Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Blz. Inhoudsopgave Blz. A. Algemeen 2 1. Inleiding 2 2. Redenen ondertoezichtstelling c.q. regulermg van natura-uitvaartverzekeraars 2 3. Onderzoek van de Verzekermgskamer 4 4. Advies van de Verzekeringskamer Algemeen Grote natura uitvaartverzekeraars: vergunnings plicht Kleine natura-uitvaartverzekeraars: aanmeldings plicht Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekering 6 5. Standpuntbepaling n.a.v. het advies van de Verzekeringskamer Algemeen Volledige ondertoezichtstelling van de branche? De eisen waaraan het verlichte regime moet voldoen Het onderscheid tussen «grote» en «kleine» verzeke raars Conclusie 9 6. Inhoud van het wetsvoorstel Aparte wet voor natura-uitvaartverzekeraars Vergunningsplichtige natura-uitvaartverzekeraars Vergunning Rechtsvorm Financiële eisen Overige eisen Aanmeldingsplichtige natura-uitvaart verzekeraars Aanmelding Rechtsvorm Financiële eisen Overige eisen Afbakening van het natura uitvaartverzekeringsbedrijf Levensverzekeraars en natura-uitvaart verzekering Buitenlandse natura uitvaartverzekeraars Algemeen Buitenlandse kleme natura-uitvaartverzekeraars op onderlmge grondslag Gevolgen voor de bedrijfstak Gevolgen voor de Verzekeringskamer 19 B. Artikelsgewijze toelichting F ISSN Sdu Uitgeveni Plantijnstraat s Gravenhage 1994 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

2 A. ALGEMEEN 1. Inlaiding Reeds bij de totstandkoming van de Wet op het Levensverzekering bedrijf (WOL; Stb. 1922, 716) rees de vraag of ook natura uitvaart verzekeraars onder toezicht zouden moeten komen. De regering meende toentertijd dat het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf zich zozeeronder scheidde van het levensverzekeringsbedrijf, dat hiervan geen sprake kon zijn. Het werd niet mogelijk geacht de verplichtingen in natura op verantwoorde wijze te waarderen, zodat afgezien werd van toezicht op natura-uitvaartverzekeraars. Bij het voorstel van wet tot wijziging van de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf (kamerstukken II 1985/86, ), dat heeft geleid tot de Wet toezicht verzekeringsbedrijf (WTV), werd dit beleid bestendigd. De natura-uitvaartverzekeraars bleven vrijgesteld van toezicht. Mogelijke misstanden in de bedrijfstak van natura-uitvaart verzekeraars waren voor het Tweede-Kamerlid Van Muiden echter reden om erop aan te dringen dat ook deze categorie verzekeraars onder toezicht zou komen. De regering antwoordde hierop, dat zij niet uitsloot dat enigerlei vorm van toezicht wenselijk zou zijn, maar dat alvorens daartoe te besluiten en om vertraging in de totstandkoming van de WTV te voorkomen, een afzonderlijk onderzoek vereist was (kamerstukken II 1985/86, Aanhangsel van de Handelingen). Te zamen met het Tweede Kamerlid Van Rey diende Van Muiden een amendement in ter invoeging van artikel 8a 1 in de WTV, waardoor de mogelijkheid werd geschapen om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan natura-uitvaart verzekeraars een informatieplicht jegens de Verzekeringskamer op te leggen ten behoeve van dat onderzoek (kamerstukken II 1986/87, , nr. 14). Dit amendement werd aangenomen. Bij brief van 19 september 1988 deelde de Minister van Financiën de Tweede Kamer vervolgens mee dat, na intern onderzoek en na overleg met de Minister van Justitie en met de Verzekeringskamer, gebleken was dat er geen principiële argumenten meer waren aan te voeren tegen ondertoezichtstelling van natura-uitvaartverzekeraars. De Verzekerings kamer zou een nader onderzoek instellen bij de bedrijfstak teneinde te bepalen welke eisen in het kader van het toezicht aan natura uitvaartverzekeraars zouden moeten worden gesteld en in hoeverre voor kleinere natura-uitvaartverzekeraars eventueel met een lichter regime zou kunnen worden volstaan (kamerstukken II 1987/88,19 329, nr. 17). Dit onderzoek werd door de Verzekeringskamer uitgevoerd in samenwerking met het Economisch en Sociaal Instituut van de Vrije Universiteitte Amsterdam. De bedrijfstak heeft aan het onderzoek uit eigen beweging meegewerkt. Op grond van de resultaten van het onderzoek zegde ondergetekende de Tweede Kamer bij brief van 30 november 1990 toe dat de opstelling van een wetsvoorstel ter hand zou worden genomen (kamerstukken II 1990/91, IX B, nr. 14). In deze memorie van toelichting wordt allereerst ingegaan op de redenen voor regulering, mede in samenhang met de bestaande praktijk, zoals deze is onderzocht door de Verzekeringskamer. Vervolgens wordt het advies van de Verzekeringskamer in hoofdlijnen weergegeven. In de daaropvolgende onderdelen wordt, na een beoordeling van het advies, de inhoud van het wetsvoorstel nader toegelicht. Tenslotte wordt ingegaan op de verwachte gevolgen van dit wetsvoorstel. 2. Redenen ondertoezichtstelling c.q. regulering van natura-uitvaartverzekeraars 1 Thans artikei 21 van de wet toezicht Zoals aangegeven in de brief van 19 september 1988 kunnen de verzekeringsbedrijf argumenten die in het verleden zijn gehanteerd voor ondertoezichtstelling Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

3 van levensverzekeraars in beginsel eveneens van toepassing worden geacht op natura-uitvaartverzekeraars. Tot het toezicht op levensverzekeraars werd besloten omdat het wenselijk werd geacht aan het vertrouwen van de verzekeringnemer in de verzekeraar een hechtere basis te geven. Daarbij werd op de volgende aspecten gewezen. Ten eerste is de financiële positie van de verzekeraar voor een (potentiële) verzekeringnemer zeer moeilijk te beoordelen door de belangrijke rol die de verzekeringswiskunde speelt in het levensverzekeringsbedrijf. Ten tweede kan een verzekeraar als gevolg van de omgekeerde produktiecyclus (de verzekeringnemer betaalt «nu»; de verzekeraar keert in de meeste gevallen pas jaren later uit) gedurende tientallen jaren in wezen niet meer solvabel zijn zonder dat er sprake is van liquiditeitsproblemen, zodat daarvan naar buiten niets hoeft te blijken. Als derde argument werd genoemd dat, als eenmaal een verzekerings overeenkomst is gesloten, de verzekeringnemer er in de regel geen «baat» bij heeft zo'n verzekeringsovereenkomst te beëindigen, om wat voor reden dan ook. Het tussentijds beëindigen van een levensverzekering zal doorgaans onvoordelig zijn door het in rekening brengen van diverse kosten die de verzekeraar heeft gemaakt. Daarnaast is er nog het nadeel voor de verzekeringnemer dat het afsluiten van een nieuwe verzekering elders vaak kostbaarder is dan het aanhouden van de bestaande verze kering en in sommige gevallen zelfs in het geheel niet meer mogelijk is. De verzekeringnemer moet dus niet alleen bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst erop kunnen vertrouwen dat een verzekeraar solide is, maar ook dat de verzekeraar dat gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst zal blijven 2. Dat bovengenoemde aspecten in beginsel evenzeer gelden bij het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf werd ook bij de parlementaire behandeling van de WOL in 1922 onderkend. Toen werd evenwel als doorslaggevend argumenttegen de ondertoezichtstelling van natura uitvaartverzekeraars aangevoerd dat het in nominale waarden vaststellen van de omvang van de aangegane verplichtingen in natura, het daarvoor vaststellen van het gewenste niveau van voorzieningen en het berekenen van de premie niet op een mathematische wijze zouden kunnen geschieden. Daardoor zou ook het toezicht op natura-uitvaartverzekeraars niet dezelfde waarde hebben en voor de verzekeringnemer niet dezelfde waarborgen geven als hettoezicht op levensverzekeraars 3. Zoals reeds aangegeven in de brief van 19 september 1988 is het belang van het laatstgenoemde argument in de loop der jaren afgenomen. Uiteraard is het nog steeds voor een actuaris onmogelijk de nominale waarde van de op termijn toegezegde diensten exactte bepalen. Een natura-uitvaartverzekeraar moet echter wel een bepaalde nominale waarde voor die diensten als uitgangspunt nemen teneinde de ook in nominale grootheden luidende premie of koopsom te kunnen vaststellen. Dat houdt noodzakelijkerwijs in dat wel een oordeel kan worden gegeven of gegeven verantwoorde vooronderstellingen over prijsontwikkelingen en gelet op de gehanteerde sterftetafels - de getroffen voorzieningen en de aldus verrichte berekeningen op een actuarieel verantwoorde wijze zijn geschied. Zo kan aan dat oordeel een vergelijkbare waarde worden toegekend als aan het actuarieel verslag dat levensverzekeraars ingevolge de WTV jaarlijks bij de Verzekeringskamer moeten indienen. Door de grootste natura-uitvaartverzekeraars wordt reeds een dergelijke actuariële verklaring in het jaarverslag opgenomen. Ook is het zo dat pensioen fondsen die waardevaste pensioenen toezeggen met vergelijkbare vooronderstellingen over toekomstige prijsontwikkelingen te maken hebben, zij het dat bij dergelijke toezeggingen door pensioenfondsen sprake is van een voorwaardelijkheid van de aanspraak, met de mogelijkheid dat rechten kunnen worden verminderd. Toch vindt ook bij 2 Kamerstukken n 1921/22,60, nr. 3. die instellingen toezicht plaats op zowel de gewenste omvang van de 3 Kamerstukken ii 1922,25, nr. 1. voorzieningen als op de verrichte berekeningen, gegeven de vooronder Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

