HANDREIKING 18 WERKEN MET OUDERS EN HET GEZINSSYSTEEM. Inhoud van deze handreiking. 1 Theorie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HANDREIKING 18 WERKEN MET OUDERS EN HET GEZINSSYSTEEM. Inhoud van deze handreiking. 1 Theorie"

Transcriptie

1 HANDREIKING 18 WERKEN MET OUDERS EN HET GEZINSSYSTEEM Inhoud van deze handreiking 1 Theorie 1.1 Samenhang van het delictgedrag, de opvoeding en het gezin: inventarisatie met het LIJ 1.2 Basisbegrippen voor het beschrijven van een gezinssysteem 1.3 Homeostase van het gezin 2 Werken met het gezinssysteem door de jeugdreclasseerder 2.1 Verloop: een lineair en circulair proces 2.2 Diagnostiekfase: de opvoedings- en systeemanalyse Dossier Contacten Eerste gesprekken Constructie van een samenhangend verhaal Technieken voor co-constructie Systeemanalyse 2.3 Planfase: beraad en indicatie 2.4 Uitvoeringsfase 3 Ouderbegeleiding door de jeugdreclasseerder 3.1 Inleiding 3.2 Onderdelen van de ouderbegeleiding A. Introductie/GGG/Negatieve spiraal B. Huiswerk doornemen C. Goed luisteren D. Prijzen en belonen E. Regels stellen en geven van een waarom F. Onderhandelen G. Gedragsintructies geven H. Stoppen van gedrag en Nee zeggen I. Straf geven J. Afronding 3.3 Materiaal voor ouders

2 1 Theorie 1.1 Samenhang van het delictgedrag, de opvoeding en het gezin: inventarisatie met het LIJ Het delictgedrag van de jongere is de reden geweest voor aanmelding bij de jeugdreclassering. Dit gedrag is het resultaat van een ontwikkelingsproces: het ontstaat niet van de ene op de andere dag. Bij de ontwikkeling van delictgedrag kunnen strikt individuele factoren een rol spelen, zoals een verstandelijke beperking of druggebruik. Maar naast de individuele factoren speelt de omgeving altijd een rol. Iedereen, ook jongeren, ontwikkelt zich in relaties (sociale contexten): het gezin- met daarbinnen de opvoedingsrelatie met de ouders (de eerste en dus oudste context), relaties op school, relaties met de vriendenkring, en relaties op het werk. Kenmerkend voor adolescenten is dat die relaties/ sociale contexten zich qua aantal en belang in deze periode flink uitbreiden, en dat er van de jongere daardoor veel meer wordt verlangd in termen van vaardigheden en eigen verantwoordelijkheden. Dit betekent ook voor de ouders, en het gehele gezin, een aanvullende opgave: greep houden en loslaten tegelijk. Als we inzoomen op het gezin en de opvoeding, kunnen we zeggen dat deze sociale context op drie manieren met het delictgedrag in relatie kan staan: 1. Het delictgedrag kan (mede) veroorzaakt of versterkt worden door de relatie met de ouders, broers of zussen, of andere gezinsleden. Met name een combinatie van individuele problemen van de jongere én relatieproblemen kan het recidiverisico sterk vergroten. 2. Kenmerken van het opvoeden of het gezin als geheel kunnen echter de jongere ook beschermen tegen (nieuw) delictgedrag (óók als er tegelijkertijd criminogene factoren werkzaam zijn). 3. Ten derde hebben het delictgedrag en de gevolgen daarvan (politie- en justitiecontact) in alle gevallen impact op de relatie met de ouders (in hun rol als opvoeder van een delinquent kind ), op het gezin als systeem, en op de familierelaties. We werken deze punten hieronder uit. 1. Het delictgedrag kan (mede) veroorzaakt of versterkt worden door de ouders, broers of zussen, of andere gezinsleden. Het gezinssysteem, of daarbinnen de opvoeding, is dan een delictgerelateerde criminogene factor (zie Handreiking 1, criminogene factoren). Vanuit onderzoek is duidelijk geworden dat enkele specifieke gezins- en opvoedingsproblemen of gebeurtenissen een rol spelen bij delictgedrag: minimaal of gebrek aan toezicht, weinig ondersteuning, aanmoediging en affectie, het ontbreken van duidelijke regels en een heldere communicatie over geldende regels (denk hierbij ook aan het omgaan met negatieve emoties door de ouder), en tenslotte mishandeling/misbruik. Door deze problemen neemt de kans op recidive toe. In het LIJ zijn deze en enkele aanvullende problemen vervat in een reeks items in het domein 3 Gezin. Ik zal niet alle items in dit domein voor deze Handreiking benutten, maar ons beperken tot de actuele en dynamische problemen die alleen in het gezin en de familie een rol kunnen spelen. Deze zijn in onderstaande tabel in de eerste rij geplaatst. In de tweede rij vinden we enkele LIJitems in dit domein die ingaan op de geschiedenis van de jongere. Dit zijn dus geen dynamische, maar statische opvoedingsfactoren. Ze kunnen echter in het heden alsnog een grote rol spelen, bijvoorbeeld als spoken uit het verleden, en daarom besteden we daar in deze Handreiking ook aandacht aan. In de derde rij vinden we aanvullende dynamische gezinsproblemen, die we eveneens in deze Handreiking bespreken. Tenslotte vinden we in domein 3 enkele items die buiten deze Handreiking vallen. RELEVANTIE VAN RISICOFACTOREN IN DOMEIN 3 GEZIN VAN HET LIJ VOOR DEZE HANDREIKING Dynamische risicofactoren voor de opvoeding: 1. Gebrekkig of inadequaat ouderlijk toezicht (3.3) 2. Ouders stellen geen regels op of gaan onvoldoende na of regels worden nageleefd (3.4) 3. Ongehoorzaam gedrag van de jongere (3.5) 4. De ouders geven inadequate of inconsequente straf (3.6) 2

3 5. Huidige justitiecontacten van andere gezinsleden in verband met delictgedrag (3.7) 6. Jongere heeft met geen enkel gezinslid een goede band (3.14) 7. Niemand in het gezin is bereid de jongere te ondersteunen (3.15) 8. De houding van de ouders tegenover het delictgedrag is niet duidelijk afkeurend (3.16) 9. Het gezin betrekt de jongere niet bij gezinsactiviteiten en gezamenlijke beslissingen (3.22) 10. Conflicten tussen gezinsleden (niet noodzakelijkerwijs met de jongere!) zijn ernstig / heftig, en lopen uit op schreeuwen, intimidatie, dreiging met geweld of daadwerkelijk geweld en misbruik (3.23) Statische risicofactoren voor de opvoeding 11. Pleeggezin- of tehuisverleden (3.2) 12. Eerdere vrijwillige of gedwongen uithuisplaatsing van de jongere (3.10) 13. Jongere is vroeger van huis weggelopen of uit huis gezet (3.11) 14. Eerdere of huidige (verzoeken tot een) kinderbeschermingsmaatregel voor de jongere (3.12) 15. Vroegere justitiecontacten van andere gezinsleden in verband met delictgedrag (alleen bij een vroegere andere woonsituatie, 3.13) Dynamische risicofactoren voor het gehele gezin 16. Er zijn in het gezin geen voldoende financiële middelen voor reguliere uitgaven of er zijn schulden (3.19) 17. Eén of meer andere gezinsleden hebben individuele problemen (lichamelijk, psychisch, werkloosheid, drugs, e.d., 3.20) 18. Het gezin heeft geen ondersteunend netwerk (3.21) Overige risicofactoren in dit domein, niet relevant voor deze Handreiking 19. Geen vaste woon- of verblijfplaats (3.1) 20. Geen goede band met een verzorger/groepsleider en/of heftige conflicten met een verzorger/groepsleider indien de jongere in een leefgroep of tehuis woont (3.8 en 3.9) 2. Kenmerken van het opvoeden of het gezin als geheel kunnen de jongere beschermen tegen (nieuw) delictgedrag, óók als er tegelijkertijd criminogene factoren werkzaam zijn. In het LIJ zijn ook deze beschermende factoren vervat in een deel van de items in het domein 3 Gezin. Voor een groot deel gaat het hier om een omkering van de risicofactoren. Zie onderstaande tabel. RELEVANTIE VAN BESCHERMENDE FACTOREN IN DOMEIN 3 GEZIN VAN HET LIJ VOOR DEZE HANDREIKING Beschermende factoren voor de opvoeding: 1. Ouders houden toezicht (3.3). 2. Ouders stellen regels op en zien toe op naleving daarvan (3.4) 3. De jongere is thuis doorgaans gehoorzaam (3.5) 4. Ouders straffen de jongere indien nodig gepast en consequent (3.6) 5. Er is/zijn een gezinslid/gezinsleden waar de jongere een goede band mee heeft (3.14). 6. Er is bereidheid van ouders/broers/zussen om de jongere te ondersteunen (3.15). 7. Het gezin betrekt de jongere bij gezinsactiviteiten en gezamenlijke beslissingen (3.22) 8. Conflicten (niet noodzakelijkerwijs met de jongere!) worden adequaat opgelost (3.23) Beschermende factoren voor het gehele gezin: 9. Er zijn in het gezin voldoende financiële middelen voor reguliere uitgaven (3.19) 10. Het gezin heeft een ondersteunend netwerk (3.21) 3. Het delictgedrag zelf, en de gevolgen daarvan in termen van politie- en justitiecontacten, heeft in alle gevallen impact op de ouders. Hun rol als opvoeder wordt ingekleurd, omdat zij nu opvoeder zijn van een delinquent kind of criminele jongere. Ook op het gezin als systeem, en op de familie, kunnen het delict en de gevolgen grote impact hebben. Het delictgedrag en de gevolgen kunnen worden gezien als een opgave waar deze sociale context mee moet (leren) omgaan of een antwoord op moet hebben. In die zin zijn het delict en de gevolgen een verzwaring voor de opvoeding en het gezin, een extra draaglast. De omgang van de ouders, het gezin, de familie met deze feiten biedt de jeugdreclasseerder aanvullend zicht op de risicofactoren en beschermende factoren. Maar dat is niet het enige: de jeugdreclasseerder heeft, gezien de normatieve route, ook de verplichting om deze nauw betrokkenen, als zij daar behoefte aan hebben, te helpen deze feiten te erkennen, te accepteren en eventueel te verwerken. In bovenstaande tabellen is een deel van alle gezinstaken zichtbaar, die voor elk gezin gelden: het opvoeden van de kinderen, voeren van een huishouding (waaronder het verwerven van en omgaan met geld), het ruimte hebben voor en werken aan individueel functioneren, en het onderhouden van sociale 3

