De daling van het aantal opleggingen van de PIJ-maatregel nader beschouwd. Eindrapport. November 2011

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De daling van het aantal opleggingen van de PIJ-maatregel nader beschouwd. Eindrapport. November 2011"

Transcriptie

1 De daling van het aantal opleggingen van de PIJ-maatregel nader beschouwd Eindrapport November 2011 Decide bv maakt deel uit van de dutch group en is verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen

2 1

3 Auteur: dr. J. van der Knoop, Decide, m.m.v. mr. dr. H. Elzinga. Wetenschappelijke begeleiding: prof. dr. F.N. Stokman Dit rapport is verschenen in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. 2011, WODC, ministerie van Justitie, auteursrechten voorbehouden. 2

4 Woord vooraf Dit onderzoek had alle kenmerken van een spannende speurtocht. Er werd een verklaring gezocht voor de daling vanaf 2005 van het aantal jongeren dat een pij-maatregel krijgt opgelegd. Deze daling bleek in bijna alle arrondissementen aanwezig te zijn. Dan denk je als onderzoeker dat de oorzaak hiervan bekend moet zijn bij de mensen in het veld. Dat was echter niet het geval. Wel lagen er aanvankelijk één of twee hypothesen op tafel maar die werden al snel gefalsifieerd. Vanaf dat moment werd het speurwerk. Het ging er bij dit onderzoek niet om een falend mechanisme of tekortkomingen in de rechtspraak of jeugdzorg boven water te halen. Een daling van het aantal pij-opleggingen is bovendien op zichzelf een goede zaak. Weten waarom dit gebeurt, is niettemin belangrijk. Opdrachtgever van het onderzoek is het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het onderzoek is uitgevoerd door Decide bv, een onderzoek- en adviesbureau verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen dat deel uitmaakt van de dutch group. Uitvoerder van het onderzoek is dr. Jelle van der Knoop, senior onderzoeker Decide, met medewerking van mevrouw prof. mr. dr. H.K. Elzinga, Dean University of Groningen Honours College. De wetenschappelijke begeleiding was in handen van prof. dr. F.N. Stokman, hoogleraar Methoden en Technieken van Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, Rijksuniversiteit Groningen. De begeleidingscommissie bestond uit: de heer prof. mr. P.C. Vegter, voorzitter (RUN, Faculteit der Rechtsgeleerdheid), de heer A.P. de Boer (Directie Justitieel Jeugdbeleid, Ministerie Veiligheid en Justitie), mevrouw dr. M.M. Kempes (Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum, Ministerie van Veiligheid en Justitie), de heer mr. A.P. van der Linden (Rechtbank Amsterdam), mevrouw drs. A. Schouten (portefeuillehouder jeugd van het NIFP) en de heer A. Sonnenschein BJ MA (aanvankelijk onderzoeker bij het WODC, later beleidsadviseur criminaliteitsbeheersing bij het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude). De onderzoekers danken de leden van de commissie voor hun goede adviezen en hun waardevolle commentaar op de conceptversies van het rapport. Dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de bereidwillige en openhartige medewerking van de geïnterviewde respondenten, werkzaam bij het OM, de Raad voor de Kinderbescherming en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) in de arrondissementen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De onderzoekers willen alle respondenten hiervoor van harte dank zeggen. Ten slotte bedanken zij in het bijzonder het NIFP dat cijfers ter beschikking stelde die voor dit onderzoek erg belangrijk bleken. 3

5 Inhoud Lijst van afkortingen 5 Samenvatting 6 1. Inleiding Kader en vraagstelling Besluitvorming De pij-maatregel: het wettelijk kader Externe factoren Opzet en aanpak van het onderzoek Resultaten Inleiding Ontwikkeling van het aantal pij-opleggingen Besluitvorming Inleiding Beschrijving van het besluitvormingstraject Verschillen tussen de G4 wat betreft het laten uitvoeren van een Pro Justitia onderzoek Conclusies Externe factoren De GBM De Jeugdzorg plus Imago JJI Komst van nieuwe behandelmethodes BooG Daling van het aantal pij-relevante delicten Weigeringen Stijging van het aantal pij-opleggingen tot Conclusies externe factoren De praktijk en het wettelijk kader Ontwikkeling van het aantal aanvragen van een Pro Justitia onderzoek en de daaruit resulterende pij-adviezen Conclusies 80 Summary 84 Literatuur 90 Bijlage I: gehanteerde vragenlijst 92 Bijlage II: wijze van afdoening van jeugdstrafzaken over de periode Bijlage III: ontwikkeling van het aantal jeugddetenties en pij-opleggingen (voorwaardelijk en onvoorwaardelijk) over de periode

6 Lijst van afkortingen BIG Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Bjj Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen BJZ Bureau Jeugdzorg BooG Het instrument Beslissingsondersteuning onderzoek Geestvermogens DJI Dienst Justitiële Inrichtingen FFT Functional Family Therapy GBM Gedragsbeïnvloedende maatregel GGZ Geestelijke gezondheidszorg GJZ Gesloten Jeugdzorg ITB harde kern Intensief begeleidingstraject voor jongeren met een structureel delictgedrag JJI Justitiële jeugdinrichting JR Jeugdreclassering MDFT Multidimensionele Familietherapie MK Meervoudige kamer van de rechtbank MST Multisysteem Therapie MTFC Multidimensional Treatment Foster Care NIFP Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie NPT Nieuwe Perspectieven bij Terugkeer OM Openbaar Ministerie Onvw Onvoorwaardelijk(e) Ovj Officier van Justitie OTS Ondertoezichtstelling Pibb plaatsing in een inrichting voor buitengewone behandeling Pij Plaatsing in een inrichting voor Jeugdigen Pij-advies Advies de jongere in een inrichting voor jeugdigen te plaatsen Pij-maatregel Maatregel plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen Pij-oplegging Het opleggen van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen PJ Pro Justitia PO Persoonlijkheidsonderzoek Raad Raad voor de Kinderbescherming RSJ Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming TBR Terbeschikkingstelling van de regering TBS Terbeschikkingstelling (volwassenenstrafrecht) Vw Voorwaardelijk(e) WODC Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum ZM Zittende Magistratuur 5

7 Samenvatting Vraagstelling en aanpak De aanleiding voor dit onderzoek vormt de daling van het aantal onvoorwaardelijke maatregelen tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (pij-maatregel) die na 2005 inzette. Teneinde de oorzaak hiervan te achterhalen, gaf het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan onderzoeksbureau Decide de opdracht het besluitvormingsproces dat vooraf gaat aan de terechtzitting te onderzoeken. Een jongere die mogelijk in aanmerking komt voor een pijmaatregel is in die fase onderwerp van advisering en besluitvorming waarbij verschillende partijen zijn betrokken, zoals het OM, de Raad voor de Kinderbescherming, het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en het Bureau Jeugdzorg. De vraagstelling van het onderzoek luidt dan of zich veranderingen in deze besluitvorming hebben voorgedaan die de daling van het aantal opleggingen van de pij-maatregel kunnen verklaren. De eventueel veranderde houding van de (kinder)rechters valt buiten het bestek van dit onderzoek. Bij de beantwoording van de vraag wordt niet alleen gekeken naar autonome veranderingen in de opstelling van de betrokken actoren maar worden ook de mogelijke effecten van externe factoren betrokken. Deze effecten kunnen het afwegingsproces van de betrokken actoren beïnvloeden. Voorbeelden van externe factoren zijn de komst van de Jeugdzorg plus en van de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM). Het onderzoek beperkt zich in hoofdzaak tot de situatie in de arrondissementen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag. In deze zogenaamde G4 arrondissementen werd in de te onderzoeken periode een substantieel deel van de pij-maatregelen opgelegd. Het onderzoek naar de besluitvorming en de effecten hierop van externe factoren is in eerste instantie gebaseerd op kwalitatieve informatie. Daartoe is eerst een aantal verkennende gesprekken gevoerd met de vier coördinerende jeugdofficieren in elk van de arrondissementen en met één van de portefeuillehouders jeugd van het NIFP. Vervolgens zijn 24 uitvoerige interviews gehouden met officieren van justitie en met medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en het NIFP, verdeeld over de G4 arrondissementen. Daarnaast is gebruik gemaakt van kwantitatieve data van alle 19 arrondissementen. De belangrijkste zijn gegevens van het NIFP over de rapportages Pro Justitia. Met deze data konden belangrijke conclusies uit de interviews empirisch worden geverifieerd. De cijfers zijn door het NIFP bereidwillig ter beschikking gesteld. Verder zijn data opgevraagd bij het OM over de ontwikkeling van het aantal opgelegde jeugddetenties en pij-maatregelen in alle 19 arrondissementen afzonderlijk over de periode Ten slotte zijn gegevens van de Raad voor de Rechtspraak verkregen over het aantal jeugdstrafzaken, uitgesplitst naar wijze van afdoening, over de periode Conclusies Ontwikkeling aantal pij-opleggingen Het onderzoek laat zien dat landelijk gezien het aantal opleggingen van de onvoorwaardelijke pij-maatregel in de periode sterk daalt. Relateren we het aantal pij-opleggingen 6

8 aan het totaal aantal jeugdstrafzaken dan wordt dit beeld bevestigd en zien we dat het aantal pij-opleggingen na 2008 stabiliseert. De neerwaartse trend blijkt in alle 19 arrondissementen op twee na aanwezig te zijn. Wanneer de daling inzet verschilt tussen de arrondissementen; soms is dat al in 2005, soms in 2006 en soms is dat in Besluitvorming De respondenten zijn ondervraagd over de besluitvorming over jongeren die mogelijk in aanmerking komen voor een pij-maatregel, voorafgaand aan de terechtzitting. De volgende partijen spelen hierbij een belangrijke rol: de officier van justitie (ovj), de rechter-commissaris (RC), de Raad voor de Kinderbescherming (Raad), het NIFP en de rapporteurs Pro Justitia. Het Bureau Jeugdzorg blijkt op dit punt weinig invloed te hebben. Uit het onderzoek blijkt dat als een jongere een delict pleegt waardoor hij 1 mogelijk in aanmerking komt voor een pij-maatregel, de ovj vrijwel altijd voorlopige hechtenis vordert en dat de RC deze vrijwel altijd beveelt. Bij uitzondering wordt er bij jongeren onder de 15 jaar besloten de zaak niet strafrechtelijk maar civielrechtelijk af te handelen. Voor het opleggen van een pij-maatregel zijn de volgende besluiten in de regel noodzakelijk: 1. Er wordt een dubbelonderzoek Pro Justitia (PJ) aangevraagd. 2. De onderzoekers/ rapporteurs PJ adviseren het opleggen van een pij-maatregel. 3. De ovj en de Raad kunnen zich in het advies van de rapporteurs vinden. 4. De rechters (meervoudige kamer) besluiten tot het opleggen van een pij-maatregel. De twee eerstgenoemde besluiten blijken in de meeste gevallen bepalend. Het uitvoeren van een dubbelonderzoek PJ is een wettelijke voorwaarde voor de oplegging van een pijmaatregel. Als de rapporteurs PJ een pij-maatregel adviseren, wordt dit doorgaans door de ovj en de Raad overgenomen. Uit ander onderzoek blijkt dat ook de rechters zich hier doorgaans aan conformeren. In de praktijk blijken de professionals bij Raad en NIFP en de rapporteurs PJ de meeste invloed te hebben in het besluitvormingstraject. Bij de bepaling of er een dubbelonderzoek moet worden aangevraagd, spelen de Raad en het NIFP de belangrijkste rol. De ovj leunt in de praktijk zwaar op de inhoudelijke deskundigheid van gedragsdeskundigen. Uitzonderingen hierop vormen delicten met een groot maatschappelijk risico; in dat geval is de ovj meer leidend in het proces. Indien eenmaal een dubbelonderzoek is aangevraagd, is het advies van de rapporteurs veelal doorslaggevend. De Raad heeft over het geheel genomen grote invloed in het proces. Hij heeft een belangrijke adviesrol op basis van de vroeghulp en in het indicatieoverleg bij de vraag welk onderzoek de jongere moet krijgen. Verder is de Raad altijd aanwezig bij de voorgeleiding aan de RC en op de terechtzitting. Hij kan ook initiatieven nemen tot een civielrechtelijke afhandeling en tot het opstarten van een GBM onderzoek. Voorwaarde voor het opleggen van een GBM is een positief advies van de Raad. Is er sprake van een ernstige psychische stoornis, dan wordt het oordeel over het meest gewenste onderzoek meestal aan het NIFP overgelaten. 1 Ter wille van de leesbaarheid wordt uitsluitend gebruik gemaakt van mannelijke voornaamwoorden en vervoegingen. 7

9 Externe factoren In de interviews is ook het mogelijk effect van een aantal externe factoren op de besluitvorming aan de orde gesteld. Hieronder volgt een opsomming met daarbij de belangrijkste conclusies. De komst van de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM): vanaf 1 februari 2008 kunnen jongeren een GBM opgelegd krijgen. De GBM zou voor bepaalde jongeren een alternatief kunnen zijn voor de onvoorwaardelijke pij-maatregel wat het aantal pij-opleggingen kan beïnvloeden. Echter, het aantal opleggingen van de GBM blijkt in de praktijk laag; in 2008 waren dat er nog maar 15. In 2009 en 2010 schommelt het aantal rond de 100. De invoering van de GBM kan er dus hooguit toe hebben bijgedragen dat het aantal pij-opleggingen vanaf 2009 niet weer is gaan stijgen. De komst van de Jeugdzorg plus : op 1 januari 2008 trad een wijziging van de wet op de Jeugdzorg in werking. Deze maakte gedwongen civielrechtelijke behandeling van jongeren binnen separate gesloten instellingen, Jeugdzorg plus, mogelijk. Vanaf 2008 tot en met 2010 kwam stapsgewijs nieuw gesloten jeugdzorgaanbod beschikbaar. Vanaf 1 januari 2010 mogen jongeren die op civielrechtelijke titel in een gesloten omgeving behandeling en supervisie nodig hebben in beginsel niet langer in een justitiële jeugdinrichting (JJI) verblijven. De betrokken actoren zouden de Jeugdzorg plus voor bepaalde categorieën jongeren wellicht een aantrekkelijker optie vinden dan de pij-maatregel. Echter ook de Jeugdzorg plus kan de daling van het aantal pij-opleggingen in de periode slechts voor een klein deel veroorzaken. Pas in 2008 kwam er stapsgewijs een substantieel aantal plaatsen beschikbaar. Uit het voorliggende onderzoek blijkt tevens dat de belangrijkste besliscriteria voor een eventuele civielrechtelijke afhandeling leeftijd en ernst van het delict in de loop der jaren niet zijn veranderd. Een beperkte verschuiving vanaf 2005 van pij naar de gesloten jeugdzorg (GJZ) kan zich voorgedaan hebben doordat de pij-maatregel nóg meer als ultimum remedium wordt gehanteerd. De GJZ vóór 2008 en de Jeugdzorg plus daarna is in deze context één van de opties voor het voorkómen van de pij-maatregel. Het imago van de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI): vanaf 2005 loopt het imago van de JJI en in het bijzonder de tenuitvoerlegging van de pij-maatregel een aantal deuken op. Zo zou de effectiviteit van de pij-maatregel in termen van recidive erg laag zijn. Inspectierapporten van de Inspectie Jeugdzorg (2007) en een Rapport van de Algemene Rekenkamer (2007) bevestigen de kritiek, met name voor wat betreft de tenuitvoerlegging van de pij-maatregel. Uit het onderzoek blijkt dat professionals bij de Raad en het NIFP en de rapporteurs PJ hierdoor meer terughoudend zijn geworden met het adviseren van de pij-maatregel. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid geleid tot minder aanvragen voor dubbelonderzoeken PJ en tot een daling van het aantal pij-adviezen. Dit is vermoedelijk de belangrijkste oorzaak geweest van de daling van het aantal pij-opleggingen. De daling hiervan begon precies in het jaar van het ontstaan van de negatieve beeldvorming rond de JJI. De komst van nieuwe gedragsinterventies: in de loop van het vorige decennium nam de belangstelling voor nieuwe ambulante behandelmethoden toe, zoals Funtional Family Therapy (FFT). Bij deze methoden wordt het gezin en de omgeving van de jongere bij de behandeling betrokken. Uit het onderzoek blijkt dat professionals deze methoden voor bepaalde jongeren een goed alternatief achten voor de pij-maatregel. Niet alleen doordat professionals hier een hogere effectiviteit van verwacht(t)en maar ook doordat er alternatieven voor de pij-maatregel werden gezocht. Mede door het slechte imago van de tenuitvoerlegging wordt de pij-maatregel nóg meer als ultimum remedium gehanteerd. De komst van de nieuwe 8

10 gedragsinterventies heeft daarom direct en indirect bijgedragen tot een daling van het aantal opleggingen van de pij-maatregel. De komst van het instrument Beslissingsondersteuning onderzoek Geestvermogens (BooG): aan het einde van 2007 werd een hulpinstrument in gebruik genomen voor de keuze van het soort onderzoek Pro Justitia dat een jongere zou moeten krijgen. Uit het onderzoek blijkt dat de professionals bij OM, Raad en NIFP het instrument in de praktijk niet, slecht of pas achteraf toepassen. Zij achten de meerwaarde van BooG laag. De komst van het instrument heeft daarom naar alle waarschijnlijkheid niet geleid tot een daling van het aantal dubbelonderzoeken en kan daardoor de daling van het aantal pij-opleggingen niet (mede) hebben veroorzaakt. Minder ernstige delicten?: er is een indicatie dat het aantal ernstige delicten van jongeren daalt in de periode , en wel op basis van de cijfers over afgedane rechtbankstrafzaken. Voor een bevestiging hiervan is een uitgebreide kwantitatieve analyse nodig, waarbij ook cijfers over aangiftes en opsporing moeten worden betrokken. Dit viel buiten het bestek van het onderzoek. We kunnen niettemin niet uitsluiten dat een deel van de daling van het aantal pij-opleggingen te maken heeft met een daling van het aantal ernstige delicten van jongeren. Weigeringen: de laatste jaren zou het aantal jongeren dat weigert aan een onderzoek PJ mee te werken, met het doel een pij-maatregel te ontlopen, zijn gestegen. Veel effect zal dit naar alle waarschijnlijkheid niet hebben gehad. Het gaat om kleine aantallen, onderzoek is ook zonder medewerking van een verdachte niet uitgesloten. Bovendien kan een pij-maatregel onder omstandigheden ook zonder een onderzoek PJ worden opgelegd. Het verdwijnen van voorrang van jongeren met een pij-maatregel bij plaatsing in een JJI: rond 2005 bestond er een grote wachtlijst voor plaatsing in een JJI. Strafrechtelijk geplaatsten kregen voorrang boven civielrechtelijk geplaatsten. Hierdoor moesten jongeren met een OTS vaak lang op een plaats wachten. Een deel van de respondenten bevestigt dat hierdoor jongeren in een aantal gevallen een pij-maatregel (geadviseerd) kregen om maar geplaatst te worden. Dit kan vóór 2005 hebben geleid tot een zeer beperkte stijging van het aantal pijadviezen en pij-opleggingen. Het verdwijnen van dit fenomeen na 2005, kan enigszins hebben bijgedragen aan de daling van het aantal pij-opleggingen. Besluitvorming: verandering in de afweging Er moet aan drie (cumulatieve) criteria zijn voldaan om een pij-maatregel op te kunnen leggen: 1. Er moet sprake zijn van een ernstig delict (waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten), 2. Er moet sprake zijn van recidivegevaar (de veiligheid van anderen of algemene veiligheid personen of goederen moet het opleggen van de maatregel eisen) 3. De maatregel moet in het belang zijn van een zo gunstig mogelijk verdere ontwikkeling van de verdachte (hulpverleningscriterium) Vrijwel alle respondenten zijn het er over eens dat de eerste twee criteria niet anders worden gehanteerd dan 5 à 6 jaar geleden. Zij spelen in juridische zin nauwelijks een rol bij de afweging omdat bij jongeren waarbij aan een pij-maatregel wordt gedacht hier snel aan voldaan is. Er is daarentegen wel iets veranderd bij de hantering van het hulpverleningscriterium. Een aantal factoren heeft er toe geleid dat de professionals de pij- 9

11 maatregel voor een groeiende groep jongeren geen goede aanpak vinden, dat wil zeggen: niet in het belang achten van de jongere. De negatieve beeldvorming van de JJI, die rond 2005 ontstond, met name wat betreft de tenuitvoerlegging van de pij-maatregel, speelt hierbij een belangrijke rol. Veel medewerkers bij Raad en NIFP en onderzoekers PJ vroegen zich af of het überhaupt in het belang van een jongere is om hem met een pij-maatregel naar een JJI te sturen. In de tweede plaats daalde de het geloof van gedragsdeskundigen en psychiaters in de meerwaarde van de pij, los van de problemen bij de tenuitvoerlegging. Dat kwam mede doordat zij meer waarde gingen hechten aan gedragstherapieën waarin de omgeving van de jongere, in het bijzonder het gezin, direct wordt betrokken. Veel van de problemen van de jongere vinden immers hun oorsprong in problemen in de thuissituatie. Beide factoren zorgen ervoor dat de pij-maatregel nóg meer als ultimum remedium wordt gehanteerd, meer dus dan vroeger al het geval was. Er wordt nu vaker geprobeerd de jongere met andere sancties te corrigeren: verplichte behandelingen in het kader van voorwaardelijke jeugddetentie en voorwaardelijke pij. Daar is de laatste jaren de GBM bijgekomen. Voor kinderen in de leeftijd van 12 tot 15 jaar is eventueel de civielrechtelijke gesloten jeugdzorg een optie. De pij-maatregel kan niet voor alle jongeren worden ontweken. Alternatieve ambulante behandelingen hebben alleen zin als jongeren willen meewerken. Ook voor jongeren met zeer ernstige psychische stoornissen zijn ambulante behandelingen problematisch. Met andere woorden: de motivatie om behandeld te worden moet aanwezig zijn en de behandeling moet mogelijk zijn. Bovendien mag het recidivegevaar niet erg groot zijn. Dit alles leidt ertoe dat per slot van rekening alleen jongeren een pij-advies krijgen, die ofwel als onbehandelbaar worden beschouwd, ofwel uitbehandeld zijn of elke vorm van medewerking weigeren, ofwel een ernstige psychische stoornis hebben waarvoor een gesloten setting voor een psychiatrische behandeling noodzakelijk is. Gechargeerd: jongeren zonder ernstige psychische stoornis die als nog behandelbaar worden gezien, krijgen geen pijmaatregel. Het is deze combinatie van factoren die er toe heeft geleid dat de instroom in de pij-maatregel vanaf 2005 is gedaald. Werd vroeger het hulpverleningscriterium als vraag betrokken op de jongere is voor deze specifieke jongere de pij in het belang van zijn ontwikkeling tegenwoordig wordt de vraag primair betrokken op de maatregel zelf: is deze specifieke maatregel überhaupt in het belang van een jongere, mede gezien de alternatieven. Omdat professionals hier tegenwoordig meer aan twijfelen, keert het derde criterium zich in feite tegen de maatregel zelf. Ontwikkeling van het aantal aanvragen van Pro Justitia onderzoek en pij-adviezen Op basis van de interviews kunnen we als belangrijkste conclusie trekken dat het vooral de veranderde houding van de professionals tegenover de pij-maatregel is die de afname van het aantal opleggingen van de pij-maatregel heeft veroorzaakt, waarbij externe factoren een belangrijke rol speelden. Als deze conclusie juist is, zou dit niet alleen weerspiegeld moeten worden in een daling van het aantal aanvragen voor dubbelonderzoeken (waarbij op een mogelijke pij wordt geanticipeerd) maar vooral in een daling van het aantal pij-adviezen. In de adviezen wordt immers impliciet de pij-maatregel geëvalueerd op basis van inhoudelijke overwegingen en verwachte effectiviteit. Om deze conclusies te toetsen, zijn cijfers van het NIFP opgevraagd over de ontwikkeling van het aantal onderzoeksaanvragen en pij-adviezen vanaf In grafiek I vergelijken we de ontwikkeling van het totaal aantal rapportages Pro Justitia, het aantal dubbelrapportages, het 10

12 aantal pij-adviezen en het aantal daadwerkelijk opgelegde pij-maatregelen. Alle aantallen zijn weergegeven als indexcijfer waarbij het aantal in 2005 op 100 is gesteld. De lijnen geven dus de relatieve veranderingen weer van het aantal ten opzichte van Grafiek I: ontwikkeling van het totaal aantal rapportages PJ, dubbelrapportages, pijadviezen en pij-opleggingen, uitgedrukt als index (2005=100) We zien een lichte daling van het totaal aantal rapportages PJ in de periode Het aantal rapportages van dubbelonderzoeken daalt in die periode echter sterker. Dit weerspiegelt een relatieve daling van het aantal aanvragen voor dubbelonderzoeken PJ. Bovendien zien we het aantal pij-adviezen nog sterker dalen dan het aantal dubbelrapportages. Nu kan een pijadvies alleen worden gegeven op basis van een dubbelonderzoek, dus het aantal pij-adviezen zal moeten dalen als het aantal dubbelonderzoeken daalt. De in verhouding nog sterkere daling van het aantal pij-adviezen impliceert dat ook het deel van de dubbelonderzoeken dat in een pij-advies resulteert, daalt. Verder zien we dat het aantal pij-opleggingen de ontwikkeling van het aantal pij-adviezen nauw volgt. We constateerden al eerder dat het aantal pij-opleggingen vanaf 2009 stabiliseert. We zien nu dat dit hand in hand gaat met een stabilisatie van het aantal aanvragen voor dubbelonderzoek en het aantal pij-adviezen. De cijfers bevestigen exact de conclusies die op basis van de interviews konden worden getrokken: de daling van het aantal pij-opleggingen is vooral veroorzaakt door een verandering in de houding van de professionals bij de Raad en het NIFP en van de rapporteurs 11

13 PJ. Het zijn immers vooral de professionals bij de Raad en het NIFP die bepalen of er een dubbelonderzoek wordt aangevraagd en het zijn de rapporteurs die de adviezen geven. Precies in de periode dat de daling van het aantal pij-opleggingen plaatsvindt, zien we een terugloop van het aantal aanvragen voor dubbelonderzoeken en een nog sterkere daling van het aantal pij-adviezen in de rapportages PJ. En wanneer na 2008 het aantal pij-opleggingen stabiliseert, zien we tevens een stabilisatie van het aantal dubbelonderzoeken en pij-adviezen. Het negatieve imago van de JJI en de komst van alternatieve behandelmethoden lijken, naast een autonome verandering in de opvattingen van de professionals over de beste wijze van behandelen, hierbij een belangrijke rol te hebben gespeeld. In die zin is de houding van de professionals grotendeels een intermediaire variabele. 12

14 1. Inleiding In het kader van het WODC onderzoeksprogramma pij-maatregel rees aandacht voor de daling van het aantal opleggingen van de pij-maatregel na In verschillende publicaties is deze daling geconstateerd en is er naar oorzaken gezocht. 3 Sommige mogelijke oorzaken lijken plausibel, zoals de komst van nieuwe alternatieven voor de pij-maatregel: de Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) en de nieuwe separate Jeugdzorg plus of de slechte naam die de JJI s in het vorige decennium kregen. Het mechanisme echter hoe deze alternatieven of factoren in de praktijk het aantal pij-opleggingen beïnvloedden, is onduidelijk en daardoor behouden genoemde verklaringen een speculatief karakter. Teneinde dit mechanisme achter de daling van de oplegging van de pij-maatregel op te helderen, besloot het WODC het besluitvormingsproces van de actoren die betrokken zijn bij het adviseren en eisen van de pij-maatregel te laten onderzoeken. Actoren die participeren in de besluitvorming voorafgaande aan de terechtzitting zijn het OM, de Raad voor de Kinderbescherming, het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) en het Bureau Jeugdzorg/Jeugdreclassering. Uiteindelijk wordt de bedoelde daling gerealiseerd door een verandering van de besluitvorming van deze actoren, hetzij als gevolg van externe factoren, hetzij door een verandering in de houding en opstelling van hen zelf, hetzij door een combinatie van beide. Natuurlijk moet ook de eventueel veranderde opstelling van de rechters tegenover de pij-maatregel hierbij worden betrokken. Dit viel echter buiten het bestek van dit onderzoek en was elders onderwerp van onderzoek. 4 De vraagstelling die aanvankelijk ten grondslag lag aan dit onderzoek, richtte zich in het bijzonder op de rol van de komst van de Jeugdzorg plus. Tussen 2005 en 2010 werden, eerst mondjesmaat, jongeren die op strafrechtelijke- en civielrechtelijk titel in de JJI s verbleven, gescheiden; een scheiding die in januari 2010 volledig was. Dit leek een voor de hand liggende verklaring voor de parallel daaraan dalende instroom van jongeren met een pijmaatregel. Na de deskresearch en een aantal voorbereidende gesprekken met deskundigen bleek al snel dat de komst van de Jeugdzorg plus hooguit één van factoren kon zijn van de daling. Vanaf dat moment verbreedde de vraagstelling van het onderzoek: welke oorzaken zijn denkbaar en wat is het effect van elk daarvan op de besluitvorming, respectievelijk het adviseren en eisen van de pij-maatregel. Een van de mogelijke externe oorzaken voor een daling van het aantal pij-opleggingen is een daling van het aanbod van ernstige delicten die tot een pij-maatregel kunnen leiden. Hoewel dit aspect wel wordt aangestipt in het onderzoek, kunnen hierover alleen conclusies worden getrokken op basis van een breed kwantitatief onderzoek waarin ook cijfers over aangiftes en opsporing worden meegenomen. Dit viel buiten het bestek van het onderzoek. Het onderzoek is in eerste instantie gebaseerd op kwalitatieve informatie. Er zijn zeer uitvoerige interviews gehouden met officieren van justitie en medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming (Raad) en het NIFP in de arrondissementen van de vier grote steden: 2 Als over de pij-maatregel wordt gesproken wordt daar altijd de onvoorwaardelijke pij-maatregel mee bedoeld, tenzij anders aangegeven. 3 Minister van Justitie (2010); Bruning e.a. (2011); Verberk en Ten Berge (2010); Sonnenschein e.a.(2010). 4 Verberk en Ten Berge (2010), Bruning e.a. (2011). 13

15 Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. 5 Het doel hiervan is inzicht te verkrijgen van de praktijk van de besluitvorming op basis van de percepties en ervaringen van de deelnemers. De formele stappen in de rechtsgang vormen daarbij de leidraad maar zijn zelf geen onderwerp van onderzoek. Daarnaast is gebruik gemaakt van kwantitatieve data. De belangrijkste hiervan zijn gegevens van het NIFP over de rapportages Pro Justitia. Het hoofddoel hiervan was een empirische toets te verkrijgen van de conclusies die op basis van de interviews werden getrokken. De kwantitatieve data blijken volledig consistent te zijn met de conclusies op basis van de interviews en vormen een krachtige ondersteuning hiervan. Na het hoofdstuk over de vraagstelling en het kader, volgt in hoofdstuk 3 de aanpak van het onderzoek. In de rapportage van de resultaten van het onderzoek beginnen we in 4.2 met een nadere beschouwing van de daling van het aantal opleggingen van de pij-maatregel: voor welk fenomeen zoeken we nu precies een verklaring. Daaruit blijkt dat er sprake is van een kortstondige daling in de periode Vervolgens wordt in 4.3 een beschrijving gegeven van de besluitvorming in het traject dat een jongere doorloopt die mogelijk een pijmaatregel krijgt opgelegd. Dit is een noodzakelijke stap in de analyse omdat dit de aanknopingspunten oplevert voor de mogelijke invloed van externe factoren en een mogelijk veranderde houding van de betrokken actoren. Het proces bevat een vijftal besluiten die cruciaal zijn bij de kans van een jongere op een pij-maatregel. Deze leveren reeds een vingerwijzing op naar de mogelijke verklaringen van de daling. Vervolgens gaan we in 4.4 van een achttal externe factoren na in hoeverre deze de besluitvorming in het verleden hebben beïnvloed. Hierbij komen ook de effecten van deze factoren op de houding van het OM en de professionals bij de Raad en het NIFP en de rapporteurs Pro Justitia. We laten de respondenten hierbij uitvoerig aan het woord. We zullen zien dat er een scherp beeld ontstaat van de oorzaken van de daling van de pij-opleggingen. De houding van de professionals gedragsdeskundigen, psychiaters blijkt hierbij doorslaggevend. Hierbij spelen niet alleen de externe factoren een rol: er is tevens sprake van een autonome verandering van hun opstelling. Het heeft te maken met de professionele beantwoording van de vraag wat een goede en effectieve behandeling is van jongeren die wettelijk gezien in aanmerking zouden kunnen komen voor een pij-maatregel. Hiervan doen we verslag in 4.5. Vervolgens confronteren we in 4.6 de conclusies met de ontwikkeling van het aantal en aard van de rapportages Pro Justitia en de adviezen die deze bevatten in de relevante periode. We zien hierin trends die volledig consistent zijn met het op basis van de interviews tot stand gekomen beeld. De conclusies volgen in hoofdstuk 5. Tot slot merken we op dat dit onderzoek niet is gericht op wet- en regelgeving. Het juridisch kader wordt globaal geschetst, maar juridische vragen blijven hier buiten beschouwing. 5 G4 arrondissementen. 14

Adolescentenstrafrecht

Adolescentenstrafrecht Adolescentenstrafrecht Aanpak met perspectief De ambitie Wat er verandert Februari 2014 Ambitie Adolescenten 16 tot 23 jaar Gerichte aanpak: rekening houden met ontwikkelingsfase Effectieve aanpak biedt

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Met de Jeugdwet komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdreclassering en de jeugdhulp 1 bij de gemeenten te liggen. Jeugdreclassering

Nadere informatie

Het adolescentenstrafrecht

Het adolescentenstrafrecht Het adolescentenstrafrecht Wetswijziging 1 april 2014, Prof mr E.M.Mijnarends, bijzonder hoogleraar jeugdstrafrecht Leiden, coordinerend jongeren officier MN Drie pijlers onder wet ASR 1. overgrote deel

Nadere informatie

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Mr Henk van Asselt Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal Strafrechtadvocaat Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Jeugdstrafrecht Leeftijdscategorieën Jeugdstrafrecht: - 12

Nadere informatie

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest K.P.M.A. Muis L. van der Geest Samenvatting en conclusies in hoofdpunten In 2008 en 2009 is er sprake van een opvallende daling van het aantal tbs-opleggingen met bevel tot verpleging. Het is onwaarschijnlijk

Nadere informatie

Hoe beïnvloedt de scheiding de advisering rond strafrechtelijke of civielrechtelijke plaatsing?

Hoe beïnvloedt de scheiding de advisering rond strafrechtelijke of civielrechtelijke plaatsing? Hoe beïnvloedt de scheiding de advisering rond strafrechtelijke of civielrechtelijke plaatsing? Drs. R. Simmering Gedragsdeskundige, Raad voor de Kinderbescherming Utrecht 21 mei 2010 Hoe beïnvloedt de

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Het adolescentenstrafrecht

Het adolescentenstrafrecht Het adolescentenstrafrecht Aanpak met perspectief Deze brochure is een uitgave van: Ministerie van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Februari 2014 J-22221

Nadere informatie

Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten

Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten Wat doet jeugdreclassering Informatie voor beroepskrachten Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Ik ben soms bang

Nadere informatie

Van straf naar zorg: een zorg minder?

Van straf naar zorg: een zorg minder? Van straf naar zorg: een zorg minder? 27-05-2010 De noodzaak van scheiding tussen civiel- en strafrechtelijk keten geplaatste jongeren Marianne Langkmap. Zij is Tweede Kamerlid van de SP sinds 2006 en

Nadere informatie

PIJ-indicatie, beelden en effecten

PIJ-indicatie, beelden en effecten PIJ-indicatie, beelden en effecten Onderzoek Praktijk Nils Duits Kinder- en jeugdpsychiater Lid directie NIFP N.Duits@dji.minjus.nl Utrecht 27-05-10 Duits 1 Take home Trend: Minder straf, meer civiel,

Nadere informatie

Uitvoeringsproces Gedragsbeïnvloedende maatregel

Uitvoeringsproces Gedragsbeïnvloedende maatregel Uitvoeringsproces Gedragsbeïnvloedende maatregel Definitieve status, d.d. 9 november 2010 1. Betrokken partijen en hun taken en verantwoordelijkheden Jeugdreclassering: De Jeugdreclassering is samen met

Nadere informatie

U wordt verdacht. Inhoud

U wordt verdacht. Inhoud Inhoud Deze brochure 3 Aanhouding en verhoor 3 Inverzekeringstelling 3 Uw advocaat 4 De reclassering 5 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5 Beperkingen en rechten 5 Voorgeleiding bij de officier

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

Artikel Wijzigingen (V) Communicatie het verbod tot toegang tot de werkplek wordt voortaan ja schriftelijk bevestigd (op verzoek van SOOA)

Artikel Wijzigingen (V) Communicatie het verbod tot toegang tot de werkplek wordt voortaan ja schriftelijk bevestigd (op verzoek van SOOA) Hoofdstuk 16 Ordemaatregelen en disciplinaire straffen Voorblad A. Opmerkingen Artikel Wijzigingen (V) Communicatie Artikel 16.1 het verbod tot toegang tot de werkplek wordt voortaan ja schriftelijk bevestigd

Nadere informatie

HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE

HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE HET WERK VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE Opsporen en vervolgen Wie doet dat eigenlijk? De ene moord is nog niet gepleegd of je ziet alweer de volgende ontvoering. Politieseries en misdaadfilms zijn populair

Nadere informatie

Leidraad voor het nakijken van de toets

Leidraad voor het nakijken van de toets Leidraad voor het nakijken van de toets STRAFPROCESRECHT 14 OKTOBER 2011 (Uit het antwoord moet blijken dat de cursist de stof heeft begrepen en juist heeft toegepast; een enkel ja of nee is niet voldoende)

Nadere informatie

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes

(Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria adolescentenstrafrecht. Studiedag 18 april 2014. Lieke Vogelvang & Maaike Kempes (Jong)Volwassen? Gebruik indicatiecriteria Studiedag 18 april 2014 Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Lieke Vogelvang & Maaike Kempes Overzicht strafrechtketen 18-23 Wegingslijst

Nadere informatie

Raad voor Strafrech tstoepassing

Raad voor Strafrech tstoepassing Parkstraat 83 Den Haag Raad voor Strafrech tstoepassing Correspondentie: en Jeugdbescherming ~ 2500 Gc Den Haag ~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Aan

Nadere informatie

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11 Titel II Straffen 1. Algemeen Artikel 1:11 1. De straffen zijn: a. de hoofdstraffen: 1. gevangenisstraf; 2. hechtenis; 3. taakstraf; 4. geldboete. b. de bijkomende straffen: 1. ontzetting van bepaalde

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

Jeugdreclassering Informatie voor jongeren

Jeugdreclassering Informatie voor jongeren Jeugdreclassering Informatie voor jongeren Inhoudsopgave Jeugdreclassering Informatie over Bureau Jeugdzorg Limburg Wanneer krijg je met jeugdreclassering te maken? Wat kan jeugdreclassering voor je doen?

Nadere informatie

Opmerkingen over Hoofdstuk 1. Wijziging van wetten Artikel 1.8, wijziging van het Bw

Opmerkingen over Hoofdstuk 1. Wijziging van wetten Artikel 1.8, wijziging van het Bw Parkstraat 83 Den Haag Correspondentie: Postbus 30137 2500 GC Den Haag Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 93 10 Fax rechtspraak (070) 361 93 15 Aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT APRIL 2014

KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT APRIL 2014 KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT APRIL 2014 Ketenafspraken ten behoeve van de uitvoering van de wetswijziging Projectteam implementatie Adolescentenstrafrecht Ministerie van Veiligheid en Justitie Auteurs:

Nadere informatie

Psychologische en psychiatrische rapportage in civiele zaken. Informatie voor betrokkene

Psychologische en psychiatrische rapportage in civiele zaken. Informatie voor betrokkene Psychologische en psychiatrische rapportage in civiele zaken Informatie voor betrokkene Psychologische en psychiatrische rapportage in civiele zaken Deze brochure bevat informatie voor personen die in

Nadere informatie

JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS

JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS JEUGDRECLASSERING INFORMATIE VOOR OUDERS/OPVOEDERS 1 INHOUD Jeugdreclassering; informatie voor ouders/opvoeders Algemene informatie Bureau Jeugdzorg Limburg Wanneer krijgt uw kind met jeugdreclassering

Nadere informatie

Aanhouding en inverzekeringstelling

Aanhouding en inverzekeringstelling Aanhouding en inverzekeringstelling 1 U bent aangehouden en meegenomen naar het politiebureau. Wat zijn uw rechten? U wordt verdacht van een strafbaar feit. De Rechercheur Opsporing van de Inspectie SZW

Nadere informatie

Kennis- en informatiepositie van het OM en de ZM met betrekking tot de tenuitvoerlegging en de doelgroep van de PIJ-maatregel

Kennis- en informatiepositie van het OM en de ZM met betrekking tot de tenuitvoerlegging en de doelgroep van de PIJ-maatregel Kennis- en informatiepositie van het OM en de ZM met betrekking tot de tenuitvoerlegging en de doelgroep van de PIJ-maatregel Eindrapport December 2010 Centrum voor Recht en Samenleving & Sectie Criminologie

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 3 > Ondertoezichtstelling 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 6 > De gezinsvoogd

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting

Criminaliteit en rechtshandhaving 2013. Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting Criminaliteit en rechtshandhaving Ontwikkelingen en samenhangen Samenvatting In de jaarlijkse publicatie Criminaliteit en rechtshandhaving bundelen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Wetenschappelijk

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 5 > Maakt u zich zorgen over een kind? 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen van Kinderbescherming

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 575 Wet van 20 december 2007, tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de jeugdzorg met het

Nadere informatie

ASR Thema aanbodpalet

ASR Thema aanbodpalet ASR Thema aanbodpalet Aanleiding Vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie is een projectteam ingezet ten behoeve van de implementatie van het adolescentenstrafrecht. Het projectteam ASR V&J heeft

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 551 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de invoering van een rechterlijke vrijheidsbeperkende

Nadere informatie

KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT 2014

KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT 2014 KADER ADOLESCENTENSTRAFRECHT 2014 Ketenafspraken ten behoeve van de uitvoering van de wetswijziging Projectteam implementatie Adolescentenstrafrecht Ministerie van Veiligheid en Justitie Auteurs: Minke

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 3 > Ondertoezichtstelling 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 6 > De gezinsvoogd

Nadere informatie

Evoluties in het Nederlandse jeugdbeschermingsrecht

Evoluties in het Nederlandse jeugdbeschermingsrecht Evoluties in het Nederlandse jeugdbeschermingsrecht Prof.mr.drs. Mariëlle Bruning Leuven, 28 mei 2015 Inhoud Juridisch kader jeugdbescherming in Nederland Historische evolutie jeugdbescherming Aandachtspunten

Nadere informatie

WETGEVINGSADVIES. 1. Inleiding

WETGEVINGSADVIES. 1. Inleiding WETGEVINGSADVIES Datum 30 maart 2012 Contactpersoon J.M.A. Timmer Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de invoering van een adolescentenstrafrecht

Nadere informatie

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt

Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Als uw kind onder toezicht gesteld wordt Inhoud 3 > Als uw kind onder toezicht gesteld wordt 4 > Maatregel van kinderbescherming 5 > De rol van de Raad 6 > De rechter 7 > De gezinsvoogd 8 > Wie doet wat

Nadere informatie

Inhoudsopgave. N.B. Waar in deze brochure hij staat, kan ook zij worden gelezen.

Inhoudsopgave. N.B. Waar in deze brochure hij staat, kan ook zij worden gelezen. U wordt verdacht Inhoudsopgave Deze brochure 2 Aanhouding en verhoor 2 Inverzekeringstelling 2 Uw advocaat 3 De reclassering 3 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 4 Beperkingen en rechten

Nadere informatie

Samenvatting. Opzet, werkwijze en onderzoeksgroep. Wat, hoe en waarom

Samenvatting. Opzet, werkwijze en onderzoeksgroep. Wat, hoe en waarom Samenvatting Opzet, werkwijze en onderzoeksgroep In dit onderzoek worden dertig jongeren gedurende twee jaar gevolgd tijdens de uitvoering van hun PIJmaatregel. De centrale onderzoeksvraag is: Wat gebeurt

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Overwegingen voor het adviseren van een gedragsbeïnvloedende maatregel

Overwegingen voor het adviseren van een gedragsbeïnvloedende maatregel Overwegingen voor het adviseren van een gedragsbeïnvloedende maatregel rapportage Wendy Buysse Annelies Maarschalkerweerd Lotte Loef Nelleke Hilhorst Overwegingen voor het adviseren van een gedragsbeïnvloedende

Nadere informatie

Informatie voor ouders over de jeugdreclasseringsmaatregel

Informatie voor ouders over de jeugdreclasseringsmaatregel Informatie voor ouders over de jeugdreclasseringsmaatregel Jeugdbescherming west Jeugdbescherming west komt in actie als de veiligheid en de ontwikkeling van een kind of jongere bedreigd worden. Wij zijn

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

Berechting. A.Th.J. Eggen

Berechting. A.Th.J. Eggen 6 Berechting A.Th.J. Eggen Jaarlijks behandelt de rechter in eerste aanleg circa 130.000 strafzaken tegen verdachten van misdrijven. Ruim 80% van de zaken wordt afgedaan door de politierechter. Het aandeel

Nadere informatie

Op het politiebureau en jonger dan 18 jaar? Wegwijzer over je rechten en plichten

Op het politiebureau en jonger dan 18 jaar? Wegwijzer over je rechten en plichten Op het politiebureau en jonger dan 18 jaar? Wegwijzer over je rechten en plichten Je bent op het politiebureau omdat: 1. je wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit en je moest mee naar het

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

Wat is ondertoezichtstelling?

Wat is ondertoezichtstelling? Jeugdbescherming Wat is ondertoezichtstelling? Informatie voor ouders en verzorgers Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene.

Nadere informatie

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen 5 Vervolging M. Brouwers en A.Th.J. Eggen In 2012 werden 218.000 misdrijfzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) ingeschreven. Dit is een daling van 18% ten opzichte van 2005. In 2010 was het aantal ingeschreven

Nadere informatie

Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ

Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ Frequently Asked Questions (FAQ) aan IFZ Staat uw vraag er niet bij of heeft u aanvullende vragen? Neem dan contact met ons op. 1. Wie kan een indicatie aanvragen bij NIFP/IFZ? - De 3 Reclasseringsorganisaties

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de invoering van een adolescentenstrafrecht Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der

Nadere informatie

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter,

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter, 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mevrouw L. Ypma Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

De gevolgen scheiding (strafciviel) voor behandeling en beleid. Christian van Dam, 27 mei 2010

De gevolgen scheiding (strafciviel) voor behandeling en beleid. Christian van Dam, 27 mei 2010 De gevolgen scheiding (strafciviel) voor behandeling en beleid Christian van Dam, 27 mei 2010 Organisatie Sinds 1 januari heten wij Avenier, ontstaan uit een fusie tussen Jongerenhuis Harreveld en JPC

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave 1 Veranderende opvattingen in het jeugdstrafrecht tegen de achtergrond van veranderingen in criminaliteitscijfers onder jongeren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met uit het bronnenboekje.

Nadere informatie

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation 1.7 Mediation in strafrecht, ervaringen in de pilots: aan tafel! Jent Bijlsma Trickster Toaufik Elfalah Politie Utrecht Klaartje Freeke Freeke & Monster Judith Uitermark Rechtbank Noord-Holland Gespreksleider:

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Overzicht geprogrammeerde onderzoeken update april 2016

Overzicht geprogrammeerde onderzoeken update april 2016 Overzicht geprogrammeerde en update april 2016 Legenda Pijler Thema A Insluiten A1 Veilig & zorgvuldig insluiten A2 Detentielandschap A3 Inzet technologie B Herstellen B1 Meer voor slachtoffers C Voorkomen

Nadere informatie

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering

Justitiële Verslavingszorg. De reclassering Justitiële Verslavingszorg De reclassering JVz is een onderdeel van Inforsa, een instelling gespecialiseerd in intensieve en forensische zorg. JVz biedt reclasseringsprogramma s voor mensen die - mede

Nadere informatie

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing 3.2 De bevoegdheid van de officier van justitie tot het geven van een gedragsaanwijzing 3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing Zoals in het voorgaande aan de orde kwam, kunnen bepaalde tot ernstige

Nadere informatie

Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant

Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant Convenant ten behoeve van de werkafspraken Huiselijk Geweld Midden en West Brabant Partijen: Politie Midden en West Brabant vertegenwoordigd door mevrouw W. Nijssen Instituut Maatschappelijk Werk Tilburg

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij)

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij) Versie 1.0 19 april 2005 Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Ondertoezichtstelling (Gezinsvoogdij) Inleiding Ondertoezichtstelling Ondertoezichtstelling (OTS) is een kinderbeschermingsmaatregel, die alleen kan

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

HET KENNISINSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE NIFP NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE

HET KENNISINSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE NIFP NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE HET KENNISINSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE NIFP NEDERLANDS INSTITUUT VOOR FORENSISCHE PSYCHIATRIE EN PSYCHOLOGIE Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Het Nederlands Instituut voor Forensische

Nadere informatie

PIJ-jongeren in observatie

PIJ-jongeren in observatie PIJ-jongeren in observatie Tijdelijke regeling tot plaatsing van jeugdigen op een observatieafdeling Advies d.d. 2 juli 2009 1 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 1.1 Aanleiding en beleidscontext 5 1.2 Verbetering

Nadere informatie

Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling)

Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling) Wat is OTS? (Onder ToezichtStelling) Deze folder is voor ouders van cliënten van de Welkom 2 OnderToezichtStelling Graag stellen wij ons voor. Wij zijn de William Schrikker Jeugdbescherming. Wij geven

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 200 200 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 200 200 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 0 2 XP DEN HAAG T 070 40 79 F 070 40 7 4 www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Werkwijze gemeente bij opname in Gesloten accommodatie

Werkwijze gemeente bij opname in Gesloten accommodatie Werkwijze gemeente bij opname in Gesloten accommodatie (Dit is een tussentijdse versie, deze wordt mogelijk nog op details gewijzigd en aangevuld met een model werkproces) Algemene opmerkingen Routes zijn

Nadere informatie

Aantal misdrijven blijft dalen

Aantal misdrijven blijft dalen Aantal misdrijven blijft dalen Vorig jaar zijn er minder strafbare feiten gepleegd. Daarmee zet de daling, die al zeven jaar te zien is, door. Het aantal geregistreerde aangiftes van een misdrijf (processen

Nadere informatie

Wat is ondertoezichtstelling?

Wat is ondertoezichtstelling? Jeugdbescherming Wat is ondertoezichtstelling? Informatie voor kinderen en jongeren Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene.

Nadere informatie

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJmaatregel Samenvatting Annelies Kepper Violaine Veen Karin Monshouwer

Nadere informatie

VERANTWOORDELIJKHEIDSKADER NAZORG JEUGD

VERANTWOORDELIJKHEIDSKADER NAZORG JEUGD VERANTWOORDELIJKHEIDSKADER NAZORG JEUGD 1. Inleiding Er zijn veel partijen betrokken bij de nazorg ten behoeve van jeugdige wetsovertreders. Hierdoor wordt het als ingewikkeld ervaren om tot een sluitende

Nadere informatie

Stelselwijziging. Jeugd. Jeugdreclassering. Transitiebureau Jeugd Jeugdreclassering 1

Stelselwijziging. Jeugd. Jeugdreclassering. Transitiebureau Jeugd Jeugdreclassering 1 Jeugdreclassering Stelselwijziging Jeugd Transitiebureau Jeugd Jeugdreclassering 1 Jeugdreclassering Deze digitale brochure is bedoeld voor gemeenten en geeft informatie over jeugdreclassering. Jeugdreclassering

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

Raad voor de Kinderbescherming in het nieuwe stelsel voor de jeugd

Raad voor de Kinderbescherming in het nieuwe stelsel voor de jeugd Raad voor de Kinderbescherming in het nieuwe stelsel voor de jeugd 28 januari 2014 Raad voor de Kinderbescherming Wat doet de Raad? Samenwerking Gemeente en Raad Model Samenwerkingsprotocol en handreiking

Nadere informatie

Samenvatting Evaluatie Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd

Samenvatting Evaluatie Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd Samenvatting Evaluatie Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd Amsterdam, 11 november 2009 Wendy Buysse Mieke Komen Oberon Nauta Met medewerking van: Bram van Dijk Annelies Maarschalkerweerd Marieke

Nadere informatie

Wegwijs in het jeugdsanctierecht

Wegwijs in het jeugdsanctierecht Wegwijs in het jeugdsanctierecht Wegwijs in het jeugdsanctierecht Onderzoek naar het juridisch kader voor de zwaarste jeugdsancties in theorie en praktijk M.R. BRUNING, M.P. DE JONG, T. LIEFAARD, P.M.

Nadere informatie

Artikel 38, 5e lid Bopz (aangepast) Dwangbehandeling

Artikel 38, 5e lid Bopz (aangepast) Dwangbehandeling Artikel 2 Bopz Voorlopige machtiging (vm) Artikel 14 a Bopz (nw) Voorwaardelijke machtiging Artikel 15 Bopz Rechterlijke machtiging op eigen verzoek Artikel 20 Bopz Inbewaringstelling (ibs) Artikel 14

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

Interview protocol (NL)

Interview protocol (NL) Interview protocol (NL) Protocol telefoongesprek slachtoffers Goedemorgen/middag, u spreekt met (naam) van de Universiteit van Tilburg. Wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek naar straat- en contactverboden

Nadere informatie

Naar aanleiding van het emailbericht van Caroline Hazewinkel met bijlagen d.d. 17 juli 2015, bericht ik u als volgt.

Naar aanleiding van het emailbericht van Caroline Hazewinkel met bijlagen d.d. 17 juli 2015, bericht ik u als volgt. De heer F. Wagenvoort Beleidsmedewerker NIFP Per email: f.wagenvoort@dji.minjus.nl mr. E.J.P. Nolet mr. P. Drenth mr. J.A.W. Knoester mr. A.A. van Harmelen mr. F.P. Holthuis mr. A. Klomp-Kraal mr. K.J.

Nadere informatie

Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd. Richtlijnen en afspraken ten aanzien van de inhoud, organisatie, samenwerking en kwaliteitseisen

Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd. Richtlijnen en afspraken ten aanzien van de inhoud, organisatie, samenwerking en kwaliteitseisen Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd Richtlijnen en afspraken ten aanzien van de inhoud, organisatie, samenwerking en kwaliteitseisen Den Haag 1 september 2014 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 1.1

Nadere informatie

Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip

Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip Terbeschikkinggestelden tussen wal en schip M.A.M. Wolters * Toen mij ongeveer een half jaar geleden werd gevraagd een lezing te houden met als onderwerp "De geestelijk gestoorden tussen wal en schip",

Nadere informatie

Met dit memo beogen wij een beeld te geven van de recente ontwikkelingen en de gevolgen van een keuze voor één van de instrumenten.

Met dit memo beogen wij een beeld te geven van de recente ontwikkelingen en de gevolgen van een keuze voor één van de instrumenten. Directie Grondgebied Openbare Ruimte Aan BTHV Datum - Opgesteld door, telefoonnummer Jan Abelen, Twan van Meijel Onderwerp Bestuurlijke strafbeschikking / Bestuurlijke boete Aanleiding Op 5 februari 2009

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

SCHAKEL PROGRAMMA. De beste schakel voor een betere toekomst!

SCHAKEL PROGRAMMA. De beste schakel voor een betere toekomst! SCHAKEL PROGRAMMA De beste schakel voor een betere toekomst! SCHAKEL PROGRAMMA SCHAKEL PROGRAMMA De beste schakel voor een betere toekomst! Wat is het Schakelprogramma? Het Schakelprogramma is een samenwerkingsproject

Nadere informatie

Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord

Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord Strafrechtelijke reactie Vraag en antwoord Is schoolverzuim strafbaar? Ieder kind heeft recht op onderwijs. Het biedt hen de kans om hun eigen mogelijkheden te ontdekken, te ontplooien en te gebruiken.

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer

Eindexamen maatschappijleer Opgave 3 Criminaliteit in Nederland tekst 1 2 30 3 40 4 In Nederland worden per jaar zo n vijf en een half miljoen misdrijven gepleegd. Ruim anderhalf miljoen daarvan komt ter kennis van de politie. Uiteindelijk

Nadere informatie

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie