VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA 2005-2008"

Transcriptie

1 VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA SAMENVATTING A. Situering B. Een toekomstgerichte visie C. Partnerschap D. De hervormingsprioriteiten voor de periode D.1. Macro- en micro-economische maatregelen D.2. Maatregelen op het vlak van werkgelegenheid DEEL I: ALGEMENE OMGEVINGSANALYSE A. Economie A.1. De Vlaamse welvaart A.2. Een sectorale benadering B. Overheidsfinanciën C. Arbeidsmarkt C.1. Werkzaamheid en werkloosheid C.2. Opleiding en vorming D. Transport D.1. Kerncijfers D.2. De Vlaamse poorten E. Innovatie E.1. Onderzoek en Ontwikkeling E.2. ICT F. Milieu en energie F.1. Energie-intensiteit van de economie F.2. Aandeel hernieuwbare energie F.3. Broeikasgasemissies F.4. Directe Materialeninput F.5. Biodiversiteit G. Sociale aspecten G.1. Inkomen G.2. De combinatie Arbeid-Gezin G.3. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen H. Demografische ontwikkelingen binnen Vlaanderen DEEL II: MACRO- & MICRO-ECONOMISCHE UITDAGINGEN A. Globale sterkte/zwakte-analyse van de Vlaamse economie B. De Vlaamse beleidsrepliek voor de periode B.1. Een geïntegreerd industriebeleid B.2. Een beleid dat zich richt op globalisering en mededinging B.3. Een beleid dat met betere regelgeving bedrijvigheid stimuleert B.4. Een beleid dat ondernemerschap bevordert B.5. Een beleid dat O&O en innovatie naar internationale standaarden wil brengen B.6. Een beleid dat oog heeft voor duurzaamheid DEEL III: UITDAGINGEN IN DE WERKGELEGENHEID A. Globale sterktezwakteanalyse van de Vlaamse arbeidsmarkt B. De Vlaamse beleidsrepliek voor de periode B.1. Actief ouder worden aanmoedigen en herstructureringen in goede banen leiden B.1.1 Actief ouder worden B.1.2 Transities en herstructureringen in goede banen leiden B.1.3 Loopbaanbegeleiding 1

2 B.2. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeteren en het levenslang leren stimuleren B.2.1 De ongekwalificeerde uitstroom terugdringen B.2.2 Knelpuntberoepen B.2.3 Meer deelname aan permanente vorming B.2.4 Het erkennen van verworven competenties (EVC) B.3. Een sluitende preventieve aanpak van de werkloosheid realiseren en langdurig werklozen kansen bieden via een versterkt curatief beleid B.3.1 Begeleiding op maat voor elke werkloze B.3.2 Een nieuwe start voor langdurig werklozen B.3.3 De instapopleiding B.3.4 Werk lonend maken B.4. De evenredige deelname van allochtonen en andere kansengroepen op de arbeidsmarkt bevorderen B.5. Een vlotte combinatie van arbeid en zorg mogelijk maken 2

3 SAMENVATTING A. SITUERING De herijking van de Lissabonstrategie, zoals ze door de Europese Raad van 22 en 23 maart 2005 werd goedgekeurd omvatte globaal gezien twee belangrijke elementen: (1) een prioritisering op groei en werkgelegenheid en (2) een nationale toe-eigening door middel van driejaarlijkse nationale hervormingsplannen. De basis van deze nationale hervormingsplannen zijn de Geïntegreerde richtsnoeren, bestaande uit de integratie van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Toen de Vlaamse Regering op 26 november 2004 en 25 februari 2005 een standpunt innam over de Midterm Review van de Lissabonstrategie, sprak ze reeds het oordeel uit dat in de context van de nationale actieplannen, ook waar toepasselijk en met respect voor nationale grondwettelijke tradities regionale actieplannen opgesteld moeten kunnen worden rekening houdend met de socioeconomische en ecologische specificiteiten. Conform dit standpunt, legde de Vlaamse Regering op 24 juni 2005 een structuur en kalender voor de opmaak van een Vlaams Hervormingsprogramma vast. Vermits de Europese Commissie 15 oktober 2005 vooropstelt als datum van indiening van de hervormingsprogramma s van de lidstaten, werd op Vlaams niveau in een strak tijdskader gewerkt. Het Vlaams hervormingsprogramma Lissabonstrategie: groei en jobs bestaat uit volgende onderdelen: 1. Een samenvatting met de voornaamste beleidsprioriteiten Een algemene omgevingsanalyse, waarin de brede politieke en sociaal-economische context in Vlaanderen wordt geschetst. 3. De macro- en micro-economische uitdagingen. 4. De uitdagingen op het vlak van de werkgelegenheid. Het Vlaams hervormingsprogramma is het resultaat van werkzaamheden vanuit diverse administratieve geledingen. De algemene omgevingsanalyse werd gevoed vanuit de administratie Planning en Statistiek. Voor het luik m.b.t. de macro- en micro-economische uitdagingen betreft, werd de redactie toevertrouwd aan de administratie Economie. Wat het luik werkgelegenheid betreft, stond de administratie Werkgelegenheid in voor de redactie. Een kern-ikw met vertegenwoordigers van de minister-president en de vice-minister-presidenten stond in voor de aansturing. De algemene coördinatie werd verzorgd vanuit een interkabinettenwerkgroep en werd aangestuurd door het kabinet van de minister-president. B. EEN TOEKOMSTGERICHTE VISIE Werkzaamheid, zorgzaamheid en leefbaarheid zijn onlosmakelijk verbonden pijlers van een kwaliteitsvolle en toekomstgerichte samenleving. Vlaanderen moet voldoende duurzame economische groei verwezenlijken en die omzetten in meer en betere jobs om het welvaarts- en welzijnsniveau ten minste te kunnen garanderen. Met het oog op de demografische ontwikkelingen en de vergrijzing moet Vlaanderen nu toekomstgerichte maatregelen durven nemen. In haar regeerakkoord stelde de Vlaamse regering meer ondernemen en meer werkgelegenheid als beleidsprioriteiten voorop. Vlaanderen plaatst dit actieplan, waarbij enkel die elementen die bijdragen tot meer groei en jobs werden geïntegreerd, onder een overkoepelende en coördinerende Strategie voor Duurzame Ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling betekent voor Vlaanderen een versmelting van economische ontwikkeling, sociale vooruitgang en ecologisch evenwicht van werkzaamheid, zorgzaamheid en leefbaarheid - waarbij naar levenskwaliteit wordt gestreefd in Vlaanderen én in de rest van de wereld. 3

4 Het betekent een evenwicht tussen de economische, sociale en ecologische dimensie. Duurzame ontwikkeling moet een troef worden voor Vlaanderen, niet alleen voor milieuzorg, maar ook voor het behouden en opbouwen van economische activiteiten en sociale (her)verdeling. C. PARTNERSCHAP De Vlaamse overheid is ervan overtuigd dat een hervormingsplan slechts kans op slagen heeft wanneer het gebaseerd is op een breed partnerschap. De op de Lissabonstrategie geïnspireerde langetermijnvisie die we hier presenteren is dan ook ontstaan uit een overleg tussen alle betrokken partners en beleidsdomeinen. Met VESOC en de SERV beschikt Vlaanderen daartoe over de geschikte overlegorganen; de sectorconvenants laten de Vlaamse overheid toe om ook de sectorale sociale partners bij het beleid te betrekken. De Vlaamse overheid, de sociale partners en de milieuorganisaties gaven al in 2001 gehoor aan de oproep van de Europese Raad van Lissabon (maart 2000) tot de uitbouw van een concurrentiële en dynamische kenniseconomie. Het resultaat van die oefening was het Pact van Vilvoorde, dat 21 sociaal-economische doelstellingen presenteerde voor het Vlaanderen in de 21ste eeuw. De doelstellingen uit het Pact werden in september 2005 hernieuwd en aangepast aan de gewijzigde beleidsomgeving. Dit hernieuwde Pact is naast het Vlaamse Regeerakkoord één van de bronteksten van het Vlaamse sociaal-economische beleid; de relevante doelstellingen op het vlak van het economische en het werkgelegenheidsbeleid vormen dan ook een leidraad in het definiëren van de uitdagingen van dit Hervormingsprogramma. Net als in het Europese Lissabonproces wordt in het Pact van Vilvoorde gewerkt met concrete, gekwantificeerde doelstellingen of benchmarks. Verschillende Lissabon-doelstellingen werden via het Pact trouwens in het Vlaamse beleid verankerd. De kwantitatieve opvolging van de langetermijndoelstellingen wordt in dit hervormingsplan verzekerd via een uitgebreide omgevingsanalyse (deel I) en een beknopte bijlage met beleidsindicatoren. D. DE HERVORMINGSPRIORITEITEN VOOR DE PERIODE D.1. Macro- en micro-economische maatregelen Vlaanderen wil voor het realiseren van deze doelstellingen de volgende grote maatregelen vooropzetten 1 : o o o Vlaanderen wil een geïntegreerd industriebeleid creëren door bij te dragen tot aantrekkelijke randvoorwaarden (ruimte om te ondernemen, bereikbaarheid garanderen, beschikbaarheid energie) en door financiële stimuli gericht en efficiënt in te zetten (groeipremie, ecologiepremie, strategische investeringssteun, ondernemerschapsportefeuille, de warmtekrachtkoppeling- en de groenestroomcertificaten). Om Vlaanderen te laten uitgroeien tot ondernemende regio moet het ondernemingsklimaat meer dienstverlenend en stimulerend worden. De bedrijfsvriendelijke dienstverlening van de overheid - met een één-loketsysteem en een accountmanagement voor complexe ondernemingsdossiers is de kernopdracht van het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO). Flanders Invest and Trade (FIT) heeft als opdracht de troeven als investeringsregio te versterken en uit te spelen. Administratieve lasten en kosten moeten worden verlaagd door reguleringsmanagement (compensatiemaatregel en reguleringsimpactanalyse) en het fiscaal pact met de gemeenten. Wij voorzien voor startende bedrijven een goede omkadering en voorwaarden die hen toelaten om te groeien. De verbeterde toegang tot (risico)kapitaal is hiervoor een belangrijke opstap (Arkimedes, Vlaams Innovatiefonds, Vriendenlening, waarborgregeling). Het innoveren van onze bedrijfsactiviteiten blijft een hoofdbekommernis om onze economie concurrentieel te houden. Vlaanderen blijft daarom zwaar inzetten op innovatie, ICT, nieuwe technieken, producten en processen. De Vlaamse regering engageert zich om een groeipad uit 1 De volledige omschrijving van de maatregelen vindt u in de volgende hoofdstukken. 4

5 o o te tekenen, zodat de 3%-norm voor O&O bereikt wordt. Met de implementatie van een nieuw beleidskader voor strategische onderzoekscentra en competentiepolen moeten de inspanningen van universiteiten en onderzoeksinstellingen beter aansluiten bij de innovatie-behoeften van het economisch weefsel. Diverse financieringinstrumenten moeten de loopbaan van de onderzoeker versterken en de brain drain tegengaan. Met het Digitaal Actieplan Vlaanderen wil de Vlaamse regering blijvend aansluiting vinden bij de Europese koplopers inzake informatiemaatschappij. Economische groei kan niet duurzaam zijn als ze niet gepaard gaat met investeringen in een gezond leefmilieu. Vlaanderen ontloopt zijn verantwoordelijkheid niet inzake de reductie van broeikasgasemissies en richt haar klimaat- en energiebeleid eerst en vooral op rationeel energiegebruik. D.2. Maatregelen op het vlak van werkgelegenheid Vlaanderen wil voor het realiseren van deze doelstellingen de volgende grote maatregelen vooropzetten 2 : o o o o o o Vlaanderen wil het actief ouder worden aanmoedigen, o.m. door het fiscaal rugzakje voor oudere werknemers. Vlaanderen wil de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt verbeteren (verbetering van de formule van afwisselend leren en werken, werkervaringsplaatsen, stimuleren van opleidingen in knelpuntberoepen, ) en het levenslang leren stimuleren (opleidingscheques, vormings- en stagedatabank, ). Op transities en herstructureringen wordt geanticipeerd door het blijvend inzetten van instrumenten die begeleiding, opleiding en herplaatsing bieden aan werknemers die het slachtoffer worden van herstructurering. Een toegankelijke loopbaanbegeleiding moet werknemers minder kwetsbaar maken. Vlaanderen wil een sluitende preventieve aanpak realiseren en langdurig werklozen kansen bieden via een versterkt curatief beleid. Werkzoekenden krijgen een begeleidings- en/of opleidingstraject op maat, waardoor ook langdurig werklozen in de arbeidsmarkt kunnen worden geïntegreerd. De evenredige deelname van allochtonen en andere kansengroepen op de arbeidsmarkt wordt bevorderd. Tot slot wil de Vlaamse regering een vlotte combinatie van arbeid en zorg mogelijk maken. 2 De volledige omschrijvingen van de maatregelen vindt u in de volgende hoofdstukken. 5

6 DEEL I: ALGEMENE OMGEVINGSANALYSE Vlaanderen is een welvarende regio met een relatief hoog BBP per hoofd. De investeringen en uitvoer liggen op een hoog niveau. Onze loonkost is vrij hoog. Dit heeft er doorheen de jaren voor gezorgd dat onze bedrijven in arbeidsbesparende technieken hebben geïnvesteerd. Een gevolg hiervan is de hoge arbeidsproductiviteit. De secundaire sector is relatief belangrijk in het Vlaamse Gewest. Onze sterke sectoren zijn de chemie en kunststof en de sector van de metaalproducten. De sterke tertiaire bedrijfstakken zijn de handel en de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening. Tijdens was de arbeidsintensiteit van de economische groei hoger dan in de periode De Vlaamse begroting laat sedert lang een overschot zien. De schuldgraad bedraagt ternauwernood 2% in Vlaanderen. De werkzaamheidsgraad ligt in Vlaanderen iets hoger dan gemiddeld in de EU-25, maar bij ouderen en allochtonen is de arbeidsdeelname zorgwekkend laag. De werkloosheid nam de voorbije jaren licht toe maar blijft in vergelijking met de andere regio s en EU-lidstaten relatief laag. De Vlaamse beroepsbevolking is hoog opgeleid en productief. Toch is de participatie aan levenslang leren nog onvoldoende. Ook de ongekwalificeerde uitstroom van leerlingen uit het middelbaar onderwijs blijft een belangrijk aandachtspunt voor het Vlaamse beleid. Vlaanderen kenmerkt zich door een dichte transportinfrastructuur. De Vlaamse zeehavens maken bijna een kwart uit van de overslag van de havens in de Le Havre Hamburg range. Zaventem neemt een belangrijker plaats in als vrachtluchthaven dan op het vlak van passagierstrafiek. De O&O-intensiteit ligt in Vlaanderen boven het Europese gemiddelde. Het aandeel van de mediumen hoogtechnologische sectoren in de totale export ligt in Vlaanderen iets onder dit van de EU-15. Belgische bedrijven en particulieren maken ongeveer evenveel gebruik van het internet als de Europeanen. Ons land moet nog een inhaalbeweging maken op het vlak van volledige on-line beschikbare overheidsdiensten. De Vlaamse economie is energie-intensiever dan die van de EU-25 als geheel. Het aandeel van hernieuwbare energie is in het Vlaamse Gewest nog minimaal. De uitstoot van broeikasgassen ligt momenteel boven het niveau van Er is nog werk voor de boeg om deze te reduceren binnen de Kyoto-doelstelling. Ook de stopzetting van het verlies aan biodiversiteit tegen 2010 vergt een blijvend engagement. Vlaanderen is een welvarende regio met een hoog gemiddeld inkomen. Dit neemt niet weg dat er groepen zijn die minder bedeeld zijn, doch de inkomensspreiding is er beter dan gemiddeld in de EU- 15. Het relatief hoge aantal kinderopvangmogelijkheden schept meer mogelijkheden om werk en gezin met elkaar te combineren. A. ECONOMIE A.1. De Vlaamse welvaart Het Vlaamse Gewest realiseerde in 2003 een BBP van koopkrachtpariteiten (KKP). Dit is meer dan in de EU-25 ( KKP). België als geheel noteerde echter een hogere waarde door de forse welvaart die in het Brussels Gewest geproduceerd wordt. Tabel I.1: BBP per hoofd in KKP in de EU-25 en de Belgische gewesten in Vlaams Gewest (a) Waals Gewest (a) Brussels Hoofdstedelijk Gewest (a) België EU Bron: Eurostat. (a) raming 3 Het BBP per hoofd is gelijk aan de arbeidsproductiviteit maal de werkgelegenheidsgraad maal het aandeel van de bevolking op beroepsactieve leeftijd in de totale bevolking. 6

7 Grafiek I.2: BEPALENDE FACTOREN VOOR HET BBP PER HOOFD IN 2001 Bron: Eurostat, bewerking APS EU-25 België Brussels Gewest Vlaams Gewest Waals Gewest BBP / hoofd (r.schaal) Arbeidsproductiviteit (r.schaal) De arbeidsproductiviteit is hoog in het Vlaamse Gewest. Dit is ook zo elders in België, zij het meer uitgesproken in Brussel-Hoofdstad en minder in het Waalse Gewest. De keerzijde is de lagere werkgelegenheidsgraad in het Vlaamse en meer nog in het Waalse Gewest, niettegenstaande het hogere aandeel deeltijdarbeid in onze regio (2003: Vlaamse Gewest: 21,1%, EU- 25: 16,9%). De Vlaamse Werkgelegenheidsgraad (l.schaal) Aandeel jr (l.schaal) economie groeide over de laatste 10 jaar ( ) aan een gemiddeld groeitempo van reëel 2,2% per jaar. Dit is ongeveer evenveel als heel België of de EU-25. In het Waalse Gewest was de groeiprestatie gematigder (+1,8%). Economische groei is noodzakelijk voor de creatie van arbeidsplaatsen. Gedurende de jaren bedroeg de economische groei in het Vlaamse Gewest gemiddeld 2,6%, terwijl de tewerkstelling met 1,3% vermeerderde. Tijdens de periode daarop ( ) viel de groei terug tot gemiddeld 2,1% bij een werkgelegenheidstoename die slechts lichtjes lager was in vergelijking met de periode daarvoor (+1,2%). Vlaanderen is export-gericht. De uitvoer van goederen bedraagt 97% van het BBP (163 miljard in 2004). Europa als geheel is goed voor 80% van onze export. Investeringen zijn belangrijk omdat zo de toekomstige productie-capaciteit verzekerd wordt. De investeringen van de private sector bedroegen in ,3% van het BBP in het Vlaamse Gewest. De investerings-ratio ligt daarmee structureel hoger dan in heel België, de EU-25 of het Waalse Gewest. Enkel in het Brusselse Gewest wordt relatief meer geïnvesteerd (19,6%). Deze gunstige positie mag niet doen vergeten dat de investeringsquote na 2000 gestaag afnam Grafiek I.3: INVESTERINGSRATIO PRIVATE SECTOR Bron: Eurostat, APS EU-25 België Brusselse Gewest Vlaamse Gewest Waalse Gewest

8 Een hoge Grafiek I.4: COMPETITIVITEITSINDICATOREN VOOR DE BELGISCHE GEWESTEN EN DE BELANGRIJKSTE HANDELSPARTNERS T.O.V. DE EU-25 IN 2001 arbeidsproductiviteit (Indices, EU-25 = 100) laat op macroeconomisch vlak toe Bron: INR, Eurostat, bewerking APS 170 om hogere lonen te Brussels Gewest betalen. Het 160 Vlaamse Gewest, 150 België als geheel en Nederland hebben 140 een hogere België Vlaams Gewest loonkost. De 130 Nederland Waals Gewest arbeidsproductiviteit 120 Frankrijk in deze gebieden is Duitsland hoger dan gemiddeld in de EU- 25. Het Brusselse Gewest kampt met 90 een relatief hoge Arbeidsproductiviteit (in ) loonlast. De productiviteit van de werknemers ligt er ook hoger, zij het niet in dezelfde mate. In het Waalse Gewest, Frankrijk en vooral Duitsland liggen beide indicatoren op een lager niveau dan in het Vlaamse Gewest. Arbeidseenheidskost (in ) A.2. Een sectorale benadering De secundaire sector is in het Vlaamse Gewest relatief belangrijker dan in de andere gewesten of de EU-25. Het Brusselse Gewest is atypisch met een groot gewicht van tertiaire activiteiten en geen primaire toegevoegde waarde. Ook in Wallonië is de desindustrialisering verder gevorderd dan in Vlaanderen. De belangrijkste Vlaamse secundaire sectoren zijn in volgorde van belangrijkheid de bouwsector, de chemie & kunststof en de voedingsnijverheid. Samen zijn die goed voor 47,3% van de output in de secundaire sector. In de tertiaire sector bestaat de Vlaamse top uit de zakelijke diensten & onroerend goed, de handel en de gezondheidszorg & maatschappelijke dienstverlening. Deze drie bedrijfstakken maken 63,0% uit van de bruto toegevoegde waarde in de tertiaire sector. Grafiek I.5: RELATIEVE AANWEZIGHEID EN GROEI VAN DE SECUNDAIRE BEDRIJFSTAKKEN IN HET VLAAMSE GEWEST T.O.V. DE EU-25 (op basis van de bruto toegevoegde waarde) Bron: APS VERBETEREND 120 Relatieve groei STERK overige chemie en kunststof industrie metaalproducten keramische, hout glas Relatieve aanwezigheid 2003 bouw voeding machines & apparaten petrochemie elektrische & optische apparaten 80 drukkerijen transportmiddelen textiel & confectie nutssectoren delfstoffen ZWAK 60 ACHTERBLIJVEND 8

9 Grafiek I.6: RELATIEVE AANWEZIGHEID EN GROEI VAN DE TERTIAIRE BEDRIJFSTAKKEN IN HET VLAAMSE GEWEST T.O.V. DE EU-25 (op basis van de bruto toegevoegde waarde) Bron: APS VERBETEREND 120 Relatieve groei STERK cultuur & gemeenschapsvoorzieningen 110 gezondheidszorg & maatschappelijke dienstverlening onderwijs horeca particuliere huishoudens overheid 90 zakelijke diensten en onroerend goed handel Relatieve aanwezigheid 2003 vervoer & communicatie ZWAK financiële instellingen 80 ACHTERBLIJVEND Aan de hand van zogenaamde belgrafieken kan de positie van de diverse subsectoren van een gebied geanalyseerd worden. Op de horizontale as staat de relatieve aanwezigheid. Op de verticale as bevindt zich de relatieve groei. In de secundaire sector bevinden zich de sectoren van de chemie & kunststof, de metaalproducten en de overige industrie (waaronder de meubelnijverheid) in het sterke kwadrant (sterker aanwezig en sterker gegroeid dan in de EU-25). Vlaanderen is ook gespecialiseerd in de voedingsnijverheid en de petrochemie, maar deze sectoren groeiden gedurende de laatste vijf jaar in kwestie ongeveer aan hetzelfde tempo als in de EU-25. De textiel & confectie, de nutssectoren en de bedrijven die transportmiddelen vervaardigen komen naar verhouding ook goed aan bod, maar verliezen terrein in vergelijking met hun Europese sectorgenoten. De belangrijke sector van de bouw is iets minder sterk aanwezig en groeide ook wat zwakker dan in de hele Europese Unie. De verschillen zijn echter niet zo groot. In het zwakke kwadrant komen dan weer duidelijk naar voor: de machines & apparaten, de vervaardiging van elektrische en optische instrumenten, de uitgeverijen & drukkerijen en de sector van de bouwmaterialen. Deze sectoren kregen meer kansen in Europa als geheel. Het Vlaamse Gewest bekleedt een sterke positie in de tertiaire sectoren van de handel en de gezondheidszorg & maatschappelijke dienstverlening. De transit- en havenactiviteiten en de uitbouw van onze sociale welvaartsstaat zijn daar niet vreemd aan. Het onderwijs komt eveneens goed aan bod in onze regio, maar volgt het groeipad zoals elders in de EU-25. De zakelijke diensten & onroerend goed is in omvang heel belangrijk; in verhouding tot de Europese Unie is deze sector hier iets beter vertegenwoordigd. Voorts bevinden zich een aantal tertiaire activiteiten in het zwakke kwadrant. Het hoeft niet te verwonderen dat ook de financiële instellingen en de overheidssector zich daar situeren, gezien de grotere ontplooiing van deze sectoren in hoofdstedelijke gebieden. Technologie- en kennisintensieve bedrijfstakken zijn belangrijk voor een economie. Deze activiteiten zorgen immers voor een proportioneel grotere tewerkstelling en toegevoegde waarde dan de meer traditionele sectoren. 9

10 Grafiek I.7: SPREIDING VAN DE INDUSTRIËLE ONDERNEMINGEN IN HET VLAAMSE GEWEST NAAR TECHNOLOGISCH KARAKTER, 2002 Bron: Steunpunt Ondernemerschap, Ondernemingen en Innovatie 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Aantal ondernemingen Werkgelegenheid Toegevoegde waarde Hoogtechnologisch Medium-hoogtechnologisch Medium-laagtechnologisch Laagtechnologisch De medium- tot hoog-technologische sectoren maken in het Vlaamse Gewest 18% uit van het aantal industriële bedrijven, doch zijn goed voor 37% van de werkgelegenheid en 43% van de bruto toegevoegde waarde. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Grafiek I.8: SPREIDING VAN DE MARKTDIENSTEN IN HET VLAAMSE GEWEST NAAR KENNISINTENSITEIT, 2002 Bron: Steunpunt Ondernemerschap, Ondernemingen en Innovatie Aantal ondernemingen Werkgelegenheid Toegevoegde waarde De kennisintensieve marktdiensten vertegenwoordigen 29% van het aantal ondernemingen uit de marktdiensten, maar zijn goed voor 43% van de werk-gelegenheid in deze tertiaire takken en 38% van de bruto toegevoegde waarde. Kennisintensieve high-techdiensten Kennisintensieve financiële diensten Kennisintensieve marktdiensten Minder kennisintensieve marktdiensten B. OVERHEIDSFINANCIËN De Belgische overheden leveren constante inspanningen om de begroting van de gezamenlijke overheid als geheel in evenwicht te brengen. Deze inspanning is immers noodzakelijk om de schuldgraad te doen dalen en de steeds zwaardere lasten van de vergrijzing te kunnen opvangen. België is erin geslaagd om zijn gezamenlijk begrotingssaldo vanaf het jaar 2000 in de positieve zone te houden, ondanks de zwakkere conjunctuur. Hetzelfde kan niet gezegd worden van onze buurlanden. Hun begrotingssaldo volgt sinds 2000, zonder uitzondering, de neergaande lijn van de economische groei. Zij bevinden zich thans om en nabij de 3% BBP, de grenswaarde die het Verdrag van Maastricht oplegt. In 2004 merken we evenwel een lichte verbetering op. De Vlaamse overheid laat sedert lang positieve begrotingssaldi zien. 10

11 De evolutie van de schuldgraad door de tijd vormt het spiegelbeeld van het begrotingssaldo. Voor België (gezamenlijke overheid) resulteren de positieve begrotingssaldi in een duidelijke en onafgebroken schuldafname. Sedert 1998 is de schuld gedaald van nagenoeg 120% van het BBP tot iets minder dan 96% in 2004, hetgeen echter nog ver verwijderd is van de 60%-norm van Maastricht. Volgens de gegevens van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) zet de Vlaamse Gemeenschap de beste schuldcijfers neer. Deze bedraagt in 2003 slechts 2% van het BBP van het Vlaams Gewest. Het Waals Gewest doet het het minst goed binnen de Gewesten en Gemeenschappen met een schuldgraad van 9% van het Waalse BBP. Sedert 2001 stijgt de schuldgraad van alle entiteiten, met uitzondering van de Franse Gemeenschap. Groeibevorderende uitgaven kunnen gedefinieerd worden als uitgaven voor onderwijs en economie. In België en de EU-15 vertegenwoordigen deze circa 20% van de totale gezamenlijke overheidsuitgaven. Volgens een niet geheel vergelijkbare berekening zouden in % van de uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap groeibevorderend zijn. C. ARBEIDSMARKT C.1. Werkzaamheid en werkloosheid De centrale doelstelling van de Europese werkgelegenheidsstrategie is het verhogen van de arbeidsdeelname van de bevolking. De doelstelling van de Unie bestaat er concreet in om tegen 2010 een globale werkzaamheidsgraad te realiseren van 70% en werkzaamheidsgraden van 60% en 50% voor respectievelijk vrouwen en ouderen. Vlaanderen Grafiek III.1: WERKZAAMHEIDSGRAAD (15-64 jaar), INTERNATIONALE VERGELIJKING, IN % Bron: Eurostat LFS, NIS EAK, FOD Werkgelegenheid, bewerkig Steunpunt WAV realiseerde in 2004 een belangrijke toename van de werkzaamheidsgraad: met 64,3% (+1,4 procentpunt) ligt het Vlaamse cijfer opnieuw iets boven het EU-gemiddelde. Wallonië (55,1%) en het Brusselse Gewest (54,1%) scoren lager. De toename van de arbeidsdeelname 45 wordt in Vlaanderen vooral gerealiseerd 40 door de vrouwen: sinds 1996 nam hun Vlaams Gewest Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest België EU25 arbeidsdeelname toe van 49,3% naar 56,7%, een evolutie die samenhangt met de toenemende populariteit van deeltijdarbeid. De werkzaamheidsgraad van de Vlaamse mannen bleef in die periode stabiel rond 72%. Indien deze evolutie aanhoudt, is het bereiken van een werkzaamheidsgraad bij de vrouwen van 60% in 2010 voor Vlaanderen zeker een haalbare kaart. De Europese 50%-doelstelling voor de arbeidsdeelname voor ouderen lijkt dan weer onbereikbaar voor het Vlaamse beleid, al nam de werkzaamheidsgraad van de 55- tot 64-jarigen in 2004 vrij fors toe: van 26,5% tot 29,5%. Ook de arbeidsdeelname van niet-eu-onderdanen, die structureel ondervertegenwoordigd zijn op de Vlaamse arbeidsmarkt, nam in 2004 gevoelig toe: van 35% naar 38%. Van de Vlamingen met een handicap of langdurige gezondheidsproblemen was in 2002 slechts 45,7% aan het werk. 11

12 !"# De Vlaamse werkloosheid, die na 2001 in stijgende lijn ging, nam in 2004 licht af met 0,3 procentpunt tot 5,4%. In het Waalse Gewest (12%) en het Brusselse Gewest (15,9%) nam de werkloosheid intussen verder toe en ook het EU-25 gemiddelde steeg met 0,2 procentpunt tot 9,2%. In combinatie met de stijging van het aantal vacatures zorgde deze evolutie ervoor dat de spanning op de arbeidsmarkt toenam: in 2003 waren er 6,1 werkzoekenden per vacature, in 2004 zijn er dat nog 4,8. Specifiek voor de Vlaamse arbeidsmarktsituatie is de samengedrukte loopbaan. Jongeren en ouderen werken relatief weinig, terwijl in de leeftijdsklasse jaar zowat iedereen aan het werk is (85%, tegenover 77% in de EU-25). Aan de basis van dit fenomeen ligt de typisch Belgische late intrede van jarigen op de arbeidsmarkt (als gevolg van de langere leerplicht) en de vervroegde uittrede van jarigen (onder andere via het brugpensioen). De samengedrukte loopbaan heeft belangrijke gevolgen voor de combinatie van arbeid en zorg in de Vlaamse gezinnen. C.2. Opleiding en vorming De kwaliteit van het arbeidsaanbod vormt de voornaamste sterkte van de Vlaamse arbeidsmarkt. De Vlaamse beroepsbevolking is goed opgeleid en productief. De recentste cijfers tonen aan dat 84,9% van de Vlaamse bevolking van 20 tot 24 jaar het hoger secundair onderwijs met succes beëindigd heeft. Ondermeer dankzij de leerplicht tot 18 jaar realiseert Vlaanderen hiermee bijna de Europese 85%-doelstelling. Het EU-25 gemiddelde ligt volgens voorlopige cijfers op 76,7%. Toch is er nog een aanzienlijke groep Vlaamse jongeren (18-24 jaar) die de school verlaat zonder voldoende startkwalificaties. Hoewel deze ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen in EU-25 context relatief beperkt is (11,4% in Vlaanderen tegenover 15,7% als EU-gemiddelde in 2004), blijkt het verder terugdringen ervan een moeilijke opdracht: het aandeel vroegtijdige schoolverlaters is sinds 1999 relatief stabiel in Vlaanderen. Ondanks de recente toename van de deelname aan permanente vorming (25-64 jaar) tot 8,5% in 2004 (+0,9 procentpunt), haalt Vlaanderen nog niet de Europese levenslang leren-doelstelling van 12,5% tegen In de EU-25 nam de opleidingsdeelname in 2004 toe met 0,7 procentpunt tot 9,9%. 4 4 Waarbij wel opgemerkt moet worden dat Europese cijfers net als de 12,5%-doelstelling gebaseerd zijn op (minder betrouwbare en gunstigere) tweedekwartaalcijfers. De vergelijking met het Vlaamse jaargemiddelde gaat dan ook niet helemaal op: in werkelijkheid ligt de Vlaamse opleidingsdeelname dicht bij het EU-gemiddelde. 12

13 D. TRANSPORT D.1. Kerncijfers Het Vlaams Gewest wordt gekenmerkt door een bijzonder dichte transportinfrastructuur. Hierdoor beschikt Vlaanderen als historisch en geografisch kerngebied van de Europese Unie over goede transportverbindingen met het buitenland. Het Vlaamse autosnelwegenwerk is na het Nederlandse het tweede dichtste van de Europese Unie, met ruime voorsprong op de overige lidstaten. Het spoorwegennetwerk is met ongeveer 125 kilometer per km² het dichtste van de Europese Unie, enkel Tsjechië komt in de buurt. Het Vlaamse binnenwaternetwerk is na het vlakke en waterrijke Nederland het tweede dichtste van de Europese Unie. Grafiek IV.1: DICHTHEID VAN HET INFRASTRUCTUURNETWERK, 2000 (binnenwaterwegen), 2001 (autosnelwegen), 2002 (spoorwegen), IN KM PER KM² Bron: Eurostat, EC, NIS, NMBS, PBV, MET, bewerking APS km lijninfrastructuur per km², x autosnelwegen (2001) spoorwegen (2002) binnenwaterwegen (2000) 0 België Brussels H. Gewest Duitsland EU15 EU25 Frankrijk Luxemburg Nederland Verenigd Koninkrijk Vlaams Gewest Waals Gewest Heel wat transport op deze lijninfrastructuur wordt gekenmerkt door internationale relaties. Dit blijkt het duidelijkst met betrekking tot het goederenvervoer. Slechts iets meer dan de helft van de via het wegvervoer, het spoorvervoer en de binnenvaart vervoerde tonnage is louter binnenlands verkeer. Slechts 44,2% van de door de drie modi afgelegde tonkilometer is zuiver binnenlands. De rest is afvoer naar het buitenland, aanvoer vanuit het buitenland of doorvoer. Reden hiervoor is wellicht de aanwezigheid van belangrijke zee- en luchthavens. D.2. De Vlaamse poorten De Antwerpse zeehaven is samen met de nationale luchthaven van Zaventem de belangrijkste toegangspoort van Vlaanderen op de wereld. Antwerpen is letterlijk van wereldbelang: in 2003 was Antwerpen de vierde belangrijkste haven van de wereld voor goederentrafiek, na Rotterdam, Singapore en Hong Kong. Binnen Vlaanderen beheerst Antwerpen 70% van de markt. Op goederengebied worden de Vlaamse zeehavens meestal geschetst binnen de Le Havre Hamburg range. Deze omvat de havens van Antwerpen, Gent, Zeebrugge, Oostende, Rotterdam, Amsterdam, Hamburg; Bremen, Duinkerke en Le Havre. Deze havens realiseerden in 2003 een overslag van 853 miljoen ton. De Vlaamse havens hadden hierin een aandeel van 23,9%. 13

14 In het Vlaamse Gewest liggen vier luchthavens waarvan de nationale luchthaven van Zaventem de belangrijkste is. Op passagiersgebied was Zaventem in 2003 de negentiende Europese luchthaven. Als vrachtluchthaven staat Zaventem hoger genoteerd. In 2003 bekleedde Zaventem de zesde positie onder de Europese luchthavens voor vrachtvervoer, net na Luxemburg en de vier afgescheiden koplopers Charles de Gaulle (Parijs), Frankfurt Rhein/Main, Schiphol (Amsterdam) en London Heathrow. E. INNOVATIE E.1. Onderzoek en Ontwikkeling miljoen EUR Grafiek V.1: VLAAMS WETENSCHAPSBUDGET Bron: Speurgids 2005 Wetenschap & technologische diensten Onderwijs & vorming Onderzoek & ontwikkeling i De Vlaamse overheid had voor het jaar 2005 bijna miljoen euro kredieten veil voor wetenschap, technologie en innovatie. Ruim 60% daarvan is bestemd voor Onderzoek en Ontwikkeling (O&O). Dit is een merkbare toename in vergelijking met De uitgaven voor O&O door de bedrijven, de overheden, het hoger onderwijs en de instellingen zonder winstoogmerk levert de totale Bruto Binnenlandse Uitgaven voor O&O (BUOO, of GERD in de OESO-terminologie) op van het land of de regio. Uitgedrukt in % van het BBP spreekt men van O&Ointensiteit. Voor het jaar 2003 is de O&O-intensiteit 2,14% op gewestniveau en 2,19% op gemeenschapsniveau. Vergelijken we met andere Europese landen, dan scoort Vlaanderen qua O&O-intensiteit behoorlijk boven het EU-gemiddelde. De EU-25 van haar kant blijft flink achter bij het niveau van Japan of de Verenigde Staten, laat staan dat de drieprocentnorm van de Barcelona-top al binnen bereik ligt. Vlaanderen scoort zeer goed op het vlak van O&O personeel in verhouding tot de beroepsbevolking en bekleedt de derde plaats. Een internationale vergelijking binnen de EU-15 (CIS-3) toont aan dat Vlaanderen zich aan de top bevindt van innovatieve grote bedrijven, maar ook van KMO s. 14

15 Grafiek V.2: AANDEEL INDUSTRIËLE 'MEDIUM' EN ' HIGHTECH' SECTOREN IN TOTALE EXPORT Bron: SERA, Vlaams Indicatorenboek WTI 2005 Vlaanderen 40,8% 37,0% EU-15 41,7% medium 43,6% hightech rest 19,4% 17,5% Het aandeel van de totale medium- en hightechsector in Vlaanderen bedraagt 59,16%. Vlaanderen zit hiermee op wereldniveau waar deze sector eveneens 59,16% van de totale industriële wereldexport in beslag neemt en iets onder het EU-15 gemiddelde van 63%. De belangrijkste exportsectoren vormen de chemische industrie, de transportassemblage en de machinebouw. Voor de hightech dienstenactiviteiten zijn geen Vlaamse cijfers voorhanden. De hightech dienstenactiviteiten in België zijn goed voor 12,88% van de totale dienstenexport. Relatief gezien heeft België daarmee het derde grootste aandeel in de dienstenexport, na Ierland (47,13%) en Finland (12,93%). E.2. ICT Het percentage volledig on line beschikbare overheidsdiensten ligt voor België (35%) lager dan in de EU-15 (46%) en zelfs lager dan in de EU-25 (40%). In België, alsook in Vlaanderen, gebruiken in 2004 bijna alle bedrijven met minstens 10 werknemers een computer (98% voor België en 99% voor het Vlaamse Gewest) en zijn ze bijna allemaal aangesloten op het internet (96% voor België en 97% voor het Vlaamse Gewest). Tenslotte gebruikten in mei-juni % van de Belgen een computer en 42% van de Belgen internet. Hiermee benadert België het gemiddelde van de EU-15. Het Vlaamse en het Brusselse Gewest doen het minstens even goed als België, maar het Waalse Gewest presteert zwakker Grafiek V.3: EVOLUTIE VAN HET AANTAL INTERNETVERBINDINGEN IN BELGIË OP DE RESIDENTIËLE MARKT Bron: ISPA Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Q Actief gratis Betalende PSTN en ISDN Breedband privé 15

16 Het marktaandeel van breedband blijft toenemen van 2001 tot Dit volgt zowel uit een stijging van het aantal breedbandverbindingen als uit een daling van het aantal PSTN- en ISDN-verbindingen en van het aantal vrije telefoonverbindingen. Dit geldt zowel voor de residentiële markt als voor de bedrijvenmarkt. F. MILIEU EN ENERGIE Eco-efficiëntie is een maat voor de milieudruk die een sector/regio teweegbrengt (emissies, brongebruik) per eenheid van activiteit van de betreffende sector/regio (productie, volume, bruto toegevoegde waarde, inwoner ). Een verbeterde eco-efficiëntie wijst er op dat de activiteiten van een sector/regio relatief milieuvriendelijker gebeuren. Winst in eco-efficiëntie leidt slechts tot winst voor het milieu wanneer de druk ook in absolute cijfers daalt. Grafiek VI toont de evolutie van verschillende drukindicatoren per eenheid bruto binnenlands product (BBP) en per inwoner voor de periode De productie van afval per eenheid BBP is duidelijk gestegen, het bruto binnenlands energiegebruik en het gebruik van primaire grondstoffen is licht toegenomen. De emissie van verzurende stoffen en ozonprecursoren vertoont een gestage daling. De emissie van broeikasgassen is in de periode per eenheid BBP gedaald, maar per inwoner bleef dit nagenoeg stabiel. Grafiek VI: ECO-EFFICIËNTIE VAN VLAANDEREN Bron: MIRA-T 2004 milieudruk per eenheid BBP milieudruk per inwoner productie afvalstoffen* bruto binnenlands energiegebruik gebruik primaire grondstoffen (DMI) emissie broeikasgassen watergebruik (excl. koelwater) emissie ozonprecursoren emissie verzurende stoffen Noot: de toename van de afvalproductie in 2000 is grotendeels toe te schrijven aan het in rekening brengen van bijkomende sectoren. F.1. Energie-intensiteit van de economie De energie-intensiteit geeft een goed beeld van de energie-afhankelijkheid van de economie. Deze indicator zet het energieverbruik af tegen het Bruto Binnenlands Product (tegen constante prijzen van 1995). De energie-intensiteit in Vlaanderen steeg met 15% tussen 1990 en Tussen 1999 en 2002 steeg het BBP veel sterker dan het energieverbruik. Bijgevolg nam de energie-intensiteit af tot 281,8 kilogram olie-equivalenten per duizend euro BBP in De energie-intensiteit van het Waalse Gewest ligt nog een stuk hoger dan die van het Vlaamse Gewest. In 2003 bedroeg de energieintensiteit van de EU ,5 kgoe/1.000 euro BBP. België (223,9) bevindt zich bijna 20% boven het gemiddelde van de eurozone (188). 16

17 F.2. Aandeel hernieuwbare energie Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in de totale netto elektriciteitsproductie in Vlaanderen in 2003 varieerde van 0,50 % (zonder afval) tot 0,75 % (met afval). (Op vandaag bereikt het Vlaamse Gewest een groenestroomproductie van 883 GWh). Het Waalse Gewest haalde in 2002 een aandeel van 2,7%. Het aandeel hernieuwbare energie voor België bedroeg in ,8%. Volgens de Europese Richtlijn ter bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen moet België tegen 2010 een aandeel van 6% hernieuwbare energie t.o.v. de totale elektriciteitsconsumptie halen. Ook voor Vlaanderen geldt deze doelstelling. Voor de EU-25 is de doelstelling om tegen 2010 een aandeel van 21% groene stroom te behalen in de totale elektriciteitsconsumptie. In 2003 bedroeg dit aandeel 12,8%. F.3. Broeikasgasemissies Broeikasgassen zijn verantwoordelijk voor de globale klimaatverandering. In 2003 lag in Vlaanderen de uitstoot van broeikasgassen nog 3,7% boven het niveau van het referentiejaar Voor de Kyoto-doelstelling, die Vlaanderen oplegt om tegen de broeikasgasemissies te reduceren met 5,2% t.o.v. 1990, is de doelafstand nog groot. Voor België geldt een reductie van 7,5% t.o.v In 2003 zat België nog 1,4% boven het niveau van De EU-15 verbond zich tot een reductie van de broeikasgasemissies met 8% in t.o.v In 2003 lagen de broeikasgasemissies slechts 1,7% onder het niveau van In de uitgebreide EU-25 lagen de broeikasgasemissies in ,5% onder het niveau van F.4. Directe materialeninput (DMI) De totale hoeveelheid afval en emissies (A & I) die ontstaat bij productie en consumptie in Vlaanderen is losgekoppeld van de economische groei: tegenover een bepaalde fysieke input in de Vlaamse economie (DMI) staat een steeds kleinere hoeveelheid afval en emissies. De voornaamste redenen voor deze ontkoppeling zijn de daling van de CO2-uitstoot per eenheid gecreëerde economische welvaart, en de daling van de productie van dierlijke mest sinds Hiertegenover staat evenwel dat het totale gebruik van primaire grondstoffen in Vlaanderen stijgt. Tussen 1991 en 2003 kenden het BBP en de Directe Materialen Input (maat voor gebruik van primaire grondstoffen: import en eigen ontginningen) nagenoeg hetzelfde stijgende verloop. De DMI per inwoner van het Vlaams Gewest steeg met 15% over de periode , gaande van 36 naar 42 ton per inwoner. Voor België/Luxemburg werd voor 2000 een DMI berekend van 34,7 ton/inwoner. De EU-15 had in 2000 een DMI van 16,8 ton per inwoner. Binnen de EU-15 heeft na Finland, België/Luxemburg de hoogste DMI/capita. F.5. Biodiversiteit Het MINA-plan 3 voorziet tegen ha onder 'effectief natuurbeheer', nader gespecificeerd als de erkende, Vlaamse natuur- en/of bosreservaten en de 'natuurgebieden met een goedgekeurd beheerplan'. Eind 2004 was ha van de doelstelling van ha bereikt. Dat houdt in dat voor de periode een jaarlijkse aangroei nodig is van ca ha" 17

18 G. SOCIALE ASPECTEN Finaal komen een aantal aspecten aan bod die het sociale luik belichten. Achtereenvolgens komen aan bod de inkomenssituatie, de combinatie van arbeid en gezin en de mate waarin maatschappelijk verantwoord ondernemen in het bedrijfsleven ingang vindt. G.1. Inkomen Het beschikbaar inkomen per inwoner bedroeg euro KKP in het Vlaamse Gewest (2002). Vlaanderen doet het daarmee beter dan de buurlanden of de andere Belgische gewesten. Dat neemt uiteraard niet weg dat er zich binnen onze regio geen problemen meer stellen. Doch, als we de verhouding beschouwen tussen de 20% rijkste en de 20% armste personen dan beschikte de rijkste groep in Vlaanderen in ,1 keer meer dan de armste groep. Dat is iets beter dan de EU-15 (4,4). Ook de Gini-coëfficiënt, een globale maatstaf voor de inkomensongelijkheid, wijst op een inkomensverdeling die lichtjes egaler is in het Vlaamse Gewest dan in de EU-15 (resp. 27 en 28 de Gini-coëfficiënt bevindt zich tussen 0 en 100; hoe dichter bij 0, hoe evenwichtiger de inkomensspreiding). G.2. De combinatie Arbeid-Gezin De sterke groei van deeltijdarbeid bij vrouwen heeft in belangrijke mate te maken met de mogelijkheid om het werk- en gezinsleven met elkaar te combineren. Dit werd in 2003 door bijna 3 op 5 van de vrouwelijke deeltijders als belangrijkste reden aangegeven. De opvangmogelijkheden van kinderen zijn belangrijk om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Met 34,6 plaatsen per 100 kinderen scoort Vlaanderen al in 2004 beter dan de Europese doelstelling van 33 plaatsen per 100 kinderen jonger dan 3 jaar tegen G.3. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) houdt in dat bedrijven naast de belangrijke bedrijfseconomische doelstellingen, ook sociaal-maatschappelijke en ecologische aspecten in rekening brengen. Het PASO-onderzoek van 2003 leert dat respectievelijk 51% en 29% van de Vlaamse organisaties een missie of een ethische code hebben. Een missie omvat veelal MVOdoelstellingen over zaken als de gezondheid en veiligheid van de werknemers, de recyclage van afvalmateriaal, de verbetering van de combinatie van arbeid en privé-leven en respect voor de lokale gemeenschap en de cultuur. H. DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN BINNEN VLAANDEREN Ontgroening en vergrijzing van de bevolking zijn al geruime tijd aan de orde en zullen zich volgens de NIS projecties ook doorzetten in de toekomst. In vergelijking met de overige gewesten van het land zijn deze ontwikkelingen duidelijk het meest markant in Vlaanderen. Sterker nog dan in de andere regio s transformeert de leeftijdspiramide zich tot een zgn. beanpole, een bonenstructuur met smalle basis en zware top. Jongeren onder de 20 jaar zullen vanaf 2020 geen 20% van de Vlaamse bevolking meer uitmaken, terwijl nog vóór 2030 het aandeel van vijfenzestigplussers de kaap van 25% bereikt. De geschetste ontwikkelingen maken dat vanaf 2010 de afhankelijkheidsratio (verhouding bevolking jonger dan 20 jaar en ouder dan 64 jaar ten opzichte van de bevolking van jaar) in Vlaanderen sterk gaat stijgen, van 0,66 in 2005 naar 0,90 in De inactieve leeftijdsgroepen zullen dan flink zwaarder drukken op de actieve leeftijdsgroep (20-64 jaar) dan vandaag het geval is. Vlaanderen en Wallonië volgen hier een parallelle ontwikkeling, met Vlaanderen als koploper vanaf Brussel kent een minder steile ontwikkeling op dit vlak. 18

19 Een apart gegeven is de veroudering binnen de veroudering, met een stijgend aandeel 80-plussers binnen de groep van 65-plussers (van 23% nu naar 40% in 2050). Berekend op de totale bevolking stijgt het aandeel hoogbejaarden in Vlaanderen van 4% nu naar 11 % in De bevolking op arbeidsleeftijd (20-64 jaar) is, na een initiële stijging tot 2010, op termijn aan een krimp toe. Voorspeld wordt om voor Vlaanderen te rekenen met een verlies van eenheden in 2040 t.o.v. het peil in Vlaanderen kenmerkt zich tevens door de sterkste veroudering van haar bevolking op arbeidsleeftijd. Bijzondere aandacht vraagt de vervanging van arbeidskrachten. Gaandeweg wordt de groep jongeren die zich aandient op de arbeidsmarkt kleiner dan de groep die de pensioenleeftijd bereikt. Waar Wallonië en Brussel in de nabije toekomst nog kunnen rekenen op een groeiende instroom, is dit voor Vlaanderen niet langer het geval. Integendeel, vanaf 2010 zakt de potentiële instroom verder, terwijl de potentiële uitstroom thans al uitdeint. Ook hier moet Vlaanderen meer nog dan de andere regio s bedacht zijn op het veiligstellen van het juiste evenwicht. Figuur 1. Evolutie bevolking per gewest 115 bevolking (index 100 = 31/12/2000) Vlaanderen Wallonië Brussel projectiejaar (31 dec) Bron: NIS, Bevolkingsstatistieken & Bevolkingsvooruitzichten Figuur 2. Afhankelijkheidsratio per gewest [(<20 & 65+)/(20-64 jaar)] 1,00 (<20 jaar & 65+)/(20-64 jaar) 0,90 0,80 0,70 Vlaanderen Wallonië Brussel 0, projectiejaar (31 dec) Bron: NIS, Bevolkingsstatistieken & Bevolkingsvooruitzichten

20 Figuur 3. Doorstroming potentiële beroepsbevolking [(15-24 jaar)/(55-64 jaar)] 1,50 P(15-24 jaar) / P(55-64 jaar) 1,25 1,00 0,75 Vlaanderen Wallonië Brussel 0, projectiejaar (31 dec) Bron: NIS, Bevolkingsstatistieken & Bevolkingsvooruitzichten

21 DEEL II: MACRO- & MICRO-ECONOMISCHE UITDAGINGEN A. GLOBALE STERKTE/ZWAKTE-ANALYSE VAN DE VLAAMSE ECONOMIE. De voornaamste sterkte van de Vlaamse economie is gelegen in haar openheid en haar productiviteit. De centrale ligging in een koopkrachtige dichtbevolkte regio van Europa, de relatief gunstige ontsluiting via diverse verkeers- en transmissiemodi, de relatief gunstige levenskwaliteit in Vlaanderen en de relatief gunstige kwaliteit van het arbeidsaanbod maken dat Vlaanderen troeven blijft hebben mits het beleid en de zogenaamde economische stake-holders deze troeven op peil houden, zelfs verbeteren. De voornaamste zwakte van de Vlaamse economie is het te geringe ondernemerschap. Dit uit zich dan ook in een te geringe inzet van risico-kapitaal vanwege de bevolking, een te kleine groep initiatiefnemers in toekomstgerichte projecten en een onvoldoende aanwezigheid van Vlaamse economische actoren op het hoogste (buitenlandse) investeringsniveau (in vergelijking met Nederland, Denemarken, Finland, Ierland, e.a.). Het tekort aan elektriciteitsproductie in vergelijking met de elektriciteitsconsumptie (beschikbaarheid van energie), gekoppeld aan de afhankelijkheid van het buitenland inzake brandstoffen, is ook een belangrijke zwakte voor de Vlaamse economie. B. DE VLAAMSE BELEIDSREPLIEK VOOR DE PERIODE Deze globale sterktezwakteanalyse laat toe de centrale uitdagingen voor het Vlaamse economiebeleid af te bakenen in het licht van de Europese strategie: Ondernemen, investeren en innoveren bevorderen is de centrale uitdaging in het Vlaams regeerakkoord Deze uitdaging wordt vertaald in de concrete doelstellingen om de dalende trend van startende en snelgroeiende ondernemingen om te buigen. Inzake de netto-aangroei van het aantal ondernemingen moet Vlaanderen bij de vijf beste Europese regio s behoren. Bovendien moet Vlaanderen één van de aantrekkelijkste regio s zijn voor de vestiging en de ontwikkeling van ondernemingsactiviteiten. Deze doelstellingen komen eveneens terug in het Pact van Vilvoorde. Een ondernemingsvriendelijk flankerend beleid vormt een tweede centrale uitdaging uit het Vlaamse regeerakkoord Zowel qua administratieve vereenvoudiging en stabiele regelgeving als wat betreft een stabiel milieubeleid met vereenvoudigde milieuregels en procedures wil Vlaanderen belangrijke stappen voorwaarts zetten. In het licht van deze twee centrale doelstellingen stelt de Vlaamse regering in de periode de volgende vijf beleidsprioriteiten voorop inzake Economie: 1. het versterken van het ondernemerschap vanaf zijn "prille begin" en via gerichte overheidsmaatregelen; 2. het vereenvoudigen van bestaand ondernemerschap via "e-gov"-maatregelen; 3. het nog beter rentabiliseren van het open karakter van onze economie t.o.v. het buitenland; 4. het zwaar inzetten op innovatie, ict, nieuwe technieken, producten en processen om de internationale concurrentie aan te kunnen. 5. het creëren van een geïntegreerd industriebeleid; 6. een economisch beleid voeren dat duurzaamheid ten goede komt. B.1. Een geïntegreerd industriebeleid Vlaanderen stelde zich in het Pact van Vilvoorde als doelstelling om tegen 2010 één van de meest aantrekkelijke Europese regio s voor de vestiging en ontwikkeling van ondernemersactiviteiten te zijn. De dalende trend van de investeringsquote in Vlaanderen zal omgebogen worden tot een stijgende trend. 21

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 1 De arbeidsmarkt wordt krapper: alle talent is nodig Evolutie van de vervangingsgraad (verhouding 15-24-jarigen

Nadere informatie

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen?

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Cascade van beleidsniveaus en beleidsteksten Beleid EU Strategie Europa 2020 Europees werkgelegenheidsbeleid Richtsnoeren

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Vlaanderen binnen Europa

Vlaanderen binnen Europa Vlaanderen binnen Europa Een gekleurde blik op de arbeidsmarkt Voorjaar 2016 steunpuntwerk.be/vlaanderen-binnen-europa werk.be/vlaanderen-binnen-europa europa.vdab.be Steunpunt Werk Naamsestraat 61, 3000

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van

Nadere informatie

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers FARMACIJFERS 214 De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei De kerncijfers Verantwoordelijke uitgever : Catherine Rutten voor pharma.be, Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Lichte daling werkloosheid Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2015 De werkloosheidgraad gemeten volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau daalde

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers ja Neemt de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk toe? Toelichting: Een vaak gehanteerde maatstaf voor

Nadere informatie

Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral. Studiedienst Vlaamse Regering

Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral. Studiedienst Vlaamse Regering Waar staat Vlaanderen op de weg naar de doelstellingen voor 2020? Luk Bral Studiedienst Vlaamse Regering Indicatoren Pact 2020 Pact 2020: 20 doelstellingen voor Meer welvaart en welzijn Een competitieve

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2014-01-31 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie 2011-2012: Economische terugval in 2012 verschilt per gewest Het Instituut voor de nationale rekeningen

Nadere informatie

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers Moedige overheden Stille kampioenen = ondernemingen Gewone helden = burgers Vaststellingen Onze welvaart kalft af Welvaartscreatie Arbeidsparticipatie Werktijd Productiviteit BBP Capita 15-65 Bevolking

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Indicatoren competitiviteitspact

Indicatoren competitiviteitspact Indicatoren competitiviteitspact 1 Loonkost per eenheid product 2 Marktaandelen 3 Globale werkzaamheidsgraad 4 Jeugdwerkloosheidsgraad 5 Aandeel langdurig werklozen 6 Bruto binnenlandse uitgaven aan O&O

Nadere informatie

NOVEMBER 2014 BAROMETER

NOVEMBER 2014 BAROMETER NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen

Nadere informatie

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie

4. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld

4. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld 4. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld Zeehavens genereren veel werkgelegenheid en toegevoegde waarde, en hun privé-bedrijven zijn ook financieel gezond. Europa blijft het belangrijkste

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

De Belgische arbeidsmarkt in 2012

De Belgische arbeidsmarkt in 2012 1 De Belgische arbeidsmarkt in 2012 De Belgische arbeidsmarkt in 2012 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder Iets minder dan de helft van de bevolking van 15 jaar en ouder is aan het

Nadere informatie

Feiten en cijfers over arbeid en gezin

Feiten en cijfers over arbeid en gezin Gezin en arbeid Feiten en cijfers over arbeid en gezin Geurts, K. (2003), Minder gezin, meer arbeid? De arbeidsdeelname van de bevolking naar gezinspositie. Een situering van Vlaanderen in Europa, In:

Nadere informatie

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent Arbeidsmarkt in vogelvlucht Gemiddeld over de afgelopen vier maanden is er een licht stijgende trend in de werkloosheid. Het aantal banen van werknemers stijgt licht en het aantal openstaande vacatures

Nadere informatie

Gepubliceerd. CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004. Arbeidsmarktbeleid. Inhoud van het Technisch Verslag 2003

Gepubliceerd. CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004. Arbeidsmarktbeleid. Inhoud van het Technisch Verslag 2003 Gepubliceerd Arbeidsmarktbeleid CRB evalueert interprofessioneel akkoord 2003-2004 CRB (2003).. Brussel: CRB, CRB 2003/1000 CCR 11. De ontwikkeling van de uurloonkosten en de werkgelegenheid loopt volgens

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context

De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context As % of total European pharmaceutical industry De Belgische farmaceutische industrie in een internationale context Terwijl België slechts 2,6 % vertegenwoordigt van het Europees BBP, heeft de farmaceutische

Nadere informatie

TRAINING & OPLEIDING Opleidingen in de lift: + 25% in 2001

TRAINING & OPLEIDING Opleidingen in de lift: + 25% in 2001 TRAINING & OPLEIDING Opleidingen in de lift: + 25% in 2001 Training en opleiding (T&O) van werkzoekenden en werknemers is één van de kerntaken van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding

Nadere informatie

De hardwerkende Vlaming: mythe of realiteit?

De hardwerkende Vlaming: mythe of realiteit? De hardwerkende Vlaming: mythe of realiteit? Arbeidsvolume en arbeidsduur in Vlaanderen en Europa Tielens, M. & Herremans, W. 2007. Leuven: Steunpunt WSE. Klopt het beeld van de hardwerkende Vlaming; van

Nadere informatie

6. Vergrijzing in Noord-Nederland

6. Vergrijzing in Noord-Nederland 6. Vergrijzing in Noord-Nederland De komende jaren zal de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse bevolking sterk stijgen. Er worden minder kinderen geboren dan vroeger en onder invloed van stijgende welvaart

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Oktober - december 2014 n 20 T/1 5 jaar www.notaris.be VASTGOEDACTIVITEIT IN BELGIË 99,2 99,8 101 102,1 102,6 106,4 106,8 101,7 102,8 94,1 94,9 98,9

Nadere informatie

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld

6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld 6. Zee- en luchthavens: poorten op Europa en de wereld De totale toegevoegde waarde van de Vlaamse zeehavens en luchthavens nam in 2006 toe. De directe toegevoegde waarde van de zeehavens nam af, maar

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Vlaams-Nederlandse Delta

Vlaams-Nederlandse Delta ONTWERP Vlaams-Nederlandse Delta Speech SERV-voorzitter Caroline Copers Inhoud INTRODUCTIE... 2 Begroeting... 2 SERV en SER... 2 SERV... 2 Overzicht presentatie... 2 VLAAMSE ARBEIDSMARKT... 2 Toekomstverkenning

Nadere informatie

Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen

Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid Overzicht van de behoeften aan wetenschappelijke en technologische beroepen 7 Juli 2010 Stéphane THYS Coördinator Opzet van de presentatie Studenten in wetenschappelijke

Nadere informatie

Onafhankelijke denktank Fact-based Lange termijn

Onafhankelijke denktank Fact-based Lange termijn Leeftijd en arbeidsmarkt: naar een nieuw paradigma? Leeftijd en arbeidsmarkt Itinera Institute Onafhankelijke denktank Fact-based Lange termijn Aanreiken, verdedigen en bouwen van wegen voor beleidshervorming

Nadere informatie

Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015

Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015 Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave en kerncijfers... 1 Geharmoniseerde cijfers op Europees niveau... 2 Door de RVA vergoede werklozen... 3 Overzicht

Nadere informatie

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Handelsbalans Vlaanderen - Colombia Onze handel met Colombia is steevast in een handelstekort geëindigd. Dat tekort was op zijn hoogst in 2008: zowat een half miljard

Nadere informatie

Fiche 3: tewerkstelling

Fiche 3: tewerkstelling ECONOMISCHE POSITIONERING VAN DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE Fiche 3: tewerkstelling In de sector werken meer dan 29.400 personen; het volume van de tewerkstelling stijgt met een constant ritme van 3,7 %,

Nadere informatie

Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008

Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008 PERSBERICHT Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008 Het jaar 2007 kan voor de kledingsector worden samengevat als een stabiel jaar. De omzetdaling was

Nadere informatie

Gedifferentieerde evolutie van de langdurige werkloosheid volgens geslacht

Gedifferentieerde evolutie van de langdurige werkloosheid volgens geslacht Gedifferentieerde evolutie van de langdurige werkloosheid volgens geslacht Dienst Studies Studies@rva.be Inhoudstafel: 1 INLEIDING 1 2 VERGELIJKENDE EVOLUTIE VAN DE BEVOLKING VAN 15 T.E.M. 49 JAAR VOLGENS

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie

Een op vijf werknemers in Vlaamse bedrijven ouder dan 45 jaar

Een op vijf werknemers in Vlaamse bedrijven ouder dan 45 jaar Een op vijf werknemers in Vlaamse bedrijven ouder dan 45 jaar Baisier, L. (2004).. Brussel: SERV STV Innovatie & Arbeid. Vandaag is een op de vijf werknemers in de Vlaamse bedrijven ouder dan 45 jaar,

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003

Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 M200410 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 Exportthermometer Jolanda Hessels Kees Bakker Zoetermeer, november 2004 Exportprestaties van het industriële MKB in 2003 In 2003 laat de export

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

LISSABONSTRATEGIE: VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA 2005-2008. Voortgangsrapportering september 2007

LISSABONSTRATEGIE: VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA 2005-2008. Voortgangsrapportering september 2007 LISSABONSTRATEGIE: VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA 2005-2008 Voortgangsrapportering september 2007 LISSABONSTRATEGIE: VLAAMS HERVORMINGSPROGRAMMA 2005-2008 Voortgangsrapportering september 2007 Deze brochure

Nadere informatie

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD UW TOEKOMST ONTCIJFERD we creëren sociale welvaart met vier bouwstenen 1 meer jobs 2 stijgende koopkracht 3 sociale zekerheid voor iedereen 4 een toekomst voor

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996

Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996 Meeruitgaven in 2005 t.o.v. 1996 voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996 Inleiding Bij de pensioenhervorming van 1996 werd besloten de pensioenleeftijd van vrouwen in

Nadere informatie

3. Kenmerken van personenwagens

3. Kenmerken van personenwagens 3. Kenmerken van personenwagens Tabel 29: Verdeling van personenwagens volgens bouwjaarcategorie Bouwjaar categorie bjcat 1990 en eerder 403.46 3.89 403.46 3.89 1991 tot 1995 997.17 9.62 1400.63 13.52

Nadere informatie

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Overzicht Stylized Facts Theoretisch kader Sterke en zwakke sectoren in Vlaanderen? De supersterren van de Vlaamse economie

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

Woon- en Zorgcentrum De Wingerd. www.wingerd.info

Woon- en Zorgcentrum De Wingerd. www.wingerd.info Woon- en Zorgcentrum De Wingerd www.wingerd.info Woon- en Zorgcentrum De Wingerd demografie & dementie uitdagingen voor Vlaanderen www.wingerd.info Vergrijzing in Vlaanderen Ontgroening en vergrijzing

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

De evolutie van het arbeidsvolume in België, de gewesten en de Europese unie

De evolutie van het arbeidsvolume in België, de gewesten en de Europese unie De evolutie van het arbeidsvolume in België, de gewesten en de Europese unie In het kader van de Jaarreeks 2000 verscheen een studie over de evolutie van het arbeidsvolume in België, het Vlaams en het

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Een regionale opsplitsing van de sociale balansen

Een regionale opsplitsing van de sociale balansen Een regionale opsplitsing van de sociale balansen Nationale Bank van België (2004). De sociale balans 2003, Economisch Tijdschrift 4-2004. Voor het eerst heeft de Nationale Bank van België de sociale balansen

Nadere informatie

Optimisme houdt stand Conjunctuurenquête Expeditiesector 4e kwartaal 2015

Optimisme houdt stand Conjunctuurenquête Expeditiesector 4e kwartaal 2015 Optimisme houdt stand Conjunctuurenquête Expeditiesector 4e kwartaal 2015 Optimisme houdt stand Conjunctuurenquête Expeditiesector 4e kwartaal 2015 Commentaren De 3-maandelijkse conjunctuurenquête van

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

Een economische perspectief op Limburg in 2015. Prof. Dr. Piet Pauwels Universiteit Hasselt

Een economische perspectief op Limburg in 2015. Prof. Dr. Piet Pauwels Universiteit Hasselt Een economische perspectief op Limburg in 2015 Prof. Dr. Piet Pauwels Universiteit Hasselt 0 De welvaart in Limburg 2001 welvaartskloof met Vlaanderen 15% 2011 welvaartskloof met Vlaanderen 20% Om de kloof

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

De arbeidsmarkt klimt uit het dal Trends en ontwikkelingen arbeidsmarkt en onderwijs De arbeidsmarkt klimt uit het dal Het gaat weer beter met de arbeidsmarkt in, ofschoon de werkgelegenheid wederom flink daalde. De werkloosheid ligt nog

Nadere informatie

presentatie Jan Vanhevel en Luc Vandewalle staan na elkaar

presentatie Jan Vanhevel en Luc Vandewalle staan na elkaar presentatie Jan Vanhevel en Luc Vandewalle staan na elkaar Valkuilen en opportuniteiten van de West-Vlaamse ondernemer 1 februari 2011 Financieel Forum West-Vlaanderen Jan Vanhevel, CEO KBC 1 Economische

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

ALGEMEEN OMZET FEBRUARI 2016 16/02/2016. Boordtabellen Horeca. Synthese:

ALGEMEEN OMZET FEBRUARI 2016 16/02/2016. Boordtabellen Horeca. Synthese: FEBRUARI 2016 16/02/2016 Boordtabellen Horeca Synthese: De omzetgroei in de horeca zet door en is het sterkst in restaurants en logies. De horeca inflatie blijft op een hoog niveau. Het aantal arbeidsplaatsen

Nadere informatie

Regiobericht 1.0 Noord

Regiobericht 1.0 Noord Economie, innovatie, werk en inkomen 1 Kenmerken van het landsdeel Het landsdeel Noord bestaat uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. De provincies werken samen in het Samenwerkingsverband

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Vlaanderen-Wallonië: wie werkt hoe en waar?

Vlaanderen-Wallonië: wie werkt hoe en waar? Vlaanderen-Wallonië: wie werkt hoe en waar? Is de werkende Vlaming vergelijkbaar met zijn Waalse landsgenoot? Waar situeren zich de knelpunten in beide gewesten? Hoe flexibel zijn Walen en Vlamingen? Welke

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel Page 1 of 6 Gepubliceerd op DeWereldMorgen.be (http://www.dewereldmorgen.be) De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel en aan wat? door Phi-Rana di, 2013-11-12 15:45 Phi-Rana Er wordt vaak gezegd

Nadere informatie

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk PERSBERICHT VLAAMS MINISTER-PRESIDENT KRIS PEETERS VLAAMS VICE-MINISTER-PRESIDENT INGRID LIETEN VLAAMS MINISTER VAN WERK PHILIPPE MUYTERS SERV-voorzitter KAREL VAN EETVELT SERV-ondervoorzitter ANN VERMORGEN

Nadere informatie

6/10/14. De arbeidsmarkt 3.0 FONS LEROY GEDELEGEERD BESTUURDER VDAB

6/10/14. De arbeidsmarkt 3.0 FONS LEROY GEDELEGEERD BESTUURDER VDAB De arbeidsmarkt 3.0 FONS LEROY GEDELEGEERD BESTUURDER VDAB 2 1 3 Werk in een veranderende wereld 4 VUCA Volatile Uncertain Complex Ambiguous Uitdagingen op de Arbeidsmarkt 2 EU doelstellingen voor 2020!

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Foto van de lokale arbeidsmarkt

Foto van de lokale arbeidsmarkt Regioscan West-Vlaanderen Werkt 1, Foto van de lokale arbeidsmarkt Tanja Termote sociaaleconomisch beleid, WES Er zijn tussen de West-Vlaamse regio s en gemeenten grote verschillen vast te stellen op het

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kansengroepen op de arbeidsmarkt Faiza Djait Voor drie kansengroepen: ouderen, allochtonen en personen met een arbeidshandicap 1. Overzicht van de belangrijkste arbeidsmarktindicatoren

Nadere informatie

Arbeidsmarkt in vogelvlucht

Arbeidsmarkt in vogelvlucht Arbeidsmarkt in vogelvlucht In het eerste kwartaal van 2011 is het aantal banen van werknemers, in vergelijking met het vierde kwartaal van 2010, licht gedaald. Dit is het eerste kwartaal met banenkrimp

Nadere informatie

CIJFERS EN INFORMATIE

CIJFERS EN INFORMATIE BVBO vzw Beroepsvereniging van Bewakingsondernemingen Jan Bogemansstraat 249 B - 178 Wemmel T (+32) 2 462 7 73 F (+32) 2 46 14 31 secretariat@i-b-s.be www.apeg-bvbo.be 2 VOORWOORD De Beroepsvereniging

Nadere informatie