Praktijkgids voor voltijd en deeltijd Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing Opleiding Leraar Basisonderwijs Locatie Alkmaar,

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Praktijkgids 2010-2011 voor voltijd en deeltijd Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing Opleiding Leraar Basisonderwijs Locatie Alkmaar,"

Transcriptie

1 Praktijkgids voor voltijd en deeltijd Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing Opleiding Leraar Basisonderwijs Locatie Alkmaar, Haarlem, Hoofddorp

2 Locaties Domein Pabo Alkmaar Bergerweg MN Alkmaar Tel Medewerkers praktijkbureau: Wilma van den Brink en Ruud Volkers Tel: Praktijkcoördinator: Gery Baars Tel: / Opleiden in de school coördinator: Margreet Schouwenaar Tel: Pabo Haarlem Bijdorplaan CE Haarlem Tel Medewerkster praktijkbureau: Ans Pijnaker Tel: of Praktijkcoördinator: Judith Kat Tel: Opleiden in de school coördinator: Willie Bakker Tel: Coördinator praktijk Alkmaar/Haarlem: Hans van Eerden Tel: Coördinator opleiden in de school Alkmaar/Haarlem: Martine Hart Tel: Pabo Hoofddorp Saturnusstraat HB Hoofddorp Tel: Medewerksters praktijkbureau: Ingrid Veel en Ans Pijnaker Tel: of Praktijkcoördinator: Petra Agterof Telefoon Voor de praktijkplaatsing maken de praktijkbureaus gebruik van het Praktijkplein. Dit is te vinden op het volgende webadres: Om de leesbaarheid te vergroten wordt in deze praktijkgids naar de student verwezen met hij. Het spreekt vanzelf dat dit, indien gewenst, overal gelezen kan worden als zij. Foto voorpagina openbare basisschool Babylon, Rotterdam 2

3 Inhoudsopgave Inleiding Structuur van de opleiding Fasen in de opleiding Kenmerkende beroepstaken als rode draad van het praktijkleren Visie op praktijkleren en praktijkbegeleiding Beoordeling van het praktijkleren Praktijkmap Bezoek in de praktijk Nederlandse Praktijkleerovereenkomst Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) Kijkwijzers Praktijkplein Fase 1 Beroepsgeschikt 11_Toc Opbouw praktijkleren in fase Praktijkactiviteiten in fase Praktijkdagen Fase 2 Professionaliseringsbekwaam Opbouw praktijkleren in fase twee Keuzes in het derde jaar Praktijkactiviteiten in fase Beoordeling Praktijkdagen Fase 3 Startbekwaam Opbouw praktijkleren in fase Praktijkactiviteiten in fase Praktijkdagen...19 Bijlage 1a Kenmerkende beroepssituaties met kenmerkende beroepstaken...20 Bijlage 1b Relatie tussen rollen en kenmerkende beroepssituaties...21 Bijlage 2a Lesvoorbereidingsformulier...22 Bijlage 2b Logboekformulier voor jaar 3 en Bijlage 2c Dagjournaal (jaar 1 en 2)...26 Bijlage 2d Praktijkplan voor jaar 1 en Bijlage 2e lesbeoordelingsformulier voor mentor/contactdocent/praktijkopleider...29 Bijlage 3 Beoordelingsformulieren fase Bijlage 4 Beoordelingsformulieren fase Bijlage 5 Beoordelingsformulieren fase Bijlage 6 Praktijkwijzer Een geheugensteun voor de student...55 Bijlage 7 Verslag van het feedback gesprek met de contactdocent/praktijkopleider...57 Bijlage 8 Praktijkcontract voor herkansing...58 Bijlage 9 Praktijkgegevens...59 Bijlage 10 Jaarrooster...60 Bijlage 11 Overzicht differentiatieminors...62 Bijlage 12 Nederlandse Praktijkleerovereenkomst

4 Inleiding Dit is de praktijkgids van de reguliere Opleiding Leraar Basisonderwijs van Hogeschool Inholland (Pabo Alkmaar, Haarlem en Hoofddorp) voor zowel voltijd als deeltijd studenten. Deze praktijkgids is bedoeld om u te informeren over de taken en opdrachten voor de praktijk van de student en hoe de praktijkbegeleiding en beoordeling hierbij plaatsvinden. Competentiegericht opleiden vormt al enkele jaren het uitgangspunt van de opleiding. De beroepspraktijk heeft een belangrijke plaats binnen de opleiding. De praktijkschool is bij uitstek de omgeving waarin de student zijn competenties kan ontwikkelen en tonen door het uitvoeren van realistische en uitdagende taken. Een belangrijke digitale ondersteuning bij deze praktijkgids en het leren in de praktijk is het Leernetwerk Educatie. Zie Op deze site bevindt zich het Praktijkplein, een toepassing voor het plaatsen van studenten op praktijkscholen. Dit is de digitale leeromgeving waar de kbs en, het centrale begeleidingsinstrument bij het leren in de praktijk, zijn terug te vinden. Deze praktijkgids bestaat uit vier hoofdstukken en meerdere bijlagen. In hoofdstuk 1 wordt beschreven hoe de structuur van de opleiding in elkaar zit en hoe de praktijk hierin is georganiseerd. In hoofdstuk 2, 3 en 4 wordt de praktijkcomponent binnen de verschillende fasen besproken. De praktijklijn en daarmee de praktijkgids wordt ieder jaar geëvalueerd en aangepast. Deze praktijkgids is alleen geldig voor studiejaar We hopen dat deze praktijkgids voldoende informatie biedt voor de begeleiders om de studenten zo goed mogelijk te begeleiden in de praktijk. Daarnaast hopen we dat deze praktijkgids ook voor studenten voldoende houvast biedt bij het leren van de praktijk in het basisonderwijs. Terminologie Praktijkschool De opleiding Mentor OIS Praktijkopleider Contactdocent SLB er Kbs en praktijkschool de Opleiding Leraar Basisonderwijs van Inholland de leerkracht van de groep waarin de student praktijk loopt opleiden in de school, de opleiding heeft met veel schoolbesturen een contract gesloten, waarin de begeleiding van de student in de praktijk is geregeld de opleider namens de school/het bestuur waarmee de opleiding een OIS overeenkomst heeft gesloten docent die namens de opleiding de student in de praktijk bezoekt studieloopbaanbegeleider, deze begeleidt de student bij zijn studievoortgang kenmerkende beroepssituaties We wensen alle gebruikers van deze gids succes bij het vormgeven van het praktijkleren. Het praktijk/ois coördinatieteam van de opleiding Leraar basisonderwijs Inholland Alkmaar, Haarlem en Hoofddorp. 4

5 1 Structuur van de opleiding 1.1 Fasen in de opleiding Het beroep van leerkracht is boeiend, veelzijdig en uitdagend maar ook complex. De student leert om allerlei beroepssituaties effectief aan te pakken door kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes te integreren en succesvol toe te passen. Naarmate hij verder komt in de opleiding verwachten we van de student dat hij in steeds complexer wordende beroepssituaties in toenemende mate zelfstandig en verantwoord kan handelen. Daarvoor moet hij zijn competenties ontwikkelen. Een competentie is een samenhangend geheel van kennis, houding en vaardigheden die iemand in staat stelt adequaat te handelen in de beroepspraktijk. Competenties worden ontwikkeld in een cyclisch proces van verdieping, verrijking en verbreding. Dat is een proces van lange adem, van veel oefenen, waarbij de student streeft naar het bereiken van een hoger niveau. Het bereikte competentieniveau wordt getoetst door na te gaan hoe de student in de praktijk handelt. Want alleen realistische beroepstaken vereisen een geïntegreerde inzet van de competenties. Daarbij biedt de beroepspraktijk de beste mogelijkheden om competenties volwaardig te ontwikkelen. De opleiding is opgedeeld in drie fasen van competentieontwikkeling. Voor elke fase wordt omschreven wat een (aankomend) professional dient te kunnen als hij zich de competenties heeft eigen gemaakt op dat niveau: fase 1: niveau beroepsgeschikt (jaar 1 propedeuse) In deze fase wordt getoetst of de student geschikt is voor de opleiding. Aan het eind van deze fase bestaat de mogelijkheid de student een negatief bindend studieadvies te geven vanwege onvoldoende functioneren in de praktijk; fase 2: niveau professionaliseringsbekwaam (tot halverwege jaar 3) In fase 2 ontwikkelt de student competenties om zelf betekenisvol en adaptief onderwijs te ontwerpen en uit te voeren en in het omgaan met zorg in en om de school (handelingsplannen, zorgstructuur). De begeleiding van de mentor is aanvankelijk groot en neemt langzamerhand af; fase 3: niveau startbekwaam (tot einde jaar 4) In deze fase ontwikkelt de student ook competenties ten aanzien van samenwerken en gesprekken voeren. Hij ontwikkelt zijn visie op onderwijs en voert een afstudeeronderzoek uit. In deze fase ontwikkelt de student zich tot een leerkracht die zelfstandig en verantwoord handelt. De fasen volgen niet geheel de jaarstructuur. Het onderstaand schema geeft een compleet overzicht. Een jaar bestaat uit twee semesters en vier perioden. Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Sem. 1 Sem. 2 Sem. 3 Sem. 4 Sem. 5 Sem. 6 Sem. 7 Sem. 8 p.1.1 p.1.2 p.1.3 p.1.4 p.2.1 p.2.2 p.2.3 p.2.4 p.3.1 p.3.2 p.3.3 p.3.4 p.4.1 p.4.2 p.4.3 p.4.4 Fase 1 Fase 2a Fase 2b Fase 3 p. = periode Beroepsgeschikt Professionaliseringsbekwaam Startbekwaam Hoe weten de student en zijn begeleiders of een bepaald niveau is bereikt? En zo niet, wat hij nog moet doen om dit niveau alsnog te bereiken? Daarvoor zijn indicatoren ontwikkeld. Bij elke competentie is een lijst met indicatoren opgesteld, waarmee alle aspecten van een competentie worden benoemd (zie Competentiewijzer Bachelor of Education Primair Onderwijs). Deze competenties en indicatoren vormen de basis van de beoordelingsformulieren (zie bijlage 3, 4 en 5). 5

6 1.2 Kenmerkende beroepstaken als rode draad van het praktijkleren De student ontwikkelt zijn competenties in de praktijk door te werken aan kenmerkende beroepstaken. Een beroepstaak is een handeling die in de praktijk regelmatig wordt uitgevoerd door een leraar en dus hoort bij het beroep. Het verzorgen van onderwijs is een voorbeeld, maar ook het voeren van gesprekken met kinderen of met ouders. Altijd zal een student daarbij een beroep moeten doen op meerdere competenties tegelijk. De kenmerkende beroepstaken zijn uitgewerkt in kbs en (kenmerkende beroepssituaties). Dat zijn kenmerkende praktijksituaties waarbij de taken duidelijk ingezet worden. Kbs en zijn dus praktijksituaties waarin je aantoont dat je de beroepstaken kunt uitvoeren. Deze vormen de rode draad in het praktijkleren van de student. De kbs en worden als begeleidingsen sturinginstrument gebruikt door de opleiding en door de mentor. Bijlage 1 bevat een overzicht van kenmerkende beroepstaken. Voor meer informatie en uitwerkingen van de verschillende kenmerkende beroepssituaties zie: Met ingang van het eerste leerjaar periode 2 gebruikt de student lesvoorbereidingsformulieren met kbs en en zelf samengestelde kijkwijzers. 1.3 Visie op praktijkleren en praktijkbegeleiding Kenmerkende beroepstaken kunnen eenvoudig zijn, een simpele taak, een klein rustig groepje, weinig niveauverschil, maar ook complex, zoals een ingewikkelde opdracht, een temperamentvolle groep, veel niveauverschillen. Het is natuurlijk de bedoeling dat de student bij het oefenen met kenmerkende beroepstaken begint met eenvoudige en langzamerhand in steeds iets complexere situaties oefent. De moeilijkheidsgraad wordt aangeven met behulp van drie kenmerken die het niveau bepalen waarop de student de taak uitvoert: 1. de mate van zelfstandigheid, ofwel de mate van begeleiding die de student nodig heeft om een taak succesvol uit te voeren en de verantwoordelijkheid die hij kan dragen voor die uitvoering; 2. de mate van volledigheid van de taakuitvoering, ofwel de mate waarin hij in staat is om in een situatie niet alleen te herkennen wat er speelt, maar ook weet wat er moet gebeuren en hoe hij dat moet doen; 3. de mate van complexiteit, ofwel de mate van ingewikkeldheid van de taak en van factoren in de omgeving die het uitvoeren van die taak lastig kunnen maken. Een belangrijke taak van de mentor (zie terminologie) is om oog te hebben voor de moeilijkheidsgraad van de kenmerkende beroepstaken waarmee de student oefent. De begeleider kan hierbij op twee manieren invloed uitoefenen: 1. door een taak eenvoudiger of juist moeilijker te maken; 2. door een student veel ruimte te geven of door hem juist intensief te begeleiden. Vanuit de opleiding krijgt de student praktijksuggesties en praktijkopdrachten aangereikt. De mentor kan daarnaast afspraken maken met de student over onderwijsactiviteiten die nauw aansluiten bij de ontwikkeling van de student. In overleg met de mentor maakt de student aan het begin van elke periode een praktijkplan (zie bijlage 2d). Daarbij is competentiegericht denken het uitgangspunt en vindt de begeleiding van de student plaats vanuit diens actuele ontwikkeling. De mentor en de student maken heldere afspraken over de uit te voeren lessen en andere opdrachten, waarna de student op basis van zichzelf gestelde doelen de activiteiten voorbereidt. De mentor ontvangt de voorbereiding voordat de student aan de uitvoering van de taak begint. Ten aanzien van de praktijk hanteert de opleiding enkele bijzondere uitgangspunten: teneinde onbevooroordeeld beoordeeld te worden kan een student niet op een school zijn praktijk doen waaraan hij als werknemer is verbonden, waar zijn eigen kinderen als leerling staan ingeschreven of waar zijn naaste familie werkzaam is; met het oog op een brede oriëntatie dient de student gedurende zijn opleiding op minimaal 3 verschillende scholen zijn praktijk uit te voeren; de praktijkschool bevindt zich in de regio van een Inholland locatie van het Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 worden per fase van de opleiding de praktijkactiviteiten van de student weergegeven. 6

7 1.4 Beoordeling van het praktijkleren De opleiding ( De opleiding Leraar Basisonderwijs van Inholland) is eindverantwoordelijk voor de beoordeling van de student. Om de kwaliteit van het leren in de praktijk te beoordelen wordt na iedere periode een beoordelingsformulier ingevuld. Op basis van getoonde kwaliteiten krijgt de student een voldoende of onvoldoende beoordeling voor het praktijkleren. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde gedragsindicatoren in een praktijkperiode niet aan de orde zijn. Bij een voldoende sluit de student de betreffende onderwijseenheid voor het praktijkleren af. Bij een onvoldoende krijgt de student de gelegenheid tot herkansing. Wijze van begeleiden Leren reflecteren staat centraal in de praktijk en tijdens bijeenkomsten op de opleiding. De mentor stimuleert de student in het reflecteren op zijn functioneren. Hierdoor krijgt de student zicht op zijn sterke kanten en nog te ontwikkelen competenties. Tips voor een begeleidingsgesprek: neem voor het begeleidingsgesprek de tijd, maar niet langer dan 30 minuten (dit geldt ook voor duo s). Bewaar eventuele resterende zaken voor een volgend gesprek; het vooraf globaal doorspreken van lesactiviteiten levert leerwinst (voor lln. en student) op; geef de student de tijd om zijn eigen opmerkingen te maken. Het kost soms moeite, maar het bevordert de reflectie van de student en de verantwoordelijkheid van de student voor het eigen leerproces. Tip: laat de student eerst zelf drie punten opschrijven die hij goed vond gaan en drie die hij minder goed vond gaan (zie ook lesvoorbereidingsformulier); begin het gesprek met datgene wat de student zelf aangeeft of heeft opgeschreven; benoem met nadruk de positieve punten. Het bevordert de motivatie van de student en de bereidheid om ook aan zaken te gaan werken die nog niet goed lopen; hoewel het soms moeilijk is, is het bijzonder belangrijk eerlijk te zijn. Als de activiteiten keer op keer mislukken en alle denkbare hulp is gegeven, heeft niemand er iets aan om de schone schijn op te houden; besluit de bespreking met een aantal afspraken die gebaseerd zijn op de besproken (les)activiteit; zo mogelijk dienen de afspraken voor de student stimulerend of sturend te zijn voor de verdere (les)activiteiten; wees consequent, dat wil zeggen: zorg ervoor dat de begeleiding/beoordeling van de (les)activiteiten een relatie hebben met de uiteindelijke beoordeling; vraag na de bespreking aan de student hoe die het nagesprek vond; aarzel niet om bij twijfels hulp in te roepen. Wijze van beoordelen De student overhandigt aan het begin van een praktijkperiode het beoordelingsformulier en zijn POP aan de begeleider. De beoordelingsformulieren zijn voorzien van een korte toelichting. Per periode wordt aangegeven wat de mentor van de student mag verwachten. Inhoudelijk verschillen de formulieren per fase van elkaar. De mentor vult aan het eind van de periode de beoordeling in. Op basis van deze beoordeling vindt een gesprek plaats tussen student en begeleider. Ter voorbereiding op het gesprek vult de student ook zelf het beoordelingsformulier in. Tijdens dit beoordelingsgesprek wordt het beoordelingsformulier besproken en ondertekend door de student en de mentor. Vervolgens wordt het beoordelingsformulier ondertekend door de contactdocent/praktijkopleider. Die is eindverantwoordelijk voor het praktijkcijfer. In gevallen waarbij de mentor twijfelt aan de beoordeling kan een second opinion worden gevraagd bij de contactdocent of de praktijkopleider. 7

8 De student krijgt een beoordeling met een heel cijfer, (een 5,5 is absoluut onaanvaardbaar als beoordeling): 0 goed 8 of 9 0 voldoende 6 of 7 0 zwak 5 0 onvoldoende 4 De student schrijft naar aanleiding van het beoordelingsgesprek en de beoordeling een reflectieverslag waarin hij reflecteert op zijn competentiegroei. In dit verslag geeft de student ook zijn leerpunten aan voor de volgende periode. Aan het eind van een semester worden deze leerpunten als leerdoelen opgenomen in het persoonlijk ontwikkelingsplan (=POP). Eerstejaars studenten beginnen hier mee in het tweede semester. In periode 1.3 wordt een start gemaakt met het systematisch opzetten van een POP. Vanaf periode 1.4 wordt de praktijk aangestuurd door de doelen die de student vanuit de competenties in zijn POP heeft gesteld. Dat wordt in de SLB-groep begeleid (zie paragraaf 1.8). Een kopie van het beoordelingsformulier neemt de student op in zijn bekwaamheidsdossier en in zijn praktijkmap. Na ondertekening van het beoordelingsformulier door de contactdocent/praktijkopleider kan het originele beoordelingsformulier in het studentdossier van de Pabo worden opgenomen. Herkansing Aan het einde van een periode moet de student een voldoende hebben behaald. Bij een onvoldoende krijgt de student de gelegenheid tot herkansing in de volgende periode (met uitzondering van periode 4 van het eerste jaar). Bij een herkansing is het volgende belangrijk: de herkansing vindt plaats in de daarop volgende periode. Wanneer de student in periode 4 een onvoldoende haalt, wordt getracht de herkansing voor het einde van het studiejaar plaats te laten vinden; de student beschrijft zijn leerpunten die onvoldoende zijn. In overleg met de mentor van de student worden deze leerpunten opgenomen in een Praktijkcontract voor herkansing (bijlage 8) Hierin worden ook de concrete afspraken ten aanzien van de begeleiding van de student vastgelegd; het originele praktijkcontract wordt opgenomen in het studentdossier; de student neemt een kopie van het Praktijkcontract voor herkansing op in zijn bekwaamheidsdossier en in zijn praktijkmap; de student bespreekt het Praktijkcontract voor herkansing met de mentor bij aanvang van een nieuwe praktijkperiode; bij een Praktijkcontract voor herkansing krijgt de student altijd bezoek van een de praktijkopleider of contactdocent; de herkansing vindt bij voorkeur plaats in dezelfde groep of anderszins in ieder geval in dezelfde bouw; de student krijgt bij een onvoldoende beoordeling geen credits voor de onderwijseenheid waar de praktijkperiode onder valt; een periode kan pas beoordeeld worden wanneer de voorgaande periode met een voldoende is afgesloten; de student krijgt met terugwerkende kracht een voldoende voor de periode, indien de mentor alle leerpunten van het Praktijkcontract voor herkansing over deze periode met een voldoende beoordeelt en de contactdocent/praktijkopleider dit bekrachtigd heeft. 1.5 Praktijkmap De student houdt in de praktijkmap een overzicht bij van al zijn onderwijsactiviteiten en neemt de praktijkmap iedere praktijkdag mee naar de basisschool. Op deze wijze informeert de student de mentor/contactdocent/praktijkopleider over de geplande en uitgevoerde activiteiten. De praktijkmap is ook het bewijsmateriaal om aan zichzelf en op de opleiding te verantwoorden hoe zijn competentieontwikkeling in de praktijk verloopt. 8

9 De student zorgt dat de inhoud van de map actueel blijft en dat noodzakelijke verbeteringen en aanvullingen worden uitgevoerd. De praktijkmap bevat de volgende materialen: Nederlandse Praktijkleerovereenkomst, ingevuld en van de juiste bijlagen voorzien (zie bijlage 11); visie en missie van de praktijkschool (schoolgids); ingevuld formulier praktijkgegevens (bijlage 9); een plattegrond van de groep met de namen van de leerlingen; een overzicht van de praktijkdagen; het persoonlijk ontwikkelingsplan (aanwezig vanaf de vierde periode van jaar 1); een praktijkplan (zie bijlage 2d); in jaar 1 en 2 een uitdraai van lesvoorbereidingen van lessen (zie bijlage 2a); in jaar 1 en 2 een dagjournaal met een overzicht van uitgevoerde activiteiten (zie bijlage 2c); vanaf jaar 3 komt het logboek in de plaats van het lesvoorbereidingsformulier en het dagjournaal: lesvoorbereidingsformulieren worden nog wel gebruikt als het een gecompliceerde les betreft of als de mentor/contactdocent/praktijkopleider hierom verzoekt (zie bijlage 2b); de ingevulde kijkwijzers; een uitwerking van andere praktijkactiviteiten (zoals observaties); opmerkingen en feedback van de mentor; een eigen verslag van het feedback gesprek indien de contactdocent/praktijkopleider in die periode op bezoek is geweest; een kopie van de laatste twee beoordelingen (zie bijlage 3, 4, 5); een eigen verzameling van materialen, waardevol om te bewaren. De praktijkmap is een ringband met losse bladen op A4 formaat, voorzien van een inhoudsopgave. 1.6 Bezoek in de praktijk Studenten worden bezocht door een praktijkopleider of een contactdocent. De praktijkopleider is aangesteld door het schoolbestuur. De praktijkopleider houdt zich bezig met het aansturen en ondersteunen van de mentor en regelt binnen het schoolbestuur de begeleiding en de beoordeling van de studenten door middel van het lesbeoordelingsformulier (zie bijlage 2e). De contactdocent is verbonden aan Inholland en bezoekt en beoordeelt de studenten namens de opleiding met het lesbeoordelingsformulier (bijlage 2e). De student dient een bezoek goed af te stemmen met de mentor. Omdat de contactdocent/praktijkopleider vaak meerdere studenten op één dag bezoekt en er rekening gehouden moet worden met reistijd wordt enige flexibiliteit met betrekking tot het tijdstip van bezoek zeer op prijs gesteld. De contactdocent/praktijkopleider heeft per semester mimimaal twee contactmomenten met de student en de mentor, waarvan minimaal één lesbezoek. De contactdocent/praktijkopleider bekijkt en bespreekt dan een les van de student. Tijdens deze contactmomenten wordt het functioneren van de student besproken. De student zorgt dat een lesvoorbereiding en de praktijkmap klaar liggen voor de bezoekende contactdocent/praktijkopleider. De bespreekpunten die aan de orde komen verwerkt de student in een verslag (zie bijlage 7) en in zijn POP voor de volgende periode. Het verslag wordt naar de contactdocent/praktijkopleider gestuurd die het na goedkeuring naar de SLB er doorstuurt. Naast het praktijkbezoek is er altijd telefonisch contact mogelijk over het functioneren van de student met de praktijkcoördinator van de Pabo. 1.7 Nederlandse Praktijkleerovereenkomst Alle studenten dienen de Nederlandse Praktijkleerovereenkomst (zie bijlage 12) in te vullen. Deze overeenkomst wordt door de student aangevuld met documenten. De overeenkomst dient ondertekend te worden door de praktijkschool (namens het bevoegd gezag/bestuur) en door de praktijkcoördinator van de locatie van Inholland waar de student studeert. De student geeft kopieën van de praktijkleerovereenkomst aan de praktijkschool en aan zijn SLB docent. Het origineel van de overeenkomst bewaart de student in zijn praktijkmap. Deze map heeft de student te allen tijde bij zich op praktijkschool (zie praktijkmap). 9

10 1.8 Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) Een persoonlijk ontwikkelingsplan is een concreet actieplan, waarmee de student zijn persoonlijke en professionele ontwikkeling in kaart brengt. Het POP van de student heeft betrekking op zijn ontwikkeling in een bepaalde periode en kenmerkt zich door voortdurende bijstelling en aanpassing. Het POP richt zich op drie gebieden: de leerdoelen met betrekking tot het functioneren op de opleiding; de leerdoelen met betrekking tot het functioneren in de praktijk; de leerdoelen met betrekking tot de persoonlijke ontwikkeling. De student schrijft per semester op basis van de informatie (onder andere het bekwaamheidsdossier, de kijkwijzers, de reflectieverslagen en de beoordelingsformulieren) zijn persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) volgens de richtlijnen die in de handleiding zijn weergegeven. Hierin formuleert hij persoonlijke leerdoelen, waaraan hij in de volgende periode wil gaan werken. Het POP is sturend voor de activiteiten die de student uitvoert in de praktijk. De student werkt daarom deze leerpunten uit in concrete activiteiten in het praktijkplan. De student legt zijn POP en het daaruit voortvloeiende praktijkplan aan het begin van elke periode voor aan de mentor, zodat de mentor inzicht heeft in de concrete leerdoelen van de student. Uitgangspunt bij het POP is dat de student zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen ontwikkeling en dat hij zelf de regie in handen neemt, ondersteund door de begeleiders. Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt opgenomen in het bekwaamheidsdossier en wordt ook aangestuurd door de studieloopbaanbegeleider (SLB er). Studenten worden vanaf periode 1.3 begeleid bij het opstellen van een POP. Op basis van de competentiedoelen uit het POP leert de student een concreet praktijkplan op te stellen. Door evaluatie en reflectie van de voorgaande periodedoelen wordt steeds bij de start van een nieuwe praktijkperiode óók een nieuw (bijgesteld) POP en praktijkplan gemaakt. 1.9 Kijkwijzers Een kijkwijzer is een hulpmiddel voor de begeleiding van studenten. Het geeft gerichte aandachtspunten voor de observatie van de student in de onderwijspraktijk. De student vraagt aan de mentor en/ of medestudent de kijkwijzer (of delen van de kijkwijzer) in te vullen. De student kan natuurlijk ook de mentor observeren aan de hand van een kijkwijzer of zelf een kijkwijzer invullen naar aanleiding van een les of meerdere lessen. Zo kunnen sterke en nog te ontwikkelen punten beter zichtbaar worden. Vanuit de opleiding krijgt de student kijkwijzers aangereikt. Deze kijkwijzers zijn te vinden op het Praktijkplein. De student kan echter ook zelf kijkwijzers samenstellen met behulp van de kbs: Belangrijk is dat de kijkwijzer aansluit bij de leerbehoefte van de student! De student moet zijn keuze voor een kijkwijzer dus kunnen motiveren. Mogelijk zal hij zelf ook observatiepunten toevoegen aan de kijkwijzer vanuit de gestelde praktijkdoelen Praktijkplein Het Praktijkplein is een virtuele applicatie voor de praktijk. Het Praktijkplein maakt onderdeel uit van het Leernetwerk Educatie (LNE). Voor het inventariseren van het aanbod van praktijkplaatsen en de vraag van studenten, maakt het praktijkbureau gebruik van het Praktijkplein. Een praktijkschool kan op het Praktijkplein: contactgegevens en praktijkplaatsen in overleg met het praktijkbureau beheren; een schoolprofiel aanmaken: Om wat voor school gaat het? Wat is de cultuur binnen de school? Wat zijn de sterke kanten van de school? Wat is de voorkeur van de school bij de plaatsing van derdejaars studenten voor de keuzeminors?; documenten raadplegen over het praktijkleren (o.a. kijkwijzers en de nieuwsbrief); vacatures doorgeven, ook voor lio - plaatsen (afstudeerpraktijk); werken met kenmerkende beroepssituaties; nagaan welke praktijkeisen worden gesteld aan een differentiatieminor. Een student kan op het Praktijkplein: contactgegevens invullen en praktijkwensen kenbaar maken; (lio-)vacatures bekijken; zien welke praktijkplaats hij toegewezen heeft gekregen; contactgegevens vinden over de praktijkschool waar hij geplaatst is; documenten raadplegen over het praktijkleren (o.a. kijkwijzers en de nieuwsbrief). 10

11 2 Fase 1 Beroepsgeschikt Jaar 1 Semester/praktijkgroep 1/midden- bovenbouw 2/onderbouw Periode Praktijkdagen voltijd* Praktijkdagen deeltijd* *het aantal praktijkdagen is het minimum aantal 2.1 Opbouw praktijkleren in fase 1 Fase 1 is de propedeutische fase. Hierin oriënteert de student zich op het beroep van leerkracht. Hierbij staat een aantal vragen centraal: Wat houdt het beroep in? Wil ik leerkracht worden en kan ik leerkracht worden? De propedeuse is verdeeld in twee semesters. Elk semester omvat twee periodes. In elke periode staat een bepaald thema centraal, zoals bijvoorbeeld Beelden van onderwijs of Pedagogisch handelen. De student ontvangt per periode een studiehandleiding voor het thema, waarin uiteengezet wordt wat de student in de periode gaat onderzoeken, zowel op de opleiding als in de praktijk. Daarnaast wordt er vanuit de vakkenlijn aandacht besteed aan allerlei praktijksituaties. Studenten krijgen daar ook praktijksuggesties en soms praktijkopdrachten aangeboden. De student start het eerste semester in de midden- en bovenbouw van de basisschool. In deze periode oriënteert de student zich op het beroep van leerkracht, doet hij ervaring op met verschillende onderwijsactiviteiten en geeft hij zijn eerste lessen voor de verschillende vak- en vormingsgebieden. Met andere woorden hij ontwikkelt basisvaardigheden in het verzorgen van onderwijs aan kinderen in de midden- en bovenbouw. In het tweede semester wordt de aandacht verlegd naar het lesgeven in de onderbouw, waarbij het inrichten van een rijke leeromgeving en het observeren van (verschillen tussen) leerlingen belangrijk worden. Er ontstaat dan een meer gedifferentieerde kijk op het lesgeven. 2.2 Beoordeling Van belang is dat de student in het eerste jaar zicht krijgt op belangrijke beroepstaken en op zijn eigen functioneren daarin. Aan het einde van het jaar dient vastgesteld te worden of de ingeslagen weg voor de student de juiste is. De stem van de mentor over het functioneren van de student (ontwikkeling van competenties) is om die reden uiterst belangrijk. De beoordeling van de mentor weegt zwaar mee bij de vaststelling of de student al dan niet verder kan/wil. Dit geldt ook alleszins voor de beoordeling van periode 4, die doorslaggevend is of de student zijn studie op de Pabo kan voortzetten. 2.3 Praktijkactiviteiten in fase 1 De student verzorgt lesactiviteiten en verricht praktijkonderzoek. De daarvoor ontwikkelde onderzoekslijn, die in elk thema terugkeert, stelt studenten in staat om met gerichte vragen en interesse naar de werkelijkheid van elke schooldag te kijken. De activiteiten die door een student kunnen worden uitgevoerd, dienen aangepast te worden aan diens actuele ontwikkeling op basis van de evaluaties van eerdere activiteiten. De student dient bij zijn lesactiviteiten aan de volgende praktijkvoorwaarden te voldoen: 1. in het eerste jaar loopt het aantal te geven lesactiviteiten aan de hele groep op van twee naar vier per dag, waarbij vanaf periode 1.2 ook minstens twee lessen achter elkaar worden gegeven inclusief de overgang; 2. voor elke les vult de student een lesvoorbereidingsformulier in en reflecteert op zijn eigen onderwijsgedrag (zie bijlage 2a); 3. het lesvoorbereidingsformulier (bijlage 2a) wordt voor aanvang van de les aan de mentor overhandigd; 4. in het dagjournaal (zie bijlage 2c) beschrijft de student per dag alle onderwijs- en lesactiviteiten; 5. de ingevulde kijkwijzers (kijkwijzer voorlezen en vertellen in iedere periode, kbs kijkwijzers in periode 2, 3 en 4 en kijkwijzer effectieve leerkrachtcommunicatie eveneens in per. 2, 3 en 4) 6. alle praktijkmaterialen worden in een praktijkmap gearchiveerd. De praktijkmap wordt iedere praktijkdag meegenomen naar de basisschool (zie voor inhoud 1.5). 11

12 Activiteiten in het eerste studiejaar Fase 1 Inhoud opleiding Praktijkactiviteiten Semester 1 Periode 1.1 Thema Beelden van onderwijs De student richt zich op het onderwijssysteem in Nederland, de belangrijkste godsdienstige stromingen en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het onderwijs. Daarnaast vindt een oriëntatie plaats op basisvaardigheden en beroepshouding waarmee een leerkracht toegerust is. Semester 1 Periode 1.2 Semester 2 Periode 1.3 Trainingen Vakken Algemene kennis en vaardigheden Thema Pedagogisch handelen Trainingen Vakken Algemene kennis en vaardigheden Thema Rijke leeromgeving Trainingen Vakken Algemene kennis en vaardigheden Lessen voorbereiden, observeren, rekenen/wiskunde, voorlezen/vertellen. Bij de laatste maakt de student gebruik van een kijkwijzer. Deze staan op de VPE. Kunstzinnige oriëntatie en wereldoriëntatie. De student zal de eerste dagen voornamelijk observeren hoe de mentor de lessen verzorgt en hoe de leerlingen werken. De mentor geeft de student tips en aandachtspunten. Het geheel overzien is moeilijk; verbanden zijn nog niet altijd even helder. Als voorbeeld: de introductie van lesonderwerpen; de manier van vragen stellen; de instructie; hoe motiveer ik leerlingen? Verder verzorgt de student zelf zijn eerste lesopdrachten: vertellen, voorlezen, een gedeelte van een les verzorgen, bijspringen tijdens momenten van verwerking, individuele hulp, gesprekjes met leerlingen etc. Wat is opvoeding nu eigenlijk? Wat is de pedagogische opdracht van de school / de leerkracht? Waarden en normen zijn overal en binnen de onderwijspraktijk kunnen we er niet omheen. Hoe pakken scholen en leerkrachten dit aan? Hoe begeleiden leerkrachten leerlingen? De student dient een aantal onderzoekstaken uit te werken, waarbij o.a. gebruik gemaakt wordt van observeren en interviewen, waarbij u gevraagd zult worden om aan het interview deel te nemen. Vanuit de praktijktrainingen op de opleiding werkt de student aan het voorbereiden van lessen, effectieve leerkrachtcommunicatie (kijkwijzer op LNE), het didactisch handelingsrepertoire (lesopening, groeperingsvormen, vragen stellen, etc.). Taal, rekenen/wiskunde, Engels, wereldoriëntatie, bordschrijven. De student dient inzicht te verkrijgen in het pedagogisch klimaat in de klas. Daarbij gaat het onder meer om regels in de school, in de klas; inrichting en uitrusting van het lokaal, handelingen van de leerkracht, etc. De mentor zal de student hierbij begeleiden en zo mogelijk sturen op daarvoor belangrijke items. De student verzorgt lessen en is behulpzaam bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. Het is moeilijk hiervoor een richtlijn aan te geven, maar aan het einde van periode 2 veronderstellen we dat een student twee lessen aaneengesloten kan verzorgen, met daarbij aandacht voor een soepele overgang van de ene naar de andere les. Wat zijn rijke leeromgevingen? De praktijkklas van de student is daarbij het onderzoeksobject. Welke verbanden zijn er tussen de visie van de school op onderwijs en de inrichting van de leeromgeving die leerlingen geboden wordt? De student staat stil bij verschillende vormen van leren die in onze tijd gewoon zijn. Lessen voorbereiden, thematisch werken, spel begeleiden. Wereldoriëntatie, kunstzinnige oriëntatie, levensbeschouwing, bordschrijven. Aan het eind van deze periode kan de student drie lessen voorbereiden en aaneengesloten uitvoeren, met aandacht voor een soepele overgang tussen de lessen. Semester 2 Periode 1.4 Thema Verschillen in de klas In periode 4 staan de verschillen tussen kinderen centraal. Binnen klassikaal onderwijs is de zorg voor individuele leerlingen belangrijk. De student beschrijft de praktijksituatie en kiest twee kinderen uit de groep die in deze periode extra goed gevolgd worden. Aan de hand van een vragenlijst werkt de student aan een portret van deze twee leerlingen. Daarnaast kiest de student een onderwerp dat verder uitgediept gaat worden. 12

13 Trainingen Vakken Algemene kennis en vaardigheden Observeren/registreren en interculturele communicatie. Bewegingsonderwijs, taal, ontwikkelingspsychologie, logopedie. Aan het einde van deze periode kan de student gedurende een aaneengesloten dagdeel onderwijs verzorgen. In alle periodes dient de student onder begeleiding van de mentor de vaardigheden en taken die het lesgeven raken, stapsgewijs uit te breiden. In periode 2, 3 en 4 laat de student zich minimaal een keer per periode observeren en begeleiden aan de hand van de kijkwijzer Effectieve leerkrachtcommunicatie. 2.4 Praktijkdagen De Opleiding Leraar Basisonderwijs heeft voor iedere periode een minimum aantal praktijkdagen vastgesteld: voor de voltijdstudent is dat minimum 10 dagen en voor de deeltijdstudent is het minimum 8 dagen (met uitzondering van periode 1). Op basis van de competentieontwikkeling van de student, kan het zijn dat de student meer moet oefenen en dat dus meer dagen noodzakelijk zijn. De voltijdstudent komt op een vaste dag in de week naar de basisschool en eenmaal per periode gedurende een hele praktijkweek. De praktijkdag van de deeltijdstudent wordt in overleg met de basisschool bepaald. Voor de deeltijd is er geen praktijkweek. Vaste praktijkdag voltijd Haarlem en Alkmaar: donderdag Hoofddorp: dinsdag 13

14 3 Fase 2 Professionaliseringsbekwaam Jaar 2 Jaar 3 Semester/praktijkgroep 3/ onderbouw 4/ midden- 5/ afstudeerrichting JK/OK bovenbouw Periode Praktijkdagen voltijd* Praktijkdagen deeltijd* *het aantal praktijkdagen is het minimum aantal 3.1 Opbouw praktijkleren in fase twee Dit is de fase waarin de student werkt naar het niveau van professionaliseringsbekwaam. In het reguliere (vierjarig)traject beslaat dit anderhalf jaar. In het vorige jaar heeft de student fase 1 (grotendeels) afgerond. Dat houdt in dat de student zijn propedeuse (bijna) heeft behaald en dat hij beroepsgeschikt is verklaard. In de laatste fase van de opleiding (fase 3) 1 werkt de student toe naar zijn startbekwaamheidsniveau en spelen leeftijdsspecialisatie en profilering een belangrijke rol. In het tweede studiejaar werkt de student vooral aan vraagstukken op gebied van betekenisvol en activerend onderwijs, waarbij zorgverbreding nog buiten beschouwing wordt gelaten. Zorgverbreding komt aan bod in het eerste semester van het derde studiejaar (semester 5). In dit semester werkt de student toe naar een volledige professionaliseringsbekwaamheid. Belangrijk is dat de student leert om (met de methode als rode draad) zelf onderwijs te ontwerpen dat voor de leerlingen betekenisvol is en dat ze aanzet tot actief leren. Aanvankelijk voert de student de taken nog onder begeleiding van de mentor uit, maar in de loop van het jaar verwachten we een toenemende zelfstandigheid van de student in het uitvoeren van zijn taken. In semester 5 ligt de focus op het omgaan met verschillen en zorgverbreding, waarbij we uitgaan van onderwerpen als: adaptief onderwijs, omgaan met verschillen - zowel in cognitief, sociaal als in cultureel opzicht - zorgbreedte en het voorkomen van uitvallers, pesten, kindermishandeling, werken met groepsplannen en handelingsgericht werken en ontwerpen. Hierbij is het de bedoeling dat ook vanuit de verschillende vakken de student hier aandacht aan besteedt. 3.2 Keuzes in het derde jaar In semester 5 loopt de student praktijk in de bouw die aansluit bij zijn afstudeerrichting jonge kind of oudere kind. Het is van belang dat de student zijn praktijk doet in de hele breedte van zijn afstudeerrichting. De student zal zijn praktijk in het derde en in het vierde jaar moeten verdelen over deze groepen. Wij stellen daarbij de volgende minimale verplichting voor de praktijk in beide afstudeerrichtingen: jonge kind praktijk in groep 1, 2 verplicht en groep 3 of 4 verplicht oudere kind praktijk in groep 5 of 6 verplicht en groep 7 of 8 verplicht. Vanwege het programma in de eerste helft van het jaar is het mogelijk dat een student zijn praktijk doet in het S(B)O. SBO is mogelijk in de eerste helft van jaar 3, SO is mogelijk wanneer men kiest voor de minor SBO in de tweede helft van jaar drie. S(B)O kan niet als afstudeerrichting worden gekozen. Vanaf het derde jaar verwachten we van de student dat hij een keuze maakt voor een denominatie: openbaar, katholiek of protestants-christelijk onderwijs 2. Om voor één van deze denominaties een certificaat te halen dient de student 75% van de praktijk in jaar 3 en 4 (voor katholiek en openbaar) op een school van zijn denominatie praktijk te lopen. Voor de denominatie protestants-christelijk onderwijs geldt dat 75% van de praktijk van de volledige studie in een protestants-christelijke school moet worden gepraktiseerd.. Een uitzondering kan gemaakt worden als de student in semester 5 kiest voor S(B)O. 1 In paragraaf 1.8 wordt verder ingegaan op de verschillende fasen. 2 Het diploma DCBO kan alleen op de locatie Hoofddorp worden behaald, de keuze voor DCBO moet al in het eerste jaar gemaakt zijn, 75% van het totaal aan praktijkdagen gedurende de gehele studie moet in een protestants-christelijke school worden gepraktiseerd. Voor het certificaatkatholiek onderwijs moet het onderwijs deels in Alkmaar worden gevolgd. 14

15 3.3 Praktijkactiviteiten in fase 2 De student verzorgt lesactiviteiten en verricht praktijkonderzoek. De daarvoor ontwikkelde onderzoekslijn, die in elk thema terugkeert, stelt studenten in staat om met gerichte vragen en interesse naar de werkelijkheid van elke schooldag te kijken. De activiteiten die door een student kunnen worden uitgevoerd, dienen aangepast te worden aan diens actuele ontwikkeling op basis van de evaluaties van eerdere activiteiten. De student dient bij zijn lesactiviteiten aan de volgende praktijkvoorwaarden te voldoen: 1. in het derde semester geeft de student vanaf de derde praktijkdag minimaal drie lesactiviteiten per dag aan de hele groep, waarbij de student zo snel mogelijk een dagdeel voor de groep staat; 2. aan het einde van het vierde semester verzorgt de student de hele dag het onderwijs, deze lijn wordt doorgetrokken naar semester vijf; 3. iedere praktijkdag zal er minimaal één kenmerkende beroepstaak uitgevoerd worden waarbij aan de hand van een kijkwijzer gericht gereflecteerd wordt; 4. In leerjaar 2 vult de student voor elke lesactiviteit een lesvoorbereidingsformulier in en reflecteert op zijn eigen onderwijsgedrag (zie bijlage 2a). In leerjaar 3 beschrijft de student alle onderwijs- en lesactiviteiten in een logboek (zie bijlage 2b en paragraaf 1.5); 5. het lesvoorbereidingsformulier wordt voor aanvang van de les aan de mentor overhandigd; 6. alle praktijkmaterialen worden in een praktijkmap gearchiveerd. De praktijkmap wordt iedere praktijkdag meegenomen naar de basisschool (zie voor inhoud 1.5). Activiteiten in fase 2 In onderstaand overzicht staan de thema s en activiteiten per semester aangegeven. Fase 2 Inhoud opleiding Praktijkactiviteiten Semester 3 Periode 2.1 Thema Onderwijs in ontwikkeling Onderzoek naar onderwijsvernieuwingen. De student verdiept zich verder in onderwijsvernieuwing en verbindt dit aan het creëren van een rijke leeromgeving of aan het omgaan met verschillen tussen kinderen Semester 3 Periode 2.2 Semester 4 Periode 2.3 Semester 4 Periode 2.4 Semester 5 Periode 3.1 Trainingen Vakken Thema Waardevol onderwijs Trainingen Vakken Trainingen Vakken Trainingen Vakken Thema Onderwijs op maat 1 adaptief onderwijs Trainingen Didactische werkvormen, de methode als bron bij betekenisvol onderwijs, zelfstandig werken aanleren en organiseren. Taal en rekenen/wiskunde De student onderzoekt hoe waardeontwikkeling bij kinderen verloopt en hoe je daar als leerkracht een bijdrage aan kunt leveren. In de praktijk onderzoekt hij hoe burgerschapsvorming op hun praktijkschool een plek krijgt Didactische werkvormen, morele dilemma s, actief en samenwerkend leren. Kunstzinnige oriëntatie en wereldoriëntatie Verhalend ontwerpen, zelfstandig werken aanleren en organiseren. Rekenen/wiskunde, taal, kunstzinnige oriëntatie en wereldoriëntatie Grip op de groep (groepsprocessen) Rekenen/wiskunde, Taal,(o.a. Engels) en wereldoriëntatie De focus ligt op het omgaan met verschillen en zorgverbreding, waarbij we uitgaan van onderwerpen als: adaptief onderwijs, omgaan met verschillen - zowel in cognitief, sociaal als in cultureel opzicht - zorgbreedte en het voorkomen van uitvallers, pesten, kindermishandeling, werken met groepsplannen en handelingsgericht werken en ontwerpen. Hierbij is het de bedoeling dat ook vanuit de verschillende vakken de student hier aandacht aan besteedt. Attribueren / faalangst, (hoog)begaafdheid, werken met 15

16 leerlingvolgsystemen. Vakken Taal, logopedie, rekenen en wiskunde, wereldoriëntatie, kunstzinnige vorming. Semester 5 Periode 3.2 Onderwijs op maat 2 - Zorg in en rond de school Trainingen Vakken De focus ligt op werken met het individuele kind en integrale leerlingenzorg. De student verdiept zich in achtergronden van zorgbehoeften van kinderen het ontwikkelen en werken met, handelingsplannen en kinderdagboek. De student onderzoekt de rol van de leerkracht binnen de zorgketen, zowel binnen als buiten de school. Pedagogische gesprekken met leerlingen, taakafstemming, interventies bij agressief gedrag. Taal, logopedie, rekenen en wiskunde, wereldoriëntatie, kunstzinnige vorming. In jaar 2 laat de student zich minimaal een keer per periode observeren en begeleiden aan de hand van de kijkwijzer Effectieve leerkrachtcommunicatie. 3.4 Beoordeling Halverwege jaar 3 sluit de student fase 2 (niveau professionaliseringsbekwaam) van zijn studie af. Nadat hij daarna een heel semester een keuzeprogramma heeft gevolgd in de vorm van differentiatieminors (bijlage 10), start hij in jaar 4 met de voorbereiding van zijn afrondende praktijk. Dit houdt in dat de student in semester 6 geen reguliere praktijk loopt. Tegelijkertijd wordt van hem verwacht dat hij bij de start van jaar 4 een hoge mate van zelfstandigheid beheerst bij het functioneren in de praktijk. Daarom is het van belang dat er eind fase 2 een scherpe beoordeling plaatsvindt van het functioneren in de praktijk van de student. De student die niet voldoet aan de gestelde criteria wordt in de gelegenheid gesteld om gedurende semester 6 aanvullende praktijk te lopen teneinde het vereiste niveau te bereiken. 3.5 Praktijkdagen De Opleiding Leraar Basisonderwijs heeft voor iedere periode een minimum aantal praktijkdagen vastgesteld: voor de voltijdstudent is dat minimum 10 dagen en voor de deeltijdstudent is het minimum 8 dagen in het tweede jaar. In het derde jaar zijn dat 15 dagen voor de voltijd student en 10 voor de deeltijd student. Op basis van de competentieontwikkeling van de student, kan het zijn dat hij meer moet oefenen en dat meer dagen gewenst zijn. De voltijdstudent komt op een vaste dag in de week naar de basisschool en eenmaal per periode gedurende een hele praktijkweek De praktijkdag van de deeltijdstudent wordt in overleg met de basisschool bepaald. Voor de deeltijd is er geen praktijkweek. De student maakt aan het begin van iedere periode voor de mentor een overzicht van de praktijkdagen. Daarbij draagt de student er zorg voor dat er in semester 5 van Pabo 3 minimaal een clustering van 2x2 of 1x3 dagen per periode van 10 weken is. Vaste praktijkdag(en) jaar 2 voltijd Haarlem en Alkmaar: donderdag Hoofddorp: dinsdag Vaste praktijkdag(en) jaar 3 voltijd Haarlem, Hoofddorp en Alkmaar: maandag en dinsdag 16

17 4 Fase 3 Startbekwaam Jaar 3 Jaar 4 Semester/praktijkgroep 6 7/ afstudeerrichting 8 jk/ok (geen SBO of SO) jk/ok (geen SBO of SO) Periode Praktijkdagen voltijd* Differentiatieminor** Praktijkdagen deeltijd* Differentiatieminor** * dit is het minimum aantal praktijkdagen ** student voert praktijkopdrachten uit gekoppeld aan de gekozen differentiatieminor. Daarnaast wordt de student geadviseerd om wekelijks een praktijkdag (gedeeltelijk) te verzorgen om zo voeling met de reguliere praktijk te houden. 4.1 Opbouw praktijkleren in fase 3 De student heeft fase twee (grotendeels) afgerond en kan bij de start van fase 3 de hele dag het onderwijs verzorgen, voor de gehele groep, in complexere situaties, rekening houdend met verschillen tussen kinderen. De student doet dit onder begeleiding op afstand, maar voert taken steeds meer zelfstandig uit. Er is sprake van een volledige taakuitvoering. Dit betekent dat hij een situatie niet alleen herkent, maar ook weet wat er moet gebeuren, hoe hij dat moet uitvoeren en hier ook naar handelt. Daarbij heeft de student al een keuze gemaakt voor het uitstroomprofiel jonge kind of oudere kind. Fase drie van de opleiding, waarbij de student toewerkt naar het niveau startbekwaam, bestrijkt anderhalf jaar (tweede helft jaar 3 en heel jaar 4), bij de vierjarige opleiding. Door de flexibiliteit van de opleiding zullen er altijd studenten zijn die voor- of achterlopen op de standaard programmering. Uiteraard kan de student precies vertellen in welke fase van de opleiding hij zit en wat er moet gebeuren. Praktijkactiviteiten De student verzorgt lesactiviteiten en verricht praktijkonderzoek. De student dient bij zijn lesactiviteiten aan de volgende praktijkvoorwaarden te voldoen: het POP wordt aan het begin van een periode aan de mentor overhandigd; de student verzorgt zo snel mogelijk de hele dag het onderwijs voor de hele groep; eind semester 7 kan de student de hele dag het onderwijs verzorgen, voor de gehele groep, in complexe situaties, rekening houdend met verschillen tussen kinderen. De student kan de taken zelfstandig uitvoeren; het logboek wordt bijgehouden; alle praktijkmaterialen worden in een praktijkmap gearchiveerd. De praktijkmap wordt iedere praktijkdag meegenomen naar de basisschool (zie voor inhoud 1.5). Tweede helft jaar 3 In semester 6 start de student met zijn keuze minors, waarmee hij zijn eigen beroepsprofiel invulling kan geven. Een minor is een onderwijsblok van één periode waarbij de student zich verdiept in een door hem gekozen onderwerp. Door deze keuze heeft de student de mogelijkheid om zijn talenten verder te ontwikkelen en kan hij zichzelf met een unieke set competenties op de arbeidsmarkt positioneren. Ook wordt hiermee aan de vraag in het basisonderwijs naar meer specialisatie voldaan. Door zich te specialiseren is de student straks in staat een grotere bijdrage te leveren aan schoolontwikkeling en innovatie. Naast een inhoudelijke component, bevat een minor ook een onderzoekscomponent, ter voorbereiding op het afstudeeronderzoek. De student moet twee minors kiezen van 15 credits of één minor van 30 credits. Dit betekent voor de praktijk dat de student tenminste 1 dag in de week aanwezig is op de praktijkschool, waar hij zal werken aan het uitvoeren van zijn onderzoek en andere aan de minor gebonden activiteiten, wat niet betekent dat de student ook daadwerkelijk lessen verzorgt. Door de grote variatie in minors is moeilijk aan te geven waaruit het onderzoek zal bestaan. Daarom is er voor elke minor een studiehandleiding waarin de specifieke onderzoekscomponent wordt beschreven. De student zal deze bij aanvang van zijn minor aan de praktijkschool overhandigen. De minordocent draagt zorg voor deze 17

18 studiehandleiding. Om wederzijdse verwachtingen helder te krijgen is het belangrijk dat student en praktijkschool van te voren bespreken uit welke opdrachten een minor bestaat. In bijlage 11 staat een overzicht van de minorprofilering en welke minors hier binnen vallen. Alle studenten worden in de tweede helft van het derde jaar er nadrukkelijk toe aangezet om wekelijks een (gedeeltelijke) praktijkdag te verzorgen. Dit om ervaring in de praktijk vast te houden. De studenten worden in de tweede helft van het derde jaar niet bezocht in de praktijk. Voorbereiding afrondende praktijk Vanaf jaar 4 start de student op de school waar hij ook zijn afrondende praktijk doet. Hij werkt toe naar zijn groenlicht-assessment. Wanneer de uitslag positief is, kan hij beginnen aan de afrondende praktijk in de tweede helft van het vierde jaar. Binnen de opleiding houdt de student zich bezig met vraagstukken op gebied van schoolorganisatie, visie en ontwikkeling, specialiseert hij zich verder in het jonge of oudere kind en zal hij vormgeven aan zijn levensbeschouwelijke en professionele identiteit. Sollicitatie De student moet om een plek voor zijn afrondende praktijk of lio- stage te verwerven, schriftelijk solliciteren bij een school en daar een sollicitatiegesprek voeren. Dit geldt ook als er al afspraken zijn gemaakt tussen de basisschool en studenten of met een van onze instellingen. De vacatures kan de student in VPE vinden. In het gesprek zal ook de onderzoeksvraag ter sprake komen die de student als onderwerp voor zijn afstudeeronderzoek heeft gekozen. Afrondende praktijk Het doel van de tweede helft van jaar 4 is dat de student zich verder ontwikkelt tot startbekwame leerkracht. Uiteindelijk laat hij zien dat hij in staat is tot actieve deelname aan alles wat er bij het complexe beroep van leraar hoort: vergaderingen, leerling-besprekingen, commissiewerk, ouderavonden, huisbezoeken, feesten e.d. Van de student wordt verwacht dat hij functioneert als volwaardig teamlid van de school. In opleidingstermen betekent dit dat hij de geformuleerde competenties op startbekwaamheidsniveau beheerst. De kenmerkende beroepssituaties in de categorie A t/m D en het persoonlijk ontwikkelingsplan van de student vormen de belangrijkste leidraad voor de activiteiten in de praktijk, voor de groep. De student is verantwoordelijk voor zijn eigen groep, voor hele dagen onderwijs in grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Kortom: complexe en volledige taken. De kbs en die vallen in de categorie E, F en G (zie bijlage 1) spelen vooral buiten de klas een grote rol in de afstudeerfase. Afstudeeronderzoek De student doet in deze laatste fase van de opleiding ook zijn afstudeeronderzoek. Onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan de continue professionalisering van de leraar en zijn beroep. Praktijkgericht onderzoek heeft de intentie dat leraren door een meer systematische wijze van verzamelen, analyseren en interpreteren van hun praktijkvragen of knelpunten, inzicht krijgen in hun huidige handelen. Deze verworven inzichten kunnen dan via verbeteracties ingezet worden in hun gewenste, nieuwe handelen. Doel is het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs in het algemeen en het eigen professioneel denken en handelen daarbinnen. Het onderwerp van onderzoek komt in samenspraak met de praktijkschool tot stand en moet van toegevoegde waarde zijn voor de opdrachtgever. Het gaat over een reëel vraagstuk uit de praktijk. Welk vraagstuk de student kiest, komt in samenspraak met de opdrachtgever tot stand. Indien de student zijn afstudeeronderzoek doet bij een Afstudeerkring is het mogelijk dat de onderwerpkeuze niet in samenspraak met de praktijkschool tot stand gekomen is. De student voert zijn onderzoekstaken uit op dagen naast de vaste praktijkdagen. 18

