Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kroniek rechtspraak bestuursrecht"

Transcriptie

1 KRONIEK RECHTSPRAAK Mr. A.C. de Die & mr. C. Velink * 1 Inleiding De kroniek bevat weer een overzicht van de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg en aanpalende terreinen. De indeling is zoals inmiddels gebruikelijk: de algemene bestuursrechtelijke thema s, gevolgd door uitspraken over bijzondere wetten, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en tot slot de Nationale ombudsman. De kroniekperiode 1 was iets langer dan die van de vorige, maar het aantal uitspraken was substantieel hoger. We willen hieraan niet direct de conclusie verbinden, die wij in onze praktijk nogal eens beluisteren, dat sprake is van juridisering, maar opmerkelijk is het wel. Een aantal uitspraken willen wij in het bijzonder onder uw aandacht brengen nu deze voor de gezondheidsrechtelijke praktijk behartenswaardig zijn: de uitspraken over de reikwijdte van de Kwaliteitswet zorginstellingen (par. 4), de Wob-uitspraak over het suïciderapport (par. 8) en de uitspraak over de verplichting op grond van de Wbp om desgevraagd een overzicht te geven van de personen die inzage hebben genomen in het patiëntendossier (par. 9). * Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam. Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam. 1 De kroniek beslaat de periode februari 2011 tot en met juli Bestuurs(proces)recht algemeen 2.1 Het begrip besluit Weigering vergunning besluit? Een weigering om een vergunning te verlenen is niet altijd een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Stichting Medisch Spectrum Twente (MST) had in 2009 een vergunning aangevraagd als bedoeld in artikel 2 Wet op bijzondere medische verrichtingen (Wbmv). Zonder vergunning van de minister is het verboden bepaalde verrichtingen 2 uit te voeren. In deze zaak ging het om een vergunning voor bijzondere interventies aan het hart, 3 waaronder transcatheter hartklepinterventies (THI s). Na afwijzing van de aanvraag en het daartegen ingestelde bezwaar, stelde MST beroep in. De rechtbank overwoog dat het rechtsgevolg van het verlenen van een vergunning het opheffen van een wettelijk verbod is. De beslissing om een vergunning te weigeren heeft als rechtsgevolg dat het wettelijk verbod gehandhaafd blijft. In deze zaak is van belang dat MST in 2000 reeds een vergunning had gekregen voor het uitoefenen van de Wbmv-verrichtingen hartchirurgie en interventiecardiologie. Onder deze vergunning valt ook het verrichten van THI s. De weigering van de vergunning voor THI s in 2010 kon naar het oordeel van de rechtbank niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb worden beschouwd, omdat zij niet is gericht op rechtsgevolg en dus geen rechtshandeling behelst. Het verrichten van THI s was immers al toegestaan bij een besluit uit Het enkele feit 2 Aangewezen in het Besluit aanwijzing bijzondere medische verrichtingen. 3 Artikel 1, aanhef, onder e Besluit aanwijzing bijzondere medische verrichtingen. 670 Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8

2 dat een vergunning voor het verrichten van THI s nadien is geweigerd kan daarin geen verandering brengen, aldus de rechtbank. Het wettelijk verbod om THI s te verrichten kan door die beslissing niet gehandhaafd blijven omdat het al eerder in 2000 is opgeheven. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar van de stichting alsnog niet-ontvankelijk Het begrip belanghebbende Cliënten geen belanghebbenden Het begrip belanghebbende in de Awb levert nog altijd interessante jurisprudentie op. Cliënten van Aquilae Zorgmakelaar B.V. wilden opkomen tegen een beslissing van de staatssecretaris om Aquilae een aanwijzing te geven strekkend tot stopzetting van de zorg. De cliënten waren echter zeer tevreden over de zorgverlening. Zij maakten bezwaar en verzochten een voorlopige voorziening (vovo). De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers geen belanghebbenden waren als bedoeld in artikel 1:2 lid 1 Awb. 5 De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu verzoekers een zorgovereenkomst hadden gesloten met Aquilae, zij met Aquilae een privaatrechtelijke rechtsverhouding hadden. Het besluit waarbij Aquilae was opgedragen de verlening van de zorg te staken had voor verzoekers slechts gevolg in verband met hun contractuele relatie met Aquilae, zodat hun belang niet rechtstreeks was getroffen. Verzoekers hadden volgens de voorzieningenrechter een afgeleid belang en konden daarom niet als belanghebbende worden aangemerkt. 2.3 Ontbreken belang Geen rechtens te beschermen belang In 2008 had het college van burgemeesters en wethouders het verzoek van appellante afgewezen om haar geboortejaar in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) te wijzingen van 4 Rb. Almelo 15 mei 2012, LJN: BW Vzr. Rb. Haarlem 4 juli 2012, LJN: BX in Tijdens de beroepsprocedure overleed appellante en zetten de erven de procedure voort. De erven achtten het van belang dat duidelijkheid werd verkregen over de leeftijd van appellante met het oog op een mogelijke procedure over tekortkomingen van het ziekenhuis. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang. 6 De Afdeling onderschreef het oordeel van de rechtbank en overwoog daartoe dat een uitspraak op het beroep geen uitsluitsel geeft over de werkelijke leeftijd. 7 Bovendien bleek uit de stukken dat het ziekenhuis was uitgegaan van een zeventigjarige vrouw. Ook hadden de erven volgens de Afdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van de geweigerde wijziging daadwerkelijk schade hadden geleden. 2.4 Niet tijdig beslissen Dwangsom, redelijke termijn besluitvorming Een zaak over twee besluiten: een besluit tot afwijzing op het verzoek van een tandarts tot herstel in de bevoegdheid om zelfstandig in een eenmanspraktijk de tandheelkunde uit te oefenen 8 en een besluit tot weigering een dwangsom vast te stellen wegens niet tijdig beslissen op bezwaar. 9 In 2002 had het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een tandarts de bevoegdheid ontzegd om het beroep van tandarts uit te oefenen in een zelfstandige eenmanspraktijk. In 2007 verzocht de tandarts tot herstel in de bevoegdheid op grond van artikel 50 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Het verzoek werd afgewezen en het daartegen ingestelde bezwaar ook. De rechtbank verklaarde het daartegen ingestelde beroep gegrond en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen. 10 Ondanks ingebrekestellingen volgde er geen besluit. In de volgende procedure 6 Zie over gebrek aan belang (bij Wob-besluit) ook ABRvS 3 augustus 2011, LJN: BR ABRvS 16 maart 2011, LJN: BP Zie par. 5 van deze kroniek. 9 Rb. Leeuwarden 22 juli 2011, GJ 2011/133, LJN: BR2586, zie ook ABRvS 14 maart 2012, LJN: BV Rb. Leeuwarden 2 februari 2010, LJN: BL1961. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8 671

3 Mr. A.C. de Die & mr. C. Velink tegen dat weigeringsbesluit oordeelde de rechtbank dat het weigeringsbesluit op grond van artikel 4:19 lid 1 Awb mede onderwerp van beoordeling is in een lopende beroepszaak. Er had binnen zes weken na de uitspraak een nieuw besluit moeten worden genomen. Het verweer van de minister, dat zij in afwachting was van gevraagde adviezen en appellant daarover had geïnformeerd, werd verworpen omdat de minister de brief aan appellant had verzonden ná de datum waarop zij uiterlijk een beslissing op bezwaar had moeten nemen. Aldus was niet voldaan aan het vereiste dat instemming moet worden gevraagd binnen de reguliere beslistermijn of de termijn waarmee tijdig is verdaagd. De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte geen dwangsom had vastgesteld en verklaarde het beroep, voor zover gericht tegen het weigeringsbesluit, gegrond. De verzochte immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De rechtbank oordeelde met een verwijzing naar de vaste jurisprudentie dat die termijn 11 hier, met een duur van twee jaar en tien maanden, niet was overschreden. 2.5 Artikel 8:29 Awb Fair trial, omvang van het hoger beroep Verzoeker verzocht om openbaarmaking van gespreksverslagen die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) had opgesteld in het kader van onderzoek naar het overlijden van de moeder van verzoeker in een zorginstelling. Het verzoek is geweigerd en daarop volgde bezwaar en beroep. De op de zaak betrekking hebbende stukken waren in beroep door de IGZ aan de rechtbank voorgelegd met het verzoek om toepassing van artikel 8:29 Awb (beperkte kennisneming). De rechtbank kan dergelijke stukken alleen bij de beoordeling betrekken als de wederpartij daarvoor toestemming heeft gegeven. In dit geval ontbrak die toestemming. Nu 11 Maximaal drie jaar voor behandeling van het bezwaar en het beroep tezamen. Zie o.a. ABRvS 24 december 2008, AB 2009/213 (m.nt. B.P.M. van Ravels & A.M.L. Jansen), LJN: BG8294 en ABRvS 25 mei 2011, LJN: BQ5948. het risico van die beslissing bij appellant lag, was het voorspelbare gevolg dat zijn beroep ongegrond werd verklaard. In hoger beroep verleende appellant wel toestemming en stelde in die procedure het weigeringsbesluit ter discussie. Het betoog van verweerder dat alleen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep ter toetsing voorligt, werd door de Afdeling afgewezen. 12 De Afdeling oordeelde toen dat uitspraak kan worden gedaan op basis van stukken die met toepassing van artikel 8:29 Awb zijn overgelegd en waarvoor toestemming is verleend. Het geschil in hoger beroep omvat dan ook de weigering om de verzochte stukken openbaar te maken. De stelling van appellant dat artikel 8:29 Awb in strijd is met de eisen van een eerlijk proces 13 werd verworpen. 14 De beperkingsmogelijkheid van artikel 8:29 Awb belet niet dat een volledige rechterlijke toetsing van het besluit op bezwaar plaatsvindt, zodat het recht op een eerlijke procesvoering niet in essentie wordt aangetast Definitieve geschillenbeslechting Ondeelbaar besluit In deze uitspraak heeft de rechtbank besloten tot toepassing van artikel 8:72 lid 4 Awb in verband met de duur van de procedure, de aard van het geschil en de geldigheidsduur van een indicatie. 16 Wat was het geval? In 2008 had het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) de zwaar lichamelijk gehandicapte betrokkene geïndiceerd voor een aantal AWBZ-functies over de periode 2 december 2008 tot 15 juni Er was sprake van drie opeenvol- 12 In lijn met een vergelijkbaar geval: toestemming geweigerd in beroep en toestemming verleend in hoger beroep, ABRvS 11 februari 2004, LJN: AO Art. 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en art. 14 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO). 14 ABRvS 3 februari 2010, JB 2010/66 (m.nt. G. Overkleeft-Verburg), LJN: BL ABRvS 8 juni 2011, LJN: BQ7466. Vgl. ook ABRvS 23 november 2011, LJN: BU5396 over een vergelijkbare discussie. 16 Rb. Leeuwarden 18 juli 2011, LJN: BR Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8

4 gende indicatiebesluiten, die steeds betrekking hadden op verschillende, deels overlappende perioden. Bezwaren van betrokkene leidden tot intrekking van het ene besluit en vervanging door het volgende. In beroep was de vraag om welk(e) besluit(en) het ging. De rechtbank oordeelde dat eiseres in beroep op grond van artikel 6:19 lid 1 jo. artikel 6:18 lid 1 Awb nog steeds belang had bij een beoordeling van het tweede en het derde besluit. In de beoordeling werden betrokken: de voor de indicatie relevante periode, de gezondheidstoestand van betrokkene in verband met de omvang van de geïndiceerde zorg. De stelling dat de indicatie voor de functie tijdelijk verblijf moest worden aangemerkt als een zelfstandig deelbesluit, ging niet op. De rechtbank overwoog met verwijzing naar vaste rechtspraak dat een indicatiebesluit, gelet op de samenhang van de te indiceren zorgfuncties, één en ondeelbaar is. 17 Een indicatiebesluit bestaat daarom niet uit één of meer (besluit)onderdelen als bedoeld in artikel 6:13 Awb. De achtereenvolgende besluiten werden vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank voorzag zelf in de zaak en stelde de indicatie vast op basis van de gegevens zoals die door partijen waren gepresenteerd, waarbij werd overwogen dat er sprake was van een uitzonderlijke (medische) situatie en het belang van betrokkene bij haar woonsituatie. 3 Subsidies 3.1 Persoonsgebonden budget Ontbreken aanvraag, overschrijden termijn, zesmaandenjurisprudentie Eiseres is verstandelijk en lichamelijk gehandicapt en ontving sinds 2001 van de stichting Ons Tweede Thuis AWBZ-zorg in natura. Bij besluit van 23 februari 2006 kreeg eiseres een indicatie van het CIZ voor deels dezelfde AWBZ-functies, te bekostigen op basis van een persoongebonden budget 17 Zie bijvoorbeeld CRvB 24 juni 2009, RZA 2009/94, LJN: BJ3027 en CRvB 28 november 2007, GJ 2008/30, LJN: BB9311. (pgb). Het zorgkantoor verleende vervolgens een pgb voor 2006 en Toen bleek dat eiseres activerende begeleiding ontving zowel in natura als via een pgb, werden nieuwe pgb-verleningsbeschikkingen genomen en werd een bedrag teruggevorderd. Voor 2008 werd een gewijzigde pgb-verleningsbeschikking genomen in verband met een herindicatie. De rechtbank oordeelde met een verwijzing naar artikel 4:48 lid 1 Awb dat intrekking of wijziging van de subsidieverlening niet meer mogelijk is als de subsidie eenmaal is vastgesteld. 18 Volgens de rechtbank lag de omstandigheid dat het zorgkantoor niet van de naturaverstrekking op de hoogte was, in de risicosfeer van het zorgkantoor. Het zorgkantoor wordt geacht redelijkerwijs op de hoogte te zijn van de aan de klanten verleende indicaties alsmede van de leveringsvorm van de verstrekte zorg. Het zorgkantoor moet ermee bekend worden geacht op welke wijze de zorg aan een verzekerde wordt gefinancierd. Het zorgkantoor had redelijkerwijs moeten begrijpen dat met het toekennen van een pgb sprake was van een dubbele verstrekking. Een indicatiebesluit kan niet worden gezien als aanvraag voor een pgb, nu het niet meer is dan een advies van het CIZ aan het zorgkantoor. Nu een aanvraag ontbrak was sprake van een kennelijk onjuiste subsidievaststelling en zowel het zorgkantoor als eiseres behoorde dit te weten. De conclusie was dat het zorgkantoor bevoegd was de subsidievaststellingen over 2006 en 2007 ten nadele van eiseres te wijzigen. Ook de subsidieverlening over 2008 mocht gewijzigd worden nu deze nog niet was vastgesteld. 19 Dit impliceerde bevoegdheid tot terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen (art. 4:57 Awb). Het beroep werd echter alsnog gegrond verklaard vanwege tekortschietende belangenafweging. 20 Ook paste de rechtbank analoog de zesmaandenjurisprudentie toe: de bevoegdheid tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitke- 18 Rb. Amsterdam 14 juni 2011, LJN: BQ9536. Zie art. 4:49 lid 1 Awb voor de gronden voor wijziging of intrekking van de subsidievaststelling. 19 Zie art. 4:48 lid 1 Awb. 20 Onder verwijzing naar CRvB 22 september 2010, LJN: BN9573. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8 673

5 Mr. A.C. de Die & mr. C. Velink ringen wordt in de tijd beperkt indien het bestuursorgaan niet adequaat heeft gereageerd op signalen waaruit kan worden afgeleid dat ten onrechte uitkering wordt verstrekt. Volgens die jurisprudentie moet zes maanden redelijkerwijs voldoende zijn om relevante gegevens op een adequate wijze administratief te verwerken. Tot slot kende de rechtbank een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn (2,5 jaar) Subsidieregeling PGO Deskundigheid Programmaraad, motivering De vereniging Nederlandse Federatie van Ouders van Dove kinderen had begin 2009 twee subsidieaanvragen gedaan voor projectsubsidies op grond van de Subsidieregeling Patiënten-, Gehandicaptenen Ouderenbeleid (PGO). De aanvragen werden voor advies voorgelegd aan de Programmaraad PGO. 22 Op advies van de Programmaraad wees de minister beide aanvragen af. De argumenten van de aanvrager gericht op de samenstelling van de Programmaraad troffen geen doel. 23 Uit de enkele omstandigheid dat er meer projectsubsidies waren toegewezen aan patiëntenorganisaties dan aan organisaties voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, kon volgens de rechtbank niet worden afgeleid dat er sprake was geweest van bevoordeling van bepaalde groepen. De Programmaraad had een nadere invulling gegeven aan het beleid, maar had onvoldoende gemotiveerd waarom de voorgenomen activiteiten van de vereniging niet voor een projectsubsidie in aanmerking kwamen. De rechtbank verklaarde het beroep dan ook gegrond. Weigering subsidie, doelstelling subsidieregeling PGO Ook de Stichting Schild had een aanvraag gedaan op grond van de Subsidieregeling PGO, zij het voor 21 De CRvB hanteert standaard een termijn van twee jaar. Zie: CRvB 4 juni 2009, LJN: BI De Programmaraad adviseert op basis van het Beleids- en beoordelingskader behorende bij de Subsidieregeling PGO. 23 Rb. Amsterdam 27 oktober 2011, LJN: BU7693. een instellingssubsidie. De minister had de aanvraag afgewezen omdat de stichting niet voldeed aan de voorwaarde die beoogt dubbele subsidiëring te voorkomen. De Schildklierstichting Nederland werd al gesubsidieerd. De aanvraagster wees op verschillen tussen beide organisaties, maar dit baatte haar niet. 24 De statutaire doelstellingen van de Schildklierstichting zijn zo ruim dat de rechtbank van oordeel was dat de aanvraag terecht geweigerd was. Een doelmatige en effectieve inzet van schaarse subsidiemiddelen vergt dat subsidietoekenning strookt met de hoofddoelstellingen van de Subsidieregeling PGO: het tegengaan van verdere versnippering van het PGO-veld met als gevolg overlap van de subsidiabele activiteiten en een aantasting van de positie van zowel de individuele cliënt als de organisatie die hem of haar vertegenwoordigt en dus een verminderde slagkracht van het PGO-veld. 3.3 Sanering Voorziening financiële gevolgen opheffen centrale post ambulancevervoer Bij besluit van 18 januari 2011 had het College sanering zorginstellingen aan het openbaar lichaam de Regio Achterhoek subsidie verleend 25 ter voorziening in de financiële gevolgen van de opheffing van een centrale post ambulancevervoer (cpa) te Doetinchem en deze subsidie vastgesteld op nihil. In zo n geval betrok het college daarbij ook negatief vermogen mits er aan een aantal voorwaarden was voldaan. 26 In de beleidsregel was bepaald dat negatief vermogen van een cpa binnen een gemeenschappelijke regeling subsidiabel is, tenzij in de regeling expliciet is opgenomen dat afdekking van het negatief vermogen door de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling dient te geschieden. Het col- 24 Rb. Arnhem 15 mei 2012, LJN: BW Op grond van art. 12a Wet ambulancevervoer kan het college subsidie verstrekken ter voorziening in de financiële gevolgen van wijziging of opheffing van de vestigingsplaats van een cpa. 26 Art. 7a Bsig, thans art. 8.2 lid 1 Uitvoeringsbesluit WTZi jo. Beleidsregel ambulancehulpverlening (Stcrt. 2002, 230). 674 Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8

6 lege had de subsidie vastgesteld op nihil omdat op grond van de Samenwerkingsregeling van de Regio Achterhoek was bepaald dat de kosten van de deelnemende gemeenten worden verdeeld en volgens het college het negatief vermogen en de kosten die verband houden met het opheffen van de cpa dus door de deelnemende gemeenten waren gedekt. In verband met de achtervangfunctie, tot uitdrukking gebracht in de beleidsregel, werd de subsidie vastgesteld op nihil. Volgens de Afdeling heeft de beleidsregel alleen betrekking op het in beschouwing nemen van negatief eigen vermogen en niet op de achtervangfunctie. 27 Daarnaast overwoog de Afdeling dat het college bij de beoordeling van de aanvraag enige ruimte toekomt. Het enkele feit dat artikel 7a Besluit sanering instellingen voor gezondheidszorg (Bsig) voorschrijft dat negatief vermogen in beschouwing moet worden genomen betekent niet dat het college onder alle omstandigheden subsidie ter compensatie van negatief vermogen moet verstrekken. Tot slot oordeelde de Afdeling dat in de Samenwerkingsregeling, anders dat het college betoogde, niet expliciet was opgenomen dat afdekking van het negatief vermogen van de cpa door de deelnemende gemeenten dient te geschieden, zodat de subsidie niet op nihil kon worden gesteld. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond. 3.4 Regeling palliatieve terminale zorg Motivering, geen dubbele financiering In deze zaak stonden de coördinatie- en huisvestingskosten van twee highcare hospices centraal. De Regeling palliatieve terminale zorg voorziet in een tegemoetkoming in de coördinatiekosten van vrijwilligers en een opslag voor huisvestingskosten. Instellingssubsidie wordt niet verstrekt aan een organisatorisch verband met een toelating als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). 28 Op grond van bijzondere omstandigheden mag de minister artikelen van de Regeling buiten toepassing laten. 29 De aanvraag was afgewezen 27 ABRvS 27 juni 2012, LJN: BW Art. 3 Regeling palliatieve terminale zorg. 29 Art. 31 Regeling palliatieve terminale zorg. omdat de hospices gelieerd waren aan een organisatorisch verband met een toelating. De minister kon in redelijkheid geen toepassing geven aan de hardheidsclausule. 30 De rechtbank wees erop dat de hospices vanwege de toelating zelf in financiering via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) kunnen voorzien. De hospices wezen erop dat hun cliënten bij hen verblijven, maar geen indicatie voor verblijf hebben en de hospices geen toelating voor verblijf hebben. Kosten verband houdend met verblijf zijn dus niet verdisconteerd in de tarieven. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was gemotiveerd waarom dit gegeven geen aanleiding was om in de onderhavige gevallen de hardheidsclausule toe te passen en verklaarde het beroep gegrond. 3.5 Subsidieregeling zorgopleidingen Opleidingsplaatsen, verantwoordelijkheid juiste gegevens In 2011 eindigt het subsidiegeschil tussen het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en de Minister van VWS over de drie jaar eerder verleende instellingssubsidie van ruim 33 miljoen voor opleidingsplaatsen. In geschil was het aantal opleidingsplaatsen. Uitgangspunt voor de subsidieverlening was het toewijzingsvoorstel van het College voor Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg (CBOG). Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen aios (artsen in opleiding tot specialist) die in het subsidiejaar beginnen met hun opleiding (de instroom ) en aios die in een eerder jaar waren begonnen (de doorstroom ). Voor het bepalen van de doorstroom heeft het CBOG gebruik gemaakt van gegevens van de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC). De opleidingsinstellingen hebben gelegenheid gehad te reageren op het concept-toewijzingsvoorstel. Het LUMC voerde in de procedure aan dat het subsidiebeleid onredelijk is omdat het gebaseerd is op gegevens uit een bestand waarin opleidingsinstellingen geen inzicht hebben en waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen. De Afdeling ging hier niet in mee nu er in de voorberei- 30 Rb. Alkmaar 13 januari 2011, LJN: BP3463. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8 675

7 Mr. A.C. de Die & mr. C. Velink dingsprocedure voldoende gelegenheid was geweest om eventuele onjuistheden te controleren en te herstellen. Voor zover is komen vast te staan dat de gegevens van een aantal aios niet klopten, oordeelde de Afdeling na minutieuze reconstructie van de gang van zaken, dat dit aan het LUMC kon worden toegerekend nu zij wijzigingen niet tijdig en niet op juiste wijze aan de MSRC had doorgegeven. Ook had het LUMC bezwaren tegen de wijze van verdeling van de subsidiegelden over de instroom. Het verdeelplan was opgesteld door het CBOG in samenspraak met de opleidingsinrichtingen op basis van capaciteit en behoefte aan opleidingsplaatsen. Op grond van de gekozen systematiek kwam het LUMC niet in aanmerking voor instroomplaatsen. Bovendien heeft het LUMC enkele beleidskeuzes gemaakt die voor eigen rekening en risico komen Kaderregeling VWS-subsidies Vermindering en beëindiging langlopende subsidie, rechtstreekse werking WHO-verdrag? Redelijke voorbereidingstermijn Stivoro ontving medio 2011 het besluit dat haar instellings- en projectsubsidie in 2012 met 5% wordt gekort en voor 2013 en 2014 zal worden beëindigd. Het daartegen gerichte bezwaar is ongegrond verklaard en Stivoro ging in beroep. Het beroep van Stivoro op het World Health Organisation (WHO) Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging strandde nu de rechtbank oordeelde dat het WHO-verdrag noch de Preambule rechtstreekse werking hebben. 32 Intrekking of vermindering van subsidie is mogelijk als veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate verzetten tegen ongewijzigde voortzetting van de subsidie (art. 4:50 lid 1 aanhef en onder b Awb). Uit eerdere recht- 31 ABRvS 22 juni 2011, LJN: BQ De overweging van de rechtbank is overeenkomstig de standaardjurisprudentie over rechtstreekse werking van verdragsbepalingen. Zie bijv. ABRvS 5 december 2007, AB 2008/35 (m.nt. R.J.B. Schutgens & J.J.J. Sillen), HR 9 april 2010, AB 2010/190 (m.nt. F.J. van Ommeren). spraak van de Afdeling leidde de rechtbank af dat een dwingende noodzaak tot bezuinigen in beginsel een voldoende zwaarwegende reden is 33 en dat de rechter die bezuinigingsnoodzaak terughoudend toetst. 34 Vanuit dat uitgangspunt oordeelde de rechtbank dat die beleidskeuze en het daarop rustende besluit voldoende gemotiveerd was. Het derde discussiepunt was de redelijke termijn. Stivoro ontving sinds 1974 subsidie voor haar werkzaamheden en stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om de gevolgen van het besluit op te vangen. Artikel 4:51 Awb verplicht het bestuursorgaan een redelijke termijn in acht te nemen bij vermindering of beëindiging van een subsidie die drie jaren of meer achtereen is verleend. Die termijn dient ertoe de subsidieontvanger in staat te stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de subsidiebeëindiging te ondervangen. Voor de vaststelling van een redelijke termijn zijn vooral de langlopende verplichtingen in het concrete geval relevant. Veelal betreft dit arbeidsovereenkomsten en de daaruit voortvloeiende opzegtermijnen. De bescherming van artikel 4:51 Awb gaat niet zover dat het bestuursorgaan ook alle wachtgeldverplichtingen moet garanderen. 35 In het geval van Stivoro oordeelde de rechtbank dat haar een ruime tijd is geboden om de verplichtingen jegens derden op te kunnen zeggen dan wel anderszins de noodzakelijke voorbereidingen te treffen Handhaving 4.1 Reikwijdte Kwz en Wkcz Woongroep pgb-houders zorginstelling? In een woongroep wordt zorg verleend aan mensen met een pgb. De IGZ kwalificeert de woongroep als een zorginstelling en constateert dat de zorg niet voldoet aan de eisen van de Kwaliteitswet zorgin- 33 ABRvS 28 maart 1985, AB 1985/600 (m.nt. P.J.J. van Buuren). 34 ABRvS 31 juli 2002, AB 2003/136 (m.nt. N. Verheij). 35 ABRvS 26 februari 2003, AB 2003/172 (m.nt. N. Verheij). 36 Rb. s-gravenhage 28 juni 2012, LJN: BX Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8

8 stellingen (Kwz) en dat een klachtenregeling ontbreekt. De Minister van VWS legt een aanwijzing op ter naleving van de Kwz alsmede een aanwijzing ter naleving van de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz). De exploitant van de woongroep bestrijdt beide besluiten met een beroep op de onbevoegdheid van de minister nu geen sprake is van een zorginstelling in de zin van de Kwz en de Wkcz. Hij vraagt de voorzieningenrechter om schorsing van beide besluiten. Bij de kwalificatie van de woongroep als zorginstelling is de minister mede afgegaan op de informatie op de website en de zorgovereenkomst waaruit zou blijken dat sprake is van een organisatorisch verband waarin zorg als omschreven in de AWBZ wordt verleend. In werkelijkheid wordt zorg ingekocht bij één persoon: de exploitant van de woongroep. Voor de toepasselijkheid van de Wkcz en de Kwz is volgens de voorzieningenrechter de feitelijke organisatie van de zorgverlening bepalend. Beschikbare informatie over de organisatie moet geverifieerd worden. In casu was onvoldoende komen vast te staan dat de ingekochte zorg door een organisatorisch verband wordt verleend. De aanwijzing op grond van de Kwz wordt geschorst omdat geen sprake is van een instelling in de zin van de Kwz en de minister dus niet bevoegd was. 37 De aanwijzing op grond van de Wkcz bleef wel in stand. Bepalend was hier niet het instellingsbegrip, maar de kwalificatie als zorgaanbieder. 38 Als zorgaanbieder valt de exploitant onder de Wkcz. Het betoog van de exploitant dat de Wkcz in redelijkheid niet van toepassing kan zijn op mantelzorgers verwierp de voorzieningenrechter nu hier de commerciële relatie aanleiding vormt voor zorgverlening en niet de sociale relatie Vzr. Rb. Dordrecht 2 december 2011, GJ 2012/40, LJN: BU Zie art lid 1 onder c, 3 Wkcz, zorgaanbieder: een natuurlijk persoon die anders dan in het kader van een dienstverband met een instelling, zorg als omschreven in (...) de AWBZ verleent. 39 Vzr. Rb. Dordrecht 2 december 2011, GJ 2012/39, LJN: BU8157. Proportionaliteit; Leidraad meldingen IGZ legt op grond van de Kwz een bevel tot sluiting op aan een privékliniek. Het bevel wordt door de Minister van VWS verlengd totdat de IGZ heeft vastgesteld dat verantwoorde zorg geleverd wordt. In beroep betoogt de kliniek dat de Kwz niet van toepassing is omdat zij geen zorginstelling is. De kliniek wordt geëxploiteerd door één medisch specialist die daarin werkzaam is en wordt bijgestaan door zijn echtgenote (basisarts) en een assistente. De rechtbank oordeelt dat wel sprake is van een instelling in de zin van de Kwz. De kliniek heeft zich naar buiten toe steeds als een organisatorisch verband gepresenteerd, zowel naar het publiek als naar de IGZ. Het subsidiaire betoog dat de opgelegde maatregelen disproportioneel zijn en onvoldoende gemotiveerd faalt ook. Volgens de rechtbank is uit het inspectierapport genoegzaam gebleken dat de situatie in de kliniek zeer zorgwekkend was en niet aan de randvoorwaarden voor verantwoorde zorgverlening werd voldaan. Het heeft voor de kliniek redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn waaraan zij moest voldoen. Dat de Leidraad meldingen aan oplegging van de maatregelen in de weg heeft gestaan, verwerpt de rechtbank. Anonieme meldingen vallen niet onder de Leidraad, maar ook als dat anders zou zijn, tast handelen in strijd met de Leidraad de bevoegdheid tot het geven van een sluitingsbevel niet aan. 40 Reikwijdte aanwijzing, binnentreden woning zonder toestemming bewoners IGZ legt op grond van de Kwz een bevel op aan een instelling voor jongeren met complexe psychi(atri)sche problematiek omdat de geboden zorg (ver) onder de maat is. Het gaat om drie woningen waar jongeren wonen en met behulp van een pgb zorg inkopen. De IGZ heeft in alle drie de woningen een situatie geconstateerd die neerkomt op verwaarlozing van de cliënten. De Minister van VWS verlengt het bevel en geeft aansluitend een aanwijzing. Alle maatregelen strekken tot het staken van de zorg 40 Rb. Rotterdam 17 maart 2011, GJ 2011/84, LJN: BP8090. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2012 (36) 8 677

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Besluitvorming Toezicht Sancties Rechtsgebied bestuursrecht oktober 2011 Rechtsgebied bestuursrecht Verhoudingen tussen bestuursorgaan/belanghebbende - stelt het bestuur is staat

Nadere informatie

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak)

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak) LJN: BZ9358, Centrale Raad van Beroep, 11/7248 AWBZ-T Datum uitspraak: 01-05-2013 Datum publicatie: 03-05-2013 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Tussenuitspraak.

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 12D0013050. AANWIJZING EX ARTIKEL 76, EERSTE LID, WMG 25 april 2012

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 12D0013050. AANWIJZING EX ARTIKEL 76, EERSTE LID, WMG 25 april 2012 AANGETEKEND Stichting Saffier De Residentie Groep T.a.v. het bestuur Postbus 52150 2505 CD DEN HAAG Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009

Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 Leidraad voor het nakijken van de toets BESTUURSPROCESRECHT 19 juni 2009 OPGAVE 1 (34 punten) Vraag 1.1 (5 punten) Er staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open. Het voorbereidingsbesluit van artikel

Nadere informatie

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten Aflevering 1999 afl. 13 College Rechtbank Amsterdam Datum 9 augustus 1999 Rolnummer

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Gemeenschappelijke Dienst Directie Juridische Zaken AJBZ mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Telefoon 070 339

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk. Last onder dwangsom 31 juli 2012

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk. Last onder dwangsom 31 juli 2012 Stichting OZIS Drechtsteden T.a.v. De heer R. Peters Espenhof 2 3355 BM PAPENDRECHT Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004 Rapport Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014 Rapportnummer: 2014/004 2 De klacht Verzoekers klagen over de manier waarop de gemeente Wierden is omgegaan met hun

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen.

Op grond van de verstrekte informatie concludeert het CBP dat de FAD voornemens is het Protocol op een aantal punten te wijzigen. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl Besluit inzake de verklaring omtrent de

Nadere informatie

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek.

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10= TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Ommelander Ziekenhuis

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

Bezwaar tegen een beslissing van de gemeente. (versie 01/04/2013)

Bezwaar tegen een beslissing van de gemeente. (versie 01/04/2013) Bezwaar tegen een beslissing van de gemeente (versie 01/04/2013) Stel u vraagt een vergunning aan bij de gemeente en deze wordt geweigerd of uw buren hebben een vergunning gekregen voor het bouwen van

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak Essentie uitspraak: Indien in een inrichting meerdere overslag- of laad- en losgedeelten aanwezig zijn, mag per overslag- of laad- en losgedeelte maximaal 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen tijdelijk

Nadere informatie

PER KOERIER EN PER E-MAIL VERZONDEN XXXXX XXXXX XXXXX. Zakelijk: Apotheek Princenhage BV Pastoor van Spaandonkstraat 18 4813 BS BREDA

PER KOERIER EN PER E-MAIL VERZONDEN XXXXX XXXXX XXXXX. Zakelijk: Apotheek Princenhage BV Pastoor van Spaandonkstraat 18 4813 BS BREDA > Retouradres Postbus 2680 3500 GR Utrecht PER KOERIER EN PER E-MAIL VERZONDEN Zakelijk: Apotheek Princenhage BV Pastoor van Spaandonkstraat 18 4813 BS BREDA Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht Postbus 2680

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van de Saxion Hogeschool (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van de Saxion Hogeschool (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/079 Rechter(s) : mrs. Loeb, De Rijke-Maas, Borman Datum uitspraak : 21 augustus 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Saxion Hogeschool Trefwoorden : [tijdig]aanvoeren gronden, deficiëntie,

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht Registratienummer: AWB06/4812 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [eiser], eiser, wonende te [woonplaats],

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011. Rapportnummer: 2011/346 Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen uit Utrecht. Datum: 22 november 2011 Rapportnummer: 2011/346 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Belastingdienst/Toeslagen volhardt

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak. Behandelend ambtenaar. I.P». Feis 070-4264578

Afdeling bestuursrechtspraak. Behandelend ambtenaar. I.P». Feis 070-4264578 Raad vanstate Afdeling bestuursrechtspraak IN14.0053S llltillullllllilllill College van burgemeester en wethouders van Beuningen Postbus 14 6640 AA BEUNINGEN GLD GEMEENTE BEÜNt, ocn INGEKOMEN 0 3 FEB 2011

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ZORGVERLENING

ALGEMENE VOORWAARDEN ZORGVERLENING ALGEMENE VOORWAARDEN ZORGVERLENING Artikel 1 Begripsbepalingen In deze algemene voorwaarden en/of bijzondere voorwaarden wordt verstaan onder: 1.1. Zorgaanbieder: de rechtspersoon die een of meer instellingen

Nadere informatie

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Artikel 15.20, schade komt in aanmerking voor vergoeding vanwege het niet langer op grond van een milieubeheer mogen uitoefenen van een activiteit. Casus en uitspraak Een exploitant

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

uitspraak RECHTBANK LIMBURG

uitspraak RECHTBANK LIMBURG uitspraak RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats: Roermond Bestuursrecht zaaknummers: AWB/ROE 141505 en AWB/ROE 14/506 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2014 op het beroep en het verzoek om voorlopige

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx pagina 1 van 5 LJN: BX1373, Rechtbank Haarlem, AWB 12-448 Datum 04-07-2012 uitspraak: Datum 13-07-2012 publicatie: Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:Terugvordering

Nadere informatie

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Directie Toegang Rechtsbestel/5362391/05/DTR/12 juli 2005 5362391 Bijlage De Minister van Justitie, Gelet op artikel 4:23,

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 12/32 KG De fungerend voorzitter van het Scheidsgerecht mr. R.J.B. Boonekamp, wonende te Arnhem, bijgestaan door mr. J.A.I. Wendt, griffier, heeft op 23 oktober

Nadere informatie

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen 76 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente De Ronde Venen kan tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan

Nadere informatie

Nederlandse Zorgautoriteit

Nederlandse Zorgautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Aangetekend Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Maxima Medisch Centrum t.a.v. [...] Postbus 7777 5500 MB VELDHOVEN Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 e

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401

Rapport. Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 Rapport Datum: 27 december 2005 Rapportnummer: 2005/401 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) zijn verzoek om verwijdering van de stukken betreffende

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/041 Rechter(s) : mrs. Olivier, Troostwijk, Scholten-Hinloopen Datum uitspraak : 12 juni 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Fontys Hogescholen Trefwoorden : Beoordeling, bindend negatief

Nadere informatie

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V.

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V. Protocol Klachtencommissie Autimaat B.V. Doetinchem December 2011 Protocol van de klachtencommissie van Autimaat B.V. Inhoudsopgave Toepassingsgebied 3 Begripsbepaling 3 Doelstelling van de klachtenregeling

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057 Rapport Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge Datum: 24 mei 2013 Rapportnummer: 2013/057 2 Klacht Verzoeker, een advocaat, klaagt erover dat het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Regeling melding misstand woningcorporaties

Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling melding misstand woningcorporaties Regeling van de procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand en van de (rechts)bescherming van de melder en de vertrouwenspersoon integriteit.

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen

Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen Paragraaf 1 Algemeen Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij het

Nadere informatie

2013, nr. 53. Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

2013, nr. 53. Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht; Uitgegeven: 5 september 2013 2013, nr. 53 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLÂN Mandaatbesluit Stelsel Natuur en Landschap 2013 Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân van 20 augustus 2013, nr.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 11/9 AW U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Kluwer Online Research

Kluwer Online Research AB 2010, 87 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Meervoudige kamer), 9 september 2009, nr200901451/1/h2 LJN:BJ7186, Mrs. C.W. Mouton, C.H.M. van Altena, S.F.M. Wortmann Wetingang: Awb art.

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP UTRECHT 98/4586 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Bij beslissing

Nadere informatie

2. Verzoeker diende bij SenterNovem een subsidieaanvraag in voor de productie van energie door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen.

2. Verzoeker diende bij SenterNovem een subsidieaanvraag in voor de productie van energie door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop SenterNovem, een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, hem heeft geïnformeerd over de termijn waarbinnen op zijn subsidieaanvraag

Nadere informatie

Academie voor bijzondere wetten

Academie voor bijzondere wetten Academie voor bijzondere wetten Auteur Academie voor bijzondere wetten Hoofdonderwerp Conclusie van staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven (hierna: A-G ) met betrekking tot het rechtskarakter van het

Nadere informatie

Procedurenummers: AWB 06/157 WET VV + AWB 06/158 WET VV + AWB 06/159 WET VV

Procedurenummers: AWB 06/157 WET VV + AWB 06/158 WET VV + AWB 06/159 WET VV Uitspraak RECHTBANK MAASTRICHT Sector Bestuursrecht Procedurenummers: AWB 06/157 WET VV + AWB 06/158 WET VV + AWB 06/159 WET VV Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht op de verzoeken

Nadere informatie

Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek.

Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek. Onderwerp: Samenvatting: Soort uitspraak: Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek. Bij verzekerde is sprake van de grondslagen verstandelijke handicap en psychiatrische aandoening. Zowel

Nadere informatie

Algemene Subsidieregeling 2008

Algemene Subsidieregeling 2008 Algemene Subsidieregeling 2008 Paragraaf 1 Inleidende bepalingen Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. gemeentebestuur: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van besluiten betreffende

Nadere informatie

Raad. vanstate AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006

Raad. vanstate AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006 Raad vanstate 200605599/1 en 200605599/3. Datum uitspraak: 24 augustus 2006 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met toepassing

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K. de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K. de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde. CENTRALE RAAD VAN BEROEP 00/5419 AKW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde. I. ONTSTAAN

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014:

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014: GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rijswijk. Nr. 69895 2 december 2014 GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN

Nadere informatie

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.).

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.). Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Wegverkeer (verder ook: RDW) hem na een periode van meer dan zeven jaar heeft aangesproken op het feit dat hij niet over een geldige APK voor zijn

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

Reglement bezwaarprocedure SVWN

Reglement bezwaarprocedure SVWN Reglement bezwaarprocedure SVWN Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland Versie 1.0, vastgesteld 15 december 2015 1/10 Inhoud Begripsbepalingen... 3 De bezwaarcommissie... 3 Procedure... 4 Voorbereiden

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over VGZ Zorgkantoor te Eindhoven. Datum: 12 april 2013. Rapportnummer: 2013/033

Rapport. Rapport over een klacht over VGZ Zorgkantoor te Eindhoven. Datum: 12 april 2013. Rapportnummer: 2013/033 Rapport Rapport over een klacht over VGZ Zorgkantoor te Eindhoven. Datum: 12 april 2013 Rapportnummer: 2013/033 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat VGZ zorgkantoor niet bevredigend reageerde op haar

Nadere informatie

Samenwerkingsconvenant informatieuitwisseling CIZ - NZa

Samenwerkingsconvenant informatieuitwisseling CIZ - NZa Samenwerkingsconvenant informatieuitwisseling CIZ - NZa Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met betrekking tot onderlinge

Nadere informatie

Onderwerp: Vaststelling Algemene subsidieverordening Purmerend 2014

Onderwerp: Vaststelling Algemene subsidieverordening Purmerend 2014 De raad van de gemeente Purmerend; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 maart 1014, nr. 1104516; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: - de sinds

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen: Uitspraak 201001294/ 1/H2 gevonden via " pagina l van 5 Uitspraken ZAAKNUMMER 201001294/1/H2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 13 oktober 2010 TEGEN het college van burgemeester en wethouders van Emmen PROCEDURESOORT

Nadere informatie

AANTEKENEN. Het bestuur van Stichting Op me Eigen. Datum 30 augustus 2013 Onderwerp Bevel ex artikel 8, vierde lid Kwaliteitswet zorginstellingen

AANTEKENEN. Het bestuur van Stichting Op me Eigen. Datum 30 augustus 2013 Onderwerp Bevel ex artikel 8, vierde lid Kwaliteitswet zorginstellingen > Retouradres Postbus 2680 3500 GR Utrecht AANTEKENEN Het bestuur van Stichting Op me Eigen St. Jacobsstraat 16 3511 BS Utrecht Postbus 2680 3500 GR Utrecht T 030 233 87 87 F 030 232 19 12 www.igz.nl Datum

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

BESLISSING OP BEZWAAR 58706-98773

BESLISSING OP BEZWAAR 58706-98773 BESLISSING OP BEZWAAR 58706-98773 Bij brief van 25 oktober 2013 die is ingekomen bij de NZa op 27 oktober 2013, is door Medisch Centrum Rhijnauwen (hierna ook: belanghebbende) bezwaar gemaakt tegen de

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 1-0 6 9

U I T S P R A A K 1 1-0 6 9 U I T S P R A A K 1 1-0 6 9 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellante tegen de Masterexamencommissie Criminologie, verweerder en van de

Nadere informatie

LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE

LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE foto provincie Utrecht Versie: maart 2015 Inhoud Inleiding... 3 Gebruik van de Leidraad... 3 Bestuursrecht... 3 Naamgeving... 3 Stappen... 4 Last onder dwangsom

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197

Rapport. Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 Rapport Datum: 8 juni 2006 Rapportnummer: 2006/197 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: het CBR): bij het ten uitvoer brengen van de Educatieve Maatregel

Nadere informatie

BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP

BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP BIJLAGE 3: GESCHILLENREGLEMENT IKB KIP Het bestuur van de Stichting PLUIMNED heeft, gelet op artikel 19 van de Algemene Voorwaarden IKB Kip, ter zake van de behandeling van geschillen tussen een deelnemer

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie haar klacht van 16 april 2004 over de lange duur van de behandeling

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Deze regeling is van toepassing op zorgkantoren als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Deze regeling is van toepassing op zorgkantoren als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet langdurige zorg (Wlz). Bijlage 26 bij circulaire Care/AWBZ/14/10c REGELING Informatieverstrekking monitoring uitgaven Persoonsgebonden budget en individueel aangepaste Wlz-hulpmiddelen : Ingevolge artikel 62 en 68 van de Wet

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

ANONIEM Bindend advies

ANONIEM Bindend advies ANONIEM Bindend advies Partijen : A te B vs C te D Zaak : Hulpmiddelenzorg, wijziging prothesemaker Zaaknummer : ANO07.369 Zittingsdatum : 21 november 2007 1/6 BINDEND ADVIES Zaak: ANO07.369 (Hulpmiddelenzorg,

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : bewijsmiddelen bindend negatief studieadvies BNSA

Nadere informatie

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep September 2002 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Welk recht is van toepassing Hoofdstuk 2 Vergoedingscriterium en te vergoeden kosten 2.1 Vergoedingscriterium 2.2 Besluit proceskosten bestuursrecht 2.3

Nadere informatie

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder.

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder. Zaaknummer : 2013/249 Rechter(s) : mrs. Troostwijk, Lubberdink, Borman Datum uitspraak : 9 mei 2014 Partijen : Appellant tegen CvB Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bedreigingsgevaar, belangenafweging,

Nadere informatie

MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN

MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN Burgemeester en wethouders van Velsen Overwegende dat bij besluit van 28 januari 2003 het college van Burgemeester en Wethouders van Velsen en

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 133516/193556. Besluit Wob-verzoek 24 juli 2015

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk 133516/193556. Besluit Wob-verzoek 24 juli 2015 De heer Y. Dam Nieuwendijk 91-2 1012 MC AMSTERDAM Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl Uw brief van Uw kenmerk 2 juli

Nadere informatie

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014.

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-028 d.d. 23 september 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.P. Peijster en mr. J.B.B.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen tot het afgeven van een verklaring in

Nadere informatie

Oplegvel Informatienota

Oplegvel Informatienota Onderwerp Beleidsregels Handhaving Opiumwet Oplegvel Informatienota Portefeuille mr. B. B. Schneiders Auteur Dhr. J.A.M. Lubbers Telefoon 5113815 E-mail: jlubbers@haarlem.nl VVH/VHR Reg.nr. 2009/2531 ZONDER

Nadere informatie

Mogelijkheid tot indienen zienswijze is geen rechtsbescherming

Mogelijkheid tot indienen zienswijze is geen rechtsbescherming Zienswijze en UOV Mogelijkheid tot indienen zienswijze is geen rechtsbescherming Ondanks het feit dat het indienen van een zienswijze niet gerekend kan worden tot de vormen van rechtsbescherming in het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Commissie van beroep ingevolge artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 zijn administratief

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

Soort uitspraak: IgA = indicatiegeschil AWBZ Datum: 21 juni 2010 Uitgebracht aan: CIZ Zorgvorm: PV, BG, VB/ZZP. Onderstaand de volledige uitspraak.

Soort uitspraak: IgA = indicatiegeschil AWBZ Datum: 21 juni 2010 Uitgebracht aan: CIZ Zorgvorm: PV, BG, VB/ZZP. Onderstaand de volledige uitspraak. Onderwerp: Samenvatting: Grondslagen bij ZZP Het betreft hier een geschil over meerdere grondslagen bij een verblijfsindicatie. Op grond van de beleidsregels kiest het CIZ een dominante grondslag op basis

Nadere informatie

Onderwerp: Datum: 25 mei 2010 Uitgebracht aan: Verblijf-tijdelijk en Begeleiding-groep. Onderstaand de volledige uitspraak.

Onderwerp: Datum: 25 mei 2010 Uitgebracht aan: Verblijf-tijdelijk en Begeleiding-groep. Onderstaand de volledige uitspraak. Onderwerp: Samenvatting: Relevante criteria respijtzorg; begeleiding ter vervanging van school en kinderopvang Respijtzorg kan geïndiceerd worden in geval van (dreigende) overbelasting van de verzorger(s),

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker, die een Persoonsgebonden Budget (PGB) ontving ter bekostiging van ondersteunende begeleiding, klaagt er over dat het Agis Zorgkantoor te Amersfoort bij brieven van 21 april

Nadere informatie

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Instantie: Hof 's-gravenhage Datum: 30 maart 2012 Magistraten: Tromp, Sanders, Visser Zaaknr: BK-10/00547 Conclusie: - LJN: BW8025

Nadere informatie

1. Aanduiding bestreden besluit Besluit van verweerder van 21 september 1994, nummer 2679/94.

1. Aanduiding bestreden besluit Besluit van verweerder van 21 september 1994, nummer 2679/94. College Rechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht AWB 94/7867 Partijen J.M. S.F. te Amsterdam, verzoeker, tegen B. en W. van Amsterdam te Amsterdam, verweerder. 1. Aanduiding bestreden besluit Besluit

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie