DE STAD, DE MENS EN HET SPEL

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE STAD, DE MENS EN HET SPEL"

Transcriptie

1 DE STAD, DE MENS EN HET SPEL Een verkenning in de regio Haarlem door De Denksportmakelaar naar de realisatiemogelijkheden van sociale netwerken en denksportcentra.

2 Colofon De Denksportmakelaar is een samenwerkingsproject van de Nederlandse Bridge Bond, Koninklijke Nederlandse Schaak Bond, Koninklijke Nederlandse Dam Bond en de Nederlandse Go Bond. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in samenwerking met Sportservice Noord-Holland in het kader van het project Sportlocatie als Ontmoetingsplaats, dat door Sportservice Noord-Holland wordt uitgevoerd in opdracht van de provincie Noord-Holland. Het project is mogelijk dankzij een financiële bijdrage van NOC*NSF. Auteur Redactie Erik Puyt Theo Onstenk Dit is een gezamenlijke uitgave van de Samenwerkende Denksportbonden en Sportservice Noord-Holland Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaargemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, software of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Vormgeving en productie Sportservice Noord-Holland Kantooradres Sportservice Noord-Holland Nieuwe Gracht NB Haarlem Postadres Sportservice Noord-Holland Postbus AH Haarlem

3 Foto s Omslag Schaken, Sportservice Noord-Holland (voorzijde) Dammen, Koninklijke Nederlandse Dam Bond Go, Harry van der Krogt Bridgevereniging, Peter Oey Schaken, Harry van der Krogt (achterzijde) Bridgevereniging, Harry van der Krogt (achterzijde) Binnenwerk Pag. 15 Pag. 19 Pag. 21 Pag. 27 Pag. 31 Pag. 39 Pag. 47 Harry van der Krogt Peter Oey Peter Oey Koninklijke Nederlandse Dam Bond Harry van der Krogt Peter Oey Harry van der Krogt 2

4 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Bestuursamenvatting 7 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 9 1. Doel van het onderzoek 9 2. Inhoud van de verkenning op hoofdlijnen 9 3. Centraal staat het spel Enkele belangrijke conclusies Aanbevelingen voor de betrokken partijen Tot slot: de kracht van denksportcentra 14 1) Inleiding 15 a) Het spel en de spelers 15 b) De opbouw van het onderzoek 16 c) Op verkenning in Haarlem 17 2) De opzet van het onderzoek 19 a) De drie pijlers van het accommodatiebeleid 19 i) Eerste pijler, accommodatiebeleid van denksportbonden 19 ii) Tweede pijler, lokale initiatieven en de sportnota van de gemeente 19 iii) Derde pijler, een provinciaal project; de sportlocatie als ontmoetingsplaats 19 b) Doelgroepen van het onderzoek 20 c) Multifunctionaliteit, gedeeld gebruik en de plaats van bridge 20 3) De denksportvereniging biedt speelplezier 21 a) Achtergronden van het onderzoek, regionale ontwikkelingen 21 i) Demografische gegevens 21 ii) Beoefening van de denksporten 21 b) De positie van de vereniging (deel 1) 23 c) De kracht van de vereniging: organisatie van het spel en het bieden van speelplezier 25 d) Klein is fijn: een fijnmazig raster van sociale netwerken 26 4) Het maatschappelijk belang van de verenigde denksporters 27 a) Het sociale aspect van de vereniging: het opbouwen van netwerken 27 b) Denken en doen: Het creëren van nieuwe sociale netwerken 27 5) Op verkenning in Haarlem: de accommodatie als ontbrekende schakel 31 a) Wat is een denksportcentrum? 31 b) : De voorgeschiedenis in Haarlem 31 c) 2006: Samenloop van omstandigheden 32 d) De positie van verenigingen (deel 2) 32 e) Denksportcentra als model voor zelforganisatie van burgers 34 f) Van Sportboulevard naar Stadsdeelhart 35 g) Van meubelzaak tot denksportcentrum 35 h) Particulier initiatief met maatschappelijk rendement 36 i) Van eensgezindheid naar daadkracht: Wie neemt het initiatief? Wie neemt het risico? 36 6) Beheer en exploitatie van denksportcentra 38 a) Bestaande denksportcentra 39 b) Exploitatiemodellen met enkele voorbeelden 40 i) Het vrijwilligersmodel 40 3

5 ii) Het bedrijfsmodel 42 iii) Een combinatie 44 7) Het rolmodel 46 a) Risico en zekerheid 46 b) De vereniging als taakorganisatie, sturing door budgetmechanisme 46 c) Marktwerking in de bar, sturing door prijsmechanisme 47 d) De traagheid van de vereniging 47 e) De projectontwikkelaar, de vereniging en de gemeente: vervlechting 47 f) De partijen 47 g) Leiderschap en het initiatief 50 h) Slotconclusie 50 Bijlagen Literatuurlijst De vier denksportbonden vergeleken Denksportverenigingen in de regio Haarlem Bevolkingsgegevens regio Kennemerland Overzicht bijeenkomsten en activiteiten Personen en organisaties Vragenlijst 59 4

6 Voorwoord Nederlandse Bridge Bond Het rapport dat u ter hand neemt is een veelomvattend werk. Ik ben blij dat Erik Puyt de moeite genomen heeft om de diverse invalhoeken die komen kijken bij een denksportcentrum en dit zijn er veel bij elkaar te zetten. Het rapport heeft daarom ook het karakter van een naslagwerk. U kunt in het rapport de weg vinden voor onderwerpen van uw interesse. Het nodigt uit en verwijst naar andere bronnen. Het is de moeite waard deze bronnen er soms ook bij te nemen. Het onderzoek onder verenigingen in Haarlem is een voorbeeld en laat zich desgewenst makkelijk aanpassen op uw situatie. Op de site wordt actuele informatie zo goed mogelijk bijgehouden. Ik kan niet nalaten te benadrukken dat een denksportcentrum een sierraad van en voor de gemeenschap is. Het is een kosteneffectieve vorm van het al veel langer bestaande gemeenschapshuis. Een vorm waarbij geen kosten hoeven te worden gemaakt voor content (vroeger sprak je van programmering). De content wordt immers door de aanwezige vrijwilliger-verenigingen gegarandeerd! Daarmee wordt een goede exploitatie gecombineerd met een sociaal doel. Het wordt nog onvoldoende beseft dat hiermee de denksporten goud in handen hebben. De weg naar realisatie is vooraf vaak onvoorspelbaar en heeft altijd een grillig verloop. Nodig zijn moed, geloof in de zaak en een bereidheid tot samenwerken. Ik wens u dit alles toe. Gijs van der Scheer Directeur Nederlandse Bridge Bond Voorwoord Gemeente Haarlem In mijn functie van accountmanager sport bij de gemeente Haarlem was de eerste kennismaking met vertegenwoordigers van de denksporten er toch een om niet snel te vergeten. We zaten in Haarlem-Noord in een grote meubelhal en op de eerste verdieping was hier een bridgecentrum gesitueerd. De eigenaar van de meubelhal en vooral zijn vrouw waren zo enthousiast geraakt over deze sport dat zij plannen hadden om de hele meubelhal om te bouwen tot denksportcentrum. Hoe kon de gemeente Haarlem in deze plannen participeren, was de vraag die deze vertegenwoordigers aan mij meegaven. Inmiddels zijn de vertegenwoordigers van de denksportbonden min of meer partners geworden in het realiseren van denksportcentra in de stad, maar ook in het opstarten van concrete pilotprojecten voor het realiseren van sociale netwerken in de wijken. De kennis zit dus zowel op uitvoerend niveau alsook op bestuurlijke en beleidsmatige aanpak. Zo ook het rapport dat voor u ligt. Dat maakt dat er rekening gehouden wordt met de denksportpartnersen beoefenaars in Haarlem nu en ook zeker in de toekomst! Michael Struis Accountmanager Sport Gemeente Haarlem 5

7 Voorwoord Sportservice Noord-Holland Voorzieningen voor sport en spel staan onder druk. Bouwgrond in woonwijken is schaars en al te vaak moeten sportvoorzieningen inschikken of verdwijnen zij naar de randen van gemeenten. Tegelijkertijd wordt door beleidsmakers het voornemen uitgesproken dat probleemwijken worden omgevormd tot prachtwijken. In dit onderzoeksrapport wordt zeer beeldend beschreven hoe sportlocaties binnen woonwijken een belangrijke functie kunnen vervullen als ontmoetingsplaats. Op gestructureerde wijze wordt geschetst hoe denksportverenigingen, op zoek naar goede huisvesting, niet alleen samenwerking kunnen aangaan met verenigingen van andere denksporten, maar ook met heel diverse andere maatschappelijke partijen. Met als eindresultaat een denksportcentrum dat zich integreert in de wijk en verbindingen aangaat met bijvoorbeeld zorgfuncties, een bibliotheek of een muziekschool. Het denksportcentrum bewijst daarmee zijn multifunctionele karakter en laat zien hoe zeer verschillende sociale netwerken elkaar op een sportlocatie midden in de wijk kunnen ontmoeten. Ik ben er van overtuigd dat dit onderzoek voor veel gemeenten, sportbonden en hun verenigingen een bron van inspiratie zal zijn. Sjoerd van Tiel Plv. Directeur / Unitmanager Sportontwikkeling Sportservice Noord-Holland 6

8 Bestuurssamenvatting Doelgroep van dit rapport De stad, de mens en het spel, zijn in eerste instantie de bestuurders van de vele denksportverenigingen. Het is aan U, de bestuurders van de denksportvereniging om samen met sportbonden, overheden en andere maatschappelijke organisaties de kracht van de denksportvereniging te kapitaliseren en optimaal te benutten voor het verbeteren van de huisvestingssituatie van uw vereniging. Hierdoor worden heel veel ander doelen bereikbaar (groei, sociale samenhang, zichtbaarheid, educatie, beweeginitiatieven). In tweede instantie is dit rapport ook van belang voor bestuurders in (semi-) publieke dienst. Immers denksportverenigingen zijn voor hen effectieve middelen die (zeer kostenefficiënt) kunnen worden ingezet voor het bereiken van maatschappelijke doelen. Het benutten van deze kansen vraagt om durf en leiderschap. Hoewel het zo kan zijn dat leden van denksportverenigingen nu tevreden zijn met hun zaal, loont het de moeite om samen met andere bestuurders te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de huisvestingssituatie te verbeteren.. Een zeer belangrijke rol kan hierbij gespeeld worden door de districten. Als schakel tussen de landelijke bond en de lokale vereniging kunnen zij samenwerking tussen verenigingen initiëren en zijn zij de gesprekspartner van gemeentes en andere lokale partijen. Als iets duidelijk wordt na het lezen van deze verkenning is het dat denksportverenigingen zuivere vrijwilligersorganisaties zijn. Hun doel is het verzorgen van een gedenkwaardige en plezierige speelavond. Groei is mooi, maar de grootte van de zaal bepaalt in welke mate groei echt wenselijk is. Een toenemende vraag uit zich in een stijgend aantal verenigingen. Zo ontstaat een fijnmazig raster van kleine sociale netwerken, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Elke club zoekt zijn eigen plek en neemt daarbij snel genoegen met wat in de buurt voorhanden is binnen een bepaalde prijsklasse. Doordat geschikte ruimte al decennia schaars is leidt deze invisible hand niet tot een optimale huisvestingssituatie. Integendeel, vele verenigingen zijn hun bestaan niet zeker. De hechte banden binnen de vereniging worden zeer gewaardeerd, zowel door de leden als door betrokkenen rondom de vereniging. De tijd is rijp voor de denksportverenigingen om nu actief de huisvestingssituatie te verbeteren. De bouwstenen liggen er: De sportbonden hebben alle informatie verzameld nodig voor het opzetten van speciale voor denksport geschikte centra. Overheden zien het belang van hechte gemeenschappen van waaruit een actieve en gezonde leefstijl wordt gestimuleerd. Door het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden blijven mensen tevens deelnemer aan het lokale maatschappelijke leven. Provinciale sportorganisaties en gemeentes ontwikkelen de ontmoetingsplaatsfunctie van sportaccommodaties. Planologen, projectontwikkelaars en stedelijke programmamanagers benadrukken het sociale aspect van hun projecten om de winkel- en woonfuncties van de projecten te versterken. Andere maatschappelijke organisaties willen hun bereik verbreden. Zorgcentra willen jonge ouderen binnen de poort krijgen. Bibliotheken en sportverenigingen willen oudere jongeren behouden. Er ontstaan allianties tussen organisaties in verschillende maatschappelijke sectoren. 7

9 Samenvattend kan gesteld worden dat het fijnmazige netwerk van verenigingen als positief extern effect heeft dat vele verschillende beleidsdoelen bereikt worden door mensen die gewoon een spelletje doen. Het spel is het sociale cement tussen de mensen in de stad (zie hoofdstuk 4). Een concreet resultaat van dit project is dat de Gemeente Haarlem, de Nederlandse Bridge Bond (NBB), de GGZ-partners en de GGD samenwerken in een pilotproject om een drietal veilige communities voor ouderen op te bouwen rondom de denksporten. Het delen van dit gemeenschappelijk belang is een belangrijke maar geen voldoende voorwaarde om de gewenste situatie te kunnen realiseren. Elke partij heeft zijn eigen belangen en verantwoordelijkheden en speelt een rol die daarbij past. Het overzicht over deze verschillende rollen, in hoofdstuk 7, biedt de aanknopingspunten om tot een vruchtbare samenwerking te komen. Daaraan voorafgaand worden op basis van de verkenning in Haarlem (hoofdstuk 5) exploitatiemodellen van succesvolle denksportcentra gepresenteerd (hoofdstuk 6). Hieruit blijkt de sociale en financiële kracht. De landelijke bonden hebben een belangrijke rol als kenniscentra op financieel en bouwtechnisch gebied. Lukt het U, als lokaal bestuurder, om uitvoerende en besluitvormende instanties te bereiken en op basis van de succesfactoren van multifunctionele gemeenschapscentra de partijen bij elkaar te brengen, dan verrijst uiteindelijk vanuit de kracht van de vereniging (de eerste laag: het bieden van speelplezier) op het fijnmazige raster van denksportverenigingen (de tweede laag; het maatschappelijk belang) een buurtgericht of zelfs regionaal denksportcentrum. Dit rapport is bedoeld om verenigingen en belanghebbenden inzicht te bieden in het proces en de mogelijkheden zodat het gemeenschappelijke belang gerealiseerd kan worden. Voorafgaand aan het feitelijke rapport worden eerst in deze gele sectie de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd. 8

10 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 1. Doel van het onderzoek Denksporten hebben een belangrijke maatschappelijke functie. De verenigde denksporters vormen belangrijke sociale netwerken. Denksportverenigingen zijn echter klein, meestal hebben zij minder dan 100 leden, het draagvlak voor het realiseren van een eigen accommodatie is gering. Zij maken vaak gebruik van kleine zaaltjes van cafés, buurthuizen welzijnsorganisaties of sportverenigingen en dergelijke. De denksportvereniging is vaak gast en afhankelijk van het huurbeleid van de eigenaar of beheerder. Continuïteit is een belangrijk probleem. Voor buitenstaanders zijn de verenigingen vaak onherkenbaar en onvindbaar. De verschillende denksportbonden (bridge, dammen, go en schaken) willen hun sport duidelijker op de maatschappelijke kaart plaatsen. De denksportbonden hebben hiertoe een gezamenlijk denksportbeleid ontwikkeld, waaronder de folder een denksportcentrum in elke gemeente, waarin de voordelen van denksportcentra worden aangegeven. Als vervolg heeft de Nederlandse Bridge Bond het project Denken en Doen ontwikkeld, waarbinnen door de sportbonden, gemeenten en sportverenigingen, financieel ondersteund door het ministerie van VWS, wordt samengewerkt ten behoeve van de verdere ontwikkeling van sociale netwerken. Hierdoor wordt een groter draagvlak voor denksportcentra gecreëerd. Hoe zit het echter met de realisatiemogelijkheden van denksportcentra op plaatselijk en regionaal niveau? Om hierin inzicht te krijgen is een verkennend onderzoek uitgevoerd door de bondsbureaus van de vier denksportbonden en Sportservice Noord-Holland naar de realisatiemogelijkheden van één of meer denksportcentra in de regio Zuid-Kennemerland. 2. Inhoud van de verkenning op hoofdlijnen Aan de orde komen de volgende onderwerpen: 1. De kracht van de denksportvereniging en de ontwikkeling van sociale netwerken. 2. Demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van de denksporten in de regio Zuid-Kennemerland. 3. Een enquête onder de denksportverenigingen in deze regio naar hun huisvestingssituatie. 4. Gesprekken met verenigingen, de regionale districten van de denksportbonden en de gemeente Haarlem over de huisvestingssituatie van de denksporten. 5. Inventarisatie van de mogelijkheden voor realisatie van één of meer denksportcentra in Haarlem. 6. De mogelijkheden met betrekking tot beheer en exploitatie van een denksportcentrum aan de hand van een viertal voorbeelden. 7. De mogelijke bijdrage van de verschillende partners in de ontwikkeling van een denksportcentrum. Er wordt uitgegaan van een aanpak in verschillende lagen (zie figuur 1). Het uiteindelijke bouwwerk rust op de pijlers die gevormd worden door de inspanningen van landelijke, provinciale en lokale partijen om de situatie van (denk-) sportverenigingen te verbeteren en de kracht van de vereniging te versterken. 9

11 Figuur 1 De opbouw (schematisch) Laag 3 Het denksportcentrum Een geschikte accommodatie is een voorwaarde voor het benutten van de maatschappelijke waarde van verenigingen. Het centrum kan een buurtfunctie hebben en/of een regionale uitstraling. Laag 2 De vereniging als sociaal netwerk Het succes van de verenigingen creëert een uitgebreide structuur met veel kleine sociale netwerken. Laag 1 Verenigingen bieden speelplezier Zij zijn intern georiënteerd, gericht op het organiseren van de gelegenheid tot spelen (Intrinsieke waarde, kerntaak van zelforganisatie). Pijler 1 Accommodatiebeleid Denksportenbonden Pijler 2 Lokale initiatieven en de Sportnota Gemeente Haarlem. Pijler 3 Sportlocatie als ontmoetingsplaats Provincie/Sportservice N-H. 3. Centraal staat Het Spel Mensen houden van spelletjes. Er zijn ruim denksporters aangesloten bij de vier door NOC*NSF erkende denksportbonden. Miljoenen mensen hebben het spelmateriaal. Ruim een miljoen mensen beoefenen maandelijks één van de denksporten 1. Rondom Haarlem spelen zo n 60 verenigingen met 5000 leden. De denksporten, en dan vooral bridge, zijn ontdekt door de steeds grotere groep ouderen als plezierig tijdverdrijf, waarbij je ook sociaal actief bent. Schaken en dammen zijn van oudsher ook zeer populair bij de jeugd. Het 4000 jaar oude Aziatische bordspel go fascineert een groeiende groep studenten. 4. Enkele belangrijke conclusies Denksportverenigingen zijn over het algemeen klein, zij hebben gemiddeld minder dan 100 leden en zijn teveel in zichzelf gekeerd om zelfstandig een denksportcentrum te kunnen realiseren. In Haarlem zijn op initiatief van de denksportbonden en Sportservice Noord-Holland een aantal bijeenkomsten geweest met de gemeente waar het belang van denksportverengingen als sociale netwerk is benadrukt. Hierbij is nadrukkelijk een koppeling gelegd met het gemeentelijke sport- en welzijnsbeleid. Door het benadrukken van de gedeelde belangen van de verschillende partijen is het gelukt om het draagvlak te creëren voor samenwerking tussen de verenigingen, het district, de gemeente, en andere partners die de kracht van de vereniging willen benutten voor het vergroten van de leefbaarheid van de stad, wijk of buurt. In de volgende paragraaf worden een aantal conclusies en aanbevelingen per partij geformuleerd. Hier volgen enkele belangrijke algemene punten: 1. Lokaal leiderschap, als resultaat van de samenwerking tussen de verenigingen en het district, is een vereiste om vanuit gedeelde belangen te komen tot een doelgerichte actie. 1 RSO richtlijnen 2001, 2002,2003, NOC*NSF 10

12 2. De landelijke bond is het kenniscentrum waar de formele en praktische normen en richtlijnen voor denksportcentra beschikbaar zijn: 3. Regionale steunfunctie-instellingen, zoals Sportservice Noord-Holland en landelijke organisaties als ISA-Sport en de Stichting Waarborgfonds Sport, kunnen een belangrijke ondersteunende rol spelen. 4. De gemeente Haarlem onderkent de kracht van de sportvereniging als sociaal netwerk en heeft een belangrijke ondersteunende en faciliterende functie bij de ontwikkeling van één of meer denksportcentra in de gemeente, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van ruimte, het creëren van netwerken en leveren van een bijdrage in de financiering. 5. Projectontwikkelaars en ondernemers kunnen een deel van de investering voor hun rekening nemen. Hun belang is het vergroten van de leefbaarheid van een nieuwbouwcomplex door het toevoegen van sociaal maatschappelijke functies. 6. Zorg- en welzijnsinstellingen, andere sportbonden, woningbouwverenigingen en dergelijke kunnen een Bijdrage leveren aan verbreding van het draagvlak. 5. Aanbevelingen voor de betrokken partijen Op basis van de indeling naar organisatievorm 2 kunnen voor elke partij aanbevelingen worden gedaan om het gemeenschappelijk belang te realiseren. Het uitgangspunt hierbij is natuurlijk dat elke partij op eigen gronden een invalshoek heeft om aan het realisatietraject deel te nemen. Om dat beeld duidelijk te krijgen worden per betrokkene eerst kort de belangrijkste conclusies gegeven. De indeling in drie lagen wordt aangehouden. Per partij is aangeven op welk niveau deze een rol kan spelen: Laag 1 Het direct binden van spelers. Laag 2 Het benutten van de maatschappelijke waarde van de verenigde denksporters. Laag 3 Het feitelijk realiseren van een sociaal netwerk of denksportcentrum. De vereniging Laag 1 De denksportverenigingen zijn middelgroot tot (zeer) klein. Zij zijn intern georiënteerd met een gering financieel kapitaal, maar een groot sociaal kapitaal. De zaalcapaciteit bepaalt de groeibehoefte, als de vraag naar denksporten toeneemt, komt er een nieuwe vereniging bij. Er ontstaat zo een fijnmazig netwerk van kleine sociale verbanden. De zaalaccommodatie waar de vereniging draait wordt zeer belangrijk gevonden. De meeste verenigingen leven vanuit hun koffer. Op de avond of middag van de vereniging wordt het spelmateriaal uitgestald en na afloop weer ingepakt. Het lijkt daarna of de vereniging niet bestaat. Hierdoor is de zichtbaarheid van de vereniging gering, dit maakt de vereniging kwetsbaar. De meeste verenigingen blijven, ook als er ontevredenheid of onzekerheid bestaat over de zaalruimte. Er is weinig bekend over alternatieven. Aanbevelingen Bespreek de situatie met andere verenigingen. Accepteer geen ongewenste situaties, zoals een laag serviceniveau of het ontbreken van een huurcontract. Zoek contact met andere belanghebbenden en vorm een front om samen met bonden en districten de huisvestingsbelangen te behartigen. Onderken de sociale betekenis van de vereniging. Versterk deze waar mogelijk, ook door het organiseren van nevenactiviteiten. Maak de vereniging zichtbaar. Toon leiderschap, formuleer de gedeelde belangen en zoek contact met besluitvormende en uitvoerende instanties. 2 Zie hoofdstuk 7 voor een uitwerking van het onderscheid tussen verschillende organisatievormen 11

13 De districten Laag 1 en 2 Door de schaal van de verenigingen spelen de koepels van verenigingen op lokaal en regionaal niveau een zeer belangrijke rol. Zij zijn aanspreekpunt voor verenigingen, bundelen hun belangen en spreken vervolgens andere betrokkenen aan op hun verantwoordelijkheid. Aanbevelingen Creëer een denksportbrede organisatie (stichting) voor het behartigen van de huisvestingsbelangen. Zet de kracht van de vereniging als sociaal netwerk centraal. Deze stichting overziet de locale behoefte en problematiek en kan aanspreekpunt zijn voor overheden, bijvoorbeeld om huisvestingsaspecten te bewaken. Positioneer dit als model voor het versterken van zelforganisaties van andere bevolkingsgroepen, jongeren, allochtonen, chronisch zieken en gehandicapten. Afhankelijk van de bevolkingssamenstelling van een wijk versterkt dit de multifunctionaliteit van gemeenschappelijke (denksport-)centra. Denksportbonden Laag 2 De bonden ontwikkelen zich enerzijds tot kenniscentra waar de formele en praktische normen en richtlijnen voor het opzetten van denksportcentra worden ontwikkeld. Anderzijds verzorgen de bonden de aansluiting bij het landelijk beleid en initiëren zij innovatieve projecten. Deze projecten verbeteren niet alleen de positie van aangesloten spelers maar hebben een voorbeeldfunctie. Er worden best practices ontwikkeld (op kosten van de landelijke organisatie) waar iedereen van kan profiteren. Speciaal laagdrempelig sportaanbod wordt bijvoorbeeld ontwikkeld, bijvoorbeeld startersbridge en 321go. Aanbevelingen Gebruik de ervaringen in Haarlem om een algemeen begrip te creëren voor het belang van denksportverenigingen in de stad. De verkenning van De denksportmakelaar maakt de grote mogelijkheden inzichtelijk. Bonden en districten kunnen bij de realisatie gebruik maken van de ondersteuning van landelijke organisaties zoals ISA-Sport en de Stichting Waarborgfonds Sport. Ondersteuningsorganisaties Laag 2 en 3 De sportorganisaties (verenigingen, districten en bonden) zoeken lokale en regionale partners die een netwerk bezitten binnen en buiten de sport. Regionale ondersteuningsorganisaties zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Zij hebben zowel de lokale contacten als de plicht en visie om het model regionaal te introduceren en te delen met andere (sport-)organisaties. Aanbevelingen Ontwikkel een nieuw aanbod gericht op (het clusteren van) kleine verenigingen. Waar grote verenigingen met een concrete (en soms ook koopkrachtige) vraag komen, zijn de behoeftes van kleine verenigingen vaak latent. Ondersteuning bij het bij elkaar brengen van verenigingen is noodzakelijk voor het kunnen formulieren van het gedeelde belang. Deze eerste stap zou gratis (of tegen lage kosten) gezet moeten kunnen worden. Het cluster van verenigingen kan mogelijk wel zorgen voor de noodzakelijke financiering indien verdere ondersteuning noodzakelijk is. De gemeente (A) Het gemeentelijk beleid Laag 2 Er bestaat, mede door de nieuwe WMO, de verplichting voor gemeenten om bestaande sociale verbanden te versterken en nieuwe te creëren. Er bestaat grote overeenstemming over het belang van zelforganisaties. Aanbevelingen 12

14 Denksportverenigingen kampen met alle problemen van een gemiddelde zelforganisatie (mogelijk in iets mindere mate). Door gebruik te maken van de ervaringen van de verschillende projecten van de denksportbonden wordt een model gecreëerd dat breder toepasbaar is, ook voor andere zelforganisaties. Maak bij de uitvoering, niet alleen gebruik van verenigingen, maar ook van het particulier initiatief, waar dit gemeentelijke en gemeenschappelijke belangen realiseert. Dit kan een versnelling in de realisatie tot stand brengen. Ondersteun initiatieven in de sportsector om belangen in de regio te bundelen en een gemeenschappelijk aanspreekpunt te realiseren. De gemeente (B) (Toezicht op) Uitvoering van projecten Laag 3 Naast het gemeentelijke beleid is de gemeente opdrachtgever of procesbegeleider bij vele concrete projecten. Een programmanager probeert hierbij de publieke en private belangen te ontvlechten. Er bestaat brede overeenstemming dat een multifunctioneel denksportcentrum de sociaal-maatschappelijke functie van het stadsdeelhart in Schalkwijk zal versterken. Samen met bibliotheek en muziekschool kan een echte huiskamer van de wijk worden gerealiseerd. De denksportverenigingen, noch het district kunnen zich vastleggen op het huren van de benodigde m 2 per 2011, ook omdat het huurpeil nog niet kan worden vastgesteld. Aanbevelingen De gemeente reserveert, op basis van de ervaringen bij andere denksportcentra, de benodigde m 2 voor de sociaal-maatschappelijke functie. Formuleer de gewenste invulling en multifunctionaliteit op basis van de bevolkingssamenstelling. Creëer het door de zelforganisaties gewenste voorzieningenniveau, gegeven de maximale huur. Betrek sportorganisaties bij de uitvoering en onderzoek de mogelijkheden om gebruik te maken van landelijke regelingen. De projectontwikkelaar Laag 3 Zij doen bij voorkeur zaken met partijen die de ruimte kopen, zodat er geen risico wordt gelopen. Echter een levendig centrum is voor alle gebruikers essentieel. Ook van de projectontwikkelaar kan daarom, uit welbegrepen eigenbelang, een zekere maatschappelijke betrokkenheid verwacht worden. Wel zullen zij met een beperkt aantal partijen zaken willen doen. Aanbevelingen Als onderdeel van het proces van het ontvlechten van publieke en private belangen kan de gemeente (of cluster) van sportorganisaties nagaan hoever de projectontwikkelaar wil en kan gaan bij het realiseren van een levendig en levensvatbaar project. De projectontwikkelaar kan, als maatschappelijk ondernemer en in samenspraak met de gemeente, een deel van de onrendabele top die ontstaat door het toevoegen van maatschappelijke functies voor eigen rekening nemen als hierdoor de woon- of winkelfunctie van het project versterkt wordt. Het particulier initiatief De sportieve ondernemer Laag 3 Waar een ondernemende bridgeliefhebber zelfstandig, binnen maanden in plaats van jaren een denksportcentrum sticht is er geen proces van ontvlechten maar juist van vervlechten. Als dit centrum maatschappelijke waardes realiseert voor jong en/ of oud kan dat ondersteund worden. Aanbevelingen Hoewel snelheid het devies is, dient de sportieve ondernemer waar mogelijk coalities te zoeken met maatschappelijke partners in de sport, zorg, onderwijs en het welzijn. Gezamenlijk kunnen zij de private en publieke belangen benoemen en de functie van dit centrum voor de wijk maximaal benutten. 13

15 Andere maatschappelijke organisaties gedeelde doelen Laag 2 en 3 Naast direct betrokkenen zijn er tal van andere maatschappelijke organisaties die gelijke doelstellingen hebben. Dat varieert van zorgcentra die een aanbod voor jongere ouderen willen ontwikkelen woningbouwcorporaties die de sociale binding in hun buurten willen versterken andere sportbonden, en verenigingen die nieuwe activiteiten en spelvormen willen aanbieden voor nieuwe doelgroepen (jong en oud). Andere maatschappelijke (zelf-)organisaties gedeeld gebruik Laag 3 Naast direct betrokkenen zijn er tal van andere bewonersgroepen die een gemeenschappelijk centrum, of huiskamer op waarde weten te schatten. De activiteiten voor deze groepen kunnen variëren van andere spelletjes zoals, rumikub, triktrak of klaverjassen tot taalcursussen, schilderlessen of zelfs GALM en MBvO projecten. Deze activiteiten delen met de denksporten dat het laagdrempelige, goedkope en vooral sociale vormen van tijdverdrijf zijn. 6. Tot Slot: de kracht van denksportcentra De kracht van een denksportcentrum is niet alleen gelegen in een zichtbare locatie in buurt of stad. De essentie is continuïteit creëren en garanderen aan groepen mensen die elkaar vinden in een gedeelde passie. Het spel staat centraal maar dient vooral om mensen te ontmoeten. De gezamenlijke activiteit wordt door de beoefenaren georganiseerd, vaak zonder enig beroep te doen op gemeenschappelijke middelen. Dit staat in contrast met de ondersteuning die aan veel andere accommodatie afhankelijke activiteiten wordt gegeven (waaronder diverse sporten). Denksporten, zo leert deze verkenning, sluiten veel dichter aan bij culturele en maatschappelijke activiteiten. Het is op basis van deze kracht, de vereniging als sociaal netwerk, dat de denksportbonden en verenigingen nu naar buiten treden. Deze kracht kan ingezet worden als model voor het creëren van nieuwe netwerken voor de denksporten. Maar ook voor het versterken van andere zelforganisaties. Beiden hebben dezelfde wens, een geschikte omgeving, waar zij tot in lengte van jaren kunnen genieten van het gezamenlijk organiseren van de gedeelde passie. Het uiteindelijke doel is een denksportcentrum als onderdeel van een multifunctioneel sociaal-maatschappelijke voorziening. Het loont de moeite voor alle betrokkenen om deze ruimte voor sport en spel te creëren. 14

16 1. Inleiding 1. a. Het spel en de spelers Mensen houden van spelen. Kinderen proberen alle spelletjes van Mens erger je niet tot schaken. Het ontdekken van het spel is een belangrijke stap in een mensenleven. Vele menselijke deugden en ondeugden uiten zich 3, zoals het toepassen en ontwijken van spelregels, sportiviteit, samenwerken en tegenwerken, respectvol juichen bij winst, verdraagzaam verliezen. Als kinderen spelen hebben ze niet alleen plezier, ze doen ook allerlei ervaringen op die goed zijn voor hun ontwikkeling (Jantje Beton, persbericht, 9 februari 2007). Burgerschapsvaardigheden ontwikkelen zich in het spel. Samen leven begint met samen spelen ook volgens het Kabinet Balkenende IV 4. Maar bovenal is er het plezier in het spel. Een spel verbindt. Een spel speel je niet alleen. Het plezier in het spel is van alle tijden, en alle culturen, maar ook voor alle leeftijden. Jongeren ontdekken het spel, studenten meten zich met elkaar op het schaak- dam- of go bond. Maar ook na het spitsuur van het leven, als er, soms ingrijpende, veranderingen plaatsvinden en er weer tijd beschikbaar komt, grijpen mensen weer terug naar het spel als bron van levensvreugde. Maar waar wordt het spel gespeeld? Het begint in huiskamers. Daar leert men de spelregels en de basisvaardigheden 5. Daarna verspreiden de spelers zich letterlijk door de stad, op school, in de kantine, in kerken en cafés, in parken en op pleinen, overal wordt gespeeld. Een paar m2, een tafel en stoelen, meer is niet nodig. Waar mensen spelen meten zij zich met elkaar. De familiekampioen daagt anderen uit op school. De schoolkampioen ontwikkelt zich verder op de vereniging. Kleine groepen liefhebbers verenigen zich. De klassieke denkspelen, schaken, dammen, bridge en go hebben zich de laatste honderden jaren ontwikkeld tot serieuze sporten. Landelijke bonden standaardiseren regels en organiseren landelijke competities. Het spelniveau stijgt, de sportieve en soms ook financiële belangen worden groter. 6 De kantine, kerk of kroeg als speelplaats voldoet niet langer. Dit effect wordt versterkt doordat de laatste twintig jaar vele ouderen het spel opnieuw hebben ontdekt. Het gaat hen niet om het winnen maar om het ontmoeten. De vereniging van spelers gaat een steeds belangrijkere rol spelen in de lokale gemeenschap. Zij stellen hogere eisen aan de speelaccommodatie wat betreft kwaliteit, catering, toegankelijkheid en de bereikbaarheid. Een vaste thuisbasis is essentieel. Bij fysieke sporten is een specifiek speelveld, dat voldoet aan vastgestelde eisen een essentiële voorwaarde. Begonnen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw is er vooral op gemeentelijk niveau op grote schaal geïnvesteerd in accommodaties voor actieve binnenen buitensporten. Slechts zeer recent zijn er specifieke centra waar mensen op ieder niveau 3 Lindner, J.J. (2005), Ludieke Uren, Walburg Pers. 4 Samenwerken, Samenleven. Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (februari 2007), blz % van de leden van schaakverenigingen heeft leren schaken in familiekring, een klein deel op school en niemand (0%) op de schaakvereniging. KNSB, (2003) 6 Door Maarten Van Bottenburg Sportificering genoemd, Verborgen Competitie (1993, 2004) 15

17 het spel (de denksport) van hun keuze kunnen beoefenen in een geschikte omgeving. Deze denksportcentra 7 zijn vaak toevallige initiatieven, geïnitieerd door lokale enthousiastelingen. Waar dit initiatief slaagt, is sprake van een groot positief effect. De leden van de denksportverengingen voelen zich er beter thuis, maar ook vele liefhebbers van het spel weten de weg naar het centrum te vinden. Door nieuwe groepen spelers, hogere eisen aan de accommodatie en gewenste maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld meer - sociaal - bewegen), wordt de behoefte aan geschikte denksportaccommodaties steeds groter 8. De denksportbonden hebben daarom de handen ineen geslagen en een gezamenlijk accommodatiebeleid ontwikkeld. 1.b. De opbouw van het onderzoek Accommodatiebeleid draait om de concrete, fysieke plek waar het spel of de denksport wordt beoefend. In deze verkenning wordt beschreven wat er nodig is voor het realiseren van zo n plek. Denksportverenigingen zijn middelgroot tot zeer klein. Voor het realiseren van een gemeenschappelijk centrum zijn samenwerking en multifunctionaliteit belangrijke voorwaarden. De opbouw van deze verkenning naar de realisatiemogelijkheden van sociale netwerken en denksportcentra bestaat uit verschillende lagen (zie figuur 1). Figuur 1 De opbouw (schematisch) Laag 3 Het denksportcentrum Een geschikte accommodatie is een voorwaarde voor het benutten van de maatschappelijke waarde van verenigingen. Het centrum kan een buurtfunctie hebben en/of een regionale uitstraling. Laag 2 De vereniging als sociaal netwerk Het succes van de verenigingen creëert een uitgebreide structuur met veel kleine sociale netwerken. Laag 1 Verenigingen bieden van speelplezier Zij zijn intern georiënteerd, gericht op het organiseren van de gelegenheid tot spelen (Intrinsieke waarde, kerntaak van zelforganisatie). Pijler 1 Accommodatiebeleid Denksportenbonden Pijler 2 Lokale initiatieven en de Sportnota Gemeente Haarlem. Pijler 3 Sportlocatie als ontmoetingsplaats Provincie/ Sportservice N-H. 7 Voor een overzicht zie de folder Een denksportcentrum in elke gemeente of 8 Wij spreken hierbij van denksportcentra. De schaal van de accommodatie is hierbij niet bepalend. Doorslaggevend is de verblijfszekerheid en de kwaliteit van de speelgelegenheid. 16

18 Het begint met de pijlers. Naast de denksportbonden en verenigingen erkennen ook andere partijen zoals, gemeentes, sportservicebureaus, projectontwikkelaars, de maatschappelijke meerwaarde van denksportaccommodaties. Een vereniging biedt meer dan sportbeoefening, het creëert een sociaal netwerk. Dit is van belang voor het individuele welzijn van burgers en voor leefbare buurten en steden. De pijlers worden beschreven in hoofdstuk 2. De basis, de eerste laag, vormen de verenigingen. Deze zijn veelal klein en intern georiënteerd. Zij hebben wel een heel belangrijke maatschappelijke functie als sociaal netwerk. Aan de hand van een onderzoek onder denksportverenigingen in de regio Haarlem worden de wensen en mogelijkheden van verenigingen in hoofdstuk 3 in kaart gebracht. Bij het benutten van de mogelijkheden van dit fijnmazige raster van sociale netwerken dienen de belanghebbenden in de directe omgeving van de verenigingen het initiatief te nemen. In de tweede laag wordt een gedeelde visie ontwikkeld tussen de betrokkenen. In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van het VWS-project Denken en Doen van de Nederlandse Bridge Bond (hierna NBB) de onderbouwing gegeven voor de onderkenning van het gemeenschappelijke belang. Op de eerste twee lagen kan, afhankelijk van de mogelijkheden en behoeftes in het verzorgingsgebied en de visie van de betrokkenen, als derde laag de feitelijke accommodatie worden ingericht. Dit kan in de vorm van een buurtgericht sociaal netwerk of een bovenlokaal, regionaal denksportcentrum, zoals zal worden uiteengezet in hoofdstuk 5. 1.c. Op verkenning in Haarlem Op historische, inhoudelijke en praktische gronden is Haarlem gekozen als de locatie van de verkenning. De eerste vier hoofdstukken beschrijven het proces vanuit het lokale perspectief. De ervaringen in Haarlem staan echter model voor vele andere initiatieven. Tot slot van deze verkenning zullen de ervaringen worden veralgemeniseerd op twee terreinen. In de praktijk blijkt dat zelfs een volledige overeenstemming over het gemeenschappelijk belang nog niet voldoende is om samen de armen uit de mouwen te steken en te starten met de bouw van het denksportcentrum. Er blijven belangrijke vragen over de realisatie (de concrete ontwikkeling, bouw of verbouw), het beheer (wie neemt het initiatief, de verantwoordelijkheid?), de organisatiestructuur (wie doet wat?) en de exploitatie (wat is het financiële draagvlak?). In hoofdstuk 6 worden enkele antwoorden gegeven aan de hand van vier voorbeelden. In hoofdstuk 7 wordt beoogd om op grond van het eerder beschreven proces inzicht te bieden in de verschillende rollen van de verschillende spelers; de verenigingen, de sportbond, de overheid, de projectontwikkelaar, de ondernemer, welzijnsorganisaties en andere belanghebbenden. De centrale vraag is: wie zal het (financiële) risico dragen? Denksportverenigingen, net als veel andere zelforganisaties op het gebied van sport of cultuur hebben vaak minder dan honderd leden en een klein kapitaal. Zij zijn niet in staat zonder ondersteuning van derden een eigen centrum te realiseren. Het is een voorwaarde 17

19 dat het onroerend goed tegen gunstige condities ter beschikking wordt gesteld 9 (lage huur of hypotheek met gemeentegarantie zijn de meest voorkomende oplossingen). Is dat gelukt dan blijkt in de praktijk dat de ruimte goed is te exploiteren. Het ontstaan van een denksportcentrum maakt een grote activiteit (denksporten) zichtbaar en maakt een einde aan versnippering van (maatschappelijk)kapitaal. Veel clubs leven uit hun koffer of kast (waar ze spelmateriaal in opbergen). Is de clubmiddag of avond voorbij dan is alleen nog een (privé)telefoonnummer in een gemeentegids het bewijs van het bestaan van de vereniging. Zo trek je geen nieuw publiek!. In de gele sectie voorin het rapport worden praktische aanbevelingen gedaan waarmee naar verwachting vergelijkbare initiatieven in andere gemeenten of van andere sporten hun voordeel kunnen doen. 9 Zie voor meer informatie hoofdstuk 6 van de brochure Normen en richtlijnen voor het opzetten van een denksportcentrum. 18

20 Hoofdstuk 2. De opzet van het onderzoek 2.a. De drie pijlers van het accommodatiebeleid 2.a.i. Eerste pijler Accommodatiebeleid van de denksportbonden Vanaf 2004 werken de denksportbonden aan een gezamenlijk accommodatiebeleid dat bestaat uit de volgende onderdelen: 1. De brochure Normen en Richtlijnen voor Denksportcentra (gezamenlijk ontwikkeld door ISA-Sport en de samenwerkende denksportbonden). 2. De folder Een denksportcentrum in elke gemeente en 3. Het symposium Ouderenbeleid is Lokaal Beleid, georganiseerd door de Nederlandse Bridge Bond. 4. de website waar alle informatie beschikbaar is. Het door NOC*NSF gefinancierde project De Denksportmakelaar is de volgende stap om vorm te geven aan het accommodatiebeleid van de denksportbonden. Deze verkenning heeft tot doel het landelijke beleid te vertalen naar de lokale situatie 10. De Denksportmakelaar beoogt inzicht te geven in: de huisvestingssituatie van denksportverenigingen en de betekenis van de denksportvereniging als sociaal netwerk de mogelijkheden en de multifunctionaliteit van een denksportcentrum het proces om belanghebbenden bij elkaar te brengen 2.a.ii. Tweede pijler Initiatieven van de denksportgemeenschap en de gemeente Sinds 1999 wordt er gestreefd naar een denksportcentrum in Haarlem. De initiatieven van de denksportgemeenschap, met name het District Kennemerland van de bridgebond heeft ertoe geleid dat het belang van een denksportcentrum door de gemeente onderkend wordt en is vastgelegd in de Sportnota Ruimte voor Sport 11. Ook vanwege het grote potentieel aan denksporters hebben de denksportbonden, als onderdeel van het gezamenlijke accommodatiebeleid, Haarlem gekozen voor een pilotonderzoek naar de huisvestingssituatie van denksportverenigingen. Het doel van het onderzoek is om op basis van de ervaringen in Haarlem een model te ontwikkelen dat toepasbaar is in andere gemeenten. 2.a.iii. Derde pijler Sportlocatie als ontmoetingsplaats Binnen het accommodatiebeleid van de denksportbonden staat de multifunctionaliteit van de denksportaccommodaties centraal. Het zoeken van verbindingen met andere gebruikersgroepen in het verzorgingsgebied is de sleutel tot het optimaliseren van de sociaal-maatschappelijke waarde van de accommodaties. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met, en ondersteund door Sportservice Noord-Holland. Binnen het door de provincie gefinancierde project De Sportlocatie als Ontmoetingsplaats 12, heeft Sportservice Noord-Holland een doelstelling gelijk aan de denksportbonden. 10 Informatie over het accommodatiebeleid van de denksportbonden is te vinden op: 11 Sportnota Gemeente Haarlem (2002) Ruimte voor Sport, pagina 16 en Het project De Sportlocatie als Ontmoetingsplaats wordt uitgevoerd voor de Provincie Noord- Holland op basis van de Deelverordening sociaal beleid Noord Holland 2005 en het Uitvoeringsprogramma dat hoort bij het beleidskader Welzijn Werkt, sociaal beleidskader Noord- Holland

21 2.b. Doelgroepen van het onderzoek Het brede karakter van de verkenning, door de nadruk op multifunctionaliteit, maakt dat dit rapport interessant is voor verschillende doelgroepen. Natuurlijk voor de denksportverenigingen die gezamenlijk de huisvestingssituatie willen verbeteren. Maar ook andere belanghebbenden kunnen met deze verkenning de sociaal-maatschappelijke functie van een (sport-) accommodatie of nieuwbouwproject beter vormgeven. De mogelijkheden beperken zich niet tot denksporten. Het verbeteren van de huisvestingssituatie van denksportverenigingen vereist dat samenwerking gezocht wordt met andere sectoren. Deze eisen worden steeds vaker gesteld aan andere sportbonden en sportverenigingen. Er ligt een concreet verzoek vanuit de zaalsportbonden om de kennis opgedaan in deze verkenning te delen. 2.c. Multifunctionaliteit, gedeeld gebruik en de plaats van bridge Binnen dit onderzoek is er relatief veel aandacht voor bridge en de bridgebond. Dit heeft te maken met, de aard van het spel, de grootte van de bond, waardoor het overgrote deel van de bezoekers van bestaande denksportcentra bridgers zijn, de organisatiegraad en het gevoerde (ouderen-)beleid van de NBB. Dit betekent niet dat dit ten koste gaat van de positie van andere groepen. Integendeel, de alliantie met de NBB heeft ook voor anderen een zeer positief effect om drie redenen: Schaalgrootte, het aantal bridgers is zodanig dat er een grote groep bereikt wordt (belangrijk voor bezettingsgraad en exploitatie in het geval van een denksportcentrum). Bewezen succes (proof-of-concept), ouderen zelf hebben bridge ontdekt als (ont-) spannend en gezellig tijdverdrijf, dat ook te leren is op (zeer) hoge leeftijd. De door de NBB gecreëerde structuur biedt kansen voor het versterken van de zelforganisatie van de kleinere denksporten, andere sportorganisaties (wandelverbond, toerfietsunie) en andere bevolkingsgroepen (allochtonen, ouderen, gehandicapten en chronisch zieken), ook als zij geen binding met bridge hebben. In veel gevallen is er zelfs sprake van een geformaliseerde samenwerking. Het ouderenbeleid van de NBB is een resultaat van deze ontwikkelingen. Als onderdeel van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB) heeft de NBB een project ontwikkeld Denken en Doen, Sociale Netwerken voor Ouderen. Dit project is door VWS met voorrang gehonoreerd. Zoals zal blijken in hoofdstuk 4 heeft de benadering van de NBB ook in Haarlem een grote rol gespeeld bij het formuleren van gedeelde belangen en het verenigen van betrokken partijen. Eerst zal in het volgende hoofdstuk worden ingegaan op de lokale situatie. Zowel de demografische ontwikkelingen als de positie van denksportverenigingen krijgen de aandacht. 20

22 Hoofdstuk 3 De denksportvereniging biedt speelplezier 3.a. Achtergronden van het onderzoek en regionale ontwikkelingen De mogelijkheden om één of meer denksportcentra in de regio Kennemerland te ontwikkelen worden mede bepaald door de volgende factoren: 1. De demografische situatie op dit moment en de verwachtingen voor de toekomst. 2. De beoefening van de denksporten, landelijk en in deze regio. 3. Het bestaan van eventuele witte vlekken. Buurten of wijken waar niet of weinig denksportverenigingen zijn gevestigd. Daarnaast kunnen grootschalige nieuwbouw- of vernieuwingsplannen, bijvoorbeeld in de Haarlemmermeer, Schalkwijk of delen van Haarlem Noord aanknopingspunten bieden. i) Demografische gegevens Zowel landelijk als regionaal wordt de komende jaren slechts een geringe bevolkingsgroei verwacht (ongeveer 5% tot het jaar 2020). Het aantal inwoners van de gemeenten in deze regio (Bangbroek, Bloementaal, Haarlem, Haarlemmerlieden en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemstede, Velsen en Zandvoort) ligt rond de , waarvan iets meer dan in Haarlem en de Haarlemmermeer. Belangrijke ontwikkelingen zijn: - toename van het aantal ouderen tot meer dan eenderde van bevolking - toename van het aantal allochtonen - De ondervertegenwoordiging van de groep jarigen, door het ontbreken van WO-instellingen. De laatste jaren wijzigt dit beeld door toename van het aantal Hbo-opleidingen. In Bijlage 4 worden de bevolkingsgegevens per gemeente en per leeftijdsgroep weergegeven. Binnen de regio zijn er duidelijk verschillen, belangrijke punten zijn: 1. In een groot deel van de regio, met name de gemeenten Bloemendaal, Bennebroek, Heemstede en Zandvoort is sprake van een relatief oude bevolking. De bevolking van Haarlem, Haarlemmermeer en Haarlemmerliede is echter relatief jong. 2. Voor de gemeenten met een relatief grote groep ouderen wordt de komende jaren een afname van de bevolking verwacht. 3. Het centrum van Haarlem heeft een afwijkende bevolkingssamenstelling. Hier wonen relatief weinig jongeren (onder de twintig jaar) en ouderen (boven de 65 jaar). 4. De meeste allochtonen wonen in Schalkwijk, de Amsterdamsebuurt, delen van Haarlem Noord en in nieuwbouwwijken in de Haarlemmermeer. 5. In de Haarlemmermeer kan de komende jaren een belangrijke toename van de bevolking worden verwacht (meer dan in acht jaar). ii) Beoefening van de denksporten De ledentallen van de schaak- en dambond zijn de afgelopen 15 jaar zowel in heel Nederland als in de regio teruggelopen. De go bond heeft al 25 jaar net geen duizend leden. De bridgebond heeft sinds eind jaren tachtig een explosieve groei doorgemaakt, sinds 2000 wordt een lichte daling geconstateerd. De verwachting is dat mede als gevolg van het project 21

23 van de NBB (Denken en Doen) het ledental de komende jaren weer zal toenemen. De gegevens per bond zijn te vinden in bijlage 2. De groei van de bridgebond is vooral te verklaren uit de grote instroom van ouderen, die, mede dankzij enkele televisiecursussen, bridge heben ontdekt als een leuk spel om sociaal actief te zijn. Het beleid van de bridgebond volgt op de ontwikkeling. De gemiddelde leeftijd voor leden van bridgeverenigingen is sinds 1990 gestegen van 54 naar 62 jaar in Bij de andere bonden ligt de gemiddelde leeftijd tussen de 40 en 50 jaar, met name de schaakbond heeft veel jeugdleden in de leeftijd tot 15 jaar. Belangrijke punten: 1. Landelijk is 0,7% van de bevolking lid van een bridgevereniging, 0,14% van een schaakvereniging en minder 0,04% procent van een damvereniging. In de regio Kennemerland zijn deze percentages respectievelijk 0,8% voor bridge, 0,13% voor schaken en minder dan 0,01% voor dammen en go. 2. De organisatiegraad (de beoefening in verenigingsverband) van bridge is bijna 40%, die van schaken en dammen slechts 7 tot 8% 13. Van degene die aangeven eens per maand een denksport te beoefenen doen bridgers dat veel vaker in verenigingsverband. 3. De gemiddelde grootte van een bridgevereniging in deze regio is 87 leden. Schaaken damverenigingen hebben gemiddeld minder dan vijftig leden. 4. Met het VWS-project Project Denken en Doen (zie hoofdstuk 3) kan de NBB kan de komende jaren een belangrijke bijdrage leveren aan het ontstaan van nieuwe verenigingen. De toename van het aantal ouderen speelt hierbij ook een belangrijke rol. 5. De verwachte bevolkingsgroei in de Haarlemmermeer biedt eveneens perspectieven voor het ontstaan van nieuwe verenigingen. Het aantal ouderen is momenteel in Hoofddorp en Nieuw Vennep nog tamelijk gering. De komende 15, 20 jaar zal hierin verandering komen. Hierdoor nemen de mogelijkheden voor het oprichten van nieuwe denksportverenigingen toe. 6. Op het gebied van integratie kunnen andere denksporten van belang zijn. Dammen is zeer populair in Afrika, Suriname, de Antillen en delen van het Midden-Oosten, schaken over de hele wereld en go in Azië. Andere populaire spelletjes kunnen aan het assortiment worden toegevoegd om de zelforganisatie van verschillende bevolkingsgroepen te versterken... Witte vlekken Door de speelgelegenheden van de verenigingen in kaart te brengen, zie bijlage 3, kan worden geconstateerd in welke wijk/kern/gemeente relatief weinig c.q. veel verenigingen zijn gevestigd. Op het eerste gezicht kunnen al enkele conclusies worden getrokken: 1. In Hoofddorp met inwoners zijn slechts twee bridgeverenigingen gevestigd, tegen 8 in Heemstede met inwoners en vier in Bloemendaal met inwoners. 2. In de gemeente Velsen is één bridgevereniging gevestigd in IJmuiden en drie in Santpoort. 3. In Schalkwijk zijn slechts twee bridgeverenigingen gevestigd. 4. In Schalkwijk is geen schaakvereniging gevestigd. Met enige voorzichtigheid kunnen witte vlekken worden geconstateerd in Schalkwijk, Hoofddorp, Nieuw Vennep en de Velserbroek. 13 Ledentallen sportbonden (2001, 2002 en 2003) NOC*NSF, Breedtesport Expertise Centrum. 22

24 Tot slot nog een aanvullende opmerking. Plaatsen of wijken waar belangrijke vernieuwingsof nieuwbouwplannen worden uitgevoerd of voorbereid kunnen kansen bieden voor de ontwikkeling van één of meer denksportcentra. Voorbeelden hiervan zijn: Schalkwijk (reorganisatie stadshart), Haarlem-Noord (Delftplein, ziekenhuis, van der Aartsportpark), Haarlemmermeer (nieuwbouw bij Hoofddorp, Nieuw Vennep en Vijfhuizen). Tevens kan worden aangesloten bij plannen vanuit het particulier initiatief. (Haarlem-Noord). 3.b. De positie van de verenigingen (deel 1) Voor deze verkenning is het van groot belang wat de positie is van de denksportverenigingen in de regio. Het gaat hierbij om drie aspecten: 1. Hoe waarderen de verenigingen de huidige locatie? 2. Hoe zien de verenigingen de optimale speelgelegenheid? 3. Welke mogelijkheden zien zij om de gewenste situatie te realiseren? Om een antwoord te krijgen op deze vragen is een enquête gehouden onder alle verenigingen in de regio. De vier denksportbonden hebben zeer nauw samengewerkt bij het opstellen van de vragenlijst, de verzending en de uitwerking. Bij alle aspecten is minimaal één vertegenwoordiger van de bond op landelijke en lokaal niveau betrokken geweest. De vragenlijst is te vinden in bijlage.7. Tabel 1 respons Totaal Bridge Schaken Dammen Go Aantal verenigingen Respons Percentage 58% 64% 18% 100% 100% De respons van de bridgeverenigingen is voor een schriftelijke enquête hoog. De respons van de schaakverenigingen valt voor een schriftelijke enquête tegen. De vertegenwoordigers van de dam- en go- bond zijn bij de vereniging(en) langs geweest, hierdoor is de respons 100%. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie. In hoofdstuk 4 worden de resultaten over de gewenste situatie weergegeven. 23

25 Contractduur in jaren Totaal geen 1 jaar 1 tot 4 jaar 5 jaar onbepaald Bij wie speelt de vereniging? Tabel 2 Situatie over 5 jaar Tabel 3 Gebruiksrecht 1 Grote kans in zelfde locatie 24 eigen beheer 2 Kleine kans in zelfde locatie 3 Waarschijnlijk in Verhuurder zelfde locatie 8 Gemeente 6 Totaal 35 Horeca 5 Particulier 8 Dagdelen per week Tabel 4 sportorganisatie thuis bij leden welzijnsinstelling Totaal 33 Totaal 35 Resultaten enquête met betrekking tot de huidige huisvestingssituatie - Continuïteit van de locatie is het grootste knelpunt. - Gemiddeld een kwart van de verenigingen verhuist binnen vijf jaar. - Bijna de helft van de verenigingen heeft geen huurcontract of een contract voor één jaar. - Het maximale ledental wordt bepaald door de grootte van de zaal. Uitbreiden naar meer zalen of meer dagdelen wordt gezien als een te grote belasting van de huidige verenigingsorganisatie. - Verenigingen zoeken geen alternatieven voor de huidige speelgelegenheid. Zij verwachten over 5 jaar nog in dezelfde locatie te zitten. Óók als de relatie met de verhuurder slecht is of als de situatie rondom de accommodatie heel onzeker is (zie het verslag van het rondetafelgesprek met drie verenigingen). - Kwalitatieve aspecten van de accommodaties (grootte, inrichting) worden positief gewaardeerd. Hiermee hangt samen dat de huren relatief hoog zijn ten opzichte van andere steden. 24

26 - Gemiddeld betalen de leden bijna 0,65 cent per speelavond per lid. De 28 reguliere verenigingen 14 hebben ruim 3000 leden waarvan ongeveer tweederde op de clubavond komt. Per spelend lid is de bijdrage dan precies 1 euro. - Aspecten die direct met het spelplezier samenhangen (meubilair, verlichting, catering) worden sterker gewaardeerd dan externe aspecten (tarieven, bereikbaarheid). - Verenigingen zoeken geen samenwerking. Zij concentreren zich op de clubactiviteiten. Om een kwalitatieve onderbouwing te krijgen van de resultaten is een rondetafelgesprek georganiseerd met een aantal verenigingen. Voorbeeld 1 Rondetafelgesprek over de huisvestingssituatie van de verenigingen Voor het gesprek zijn drie verenigingen uitgenodigd die toevallig in dezelfde locatie spelen, maar op verschillende dagen. De verenigingen hebben geen contact met elkaar. Samen maken de verenigingen vier avonden gebruik van de locatie. De verenigingen hebben alle drie ongeveer 120 leden, in totaal dus 360. De verenigingen hebben problemen met de huidige locatie zoals: - Zalen op de eerste verdieping, alleen een traplift - Gebrek aan ruimte - Moeilijke samenwerking met de verhuurder - Er bestaat grote onzekerheid over het toekomstige gebruik. De vereniging die de afgelopen 5 jaar 5 keer is verhuisd ervaart dit probleem sterker dan de vereniging die al twaalf jaar in dezelfde locatie speelt. Deze onzekerheid over het gebruik is voor de verenigingen het grootste probleem. Hierdoor wordt deze locatie niet als denksportcentrum gezien. De essentiële voorwaarde voor het benoemen van een speelgelegenheid tot denksportcentrum is het primaat van de denksportverenigingen, waardoor de continuïteit is gegarandeerd. De aanwezige verenigingen benadrukken het sociale aspect van hun vereniging. Het gaat hierbij veelal om onderlinge contacten buiten verenigingsverband met andere clubleden. De verenigingen hebben geen groeiambitie. Nu kent iedereen elkaar, toenemende afstand tussen leden wordt gezien als grootste obstakel voor het uitbreiden naar een andere zaal of dag. Gebrek aan ruimte en organisatorische problemen spelen hierbij een belangrijke rol. 3.c. De kracht van de vereniging: organisatie van het spel en het bieden van speelplezier Verenigingen zijn intern georiënteerd, gericht op het organiseren van het spel en het bieden van speelplezier. Binnen denksportverenigingen bestaan zeer hechte banden. Contact met de buitenwereld is er nauwelijks. Denksportverenigingen krijgen geen subsidie en hebben onderling nauwelijks contact. Oprichtingsjaar Totaal Op zeer bescheiden schaal gaan verenigingen samen als het ledental terugloopt en een heel enkele keer heft een vereniging zich op. De sterke sociale binding binnen de verenigingen blijkt uit de lange bestaansgeschiedenis van de verenigingen. Opvallend is dat het damspel de eerste denksport was die in de regio in Voor 1935 (alléén damverenigingen) Onbekend 3 Totaal De passageclub B.O.B voor beginnende spelers is hierbij niet meegerekend. Hun leden stromen na twee jaar door naar een reguliere vereniging. 25

27 verenigingsverband werd beoefend. De drie damverenigingen zijn verreweg het oudst. De Haarlemse Damclub viert dit jaar zelfs zijn honderdste verjaardag! De twee schaakverenigingen zijn met zes bridgeverenigingen rond de Tweede Wereldoorlog opgericht. Dan is het even wachten tot zich in de jaren tachtig de tweede bridgegolf aandient. Binnen vijf jaar komen er zeven nieuwe verenigingen. Bundelingen om de huisvestingssituatie te verbeteren ontstaan zelden, omdat de voordelen hiervan niet worden onderkend. Denksportverenigingen hebben geen groeiambitie, sterker nog groei wordt gezien als bedreiging van de hechte band tussen de huidige leden. Als binnen een verzorgingsgebied behoefte blijkt te bestaan aan meer gelegenheid om te spelen wordt eerder een nieuwe vereniging opgericht, dan dat een bestaande vereniging gaat uitbreiden of samenwerken met andere verenigingen. Er ontstaat een fijnmazig raster van kleine sociale netwerken. Gezien de lange traditie van verenigingen is het vanzelfsprekend dat continuïteit zeer belangrijk wordt geacht. Dit heeft te maken met een voldoende ledenaantal en zeker ook de speelgelegenheid. 3.d. Klein is fijn, een fijnmazig raster van sociale netwerken Een denksportvereniging blijkt één van de meest zuivere vormen van zichzelf organiserende burgers. De hechte banden binnen de vereniging worden zeer gewaardeerd, zowel door de leden als door betrokkenen rondom de vereniging. In het volgende hoofdstuk worden deze positieve externe effecten van het bestaan van het fijnmazige netwerk van verenigingen toegelicht. De denksportvereniging blijkt verschillende beleidsdoelen te bereiken. Als sportbonden, overheden of andere maatschappelijke organisaties deze kracht van de denksportvereniging willen gebruiken, dan dienen zij het initiatief te nemen. De vereniging zelf dient zich te concentreren op de interne organisatie en het versterken van de hechte banden. Uit de interne gerichtheid van denksportverenigingen kan worden afgeleid dat ze geen eigen missie hebben naar buiten toe. Toch zijn ze juist door hun aard en succes een ideaal middel voor binding. Wil deze eigenschap tot zijn recht komen dan moeten denksportverenigingen zichtbaar worden gemaakt. Hiervoor is een denksportcentrum noodzakelijk. De huidige praktijk is dat een vereniging zonder eigen clubgebouw voor belangstellenden bijna onvindbaar is. Alleen op de verenigingsavond zijn ze zichtbaar (en dan nog alleen ìn de speelzaal). Nieuwe belangstellenden worden zo niet bereikt. Het zwaan-kleef-aan effect is afwezig. Juist voor de bouw van sociale netwerken, het bieden van perspectief aan de vereenzamende mens, is dit essentieel. Promotie van de denksport in het algemeen is ook een belangrijk voordeel. Denksportcentra kunnen een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van het ledental van de denksportbonden. Het centrum biedt mogelijkheden tot kennismakingslessen en economisch gebruik van materiaal. Het is een ontmoetingspunt en vraagbaak voor leden en niet-leden en een vertrekpunt voor afgeleide activiteiten (wandelen, fietsen). 26

28 Hoofdstuk 4. Het maatschappelijk belang van de verenigde denksporters 4.a. Het sociale aspect van de vereniging: het opbouwen van netwerken. Elke stad en elke gemeente heeft belang bij de continuïteit van zelforganisaties, zoals denksportverenigingen. De meeste denksportverenigingen fungeren als een groot sociaal netwerk binnen de gemeenschap. Juist voor de ouder wordende mens zijn er steeds minder activiteiten toegankelijk. Ouderen dreigen te vereenzamen er is sociale uitsluiting (hangouderen), voor niet geringe aantallen ouderen (meer dan 15%) dreigt een depressie. Ouderen die niet zijn opgenomen in een sociaal netwerk vormen een belangrijke risicogroep, met alle kosten bij ziekte die daaraan verbonden zijn. Kosten die sinds de komst van de wet WMO (per 1 januari 2007) voor een belangrijk deel door de gemeente betaald worden. 4.b. Denken en doen: het creëren van nieuwe sociale netwerken De gemiddelde leeftijd van de leden van de bridgebond is 64 jaar. Op deze leeftijd worden mensen vaak geconfronteerd met structureel en cumulatief verlies: verlies van de partner, verlies van werk, verlies van inkomen etc. Hierdoor gaan sociale contacten verloren. Het perspectief verdwijnt. Bridgeverenigingen (maar ook andere denksportverenigingen) zijn door hun laagdrempeligheid (lage contributie, geen speciale kleding, makkelijk bereikbaar etc.) uitermate geschikt voor het opbouwen van nieuwe sociale contacten en het bieden van nieuw perspectief. Het op deze wijze creëren van sociale netwerken past uitstekend binnen het landelijke beleid en de rol en de verantwoordelijkheid die gemeentes krijgen binnen de WMO. Om de kracht van de vereniging optimaal te benutten en het aantal sociale netwerken te vergroten heeft de Nederlandse Bridge Bond het project Denken en Doen ontwikkeld en ingediend bij VWS. Daarbij staan de volgende resultaten centraal: A. Het ontstaan van communities van waaruit een actieve en gezonde leefstijl wordt gestimuleerd (Samen voor Sport). B. Het behalen van gezondheidswinst door actief gedrag van de deelnemers (Samen voor Sport). C. Het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te (blijven) nemen aan het lokale maatschappelijke leven. (WMO). Per gemeente bestaat het initiatief, om een nieuw sociaal netwerk te creëren, uit de volgende onderdelen: 1. De gemeente, gerelateerde instanties en de NBB selecteren en benaderen de doelgroep. 2. De gemeenten zorgen voor geschikte accommodaties. Dat betekent geschikt voor denksporten waarbij tevens de continuïteit van het netwerk en de beschikbaarheid van de accommodatie dient te zijn gegarandeerd. 3. De NBB verzorgt de begeleiding in de eerste fase en realiseert in samenwerking met een vijftal andere sportbonden 15 nieuwe activiteiten als het netwerk is gerealiseerd. De visie dat denksporten als middel kunnen worden ingezet om als sociaal cement in de samenleving te werken, in het bijzonder voor ouderen, is onderschreven door VWS. Mede 15 Dit zijn de schaakbond, de toerfietsunie, het wandelverbond, de dambond en de gobond. 27