19 4.2 Praktijkactiviteiten in fase 3 Fase Onderwerp Praktijkactiviteiten Semester 6 Keuze minors Periode 3.3 en 3.4 Semester 7 Voorbereiding groenlichtassessment Periode 4.1 en 4.2 Afhankelijk van keuze student. Zie bijlage 11. Advies om wekelijks een reguliere praktijkdag uit te voeren. Thema Schoolorganisatie en ontwikkeling Verdieping JK of OK Voor uitvoering onderzoeksopdracht, evt. aangevuld met extra praktijkeisen vanuit de minor of vanuit gewenst ontwikkelingperspectief van de student. Onderzoek naar de schoolorganisatie en naar de eigen onderwijskundige visie, zowel op individueel niveau als op schoolniveau. Onderwijsactiviteiten passend bij de specialisatie JK/OK, in grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid uitgevoerd. (Kbs en uit de categorie A t/m D) Project jonge/oudere kind Verdieping levensbeschouwelijke en professionele identiteit Uitvoering van een schoolproject binnen de school. Onderzoek naar de levensbeschouwelijke identiteit en praktijk van de school. Semester 8 Afstuderen Periode 4.3 en 4.4 Afstudeeronderzoek: schrijven onderzoeksplan Afrondende praktijk: Portfolioassessment en afstudeeronderzoek Komen tot onderzoeksvoorstel en plan van aanpak i.s.m. praktijkschool. Het is ook mogelijk dat de student vanuit een afstudeerkring wordt aangestuurd en dat zijn onderwerpkeuze van daaruit wordt bepaald. Onderwijsactiviteiten passend bij de specialisatie JK/OK, in volledige zelfstandigheid en verantwoordelijkheid uitgevoerd (kbs en uit de categorie A t/m D), in samenwerking met collega (begeleider) en in schoolteamverband (kbs en uit de categorie E, F en G). 4.3 Praktijkdagen Op basis van de competentieontwikkeling van de student kan het zijn dat de student meer dagen dan het minimum aantal praktijk loopt. In de voltijd staat de student in semester 7 minimaal 15 dagen per periode voor de klas, in de deeltijd minimaal 10 dagen per periode. In semester 8 staat de voltijd student minimaal 25 dagen per periode voor de klas, in de deeltijd minimaal 15 dagen per periode. Daarbij draagt de deeltijdstudent er zorg voor dat er in semester 7 en 8 minimaal een clustering is van 2x2 of 1x3 dagen per periode van 10 weken. In het vierde jaar hebben voltijd studenten in semester 8 een afrondende praktijk (onbetaald). Ze zijn dan 80 dagen aanwezig op de praktijkschool waarvan 50 dagen voor de klas). Wanneer de studenten als afrondende praktijk een lio-praktijk doen, waarbij sprake is van een leerwerkcontract (betaald) dan zijn zij 100 dagen op de praktijkschool aanwezig waarvan 60 dagen voor de klas. De praktijkdagen voor de lio kunnen eventueel over het hele vierde jaar verspreid worden. Praktijkdagen voltijd Semester 7: maandag en dinsdag en de praktijkweek Semester 8: maandag, dinsdag en woensdag en de praktijkweek Deeltijd studenten bepalen hun praktijkdagen in overleg met de praktijkschool. 19

20 Competentie 7 Competente 6 Competentie 5 Competenties 1, 2, 3, 4 Bijlage 1a - Kenmerkende beroepssituaties (kbs) (A t/m G) met kenmerkende beroepstaken A. Omgaan met een groep Fase A1 Vriendelijk leiding geven aan een groep 1,2,3 A2 Begeleiden van (kleine) groepen 1,2,3 A3 Het realiseren van een veilig leef- en werkklimaat 1,2,3 B. Verzorgen van lessen: voorbereiden, uitvoeren en evalueren B1 Leerproces voorbereiden 1,2,3 B2 Introductie verzorgen 1,2,3 B3 Instructie geven 1,2,3 B4 Verschillende werkvormen hanteren 1,2,3 B5 Begeleiden van het leerproces 1,2,3 B6 Evalueren van het leerproces 1,2,3 B7 Toetsen van het leerproces 1,2,3 B 1-7 Specifiek / geïntegreerd vakinhoudelijk en didactisch handelen 1,2,3 B 1-7 Werken met nieuwe media 1,2,3 C. Gesprekken met leerlingen C1 Gesprekken voeren met leerlingen 1,2,3 D. Omgaan met verschillen D1 Omgaan met verschillen in cultuur, sekse, waarden en normen 2,3 D2 Omgaan met verschillen in taal, leerstijl, motivatie en leertempo 2,3 E. Samenwerken met collega s en werken in een organisatie E1 Participeren in overlegvormen 3 E2 Samenwerken in taakgerichte teams 2,3 E3 Een bijdrage leveren aan de schoolontwikkeling 3 E4 Participeren in de zorgstructuur van de school 2,3 F. Samenwerken met ouders en instanties F1 Gesprekken voeren met ouders 3 F2 Contacten onderhouden met externen 3 F3 Bijdrage leveren aan informatie- en/of ouderavonden 3 G. Onderzoek en ontwikkeling van eigen opvattingen en competenties G1 Reflecteren op eigen handelen 1,2,3 G2 Communiceren over eigen en collegiaal handelen 1,2,3 G3 Beroepshouding expliciteren 1,2,3 In de kolom fase wordt aangegeven welke kenmerkende beroepssituaties in welke fase geoefend worden. De categorieën A, B, C en G worden vanaf de start van de opleiding geoefend, maar zullen door de fasen heen in complexiteit toenemen. 20

21 Uitvoerder van onderwijs Ontwerper van onderwijs Onderzoeker in de praktijk Teamlid en begeleider Lerende professional Bijlage 1b- Relatie tussen rollen en kenmerkende beroepssituaties Bijlage 1bG3 beroepshouding expliciteren X Rollen Kenmerkende beroepssituaties A Omgaan met een groep A1 Vriendelijk leiding geven aan een groep A2 Begeleiden van (kleine) groepen A3 Realiseren van een veilig leef- en werkklimaat B Verzorgen van lessen: voorbereiden, uitvoeren en evalueren B1 Leerproces voorbereiden X X X B2 Introductie verzorgen X B3 Instructie geven X B4 Verschillende werkvormen hanteren X X B5 Begeleiden van het leerproces X B6 Evalueren van het leerproces X X X B7 Toetsen van het leerproces X B1 t/m B7 Specifiek/geïntegreerd vakinhoudelijk en didactisch X X handelen B1 t/m B7 werken met nieuwe media X X X C Gesprekken met leerlingen C1 Gesprekken voeren met leerlingen D Omgaan met verschillen D1 Omgaan met verschillen in cultuur, sekse, waarden en normen X D2 Omgaan met verschillen in taal, leerstijl, motivatie en leertempo X X E Samenwerken met collega's en werken in een organisatie E1 Participeren in overlegvormen X X E2 samenwerken in taakgerichte teams X X X X E3 Een bijdrage leveren aan de schoolontwikkeling X X X X E4 Participeren in de zorgstructuur van de school X F Samenwerken met ouders en instanties F1 Gesprekken voeren met ouders X F2 Contacten onderhouden met externen X X X F3 Bijdrage leveren aan informatieavonden en/of ouderavonden X G Onderzoek en ontwikkeling van eigen opvattingen en competenties G1 Reflecteren op eigen handelen X G2 Communiceren over eigen en collegiaal handelen X X G3 beroepshouding expliciteren X X X X X

22 Bijlage 2a Lesvoorbereidingsformulier Zie voor een toelichting op dit formulier het praktijkhandboek Leren op de Werkplek Gegevens Praktijkschool Gegevens Student Praktijkschool Datum Plaats Naam mentor Praktijkgroep Aantal kinderen Naam student Naam SLB er Klas Postvak Naam Contactdocent of praktijkopleider Gegevens praktijkopdracht Beschrijving praktijkopdracht Paraaf mentor EIGEN LEERDOELEN Wat wil je leren door het uitvoeren van deze activiteit? Welke kbs en zijn in deze les/activiteit aan de orde? Welke kijkwijzer zet ik in bij de observatie van deze kbs? BEGINSITUATIE Wat weten de kinderen al over dit onderwerp? Op welke manier sluit het onderwerp aan bij hun interesse? Algemene doelen (aan welke brede ontwikkeling draagt deze activiteit/les bij?) Lesdoelen (wat moeten de kinderen na deze lessen kennen/kunnen?) De organisatie 22

23 DE LES ORIENTATIEFASE In deze fase komen veelal drie onderdelen aan de orde: Introduceren Informeren Instrueren Wat doe ik? Wat doen de kinderen? tijd UITVOERINGSFASE In deze fase komen veelal twee onderdelen aan de orde: Observeren Begeleiden Wat doe ik? Wat doen de kinderen? AFSLUITINGSFASE In deze fase komen veelal twee onderdelen aan de orde: Afronden Nabespreken Wat doe ik? Wat doen de kinderen? BEGELEIDING BRONVERMELDING ZELFEVALUATIE Vul deze in na de les. Zie praktijkhandboek Leren op de Werkplek 8.4 Wat waren je persoonlijke leerdoelen? Noem drie punten waarover je tevreden bent: Noem drie punten die je de volgende keer beter/anders wil doen: In hoeverre heb je je eigen leerdoelen bereikt? 23

24 Bijlage 2b Logboekformulier voor jaar 3 en 4 LOGBOEK Van Periode: Groep: Datum: Contactdocent of praktijkopleider Mentor: SLB er: Praktijkschool: Aantal leerlingen: Doelen Doelen uit POP Doelen voor vandaag (omschrijf ze in concreet gedrag: wat ga je precies doen en wat is het resultaat dat je beoogt?) Welke kbs ( en) staat/staan centraal? En op welke elementen daaruit richt je je vanuit de doelen die je hebt gesteld voor vandaag? Logboek Aanbod en planning: Doelen les 1 (omschrijf ze in concreet gedrag: wat ga je precies doen en wat is het resultaat dat je beoogt?) Verslag en reflectie: Doelen les 2 (omschrijf ze in concreet gedrag: wat ga je precies doen en wat is het resultaat dat je beoogt?) 24

25 Toelichting bij het logboek (voor jaar 3 en 4) Tijdens de eerste jaren van je opleiding leer je je lessen uitgebreid voorbereiden op een LVF. In deze fase van je opleiding ga je gebruik maken van een logboek. Je planning van (methode) lessen kan nu iets minder gedetailleerd. Een lesvoorbereidingsformulier wordt nog steeds gebruikt als het een gecompliceerde les is of als de mentor/contactdocent/praktijkopleider hierom verzoekt (zie bijlage 2b). Zowel bij het planningsdeel (aanbod) als het reflectiedeel van het logboek horen vragen die je denken sturen en die in het logboek beantwoord worden. Dat zijn de volgende vragen: Voor het planningsdeel 1. Welke activiteit/les? Vakgebied van de les met het boek, bladzijden, oefeningen of taken die gebruikt worden. Het lesdoel (algemene doelen en vakgerichte doelen) voor de kinderen. Leerdoel voor de student en kbs. 2. Met wie? Voor iedereen hetzelfde aanbod? Niveaugroepen? Vrije keuze of alles verplicht? 3. Hoe doe ik dat? Wat is mijn rol? Geef ik instructie, informatie of laat ik ze eerst experimenteren? Hoe ga ik visualiseren? Welke vragen stel ik? Hoe lok ik nieuwsgierigheid uit? Welke didactische werkvormen ga ik gebruiken? Hoe ga ik begeleiden? Hoe wil ik ondersteuning bieden? Hoe wil ik de activiteit afronden? 4. Waar wil je speciaal op letten? Specifiek(e) kind(eren), een speciale ontwikkeling van een kind, een specifieke ontwikkeling van jezelf als leerkracht, een leeraspect n.a.v. eerdere lessen e.d. Voor het reflectiedeel 1. Hoe was de betekenis van de activiteit? Was het voor de kinderen betekenisvol? Was er belangstelling, initiatief, betrokkenheid, haakte er iemand af, was er actieve deelname? 2. Hoe was de kwaliteit van de activiteit? Wat is er gebeurd? Vond de gewenste ontwikkeling plaats? Waar was je tevreden over? Wat vond je hierin belangrijk? Doelen behaald? 3. Hoe verliep jouw rol? Wat wilde ik en wat wilden de kinderen? Wat voelde ik en wat voelden de kinderen? Wat dacht ik en wat dachten de kinderen? Waar was je tevreden over en wat zou je de volgende keer anders doen? 4. Tot welke voornemens of leerwensen leidt dit? Wat wil ik vasthouden uit deze les en wat wil ik verbeteren? Wat wil ik bereiken? Waar wil ik op letten? Wat wil ik uitproberen? Wat moet de volgende keer nog herhaald worden? Welke kinderen hebben nog re-teaching nodig? 25

26 Bijlage 2c Dagjournaal (jaar 1 en 2) (Studenten nemen de dagjournaals op in hun praktijkmap) Student: Praktijkschool: Groep: Aantal kinderen Mentor: Datum: Tijd Beschrijving van alle onderwijs- en lesactiviteiten per dag S / M KBS S = M = uitgevoerd door student uitgevoerd door mentor (observatie-/analyseopdracht) KBS = Kenmerkende beroepssituatie 26

27 Bijlage 2d: Praktijkplan voor jaar 1 en 2 Periode.. t/m.. Persoonlijke doelen voor deze periode (op basis van afgelopen periode) Welke eisen zijn er vanuit de opleiding? (denk aan : lessen, observaties, onderzoek, opdrachten etc.) 27

28 Wat doe ik in deze periode en wanneer? Lessen, activiteiten, opdrachten Pabo, vergaderingen, observaties etc. Praktijkdagen (Les) activiteiten Doelen/kbs en Dag 1 dd Dag 2 dd Dag 3 dd Dag 4 dd Dag 5 dd Dag 6 dd Dag 7 dd Dag 8 dd Dag 9 dd Dag 10 dd Dag 11 dd 28

29 Bijlage 2e ; lesbeoordelingsformulier voor mentor/contactdocent/praktijkopleider Student: Mentor: Jaargroep: Groep: Aantal leerlingen: Contactdocent/praktijkopleider: SLB-docent Vak: Praktijkschool: Datum: Onderwerp: Beoordeling van de les Lesplanning (het lesvoorbereidingsformulier) Lesverloop ( de gegeven les) 29

30 Welke leervragen en aandachtspunten had de student voor deze les/ activiteit en hoe is daaraan gewerkt (beoordeling)? Lesplanning G RV V Z O Lesverloop G RV V Z O Hoe gewerkt aan aandachtspunten/ G RV V Z O competenties Eindoordeel G V O Samenvatting van gemaakte afspraken Ruimte voor opmerkingen 30

31 Bijlage 3 - Beoordelingsformulieren fase 1 Toelichting bij de beoordelingsformulieren Na periode 1 worden alleen de praktijkvoorwaarden beoordeeld, zoals het nakomen van afspraken en het nemen van initiatief. In periode 1.2, 1.3 en 1.4 vindt er een uitgebreide beoordeling plaats op basis van de zeven competenties. Het gaat hierbij om de competentieontwikkeling van de student op het niveau beroepsgeschikt. Dit betekent dat de student door het uitvoeren van gerichte beroepstaken zich zodanig ontwikkelt dat hij aan het einde van het eerste jaar de competenties op dit niveau beheerst. Het is dus goed mogelijk dat de student in periode 1.3 een aantal indicatoren nog niet heeft getoond of nog onvoldoende beheerst. De student kan in periode 1.4 deze punten nog ontwikkelen door gerichte beroepstaken uit te voeren. Aan het eind van periode 1.4 wordt de balans opgemaakt en moet de student aantonen dat hij over de competenties op niveau beroepsgeschikt beschikt. Aan het einde van periode 1.1 De student is nu een aantal dagen aanwezig geweest. De mentor heeft een beperkte indruk kunnen krijgen van het functioneren van deze student. De beoordeling die we van de mentor vragen is een weerslag van deze indruk en wordt weergegeven in een voldoende of onvoldoende. De mentor vult beoordelingsformulier praktijk 1 in. Aan het einde van deze periode verwachten wij van de student dat hij actief contact gemaakt heeft met individuele leerlingen en met de groep. De student toont initiatief en biedt hulp bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. De student kan onderwijsactiviteiten verzorgen voor kleine groepen. De student is in staat voor te lezen en verhalen te vertellen aan de hele groep. De student kan de lessen uitvoeren in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding. Aan het einde van periode 1.2, 1.3 en 1.4 De student vult het beoordelingsformulier t.b.v. Praktijk 2, 3 of 4 in ter voorbereiding op het gesprek met de mentor over de praktijkbeoordeling. De mentor vult het beoordelingsformulier voor praktijk 2, 3 of 4 in en bespreekt het ingevulde formulier met de student. Aan het einde van periode 1.2 verwachten wij van de student dat hij in staat is om minstens twee lessen achter elkaar te geven en de overgang te verzorgen. Hij maakt gebruik van de methode en kan daarbij veranderingen aanbrengen die aansluiten bij het niveau en de situatie van de groep. De student verzorgt minstens vier onderwijsactiviteiten per dag. De student is in staat de lessen volgens het lesvoorbereidingsformulier voor te bereiden. De student kan de lessen uitvoeren voor de gehele groep in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding. Aan het einde van periode 1.3 kan de student minstens drie lessen ontwerpen en aaneengesloten uitvoeren voor een hele groep. De student heeft het propedeusejaar nog niet afgerond. Dat houdt in dat hij voldoende kan presteren, zonder dat hij op alle onderdelen in categorie voldoende aanwezig scoort. De student levert een bijdrage aan de inrichting van een uitdagende leer- en werkomgeving. De student is in staat om de lesactiviteiten, op basis van kennis over basisbehoeften en ontwikkelingsprocessen, aan te passen aan de leerlingen. De student verzorgt deze lessen voor een hele groep in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding. Aan het einde van periode 1.4 kan de student onderwijs verzorgen gedurende één aaneengesloten dagdeel. De student doet dit voor een hele groep in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding. 31

32 Beoordelingsformulier fase 1 (propedeuse), praktijk 1 Studiejaar Studentgegevens Naam Student Studentnummer Klas adres Contactdocent of praktijkopleider adres Slb er adres Telefoon Gegevens Praktijkschool Naam Praktijkschool Groep Adres Plaats Telefoonnummer Mentor adres Telefoon Aan het einde van periode 1 is de student is een minimum aantal dagen aanwezig geweest (7 dagen voor de voltijd, 5 dagen voor de deeltijd). De mentor heeft een beperkte indruk kunnen krijgen van het functioneren van deze student. De beoordeling die we van de mentor vragen is een weerslag van deze indruk. De student heeft voldaan / niet voldaan aan het minimum aantal praktijkdagen. ( 7 dagen voor de voltijd, 5 dagen voor de deeltijd). De student heeft voor zijn functioneren in de praktijk de volgende beoordeling gekregen: 0 onvoldoende 0 voldoende Datum: Handtekening mentor: Handtekening student: Handtekening contactdocent of praktijkopleider: Dit formulier wordt opgeslagen in het studentdossier van de Pabo; de student bewaart een kopie in het bekwaamheidsdossier en de praktijkmap. 32

33 Praktijk 1 Indicatoren Goed Zwak Voldoende Onvoldoende De student toont enthousiasme en betrokkenheid in de omgang met leerlingen en de groep. De student reageert op alle leerlingen en waardeert de inbreng van leerlingen. De student toont initiatief en biedt hulp bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. De student ondersteunt en begeleidt de leerlingen bij het uitvoeren van afgebakende taken. De student gaat planmatig te werk bij het organiseren van zijn praktijkactiviteiten. - Vult de student elke dag een dagjournaal in? - Worden alle onderwijsactiviteiten schriftelijk goed voorbereid? - Wat is de kwaliteit van de praktijkmap? De student toont betrokkenheid in de samenwerking met de mentor. De student stelt zich begeleidbaar op in praktijkleersituaties. De student komt de gemaakte afspraken na. De student drukt zich schriftelijk en mondeling goed en grammaticaal correct uit. Toelichting en aanvullende opmerkingen: 33

34 Beoordelingsformulier t.b.v. praktijk 2, 3 of 4 [fase 1 Propedeuse] Studiejaar Praktijkperiode: 1.2, 1.3 en 1.4 (omcirkel de juiste periode) OWE nr.: 6 / 11 / 16 * Studentgegevens Naam Student Studentnummer Klas adres Contactdocent of praktijkopleider adres Slb er adres Telefoon Cijfer: Gegevens Praktijkschool Naam Praktijkschool Groep Adres Plaats Telefoonnummer Mentor adres Telefoon De student heeft voor zijn functioneren in de praktijk de volgende beoordeling gekregen (de student krijgt een beoordeling met een heel cijfer, vooral een 5,5 is absoluut onaanvaardbaar als beoordeling): 0 goed 8 of 9 0 voldoende 6 of 7 0 zwak 5 0 onvoldoende 4 Cijfer bovenaan blad invullen!!! De student heeft.. dagen praktijk gelopen. De student heeft voldaan / niet voldaan aan de praktijkvoorwaarden (zie ommezijde). Datum: Handtekening mentor: Handtekening student: Handtekening contactdocent of praktijkopleider: Dit formulier wordt opgeslagen in het studentdossier van de Pabo; de student bewaart een kopie in zijn praktijkmap en in zijn bekwaamheidsdossier. * per.1.2 = OwE6, per.1.3 = OwE11, per.1.4 = OwE16 34

35 Praktijk 2, 3 of 4 [fase 1 Propedeuse] Lees a.u.b. voor het invullen eerst de korte toelichting bij de beoordelingsformulieren. Praktijkvoorwaarden Voldaan Niet voldaan De student heeft voldoende praktijkdagen gelopen (10 voor de voltijd, 8 voor de deeltijd). De student heeft voldoende initiatief getoond en hulp geboden bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. De student heeft twee (begin leerjaar) tot vier lesactiviteiten (einde leerjaar) per dag gegeven. - De uitgevoerde praktijkactiviteiten waren uitdagend en passend bij het ontwikkelingsniveau van de student (gericht op ontwikkeling). De student heeft planmatig gewerkt bij het organiseren van zijn praktijkactiviteiten. - De student heeft elke dag een dagjournaal ingevuld. - De student heeft voor elke lesactiviteit een lesvoorbereidingsformulier ingevuld. - De student heeft gericht gewerkt aan kenmerkende beroepstaken (herhaling, variatie, verbreding). - De student heeft zijn praktijkmap overzichtelijk geordend. De student stelt zich begeleidbaar op in praktijkleersituaties. De student komt de gemaakte afspraken na. Overige opmerkingen: - Hoe reageren de leerlingen op de student? Wanneer niet voldaan is aan bovenstaande voorwaarden, kan er geen voldoende worden gegeven voor de praktijk. Indien bepaalde gedragsindicatoren van de hierna beschreven competenties in deze praktijkperiode niet aan de orde zijn geweest, vult u dan n.v.t. in bij die betreffende gedragsindicator. 35

36 Competentie 1: Interpersoonlijk competent Het vermogen te zorgen voor een prettig leef- en werkklimaat in de groep,zodat leerlingen goed met elkaar omgaan en samenwerken. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond toont enthousiasme in de omgang met leerlingen en groep maakt effectief contact met leerlingen en de groep is door zijn taalgebruik begrijpelijk voor alle leerlingen bevordert communicatie door luisteren en samenvatten hanteert verbale en non-verbale communicatietechnieken ziet wat er gebeurt in de groep en kan dat benoemen is zich bewust van het effect van eigen gedrag op de groep herkent ongewenst gedrag en maakt dat bespreekbaar (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 2: Pedagogisch competent Het vermogen te zorgen voor een bemoedigend, veilig en uitdagend klimaat in de groep,,zodat elke leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond is als persoon aanwezig en toont vertrouwen in de leerlingen hanteert taalgebruik dat voor elke leerling begrijpelijk is is bereikbaar en waardeert eigen inbreng van elke leerling versterkt het geloof in eigen kunnen bij elke leerling onderkent kenmerkende verschillen tussen leerlingen heeft een beeld van het sociale klimaat in een groep verwoordt eigen opvattingen, normen en waarden (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 36

37 Competentie 3: Vakinhoudelijk en didactisch competent Het vermogen te zorgen voor een krachtige leeromgeving voor leerlingen, zowel voor afzonderlijke vakken als voorvormen van vakoverschrijdend onderwijs, zodat het leerproces van elke leerling zo goed mogelijk wordt ondersteund. Gedragsindicatoren De student: stimuleert de betrokkenheid van leerlingen bij leerinhouden Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond hanteert taalgebruik dat voor elke leerling begrijpelijk is kan enkele leeftijdspecifieke leeractiviteiten voorbereiden kan een duidelijke instructie op een leerinhoud verzorgen sluit effectief aan bij belevingswereld van leerlingen maakt gebruik van geschikte vakspecifieke leermaterialen maakt bewust gebruik van enkele eenvoudige werkvormen onderkent de rol die ICT kan spelen in een leersituatie.(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 4: Organisatorisch competent Het vermogen te zorgen voor een overzichtelijk, ordelijk en taakgerichte leef- en leeromgeving, zodat leerlingen weten wat ze moeten doen, hoe ze dat kunnen doen en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief. Gedragsindicatoren De student: kent regels en afspraken in de groep en houdt zich er aan Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond kan onderwijsleeractiviteiten organisatorisch voorbereiden maakt duidelijk wat leerlingen van hem kunnen verwachten draagt mede zorg voor een overzichtelijke leeromgeving ordent alle leermiddelen en leermaterialen overzichtelijk organiseert de eigen werkzaamheden planmatig (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 37

38 Competentie 5: Competent in samenwerken met collega s Het vermogen effectief samen te werken met collega s in de school en bij te dragen aan een goed pedagogisch klimaat, aan de uitwerking van de onderwijsvisie, en aan de schoolorganisatie. Gedragsindicatoren De student: toont zich betrokken in de omgang met medestudenten Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond vraagt hulp en biedt ook hulp aan medestudenten vraagt begeleiders om informatie en benut die informatie werkt samen bij voorbereiden en uitvoeren van activiteiten is aanspreekbaar op eigen handelen en gebruikt feedback kan constructieve feedback geven aan medestudenten..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 6: Competent in samenwerken met de omgeving Het vermogen effectief samen te werken met ouders en met professionals uit instellingen in de omgeving van de school, zodat de ontwikkeling van elke leerling optimaal wordt ondersteund. Gedragsindicatoren De student: onderkent belang van contact met ouders en verzorgers Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond handelt in onverwachte situaties volgens afspraken kan verwoorden wat de privacyregels zoal omvatten..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 38

39 Competentie 7: Competent in reflectie en zelfsturing 3 Het vermogen zijn competenties en opvattingen te onderzoeken en ze planmatig verder te ontwikkelen, zodat zijn kennis en beroepsuitoefening bij de tijd blijven en verbeteren. Vragen voor de mentor Hoe gaat de student om met feedback? Is de student in staat tot reflectie? Waar blijkt dat uit? Wat zijn de sterke punten van deze student? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelpunten van deze student? Aan het einde van de propedeuse moet de Hogeschool Inholland een bindend studieadvies afgeven aan de student. In dat advies wordt aangegeven of de student in staat geacht kan worden om het beroep van leraar basisonderwijs te leren en uit te oefenen. Wat is hierover uw advies? Toelichting en aanvullende opmerkingen: Vragen voor de student Ben ik in staat om feedback te gebruiken bij mijn ontwikkeling? Zo ja, waar blijkt dat uit? Mijn sterke punten bij mijn functioneren als leerkracht basisonderwijs zijn: Mijn belangrijkste ontwikkelpunten bij mijn functioneren als leerkracht basisonderwijs zijn: In de volgende periode wil ik mij verder ontwikkelen op de volgende gebieden: Ik doe dat door middel van: Ik wil bereiken dat ik: 3 Met betrekking tot competentie 7 is er een versie voor de mentor en een versie voor de student. 39

40 Bijlage 4 - Beoordelingsformulieren fase 2 Toelichting bij de beoordelingsformulieren De student vult het beoordelingsformulier fase 2 professionaliseringsbekwaam in ter voorbereiding op het gesprek met de mentor over de praktijkbeoordeling. De mentor vult ook het beoordelingsformulier fase 2 professionaliseringsbekwaam in en bespreekt het ingevulde formulier met de student. Wij vragen de mentor naar een waardering van de verschillende competenties van de student. De formulering van de competenties en de gedragsindicatoren zijn uit de competentiewijzer overgenomen voor het niveau professionaliseringsbekwaam, het niveau dat de student aan het einde van het vijfde semester (halverwege jaar 3) dient te hebben. Aan het einde van het vierde semester verwachten wij dat de student op de gedragsindicatoren zonder * voldoende aanwezig scoort. Aan het einde van het vijfde semester moeten alle gedragsindicatoren (inclusief *) voldoende aanwezig zijn gescoord. Per semester staat hieronder beschreven wat wij van een student in een bepaalde fase van de opleiding verwachten. Binnen dit kader geeft de mentor de waardering. Voor de waardering zijn er de volgende mogelijkheden: goed, voldoende, zwak, onvoldoende en niet getoond. Deze waardering vormt de basis voor de uiteindelijke beoordeling van een bepaalde periode. Aan het einde van semester 3 Dit is aan het einde van periode 2.2. De student kan voldoende presteren, zonder dat hij op alle onderdelen in categorie voldoende aanwezig scoort. Aan het einde van semester 3 kan de student onderwijs verzorgen gedurende één aaneengesloten dagdeel. De student kan de lessen uitvoeren voor de gehele groep in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding. Aan het einde van semester 4 De student is op dit moment aan het einde van jaar 2. Wij verwachten dat de student vrijwel alle gedragsindicatoren zonder * voldoende aanwezig scoort. Aan het einde van semester 4 kan de student de hele dag het onderwijs verzorgen, voor de gehele groep in een niet complexe situatie. De student doet dit onder begeleiding, maar voert taken steeds meer zelfstandig uit. Er is sprake van een volledige taakuitvoering dit betekent dat hij een situatie niet alleen herkent, maar ook weet wat er moet gebeuren en hoe hij dat moet uitvoeren. Aan het einde van semester 5 De student is op dit moment aan het einde van de fase professionaliseringsbekwaam. Wij verwachten dat de student alle gedragsindicatoren zonder en met * voldoende aanwezig scoort. Aan het einde van semester 5 kan de student de hele dag het onderwijs verzorgen, voor de gehele groep, in complexere situaties, rekening houdend met verschillen tussen kinderen. De student doet dit onder begeleiding op afstand, maar voert taken steeds meer zelfstandig uit. Er is sprake van een volledige taakuitvoering. Dit betekent dat hij een situatie niet alleen herkent, maar ook weet wat er moet gebeuren en hoe hij dat moet uitvoeren. 40

41 Beoordelingsformulier fase 2 professionaliseringsbekwaam Studiejaar Praktijkperiode: 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 3.1 en 3.2 (omcirkel de juiste periode) Cijfer: OwE nr.: 23 / 28 / 33 /38 /43 / 46 * Studentgegevens Naam Student Studentnummer Klas adres Contactdocent of praktijkopleider adres Slb er adres Telefoon Gegevens Praktijkschool Naam Praktijkschool Groep Adres Plaats Telefoonnummer Mentor adres Telefoon De student heeft voor zijn functioneren in de praktijk de volgende beoordeling gekregen (de student krijgt een beoordeling met een heel cijfer, vooral een 5,5 is absoluut onaanvaardbaar als beoordeling): 0 goed 8 of 9 0 voldoende 6 of 7 0 zwak 5 0 onvoldoende 4 Cijfer bovenaan blad invullen!!! De student heeft.. dagen praktijk gelopen De student heeft voldaan / niet voldaan aan de praktijkvoorwaarden (zie ommezijde). Datum: Handtekening mentor: Handtekening student: Handtekening contactdocent of praktijkopleider: Dit formulier wordt opgeslagen in het studentdossier van de Pabo; de student bewaart een kopie in zijn praktijkmap en in zijn bekwaamheidsdossier. * per.2.1 = OwE23, per.2.2 = OwE28, per.2.3 = OwE33, per.2.4 = OwE38, per.3.1 = OwE43 en per.3.2 = OwE46 41

42 Praktijkvoorwaarden fase 2 professionaliseringsbekwaam Lees a.u.b. voor het invullen eerst de korte toelichting bij de beoordelingsformulieren. Praktijkvoorwaarden Voldaan Niet voldaan De student heeft voldoende praktijkdagen gelopen. De student heeft voldoende initiatief getoond en hulp geboden bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. De student heeft een dagdeel (periode 2.1 en 2.2) tot de hele dag (periode 2.4, 3.1 en 3.2) aan de hele groep het onderwijs verzorgd. - De uitgevoerde praktijkactiviteiten waren uitdagend en passend bij het ontwikkelingsniveau van de student (gericht op ontwikkeling). De student heeft planmatig gewerkt bij het organiseren van zijn praktijkactiviteiten. - De student heeft in jaar 2 elke dag een dagjournaal ingevuld en in jaar 3 een logboek bijgehouden. - De student heeft in jaar 2 voor elke lesactiviteit een(verkort) lesvoorbereidingsformulier ingevuld. - De student heeft gericht gewerkt aan kenmerkende beroepstaken (herhaling, variatie, verbreding, waarbij minimaal aan 1 kenmerkende beroepssituatie per dag is gewerkt. - De student heeft zijn praktijkmap overzichtelijk geordend. De student heeft aantoonbaar aan zijn POP gewerkt. De student stelt zich begeleidbaar op in praktijkleersituaties. De student komt de gemaakte afspraken na. De student is gericht op het steeds zelfstandiger uitvoeren van taken. Overige opmerkingen: - Hoe reageren de leerlingen op de student? Wanneer niet voldaan is aan bovenstaande voorwaarden, kan er geen voldoende worden gegeven voor de praktijk. Indien bepaalde gedragsindicatoren van de hierna beschreven competenties in deze praktijkperiode niet aan de orde zijn geweest, vult u dan n.v.t. in bij die betreffende gedragsindicator. 42

43 Competentie 1: Interpersoonlijk competent Het vermogen te zorgen voor een prettig leef- en werkklimaat in de groep, zodat leerlingen goed met elkaar omgaan en samenwerken. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Toont persoonlijke betrokkenheid bij leerlingen en groep Onderhoudt het contact met leerlingen en de groep Is door zijn taalgebruik begrijpelijk voor alle leerlingen Bevordert communicatie door het stellen van vragen, luisteren en samenvatten Hanteert verbale en non-verbale communicatietechnieken Hanteert verschillende gesprekstechnieken effectief Reflecteert op eigen handelen en overziet consequenties Waardeert gewenst gedrag en corrigeert ongewenst gedrag Maakt reacties op gedrag van leerlingen bespreekbaar Analyseert groepsprocessen en vertaalt dit naar aanpak* (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 2: Pedagogisch competent Het vermogen te zorgen voor een bemoedigend, veilig en uitdagend klimaat in de groep, zodat elke leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Is als persoon aanwezig en toont vertrouwen in de leerlingen Hanteert taalgebruik dat voor elke leerling begrijpelijk is Stimuleert en waardeert eigen inbreng van elke leerling Benut eigen inbreng van leerlingen in het onderwijsproces Herkent enkele sociaal-emotionele en culturele verschillen Analyseert en beschrijft het sociale klimaat in de groep Verwoordt zijn visie, opvattingen, normen en waarden Herkent en benoemt enkele leer- en gedragsproblemen* Handelt volgens gemaakte afspraken in de zorgstructuur* Onderzoekt aanpak voor verbetering van sociale klimaat* (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 43

44 Competentie 3: Vakinhoudelijk en didactisch competent Het vermogen te zorgen voor een krachtige leeromgeving voor leerlingen, zowel voor afzonderlijke vakken als voor vormen van vakoverschrijdend onderwijs, zodat het leerproces van elke leerling zo goed mogelijk wordt ondersteund. Gedragsindicatoren De student: Stimuleert en maakt gebruik van de inbreng van leerlingen Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Hanteert taalgebruik dat voor elke leerling begrijpelijk is Ontwerpt leeftijdspecifieke, vakspecifieke activiteitenreeks Kan de uitvoering van een activiteitenreeks voorbereiden Maakt gebruik van verschillende motiverende werkvormen Gebruikt beeldvormers waarin de leerlingen zich herkennen Bevordert actief, zelfstandig leren bij ontwerp leeromgeving Gebruikt mogelijkheden van ICT in het onderwijsleerproces Onderkent verschillen tussen leerlingen en sluit hierbij aan Toetst leerresultaten en registreert vorderingen van leerlingen* Signaleert leerproblemen en past zijn strategie daarop aan*.(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 4: Organisatorisch competent Het vermogen te zorgen voor een overzichtelijk, ordelijk en taakgerichte leef- en leeromgeving, zodat leerlingen weten wat ze moeten doen, hoe ze dat kunnen doen en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief. Gedragsindicatoren De student: Kent regels en afspraken in de school en houdt zich er aan Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Bereidt onderwijsleeractiviteiten effectief en planmatig voor Hanteert een duidelijke lesopbouw en lesovergangen Maakt duidelijke afspraken met leerlingen en handhaaft ze Zorgt voor een overzichtelijke en veilige leeromgeving Kiest passende organisatievormen bij de leeractiviteiten Draagt zorg voor de fysieke leeromgeving Betrekt leerlingen bij de inrichting van de leeromgeving Heeft overzicht over zijn taken en voert dit volgens planning uit (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 44

45 Competentie 5: Competent in samenwerken met collega s Het vermogen effectief samen te werken met collega s in de school en bij te dragen aan een goed pedagogisch klimaat, aan de uitwerking van de onderwijsvisie, en aan de schoolorganisatie. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Toont zich betrokken bij collega's in samenwerkingsrelaties Werkt samen bij ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs Evalueert samen met collega's het uitgevoerde onderwijs Kan feedback geven en omgaan met ontvangen feedback Gebruikt ICT effectief in de communicatie binnen de school Is dienstbaar zonder daarbij eigen grenzen te overschrijden Handelt binnen de door de school vastgelegde afspraken Kent het beleid en de onderwijskundige visie van de school* Handelt in overlegvormen conform zijn positie in de school*..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 6: Competent in samenwerken met de omgeving Het vermogen effectief samen te werken met ouders en met professionals uit instellingen in de omgeving van de school, zodat de ontwikkeling van elke leerling optimaal wordt ondersteund. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Kent de privacyregels en past deze consequent toe Communiceert zorgvuldig met ouders en verzorgers Benut informatie van ouders in de omgang met leerlingen* Onderkent de consequenties van cultuurverschillen* Heeft een goed beeld van het relatienetwerk van de school* Communiceert in onverwachte situaties volgens afspraken* Rapporteert helder over gesprekken met ouders/verzorgers*..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: 45

46 Competentie 7: Competent in reflectie en zelfsturing 4 Het vermogen zijn competenties en opvattingen te onderzoeken en ze planmatig verder te ontwikkelen, zodat zijn kennis en beroepsuitoefening bij de tijd blijven en verbeteren. Vragen voor de mentor Hoe gaat de student om met feedback? Is de student in staat tot reflectie? Waar blijkt dat uit? Wat zijn de sterke punten van deze student? Maakt de student gebruik van kbs en om zijn ontwikkeling te sturen? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelpunten van deze student? Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 7: Competent in reflectie en zelfsturing Het vermogen zijn competenties en opvattingen te onderzoeken en ze planmatig verder te ontwikkelen, zodat zijn kennis en beroepsuitoefening bij de tijd blijven en verbeteren. Vragen voor de student Ben ik in staat om feedback te gebruiken bij mijn ontwikkeling? Zo ja, waar blijkt dat uit? Mijn sterke punten bij mijn functioneren als leerkracht basisonderwijs zijn: Mijn belangrijkste ontwikkelpunten bij mijn functioneren als leerkracht basisonderwijs zijn: In de volgende periode wil ik mij verder ontwikkelen op de volgende gebieden: Ik doe dat door middel van: Ik wil bereiken dat ik: 4 Met betrekking tot competentie 7 is er een versie voor de mentor en een versie voor de student. 46

47 Bijlage 5 - Beoordelingsformulieren fase 3 Toelichting bij de beoordelingsformulieren De praktijk in jaar 4 is niet meer doorgenummerd. De titels van de praktijkprogrammma s zijn: Voorbereiding afrondende praktijk 1 en 2 (periode 4.1 en 4.2) en Afrondende praktijk 1 en 3 (periode 4.3 en 4.4). De student vult het beoordelingsformulier fase 3 startbekwaam ter voorbereiding op het gesprek met de mentor over de praktijkbeoordeling. De mentor vult ook het beoordelingsformulier fase 3 in en bespreekt het ingevulde formulier met de student. Wij vragen de mentor naar een waardering van de verschillende competenties van de student. De formulering van de competenties en de gedragsindicatoren zijn uit de competentiewijzer overgenomen voor het niveau startbekwaam, het niveau dat de student aan het einde van de opleiding dient te hebben. Per semester staat hieronder beschreven wat wij van een student in een bepaalde fase van de opleiding verwachten. Binnen dit kader geeft de mentor de waardering. Voor de waardering zijn er de volgende mogelijkheden: goed, voldoende, zwak, onvoldoende en niet getoond. Deze waardering vormt de basis voor de uiteindelijke beoordeling van een bepaalde periode. Groenlicht-assessment Aan het einde van periode 4.2 kan de student de hele dag het onderwijs verzorgen, voor de gehele groep in complexe situaties. De student doet dit behoorlijk zelfstandig, met begeleiding op afstand. Er is sprake van een volledige taakuitvoering. Dit betekent dat hij een situatie niet alleen herkent, maar hierbinnen de juiste keuzes kan maken en deze keuzes ook op een correcte wijze ten uitvoer kan brengen. Het betreft hier vooral de competenties 1 t/m 4, die nodig zijn voor het zelfstandig functioneren in de groep als ontwerper en uitvoerder van onderwijs. Startbekwaam De student is op dit moment halverwege jaar 4. Gedurende periode 4.3 en 4.4 verzorgt de student de hele dag het onderwijs, voor de gehele groep in complexe situatie, volledig zelfstandig en verantwoordelijk. Daarbij kan de student binnen de schoolorganisatie zelfstandig en samenwerkend participeren en zijn bijdrage leveren aan de schoolontwikkeling en organisatie. Het betreft hier vooral competentie 5 en 6. Beoordelingsformulieren fase 3, Startbekwaam, 2010/

48 Beoordelingsformulier fase 3 startbekwaam Studiejaar Praktijkperiode: 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4 (omcirkel de juiste periode) Cijfer: OwE nr.: 55 / 58 / 61 / 65 * Studentgegevens Naam Student Studentnummer Klas adres Contactdocent of praktijkopleider adres Slb er adres Telefoon Gegevens Praktijkschool Naam Praktijkschool Groep Adres Plaats Telefoonnummer Mentor adres Telefoon De student heeft voor zijn functioneren in de praktijk de volgende beoordeling gekregen (de student krijgt een beoordeling met een heel cijfer, vooral een 5,5 is absoluut onaanvaardbaar als beoordeling): 0 goed 8 of 9 0 voldoende 6 of 7 0 zwak 5 0 onvoldoende 4 Cijfer bovenaan blad invullen!!! De student heeft.. dagen praktijk gelopen De student heeft voldaan / niet voldaan aan de praktijkvoorwaarden (zie ommezijde). Datum: Handtekening mentor: Handtekening student: Handtekening contactdocent of praktijkopleider: Dit formulier wordt opgeslagen in het studentdossier van de Pabo; de student bewaart een kopie in zijn praktijkmap en in zijn bekwaamheidsdossier. * per.4.1 = OwE55, per.4.2 = OwE58, per.4.3= OwE61, per.4.4= OwE65 Beoordelingsformulieren fase 3, Startbekwaam, 2010/

49 Praktijk fase 3 startbekwaam Lees a.u.b. voor het invullen eerst de korte toelichting bij de beoordelingsformulieren. Praktijkvoorwaarden Voldaan Niet voldaan De student heeft voldoende praktijkdagen gelopen. De student heeft voldoende initiatief getoond en hulp geboden bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden in de groep. De student heeft hele dagen aan de hele groep het onderwijs verzorgd. - De uitgevoerde praktijkactiviteiten waren uitdagend en passend bij het ontwikkelingsniveau van de student (gericht op ontwikkeling). De student heeft planmatig gewerkt bij het organiseren van zijn praktijkactiviteiten. - De student heeft een logboek bijgehouden. - De student heeft voor ieder zelfontworpen lesactiviteit een lesvoorbereidingsformulier ingevuld. - De student heeft gericht gewerkt aan kenmerkende beroepstaken (herhaling, variatie, verbreding). - De student heeft zijn praktijkmap overzichtelijk geordend. De student stelt zich begeleidbaar op in praktijkleersituaties. De student komt de gemaakte afspraken na. De student is gericht op het zelfstandig uitvoeren van taken Overige opmerkingen: - Hoe reageren de leerlingen op de student? Wanneer niet voldaan is aan bovenstaande voorwaarden, kan er geen voldoende worden gegeven voor de praktijk. Indien bepaalde gedragsindicatoren van de hierna beschreven competenties in deze praktijkperiode niet aan de orde zijn geweest, vult u dan n.v.t. in bij die betreffende gedragsindicator. Beoordelingsformulieren fase 3, Startbekwaam, 2010/

50 Competentie 1: Interpersoonlijk competent De leraar po zorgt voor een prettig leef- en werkklimaat in de groep, zodat leerlingen goed met elkaar omgaan en samenwerken. Hij doet dat door effectief leiding te geven, een open communicatie tot stand te brengen en de zelfstandigheid van leerlingen te bevorderen. Hij zorgt bij de interactie met leerlingen voor een goede balans tussen leiden en begeleiden, sturen en volgen, confronteren en verzoenen, corrigeren en stimuleren. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Toont persoonlijke betrokkenheid bij leerlingen en groep Gaat professionele, persoonlijke relatie aan met leerlingen Stemt zijn taalgebruik af op het niveau van de leerlingen Hanteert professionele gesprekstechnieken effectief Hanteert verbale en non-verbale communicatietechnieken Hanteert verschillende gespreksvormen effectief Motiveert eigen handelen begrijpelijk tegenover leerlingen Maakt reacties op gedrag van leerlingen bespreekbaar Neemt leiding en stimuleert bewust gewenst gedrag Spreekt leerlingen gericht aan op ongewenst gedrag Analyseert groepsprocessen en vertaalt dit naar aanpak Evalueert uitgevoerde aanpak en stelt die zonodig bij (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 2: Pedagogisch competent De leraar po zorgt voor een bemoedigend, veilig en uitdagend klimaat in de groep, zodat elke leerling zich optimaal kan ontwikkelen. Hij doet dat door ervoor te zorgen dat elke leerling zich welkom en gewaardeerd voelt, dat leerlingen respectvol met elkaar omgaan en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Hij stimuleert leerlingen tot het nemen van initiatief en tot zelfstandig werken. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Is als persoon aanwezig en toont vertrouwen in leerlingen Stimuleert en waardeert eigen inbreng van elke leerling Benut eigen inbreng van leerlingen in het onderwijsproces Stemt zijn taalgebruik af op het niveau van de leerlingen Stemt gedrag af op kenmerken en achtergrond van leerling Analyseert en beschrijft het sociale klimaat in de groep Werkt gericht aan verbetering van het sociale klimaat Beoordelingsformulier praktijk fase 3, Startbekwaam ( ) 50

51 Stimuleert de samenwerking en zelfstandigheid gericht Signaleert en benoemt leer- en gedragsproblemen Kan ondersteuning bieden bij een verwijzingsproces Voert in overleg met collega een vastgestelde aanpak uit Kan een voorstel voor een adequate aanpak ontwikkelen Verantwoordt gekozen aanpak vanuit visie en opvattingen (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 3: Vakinhoudelijk en didactisch competent De leraar po zorgt voor een krachtige leeromgeving voor leerlingen, zowel voor afzonderlijke vakken als voor vormen van vakoverschrijdend onderwijs, zodat het leerproces van elke leerling zo goed mogelijk wordt ondersteund. Hij doet dat door leerinhouden en begeleiding af te stemmen op de leerlingen, door hen te motiveren en te stimuleren, en door het leren in school te verbinden met leren buiten de school. Hij houdt bij dat alles rekening met verschillen tussen leerlingen. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Stimuleert en maakt gebruik van de inbreng van leerlingen Ontwerpt leeftijdspecifieke en vakspecifieke leerlijnen Voert vakspecifieke leerlijnen uit en evalueert resultaten Maakt gebruik van verschillende motiverende werkvormen Gebruikt beeldvormers waarin leerlingen zich herkennen Ontwikkelt mede geïntegreerd vakoverschrijdend onderwijs Bevordert actief, zelfstandig leren bij ontwerp leeromgeving Maakt optimaal gebruik van ICT in het onderwijsleerproces Schakelt effectief tussen aansturen en begeleiden Past instructie en begeleiding aan op individuele leerling Toetst leerresultaten, registreert vorderingen van leerlingen Signaleert leerproblemen en past zijn strategie hierop aan (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Beoordelingsformulier praktijk fase 3, Startbekwaam ( ) 51

52 Competentie 4: Organisatorisch competent De leraar po zorgt voor een overzichtelijk, ordelijk en taakgericht leef- en leeromgeving, zodat leerlingen weten wat ze moeten doen, hoe ze dat kunnen doen en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief. Hij doet dat door het maken van afspraken met leerlingen en door toe te zien op naleving van die afspraken, door het maken van een tijdsplanning en het adequaat uitvoeren van die planning, en door het hanteren van organisatievormen die de leeractiviteiten ondersteunen. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Kent afspraken en regels in de school en houdt zich er aan Bereidt onderwijsleeractiviteiten effectief en planmatig voor Maakt duidelijke afspraken met leerlingen en handhaaft ze Gebruikt passende organisatievormen bij leeractiviteiten Houdt rekening met verschillen in structuurbehoefte Richt de leeromgeving ordelijk, veilig en overzichtelijk in Maakt leerlingen medeverantwoordelijk voor het beheer Biedt leerlingen de handelingsvrijheid die bij hen past Verbindt de fysieke leeromgeving en de virtuele omgeving Organiseert eigen werk en voert dit volgens planning uit (eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 5: Competent in samenwerken met collega s De leraar po werkt effectief samen met zijn collega's in de school en draagt bij aan een goed pedagogisch klimaat, aan de uitwerking van de onderwijsvisie, en aan de schoolorganisatie. Hij doet dat door ervoor te zorgen dat zijn werk goed is afgestemd op het werk van collega's in de school, door een constructieve bijdrage te leveren aan alle vormen van overleg, door zorgvuldig te communiceren met collega's, en door zich in te zetten voor kwaliteitsverbetering van de school. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Toont zich betrokken bij collega's in samenwerkingsrelaties Werkt samen bij ontwerpen en uitvoeren van het onderwijs Evalueert samen met collega's het uitgevoerde onderwijs Kan feedback geven en omgaan met ontvangen feedback Handelt in overlegvormen conform zijn positie in de school Is dienstbaar zonder daarbij eigen grenzen te overschrijden Consulteert collega's bij problemen en helpt waar nodig Handelt binnen de door de school vastgelegde afspraken Beoordelingsformulier praktijk fase 3, Startbekwaam ( ) 52

53 Levert een bijdrage aan de ontwikkeling van de school Gebruikt ICT effectief bij communicatie en samenwerking..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Competentie 6: Competent in samenwerken met de omgeving De leraar po werkt effectief samen met ouders en met professionals uit instellingen en organisaties in de omgeving van de school, zodat de ontwikkeling van elke leerling optimaal wordt ondersteund. Hij doet dat door ervoor te zorgen dat zijn werk goed is afgestemd op het werk van professionals in de omgeving van de school en door het onderhouden van goede contacten met ouders en verzorgers van de leerlingen. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Levert bijdrage aan de 10-minuten gesprekken met ouders Communiceert open en constructief met ouders/verzorgers Rapporteert adequaat aan ouders/verzorgers Houdt in zijn communicatie rekening met cultuurverschillen Handelt in lastige situaties volgens afspraken in de school Registreert leerlinggegevens ten behoeve van uitwisseling Benut informatie over leerling in zijn omgang met leerling Hanteert procedures in relatie tot privacyregels zorgvuldig Gebruikt ICT effectief bij communicatie en samenwerking Kan zijn handelswijze in lastige situaties verantwoorden..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Beoordelingsformulier praktijk fase 3, Startbekwaam ( ) 53

54 Competentie 7: Competent in reflectie en zelfsturing De leraar po dient zich voortdurend te ontwikkelen, zodat zijn kennis en beroepsuitoefening bij de tijd blijven en verbeteren. Hij doet dit door zijn competenties en opvattingen te onderzoeken en ze planmatig verder te ontwikkelen. Hij is zich bewust van eigen waarden, normen en onderwijskundige opvattingen en relateert deze aan het beleid en de onderwijskundige visie van de school. Hij stemt zijn ontwikkeling mede af op de ontwikkelingsbehoefte van de school. Gedragsindicatoren De student: Goed Zwak Voldoende Onvoldoende Niet getoond Volgt actuele ontwikkelingen in samenleving en beroep Reflecteert systematisch op zijn handelen en ontwikkeling Maakt adequaat gebruik van feedback van derden Geeft vorm aan zijn persoonlijke profilering als leraar Neemt verantwoordelijkheid voor eigen ontwikkeling Bewaakt eigen ontwikkeling en stelt koers zonodig bij Reflecteert op eigen opvattingen en op die van anderen Draagt bij aan beleid en ontwikkeling van de school Maakt ontwikkeling zichtbaar in zijn bekwaamheidsdossier..(eventueel zelf toe te voegen indicator) Toelichting en aanvullende opmerkingen: Beoordelingsformulier praktijk fase 3, Startbekwaam ( ) 54

55 Bijlage 6 - Praktijkwijzer Een geheugensteun voor de student Algemeen Lees de praktijkgids zorgvuldig door; zorg dat je goed op de hoogte bent van de inhoud. Neem de praktijkgids, eventueel het themaboek en handleiding bekwaamheidsdossier mee voor je mentor. Zorg ervoor dat je de ingevulde Nederlandse Praktijkleerovereenkomst (bijlage 12) voorzien van de juiste handtekeningen, in je praktijkmap bij je hebt. Overleg met je mentor op welke data je naar de basisschool komt. Neem vanaf de eerste dag je praktijkmap mee. Vul vanaf de eerste dag een dagjournaal (jaar 1 en 2) of logboek (jaar 3 en 4) in (zie bijlage 2b en 2c). Toon initiatief en bied hulp bij de uitvoering van voorkomende werkzaamheden. Geef de mentor jouw praktijkdoelen ter inzage en bespreek ze voor de periode. Tijdens iedere periode werk je gericht aan beroepstaken, waarvoor je je ontwikkeling beschrijft aan de hand van authentieke situatiebeschrijvingen.. Aan het einde van iedere periode voer je een beoordelingsgesprek met je mentor. Ter voorbereiding op dit gesprek vul je ook voor jezelf het beoordelingsformulier in. Aan het einde van iedere periode lever je het originele beoordelingsformulier in op de inleverdatum en doe je een kopie in je praktijkmap. Je neemt van deze beoordeling ook een kopie op in je bekwaamheidsdossier. Aan het einde van ieder semester schrijf je een reflectieverslag over je praktijk, volgens aanwijzingen in de handleiding bekwaamheidsdossier. Periode 1.1 Bereid je goed voor op de eerste kennismaking met je praktijkschool (zie Blackboard; De brochure Daar sta je dan, biedt een goede voorbereiding op je eerste praktijkdag.). De activiteiten rond voorlezen en vertellen staan in deze periode centraal. Tijdens deze periode zet je minimaal twee keer de kijkwijzer voorlezen en vertellen in (zie LNE/KBS-site). Periode 1.2 In deze periode heb je dezelfde praktijkplaats als in periode 1. Tijdens deze periode voer je minimaal twee lessen aaneengesloten uit, met aandacht voor een soepele overgang tussen de lessen. Alle lesactiviteiten bereid je voor m.b.v. het lesvoorbereidingsformulier. Je verzorgt minstens vier onderwijsactiviteiten per dag. Maak aan het einde van de periode alvast kennis met je nieuwe mentor (indien je die al hebt). Periode 1.3 In periode 3 en 4 heb je dezelfde praktijkplaats. Overleg met je mentor welke praktijkactiviteiten je wilt uitvoeren om je praktijkdoelen voor deze periode te behalen. Neem vanaf de eerste dag in je nieuwe groep je praktijkmap mee (zie Praktijkgids). Tijdens deze periode voer je minimaal drie lesactiviteiten, aaneengesloten, uit per dag. Periode 1.4 Tijdens deze periode kun je onderwijs verzorgen gedurende één aaneengesloten dagdeel, waarbij je aandacht hebt voor de overgang tussen de lessen. Voer daartoe vier lesactiviteiten uit per dag; Semester 3 (periode 2.1 en 2.2) Tijdens deze periode voer je vanaf de derde praktijkdag minimaal vier lesactiviteiten uit per dag, waarbij je zo snel mogelijk een dagdeel voor de groep staat. De lesactiviteiten bereid je voor m.b.v. het lesvoorbereidingsformulier. Semester 4 (periode 2.3 en 2.4) Tijdens deze periode kun je onderwijs verzorgen gedurende de hele dag. En weet je gebruik te maken van een veelheid aan actieve werkvormen. Semester 5 (periode 3.1 en 3.2) Tijdens deze periode kun je meer zelfstandig onderwijs verzorgen gedurende de hele dag. En ben je in staat om je onderwijs zo in te richten dat je adaptief onderwijs kunt verzorgen. Waarbij je individuele begeleiding kunt geven en hiervoor programma s kunt ontwikkelen. Semester 6 (periode 3.3 en 3.4) Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 55

56 Afhankelijk van de gekozen minor heb je wel of geen verplichte praktijk: Tijdens deze perioden verzorg je onderwijs in toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gedurende de hele dag. Ben je in staat om je onderwijs zo in te richten dat je adaptief onderwijs kunt verzorgen. Waarbij je individuele begeleiding kunt geven en hiervoor programma s kunt ontwikkelen. Neem je deel aan de schoolactiviteiten buiten je groep om. Semester 7 (periode 4.1 en 4.2) Tijdens deze perioden verzorg je onderwijs in toenemende zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gedurende de hele dag. Je doet dit aan het einde van periode 14 zelfstandig, met begeleiding op afstand. Je kunt adaptief onderwijs verzorgen. Waarbij je individuele begeleiding kunt geven en hiervoor programma s kunt ontwikkelen. Neem je deel aan de schoolactiviteiten buiten je groep om. Semester 8 (periode 4.3 en 4.4) Tijdens deze perioden verzorg je de hele dag onderwijs, voor de hele groep in complexe situaties. Je participeert zelfstandig en samenwerkend binnen de schoolorganisatie. Je levert een bijdrage aan de schoolontwikkeling. Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 56

57 Bijlage 7 Verslag van het feedback gesprek met de contactdocent/praktijkopleider (In te vullen door student en te sturen aan contactdocent/praktijkopleider en SLB er) Student: Activiteit: Datum: Praktijkschool: Mentor: Groep: Fase: Contactdocent of praktijkopleider: SLB er: Aandachtspunten (persoonlijke leerdoelen): Verslag: Eventuele afspraken/leerpunten: Reactie contactdocent/praktijkopleider op het verslag: Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 57

58 Bijlage 8 - Praktijkcontract voor herkansing Student: Studiejaar: Praktijkperiode: Contactdocent of praktijkopleider: Praktijkschool: Mentor: De student heeft in praktijkperiode.. een onvoldoende behaald voor het praktijkleren. In periode.. krijgt de student de mogelijkheid tot herkansing. De volgende praktijkdoelen worden herkanst: Onderstaande concrete afspraken zijn gemaakt m.b.t. het behalen van de praktijkdoelen en de gewenste begeleiding in de volgende periode: Datum bezoek herkansing: Handtekening Handtekening Handtekening student: mentor: contactdocent of praktijkopleider: De student neemt een kopie van dit contract op in zijn praktijkmap en het bekwaamheidsdossier. Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 58

59 Bijlage 9 - Praktijkgegevens Naam student Studentnummer groep studiejaar Adres Woonplaats + postcode Telefoon Praktijkschool Adres Woonplaats + postcode Telefoon school Naam mentor mentor Naam contactdocent/praktijkopleider Telefoon contactdocent/praktijkopleider Groep praktijkdag Naam studieloopbaanbegeleider studieloopbaanbegeleider Aanwezigheid mentor op de praktijkschool Ma.ochtend Di.ochtend Wo.ochtend Do.ochtend Vr.ochtend Ma.middag Di.middag Do.middag Vr.middag Schooltijden en pauzes en gym/zwemtijden Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 59

60 Bijlage 10 - Jaarrooster Domein Onderwijs, Leren en Levensbeschouwing week periode week/activiteit datum maandag ma di wo do vr datum vrijdag aug-10 hogeschoolintroductieweek/afronding 5e onderwijsperiode start basisonderwijs regio noord 27-aug collegeweek 30-aug-10 3-sep collegeweek 6-sep sep collegeweek 13-sep sep collegeweek 20-sep sep collegeweek 27-sep-10 praktijkweek 1-okt collegeweek 4-okt-10 8-okt collegeweek 11-okt okt toetsweek- Noord 18-okt-10 toetsweek 22-okt vakantieweek - Noord 25-okt-10 herfstvakantie bo+ vo regio Noord 29-okt toetsweek 1-nov-10 toetsweek 5-nov collegeweek/examens 8-nov-10 themadagen/avond 12-nov collegeweek 15-nov nov collegeweek 22-nov nov collegeweek 29-nov-10 Sintviering 3-dec collegeweek 6-dec-10 praktijkweek 10-dec collegeweek 13-dec dec collegeweek 20-dec-10 kerstvakantie bo+ vo beide regio's 24-dec vakantie 27-dec-10 kerstvakantie 31-dec collegeweek 3-jan-11 7-jan collegeweek 10-jan jan toetsweek 17-jan-11 toetsweek 21-jan toetsweek 24-jan-11 toetsweek 28-jan collegeweek/examens 31-jan-11 themadagen/avond 4-feb collegeweek 7-feb-11 alleen voor februari-instroom:herkansingen, cijferverwerking 11-feb collegeweek 14-feb feb collegeweek 21-feb-11 voorjaarsvakantie bo+ vo beide regio's 25-feb-11 Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 60

61 9 5 - collegeweek 28-feb-11 4-mrt collegeweek 7-mrt-11 praktijkweek 11-mrt collegeweek 14-mrt mrt collegeweek 21-mrt mrt toetsweek 28-mrt-11 toetsweek 1-apr toetsweek 4-apr-11 toetsweek 8-apr collegeweek/examens 11-apr-11 themadagen/avond 15-apr collegeweek 18-apr-11 Goede 22-apr-11 Vrijdag collegeweek 25-apr-11 2e 29-apr-11 paasdag collegeweek 2-mei-11 meivakantie bo+ vo beide bevr.dag meivak.-bo 6-mei-11 regio's collegeweek 9-mei mei collegeweek 16-mei-11 praktijkweek 20-mei collegeweek 23-mei mei collegeweek 30-mei-11 Hemelv.dag 3-jun toetsweek 1 6-jun-11 toetsweek 10-jun toetsweek 2/examens 13-jun-11 2e toetsweek 17-jun-11 pinksterdag examens 20-jun-11 toetsweek 24-jun herkansingen 27-jun-11 alleen voor septemberinstroom:herkansingen, cijferverwerking, 1-jul-11 examencie's 27 zomervakantie bo+vo 4-jul-11 hoor+ wederhoor,uitbrengen BSA's en uitgeven diploma's 8-jul-11 5 Midden jul-11 hoor+ wederhoor,uitbrengen BSA's en uitgeven diploma's 15-jul zomervakantie vo Noord 18-jul jul zomervakantie bo Noord 25-jul jul aug-11 5-aug aug aug aug aug aug-11 hogeschoolintroductieweek/afronding 5e onderwijsperiode 26-aug collegeweek 29-aug-11 2-sep-11 Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 61

62 Bijlage 11 Overzicht differentiatieminors Praktijkgids vierjarige opleiding, voltijd en deeltijd 62

Informatie werkplekleren

Informatie werkplekleren Informatie werkplekleren Pabo Venlo 2014-2015 Inhoudsopgave Inleiding Blz. 3 Stagedagen Blz. 4 Stageweken Blz. 4 Jaaroverzicht 2014-2015 Blz. 5 Opleidingsprogramma Blz. 6 Propedeusefase Hoofdfase Afstudeerfase

Nadere informatie

2. Waar staat de school voor?

2. Waar staat de school voor? 2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook

Nadere informatie

kempelscan K1-fase Eerste semester

kempelscan K1-fase Eerste semester kempelscan K1-fase Eerste semester Kempelscan K1-fase eerste semester 1/6 Didactische competentie Kern 3.1 Didactisch competent Adaptief omgaan met leerlijnen De student bereidt systematisch lessen/leeractiviteiten

Nadere informatie

Opleidingsschool Noord

Opleidingsschool Noord Praktijkgids werkplekleren voltijd en dag-avond Opleidingsschool Noord Eenheid in verscheidenheid 2011-2012 obsbuikslotermeer.obsdorusrijkers.obsvierwindstreken.obsijplein.obsijdoorn.obsoverhoeks. obstwiske.obsweidevogel.sbouniversum

Nadere informatie

Stageprotocol FLOT. Bacheloropleidingen. Fontys Lerarenopleiding. Versie: februari 10 1/7

Stageprotocol FLOT. Bacheloropleidingen. Fontys Lerarenopleiding. Versie: februari 10 1/7 Stageprotocol FLOT Bacheloropleidingen Fontys Lerarenopleiding Versie: februari 10 1/7 Stageprotocol Bacheloropleidingen Inleiding Om de stage zo soepel mogelijk te laten verlopen voor jou en je begeleiders,

Nadere informatie

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding

Werkgroep portfolio & coaching. portfolio handleiding portfolio handleiding Werkgroep portfolio & coaching 1 De plaats van portfolio in het leren op het VMBO. In enkele notities en werkdocumenten is het kader voor het nieuwe onderwijs geschetst. Dit komt

Nadere informatie

Voorwoord Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning

Voorwoord Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning Voorwoord Voor u ligt een proeve van bekwaamheid voor de opleiding Helpende Zorg & Welzijn, niveau 2, voor de kerntaak 1: Bieden van zorg en ondersteuning op basis van een werkplanning Deze proeve sluit

Nadere informatie

Protocol ECD. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC)

Protocol ECD. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Protocol ECD Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Versie juli 2011 1 Protocol ECD Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk te laten verlopen worden in dit protocol de richtlijnen,

Nadere informatie

HANDLEIDING. Hogeschooldocenten Leraren Scholen Schoolbesturen Studenten. April 2011 Yvonne Slok Versie 1.1

HANDLEIDING. Hogeschooldocenten Leraren Scholen Schoolbesturen Studenten. April 2011 Yvonne Slok Versie 1.1 HANDLEIDING Hogeschooldocenten Leraren Scholen Schoolbesturen Studenten April 2011 Yvonne Slok Versie 1.1 Inleiding Handleiding Praktijkplein docenten, studenten en werkveld Deze handleiding voor het Praktijkplein

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren.

Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren. Basisschool De Buitenburcht Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren. Dit is de beknopte versie van het schoolplan 2015-2019 van PCB de Buitenburcht in Almere. In het schoolplan

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek Studiejaar 2013-2014 Algemeen 1. Deze bijlage bij het algemene gedeelte van de Onderwijs- en examenregeling van Codarts is van toepassing

Nadere informatie

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Minor Educatie & Communicatie Variant II

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Minor Educatie & Communicatie Variant II Protocol Werkplekleren Student ESoE Minor Educatie & Communicatie Variant II Versie juli 2011 1 Protocol Werkplekleren Minor Educatie & Communicatie Variant I Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk

Nadere informatie

Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020. Godelindeschool Hilversum

Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020. Godelindeschool Hilversum Uitkomsten kwaliteitsonderzoek pilot toezicht 2020 Godelindeschool Hilversum 17 september 2015 Feedbackgesprek De inspectie voert aan het eind van het bezoek graag een gesprek over de kwaliteit van de

Nadere informatie

Interpersoonlijk competent

Interpersoonlijk competent Inhoudsopgave Inhoudsopgave...0 Inleiding...1 Interpersoonlijk competent...2 Pedagogisch competent...3 Vakinhoudelijk & didactisch competent...4 Organisatorisch competent...5 Competent in samenwerken met

Nadere informatie

kempelscan P2-fase Studentversie

kempelscan P2-fase Studentversie kempelscan P2-fase Studentversie Pedagogische competentie Kern 2.1 Pedagogisch competent Pedagogisch handelen Je draagt bij aan een veilige leef- en leeromgeving in de groep O M V G Je bent consistent

Nadere informatie

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie

Leerjaar Doelstelling opdracht. Activiteit Betrokkenen Loopbaancompetenties. Motievenreflectie Kwaliteitenreflectie LOB matrix KWC afdeling SMS Noteer in onderstaand schema alle activiteiten die jij als professional of binnen de afdeling waar je werkzaam bent mee gewerkt wordt. Dit kunnen losse instrumenten zijn zoals

Nadere informatie

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD

Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD Beoordeling werkplekleren jaar 2 DEELTIJD eindbeoordeling WPL-2 Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding tweedegraads lerarenopleidingen datum: 2 april 2015 naam student: Peter Lakeman studentnr.

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels

Nadere informatie

Opdrachten bij hoofdstuk 1

Opdrachten bij hoofdstuk 1 Opdrachten bij hoofdstuk 1 1.1 Het portfolio op jouw opleiding Ga na met welke portfolio s er binnen jouw pabo gewerkt wordt. Probeer in handboeken en studiegidsen van je opleiding omschrijvingen van het

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Organisatie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum

Nadere informatie

KPB 1: Lesgeven en Stageverslag

KPB 1: Lesgeven en Stageverslag Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn 2014-2015 KPB 1: Lesgeven en Stageverslag Cursuscode Cohort 2013: LGWKLG01P1 (bachelor); LGAKLG01P1 (associate) Cohort 2014: LGWKLG01P1 (bachelor); LGAKLG01P1

Nadere informatie

Allereerst willen wij de stagebegeleiders van harte bedanken voor uw inzet om onze studenten te begeleiden tijdens hun stage in de educatieve minor.

Allereerst willen wij de stagebegeleiders van harte bedanken voor uw inzet om onze studenten te begeleiden tijdens hun stage in de educatieve minor. Inhoudsopgave Voorwoord... 3 De inrichting van de educatieve minor... 4 Randvoorwaarden voor de stage van de educatieve minor... 6 Begeleiding van de stage... 6 Beoordeling van de stage... 7 Toegang tot

Nadere informatie

Vormgeving van SLB in de praktijk

Vormgeving van SLB in de praktijk Vormgeving van SLB in de praktijk Inhoudsopgave Inleiding...2 Het eerste leerjaar...2 Voorbeeld Programmering Studieloopbaanbegeleiding (SLB) niveau 3-4...3 POP en Portfolio...8 Vervolg...10 Eisma-Edumedia

Nadere informatie

Handleiding. voor. praktijkbegeleiders

Handleiding. voor. praktijkbegeleiders Handleiding voor praktijkbegeleiders Versie: februari 2011 Inhoud: Inleiding... 3 Kerntaken van een praktijkbegeleider... 3 Voorbereidend gesprek met de cursist... 4 Feedback geven... 4 Begeleiden van

Nadere informatie

Informatieboekje voor de school- en praktijkopleiders

Informatieboekje voor de school- en praktijkopleiders Informatieboekje voor de school- en praktijkopleiders Instituut Theo Thijssen Studiejaar 2015-2016 Inhoudsopgave Inleiding pagina 3 Instituut Theo Thijssen pagina 4 Visie pagina 5 Opleidingsprofiel pagina

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie

Nadere informatie

[STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding en examinering.

[STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding en examinering. 2014/2015 ROC van Amsterdam studieloopbaanbergeleiding en examinering leerjaar 3 Schooljaar 2014/2015 Annika Morrice, Ali el Amraoui [STUDIEHANDLEIDING SLB EN EXAMINERING BPV ] Studiehandleiding studieloopbaanbergeleiding

Nadere informatie

Handleiding voor praktijkbegeleiders van niveau 2 en 3 cursisten

Handleiding voor praktijkbegeleiders van niveau 2 en 3 cursisten Handleiding voor praktijkbegeleiders van niveau 2 en 3 cursisten Inhoud: Inleiding... 3 Kerntaken van een praktijkbegeleider... 3 Voorbereidend gesprek met de cursist... 4 Feedback geven... 4 Begeleiden

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst ILO - School

Samenwerkingsovereenkomst ILO - School Samenwerkingsovereenkomst ILO - School TUSSEN ILO EN SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS (inzake het praktijkdeel van (Post)Master-studenten met een stageplek) Partijen, De Interfacultaire Lerarenopleidingen

Nadere informatie

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk Op de HBOV van de Hogeschool Leiden wordt sinds het studiejaar 2013-2014 gewerkt met CBP s, Competentie Beoordelingen in de Praktijk. Gedachte hierachter is, dat

Nadere informatie

Stagebeleid 2015 2019

Stagebeleid 2015 2019 Stagebeleid 2015 2019 2 Inhoudsopgave ALGEMEEN... 4 PLAATSING STAGIAIRES... 4 DOELSTELLING VAN EEN BELEIDSPLAN... 4 UITGANGSPUNT STAGEMOGELIJKHEDEN... 4 VASTSTELLING AANTAL STAGIAIRES PER SCHOOLJAAR...

Nadere informatie

Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs

Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs Beoordelingskader minor Innovatief Beroepsonderwijs Versie 1 voor het studiejaar 2007-2008, januari 2008. Bij dit beoordelingskader hoort een drietal beoordelingsformulieren: Formulier A. Eindbeoordeling

Nadere informatie

LiO Contract 2 Stageovereenkomst Leraar in Opleiding (onbetaald: met en zonder vergoeding) Pabo HvA, Onderwijs en Opvoeding

LiO Contract 2 Stageovereenkomst Leraar in Opleiding (onbetaald: met en zonder vergoeding) Pabo HvA, Onderwijs en Opvoeding LiO Contract 2 Stageovereenkomst Leraar in Opleiding (onbetaald: met en zonder vergoeding) Je kunt het contract ook digitaal invullen. Vervolgens kun je het printen om te (laten) tekenen. Partijen Leraar

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

Bijlage I - Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP)

Bijlage I - Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) Bijlage I - Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) POP-formulier ( zie toelichting) Persoonlijke gegevens Naam student Whitney Cheung Opleiding Interactief vormgeving ID-nummer 213060231 Groep/klas IV2A Mobiel/Email

Nadere informatie

Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden. Jouw talent, onze ambitie!

Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden. Jouw talent, onze ambitie! Trainingen en workshops voor praktijkopleiders en leidinggevenden Jouw talent, onze ambitie! Je vindt het belangrijk om te blijven investeren in je eigen ontwikkeling. Zeker als je nieuwe vaardigheden

Nadere informatie

Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A

Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Leerjaar 4: Lesopbouw en suggesties (incl. bewijzenblad) voor leerroute A Thema 12: Het vinden van werk c: Kiezen en solliciteren naar passende stageplek Thema 1 Introles De leerling oriënteert zich op

Nadere informatie

nederlandse culturele sportbond Lesgever Zwem-ABC naam cursist... naam vereniging /organiserende instantie... ...

nederlandse culturele sportbond Lesgever Zwem-ABC naam cursist... naam vereniging /organiserende instantie... ... nederlandse culturele sportbond Lesgever Zwem-ABC w e r k m a p naam cursist... naam vereniging /organiserende instantie...... 1 Controleformulier Naam cursist Organisatie / Vereniging In deze werkmap

Nadere informatie

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7

kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 kempelscan P1-fase Kempelscan P1-fase 1/7 Interpersoonlijke competentie Kern 1.2 Inter-persoonlijk competent Communiceren in de groep De student heeft zicht op het eigen communicatief gedrag in de klas

Nadere informatie

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC)

Protocol Werkplekleren Student ESoE. Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Protocol Werkplekleren Student ESoE Masteropleiding Science Education and Communication (SEC) Versie juli 2011 1 Protocol Werkplekleren Master SEC Inleiding Om het werkplekleren zo soepel mogelijk te laten

Nadere informatie

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Samenwerken Omgevingsgericht/samenwerken Reflectie en zelfontwikkeling competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Competentieprofiel stichting Het Driespan, (V)SO

Nadere informatie

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II

Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde. Stagegids Jaar 4. Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Amsterdam School of Health Professions (ASHP) Opleiding Verpleegkunde Stagegids Jaar 4 Stagegids Jaar 4, Blok 3 & 4 Semester II Regulier Studiejaar 2014-2015 Amsterdam School of Health Professions Opleiding

Nadere informatie

VERSLAG AUDIT SOP 1 INLEIDING

VERSLAG AUDIT SOP 1 INLEIDING VERSLAG AUDIT SOP Naam school OBS De Bundel Brinnummer school 23RY Adres Anna Bijnsring 201 Postcode/Plaats 7321 HG Apeldoorn Directeur/contactpersoon Inge Voncken Datum audit 22-01-2015 Auditor(en) Theo

Nadere informatie

Overzicht voorbereiden / verwerken plaatsing (zie ook bijlage)

Overzicht voorbereiden / verwerken plaatsing (zie ook bijlage) De intakefase Vóór plaatsing. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften zijn alleen toelaatbaar tot sbo de Blinker indien het SWV PO 31.04 een toelaatbaarheidsverklaring heeft afgegeven. De procedure

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Atrium PRO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Atrium PRO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Het Atrium PRO Plaats : Zoetermeer BRIN nummer : 21KM C1 BRIN nummer : 21KM 00 PRO Onderzoeksnummer : 277364 Datum onderzoek : 1 oktober 2014 Datum vaststelling

Nadere informatie

Portfolio Pedagogisch Werk. Studiewijzer. Opleiding Pedagogisch Werk niveau 3 instroom Helpende (KD 79140)

Portfolio Pedagogisch Werk. Studiewijzer. Opleiding Pedagogisch Werk niveau 3 instroom Helpende (KD 79140) Studiewijzer Opleiding Pedagogisch Werk niveau 3 instroom Helpende (KD 79140) 1 Inhoud Inleiding... 3 1 Hoe ziet de opleiding eruit?... 4 1. Visie... 4 1.1 De opbouw van de opleiding... 4 1.2 De opbouw

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ BASISSCHOOL MISTE CORLE Plaats : Winterswijk BRIN-nummer : 18ZG Onderzoek uitgevoerd op : 3 november 2009 Rapport vastgesteld te Zwolle op 30 maart 2010 HB 2811938/9

Nadere informatie

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod Hulp bij ADHD Dit heeft mijn beeld van ADHD enorm verrijkt. Ik zie nu veel mogelijkheden om kinderen met ADHD goede begeleiding te bieden deelnemer workshop bij Fontys Hogescholen Copyright 2010 Hulp bij

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Het Baken International School VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK Het Baken International School VWO Plaats : Almere BRIN nummer : 01FP C3 BRIN nummer : 01FP 06 VWO Onderzoeksnummer : 275538 Datum onderzoek : 15 april 2014

Nadere informatie

Verantwoording gebruik leerlijnen

Verantwoording gebruik leerlijnen Verantwoording gebruik leerlijnen In de praktijk blijkt dat er onder de deelnemers van Samenscholing.nu die direct met elkaar te maken hebben behoefte bestaat om de ontwikkeling van de beroepsvaardigheden

Nadere informatie

A. Persoonlijke gegevens

A. Persoonlijke gegevens Windesheim, Gesprek op afstand Zelfevalutie/feedbackformulier Beste (aankomende) student, Hartelijk dank voor het invullen en versturen van het Intakeformulier Afstandsleren School of Education. Per e-mail

Nadere informatie

Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I. Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie. Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011.

Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I. Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie. Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011. Het Profielwerkstuk HANDLEIDING I Organisatie, tijdpad en andere belangrijke informatie Een handleiding voor Havo en Vwo Mei 2011 Naam leerling: klas:. Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Organisatie 4 2. De

Nadere informatie

Gedragsexpert. Doelgroep

Gedragsexpert. Doelgroep Gedragsexpert De Post-HBO opleiding Gedragsexpert heeft tot doel leraren, intern begeleiders en zorgcoördinatoren zo goed mogelijk toe te rusten met kennis, inzichten en vaardigheden op het gebied van

Nadere informatie

VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK. Visio Onderwijs Rotterdam

VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK. Visio Onderwijs Rotterdam VERSLAG VIERJAARLIJKS BEZOEK Visio Onderwijs Rotterdam Plaats : Rotterdam BRIN nummer : 25HE OKE 03 SO Onderzoeksnummer : 276409 Datum onderzoek : 24 juni 2014 Datum vaststelling : 20 augustus 2014 Pagina

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016

projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016 projectplan professionaliseringstraject Technisch College Velsen Samenwerkingsverband VO Zuid-Kennemerland 2014-2016 Doelstellingen professionaliseringstraject Het SWV heeft als doelstellingen voor het

Nadere informatie

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken Bijeenkomst 1 De trainer stelt zichzelf voor en geeft een korte toelichting over de inhoud en het doel van de training. Licht de afspraken en regels toe die gelden voor deelname. Neemt hier de tijd voor,

Nadere informatie

Inhoud. Klaar voor de start? 11

Inhoud. Klaar voor de start? 11 Inhoud Klaar voor de start? 11 1 Bouwen op een fundament 16 A De praktijk 16 B Zelfreflectie 17 C De theorie 18 1.1 Ontwikkelen van onderwijs 18 1.2 De elementen van het onderwijsontwikkelmodel 20 D Toepassen

Nadere informatie

Inhoud: Opdracht 1 pagina 2 Opdracht 2 pagina 3 Opdracht 3 pagina 4 Opdracht 4 pagina 5 Opdracht 5 pagina 6

Inhoud: Opdracht 1 pagina 2 Opdracht 2 pagina 3 Opdracht 3 pagina 4 Opdracht 4 pagina 5 Opdracht 5 pagina 6 Leerwerkplan leerjaar 2 2007 2008 Handtekening instituutbegeleider Naam student : Erik Postema Student nummer : 1006851 Klas : DLO2 metaal Opmerkingen werkplekbegeleider Opmerkingen en eindoordeel instituutbegeleider

Nadere informatie

Autoschadehersteller. Crebonummer 91750 / 95030. PvB 01. Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie. Handleiding Proeve van Bekwaamheid

Autoschadehersteller. Crebonummer 91750 / 95030. PvB 01. Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie. Handleiding Proeve van Bekwaamheid Autoschadehersteller Crebonummer 91750 / 95030 PvB 01 Voertuig afleveringsklaarmaken na reparatie Handleiding Proeve van Bekwaamheid Voor de beoordelaar Handleiding PvB Carrosserietechniek voor de beoordelaar.

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Informatie VOOR studenten:

Informatie VOOR studenten: Informatie VOOR studenten: Welkom op de Maria Basisschool! Op deze pagina vind je praktische informatie over onze school. Het is zowel voor jou als student als voor de school fijn om zoveel mogelijk duidelijkheid

Nadere informatie

Portfoliobegeleiding. Roland Leenaarts Roland@fluitendnaarjewerk.nl

Portfoliobegeleiding. Roland Leenaarts Roland@fluitendnaarjewerk.nl Portfoliobegeleiding Roland Leenaarts Roland@fluitendnaarjewerk.nl Agenda Welkom Kennismaking Uitleg bijeenkomst Werkplekleren Inhoud portfolio Portfolio-opdrachten Eindkwalificaties Reflectie op de kernopgaven

Nadere informatie

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: > Categorieën De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: 1 > Poten, vleugels, vinnen 2 > Leren en werken 3 > Aarde, water,

Nadere informatie

Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen

Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen Leerwerktaak Digibordgebruik en softwarepakket in wiskundelessen Titel Onderwijstype Niveau Competenties(s) Beroepstaak Geschikt voor de volgende vakken Aansluitend bij de volgende onderwijseenheid Digibordgebruik

Nadere informatie

Overzicht curriculum VU

Overzicht curriculum VU Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat

Nadere informatie

Informatiebrief voor scholen

Informatiebrief voor scholen Informatiebrief voor scholen Aan: Van : Datum: Onderwerp: Scholen die informatie willen over werkplekleren/begeleiding van deeltijdstudenten van Instituut Archimedes Bureau Ondersteuning Leerlijnen, Instituut

Nadere informatie

Academische opleiding leraar basisonderwijs

Academische opleiding leraar basisonderwijs 2015 2016 Academische opleiding leraar basisonderwijs ACADEMISCHE OPLEIDING LERAAR BASISONDERWIJS Vind jij het inspirerend om aan kinderen les te geven? Ben je geïnteresseerd in onderzoek naar verschillen

Nadere informatie

Uitwisseling zal steeds gebeuren na overleg tussen docenten, stagebegeleiders, verantwoordelijken SLO van de instellingen.

Uitwisseling zal steeds gebeuren na overleg tussen docenten, stagebegeleiders, verantwoordelijken SLO van de instellingen. Kader voor uitwisseling van docenten en studenten binnen de praktijkcomponent van de SLO en de GLO van BEO. 1. Uitgangspunten 1.1. Uitwisseling van studenten De uitwisselingsmogelijkheden zullen, binnen

Nadere informatie

4. Criteria Opleidingsschool voor de St. Josephschool 4.1 Algemene aspecten

4. Criteria Opleidingsschool voor de St. Josephschool 4.1 Algemene aspecten Gecertificeerde 0pleidingsschool ITT-HU 4. Criteria Opleidingsschool voor de St. Josephschool 4.1 Algemene aspecten De school heeft: 1. een schoolopleider aangesteld en gefaciliteerd; 2. elk jaar een substantieel

Nadere informatie

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK INHOUD Uitkomst onderzoek Newschool.nu te Harderwijk 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 10 Bijlage 1A: Overzicht

Nadere informatie

Schoolondersteuningsprofiel. 09AY00 Rooms Katholieke Basisschool De Brembocht

Schoolondersteuningsprofiel. 09AY00 Rooms Katholieke Basisschool De Brembocht Schoolondersteuningsprofiel 09AY00 Rooms Katholieke Basisschool De Brembocht Inhoudsopgave Toelichting 3 DEEL I INVENTARISATIE 6 1 Typering van de school.7 2 Kwaliteit basisondersteuning 7 3 Basisondersteuning

Nadere informatie

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) In de voorbereiding op het Pop gesprek stelt de medewerker een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Hierbij maakt de medewerker gebruik

Nadere informatie

voor het hoger beroepsonderwijs

voor het hoger beroepsonderwijs voor het hoger beroepsonderwijs Peer Support betekent systematische en structurele begeleiding van een jongerejaars student door een ouderejaars. Peer Support is een internationaal erkend programma dat

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD'

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' School : basisschool 'Pater van der Geld' Plaats : Waalwijk BRIN-nummer : 13NB Onderzoeksnummer : 94513 Datum schoolbezoek : 12 juni

Nadere informatie

1. Interpersoonlijk competent

1. Interpersoonlijk competent 1. Interpersoonlijk competent De docent BVE schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer in het contact met deelnemers en tussen deelnemers, en brengt een open communicatie tot stand. De docent BVE geeft

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK DEMOCRATISCHE SCHOOL UTRECHT VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE UTRECHT INHOUD Uitkomst onderzoek Democratische School Utrecht te Utrecht 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag

Nadere informatie

UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS

UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS UITKOMST KWALITEITSONDERZOEK NIET BEKOSTIGD PRIMAIR ONDERWIJS Basisschool Aquamarin te Bonaire School: Aquamarin Plaats: Jato Baco, Bonaire BRIN-nummer: 30KX Datum uitvoering onderzoek: 20 mei 2014 Datum

Nadere informatie

Het doet ons bijzonder genoegen dat u de opleiding KT 2 (KorfbalTrainer 2) gaat volgen.

Het doet ons bijzonder genoegen dat u de opleiding KT 2 (KorfbalTrainer 2) gaat volgen. Beste cursist, Het doet ons bijzonder genoegen dat u de opleiding KT 2 (KorfbalTrainer 2) gaat volgen. U heeft bijgaand de handleiding voor de cursist en die voor de PB (PraktijkBegeleider) digitaal ontvangen.

Nadere informatie

BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR

BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR Opleidingsinstelling Adres Telefoon fax BEOORDELING STAGE DOOR DE VAKMENTOR Identificatie Naam student/cursist: Opleidingsonderdeel/module: Stageplaats: Vakmentoren: naam en contactgegevens Periode: O

Nadere informatie

Taal, Media en Communicatie

Taal, Media en Communicatie BrVTTaalMediaCommdef 29-09-2011 12:39 Pagina 1 Handleiding voor bedrijfsmentoren Beroepenveld Taal, Media en Communicatie Begeleiden van ICT-studenten Opleidingen Afstuderen / stage Journalistiek Communicatie

Nadere informatie

LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan

LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan LEOZ Generiek competentieprofiel leraar Passend Onderwijs: de ontwikkelscan Juni 2013 Erica de Bruïne (Hogeschool Windesheim) Hans van Huijgevoort (Fontys OSO) Hettie Siemons (Hogeschool Utrecht, Seminarium

Nadere informatie

SECTORWERKSTUK 2013-2014

SECTORWERKSTUK 2013-2014 SECTORWERKSTUK 2013-2014 1 HET SECTORWERKSTUK Het sectorwerkstuk is een verplicht onderdeel voor alle leerlingen uit het Mavo. Het maken van een sectorwerkstuk is een manier waarop je, als eindexamenkandidaat,

Nadere informatie

Inhoud. thema communicatie 15

Inhoud. thema communicatie 15 Inhoud 1 thema communicatie 15 Non-verbale communicatie 17 1.1 Lichaamstaal 17 1.2 Lichaamshouding 18 1.3 Checklist leerkracht 19 1.4 Checklist leerling 20 Een goed gesprek 21 1.5 Randvoorwaarden voor

Nadere informatie

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod Hulp bij ADHD Dit heeft mijn beeld van ADHD enorm verrijkt. Ik zie nu veel mogelijkheden om kinderen met ADHD goede begeleiding te bieden deelnemer workshop bij Fontys Hogescholen Copyright 2010 Hulp bij

Nadere informatie

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat

1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat KIJKWIJZER PEDAGOGISCH-DIDACTISCH HANDELEN IN DE KLAS School : Vakgebied : Leerkracht : Datum : Groep : Observant : 1 De leraar creëert een veilig pedagogisch klimaat (SBL competenties 1 en 2) 1.1* is

Nadere informatie

BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE*

BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE* BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE* *Voor de speciale trajecten Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs (AOLB) en International

Nadere informatie

1 Interpersoonlijk competent

1 Interpersoonlijk competent 1 Interpersoonlijk competent De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leefen werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar primair onderwijs en

Nadere informatie

Accent en de opleidingsschool Versie maart 2013. ACCENT en de opleidingsschool

Accent en de opleidingsschool Versie maart 2013. ACCENT en de opleidingsschool 1 ACCENT en de opleidingsschool Visie op opleiden Accentscholen staan midden in een dynamische samenleving. Van de medewerkers in de scholen wordt verwacht dat ze blijvend inzetbaar zijn. Accent voert

Nadere informatie

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten najaar 2005 Inleiding In het assessment UvA-docent wordt vastgesteld welke competenties van het docentschap door u al verworven zijn en welke onderdelen nog

Nadere informatie

Coördinator Wetenschap en Techniek

Coördinator Wetenschap en Techniek Coördinator Wetenschap en Techniek De post-hbo opleiding Coördinator Wetenschap en Techniek heeft tot doel leraren en middenkaderfunctionarissen toe te rusten met inzichten en vaardigheden op het gebied

Nadere informatie

Managementworkshops. Communicatie: alle gedrag is communicatie. Gespreksvaardigheden: succesvol praten en luisteren

Managementworkshops. Communicatie: alle gedrag is communicatie. Gespreksvaardigheden: succesvol praten en luisteren Managementworkshops Door de toenemende dynamiek in de zorg verandert de rol van de leidinggevende. Een leidinggevende krijgt te maken met: Decentralisatie van verantwoordelijkheden Groter wordende span

Nadere informatie

Managementworkshops. Communicatie: alle gedrag is communicatie. Gespreksvaardigheden: succesvol praten en luisteren

Managementworkshops. Communicatie: alle gedrag is communicatie. Gespreksvaardigheden: succesvol praten en luisteren Managementworkshops Door de toenemende dynamiek in de zorg verandert de rol van de leidinggevende. Een leidinggevende krijgt te maken met: Decentralisatie van verantwoordelijkheden Groter wordende span

Nadere informatie

Beroeps Praktijk Vormingsplan

Beroeps Praktijk Vormingsplan Beroeps Praktijk Vormingsplan Hoofdstuk en artikelindeling 1. Algemene informatie 1.1 Inleiding 1.2 Doelgroep 1.3 Profiel erkende gastouder als leerbedrijf 1.4 Profiel bemiddelingsmedewerker 1.5 Profiel

Nadere informatie

HANDLEIDING Praktijkplein voor praktijkbureaus

HANDLEIDING Praktijkplein voor praktijkbureaus HANDLEIDING Praktijkplein voor praktijkbureaus April 2011 - Yvonne Slok Versie 1.1 Inleiding Deze handleiding voor het Praktijkplein is bedoeld voor medewerkers die werkzaam zijn op de praktijkbureaus

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie