De prestaties van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen meten en beoordelen Sien Winters Gerard van Bortel Wouter Van Dooren Lode Smets

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De prestaties van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen meten en beoordelen Sien Winters Gerard van Bortel Wouter Van Dooren Lode Smets"

Transcriptie

1 De prestaties van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen meten en beoordelen Sien Winters Gerard van Bortel Wouter Van Dooren Lode Smets foto

2

3 Auteurs: Sien Winters Gerard van Bortel Wouter Van Dooren Lode Smets Datum: 31 maart 2010 Verantwoordelijke uitgever: Steunpunt Ruimte en Wonen Kasteelpark Arenberg 51 bus Heverlee Tel: +32 (0)16/ ISBN Dit rapport kwam tot stand met de steun van de Vlaamse Gemeenschap: Programma Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek. In deze tekst komt de mening van de auteur naar voor en niet die van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Gemeenschap kan niet aansprakelijk gesteld worden voor het gebruik dat kan worden gemaakt van de meegedeelde gegevens.

4

5 Inhoudstafel Inhoudstafel iii Inleiding 1 Hoofdstuk 1. Situering van het onderzoek en theoretisch kader 3 1. Situering van het onderzoek 3 2. Onderzoeksvragen en methodologie 3 3. Theoretisch kader Evoluties in het denken over sturing door de overheid Definiëring van begrippen Vormen van sturing Sturingsmodellen Eerste en tweede generatie sturingsinstrumenten Vormen van toezicht Extern versus intern toezicht Toezicht op de wettelijkheid dan wel op prestaties De functie van prestatiemeting Terminologie en definities Wat is een meetsysteem? Motieven voor het opzetten van een meetsysteem Besluit 12 Hoofdstuk 2. Institutioneel kader 13 Inleiding Historiek Het ontstaan van de sociale huisvesting en haar instellingen Vanaf 1945 tot aan de regionalisering (1974) Vanaf de regionalisering tot aan BBB ( ) Sedert 1 juli Wetgeving De Vlaamse Wooncode Het grond- en pandendecreet Het domeindecreet en domeinbesluit wonen Het programmabesluit Het NFS2-besluit Het sociaal huurbesluit Het leningenbesluit Het overdrachtenbesluit Het toezichtsbesluit Het erkenningsbesluit Beschrijving van de huidige relatie tussen de Vlaamse overheid en de SHM s Ordening Beslissingen over financiering van investeringsverrichtingen Beslissingen over het uitvoeren van werken (nieuwbouw en renovatie) Beslissingen over onroerende transacties Beslissingen over de verhuring van sociale woningen Beslissingen over het toestaan van sociale leningen 26 iii

6 3.1.6 Financieel beheer Erkenning van SHM s Toezicht op SHM s, maatregelen en sancties Sturing Eerste generatie sturingsinstrumenten Tweede generatie sturingsinstrumenten Toezicht Verschuivingen in de relatie tussen de Vlaamse overheid en de SHM s Hiërarchisch model versus netwerkmodel Welke sturingsmodellen? Eerste generatie versus tweede generatie sturingsinstrumenten Extern toezicht versus intern toezicht Toezicht op de wettelijkheid versus toezicht op prestaties Besluit 44 Hoofdstuk 3. Comparatief kader 47 Inleiding Nederland Engeland Brussel Vergelijking tussen Engeland, Nederland, Vlaanderen en Brussel Besluit 59 Hoofdstuk 4. Een stappenplan voor de uitbouw van een meetsysteem61 Inleiding Afbakening van het meetobject Afbakening aan de hand van de werking van de organisatie Afbakening aan de hand van de beleidsdoelstellingen Selectie van indicatoren Typologie van indicatoren vanuit het open systeemmodel Criteria voor de selectie van indicatoren Integratie van indicatoren in een generiek model Procesmodel Doelmatigheidsanalyse Balanced Scorecard Functies van de Balanced Scorecard Structuur van de Balanced Scorecard Ontwikkeling van een Balanced Scorecard Sterke en zwakke punten van de Balanced Scorecard Common Assessment Framework Functies van het Common Assessment Framework Structuur van het Common Assessment Framework Ontwikkeling van een Common Assessment Framework Sterke en zwakke punten van het Common Assessment Framework Dataverzameling Databronnen voor de invulling van een meetsysteem Methoden van datacollectie Data-analyse en de interpretatie van meetgegevens Referentiekader voor de analyse van meetgegevens Technieken voor de analyse van meetgegevens 79 iv Inhoud

7 5.2.1 Kwantitatieve technieken voor de analyse van meetgegevens Kwalitatieve technieken voor de analyse van meetgegevens De rapportage van meetgegevens Invoering, beheer en gebruik van een meetsysteem: enkele aandachtspunten 83 Hoofdstuk 5. Proces dat leidde tot het voorstel van prestatiebeoordeling 87 Inleiding Beschrijving van het proces Afbakening meetobject Resultaten van de screening van de Onderlinge positionering Van doelstellingen naar indicatoren Van prestatiemeting naar prestatiebeoordeling Uitvoering van pilootvisitaties Selectie van de piloot-shm s Samenstelling van de visitatiecommissie Voorbereiding van de visitatie Programma van de visitatie Beoordelingsproces Verslaggeving Evaluatie van de pilootvisitaties Van prestatiebeoordeling naar erkenning: behoefte aan nieuwe sturingsinstrumenten Toezicht op prestaties versus toezicht op de wettelijkheid Bepalingen in de Wooncode over erkenning Mogelijke maatregelen 98 Hoofdstuk 6. Voorstel voor prestatiebeoordeling van SHM s Opzet van de prestatiebeoordeling Doelstelling en uitgangspunten van de prestatiebeoordeling Samenstelling van de visitatiecommisie De tool voor uitwisseling van gegevens Praktische organisatie visitatie Programma visitatie Beoordeling Visitatierapport Inhoudelijke leidraad voor de visitaties 107 Hoofdstuk 7. Resultaten van de analyses op de databank Inleiding Methodologie Regressie-analyse Variabele voor efficiëntie Variabele voor verstedelijkingsgraad Relatie tussen type SHM en efficiëntie Relatie tussen type SHM en Productie Overige gebruikte data Analyseresultaten 153 Inhoud v

8 3.1 Effecten SD 1: De SHM draagt bij tot de beschikbaarheid van woningen SD 3: Betaalbaarheid Prestaties OD 1.1: De SHM realiseert nieuwe sociale huurwoningen OD 1.2: De SHM realiseert nieuwe sociale koopwoningen OD 5.1: De SHM is financieel leefbaar OD 5.2: De SHM beheerst haar kosten goed OD 5.3: De SHM voorkomt en bestrijdt huurachterstal, sociale fraude en domiciliefraude Efficiëntie Conclusies 164 Hoofdstuk 8. Samenvatting en besluit Doel van het onderzoek Theoretisch kader Institutioneel kader Comparatief kader Ontwikkeling van een systeem voor prestatiemeting Voorstel voor prestatiebeoordeling van SHM s Van prestatiebeoordeling naar erkenning De resultaten van de analyses op de databank Algemeen besluit 175 Bijlagen 176 Bijlage 1/ Samenstelling van de Begeleidingsgroep performantiemeting SHM s 177 Samenstelling: 177 Samenkomsten: 177 Bijlage 2/ Samenstelling van de Werkgroep performantiemeting SHM s 179 Vertegenwoordigers van de VVH 179 Vertegenwoordigers van de VLEM 179 Vertegenwoordigers van de VMSW: 179 Waarnemende leden: 179 Samenkomsten: 179 Bijlage 3/ Samenstelling van de visitatiecommissie 181 Bijlage 4/ Indicatief programma voor de visitaties Indicatief programma voor SHM met huuractiviteiten (en eventueel ook koopactiviteiten) Indicatief programma voor SHM met enkel koopactiviteiten 185 Bijlage 5/ Model visitatierapport 187 Prestatiebeoordeling SHM <naam> 187 I. Inleiding 188 II. Samenvatting 189 Beoordelingstabel SHM <nummer> <naam> 190 III. Beschrijving van de SHM en haar omgeving 193 III.1 Beschrijving SHM 193 vi Inhoud