29 daarom is het project Denken en Doen met voorrang goedgekeurd door VWS als onderdeel van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB). Deze conclusie heeft consequenties voor het gemeentelijke beleid. Samen met de denksportbonden kunnen gemeentes nieuwe sociale netwerken creëren als de volgende twee punten uitgewerkt worden. 1) Een geschikte infrastructuur: er moeten plekken om te spelen zijn. Een denksportcentrum (multifunctioneel gebruik met primaat voor denksport) is hiervoor perfect. In een grote stad als Haarlem kunnen overigens meerdere locaties zijn. 2) Aanbod en bekendheid: behalve de behoefte bij bestaande clubs, gaat het vooral ook om het nemen van initiatieven voor nieuwe groepen (inactieven, die thuis in een isolement kunnen raken). Voor het oprichten van nieuwe sociale netwerken bestaat een goed plan, ontwikkeld door de NBB in samenwerking met andere denksportbonden. 28

30 Uit de projectaanvraag van de NBB voor het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen De titel van dit project is: Denken en doen. Niet voor niets heeft het project twee subtitels die toelichting behoeven. Het klassieke mens sana in corpore sano legt terecht de vinger op de samenhang tussen lichaam en geest. Een enkel aanbod om te gaan bewegen zal bij vele ouderen niet aanslaan. Dit omdat er tal van blokkades kunnen bestaan in de sociale, mentale en fysieke sfeer. Mensen komen simpelweg niet meer makkelijk het huis uit. Innovatief en nieuw aan het project is dan ook dat eerst de tijd wordt genomen om een veilige omgeving te creëren. Er wordt een sociaal netwerk gebouwd, - de kern van het project - van waaruit initiatieven komen voor beweging. De NBB, als projectleider, is hiervoor ook fantastisch gepositioneerd nu zij veel ervaring heeft met ouderen-netwerken. Dat vervolgens het sociale netwerk wordt ingezet voor veel activiteiten van betrokkenen (wandel initiatieven, fiets initiatieven e.d.) is de consequentie van de gebouwde infrastructuur. Het is nu eenmaal te makkelijk gedacht dat je zomaar 80 willekeurige mensen van de straat haalt en met hen gaat fietsen en/of wandelen. Eerst is het ontstaan van een comfortzone nodig. Pas daarna durven mensen met elkaar iets te ondernemen. De tweede subtitel is iedereen wil oud worden, niemand wil het zijn. Deze one-liner speelt in op de sterk negatieve associaties die rondom oud zijn bestaan. Ouderenbeleid is een lastig onderwerp omdat bij oud zijn iedereen wil denken aan de buurman, maar (nog) niet aan zichzelf. Oud zijn wordt graag naar de toekomst verschoven. Daarom is een tweede belangrijk uitgangpunt in het project: dat mensen worden aangesproken op hun zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid, hun perspectief en toekomstverwachting. Het project zal dus niet, in de communicatie, met stempels als ouderenproject, zorg, antidepressie, overgewicht of blijf fit naar buiten gaan. Ook dit is innovatief en nieuw aan het project. De gedachte is dat de uitnodiging voor een kopje koffie naast de huisartsenpost in het woon-zorgcentrum minder aanspreekt dan de uitnodiging voor een bezoekje aan het denksportcentrum. Bij de laatste uitnodiging voel je, je op je mens-zijn aangesproken en niet op je leeftijd (ook al ben je misschien wel oud). Uiteraard is het doel van het project wel om een positief gezondheidseffect te krijgen en zal er richting de gemeente een belangrijk stuk voorlichting worden gegeven en bewustwording op gang komen over ouderdomsziekten. Een belangrijk uitgangspunt bij dit project is dat het niet wordt gepresenteerd als ouderenproject en geen appèl doet op zorgen. Op deze wijze worden de deelnemers in hun waarde gelaten. Ze hebben recht op hun eigen beleving en behoeven geen etiket. Bovendien is op deze wijze vanaf het begin duidelijk dat er niet voor hen wordt gezorgd. Het is een kwestie van zelfstandig zijn: handen aan de ploeg. Een concreet resultaat van de werkzaamheden van de denksportmakelaar is dat de Gemeente Haarlem samen met de NBB, de GGZ-partners, de GGD en Sportservice Noord- Holland een pilot-project starten. Volgens het Plan van Aanpak van de gemeente is juist binnen de groep ouderen sociaal isolement, inactiviteit en bewegingsarmoede te verwachten. Door eerst veilige communities op te bouwen rondom de denksporten en deze communities te benaderen voor andere actievere bewegingssporten zoals wandelen, fietsen, fitness voor ouderen, onstaat een goede combinatie tussen sociale cohesie en geestelijke en lichamelijke gezondheid. Deze gezondheidswinst kan ook meetbaar worden gemaakt. 29

31 In hoofdstuk 2 is gebleken dat denksportverenigingen een belangrijke maatschappelijke functie hebben ómdat zij zich vooral richten op het bieden van speelplezier voor hun leden. Deze blik naar binnen, samen met het geringe aantal leden, betekent dat een denksportvereniging niet in staat is de belangen op huisvestingsgebied effectief te behartigen. De functie van de denksportvereniging als sociaal netwerk, bovenop hun kerntaak van het organiseren van denksportactiviteiten, is interessant voor beleidsmakers op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Ieder in eigen woorden omschrijft het belang van sociale binding. Zoals beschreven is de opzet en uitwerking van het VWS-project Denken en Doen van de Nederlandse Bridge Bond de katalysator waardoor een gedeelde visie op het gemeenschappelijk belang van denksportverenigingen kan ontstaan 16. In hoofdstuk 5 worden de ervaringen in Haarlem beschreven. Hoe kan op basis van deze bouwstenen (de kracht van de vereniging en de visie van de bond) de huisvestingssituatie worden verbeterd. Twee voorbeelden worden genoemd een grootschalig regionaal centrum en een buurtgerichte accommodatie. 16 Het kan niet genoeg benadrukt worden dat dit project van de NBB als voorbeeld dient voor andere denksporten maar ook voor verenigingen of zelforganisaties van andere groepen jongeren, allochtonen, chronisch zieken en gehandicapten. 30

32 Hoofdstuk 5. Op verkenning in Haarlem: de accommodatie als ontbrekende schakel 5.a. Wat is een denksportcentrum? Een denksportcentrum onderscheidt zich niet door uiterlijk of aankleding van een gemiddeld zalencentrum. Het grote verschil is de garantie van continuïteit voor de denksportvereniging. Als een andere sport in populariteit toeneemt wordt de zaal niet direct omgebouwd. Ook wordt de vereniging niet verzocht een keertje over te slaan voor een trouwerij of braderie. De denksportvereniging gaat voor. Met andere woorden op grond van het maatschappelijk en/of economisch belang dat de denksportverenigingen vertegenwoordigen wordt er alles aan gedaan om het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken en dan met name op het gebied van de kwaliteit, continuïteit en de catering. 5.b De voorgeschiedenis in Haarlem Al in 1996 wordt de regio Kennemerland door de NBB omschreven als witte vlek in een analyse van de huisvestingssituatie van bridgeverenigingen. Eind vorige eeuw zijn vervolgens door de toenmalige voorzitter van het District Kennemerland van de Nederlandse Bridge Bond gesprekken gevoerd met de gemeente om te komen tot een denksportcentrum in Haarlem. Ook de Samenwerkende Schaakverenigingen in Haarlem (SSH) hebben zich hiervoor hard gemaakt. Het resultaat is geweest dat in de sportnota van de Gemeente is opgenomen dat er een onderzoek komt naar de behoefte aan een denksportcentrum in Haarlem Zonder behoefteonderzoek is de wethouder Sport ervan overtuigd dat er plaats is voor een denksportcentrum in de ontwikkeling van de Sportboulevard rondom het Pim Mulier Stadion (het honkbalhart van Haarlem). De wethouder voerde rond het WK honkbal in 2005 vele gesprekken met alle denksportbonden en hun lokale en regionale vertegenwoordigers. Het Pim Mulier Sportpark moet een verzameling hoogwaardige sportfaciliteiten worden met een cluster van sportgerelateerde bedrijven. Hoewel er van beide kanten zeer concrete interesse is kan niet worden vastgesteld dat er onder de (potentiële) denksporters behoefte is aan een centrum op deze plek. Mede omdat de behoefte van de gemeente zich niet vertaalt in een aanbod om ruimte aan de Sportboulevard ter beschikking te stellen tegen gunstige, dat wil zeggen voor denksportverenigingen haalbare, voorwaarden. Hoewel de denksportbonden de ontwikkelingen van de Sportboulevard ondersteunen, zeker wat betreft de inzet op multifunctioneel gebruik, is er een patstelling ontstaan wat betreft de mogelijkheden om er een denksportcentrum te realiseren. 17 Ruimte voor Sport, Sportnota Gemeente Haarlem , blz. 13 en 40 31

33 5.c Samenloop van omstandigheden In hoofdstuk 2 zijn de pijlers onder de nieuwe initiatieven in Haarlem beschreven. Ten eerste wilden de denksportbonden meer inzicht krijgen in de mogelijkheden om het gezamenlijke accommodatiebeleid lokaal effectief te kunnen inzetten. De denksportmakelaar moet namens de denksportbonden de partijen bij elkaar brengen. Ten tweede was het in de sportnota genoemde behoefteonderzoek onder denksportverenigingen nodig om de patstelling rondom de sportboulevard te doorbreken. Ten derde blijken er regionaal ontwikkelingen in gang te zijn gezet door Sportservice Noord- Holland die, geheel in lijn met de opzet van de denksportbonden, beogen een sportlocatie te benutten als ontmoetingsplaats voor vele groepen in de bevolking. Ten vierde het project Denken en Doen van de NBB waarin een format wordt beschreven voor het benutten van de maatschappelijke waarde van denksporten voor het creëren van nieuwe sociale verbanden. Ten vijfde een particulier initiatief voor het opzetten van een denksportcentrum in Haarlem- Noord. Vanzelfsprekend zijn er op tal van momenten contacten geweest met vertegenwoordigers van betrokken partijen. Een overzicht van bijeenkomsten en activiteiten is te vinden in bijlage 5. De betrokken personen en organisaties staan in bijlage 6. Het kristallisatiepunt 3 november 2006 Een presentatie door de directeur van de NBB voor vertegenwoordigers van verenigingen, Gemeente Haarlem en Sportservice Noord-Holland was cruciaal in het proces. Zijn beschrijving van hun VWS-project Denken en Doen, biedt de inhoudelijke onderbouwing van de maatschappelijke rol van denksportverenigingen. Het gaat in de visie van de NBB om het bouwen en in stand houden van lokale communities, het bieden van structuur, verbindingen maken, cement aanbrengen in de wijk. Denksportcentra en denksportverenigingen zijn hiervoor een (zeer) kosteneffectief middel. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven is kunnen de verschillende partijen ieder vanuit eigen verantwoordelijkheden, op deze basis verder werken om de positie van denksporten in de regio te versterken. 5.d. De positie van verenigingen (deel 2) Diverse betrokkenen rondom de verenigingen onderkennen het belang van sociale netwerken en denksportcentra. Ook de verenigingen zijn gevraagd naar hun mening over verschillende aspecten van een denksportcentrum. Het overzicht van hun oordeel is gegeven in de onderstaande tabel. Aspecten die direct te maken hebben met het verblijf in de zaal en het spel worden door bijna alle verenigingen belangrijk gevonden. Aspecten die zich afspelen buiten de zaal of met derden zijn minder van belang. 32

34 Aspecten van een denksportcentrum Belangrijk Neutraal Onbelangrijk Ventilatie 34 0 Tafels en Stoelen 34 0 Sfeer 34 0 Tarieven 34 0 Verlichting Voldoende toiletten Veiligheid speelgelegenheid Continuïteit 33 0 Schoonmaak en hygiëne Kwaliteit onderhoud Prijzen consumpties Beheer en organisatie Ruimte Lage kosten Kantine Ruime openingstijden Dagdelen Gezamenlijk gebruik materiaal Gezamenlijk gebruik faciliteiten Opleidingen Beginnerscursussen Groeimogelijkheden Ruimte voor externe competities en toernooien Inzet vrijwilligers Deskundige begeleiding Gezamenlijk gebruik met zorg en welzijn Internetverbinding Contact met andere denksporten Andere activiteiten

35 Ter illustratie volgt een kort verslag van de bijeenkomst met verschillende vertegenwoordigers van denksportbonden en denksportverenigingen. Voorbeeld 2 Rondetafelgesprek met verenigingen over denksportcentra Alle deelnemers aan het gesprek zien de voordelen van een denksportcentrum. Als essentieel voor een denksportcentrum wordt het primaat van de denksportverenigingen gezien, waardoor de continuïteit is gegarandeerd. Verder worden genoemd: de sociale functie (het opbouwen van een sociaal netwerk), cursusruimte en groeimogelijkheden. In de huidige locatie zijn er geen groeimogelijkheden. Gebrek aan ruimte en organisatorische problemen spelen hierbij een belangrijke rol. De schaakvereniging HWP noemt als voordelen van een denksportcentrum ook het gezamenlijk gebruik van voorzieningen en de (regionale) uitstraling. De verenigingen zien ook mogelijkheden voor nevenactiviteiten. Voor HWP is Schalkwijk te ver weg, gedacht kan worden aan een nieuwe vereniging in Schalkwijk. Ook de dam- en go- vereniging zien een nieuw denksportcentrum als mogelijkheid om een nieuwe vereniging op te richten. Het Bridge District Kennemerland heeft al jaren behoefte aan een centrum met regionale uitstraling voor topwedstrijden. De belangrijke conclusies uit het onderzoek naar de gewenste situatie zijn 1. Denksportverenigingen zijn relatief klein en hebben een sterke interne oriëntatie. Door de hechte band tussen de leden ontstaat een netwerk met een belangrijke sociaal-maatschappelijke functie. 2. De aanwezigen zijn in principe voorstander van één of meer denksportcentra in Haarlem. 3. De sociale functie, het uitbouwen van een sociaal netwerk, speelt hierbij een belangrijke rol. 4. Continuïteit is eveneens een zeer belangrijk voordeel. 5. Een ander voordeel is meer ruimte, waardoor er meer roeimogelijkheden zijn. 5.e. Denksportcentra als model voor zelforganisatie van burgers Denksportcentra, waar meerdere verenigingen en meerdere sporten gebruik van maken kunnen een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de huisvestingssituatie van denksportverenigingen én alle andere gebruikers. Voorbeelden van bestaande centra tonen dit aan. Het gaat altijd om multifunctioneel gebruik. En altijd op basis van de behoeftes bij de bewoners in het verzorgingsgebied. De multifunctionaliteit staat ook centraal in het accommodatiebeleid van de denksportbonden. De leidende rol van bridgeverenigingen en de NBB wordt verklaard uit het feit, dat zij in alle gevallen de basis vormen van het gebruik. In het Go centrum te Amstelveen spelen bijvoorbeeld 20 denksportverenigingen waarvan 17 bridgeverenigingen. Cruciaal is dat hierdoor een denksportcentrum kostendekkend kan worden geëxploiteerd. Binnen het centrum kunnen ook mogelijkheden gecreëerd worden om de zelforganisatie van alle groepen te begeleiden. De beheerder van een centrum is vaak tevens verenigingsondersteuner. 34

36 Een denksportcentrum heeft een vloeroppervlak tussen de 500 m2 en 1500 m2. Belangrijke voordelen van een denksportcentrum zijn: 1. Opbouw/versterking van een sociaal netwerk 2. Continuïteit voor de vereniging 3. Meer samenwerkingsmogelijkheden, vooral bij nevenactiviteiten 4. Regionale uitstraling 5. Sportaanbod op maat. 5.f. Van sportboulevard naar stadsdeelhart De wijkgerichte benadering van de NBB heeft bij de gemeente tot een verandering van inzicht geleid. Door de enigszins geïsoleerde ligging is de Sportboulevard mogelijk niet de meest geschikte locatie voor een denksportcentrum. Om het karakter als ontmoetingsplaats te versterken is een plaats midden in een wijk beter. Direct na de bijeenkomst op 3 november 2006 worden contacten gelegd met de programmamanager van het Stadsdeelhart Schalkwijk. Schalkwijk is een vergrijzende wijk in Haarlem met iets meer dan inwoners. De programmamanager wil naast winkels, woningen en kantoren het stadsdeelcentrum maken tot De Huiskamer van de wijk. Het nieuwe stadsdeelhart van Schalkwijk krijgt in totaal ongeveer 8000 m2 sociaal- maatschappelijke ruimte. Gedacht kan worden aan: 1. een bibliotheek 2. een muziek- en cultureel centrum 3. diverse welzijnsvoorzieningen, ouderencentra 4. een denksportcentrum Het stadsdeelcentrum moet voldoen aan de volgende eisen: 1. ontmoetingsplaats 2. breed aanbod aan activiteiten 3. laagdrempelig (kosten, bereikbaarheid), open voor iedereen 4. multifunctionaliteit. Rekening moet worden gehouden met de bevolkingssamenstelling van Schalkwijk, waar veel allochtonen wonen. 5.g. Van meubelzaak tot denksportcentrum Naast initiatieven die geïnitieerd worden door sportorganisaties of gemeenten zijn er ook particulieren die voor eigen rekening en risico een denksportcentrum willen starten. Het inpassen in een gemeentelijk kader stuit vaak op bezwaren. De gemeente acht zich niet gerechtigd om een ondernemer te ondersteunen. Dat is mogelijk terecht waar het gaat om zijn kerntaak, het inrichten van het bedrijf zodat het ondernemersinkomen gemaximaliseerd wordt. Echter voor het bestaan van sociale verbanden maakt het niet uit of deze gelegenheid wordt geboden door een ondernemer, de gemeente of een stichting. Sterker nog, voor het tot stand komen van een centrum is de vraag wie het risico draagt het belangrijkste obstakel. Een doelgerichte ondernemer zorgt voor snelheid in het proces. In Haarlem Noord heeft zo n ondernemende bridgeliefhebber het besluit genomen om een vrijkomende meubelzaak om te bouwen tot denksportcentrum. Met zo n zes verenigingen verwacht deze ondernemer voldoende inkomsten te genereren. Dan is slechts een klein deel van de beschikbare 1400 m 2 in gebruik. Er zijn grote mogelijkheden om nieuwe activiteiten te realiseren voor jong en oud in de wijk. Momenteel zoeken zij samen met het District Kennemerland van de NBB samenwerking met scholen en wijkcentra. 35

37 5.h. Particulier initiatief met maatschappelijk rendement Betrokkenheid van de gemeente kan ervoor zorgen dat de maatschappelijke mogelijkheden worden geoptimaliseerd. Dat betekent in de praktijk dat de ondernemer zich richt op het samen creëren van nieuwe sociale netwerken in plaats van bruiloften, of bridge wordt gecombineerd met GALM en MBvO activiteiten. De bundeling van sportverenigingen kan een coördinerende rol spelen tussen ondernemer en gemeente. Met het District Kennemerland van de bridgebond wordt besproken of zij het initiatief kunnen nemen bij het oprichten van een samenwerkingsverband van verschillende soorten verenigingen, mogelijk breder dan de denksportgemeenschap, om als partner op te treden van de gemeente bij het verbeteren van de huisvestingssituatie van de denksportverenigingen. De gedeelde belangen zoals hierboven beschreven staan daarbij centraal. 5.i. Van eensgezindheid naar daadkracht Wie neemt het initiatief? Wie neemt het risico? Als laatste stap in deze verkenning is een grootschalige bijeenkomst georganiseerd bij de gemeente Haarlem waar zowel de wethouder Sport als de wethouder Sociale Zaken en WMO aanwezig waren. Tijdens de kick-off bijeenkomst bij de gemeente Haarlem presenteert de NBB het, door VWS gefinancierde, project Denken en Doen waarin denksporten, met name bridge, worden ingezet om nieuwe sociale netwerken voor ouderen te creëren De wethouders zijn positief over de presentatie en de gekozen benadering van de denksporten. Zij zijn kritisch op twee punten. Ten eerste de nadruk op bridge en ten tweede de vraag of deze aanpak (gericht op bridge) ook degenen aan de onderkant van de samenleving bij elkaar brengt. Binnen het kader van de WMO volgt de gemeente graag de zelforganisatie van de burgers. Allochtonen die hele andere voorkeuren hebben moeten zich ook thuis voelen. Juist de allochtone verenigingen kampen met problemen, zoals continuïteit van zaalruimte. De indruk bestaat dat de witte denksportverenigingen zich uitstekend zelf kunnen redden. Op basis van enkele voorbeelden uit het onderzoek naar de huisvestingssituatie van denksportverenigingen, uitgevoerd door de samenwerkende denksportbonden en Sportservice Noord-Holland, wordt gesteld dat de problemen van denksportverenigingen identiek zijn. Uit het behoefteonderzoek is gebleken dat veel denksportverenigingen, net als andere zelforganisaties, geen huurovereenkomst hebben of één met een zeer beperkte looptijd (Zie hoofdstuk 3, blz. 15). Zelfs indien de organisatie van denksportverenigingen beter is dan kunnen zij, gezien de identieke problemen, als voorbeeld dienen voor andere verenigingen. Andere denksporten en populaire spelvormen kunnen eveneens een bijdrage leveren om de zelforganisatie van verschillende bevolkingsgroepen te versterken. Een voorbeeld is het project Damsin, een organisatie die ondermeer door dammen probeert integratie/participatie te vergroten en op verschillende plaatsen actief is. In veel grote steden zijn relatief veel dammers van allochtone afkomst actief. Het onderkennen van de gemeenschappelijke belangen is echter een belangrijke maar niet voldoende voorwaarde om partijen te bewegen de knip te trekken. Elke partij zal zichzelf moeten afvragen of de investering in tijd en/of geld opweegt tegen het risico. 36

38 Dit risico is voor een ondernemer vanzelfsprekend anders dan voor een denksportvereniging. Een voorwaarde voor succes is medewerking van de gemeente bij het opstarten, bijvoorbeeld door een financiële bijdrage, garantie voor een geldlening etc. De verenigingen kunnen, bijvoorbeeld via het oprichten van een beheersstichting, de accommodatie zelf exploiteren. Het primaat moet liggen bij de denksporten en andere gebruikersgroepen. Deze moeten samen in de stichting participeren. In hoofdstuk 6 wordt aan de hand van een viertal voorbeelden het beheer en de exploitatie van een multifunctioneel centrum beschreven. 37

39 Hoofdstuk 6. Beheer en Exploitatie van denksportcentra Op grond van de inhoudelijke argumenten, eerder genoemd in dit rapport dienen, verenigingen, gemeenten en andere belanghebbenden overtuigd te worden van de noodzaak om een denksportcentrum te realiseren. Voordat een denksportcentrum echter wordt gerealiseerd en in gebruikgenomen is het essentieel om van het toekomstig onderhoud en het beheer een beeld te krijgen. Hiervoor zijn verschillende scenario s mogelijk. Vaak zal bij de realisatie de gemeente betrokken zijn en ook kunnen er andere gebruikersgroepen dan denksportverenigingen (zoals ouderen, speciale doelgroepen) bij de realisatie betrokken zijn. De basis is het gebruik van de accommodatie voor denksportactiviteiten. Bij veel andere sporten (hockey, tennis) zijn voldoende spelers verenigd om als enkele vereniging het initiatief te kunnen nemen voor het realiseren en beheren van de sportvoorziening. Deze vereniging behartigt de belangen van de sporters (de leden), beheert het gebouw en organiseert de kantine. Hoewel het afstemmen van deze rollen binnen één vereniging al veel bestuurlijke en uitvoerende vaardigheden vereist is de situatie bij denksporten nog complexer. Omdat geen enkele denksportvereniging de middelen zal hebben om op eigen kracht tot realisatie van een denksportcentrum te komen is samenwerking nodig. Andere denksportverenigingen, andere gebruikers, andere belanghebbenden dienen voor het idee gewonnen te worden. Allen dienen de middelen bij elkaar te brengen om het ideaal te realiseren. In de praktijk stoelt dit ideaal op drie pijlers, zie onderstaande figuur. Continuïteit: Denksportverenigingen hebben voorrang en contractzekerheid. Kwaliteit: De accommodatie voldoet aan de eisen die denksporters stellen 18. Catering op maat: Exploitatie van de bar/kantine voorziet in de behoeftes van denksporters. Bar/ Kantine Catering op maat Belangen van de spelers Kwaliteit Beheer van het gebouw Continuïteit 18 Deze eisen staan in de brochure Normen en Richtlijnen voor Denksportcentra opgesteld door ISA- Sport en de samenwerkende denksportbonden. Deze brochure is te beschikbaar via 38

40 Het beheer en de keuze voor een beheersvorm van een denksportcentrum is dus aanzienlijk meer dan een juridische, fiscale of technische afweging. Juist omdat een denksportcentrum door velen zal worden gebruikt en de exploitatie niet op winst is gericht (het is te exploiteren, maar geen goudmijn) is het van groot belang een transparante beheersvorm te kiezen, waarbij de zorg voor het centrum ook daadwerkelijk door de gebruikers wordt gevoeld 19. De rol van de beheersstichting is cruciaal, zij dient de identiteit van het denksportcentrum te bewaken, als de vraag toeneemt maar ook als inkomsten uit de exploitatie tegenvallen. 6.a. Bestaande denksportcentra In Nederland zijn al heel veel denksportcentra gerealiseerd. Hiervan valt veel te leren. Een belangrijke constatering is dat al deze denksportcentra steeds blijken te voorzien in een blijvende behoefte. De exploitaties verschillen sterk, maar de centra zijn nergens een blok aan het been. Op basis van verschillende behoeftes dient een gedeeld doel bepaald te worden. Met de folder Een denksportcentrum in elke gemeente 20 kunnen de partijen bij elkaar gebracht worden en kan het enthousiasme voor het gedeelde doel gecreëerd worden. Indien er nog ruimte beschikbaar is, als in de vraag van de denksportverenigingen is voorzien (dit zal bijna altijd het geval zijn), dan is het essentieel om ook andere groepen te benaderen. Voorbeelden zijn voorzieningen voor ouderen (Amersfoort) of de Japanse gemeenschap (Amstelveen). Ook de behoefte aan naschoolse opvang kan soms tot samenwerking leiden. Vertegenwoordigers van deze groepen, die het gezamenlijke doel onderschrijven, kunnen ook zitting nemen in de projectgroep en het initiatief nemen om een denksportcentrum te realiseren. Het uitgangspunt is dat een denksportcentrum een (collectieve) buurtvoorziening is waar een multifunctioneel gebruik zeer goed mogelijk is. Gedeeld gebruik vergroot de levensvatbaarheid, verkleint het financiële risico, maar compliceert de besluitvorming 21. Bij een goed plan mag op steun van de gemeente, ook in materiele zin, worden gerekend. Immers het denksportcentrum voorziet in een collectieve behoefte en is in het belang van de (lokale) gemeenschap. De gemeente kan middels een denksportcentrum een belangrijke voorziening treffen die ouderen een sociaal ankerpunt geven. Ook voor sportvelden en sporthallen is budget beschikbaar. Gelet op het steeds groter wordende aantal ouderen binnen de meeste gemeenten zou hier een gewillig oor gevonden moeten worden, is het niet bij sport, dan bij welzijn of onderwijs. Niet verwacht kan worden dat de denksportverenigingen en andere organisaties de investeringen vooraf kunnen financieren. Bestaande denksportcentra tonen wel aan dat een kostendekkende exploitatie van de lopende kosten, inclusief onderhoud en beheer, zeer goed mogelijk is. Een goede inschatting van de te verwachten opbrengst en kosten is essentieel voor het maken van een exploitatieopzet en het bepalen van de mogelijke en maximale investeringen. 19 In hoofdstuk 6 van de brochure Normen en Richtlijnen voor Denksportcentra wordt aandacht besteedt aan de de planvorming en de keuze van de beheersvorm. Daar wordt ook een checklist gegeven voor het realisatietraject. 20 In de folder worden een aantal succesvolle denksportcentra beschreven. Deze folder is te bestellen bij de Nederlandse Bridge Bond of via 21 Zie voor meer informatie hoofdstuk 6 van de brochure Normen en richtlijnen voor het opzetten van een denksportcentrum. 39

41 6.b. Exploitatiemodellen met enkele voordelen Aan de hand van twee beheersmodellen zullen praktijkervaringen (beheersvorm, organisatie horeca) worden beschreven. Hierin wordt een balans gevonden tussen de vraag van de gebruikers en de kosten om (ook op lange termijn) in de behoeftes te voorzien. Binnen het exploitatiemodel kan een onderscheid gemaakt worden tussen in de eerste plaats het beheer en onderhoud van het centrum en de verhuur van de zalen en in de tweede plaats de gastheerfunctie en organisatie van het horecagedeelte. Omdat de meeste denksportverenigingen niet onder goede condities hun huidige accommodatie huren, is er geen gevaar dat in het nieuwe denksportcentrum op de middellange termijn sprake zal zijn van leegstand. Wel kan door bestaande contracten en locale emoties (binding met een buurt) er op korte termijn wat vertraging in de bezetting ontstaan. De ervaring met bestaande denksportcentra is dat verenigingen die in goede accommodaties spelen duidelijk ledenwinst boeken. Het voorzieningenniveau kan centraal vele malen beter (en goedkoper) worden geregeld. Van belang is om tijdens de planvorming bij de leden te inventariseren of er bereidheid is om vrijwilligerswerk te verrichten ten behoeve van de exploitatie van het centrum. Hoewel de praktijk erg veelkleurig is zijn er twee basisvormen te onderscheiden. 6.b.i. Het vrijwilligersmodel. Meestal is een beheersorganisatie verantwoordelijk voor het gebruik van de zalen en de organisatie van de bar. Vaak is dit een vereniging of stichting waarin representanten van denksportverenigingen zijn opgenomen. Deze aparte beheersstichting is ook nodig om het financiële risico voor de deelnemende verenigingen af te dekken. Dit model onderscheidt zich doordat de personeelskosten en daarmee de vaste lasten laag worden gehouden. In dit model is er niet een automatische ambitie om de gebruiksintensiteit van het gebouw zo hoog mogelijk te krijgen. Meer gebruik, is eenvoudig weg een zwaarder appèl op de vrijwilligers. De inkomsten uit verhuur aan de verenigingen moeten voldoende zijn om de energiekosten, belastingen, verzekeringen, de inrichting en het onderhoud te bekostigen. Vaak zie je dat bij deze modellen ook de barexploitatie in eigen beheer is. Bij het opstellen van de eerste exploitatieopzet in de planfase dient zowel de bijdrage in geld (huur) en tijd (vrijwilligerswerk) gebudgetteerd te worden. Van belang is om tijdens de planvorming bij de leden te inventariseren of er bereidheid is om vrijwilligerswerk te verrichten ten behoeve van de exploitatie van het centrum. Anders dient een meer bedrijfsmatig model te worden overwogen. 40

42 Voorbeeld Vrijwilligersmodel: Denksportcentrum Bussum 22 Eigendom: Het gebouw is eigendom van een stichting waarvan vier bridgeverenigingen en een schaakclub deel uitmaken. Medio 1982 is er een oude synagoge gekocht. De enige relatie met de gemeente bestaat op dit moment uit een gemeentegarantie voor de hypotheek. Bestuursvorm: Het bestuur van de stichting bestaat uit afgevaardigden van de deelnemende verenigingen (één per vereniging) en een onafhankelijke manager. Verhuur: De stichting moet het gebouw zelf exploiteren en onderhouden. De stichting heeft inkomsten uit huur van de betreffende verenigingen, winst op de baromzet en verhuur aan derden, met name relaties uit de buurt. Catering: De verenigingen moeten het gebruik van de bar zelf regelen. Clubleden hebben ongeveer eenmaal per jaar bardienst. De stichting streeft ernaar dat de omzet niet te hoog wordt. Als de omzet boven een bepaald bedrag komt zou de stichting BTW-plichtig worden. In verband daarmee zijn de prijzen van de consumpties niet al te hoog. De maatschappelijke kosten en opbrengsten van Denksportcentrum Papendrecht De visie van Dick Groenendijk, ex-gemeentesecretaris en secretaris van de beheersstichting 23 : Wat voegt een denksportcentrum nog meer toe, dan ledengroei voor de vereniging en een betere positionering van de denksporten, en wat kost het? Met een denksportcentrum zijn voor een gemeente veel voordelen te behalen. Het totaal is meer dan de som der delen. In een organisatie als de onze gaat het om de sociale binding. Wij werken hier met zo n zestig vrijwilligers die samen een hechte groep vormen. De kosten kun je verdelen in éénmalige investeringskosten en blijvende exploitatiekosten. Om u gelijk maar op een heel belangrijk punt gerust te stellen: een door vrijwilligers gedragen denksportcentrum kan de dagelijkse exploitatie goed rond krijgen. In Papendrecht draaien we nu 10 jaar. We schrijven het gebouw af, we reserveren voor groot onderhoud, we betalen onze beroepskrachten en oproepkrachten 100% wit, betalen voor alle denkbare sociale voorzieningen, inclusief een pensioenvoorziening en we krijgen geen cent subsidie. En dat terwijl de huren redelijk zijn en de consumptieprijzen duidelijk onder horecaniveau liggen. Ik denk dat dit voor u een heel belangrijk gegeven is. Bij het mogelijk maken van een denksportcentrum, behoeft u niet een ongewis financieel avontuur aan te gaan. Een éénmalige kapitaalinjectie in gebouw of geld volstaat. En hoeveel dat is, is uiteraard van een aantal factoren afhankelijk, die van plaats tot plaats zullen verschillen. In Papendrecht fourneerde de gemeente in 1995 een eenmalig bedrag van fl , - ofwel omgerekend naar euro s van vandaag ongeveer Verder stelde ze zich garant voor een deel van de door ons aangegane geldleningen. Dat deel is overigens al afgelost, zodat dat risico ook al verdwenen is. 22 Gegevens verzamelt en beschikbaar gesteld door KNSB consulenten Minze Bijdeweg en Eddy Sibbing. Meer informatie is te vinden op: 23 Deze visie is uitgesproken tijdens het symposium Ouderenbeleid is Lokaal Beleid, georganiseerd door de Nederlandse Bridge Bond op 15 maart Kijk voor een uitgebreid verslag op 41

43 6.b.ii. Het bedrijfsmodel. Er is een particulier of sponsor, die een denksportcentrum opricht uit zakelijke of ideële overwegingen. De vraag hoe het exploitatieresultaat wordt aangewend, uitkering aan eigenaar, of herinvestering in het ideële doel is bepalend voor de keuze tussen een BV of een stichting/vereniging als rechtspersoon. In dit model is er een beheerder die er belang bij heeft om de gebruiksintensiteit hoog te maken/houden. De beheersstichting organiseert het gebruik door denksportverenigingen. De bar wordt verpacht aan een horecaondernemer. Naast het gebruik door de denksportverenigingen streven zowel beheersstichting als pachter naar het maximaliseren van de bezettingsgraad. Knelpunt in dit model is dat de basis in figuur 1, de beheersstichting en de verenigingen voldoende omzet moeten genereren, zodat de pachter zijn ondernemersinkomen kan verdienen. Is dat niet het geval dan wordt de druk groter om andere, commerciële activiteiten in huis te halen 24. Voorbeeld bedrijfsmodel: Go Centrum te Amstelveen Eigendom: De Japanse Go Bond is eigenaar van het gebouw. De beheerstichting heeft het recht tot gratis gebruik. Bestuursvorm: De bedrijfsmatige exploitatie van het gebouw dient de middelen te genereren om het statutaire doel te bereiken: de promotie van Go in Europees verband. De stichting kiest voor een dubbele identiteit: * Denksportcentrum voor de regio Amsterdam * Ontmoetingsruimte voor de Japanse gemeenschap in Nederland Verhuur: Na een voorzichtig begin met 8 denksportverenigingen en een vijftal andere gebruikers is het gebruik verdubbeld. Er spelen nu ruim 20 denksportverenigingen, zie tabel 1. De kerngegevens staan in tabel 2. Enkele kerngegevens met betrekking tot de exploitatie over de jaren 2002 tot en met 2004 worden gegeven in tabel 3. Catering: De schaal van dit project maakt het noodzakelijk dat de catering en de verzorging van de gasten verpacht is. De pachter heeft geen of beperkte rechten om de ruimtes te verhuren. De stichting is verantwoordelijk voor alle investeringen in de bars en keuken. 24 Dit knelpunt ervaren denksportverenigingen ook in commerciële zaalverhuurbedrijven. Het contract wordt opgezegd als er niet genoeg wordt geconsumeerd of er dient zich een betere klant aan. Deze verdringing doet zich echter ook voor bij maatschappelijke of ideële organisaties die een activiteit voorrang geven die dichter bij hun doel staat. De contractzekerheid blijkt een enorme kracht te zijn bij de ontwikkeling van denksportcentra. 42

44 Tabel 1 Ontwikkeling aantallen denksportverenigingen Tabel bridge dammen schaken Go Kerngegevens Aantal zalen 4 Totaal aantal netto m2 480 Omzet (gemiddelde 5 jaar) Omzet per netto m2 197 Tabel 3 Kengetallen exploitatie Go Centrum in % Uitgaven Inkomsten Vrij besteedbaar (huur of rente/aflossing) 21% 25% 29% (Investering in promotie van Go in Europees) Uitgaven aan Beheer Gebouw Inkomsten Exploitatie gebouw * Personeelskosten beheer 22% 23% 24% * Huurinkomsten 77% 75% 81% * Huisvestingskosten 23% 24% 23% * Pacht 20% 18% 18% * Kantoorkosten 3% 4% 3% * Overige inkomsten 3% 7% 1% * Bestuurskosten 1% 1% 1% * Algemene kosten 4% 5% 4% * Investeringen catering (bar) 1% 3% 5% * Investeringen onderhoud 21% 13% 4% * Afschrijvingen inventaris 2% 2% 1% TOTAAL Exploitatie uitgaven 77% 75% 65% TOTAAL Inkomsten 100% 100% 100% * Resultaat (toevoegen aan Eigen Vermogen) 1% 0% 6% Totaal Uitgaven 100% 100% 100% Totaal Inkomsten 100% 100% 100% 43

45 6.b.iii Een combinatie Het behoeft geen betoog dat er tussen model A) en B) vele mengvormen zijn te bedenken. Een gemeente kan in een bepaalde mate verantwoordelijkheid nemen voor het onderhoud. Verantwoordelijkheid voor de exploitatie wordt vaak wel uitbesteed aan een stichting. Ook kan een vrijwilligersmodel uitgangspunt zijn. Een toenemende vraag van denksportverenigingen of gebruik door andere groepen kan een meer bedrijfsmatige aanpak noodzakelijke maken. Vrijwilligers kunnen bardiensten verzorgen voor hun verenigingen terwijl betaalde krachten andere groepen verzorgen. Ook kan een betaalde beheerder worden aangesteld die tot doel heeft de bezettinggraad te optimaliseren. Waarbij de identiteit van het denksportcentrum bewaakt moet blijven. Voorbeeld Combinatie I: Denksportcentrum Leiden 25 Eigendom: De stichting heeft het pand gekocht met gemeentegarantie voor de hypotheek. De stichting is eigenaar van het pand en verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. De relatie met de gemeente bestaat op dit moment uit een gemeentegarantie voor de hypotheek. Bestuursvorm: Er ontstond een overleg tussen diverse bridgeclubs, een damclub en twee schaakclubs. Er was een wethouder die de komst van een denksportencentrum heel belangrijk vond, maar hij wilde niet met losse clubs praten. Daarom hebben de geïnteresseerde clubs samen een stichting opgericht. Verhuur: Het centrum is er voor clubavonden, trainingen, opleidingen kader, vergaderingen en toernooien. Verder zit er een overdag een schooltje in met 13 leerlingen. De bezetting is gegroeid van 50% bij de start naar 75% op dit moment. Combinatie vrijwilligers en beroepskrachten: De bar draaide in het begin op vrijwilligers. De laatste jaren is er sprake van een professionalisering. Hierdoor nemen de kosten toe maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de gestegen inkomsten. 25 Gegevens op basis van en de brochure Een Denksportcentrum in Elke Gemeente. 44

46 Voorbeeld Combinatie II Denksportcentrum Utrecht Oprichting: Het denksportcentrum in Utrecht is opgericht door De Nederlandse Bridge Bond met ondersteuning van verschillende partijen waaronder de gemeente. De NBB heeft zich verplicht denksportverenigingen onderdak te verschaffen tegen een gunstig tarief. Combinatie, verhuur en catering: De beheersstichting geeft een deel van de verhuur uit handen aan de horecapachter. Er is een verdeelsleutel afgesproken over de verhuurinkomsten, naast de pachtsom. De horecaondernemer heeft baat bij actieve verhuur, niet alleen door zijn deel van de verhuuromzet maar ook door de stijgende horecaomzet. De pachter/verhuurder is gebonden aan randvoorwaarden die de primaire doelstellingen (beschikbaarheid voor denksport) bewaken. Beheer: De beheersstichting heeft geen werk aan de verhuur, maar krijgt wel inkomsten. De essentie van dit model is dat het bedrijfsmatige deel van de verhuur georganiseerd wordt door een commerciële partner. De beheerstichting kan zich richten op de (statutair bepaalde) kernactiviteiten, in het geval van de NBB, ruimte bieden aan denksportverenigingen, vergaderingen, landelijke wedstrijden en (denksport)evenementen die door de bond georganiseerd worden. Factoren die de keuze voor het model bepalen Voor een belangrijk deel wordt de keuze voor het model bepaald door de volgende factoren: De grootte van het centrum Het aantal zalen De condities waaronder het centrum (door gemeente of eigenaar) beschikbaar is gesteld De bereidheid bij de verenigingen om de benodigde huurprijs te betalen De bereidheid om zich als vrijwilliger in te zetten voor het denksportcentrum De denksportdichtheid in de regio 26 De vraag naar zaalruimte bij andere groepen in het verzorgingsgebied De beschikbare financiën. Indien de bezettingsgraad is verhoogd door verbreding van de gebruikersgroep kan vaak ook een beheerder annex verenigingsmanager uit de exploitatie worden betaald. Ongeacht de wijze waarop de bar geëxploiteerd wordt kan deze beheerder/manager een grote rol spelen in het succes van het centrum en de ontwikkeling van de denksporten. Ook in het vrijwilligersmodel is de aanwezigheid van een (verenigings-)manager vaak wenselijk om de inzet van de vrijwilligers te coördineren en de gedeelde belangen van de verenigingen te bewaken. Na dit intermezzo over het beheer en de exploitatie van denksportcentra is het, ook op basis van het eerder beschreven proces in Haarlem, mogelijk de bijdragen van de verschillende partijen te beschrijven. In hoofdstuk 6 wordt de aanzet gegeven voor een rolmodel. 26 Als onderdeel van het accommodatiebeleid van de samenwerkende denksportbonden is ook de denksportdichtheid in Nederland in kaart gebracht. Deze gegevens kunt u opvragen bij de Nederlandse Bridge Bond of via 45

47 Hoofdstuk 7 Het rolmodel Op basis van het proces in Haarlem en de ervaringen bij al bestaande centra is het mogelijk een rolmodel te ontwikkelen voor het realiseren van een multifunctionele sociaalmaatschappelijke sportvoorziening. Dit model is vooral gericht op het uitwerken van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen (wat kan je wel en niet van elkaar verwachten). 7.a. Risico en zekerheid Binnen luttele minuten nadat het eerste contact was gelegd over de mogelijkheid van een denksportcentrum in Schalkwijk kwam de vraag aan de orde wie in hoeveel m2 wil investeren. Tijd is geld, dus het liefst zo snel mogelijk (medio 2007 in dit concrete geval). De projectontwikkelaar wil weten hoe het gebouw ingericht en gevuld gaat worden zodat de kans op leegstand, en de daarmee samenhangende kosten, zo klein mogelijk is. De opleverdatum is naar verwachting echter pas in Voor de kleine denksportverenigingen is het vrijwel onmogelijk om zich op deze termijn vast te leggen. Ook hebben zij of geen kapitaal, of niet het mandaat om dit risicodragend in te zetten. Zoals in hoofdstuk 5 uitgebreid is uiteengezet is de exploitatie van een denksportcentrum door de gebundelde verenigingen zeer goed te doen. Voor de investering zijn zij afhankelijk van anderen. In gesprekken tussen projectontwikkelaars en verhuurders aan de ene kant en sportorganisaties aan de andere kant is vaak sprake van enorme spraakverwarring. Deze ontstaat omdat er vaak heel snel overeenstemming over het gemeenschappelijk belang is (.tuuurlijk is het fantastisch als er een denksportcentrum komt). Maar in essentie gaat het om twee volstrekt anders gestructureerde soorten organisaties. De vereniging is een taakorganisatie die de belangen van de leden behartigt. De marktpartij is gericht op het afzetten van goederen en diensten op de markt. Zij hebben fundamenteel andere (economische) waarden waardoor zij het te realiseren denksportcentrum in een ander perspectief plaatsen. Hier wordt deze verschillende blik nader toegelicht. 7.b. De vereniging als taakorganisatie: sturing door budgetmechanisme De denksportvereniging kan in strikte zin geen risico nemen. De leden van de vereniging bepalen, afhankelijk van de behoeftes van de leden, vóóraf welk budget beschikbaar is voor het uitvoeren van het beleid. Dat wil zeggen dat per jaar de wijze wordt bepaald waarop de belangen van de leden zullen worden behartigd. Afhankelijk van dit budget wordt een zaal gekozen, spelmateriaal aangeschaft en een jaarlijks etentje georganiseerd. Het enige risico dat de vereniging loopt is dat het ledental daalt waardoor het beschikbare budget daalt en er bezuinigd moet worden. De vereniging begeeft zich niet op de vrije markt waar het haar kerntaak betreft; de organisatie van de sport en het speelplezier. Het is niet de prijs die de vraag bepaalt maar het beschikbare budget. De continuïteit is niet afhankelijk van externe omstandigheden. Als het bestaansrecht afneemt (het ledental daalt) bepaalt de bereidheid van de leden om met minder voorzieningen genoegen te nemen bij een dalend budget of het sportaanbod blijft bestaan. Dat de leden een grote flexibiliteit hebben blijkt uit het zeer geringe aantal verenigingen dat besluit zich op te heffen. 46

48 7.c. Marktwerking in de bar: sturing door prijsmechanisme Natuurlijk maakt de vereniging wel gebruik van marktwerking. Tijdens het jaarlijkse diner wordt veelal álleen het eten uit de gemeenschappelijke kas betaald. Het ook betalen van de drankbon heeft het risico van een ongewenste herverdeling van de gematigde geheelonthouder naar de alcoholische grootverbruikers. In de bar bepaalt de prijs wel het evenwicht tussen vraag en aanbod. Zoals al genoegzaam beschreven is catering op maat een belangrijke voorwaarde voor denksportverenigingen. De beheerder van de bar (als deze niet door vrijwilligers wordt beheerd) streeft naar een zodanige prijs dat winst of omzet wordt gemaximaliseerd. Hij neemt hierbij een risico. De winst - of het ondernemersinkomen - is de beloning voor het nemen van het risico. De waarden van de ondernemer en projectontwikkelaar zijn initiatief, ijver en snelheid, investeren voor continuïteit. De vrijheid van deze marktorganisaties wordt bepaald door de markt (vragers en aanbieders). 7.d. De traagheid van de vereniging Iedereen die wel eens getracht heeft de contributie te verhogen op de Algemene Leden Vergadering van een willekeurige vereniging weet dat veranderingen tijd nodig hebben en heel veel heel goede argumenten. In principe moeten alle leden ervan overtuigd zijn dat de verandering voor iedereen een verbetering is. Centrale waarden bij de verenigingen zijn budgettering, risicomijdend gedrag, zorgvuldige controles en vaste procedures. Deze traagheid is geen slechte eigenschap, het is integendeel één van de krachten van de vereniging als taakorganisatie. Bestaande waarden worden niet licht overboord gezet. Elke kracht heeft natuurlijk een zwakte. Zoals in hoofdstuk 2 is gebleken verwachten verenigingen nog in dezelfde accommodatie te zitten ook als het hen daar niet bevalt. De vrijheid van de vereniging wordt bepaald door de ALV als centraal beleidsorgaan. Dit staat in schril contrast met de snelheid waarmee een horecaondernemer de prijzen kan verlagen, als hij zijn geleasde espressoapparaat kan vervangen door filterkoffie, als de omzet tegenvalt. 7.e. De projectontwikkelaar, de vereniging en de gemeente: vervlechting De waarden bij het aanvaarden van het gemeenschappelijk belang zijn verschillend. De vereniging benadrukt het sociaal maatschappelijk belang van het denksportcentrum voor de buurt. De projectontwikkelaar vindt de huiskamergedachte interessant om een zo breed mogelijke doelgroep te trekken naar het winkelcentrum. In het geval dat markt- en taakorganisaties samenwerken om zowel publieke als private belangen te behartigen is er sprake van vervlechting. Beide partijen hebben elkaar nodig, willen zij elkaar echt bereiken dan is een scheidsrechter (intermediair) nodig die de kluwen ontrafelt en omvormt tot een ragfijn samenspel. De gemeente kan deze rol spelen in financiële zin, bijvoorbeeld door het verstrekken van een gemeentegarantie voor de investering en vaste financiële bijdrage in de onrendabele top van de exploitatie. Zodat de ruimte onder gunstige condities ter beschikking komt van de verenigingen. De gemeente kan ook in praktische zin als vertaler optreden tussen de belanghebbenden. Dit wordt echter vaak uitbesteed aan een gespecialiseerde lokale- of regionale ondersteuningsinstelling. 7.f. De partijen Na deze algemene uiteenzetting van de verschillende organisatievormen wordt in het vervolg van dit hoofdstuk de concrete situatie in Haarlem in beschouwing genomen. Daar kunnen de volgende partijen een belangrijke rol spelen: de sportvereniging (interne oriëntatie, behartigt belangen van leden) bundeling van sportorganisaties (externe oriëntatie, uitdragen maatschappelijk belang, beheerstichting, geen risicodrager, wel exploitatie) 47

49 andere zelforganisaties (aansluiten bij model/beheerstichting) de gemeente (voorwaardenscheppend, bewaken lange termijn belang) de projectontwikkelaar/programmamanager (verankeren maatschappelijke functie tijdens realisatie traject, tijdelijk risico) de ondernemer (muzenschool- risicodrager, korte termijn belang) maatschappelijke organisaties (bibliotheek, zorginstellingen) wederzijds gebruik versterken, programmatisch aansluiten in 2 e fase sociaal netwerk ondersteuningsorganisaties op provinciaal en lokaal niveau. In tabel 1 op de volgende bladzijde zijn de rollen en verantwoordelijkheden schematisch weergegeven. De bedoeling van dit schema is dat vooraf inzicht gecreëerd wordt in de verwachtingen die partijen ten opzichte van elkaar mogen hebben. Er wordt aangegeven in hoeverre zij risico kunnen dragen vooraf, in de investeringsfase, of juist na het realiseren van het project, bij de exploitatie. Wat zijn verder de sterke en ook de zwakke punten per organisatie. Bij een succesvolle samenwerking wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de kracht van de partijen. De onderlinge afstemming is vaak de taak van de trekker van het project. Het is van groot belang dat de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen duidelijk zijn. 48

50 Tabel 1 Overzicht belanghebbenden Rollen en verantwoordelijkheden bij de realisatie van een denksportcentrum Partij Rol & Risico Kracht Zwakte Sportorganisaties Sportvereniging Regionale sportorganisatie Sportbond Overheden Gemeente Programmamanagement Stedelijke ontwikkeling gemeente Provincie Géén financieel risico bij investering, wel bij exploitatie (huur) Extern uitdragen belangen verenigingen Belangenbehartiging, geen directe betrokkenheid Geen risico bij exploitatie Voorwaardenscheppend Mogelijk eenmalige investering Samenhang investering en sociaal-maatschappelijke functie Geen risico Eenmalige investering, bijvoorbeeld ISV Sociale binding van mensen Geworteld in sportwereld Bindt partijen rondom sport Maatschappelijk belang bewaken Afdekken onrendabele top Samenbrengen partijen, brug maatschappelijke partners en marktpartijen Afstemmen regionale mogelijkheden Interne gerichtheid, trage besluitvorming Geen directe invloed op besluitvorming verenigingen Afstand tot lokale situatie Effectief doelgroepenbeleid Beperkte sturing mogelijk Geen directe sturing Ministerie VWS Voorwaarden scheppend Ondersteunt projecten Geen directe sturing Ondersteunings-organisaties Lokaal Ondersteuning activiteiten Kennis doelgroepen Sportservice Noord- Holland Marktpartijen Project Ontwikkelaar Adviserend, partijen bij elkaar brengen Kennis en netwerk, vertaling verschillende waarden Geen sturingsmogelijkheden Financieel risico Uitvoeringsgericht Onrendabele top bij realiseren maatschappelijke functie. Winst belangrijker dan flexibel maatschappelijk rendement Ondernemer Financieel risico Initiatiefnemer, daadkracht, Horeca-exploitant Financieel risico Service, kwaliteit Minimale schaalgrootte Overige partijen * Lokaal Bibliotheek Welzijnsinstellingen Zorginstellingen * Provinciaal Steunfunctie-instellingen * Landelijk ISA-Sport Stichting Waarborgfonds Sport. NISB Investering mogelijk uit algemene middelen Participatie sociaalmaatschappelijke voorziening Participatie in sociaal maatschappelijke voorzieningen Ondersteuning van welzijns- en zorginstellingen Ontwikkeling van een model voor een denksportcentrum Garantie voor een lening bij de bank Ontwikkeling van projecten opbouw sociale netwerken Bereikt grote groepen individuen. Bundeling mensen op gedeeld thema Bijdragen aan de ontwikkeling van sociale netwerken Bijdragen aan de ontwikkeling van sociale netwerken Ondersteuning van de ontwikkelingen van netwerken Goede contacten en ervaring met financiers Afstand tot het spel Geen eigen financiële middelen Geen eigen financiële middelen Geen directe invloed Geen directe invloed Afhankelijke van de medewerking van de gemeente Geen directe invloed. 49

51 7.g. Leiderschap en het initiatief Welke partij neemt het initiatief? Meestal zijn de denksportverenigingen de partij met het grootste belang. Veel centra zijn tot stand gekomen doordat een bevlogen voorzitter een aantal verenigingen bij elkaar brengt. Ook in Haarlem hebben denksporters de noodzaak van een denksportcentrum op de agenda gekregen. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn de meeste verenigingen intern georiënteerd. Zelfs als een bevlogen voorzitter de leiding neemt is het een hele klus om genoeg verenigingen bij elkaar te brengen zodat een kritische massa ontstaat. Ook hier heeft de bridgesport met zijn districtenstelsel een voorsprong. In Haarlem was de bijzondere situatie dat ook de schaakverenigingen zich hadden verenigd in de Stichting Samenwerkende Schaakverenigingen Haarlem. Als anderen constateren dat de bundeling van belangen binnen de sport te traag of niet tot stand komt kunnen zij het initiatief nemen. Dat kan zijn: de gemeente een ondernemer een welzijns- of zorginstelling een exploitant van zaalruimte een projectontwikkelaar Wie het initiatief ook neemt, het is goed te weten wie de mogelijke partners zijn en wat van hen verwacht kan worden. Vaak hebben in de sportsector partijen verschillende petten. Partijen die verschillende rollen tegelijk vervullen zouden die moeten ontvlechten 27. Als projecten met enig risico worden gestart is dit van extra belang. Op basis van de indeling naar organisatievorm, zoals beschreven in hoofdstuk 6, kunnen voor elke partij aanbevelingen worden gedaan om het gemeenschappelijk belang te realiseren. Het uitgangspunt hierbij is natuurlijk dat elke partij op eigen gronden een invalshoek heeft om aan het realisatietraject deel te nemen. Om dat beeld duidelijk krijgen worden eerst kort de belangrijkste conclusies gegeven. Een bundeling van krachten is nodig. Het district Kennemerland van de NBB is daar een groot voorstander van. Het is wenselijk dat zij het voortouw nemen tot het realiseren van een samenwerkingsverband om de huisvestingsbelangen te behartigen van denksportverenigingen en mogelijk ook andere zelforganisaties. 7.h. Slotconclusie Het is op basis van de kracht van de vereniging als sociaal netwerk, dat de denksportbonden en verenigingen nu naar buiten treden. Deze kracht kan ingezet worden als model voor het creëren van nieuwe netwerken voor de denksporten en andere zelforganisaties. Het uiteindelijke doel is een denksportcentrum als onderdeel van een multifunctionele sociaal-maatschappelijke voorziening. Het loont de moeite voor alle betrokkenen om deze ruimte voor sport en spel te creëren. 27 Nota Tijd voor sport- Meedoen, Bewegen, Presteren, VWS, september 2005, blz

52 Literatuurlijst Bijlage 1 Bottenburg, M. van, (1993, 2004), Verborgen Competitie, ARKO Sport Media Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007) Samenwerken, samen leven Kalmthout, J. van, Lucassen, J, Janssens, J (2006) Sportverenigingen , Stabiele sportverbanden in turbulente tijden, W.J.H. Mulier Insitutuut, Arko Sports Media, Niewegein. Ministerie van VWS (2005), Tijd Voor Sport, kabinetsnota Nederlandse Bridge Bond (2007), Denken en Doen, projectaanvraag Nationaal Actieplan Sport en Bewegen NISB (2007) Nationaal Actieplan Sport en Bewegen NOC*NSF (2001, 2002,2003), RSO richtlijnen NOC*NSF (2005), Ruimte voor Sport in Nederland tot Lindner, J.J. (2005), Ludieke Uren, Walburg Pers Poel, H. van der (2001), Bewegingsruimte, verkenning van de relatie sport en ruimte, De Vrieseborch, Haarlem Samenwerkende Denksportbonden (2006) Een denksportcentrum in elke gemeente Samenwerkende Denksportbonden en ISA Sport (2005), Normen en richtlijnen voor het opzetten van een denksportcentrum SCP (2006) Rapportage Sport 2006 Simon, M. (1991) Privatisering, een ontspoorde metafoor. De groei, bloei en ondergang van de Business Unit Pratende Koffiezetapparaten, Management Simon, M. (1995) Taakorganisaties, marktorganisaties en de twilight zone. In: Noordegraaf, M. et al. (red.). De ambtenaar als publiek ondernemer. Bussum: Coutinho Sportnota Gemeente Haarlem , Ruimte voor Sport Sportservice Noord-Holland (2006), Sportlocatie als ontmoetingsplaats, Projectaanvraag in het kader van het uitvoeringsprogramma Sociaal Beleid van de Provincie Noord-Holland Overige informatie Gegevens over denksportcentra verzameld en beschikbaar gesteld door KNSB consulenten Minze Bijdeweg en Eddy Sibbing. Meer informatie is te vinden op: Alle informatie over denksportcentra en en Informatie over nieuwe spelvormen van de denksportbonden Informatie over sportontwikkeling en het sportbeleid uit van het provinciaal bestuur in Noord-Holland 51

53 Bijlage 2 De vier denksportbonden vergeleken Met dank aan de KNSB ONTWIKKELING LEDENTALLEN Tak van sport Bridge Dammen Go Schaken Bron: Ledengegevens NOC*NSF totaal aantal leden Ned. Bridge Bond Kon. Ned. Schaak Bond Kon. Ned. Dam Bond Ned. Go Bond verenigingen Ned. Bridge Bond Kon. Ned. Schaak Bond Kon. Ned. Dam Bond Ned. Go Bond 52

54 jongens 2004 meisjes jeugd Ned. Bridge Bond Kon. Ned. Schaak Bond Kon. Ned. Dam Bond Ned. Go Bond mannen 2004 vrouwen 2004 volwassenen Ned. Bridge Bond Kon. Ned. Schaak Bond Kon. Ned. Dam Bond Ned. Go Bond mannen 2004 vrouwen 2004 volwassenen

55 Overzicht denksportverenigingen in de regio Haarlem, postcodegebied Bijlage 3 Naam Club PC-c PC-l Leden Sport B.C. Haarlem N.B.B JM 169 B Zandvoortse B.C LS 162 B B.C VD 147 B B.C. Josephine 2013 DA 140 B B.C. Centrum MP 131 B A.B.C. ' DA 122 B B.V. Bloemendaal 2061 JM 118 B B.C. de Kennemers 2071 BH 117 B Adriaan Pauw 2121 GW 116 B B.C. Linnaeus 2121 GW 113 B B.C. Het Groene Hart 2061 JM 109 B G.S.V. Heemstede 2102 EK 105 B B.V. Velsen 2071 BH 103 B B.C. Spel en Vriendschap 2061 JM 95 B B.C.G.-Heemstede 2101 MP 91 B B.C. de Pelikaan 2011 SJ 90 B Passage-club B.O.B AN 88 B B.C. Bennebroek 2121 GW 81 B B.O.C. Kennemerland 2022 EA 80 B B.C. Meer en Bosch 2103 SW 79 B Inspanning met Plezier 2102 LS 78 B B.C. Cuebid 2024 TH 76 B B.V. Bruggehooft 2071 BH 74 B Klaver Top 2101 MP 70 B B.V. Velserbroek 1991 XX 66 B B.C. Alert 2011 BD 63 B B.C. Haarlem-Noord 2023 VN 62 B B.C. Bridge Zonder Rook 2102 EK 61 B B.C. Damesbridgekring 2102 EK 59 B B.V. Spaarndam 2064 KK 53 B B.C. Schalkwijk 2034 SB 49 B B.C. de Jump 1971 KS 41 B H.B.C. Hildebrand 2013 DA 40 B Trits 2011 BD 29 B B.C. Bermuda Bowl 2011 BD 26 B Totaal bridgeverenigingen (*) 3103 DC IJmuiden 1544 CX 42 D HDC, Haarlem 2025 RV 36 D DV Heemstede 2015 HP 23 D Totaal damverenigingen 101 HWP Haarlem 2013 DA 109 S S.V. Het Spaarne 2034 SB 100 S S.V. Santpoort 1991 RK 66 S S.C. Kijk Uit 1971 KS 63 S Bloemendaalse S.V SC 49 S S.V. Het Oosten 2011 TW 47 S Heemsteedse S.C VT 46 S Chess Society Zandvoort 2042 LS 24 S S.V. De Haarlemse Jopen 2011 RT 10 S Zandvoortse S.C LS 5 S S.H.S TW 62 S Totaal schaakverenigingen 581 Haarlem Go Club 2034 AC 11 G Totaal denksportverenigingen 3796 (*) Leden van het bridge district in Hillegom, Hoofddorp, en Beverwijk vallen buiten dit postcode gebied. 54

56 BEVOLKINGSGEGEVENS Bijlage 4 Bennebroek en ouder Totaal Aantal Percentage 22,6% 26, 8% 29,3% 21,4% Bloemendaal en ouder Totaal Aantal Percentage 24,4% 24, 8% 31,5% 19,2% Haarlem, totalen per wijk en ouder Totaal Oude Stad Spoorbaan Leiden Haarlem-Oost Haarlemmerhoutkwartier Westoever Noorder Buitenspaarne Ter Kleef en Te Zaanen Oud Schoten & Spaarndam Wijk & Duinwijk Schalkwijk Totaal Haarlem, percentage per wijk en ouder Oude stad 12,4% 53,0% 26,4% 8,2% Spoorbaan Leiden 23,0% 38,6% 26,1% 12,4% Haarlem-Oost 21,7% 36,1% 26,7% 15,5% Haarlemmerhoutkwartier 22,4% 33,3% 27,3% 16,9% Westoever Noorder 22,5% 45,2% 21,7% 10,7% Buitenspaarne Ter Kleef en Te Zaanen 24,5% 32,6% 26,2% 16,7% Oud Schoten & 24,2% 34,7% 25,7% 16,1% Spaarndam Wijk & Duinwijk 23,8% 28,5% 28,7% 18,9% Schalkwijk 21,2% 35,1% 25,3% 18,8% Totaal 21,8% 37,4% 25,6% 15,1% 55

57 Haarlemmermeer, totalen per kern en ouder Totaal Hoofddorp Nieuw Vennep Zwanenburg Badhoevedorp Vijfhuizen Totaal Haarlemmermeer, percentages per kern en ouder Hoofddorp 27,1% 38,1% 26,2% 8,5% Nieuw Vennep 28,5% 41,1% 21,5% 8,9% Zwanenburg 22,4% 31,5% 29,3% 18,1% Badhoevedorp 24,0% 28,6% 26,3% 21,2% Vijfhuizen 24,9% 35,8% 28,1% 11,2% Overig Totaal 26,5% 36,7% 26,1% 10,6% Haarlemmerliede en ouder Totaal Aantal Percentage 26,7% 32,0% 28,4% 13,0% Heemstede en ouder Totaal Aantal Percentage 21,8% 25,7% 29,4% 21,3% Velsen en ouder Totaal Aantal Percentage 25,9% 34, 0% 24,6% 15,2% Zandvoort en ouder Totaal Aantal Percentage 19,0% 24,3% 37,9% 18,8% 56

58 Bijlage 5 Overzicht bijeenkomsten en activiteiten voor het onderzoek De Denksportmakelaar 1. Eerste gesprek tussen vertegenwoordigers van Sportservice Noord-Holland en de gezamenlijke denksportbonden. 4 juli Samenwerkingsovereenkomst tussen de Sportbonden en Sportservice. september Verzamelen demografische gegevens en gegevens denksportbonden. oktober Overleg denksportenbonden over samenwerking en huisvestingsbeleid bij NBB te Utrecht. 5. Presentatie NBB voor Accountmanager Sport van de Gemeente Haarlem 3 november informatie VWS-project NBB ter onderbouwing aspecten sociaal netwerk. 6. Politiek Sportcafé, gesprek gemeente/ Bridge District Kennemerland/ initiatief Haarlem-Noord Begin november Versturen enquête naar huisvestingssituatie van denksportverenigingen door de afdelingen van de vier denksportbonden. 20 november - uitslagen verwerkt tot 31 januari - 8. Programmamanager van het stadsdeelhart Schalkwijk onderzoekt samenwerking. Bijeenkomst gemeente, programmamanager, Sportservice, denksportbonden, in het Go centrum te Amstelveen. 11 december, - notitie beheer en exploitatie - 9. Rondetafelgesprek verenigingen op het bondsbureau van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond. 16 januari - verslag 10. Rondetafelgesprek verenigingen en zelforganisaties in stadsdeel Schalkwijk. 23 januari - verslag 11. Kick-off meeting bij Gemeente Haarlem met wethouder sport en sociale zaken. 24 januari - verslag 12. Bijeenkomst mogelijke bewoners van de huiskamer van het nieuwe Stadsdeelhart Schalkwijk, als de uitwerking van de sociaal maatschappelijk functie van het stadsdeelcentrum. 31 januari - verslag 13. Bijeenkomst met District Kennemerland van de Nederlandse Bridge Bond over de organisatie van het behartigen van de huisvestingsbelangen van de denksportverenigingen. 27 februari Bijeenkomst met de initiatiefnemer van het Denksportcentrum in Haarlem-Noord. 27 februari De Gemeente Haarlem besluit deel te nemen in het VWS project van de NBB en op drie plaatsen nieuwe sociale netwerken te starten. Het Plan van Aanpak Denken en Doen, de Beste Zet voor een gezonde geest in een gezond lichaam wordt gepresenteerd op 10 april

59 Wij danken de volgende personen en organisaties Bijlage 6 Voor hun betrokkenheid de afgelopen jaren Joost Cornet, voorzitter District Kennemerland van de Nederlandse Bridge Bond tot medio 2006 Frits Welling, secretaris Samenwerkende Schaakverenigingen tot 2006 Pieter Barnhoorn, wethouder sport Gemeente Haarlem Johan Haijtink, directeur Koninklijke Nederlandse Dam Bond tot medio 2006 Simon Gribling, Koninklijke Nederlandse Schaak Bond tot 2006 Bij de uitvoering van de verkenning voor het project De Denksportmakelaar Bert te Velde, voorzitter District Kennemerland van de Nederlandse Bridge Bond Marcel Kosters, secretaris Koninklijke Nederlandse Dam Bond Theo Stoverinck, directeur Koninklijke Nederlandse Dam Bond Hans van Schaik, directeur Koninklijke Nederlandse Schaak Bond Eric Van Breugel, beleidsmedewerker Koninklijke Nederlandse Schaak Bond Gijs van der Scheer, directeur Nederlandse Bridge Bond Theo Joosten, hoofd Breedtesport NOC*NSF Jeroen van Tets, programmanager Ruimte Ontwikkeling NOC*NSF Maarten Divendal, wethouder onderwijs, jeugd, sport, openbare ruimte en milieu, Gemeente Haarlem Hilde v.d. Molen, wethouder sociale zaken, welzijn en maatschappelijke ondersteuning, Gemeente Haarlem Ton de Wit, programmanager WMO, Gemeente Haarlem Michael Struis, accountmanager sport, Gemeente Haarlem Joeri Stork, stadsplanoloog, Gemeente Haarlem Hanneke Schipper, programmamanager Schalkwijk, Gemeente Haarlem Alex Jansen, projectleider Schalkwijk, Gemeente Haarlem Kees Jansen, Stipo Eddy Sibbing, Servicepuntmedewerker, Randstad Koninklijke Nederlandse Schaak Bond Sjoerd van Tiel, Unitmanager Sportontwikkeling Sportservice Noord-Holland Alle denksportverenigingen, met name Bridge Club A.B.C., dhr. C.H.V. Dusseau Bridge Club Josephine, mevr. T. de Kruif Schaakvereniging Het Witte Paard, Paul Tuijp 58

60 Bijlage 7 Vragenlijst onderzoek Huisvestingsituatie Denksportverenigingen in de Regio Haarlem Het onderzoek wordt uitgevoerd door de samenwerkende denksportbonden en Sportservice Noord-Holland. U ontvangt de vragenlijst van uw bond of de regionale organisatie. U wordt verzocht de vragenlijst, voor 20 december, terug te sturen, met de bijgesloten antwoordenvelop aan Sportservice Noord-Holland, postbus 338, 2000 AH Haarlem Belangrijk Voor u de lijst gaat invullen Dit onderzoek wil de huidige en de gewenste huisvestingssituatie van denksportverenigingen in de regio Kennemerland in kaart brengen. Een aantal vragen is voorzien van een korte toelichting. Wij vragen u met klem om deze toelichting aandachtig door te lezen voordat u de betreffende vraag beantwoordt. Alleen dan kan worden voorkomen dat door verschillen in interpretatie de uitkomsten van het onderzoek aan betekenis verliezen. Heeft u vragen dan kunt u contact opnemen met de vertegenwoordiger van uw sport: Dammen: Marcel Kosters Secretaris KNDamB Schaken: Eddy Sibbing Servicepuntmedewerker Randstad (KNSB) Bridge: Bert te Velde Voorzitter NBridgeB District Kennemerland Algemeen Naam vereniging Hoe lang bestaat de vereniging -adres vereniging sinds.. Wie heeft de vragenlijst ingevuld? Naam: Functie: Tel. No: Colofon De vragenlijst is samengesteld door de samenwerkende denksportbonden en Sportservice Noord-Holland. Aan de totstandkoming van de vragenlijst is meegewerkt door verschillende vertegenwoordigers van regionale sportorganisaties en verenigingen. Delen van de vragenlijst zijn, met toestemming, overgenomen uit de Verenigingmonitor van NOC*NSF. 59

61 Vragenlijst Huisvestingsituatie Denksportverenigingen regio Haarlem 1. Hoeveel leden heeft de vereniging? Leden aantal Gemiddeld aantal spelers per avond aantal (geschat) 2. Hoeveel contributie betalen de leden per jaar? Indien er binnen de aangegeven leeftijdscategorieën sprake is van verdere onderverdelingen (bijv. naar afdeling) wilt u dan het gemiddelde contributiebedrag noteren. Indien uw vereniging leeftijdsgrenzen hanteert die enigszins afwijken van de aangegeven categorieën, kunt u die aanhouden mits u de onderstaande indeling (kind-jongvolwassene-volwassene-oudere) in grote lijnen handhaaft. Gegevens 2006 jeugdleden (< 12 jaar) jeugdleden (12-18 jaar) studenten (19-25 jaar) seniorleden (26-65 jaar) seniorleden (> 65 jaar) 3. Beoordeling algemene aspecten speelgelegenheid Kunt u in onderstaand schema aangeven hoe uw vereniging een aantal aspecten beoordeelt met betrekking tot uw huidige speelgelegenheid? Uw antwoordmogelijkheden lopen uiteen van een zeer positief oordeel tot en met een zeer negatief oordeel over een bepaald aspect van de accommodatie. Als u van meer accommodaties gebruik maakt wilt u deze vraag dan beantwoorden voor de accommodatie waar u het meeste aantal uren gebruik van maakt. Omcirkel uw oordeel.. Aspecten huidige speelgelegengeheid zeer positief Beschikbaar aantal dagdelen / Beschikbare ruimte (zaaloppervlak) / Continuïteit (contractzekerheid) / Tarieven / Afstemming op sportspecifieke wensen / Kwaliteit en staat van onderhoud / Schoonmaak en hygiëne / Beheer en organisatie / Veiligheid van de speelgelegenheid / Kantine (assortiment en kwaliteit) / Prijzen consumpties / Sfeer / zeer negatief Ligging (verlichting, veiligheid), buurt) / Beschikbaarheid parkeergelegenheid / Bereikbaarheid met de fiets / Bereikbaarheid te voet / Bereikbaarheid met de auto / Bereikbaarheid met openbaar vervoer / Ander aspect, namelijk / Mogelijkheid voor toelichting op uw oordeel

62 4. Waar speelt de vereniging? één of meer dagdelen in een gehuurde ruimte (zonder eigen clubhuis) de vereniging heeft de speelgelegenheid in eigen beheer (clubhuis) bij één van de leden thuis anders, namelijk.. Naam en adres speelgelegenheid: 5. Hoe lang speelt de vereniging al in deze locatie? In jaren.. 6. Hoe vaak is de vereniging verhuisd in de afgelopen 15 jaar? Aantal keren.. 7. Van wie huurt de vereniging de speelgelegenheid? de gemeente/gemeentelijke instelling is verhuurder een particuliere, commerciële verhuurder een andere sportvereniging of sportorganisatie een welzijns- of zorginstelling de uitbater van een horecagelegenheid speeltuinvereniging, buurtorganisatie niet van toepassing (ga dan naar vraag 11) anders, namelijk 8. Hoeveel zaalhuur betaalt uw vereniging per speelavond? 9. Voor welke periode heeft de vereniging een huurcontract? onbepaalde tijd vijf jaar met optie op nog vijf jaar vijf jaar zonder optie één tot vier jaar geen huurcontract anders, namelijk 10. Hoe karakteriseert u de relatie met de verhuurder? goed redelijk neutraal matig slecht 11. Hoeveel dagdelen per week speelt de vereniging? 11.a. overdag: geen meer dan 3 11.b. s avonds geen meer dan Hoe is de catering of kantine georganiseerd van de speelgelegenheid? in eigen beheer, met vrijwilligers in eigen beheer, met betaalde krachten georganiseerd door de verhuurder 61

63 13. Hoe groot acht u de kans dat u over 5 jaar nog gebruik maakt van dezelfde speelgelegenheid? zeer groot groot waarschijnlijk klein zeer klein 14. Zoekt de vereniging naar een andere speelgelegenheid? ja, actief ja, maar niet actief nee (ga naar vraag 16) 15. Wat zijn de voornaamste redenen om te zoeken naar een andere speelgelegenheid? (meerdere antwoorden mogelijk) de huurprijs een dalend aantal leden een stijgend aantal leden de relatie met de verhuurder de kwaliteit van de speelgelegenheid de locatie van de speelgelegenheid onzekerheid over het toekomstig gebruik (continuïteit). beschikbaarheid parkeergelegenheid de kwaliteit van kantine of catering anders, namelijk. 16. Uw oordeel ten aanzien van de gewenste speelgelegenheid. Zoals iedere voetbalvereniging behoefte heeft aan een eigen veld met bijbehorende kleedkamer en kantine, hebben ook denksportverenigingen bij voorkeur de beschikking over een eigen ruimte, met geschikte tafels en stoelen, goede ventilatie en een bar.er zijn weinig centra met voorzieningen speciaal gericht op denksporters. In het vervolg van de vragenlijst kunt u aangeven welke aspecten voor uw vereniging van belang zijn voor het realiseren van een optimale speelgelegenheid. Kunt u in onderstaand schema aangeven welk belang u hecht aan bepaalde aspecten met betrekking tot uw gewenste of optimale speelgelegenheid? De antwoordmogelijkheden variëren van heel belangrijk tot heel onbelangrijk. Omcirkel uw oordeel. Aspecten optimale speelgelegenheid Heel belangrijk Beschikbaar aantal dagdelen / Beschikbare ruimte (zaaloppervlak) / Schoonmaak en hygiëne / Beheer en organisatie / Kwaliteit en staat van onderhoud / Mogelijkheid voor opleidingen en cursussen in de eigen denksport / Contacten met andere denksporten / Continuïteit (contractzekerheid) / Lage kosten / Aanwezigheid deskundige begeleiding / Andere activiteiten voor de doelgroep / Op denksporten ingerichte horeca (bediening in de zaal) / Gezamenlijk gebruik faciliteiten / Heel onbelangrijk 62

64 Delen van faciliteiten met andere organisaties (zorg en welzijn) / Gedeeld gebruik materiaal (computers, software bijvoorbeeld bridge-mate) / Ruime openingstijden / Tarieven / Veiligheid van de speelgelegenheid / Kantine (assortiment en kwaliteit) / Prijzen consumpties / Sfeer / Tafels en stoelen met juiste afmetingen / Op denksporten ingestelde verlichting / Goede ventilatie / Betere organisatie van inzet vrijwilligers / Geen geluidsoverlast / Mogelijkheden voor externe competities, wedstrijden en toernooien / Voldoende toiletten / Betere groeimogelijkheden / Mogelijkheid beginnerscursussen / (snelle) Internetverbinding / Mogelijkheid voor toelichting op uw oordeel Overige opmerkingen Heeft u naar aanleiding van deze enquête nog aanvullingen met betrekking tot uw huidige of de gewenste situatie of algemene opmerkingen dan kunt u die hieronder kwijt..... Hartelijk dank voor uw medewerking aan dit onderzoek! U kunt de vragenlijst, voor 20 december, terugsturen met de bijgesloten antwoordenvelop, aan: Sportservice Noord-Holland T.a.v. Theo Onstenk Postbus 338, 2000 AH Haarlem 63

65 Sportservice Noord-Holland Postadres Postbus AH Haarlem Bezoekadres Nieuwe Gracht NB Haarlem T (023) F (023) E

Project Denksportcentra

Project Denksportcentra Project Denksportcentra M.M.V. De Nederlandse Bridge Bond De Koninklijke Nederlandse Dam Bond De Nederlandse Go Bond De Koninklijke Nederlandse Schaak Bond Mei 2010 Inleiding Denksport: onbekend maakt

Nadere informatie

Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden

Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden M.M.V. De Nederlandse Bridge Bond De Koninklijke Nederlandse Dam Bond De Nederlandse

Nadere informatie

Concept Raadsvoorstel

Concept Raadsvoorstel Concept Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: Sliedrecht, 6 oktober 2009 Onderwerp: Eindrapportage onderzoek capaciteit binnensportaccommodaties 2009. Voorgesteld besluit: 1.

Nadere informatie

BELEIDSCYCLUS MISSIE VISIE AMBITIE 2016: DE NTFU OP KOP STRATEGISCHE PIJLERS VOORWAARDEN

BELEIDSCYCLUS MISSIE VISIE AMBITIE 2016: DE NTFU OP KOP STRATEGISCHE PIJLERS VOORWAARDEN NTFU JAARPLAN 2015 BELEIDSCYCLUS MISSIE VISIE AMBITIE 2016: DE NTFU OP KOP STRATEGISCHE PIJLERS MARKTPOSITIE BELANGENBEHARTIGING VOORWAARDEN STERKE BONDSORGANISATIE INNOVATIEF HANDELEN NAAMSBEKENDHEID

Nadere informatie

Advies WMO raad Haarlem op nota. Welzijnswerk klaar voor toekomst.

Advies WMO raad Haarlem op nota. Welzijnswerk klaar voor toekomst. WMO raad Haarlem op nota Welzijnswerk klaar voor toekomst. Inleiding De Wmo-raad Haarlem heeft met belangstelling kennis genomen van de nota Welzijnswerk klaar voor de toekomst. De Wmo-raad adviseert positief

Nadere informatie

WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen

WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen STRATEGISCHE VISIE BBOG zomer 2010 WIJKACCOMMODATIES: BREDER EN BETER Groeiend nut en noodzaak van het netwerk van wijkaccommodaties in de stad Groningen 1. BBOG Het BBOG staat voor Buurtcentra Besturen

Nadere informatie

EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO

EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO EERLIJK DELEN, KRACHTEN BUNDELEN EN NIEMAND AAN DE KANT IN VENLO 29 juni 2011 1 / 5 Kadernota 2012-2015 PvdA Venlo 29 juni 2011 Eerlijk delen, krachten bundelen en niemand aan de kant in Venlo. Bezuinigen

Nadere informatie

12 Sportbeleidsstukken

12 Sportbeleidsstukken DC 12 Sportbeleidsstukken 1 Inleiding In dit thema bespreken we het overheidsbeleid ten aanzien van sport. We besteden aandacht aan de sportnota Tijd voor Sport. Het ministerie van VWS heeft in 2011 een

Nadere informatie

Meedoen! sportbonden en verenigingen aan zet? Wat te verwachten: Programma Meedoen Alle Jeugd door Sport 3-10-2011

Meedoen! sportbonden en verenigingen aan zet? Wat te verwachten: Programma Meedoen Alle Jeugd door Sport 3-10-2011 Meedoen! sportbonden en verenigingen aan zet? DemosDate Gent, België 4 oktober 2011 Remco Hoekman Senior onderzoeker W.J.H. Mulier Instituut, 's-hertogenbosch, oktober 2011 Wat te verwachten: Beschrijving

Nadere informatie

Doelgoep: Iedereen, maar in het bijzonder mensen met een beperking, ouderen en chronisch zieken.

Doelgoep: Iedereen, maar in het bijzonder mensen met een beperking, ouderen en chronisch zieken. Goed voorbeeld De Haamen Thema: - Sport- Zorg - Sport en gezondheid - Decentralisaties - Wmo Doelgoep: Iedereen, maar in het bijzonder mensen met een beperking, ouderen en chronisch zieken. Waar: Sportzone

Nadere informatie

Sport en bewegen binnen het Sociaal Domein Breng beweging in de drie D s!

Sport en bewegen binnen het Sociaal Domein Breng beweging in de drie D s! ACTIEF VOOR Sportorganisaties Maatschappelijke organisaties Onderwijs Overheden Sport en bewegen binnen het Sociaal Domein Breng beweging in de drie D s! De drie D s Drie transities in het sociale domein:

Nadere informatie

Meerjarenplan. Vereniging Plaatselijk Belang Hoonhorst 2013-2016

Meerjarenplan. Vereniging Plaatselijk Belang Hoonhorst 2013-2016 Meerjarenplan Vereniging Plaatselijk Belang Hoonhorst 2013-2016 Inleiding Dit meerjarenplan is het vervolg op het meerjarenplan 2009 2012. Veel uit het vorige plan is gerealiseerd, maar er zijn ook projecten

Nadere informatie

Visiedocument en Activiteitenplan 2013

Visiedocument en Activiteitenplan 2013 Visiedocument en Activiteitenplan 2013 1. Inleiding In Leusden is in september 2006 gestart met het project Maatschappelijk Betrokken Ondernemen. De Gemeente Leusden, het bedrijfsleven en de maatschappelijke

Nadere informatie

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1 Startnotitie Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014 Versie: 21 april 2011 1 1. Aanleiding 1.1. Voor u ligt de startnotitie vrijwilligersbeleid, directe aanleiding voor deze startnotitie

Nadere informatie

PROCEDURE EN CRITERIA VOOR VERSTREKKING

PROCEDURE EN CRITERIA VOOR VERSTREKKING PROCEDURE EN CRITERIA VOOR VERSTREKKING financiële bijdragen uit het leefbaarheidsbudget 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Hellendoorn heeft enkele budgeten overgedragen aan de dorpen en wijken in de

Nadere informatie

Uitkomsten denk mee over de toekomst van Leidsenhage

Uitkomsten denk mee over de toekomst van Leidsenhage Uitkomsten denk mee over de toekomst van Leidsenhage Koningin Wilhelminalaan 2 Leidschendam Postbus 905 2270 AX Voorburg Telefoon 14 070 Fax (070) 320 13 02 www.leidschendam-voorburg.nl info@leidschendam-voorburg.nl

Nadere informatie

Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp

Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp S T A T E N V O O R S T E L Datum : 13 december 2005 Nummer PS : PS2006ZCW03 Dienst/sector : MEC/DMO Commissie : ZCW Registratienummer : 2005MEC002130i Portefeuillehouder : Kamp Titel : Overdracht functie

Nadere informatie

Verenigingen en welzijnswerk voor ouderen Organisatie: NOC*NSF Contactpersoon: Diederik Meijntjes Contactpersoon 2: Diederik Meijntjes Erkenningen:

Verenigingen en welzijnswerk voor ouderen Organisatie: NOC*NSF Contactpersoon: Diederik Meijntjes Contactpersoon 2: Diederik Meijntjes Erkenningen: Verenigingen en welzijnswerk voor ouderen Organisatie: NOC*NSF Contactpersoon: Diederik Meijntjes Contactpersoon 2: Diederik Meijntjes Erkenningen: Sport- en beweegaanbod Achtergrond Samenvatting Samenwerking

Nadere informatie

Vitale sportverenigingen

Vitale sportverenigingen DATUM 28 november 2011 REGISTRATIENUMMER ONDERWERP Vitale sportverenigingen Inhoudsopgave Aanleiding 2 De vitale sportvereniging 3 Definitie en vitaliteitsaspecten 3 Vitalisering sportverenigingen 5 Middelen

Nadere informatie

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Nb: vragen en antwoorden worden verzonden aan College, MT en alle raadsleden.

SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Nb: vragen en antwoorden worden verzonden aan College, MT en alle raadsleden. SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE Nb: vragen en antwoorden worden verzonden aan College, MT en alle raadsleden. Pag 1 INDIENING Vragensteller: Ida Sabelis, Co Leuven, GroenLinks Onderwerp: Decentralisatie

Nadere informatie

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar!

Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011. Aanpakken Maar! Plan van Aanpak Vrijwilligerswerk 2007 tot 2011 Aanpakken Maar! INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 2. RONDETAFELGESPREKKEN 2.1 Algemene uitkomsten van de rondetafelgesprekken 2.2 Aanbevelingen professor Meijs

Nadere informatie

Bijlage 2 - Ontwikkeling ledental

Bijlage 2 - Ontwikkeling ledental Bijlage 2 - Ontwikkeling ledental Ledental De ontwikkeling van het ledental is een van de grootste zorgen van de KNSB. Hieronder wordt een aantal aspecten van de ontwikkeling van het ledental van de KNSB

Nadere informatie

Incidentele baten. - Eindevaluatie Rolstoelrecreatie in Het Twiske - 3 schetsen van een mogelijke inpassing Rolstoelrecreatie

Incidentele baten. - Eindevaluatie Rolstoelrecreatie in Het Twiske - 3 schetsen van een mogelijke inpassing Rolstoelrecreatie Adviescommissie 17 mei 2010 Dagelijks bestuur 27 mei 2010 Algemeen bestuur 17 juni 2010 Aantal bijlagen: - Agendapunt: 8 Onderwerp Het algemeen bestuur besluit om RNH opdracht te geven tot het uitwerken

Nadere informatie

Participatieverslag Nieuw & Anders

Participatieverslag Nieuw & Anders Participatieverslag Nieuw & Anders Op 26 en 31 maart vonden twee bijeenkomsten plaats met de titel Nieuw & Anders plaats. Twee bijeenkomsten die druk bezocht werden door vrijwilligers, verenigingen en

Nadere informatie

weer thuis in de stad

weer thuis in de stad weer thuis in de stad Wonen boven winkels Een levendige binnenstad is aantrekkelijk voor bezoekers, levert woongenot voor specieke groepen mensen, is een broedplaats voor kenniseconomie en cultuur en vormt

Nadere informatie

SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK

SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK SPORTIEVE KRACHT IN DE WIJK Onderwerpen Niels Hermens en Erik Puyt De Buurtsportvereniging Positief opvoed- en opgroeiklimaat Sport en het sociaal domein: Vier beleidsterreinen met wetenschappelijk effect

Nadere informatie

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Opdrachtgever: Hans Tanis, Wethouder Onderwijs Auteurs: Hans Erkens en Diana Vonk Datum: 9 oktober 2013 Inleiding 1.1. Aanleiding

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

levendige voorziening in Naam Leidsche auteur Rijn Centrum Utrecht

levendige voorziening in Naam Leidsche auteur Rijn Centrum Utrecht Voorbeeld Ondernemers van gezocht, een titel over die programma s twee regels en activiteiten Voorbeeld willen van leveren een subtitel voor een levendige voorziening in Naam Leidsche auteur Rijn Centrum

Nadere informatie

Gemeenteraad Amsterdam t.a.v. Raadscommissie Zorg en Sport Postbus 202 1000AE Amsterdam. Amsterdam, 18 november 2014

Gemeenteraad Amsterdam t.a.v. Raadscommissie Zorg en Sport Postbus 202 1000AE Amsterdam. Amsterdam, 18 november 2014 Gemeenteraad Amsterdam t.a.v. Raadscommissie Zorg en Sport Postbus 202 1000AE Amsterdam Amsterdam, 18 november 2014 Betreft: Initiatiefvoorstel Amsterdamse ouderen in beweging Geachte heer/mevrouw, De

Nadere informatie

Exploitatie en beheer door bewoners van wijkaccommodaties. Quickscan onder Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners april 2013

Exploitatie en beheer door bewoners van wijkaccommodaties. Quickscan onder Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners april 2013 Exploitatie en beheer door bewoners van wijkaccommodaties Quickscan onder Nederlandse gemeenten met meer dan 70.000 inwoners april 2013 Samenvatting van de resultaten Opdrachtgever Contactgegevens Contactpersoon

Nadere informatie

CDA SPORTVISIE NIEMAND BUITENSPEL _

CDA SPORTVISIE NIEMAND BUITENSPEL _ INLEIDING: SPORTVISIE NIEMAND BUITENSPEL _ De sportvisie draagt de titel Niemand buitenspel. Onze doelstelling in deze visie is, dat iedereen in de gelegenheid gesteld moet worden om te kunnen sporten.

Nadere informatie

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen Maatschappelijke Voorzieningen Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Hilversum 1 Inhoudsopgave Samenvatting 3 1 Inleiding 8 2 Huisvestingsstrategie en eigendomsstrategie 10 3 Cultuur 15 4 Sociale voorzieningen

Nadere informatie

De waarde van bewegen en sport in het Sociaal Domein.

De waarde van bewegen en sport in het Sociaal Domein. De waarde van bewegen en sport in het Sociaal Domein. inspiratie en aanvulling voor de notitie De Kracht van Winterswijk Deze korte PvdA notitie biedt inspiratie voor de opstellers van de notitie De Kracht

Nadere informatie

PCOB. Actief netwerk van en voor senioren. Gemeenschappelijk actief

PCOB. Actief netwerk van en voor senioren. Gemeenschappelijk actief PCOB Actief netwerk van en voor senioren Gemeenschappelijk actief PCOB: gemeenschappelijk actief! Dynamisch, betrokken, professioneel en christelijk geïnspireerd; het zijn dé kenmerken van de PCOB. We

Nadere informatie

Actielijnen transitie

Actielijnen transitie Actielijnen transitie Het vergroten van het bereik naar sportconsumenten Activatieprogramma 1 op 1 gesprekken bonden Activatieprogramma Inspiratiedag Inrichten virtueel data platform Inrichten bestuurdersacademie

Nadere informatie

Handleiding. Hoe gebruik je deze verenigingsbox?

Handleiding. Hoe gebruik je deze verenigingsbox? Handleiding Hoe gebruik je deze verenigingsbox? Inleiding Voor je ligt de handleiding van de Verenigingsbox. De Verenigingsbox is een hulpmiddel voor verenigingen om zelfstandig te werken aan een sterke

Nadere informatie

Verkiezingsprogramma D66 Ede Gezond leven

Verkiezingsprogramma D66 Ede Gezond leven Gezond leven 1 > Kijk kritisch naar subsidies > Sport vaste prik op school > Richt de wijk sportief in! > Bewegen is besparen D66 heeft een warm hart voor sport in de ruimste zin van het woord. Sport en

Nadere informatie

Geachte afgevaardigden,

Geachte afgevaardigden, Aan: Afgevaardigden Algemene Vergadering c.c.: Educatie Commissie Betreft: Stand van zaken Masterplan Educatie Van: Bestuur NBB Datum : 15 november 2012 Aantal pagina s: 5 Geachte afgevaardigden, Ongeveer

Nadere informatie

MKBA VAN EEN GOED BEGIN NAAR STRUCTUREEL SUCCES!

MKBA VAN EEN GOED BEGIN NAAR STRUCTUREEL SUCCES! MKBA VAN EEN GOED BEGIN NAAR STRUCTUREEL SUCCES! MKBA: VAN EEN GOED BEGIN NAAR STRUCTUREEL SUCCES! U heeft een mooi project om laaggeletterde werkzoekenden op te leiden en zo hun kansen op de arbeidsmarkt

Nadere informatie

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092

ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft leren over cultureel ondernemen uw kenmerk ons kenmerk ECSD/U201402324 Lbr. 14/092 bijlage(n) 2 (separaat

Nadere informatie

Nieuwe koers brede school

Nieuwe koers brede school bijlage bij beleidsvoorstel Brede Talentontwikkeling in de Kindcentra 28 mei 2013 Nieuwe koers brede school (november 2012) 1. Waarom een nieuwe koers? De gemeente Enschede wil investeren in de jeugd.

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Mei 2012 versie 1. WK versie 1

Mei 2012 versie 1. WK versie 1 2012 Mei 2012 versie 1 WK versie 1 Jong en oud samen in beweging De stichting de Buitenham heeft tot doel het bevorderen van het maatschappelijk welzijn van de inwoners van Varsselder-Veldhunten en omgeving

Nadere informatie

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Zorg & Welzijn. Werkplan 2010

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Zorg & Welzijn. Werkplan 2010 Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Zorg & Welzijn Werkplan 2010 Vrijwilligers zijn onbetaalbaar Maar goed dan dat je ze ook niet hoeft te betalen Loesje Haarlem, 14 juli 2009

Nadere informatie

Bewoners gaan het doen...

Bewoners gaan het doen... De complexiteit van de eenvoud De beproefde Vijf Sterrenmethode, gebaseerd op vijf stappen en bijbehorende werktechnieken, inspelend op toeval, emotie en overmacht van het werken aan de sociale ontwikkeling

Nadere informatie

Koninklijke Bibliotheek. Memorandum. Tarieven voor het gebruik van de digitale bibliotheek. Aan de minister van OCW

Koninklijke Bibliotheek. Memorandum. Tarieven voor het gebruik van de digitale bibliotheek. Aan de minister van OCW Koninklijke Bibliotheek Prins Willem-Alexanderhof 5 Postbus 90407 2509 LK Den Haag Aan de minister van OCW Telefoon (070) 314 09 11 Fax (070) 314 04 50 Website www.kb.nl Memorandum Datum 28 oktober 2015

Nadere informatie

Subsidieverordening Sport

Subsidieverordening Sport De raad van de gemeente Enschede; gelezen het voorstel van het college van (datum), (corsanummer) gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening

Nadere informatie

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007 K a n s e n voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t Onderzoeksrapport Mei 2007 Opdrachtgever: Uitvoerenden: In samenwerking met: Provincie Noord-Brabant Brabants Landschap Brabants Particulier

Nadere informatie

Index. 1. Waar komen we vandaan? 1. 2. Waar gaan we naartoe? 2. 3. Beleidsthema s 2014-2016 6

Index. 1. Waar komen we vandaan? 1. 2. Waar gaan we naartoe? 2. 3. Beleidsthema s 2014-2016 6 Index 1. Waar komen we vandaan? 1 2. Waar gaan we naartoe? 2 2.1 Missie 2 2.2 Visie 2 2.3 Doelstellingen 3 2.4 Strategie 4 2.4.1 Organisatie 4 2.4.2 Aanbod 4 2.4.3 Maatschappelijk rolmodel 4 2.4.4. Marketing

Nadere informatie

Aangepast sporten in de Haarlemmermeer Uitkomsten van de WVG/WMO enquête

Aangepast sporten in de Haarlemmermeer Uitkomsten van de WVG/WMO enquête Aangepast sporten in de Haarlemmermeer Uitkomsten van de WVG/WMO enquête Sportservice Noord Holland Gemeente Haarlemmermeer Belangengroep Gehandicapten Haarlemmermeer Door: Wikke van Stam Sportservice

Nadere informatie

Gemeenten kunnen lokaal kiezen waarom ze voor Sportdorp kiezen en wat ze hierin belangrijk vinden.

Gemeenten kunnen lokaal kiezen waarom ze voor Sportdorp kiezen en wat ze hierin belangrijk vinden. Sportdorpen Limburg Wat is Sportdorp? Sportdorp is een samenwerkingsverband van sportverenigingen en andere lokale partijen in een dorpskern om inwoners vanuit hun eigen behoefte meer en vaker te laten

Nadere informatie

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn. Werkplan 2011

Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn. Werkplan 2011 Vrijwilligershulp zichtbaar en beschikbaar, in de sector Wonen, Welzijn & Welzijn Werkplan 2011 Haarlem, 11 juni 2010 Net-Werk Vrijwilligershulp Zuid-Kennemerland Wilhelminastraat 23 2011 VJ Haarlem telefoon:

Nadere informatie

Resultaten online enquête Kennisknooppunt Stadslandbouw

Resultaten online enquête Kennisknooppunt Stadslandbouw Resultaten online enquête Kennisknooppunt Stadslandbouw 7 oktober 2015, Jan Eelco Jansma Samenvatting Dit document doet verslag van een online enquête (voorjaar-zomer 2015) onder betrokkenen bij stadslandbouw.

Nadere informatie

Subsidieregels Hof van Twente 2016

Subsidieregels Hof van Twente 2016 9. Subsidieregel éénmalige subsidies Sport, Cultuur, Zorg en Jeugd Maatschappelijke effecten Doelstellingen Subdoelstellingen Vergroten zelfredzaamheid Vergroten maatschappelijke participatie Vergroten

Nadere informatie

JAARVERSLAG STICHTING GEEFEROM

JAARVERSLAG STICHTING GEEFEROM JAARVERSLAG STICHTING GEEFEROM 2013 Arnhem, juni 2014 Voorwoord Voor u ligt het eerste jaarverslag van Stichting Geeferom 2013. Een Stichting opgericht vanuit een visie dat vele kleine beetjes een mooiere,

Nadere informatie

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten 7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten Opdrachtgever OCW Projectaannemer SBB Projectleider Nog te bevestigen Contactpersoon Lisette van Loon Start en einde deelproject Fase 1: juni 2012

Nadere informatie

Je steunsysteem is overal om je heen.

Je steunsysteem is overal om je heen. Je steunsysteem is overal om je heen. Kwartiermaken in de wijken in Oss en in de regio. Burgerkracht en Presentie Definitie kwartiermaken: Kwartiermaken gaat over het bevorderen van het maatschappelijk

Nadere informatie

Een jongerenruimte in Hapert!

Een jongerenruimte in Hapert! Een jongerenruimte in Hapert! Doelstelling: Het bewerkstelligen van maatschappelijke participatie van jongeren door middel van het aanbieden van een plek aan jongeren in de leeftijd van 12 t/m 20 jaar

Nadere informatie

Gemeenschapstuinen. RadarGroep. Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie.

Gemeenschapstuinen. RadarGroep. Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie. RadarGroep Gemeenschapstuinen Duurzaam instrument voor integrale wijkaanpak, sociale cohesie, participatie en re-integratie. Bureau voor sociale vraagstukken Wie zaait zal oogsten is een veelgehoord gezegde.

Nadere informatie

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 1. Inleiding In de regio Kennemerland (inclusief de gemeente Haarlemmermeer) hebben de gemeentelijke bestuurders een

Nadere informatie

Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden

Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden Inleiding Gezondheid is het belangrijkste dat er is. Ook gemeenten hebben baat bij gezonde en actieve burgers. Ze participeren meer, zijn zelfredzamer,

Nadere informatie

Intentieverklaring Eén platform voor dansend Nederland

Intentieverklaring Eén platform voor dansend Nederland Intentieverklaring Eén platform voor dansend Nederland Het danslandschap in Nederland is zeer divers. Er is een grote verscheidenheid aan dansante vormen, waarbinnen vaak meerdere organisaties actief zijn.

Nadere informatie

SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG

SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG www.livingvision.nl MANAGEMENT SAMENVATTING SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG Oktober 2009 Meedoen, de uitdaging De sportvisie van de Federatie Opvang is onderdeel van het programma Meedoen van de Federatie

Nadere informatie

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek Kinderopvang in eigen beheer Resultaten marktonderzoek Opgesteld door K. Soldaat Kenmerk Resultaten marktonderzoek Datum 26 juli 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Resultaten algemeen 4 3 Het makelaarsmodel

Nadere informatie

Binden, bewaren, bezielen en betalen

Binden, bewaren, bezielen en betalen EGH/ZHL november 2013 Binden, bewaren, bezielen en betalen voor landschap en erfgoed in Zuid-Holland Zuid-Holland heeft veel te bieden qua natuur, landschap en erfgoed. Er zijn talrijke partijen die zich

Nadere informatie

Werkconferentie woensdagmiddag 24 april Erfgoednota Leiden Startdocument voor hoofdthema Stad van (internationale) kennis en collecties

Werkconferentie woensdagmiddag 24 april Erfgoednota Leiden Startdocument voor hoofdthema Stad van (internationale) kennis en collecties Werkconferentie woensdagmiddag 24 april Erfgoednota Leiden Startdocument voor hoofdthema Stad van (internationale) kennis en collecties Erfgoed is in de nieuwe erfgoednota een breed begrip; de cultuurhistorie

Nadere informatie

Sportoriëntatie voortgezet onderwijs. Bekendheid en deelname verhogen van sportaanbod in de en regio.

Sportoriëntatie voortgezet onderwijs. Bekendheid en deelname verhogen van sportaanbod in de en regio. Aangepast project voorstel Sportservice Heemstede-Zandvoort Breedtesportactiviteiten in Heemstede Aangepaste project voorstel 1. Sporthackers Met het project Sporthackers kan de jeugd binnen het voortgezet

Nadere informatie

Vooruit naar de oorsprong

Vooruit naar de oorsprong Vooruit naar de oorsprong strategisch kader 2014-2016 1 Strategisch kader in 12 puntjes 1 We zien goed en plezierig wonen als basis van bestaan 2 We bieden mensen met lagere inkomens goede, passende woonruimte

Nadere informatie

Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1

Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1 Werkplan 2015 COC Rotterdam pagina 1 Werkplan 2015 COC Rotterdam Introductie COC Rotterdam vervult als belangenbehartiger voor de LHBT-gemeenschap al 67 jaar een belangrijke maatschappelijke rol in Rotterdam

Nadere informatie

In de Gemeente Marum

In de Gemeente Marum In de Gemeente Marum Gezamenlijk Plan van aanpak ondersteuning mantelzorg en vrijwillige thuishulp van de gemeenten Marum, Grootegast en Leek 27 april 2006 Projectbureau WWZ Mw. H.J. Vrijhof J.J. de Jong

Nadere informatie

Plan Aanpak promotie en programmering Kulthus Wekerom

Plan Aanpak promotie en programmering Kulthus Wekerom Plan Aanpak promotie en programmering Kulthus Wekerom Geschreven door: Daan Boers Inleiding Om het Kulturhus Wekerom bekendheid te geven en om de mensen te informeren over de activiteiten in het Kulturhus,

Nadere informatie

Van kostennaar waardesturing

Van kostennaar waardesturing Hoofdstuk Investeren in maatschappelijk vastgoed Van kostennaar waardesturing Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 7 Van kosten- naar waardesturing 9 Reacties uit het veld 21 Waardesturing in de praktijk 29 Samenwerken

Nadere informatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie Samenvatting De gemeente maakt sinds 2011 onderdeel uit van de bestuurlijke regio FoodValley. In de regio FoodValley heeft elke gemeente een economisch profiel gekozen dat moet bijdragen aan de doelstelling

Nadere informatie

Collegebesluit. Onderwerp: herstructurering Paswerk BBV nr: 2014/426241

Collegebesluit. Onderwerp: herstructurering Paswerk BBV nr: 2014/426241 Collegebesluit Onderwerp: herstructurering Paswerk BBV nr: 2014/426241 1. Inleiding Naar aanleiding van de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 hebben drie van de vijf deelnemende gemeenten

Nadere informatie

Gewoon meedoen in je eigen wijk! TOOLKIT VOOR WERKERS

Gewoon meedoen in je eigen wijk! TOOLKIT VOOR WERKERS Gewoon meedoen in je eigen wijk! TOOLKIT VOOR WERKERS December 2012 1 Draaiboek Gewoon meedoen in je wijk! Aanleiding van dit draaiboek Gewoon Meedoen in je wijk is een pilotproject dat in 2010 en 2011

Nadere informatie

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017

Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Alle kinderen kunnen Roefelen Stichting Roefelen zoekt partners 2013-2017 Het is belangrijk dat kinderen al jong kennis maken met bedrijven en beroepen. Roefelen maakt dat mogelijk. De in 2011 opgerichte

Nadere informatie

Samen denken Samen doen.

Samen denken Samen doen. Samen denken Samen doen. Verslag van de thema avond Samen denken Samen doen op 5 juni 2012. De thema avond Samen denken Samen doen werd op 5 juni 2012 gegeven door het Platvorm Gehandicaptenbeleid Mill

Nadere informatie

Visiedocument en Activiteitenplan 2011

Visiedocument en Activiteitenplan 2011 Visiedocument en Activiteitenplan 2011 1. Inleiding In Leusden is in september 2006 gestart met het project Maatschappelijk Betrokken Ondernemen. De Gemeente Leusden, het bedrijfsleven en de maatschappelijke

Nadere informatie

Beleidsplan 2014-2018

Beleidsplan 2014-2018 Beleidsplan 2014-2018 (versie 20 oktober 2014) INLEIDING Wooninitiatief Plu-S is een stichting waarvan het bestuur wordt gevormd door ouders of de wettelijke vertegenwoordigers van mensen met een beperking.

Nadere informatie

In de Haagse Context

In de Haagse Context Duurzame Zorg en Ondersteuning in de Buurt In de Haagse Context 10 december 2013 Loes Hulsebosch en Karen Duys Thematafel Haagse Context, programma Wat is de Haagse Context? Inhoudelijk, organisaties,

Nadere informatie

Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief.

Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief. Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief. Bullshit bingo Eerste woord. Š Tweede woord Š Derde woord.

Nadere informatie

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord Gemeente Zandvoort B&W-ADVIES Verordening Nadere regels Beleidsnota Overig Na besluit (B&W/Raad): Uitgaande brief verzenden Stukken retour Publicatie Afdeling / werkeenheid: MD/BA Auteur : P. Haker Datum

Nadere informatie

Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht

Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht. Rapportage. Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht Enquête Revitalisering Bedrijventerrein Overvecht Rapportage Uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht Uitgevoerd door: ETIN Adviseurs s-hertogenbosch, mei 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 1.1 Populatie

Nadere informatie

Manifest Zorgzaam ''s-hertogenbosch

Manifest Zorgzaam ''s-hertogenbosch Manifest Zorgzaam ''s-hertogenbosch 21 juni 2013 Onze samenwerking Vijftien organisaties doen de gemeente s-hertogenbosch op 28 juni 2013 tijdens de jaarlijkse Godshuizenlezing een aanbieding in het kader

Nadere informatie

In dit verslag blikken wij als Stichting Open Arms terug op het jaar 2012 en kijken wij vooruit naar het jaar 2013.

In dit verslag blikken wij als Stichting Open Arms terug op het jaar 2012 en kijken wij vooruit naar het jaar 2013. In dit verslag blikken wij als Stichting Open Arms terug op het jaar 2012 en kijken wij vooruit naar het jaar 2013. Het jaar 2012 stond in het teken van het wisselen van de wacht. Grethe Kruizinga vond

Nadere informatie

Welkom. Casuïstiek Dordrecht. Corporaties en zorgwoningen: roeien tegen de stroom in. Trivire. Wonen, Welzijn en Zorg. Workshop A

Welkom. Casuïstiek Dordrecht. Corporaties en zorgwoningen: roeien tegen de stroom in. Trivire. Wonen, Welzijn en Zorg. Workshop A Corporaties en zorgwoningen: roeien tegen de stroom in Welkom Voorzitter: Bob Spelt teamleider team wonen en stedelijke vernieuwing provincie Utrecht Workshop A Casuïstiek Dordrecht Wim van der Linden

Nadere informatie

DRAAIBOEK COMMUNITY-GERICHT WERKEN

DRAAIBOEK COMMUNITY-GERICHT WERKEN DRAAIBOEK COMMUNITY-GERICHT WERKEN DEEL 2: Checklists MENTALE ONDERSTEUNING DIRECT EN DICHTBIJ Voor u ligt deel 2, de checklists behorende bij deel 1 van het Draaiboek Community Gericht Werken. Deel 1

Nadere informatie

Genieten van bridge op ieder niveau. U kunt rekenen op de Nederlandse Bridge Bond

Genieten van bridge op ieder niveau. U kunt rekenen op de Nederlandse Bridge Bond Genieten van bridge op ieder niveau U kunt rekenen op de Nederlandse Bridge Bond Inhoud Inleiding 3 NBB Rekenprogramma 4 Eigen clubwebsite via de NBB 6 Voordeel op wedstrijdmaterialen 9 Maandblad Bridge

Nadere informatie

Besluitenlijst d.d. d.d.

Besluitenlijst d.d. d.d. Nota voor burgemeester en wethouders Onderwerp Eenheid/Cluster/Team RS_SI_MM Nota gemeentegaranties sportverenigingen 1- Notagegevens Notanummer 305248 Datum 13-1-2010 Programma: 14. Sport Portefeuillehouder

Nadere informatie

Notitie sporten met een beperking

Notitie sporten met een beperking Notitie sporten met een beperking d f Da da Dalfsen november Okt Dalsen N dalfsen Dalfsen, februari 2016 1 1. Inleiding In de Kadernota bewegen en sport 2013 2016 is één van de aandachtspunten sporten

Nadere informatie

Beleidskader VERKOOP, MARKETING- EN COMMUNICATIESTRATEGIE (VMC) 2011-2015

Beleidskader VERKOOP, MARKETING- EN COMMUNICATIESTRATEGIE (VMC) 2011-2015 UITGANGSPUNTEN VMC-STRATEGIE 2011 TOT EN MET 2015 0. INLEIDING In 2007 is de basis gelegd voor het missie- en visietraject van Triodus met de belangrijkste opdracht het leveren van een bijdrage aan de

Nadere informatie

Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie

Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie Onderzoek Hoe heeft het bedrijfsleven haar acquisitie ingericht? Klantenwinkel Postbus 200 8330 AE Steenwijk Auteur: Ruud van der Splinter

Nadere informatie

Wij hebben reeds diverse succesvolle maatschappelijke activiteiten lopen bijvoorbeeld;

Wij hebben reeds diverse succesvolle maatschappelijke activiteiten lopen bijvoorbeeld; Beste Rabobank, Als eerste willen wij u bedanken voor deze unieke mogelijkheid om één van onze wensen en ambities die wij als SportPlus vereniging hebben via deze mogelijkheid waar te kunnen maken. Wij

Nadere informatie

ONZE CLUB HELMOND SPORT IS MEER DAN VOETBAL SAMEN EEN MAATSCHAPPELIJK DOEL. Samen

ONZE CLUB HELMOND SPORT IS MEER DAN VOETBAL SAMEN EEN MAATSCHAPPELIJK DOEL. Samen ONZE CLUB Samen HELMOND SPORT IS MEER DAN VOETBAL SAMEN EEN MAATSCHAPPELIJK DOEL VOORWOORD Philippe van Esch SAMEN NOG BETER WORDEN Helmond Sport wil een open club zijn, waar je makkelijk binnen kunt stappen.

Nadere informatie