Namen: Robbert Wester Project: Passiefhuizen in Nederland Rob Reintsema Datum: 16 juni 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Namen: Robbert Wester Project: Passiefhuizen in Nederland Rob Reintsema Datum: 16 juni 2011"

Transcriptie

1 Voorwoord Exact 85 dagen nadat we tijdens de peiling een GO kregen voor ons projectplan, kunnen we dit afstudeerverslag van ons onderzoek naar passiefhuizen in Nederland opleveren. De vele uren onderzoek, de vierkante ogen die zijn ontstaan door het staren naar de laptops, de vele treinreizen, het geproduceerde zweet, de ontstane ergernissen en de lachwekkende momenten hebben geleid tot deze papieren bundel die voor u ligt. Maar alleen hadden we dit niet kunnen bereiken, vandaar dat we onze dank uit willen spreken naar iedereen die ons hierbij geholpen heeft. Allereerst gaat onze dank uit naar onze afstudeerbegeleider van de Hanzehogeschool in Groningen, Ireen de Jong, die ons gedurende het onderzoek gestuurd, gecorrigeerd en geholpen heeft. Daarnaast bedanken we de bewoners van de passiefhuizen die in hun eigen vrije tijd de deuren voor ons openden en ons voorzien hebben van cruciale informatie. Vervolgens is er onze dank naar de werkenden in de passiefhuissector, die ons met hun ervaringen en bevindingen verder hebben geholpen naar het einde van ons onderzoek. Ook de mensen die in principe niets met passieve woningen van doen hadden, maar ons toch op een manier geholpen hebben willen we hierbij bedanken. En tot slot, iedereen die zich niet aangesproken voelt tot een hierboven genoemde groep, maar toch een bijdrage heeft geleverd aan ons onderzoek: bedankt! Rob Reintsema & Robbert Wester 1

2 Inhoudsopgave 1. Inleiding Het verhaal vóór het passiefhuis De achteruitgang De gevolgen De oplossingen Passiefhuis versus energie nulwoning Energie nulwoning Passiefhuis De vergelijking Voor- en nadelen Overeenkomsten Constructiematerialen Materiaalkeuze Ontwerpmogelijkheden Voordelen Milieubewustheid Energiezuinigheid Indelingsvrijheid Nadelen Hogere bouwkosten Noodzakelijke balansventilatie Architectonische en ontwerpbeperkingen Overige verschillen Het binnenklimaat Geluid Brandgevaar Vereiste nauwkeurigheid Terugverdientijd Aanpak Kosten

3 5.3 Percentage meerprijs Maandlasten Milieu Conclusie Passiefhuizen in Nederland Verdeling passiefhuizen Kaart Succesvolheid EPC Extra investering en terugverdientijd Bekendheid Vooroordelen Woningmarkt Sociale woningsector De buitenlandse vergelijking De woningen Belastingvoordeel en subsidies Brandgevaar Het onderzoek Brink Climate Systems Brandweer Groningen Situatieschetsen Situatie Situatie Situatie Situatie Situatie Situatie Conclusie Conclusie Deelvragen Deelvraag Deelvraag

4 9.1.3 Deelvraag Deelvraag Deelvraag Hoofdvraag Overige conclusies Overeenkomsten Overige verschillen Literatuurlijst

5 1. Inleiding In eerste instantie hadden we ons ingeschreven voor een afstudeerproject met als opdrachtgever FC Groningen. In deze opdracht moest de Euroborg, het stadion van FC Groningen, het meest energiezuinige stadion van Europa worden. Om onze rol hierin duidelijk te krijgen zouden we een afspraak moeten maken met een vertegenwoordiger van FC Groningen. Het bleek echter dat de opdracht van FC Groningen naar de Hanzehogeschool nog niet volledig was, en tevens zou het minstens twee weken duren om een afspraak te maken. Ondertussen waren we al bijna een maand verder, en hierop hebben we besloten om ons te richten op een andere opdracht: passiefhuizen. De doelstelling van de opdracht, zoals we die accepteerden, was om een vergelijking te maken tussen passiefhuizen in Nederland en in Denemarken, in opdracht van de Universiteit van Aalborg. Het passiefhuis was bij ons beide nog onbekend, en na het eerste inlezen in het onderwerp bleek al gauw dat er voldoende tijd zou gaan zitten om de analyse van passiefhuizen in Nederland op papier te krijgen. Zodoende hebben we de vergelijking met Denemarken naast ons neer gelegd en hebben we ons gericht op passiefhuizen in Nederland. Een passiefhuis is een vorm van een energiezuinige en milieubewuste woning, die gebruik maakt van bestaande (passieve) energie, zoals warmte van de zon en van personen en apparaten in een woning. Op deze manier is er nog maar weinig energie nodig voor de overige verwarmingsbehoefte. Deze energiezuinigheid en milieubewustheid sprak ons erg aan in het onderwerp, o.a. omdat beide een grote rol gaan spelen in het toekomstige bouwen. Daarnaast trok het buitenlandse facet ons in eerste instantie naar de opdracht toe, maar zoals gezegd is de vergelijking met Denemarken komen te vervallen. Naarmate het onderzoek vorderde begon het passiefhuis ons steeds meer te interesseren, voornamelijk in aspecten die we gaandeweg tegen zijn gekomen. Enkele onderdelen hadden we nog graag uit willen zoeken en op dit moment missen we dan ook de verloren tijd aan het begin van dit afstudeersemester. Desalniettemin beschouwen we ons onderzoek als klaar, maar we hopen dat de informatie in dit verslag kan aanzetten tot nog meer onderzoek. In dit afstudeerverslag zijn de resultaten van onze literatuur- en veldonderzoeken naar passiefhuizen in Nederland verwerkt. We hebben ons voornamelijk gericht op de vrijstaande woningbouw van passiefhuizen, maar hetgeen we tegen zijn gekomen over renovatie en sociale woningbouw hebben we ook vermeld. Aan de hand van de volgende, in het projectplan opgestelde, hoofd- en deelvragen hebben we ons onderzoek opgebouwd: Hoofdvraag: Wat is een passiefhuis in Nederland en hoe kan de toekomst hiervan versneld worden? Deelvragen: 1) Wat is het verschil tussen een passiefhuis en een energie nul woning? 2) Wat zijn de voor- en nadelen van een passiefhuis en hoe zijn de nadelen te beperken? 3) Hoe lang duurt het voordat een passiefhuis zich heeft terugverdiend? 4) Waarom behoort passief bouwen in Nederland nog niet tot de standaard? 5) Zijn er buitenlandse ontwikkelingen die het passieve bouwen in Nederland kunnen verbeteren? 5

6 We trappen dit verslag af met een hoofdstuk over de reden om passieve woningen te realiseren, namelijk de energiezuinigheid en milieubewustheid die bijdragen aan de aanpak van het versterkte broeikaseffect. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de verschillen tussen energie nulwoningen en passiefhuizen. Deze beide worden wel eens door elkaar gehaald en daarom worden beide woningvormen gedefinieerd, met de nadruk op passiefhuizen. De voor- en nadelen van passiefhuizen ten opzichte van reguliere woningen worden in het vierde hoofdstuk uitgewerkt. We hebben meerdere passiefhuizen in Nederland bezocht en uit de ervaringen van de bewoners hebben we de voor- en nadelen geconcludeerd. Er wordt ingegaan op onderdelen als materiaalgebruik, het kostenplaatje en de ontwerpmogelijkheden. In hoofdstuk vijf wordt uitgebreid verteld over de terugverdientijd van een passiefhuis, de tijd die nodig is om de extra kosten via een verlaagde energierekening er weer uit te halen. Hoofdstuk zes behandelt de succesvolheid van passiefhuizen in Nederland. De redenen voor de relatief weinig passieve woningen in Nederland, vergeleken met omliggende landen als Duitsland en België, worden behandeld, en tevens is er een overzicht gemaakt van gerealiseerde passiefhuizen in Nederland. In het zevende hoofdstuk hebben we alsnog een buitenlandse tint aan ons onderzoek gegeven. Om te kijken wat de verschillen zijn tussen passiefhuizen in Nederland en België zijn we de grens over gegaan om daar enkele passiefhuizen te bezoeken, hetgeen uitgewerkt is in dit hoofdstuk. Het achtste hoofdstuk gaat over een nadeel van passiefhuizen dat genoemd is in een Belgisch onderzoek, namelijk een groter brandgevaar. Naar aanleiding van dit onderzoek hebben we naast literatuuronderzoek ook een bezoek gebracht aan de brandweer, waardoor we de nodige kennis over brandgevaar in passiefhuizen verzameld hebben. Tot slot is in hoofdstuk negen de conclusie geschreven, waarin de belangrijkste aspecten van de voorgaande hoofdstukken zijn verwerkt. 6

7 2. Het verhaal vóór het passiefhuis Passief en energiezuinig bouwen is een trend van de laatste jaren. Motieven die gebruikt worden zijn kostenbesparing, voor het individu, en een halt toeroepen aan de achteruitgang van het milieu, voor ons allen. De kostenbesparing spreekt voor zich: hoe minder energie er verbruikt wordt, hoe minder kosten de eigenaar maakt. Maar hoe komt het nu dat door menselijk handelen ons milieu kwalitatief achteruit gaat? En hoe is deze achteruitgang te stoppen of zijn de gevolgen onomkeerbaar? In dit hoofdstuk van dit afstudeerverslag wordt op deze en andere vragen een antwoord gegeven. 2.1 De achteruitgang De mens draagt op vele manieren bij aan de achteruitgang van de natuur en het milieu op aarde. Zo verontreinigen we wateren, kappen en branden we bossen, dumpen we afval en, wat het meeste aansluit bij de opkomst van energiezuinig bouwen en leven, vervuilen we de lucht. Er zijn vele manieren waarop we de lucht op aarde aan het vervuilen zijn, maar datgene waar een passiefhuis zich voornamelijk tegen verzet is de manier van opwekking van energie. Om het leven voor de mens zo aangenaam mogelijk te maken komen er steeds nieuwe ontwikkelingen die gezorgd hebben voor een enorme toename van ons energieverbruik. Zo is het wereldwijde energieverbruik in de twintigste eeuw vervijftienvoudigd, waarbij duurzame vormen van energie, zoals zon, wind en water, een zeer ondergeschikte rol hebben gespeeld (Reijnders, 2006). In plaats daarvan is er veelvuldig gebruik gemaakt van de verbranding van fossiele brandstoffen om energie op te wekken. Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die zijn opgebouwd uit resten van dode organismen. Deze organische resten bestaan uit kool- en waterstofverbindingen en hebben eeuwen, soms wel millennia, nodig om zich op te bouwen tot de brandstoffen die wij weer gebruiken. De vorming gaat dus veel langzamer dan het gebruik ervan, en om deze reden wordt de naam niet-hernieuwbaar aan fossiele brandstoffen gekoppeld. De drie fossiele brandstoffen die door de mens verbruikt worden zijn aardolie, aardgas en kolen. Samen zorgen deze drie voor 86,5 procent van onze basisbehoefte aan energie op aarde, waarvan 36,5 procent olie, 27 procent kolen en 23 procent gas (Gore, 2009). Naast het feit dat de bronnen van deze fossiele brandstoffen op een dag uitgeput zullen raken, we zitten op dit moment al op of tegen het maximum van de wereldwijde olieproductie (Gore, 2009), is er een veel belangrijkere reden om alternatieve energievormen te gaan zoeken. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen namelijk bepaalde gassen vrij die ervoor zorgen dat de luchtkwaliteit omlaag gaat, wat in Nederland zelfs zorgt voor een dodelijk aantal slachtoffers van twintigduizend per jaar door aan energievoorziening verbonden luchtverontreiniging (Reijnders, 2006). Naast dit directe gevolg is er een ander gevolg van deze verbrandingsgassen die ons klimaat op aarde drastisch verandert: het versterkte broeikaseffect. Het natuurlijke broeikaseffect zorgt ervoor dat de aarde een leefbare planeet kan zijn. Zonneenergie komt in de vorm van lichtgolven de atmosfeer binnen en verwarmt onze aarde. Een deel van deze lichtgolven wordt door de aarde teruggekaatst in de vorm van infrarode straling. Een deel van deze uitgaande infrarode straling wordt vervolgens vastgehouden in de atmosfeer, waardoor de temperatuur op de aarde binnen de juiste grenzen blijft. 0,5 7

8 Procent van de atmosfeer bestaat van nature uit gassen die het vermogen hebben om de warmte aan het aardoppervlak vast te houden. Zonder dit effect zou de gemiddelde grondtemperatuur -18 graden bedragen, en dus zorgt het door een verhoging van 33 graden voor een gemiddelde temperatuur van 15 graden (Geurts & Dorland, 2005). Aan dit fenomeen is de naam broeikaseffect gegeven vanwege de vergelijking met een letterlijke broeikas: zonne-energie komt via het glazen dak de kas in en wordt daarbinnen omgezet in warmte. Een deel van deze warmte, in de vorm van infrarode straling, wordt teruggekaatst en wordt vervolgens vastgehouden door het glazen dakoppervlak, om zodoende de temperatuur in de kas relatief hoog te houden. Om vervolgens de link weer te leggen naar het broeikaseffect: de gassen in de atmosfeer vervullen de rol van het glazen dakoppervlak waardoor een soortgelijke situatie ontstaat. Deze gassen worden betiteld als broeikasgassen, de gassen die de warmte afkomstig van de aarde vasthouden. Het voornaamste broeikasgas is waterdamp (H 2O), wat ongeveer tweederde van het natuurlijke broeikaseffect voor zijn rekening neemt. De hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer is onafhankelijk van menselijke activiteiten, maar versterkt het effect van broeikasgassen wel doordat het zich uitzet wanneer er sprake is van een temperatuursstijging. Kooldioxide (CO 2), het belangrijkste broeikasgas na waterdamp, is echter wel beïnvloedbaar door menselijke activiteiten (Geurts & Dorland, 2005). Kooldioxide is een van de gassen die o.a. vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen en zich vervolgens nestelt in de atmosfeer. Hoe meer kooldioxide er vrij komt, hoe meer er in de atmosfeer terechtkomt en hoe meer warmte op aarde vastgehouden wordt: het versterkte broeikaseffect. Andere broeikasgassen zijn methaan, lachgas, CFK s en dergelijke, en ozon. 2.2 De gevolgen Doordat er dus meer en meer kooldioxide door ons in het milieu wordt vrijgelaten, wordt het natuurlijke broeikaseffect versterkt en wordt uiteindelijk de gemiddelde temperatuur op aarde hoger. De wereldgemiddelde temperatuur zal naar schatting in de periode stijgen met 1,4 tot 5,8 graden (Geurts & Dorland, 2005). Doordat de temperatuur oploopt dreigt een klimaatverandering zich te voltrekken met ver strekkende gevolgen. Als eerste gevolg kan de stijging van de zeespiegel genoemd worden. Door de temperatuurverhoging smelten ijskappen, gletsjers en andere ijsmassa s sneller waardoor de hoeveelheid vloeibaar water toeneemt. Tevens zet water uit bij temperatuurverhoging waardoor de verwachting is dat in de loop van de 21 e eeuw de zeespiegel met 9 tot 88 centimeter zal stijgen. Het stijgen van de zeespiegel vergroot vervolgens de kans op overstromingen en de kans op het buiten de oevers treden van rivieren, kanalen en andere wateren. Hierdoor kan het zoute zeewater vervolgens op plekken komen waar het schade aan planten en dieren veroorzaakt en kunnen er problemen ontstaan met de drinkwatervoorziening in kustgebieden. Daarnaast moeten we in Nederland extra oplettend zijn voor de zeespiegelstijging, aangezien we ook rekening moeten houden met een bodemdaling van 10 tot 20 centimeter per eeuw (Geurts & Dorland, 2005). Een tweede gevolg is de verwachte toename van neerslag en meer extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven. Bij temperatuurstijging wordt de lucht ook warmer, en warme lucht kan meer waterdamp opnemen dan koude lucht. Hierdoor worden regenbuien intensiever en neemt de hoeveelheid neerslag op jaarbasis ook toe. Daarnaast 8

9 verdampt water sneller bij een hogere temperatuur, dus zal er ook meer waterdamp in de lucht aanwezig zijn. Deze toename van de hoeveelheid neerslag gaat echter niet geleidelijk over de wereld. Verwacht wordt dat de subtropen juist te maken krijgen met meer droogte en dat de gematigde breedten de toename van neerslag over zich heen zullen krijgen. Daarnaast zorgen de hogere temperaturen op aarde voor een toename van orkanen, tornado s en andere extreme weersomstandigheden. (Gore, 2006) Een derde gevolg is de droogte die door de kwikstijging gaat ontstaan. Door een tekort aan water groeien sommige gewassen minder goed en de kans op mislukking van de oogst wordt hierdoor groter. Vooral plekken waar nu al veel droogte voorkomt, zoals Afrika, het Midden Oosten en India, zullen hier veel hinder van ondervinden. In landen als Nederland, waar het natter en warmer wordt, kunnen gewassen mogelijk harder gaan groeien. Hierbij komt dus dat klimaatzones verschuiven en doordat sommige planten- en diersoorten zich hieraan niet snel genoeg kunnen aanpassen worden ze met uitsterven bedreigd. Ook in de zeeën zijn deze verschuivingen terug te vinden, aangezien het water te warm wordt voor koraal en diersoorten. (Milieu Centraal) Als vierde kan de bedreiging van de volksgezondheid genoemd worden. Allereerst doordat er voedsel- en watertekorten kunnen ontstaan, maar ook door meer verspreiding van ziekten en allergieën, en dat ziekten zoals malaria ook in andere gebieden kunnen voorkomen. Daarnaast zorgen extreme weersomstandigheden, zowel kou als hitte, voor een verhoogde kans op sterfte, voornamelijk onder ouderen. In de figuur hieronder is het verband aangegeven tussen sterfte en temperatuur tijdens week 22 t/m week 52 van het jaar 2006 in Nederland. Hieruit kan geconcludeerd worden dat tijdens hoge temperaturen, bijvoorbeeld boven de 25 C, sterftepieken ontstaan. (Milieu Centraal) Sterfte per week, zomer en herfst Bron: milde temperaturen, lage sterfte. 2.3 De oplossingen De gevolgen van de klimaatverandering betreffen ons dus allemaal, maar in hoeverre zijn deze nog te stoppen? Duidelijk is dat de gemiddelde wereldtemperatuur aan het stijgen is, maar zoals Al Gore, kenner op het gebied van klimaatverandering, zei: Het is vijf voor twaalf, maar het is nog niet te laat. (Gore, 2006) 9

10 Op meer manieren dan alleen bij de opwekking van energie worden door menselijk handelen broeikasgassen uitgestoten die het broeikaseffect versterken, zoals bij ontbossing en het gebruik van auto s. Door bij elk thema goed te kijken naar verbeteringen zijn er kleine stappen te zetten naar het behoud van de aarde zoals deze nu is. Bij de opwekking van energie is er de mogelijkheid om de energievraag sterk naar beneden te drukken, door bijvoorbeeld energiezuinige woningen en gebouwen neer te zetten. Het passiefhuis, het onderwerp van dit afstudeerproject, speelt in op de energiezuinigheid. Door het energieverbruik in passiefhuizen zo laag mogelijk te maken, hoeft er dus minder energie opgewekt te worden, waardoor er minder CO 2 de atmosfeer in wordt gestoten. Op deze manier draagt het passiefhuis dus bij aan de strijd tegen de klimaatverandering. 10

11 3. Passiefhuis versus energie nulwoning Het begrip passiefhuis is nu al enige keren genoemd, maar een echte definitie is hiervoor nog niet gegeven. Om duidelijk uit te leggen wat een passiefhuis precies is, dient er geen verwarring te zijn met andere energiezuinige woonvormen die zich ook steeds meer ontwikkelen. Zo wordt een passiefhuis nog wel eens verward met een energie nulwoning. Zoals gezegd zijn beide bouwconcepten erop uit om een woning zo energiezuinig mogelijk te maken, maar beide concepten doen dit vanuit een eigen benaderingsmethode. In dit hoofdstuk wordt er duidelijk gemaakt wat beide principes inhouden en wat de verschillen zijn tussen beide, waardoor er geen verwarring meer bestaat over het onderwerp dat in dit afstudeerproject behandeld is. 3.1 Energie nulwoning Een energie nulwoning, ook wel een energieneutrale woning, een EPC 0 woning, een balanswoning, een CO 2-neutrale woning of een actiefhuis genoemd, heeft als uitgangspunt dat er over een heel jaar evenveel, of zelfs meer, energie wordt opgewekt als dat er verbruikt wordt. In dat geval is het energieverbruik op jaarbasis dus nul, waaruit de benaming energie nul woning verklaard kan worden (Debije). Bij een letterlijke interpretatie van de begrippen energie nul en actiefhuis is hier nog een verschil aan te merken, namelijk een even grote opbrengst als verbruik, en een grotere opbrengst dan het verbruik. Aangezien de kans klein is dat het energieverbruik en de energieopbrengst van de woning precies gelijk is hetgeen het geval is bij energie nul scharen we de woningsoorten die evenveel of meer opwekken dan er verbruikt wordt onder de benaming energie nul. De verwachte energiezuinigheid van een woning wordt berekend aan de hand van de energieprestatiecoëfficiënt, afgekort de EPC. De EPC richt zich op het gebouwverbonden energieverbruik, waaronder verlichting, warm tapwater, ventilatie en verwarming van het binnenklimaat vallen. Er wordt dus geen rekening gehouden met het energieverbruik voor o.a. koken, wassen en apparatuur. Vanaf 1 januari 2011 geldt een EPC-grenswaarde van 0,6, en deze zal vanaf 2015 dalen naar 0,4 (Rijksoverheid 2011). Wanneer de EPC-berekening de uitkomst nul heeft, betekent dit dus dat de woning zichzelf voorziet in de gebouwgebonden woningbehoeften. Om tot deze uitkomst te komen, richt de energie nul woning zich op het terugdringen van onnodig energieverbruik, op het gebruik van duurzame energiebronnen en het toepassen van efficiënte installaties. Het terugdringen van onnodig energieverbruik begint met het toepassen van meer isolatie en meer isolerend glas dan gebruikelijk is bij reguliere woningen. Op deze manier kan warmte moeilijker ontsnappen uit de woning waardoor er minder energie nodig zal zijn voor de verwarming. Naast deze dikkere schil is het volgens het energie nulprincipe belangrijk om gebruik te maken van energiezuinige apparaten, om de energievraag naar beneden te drukken. Ten tweede is het bij energieneutraal bouwen noodzakelijk om de benodigde energie te halen uit duurzame (onuitputbare) energiebronnen, zoals de zon en de wind, om op deze manier de uitstoot van CO 2 te elimineren. Door het toepassen van zonnepanelen of windmolens, kan zonne- of windenergie omgezet worden naar elektriciteit. Wanneer deze apparaten worden aangesloten op het elektriciteitsnet van de woning, kan de energiebehoefte volledig worden voorzien. Wanneer er een tekort aan elektriciteit is, kan er worden teruggevallen op het reguliere elektriciteitsnet. Wanneer er teveel elektriciteit is 11

12 opgewekt, dan kan dit aan het net teruggeleverd worden. Daarnaast kan een zonneboiler toegepast worden. Op een zonneboiler zijn zonnecollectoren aangesloten, die zonlicht omzetten in warmte. Met deze warmte kan water opgewarmd worden voor het douchen, wassen, afwassen en eventueel voor ruimteverwarming. (Milieu Centraal) Een andere optie is om met behulp van een warmtepomp warmte, of in de hetere perioden koeling, van de aarde of de lucht te onttrekken. Bij het toepassen van een dergelijk systeem kan bijvoorbeeld koud water, wanneer er verwarming gevraagd wordt, langs warm grondwater geleid worden waardoor het koude water opgewarmd wordt. Dit opgewarmde water kan vervolgens gebruikt worden voor bijvoorbeeld een verwarmingssysteem. Als laatste is het belangrijk om de juiste installaties toe te passen. Om de woning van een goede ventilatie te voorzien wordt het aangeraden om een hoog rendement (afgekort HR) gebalanceerd ventilatiesysteem met warmteterugwinning (afgekort WTW) te installeren, waarmee de aan te voeren buitenlucht door de af te voeren lucht op temperatuur gebracht wordt. Ventilatieverliezen kunnen op deze manier beperkt worden doordat lucht niet af- of aangevoerd moet worden via open ramen of deuren. (Novem, 2000) Een andere installatie die toegepast kan worden is een WTW-systeem om warm afvalwater te gebruiken voor de verwarming van koud water, zoals bij een douche toegepast kan worden (Groene-energiewinkel). Een energie nul woning richt zich dus in principe niet volledig op het beperken van energieverliezen maar voornamelijk op de balans tussen de opwekking en het verbruik. Het kan dus zijn dat een energie nul woning in hoge mate energie opwekt en veel van deze duurzame energie verbruikt voor de voorziening van de woning. Het energieverbruik van een dergelijke woning kan dus nog wel hoog zijn, zij het op een duurzame manier. 3.2 Passiefhuis Een passiefhuis richt zich volledig op het beperken van het energieverbruik voor ruimteverwarming. Het gebruik van passieve warmtebronnen, zoals de zon, bewoners en huishoudelijke apparaten, zorgt voor bijna alle benodigde warmte in een woning, en door slimme bouwmethoden toe te passen is er van warmteverlies bijna geen sprake. Waar bij de energie nul woningen gebruik gemaakt wordt van een EPC-berekening om het te verwachten energieverbruik te bepalen, wordt voor het passiefhuis gebruik gemaakt van het passiefhuis rekenpakket (PHPP) 1. Aan de hand van deze berekening kan vastgesteld worden of een woning voldoet aan de passiefhuiscriteria, waarover later meer wordt verteld (Stichting PassiefHuis Holland, 2008). Echter, een passiefhuis moet wel voldoen aan de gestelde EPC-eis, die zoals gezegd op dit moment 0,6 bedraagt en vanaf 2015 daalt naar 0,4. Het passiefhuisconcept is oorspronkelijk ontwikkeld door professor Bo Adamson aan de universiteit van Lund in Zweden aan het einde van de jaren tachtig. Sinds het begin van de jaren negentig is het concept verder gebracht door het wetenschappelijke Passivhaus Institut in Darmstadt, onder leiding van doctor Wolfgang Feist. Inmiddels zijn er meer dan passiefhuizen gebouwd in Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Zwitserland, maar ook in Nederland zijn al tientallen passiefhuizen gerealiseerd (Boonstra, 2006). Bij het ontwikkelen van een passiefhuis is het allereerst noodzakelijk om het ontwerp hierop af te stemmen. Om zoveel mogelijk warmte van de zon te verkrijgen is het belangrijk om een passiefhuis op de zon te oriënteren, en door de zonzijde van een woning, de Zuidzijde, zoveel mogelijk van glas te voorzien. Tegelijkertijd moet in de koude zijde van een woning 1 De afkorting PHPP komt van de Duitse benaming PassivHausProjektierungPack. 12

13 het glasgebruik zoveel mogelijk beperkt worden. De optimale oriëntatie van een passiefhuis is noord-zuid, waarbij afwijkingen van 25 graden naar beide zijden nauwelijks invloed hebben (Boonstra, 2006). Bij de ontwerpontwikkeling moet het rekenprogramma PHPP al toegepast worden, omdat het ontwerp van groot belang is voor de uitkomst. 2 (Stichting PassiefHuis Holland, 2008) Naast het ontwerp dient de schil van een passiefhuis optimaal geïsoleerd te worden. Isolatiedikten van 350 millimeter in wanden, 300 millimeter in vloeren en zelfs 450 millimeter in het dak zijn dan ook geen uitzonderingen. Op deze manier is een Rc-waarde 3 van meer dan 8,4-10 en een U-waarde 4 van minimaal 0,15 W/m²K te behalen (Boonstra, 2006). Ter vergelijking: in nieuw te bouwen reguliere woningen wordt een Rc-waarde van 4 toegepast, terwijl de voorschriften vanuit het Bouwbesluit tegenwoordig mikken op een Rcwaarde van 3,5 (Stichting Spaar Het Klimaat, 2010). Bij het isoleren van een passiefhuis is het dus ook erg belangrijk om de schil zoveel mogelijk door te laten lopen, en dus niet te laten onderbreken door materialen die warmte naar buiten kunnen geleiden. Het is dus belangrijk om bij de detaillering koudebruggen, of naar gelieve warmtebruggen, te vermijden. Op deze manier komt de warme binnenlucht ook niet in aanraking met een koud oppervlak waardoor condensvorming in de woning niet kan optreden. (Boonstra, 2006) Schilonderbrekingen die niet te vermijden zijn, zijn raam- en deuropeningen. En omdat het passiefhuis zich voornamelijk richt op het toelaten van daglicht aan de zonzijde, is het van belang dat de gevelopeningen op zichzelf ook goed geïsoleerd worden. Drievoudige beglazing is dus een must waardoor een g-waarde 5 van meer dan 50% behaald wordt. Dit betekent dat het glas meer warmte van de zon opvangt dan dat het verliest. Tevens is de U- waarde van dit glas kleiner dan 0,6 W/m²K. Daarnaast moeten kozijnen en deuren op zichzelf ook geïsoleerd worden, met als uitgangspunt een U-waarde van minder dan 0,8 W/m²K. (Stichting PassiefHuis Holland, 2008) Door de hoge g-waarde is een passiefhuis in de hetere maanden kwetsbaar voor verhitting in de woning. Door gebruik te maken van zonwering kan in de zomermaanden de warmte buiten gehouden worden om op deze manier weer energie te besparen op het ventilatiesysteem. Om de schilisolatie optimaal tot zijn recht te laten komen, wordt het passiefhuis kierdicht gemaakt, zodat lucht, vocht of warmte de woning niet ongewenst in of uit kan. Alle naden en kieren worden luchtdicht gemaakt met tape en folie. Door zoveel mogelijk te prefabriceren is deze kierdichtheid het betrouwbaarste uit te voeren, aangezien de kans op fouten op de bouwplaats zelf daarmee verkleind zal worden. Vervolgens moet een blowerdoor-test uitwijzen of de woning voldoende luchtdicht is, waarbij aan de volgende eis voldaan moet worden: n50-waarde 6 0,6 h -1 (Stichting PassiefHuis Holland, 2008). Omgerekend naar Nederlandse termen zorgt deze eis voor een qv10-waarde 7 van 0,15 dm 3 / s * m 2 (Airaksinen, 2007). Bij een blowerdoor-test wordt een woning afgesloten, en wordt er vervolgens in een van de deurkozijnen een ventilator geplaatst. Deze ventilator zorgt voor 2 Zie o.a. bijlage 1: Bezoek passiefhuis te Zeist. 3 De Rc-waarde is de som van elke R-waarde, de warmteweerstand, van een laag in een constructie. 4 De U-waarde is de warmtedoorgangscoëfficient. U = 1 / R. 5 De g-waarde staat voor de lichtdoorlatendheid van zonne-energie. 6 De n50-waarde staat voor het aantal luchtwisselingen per uur om een ruimte van verse lucht te voorzien bij een drukverschil van 50 Pascal. n50 = lekdebiet / netto volume. 7 De qv10-waarde staat voor de luchtdoorlatendheid: de luchtvolumestroom, de hoeveelheid lucht die per tijdseenheid wordt toe- of afgevoerd (uitgedrukt in qv), die ontstaat via kieren en naden bij een drukverschil van 10 Pascal. 13

14 een drukverschil tussen de woning en de buitenlucht, en hierdoor kunnen eventuele luchtlekken gevonden worden. Doordat er luchtdicht gebouwd wordt, is het toepassen van een goed ventilatiesysteem zeer belangrijk. Met het installeren van een mechanisch gestuurd balansventilatiesysteem wordt de woning voorzien van verse en schone lucht, terwijl gebruikte lucht wordt afgevoerd. Door dit systeem met WTW uit te rusten, wordt tevens bijna alle warmte teruggewonnen wat weer bijdraagt aan de energiezuinigheid van het passiefhuis. Daarbij is het van belang om de ventilatiekanalen ook goed te isoleren, om warmteverliezen te vermijden. (Boonstra, 2006) Wanneer de hierboven genoemde kenmerken van een passiefhuis worden toegepast, is een regulier verwarmingssysteem bijna niet meer nodig. In de meeste gevallen kan dus volstaan worden met een klein verwarmingselement. Tevens kan een passiefhuis uitgerust worden met een efficiënte installatie, bijvoorbeeld een waarin ventilatie, luchtfiltering, WTW, tapwater- en ruimteverwarming in één behuizing is verwerkt. Bij de keuze voor een dergelijk systeem speelt ruimtebesparing een grote rol. In aansluiting op de keuze voor een energiezuinige installatie wordt ook aangeraden te kijken naar energiezuinigheid van elektrische apparaten en verlichting. Dit moet ervoor zorgen dat het totale primaire energiegebruik in een passiefhuis een maximum heeft van 120 kwh/m 2 /jaar. 8 (Boonstra, 2006) Tot slot kan een passiefhuis zich nog richten op het gebruik van duurzame energie, waarbij voornamelijk zonne-energie effectief toepasbaar is. Zonnecollectoren kunnen de warmwatervoorziening in de woning op zich nemen en zonnepanelen kunnen de woning voorzien van duurzame additionele elektrische energie. Wanneer een woning volgens het passiefhuisconcept is ontwikkeld, komt deze in aanmerking voor een passiefhuiscertificaat. Om dit certificaat toebedeeld te krijgen moet aan de volgende eisen voldaan worden (Boonstra, 2006): De netto energiebehoefte voor verwarming in de woning is 15 kwh/m 2 /jaar 9 De n50-waarde is 0,6 h-1 De temperatuuroverschrijdingsfrequentie boven 25 C is 5% Deze certificaten worden op dit moment door twee instanties uitgereikt, namelijk Stichting PassiefHuis Holland (afgekort SPHH) en Stichting Passief Bouwen (afgekort SPB). Tegen betaling kan een certificaat aangevraagd worden, maar in tegenstelling tot in een land als België, leidt het passiefhuiscertificaat in Nederland niet tot een belastingvoordeel. Het certificaat in Nederland geeft een eigenaar de zekerheid dat de woning aan de passiefhuiseisen voldoet en dat hiermee een energielabel A++ te behalen is (Energielabel). Een energielabel is sinds 2008 verplicht bij de verkoop en verhuur van woningen, maar met een EPC-berekening voldoet een eigenaar ook aan de labelplicht (Rijksoverheid, 2011). Daarnaast is het tonen van de werkelijke energierekening het meest overtuigende verkoopmiddel. Het voordeel dat een passiefhuiscertificaat geeft voor het behalen van een 8 Voor renovatie staat deze eis op 130 kwh/m 2 /jaar. 9 Voor renovatie staat deze eis op 25 kwh/m 2 /jaar 14

15 zuinig energielabel is dus eigenlijk overbodig, waardoor er weinig redenen bestaan om in Nederland een certificaat aan te vragen. 15

16 3.3 De vergelijking Zowel het energie nulprincipe als het passiefhuisprincipe zorgen voor een enorme energiezuinigheid vergeleken bij reguliere woningen, maar beide doen dit op hun eigen manier. Een energie nulwoning richt zich voornamelijk op de balans tussen het opwekken van duurzame energie en het verbruik daarvan. Om uiteindelijk aan de eis van een nulwoning te voldoen, namelijk dat de EPC 0 is, wordt er o.a. een dikkere laag isolatie en een beter isolerend glas toegepast. Daarnaast is het noodzakelijk om installaties toe te passen die energie uit duurzame energiebronnen halen, zoals zonnepanelen, een zonneboiler of een warmtepomp. In aanvulling op deze installaties kunnen ook nog andere WTW-methoden worden toegepast, zoals het terugwinnen van warmte afkomstig van douchewater. Hierdoor wordt het energieverbruik van energie nulwoningen dus wel verlaagd vergeleken met reguliere woningen, maar er kan nog steeds veel energie verbruikt worden en dus is deze woningvorm nog afhankelijk van een energiebron. Deze energie wordt echter wel op een duurzame manier door de woning opgewekt, waardoor er in het gunstigste geval minder wordt verbruikt dan er wordt opgewekt op jaarbasis. Bij een energie nulwoning wordt dus alleen uitgegaan van het uiteindelijke resultaat aan de aanbodzijde. Het passiefhuis richt zich op het gebruik van passieve energie voor verwarming en om hiervoor de optimale omstandigheden te creëren. Een passieve woning kan het energieverbruik zover naar beneden brengen waardoor een conventioneel verwarmingssysteem zelfs niet nodig hoeft te zijn. Door het gebruik van driedubbel glas, een dikkere laag isolatie, een zongeoriënteerd ontwerp, de minimalisatie van koudebruggen, de hoge luchtdichtheid en het toepassen van een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning kan worden voldaan aan de gestelde eisen. De eisen aan het passiefhuis worden zowel gesteld aan de vraagzijde (maximaal 15 kwh/m2jaar) als aan de aanbodzijde (maximaal 120 kwh/m2jaar). Naast deze eisen met betrekking tot energieverbruik, moet het passiefhuis nog aan twee eisen voldoen om een certificaat te behalen. De n50-waarde moet kleiner of gelijk aan 0,6 h-1 zijn en de temperatuuroverschrijdingsfrequentie boven 25 C is kleiner of gelijk aan 5%. In het eerste figuur op de volgende pagina is de energievraag vergeleken tussen vier verschillende woningvormen, waaruit te concluderen is dat de energievraag van een passiefhuis veruit het laagste is. In het tweede figuur is het ontwerpproces van het passiefhuis volgens de Kyoto Piramide weergegeven. Om tot de meest efficiënte en energiezuinige woning te komen dient het beste van beide gecombineerd te worden. Een woning met de isolatie, de kierdichting, het ontwerp en de ventilatie van een passiefhuis en het gebruik van duurzame energie en de toepassing van efficiënte installaties zoals dat in een energie nulwoning wordt gedaan, is dus de meest gunstige uitkomst. Maar om beide principes in bestaande woningen te combineren is een moeilijker verhaal. Door aan een bestaand passiefhuis de mogelijkheid tot opwekking van duurzame energie en efficiënte installaties toe te voegen, kan een passiefhuis tegelijkertijd ook een energie nul woning zijn. Echter, wanneer een bestaande energie nulwoning, om welke reden dan ook, tot een passiefhuis aangepast dient te worden is het moeilijk om hierin het ontwerp, de isolerende schil en de kierdichting van een passiefhuis te verwerken. Vanuit een flexibel oogpunt gekeken zijn er met een passiefhuis dus meer mogelijkheden. Over de investering van beide woningvormen worden hier geen harde uitspraken gedaan, maar beide toepassingen hebben een hogere investeringsprijs dan die van reguliere 16

17 woningen. Echter, de energierekening is in beide gevallen ook veel lager dan bij reguliere woningen, waardoor beide principes op lange termijn ook financieel haalbaar zijn. Over de financiële haalbaarheid van passiefhuizen is in het hoofdstuk Terugverdientijd meer te lezen. Figuur 1. Specifieke jaarlijkse energievraag. Bron: energievraag passiefhuis vs. traditionele woonhuizen. 17

18 Figuur 2. Kyoto Piramide, passiefhuis ontwerpproces (geïnspireerd op Sintef, Noorwegen). Bron: 18

19 4. Voor- en nadelen Het principe van het passiefhuis is in het vorige hoofdstuk reeds uitgewerkt, maar het is interessant om het passiefhuis nu te vergelijken met reguliere woningen. Door deze vergelijking kunnen we de overeenkomsten, voordelen, nadelen en de overige - nader te categoriseren - verschillen duidelijk maken. Om hiertoe te komen hebben we, naast de literatuuronderzoeken, in Nederland een drietal case studies uitgevoerd, waarbij we bezoeken hebben gebracht aan het passiefhuis van Gerben Bos in Utrecht, Jos Rademakers in Oijen en Fred en Lia Kessels in Swalmen. De uitwerkingen van deze case studies zijn te vinden in respectievelijk bijlage 2, 3 en Overeenkomsten Om de voor- en nadelen te kunnen noemen van een passiefhuis ten opzichte van een reguliere woning, is het allereerst noodzakelijk om de aspecten te benoemen waarin geen verschil bestaat. Nu zijn er vele overeenkomsten tussen het passiefhuis en een reguliere woning, maar hieronder behandelen we de overeenkomsten in de constructiematerialen, de materiaalkeuze en de ontwerpmogelijkheden Constructiematerialen Bij de keuze voor een constructieprincipe voor het bouwen van een passiefhuis, hoeft in principe geen enkele bouwmethodiek uitgesloten te worden. Het toepassen van kalkzandsteen of cellenbeton bij passiefhuizen is een eerste optie, waarbij het isolatiepakket eenvoudig vergroot kan worden om in de PHPP-berekening een voldoende te scoren. De luchtdichtheid kan bij deze methodieken door het gebruik van lijm, in plaats van cement, en de wandafwerking gegarandeerd worden. Het gebruik van beide materialen in de praktijk komt echter niet vaak voor bij passiefhuizen. (Boonstra, 2006) Een vaker toegepast bouwmateriaal is beton. Bij betonnen passiefhuizen kan allereerst gedacht worden aan tunnelgietbouw, wat toegepast wordt bij seriematige woningbouw, twee-onder-een-kapwoningen en appartementen. Door te tunnelen kan in een continue stroom een groot aantal woningen seriematig gerealiseerd worden. Voor enkele woningen wordt deze bouwmethode niet toegepast, aangezien het tunnelen voornamelijk geschikt is om standaard vormen in een hoog tempo achter elkaar aan te storten. De dikkere isolatielaag die vereist is kan simpelweg vergroot worden in vergelijking met reguliere woningen, waardoor de energiezuinigheid van een passiefhuis ook met deze methode te behalen is. Het voordeel hiervan is dat de naden tussen vloeren en wanden in elkaar overlopen, waardoor er voor de luchtdichtheid minder maatregelen hoeven worden getroffen. (Boonstra, 2006) Een andere mogelijkheid voor het toepassen van beton is het gebruik van het passiefhuisgecertificeerde Isorast systeem. Isorast elementen zijn vervaardigd uit Neopor 10 en dienen als isolatiemateriaal, met Rc-waarden van 4 tot 10, en als bekisting. Door deze dubbele functie kent deze methode een kortere bouwtijd. De elementen kunnen als LEGO blokken gestapeld worden en zijn dus toepasbaar voor vrijstaande woningbouw. Het beton wordt in de elementen gestort waardoor de wanden en vloeren ook hierbij naadloos in elkaar overlopen. (Isoplan) 10 Neopor is een isolerend product, gebaseerd op polystyreen. 19

20 De bovengenoemde methoden worden ook wel massief-passiefbouw genoemd, en een nadeel daarvan is dat er voor de constructie veel water gebruikt moet worden (beton, pleisterwerk e.d.). Zo wordt er voor een traditioneel gebouwde woning gemiddeld 6000 liter water gebruikt, hetgeen op natuurlijke wijze door uitharding en verdamping afgevoerd moet worden. Er wordt gesteld dat een dergelijke woning een jaar moet droogstoken. Het afvoeren van dit bouwvocht kost ook meer energie, en kan leiden tot 30% meer warmtevraag. En aangezien de verwarmingscapaciteit in passiefhuizen gering is, is het noodzakelijk om bouwvocht zoveel mogelijk te weren of om een woning voor de oplevering al droog te stoken. Deze laatste optie zorgt daardoor wel voor een verlenging van de bouwtijd. (Boonstra, 2006) Een ander veel voorkomend constructiemateriaal voor passiefhuizen is hout, vanwege de voordelen die houtskeletbouw (HSB) met zich meebrengt. Allereerst zorgen geprefabriceerde elementen voor een korte bouwtijd, waardoor een gemiddelde woning in een tijdsbestek van een à twee dagen wind- en regendicht gemonteerd kan worden. Tevens kan er met de binnenafwerking begonnen worden zodra de woning wind- of regendicht is, aangezien HSB een droge bouwmethode is. Door de prefabricage wordt tevens gewerkt onder geklimatiseerde omstandigheden en is er de perfecte controle over de nauwkeurigheid. De luchtdichtheid bij het toepassen van HSB moet komen van een luchtdichte tape die kieren en naden ter plaatse van aansluitingen onderbreekt. (Boonstra, 2006) Een tweede voordeel van de korte bouwtijd is dat de overgangslasten ook lager zijn dan bij andere bouwmethoden. De periode van de dubbele financieringslast die vaak gedragen wordt tijdens de overgang, namelijk de kosten van de huidige woning alsook de eerste betalingen voor de nieuwe woning, wordt op deze manier dus sterk ingekort. Ten derde zorgt het toepassen van HSB voor de minst dikke wandafmeting, in vergelijking met de eerder besproken bouwmethoden. Door de houten stijlen op hart-op-hart (h.o.h.) afstand x van elkaar te plaatsen, kunnen de openingen tussen deze stijlen gevuld worden met de isolatie. Wanneer de isolatielaag dus vergroot moet worden, kunnen de stijlen simpelweg breder gekozen worden, waardoor de isolatielaag de constructiebreedte dekt. (Boonstra, 2006) Materiaalkeuze Ook bij de keuze van alle toepasbare materialen zit er weinig tot geen verschil tussen reguliere woningen en passiefhuizen. Isolatiematerialen zoals steenwol, glaswol, cellulose en tempex kunnen allen toegepast worden, zolang de voor de PHPP berekening gevraagde Rcwaarden maar gehaald worden. Belangrijk hierbij is dat de isolatie meerlaags wordt uitgevoerd, zodat eventuele naden overlapt worden. In principe is ook elke vorm van gevelbekleding mogelijk bij een passieve woning, zoals schoon metselwerk, hout en stucwerk. Een veelvoorkomende koudebrug bij het toepassen van metselwerk waar bij een passiefhuis goed op gelet moet worden, is de toepassing van spouwankers. Het aantal van deze ankers wordt groter naarmate de spouwbreedte groter wordt, en daarom worden er bij passiefhuizen, met door de dikke laag isolatie een grotere spouwbreedte, veel en zware ankers toegepast. Het is dus noodzakelijk om spouwankers uit te kiezen met een thermische onderbreking, om zodoende deze koudebruggen te elimineren. In ons bezoek aan het passiefhuis in Zeist 11 is deze vorm van koudebrugonderbreking ter sprake gekomen. 11 Zie bijlage 1 20

21 De keuze voor een soort dakbedekking hoeft ook niet aangepast te worden voor een passieve uitvoering van de woning. Wat echter opvalt is dat er veelvuldig gebruik gemaakt wordt van een leien dakbedekking die doorloopt in de wandbekleding, zoals te zien was bij de passieve woningen van Gerben Bos in Utrecht en Jos Rademakers in Oijen Ontwerpmogelijkheden Passiefhuis van Gerben Bos in Utrecht, waar de leien dakbedekking doorloopt in de gevel. De bewoners van de passieve woningen die wij bezocht hebben, hebben nauwelijks concessies hoeven te doen aan hun gestelde wensen en eisen. Het passiefhuis is een principe waarbij de ontwerpfase bij de berekeningen betrokken dient te worden, waardoor een architect in principe al het getekende passief heeft ontworpen. Ook van glasbeperking hoeft in principe geen sprake te zijn. Het is een passief uitgangspunt dat aan de noordzijde van de woning weinig glasoppervlakken gesitueerd worden, maar door te spelen in het PHPP-programma is dit uitgangspunt te omzeilen. Een mooi voorbeeld van veel glas in de niet-zongevel is wederom de passieve woning van Jos Rademakers in Oijen. Passiefhuis van Jos Rademakers in Oijen, waar aan de koude zijde van de woning veel glas zit. Bron: Er zijn echter wel enkele beperkingen die het passiefhuis met zich meebrengt, maar die worden hierna behandeld bij het nadeel Architectonische en ontwerpbeperkingen. 21

22 4.2 Voordelen De voordelen die als een paal boven water staan zijn de milieubewustheid en de energiezuinigheid van een passiefhuis. Zowel de literatuur als de bewoners van de bezochte passieve woningen onderschrijven deze voordelen. Daarnaast hebben onze bezoeken aangetoond dat de open indeling van een passiefhuis ook absoluut een voordeel is. In de volgorde zoals die hier benoemd is behandelen we hieronder de voordelen van een passief gebouwd huis Milieubewustheid Zoals uitgelegd in hoofdstuk één, zorgt het uitstoten van CO 2 bij de opwekking van energie voor een versterking van het broeikaseffect. Door de energievraag van een woning te minimaliseren, hoeft er minder energie opgewekt te worden waardoor een passiefhuis bijdraagt aan de vermindering van CO 2-uitstoot. Wanneer er aanvullend ook nog gebruik gemaakt wordt van zonne-energie, kan deze uitstoot voor een passiefhuis volledig geëlimineerd worden. Op deze manier draagt het passiefhuis bij aan een duurzame en milieubewuste vorm van energiegebruik. Ter illustratie is er een berekening gemaakt van de CO 2 uitstoot van een passiefhuis, die terug te vinden is in hoofdstuk vijf, Terugverdientijd Energiezuinigheid Naast het feit dat een passiefhuis zich keert tegen de achteruitgang van het milieu, zorgt een passieve woning ook voor een fikse kostenbesparing op de maandelijkse energielasten. Vaste maandlasten zijn voor een passiefhuis niet aan te geven, aangezien deze afhankelijk zijn van de bewoners, de voorzieningen, het ontwerp en de installaties. In het volgende hoofdstuk, Terugverdientijd, wordt hierover meer verteld. In dat hoofdstuk wordt ook de samenhang met de extra investering die nodig is om een woning passief uit te voeren toegelicht Indelingsvrijheid Doordat de temperatuur in een passiefhuis zo goed als gelijk is in de verschillende ruimten, is het mogelijk een open indeling van de woning te creëren. Waar in reguliere woningen de entree bijvoorbeeld vaak door binnendeuren is afgesloten van de leefruimten, is dit in een passieve woning niet nodig. Doordat de temperaturen gelijk zijn, ontstaan er geen warmteverliezen en dus zijn binnendeuren vanuit isolerend oogpunt niet noodzakelijk. Geluid kan op deze manier echter ook gemakkelijker omliggende ruimten bereiken, maar het is aan de bewoner of ze hiervoor kiezen. Op deze manier kan in ieder geval een erg ruim ervaren woning gerealiseerd worden. 4.3 Nadelen Naast de genoemde voordelen van een passiefhuis bestaan er uiteraard ook enkele nadelen. Het grootste nadeel van een passiefhuis is dat er hogere bouwkosten nodig zijn dan bij een reguliere woning. Daarnaast is het passiefhuis altijd gekoppeld aan een gebalanceerd ventilatiesysteem en heeft een passieve woning enige architectonische en ontwerpbeperkingen. 22

23 4.3.1 Hogere bouwkosten Zoals al eerder gezegd is, is het bouwen van een passiefhuis duurder dan wanneer dezelfde woning niet passief uitgevoerd zou worden. Ook hier is een precieze meerprijs voor een passiefhuis niet te noemen, aangezien dit afhangt van het ontwerp. In het volgende hoofdstuk, Terugverdientijd, wordt de extra investering in een passieve woning volledig uitgewerkt Noodzakelijke balansventilatie Wat als een nadeel van het passiefhuis gezien kan worden, is dat er geen keuze is uit een type ventilatiesystemen. Bij een reguliere woning is er de keuze uit vier typen systemen, onderverdeeld in A t/m D (Novem, 2000): A B C D Natuurlijke ventilatie: zowel de aan- als afvoer van lucht vindt plaats via geopende ramen, ventilatieroosters die in raamkozijnen of in gevels verwerkt kunnen worden of een aan- en afvoerkanaal. Mechanische aanvoer, natuurlijke afvoer: toegevoerde lucht zal via een mechanisch gestuurd systeem de woning in worden gepompt. De vervuilde lucht verlaat vervolgens via afvoeropeningen op natuurlijke wijze de ruimte. Natuurlijke aanvoer, mechanische afvoer: lucht zal op natuurlijke wijze, via geopende ramen of ventilatieroosters die in raamkozijnen of in gevels verwerkt kunnen worden, worden aangevoerd. Vervuilde lucht wordt via een mechanisch gestuurd systeem afgezogen en naar buiten worden afgevoerd. Mechanische ventilatie: zowel de aan- als afvoer van lucht vindt plaats via een mechanisch gestuurd systeem. Omdat in een passiefhuis natuurlijke ventilatie geweerd moet worden om ongewenste warmteverliezen of aanvoer te voorkomen, is het enige toe te passen ventilatiesysteem de mechanische ventilatie. Mensen met een voorkeur voor een natuurlijkere vorm van ventilatie, waaronder de systemen A, B en C gerekend worden, zullen dus niet zonder meer kiezen voor een passieve woning Architectonische en ontwerpbeperkingen Net als bij reguliere woningen is er bij passiefhuizen ook de mogelijkheid om een esthetisch mooi gebouw neer te zetten. Vanwege het passieve karakter zijn er echter dingen waar je rekening mee moet houden, of die zelfs het beste weggelaten kunnen worden. Voor elke woning geldt dat hoe compacter de woning is, hoe goedkoper en nauwkeuriger de woning gerealiseerd kan worden, maar voor passiefhuizen geldt dit in het kwadraat (citaat Christophe Debrabander, zie bijlage 13). Het toepassen van bijvoorbeeld veel uitbouwen en dakkapellen maakt het voor een passiefhuis erg lastig om aan de gestelde passiefhuis-eisen te voldoen. Daarnaast hebben we tijdens de case studies aan de bewoners gevraagd of ze concessies aan het ontwerp hebben moeten doen, om de woning passief uit te voeren. Veel offers zijn er niet gemaakt, maar de volgende toepassingen zijn vanwege het passieve karakter van de woning toch ter discussie komen te staan. In de bezochte woning in Utrecht wilde de bewoner graag een schoorsteen in zijn woning. In een passiefhuis is een schoorsteen in principe uitgesloten, vanwege de grote warmteverliezen, maar toch heeft hij ervoor gekozen om deze in het ontwerp mee te nemen: 23

24 Leefcomfort moet je niet ten koste van alles opgeven. Daarnaast wilde hij graag een wijnkelder onder de woning, maar aangezien alle ruimten binnen de warme schil van de woning ontworpen waren, was er geen financieel acceptabele mogelijkheid om dit te doen. Een van deze dure mogelijkheden was om de kelder in de warme schil toe te passen, maar dan met een eigen ventilatiesysteem waardoor deze ruimte koeler gehouden kon worden dan de overige ruimten in de woning. Tijdens ons bezoek aan de woning in Swalmen kwam ter sprake dat de bewoners eigenlijk een tussendeur van de woning naar de garage hadden gewild. Aangezien de garage buiten de isolerende schil valt, zou deze deur zowel aan de strenge isolerende eis, als aan de brandwerende eis van een garage moeten voldoen. Op het moment van ontwerpen bestond een dergelijke deur (nog) niet, dus hierdoor is de garage alleen via buiten bereikbaar. Er was nog een andere optie, namelijk het toepassen van een soort sluis, maar dit werd ten eerste als ruimteverspilling beschouwd en tevens zou deze optie prijzig worden. 4.4 Overige verschillen Naast de hiervoor genoemde eigenschappen van een passieve woning, bestaan er enkele vooroordelen over passiefhuizen, voornamelijk over het binnenklimaat, die hieronder een voor een behandeld worden. Daarnaast zijn er nog enkele aspecten die niet direct te categoriseren zijn als overeenkomst, voordeel of nadeel. Hiervan behandelen wij de aspecten geluid, brandgevaar en bouwnauwkeurigheid Het binnenklimaat Het binnenklimaat van een passiefhuis wordt nog wel eens vergeleken met de inhoud van een plastic zak, waarbij de inhoud (bijna) volledig is afgesloten van de omgeving (Boonstra, 2006). Dit vooroordeel is enigszins te begrijpen door de toegepaste isolatie en de kierdichtingen, maar wat hierbij vergeten wordt is dat het passiefhuisprincipe berust op een goed ventilatiesysteem. Het gebalanceerde ventilatiesysteem in een passieve woning zorgt ervoor dat er juist voldoende frisse en schone lucht binnenkomt, en voert tevens voldoende vervuilde lucht af. Natuurlijke ventilatie schiet hier bovendien zelf tekort, aangezien er geen controle is over de richting van luchtstromen in de woning, waardoor de kans bestaat dat vervuilde lucht zich verspreidt door de hele woning. Daarnaast is natuurlijke ventilatie niet constant en hangt ze af van winddruk, windrichting en temperatuur, waardoor zelfs een heel open gebouw op een windstille dag onvoldoende gelucht kan worden. Er zijn echter geluiden en berichten 12 over de niet goede werking van een balansventilatiesysteem, een systeem dat onlosmakelijk verbonden is met een passiefhuis. Het zou o.a. slechte gevolgen hebben voor de gezondheid en zorgen voor geluidsoverlast. Uit recentere nieuwsberichten 13 is ondertussen al duidelijk dat de oorzaak van deze problemen niet bij het systeem zelf liggen, maar vanwege de negatieve beeldvorming die is ontstaan willen we hierover toch nog even kort uitweiden. Om in dit probleem meer inzicht te krijgen, hebben we contact opgenomen met Becker Installatietechniek B.V. 14, een installateur die onder andere klanten voorziet van 12 Zie bijlage 5 13 Zie bijlage 6 14 Becker Installatietechniek B.V. is gevestigd in het Groningse Nieuwe Pekela sinds de jaren tachtig. Er is gesproken met oprichter en eigenaar Harry Becker. 24

25 balansventilatiesystemen, en Brink Climate Systems 15, een van de toonaangevende ventilatiesysteemontwikkelaars in Nederland en Europa. De conclusie die uit deze gesprekken getrokken kan worden is dat de werking van een dergelijk ventilatiesysteem afhangt van de wijze waarop deze is geïnstalleerd. Als een systeem goed ontworpen is en volgens de richtlijnen is geplaatst en onderhouden, dan werkt het principe naar behoren en zullen de eerder genoemde problemen niet ontstaan. Onderhouden is misschien wel het belangrijkste woord in deze problematiek, aangezien het een gegeven is dat de filters regelmatig bijvoorbeeld eenmaal per drie maanden - verschoond moeten worden. Zoals Harry Becker doeltreffend verwoordde: Vergelijk het met een auto. Wanneer je er nooit olie in doet, krijg je op den duur ook problemen. Een goede voorlichting, en dus kennis, is dus vereist voor het gebruik van een balansventilatiesysteem. Een tweede vooroordeel is dat door de extreem goede isolatie en luchtdichte afsluiting van een passiefhuis, ongewenste warmte de woning niet kan verlaten, waardoor er oververhitting ontstaat. Het omgekeerde is echter het geval. Door de dikke laag isolatie en de kierdichtingen kan de warmte van buiten de woning nauwelijks betreden. Daarnaast wordt de zon bewust buiten de woning gehouden door de noodzakelijke toepassing van zonwering dit wordt meegenomen bij de extra investering in een passiefhuis en hoeft dus niet door de bewoner geregeld te worden - en overstekken, waardoor het binnenklimaat ook in de zomer comfortabel is. Zonder deze zonwering en eventuele overstekken zal de temperatuur in een passiefhuis echter hoog oplopen tijdens warme zomermaanden. De lage zon in de wintermaanden wordt daarentegen wel toegelaten in de woning, waardoor de woning zichzelf door deze passieve energie opwarmt. (Boonstra, 2006) Verder wordt een passiefhuis uitgerust met zogenaamde zomernachtventilatie. Dit is een vorm van ventilatie die er tijdens de warmere zomermaanden voor zorgt dat een gebouw zeer goed geventileerd wordt op momenten van de dag waarin de buitenluchttemperaturen lager zijn dan de binnenluchttemperatuur. Door een bypass aan te brengen langs de WTW kan de koele buitenlucht rechtstreeks de woning betreden, zonder eerst opgewarmd te worden. Op deze manier koelt een gebouw gedurende de nacht af en kan er s ochtends gestart worden met een lagere binnentemperatuur. (Boonstra, 2006) De zonwering en de zomernachtventilatie zorgen er samen voor dat de eerder genoemde passiefhuiseis gehaald worden: de temperatuuroverschrijdingsfrequentie boven 25 C is 5%. Er wordt in een passiefhuis dus geen gebruik gemaakt van actieve koeling, omdat het simpelweg niet nodig is (Boonstra, 2006). Het volgende vooroordeel sluit hier eigenlijk bij aan, en dat is dat ramen en deuren in passiefhuizen niet open mogen staan (Sto). Het concept van de zomernachtventilatie kan juist goed worden uitgebreid met het openen van ramen, om de temperatuur in de woning s avonds en s nachts goed in de hand te houden. Zelfs een raam op een kier in de winter kan geen kwaad. De enige twee dingen die gebeuren zijn dat je meer warmte verliest en dat er ongefilterde lucht de woning binnentreedt. Maar wanneer een bewoner bewust een raam opent, is deze vorm van warmteverlies gewenst. Belangrijk hierin is het besef dat het veelvuldig openen van ramen en deuren in wintermaanden zorgt voor een snelle afkoeling van de woning. Hierdoor kan een woning onderkoeld raken, is er vanwege de geringe verwarmingscapaciteit veel tijd nodig om de woning weer op te warmen. Het blijkt echter wel dat bewoners bij lagere buitentemperaturen steeds minder met ramen ventileren omdat 15 Brink Climate Systems is gevestigd in Staphorst. Er is gesproken met Jan Steenhuis. 25

26 de balansventilatie in het benodigde voorziet, hetgeen aansluit bij het concept van het passiefhuis. De conclusie die wij hieruit trekken is dat het gecreëerde binnenklimaat juist erg comfortabel is gedurende het hele jaar. In de wintermaanden zorgt het ventilatiesysteem dat het binnenklimaat altijd voorzien is van verse lucht, terwijl er maar heel weinig energie nodig is om tot de verwarming van de woning te komen. In de zomermaanden wordt de meeste warmte buitengehouden door de zonwering en het dikke isolatiepakket waardoor ook dan het binnenklimaat zeer aangenaam is Geluid Geluid is iets wat zowel een nadeel als een voordeel kan zijn in een passiefhuis. Vanwege de dikke schil en de goede luchtdichtingen is het achtergrondniveau van buitengeluid laag, maar daardoor is een passiefhuis gevoeliger voor geluid in de woning. Het is dus van belang dat door het ventilatiesysteem geproduceerd geluid zo veel mogelijk wordt beperkt. Geen enkel systeem werkt volledig geluidloos, maar de volgende maatregelen kunnen toegepast worden om eventuele geluidsoverlast te beperken (Boonstra, 2006): Ronde kanalen gebruiken in plaats van vierkante, zodat luchtstromen minder weerstand ondervinden. Afzonderlijke kanalen aanleggen naar iedere ruimte, waardoor de luchtsnelheid in de kanalen laag kan blijven. Dit in plaats van één kanaal met afsplitsingen naar de ruimtes. Omdat dit ene kanaal voor de luchtverversing van alle ruimtes moet zorgen, moet de luchtsnelheid ook hoog zijn, hetgeen extra geluid veroorzaakt. Daarnaast kan geluid op deze manier niet van de ene ruimte naar een andere overgedragen worden via die ventilatiekanalen. WTW-unit plaatsen in een afgesloten ruimte. Een andere vorm van geluidsoverlast kan zijn dat door de goede luchtdichtingen een galm ontstaat. Doordat geluid door de lucht voortgeplant kan worden, betekent dit dat het geluid een gesloten ruimte in een passiefhuis niet of nauwelijks kan verlaten. Hierdoor wordt het geluid via de wanden terug naar de ruimte weerkaatst en kan hierdoor overlast ontstaan. Daarbij versterkt het toepassen van glas de geluidsweerkaatsing in een ruimte, en dus is het van belang om een voldoende geluidsabsorberende inrichting te kiezen, door bijvoorbeeld veel gordijnen, tapijt of meubels te plaatsen Brandgevaar Volgens een Belgisch onderzoek zou in passiefhuizen een groter brandgevaar bestaan dan bij reguliere woningen. Gezegd wordt dat door de luchtdichtheid van de woning een brand smeult zodra de aanwezige hoeveelheid zuurstof in de woning verbruikt is. De temperatuur in de woning blijft vanwege de extreem goede isolatie hoog, en wanneer in een dergelijke situatie een deur geopend wordt, dan kan vanwege de plotselinge zuurstoftoevoer een backdraft ontstaan. Vanwege de uiteindelijke omvang van dit onderdeel is er in dit verslag een volledig hoofdstuk (8) gewijd aan het brandgevaar in passiefhuizen. 26

27 4.4.4 Vereiste nauwkeurigheid Iets wat zowel als een nadeel als een voordeel gezien kan worden is de nauwkeurigheid die nodig is tijdens het ontwerpen en het bouwen van de woning. Als nadeel kan gezien worden dat er gauw fouten gemaakt kunnen worden en dat het passieve karakter van de woning daardoor sterk aangetast kan worden. Een voordeel hierin is dat door deze nauwkeurigheid een kwalitatief goede woning gerealiseerd wordt, met een hoge mate van luchtdichtheid en minimalisatie van koudebruggen waardoor het energieverbruik van de woning vergeleken met een reguliere woning vele malen lager ligt. Belangrijk is dus dat zowel de aannemer als de architect goed geïnformeerd is over het passiefhuisprincipe om deze vereiste nauwkeurigheid met een minimum aan fouten na te streven. 27

28 5. Terugverdientijd Zoals al een aantal keer genoemd is, zijn de bouwkosten van een passiefhuis hoger dan die van een reguliere woning. De maandelijkse energielasten van een passiefhuis zijn echter lager dan die van een reguliere woning. De tijd die nodig is om de extra bouwkosten terug te verdienen met de besparing op de energielasten wordt de terugverdientijd genoemd. In eerste instantie was het de bedoeling om aan de hand van een open begroting van een aannemer de extra bouwkosten te berekenen. Vervolgens zouden we dan het energieverbruik opvragen van een passiefhuis en een vergelijkbare nieuwbouwwoning. Met deze twee gegevens wilden we berekenen hoelang het duurt, voordat de extra bouwkosten zich hebben terugverdiend. Uiteindelijk is dit niet de methode geworden waarop wij het hebben gedaan. Deze verandering van de methode heeft twee redenen. Ten eerste hebben we geen enkele aannemer of bewoner bereid gevonden om hun open begroting met ons te delen, waardoor al gauw bleek deze methode onmogelijk was. De tweede reden is iets later aan het licht gekomen en was wat dat betreft een echte eyeopener. Na meerdere keren een passiefhuis bezocht te hebben en veelvuldig gesproken te hebben met de bewoners hiervan, kwamen we tot de conclusie dat een terugverdientijd in dit geval niet relevant is. Of sterker nog: het is niet van toepassing. Om je eigen huis te laten bouwen is in 99% van de gevallen een hypotheek nodig. Een hypotheek wordt maandelijks terugbetaald, en aangezien de stookkosten in een passiefhuis beduidend lager liggen, lijkt het ons veel belangrijker en interessanter om naar de totale maandlasten van de woning te gaan kijken. Dit is immers ook wat er maandelijks betaald wordt en wat er dus van de rekening wordt afgeschreven, in tegenstelling tot de bouwsom die de aannemer vraagt. 5.1 Aanpak Onze bedoeling is aan de hand van een rekenvoorbeeld, van een fictieve woning, aan te tonen dat de totale maandlasten (hypotheek & stookkosten) van een passiefhuis niet hoger liggen dan die van een reguliere woning. Allereerst zullen we de verschillen qua bouwmaterialen, en de bijbehorende prijzen, aangeven tussen beide type woningen. De prijzen die te zien zijn in dit overzicht zijn aangevraagd bij leveranciers. Vervolgens gaan we deze verschillen doorrekenen in een voorbeeldwoning om te zien wat voor invloed het heeft op de bouwkosten van een woning. De oppervlakten die hierbij gebruikt worden, zijn aannames van ons geweest op basis van onze bezoeken aan passiefhuizen in Nederland en België. Om de relatie tussen deze extra kosten en de kosten van de totale ruwbouw te kunnen begrijpen, hebben we aan de hand van kengetallen de totale ruwbouwkosten bepaald. De ruwbouwkosten zijn slechts een bepaald percentage van de totale bouwkosten, aangezien de afwerking ook meegenomen moet worden. We hebben twee artikelen gevonden waarin de percentages van verschillende delen van de totale bouwkosten worden vermeld. Globaal gezien zijn dit de ruwbouwkosten met onderverdeling en de afwerkkosten met onderverdeling. Op deze manier kunnen we berekenen wat het percentage is van de kosten die we tot dan toe hebben berekend. De volgende stap is dan vrij eenvoudig, namelijk dat percentage omrekenen naar 100%. Oftewel: we berekenen de totale bouwkosten voor zowel de reguliere woning als het passiefhuis. 28

29 Wanneer we de totale bouwkosten hebben van beide type woningen, kunnen we het verschil berekenen en dit in een percentage uitdrukken. Dit geeft aan hoeveel procent duurder het bouwen van een passiefhuis is, ten opzichte van een reguliere woning. De bouwkosten en het percentage plaatsen we in een rekenmodel dat gemaakt is naar aanleiding van een opgezocht voorbeeld. Hierin worden ook de stookkosten meegenomen en uiteindelijk volgt hieruit de totale kosten van de hypotheek en stookkosten. Op deze manier kunnen we een rekenvoorbeeld geven, waaruit blijkt dat de totale kosten voor het bouwen van een passiefhuis niet hoger hoeven te liggen. 5.2 Kosten Om toch een beeld te geven van de extra kosten voor een passiefhuis, en aan welke bedragen er dan moet gedacht moet worden, hebben we een vergelijking opgesteld. Zie hiervoor het onderstaande overzicht (prijzen zijn inclusief 19% BTW). Passiefhuis Standaard nieuwbouw Onderdeel Prijs Per Onderdeel Prijs Per 3 laags glas 100,84 m2 HR++ glas 79,93 m2 Speciaal geïsoleerd raamkozijn, hardhout 147,86 m1 Standaard raamkozijn, hardhout 128,57 m1 Speciaal geïsoleerd deurkozijn, hardhout 969,68 st Standaard deurkozijn, hardhout 843,20 st Vloerisolatie 300mm 157,08 m2 Vloerisolatie 180mm 94,25 m2 Wandisolatie 300mm 30,93 m2 Wandisolatie 120mm 12,37 m2 Dakisolatie 350mm 36,09 m2 Dakisolatie 280mm 28,87 m2 Balansventilatie systeem met wtw 2.655,46 st Vloerverwarming 54,76 m2 Pelletkachel 5.663,86 st Radiatoren (bijverwarming) 159,66 st buitendeur, 54mm & 1 Zonwering, windvaste screens 231,09 m2 glasopening 536,72 st Buitendeur 3.298,31 st Bron: Glas: Kraayeveld Onderhoud Raamkozijn: Archidat, een kozijnprijs voor het passiefhuis hebben we niet kunnen achterhalen. Hiervoor hebben we aanname genomen op basis van Deurkozijn: Archidat, een kozijnprijs voor het passiefhuis hebben we niet kunnen achterhalen. Hiervoor hebben we aanname genomen op basis van Isolatie: Isover Balansventilatie: Brink Climate Systems Pelletkachel: Degin BV Zonwering: Kroezon zonwering BV Vloerverwarming en radiatoren: Baderie Verheek Buitendeur: Holz und Form Om een indicatie te geven hoe snel het verschil in bouwkosten dan oploopt, hebben we het even doorgerekend aan de hand wat kengetallen en aannames. Uitgaande van het volgende: 29

30 Standaard Passiefhuis nieuwbouw 34 m2 Glas 3.428, ,62 72 m1 Raamkozijn , ,04 2 m1 Deurkozijn 1.939, ,40 74 m2 Vloerisolatie , , m2 Wandisolatie 6.433, ,38 86 m2 Dakisolatie 3.103, ,65 1 Balansventilatie 2.655,46 1 Verwarmingssysteem 5.663, ,86 28 Zonwering 6.470,52 2 Buitendeur 6.596, ,44 Totaal , ,88 Extra bouwkosten passief: ,76 Extra passiefhuiskosten: 500,00 Woning van 180 m2 BVO Prijs per m ,00 exclusief 19% BTW * volgens kengetallen Totale ruwbouwkosten vrijstaand huis ,20 inclusief 19% BTW Totale ruwbouwkosten vrijstaand passiefhuis ,86 inclusief 19% BTW De extra passiefhuiskosten is een schatting en bevat meerkosten voor kierafplakking en andere specialistische werk. Bron: * Kengetal: In het voorbeeld is een verschil af te lezen in euro s tussen de ruwbouwkosten van een reguliere woning en een passiefhuis. Hier kunnen we echter nog geen percentage aanhangen. De extra kosten moeten namelijk berekend worden over de totale bouwkosten van een woning, dat is uiteindelijk wat mensen kopen. 5.3 Percentage meerprijs We zijn in het vorige voorbeeld uitgegaan van de bouwkosten exclusief afwerking en inrichting. Dit omdat er tussen deze onderdelen geen verschillen zijn in beide woningtypen en omdat het erg veel tijd kost om dit ook allemaal te begroten en uit te zoeken. Het verschil in bouwkosten zullen we berekenen aan de hand van percentages. Door een tabel op te stellen met hierin de percentages van de totale bouwsom voor ruwbouw en afwerking, kunnen we de totale bouwkosten bepalen van de woning uit het voorbeeld. De prijs die je voor de afwerking kwijt bent, is natuurlijk sterk afhankelijk van de kwaliteit, maar op basis van twee overzichten hebben we een overzicht kunnen maken van de 30

31 procentuele kosten van een bouwproject. De overzichten zijn terug te vinden in de bijlagen 7 en 8. Ruwbouw Onderdeel % Grondwerken 1,05% Riolering 1,37% Metselwerk 21,37% Thermische isolatie 4,29% Gewapend beton 6,50% Vloerplaten en welfels 5,10% Dak 10,32% Subtotaal 50,00% Afwerking Buitenschrijnwerk 5,60% Beglazing 4,60% Sanitaire installatie 6,70% Elektrische installatie 3,80% Verwarming 6,70% Muur- en plafondafwerking 4,95% Vloerbedekking 5,75% Binnenschrijnwerk 3,00% Keuken en muurkasten 4,20% Metaalwaren, hang en sluitwerk 0,80% Schilderwerk 3,00% Allerlei 0,90% Subtotaal 50,00% De onderstaande onderdelen zijn door ons al meegenomen in de kostenopgave: Complete ruwbouw Buitenschrijnwerk Beglazing Verwarming Het totaal percentage van deze onderdelen bedraagt: 50,00% + 5,60% + 4,60% + 6,70% = 66,90% Het percentage van de door ons begrote werkzaamheden is dus 66,90%, hetgeen overeenkomt met ,20 voor een reguliere woning en ,86 voor een passiefhuis. Vervolgens kunnen we de totale bouwkosten berekenen. 31

32 Reguliere woning: Passiefhuis: Het percentage aan extra bouwkosten bij het bouwen van een passiefhuis is dan: 5.4 Maandlasten Volgens onze berekening hierboven, zijn de bouwkosten van een passiefhuis 14,07% hoger dan bij een reguliere vrijstaande woning. Getallen die we steeds terug hebben horen komen bij onze bezoeken, gedurende deze periode, aan specialisten zijn percentages tussen de 10% en 15%. Wat dat betreft komt ons berekent percentage vrij geloofwaardig over. Door middel van een rekenvoorbeeld zullen we laten zien waarom een terugverdientijd niet van toepassing is op een passiefhuis en wat we bedoelen met de totale maandlasten. Bij dit rekenvoorbeeld zullen we uitgaan van de berekende 14,07%. Bouwkosten Passiefhuis Ruwbouw huis (excl. Grond) Bouwkosten Standaard huis Ruwbouw huis (excl. Grond) Opstelfactor (Passiefhuis) 0, Opstelfactor 0, Extra kosten (Passiefhuis) Extra kosten - Hypotheeklasten Hypotheeklasten Passiefhuis Standaard huis Hypotheekrente % 5,0 Hypotheekrente % 5,0 Bruto kosten /jaar Bruto kosten /jaar Belasting voordeel % 40 Belasting voordeel % 40 Netto kosten /maand 960 Netto kosten /maand 841 Netto kosten /jaar Netto kosten /jaar Stookkosten Standaard Stookkosten Passiefhuis huis Woonoppervlak m2 180 Woonoppervlak m2 180 Brandstoffactor (olie) l/m2/jaar 1,5 Brandstoffactor (olie) l/m2/jaar 15,0 Brandstof totaal (olie) l/jaar 270 Brandstof totaal (olie) l/jaar Brandstof (houtpellets) kg/jaar 540 Brandstof (aardgas) m3/jaar Brandstofprijs (houtpellets) /kg 0,31 Brandstofprijs (aardgas) /m3 0,71 32

33 Brandstof kosten /maand 14 Brandstof kosten /maand 142 Brandstof kosten /jaar 167 Brandstof kosten /jaar Totaal Hypotheek + Totaal Hypotheek + Stookkosten Stookkosten Kosten totaal /maand 974 Kosten totaal /maand 983 Kosten totaal /jaar Kosten totaal /jaar Bron: Berekening volgens voorbeeld Hypotheeklasten: Brandstofprijs houtpellets: Brandstofprijs aardgas: Essent Niet in de prijs meegenomen: Transportkosten van materialen, aangezien hier geen verschil in zit. De prijs voor aankoop van de grond, aangezien hier geen verschil in zit. Extra kosten die een aannemer rekent, bijvoorbeeld winst &risico, aangezien ook hier geen verschil in zit. Als laatste is het verschil in honorarium van de architect niet meegenomen, we hebben geen informatie kunnen verzamelen over het verschil in ontwerpkosten die een architect rekent voor een passiefhuis ontwerp of een reguliere woning. De verwachting is dat hier wel een verschil in zit, maar dat het verschil niet dusdanig groot is dat het de uitkomsten van het voorbeeld beïnvloed. 5.5 Milieu Om aan te tonen dat een passiefhuis ook een sterke bijdrage levert aan een beter milieu, is ook een overzicht gemaakt van de verschillen in CO2-uitstoot. CO2-uitstoot Passiefhuis CO2-uitstoot Passiefhuis CO2-factor (houtpellets) kg/m3 0,05 CO2-factor aardgas kg/m3 2,50 CO2-emissie kg/maand 2 CO2-emissie kg/maand 500 CO2-emissie kg/jaar 27 CO2-emissie kg/jaar Bron: Berekening volgens voorbeeld CO2-factor houtpellets: CO2-factor aardgas: 33

34 5.6 Conclusie Passiefhuizen hebben een hogere aanschafprijs, maar uit het voorgaande blijkt dat de totale maandlasten zelfs lager kunnen zijn. De 10-15% die er extra geïnvesteerd moet worden om een woning passief uit te voeren is dus eigenlijk een investering in jezelf, aangezien je door deze investering verminderde energielasten krijgt. Wij verwachten dat het door ons berekende percentage in de werkelijkheid nog wel wat lager kan uitvallen. Helemaal als je naar een aannemer gaat die ervaring heeft met het bouwen van passieve woningen. De werknemers zijn immers gewend aan de bouwmethode en werken hierdoor efficiënter. Zoals gezegd ligt de investering om een woning passief uit te voeren, ergens tussen de 10-15%. In ons rekenvoorbeeld zijn we uitgegaan van 14,07% en hieronder valt te lezen wat voor besparing dit oplevert. Bij een percentage van 10% aan meerkosten kom je al gauw uit op een besparing van zo n 500 per jaar. Verschil tussen PH en standaardhuis PH t.o.v. Standaard /maand 10 PH t.o.v. Standaard /jaar 116 CO2-emissie PH t.o.v. Standaard kg/maand 498 CO2-emissie PH t.o.v. Standaard kg/jaar Let wel, de genoemde prijzen zijn indicaties. Dit kan altijd verschillen met offerteaanvragen voor de werkelijke situatie. Elke situatie is namelijk weer anders en veel hangt af van de gewenste kwaliteit. Door middel van het bovenstaande voorbeeld willen wij aantonen dat er anders gekeken moet worden naar de bouwkosten die een passiefhuis met zich mee brengt. De bouwkosten liggen inderdaad hoger, maar welke besparing levert die extra kosten op? Het voorbeeld laat zien dat de totale lasten van een passiefhuis niet hoger hoeven te zijn, en in dit geval zelfs lager zijn. 34

35 6. Passiefhuizen in Nederland In Nederland zijn er veel minder passiefhuizen dan in omliggende landen als België en Duitsland (Boonstra, 2006). Om in dit verschijnsel meer inzicht te krijgen is er allereerst uitgezocht hoeveel passiefhuizen er in Nederland gerealiseerd zijn, en hoe deze woningen vervolgens verdeeld zijn over Nederland. Naar aanleiding van de hier gevonden resultaten hebben we onderzocht wat de reden is dat het passiefhuisprincipe in Nederland maar niet van de grond wil komen. 6.1 Verdeling passiefhuizen Een van de doelen van ons onderzoek was om gerealiseerde passiefhuizen in Nederland in kaart te brengen. Door contact op te nemen met de stichtingen die certificaten uitreiken, wilden we een overzicht maken van passieve woningen in ons land. De problematiek die we bij het uitwerken van dit doel ondervonden was groter dan vooraf gedacht, aangezien er in Nederland veel sprake is van niet gecertificeerde passiefhuizen. Allereerst hebben we contact gezocht met de stichtingen die in Nederland passiefhuizen mogen certificeren, namelijk Stichting PassiefHuis Holland en Stichting Passief Bouwen. Het bleek dat er nog niet veel gecertificeerde passiefhuizen waren in Nederland. Op de websites van beide stichtingen 16 konden we de gecertificeerde woningen vinden, en het eerste probleem hierbij was dat de Stichting Passief Bouwen ook keurmerken verleende op basis van het ontwerp. De meeste gecertificeerde projecten die op hun website te vinden waren, bleken dan ook nog niet gerealiseerd te zijn. Omdat we de niet gerealiseerde passiefhuizen niet wilden meenemen in dit deelonderzoek, bleef er bij Stichting Passief Bouwen enkel één project over die zowel gecertificeerd als gerealiseerd was. Samen met de gecertificeerde en gerealiseerde passiefhuizen van Stichting PassiefHuis Holland kwamen we op nog geen tien woningen die we konden gebruiken voor de verdeling, een aantal dat volgens ons niet representatief was voor de werkelijke verdeling van passiefhuizen in Nederland. De reden dat er zo weinig gecertificeerde passiefhuizen zijn is al eerder in dit verslag uitgewerkt, maar duidelijk was dat voor een nuttige verdeling ook gekeken moest worden naar niet gecertificeerde passiefhuizen. Het allereerste probleem bij niet gecertificeerde passiefhuizen is dat er niet met zekerheid gezegd kan worden dat het om een woning gaat die voldoet aan alle passiefhuiscriteria. Ook al voldoen alle woningwaarden aan de gestelde eisen, zolang dit niet door een certificaatverstrekker of een andere deskundige wordt bevestigd, kan er niet gesproken over een echt passiefhuis. Hierop hebben wij besloten om niet de geldende passiefhuiscriteria te gebruiken bij onze verdeling, maar om alle woningen die gerealiseerd zijn door passief te bouwen mee te nemen. Wat ons bij de zoektocht naar niet gecertificeerde passiefhuizen parten heeft gespeeld, is dat er, in tegenstelling tot bij gecertificeerde passiefhuizen, geen databank is waar al deze gegevens verzameld worden. We hebben enkele toepasselijke woningen gevonden door online te kijken bij de Internationale Open Dagen van het Passiefhuis, waar Stichting PassiefHuis Holland op hun website melding van heeft gemaakt. De woningen die op de site vermeld staan, waren echter enkele van de eerste passieve woningen in Nederland. Er zijn 16 Respectievelijk en 35

36 tegenwoordig al dusdanig veel passiefhuizen gerealiseerd, dat er niet meer van elke een melding in de media wordt gemaakt. Het hele nieuwe is er dus af, tenminste in het zuidelijke gedeelte van Nederland, waardoor het niet mogelijk was om tijdens onze afstudeeropdracht alle passiefhuizen in Nederland in kaart te brengen. We hebben wel vele niet-gecertificeerde passiefhuizen gevonden, maar omdat we niet met zekerheid kunnen zeggen dat dit alle zijn, is er bewust gekozen om de definitieve verdeling volledig achterwege te laten, om incomplete verslaglegging te voorkomen. Op de volgende pagina is wel een overzicht te zien van de gerealiseerde passieve woningen die we gevonden hebben. De enige conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat als er al gekozen wordt voor een passiefhuis, dit voornamelijk in het zuidelijke deel van Nederland is. Over de oorzaak van deze binnenlandse verdeling kunnen we helaas niets zeggen. 36

37 Kaart Seriematig 1 Passieve 2-onder-1-kapwoningen Sliedrecht (6), Merwede 2 Passieve dijkwoningen Sliedrecht (6), Merwede 3 Passieve rijwoningen Almere (103), Columbus Kwartier 4 Passieve woningen Roosendaal(3), Beetslaan Renovatie 1 Passieve rijwoningen Roosendaal (246), De Kroeven 2 Passieve woningen Rotterdam (15), Sleephelling 3 Passieve monumentenwoning Middelburg, Lombartstraat Vrijstaand Passieve woning Oijen, Korenstraat 2 Passieve woning Utrecht, Terwijde, Alexandre lecocqsingel 3 Passieve woning Waalre, De Molembeemd 4 Passieve woning Dalem, Waaldijk 5 Passieve woning Veere, Kaai 6 Passieve woning Duiven, Cannenburghallee 7 Passieve woning Heerle, Zoomvlietweg 8 Passieve woning Swalmen, De oever 9 Passieve woning Zeist, Waldeck Pyrmontlaan 10 Passieve woning IJburg, Steigereiland 11 Passieve woning Rhoon, Werkersdijk 37

38 6.2 Succesvolheid Het gebrek aan welvarendheid van het passiefhuis in Nederland is niet te wijten aan een enkele reden. Gedurende het afstudeerproject hebben we met vele passiefhuisbetrokkenen gesproken en dus hebben we vele perspectieven te horen gekregen. Ook is er een kleinschalige enquête uitgevoerd, terug te vinden in bijlage 9, onder bewoners die recent 17 een nieuwe woning hebben laten bouwen. Een woongebied dat vol staat met vrijstaande nieuwbouwwoningen is het Groningse Blauwestad. Door persoonlijk aan te bellen bij de bewoners hebben we vijftig enquêtes uitgedeeld, die we samen met hun invulden of later weer hebben opgehaald. De uitkomsten zijn niet representatief voor de Nederlandse bevolking, maar toch heeft het ons een indruk gegeven hoe het passiefhuis bekend is en leeft onder mensen die kiezen om een woning te bouwen. De resultaten van de enquête zijn terug te vinden in bijlage 11. Samen met de gelezen literatuur en onze eigen gedachten over dit onderwerp voeren we de onderstaande redenen aan voor het gebrekkige succes van het vrijstaande passiefhuis in Nederland op dit moment. Daarna behandelen we de sociale woningbouw, waarvoor we contact hebben gehad met een drietal projectontwikkelaars die passiefhuizen gerealiseerd hebben of aan het realiseren zijn EPC Ten eerste houdt de EPC de ontwikkeling van energiezuinige woningtypen op dit moment tegen. Het is allereerst lastig voor mensen om het verschil te zien tussen een lage EPCwoning en een passiefhuis. Aangezien het passiefhuis berekend wordt met het PHPPprogramma, en dus een uitkomst geeft die iets zegt over het energieverbruik van een woning, is dit niet te vergelijken met een uitkomst van een EPC-berekening, waaruit het energieverbruik niet af te leiden is. Wanneer een woning voldoet aan de EPC-eis, dan is de woning wel energiebewust, maar er zal niet gauw verder gekeken worden naar een zuinigere woning. De EPC-eis die dus moet zorgen voor energiezuinigere woningen, beperkt indirect dus ook de innovatie van het energiezuinige bouwen in Nederland. Als het voldoet aan de eis, waarom zou men dan lager gaan? Uiteindelijk, zodra de eis dermate verlaagd is dat er geen andere opties dan energie nul woningen of passiefhuizen over zijn, zal de EPCeis de passiefhuismarkt verder helpen Extra investering en terugverdientijd Ten tweede is de extra investering volgens ons een veelvoorkomend obstakel bij de keuze voor een passiefhuis. Uit onze enquête blijkt namelijk ook dat mensen de directe woonkosten van een woning een van de belangrijkste dingen vinden. Bij het noemen van deze extra investering is het echter belangrijk om het voordeel dat dit oplevert niet te vergeten, namelijk de verminderde maandelijkse energielasten. Zoals in het vorige hoofdstuk is uitgelegd, gaat het financieel gezien om de totale maandlasten, waar dus de hypotheek en de energielasten in betrokken zijn. De terugverdientijd waarover mensen geen zekerheid hebben is dus totaal niet relevant, aangezien het om de totale maandelijkse lasten gaat. Nu kan er een probleem ontstaan wanneer voor deze extra kosten meer geld geleend moet worden. Zowel bij het wel als bij het niet voorkomen van dit probleem, kan de hypotheekverstrekker hierbij echter progressie boeken voor het passiefhuis. 17 Eind 2006 werd de eerste woning in Blauwestad opgeleverd 38

39 We hebben tijdens onze afstudeerperiode geen mogelijkheid gehad om met een hypotheekverstrekker over de investering voor passiefhuizen te spreken, maar volgens ons ligt hier een mogelijkheid om het passiefhuis verder te ontwikkelen in Nederland. Wij zien drie opties waarmee een hypotheekverstrekker van meerwaarde kan zijn voor het passiefhuis: Optie 1: Als een hypotheekverstrekker naar de totale woonlasten kijkt in plaats van naar de hypotheeklasten, kunnen mensen een hogere lening krijgen. Mensen kunnen namelijk maandelijks meer geld besteden aan de hypotheek wanneer de energielasten lager zijn. Op deze manier kan een hogere lening verstrekt worden aan mensen die een energiezuinige woning willen realiseren. Optie 2: Een hypotheekverstrekker zou een lagere rente kunnen aanbieden om mensen de mogelijkheid te bieden voor een passiefhuis te kiezen. Vanwege de extra investering en daarbij horend de hogere hypotheek, kan de hypotheekverstrekker hierdoor dezelfde winst maken. Optie 3: Wanneer een klant naar de hypotheekverstrekker komt om informatie te verkrijgen over een hypotheek, dan kan deze de klant informatie bieden over een passieve woning. Hierbij kunnen ze de hiervoor genoemde situaties aan de klant voorleggen waardoor de financiële drempel voor een passiefhuis sterk verlaagd kan worden. Om even kort een zijpad te bewandelen: een van de energiezuinige opties die voor een ieder implementeerbaar is, is het toepassen van zonnepanelen. Echter ook voor de zonnepanelen geldt dat mensen het financieel niet rendabel vinden om aan te schaffen. De gemiddelde terugverdientijd voor panelen is ongeveer vijftien jaar en dit is voor velen een te lange tijd om het aantrekkelijk te maken. Subsidie op zonnepanelen is in Nederland vanaf 1 november 2010 afgeschaft door de overheid, hetgeen daarvoor onderdeel was van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) (Rijksoverheid, 2011). Een creatieve manier om deze hoge investeringskosten te omzeilen is de manier waarop de Stichting Wij Willen Zon 18 het heeft aangepakt. Door zoveel mogelijk aanvragen voor zonnepanelen samen te brengen tot één grote order, kunnen er grootschalig zonnepanelen vanuit China aangeschaft worden, tegen een prijs die een derde lager is dan andere panelen. Op deze manier zijn in mei 2011 de eerste zonnepanelen geleverd en levert het dus een grote impuls voor schone zonnestroom in Nederland. (Fernhout, 2011) Naast de subsidie voor zonnepanelen bestond er ook een subsidie voor de aanschaf van zonneboilers. Voor 2011 is het budget voor deze subsidieregeling echter nog niet beschikbaar. (Rijksoverheid, 2011) Bekendheid Een derde reden voor het (nog) niet doorbreken van passiefhuizen in Nederland is de bekendheid ervan. Iemand kan nog zo geïnteresseerd zijn in energiezuinig bouwen, wanneer het passiefhuisprincipe niet bekend is, dan kan een dergelijke woning ook niet gerealiseerd worden. De bewoners van de passieve woningen die wij voor de binnenlandse case studies hebben bezocht waren in eerste instantie ook niet bekend met het passiefhuis, maar vanuit interesse zijn ze aan het zoeken gegaan. Veelal via het internet is er gezocht naar energiezuinige concepten voor een woning en zodoende stuitten ze ook op het passiefhuis

40 Uit de enquête hebben we ook een conclusie kunnen trekken met betrekking tot de bekendheid van het passiefhuis. Van de vijftig ondervraagde huishoudens zijn maar liefst twaalf hiervan bekend met het passiefhuis. Bij de meeste van deze twaalf huishoudens komt deze bekendheid voort uit algemene interesse, verkregen uit televisieprogramma s, internet en tijdschriften. Ook bij de case studies gold dit, en hieruit kunnen we concluderen dat de mensen die bekend zijn met het passiefhuis dit zijn vanwege bestaande interesse in energiezuinige woningvormen. Maar van de vijftig ondervraagden betekent dit ook dat 38 hiervan niet bekend zijn met het passiefhuis. Wat echter opvalt is dat van deze 38 mensen, er 37 wel geïnteresseerd zijn in energiezuinigheid. Om deze groep te bereiken is er misschien een mogelijkheid weggelegd voor architecten en aannemers. Een probleem hierbij kan echter weer zijn dat er vanuit deze partijen geen interesse is om de bouwgedachte aanzienlijk te veranderen, hetgeen nodig is om een passieve woning te realiseren. Een architect moet namelijk met veel andere dingen rekening gaan houden en tevens met het PHPP-programma gaan werken, waarvoor een cursus nodig zal zijn. Een aannemer dient zijn personeel om te scholen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van een passiefhuis nagestreefd wordt. Vanuit deze situaties is het begrijpelijk dat er niet altijd volledige interesse voor passiefhuizen bestaat, omdat er simpelweg (te)veel aangepast moet worden met de nodige scholing en kosten. Voor jonge en startende architecten en aannemers ligt hier echter een mogelijkheid, omdat de omscholing overgeslagen kan worden. Bij de start van een dergelijk beroep kan de aandacht volledig gericht worden op passieve of energiezuinige woningen, om zodoende een aantrekkelijke specialisatie naar het publiek te kunnen tonen. Naast de architecten en aannemers is er ook een mogelijkheid weggelegd voor gemeenten, aanbieders en ontwikkelaars om de bekendheid van het passiefhuis te vergroten, maar daarvoor dienen zij eerst zelf bekend te raken met het passiefhuis (Boonstra, 2006) Vooroordelen De vooroordelen die er bestaan zorgen ook voor het beperkte aantal passiefhuizen in Nederland. In hoofdstuk vier hebben we reeds de bij ons bekende vooroordelen behandeld, namelijk het onaangename binnenklimaat dat kan ontstaan door een niet goede werking van het ventilatiesysteem of door oververhitting in de zomer, en dat ramen niet geopend kunnen worden. Dat deze opvattingen bestaan blijkt ook uit de door ons gehouden enquête. Van de twaalf huishoudens die bekend waren met het passiefhuis, hebben drie daarvan gekozen om hun woning niet passief uit te voeren vanwege het onaangenaam verwachte binnenklimaat. Zoals in het vorige onderdeel ook al gezegd is, is het belangrijk dat deze mensen op de juiste manier geïnformeerd worden over het passiefhuis. Een goede voorlichting vanuit gemeenten, aanbieders of ontwikkelaars zou hierin veel kunnen betekenen Woningmarkt De vijfde reden die we aanvoeren voor de matige succesvolheid van passiefhuizen in Nederland is de manier waarop de Nederlandse woningmarkt is vormgegeven. Over de woningmarkt hebben wij zelf nauwelijks kennis en er is tijdens ons afstudeerproject helaas geen mogelijkheid geweest om ons hier ook nog volledig in te verdiepen. Zowel in het boek Passiefhuizen in Nederland als in het gesprek met Kees Vlaanderen van Goedesteede 19 werd dit 19 Zie bijlage 11 40

41 argument echter aangevoerd voor de beperkte succesvolheid van passiefhuizen in Nederland. We citeren: Nederland heeft een aanbodgestuurde woningmarkt. De bewoner baseert de woningkeuze, uit het soms schaarse aanbod, op aspecten als locatie en uitstraling en is minder geïnteresseerd in de bouwkwaliteit en de exploitatiekosten van de woning. De bewoner is niet bekend met de specificaties van zijn woning, zoals bijvoorbeeld de energetische kwaliteit. Wanneer er een vraaggestuurde markt is, kan er vanuit de bewoner meer vraag naar passiefhuizen ontstaan. (Boonstra, 2006) Sociale woningsector Wanneer we ons tot slot richten op de sociale woningsector, dan zijn er andere problemen die spelen. Bekendheid speelt hier in veel mindere mate een rol, aangezien de projectontwikkelaar de keuze maakt voor alle toekomstige bewoners. En welke bewoner behoeft nu geen lagere energierekening? Het probleem zit hem hier in de kosten die een projectontwikkelaar extra moet maken om een project passief uit te voeren, aangezien deze voor de ontwikkelaar niet terug zijn te verdienen op de energierekening. De energierekening is namelijk voor de bewoners en de ontwikkelaar heeft daar dus geen profijt van. Een logische stap zou dus zijn om de huur te verhogen, zodat de projectontwikkelaar op die manier de extra bouwkosten kan compenseren. Dit bedrag zou tot op zekere hoogte aangepast kunnen worden, zodat het voor zowel de huurder als voor de ontwikkelaar gunstig is. Door bijvoorbeeld de totale lasten voor de bewoner lager te houden dan bij reguliere woningbouw, is het voor de huurder gunstig dat hij/zij lagere maandlasten heeft, en voor de projectontwikkelaar dat ze meer maandelijkse inkomsten heeft. Bij deze stap wringt de schoen echter op drie punten. Allereerst kent Nederland het woningwaarderingsstelsel, een puntensysteem waarmee de maximale huurprijs berekend kan worden. Het maximale puntenaantal dat bereikt kan worden is honderd, waarvan er maximaal twaalf te verkrijgen zijn voor energiezuinigheid. Doordat het passiefhuis juist op dit onderdeel geïnvesteerd heeft, is de invloed hiervan op het totale puntenaantal sterk ondermaats. De energiebewustheid van de woning staat dus niet in verhouding met het aantal punten dat hiervoor uitgereikt kan worden. Voormalig minister Van der Laan wilde per 1 juli 2010 een gewijzigd stelsel introduceren om energiebesparing in huurwoning te stimuleren, maar vanwege de kabinetscrisis in februari 2010 is dit tot op heden niet tot stand gekomen. Ten tweede krijgen veel mensen in sociale woningen een huursubsidie, op basis van de maandelijkse huurlast. Deze huursubsidie heeft echter een sociale grens, en wanneer de huurprijs boven dit bedrag uitkomt wordt er geen subsidie verstrekt. De huurlasten van een passiefhuis zouden dus in sommige gevallen boven deze sociale grens uitkomen terwijl de energielasten wel vele malen lager zijn dan bij andere woningen. Het probleem hierbij is dus dat de huursubsidie enkel gekoppeld is aan de huurlasten en niet aan de totale woonlasten, inclusief de energiekosten. Tot slot speelt nog mee dat iedere gemeente zijn eigen regels heeft, en hierin dus verwerkt kan zijn dat een sociale woning niet meer dan een bepaald bedrag aan huur mag kosten. Door deze punten is het voor projectontwikkelaars en woningcorporaties financieel nog niet rendabel om alle woningen passief uit te voeren. Er worden echter wel enkele seriematige passiefhuisprojecten neergezet, maar in veel van deze gevallen gaat het om een experiment, om o.a. voor de toekomst alvast wat ervaring op te doen. In respectievelijk de bijlagen 11, 12 en 13 zijn de uitwerkingen te vinden van ons contact met de woningbouwvereniging De Goedesteede, wooncorporatie Woonwensen en wooncorporatie ZO Wonen. 41

42 7. De buitenlandse vergelijking Om een vergelijking te maken met een land waar passiefhuizen meer tot de standaard behoren, hebben we een tweetal woningen in België bezocht. Op de website van een Belgische certificaatverstrekker, het Passiefhuis Platform 20, zijn namelijk zo al 136 passieve woningen terugvinden, een aantal waarbij het aantal in Nederland verbleekt. We waren voornamelijk geïnteresseerd in de reden van bewoners om te kiezen voor een passieve woning en in de financiële voordelen die energiezuinige woningen in België met zich meebrengen. In België hebben we de woning van Luc Verhaegen in Hechtel en de kijkwoning van Bostoen in Lochristi bezocht, waarvan de uitwerkingen zijn terug te vinden in respectievelijk de bijlagen 14 en De woningen Wanneer we puur technisch naar de bezochte passieve woningen in België kijken, dan zit daar weinig tot geen verschil in met de Nederlandse passiefhuizen. Als constructiemethode werd in een van de woningen HSB toegepast en in de andere stenen stapelbouw, methoden die we bij de binnenlandse bezoeken ook tegen zijn gekomen. De isolatiematerialen zijn vergelijkbaar en zo ook de gevelbekleding. Zelfs tussen de ventilatiesystemen en de overige installaties zitten weinig verschillen, hetgeen bevestigd wordt doordat de woning in Lochristi zelfs voorzien was van een Nederlands ventilatiesysteem. De conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat er tussen Nederlandse en Belgische passiefhuizen voor ons geen duidelijke meetbare verschillen in de woning zelf zitten. Het tweede aspect dat we wilden vergelijken was de bekendheid met passiefhuizen. Uit de case studies is af te leiden dat zowel de bouwfirma Bostoen als Luc Verhaegen zelf op het passiefhuis zijn gestuit. Hetgeen beide aantrok in het passiefhuis was voornamelijk de energiezuinigheid, maar Bostoen zag ook een mogelijkheid om zich op kwaliteitsvlak te onderscheiden van andere bouwbedrijven. Doordat Bostoen de woningen realiseert en vervolgens verkoopt, kunnen zij een verschil zijn in het succes van passiefhuizen in België. Ze verkopen het passiefhuis namelijk aan de klant, als principe en als gerealiseerde woning, en op deze manier wordt de klant geïnformeerd over het principe en wordt de bekendheid ervan in België vergroot. Als we aan de andere kant de passieve woning in Hechtel bekijken, dan heeft Luc Verhaegen op eigen initiatief gekozen voor een passiefhuis, zij het vanuit bestaande interesse in ecologie en duurzaamheid. Daarnaast heeft hij de woning gerealiseerd met behulp van een architect en een aannemer die beide nog geen ervaring hadden met passieve woningen. Het pad dat Luc Verhaegen heeft bewandeld is dus vergelijkbaar met het pad van bijvoorbeeld Jos Rademakers, die zijn passieve woning in Oijen heeft laten bouwen. In deze situatie zit er dus geen verschil tussen de bekendheid in Nederland en in België

43 7.2 Belastingvoordeel en subsidies Het grootste verschil dat er bestaat tussen passiefhuizen in Nederland en België is de financiële steun die passieve woningen in België krijgen van de overheid. Hieronder is een subsidieoverzicht voor 2011 te zien, waaruit blijkt dat er voor energiezuinige woningen in België jaarlijks een aanzienlijke belastingvermindering te behalen is (Passiefhuisplatform). Voor een lage energiewoning, waarbij de totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling beperkt blijft tot 30 kwh / m 2, geldt een fiscale aftrek van 420 gedurende een periode van tien jaar. Voor een passiefhuis geldt een fiscale aftrek van 850 gedurende een periode van tien jaar. Voor een energie nul woning geldt een fiscale aftrek van gedurende een periode van tien jaar. Voor alle bedragen geldt dat het om een geïndexeerd bedrag gaat. Dit houdt in dat de bedragen kunnen worden aangepast aan de inflatie. Wanneer deze bedragen vergeleken worden met het jaar ervoor, dan gaan de subsidiebedragen zelfs omhoog. In 2010 was de jaarlijkse fiscale aftrek namelijk respectievelijk 420, 830 en Om voor deze belastingvermindering in aanmerking te komen is de enige voorwaarde dat er een certificaat moet zijn aangevraagd voor het betreffende woningtype. In het geval van een passiefhuiscertificaat kan er dus jaarlijks een belastingvermindering van 850 worden toegezegd, hetgeen over een periode van tien jaar uitkomt op een besparing van Naast deze belastingvermindering is in België ook sprake van subsidies voor zonnepanelen, in tegenstelling tot Nederland waar dit in 2010 is afgeschaft. Volgens Christophe Debrabander van Bostoen kunnen deze zonnesubsidies samen met de belastingvermindering oplopen tot een totale besparing van In veel gevallen is dit meer dan de helft van de meerkosten om een woning passief uit te voeren, wat de drempel naar een passiefhuis aanzienlijk verlaagt. Met dergelijke hulp van de overheid is het dus ook niet verwonderlijk dat het er in België meer passiefhuizen zijn gerealiseerd dan in Nederland. Dit sluit aan bij onze redenen voor het weinige succes van passiefhuizen in Nederland, namelijk de extra investering en de twijfels over de terugverdientijd. Door dergelijke financiële tegemoetkomingen wordt het principe ook verspreid door het land en wordt de bekendheid dus ook aanzienlijk vergroot. De verwachting is dat deze premies niet altijd in stand zullen blijven, aangezien deze langzaam teruggeschroefd worden naarmate de norm strenger wordt. Zodra het passiefhuis in 2021 verplicht is geworden in België zullen deze premies niet meer verstrekt worden omdat het doel dan bereikt is. Het doel van de belastingvermindering was dus om de grote massa aan te zetten tot energiezuinig bouwen en om de bekendheid hiervan te vergroten. 43

44 8. Brandgevaar Zoals reeds genoemd, schijnt er volgens een Belgisch onderzoek 21 een groter brandgevaar te zijn in passiefhuizen, namelijk de grotere kans op een backdraft. Om over dit fenomeen meer kennis te verkrijgen hebben we ons allereerst ingelezen in de uitgevoerde onderzoeken en de reacties die hierop zijn gegeven. Naar aanleiding van het literatuuronderzoek zijn we naar Brink Climate Systems gegaan om te spreken met Jan Steenhuis over de eventuele werking van ventilatiesystemen ten tijde van een brand. Vervolgens hebben we een gesprek gehad met Pieter Timmer van de Brandweer Groningen over het gedrag van brand en het ontstaan van een backdraft. Naar aanleiding van beide gesprekken hebben we een aantal situaties geschetst die zouden kunnen optreden als we van een aantal gegevens en aannames uitgaan. Tot slot is er een samenvatting gemaakt van hetgeen er kan gebeuren en zijn er daarop een aantal adviezen uitgeschreven. 8.1 Het onderzoek In het onderzoek, dat uitgevoerd is in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, zijn een tweetal computersimulaties uitgewerkt. Professor Brohez van de Universiteit van Bergen heeft een simulatie uitgevoerd voor een brand in een traditionele woning en een voor een brand in een passiefhuis. Hieruit bleek dat een passiefhuis sneller rook en warmte genereert, als gevolg van de betere isolatie, de hogere luchtdichtheid en de gecontroleerde ventilatie. Door deze passiefhuiseigenschappen kunnen de rook en de warmte de woning niet ontsnappen. Na enige tijd, zodra de aanwezige hoeveelheid zuurstof in de woning verbruikt is, zou de brand kunnen gaan smeulen en hierin schuilt volgens het onderzoek het gevaar. De temperatuur in de woning blijft namelijk hoog, en wanneer in een dergelijke situatie een deur of een raam geopend wordt, dan kan vanwege de plotselinge zuurstoftoevoer een backdraft ontstaan. Een backdraft kan ontstaan bij een niet volledige verbranding door gebrek aan zuurstof, waaraan plots een dosis zuurstof wordt toegevoegd met een explosie als gevolg. Na de afronding van het onderzoek wordt er meteen getwijfeld aan de uitkomsten, met als gevolg vele reacties van allerlei passiefhuisbetrokkenen. Een van deze reacties komt van Chris Zijdeveld, voorzitter van de Stichting Passiefhuis Holland, waarvan hieronder twee citaten staan vermeld (Wilms, 2011). Het is een gemakkelijke en onjuiste bewering dat een passief huis potdicht is. Het heeft ook gewoon ramen die open kunnen en bij een goed ontwerp zelfs extra openingen om in de zomernacht voor extra verkoeling te zorgen. Als reactie op het feit dat door het openen van een raam of deur een backdraft kan ontstaan, maar dat anderzijds ook rook door de woning wordt verspreid via het ventilatiesysteem zegt Chris Zijdeveld het volgende: De redenering wordt niet consequent doorgezet. Door ditzelfde ventilatiesysteem kan dan ook voldoende zuurstof worden aangevoerd om juist die backdraft te voorkomen. 21 Zie bijlage 16 44

45 De laatste reactie die we hierbij vermelden is een reactie van Hervé Breulet van de Direction des risques accidentels van het ISSeP, die geïnterviewd werd door het Belgische Passiefhuis Platform (Meersseman, 2010): Voor de heer Breulet is een passiefhuis niet bepaald gevaarlijker voor de bewoners of de brandweer dan een traditionele woning. De vrees voor backdraft mag dan terecht zijn, de eerste simulaties lijken dat niet bevestigen. Er bestaat dus een hoop twijfel over het uitgevoerde onderzoek, maar volledige duidelijkheid kan niemand nog geven. Met deze informatie is er dus nog geen duidelijk antwoord te geven op de vraag of er in passiefhuizen een groter brandgevaar heerst. 8.2 Brink Climate Systems Naar aanleiding van de uitkomsten van het literatuuronderzoek hebben we als eerste een bezoek gebracht aan Brink Climate Systems, een ontwikkelaar van gebalanceerde ventilatiesystemen in Staphorst. Een van de nieuwste modellen van Brink is speciaal ontwikkelt voor het passiefhuis, namelijk het passiefhuittoestel. Dit toestel biedt een totaaloplossing voor duurzaam verwarmen, ventileren met hoog rendement warmteterugwinning en warmtevoorziening (Brink, 2010). Naar aanleiding van een mailtje van ons naar een van Brink s leveranciers, over de werking van het ventilatiesysteem ten tijde van brand, nam Jan Steenhuis, Export Manager van Brink, contact met ons op. We zijn vervolgens naar het hoofdkantoor in Staphorst gegaan en hebben daar o.a. gesproken over brandgevaar in passiefhuizen. In bijlage 17 zijn foto s van het bezoek terug te vinden. Uit ons gesprek is het volgende duidelijk geworden: De warmteterugwinning van het ventilatiesysteem gebeurt door lucht te laten stromen door een aantal zogenaamde blisters. Hierin stroomt de warme, vervuilde binnenlucht langs de koude, schone buitenlucht waardoor de warmte uitgewisseld wordt. Hierbij komen beide luchtstromen niet met elkaar in aanraking. Inblazen voorverwarmde buitenlucht Aanzuigen gebruikte binnenlucht Beide luchtstromen staan NIET met elkaar in contact Afvoer gebruikte binnenlucht Aanvoer buitenlucht Samen met Jan Steenhuis nemen we aan dat het smeltpunt van deze blisters ergens boven een temperatuur van 150 C ligt. Zodra deze blisters smelten, bijvoorbeeld door hete rookgassen kan de af te voeren lucht gemengd worden met de aan te voeren lucht. Vanwege de zuigende werking van de kanalen zal de af te voeren lucht grotendeels in het aanvoerkanaal van de woning terechtkomen. 45

46 Inblazen voorverwarmde buitenlucht Aanzuigen gebruikte binnenlucht De luchtstromen zullen voor 80% lopen zoals in dit schema. Ongeveer 20 % zal nog gaan volgens het vorige schema. Er ontstaat dus een menging van lucht, waarbij dit schema de overhand krijgt. Afvoer gebruikte binnenlucht Aanvoer buitenlucht Wanneer deze afvoerlucht dus bestaat uit rookgassen, dan zal de rook via de ventilatiekanalen door de woning verspreid worden. De werking van het ventilatiesysteem is echter afhankelijk van de elektriciteitsbeschikbaarheid. Zodra de stroom bij brand uitvalt zal het systeem niet meer werken en er wordt dan geen frisse lucht of rook in de woning gepompt. De conclusie van het bovenstaande is dat het ventilatiesysteem in het meest negatieve scenario de ontstane rook door de woning kan verspreiden, waardoor het vluchten voor bewoners of het toetreden van brandweerlieden gevaarlijken en moeilijker wordt. Zodra de elektriciteit echter wegvalt, heeft het ventilatiesysteem geen invloed meer op de brand. 8.3 Brandweer Groningen Als reactie op het bezoek aan Brink Climate Systems, zijn we op bezoek geweest bij Pieter Timmer, instructeur bij het bureau opleiden en oefenen van de Brandweer Groningen. Hij heeft ons eerst een uitleg gegeven over de ontwikkeling en de werking van een brand, en daarna hebben we gesproken over het eventueel optreden van een backdraft in een passiefhuis. De uitwerking van dit bezoek is te vinden in bijlage 18. Wanneer een brand geanalyseerd wordt, kun je concluderen dat het eigenlijk uit gas bestaat, in vaktermen brandgas genoemd. Als een brand wil optreden dan zijn er drie elementen nodig, namelijk zuurstof, brandstof en temperatuur. Wanneer een van deze drie ontbreekt, dan kan er geen sprake zijn van brand. Een brand heeft altijd een onderste en een bovenste explosiegrens, en tussen deze grenzen treedt de brand op, zoals geschematiseerd is in de afbeelding op de volgende pagina. 46

47 Onderste Explosiegrens BRAND Bovenste Explosiegrens Wanneer er voldoende brandgas aanwezig is, dan kan een brand op gaan treden in de onderste explosiegrens. Het moment van te weinig brandgas naar voldoende brandgas ter plaatse van de onderste explosiegrens wordt een flashover of vlamoverslag genoemd. In de praktijk kan een flashover optreden in bijvoorbeeld het volgende geval: Een kleine brand in een ruimte straalt een enorme dosis hitte af en hierdoor kunnen andere materialen in de ruimte gaan uitgassen. De hoeveelheid brandgas in de ruimte wordt steeds groter, en als de temperatuur uiteindelijk hoog genoeg is opgelopen, afhankelijk van de ontbrandingstemperatuur van het materiaal, dan kan een flashover optreden en is er sprake van brand. Wanneer er voldoende brandgas aanwezig is en de temperatuur hoog genoeg is, maar er ontstaat een tekort aan zuurstof, dan zal de brand gaan doven. Vanwege de hoge temperatuur zal het uitgassen van materialen door blijven gaan waardoor er veel brandgassen ontstaan. Op dit moment bevindt de situatie zich rechts van de bovenste explosiegrens, en bestaat er een rijk mengsel dat explosief verbrand kan worden. Wanneer er plots zuurstof wordt toegevoegd dan kan er een vlamterugslag ontstaan die gepaard gaat met een zeer heftige drukgolf: een backdraft. Een backdraft kan in de praktijk bijvoorbeeld optreden in het volgende geval: Een brand in een ruimte smeult vanwege een tekort aan zuurstof voor een volledige verbranding. Wanneer er plots een deur of raam wordt geopend, door bijvoorbeeld de brandweer, wordt er plots een grote hoeveelheid zuurstof aan de brand toegevoegd, waardoor een backdraft kan optreden. Het ontstaan van een backdraft kan bij verschillende temperaturen gebeuren, afhankelijk van de aanwezige materialen in een ruimte. Waar een backdraft vroeger pas optrad bij een temperatuur van 500 tot 550 C, kan dat tegenwoordig al bij een temperatuur van 150 tot 200 C. Dit komt door het groeiende gebruik van kunststoffen en materialen als spaanplaat, die minstens driemaal zoveel energie in zich hebben. Een backdraft zal altijd de weg van de minste weerstand kiezen, dus de tegengestelde route als die van de zuurstoftoevoer. In oudere woningen, waar nog enkel glas is toegepast, konden de ramen nog springen als gevolg van de hoge druk in de woning, waardoor de druk verlaagd werd en een eventuele backdraft minder heftig optrad. Door het toepassen van driedubbel glas, zoals dat gebeurt in passiefhuizen, zullen de ramen echter niet gaan springen. Hier kan alle druk via bijvoorbeeld een opengaande deur de woning verlaten waardoor de backdraft ter plaatse van die deur erg heftig kan zijn. Met deze kennis van een brand en de informatie die wij aan Pieter Timmer over passiefhuizen hebben verteld, is het volgens hem niet bij voorbaat uitgesloten dat een backdraft in een passiefhuis sneller op kan treden. In het geval dat een backdraft optreedt in 47

48 een passiefhuis is het voor de brandweer belangrijk om te weten dat het om een dergelijke woning gaat. Een ander blusgedrag is namelijk vereist en het inschatten van een brand is moeilijker vanwege de weinige rooksignalen die te zien zijn van buitenaf. Wanneer we tot slot de kennis over het ventilatiesysteem en de backdraft combineren, is het van belang om te kunnen zeggen wanneer de stroom uit zal vallen. Tegenwoordig kan dit volgens Pieter Timmer erg lang duren vanwege het wegwerken van bedrading in wanden. Maar de kans dat de elektriciteit tijdens een brand de gehele tijd beschikbaar blijft achten wij vrij klein, waardoor het systeem uiteindelijk uitvalt. Daarnaast is het niet precies in te schatten hoeveel zuurstof een backdraft nodig heeft, en of de ventilatietoevoer de backdraft dus kan vermijden. Wanneer zelfs de 20% zuurstoftoevoer van het ventilatiesysteem ten tijde van brand voldoende is om een backdraft te voorkomen, dan is het van belang om de stroom zo lang mogelijk aanwezig te laten blijven. 8.4 Situatieschetsen Met alle informatie die we verzameld hebben proberen we nu alle mogelijke situaties te beschrijven die bij brand kunnen optreden in een passiefhuis. Boven elke situatie zijn een aantal aannames en/of gegevens vermeld die voor die betreffende situatie gelden. Voor alle situaties geldt dat we de onderstaande gegevens hebben aangenomen. Als uitgangspunt wordt een brand genomen waar bij het ontstaan geen bewoner aanwezig is. Tevens gaan we uit van een voor de bewoner onblusbare brand en de aanwezigheid van branddetectoren. Een passiefhuis wordt als luchtdicht beschouwd. Er is niet met zekerheid te zeggen dat deze luchtdichtheid voor het verschil zorgt tussen brand in een reguliere woning en brand in een passiefhuis. Wel is duidelijk dat een passiefhuis voor de aanvoer van zuurstof afhankelijk is van het ventilatiesysteem, en zodra deze niet meer werkt zal er nauwelijks zuurstof in de woning komen. Aangenomen wordt dat er geen geleidelijke overgang van luchtdicht naar nietluchtdicht bestaat en dat er dus sprake is van wel of geen luchtdichtheid. Dit aangezien we geen gegevens hebben over het verloop van de luchtdichtheid bij verhoging van de temperatuur. De aanname dat deze overgang bij 200 C plaatsvindt, komt van de website van het Belgische Passiefhuis Platform (Meersseman, 2010) Aangezien een backdraft bij verschillende temperaturen al kan plaatsvinden, maar de temperatuur wel minimaal C moet zijn, gaan we ervan uit dat een backdraft plaats kan vinden vanaf 200 C, dus vanaf hetzelfde moment als waarop een passiefhuis eventueel niet meer luchtdicht is. Er wordt uitgegaan van een open indeling van de woning waarbij de vluchtdeur direct toegang geeft tot de ruimte waarin de brand zich bevindt. Daaruit nemen we ook aan dat een bewoner de woning niet kan verlaten via de ruimte waarin het gevaar van een backdraft schuilt. Met andere woorden: vanuit de ruimte waarin een backdraft kan plaatsvinden kan geen deur naar buiten worden geopend. Het ventilatiesysteem zou eventueel de backdraft kunnen uitstellen, aangezien er tot het smelten van de blisters nog zuurstof toegevoerd kan worden. We nemen echter aan dat het smeltpunt van de blisters, ergens boven 150 C, gelijk is aan de minimale 48

49 Situatie 1 temperatuur waarbij een backdraft op kan treden, namelijk C. Uit deze aanname concluderen we dat in welk scenario dan ook, de werking van het ventilatiesysteem bij brand in een passiefhuis geen invloed heeft op het al dan niet optreden van een backdraft. Aannames / gegevens Enkele ramen zijn geopend. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning direct bij het horen van het alarmsignaal. De elektriciteit van de woning valt vlak na het ontstaan van de brand uit. In de woning ontstaat een brand en de branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de open ramen en het werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er continu zuurstof toegevoerd in de woning, waardoor de brand zal blijven branden. De stroom valt uit waardoor het ventilatiesysteem ophoudt met de woning van verse lucht te voorzien en rookgassen af te voeren. Vanwege de zuurstoftoevoer via de open ramen ontwikkelt en verspreidt de brand zich als een brand in een reguliere woning. Voor de brandweer schuilt er nu niet meer gevaar dan bij een brand in een reguliere woning. Situatie 2 Aannames / gegevens Enkele ramen zijn geopend. De elektriciteit van de woning blijft werken. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning niet direct bij het horen van het alarmsignaal. De blisters die zorgen voor de scheiding tussen de aan- en afvoer van lucht smelten bij een temperatuur die hoger is dan 150 C. In de woning ontstaat een brand. De branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de open ramen en het werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er continu zuurstof aangevoerd in de woning, waardoor de brand zal blijven branden. De temperatuur van de rookgassen loopt gauw hoog op en doen de blisters in het ventilatiesysteem smelten, waardoor de rook nu via de ventilatiekanalen verspreidt wordt door de woning. De open ramen zorgen vanaf nu voor de enige zuurstoftoevoer. Het is vanaf nu een stuk gevaarlijker in de woning en het is dus ook lastiger om de woning te ontvluchten. De brand ontwikkelt en verspreidt zich als een brand in een reguliere woning. Het gevaar wat hier voor de brandweer schuilt is dat de rookverspreiding door de gehele woning plaatsvindt. 49

50 Situatie 3 Aannames / gegevens Alle ramen zijn gesloten. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning direct bij het horen van het alarmsignaal. De elektriciteit van de woning valt vlak na het ontstaan van de brand uit. De woning is niet meer luchtdicht bij een temperatuur van 200 C. In de woning ontstaat een brand. De branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de gesloten ramen en het niet werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er geen zuurstof toegevoerd in de woning, waardoor de brand uiteindelijk zal gaan smeulen. De temperatuur van de rookgassen loopt gauw hoog op en bij het overschrijden van de 200 C is de woning niet langer luchtdicht. Hiermee is de kans op een backdraft verkleind en ontwikkelt en verspreidt de brand zich als een brand in een reguliere woning. Situatie 4 Aannames / gegevens Alle ramen zijn gesloten. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning direct bij het horen van het alarmsignaal. Bij het vluchten laat de bewoner de deur open. De elektriciteit van de woning valt vlak na het ontstaan van de brand uit. In de woning ontstaat een brand. De branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de gesloten ramen en het niet werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er geen zuurstof toegevoerd. De bewoner heeft tijdens het vluchten de deur open gelaten waardoor de brand door deze zuurstofaanvoer niet zal gaan smeulen maar zich blijft ontwikkelen. Hiermee is het gevaar van een backdraft geweken en ontwikkelt en verspreidt de brand zich als een brand in een reguliere woning. Situatie 5 Aannames / gegevens Alle ramen zijn gesloten. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning direct bij het horen van het alarmsignaal. Bij het vluchten sluit de bewoner de deur weer. De elektriciteit van de woning valt vlak na het ontstaan van de brand uit. In de woning ontstaat een brand. De branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de gesloten ramen en het niet werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er geen zuurstof toegevoerd. De bewoner sluit na het vluchten de deur weer waardoor de brand vanwege het passieve karakter van de woning uiteindelijk zal gaan smeulen. Op dit moment bestaat de kans op een backdraft. 50

51 Situatie 6 Aannames / gegevens Alle ramen zijn gesloten. Er zijn bewoners aanwezig in de woning. De bewoner verlaat de woning niet direct bij het horen van het alarmsignaal. De elektriciteit van de woning valt vlak na het ontstaan van de brand uit. In de woning ontstaat een brand. De branddetectoren alarmeren de bewoners. Vanwege de gesloten ramen en het niet werkende ventilatiesysteem in de woning wordt er geen zuurstof toegevoerd. De brand heeft op een bepaald moment alle zuurstof in de woning verbruikt waardoor de brand vanwege het passieve karakter van de woning uiteindelijk zal gaan smeulen. Op dit moment bestaat de kans op een backdraft. 8.5 Conclusie Het extra gevaar dat in een passiefhuis zou bestaan werd naar onze mening vrij gemakkelijk afgewimpeld door o.a. de Stichting PassiefHuis Holland. Met de gegevens die wij verzameld hebben lijkt de kans te bestaan dat een passiefhuis een grotere kans op een backdraft heeft dan een reguliere woning. Bij de situatieschetsen gaan we echter uit van een aantal aannames, die we zelf niet met zekerheid vast kunnen stellen. Het is allereerst niet duidelijk hoeveel zuurstoftoevoer er moet zijn om een gelijke situatie te creëren als in een reguliere woning. Is het openlaten van een deur of raam voldoende om de kans op een backdraft te elimineren? En stel daarnaast dat een passiefhuis vanaf 200 C echt niet meer luchtdicht is, maakt dit enig verschil in de toevoer van zuurstof of geldt juist de dikke schil van de woning als gevaar? Wanneer deze luchtdichtheid geen rol speelt bij het al dan niet optreden van een backdraft, dan is het passiefhuis vrijgesteld van de beschuldigingen. Wanneer het namelijk aan de dikke schil ligt, dan zijn er meer woningtypen die bij brand gevaarlijker zijn dan alleen een passiefhuis. Wanneer het echter om de ventilatiekeuze gaat bij de kans op een backdraft, dan moet onderzocht worden of de kans groter is bij balansventilatie of bij natuurlijke ventilatie. Daarnaast is het belangrijk om niet te vergeten dat een brand twee fasen heeft, namelijk het ontstaan en de ontwikkeling van een brand. De ontwikkeling van een brand hebben we in dit hoofdstuk uitgebreid besproken, maar het ontstaan van een brand kan in een passiefhuis misschien wel veel moeilijker zijn dan in een reguliere woning. Maar als we uitgaan van de ergste situatie die volgens ons kan optreden, namelijk situatie zes, dan dienen er maatregelen genomen te worden om de eventuele schade te beperken. Allereerst is het belangrijk dat de bewoners de woning zo spoedig mogelijk verlaten ten tijde van brand, en dat hierbij de deur open wordt gelaten. Als deze opening namelijk voor voldoende zuurstoftoevoer kan zorgen, dan kan de kans op een backdraft verkleind of zelfs geëlimineerd worden. Daarnaast is het belangrijk dat de brandweer op de hoogte is van het passieve karakter van de woning. Er zal een ander blusgedrag vereist worden, doordat o.a. niet zonder meer de woning betreden kan worden. Een optie is om bijvoorbeeld bij de bouwaanvraag van een passiefhuis ook een notitie te voegen aan de brandweer, zodat de brandweer van tevoren op de hoogte is van het passiefhuis. Aangezien niet alle passiefhuizen tijdens de bouwaanvraag al passief zijn uitgevoerd, is er de optie om na de oplevering een verplichte melding te maken bij de brandweer. 51

52 Ten derde dienen er bouwkundige oplossingen meegenomen te worden in het ontwerp om de zuurstoftoevoer te kunnen vergroten. Een van de opties zou zijn om een zogenaamd explosieluik in de woning te installeren, zoals ook bij de bouw van ovens gebeurd (optie van Jan Steenhuis, Brink Climate Systems). Wanneer er een bepaalde druk in een ruimte ontstaat, zoals het geval is bij een backdraft, dan opent eerst het explosieluik zodat de druk op een gecontroleerde manier kan ontsnappen. Tot slot is er nog het verschil door eventuele aanwezigheid van bewoners. Wanneer er nog wel bewoners in de woning aanwezig zijn dan is de drang van de brandweer om naar binnen te gaan veel groter. In deze situatie dient de brandweer eerst af te rekenen met de kans op een backdraft. Maar is het laten ontstaan van een backdraft, zij het gecontroleerd, geoorloofd wanneer er nog een bewoner in de woning aanwezig is? Naast de vuurzee die ontstaat, hebben de drukgolven ook een impact op de constructie van het gebouw. De zekerheid moet bestaan dat een ruimte of gebouw niet instort, anders wordt het gevaar voor de nog aanwezige bewoner nog groter. Er zijn al met al veel aspecten van belang om een duidelijk antwoord te geven op de vraag of passiefhuizen een grotere kans op een backdraft hebben. We denken dat de zorgen terecht zijn en dat er meer onderzoek noodzakelijk is om de brandveiligheid van een passiefhuis te vergroten. 52

53 9. Conclusie Op basis van alle informatie die in de vorige hoofdstukken is benoemd kunnen we nu een antwoord geven op de gestelde hoofdvraag en deelvragen. Naast de hoofdvragen en deelvragen zijn we ook op andere onderdelen gestuit die we van tevoren niet benoemd hebben. De overeenkomsten en overige verschillen zijn in dit hoofdstuk dus ook behandeld. 9.1 Deelvragen Deelvraag 1 Wat is het verschil tussen een passiefhuis en een energie nul woning? Zowel een energie nulwoning als een passiefhuis is er op gericht om een zo energiezuinig mogelijke situatie te creëren, zij het op hun eigen manier. Een energie nulwoning richt zich voornamelijk op de balans tussen het opwekken van energie en het verbruik daarvan. Om uiteindelijk aan de eis van een nulwoning te voldoen, namelijk dat de EPC 0 is, wordt er o.a. een dikkere laag isolatie en een beter isolerend glas toegepast. Daarnaast is het noodzakelijk om installaties toe te passen die energie uit duurzame energiebronnen halen, zoals zonnepanelen, een zonneboiler of een warmtepomp. In aanvulling op deze installaties kunnen ook nog andere warmteterugwinmethoden worden toegepast, zoals het terugwinnen van warmte afkomstig van douchewater. Hierdoor wordt het energieverbruik van energie nulwoningen dus wel verlaagd vergeleken met reguliere woningen, maar er kan nog steeds veel energie verbruikt worden en dus is deze woningvorm nog erg afhankelijk van een energiebron. Deze energie wordt echter wel op een duurzame manier door de woning opgewekt, waardoor er in het gunstigste geval minder wordt verbruikt dan er wordt opgewekt op jaarbasis. Bij een energie nulwoning wordt dus alleen uitgegaan van het uiteindelijke resultaat aan de aanbodzijde. Het passiefhuis richt zich op het gebruik van passieve energie voor verwarming en om hiervoor de optimale omstandigheden te creëren. Een passieve woning kan het energieverbruik zover naar beneden brengen waardoor een conventioneel verwarmingssysteem zelfs niet nodig hoeft te zijn. Door het gebruik van driedubbel glas, een dikkere laag isolatie, een zongeoriënteerd ontwerp, de minimalisatie van koudebruggen, de hoge luchtdichtheid en het toepassen van een balansventilatiesysteem met warmteterugwinning kan worden voldaan aan de gestelde eisen. De eisen aan het passiefhuis worden zowel gesteld aan de vraagzijde (maximaal 15 kwh/m2jaar) als aan de aanbodzijde (maximaal 120 kwh/m2jaar). Naast deze eisen met betrekking tot energieverbruik, moet het passiefhuis nog aan twee eisen voldoen om een certificaat te behalen. De n50-waarde moet kleiner of gelijk aan 0,6 h-1 zijn en de temperatuuroverschrijdingsfrequentie boven 25 C is kleiner of gelijk aan 5% Deelvraag 2 Wat zijn de voor- en nadelen van een passiefhuis en hoe zijn de nadelen te beperken? Het eerste voordeel van een passiefhuis is de milieubewustheid. Het uitstoten van CO 2 bij de opwekking van energie zorgt voor een versterking van het broeikaseffect. Door de energievraag van een woning te minimaliseren, hoeft er minder energie opgewekt te 53

54 worden, waardoor een passiefhuis bijdraagt aan de vermindering van de CO 2-uitstoot. Wanneer er aanvullend ook nog gebruik gemaakt wordt van duurzame energie, kan deze uitstoot voor een passiefhuis volledig geëlimineerd worden. Op deze manier is het passiefhuis ook erg energiezuinig, aangezien er weinig energie nodig is om de woning te voorzien in haar behoeften. Deze energiezuinigheid zorgt uiteindelijk voor een lage energierekening, hetgeen een passiefhuis erg aantrekkelijk maakt. Het laatste voordeel dat wij noemen is de indelingsvrijheid. Doordat de temperatuur in een passiefhuis zo goed als gelijk is in de verschillende ruimten, is het mogelijk om een open indeling van de woning te creëren. Waar in reguliere woningen de entree bijvoorbeeld vaak door binnendeuren is afgesloten van de leefruimten, is dit in een passieve woning niet nodig. Het eerste nadeel van een passiefhuis is dat het bouwen ervan duurder is dan wanneer dezelfde woning niet passief uitgevoerd zou worden. Een precieze meerprijs voor een passiefhuis is niet te noemen, omdat dit afhankelijk is van het ontwerp, maar uitgegaan kan worden is een meerprijs van 10-15%. Ten tweede moet in een passiefhuis natuurlijke ventilatie geweerd moet worden om ongewenste warmteverliezen of aanvoer te voorkomen, waardoor het enige toe te passen ventilatiesysteem de mechanische ventilatie is. Mensen met een voorkeur voor een natuurlijkere vorm van ventilatie, waaronder de systemen A, B en C gerekend worden, zullen dus niet zonder meer kiezen voor een passieve woning. Tot slot is er nog de ontwerpkant van een passieve woning. Net als bij reguliere woningen is er bij passiefhuizen ook de mogelijkheid om een esthetisch mooi gebouw neer te zetten. Vanwege het passieve karakter zijn er echter dingen waar je rekening mee moet houden, of die zelfs het beste weggelaten kunnen worden. Voor elke woning geldt dat hoe compacter de woning is, hoe goedkoper en nauwkeuriger de woning gerealiseerd kan worden, maar voor passiefhuizen geldt dit in het kwadraat. Het toepassen van bijvoorbeeld veel uitbouwen en dakkapellen maakt het voor een passiefhuis erg lastig om aan de gestelde passiefhuis-eisen te voldoen Deelvraag 3 Hoe lang duurt het voordat een passiefhuis zich heeft terugverdiend? Gedurende de afstudeerperiode kwamen we tot de conclusie dat een terugverdientijd niet relevant is, of sterker nog: niet van toepassing is. Om een eigen huis te laten bouwen is in 99% van de gevallen een hypotheek nodig. Een hypotheek is een lening waarbij er maandelijks een bedrag wordt terugbetaald, en aangezien de stookkosten in een passiefhuis beduidend lager liggen, is het veel belangrijker en interessanter om naar de totale maandlasten van de woning te gaan kijken. Aan de hand van een berekening hebben we een indicatie kunnen geven van het percentage meerkosten bij de bouw van een passieve woning, namelijk 14,07%. Dit percentage valt binnen de verwachte meerprijs, namelijk 10-15% Deelvraag 4 Waarom behoort passief bouwen in Nederland nog niet tot de standaard? Het relatief beperkte succes van passiefhuizen in Nederland is niet te verklaren vanuit één reden. Een van de beperkende factoren is de energieprestatiecoëfficiënt, afgekort de EPC. Aangezien het passiefhuis berekend wordt met het PHPP-programma, en dus een uitkomst geeft die iets zegt over het energieverbruik van een woning, is dit niet te vergelijken met een 54

55 uitkomst van een EPC-berekening, waaruit het energieverbruik niet af te leiden is. Wanneer een woning voldoet aan de EPC-eis, dan is de woning wel energiebewust, maar er zal niet gauw verder gekeken worden naar een zuinigere woning. Op deze manier houdt de EPC de ontwikkeling van energiezuinige woningtypen in Nederland op dit moment tegen. Een tweede reden is dat de extra investering volgens ons een veelvoorkomend obstakel is bij de keuze voor een passiefhuis. De eerder genoemde meerprijs van 10-15% schrikt mensen af, en hierdoor kunnen ze vergeten te kijken naar het voordeel dat deze investering oplevert, namelijk de weinige maandelijkse energielasten. De totale maandlasten kunnen hierdoor zelf lager liggen dan bij een reguliere woning. De derde reden die we aanvoeren is de bekendheid van passiefhuizen in Nederland. Iemand kan nog zo geïnteresseerd zijn in energiezuinig bouwen, wanneer het passiefhuisprincipe niet bekend is, dan kan een dergelijke woning ook niet gerealiseerd worden. Voor architecten, aannemers, gemeenten, aanbieders en ontwikkelaars is er een mogelijkheid weggelegd om het passiefhuis bekend te maken onder de bevolking. Hiertoe moeten deze partijen eerst zelf bekend raken met het passiefhuis. De vooroordelen die er bestaan over het passiefhuis kan gezien worden als de vierde reden. Deze vooroordelen gaan met name over het onaangename binnenklimaat dat kan ontstaan door een niet goede werking van het ventilatiesysteem of door oververhitting in de zomer, en dat ramen niet geopend kunnen worden. We hebben in dit verslag aangetoond dat de bestaande vooroordelen niet op waarheid berusten. In dit stadium zijn mensen dus al bekend met het passiefhuis, maar is de informatie die ze hierover bezitten niet volledig juist. Evenals bij de bekendheid van het passiefhuis, kan hier een rol vervuld worden door gemeenten, aanbieders en ontwikkelaars. De vijfde reden is de manier waarop de Nederlandse woningmarkt gevormd is, namelijk een aanbodgestuurde markt. Hierdoor is er weinig bekend over bijvoorbeeld de energetische kwaliteit van de woning. Wanneer er een vraaggestuurde markt zou zij, dan kan er vanuit de bewoner meer vraag naar passiefhuizen ontstaan. De zesde en laatste reden geldt voor de sociale woningbouw. Hierbij zit het grootste probleem hem in de kosten die een projectontwikkelaar extra moet maken om een project passief uit te voeren. Deze kosten zijn voor de ontwikkelaar namelijk niet terug te verdienen op de energierekening, aangezien deze voor de bewoners is en de ontwikkelaar daar dus geen profijt van heeft. Een logische stap zou dus zijn om de huur te verhogen, zodat de projectontwikkelaar op die manier de extra bouwkosten kan compenseren. Deze stap is vanwege het woningwaarderingsstelsel, het subsidiestelsel en gemeentelijke regels nog niet te nemen, waardoor het voor de sociale woningbouw nog niet uit kan om alle woningen passief uit te voeren Deelvraag 5 Zijn er buitenlandse ontwikkelingen die het passieve bouwen in Nederland kunnen verbeteren? Voor dit vraagstuk hebben we gekeken naar passiefhuizen in België. We waren voornamelijk geïnteresseerd in de reden van bewoners om te kiezen voor een passieve woning en in de financiële voordelen die energiezuinige woningen in België met zich meebrengen. Wanneer we puur technisch naar de bezochte passieve woningen in België kijken, dan zit daar weinig 55

56 tot geen verschil in met de Nederlandse passiefhuizen. Ook als we kijken naar de bekendheid van het passiefhuis in België zijn er geen verschillen met Nederland. Het grootste verschil dat er bestaat tussen passiefhuizen in Nederland en België is de financiële steun die passieve woningen in België krijgen van de overheid. Om voor deze belastingvermindering in aanmerking te komen is de enige voorwaarde dat er een certificaat moet zijn aangevraagd voor het betreffende woningtype. In het geval van een passiefhuiscertificaat kan er jaarlijks een belastingvermindering van 850 worden toegezegd. Naast deze belastingvermindering is in België ook sprake van subsidies voor zonnepanelen, in tegenstelling tot Nederland waar dit in 2010 is afgeschaft. In veel gevallen is dit meer dan de helft van de meerkosten om een woning passief uit te voeren, wat de drempel naar een passiefhuis aanzienlijk verlaagt. 9.2 Hoofdvraag Wat is een passiefhuis in Nederland en hoe kan de toekomst hiervan versneld worden? Het passiefhuis is een extreem energiezuinige vorm van woningbouw en richt zich volledig op het beperken van het energieverbruik voor ruimteverwarming. Het gebruik van passieve warmtebronnen, zoals de zon, bewoners en huishoudelijke apparaten, zorgt voor bijna alle benodigde warmte in een woning, en door slimme bouwmethoden toe te passen is er van warmteverlies bijna geen sprake. Een passiefhuis in Nederland is, voor zover wij kunnen oordelen, technisch gezien niet anders dan in andere landen. Het grote internationale verschil is dat er in Nederland geen subsidies verleend worden, waardoor de bekendheid minder is en de hogere bouwkosten minder gauw voor lief worden genomen. De meest effectieve oplossing, om de toekomst van het passiefhuis op het gebied van de particuliere woningmarkt te versnellen, zou dan ook zijn om subsidies te gaan verlenen. Een tweede optie zou kunnen zijn dat een hypotheekverstrekker helpt bij het versnellen van proces. Een hypotheekverstrekker kijkt namelijk niet naar de energiezuinigheid van een woning waardoor deze lasten niet meegerekend worden. Als een hypotheekverstrekker naar de totale woonlasten zou kijken in plaats van naar de hypotheeklasten, kunnen mensen een hogere lening krijgen. Mensen kunnen namelijk maandelijks meer geld besteden aan de hypotheek wanneer de energielasten lager zijn. Op deze manier kan een hogere lening verstrekt worden aan mensen die een energiezuinige woning willen realiseren. Ook zou een hypotheekverstrekker een lagere rente kunnen aanbieden om mensen te overtuigen een woning passief uit te voeren. Vanwege de extra investering en daarbij horend de hogere hypotheek, kan de hypotheekverstrekker hierdoor dezelfde winst maken. Ook zou de hypotheekverstrekker de mensen kunnen wijzen op de mogelijkheid om passief te bouwen en de hierbij behorende financiële voorwaarden duidelijk maken. Ten derde ligt er een mogelijkheid voor architecten, aannemers, gemeenten, aanbieders en ontwikkelaars. Deze partijen kunnen de bekendheid van het passiefhuis vergroten en zorgen dat er correcte informatie wordt overgedragen op de klant. Tot slot richten we ons op de sociale woningbouw, waar het woningwaarderingsstelsel, het subsidiestelsel en de gemeentelijke regels ervoor zorgen dat projectontwikkelaars niet standaard passiefhuizen kunnen bouwen. De overheid zou eens naar deze regelingen 56

57 kunnen kijken, zodat zowel de klant als de ontwikkelaar profiteert van deze energiezuinige woningvorm. 9.3 Overige conclusies Naast de antwoorden die we hebben gegeven op de hoofdvraag en de deelvragen, zijn we tijdens ons onderzoek nog op enkele andere aspecten van het passiefhuis gestuit. Behalve de voor- en nadelen van passiefhuizen ten opzichte van reguliere woningen, bestaan er ook overeenkomsten en andere verschillen die niet direct als voor- of nadeel te bestempelen zijn. Hieronder worden achtereenvolgens de overeenkomsten en de overige verschillen behandeld Overeenkomsten De constructiematerialen die gebruikt kunnen worden voor de bouw van een passiefhuis komen overeen met de materialen die gebruikt worden voor de bouw van reguliere woningen. Hout, beton en metselstenen/-blokken kunnen allemaal gebruikt worden, ieder met hun eigen methoden om aan de passiefhuiseisen te voldoen. Ook in de materiaalkeuze voor o.a. gevelbekleding, dakbekleding en isolatie zit geen verschil met reguliere woningen. Of er nu metselwerk of houten gevelbekleding gewenst is, er dakpannen of leien op het dak moeten komen en of er glaswol of cellulose toegepast moet worden, alles is mogelijk binnen het passiefhuisprincipe. De derde overeenkomst is de ontwerpmogelijkheden die het passiefhuis biedt.. De bewoners van de passieve woningen die wij bezocht hebben, hebben nauwelijks concessies hoeven te doen aan hun gestelde wensen en eisen. Het passiefhuis is een principe waarbij de ontwerpfase bij de berekeningen betrokken dient te worden, waardoor een architect in principe al het getekende passief heeft ontworpen. Ook van glasbeperking hoeft in principe geen sprake te zijn. Het is een passief uitgangspunt dat aan de noordzijde van de woning weinig glasoppervlakken gesitueerd worden, maar door te spelen in het PHPP-programma is dit uitgangspunt te omzeilen Overige verschillen Het binnenklimaat is een van de verschillen tussen een passiefhuis en een reguliere woning die niet bij voorbaat als voor- of nadeel kan worden benoemd. Er bestaan namelijk vele vooroordelen over het binnenklimaat in een passiefhuis, namelijk het onaangename binnenklimaat dat kan ontstaan door een niet goede werking van het ventilatiesysteem of door oververhitting in de zomer, en dat ramen niet geopend kunnen worden. Deze vooroordelen hebben we tijdens de case studies ter sprake gebracht en elk van deze bleek niet op de waarheid te berusten. Het gebalanceerde ventilatiesysteem in een passieve woning zorgt ervoor dat er juist voldoende frisse en schone lucht binnenkomt, en voert tevens voldoende vervuilde lucht af. Belangrijk hierbij is dat het systeem goed geïnstalleerd en onderhouden wordt, want nalatigheid hierin kan inderdaad voor overlast zorgen. Een tweede vooroordeel is dat door de extreem goede isolatie en luchtdichte afsluiting van een passiefhuis, ongewenste warmte de woning niet kan verlaten, waardoor er oververhitting ontstaat. Het omgekeerde is echter het geval. Door het ontwerp van een passiefhuis kan de warmte van buiten de woning nauwelijks betreden. De zon wordt bewust buiten de woning gehouden door de noodzakelijke toepassing van zonwering en 57

58 overstekken, waardoor het binnenklimaat ook in de zomer comfortabel is. De lage zon in de wintermaanden wordt daarentegen wel toegelaten in de woning, waardoor de woning zichzelf door deze passieve energie opwarmt. Verder wordt een passiefhuis uitgerust met zogenaamde zomernachtventilatie, waardoor koele lucht van buiten rechtstreeks de woning in stroomt. Op deze manier koelt een gebouw gedurende de nacht af en kan er s ochtends gestart worden met een lagere binnentemperatuur. Het derde vooroordeel is dat ramen en deuren in passiefhuizen niet open mogen staan. Het concept van de zomernachtventilatie kan juist goed worden uitgebreid met het openen van ramen, om de temperatuur in de woning s avonds en s nachts goed in de hand te houden. Zelfs een raam op een kier in de winter kan geen kwaad. De enige twee dingen die gebeuren zijn dat je meer warmte verliest en dat er ongefilterde lucht de woning binnentreedt. Maar wanneer een bewoner bewust een raam opent, is deze vorm van warmteverlies gewenst. De conclusie die wij hieruit trekken is dat het gecreëerde binnenklimaat juist erg comfortabel is gedurende het hele jaar. In de wintermaanden zorgt het ventilatiesysteem dat het binnenklimaat altijd voorzien is van verse lucht, terwijl er maar heel weinig energie nodig is om tot de verwarming van de woning te komen. In de zomermaanden wordt de meeste warmte buitengehouden door de zonwering en het dikke isolatiepakket waardoor ook dan het binnenklimaat zeer aangenaam is. Een tweede verschil is de werking van geluid, iets wat zowel een nadeel als een voordeel kan zijn in een passiefhuis. Vanwege de dikke schil en de goede luchtdichtingen is het achtergrondniveau van buitengeluid laag, maar daardoor is een passiefhuis gevoeliger voor geluid in de woning. Het is dus van belang dat door het ventilatiesysteem geproduceerd geluid zo veel mogelijk wordt beperkt. Een andere vorm van geluidsoverlast kan zijn dat door de goede luchtdichtingen een galm ontstaat. Doordat geluid door de lucht voortgeplant kan worden, betekent dit dat het geluid een gesloten ruimte in een passiefhuis niet of nauwelijks kan verlaten. Hierdoor wordt het geluid via de wanden terug naar de ruimte weerkaatst en kan hierdoor overlast ontstaan. Daarbij versterkt het toepassen van glas de geluidsweerkaatsing in een ruimte, en dus is het van belang om een voldoende geluidsabsorberende inrichting te kiezen, door bijvoorbeeld veel gordijnen, tapijt of meubels te plaatsen. Het derde verschil dat we willen benoemen is iets wat als een nadeel en als een voordeel gezien kan worden, namelijk de nauwkeurigheid die nodig is tijdens het ontwerpen en het bouwen van de woning. Als nadeel kan gezien worden dat er gauw fouten gemaakt kunnen worden en dat het passieve karakter van de woning daardoor sterk aangetast kan worden. Een voordeel hierin is dat door deze nauwkeurigheid een kwalitatief goede woning gerealiseerd wordt, met een hoge mate van luchtdichtheid en minimalisatie van koudebruggen waardoor het energieverbruik van de woning vergeleken met een reguliere woning vele malen lager ligt. Het laatste verschil dat we uit ons onderzoek concluderen is het brandgevaar. Volgens een Belgisch onderzoek zou in passiefhuizen een groter brandgevaar bestaan dan bij reguliere woningen. Gezegd wordt dat door de luchtdichtheid van de woning een brand smeult zodra de aanwezige hoeveelheid zuurstof in de woning verbruikt is. De temperatuur in de woning blijft vanwege de extreem goede isolatie hoog, en wanneer in een dergelijke situatie een deur geopend wordt, dan kan vanwege de plotselinge zuurstoftoevoer een backdraft ontstaan. Naar aanleiding van het door ons uitgevoerde onderzoek kunnen we over brandgevaar in passiefhuizen niet met zekerheid iets zeggen. Er zijn vele aspecten die een rol spelen bij de brandontwikkeling in een passiefhuis en daarbij hebben we veel aannames gedaan. Hieruit 58

59 spreken we wel het vermoeden uit dat er een grotere kans op een backdraft kan bestaan in een passiefhuis, maar of dit komt vanwege de luchtdichtheid, de dikkere isolatie of het mechanische ventilatiesysteem durven we niet te zeggen. 59

60 10. Literatuurlijst AIRAKSINEN M., BOER DE B., BOONSTRA C., ELSWIJK M., JAHN J., JOOSTEN L., LOON VAN S., MLECNIK E., NIEMINEN J. (2007) Promotion of European Passive Houses. Handleiding voor installateurs en energie-adviseurs. www. Europeanpassivehouses.org. BOONSTRA C. CLOCQUET R., JOOSTEN L. (2006) Passiefhuizen in Nederland. Aeneas. BRINK CLIMATE SYSTEMS (2010) Dé totaaloplossing voor duurzaam verwarmen, ventileren en warm watervoorziening: het Passiefhuistoestel. Staphorst: Brink Climate Systems. CLOCQUET R., JANSEN D., JOOSTEN L. (2009) Uitwerkingsinstructie Toolkitconcepten Passiefhuis. SBR DEBIJE, P. Club Green. Green together. Geraadpleegd op 15 april ENERGIELABEL. Energielabel woningen. Geraadpleegd op 10 april FERNHOUT A., MINNESMA M., VENDRIK K. (2011) Wij Willen Zon. Betaalbare zonne-energie voor iedereen. Geraadpleegd op 10 juni GEURTS, H.A.M. & DORLAND VAN, R. (2005) Klimaatverandering: wat is er aan de hand met het weer in Nederland en België? Utrecht: Kosmos-Z&K. GORE, A. (2006) Een ongemakkelijke waarheid: het gevaar van het broeikaseffect en wat we eraan kunnen doen. Amsterdam: Meulenhoff. GORE, A. (2009) Onze Keuze. Een actieplan om het klimaat te redden. Amsterdam: Meulenhoff. GROENE-ENERGIEWINKEL. Energiebesparing, waterbesparing en zelf opwekken van energie. Geraadpleegd op 15 april ISOPLAN. Isoplan. Toekomstgericht bouwen. Geraadpleegd op 6 mei MEERSSEMAN, B. (14 juli 2010) Passiefhuis Platform. De reflex voor Energiebewust Bouwen. Geraadpleegd op 8 mei MILIEU CENTRAAL. Broeikaseffect, Klimaatverandering, Warmtepompen, Zonne-energie. Geraadpleegd op 5 april NBVT. Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten. Geraadpleegd op 30 mei NOVEM (2000) Energiebewust ontwerpen van nieuwbouwwoningen. Sittard: Novem bv. PASSIEFHUIS PLATFORM. Passiefhuis Platform. De reflex voor Energiebewust Bouwen. Geraadpleegd op 24 mei REIJNDERS, L. (2006) Energie: van brandhout tot zonnecel. Amsterdam: Van Gennep. 60

61 RIJKSOVERHEID (2011) Rijksoverheid. Documenten en publicaties. Geraadpleegd op 4 juni STICHTING PASSIEF BOUWEN (2011) Passief bouwen. Wat is passief bouwen?berkel en Rodenrijs: Stichting Passief Bouwen. STICHTING PASSIEF BOUWEN. Passief bouwen. Maximaal comfort met minimale energie. Geraadpleegd op 20 mei STICHTING PASSIEFHUIS HOLLAND (2008) Passiefhuistechnologie in Nederland. Bouwen voor de toekomst: comfortabel & energie-efficiënt. Sliedrecht: Stichting PassiefHuis Holland. STICHTING PASSIEFHUIS HOLLAND. Passiefhuistechnologie in Nederland. Geraadpleegd op 20 mei STICHTING SPAAR HET KLIMAAT (12 mei 2010) Tijd voor scherpere isolatienorm woningen. STO. Het Passiefhuis. Vandaag bouwen met de standaard van morgen. Geraadpleegd op 22 maart WILMS T. (11 mei 2011) Stichting maakt zich geen zorgen over brand in passiefhuizen. 61

62 Met extra dank aan: Stichting Passiefhuis Holland Passief Bouwen Nederland Brink Climate Systems EcoScala Villa Nova Bouw Bouwbedrijf Bostoen De Goedestede Brandweer Groningen 62

Projectgegevens. Openbaar Belang Binnengasthuisstraat 1 8022 NH, Zwolle T. (038) 45 67 222 E. info@openbaarbelang.nl. Projectteam PROJECT

Projectgegevens. Openbaar Belang Binnengasthuisstraat 1 8022 NH, Zwolle T. (038) 45 67 222 E. info@openbaarbelang.nl. Projectteam PROJECT Energieconcept Projectgegevens PROJECT De groene verbinding Nieuwbouw 15 duurzame woningen Pallandtmarke te Zwolle OPDRACHTGEVER Openbaar Belang Binnengasthuisstraat 1 8022 NH, Zwolle T. (038) 45 67 222

Nadere informatie

Passief Bouwen: waarom en hoe?

Passief Bouwen: waarom en hoe? Passief Bouwen: waarom en hoe? Ontwerpen en bouwen vanuit een visie ir. H.J.J. (Harm) Valk senior adviseur Energie & Duurzaamheid Passief Bouwen Kenmerken o hoogwaardige thermische schil o goed comfort

Nadere informatie

Bedreigingen. Broeikaseffect

Bedreigingen. Broeikaseffect Bedreigingen Vroeger gebeurde het nogal eens dat de zee een gat in de duinen sloeg en het land overspoelde. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. De mensen hebben de duinen met behulp van helm goed vastgelegd

Nadere informatie

Energielasten als een van de uitgangspunten bij nieuwbouw en renovatie

Energielasten als een van de uitgangspunten bij nieuwbouw en renovatie Energielasten als een van de uitgangspunten bij nieuwbouw en renovatie Door Eric van Zee, april 2008 Energie steeds groter deel van de woonlasten De kosten voor verwarming en warm tapwater vormen een steeds

Nadere informatie

Energieneutraal via de Passief bouwen route

Energieneutraal via de Passief bouwen route Energieneutraal via de Passief bouwen route ing. J.J.P. (Jan Pieter) van Dalen Slotsymposium 14 september 2015 Verbouw monument Verbouw van een monument Monument als bedoeld in art. 1 onder d (Monumentenwet

Nadere informatie

7 STAPPEN VOOR ENERGIEBESPARING IN EEN TANGRAMHUIS:

7 STAPPEN VOOR ENERGIEBESPARING IN EEN TANGRAMHUIS: TANGRAMHUIS 7 STAPPEN VOOR ENERGIEBESPARING IN EEN TANGRAMHUIS: 1 - ZON - Maak gebruik van de zon, de enige kostenloze energieleverancier! Onze woningen worden naar de zon georiënteerd, dat wil zeggen

Nadere informatie

Bouwfysica van Passief Bouwen in houtskeletbouw

Bouwfysica van Passief Bouwen in houtskeletbouw Bouwfysica van Passief Bouwen in houtskeletbouw Projectseminar Velve-Lindenhof ir. H.J.J. (Harm) Valk senior adviseur Energie & Duurzaamheid Nieman Raadgevende Ingenieurs Inleiding Nieman Raadgevende Ingenieurs

Nadere informatie

Energieprestaties grondgebonden woningen

Energieprestaties grondgebonden woningen Energieprestaties grondgebonden woningen Meer wooncomfort met minder energie Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels Stap voor stap naar minder energiegebruik De overheid stelt steeds scherpere

Nadere informatie

17-6-2013. Passief Bouwen. Passief Bouwen in de praktijk. Velve-Lindehof, Enschede. Stelling. Ontwerpvisie. Binnengasthuizen, Zwolle

17-6-2013. Passief Bouwen. Passief Bouwen in de praktijk. Velve-Lindehof, Enschede. Stelling. Ontwerpvisie. Binnengasthuizen, Zwolle Passief Bouwen Passief Bouwen in de praktijk Kennisdag Bouwfysica 2013 Passief bouwen' is een specifieke bouwstandaard met een comfortabel binnenklimaat, gedurende zowel het zomer- als het winterseizoen,

Nadere informatie

Duurzaam bouwen is innovatief denken... slim clubhuis.nl

Duurzaam bouwen is innovatief denken... slim clubhuis.nl Duurzaam bouwen is innovatief denken... Duurzaam bouwen =toekomstbestendig bouwen Duurzaam bouwen is goed voor mens, milieu en portemonnee: * mens; comfort, gezondheid, welzijn * milieu; biodiversiteit,

Nadere informatie

Bouwbesluit en Passief Bouwen

Bouwbesluit en Passief Bouwen Bouwbesluit en Passief Bouwen Welke (on)mogelijkheden zijn er vanuit de bouwregelgeving? ir. H.J.J. (Harm) Valk senior adviseur Energie & Duurzaamheid Programma Bouwbesluiteisen en Passief Bouwen Gezondheid

Nadere informatie

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?,

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, ir. F.W. (Freek) den Dulk Nieuwe eis per 1 januari 2006 EPC 0,8 Herziening norm: NEN 5128:2004 Energieprestatie van woonfuncties en

Nadere informatie

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Leerkrachtinformatie Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten wat de gevolgen zijn van energie verbruik. De leerlingen weten wat duurzaamheid is. De leerlingen

Nadere informatie

Passief Bouwen in de praktijk

Passief Bouwen in de praktijk Passief Bouwen in de praktijk Velve-Lindenhof: van idee tot realisatie ir. H.J.J. (Harm) Valk / ing. A.F. (André) Kruithof adviseur Energie & Duurzaamheid Programma Projectomschrijving Ontwerpvisie Bouwfysische

Nadere informatie

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265).

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265). 5.2.1 Lezen In het leerboek krijgen de leerlingen uiteenlopende teksten te lezen. Op die manier worden de verschillende tekstsoorten en tekststructuren nogmaals besproken. Het gaat om een herhaling van

Nadere informatie

Energieprestatie in de toekomst Verdouw Beurs 2.0

Energieprestatie in de toekomst Verdouw Beurs 2.0 Energieprestatie in de toekomst Verdouw Beurs 2.0 ing. A.F. (André) Kruithof Oktober 2015 Programma Op weg naar 2050: doelstellingen bestaande bouw & nieuwbouw BENG-indicatoren Energiezuinigheid in de

Nadere informatie

2020: 8 miljoen woningen belasten ons milieu onevenredig zwaar?

2020: 8 miljoen woningen belasten ons milieu onevenredig zwaar? Erik Franke Franke Architekten 1 oktober 2008 Den Haag 2008: 7 miljoen woningen belasten ons milieu onevenredig zwaar! 2020: 8 miljoen woningen belasten ons milieu onevenredig zwaar? 2020: 4,3 miljoen

Nadere informatie

Bewonersinformatie Rosmalen. Aandachtspunten voor uw vernieuwde woning

Bewonersinformatie Rosmalen. Aandachtspunten voor uw vernieuwde woning Bewonersinformatie Rosmalen Aandachtspunten voor uw vernieuwde woning 2 Voorwoord Afgelopen periode heeft BAM Woningbouw in opdracht van de eigenaar van uw woning, a.s.r., uw woning verbeterd. Bij de woningverbetering

Nadere informatie

BuildDesk kennisdocument

BuildDesk kennisdocument BuildDesk kennisdocument Woningen energieneutraal renoveren: hoe doe je dat? Leer hoe bestaande woningen energieneutraal te renoveren zijn. Met als belangrijkste ingrediënten: terugdringen van de energiebehoefte

Nadere informatie

BuildDesk kennisdocument

BuildDesk kennisdocument BuildDesk kennisdocument Woningen energieneutraal renoveren: hoe doe je dat? Leer hoe bestaande woningen energieneutraal te renoveren zijn. Met als belangrijkste ingrediënten: terugdringen van de energiebehoefte

Nadere informatie

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Interactie tussen gevelisolatie, ventilatiesystemen en capaciteit warmtepompsystemen Per 1 januari 2015 worden de EPCeisen aangescherpt. Voor woningen

Nadere informatie

Proceedings passiefhuis-symposium 2006 DHV

Proceedings passiefhuis-symposium 2006 DHV Proceedings passiefhuis-symposium 2006 69 Haalbaarheid van gietbouw in de passiefhuisstandaard en vergelijking van klimatisatieconcepten Chiel Boonstra DHV C1 ABSTRACT In Europa is de Passief huis technologie

Nadere informatie

Energietransitie. Bouw op onze kennis

Energietransitie. Bouw op onze kennis Energietransitie Bouw op onze kennis Programma Introductie Energieverbruik van een woning Energieverbruik in de praktijk Energieneutraal + Opslag van energie Bewoner centraal Wat doen wij? Een greep uit

Nadere informatie

Alternatieve energieopwekking

Alternatieve energieopwekking Alternatieve energieopwekking Energie wordt al tientallen jaren opgewekt met een paar energiebronnen: Kolen Gas Olie Kernenergie De eerste drie vallen onder de fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen

Nadere informatie

Installatie overzicht bij EPC-concepten

Installatie overzicht bij EPC-concepten Installatie overzicht bij EPC-concepten Dit boekje geeft een overzicht van de belangrijkste installaties zoals die nu op de markt aanwezig zijn. PelserHartman probeert u een zo volledig mogelijk overzicht

Nadere informatie

De mechanische ventilatie type C is in te delen in twee stromingen die nog in de huidige huizen aanwezig zijn:

De mechanische ventilatie type C is in te delen in twee stromingen die nog in de huidige huizen aanwezig zijn: 1 Introductie In een huishouden is ventilatie nodig om ervoor te zorgen dat het huis van schone en gezonde lucht is voorzien. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen natuurlijke ventilatie (type A), en

Nadere informatie

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd 1E SCHOOL duurzaam gerenoveerd DUURZAAM RENOVEREN investeren in MEERVOUDIGE OPBRENGST INHOUD PRESENTATIE 1 Niet duurzame school 2 Duurzaam bouwen & leven 3 Duurzame energie, kleinschalig opgewekt 4 Passief

Nadere informatie

Voorstel Energie- en Installatie-opzet Boddegat CPO-project Boddegat, Ede door de werkgroep Energie en Installaties

Voorstel Energie- en Installatie-opzet Boddegat CPO-project Boddegat, Ede door de werkgroep Energie en Installaties Vastgesteld in ALV Boddegat op 2014-04-01 Voorstel Energie- en Installatie-opzet Boddegat CPO-project Boddegat, Ede door de werkgroep Energie en Installaties Inleiding Bij de energie- en installatieopzet

Nadere informatie

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces H 2 et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces Bij het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaren geleden, was er geen atmosfeer. Enkele miljoenen jaren waren nodig voor de

Nadere informatie

Ulft. Energieneutraal wonen. De lage woonlasten Energieneutraal wonen en leven Realisatie woningen Plan Bomenbuurt. energielabel A++ EPC = 0,0

Ulft. Energieneutraal wonen. De lage woonlasten Energieneutraal wonen en leven Realisatie woningen Plan Bomenbuurt. energielabel A++ EPC = 0,0 Energieneutraal wonen Ulft De lage woonlasten Energieneutraal wonen en leven Realisatie woningen Plan Bomenbuurt energielabel A++ EPC = 0,0 22 energieneutrale twee-onder-een-kap koopwoningen Plan Bomenbuurt.

Nadere informatie

Energieprestatie. metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw. 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst. door Peter Vierveijzer

Energieprestatie. metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw. 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst. door Peter Vierveijzer Energieprestatie metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst door Peter Vierveijzer aanleiding Denkt u projecten te missen doordat houten en kunststof kozijnen

Nadere informatie

Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen. L escaut woonservice

Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen. L escaut woonservice Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen L escaut woonservice Woonburg Zeeuwland 1 De Wooneco-alliantie 2 Minder dan een

Nadere informatie

AUT-ARK I. is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certificaat

AUT-ARK I. is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certificaat by AUT-ARK I is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certificaat De woning heeft geen kade aansluiting meer nodig en is dus volledig zelfvoorzienend (autark). Hij is uiterst duurzaam middels

Nadere informatie

energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015

energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015 energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015 Marc Smijers M 06-23924330 www.smijers-energieadvies.nl info@smijers-energieadvies.nl 1 Onderwerpen Relatie tussen energielabel en energiegebruik

Nadere informatie

ZEN Platformbijeenkomst. Bouw op onze kennis

ZEN Platformbijeenkomst. Bouw op onze kennis ZEN Platformbijeenkomst Bouw op onze kennis Even voorstellen Patrick Harting Projectmanager Werkzaam sinds: 2007 "De uitdaging van mijn werk is niet het stapelen van de stenen, maar het inzetten van ieders

Nadere informatie

LAGE ENERGIE RENOVATIE: YES WE CAN! Christophe Marrecau. Woensdag 21 april 2010 Eco-Bouwpools Ecohuis Antwerpen. Context

LAGE ENERGIE RENOVATIE: YES WE CAN! Christophe Marrecau. Woensdag 21 april 2010 Eco-Bouwpools Ecohuis Antwerpen. Context LAGE ENERGIE RENOVATIE: YES WE CAN! Christophe Marrecau 7 & 8 november Passiefhuis-Platform 2009 vzw Woensdag 21 april 2010 Eco-Bouwpools Ecohuis Antwerpen Context 128 m2 woonopp. over 2 bouwlagen garage

Nadere informatie

K I N J O Y K I N R O O I. 14 februari 2013

K I N J O Y K I N R O O I. 14 februari 2013 K I N J O Y K I N R O O I 14 februari 2013 I N D E X 1. LOCATIE 1.1 ligging projectgebied 1.2 locatie 1.3 bestaande situatie 1.5 ligging waterwoningen 2. EILAND 2.1 eiland 3. WATERWONING 3.1 situatie

Nadere informatie

energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe

energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe Marc Smijers M 06-23924330 www.smijers-energieadvies.nl info@smijers-energieadvies.nl 1 Onderwerpen Hoe komt energielabel tot stand Relatie (of niet!)

Nadere informatie

Huis & Erf steekt energie in uw woning. Isolatiemaatregelen

Huis & Erf steekt energie in uw woning. Isolatiemaatregelen Huis & Erf steekt energie in uw woning Isolatiemaatregelen Huis & Erf steekt energie in uw woning Huis & Erf steekt energie in uw woning in de vorm van een compleet isolatiepakket voor uw hele woning.

Nadere informatie

DUURZAAM BOUW & WOONCONCEPT FAB5+ BOUWEN MET FAB5+

DUURZAAM BOUW & WOONCONCEPT FAB5+ BOUWEN MET FAB5+ DUURZAAM BOUW & WOONCONCEPT FAB5+ BOUWEN MET FAB5+ BOUWEN MET FAB5+ FAB5+ DUURZAAM BOUW & WOONCONCEPT 02 Inhoud Introductie 3 Het 5S-bouwsysteem? 5 Waarom 5S gebruiken? 7 Isolatiewaarde 11 De praktijk

Nadere informatie

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs 28 november 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de

Nadere informatie

Project: CO 2 -neutrale nulenergiewoning, Merelbeke. CO 2 -neutraal Nulenergie. Bio-ecologisch

Project: CO 2 -neutrale nulenergiewoning, Merelbeke. CO 2 -neutraal Nulenergie. Bio-ecologisch CO 2 -neutraal Nulenergie Bio-ecologisch Pieter VERSTRAETE Architect & energiedeskundige - Zaakvoerder NEO-architectuur - Projectverantwoordelijke DuBo, MilieuAdviesWinkel E info@neo-architectuur.be W

Nadere informatie

Al 90 jaar uw bouwpartner... Duurzaam bouwen volgens de passiefbouwwijze. www.linden.be www.pamaflex.eu

Al 90 jaar uw bouwpartner... Duurzaam bouwen volgens de passiefbouwwijze. www.linden.be www.pamaflex.eu Al 90 jaar uw bouwpartner... Duurzaam bouwen volgens de passiefbouwwijze www.linden.be www.pamaflex.eu Warmte-/energiebalans bij conventionele bouwwijze 1. Verliezen door muren en vensters 2. Verliezen

Nadere informatie

I Ventilatiesystemen principes :

I Ventilatiesystemen principes : I Ventilatiesystemen principes : Types A, B, C van ventilatie technieken: Ventilatiesysteem A : Het natuurlijke ventilatieconcept, genaamd ventilatiesysteem A, gebruikt het schoorsteenprincipe om de luchtstroming

Nadere informatie

LES 2: Klimaatverandering

LES 2: Klimaatverandering LES 2: Klimaatverandering 1 Les 2: Klimaatverandering Vakken PAV, aardrijkskunde Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken Materiaal Computer met

Nadere informatie

Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG)

Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) Op weg naar bijna energieneutraal bouwen in 2020 Jean Frantzen Adviseur duurzaam bouwen Kennisevent Routekaart richting energieneutraal bouwen R c 2,5 R c 3,5 R c

Nadere informatie

Notitie Betreft Power2Nijmegen Inleiding figuur 1: overzicht ecodorp Vraagstelling

Notitie Betreft Power2Nijmegen Inleiding figuur 1: overzicht ecodorp Vraagstelling Notitie Aan : Ad Vlems, Bert Lagerweij Van : Arjan van Bon Datum : 28 augustus 2012 Kopie : Anne Pronk Onze referentie : 9X3809.A2/N00001/110412/Nijm2 HASKONING NEDERLAND B.V. BUILDINGS Betreft : Power2Nijmegen

Nadere informatie

Passieve sociale woningen. Veerle De Meulenaer, burgerlijk ir. Projecten VMSW

Passieve sociale woningen. Veerle De Meulenaer, burgerlijk ir. Projecten VMSW Passieve sociale woningen Veerle De Meulenaer, burgerlijk ir. Projecten VMSW Passieve sociale woningen Sessie 14 Woonforum 2009 Welkom Demonstratieproject PASW Wat is een Passief Huis? Doelstellingen van

Nadere informatie

WOONLASTEN 4 15. Zijn de maandlasten voor huur + energie in een Passiefhuis lager dan in een normale woning? 4

WOONLASTEN 4 15. Zijn de maandlasten voor huur + energie in een Passiefhuis lager dan in een normale woning? 4 PASSIEFHUIZEN COLUMBUSKWARTIER ALMERE VEEL GESTELDE VRAGEN PASSIEFHUIZEN EN WONEN IN EEN PASSIEFHUIS 2 1. Wat is een Passiefhuis? 2 2. Wat is het voordeel van een Passiefhuis? 2 3. Wat zijn bewonerservaringen

Nadere informatie

Duurzaam, kostenbesparend en een hoog wooncomfort

Duurzaam, kostenbesparend en een hoog wooncomfort Duurzaam, kostenbesparend en een hoog wooncomfort De geschiedenis, ervaring en een hoogwaardige kwaliteit... Het CombiElement is een uniek, betaalbaar en kostenbesparend bouwsysteem op basis van natuurlijke

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven Datum Referentie Behandeld door 13 december 2011 20111278-07 P. Smoor/LSC 1 Inleiding

Nadere informatie

PDFlib PLOP: PDF Linearization, Optimization, Protection. Page inserted by evaluation version www.pdflib.com sales@pdflib.com

PDFlib PLOP: PDF Linearization, Optimization, Protection. Page inserted by evaluation version www.pdflib.com sales@pdflib.com PDFlib PLOP: PDF Lineariation, Optimiation, Protection Page inserted by evaluation version www.pdflib.com sales@pdflib.com p Energielabel woning supplement* Afgegeven conform de Regeling energieprestatie

Nadere informatie

Werkblad huismodule. Quintel Intelligence. Antwoordblad

Werkblad huismodule. Quintel Intelligence. Antwoordblad Antwoordblad Opdracht 1 Noteer de startwaarden en scores Kijk bij het dashboard. Noteer de startwaarden en scores die je hier ziet staan in de tabel hieronder. Dashboard onderdelen CO₂ uitstoot (ton per

Nadere informatie

ENERGIEBEHOEFTE WONINGBOUW

ENERGIEBEHOEFTE WONINGBOUW ENERGIEBEHOEFTE WONINGBOUW In t Hart van de Bouw ENERGIEBEHOEFTE WONINGBOUW Nederlandse Isolatie Industrie Postbus 8408 3503 RK UTRECHT 030-6623266 Vertegenwoordigd door: de heer ir. E. Las Nieman Raadgevende

Nadere informatie

Renoveren of nieuwbouw met. passiefhuis. Esbi Huis neemt u alle bouwzorg uit handen

Renoveren of nieuwbouw met. passiefhuis. Esbi Huis neemt u alle bouwzorg uit handen Renoveren of nieuwbouw met passiefhuis Esbi Huis neemt u alle bouwzorg uit handen De Esbi Huis-formule binnen 1 week een De opwarming van de aarde, het reduceren van de CO2-uitstoot en de eindigheid van

Nadere informatie

Alternatieve energiebronnen

Alternatieve energiebronnen Alternatieve energiebronnen energie01 (1 min, 5 sec) energiebronnen01 (2 min, 12 sec) Windenergie Windmolens werden vroeger gebruikt om water te pompen of koren te malen. In het jaar 650 gebruikte de mensen

Nadere informatie

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2):

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2): certificaatnummer 20110627-0000869054-00000007-9 straat Wijngaardstraat nummer 39 bus bestemming type eengezinswoning gesloten bebouwing softwareversie 1.3.3 berekend energieverbruik (kwh/m 2): Het berekende

Nadere informatie

Grip op je energieprestaties -wat doet de NZEB-tool?

Grip op je energieprestaties -wat doet de NZEB-tool? Grip op je energieprestaties -wat doet de NZEB-tool? Masterclass door Clarence Rose, DNA in de Bouw / Azimut Bouwbureau en Carl-peter Goossen, DNA in de Bouw / BouwNext 2 Masterclass Introductie NZEB-tool

Nadere informatie

Bespaar op energie én uw woonlasten samen met Woonpartners

Bespaar op energie én uw woonlasten samen met Woonpartners ENERGIE ZUINIGER WONEN! Bespaar op energie én uw woonlasten samen met Woonpartners 1 Energiebesparingsproject Energie besparen is een zaak van iedereen. Daarom investeert Woonpartners samen met haar huurders

Nadere informatie

Hoe je woning te verwarmen. Een beginners handleiding om je comfortabel te voelen.

Hoe je woning te verwarmen. Een beginners handleiding om je comfortabel te voelen. Hoe je woning te verwarmen. Een beginners handleiding om je comfortabel te voelen. Alles wat je moet weten over: - Hoe je je comfortabel kunt voelen in je woning - Welke maatregelen je kunt nemen om daarmee

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

De geschiedenis, ervaring en een hoogwaardige kwaliteit...

De geschiedenis, ervaring en een hoogwaardige kwaliteit... De geschiedenis, ervaring en een hoogwaardige kwaliteit... Het Combi-Element is een uniek betaalbaar en kostenbesparend bouwsysteem op basis van natuurlijke houtvezels, cement en een uitstekende thermische

Nadere informatie

Isover EPC-wijzer Behaal een EPC van 0,6 met Isover isolatie-oplossingen

Isover EPC-wijzer Behaal een EPC van 0,6 met Isover isolatie-oplossingen Isover EPC-wijzer Behaal een EPC van met Isover isolatie-oplossingen met succes naar www.isover.nl/epcwijzer www.isover.nl Energiebesparing: laten we er samen aan werken De overheid heeft samen met de

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN 4 juli 2007 19:11 uur Blz. 1 / 8 cursus Luc Volders - 2-7-2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: FB Projectgegevens: testpand 1234AB Software: EPA-W Kernel 1.09 07-06-2007 Vabi Software

Nadere informatie

Duurzaam Castricum 2030. Door vanuit ons vakgebied en met onze kennis de woningen in Castricum energie op te laten wekken in plaats van te laten

Duurzaam Castricum 2030. Door vanuit ons vakgebied en met onze kennis de woningen in Castricum energie op te laten wekken in plaats van te laten Duurzaam Castricum 2030. Door vanuit ons vakgebied en met onze kennis de woningen in Castricum energie op te laten wekken in plaats van te laten verbruiken. Hoe we werken De woning krijgt als het ware

Nadere informatie

18/10/2013. Arch. Christophe Debrabander voor Bostoen. De woning van 2020 werfbezoek. 17 oktober 2013, de woning van 2020

18/10/2013. Arch. Christophe Debrabander voor Bostoen. De woning van 2020 werfbezoek. 17 oktober 2013, de woning van 2020 Arch. Christophe Debrabander voor Bostoen De woning van 2020 werfbezoek 1 onze MISSIE: Omdat comfortabel wonen een behoefte is van iedereen, (ver-)bouwt Bostoen betaalbare, energiezuinige wooneenheden

Nadere informatie

4 Energiebesparingsadvies

4 Energiebesparingsadvies 4 Energiebesparingsadvies 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het energiebesparingsadvies voor het gebouw gepresenteerd. Allereerst wordt een inventarisatie gegeven van de reeds getroffen en onderzochte

Nadere informatie

Edwin Waelput Tempas Bouwmanagement bv Breda DuurSaam cooperatie ua

Edwin Waelput Tempas Bouwmanagement bv Breda DuurSaam cooperatie ua Edwin Waelput Tempas Bouwmanagement bv Breda DuurSaam cooperatie ua Het hoofddoel is: het omlaag brengen van uw energierekening door gedragsinvloeden & techniek én het produceren van duurzame energie;

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Beta Testbedrijf E. van Dijk 007 Kleveringweg 12 2616 LZ Delft info@vabi.nl Delft, 8 februari 2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: Opdrachtgever BV A. Bee Projectgegevens: Voorbeeldproject

Nadere informatie

Bouw je eigen huis aan de Tweeboomlaan

Bouw je eigen huis aan de Tweeboomlaan eeboomlaan tw t 6 kav oor el s sp kave lp a n or KAVELPASPOORTEN gemeente h o Bouw je eigen huis aan de Tweeboomlaan Luchtfoto van de locatie Impressie van de locatie eeboomlaan tw t 6 kav oor el s sp

Nadere informatie

Passief renovatie. sociale huurwoningen Tilburg. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee. Genomineerd voor de Passief Bouwen Award 2011

Passief renovatie. sociale huurwoningen Tilburg. Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee. Genomineerd voor de Passief Bouwen Award 2011 Passief renovatie sociale huurwoningen Tilburg Goed voor het milieu, goed voor de portemonnee Genomineerd voor de Passief Bouwen Award 2011 Genomineerd voor de VSK-Award 2012 Milieu en woonlasten hand

Nadere informatie

Les bij klimaatverandering:

Les bij klimaatverandering: Les bij klimaatverandering: Lesdoelen: De leerlingen zijn aan het einde van de les meer te weet gekomen over het gevolg van de opwarming van de aarde. De leerlingen kunnen zich verplaatsen in kinderen

Nadere informatie

Algemeen: door het toepassen van gevelisolatie is dan ook veel energie te besparen.

Algemeen: door het toepassen van gevelisolatie is dan ook veel energie te besparen. Gevelisolatie Dit verhaal bevat: een korte beschrijving van een aantal voor gevelisolatie belangrijke bouwfysische principes. een uitleg over de berekening van de warmteweerstand uitleg diverse soorten

Nadere informatie

Samen investeren in energiebesparing en duurzaamheid. Energiebesparende maatregelen. informatie MOLENBUURT FASE 2

Samen investeren in energiebesparing en duurzaamheid. Energiebesparende maatregelen. informatie MOLENBUURT FASE 2 informatie MOLENBUURT FASE 2 JANUARI 2016 Energiebesparende maatregelen Samen investeren in energiebesparing en duurzaamheid In 2016 wil Intermaris bij 40 woningen aan de Paltrokmolen in Purmerend de vloer

Nadere informatie

Duurzame elektriciteit in het EcoNexis huis

Duurzame elektriciteit in het EcoNexis huis Werkblad 1, mbo Duurzame elektriciteit in het EcoNexis huis Inleiding De wereldbevolking groeit al jaren vrij stevig. En de wereldwijde behoefte aan energie groeit mee: we kúnnen simpelweg niet meer zonder

Nadere informatie

Energiezuinig. Energiezuinige bouwmethodes

Energiezuinig. Energiezuinige bouwmethodes Energiezuinig Energiezuinige bouwmethodes met SILKA en YTONG bouwen met XELLA Inhoudsopgave Inleiding XELLA en energiezuinig bouwen 3 Maatschappelijk kader Broeikaseffect, energievraag en initiatieven

Nadere informatie

Startadvies Energiebesparing

Startadvies Energiebesparing Startadvies Stephanusplein 1, 7772 BR Hardenberg Startadvies : Op basis van de besparingscheck (zie bijlage) heeft uw woning een indicatief energielabel F. Het energielabel voor woningen loopt van A tot

Nadere informatie

Frisse Lucht GREEN PACKAGE. Energie uit de lucht - 100% duurzaam

Frisse Lucht GREEN PACKAGE. Energie uit de lucht - 100% duurzaam GREEN PACKAGE Energie uit de lucht - 100% duurzaam Het comfort van vloerverwarming, koeling en warmtapwater in een duurzaam energiesysteem voor bij u thuis. Frisse Lucht Green Package, duurzame energie

Nadere informatie

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec) Kernenergie En dan is er nog de kernenergie! Kernenergie is energie opgewekt door kernreacties, de reacties waarbij atoomkernen zijn betrokken. In een kerncentrale splitst men uraniumkernen in kleinere

Nadere informatie

Isolatie plaatsen en de kiertjes niet afdichten? Een jas die niet dicht kan, heeft toch ook geen zin...

Isolatie plaatsen en de kiertjes niet afdichten? Een jas die niet dicht kan, heeft toch ook geen zin... Isolatie plaatsen en de kiertjes niet afdichten? Een jas die niet dicht kan, heeft toch ook geen zin... Woonvocht en oppervlaktecondensatie De mens zelf produceert steeds een hoeveelheid waterdamp door

Nadere informatie

Systeem TH-250 TH-300 TH-400 TH-450

Systeem TH-250 TH-300 TH-400 TH-450 Geachte Heer, Mevrouw, Systeem ISOSLIM als bouwblokkensysteem is het alternatieve voor het sleutelklare eigenhuis, hetzelfde wat Uw bouwplannen zijn, is het een huis of een zwembad, met ISOSLIM maakt U,

Nadere informatie

AUT-ARK I. is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certifi caat

AUT-ARK I. is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certifi caat AUT-ARK I is een drijvende passiefwoning met Europees passiefhuis certifi caat De woning heeft geen kade aansluiting meer nodig en is dus volledig zelfvoorzienend (autark). Hij is uiterst duurzaam middels

Nadere informatie

Huurdersinformatie. Goed ventileren, erg belangrijk

Huurdersinformatie. Goed ventileren, erg belangrijk 1 Huurdersinformatie Goed ventileren, erg belangrijk Goed ventileren zorgt voor gezonde en droge lucht in uw woning. In deze brochure tips om te ventileren en om vocht te voorkomen. Inhoud Ventileren:

Nadere informatie

Energiescan. van: De Brink 6 te: 9999 DM Ons Dorp op: 15 maart 2014 door: Matthes Advies

Energiescan. van: De Brink 6 te: 9999 DM Ons Dorp op: 15 maart 2014 door: Matthes Advies Energiescan van: De Brink 6 te: 9999 DM Ons Dorp op: 15 maart 2014 door: Matthes Advies Energiescan voor woningen in opdracht van: de heer E. Scanner Straat en nr. gekeurde woning: De Brink 6 Postcode:

Nadere informatie

Duurzaamheid: monumenten uit de schaduw. Erfgoedbeurs, gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost- Gelre, 2 november 2015

Duurzaamheid: monumenten uit de schaduw. Erfgoedbeurs, gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost- Gelre, 2 november 2015 Duurzaamheid: monumenten uit de schaduw Erfgoedbeurs, gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost- Gelre, 2 november 2015 Begin bij het begin STAP 1 STAP 2 STAP 3 STAP 4 vermijd gebruik van energie spring zuinig

Nadere informatie

Rijswijk -Informatiecentrum 9 december 2013 bert nagtegaal

Rijswijk -Informatiecentrum 9 december 2013 bert nagtegaal Rijswijk -Informatiecentrum 9 december 2013 bert nagtegaal Geworteld wonen 9 DECEMBER e.v. Wat verstaan de potentiele bewoners onder duurzaamheid vinden de bewoners belangrijk als het gaat om duurzaamheid

Nadere informatie

Zuinige ketel? Dat loont! Ontdek de mogelijkheden, voordat uw oude verwarmingsketel stuk gaat.

Zuinige ketel? Dat loont! Ontdek de mogelijkheden, voordat uw oude verwarmingsketel stuk gaat. Zuinige ketel? Dat loont! Ontdek de mogelijkheden, voordat uw oude verwarmingsketel stuk gaat. Een nieuwe, zuinige ketel? Denk er nu al over na! Is uw ketel oud aan het worden? Wacht niet totdat hij stuk

Nadere informatie

VOCHT EN VENTILATIE. Goede ventilatie voorkomt vocht in uw woning

VOCHT EN VENTILATIE. Goede ventilatie voorkomt vocht in uw woning VOCHT EN VENTILATIE Goede ventilatie voorkomt vocht in uw woning VENTILEREN GEZOND LUCHT OPEN BUITENLUCHT VOCHT RAMEN WONING Goede ventilatie voorkomt vocht in uw woning Het voorkomen van vocht in uw woning

Nadere informatie

Het Greenhouse. Een toekomstgerichte oplossing

Het Greenhouse. Een toekomstgerichte oplossing Het Greenhouse Een toekomstgerichte oplossing Klimaatdoelstellingen - In 2025 dient de CO₂-uitstoot van alle woningen en gebouwen met 30% gereduceerd te zijn. - De oplossing dient innovatief, compromisloos

Nadere informatie

Belvédère-haven Maastricht. 10 december 2012

Belvédère-haven Maastricht. 10 december 2012 Belvédère-haven Maastricht 10 december 2012 I N D E X 1. INVENTARIS ANALYSE 1.1 ligging plangebied 1.2 foto s locatie 1.3 historie 1.4 wateren 1.5 ontsluiting 1.6 hoogtekaart 1.7 doorsnede en profiel 1.8

Nadere informatie

ROL VAN INSTALLATIETECHNIEKEN EN IMPACT OP UW ONTWERP. Dirk Saelens. Afdeling Bouwfysica, Departement Burgerlijke Bouwkunde, K.U.

ROL VAN INSTALLATIETECHNIEKEN EN IMPACT OP UW ONTWERP. Dirk Saelens. Afdeling Bouwfysica, Departement Burgerlijke Bouwkunde, K.U. NAV STUDIENAMIDDAG MASSIEF PASSIEFBOUW IN DE PRAKTIJK: AANPAK VAN ONTWERP TOT REALISATIE NAAR EEN PASSIEVE WONING OP BASIS VAN TRADITIONELE BOUWMETHODES ROL VAN INSTALLATIETECHNIEKEN EN IMPACT OP UW ONTWERP

Nadere informatie

echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen

echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen Agenda Wie is HRsolar Zonnewarmte V1.0 De markt Zonnewarmte V2.0 Zonnewarmte NOM Wie is HRsolar Nederlandse fabrikant van complete

Nadere informatie

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Basisles Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Les Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Zonlicht dat de aarde bereikt, zorgt ervoor dat het aardoppervlak warm

Nadere informatie

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo Maak werk van zon & wind Tynaarlo Aanleiding Najaarsnota 2008 aankondiging plannen voor duurzame energie Voorjaar 2009 ontwikkelen scenario s Mei 2009 raadpleging inwoners Tynaarlo Juni 2009 voorstellen

Nadere informatie

Welkom bij de presentatie van Esbi Bouw bv.

Welkom bij de presentatie van Esbi Bouw bv. Welkom bij de presentatie van Esbi Bouw bv. Wij zijn dochteronderneming van de Ter Steege groep te Rijssen Onze bedrijfsspecificaties zijn: Woningbouw zowel traditioneel als HSB: Comfort woningbouw Luxe

Nadere informatie

Woningen met EPC ( 0,8

Woningen met EPC ( 0,8 Een initiatief van in samenwerking met 1 Woningen met EPC ( 0,8 Toelichting wijzigingen en bouwkundige aandachtspunten en duurzame energie - ontwerp- en adviesbureau BNA ir. F.W. den Dulk (Freek) 2 1 Onderwerpen

Nadere informatie

Bouwfysica: NATUURKUNDIGE ELEMENTEN DIE MET HET BOUWEN VERBAND HOUDEN

Bouwfysica: NATUURKUNDIGE ELEMENTEN DIE MET HET BOUWEN VERBAND HOUDEN Bouwfysica: NATUURKUNDIGE ELEMENTEN DIE MET HET BOUWEN VERBAND HOUDEN NATUURKUNDIGE ELEMENTEN Warmte Vocht Warmtetransport Bij warmteverschillen zal er altijd een beweging komen om evenwicht te creëren

Nadere informatie

Meefinancieren van energiebesparende voorzieningen De mogelijkheden bij BLG Wonen Versie 1-1-2016

Meefinancieren van energiebesparende voorzieningen De mogelijkheden bij BLG Wonen Versie 1-1-2016 Meefinancieren van energiebesparende voorzieningen De mogelijkheden bij BLG Wonen Versie 1-1-2016 Energiebesparende voorzieningen zijn in meerdere opzichten interessant: Structurele besparing tot 30% op

Nadere informatie