9 III.2 Beschrijving omgeving 193 IV. Effect- en prestatie-indicatoren 193 PRESTATIEVELD 1: BESCHIKBAARHEID VAN WONINGEN 193 PRESTATIEVELD 1: BESCHIKBAARHEID VAN WONINGEN 194 PRESTATIEVELD 2: KWALITEIT VAN WONINGEN EN WOONOMGEVING 195 PRESTATIEVELD 2: KWALITEIT VAN WONINGEN EN WOONOMGEVING 195 PRESTATIEVELD 3: BETAALBAARHEID 195 PRESTATIEVELD 3: BETAALBAARHEID 195 PRESTATIEVELD 4: SOCIAAL BELEID 196 PRESTATIEVELD 4: SOCIAAL BELEID 196 PRESTATIEVELD 5: INTERNE WERKING EN FINANCIËLE LEEFBAARHEID 196 PRESTATIEVELD 5: INTERNE WERKING EN FINANCIËLE LEEFBAARHEID 197 PRESTATIEVELD 6: KLANTGERICHTHEID 197 PRESTATIEVELD 6: KLANTGERICHTHEID 198 PRESTATIEVELD 7: WETTELIJKHEID 198 PRESTATIEVELD 7: WETTELIJKHEID 198 V. Aanbevelingen 198 Aanbevelingen voor de SHM 199 Aanbevelingen voor de door de Vlaamse overheid te nemen maatregelen 199 Aanbevelingen voor het Vlaamse woonbeleid 199 Bijlage 6/ Specificatie van gebruikte gegevens uit de databank 201 Bibliografie 203 Inhoud vii

10

11 Inleiding Met de operatie Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) werd in 2006 de bevoegdheid tot erkenning van de Vlaamse sociale huisvestingsmaatschappijen en het toezicht daarop overgedragen van de VHM (vanaf dan VMSW) naar de Vlaamse regering. Artikel 40 van de Vlaamse Wooncode geeft de Vlaamse regering de bevoegdheid de procedure voor de erkenning, de intrekking van de erkenning, alsook de modelstatuten van de sociale huisvestingsmaatschappijen vast te leggen. Erkenningen zullen verlopen via een Besluit van de Vlaamse regering. De voorbereiding van de beslissingen ligt bij het Departement RWO. Met het oog op de vernieuwing van de bestaande erkenningen besliste de Minister bevoegd voor Wonen in 2008 een globale nieuwe regeling uit te werken. Aan het Steunpunt Ruimte en Wonen vroeg de Minister een onderzoek uit te voeren dat diende te resulteren in goed onderbouwde criteria voor de erkenning van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Het onderzoek bevatte verschillende fasen en liep van 1 oktober 2007 tot einde februari Het werd binnen het Steunpunt Ruimte en Wonen uitgevoerd door onderzoekers van de K.U.Leuven (HIVA en CES), van het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland en de Universiteit Antwerpen (UA). Het onderzoek werd opgevolgd door een begeleidingsgroep waarin de voornaamste betrokken instanties vertegenwoordigd waren: het Kabinet van de Minister, het Departement RWO afdeling Woonbeleid, het Agentschap Inspectie RWO, de VMSW, de VVH en de VLEM. In de loop van het onderzoek werden de bevindingen neergeschreven in meerdere nota s en documenten, die alle werden besproken in de Begeleidingsgroep. Op het einde van de onderzoeksperiode hebben we de meest relevante documenten gebundeld in dit rapport. 1

12

13 Hoofdstuk 1. Situering van het onderzoek en theoretisch kader 1. Situering van het onderzoek In Vlaanderen is de Vlaamse overheid ervoor bevoegd aan alle burgers het recht op behoorlijk wonen te garanderen, in het bijzonder aan huishoudens met een bijzondere woonbehoefte. Om dit doel te realiseren hanteert de Vlaamse overheid diverse beleidsinstrumenten. De sociale huisvesting is daarbij budgettair gezien het voornaamste beleidsinstrument. De sociale huisvesting heeft als doel kwaliteitsvol en betaalbaar wonen te bieden aan huishoudens die omwille van een te laag inkomen geen degelijke woning kunnen huren op de private huurmarkt. De uitvoering van het sociale huisvestingsbeleid is in hoofdzaak in handen van de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM s). De overheid kent subsidies toe aan deze organisaties voor het bouwen, renoveren en verhuren van sociale woningen. Om ervan verzekerd te zijn dat deze subsidies doelgericht worden ingezet, oefent de overheid controle uit op de SHM s en tracht ze de werking daarvan te sturen. Met de operatie Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) werden in 2006 binnen de Vlaamse overheid een aantal taken herschikt. Zo werd de controle op de SHM s overgedragen van de Vlaamse Maatschappij Sociaal Wonen (VMSW) naar het Agentschap Inspectie RWO. De VMSW kon zich daarmee vooral toeleggen op haar begeleidende taak t.a.v. de SHM s. De bevoegdheid om SHM s te erkennen werd met BBB overgedragen van de VMSW naar de Vlaamse regering. Een moeilijkheid daarbij was dat duidelijke criteria ontbraken. Het onderzoek had tot doel binnen dit kader criteria voor te stellen die de verwachtingen van de Vlaamse overheid t.a.v. de SHM s concretiseren. 2. Onderzoeksvragen en methodologie De onderzoeksvragen die in dit onderzoek aan kwamen, en die in achtereenvolgende hoofdstukken zullen worden beschreven, zijn de volgende: Hoofdstuk 1. Situering en theoretisch kader Op welke manieren kan de overheid in het algemeen zelfstandige organisaties sturen? Welke instrumenten kan zij daarbij gebruiken? Wat zijn de voor- en nadelen van deze instrumenten? Welke rol kan prestatiemeting en -beoordeling vervullen bij het sturen van zelfstandige organisaties? Waarom is het belangrijk prestaties te meten? Wat is in de relatie tussen overheid en zelfstandige organisaties die het beleid uitvoeren de rol van erkenning? Hoofdstuk 2. Institutioneel kader Op welke wijze verloopt de sturing van de sociale huisvesting in Vlaanderen op dit ogenblik? Welke sturingsinstrumenten worden daarbij gebruikt? Welke evoluties spelen zich af? Wat zijn de huidige erkenningscriteria? Welke aanzetten tot een prestatiemeting zijn reeds aanwezig? Hoofdstuk 3. Comparatief kader Welke andere modellen van sturing en controle in de sociale huisvesting treffen we aan in Nederland, Engeland en Brussel? Wat is hierin de rol van prestatiemeting? Vinden we hierin leerpunten voor de Vlaamse situatie? Hoofdstuk 4. Stappenplan voor de ontwikkeling van een prestatiemeetsysteem 3

14 Welke prestaties worden gemeten? Hoe wordt gemeten? Welke stappen moet men zetten om tot een goed meetsysteem te komen? Hoofdstuk 5. Proces dat leidde tot het meetsysteem voor de Vlaamse sociale huisvesting Welke stappen werden gezet om te komen tot het voorstel voor prestatiebeoordeling in de Vlaamse sociale huisvesting? Hoe werden de verwachtingen t.a.v. de SHM s bepaald? Hoe werden deze verwachtingen geconcretiseerd in meetbare prestaties? Hoe werd het meetsysteem uitgewerkt, getest en bijgestuurd? Hoe kan in het Erkenningsbesluit de relatie worden gelegd tussen de prestatiebeoordeling en erkenning van een SHM? Hoofdstuk 6. Voorstel voor prestatiebeoordeling door SHM s In dit hoofdstuk wordt het systeem voor prestatiebeoordeling dat gedurende dit onderzoek werd uitgewerkt, in detail toegelicht. Hoofdstuk 7. Resultaten van de analyses op de databank Ten slotte werden een aantal analyses uitgevoerd op de databank met gegevens van de SHM s. De centrale vraag hierbij was of prestaties van SHM s kunnen verklaard worden vanuit kenmerken van de SHM s. De onderzoeksmethodologie die wordt gebruikt in de hoofdstukken 1 t.e.m. 4 is voornamelijk studie van literatuur, wetgeving en beleidsdocumenten. De inzichten werden verwerkt in werkteksten en besproken in de begeleidingsgroep. De hoofdstukken 5 t.e.m. 6 zijn vooral het resultaat van een intensief interactief proces tussen de onderzoekers, de opdrachtgever en het werkveld. Hoofdstuk 7 betreft empirisch onderzoek op een databank. Bij dit alles vervulde de Begeleidingsgroep waarin diverse stakeholders waren betrokken, een sleutelrol. De samenstelling van de begeleidingsgroep, die in de loop van het onderzoek negen keer vergaderde, is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. Daarnaast was er een erg actieve inbreng vanuit de SHM s bij het formuleren en becommentariëren van voorstellen voor indicatoren via de Werkgroep performantiemeting, waarvan de samenstelling is opgenomen in bijlage 2. Ten slotte waren de SHM s nauw betrokken bij het uittesten van de prestatiebeoordeling via visitaties. Op deze wijze kreeg dit onderzoek een stevige basis in de praktijk. Het onderzoek liep van oktober 2007 t.e.m. februari Er werd gerapporteerd naar de Begeleidingsgroep op basis van voorbereidende nota s en powerpointpresentaties. Na afloop van het onderzoek werden al deze nota s gebundeld in dit rapport. Een probleem was dat tijdens de onderzoeksperiode op meerdere tijdstippen aanpassingen zijn uitgevoerd aan het wettelijk kader. Als gevolg hiervan waren sommige stukken niet meer actueel einde De hoofdstukken 1, 2 en 4 (oorspronkelijk geschreven in de herfst van 2007) werden daarom grondig herwerkt en aangepast. In hoofdstuk 5 wordt verslag uitgebracht van het proces dat in 2008 werd doorlopen met de vertegenwoordigers van de sector en waarbij de beleidssituatie op dat ogenblik het vertrekpunt vormde. De voornaamste beleidswijzigingen waren op dat ogenblik al doorgevoerd. 3. Theoretisch kader 3.1 Evoluties in het denken over sturing door de overheid Dit onderzoek situeert zich op het domein van de relaties tussen een overheid en zelfstandige organisaties. De in de inleiding geformuleerde onderzoeksvragen dwingen ons op zoek te gaan naar een theoretisch kader dat toelaat de relaties 4 Hoofdstuk 1

15 tussen de overheid en zelfstandige organisaties te beschrijven. Een uitgangspunt waar we in de situatie van de Vlaamse sociale huisvesting van vertrekken is dat de overheid deze organisaties inzet om een aantal doelen te realiseren. De overheid stelt zich hierbij de vraag hoe zij hierop invloed kan uitoefenen, of anders gezegd hoe zij de sector kan sturen. We merken nu reeds op dat het niet noodzakelijk zo is dat zelfstandige organisaties in dienst staan van de overheid. Er zijn ook modellen denkbaar waarbij organisaties op eigen kracht doelen formuleren en nastreven zonder overheid (de Kam, 2003). Dergelijk model komt echter niet overeen met de situatie in de Vlaamse sociale huisvesting. Deze is er duidelijk één van afhankelijkheid, waarbij de SHM s middelen verwerven van de overheid om bepaalde taken uit te voeren en waar de SHM s om deze reden ook verantwoording verschuldigd zijn aan die overheid. Erkenning van organisaties is één van de mogelijke instrumenten die een overheid in handen heeft om de sector te sturen. De plaats die dit instrument kan innemen, is mede afhankelijk van de bijdrage van andere instrumenten in het sturingsproces. Om deze reden vinden we het nodig het volledige spectrum van instrumenten in beeld te brengen. Hierna geven we op basis van de theoretische literatuur een overzicht van de mogelijke instrumenten. We verduidelijken daarbij welke verschuivingen er in het algemeen in de bestuurskundige praktijk zichtbaar werden tussen instrumenten. Dit biedt ons een kader om verder in dit onderzoek de huidige organisatie van de Vlaamse sociale huisvesting te beschrijven, ze te vergelijken met de situatie in andere landen en mogelijke functies van erkenningscriteria en performantiecriteria binnen de huidige context te definiëren. Lange tijd werd gedacht over de relatie tussen overheid en organisaties in termen van hiërarchie. De overheid stond boven alles en stuurde de actoren aan. Achterliggend was de idee dat de samenleving maakbaar is, dat de overheid de samenleving kan veranderen. Dit klassieke sturingsmodel overheerste tijdens de jaren Planning werd toen gezien als het belangrijkste instrument voor sociale verandering. De overheid diende georganiseerd te zijn als een machine, een piramide, een doelboom. Een hiërarchie wordt gekenmerkt door een gelaagde, piramidale structuur. Hogere overheden zijn bovengeschikt aan lagere overheden. Hoe lager men zich in de hiërarchie bevindt, hoe kleiner de autonomie. De hogere niveaus oefenen toezicht uit op de lagere niveaus. De relaties tussen overheid en actoren is vastgelegd in regels. Bij de keuze van sturingsinstrumenten overheerste de command and control -benadering: het eenzijdig sturen en beheersen op basis van dwingende voorschriften (zie o.a. Bekkers, 1994, Bouckaert e.a., 2003). Vanaf de jaren 80 begint deze klassieke visie op een aantal beperkingen te botsen. Dit uit zich o.a. in een discussie over privatisering van overheidsbedrijven en in het verlenen van meer autonomie aan overheidsbedrijven. Er wordt afstand genomen van de idee dat de overheid het monopolie heeft op het beheersen van maatschappelijke ontwikkelingen en verwezen naar in de samenleving aanwezige vormen van zelfsturing en zelfregulering. De maatschappelijke situatie wordt ook complexer. Meer en meer wordt van de overheid verwacht dat ze reageert op complexe problemen. Het hiërarchisch model blijkt hiervoor op zijn grenzen te botsen en er wordt een nood vastgesteld aan processen van coördinatie en sturing waarbij niet enkel overheidsactoren, maar ook private actoren (burgers, organisaties) zijn betrokken. Het model van beleidsnetwerken biedt hiervoor een alternatief. Een beleidsnetwerk is een geheel van actoren die publiek, semi-publiek of privaat van karakter zijn. Ieder van deze actoren heeft zijn eigen waarden, doelstellingen en belangen. Elk van de actoren tracht deze te realiseren door andere actoren te beïnvloeden. Niet alleen de overheid stuurt dus, maar ook private actoren trachten bijvoorbeeld de overheid te beïnvloeden. In een netwerkmodel worden ook andere sturingsinstrumenten gebruikt dan in de hiërarchie. Overleg, prestatiemeting, convenanten, zijn instrumenten die meer aansluiten bij het netwerkmodel. Bekkers (1994) onderscheidt twee sturingsmodaliteiten. Enerzijds zijn er de instrumenten die sturen op de grenzen van de organisatie, en die bijvoorbeeld gebruik maken van input- en outputparameters of sturen met behulp van incentives. Nog een stap verder gaat Situering van het onderzoek en theoretisch kader 5

16 het sturen van de beleidsnetwerken zelf. Via allerlei afwegings- en besluitvormingsarrangementen tracht men te komen tot gemeenschappelijke definities van relevante ontwikkelingen en oplossingen te vinden op grond van gemeenschappelijke wilsvorming. Communicatie en contracten kunnen hierin een rol spelen. 3.2 Definiëring van begrippen De Bruyn & Ten Heuvelhof (1991) definiëren sturing als doelconforme beïnvloeding van maatschappelijke wisselwerkingen. Essentieel daarbij is de doelgerichtheid van de sturing. Een actor dient zich eerst een doel gesteld te hebben, wil er sprake zijn van sturing. Dit geldt ook voor een overheid die wenst te sturen. Eenmaal het doel bepaald, stelt zich de vraag hoe de overheid deze doelen kan bereiken. M.a.w. welke instrumenten kan de overheid inzetten om haar doelen te bereiken? Op deze instrumenten gaan we verder in deze tekst nader in. Merk op dat het te sturen object in deze definitie niet de actor is, maar de maatschappelijke wisselwerking. Hierin wordt een benadering vanuit het netwerkmodel duidelijk. Als we hierna over sturing zullen spreken, is het dus niet in de enge klassieke betekenis, in de zin van een overheid die actoren stuurt, maar in de betekenis die hieraan wordt gegeven in de netwerkbenadering. Van Oovermeeren (2007) definieert toezicht als het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. In zijn zuiverste vorm valt de interventie niet onder toezicht, maar onder het sturen. Men zou toezicht kunnen zien als een vorm van sturing. Van Overmeeren meent dat van toezicht onmiskenbaar een sturende werking uitgaat. Naarmate de beoordelingscriteria bij toezicht concreter zijn en er duidelijker consequenties aan het toezicht verbonden worden, zal er een groter sturende effect van uitgaan. Toch wijst Van Overmeeren ook op het verschil: bij sturing gaat het over beïnvloeding via de voordeur, bij toezicht via de achterdeur. Omwille van dit verschil zullen we sturing en toezicht afzonderlijk behandelen. De term controle gebruiken we hierna als synoniem voor toezicht. We stellen wel vast dat vooral de term controle in de praktijk vaak in een enge betekenis wordt gebruikt, met name enkel verwijzend naar controle van de wettelijkheid. Met ordening bedoelen we zoals Van Overmeeren (2007) de verdeling van bevoegdheden, verantwoordelijkheden, middelen en risico s. Ordening gaat vooraf aan sturing. Ze bepaalt wie welke taken in de sturing opneemt. Ordening staat in principe los van de doelstellingen die men nastreeft, terwijl sturing juist in functie staat van doelstellingen. 3.3 Vormen van sturing In de literatuur zijn diverse pogingen ondernomen om sturingsinstrumenten te inventariseren en in te delen in groepen. De Bruyn & Ten Heuvelhof (1991) stellen dat instrumenten zich moeilijk laten catalogiseren. Het is makkelijker te spreken van groepen van instrumenten. Van der Doelen (1993) maakt een onderscheid tussen drie sturingsmodellen. De Bruyn & Ten Heuvelhof spreken van eerste en tweede generatie instrumenten Sturingsmodellen Een vaak gehanteerde indeling van beleidsinstrumenten is deze gebaseerd op het onderscheid tussen het communicatieve model, het economische model en het juridische model (Van der Doelen, 1993). Het communicatieve sturingsmodel steunt op het vertrouwen in de ratio. Kenmerkend voor dit model is dat de overheid via het overdragen van 6 Hoofdstuk 1

17 informatie het gedrag van de burgers wil wijzigen, door de kennis of de waardering van bepaalde keuzemogelijkheden te veranderen. Het economische sturingsmodel steunt op de utilitaristische traditie. Het uitgangspunt van dit model is dat men het gedrag kan veranderen door financiële stimuli, zoals heffingen en subsidies, begeleid door bepaalde regels. Ze gebieden of verbieden een gedrag niet, maar beïnvloeden de kosten en baten van de alternatieven. Het juridisch model is gebaseerd op het oudheidsdenken. Gedrag wordt gestuurd via geformaliseerde gedragsregels waarin wordt bepaald wat overheid en burgers moeten doen en laten. Van der Doelen meent dat deze drie vormen geen opklimmende mate van dwang inhouden, zoals sommigen suggereren. De drie modellen kennen stimulerende en sanctionerende varianten. De stimulerende varianten (voorlichting, subsidies en convenanten) zijn facultatief te gebruiken en versterken vooral de haalbaarheid van het beleid. De repressieve varianten (propaganda, heffingen, gebod of verbod) worden door de overheid dwingend opgelegd en bevorderen vooral de doeltreffendheid van het beleid. De vraag welke beleidsinstrumenten of welke varianten het best geschikt zijn om de vooropgestelde doelen te bereiken, kan niet zomaar worden beantwoord. De verscheidenheid aan beleidsinstrumenten en de complexiteit van de omstandigheden waarbinnen deze instrumenten worden toegepast, is daarvoor vaak te groot. De uitdaging bestaat er in binnen de gegeven context een optimale instrumentenmix te ontwikkelen. Van der Doelen pleit in dit opzicht voor een Geven en Nemen strategie, d.w.z. het evenwichtig combineren van stimulerende en repressieve beleidsinstrumenten, omdat dit bijdraagt tot een legitiem en effectief beleid Eerste en tweede generatie sturingsinstrumenten De Bruyn & Ten Heuvelhof (1991)maken een onderscheid tussen de eerste generatie en de tweede generatie sturingsinstrumenten. De eerste generatie sturingsinstrumenten getuigt van het geloof dat de werkelijkheid manipuleerbaar is. Dit sturingsinstrumentarium dateert van het einde van de 19de eeuw en bestaat in hoofdzaak uit regulering. Oorspronkelijk beperkte de wetgeving zich tot het vastleggen van normen en waarden. Naar het einde van de 19de eeuw werden wetten meer en meer gebruikt als instrument voor maatschappelijke verandering. Als gevolg van dit proces werd de familie van de regulerende instrumenten zeer divers: toezichtsregels, planvoorschriften en beleidsregels zijn voorbeelden van dergelijke instrumenten. Kenmerkend voor deze instrumenten is dat ze eenzijdig en direct zijn. Het eenzijdige karakter van regulerende instrumenten duidt er op dat een overheid normen (geboden of verboden) oplegt aan te sturen actoren. Het directe karakter betekent dat het gebod of verbod zich richt op de gewenste of verboden handeling. Aan deze eerste generatie sturingsinstrumenten zijn heel wat beperkingen verbonden. De Bruyn & Ten Heuvelhof sommen de volgende beperkingen op: een overheid die wet- en regelgeving als instrument inzet, kan worden geconfronteerd met een burger (actor) die van diezelfde wet- en regelgeving gebruik maakt om zijn positie af te schermen; wet- en regelgeving wordt gekenmerkt door stabiliteit en kan vaak niet snel en flexibel genoeg worden aangepast aan gewijzigde omstandigheden; indien een overheid bepaalde gedragingen wil verbieden of gebieden, moet ze veelal over gedetailleerde informatie beschikken; het eenzijdig opleggen van normen kan contraproductief zijn, strakke regels nodigen uit tot verzet en kunnen creativiteit doden; wet- en regelgeving is onvoldoende berekend op de confrontatie met een complexe realiteit, en dit is juist één van de kenmerken van de moderne, geïndustrialiseerde samenleving; Situering van het onderzoek en theoretisch kader 7

18 de inzet van regulerende instrumenten roept de plicht op deze regels te doen naleven, wat een inspanning vraagt die in een complexe samenleving niet of nauwelijks is op te brengen. De mate waarin deze beperkingen zich manifesteren, hangt af van de context waarin de instrumenten worden toegepast. De Bruyn & Ten Heuvelhof stellen dat de beperkingen zich meer manifesteren naarmate de realiteit meer beantwoordt aan het netwerkmodel. De tweede generatie sturingsinstrumenten beïnvloeden op een andere wijze dan de juridische instrumenten het gedrag van maatschappelijke actoren. Ze kunnen de eerste generatie instrumenten aanvullen of versterken. Deze instrumenten trachten om te gaan met de genoemde kenmerken van actoren. De Bruyn & Ten Heuvelhof geven vijf soorten van instrumenten met voorbeelden, die we zelf ook aanvulden vanuit andere literatuur: meerzijdige instrumenten (contractmanagement, prestatie-afspraken, gedragscodes, ) invloed via personen of netwerken; incentives (subsidies, heffingen, ) kengetallen (performantie-indicatoren); communicatieve instrumenten (overleg, informatie, overtuiging, advisering, ). Deze instrumenten bieden meer mogelijkheden om sturend op te treden in een netwerkmodel om volgende redenen: de tweede generatie instrumenten slagen er beter in om in te spelen op de verschillen tussen de actoren; fine-tuning is mogelijk; een aantal van de tweede generatie instrumenten respecteert de geslotenheid (autonomie) van de te sturen actoren (bv. convenanten), anderzijds zijn er instrumenten die juist de geslotenheid van deze actoren doorbreken (bv. invloed via personen); meerzijdige instrumenten (bv. overleg) bieden een beter antwoord op interdependenties tussen overheid en actoren dan eenzijdige instrumenten. Enigszins merkwaardig is dat we in de betreffende literatuur zeer weinig terugvinden over de functie die erkenning van organisaties kan vervullen. In de meeste inventarisaties is dit zelfs niet opgenomen. Men kan het beschouwen als een vorm van regulering, het aan organisaties toestaan om bepaalde activiteiten uit te voeren indien zij aan een aantal regels voldoen. Daarom hebben we erkenning opgenomen bij de bespreking van de eerste generatie sturingsinstrumenten. De Kam (2003) zegt over de Nederlandse corporaties dat het toegelaten instellingen zijn op grond van de woningwet en dat de toelating bedoeld is om waarborgen te scheppen tegen misbruiken van het particulier initiatief. Daar tegenover staat dat de overheid prestaties van deze corporaties verwacht. Van Kam legt daarmee de relatie tussen erkenning en prestaties. 3.4 Vormen van toezicht Extern versus intern toezicht Hierboven definieerden we toezicht als het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen en het zich daarna vormen van een oordeel daarover. Dergelijk toezicht kan zowel intern als extern worden georganiseerd. Zoals we hierboven verduidelijkten wordt in het huidige bestuurskundige denken (en in de bestuurskundige praktijk) groot belang gehecht aan de autonomie van de actoren. Tegenover deze autonomie staan nieuwe vormen van toezicht. De grotere autonomie impliceert de verwachting dat de actoren zelf mee instaan voor het toezicht op hun eigen prestaties. De actor zelf dient dus mee in te staan voor het opvolgen en evalueren van de handelingen met 8 Hoofdstuk 1

19 oog op een tijdige bijsturing ervan. Dit is wat we verstaan onder intern toezicht. Onder extern toezicht verstaan we het toezicht uitgeoefend door de overheid die in haar beleid aan de actoren een aantal taken toevertrouwt Toezicht op de wettelijkheid dan wel op prestaties De meest gekende en traditionele vorm van toezicht is een controle op de wettelijkheid van de uitgevoerde handelingen. De controles dienen te verzekeren dat alles volgens de regels verloopt. De wettelijkheidscontrole kan zowel intern als extern worden uitgevoerd. Een voorbeeld van interne controle op de wettelijkheid is de aanstelling van een bedrijfsrevisor die de wettelijkheid van de financiële rekeningen controleert en attesteert. Deze vorm van toezicht ligt in het verlengde van de eerste generatie sturingsinstrumenten In lijn met de boven geschetste evolutie van een hiërarchisch model naar een netwerkmodel bleek echter in de praktijk een beperking van de controle op de wettelijkheid niet langer adequaat. Naarmate de uit te voeren taken complexer worden, bleek deze manier van werken echter niet meer beheersbaar. Managers werden geconfronteerd met een veelheid aan regelgeving. Naarmate het aantal regels toeneemt, stijgt bovendien ook de kostprijs van controle. Het alternatief is een toezicht op resultaten. Dit houdt in dat de toezichthoudende instantie de uitvoerende organisatie toelaat de voornaamste beslissingen zelf te nemen, maar dan achteraf (ex post) beoordeelt in welke mate de vooropgestelde doelstellingen zijn bereikt. De hedendaagse new public management literatuur benadrukt het belang van een toezicht op prestaties. Deze manier van controleren draagt er toe bij dat managers hun deskundigheid kunnen aanwenden om de juiste beslissingen te nemen, wat verwacht wordt bij te dragen tot de efficiëntie. Bovendien dwingt het de organisatie om zich te concentreren op het vervullen van de missie eerder dan op het volgen van procedures. De veronderstelling die aan de basis ligt van deze denkwijze is dat een grotere autonomie bijdraagt tot de performantie van de organisatie, maar dit evenwel slechts wanneer (a) de controle gebaseerd is op duidelijke doelstellingen, de resultaten gemeten worden en achteraf geëvalueerd, (b) incentieven aanwezig zijn om naar de resultaten te werken. Bijgevolg wordt aangenomen dat het verminderen van inputcontrole (procescontrole) gepaard moet gaan met controle van resultaten, maar ook dat toezicht op prestaties alleen werkt wanneer er een zekere vorm van autonomie is (Verhoest e.a., 2004). Deze vorm van toezicht ligt in het verlengde van de tweede generatie sturingsinstrumenten. 3.5 De functie van prestatiemeting Terminologie en definities Zowel in de Engelstalige als Nederlandstalige literatuur treffen we verschillende op elkaar gelijkende benamingen aan voor het meten van prestaties en resultaten: performance measurement, monitoring, performance monitoring, prestatiemeting. Enerzijds verwijzen al deze termen naar een gemeenschappelijke praktijk, samen te vatten met het werkwoord meten. Met andere woorden kunnen al deze termen benoemd worden met de algemene term meetsystemen. Echter, De Peuter e.a. (2007) maken een onderscheid tussen enerzijds prestatiemeting, wat sterk gelieerd is aan de beheerscyclus en de managementcontext, en anderzijds monitoring, wat overwegend gehanteerd wordt in een beleidscontext. Waar prestatiemeetsystemen kunnen dienen als verantwoordingsinstrument of als instrument om de werking van de organisatie te verbeteren, bieden monitoringsystemen een bijkomende meerwaarde in het ondersteunen van de beleidsplanning door de focus op de doelstellingen van het beleid. In dit hoofdstuk spreken we voorlopig verder over het meten van prestaties en gaan we nog voorbij aan de uitwerking van het meetsysteem als Situering van het onderzoek en theoretisch kader 9

20 monitoringsysteem dan wel als prestatiemeetsysteem. De keuze voor eerder het ene dan wel het andere, komt aan bod in hoofdstuk Wat is een meetsysteem? De termen meetsysteem en monitoring systeem worden doorgaans door elkaar gebruikt. We volgen het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie dat aan dit onderwerp in de voorbije jaren meerdere studies en publicaties heeft gewijd. De Peuter e.a. (2007, p. 13) definiëren monitoren als: het verzamelen van informatie in de context van het beleid en het beheer, over geselecteerde aspecten of factoren. Monitoring als proces gebeurt op een systematische manier en is doorlopend aan de hand van periodieke metingen of registraties. Het monitoringsysteem of meetsysteem wordt door dezelfde bron omschreven als: een geheel van procedures en kanalen om gegevens te verzamelen, op te slaan, te verwerken en te rapporteren. Indicatoren zijn de basisbestanddelen van het monitoringssysteem. De Vlaamse overheid (2002) hanteert, in het kader van de indicatorenontwikkelling voor het lokaal sociaal beleid, volgende definitie. Een indicator is een meeteenheid (kwantitatief of kwalitatief) die verwijst naar een fenomeen dat niet rechtstreeks gemeten kan worden Motieven voor het opzetten van een meetsysteem Het meten van processen en resultaten in de publieke sector kreeg de laatste decennia toenemende aandacht. Dit hangt samen met de veranderende verwachtingen ten aanzien van de rol en verantwoordelijkheid van de overheid: de burger stelt volgens De Peuter e.a. (2007) hogere eisen aan de overheid. Tevens is het meten van processen en resultaten noodzakelijk om complexe maatschappelijke onderwerpen te ontrafelen en geschikte oplossingen te voorzien. Vandaar dat het openbaar bestuur meer en meer kennisintensief is geworden. Om aan deze kennisbehoefte te voldoen kan een meetsysteem opgezet worden. In het algemeen kunnen een drietal specifieke motieven worden onderscheiden voor het opzetten van een meetsysteem. Ten eerste kan een meetsysteem ontwikkeld worden voor de ondersteuning van beleidsplanning. In het kader van beleidsplanning, naast de beleidsuitvoering en beleidsbeoordeling in de beleidscyclus, kan het meten van prestaties en resultaten specifieke informatie aanbrengen om strategische en operationele doelstellingen mee vorm te geven. De informatie over het beleidsveld en de doelgroep waarop men zich wil richten, kan beslissingen met betrekking tot de doelstellingen en de te hanteren beleidsinstrumenten mee onderbouwen. Ook in het kader van financiële planning op korte, middellange of lange termijn kan het meten van prestaties en resultaten een ondersteunende rol spelen. Financiële indicatoren kunnen in combinatie met niet-financiële informatie het maken van keuzes in de besteding en aanwending van middelen onderbouwen en begeleiden. Bouckaert e.a. (2007) argumenteren dat middelenallocatie op basis van het meten van prestaties en resultaten in functie moet staan van het gewenste niveau van dienstverlening. Met andere woorden stellen zij dat het meten van prestaties en resultaten slechts kan bijdragen om de financiële implicatie te berekenen van een extra eenheid dienstverlening om zo het optimale niveau van dienstverlening te realiseren. Ten tweede kan het meten van prestaties en resultaten ook dienen om tijdens de uitvoering van het beleid de werking van overheidsorganisaties te verbeteren. Het meten van prestaties en resultaten kan het management van organisaties in 10 Hoofdstuk 1

Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon. Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden

Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon. Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden Het schrijven van beheersovereenkomsten: een generiek sjabloon Jeroen Windey Kenniscentrum Vlaamse Steden 1 Overzicht presentatie Enkele aandachtspunten vooraf Generiek sjabloon voor schrijven van beheersovereenkomsten

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact

Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Steunpunt Wonen 2012-2015: van onderzoeksvragen naar resultaten en beleidsimpact Sien Winters Coördinator Steunpunt Wonen www.steunpuntwonen.be Inhoud Van onderzoeksvragen behandelde thema s resultaten

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING

4. ALGEMENE TOEPASSING 5. GOEDKEURING EN WIJZIGINGEN 6. BEKENDMAKING 7. INWERKINGTREDING TOEWIJZINGSREGLEMENT SOCIALE HUURWONINGEN INTERLOKALE VERENIGING WOONBELEID REGIO NOORD INHOUD: INHOUD: 1. INLEIDING 1.1 Wettelijk kader 1.2 Gemeentelijke maatregel HET LOKAAL TOEWIJZINGSREGLEMENT WERD

Nadere informatie

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd:

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd: Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2015/08 datum 9 oktober 2015 bestemmeling kopie onderwerp Mevrouw Liesbeth

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Aankoop sociaal beheersrecht informatie 20 september 2011 SOCIAAL BEHEERSRECHT

Aankoop sociaal beheersrecht informatie 20 september 2011 SOCIAAL BEHEERSRECHT SOCIAAL BEHEERSRECHT VWC: decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode; BVR: besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 1998 betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het

Nadere informatie

Beleids- en BeheersCyclus. Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk

Beleids- en BeheersCyclus. Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk Beleids- en BeheersCyclus Cursus beleidsplanning, -monitoring en evaluatie: Inleidend hoofdstuk Inhoud cursus Rode draad 1.2 Inleiding 1.3 Definities 1.4 Model strategisch 1.5 Belang strategisch 1.6 Belang

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist Doel van de functiefamilie Vanuit de eigen technische specialisatie voorbereiden en opmaken van plannen, ontwerpen of studies en de uitvoering ervan opvolgen specialistische

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Opdracht en algemene werkingsregels 1 - Het remuneratiecomité heeft aandacht voor het strategische beleid en neemt hierin een adviserende

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010 inzake het ontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld

Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld Inleiding De minister van Financiën heeft een uitvoerende rol bij de financiering van de staatsschuld. Het doel is om de schuld

Nadere informatie

Indicatoren voor overheidsbeleid: historiek, begrippen en trends

Indicatoren voor overheidsbeleid: historiek, begrippen en trends VEP-studiedag Indicatoren als grondstof voor het opvolgen en evalueren van beleid 18 februari 2009 Indicatoren voor overheidsbeleid: historiek, begrippen en trends Dries Verlet & Luc Deschamps Studiedienst

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

Omzendbrief RWO/WO/2014/03

Omzendbrief RWO/WO/2014/03 Omzendbrief RWO/WO/2014/03 Omzendbrief vrijwillige toepassing KSH Aan: lokale besturen die hun huurpatrimonium onder het sociaal huurstelsel willen brengen Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en

Nadere informatie

Missie We zijn een maatschappelijke vastgoedonderneming, die met en voor bewoners samenwerkt aan krachtige wijken met toekomstwaarde.

Missie We zijn een maatschappelijke vastgoedonderneming, die met en voor bewoners samenwerkt aan krachtige wijken met toekomstwaarde. Governance handboek Besturingsmodel Havensteder Inleiding Het besturingsmodel van woningcorporatie Havensteder maakt de verbanden zichtbaar tussen missie, visie en strategie. En de daarvan afgeleide doelstellingen,

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

HOOFD RUSTHUISSECRETARIAAT

HOOFD RUSTHUISSECRETARIAAT 1 COMPETENTIEFICHE C1-C3 EN C4-C5 LEIDINGGEVEND HOOFD RUSTHUISSECRETARIAAT INTERN FORMULIER WZC IMMACULATA OCMW EDEGEM Leiding geven Op gestructureerde wijze prestaties opvolgen zowel op kwantitatief als

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- Elektronische ecocheques Follow-up en monitoring Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

BESTURINGSAUDIT OVERHEIDSORGANISATIES

BESTURINGSAUDIT OVERHEIDSORGANISATIES BESTURINGSAUDIT OVERHEIDSORGANISATIES Met deze besturingsaudit beschikt u over een instrument waarmee de eventuele zwakke plekken in de besturing van een overheidsorganisatie kunnen worden opgespoord.

Nadere informatie

http://www.health.fgov.be/pls/apex/f?p=225:1:1754521204855099.

http://www.health.fgov.be/pls/apex/f?p=225:1:1754521204855099. STILZWIJGENDE VERLENGING VAN HET CONTRACT COÖRDINATIE KWALITEIT EN PATIËNTVEILIGHEID Het contract coördinatie kwaliteit en patiëntveiligheid 2013 wordt stilzwijgend verlengd voor een periode van 12 maanden

Nadere informatie

Strategische planning Workbook

Strategische planning Workbook Strategische planning Workbook Dr. Sebastian Desmidt 2 Inhoudstafel Opstellen strategisch businessplan: het 10 stappenplan... 4 STAP 0: Analyse van de organisatiestrategie... 5 STAP 1: Probleemanalyse

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N EU - Contractenrecht A03 Brussel, 9 december 2010 MH/SL/AS A D V I E S over DE CONSULTATIE VAN DE EUROPESE COMMISSIE OVER HET EUROPEES CONTRACTENRECHT VOOR CONSUMENTEN

Nadere informatie

F U N C T I E P R O F I E L

F U N C T I E P R O F I E L F U N C T I E P R O F I E L I. I D E N T I F I C A T I E G E G E V E N S Functiebenaming Weddeschaal Graad Directie - dep - dienst Functiefamilie maatschappelijk werker Sociale Dienst B1-B2-B3 maatschappelijk

Nadere informatie

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek?

Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Beleidsaanbevelingen. Wat leert ons het Grote Woononderzoek? Sien Winters KU Leuven - HIVA Studiedag Wonen in Vlaanderen anno 2013. Wat leert ons het Grote Woononderzoek 2013 Brussel, Vlaams Parlement,

Nadere informatie

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ BIJLAGE 2. INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ Dit intern reglement maakt integraal deel uit van het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Deze bijlage is een aanvulling op de toepasselijke

Nadere informatie

Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013

Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013 Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013 samen groeien samen oogsten samen proeven Inhoud 1. Historiek 2. Ratio 3. Interne controle 4. Types van audit 5. Drieledig doel 6. Organisatie

Nadere informatie

BEKNOPTE PROJECTMANAGEMENTFICHE VOOR TWEEDE FASE RENOVATIEPACT

BEKNOPTE PROJECTMANAGEMENTFICHE VOOR TWEEDE FASE RENOVATIEPACT Werf 3 (deeltaak 1): Renovatieadvies voor de (nieuwe) woningeigenaar Inhoud van het renovatieadvies vastleggen: o Omschrijving van de inhoudelijke elementen die in het renovatieadvies aan bod moeten komen,

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ BIJLAGE 2 BIJ HET CORPORATE GOVERNANCE CHARTER INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ OPGESTELD DOOR DE RAAD VAN BESTUUR INHOUDSOPGAVE Algemeen... 3 1. Samenstelling... 3 2. Verantwoordelijkheden... 3 3.

Nadere informatie

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 «Ik wil mensen in armoede een transparant model aanreiken waarmee zij kunnen toetsen of een beleidsmaatregel

Nadere informatie

Ontwikkeling van een Verkeersveiligheidsmonitor. Diederik Tirry (KULEUVEN SADL)

Ontwikkeling van een Verkeersveiligheidsmonitor. Diederik Tirry (KULEUVEN SADL) Ontwikkeling van een Verkeersveiligheidsmonitor Diederik Tirry (KULEUVEN SADL) Het Steunpunt Verkeersveiligheid verricht in opdracht van de Vlaamse Overheid beleidsrelevant, wetenschappelijk onderzoek

Nadere informatie

Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening

Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening Ruimte voor verandering Transitie Ruimtelijke Ordening een tussentijdse balans Netwerk organisatiebeheersing, 7 juni 2012 Christophe Pelgrims, transitiemanager Decreet van 1999: ontvoogding Beleidscontext

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE Vastgesteld door de RvC op 10 maart 2010 1 10 maart 2010 INHOUDSOPGAVE Blz. 0. Inleiding... 3 1. Samenstelling... 3 2. Taken en bevoegdheden... 3 3. Taken betreffende

Nadere informatie

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen

Bouwstenen om te komen tot een coherent en efficiënt adaptatieplan voor Vlaanderen 2. BOUWSTENEN VOOR EEN ADAPTATIEPLAN Deze bouwstenen zijn gericht op de uitwerking van een adaptatieplan vanuit een Vlaams beleidsdepartement of beleidsveld. Het globale proces kan eveneens door een ander

Nadere informatie

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING

SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING SYNTHESERAPPORT EVALUATIE WETENSCHAPPELIJKE OLYMPIADES SAMENVATTING Studiedienst en Prospectief Beleid 1 Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Vlaamse Overheid Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030

Nadere informatie

Databank Brussels actieplan armoedebestrijding 2008. Hoofdstuk: Huisvesting

Databank Brussels actieplan armoedebestrijding 2008. Hoofdstuk: Huisvesting Hoofdstuk: Pagina 1 De bouw van 5 000 sociale (70 %) en middelgrote (30 %) woningen 86 Investeringstoelage aan de Brusselse elijke smaatschappij (BGHM) voor de bouw van sociale en middelgrote woningen

Nadere informatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie Functie Graadnaam: secretaris Functienaam: secretaris Afdeling: Dienst: Functiefamilie: strategisch leidinggevende Functionele loopbaan: decretale graad Subdienst: Code: Doel van de entiteit De gemeente

Nadere informatie

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Sectorraad Kunsten en Erfgoed Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Advies 2010/2 (SARiV) Advies 243-05 (SARC)

Nadere informatie

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt:

De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: De VLAAMSE RAAD heeft aangenomen en Wij, EXECUTIEVE, bekrachtigen hetgeen volgt: Artikel 1 Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet. Artikel 2 Bij het Ministerie

Nadere informatie

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Brussel, 12 september 2007 091207 Advies besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energie Advies Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

Evaluatierapport in het kader van het kwaliteitsdecreet Evaluatie van de zelfevaluatie Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna

Evaluatierapport in het kader van het kwaliteitsdecreet Evaluatie van de zelfevaluatie Algemeen Ziekenhuis Sint-Dimpna Agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling Welzijn en Gezondheid Koning Albert II laan 35, bus 31, 1030 BRUSSEL Tel. 02 553 33 79 Fax 02 553 34 35 E-mail: inspectie@wvg.vlaanderen.be

Nadere informatie

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken

REKENHOF. Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken REKENHOF Consolideren en motiveren om vooruitgang te boeken STRATEGISCH PLAN 2010-2014 2 Inleiding Dit document stelt de resultaten voor van de strategische planning van het Rekenhof voor de periode 2010-2014.

Nadere informatie

Resultaat van drie controleprojecten inzake interne controle bij de sociale huisvestingsmaatschappijen

Resultaat van drie controleprojecten inzake interne controle bij de sociale huisvestingsmaatschappijen Vlaamse overheid Inspectie RWO Afdeling Toezicht Directie Actoren Resultaat van drie controleprojecten inzake interne controle bij de sociale huisvestingsmaatschappijen 10 december 2013 Philip Dingemans

Nadere informatie

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITÉ OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref : Accom ADVIES 2004/1 Samenvatting van het advies goedgekeurd op 2 juni 2004 en uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid

Nadere informatie

Tussen Bestuurskunde en Bestuurspraktijk: bijdragen voor duurzaam besturen in Vlaanderen

Tussen Bestuurskunde en Bestuurspraktijk: bijdragen voor duurzaam besturen in Vlaanderen Workshop: zin en onzin van prestatiemeting In het kader van de presentatie van het Jaarboek 2002 van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen. Tussen Bestuurskunde en Bestuurspraktijk: bijdragen

Nadere informatie

Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering

Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering Hans D Hondt Kabinetschef van de Minister-president van de Vlaamse regering Nieuwe start Nieuwe rol opnemen Onzekerheden Spelregels bepalen Goede afspraken maken goede vrienden Elk zijn eigen rol - politiek

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Vlaamse Wooncode. Grond- en pandendecreet SOCIALE HUISVESTING DE OPDRACHT IS WOONBELEID VLAANDEREN: BETAALBAAR WONEN SOCIALE HUISVESTING: NU!

Vlaamse Wooncode. Grond- en pandendecreet SOCIALE HUISVESTING DE OPDRACHT IS WOONBELEID VLAANDEREN: BETAALBAAR WONEN SOCIALE HUISVESTING: NU! SOCIALE HUISVESTING DE OPDRACHT IS Kwalitatief Voldoende aanbod Behoorlijke woonomgeving Voor woonbehoeftigen & met woonzekerheid Betaalbaar SOCIALE HUISVESTING: NU! WOONBELEID VLAANDEREN: BETAALBAAR WONEN

Nadere informatie

WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP

WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP WERKING KIJKWIJZER BELEIDSVOEREND VERMOGEN: TOEGEPAST OP LOOPBAANBEGELEIDING IN DE SCHOLENGEMEENSCHAP WAT? Voor u ligt een kijkwijzer om het beleidsvoerend vermogen van uw school in kaart te brengen. De

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

Bestuurlijk spoorboekje planning en control 2015

Bestuurlijk spoorboekje planning en control 2015 Bestuurlijk spoorboekje planning en control Gemeente Velsen 17 december 2014 Inleiding In de Wet dualisering gemeentebestuur zijn de posities, functies en bevoegdheden van de Raad en het College formeel

Nadere informatie

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen?

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen? 5 Procescriteria In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we

Nadere informatie

Kwaliteitszorg en accreditatie

Kwaliteitszorg en accreditatie Infofiche Kwaliteitszorg en accreditatie Om kwaliteitsvol onderwijs te garanderen, worden opleidingen en instellingen beoordeeld. Enerzijds is er interne kwaliteitszorg die binnen de hogeschool of universiteit

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector

Voorstel van resolutie. betreffende een harmonisatie in de sociale kredietsector stuk ingediend op 548 (2009-2010) Nr. 1 20 mei 2010 (2009-2010) Voorstel van resolutie van mevrouw Mercedes Van Volcem, de heer Filip Anthuenis, de dames Irina De Knop en Vera Van der Borght en de heer

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR DE AUDIT, COMPLIANCE EN RISICO COMMISSIE VAN PROPERTIZE B.V.

REGLEMENT VOOR DE AUDIT, COMPLIANCE EN RISICO COMMISSIE VAN PROPERTIZE B.V. REGLEMENT VOOR DE AUDIT, COMPLIANCE EN RISICO COMMISSIE VAN PROPERTIZE B.V. Datum: 11 mei 2015 Artikel 1. Definities AvA: Commissie: Reglement: RvB: RvC: Vennootschap: de algemene vergadering van aandeelhouders

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 september 2013 Toelichting Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/4 Provinciale initiatieven. Dienstverlenende vereniging IGEAN.

Nadere informatie

Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale

Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale Ministeriële uitspraak in de beroepsprocedure met toepassing van artikel 29bis, 5, van de Vlaamse Woon code betreffende de beslissing van de sociale huisvestingsmaatschappij met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context. 25 oktober 2007

Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context. 25 oktober 2007 Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context 25 oktober 2007 Inhoud 1. Situering klachtenbehandeling 2. Juridische context 3. Draagvlak? 4. Conclusies 2 1. Situering klachtenbehandeling

Nadere informatie

VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS

VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS VR 2015 2509 DOC.0987/2BIS Besluit van de Vlaamse Regering betreffende steun aan projecten in het kader van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden

Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden STUDIEDAG Projectmatig werken in lokale overheden LEUVEN 27 oktober 2011 Projectmatig werken in de lokale sector Katlijn Perneel, Partner, ParFinis Projectmatig 2 - werken voor lokale overheden 1 Inhoud

Nadere informatie

Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie

Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie Systematische vergelijking van de interne organisatie en prestaties van corporaties toont aan dat kleine corporaties met veel ervaring als maatschappelijke

Nadere informatie

Inhoudstafel. Kwaliteit in de publieke sector. Deel 1. Voorwoord...i. Algemene inleiding... 1 Leeswijzer... 3. Inleiding... 7

Inhoudstafel. Kwaliteit in de publieke sector. Deel 1. Voorwoord...i. Algemene inleiding... 1 Leeswijzer... 3. Inleiding... 7 Voorwoord....................................................i Algemene inleiding........................................... 1 Leeswijzer.............................................. 3 Deel 1 Kwaliteit

Nadere informatie

van toezicht en handhaving

van toezicht en handhaving 1 inleiding voor beslissers veiligheid door samenwerken Effecten van toezicht en handhaving meten Een inleiding 2 inleiding voor beslissers Na elke calamiteit neemt de roep om strenger toezicht en harder

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» 1 Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZG/15/116 ADVIES NR. 08/05 VAN 8 APRIL 2008, GEWIJZIGD OP 6 MEI 2008, OP 4 MAART 2014 EN OP 7 JULI 2015,

Nadere informatie

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1

Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 1 Decreet van 17 oktober 2003 (BS 10 november 2003) betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen 1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Nadere informatie

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.

Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.

Nadere informatie

Evaluatie Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen

Evaluatie Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen Naam evaluatie Volledige naam Aanleiding evaluatie FWO Evaluatie Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen In de beheersovereenkomst 2002-2007 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Fonds voor Wetenschappelijk

Nadere informatie

Inhoud. Inhoud... 3 INHOUD 3

Inhoud. Inhoud... 3 INHOUD 3 Inhoud Inhoud... 3 Hoofdstuk 1 Inleiding... 9 1.1. Algemeen... 9 1.2. De doelstellingen... 10 1.2.1. Situering... 11 1.2.2. De resultaten van de SWOT-analyse voor de technische dienst... 12 1.2.2.1. S(terktes)...

Nadere informatie

Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304

Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304 Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304 Doel Bijdragen aan de formulering van het strategische en tactische (financieel-)economische beleid van de instelling of onderdelen daarvan, alsmede vorm en

Nadere informatie

2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge. Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht

2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge. Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht 2011 03 30 Overzicht VWC en Vlaamse en lokale spelers - Dorien Van Cauwenberge Het Vlaamse woonbeleid in vogelvlucht Studiedag Vlaams Welzijnsverbond Wonen in welzijn, welzijn in wonen 30 maart 2011 Wat

Nadere informatie

Zitting van de gemeenteraad

Zitting van de gemeenteraad 1 zvvegeni Zitting van de gemeenteraad ZITTING VAN 23 NOVEMBER 2009 Agendapunt: Onderwerp: Aanpassing van het subsidiereglement inzake de gemeentelijke renovatieprem ie De Raad, Overwegende dat een actief

Nadere informatie

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000 Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 11 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER...

Nadere informatie

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR datum vergadering 17 juni 2010 auteur Daniëlle Vollering telefoon 033-43 46 133 e-mail dvollering@wve.nl afdeling Staf behandelend bestuurder drs. J.M.P. Moons onderwerp agendapunt Uitkomst en benutting

Nadere informatie

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit Reglement College van Bestuur Onderwijsstichting Esprit Amsterdam, vastgesteld, na goedkeuring door de Raad van Toezicht op 4 december 2015, door het College van Bestuur in haar vergadering van 7 december

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203

Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203 Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203 Doel Plannen en organiseren van de werkzaamheden en aansturen van de medewerkers binnen een team, binnen het vastgestelde beleid van een overkoepelende eenheid

Nadere informatie

Reglement van de Auditcommissie van Stichting TBV

Reglement van de Auditcommissie van Stichting TBV Vastgesteld in de Raad van Toezicht d.d. 12 september 2007 Reglement van de Auditcommissie van Stichting TBV 0. Inleiding 0.1. Dit reglement is opgesteld door de Raad van Toezicht ingevolge artikel 18

Nadere informatie

Mediawijsheid oprichten. Het kenniscentrum zal ondermeer voor de specifieke noden van mensen met een handicap aandacht hebben.

Mediawijsheid oprichten. Het kenniscentrum zal ondermeer voor de specifieke noden van mensen met een handicap aandacht hebben. MEDIA BELEID In haar beleidsnota media erkent Minister Lieten het belang van diversiteit in de Vlaamse media Ze wil de media-actoren stimuleren om een doeltreffend diversiteitsbeleid te ontwikkelen en

Nadere informatie

ADVIES. 10 maart 2014

ADVIES. 10 maart 2014 ADVIES Voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten en Voorontwerp van besluit betreffende de akten van familiale aard

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding. Doelstelling, verantwoording en werkwijze fiscaal statuut. Bedrijfsvisie, fiscale visie en fiscaal beleid Woningstichting Maasdriel

Inhoud. Inleiding. Doelstelling, verantwoording en werkwijze fiscaal statuut. Bedrijfsvisie, fiscale visie en fiscaal beleid Woningstichting Maasdriel Fiscaal statuut Inhoud Inleiding Doelstelling, verantwoording en werkwijze fiscaal statuut Bedrijfsvisie, fiscale visie en fiscaal beleid Woningstichting Maasdriel Bedrijfsvisie Fiscale visie Fiscaal beleid

Nadere informatie

EFQM model theoretisch kader

EFQM model theoretisch kader EFQM model theoretisch kader Versie 1.0 2000-2009, Biloxi Business Professionals BV 1. EFQM model EFQM staat voor European Foundation for Quality Management. Deze instelling is in 1988 door een aantal

Nadere informatie

Visitatie. Omnia Wonen 2012. Maatschappelijke prestaties op het gebied van: Ambities en doelstellingen

Visitatie. Omnia Wonen 2012. Maatschappelijke prestaties op het gebied van: Ambities en doelstellingen Visitatie Omnia Wonen 2012 Maatschappelijke prestaties op het gebied van: Ambities en doelstellingen Landelijke, regionale en lokale opgaven Belanghebbenden Vermogen en effiency Governance DIT IS EEN UITGAVE

Nadere informatie

Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport

Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van

Nadere informatie

EFFECTIEVE INKOOPSAMENWERKING MET AUTONOMIE- EN CONFEDERATIESTRUCTUREN

EFFECTIEVE INKOOPSAMENWERKING MET AUTONOMIE- EN CONFEDERATIESTRUCTUREN EFFECTIEVE INKOOPSAMENWERKING MET AUTONOMIE- EN CONFEDERATIESTRUCTUREN 9 SAMENVATTING Het Centraal Planbureau voorspelt dat de zorgkosten stelselmatig toenemen en dat ze op de lange termijn onbetaalbaar

Nadere informatie

Martine Verluyten Voorzitter van het Auditcomité van de Vlaamse Administratie

Martine Verluyten Voorzitter van het Auditcomité van de Vlaamse Administratie 1 Publieke versus private audit Gelijkenissen en verschillen een persoonlijke-ervaringsgebaseerde toelichting Martine Verluyten Voorzitter van het Auditcomité van de Vlaamse Administratie 2 2 1 Context

Nadere informatie

Medewerker bureau buitenland

Medewerker bureau buitenland Medewerker bureau buitenland Doel Ontwikkelen en beheren van mobiliteit- en beurzenprogramma s en samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen op het gebied van uitwisseling en/of ontwikkelingssamenwerking,

Nadere informatie