4 stellingen over de prijsontwikkelingen en gegeven de gehanteerde sterftetafels. Het prijspeilrisico staat daarom ondertoezichtstelling van natura-uitvaartverzekeraars niet meer in de weg. De bovengenoemde overwegingen geven aan dat ondertoezichtstelling c.q. regulering van natura-uitvaartverzekeraars niet langer om «techni sche» redenen kan worden afgewezen. Ook principiële redenen voor het afzien van toezicht of regulering zijn er niet. Daar komt bij dat de financiële situatie onder de natura-uitvaartverzekeraars, zoals deze mede bleek uit het onderzoek van de Verzekeringskamer (zie paragraaf 3 hieronder), een belangrijke aanleiding is om ondertoezichtstelling c.q. regulering in het belang van verzekeringnemers en verzekerden te bezien. 3. Onderzoek van de Verzekeringskamer Het onderzoek van de Verzekeringskamer onder de natura uitvaartverzekeraars vond in een drietal fases plaats. In de eerste fase zijn ter oriëntatie enquêteformulieren verzonden aan 23 grote natura uitvaartverzekeraars, waarvan ertoen 21 waren aangesloten bij de Vereniging van Natura-uitvaartverzekeraars te Eindhoven (VNaV). Vervolgens is in de tweede fase een beknopte, globale schriftelijke enquête gehouden onder 1244 bedrijven, instellingen en personen van wie, op basis van gegevens van de NV Databank van de Kamers van Koophandel, een bedrijfsmatige uitoefening van activiteiten verband houdende met natura-uitvaartverzorging of natura-uitvaartverzekering mocht worden aangenomen. Naar aanleiding van de hierbij verkregen resultaten is tenslotte in de derde fase, aan de hand van een uitgebreid enquêteformulier, een steekproef gehouden onder 100 instellingen die in de tweede fase reageerden. Ten behoeve van het onderzoek is, behalve met de Vnav, overleg gevoerd met enkele samenwerkingsverbanden van zowel uitvaart verzorgers als natura-uitvaartverzekeraars. Het ging hierbij om het Nederlands Verbond van Uitvaartverenigingen te Delft, de Nederlandse Unie van Ondernemers in het Uitvaartverzorgingsbedrijf te 's Gravenhage en de Federatie van Katholieke Begrafenisinstellingen te Bavel. De resultaten van het onderzoek wijzen uit dat binnen de bedrijfstak grote verschillen bestaan zowel in de omvang van de bedrijven als in de grondslagen waarop de bepaling van vermogen en resultaat berust. Met name verschilt de wijze waarop de voorzieningen worden vastgesteld om aan de verzekeringsverplichtingen te voldoen, welke van wezenlijk belang is voor de beoordeling van de financiële positie van een verzekeraar. De Verzekeringskamer is van mening dat in een niet onaanzienlijk aantal gevallen de wijze van vaststelling van de voorzieningen naar actuariële maatstaven waarschijnlijk onvoldoende is. Dit kan op de langere termijn leiden tot een situatie, waarin niet meer kan worden voldaan aan de verplichtingen. De nakoming van de verplichtingen wordt dan in hoge mate afhankelijk van toetreding van nieuwe verzekerden dan wel de bereidheid van de verzekerden tot het betalen van extra bijdragen of een hogere premie. Kenmerkend is dat slechts in een beperkt aantal gevallen door externe deskundigen controle wordt uitgeoefend op de financiële positie van de instellingen. Gebleken is dat ten tijde van het onderzoek ongeveer 775 instellingen in Nederland zich bezig hielden met natura-uitvaartverzekering. Ongeveer 550 daarvan (veelal uitvaartverenigingen en onderlinge waarborg maatschappijen) bleken op basis van onderlinge solidariteit aan hun leden aanspraken te verlenen op een verzorging van de uitvaart. De overige waren op commerciële basis werkzaam. Het vorengaande heeft geleid tot een advies van de Verzekeringskamer om de bedrijfstak onder toezicht te stellen onderscheidenlijk een andere Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

5 vorm van regulering in te voeren. De hoofdlijnen van dit advies worden in paragraaf 4 weergegeven. Op de marktontwikkelingen die zich hebben voorgedaan sinds het uitbrengen van het advies door de Verzekeringskamer, wordt in paragraaf 5.1 nader ingegaan. 4. Advies van de Verzekeringskamer 4.1. Algemeen De Verzekerïngskamer komt in haar advies tot de conclusie dat toezicht dan wel een andere vorm van regulering van overheidswege noodzakelijk is om de belangen van verzekeringnemers en verzekerden te beschermen. Hierbij is het evenwel de vraag of het toezicht in volle omvang op alle instellingen die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen betrekking zal dienen te hebben. Er zal eerder sprake zijn van een noodzaak tot bescherming van de consument naarmate het voor deze, in aanmerking genomen de bedrijfsomvang van de betreffende verzekeraar, moeilijker wordt zich zelfstandig een oordeel te vormen over de onder neming. De consument heeft hiertoe meer mogelijkheden indien het gaat om in omvang beperkte en lokaal werkzame onderlinge waarborg maatschappijen, waar hij als lid-verzekeringnemer zelf invloed kan uitoefenen. Daar komt bij dat het toepassen van een toezichtsregime vergelijkbaar met het regime voor levensverzekeraars veel kleine natura-uitvaartverzekeraars in hun bestaan zou bedreigen, wat niet noodzakelijkerwijs in het belang van de betrokken consumenten behoeft te zijn. In verband met het bovenstaande stelt de Verzekeringskamer een tweeledig regime voor, waarbij onderscheid wordt gemaakttussen kleine en grote(re) natura-uitvaartverzekeraars Grote natura-uitvaaitverzekeraars: vergunningsplicht Voor die verzekeraars waarvan het aantal meerderjarige verzekerden 3000 of meer bedraagt, stelt de Verzekeringskamer voor dat een volledig, op de beoordeling van de solvabiliteit gericht toezicht, overeenkomstig met het regime voor levensverzekeraars, zal worden uitgeoefend. Deze verzekeraars zouden voor de uitoefening van het natura-uitvaart verzekeringsbedrijf dienen te beschikken over een daartoe door de Verzekeringskamerte verlenen vergunning 4. Voorts zouden eisen moeten worden gesteld aan de toelaatbare rechtsvormen (alleen N.V.'s en onderlinge waarborgmaatschappijen) en de afbakening van het natura uitvaartverzekeringsbedfïjf ten opzichte van het schade en levensverzekeringsbedrijf (verbod op nevenbedrijf) 5. Dit voorstel zou tot gevolg hebben dat vermoedelijk ongeveer 100 van de 225 op commerciële basis werkzame verzekeraars, waaronder de 23 in de eerste fase geënquêteerde natura-uitvaartverzekeraars, onder volledig toezicht zullen worden gebracht. De Verzekeringskamer is van mening dat de ondertoezichtstelling zou kunnen worden gerealiseerd door middel van een wijziging van de WTV en de op deze wet gebaseerde uitvoeringsbesluiten Kleine natura-uitvaartverzekeraars: aanmeldingsplicht * Advies Verzekeringskamer, p Advies Verzekerïngskamer, p. 10, 11 en Advies Verzekeringskamer, p. 6. Voor verzekeraars waarvan het aantal meerderjarige verzekerden minder dan 3000 bedraagt, zou door het stellen van bepaalde voorwaarden een verlicht regime gecreëerd kunnen worden, dat het afzien van een verdergaande vorm van regulering zou kunnen rechtvaar digen. Deze verzekeraars zouden een plicht krijgen zich te melden bij de Verzekeringskamer. De Verzekeringskamer adviseert als rechtsvorm Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

6 slechts de onderlinge waarborgmaatschappij toe te staan. Voorts adviseert zij af te zien van de eis dat deze verzekeraars over een solvabiliteitsmarge en een minimum garantiefonds dienen te beschikken. De desbetreffende verzekeraars zouden daarentegen wel verplicht moeten worden een bepaling in hun statuten op te nemen inhoudende dat de verzekeringsverplichtingen naar gelang van de beschikbare middelen kunnen worden beperkt (dit is nodig omdat wordt afgezien van solvabili teitseisen). Tevens zouden zij jaarlijks gegevens betreffende hun financiële toestand, zoals een balans en resultatenrekening, aan de Verzekerings kamer moeten overleggen (deze gegevens zouden bij de Verzekerings kamer voor een iederter inzage moeten liggen) alsmede een toelichting op de grondslagen op basis waarvan de verzekeringsverplichtingen zijn berekend. De Verzekeringskamer zou, mede ten behoeve van de toeganke lijkheid ervan voor aspirant-verzekeringnemers en derden, voorschriften moeten kunnen geven over de vormgeving van deze uiteenzetting 7. Een nevenbedrijf zou niet moeten worden toegestaan. Op de hiervoor geschetste wijze zou een zekere regulering van de bedrijfstak kunnen worden bereikt. Het voortbestaan van zeer vele kleine verzekeraars zou door dit verlichte regime niet worden bedreigd, terwijl met de bovenge noemde voorwaarden de continuïteit van de individuele verzekeraar en een voldoende invloed van de verzekeringnemers bereikt kan worden Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekering Aan levensverzekeraars zou het volgens de Verzekeringskamer toegestaan moeten blijven om bij de overeenkomst van levensverze kering, naast de verplichting een geldelijke uitkering te doen (dus als bijkomend risico), een verplichting te aanvaarden tot het doen verzorgen van de uitvaart Standpuntbepaling n.a.v. het advies van de Verzekeringskamer 5.1. Algemeen Na de aankondiging van de voorgenomen regulering bij brief van de ondergetekende aan de Tweede Kamer van 30 november 1990 heeft zich op de natura-uitvaartverzekeringsmarkt een aantal ontwikkelingen voorgedaan. Enerzijds vertoont de markt een tendens tot concentratie. Onder de vijf grootste natura-uitvaartverzekeraars vond na fusies met kleinere ondernemingen een herschikking plaats. Fusies onder natura uitvaartverzekeraars die voorheen plaatselijk of regionaal actief waren, leidden tot het ontstaan van een aantal grotere ondernemingen met een landelijk draagvlak. Aangenomen mag worden dat de voorgenomen regulering deze ontwikkelingen heeft bevorderd en versneld. Anderzijds werd het vermoeden dat sommige verzekeraars in de toekomst niet meer in staat zou zijn om aan hun verzekeringsverplichtingen te voldoen, bewaarheid door de recente faillissementen van een aantal natura uitvaartverzekeraars. Het bovenstaande bevestigt de conclusie van de ondergetekende in zijn brief van 30 november 1990 dat regulering van de bedrijfstak gewenst is. Een dergelijke regulering dient in de eerste plaats gericht te zijn op de bescherming van de belangen van verzekeringnemers en verzekerden, door het uitoefenen van toezicht op de financiële positie van een natura-uitvaartverzekeraar. De consequenties van dit uitgangspunt worden in de volgende paragraaf verder besproken Volledige ondertoezichtstelling van de branche? Advies Verzekeringskamer, p. 16. Advies Verzekeringskamer, p. 16. Advies verzekeringskamer, p. 8/9. De meest voor de hand liggende vorm van regulering zou de ondertoe zichtstelling zijn van de gehele natura-uitvaartverzekeringsbranche, Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

7 overeenkomstig de ondertoezichtstelling van levensverzekeraars in de WTV Oaarmee zou de solvabiliteit van aile verzekeraars gecontro leerd worden, wat op de langere termijn de belangen van de verzekerden op de beste wijze zou dienen. Naar het oordeel van de ondergetekende moeten in ieder geval de grotere natura-uitvaartverzekeraars onder een dergelijk toezichtsregime worden gebracht. Zoals blijkt uit het onderzoek van de Verzekeringskamer zou een ondertoezichtstelling van de gehele bedrijfstak een grote sanering onder met name de kleine verzekeraars met zich brengen. Een groot aantal van hen zal niet in staat zijn aan de uit het toezicht voortvloeiende eisen te voldoen. Het is de vraag of het ingrijpend saneren van deze groep kleine verzekeraars in het belang van de verzekerden zou zijn. Veel verzekerden zouden immers door een «geforceerd» faillissement van hun verzekeraar een nieuwe verzekering moeten sluiten, waarschijnlijk tegen een aanmerkelijk hogere premie. Het geld dat in de oude verzekering werd gestoken, is dan geheel of nagenoeg geheel verloren. Indien zou worden afgezien van het invoeren van een toezichtsregime voor kleinere verzekeraars overeenkomend met hettoezicht op levens verzekeraars, zou dit als consequentie hebben het voortbestaan van een aantal niet-solvabele onder hen. Dit hoeft overigens niette betekenen dat door het ontbreken van solvabiliteit onder alle omstandigheden een voor verzekerden kritieke situatie ontstaat. Immers, zoals de Verzekeringskamer heeft geconstateerd, is het bij de kleine natura-uitvaartverzekeraars veelal zo dat de leden elkaar aanspraken verlenen op basis van onderlinge solidariteit. Dit zal, naar de ondergetekende aanneemt, vaak inhouden dat de leden bijdragen in tekorten of betalen in geval van een sterfgeval. Voorts blijkt dat de door de kleine natura-uitvaartverzekeraars aange boden diensten vaak een diffuus karakter hebben. Veelal wordt niet een complete uitvaart verzekerd, maar een beperkt aantal diensten met een beperkte economische waarde. Met het oog op deze categorie kleine verzekeraars, die een sociale functie kunnen vervullen in dorpen, buurtschappen en parochies, en die vaak een ideële achtergrond hebben, heeft de ondergetekende in zijn brief aan de Tweede Kamer van 30 november 1990 aangegeven een sanering als gevolg van ondertoezicht stelling niet wenselijk te vinden. Door het creëren van een aanmeldingsregime, in het kader waarvan voorschriften gegeven kunnen worden met betrekking tot bijvoorbeeld de verslaglegging en de accountantscontrole, zullen de betrokken verzeke raars gedwongen kunnen worden tot meer professionalisering. Dit wil zeggen dat de verzekeraars gedwongen zullen moeten worden hun verplichtingen en eventuele tekorten te berekenen. Dit zal, mede in aanmerking genomen de te creëren mogelijkheden voor invloed van de verzekeringnemers, waarschijnlijk een stimulans betekenen in de toekomst te trachten de solvabiliteitspositie te verbeteren. Bovendien zou het faillissementsrisico bij deze verzekeraars beperkt kunnen worden door een kortings of omslagregeling verplicht te stellen. Voor de voorwaarden te stellen aan een dergelijk verlicht regime wordt verwezen naar paragraaf 5.3. In dit kader kan gewezen worden op de parallel die tot op zekere hoogte bestaat met het aanmeldingsregime zoals dat ingevolge het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen op basis van artikel 20 van de WTV 1993 geldt voor onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenen. De keuze voor een aanmeldingsregime voor kleine schade-onderlingen, werd bij de totstandkoming van de regelgeving in kwestie eveneens gebaseerd op de kleinschaligheid van de betrokken ondernemingen. Toezicht op deze verzekeraars uit het motief, dat de ondeskundige leek bescherming behoeft tegen de deskundige verzekeraar, bleek hier niet nodig. De Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

8 ervaring leert dat door de leden-verzekeringnemers doorgaans in goede harmonie wordt samengewerkt 10. De ondergetekende meent dan ook dat het afzien van volledig toezicht op kleine natura-uitvaartverzekeraars onder bepaalde voorwaarden aanvaardbaar kan zijn. Een minder vergaande regulering op basis van zelfregulering door de bedrijfstak, komt de ondergetekende onwenselijk voor, gezien de aard van de belangen, de parallel met schade en levensverzekeraars, de omvang van de branche en de beperkte organisatiegraad van de ondernemingen De eisen waaraan het verlichte regime moet voldoen Een keuze voor een verlicht regime voor kleinere verzekeraars kan naar de mening van de ondergetekende onder de volgende voorwaarden aanvaardbaar zijn. - Het moet voor een ieder kenbaar zijn wanneer een verzekeraar niet onder toezicht van de Verzekeringskamer staat maar onder het verlichte regime valt. Dit kan bereikt worden door een plicht zich te melden bij de Verzekeringskamer, die van de meldingen een register bijhoudt dat voor iedereen toegankelijk is. - Het moet voor (aspirant-)verzekerden kenbaar zijn wat de vermogens positie van de verzekeraar is. Daarvoor moeten voorwaarden worden gesteld aan de verslaglegging en de controle daarop. Dit betekent in ieder geval aat de verzekeraar verplicht moet zijn jaarstukken op te stellen. Een accountantscontrole moet de betrouwbaarheid van de gegevens waarborgen. Deze stukken moeten voor een ieder ter inzage liggen. Op grond van deze stukken kunnen de (aspirant-)verzekeringnemers en derden (bijvoorbeeld tussenpersonen of consumentenorganisaties) een beter inzicht krijgen in de financiële positie van de verzekeraar. In de huidige situatie behoeven deze stukken niet altijd te worden opgemaakt, openbaar gemaakt en door een accountant te worden gecontroleerd aangezien het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf thans nog vaak wordt uitgeoefend door verenigingen, stichtingen en eenmanszaken waarop de bepalingen betreffende de jaarrekening in het BW niet van toepassing zijn. Hoewel met het verlichte regime wordt afgezien van volledige ondertoe zichtstelling, zou een en anderten opzichte van de huidige situatie derhalve toch reeds een aanmerkelijke kwalitatieve structurering van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf betekenen. - Om de gewenste invloed van verzekerden op het beleid van de verzekeraar mogelijkte maken, moeten eisen worden gesteld aan de toegelaten rechtsvorm. De onderlinge waarborgmaatschappij is hiervoor bij uitstek geschikt. - Een verzekeraar die onder het verlichte regime valt, moet een statutaire regeling treffen om de verplichtingen te kunnen beperken (kortingsregeling die gevolgen heeft voor alle verzekerden) dan wel de leden te kunnen laten bijdragen in tekorten (omslagregeling). Hiermee wordt de solidariteitsgedachte tot uitdrukking gebracht, die als kenmerkend wordt beschouwd voor de onderlinge waarborgmaatschappij en die mede een rechtvaardiging vormt om af te zien van solvabiliteits eisen. Immers, door de verplicht gestelde statutaire bepaling wordt het faillissementsrisico sterkteruggedrongen en wordt voorkomen dat de aanwezige reserves te veel worden verbruikt voor de eerstkomende uitvaarten, zodat voor de overige verzekerden onvoldoende resteert. Desgewenst kunnen verzekeraars die commercieel werkzaam willen zijn zich aan de wettelijk opgelegde solidariteit onttrekken door een vergunning op basis van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekerings bedrijf (WTN) aan te vragen (aan natura-uitvaartverzekeraars met een vergunning wordt de kortings of bijdrage-regeling niet opgelegd). Daardoor komt een dergelijke verzekeraar uiteraard wel onder toezicht te 10 Kamerstukken ii 1963/64,6545, nr. 7, p. 2. staan, en gelden voor hem onder andere de solvabiliteitseisen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 8

9 - Door een verbod op nevenbedrijf moet worden voorkomen dat de belangen van verzekerden worden blootgesteld aan risico's die vreemd zijn aan het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf Het onderscheid tussen «grote» en «kleine» verzekeraars Bij het creëren van een tweeledig regime moet een criterium worden gehanteerd ter onderscheiding van grote en kleine natura-uitvaart verzekeraars. Omdat het bij de onderhavige regulering primair gaat om de bescherming van de consument, ligt het voor de hand de «kritische grootte» van een verzekeraar te bepalen aan de hand van het aantal bij de verzekering betrokken personen (verzekerden en verzekeringnemers). Het aantal verzekerden is in het algemeen niet gelijk aan het aantal verzekeringnemers. Veelal zijn op één polis twee volwassenen en een aantal minderjarige kinderen verzekerd. Zodra deze laatsten meerderjarig worden, zullen zij doorgaans, indien zij dat wensen, zelf een overeen komst van natura-uitvaartverzekering moeten afsluiten. Dit brengt met zich dat het aantal verzekeringnemers een meer vaststaand gegeven is dan het aantal verzekerden. Omwille van de eenvoud wordt er hierna van uitgegaan dat op één polis twee meerderjarigen verzekerd zijn. Het vaststellen van het aantal verzekeringnemers of verzekerden dat relevant is voor de vraag of een verzekeraar onder toezicht valt of onder het verlichte regime, kan bij gebrek aan objectieve factoren niet anders dan min of meer arbitrair gebeuren. De ondergetekende meent dat er goede gronden zijn om aan te sluiten bij het voorstel van de Verzekerings kamer om de grens te leggen bij 3000 meerderjarige verzekerden (1500 verzekeringnemers). Met de Verzekeringskamer is de ondergetekende van oordeel dat de grens veiligheidshalve niet te hoog moet worden vastge steld. Recht moet immers worden gedaan aan het uitgangspunt dat op de vrijgestelde onderlinge door haar beperkte omvang invloed moet kunnen worden uitgeoefend door de leden-verzekeringnemers. Hoewel dat geen wet van Meden en Perzen zal zijn, gaat de ondergetekende er van uit dat organisaties met 3000 of meer meerderjarige verzekerden doorgaans gekenmerkt zullen worden door een meer professionele bedrijfsvoering, een aanzienlijker premie-inkomen, de aanwezigheid van een waarborg kapitaal en een administratief apparaat. Het is de Verzekeringskamer gebleken dat het bestuur hier veelal het karakter heeft van een directie, terwijl in sommige gevallen sprake is van een raad van commissarissen. Als gevolg van het «3000-criterium» zou het voorgestelde toezicht betrekking hebben op circa 75% van hettotaal aantal verzekerden (25% van alle natura-uitvaartverzekeraars) 11. Slechts onderlingen met minder dan 3000 meerderjarige verzekerden zullen in dit geval onder het verlichte regime kunnen vallen. Het zal echter gewenst zijn voor wat betreft de effectiviteit van het criterium in de praktijk de vinger aan de pols te houden. 11 Op basis van de gegevens die zijn verzameld door het Economisch en Sociaal Instituut van de Vrije Universiteit kan een indicatie worden gegeven van de effecten die de keuze van verschillende aantallen verzekerden heeft. Indien de grens wordt gelegd bij 1000 meerderjarige verzekerden (500 verzekeringnemers), dan zou circa 60% van het totaal aantal natura uitvaartverzekeraars onder toezicht komen, met circa 95% van alle verzekerden. Wordt de grens gelegd bij 5000 verzekerden (2500 verzekeringnemers), dan zou circa 15% van het totale aantal verzekeraars onder toezicht komen met 65% van alle verzekerden Conclusie Voorgesteld wordt, overeenkomstig het advies van de Verzekerings kamer, tot een tweeledig regime over te gaan. Voor de grotere natura uitvaartverzekeraars (3000 meerderjarige verzekerden of meer) houdt dit in een toezichtsregime, vergelijkbaar met het bestaande toezicht op levensverzekeraars ingevolge de WTV 1993, terwijl daarnaast een verlicht regime wordt voorgesteld voor de kleinere verzekeraars (minder dan 3000 meerderjarige verzekerden). Omdat een nieuw toezichtsregime wordt gecreëerd, met criteria waarvan de effectiviteit zich in de praktijk zal moeten bewijzen, stelt de ondergetekende zich voor om uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de WTN een evaluatie te laten plaatsvinden van de effecten van het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3

