SOCIAL AND FISCAL FRAUD IN BELGIUM A PILOT STUDY ON DECLARED AND UNDECLARED INCOME AND WORK: SUBLEC

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SOCIAL AND FISCAL FRAUD IN BELGIUM A PILOT STUDY ON DECLARED AND UNDECLARED INCOME AND WORK: SUBLEC"

Transcriptie

1 SOCIAL AND FISCAL FRAUD IN BELGIUM A PILOT STUDY ON DECLARED AND UNDECLARED INCOME AND WORK: SUBLEC

2 Studies over sociale en fiscale fraude Dit onderzoeksrapport kwam tot stand in opdracht van de POD Wetenschapsbeleid ten behoeve van de FOD Sociale Zekerheid in het kader van het programma Actie ter ondersteuning van de strategische prioriteiten van de federale overheid. Dit programma werd in het leven geroepen om snel en efficiënt te kunnen inspelen op de behoeften van de federale overheidsdepartementen inzake gerichte onderzoeksacties van bepaalde duur (6 maanden tot 1 jaar) en/of verkennend onderzoek met betrekking tot strategische gebieden. Het betreft een horizontale actie: ze staat open voor de financiering van onderzoeksprojecten binnen de verschillende beleidsthema s die in het kader van de regeringsbeslissingen naar voren worden geschoven. Etudes sur la fraude sociale et fiscale La présente recherche a été commanditée et financée par le SPP Politique scientifique en appui à la politique du SPF Sécurité sociale dans le cadre du programme Action en soutien aux priorités stratégiques de l autorité fédérale. Ce programme est conçu pour répondre rapidement et efficacement aux besoins des départements de l Autorité fédérale en matière d actions de recherche ciblées d une durée déterminée (6 mois à 1 an) et/ou d actions d investigation concernant des domaines stratégiques. Il s agit d une action horizontale, elle est ouverte aux projets de recherche au sein des différents thèmes de politique mis en avant dans le cadre des décisions gouvernementales. The more people know about fraud, the more they discuss it, and the better society can fight it. (OLAF, Deterring Fraud by Informing the Public, 2005, 2006).

3 Social and fiscal fraud in Belgium A pilot study on declared and undeclared income and work: SUBLEC Jozef Pacolet, Sergio Perelman, Frederic De Wispelaere, Jérôme Schoenmaeckers, Laurent Nisen, Ermano Fegatilli, Estelle Krzeslo, Marianne De Troyer and Sigrid Merckx Dit onderzoeksrapport kwam tot stand in opdracht van de POD Wetenschapsbeleid ten behoeve van de FOD Sociale Zekerheid in het kader van het programma AGORA AG/00/137: SUBLEC De organisatie van een microsurvey met het oog op een beschrijvende en verklarende analyse van de problematiek van de sociale en fiscale fraude. Ce rapport d étude a été rédigé à la demande du SPP Politique scientifique pour le SPF Sécurité sociale dans le cadre du programme AGORA AG/00/137: SUBLEC Organisation d une micro-enquête en vue d effectuer une analyse descriptive et explicative de la problématique de la fraude sociale et fiscale. Acco Leuven / Den Haag

4 Eerste druk: 2012 Gepubliceerd door Uitgeverij Acco, Blijde Inkomststraat 22, 3000 Leuven (België) Website: Voor Nederland: Acco Nederland, Westvlietweg 67 F, 2495 AA Den Haag Website: Omslagontwerp: by Acco (Academische Coöperatieve Vennootschap cvba), Leuven (België) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by mimeograph, film or any other means without permission in writing from the publisher. D/2012/0543/154 NUR 756 ISBN

5 Contents Ten geleide 9 Avant-propos 11 Samenvatting 13 Résumé 27 Foreword 41 Abbreviations 43 Introduction 45 Chapter 1. Scope of the survey and applied methodology The definition of the underground economy The choice for a face-to-face survey Development of the questionnaire Scope Strategy Communication of the questions Sample selection Roll-out Pretest Briefing of the interviewers Method of contacting the sample Face-to-face interviews Debriefing Data weighting method 58

6 6 Contents Chapter 2. Characteristics of respondents and non-respondents The different characteristics First analysis Logistic Regression The impact of a monetary incentive 67 Chapter 3. Socio-demographic and socio-economic information Socio-demographic information Socio-economic information 71 Chapter 4. Demand for undeclared work General Most important categories of expenditures Construction and housing Car repairs Domestic work and service vouchers Probit analysis Conclusion 90 Chapter 5. Supply of undeclared work General Frequency Intensity and volume Specific socio-economic categories Employees Social benefit recipients Coherence between the supply of and the demand for undeclared work Probit analysis Conclusion 102 Chapter 6. Other forms of fiscal fraud General Frequency and volume of several other forms of fiscal fraud Frequency Volume Probit analysis Conclusion 110

7 Contents 7 Chapter 7. Opinion questions Opinion on undeclared work In the SUBLEC-sample Comparing the SUBLEC sample with the experimental group of students Comparing SUBLEC with the Eurobarometer Opinions integrated in the fraud triangle Social benefit fraud Fiscal fraud General Conclusion 126 Chapter 8. Lessons learnt from the survey Influence of the data request on the results Methodology of interviewing The use of a face-to-face interview Sensitivity of the questions 129 Chapter 9. Summary and conclusions Strengths and weaknesses of the present pilot study Some summary of first tentative results Relevance for policy making and how to continue 136 Annex 1. Programme kick-off seminar SUBLEC 25 February Annex 2. Steering committee 141 References 143

8

9 Ten geleide Onder het motto De aanhouder wint, bevestigt de FOD Sociale Zekerheid met dit derde deel in onze reeks Studies over sociale en fiscale fraude zijn vaste wil om het debat over fenomenen zoals zwartwerk en ondergrondse economie levendig te houden. De FOD wil daarbij innovatief te werk gaan Voor dit boekdeel werd gekozen voor een directe onderzoeksmethodologie. Een enquête werd het instrument voor een rechtstreekse bevraging van de Belgische bevolking. Een gevarieerde doorsnede van de Belgische bevolking (actieven, niet-actieven, werknemers, zelfstandigen en uitkeringstrekkers) werd bevraagd naar hun gedragingen en hun houding ten opzichte van sociale en fiscale fraude. Deze enquête, die zowel kwalitatieve als kwantitatieve vragen bevatte, is uniek in zowel haar onderwerp als haar reikwijdte. Door de bevolking rechtstreeks te ondervragen over een dergelijk gevoelig onderwerp en door te erkennen dat sociale en fiscale fraude tegelijk behandeld kunnen worden, draagt deze studie bij tot het in kaart brengen van deze moeilijk meetbare fenomenen. Door een inzicht te verschaffen in de mentaliteit van de bevolking en door bij te dragen aan geloofwaardig cijfermateriaal, hoopt de enquête de beleidsmakers te ondersteunen in hun strijd tegen fraude. De FOD wil ook het debat opentrekken. Fraude valt moeilijk af te bakenen binnen een bepaald domein. Het is moeilijk om sociale en fiscale fraude af te lijnen en de parallellen tussen beide aspecten valt niet te ontkennen. Daarom ook wordt bij deze studie geopteerd om te peilen naar het aangeven en niet-aangeven van inkomen en arbeid. Hiermee hopen wij de samenwerking tussen de verschillende actoren nog sterker te maken en het beleid hiertoe effectief te ondersteunen. Daarnaast kunnen wij ook niet naast de Europese dimensie kijken. Undeclared work en tax evasion zijn ook binnen de Europa 2020 strategie een belangrijke factor, ze bedreigen immers de herlancering van de economie en de bevordering van werkgelegenheid. Europa is vragende partij om informatie over de omvang van de fiscale en sociale fraude vanuit de Lidstaten te ontvangen. Met dit initiatief dragen we hieraan bij. Tot slot kunnen we niet naast de maatschappelijke relevantie van het debat kijken. De ongunstige economische en financiële situatie maakt dat fraudulent gedrag meer in de kijker geplaatst wordt. Studies zoals SUBLEC geven een gezicht aan fraude en fraudeurs, wat dan weer de bespreekbaarheid verhoogt en op termijn een meer gerichte aanpak moet bewerkstelligen. Vertrouwen in de overheid is hierbij cruciaal.

10 10 Ten geleide Dit alles zou niet kunnen zonder de medewerking van vele betrokkenen. In de eerste plaats bedanken we de POD Wetenschapsbeleid, die deze studie financieel ondersteund heeft, maar ook de talrijke andere leden van de stuurgroep die mee richting hebben gegeven aan deze studie. Hierbij is het verhaal echter niet ten einde. De FOD Sociale Zekerheid zal zijn rol van voortrekker in dit debat blijven opnemen en zal verschillende nieuwe initiatieven blijven lanceren en ondersteunen. Didier Verbeke Adviseur-generaal Coördinator domein Undeclared Work

11 Avant-propos Reprenant à son compte la devise La persévérance vient à bout de tous les obstacles, le SPF Sécurité sociale confirme, avec ce troisième numéro de la série Etudes sur la fraude sociale et fiscale, sa ferme volonté de continuer à entretenir le débat relatif aux phénomènes que sont le travail au noir et l économie souterraine. Dans ce cadre, le SPF entend adopter une approche novatrice. Pour le présent numéro, c est une méthodologie d investigation directe qui a été choisie. Une enquête est devenue l instrument d une consultation directe de la population belge. Un échantillon diversifié de la population belge (actifs, non actifs, travailleurs salariés, travailleurs indépendants et bénéficiaires de prestations) a été interrogé à propos de ses comportements et attitudes par rapport à la fraude sociale et fiscale. Cette enquête, qui comportait des questions à la fois qualitatives et quantitatives, est unique de par son sujet et sa portée. En interrogeant directement la population à propos d un sujet à ce point sensible et en admettant la possibilité de traiter conjointement la fraude sociale et fiscale, la présente étude contribue à dresser l inventaire de ces phénomènes difficilement mesurables. Grâce à l apport de connaissances relatives à la mentalité de la population et de chiffres crédibles, l enquête espère soutenir les décideurs politiques dans leur lutte contre la fraude. Le SPF entend également élargir le débat. Il n est pas aisé de délimiter la fraude dans le cadre d un domaine bien déterminé. Circonscrire la fraude sociale et fiscale est une entreprise complexe et les parallèles entre les deux fraudes sont indéniables. C est la raison pour laquelle il a été décidé pour cette étude d investiguer sur les raisons qui poussent à déclarer ou ne pas déclarer un revenu ou un travail. Nous espérons de la sorte renforcer encore la coopération entre les divers acteurs et soutenir efficacement la politique à mener en la matière. Il est clair, par ailleurs, que la dimension européenne ne peut être omise. Car les facteurs Undeclared work et Tax evasion sont également importants dans le cadre de la stratégie Europe 2020, étant donné qu ils mettent en péril la relance de l économie et la promotion de l emploi. L Europe demande à recevoir des Etats membres des informations concernant l ampleur de la fraude fiscale et sociale. La présente initiative entend y contribuer. Enfin, il n est pas possible de passer à côté de la pertinence sociale de ce débat. La situation économique et financière défavorable a pour effet de focaliser davantage l attention sur les comportements frauduleux. Des études telles que SUBLEC permettent de donner un visage à la fraude et aux fraudeurs, ce qui, partant, accroît la possibilité d en débattre et

12 12 Avant-propos doit à terme permettre une approche plus ciblée. A cet égard, la confiance en l autorité est fondamentale. Cette étude n aurait pas pu être menée à bien sans la collaboration de bon nombre d intervenants. Nous tenons à remercier en premier lieu le SPP Politique scientifique, qui l a soutenue financièrement, mais aussi les très nombreux autres membres du groupe de pilotage qui a co-orienté le cours de cette étude. L histoire n en est cependant pas terminée pour autant. Le SPF Sécurité sociale continuera à assumer son rôle de chef de file dans ce débat et à lancer et soutenir plusieurs nouvelles initiatives. Didier Verbeke Conseiller général Coordinateur du domaine Undeclared Work

13 Samenvatting Sociale en fi scale fraude in België. Een pilootstudie omtrent aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid Inleiding Het meten van de ondergrondse economie lijkt een mission impossible. In de literatuur worden er verschillende onderzoeksmethoden naar voren geschoven, afgezien van het feit dat er ook nog uiteenlopende definities bestaan van ondergrondse economie en fraude. Zo kan men de omvang van de ondergrondse economie ramen op basis van macro-economische modellen, of op basis van een bevraging bij de bevolking, of van de bedrijven, of op basis van administratieve gegevens of via inschatting in de nationale rekeningen. Zij leveren uiteenlopende en vaak controversiële resultaten op. Ook de Europese Commissie heeft de voorbije jaren de verschillende mogelijkheden verkend, zonder tot een bevredigend eindresultaat te komen. Vermoedelijk zal enkel een combinatie van diverse methoden ons een stap vooruit helpen. Want om de strijd tegen de sociale en fiscale fraude te kunnen voeren, moet men wel weten wat de omvang van het probleem is, de verschijningsvormen, de oorzaken en motieven. In twee vroegere studies gepubliceerd in deze reeks werden deze ramingmethoden toegelicht en wordt er gepleit voor een observatorium over de ondergrondse economie dat dient als observatiepost en draaischijf van informatie over de fraude en de strijd er tegen. 1 In dit rapport publiceren wij de resultaten van een nieuwe enquête over het fraudegedrag van de Belgen, hun opinies daarover en hun motieven. Het onderzoek werd geïnitieerd en gefinancierd door de FOD Sociale Zekerheid en de POD Wetenschapsbeleid BELSPO. 2 Het 1. Pacolet J., Perelman S., Pestieau P., Baeyens K. & De Wispelaere F. (2009); Pacolet J. & De Wispelaere (2009). 2. Wij danken deze instanties voor de geboden onderzoeksmogelijkheden in het kader van het AGO- RA-project AG/00/137: SUBLEC De organisatie van een microsurvey met het oog op een beschrijvende en verklarende analyse van de problematiek van de sociale en fiscale fraude. Bijzondere dank gaat hierbij uit naar Aziz Naji van BELSPO en Didier Verbeke en Koen Vleminckx van de FOD Sociale Zekerheid voor hun geloof in dit soort onderzoek en het vertrouwen dat zij ons schonken. Ook Chris Brijs van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid was een onmisbare steun en toeverlaat voor de realisatie van dit project. Tevens willen wij de leden van de stuurgroep danken voor hun inhoudelijke suggesties en steun aan dit project. Voor allle mogelijke vergissingen en misinterpretaties in deze studie zijn uiteraard enkel de auteurs verantwoordelijk.

14 14 Samenvatting werd een samenwerkingsverband tussen de KU Leuven (HIVA), de ULg (CREPP) en de ULB (METICES). 3 Zowel de omvang van de bevraging, als de methode van de bevraging en de inhoud van de vraagstelling werd grondig voorbereid. Maar tussen droom en daad staan ook wetten en praktische bezwaren, zodat de oorspronkelijk beoogde ruime uitrol van de bevraging niet is kunnen gerealiseerd worden. De bevraging is beperkt gebleven tot een steekproef van een 246 personen. Daarom noemen wij het een pilootstudie. Dit is een beperking. Maar over de inhoud en de bruikbaarheid van het onderzoeksinstrument hebben wij geen twijfel. Daarom hebben wij deze bevraging verwerkt met al de beperkingen van dien, en maken wij het nodige voorbehoud bij bepaalde resultaten, maar durven wij toch ook bepaalde conclusies te formuleren ten behoeve van de strijd tegen de fraude. Full reports of pilot studies are rare in the research literature. 4 Misschien zijn wij nu met voorliggend rapport bij die uitzonderingen, en is dit misschien te verklaren doordat wij oorspronkelijk gestart waren met een grootschalige versie. Maar het doel van elke rapportering is te leren uit de opgedane ervaring. Dit leermoment willen wij hier vasthouden. Opzet In de zomer van 2010 werd de pilootstudie uitgerold omtrent de bevraging van het aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid. Het was het voorlopig eindpunt van een lange voorbereiding. Vooreerst werd de wenselijkheid en doenbaarheid nagegaan van een bevraging bij de bevolking om de omvang, structuur en determinanten van niet-aangegeven werk en inkomen te meten. Een ruime definitie van fraude is aangewezen: zowel fiscale fraude als sociale fraude werden bevraagd, en bij de sociale fraude kwam zowel bijdragefraude als uitkeringsfraude ter sprake. De voorbereidende werkzaamheden omvatten de analyse van het internationale gebruik van de enquête als instrument om de omvang van de fraude te meten, welke enquêtemethode het best werd gebruikt, hoe de steekproef diende getrokken te worden, welk soort vragen dienden gesteld te worden, welke toestemmingen er nodig waren om de steekproef te trekken met respect voor de privacy, en wie uiteindelijk de gebruiker zou kunnen worden van onze resultaten. Voor ons was dat in eerste instantie de diverse overheden en sociale parastatalen geconfronteerd met de strijd tegen de fraude. Dit rapport stelt het voorlopig eindpunt voor van dit proces. Om talrijke redenen was de uiteindelijke roll out van de bevraging verschillend van wat het oorspronkelijk plan was. In plaats van een bevolkingsenquête, representatief voor de totale bevolking maar ook voor diverse relevante subcategorieën, werd de schaal gereduceerd tot de omvang van een fatsoenlijke pilootstudie die zou toelaten de methodologie van dergelijke bevraging verder op punt te zetten. Het doel was om uiteindelijk een brede definitie van de vraag en het aanbod van niet-aangegeven activiteiten, inkomen, sociale fraude, fiscale fraude, uitkeringsfraude, 3. HIVA, Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving; CREPP, Center of Research in Public Economics and Population Economics; METICES, Migrations, Espaces, Travail, Institutions, Citoyenneté, Epistémologie, Santé. 4. Van Teijlingen & Hundley, 2001.

15 Samenvatting 15 en de karakteristieken en mogelijke determinanten te identificeren, dit binnen de Belgische bevolking tussen 18 en 75 jaar, en naar socio-professionele groepen onderscheiden. De studie werd gelanceerd onder het acroniem SUBLEC Survey on the black economy, vragenlijst omtrent de ondergrondse economie. Dit was echter niet ingeperkt tot zwartwerk of ontduiking van sociale zekerheidsbijdragen, maar sloeg ook op uitkeringsfraude, en alle mogelijk vormen van fiscale fraude. Door de beperkte omvang is het een pilootstudie geworden, en is de bespreking maar partieel, tentatief en soms riskeert het zelfs om speculatief te worden. Het is in alle geval niet definitief. Het is eerder een validatie van de haalbaarheid van dit soort bevraging, de vragenlijst zelf en de maatschappelijke relevantie. Sommige van de inzichten zullen wij confronteren met een vroegere gelijkaardige studie op Europees, vlak, met name de Eurobarometer No 284 van Voor andere elementen, met intrigerende conclusies, zou verdere externe validatie verantwoord zijn, maar dit kan beter gebeuren wanneer de vragenlijst op grotere schaal zal worden uitgevoerd. De survey over niet-aangegeven inkomen en arbeid wenst de beleidsmakers te informeren over de omvang van deze fenomenen, en om aanbevelingen te maken hoe zij de strijd tegen de fraude kunnen verbeteren. Gezien de omvang van de enquête die vandaag voorligt zijn onze aanbevelingen eerder in de aard van hoe verder kan gegaan worden, zonder de definitieve antwoorden te geven (voor zover onderzoek ooit definitieve antwoorden kan geven) over de omvang, structuur en hoe de strijd te voeren. De aanbevelingen moeten als tentatief beschouwd worden. Soms zijn zij contra-intuïtief, soms contesteren zij bestaande evidentie en opinies, en zijn zij waardevol als hypothese voor verdere verificatie en onderzoeken. Op diverse plaatsen kunnen wij echter de relevantie voor het debat over zwartwerk en niet-aangegeven inkomen wel aantonen. Door de lengte van de vragenlijst en de oriëntatie naar bepaalde doelgroepen en deelfenomenen, welke zijn ingebed in de ene moedervragenlijst, zijn veel deelonderzoeken verborgen. Wanneer de vragenlijst op voldoende schaal zal worden uitgerold zal zij daar zijn bijkomend voordeel tonen. Wij bespreken hierna de sterkten en zwakten van het ontwerp en de roll out van onze vragenlijst, en de voornaamste resultaten die voorlopig zijn, maar illustratief voor de waarde voor het beleidsdebat. De slotconclusie is om verder te gaan langs de weg die wij ingeslagen waren met dit onderzoek. In voorliggend geval is de opdracht voor deze survey afkomstig van de FOD Sociale Zekerheid en de POD Wetenschapsbeleid. Zij waren overtuigd om deze methode ook in België toe te passen. Als onderzoeker moet men vaak de overheid overtuigen om bepaalde enquêtes te organiseren. Het is soms opboksen tegen vooroordelen dat het bevragen van inkomen, of vermogen, of in dit geval zwart inkomen en werk, niet doenbaar is. Dan moeten wij ons zelf en de collega s en medewerkers overtuigen dat dit doenbaar is. En daarna moeten wij de enquêteurs overtuigen om de vragen te stellen, en te blijven aandringen bij de respondenten om deel te nemen aan de enquête. En dan moeten zij die respondenten overtuigen om op alle vragen te antwoorden. Boost interviewers confidence about their ability to sell the survey was de terechte aanbeveling die wij lazen in de vermogensenquête van de ECB (Europese 5. European Commission (2007), Special Eurobarometer 284. Undeclared Work in the European Union, Brussels, 90 p.

16 16 Samenvatting Centrale Bank). 6 Eens al die stappen gelukt zijn, kan het resultaat nog aanzienlijk verbeterd worden via datacleaning of editing en het imputeren van ontbrekende informatie. 7 Wij hopen met dit rapport aangetoond te hebben dat deze inspanningen ook hier zouden lonen. Sterkten en zwakten van de huidige pilootstudie Op basis van een literatuuroverzicht concludeerden wij dat een face to face mondelinge bevraging van de respondent het beste resultaat zou opleveren. Een gestructureerde steekproef was getrokken uit de populatie van de diverse parastatalen van de sociale zekerheid, gespreid over het gehele grondgebied. De vragenlijst werd door de drie equipes gezamenlijk opgesteld en in twee landstalen. Door de onderzoekers en nadien door een enquêteur werden proefenquêtes afgenomen waarna de vragenlijst werd gefinaliseerd. Er werd beslist om met een open vizier de vragenlijst af te nemen. Deze werd dan ook aangekondigd als een grondige bevraging van aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid. De vragenlijst was deels volledig nieuw gedefinieerd, maar sommige vragen werden overgenomen of waren vergelijkbaar met bestaande enquêtes, onder meer de Eurobarometer omtrent zwartwerk van Tabel 1. Populatie en steekproef voor de bevolkingsenquête over aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid, België. Belgische populatie ( ) % aandeel totaal Totale brutosteekproef % aandeel totaal Werknemers private sector ,9% ,9% Werknemers publieke sector RSZ-PPO ,6% 176 3,4% Werknemers publieke sector RSZ ,7% 307 5,9% Zelfstandigen in hoofdberoep ,7% 507 9,7% Zelfstandigen in bijberoep ,5% 163 3,1% Zelfstandigen na pensioenleeftijd ,8% 53 1,0% Helpers ,1% 77 1,5% Werklozen ,7% 470 9,0% Tijdelijke werklozen ,8% 96 1,8% Invaliden ,2% 160 3,1% Primaire arbeidsongeschikten ,4% 44 0,8% Gepensioneerde werknemers of zelfstandigen ,6% ,9% tot 74 jaar Pensioen ambtenaren tot 74 jaar ,0% 139 2,7% Personen met een leefloon ,4% 44 0,8% Personen met een handicap ,8% 52 1,0% Huisvrouw/man (tot 64 jaar) ,8% 322 6,2% Totaal (populatie 18-75) ,0% ,0% Bron: Jaarverslagen parastatalen, FOD Economie en eigen definitie steekproef. 6. ECB, Household Finance and Consumption Network (2008), Reducing non-response bias. 7. ECB, Household Finance and Consumption Network (2008), Imputation and data-editing.

17 Samenvatting 17 De steekproeftrekking verliep via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Zij zou een afspiegeling vormen van de totale Belgische bevolking tussen 18 en 75 jaar, volgens sociale zekerheidssituatie. Actieven, niet actieven, werknemers, zelfstandigen, uitkeringstrekkers, zij zouden zowel globaal, als naar deelcategorieën bestudeerd kunnen worden, en voor elk van deze deelcategorieën waren ook aparte modules met vragen opgesteld. De totale populatie en de bruto-steekproef zijn in tabel 1 gegeven. Oorspronkelijk was de steekproef nog groter voorzien, maar omwille van budgettaire redenen was deze steekproef al gereduceerd. Oorspronkelijk ambieerden wij een netto-steekproef van ongeveer 4500 respondenten, de normale omvang van een bevolkingsenquête. Normaal zou rechtstreeks en herhaaldelijk contact worden opgenomen door de enquêteurs met de respondenten. Omwille van de privacy redenen liet het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en de Gezondheid binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dit niet toe. De geselecteerde adressen moesten via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid aangeschreven worden met de vraag of zij bereid waren om mee te werken aan de enquête. Enkel wie daarop positief antwoordde kon aangesproken worden door de enquêteurs. Dit leidde tot een aanzienlijk lager dan verwachtte respons, en ook kan er een aanzienlijke vertekening zijn van de respons in functie van het onderzoeksvoorwerp, met name fraude. Om de respons te verbeteren werd bij de herinneringsbrief met de uitnodiging tot medewerking aan de enquête een cadeaubon beloofd van 10. De respons was hierna meer dan het dubbele, maar het is niet verder onderzocht welke groep extra werd aangetrokken. Uiteindelijk konden wij werken met een netto-responsgroep van 246 personen, de omvang voor een goede pilootstudie. Informatie werd via de KSZ bekomen omtrent de oorspronkelijke steekproef zodat enig zicht kon verkregen worden op het profiel van de non-respons. De netto-respons is in tabel 2 weergegeven. Dit kan gecorrigeerd worden via wegingcoëfficiënten (wat ook gebeurd is in de verwerking). De vertekening in het soort van respondenten die zelf beslisten of zij wilden meewerken of niet, is niet te corrigeren. In de deelname blijkt reeds een zekere antwoordselectiviteit. Zelfstandigen, werklozen en huisvrouwen/mannen, hebben minder deelgenomen; gepensioneerden, mensen werkzaam in de horeca, in de overheidsadministratie, het onderwijs en de gezondheidszorg relatief meer. Wat is bijgevolg de waarde van het aldus verzamelde materiaal? The proof of the pudding is in the eating. Wij hebben hier een eerste analyse gemaakt van onze beperkte steekproef alsof het een grootschalige enquête betreft. Want ook een pilootstudie verdient een grondige verwerking. 8 Hiermee konden wij mogelijke inconsequenties en tegenstrijdigheden ontdekken in de antwoorden maar ook in de vraagstelling. Maar vooral wilden wij de relevantie van het bevraagde materiaal naar voren brengen. Tegelijk moesten wij onze rapportering inperken omdat bepaalde detailanalyses, waarvoor de vragenlijst toch ontworpen was, onvoldoende observaties bevatte. 8. Van Teijlingen & Hundley, 2001.

18 18 Samenvatting Tabel 2. Netto-steekproef en responsgraad. Netto-steekproef Responsgraad Totaal 246 4,76% Regio Vlaams Gewest 114 4,43% Waals Gewest 108 5,63% Brussels Hoofdstedelijk Gewest 24 3,53% Geslacht Man 123 4,36% Vrouw 123 5,23% Socio-economisch statuut Werknemer 106 4,83% Zelfstandige 29 3,63% Gepensioneerde 74 7,26% Werkloze 13 2,77% Ander statuut 24 3,49% Leeftijdsgroep jaar 6 1,96% jaar 45 4,83% jaar 36 3,60% jaar 45 4,31% jaar 50 5,11% jaar 64 7,04% Bron: Eigen berekeningen op basis van SUBLEC-enquête en gegevens KSZ over de bruto-steekproef. Eerste tentatieve resultaten omtrent vraag en aanbod van zwartwerk 38,8% van de Belgische bevolking kocht in de loop van de laatste 12 maanden een goed of een dienst in het zwart. Dit percentage van de vraag naar zwartwerk is veel hoger dan wat in de Eurobarometer voor België was gerapporteerd, en lag ook boven de Europese cijfers. Maar niet alleen het percentage van personen dat goederen en diensten in het zwart aankoopt is belangrijk, maar ook de grootte van deze aankopen. Een gemiddeld bedrag van de grootste uitgave voor goederen of diensten in het zwart aangeschaft is In de Eurobarometer was dit voor België slechts en voor de EU27 was dit Ook het aanbod van zwartwerk was in onze enquête aanzienlijk hoger dan in de Eurobarometer. Niet minder dan 14,1% van de respondenten antwoordde dat zij arbeid in het zwart hadden gepresteerd in de loop van de laatste 12 maanden, tegen maar 6% van de Belgen in de Eurobarometer en 5% voor de bevolking in de EU 27. Het gemiddeld ontvangen inkomen op basis van deze zwartarbeid in de laatst 12 maanden was 1 332, iets hoger dan het resultaten in de Eurobarometer (België ; EU ). Het percentage van de bevolking dat soms goederen of diensten koopt of aanbiedt maal het gemiddelde bedrag levert een gemiddeld volume aan fraude in de economie per persoon

19 Samenvatting 19 op, en kan verder uitgedrukt wordt ten opzichte van het BBP. De bovenstaande cijfers leveren ons 1,9% van het BBP op als gemiddeld bedrag in het zwart besteedt aan goederen en diensten, en 0,6% van het BBP aangeboden werk in het zwart. Normaal zouden beide geraamde volumes gelijk moeten zijn. Blijkbaar rapporteert men meer gekochte goederen en diensten in het zwart, als dat men toegeeft dat men zelf in het zwart gewerkt heeft. Blijkbaar is een bevraging van het gebruik van goederen en diensten in het zwart minder gevoelig dan vragen over het aanbod. Deze laatste zullen zeker een onderschatting opleveren. Maar waarschijnlijk zijn beide cijfers een onderschatting. Opmerkelijk is dat de in onze enquête gerapporteerde vraag en aanbod naar goederen en diensten in het zwart finaal hoger liggen dan de cijfers van de Eurobarometer. Dit is des te merkwaardig omdat onze steekproef vertekend is (zelfs na weging) naar de eerlijke respondent. Het topje van de ijsberg? Het hanteren van de oorspronkelijke methode, om de respondent rechtstreeks, en met aandrang te benaderen zou ons waarschijnlijk een groter deel van de ijsberg boven water gebracht hebben. Tabel 3. Omvang van het zwartwerk. SUBLEC Eurobarometer: België Eurobarometer: EU27 Vraag naar zwartwerk: diensten/goederen Algemeen 38,8% 11% Diensten 35,2% 15% 9% Goederen 14,1% 8% 6% Gemiddeld bedrag ( ) % BBP 1,9% 0,6% 0,5% Aanbod van zwartwerk: diensten/goederen Algemeen 14,1% 6% 5% Gemiddeld bedrag ( ) % BBP 0,6% 0,2% 0,2% Bron: Eigen berekeningen op basis van data SUBLEC; EC (2007), Special Eurobarometer 284. Eerste resultaten over andere vormen van fraude De SUBLEC-vragenlijst bevatte verder een aantal bijkomende modules die andere vormen van fraude in beeld wensen te brengen, met name fraude in de fiscale aangifte, inkomen dat onder de tafel wordt betaald, andere fiscale fraude in roerend en onroerend inkomen, en bij erfenis- en registratierechten. Het was immers de bedoeling om een exhaustief beeld te geven van alle vormen van sociale en fiscale fraude. Ook uitkeringsfraude en de combinatie van uitkeringsfraude met zwartwerk werd bijgevolg gedetailleerd bevraagd, met afzonderlijke modules naar gelang de diverse categorieën uitkeringstrekkers. In tabel 4 zijn sommige antwoorden op deze vragen samengevat. Telkens wordt de frequentie van het voorkomen van deze fraudevorm weergegeven, als % van de totale populatie,

20 20 Samenvatting en indien van toepassing ook het volume, in % van het onderliggende bedrag. Wij kunnen hieruit afleiden, dat naast het reeds besproken voorkomen van gebruik en aanbod van zwartwerk, nog 2% van de loontrekkende respondenten zegt dat zij onder de tafel werden betaald, 5,6% van de uitkeringstrekkers zeggen dat hun uitkering niet volledig strookt met waarop zij zouden mogen recht hebben, en 4,3% van hen combineert een uitkering met zwartwerk. Hiermee situeert het zwartwerk bij de uitkeringstrekkers zich lager dan bij de totale groep respondenten. Wat de fiscale aangiften betreft zegt 24% dat de aangifte niet helemaal in orde is, en dat dit voor de totale groep kan slaan op ongeveer 2,3% van het aan te geven inkomen. Voor roerend inkomen antwoord 3,5% van de respondenten dat de aangifte niet correct is, wat slaat op 3% van hun kapitaalinkomen, en voor onroerend inkomen is dit 0,3% (de mogelijkheden tot fraude zijn beperkter), wat goed is voor 1,8% van hun inkomen. Ontduiking bij erfenisrechten komt dan weer frequenter voor, maar de tijdsperiode is ruimer (5 jaar), en voor een groter aandeel (gemiddeld 1/3 van hun aangifte). De registratierechten worden bij ongeveer 2% van de respondenten gefraudeerd, en voor 5,1% van de waarde. Tabel 4. Samenvatting van de Belgische ondergrondse economie. Frequentie (% van de bevolking) Volume (% of totaal bedrag) Kent iemand Vraag naar zwartwerk 38,8% 79,2% Aanbod van zwartwerk 14,1% 78,5% Loon onder tafel 2,0% Sociale uitkeringsfraude 5,6% 52,1% Uitkering gecumuleerd met zwartwerk 4,3% Belastingaangifte niet volledig correct ingevuld 24,1% 2,3%* Roerende inkomsten 3,5% 3,0%** 33,6% Onroerende inkomsten 0,3% 1,8%** 27,3% Erfenisrechten 5,5% 33,2%** 41,3% Registratierechten 1,9% 5,1%** 40,3% * Als % van het inkomen van alle respondenten samen. ** Als % van het inkomen van de respondenten die antwoordden dat zij dit inkomen niet correct hadden aangegeven. Bron: Eigen berekeningen op basis van data SUBLEC. Het hemd is nader dan de rok, dus men zal minder snel zijn eigen fraudegedrag opbiechten dan dat men dit van de andere wenst te signaleren. Op de vraag of men iemand kent die in het zwart werkt, of goederen en diensten koopt waarin zwartwerk steekt, of alle andere vormen van fraudegedrag, zijn de cijfers altijd aanzienlijk hoger. Die percentages worden ook gegeven in tabel 4. Maar die kans dat men iemand kent die fraudeert, kan inderdaad hoger zijn. Een alternatieve vraag is de inschatting van hoeveel mensen dat men denkt dat fraudeert. Deze vragen werden gesteld bij de opinievragen. Deze vragen kunnen nuttig zijn om na te gaan wat de impact is van dergelijke opinies over het gedrag van de andere op het eigen gedrag. Indien de respondent een professional zou zijn, en gevraagd wordt naar zijn

21 Samenvatting 21 opinie als expert van zijn eigen beroep of sector, zou het ook een schatting kunnen opleveren van het werkelijke fraudegedrag. 9 Een tentatieve verklaring van de omvang van de fraude Op basis van een meer uitgebreide steekproef zou een differentiëring naar socio-professionele groep, inkomen, regio, geslacht, kunnen gemaakt worden van al deze variabelen. Rapportering van deze puntschattingen is hier niet verantwoord. Op basis van de beperkte steekproef is het wel mogelijk om een eerste verkenning te maken van welke factoren het fraudegedrag bepalen. Wij vergelijken in onderstaande tabel via een probit analyse een aantal determinanten voor de kans dat men zwartwerk vraagt, zwartwerk aanbiedt en fiscale fraude pleegt (hier gedefinieerd als niet volledig correct invullen van de belastingaangifte). Geslacht, regio, socio-economische groep, inkomen, het gedrag van de anderen en de eigen moraliteit zijn weerhouden als mogelijke verklarende factor. Tabel 5. Probit analyse. Parameter Variabele Vraag naar zwartwerk Aanbod van zwartwerk Fiscale fraude Intercept -0,3613-2,1466*** 0,5952* Geslacht Man -0,0331 0,6068** 0,0162 Regio Franstalig -0,0896 0,424* -0,2762 Socio-economische Zelfstandige 0,8488** 0,1701 0,1999 groep Uitkeringsgerechtigde -0,4383** -0,7391*** 0,3426* Inactief -0,4079 0,3395 0,0457 Kent iemand (vraag) Ja 0,8468*** Kent iemand 1,1406** (aanbod) Kent iemand -0,0152 (fiscale fraude) Inkomen (1) Moeilijk -0,3393* 0,1508 0,0667 Moraliteit (2) Totaal akkoord -0,5279* -0,652* 0,3207 Redelijk akkoord 0,261-0,5856* -0,0158 Niet akkoord -0,1914-0,23-0,1203 Opmerking: *, **, en *** geven een significantieniveau van respectievelijk 10%, 5% en 1% weer. 1 Komt men rond op het einde van de maand? 2 De belastingen zijn te hoog? Bron: Eigen berekeningen op basis van data SUBLEC. Iemand anders kennen die ook goederen of diensten koopt in het zwart, of in het zwart werkt, lijkt een significante invloed te hebben op het eigen gedrag. Dit wordt bevestigd 9. Het HIVA heeft dergelijke methode toegepast in de bouwsector. Pacolet J. & Baeyens K. (2007).

22 22 Samenvatting door experimenteel onderzoek omtrent belastingfraude en uitkeringsfraude. 10 Het kan een belangrijk aangrijpingspunt zijn voor het beleid, met name het doorbreken van deze spiraal van de andere doet het ook of iedereen doet het, dus ik ook. Geslacht heeft geen invloed op de consumptie van goederen of diensten in het zwart, maar wel op het aanbod van zwartwerk. Mannen zijn wel significant meer aanbieder van zwartwerk. De afwezigheid van de invloed van het geslacht op de vraag kan te verklaren zijn door het feit dat veel aankopen in feite gezinsaankopen zijn, zodat mannen en vrouwen samen die beslissing nemen/ondergaan om bepaalde activiteiten in het zwart te laten gebeuren. Een uitkering trekken heeft een negatieve invloed op zowel de vraag als het aanbod van zwartwerk. Dit is het omgekeerde van wat doorgaans verwacht wordt, of van het beeld dat opgehangen wordt van zwartwerk als een overlevingsstrategie voor uitkeringstrekkers, om hun inkomen aan te vullen of goedkoper te consumeren. Zelfstandigen blijken wel meer zwartwerk te vragen, maar er is geen significant effect te merken op het aanbod, noch op de fiscale fraude. Beide soorten effecten gaan tegen gangbare opinies in, en maken dat men dit soort van enquêtes verder nodig heeft om met een grotere graad van zekerheid conclusies te trekken. Ook inkomen en opinies over fraude(als proxy voor de belastingmoraal van de betrokkene) leverden op basis van deze steekproef geen of beperkt significante resultaten op. Zo zou de vraag naar zwartwerk kleiner zijn naarmate men moeilijk rond komt met zijn inkomen, wat opnieuw indruist tegen de fraude als overlevingsstrategie. Determinanten van fraude en strijd tegen fraude Regelmatig wordt een driehoek van krachten gehanteerd die de omvang van de fraude verklaren, en die tegelijk ook een aangrijpingspunt kunnen zijn van de strijd tegen fraude: het zijn de belastingmoraliteit (van een persoon, in een land); de belastingdruk (of het voordeel van het ontduiken van deze druk) en de controle (pakkans en boete). In de figuren 1 en 2 vatten wij het relatief belang samen dat de respondenten hechten aan deze drie factoren, zowel in de verklaring van het aanbod van zwartwerk, als in hun appreciatie welke factor het sterkst kan aangegrepen worden in de fraudebestrijding. Bij de oorzaken wordt bijna uitsluitend gewezen naar de belastingdruk, dus het voordeel om te frauderen. Bij de appreciatie van het beleid wordt toch ook aandacht gegeven aan de controlefactor. Het beleid zelf kan hierin besluiten dat niet alle heil kan verwacht worden van alleen de belastingdruk te verlagen, maar dat de bevolking ook verwacht dat er passende controle is. In beide grafieken valt op dat men weinig belang hecht aan de belastingmoraliteit, maar als wij de impact zien van het demonstratie-effect, is inwerken op deze belastingmoraliteit misschien ook een weg waarlangs men de fraude kan terugdringen. Dit strookt dan wel met een andere observatie uit dit onderzoek, met name dat de respondent de belastingmoraliteit wel aangeeft als reden (16%) om niet te frauderen. 10. Lefebvre, Pestieau, Riedl, Villeval, 2011.

23 Samenvatting 23 Moraliteit, gedrag 10,9% 11,4% Belasting, regulering, red tape 77,7% België Controle, pakkans, handhaving Bron: Eigen berekeningen op basis van data SUBLEC. Figuur 1. Wat zijn volgens u de redenen om niet-aangegeven arbeid te verrichten? (n = 246) Moraliteit, gedrag 6,8% 35,1% Belasting, regulering, red tape 58,1% Belgium Controle, pakkans, handhaving Bron: Eigen berekeningen op basis van data SUBLEC. Figuur 2. Welke maatregelen zijn volgens u het meest efficiënt in de strijd tegen niet-aangegeven arbeid? (n = 246) Enkele saillante observaties als hypothese voor verder onderzoek Er is heel wat detail voorhanden in de bevraging waar omwille van de schaal eerder kan geconcludeerd worden dat het interessante onderzoekspistes zijn dan dat het definitieve conclusies zijn. Een intrigerende observatie is bijvoorbeeld dat men in Vlaanderen relatief meer aangeeft dat het zwartwerk van bedrijven afkomstig is, terwijl de Franssprekende respondenten relatief meer verwijzen naar het informele circuit van vrienden, collega s, kennissen, familie. Dit kan in een grootschalige enquête een interessante morfologie van het zwartwerk opleveren. Nog een andere vraag is relevant voor de overheid die de strijd wenst aan te gaan tegen de fraude en die soms als tegenargument krijgt dat heel wat activiteiten zouden verdwijnen moest men het zwartwerk beteugelen: 2/3 van de respondenten zouden het goed of de dienst gekocht hebben op de reguliere markt als het daar alleen zou aangeboden zijn, en een kwart van de respondenten zou terugvallen op doe-het-zelf activiteiten.

24 24 Samenvatting De specifieke vragen over de dienstencheque die wij opgenomen hadden in de vragenlijst tonen dan weeral een veel hoger percentage van huishoudelijk werk dat voorheen in het zwart gebeurde, dan tot nu toe aangenomen. Op de vraag wat de respondent zou aanzetten om de goederen of diensten in het formele circuit te kopen antwoordt de helft dat zij overtuigd zou worden door de garanties tegen fouten en gebreken. Het kan een aanknopingspunt vormen voor een informatiecampagne tegen zwartwerk. De antwoorden van de uitkeringstrekkers over de adequaatheid van de uitkering reveleren een confronterend beeld over een verzorgingsstaat onder druk: 58% van de genieters van een vervangingsinkomen vinden het te laag of veel te laag, en 35% vindt het juist genoeg in vergelijking met hun vroeger inkomen. Maar dit heeft, zie boven, deze respondenten blijkbaar niet aangezet tot verhoudingsgewijs meer in het zwart te werken of te consumeren. Zo vinden wij ook een opmerkelijk positief verband tussen het aanbieden van zwartwerk en de vraag naar zwartwerk. Maar niet omgekeerd. Misschien is dit weeral logisch: wie toegeeft in het zwart te werken zal ook toegeven om zaken aan te kopen in het zwart, maar niet omgekeerd. Combinatie van beide vragen zou nuttig kunnen zijn voor imputatie van bepaalde gegevens, of een correctie van de omvang van het zwartwerk. Hetzelfde zou kunnen gebeuren aan de hand van opinievragen: een redelijk hoog percentage van onze respondenten hadden een hoge inschatting van de fraude bij de rest van de bevolking. Aangezien de opinie over het fraudegedrag van de andere ook een invloed schijnt te hebben op het eigen fraudegedrag, zou het antwoord over het eigen fraudegedrag met deze informatie kunnen gecorrigeerd worden. Methodologisch werk aan de winkel, indien wij voldoende grondstof zouden hebben onder de vorm van een grootschalige enquête. Beleidsrelevantie en hoe nu verder Hierboven geven wij enkele van de vele tentatieve bedenkingen die wij konden maken bij de interpretatie van de eerste resultaten. Verschillen naar socio-professionele groep, naar regio ook, wij willen zij niet uitvergroten. De pilootstudie over de fraudefenomenen in België moet gelezen worden als voorlopig, soms contra-intuïtief, soms uitdagend voor bestaande evidentie of opinies, en waardevol vooral als hypothese voor verder onderzoek. Op diverse plaatsen kon de relevantie voor het beleid worden aangestipt, onder meer welke risicogroepen er zijn of juist veel minder dan doorgaans aangenomen, wat de impact is van demonstratiegedrag, welke verwachtingen er zijn ten overstaan van het beleid en welke impact het kan hebben. In het rapport hebben wij bij sommige van onze commentaren gewaarschuwd dat zij riskeren niet alleen tentatief maar zelfs speculatief te zijn. Dit moet als dusdanig meegenomen worden in het debat. Voorbeelden daarvan zijn welke groepen meer of minder frauderisico vertonen, wat de fraude bepaalt (belastingdruk, gebrek aan controle, gedrag van anderen, eigen belastingmoraliteit) en wat de beste manier is om zij te bestrijden (belastingdruk, standvastigheid in het controle- en sanctiebeleid, bewustmakingscampagnes). Het is wel met dit soort onderzoeksmateriaal dat hierover een uitspraak kan gedaan worden. Door een ruime en exhaustieve definitie te hanteren van de sociale en fiscale fraude (alleen belastingontwijking hebben wij niet ter sprake gebracht maar die kan misschien zelfs afge-

25 Samenvatting 25 leid worden uit de registers die de administraties zelf hebben) is dit onderzoek relevant voor diverse overheden en administraties en doelgroepen. Dat is ook het nut van een zogenaamde bevolkingsenquête. Zij moet representatief zijn voor deze diverse aspecten, en laat dan verdere analyse in detail toe. Dit was een redelijk exhaustieve bevraging, redelijk intensief (maar wij kennen zelfs meer intensieve bevolkingsenquêtes) maar onvoldoende extensief. De schaal was te klein. De voorgestelde methode is tijdsintensief en kostelijk. Het gebruik kan dan langdurig zijn, zoals dat ook het geval is met andere bevolkingsenquêtes als de huishoudbudgetenquête, de SILC, de arbeidskrachtentelling. 11 Het kan ons cijfers bezorgen omtrent de ondergrond van onze economie en het verborgene van het economisch gedrag, zodanig dat zij op een regelmatige maar zeker niet jaarlijkse basis dient verricht te worden. De enquête organiseren met een zeker tijdsinterval lijkt ons dan ook aangewezen, maar eens moet het de eerste keer zijn. Op basis van deze pilootstudie lijkt ons nu het goede moment aangebroken om eindelijk die eerste volledige uitrol, full blown, te realiseren en het echte veldwerk te starten. Referenties ECB, Household Finance and Consumption Network (2008a), Reducing non-response bias. ECB, Household Finance and Consumption Network (2008b), Imputation and data-editing. European Commission (2007), Special Eurobarometer 284. Undeclared Work in the European Union, Brussels, 90 p. Lefebvre M., Pestieau P., Riedl A. & Villeval M.C. (2011), Tax Evasion, Welfare Fraud, and The Broken Windows effect: An Experiment in Belgium, France and the Netherlands, IZA Discussion Paper No. 5609, 49 p. Pacolet J. & Baeyens K. (2007), Deloyale concurrentie in de bouwsector. Een terreinverkenning van mechanismen van sociale fraude, hun omvang en hun gevolgen voor de sector, HIVA-KU Leuven, Leuven, 149 p. Pacolet J. & De Wispelaere (2009a), Naar een observatorium ondergrondse economie. Een haalbaarheidsstudie, Acco, Leuven, 166 p. Pacolet J. & De Wispelaere (2009b), The underground economy: designing an appropriate survey methodology to reveal sensitive behaviour (social and fiscal fraud), HIVA-KU Leuven, mimeo. Pacolet J. & Merckx S. (2008), SUBLEC: designing a survey methodology for fiscal en social fraud in Belgium: recent international comparative evidence and conclusions for Belgium, HIVA-KU Leuven, Leuven, mimeo. Pacolet J., Perelman S., Pestieau P., Baeyens K. & De Wispelaere F. (2009), Zwartwerk in België. Een indicator van omvang en evolutie Travail au noir en Belgique. Un indicateur concernant l étendue et l évolution, Acco, Leuven, 195 p. Van Teijlingen, E. R. & Hundley V. (2001), The importance of pilot studies, Social Research Update, University of Surrey, winter, issue 35, p Zo is ook nu pas, anno 2011, rond een ander belangrijk maatschappelijk domein, de vermogens, een bevolkingsenquête lopende in België en diverse andere landen, onder leiding van de ECB. Zie referenties hierboven.

26

27 Résumé Fraude sociale et fi scale en Belgique. Une étude-pilote relative au travail et aux revenus déclarés et non déclarés Introduction Mesurer l ampleur de l économie souterraine semble être une mission impossible. Une des difficultés est que l économie souterraine et la fraude ne font pas l objet d une définition univoque. Néanmoins, la littérature propose différentes méthodes d enquête. On peut ainsi appréhender l ampleur de l économie souterraine sur base des modèles macro-économiques, ou sur base d un sondage de la population, ou des entreprises, ou sur base de données administratives ou par évaluation des comptes nationaux. Ces méthodes produisent souvent des résultats discutables. La Commission européenne a également exploré différentes possibilités ces dernières années, sans obtenir de résultat satisfaisant. Il est probable que seule une association de différentes méthodes pourra faire avancer le problème. Car pour pouvoir lutter contre la fraude sociale et fiscale, il faut connaître l ampleur du problème, savoir quelles en sont les manifestations, les causes et les motivations. Deux études précédentes publiées dans cette série expliquent ces méthodes d estimation et plaident pour un observatoire de l économie souterraine, servant de poste d observation et de plaque tournante des informations sur la fraude et la lutte contre celle-ci. 1 Dans ce rapport, nous publions les résultats d une nouvelle enquête sur les activités frauduleuses des Belges, sur leurs opinions et leurs motivations. L étude a été commanditée et financée par le SPF Sécurité sociale et le SPP Politique scientifique BELSPO. 2 Elle est le fruit 1. Pacolet J., Perelman S., Pestieau P., Baeyens K. & De Wispelaere F. (2009) ; Pacolet J. & De Wispelaere (2009), 2. Nous remercions ces instances pour les possibilités d enquête offertes dans le cadre du projet AGORA AG/00/137 : SUBLEC Organisation d une micro-enquête en vue d effectuer une analyse descriptive et explicative de la problématique de la fraude sociale et fiscale. Nous remercions tout particulièrement Aziz Naji de BELSPO et Didier Verbeke et Koen Vleminckx du SPF Sécurité sociale pour leur foi dans ce type d enquête et la confiance qu ils nous ont témoignée. Chris Brijs, de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, a été un soutien indispensable pour la réalisation de ce projet. Nous tenons également à remercier les membres du Comité d accompagnement pour leurs suggestions et leur soutien tout au long de ce projet. Seuls les auteurs sont responsables des éventuelles erreurs et mauvaises interprétations dans le cadre de cette étude.

SOCIALE EN FISCALE FRAUDE IN BELGIE Een pilootstudie omtrent aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid: SUBLEC

SOCIALE EN FISCALE FRAUDE IN BELGIE Een pilootstudie omtrent aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid: SUBLEC SOCIALE EN FISCALE FRAUDE IN BELGIE Een pilootstudie omtrent aangegeven en niet-aangegeven inkomen en arbeid: SUBLEC SAMENVATTING Deze studie kwam tot stand in opdracht van de POD Wetenschapsbeleid ten

Nadere informatie

PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA

PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA 1. Où déposer? 1. Déposer un pré-projet? 1. Déposer un pré-portefeuille de projets? 1. Waar indienen? 2. Indiening projectconcept?

Nadere informatie

En sécurité et santé au travail? Veilig en gezond op mijn werk?

En sécurité et santé au travail? Veilig en gezond op mijn werk? Korte inhoud En sécurité et santé au travail? Veilig en gezond op mijn werk? Les résultats de resultaten Odette Wlodarski An Rommel 1. Méthodologie 2. Les répondants 3. L expérience des jeunes stage 4.

Nadere informatie

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008

Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 Barema's op 01/09/2008 Barèmes au 01/09/2008 SPILINDEX 110,51 INDICE-PIVOT 110,51 Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Allocations aux personnes handicapées (Jaarbedragen) (Montants annuels)

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 13.06.2013 BELGISCH STAATSBLAD 36987 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2013/03172] 29 MAI 2013. Arrêté royal portant approbation du règlement du 12 février 2013 de l Autorité des services

Nadere informatie

13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE

13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE 13286 BELGISCH STAATSBLAD 09.03.2004 Ed. 2 MONITEUR BELGE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST WETENSCHAPSBELEID N. 2004 842 [C 2004/21028] 13 FEBRUARI 2004. Ministerieel besluit tot vastlegging

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/005 BERAADSLAGING NR. 10/002 VAN 12 JANUARI 2010 AANGAANDE HET TREKKEN VAN EEN STEEKPROEF NODIG VOOR

Nadere informatie

64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE

64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE 64360 BELGISCH STAATSBLAD 27.10.2010 MONITEUR BELGE FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID N. 2010 3685 [C 2010/22451] F. 2010 3685 SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C 2010/22451] 15 OKTOBER

Nadere informatie

PRESS REVIEW. Enquête Acerta : 50-plussers meest betrokken 26/04/2010

PRESS REVIEW. Enquête Acerta : 50-plussers meest betrokken 26/04/2010 - 1 / 8 - PRESS REVIEW Enquête Acerta : 50-plussers meest betrokken 26/04/2010 Powered by Auxipress - 2 / 8 - Table des matières: Les seniors plus impliqués La Libre Entreprise (La Libre Belgique) 24/04/2010

Nadere informatie

49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE

49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE 49188 BELGISCH STAATSBLAD 22.09.2008 MONITEUR BELGE Art. 3. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «Art. 15. De subsidies die ten bate van het Nationaal Geografisch Instituut zijn

Nadere informatie

Installatie van versie 2.2 van Atoum

Installatie van versie 2.2 van Atoum Version française en seconde partie du document. Installatie van versie 2.2 van Atoum U moet in uw databases een nieuwe tabel aanmaken na de installatie van versie 2.2 van de toepassing Atoum. Hiervoor

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2013 Wouter Vanderbiesen September 2015 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2011 Wouter Vanderbiesen November 2013 Methodologisch Rapport Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus

Nadere informatie

Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009.

Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009. . Déclaration environnementale Document préparé par Marie Spaey, en collaboration avec Pauline de Wouters. Novembre 2009. Définition dans le cadre de Clé Verte Dans le cadre de l éco-label Clé Verte, l

Nadere informatie

Cela vous dit-il d emboîter le pas avec la Loterie Nationale?

Cela vous dit-il d emboîter le pas avec la Loterie Nationale? Let s Move Loterie Nationale Service des Ressources Humaines Service Interne pour la Prévention et la Protection au travail Nationale Loterij Dienst Human Ressources Interne Dienst voor Preventie en Bescherming

Nadere informatie

Sectoren / paritaire comités Methodologie

Sectoren / paritaire comités Methodologie Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 steunpuntwse@kuleuven.be www.steunpuntwse.be

Nadere informatie

Employment Monitor. Voor Corelio/Jobat Door Synovate Datum: 24/5/2011

Employment Monitor. Voor Corelio/Jobat Door Synovate Datum: 24/5/2011 Employment Monitor Voor Corelio/Jobat Door Synovate Datum: 24/5/2011 Methodologie Werkgevers N=500 Telefonische interviews Interviews met HR professionals Representatieve steekproef (Graydon) op basis

Nadere informatie

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel

Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Vlaamse Arbeidsrekening. Raming van het aantal jobs & vestigingen met personeel Update 2012 Wouter Vanderbiesen Maart 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven

Nadere informatie

Mefa brievenbussen. Puur design. Mefa boîtes aux lettres. Design à l état pur.

Mefa brievenbussen. Puur design. Mefa boîtes aux lettres. Design à l état pur. Mefa brievenbussen. Puur design. Mefa boîtes aux lettres. Design à l état pur. Mefa brievenbussen. Puur design. Mefa brievenbussen blinken niet alleen uit door hun stijlvol design. Ze zijn ook functioneel,

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 25.09.2015 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 25.09.2015 BELGISCH STAATSBLAD 60077 SERVICE PUBLIC FEDERAL FINANCES [C 2015/03324] 18 SEPTEMBRE 2015. Arrêté royal déterminant les modèles des formules de déclaration en matière de cotisations spéciales visées à l article 541 du Code

Nadere informatie

Consultatie. BROBA II 2003 Ontwerpbesluit van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie

Consultatie. BROBA II 2003 Ontwerpbesluit van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Consultatie BROBA II 2003 Ontwerpbesluit van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie Aspect Basic SLA - Provisionning Timer Escalation Interpretation Om te voldoen aan de eis inzake

Nadere informatie

FAVV -AFSCA AC- Kruidtuin - FSC Kruidtuinlaan 55 1000 Brussel / Bruxelles. Verslag van infosessie bestek FAVV_DGLABO_CPM_2016 (29/06/2015)

FAVV -AFSCA AC- Kruidtuin - FSC Kruidtuinlaan 55 1000 Brussel / Bruxelles. Verslag van infosessie bestek FAVV_DGLABO_CPM_2016 (29/06/2015) FAVV -AFSCA AC- Kruidtuin - FSC Kruidtuinlaan 55 1000 Brussel / Bruxelles Verslag van infosessie bestek FAVV_DGLABO_CPM_2016 (29/06/2015) Rapport de la session d information Cahier spécial des charges

Nadere informatie

Seminarie: de nieuwe mededinging- en prijzenwetgeving Boek V en de werkgeversfederaties

Seminarie: de nieuwe mededinging- en prijzenwetgeving Boek V en de werkgeversfederaties Seminarie: de nieuwe mededinging- en prijzenwetgeving Boek V en de werkgeversfederaties Pieter Weyn Adviseur economie FEVIA 17/09/2013 2 Boek V: welke rol hebben de federaties te spelen? Members Third

Nadere informatie

Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011

Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011 Paritair Comité voor de bedienden van de nonferro metalen non ferreux Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2011 Convention collective de travail du 27 juin 2011 Tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven

Nadere informatie

Gebundelde krachten vinden werk. Ensemble, trouvons un emploi Together for a job

Gebundelde krachten vinden werk. Ensemble, trouvons un emploi Together for a job Gebundelde krachten vinden werk Ensemble, trouvons un emploi Together for a job WERK IN ZICHT Vragen rond opleiding en werk in Brussel? Werk In Zicht brengt werkzoekenden in contact met de juiste diensten

Nadere informatie

Colloquium. Colloquium. Quel avenir pour la recherche scientifique en Belgique? Welke toekomst voor het wetenschappelijk onderzoek in België?

Colloquium. Colloquium. Quel avenir pour la recherche scientifique en Belgique? Welke toekomst voor het wetenschappelijk onderzoek in België? Halfrond van de Senaat Colloquium Welke toekomst voor het wetenschappelijk onderzoek in België? Hémicycle du Sénat Colloquium Quel avenir pour la recherche scientifique en Belgique? Dinsdag 3 maart 2015

Nadere informatie

PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA

PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA PROGRAMME DE COOPÉRATION TRANSFRONTALIÈRE GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA Logique d intervention Interventielogica Structuration des portefeuilles Structuur van de portefeuille Principes de

Nadere informatie

Comprendre et se faire comprendre commence par s exprimer en néerlandais

Comprendre et se faire comprendre commence par s exprimer en néerlandais Comprendre et se faire comprendre commence par s exprimer en néerlandais Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal La langue néerlandaise crée un lien entre nous Wat leest

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4

BESCHIKKING VAN 23 AUGUSTUS 2010 In de zaak A 2009/4. Verkoopmaatschappij Frenko B.V., ORDONNANCE DU 23 AOUT 2010 dans I'affaire A 2009/4 COUR DE JUSTICE BENELUX COPIE CERTIFIEE CONFORME A L'ORIGINAL VOOR EENSLUIDEND VERKLAARD AFSCHRIFT BRUXELLES, LE BRUSSEL De Hoofdgriffier van het Benelux-Gerechtshof: Le greffier en chef de la Cour^fê

Nadere informatie

paritaire pour les de travail adapté et les ateliers sociaux (CP 327)

paritaire pour les de travail adapté et les ateliers sociaux (CP 327) (CP 7) paritaire pour les de travail adapté et les ateliers sociaux Convention collective de travail du 9 janvier 999 relative aux conséquences de du revenu minimum mensuel moyen garanti d les entreprises

Nadere informatie

Wie zijn wij? Qui sommes-nous?

Wie zijn wij? Qui sommes-nous? Projectbrochure Brochure promoteurs 2015 Wie zijn wij? Grando Keukens is in België een vertrouwd merk. Met een landelijk netwerk van prachtige toonzalen bedienen wij de keukenmarkt. Gericht op: - Verkoop

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 08.01.2010 Ed. 2 MONITEUR BELGE 731 MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST N. 2010 45 [C 2010/31002] 17 DECEMBER 2009. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Atelier Peopleshère. 2 octobre 2012. Katrien Baert Vincent Van Damme

Atelier Peopleshère. 2 octobre 2012. Katrien Baert Vincent Van Damme Atelier Peopleshère 2 octobre 2012 Katrien Baert Vincent Van Damme Introduction EVALUER Pourquoi? Comment? Quoi? Qui? Quand? 2 EVALUER Pourquoi? 3 Pourquoi évaluer? But d une évaluation Améliorer la communication

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Le diagnostic pragmatique

Le diagnostic pragmatique Le diagnostic pragmatique échange d expériences et bonnes pratiques Een beknopte socio-economische uitwisseling van ervaringen en van goede aanpak Christophe Ebermann et Sarah Seus, Ramboll Management

Nadere informatie

Doorstromingen van de jongeren School Actief leven in Brussel Poging om een definitie te geven van de sleutelindicatoren

Doorstromingen van de jongeren School Actief leven in Brussel Poging om een definitie te geven van de sleutelindicatoren Doorstromingen van de jongeren School Actief leven in Brussel Poging om een definitie te geven van de sleutelindicatoren Samenstellingsseminarie 13 november 212 Donat Carlier en Jean-Yves Donnay - CCFEE

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 23.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 23.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD 80646 MONITEUR BELGE 23.12.2009 BELGISCH STAATSBLAD AGENCE FEDERALE POUR LA SECURITE DE LA CHAINE ALIMENTAIRE FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN [C 2009/18522] [C 2009/18522] 4

Nadere informatie

33662 BELGISCH STAATSBLAD 02.07.2008 MONITEUR BELGE

33662 BELGISCH STAATSBLAD 02.07.2008 MONITEUR BELGE 33662 BELGISCH STAATSBLAD 02.07.2008 MONITEUR BELGE MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST N. 2008 2191 [C 2008/31345] 19 JUNI 2008. Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling

Nadere informatie

Bondgenotenstraat 68 Rue des Alliés Brussel 1190 Bruxelles. TEL: 02 346 11 50 FAX: 02 344 20 52 e-mail: bebop@bebop.be www.bebop.

Bondgenotenstraat 68 Rue des Alliés Brussel 1190 Bruxelles. TEL: 02 346 11 50 FAX: 02 344 20 52 e-mail: bebop@bebop.be www.bebop. Bondgenotenstraat 68 Rue des Alliés Brussel 1190 Bruxelles TEL: 02 346 11 50 FAX: 02 344 20 52 e-mail: bebop@bebop.be www.bebop.be Bestaat sedert - existe depuis 19-9-1990 Als direct marketing adviesbureau

Nadere informatie

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE Vrouwen, bestaansonzekerheid en armoede in het Brussels Gewest

Nadere informatie

Questions & réponses dans le cadre du cahier spécial de charge «CobiT»

Questions & réponses dans le cadre du cahier spécial de charge «CobiT» Questions & réponses dans le cadre du cahier spécial de charge «CobiT» Paragraphe Page Langue Questions Réponses 1 Généralités Français Votre intention est-elle de travailler avec un seul consultant (personne)

Nadere informatie

STRESS ENQUETE STRESS ASSURALIA EULER HERMES 2007.

STRESS ENQUETE STRESS ASSURALIA EULER HERMES 2007. STRESS ENQUETE STRESS ASSURALIA EULER HERMES 2007. Historique 1 CPPT 17 février 2005 (réunion préparatoire CP 7 mars) Décision d inviter un spécialiste. Création d un groupe de travail 14 Juin Mr. Bodson

Nadere informatie

Inventaris OV - Inventaire EP BIV - IBE 2011 2012-10-18

Inventaris OV - Inventaire EP BIV - IBE 2011 2012-10-18 Om de drie jaar wordt een inventaris opgemaakt van alle lampentypes en hun vermogens van de openbare verlichting in België. Deze driejaarlijkse gegevens worden verzameld door Synergrid, de federatie van

Nadere informatie

De moderne stad. New York. Curitiba (Braz.) creëert ruimte voor de mens. Bologna. Toronto (Can.)

De moderne stad. New York. Curitiba (Braz.) creëert ruimte voor de mens. Bologna. Toronto (Can.) De stad en duurzame mobiliteit: verandering op til La ville et la mobilité durable: une transition en cours 1. Vaststellingen De moderne stad New York Curitiba (Braz.) creëert ruimte voor de mens Bologna

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE BELGISCH STAATSBLAD 01.06.2012 MONITEUR BELGE 31353 Vu pour être annexé àl arrêté ministériel du 23 mai 2012 modifiant l arrêté ministériel du 17 décembre 1998 déterminant les documents comptables à tenir

Nadere informatie

ABMB - BVBL. Gewone Algemene Vergadering Assemblée Génerale Ordinaire 24 juni 2005

ABMB - BVBL. Gewone Algemene Vergadering Assemblée Génerale Ordinaire 24 juni 2005 ABMB - BVBL Gewone Algemene Vergadering Assemblée Génerale Ordinaire 24 juni 2005 ABB / Section Sociétés de bourse BVB / Afdeling Beursvennootschappen 24 06-2005 ABB/SdB 24-06-2005 2 1. Fiscal / Custody

Nadere informatie

N de question Vraagnummer

N de question Vraagnummer Chambre des représentants Kamer van volksvertegenwoordigers Question Parlementaire Parlementaire Vraag Document : 54 2015201606730 Session / zitting : 20152016 (SO) 20152016 (GZ) Dépôt / Geregistreerd

Nadere informatie

Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF

Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF 1 Grande enquête IPCF - Grote enquête BIBF Pression fiscale, médias sociaux ou encore législation anti-blanchiment : les comptables-fiscalistes nous disent tout! Fiscale druk, sociale media en witwaswetgeving

Nadere informatie

VERKLARING VAN WOONPLAATS

VERKLARING VAN WOONPLAATS 5000-NL Bestemd voor de buitenlandse belastingdienst VERKLARING VAN WOONPLAATS Verzoek om toepassing van het belastingverdrag tussen Frankrijk en 12816*01 De belastingplichtige geeft in dit vak de naam

Nadere informatie

Fiscaal Correct. Resultaten TAX-survey naar het Belgisch fiscaal gevoel

Fiscaal Correct. Resultaten TAX-survey naar het Belgisch fiscaal gevoel Fiscaal Correct Resultaten TAX-survey naar het Belgisch fiscaal gevoel 1 Fiscaal Correct Fiscaal Correct Denktank van onafhankelijke experten Oproep tot een fiscaal pact Doel: Beter wetgevend werk Eenvoudiger

Nadere informatie

Uitgerust op rustpensioen

Uitgerust op rustpensioen Uitgerust op rustpensioen Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen Herremans, W. (2005). Uitgerust op rustpensioen. Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen. Steunpunt WAV, in opdracht van

Nadere informatie

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren Kabinet van Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding Philippe COURARD Kabinet van Minister van KMO'S, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid Sabine LARUELLE Persbericht

Nadere informatie

65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE

65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE 65372 BELGISCH STAATSBLAD 02.09.2014 Ed. 2 MONITEUR BELGE Het beginindexcijfer is dat van de maand augustus van het jaar gedurende hetwelk het tarief is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de

Nadere informatie

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 29 SEPTEMBRE 2003, CONCLUE AU

CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 29 SEPTEMBRE 2003, CONCLUE AU CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL DU 29 SEPTEMBRE 2003, CONCLUE AU SEIN DE LA COMMISSION PARITAIRE DE HÔTELIÈRE. PORTANT DE LA CONVENTION COLLECTIVE DE TRAVAIL N 1 DU 25 JUIN 1997, SUR D'UNE NOUVELLE CLASSIFICATION

Nadere informatie

Architecture is one part science, one part craft and two parts art. David Rutten

Architecture is one part science, one part craft and two parts art. David Rutten Architecture is one part science, one part craft and two parts art. David Rutten Breevast Belgium ontwikkelt, realiseert en beheert kantoren, commercieel en residentieel vastgoed in België en Luxemburg.

Nadere informatie

Présentation de l étude

Présentation de l étude Studiedag Journée d études Overdracht en overname van KMO s Transmission et reprise de PME Overnames in de Belgische KMO context Reprises dans le contexte belge des PME De heer Karel VAN EETVELT, Gedelegeerd

Nadere informatie

Woensdag 30 april 2008. Netwerk Vlaanderen vzw

Woensdag 30 april 2008. Netwerk Vlaanderen vzw Achtergrondnota bij de reactie van Minister van Financiën Reynders op het gebrek aan implementatie van de wet van 20 maart 2007 inzake het verbod op de financiering van de productie, het gebruik en het

Nadere informatie

Mijnheer de eerste minister, Mevrouw en meneer de Voorzitters, Beste confraters, Dames en heren,

Mijnheer de eerste minister, Mevrouw en meneer de Voorzitters, Beste confraters, Dames en heren, Mijnheer de eerste minister, Mevrouw en meneer de Voorzitters, Beste confraters, Dames en heren, Ik heet u van harte welkom op het academisch deel van onze Algemene Vergadering, die dit jaar voor de derde

Nadere informatie

Mei 2010. Netwerk Vlaanderen vzw

Mei 2010. Netwerk Vlaanderen vzw Achtergrondnota bij de reactie van Minister van Financiën Reynders in het Federaal Parlement op 3 maart 2010 n.a.v. meerdere parlementaire vragen over de «lijst met bedrijven die betrokken zijn bij de

Nadere informatie

1 Belg op 2 heeft vertrouwen in homeopathie. voor het behandelen van de meest voorkomende aandoeningen binnen het gezin

1 Belg op 2 heeft vertrouwen in homeopathie. voor het behandelen van de meest voorkomende aandoeningen binnen het gezin 1 Belg op 2 heeft vertrouwen in homeopathie voor het behandelen van de meest voorkomende aandoeningen binnen het gezin De Belg en homeopathie IPSOS Studie uitgevoerd in mei 2011 in België met een representatief

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 46905 FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER N. 2008 3024 [C 2008/14275] 5 SEPTEMBER 2008. Ministerieel besluit tot bepaling van de modellen van de documenten bedoeld in het koninklijk besluit

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

0 ^t -05-200*1 D1-07- 2004 NR. Paritair Comité voor de bewakingsdiensten. Commission paritaire pour les services de garde

0 ^t -05-200*1 D1-07- 2004 NR. Paritair Comité voor de bewakingsdiensten. Commission paritaire pour les services de garde Commission paritaire pour les services de garde Paritair Comité voor de bewakingsdiensten Convention collective de travail du 25 mars 2004 Collectieve arbeidsovereenkomst van 25maart2004 PROCEDURE VALIDATION

Nadere informatie

PROGRES Infosession Riverains

PROGRES Infosession Riverains When rail means service > QUADRILATERE NORD RUE DU PROGRES Infosession Riverains Schaerbeek 11/06/2008 Schaarbeek 11/06/2008 Liesbeth Vandeputte Responsable Communication Riverains Verantwoordelijke Communicatie

Nadere informatie

WERKEN TOT 65: HOE DENKT DE KMO HIEROVER? STUDIE UITGEVOERD IN OPDRACHT VAN SD WORX

WERKEN TOT 65: HOE DENKT DE KMO HIEROVER? STUDIE UITGEVOERD IN OPDRACHT VAN SD WORX WERKEN TOT 65: HOE DENKT DE KMO HIEROVER? STUDIE UITGEVOERD IN OPDRACHT VAN SD WORX DECEMBER 2011 INHOUDSTAFEL 1. METHODOLOGIE 5 2. PROFIEL INVULLERS ENQUETE 7 3. MATE WAARIN DE KMO S 50-PLUSSERS IN DIENST

Nadere informatie

69668 BELGISCH STAATSBLAD 29.09.2004 MONITEUR BELGE

69668 BELGISCH STAATSBLAD 29.09.2004 MONITEUR BELGE 69668 BELGISCH STAATSBLAD 29.09.2004 MONITEUR BELGE 17 jaar = 85 pct.; 16 jaar = 70 pct.; 15 jaar = 55 pct. van het uurloon van de werklieden en werksters van 18 jaar en ouder van dezelfde categorie. C.

Nadere informatie

EWI - pretest. Dag van de Klant Open Bedrijvendag

EWI - pretest. Dag van de Klant Open Bedrijvendag EWI - pretest Dag van de Klant Open Bedrijvendag Sandra Jansen & Roland Van Gompel Research Managers (Indigov) Wouter Samyn Research Director (Indigov) 1 Inhoud Methodologie Steekproef Imago ondernemerschap

Nadere informatie

Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting. Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting. Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling Functionaliteitseconomie: Hefboom voor duurzame ontwikkeling in België? Samenvatting Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling 1 P a g i n a F u n c t i o n a l i t e i t s e c o n o m i e : h e f b o o

Nadere informatie

Chairs for the quality office FLIGHT

Chairs for the quality office FLIGHT Chairs for the quality office FLIGHT Flight 20 Het nieuwe werken Une nouvelle façon de travailler Het nieuwe werken houdt in dat één bureaustoel meerdere gebruikers heeft. Flight 20 is hiervoor geschikt

Nadere informatie

JARDIN OUVERT 1 : AU FIL DE L EAU

JARDIN OUVERT 1 : AU FIL DE L EAU JARDIN OUVERT 1 : AU FIL DE L EAU Il faisait beau le samedi 26 septembre pour le premier Jardin Ouvert de la saison! Cette activité organisée par les jardiniers de Molenbabbel, qui sont à l origine de

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 30.12.2013 BELGISCH STAATSBLAD 103249 SERVICE PUBLIC FEDERAL SECURITE SOCIALE [C 2013/22606] 21 DECEMBRE 2013. Arrêté royal modifiant l arrêté royal du 18 mars 1971 instituant un régime

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN

CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS BELGISCHE KAMER VAN DOC 50 0321/002 DOC 50 0321/002 BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE 6 januari 2000 6 janvier 2000 WETSONTWERP betreffende het ontslag van bepaalde militairen en de

Nadere informatie

des Ingénieurs-Conseils C.Ir. FABI - KVIV Raadgevend Ingenieurs à partir du 1 janvier 2014 vanaf 1 januari 2014

des Ingénieurs-Conseils C.Ir. FABI - KVIV Raadgevend Ingenieurs à partir du 1 janvier 2014 vanaf 1 januari 2014 MISSION A Constructions industrielles (Missions d ensembles) OPDRACHT A Industriële constructies (Geheelopdrachten) A Classe - Klasse 1 2 3 4 5 a = 9,0192 11,4255 13,5747 15,4350 17,4016 b = -0,0854-0,0814-0,0875-0,0896-0,0913

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

MIELE SERVICE. Tot uw dienst / A votre service

MIELE SERVICE. Tot uw dienst / A votre service MIELE SERVICE Tot uw dienst / A votre service Miele Service Certificate 2 Miele Service Certificate 10 jaar totale zekerheid Sinds meer dan 100 jaar is het merk Miele synoniem van kwaliteit, duurzaamheid,

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik Over dit boek Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 28.07.2010 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 28.07.2010 MONITEUR BELGE 48001 N. 2010 2506 VLAAMSE OVERHEID [C 2010/35508] 11 JUNI 2010. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de modulaire structuur

Nadere informatie

ERRATUM ERRATUM PARITAIR COMITE VOOR DE LANDBOUW COMMISSION PARITAIRE DE. CAO nr 61932 van 27.07.2001. CCT 61932 du 27.07.2001

ERRATUM ERRATUM PARITAIR COMITE VOOR DE LANDBOUW COMMISSION PARITAIRE DE. CAO nr 61932 van 27.07.2001. CCT 61932 du 27.07.2001 Ministère fédéral de l'emploi et du Travail ADMINISTRATION DES RELATIONS COLLECTIVES DU TRAVAIL Direction du Greffe Federaal Ministerie van Tewerkstelling en VAN DE Directie van de ERRATUM COMMISSION PARITAIRE

Nadere informatie

ROERENDE VOORHEFFING. geïnd bij wijze van afhouding op zekere inkomsten van roerende kapitalen. ATTEST

ROERENDE VOORHEFFING. geïnd bij wijze van afhouding op zekere inkomsten van roerende kapitalen. ATTEST Enclosure 1-NL ROERENDE VOORHEFFING geïnd bij wijze van afhouding op zekere inkomsten van roerende kapitalen. ATTEST opgesteld overeenkomstig artikel 117, 6, K.B. tot uitvoering van het W.I.B. 1992 en

Nadere informatie

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 Een rapport aan Stichting tegen Kanker GfK Belgium 2014 Rookgedrag in België 20 August 2014 1 Inleiding: Achtergrond en doelstellingen Onderzoeksmethode GfK Belgium 2014 Rookgedrag

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 14.09.2006 Ed. 2 MONITEUR BELGE. Art. 2. Entrent en vigueur le 1 er janvier 2007 :

BELGISCH STAATSBLAD 14.09.2006 Ed. 2 MONITEUR BELGE. Art. 2. Entrent en vigueur le 1 er janvier 2007 : 46851 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE N. 2006 3572 [C 2006/09648] 1 SEPTEMBER 2006. Koninklijk besluit tot vaststelling van de vorm, de inhoud, de bijlagen en de nadere regels voor de neerlegging van

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Verdeling van de beroepsbevolking naar nationaliteit. Nulmeting 2007.

Verdeling van de beroepsbevolking naar nationaliteit. Nulmeting 2007. Verdeling van de beroepsbevolking naar nationaliteit. Nulmeting 2007. Methodologisch rapport Wim Herremans Steunpunt WSE 16-2011 WSE-Report Steunpunt Werk en Sociale Economie E. Van Evenstraat 2 blok C

Nadere informatie

CATALOGUS / CATALOGUE

CATALOGUS / CATALOGUE CATALOGUS / CATALOGUE LA SOCIÉTÉ EUROPOCHETTE HET BEDRIJF [ NL ] Wat 10 jaar geleden aarzelend begon, groeide voor Europochette uit tot een succesverhaal. Met het uitvinden van het bestekzakje gaf Europochette

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Toepassingsgebied. Artikel 1.

Hoofdstuk 1 - Toepassingsgebied. Artikel 1. Neerlegging-Dépôt: 14/04/2010 Regist.-Enregistr.: 04/05/2010 N : 99171/CO/324 to Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 maart 2010 betreffende de korte modules in diamantopleidingen voor de werknemers

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS ROYAUME DE BELGIQUE SERVICE PUBLIC FEDERAL MOBILITE ET TRANSPORTS Arrêté ministériel déterminant les marchandises dangereuses visées par l article 48 bis 2 de l arrêté royal du 1 er décembre 1975 portant

Nadere informatie

MINISTERE DES FINANCES MINISTERIE VAN FINANCIEN

MINISTERE DES FINANCES MINISTERIE VAN FINANCIEN MINISTERIE VAN FINANCIEN N. 2002 1081 [C 2002/03145] 14 MAART 2002. Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van deel 2 van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2002

Nadere informatie

47876 MONITEUR BELGE 19.08.2011 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD

47876 MONITEUR BELGE 19.08.2011 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD 47876 MONITEUR BELGE 19.08.2011 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD Annexe 2 RESOLUTION 2008-I-18 DU 29 MAI 2008 DE LA COMMISSION CENTRALE POUR LA NAVIGATION DU RHIN Reconnaissance des certificats de conduite roumains

Nadere informatie

cashback Du/Van 1/01/13 au/tot 28/02/13 Niet cumuleerbaar met andere acties / Offre non cumulable avec d autres actions.

cashback Du/Van 1/01/13 au/tot 28/02/13 Niet cumuleerbaar met andere acties / Offre non cumulable avec d autres actions. cashback Du/Van 1/01/13 au/tot 28/02/13 Niet cumuleerbaar met andere acties / Offre non cumulable avec d autres actions. ACTIEFORMULIER / FORMULAIRE D ACTION Aanbod enkel geldig op aankopen in België van

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD 15.07.2014 MONITEUR BELGE 53805 BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST [C 2014/31492] 10 JUNI 2014. Ministerieel besluit tot vaststelling van de typeinhoud en de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de energieaudit opgelegd door het Besluit

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Keukenhulp / Aide culinaire

Keukenhulp / Aide culinaire CASHBACK Keukenhulp / Aide culinaire Acties geldig / Actions valables : 01/11 tot / au 31/12/2015 Ref : MMB65G0M Ref : MMB42G0B Ref : MMB42G1B Ref : MMB21P0R Ref : MMB21P1W Ref : MUM56S40 Ref : MUMXL20C

Nadere informatie

EndParalysis foundation Financial report- Year 2014

EndParalysis foundation Financial report- Year 2014 EndParalysis foundation Financial report- Year 2014 Established by Jaap Pipping, Treasurer, February 2 nd, 2014 Version francaise: ici Nederlandse versie: hier EndParalysis foundation Non-profit organization

Nadere informatie

Conférence-débat BRUGEL Debat conferentie BRUGEL 04.06.2008

Conférence-débat BRUGEL Debat conferentie BRUGEL 04.06.2008 Conférence-débat BRUGEL Debat conferentie BRUGEL 04.06.2008 Position des fournisseurs Standpunt van de leveranciers Objectifs de la libéralisation des marchés d énergie (1) Objectifs des Directives européennes

Nadere informatie