Uitkeringen uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule niet gefaciliteerd te gebruiken voor opheffing pensioentekort. Uitkeringen terecht belast

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitkeringen uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule niet gefaciliteerd te gebruiken voor opheffing pensioentekort. Uitkeringen terecht belast"

Transcriptie

1 Uitkeringen uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule niet gefaciliteerd te gebruiken voor opheffing pensioentekort. Uitkeringen terecht belast LJN: BZ0362, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00661, 11/00662 en 11/00663 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Belanghebbende is met zijn BV, waarvan hij directeur en enig aandeelhouder is, een pensioenregeling overeengekomen. Belanghebbende heeft zijn arbeidsovereenkomst met de BV aangevuld met drie addenda, gericht op opheffing van het pensioentekort. Volgens de addenda zal belanghebbende daartoe de uitkeringen op drie polissen van levensverzekering (met lijfrenteclausule) gebruiken en extra pensioenpremies op zijn salaris laten inhouden. Niet in geschil is dat ten minste tot het bedrag van de uitkeringen op de polissen sprake is van een pensioentekort. Belanghebbende ontvangt in 2006 en 2007 de uitkeringen op de polissen in privé en stort deze uiteindelijk niet door naar zijn BV. Het Hof beslist dat de uitkeringen op de polissen terecht tot het inkomen uit werk en woning zijn gerekend en dat geen sprake is van C-polissen. Wel staat het Hof toe dat voor het jaar 2006 rekening wordt gehouden met inhouding van een extra premie. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel verwerpt het Hof omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de Inspecteur heeft toegezegd dat belanghebbende hoe dan ook tot het bedrag van het pensioentekort een fiscale faciliteit krijgt. Uitspraak GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Vierde meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 11/00661, 11/00662 en 11/00663 Uitspraak op de hoger beroepen van de heer X, wonende te Y, hierna: belanghebbende, tegen de uitspraken van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 5 september 2011, nummers AWB 10/542, 10/543 en 10/544, in het geding tussen belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst Oost Brabant, hierna: de Inspecteur, betreffende na te noemen aanslagen. 1

2 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Aan belanghebbende zijn aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd naar belastbare inkomens van: (belastbaar inkomen uit werk en woning; hierna: Box I), respectievelijk (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen; hierna: Box III), over het jaar 2005, aanslagnummer H.56; (Box I), respectievelijk (Box III), over het jaar 2006, aanslagnummer H.66); (Box I), respectievelijk (Box III), over het jaar 2007, aanslagnummer H.76. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraken van 11 januari 2010 de aanslag over het jaar 2006 verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen van (Box I), respectievelijk (Box III) en de aanslagen over de jaren 2005 en 2007 gehandhaafd Belanghebbende is van deze uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van deze beroepen heeft de griffier van de Rechtbank in elk van voornoemde zaken van belanghebbende een griffierecht geheven van 41. De Rechtbank heeft het beroep betreffende de aanslag over het jaar 2005 gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen van (Box I), respectievelijk van (Box III), en gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van 41 aan deze vergoedt. De beroepen betreffende de aanslagen over de jaren 2006 en 2007 zijn door de Rechtbank ongegrond verklaard Tegen deze drie uitspraken heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van deze beroepen heeft de griffier van belanghebbende - in de procedure met nummer 11/ een griffierecht geheven van 112. De Inspecteur heeft verweerschriften ingediend Belanghebbende heeft, naar het Hof begrijpt, uitsluitend in de procedure met nummer 11/00661 schriftelijk gerepliceerd. De Inspecteur heeft daarop schriftelijk gedupliceerd Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 11 april 2012 te 's-hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur. De procedures met nummers 11/00661, 11/00662 en 11/00663 zijn toen gelijktijdig behandeld Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Belanghebbende heeft verklaard dat de bij de pleitnota gevoegde kredietovereenkomst, arbeidsovereenkomst (inclusief addenda) en de pensioenbrieven als niet overgelegd moeten worden beschouwd. De Inspecteur heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de overige vijf bij deze pleitnota behorende bijlagen Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst, en daarbij bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. Vervolgens heeft het Hof partijen verzocht schriftelijk inlichtingen te geven en/of onder hen berustende stukken in te zenden, aan welk verzoek zij hebben voldaan. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden Met toestemming van partijen heeft het Hof bepaald dat de nadere zitting achterwege blijft. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten. 2. Feiten 2

3 Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan: 2.1. Belanghebbende, geboren op 4 april 1941, is directeur en enig aandeelhouder van A B.V. te Y (hierna: de BV). De activiteiten van de BV bestaan uit advisering en financiële en economische dienstverlening Belanghebbende heeft met de BV op 1 mei 1992 een arbeidsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is aangevuld met drie addenda: van 1 december 2003, van 1 oktober 2006 en van 1 december Van deze addenda bevinden zich afschriften bij de stukken van het geding Tot de passiva van de BV behoort een pensioenvoorziening. De stand van deze pensioenvoorziening werd in de onderhavige jaren jaarlijks verhoogd met het bedrag van de pensioendotatie en rente. Per 31 december 2004 bedroeg de stand van de pensioenvoorziening Belanghebbende was tevens verzekeringnemer van een drietal verzekeringen bij B N.V. te C (hierna: B), te weten: - een kapitaalzekering met lijfrenteclausule met polisnummer , afgesloten per 31 december 1981, met een verzekerd bedrag van ƒ ,72. Blijkens het polisblad vormt deze verzekering de voortzetting van de eerder gesloten verzekering onder nummer Deze polis heeft uiteindelijk geleid tot een uitbetaling in 2007 van ; - een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule met polisnummer , afgesloten per 31 december 1981, met een verzekerd bedrag van ƒ ,65. Blijkens het polisblad vormt deze verzekering de voortzetting van de eerder gesloten verzekeringen onder de nummers , 003, 004, 007, 008, 010, 011 en 013. Deze polis heeft uiteindelijk geleid tot een uitbetaling in 2007 van ; en - een levensverzekering met polisnummer , afgesloten per 31 december 1984, met een verzekerd bedrag van ƒ ,88. Blijkens het polisblad betreft dit een verzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 4, onder B, van de Pensioen- en spaarfondsenwet (hierna: PSW). Deze polis heeft uiteindelijk geleid tot een uitbetaling in 2006 van De uitbetalingen van de genoemde verzekeringen, totaal groot , zijn door belanghebbende in privé ontvangen. Belanghebbende heeft met de uitkeringen geen lijfrenten aangekocht Bij brief van 31 augustus 2005 heeft belanghebbende aan de Inspecteur het voornemen kenbaar gemaakt de afkoopwaarde van voornoemde verzekeringen over te hevelen naar de BV om daarmee de pensioenvoorziening in de BV aan te vullen. Bij brief van 21 september 2005 heeft belanghebbende aan de Inspecteur voorgesteld om de pensioenvoorziening in de BV aan te vullen door middel van inkoop van dienstjaren. Tussen partijen heeft vervolgens uitvoerige correspondentie plaatsgevonden. De Inspecteur heeft voor de uitvoering van deze voornemens geen goedkeuring verleend Op 4 april 2006 heeft belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar bereikt. Met ingang van 1 april 2009 ontvangt belanghebbende pensioenuitkeringen uit de BV In het "Addendum op arbeidsovereenkomst d.d " van 1 december 2003 is tussen belanghebbende en de BV het navolgende overeengekomen, voor zover te dezen van belang: "Artikel 1. De bestaande arbeidsovereenkomst laatstelijk gewijzigd d.d blijft ongewijzigd. Artikel 2. Onder voorbehoud akkoord inspecteur VPB en IB, wordt de pensioenovereenkomst als volgt aangepast. A. Het pensioen van Eur ,42 gaat nu pas in op en wordt jaarlijks zoals gebruikelijk f ,58 (25.118,36) gedoteerd tot eind

4 B. Er wordt ten laste van de winst 2003 een indexatie/rente voorziening getroffen van EUR waarvan ten laste van de voorziening nog uit te betalen salaris. Het bedrag na VPB wordt toegevoegd aan het vermogen. C. Het onder A genoemde pensioen wordt op verhoogd met een volgens actuariële grondslagen te bepalen pensioen verhoging. Hierbij wordt rekening gehouden met de som van de bestaande pensioenvoorziening bij de B.V., de pensioentoezeggingen van derden aan ondergetekende sub 2, de via B te ontvangen kapitaalsommen en de rentestand en inflatie, een en ander naar de stand van ultimo D. Op grond van deze berekening wordt de nieuwe pensioengrondslag bepaald en een nieuwe pensioenbrief vervaardigd die 100% van het pensioen gevend salaris niet zal overschrijden." In het "Addendum 4 op arbeidsovereenkomst d.d " van 1 oktober 2006 (hierna ook: Addendum 4) is tussen belanghebbende en de BV het navolgende overeengekomen, voor zover te dezen van belang: "Artikel 1. De bestaande arbeidsovereenkomst laatstelijk gewijzigd d.d blijft ongewijzigd met dien verstande dat besloten is het salaris 2005 van ondergetekende sub 2 te verhogen naar Euro per jaar gezien de uitstekende resultaten 2005 en 2006 met batenstijgingen van meer dan 50% t.o.v. voorgaande jaren en met goede vooruitzichten naar de toekomst, geheel te danken aan ondergetekende sub 2. Artikel 2. Het pensioen opgebouwd bij voorgaande werkgevers voor 1990 ad ,85 resulterend in pensioentekort, wordt aangevuld door de B.V. Artikel 4. De totale pensioenlast ex art. 1 en 2 bedraagt ,74 EUR. Artikel 5. Onder voorbehoud akkoord inspecteur VPB en IB, wordt de pensioenovereenkomst als volgt aangepast. A. Het pensioen van Eur ,33 gebaseerd op 40 x 2% =80 % OP, gaat nu pas in op B. De B.V. neemt eenmalig EUR ,74 van genoemde ,74 EUR voor haar rekening in C. Voor het restant ad EUR verplicht ondergetekende sub 2 zich de gehele afkoopsom van de kapitaalpolissen B aan te wenden als bijdrage in de pensioenkosten van de B.V. onder het voorbehoud en nadat de inspecteur akkoord is met de nieuwe pensioenregeling. D. Vooruitlopend op dit akkoord is ondergetekende akkoord met een eenmalige looninhouding van over Het restant ( ) ad EUR zal worden gefinancierd via 2 jaarlijkse looninhoudingen van , in totaal maar pas nadat inspecteur akkoord heeft gegeven." In het "Addendum 5 op arbeidsovereenkomst d.d " van 1 december 2007 (hierna: Addendum 5) is tussen belanghebbende en de BV het navolgende overeengekomen, voor zover te dezen van belang: "Artikel 1. De bestaande arbeidsovereenkomst laatstelijk gewijzigd d.d. 1 oktober 2006 blijft ongewijzigd met dien verstande dat besloten is het salaris 2007 van ondergetekende sub 2 te verhogen naar Euro per jaar gezien de uitstekende resultaten 2007 met goede vooruitzichten naar de toekomst, geheel te danken aan ondergetekende sub 2. Artikel 2. Na uitvoering van het laatste addendum 4 op de arbeidsovereenkomst (zonder goedkeuring belastingdienst) is nu overeengekomen dat over 2007 de backservice lasten ad geheel ten laste van ondergetekende sub 2 komen en dat de kosten van oprenten ad ,57 geheel tel laste van ondergetekende sub 1 komen." 2.8. Over het jaar 2005 heeft belanghebbende samen met zijn echtgenote aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PH) gedaan. Hierbij zijn per abuis hun inkomensgegevens verwisseld. Bij het verwerken van de gegevens uit de beide aangiften heeft de Inspecteur deze verwisseling rechtgetrokken. Belanghebbende heeft bedoeld aangifte te doen naar een belastbaar inkomen van (Box I), respectievelijk van (Box III). Belanghebbende heeft daarbij een bedrag aan loon uit tegenwoordige dienstbetrekking aangegeven van nihil. Dit is het resultaat van het (verhoogde) bruto salaris 4

5 over 2005 van , verminderd met de inhouding van pensioenpremies voor hetzelfde bedrag, conform het addendum van 1 oktober 2006 (zie 2.7) De uitbetaling van het salaris van en de inhouding van pensioenpremies tot hetzelfde bedrag zijn in de administratie van de BV verwerkt via de rekening-courant met belanghebbende. De betreffende boekingen (boekingsnummer 333 en 335) hebben in de administratie een boekingsdatum van 31 december 2005 en zijn ingevoerd na afloop van het boekjaar, op 1 april Bij het opleggen van de definitieve aanslag IB/PH 2005 is de Inspecteur van de aangifte afgeweken en heeft de aftrek van de pensioenpremies van geweigerd. Na daartegen gemaakt bezwaar is de aanslag gehandhaafd Over het jaar 2006 heeft belanghebbende samen met zijn echtgenote aangifte IB/PH gedaan en hierbij wederom de inkomensgegevens verwisseld. Bij het verwerken van de gegevens uit de beide aangiften heeft de Inspecteur deze verwisseling wederom rechtgetrokken. Belanghebbende heeft bedoeld aangifte te doen naar een belastbaar inkomen van (Box I), respectievelijk van (Box III), waarbij het belastbare inkomen in Box I als volgt is samengesteld: Salaris BV * Pensioen D Pensioen E Uitbetaling B Saldo inkomsten eigen woning / * Conform addendum d.d. 1 oktober In 2006 heeft belanghebbende geen gevolg gegeven aan de jaarlijkse looninhouding volgens het bepaalde in artikel 5, onderdeel D, van het addendum van 1 oktober 2006 van De uitbetaling van het salaris over 2006 ad is in de administratie van de BV verwerkt via de rekening-courant met belanghebbende. De betreffende boeking (boekingsnummer 331) heeft in de administratie een boekingsdatum van 31 december 2006 en is ingevoerd na afloop van het boekjaar. Gedurende het jaar 2006 heeft op de rekening-courant geen boeking plaatsgevonden met betrekking tot doorbetaling van het door B in 2006 uitbetaalde het bedrag van Bij het opleggen van de definitieve aanslag IB/PH 2006 is de Inspecteur van de aangifte afgeweken en heeft hij het belastbare inkomen in Box I van verhoogd met de in 2.4 bedoelde uitbetalingen van en Na bezwaar heeft de Inspecteur de aangebrachte correctie van in totaal ongedaan gemaakt en de aanslag alsnog conform de aangifte vastgesteld naar een verzamelinkomen van Over het jaar 2007 heeft belanghebbende aangifte IB/PH gedaan naar een belastbaar inkomen in Box I van en in Box III van Het belastbaar inkomen in Box I is als volgt samengesteld: Salaris BV * Af: bijdrage pensioen /- Pensioen D Pensioen E Uitbetaling B Af: backservicekosten /- Saldo inkomsten eigen woning / * Conform addendum d.d. 1 december

6 2.16. De uitbetaling van het salaris van en de inhouding van pensioenpremies van zijn in de administratie van de BV verwerkt via de rekening-courant met belanghebbende. De betreffende boekingen (boekingsnummer 267 en 272) hebben in de administratie een boekingsdatum van 31 december 2007 en zijn ingevoerd na afloop van het boekjaar. Over het jaar 2007 hebben op de rekening-courant geen boekingen plaatsgevonden met betrekking tot doorbetaling van de door B in 2007 uitbetaalde bedragen van in totaal Bij het opleggen van de definitieve aanslag IB/PH 2007 heeft de Inspecteur de aangifte gevolgd. Na daartegen gemaakt bezwaar is de aanslag gehandhaafd. 3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen 3.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: 1. Kan belanghebbende de van B ontvangen uitkeringen van in totaal fiscaal geruisloos overhevelen naar de BV? 2. Kan belanghebbende in verband met een pensioentekort uit een vorig dienstverband een beroep doen op de regeling inzake inkoop van dienstjaren bij de BV (artikel 10a, lid 2, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, hierna: UB LB) en, zo ja, tot welke bedragen? 3. Heeft de Inspecteur het vertrouwensbeginsel geschonden? Belanghebbende is van mening dat deze vragen bevestigend moeten worden beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan Partijen doen hun standpunten in hoger beroep steunen op de gronden, welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal Belanghebbende concludeert, naar het Hof verstaat, tot gegrondverklaring van de hoger beroepen, tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraken van de Inspecteur en tot vaststelling van de aanslagen naar belastbare inkomens van: (Box I), respectievelijk (Box III), over het jaar 2005, (Box I), respectievelijk (Box III), over het jaar 2006, en (Box I), respectievelijk (Box III), over het jaar De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de Rechtbank. 4. Gronden Ten aanzien van het geschil Eerste vraag Vaststaat dat belanghebbende ter zake van de van B ontvangen uitkeringen uit de kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule geen lijfrenten heeft aangekocht. Alsdan is sprake van afkoop (vgl. Hoge Raad 16 september 1981, nr , BNB 1982/15). De uitkeringen moeten derhalve worden aangemerkt als belastbare uitkeringen en verstrekkingen uit een inkomensvoorziening als bedoeld in artikel van de Wet inkomstenbelasting 2001, in verbinding met artikel 1, onderdeel O, lid 1, onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting Voor zover belanghebbende bedoelt te stellen dat het bij B opgebouwde kapitaal kan worden overgedragen aan de BV, omdat de betreffende polissen - bij een materiële interpretatie daarvan - als C- polissen in de zin van artikel 2, lid 4, letter c, van de PSW, moeten worden aangemerkt, kan die stelling niet 6

7 worden gevolgd, reeds omdat belanghebbende met hetgeen hij heeft aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van C-polissen. Uit de tekst van de polissen bij B blijkt niet dat sprake is van C- polissen, noch anderszins heeft belanghebbende bewijs aangedragen dat een kwalificatie als C-polissen rechtvaardigt. Reeds hierom faalt belanghebbendes betoog derhalve Met de Inspecteur is het Hof voorts van oordeel dat de BV niet aangemerkt kan worden als toegelaten verzekeraar in de zin van artikel 19a van de Wet LB. Ook om die reden kan reeds geen sprake zijn van fiscaal geruisloze overdracht naar de BV van het bij B opgebouwde kapitaal Het gelijk met betrekking tot de eerste vraag is aan de zijde van de Inspecteur. Tweede vraag Het jaar Ten aanzien van het jaar 2005 heeft de Rechtbank het volgende overwogen: "2.6. Op grond van het bepaalde in artikel 3.81 Wet inkomstenbelasting 2001, wordt onder 'loon' verstaan het loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Artikel 13a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting (Wet Lb) bepaalt dat loon wordt beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het betaald of verrekend wordt, ter beschikking van de werknemer wordt gesteld of rentedragend wordt of vorderbaar en tevens inbaar wordt. Artikel 11, lid 1, aanhef en letter j van de Wet Lb bepaalt, voor zover hier van belang, dat tot het loon niet behoren, bedragen die worden ingehouden als bijdrage ingevolge een pensioenregeling. Inhouden is volgens de Hoge Raad, 22 juli 1981, BNB 1981/305 en BNB 1981/306, het van het loon afzonderen van de later af te dragen loonbelasting en premies Uit het in 2.2 genoemde addendum van 1 oktober 2006 blijkt dat eerst in 2006 tussen belanghebbende en de BV is overeengekomen dat het salaris over 2005 zou worden verhoogd tot onder gelijktijdige inhouding van datzelfde bedrag als bijdrage in de pensioenkosten van de BV. Ter zitting heeft belanghebbende bevestigd, dat in 2005 geen boekingen hebben plaatsgevonden met betrekking tot deze aan loon en inhouding op het loon. De bedragen zijn blijkbaar ook niet rentedragend geworden in Naar het oordeel van de rechtbank kan dan niet worden gezegd dat belanghebbende als gevolg van de afspraken uit 2006 reeds in 2005 enig bedrag aan loon heeft genoten of enig bedrag aan pensioenbijdrage bij wege van inhouding op het loon heeft betaald. Dat betekent dat voor 2005 moet worden uitgegaan van het in dat jaar door de BV feitelijk betaalde loon van nihil Tussen partijen is niet in geschil dat een gebruikelijk loon als bedoeld in artikel 12a Wet Lb voor belanghebbende zou bedragen. Zoals is overwogen in 2.7. is aan belanghebbende in 2005 geen loon door de BV uitgekeerd. Op grond van het bepaalde in artikel 12a in verbinding met artikel 13a, lid 3, van de Wet Lb dient het loon dan te worden vastgesteld op een zodanig bedrag dat het niet in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is. Derhalve bepaalt de rechtbank het loon voor belanghebbende in 2005 op 70% van of Het belastbaar inkomen uit werk en woning dient dan met ( / ) naar beneden te worden bijgesteld en wordt In zoverre is het beroep gegrond." Uit het door het Hof aan de Inspecteur opgedragen nadere onderzoek naar de administratie van belanghebbende is gebleken, dat de boekingen met betrekking tot het loon en de inhouding van pensioenpremies over 2005 hebben plaatsgevonden op 1 april 2006 (invoerdatum). De boekingen zijn in de administratie verwerkt per datum 31 december 2005 (boekingsdatum). Uit deze stukken moet worden afgeleid dat, gelijk ook de Rechtbank uit de door belanghebbende afgelegde verklaringen heeft opgemaakt, het loon op grond van artikel 13a van de Wet LB is genoten op 1 april Belanghebbendes beroep op het "Haviltex-criterium" (arrest Hoge Raad 13 maart 1981, nr , LJN AG4158) betreffende het addendum van 1 oktober 2006 kan hem niet baten, nu in het jaar 2005 geen uitbetalingen van loon respectievelijk geen inhoudingen van pensioenpremies hebben plaatsgevonden Met hetgeen belanghebbende voor het overige heeft aangevoerd heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de Rechtbank ten onrechte het gebruikelijk loon op 70% van , zijnde , heeft 7

8 vastgesteld. De uitspraak van de Rechtbank is daarom juist. Het hoger beroep van belanghebbende betreffende het jaar 2005 is ongegrond. Het jaar Ten aanzien van het jaar 2006 heeft de Rechtbank overwogen: "2.7. Op grond van het bepaalde in artikel 3.81 Wet inkomstenbelasting 2001, wordt onder 'loon' verstaan het loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Artikel 11, lid 1, aanhef en letter j van de Wet Lb bepalen, voor zover hier van belang, dat tot het loon niet behoren, bedragen die worden ingehouden als bijdrage ingevolge een pensioenregeling. Inhouden is volgens de Hoge Raad, 22 juli 1981, BNB 1981/305 en BNB 1981/306, het van het loon afzonderen van de later af te dragen loonbelasting en premies. Loon wordt beschouwd te zijn genoten op het tijdstip waarop het wordt betaald, verrekend, ter beschikking van de werknemer gesteld of rentedragend wordt dan wel vorderbaar en tevens inbaar wordt (artikel 13a Wet Lb) In 2006 is een loon uitgekeerd (geboekt in rekening-courant) van Belanghebbende heeft ter zitting erkend dat daar tegenover geen tegenboeking van ingehouden pensioenpremies (ad ) is gedaan. Derhalve is geen sprake van ingehouden pensioenpremies tot een bedrag van Uit de gedingstukken kan evenmin worden afgeleid dat ten laste van belanghebbende in het kader van zijn pensioentekort in 2006 enig bedrag door de BV is ingehouden noch dat in dat jaar anderszins enig bedrag ten laste van belanghebbende is gekomen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat sprake is geweest van negatief loon. Het uitgekeerde salaris van is dan terecht volledig belast. De aanslag is juist De rechtbank heeft bij uitspraak van heden in de zaak met rolnummer 10/542 geoordeeld dat de afspraak die in het in 2.2 genoemde addendum voor het jaar 2005 is gemaakt, niet in dat jaar is uitgevoerd en derhalve geen fiscale consequenties heeft voor Indien wordt aangenomen dat die afspraak wel in 2006 ten uitvoer is gebracht (betaling van een loon van onder inhouding van datzelfde bedrag voor pensioen) heeft dat geen gevolgen voor de onderhavige aanslag. De rechtbank zal derhalve in het midden laten of die afspraak in 2006 is uitgevoerd. De inspecteur heeft dat overigens bestreden." Zoals overwogen onder is uit het door het Hof aan de Inspecteur opgedragen nadere onderzoek naar de administratie van belanghebbende gebleken, dat de boekingen met betrekking tot het loon en de inhouding van pensioenpremies over het jaar 2005 hebben plaatsgevonden op 1 april 2006 (invoerdatum). Anders dan de Rechtbank, concludeert het Hof dat de over het jaar 2005, via verrekening op 1 april 2006 in rekening-courant, ingehouden pensioenpremies ten bedrage van aan 2006 toegerekend moeten worden. Over het jaar 2006 heeft geen additionele inhouding van pensioenpremies plaatsgevonden Voor de vraag of belanghebbende voor het jaar 2006 recht heeft op aftrek van de in 2006 verrekende pensioenpremies is van belang, dat de Inspecteur ter zitting van het Hof desgevraagd heeft verklaard, dat het pensioentekort van belanghebbende ten minste het bedrag van de afkoopsommen van de door belanghebbende bij B gesloten levensverzekeringen bedraagt. Daarmee heeft de Inspecteur, naar het oordeel van het Hof (impliciet) aangegeven dat belanghebbende een beroep kan doen op de regeling van inkoop van dienstjaren bij de BV wegens een pensioentekort uit een vorig dienstverband, als bedoeld in artikel 10a, lid 2, UB LB, tot maximaal het bedrag van de meerbedoelde afkoopsommen van (zie 2.4). Belanghebbende heeft in het jaar 2006 via verrekening in rekening-courant een bedrag van aan eigen pensioenbijdrage in de BV gestort. Dat is dan ook gelet op hetgeen hiervoor onder is overwogen, naar het oordeel van het Hof het maximaal aan het jaar 2006 in het kader van meergenoemd artikel 10a toe te rekenen bedrag. Belanghebbendes hoger beroep is in zoverre gegrond. 8

9 De Inspecteur heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld, dat indien het bedrag van in aftrek zou worden toegelaten, het gebruikelijk loon van artikel 12a van de Wet LB op nihil zou uitkomen, hetgeen in strijd zou zijn met de bedoeling van die wettelijke bepaling. Het Hof volgt dat standpunt van de Inspecteur niet. Zoals de Inspecteur in de stukken van het geding ook heeft beaamd, strekt de regeling van gebruikelijk loon ertoe te voorkomen dat directeurengrootaandeelhouders door middel van het geheel of gedeeltelijk afzien van een gebruikelijk loon de heffing van inkomstenbelasting ontgaan of onbedoelde voordelen behalen in de sfeer van de sociale zekerheid en andere inkomensafhankelijke voorzieningen. Van zo een geval is hier naar het oordeel van het Hof echter geen sprake. Vaststaat dat belanghebbende een pensioentekort heeft van ten minste het bedrag van Door de eigen bijdrage in 2006 van is dat bedrag bij lange na niet bereikt. Van het ontgaan van inkomstenbelasting of het behalen van een onbedoeld voordeel is geen sprake. Daarbij komt nog, dat indien het standpunt van de Inspecteur zou worden gevolgd, de mogelijkheid, die het meergenoemd artikel 10a biedt (inkoop van dienstjaren wegens pensioentekort uit een vorig dienstverband) in wezen illusoir zou worden, nu een dergelijke inkoop doorgaans - en ook in dit geval - betrekking heeft op meerdere jaren en daardoor per definitie een substantieel bedrag behelst Voor zover de Inspecteur stelt dat Addendum 4 door het daarin gemaakte voorbehoud niet in werking is getreden als gevolg van het "Haviltex-criterium", volgt het Hof de Inspecteur daarin niet. Vaststaat dat belanghebbende via verrekening in rekening-courant een bedrag van in de BV heeft gestort als pensioenbijdrage, waarmee - in elk geval gedeeltelijk - Addendum 4 tussen de daarbij betrokken partijen (belanghebbende en de BV) is nagekomen. Voorts staat vast dat het bedrag van lager is dan het door de Inspecteur toegegeven bedrag aan pensioentekort, waarmee in wezen aan het gemaakte voorbehoud is voldaan. Het Hof ziet gelet op het vorenoverwogene dan ook geen reden om de pensioendotatie van niet te accepteren. Het hoger beroep van belanghebbende is in zoverre gegrond. Het jaar Ten aanzien van het jaar 2007 heeft de Rechtbank overwogen: "2.7. Op grond van het bepaalde in artikel 3.81 Wet inkomstenbelasting 2001, wordt onder 'loon' verstaan het loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Artikel 11, lid 1, aanhef en letter j van de Wet op de loonbelasting 1964 bepalen, voor zover hier van belang, dat tot het loon niet behoren, bedragen die worden ingehouden als bijdrage ingevolge een pensioenregeling. Inhouden is, volgens de Hoge Raad, 22 juli 1981, BNB 1981/305 en BNB 1981/306, het afzonderen van de later af te dragen loonbelasting en premies Gesteld noch gebleken is dat het bedrag van in 2007 door de BV ten laste van belanghebbende is ingehouden. Uit de gedingstukken kan evenmin worden afgeleid dat belanghebbende in 2007 voormeld bedrag als bijdrage in zijn pensioen aan de BV heeft betaald of dat dat bedrag anderszins ten laste van belanghebbende is gekomen. De rechtbank acht dan ook niet aannemelijk dat sprake is van negatief loon tot dat bedrag. Belanghebbendes stelling kan niet slagen. Het gelijk is aan de inspecteur." Uit het door het Hof aan de Inspecteur opgedragen nadere onderzoek naar de administratie van belanghebbende is niet gebleken van een boeking van in het jaar Met hetgeen belanghebbende voor het overige heeft aangevoerd heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de uitspraak van de Rechtbank onjuist is. Het hoger beroep van belanghebbende is in zoverre ongegrond. Derde vraag Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat bij hem een in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt, dat de door hem voorgestane werkwijze door de Inspecteur zou worden gevolgd op grond van de uitlatingen van de heer F van de Belastingdienst. Van deze stelling heeft belanghebbende geen bewijs overgelegd. De Inspecteur heeft de stelling van belanghebbende nadrukkelijk betwist. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende, tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat de heer F, noch enig ander namens de Inspecteur optredend medewerker, een toezegging heeft gedaan, waaraan belanghebbende een in rechte te honoreren vertrouwen kon ontlenen. 9

10 In de van hem afkomstige stukken heeft belanghebbende gewezen op het feit dat de aanslagen vennootschapsbelasting ten name van de BV over de jaren 2003 en 2004 onherroepelijk zijn komen vast te staan. In de aan deze jaren ten grondslag liggende administratie van de BV is een extra pensioendotatie van verwerkt. Belanghebbende voert aan, dat met het opleggen van deze aanslagen de Inspecteur bij belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt, dat de Inspecteur akkoord was met de beoogde waardeoverdracht. Naar het oordeel van het Hof kan echter aan de enkele vaststelling van voornoemde aanslagen een dergelijk vertrouwen niet worden ontleend Belanghebbende heeft betoogd dat met het ondertekenen van Addendum 5 het voorbehoud dat was opgenomen in Addendum 4 is komen te vervallen. Daarmee is volgens belanghebbende de aftrek van de pensioenbijdrage in 2005 gerechtvaardigd en kan de Inspecteur zich nadien niet meer beroepen op een voorbehoud, dat is vervallen. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet, reeds omdat niet gebleken is van enige bijdrage in 2005 door belanghebbende aan de BV in de sfeer van pensioenpremies Naar het oordeel van het Hof is geen sprake van enig in rechte te honoreren vertrouwen op grond waarvan de Inspecteur gehouden is zijn medewerking te verlenen aan hetgeen belanghebbende heeft beoogd, anders dan het Hof hiervoor reeds heeft overwogen. Al hetgeen belanghebbende dienaangaande voor het overige heeft aangevoerd, brengt hierin geen verandering. Slotsom 4.4. De slotsom is dat het hoger beroep voor wat betreft het jaar 2006 (kenmerk Hof 11/00662) gegrond is en de hoger beroepen voor wat betreft de jaren 2005 (kenmerk Hof 11/00661) en 2007 (kenmerk Hof 11/00663) ongegrond zijn. De uitspraak van de Rechtbank nummer AWB 10/543 betreffende het jaar 2006 dient te worden vernietigd en de uitspraken van de Rechtbank nummers AWB 10/542 en 10/544 dienen te worden bevestigd. Ten aanzien van het griffierecht 4.5. Nu de uitspraak van de Rechtbank nummer AWB 10/543 wordt vernietigd, dient de Staat aan belanghebbende het door hem ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van 41 respectievelijk 112 (samenhangende zaken) te vergoeden. Ten aanzien van de proceskosten 4.6. Hoewel het door belanghebbende ingestelde hoger beroep in de zaak kenmerk 11/00662 gegrond is, acht het Hof geen termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen tot betaling van een tegemoetkoming in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbende heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt, en het Hof is ook ambtshalve niet gebleken, dat hij voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 5. Beslissing Het Hof - verklaart de hoger beroepen in de zaken kenmerk Hof 11/00661 en 11/00663 ongegrond; - bevestigt de uitspraken van de Rechtbank kenmerk AWB 10/542 en 10/544; - verklaart het hoger beroep in de zaak kenmerk Hof 11/00662 gegrond; - vernietigt de uitspraak van de Rechtbank kenmerk AWB 10/543; - verklaart het tegen de uitspraak van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep kenmerk AWB 10/543 gegrond; - vernietigt de uitspraak van de Inspecteur in die zaak; 10

11 - vermindert de aanslag IB/PH 2006 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van en uit sparen en beleggen van ongewijzigd ; - gelast dat de Staat aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van, in totaal, 153 vergoedt. Aldus gedaan op 18 januari 2013 door P.A.G.M. Cools, voorzitter, J.W. Huige en J. Swinkels in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden. 11

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende

Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00784 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423. Uitspraak op het hoger beroep van

Uitspraak. GERECHTSHOF 's-hertogenbosch. Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423. Uitspraak op het hoger beroep van Uitspraak GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 14/00423 Uitspraak op het hoger beroep van de heer a, wonende te b, hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

Uitkeringen uit AO-verzekering belastbaar als periodieke uitkering

Uitkeringen uit AO-verzekering belastbaar als periodieke uitkering Uitkeringen uit AO-verzekering belastbaar als periodieke uitkering ECLI:NL:GHSHE:2014:4487 Instantie Gerechtshof s-hertogenbosch Datum uitspraak 30-10-2014 Datum publicatie 01-12-2014 Zaaknummer 13-01092

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

GERECHTSHOF s-hertogenbosch

GERECHTSHOF s-hertogenbosch Uitspraak GERECHTSHOF s-hertogenbosch Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 13/00033 Uitspraak op het hoger beroep van de heer [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna: belanghebbende,

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum

Nadere informatie

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de voorzitter van het managementteam van de eenheid Belastinqdienat^ÉI^ van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, uitspraak / GERECHTSHOF 's-hertogenbosch Sector belastingrecht Eerste meervoudige Belastingkamer Kenmerk: 09/00515 Uitspraak van de eerste meervoudige Belastingkamer op het hoger beroep van de voorzitter

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755

LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755 LJN: BX7144, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 11/00755 Datum uitspraak: 29-08-2012 Datum publicatie: 12-09-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Belanghebbende, een

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg

Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg Uitspraak GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-13/00338 Uitspraak van 3 januari 2014 in het geding tussen: [X], wonende te [Z], belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst/

Nadere informatie

Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis

Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis Geen plaats voor vergrijpboete bij niet verantwoorde afkoopsom lijfrentepolis ECLI:NL:GHARL:2014:2897 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 08-04-2014 Datum publicatie 18-04-2014 Zaaknummer

Nadere informatie

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) f,r'- J Wop uitspraak RECHTBAN ARNHEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) VM 1 o HAART 2008 inzake \f de erven van

Nadere informatie

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep ECLI:NL:GHSHE:2015:3523 http://deeplink. Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 11-09-2015 21-09-2015

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Almere (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/00631 uitspraakdatum: 18 maart 2014 Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/Kantoor Groningen (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer: 12/00201 uitspraakdatum: 15 oktober 2013 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BW5380, Gerechtshof Leeuwarden, BK 11/00154 Inkomstenbelasting Datum 08-05-2012 uitspraak: Datum 10-05-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:In

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw

Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw Afkoopsom pre-brede Herwaarderingslijfrente vormt periodieke uitkering voor grondslag (bijdragen-inkomen) Zvw ECLI:NL:GHAMS:2014:5141 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 06-11-2014 Datum publicatie

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur).

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur). Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/01158 en 13/01159 uitspraakdatum: 24 februari 2015 nummer / Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2014:5405

ECLI:NL:GHSHE:2014:5405 ECLI:NL:GHSHE:2014:5405 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 19-12-2014 Datum publicatie 09-03-2015 Zaaknummer 13-00985 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2013:5806, (Gedeeltelijke)

Nadere informatie

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen LJN: BD1660, Rechtbank Breda, AWB 06/743 Datum uitspraak: 15-04-2008 Datum publicatie 15-05-2008 Rechtsgebied:Belasting Soort procedure:eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: Terecht AWBZ-premie

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak pagina 1 van 7 ECLI:NL:GHARL:2013:6083 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 06-08-2013 Datum publicatie 23-08-2013 Zaaknummer 13/00207 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2012:2728,

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

Inhoudsindicatie De waarde van de polis op de expiratiedatum is terecht gerekend tot belanghebbendes belastbare inkomen uit werk en woning over 2006

Inhoudsindicatie De waarde van de polis op de expiratiedatum is terecht gerekend tot belanghebbendes belastbare inkomen uit werk en woning over 2006 Waarde geëxpireerde kapitaalverzekering met lijfrenteclausule terecht gerekend tot belastbare inkomen in jaar waarin redelijke termijn is verstreken (clausule niet tijdig uitgevoerd). Keuzerecht verhindert

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 14/000542 uitspraakdatum: 27 januari 2015 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:310

ECLI:NL:GHAMS:2014:310 pagina 1 van 6 ECLI:NL:GHAMS:2014:310 Instantie Datum uitspraak 30-01-2014 Datum publicatie 12-02-2014 Zaaknummer 12/00966 Rechtsgebieden Gerechtshof Amsterdam Belastingrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN. Nr. 208/86 10 april 1987 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN BELASTINGKAMER UITSPRAAK Nr. 208/86 10 april 1987 Uitspraak (na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 29 januari 1986, nr. 23.254) van bet Gerechtshof te

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014

GERECHTSHOF AMSTERDAM. 1 Ontstaan en loop van het geding. Uitspraak. Kenmerk 13/ augustus 2014 Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk 13/00066 21 augustus 2014 uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X], wonende te [Z], belanghebbende tegen de uitspraak in de

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BV7053, Gerechtshof Arnhem, 11/00315 Datum uitspraak:14-02-2012 Datum 28-02-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2013:4158

ECLI:NL:GHSHE:2013:4158 pagina 1 van 9 ECLI:NL:GHSHE:2013:4158 Instantie Datum uitspraak 06-09-2013 Datum publicatie 26-09-2013 Zaaknummer 12-00358 Rechtsgebieden Gerechtshof 's-hertogenbosch Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser Uitspraak Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/7254 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 november 2014 in de zaak tussen [eiser], wonende te [X], eiser (gemachtigde: mr. drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:747

ECLI:NL:RBZWB:2014:747 pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBZWB:2014:747 Instantie Datum uitspraak 31-01-2014 Datum publicatie 21-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland-West-Brabant AWB-13_2158 Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen Rechtbank Zeeland-West-Brabant belastingrecht, meervoudige kamer 2 mei 2013 Nr. AWB 12/5894 UITSPRAAK van 2 mei 2013 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:3122

ECLI:NL:GHDHA:2013:3122 Rechtspraak.nl Print uitspraak pagina 1 van 7 ECLI:NL:GHDHA:2013:3122 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 06082013 Datum publicatie 12082013 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden BK1200897.su.hb.mk.def

Nadere informatie

Uitkeringen uit AOV (woongarant verzekering) terecht als periodieke uitkeringen (art. 3.100, lid 1, ond. b) belast

Uitkeringen uit AOV (woongarant verzekering) terecht als periodieke uitkeringen (art. 3.100, lid 1, ond. b) belast Uitkeringen uit AOV (woongarant verzekering) terecht als periodieke uitkeringen (art. 3.100, lid 1, ond. b) belast LJN: BY5803, Gerechtshof Amsterdam, 11/00737 Datum uitspraak: 22-11-2012 Datum publicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2013:2620

ECLI:NL:GHSHE:2013:2620 pagina 1 van 7 ECLI:NL:GHSHE:2013:2620 Instantie Datum uitspraak 27-06-2013 Datum publicatie 02-09-2013 Zaaknummer 12-00818 Rechtsgebieden Gerechtshof 's-hertogenbosch Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur) LJN: BW3414, Gerechtshof Arnhem, 11/00467 en 11/00468 Datum uitspraak: 11-04-2012 Datum publicatie: 20-04-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting. De

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:7283 Instantie Datum uitspraak 23-09-2014 Datum publicatie 25-09-2014 Zaaknummer 1400206 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:582,

Nadere informatie

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft

Overwegende dat de inspecteur het verschuldigde griffierecht tijdig heeft HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Eerste Enkelvoudige Belastingkamer. Gezien het beroepschrift ingediend door Y te Z namens X te Z, ingekomen ter griffie op 29 april 1982 onder nummer 2344/82 en gericht tegen

Nadere informatie

de directeur van het onderdeel Belastingregio Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur,

de directeur van het onderdeel Belastingregio Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst, hierna: de Inspecteur, LJN: BZ5455, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 12/00355 Datum uitspraak: 21-02-2013 Datum publicatie: 25-03-2013 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Belanghebbende is door

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW

Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW Waardering van op 1 januari 2001 lopende kapitaalverzekering voor het regime ROW LJN: BR0289, Gerechtshof Amsterdam, 09/00588 Datum uitspraak: 16-06-2011 Datum publicatie: 06-07-2011 Rechtsgebied: Belasting

Nadere informatie

Instituut Financieel Management

Instituut Financieel Management FFEBLR0111 IB (niet-winst) Instituut Financieel Management Opdracht 1b (inleveren in week 3) De tekst van artikel 1.2 Wet IB is per 1 januari 2011 ingrijpend gewijzigd. Vanaf 2001 t/m 2010 luidde de tekst

Nadere informatie

Geheven successierecht vormt aftrekpost ex art 3.108 Wet IB 2001 bij afkoop kapitaalverzekering

Geheven successierecht vormt aftrekpost ex art 3.108 Wet IB 2001 bij afkoop kapitaalverzekering Geheven successierecht vormt aftrekpost ex art 3.108 Wet IB 2001 bij afkoop kapitaalverzekering LJN: BZ6601, Rechtbank Haarlem, AWB 12/227 Datum uitspraak: 05-04-2013 Datum publicatie: 09-04-2013 Rechtsgebied:

Nadere informatie

Door verzekeraar gedane uitkeringen uit stamrecht dat dient ter vervanging van familierechtelijke periodieke uitkeringen niet belast in box 1

Door verzekeraar gedane uitkeringen uit stamrecht dat dient ter vervanging van familierechtelijke periodieke uitkeringen niet belast in box 1 Door verzekeraar gedane uitkeringen uit stamrecht dat dient ter vervanging van familierechtelijke periodieke uitkeringen niet belast in box 1 ECLI:NL:GHARL:2014:2577 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchty... 1 van 5 15-8-2012 15:59 LJN: BX4254, Rechtbank Breda, 11/3113 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 15-06-2012 10-08-2012 Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes)

HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) HOGE RAAD, 24 april 1991 (nr. 27 021) (Mrs. Jansen, Van der Linde, Baardman, Bellaart, Korthals Altes) ARREST gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amersfoort (hierna: de Inspecteur) Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummers 13/00632 en 13/00633 uitspraakdatum: 15 april 2014 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag en beschikking.

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag en beschikking. Gerechtshof te 's-gravenhage tweede meervoudige belastingkamer 18 juli 2002 Nr. BK-00/01752 UITSPRAAK op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, P, betreffende na te noemen naheffingsaanslag

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Feiten. Standpunt inspecteur

Feiten. Standpunt inspecteur Forse stijging van de pensioengrondslag in zicht van pensioeningangsdatum maakt pensioenregeling niet onzuiver! Pensioenpremie niet ingehouden op het loon toch aftrekbaar! Het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 19 oktober 2009, nummer AWB 08/2900 in het geding tussen

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 19 oktober 2009, nummer AWB 08/2900 in het geding tussen Gerechtshof 's-hertogenbosch, NR: 09/00692, LJ-Nummer: BQ3646 18 februari 2011 Belastingtijdvak: 2004 Verdragen: Belgie, Wet op de loonbelasting 1964: 19b IB / internationaal / onttrekking van een belangrijk

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Gehoord ter zitting van 12 april 1983 belanghebbende, vergezeld van voornoemde gemachtigde, alsmede de inspecteur;

Gehoord ter zitting van 12 april 1983 belanghebbende, vergezeld van voornoemde gemachtigde, alsmede de inspecteur; Belastingkamer nr. 3840/82. UITSPRAAK HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, Tweede Meervoudige Belastingkamer; Gezien het op 6 augustus 1982 ter griffie ingekomen beroepschrift van X te Z, belanghebbende, ingediend

Nadere informatie

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2010 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 augustus 2010 de naheffingsaanslag gehandhaafd. LJN: BR1107, Rechtbank Haarlem, 10/4941 Datum uitspraak: 06-07-2011 Datum publicatie: 19-07-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie: Het kwijtschelden

Nadere informatie

l.l. Hei beroep in cassatie richl zicht tegen de uitspraak van hei Gerechtshof Amsterdam van I -juli 2(Wa(veFzondefl-op-l-julr20J0)7

l.l. Hei beroep in cassatie richl zicht tegen de uitspraak van hei Gerechtshof Amsterdam van I -juli 2(Wa(veFzondefl-op-l-julr20J0)7 lo/ozssl CdS I. Gevoerde procedure en uitspraak waarvan cassatie l.l. Hei beroep in cassatie richl zicht tegen de uitspraak van hei Gerechtshof Amsterdam van I -juli 2(Wa(veFzondefl-op-l-julr20J0)7 1.2.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2013:5083

ECLI:NL:GHDHA:2013:5083 ECLI:NL:GHDHA:2013:5083 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 20-12-2013 Datum publicatie 31-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-12/00757 Belastingrecht

Nadere informatie

Uitkering uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule vormt geen onbelaste uitkering voor arbeidsongeschiktheid

Uitkering uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule vormt geen onbelaste uitkering voor arbeidsongeschiktheid Uitkering uit kapitaalverzekering met lijfrenteclausule vormt geen onbelaste uitkering voor arbeidsongeschiktheid ECLI:NL:GHARL:2015:1368 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 24-02-2015

Nadere informatie

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Leeuwarden nummer: 13/01170 uitspraakdatum: 19 augustus 2014 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep

Nadere informatie

Geen stamrechtovereenkomst in de zin van art. 11-1-g Wet LB. De ontslagvergoeding is terecht tot het loon is gerekend

Geen stamrechtovereenkomst in de zin van art. 11-1-g Wet LB. De ontslagvergoeding is terecht tot het loon is gerekend Geen stamrechtovereenkomst in de zin van art. 11-1-g Wet LB. De ontslagvergoeding is terecht tot het loon is gerekend ECLI:NL:RBNNE:2014:1539 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2013:3385

ECLI:NL:GHSHE:2013:3385 pagina 1 van 5 ECLI:NL:GHSHE:2013:3385 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 23-07-2013 Datum publicatie 16-09-2013 Zaaknummer 12-00310 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL. van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, Kenmerk: 2129/88 LJ GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Derde Enkelvoudige Belastingkamer PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Maastricht, de inspecteur.

de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Maastricht, de inspecteur. LJN: CA2372, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12/363 Datum uitspraak: 26-03-2013 Datum publicatie: 07-06-2013 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: Naheffingsaanslag

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente

Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente Geen recht op persoonsgebonden aftrek met betrekking tot testamentaire lijfrente LJN: BV9731, Gerechtshof Arnhem, 11/00546 Datum uitspraak: 13-03-2012 Datum publicatie: 23-03-2012 Rechtsgebied: Belasting

Nadere informatie

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK)

AFSCHRIFT. Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971 / FA RK 12-6306 (MN/WK) AFSCHRIFT beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling civiel recht en belastingrecht Team III (familie- en jeugdrecht) Uitspraak: 10 februari 2015 Zaaknummer: 200.152.940/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/13/522971

Nadere informatie

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 5 februari 2008, nummer 06/5586 in het geding tussen

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 5 februari 2008, nummer 06/5586 in het geding tussen 1 van 8 31-10-2009 8:20 LJ : BJ3817, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 08/00219 Datum uitspraak: 29-05-2009 Datum publicatie: 27-07-2009 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Belasting Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

Loonbelasting. Autokostenfictieregeling. Boeten terecht?

Loonbelasting. Autokostenfictieregeling. Boeten terecht? ECLI:NL:GHARL:2015:2564 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 31-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer 14/00637 en 14/00638 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:3520,

Nadere informatie

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK 12/00757 Uitspraak van 20 december 2013 in het geding tussen:, belanghebbende,

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK 12/00757 Uitspraak van 20 december 2013 in het geding tussen:, belanghebbende, GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK 12/00757 Uitspraak van 20 december 2013 in het geding tussen:, belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst Rijnmond, de Inspecteur,

Nadere informatie

Sprake van een nieuw feit; verweerder was niet gehouden uit eigen beweging onderzoek te doen naar de aangifte

Sprake van een nieuw feit; verweerder was niet gehouden uit eigen beweging onderzoek te doen naar de aangifte Sprake van een nieuw feit; verweerder was niet gehouden uit eigen beweging onderzoek te doen naar de aangifte LJN: BH7008, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 06/5424 IB/PVV Datum uitspraak: 21-01-2009 Datum

Nadere informatie

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 11/1084 van de rechtbank Haarlem in het geding tussen

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 11/1084 van de rechtbank Haarlem in het geding tussen LJN: BX8219, Gerechtshof Amsterdam, 11/00927 Datum uitspraak: 06-09-2012 Datum publicatie: 26-09-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Verzuimboete wegens te late

Nadere informatie

Appellante kan in haar beroep worden ontvangen, nu het beroepschrift binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend.

Appellante kan in haar beroep worden ontvangen, nu het beroepschrift binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 23 april 1998 Vonnisnummer : 1996-128 Datum : 23 april 1998 Rechters : mrs. Bijloos, Moltmaker en Groeneveld Middel : winstbelasting Artikel : Belastingjaar : 1995 Plaats

Nadere informatie

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 oktober 2010 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 oktober 2010 de aanslag en de beschikking heffingsrente gehandhaafd. Uit hoofde van testamentaire last aan voormalige vriendin van overleden vader gedane maandelijkse betalingen niet aftrekbaar als uitgaven levensonderhoud in de zin van artikel 6.3, lid 1, onderdeel a,

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 7 LJN: BR6097, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 10/00148 Datum 27-05-2011 uitspraak: Datum 29-08-2011 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:Belanghebbende

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. Gerechtshof te Amsterdam tweede meervoudige belastingkamer 6 juli 1999 nr. P98/3213 UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de Inspecteur, P. 1. Loop van het geding

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

1.2. Het tegen de aanslag gemaakte bezwaar is door de Inspecteur bij uitspraak van 8 maart 2012 niet-ontvankelijk verklaard.

1.2. Het tegen de aanslag gemaakte bezwaar is door de Inspecteur bij uitspraak van 8 maart 2012 niet-ontvankelijk verklaard. GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-12/00747 Uitspraak d.d. 3 september 2013 in het geding tussen: 939BB89I tefflbhhriço, belanghebbende, en de directeur van de Belastingdienst

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 6 LJN: BV2181, Gerechtshof 's-hertogenbosch, 10/00855 Datum uitspraak: 04-11-2011 Datum publicatie: 30-01-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Toepassing

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerken 12/01113 en 12/01114 26 september 2013 uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op de hogere beroepen na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden

Nadere informatie