Optimalisatie van de ICP-MS methode

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Optimalisatie van de ICP-MS methode"

Transcriptie

1 Afstudeerverslag Ingrid Bakker Juni 2004 Werkdocument nummer: X

2 Optimalisatie van de ICP-MS methode Naam: Opleiding: Opleidingsinstituut: Ingrid Bakker HLO Chemie Noordelijke Hogeschool Leeuwarden/Van Hall instituut Afstudeerbedrijf: RIZA Lelystad Begeleider afstudeerbedrijf: Drs. Ing. C.J.H. Miermans Begeleider opleiding: Drs. Ing. C.T. de Jonge-Vleugel Afstudeerperiode: november 2003 juni

3 Voorwoord Dit afstudeerverslag is tot stand gekomen na ruim zeven maanden onderzoek op de afdeling IMLA (Informatie en Meettechnologie, Laboratorium voor Anorganische analyses) van het RIZA (Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling) te Lelystad. Sinds het studiejaar wordt de nieuwe opzet gebruikt voor het afstudeerproject. De afstudeerperiode is verlengd met twee maanden. Het is al vaak gebleken dat de oude afstudeerperiode veel te kort was voor het afronden van een compleet onderzoek. Met de nieuwe opzet is er tevens gelegenheid tot verdieping in het afstudeeronderwerp waardoor een onderzoek beter tot zijn recht komt. Het volgen van de nieuwe opzet is mij zeer goed bevallen. In de eerste periode had ik veel tijd om kennis te maken met de gebruikte methode waardoor het onderzoek makkelijker verlopen is. Hierbij wil ik als eerste de opleiding chemie van de NHL (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden) bedanken voor het doorvoeren van de nieuwe opzet voor het afstuderen. Vanuit de NHL werd ik begeleid door mevr. C.T. de Jonge-Vleugel. Natuurlijk wil ik hierbij ook mijn collega s van de afdeling IMLA bedanken voor de fijne periode die ik daar heb gehad. In het bijzonder wil ik mijn begeleider Kees Miermans bedanken voor de goede begeleiding en de plezierige samenwerking. 3

4 Samenvatting Dit afstudeerverslag beschrijft de optimalisatie van de ICP-MS methode, die gebruikt wordt bij het RIZA (Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling). Sinds 1996 heeft het RIZA een ICP-MS. In de loop van de jaren is er een methode ontwikkeld waarmee 24 elementen gemeten kunnen worden in oppervlaktewater. Deze methode is nog niet optimaal en moet op twee gebieden verbeterd worden: 1) Tijdens een lange meetserie kan het signaal van de ICP-MS nogal fluctueren. Een interne standaard kan deze fluctuaties corrigeren, zodat de meting goed verloopt. Momenteel wordt er gebruikt gemaakt van één interne standaard: rhodium (massa 103). Dit element blijkt het brede massagebied (massa 9 t/m 238) niet goed te corrigeren. Voor het lage en het hoge massagebied is er gezocht naar alternatieven: Laag: scandium (massa 45), tweede keus gallium (massa 69 en 71) of germanium (massa 72 en 73) Hoog: rhenium (massa 185 en 187) of bismuth (massa 209) De toepasbaarheid van de nieuwe interne standaarden is getest op praktijkmonsters. Het is belangrijk dat de interne standaard niet of nauwelijks in het monster voorkomt, omdat de correctie anders niet goed wordt uitgevoerd. Voor zowel het lage als het hoge massagebied bleken enkele potentiële interne standaarden daadwerkelijk te hoog in de monsters voor te komen. Mede daardoor is de keuze gevallen op de volgende interne standaarden: Laag: germanium (massa 72) Hoog: rhenium (massa 187) 2) Met de huidige ICP-MS kan er alleen maar op hele massa-eenheden gescheiden en gemeten worden. Aangezien de meeste elementen uit meerdere isotopen bestaan, kan er overlap optreden tussen deze isotopen. Daarnaast ontstaan er poly-atomen in het plasma (bv. ArCl + of CaOH + ) en kunnen ook een isotoop overlappen. Bij de meeste elementen kan deze interferentie (storing) zoveel mogelijk vermeden worden door het meest geschikte isotoop te kiezen. Voor acht elementen is dit niet mogelijk en wordt er gecorrigeerd aan de hand van een interferentie correctiefactor. Er zijn drie elementen waarbij de correctie met de factor nog niet optimaal is: Aluminium (massa 27) is mono-isotopisch en heeft een storing van 26 MgH +. De invloed van magnesium fluctueert, mede doordat aluminium last heeft van beperkingen van de apparatuur. Daarnaast blijkt chloride voor matrixonderdrukking te zorgen. De meting van aluminium zal een correctie van magnesium houden, waarbij rekening moet worden gehouden met de invloed van chloride. Chroom bestaat uit vier isotopen. 52 Cr wordt gebruikt voor de meting. Dit isotoop heeft een storing van 35 Cl 16 OH +. De storing blijkt nogal te fluctueren. Het isotoop 53 Cr met een storing van 37 Cl 16 O + is een alternatief. Helaas levert dit isotoop geen verbetering op en wordt de meting van chroom niet veranderd. Seleen bestaat uit 6 isotopen en wordt met 2 isotopen gemeten. Het isotoop 77 Se heeft een storing van 40 Ar 37 Cl +. Het tweede isotoop 82 Se werd oorspronkelijk ongecorrigeerd gemeten, maar blijkt een correctie nodig te hebben van 81 BrH +. Het isotoop 82 Se heeft de voorkeur omdat het signaal stabieler blijft. Na de optimalisatie van de ICP-MS methode wordt er een validatie uitgevoerd volgens NEN Het gaat om de volgende prestatiekenmerken, die allen onder reproduceerbaarheidsomstandigheden bepaald worden (behalve de herhaalbaarheid): Aantoonbaarheidsgrens/bepalingsgrens/rapportagegrens Juistheid/Maximale Totale Fout Herhaalbaarheid/reproduceerbaarheid/recovery Doordat het voorschrift NEN 7777 nog niet zo lang in gebruik is bij het RIZA, zijn er nog geen definitieve eisen voor de prestatiekenmerken vastgesteld. Alleen de manier waarop de juistheid bepaald is, is vergelijkbaar met de oude validatiemethode. Alle geaccrediteerde elementen voldoen aan de vastgestelde eisen van de juistheid. 4

5 Abstract During a period of seven months I have been working as a student at the Institute for Inland Water Management and Waste Water Treatment (RIZA) for the improvement of the ICP-MS method. In 1996 RIZA has purchased an ICP-MS. In the course of years a method is developed for measuring elements simultaneously in surface water. This method is not yet optimal and needs to be improved in two sections: 1) The ICP-MS signal fluctuates during a long sequence. An internal standard corrects for these fluctuations. At this moment there is only one internal standard: rhodium (mass 103). This internal standard doesn t correct properly for low and high mass areas. These areas need a suitable internal standard: Low: scandium (mass 45), alternative gallium (mass 69 and 71) or germanium (mass 72 or 73) High: rhenium (mass 185 and 187) or bismuth (mass 209) The suitability of the new internal standards is tested with surface water samples. It is important that an internal standard isn t already present in a sample. Unfortunately a few potential internal standards have been found at a high level in the water samples. For this reason the following internal standards are chosen: Low: germanium (mass 72) High: rhenium (mass 187) 2) The ICP-MS separates the elements only by whole mass units. Most of the elements consist of several isotopes. Subsequently overlap of isotopes causes interferences. The formation of poly-atoms in the plasma (like ArCl + or CaOH + ) may cause more interference. Most of the elements can be measured by choosing the proper isotope. Unfortunately for eight elements an isotope without interference can t be found. These elements need to be corrected by using a correction factor. This correction isn t optimal for three elements: Aluminium (mass 27) is mono-isotopic and has interference of 26 MgH +. The influence of magnesium fluctuates, because of the limitations of the ICP-MS. Despite the fluctuations aluminium needs to be corrected for magnesium. Furthermore, chlorine causes matrix suppression. Therefore, the influence of chlorine needs to be monitored closely. Chrome consists of four isotopes. Only 52 Cr is used for measurement. This isotope has interference of 35 Cl 16 OH + and fluctuates also. The isotope 53 Cr is an alternative for the measurement but has interference of 37 Cl 16 O +. Unfortunately this isotope doesn t give better results and nothing will be changed for the measurement of chrome. Selenium consists of six isotopes. Two isotopes can be used for measurement. 77 Se has interference of 40 Ar 37 Cl +. Before the research 82 Se was measured without correction. It seems that the isotope is interfered by 81 BrH + and needs to be corrected. Use of the isotope 82 Se is preferred, because the signal is more stable. The improved method is validated according to NEN The following parameters are determined: Detection limit/determination limit Trueness/Maximum Total Error Repeatability/reproducibility/recovery The validation method according to NEN 7777 has been implemented only in the last few months. Therefore no definite demands are established for the parameters. Only the determination of the trueness is comparable to the formerly used validation method. All accredited elements suffice the demands of trueness. 5

6 Lijst van gebruikte afkortingen AG w : BG w : CRM: ICP-MS: i.s.: MTF: NEN: RF power: RG w : RIZA: RSD r : RSD w : RvA: s r : s w : Aantoonbaarheidsgrens onder reproduceerbaarheidsomstandigheden Bepalingsgrens onder reproduceerbaarheidsomstandigheden Certified Reference Material Inductively Coupled Plasma Mass Spectrometry Interne standaard Maximale totale fout Nederlandse Norm Radio Frequent power Rapportagegrens onder reproduceerbaarheidsomstandigheden Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling Relatieve standaardafwijking onder herhaalbaarheidsomstandigheden Relatieve standaardafwijking onder reproduceerbaarheidsomstandigheden Raad van Accreditatie Standaardafwijking onder herhaalbaarheidsomstandigheden Standaardafwijking onder reproduceerbaarheidsomstandigheden 6

7 Inhoudsopgave Voorwoord...3 Samenvatting...4 Abstract...5 Lijst van gebruikte afkortingen...6 Inhoudsopgave Inleiding RIZA Probleemstelling Doel van het onderzoek Theorie ICP-MS Interne standaarden Interferentie Validatie Experimenteel ICP-MS De methode Resultaten en discussie Interne standaarden Interferentie: aluminium Interferentie: Chroom Interferentie: Seleen Validatie Conclusie Interne standaarden Interferentie Validatie Aanbevelingen...34 Literatuur...35 Lijst van bijlagen

8 1 Inleiding 1.1 RIZA De afkorting RIZA staat voor Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling. Het RIZA is het onderzoeks- en adviesinstituut van Rijkswaterstaat op het gebied van zoetwater in Nederland en een vooraanstaand internationaal kenniscentrum voor intergraal waterbeheer. Het instituut verzamelt gegevens over en doet onderzoek naar waterkwaliteit en -kwantiteit. Op basis hiervan geeft het RIZA adviezen over het beheer van het zoetwater in Nederland en daarbuiten. Het RIZA heeft vier hoofdafdelingen: Inrichting en herstel (IH): IH geeft advies op het gebied van ruimtelijke ordening en inrichting van de wateren in Nederland voor intergraal waterbeheer. Daarbij doet IH ook aan kennisontwikkeling op deze gebieden. Watersystemen (WS): Op basis van onderzoek naar verschillende processen in de binnenwateren, worden er adviezen gegeven voor integraal waterbeheer. Emissies (EM): Onderzoek naar en advies over afvalwaterbehandeling en emissieniveaus. Vergunningen worden hier verleend en er is tevens controle op naleving van de vergunningen. Informatie en meettechnologie (IM): Hier worden gegevens verzameld en verwerkt door middel van onderzoek in gespecialiseerde laboratoria. De afdeling IM heeft een speciale laboratoriumafdeling (IML). Bij IMLA wordt er onderzoek gedaan naar anorganische parameters. Voor organisch onderzoek is er de afdeling IMLO en bij IMLB wordt er biologisch onderzoek uitgevoerd. IMLU verzorgt de totale logistiek van monsters en data. De monsters komen in opdracht van het ministerie van Verkeer & Waterstaat. Uit heel Nederland worden monsters genomen voor onderzoek aan oppervlaktewater, afvalwater en sediment. Voor de afdeling IM zijn er verschillende meetstations waarvan er 1 een internationale betrekking heeft; een station in Bimmen (Duitsland). [1] Voor mijn afstudeeropdracht ben ik werkzaam geweest op de afdeling IMLA. De onderzoeksgebieden op de afdeling zijn als volgt onder te verdelen: Metalen; metaalanalyses met hoofdzakelijk ICP-MS en ICP-AES Macroparameters; bijvoorbeeld nutriënten en Kjeldahl stikstof Radiochemie, bijvoorbeeld α-,β - en λ-straling 1.2 Probleemstelling Sinds november 1996 heeft de afdeling IMLA een ICP-MS. In de loop van de jaren is er een methode ontwikkeld waarmee 24 elementen gemeten kunnen worden in oppervlaktewater. Deze elementen beslaan een breed massagebied van 9 u (beryllium) tot 238 u (uranium). De elementen worden gekwantificeerd aan de hand van een kalibratiecurve en een interne standaard. De interne standaard is noodzakelijk om de fluctuaties van het ICP-MS signaal in een lange meetserie te corrigeren. Voor de methode wordt er gebruikt gemaakt van één interne standaard, rhodium, met een massa van 103 u. Rhodium zit ongeveer in het midden van het massagebied, maar blijkt niet goed te corrigeren voor het lage (Al, B en Be) en het hoge (Tl, Pb en U) massagebied. Het toepassen van meerdere interne standaarden kan verbetering opleveren. Naast het bovenstaande probleem heeft de ICP-MS ook last van interferentie. Deze interferentie wordt veroorzaakt doordat de massaspectrometer de elementen alleen maar op hele massa s kan scheiden. De elementen die gemeten worden, bestaan grotendeels uit meerdere isotopen. Veel van deze isotopen kunnen een overlapping geven door de scheiding op hele massa-eenheden (bijvoorbeeld 58 Fe en 58 Ni). Daarnaast kunnen er poly-atomen ontstaan in het plasma. Deze atomen zorgen voor nog meer interferentie (storing van 40 Ar 35 Cl + op 75 As of 40 Ca 16 OH + op 57 Fe). Interferentie kan zoveel mogelijk vermeden worden door het isotoop te kiezen met de minste storing. Helaas is dit niet voor alle elementen mogelijk. Er zijn acht elementen die gecorrigeerd worden op interferentie met behulp van een interferentie correctiefactor. Voor drie elementen is de correctie met de factor nog niet optimaal. Het gaat om de elementen aluminium, chroom en seleen. Na de optimalisatie moet de methode nogmaals gevalideerd worden volgens NEN Dit voorschrift wordt sinds enkele maanden toegepast voor validatie. 8

9 1.3 Doel van het onderzoek Uit de probleemstelling kunnen de volgende doelen gehaald worden: Optimaliseren van de ICP-MS methode: o Toepassen van meerdere interne standaarden om problemen met correctie van een enkele interne standaard op te lossen o Verbeteren van de correctie die wordt toegepast op elementen met interferentie. Het gaat om de volgende elementen: Aluminium Chroom Seleen Valideren van de ICP-MS methode na optimalisatie 9

10 2 Theorie 2.1 ICP-MS ICP-MS is één van de modernste technieken binnen de atomaire massaspectrometrie. De ICP-MS heeft zich in de afgelopen 18 jaren ontwikkeld tot een belangrijke techniek voor het bepalen van spoorelementen (hoofdzakelijk metalen). [2] Hieronder volgt een schematisch overzicht van de ICP-MS: Figuur 2-1: Schematisch overzicht van de ICP-MS Zoals in figuur 2-1 te zien is, bestaat de ICP-MS uit 4 onderdelen. Elk onderdeel zal kort behandeld worden. Sample injection system Via het sample injection system wordt het monster geïntroduceerd in de ICP. In bovenstaand figuur staan 3 verschillende manieren beschreven om het monster bij de ICP te brengen. Bij het RIZA wordt geen van deze methodes gebruikt. Het monster wordt via een peristaltische pomp opgezogen en vervolgens verdampt tot een fijne spray. ICP ICP staat voor Inductively Coupled Plasma. Met behulp van het plasma ioniseren bijna alle elementen die in het monster zitten. Het ontstaan van het plasma wordt in beeld gebracht met onderstaand figuur: Figuur 2-2: Het ontstaan van het plasma 10

11 Voor het maken van het plasma wordt argongas gebruikt. Dit gas wordt door een zogeheten ICPtoorts geleid (zie ook figuur 2-2: quartz torch). Aan het eind van de toorts zit een soort geladen kooi. Als hier een radiofrequente spanning op gezet wordt, ontstaat er een elektromagnetisch veld (zie figuur 2-2b). Vervolgens wordt er een hoog voltage op de toorts gezet door middel van een vonk. Enkele argonatomen verliezen hierdoor een elektron. Door het magnetische veld worden deze elektronen versneld en zorgen voor botsingen met andere argonatomen. Hierdoor ontstaat er een soort kettingreactie van botsingen waardoor er uiteindelijk alleen nog maar argonionen en elektronen aanwezig zijn in de toorts. Dit is het inductief gekoppelde plasma. Het monster moet hierna nog door het plasma geleid worden. Via het injectiesysteem is het monster al verneveld. Het monster heeft vanuit dit systeem al een aanzienlijke snelheid gekregen en zal hierdoor snel het plasma indringen. Figuur 2-3: Temperatuurzones in het plasma Figuur 2-4: Mechanisme van drup tot ion Daarbij komt het monster verschillende temperatuurzones tegen (figuur 2-3). Moleculen in het monster verlopen hun weg door deze zones via een traject zoals in figuur 2-4 is beschreven. Eerst worden de moleculen gedehydrateerd. In het plasma worden de moleculen vervolgens verdampt en geatomiseerd. Door atomisatie zijn er elementen ontstaan, die aan het eind van het traject worden aangeslagen door energetische argonelektronen. Deze argonelektronen hebben genoeg energetische waarde om de elementen éénwaardig te ioniseren. [3] Interface De interface is de doorgang van de ICP naar de MS. Het belangrijkste doel van de interface is om de normale druk (1 bar) die in de ICP heerst te verlagen tot de gewenste druk voor de MS (vacuüm). Deze drukverlaging wordt veroorzaakt door 2 zogeheten cones (zie ook figuur 2-5). De eerste opening is de monstercone waarvan de diameter ongeveer 1 millimeter is. De monstercone staat dicht bij het hete plasma (6000 K) en wordt als het ware door het plasma omspoeld. Hierdoor kan het oppervlak van de cone aangetast worden. De monstercone is vastgeschroefd op een watergekoelde plaat die tezamen het frontpaneel van het vacuümsysteem van de massaspectrometer vormen. Figuur 2-5: De interface 11

12 De skimmer is de tweede cone en zit 2-10 millimeter achter de monstercone. De skimmer heeft ook een opening met een diameter van 1 mm, alleen maken de platen een scherpere hoek (in figuur 2-5 is dit niet goed aangegeven). De druk is inmiddels al verlaagd tot ongeveer 100 Pa. Achter de skimmer begint het hoogvacuüm gedeelte. Na de twee cones zorgt een elektrostatisch lenzensysteem ervoor dat er zoveel mogelijk ionen doorgaan naar de massaspectrometer. Tevens wordt met behulp van een fotonenstop voorkomen dat er fotonen in de detector komen en daar zouden kunnen bijdragen aan het ondergrondsignaal. [2] Massaspectrometer De massaspectrometer zorgt voor een scheiding van de verschillende ionen. Bij de ICP-MS van het RIZA wordt met een quadrupool massaspectrometer gemeten. Figuur 2-6: Het principe van een quadrupool massaspectrometer In figuur 2-6 is te zien dat de quadrupool massaspectrometer bestaat uit 4 evenwijdige staven. Op het ene paar (tegenoverliggend) wordt een gelijkspanning gezet, terwijl op het andere paar een radio frequente spanning wordt gezet. Door deze spanningen op elkaar af te stemmen, is het mogelijk ionen van een bepaalde massa door te laten. De andere ionen zullen uit het quadrupoolveld verstoten worden. Met de massaspectrometer worden de ionen op massa/lading verhouding (m/z) gescheiden. [3] Na de scheiding van de ionen komt de detectie met de electron multiplier. De electron multiplier zorgt ervoor dat het zwakke signaal uit de MS wordt versterkt. In vergelijking met andere atomaire spectrometrie methodes heeft de ICP-MS grote voordelen. Multi-element analyse; in principe zou het hele massaspectrum aan elementen gemeten kunnen worden. Vaak wordt er in een methode een selectie aan elementen gemaakt. Lage detectiegrens; de bepalingsgrens ligt voor de meeste elementen in de orde van µg/l, waar andere methodes in de orde van mg/l meten. Hoog dynamisch bereik; de detector bestaat uit twee gedeeltes. De pulse kan de lage count range meten en de analoog de hoge count range. De ICP-MS kan dus zowel lage als hoge concentraties meten. Dit is voordelig voor monsters waar bijvoorbeeld hoge concentraties chloride interfereert op elementen met een laag gehalte. Helaas heeft de gebruikte methode ook een nadeel. Doordat er gemeten wordt met een quadrupool massaspectrometer is de resolutie laag. Massa s worden op hele massa-eenheden afgerond. Hierdoor zijn overlappende massapieken moeilijk te onderscheiden en treedt er snel interferentie op. 12

13 2.2 Interne standaarden Als er monsters worden gemeten, is het voordeliger om zo veel mogelijk monsters in één meetserie mee te nemen. Hierdoor ontstaat er een lange meetserie, waarbij het signaal in de loop van de tijd nogal kan aflopen en fluctueren. Met een kalibratiecurve kan deze signaalvermindering niet gecorrigeerd worden. Daarom wordt er een interne standaard meegenomen. Aan alle monsters en standaarden wordt een vaste, bekende hoeveelheid van deze interne standaard toegevoegd. Zodra het signaal van een element lager wordt, wordt het signaal van de interne standaard ook lager. De interne standaard corrigeert aan de hand van relatieve verhoudingen tussen het signaal van de interne standaard en het signaal van elementen in het monster. Voor de huidige methode wordt er gebruikt gemaakt van één interne standaard: rhodium. Rhodium heeft één isotoop met een massa van 103 u. Met de ICP-MS methode worden 24 elementen gemeten van het massagebied 9 Be tot 238 U. Rhodium zit qua massa ongeveer in het midden van dit gebied. Uit metingen is gebleken dat rhodium zowel het lage als het hoge massagebied niet altijd goed kan corrigeren. Tijdens de meting wordt om de tien monsters een controlestandaard (10 µg/l of 100 µg/l) uit de kalibratiecurve meegenomen. Als er aan de kwaliteitseisen voldaan moet worden, mag de controlestandaard niet meer dan 10% afwijken (grenzen tussen 9-11 µg/l of µg/l). Voor het lage en het hoge massagebied wijkt de controlestandaard regelmatig te veel af. Het gaat om de volgende elementen: laag: Be, B en Al (massa resp. 9, 10 en 27 u), soms ook Mn en Fe (massa 55 en 57) hoog: Tl, Pb en U (massa resp. 205, 208 en 238) Daarom moeten er nieuwe interne standaarden aan de bestaande methode worden toegevoegd, zodat ook deze elementen kwalitatief beter te bepalen zijn. Keuze van nieuwe interne standaarden Uit literatuur blijkt dat er vaker met meerdere interne standaarden wordt gewerkt. De keuze van de interne standaard is afhankelijk van de matrix waarin wordt gemeten. Het is belangrijk dat de nieuwe interne standaard niet al in het monster aanwezig is of slechts in een lage concentratie. Mede hierdoor is de keuze gevallen op de volgende interne standaarden: Element Afkorting Mogelijke isotopen Welk massagebied? Abundantie (%) Scandium Sc 45 Laag 100 Gallium Ga Laag Germanium Ge Laag Rhenium Re Hoog Bismuth Bi 209 Hoog 100 Tabel 2-1: Keuze interne standaarden Voor het lage massagebied heeft scandium de voorkeur. Dit element valt beter in het lage gebied en zal naar verwachting betere resultaten geven. Mocht scandium niet geschikt zijn voor de methode dan kan er gekeken worden naar gallium en germanium. Gallium bestaat uit twee isotopen die beiden te gebruiken zijn als interne standaard. Germanium bestaat uit vier isotopen, waarvan twee isotopen last ondervinden van isobare interferentie. Uit literatuur blijkt dat het isotoop 72 Ge storing kan hebben van 56 Fe 16 O +. [6} Voor het hoge massagebied zijn er twee mogelijkheden. Rhenium heeft twee stabiele isotopen die beide gebruikt kunnen worden. Bismuth heeft maar één isotoop en komt met een iets hogere massa [4] [5] beter overeen met het hoge massagebied. 13

14 2.3 Interferentie Veel elementen komen in de natuur voor als een mengsel van verschillende isotopen. De relatieve verhouding waarin de isotopen van een bepaald element voorkomen, wordt de abundantie of het natuurlijke voorkomen genoemd. De ICP-MS van het RIZA kan de elementen alleen maar op hele massa s scheiden en meten. Hierdoor treedt er snel overlap op tussen de van nature stabiele isotopen van verschillende elementen. Dit is een vorm van interferentie en wordt isobare spectrale overlap genoemd. Voorbeelden hiervan zijn 58 Fe met 58 Ni en 64 Ni met 64 Zn. Poly-atomaire overlap levert meer problemen op. Deze storing wordt veroorzaakt doordat bijvoorbeeld het argon reageert met elementen in de matrix. Zo kan er 40 Ar 35 Cl + ontstaan, wat stoort op 75 As, het enige isotoop van arseen. Ook treden er reacties op met andere elementen die in het plasma voorkomen. Een lastige storing is 35 Cl 16 OH +, die interfereert met 52 Cr, de belangrijkste isotoop van [2] [7] chroom. Voor de meeste elementen kan de interferentie zo veel mogelijk vermeden worden door het isotoop te kiezen met de minste storing. Bij acht elementen is dit niet mogelijk en wordt er een correctie uitgevoerd met behulp van een interferentie correctiefactor. Deze correctiefactor is alleen toepasbaar op poly-atomen waarbij tenminste één element niet in overmaat voorkomt. Zo kan een storing van 40 Ar 40 Ar + niet gecorrigeerd worden omdat argon in overmaat voorkomt in het plasma. Hieronder volgt een voorbeeldberekening van de correctiefactor (correctiefactor staat ook beschreven in het ICP-MS voorschrift in bijlage II): Het element arseen ondervindt storing van 40 Ar 35 Cl +. Argon komt in overmaat voor in de matrix, omdat argon het draaggas is. Chloride is dus bepalend voor de concentratie aan 40 Ar 35 Cl +. De correctie wordt uitgevoerd aan de hand van de chlorideconcentratie. In een matrixstandaard wordt de matrix van de monsters zo veel mogelijk nagebootst om een goede correctie uit te voeren. Voor arseen wordt de correctie uitgevoerd met 80 mg/l chloride en 1 µg/l arseen. CTh ( Intensiteitong Intensiteitbl,ong ) [( Intensiteit gec Intensiteitbl,gec ) *( )] C gev Correctiefactor = ( Intensiteit Intensiteit ) matrix Vergelijking 2-1: Berekening van de interferentie correctiefactor bl,matrix Bovenstaande vergelijking wordt algemeen gebruikt voor de berekening van de correctiefactor. Op de uitdraai van de resultaten wordt de intensiteit van arseen (of andere correctie-element) zonder correctiefactor en met correctiefactor weergegeven (ongecorrigeerd en gecorrigeerd). Vóór de berekening van de nieuwe correctiefactor staat de gecorrigeerde intensiteit van arseen ingesteld op de oude correctiefactor (intensiteit gec ). Met deze intensiteit wordt een concentratie berekend (C gev ). De omstandigheden kunnen per meetserie verschillen en de gevonden concentratie (C gev ) kan daardoor afwijken van de theoretische concentratie (C Th :1 µg/l). De gecorrigeerde intensiteit wordt hierop aangepast (zie vergelijking 2-1). Het verschil tussen de ongecorrigeerde en gecorrigeerde intensiteit (met aftrek van blanco) is de invloed van chloride op arseen (de teller in vergelijking 2-1). Door deze invloed te delen door de intensiteit van chloride (of ander interferent) volgt de correctiefactor. Deze factor blijft vaststaan voor de hele meetserie. De gecorrigeerde concentratie wordt dan als volgt berekend: C = C ( correctiefactor * Cmatrix ) gec ong Vergelijking 2-2: Berekening van de gecorrigeerde concentratie van interferentie elementen De correctiefactor is niet op het totale concentratiegebied van het te corrigeren element (bv. As) toepasbaar. Daarom is er voor elk element een maximale interferentconcentratie vastgesteld. Voor de invloed van chloride op arseen ligt de maximale chlorideconcentratie bijvoorbeeld op 250 mg/l. De correctiefactoren worden bepaald aan de hand van matrixstandaarden. In deze standaarden wordt de matrix van de praktijkmonster zo goed mogelijk nagebootst. Het te corrigeren element is aangepast aan de concentratierange in praktijkmonsters. Arseen heeft in de matrixstandaard bijvoorbeeld een concentratie van 1 µg/l bij een storing van 80 mg/l chloride. De matrixstandaarden blijken voor 3 elementen nog niet optimaal te zijn. Voor aluminium, chroom en seleen levert de toepassing van een correctiefactor nog niet de gewenste verbetering op. 14

15 2.3.1 Aluminium Aluminium bestaat uit één isotoop met massa 27 u. De grootste storing voor de bepaling van aluminium is het ion 26 MgH +. Een correctie met magnesium is voor de bepaling van aluminium dus onvermijdelijk. De correctiefactor wordt berekend met de concentratie aan 25 Mg. Voor de berekening wordt dus een andere magnesiumisotoop gebruikt. Dit heeft geen invloed op de factor, omdat de verhouding tussen de isotopen gelijk blijft. Er is een maximum vastgesteld aan de magnesiumconcentratie. Boven deze concentratie is de meting voor aluminium niet meer reproduceerbaar. De grenswaarde van magnesium ligt op 500 mg/l. De correctiefactor wordt berekend op een magnesiumconcentratie van 100 mg/l. In de literatuur is er weinig te vinden over interferentie van aluminium. Dit hoeft nog niet te betekenen dat andere laboratoria geen problemen ondervinden met de meting van dit element. De concentratierange van aluminium loopt van µg/l. De correctiefactor voor magnesium wordt berekend op een aluminiumconcentratie van 100 µg/l. De berekening van de correctiefactor bij een lage concentratie lijkt niet voldoende te zijn voor de complete concentratierange. De toepassing van een interne standaard voor het lage massagebied zal naar verwachting de grootste verbetering opleveren. Daarnaast blijkt uit het validatierapport 2 dat ook calcium en chloride een invloed hebben op de concentratie van aluminium. [10] Chroom Chroom bestaat uit vier stabiele isotopen en is als volgt opgebouwd: Isotoop Abundantie (%) 50 Cr Cr Cr Cr 2.4 Chroom wordt met het isotoop 52 Cr bepaald. De interferentie op dit isotoop komt van de ionen 35 Cl 16 OH + en 35 Cl 17 O +. Daarnaast is er overlap met het ion 40 Ar 12 C +. Voor het laatste ion is een maximum vastgesteld door middel van de koolstofconcentratie (50 mg/l). Tijdens de destructie verdwijnt een deel van de koolstof doordat de destructie wordt uitgevoerd met zuur. Door het zuur reageert een groot een deel van de koolstof weg als koolstofdioxide. Voor de storing van chloride wordt het isotoop 35 Cl gebruikt. De correctiefactor wordt berekend met 200 mg/l chloride, terwijl de grens op 250 mg/l ligt. Helaas leveren metingen met chroom niet altijd het gewenste resultaat op. In de matrixstandaard wordt chroom gecorrigeerd op een concentratie van 5 µg/l. Met een storing van chloride zou de concentratie van chroom hoger dan 5 µg/l moeten zijn. Vaak ligt de chroomconcentratie lager, zodat er geen correctie uitgevoerd kan worden. De invloed van chloride op 52 Cr lijkt dus onderhevig te zijn aan fluctuatie. Een alternatief voor de meting van chroom is het isotoop 53 Cr. Dit isotoop heeft interferentie van het ion 37 Cl 16 O. Uit het validatierapport 1 blijkt dat 53 Cr goed te meten is, na correctie van chloride. De resultaten zijn daarentegen niet reproduceerbaar en daarom heeft 52 Cr de voorkeur gekregen. De overige isotopen 50 Cr en 54 Cr hebben een vrij lage abundantie en hebben isobare overlap met respectievelijk 50 Ti en 54 Fe. Voor de bepaling van chroom wordt de invloed van chloride op zowel 52 Cr als 53 [8] [9] Cr onderzocht Seleen Seleen bestaat uit zes stabiele isotopen en is als volgt opgebouwd: Isotoop Abundantie (%) 74 Se Se Se Se Se Se

16 In de verwachting ligt dat het isotoop met de grootste abundantie gemeten wordt. Dit isotoop ( 80 Se) blijkt veel interferentie van 40 Ar 40 Ar + te ondervinden. Met het argonion kan geen correctie uitgevoerd worden, dus is 80 Se niet kwalitatief meetbaar. Ook de isotopen 76 Se en 78 Se ondervinden hinder van respectievelijk 40 Ar 36 Ar + en 40 Ar 38 Ar +. Voor de bepaling van seleen worden 2 andere isotopen gebruikt, namelijk 77 Se en 82 Se. De grootste storing op 77 Se komt van 40 Ar 37 Cl Se wordt daarom gecorrigeerd met de concentratie aan 35 Cl. Voor chloride is een maximum vastgesteld van 1000 mg/l. 82 Se heeft alleen een correctie van krypton en deze factor blijft voor alle metingen constant. Voor kwantificering van seleen wordt het isotoop 82 Se gebruikt, omdat 77 Se te veel fluctueert. Er zit soms een groot verschil in concentratie tussen beide isotopen. Voor seleen is gebleken dat ook bromide stoort. Tot nu toe is daar geen rekening mee gehouden. Het isotoop 82 Se ondervindt storing van bromide vanwege de vorming van 81 BrH. [11] Er is nog geen grenswaarde vastgesteld voor de invloed van bromide. 77 Se wordt in de matrixstandaard gecorrigeerd op een concentratie van 5 µg/l. Net als chroom heeft seleen ook last van een fluctuerend signaal, waardoor de concentratie vaak lager ligt dan 5 µg/l. Er kan dan geen correctiefactor toegepast worden. Tevens ligt de concentratierange van seleen in praktijkmonsters veel lager dan 5 µg/l. De concentratierange in de monsters loopt van µg/l. Een berekening van de correctiefactor met een seleenconcentratie van 1 µg/l komt beter overeen met de monsters en geeft een representatiever beeld. [10] 2.4 Validatie De methode wordt opnieuw gevalideerd na enige aanpassingen. In de validatierapporten 1 en 2 worden de prestatiekenmerken bepaald conform het werkvoorschrift W [12] Sinds enkele maanden is dit werkvoorschrift aangepast aan NEN [13] De prestatiekenmerken moeten nu onder reproduceerbaarheidsomstandigheden bepaald worden (behalve de herhaalbaarheid). Van elke prestatiekenmerk wordt een korte beschrijving gegeven om de begrippen te verhelderen. Aantoonbaarheidsgrens/bepalingsgrens/rapportagegrens Aantoonbaarheidsgrens: de laagste concentratie van een element in een praktijkmonster dat met een onzekerheid van kleiner dan 10% kan worden onderscheiden van een soortgelijk monster waarin het element afwezig is. Bepalingsgrens: de laagste concentratie van een element in een praktijkmonster waarvan de relatieve standaardafwijking van de meetwaarden kleiner is dan 10%. Rapportagegrens: de drempelwaarde waaronder analyseresultaten niet meer als getal gerapporteerd worden maar met de aanduiding kleiner dan de rapportagegrens. [12] De grenzen wordt bepaald aan de hand van een praktijkmonster. De gevonden concentratie moeten in de buurt liggen van de aantoonbaarheidsgrens. Voor te lage en te hoge concentraties wordt het monster gespiked of verdund om tot het goede concentratieniveau te komen. Het monster wordt op acht verschillende dagen gemeten. Uit deze metingen volgt een standaardafwijking: s w = n i= 1 ( x i x) n 1 2 Vergelijking 2-3: Berekening van de standaardafwijking voor de aantoonbaarheidsgrens Aan de hand van de standaardafwijking wordt de aantoonbaarheidsgrens en de bepalingsgrens als volgt berekend: AG w = 3* s w BG w = 10* sw Vergelijking 2-4: Berekening van de aantoonbaarheidgrens Vergelijking 2-5:Berekening van de bepalingsgrens De rapportagegrens wordt bepaald aan de hand van de bepalingsgrens. Daarvoor wordt de bepalingsgrens afgerond op de dichtstbijzijnde decimaal van 1 of 5. [13] 16

17 Juistheid/maximale totale fout Juistheid: de mate van terugvinding van een element in gecertificeerd referentiemateriaal (CRM). Maximale Totale Fout (MTF): de maat voor de meetonzekerheid. [12] Voor de juistheid wordt gecertificeerd materiaal gebruikt. Het gecertificeerde materiaal wordt op acht verschillende dagen gemeten. Het gemiddelde van de acht metingen wordt vergeleken met de referentiewaarde. Volgens NEN 7777 moet uit deze metingen een absolute juistheid bepaald worden. Aangezien er nog geen grenzen zijn vastgesteld aan de absolute juistheid is het verstandig om naar de relatieve juistheid te kijken: δ = x c *100% c, rel ref Vergelijking 2-6: Berekening van de relatieve juistheid Samen met de juistheid wordt de Maximale Totale Fout bepaald. De MTF staat niet in NEN 7777 aangegeven, maar is belangrijk voor de validatie omdat het de meetonzekerheid van de methode weergeeft. Voor de MTF wordt de relatieve standaardafwijking berekend onder reproduceerbaarheidsomstandigheden. [13] RSD s x *100% = w w MTF % J = 100 % J w + 2 * RSDw Vergelijking 2-7: Berekening van de RSD r Vergelijking 2-8: Berekening van de Maximale Totale Fout Herhaalbaarheid/reproduceerbaarheid/recovery Herhaalbaarheid: de maat voor de spreiding tussen meetwaarden met dezelfde methode op identieke monsters onder dezelfde omstandigheden binnen hetzelfde laboratorium. Reproduceerbaarheid: de maat voor de spreiding tussen meetwaarden verkregen met dezelfde methode op identiek materiaal onder verschillende omstandigheden binnen hetzelfde laboratorium. Recovery: de mate van terugvinding van een element na additie aan een monster. [12] Voor de herhaalbaarheid en de reproduceerbaarheid worden acht verschillende praktijkmonsters gemeten op acht verschillende dagen. Voor beide prestatiekenmerken worden dezelfde monsters gebruikt.. Bij de herhaalbaarheid wordt één monster per dag in duplo gemeten. De metingen zijn vlak achter elkaar zodat er gemeten wordt onder herhaalbaarheidsomstandigheden. Elk paar levert een verschil op waarmee de herhaalbaarheidsstandaardafwijking wordt berekend: s r = n i= 1 ( x i1 x 2n i2 ) 2 Vergelijking 2-9: Berekening van de herhaalbaarheidsstandaardafwijking De standaardafwijking wordt volgens NEN 7777 vergeleken met de oude standaardafwijking. Doordat er nog geen duidelijke eisen zijn vastgesteld aan de standaardafwijking, wordt er tevens een relatieve standaardafwijking bepaald. Elk praktijkmonster wordt geaddeerd met een vaste spikeconcentratie (40 of 400 µg/l). Aan de hand van de terugvinding van de spike kan er een relatieve herhaalbaarheidsstandaardafwijking en een recovery berekend worden: 17

18 s RSD = r r *100% x REC x *100% r = c spike Vergelijking 2-10: Berekening van de RSD r Vergelijking 2-11: Berekening van REC r Bij de reproduceerbaarheid worden de monsters ook in duplo gemeten. Het grote verschil met de herhaalbaarheid is de spreiding van de duplometingen over meerdere dagen (zie ook validatieschema in bijlage I). Een monster wordt bijvoorbeeld op dag 1 en dag 5 gemeten. Samen leveren deze metingen een duplometing op. Uit de verschillen van de duplometing wordt de standaardafwijking berekend. s w = n i= 1 ( x i1 x 2n i2 ) 2 Vergelijking 2-12: Berekening van de reproduceerbaarheidsstandaardafwijking Ook voor de reproduceerbaarheid wordt er een relatieve standaardafwijking en een recovery bepaald op de manier die beschreven staat bij de herhaalbaarheid. Vergelijking 2-10 en 2-11 zijn tevens toepasbaar maar dan onder reproduceerbaarheidsomstandigheden. [13] De validatie wordt uitgevoerd volgens een validatieschema, die in bijlage I beschreven staat. 18

19 3 Experimenteel 3.1 ICP-MS De metingen worden uitgevoerd op de PerkinElmer SCIEX Elan 6000 ICP-MS. Hieronder is een klein overzicht gemaakt van de belangrijkste instellingen van de ICP-MS: Argon flow : 15 l/min ICP RF Power : ± 900 W Nebulizer flow : ± 0.9 l/min Number of replicates : 3 Snelheid peristaltische pomp : 24 rotaties/min De instellingen van de ICP RF Power en de nebulizer flow zijn in de loop van het onderzoek veranderd. Deze veranderingen zijn nodig om de meting te optimaliseren. Figuur 3-1: De ICP-MS van het RIZA 3.2 De methode De methode W De bepaling van 24 metalen in oppervlaktewater m.b.v. ICP-MS is als bijlage toegevoegd aan dit verslag (bijlage II). Dit betreft de laatste versie van het voorschrift, na de optimalisatie van de ICP-MS methode. Hieronder volgt nog wat extra informatie: Voorbehandeling De voorbehandeling van het monster bestaat uit een ontsluiting zoals beschreven staat in het werkvoorschrift W [14] Met de ontsluiting wordt er 5 ml salpeterzuur aan 50 ml monster toegevoegd en vervolgens in de microwave gedestrueerd. De ontsluiting heeft als doel de metalen los te maken van het zwevende stof. Hierdoor kunnen alle metalen gemeten worden die in het oppervlaktewatermonster zitten. Ter vergelijking worden enkele monsters gefiltreerd. Bij de filtratie wordt alle zwevende stof verwijderd en dus ook de aangeplakte metalen. Het gevonden gehalte aan metalen zal lager zijn dan bij de destructie. Monsters Voor de monsters wordt elk jaar een planning gemaakt. Het chemische onderdeel van de planning staat vastgelegd in het chemisch meetnet. Dit meetnet is een onderdeel van MWTL: Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands. In MWTL staat de hele monitoring van de rijkswateren beschreven. De meetpunten (monsters) zijn verdeeld over het hele land en liggen grotendeels bij de grote rivieren. Tevens zijn er speciale meetstations bij de grenzen om de instroom vanuit het buitenland te controleren. Enkele meetpunten zitten bij een uitmonding van een rivier in de zee en bevatten een zoute matrix (hoog chloridegehalte). Deze monsters moeten verdund worden, omdat er anders matrixstoring op kan treden. Met de ICP-MS wordt alleen maar oppervlaktewater gemeten, omdat afvalwater en sediment voor een grote vervuiling kunnen zorgen. De ICP-MS kan dan verstopt raken. [15] 19

20 De elementen Met de methode, die wordt beschreven in bijlage II, worden 24 elementen gemeten. Het gaat om de volgende elementen: Element Massa Interferentie correctie voor: Element Massa Interferentie correctie voor: Be 9 Mo 95 B 10 Mo * 101 Ru B 11 Ag 107 Al Mg 1 H +, m.b.v. 25 Mg Ag 109 Ti 49 Cd 111 V 51 Sn 118 Cr Cl 16 O 1 H +, m.b.v. Sn Cl Mn 55 Sb 121 Fe Ca 16 OH +, m.b.v. Sb Ca Co Ca 16 O +, m.b.v. 43 Ca Te 125 Ni Ca 16 O +, m.b.v. 43 Ca Te * 129 Xe Cu 65-0,00044 * 34 S Ba 135 Zn 66-0,00084 * 34 S Ba 137 As Ar 35 Cl +, m.b.v. 35 Cl Tl 203 Se Ar 37 Cl +, m.b.v. 35 Cl Tl 205 Se Br 1 H +, m.b.v. 79 Br Pb U 238 Tabel 3-1: De elementen die gemeten worden met de ICP-MS methode In bovenstaande tabel staat aangegeven welke elementen gecorrigeerd moeten worden op interferentie. De vetgedrukte elementen zijn geaccrediteerd voor de ICP-MS methode. Deze elementen voldoen voor de ICP-MS methode aan alle vastgestelde kwaliteitseisen. Controle van de elementen geschiedt op drie niveaus. De elementen moeten voldoen aan de eerste lijnscontrole: het meenemen van een controlemonster. De tweede lijnscontrole wordt uitgevoerd via een intern ringonderzoek en de derde lijnscontrole is een extern ringonderzoek. Deze ringonderzoeken worden op jaarbasis uitgevoerd. De niet-geaccrediteerde elementen hebben dus minder strenge kwaliteitseisen. Ze worden meegenomen voor de verbreding van de ICP-MS methode. Mochten de elementen aan de eisen van de accreditatie voldoen, dan is er een mogelijkheid ze aan de geaccrediteerde lijst toe te voegen. Sommige elementen staan aangegeven met twee verschillende massa s. Dit is gedaan om de gehaltes van de onderlinge massa s met elkaar te vergelijken. 20

21 4 Resultaten en discussie 4.1 Interne standaarden Resultaten Aanwezigheid van interne standaarden in monsters De nieuwe interne standaarden zijn alleen toepasbaar als ze niet of nauwelijks in de monsters voorkomen. Daarom is er naar het gehalte gekeken van alle potentiële interne standaarden in het controlemonster en in praktijkmonsters. Monster [Sc] in µg/l Cor. Si op [Sc] in µg/l [ 187 Re] in µg/l [Bi] in µg/l Controlemonster Maassluis Eijsden Schaar van oude doel Hasselte Keizersveer Zwolle Tabel 4-1: Aanwezigheid van scandium, rhenium en bismuth in monsters Silicium blijkt te storen op de meting van scandium. Scandium moet dus gecorrigeerd worden op deze storing. Na de siliciumcorrectie komt er nauwelijks nog scandium in de monsters voor, behalve in het controlemonster. Ook bismuth komt in het controlemonster voor. Voor gallium en germanium zijn andere monsters gebruikt om de aanwezigheid te meten. Monster [ 69 Ga] in µg/l [ 71 Ga] in µg/l [ 72 Ge] in µg/l [ 73 Ge] in µg/l Controlemonster Hollandse ijssel Eijsden Maassluis Lobith Ketelmeer Tabel 4-2: Aanwezigheid van gallium en germanium in monsters Gallium en germanium komen met een redelijk hoge concentratie voor in het controlemonster. Daarbij komt gallium ook veelvuldig voor bij andere monsters. Het is af te raden om gallium te gebruiken als interne standaard. Geschiktheid van interne standaarden De resultaten van het controlemonster kunnen beïnvloed worden door de aanwezigheid van een interne standaard. In de onderstaande tabel staan de resultaten van een meting waarmee de invloed van scandium op het lage massagebied wordt bekeken. De elementen van 9 Be tot aan 66 Zn zijn gemeten in het controlemonster. De resultaten moeten tussen de 2s-grenzen liggen. Element Massa Meting (µg/l) 2s-grenzen (µg/l) Buiten de grenzen? Al s Ti s V s Cr s Mn s Fe s Tabel 4-3: Meting van het controlemonster (Maasslib) met scandium als interne standaard 21

22 Met scandium als interne standaard worden de gemeten elementen te laag teruggevonden. De waarden liggen onder de 2s-grens en sommigen zelfs onder de 3s-grens. Een goede meting van het controlemonster is essentieel voor de kwaliteit van de meting. Met scandium als interne standaard kan er dus niet goed kwalitatief gemeten worden. Tevens blijkt de siliciumstoring onregelmatig te zijn. Het alternatief voor het lage massagebied zijn de elementen gallium en germanium. Gallium komt ook in een hoge concentratie voor in het controlemonster en kan daarmee hetzelfde probleem geven als scandium. De voorkeur gaat daarom uit naar germanium. Germanium is ook aanwezig in het controlemonster maar in een lagere concentratie. Door 100 µg/l germanium als interne standaard toe te voegen in plaats van 10 µg/l kan ook het controlemonster goed gecorrigeerd worden. De hogere germaniumconcentratie heeft geen invloed op de kwaliteit van de metingen. Standaard 10 µg/l i.s. 103 Rh i.s. 72 Ge Element Massa Meting Meting Be B V Cr Fe Co Ni Cu Zn As Tabel 4-4: Invloed van 72 Ge als interne standaard op de controlestandaard De invloed van germanium komt het beste tot uiting in de meting van de controlestandaard. Deze standaard wordt gedurende de hele meetserie enkele keren gemeten om de kwaliteit van de meting te waarborgen. De vetgedrukte waarden in tabel 4-4 vallen buiten de kwaliteitsnorm van een afwijking die kleiner dan 10% moet zijn. Voor de laagste massa s (Be en B) kan germanium niet goed corrigeren, maar voor de andere elementen levert germanium een grote verbetering op. In de meting wordt 72 Ge gebruikt als interne standaard. Dit isotoop heeft de voorkeur op 73 Ge omdat 72 Ge een hogere abundantie heeft. Het hoge massagebied heeft twee geschikte kandidaten. In tabel 4-1 is te zien dat bismuth met een ruime hoeveelheid in het controlemonster voorkomt. Rhenium heeft daardoor de voorkeur op bismuth. Als rhenium de gewenste verbetering oplevert dan kan dit element gebruikt worden als interne standaard. Standaard 10 µg/l i.s. 103 Rh i.s. 187 Re Element Massa Meting Meting Tl Pb U Tabel 4-5: Invloed van 187 Re als interne standaard op de controlestandaard Ook rhenium is aan de hand van de controlestandaard vergeleken met de huidige interne standaard, rhodium. Vooral de resultaten van lood wijken meer dan 10% af als rhodium wordt gebruikt als interne standaard. Met rhenium blijven de 3 elementen binnen de gewenste grenzen (9-11 µg/l). Het isotoop 187 Re heeft daarbij de voorkeur omdat dit isotoop een hogere abundantie heeft dan 185 Re Discussie Het grootste probleem voor de interne standaarden is de aanwezigheid in het controlemonster. Het gevolg is een verhoogd signaal van de interne standaard waardoor er overcorrectie optreedt: de gemeten elementen geven een lager signaal dan verwacht. Zonder een goed controlemonster mogen 22

23 de resultaten officieel niet ingevoerd worden, omdat er dan niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. In de praktijkmonsters komen de interne standaarden in een lagere concentratie voor en treedt er geen overcorrectie op. Scandium heeft nog een ander probleem, naast de storing op het controlemonster. Silicium stoort met het ion 28 Si 16 OH + op scandium en heeft een hoge abundantie (92%). De storing moet dus gecorrigeerd worden met behulp van een correctiefactor. Deze factor blijkt niet constant te blijven omdat de siliciumconcentratie nogal fluctueert. Silicium komt veelvuldig voor in de omgeving, waarbij het glaswerk een grote bijdrage levert. Een nauwkeurige meting van de siliciumconcentratie is hierdoor bijna niet haalbaar. De fluctuaties zijn te groot om scandium goed te kunnen corrigeren. Het tweede alternatief voor het lage massagebied zijn de elementen gallium en germanium. Germanium heeft daarbij de voorkeur. Door de aanwezigheid van germanium in het controlemonster is het wenselijk om de concentratie van de interne standaard te verhogen naar 100 µg/l. Voor zowel scandium als gallium is de verhoging van deze concentratie geen alternatief. Bij scandium is de onregelmatige storing van silicium het grootste struikelblok. Bij gallium zou de verhoging van de concentratie nog uitkomst kunnen bieden. Maar in tabel 4-2 is te zien dat gallium een veel hogere concentratie heeft dan germanium in de monsters. Hierdoor heeft germanium de voorkeur op gallium als interne standaard. Doordat germanium goede resultaten geeft, wordt er verder niet meer naar gallium gekeken. Uit literatuur blijkt dat het isotoop 72 Ge storing kan hebben van 56 Fe 16 O +. In bijlage III is naar deze invloed gekeken. Tot een ijzerconcentratie van µg/l blijft de invloed beperkt tot een afwijking kleiner dan 3%. Dit is een zeer kleine afwijking en 72 Ge kan dus toegepast worden als interne standaard. Voor het hoge massagebied is de keuze al snel gemaakt. Doordat bismuth met een hoge concentratie in het controlemonster voorkomt, blijft alleen rhenium nog over. Tussen barium (massa 137 u) en thallium (massa 205 u) zit een gat van bijna 60 u. In het tussengebied worden geen elementen gemeten. Het hoge gebied is hierdoor maar beperkt tot drie elementen: thallium, lood en uranium. Met het gebruik van rhenium als interne standaard kunnen deze elementen goed gemeten worden. De elementen zijn nu als volgt verdeeld over de interne standaarden: 72 Ge; Be, B, Al, Ti, V, Cr, Mn, Fe, Co, Ni, Cu, Zn, As en Se (massa 9 t/m 82) 103 Rh; Mo, Ag, Cd, Sn, Sb, Te en Ba (massa 95 t/m 137) 187 Re; Tl, Pb en U (massa 205 t/m 238) 4.2 Interferentie: aluminium Resultaten Volgens de literatuur ondervindt aluminium hoofdzakelijk storing van magnesium. Uit het validatierapport 2 [10] blijkt dat ook calcium en chloride invloed kunnen hebben. De eventuele storing van deze elementen is met een meting nader bestudeerd. Tevens is er gekeken naar de invloed van een andere interne standaard (germanium, zie 4.1). Bij deze metingen wordt het storende element (Ca, Cl of Mg) stapsgewijs toegevoegd aan een vaste concentratie aluminium. Toevoeging [Al] in µg/l [Cl] in mg/l i.s. 103 Rh i.s. 73 Ge Tabel 4-6: Invloed van chloride op aluminium [aluminium] in µg/l Invloed van chloride op aluminium [chloride] in mg/l Aluminium met i.s. Rh Aluminium met i.s. Ge-73 Grafiek 4-1: Invloed van chloride op aluminium 23

Validatierapport 2 ICP-MS bepaling van Ag, Al f B f Ba r Be, Co r Mo, Se f Sb f Sn, Tl, U en V in water

Validatierapport 2 ICP-MS bepaling van Ag, Al f B f Ba r Be, Co r Mo, Se f Sb f Sn, Tl, U en V in water Validatierapport 2 ICP-MS bepaling van Ag, Al f B f Ba r Be, Co r Mo, Se f Sb f Sn, Tl, U en V in water RIZA Hoofdafdeling Informatie en Meettechnologie Laboratorium voor anorganische analyse Hoofd IMLA:

Nadere informatie

Werkdocument Kd-waarden van zware metalen in zoetwatersediment[riza nr.96.180.x]

Werkdocument Kd-waarden van zware metalen in zoetwatersediment[riza nr.96.180.x] Ministerie van Verkeer en WalersUai Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling RIZA doorkiesnummer 0320 298498 Werkdocument Kd-waarden van

Nadere informatie

Methoden voor de bepaling van elementen

Methoden voor de bepaling van elementen Compendium voor analyse van water februari 2012 Pagina 1 van 8 WAC/III/B De volgende analysemethoden kunnen gebruikt worden voor het bepalen van elementen in water. Voor de conservering en behandeling

Nadere informatie

Invloed aswolk van de vulkaanuitbarsting in IJsland op de concentraties van sulfaat, fluoride en (zware) metalen in regenwater

Invloed aswolk van de vulkaanuitbarsting in IJsland op de concentraties van sulfaat, fluoride en (zware) metalen in regenwater Invloed aswolk van de vulkaanuitbarsting in IJsland op de concentraties van sulfaat, fluoride en (zware) metalen in regenwater Eric van der Swaluw & Hans Verboom, Centrum voor Milieu Monitoring (CMM),

Nadere informatie

gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern.

gelijk aan het aantal protonen in de kern. hebben allemaal hetzelfde aantal protonen in de kern. 1 Atoombouw 1.1 Atoomnummer en massagetal Er bestaan vele miljoenen verschillende stoffen, die allemaal zijn opgebouwd uit ongeveer 100 verschillende atomen. Deze atomen zijn zelf ook weer opgebouwd uit

Nadere informatie

METALEN MET INDUCTIEF GEKOPPELD PLASMA ATOOMEMISSIESPECTROMETRIE

METALEN MET INDUCTIEF GEKOPPELD PLASMA ATOOMEMISSIESPECTROMETRIE METALEN MET INDUCTIEF GEKOPPELD PLASMA ATOOMEMISSIESPECTROMETRIE 1 DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Deze procedure vervangt de procedure AACMA/2/II/B.1 van november 2001. De elementen aluminium, antimoon, arseen,

Nadere informatie

5 Formules en reactievergelijkingen

5 Formules en reactievergelijkingen 5 Formules en reactievergelijkingen Stoffen bestaan uit moleculen en moleculen uit atomen (5.1) Stoffen bestaan uit moleculen. Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen. Een molecuul is een groepje

Nadere informatie

REKENVOORBEELDEN. http://www.emis.vito.be Ministerieel besluit van 14 mei 2007 --- Belgisch Staatsblad van 06 juli 2007 1 PRESTATIEKENMERKEN

REKENVOORBEELDEN. http://www.emis.vito.be Ministerieel besluit van 14 mei 2007 --- Belgisch Staatsblad van 06 juli 2007 1 PRESTATIEKENMERKEN 1 PRESTATIEKENMERKEN 1.1 Bepaling van PCB s in olie met GC-MS REKENVOORBEELDEN Bepalingsmethode: verdunning van olie in hexaan, zuivering op gecombineerde zure silica/basische silica, DMSO/hexaan partitie,

Nadere informatie

BEPALING VAN DE MEETONZEKERHEID VOOR KWANTITATIEVE CHEMISCHE ANALYSES

BEPALING VAN DE MEETONZEKERHEID VOOR KWANTITATIEVE CHEMISCHE ANALYSES Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Bestuur Laboratoria Procedure BEPALING VAN DE MEETONZEKERHEID VOOR KWANTITATIEVE CHEMISCHE ANALYSES Datum van toepassing : zie datum goedkeuring

Nadere informatie

Zware metalen en Hg. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de monsterneming van de totale emissie van

Zware metalen en Hg. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de monsterneming van de totale emissie van Code van goede meetpraktijk van de VKL Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage

Nadere informatie

Meten en Monitoren. Weet wat je meet. Startsymposium Expertisecentrum PFOS. Virtualisatie project Omegam Eline Klooster.

Meten en Monitoren. Weet wat je meet. Startsymposium Expertisecentrum PFOS. Virtualisatie project Omegam Eline Klooster. Meten en Monitoren Weet wat je meet Inhoud presentatie Omegam Laboratoria Proces ontwikkelen analyse methoden De analyse /PFOA Prestatiekenmerken /PFOA bij Omegam De praktijk : Weet wat je meet Omegam

Nadere informatie

Voorbeeld. Preview. Nederlands Normalisatie-instituut. Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN.

Voorbeeld. Preview. Nederlands Normalisatie-instituut. Dit document is een voorbeeld van NEN / This document is a preview by NEN. Nederlands Normalisatie-instituut Kalfjeslaan 2 Postbus 5059, 2600 GB Delft Telefoon (015) 2 690 390 Fax (015) 2 690 190 september 1999 Toelichting bij normontwerp NEN 6427 Water - Bepaling van 66 elementen

Nadere informatie

VALIDATIERAPPORT RAPPORT DE VALIDATION

VALIDATIERAPPORT RAPPORT DE VALIDATION VALIDATIERAPPORT RAPPORT DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Datum laatste aanpassing / Date du dernière adaption MET-FLVVT-096

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

METHODEN VOOR DE BEPALING VAN ELEMENTEN

METHODEN VOOR DE BEPALING VAN ELEMENTEN ISO 11885:2007 Water quality Determination of selected by NEN 6433:1993 Water Bepaling van het gehalte aan antimoon met behulp van atomaire absorptiespectrometrie (hydridegeneratietechniek). Ontsluiting

Nadere informatie

Toetsing aan de Wet Bodembescherming (Wbb) 19454-BEATRIXSTRAAT 2 416751. Metalen ICP-AES. Minerale olie. Sommaties. Sommaties

Toetsing aan de Wet Bodembescherming (Wbb) 19454-BEATRIXSTRAAT 2 416751. Metalen ICP-AES. Minerale olie. Sommaties. Sommaties Project Certificaten Toetsversie 19454BEATRIXSTRAAT 2 416751 versie 5.10 24 Toetsing aan de Wet Bodembescherming (Wbb) Toetsdatum : 02072012 Monsterreferentie Monsteromschrijving 2627285 MM8 01 (1560)

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Laboratoriumanalyses voor grond- en grondwateronderzoek

Laboratoriumanalyses voor grond- en grondwateronderzoek Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond- en grondwateronderzoek SIKB Protocol 3140 Aanvullend III 1 2 3 40 Dit document, versie 1, is op april 06 vrijgegeven voor een openbare kritiekronde door

Nadere informatie

Bijlage A., behorende bij paragraaf 3.3 van de Regeling bodemkwaliteit Maximale samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen Tabel 1. Maximale emissiewaarden anorganische parameters Parameter Vormgegeven

Nadere informatie

april 2003 Validatie ringonderzoek VGK en VAK in afvalwater

april 2003 Validatie ringonderzoek VGK en VAK in afvalwater april 2003 Validatie ringonderzoek VGK en VAK in afvalwater April 2003 Validatie ringonderzoek VGK en VAK in afvalwater 2002 Kiwa N.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

Monsternummer: 2011003250 Rapportagedatum: 06-09-2011. Instroom buffer. Analyse- resultaat

Monsternummer: 2011003250 Rapportagedatum: 06-09-2011. Instroom buffer. Analyse- resultaat 2011003250-OM-2312 Omegam Laboratoria HJE Wenckebachweg 120, 1096AR Amsterdam Monsternummer: 2011003250 Rapportagedatum: 06-09-2011 Op verzoek van: RWS, afdeling Monitoring Laboratorium., Lelystad Project:

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

VERTALING MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST

VERTALING MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST VERTALING MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST N. 2003 967 [2003/200311] 16 JANUARI 2003. Besluit van de Waalse Regering houdende sectorale voorwaarden inzake watergebruik i.v.m. de vervaardiging van kleurstoffen

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Samengesteld door Werner Poets. Nagelezen en aangevuld door het Belgische Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA), dr.

Samengesteld door Werner Poets. Nagelezen en aangevuld door het Belgische Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA), dr. 1 Rosetta, een venster op onze oorsprong, een springplank naar de toekomst Samengesteld door Werner Poets Nagelezen en aangevuld door het Belgische Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA), dr. Johan De

Nadere informatie

Onderzoek naar de selectiviteit van de bepaling van het gehalte aan bromide in oppervlakte- en afvalwater met behulp van een ion-selectieve electrode

Onderzoek naar de selectiviteit van de bepaling van het gehalte aan bromide in oppervlakte- en afvalwater met behulp van een ion-selectieve electrode Onderzoek naar de selectiviteit van de bepaling van het gehalte aan bromide in oppervlakte- en afvalwater met behulp van een ion-selectieve electrode RIZA Hoofdafdeling Informatie en Meettechnologie Laboratorium

Nadere informatie

Bloedalcoholen bepaling met GC-FID op een apolaire kolom

Bloedalcoholen bepaling met GC-FID op een apolaire kolom Bloedalcoholen bepaling met GC-FID op een apolaire kolom E Olijslager en R Langen Klinisch Farmaceutisch Laboratorium TweeSteden ziekenhuis Dr. Deelenlaan 5, 5042 AD Tiiburg. EOlyslager@zamb.tsz.nl Inleiding

Nadere informatie

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies

Kooldioxide CO 2. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de vaststelling van kooldioxide in de emissies Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet- en regelgeving, een concrete bijdrage te leveren aan het waarborgen, ontwikkelen,

Nadere informatie

Haloperidol in serum m.b.v. Triple Quad LC-MS

Haloperidol in serum m.b.v. Triple Quad LC-MS Haloperidol in serum m.b.v. Triple Quad LC-MS Richard van Rossen / Henk Trumpie Apotheek Haagse Ziekenhuizen Email: r.vanrossen@ahz.nl Inleiding Sinds februari 2007 heeft het lab van de AHZ de beschikking

Nadere informatie

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater

Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater Bepaling van het Biochemisch Zuurstofverbruik (BZV) in oppervlaktewater april 2005 One Cue Systems Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming

Nadere informatie

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,.

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,. PARATE KENNIS CHEMIE 4 e JAAR SCHEMA ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,. MENGSEL bestaat uit meerdere zuivere stoffen, de kooktemperatuur,

Nadere informatie

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit.

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit

Nadere informatie

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste

Organische koolstoffen C x. (continue FID) H y. Periodieke metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

Opdrachtverificatiecode : TXJO-VQIJ-YEPT-JGGA : 3 tabel(len) + 1 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n)

Opdrachtverificatiecode : TXJO-VQIJ-YEPT-JGGA : 3 tabel(len) + 1 oliechromatogram(men) + 2 bijlage(n) NIPA Milieutechniek b.v T.a.v. de heer J. van der Stroom Landweerstraat-Zuid 109 5349 AK OSS Uw kenmerk : 11945-Huissensche Waarden te Huissen Ons kenmerk : Project 348033 Validatieref. : 348033_certificaat_v1

Nadere informatie

Verordening zuiveringsheffing waterschap Vechtstromen 2014

Verordening zuiveringsheffing waterschap Vechtstromen 2014 Verordening zuiveringsheffing waterschap Vechtstromen 04 Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Begripsbepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a. etmaal: de

Nadere informatie

KPS_0120_GWL_2. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken

KPS_0120_GWL_2. Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam. Karakteristieken Stroomgebiedbeheerplan - informatie per grondwaterlichaam naam grondwaterlichaam naam grondwatersysteem naam stroomgebied Duin- en kreekgebieden Oostvlaamse polders Kust- en Poldersysteem Schelde Karakteristieken

Nadere informatie

RIZA t.a.v. Wout van Hemert Lelystad. Beste Wout,

RIZA t.a.v. Wout van Hemert Lelystad. Beste Wout, DATUM 26 april 2005 CONTACTPERSOON J.Tveter UW BRIEF VAN 11 maart 2005 DOORKIESNUMMER 010 294 35 38 UW KENMERK - E-MAILADRES j.tveter@wshd.nl ONS KENMERK - AANTAL BIJLAGEN - INGEKOMEN NR. - Reactie op

Nadere informatie

De accreditatie werd uitgereikt aan/ L'accréditation est délivrée à/ The accreditation is granted to/ Die akkreditierung wurde erteilt für:

De accreditatie werd uitgereikt aan/ L'accréditation est délivrée à/ The accreditation is granted to/ Die akkreditierung wurde erteilt für: Bijlage bij accreditatie-certificaat Annexe au certificat d'accréditation Annex to the accreditation certificate Beilage zur Akkreditatierungszertifikat 132-TEST NBN EN ISO/IEC 17025:2005 Versie/Version/Fassung

Nadere informatie

Gassnelheid en volume metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting voor gassnelheid en volume

Gassnelheid en volume metingen. Deze code van goede meetpraktijk beschrijft de toegepaste. werkwijze bij de meting voor gassnelheid en volume Code van goede meetpraktijk van de VKL (Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen) Wat doet de VKL? De Vereniging Kwaliteit Luchtmetingen (VKL) heeft ten doel, binnen de kaders van de Europese en Nationale wet-

Nadere informatie

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie TENTMEN Van Quantum tot Materie Prof. Dr. C. Gooijer en Prof. Dr. R. Griessen Vrijdag 22 december 2006 12.00-14.45 Q105/ M143/ C121 Dit schriftelijk tentamen bestaat uit 5 opdrachten. Naast de titel van

Nadere informatie

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT... 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...1 3 LINEARITEIT...2 4 JUISTHEID EN HELHAARBARHEID...5 4.1 Juistheid... 5 4.2 Juistheid van meervoudige analyses van gecertificeerd referentiemateriaal (CRM)... 5 4.3

Nadere informatie

Moderne Instrumentele Analyse

Moderne Instrumentele Analyse Moderne Instrumentele Analyse Niels Jonker Massa Spectrometrie Techniek waarbij de te onderzoeken stof wordt geïoniseerd en waarbij vervolgens van de gevormde (fragment)ionen de massa wordt bepaald. Klopt

Nadere informatie

BIJLAGE I. VOORSCHRIFTEN VOOR METING, BEMONSTERING, ANALYSE EN BEREKENING

BIJLAGE I. VOORSCHRIFTEN VOOR METING, BEMONSTERING, ANALYSE EN BEREKENING BIJLAGE I. VOORSCHRIFTEN VOOR METING, BEMONSTERING, ANALYSE EN BEREKENING Definitiebepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a. etmaal: de aaneengesloten periode van 24 uur waarover een etmaalverzamelmonster

Nadere informatie

σ = 1 λ 3,00 μm is: 3,00 x 10-4 cm σ = 1 cm / 3,00 x 10-4 cm= 3,33 10 3 cm -1

σ = 1 λ 3,00 μm is: 3,00 x 10-4 cm σ = 1 cm / 3,00 x 10-4 cm= 3,33 10 3 cm -1 Hoofdstuk 7 Analytische spectrometrie bladzijde 1 Opgave 1 Oranje en groen licht vallen op een prisma (onder dezelfde hoek en in dezelfde richting). Welke kleur wordt het sterkst gebroken? Hoe korter de

Nadere informatie

DieselMotorEmissie. Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH. In samenwerking met. rps.nl 1

DieselMotorEmissie. Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH. In samenwerking met. rps.nl 1 DieselMotorEmissie een vergelijk van analysemethoden RPS Advies In samenwerking met TNO Bouw en Ondergrond Marc Lurvink, Arbeidshygiënist RAH Marc Houtzager rps.nl 1 Inhoud 1. Inleiding 2. Doel 3. DME

Nadere informatie

LABS contactdag 24 november 2015. Debietnorm EN-ISO 16911-1:2013 Handmatige referentiemethode

LABS contactdag 24 november 2015. Debietnorm EN-ISO 16911-1:2013 Handmatige referentiemethode LABS contactdag 24 november 2015 Debietnorm EN-ISO 16911-1:2013 Handmatige referentiemethode Inhoud presentatie NEN commissie Emissiemetingen en Algemene aspecten Overzicht opmerkingen op de norm Huidige

Nadere informatie

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN

Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN Oefenopgaven ANALYSETECHNIEKEN vwo Massaspectrometrie en IR-spectrometrie OPGAVE 1 MTBE is een stof die aan benzine wordt toegevoegd voor een betere verbranding (de klopvastheid wordt vergroot). Door middel

Nadere informatie

Stable Isotopes. Productie van stabiele isotopen bij URENCO Nederland B.V. URENCO Nederland B.V.

Stable Isotopes. Productie van stabiele isotopen bij URENCO Nederland B.V. URENCO Nederland B.V. Stable Isotopes Productie van stabiele isotopen bij URENCO Nederland B.V. Peter Groen Process Development Engineer Stable Isotopes URENCO Nederland B.V. Introduction Doel van de presentatie: Introductie

Nadere informatie

Producten en Diensten. Versie: 2016-2

Producten en Diensten. Versie: 2016-2 Producten en Diensten Versie: 2016-2 Inhoudsopgave 1 Toelichting 3 2 Oppervlaktewater 4 2.1 Monsterneming 4 2.2 Veldmetingen 4 2.3 Chemisch onderzoek 5 2.4 Continue metingen on-site 6 2.5 Bacteriologisch

Nadere informatie

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M Hoofdstuk 8 Rekenen met de mol bladzijde 1 Opgave 1 n = m / M a 64,0 g zuurstofgas (O 2) = 2,00 mol (want n = 64,0 / 32,0) enz b 10,0 g butaan (C 4H 10) = 0,172 mol c 1,00 g suiker (C 12H 22O 11) = 0,00292

Nadere informatie

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen. Definitiebepalingen

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen. Definitiebepalingen Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen Definitiebepalingen In deze bijlage wordt verstaan onder: a etmaal: de aaneengesloten periode van 24 uur waarover

Nadere informatie

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r)

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN. 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) Cursus Chemie 5-1 Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN 1.1. Relatieve Atoommassa (A r) A r = een onbenoemd getal dat de verhouding weergeeft van de atoommassa

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening. Definitiebepalingen

Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening. Definitiebepalingen Bijlage I bij de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Vallei en Veluwe 2014 Bijlage I: Voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening Definitiebepalingen In deze bijlage wordt verstaan

Nadere informatie

Gelijkwaardigheid van niet-geaccrediteerde laboratoria (conform NEN-EN ISO/IEC 17025)

Gelijkwaardigheid van niet-geaccrediteerde laboratoria (conform NEN-EN ISO/IEC 17025) Gelijkwaardigheid van niet-geaccrediteerde laboratoria (conform NEN-EN ISO/IEC 17025) NEa, 20-07-2012, versie 1.0 INTRODUCTIE In artikel 34 van de Monitoring en Rapportage Verordening (MRV) is beschreven

Nadere informatie

SECTIE: Anorganische chemie VALIDATIEPLAN

SECTIE: Anorganische chemie VALIDATIEPLAN FAVV DG LABORATORIA LABO: FLVVG SECTIE: Anorganische chemie VALIDATIEPLAN Analysemethode Techniek Voeding - Kwantitatieve bepaling van calcium, kalium, magnesium, natrium en fosfor met ICP-OES na microgolfontsluiting

Nadere informatie

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010 CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE datum : donderdag 29 juli 2010 tijd : 14.00 tot 17.00 uur aantal opgaven : 6 Iedere opgave dient op een afzonderlijk vel te worden gemaakt

Nadere informatie

Solepura is gelegen in de Noord centrale provincie van Sri Lanka, ruim 3 uur rijden vanaf vliegveld Colombo naar het Noorden.

Solepura is gelegen in de Noord centrale provincie van Sri Lanka, ruim 3 uur rijden vanaf vliegveld Colombo naar het Noorden. Waterzuivering regio Solepura, Sri Lanka Solepura is gelegen in de Noord centrale provincie van Sri Lanka, ruim 3 uur rijden vanaf vliegveld Colombo naar het Noorden. In mei 2012 ging Father Ajith Rohan

Nadere informatie

Uitgave 7 november 2014 Nieuwsbrief

Uitgave 7 november 2014 Nieuwsbrief Uitgave 7 november 2014 Nieuwsbrief STATUS VERHUIZING Zoals in de vorige nieuwsbrief is aangegeven, beëindigt de analyse-activiteiten per 1 januari 2015 op de locatie Almelo. De monsternemers die werkzaam

Nadere informatie

A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU. Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater. 26 april 2002 RIZA

A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU. Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater. 26 april 2002 RIZA A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU Een ad-hoc Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) voor aluminium in oppervlaktewater 26 april 2002 RIZA A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND BV MILIEU Barbarossastraat

Nadere informatie

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Type validatie Type de validation Verantwoordelijke (Naam en functie)

Nadere informatie

Afleiding van de normen voor mineralen en spoorelementen voor paarden en pony s. Dr. A.M. van den Top Adviesbureau VOER-RAAD

Afleiding van de normen voor mineralen en spoorelementen voor paarden en pony s. Dr. A.M. van den Top Adviesbureau VOER-RAAD Afleiding van de normen voor mineralen en spoorelementen voor paarden en pony s Dr. A.M. van den Top Adviesbureau VOER-RAAD Indeling Opzet onderzoek Factoriële methode voor berekening van de mineralenbehoefte

Nadere informatie

Gisteren, vandaag en morgen

Gisteren, vandaag en morgen Gisteren, vandaag en morgen De ontwikkeling van organische analyses in Het Waterlaboratorium Cees Bijsterbosch Het Waterlaboratorium Labanalyse, 1 oktober 2013 Plaats hier uw logo via: beeld => diamodel

Nadere informatie

1) Stoffen, moleculen en atomen

1) Stoffen, moleculen en atomen Herhaling leerstof klas 3 1) Stoffen, moleculen en atomen Scheikundigen houden zich bezig met stoffen. Betekenissen van stof zijn onder andere: - Het materiaal waar kleding van gemaakt is; - Fijne vuildeeltjes;

Nadere informatie

SPID Azimuth antenna rotator Type: BIG-RAK

SPID Azimuth antenna rotator Type: BIG-RAK SPID Azimuth antenna rotator Type: BIG-RAK Specifications: SPID BIG RAK PWM Azimuth Rotator BIG RAK @ 12V BIG RAK @ 18V Turning torque in-lbs/nm 2,800 in lb/315 Nm 3,600 in lb/403 Nm Brake Torque in lbs/nm

Nadere informatie

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 1: INLEIDING MOLECULEN EN ATOMEN

INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 1: INLEIDING MOLECULEN EN ATOMEN INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 1: INLEIDING MOLECULEN EN ATOMEN 1 OVERZICHT 1. Zuivere stof, moleculen en atomen 1. Moleculeformules 2. Elementen 3. Atoomtheorie 4. Atoommassa 5. Moleculemassa

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Laboratoria voor Materialenonderzoek en Chemische analyse. Overzicht uit te voeren organoleptische bepalingen 2010. Januari 2010 Versie 1.

Laboratoria voor Materialenonderzoek en Chemische analyse. Overzicht uit te voeren organoleptische bepalingen 2010. Januari 2010 Versie 1. Laboratoria voor Materialenonderzoek en Chemische analyse Overzicht uit te voeren organoleptische bepalingen 2010 Januari 2010 Versie 1.4 Laboratoria voor Materialenonderzoek en Chemische analyse Overzicht

Nadere informatie

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0.

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0. Onderwerpen: Scherpstelling - Focusering Sluitersnelheid en framerate Sluitersnelheid en belichting Driedimensionale Arthrokinematische Mobilisatie Cursus Klinische Video/Foto-Analyse Avond 3: Scherpte

Nadere informatie

OEFENSET 2006_1 OPGAVEN

OEFENSET 2006_1 OPGAVEN EFENSET 2006_1 PGAVEN werk: Evelien Veltman (secretaresse) Instituut voor eerplanontwikkeling Postbus 2041/7500 CA Enschede Telefoon: (053)4840339 privé: P.A.M. de Groot Kamperzand 1/1274 HK Huizen Telefoon:

Nadere informatie

SPID Azimuth antenna rotator Type: RAK

SPID Azimuth antenna rotator Type: RAK Gauke Boelensstraat 108 NL-9203 RS Drachten The Netherlands Tel: +31 (0) 512 354 126 GSM: +31 (0) 650 882 889 Fax: +31 (0) 847 187 776 www.rfhamdesign.com E-mail: info@rfhamdesign.com SPID Azimuth antenna

Nadere informatie

Actuele ontwikkelingen in Dioxinen analyses met GC-MS/MS binnen de Agrofood

Actuele ontwikkelingen in Dioxinen analyses met GC-MS/MS binnen de Agrofood Actuele ontwikkelingen in Dioxinen analyses met GC-MS/MS binnen de Agrofood Sabina Hofmeyer Analytisch Hoofdmedewerker Instrumentele chemie Qlip N.V. 1 oktober 2013 Onze activiteiten zijn gericht op Voedsel

Nadere informatie

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Type validatie Type de validation Verantwoordelijke (Naam en functie)

Nadere informatie

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION

VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION VALIDATIEPLAN PLAN DE VALIDATION Analysemethode Méthode d analyse Techniek Technique Matrix / matrixgroep Matrice / Groupe de matrices Type validatie Type de validation Verantwoordelijke (Naam en functie)

Nadere informatie

THEORIE UIT EXPERIMENTEN TABELLEN SCIENCE / NATUURKUNDE / SCHEIKUNDE

THEORIE UIT EXPERIMENTEN TABELLEN SCIENCE / NATUURKUNDE / SCHEIKUNDE THEORIE UIT EXPERIMENTEN ONDERBOUW TABELLEN SCIENCE / NATUURKUNDE / SCHEIKUNDE TABEL 1 DICHTHEID (bij 25 C) gram per cm 3 = g cm -3 aardgas 0,00076 alcohol 0,8 aluminium 2,7 broom 3,1 butagas 0,0024 eikenhout

Nadere informatie

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie

Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Prof. ir. Hans van Dijk 1 Afdeling Watermanagement Sectie Gezondheidstechniek Inhoud hydrologische kringloop kwalitatief 1. regenwater 2. afstromend/oppervlaktewater. infiltratie

Nadere informatie

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen Uitwerkingen T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen 2008 Voorbeeld toets dinsdag 29 februari 60 minuten NASK 2, 2(3) VMBO-TGK, DEEL B. H5: VERBRANDEN EN ONTLEDEN

Nadere informatie

validatie in de klinisch farmaceutische analyse nader bekeken t.b.v. HPLC.

validatie in de klinisch farmaceutische analyse nader bekeken t.b.v. HPLC. validatie in de klinisch farmaceutische analyse nader bekeken t.b.v. HPLC. Ziekenhuis Rijnstate Laboratorium Apotheek Sjaak Melchers Wagnerlaan 55 Postbus 9555 9800 TA Arnhem Bij het opzetten van een kwaliteitssysteem

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

De nieuwe NEN 7777. Breder, juister en doeltreffender. Jo Klaessens StatAlike Paltzerweg 201 3734 CL Den Dolder jwaklaessens@ziggo.

De nieuwe NEN 7777. Breder, juister en doeltreffender. Jo Klaessens StatAlike Paltzerweg 201 3734 CL Den Dolder jwaklaessens@ziggo. De nieuwe NEN 7777 Bilthoven, 10-11-10 Breder, juister en doeltreffender Eurachem symposium 2010 Jo Klaessens StatAlike Paltzerweg 201 3734 CL Den Dolder jwaklaessens@ziggo.nl 1 Validatie vormt samen met

Nadere informatie

Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering

Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering Onderzoek waterkwaliteit en Onderzoek waterkwaliteit en waterzuivering Met behulp van kiezel, grof en fijn zand, actieve kool en wat watten werd het natuurlijk zuiveringssysteem van de bodem nagebootst.

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Toets02 Algemene en Anorganische Chemie. 30 oktober 2015 13:00-15:30 uur Holiday Inn Hotel, Leiden

Toets02 Algemene en Anorganische Chemie. 30 oktober 2015 13:00-15:30 uur Holiday Inn Hotel, Leiden Toets02 Algemene en Anorganische Chemie 30 oktober 2015 13:00-15:30 uur Holiday Inn Hotel, Leiden Naam: Studentnummer Universiteit Leiden: Dit is de enige originele versie van jouw tentamen. Het bevat

Nadere informatie

Minimum bepaalbaarheidsgrens

Minimum bepaalbaarheidsgrens Stofnaam Type methode Te onderzoeken in Minimum bepaalbaarheidsgrens Vocht Gravimetrisch Mengvoeders uitgezonderd mineralenmengsels; diervoedergrondstoffen en enkelvoudige diervoeders uitgezonderd minerale

Nadere informatie

Grip op voeding Plantsapme*ngen vs wateranalyses

Grip op voeding Plantsapme*ngen vs wateranalyses Grip op voeding Plantsapme*ngen vs wateranalyses Landelijke Glasgroente dag De toekomst van de tuinbouw Sjoerd Smits, HortiNova Joan Timmermans NovaCropControl Even voorstellen Sinds 003 bezig met plantsapmengen

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen

7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen 7. Hoofdstuk 7 : De Elektronenstructuur van Atomen 7.1. Licht: van golf naar deeltje Frequentie (n) is het aantal golven dat per seconde passeert door een bepaald punt (Hz = 1 cyclus/s). Snelheid: v =

Nadere informatie

Wateranalyses : van etiket tot rapport. Jos Boonen

Wateranalyses : van etiket tot rapport. Jos Boonen Wateranalyses : van etiket tot rapport Jos Boonen Inhoud Het centraal laboratorium van de VMW Validatie van analyseresultaten Toestelkoppelingen Drinkwaterbedrijven Vlaanderen IWVA Centraal laboratorium

Nadere informatie

Gemeente Losser T.a.v. de heer H. Plegt Raadhuisplein 1 7581 AG Losser. Geachte heer Plegt,

Gemeente Losser T.a.v. de heer H. Plegt Raadhuisplein 1 7581 AG Losser. Geachte heer Plegt, Deventerstraat 10 7575 EM Oldenzaal Retouradres: Postbus 336, 7570 AH Oldenzaal Gemeente Losser T.a.v. de heer H. Plegt Raadhuisplein 1 7581 AG Losser telefoon 0541 57 07 30 telefax 0541 57 07 31 e-mail

Nadere informatie

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

Chemisch rekenen, zo doe je dat! 1 Chemisch rekenen, zo doe je dat! GOE Opmerkingen vooraf: 1. Belangrijke schrijfwijzen: 100 = 10 2 ; 1000 = 10 3, enz. 0,1 = 1/10 = 10-1 ; 0,001 = 1/1000 = 10-3 ; 0,000.000.1 = 10-7, enz. gram/kg = gram

Nadere informatie

Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland

Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland Document code: RvA-Tk-2.27 Datum vaststelling: 14 september 2004 Een RvA-Toelichting beschrijft het beleid en/of de werkwijze van

Nadere informatie

Versie 03 Datum van toepassing 2014-04-28

Versie 03 Datum van toepassing 2014-04-28 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Bestuur Laboratoria I-MET-FLVVT-055 I-MET-FLVVT-055 BEPALING VAN RUW VET IN DIERENVOEDERS Versie 03 Datum van toepassing 2014-04-28 Opgesteld

Nadere informatie

Bepaling van de elektrische geleidbaarheid

Bepaling van de elektrische geleidbaarheid Bepaling van de elektrische geleidbaarheid april 2006 Pagina 1 van 8 WAC/III/A/004 INHOUD 1 TOEPASSINGSGEBIED... 3 2 DEFINITIES... 3 2.1 SPECIFIEKE GELEIDBAARHEID, ELEKTRISCHE GELEIDBAARHEID (γ)... 3 2.2

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19049 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19049 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19049 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Lindenburg, Petrus Wilhelmus Title: New electromigration-driven enrichment techniques

Nadere informatie

Methoden voor de bepaling van anionen

Methoden voor de bepaling van anionen Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water Versie november 2014 WAC/III/C Inhoud INHOUD 1 Drinkwater 3 2 Afvalwater 5 3 Grondwater 8 4 Oppervlaktewater 10 Voor de conservering en behandeling

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie