Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Drugbeleid Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Rijswijk, 16 september 1997 Hierbij doe ik u toekomen de volgende rapporten en beleidsnotities: XTC in Nederland (een samenvatting van de bevindingen van zes projecten), dr. I. Spruit; 1 de samenvatting en aanbevelingen van De Nederlandse verslavingszorg (Globaal overzicht van de kennis over aanbod, vraag en effect), Trimbos-instituut, juli Crack/gekookte coke in Nederland (Bijlage 1) en Schets van de Nationale Drugmonitor (Bijlage 2). Cannabis in Nederland (Inventarisatie van de verkooppunten), Intraval/SGBO. 1 In de Voortgangsrapportage Drugsbeleid 1997 wordt naar deze studies en notities verwezen. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers 1 Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie. KST23875 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 1

2 BIJLAGE 1 CRACK/GEKOOKTE COKE IN NEDERLAND 1. Inleiding Ongeveer tien jaar geleden werd in de Verenigde Staten melding gemaakt van het compulsieve gebruik van crack. Het roken van deze variant van cocaïne heeft geleid tot ernstige gezondheidsproblemen en is gepaard gegaan met grote maatschappelijke schade. Sinds het begin van de jaren negentig wordt in Nederland zogenaamde gekookte coke, een vorm van rookbare cocaïne, op de drugmarkt gesignaleerd. Al geruime tijd wordt de vrees geuit dat bij een verspreiding van crack in Nederland vergelijkbare problemen als in de Verenigde Staten zijn te verwachten. Voorts is de minister van VWS door de Kamer gevraagd te reageren op berichten over de mogelijkheid dat jongeren via het intensief gebruik van cannabis overstappen op crack. In deze beleidsbrief zal nader in worden gegaan op de begrippen crack en gekookte coke. Voorts zal aandacht gegeven worden aan de werking, de ontwikkeling van het gebruik in Nederland en de rol van preventie en hulpverlening. Tenslotte worden enige conclusies getrokken en beleidsvoornemens gepresenteerd. 2. Begripsbepaling Er bestaat spraakverwarring over de termen crack en gekookte coke. Tot voor kort was het niet geheel duidelijk of het om dezelfde stof gaat waarvoor twee verschillende benamingen willekeurig door elkaar worden gebruikt of dat het twee benamingen voor twee verschillende stoffen zijn die veel op elkaar lijken. Het is daarom van belang tot een nadere begripsbepaling te komen. De vorm waarin cocaïne als regel in Nederland geïmporteerd wordt is cocaïne hydrochloride (HCL). Dit is een wit poeder dat oplosbaar is in water en op die manier geïnjecteerd kan worden. Het poeder kan tevens gesnoven worden (snuifcocaïne). De uiterlijke verschillen tussen crack en gekookte coke zijn gering. Verschillen zijn terug te voeren op de bereidingswijze. Crack wordt bereid door aan cocaïne hydrochloride water toe te voegen en dit tot een dik, vloeibaar papje te mengen met maagzout (bi-carbonaat, of bakpoeder) of ammonia. Door verhitting van het papje (vaak in een magnetron) wordt de base verkregen, in vaste vorm. De bereiding van gekookte coke vindt eveneens plaats door vermenging van cocaïne hydrochloride met water en maagzout. Het verschil met de bereiding van crack is dat hier wordt vermengd met veel water. Door verwarming van het mengsel komt de cocaïne-base als een soort vette olie bovendrijven, die bij het afkoelen weer vast wordt. Daardoor wordt de base gescheiden van de meeste stoffen waarmee de cocaïne HCL versneden was en tevens van het maagzout. Bij een zorgvuldige bereiding kan praktisch 100% zuivere cocaïnebase worden verkregen. In strikte zin is gekookte coke dus zuiverder dan crack. Gebruikers melden wel dat zij de voorkeur geven aan de smaak van crack. Volgens deskundigen verschillen de effecten van het gebruik van crack en gekookte coke echter niet, want in beide gevallen is de werkzame stof cocaïnebase. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat het niet relevant is welke benamingen worden gebruikt, het gaat immers om vormen van rookbare cocaïne met dezelfde werkbare bestanddelen en dezelfde effecten. Het is daarom beter de term rookbare cocaïne aan te houden. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 2

3 3. Werking Na gebruik van rookbare cocaïne treedt na 8 seconden een snelle «flash» op, die ongeveer 20 seconden duurt. Bij snuifcocaïne start de werking pas later, is minder intens, maar duurt langer. Hierin schuilt ook het specifieke probleem met rookbare cocaïne: door de snelle, intensieve werking en de spoedige en diepe terugval, is er snel behoefte aan een nieuwe dosis. Kenmerkend voor deze drug is het langdurige onafgebroken en compulsieve gebruik. Veel gebruikers kunnen hun gebruik slecht reguleren of controleren. Het komt voor dat zij soms dagenlang hun gebruik continueren, in cycli van 24 uur, 48 uur en zelfs 72 uur, mede afhankelijk van de beschikbare financiën. Na een periode van intensief gebruik wordt vaak een (gebruiks)rustpauze ingelast. Rookbare cocaïne is in hoge mate psychisch verslavend. De verslaving kan zeer snel en heftig verlopen. Na enkele maanden kan het gebruik al ernstige complicaties met zich meebrengen. De gebruikshoeveelheden worden groter. Bovendien raken gebruikers zeer gespannen, omdat aan het gebruik een hevige hunkering gekoppeld is. Om de heftige emoties te dempen ligt het bijgebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen, veel alcohol en cannabis voor de hand. Het roken van gekookte coke is heet voor de longen; daarom wordt meestal een (zelfgefabriceerde) waterpijp gebruikt (basepijp). De basepijp koelt de rook door deze eerst als rookbellen door een waterreservoir te leiden. Volgens de GG en GD Amsterdam heeft het roken een etsende werking op de longen. Daardoor heeft basen (het roken van de cocaïnebase) geleid tot een toename van het aantal longontstekingen onder gebruikers. Gevolg van het basen is dat de cocaïnespiegel in het bloed veel hoger komt te liggen dan via de oude snuifmethode. Het rendement van dezelfde hoeveelheid cocaïne ligt dus vele malen hoger al is de werkingsduur veel korter. Bovendien wordt de bijzonder hoge spiegel in aanzienlijk kortere tijd bereikt door het vermogen van de longen om de stof snel en direct in de bloedbaan te brengen. Er ontstaat vrijwel dezelfde high of flash die met het spuiten van cocaïne HCL kan worden bereikt. Bij gebruik van cocaïneproducten vindt, anders dan bij de inname van heroïne, een heftige maar korte flash plaats, die gepaard gaat met de productie van de nodige adrenaline. De cocaïnegebruiker en dan zeker degene die zich inspuit of die rookt, wordt daardoor zowel geestelijk als lichamelijk behoorlijk geagiteerd. Regelmatig wordt de suggestie gewekt dat rookbare cocaïne goedkoper zou zijn dan snuifcocaïne. De basisgrondstof voor de fabricage van rookbare cocaïne is echter cocaïne HCL en het effect van het basen van rookbare cocaïne is direct gerelateerd aan de hoeveelheid cocaïne HCL die als grondstof is gebruikt. Met andere woorden de prijzen van rookbare en snuifcocaïne zijn globaal hetzelfde. Rookbare cocaïne wordt meestal in kleinere porties aangeboden en effectiever toegediend. Hierdoor ontstaat de indruk dat rookbare cocaïne goedkoper is. 4. Rookbare cocaïne en HIV/AIDS 1 1 Deze paragraaf is in belangrijke mate gebaseerd op de notitie van de Landelijke Stuurgroep AIDS en Druggebruik. In Amerika is sinds de jaren tachtig onderzoek verricht naar de relatie tussen HIV/Aids en crackgebruik. In de Verenigde Staten benadert de HIV-problematiek van crackgebruikers dermate ernstig die van injecterende druggebruikers. Het is mogelijk dat crack-gebruik en riskant seksgedrag (deels) gezamenlijke determinanten kennen. Verreweg de meeste studies richten zich op een typisch probleem: seks voor crack in de setting van crack houses. In deze panden verblijven Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 3

4 vrouwen die hun eigen gebruik bekostigen met seksuele diensten. Dit heeft tot gevolg dat vooral vrouwen worden getroffen door de HIV-infectie. Er wordt een driemaal zo hoge HIV-prevalentie gemeten (oplopend in New York tot 30%) onder niet-injecterende, crackrokende vrouwen, dan onder niet-injecterende, niet-crackrokende druggebruikende vrouwen. De landelijke toename van SOA (Seksueel Overdraagbare Aandoeningen) in de VS wordt met name toegeschreven aan de seks voor crackpraktijk. In Nederland lijkt seks in dealpanden, waar rookbare cocaïne wordt verkocht, in de regel niet voor te komen. Anders dan in Amerika is in Nederland de harddrugscene veel meer een omgrensde groep van ouder wordende, dagelijkse polydruggebruikers. In de Verenigde Staten wordt crack eveneens gebruikt door polydruggebruikers, maar ook door personen die vrijwel geen andere middelen consumeren. Het is bekend dat bij frequent cocaïnegebruik de seksuele drift minder sterk of niet meer wordt geprikkeld. In de Amerikaanse situatie ontstaat het hoge risicogedrag wanneer gebruiksplaats en plaats voor sekswerk tot één locatie worden. Dergelijke locaties kennen we in Nederland niet. De voorwaarden voor de Amerikaanse situatie zijn in Nederland dus nauwelijks aanwezig. Wel wordt geconstateerd dat het «reguliere» sekswerk door vrouwen die rookbare cocaïne gebruiken sterk is veranderd. Deze vrouwen nemen aanzienlijk meer risico s. In de jaren tachtig is bij druggebruikende vrouwen een positieve gedragsverandering richting veilige seks geconstateerd. Het is de vraag of deze ontwikkeling nu niet is teruggedraaid door de opkomst van rookbare cocaïne. 5. Ontwikkelingen in aanbod en gebruik Cocaïne hydrochloride verscheen eind jaren zeventig op de Nederlandse illegale drugmarkt. Aanvankelijk werd cocaïne in het algemeen slechts geconsumeerd (gesnoven) door een beperkte, elitaire groep van trendsetters. Cocaïne was een drug voor de elite. Na enkele jaren werd de drug langzaam maar zeker ook gebruikt door (heroïne)verslaafden. In het begin bleef dit beperkt tot de beter geïntegreerde segmenten van de verslaafdenpopulatie. Overigens is het gebruik van rookbare cocaïne op zich van minder recente datum. Al vanaf het begin van de jaren tachtig experimenteren cocaïnegebruikers met deze variant. In deze periode bereidden zij het echter zelf in woonhuizen of dealpanden. Dit voorkwam overlast voor de omgeving en had tevens een dempend effect op compulsief gebruik. 1 Jean-Paul C. Grund, Drug Use as a Social Ritual; Functionality, Symbolism and Determinants of Self-Regulation (Academisch proefschrift, Instituut voor verslavingsonderzoek, Rotterdam 1993). Begin jaren negentig werd de rookbare variant van cocaïne ook populair bij de slecht geïntegreerde verslaafden. Deze verslaafden zijn veelal bijzonder kwetsbare personen waarbij zelfcontrolemechanismen zwak ontwikkeld zijn. Deze groepen zijn voor aankoop en gebruik van drugs vaak op de straatscene aangewezen. Er is gesuggereerd dat in Rotterdam de toename van de repressie sinds het begin van de jaren negentig het ontstaan van de rookbare cocaïne-markt heeft gestimuleerd. 1 Het aantal gebruikerspanden waar het mogelijk was rookbare cocaïne te gebruiken nam af en tevens werden de personen uit de slecht geïntegreerde verslaafden uitgesloten van toegang tot panden. Op straat bestaat echter niet de mogelijkheid om de cocaïne te koken. Dit zou de weg vrijgemaakt hebben voor het op de markt brengen van kant-en-klare rookbare cocaïne in plaats van cocaïne HCL. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat «gekookte coke» voor het eerst op Perron Nul, waar de meest problematische verslaafden verbleven, in Rotterdam was te verkrijgen. Bij deze groep bestond de behoefte aan een kant en klaar product. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 4

5 Uit onderzoek blijkt dat binnen de groep van problematische druggebruikers rookbare cocaïne een steeds belangrijker plaats is gaan innemen. Eind 1994 werd al gesteld dat op Perron Nul gekookte coke «de drug» was die de scene beheerst. Het was toen echter nog niet duidelijk wat de betekenis en de mogelijke implicaties van het gebruik van rookbare cocaïne konden zijn. Uit een eind 1995 gehouden onderzoek in de Rotterdamse wijk Feijenoord blijkt dat cocaïne, veelal in rookbare vorm, een belangrijke plaats in het gebruikspatroon inneemt. De hoeveelheid rookbare cocaïne die wordt gebruikt ligt hoger (volgens een schatting 50%) dan de hoeveelheid gebruikte heroïne. Niet alleen in Rotterdam wordt rookbare cocaïne aangeboden. Ook in steden als Amsterdam, Utrecht en Arnhem wordt rookbare cocaïne binnen de groep van gemarginaliseerde verslaafden aangetroffen. Ook in andere grotere steden als Groningen en Heerlen heeft rookbare cocaïne de laatste tijd aan populariteit gewonnen. Volgens het Instituut voor Verslavings Onderzoek (lvo) wordt in Rotterdam de cocaïne overwegend gerookt door middel van een base-pijp of het verhitten van folie (Chinezen). Veruit de meeste Rotterdamse opiaatgebruikers gebruiken bijna dagelijks heroïne en cocaïne. Daarnaast is er een kleine groep die geen heroïne, maar wel methadon gebruikt. Van hen gebruikt de helft bijna dagelijks cocaïne. Tenslotte is er een groep van niet-frequente heroïnegebruikers, die ook het aantal dagen waarop zij gebruikt lijkt te kunnen reguleren. De belangrijkste verandering ten aanzien van de cocaïneproblematiek ligt echter op het vlak van de aanbodzijde. In februari 1995 (kort na de sluiting van Perron Nul) meldde slechts een kwart van de opiaatgebruikers dat cocaïne werd aangeboden in de kant-en-klaar rookbare variant «gekookte coke». In september 1995 vermeldde meer dan driekwart (81%) van de opiaatgebruikers dat «gekookte coke» werd verkocht. In mei 1996 bedroeg dit percentage nog steeds 81. Volgens Mainline komt het voor dat gebruikers die cocaïne willen spuiten of snuiven regelmatig lang moeten zoeken om aan oplosbare cocaïne HCL te komen, terwijl de slecht oplosbare rookbare cocaïne volop te krijgen is. Voorts stelt Mainline dat cocaïne voor veel polydruggebruikers inmiddels de belangrijkste drug is. Het merendeel van alle polydruggebruikers gebruikt dagelijks rookbare cocaïne. Slechts een kleine groep injecterende verslaafden gebruikt geen rookbare cocaïne. Het basen van rookbare cocaïne heeft een minder negatieve bijklank dan het spuiten. Spuiten wordt namelijk geassocieerd met verloederde druggebruikers. Dit heeft tot gevolg dat men over het algemeen minder negatief staat tegenover basen. Voor andere groepen dan polydruggebruikers wordt hierdoor de drempel tot gebruik lager. Dit brengt het gevaar met zich mee dat rookbare cocaïne ook buiten de groep van polydruggebruikers verspreid raakt. Er is een aantal andere groepen waarvoor enige aanwijzingen bestaan voor toegenomen risico s. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde segmenten van de uitgaanscene, problematische Marokkaanse jongeren, dak- en thuisloze jongeren en jongens die in de prostitutie werkzaam zijn. Benadrukt moet worden dat het hier vooralsnog om kleine groepjes gaat. Berichten dat intensief gebruik van cannabis leidt tot crackgebruik kunnen niet bevestigd worden. Onder risicogroepen wordt veelal frequent cannabis gebruikt. Jongeren die tot deze groepen behoren maken steeds minder het onderscheid tussen verschillende middelen en de risico s die hieraan verbonden zijn. Dit betekent niet dat er sprake is van een causaal verband tussen het gebruik van cannabis en crack. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 5

6 In de Verenigde Staten wordt regelmatig een verband gelegd tussen de tijdelijke schaarste aan cannabis in de jaren tachtig en de daardoor ontstane niche voor de agressieve marketing van crack. Indien dit verband juist is kan verondersteld worden dat het relatief ruime aanbod van cannabis in Nederland eerder een beschermende factor vormt tegen de verspreiding van crack. 6. Preventie en hulpverlening Het aantal bij de hulpverlening bekende cocaïneverslaafden neemt gestaag toe. Dit wordt geïllustreerd door het volgende overzicht van het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (bron: LADIS , Stichting Informatie Voorziening Verslavingszorg (IVV)). Het betreft het totaal aantal ingeschreven cliënten in Nederland voor primaire problematiek cocaïne: (eerste kwartaal) In 1996 wordt cocaïne overigens door cliënten als bijmiddel genoemd. Het bovenstaande overzicht geeft de groei aan van het aantal cocaïnegebruikers dat zodanige problemen ondervindt met het gebruik dat een beroep moet worden gedaan op de reguliere hulpverlening. Er wordt in bovenstaande tabel geen onderscheid gemaakt naar wijze van gebruik en het betreft dus zowel spuiters van cocaïne als snuivers en rokers. Teneinde het aandeel rookbare cocaïne in het totale cocaïnegebruik zichtbaar te kunnen maken heeft de minister van VWS de IVV opdracht gegeven het LADIS-registratiesysteem op dit punt aan te passen, in die zin dat rookbare cocaïne als apart middel zal worden opgenomen. Na aanpassing van het registratiesysteem zal meer zicht verkregen kunnen worden op het aantal gebruikers van rookbare cocaïne. Gezien de groei in populariteit onder de (poly)druggebruikers van rookbare cocaïne valt niet uit te sluiten dat de toename van het aantal probleemgevallen, zoals blijkt uit de LADIS-tabel, gedeeltelijk moet worden toegeschreven aan de cocaïnerokers. Bovenstaande onderstreept nog eens het belang van preventie en hulpverlening voor juist deze categorie gebruikers. Er zijn vooralsnog nauwelijks onderzoeksgegevens beschikbaar over de effectiviteit van het zorgaanbod aan crackgebruikers. Voor de behandeling lijken er vooral mogelijkheden te liggen bij counseling, acupunctuur en gedragstherapie. Uit een onderzoek dat in 1994 in Manchester onder 231 cocaïnebasers heeft plaatsgevonden blijkt dat degenen van hen die contact met de hulpverlening hadden vooral counseling (ondersteunende gesprekken), informatie en vertrouwelijkheid verwachtten. Counseling scoorde ook hoog in een onderzoek onder de gebruikerspopulatie van Perron Nul. In de Verenigde Staten wordt sinds 1990 onderzoek gedaan naar mogelijkheden van behandeling van cocaïneverslaving. Re-enforcement (versterken van de persoonlijkheid van de verslaafde) is een sleutelbegrip Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 6

7 bij de behandeling van crackproblematiek. Het principe is dat door middel van motiverende technieken gebruikers worden gestimuleerd om hun crackgebruik af te bouwen. In zijn algemeenheid worden cliënten van methadonprogramma s via wekelijkse ondersteunende gesprekken begeleid. Hierin verschilt de Amerikaanse praktijk van de Nederlandse. In de Nederlandse situatie wordt de hulpverlening die is gekoppeld aan de methadonverstrekking doorgaans op ad hoc basis en praktisch oplossingsgericht ingezet; ondersteunende gesprekken zijn voorbehouden aan afkickprogramma s. Ten behoeve van crackgebruikers wordt in de Verenigde Staten geëxperimenteerd met verhoogde doseringen methadon. Uit dubbelblind onderzoek blijkt dat het verstrekken van hogere doseringen methadon dan gebruikelijk een gunstig effect heeft op het bijgebruik van cliënten, ook op het bijgebruik van cocaïne. Hierbij moet wel worden aangetekend dat in het experiment werd gewerkt met een financieel beloningssysteem voor het inleveren van «schone urine». Het moet niet uitgesloten worden geacht dat dit beloningssysteem de zeer positieve resultaten enigszins heeft beïnvloed. Onderzoek naar de mogelijkheden van medicamenteuze interventies heeft tot op heden weinig opgeleverd. De ontwikkeling van medicamenten verloopt langs drie lijnen. De eerste lijn grijpt in op de werking van neurotransmitters in het centraal zenuwstelsel (adrenaline, serotonine). Via deze weg wordt geprobeerd een cocaïne-antagonist te ontwikkelen, die de werking van cocaïne neutraliseert. Voorbeelden hiervan zijn fluoxetine en prozac. De tweede lijn stimuleert de afbraak van cocaïne via antilichamen of enzymen. De derde en minst waarschijnlijke lijn zoekt het in de substitutie van cocaïne met minder sterke varianten, bijvoorbeeld in de vorm van thee of kauwbare bladeren. Een combinatie van deze verschillende benaderingswijzen zou mogelijk tot een oplossing kunnen leiden. Door betrokken onderzoekers wordt ingeschat dat pas na vijf jaar duidelijk zal worden welke geneesmiddelen in de behandeling van crackgebruikers effectief kunnen zijn. Een dan beschikbaar middel zou eventueel in combinatie met hogere methadondoseringen en/of een beloningssysteem een vruchtbare behandelmethode kunnen opleveren. Het voormalige NIAD (nu Trimbos-instituut) heeft naar aanleiding van de problematiek rondom rookbare cocaïne een informatie- en preventieproject gestart, in samenwerking met het Instituut voor Verslavings Onderzoek (IVO) Rotterdam, het Gelders Centrum voor Verslavingszorg (GCV) Arnhem en de GGD Rotterdam. Het project wordt in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase is geïnventariseerd welke controlemechanismen gebruikers zelf hanteren om hun gebruik niet te laten escaleren. Uit dit onderzoek blijkt dat met name de locatie waar gebruikt wordt en de mate van structuur in het leven van de gebruiker van belang zijn voor controlemechanismen. 1 In de tweede fase worden deze preventiestrategieën overgebracht op gebruikers en direct betrokken hulpverleners en preventiewerkers. Het is hierbij belangrijk dat deze fasen schriftelijk goed worden vastgelegd. Het ministerie van VWS financiert het Trimbos-instituut voor deze rapportage. 1 Peter Blanken, Cas Barendregt, Vincent Hendriks, Op is Op. Niets is voor altijd; Een onderzoek naar het roken van cocaïne-base en zelf-controle mechanismen (IVO, Rotterdam 1997). Voorts subsidieert het ministerie een project van de GGD Rotterdam dat erop is gericht een zorgtraject te ontwikkelen voor de groep problematische gebruikers van (rookbare) cocaïne, waarin zowel plaats is voor preventie en voorlichting, als voor behandeling en vormen van budget- en uitkeringsbeheer. In de preventie en voorlichting wordt aandacht gevraagd voor de overgang van minder gevaarlijke gebruikswijzen (snuiven) naar gevaarlijker gebruikswijzen (basen). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 7

8 Het gaat hier om het overdragen van zakelijke informatie over de risico s van het gebruik van rookbare cocaïne en duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheden van hulpverlening in geval van escalatie. Voorts zal worden gestimuleerd dat gebruikers zelf elkaar op de hoogte houden van de risico s en elkaar ondersteunen bij pogingen tot gereguleerd gebruik. Deze zelfcontrolemechanismen lijken namelijk een effectieve manier om risico s in te dammen. Bovendien zal een behandeltraject worden ontwikkeld dat is opgebouwd uit elementen die al worden toegepast door de Rotterdamse verslavingszorgvoorzieningen. Het gaat hierbij om crisisinterventie, opvang, begeleiding, regulering van gebruik tot beheersbaar niveau, maatregelen ter voorkoming van terugval en nazorg. Deze elementen worden toegespitst op de problematiek waarmee (excessief) gebruik van rookbare cocaïne gepaard gaat. 7. Conclusies en beleidsvoornemens De vraag dringt zich op of in Nederland het gebruik van rookbare cocaïne tot vergelijkbare gevolgen zal leiden als het gebruik van crack in de Verenigde Staten, waar de drug als een agressie opwekkende, criminogene stof wordt gezien. Er zijn aanwijzingen dat dankzij de specifieke Nederlandse omstandigheden extreme gevolgen zoals in de Verenigde Staten zich bij ons niet hebben voorgedaan. In tegenstelling tot de Verenigde Staten wordt rookbare cocaïne tot nu toe overwegend aangetroffen binnen de groep van polydruggebruikers. Heroïne, methadon en andere sederende stoffen hebben een dempende werking op de effecten van rookbare cocaïne. Voorts kan worden aangenomen dat een relatief hoog percentage van deze gebruikers contact heeft met de hulpverlening, waardoor extreme effecten eveneens worden voorkomen. Bovendien kan worden gesteld dat de mate van repressie ten opzichte van individuele gebruikers in Nederland in vergelijking met de Verenigde Staten tamelijk gering is. Duidelijk is geworden dat toenemende repressie geen effectief antwoord is op de problematiek rond het gebruik van rookbare cocaïne. De situatie na de sluiting van Perron Nul in Rotterdam is daar een illustratie van. Om de risico s van het gebruik van rookbare cocaïne te beperken is een zekere stabiliteit op de drugsmarkt een belangrijke factor. Onrust op de drugsmarkt kan tot situaties leiden waarbij overlast, agressie en geweld toenemen. Tevens worden de gezondheidsrisico s bij een onrustige drugsmarkt groter. Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is dat zich in Nederland situaties zullen voordoen die vergelijkbaar zijn met die in de Verenigde Staten rond het gebruik van rookbare cocaïne, is het van groot belang de mogelijke verspreiding van het gebruik onder andere, vaak kwetsbare groepen te monitoren. Cocaïne is een middel waaraan grote risico s verbonden zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat er een causaal verband bestaat tussen het intensieve gebruik van cannabis en crack. In de Verenigde Staten wordt juist een relatie gesuggereerd tussen een tijdelijke ineenstorting van de cannabismarkt en de opkomst van crack. Deskundigen verschillen van mening over de mogelijkheden om een vervangend middel voor cocaïne te ontwikkelen. Indien een middel ter substitutie beschikbaar komt, dan zal dit vermoedelijk niet op korte termijn toepasbaar zijn. In het advies dat de Gezondheidsraad begin 1998 zal uitbrengen over de medicamenteuze behandeling van verslaafden zal ook aandacht worden besteed aan de mogelijkheid van verstrekking van vervangende middelen in het geval van cocaïnegebruik en polydruggebruik. Wanneer de Raad aangeeft reële mogelijkheden te zien voor de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 8

9 ontwikkeling van een vervangend middel voor cocaïne, dan is de minister van VWS bereid financiële middelen beschikbaar te stellen voor noodzakelijk onderzoek op dit gebied. Vooralsnog zal echter de aandacht moeten worden gericht op het ontwikkelen van preventie-activiteiten en het ontwikkelen van een adequaat begeleidings/behandelingsaanbod, met specifieke aandacht voor risicogroepen. Deze aanpak dient apart aandacht te krijgen in het proces van zorgvernieuwing en in onderzoek naar de effectiviteit van de verslavingszorg. Het gegeven dat, door het aanbod van geringe porties, rookbare cocaïne al te krijgen is voor f 10, en f 15,, betekent dat met name de kansarme, vaak allochtone jongeren en dak- en thuisloze jongeren gezien moeten worden als een hoog-risico groep. Het verdient daarom aanbeveling om samen met de VNG te bezien op welke wijze, in de lokale situatie, in het kader van bestaande preventieprojecten gericht op voornoemde groepen dit aspect kan worden meegenomen. Voorts is het van belang bij de diverse monitoringactiviteiten alert te zijn op de verspreiding van het gebruik van rookbare cocaïne onder deze risicogroepen. Tenslotte is Zorgonderzoek Nederland (ZON) verzocht om met betrekking tot rookbare cocaïne onderzoek te initiëren naar risico s, gebruikersgroepen, gebruikspatronen en controlemechanismen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 58 9

10 Literatuur Blanken, Peter, Cas Barendregt, Druggebruikers in Feijenoord (IVO, Rotterdam 1996). Blanken, Peter, Cas Barendregt, Vincent Hendriks, Op is Op. Niets is voor altijd; Een onderzoek naar het roken van cocaïne-base en zelf-controle mechanismen (IVO, Rotterdam 1997). Jean-Paul C. Grund, Drug Use as a Social Ritual, Functionality, Symbolism and Determinants of Self-Regulation (proefschrift IVO, Rotterdam 1993). Meerten, R. van, E. de Bie, Gecracked door de coke (Intraval, Groningen 1996). Korf, Dirk J., Ton Nabben, Zosja Berdowski, Antenne 96; Trends in alcohol, tabak, drugs en gokken bij jonge Amsterdammers (Jellinek, Amsterdam 1997). Landelijke Stuurgroep Aids en Druggebruik, Notitie Gekookte cocaïne en seksuele risico s: inschatting van de Nederlandse situatie (Utrecht 1997). Mondelinge informatie van de Stichting Adviesburo Drugs Amsterdam. Schriftelijke informatie van het Instituut voor Verslavingsonderzoek Rotterdam. Schriftelijke informatie van Mainline Amsterdam. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 BIJLAGE 2 STRUCTUURSCHETS NATIONALE DRUGMONITOR NEDERLAND 1. Inleiding Het drugbeleid kenmerkt zich zowel in binnen- als buitenland veelvuldig door een gebrek aan betrouwbare en representatieve gegevens. Daarom is in de nota «Het Nederlandse drugbeleid, Continuïteit en verandering» benadrukt dat aan het verbeteren van monitoring van dit terrein een belangrijke prioriteit gegeven zal worden. 1 Dit voornemen is opnieuw uitgesproken tijdens het op 19 december 1996 gehouden Algemeen Overleg met de Kamer, waarbij is toegezegd dat een notitie over dit onderwerp aan de Kamer ter informatie toegezonden zou worden. 2 Deze notitie dient gezien te worden als de basis voor verdere beleidsontwikkeling op dit terrein, die vanzelfsprekend in nauwe samenwerking met het veld zal moeten plaatsvinden. Onder monitoring wordt in deze notitie verstaan: een samenstel van regelmatig gehouden meet- en registratieactiviteiten gericht op het verkrijgen van inzicht in voor het drugbeleid relevante aspecten, en het bewaken van trendmatige ontwikkelingen. Monitoring dient een aantal kernvragen te beantwoorden ten behoeve van een verantwoorde beleidsontwikkeling. Monitoring onderscheidt zich van onderzoek in die zin dat het gaat om metingen en registraties die continu plaatsvinden of met een zekere regelmaat gehouden worden, en in principe niet verder gaan dan dat (en dus geen diepgaande analyse van de problematiek geven). De situatie in Nederland wordt gekenmerkt door een relatief groot aantal hoogwaardige monitoringsactiviteiten op het terrein van drugs. De samenhang tussen deze activiteiten is evenwel voor verbetering vatbaar. Het totaalbeeld dat zij opleveren is onvolledig en tevens kan de vraag gesteld worden of de beschikbare middelen niet doelmatiger kunnen worden ingezet. Een en ander heeft geleid tot het voornemen om een Nationale Drugmonitor Nederland (NDN) te realiseren. 2. Doelstelling De doelstelling van de NDN is het verwerven van inzicht in een aantal essentiële aspecten van de drugsproblematiek, die zowel ieder afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang een betrouwbaar en volledig beeld kunnen geven van de situatie in de praktijk, en die inzicht kunnen geven in trendmatige ontwikkelingen, de effecten van beleid, en te verwachten problemen. Het gaat hier niet om een geheel nieuw stelsel van activiteiten, maar om een beter en gecoördineerder toepassen van de huidige instrumenten, aangevuld met activiteiten die in lacunes moeten voorzien. De financiële en beleidsmatige aansturing blijft in handen van de overheid (voor zover de monitoringsactiviteiten ook thans door de overheid aangestuurd worden). Het opzetten van de monitor is niet alleen van belang voor het nationale drugbeleid, maar speelt zeker ook in internationaal verband een grote rol. Het Europese Drugwaarnemeningscentrum van de EU te Lissabon (EMCDDA) ziet zich voor een soortgelijke vraagstelling geplaatst en volgt derhalve de ontwikkeling van de NDN met grote belangstelling. 3. Inhoud 1 Kamerstukken II, , , nrs Kamerstukken , , nr. 43. In concreto gaat het om monitoring van tenminste de volgende aspecten: het gebruik van drugs Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 kenmerken van de gebruikers, w.o. de minderhedenproblematiek de gezondheidsschade en maatschappelijke schade die door het gebruik wordt veroorzaakt het functioneren van het zorgsysteem de aan verslaafden verstrekte medicatie de effectiviteit van behandelingen en andere activiteiten van de zorgsector door drugverslaafden veroorzaakte overlast de omvang en problematiek van de verslaafdenpopulatie in de penitentiaire sector de kwaliteit en prijs van aangeboden drugs de verkoop van drugs, o.a. door de coffeeshops inbeslagnames door politie en douane drugs en verkeer Het volgende dient hierbij aangetekend te worden: Onder drugs worden hier verstaan in ieder geval de middelen die onder de Opiumwet vallen, maar ook andere middelen waaraan een stimulerende of bewustzijnsbeïnvloedende werking wordt toegeschreven (dus ook bijvoorbeeld de eco-drugs en de smart-drugs). Alcohol en tabak zullen in een aantal relevante gevallen ook worden meegenomen, maar deze stoffen behoren niet tot het primaire aandachtsgebied van de NDN. Het werkterrein is voornamelijk dat van het departement van VWS. Daarnaast zijn echter ook de terreinen van Justitie, Binnenlandse Zaken en van gemeentelijk beleid van belang. Deze dienen dan ook waar relevant van meet af aan betrokken te worden bij de opzet en uitwerking van de NDN. Ook andere departementen kunnen in principe een rol spelen, maar deze hoeft op korte termijn nog niet geëffectueerd te worden. De te kiezen structuur dient zodanig te zijn dat in ieder geval in een later stadium aanhaking van deze partijen mogelijk is. Voorts dienen de basisthema s zodanig gekozen te worden dat een onderlinge combinatie een toetsing op mogelijke causale verbanden mogelijk is, bijvoorbeeld de vraag of toegenomen activiteit op het terrein van de aanbodbestrijding tot verslechtering van de kwaliteit van drugs en daarmee ook tot toenemende gezondheidschade leidt. Een ander voorbeeld is de vraag of het sluiten van coffeeshops tot toename van straathandel en handel op schoolpleinen en daardoor tot toenemend (poly)druggebruik door jeugdigen leidt. Het leggen van deze causale verbanden hoeft niet plaats te vinden in het kader van de monitoring zelf, maar kan bijvoorbeeld in het kader van aanvullend onderzoek geschieden. Het gaat er om dat dan de benodigde gegevens beschikbaar zijn. 4. Doelgroepen De producten van de NDN zullen in ieder geval dienstbaar moeten zijn aan: regering en parlement; beleidsinstanties, ten behoeve van beleidsvorming, prioriteitsstelling en evaluatie; internationale instanties; de verslavingszorg en instellingen die actief zijn op het terrein van preventie; justitie, politie en gemeentelijke bestuurders; Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 onderzoekers die de gegevens willen gebruiken om meer inzicht te krijgen in oorzaken, patronen en gevolgen van druggebruik. 5. Producten van de NDN De output van de NDN zal onder andere bestaan uit: periodieke rapportages/publicaties voor nationaal en lokaal beleid; periodieke bijdragen ten behoeve van internationale instanties zoals VN, WHO, EU, Raad van Europa en voortvloeiend uit bilaterale verdragen; specifieke werkzaamheden ten behoeve van het EMCDDA; informatieverstrekking ten behoeve van de werkzaamheden in de onderscheiden sectoren: volksgezondheid, justitie en politie, het openbaar bestuur, het onderwijs, etc. basismateriaal voor wetenschappelijk onderzoek; basismateriaal ten behoeve van bijvoorbeeld fact sheets en voorlichtingsactiviteiten. 6. Bouwstenen van de NDN In Nederland zijn verschillende bronnen van informatie actief en wordt een groot aantal producten door deze bronnen afgeleverd, van een kwalitatief hoog niveau. Een aantal voorbeelden: Continue registraties. Hierbij kan op het gebied van de volksgezondheid gedacht worden aan het Landelijke Alcohol en Drugs Informatiesysteem (LADIS). Het LADIS registreert capaciteit en cliëntenstromen in de ambulante verslavingszorg. Een ander belangrijk voorbeeld is de Centrale Middelen Registratie (CMR) van de regio Amsterdam, die tot een landelijk niveau uitgebreid zal worden. Voorts zal de ambulante en intramurale zorginformatle onderling worden gekoppeld. Ook is uitbreiding naar de justitiële sector voorzien. Daarnaast is er het Drug Informatie Monitoring Systeem (DIMS), een aanbodmonitor waarin kwantitatieve en kwalitatieve informatie over de aangeboden drugs worden geregistreerd. periodieke onderzoekingen op basis van (representatieve) steekproeven. Voorbeelden van deze onderzoeken zijn de peilstationsonderzoeken onder scholieren in het Voortgezet Onderwijs en de householdssurveys onder de algemene bevolking. De householdssurvey is in Amsterdam, Tilburg en Utrecht uitgevoerd en zal in 1997 in het gehele land worden gehouden. Tevens bestaan er lokale en regionale monitoringstations zoals het Drugsmonitoringssysteem in Rotterdam en het Antenne-project in Amsterdam. Er wordt thans een landelijk project (Trimbosinstituut in samenwerking met het Instituut voor Verslavingsonderzoek) voorbereid dat, uitgaande van twee of drie proefgemeenten, inzicht zal moeten geven in de vraag of en hoe het mogelijk is via een netwerk- of steekproefbenadering typisch lokaal/regionaal gebonden (integrale) informatie te verzamelen. Een voorbeeld van periodieke metingen op het terrein van de openbare orde zijn de Buurtsurveys waarin onder andere de overlast door druggebruikers wordt gemeten. De aansturing van deze bronnen vindt in een groot aantal gevallen plaats door de Rijksoverheid, met name door het ministerie van VWS. Ook de departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie financieren een aantal monitoringswerkzaamheden. Tevens zijn ook gemeentelijke Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

14 overheden op dit terrein actief. Dit verklaart waarom er soms sprake is van overlap of van verschillende methodieken en technieken. Deze bronnen produceren hun informatie regelmatig in de vorm van verslagen, rapporten, etc. Daarnaast worden bewerkingen of samenvattingen van deze informatie vervaardigd, ten behoeve van nationale beleidsvorming of bijvoorbeeld in het kader van de werkzaamheden van het Nationale Focal Point, ten behoeve van het EMCDDA. Het Focal point houdt in het kader van haar werkzaamheden ook een overzicht bij van alle informatiebronnen en de onderwerpen die door deze bronnen bestreken worden. Dit overzicht is zeer goed bruikbaar voor de verdere werkzaamheden in het kader van de NDN. 7. De organisatorische aspecten van de NDN Het opzetten van de NDN zal gekenmerkt moeten worden door een betere afstemming van de bestaande activiteiten en door het ontwikkelen van een aantal aanvullende activiteiten die in lacunes moeten voorzien. De organisatie van de NDN zal in ieder geval in de volgende functies moeten voorzien: het formuleren van de informatiebehoefte van een aantal nationale en internationale actoren. het geven van een permanent overzicht van de belangrijkste informatiebronnen, die in deze behoefte kunnen voorzien. een logische programmering van activiteiten die leidt tot het leveren van de gewenste gegevens het ontwikkelen van een nationale coördinatie- en redactiefunctie, waarin bijvoorbeeld ook de werkzaamheden in het kader van het Focal Point zijn ondergebracht het ontwikkelen van standaarden en kwaliteitsnormen en het aanwijzen van lacunes het ontwikkelen van een onafhankelijke toezichthoudende functie Deze functies zullen vormgegeven moeten worden in een structuur die uit de volgende elementen kan bestaan: een Coördinatiepunt NDN, buiten de overheid, waarin de diverse landelijke taken ten aanzien van de overzichtsfuncties, de coördinatie, de aansturing en de redactie in het kader van de NDN worden samengebracht. Ook het Nederlandse Focal Point van het EMCDDA kan daar worden ondergebracht. een Werkverband NDN waarin de verschillende uitvoerende instanties van onderdelen van de NDN kunnen samenwerken. Ze kunnen zo ook als eenheid communiceren met de opdrachtgevers en Raad van Toezicht NDN. Het werkverband kan gefaciliteerd worden door het coördinatiepunt. een onafhankelijke Raad van Toezicht NDN die toeziet op de kwaliteit en doelmatigheid van de NDN. Daarnaast kan deze Raad van Toezicht de departementen adviseren over het uitbreiden of beperken van monitoringsvragen of het houden van aanvullend onderzoek. De aansturing en de fimanciering van de NDN zal gecoördineerd worden door het ministerie van VWS, in nauwe afstemming met de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. Van hieruit zal ook gelet worden op samenhang en afstemming met andere monitorings- en onderzoeksactiviteiten, bijvoorbeeld de Volksgezondheids Toekomst Verkenningen (VTV) van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne en de onderzoeksprogrammering door Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 de stichting Zorgonderzoek Nederland (ZON) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De ZON is door het departement verzocht een onderzoekprogramma op het terrein van de verslavingsproblematiek te ontwikkelen, waartoe ook activiteiten ten dienste van de opbouw van de NDN gerekend kunnen worden. VWS zal regelmatig met ZON overleg hierover voeren. De NWO is thans bezig een onderzoekprogramma terzake van fundamentele verslavingsoorzaken uit te voeren. Voorts zal door de departementen de afstemming met het door de gemeenten gevoerde monitoringsbeleid, in de vorm van door instellingen voor verslavingszorg of GG en GD en uitgevoerd onderzoek, bewaakt moeten worden. 8. Overige randvoorwaarden Het opbouwen van de NDN zal onder een aantal randvoorwaarden moeten geschieden, die voortdurend afgewogen moeten worden. Zo zal bij het vaststellen van een beperkt aantal (kern)thema s van de NDN een aanvaardbaar evenwicht gevonden moeten worden tussen enerzijds volledigheid en anderzijds financiële en materiële beheersbaarheid. Ook blijkt uit de omschrijving van producten en doelgroepen dat de monitoring enerzijds van voldoende kwaliteit en consistentie moet zijn, en anderzijds begrijpelijke en actuele informatie moet opleveren. Ook deze vereisten kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Voorts is uitgangspunt dat de autonomie van lopende activiteiten blijft bestaan, maar dat er wel van betrokken actoren een coöperatieve opstelling wordt verwacht. De overheid zal dit uitgangspunt bij het stimuleren en financieren van de werkzaamheden in het kader van de NDN hanteren. 9. Operationalisering van de NDN Voor het operationaliseren van de NDN zal een realistisch tijdpad uitgezet moeten worden. De opbouw van de NDN zal in nauw overleg met alle betrokkenen moeten geschieden, teneinde het noodzakelijke draagvlak te creëren. Anderzijds zal een duidelijke sturing moeten plaatsvinden, gelet op de aard van de materie en betrokken actoren. De coördinatie en regie van het hele proces is in handen van het ministerie van VWS, in samenwerking met (in eerste instantie) de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken. De hoofdlijnen van beleid worden regelmatig gerapporteerd en besproken in de Ambtelijke Werkgroep Drugbeleid (AWUD), een interdepartementaal overlegorgaan waarin het drugbeleid wordt gecoördineerd en waarin bijvoorbeeld de periodieke rapportages aan Kabinet en Tweede Kamer worden opgesteld. Ter uitwerking van de diverse taken en verantwoordelijkheden van de NDN en bijvoorbeeld het vraagstuk van de bestuurlijke relatie met de departementen, is in juni 1997 een drietal terzake deskundigen van respectievelijk het Trimbos-instituut, het Instituut voor verslavingsonderzoek (IVO) en het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), gevraagd om aan de hand van de hoofdlijnen die in deze notitie zijn vastgelegd nadere voorstellen te formuleren. Zij betrekken daarbij desgewenst de informatie en opvattingen van personen en instanties die deskundig of betrokken zijn op het terrein van de bestaande monitoring. Deze nadere uitwerking wordt verwacht in oktober Op basis daarvan zal dan dit najaar een invitational conference gehouden kunnen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

16 worden, waarop de voornemens terzake van de NDN in bredere kring besproken kunnen worden. Vervolgens kunnen de resultaten daarvan bewerkt worden tot een concreet plan van aanpak dat op politiek niveau geaccordeerd kan worden en (stapsgewijs) geoperationaliseerd kan worden, bij voorkeur met ingang van Het streven is de NDN binnen twee jaar op te bouwen. 10. Financiële aspecten Het merendeel van de monitoringsactiviteiten wordt thans al door het departement van VWS gefinancierd. Het gaat hier o.a. om financiering van IVV/LADIS, CMR, DIMS, de householdsurveys, het lokale monitoringsproject, de scholierenonderzoeken van het TI, en het Focal Point. De buurtsurveys worden door Binnenlandse Zaken gefinancierd. Indien de opbouw van de NDN doorgaat, zijn in feite de hiervoor genoemde coördinatiefunctie en de Raad van Toezicht de belangrijkste nieuwe elementen. Ook hiervoor is in principe ruimte binnen de begroting van VWS. De hoogte van deze kosten is uiteraard afhankelijk van de keuzes inzake structuur en taken van de NDN, maar zullen per saldo relatief bescheiden zijn. Inzake eventueel aanvullende activiteiten zij verwezen naar de hiervoor genoemde mogelijkheid om de ZON in te schakelen. Het streven is door middel van de NDN tot een efficiëntere aanpak te komen zodat geen nieuwe intensiveringen nodig zijn, en wellicht ook besparingen gerealiseerd kunnen worden. Een concrete raming van de kosten van de NDN kan echter pas plaatsvinden nadat het onder 9) genoemde plan nader is uitgewerkt. Met de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken zal overlegd worden over hun bijdrage aan de NDN. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

17 LIJST VAN AFKORTINGEN CMR DIMS EMCDDA EU IVO LADIS NDN NWO TI VN VTV WHO ZON Centrale Middelen Registratie Drug Informatie Monitoring Systeem Europese Drugwaarnemingscentrum Europese Unie Instituut voor verslavingsonderzoek Landelijke Alcohol en Drugs Informatiesysteem Nationale Drugmonitor Nederland Nederlandse Organisatie voor Wetenschapelijk Onderzoek Trimbos Instituut Verenigde Naties Volksgezondheids Toekomst Verkenningen Wereldgezondheidsorganisatie stichting Zorgonderzoek Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993

A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993 Bijlage A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993 De Voorzitter van de Gezondheidsraad ontving de volgende brief, gedateerd 6 april 1993, nr

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De afgelopen jaren is uit rapportages van het voormalige Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) en de daarna opgerichte Dopingautoriteit gebleken dat in ons land

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 218 Het verworven immuun deficiëntie-syndroom (AIDS) Nr. 64 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 468 Wet van 13 juli 2002 tot wijziging van de Wet collectieve preventie volksgezondheid Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 december 2014 Betreft: nieuwe opzet Leefstijlmonitoring

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 december 2014 Betreft: nieuwe opzet Leefstijlmonitoring > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 604 Integraal Veiligheidsprogramma Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 VOORAF 4 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2012 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg IrisZorg verslavingszorg en maatschappelijke opvang dicht bij mensen, ver in zorg > IrisZorg: dicht bij mensen, ver in zorg Bij IrisZorg kan iedereen rekenen op de deskundigheid en betrokkenheid van onze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 111 Vragen van de leden

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Nederlandse cannabisbeleid

Nederlandse cannabisbeleid Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,

Nadere informatie

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen:

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen: Samenvatting Middelengebruik: algemeen In Nederland is het percentage mensen dat ooit of in de afgelopen maand drugs heeft gebruikt tussen 1997 en 2001 toegenomen. De piek ligt bij jongeren tussen 20 en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 24 077 Drugbeleid Nr. 113 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2013 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17 Inhoud Lijst met afkortingen 13 Voorwoord 15 Inleiding 17 DEEL 1 TRENDS IN CIJFERS OVER ILLEGALE DRUGS IN VLAANDEREN/BELGIË 1997-2007 19 HOOFDSTUK 1! ILLEGALE DRUGS. SITUERING EN DEFINIËRING 21 1.1 Wat

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht (GG&GD) Postbus

Nadere informatie

Kenmerk VGP /3083193. Den Haag

Kenmerk VGP /3083193. Den Haag Kenmerk VGP /3083193 Den Haag Besluit houdende wijziging van lijst I en lijst II, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op lijst I van het middel 4-methylmethcathinon (mefedron) en het middel

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik.

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Samenvatting van de resultaten uit het subcohort abstinenten die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studie

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 maart 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 maart 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070

Nadere informatie

Actieplan Alcoholzorg. verslag activiteiten over het jaar 2003

Actieplan Alcoholzorg. verslag activiteiten over het jaar 2003 Actieplan Alcoholzorg verslag activiteiten over het jaar 2003 september 2004 Inhoudsopgave 1. INLEIDING...3 2. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...4 3. RESULTATEN VAN HET TWEEDE JAAR ACTIEPLAN ALCOHOLZORG...5

Nadere informatie

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007)

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007) in Nederland (1998-2007) Juni 2009 In het kort Het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag is sinds 1998 met 130% gestegen (89% gecorrigeerd voor vergrijzing). Het aandeel alcoholcliënten van 55 jaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

De Nederlandse drugsmarkt in 2012

De Nederlandse drugsmarkt in 2012 Improving Mental Health by Sharing Knowledge De Nederlandse drugsmarkt in 2012 Daan van der Gouwe onder meer: Gezonde School en Genotmiddelen Nationale Drug Monitor Meldpunt Drugsincidenten THC Monitor

Nadere informatie

Preventie en voorlichting

Preventie en voorlichting Preventie Preventie en voorlichting Introductie De afdeling preventie geeft voorlichting en advies over genotmiddelen aan jongeren, ouders en professionals. Verslavingszorg verleent hulp aan volwassenen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 696 Schoolzwemmen Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut : Alcohol, roken en drugs Inleiding In onze maatschappij zijn het gebruik van alcohol en andere drugs heel gewoon geworden roken en het drinken van alcoholische dranken gebeurt op recepties, feestjes,

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit sirikruit@live.nl iri Kruit Voorlichting en training 1 Programma Introductie - Kennismaking - Studiehandleiding, opbouw van de lessen

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend?

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? IVO onderzoek De kaarten op tafel Rapport juni 2010 Samenvatting en conclusies o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? Poker bevat onmiskenbaar elementen van een verslavend spel. Het kan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 januari 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 januari 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie C.J. Leemrijse M.Bongers M. Nielen W. Devillé ISBN 978-90-6905-995-2 http://www.nivel.nl nivel@nivel.nl Telefoon 030 2 729 700 Fax

Nadere informatie

Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index

Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index 110309.08/03 Toezicht op de toegankelijkheid en kwaliteit van de veteranenzorg met behulp van de CQ-index Inleiding In oktober 2007 is het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) van start gegaan. Het LZV

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit sirikruit@live.nl iri Kruit Voorlichting en training 1 Programma Introductie - Kennismaking - Studiehandleiding, opbouw van de lessen

Nadere informatie

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf

FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld. Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf FLEVOMONITOR 2006 Kwetsbare Groepen en Huiselijk Geweld Annemieke Benschop, Susan Place, Marije Wouters & Dirk J. Korf Dit onderzoek is uitgevoerd door het Bonger Instituut voor Criminologie van de Universiteit

Nadere informatie

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Den Haag, 19 oktober 1999 CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Partijen,

Nadere informatie

Eerst de beren dan de honing

Eerst de beren dan de honing 58 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Resultaten van Veiligheidshuizen Eerst de beren dan de honing Illustratie: Hans Sprangers De Veiligheidshuizen vormden de afgelopen jaren een bron van onderzoek. Zo

Nadere informatie

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 Seksualiteit Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 In de gezondheidsenquête is een aantal vragen opgenomen over seksuele gezondheid 1. Friezen van 19 tot en met

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 29 477 Geneesmiddelenbeleid Nr. 172 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 32 772 Beleidsdoorlichting Volksgezondheid, Welzijn en Sport Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli Verslaafden Werken in sph Redactie: Dineke Behrend Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli 2 Verslaafden Auteur: Hans van Nes Bohn Stafleu Van Loghum Houten, 2004

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 27565 Alcoholbeleid Nr. 133 Herdruk 1 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 mei 2015 Vanuit de Drank-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties Nr. 143 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN DE MINISTERS VAN

Nadere informatie

Gezondheidszorgvisie DJI DJI

Gezondheidszorgvisie DJI DJI Gezondheidszorgvisie DJI DJI 2 / G E Z O N D H E I D S Z O R G V I S I E D J I Inleiding In het rapport Van Dinter (1995) [1] en het rapport Zorg achter tralies (augustus 1999) [2], zijn indertijd diverse

Nadere informatie

Rapport Fatale Woningbranden 2011 en Rapport Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking 1

Rapport Fatale Woningbranden 2011 en Rapport Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking 1 29517 Veiligheidsregio s 30821 Nationale Veiligheid Nr. 62 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 juli 2012 Met deze brief

Nadere informatie

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1 zijn er altijd al geweest en zullen er ook altijd blijven. Veel jongeren experimenteren in de puberteit met roken, alcohol en drugs en een deel laat zich verleiden tot risicovol gedrag. Jongeren zijn extra

Nadere informatie

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni 2012 Inleiding Onderdeel van het onderzoek zou een vergelijkende studie zijn naar de effectiviteit

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn Besluit houdende wijziging van lijst I, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op deze lijst van hasjiesj en hennep met een gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) van 15 procent of meer. Daartoe

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting De tabellen 1a en 1b geven een overzicht van de laatste cijfers over het middelengebruik en de drugscriminaliteit. Hieronder volgt een beschrijving

Nadere informatie

Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen CSA05.062. Aanleiding

Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen CSA05.062. Aanleiding Onderwerp CSA05.062 Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen Aanleiding In 2004 is al een begin gemaakt met de formulering van genoemd beleid rond dak- en thuislozen. Medio 2004 is in de Commissie Samenleving

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XV (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 606 Emancipatiebeleid 1998 Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID EN VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015

Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015 Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015 Doelstelling vandaag Wat is Preventie? Welke plannen heeft de overheid? Hoe wil de staatssecretaris ouders helpen? Welke rol spelen: Moedige Moeders? Huisartsen?

Nadere informatie

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, - 1 - Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 augustus 2012, nr. JOZ/378065, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende bekostiging ten behoeve van het stimuleren

Nadere informatie

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van, 2015,,

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van, 2015,, AMBTELIJK CONCEPT Besluit van houdende wijziging van het Besluit uitvoering Tabakswet en de bijlage bij de Tabakswet in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/40/EU inzake de productie, de presentatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 LANDELIJK ALCOHOL EN DRUGS INFORMATIE SYSTEEM A.W. Ouwehand W.G.T. Kuijpers D.J. Wisselink E.B. van Delden Houten, september 2010 Stichting Informatie Voorziening Zorg

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 110c 25 062 Wijziging van de inkomensgrens ziekenfondsverzekering voor AOW-gerechtigden BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG vra2007vws-16 24 077 Drugbeleid VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling 1. Kindermishandeling Kindermishandeling is 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Rebel (PvdA) over het bericht 'Gamen tot je niet meer kunt stoppen' (2015Z00316).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Rebel (PvdA) over het bericht 'Gamen tot je niet meer kunt stoppen' (2015Z00316). > Retouradres: Postbus, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 011 01 33 40 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 011 Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 juni 01 De

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 NOTA van: het Italiaanse voorzitterschap aan: de horizontale Groep drugs nr. vorig doc.: 11051/03 CORDROGUE

Nadere informatie

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Houten, april 2011 Stichting IVZ Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek

Nadere informatie

Bestuursopdracht Raad

Bestuursopdracht Raad Bestuursopdracht Raad Natuurlijk: gezond! Uitgangspunten notitie lokaal gezondheidsbeleid Naam ambtenaar: P.M. Veldkamp Datum: 18 april 2008 1. Aanleiding. Gemeenten zijn verplicht om iedere vier jaar

Nadere informatie

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010)

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) AH 740 2010Z13219 Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) 1 Bent u bekend met nieuw onderzoek van Michigan State University

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 24 077 Drugbeleid Nr. 95 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 587 Justitiële Inrichtingen Nr. 4 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 24 557 Kansspelen Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

De Rode en Blauwe Loper Utrecht

De Rode en Blauwe Loper Utrecht De Rode en Blauwe Loper Utrecht Korte karakteristiek De Rode en Blauwe Loper bieden laagdrempelige ontmoeting aan bewoners in Overvecht met verschillende achtergronden. Voor de groep mensen met een psychische

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG a 1 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 16 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070

Nadere informatie

Datum 27 oktober 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het toenemende aantal drugslabs in seniorenflats

Datum 27 oktober 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het toenemende aantal drugslabs in seniorenflats 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee Inzicht stand van zaken asbestinventarisaties scholen Auteur(s) GGD Amsterdam Fred Woudenberg GGD Amsterdam Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Eerste deel project 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India

Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India Inspectie jeugdzorg Utrecht, april 2008 2 Inhoudsopgave= Samenvatting...5 1. Inleiding...7 1.1. Aanleiding...7 1.2. Vraagstelling...7

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 600 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood 28 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid Nut en nood van coffeeshops Zes op tien coffeeshops dicht door kabinetsbeleid, Sluit coffeeshops in Maastricht,

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie