Nederlandse vertaling van de Student- Teacher-Relationship-Scale (STRS)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nederlandse vertaling van de Student- Teacher-Relationship-Scale (STRS)"

Transcriptie

1 SiBO Schoolloopbanen in het BasisOnderwijs Dekenstraat 2 B 3000 Leuven Nederlandse vertaling van de Student- Teacher-Relationship-Scale (STRS) (Pianta, 2001) Toetsing van de factorstructuur en constructie van een verkorte versie Gert Cornelissen & Karine Verschueren Centrum voor Schoolpsychologie Onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, in het kader van het programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek 2002 LOA-rapport nr. 3

2 Voor meer informatie omtrent deze publicatie: Steunpunt LOA, Unit Onderwijsloopbanen Auteur(s): Gert Cornelissen & Karine Verschueren Centrum voor Schoolpsychologie Adres: Dekenstraat 2, 3000 Leuven Tel.: of Fax.: Website: Copyright (2002) Steunpunt LOA p/a E. Van Evenstraat 2e, 3000 Leuven Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder uitdrukkelijk te verwijzen naar de bron. No material may be made public without an explicit reference to the source.

3 Abstract Nederlandse vertaling van de Student-Teacher-Relationship-Scale (STRS, Pianta, 2001) : Toetsing van de factorstructuur en constructie van een verkorte versie Uit verscheidene studies blijkt dat een negatieve relatie met de leerkracht een risicofactor vormt voor de vroege schoolse aanpassing van jonge kinderen. Een hechte, open relatie met de leerkracht blijkt dan weer als protectieve factor voor risicokinderen te fungeren. In onderzoek naar schoolloopbanen van jonge kinderen is het daarom belangrijk een beeld te krijgen van de kwaliteit van die leerkrachtleerlingrelatie. Om de kwaliteit van de relatie met de leerkracht in kaart te brengen wordt in internationaal onderzoek vaak een beroep gedaan op de Student-Teacher-Relationship-Scale van Pianta (STRS, 2001). De STRS is een leerkrachtschaal bestaande uit 28 items, die op basis van exploratorische factoranalyse verdeeld worden over drie subschalen: Nabijheid (11 items), Afhankelijkheid (5 items) en Conflict (12 items). De subschaal Nabijheid peilt naar de mate waarin de leerkracht affectie, warmte en open communicatie ervaart met een bepaalde leerling. Afhankelijkheid verwijst naar bezitterig en aanhankelijk gedrag van het kind en een overdreven opeisen van de leerkracht. De subschaal Conflict peilt naar de aanwezigheid van discordante interacties en een gebrek aan verstandhouding tussen leerling en leerkracht. De STRS werd gebruikt in tientallen studies in verschillende naties en bij leerkrachten van kinderen tussen drie en negen jaar. Aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven werd recent een Nederlandse vertaling van de schaal geconstrueerd en afgenomen bij een proefgroep van 199 kinderen en 12 leerkrachten uit de derde kleuterklas. Deze gegevens werden in de voorbereidende fase van het longitudinaal onderzoek over schoolloopbanen in het basisonderwijs (SIBO) geanalyseerd. Het doel van het analyseproject was tweevoudig. Ten eerste wilden we de factorstructuur van de STRS toetsen. Meer bepaald wilden we nagaan of de driefactorenstructuur die vooropgesteld werd door Pianta (2001) ook kon worden teruggevonden in een Vlaamse steekproef van kleuters, daarbij gebruik makend van confirmatorische factoranalyse naast exploratorische. Ten tweede was het de bedoeling om indien mogelijk - een verkorte versie op te stellen en de psychometrische kwaliteiten van die verkorte schaal te toetsen. Uit een confirmatorsiche factoranalyse bleek, ten eerste, dat het vooropgestelde model met de drie factoren Nabijheid, Conflict en Afhankelijkheid, niet strookte met de data. De fit van dit model (alsook van de afzonderlijke unidimensionele modellen) voldeed niet aan de vooropgestelde criteria. Een model met slechts twee factoren, nl. Nabijheid en Conflict, dat werd opgesteld op grond van een exploratorische factoranalyse, vertoonde echter wel een acceptabele passing (Chi²(101) = , p <.00; Chi²/df = 1.89; GFI =.86, AGFI =.82, RMSEA =.062, NNFI =.90). Zowel de nieuwe conflictschaal (7 items) als de nieuwe nabijheidsschaal (9 items) waren voldoende intern consistent (alfa resp..91 en.87). Ten tweede bleek het mogelijk om een verkorte versie van de STRS te construeren, bestaande uit twee subschalen (Conflict en Nabijheid) met elk vier items. De passing van dit tweefactorenmodel was aanvaardbaar (Chi² (19) = 39.51, p <.00; Ch²/df = 2.08, GFI =.94, AGFI =.89, RMSEA =.074, NNFI =.94). Hoewel de interne consistentie van de twee subschalen kleiner was dan die van de oorspronkelijke subschalen, bleef die zeker voldoende (alfa =.84 en.87). Dit beperkte verlies aan interne consistentie wordt gecompenseerd door de grote tijdswinst voor de leerkrachten bij het invullen van de schaal. Uit de resultaten van dit analyseproject werd besloten het wetenschappelijk verantwoord en praktisch aangewezen was de verkorte versie van de STRS in het longitudinaal onderzoek over schoolloopbanen in het basisonderwijs af te nemen.

4 INHOUDSTAFEL 1. INLEIDING 1 2. BESCHRIJVING VAN DE VRAGENLIJST 2 3. PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN DE ENGELSTALIGE VERSIE Itemanalyse Factoranalyse Subschalen en Interne Consistentie-analyse 5 4 PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN DE NEDERLANDSE VERTALING Steekproefgegevens Betrouwbaarheidsgegevens 8 5 CONFIRMATORISCHE FACTORANALYSES VOOR DE NEDERLANDSE VERTALING Het driefactorenmodel volgens Pianta (2001) Tweefactorenmodel op basis van exploratorische factoranalyse Exploratorische factoranalyse Toetsing van het nieuwe tweefactorenmodel Tweefactorenmodel voor een verkorte versie van de STRS CONCLUSIE 23 Referenties Bijlagen

5 Nederlandse vertaling van de Student-Teacher-Relationship-Scale (STRS) (Pianta, 2001) : Toetsing van de factorstructuur en constructie van een verkorte versie 1. INLEIDING In haar thesisonderzoek rond zelfwaardering, relatie met de leerkracht en schoolaanpassing bij kleuters maakte Roncada (2001) ondermeer gebruik van de 'Student-Teacher- Relationship-Scale' (STRS), ontwikkeld door Pianta (1996). Roncada vertaalde deze vragenlijst naar het Nederlands. De vertaalde versie kreeg de naam 'Relatieschaal Leerling-Leerkracht'. Deze vragenlijst peilt naar de kwaliteit van de relatie tussen leerling en leerkracht, zoals gepercipieerd door deze laatste. De schaal kan interessant zijn in het kader van onderzoek rond schoolloopbanen van jongeren. De STRS heeft zijn nut hierbij al bewezen : Pianta en Steinberg (1992) namen een proefversie van de STRS (waarin op basis van factoranalyse vijf dimensies onderscheiden werden) af van een groep kleuters. Op basis van tests voor cognitieve en motorische vaardigheden werd een voorspelling gemaakt over welke kleuters wel en welke niet in staat zouden zijn de overgang naar het eerste leerjaar met succes te maken. Van de kleuters die geïdentificeerd werden als risicoleerlingen, haalden diegenen die toch over mochten gaan naar het eerste leerjaar significant betere scores op de STRS dan diegenen die nog een jaar in de kleuterschool moesten blijven. De kinderen die de overgang mochten maken, hadden met andere woorden een positievere relatie met de leerkracht dan diegenen die het jaar moesten overdoen. Pianta en Steinberg concludeerden daaruit dat de band met de kleuterleid(st)er voor risicokleuters het verschil kan betekenen tussen zittenblijven en overgaan. Pianta (1994) voerde op de STRS-scores van dezelfde proefgroep een clusteranalyse uit. Een cluster is een groep leerlingen met hetzelfde patroon van scores op de verschillende (voorlopige) schalen van de vragenlijst. Er waren zes clusters te onderscheiden en bij followup onderzoek bleek dat kleuters, die tot verschillende clusters behoorden, de verwachte verschillen vertoonden op metingen rond schoolse aanpassing (gedrag, sociale en schoolse competentie en problemen bij de leerlingen) in het eerste leerjaar. Deze resultaten werden nog gerepliceerd met de laatste versie van de STRS door Pianta, Steinberg en Rollins (1995). Hierbij bleek het effect van de relatie met de kleuterleid(st)er door te werken tot het tweede leerjaar. Vanuit STRS-scores is het dus mogelijk voorspellingen te doen over de schoolaanpassing en de schoolloopbaan van jonge kinderen. 1

6 Op basis van dit meetinstrument kan de kennis over het belang van de relatie tussen kleuter en kleuterleid(st)er voor de verdere schoolloopbaan dus worden verrijkt. Het is echter noodzakelijk na te gaan of de Nederlandse vertaling dezelfde psychometrische kwaliteiten bezit als de Engelstalige originele versie. In het eerstvolgende deel worden de vorm en inhoud van de STRS beschreven. Ook de psychometrische eigenschappen van de Engelstalige versie komen aan bod. 2. BESCHRIJVING VAN DE VRAGENLIJST We gaan niet in op de ontwikkeling en voorgaande versies van Pianta's STRS maar beschrijven alleen de meest recente versie zoals die is vertaald door Roncada. De STRS (Student-Teacher-Relationship-Scale) is een beoordelingsschaal voor leerkrachten, die in de meest recente versie uit 28 items bestaat. Via een 5-punts Likert-Schaal geeft de leerkracht zijn of haar idee weer over zijn of haar relatie met een bepaalde leerling, over het gedrag van de leerling ten opzichte van de leerkracht en over hoe de leerling over hem of haar zou denken. Op de 5-puntsschaal duidt de leerkracht de mate aan waarin een bepaald item van toepassing is op zijn of haar relatie met het kind waarvoor de vragenlijst ingevuld wordt. De vragenlijst bestaat uit drie subschalen: Nabijheid, Afhankelijkheid en Conflict. Daarnaast kan er ook een totaalscore worden berekend. De schaal is geconstrueerd voor kinderen van drie tot 9 jaar. De volledige lijst met items per subschaal bevindt zich in bijlage 1. De vragenlijst zoals die aan de leerkrachten wordt aangeboden staat in bijlage 2. We beschrijven nu de drie subschalen. 1. Nabijheid Deze subschaal meet de mate waarin een leerkracht affectie, warmte en een open communicatie ervaart met een bepaalde leerling. Deze nabijheid kan een steun zijn voor jonge kinderen om zich goed te voelen in de schoolomgeving. Voorbeelden van items zijn : 'Ik heb een hartelijke, warme relatie met dit kind', 'Als dit kind verdrietig is, zoekt hij/zij troost bij mij' en 'Ik voel gemakkelijk aan wat dit kind voelt'. De 'Nabijheid'-schaal bestaat uit 11 items en reflecteert een positieve relatiedimensie. 2

7 2. Afhankelijkheid Als construct verwijst afhankelijkheid naar bezitterig en aanhankelijk gedrag van het kind dat wijst op het overdreven opeisen van de leerkracht als bron van steun. In tegenstelling tot nabijheid is afhankelijkheid een relatiekwaliteit die in de weg ligt van een goede aanpassing aan de schoolomgeving. Voorbeelden van items zijn : 'Dit kind lijkt gekwetst of beschaamd als ik hem/haar corrigeer', 'Dit kind is te afhankelijk van mij' en 'Dit kind is gekrenkt of jaloers als ik tijd met andere kinderen doorbreng'. De 'Afhankelijkheids'-schaal bestaat uit 5 items en weerspiegelt een negatieve relatiedimensie. 3. Conflict Het is aannemelijk dat conflict in de relatie tussen leerling en leerkracht een stressor is voor kinderen in de schoolomgeving, die een goede aanpassing aan de school in de weg kan staan. Conflict in de relatie komt tot uiting in discordante interacties en een gebrek aan verstandhouding tussen leerling en leerkracht. Een leerkracht die hoge scores op deze schaal aangeeft, ligt vaak in de knoop met die leerling en ziet hem of haar als onvoorspelbaar, met als gevolg dat het omgaan met die leerling veel energie opeist en dat de leerkracht zich niet effectief ervaart bij die leerling. Voorbeelden van items : 'Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar', 'Dit kind wordt gemakkelijk kwaad op mij' en 'De gevoelens van dit kind tegenover mij kunnen onvoorspelbaar zijn of plots omslaan'. De 'Conflict'-schaal bestaat uit 12 items en weerspiegelt ook een negatieve relatiedimensie. 4. Totale schaal De Totale schaal weerspiegelt de mate waarin de leerkracht zijn of haar relatie met een bepaald kind in het algemeen ervaart als positief en effectief. Een hoge totaalscore wijst op lage niveaus van conflict en/of afhankelijkheid en/of hoge niveaus van nabijheid, of een in het algemeen meer positieve relatie. Ze wordt dan ook berekend door de scores van de conflict- en afhankelijkheidsschaal om te keren en dan de scores van alle drie de subschalen op te tellen. 3. PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN DE ENGELSTALIGE VERSIE De factoranalyse op basis waarvan men de drie beschreven subschalen ontwikkelde, gebeurde op gegevens uit studies uitgevoerd in Arizona, Californië, Connecticut, Colorado, Illinois, North Carolina, Wisconsin en Virginia. Zowel in grootschalige nationale studies, zoals 3

8 The National Institutes of Child Health and Human Development (NICHD) Study of Early Child Care en The Cost, Quality and Child Outcomes in Child Care Centers study (Cost, Quality, and Child Outcomes Study Team, 1995), als in meer regionale en lokale studies bij kinderen van drie tot negen jaar (bijvoorbeeld Saft, 1994; Pianta en Steinberg, 1992), verzamelde men scores van kinderen op de STRS. De verzamelde gegevens worden samengevat in Pianta (1996). Validiteitstudies tonen aan dat de scores voor de STRS in de verwachte richting correleren met scores van gedragsproblemen en competenties in de basisschool (e.g., Pianta, 1994; Pianta et al., 1995), met de kwaliteit van vriendschapsrelaties (Birch en Ladd, 1997), en met de kwaliteit van de verzorgende omgeving van het kind (CQOCC, 1995). De STRS kan kinderen identificeren die veel kans maken hun jaar te moeten overdoen of door verwezen te worden naar het buitengewoon onderwijs in de eerste jaren van hun onderwijs. Zoals gezegd voorspellen hoge scores op de STRS daarnaast bij risico-kinderen toch succes in de eerste jaren van de school (Pianta en Steinberg, 1992). De proefgroep, van dewelke de gegevens gebruikt werden om de uiteindelijke factoranalyse uit te voeren, bestond uit kinderen tussen drie jaar en één maand en zes jaar en acht maanden (Pianta, 1996). Meer dan 275 leerkrachten werkten mee, uit zowel Head Start projecten, kinderopvangcentra, kleuterscholen en het eerste en tweede leerjaar van de lagere school. De deelnemers aan het onderzoek vulden een 31-item versie in van de STRS. Op basis van een eerste item-, factor- en interne consistentie-analyse werden drie items verwijderd voor verdere analyse van de vragenlijst. De vermelde analyses hebben dus betrekking op de 28 resterende items Itemanalyse Alle items vertoonden een redelijke variabiliteit. Standaarddeviaties benaderden of overschreden 1.0 punten voor de vijfpuntschaal. De items die een positieve relatie beschrijven (Nabijheidsschaal) waren negatief scheef verdeeld. De items van de Conflictschaal, die een negatieve relatie beschrijven waren positief scheef verdeeld. Dit betekent dat leerkrachten in deze steekproef de relatie met hun leerlingen positief zagen. 4

9 3.2. Factoranalyse Er werd gebruik gemaakt van een Principale Componenten-analyse met een VARIMAXrotatie. Andere methoden van factorextractie en rotatie werden ook geprobeerd maar resultaten van deze methoden lagen telkens in dezelfde lijn. Op basis van vier criteria 1) hoeveelheid verklaarde variantie, 2) interne consistentie, 3) constructvaliditeit en 4) makkelijkheid van gebruik en interpretatie besliste men dat een drie-factoren oplossing de beste was. Deze drie factoren verklaarden samen 48.8% van de totale variantie. De eerste factor had een eigenwaarde van 8.63 en verklaarde 29.8% van de totale variantie. Items met de hoogste lading op deze factor waren : 'Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar' (.80), 'Omgaan met dit kind vergt veel van mijn energie' (.82) en 'Als dit kind slecht gehumeurd is, weet ik dat het een lange en moeilijke dag wordt' (.80). De factor werd geïnterpreteerd als een 'Conflict'-factor. De tweede factor had een eigenwaarde van 3.73 en verklaarde 12.9% van de totale variantie. Items met de hoogste lading op deze schaal : 'Dit kind spreekt vrijuit over zijn/haar gevoelens en ervaringen met mij' (.79), 'Dit kind vertelt me spontaan dingen over zichzelf' (.76), 'Ik voel makkelijk aan wat dit kind voelt' (.70). Deze factor werd geïnterpreteerd als een 'Nabijheid'-factor. De derde factor had een eigenwaarde van 1.79 en verklaarde 6.2% van de totale variantie. Items met de hoogste lading op deze schaal : 'Dit kind is te afhankelijk van mij' (.75), 'Dit kind reageert hevig als hij/zij niet bij mij kan zijn' (.66), 'Dit kind is gekrenkt of jaloers als ik tijd met andere kinderen doorbreng' (.59). Deze werd de 'Afhankelijkheid'-factor genoemd Subschalen en Interne Consistentie-analyse Vanuit de driefactorenoplossing werden subschalen opgesteld. Zowel op deze subschalen als op de totale schaal werd een interne consistentie-analyse uitgevoerd. De Totale Schaal (28 items) had een α-coëfficiënt van.89 (Pianta, 1996). Het gemiddelde was 114 en de standaarddeviatie was na afronding 16. Aangezien elk item een score van 1 tot 5 kan halen en de scores van alle items opgeteld worden, ligt de score tussen een minimumwaarde van 28 en een maximumwaarde van 140. De Totale Score wordt berekend door de score van volgende items om te keren : 2, 6, 8, 10, 11, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26 (zie bijlage 1 en 2), en de omgekeerde en overgebleven items op te tellen. De Totale Score weerspiegelt een algemene positieve relatie-dimensie. 5

10 De Conflict-schaal (12 items) had een α-coëfficiënt van.92 (in andere studies vond men volgende coëfficiënten : Birch en Ladd (1997),.93; Ladd en Burgess (1999),.93). Het gemiddelde was 22.3 en de standaarddeviatie bedroeg Scores kunnen liggen tussen 12 en 60. De score op de conflictschaal wordt berekend door de scores op de volgende items op te tellen : 2, 11, 13, 16, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26. De Nabijheid-schaal (11 items) had een α-coëfficiënt van. 86 (in andere studies vond men volgende coëfficiënten: Birch en Ladd (1997),.90; Ladd en Burgess (1999),.90). Het gemiddelde was 44.7 en de standaarddeviatie bedroeg Scores kunnen liggen tussen 11 en 55. De score op deze schaal wordt berekend door de scores op de volgende items op te tellen : 1, 3, 4, 5, 7, 9, 12, 15, 21, 27, 28. De Afhankelijkheid-schaal (5 items) had een α-coëfficiënt van.64 (in andere studies vond men volgende coëfficiënten : Birch en Ladd (1997),.69; Ladd en Burgess (1999),.69).. Het gemiddelde was (5 items) en de standaarddeviatie bedroeg Scores kunnen liggen tussen 5 en 25. De score op deze schaal wordt berekend door de scores op de volgende items op te tellen : 6, 8, 10, 14, 17. In tabel 1 staan de correlaties tussen de scores van de subschalen en tussen de subschaalscores en de totale score aangegeven. Tabel 1 Correlaties tussen Subschaalscores en de Totale Score Conflict Nabijheid Afhankelijkheid Totaal Conflict *.28* -.91* Nabijheid *.72* Afhankelijkheid * * p<.001 Alle correlaties waren significant en tonen een aanvaardbare mate van onafhankelijkheid tussen de subschalen en een hoge graad van associatie in de verwachte richting tussen de Totale Score en de scores van de Conflict- en de Nabijheidsschaal. De Conflictschaal is zeer sterk gerelateerd aan de Totale Score en kan volgens Pianta (1996) gebruikt worden in plaats van de Totale Score als er een verkorte versie vereist is. De correlatie is negatief omdat de items van de Conflict-schaal omgekeerd gescoord worden bij het berekenen van de totaalscore. De correlatie van de scores op de Afhankelijkheidsschaal met de Totale Score is lager maar dat is ook te wijten aan het feit dat deze schaal maar vijf items bevat (ten 6

11 opzichte van 12 en 11 voor de andere schalen) en dus een kleinere bijdrage levert aan de totaalscore dan de Conflict- en de Nabijheidsschaal. 4. PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN DE NEDERLANDSE VERTALING 4.1. Steekproefgegevens De gegevens waarop we deze analyses uitvoeren, zijn afkomstig van twee onderzoeken, uitgevoerd in het kader van licentiaatsverhandelingen. Verboven en Verheyen (in voorbereiding) lieten de vragenlijst invullen door negen leerkrachten voor 135 kinderen in vijf scholen in Turnhout, Arendonk en Beringen, in het voorjaar van Alle kinderen zaten in de derde kleuterklas. Het aantal leerlingen per klas varieerde van 9 tot 25. Roncada (2001) liet de vragenlijst invullen door drie leerkrachten voor 64 kinderen in drie verschillende scholen: twee in Genk en één in Antwerpen in het najaar van De klassen bestonden uit 19, 21 en 24 leerlingen. Op negen kinderen na was de huidskleur van iedereen blank. Ook hier ging het om derde kleuterklassertjes. In totaal vulden dus 12 leerkrachten (allemaal vrouwen) de vragenlijst in voor 199 kinderen van de derde kleuterklas. De leeftijd van deze kleuters lag tussen 5 jaar en 1 maand en 6 jaar en 8 maanden met een gemiddelde leeftijd van 5 jaar en 8 maanden. Er waren 100 jongens en 99 meisjes. In tabel 2 staan enkele beschrijvende statistieken voor de gehele steekproef. Hieruit blijkt dat de rapportering van de relatie tussen de leerkrachten en hun leerlingen een aanzienlijke variabiliteit vertoont. Scheefheidswaarden tonen aan dat de leerkrachten hun relatie met de leerlingen positief neigen te zien. Tabel 3 geeft gemiddelden, standaarddeviaties en scheefheidsstatistieken voor jongens en meisjes. Wanneer we de STRS schaal- en subschaalscores voor jongens en meisjes vergelijken aan de hand van t-toetsen vinden we een significant verschil op.05-niveau op de Nabijheidschaal (zie tabel 3). Meisjes scoren hier hoger dan jongens. Het verschil is echter kleiner dan twee punten op de schaal, dat is klein maar statistisch wel betekenisvol. De correlaties tussen de subschalen onderling en die met de totaalschaal staan in tabel 4. Tabel 2 Beschrijvende Statistieken voor de totale schaal en de subschalen van de STRS (n=199) Schaal Gemiddelde Std Dev Min Max Scheefheid Kurtosis Conflict Nabijheid Afhankelijkheid Totaal

12 Tabel 3 Gemiddelde scores voor de totale schaal en de subschalen van de STRS voor meisjes en jongens meisjes n=99 jongens n=100 Schaal gem std dev gem std dev t p Conflict Nabijheid Afhankelijkheid Totaal Tabel 4 Correlaties tussen de subschalen en de totale score voor de STRS Conflict Nabijheid Afhankelijkheid Totaal Conflict * * Nabijheid * Afhankelijkheid * Totaal 1.00 * p < Betrouwbaarheidsgegevens Betrouwbaarheid heeft te maken met de mate waarin de testscore vrij is van allerhande fouten. Schattingen van interne consistentie werden berekend met de alfa methode van Cronbach. Ook de standaardmeetfout werd berekend om het bereik aan te geven waarbinnen de ware score van een individu vermoedelijk valt. Tabel 5 geeft de alfa-coëfficiënten en de standaardmeetfouten voor de STRS (sub)schalen voor de gehele steekproef en per geslacht. Voor de gehele steekproef waren de α-coëfficiënten hoog (.90), behalve voor de Afhankelijkheidsschaal (.58). De gegevens voor jongens en meisjes afzonderlijk lagen in dezelfde lijn. Dat de Afhankelijkheidsschaal bij alle groepen een lage interne consistentie haalt is deels te wijten aan het feit dat deze slechts 5 items bevat. Dit was ook het geval bij de originele vragenlijst en de auteurs gaven dan ook als advies deze scores voorzichtig te interpreteren, rekening houdend met andere diagnostische informatie. Zoals we verder zullen aantonen, is deze schaal ook problematisch gebleken in de exploratorische factoranalyse op onze gegevens. Het is de vraag of het geoorloofd is deze schaal te behouden in de vragenlijst. Tabel 5 Alfa coëfficiënten en standaardmeetfouten voor de STRS totale schaal en subschalen voor de totale steekproef en voor jongens en meisjes afzonderlijk totale steekproef jongens meisjes Schaal/Subschaal α SMF α SMF α SMF Conflict Nabijheid Afhankelijkheid Totaal

13 Tabel 6 Gemiddelden, standaarddeviaties en correlaties van de items met het totaal # Item M SD item-totaalcorrelatie 1. Ik heb een hartelijke, warme relatie met dit kind Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar Als dit kind verdrietig is, zoekt hij/zij troost bij mij Dit kind voelt zich ongemakkelijk bij mijn aanraking of fysieke affectie. 5. Dit kind waardeert de relatie met mij Dit kind lijkt gekwetst of beschaamd als ik hem/haar corrigeer Als ik dit kind prijs, straalt hij/zij van trots Dit kind reageert hevig als hij/zij niet bij mij kan zijn Dit kind vertelt me spontaan dingen over zichzelf Dit kind is te afhankelijk van mij Dit kind wordt gemakkelijk kwaad op mij Dit kind probeert me te plezieren Dit kind vindt dat ik hem/haar oneerlijk behandel Dit kind vraagt om mijn hulp als hij/zij niet echt hulp nodig heeft Ik voel gemakkelijk aan wat dit kind voelt Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb. 17. Dit kind is gekrenkt of jaloers als ik tijd met andere kinderen doorbreng. 18. Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb. 19. Als dit kind zich misdraagt, reageert hij/zij goed op mijn blik of de toon die ik aansla. 20. Omgaan met dit kind vergt veel van mijn energie Ik heb al gemerkt dat dit kind mijn gedrag of de manier waarop ik dingen doe, overneemt. 22. Als dit kind slecht gehumeurd is, weet ik dat het een lange en moeilijke dag wordt. 23. De gevoelens van dit kind tegenover mij kunnen onvoorspelbaar zijn of plots omslaan. 24. Ondanks mijn uiterste inspanningen, voel ik mij ongemakkelijk bij de manier waarop dit kind en ik met elkaar omgaan. 25. Dit kind zeurt of weent als hij/zij iets van mij wil Dit kind gedraagt zich heimelijk en manipulatief tegenover mij Dit kind spreekt vrijuit over zijn gevoelens en ervaringen met mij Mijn omgang met dit kind geeft mij een gevoel van zelfzekerheid en doeltreffendheid Tabel 6 geeft enkele itemkarakteristieken: gemiddelden, standaarddeviaties en de itemtotaalcorrelaties voor de 28 items gebaseerd op de 199 proefpersonen. Om de itemtotaalcorrelaties te berekenen, hebben we eerst de scores van de items van de Conflict- en Afhankelijkheidsschaal omgekeerd. De items vertonen een behoorlijke variabiliteit hoewel een aantal items negatief (items 1, 3, 5, 7, 9, 15, 19, 27, 28) en een aantal positief (items 2, 4, 8, 10, 11, 13, 14, 16, 17, 18, 20, 22, 23, 24, 25, 26) scheef verdeeld zijn. De items die zo geformuleerd zijn dat ze een positieve relatie beschrijven, hebben een negatief scheve en 9

14 de items die een negatieve relatie beschrijven, hebben een positief scheve verdeling. De scheefheidswaarden staan in tabel 7. De item-totaalcorrelaties lagen tussen.03 en.78. Eenentwintig items hadden een correlatie hoger dan.40. Items 6, 10 en 8 vertoonden de laagste correlaties, niet toevallig allemaal afkomstig uit de Afhankelijkheidsschaal. Items 1, 24 en 28 vertoonden de hoogste correlaties. Tabel 7 Scheefheid en p-waarde voor elk item # Item Scheefheid p 1. Ik heb een hartelijke, warme relatie met dit kind * Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar * Als dit kind verdrietig is, zoekt hij/zij troost bij mij * Dit kind voelt zich ongemakkelijk bij mijn aanraking of fysieke affectie * Dit kind waardeert de relatie met mij * Dit kind lijkt gekwetst of beschaamd als ik hem/haar corrigeer Als ik dit kind prijs, straalt hij/zij van trots * Dit kind reageert hevig als hij/zij niet bij mij kan zijn * Dit kind vertelt me spontaan dingen over zichzelf..64 * Dit kind is te afhankelijk van mij * Dit kind wordt gemakkelijk kwaad op mij * Dit kind probeert me te plezieren * Dit kind vindt dat ik hem/haar oneerlijk behandel * Dit kind vraagt om mijn hulp als hij/zij niet echt hulp nodig heeft..94 * Ik voel gemakkelijk aan wat dit kind voelt * Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb * Dit kind is gekrenkt of jaloers als ik tijd met andere kinderen doorbreng * Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb * Als dit kind zich misdraagt, reageert hij/zij goed op mijn blik of de toon *.001 die ik aansla. 20. Omgaan met dit kind vergt veel van mijn energie..79 * Ik heb al gemerkt dat dit kind mijn gedrag of de manier waarop ik dingen doe, overneemt. 22. Als dit kind slecht gehumeurd is, weet ik dat het een lange en moeilijke 1.33 *.001 dag wordt. 23. De gevoelens van dit kind tegenover mij kunnen onvoorspelbaar zijn of 1.72 *.000 plots omslaan. 24. Ondanks mijn uiterste inspanningen, voel ik mij ongemakkelijk bij de 1.37 *.001 manier waarop dit kind en ik met elkaar omgaan. 25. Dit kind zeurt of weent als hij/zij iets van mij wil * Dit kind gedraagt zich heimelijk en manipulatief tegenover mij * Dit kind spreekt vrijuit over zijn gevoelens en ervaringen met mij * Mijn omgang met dit kind geeft mij een gevoel van zelfzekerheid en -.53 *.016 doeltreffendheid. * p<.05 10

15 5. CONFIRMATORISCHE FACTORANALYSES VOOR DE NEDERLANDSE VERTALING Eén van de hoofdbedoelingen van dit (psychometrisch) onderzoek bestond erin de factorstructuur van de STRS te toetsen. Hierbij wilden we verder gaan dan het uitvoeren van een exploratorische factoranalyse, zoals gebeurd in eerdere onderzoeken van Pianta en collega s. Het was onze bedoeling de vooropgestelde factorenstructuur te toetsen via (het uitvoeren van) confirmatorische factoranalyses. Confirmatorische factoranalyses hebben - net als exploratorische factoranalyses als doel de covarianties tussen (vele) geobserveerde variabelen (de items) te verklaren door middel van een beperkter aantal onderliggende of latente variabelen. In tegenstelling tot EFA s bieden CFA s echter het voordeel dat (a) de passing of fit van het globale factoranalytische model kan worden berekend, (b) er kan vertrokken worden vanuit een apriori geformuleerd model waarbij niet alleen het aantal factoren of latente variabelen kan worden bepaald, maar ook het al dan niet bestaan van een associatie tussen (sommige van) die factoren, (c) de factorladingen (naar keuze) op nul kunnen worden gezet, en (d) de correlaties tussen meetfouten inherent aan geobserveerde variabelen, indien wenselijk, kunnen worden toegelaten. EFA daarentegen confounds the correlated measurement errors with the latent factors, potentially leading to ambiguous and misleading solutions (Bollen, 1989, p. 232). De factoranalytische modellen worden getoetst met LISREL 8.30 (Jöreskog, Sörbom, 1993), gebruik makend van de covariantiematrix, de asymptotische covariantiematrix en maximum likelihood schattingen. Aan de hand van de volgende fitmaten evalueerden we hoe goed een model bij de gegevens paste: χ², χ²/df, GFI, AGFI, RMSEA en NNFI. Wanneer de fit niet bevredigend was, modificeerden we het model. Aan de hand van de modificatie-indices (MIs) en gestandaardiseerde residuen gingen we na of we een beter fittend model konden vinden door het toevoegen van paden of het vrijlaten van foutencovarianties. Dit toevoegen van paden of vrijlaten van foutencovarianties deden we alleen als deze (a) een beter fit tot gevolg hadden en (b) substantief konden geïnterpreteerd worden. We gingen achtereenvolgens op drie wijzen te werk. Deze werkwijzen worden één na één besproken. In de eerste plaats gingen we na of de driefactorenstructuur zoals voorgesteld door Pianta en collega s, paste bij onze gegevens. Zoals zal worden uitgelegd in paragraaf 5.1 bleek dit niet het geval. Het bleek bovendien niet mogelijk om op zinvolle wijze modificaties door te voeren zodat wel een passend model werd bekomen. Daarom werd ervoor gekozen om een stap achteruit te zetten. Er werd eerst een exploratorische factoranalyse op de gegevens uitgevoerd, en de bekomen factorstructuur 11

16 werd vervolgens meer rigoureus getoetst aan de hand van een confirmatorische factoranalyse. De resultaten van deze tweede werkwijze staan beschreven in paragraaf 5.2. Tenslotte toetsten we een model waarvoor we aan de hand van de EFA slechts vier items per subschaal selecteerden en gingen we vervolgens na of dit model bij de gegevens paste. Dit deden we omdat het nuttig kan zijn over een verkorte versie te beschikken bij het aanwenden van de vragenlijst, om zo de leerkrachten die de vragenlijst voor elke leerling moesten invullen, werk te besparen. Gebruikte fitmaten Naast de χ²-statistiek gebruiken we als bijkomende fitmaten χ²/df, de Goodness of Fit index (GFI), de Adjusted Goodness of Fit index (AGFI), De Root-Mean-Square Error of Approximation (RMSEA) en de Non-Normed Fit Index (NNFI). Voor de beschrijving van deze fitmaten werd beroep gedaan op Verschueren (1996). De χ² goodness-of-fit statistiek geeft de discrepantie weer tussen de steekproefcovariantiematrix en de covariantiematrix die geïmpliceerd of voorspeld wordt door het vooropgestelde model (Jöreskog en Sörbom, 1993). Hoe groter de χ², hoe groter de discrepantie is en hoe slechter het model bij de data past. De χ² -statistiek wordt doorgaans gebruikt als een teststatistiek om voor de nulhypothese te toetsen of er een verschil is tussen de steekproef covariantiematrix en de voorspelde covariantiematrix (Loehlin, 1987; Jöreskog & Sörbom, 1993). Immers, als het vooropgestelde model waar is in de populatie en als aan de assumpties van de χ²-test wordt voldaan, dan heeft de χ²-statistiek een χ²-verdeling waarvan het aantal vrijheidsgraden gelijk is aan het aantal niet-redundante elementen in de (co)variantiematrix (k*k-1)/2 met k = aantal geobserveerde variabelen die geanalyseerd worden) min het aantal geschatte parameters in het model (Bollen, 1989). Als χ² groter is dan de kritische χ², dus als de geassocieerde p-waarde kleiner is dan.05, dan wordt de nulhypothese verworpen en wordt besloten dat het model niet bij de data past (Jöreskog et al. (1999) stelden voor om in het geval van scheve verdeling en kleine steekproeven de Satorra-Bentler χ² statistiek te gebruiken 1 ). Deze werkwijze is vrij streng, daarom gebruiken we χ² ook als descriptieve fitmaat. We berekenen χ²/df (df=aantal vrijheidsgraden). Als het model perfect bij de data past, dan is de ratio gelijk aan 1. Jöreskog lijkt een ratio van 2 als cut-off te nemen (Loehlin, 1987). dan 5.0 voor een aanvaardbare fit. Volgens Tanaka (1987) moet de χ²/df ratio kleiner zijn 1 Dat lukte niet voor het volledige driefactorenmodel. Lisrel 8.30 gaf hier aan dat de steekproef te klein was om asymptotische varianties en covarianties te berekenen. 12

17 De GFI en de AGFI zijn functies van χ² waarin de effecten van de steekproefgrootte gereduceerd worden (Bollen, 1989; Jöreskog en Sorböm, 1993). De GFI meet de relatieve hoeveelheid van de steekproef covarianties die voorspeld kan worden op basis van het model (Bollen, 1989). Ze geeft met andere woorden aan hoeveel beter het model fit in vergelijking met no model at all (Jöreskog en Sörbom, 1993, p. 122). Bij de AGFI wordt de GFI aangepast voor het aantal vrijheidsgraden (relatief aan het aantal variabelen). De Goodness-of-Fit indices variëren tussen 0 en 1. Hoe hoger ze zijn, des te beter de fit. Minimum waarden voor aanvaardbare fit of cut-offs worden in de literatuur niet gegeven (Loehlin, 1987). Algemeen wordt aangenomen dat een GFI van.95 en een AGFI van.90 of meer wijzen op een zeer goede fit. Van Aken (1990, vermeld in Verschueren, 1996) neemt.80 als benedengrens en dat zullen ook wij doen. We gaan ervan uit dat alle modellen slechts benaderingen zijn, en er geen perfect passend model mogelijk is. Daarom nemen we de RMSEA (Steiger, 1990) mee op. Als het model een goede benadering is, dan is de RMSEA klein. De gebruikelijke norm is dat de RMSEA kleiner moet zijn dan.05. Browne en Cudeck (1993) stellen voor dat waarden tot.08 aanvaardbare benaderingsfouten aangeven. Het is ook mogelijk een betrouwbaarheidsinterval te berekenen rond de RMSEA-score, waardoor getoetst kan worden of de RMSEA significant groter is dan de grens van.05. Deze toets heet de 'test for close fit'. De NNFI meet hoeveel beter het model fit vergeleken met een basislijnmodel, standaard het onafhankelijkheidsmodel (Jöreskog en Sörbom, 1993; Byrne, 1989). Vergeleken met de NFI compenseert de NNFI voor de complexiteit van het model: bij gelijke fit met de gegevens krijgt een ingewikkeld model een lagere fit-index dan een eenvoudig model (Hox, 1999). Cramer en Hartleib (2001) stellen dat een waarde van.90 minimaal is om te spreken van een goede fit. 5.1 Het driefactorenmodel volgens Pianta (2001) Het driefactorenmodel waar we van uitgaan en dat we zullen toetsen, wordt schematisch weergegeven in Figuur 1. Dit model gaat ervan uit dat (a) de antwoorden op de 28 items van de STRS verklaard kunnen worden door drie factoren: Conflict, Nabijheid en Afhankelijkheid; (b) elk STRS-item een lading heeft (die verschillend is van nul) op de factor die hij moet meten en een nul-lading heeft op alle andere factoren; (c) de drie STRS-factoren gecorreleerd zijn; en (d) de foutentermen of uniciteiten van de items ongecorreleerd zijn met elkaar. 13

18 item1 item2 item3 item4 item5 CONFLICT item6 item7 item8 item9 item10 item11 item12 item13 item14 item15 NABIJHEID item16 item17 item18 item19 item20 item21 item22 item23 item24 AFHAN KELIJK HEID item25 item26 item27 item28 Figuur 1 Het driefactorenmodel van de STRS 14

19 Tabel 8 geeft een aantal fitmaten voor het initiële driefactorenmodel (zie bijlage 3 voor de volledige lijst door Lisrel 8.30 gegeven). De fit voor het volledige model is uitermate slecht en het toelaten van foutencovarianties of het toevoegen van paden (op basis van de modificatie-indices) kunnen daar amper iets aan veranderen (zie bijlage 4 voor een aantal pogingen). Uiteindelijk bereiken we wel een fit die bijna aanvaardbaar is, maar daarvoor moeten we wel erg veel modificaties toepassen die inhoudelijk moeilijk interpreteerbaar zijn. We toetsten ook de drie unidimensionele modellen ( Conflict, Nabijheid en Afhankelijkheid ). Zelfs voor deze submodellen is de fit niet aanvaardbaar. Voor het submodel voor Afhankelijkheid bedraagt de GFI wel.97 maar de NNFI bedroeg slechts.74 en de RMSEA.111. Een volledige lijst van Fitmaten bevindt zich in bijlage 5. Een lijst met gestandaardiseerde factorladingen voor het volledige model bevindt zich in bijlage 6. Tabel 8 Enkele fit-statistieken voor het initiële driefactoren-model Modellen χ² (df) p χ²/df GFI AGFI RMSEA NNFI Initieel driefactorenmodel (347) Conflict (54) Nabijheid Afhankelijkheid (44) (5) Tweefactorenmodel op basis van exploratorische factoranalyse Omdat de fit van de driefactorenstructuur, zoals die volgens Pianta (2001) in de vragenlijst zit, bij de Nederlandse vertaling slecht is en niet onmiddellijk zinvol te verbeteren door het vrijlaten van foutencovarianties of het toevoegen van nieuwe paden, gingen we op zoek naar een alternatieve werkwijze. Bij deze tweede werkwijze starten we met een exploratorische factoranalyse (EFA), om op basis hiervan een nieuw model op te stellen en dat te toetsen met een CFA Exploratorische factoranalyse We voerden een Principale Componenten Analyse met VARIMAX rotatie uit op de STRSgegevens van de 199 kleuters. Op basis van de Scree-plot en de psychologische interpreteerbaarheid van de oplossing vonden we twee mogelijke factoroplossingen. Eentje met twee en eentje met drie factoren. Op basis van de samenstelling van de originele vragenlijst, leek de driefactorenoplossing het meest aangewezen. Zoals blijkt uit tabel 9, zijn er echter maar 2 items die het hoogst laden op factor 3 en geen crossladingen hebben. Deze twee items correleren onderling echter slechts.40. Hieruit concludeerden we dat de driefactorenoplossing niet houdbaar was. Uit 15

20 tabel 10 wordt duidelijk dat de tweefactorenoplossing minder interpretatieproblemen geeft. Deze twee factoren verklaarden 50% van de totale variantie. De oplossing werd bekomen na VARIMAX-rotatie. Tabel 9 Driefactorentructuur voor de gehele steekproef FACTOR1 FACTOR2 FACTOR3 ITEM1.79* ITEM *.00 ITEM3.70 * ITEM4.43 * ITEM5.73 * ITEM ITEM7.72 * ITEM * ITEM9.86 * ITEM * ITEM * -.01 ITEM12.58 * ITEM *.07 ITEM * ITEM15.76 * ITEM *.10 ITEM * ITEM *.13 ITEM *.54 * -.05 ITEM *.61 *.23 ITEM21.54 * ITEM *.16 ITEM *.69 *.11 ITEM *.47 *.24 ITEM *.55 * ITEM *.19 ITEM27.86 * ITEM28.80 * * Lading groter dan.40 Tabel 10 Tweefactorenstructuur voor de hele steekproef FACTOR1 FACTOR2 ITEM1.81 * -.39 ITEM * ITEM3.71 *.06 ITEM4.44 * -.10 ITEM5.74 * -.25 ITEM ITEM7.72 *.02 ITEM ITEM9.85 *.10 ITEM ITEM * ITEM12.59 * -.08 ITEM * ITEM * ITEM15.77 * -.18 ITEM * ITEM * ITEM * ITEM *.48 * ITEM *.63 * ITEM21.54 *.05 ITEM * ITEM *.68 * ITEM *.49 * ITEM * ITEM * ITEM27.85 *.01 ITEM28.81 * -.33 * Lading groter dan.40 16

21 Alle items uit de oorspronkelijke subschaal Nabijheid laden minstens.44 op de eerste factor. De items uit de subschaal Conflict laden minstens.48 op factor 2. We vinden beide subschalen dus terug in de bekomen tweefactorenstructuur. Wat de items uit de oorspronkelijke subschaal Afhankelijkheid betreft, zien we dat er drie op geen van de twee getrokken factoren laden. Items 14 en 17 laden respectievelijk.49 en.51 op de Conflict - factor. Dat de subschaal Afhankelijkheid niet terugkwam in de factoranalyse (het driefactorenmodel) is niet zo verwonderlijk aangezien deze slechts een Cronbach α- coëfficiënt had van.58, de item-totaalcorrelaties laag waren voor deze items (.03 tot.41) en de correlatie tussen de score voor deze subschaal en de totaalscore slechts -.42 bedroeg. Ook in de originele (Engelstalige) vragenlijst van Pianta was het opnemen van deze schaal betwistbaar, de interne consistentie was immers laag (α=.64), de item-totaalcorrelaties lagen laag voor deze items (.13 tot.39) en ook de correlatie van de subschaal met het totaal was laag (r=-.35). Voor de verdere modeltoets lieten we de items uit deze schaal dan ook vallen 2. (Ook de items 14 en 17 werden niet in de verdere analyses betrokken, dit omwille van de vergelijkbaarheid met de oorspronkelijke Engelstalige versie.) Toetsing van het nieuwe tweefactorenmodel Om het nieuwe model te definiëren nemen we alle items op die een unieke lading hebben op een factor. De groep items die een unieke lading heeft op factor 1 is de nieuwe Nabijheidsschaal en de groep die een unieke lading heeft op factor 2 is de nieuwe Conflictschaal. Als criterium gebruikten we een lading van minimaal.40 op de eigen factor en maximaal.30 op de andere. Vergeleken met de originele schaal laten we wegens crossladingen items 1 en 28 weg uit de Nabijheidsschaal en items 19, 20, 23, 24 en 25 uit de Conflictschaal. Voor een lijst met de overgebleven items, zie tabel 11. Figuur 2 geeft het nieuwe tweefactoren-model visueel weer. De overgebleven items voor de Conflictschaal waren items 2, 11, 13, 16, 18, 22 en 26. Voor de Nabijheidsschaal waren dat de items 3, 4, 5, 7, 9, 12, 15, 21 en 27. Zowel de nieuwe Conflict - als de Nabijheidsschaal vertoonden een hoge interne consistentie (respectievelijk α=.91 en.87, voor de totale schaal is α=.87). We toetsten de fit van het bekomen model met de data. In tabel 12 staan de scores op de beschreven fitmaten, de volledige lijst door LISREL 8.30 gegeven bevindt zich in bijlage 7. De 2 Het bleek daarenboven onmogelijk een model te toetsen waarbij er slechts twee items op de latente variabelen laden 17

22 fit-gegevens zijn beter dan bij het driefactorenmodel, maar voldoen nog niet aan de beoogde criteria. Daarom keken we naar de gestandaardiseerde residuen en de modificatie-indices om te zien of het vrijlaten van foutencovarianties of het toevoegen van extra paden de fit konden verbeteren. Uit tabel 13 blijkt dat we voor alle parameters de criterium-waarde bereiken wanneer we foutencovarianties toelaten tussen items 27 en 9 en tussen items 18 en 2. Het 90% betrouwbaarheidsinterval rond de RMSEA bevat immers de waarde.05 en de p-waarde voor de 'test of close fit' bedraagt.10. Hoewel het vrijlaten van extra foutencovarianties de fit nog meer doet stijgen (zie tabel 13), stijgt ook het gevaar voor kanskapitalisatie. De gestandaardiseerde factorladingen van het model met foutencovarianties tussen items 27 en 9 en tussen items 18 en 2 bevinden zich in tabel 14. De volledige lijst van fitmaten voor dit model bevindt zich in bijlage 8. De correlatie tussen de twee latente variabelen Conflict en Nabijheid in dit laatste model bedraagt -.23 (deze correlatie is net significant, p=.05). Het model waarvoor verondersteld wordt dat de latente variabelen ongecorreleerd zijn verschilt significant van dit tweefactorenmodel (χ²(1)=8.75, p<.01). We kunnen dus niet zeggen dat de twee latente variabelen onafhankelijk zijn. Tabel 11 Het tweefactorenmodel van de STRS # Item Nabijheidsschaal 3. Als dit kind verdrietig is, zoekt hij/zij troost bij mij. 4. Dit kind voelt zich ongemakkelijk bij mijn aanraking of fysieke affectie. 5. Dit kind waardeert de relatie met mij. 7. Als ik dit kind prijs, straalt hij/zij van trots. 9. Dit kind vertelt me spontaan dingen over zichzelf. 12. Dit kind probeert me te plezieren. 15. Ik voel gemakkelijk aan wat dit kind voelt. 21. Ik heb al gemerkt dat dit kind mijn gedrag of de manier waarop ik dingen doe, overneemt. 27. Dit kind spreekt vrijuit over zijn gevoelens en ervaringen met mij. Conflictschaal 2. Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar. 11. Dit kind wordt gemakkelijk kwaad op mij. 13. Dit kind vindt dat ik hem/haar oneerlijk behandel. 16. Dit kind ziet mij als iemand die straf en kritiek geeft. 18. Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb. 22. Als dit kind slecht gehumeurd is, weet ik dat het een lange en moeilijke dag wordt. 26. Dit kind gedraagt zich heimelijk en manipulatief tegenover mij. 18

23 item 2 item 3 item 4 item 5 item 7 item 9 CONFLICT item 1 1 item 1 2 item 1 3 item 1 5 NABIJHEID item 1 6 item 1 8 item 2 1 item 2 2 item 2 6 item 2 7 Figuur 2 Het nieuwe tweefactorenmodel op basis van een EFA Tabel 12 Enkele fit-gegevens van het tweefactorenmodel Modellen χ² (df) p χ²/df GFI AGFI RMSEA NNFI Tweefactorenmodel (103) Conflict 32.69(14) Nabijheid 84.86(27)

24 Tabel 13 Enkele fitgegevens voor het tweefactorenmodel, waaruit items met crossladingen verwijderd zijn Modellen χ² (df) p χ²/df GFI AGFI RMSEA NNFI Tweefactoren model met foutencovarianties tussen: Items 27 en (102) en Items 18 en (101) (en Items 22 en (100) ) (en Items 13 en (99) ) Tabel 14 Gestandaardiseerde factorladingen van het tweefactorenmodel # Item Nabijheid Conflict R² 2. Dit kind en ik lijken altijd te twisten met elkaar Als dit kind verdrietig is, zoekt hij/zij troost bij mij Dit kind voelt zich ongemakkelijk bij mijn aanraking of fysieke affectie. 5. Dit kind waardeert de relatie met mij Als ik dit kind prijs, straalt hij/zij van trots Dit kind vertelt me spontaan dingen over zichzelf Dit kind wordt gemakkelijk kwaad op mij Dit kind probeert me te plezieren Dit kind vindt dat ik hem/haar oneerlijk behandel Ik voel gemakkelijk aan wat dit kind voelt Dit kind ziet mij als iemand die straf en kritiek geeft Dit kind blijft kwaad of wordt opstandig nadat ik hem/haar gestraft heb. 21. Ik heb al gemerkt dat dit kind mijn gedrag of de manier waarop ik dingen doe, overneemt. 22. Als dit kind slecht gehumeurd is, weet ik dat het een lange en moeilijke dag wordt. 26. Dit kind gedraagt zich heimelijk en manipulatief tegenover mij Dit kind spreekt vrijuit over zijn gevoelens en ervaringen met mij Tweefactorenmodel voor een verkorte versie van de STRS Zoals aangegeven door Pianta (1996), is de correlatie tussen de scores voor de Conflictschaal en de totaalscore van de STRS hoog genoeg (-.91) om indien nodig, alleen deze schaal te gebruiken als korte versie van de STRS. Op die manier vat men wel slechts één dimensie, namelijk die van conflict, of omgekeerd, de mate waarin de relatie in het algemeen vrij is van conflict. Wij wilden een verkorte versie opstellen van de STRS die nog wel zowel de Conflict - als de Nabijheid-dimensie bevat. Beide waren ook in de oorspronkelijke Engelstalige versie immers slechts matig gecorreleerd ( r =.45). We gebruikten hiervoor voor beide schalen de vier hoogst ladende items uit de EFA (tabel 10). Voor de Nabijheidsschaal waren dat de items 5, 9, 15 en 27 (item 1 was al afgevallen wegens een crosslading). De interne consistentie van deze schaal bedroeg.86. Voor de Conflictschaal waren de hoogst ladende items item 2, 11, 13 en 22. De interne consistentie bedroeg hier.87. Ook voor deze beperktere set van items werd de vooropgestelde tweefactorenstructuur getoetst via een CFA met LISREL Het getoetste model wordt grafisch weergegeven in figuur 3. De 20

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren:

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren: INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 4 1. Toets met behulp van SPSS de hypothese van Evelien in verband met de baardlengte van metalfans. Ga na of je dezelfde conclusies

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs

SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs Aan de directeur, de leerkrachten en de leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar van school 1

Nadere informatie

Item-responstheorie (IRT)

Item-responstheorie (IRT) Item-responstheorie (IRT) niet direct voor een dubbeltje, maar wel erg cool op het podium Ruth van Nispen 1 Caroline Terwee 2 1 Afdeling Oogheelkunde 2 Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU medisch

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale

Nadere informatie

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Klasbetrokkenheid bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl

Klasbetrokkenheid bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl Klas bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl Sofie Lietaert Debora Roorda Bieke De Fraine Karine Verschueren Ferre Laevers Centrum voor Onderwijseffectiviteit

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

College 3 Meervoudige Lineaire Regressie

College 3 Meervoudige Lineaire Regressie College 3 Meervoudige Lineaire Regressie - Leary: Hoofdstuk 8 p. 165-169 - MM&C: Hoofdstuk 11 - Aanvullende tekst 3 (alinea 2) Jolien Pas ECO 2012-2013 'Computerprogramma voorspelt Top 40-hits Bron: http://www.nu.nl/internet/2696133/computerprogramma-voorspelt-top-40-hits.html

Nadere informatie

Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Leerlingvragenlijst vijfde leerjaar (schooljaar 2007-2008)

Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Leerlingvragenlijst vijfde leerjaar (schooljaar 2007-2008) Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Leerlingvragenlijst vijfde leerjaar (schooljaar 2007-2008) F. Maes, J. Van Damme & K. Verschueren T A Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Leerlingvragenlijst

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Aanpassingen takenboek! Statistische toetsen. Deze persoon in een verdeling. Iedereen in een verdeling

Aanpassingen takenboek! Statistische toetsen. Deze persoon in een verdeling. Iedereen in een verdeling Kwantitatieve Data Analyse (KDA) Onderzoekspracticum Sessie 2 11 Aanpassingen takenboek! Check studienet om eventuele verbeteringen te downloaden! Huidige versie takenboek: 09 Gjalt-Jorn Peters gjp@ou.nl

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands

Samenvatting Nederlands Samenvatting Nederlands 178 Samenvatting Mis het niet! Incomplete data kan waardevolle informatie bevatten In epidemiologisch onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van vragenlijsten om data te verzamelen.

Nadere informatie

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 1. De onderzoekers van een preventiedienst vermoeden dat werknemers in een bedrijf zonder liften fitter zijn dan werknemers

Nadere informatie

Klantonderzoek: statistiek!

Klantonderzoek: statistiek! Klantonderzoek: statistiek! Statistiek bij klantonderzoek Om de resultaten van klantonderzoek juist te interpreteren is het belangrijk de juiste analyses uit te voeren. Vaak worden de mogelijkheden van

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN

COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN COMPETENTIEBELEVINGSPROFIEL VROEG - ADOLESCENTEN PERSOONLIJKE RAPPORTAGE VAN Naam Z Gegevens deelnemer Algemeen Naam Naam Z Leeftijd 14 Geslacht Normgroep Sociale wenselijkeheid man jongens 12 t/m 15 jaar

Nadere informatie

Samenvatting (in Dutch)

Samenvatting (in Dutch) Samenvatting (in Dutch) Geordende latente klassen modellen voor nonparametrische itemresponstheorie Een geordend latente klassen model kan als een nonparametrisch itemresponstheorie model beschouwd worden.

Nadere informatie

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items 1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items item Persoon 1 2 3 1 1 0 0 2 1 1 0 3 1 0 0 4 0 1 1 5 1 0 1 6 1 1 1 7 0 0 0 8 1 1 0 Er geldt: (a) de p-waarden van item 1 en item 2 zijn

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Toegepaste data-analyse: sessie 3

Toegepaste data-analyse: sessie 3 Toegepaste data-analyse: sessie 3 Mixed Models II: Actor-partner model Corr (Yij, Yik) = σσ 2 kkkkkkkkkkkk σσ 2 kkkkkkkkkkkk+ σσ 2 rrrrrr Je kan deze data niet modelleren a.d.h.v. lineaire regressie. Er

Nadere informatie

Praktijkbundel Amos 6.0 in de praktijk

Praktijkbundel Amos 6.0 in de praktijk Praktijkbundel Amos 6.0 in de praktijk Van den Bussche Eva 1 1. Woord vooraf In deze praktijkbundel vind je 2 oefeningen terug die stap voor stap worden uitgewerkt en geïllustreerd met screenshots. De

Nadere informatie

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y 1 Regressie analyse Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y Regressie: wel een oorzakelijk verband verondersteld: X Y Voorbeeld

Nadere informatie

VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2

VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2 VII MICTIVO 1 versus MICTIVO 2 1. Inleiding... 524 2. Basisonderwijs... 526 2.1. Evoluties in de infrastructuur... 526 2.2. Evoluties in andere indicatoren... 533 3. Secundair onderwijs... 549 3.1. Evoluties

Nadere informatie

1) Sekseverschillen in concentratie-problemen, hyperactiviteit en attention deficit hyperactivity disorder (ADHD)

1) Sekseverschillen in concentratie-problemen, hyperactiviteit en attention deficit hyperactivity disorder (ADHD) Dit proefschrift, met als titel: Meetproblemen en de genetische invloed op concentratie-problemen, hyperactiviteit en aanverwante stoornissen bestaat uit drie delen. Deze drie delen corresponderen met

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs

Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs SiBO Schoolloopbanen in het BasisOnderwijs Dekenstraat 2 B 3000 Leuven Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Schoolteamvragenlijst schooljaar 2002-2003 F. Maes Promotoren directiecomité: J. Van

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Uitvoeren en verslag leggen van een betrouwbaarheidsanalyse

Hoofdstuk 4 Uitvoeren en verslag leggen van een betrouwbaarheidsanalyse Inhoud Voorwoord 9 Hoofdstuk 1 Constructie van tests, schalen en vragenlijsten 11 1.1 Gebruik van de termen test en schaal 11 1.2 Fasen in een valideringsonderzoek 11 1.3 Unidimensionaliteit 15 Hoofdstuk

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)

Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

Examen Data Analyse II - Deel 2

Examen Data Analyse II - Deel 2 Examen Data Analyse II - Deel 2 Tweede Bachelor Biomedische Wetenschappen 10 januari 2011 Naam....................................... 1. De systolische bloeddruk (in mmhg) van 21 mannen is weergegeven

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Directievragenlijst schooljaar 2002-2003

Directievragenlijst schooljaar 2002-2003 Longitudinaal onderzoek in het basisonderwijs Directievragenlijst schooljaar 2002-2003 J.P. Verhaeghe Promotoren directiecomité: J. Van Damme, P. Ghesquière, I. Nicaise, P. Onghena & P. Van Petegem Overige

Nadere informatie

Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item

Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item Integratie - Populariteit (sociale ontwikkeling) heeft

Nadere informatie

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch

SUMMARY IN DUTCH. Summary in Dutch SUMMARY IN DUTCH Summary in Dutch Summary in Dutch Introductie Dit proefschrift richt zich met name op het voorspellen van de behandeluitkomst bij kinderen met angststoornissen. Een selectie aan variabelen

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik

Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik Bijlage bij hoofdstuk 7 Ervaren gezondheid, leefstijl en zorggebruik B7.1 Constructie van de maten voor fysieke en psychische gezondheid SF-12 vragen in SING 09 In gezondheidsonderzoek wordt vaak de zogenaamde

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

SPSS. Statistiek : SPSS

SPSS. Statistiek : SPSS SPSS - hoofdstuk 1 : 1.4. fase 4 : verrichten van metingen en / of verzamelen van gegevens Gegevens gevonden bij een onderzoek worden systematisch weergegeven in een datamatrix bij SPSS De datamatrix Gebruik

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Les 1: Waarschijnlijkheidrekening

Les 1: Waarschijnlijkheidrekening Les 1: Waarschijnlijkheidrekening A Men neemt een steekproef van 1000 appelen. Deze worden ingedeeld volgens gewicht en volgens symptomen van een bepaalde schimmel: geen, mild, gematigd of ernstig. Het

Nadere informatie

Voorbeeld regressie-analyse

Voorbeeld regressie-analyse Voorbeeld regressie-analyse In dit voorbeeld wordt gebruik gemaakt van het SPSS data-bestand vb_regr.sav (dit bestand kan gedownload worden via de on-line helpdesk). We schatten een model waarin de afhankelijke

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

mlw stroom 2.1: Statistisch modelleren

mlw stroom 2.1: Statistisch modelleren mlw stroom 2.1: Statistisch modelleren College 5: Regressie en correlatie (2) Rosner 11.5-11.8 Arnold Kester Capaciteitsgroep Methodologie en Statistiek Universiteit Maastricht Postbus 616, 6200 MD Maastricht

Nadere informatie

Classification - Prediction

Classification - Prediction Classification - Prediction Tot hiertoe: vooral classification Naive Bayes k-nearest Neighbours... Op basis van predictor variabelen X 1, X 2,..., X p klasse Y (= discreet) proberen te bepalen. Training

Nadere informatie

Vroege schoolverlaters in Vlaanderen Evolutie van de ongekwalificeerde uitstroom tot 2007 Samenvatting. G. Van Landeghem, M. Goos & J.

Vroege schoolverlaters in Vlaanderen Evolutie van de ongekwalificeerde uitstroom tot 2007 Samenvatting. G. Van Landeghem, M. Goos & J. Vroege schoolverlaters in Vlaanderen Evolutie van de ongekwalificeerde uitstroom tot 2007 Samenvatting G. Van Landeghem, M. Goos & J. Van Damme Vroege schoolverlaters in Vlaanderen Evolutie T van de ongekwalificeerde

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

signaleringsinstrumenten voor psychosociale problemen bij 0 4 jarigen in de JGZ

signaleringsinstrumenten voor psychosociale problemen bij 0 4 jarigen in de JGZ signaleringsinstrumenten voor psychosociale problemen bij 0 4 jarigen in de JGZ TNO CHILD HEALTH Marianne de Wolff en Meinou Theunissen marianne.de wolff@tno.nl meinou.theunissen@tno.nl 1. Validatieonderzoek

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

6DPHQYDWWLQJ. De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval.

6DPHQYDWWLQJ. De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval. 6DPHQYDWWLQJ De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval. Van de ongeveer 1200 studenten die per jaar instromen, valt de helft binnen drie maanden af. Om een antwoord

Nadere informatie

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak

Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak Inzet van social media in productontwikkeling: Meer en beter gebruik door een systematische aanpak 1 Achtergrond van het onderzoek Bedrijven vertrouwen meer en meer op social media om klanten te betrekken

Nadere informatie

SIGA. signaleringslijst voor gedrag. Voorlopige handleiding. Ad Donkers Ad Vermulst

SIGA. signaleringslijst voor gedrag. Voorlopige handleiding. Ad Donkers Ad Vermulst SIGA signaleringslijst voor gedrag Voorlopige handleiding Ad Donkers Ad Vermulst Meetinstrument voor het signaleren van probleemgedrag bij leerlingen in het in het basis- en voortgezet onderwijs. Ontwikkeld

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie

Zimmerman, Sheeran, & Young. Beoordelen van de aanwezigheid van depressie DIAGNOSTIC INVENTORY FOR DEPRESSION (DID) Zimmerman, M., Sheeran, T., & Young, D. (2004). The Diagnostic Inventory for Depression: A self-report scale to diagnose DSM-IV Major Depressive Disorder. Journal

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001 Diabete Problem Solving Measure for Adolescents (DPSMA) Cook S, Alkens JE, Berry CA, McNabb WL (2001) Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27:865 874, 2001

Nadere informatie

Betrouwbaarheid en Validiteit van de Nederlandse vertaling van de Work Design Questionnaire. Marjan Gorgievski 1. Patty Peeters.

Betrouwbaarheid en Validiteit van de Nederlandse vertaling van de Work Design Questionnaire. Marjan Gorgievski 1. Patty Peeters. Nederlandse vertaling van de WDQ 1 Betrouwbaarheid en Validiteit van de Nederlandse vertaling van de Work Design Questionnaire Marjan Gorgievski 1 Patty Peeters Eric Rietzschel Tanja Bipp 1 Gegevens auteurs

Nadere informatie

INhOud Voorwoord Inleiding Vooronderzoek en constructieonderzoek Beschrijving van de SON-R 6-40 Normering van de testscores

INhOud Voorwoord Inleiding Vooronderzoek en constructieonderzoek Beschrijving van de SON-R 6-40 Normering van de testscores Inhoud Voorwoord 9 1 Inleiding 13 1.1 Kenmerken van de SON-R 6-40 13 1.2 Geschiedenis van de SON-tests 14 1.3 Aanleiding voor de revisie van de SON-R 5V-17 17 1.4 De onderzoeksfasen 18 1.5 Indeling van

Nadere informatie

212

212 212 Type 2 diabetes is een chronische aandoening, gekarakteriseerd door verhoogde glucosewaarden (hyperglycemie), die wereldwijd steeds vaker voorkomt (stijgende prevalentie) en geassocieerd is met vele

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 1 leidt het onderwerp van dit proefschrift in, te weten het bestuderen van de Gezondheidsgerelateerde Kwaliteit van Leven bij kinderen van 0 tot 12. Doordat het aantal medische successen toenam,

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012

Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012 Jantine Spilt, Conferentie SBOwerkverband 2012 Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context Gedragsproblemen in context PROBLEEM Probleemgedrag 5 Faculteit der Psychologie

Nadere informatie

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage FEEL-E Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen HTS Report ID 4589-2 Datum 11.11.2015 Zelfrapportage FEEL-E Inleiding 2 / 14 INLEIDING De FEEL-E brengt de strategieën in kaart die volwassenen gebruiken

Nadere informatie

De leerling-leerkrachtrelatie in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (cluster 4)

De leerling-leerkrachtrelatie in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (cluster 4) UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN De leerling-leerkrachtrelatie in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (cluster 4) Een onderzoek naar de psychometrische kwaliteit

Nadere informatie

III. Schaalconstructie en kwaliteit van de meetinstrumenten. Nieuwe indicatoren... 87. Bestaande indicatoren... 102

III. Schaalconstructie en kwaliteit van de meetinstrumenten. Nieuwe indicatoren... 87. Bestaande indicatoren... 102 III Schaalconstructie en kwaliteit van de meetinstrumenten 1. 2. Nieuwe indicatoren... 87 Bestaande indicatoren... 102 III. Schaalconstructie Overzicht 85 Monitoring ICT in het Vlaamse onderwijs Schaalconstructie

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen SPSS Introductiecursus Sanne Hoeks Mattie Lenzen Statistiek, waarom? Doel van het onderzoek om nieuwe feiten van de werkelijkheid vast te stellen door middel van systematisch onderzoek en empirische verzamelen

Nadere informatie

introductie toetsen power pauze hypothesen schatten ten slotte introductie toetsen power pauze hypothesen schatten ten slotte

introductie toetsen power pauze hypothesen schatten ten slotte introductie toetsen power pauze hypothesen schatten ten slotte toetsende statistiek week 1: kansen en random variabelen week 2: de steekproevenverdeling week 3: schatten en toetsen: de z-toets Moore, McCabe, and Craig. Introduction to the Practice of Statistics Chapter

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van commissie Bosker Bureau van het CvTE Muntstraat 7 3512 ET Utrecht Postbus 315 3500 AH Utrecht Nederland www.hetcvte.nl Datum 10 juni 2015

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing

Nadere informatie

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Statistiek (2DD14) op vrijdag 17 maart 2006, 9.00-12.00 uur.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Statistiek (2DD14) op vrijdag 17 maart 2006, 9.00-12.00 uur. TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Statistiek DD14) op vrijdag 17 maart 006, 9.00-1.00 uur. UITWERKINGEN 1. Methoden om schatters te vinden a) De aannemelijkheidsfunctie

Nadere informatie

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen

Schoolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Scolprestaties van oude en nieuwe gewichtenleerlingen Jaap Roeleveld Kohnstamm Instituut, Universiteit van Amsterdam (email: jroeleveld@kohnstamm.uva.nl) Abstract Sinds de laatste wijziging van de gewichtenregeling,

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,

Nadere informatie

De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs

De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs Verachtert P. De Fraine B. Onghena P. Ghesquière P. Katholieke Universiteit Leuven 1. Achtergrond A. Leeftijdsverschillen

Nadere informatie

We illustreren deze werkwijze opnieuw a.h.v. de steekproef van de geboortegewichten

We illustreren deze werkwijze opnieuw a.h.v. de steekproef van de geboortegewichten Hoofdstuk 8 Betrouwbaarheidsintervallen In het vorige hoofdstuk lieten we zien hoe het mogelijk is om over een ongekende karakteristiek van een populatie hypothesen te formuleren. Een andere manier van

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140.

Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140. H & H LACTATION SCALE (HHLS) Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3), 136-140. Meetinstrument H&H Lactation Scale Afkorting HHLS Auteur(s) Hill

Nadere informatie

Effecten van het uiteenvallen van het gezin op de persoonlijkheidsontwikkeling van een kind

Effecten van het uiteenvallen van het gezin op de persoonlijkheidsontwikkeling van een kind Effecten van het uiteenvallen van het gezin op de persoonlijkheidsontwikkeling van een kind Bas ter Weel 12 oktober 2015 Achtergrond Persoonlijkheid is een voorspeller van sociaaleconomische uitkomsten

Nadere informatie

Samenvatting. Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese. Een 3-jarige follow-up studie

Samenvatting. Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese. Een 3-jarige follow-up studie * Samenvatting Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese Een 3-jarige follow-up studie Samenvatting Tijdens de periode van groei en ontwikkeling tussen kindertijd en volwassenheid

Nadere informatie