Person-vocation fit over de tijd: werknemers op zoek naar congruentie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Person-vocation fit over de tijd: werknemers op zoek naar congruentie"

Transcriptie

1 Universiteit Gent Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen Academiejaar Eerste examenperiode Person-vocation fit over de tijd: werknemers op zoek naar congruentie Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master in de Psychologie, afstudeerrichting Bedrijfspsychologie en Personeelsbeleid door Michelle Vandromme Promotor: Prof. Dr. Filip De Fruyt Begeleider: Bart Wille 1

2 Abstract Binnen de loopbaanliteratuur is de beroepskeuzetheorie van John Holland een vaak bestudeerde theorie. Met deze studie werd getracht om meer duidelijkheid te bieden omtrent een van de centrale concepten binnen de theorie, congruentie. Aan de hand van een longitudinaal design werd onderzocht als (a) Congruentie toeneemt tijdens de eerste helft van de professionele loopbaan. (b) Interesseflexibiliteit, beroepsinteresses en/of persoonlijkheidstrekken voorspellers zijn van verandering in congruentie. (c) Verandering in congruentie een voorspeller is van loopbaansatisfactie. Om deze hypotheses te toetsen werd gebruik gemaakt van data die verzameld werden in het kader van een reeds bestaand longitudinaal onderzoeksprogramma (De Fruyt, 2002; De Fruyt & Mervielde, 1997, 1999; Wille, De Fruyt, & Feys, 2010, 2013). Binnen deze studie werden 165 proefpersonen opgenomen en data werden verzameld op vier tijdstippen, namelijk 1994, 1995, 2009 en Er werd gebruikt gemaakt van vijf verschillende congruentie-indexen en aan de hand van paired samples t-testen werd onderzocht of de participanten een stijging ervaren in congruentie. Uit de resultaten bleek dat één analyse aan de hand van de First letter agreement based on the hexagon index significant was. Anderen vertoonden een tendens in de verwachte lijn. Extraversie, altruïsme, intellectuele beroepsinteresses en sociale beroepsinteresses bleken significante voorspellers te zijn van verandering in congruentie. Verandering in congruentie bleek niet gerelateerd te zijn aan loopbaansatisfactie. 2

3 Dankwoord Met deze masterproef sluit ik mijn studie Bedrijfspsychologie en Personeelsbeleid aan de Universiteit van Gent af. Graag zou ik dan ook mijn dank betuigen aan alle mensen die mij steun, raad en vertrouwen gegeven hebben bij het tot stand brengen van mijn masterproef. Eerst en vooral wil ik mijn begeleider, Bart Wille, van harte bedanken. Hij stond steeds klaar om uitgebreide feedback, advies en ondersteuning te geven. Zonder zijn begeleiding zou deze masterproef niet hetzelfde zijn. Mijn dank gaat uiteraard ook uit naar mijn promotor, Prof. Dr. Filip de Fruyt, die me de kans heeft gegeven deze scriptie tot stand te brengen. Tevens wil ik mijn vrienden bedanken voor de onvoorwaardelijke steun die zij mij steeds gegeven hebben. Een extra woord van dank voor Dolores, Lisa en Sarah die mijn masterproef hebben nagelezen. Tot slot wil ik mijn ouders van harte bedanken voor de onvoorwaardelijke steun en omdat zij het voor mij mogelijk maakten deze universitaire studies te volbrengen. Bedankt! 3

4 Inhoudsopgave Abstract... 2 Dankwoord... 3 Inhoudsopgave... 4 Holland s theorie... 7 Basisassumpties... 7 Werkassumpties... 8 Mens- en omgevingstypes Secundaire concepten Congruentie Maten van congruentie Dichotomous first-letter-agreement index First letter agreement based on the hexagon Two letter agreement index Zener-Schnuelle index C-index Gravitatie als centraal idee Antecedenten van congruentie Interesseflexibiliteit Persoonlijkheid Vijf-factoren model Holland s beroepsinteresses Consequenties van congruentie Loopbaansatisfactie Methode Design en participanten Metingen en instrumenten Persoonlijkheidstrekken Beroepsinteresses Werkomgeving Loopbaansatisfactie Interesseflexibiliteit Congruentie-indexen Statistische analyses

5 Resultaten Neemt congruentie toe tijdens de eerste helft van de professionele loopbaan? Zijn persoonlijkheidstrekken, beroepsinteresses en/of interesseflexibiliteit predictoren van verandering in congruentie over tijd? Is verandering in congruentie predictief voor loopbaansatisfactie? Discussie Neemt congruentie toe tijdens de eerste helft van de professionele loopbaan? Zijn persoonlijkheidstrekken, beroepsinteresses en/of interesseflexibiliteit predictoren van verandering in congruentie over tijd? Is verandering in congruentie predictief voor loopbaansatisfactie? Implicaties Sterktes en beperkingen Toekomstig onderzoek Conclusie Referenties Bijlage

6 Het kunnen functioneren en werken binnen een omgeving die aansluit bij jouw persoonlijke interesses en waarden is een situatie waarin iedereen zich zou willen bevinden. Binnen zo n situatie is er een overeenkomst tussen de persoon en zijn omgeving, er is met andere woorden een person-environment fit. Over deze fit is binnen de loopbaanliteratuur reeds veel geschreven. Telkens wordt uitgegaan van de assumptie dat mensen gelukkiger zijn en algemeen beter functioneren wanneer hun interesses en waarden aansluiten bij de omgeving waarbinnen zij functioneren. Er vallen verschillende soorten van person-environment fit te onderscheiden, waaronder: person-organization fit (P-O fit), person-group fit (P-G fit), personvocation fit (P-V fit) en person-job fit (P-J fit) (Kristof-Brown, Zimmerman, & Johnson, 2005). Deze opsomming pretendeert niet volledig te zijn, maar vat de meest besproken soorten samen. Person-organization fit is de overeenkomst tussen de waarden van het individu en de waarden en karakteristieken van de organisatie waartoe het individu behoort. Person-group fit handelt over de overeenkomst tussen het individu en de groep waarbinnen dit individu werkt. Personvocation fit is de match tussen de persoonlijke kenmerken van het individu en het beroep dat deze persoon uitoefent. De laatste soort van overeenkomst is de person-job fit. Deze soort fit leunt dicht aan bij person-vocation fit maar is nauwer gedefinieerd, want dit is de overeenkomst tussen het individu en de taken die uitgevoerd worden binnen de job. Het onderscheid tussen de laatste twee soorten fit kan duidelijk worden gemaakt aan de hand van volgend voorbeeld. Timmerman zijn is een beroep, want dit is algemeen, maar wanneer iemand timmerman is bij een specifiek bedrijf, wordt er een specifieke invulling gegeven aan het concept timmerman en dan spreekt men van een job. Het onderzoek naar person-vocation fit heeft de voorbije decennia een groot deel van de aandacht gekregen. Het onderzoek naar deze soort fit omvat vooral theorieën over beroepskeuzes waarbij mensen gekoppeld worden aan beroepen die aan hun interesses tegemoet komen (Holland, 1959; Parsons, 1909; Super, 1953) en theorieën over werkaanpassing waarbij de nadruk wordt gelegd op satisfactie en aanpassing als consequenties van het feit dat individuele behoeftes ingevuld worden door de werkomgeving waarbinnen het individu functioneert (Dawis & Lofquist, 1984). Binnen deze scriptie zal verder worden gefocust op de person-vocation fit theorie van Holland. Deze theorie veronderstelt dat wanneer iemand een beroep beoefent die aansluit bij de interesses en karakteristieken van het individu, hij of zij beter functioneert en gelukkiger is (Holland, 1997). Een van de centrale concepten binnen deze theorie is congruentie. Congruentie is volgens Holland de overeenkomst of gelijkenis van een individu, zijn waarden en interesses, tot een bepaalde beroepsomgeving waarbinnen dat individu functioneert. Wanneer er geen overeenkomst of fit is tussen de interesses van een individu en de omgeving kan men spreken van incongruentie. Wanneer er wel een fit is, dan zou dit moeten 6

7 resulteren in satisfactie, prestatie en stabiliteit. Holland s theorie is al tientallen jaren een van de meest bestudeerde theorieën binnen de loopbaanliteratuur en heeft tegenwoordig nog steeds een grote invloed. Dit wordt ondermeer bevestigd door een artikel van Nauta (2010) dat het 50 jarig bestaan van de theorie vierde. Hoewel deze theorie talloze keren bestudeerd is zijn er nog steeds veel onduidelijkheden. Eén van de oorzaken die hiervan aan de basis ligt is een gebrek aan longitudinaal onderzoek. Dit soort van design is noodzakelijk voor het onderzoek naar een van de belangrijkste veronderstellingen van de theorie, namelijk gravitatie. Holland suggereert dat wanneer individuen veranderen van job, ze naar werkomgevingen zoeken die meer aansluiten bij hun persoonlijkheid of dat mensen hun interesses gaan aanpassen zodat deze beter bij de omgeving gaan aansluiten en ze meer congruent worden (Holland, 1997). Mensen evolueren dus naar een hogere mate van congruentie. Om dit soort van veronderstelling te toetsen is er nood aan onderzoek die congruentie over de tijd heen toetst. De nood aan dit soort van design wordt al lange tijd benadrukt (Chartrand & Walsh, 1999; Spokane, 1985; Tinsley, 2000) maar weinigen komen aan deze vraag tegemoet. Binnen deze scriptie zal wel gefocust worden op deze lacune. Aan de hand van longitudinaal onderzoek gespreid over 15 jaar zal onderzocht worden als mensen al dan niet congruenter worden. Hierna zal de theorie van Holland verduidelijkt worden aan de hand van basisassumpties, werkassumpties en secundaire concepten. Daarna wordt ingegaan op het concept congruentie dat beschreven zal worden door verschillende congruentiematen. Ten slotte zal het concept gravitatie verduidelijkt worden en zullen antecedenten en consequenties van congruentie aan bod komen. Holland s theorie Holland s theorie over beroepskeuzes baseert zich op interesses van mensen. Via interesses probeert men werkomgevingen te bepalen die bij deze interesses aansluiten. Het gebruik van interesses is een constante aanpak binnen de loopbaanliteratuur maar de theorie van Holland is hierbinnen veruit de bekendste. De beroepskeuzetheorie is opgebouwd aan de hand van verschillende basisassumpties, werkassumpties en secundaire concepten. Deze vormen samen de theorie van Holland (Holland, 1997). Basisassumpties De eerste assumptie is dat de keuze voor een beroep een expressie is van persoonlijkheid. De beroepsinteresses die mensen hebben hangen samen met hun persoonlijkheid. Als interesses een uiting zijn van persoonlijkheid, dan weerspiegelen zij zowel persoonlijkheid op het werk, school, hobby s,... Beroepsinteresses zijn dus een belangrijk aspect 7

8 van persoonlijkheid. Een tweede assumptie die hiermee samenhangt veronderstelt dat interessevragenlijsten eigenlijk persoonlijkheidsvragenlijsten zijn. Het blijkt namelijk dat de inhoud van de interessevragenlijsten schalen voortbrengt waarvan de betrouwbaarheden en validiteit ongeveer gelijk zijn aan de betrouwbaarheden en validiteit van andere methodes die persoonlijkheid onderzoeken. De ontwikkeling en validatie van de Vocational Preference Inventory (Holland, 1966) ondersteunde de assumptie dat beroepsinteresses inderdaad voortkomen uit persoonlijkheidstrekken. Een derde assumptie is dat de beroepsstereotypen die mensen hebben een betrouwbare en belangrijke betekenis hebben. De stereotypen die mensen over beroepen houden hebben namelijk toch enige validiteit ofwel geldigheid, want mensen met een verschillende achtergrond of leeftijd hebben meestal hetzelfde karakteristieke beeld over beroepen. Het grootste deel van interessevragenlijsten zijn gebaseerd op de assumptie dat verschillende mensen dezelfde beroepen op een gelijke manier percipiëren en dat dit beeld gelijk blijft over de tijd heen. Wanneer het beeld dat wij hebben over beroepen niet valide zou zijn dan zouden de interessevragenlijsten dus ook niet valide zijn. De vierde assumptie is dat mensen die een bepaald beroep uitoefenen gelijke persoonlijkheden en ontwikkelingsachtergronden hebben. Elk beroep trekt dus mensen aan met een gelijkaardige persoonlijkheid. Een volgende assumptie die hierop verder bouwt veronderstelt dat omdat mensen binnen een bepaald beroep gelijke persoonlijkheden hebben, zij op eenzelfde manier reageren op problemen. Op deze manier zullen zij een karakteristieke en interpersoonlijke omgeving creëren. De laatste assumptie veronderstelt dat satisfactie, stabiliteit en prestatie afhankelijk zijn van de congruentie tussen iemand zijn interesses en zijn beroepsomgeving. Het is waarschijnlijker dat mensen zich beter zullen voelen en presteren binnen een beroep waarbij er een overeenkomst is tussen de interesses en werkomgeving. Werkassumpties De eerste assumptie veronderstelt dat er zes theoretische menstypes zijn en dat mensen kunnen omschreven worden aan de hand van hun gelijkenis met elk van deze zes types. De verschillende types zijn: Realistisch, Intellectueel, Artistiek, Sociaal, Ondernemend en Conventioneel (= RIASOC). Zij zullen later verder uitgewerkt worden. Ieder type heeft specifieke attitudes en vaardigheden, en gaat daarom op een eigen specifieke manier om met problemen. Mensen gaan met behulp van specifieke vaardigheden en talenten doelen nastreven 8

9 en zo voldoening zoeken. Mensen zijn dus actieve ontvangers van omgevingsinvloeden omdat ze actief omgevingen, problemen en taken zoeken die hen aanspreken. Een ondernemend type zal vooral ondernemende beroepen zoeken zoals bijvoorbeeld managementfuncties of zal zelf een onderneming opstarten. Door de persoonlijke interesses van iemand te vergelijken met de zes vooropgestelde menstypes kan een interessepatroon bepaald worden die aansluit bij dat individu. De gelijkenis met elk van de zes types vormt het volledige interesseprofiel, dat uitgedrukt kan worden in een code. Een voorbeeld van een code is OSA, die de overeenkomst weergeeft met de drie types waar iemand het meest op lijkt. Deze code geeft aan dat iemand vooral ondernemend, sociaal en artistiek is. Mensen worden dus niet in één van de zes types ingedeeld. Er bestaan verschillende methodes om te bepalen in welke mate de eigen interesses gelijk zijn aan deze types. Schalen die ontworpen zijn om hierover een schatting te maken zijn bijvoorbeeld: Vocational Preference Inventory (Holland, 1966), Self-Directed Search (Holland, 1979) en Strong Interest Inventory (Harmon, Hansen, Borgen, & Hammer, 1994). Een tweede assumptie is dat er zes modelomgevingen zijn. Deze omgevingen omvatten dezelfde categorisatie als deze die gebruikt is voor de verschillende beroepsinteresses (RIASOC). Elke omgeving biedt zijn eigen problemen en kansen. Mensen zijn geneigd om anderen op te zoeken die gelijke interesses hebben en dezelfde kansen en uitdagingen zoeken. Samen gaan zij op zoek naar omgevingen met specifieke uitdagingen en kansen waartoe zij zich aangetrokken voelen. Elke omgeving wordt gedomineerd door mensen die qua interesses en karakteristieken bij deze omgeving aansluiten. Artistieke omgevingen zullen bijvoorbeeld vooral gedomineerd worden door artistieke mensen. De derde assumptie stelt dat mensen naar omgevingen zoeken die hen toelaten om hun vaardigheden, attitudes en waarden te uiten. Omgevingen waar zij bepaalde rollen kunnen aannemen en uitdagende problemen aangaan. Ondernemende types gaan op zoek naar ondernemende omgevingen omdat zij binnen deze omgeving hun vaardigheden, waarden en attitudes het best kunnen uiten. Niet enkel mensen zoeken omgevingen maar ook omgevingen zoeken mensen. Dit gebeurt door middel van het rekruteren van mensen en het vormen van vriendschappen. De laatste assumptie is dat gedrag gedetermineerd wordt door de interactie tussen iemand zijn interesses en zijn omgeving. Wanneer we het interesseprofiel en omgevingsprofiel van iemand kennen, kunnen we door onze kennis over deze interesses en omgeving gedrag gaan voorspellen. De overeenkomst tussen iemand zijn interesses en de omgeving leidt tot bepaalde positieve uitkomsten zoals satisfactie met de loopbaan. De theorie van Holland situeert zich dus rond zes types: Realistisch, Intellectueel, Artistiek, Sociaal, Ondernemend en Conventioneel. Zowel de omgeving als persoonlijke 9

10 interesses worden beschreven aan de hand van deze basistypes. Naar aanleiding van bijvoorbeeld loopbaanbegeleiding kan het interesse- en omgevingsprofiel van iemand gevormd worden. Om dit profiel in kaart te brengen zal het individu vragenlijsten invullen die peilen naar de interesses en de beroepsomgeving van het individu. Aan de hand van de scores op deze vragenlijsten worden de scores bepaald op elk van de zes RIASOC dimensies. Een voorbeeld van hoe een interessetype wordt samengesteld, wordt hieronder in Tabel 1 gegeven. Op dezelfde manier kan het omgevingstype bepaald worden. Tabel 1 Samenstelling van het interesseprofiel van drie hypothetische individuen Individu R I A S O C Letter code A CIR B OSA C RAI In Tabel 1 wordt het voorbeeld gegeven van een interesseprofiel met drie letters maar dit kan natuurlijk uitgebreid worden naar een profiel met vier, vijf of zes letters. Bij het eerste voorbeeld zou dit bijvoorbeeld CIRSOA worden. De scores zijn afkomstig van de antwoorden op vragenlijsten die deze interesses meten. Een voorbeeld van zo n vragenlijst is de Self- Directed Search (Holland, 1979). Bij dit soort van vragenlijst zullen participanten aanduiden wat ze al dan niet graag doen of zouden doen. Binnen het onderdeel Activiteiten zullen vragen gesteld worden zoals: Een cursus personeelsbeleid volgen, Een groep bijstaan om een doel te bereiken of Dingen bouwen met hout. Een cursus personeelsbeleid volgen is een voorbeeld van een vraag waar een sociaal type hoog op scoort, een groep bijstaan om doelen te bereiken is een voorbeeld van een vraag waar een ondernemend type hoog op scoort en dingen bouwen met hout is een voorbeeld van een vraag waar het realistisch type hoog op scoort. Aan de hand van de resultaten op de vragen wordt de score berekend die je behaalt op de verschillende types voor dat bepaald onderdeel. Wanneer alle scores bepaald zijn en een meting van het beroep is uitgevoerd, kan bepaald worden hoe hoog of laag de overeenkomst is tussen het interesse- en omgevingsprofiel. Mens- en omgevingstypes Holland (1997) neemt aan dat er verschillende theoretische mens- en omgevingstypes zijn, waaronder het Realistische, Intellectuele, Artistieke, Sociale, Ondernemende en Conventionele type. Mensen kunnen variëren in hun gelijkenis met elk van deze theoretische 10

11 types. Het realistische type werkt graag met zijn handen en heeft een voorkeur voor activiteiten met objecten, machines, dieren en werktuigen. Activiteiten die vermeden worden zijn onderwijzend, therapeutisch en sociaal van aard. Van een timmerman kan verwacht worden dat hij eerder een realistisch type is. Het hebben van technische competenties biedt in deze omgeving een voordeel. Het intellectuele type heeft een voorkeur voor activiteiten waarbij wetenschappelijke en mathematische competenties ontwikkeld worden. Ze brengen hun tijd het liefst door met het creatief onderzoeken van fysische, biologische en culturele zaken. Intellectuele types proberen activiteiten te vermijden waarbij zij zich sociaal moeten opstellen, overtuigen of repetitieve handelingen moeten stellen. Een voorbeeld van een intellectueel type is een wetenschapper. De intellectuele omgeving moedigt mensen aan de wereld als complex, abstract, origineel en onafhankelijk te zien. Het artistieke type heeft een voorkeur voor het creëren van kunst en producten waarbij gewerkt kan worden met fysische, verbale en humane materialen. Ze beschouwen zichzelf als expressief, open, origineel, intuïtief en onafhankelijk. Van een schrijver kan verwacht worden dat hij eerder een artistiek type is. De artistieke omgeving moedigt mensen aan om de wereld als complex, onafhankelijk, onconventioneel en flexibel te beschouwen. Het sociale type voelt zich het meest aangetrokken tot activiteiten waarbij zij anderen kunnen trainen, ontwikkelen, genezen, informeren en gelukkig maken. Deze types voelen zich ongemakkelijk bij het uitvoeren van geordende, systematische activiteiten waarbij ze gebruik moeten maken van machines, gereedschap en materialen. Zij geloven in gelijkheid voor iedereen en de wenselijkheid om behulpzaam en vergevingsgezind te zijn. Er kan verwacht worden dat een psycholoog eerder een sociaal type is. Het ondernemende type heeft een voorkeur voor activiteiten waarbij hij of zij anderen kan manipuleren, bedrijfsdoelstellingen kan bereiken en winst kan maken. Deze mensen vinden het belangrijk om anderen te controleren, ambitieus en onafhankelijk te zijn. Zij zien zichzelf als zelfzeker en sociaal en vinden dat ze goed kunnen leiden en goede spreekkwaliteiten hebben. Een manager wordt verwacht eerder een ondernemend type te zijn. Mensen die organisationele en persoonlijke doelen kunnen behalen door het manipuleren van anderen worden beloond in de ondernemende omgeving. Het laatste type is het conventionele type. Deze mensen verkiezen activiteiten die een geordende en systematische manipulatie van data vereisen en hebben administratieve en rekenkundige competenties. Conventionele types vinden dat ze volgens de regels werken en ordelijk zijn. Er kan verwacht worden dat een secretaresse eerder een conventioneel type is. 11

12 Deze omgeving beloont mensen die conventionele attitudes zoals conformiteit en afhankelijkheid laten uitschijnen. Secundaire concepten De secundaire concepten die centraal staan zijn: differentiatie, consistentie, congruentie, identiteit en de calculus-assumptie. Deze concepten bepalen en modereren de eerder gemaakte assumpties mee (Holland, 1997). Differentiatie is het fenomeen waarbij sommige types duidelijker gedefinieerd zijn dan andere. Een individu kan sterk lijken op een bepaald type maar niet op een ander type. Differentiatie duidt de mate van onderscheid aan binnen een profiel. Wanneer de scores van iemand zijn profiel dicht tegen elkaar aan liggen of wanneer een omgeving gekarakteriseerd wordt door vele types, dan is het interesse- of omgevingsprofiel ongedifferentieerd. Hoe groter het verschil tussen de hoogste en laagste score van de zes types hoe groter de differentiatie is. Een tweede concept is de calculus-assumptie. De relatie tussen en binnen interesse- en omgevingstypes kan bepaald worden aan de hand van een hexagonaal model. Dit model wordt in Figuur 1 weergegeven. De afstanden tussen de verschillende types of omgevingen binnen het model zijn bepalend voor het soort van relatie die bestaat tussen de verschillende types. De plaats binnen de zeshoek bepaalt in welke mate de types gerelateerd zijn aan elkaar. Types die naast of dicht bij elkaar liggen zijn meer gerelateerd dan types die ver of tegenover elkaar liggen. Figuur 1. Hexagonaal model van Holland. Het derde concept is dit van consistentie. Consistentie toont de graad van verwantschap aan binnen de code van interesses of binnen de omgevingscode. Een code is consistent wanneer deze samengesteld is uit types die tegen elkaar aanliggen binnen het hexagonaal model. Een interessetype die vooral realistisch en intellectueel is zou meer voorspelbaar zijn dan een type die realistisch en sociaal is. Dit is zo omdat de karakteristieken van een realistisch en intellectueel type dichter tegen elkaar aanliggen en dus een grotere overeenkomst tonen dan de 12

13 karakteristieken van een individu die realistisch en sociaal is. Het volgende concept is identiteit. Dit concept omschrijft de duidelijkheid en stabiliteit van iemand zijn interesses en omgeving. Wanneer iemand een duidelijk en stabiel beeld kan vormen over zijn interesses, doelen en talenten, dan is er sprake van identiteit. Een laatste concept is congruentie. Dit duidt op de overeenkomst tussen de interesses en beroepsomgeving van een individu. Mensen ervaren hun omgeving als versterkend en bevredigend wanneer de omgeving gelijkenissen vertoont met hun eigen interesses. Intellectuele mensen functioneren bijvoorbeeld het best binnen intellectuele omgevingen omdat deze omgevingen de kansen en beloningen bieden die intellectuele types aanspreken. Wanneer de interesses en karakteristieken van een individu in overeenkomst zijn met de karakteristieken van de omgeving waarbinnen het individu functioneert is er sprake van congruentie. Incongruentie komt voor wanneer iemand binnen een omgeving functioneert waarbij de aangeboden kansen niet aantrekkelijk lijken en de interesses niet aansluiten bij de karakteristieken van de omgeving. Congruentie is het begrip waar binnen de theorie van Holland veel over geschreven en gediscussieerd is, maar waar nog steeds geen consensus over bestaat. Ook binnen dit onderzoek ligt de hoofdfocus op congruentie. Congruentie Studies die congruentie meten zijn het meest zinvol wanneer lange termijn voorspellingen gemaakt worden en/of wanneer de correspondentieparameters onafhankelijk zijn. Een voorbeeld van een betekenisvolle studie is een studie die de gelijkenis meet tussen iemand zijn beroepsinteresses en omgevingstype gemeten op een bepaald moment met zijn of haar satisfactie, stabiliteit en prestatie enkele jaren later. Congruentie wordt nochtans meestal gemeten als een vergelijking tussen iemand zijn score op een interessevragenlijst en zijn beroepsveld en uitkomsten op één bepaald moment (Spokane, Meir, & Catalano, 2000). In het volgende onderdeel wordt ingegaan op de verschillende congruentiematen. Maten van congruentie Congruentiematen zijn ontwikkeld om de overeenkomst weer te geven tussen iemand zijn interessescores en de scores van de omgeving waarbinnen iemand werkt (Arnold, 2004). Door de tijd heen zijn er heel wat instrumenten ontwikkeld om congruentie te meten. Hier is vaak discussie over omdat verondersteld wordt dat de bestaande instrumenten niet in staat zijn om congruentie op een valide manier te meten (Brown & Gore, 1994) of dat de congruentie uitkomst relatie afhangt van de soort van maat die gebruikt wordt (Camp & Chartrand, 1992). De verschillende instrumenten kunnen opgedeeld worden in twee categorieën. De eerste categorie zijn de instrumenten die gebaseerd zijn op de theorie en assumpties van Holland, en 13

14 daar dus ook rekening mee moeten houden. Een tweede categorie zijn de instrumenten die niet op Holland s principes gebaseerd zijn (Hoeglund & Hansen, 1999). Instrumenten kunnen verder variëren op twee dimensies. Een eerste is de gevoeligheid. Een congruentie-index is gevoelig wanneer de onderliggende scores normaal verdeeld zijn. De tweede dimensie waar instrumenten op kunnen variëren is de omgang met interesse- en omgevingscodes die gelijke letters hebben, maar die niet gelijk geordend zijn. Het is zo dat gelijke codes met een andere ordening, bijvoorbeeld RIA en ARI, een lagere congruentie zouden moeten aangeven dan gelijke codes met eenzelfde ordening, zoals RIA en RIA. Het is belangrijk dat een congruentie-index drie zaken kan onderscheiden. Ten eerste moet het instrument kunnen discrimineren tussen personen met codes die eenzelfde orde hebben en codes met gelijke letters die niet op eenzelfde manier geordend zijn zoals het voorbeeld hiervoor aangeeft. Een tweede punt is dat instrumenten een fijner onderscheid zouden moeten kunnen maken tussen deze laatste gevallen, de codes die gelijke letters hebben maar die niet op dezelfde positie staan, op basis van het feit als er een letter overeenkomt in de codes en waar de letter overeenkomt. Hier zijn vier mogelijke voorbeelden te onderscheiden. Een eerste is wanneer de eerste letter gelijk is, terwijl de andere letters op een omgekeerde plaats staan, bijvoorbeeld RIA en RAI. Een tweede voorbeeld is wanneer de letter op de tweede positie gelijk is terwijl de anderen omgekeerd staan, bijvoorbeeld RIA en AIR. Het derde geval is wanneer de derde letter gelijk is, terwijl de eerste twee omgekeerd staan. Een vierde, en laatste voorbeeld is wanneer alle letters in beide codes aanwezig zijn maar niet op een gelijke plaats staan, bijvoorbeeld RIA en ARI. Instrumenten die hier rekening mee houden zouden verschillende waarden moeten toekennen aan de verschillende mogelijkheden. Als derde en laatste punt geldt dat instrumenten rekening zouden moeten houden met de afstand binnen de structuur van de zeshoek over beroepsinteresses. Ze moeten dus eigenlijk rekening houden met de dichtheidsstructuur. Iemand die bijvoorbeeld een RAI interessetype heeft en een IAR omgevingstype zou een hogere congruentiescore moeten krijgen dan iemand die een CRA interessetype heeft en binnen een ARC omgeving werkt (Brown & Gore, 1994). De ene congruentie-index is al moeilijker te berekenen dan de andere. De makkelijkste indexen maken gebruik van de discrepantie tussen iemand zijn scores aan de hand van de eerste, tweede en/of derde letter van de RIASOC-scores. Meer complexe indexen bepalen congruentie aan de hand van de structuur van de intercorrelaties (Spokane et al., 2000). De meeste congruentie-indexen hanteren de eerste drie letters van het RIASOC-model, maar zo n procedures zijn simplificaties van zowel het interesseprofiel als van het beroepsprofiel (Tracey & Robbins, 2006). Algemeen genomen besluiten Camp en Chartrand (1992), Brown en Gore (1994) en 14

15 Young, Tokar en Subich (1998) dat er een hoge graad van redundantie is onder de congruentiematen maar dat deze niet zomaar onderling verwisseld kunnen worden. Hierna zullen de indexen aan bod komen die binnen deze scriptie gebruikt zullen worden. Er zal gestart worden met eenvoudige maten van congruentie zodat geleidelijk aan kennis gemaakt kan worden met de metriek van congruentie, waarna gaandeweg meer gesofisticeerde maten aan bod zullen komen. Dichotomous first-letter-agreement index. Dit instrument die ontwikkeld werd door Holland (1963) is het eerste instrument dat ontwikkeld werd met de bedoeling congruentie te meten. Congruentie wordt berekend door de eerste letter van de interessecode te vergelijken met de eerste letter van de omgevingscode. Wanneer deze letters gelijk zijn is er congruentie en krijgt die persoon score 1. Wanneer deze letters niet gelijk zijn dan is er incongruentie en krijgt het individu score 0. Wanneer iemand OSA heeft als interessecode en OCR als omgevingscode dan is er congruentie en heeft men score 1. Maar wanneer iemand OSA heeft als interessecode en ESA als omgevingscode dan is deze persoon incongruent en krijgt men bijgevolg score 0 (Brown & Gore, 1994; Young et al., 1998). First letter agreement based on the hexagon. De first letter agreement based on the hexagon index van Holland (1973) is gebaseerd op de Dichotomous first-letter-agreement index. Eveneens wordt hier de eerste letter van de codes vergeleken maar hier bovenop wordt ook rekening gehouden met de afstand tussen deze letters. Hoe groter de afstand hoe minder congruent de score is. Men kan score 1 krijgen wanneer de letters tegenovergesteld staan op het hexagon en score 2 bij bijvoorbeeld de letters S en I, deze zijn niet tegenovergesteld maar liggen ook niet naast elkaar. Wanneer de scores naast elkaar liggen, zoals A en S krijgt men score 3 en score 4 geldt in het geval beide letters gelijk zijn (Brown & Gore, 1994; Young et al., 1998). Two-letter agreement index. De two-letter agreement index (Healy & Mourton, 1983) gebruikt, zoals de naam het zegt, de eerste twee letters van de interesse- en omgevingscodes. Wanneer de eerste twee letters gelijk zijn, onafhankelijk van de plaats waar zij staan, dan wordt de hoogste score, 3, toegekend. Wanneer er één letter van de ene code gelijk is aan één letter van de andere code dan wordt een lagere score van 2 toegekend, wat betekent dat er een lagere congruentie is dan bij een score van 3. Een voorbeeld hiervan zijn de volgende codes: COS en RCI, hier komt C voor binnen de eerste twee letters van beide codes. De laagste congruentiewaarde, voorgesteld door het cijfer 1, wordt gegeven wanneer mensen geen overeenkomst hebben tussen de eerste twee letters van hun codes (Brown & Gore, 1994; Young et al., 1998). Zener-Schnuelle index. Deze index ontwikkeld door Zener en Schnuelle (1976) is een meer geavanceerde index en wordt zeer frequent gebruikt omwille van de 15

Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2012-2013 Eerste Examenperiode

Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2012-2013 Eerste Examenperiode Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2012-2013 Eerste Examenperiode Zijn we wat we doen? Longitudinale en wederkerige relaties tussen persoonlijkheid en de beroepsomgeving.

Nadere informatie

Hollands Zelfonderzoek

Hollands Zelfonderzoek HZO - Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuzes - (Standaard) Totale duur [min]: 8:24 Nederlandse bevolking, totaal - Percentielen HZO Bast M - 33;3 Jaren Hollands Zelfonderzoek voor beroeps-

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

6DPHQYDWWLQJ. De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval.

6DPHQYDWWLQJ. De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval. 6DPHQYDWWLQJ De studie psychologie aan de Open Universiteit Nederland (OUNL) kent een hoge uitval. Van de ongeveer 1200 studenten die per jaar instromen, valt de helft binnen drie maanden af. Om een antwoord

Nadere informatie

HPC-O. Human Performance Contextscan Organisatierapportage Datum: Opdrachtgever: Auteur:

HPC-O. Human Performance Contextscan Organisatierapportage <Naam onderwijsinstelling> Datum: Opdrachtgever: Auteur: HPC-O 1 HPC-O Human Performance Contextscan Organisatierapportage Datum: Opdrachtgever: Auteur: 24 april 2008 drs M.G. Wildschut HPC-O

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing

Nadere informatie

HZO Opleidingenzoeker

HZO Opleidingenzoeker HZO Opleidingenzoeker Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuze ID 256-1 Datum 22.01.2015 2 / 26 INLEIDING De meeste mensen willen op twee manieren geholpen worden bij de keuze van hun opleiding

Nadere informatie

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap.

Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Onderzoek naar de werving en het behoud van vrijwilligers toegepast op de theorie van Psychologisch Eigenaarschap. Master thesis onderzoek van Mandy Ziel, Merel van der Mark & Chrisje Seijkens. Universiteit

Nadere informatie

Bevolking Nederland en Vlaanderen, Mannen en Vrouwen

Bevolking Nederland en Vlaanderen, Mannen en Vrouwen Pagina 2 van 17 Naam: Maarten de Boer Afnamedatum: 16.12.2011 09:28 Normgroep: Bevolking Nederland en Vlaanderen, Mannen en Vrouwen Pagina 3 van 17 NEO-PI-R Uitgebreide interpretatie van de resultaten

Nadere informatie

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk

Compatibility Process Scale (ACPS). De therapeutische alliantie is gemeten met de Werk De invloed van indicatiestelling door overleg (the Negotiated Approach) op patiëntbehandelingcompatibiliteit en uitkomst bij de behandeling van depressieve stoornissen 185 In deze thesis staat de vraag

Nadere informatie

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten

Samenvatting. Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten Samenvatting Leeftijd en Psychologisch Contractbreuk in Relatie tot Werkuitkomsten De beroepsbevolking in Nederland, maar ook in andere westerse landen, vergrijst in een rap tempo. Terwijl er minder kinderen

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een aantal onderzoeken op het gebied van gehechtheid en psychosociaal functioneren in de volwassenheid. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de gehechtheidstheorie.

Nadere informatie

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

Hebben mannen en vrouwen gelijke kansen. bij selectieproeven met intelligentietests? Samenvatting

Hebben mannen en vrouwen gelijke kansen. bij selectieproeven met intelligentietests? Samenvatting FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN DEPARTEMENT PSYCHOLOGIE ONDERZOEKSGROEP HOGERE COGNITIE EN INDIVIDUELE VERSCHILLEN CENTRUM VOOR ORGANISATIE- EN PERSONEELSPSYCHOLOGIE TIENSESTRAAT 102

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Antreum RAPPORT TALENTENSPECTRUM. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT TALENTENSPECTRUM. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT TALENTENSPECTRUM Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 02 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Dit rapport is bedoeld om u te helpen analyseren op welk vlak uw talenten

Nadere informatie

VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST

VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST VOORBEELDRAPPORT MARKETING EN SALES POTENTIEEL TEST Respondent: J. de Vries ( voorbeeld) E- mailadres: jdevries@example.com Geslacht: Man Leef tijd: 32 Opleiding sniveau: HBO Verg elijking sg roep: Normg

Nadere informatie

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest

Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Rapportgegevens Nederlandse persoonlijkheidstest Respondent: Johan den Doppelaar Email: info@123test.nl Geslacht: man Leeftijd: 37 Opleidingsniveau: hbo Vergelijkingsgroep: Nederlandse beroepsbevolking

Nadere informatie

Vertrouwelijk Naam kandidaat: De Kandidaat Print datum: 7-11-11 Rapportage t.b.v.: Geen pakket geselecteerd

Vertrouwelijk Naam kandidaat: De Kandidaat Print datum: 7-11-11 Rapportage t.b.v.: Geen pakket geselecteerd Vertrouwelijk Naam kandidaat: De Kandidaat Print datum: 7-11-11 Rapportage t.b.v.: Geen pakket geselecteerd Loopbaan Inzicht Vragenlijst Afgenomen op: 14-10-11 19:20:1 Deze rapportage is ontworpen om professionele

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent. De commitments van creatieve professionals

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent. De commitments van creatieve professionals De commitments van creatieve professionals 7 De commitments van creatieve professionals 163 164 Ruim baan voor creatief talent, hoofdstuk 7 7.1 Inleiding In deze studie is binding gedefinieerd als het

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

dat individuen met een doelpromotie-oriëntatie positieve eigeneffectiviteitswaarnemingen

dat individuen met een doelpromotie-oriëntatie positieve eigeneffectiviteitswaarnemingen 133 SAMENVATTING Sociale vergelijking is een automatisch en dagelijks proces waarmee individuen informatie over zichzelf verkrijgen. Sinds Festinger (1954) zijn assumpties over sociale vergelijking bekendmaakte,

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Rapport WPV Normatief

Rapport WPV Normatief Rapport WPV Normatief Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur van Organisatie Datum 18/12/2014 Inleiding Vooraf Dit rapport is een hulpmiddel om tot zelfinzicht te komen. Wij kunnen daarom geen verantwoordelijkheid

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Programma Maak van je Pensioen een Succes. Persoonlijk rapport voor Jan Voorbeeld

Programma Maak van je Pensioen een Succes. Persoonlijk rapport voor Jan Voorbeeld Programma Maak van je Pensioen een Succes Persoonlijk rapport voor Jan Voorbeeld LET OP! Dit rapport toont slechts delen van het persoonlijk rapport behorend bij het programma Maak van je Pensioen een

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Titel: Cognitieve Kwetsbaarheid voor Depressie: Genetische en Omgevingsinvloeden Het onderwerp van dit proefschrift is cognitieve kwetsbaarheid voor depressie en de wisselwerking

Nadere informatie

Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie. Mei 2009

Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie. Mei 2009 Tips voor werknemers StepStone geeft tips op basis van demografische studie Mei 2009 1 Inleiding De crisis kan ook een opportuniteit zijn voor werknemers om hun job veilig te stellen en zelfs hun kansen

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft.

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft. Pagina 1 van 21 BIP-werkgerelateerde persoonlijkheidsvragenlijst Dit rapport geeft een overzicht van uw positie op de vier persoonlijkheidsdimensies die relevant zijn voor het functioneren in een werkomgeving:

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

HZO Beroepenzoeker. Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuze. John Doe

HZO Beroepenzoeker. Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuze. John Doe HZO Beroepenzoeker Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuze ID 256-1 Datum 22.01.2015 3 / 14 OVER MENSEN EN BEROEPEN Het Hollands Zelfonderzoek helpt mensen werkomgevingen en beroepen te vinden

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS)

Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS) Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS) Gegevens van de referentiegroep: Uw unieke logincode: Bewaar deze code goed, u kan ze gebruiken voor het aanvragen van bijkomende rapporten. Copyright 2011-2013 Pontis

Nadere informatie

De Employability Scan Arbeidsmarktcongres 2013: Organisaties en inzetbaarheid

De Employability Scan Arbeidsmarktcongres 2013: Organisaties en inzetbaarheid De Employability Scan Arbeidsmarktcongres 2013: Organisaties en inzetbaarheid Jill Nelissen Doctoranda Onderzoeksgroep Personeel en Organisatie, KU Leuven Doctoraatsproject over het thema Employability

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Hans Vermeersch(*) en Pieter De Pauw(**) (*) Expertisecentrum Sociale Innovatie,

Nadere informatie

03.03.2010 Conferentie Studiesucces

03.03.2010 Conferentie Studiesucces 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Anita de Vries A.devries@noa-vu.nl A.de.vries@psy.vu.nl 1/40 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Persoonlijkheid als voorspeller van Studieprestatie & Contraproductief

Nadere informatie

Rapportage Werksoorten. BIJ Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 02.04.2015. Email:

Rapportage Werksoorten. BIJ Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 02.04.2015. Email: Rapportage Werksoorten Naam: BIJ Voorbeeld Datum: 02.04.2015 Email: support@meurshrm.nl BIJ Voorbeeld / 02.04.2015 / Werksoorten (QWSN) 2 Inleiding Wat voor type werkzaamheden spreken jou aan? Wat voor

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

Rapport Intake Loopbaantraject

Rapport Intake Loopbaantraject Rapport Intake Loopbaantraject Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur van Organisatie Datum 20/02/2015 Inleiding In het kader van een loopbaantraject hebt u een tweetal vragenlijsten ingevuld die u inzicht

Nadere informatie

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU?

E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? E-CURSUS 1: WELKE WAARDEN ZIJN VAN WEZENLIJK BELANG VOOR JOU? Thuis en op school heb je allerlei waarden meegekregen. Sommigen passen bij je, anderen misschien helemaal niet. Iedereen heeft waarden. Ken

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT

MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT MOTIVES, VALUES, PREFERENCES INVENTORY OVERZICHT INTRODUCTIE De Motives, Values, Preferences Inventory () is een persoonlijkheidstest die de kernwaarden, doelen en interesses van een persoon in kaart brengt.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

VK+ Zelfrapportage. Vragenlijst over veerkracht. Henk Smit

VK+ Zelfrapportage. Vragenlijst over veerkracht. Henk Smit VK+ Zelfrapportage Vragenlijst over veerkracht ID 255-17 Datum 26.05.2015 VK+ Inleiding 2 / 9 INLEIDING De VK+ is een vragenlijst die op basis van zelfrapportage de mentale veerkracht van volwassenen in

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s

Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Leren bedrijfseconomische problemen op te lossen door het maken van vakspecifieke schema s Bert Slof, Gijsbert Erkens & Paul A. Kirschner Als docenten zien wij graag dat leerlingen zich niet alleen de

Nadere informatie

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Hoe tevreden zijn de medewerkers met en hoe betrokken zijn zij bij de organisatie en welke verbeterpunten ziet men voor de toekomst? Wat is medewerkerstevredenheid

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Werknemervertrouwen in Nederland 2010

Werknemervertrouwen in Nederland 2010 Werknemervertrouwen in Nederland 2010 - onderzoek naar vertrouwen, trots en plezier onder Werkend Nederland - Eindrapport Amersfoort, 8 april 2010 Great Place To Work Institute Nederland Postbus 1775 3800

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Beste pleegouder, U heeft aangegeven graag op de hoogte gehouden te

Nadere informatie

Tekst 21: The Signature Effect: Signing influences Consumption-Related Bahavior bij priming self-identity (Kettle & Haubl)

Tekst 21: The Signature Effect: Signing influences Consumption-Related Bahavior bij priming self-identity (Kettle & Haubl) Tekst 21: The Signature Effect: Signing influences Consumption-Related Bahavior bij priming self-identity (Kettle & Haubl) Inleiding Je handtekening zetten speelt een belangrijke rol in je leven. Als consument

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt

Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt genetische aanleg voor sportgedrag een rol? Hoe hangt sportgedrag samen met geestelijke

Nadere informatie

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant Best Peter Assistant TH-PI Performance Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 10-03-2015. OVER DE PERFORMANCE INDICATOR

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Oefening: Profiel en valkuilen vragenlijst

Oefening: Profiel en valkuilen vragenlijst Oefening: Profiel en valkuilen vragenlijst Dit is een korte vragenlijst die bedoeld is om een aantal van je denkbeelden, attitudes en gedrag in werksituaties in kaart te brengen. Wees zo eerlijk mogelijk

Nadere informatie

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op:

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op: Opdrachten en vragen hoofdstuk X 1. Voer de gegevens van figuur 9.1 en 9.2 in SPSS en controleer de correlaties zoals die aangegeven werden. Maak tevens een scatterplot. Tabel 9.1. Lineaire transformatie

Nadere informatie

Rapport Vitaliteitscan

Rapport Vitaliteitscan Rapport Vitaliteitscan Voor: F.K.J Kras 24 maart 2011 Rapportage Individuele Scan Geachte heer/mevrouw F.K.J Kras Hieronder treft u de rapportage aan van de door u ingevulde vitaliteitscan voor werkenden.

Nadere informatie

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Augustus 2015 Het meeste wetenschappelijk onderzoek wordt betaald door de overheid uit publieke middelen. De gevolgen van wetenschappelijke kennis voor de samenleving

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Schoolbeleid en ontwikkeling

Schoolbeleid en ontwikkeling Schoolbeleid en ontwikkeling V. Maakt gedeeld leiderschap een verschil voor de betrokkenheid van leerkrachten? Een studie in het secundair onderwijs 1 Krachtlijnen Een schooldirecteur wordt genoodzaakt

Nadere informatie

Coach Profession Profile

Coach Profession Profile Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Coach Profession Profile AUTEUR PROF. DR. HELMUT DIGEL / PROF. DR. ANSGAR THIEL VERTALING PUT K. INSTITUUT Katholieke Universiteit

Nadere informatie

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek.

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek. Why participation works: the role of employee involvement in the implementation of the customer relationship management type of organizational change (dissertation J.T. Bouma). SAMENVATTING Het hier gepresenteerde

Nadere informatie

Rapportgegevens Kerntyperingtest

Rapportgegevens Kerntyperingtest Rapportgegevens Kerntyperingtest Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 33 Opleidingsniveau: hbo Vergelijkingsgroep: De Nederlandse beroepsbevolking Testdatum:

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek 1 kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek 2 Ontwikkelingsdoelen techniek Kleuteronderwijs De kleuters kunnen 2.1

Nadere informatie

Beschrijving Het HZO is een bewerking van de Self Directed Search (SDS) van John Holland en de geactualiseerde opvolger van het BZO.

Beschrijving Het HZO is een bewerking van de Self Directed Search (SDS) van John Holland en de geactualiseerde opvolger van het BZO. Het HZO - Hollands Zelfonderzoek voor beroeps- en loopbaankeuzes Auteurs Irene Platteel en Josien Uterwijk Beschrijving Het HZO is een bewerking van de Self Directed Search (SDS) van John Holland en de

Nadere informatie

Logistiek management in de gezondheidszorg

Logistiek management in de gezondheidszorg Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Geneeskunde Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap Master in management en beleid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd.

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. TH-MI Motivation Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 30-08-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 30-08-2013. OVER DE MOTIVATION

Nadere informatie

Taal en Connector Ability

Taal en Connector Ability Taal en Connector Ability Nico Smid Taal en Intelligentie Het begrip intelligentie gedefinieerd als G ( de zogenaamde general factor) verwijst naar het algemene vermogen om nieuwe problemen in nieuwe situaties

Nadere informatie

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding

Capaciteitentest MBO. 1. Inleiding Naam: Ruben Smit NewHR.nl heeft de ambitie je te faciliteren zodat je je optimaal kan ontwikkelen en duurzaam inzetbaar blijft, welke functie je dan ook hebt. Dit rapport is de eerste stap naar persoonlijke

Nadere informatie

De rol van sekse, hechting en autonomie in as-i en persoonlijkheidspathologie.

De rol van sekse, hechting en autonomie in as-i en persoonlijkheidspathologie. De rol van sekse, hechting en autonomie in asi en persoonlijkheidspathologie. Drs. N. Bachrach GZ psycholoog io Klinisch psycholoog VVGI Externpromovendus UvT Promotor Prof. Dr. M. Bekker Copromotor: Dr.

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange. Official sponsor: Partners: WWW.OVERDI.

VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange. Official sponsor: Partners: WWW.OVERDI. VOORBIJ DUURZAME INZETBAARHEID! Verantwoord aan de slag met oudere werknemers Dr. Annet de Lange Official sponsor: Partners: Agenda 1. Ouder worden op het werk: wat denkt u zelf? 2. Ouder worden op het

Nadere informatie

Test: carrière-ankers

Test: carrière-ankers Test: carrière-ankers Wat is de reden dat je werkt? Wat motiveert je in je werk? Welke elementen moeten je werk bevatten om het je echt naar de zin te maken zodat je met plezier en productief kunt functioneren?

Nadere informatie

Samenvatting Dankwoord About the author

Samenvatting Dankwoord About the author Samenvatting Dankwoord About the author Samenvatting 177 Samenvatting Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd op basis van de body mass index (BMI) (hoofdstuk 1). Deze index wordt berekend door het

Nadere informatie