatie van u ontvangen. Uw gegevens worden geanonimiseerd verwerkt. VRAGENLIJST Quickscan voorbereiding decentralisatie begeleiding Algemene gegevens Om te beginnen willen wij graag wat algemene informatie van u ontvangen. Uw gegevens worden geanonimiseerd verwerkt. Vraag

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Castricum 2015 De raad van de gemeente Castricum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober [nummer]; gelet op

Nadere informatie

Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels

Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Jodi Mak Rianne Verwijs Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Jodi Mak Rianne Verwijs Met

Nadere informatie

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn De toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn bevat vier praktische instrumenten om samen met cliënten te werken aan verbetering of vernieuwing van diensten

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, gelet op artikel

Nadere informatie

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012

RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 RE-INTEGRATIEVERORDENING WWB, IOAW EN IOAZ 2012 Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 29 maart 2012, nummer R2012.0012 A, gepubliceerd 18 april 2012, in werking getreden met ingang van 19 april

Nadere informatie

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport Minister van Justitie D.t.v. Mw. Mr. E.E. Weeda Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 2 februari 2004 contactpersoon R.C. Hartendorp doorkiesnummer 070-361 9788 e-mail R.Hartendorp@rvdr.drp.minjus.nl ons

Nadere informatie

Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden.

Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN

WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN BOB 10/012 WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden. De wet verplicht gemeenten

Nadere informatie

RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO

RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO Emmen 1 INDEX Index...2 Inleiding...3 1 Samenvatting...4 2 Verantwoording en achtergrondgegevens...5 3 Toegang tot de ondersteuning...7 4 Hulp bij het huishouden...9 5

Nadere informatie

Functieprofiel: Medewerker Marketing en Communicatie Functiecode: 0602

Functieprofiel: Medewerker Marketing en Communicatie Functiecode: 0602 Functieprofiel: Communicatie Functiecode: 0602 Doel Verzorgen van activiteiten op het gebied van communicatie en/of voorlichting voor Hogeschool Utrecht of onderdelen daarvan, aan verschillende in- en

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie

Voorbereiden door krachten te bundelen... 2. Visie op nieuwe taken... 2. Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2

Voorbereiden door krachten te bundelen... 2. Visie op nieuwe taken... 2. Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2 Nieuwsbrief sociaal domein, #1 Vernieuwing welzijn, (jeugd)zorg en werk Inhoud Voorbereiden door krachten te bundelen... 2 Visie op nieuwe taken... 2 Vernieuwingen in welzijn, (jeugd)zorg en werk... 2

Nadere informatie

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen

BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE. Resumé bevindingen BESTANDSANALYSE SAMENLOPERS ZWOLLE Resumé bevindingen Inleiding Ekdé werk&mobiliteit BV is juli 07 gestart met een screening van samenlopers ingeschreven bij de gemeente Zwolle. Over elke kandidaat is

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; DE RAAD DER GEMEENTE HAREN, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10, tweede

Nadere informatie

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers.

Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. Subsidieverlening voor landelijke deskundigheidsbevordering van vrijwilligers. In deze notitie wordt ingegaan op de volgende aspecten van de landelijke subsidiering van activiteiten in de sfeer van deskundigheidsbevordering:

Nadere informatie

2.0 Checklist formeel familiebeleid GGZ-instellingen

2.0 Checklist formeel familiebeleid GGZ-instellingen 2.0 Checklist formeel familiebeleid GGZ-instellingen 1. Inleiding De onderstaande checklist beschrijft de gewenste situatie t.a.v. het formele familiebeleid. Met formeel familiebeleid bedoelen we het expliciete

Nadere informatie

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE BEVERWIJK De raad van de gemeente Beverwijk; gelet op artikel 8a, eerste

Nadere informatie

Burgerpanel. voor uw gemeente

Burgerpanel. voor uw gemeente Burgerpanel Burgerpanel voor uw gemeente Gebruik maken van de ideeën en denkkracht van de inwoners van uw gemeente Exclusief voor uw gemeente Kostenbesparend Waarom een Burgerpanel? Welke voordelen biedt

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Inspectierapport Timpaan Kinderopvang B.V. (GOB) Badweg 28 8401 BL GORREDIJK Registratienummer: 147076468

Inspectierapport Timpaan Kinderopvang B.V. (GOB) Badweg 28 8401 BL GORREDIJK Registratienummer: 147076468 Inspectierapport Timpaan Kinderopvang B.V. (GOB) Badweg 28 8401 BL GORREDIJK Registratienummer: 147076468 Toezichthouder: GGD Fryslân In opdracht van gemeente: OPSTERLAND Datum inspectiebezoek: 30-10-2013

Nadere informatie

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012)

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) -1- Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) 1 Aanleiding voor het project Arbeidsparticipatie is een belangrijk onderwerp voor mensen met een chronische ziekte of functiebeperking

Nadere informatie

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING nieuwsbrief Februari 2015 Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de peiling met het. Deze peiling ging over de zondagsopenstelling. De gemeenteraad

Nadere informatie

Uitgegeven: 25 juni 2010

Uitgegeven: 25 juni 2010 1 Uitgegeven: 25 juni 2010 2010, no. 43 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 22 juni 2010, no. 896248, Afdeling Zorg en Welzijn, betreffende de Vaststelling van

Nadere informatie

Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1

Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1 Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1 Werkplan 2015 COC Rotterdam Introductie COC Rotterdam vervult als belangenbehartiger voor de LHBT-gemeenschap al 67 jaar een belangrijke maatschappelijke rol in Rotterdam

Nadere informatie

Maatschappelijke partner: de organisatie(s) waar de doelgroep zich bevindt om het aanbod op af te stemmen.

Maatschappelijke partner: de organisatie(s) waar de doelgroep zich bevindt om het aanbod op af te stemmen. Subsidieregeling maatschappelijke inzet sportverenigingen 2016 Burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Lochem 2013, besluiten:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1249 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

Cliëntervaringen in beeld

Cliëntervaringen in beeld Cliëntervaringen in beeld Jaarrapportage contactpersonen de Herbergier 2011 dr. C.P. van Linschoten drs. M. Cardol drs. W. Betten februari 2012 ARGO Rijksuniversiteit Groningen BV Inhoudsopgave 1. INLEIDING

Nadere informatie

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013 Colofon "Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013" Klanttevredenheidsonderzoek naar het WMO vervoer in de gemeente Haren. Uitgave Deze publicatie is een uitgave

Nadere informatie

RKC ONDERZOEKSPLAN. Weststellingwerf. Toezeggingen aan burgers en bedrijven. Oktober 2015

RKC ONDERZOEKSPLAN. Weststellingwerf. Toezeggingen aan burgers en bedrijven. Oktober 2015 ONDERZOEKSPLAN Toezeggingen aan burgers en bedrijven Oktober 2015 Inhoudsopgave Inleiding... 1 Motivatie onderzoek... 1 Aanleiding... 1 Doelstelling... 2 Vraagstelling... 2 Toetsingskader... 2 Afbakening...

Nadere informatie

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Resultaten van de tweede schriftelijke vragenronde onder de deelnemers aan het GGZ-panel regio Delft Westland Oostland juli 2006 - L.M.

Nadere informatie

Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden

Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden Jaarplan 2015 1 Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden 1. Doel en werkwijze van de rekenkamercommissie De Rekenkamercommissie Woerden is per 1 april 2004 ingesteld door de gemeenteraad. Sinds eind 2006

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015

Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 Speerpunten en kwaliteitscriteria Bijzondere Subsidieverordening Ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk Amsterdam 2012-2015 1. Inleiding Een van de nieuwe punten in de Bijzondere Subsidieverordening

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, gemeente Amsterdam De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan en de Wethouder voor Cultuur van de gemeente Amsterdam, drs. J.H. Belliot

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 januari 2015; Gemeenteraad Onderwerp: Volgnummer 2015-09 Regionaal beleidskader Participatiewet en verordeningen Dienst/afdeling SMO De raad van de gemeente Oss; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 -1.833.52 REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet : de WWB b. WWB:

Nadere informatie

Een proef met een digitaal burgerpanel in Leiden BESLUITEN

Een proef met een digitaal burgerpanel in Leiden BESLUITEN B&W-nr.: 05.0938 d.d. 23-08-2005 Onderwerp Een proef met een digitaal burgerpanel in Leiden BESLUITEN Behoudens advies van de commissie EGTV 1) In te stemmen met een proef met een digitaal burgerpanel

Nadere informatie

(Hoe) kan onze communicatie beter?

(Hoe) kan onze communicatie beter? Deel 3 Onderzoek (Hoe) kan onze communicatie beter? Marijke Manshanden* Uw organisatie heeft een communicatieprobleem. U wilt dit probleem oplossen, maar mist de informatie om tot een goede oplossing te

Nadere informatie

Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN?

Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN? Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN? Met behulp van deze scan wordt de stand van zaken van het Personeelsbeleid in kaart gebracht. De HRM - scan is met

Nadere informatie

Vrijwilligersonderzoek 2011. Een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties in de gemeente Groningen Meting 2 Samenvatting

Vrijwilligersonderzoek 2011. Een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties in de gemeente Groningen Meting 2 Samenvatting Vrijwilligersonderzoek 2011 Een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties in de gemeente Groningen Meting 2 Samenvatting Vrijwilligersonderzoek 2011 Een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties in de gemeente

Nadere informatie

Follow up onderzoek naar minimabeleid

Follow up onderzoek naar minimabeleid Follow up onderzoek naar minimabeleid 1. Inleiding Op 20 mei 2009 is het rapport Onderzoek Minimabeleid Rekenkamercommissie Waterland verschenen. Dit rapport is in de raad van 27 oktober 2009 voor kennisgeving

Nadere informatie