4 contacten. Deze gezinstaken zijn in het LIJ versmald tot enkele onderwerpen die specifiek aan (het voorkomen van) recidive verbonden zijn. Er zijn echter nog twee andere gezinstaken te onderscheiden: de partnerrelatie, en het omgaan met diensten en instanties. Wanneer deze gezinstaken slecht verlopen geeft dat geen verhoogd risico op recidive, daarom zij ze ook niet in het LIJ vervat. Maar voor de jeugdreclasseerder zijn ook deze gezinstaken wel degelijk van belang. 1.2 Basisbegrippen voor het beschrijven van een gezinssysteem Vaardigheden. De gezinstaken in de vorige paragraaf worden niet vanzelf uitgevoerd. In de eerste plaats zijn daarvoor vaardigheden nodig. De ouders moeten bijvoorbeeld over voldoende opvoedingsvaardigheden 1 beschikken, zij moeten met geld en instanties kunnen omgaan, en zij moeten de sociale vaardigheden hebben om hun relatie als partners en de band met de familie goed vorm te geven. De jeugdreclasseerder moet zicht krijgen op deze vaardigheden. Dat kan met het LIJ, en door aanvullende gesprekken met de ouders. Als hieruit blijkt dat er tekorten zijn met de opvoedingsvaardigheden van de ouders die verband houden met het delictgedrag (zie hiervoor de tabellen in paragraaf 2), moet de jeugdreclasseerder hier zelf met de ouders aan werken, of deze ouderbegeleiding aan derden uitbesteden (zie daarvoor paragraaf 2). Als er vaardigheidstekorten zijn op andere gebieden, bijvoorbeeld rond huishouding en financiën, of in de partnerrelatie, besteedt hij het leren van die vaardigheden doorgaans uit aan derden. Systeem. Bij vaardigheden gaat het om kunnen van een individu; de jongere of ouder. Voor het uitvoeren van gezinstaken is meer nodig dan alleen individueel kunnen. Een willekeurige groep mensen gaat niet zomaar met al deze gezinstaken aan de slag, ook al hebben zij de benodigde vaardigheden. Er moet ook bereidheid zijn (willen) en men moet in de gelegenheid zijn. Daarvoor is een organisatie nodig, leiding, betrokkenheid en motivatie, en veel communicatie. Wanneer dat is geregeld, vormt de groep mensen méér dan een verzameling losse individuen in een treincoupé. Er is dan een systeem ontstaan. De systeemtherapeut Steven Pont stelt: Wanneer een groep mensen relaties met elkaar aangaan, ontstaat er een systeem. Er wordt een grens opgetrokken tussen wij (die erbij horen) en zij (die er niet bij horen). Een gezin kan als een dergelijk systeem worden beschouwd. (2005, p.22). Dat een gezin zich onderscheidt van andere systemen als bijvoorbeeld een kantoorafdeling of bezoekers van een moskee, komt omdat de relaties in elk systeem anders worden ingevuld. Pont geeft aan dat drie aspecten daarbij belangrijk zijn (2005, p.23): - De mate van binding, die de onderlinge betrokkenheid regelt, het bij elkaar willen blijven, vaak omdat men van elkaar houdt, en/of zich daartoe verplicht voelt, soms ook tegen beter weten in. - De balans van geven en nemen, die de rechtvaardigheid regelt. Daarbij gaat het niet alleen om praktische zaken (wie kookt, hoeft niet af te wassen), maar ook om uitwisseling van emoties: wie zich kwetsbaar opstelt, verwacht dat van de ander ook. Wie in het gezin in de schuld staat, moet dit herstellen. In gezinnen met veel problemen staan doorgaans veel schulden open: er is veel geïnvesteerd, maar niets voor teruggekregen. Wie zich ernstig tekortgedaan voelt, kan dan proberen zoveel mogelijk uit de ander te halen zonder zelf nog te investeren. - De sociale ordening, die de structuur van het systeem regelt. In gezinnen liggen vele gedragspatronen en onderlinge relaties vast. Denk hierbij aan de dagelijkse routines, maar ook aan de generatiegrens in het gezin: er is doorgaans een sterke grens tussen ouders en kinderen, en er 1 In deze handreiking beperken we ons tot de vijf opvoedingsvaardigheden die door Patterson (1982) het meest van belang worden genoemd voor het tegengaan van een antisociaal gedragspatroon bij de jongere en het herstellen van een goede band tussen ouder en jongere: 1. Ouderlijke betrokkenheid tonen 2. Positieve bekrachtiging 3. Problemen oplossen 4. Disciplinering 5. Monitoring of toezicht houden. De 5 vaardigheden bestaan op hun beurt uit deelvaardigheden. Een selectie van die deelvaardigheden wordt door de jeugdreclasseerder met de ouders behandeld in de ouderbegeleiding. Zie daarvoor Hoofdstuk 3 van deze handreiking. 4

5 zijn minder strakke grenzen tussen de partners en de kinderen onderling. In gezinnen zijn dat echter lang niet de enige grenzen: er zijn diverse subsystemen van wij en zij : broers, zussen, kinderen, ouders, schoonouders, andere familie, de buitenwereld, om maar enkele te noemen. Bij de ordening hoort ook, hoe de macht verdeeld is (wie is er de baas over welk onderwerp), en hoe de ordening wordt bewaakt en kan worden aangepast. In gezinnen waarin de opvoeding of de uitvoering van andere gezinstaken stokt of slecht gaat, kan meer aan de hand zijn dan individuele vaardigheidstekorten. In het systeem kan ook de binding, de ervaren rechtvaardigheid of de ordening zijn aangetast. Dan gaat het niet meer (alleen) om het kunnen, maar (ook) om het willen en in de gelegenheid zijn. Bijvoorbeeld: - Jongere en ouders voelen zich niet meer betrokken op elkaar, de jongere zegt: Thuis? Daar heb ik niks meer mee. - Of de ervaren rechtvaardigheid is aangetast. Moeder zegt: Keer op keer heb ik het met je geprobeerd, maar je verpest het steeds opnieuw. Nu zoek je het maar uit. - Of de ordening is zoek: de jongere kookt het eten terwijl vader bier drinkt op de bank en zegt: Hé slome, is het nu nog niet klaar? In bovenstaande worden drie concrete voorbeeldzinnen genoemd. Dat is geen toeval: om na te gaan welke vaste patronen er in het gezin aanwezig zijn rondom binding, geven en nemen, en structuur, en of die patronen schadelijk of helpend zijn, moet de jeugdreclasseerder letten op de onderlinge betrekkingen en de communicatie. Betrekkingen. Een betrekking tussen gezinsleden geeft op zich betekenisloos gedrag tussen gezinsleden een specifieke betekenis. Door die betekenis kan het gedrag worden begrepen, worden beoordeeld en er kan op worden gereageerd. Pont onderscheidt de volgende aspecten aan betrekkingen, die alle aan gedrag betekenis geven: - Context: de eigen cultuur (normen en waarden, gedragsregels, religie, politieke overtuiging, etc.), de specifieke omgeving, en de persoonlijke opvattingen, wensen en verwachtingen die het gedrag mede bepalen. Voorbeeld: Schreeuwen op het voetbalveld is begrijpelijk, maar schreeuwen in de kerk of tegen je ouders niet. De specifieke omgeving geeft hetzelfde gedrag een andere betekenis. - Posities: boven- of ondergeschikte, of gelijkwaardige. Voorbeeld: Gedrag van de jongere kan alleen als ongehoorzaam worden beoordeeld omdat hij de positie heeft van ondergeschikte aan zijn ouders. Belangrijk: in zijn begeleiding neemt de jeugdreclasseerder zelf ook altijd een positie in, of hij nu wil of niet. Dat is onvermijdelijk, omdat hij zelf deel is van het hulpverleningssysteem (gezin + jeugdreclassering). - Regels: gedragsregels en afspraken, maar ook gewoontes, rituelen, tradities, vooroordelen en taboes. Wie weet welke regel er achter bepaald gedrag steekt, kan het gedrag plaatsen en begrijpen. Indien een bepaald onderwerp in het gezin taboe is, bijvoorbeeld eerder delictgedrag of vroegere mishandelingen, begrijpt waarom gezinsleden zwijgen als de jeugdreclasseerder hier naar vraagt. Zoals eerder aangegeven, zijn regels en afspraken met de jongere over toezicht belangrijk als beschermende factor. Regels worden bewaakt via feedback in de communicatie (zie onder). - Grenzen: wie hoort er bij, wie niet, en hoe strak wordt aan die grens vastgehouden. Grenzen kunnen te gesloten zijn, maar ook te open, waardoor een gezin van buitenstaanders afhankelijk kan worden en door hen wordt geregisseerd. Grenzen zijn voor de jeugdreclassering van groot belang, omdat zij mede bepalen in hoeverre de begeleiding door het gezin wordt afgehouden, wordt geaccepteerd, of zelfs bij te open grenzen kritiekloos wordt omarmd. - Rollen: het meest concrete aspect van een betrekking is de uiteindelijke rol die ieder inneemt. Een rol is de specifieke inkleuring, het resultaat van de invloed van de context, de positie, de regels en 5

6 grenzen. Deze aspecten hebben een dwingende kracht, waardoor in sommige gevallen een rol bij een gezinslid geheel kan zijn voorgekookt of afgedwongen, de rol is dan geen persoonlijke keuze meer. Ook in de voorbeelden hierboven zijn rollen zichtbaar: van vader, moeder, de rol van kind. In het eerste voorbeeld zegt de jongere dat zijn rol als kind hem niet meer zo boeit. Dat hij op straat blijft hangen en niet naar huis gaat (gedrag) krijgt door die betrekking pas betekenis. In het tweede voorbeeld is moeder nog wel moeder, maar zij geeft aan dat zij de baas niet meer wil zijn. Dat zij zegt ik geef het op (gedrag) krijgt door die betrekking pas betekenis. In het derde voorbeeld heeft de vader de rol van (behoeftig en ongeduldig) kind ingenomen, maar hij is nog wel de baas. Het gedrag hé slome, kan door die betrekking pas goed worden begrepen. De jongere die door de jeugdreclassering wordt begeleid, moet door de jeugdreclasseerder primair in de rol van cliënt en kind van zijn ouders worden geplaatst, met een zo veel als mogelijk gelijkwaardige, maar zo nodig ondergeschikte positie. Een rol van crimineel is niet wenselijk. Ook de ouders moeten door de jeugdreclasseerder primair in hun rol als ouder worden benaderd. Ouders kunnen zich machteloos en ondergeschikt aan de jeugdreclasseerder voelen, die dan gemakkelijk veel macht en autoriteit naar zich toe trekt. Het juist daarom dat de jeugdreclasseerder samen met de ouders controleafspraken maakt die in het Plan van Aanpak worden opgenomen. Communicatie. De betrekkingen bepalen het toneel en de rollen, maar pas op basis van de concrete communicatie kan de jeugdreclasseerder uitspraken doen over zowel de vaardigheden in het gezin als over de drie systeemaspecten binding, balans en ordening. Bij communicatie gaat het niet alleen om wat er wordt gezegd (het inhoudsniveau), maar ook om de relatievoorstellen die in alle boodschappen zijn vervat (het betrekkingsniveau). In de vorige alinea gingen we op de diverse aspecten van betrekkingen in. Deze betrekkingen ontstaan niet zo maar, en moeten ook steeds worden bevestigd, of indien nodig veranderd. Daarvoor is communicatie nodig, en daarom bevat elke boodschap ook een relatievoorstel. Als vader zegt zeg, ruim even je kamer op, en de dochter zegt ok, pa, dan wordt het relatievoorstel van vader door de dochter geaccepteerd en heerst er harmonie. Het relatievoorstel kan ook openlijk worden geweigerd ({jij hebt over mij kamer niks te zeggen ), en dan ontstaat een conflict. Het kan ook worden genegeerd, een vorm van passief verzet: de dochter zegt ja, maar ruimt haar kamer niet op. Of de jongere zegt ja tegen de voorwaarden en afspraken met de jeugdreclassering, maar komt ze vervolgens niet na. In deze voorbeelden lukt het de dochter en de jongere niet om openlijk te praten over de betrekking waarin zij zitten. In gezinnen waarin veel openlijke conflicten zijn, lukt dat de gezinsleden wel. Men is het voortdurend en soms luidruchtig niet eens met elkaars relatievoorstellen. Voor de jeugdreclasseerder kan het intimiderend wanneer dergelijke conflicten in zijn bijzijn worden gevoerd, maar de zaak ligt in elk geval wel open en er is een gesprek over mogelijk. In deze en de andere voorbeelden speelt het thema macht (de positie) steeds een rol. Wie meer macht heeft in een relatie, mag dat in de communicatie ook duidelijk overbrengen. Wanneer een relatie gelijkwaardig is, moet je voorzichtiger met elkaar zijn. Het is echter belangrijk dat de jeugdreclasseerder inziet dat deze (on-)gelijkwaardigheid op zichzelf niet goed of slecht zijn. Ongelijkwaardigheid kan leiden tot verstarring in het gezin, bijvoorbeeld als de ouder strak vasthoudt aan bepaalde wensen of regels en de jongere geen ruimte geeft hierover in discussie te gaan. De relatieboodschappen van de jongere worden dan genegeerd. Anderzijds kan gelijkwaardigheid leiden tot escalatie in het gezin, omdat niemand de ondergeschikte positie wil innemen. De communicatie wordt daardoor steeds harder. Tijdens de afname van het LIJ en de aanvullende eerste gesprekken met de jongere en ouders krijgt de jeugdreclasseerder veel zicht op de communicatie tussen de gezinsleden, en daarmee op de betrekkingen. Pont (2005) onderscheidt de volgende aspecten aan de gezinscommunicatie, die tot harmonie, maar ook tot problemen kunnen leiden: - Redundantie: in elk gezin worden vertrouwde manieren van communiceren langzamerhand vaste, ingesleten patronen. Dat kan harmonie geven, maar ook verstarring in de betrekkingen. Voorbeeld: als het over laat thuiskomen gaat, praat vader met Johan, en niet moeder, want zij begint er niet meer over. 6

7 - Circulariteit: het gedrag van het ene gezinslid wordt niet beschouwd als eerste of oorspronkelijk oorzaak van het gedrag van de ander, maar het gedrag versterkt elkaar. We stappen uit de kip-ofei discussie over wie begon. De jongere is grof en uitdagend tegen zijn moeder omdat zij nooit iets terugzegt, en moeder zegt nooit iets terug omdat haar zoon zo grof is. Beide zijn waar. Het is daardoor zinloos als de jeugdreclasseerder zich alleen maar richt op de grofheid van de zoon of alleen op de onderdanigheid van moeder. Hij moet zich juist richten op een gesprek over de posities en rollen. - Interpunctie: Hiermee wordt het perspectief bedoeld waarmee elk gezinslid in de communicatie zit. Elk gezinslid bekijkt het gesprek vanuit zijn eigen wereld, vooroordeel, aanvliegroute of belief system. Een jongere die een inbraak heeft gepleegd, wil bijvoorbeeld de discussie voeren vanuit het perspectief dat zijn ouders vroeger zijn gescheiden, maar moeder wil het gesprek voeren vanuit het perspectief dat zijn gedrag onaanvaardbaar en schandalig is (2005, p. 114). Als zij dat niet van elkaar weten, loopt het gesprek voortdurend vast. Het vinden van de interpunctie van elk gezinslid is cruciaal voor de begeleiding. Een jeugdreclasseerder zegt bijvoorbeeld: Om tot de jongere te kunnen doordringen is het erg belangrijk dat je uitgaat van zijn belevingswereld. Je moet uitgaan van onvoorwaardelijke loyaliteit van de jongere naar zijn ouders, ook wanneer problemen zijn in ouder-kindrelatie. Het lijkt op het vinden van de plek van waaruit elk gezinslid filmt en waarop hij zijn camera heeft gericht. De jeugdreclasseerder heeft zelf ook een interpunctie: hij moet het doel van de begeleiding voor ogen houden. - Feedback: een boodschap van een gezinslid (bijvoorbeeld je kamer niet opruimen) leidt tot reacties van anderen (moeder zegt er niets van, of wel), waardoor gedrag wordt bevestigd, of juist afgezwakt. Feedback is in het gezin de motor voor individuele leerprocessen. Negatieve feedback is gericht op herstel van de oude situatie, de oude betrekkingen (je moet nog steeds je kamer opruimen). Straf is een vorm van negatieve feedback. Positieve feedback 2 is gericht op verandering, op een ander evenwicht in de betrekkingen. Verzet, en openlijke vragen om verandering of hulp, is positieve feedback. Ingesleten feedbackpatronen vallen onder redundantie (zie boven). De jeugdreclasseerder zal van het gezin ook (openlijke en verborgen) negatieve en positieve feedback krijgen over zijn positie en zijn werk, en zit daardoor zelf ook in een voortdurend leerproces. - Metacommunicatie: de meeste gezinnen hebben een eigen wijze ontwikkeld om te kunnen praten over de onderlinge betrekkingen en de manier waarop wordt gecommuniceerd. In zeer problematische gezinnen kan er niet meer of nauwelijks over de relaties worden gesproken. De jeugdreclasseerder meta-communiceert zelf ook. Het is zelfs essentieel voor de begeleiding dat hij de gezinsleden helpt meta-communiceren, maar ook dat hij de betrekking die hij zélf met het gezin heeft bespreekt, en hoe hij zelf communiceert met de gezinsleden. Bovenstaande indeling in diverse systeemkenmerken leidt tot het volgende schema (Pont 2005, vereenvoudigd voor deze Handreiking): 2 Positieve en negatieve feedback zijn geen waardeoordelen in de zin van goede en slechte feedback. Straf is immers niet per definitie slecht en verandering is ook niet altijd goed. Positieve en negatieve feedback betekenen niets anders dan: feedback gericht op verandering en groei (progressief), of feedback gericht op herstel en behoud (conservatief). 7

8 Systeem Individuele kenmerken Relaties Binding Balans Ordening Betrekkingen: Communicatie: - Context - Redundantie - Posities - Circulariteit - Regels - Interpunctie - Grenzen - Feedback - Rollen - Metacommunicatie In het bovenstaande schema zien we ook de individuele kenmerken van de ouders en jongere staan. Dit maakt twee dingen duidelijk: - In de eerste plaats vallen onder deze individuele kenmerken de vaardigheden van de jongere en de ouders. We zien in het schema dus dat individuele vaardigheden een grote impact kunnen hebben op de binding, balans en ordening in een gezin. Vaardigheidstekorten kunnen direct samenhangen met problemen in de betrekkingen en in de communicatie. En het omgekeerde geldt ook: verbeteringen in (bijvoorbeeld) opvoedingsvaardigheden 3 kunnen de betrekkingen en communicatie positief beïnvloeden. - In de tweede plaats zien we dat jongeren of ouders met een licht verstandelijke beperking, een psychiatrische stoornis of een andere beperking bijzondere, statische individuele kenmerken hebben die de binding, balans en ordening een andere inkleuring geven. De betrekkingen en de communicatie worden door die beperkingen vaak extra op de proef gesteld. Deze jongeren zijn extra afhankelijk van een goede gezinsomgeving en breder sociaal netwerk, en dat blijft in sommige gevallen voor altijd zo. In sommige gevallen geldt dat ook voor de ouders. Daarom zijn voor jeugdreclasseerders die werken met deze jongeren, de ouders en het sociaal netwerk natuurlijke partners. Voor jeugdreclasseerders die met jongeren werken die deze beperkingen niet hebben, zijn de ouders en het sociaal netwerk niet altijd een partner in de begeleiding. 1.3 Homeostase van het gezin. De boel bij elkaar houden en toch kunnen veranderen als dat nodig is. Dat is, in een notendop, de definitie van de homeostase van een gezinssysteem. In de vorige paragraaf is een groot aantal kenmerken van het gezinssysteem besproken. Deze kenmerken staan niet voor eeuwig vast. De tijd schrijd voort, en er zijn voor elk gezin levensovergangen. Voorbeelden hiervan zijn: kinderen worden groter en gaan van crèche naar school en nog weer verder, ouders krijgen ander werk, het gezin kan verhuizen of kinderen gaan uit huis, soms naar een ander land, een gezinslid kan ziek worden, een jongere komt met justitie in aanraking. Sommige levensovergangen zijn verwacht en voorspelbaar. Andere zijn onverwacht. Maar ze doen alle een appèl op het gezinssysteem: de binding (betrokkenheid), balans (rechtvaardigheid) en ordening (structuur) worden door levensovergangen uitgedaagd. En als zij niet geschikt zijn om de levensovergang te beantwoorden, dan moeten ze worden aangepast. Bijvoorbeeld: vader besluit om minder te gaan 3 Zie voetnoot 1. 8

9 werken, oma komt af en toe oppassen, een jongere gaat naar een ander type onderwijs. Normaliter is een gezin in staat goed op deze uitdagingen te reageren. Ze horen bij het leven en het gezin past zich aan: homeostase. Het gezin raakt niet uit evenwicht en blijft in balans. Daardoor blijft de sfeer goed, en alle gezinsleden kunnen aan hun ontwikkeling blijven werken. Voor sommige gezinnen is dat makkelijker dan voor andere. Zij laten zich niet makkelijk van hun stuk brengen en reageren niet star of angstig op nieuwe uitdagingen. Vaak hangt dat samen met de individuele kenmerken van de gezinsleden. Het is bijvoorbeeld voor ouders met een licht verstandelijke handicap of psychiatrische stoornis moeilijker om op deze levensovergangen (bijvoorbeeld de puberteit van een van de kinderen) een antwoord te vinden. Het gezin loopt dan een groter risico om uit evenwicht te raken. Ook voor gezinnen in een achterstandssituatie (werkloosheid, schulden, een gevaarlijke of deprimerende buurt) is het opvangen van nieuwe uitdagingen minder makkelijk. De problemen stapelen zich in deze gezinnen sneller op, en vreten aan de energie die nodig is voor de nodige aanpassingen en een positieve sfeer. Voor gezinnen met een uitgebreid en betrokken familienetwerk kan het gemakkelijker zijn op allerlei uitdagingen een antwoord te hebben. Er is altijd wel advies, hulp of steun ergens te vinden. De andere kant van de medaille is, dat de uitgebreide familie met name de gezagsdragers in de familie soms ook veel te zeggen hebben over de manier waarop het gezin de problemen het hoofd moet bieden. Als dat niet past bij wat het gezin of gezinslid echt nodig heeft, kan dat het gezin ook uit balans brengen. Een voorbeeld hiervan is het doorgaans laat contact leggen met de GGZ voor kinderen in allochtone gezinnen, omdat dat door het familienetwerk wordt afgeraden. Hoe begrijpelijk het wantrouwen ook kan zijn tegenover de Nederlandse psychologen en psychiaters, de symptomen van kinderen kunnen zich daardoor ook zodanig verergeren dat het gezin uit evenwicht raakt en het dagelijks leven zo door de problemen van één gezinslid worden geregeerd, dat de anderen niet meer goed aan hun eigen ontwikkeling toekomen. Het delinquente gedrag van de jongere die met Justitie en de jeugdreclassering in aanraking is gekomen, is voor het gezin een nieuwe grote opgave, ook een levensovergang. Voor sommige gezinnen is dan het aanbieden van goede handvatten voldoende, zoals het aanbieden van een ouderbegeleiding door de jeugdreclassering zelf. Andere gezinnen kunnen door de gebeurtenissen wel uit evenwicht raken: met de bestaande betrokkenheid (binding), gevoelde rechtvaardigheid (balans) en structuur of organisatie (ordening) lukt het niet (genoeg) om de jongere van zijn gedrag af te brengen, maar wat er dan wel moet gebeuren weet men ook niet. Dat is voor het gezin een angstige situatie. De controle is kwijt, de richting is zoek. In deze gezinnen moet echt meer gebeuren, en is een verwijzing naar een vorm van gezinsbehandeling nodig. Dat is vooral nodig wanneer het gezin al uit evenwicht was door andere oorzaken dan het delictgedrag van de jongere zelf, en dat het delictgedrag van die jongere eerder een symptoom of reactie daarop is geweest, die het evenwicht nog méér heeft verstoord. In de volgende paragraaf gaan we dieper in op het vaststellen van de systeemkenmerken en homeostase door de jeugdreclasseerder, en op het indiceren voor ouderbegeleiding of een andere oplossing om de risico s in het systeem op herhaling van het delictgedrag terug te dringen. 9

10 2 Werken met het gezinssysteem door de jeugdreclasseerder. In dit deel stappen we van de theorie over naar de praktijk. Werken met het gezinssysteem door de jeugdreclassering betekent vooral, dat de ouders nieuwe posities en rollen gaan innemen. De ouders worden voor dat doel medespelers in het hulpverleningsproces van de jongere: ook met hen worden doelen en activiteiten afgesproken om de opvoeding, en daarmee het delictgedrag, aan te pakken. Bij voorkeur gebeurt dit op de meest lichte manier, door het uitsluitend aanleren van nieuwe opvoedingsvaardigheden, waaronder andere manieren van communiceren. Dit gebeurt in de vorm van eenvoudige ouderbegeleiding door de jeugdreclasseerder zelf, of in een meer intensieve ouderbegeleiding door een andere trainer van de jeugdreclassering. Waarom heeft deze meest lichte manier de voorkeur? Omdat in een deel van de gezinnen de binding, balans en ordening zelf zullen verbeteren als de ouders de juiste opvoedingsvaardigheden hebben geleerd toe te passen. Het is, in het schema van Pont, voldoende om alleen deze individuele kenmerken (vaardigheden) aan te passen. Met de verbeterde vaardigheden zullen de ouders en jongere zelf de betrekkingen en communicatie kunnen herstellen. De jeugdreclasseerder kan daarbij - op maat in de oefeningen de nadruk leggen op aspecten van de betrekkingen en de communicatie waarvan hij weet dat die nieuw delictgedrag kunnen tegengaan. Daarbij zijn de hypothesen behulpzaam die eerder zijn gemaakt. Bij meer ernstige gezinsproblemen moet met hulp van een buitenstaander aan de binding, balans en ordening in het gezin worden gewerkt. Deze zijn dermate verstoord of destructief, dat geen vruchtbare context is voor het leren van vaardigheden door de ouders. In dat geval is meer hulp nodig, en werken de jeugdreclasseerder en een gezinsbehandelaar samen. Het werken aan andere betrekkingen en andere communicatie gaat dan hand in hand met het leren van individuele vaardigheden. Ook bij deze meer intensieve vormen van hulp, zoals MST, FFT of MDFT, wordt vooral gezocht naar nieuwe rollen en posities voor de ouders, en wordt ook nu vooral gezocht en voortgebouwd op de al aanwezige beschermende en helpende betrekkingen en communicatie. 2.1 Verloop: een lineair en circulair proces. Het werken met het gezinssysteem door de jeugdreclasseerder, met inbegrip van ouderbegeleiding, kent het volgende verloop: - In de Diagnostiekfase zorgt de jeugdreclasseerder voor een werkalliantie met het gehele gezin, en hij maakt een opvoedings- en systeemanalyse. - In de fase Planvorming besluit de jeugdreclasseerder op basis van deze analyse of er in het Plan van Aanpak aandacht moet zijn voor alleen de opvoedingsvaardigheden van de ouders, of dat er een meer intensief aanbod voor gezinsbegeleiding moet worden gedaan. Daarvoor gebruikt hij beslisregels. Hij onderhandelt dit voorstel met de jongere en ouders en het Plan van Aanpak wordt daarop afgestemd. - In de Uitvoeringsfase wordt door de jeugdreclasseerder zelf ouderbegeleiding gedaan of dit wordt gedaan door derden, of er is meer intensieve gezinsbegeleiding door derden (MST, FFT, MDFT). Bij een officiersmodel van zes maanden moet de jeugdreclasseerder zich vaak beperken tot kortdurende ouderbegeleiding en eventueel een verwijzing naar gezinsbegeleiding. o Bij een aanbod door derden probeert de jeugdreclasseerder het gezinssysteem gemotiveerd te houden voor deze begeleiding en hij gaat na of deze begeleiding adequaat en resultaatgericht wordt uitgevoerd. o Indien de jeugdreclasseringsmaatregel nog doorloopt nadat de ouderbegeleiding of gezinsinterventie afloopt, zorgt de jeugdreclasseerder voor verdere integratie en borging van de veranderingen. - In de Evaluatie en afsluitingsfase wordt het aanbod met de jongere en ouders geëvalueerd, en op basis daarvan zal de jeugdreclasseerder adviseren. Naast bovenstaande chronologische volgorde van activiteiten, het lineaire spoor, volgt de jeugdreclasseerder een circulair spoor. Dat houdt in, dat hij zich steeds opnieuw positioneert ten opzichte van de jongere en ouders, en eventuele andere gezinsleden. De jeugdreclasseerder is onderdeel van een (tijdelijk) hulpverleningssysteem met het gezin en het is onontkoombaar dat hij daardoor voortdurend reageert op positieve en negatieve feedback van het gezin. Zelfs als hij niet reageert, is dat 10

11 een boodschap. Hij moet daarom steeds weloverwogen reageren, zodat zijn rol en positie duidelijk blijven en de nodige resultaten kunnen opleveren. Dit circulaire spoor is voortdurend aanwezig. Actie en reactie volgen elkaar steeds op, in gesprekken, tussen gesprekken door in telefooncontact met de jongere of ouders, en zelfs als de jeugdreclasseerder met derden in gesprek is. Elke weloverwogen reactie van de jeugdreclasseerder op feedback van jongere en ouders is een nieuwe interventie in het systeem. De jeugdreclasseerder moet het lineaire en circulaire spoor in balans houden. Hij moet enerzijds met de jongere en ouders een duidelijke (lineaire) route doorlopen, dat geeft ordening en vertrouwen, en het voorkomt dat de jeugdreclasseerder zich halsoverkop in een intensieve gezinsbegeleiding stort. Anderzijds kan de jeugdreclasseerder zich niet te formeel opstellen, omdat alles wat hij (niet) zegt en (niet) doet ook een interventie is. Indien het gezin hem voortdurend negatieve feedback geeft, en jongere en ouders dus eigenlijk zeggen dat zij geen hulp willen, of niet durven te veranderen, of daar geen zin in hebben, dan moet de jeugdreclasseerder een duidelijk positie innemen. Indien het gezin vooral positieve feedback geeft, en te veel overhoop lijkt te willen halen ( ik zorg niet meer voor jou, {hij moet maar uit huis worden geplaatst ), moet de jeugdreclasseerder ook een duidelijk positie innemen. Dergelijke interventies kunnen al in het eerste gesprek nodig zijn. 2.2 Diagnostiekfase: de opvoedings- en systeemanalyse. Deze analyse is een integraal onderdeel van de activiteiten van de jeugdreclasseerder in de Diagnostiekfase. Ze wordt ingebouwd in de diagnostiek en analyse van andere criminogene factoren Dossier. Werken met het gezinsysteem begint voor de jeugdreclasseerder al met het lezen van het dossier, waaronder de diagnostiek door de Raad (LIJ) en eventuele aanvullende diagnostiek. In Handreiking dossier is aangegeven dat de jeugdreclasseerder het dossier ook met een systeemblik leest: Hij gaat na hoe het gezin als geheel gefunctioneerd heeft en welke betrekkingen en communicatie gezinsleden onderling en met het sociaal netwerk hebben gehad. Ook kan men nagaan hoe dit bij de verschillende generaties is geweest. Om zich een beeld te vormen van de mogelijkheden van de verschillende gezinsleden (waaronder de opvoedingsvaardigheden van de ouders!), kan hij kan hij nagaan welke instellingen zich met het gezin hebben beziggehouden, en met welke rol. Indien het dossier turbulentie, conflicten en crisissen, of uithuisplaatsingen beschrijft, geeft dat een eerste indicatie van de moeite van het gezin om te veranderen, en de mogelijke hulp die daarbij van buitenstaanders wordt ingeroepen. Het dossier biedt dus ook een eerste blik op de gezinsgrenzen: Wie heeft er toegang (gehad) en wie niet? Waarom? Aparte aandacht verdienen scheidingen die in het dossier staan vermeld, en de actuele opvoedingssituatie na de scheiding. Deze kunnen in het gezin waar de jongere nu verblijft een enorm stempel drukken op de binding, de balans van geven en nemen, en de ordening Contacten Jeugdreclasseerders hebben een caseload die voor hen mede de grenzen bepaalt voor de intensiteit van het werken met de ouders van de jongere en met de bredere familie. We gaan in het vervolg uit van vierwekelijkse bezoeken door de jeugdreclasseerder aan het gehele gezin thuis. In de eerste weken (Diagnostiek- en Planfase) kan het contact eventueel worden opgevoerd tot éénmaal per week, afhankelijk van de urgentie (bijvoorbeeld bij crisissituaties of terugkeer van de jongere uit detentie). In de Handreiking eerste gesprekken is aangegeven dat de jeugdreclasseerder altijd de jongere als eerste spreekt, liefst in het bijzijn van de ouders. De leeftijd van de jongere speelt een grote rol bij de 11

12 keuze van gesprekspartners. De jeugdreclasseerder kan besluiten dat hij zich bij jongeren van dertien, veertien jaar in eerste instantie voornamelijk richt op de ouders. Bij zeventien- en achttienjarigen wordt er soms na Diagnostiek- en Planfase voor gekozen om ouders niet veel in het traject te betrekken Eerste gesprekken Tijdens het eerste en de volgende gezinsgesprekken, staat er voor de jeugdreclasseerder erg veel op de agenda. De normatieve, wetenschappelijke en pragmatische route vereisen dat er veel onderwerpen worden besproken. Kaders stellen. De jeugdreclasseerder positioneert zich in de eerste fase van het gesprek duidelijk als leidinggevende, hij ordent het gesprek door de agenda te bepalen, hij legt het draaiboek van de begeleiding door de jeugdreclassering uit, hij geeft als normatief rolmodel aan dat het delictgedrag wordt afgewezen, dat recidive niet wordt getolereerd, en dat de jongere afspraken moet nakomen. Daarna nodigt hij het gezin binnen dat kader uit tot discussie: Hij vraagt de jongere en ouders uit te reageren op het gedwongen kader, zodat hierover een dialoog op gang komt. Werkalliantie ontwikkelen. Na het vaststellen van dat kader en dat is een kunst positioneert de jeugdreclasseerder zich meer als gelijkwaardige, omdat er een werkalliantie tot stand moet komen. Een jeugdreclasseerder die alleen maar de leiding blijft houden, bereikt op dat vlak niets. In de genoemde Handreiking geven we aan, dat de jeugdreclasseerder daarom grote betrokkenheid toont, naar zowel de jongere als de ouders. Dus: pas als de jeugdreclasseerder constateert dat er enige bereidheid is om samen te werken, komen de problemen op tafel, bij het bespreken van de diverse thema s in het LIJ. De jeugdreclasseerder vraagt eerst naar de impact die het delict, het politiecontact en eventueel de hechtenis van de jongere op het gezin hebben gehad, en hij heeft oog voor het verlies van vertrouwen, verwachtingen en hoop die daarmee samen kunnen gaan. Lang niet alle ouders willen op dat moment zien dat het delictgedrag van de jongere ook een gezinsprobleem is. Sommige ouders keuren het delictgedrag niet duidelijk af (zie LIJ-item 3.16), waardoor het ook geen gezinsprobleem is. De meeste ouders keuren het delictgedrag wel af, maar zetten de jongere neer als de schuldige die moet veranderen, en de eerste stap moet zetten. Immers, niet zij hebben het delict gepleegd, maar de jongere. De ouders maken echt doorgaans ook opmerkingen als: de jongere heeft niet naar ons geluisterd, hij is onbetrouwbaar geweest, hij laat ons voor gek staan, ik heb veel last van al die bemoeienis van Justitie, en hij heeft wat ons betreft zijn rechten verloren. Juist door dit soort opmerkingen kan de jeugdreclasseerder het delictgedrag reframen als een gezinsprobleem. Door deze erkenning worden de ouders ontschuldigd, en kunnen zij nu of in een later stadium (nu kan dat niet altijd) ook medespelers worden in de begeleiding van de jongere. Choy, Pont en Doreleijers noemen dit het relationeel inbedden van het delict (2009). Hierbij is het essentieel dat de ouders nooit de schuld krijgen van het delictgedrag of als medeschuldig of ook verantwoordelijk worden aangesproken, omdat dit hun positie ten opzichte van de jongere ondergraaft, terwijl die positie juist moet worden versterkt. De jeugdreclasseerder let er met name in allochtone gezinnen op dat het delictgedrag als een schande kan zijn ervaren en daardoor moeilijk bespreekbaar is. Bij het ontwikkelen van de werkalliantie hoort ook, dat de jeugdreclasseerder de gezinsleden motiveert en hoop geeft. Doorgaans gebeurt dit aan het eind, bij de afronding van de eerste gesprekken. De jeugdreclasseerder kan hier verschillende technieken inzetten, die in andere Handreikingen worden besproken: - Motiverende gespreksvoering. - De ouders vragen naar hun toekomstperspectief: Waar wilt u dat uw kind over 3-5 jaar is? Welke dromen heeft u daarover? - Feedback geven op verandering van toon in het gesprek zelf. - Praktische hulp regelen Constructie van een samenhangend verhaal 12

13 Naast het delict en de impact daarvan zijn er andere thema s rond het opvoeden en het gezinsleven die in de eerste gesprekken aan bod moeten komen (en onderdeel zijn van het LIJ): Dynamische risicofactoren voor de opvoeding: Hoe verloopt het toezicht door de ouders? (3.3) Hoe verloopt het opstellen en handhaven van regels? (3.4) Is de jongere ongehoorzaam? (3.5) Geven de ouders straf? Hoe? (3.6) Zijn er op dit moment strafrechtelijke justitiecontacten van andere gezinsleden? (3.7) Met wie heeft de jongere in het gezin een goede band? (3.14) Wie is in het gezin bereid de jongere te ondersteunen? (3.15) Keuren de ouders het delictgedrag duidelijk af? (3.16) Betrekt men de jongere bij gezinsactiviteiten en gezamenlijke beslissingen? (3.22) Zijn er thuis ernstige/heftige conflicten die uitlopen op schreeuwen? Is er intimidatie, dreiging met geweld of daadwerkelijk geweld en/of misbruik? (3.23) Dynamische risicofactoren voor het gehele gezin Zijn er voldoende financiële middelen voor reguliere uitgaven of er zijn schulden? (3.19) Hebben gezinsleden individuele problemen (lichamelijk, psychisch, werkloosheid, drugs, e.d)? (3.20) Is er voor het gezin een ondersteunend netwerk? (3.21) Het is niet raadzaam voor de jeugdreclasseerder om deze thema s stap voor stap door te lopen. Beter is het, vanuit het delict samen met de jongere en ouders een steeds breder verhaal over het opvoeden en het gezinsleven te maken, waarin deze thema s door de jeugdreclasseerder worden ingeweven met opmerkingen als daar wil ik even meer over weten, misschien is het volgende ook belangrijk:. Daarbij houdt de jeugdreclasseerder andacht voor het delictgedrag als vertrekpunt. Tijdens dit uitwaaieren is het cruciaal dat ook de beschermende factoren (binding, geven en nemen, ordening) worden benoemd! Choy, Pont en Doreleijers beschouwen dit als een interventie op zich, die zij cognitief herstructureren noemen. Door een gezamenlijke co-constructie van het delictverhaal naar een logisch, geloofwaardig en (tot op zekere hoogte) draaglijk gezinsverhaal, ontstaat voor elk gezinslid een nieuw (cognitief) beeld van de situatie, en van het beeld dat de anderen van de situatie hebben. In de volgende paragraaf geven wij verschillende technieken aan die de jeugdreclasseerder voor deze co-constructie kan gebruiken. Maar eerst dit: De erkenning van individuele perspectieven, de wisseling van interpunctie en de verbreding van een soms verkokerde blik, en de ontschuldiging van de ouders, zijn op zich al een interventie. De jeugdreclasseerder moet het effect daarvan vaststellen in een volgend contact. Vaak komt daarbij aan de orde dat jongere en/of ouders nu wel zien dat het anders in elkaar zit of anders moet gaan, maar dat zij niet weten hoe zij dat moeten aanpakken. Ook is mogelijk dat bij gezinsleden door de nieuwe perspectieven de angst voor verandering toeneemt, en dat zij daarom in een volgend contact zeggen dat er toch niet zoveel problemen zijn en men het verder zelf wel kan oplossen Technieken voor co-constructie (op basis van Pont, 2005): - Genogram maken: Zie hiervoor Handreiking 6, paragraaf 3.2 Het genogram staat hier als eerste genoemd omdat het voor de jeugdreclasseerder een heel geschikt middel is om de binding, balans, ordening én de levensovergangen in kaart te brengen. - Belangrijk zijn levensovergangen voor het gezin en voor gezinsleden en crisissituaties. Dit zijn momenten waarop individuen zich moeten ontwikkelen of laten zien en waarop gezinspatronen moeten worden aangepast. Voorbeelden zijn: start van de middelbare school en sterke toename van contacten van de jongere buitenshuis, de eerste (seksuele) relaties en ervaringen met alcohol en drugs, aanhouding en inverzekeringstelling door de politie, terugkeer van de jongere uit detentie, afronding van hulp voor jeugdzorg, moeten gaan zorgen voor de (schoon-) ouders of andere familie. Dergelijke momenten doen een groot beroep op jongere, ouders en gezinspatronen. Het wordt op die momenten goed duidelijk wat het gezin en de gezinsleden aankunnen en aanwillen op het gebied van vaardigheden, opvattingen en verwachtingen, draaglast, binding, structuur en communicatie (homeostase). De LIJ-items over gezin en opvoeding krijgen een concrete, levensechte invulling als de JR ze navraagt in het licht van levensovergangen en crisissituaties. Anders gezegd: de jeugdreclasseerder brengt hier zelf de interpunctie aan. Vanuit het LIJ zijn hier de volgende punten van belang: 13

14 Statische risicofactoren voor de opvoeding Pleeggezin- of tehuisverleden (3.2) Eerdere vrijwillige of gedwongen uithuisplaatsing van de jongere (3.10) Jongere is vroeger van huis weggelopen of uit huis gezet (3.11) Eerdere of huidige (verzoeken tot een) kinderbeschermingsmaatregel voor de jongere (3.12) Vroegere justitiecontacten van andere gezinsleden in verband met delictgedrag (alleen bij een vroegere andere woonsituatie, 3.13) - Deconstructie. Deze techniek houdt in dat de jeugdreclasseerder ontrafelt wat er met bepaalde verhalen worden bedoeld die door gezinsleden als zeer belangrijke verklaringen naar voren worden gebracht. Bijvoorbeeld: Murat is een ongehoorzaam mens, kan worden gedeconstrueerd. De jeugdreclasseerder vraagt na waar, wanneer, hoe vaak, hoe lang al, ten opzichte van wie, Murat ongehoorzaam is. Of moeder zegt: Peter s vader was ook een crimineel. Dat houdt in, dat moeder gelooft dat Peter nu een crimineel is omdat zijn vader dat ook was. Er zijn echter ook veel kinderen die juist geen crimineel worden, omdat ze hun vader hebben zien afglijden. De jeugdreclasseerder kan dat gewoon zeggen: Dat is één verklaring. In welk verhaal wilt u geloven?. - Anders labelen. De belangrijkste manier om anders te labelen is het meteen wijzen op positieve betrekkingen en communicatie die in het actuele gesprek naar voren komen. Dit maakt de gezinsleden duidelijk dat men ondanks alle problemen ook zelf mogelijkheden heeft om te veranderen. Het geeft hen meer grip op de situatie. Wanneer alle aandacht steeds weer uitgaat naar het probleemgedrag van de jongere, kan de jeugdreclasseerder dit gedrag anders labelen door er een positief motief aan te verbinden. Dit wordt paradoxaal heretiketteren genoemd. Pont noemt dit het probleem presenteren als een uit de bocht gevlogen oplossing. Waar is probleemgedrag of het delict een oplossing voor? Wat wil de jongere ermee bereiken (het motief), al gebeurt dat nu op een ongelukkige en/of strafbare manier? - Circulaire vragen: De jeugdreclasseerder stelt de jongere vragen over zijn ouders, en hij stelt de ouders vragen over de jongere. Bijvoorbeeld: Wat zouden je ouders zeggen als ik ze vraag hoe ze het vinden dat jij blowt?, Wat zou uw zoon zeggen als ik hem vraag hoe hij het vindt dat u zijn kamer doorzoekt?, Als ik uw zoon vraag wat u (vader) er van vindt hoe hij met zijn moeder omgaat, wat zou hij dan zeggen?. Dergelijke vragen halen de beeldvorming over en weer naar boven, mythes worden doorbroken, en het versterkt de metacommunicatie in het gezin. De jeugdreclasseerder moet spaarzaam omgaan met deze vragen, want het vergt nogal wat van het gezin. Bij jongeren of ouders met een verstandelijke beperking zijn circulaire vragen niet mogelijk. Zie ook Handreiking 6, paragraaf Sequenties uitdiepen: Regels en redundantie kunnen veranderingen in de weg staan. Een voordeel ervan is echter dat zij in veel situaties geldig zijn, en daarom kan het uitpluizen van slechts één situatie veel zicht geven op de betrekkingen en de communicatie. Als de jeugdreclasseerder zich daarbij bovendien toespitst op de situatie rond het delictgedrag, of juist op het vermijden van delictgedrag (want daar slaagt de jongere regelmatig ook in!), kan dit veel relevante informatie voor het Plan van Aanpak opleveren. Het uitdiepen van sequenties gebeurt aan de hand van bekende schema s als GGG (Antecedenten, Behaviour -gedrag- en Consequences gevolgen), of 5G (Gebeurtenis, Gedachten en Gevoelens, Gedrag en Gevolgen). In feite worden daarmee zowel het interne, psychologische functioneren als de feedback tegelijkertijd in kaart gebracht - Huiswerk: Deze techniek wordt over meerdere gezinsgesprekken gespreid. Het gaat in deze fase nog niet om het oefenen met andere vaardigheden. Om een gezinsverhaal te co-construeren kan de jeugdreclasseerder de jongere en ouders vragen thuis goede oplossingen en probleemsituaties zelf in kaart te brengen, en om belevingen en motieven bij elkaar na te vragen. Pont (2005) geeft aan dat door het uitvoeren van huiswerk gezinsleden in actie komen, en dat daardoor vooral aan herstel van de balans van geven en nemen wordt gewerkt. Huiswerk is voor de jeugdreclasseerder erg belangrijk omdat hij zelf de tijd niet heeft om gedragsverandering zelf te begeleiden of (in de Diagnostiekfase) veelvuldig huisbezoek af te leggen. 14

15 2.2.6 Systeemanalyse De jongere en ouders geven de jeugdreclasseerder tijdens het eerste gesprek, met name bij het bespreken van de gezinskwesties (Domein 3 van het LIJ) een blik op de vaardigheden van de opvoeders, de betrekkingen en de communicatie. De jeugdreclasseerder kan op dit moment, en tijdens latere gesprekken in deze fase, voor zichzelf een antwoord formuleren op de volgende vragen: Opvoedingsvaardigheden (Patterson, 1982): 1. Kunnen de ouders betrokkenheid tonen? Luisteren, een gesprek aangaan? (zie ook LIJ items 3.14 en 3.15) 2. Geven de ouders de jongere positieve bekrachtiging? Stimuleren zij gewenst gedrag, geven zij complimenten en belonen zij de jongere, bevorderen zij het nakomen van regels en afspraken? (zie ook LIJ item 3.15) 3. Kunnen de ouders met de jongere problemen oplossen? Kunnen zij naar de jongere luisteren, met hem praten, een gesprek voeren over het strafbare feit, overleggen? (zie ook LIJ items 3.22, 3.23) 4. Kunnen de ouders disciplineren? Geven de ouders hun eigen wensen duidelijk aan? Zijn er regels en afspraken? Kunnen zij doordacht, effectief straffen? (zie ook LIJ items 3.6, 3.16, 3.23) 5. Houden de ouders toezicht op de jongere? (zie ook LIJ item 3.3) Betrekkingen: - Welke rol speelt de context in dit gesprek? Welke normen en waarden en andere overtuigingen zijn voor de jongere en ouders belangrijk? Welke rol speelt de actuele omgeving waarin wordt gesproken: de aanwezigheid van de jeugdreclasseerder zelf, en de omgeving van het kantoor/bureau of juist de thuissituatie, is immers zelf ook een context. - Welke (machts-)posities nemen de jongere en ouders in het gesprek in? Wordt daarbij de machtsverdeling (in relatievoorstellen) geaccepteerd of openlijk, dan wel verborgen tegengegaan? Leidt het openlijk afwijzen tot ernstige escalaties, conflicten, dreigende taal? In de communicatie Boodschap wordt Boodschap wordt openlijk Boodschap wordt voorgestelde geaccepteerd: harmonie. afgewezen: conflict en genegeerd: heimelijk machtsverhouding van verzet. verzet, onbetrouwbaar jongere en ouders: gedrag Wij zijn gelijkwaardig Ouder en jongere zeggen Ouder of jongere zegt geen Ouder of jongere zeggen of tevreden te zijn om te invloed te willen inleveren. beloven dat zij overleggen overleggen en samen te en samen besluiten nemen, besluiten. maar doen het toch zelf. Wij zijn ongelijkwaardig Ouder en jongere zeggen Ouder of jongere zegt Ouder of jongere zeggen of tevreden te zijn dat één van meer invloed te willen of beloven dat zij volgzaam hen bepaalt wat er gebeurt juist invloed te willen zijn of juist leiding te (al dan niet na overleg) opgeven. nemen, maar doen het toch niet. Jeugdreclasseerder: Als dit leeftijdsadequaat is, Dialoog bevorderen. Dialoog mogelijk maken concluderen dat dit een door na te gaan waarom beschermende factor is. openlijke afwijzing uitblijft. - Welke regels gelden er in het gesprek? En thuis? Als de jeugdreclasseerder hier weinig zicht op krijgt, of vermoedt dat er in huis weinig duidelijke regels zijn, is het nuttig de ouders te vragen een dagelijkse routinelijst in te vullen en deze bij het volgende gesprek mee te nemen. Zie bijlage 1 bij deze Handreiking. - Welke grenzen zijn zichtbaar in het gesprek, met name tussen de ouders en jongere en ouders onderling? Worden zij makkelijk doorbroken of is er geen doorkomen aan? Zijn er bondjes zichtbaar in de contacten? Wie is er tijdens huisbezoeken nog meer bij het gesprek aanwezig? Wie heeft dat zo bepaald? - Welke rollen zijn in het gesprek zichtbaar naast die van kind en ouders? Wordt de jongere (ook) benaderd als crimineel of gestoord, of plaatst de jongere zichzelf in die rol? Plaatsen de ouders zich in de rol van slachtoffer, machteloze, klagers aan de zijlijn? Zijn er ouders afwezig bij de 15

16 eerste gesprekken? Hoe komt dat? Communicatie: - Redundantie: welke patronen herhalen zich? Wie voert het woord en wie niet? Bij welk onderwerp? - Circulariteit: wat is de reactie van de ouders op negatief gedrag van de jongere (waaronder het delictgedrag), en hoe reageert de jongere op zijn beurt op deze reactie van de ouders? - Interpunctie: vanuit welke verhalen, levensfeiten, of opvattingen/vooroordelen ( belief systems ) gaan de verschillende gezinsleden het gesprek in? Zijn die gelijk of verschillend en ontstaan daardoor misverstanden? - Feedback: op welke manieren proberen de gezinsleden in het gesprek elkaar bij te sturen? De focus ligt hier op het bijsturen van de jongere door de ouders. Bij welke onderwerpen worden eigen initiatief en eigen keuzes van de jongere afgewezen door de ouders, en hoe doen zij dat? Door (dreiging met) straf, door (uitzicht op) beloning van gehoorzaam gedrag? Bij welke onderwerpen staan de ouders dat wel eigen initiatieven en keuzes toe (openlijk, of door er geen commentaar op te hebben)? Staan beide ouders hier op één lijn? - Metacommunicatie: kunnen de jongere en ouders praten over de manier waarop zij communiceren? Hoe doen zij dat? Op basis van deze vragen beoordeelt de jeugdreclasseerder de kwaliteit van de binding, de balans van geven en nemen, en de ordening in het gezin. 2.3 Planfase: Beraad en indicatie. Noodzaak In de Planfase moet de jeugdreclasseerder eerst vaststellen wat de noodzaak is om in het Plan van Aanpak doelen voor opvoedings- en gezinsproblematiek op te nemen. Daarvoor bekijkt hij in hoeverre deze problemen in het LIJ als matig of ernstig worden gescoord, en in hoeverre hij vindt dat die problemen ook delictgerelateerd zijn. Hij stelt daartoe enkele hypotheses over het gezinssysteem op, door de volgende zinnen aan te vullen: - Bij het delictgedrag spelen de volgende levensgebeurtenissen een rol, die het gezin een beetje/ behoorlijk/geheel uit evenwicht hebben gebracht: [ ] - Het delictgedrag van X hangt samen met de volgende opvoedingsvaardigheden van de ouders: [ ] - Het delictgedrag van X hangt samen met de volgende problematische betrekkingen [ ] en problematische communicatie [ ]. - Het delictgedrag van X kan worden gestopt of tegengegaan door de volgende positieve betrekkingen [ ] en positieve communicatie [ ]. Als het voor de jeugdreclasseerder duidelijk is dat de opvoeding en gezinsproblemen aandacht vereisen, moet hij doelen stellen: In het gezin kan recidive van de jongere worden tegengegaan door verandering(en) in: [ ] De onderlinge emotionele betrokkenheid (binding) en/of [ ] De gevoelde rechtvaardigheid (balans van geven en nemen) en/of [ ] De structuur, organisatie (ordening) Om deze verandering(en) tot stand te brengen is aandacht nodig voor een of meer van de volgende beschermende of problematische patronen: Betrekkingen: - Contexten: (over-)heersende normen en waarden, culturele gedragsregels, religieuze of politieke overtuigingen, specifieke omgevingen en situaties, persoonlijke opvattingen, wensen en verwachtingen. o Wat moet hiermee gebeuren: 16

17 - Posities: bovengeschikte, ondergeschikte, gelijkwaardige posities, en de bijbehorende macht. o Wat moet hiermee gebeuren: - Regels: gedragsregels en afspraken, maar ook gewoontes, rituelen, tradities, vooroordelen en taboes. o Wat moet hiermee gebeuren: - Grenzen: wie hoort er bij, wie niet, en hoe strak wordt aan die grens vastgehouden o Wat moet hiermee gebeuren: - Rollen: de specifieke persoonlijk inkleuring van de context, de positie, de regels en grenzen in gedrag van ouder en jongere o Wat moet hiermee gebeuren: Communicatie: - Redundantie: patronen, wie praat (niet) met wie over welk onderwerp. o Wat moet hiermee gebeuren: - Circulariteit: hoe versterken gezinsleden elkaars rollen en posities? o Wat moet hiermee gebeuren: - Interpunctie: perspectief of aanvliegroute van elk gezinslid op het probleem of gespreksonderwerp. o Wat moet hiermee gebeuren: - Feedback: communicatie over herstel/terugkeer of verandering van de bestaande situatie of regels. o Wat moet hiermee gebeuren: - Metacommunicatie: gezinsleden praten over de betrekkingen en de communicatie. o Wat moet hiermee gebeuren: Mogelijkheden Vervolgens moet de jeugdreclasseerder vaststellen wat er mogelijk is, en hoe dat het beste kan gebeuren. Hij moet daarvoor de volgende keuze maken: - Biedt hij als jeugdreclasseerder zelf ouderbegeleiding? - Is meer intensieve ouderbegeleiding nodig en draagt hij dit over aan een daarvoor opgeleide collega van de jeugdreclassering? - Of is er meer nodig dan ouderbegeleiding en moet gezinsbehandeling worden ingeroepen? Om een goede keuze te maken, zijn beslisregels nodig. Daarvoor zijn geen gouden standaarden of objectieve criteria beschikbaar. De jeugdreclasseerder moet hier op ervaring, inzicht en in overleg met collega s en de gedragsdeskundige een besluit nemen. Hij wordt daarbij ondersteund door de automatische indicaties voor gezinsinterventies die vanuit het LIJ worden aangedragen. Voor maken van een keuze geven we de volgende beslisregels: - Het gezin is niet of nauwelijks uit evenwicht. Bij problemen van de ouders met opvoedingsvaardigheden in combinatie met lichte of afwezige gezinsproblemen én duidelijk aanwezige beschermende factoren in en rond het gezin, voert de jeugdreclasseerder de ouderbegeleiding zelf uit. Voor de inhoud van deze ouderbegeleiding verwijzen we naar Hoofdstuk 3 van deze handreiking. Daar staat ook aangegeven welke individuele vaardigheden passen bij de doelen die de jeugdreclasseerder heeft gesteld voor het verbeteren van de emotionele betrokkenheid, balans van geven en nemen, en de ordening in het gezin. 17

18 o De jeugdreclassseerder moet er zeker van zijn dat dit met een vierwekelijks gezinscontact kan lukken. Hij is er ook zeker van dat de ouders huiswerk zullen maken en thuis zullen oefenen. Daarom moet de jeugdreclasseerder ook nagaan welke hulp hebben ouder en/of jeugdige in het verleden al gehad en wat de de resultaten daarvan waren. In het verleden kan ambulante hulp op ambulante hulp zijn gestapeld, zonder dat dat voldoende resultaten heeft opgeleverd. Een ouderbegeleiding door de jeugdreclasseerder is dan meer van hetzelfde. De jeugdreclasseerder moet daarom bij een uitgebreid ambulant hulpverleningsverleden een sterke overtuiging hebben dat het deze keer wel gaat lukken. o Een aanvullende reden om voor deze optie te kiezen is dat sommige ouders aangeven vooral met de jeugdreclasseerder verder te willen, en geen andere/meer hulpverleners willen of niet aan een groep kunnen of willen meedoen. Dit laatste punt geen groep- moet de jeugdreclasseerder goed bespreken, omdat het voor ouders natuurlijk ook handig of zelfs luxe is om thuis met alleen de jeugdreclasseerder aan de slag te gaan. Het moet voor de jeugdreclasseerder dus ook duidelijk worden dat de ouders (waarschijnlijk) inderdaad niet zo goed in een groep kunnen functioneren of echt niet bereid of in staat zijn groepsbijeenkomsten bij te wonen. - Het gezin is enigszins uit evenwicht. Bij problemen van de ouders met opvoedingsvaardigheden in combinatie met lichte gezinsproblemen én weinig beschermende factoren in en rond het gezin, verwijst de jeugdreclasseerder de ouders naar een ouderbegeleiding of oudertraining (bijvoorbeeld Ouders van Tegendraadse Jeugd). Hij moet er zeker van zijn dat de ouders met dit aanbod hun vaardigheden zullen ontwikkelen. Hij is er ook zeker van dat de ouders huiswerk zullen maken en thuis zullen oefenen. De ouders kunnen in een groep functioneren en zijn bereid en in staat groepsbijeenkomsten bij te wonen. Als dat niet gaat, kan alleen in overleg met de gedragsdeskundige worden besloten dat de jeugdreclasseerder de ouderbegeleiding toch zelf geeft. - Het gezin is ernstig uit evenwicht. Bij matige of ernstige gezinsproblemen probeert de jeugdreclasseerder het gezin te motiveren voor gezinsbehandeling. Voor het leren van (uitsluitend) opvoedingsvaardigheden is de gezinsomgeving (nog) geen goede context. Deze is nog te veel ontwricht. Aanvullende overwegingen hierbij zijn: o Speelt druggebruik van de jongere een rol (indicatie MDFT) o Speelt de partnerrelatie een essentiële rol? (indicatie MST) o Beschikken de ouders en jongere over voldoende oordeelsvermogen om het er ook zelf mee eens te zijn dat gezinsbehandeling het beste is? Wanneer dit vermogen ontbreekt (voortdurend hoog oplopende conflicten, onverzettelijkheid, niets willen toegeven, ieder gaat volledig zijn eigen weg), dan is dit een extra reden om voor gezinsbehandeling te indiceren. De jeugdreclasseerder zal het gezin moeten motiveren voor deze verwijzing. - Tenslotte gaat de jeugdreclasseerder altijd na hoe de betrouwbaarheid van de jongere aanvullend kan worden hersteld (herstel van de balans van geven en nemen). Hierbij kan de jeugdreclasseerder een keuze maken uit een familieberaad, een (minder ingrijpend) intern gezinsberaad of een slachtoffer-dadergesprek. Het vervolg: De jeugdreclasseerder legt zijn hypotheses, doelen en voorstel voor eventuele verwijzing voor aan het gezin. Hij bespreekt de indicatie voor ouderbegeleiding of gezinsbegeleiding of stelt voor zelf met de ouders rond de opvoeding aan de slag te gaan. Hierbij gelden dezelfde aanwijzingen als voor het onderhandelen met de jongere en de ouders (Hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.2) en voor het opstellen voor het Plan van Aanpak in het algemeen (Handreiking 9). 2.4 Uitvoeringsfase Voor uitvoering van ouderbegeleiding door de jeugdreclasseerder zelf, verwijzen we naar Hoofdstuk 3 van deze Handreiking. Het toeleiden van het gezin naar een gezinsbegeleiding of oudertraining die door derden wordt 18

19 uitgevoerd wordt besproken in Handreiking 14. De rol van de jeugdreclasseerder als case-manager tijdens de uitvoering van die training of begeleiding, staat beschreven in Handreiking 12. Bij een ouderbegeleiding door een daarvoor opgeleide collega, zoals Ouders van Tegendraadse Jeugd of de ouderbegeleiding van de William Schrikker Groep, moet de jeugdreclasseerder er op letten dat het gezin daadwerkelijk thuis oefent, en checkt dat het gezin afspraken over het geleerde ook echt nakomt. De jeugdreclasseerder stelt vast of de ouders de aanwijzingen vanuit de training binnen enkele weken goed oppakken en of ook de jongere hierop positief reageert. Blijft dit uit, dan overweegt hij alsnog een gezinsbegeleiding. Ook als nieuwe gebeurtenissen het gezin (meer) uit evenwicht brengen, overweegt hij die mogelijkheid. Hulpverleners van een vorm van gezinsbehandeling zullen het gezin in eerste instanties destabiliseren. Zij worden, zoals Pont (2005) stelt, in een veilige, begeleide crisis gebracht, omdat er andere waarheden naast de oude, vertrouwde patronen worden gezet. De angst voor verandering is doorgaans groot, en dat leidt tot allerlei negatieve feedback richting deze hulpverlener, en mogelijk ook de jeugdreclasseerder omdat het gezin immers op zijn advies aan deze begeleiding is begonnen. Uitingsvormen van deze angst zijn: Men komt niet opdagen, probeert onder afspraken uit te komen, of valt deze gezinsbegeleider aan op zijn deskundigheid. De mogelijkheden om de positie van de gezinsbegeleider te saboteren zijn eindeloos. In de Handreiking eerste gezinsgesprekken worden diverse vormen van weerstand besproken die de jeugdreclasseerder in het gezin kan aantreffen. Deze vormen zijn onverkort van toepassing op de gezinsbegeleider, die hier ook een antwoord op zal moeten hebben. Lukt dat de gezinsbegeleider minder goed, dan verandert er niets in het gezin, en blijft de delictgerelateerdheid van de gezinsproblematiek aanwezig. Daarom moet de jeugdreclasseerder vooraf aan de start van de gezinsbegeleiding deze {veilige crisis voorspellen en deze vervolgens samen met ouders en jongere doormaken. Daarbij blijft hij pal achter de gezinsleden, maar óók achter de gezinsbegeleider staan. De meerzijdige loyaliteit, waarbij de jeugdreclasseerder zich achter de belangen van álle gezinsleden stelt, geldt ook voor de belangen van de gezinsbegeleider. Voorafgaand aan het afsluiten van een ouderbegeleiding of gezinsbehandeling nemen de trainer of gezinsbegeleider doorgaans contact op met de jeugdreclasseerder. Gebeurt dat niet, dan moet de jeugdreclasseerder dat zelf doen. Er is een gesprek nodig over de resultaten van de hulp en de mogelijkheden om na afsluiting van de hulp aan de veranderingen vast te houden. Het kan zijn, dat de jeugdreclasseerder weer alleen verder gaat met de begeleiding van de jongere, of dat de trainer/ gezinsbegeleider vervolghulp adviseert voor de jongere of de ouders. Op basis van dit gesprek bedenkt de jeugdreclasseerder welke doelen in het bestaande Plan van Aanpak daarop aangepast moeten worden, of welke nieuwe doelen eventueel nodig zijn. Het heeft sterk de voorkeur de overdracht plaatsvindt in een gezamenlijk gesprek van trainer/ gezinsbegeleider, de jeugdreclasseerder en het gehele gezin. De jeugdreclasseerder heeft over dit gesprek de leiding. Hij organiseert de bijeenkomst en bepaalt de agenda. Hij heeft immers nog steeds de regie, al stond hij tijdens de ouderbegeleiding of gezinsbehandeling wellicht wat in de achtergrond. Het gesprek is toekomstgericht. Daarom wordt niet al te lang stil gestaan bij de verleende hulp, want dat hebben de jongere en ouders bij de afsluiting van de training of gezinsbegeleiding al gedaan. Wel stelt men samen vast welke resultaten er duidelijk zijn bereikt en welke werkpunten er nog liggen. Ook moet er ruimte zijn voor afscheid van de trainer of gezinsbegeleider. De jeugdreclasseerder presenteert in dit gesprek de aangepaste of nieuwe doelen voor die werkpunten in het Plan van Aanpak, die hij al heeft voorbereid. Hij vraagt van alle betrokkenen en reactie en past ze na het gesprek eventueel aan. In die doelen brengt hij ook de eventuele nazorgactiviteiten van de gezinsbegeleiding onder. Ook past hij de scores van Domein 3 Gezin in het LIJ, en in eventuele andere domeinen aan op basis van de resultaten van de ouderbegeleiding of gezinsbehandeling. Het aangepaste Plan van Aanpak presenteert hij in het eerstvolgende contact met de jongere of het 19

20 gezin. Daarmee maakt de jeugdreclasseerder ook duidelijk dat het plan van de ouderbegeleiding of gezinsbehandeling verleden tijd is. De jeugdreclasseerder motiveert de jongere en ouders in te gaan op het aanbod van de gezinsbegeleiding voor een nazorgcontact. Dit versterkt de borging van de veranderingen en kan het gezin een nieuwe impuls geven, meer dan de jeugdreclasseerder kan bieden. Willen de jongere of ouders dit contact niet, dan gaat de jeugdreclasseerder nadrukkelijk na waarom niet. In sommige gevallen zal de gezinsbegeleider het gezin aanbieden de hulp opnieuw op te starten. Op dat moment gaat de jeugdreclasseerder met deze gezinsbegeleider in gesprek, waarbij hij zich goed moet realiseren of dit wenselijk is. Het kan nuttig zijn met een vertrouwde begeleider weer een stap verder in de ontwikkeling te zetten, maar opnieuw beginnen kan het gezin ook de boodschap geven dat men zelf niet verder komt. Daarom is het belangrijk dat bij een nieuwe start van gezinsbegeleiding enigszins wordt voortgebouwd op de resultaten van de eerste begeleiding, maar veel meer op nieuwe doelen voor problemen die tijdens de eerste begeleiding nog niet aan de orde waren. Lijkt het aanbod van de gezinsbegeleiding echter teveel op een herhaling van zetten, dan moet de jeugdreclasseerder eventueel andere vervolghulp overwegen. 20

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Zorgen en vragen 1 Gezinsinterventie 2 Tien praktische

Nadere informatie

vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik

vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik > vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik OUDERS & OPVOEDERS Als er binnen uw gezin sprake is van seksueel misbruik, heeft dat grote invloed. Er is veel verdriet, boosheid, wantrouwen en schuldgevoel.

Nadere informatie

Samen werken aan het verminderen van overbelasting

Samen werken aan het verminderen van overbelasting Samen werken aan het verminderen van overbelasting Doelgroep Wij zijn begonnen met 3 bij ons bekende Marokkaanse mantelzorgers, die alledrie balanceerde op het randje van afknappen. Zij hadden dezelfde

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 2 Deel 1 Beïnvloeden van gedrag - Zeg wat je doet en doe wat je zegt - 3 Interactie Het gedrag van kinderen is grofweg in te delen in gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Gewenst gedrag is gedrag dat we

Nadere informatie

Iedereen heeft een eigen verhaal

Iedereen heeft een eigen verhaal informatie voor ouders Iedereen heeft een eigen verhaal > Goed om te weten als uw kind tijdelijk bij JJC verblijft Uw zoon of dochter gaat tijdelijk naar JJC in Den Haag. Wij gaan uw kind intensief begeleiden

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

Voorkómen van huiselijk geweld

Voorkómen van huiselijk geweld Voorkómen van huiselijk geweld hoe profiteren we van wetenschappelijke kennis? Nico van Oosten senior adviseur Huiselijk en Seksueel Geweld Movisie There is nothing more practical than a good theory (Kurt

Nadere informatie

De gordijnen gaan weer open Maart 2011

De gordijnen gaan weer open Maart 2011 De gordijnen gaan weer open Maart 2011 Bij alle beleidnoties, evaluaties e.d. over Multiproblem gezinnen komen de termen als zelfredzaamheid of empowerment altijd sterk naar voren toe. Over het algemeen

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ]

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] 24- uursbehandeling [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke

Nadere informatie

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ]

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] 24- uursbehandeling [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke

Nadere informatie

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje.

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. 1-1. HET PROBLEEM Pesten en plagen worden vaak door elkaar gehaald! Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. Als je gepest bent, heb je ervaren dat pesten

Nadere informatie

Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers

Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers Programma Ouders van Tegendraadse Jeugd Informatie voor verwijzers Ouders en verzorgers spelen vanzelfsprekend een zeer belangrijke rol in de ontwikkeling van het gedrag van hun kind. Uit onderzoek blijkt

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen +

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen + > vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik JEUGDIGEN Heb jij seksueel misbruik meegemaakt of iemand in jouw gezin, dan kan daarover praten helpen. Het kan voor jou erg verwarrend zijn hierover te praten,

Nadere informatie

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden.

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden. Actief luisteren Om effectief te kunnen communiceren en de boodschap van een ander goed te begrijpen, is het belangrijk om de essentie te achterhalen. Je bent geneigd te denken dat je een ander wel begrijpt,

Nadere informatie

Kindspoor Fier Fryslân

Kindspoor Fier Fryslân Kindspoor Fier Fryslân Het kind centraal stellen Denken vanuit het perspectief van het kind Fier Fryslân is een expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheids- relaties 1 Wij

Nadere informatie

Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker. Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014

Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker. Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014 Helen Dowling Instituut psychologische zorg bij kanker Landelijke Contactdag Nier- en blaaskanker Amersfoort 5 april 2014 Inhoud Rondleiding Over het HDI (missie, visie en aanbod) Kanker: feiten en cijfers

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief

Praten met familie 29-09- 15. Hulpverleners: Last of lust. Last / lastig. Lust. Stichting Labyrint-in Perspectief Praten met familie Francisca Goedhart, Stichting Labyrint- in Perspectief Jacklin Goudsblom, GGZ Noor Holland Noord en PIMM trainer. Hulpverleners: Last of lust Last / lastig (hulpverlener = hv) Lust (hulpverlener

Nadere informatie

Herstel en Balans. Kanker zet je leven op zijn kop. De rol van de psycholoog. Maria Poppe GZ-psycholoog De Vruchtenburg maart 2010

Herstel en Balans. Kanker zet je leven op zijn kop. De rol van de psycholoog. Maria Poppe GZ-psycholoog De Vruchtenburg maart 2010 Herstel en Balans De rol van de psycholoog Maria Poppe GZ-psycholoog De Vruchtenburg maart 2010 Kanker zet je leven op zijn kop 1 Kanker, gevolgen voor de patiënt Heftige emoties. Verlies van controle

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Arosa biedt veiligheid en bescherming bij geweld in relaties. Vrouwen, mannen en hun kinderen kunnen bij Arosa terecht voor opvang en begeleiding. Arosa

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

OUDERSCHAPSPLAN als. trait-d union

OUDERSCHAPSPLAN als. trait-d union OUDERSCHAPSPLAN als trait-d union E.Groenhuijsen, 06-10-2011 1 Ouderschapslan als trait-d union Teveel kinderen verloren door scheiding het contact met een van de ouders (25%). Politiek, professionals

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Hoe kunt u voor uw bijzondere kleinkind zorgen? Tips voor opa s en oma s. Foto Britt Straatemeier. Deze brochure werd mogelijk gemaakt door:

Hoe kunt u voor uw bijzondere kleinkind zorgen? Tips voor opa s en oma s. Foto Britt Straatemeier. Deze brochure werd mogelijk gemaakt door: Hoe kunt u voor uw bijzondere kleinkind zorgen? Tips voor opa s en oma s Foto Britt Straatemeier Deze brochure werd mogelijk gemaakt door: Tips voor grootouders Foto Susanne Reuling Als in het gezin van

Nadere informatie

Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl

Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91. Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Voor informatie over MST-LVB: MST-LVB Supervisor MST@prismanet.nl 06-23 95 63 91 Meer info? 0800-2357747 www.prismanet.nl Prisma MST-LVB Multi Systeem Therapie Licht Verstandelijk Beperkt Prisma heeft

Nadere informatie

Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering Motiverende gespreksvoering Naam Saskia Glorie Student nr. 500643719 SLB-er Yvonne Wijdeven Stageplaats Brijder verslavingszorg Den Helder Stagebegeleider Karin Vos Periode 04 september 2013 01 februari

Nadere informatie

Gezinsbehandeling (IOG) bij kinderen met gedragsproblemen Sterker in de samenleving.

Gezinsbehandeling (IOG) bij kinderen met gedragsproblemen Sterker in de samenleving. Gezinsbehandeling (IOG) bij kinderen met gedragsproblemen Sterker in de samenleving. Powered by Pluryn Marco is acht jaar en heeft een licht verstandelijke beperking. Daarnaast heeft hij gedrags-, leer-,

Nadere informatie

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder!

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder! 24 uurshulp Met Cardea kun je verder! Met Cardea kun je verder! 24 UURSHULP De meeste kinderen en jongeren wonen thuis bij hun ouders totdat ze op zichzelf gaan wonen. Toch kunnen er omstandigheden zijn,

Nadere informatie

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl Door: Jan van den Brand Inleiding Ik krijg veel vragen van hondeneigenaren. Veel van die vragen gaan over de omgang met en de training van de hond. Deze vragen spitsen zich dan vooral toe op: Watt is belangrijk

Nadere informatie

Anti-pestprotocol. We werken samen aan een goede sfeer op school. Catharinaschool Wellerlooi

Anti-pestprotocol. We werken samen aan een goede sfeer op school. Catharinaschool Wellerlooi Anti-pestprotocol We werken samen aan een goede sfeer op school Catharinaschool Wellerlooi Inleiding De Catharinaschool wil haar kinderen een veilig pedagogisch klimaat bieden. Wij streven ernaar dat de

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel mensen met een licht

Nadere informatie

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt

Nadere informatie

COACHING IS VOOR IEDEREEN

COACHING IS VOOR IEDEREEN COACHING IS VOOR IEDEREEN over kracht, wijsheid, lenigheid en charme doelen inzicht in coaching ervaring met coachingsvaardigheid goesting naar meer actie reflectie- informatie 1 Structuur 1. vingeroefening

Nadere informatie

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten (Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten Omschrijving voorzieningen Ons kenmerk: Datum: Oktober 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: contractbeheer@regiogenv.nl INHOUD 1 34118 Behandeling

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

Presentatie Tranzo Zorgsalon 29 november 2012 Christine Kliphuis

Presentatie Tranzo Zorgsalon 29 november 2012 Christine Kliphuis Presentatie Tranzo Zorgsalon 29 november 2012 Christine Kliphuis Geachte dames en heren, Zelfredzaamheid is een mooi en positief begrip. Immers, elk kind wil dingen zelf leren doen, jezelf kunnen redden

Nadere informatie

Trainingen. Attitude en Mindset. Moraal Resultaatgericht Coachen

Trainingen. Attitude en Mindset. Moraal Resultaatgericht Coachen Moraal Resultaatgericht Coachen coaching & training voor bedrijven en particulieren Hoornplantsoen 64 2652 BM Berkel en Rodenrijs telefoon 010-5225426 Hoornplantsoen 64 mobiel 06-40597816 info@resultaatgericht-coachen.nl

Nadere informatie

De Budget Ster: omgaan met je schulden

De Budget Ster: omgaan met je schulden De Budget Ster: omgaan met je schulden Budget Ster Copyright EffectenSter BV 2014 Budget Ster MOTIVATIE EN VERANTWOORDELIJKHEID STRESS DOOR SCHULDEN BASISVAARDIGHEDEN STABILITEIT FINANCIEEL ADMINISTRATIEVE

Nadere informatie

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening Over een relatie met een (ex-)zorgvrager Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening 1 Inleiding In 2011 heeft de V&VN Commissie Ethiek de notitie Omgaan met aspecten

Nadere informatie

Protocol omgaan met ongewenste omgangsvormen binnen COC Midden-Nederland

Protocol omgaan met ongewenste omgangsvormen binnen COC Midden-Nederland Protocol omgaan met ongewenste omgangsvormen binnen COC Midden-Nederland Versie 15 augustus 2010 Waar is dit protocol voor? In dit protocol wordt gedefinieerd wat ongewenst gedrag is, hoe een klager daar

Nadere informatie

Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be

Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be Vzw Roppov Martelaarslaan 212 9000 Gent tel 09/224.09.15 e-mail info@roppov.be web www.roppov.be THEMABUNDEL CONTEXTBEGELEIDING: ADVIEZEN VAN OUDERS EN HULPVERLENERS (Dialoogdag 2014) Standpunten van ouders

Nadere informatie

Aan de slag blijven. Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud

Aan de slag blijven. Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud Schematisch overzicht van thema s, leerdoelen en inhoud Jezelf presenteren De medewerker moet zichzelf goed presenteren. Bijvoorbeeld door er schoon en verzorgd uit te zien. Zo laat hij/zij een goede indruk

Nadere informatie

Emoties, wat is het signaal?

Emoties, wat is het signaal? Emoties, wat is het signaal? Over interpretatie en actieplan dr Frits Winter Functie van Emoties Katalysator, motor achter gedrag Geen emoties, geen betrokkenheid, geen relaties Te veel emoties, te veel

Nadere informatie

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg Claire Meire 2014 Een sterveling draagt zijn ouders op zijn schouders. Of niet op zijn schouders. In zijn binnenste. Zijn leven lang moet

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

E book Relatieproblemen

E book Relatieproblemen E book Relatieproblemen Praktijk Meta Bosheuvel 5 5683 AS Best info@praktijkmeta.nl Ebook partner-relatie problemen Tot een zekere hoogte horen bepaalde relatieproblemen bij het leven. Wanneer er echter

Nadere informatie

Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten

Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten Doel Het doel van de verkorte module HKA en ouders is ouders beter toe te rusten bij het ondersteunen van de maatregel, opdat deze een grotere kans

Nadere informatie

INLEIDING. Inleiding

INLEIDING. Inleiding INLEIDING 13 Inleiding Je hebt besloten dit boek te lezen. Waarschijnlijk heb je op dit moment een relatie. En waarschijnlijk ben je benieuwd hoe je je relatie kunt verbeteren: je begrijpt je partner niet

Nadere informatie

Effectieve samenwerking met ketenpartners

Effectieve samenwerking met ketenpartners Nieuwe inzichten Huiselijk geweld is een veiligheidsprobleem Grote omvang en veel verschijningsvormen Zorgwekkende stapeling van problemen Van opvang naar aanpak Geweldspiraal en overdacht tussen generaties

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 3 > Ondertoezichtstelling 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 6 > De gezinsvoogd

Nadere informatie

Sociaal werk en politie: een moeilijke ontmoeting?

Sociaal werk en politie: een moeilijke ontmoeting? Sociaal werk en politie: een moeilijke ontmoeting? ONDERZOEKER: TIJS VAN STEENBERGHE PROMOTOREN: DIDIER REYNAERT, MARLEEN EASTON & RUDI ROOSE Overzicht 1. Inleiding 2. Een (historisch) moeilijke ontmoeting?

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG

TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG Een casus wordt ingebracht in het casus-overleg door middel van het formulier Schriftelijke aanmelding casus-overleg. Dit formulier wordt

Nadere informatie

Hulp voor jonge ouders. Informatie voor professionals

Hulp voor jonge ouders. Informatie voor professionals Hulp voor jonge ouders Informatie voor professionals Zorg voor kwetsbare meiden Meiden tussen de 16 en 27 jaar die zwanger zijn, of een kind hebben gekregen, kunnen terecht bij Vitree. Het gaat om kwetsbare

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Wat doet Thuisbegeleiding? Informatie over Thuisbegeleiding

Wat doet Thuisbegeleiding? Informatie over Thuisbegeleiding Wat doet Thuisbegeleiding? Informatie over Thuisbegeleiding Informatie over Thuisbegeleiding Thuisbegeleiding biedt hulp aan multiproblemgezinnen en risicogezinnen, en aan volwassenen met psychiatrische

Nadere informatie

Emoties, wat is het signaal?

Emoties, wat is het signaal? Emoties, wat is het signaal? Over interpretatie en actieplan dr Frits Winter Functie van Emoties Katalysator, motor achter gedrag Geen emoties, geen betrokkenheid, geen relaties Te veel emoties, te veel

Nadere informatie

Probleemgedrag begrijpen en preventief aanpakken

Probleemgedrag begrijpen en preventief aanpakken Probleemgedrag begrijpen en preventief aanpakken Albert Janssens 12.12.2011 Kinderen die probleemgedrag stellen, raken ons in ons werk en in onze persoon. In ons werk: Gevoel van te weinig aandacht voor

Nadere informatie

Stabilisatiecursus Scelta Nijmegen

Stabilisatiecursus Scelta Nijmegen Stabilisatiecursus Scelta Nijmegen Informatie voor cliënten Inleiding Als iemand zich onveilig heeft gevoeld tijdens de jeugd of later in een intieme relatie, kan dat in zijn of haar verdere leven klachten

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Wat doet NIM Maatschappelijk Werk?

Wat doet NIM Maatschappelijk Werk? Wat doet NIM Maatschappelijk Werk? Hulp, informatie en advies voor iedereen die het nodig heeft Bij NIM Maatschappelijk Werk kan iedereen die het nodig heeft (in Nijmegen en de regio) aankloppen voor gratis

Nadere informatie

Stappenplan bij een incident VO

Stappenplan bij een incident VO Stappenplan bij een incident VO Hieronder staan acties beschreven die ondernomen kunnen worden als er sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen leerlingen. Voor sommige acties geldt dat

Nadere informatie

totaal oordeel relaties binnen het gezin heel veel leerpunten 1...2...3...4...5...6...7...8...9...10 geen leerpunten

totaal oordeel relaties binnen het gezin heel veel leerpunten 1...2...3...4...5...6...7...8...9...10 geen leerpunten COMPETENTIE LIJST 12 tot 21 jaar Deze lijst dient te worden ingevuld door de mentor van een jongere. Voor elke vaardigheid geef je aan in welke mate de jongere een vaardigheid beheerst (0=niet, 1=enigszins,

Nadere informatie

Pedagogisch contact. Verbondenheid door aanraken. De lichamelijkheid van pedagogisch contact. Simone Mark

Pedagogisch contact. Verbondenheid door aanraken. De lichamelijkheid van pedagogisch contact. Simone Mark Pedagogisch contact Verbondenheid door aanraken Simone Mark Mag je een kleuter nog op schoot nemen? Hoe haal je vechtende kinderen uit elkaar? Mag je een verdrietige puber een troostende arm bieden? De

Nadere informatie

Voorwoord 7 Leeswijzer 9

Voorwoord 7 Leeswijzer 9 Inhoudsopgave Voorwoord 7 Leeswijzer 9 Deel I Traumatische ervaringen 1 Wat kinderen kunnen meemaken 15 2 De reacties van kinderen op trauma 21 3 De impact op het gezin en de school 33 Deel II Kinderen

Nadere informatie

Inhoud Pesten op de (voetbal)club... 3 De trainer... 3 De verenigen... 3 Wat is pesten?... 3 Het SOVA-model... 3 Het SOVA-model... 4 Eerste fase...

Inhoud Pesten op de (voetbal)club... 3 De trainer... 3 De verenigen... 3 Wat is pesten?... 3 Het SOVA-model... 3 Het SOVA-model... 4 Eerste fase... Pesten Inhoud Pesten op de (voetbal)club... 3 De trainer... 3 De verenigen... 3 Wat is pesten?... 3 Het SOVA-model... 3 Het SOVA-model... 4 Eerste fase... 4 De fase van de stabilisering... 5 De kiem voor

Nadere informatie

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier.

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier. Open vragen bij Casus Marco Vraag 1 Bekijk scène 1 nogmaals. Wat was jouw eerste reactie op het gedrag van Marco in het gesprek met de medewerker van Bureau HALT? Wat roept zijn gedrag op aan gedachten,

Nadere informatie

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen -

Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Catalogus volwassenen West Brabant West Matrix Domein Criteria Verwijsmodel Ontwikkelingstaken Bronnen Handboek Deltamethode; versie 2008 Inhoud Verkorte matrix ontwikkelingsmijlpalen - Ontwikkelingsmijlpalen

Nadere informatie

BureauJeugdzorgDrenthe. februari 2005 / 05 004

BureauJeugdzorgDrenthe. februari 2005 / 05 004 BureauJeugdzorgDrenthe februari 2005 / 05 004 Bureau Jeugdzorg Drenthe Jeugdreclassering Heel wat jongeren tussen 12 en 18 komen in aanraking met jeugdreclassering. Justitie of de Raad voor de Kinder bescherming

Nadere informatie

Moet mijn kind nog luisteren?

Moet mijn kind nog luisteren? Moet mijn kind nog luisteren? Grenzen stellen in de opvoeding Mauri Met dank aan M. Wysmans Schoolreglement uit 1848 Kaartspelen in de klas Vloeken Alcohol drinken op school Liegen Meisjes spelen met jongens

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

Doorbreek je belemmerende overtuigingen!

Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Herken je het dat je soms dingen toch op dezelfde manier blijft doen, terwijl je het eigenlijk anders wilde? Dat het je niet lukt om de verandering te maken? Als

Nadere informatie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie Wier Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen Patiënten & familie 2 Voor wie is Wier? Wier is er voor mensen vanaf achttien jaar (en soms jonger)

Nadere informatie

Jong spreekt Jong. Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit

Jong spreekt Jong. Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit Jong spreekt Jong Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit Programma 13.00 uur Inleiding; Vincent Smit 13.10 uur Jong spreekt jong; Dick Lammers en Wouter Reith Korte

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Jeugdbescherming Ieder kind veilig Intensief Systeemgericht Casemanagement

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Omgangscentrum Drenthe

Omgangscentrum Drenthe Yorneo 0 12 Omgangscentrum Drenthe Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis die vaak veel emoties teweeg brengt. Soms zijn de woede, de frustratie en het verdriet zo groot, dat het voor ouders moeilijk

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL Stationsstraat 81 3370 Boutersem 016/73 34 29 www.godenotelaar.be email: directie.nobro@gmail.com bs.boutersem@gmail.com HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL 1. Het standpunt van de school: Pesten is geen

Nadere informatie

Informatie folder intensief behandelprogramma in Spanje

Informatie folder intensief behandelprogramma in Spanje Informatie folder intensief behandelprogramma in Spanje Door Hesther Selbeck, systeemtherapeut/ familytherapist werkzaam in eigen praktijk in Zuidschermer (NH) www.praktijkbuiten.nl Voor wie? Kinderen

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Week tegen de kindermishandeling. Thema: conflictscheiding

Week tegen de kindermishandeling. Thema: conflictscheiding Week tegen de kindermishandeling Thema: conflictscheiding Welkom Cindy de Rijke Kompaan en De Bocht Ouderschapsbemiddelaar Peter Verbeeten Instituut voor Maatschappelijk werk medewerker kinderen en scheiden

Nadere informatie

Gedragenheid binnen de organisatie

Gedragenheid binnen de organisatie Gedragenheid binnen de organisatie Het inbedden van ICHV binnen een reguliere werking op voorwaarde dat deze als hefboom dient om de integrale werking te voorzien van een breed gedragen interculturalisering.

Nadere informatie

Pesten. www.ksktongeren.be. KSK Tongeren Op het Klein Veldje 1, B-3700 Tongeren Tel.: 012/23.82.22 Email: Info@KskTongeren.be

Pesten. www.ksktongeren.be. KSK Tongeren Op het Klein Veldje 1, B-3700 Tongeren Tel.: 012/23.82.22 Email: Info@KskTongeren.be Pesten www.ksktongeren.be KSK Tongeren Op het Klein Veldje 1, B-3700 Tongeren Tel.: 012/23.82.22 Email: Info@KskTongeren.be INHOUDSTAFEL 1 PESTEN OP DE (VOETBAL)CLUB... 3 1.1 De trainer... 3 1.2 De verenigingen...

Nadere informatie

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Zeeuwse jongeren en alcohol In 2010 is de Zeeuwse campagne Laat ze niet (ver)zuipen! van start

Nadere informatie

Pubers opvoeden. Veranderingen in de puberteit

Pubers opvoeden. Veranderingen in de puberteit Pubers opvoeden Pubers opvoeden De puberteit is de ontwikkelingsfase tussen 10 en 18 jaar. Maar die puberteit is er natuurlijk niet opeens. Vanaf ongeveer 9 jaar kan je al merken dat kinderen beginnen

Nadere informatie

Specialistische begeleiding voor burgers met niet-aangeboren hersenletsel

Specialistische begeleiding voor burgers met niet-aangeboren hersenletsel Specialistische begeleiding voor burgers met niet-aangeboren hersenletsel Informatie voor gemeenten Zelf en samen redzaam Als gemeente wilt u de zorg en ondersteuning van uw burgers zo goed mogelijk organiseren.

Nadere informatie