HRM/ARBEIDSVOORWAARDENNOTA PROVINCIES

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HRM/ARBEIDSVOORWAARDENNOTA PROVINCIES 2007-2010"

Transcriptie

1 HRM/ARBEIDSVOORWAARDENNOTA PROVINCIES

2 INHOUDSOPGAVE Pagina Inleiding Samenvatting trends, speerpunten, verantwoordelijkheden, doelstellingen en acties Algemene strategische oriëntatie Ontwikkeling en mobiliteit Arbeidsmarkt Differentiatie arbeidsvoorwaarden Langer werken Waarderen en belonen Gezond werken Sociale zekerheid Pensioenen Integriteit Versie 10 mei

3 Inleiding Deze nota bevat het perspectief van het gemeenschappelijk arbeidsvoorwaardenbeleid en het HRM-beleid in de provincies in de komende jaren ( ). Zij beschrijft wat er in het licht van de veranderende positie en taken van provincies moet gebeuren om het werkgeverschap verder te ontwikkelen. De nota schetst een aantal relevante trends en benoemt de speerpunten van beleid. Zij geeft op een aantal belangrijke thema s concrete doelstellingen aan, de context waarbinnen zij zijn te plaatsen en de acties die moeten worden ondernomen. De nota vormt de grondslag voor de werkgeversinzet voor de afspraken die ter invulling van het gewenste beleid in de CAO moeten worden vastgelegd. De nota is in nauw overleg met de betrokken provincies tot stand gekomen. De inhoud van de nota is meermalen in de ICP (het vakberaad van hoofden Personeel en Organisatie) besproken. De Kring van Provinciesecretarissen KPS) heeft op 26 april 2006 de hoofdlijn van de nota als uitgangspunt voor het beleid in de komende vier jaar onderschreven. Op advies van de KPS is in de nota gekozen voor een iets andere insteek voor de verlenging van de arbeidsduur, te weten het belang van individualisering en flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden. Dat sluit een normwerkweek van 40 uur op termijn voor de sector provincies in het licht van de toekomstige schaarste op de arbeidsmarkt niet uit. Op voorstel van de onderhandelingsdelegatie van het IWV heeft de Commissie IWV op 10 mei 2007 de nota vastgesteld. Versie 10 mei

4 Samenvatting trends, speerpunten, verantwoordelijkheden, doelstellingen en acties 1. Algemene strategische oriëntatie Trends - vergrijzing en ontgroening - vergroting van de arbeidsparticipatie - individualisering en flexibilisering in arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden Speerpunten - aandacht voor diversiteit in het personeelsbestand - versterking van de positie op de arbeidsmarkt - aandacht voor individualisering en flexibilisering - meer en langer werken Verantwoordelijkheden - arbeidsvoorwaarden gemeenschappelijk afspreken met de bonden (arbeidsvoorwaarden sectoraal, tenzij) - HRM-beleid is de primaire verantwoordelijkheid van de provincie (HRM lokaal, tenzij). Gemeenschappelijke afspraken over HRM alleen als arbeidsvoorwaardelijke verankering in de CAO nodig is. Verder uitwisseling best practises HRM en gemeenschappelijke A&O-activiteiten 2. Ontwikkeling en mobiliteit Doelstelling Verder vergroten van de inzetbaarheid d.m.v. scholing en mobiliteit Acties - Bevorderen van de toepassing van de aanstelling in algemene dienst - Monitoren daarvan in de IWV-enquête - Best practices ontwikkeling en mobiliteit verder uitbouwen. 3. Arbeidsmarkt Doelstellingen - versterken van de positie van provincies op de arbeidsmarkt - verruimen van het arbeidspotentieel Acties - een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven door: te (blijven) zorgen voor interessant werk en goede loopbaanperspectieven primaire arbeidsvoorwaarden die niet negatief uit de pas lopen met die in aanpalende sectoren als gemeenten, Rijk en delen van de marktsector en, waar nodig, (meer) gerichte inzet van specifieke beloningsinstrumenten voor schaars personeel (arbeidsmarkttoelage, bindingspremie e.d.) een aantrekkelijk en gevarieerd (secundair) arbeidsvoorwaardenpakket dat de werknemer ruime keuzemogelijkheden biedt (meer) flexibiliteit t.a.v. de arbeidsduur, de werktijden en de werkplek (thuiswerk) binnen organisatorische randvoorwaarden - Optimale benutting van het potentieel onder het huidige personeel, o.a. door scholing, verder terugdringen van ziekteverzuim, slimmer werken en door meer en langer te gaan werken - Op imago gerichte acties Versie 10 mei

5 - Met o.a. sectorale A&O-middelen, ter ondersteuning van het lokale diversiteitbeleid, stimuleren dat de provincies ook groepen potentiële werknemers aanspreken die tot nu goeddeels buiten beeld blijven en ondervertegenwoordigd zijn in de werknemerspopulatie van de provincies 4. Differentiatie arbeidsvoorwaarden Doelstelling Vergroten van de differentiatie en individualisering van de arbeidsvoorwaarden Acties - Brede evaluatie van IKAP, met onderzoek naar mogelijkheden IKAP substantieel uit te breiden - Studie naar mogelijkheden en behoeften tot verdergaande differentiatie en individualisering van arbeidsvoorwaarden, ter versterking van de arbeidsmarktpositie van de provincies en gericht op verschillende typen van werknemers - Versterking van de levensloopregeling 5. Verhoging aantal arbeidsuren per week Doelstelling Door verruiming van de mogelijkheden om meer (dan 36 uur per week) te werken een bijdrage leveren aan de verdere uitbouw van individualisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden en voor de langere termijn aan de oplossing van de arbeidsmarktproblematiek in provincies. Acties - In de komende CAO afspraken maken over vergroting van de mogelijkheid om meer dan 36 uur per week te werken. - In de evaluatie van IKAP/individualisering van arbeidsvoorwaarden verruiming van de mogelijkheden om vrije tijd voor meer loon te ruilen (werktijduitbreiding) meenemen. 6. Langer doorwerken van oudere werknemers Doelstelling Door vergroting van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers een bijdrage leveren aan de oplossing van de arbeidsmarktproblematiek in provincies. Acties - Ter vergroting van de arbeidsparticipatie (meer) investeren in oudere werknemers o.a. door functie-inhoud, werkbelasting, scholing en beloning, in het bredere kader van een samenhangend levensfasebewust personeelsbeleid, eventueel met inzet van sectorale A&O-middelen. - Via het VSO aandringen op een snelle uitvoering van de afspraken in het regeerakkoord over het wegnemen van arbeidsvoorwaardelijke en fiscale belemmeringen voor het doorwerken na 65 jaar. 7. Waarderen en belonen (loonontwikkeling en beloningssysteem) Doelstellingen - een verantwoorde loonontwikkeling - met name voor hoger opgeleide werknemers (ten minste) in de pas lopen met de loonontwikkeling in andere overheidssectoren en in (relevante delen van) de marktsector - Uitbouw en verbetering van het (uniforme) beloningssysteem met het oog op een verdere verhoging van de kwaliteit van het ambtelijk apparaat. Versie 10 mei

6 Acties - Afspraken maken in de komende CAO-ronde over de loonontwikkeling van het provinciepersoneel. - Het beloningssysteem in 2008 evalueren en op basis daarvan afspraken maken over uitbouw en verbetering van het beloningssysteem. 8. Gezond werken Doelstelling Voeren van een geïntegreerd beleid volgens de ketenbenadering om gezond werken verder te verbeteren. Acties - Onderzoek doen naar de oorzaken van kortdurend frequent verzuim - Ontwikkelen van een arbocatalogus voor de sector provincies 9. Sociale zekerheid Doelstellingen - Een nieuw evenwicht tussen activering en inkomensbescherming in de sociale zekerheid met als uitgangspunt dat werken altijd meer loont dan niet werken. - Verdere vermindering van het beroep op de arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsvoorzieningen Acties - Voortzetting en eventueel intensivering van de inspanningen m.b.t. arbeidsongeschiktheid - Afspraken met de bonden in het SPA maken over doorvertaling van de wijzigingen in de WW en over modernisering en vereenvoudiging van de bovenwettelijke werkloosheidsregeling 10. Pensioenen Doelstelling Ontwikkelen van een visie van de sector provincies op pensioen. Acties Er zal een pensioennotitie worden opgesteld. In deze notitie komen onder andere de volgende vragen aan de orde: o Welke uitgangspunten en randvoorwaarden zijn voor de sector leidend voor een pensioenregeling? o Op welke manier kan het overleg over pensioenen en andere arbeidsvoorwaarden dichter bij elkaar worden gebracht? o Een pensioenregeling waarin lusten en lasten evenwichtig zijn verdeeld over verschillende groepen werknemers. o In hoeverre moet je zaken collectief in de pensioenregeling regelen/verplichten en geef je ruimte aan differentiatie en keuzemogelijkheden? o Is de huidige vorm van organisatie van de (uitvoering) van de pensioenregeling nog de meest voor de hand liggende? Versie 10 mei

7 11. Integriteit Doelstelling Een integere provinciale organisatie. Acties - De provincies ondersteunen bij de implementatie van de basisnormen van integriteit en van de nieuwe integriteitverplichtingen in de Ambtenarenwet. - Met BZK en de belangen- en koepelorganisaties eind 2007 evalueren of de afgesproken basisnormen van integriteit zijn gerealiseerd. - Afspraken maken met de bonden over een regeling melding financiële belangen van ambtenaren. - De provinciale klokkenluiderregeling evalueren, aansluitend aan de centrale evaluatie door het ministerie van BZK. - Afspraken maken met BZK en andere belangen- en koepelorganisaties over uniforme registratie van integriteitschendingen. - Meewerken aan periodieke monitoring van integriteitbeleving onder het overheidspersoneel. - Naar behoefte modellen en handreikingen ontwikkelen samen met BZK en andere koepel- en belangenorganisaties. Versie 10 mei

8 1. ALGEMENE STRATEGISCHE ORIËNTATIE 1.1 Positie en taken van provincies De eisen die de politieke en maatschappelijke omgeving aan provincies stelt verandert de komende jaren ingrijpend. Provincies treden uit de relatieve luwte en gaan taken uitvoeren die samenleving en burgers direct raken. Zij spelen een rol bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken en worden afgerekend op hun feitelijke prestaties. Er komt een omslag van primaire aandacht voor beleidsontwikkeling naar resultaat en de samenhang in beleid. Het gaat de komende jaren niet om woorden maar om daden. Dat is vooral belangrijk nu recent weer gebleken is dat de positie van provincies in het bestel niet voor iedereen vanzelfsprekend is. De lage opkomst bij de statenverkiezingen is een uiting daarvan. Vraagstukken zullen steeds meer benaderd worden in samenwerking met andere belanghebbende partijen. Dat geldt tussen en binnen overheidsorganisaties maar zeker ook tussen de overheid en maatschappelijke geledingen. De rol van de provincies zal in veel gevallen een regisserende zijn. De nieuwe eisen die aan provincies gesteld worden hebben consequenties voor de provincie als werkgever en voor de mensen die er werken. Het werk wordt boeiender maar stelt tegelijk ook andere, vaak hogere eisen aan de medewerkers. De provincie wordt een organisatie voor mensen die oplossings- en uitvoeringsgericht denken over maatschappelijke vraagstukken. Dat vereist andere kwalificaties en een proactieve houding van management en medewerkers om op de noodzakelijke veranderingen alert te zijn en daaraan te werken. 1.2 Trends De komende jaren staan drie trends centraal bij de invulling van het werkgeverschap: vergrijzing (en ontgroening), vergroting van de arbeidsparticipatie en individualisering en flexibilisering in arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Vergrijzing en ontgroening zijn een algemeen maatschappelijk beeld, waar ook arbeidsorganisaties mee geconfronteerd worden. Voor provincies geldt de vergrijzing in sterke mate, nog sterker dan voor de overheid als geheel. De gemiddelde leeftijd van provinciemedewerkers is 44,7 jaar en 36% is ouder dan 50 jaar. Het aandeel van de vijftigplussers blijft de komende jaren groeien. In de periode moeten FTE worden vervangen in verband met vervroegde uittrede of pensioen. Deze vervanging moet gerealiseerd worden op een arbeidsmarkt die steeds krapper wordt door de uittrede van ouderen en de afname van het aantal jonge toetreders. De tweede trend, vergroten van de arbeidsparticipatie, hangt samen met de eerste. Een hogere arbeidsparticipatie is noodzakelijk om de komende schaarste op te vangen. Werknemers moeten meer en langer werken. Voor sommige categorieën (gedeeltelijk arbeidsgeschikten, allochtonen) heeft participatie ook een maatschappelijke functie. Deelname aan het arbeidsproces bevordert de maatschappelijke samenhang en integratie. In het regeerakkoord is vergroting van de arbeidsparticipatie (vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt) een belangrijke doelstelling. Er komt in 2007 een participatietop die moet leiden tot centrale afspraken tussen overheid, werkgevers en werknemers. Een derde trend is de roep om individualisering. Ook deze valt waar te nemen op een aantal terreinen van het maatschappelijke leven. Voor arbeidsorganisaties geldt dat werknemers in toenemende mate zelf invulling willen geven aan hun werk, de tijd die ze daaraan willen besteden en de samenstelling van hun arbeidsvoorwaardenpakket. Versie 10 mei

9 1.3 HRM en arbeidsvoorwaarden als strategische factor Als provincies de ambitie hebben om zich als bestuurslaag te profileren, heeft dat gevolgen voor de ambities m.b.t. hun HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid. Het HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid helpt de bestuurlijke ambities waar te maken door de bedrijfsvoering van provincies te optimaliseren. De medewerkers zijn het belangrijkste kapitaal van provincies en behoeven daarom alle aandacht. Dat begint met de zorg voor de aanwezigheid van een personeelsbestand dat kwantitatief op orde is en kwalitatief voldoende uitgerust om de taken uit te voeren. Provincies moeten dit, zoals beschreven in 1.2, realiseren in een omgeving waar zich trends manifesteren die om een reactie vragen. Om die uitdagingen het hoofd te bieden staan drie doelstellingen de komende vier jaar centraal. De eerste betreft de ontwikkeling van talenten van de medewerkers en de vergroting van hun inzetbaarheid. Door scholing, mobiliteit en het bieden van loopbaanmogelijkheden worden zij in staat gesteld om aan de nieuwe eisen te voldoen. De maatregelen zullen gelden voor alle medewerkers ongeacht hun leeftijd. De tweede betreft versterking van de positie op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om een breed scala van maatregelen. Een aantrekkelijke werkgever biedt interessant werk, loopbaanperspectieven en een goed en gevarieerd arbeidsvoorwaardenpakket. De uittrede die de komende jaren verwacht wordt kan opgevangen worden door werknemers meer en/of langer te laten werken (met daarbij oog voor hun inzetbaarheid) en door een aantrekkelijke werkgever voor nieuwkomers te zijn. Dat provincies die aantrekkelijke werkgever zijn moet helder en overtuigend gecommuniceerd worden. Ten derde moeten provincies, in samenhang met het laatste, een aantrekkelijk en gedifferentieerd arbeidsvoorwaardenpakket aanbieden dat individuele accenten mogelijk maakt en aansluit bij de wensen van verschillende groepen op de arbeidsmarkt. Zittende medewerkers zullen daardoor langer blijven en nieuwkomers worden geboeid. In de volgende paragrafen worden de doelstellingen verder geconcretiseerd met oog voor een beperkt aantal speerpunten: * aandacht voor diversiteit in het personeelsbestand * versterking van de positie op de arbeidsmarkt * aandacht voor individualisering en flexibilisering * meer en langer werken 1.4 Lokale en sectorale verantwoordelijkheid Provincies spreken hun arbeidsvoorwaarden gezamenlijk af en leggen die vast in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP). Zij leggen eigen accenten waar de arbeidsmarktpositie of de bedrijfsvoering dat vereisen. De ambitieuze invulling van de levensloopregeling is een voorbeeld van het eerste, het waardering- en beloningsbeleid van het tweede. Om de mobiliteit met andere (overheids)sectoren te bevorderen sluiten provincies voor andere arbeidsvoorwaarden zo veel mogelijk aan bij andere sectoren. De provincies moeten niet in negatieve zin uit de pas lopen en ervoor zorgen dat ze hun sterke punten behouden. HRM-beleid is primair een verantwoordelijkheid van iedere provincie afzonderlijk. Niettemin bestaat er behoefte aan een gemeenschappelijk geformuleerd ambitieniveau dat richtsnoer is voor o.a. de interprovinciale arbeidsvoorwaarden. Verder neemt de lokale verantwoordelijkheid niet weg dat provincies door de uitwisseling van best practices en activiteiten van het A&O-fonds (zie 1,5) kunnen kiezen voor een vergelijkbare aanpak van problemen en inzet van instrumenten. Dit vanuit de gedachte dat de overeenkomsten tussen provincies groter zijn dan de verschillen en het loont om gezamenlijk op te trekken. Versie 10 mei

10 De uitdagingen voor de komende vier jaar liggen op HRM, op arbeidsvoorwaarden en op het raakvlak daartussen. De ontwikkeling van personeel is primair een lokale taak, de modernisering van het arbeidsvoorwaardenpakket een sectorale. Het bewerken van de arbeidsmarkt vereist activiteiten zowel op lokaal als op sectoraal niveau. Een discussie over domeinen en verantwoordelijkheden is overigens weinig effectief, het gaat om de resultaten. 1.5 Inzet van A&O-gelden Met ingang van 1 januari 2007 zijn de arbeidsmarkt- en opleidingsgelden, die voorheen per provincie werden besteed, gesectoraliseerd. Het gaat jaarlijks om een bedrag van ongeveer dat, omdat het om arbeidsvoorwaardengeld gaat, in overeenstemming met de vakbonden besteed moet worden. Het IWV heeft als doel om de A&Ogelden op een strategische manier in te zetten voor projecten die de in deze nota afgesproken doelen ondersteunen. Het kan om twee soorten projecten gaan. Ten eerste projecten die een interprovinciaal karakter hebben en direct voor alle provincies van betekenis zijn, denk aan activiteiten die voortvloeien uit CAO-afspraken (onderzoeken, deelname aan de Carrièrebeurs). Ten tweede projecten die door een bepaalde provincie geïnitieerd worden en die vanwege hun inhoud of aard ook voor andere provincies van belang zijn. Voorwaarde voor subsidiëring vanuit A&O is dat de projecten vernieuwend zijn en de resultaten overdraagbaar. Ook voor die projecten zijn de baten dus uiteindelijk voor de gehele sector beschikbaar. De A&O-jaarplannen worden door sociale partners in het SPA vastgesteld. Aan deze vaststelling gaat een beoordeling in werkgeverskring vooraf waarbij getoetst wordt op passendheid binnen de HRM-aanpak. Versie 10 mei

11 2. ONTWIKKELING EN MOBILITEIT 2.1 Doelstelling Verder vergroten van de inzetbaarheid d.m.v. scholing en mobiliteit 2.2 Context Hoewel al veel ontwikkeld is blijven scholing en mobiliteit één van de peilers van het HRM-beleid voor de komende vier jaar. Ondanks de grote uitstroom de komende jaren zullen provincies het werk toch vooral moeten klaren met het zittend personeel. Investeren in scholing, inzetbaarheid en mobiliteit is daarom van belang en wel voor alle leeftijdsgroepen. Het vergroten van de inzetbaarheid is het beste instrument om de talenten van werknemers te ontplooien en daarom voor de prestaties van de organisatie van het grootste belang. Het vergroot ook de loopbaankansen naar andere werkgevers en is daarmee van belang bij gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Provincies zijn grote organisatie waar een keur aan verschillende functies beschikbaar is. Er zijn daarom veel mogelijkheden om langs de weg van interne mobiliteit de inzetbaarheid te vergroten. Werknemers die breed inzetbaar zijn kunnen op verschillende plaatsen in de organisatie als generalist worden ingezet en daarmee een wapen zijn tegen verkokering. Gebleken is dat de motivatie van werknemers afneemt naarmate ze langer dezelfde functie uitoefenen. Interne mobiliteit is daarom een instrument om werknemers gemotiveerd en flexibel te houden. De rechtspositie kan niet meer uitgaan van een life time dienstverband, maar houdt rekening met kortdurende functiecontracten met daarop afgestemde vorming, training en opleiding. In de CAP is de aanstelling in algemene dienst afgesproken om de mobiliteit te bevorderen. De afspraak houdt in dat werknemers in algemene dienst van de provincie worden aangesteld en om de drie tot vijf jaar in een andere functie worden geplaatst. In de praktijk blijkt de bepaling in de meeste provincies een loze bepaling. Provincies benutten de komende periode om de aanstelling in algemene dienst werkelijk tot een instrument van loopbaanbeleid te maken. De algemene dienst geldt in beginsel voor iedereen. Er moet echter ruimte zijn om voor bepaalde groepen personeel de algemene dienst niet door te voeren. Er moeten ook afspraken kunnen worden gemaakt over externe mobiliteit. De rechtspositie moet hiervoor geen belemmeringen kennen en waar mogelijk stimulansen bieden. Alle provincies zijn bezig met maatregelen ter bevordering van ontwikkeling en mobiliteit, vanuit dezelfde doelstelling maar met soms verschillende instrumenten. Het is interessant om die instrumenten van elkaar te kennen om te bezien of deze ook in de eigen provincie toepasbaar zijn. De provincies rekenen het tot hun taak om dat te onderzoeken en de best practices te beschrijven. Via de A&O-gelden kunnen initiatieven ontwikkeld worden en kunnen initiatieven vanuit provincies ondersteund worden om mobiliteit en scholing te bevorderen. Voor de provinciale werkgevers is het belangrijk om een deel van de beschikbare middelen juist daarvoor in te zetten. Het gaat dan om projecten die vernieuwend zijn en aan andere provincies kunnen worden overgedragen. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op mobiliteitbevordering niet uitsluitend binnen de provincie, maar binnen een regio, waarbij ook werkgevers uit de marktsector betrokken worden. De scheidslijnen tussen markt en overheid zijn voor bepaalde functiegroepen immers steeds dunner aan het worden. Ook op dit terrein staan projecten in de steigers. Versie 10 mei

12 Een aantal provincies zet e-hrm in om de ontwikkeling van haar medewerkers te bevorderen. Via intranettoepassingen wordt het mogelijk gemaakt om zich te oriënteren op scholingsmogelijkheden en op ander werk. Vaak is er ook een koppeling met de competentiemeter. Het IWV wil onderzoeken of reeds ontwikkelde toepassingen bruikbaar zijn voor andere provincies. 2.3 Acties - Bevorderen van de toepassing van de aanstelling in algemene dienst - Monitoren daarvan in de IWV-enquête - Best practices ontwikkeling en mobiliteit verder uitbouwen. Versie 10 mei

13 3. ARBEIDSMARKT 3.1 Doelstellingen - Versterken van de positie van provincies op de arbeidsmarkt - Verruimen van het arbeidspotentieel 3.2 Context Het aantrekken van de economie gaat leiden tot meer concurrentie op de arbeidsmarkt, zowel binnen de overheid als met de markt. Deze concurrentie op de arbeidsmarkt wordt nog versterkt door het toenemende aantal 55-plussers-ers in de bevolking, met een gerede kans dat zij vóór hun 65 e uit het arbeidsproces treden. Tegelijkertijd neemt het aantal jongeren relatief af. Het arbeidsmarktprobleem zal zich vooral toespitsen op het terrein van de hoger opgeleiden. De groei aan hoger opgeleiden vlakt af, terwijl de vraag ernaar groter zal worden. En de overheid heeft, vergeleken met de markt, een relatief en absoluut gezien groot contingent aan hoger opgeleiden in dienst. De Sociaal Economische Raad (SER) en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) verwachten dan ook in hun in 2006 uitgebrachte rapporten relatief grote personeelstekorten in delen van de collectieve sector. Uit een analyse van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) blijkt de vergrijzing bij provincies nog sterker te zijn dan bij de meeste andere overheidswerkgevers. De gemiddelde leeftijd van de werknemers bij de provincie is opgelopen naar 44,7 jaar. Dit is ruim 2,5 jaar boven het gemiddelde bij de totale overheid. Van de werknemers bij de provincie is 36% ouder dan 50 jaar. Dat is twee keer zoveel als het aantal werknemers jonger dan 35 jaar. Het aandeel werknemers ouder dan 50 jaar blijft de komende jaren toenemen. Pensioen en het vervroegd uittreden van oudere werknemers zijn de belangrijkste oorzaken voor de vervangingsvraag. Deze neemt toe van 530 FTE in 2007 naar 635 FTE in Dat betekent dat in de periode FTE, een derde van het aantal voltijdbanen in 2005, de sector verlaat en vervangen moet worden. De veronderstelling hierbij is dat de sector in omvang gelijk blijft. Door de combinatie van een meer dan gemiddelde vergrijzing en het relatief grote aantal hoog opgeleiden is de arbeidsmarktpositie van de provinciale werkgever kwetsbaar. Een breed scala van maatregelen is noodzakelijk om de arbeidsmarktpositie te versterken. Vooral inhoud van het werk en loopbaanperspectieven zijn belangrijk. Maar ook een goede primaire beloning en een aantrekkelijk en gevarieerd arbeidsvoorwaardenpakket dat individuele werknemers ruime keuzemogelijkheden biedt. En flexibiliteit in arbeidsduur (meer en minder dan 36 uur per week) en ruimte om binnen organisatorische randvoorwaarden de werktijden zelf te kunnen indelen en om thuis te kunnen werken. De SER verwijst in zijn advies Voorkomen arbeidsmarktknelpunten collectieve sector van 19 mei 2006 naar de aanbevelingen die de Commissie van Rijn in 2001 heeft gedaan toen er ook arbeidsmarktknelpunten in de collectieve sector waren. Volgens de SER zijn die aanbevelingen nog steeds actueel. Eén belangrijke aanbeveling betreft het optimaliseren van de inschakeling van personeel. Naast scholing, slimmer werken en bestrijding van ziekteverzuim noemt de Commissie van Rijn verlenging van de arbeidsduur als een belangrijk instrument. Het (vorige) Kabinet deelt de verwachtingen van de SER en de ROP over de (toekomstige) arbeidsmarktsituatie in de collectieve sector en onderschrijft hun opvatting dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor sociale partners. Het Kabinet heeft dan ook in zijn speerpuntenbrief 2007 de sectorwerkgevers bij de overheid opgeroepen om te werken aan oplossingen voor de arbeidsmarktproblematiek, onder meer door verlenging van de normwerkweek naar 40 uur. Hoofdstuk 5 van deze nota gaat daar op in. Versie 10 mei

14 In een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, waar de schaarste zich het eerste manifesteert bij hoger opgeleiden en een aantal specialistische functies, staat veel provincies een potentieel wervingsprobleem te wachten. Vooral als de aandacht gericht blijft op het werven van ervaren en hoogopgeleide werknemers. Van de werknemers die in 2005 zijn ingestroomd had driekwart een opleiding op HBO of wetenschappelijk niveau. Een krapper aanbod van hoog opgeleiden betekent voor de provincies een grotere noodzaak zich als aantrekkelijke werkgever op de arbeidsmarkt te positioneren. Op de eerste plaats is dat een kwestie van lokale aanpak. Provincies werven veel personeel uit de regio. Primair profileren zij zich in die regio. Dat is bij uitstek een sterk punt voor de provincies. Maar er zijn ook landelijke acties nodig die zich vooral moeten richten op verbetering van het imago van de provincie als werkgever. Het is niet zo dat provincies over de hele linie slecht scoren onder jongeren. Probleem is vooral dat provincies voor wat betreft hun werkgeverschap bij jonge werkzoekenden nauwelijks in beeld zijn als ze niet actief en gericht worden benaderd. Zij hebben bij hen geen, dus ook niet een negatief, imago. Naast het werven van nieuwe medewerkers is het behouden van goede werknemers minstens zo belangrijk. Dat geldt zeker ook voor de jongere werknemers. Uit onderzoek van het ministerie van BZK in 2006 blijkt dat werknemers die reeds werkzaam zijn bij de provincie over het algemeen tevreden zijn over hun werk. Men vindt het interessant. Aan de andere kant is de inhoud van het werk ook een belangrijke reden voor werknemers om de provincie te verlaten. Overigens ook begrijpelijk omdat de inhoud van het werk voor overheidswerknemers bijna altijd de belangrijkste reden is om (nieuw) werk te aanvaarden. Een andere belangrijke reden voor vertrek is het gebrek aan loopbaanperspectieven. Deze reden wordt in het genoemde onderzoek veel vaker genoemd als aanleiding om de provincie te verlaten dan voorheen. Het SER-advies bepleit dat in de collectieve sector nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan loopbaanperspectieven om werknemers te werven maar ook om ze te behouden. 3.3 Acties - Een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven door: o o o o te (blijven) zorgen voor interessant werk en goede loopbaanperspectieven; primaire arbeidsvoorwaarden die niet negatief uit de pas lopen met die in aanpalende sectoren als gemeenten, Rijk en delen van de marktsector en, waar nodig, (meer) gerichte inzet van specifieke beloningsinstrumenten voor schaars personeel (arbeidsmarkttoelage, bindingspremie e.d.) een aantrekkelijk en gevarieerd (secundair) arbeidsvoorwaardenpakket dat de werknemer ruime keuzemogelijkheden biedt (meer) flexibiliteit t.a.v. de arbeidsduur, de werktijden en de werkplek (thuiswerk) binnen organisatorische randvoorwaarden - Optimale benutting van het potentieel onder het huidige personeel o.a. door scholing, verder terugdringen van ziekteverzuim, slimmer werken en door meer en langer te gaan werken. - Op imago gerichte acties - Met o.a. sectorale A&O-middelen, ter ondersteuning van het lokale diversiteitbeleid, stimuleren dat de provincies ook groepen potentiële werknemers aanspreken die tot nu goeddeels buiten beeld blijven en ondervertegenwoordigd zijn in de werknemerspopulatie van de provincies. Versie 10 mei

15 4. DIFFERENTIATIE ARBEIDSVOORWAARDEN 4.1 Doelstelling Vergroten van de differentiatie en individualisering van de arbeidsvoorwaarden 4.2 Context De samenstelling van de maatschappij wordt steeds diverser, dat is geen nieuws. Het betekent ook dat het aanbod van werknemers minder homogeen is. We ervaren dit al doordat er bijv. steeds meer vrouwen en allochtonen onder de (werkende) beroepsbevolking zijn te vinden. De pluriformiteit houdt ook in dat de waardering van (toekomstige) werknemers van werk en arbeidsvoorwaarden verschilt. De ene werknemer zal vooral het salaris belangrijk vinden terwijl de ander de nadruk legt op ontwikkelingsmogelijkheden. Het is zaak om in het licht van een krappere arbeidsmarkt en het als overheidsorganisatie continue streven naar een divers samengesteld personeelsbestand, voor verschillende groepen op de arbeidsmarkt een aantrekkelijke werkgever te zijn. Een manier om werknemers te werven en te binden is het aanbieden van goede arbeidsvoorwaarden. Onderzoek van Research voor Beleid 1 wijst uit dat er drie trends zijn te identificeren die tot aanzienlijke verschuivingen kunnen leiden in de voorkeuren van arbeidsvoorwaarden. a. Individuele omstandigheden bepalen steeds vaker de voorkeuren van personen. Deze trend is samen te vatten onder de noemer individuele keuzevrijheid. Standaardpakketten voldoen steeds minder vaak aan de behoefte van (toekomstige) werknemers. Veel mensen (maar zeker niet allemaal) hebben het liefst dat de werkgever hen de vrijheid geeft het arbeidsvoorwaardenpakket naar eigen voorkeur in te vullen. b. Arbeidsvoorwaarden vormen naar verwachting steeds meer een middel dat bijdraagt aan het leuk en uitdagend maken van werk. Prestatiebeloning die is gericht op input (kennis en competenties) maakt voor veel mensen het werk uitdagender. Ook kunnen arbeidsvoorwaarden bijdragen aan de behoefte van mensen aan sociale contacten en waardering. c. Een al wat langer bestaande trend is dat werknemers in toenemende mate arbeid, zorg en vrije tijd willen combineren. De behoefte aan werkgevers die hierop inspelen blijft onverminderd groot. Werknemers willen een flexibele tijdsindeling, mogelijkheden om thuis te werken en regelingen voor betaald en onbetaald verlof. De geschetste trends gelden niet in gelijke mate voor alle (toekomstige) werknemers. Voor sommigen staat individuele keuzevrijheid hoger aangeschreven dan zekerheid op financieel en sociaal gebied. Er zijn volgens Research voor Beleid dan ook meerdere typen werknemers te identificeren: Ongebonden individualisten Voor ongebonden individualisten dienen arbeidsvoorwaarden zoveel mogelijk individuele keuzevrijheid te bieden. Zij geven de voorkeur aan het meetellen van individuele prestaties in de beloning; zeer flexibele werktijden; het zelf regelen van het pensioen en hun afkeer van uitgebreide voorzieningen die de keuzevrijheid belemmeren. Individualisten kunnen het zich veroorloven hun keuzes helemaal zelf te bepalen. 1 Research voor Beleid, Op maat gesneden: De preferenties van werknemers voor toekomstige arbeidsvoorwaarden, juni 2006 Versie 10 mei

16 Carrièremakers Carrièremakers zijn bereid veel te werken en hechten relatief veel belang aan het salaris. Zij vinden prestatiebeloning vooral aantrekkelijk vanwege het vooruitzicht op een hoger salaris. Carrièremakers zijn taakgericht. Zelfontplooiers Zelfontplooiers willen zich via het werk persoonlijk ontwikkelen en willen dat het werk uitdagend is. Zij onderscheiden zich van andere typen werknemers door hun voorkeur voor een beloningsmethodiek die (persoonlijke) ontwikkeling stimuleert en beloont. Verder vinden ze goede opleidingsmogelijkheden en loopbaanondersteuning belangrijk. Collegiale genieters Collegiale genieters vinden het belangrijk dat arbeidsvoorwaarden het werk leuk maken en bijdragen aan de behoefte aan sociale contacten en waardering van de werkgever. Genieters onderscheiden zich van andere typen werknemers door hun voorkeur voor sociale contacten en uitgebreide en goede voorzieningen op het werk. Ook kenmerkend is hun voorkeur voor vergoedingen in natura en negatieve waardering van thuiswerken. Zorgcombineerders Voor zorgcombineerders dienen arbeidsvoorwaarden de mogelijkheid te bieden arbeid, zorg en vrije tijd te combineren. Zij onderscheiden zich van andere typen werknemers door hun voorkeur voor flexibele werktijden, thuiswerken, kinderopvang en huishoudelijke hulp. Zekerheidzoekers Zekerheidzoekers willen graag dat arbeidsvoorwaarden financiële en sociale zekerheid bieden. Zij onderscheiden zich van andere typen werknemers door hun voorkeur voor een vast inkomen en een oudedagvoorziening die zekerheid biedt. Al deze typen werknemers zijn nu te identificeren en zullen er in de toekomst ook zijn. Afhankelijk van de sociaaleconomische en politieke situatie kan de omvang van de groepen ten opzichte van elkaar toe- en afnemen. De uitdaging van de sector provincies is in te spelen op al deze typen werknemers. Meer keuzemogelijkheden in de arbeidsvoorwaarden is een wenkend perspectief ter verbetering van de arbeidsmarktpositie van provincies. In de afgelopen CAO s is die weg deels al ingeslagen. Nog steeds lijkt de CAO in combinatie met de pensioenregeling echter vooral aantrekkelijk voor zorgcombineerders en zekerheidzoekers. In het SPA is afgesproken onderzoek te laten doen naar verdere differentiatie en individualisering van arbeidsvoorwaarden die aansluiten bij de behoeften van de verschillende typen werknemers. Aan de orde komen zaken als een persoonsgebonden budget dat voor een aantal aangeboden modules kan worden ingezet, meer keuzemogelijkheden tussen pensioen en andere arbeidsvoorwaarden, persoonlijke opleidingsbudgetten, sparen voor (extra) sociale zekerheid, een flexibele werktijdindeling, thuiswerken e.d. In de CAO zijn afspraken gemaakt over de levensloopregeling. Daarmee is naast de IKAP een volgende stap gezet naar verdere individualisering van de arbeidsvoorwaarden. Een uitbouw van de levensloopregeling past in de hierboven geschetste trends. In het regeerakkoord worden plannen ontvouwd voor een uitbreiding van de levensloopregeling. De provincies willen de mogelijkheden die dit kan bieden voor verdere differentiatie en individualisering van de arbeidsvoorwaarden benutten. De uitwerking van de plannen in het regeerakkoord zal worden afgewacht Acties Brede evaluatie van IKAP, met onderzoek naar mogelijkheden IKAP substantieel uit te breiden. Studie naar mogelijkheden en behoeften tot verdergaande differentiatie en individualisering van arbeidsvoorwaarden, ter versterking van de arbeidsmarktpositie van de provincies en gericht op verschillende typen van werknemers. Versterking van de levensloopregeling. Versie 10 mei

17 5. LANGER WERKEN A. VERHOGING AANTAL ARBEIDSUREN PER WERKNEMER 5.1 Doelstelling Door verruiming van de mogelijkheden om meer (dan 36 uur per week) te werken een bijdrage leveren aan de verdere uitbouw van individualisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden en voor de langere termijn aan de oplossing van de arbeidsmarktproblematiek in provincies. 5.2 Context In hoofdstuk 3 is een beeld geschetst van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en van de betekenis daarvan voor de provincies. Een daar genoemd belangrijk instrument ter verlichting van de arbeidsmarktproblematiek is het optimaliseren van de inschakeling van personeel door verlenging van de arbeidsduur. Naar internationale maatstaven is het aantal gewerkte uren in Nederland (zeer) laag. Dat geldt ook voor de provincies en andere overheden met hun 36-urige werkweek. Deze stamt uit een tijd van relatief hoge werkloosheid. Arbeidsduurverkorting (ADV) was toen een manier om de schaarse arbeid eerlijker te verdelen (werkloosheidsbestrijding door herverdeling van arbeid). De toenemende krapte op de arbeidsmarkt is een reden voor herbezinning op de destijds getroffen ADV-maatregelen. De oorspronkelijke grondslag is hieraan immers ontvallen. Door toename van het aantal arbeidsuren per werknemer zal de druk om mensen te moeten werven afnemen. En de werknemer kan hierdoor (evenredig) meer salaris worden geboden hetgeen de arbeidsmarktpositie van de provincie als werkgever kan versterken. In de vorige CAO zijn afspraken gemaakt die het werknemers mogelijk maken om meer dan 36 uur per week te werken. Daarover kan de individuele werknemer met zijn leidinggevende afspraken maken. Die afspraken gelden echter voor maximaal 1 jaar en kunnen daarna telkens voor maximaal 1 jaar worden verlengd. Deze voorziening is nuttig in specifieke situaties waarin de organisatie vraagt om maatwerkoplossingen, zij is beslist geen (effectief) instrument ter verbetering van de arbeidsmarktpositie. Het gebruik van deze voorziening is tot heden te verwaarlozen. Een optie is te stimuleren dat meer werknemers (binnen de bestaande 36-urige werkweek) fulltime gaan werken of een grotere deeltijdbaan gaan vervullen. Dat zou kunnen door belemmeringen om meer uren te gaan werken weg te nemen, bijvoorbeeld door het verbeteren van mogelijkheden om flexibel te werken of thuis te werken en door goede kinderopvangvoorzieningen. En ook door bijvoorbeeld nog slechts fulltime banen en grote deeltijdbanen open te stellen. Dat staat echter op gespannen voet met de lijn om mensen ruime keuzes te bieden in de omvang van de werkpakketten. Gezien de hoge gemiddelde deeltijdfactor (0,9) valt er trouwens ook weinig winst van te verwachten. Als we serieus willen streven naar vergroting van het aantal arbeidsuren per werknemer zullen we naar andere maatregelen moeten zoeken. Daarbij kan in de eerste plaats worden gedacht aan een substantiële uitbreiding van de jaarlijkse keuzemogelijkheid in de IKAP-regeling (Individuele Keuzemogelijkheden Arbeidsvoorwaarden Provincies) om (binnen de geldende organisatorische randvoorwaarden) langer te gaan werken. Tot heden kunnen slechts 36 verlofuren worden verkocht en is verkoop van ADV-dagen niet geregeld. Verruiming van de IKAP-regeling kan ook de aantrekkelijkheid van de provincie als werkgever vergroten en daarmee bijdragen aan verbetering van de arbeidsmarktpositie. Versie 10 mei

18 Verruiming van de mogelijkheid om vrije tijd te verkopen kan worden meegeno- men in de evaluatie van de IKAP-regeling in Nadeel van deze optie is dat hiermee slechts een tijdelijke uitbreiding van de werktijd van een jaar wordt bewerkstelligd. In de komende CAO-ronde zal ingezet moeten worden op het vergroten van de mogelijkheid om meer dan 36 uur per week te werken. Uitgangspunt is daarbij budgettaire neutraliteit: het totale aantal formatie-uren zal hierdoor per saldo niet mogen stijgen. Provincies moeten de mogelijkheid hebben om daarover op de individuele maat gesneden afspraken te maken. Afspraken over meer dan 36 uur per week werken zijn in eerste instantie vooral van belang in het kader van individualisering en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden. Niettemin zal als dit wordt gerealiseerd op de lange duur de normwerkweek naar 40 uur tenderen en dan uiteraard wel in alle provincies. Dat is ook wenselijk gezien de toekomstige schaarste op de arbeidsmarkt. Het is echter niet verstandig om daarop reeds in de komende CAO-ronde in te zetten. 5.3 Acties - In de komende CAO afspraken maken over vergroting van de mogelijkheid om meer dan 36 uur per week te werken. - In de evaluatie van IKAP/individualisering van arbeidsvoorwaarden verruiming van de mogelijkheden om vrije tijd voor meer loon te ruilen (werktijduitbreiding) meenemen. B. LANGER DOORWERKEN VAN OUDERE WERKNEMERS 5.1 Doelstelling Door vergroting van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers een bijdrage leveren aan de oplossing van de arbeidsmarktproblematiek in provincies. 5.2 Context Door de vergrijzing, de afschaffing van de prepensioenregelingen en de plannen in het nieuwe regeerakkoord om ook gepensioneerden die vóór 65 jaar zijn gestopt met werken aan de AOW te laten meebetalen, is het onvermijdelijk dat provinciale werknemers langer zullen moeten doorwerken. De arbeidsparticipatie van oudere werknemers zal daarom moeten worden bevorderd, bij voorkeur via positieve prikkels en niet door het straffen van vervroegde uittreding. Langer doorwerken is ook een belangrijke aanbeveling van de ROP en de SER. Hiermee kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de oplossing van de arbeidsmarktknelpunten. Het Kabinet onderschrijft deze aanbeveling en heeft in zijn speerpuntenbrief 2007 langer doorwerken van oudere werknemers als een belangrijke maatregel onder de aandacht van de sectorwerkgevers bij de overheid gebracht. Net als de Stichting van de Arbeid (STAR), de ROP en de SER vindt het Kabinet dat bij het verhogen van de arbeidsdeelname van ouderen de prioriteit dient te liggen bij de groep van 55 tot 65 jaar. Ook bij de provincies zal het aantal oudere werknemers in de komende jaren aanzienlijk stijgen. Het aandeel 55-plussers zal naar verwachting eind 2010 t.o.v zijn toegenomen van 17,5% naar 23,5%. Dat vraagt om enorme inspanningen van de provincies op HRM-terrein. Provincies zullen in oudere werknemers moeten blijven investeren, o.a. via maatregelen t.a.v. de functie-inhoud, werkbelasting, scholing en beloning. Provincies zullen hun inspanningen op het gebied van levensfasebewust personeelsbeleid moeten intensiveren. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van onder meer het ROP-advies Vluchten kan niet meer (15 september 2005), het STAR-advies Arbeid en Leeftijd (20 januari 2006) en de VSO-handreiking levensfasebewust personeelsbeleid van juni Er moeten ook stappen worden gezet om doorwerken na 65 jaar te stimuleren. De effecten daarvan op de bedrijfsvoering moeten daarbij in ogenschouw worden genomen. Versie 10 mei

19 Op dit moment is het formeel al mogelijk om iemand na ontslag op 65-jarige leeftijd voor het verrichten van werkzaamheden hernieuwd aan te nemen. Om arbeidsrechtelijke redenen wordt daarvan in provincies slechts zeer sporadisch gebruik gemaakt. Een belangrijk obstakel is bijvoorbeeld de langdurige verplichting tot loondoorbetaling van zieke werknemers van 65 jaar en ouder, de beperking van de ontslagmogelijkheid van zieke 65-plussers en de re-integratieverplichtingen van de werkgever en zieke werknemer van 65 jaar en ouder. In het nieuwe regeerakkoord is overeengekomen dat ter aanmoediging van de arbeidsdeelname van ouderen na 65 jaar de arbeidsrechtelijke en fiscale belemmeringen zullen worden weggenomen. Zo veel mogelijk tegelijk worden er afspraken met de bonden in het SPA gemaakt over doorwerken na 65 jaar. Langer doorwerken na 65 jaar kan worden gefaseerd. Zo ligt het minder voor de hand om de energie te richten op werknemers die nog gebruik kunnen maken van de FPU. 5.3 Acties - Ter vergroting van de arbeidsparticipatie (meer) investeren in oudere werknemers o.a. door functie-inhoud, werkbelasting, scholing en beloning, in het bredere kader van een samenhangend levensfasebewust personeelsbeleid, eventueel met inzet van sectorale A&O-middelen. - Via het VSO aandringen op een snelle uitvoering van de afspraken in het regeerakkoord over het wegnemen van arbeidsvoorwaardelijke en fiscale belemmeringen voor het doorwerken na 65 jaar. Versie 10 mei

20 6. WAARDEREN EN BELONEN A. DE LOONONTWIKKELING 6.1 Doelstelling - Een verantwoorde loonontwikkeling - Met name voor hoger opgeleide werknemers (ten minste) in de pas lopen met de loonontwikkeling in andere overheidssectoren en in (relevante delen van) de marktsector 6.2 Context De komende jaren is er een flinke economische groei te verwachten. Het regeerakkoord gaat voor de periode uit van een economische groei van 2% per jaar. De verwachting voor 2007 ligt rond de 3%. Randvoorwaarde voor een structurele doorwerking van het herstel is een gematigde loonontwikkeling. Maatregelen om de arbeidsmarktpositie van de provinciale werkgever te vergroten zijn, zeker waar er knelpunten zijn, van groot belang. Met name voor hoger opgeleiden die bij de provincies ruim zijn vertegenwoordigd moet in de gaten worden gehouden dat er geen verder oplopende beloningsachterstand t.o.v. (relevante onderdelen van) de marktsector gaat ontstaan. De loonontwikkeling zal in de pas moeten blijven met die in met name de sectoren Rijk en gemeenten. Loonopdrijvende werking van maatregelen ter verbetering van de arbeidsmarktpositie moet worden voorkomen. Buiten de primaire loonsfeer kan het gaan om bijvoorbeeld (verhoogde) inzet van de arbeidsmarkttoeslag voor moeilijk vervulbare functies en om (meer) prestatiebeloning, derhalve om tijdelijke arrangementen. En daarnaast zijn uiteraard van belang behoud en uitbouw van een interessant en gevarieerd pakket van (secundaire) arbeidsvoorwaarden met ruime individuele keuzemogelijkheden en verbetering van de interne loopbaanmogelijkheden. Generieke salarisverhogingen moeten bij voorkeur worden afgesproken in de vorm van een verdere uitbouw van de eindejaarsuitkering in de richting van een 13 e maand. 6.3 Acties Afspraken maken in de komende CAO-ronde over de loonontwikkeling van het provinciepersoneel. B. HET BELONINGSSYSTEEM 6.1 Doelstelling Uitbouw en verbetering van het (uniforme) beloningssysteem met het oog op een verdere verhoging van de kwaliteit van het ambtelijk apparaat. 6.2 Context Sedert 1 januari 2005 kennen de provincies een uniform beloningssysteem. Het betreft een samenhangend systeem van beloning, beoordeling en functiewaardering. De doelstelling van dit systeem is de bevordering van de kwaliteit van het provinciale apparaat. Belangrijk element is hier de vergroting van de mogelijkheden tot bewust en gedifferentieerd belonen van ambtenaren. Daarbij gaat het vooral om vergroting van de sturingsmogelijkheden voor het management, een meer outputgerichte beloning en doorbreking van automatismen. Daarnaast heeft er een ingrijpende bijstelling van het loongebouw plaatsgehad. Versie 10 mei

COLLECTIEVE ARBEIDSVOORWAARDENOVEREENKOMST PROVINCIES 2011/2012

COLLECTIEVE ARBEIDSVOORWAARDENOVEREENKOMST PROVINCIES 2011/2012 COLLECTIEVE ARBEIDSVOORWAARDENOVEREENKOMST PROVINCIES 2011/2012 1, DE LOOPTIJD De CAO heeft een looptijd van 1 juni 2011 tot 1 juni 2012. 2, SALARISONTWIKKELING Per 1 juni 2011 wordt een structurele salarisverhoging

Nadere informatie

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Maikel Volkerink Jules Theeuwes Utrecht, 10 oktober 2012 www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 SEO Economisch Onderzoek Onafhankelijk

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

nummer 23 van 2008 CAO provincies 2007/2009

nummer 23 van 2008 CAO provincies 2007/2009 nummer 23 van 2008 CAO provincies 2007/2009 Besluit van gedeputeerde staten van Drenthe van 26 augustus 2008, kenmerk 6.3/2008009871, afdeling Management Ondersteuning 1 Nummer 23 van 2008 Besluit van

Nadere informatie

BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties)

BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties) BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties) A. PROCEDURELE KADERS BIJ REORGANISATIES 1. De provincie

Nadere informatie

Maak werk van mantelzorg!

Maak werk van mantelzorg! Een stevige cao maakt zich sterk voor 1 op 8 de 1 op de 8 werknemers combineert werk met langdurige zorg voor een naaste. De komende jaren neemt dat aantal toe omdat er een groter beroep wordt gedaan op

Nadere informatie

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden

Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Reacties op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden Op de Beleidsverkenning modernisering regelingen verlof en arbeidstijden hebben de volgende organisaties - op verzoek of

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Bijlage 1 bij CvA-brief 200802175 Arbeidsvoorwaardennota 2009 e.v.

Bijlage 1 bij CvA-brief 200802175 Arbeidsvoorwaardennota 2009 e.v. Bijlage 1 bij CvA-brief 200802175 Arbeidsvoorwaardennota 2009 e.v. (concept) Inhoud 1. Inleiding 1 2. Traject arbeidsvoorwaardennota 1 3. Algemene beschouwing 1 4. CAO gemeenten 2007-2009: behaalde resultaten

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,

Nadere informatie

Blijvend beter inzetbaar. Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking

Blijvend beter inzetbaar. Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking Blijvend beter inzetbaar Levensfasegericht personeelsmanagement: een praktische uitwerking mogelijkheden Aanleiding Door vergrijzing en ontgroening kan in de nabije toekomst het aantal mensen dat met pensioen

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Samenvatting eindvoorstel CAO PO 2014-1015

Samenvatting eindvoorstel CAO PO 2014-1015 Samenvatting eindvoorstel CAO PO 2014-1015 (20140411) Dit eindvoorstel komt voort uit de gesprekken die de PO-Raad en de werknemersorganisaties voerden tussen november 2013 en februari 2014. Het is de

Nadere informatie

Provinciaal Blad PROVINCIE FLEVOLAND. Wijziging rechtspositionele regelingen

Provinciaal Blad PROVINCIE FLEVOLAND. Wijziging rechtspositionele regelingen PROVINCIE FLEVOLAND Provinciaal Blad 2013-11 Nummer 1497766 Wijziging rechtspositionele regelingen Op 14 mei 2013 hebben Gedeputeerde Staten van Flevoland bij besluit met kenmerk 1478577 ingestemd met

Nadere informatie

Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties

Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Pre-ambule In de cao provincies 2012-2015 zijn uit oogpunt van goed werkgeverschap afspraken gemaakt over een sectorale regeling Van Werk Naar

Nadere informatie

handreikingen duurzaam participatiebeleid

handreikingen duurzaam participatiebeleid keuzeruimte voor bedrijf en individu De CAO Wijzer Duurzame Participatie biedt op zes thema s handreikingen voor duurzaam participatiebeleid. De wijzer bevat voor CAO-afspraken en maakt inspirerende voorbeelden

Nadere informatie

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Samenvatting Karin Jettinghoff maart 2012

Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Samenvatting Karin Jettinghoff maart 2012 Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt van de overheid Samenvatting Karin Jettinghoff maart 2012 CAOP Research heeft een samenvatting gemaakt van het rapport Een verkenning van de toekomstige arbeidsmarkt

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting Dit advies bevat een reactie op: De adviesaanvraag van de staatssecretaris van SZW van 25 mei 2005 over het wegnemen van belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar. Naast een algemene vraag

Nadere informatie

BOEIEN EN BINDEN VAN TALENT. Roel Nieuwenkamp, Ien Dales Leerstoel Dick Hagoort, BZK 13 oktober 2011

BOEIEN EN BINDEN VAN TALENT. Roel Nieuwenkamp, Ien Dales Leerstoel Dick Hagoort, BZK 13 oktober 2011 BOEIEN EN BINDEN VAN TALENT Roel Nieuwenkamp, Ien Dales Leerstoel Dick Hagoort, BZK 13 oktober 2011 De Grote Uittocht 70% vertrokken in 2010-2020 30% vanwege pensionering 4 scenario s: groei: hoog/laag

Nadere informatie

College voor Arbeidszaken

College voor Arbeidszaken College voor Arbeidszaken Abvakabo FNV Dhr. B. de Haas Postbus 3010 2700 KT ZOETERMEER doorkiesnummer 070 373 8393 betreft inzet cao-overleg uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201300485 bijlage(n) datum 05

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Werkplan CWP 2006-2007 en Arbeidsgehandicaptenmonitor 2004

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Werkplan CWP 2006-2007 en Arbeidsgehandicaptenmonitor 2004 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

nummer 24 van 2008 Gedragsregels Overgangsregeling werktijdvermindering

nummer 24 van 2008 Gedragsregels Overgangsregeling werktijdvermindering nummer 24 van 2008 Gedragsregels Overgangsregeling werktijdvermindering oudere werknemers Besluit van gedeputeerde staten van Drenthe van 26 augustus 2008, kenmerk 6.3/2008009871, afdeling Management Ondersteuning

Nadere informatie

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Huidige uitdagingen voor organisaties Veranderd werknemersperspectief

Nadere informatie

ECWGO/U201500521 Lbr: 15/020

ECWGO/U201500521 Lbr: 15/020 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft afspraak garantiebanen Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECWGO/U201500521 Lbr: 15/020 bijlage(n) 1 datum

Nadere informatie

Werkgeversreacties bij krapte

Werkgeversreacties bij krapte Werkgeversreacties bij krapte Van Winden, P. & Van Nes, P.J., Krapte op de arbeidsmarkt; werkgeversreacties. NEI, in opdracht van OSA (publicatie A178) De afgelopen periode van hoogconjunctuur in Nederland

Nadere informatie

ECCVA/U200800303 Lbr. 08/028 CvA/LOGA 08/09

ECCVA/U200800303 Lbr. 08/028 CvA/LOGA 08/09 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft Uitwerking CAO Gemeenten 2007-2009 uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200800303 Lbr. 08/028 CvA/LOGA 08/09 bijlage(n) 1 datum

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao

Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao 12-12-2014 Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao Met deze (opnieuw) gewijzigde voorstellenbrief brengen wij het volgende onder uw aandacht: Hernieuwd inzicht

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks

Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks Initiatiefvoorstel PvdA-GroenLinks Onderwerp: social return en inbesteden Datum commissie: 6 juni 2013 Datum raad: Nummer: Documentnummer: Steller: Eric Dammingh Fractie: PvdA-GroenLinks Samenvatting Meedoen

Nadere informatie

Onderhandelingsakkoord over CAO Energie 2007-2009

Onderhandelingsakkoord over CAO Energie 2007-2009 Onderhandelingsakkoord over CAO Energie 2007-2009 Op d.d. 17 september 2007 hebben de Werkgeversvereniging WENb en de vakorganisaties ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en VMHP-N als partijen bij de sector-cao

Nadere informatie

Employee benefits én de diverse oplossingen

Employee benefits én de diverse oplossingen Ieder nadeel heb z n voordeel, een gevleugelde uitspraak die z n doel niet mist Werkgevers- en werknemersvoorzieningen en Employee Benefits vragen de aandacht. Als werkgever en coach van een actief team

Nadere informatie

Personeelsmonitor 2011 Samenvatting

Personeelsmonitor 2011 Samenvatting Jaarlijks brengt het A+O fonds Gemeenten de Personeelsmonitor uit. Dit rapport geeft de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van HRM en arbeidsmarktontwikkelingen bij gemeenten weer. In deze samenvatting

Nadere informatie

JUS. Jaarurensystematiek. een inhoudelijke toelichting bij de invoering in de gehandicaptenzorg. JaarUrenSystematiek (JUS)

JUS. Jaarurensystematiek. een inhoudelijke toelichting bij de invoering in de gehandicaptenzorg. JaarUrenSystematiek (JUS) JUS Jaarurensystematiek een inhoudelijke toelichting bij de invoering in de gehandicaptenzorg JaarUrenSystematiek (JUS) Inleiding In de CAO Gehandicaptenzorg 2007-2008 (CAO) is opgenomen dat per 1 januari

Nadere informatie

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Werken na Werken na het bereiken het bereiken van de van de pensioenpensioengerechtigde gerechtigde leeftijd leeftijd Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Inleiding Werken na het bereiken van

Nadere informatie

Postbus 262-2260 AG Leidschendam - tel: 070-3202141 - fax: 070-3176887

Postbus 262-2260 AG Leidschendam - tel: 070-3202141 - fax: 070-3176887 Sociaal Bulletin UITGAANDE VAN HET SOCIAAL COMITÉ VOOR DE GROOTHANDEL IN LEVENSMIDDELEN, ZOETWAREN, TABAK EN/OF TABAKSPRODUCTEN P/A FEDERATIE VAN DE GROOTHANDEL IN LEVENSMIDDELEN Postbus 262-2260 AG Leidschendam

Nadere informatie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Provinciaal blad van Noord-Brabant Provinciaal blad van Noord-Brabant ISSN: 0920-1408 Onderwerp Regeling werktijden Noord-Brabant Bijlage(n) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel D.2, eerste lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Architectuur arbeidsvoorwaarden pakket

Architectuur arbeidsvoorwaarden pakket Architectuur arbeidsvoorwaarden pakket Mei 2011 Rijskadeveld 28 4231 DZ Meerkerk +31 183 35 35 20 +31 6 22 201 805 www.deldenadvies.nl mail@deldenadvies.nl Architectuur arbeidsvoorwaardenpakket: modules

Nadere informatie

als stimulans voor een hogere participatie p van ouderen op de arbeidsmarkt (NEA-paper) Frank Cörvers

als stimulans voor een hogere participatie p van ouderen op de arbeidsmarkt (NEA-paper) Frank Cörvers Langdurige arbeidsrelaties als stimulans voor een hogere participatie p van ouderen op de arbeidsmarkt (NEA-paper) Frank Cörvers Aanleiding: vergrijzing Langer doorwerken, dus ook meer investeren in jongeren

Nadere informatie

cbbapeldoorn@cnv.nl Geachte heer Janssen, beste Gerald,

cbbapeldoorn@cnv.nl Geachte heer Janssen, beste Gerald, APG T.a.v. De heer Gerald Janssen, directeur HR POSTADRES Postbus 193 7300 AD Apeldoorn BEZOEKADRES Ovenbouwershoek 9 7328 JH Apeldoorn TELEFOON 055 526 42 00 FAX 055 526 42 10 INTERNET www.publiekediensten.nl

Nadere informatie

WWb cao-voorstellen 2015

WWb cao-voorstellen 2015 Inleiding De huidige cao WWb 2012-2014 loopt op 31 december 2014 af en daarmee staan we aan de start van een nieuwe cao. Deze keer wordt het in meerdere opzichten een bijzonder traject. Voor ons (als werkgevers)

Nadere informatie

DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE CAO!

DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE CAO! 12 oktober 2015, Apeldoorn Themabijeenkomst: Samen de cao tot een succes maken DE GEVOLGEN VAN DE NIEUWE CAO! Kennissessie Joke van der Velpen en Christiaan Trox 12 12 oktober 2015, Apeldoorn Themabijeenkomst:

Nadere informatie

OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID. Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015.

OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID. Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015. HOOFDSTUK 3 OPTIMALE INDIVIDUELE INZETBAARHEID Definitieve versie vastgesteld in het OAW, 15 juni 2015, aangevuld met artikel 3.6 op 19 november 2015. Met uitzondering van artikel 3.4 en 3.5 treedt dit

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Meten = Weten Inventarisatie van leeftijdsgerelateerde personeelscijfers in uw onderneming

Meten = Weten Inventarisatie van leeftijdsgerelateerde personeelscijfers in uw onderneming Meten = Weten Inventarisatie van leeftijdsgerelateerde personeelscijfers in uw onderneming Inleiding De generatie van babyboomers gaat binnenkort met pensioen. En met hen een grote hoeveelheid vakkennis.

Nadere informatie

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur

De Grote Uittocht Herzien. Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur De Grote Uittocht Herzien Een nieuwe verkenning van de arbeidsmarkt voor het openbaar bestuur Aanleidingen van deze update van De Grote Uittocht - een rapport van het ministerie van BZK en de sociale partners

Nadere informatie

Active Aging bij Overheid en Onderwijs

Active Aging bij Overheid en Onderwijs Active Aging bij Overheid en Onderwijs Vernieuwend omgaan met vergrijzing Jasper van Loo Andries de Grip Raymond Montizaan Active Aging bij Overheid en Onderwijs Vernieuwend omgaan met vergrijzing Jasper

Nadere informatie

Een onderhandelingsresultaat passend bij onze nieuwe realiteit! Afgesproken door cao partijen op 24 april 2014

Een onderhandelingsresultaat passend bij onze nieuwe realiteit! Afgesproken door cao partijen op 24 april 2014 Een onderhandelingsresultaat passend bij onze nieuwe realiteit! Afgesproken door cao partijen op 24 april 2014-1 - Een nieuw onderhandelingsresultaat Op donderdag 24 april hebben vakbonden en Carglass

Nadere informatie

Btw, een hele zorg Een onderzoek naar de fiscale aspecten van arbeidsmobiliteit in de sector zorg & welzijn

Btw, een hele zorg Een onderzoek naar de fiscale aspecten van arbeidsmobiliteit in de sector zorg & welzijn Btw, een hele zorg Een onderzoek naar de fiscale aspecten van arbeidsmobiliteit in de sector zorg & welzijn Managementsamenvatting De arbeidsmarkt in de sector zorg en welzijn is sterk in beweging. Zorg-

Nadere informatie

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd

2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd 2.1 De keuze tussen werk en vrije tijd Mensen moeten steeds de keuze maken tussen werken en vrije tijd: 1. Werken * Je ontvangt loon in ruil voor je arbeid; * Langer werken geeft meer loon (en dus kun

Nadere informatie

Welkom bij de Arbocatalogus Provincies. Jannet Bergman, Projectleider A&O Provincies Henny van den Born, Arbo-beleidsadviseur Provincie Groningen

Welkom bij de Arbocatalogus Provincies. Jannet Bergman, Projectleider A&O Provincies Henny van den Born, Arbo-beleidsadviseur Provincie Groningen Welkom bij de Arbocatalogus Provincies Jannet Bergman, Projectleider A&O Provincies Henny van den Born, Arbo-beleidsadviseur Provincie Groningen Programma Achtergrond/totstandkoming Werkwijze Implementatie

Nadere informatie

I. Op grond van de gevoerde onderhandelingen over de cao-voorstellen van zowel werkgever als vakbonden, komt UWV tot het volgende resultaat:

I. Op grond van de gevoerde onderhandelingen over de cao-voorstellen van zowel werkgever als vakbonden, komt UWV tot het volgende resultaat: Eindbod van UWV voor nieuwe cao I. Op grond van de gevoerde onderhandelingen over de cao-voorstellen van zowel werkgever als vakbonden, komt UWV tot het volgende resultaat: 1. Looptijd UWV stelt een looptijd

Nadere informatie

Doorwerken na je AOW, ja graag

Doorwerken na je AOW, ja graag Doorwerken na je AOW, ja graag De Algemene Ouderdomswet Eerste volksverzekering Een basispensioen Ingevoerd in 1957 AOW uitgaven: In 1957: 2,4% van het BBP In 2014: 5,6% van het BBP Totale uitgaven in

Nadere informatie

Partijen zijn het volgende overeengekomen in een principe-onderhandelaarsakkoord:

Partijen zijn het volgende overeengekomen in een principe-onderhandelaarsakkoord: Principe-onderhandelaarsakkoord CAO AMBULANCEZORG 3 november 2015 Inleiding De zorg ondergaat de laatste jaren ingrijpende veranderingen. Zorg dichtbij is een hierbij passend etiket, waarbij de eerste

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

Goed werkgeverschap loont. Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Bijeenkomst personeelsgeleding CMR, 9 april 2008

Goed werkgeverschap loont. Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Bijeenkomst personeelsgeleding CMR, 9 april 2008 Goed werkgeverschap loont Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Bijeenkomst personeelsgeleding CMR, 9 april 2008 Opzet van de presentatie 1. Leeftijdsopbouw Hoger onderwijs 2. Ontwikkelingen

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange

Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange Duurzame inzetbaarheid en ouder worden op het werk? Dr. Annet H. de Lange Agenda 1. Wat is duurzame inzetbaarheid? 2. Ouder worden en Werkvermogen? 3. Antecedenten duurzame inzetbaarheid? 4. Onderzoek

Nadere informatie

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden In opdracht van: Contactpersoon: CNV De heer P. Hazenbosch Utrecht, mei 2009 DUO MARKET RESEARCH drs. Vincent van Grinsven Henk Westerik

Nadere informatie

voor wat betreft de toepasbaarheid op oudere medewerkers een aantal kanttekeningen geplaatst. Ook wordt erop gewezen dat het levensfase bewust

voor wat betreft de toepasbaarheid op oudere medewerkers een aantal kanttekeningen geplaatst. Ook wordt erop gewezen dat het levensfase bewust Arbitrage inzake een geschil tussen de werkgeversdelegatie en de werknemersdelegatie van de commissie voor georganiseerd overleg van de gemeente Doesburg Bij brief van 14 oktober 2013 (ontvangen op 1 november

Nadere informatie

Vragenlijst cao ENCI Mei 2015

Vragenlijst cao ENCI Mei 2015 Vragenlijst cao ENCI Mei 2015 Geef s.v.p. per aandachtspunt met een cijfer aan hoe je denkt over het betreffende voorstel: heel erg belangrijk : 3 punten minder belangrijk : 2 punten onbelangrijk : 1 punt

Nadere informatie

ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005

ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005 Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 fax 070-3499 796 ONTWERP- VERKLARING INZAKE REÏNTEGRATIE BIJ GEDEELTELIJKE ARBEIDSGESCHIKTHEID D.D. 1 DECEMBER 2005 De in de Stichting

Nadere informatie

Hoe pakken werkgevers in Nederland

Hoe pakken werkgevers in Nederland Hoe pakken werkgevers in Nederland personeelstekorten aan? Henkens, K., Remery, C., Schippers, J. & Visser, P. (2004). Knelpunten in de personeelsvoorziening: strategieën en oplossingen van werkgevers.

Nadere informatie

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid In het voorjaar van 2015 heeft Odyssee een digitale enquête uitgezet onder 950 ondernemingsraden om zicht te krijgen

Nadere informatie

Totaalpakket betreffende cao ambulancezorg 1 januari 2015 t/m 31 december 2016 zoals aangeboden aan de vakbonden op 30 maart 2015.

Totaalpakket betreffende cao ambulancezorg 1 januari 2015 t/m 31 december 2016 zoals aangeboden aan de vakbonden op 30 maart 2015. Totaalpakket betreffende cao ambulancezorg 1 januari 2015 t/m 31 december 2016 zoals aangeboden aan de vakbonden op 30 maart 2015. Aanleiding Tijdens de afgelopen tien cao-bijeenkomsten heeft de werkgeversdelegatie

Nadere informatie

Wijzigingsvoorstellen NVZ

Wijzigingsvoorstellen NVZ Wijzigingsvoorstellen NVZ Cao Ziekenhuizen 2014 tot expiratiedatum 1. Looptijd De NVZ stelt voor te komen tot een meerjarige cao. 2. Persoonlijk Levensfase Budget (PLB) Het in 2009 ingevoerde Persoonlijk

Nadere informatie

PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016

PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016 BIJLAGE VI PROTOCOL BIJ DE CAO IN HET SCHOONMAAK- EN GLAZENWASSERSBEDRIJF 2014-2016 1. Vermelding objecten op loonstrook Partijen verrichten inspanningen om het per 1 januari 2015 mogelijk te maken dat

Nadere informatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie Spoor 1 Zo snel mogelijk meer mensen aan het werk ANALYSE Waarom moet de arbeidsparticipatie omhoog en waarom gaat dit niet vanzelf? OPLOSSINGEN Hoe kan de arbeidsparticipatie omhoog tot 80 procent? Spoor

Nadere informatie

BIJLAGEN. Wie werken er in het onderwijs? Op zoek naar het eigene van de onderwijsprofessional. Ria Vogels Ria Bronneman-Helmers.

BIJLAGEN. Wie werken er in het onderwijs? Op zoek naar het eigene van de onderwijsprofessional. Ria Vogels Ria Bronneman-Helmers. BIJLAGEN Wie werken er in het onderwijs? Op zoek naar het eigene van de onderwijsprofessional Ria Vogels Ria Bronneman-Helmers Inhoud Bijlage A Gebruikte databestanden. 2 Bijlage B Tabellen en figuren.

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. maken bekend dat door Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 23 juni 2015, nr. A.17, is vastgesteld hetgeen volgt:

PROVINCIAAL BLAD. maken bekend dat door Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 23 juni 2015, nr. A.17, is vastgesteld hetgeen volgt: PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Groningen. Nr. 3806 2 juli 2015 Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties en wijziging van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling provincies,

Nadere informatie

Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of

Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of chronische ziekte Advies nummer 20 's-gravenhage, 23 juni

Nadere informatie

InterprovinciaalOverleg

InterprovinciaalOverleg Herengracht 23 Postbus 16107 2500 Be Den Haag telefoon (070) 888 12 12 fax (070) 888 12 80 www.ipo.nl Aan de colleges van Gedeputeerde Staten in de provincies (door tussenkomst van de IPO-contactfunctionarissen)

Nadere informatie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Provinciaal blad van Noord-Brabant Provinciaal blad van Noord-Brabant ISSN: 0920-1408 Onderwerp Regeling begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel B.8 van de

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening

Hoofdstuk 3 CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening Hoofdstuk 3 CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening Per 1 juli 2015 Definitief vastgesteld door het OAW, 30 april 2015 16.00 uur, onder voorbehoud goedkeuring Belastingdienst. HOOFDSTUK 3 OPTIMALE

Nadere informatie

Goed werkgeverschap loont. Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Themabijeenkomst Management FMR, 31 januari 2008

Goed werkgeverschap loont. Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Themabijeenkomst Management FMR, 31 januari 2008 Goed werkgeverschap loont Rob Gründemann (kenniscentrum sociale innovatie) Themabijeenkomst Management FMR, 31 januari 2008 Leeftijdsopbouw HBO, overheid en totaal in 2005 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

1. De detailhandel in Nederland

1. De detailhandel in Nederland 1 2 1. De detailhandel in Nederland De detailhandel is een belangrijke economische sector die wordt gekenmerkt door een zeer arbeidsintensief karakter. Er werken ongeveer 750.000 mensen. Het belang voor

Nadere informatie

SCAN VOOR DUURZAAM PERSONEELSBELEID

SCAN VOOR DUURZAAM PERSONEELSBELEID SCAN VOOR DUURZAAM PERSONEELSBELEID Maak eens zichtbaar hoe uw bedrijf of organisatie eruit ziet in leeftijdsopbouw, verdeling man/vrouw, en wat uw bedrijf aan personeelsbehoeften heeft voor in de nabije

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag Aan de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad De heer ir. W. Draijer Postbus 90405 2509 LK S GRAVENHAGE

Nadere informatie

Doorwerken na bereiken leeftijd 65 jaar. Bekendmaken van beleid

Doorwerken na bereiken leeftijd 65 jaar. Bekendmaken van beleid Onderdeel DGOBR/POI Rijk/PR Inlichtingen Wilmar Hagg T (070) 426 7663 F 1 van 5 Aan Onderwerp De ministers Doorwerken na bereiken leeftijd 65 jaar Aantal bijlagen 0 Bezoekadres Schedeldoekshaven 200 2511

Nadere informatie

CAO- inzet voor sector CAO Ambulancezorg 2015. Geachte werkgevers,

CAO- inzet voor sector CAO Ambulancezorg 2015. Geachte werkgevers, CAO- inzet voor sector CAO Ambulancezorg 2015 Geachte werkgevers, De beide werknemersorganisaties Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak hebben zich de afgelopen periode met haar leden zorgvuldig beraden om

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U201201556 Bijlage 1 CAR Teksten A Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden HOOFDSTUK 17 OPLEIDING EN ONTWIKKELING Ontwikkeling en mobiliteit

Nadere informatie

N O T I T I E. Algemeen:

N O T I T I E. Algemeen: Bezuidenhoutseweg 60 postbus 90405 2509 LK Den Haag tel. 070-3499 585 fax 070-3499 796 e-mail:e.haket@stvda.nl N O T I T I E Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van : Stichting van de

Nadere informatie

CAO UITVAARTBRANCHE Onderhandelingsresultaat Afspraken d.d. 21 augustus 2014

CAO UITVAARTBRANCHE Onderhandelingsresultaat Afspraken d.d. 21 augustus 2014 CAO UITVAARTBRANCHE Onderhandelingsresultaat Afspraken d.d. 21 augustus 2014 INLEIDING Branchevereniging Gecertificeerde Nederlandse Uitvaartondernemingen, NARDUS samenwerkende uitvaartorganisaties, Werkgeversvereniging

Nadere informatie

Sectorale arbeidsmarktinformatie

Sectorale arbeidsmarktinformatie Sectorale arbeidsmarktinformatie Overschotten en tekorten Kansen en mogelijkheden Deel B: Sectorbeschrijvingen 18. Openbaar bestuur Den Haag 20 december 2011 Inhoudsopgave Openbaar bestuur...3 1. Sectorfiche...3

Nadere informatie

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Akkoord CAO umc 2013-2015 Datum 4-9-2013 Ons kenmerk 13.6725/DK/DvL -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

CAO-KINDEROPVANG, VOOR KINDERCENTRA EN GASTOUDERBUREAUS CAO-AKKOORD 2010-2011

CAO-KINDEROPVANG, VOOR KINDERCENTRA EN GASTOUDERBUREAUS CAO-AKKOORD 2010-2011 CAO-KINDEROPVANG, VOOR KINDERCENTRA EN GASTOUDERBUREAUS CAO-AKKOORD 2010-2011 Partijen bij de CAO Kinderopvang, te weten: Maatschappelijk Ondernemers Groep, gevestigd te Utrecht De Branchevereniging Ondernemers

Nadere informatie

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure Brochure Uw situatie Nederlandse werkgevers zijn ervan overtuigd dat een vergrijzende en ontgroenende arbeidsmarkt leidt tot stijgende personeelskosten [bron: CBS/2013]. De kans dat relatief meer ouderen

Nadere informatie

Versie oktober 2011 P&O/Middelen. Visie op Human Resource Management

Versie oktober 2011 P&O/Middelen. Visie op Human Resource Management Versie oktober 2011 P&O/Middelen Visie op Human Resource Management Inleiding Voor u ligt een nieuwe visie op HRM. HRM staat voor Human Resource Management. Het gedachtegoed van HRM is dat medewerkers

Nadere informatie

Notitie verlof 3 november 2015

Notitie verlof 3 november 2015 1. Inleiding Deze notitie bevat het voorstel om een nieuwe verlofregeling in te voeren met een onderbouwing waarom dit nodig is en wat hier onder valt. 1.1 Context Duurzame inzetbaarheid is het uitgangspunt

Nadere informatie

Regeling Bijzondere gebeurtenissen 2014

Regeling Bijzondere gebeurtenissen 2014 1. Beleid Bewust belonen is ingevoerd om medewerkers te binden, meer gestructureerd te belonen en waardering te geven aan arbeidsprestaties. Het doel is de beloning beter af te stemmen op de geleverde

Nadere informatie

3/2/2014. SPP Met medezeggenschap! Working nine to 5 6 maart 2014 M.Sikkel. Mede-HRMontwikkelingen. Strategische Personeelsplanning (SPP)

3/2/2014. SPP Met medezeggenschap! Working nine to 5 6 maart 2014 M.Sikkel. Mede-HRMontwikkelingen. Strategische Personeelsplanning (SPP) Vertrouwd met Arbeidszaken SPP Met medezeggenschap! Working nine to 5 6 maart 2014 M.Sikkel Strategische Personeelsplanning (SPP) Vandaag verkennen wij wat SSP is en hoe medezeggenschap hierbij kan ondersteunen

Nadere informatie

ECCVA/U201301403 Lbr: 13/083 CvA/LOGA 13/14

ECCVA/U201301403 Lbr: 13/083 CvA/LOGA 13/14 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Cao Gemeenten uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201301403 Lbr: 13/083 CvA/LOGA 13/14 bijlage(n) datum 24 oktober

Nadere informatie

CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen

CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen CBS-berichten: Verschuivingen in het arbeidspotentieel van ouderen Ferdy Otten en Clemens Siermann* Inleiding In de afgelopen jaren zijn tal van beleidsmaatregelen genomen om de arbeidsparticipatie van

Nadere informatie

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid?

EmployabilityDriver. Waarom een strategische discussie over employability beleid? EmployabilityDriver Waarom een strategische discussie over employability beleid? We weten al een tijd dat door vergrijzing en ontgroening de druk op de arbeidsmarkt toeneemt. Het wordt steeds belangrijker

Nadere informatie

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel Daling personeel Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Invloed Conclusie Bronnen Daling personeel Het aantal medewerkers dat werkzaam is in de sector / branche zal gemiddeld genomen hoger opgeleid zijn,

Nadere informatie