BOVENREGIONAAL RECHERCHE OVERLEG JAARVERSLAG 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BOVENREGIONAAL RECHERCHE OVERLEG JAARVERSLAG 2011"

Transcriptie

1 BOVENREGIONAAL RECHERCHE OVERLEG JAARVERSLAG 2011

2 JAARVERSLAG 2011

3 Bovenregionaal Recherche Overleg Jaarverslag 2011 Bovenregionale Recherche Amsterdam-Amstelland Bovenregionale Recherche Haaglanden Hollands Midden Bovenregionale Recherche Midden-Nederland Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland Bovenregionale Recherche Noordwest Nederland Bovenregionale Recherche Rotterdam-Rijnmond Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland PAG. 3

4 PAG. 4 Stafbureau Bovenregionaal Recherche Overleg P/a Dienst IPOL Postbus KX Zoetermeer Dienst IPOL: C.G. Naaktgeboren, specialist expertise M.C. van Leeuwen, specialist expertise/stafbureau MK Openbaar Ministerie: Mr. P.J.J. van Hagen, landelijk coördinerend officier van justitie F.A.P.P. van Eenbergen, senior beleidsmedewerker Mr. E.M. Bader, beleidsmedewerker L. van den Oord, managementassistente Mr. D.W.J.C. van der Kolk, beleidsmedewerker Aan dit jaarverslag hebben tevens meegewerkt: Mr. O.J. Beckers, landelijk coördinerend officier van justitie transportcriminaliteit (paragraaf 2.5) H. Siebelink MSc (Functioneel Parket; hoofdstuk 4) Speciale dank voor hun bijdragen (hoofdstukken 5 tot en met 11) aan dit jaarverslag: H.W. van Rijssel (BR Rotterdam-Rijnmond) E. Langedijk (BR NwN) M.L. Gerits (BRZN) Mr. A.J.M. van Rutten (BR Haaglanden/Hollands Midden) Drs. S.C.H. Vandermullen (BR Midden Nederland) I. Otten-van der Vegt (BRNON) Drs. J. Geitenbeek/L. van Gemeren (BR Amsterdam-Amstelland) Opmaak & druk: DeltaHage b.v. Den Haag s-hertogenbosch, juli 2012 Copyright 2012 BRO Behoudens de door de wet gestelde uitzonderingen, alsmede behoudens voor zover in deze uitgave nadrukkelijk anders is aangegeven, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigden/of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, het zij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het BRO. Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s) en de redactie geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich gaarne aanbevolen.

5 BovenreGionAAl recherche overleg jaarverslag 2011 PAG. 5

6 PAG. 6

7 voorwoord De ontwikkelingen m.b.t. het politiebestel hebben de Bovenregionale Recherche (BR) er in 2011 niet van weerhouden veel strafrechtelijke onderzoeken uit te voeren die er toe doen. Een breed scala aan misdrijven op het vlak van middencriminaliteit, zware en middelzware fraude en ketengerelateerde milieucriminaliteit kregen aandacht vanwege de inbreuk op de maatschappelijke veiligheid en integriteit. Voor de burger is het in Nederland daardoor een stukje veiliger. PAG. 7 De prioriteiten van het Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) zijn: overvallen, ladingdiefstallen en woninginbraken. De beleidsinvesteringen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie werpen hun vruchten af in die zin dat de formatie t.b.v. de aanpak van ladingdiefstallen en het instellen van een Nationale Stuurploeg Overvallen effect hebben. In 2011 is door de BR ongeveer 30 % van de netto voor middencriminaliteit beschikbare opsporingscapaciteit besteed aan overvalonderzoeken. Daarnaast is ook de opsporing van delicten met betrekking tot kinderpornografie door de BR gecontinueerd. 10 % van de netto opsporingscapaciteit werd besteed aan onderzoeken naar kinderpornografie. In het bijzonder de inspanningen van de BR NON ten behoeve van de gecoördineerde landelijke aanpak zijn daarbij veelbetekenend. Ondertussen is de anticipatie op de ontwikkelingen naar een nieuw politiebestel redengevend dat de BR-eenheden en de arrondissementsparketten zich steeds meer richten op dat wat belangrijk is in het eigen bewakingsgebied. Daarmee is de focus op de landelijke sturing en de ontwikkeling van nieuwe beleidsinitiatieven verminderd. Evenwel is de vanuit het stafbureau BRO gefaciliteerde besluitvorming in het keuzeproces van de BR-eenheden, ondersteund door IPOL, nog immer in lijn met de beoogde werkzaamheden. Graag wil ik een ieder die zich ook in 2011 weer met volle kracht heeft ingezet voor de bestrijding van de bovenregionale criminaliteit van harte bedanken zal normaal gesproken het laatste jaar zijn waarin de BR haar betekenisvolle rol in de aanpak van bovenregionale middencriminaliteit, zware en middelzware fraude en ketengerelateerde milieucriminaliteit heeft kunnen spelen. Ik wens het personeel van de BR een uitstekende overgang naar de Nationale Politie! mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen Voorzitter BRO

8 inhoudsopgave Lijst van afkortingen PAG. 8 Managementsamenvatting Hoofdstuk 1. De organisatiestructuur van het Bovenregionaal Recherche Overleg Inleiding Organisatieontwikkelingen van het BRO en het stafbureau BRO Het BRO Het stafbureau BRO Het werkveld van de Bovenregionale Recherche Hoofdstuk 2. Ontwikkelingen in Sturing door het BRO De monitor BRM Capaciteit onder druk De BR en de intensiveringsprogramma s/operatie Opsporing De aanpak van de landelijke werkvoorraad kinderporno De aanpak van overvallen door de BR en de Nationale Stuurploeg Overvallen Transportcriminaliteit en het projectteam ladingdiefstallen Hoofdstuk 3. Opsporings- en vervolgingsresultaten Onderzoeksvoorstellen Ingediende onderzoeksvoorstellen middencriminaliteit Ingediende onderzoeksvoorstellen financiële criminaliteit Lopende onderzoeken in Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken financiële criminaliteit Opsporingsresultaten Capaciteitsinzet en doorlooptijd Bestuurlijke rapportages Vervolgingsresultaten Hoofdstuk 4. Milieu Inleiding Ontwikkelingen in Doorontwikkeling Milieukamer en overlegstructuren Versterkingsprogramma Strafrechtelijke Milieuhandhaving Opsporings- en vervolgingsresultaten Ingediende onderzoeksvoorstellen Lopende onderzoeken in Opsporingsresultaten Capaciteitsinzet Bestuurlijke rapportages Vervolgingsresultaten Hoofdstuk 5. Bovenregionale Recherche Amsterdam-Amstelland Profiel Onderzoek middencriminaliteit Onderzoek horizontale fraude... 51

9 Hoofdstuk 6. Bovenregionale Recherche Haaglanden/Hollands Midden Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken horizontale fraude Onderzoeken ketengerelateerde milieucriminaliteit PAG. 9 Hoofdstuk 7. Bovenregionale Recherche Midden Nederland Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoek horizontale fraude Hoofdstuk 8. Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken horizontale fraude Onderzoek ketengerelateerde milieucriminaliteit Pilot FinEC Hoofdstuk 9. Bovenregionale Recherche Noordwest Nederland Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken horizontale fraude Onderzoeken ketengerelateerde milieucriminaliteit Hoofdstuk 10. BR Rotterdam-Rijnmond Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken horizontale fraude Onderzoeken ketengerelateerde milieucriminaliteit Pilot FinEC Hoofdstuk 11. BR Zuid-Nederland Profiel Onderzoeken middencriminaliteit Onderzoeken horizontale fraude Onderzoeken ketengerelateerde milieucriminaliteit Pilot FinEC Bijlage Bijlage

10 lijst van AfkorTinGen PAG. 10 BOA Buitengewoon Opsporingsambtenaar BIBOB Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur BOB Bijzondere Opsporingsbevoegdheden BOD Bijzondere Opsporingsdienst BOOM Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie BR Bovenregionale Recherche BR MN Bovenregionale Recherche Midden Nederland BR NON Bovenregionale Recherche Noord- en Oost Nederland BR NwN Bovenregionale Recherche Noordwest Nederland BR ZN Bovenregionale Recherche Zuid Nederland BR ZW Bovenregionale Recherche Zuid-West Nederland (=BR Rotterdam Rijnmond) BRO Bovenregionaal Recherche Overleg BRT Bovenregionaal Recherche Team BRZO Besluit risico zware ongevallen 1999 BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CIE Criminele Inlichtingen Eenheid CITES Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg CJIB Centraal Justitieel Incasso Bureau CSV Crimineel Samenwerkingsverband EAB Europees Aanhoudingsbevel EVOA Europese Verordening inzake de Overbrenging van Afvalstoffen FFW Flora- en faunawet FINEC Financieel-economische criminaliteit FIOD Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst FIU Financial Intelligence Unit FMP Fraudemeldpunt FNA Fluïde Netwerken Aanpak FP Functioneel Parket FTE Full-time equivalent (aanduiding voor personeelsterkte) HOvJ Hoofdofficier van Justitie HRM Human Resources Management IBGW Interregionaal Bureau Geld- en Waardeverkeer ICT Informatie- en communicatietechnologie IFT Interregionaal Fraude Team IGZ Inspectie voor de Gezondheidszorg ILT-IOD de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport IMT Interregionaal Milieu Team IP Internet Protocol IRC Internationaal Rechtshulpcentrum ISO Interregionaal Selectie Overleg KB Korpsbeheerder (burgemeester) KBB Korpsbeheerdersberaad KC Korpschef KLPD Korps Landelijke Politie Diensten KMar Koninklijke Marechaussee MK Milieukamer MO modus operandi (specifieke werkwijze van een pleger) NFI Nederlands Forensisch Instituut NR Nationale Recherche NSO Nationale Stuurploeg Overvallen NVWA-IOD Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Inlichtingen- en Opsporingsdienst OM Openbaar Ministerie OMKP Openbaar Ministerie Kernberaad Politie

11 OT OVC PD PGB PG s Plv PIJ RHV RIEC RMT secr SIOD SIT SMK TBS TGO TIOC TOM TUL UWV VenJ VROM VROM-IOD vz WACN WAO WIA WOD WODC Observatie Team Opnemen van Vertrouwelijke Communicatie Plaats Delict Persoonsgebonden Budget (College van) procureurs-generaal plaatsvervangend Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen Rechtshulpverzoek Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Regionaal Milieu Team secretaris Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (ressorterend onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), sinds 1 januari 2012 opgegaan in de Inspectie SZW. Snelle interventie Team Strategische Milieukamer Ter beschikking stelling Team Grootschalige Opsporing Team Informatie & Operationele Coördinatie Taakstraf Openbaar Ministerie Tenuitvoerlegging (van voorwaardelijke straf) Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Ministerie van Veiligheid & Justitie Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (sinds opgegaan in het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de VROM-Inspectie (inmiddels ILT-IOD) voorzitter West-Afrikaanse Criminele Netwerken Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen Werken onder Dekmantel Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Veiligheid en Justitie PAG. 11

12 managementsamenvatting 2011 PAG. 12 Onderzoeksvoorstellen Ingediende en toegewezen onderzoeksvoorstellen 2011 (totaal) ingediende onderzoeksvoorstellen middencriminaliteit ingediende onderzoeksvoorstellen middelzware financiële criminaliteit ingediende onderzoeksvoorstellen zware financiële criminaliteit...11 ingediende onderzoeksvoorstellen milieucriminaliteit Onderzoeken lopende onderzoeken in 2011 (totaal) onderzoeken middencriminaliteit onderzoeken middelzware financiële criminaliteit onderzoeken zware financiële criminaliteit onderzoeken milieucriminaliteit beëindigde onderzoeken in 2011 (totaal) beëindigde onderzoeken middencriminaliteit beëindigde onderzoeken middelzware financiële criminaliteit beëindigde onderzoeken zware financiële criminaliteit...9 beëindigde onderzoeken milieucriminaliteit Opsporingsresultaten in opgeloste strafbare feiten aantal aangehouden verdachten aantal verdachten in procesdossier aantal ontnemingvoorstellen bedrag voorgestelde ontnemingen bedrag in beslag genomen gelden bestuurlijke rapportages...5 Vervolgingsresultaten in aantal door OM vervolgde verdachten duur in totaal opgelegde gevangenisstraffen (in jaren)...315,4 werkstraf (in uren) totaalbedrag opgelegde geldboetes totaalbedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel totaalbedrag toegekende schadevergoeding Hierin zijn niet meegenomen de resultaten in het kader van de landelijke aanpak kinderporno (zie paragraaf 2.3), nu dit de cijfers in vergelijking met voorgaande jaren ernstig zou vertekenen. 2 Gerelateerd aan opgeloste aangiften; daar bij milieuonderzoeken veelal geen sprake is van aangiftegerelateerde delicten, betreft dit het aantal strafbare feiten exclusief de onderzoeken naar milieucriminaliteit. De overige aantallen onder de kop Opsporingsresultaten in 2011 zijn wel inclusief milieu.

13 hoofdstuk 1 de organisatiestructuur van het BovenreGionAAl recherche overleg

14 hoofdstuk 1 d e o rgan isati estructuur van h et Boven regionaal recherche overleg PAG Inleiding In 2003 werd door de ministers van BZK en Justitie besloten tot het oprichten van bovenregionale rechercheteams. Verspreid over Nederland zijn samenwerkingsverbanden ingericht tussen (twee of meer) aangrenzende regio s en zijn opsporingsteams gevormd, telkens bestaande uit politiemensen van de aangesloten regio s. Bij de betrokken regio s is hiertoe 1% van de capaciteit afgeroomd. Aan het oprichten van deze teams lag de constatering ten grondslag dat er door de politieregio s in het algemeen onvoldoende capaciteit werd ingezet voor de opsporing van vormen van zogenoemde middencriminaliteit waarbij de daders in meerdere regio s misdrijven plegen. De bovenregionale rechercheteams zijn dan ook specifiek opgericht om middencriminaliteit in een bovenregionale verschijningsvorm aan te pakken. Ter bestrijding van de zogenaamde horizontale fraude werden bovendien de interregionale fraudeteams (IFT s) bij de bovenregionale recherche (BR) ondergebracht. Om te waarborgen dat de opsporingscapaciteit van de BR daadwerkelijk voor bovenregionale middencriminaliteit en horizontale fraude wordt ingezet, is de besluitvorming rond toewijzing van onderzoeken belegd bij het Bovenregionaal Recherche Overleg (BRO) bestaande uit twee hoofdofficieren van justitie, twee korpschefs en twee korpsbeheerders. 1 Leidend voor de besluitvorming van het BRO is een aantal criteria 2 waaraan een onderzoek dient te voldoen, wil het aan de BR worden toegewezen. In 2005 werden ook de interregionale milieuteams (IMT s) bij de bovenregionale recherche ondergebracht. De besluitvorming omtrent de IMT-onderzoeken is belegd bij de Milieukamer; sinds 2010 wordt deze besluitvorming ondersteund door het stafbureau BRO. 3 In dit jaarverslag wordt door het BRO verantwoording afgelegd over de inzet van BR-capaciteit. Tevens worden relevante ontwikkelingen beschreven met betrekking tot het BRO, de BR en het stafbureau BRO. Bijdragen per afzonderlijke BR-eenheid zijn onderdeel van dit jaarverslag Organisatieontwikkelingen van het BRO en het stafbureau BRO Het BRO Het BRO is samengesteld in lijn met de bestuurlijke driehoeken van de regio s. In 2011 bestond het BRO uit: Mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, hoofdofficier van het arrondissementsparket s-hertogenbosch (voorzitter); Mr. G.T. Hofstee, hoofdofficier van het arrondissementsparket Amsterdam (plaatsvervangend voorzitter); E.C. Bakker, korpsbeheerder van de politieregio Gooi en Vechtstreek (tot 1 maart 2011); Drs. H.M.F. Bruls, korpsbeheerder van de politieregio Limburg Noord (vanaf 1 mei 2011); P.J. Aalbersberg, korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland, en C.J. Heijsman, korpschef van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland. Als adviserende leden namen deel: Mr. P.J.J. van Hagen, landelijk coördinerend BR-officier van justitie; Drs. L.J. Brinkman EMPM, hoofd Dienst IPOL (KLPD); F.A.P.P van Eenbergen, senior beleidsmedewerker stafbureau BRO; Mr. E.M. Bader, beleidsmedewerker stafbureau BRO, en L. Zweep Msc, beleidsmedewerker/criminoloog stafbureau BRO. Nagenoeg wekelijks zijn door het BRO een of meer beslissingen genomen met betrekking tot onderzoeksvoorstellen. 6 Het BRO heeft verder in 2011 overleg gevoerd over algemene, beleidsmatige aangelegenheden. De belangrijkste agendapunten waren: het (door)ontwikkelen van de monitor bovenregionale middencriminaliteit; de ontwikkelingen omtrent de herziening van het politiebestel; de vaststelling van de prestatieverwachtingen 2012 van de BR; de rol van de BR bij het bestrijden van kinderporno 7 ; de (door)ontwikkeling van een Fluïde Netwerken Aanpak 8, en de geïntensiveerde aanpak van overvallen door de BR onder sturing van een Nationale Stuurploeg Overvallen (NSO) Het stafbureau BRO Het stafbureau BRO bestond in 2011 uit de volgende personen: Openbaar Ministerie: Mr. P.J.J. van Hagen, landelijk coördinerend BR-officier van justitie; F.A.P.P. van Eenbergen, senior beleidsmedewerker; Mr. E.M. Bader, beleidsmedewerker; L. van den Oord, managementassistente; L. Zweep Msc, beleidsmedewerker/criminologe (tot 1 oktober 2011); Mr. D.W.J.C. van der Kolk, beleidsmedewerker; Dienst IPOL (KLPD): 1 In 2011 is dit feitelijk ingevuld door één korpsbeheerder, in de vacature van de tweede korpsbeheerder is vanuit het KBB niet voorzien. 2 Het dient te gaan om a. tactische en financiële opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken, naar vormen van middencriminaliteit die criminele groeperingen betreffen die in verschillende politieregio s actief zijn of criminele verschijnselen betreffen die zich in samenhang voordoen in het gehele land en de regionale recherchedienst van een politieregio gedurende te lange tijd te zwaar zouden belasten, b. het verrichten van zware en middelzware opsporingsonderzoeken, alsmede het afhandelen van internationale rechtshulpverzoeken naar horizontale fraude in het samenwerkingsgebied of binnen het toegewezen taakaccent. De taakafbakening van de BR vloeit enerzijds voort uit de taakomschrijving van de Nationale Recherche en anderzijds uit de werkzaamheden van de regionale recherche. Het gaat om aangiftegerelateerde criminaliteit, strafbare feiten waarvan bedrijfsleven en burgers het slachtoffer zijn. Daarnaast worden aspecten meegenomen als criminaliteitsbeeld, ernst, omvang en zichtbaarheid van de criminele activiteiten, inspanningen door de andere rechercheniveaus (nationaal en regionaal), de beschikbare BR-capaciteit en de benodigde onderzoekscapaciteit. De onderzoeken hebben een doorlooptijd van maximaal 6 maanden. [Bronnen: Instructie bovenregionale rechercheonderzoeken van het College van Procureurs-generaal; Regeling nationale en bovenregionale recherche]

15 Drs. P.W. van der Beek, adviseur expertise, en C. Naaktgeboren, specialist expertise. De werkzaamheden binnen het stafbureau BRO beslaan onder meer het opstellen van beleidsnotities ter voorbereiding en ondersteuning van besluitvorming door het BRO, maar ook het omtrent BR-aangelegenheden verstrekken van informatie aan en advisering van de betrokken ministeries, arrondissementsparketten, het College van procureurs-generaal en het Parket-Generaal, Landelijk Parket, Functioneel Parket, het OMKP, de Board Opsporing en overige ambtelijke overlegstructuren of organisaties, alsmede branchegerelateerde organisaties. Daarnaast fungeert het stafbureau BRO in voorkomende gevallen als coördinatie- en informatiepunt ten behoeve van besluitvorming door de gezamenlijke BR-eenheden. Sinds 2010 is de besluitvorming omtrent de toewijzing van rechercheonderzoeken aan de BR-eenheden door het BRO gemandateerd aan het stafbureau BRO. Het BRO wordt van ieder besluit in kennis gesteld en kan desgewenst interveniëren. In politiek of anderszins meer gevoelige dossiers wordt het BRO eerst geconsulteerd of verzocht om besluitvorming. In verband met de synchronisatie van de BRO- en MKprocedures worden door het stafbureau BRO/MK 10 op vergelijkbare wijze de onderzoeksvoorstellen ten behoeve van de IMT s beoordeeld. Naast de sturing op vanuit de bovenregionale stuur-/ préweeggroepen ingediende BR-onderzoeken is er ook sprake van top down-sturing door het BRO en de MK, nu vanuit het BRO/MK ook IPOL-préweegdocumenten of prioriteitsadviezen ter projectvoorbereiding of operationeel onderzoek worden toegewezen aan de BR. Structurele overleggen waarbij het stafbureau BRO is betrokken zijn onder meer de vergaderingen van het BRO, het BR Platform, het BR Hoofdenoverleg en de Operationele overleggen middencriminaliteit en fraude. Naast deze structurele overleggen vond er ad-hoc afstemming plaats met onder andere het Parket-Generaal, officieren van justitie van de centrumparketten, de BR-hoofden en de dienstleiding IPOL. Aan het BR-platform, dat onder voorzitterschap staat van de landelijk coördinerend BR-officier van justitie, wordt deelgenomen door de BR-officieren van justitie van de centrumparketten, de BR-hoofden, leden van het stafbureau BRO en vertegenwoordigers van het Parket- Generaal, het Functioneel Parket en de ministeries van Veiligheid en Justitie en van BZK. In het Platform worden uiteenlopende ontwikkelingen en beleidsonderwerpen besproken. In 2011 kwamen onder meer de navolgende onderwerpen aan de orde: de hervorming van het politiebestel; de geïntensiveerde aanpak van overvallen; de productie van bestuurlijke rapportages door de BR, en de aanpak van kinderpornozaken. 1.3 Het werkveld van de Bovenregionale Recherche Conform de doelstelling heeft de BR in 2011 primair onderzoeken verricht in het kader van de handhavingsthema s die op het gebied van middencriminaliteit spelen. Naast traditionele aandachtsvelden als woning- en bedrijfsinbraken, ramkraken, overvallen en voertuigdiefstallen, betreft dit ook bijvoorbeeld computercriminaliteit (met name klassieke delicten in een nieuwe gedaante, zoals oplichting via internet en verspreiding van kinderporno) en de aanpak van criminele allochtone jongeren en veelplegers (via dadergerichte aanpakstrategieën). De IFT s hebben hun taakstelling in de afhandeling van onderzoeken naar horizontale fraude, dat wil zeggen fraude tussen burgers of bedrijven onderling, dit in tegenstelling tot de verticale fraude waarbij betrokkenheid van overheden centraal staat. Fraudevormen als faillissementsfraude, hypotheekfraude, skimming en bancaire fraude behoren tot de standaardonderzoeken van de BR. De BR vervult niet alleen op operationeel niveau een belangrijke rol in de bestrijding van horizontale fraude. Ook het uitleren van expertise op dit terrein kan tot de nadrukkelijke taakvelden van de BR worden gerekend. Naast de IFT s zijn ook de Fraudemeldpunten (FMP), hoewel formeel OM-gelabeld, veelal ondergebracht in de BR-structuur. 11 Naast middencriminaliteit en fraude behoort ook milieucriminaliteit tot het werkveld van de BR. De IMT s verrichten onderzoeken naar bovenregionale en/of ketengerelateerde milieucriminaliteit. 12 Het handhavingsthema ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel maakt waar mogelijk standaard onderdeel uit van de onderzoeksvoorstellen van de BR. In lijn van de werkwijze van de BR wordt het afnemen als doel gezien, waaronder naast verbeurdverklaring of strafrechtelijke ontneming ook fiscale en civielrechtelijke acties vallen. 13 Bovendien geldt daarbij dat er aandacht wordt besteed aan het opsporen van en beslag leggen op vermogensbestanddelen, zodat er betere verhaalsmogelijkheden zijn voor het executeren van ontnemingssancties. Internationale samenwerking krijgt al jaren vorm door uitvoering van buitenlandse rechtshulpverzoeken 14. Er moet dan sprake zijn van een bovenregionaal karakter, PAG Zie daaromtrent hoofdstuk 4. 4 Zie de hoofdstukken 5 tot en met Zie ook bijlage 1. 6 Dit geschiedt via een model van gemandateerde besluitvorming (zie nader paragraaf 1.2.2). 7 Zie paragraaf Zie paragraaf Zie paragraaf 2.4.

16 PAG. 16 bijvoorbeeld strafbare feiten die zich als patroon voordoen in heel Nederland of een bepaalde streek en/of steeds opnieuw door het buitenland onder de aandacht worden gebracht en daarom efficiënter gecombineerd kunnen worden aangepakt, dan telkens ad hoc op regionaal niveau. Verder worden rechtshulpverzoeken afgedaan waarbij de aan Nederland gevraagde onderzoekshandelingen aansluiten bij een door de BR uitgevoerd onderzoek of passend zijn binnen de onderzoeksthematiek van de BR. In 2011 werden zo door de BR diverse rechtshulpverzoeken uitgevoerd. In een aantal gevallen werd bovendien door onderzoeksteams een rechtshulpverzoek aan het buitenland gedaan. Daarnaast wordt vanuit het BRO voorgestaan dat bij onderzoeken naar grensoverschrijdende vormen van (midden)criminaliteit contact met de autoriteiten van (mogelijk) betrokken andere landen wordt gezocht om te bezien of er sprake kan zijn van een vorm van gezamenlijk onderzoek met de (andere) betrokken landen. De aanpak van criminaliteit door de BR kenmerkt zich door een aanpak die niet alleen is gericht op het opsporen en aanhouden van verdachten ter vervolging, maar ook op het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. In zogenoemde bestuurlijke rapportages 15 worden hiertoe door de BR adviezen vastgelegd met betrekking tot het nemen van technische of procedurele maatregelen, die de gelegenheid tot het plegen van de strafbare feiten beperkt. Daarbij wordt met name een rol toegedicht aan overheidsinstanties, maar ook aan het bedrijfsleven (eventueel brancheorganisaties). Onze samenleving wordt geconfronteerd met (veranderende) verschijningsvormen van criminaliteit (bijvoorbeeld oplichting, kinderporno en heling via internet) die andere of nieuwe eisen stellen aan de opsporing. Ook de criminelen zelf dwingen de politie tot een andere aanpak. Ze zijn zich in toenemende mate bewust van de opsporingsmethodieken waarover de politie kan beschikken. Dit vergt niet alleen een andere aanpak van de criminelen als zodanig, maar doet ook een beroep op de inventiviteit van de opsporingsinstanties. Vanouds beschouwen de BR en het BRO het als een taak om te komen tot innovatieve aanpak bij het opsporen van verdachten. De BR is in zoverre ook te beschouwen als een platform op dit gebied. De eenheden wisselen namelijk onderling opsporingservaringen en best practices uit om te komen tot optimale opsporing. Daarnaast leidt de bovenregionale opsporing door de BR onder meer ook tot verbeteringen in de wederzijdse informatiedeling met de regio s en tot (betere) procedures omtrent samenwerking. 10 Het OM-deel van het stafbureau BRO fungeert sinds 2010 eveneens als stafbureau MK, gezamenlijk met M.C. van Leeuwen, specialist expertise van de Dienst IPOL. 11 Het in stand houden van een fraudemeldpunt als nadrukkelijke taak voor de BR vloeit ook voort uit artikel 8 van de Regeling nationale en bovenregionale recherche. 12 Voor wat betreft de IMT-activiteiten wordt verwezen naar hoofdstuk Gedacht kan worden aan vormen van publiek-private samenwerking (PPS) tussen BR en brancheorganisaties. 14 Bij een aantal BR-eenheden is organisatorisch tevens een IRC ondergebracht. 15 Zie paragrafen 3.5 en

17 hoofdstu k 2 ontwi kkeli n Gen i n 2011

18 hoofdstuk 2 ontwikkelingen in 2011 PAG Sturing door het BRO De monitor BRM Sinds 2006 maakt de Dienst IPOL van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in opdracht van het BRO het tactische monitorbericht bovenregionale middencriminaliteit (monitor BRM). De monitor vervult een radarfunctie op vormen van bovenregionale middencriminaliteit en past binnen de beleidscyclus van het Nationaal Intelligence Model (NIM) van de Nederlandse politie. Het doel van de monitor is de tactische besluitvorming op nationaal niveau te ondersteunen. Op basis van actuele en betrouwbare informatie en analyses, dienen rationele onderzoekskeuzes gemaakt te worden. De monitor biedt overzichten van diverse vormen van middencriminaliteit. Door dit op een consistente manier inzichtelijk te maken worden de diverse criminaliteitsgebieden met elkaar vergeleken. Primair zijn deze analyses bedoeld om het BRO inzicht te verschaffen in de aard en omvang van de verschillende vormen van middencriminaliteit. Het ontwikkelen van analyses met een dadergerichte focus heeft in de monitorberichten een prominente plaats gekregen. In 2010 heeft het team Overzicht en Inzicht van de Dienst IPOL hiervoor een nieuwe methode ontwikkeld: de Fluïde Netwerken Aanpak (FNA). De definitie van een fluïde netwerk is een sociaal-crimineel netwerk van personen afkomstig uit dezelfde buurt, wijk, stad of regio, dat zich in wisselende samenstelling schuldig maakt aan verschillende vormen van criminaliteit. Met de FNA wil de Dienst IPOL een landelijk overzicht van bovenregionaal opererende fluïde netwerken creëren. Dit overzicht is vervolgens geschikt om te adviseren in de aanpak van die criminele netwerken waarvan de maatschappij de meeste overlast ervaart. In 2011 is deze FNA doorontwikkeld naar de standaardanalyse op de drie door het BRO geprioriteerde aandachtsvelden overvallen, woninginbraken en ladingdiefstallen. In de in 2011 uitgebrachte monitoren BRM zijn volgens deze methodiek 23 netwerken beschreven. Vanuit deze netwerkanalyses kan het BRO besluiten om op een daaruit gesignaleerde dadergroep een opdracht tot projectvoorbereiding weg te zetten bij een BR-eenheid. Ontwikkelingen rond andere criminaliteitsgebieden zoals ramkraken, bedrijfsinbraken en voertuigcriminaliteit worden niet meer nadrukkelijk beschreven in de monitor, maar maken nog wel onderdeel uit van een brede kwantitatieve scan Capaciteit onder druk Het BRO is ook in 2011 in toenemende mate geconfronteerd met claims op het reservoir van ervaren BRrechercheurs ten behoeve van andere onderzoeken dan naar bovenregionale middencriminaliteit en horizontale fraude. Voor een deel is dit toe te schrijven aan de omstandigheid dat bijvoorbeeld in het kader van een programmatische aanpak soms ook een aandeel van de BR wordt verwacht. Voor een ander deel houdt dit verband met verschillende definities die worden gehanteerd en door het gebruik in beleidsdocumenten van begrippen als bovenregionale samenwerkingsverbanden, die soms één op één worden vertaald met bovenregionale recherche. Ook worden wel eens met een oog op de BRcapaciteit voorstellen geformuleerd voor de aanpak van een criminaliteitsprobleem dat op landelijk of regionaal niveau onvoldoende aandacht krijgt. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de in paragraaf 2.3 nader behandelde landelijke aanpak van de werkvoorraad kinderpornozaken. Een ander voorbeeld betreft de reservering van het cluster Breda van de BRZN ten behoeve van de aanpak van de georganiseerde criminaliteit rond hennepteelt in Noord-Brabant. Door een aantal gewelddadige incidenten die in relatie werden gebracht met de georganiseerde criminaliteit rond de hennepteelt is in december 2010 door de minister van VenJ in overleg met de burgemeesters van de 5 grootste Brabantse gemeenten besloten om een taskforce in te richten. Deze Taskforce B5 kent een multidisciplinaire samenstelling met vertegenwoordiging uit de gemeenten Tilburg, Breda, Eindhoven, Helmond en s-hertogenbosch, het OM, de politie, de Koninklijke Marechaussee en de Belastingdienst. Als doelstelling is een intensivering van de bestuurlijke en justitiële aanpak van de (drugsgerelateerde) georganiseerde misdaad in Noord-Brabant geformuleerd. De uitvoering van deze doelstelling geschiedt onder meer door het organiseren van één operationeel politieteam dat langdurig de georganiseerde hennepteelt aanpakt. 1 Door het BRO is ingestemd met de inzet van een operationeel cluster van de BRZN binnen de formatie van dat team, bedoeld om opsporingsonderzoeken te verrichten naar een aantal benoemde CSV s op het gebied van de georganiseerde hennepteelt. 2 Verder ontving het BRO ook in 2011 verzoeken tot de inzet van BR-personeel in TGO s of andere onderzoeken. Vooral bij de stedelijke ( grijze ) BR-eenheden, welke steeds een geïntegreerd onderdeel vormen van de regionale recherche, wordt het tekort aan regionale recherchecapaciteit tamelijk eenvoudig gecompenseerd met de tijdelijke inzet van BR-personeel. Maar ook de afzonderlijk gestructureerde capaciteit van de groene BR-eenheden wordt soms aangesproken vanwege de urgentie van regionale (TGO-) onderzoeken. Via dergelijke bijstandsverzoeken aan het BRO is er in 2011 onder meer BR-capaciteit beschikbaar gesteld ten behoeve van het onderzoek naar de zware overval op een gelddepot in Amsterdam (TGO Nepos) en het vervolgonderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede. Ook in het kader van de sturing op overvalonderzoeken door 1 Andere getroffen maatregelen betreffen de inzet van de NR en de KMar, een actief vervolgingsbeleid door het OM, bestuurlijke maatregelen als sluiting van coffeeshops en drugspanden en verscherpte inzet van de BIBOB-mogelijkheden, fiscale naheffingen door de Belastingdienst en intensivering van het afnemen van crimineel vermogen (brief Minister van VenJ aan de Tweede Kamer d.d. 3 december 2010). Dit alles geschiedt in het kader van een georganiseerde overheid tegenover de georganiseerde criminaliteit (citaat van de minister van VenJ in: Tweede Kamer vergaderjaar , , nr. 60 Verslag van een algemeen overleg d.d. 1 februari 2012). Zie ook het artikel Operatie Sneeuwvlok in: Opportuun jaargang 18 nummer 2 (februari 2012), pagina Zie voor meer informatie omtrent de inzet van de BRZN in het kader van de Taskforce B5 het eigen jaarverslag 2011 van de BRZN. 3 Zie omtrent de NSO verder paragraaf 2.4

19 de onder BRO-mandaat fungerende Nationale Stuurploeg Overvallen (NSO) is een aantal keren BR-capaciteit toegevoegd aan regionale overvallenteams. 3 De BR-structuur is echter opgericht vanwege de gebleken achterblijvende aanpak van middencriminaliteit, in het bijzonder wanneer er daarbij sprake was van een bovenregionaal karakter. De beslissingsstructuur (BRO), de werkwijze en de criteria die worden gehanteerd (met name ten aanzien van de maximale onderzoeksduur) 4 moeten veiligstellen dat zo veel mogelijk onderzoeken in het segment middencriminaliteit kunnen worden verricht met de beschikbare capaciteit. Er bestaat overigens geen sluitende definitie van middencriminaliteit. In het algemeen gaat het om zogenoemde aangiftecriminaliteit, derhalve feiten waar burgers en het bedrijfsleven direct mee geconfronteerd worden of hinder van ondervinden. Onderzoeken naar zware georganiseerde criminaliteit leggen door hun aard zowel qua menskracht als tijdsduur een te groot beslag op de BR-capaciteit en behoren tot het taakveld van de NR en de afdelingen zware criminaliteit van de politieregio s. Via de exclusieve toewijzingsrol van het BRO wordt er voor gezorgd dat de BR-capaciteit ook daadwerkelijk zo veel mogelijk beschikbaar blijft voor datgene waartoe deze in het leven is geroepen. 2.2 De BR en de intensiveringsprogramma s/operatie Opsporing In 2011 zijn de drie intensiveringsprogramma s 5 cybercrime, financieel-economische criminaliteit (FinEC) en georganiseerde misdaad afgerond 6. Vele binnen deze programma s ontwikkelde visies, werkprocessen, structuren, opleidingen en middelen zijn inmiddels geïncorporeerd en veelal gestandaardiseerd binnen de werkwijze van de politie, het OM of het bestuur, of worden in 2012 voortgezet binnen (vooral) het programma Ondermijning. 7 De BR heeft in het kader van de intensiveringprogramma s deelgenomen aan diverse proeftuinen of projecten. In 2011 heeft de BR NwN verder geparticipeerd in de proeftuin omtrent internetgerelateerde fraude en heling (resulterende in het veelbezochte Meldpunt Internetoplichting). De BRZN heeft vanuit haar geledingen de kwartiermaker geleverd voor de voorbereidingen van het Landelijke Skimmingpoint 8 ; ook operationeel levert de BR hieraan een bijdrage door het verrichten van door dit Landelijke Skimmingpoint aangedragen onderzoeken. De aanbevelingen uit de bestuurlijke rapportage van de bij de BRNON gedraaide proeftuin Mezel 9 (naar het fenomeen duplovoertuigen) zijn in 2011 geconcretiseerd in onder meer publieksvoorlichting en het overnemen van aanbevelingen door de grote Automotive verzekeraars. 10 Het FinEC-programma is in 2011 voortgezet in het ketenprogramma Afpakken. De ervaringen uit onder meer de drie FinEC-pilots bij de BR NON, de BRZN en de BR Rotterdam-Rijnmond zijn daarin meegenomen, en aanbevelingen zijn beschreven in de in 2011 uitgebrachte nieuwe editie van het Kookboek met recepten tegen Fout geld. De BRNON heeft een nadrukkelijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het landelijke Convenant Aanpak Verzekeringsfraude De aanpak van de landelijke werkvoorraad kinderporno Aanleiding en start In juni 2009 besloot het BRO gedurende twee jaar BRcapaciteit beschikbaar te stellen voor de aanpak van de werkvoorraad 12 kinderporno. Dit besluit kwam voort uit toezeggingen door de minister van Justitie aan de Tweede Kamer 13 en een verzoek van de Regiegroep Kinderporno om een bijdrage te leveren aan de aanpak van de oplopende werkvoorraad kinderporno. De werkvoorraad bedroeg op dat moment ongeveer regionale en landelijke zaken. De Regiegroep beoogde een samenwerkingsverband tussen de BR en de politieregio s bij de verwerking van de werkvoorraad. 14 Deze samenwerking werd ingegeven door het feit dat de aanpak van kinderporno niet tot de reguliere taken van de BR behoort. Daarom beschikte de BR ook niet over de vereiste zedenexpertise. Sinds januari 2010 zijn alle BR-eenheden operationeel actief op het dossier kinderporno. De BR NON verzorgt ten behoeve van alle BR-eenheden de centrale intake van de onderzoeksdossiers en verzorgt de voorbereiding, de registratie en het uitzetten van de onderzoeken. Door de BR-eenheden is geïnvesteerd in de opleiding van hun personeel ten einde deze bulkvoorraad aan kinderpornozaken te kunnen verwerken. In 2011 is door het BRO PAG In 2011 is naast de onderzoeksduur ook de begroting in fte-uren als een bepalende sturingsfactor gehanteerd (zie verder hoofdstuk 3, paragraaf 4). 5 Bij de politie bekend onder de benaming Operatie Opsporing. 6 Een beschrijving van deze intensiveringsprogramma s en de rol van de BR daarbij is terug te lezen in voorgaande jaarverslagen BRO. 7 Het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid zal de komende jaren gestalte krijgen via een drietal pijlers: aanpak van Veelvoorkomende Criminaliteit, aanpak van High Impact Crime en aanpak van Ondermijning (Georganiseerde misdaad)(zie het OM-visiedocument Perspectief op 2015 en het stategiedocument Strategie aanpak criminaliteit van de Raad van Korpschefs). 8 Dit platform betreft een samenwerkingsverband van de bancaire sector, politie en OM om alle kennis en informatie over skimming te bundelen en landelijk en internationaal ter beschikking te stellen, en is fysiek ondergebracht bij de politie Midden- en West-Brabant te Breda. Er wordt nauw samengewerkt met de Electronic Crimes Taskforce van de KLPD, het IBGW, de BR ZW en BR ZN en Europol (bronnen: Nieuwsbrief Intensiveringsprogramma s (OM) december 2011 en Nieuwsbrief Operatie Opsporing, jaargang 4 nummer 6 (december 2011)). Zie ook het artikel Lastig, als je niet kan pinnen in: Opportuun (relatiemagazine Openbaar Ministerie) jaargang 18 nummer 4 (april 2012). 9 Zie het jaarverslag BRO 2010, hoofdstuk 6 (beschrijving bestuurlijke rapportage Mezel) en Jaarverslag BRO 2009, hoofdstuk 11 (beschrijving onderzoek Mezel). 10 Bron: Nieuwsbrief Intensiveringsprogramma s (OM) juni Bron: Nieuwsbrief Intensiveringsprogramma s (OM) februari De werkvoorraad is het geheel van zaken die zijn ingenomen maar (nog) niet zijn afgehandeld, inclusief de zaken die al in behandeling zijn. 13 Tweede Kamer vergaderjaar , Handelingen nr. 54 d.d Zoals beschreven in het Plan van aanpak van de Landelijke Regiegroep Kinderporno.

20 PAG. 20 besloten om de inzet van BR-capaciteit bij de aanpak van kinderporno te verlengen tot tenminste Overigens is de betrokkenheid van de BR bij het thema kinderporno breder dan de landelijke aanpak van downloaders. Eerder al was met name de BR Rotterdam betrokken bij de thematische aanpak van kinderporno, en werd in dit kader ook geparticipeerd in de proeftuin Zambezi. 16 De BRZN verrichte een uit de regio Limburg Zuid overgenomen onderzoek naar een modellenbureau dat ook kinderpornografische opnamen produceerde (BRZ151). 17 De BR NwN heeft in onderzoek Santiago de praktijken van de (toenmalig) voorzitter van de vereniging Martijn onderzocht, hetgeen heeft geresulteerd in een veroordeling door de rechtbank Haarlem tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zijn computers periodiek moet laten controleren door de politie. 18 Zaken - Downloaders De werkvoorraad kinderporno bestaat uit zowel zaken bij de regio als zaken bij het KLPD. De zaken bij het KLPD betreffen veelal creditcardnummers en/of IP-adressen van Nederlandse inwoners die op een (vaak buitenlandse) website kinderpornografisch materiaal hebben aangekocht. Het gaat dan om grote hoeveelheden dossiers die in één keer worden overgedragen aan de Nederlandse politie. Voor de BR fungeerde het onderzoek Storm als een startpunt. Daarin kwamen 800 creditcardnummers voor waarmee kinderporno was aangekocht, welke nummers te herleiden waren tot ongeveer 200 individuen op Nederlandse bodem. Daarna zijn er nog meerdere van dergelijke containerdossiers uitgezet bij de diverse BR-eenheden. 19 Ook in 2011 hebben op tientallen adressen zoekingen plaatsgevonden en zijn vele verdachten aangehouden en gehoord. Om de slagkracht in de aanpak van kinderporno te vergroten is er in een aantal gevallen voor gekozen om met de betrokken regio( s) een afzonderlijk kinderpornoteam op te zetten (zoals bij de BR Haaglanden en de BR Midden-Nederland; in 2012 wordt ook bij de BRZN en de BR NON een dergelijk team ingericht). Bij de BR NON, waar met het dossier Astral als eerste ervaringen werden opgedaan met de aanpak van kinderporno-downloaders, is in 2011 door een recherchekundige aan de hand van de Astralzaken een studie verricht naar daderprofielen van kinderporno-downloaders. Hieruit kunnen selectiecriteria worden vastgesteld ten behoeve van prioritering bij de aanpak van grote hoeveelheden kinderpornozaken. 20 Dezelfde recherchekundige heeft ook de eerste fase van het Astral-onderzoek geëvalueerd en heeft aanbevelingen geformuleerd met betrekking tot de aanpak van en sturing op zo n grote hoeveelheid kinderpornodossiers. 21 Deze aanbevelingen zijn ter kennis gebracht van de Nationale Stuurploeg Kinderporno De aanpak van overvallen door de BR en de Nationale Stuurploeg Overvallen Het fenomeen overvallen heeft al gedurende enige jaren bijzondere aandacht van de bovenregionale recherche en het BRO. Na een thematische aanpak van overvallen 23, en aansluitend een project Intensivering Bovenregionale Opsporing Overvallen 24, is sinds 1 januari 2011 de onder mandaat van het BRO gepositioneerde Nationale Stuurploeg Overvallen (NSO) actief. De NSO 25 besluit op basis van prioriteitsadviezen die de Dienst IPOL maakt op overvallen van de categorie 3 26, over de inzet van de BR op het betreffende onderzoek Zie omtrent de rol van de BR bij de aanpak van kinderporno ook het artikel Alert op misbruik in: Blauw jaargang 7, nr. 17/18 (24 september 2011), pag Zie paragraaf en hoofdstuk 13 van het BRO jaarverslag Een aantal resultaten van de in oktober 2011 afgesloten proeftuin Zambezi zijn terug te vinden in de Nieuwsbrief Operatie Opsporing van juni 2011 en de Nieuwsbrief Intensiveringsprogramma s (OM) van december Zie hoofdstuk 11 van dit jaarverslag. 18 LJN: BT9003, Rechtbank Haarlem , 15/ Tot en met 31 december 2011 waren door de BR NON in totaal 893 dossiers uitgezet bij de zeven BR-eenheden (bron: tabel 4 in het BR NON jaarverslag 2011, pag. 18). 20 J. Snijders Kijk op de kijker, onderzoek naar downloaders van kinderporno (Deventer, mei 2011). 21 J. Snijders Zedenrechercheur overbelast? Evaluatie van het onderzoek Astral naar de inzet van zedenspecialisten (Zwolle, april 2011). 22 De Nationale Stuurploeg Kinderporno is geformeerd ten einde binnen de kaders van de toekomstige Nationale Politie onder meer een landelijke sturing te verwezenlijken op de aanpak van kinderporno. 23 Zie jaarverslag BRO 2008, paragraaf en jaarverslag BRO 2009, paragraaf Zie jaarverslag BRO 2010, paragraaf Ingesteld conform aanbeveling 17 in het Actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit van de Taskforce Overvallen (januari 2011). 26 Via de systematiek van vroegsignalering wordt een gepleegde overval door de regio zo snel mogelijk aan de Dienst IPOL gemeld, waarna het incident beoordeeld wordt op de zwaarte (categorie 1, 2 of 3). Bij de zwaarste categorie (3) is sprake van een grote mate van georganiseerdheid van de dadergroep. Veelal zal zo n dadergroep ook bovenregionaal actief zijn, waardoor deze categorie 3 het meest aangewezen is om onder de caseload van de BR te worden gebracht. 27 Dat laat overigens onverlet dat de BR ook vanuit de bottom up -lijn overvalonderzoeken kan opstarten, hetgeen in 2011 ook in een aantal gevallen is gebeurd, onder meer v.w.b. overvallen op woningen (waaronder ook ripdeals), een categorie die bij de NSO-monitoring (behoudens de toetsing van de categorie 2-lijst) minder frequent voorkomt.

21 Daarnaast heeft de NSO tot taak problemen en tekortkomingen in het sturings- en informatieproces te signaleren richting de portefeuillehouders, de Board Opsporing en het College van procureurs-generaal. De NSO bestond in 2011 uit: Mr. P.J.J. van Hagen, landelijk coördinerend BR-officier van justitie (vz.) (tot 1 november 2011); Mr. F.A.M. Pommer, landelijk coördinerend officier van justitie overvallen (vz.) (sinds 1 november 2011; lid NSO sinds 1 augustus 2011); dhr. G.Th. den Uyl, plv. korpschef Zuid-Holland-Zuid (lid) (tot 15 november 2011); H.A.M. Schalken, plv. korpschef Brabant Zuid-Oost (lid) (sinds 15 november 2011); mw. drs. L.J. Brinkman EMPM, hoofd Dienst IPOL (lid); dhr. T. Koopman, hoofd BR MN (adviserend lid); dhr. J. van der Stap, landelijk overvalcoördinator (adviserend lid); L. Zweep Msc, criminoloog stafbureau BRO (secr.) (tot 1 oktober 2011), en Mr. E.M. Bader, beleidsmedewerker stafbureau BRO (secr.) (sinds 1 oktober 2011). In de tweewekelijkse NSO-vergaderingen wordt de actuele stand van zaken besproken van de bij de NSO in monitoring zijnde overvalonderzoeken van de categorie 3, zoals deze in onderzoek zijn bij de BR-eenheden of bij de regionale overvalteams/recherche. Nieuwe overvalonderzoeken van deze categorie worden door de Dienst IPOL gemeld bij het stafbureau BRO door middel van een prioriteitsadvies, waarna deze worden besproken in de eerstvolgende NSO-vergadering. Aan de hand van de eveneens besproken lijst met categorie 2-overvallen, zoals deze voor iedere NSO-vergadering door de Dienst IPOL wordt opgesteld, kunnen nieuwe onderzoeken worden opgewaardeerd naar categorie 3 en daarmee aan de monitoring door de NSO worden toegevoegd. Het stafbureau BRO bevraagt, via tussenkomst van de Landelijk Overvalcoördinator of rechtstreeks, de regionaal overvalcoördinatoren naar de voortgang en verwerkt dit in voortgangsrapportages en een Zicht op Zaken-lijst. Het NSO heeft een bemiddelende rol indien er knelpunten op capacitair niveau worden geconstateerd en kan bijvoorbeeld voor de regionale recherche bijstand vanuit de BR bewerkstelligen of een onderzoek volledig door de BR laten overnemen. In 2011 zijn 57 dossiers (waarbij ieder dossier uit meerdere overvallen kan bestaan) door de NSO gemonitord, waaronder de zware overvallen op gelddepots in Amsterdam (in onderzoek bij de regio Amsterdam-Amstelland, met bijstand door de BR Amsterdam) en Rotterdam (in onderzoek bij de BR Rotterdam). De meeste onderzoeken die door de NSO zijn gemonitord betreffen overvallen op geldtransporten, juweliers en supermarkten. Op initiatief van de NSO is eind 2011 een bestuurlijke rapportage opgesteld omtrent het fenomeen overvallen op geldlopers (bij het vullen van geldautomaten) vanuit naastgelegen leegstaande panden, welke rapportage in januari 2012 is aangeboden aan banken, geldtransporteurs en betrokken overheidsinstanties. Door de NSO is ook bijgedragen aan de aanpak van overvalcriminaliteit door het opstellen van een plan van aanpak m.b.t. een bovenregionale top X, als onderdeel van het Donkere Dagen Offensief 28. Binnen deze aanpak zijn van een aantal zwaar recidiverende overvalplegers ketendossiers opgesteld om een geïntensiveerde aandacht voor deze subjecten te bewerkstelligen, zeker in de najaars-/winterperiode die traditiegetrouw gepaard gaat met een toename van het aantal overvallen. Vanuit de bevindingen uit de NSO-vergaderingen is in april 2011 door de NSO een brief opgesteld, gericht aan diverse bij de aanpak van overvallen betrokken instanties en colleges, waarin een aantal knelpunten zijn gesignaleerd en aanbevelingen tot verbetering worden gedaan. Als belangrijkste knelpunten werden benoemd: Problemen in de informatiehuishouding. Onvolledige registratie van overvallen in de politiesystemen leidt tot problemen in de informatievoorziening, maakt het moeilijk verbanden tussen zaken bloot te leggen en beperkt de sturingsmogelijkheden op landelijk niveau. Wisselende voortgang in de oprichting en invulling van overvallenteams en high impact crime teams in de regio s. Hierdoor sluit de aanpak van categorie 3 overvallen onvoldoende aan bij een dekkende aanpak van categorie 1 en 2 zaken. Diversiteit in de positionering en taken van de regionale overvalcoördinatoren. Het ontbreekt in een aantal regio s aan een centraal en eenduidig aanspreekpunt voor de NSO, de Dienst IPOL en de BR. Dit heeft gevolgen voor de informatiedeling en de sturing. Wisselende bekendheid met het bestaan van de NSO in de regio s. Onbekendheid met de NSO bij de onderzoeksleiding in de regio s leidt soms tot weerstand tegen NSO-bemoeienis en bemoeilijkt de monitoring en sturing. 29 Een vijftal operationele versnellers zijn door de NSO in de brief van april 2011 benoemd: 1. Versterking van de heterdaadkracht door feitelijk gebruik van meldkamerreactieplannen bij overvallen, waaronder het drie ringenmodel. 2. Verbetering van PD- en buurtonderzoek en volledige uitvoering daarvan (inclusief gedegen getuigenverhoor) in alle gevallen. PAG Zie de rubriek 4 Vragen in: Opportuun (relatiemagazine Openbaar Ministerie) jaargang 17 nummer 10 (oktober 2011), waarin de landelijk coördinerend officier van justitie overvallen (thans tevens voorzitter NSO) het Donkere Dagen Offensief toelicht.

Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport "Follow the Money"

Datum 12 april 2012 Onderwerp Inspectie Openbare Orde en Veiligheid rapport Follow the Money 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit Informatie over het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) -1- Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit 3 Bestuurlijke aanpak

Nadere informatie

Corporate brochure RIEC-LIEC

Corporate brochure RIEC-LIEC Corporate brochure RIEC-LIEC Corporate brochure RIEC-LIEC 1 De bestrijding van georganiseerde criminaliteit vraagt om een gezamenlijke, integrale overheidsaanpak. Daarbij gaan de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

GEORGANISEERDE MISDAAD EN STRAFRECHTELIJKE SAMENWERKING IN DE NEDERLANDSE GRENSGEBIEDEN

GEORGANISEERDE MISDAAD EN STRAFRECHTELIJKE SAMENWERKING IN DE NEDERLANDSE GRENSGEBIEDEN GEORGANISEERDE MISDAAD EN STRAFRECHTELIJKE SAMENWERKING IN DE NEDERLANDSE GRENSGEBIEDEN TOINE SPAPENS intersentia Antwerpen - Oxford INHOUD VOORWOORD LIJST VAN AFKORTINGEN xv xvii HOOFDSTUK 1 ALGEMENE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 628 Politie Nr. 256 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 mei

Nadere informatie

BABVI/U200901861 Lbr. 09/118

BABVI/U200901861 Lbr. 09/118 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 Betreft Voortgang oprichting Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk BABVI/U200901861

Nadere informatie

Landelijk Loket Bestuurlijke Dossiers

Landelijk Loket Bestuurlijke Dossiers Landelijk Loket Bestuurlijke Dossiers Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) -1- Onmisbaar voorstel aan rijksoverheid De politie constateerde landelijk een stijgende trend in diefstallen en vermissingen

Nadere informatie

FIOD. Aansprekend opsporen

FIOD. Aansprekend opsporen FIOD Aansprekend opsporen 23 Inhoud Preventie en opsporing De organisatie Samenwerken tegen fraude Bijzondere Opsporingsdiensten 4 6 7 7 Van fraudemelding tot onderzoek en vervolging Stap 1: Meldingen

Nadere informatie

Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010

Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010 Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren stand per 1 januari 2010 drs. P.F. Rozenberg MPA ing. R. Rozenberg Tien nieuwe politieregio s Een beeld op basis van bestaande indicatoren

Nadere informatie

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 628 Politie 28 824 Landelijk Kader Nederlandse Politie Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN JUSTITIE

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering : 18 november 2014 Agendanummer : 8 Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : drs. J.F.N. Cornelisse : Veiligheid, Vergunningen en Handhaving : Eveline Plomp Voorstel

Nadere informatie

Politie & Bodem. Doelstelling presentatie: Hoe blijven we in verbinding in de bestrijding van bodemcriminaliteit

Politie & Bodem. Doelstelling presentatie: Hoe blijven we in verbinding in de bestrijding van bodemcriminaliteit Doelstelling presentatie: Hoe blijven we in verbinding in de bestrijding van bodemcriminaliteit Platform toezicht bodem Driebergen 22 maart 2011 Milieu in Ontwikkeling Politiemilieuplan 2011 Henk Salomons

Nadere informatie

Training samenwerking van veiligheidspartners

Training samenwerking van veiligheidspartners Training samenwerking van veiligheidspartners Effectieve samenwerking tussen veiligheidspartners gaat verder dan samen optreden bij incidenten. Veiligheidspartners vormen samen een sleepnet tegen criminaliteit

Nadere informatie

Aanpak Vastgoedfraude

Aanpak Vastgoedfraude Aanpak Vastgoedfraude Martijn Egberts, OM Parket Den Haag Willemijn van Blommestein, Ketenregisseur R dam Themasessie CCV-congres Bestuurlijke ketenaanpak 8 december 2011 Inhoud bijeenkomst Welkom (foto)

Nadere informatie

mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel

mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel mr. A.F. (Sandor) Gaastra - Congres: De toekomst van het Nederlandse Politiebestel (Alleen het gesproken woord geldt) Dames en heren, Toenemende globalisering, digitalisering en de groeiende mobiliteit

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken

Nadere informatie

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) PUBLIC 14277/10 LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep algemene aangelegenheden,

Nadere informatie

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indeling Inwerkingtreding Doel Vraag -Strafrechtelijk -Bestuursrechtelijk Conclusie Toekomst

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 20 maart 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 20 maart 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Voorstel Koepelbesluit Oost-Nederland

Voorstel Koepelbesluit Oost-Nederland Voorstel Koepelbesluit Oost-Nederland Auteurs Mayke te Wierike Privacyfunctionaris Wim de Vries Beleidsadviseur Leonie Hamming Coördinator Beleidszaken Eenheidsstaf 10 oktober 2014 1. Aanleiding Bij het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 158 Vragen van het lid

Nadere informatie

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden Plan van aanpak en Protocol pilot camera s op GGD/ Ambulances in de Regio Haaglanden 1 Inhoudsopgave pag 1. Aanleiding 3 2. Doel en reikwijdte 3 3. Organisatie 4 4. Aanpak en planning 4 5. Financiering

Nadere informatie

Datum 18 mei 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over misdaadgeld en de werkelijkheid van voordeelsontneming

Datum 18 mei 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over misdaadgeld en de werkelijkheid van voordeelsontneming 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Toespraak Annemarie Jorritsma Thema: Woninginbraken Bestuurdersdiner lokale veiligheid 29 oktober 2013

Toespraak Annemarie Jorritsma Thema: Woninginbraken Bestuurdersdiner lokale veiligheid 29 oktober 2013 Alleen het gesproken woord geldt Toespraak Annemarie Jorritsma Thema: Woninginbraken Bestuurdersdiner lokale veiligheid 29 oktober 2013 Dames en heren, Goed om met u in zo n groot gezelschap bijeen te

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 AE DEN HAAG. Datum 15 juni 2011 Betreft Sterkteontwikkeling politie 2010

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 AE DEN HAAG. Datum 15 juni 2011 Betreft Sterkteontwikkeling politie 2010 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 AE DEN HAAG Directoraat-generaal Veiligheid Personeel en Materieel Schedeldoekshaven

Nadere informatie

Volgnummer extra werkzaamheden. Extra werzaamheden op 31-03-2011

Volgnummer extra werkzaamheden. Extra werzaamheden op 31-03-2011 Wervings naam Schaal Plaats in de organisatie Volgnummer extra werkzaamheden Extra werzaamheden op 31-03-2011 Volgnummer specifieke werkzaamheden werkzaamheden op 31-12-2011 Domein Vakgebied 4 4000024

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 081 Implementatie van de richtlijn 2014/62/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming

Nadere informatie

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling ONS KENMERK z2002-0477 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Gemeente Utrecht DATUM 9 oktober 2002 Dienst

Nadere informatie

OM-tips voor Bibob. Waar moet ik op letten?

OM-tips voor Bibob. Waar moet ik op letten? OM-tips voor Bibob Waar moet ik op letten? Wat is een OM-tip? Het Openbaar Ministerie (OM) is een belangrijke partner in de uitvoering van de Wet Bibob. Het OM beschikt over waardevolle informatie over

Nadere informatie

Samenvatting van de aanleiding, het verloop, de resultaten en de besluitvorming in het Rolodex-onderzoek

Samenvatting van de aanleiding, het verloop, de resultaten en de besluitvorming in het Rolodex-onderzoek 23 december 2013 PaG/BiZJ45022 8IJLAGE 1 Samenvatting van de aanleiding, het verloop, de resultaten en de besluitvorming in het Rolodex-onderzoek Het Rolodex-onderzoek komt voort uit een ander strafrechtelijk

Nadere informatie

Introductie tot de FIU-Nederland

Introductie tot de FIU-Nederland Introductie tot de FIU-Nederland H.M. Verbeek-Kusters EMPM Hoofd FIU - Nederland l 05-06-2012 Inhoud presentatie Witwassen Organisatie FIU-Nederland Van ongebruikelijk naar verdacht Wat is een ongebruikelijke

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief

Raadsinformatiebrief Raadsinformatiebrief Onderwerp : Uitbreiding Boapool vooruitlopend op verkennend onderzoek. Aard : Actieve informatie Portefeuillehouder : Hillenaar Datum college : 21 mei 2013 Openbaar : Ja Afdeling :

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2009 Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

De nieuwe bekostigingssystematiek maakt een nieuw product RCF (61128) en een begrotingswijziging noodzakelijk.

De nieuwe bekostigingssystematiek maakt een nieuw product RCF (61128) en een begrotingswijziging noodzakelijk. Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 19 december 2007 / 90/2007 Fatale termijn: besluitvorming vóór: zsm Onderwerp Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding Programma /

Nadere informatie

Vraag: Welke risico's brengt deze verstrekking met zich mee?

Vraag: Welke risico's brengt deze verstrekking met zich mee? Waarom moet de informatie al in dit stadium worden uitgewisseld? Waarom wordt niet gewacht met de informatie-uitwisseling tot nadat een persoon is veroordeeld? De uitwisseling van dit soort informatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 28 974 Nieuw stelsel bewaken en beveiligen 28 374 Aanslag op de heer W. S. P. Fortuijn Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Nadere informatie

Organisatie FP. Specialistisch OM: milieu en fraude

Organisatie FP. Specialistisch OM: milieu en fraude Functioneel parket Organisatie FP Specialistisch OM: milieu en fraude Landelijke OM organisatie: 4 handhavingseenheden. Zwolle, Den Bosch Rotterdam en Amsterdam. Den Haag HO, beleid Ongeveer 21 ovj s en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 28 684 Naar een veiliger samenleving Nr. 229 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKS- RELATIES

Nadere informatie

Vervolg Verzekeringsfraude! Beleid en uitvoering mr. R.J. Visscher 10 juni 2014

Vervolg Verzekeringsfraude! Beleid en uitvoering mr. R.J. Visscher 10 juni 2014 Vervolg Verzekeringsfraude! Beleid en uitvoering mr. R.J. Visscher 10 juni 2014 1 Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) CBV Uitvoering Beleid Beleid: Lobby, PPS, wet- en regelgeving, convenanten

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:

Nadere informatie

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Dit calamiteitenprotocol Wmo/Jeugdwet bevat proces- en communicatieafspraken wanneer zich een calamiteit of geweldsincident voordoet

Nadere informatie

Rijksrecherche. Rijksrecherche. Voor objectieve waarheidsvinding

Rijksrecherche. Rijksrecherche. Voor objectieve waarheidsvinding Rijksrecherche Rijksrecherche Voor objectieve waarheidsvinding Dagelijkse realiteit De Rijksrecherche stelt een onderzoek in. Het is misschien wel de meest gebruikte zin in openbare nieuwsberichten over

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

Geregistreerde criminaliteit, geweldsmisdrijven en overvallen

Geregistreerde criminaliteit, geweldsmisdrijven en overvallen Bijlage 4 635 Tabellen bij hoofdstuk 10 Tabel 10.1 criminaliteit, geweldsmisdrijven en overvallen criminaliteit geweldsmisdrijven overvallen criminaliteit geweldsmisdrijven overvallen Aandeel overval in

Nadere informatie

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen?

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen? 5 Procescriteria In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid 20 Sociale zekerheid versie 2015 Crisistypen (dreigende) stagnatie in het verstrekken van uitkeringen Bevoegd gezag uitvoeringsorganisaties

Nadere informatie

Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling

Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling Debat Kiezen voor kinderen 26 september 2013 De Balie wie ben ik en waarom sta ik hier? Annet Kramer Landelijk parket, cluster kinderporno en

Nadere informatie

Gelet op de uitkomsten van de evaluatie van het op 13 februari 2013 ondertekende convenant;

Gelet op de uitkomsten van de evaluatie van het op 13 februari 2013 ondertekende convenant; Convenant houdende afspraken over de samenwerking in het kader van de verbetering van de bestrijding van zorgfraude: Voortzetting Bestuurlijk Overleg Integriteit Zorgsector De ondergetekenden, Gelet op

Nadere informatie

SAMENWERKINGSCONVENANT

SAMENWERKINGSCONVENANT SAMENWERKINGSCONVENANT Aanpak financiering huisjesmelkers Partijen, 1. Gemeente Den Haag; 2. Stichting Fraudebestrijding Hypotheken; 3. Nederlandse Vereniging van Banken; 4. Arrondissementsparket s-gravenhage;

Nadere informatie

Samenvatting Onderzoek naar de politieregisters bij de Criminele Inlichtingen Eenheden van Bijzondere Opsporingsdiensten (z en z )

Samenvatting Onderzoek naar de politieregisters bij de Criminele Inlichtingen Eenheden van Bijzondere Opsporingsdiensten (z en z ) Samenvatting Onderzoek naar de politieregisters bij de Criminele Inlichtingen Eenheden van Bijzondere Opsporingsdiensten (z2005-0988 en z2005-0989) 1. Aanleiding en doel onderzoek Het College bescherming

Nadere informatie

Bestuurlijk dossier. fraude met telefoonabonnementen

Bestuurlijk dossier. fraude met telefoonabonnementen Bestuurlijk dossier fraude met telefoonabonnementen Bestuurlijk dossier FIvo1and E Algemene zaakgegevens Kenmerk Bestuurlijk dossier Zaak Betreft : Fraude met telefoonabonnementen Ten behoeve van : Landelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies Nr. 524 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

1 van 11 25-6-2015 7:04

1 van 11 25-6-2015 7:04 http://wetten.overheinl/bwbr0036705/geldigheidsdatum_25-06-2015/afdrukken 1 van 11 25-6-2015 7:04 Besluit beheer politie (Tekst geldend op: 25-06-2015) Besluit van 8 juni 2015, houdende regels over het

Nadere informatie

OMTVANGSTBEVEST!G!NG VERZONDFN Nationaai Archief Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. reg.nr.: procesverantw. ciass.nr.

OMTVANGSTBEVEST!G!NG VERZONDFN Nationaai Archief Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. reg.nr.: procesverantw. ciass.nr. OMTVANGSTBEVEST!G!NG VERZONDFN Nationaai Archief Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap > Retouradres Postbus 90520 2509 LM Den Haag Regionaal Archief Nijmegen t.a.v. gemeente archivaris dhr.

Nadere informatie

Klachtenregeling. Versie 01-08-2012. Postbus 930 3800 AX Amersfoort tel. 033-2570645 fax. 033-2570646 e.mail: info@kpoa.nl

Klachtenregeling. Versie 01-08-2012. Postbus 930 3800 AX Amersfoort tel. 033-2570645 fax. 033-2570646 e.mail: info@kpoa.nl Klachtenregeling Versie 01-08-2012 Postbus 930 3800 AX Amersfoort tel. 033-2570645 fax. 033-2570646 e.mail: info@kpoa.nl Artikel 1. Begripsbepalingen (a) Stichting: (b) Het bestuur: (c) Scholen: (d) Directeur:

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 2030 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Directie Weerbaarheidsverhoging Afdeling veiligheidsregio's Schedeldoekshaven

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Samenvatting criminele families

Samenvatting criminele families Samenvatting criminele families In 2009 kreeg het RIEC Oost Nederland de opdracht om een onderzoek te doen naar één van de criminele families die de gemeente Enschede rijk is. Het betreft een familie die

Nadere informatie

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport Minister van Justitie D.t.v. Mw. Mr. E.E. Weeda Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 2 februari 2004 contactpersoon R.C. Hartendorp doorkiesnummer 070-361 9788 e-mail R.Hartendorp@rvdr.drp.minjus.nl ons

Nadere informatie

CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG

CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG CONVENANT 'JOIN THE CLUB VEILIGE PUBLIEKE TAAK' TILBURG Gemeente Tilburg en werkgevers in de (semi)publieke sector 1 Inleiding Ambulancepersoneel, buschauffeurs, medewerkers van zorginstellingen, gemeentes,

Nadere informatie

Aanpak overvalcriminaliteit

Aanpak overvalcriminaliteit Aanpak overvalcriminaliteit De (keten)samenwerking op regionaal niveau bij de bestrijding van overvalcriminaliteit en de invloed van de landelijke initiatieven op deze regionale samenwerking 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL. Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl

2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL. Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl COLOFON 2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon

Nadere informatie

opleiding BOA Besluit BOA

opleiding BOA Besluit BOA Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd, versie juni 2005. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over: a. een titel van opsporingsbevoegdheid,

Nadere informatie

Datum 20 november 2012 Onderwerp Beleidsreactie bij Rapport 'Aangifte doen: de burger centraal' van de Inspectie Veiligheid en Justitie

Datum 20 november 2012 Onderwerp Beleidsreactie bij Rapport 'Aangifte doen: de burger centraal' van de Inspectie Veiligheid en Justitie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den haag Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Politie Politiële Taken Schedeldoekshaven 200 2511 EZ Den Haag Postbus

Nadere informatie

Introductie tot de FIU-Nederland. Hennie Verbeek-Kusters FIU - Nederland juni 2012

Introductie tot de FIU-Nederland. Hennie Verbeek-Kusters FIU - Nederland juni 2012 Introductie tot de FIU-Nederland Hennie Verbeek-Kusters FIU - Nederland juni 2012 Inhoud presentatie Omschrijving witwassen Organisatie FIU-(Caribisch) Nederland Van ongebruikelijk naar verdacht Wat is

Nadere informatie

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten. BELEIDSPLAN 2011-2015 VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT Bijlage 3. Sturing en organisatie De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband

Nadere informatie

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid,

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, Instellingsbesluit voor de instelling van een dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, van de Programmaraad e-overheid voor Burgers en van de Programmaraad Stelsel

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21460 29 juli 2014 Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Nadere informatie

Steun bij internationale samenwerking in strafzaken voor praktijkmensen. Europees justitieel netwerk en Eurojust. Wat kunnen zij betekenen?

Steun bij internationale samenwerking in strafzaken voor praktijkmensen. Europees justitieel netwerk en Eurojust. Wat kunnen zij betekenen? Gezamenlijk Task Force document Steun bij internationale samenwerking in strafzaken voor praktijkmensen Europees justitieel netwerk en Eurojust Wat kunnen zij betekenen? 6 mei 2014 1 Inleiding Dit document

Nadere informatie

Grensoverschrijdend slachtofferschap

Grensoverschrijdend slachtofferschap Grensoverschrijdend slachtofferschap Samenvatting Anton van Wijk Tom van Ham Manon Hardeman Samenvatting Op 25 oktober 2012 is een Europese richtlijn tot stand gekomen die zich richt op de slachtofferrechten

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 200 20 32 37 JBZ-Raad AI VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 8 april 20 De vaste commissie voor de JBZ-Raad heeft in haar vergadering van 5 maart

Nadere informatie

Convenant integrale overheidshandhaving

Convenant integrale overheidshandhaving Convenant integrale overheidshandhaving Convenant betreffende de toepassing en handhaving van overheidsregelingen: DE ONDERGETEKENDEN: De Burgemeester van de Gemeente Leeuwarden De Hoofdofficier van Justitie

Nadere informatie

Jaarverslag bezwaarschriften 2013

Jaarverslag bezwaarschriften 2013 Jaarverslag bezwaarschriften 2013 Jaarverslag bezwaarschriften 2013 Houten, maart 2014 1 Jaarverslag bezwaar- en beroepschriften 2013 In dit jaarverslag wordt ingegaan op het aantal bezwaarschriften dat

Nadere informatie

b) er overtredingen van wetgeving in de gezondheidszorg zijn die zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk kunnen worden gesanctioneerd;

b) er overtredingen van wetgeving in de gezondheidszorg zijn die zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk kunnen worden gesanctioneerd; Protocol tussen het Functioneel Parket, de FIOD, de Inspectie SZW, de NZa en de IGZ betreffende de behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang en het verzamelen van informatie ten behoeve daarvan,

Nadere informatie

Stadsdeel Zuidoost. illllllll. li', ü. Gemeente Amsterdam. COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN

Stadsdeel Zuidoost. illllllll. li', ü. Gemeente Amsterdam. COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuidoost li', ü COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN ONDERWERP: Voortgangsrapportage (2e) Plan van aanpak Subsidies DOEL VAN DE BEHANDELING: Informeren

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie

Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie 28684 Naar een veiliger samenleving 28286 Dierenwelzijn Nr. 422 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

CONVENANT De Veilige School 2014-2015

CONVENANT De Veilige School 2014-2015 CONVENANT De Veilige School 2014-2015 CONVENANT DE VEILIGE SCHOOL Preambule Onderstaande partijen hebben een gezamenlijk belang bij: Het maken van een eenduidig en sluitend stelsel van afspraken binnen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 009 00 9 754 Terrorismebestrijding Nr. 89 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Datum 16 september 2013 Onderwerp V62008 Verslag inspectiebezoek Convenant Veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis

Datum 16 september 2013 Onderwerp V62008 Verslag inspectiebezoek Convenant Veilige toepassing van medische technologie in het ziekenhuis > Retouradres Postbus 90700 2509 LS Den Haag Ziekenhuis St. Jansdal xxxx, Raad van Bestuur Postbus 138 3840 AC HARDERWIJK Werkgebied Zuidwest Wilh. van Pruisenweg 52 Den Haag Postbus 90700 2509 LS Den

Nadere informatie

GELDERLAND_ZUID. Nationale Politie. vanaf 1 januari 2013. Oost-Brabant

GELDERLAND_ZUID. Nationale Politie. vanaf 1 januari 2013. Oost-Brabant Nationale Politie vanaf 1 januari 2013 1 De verandering in organisatie 1 Korps Nationale politie met 10 regionale eenheden, 1 landelijke eenheid en landelijke diensten bedrijfsvoering en staf i.p.v. Brabant

Nadere informatie

Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland

Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland Dynamisch uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018 Projectmatige aanpak prioriteiten Kadernota Integrale Veiligheid Peelland 2015-2018, versie 1-7-2015 Inleiding projectmatige aanpak

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Incident? Actie! Sessie 2: 5 november 2015. Strafrecht in de praktijk

Incident? Actie! Sessie 2: 5 november 2015. Strafrecht in de praktijk Incident? Actie! Sessie 2: 5 november 2015 Strafrecht in de praktijk Incident? Actie! Drie bijeenkomsten 1 okt: Lessen Avontuur 2014-2015 5 nov: Strafrecht 8 dec: Geleerde lessen & borging Begeleiding

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Verseon kenmerk: 323478. Raadsvergadering van 8 maart 2012 Agendanummer: 10.2

RAADSVOORSTEL Verseon kenmerk: 323478. Raadsvergadering van 8 maart 2012 Agendanummer: 10.2 RAADSVOORSTEL Verseon kenmerk: 323478 Raadsvergadering van 8 maart 2012 Agendanummer: 10.2 Onderwerp: Achterstanden met betrekking tot de afgifte van gebruiksvergunningen en -meldingen Verantwoordelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Rapportage Transportcriminaliteit 3 e kwartaal 2015

Rapportage Transportcriminaliteit 3 e kwartaal 2015 Rapportage Transportcriminaliteit 3 e kwartaal 2015 Politie Landelijke Eenheid Auteur: Dienst Informatieorganisatie / Dienst Infra Status: Definitief Versie 1.1 26 oktober 2015 Voorwoord Voor u ligt de

Nadere informatie

Daling totale criminaliteit ten opzichte van 2012 en 2011, opsporing boekt resultaat

Daling totale criminaliteit ten opzichte van 2012 en 2011, opsporing boekt resultaat Daling totale criminaliteit ten opzichte van 2012 en 2011, opsporing boekt resultaat Datum : 22-01-2014 1. Algemeen Onderstaand cijfermateriaal betreft een aanvulling op de reeds gepresenteerde criminaliteitscijfers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 012 Wijziging van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met de verruiming van de kring van ambtenaren, belast met de opsporing

Nadere informatie

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD CONVENANT Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD Partijen komen het volgende overeen: De scholen zijn op grond van de Wet op de Arbeidsomstandigheden verantwoordelijk

Nadere informatie