10 tweeledig toezicht en van het gekozen criterium van 3000 meerderjarige verzekerden. 6. Inhoud van het wetsvoorstel 6.1. Aparte wet voor natura-uitvaartverzekeraars 12 Richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen betreffende detoegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekerings branche, en de uitoefening daarvan (eerste richtlijn schadeverzekering; PbEG L 228) en richtlijn nr. 79/267/EEG van 5 maart 1979 tot coördinatie van de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe levensverzekeringsbedrijf, en de uitoefening daarvan (eerste richtlijn levensver zekering; PbEG L 63). 13 Richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuurs rechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (derde richtlijn schadeverzekering; PbEG L 228) en Richtlijn nr. 92/96/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekerings bedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (Derde richtlijn levensverzekering; PbEG L360). Voor de vormgeving van de regulering ligt een tweetal mogelijkheden voor de hand, te weten integratie in de WTV 1993, dan wel het opstellen van een aparte wet. In eerste instantie is, overeenkomstig het advies van de Verzekerings kamer, de mogelijkheid bezien van integratie in de WTV Hiervan is tenslotte echter afgezien op grond van de volgende overwegingen. Sedert de totstandkoming van de eerste generatie EG-richtlijnen voor schade en levensverzekeraars in 1973 onderscheidenlijk , is in de WW in toenemende mate regelgeving opgenomen die in Europees verband tot stand is gekomen met het oog op een gecoördineerd toezichtstelsel. De voorlopige afronding van deze coördinatie vormen de derde richtlijn schadeverzekering en de derde richtlijn levensverzekering, die na het uitbrengen van het advies van de Verzekeringskamer tot stand zijn gekomen 13. Hiermee wordt het beginsel van één vergunning geïntroduceerd, die geldig is in de gehele Europese Gemeenschap («single licence»). Consequentie daarvan is dat het toezicht op het gehele bedrijf van de verzekeraar wordt uitgeoefend door de lid-staat waar de zete! van de verzekeraar is gevestigd («home country control»). Essentieel hierbij zijn minimum-harmonisatie en wederzijdse erkenning van de toezichtsystemen in de lid-staten, gekoppeld aan een vergaande vorm van samenwerking tussen de nationale toezichthoudende autoriteiten. Van deze Europese regelgeving zijn de gespecialiseerde natura-uitvaart verzekeraars ingevolge de eerste richtlijn levensverzekering uitgezonderd (zie artikel 3, eerste lid). Dit heeft tot gevolg dat ten aanzien van gespecia liseerde natura-uitvaartverzekeraars in de Gemeenschap, in tegenstelling tot schade en levensverzekeraars, geen gecoördineerde regelgeving bestaat. Het systeem van één vergunning binnen de EEG kan derhalve niet van toepassing zijn op verzekeraars met zetel in de Gemeenschap die uitsluitend het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen. Integratie van de regelgeving inzake de natura-uitvaartverzekeraars in de WTV 1993, * zou daardoor een uiterst complexe zaak zijn, omdat in de systematiek van die wet een volledig afwijkend regime zou moeten worden verwerkt. De overzichtelijkheid en toegankelijkheid van de WTV 1993 zou daardoor worden geschaad. De complexiteit van een dergelijk wetgevingsproject zou bovendien de tijdige implementatie van de derde generatie richtlijnen (de daaraan aangepaste Nederlandse regelgeving - de WTV treedt per 1 juli 1994 in werking) in gevaar hebben gebracht. Daarnaast zou een en ander ook voor het onderhavige wetsvoorstel onnodige vertraging met zich hebben kunnen brengen, terwijl de toegankelijkheid van de regeling voor natura-uitvaartverzekeraars er evenmin mee gediend zou zijn geweest. Het verdient derhalve om wetstechnische redenen de voorkeur het toezicht op natura-uitvaart verzekeraars niet in de WTV 1993 te regelen, maar in een afzonderlijke wet, de WTN, zonder dat dit afdoet aan de gelijksoortige uitgangspunten in beide wetten. De bepalingen uit de WTV 1993 die van toepassing kunnen worden verklaard op natura-uitvaart verzekeraars zijn in de WTN overgenomen. In tegenstelling tot de WTV 1993, waarin op grond van de richtlijnen onderscheiden wordt tussen drie categorieën verzekeraars, te weten verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars met zetel in een andere lid-staat dan Nederland en verzeke raars met zetel buiten de Gemeenschap, kan in de WTN worden volstaan met een tweedeling. Naast verzekeraars met zetel in Nederland wordt, bij Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 10

11 afwezigheid van communautaire harmonisatie, slechts de categorie verzekeraars met zetel buiten Nederland onderscheiden Vergunningsplichtige natura-uitvaartverzekeraars Vergunning De toegang tot het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf wordt afhankelijk gesteld van een vergunning, zoals dit ook voor WTV-verzekeraars geldt. Voor het verkrijgen van een vergunning dient de aanvrager aan een aantal eisen te voldoen. De belangrijkste eisen zijn dat de aanvrager een programma van werkzaamheden moet indienen en moet beschikken over voldoende financiële middelen. Het programma van werkzaamheden dient informatie te bevatten over de soort natura-uitvaartverzekeringen die de aanvrager voornemens is aan te bieden, de polisvoorwaarden, de tarieven, de aanwezige solvabiliteitsmarge, de bedragen die voor de inrichting van administratie en produktienetzijn uitgetrokken en de nagestreefde bedrijfsvoering. In paragraaf wordt nader ingegaan op de financiële eisen voor het verkrijgen van een vergunning. De Verzekeringskamer kan een eenmaal verstrekte vergunning intrekken en zal dit in ieder geval doen wanneer de verzekeraar de bedrijfs uitoefening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt of indien de verzekeraar daarom verzoekt. Intrekking zal uiteraard ook plaatsvinden indien de verzekeraar niet meer voldoet aan de gestelde solvabiliteitseisen en er geen uitzicht is op verbetering in de situatie. Ook wanneer de verzekeraar ernstig in gebreke blijft om aan zijn (overige) wettelijke verplichtingen te voldoen, kan de vergunning worden ingetrokken. In tegenstelling tot schade en levensverzekeraars, waar de grote verscheidenheid in activiteiten heeft geleid tot een onderverdeling van het bedrijf in diverse branches, wordt gezien de aard van het natura uitvaartverzekeringsbedrijf voorgesteld hierte volstaan met één branche Rechtsvorm Overeenkomstig het advies van de Verzekeringskamer, meent de ondergetekende dat de gespecialiseerde natura-uitvaartverzekeraars aan dezelfde eisen wat betreft de rechtsvorm moeten voldoen als schade en levensverzekeraars. Dit houdt in dat een verzekeraar met zetel in Nederland de rechtsvorm naamloze vennootschap of onderlinge waarborgmaatschappij moet hebben. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de thans in het natura uitvaartverzekeringsbedrijf veelvuldig gebruikte rechtsvorm van een stichting niet kan worden toegestaan vanwege de autonomie van het bestuur, het gebrek aan mogelijkheden tot zeggenschap van verzekerden en het niet van toepassing zijn van de bepalingen in het BW betreffende de jaarrekening. De in de bedrijfstak veel gebruikte rechtsvormen vereniging en coöperatie kunnen met het oog op Boek 2 van het BW niet worden toegestaan (zie de artikelen 26, eerste lid en 53, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het BW). Het doel van deze rechtsvormen mag namelijk niet zijn het sluiten van overeenkomsten van verzekering Financiële eisen Vergunningsplichtige natura-uitvaartverzekeraars zullen moeten voldoen aan eisen omtrent solvabiliteit en technische voorzieningen, vergelijkbaar met die welke voor WTV-verzekeraars gelden. Gelet op de aard van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de relatief geringe waarde van de verzekerde prestatie (gemiddeld f 5000), wordt, overeen komstig het advies van de Verzekeringskamer, voorgesteld het minimum bedrag van het garantiefonds aanzienlijk lager vast te stellen dan het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 11

12 minimum bedrag dat geldt voor levensverzekeraars. Waar dit voor levensverzekeraars ingevolge de eerste richtlijn levensverzekering is gesteld op ECU, overeenkomend met een bedrag van ongeveer f , kan voor de natura-uitvaartverzekeraars met het aanzienlijk lagere bedrag van f worden volstaan. Voor natura-uitvaart verzekeraars die op het tijdstip van inwerkingtreding van de WTN reeds het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefenen en waarvan de solvabiliteitsmarge lager is dan voorgeschreven of lager dan het minimum bedrag van het garantiefonds, wordt een overgangstermijn van vier jaar voorgesteld om aan de eisen te voldoen. Deze verzekeraars zullen aan de Verzekeringskamer een aanpassingsplan ter goedkeuring moeten voorteggen. Om de Verzekeringskamer in staat te stellen een goed inzicht te krijgen in de financiële positie van de natura-uitvaartverzekeraars, zullen zij, net zoals dat bij WTV-verzekeraars het geval is, jaarlijks staten moeten indienen die te zamen een duidelijk beeld geven van het door de verzekeraar gevoerde beheer en van zijn financiële toestand. Voor de situatie waarin de verzekeraar niet meer voldoet aan de solvabiliteitseisen, voorziet het wetsvoorstel voorts in maatregelen tot herstel van de vereiste solvabiliteit. De Verzekeringskamer is bevoegd om de verzekeraar te dwingen zijn financiële positie te saneren overeen komstig een daartoe opgesteld plan. In bepaalde gevallen kan de Verzekeringskamer de vrije beschikking over de activa van de verzekeraar beperken of verbieden Overige eisen Zoals ook voor de levensverzekeraars het geval is, worden eisen gesteld inzake het aantal bestuurders en commissarissen. Daarnaast moet de deskundigheid en de integriteit van de personen die het beleid van een verzekeraar (mede) bepalen, naar het oordeel van de Verzekeringskamer voldoende zijn. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat hij niet meer voldoet of zal voldoen aan een van de voorwaarden op grond waarvan hij een vergunning heeft verkregen, moet hij hiervan terstond aan de Verzekeringskamer mededeling doen. Tevens moet een verzekeraar op verzoek van de Verzekeringskamer aantonen dat hij nog voldoet aan de voorwaarden voor bedrijfs uitoefening en dient hij aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken die zij in het belang van een juiste uitoefening van het toezicht noodzakelijk acht. De verzekeraar moet de Verzekeringskamer in de gelegenheid stellen onderzoekte verrichten, zowel bij de verzekeraar zelf als bij degene die boeken, zakelijke bescheiden en andere informatiedragers van de verzekeraar onder zich heeft. Tenslotte worden ook voor portefeuille-overdracht en noodregeling wettelijke maatregelen getroffen Aanmeldingsplichtige natura-uitvaartverzekeraars Aanmelding Natura-uitvaartverzekeraars met zetel in Nederland die minder dan 3000 meerderjarige verzekerden hebben, kunnen in plaats van onder toezicht gesteld te worden in aanmerking komen voor toepassing van het verlichte regime. Het verlichte regime zal in een algemene maatregel van bestuur worden geregeld. Dit maakt het mogelijk om, indien de praktijk daarvoor aanleiding mocht geven, bijvoorbeeld na de evaluatie, bedoeld in paragraaf 5.5, het verlichte regime op korte termijn te kunnen bijsturen. Gedacht zou kunnen worden aan een bijstelling van het «3000-criterium» Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 12

13 of aan het wijzigen van de iijst van aan de Verzekeringskamer over te leggen documenten. Allereerst moet een verzekeraar die in aanmerking wil komen voor het verlichte regime zich aanmelden bij de Verzekeringskamer. Gelijktijdig met de aanmelding moet een aantal gegevens worden overgelegd die de Verzekeringskamer in staat stellen te beoordelen of de verzekeraar in aanmerking komt voor het verlichte regime. Wordt aan deze eisen voldaan, dan geeft de Verzekeringskamer een verklaring van die strekking af. Aan de hand van een door de Verzekeringskamer aan te houden register kan aan derden antwoord worden gegeven op hun vraag of de verzekeraar waarmee men wil contracteren is geregistreerd als «verlicht regime-verzekeraar», dan wel onder toezicht staat. Bij de aanvraag van een verklaring moeten aan de Verzekeringskamer worden overgelegd een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van de statuten van de onderneming en een lijst met namen en adressen van de bestuurders. De Verzekeringskamer zal de verklaring weer kunnen intrekken indien de verzekeraar daarom verzoekt, indien hij niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de afgifte van de verklaring zijn gesteld, ernstig in gebreke blijft aan de verplichtingen bij of krachtens wet of het besluit opgelegd te voldoen, de bedrijfsuitoefening heeft gestaakt hetzij surséance is verleend of faillissement is uitgesproken. De intrekking van de verklaring verplicht de verzekeraar zijn bedrijf af te wikkelen, tenzij de intrekking gepaard gaat met de verlening van een vergunning ingevolge de WTN dan wel ingevolge de WTV Rechtsvorm Overeenkomstig het advies van de Verzekeringskamer zullen uitsluitend natura-uitvaartverzekeraars die de rechtsvorm onderlinge waarborg maatschappij hebben, een beroep kunnen doen op het verlichte regime. Bij deze rechtsvorm hebben de leden-verzekeringnemers stemrecht, waarmee zij in de algemene ledenvergadering de mogelijkheid hebben invloed uitte oefenen op het beleid van het bestuur. Voorts kunnen bij onderlinge waarborgmaatschappijen de leden statutair verplicht worden bij te dragen in eventuele tekorten (zie ook paragraaf ). Op grond van artikel 56, eerste lid, van Boek 2 van het BW kan een onderlinge waarborgmaatschappij in haar statuten iedere verplichting van haar leden of oud-leden om in een tekort bij ontbinding bij te dragen, uitsluiten of tot een maximum beperken. In geval van uitsluiting moet zij de letters U.A. aan het slot van haar naam plaatsen en in geval van beperkte aansprakelijkheid de letters B.A. Een onderlinge die geen uitsluiting om bij te dragen kent, moet de letters W.A. aan het slot van haar naam plaatsen. In verhouding tot de ingevolge dit wetsvoorstel verplicht te stellen omslag of kortingsregeling betekent dit dat de onderlinge die voor «U.A.» of «B.A.» kiest, verplicht is statutair te voorzien in de kortingsregeling bij ontbinding. Daarnaast zal ook voor de situatie gedurende de bedrijfsuitoefening in de statuten de keuze voor de omslagregeling of de kortingsregeling moeten worden vastgelegd. Een onderlinge die verzekeringsovereenkomsten wil sluiten met niet-leden mag echter slechts als «U.A.» opereren (zie artikel 53, derde lid, van Boek 2 van het BW). Een dergelijke onderlinge natura-uitvaartverzekeraar kan dan ook slechts opteren voor de kortingsregeling. Ten minste de helft van de meerderjarige verzekerden van de onder linge zal uit leden moeten bestaan. Met dit voorschrift wordt, in lijn met artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1993, een concrete invulling gegeven aan artikel 53, vierde lid, van Boek 2 van het BW. In dit artikel is bepaald dat een onderlinge niet in zodanige mate verzekeringsovereenkomsten met niet-leden mag sluiten, dat de overeenkomsten met leden slechts van Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 13

14 ondergeschikte betekenis zouden zijn. Uitholling van de «onderlinge gedachte» wordt daarmee voorkomen Financiële eisen Voor meldingsplichtige natura-uitvaartverzekeraars worden geen voorschriften gegeven met betrekking tot onder meer de technische voorzieningen, de solvabiliteit en het minimum-garantiefonds, zoals die ingevolge de WTN gelden voor vergunningsplichtige natura uitvaartverzekeraars. Wel zullen deze verzekeraars verplicht zijn jaarlijks hun jaarrekening, jaarverslag en een toelichting op de gehanteerde grondslagen met een daarbij behorende accountantsverklaring bij de Verzekeringskamer in te dienen, waar zij voor een ieder ter inzage zullen liggen. De Verzekeringskamer kan voorschriften geven over de vormgeving van de toelichting op de gehanteerde grondslagen. Een onderlinge die onder het verlichte regime valt, dient in de statuten een regeling te treffen om de verplichtingen te kunnen beperken dan wel de leden te kunnen laten bijdragen in tekorten. Hiermee wordt de solidariteitsgedachte bewerkstelligd, die als kenmerkend wordt beschouwd voor de onderlinge waarborg maatschappijen Overige eisen De verzekeraars hebben een informatieplicht jegens de Verzekerings kamer. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat hij niet meer voldoet of zal voldoen aan een van de voorwaarden op grond waarvan hij een verklaring heeft verkregen, moet hij hiervan terstond aan de Verzekeringskamer mededeling doen. Tevens moeten de verzekeraars op verzoek van de Verzekeringskamer aantonen dat zij nog voldoen aan de voorwaarden van het verlichte regime en voorts moeten zij aan de Verzekeringskamer alle inlichtingen verstrekken die deze in het belang van een juiste toepassing van het verlichte regime nodig mocht achten. Tevens heeft zij het recht onderzoek te verrichten, zowel bij de verzekeraar zelf als bij degene die boeken, zakelijke bescheiden en andere informatie dragers van de verzekeraar onder zich heeft Afbakening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf Aan natura-uitvaartverzekeraars wordt verboden een nevenbedrijf uit te oefenen. Zij mogen derhalve geen overeenkomsten van schade of levensverzekering als bedoeld in de WTV 1993 sluiten en ook geen ander nevenbedrijf, zoals het uitvaartbedrijf voor anderen dan de eigen verzekerden, uitoefenen. Dit ter voorkoming van belangen verstrengelingen waardoor de belangen van verzekerden blootgesteld worden aan risico's die vreemd zijn aan het natura-uitvaartverzekerings bedrijf. Het gebruik van het begrip «bedrijf» houdt overigens in dat een incidenteel, op zich zelf staand geval, niet tot schending van het verbod op nevenbedrijf leidt. De Verzekeringskamer wijst in haar advies op onder verschillende benamingen in de markt voorkomende fondsvormingscontracten, die door veel natura-uitvaartverzekeraars worden aangeboden. Hierbij wordt een bepaalde geldsom aan de verzekeraar in bewaring gegeven met welk bedrag te zijner tijd de kosten van de uitvaart worden verrekend. De in bewaring gegeven gelden zijn normaal gesproken niet opeisbaar bij leven. Twee hoofdvormen worden onderscheiden. Eén hoofdvorm betreft het produkt waarbij de betrokken instelling op het tijdstip van de storting van de geldsom een toezegging doet omtrent de hoogte van het te bereiken bedrag. Deze overeenkomst moet als een verzekering worden aangemerkt, aangezien de instelling zowel Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 14

15 overlijdens als beleggingsrisico loopt. De ondergetekende stelt vast dat de voorgenomen regulering zich uiteraard zal uitstrekken tot de natura uitvaartverzekeraars die zich bezighouden met deze bedrijfsaktiviteit. De andere hoofdvorm betreft de gevallen waarin, vanwege de toename door rente, de hoogte van de eindsom wordt bepaald door de duur van het leven van betrokkene. Het tijdstip van overlijden vormt in deze gevallen als enige onzekere element onvoldoende grondslag om de overeenkomst als verzekering aan te merken. Er is namelijk geen kans op voor of nadeel in verband met het leven of de dood voor een van de partijen. De prestatie die de verzekeraar levert, is niet meer dan de tegenwaarde van de ingelegde som, vermeerderd met beleggingsop brengsten. Ook wat deze produkten betreft, meent de Verzekeringskamer dat bij de afbakening van de aan het natura-uitvaartverzekerïngsbedrijf te stellen grenzen ervoor dient te worden gewaakt dat de belangen van verzekerden worden blootgesteld aan risico's die vreemd zijn aan het (natura uitvaart)verzekeringsbedrijf. Voor zover de betreffende overeenkomsten voor de verzekeraar een beleggingsrisico inhouden, verdient het naar de mening van de Verzekeringskamer aanbeveling deze fondsen in juridisch zelfstandige ondernemingen onderte brengen. Wel zou het aan de betrokken natura-uitvaartverzekeraars toegestaan kunnen worden om bedrijfsmatig over deze fondsen het beheer te voeren 14. De ondergetekende is met de Verzekeringskamer van mening dat het aan natura-uitvaartverzekeraars toegestaan moet worden fondsvormings contracten zonder beleggingsrisico te sluiten in het kader van de uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Hiermee wordt recht gedaan aan het specifieke karakter van het natura uitvaartverzekeringsbedrijf, waarin het fondsbedrijf van oudsher wordt uitgeoefend. Indien de verzekeraar geen beleggingsrisico loopt, worden de belangen van verzekerden niet geschaad. Voor het onmogelijk maken van deze overeenkomsten, die in de behoeften van de praktijk voorzien, of voor het in deze gevallen voorschrijven van het gebruik van een aparte rechtspersoon, bestaat derhalve onvoldoende grond. Zodra sprake is van contracten met een beleggingsrisico voor de verzekeraar dient echter een aparte rechtspersoon te worden opgericht. Ongunstige beleggings resultaten kunnen daardoor geen invloed meer hebben op de verzeke ringsaktiviteiten. In het kader van de uitoefening van het natura-uitvaart verzekeringsbedrijf kan op dat moment slechts het beheer over de gestorte fondsen worden uitgeoefend. Ter voorkoming van mogelijke misverstanden wordt opgemerkt dat het enkele feit dat het aan natura-uitvaartverzekeraars mogelijk wordt gemaakt fondsvormingscontracten zonder verzekerings en beleggings risico aan te bieden, niet betekent dat het toezicht ingevolge dit wetsvoorstel zich eveneens zou uitstrekken tot anderen die dergelijke fondsvormingsovereenkomsten aanbieden, zoals uitvaartondernemingen Levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekering Advies Verzekeringskamer, p. 6. In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de WTV 1993, zijn overeen komsten van levensverzekering gedefinieerd als «overeenkomsten van verzekering tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met het leven of de dood van de mens...». Verzekeringen waarvan de uitkeringen in natura luiden, zijn niettoegestaan voor levensverzekeraars. De eerste richtlijn levensverzekering biedt lid-staten overigens wel de mogelijkheid levensverzekeraars toe te staan ook natura-uitvaartverzekeringen aan te bieden, maar hiervan is tot op heden door Nederland geen gebruik gemaakt. Wel staat artikel 1, tweede lid, van de WTV 1993 levens verzekeraars toe verplichtingen van andere aard te aanvaarden, mits dit naast de verplichting tot het doen van geldelijke uitkeringen geschiedt. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 15

16 De mogelijkheden die de derde richtlijn levensverzekering biedt, geven echter thans aanleiding een en ander opnieuw te bezien. Het zogenaamde «Europese paspoort» voor verzekeraars, resultaat van de derde generatie richtlijnen, brengt met zich dat verzekeraars met een vergunning in de lid-staat van hun zetel, in de hele Europese Gemeenschap hun produkten kunnen aanbieden. De concurrentiepositie van Nederlandse verzekeraars zou in vergelijking tot andere verzekeraars met zetel in de EG nadelig worden beïnvloed indien zij geen natura-uitvaartverzekeringen zouden kunnen aanbieden, terwijl de andere EG-verzekeraars dat wel zouden kunnen. Vanuit toezichtsoogpunt bestaat er geen bezwaar (meer) tegen dat levensverzekeraars natura-uitvaartverzekeringen aanbieden: de natura-uitvaartverzekeringsverplichtingen zijn niet, zoals in het verleden werd aangenomen, «onberekenbaar» (zie paragraaf 2), terwijl de solvabiliteitseisen die aan levensverzekeraars worden gesteld zodanig hoog zijn dat zij meer dan voldoende zijn in verhouding tot de naar hoogte beperkte risico's van natura-uitvaartverzekering. Daarom wordt voorgesteld de branche Levensverzekering algemeen in de WTV 1993, die correspondeert met branche I van de eerste richtlijn levensverzekering, uit te breiden met de natura-uitvaartverzekering. Dit leidt ertoe dat levens verzekeraars, die voldoen aan de eisen van de WTV 1993, evenals de gespecialiseerde natura-uitvaartverzekeraars, in tegenstelling tot wat thans het geval is, zelfstandige overeenkomsten van natura uitvaartverzekering kunnen sluiten. Dit maakt hettevens mogelijk dat een natura-uitvaartverzekeraar, om gebruikte kunnen maken van het Europese paspoort, een vergunning aanvraagt voor het levensverzekeringsbedrijf. Dit heeft uiteraard wel tot gevolg dat dan de bepalingen van de WTV 1993 in plaats van de WTN op hem van toepassing zullen zijn. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat op levensverzekeraars met zetel in een andere staat dan Nederland die natura-uitvaartverzekeringen door middel van dienstverrichting in Nederland willen aanbieden, niet de WTN maar de WTV 1993 van toepassing is. Aangezien deze verzekeraars naast het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf tevens het levensver zekeringsbedrijf uitoefenen, worden zij ingevolge de WTV 1993 aange merkt als levensverzekeraars. 7. Buitenlandse natura-uitvaartverzekeraars 7.7. Algemeen Voor natura-uitvaartverzekeraars met zetel buiten Nederland die voornemens zijn zich te vestigen in Nederland dan wel diensten te verrichten naar Nederland, zijn die bepalingen uit de WTV 1993 overge nomen, die betrekking hebben op het toezicht op verzekeraars met zetel buiten de Gemeenschap. De facto betekent dit dat natura-uitvaartverzekeraars met zetel buiten Nederland die zich in Nederland wensen te vestigen, in beginsel aan gelijkwaardige eisen dienen te voldoen als verzekeraars met zetel in Nederland. Ook voor hen zal de vergunningseis gelden. Aangezien een buitenlandse natura-uitvaartverzekeraar voor het buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf niet onderworpen is aan het Nederlandse toezichtsregime en aangezien onzeker is of op hem een buitenlands regime van toepassing is dat met het Nederlandse overeen stemt, dient hij voor het verkrijgen van een vergunning in Nederland aan enkele specifieke eisen te voldoen. Zo dient hij naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn. Aan de rechtsvorm worden geen specifieke eisen gesteld, aangezien rechtsvormen per staat verschillen. Voorts dient de verzekeraar naar het recht van de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en dient hij dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat ook daadwerkelijk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 16

17 uit te oefenen. De verzekeraar dient bij de aanvraag van de vergunning aan te tonen dat hij voor zijn gehele in en buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf over een solvabiliteitsmarge beschikt die ten minste overeenkomt met de solvabiliteitsmarge, welke voor verzekeraars met zetel in Nederland geldt. Hetzelfde geldt voor het minimum bedrag van het garantiefonds, waarvoor hij zekerheid dient te stellen. De waarden die de technische voorzieningen vertegenwoordigen moeten zich in Nederland bevinden. Tevens moet de verzekeraar een vertegenwoordiger aanstellen, opdat hij door de Verzekeringskamer en de Nederlandse verzekeringnemer hier te lande kan worden aangesproken. In de huidige situatie kunnen buitenlandse natura-uitvaartverzekeraars diensten verrichten naar Nederland. De omschrijving «verrichten van diensten» wordt in dit kader gebruikt voor de grensoverschrijdende uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, waarbij een natura-uitvaartverzekeraar die buiten Nederland is gevestigd rechtstreeks overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering sluit met verzekering nemers die hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. De Neder landse (natura-uitvaart)verzekeringsmarkt is van oudsher vrij toegankelijk en er bestaat geen aanleiding om ter gelegenheid van de ondertoezicht stelling van natura-uitvaartverzekeraars met vestiging in Nederland inbreukte maken op deze vrijetoegankelijkheid. Conform de regeling in de WTV 1993 wordt wel voorgeschreven dat een dergelijke verzekeraar, alvorens hij voor de eerste maal diensten naar Nederland gaat verrichten, de Verzekeringskamer daarover informeert (notificatie). Als gevolg hiervan zal de Verzekeringskamer, in tegenstelling tot de huidige situatie, weten welke verzekeraars diensten verrichten naar Nederland. Voor het geval zich problemen zouden voordoen, worden de Verzekeringskamer bevoegdheden toegekend om effectief tegen ongewenste praktijken op te treden door middel van voorschriften (bijvoorbeeld het zich onthouden van een bepaalde wervingsmethodiek) of een verbod ter zake van acquisitie. Er is naar gestreefd aan natura-uitvaartverzekeraars die diensten verrichten naar Nederland regels te stellen die zoveel mogelijk gelijk waardig zijn aan de regels voor de natura-uitvaartverzekeraars die vanuit een vestiging in Nederland het bedrijf uitoefenen, opdat beide categorieën zich in een vergelijkbare uitgangspositie bevinden. Met betrekking tot de toegelaten rechtsvorm en de solvabiliteitseisen gelden dezelfde voorwaarden, als die, welke hierboven zijn omschreven voor de buiten landse natura-uitvaartverzekeraar die in Nederland een vestiging wil openen. De dienstverrichtende natura-uitvaartverzekeraar behoeft echter geen zekerheid te stellen ten bedrage van het minimum bedrag van het garantiefonds, of in Nederland over waarden te beschikken ten belope van dat minimum bedrag. Hij zal melding moeten doen vanuit welke vestiging hij diensten gaat verrichten en hij dient nadere gegevens over te leggen omtrent de organisatie van zijn onderneming. Een verzekeraar kan de dienstverrichting naar Nederland aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum van ontvangst door de Verzekeringskamer van eerder genoemde informatie Buitenlandse kleine natura-uitvaartverzekeraars op onderlinge grondslag Voor verzekeraars op onderlinge grondslag van beperkte omvang met zetel buiten Nederland die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf via dienstverrichting naar Nederland (willen) uitoefenen wordt, in dezelfde algemene maatregel van bestuur als waarin het verlichte regime voor kleine Nederlandse natura-uitvaartverzekeraars is geregeld, in een bepaalde verlichting van het toezichtsregime voorzien. Deze verzekeraars behoeven, mits zij aan de Verzekeringskamer aantonen dat zij op één lijn kunnen worden gesteld met onderlinge waarborgmaatschappijen die Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 17

18 voldoen aan de eisen gesteld voor de toepassing van het verlichte regime, niet te voldoen aan de eisen met betrekking tot de solvabiliteitsmarge zoals deze ingevolge het toezichtsregime gelden. Voor het overige is de WTN wel van toepassing op deze verzekeraars. Met name in de grens streken is het denkbaar dat natura-uitvaart verzekeraars van beperkte omvang vanuit het buitenland diensten verrichten. Een natura-uitvaartverzekeraar van beperkte omvang met zetel buiten Nederland zou er eveneens toe over kunnen gaan zich door middel van een bijkantoor te vestigen in Nederland. Een dergelijk bijkantoor komt echter zozeer in de Nederlandse rechtssfeer dat de ondergetekende van mening is dat het belang van de duidelijkheid voor de consument er mee gediend is dat een dergelijke verzekeraar onder toezicht komt te staan. Zou een dergelijke verzekeraar toch gebruik willen maken van het verlichte regime, dan dient hij een onderlinge waarborgmaatschappij naar Nederlands recht op te richten die voldoet aan de eisen voor het verlichte regime. Overigens lijkt het minder voor de hand te liggen dat een kleine buitenlandse onderlinge in Nederland een bijkantoor opent. Een buiten landse verzekeraar die in Nederland een bijkantoor wil openen zal zich hoogstwaarschijnlijk niet tot doel stellen het aantal meerderjarige verzekerden (met inbegrip van de verzekerden in de staat van de zetel) te beperken tot in totaal Voorgesteld wordt dan ook op bijkantoren van dergelijke kleine natura-uitvaartverzekeraars de WTN volledig toe te passen. 8. Gevolgen voor de bedrijfstak Het wetsvoorstel heeft voor verzekeraars gevolgen van verschillende aard. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de gevolgen voor gespecialiseerde natura-uitvaart-verzekeraars en voor levensverzekeraars die tevens overeenkomsten van natura-uitvaart verzekering willen gaan sluiten. Op grond van het rapport van de Verzekeringskamer kan worden verwacht dat ongeveer honderd van de ruim tweehonderd op commerciële basis werkzame gespecialiseerde natura-uitvaart verzekeraars onder het toezicht ingevolge de WTN zullen vallen. Voor een aantal verzekeraars uit deze groep zal de ondertoezichtstelling bepaalde aanpassingen met zich brengen. Uit het onderzoek van de Verzekerings kamer is gebleken, dat het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf veelal wordt uitgeoefend in een andere rechtsvorm, dan die welke in het wetsvoorstel worden toegestaan. Die verzekeraars zullen derhalve een van de toege stane rechtsvormen (NV of onderlinge waarborgmaatschappij) moeten aannemen. Het wetsvoorstel voorziet overigens in een overgangsregeling. Op grond hiervan zullen bestaande natura-uitvaartverzekeraars eenmalig bevoegd zijn zich zonder rechterlijke machtiging om te zetten in een wel toegestane rechtsvorm. Met betrekking tot de eisen inzake solvabiliteit en technische voorzie ningen is uit het onderzoek van de Verzekeringskamer gebleken dat een groep van circa twintig grote natura-uitvaartverzekeraars hieraan zonder meer zal kunnen voldoen. Naar mag worden aangenomen zal een aantal van de overige vergunningsplichtige verzekeraars niet (meteen) aan deze eisen voldoen, zodat zij hun financiële positie dienen te versterken dan wel tot samengaan met een andere verzekeraar moeten overgaan. De ervaring van de afgelopen jaren, waarbij de aankondiging van de invoering van overheidstoezicht op de bedrijfstak reeds heeft geleid tot het samengaan van een aantal natura-uitvaartverzekeraars, ook in de groep die zonder meer aan alle eisen zal kunnen voldoen, lijkt de verwachting te rechtvaardigen dat dit proces zal doorgaan. Op basis van het rapport van de Verzekeringskamer wordt verwacht dat ongeveer zeshonderd tot zevenhonderd organisaties onder het verlichte Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 18

19 regime zullen kunnen vallen. Van deze groep zal naar verwachting een aantal niet in staat blijken aan de voorgestelde eisen te voldoen. De aanmeldingsplicht zal de desbetreffende verzekeraars immers noodzaken de vereiste rechtsvorm aan te nemen (onderlinge waarborgmaatschappij), te voldoen aan de voorwaarden van financiële verslaglegging, het overleggen van een toelichting op de grondslagen, het verbod op een nevenbedrijf, enzovoort. Zij zullen, voor zover daarin nog niet is voorzien, zorg dienen te dragen voor een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures. Degenen die hieraan niet kunnen voldoen, zullen zich genoodzaakt zien tot beëindiging van hun bedrijfs uitoefening. De ingevolge het verlichte regime geldende voorschriften zullen echter naar verwachting het grootste deel van de meldingsplichtige verzekeraars stimuleren tot een meer professionele bedrijfsvoering en, voor zover nodig, tot het financieel gezond maken van hun onderneming. Tevens zal de onderhavige regulering naar verwachting ook onder deze categorie natura-uitvaartverzekeraars leiden tot meer samenwerking en tot fusies of overnames. Voor levensverzekeraars die vanuit een vestiging in Nederland natura-uitvaartverzekeringen willen sluiten, brengt het wetsvoorstel een verruiming van de mogelijkheden met zich. Indien zij in bezit zijn van de vergunning voor de branche Levensverzekering algemeen, zullen zij voortaan ook zelfstandige overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering kunnen siuiten. Overeenkomsten tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van de mens, zonder verzekeringselement, waarop in paragraaf 6.4 is ingegaan, zullen levensverzekeraars echter ingevolge het in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de eerste richtlijn levensverzekering neergelegde verbod op nevenbedrijf (dat niet voor gespecialiseerde natura-uitvaartverzekeraars geldt) niet mogen aanbieden: het fondsvormingscontract is geen voor levensverzekeraars toegelaten activiteit. Klachten betreffende de wijze van totstandkoming en uitvoering van overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zullen kunnen worden behandeld door de Ombudsman Natura-uitvaartverzekeringen, voor zover daarbij een verzekeraar betrokken is die lid is van de VNaV, die dit instituut in het leven heeft geroepen. De ondergetekende zou het een wenselijke ontwikkeling vinden indien het «draagvlak» van dit instituut in de bedrijfstak in belangrijke mate verbreed zou worden. 9. Gevolgen voor de Verzekeringskamer Met de uitvoering van de regeling wordt de Verzekeringskamer belast. Het toezicht op natura-uitvaartverzekeraars betekent voor de Verzekerings kamer een toename van haar werkzaamheden. De Verzekeringskamer zal de vergunningsprocedure dienen toe te passen bij zowel natura uitvaartverzekeraars metzetel in Nederland als natura-uitvaart verzekeraars met zetel buiten Nederland die een bijkantoor in Nederland willen openen. Ook de notificatieprocedure voor dienstverrichtende verzekeraars brengt extra werkzaamheden voor de Verzekeringskamer met zich. Daarnaast zullen administratieve voorzieningen dienen te worden getroffen voor aanmeldingsplichtige verzekeraars. De mogelijke toename van de werkzaamheden ten gevolge van de uitoefening van het toezicht op levensverzekeraars voor wat betreft de door hen te sluiten natura-uitvaartverzekeringen zal naar verwachting verwaarloosbaar zijn. Deze werkzaamheden zullen ingepast kunnen worden in het huidige toezicht op levensverzekeraars die de branche Levensverzekering algemeen uitoefenen. De thans aanwezige menskracht bij de Verzekeringskamer zal waarschijnlijk niet voldoende zijn voor de uitbreiding van haar taken. In de eerste jaren zullen naar verwachting zes a zeven mensjaren extra Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 19

20 benodigd zijn. Na afloop van deze eerste jaren zullen naar verwachting drie a vier mensjaren extra benodigd blijven. Als gevolg van de ondertoezichtstelling van natura-uitvaartverzekeraars zal een stijging van de uitgaven van de Verzekeringskamer plaatsvinden. De organisatie van de Verzekeringskamer kent twee toezichtsafdelingen, te weten de afdeling verzekeringsmaatschappijen en de afdeling pensioenfondsen. Het ligt voor de hand dat de natura-uitvaartverzekeraars zullen worden «ondergebracht» bij de afdeling verzekeringsmaatschap pijen. De kosten die samenhangen met deze afdeling zullen over alle onder toezicht staande verzekeraars, dus zowel WTV als WTN-verzekeraars, worden omgeslagen. De ontvangsten van de Verzekeringskamer zullen derhalve eenzelfde stijging te zien geven. Tegen de door de Verzekeringskamer ingevolge de onderhavige regelgeving genomen beschikkingen wordt beroep bij een rechterlijke instantie - het College van Beroep voor het bedrijfsleven - opengesteld. B. ARTIKELSGEWIJS Een aantal artikelen van de WTN is gelijk, naar strekking gelijk, of analoog aan corresponderende bepalingen in de WTV Tenzij daartoe voor het juiste begrip van de artikelen bijzondere aanleiding bestaat, vindt in deze gevallen geen nadere toelichting plaats. In bijlage II is een transponeringstabel opgenomen van de bepalingen van de WTN naar die van de WTV Artikel 1, onderdeel a Een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering is een bijzondere vorm van de overeenkomst van verzekering in het algemeen. Van natura-uitvaartverzekering is sprake indien een garantie tot een prestatie in natura wordt gegeven, verband houdend met het toekomstige overlijden van een persoon, waar tegenover een premiebetaling (hoe ook genaamd) door de verzekeringnemer staat. Niet ter zake doet het al of niet aanwezig zijn van een polis of van polisvoorwaarden of het hanteren van afwijkende terminologie. De bevoegdheid natura-uitvaart-produkten te beoordelen op hun verzekeringskarakter, berust bij de Verzekeringskamer (zie artikel 8). Een ieder die overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering bedrijfs matig aanbiedt, valt onder de werking van de WTN. Kenmerkend voor de overeenkomst van natura-uitvaartverzekering is, dat zij gericht is op het verrichten van andere dan geldelijke prestaties, die verband houden met de verzorging van de uitvaart van de mens. Er bestaat derhalve geen bezwaar tegen dat de verzekeraar de uitvaart niet zelf verzorgt, maar doet verzorgen. Artikel 1, onderdeel c De omschrijving van het begrip «verzekeraar» omvat in beginsel ieder die het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf uitoefent. Hieronder kunnen derhalve ook levensverzekeraars vamen die overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering sluiten. Dit laatste zal zijn toegestaan door de uitbreiding van het begrip overeenkomsten van levensverzekering in artikel 1, onderdeel b, van de WTV 1993, door middel van artikel 99, onderdeel A, van het onderhavige wetsvoorstel. Aangezien levens verzekeraars reeds voldoen aan de eisen gesteld in de WTV 1993 en het onwenselijk is twee afzonderlijke toezichtswetten op één verzekeraar van toepassing te doen zijn, is in het onderhavige onderdeel bepaald dat zij niet als natura-uitvaartverzekeraars in de zin van de WTN worden aangemerkt. Een onderneming die voornemens is natura-uitvaart Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 20

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23688 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23688 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf B ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 007 008 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 131 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 352 24 139 Regels met betrekking tot naar buitenlands recht opgerichte, rechtspersoonlijkheid bezittende kapitaalvennootschappen die hun werkzaamheid

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 17 26 075 Wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee

Nadere informatie

PVK INFORMATIE INFORMATIE OVER DE WET TOEZICHT NATURA-UITVAARTVERZEKERINGSBEDRIJF

PVK INFORMATIE INFORMATIE OVER DE WET TOEZICHT NATURA-UITVAARTVERZEKERINGSBEDRIJF PVK INFORMATIE INFORMATIE OVER DE WET TOEZICHT NATURA-UITVAARTVERZEKERINGSBEDRIJF Januari 2002 Informatie over de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf 1 Inleiding Verzekeraars die het naturauitvaartverzekeringsbedrijf

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 059 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede enige andere wetten in verband met de introductie van aanvullende

Nadere informatie

Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003

Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003 Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties 2003 Overeenkomst vredes- en humanitaire operaties De ondergetekenden: a. De Staat der Nederlanden, gevestigd te s-grevenhage, in deze rechtsgeldig vertegenwoordigd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 100 Wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie

Nadere informatie

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in

Nadere informatie

Levering van aandelen Artikel 7 1. Voor de levering van een aandeel, waaronder begrepen de verkrijging van een aandeel door de vennootschap, en de

Levering van aandelen Artikel 7 1. Voor de levering van een aandeel, waaronder begrepen de verkrijging van een aandeel door de vennootschap, en de STATUTEN Naam en zetel Artikel 1 1. De vennootschap draagt de naam: [ ]. 2. De vennootschap heeft haar zetel in de gemeente [ ]. Doel Artikel 2 De vennootschap heeft ten doel: a. [ ]; b. het oprichten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 463 Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet) Nr. 95 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2000 Het voorstel van wet

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,

Nadere informatie

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MAASTRICHT 2015 Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht 2015 1 INHOUD Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Definities... 3 Artikel 2 Wettelijke

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 272 Wijziging van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (aanpassing regime ter zake van de afkoop van verplichtingen tot alimentatie of tot verrekening

Nadere informatie

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (), laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 15178 (uittreksel) Zorgverzekering

Nadere informatie

Nadere voorschriften inzake de continuïteit van de beroepsuitoefening door de openbaar accountant

Nadere voorschriften inzake de continuïteit van de beroepsuitoefening door de openbaar accountant Nadere voorschriften inzake de continuïteit van de beroepsuitoefening door de openbaar accountant Het bestuur van de Orde Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants, Gelet op artikel 25, derde

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 622 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B vs. C en E, beide te D. Zaak Zaaknummer : 2008.00672 Zittingsdatum : 1 oktober 2008 : Premiekorting, wijziging verzekeringsvoorwaarden aanvullende verzekering 1/6

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 436 Wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie

BESLUIT. I. Juridisch kader. Dienst uitvoering en toezicht Energie Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101758_13-4 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d,

Nadere informatie

Delta Lloyd Select Dividend Fonds N.V/Delta Lloyd Europa Fonds N.V./Delta Lloyd Donau Fonds N.V.Voorstel tot fusie

Delta Lloyd Select Dividend Fonds N.V/Delta Lloyd Europa Fonds N.V./Delta Lloyd Donau Fonds N.V.Voorstel tot fusie Delta Lloyd Select Dividend Fonds N.V/Delta Lloyd Europa Fonds N.V./Delta Lloyd Donau Fonds N.V.Voorstel tot fusie VOORSTEL TOT FUSIE De besturen van: (1) Delta Lloyd Select Dividend Fonds N.V., een naamloze

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 259 4 januari 2012 Regeling vaststelling bedragen 2012 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht 23

Nadere informatie

STATUTEN Naam. Zetel. Duur Artikel 1. Doel Artikel 2. Artikel 3.

STATUTEN Naam. Zetel. Duur Artikel 1. Doel Artikel 2. Artikel 3. STATUTEN Naam. Zetel. Duur Artikel 1. 1.1. De stichting draagt de naam: Stichting Administratiekantoor Heijmans en is gevestigd te Rosmalen. 1.2. Zij duurt voor onbepaalde tijd voort. Doel Artikel 2. 2.1.

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_19-6 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 212 Wijziging van de Wet op het notarisambt (Reparatiewet Wet op het notarisambt) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 9 maart 2004 Ea Het voorstel

Nadere informatie

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan Om te kunnen worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) dient de instelling onder andere te beschikken over een actueel beleidsplan.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Hieronder vindt u een overzicht van enige relevante wetsartikelen (januari 2016). Voor de meest actuele informatie zie www.wetten.overheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 411 Bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22543 Regelen betreffende een algemeen stelsel van erkenning van in de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen behaalde hoger-onderwijsdiploma's

Nadere informatie

Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001

Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001 Besluit van 21 december 2000, houdende vaststelling van het Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2000,

Nadere informatie

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Regeling van 16 juli 1987, Stcrt. 1976, 143m zoals deze regeling laatstelijk is gewijzigde bij regeling van 16 maart 2004, Stcrt. 2004, 58.

Nadere informatie

Controleverordening gemeente Papendrecht 2015

Controleverordening gemeente Papendrecht 2015 Controleverordening gemeente Papendrecht 2015 Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Papendrecht Inhoudsopgave Controleverordening

Nadere informatie

Regeling melding misstand woningcorporaties

Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.

Nadere informatie

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d.

DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON. Concept d.d. DOORLOPENDE TEKST VAN DE ADMINISTRATIEVOORWAARDEN VAN: STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR WILGENHAEGE STEDEKROON Concept d.d. 17 oktober 2011 - 2 - ADMINISTRATIEVOORWAARDEN Definities aandelen: administratiekantoor:

Nadere informatie

Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst

Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst NOTA VAN TOELICHTING Algemeen In dit besluit worden ter uitvoering

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43 INFORMATIEVE NOTA Betreft: voorstel voor een richtlijn van

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2004.2196 (047.04) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1986-1987 Nr. 174d 19638 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds BRIEF VAN

Nadere informatie

Axent NabestaandenZorg N.V., gevestigd te Groningen, hierna te noemen Verzekeraar.

Axent NabestaandenZorg N.V., gevestigd te Groningen, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-231 d.d. 13 augustus 2015 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. W. Dullemond, leden en mr. R.A.F. Coenraad,

Nadere informatie

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de. inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Weert 2015

Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de. inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Weert 2015 Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Weert Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_12-5 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

A. Definities. B. Algemene bepalingen

A. Definities. B. Algemene bepalingen ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR REGISTERMAKELAARS EN REGISTERTAXATEURS IN ROERENDE ZAKEN, LEDEN VAN DE FEDERATIE VAN TAXATEURS, MAKELAARS EN VEILINGHOUDERS IN ROERENDE ZAKEN, WELKE VOORWAARDEN ZIJN GEDEPONEERD

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

1 PB nr. C 24 van 31. 1. 1991, blz. 3. 2 PB nr. C 240 van 16. 9. 1991, blz. 21. 3 PB nr. C 159 van 17. 6. 1991, blz. 32.

1 PB nr. C 24 van 31. 1. 1991, blz. 3. 2 PB nr. C 240 van 16. 9. 1991, blz. 21. 3 PB nr. C 159 van 17. 6. 1991, blz. 32. Richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 660 Wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 houdende bepalingen betreffende het toezicht op en de controle van derden die collectieve middelen

Nadere informatie

- 1 - STICHTING CONTINUÏTEIT ING

- 1 - STICHTING CONTINUÏTEIT ING - 1 - STATUTEN VAN STICHTING CONTINUÏTEIT ING PHK/6008125/10252500.dlt met zetel te Amsterdam, zoals deze luiden na een akte van statutenwijziging verleden op 26 januari 2011 voor een waarnemer van mr.

Nadere informatie

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST. tussen. Zonnebloem UITVAARTVERZEKERINGEN N.V. [NAAM UITVAARTVERENIGING]

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST. tussen. Zonnebloem UITVAARTVERZEKERINGEN N.V. [NAAM UITVAARTVERENIGING] SAMENWERKINGSOVEREENKOMST tussen Zonnebloem UITVAARTVERZEKERINGEN N.V. en [NAAM UITVAARTVERENIGING] aangesloten bij de vereniging Bond van Uitvaartverenigingen in de Provincie --------------------------

Nadere informatie

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene.

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-80 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Dienstverleningsdocument André van Heugten Verzekeringen

Dienstverleningsdocument André van Heugten Verzekeringen Dienstverleningsdocument André van Heugten Verzekeringen Ons kantoor is gespecialiseerd in financiële dienstverlening. Graag willen wij u laten zien wat onze werkwijze is. In onze werkwijze staat u als

Nadere informatie

ONDERDEEL VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID RAYMAKERSKAYSER B.V. GEVESTIGD TE WEESP

ONDERDEEL VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID RAYMAKERSKAYSER B.V. GEVESTIGD TE WEESP ALGEMENE VOORWAARDEN RAYMAKERSVDBRUGGEN ONDERDEEL VAN DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP MET BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID RAYMAKERSKAYSER B.V. GEVESTIGD TE WEESP 1. Gelding algemene voorwaarden 1.1 Deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

NU in. Raadsvoorstel. Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid.

NU in. Raadsvoorstel. Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid. NU in Raadsvoorstel gemeente Reg. nr Ag. nr Datum Boxtel 96100086 6 28-03-96 Onderwerp Voorstel tot het vaststellen van het gemeentelijk borgstellingen- en geldleningsbeleid. Inhoud Zowel de oude gemeente

Nadere informatie

Controleverordening DCMR Milieudienst Rijnmond 2014

Controleverordening DCMR Milieudienst Rijnmond 2014 Controleverordening DCMR Milieudienst Rijnmond 2014 DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 3112 NA Schiedam telefoon: (010) 2468 000 telefax : (010) 2468 283 Web: http://www.dcmr.nl/ 1 van 5 Het algemeen

Nadere informatie

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER

1 Juridisch kader BESLUIT ENERGIEKAMER ENERGIEKAMER BESLUIT Nummer: 102556_1/8. Betreft: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste lid Elektriciteitswet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23816 Gemeentelijke indeling van het tot de provincie Flevoland behorende zuidelijke deel van het Usselmeer en opheffing van het openbaar lichaam

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens

Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens Reglement Verantwoordingsorgaan Stichting Pensioenfonds Equens 1 Artikel 1. Definities Fonds Stichting Pensioenfonds Equens Werkgever Equens SE Bestuur Het bestuur van het Fonds Verantwoordingsorgaan Het

Nadere informatie

32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête

32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête T WEEDE K AMER DER STATEN- 2 G ENERAAL Vergaderjaar 2010-2011 32 887 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van het recht van enquête Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN ingediend door: U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2002.1004 (026.02) tegen: hierna te noemen 'klager', hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 509 Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 732 Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000) Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

Statuten van Stichting Administratiekantoor van gewone aandelen A ANNO12, gevestigd te Amersfoort

Statuten van Stichting Administratiekantoor van gewone aandelen A ANNO12, gevestigd te Amersfoort Statuten van Stichting Administratiekantoor van gewone aandelen A ANNO12, gevestigd te Amersfoort Naam en zetel. Artikel 1. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Administratiekantoor van gewone aandelen

Nadere informatie

NOTULEN AUTEUR / INLICHTINGEN: 12 mei 2011 10060553/11-00258663/eti Concept-notulen flexbv

NOTULEN AUTEUR / INLICHTINGEN: 12 mei 2011 10060553/11-00258663/eti Concept-notulen flexbv NOTULEN VAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN EEN BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NEDERLANDS RECHT, GEBASEERD OP DE WETSVOORSTELLEN INZAKE FLEXIBILISERING VAN HET BV-RECHT. Bijgaand eerst een toelichting en daarna

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

BESLUIT. I. Juridisch kader

BESLUIT. I. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft; 101698-12 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel 95d, eerste

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars. Mei 2012

Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars. Mei 2012 Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars Mei 2012 Protocol omtrent voorlichting bij een natura-uitvaartverzekering indien nabestaanden kiezen voor een niet aan de

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

3.Offerte: de door LABEL ME gedane offerte voor het leveren van Diensten.

3.Offerte: de door LABEL ME gedane offerte voor het leveren van Diensten. Algemene Voorwaarden LABEL ME Artikel 1: Definities In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. 1.LABEL

Nadere informatie

Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars

Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars Protocol transparantie voor uitvaartondernemers en natura-uitvaartverzekeraars 2012 Protocol omtrent voorlichting bij een natura-uitvaartverzekering indien nabestaanden kiezen voor een niet aan de verzekeraar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

pagina 1 van 5 15052014 Zoek regelingen op overheid.nl Gemeente Coevorden Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling Uitvoeringsovereenkomst excedent middelloonregeling per 1 januari 2015 1 Inhoudsopgave Hoofdstuk

Nadere informatie

REGLEMENT KEURMERK STICHTING GARANTIEWONING

REGLEMENT KEURMERK STICHTING GARANTIEWONING REGLEMENT KEURMERK STICHTING GARANTIEWONING Artikel 0: Definities Artikel 1: Stichting GarantieWoning Artikel 2: Reglement Artikel 3: Keurmerk Artikel 4: Het verlenen van het keurmerk GarantieWoning Artikel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

- Vaststelling van de jaarrekening 2014 van ABN AMRO Group N.V.

- Vaststelling van de jaarrekening 2014 van ABN AMRO Group N.V. Verantwoording stemgedrag eerste half jaar 2015 Stemgedrag op vergaderingen van aandeelhouders en genomen aandeelhoudersbesluiten buiten vergadering 1. Inleiding NLFI onderschrijft het belang van de Nederlandse

Nadere informatie

VASTSTELLING ADMINISTRATIEVOORWAARDEN (RET N.V.)

VASTSTELLING ADMINISTRATIEVOORWAARDEN (RET N.V.) 1 HJP/cm/5125039/40036078 2623783-v6 VASTSTELLING ADMINISTRATIEVOORWAARDEN (RET N.V.) Op tweeduizend acht zijn voor mij, mr. Hendrikus Johannes Portengen, notaris met plaats van vestiging Rotterdam, verschenen:

Nadere informatie

VOORSTEL VAN WET. Artikel 1

VOORSTEL VAN WET. Artikel 1 Opmerking Onderstaande concept wettekst is bedoeld voor de informele consultatieronde van het Wetsvoorstel Aanpak Misstanden Incassodienstverlening die loopt tot 1 september 2016. Deze informele consultatie

Nadere informatie

Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom. Stichting Sociaal Fonds Essent

Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom. Stichting Sociaal Fonds Essent Postbus 948 4600 AX Bergen op Zoom Stichting Sociaal Fonds Essent Reglement 2014 Algemeen Artikel 1 1. De Stichting Sociaal Fonds Essent heeft blijkens artikel 3 van de statuten ten doel financiële steun

Nadere informatie

VOORSTEL TOT SPLITSING

VOORSTEL TOT SPLITSING versie 5.e / 23-05-2014 VOORSTEL TOT SPLITSING ONDERGETEKENDEN: 1. de heer DIRK GERRIT JAN BURGER, geboren te Oudewater op 2 januari 1955, wonende Meanderlaan 2, 4691 LJ Tholen; 2. de heer WILLEM OOSTERLING,

Nadere informatie

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M

Directie Financiële Markten. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Directie Financiële Markten De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 5 juli 2007 FM 2007-01654 M Onderwerp Wetgevingsoverleg

Nadere informatie

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 711 Wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie