RAD MEMO SUPPLEMENT 10 DE NEDERLANDSE RADIOLOGENDAGEN 29 EN 30 SEPTEMBER 2005 NOORDWIJKERHOUT. Nederlandse Vereniging voor Radiologie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAD MEMO SUPPLEMENT 10 DE NEDERLANDSE RADIOLOGENDAGEN 29 EN 30 SEPTEMBER 2005 NOORDWIJKERHOUT. Nederlandse Vereniging voor Radiologie"

Transcriptie

1 3 MEMO RAD J A A R G A N G 0 - N U M M E R 3 - H E R F S T DE NEDERLANDSE RADIOLOGENDAGEN 9 EN 30 SEPTEMBER 005 NOORDWIJKERHOUT Nederlandse Vereniging voor Radiologie Radiological Society of the Netherlands SUPPLEMENT

2 Gadovist.0 NEW! Labelled for MR-Angiography The only extracellular molar MR contrast agent Gadovist.0 Samenstelling Gadovist.0 mmol/ml: ml oplossing voor injectie bevat 604,7 mg gadobutrol (gelijk aan,0 mmol gadobutrol met hierin 57,5 mg gadolinium). Indicaties Contrastversterking bij craniale en spinale kernspinresonantie (MRI) en bij MR-angiografie (CE-MRA). Contra-indicaties Overgevoeligheid voor één van de bestanddelen. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Gadovist moet niet gebruikt worden bij patiënten met hypokaliëmie die niet gecorrigeerd is. Bij patiënten met ernstige hart- en vaatziekten mag Gadovist alleen worden toegediend na een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen, omdat er tot nu toe slechts weinig data beschikbaar zijn. Speciale zorg is vereist bij toediening van Gadovist aan patiënten met een bekend congenitaal lang QT-interval, of de aanwezigheid hiervan in de familie; waarvan bekend is dat zij eerder ritmestoornissen vertoonden na het gebruik van geneesmiddelen die de hartrepolarisatie verlengen; die al een geneesmiddel gebruiken waarvan bekend is dat het de hartrepolarisatie verlengt, bijv. een klasse III-antiarrhythmicum (bijv. amiodaron, sotalol). De mogelijkheid dat Gadovist bij een individuele patiënt een torsade de pointes -ritmestoornis kan veroorzaken, kan niet worden uitgesloten. Aangezien de uitscheiding van het contrastmiddel vertraagd wordt bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, dienen in dergelijke gevallen de voordelen uiterst nauwkeurig tegen de nadelen te worden afgewogen. In zeer ernstige gevallen is het raadzaam door middel van extracorporale hemodialyse Gadovist uit het lichaam te verwijderen. Voor volledige verwijdering van de stof uit het lichaam moeten ten minste drie dialyses worden uitgevoerd binnen vijf dagen na de injectie. De standaardveiligheidsmaatregelen voor kernspinresonantie, in het bijzonder het uitsluiten van ferromagnetisch materiaal, zijn van toepassing bij gebruik van Gadovist. Overgevoeligheidsreacties zoals gemeld voor andere contrastmiddelen die gadolinium bevatten, zijn eveneens waargenomen na de toediening van Gadovist. Om direct op een noodsituatie te kunnen reageren, dienen geneesmiddelen en instrumentarium (bijv. endotracheale buis en respirator) binnen handbereik te zijn. Bij patiënten met een neiging tot allergie dient het besluit om Gadovist te gebruiken alleen te worden genomen na een uiterst nauwkeurige afweging van risico s en voordelen. Zoals voor andere contrastmiddelen geldt, kunnen vertraagde allergische reacties tot enkele dagen later niet uitgesloten worden. Zoals bij andere gadoliniumhoudende contrastmiddelen het geval is, is speciale voorzichtigheid nodig bij patiënten met een lage drempel voor convulsies. Bij het injecteren van Gadovist in aderen met een klein lumen bestaat de kans op bijwerkingen, zoals het ontstaan van roodheid en zwelling. Bijwerkingen Overgevoeligheidsreacties werden gerapporteerd. In zeldzame gevallen kunnen anafylactische reacties, tot zelfs shock, optreden. Zoals voor alle contrastmiddelen geldt, kunnen vertraagde allergische reacties tot enkele dagen later niet uitgesloten worden. Patiënten met een neiging tot allergie hebben vaker last van overgevoeligheidsreacties dan anderen. Misselijkheid, overgeven, duizeligheid, kortademigheid, hoofdpijn, vaatverwijding, lage bloeddruk en allergische reacties van de huid zijn af en toe gerapporteerd. Kortdurende milde tot matige gevoelens van koude, warmte of pijn op de plaats van injectie zijn mogelijk bij de veneuze punctie of bij een injectie met contrastmiddel. Convulsies, koude rillingen en flauwte zijn gemeld na toediening van andere MR-contrastmiddelen die gadolinium bevatten. Er is geen verslechtering van de nierfunctie waargenomen tijdens de klinische studies bij een beperkt aantal patiënten. Voorbijgaande smaak- of geursensaties kunnen tijdens of onmiddellijk na de bolusinjectie optreden. Gadovist kan bij een paravasculaire injectie weefselpijn veroorzaken die enige minuten kan aanhouden. Er zijn geen andere weefselreacties waargenomen. Handelsvorm Flacons (per 0 stuks): 30 ml met 30 ml oplossing voor injectie; en voorgevulde spuiten (per 0 stuks): 5 ml met 5 ml oplossing voor injectie. Registratienummer RVG 538. Naam en adres van de vergunninghouder Schering Nederland BV, Van Houten Industriepark, 38 MZ Weesp tel. (094) Datum van eerste goedkeuring/vernieuwing van de vergunning 5 september 000. Afleveringsstatus UR. Stand van informatie Maart Uitgebreide informatie (SmPC-tekst) is op aanvraag beschikbaar. U-885-NL

3 MEMORAD 0 de radiologendagen 005 Voorwoord Namens het organisatiecomité heet ik u van harte welkom op de 0e Radiologendagen. We gaan dit jaar het tweede lustrum vieren in de NH Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Tien jaar geleden zijn de radiologendagen voor het eerst georganiseerd om assistenten de gelegenheid te geven een wetenschappelijke presentatie te houden. Dat was de jaren daarvoor ook al mogelijk voorafgaand aan de ledenvergaderingen op een aantal zaterdagen per jaar. Het enthousiasme voor deze bijeenkomsten was echter niet zo groot. Daarom is er naar een andere opzet gezocht in de vorm van de Radiologendagen. Voor de assistenten is er nu ruime gelegenheid om wetenschappelijk werk te presenteren en hier is ook voldoende animo voor. Het wetenschappelijke deel is aangevuld met refresher courses en plenaire sessies, en deze formule bleek een succes. louk oudenhoven Tijdens deze radiologendagen verschillen de plenaire sessies van de e dag onderling sterk van inhoud: in de eerste sessie wordt u bijgepraat over de ontwikkelingen rond de endovasculaire behandeling van het abdominale en thoracale aneurysma. Tijdens de tweede sessie kunt u achteroverleunen en genieten van een op radiologenmaat toegesneden presentatie van Tom van t Hek. Op de ochtend van de e dag is er ruimte gecreëerd voor het presenteren van concept richtlijnen waarbij de radiologie betrokken is. Hét moment om discussie te voeren over de rol van de radiologie binnen deze richtlijn aangezien deze grote gevolgen kunnen hebben voor uw dagelijkse praktijk. Parallel hieraan kunt u op de hoogte worden gebracht van de stand van zaken omtrent radiologisch onderwijs en de opleiding in Nederland. De moderne radioloog kan zich niet meer beperken tot radiologische nascholing alléén, de grenzen van ons vakgebied vervagen en steeds vaker staan wij zij aan zij met andere deskundigen ten behoeve van het welzijn van onze patiënten. Dit is onze leidraad geweest bij het samenstellen van de Refresher Courses, die alle zes een verschillend onderwerp zullen behandelen:. Sportradiologie, in samenwerking met een orthopeed en de sportarts van Ajax. Kindermishandeling met een link naar de juridische aspecten 3. Radiofrequency ablatietechnieken van verschillende orgaansystemen 4. Traumatische wervelletsels, met inzage in de therapeutische mogelijkheden door de orthopeed en de neurochirurg 5. Radiologische diagnostiek, maar ook de therapeutische opties bij solide niertumoren 6. Pijnbestrijding, sedatie en narcose, in toenemende mate noodzakelijk voor het uitvoeren van radiologische interventies. Om de wetenschappelijke sessies interessanter te maken voor een grotere groep radiologen, worden deze sessies geopend met een "key note lecture" die aansluit bij de presentaties. De industrie, waaronder onze vaste hoofdsponsors Agfa, Kodak, Philips en Siemens, was het afgelopen jaar enthousiast over hun nieuwe locatie: het Atrium. U zult ze daarom daar weer aantreffen waar zij u graag op de hoogte brengen van de nieuwste ontwikkelingen. Naar aanleiding van de enquête over de Radiologendagen 004 zal er dit jaar meer aandacht besteed worden aan de kwaliteit van het diner. In de begroting is dit jaar meer ruimte gecreëerd om voor de 0 de Radiologendagen een extra leuk feest te organiseren. Naast aandacht voor de skeletradioloog, de neuro-, kinder- en algemeen radioloog is er dit jaar ook aandacht voor de sportieve radioloog: op vrijdagochtend zal er een duinloop worden georganiseerd. Zes km hardlopen door bos en duin. U bent van harte uitgenodigd om hieraan mee te doen, als hardloper dan wel supporter! Graag zien wij u eind september in Noordwijkerhout, Organisatiecomité Radiologendagen 005 Louk Oudenhoven, Jaap Stoker en Birgitta ter Rahe J a a r g a n g 0 - n u m m e r

4 MEMORAD programma Donderdag 9 september 005 Tijdstip Onderwerp Inschrijving Opening Louk Oudenhoven Plenaire sessie: Endovasculaire behandeling van aneurysmatisch vaatlijden Voorzitter: J.A. Reekers Resultaten van DREAM en EVAR trails Spreker: R. Balm Abdominale stentgrafts Spreker: H. van Overhagen Thoracale stentgrafts Spreker: M.W. de Haan Lezing Tom van t Hek Professioneel handelen is helderder dan uw best gelukte X-ray!!! Pauze Parallelsessies Lunch Quiz O.M. van Delden Philipslezing en prijsuitreiking Prijsuitreiking door: Ir. B. Wijdeveld, Senior Vice President, Director SSD Benelux, Philips Medical Systems Pauze Refresher Course I: RADIOLOGIE VAN SPINALE TRAUMATA Voorzitter: P.A. Brouwer Beeldvorming, classificatie en mechanismen van ossale en ligamentaire cervicale letsels en hun herstel Spreker: W.C. Peul, Neurochirurg Beeldvorming en classificatie van thorakolumbale wervelletsels Spreker: F.C. Oner, Orthopeed Beeldvorming spinale traumata Spreker: A. van Vliet, Interventie Neuroradioloog Refresher Course II: UPDATE DIAGNOSTIEK EN THERAPIE VAN NIERTUMOREN Voorzitter: M. Wasser Minimaal invasieve therapie van niertumoren Sprekers : R. Bevers: laparoscopische partiële nefrectomie & E. v.d. Linden: percutane ablatie en embolisatie Multidetector CT van niertumoren Spreker: S.S.K.S. Phoa MRI van niertumoren Spreker: S. Hussain Refresher Course III: SEDATIE/NARCOSE Voorzitter: P.M.T. Pattynama Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van sedatie en narcose buiten de ok Spreker: J. Klein De CBO richtlijn sedatie en/of analgesie door niet-anesthesiologen Spreker: J.T.A. Knape Sedatie of narcose voor radiologische ingrepen bij kinderen Spreker: J. Bezstarosti Borrel aangeboden door de industrie Congresdiner en feest 4 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

5 Vrijdag 30 september de radiologendagen 005 Tijdstip Onderwerp Inschrijving Warming-Up Duinloop door Diana Franssen - Franken Ontbijt Duinloop Richtlijnsessie I: DIAGNOSTIEK & BEHANDELING PANCREASCARCINOOM Sprekers: O. van Delden, O.R. Busch (richtlijnsessie commisie) Richtlijnsessie II: RICHTLIJN DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING COLORECTALE LEVERMETASTASEN Voorzitter: J. Stoker Sprekers: J.N.M. IJzermans, M.S. van Leeuwen, S. Bipat Richtlijnsessie III: BREAST IMAGING REPORTING AND DATA SYSTEM Spreker: H.M. Zonderland Bijscholingssessie: NUCLEAIRE GENEESKUNDE FDG-PET en CT thorax voor (lymklier) stadiering van het niet-kleincellig bronchuscarcinoom Voorzitter: J. van Unnik Sprekers: E.F.I. Comans, J.F. Verzijlbergen Pauze Parallelsessies Lunch Voordracht en uitreiking van de Radiologendagen prijs Fotopresentatie en uitslag duinloop Refresher Course IV: TOPSPORT EN RADIOLOGIE: VOORDELEN EN VALKUILEN Voorzitter: C. F. van Dijke Spreker: E. Goedhart (Sportarts bij Ajax), Spreker: R. Heijboer (Orthopeed) Spreker: M. Maas (Radioloog) Refresher Course V: RADIOFREQUENTE ABLATIE Voorzitter: J.W. Kuiper Percutane RFA van lever-, long- en botmetastasen & niertumoren Spreker: W. Prevoo RFA van botprocessen Spreker: W.R. Obermann De chirurgische benadering van levertumoren en de plaats van RFA Spreker: C. Verhoef VI: KINDERMISHANDELING, RADIOLOGISCH BEKEKEN Voorzitter: H.C. Holscher Inleiding en juridische aspecten Spreker: H.C. Holscher Non-accidental injury Spreker: S.G.F. Robben Kindermishandeling - neurologische aspecten Spreker: R.A.J. Nievelstein 6.00 Naborrel in de cheersbar De Radiologendagen zijn geaccrediteerd voor 0 punten door de NVvR voor nascholing. Rondom de wetenschappelijke sessies organiseren de 4 hoofdsponsors: Agfa, Kodak, Philips en Siemens diverse activiteiten. Agfa en Kodak zijn te vinden in de zalen B en B4. Siemens ontvangt de deelnemers in de Cheersbar en Philips zal met een stand vertegenwoordigd zijn in het Atrium en verzorgt de Philipslezing. J a a r g a n g 0 - n u m m e r

6 MEMORAD organisatie Organisatie, sprekers en voorzitters Organisatie Comité L.F.I.J. Oudenhoven J. Stoker B.S.M. ter Rahe Wetenschappelijk Comité R.G.H. Beets-Tan A.C.W. Borstlap P.A. Brouwer H.W. van Es M.W. de Haan J.P.M. van Heesewijk H.C. Holscher C. van Kuijk M. Maas P.M.T. Pattynama J.P.J. van Schaik J.G. van Unnik M. Wasser Congres Secretariaat Eurocongres Conference Management Jan van Goyenkade, 075 HP Amsterdam Tel: , Fax: Hoofdsponsors 0 de Radiologendagen AGFA KODAK PHILIPS SIEMENS Sprekers Plenaire Sessie R. Balm Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam H. van Overhagen - Leyenburg ziekenhuis, Den Haag M.W. de Haan Academisch Ziekenhuis Maastricht, Maastricht S. Hussain - Erasmus MC, Rotterdam J. Klein - Erasmus MC, Rotterdam J.T.A. Knape - Utrecht Medisch Centrum, Utrecht J. Bezstarosti - Erasmus MC, Rotterdam M. Maas - Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam E. Goedhart Sportarts bij AJAX, Amsterdam R. Heyboer - Erasmus MC, Rotterdam W. Prevoo - NKI/AVL, Amsterdam W.R. Obermann - Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden C. Verhoef - Erasmus University Medical Center - Daniel den Hoed Cancer Center, Rotterdam P.M.T. Pattynama - Erasmus MC, Rotterdam H.C. Holscher - Haga Ziekenhuis, Den Haag S.G.F. Robben Academisch Ziekenhuis Maastricht, Maastricht R.A.J. Nievelstein - Utrecht Medisch Centrum, Utrecht Voorzitters Refresher Courses H. Holscher - Haga Ziekenhuis, Den Haag, P.M.T. Pattynama - Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam K. van Dijke - Erasmus Medisch Centrum, Rotterdam P.A. Brouwer - Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden M. Wasser - Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden J.W. Kuiper - t Lange Land Ziekenhuis, Zoetermeer Keynote Sprekers parallel sessies L.P.J. Cobben - MC Haaglanden, Antoniushove, Leidschendam W. van Es - St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein J.A. Reekers - Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam S. Kolkman Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam W.P.Th.M. Mali Utrecht Medisch Centrum, Utrecht M.R.W. Engelbrecht - UMCN St. Radboud, Nijmegen L. van Dijk - Erasmus MC, Rotterdam C. Loo - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam M.J.C.M Rutten - Jeroen Bosch Ziekenhuis, Den Bosch Z. Flach Erasmus MC, Rotterdam M. Sluzewski - St. Elisabeth Ziekenhuis, Tilburg Voorzitter Plenaire Sessie J.A. Reekers - Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam Sprekers Refresher Courses W.C. Peul - MHC, locatie Westeinde, Den Haag F.C. Öner Utrecht Medisch Centrum, Utrecht A. van der Vliet - UMCN St. Radboud, Nijmegen R. Bevers Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden E. van der Linden - Leids Universitair Medisch Centrum, leiden S.S.K.S. Phoa - Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam Voorzitters Parallelsessies C.Y. Nio Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam L.J.M. Kroft Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden M.P. van Proosdij - Medisch Centrum Alkmaar, Alkmaar J.P.J. van Schaik Utrecht Medisch Centrum, Utrecht D. Rutgers - Utrecht Medisch Centrum, Utrecht E. van der Jagt Academisch Ziekenhuis Groningen, Groningen T. Leiner Academisch Ziekenhuis Maastricht, Maastricht G.J. den Heeten Amsterdam Medisch Centrum, Amsterdam C. van Kuijk - UMCN St. Radboud, Nijmegen 6 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

7 0 de radiologendagen 005 Genomineerde abstracts voor de radiologendagen prijs 005 do. LOCALIZATION OF THE ADAMKIEWICZ ARTERY AND THE VASCULAR MALFORMATION IN PATIENTS WITH SUSPECTED SPINAL VASCULAR ABNORMALITIES USING CONTRAST-ENHANCED MR ANGIOGRAPHY R.J. Nijenhuis, M. Mull, J.T. Wilmink, A. Thron, W.H. Backes Do. LONG TERM MRA FOLLOW UP TO DETECT DE NOVO ANEURYSM FORMATION AFTER THERAPEUTIC OCCLUSION OF THE INTERNAL CAROTID ARTERY A.N. de Gast, W.J. van Rooij, C.B.L.M. Majoie, C. Lavini, M.E.S. Sprengers do 3.8 COST-EFFECTIVENESS OF NEW STRATEGIES FOR SUSPECTED PE: THE FINAL RESULTS OF THE ANTELOPE TRIAL M.J.L.V. Strijen, M. ten Wolde, P.M.T. Pattynama, G.J. Kieft, M.V. Huisman do 4.6 ACCURACY OF MR COLONOGRAPHY USING LIMITED BOWEL PREPARATION IN CONSECUTIVE SURVEILLANCE PATIENTS J. Florie, S. Jensch, R.A.J. Nievelstein, M. Poulus, M.A. Thomassen, J. Stoker do 5.4 IN VIVO MR TRACKING OF MAGNETICALLY LABELED DENDRITIC CELLS: FIRST CLINICAL EXPERIENCE T.W.J. Scheenen, I.J. M. de Vries, W.J. Lesterhuis, J.H. van Krieken, W.J.G. Oyen, C.J.A. Punt, J.O. Barentsz, A. Heerschap, C.G. Figdor J a a r g a n g 0 - n u m m e r

8 MEMORAD index Auteursindex Auteur Abstract Buth, J. Vr 6.7 Gast, A.N. de Do.4 Houwers, J.B. Vr 6.6 Alderliesten, T. Vr 8. Bijl, A.E. van der Do.7 Geleijns, J. Vr 8.7 Huisman, H. Vr 8.3 Anderson, P.G. Vr 0.4 Cademartiri, F. Vr 6.4 Geluk, C.A. Vr 6.5 Huisman, M.V. Do 3.8 Ankum, W.M. Do. Cappendijk, V.C. Vr 6. Vr 6.6 Huisman, P.M. Do 3.6 Arens,A. Do 4.3 Casselman, J.W. Vr 7.8 Gilhuijs, K.G.A. Vr 8. Huizinga, T.W.J. Do.7 Baal, J.G. van Do.5 Cleutjens, K.B.J.M. Vr 6. Vr 8. Hulsbergen-van der Kaa, C.A. Vr 9. Baartmans, M.G.A. Vr 0. Cobben, L.P.J. Do 4.8 Golay, X. Vr 7. Vr 9.5 Backes, W.H. Do. Cramer, M.J.M. Do 3.4 Vr 7.3 Hunink, M.G.M. Vr 6.7 Do 3. Cuypers, P.H.W.M. Do 3. Graaf, Y. van der Vr 7.6 Vr 6.8 Baeten, C.G.M.I. Do 4.4 Daemen, M.J.A.P. Vr 6. Gratama, J.W.C. Vr 8.8 Vr 7.4 Barentsz, J.O. Do 5.4 Dam, R.M. van Do 4.3 Greuter, M.J.W. Vr 6.3 Vr 7.5 Vr 8.3 Daniels, A. Vr 9.3 Griffioen, F.M.M. Do 5.7 Jagt, E.J. van der Do 4.7 Vr 9. De Paoli, R. Do 3.7 Grigorescu, S. Do 4.5 Janssen, C.H.C. Do 3.3 Vr 9.3 Dejong, C.H.C. Do 4.3 Grond, J. van der Do.7 Do 3.5 Vr 9.5 Dekker, H.M. Vr 7.4 Vr 7. Jensch, S. Do 4.6 Bartels, B.F. Do 5. Vr 7.5 Vr 7. Juttmann, J.R. Do. Beekman, R. Vr 0.3 Delft, J-P.A. van Vr 8.7 Vr 7.6 Kessels, A.G.H. Vr 6. Beelen, R.H.J. Vr 8.4 Deurloo, E.E. Vr 8. Vr 7.7 Kessels, O.A.M. Do.5 Beets-Tan, R.G.H. Do 4. Deutekom, M. Do 4.4 Groot, I. Do 4.8 Kieft, G.J. Do 3.8 Do 4. Deventer, S.J. van Vr 9.7 Gudnason, V. Vr 7. Kitslaar, P.J.E.H.M Vr 6.7 Do 4.3 Dijk, P.J.E. van Do.7 Haan, G.G. de Vr 7.4 Kjartansson, O. Vr 7. Do 4.4 Dijk, C.N. van Do 5.7 Vr 7.5 Klaveren, R.J. van Vr 8.5 Vr 7.8 Dijkman, P.R. van Do 3.5 Haan, M.W. de Do 3. Vr 8.6 Beets, G.L. Do 4. Dijkman, P.R.M. van Do 3.3 Vr 6.7 Klein Zeggelink, W.F.A. Vr 8. Do 4. Dikkers, R. Vr 6.5 Vr 6.8 Klerk, J.M.H. de Vr 0.6 Do 4.3 Vr 6.6 Hadithi, M. Vr 9.8 Knippenberg, B. Do.6 Bendien, C. Vr 8.8 Dippel, D.W.J. Vr 7.4 Hamer, R.D. Vr 9.6 Koldewijn, E. Vr 9.3 Berg, J.C. van den Do 3.7 Vr 7.5 Hazenberg, C.E.V.B. Do.5 Koning, H.J. de Vr 8.5 Berk, I.A.H. van den Do 5.3 Dobben, A.C. Do 4.4 Heeneman, S. Vr 6. Vr 8.6 Berkhof, J. Vr 8.4 Doelman, C. Do 3. Heerschap, A. Do 5.4 Kooi, M.E. Vr 6. Beumer, A. Vr 0.7 Dorgelo, J. Vr 6.5 Heesakkers, R. Vr 9.3 Kool, D.R. Vr 7.4 Beverdam, E.G.A. Vr 0. Douwes-Draaijer, P. Do 3. Heesakkers, R.A.M. Vr 9. Vr 7.5 Biemans, J.M.A. Do.3 Duijm, L.E.M. Do 3. Heesewijk, J.P.M. van Vr 9.4 Koster, I.M. Vr 0. Birnie, E. Do. Eijzenbach, V. Do 5.3 Heeten, G.J. den Do.5 Kraai, M. Do.5 Blickman, J.G. Vr 8.3 Emmer, B.J. Do.7 Do.8 Kramer, M.H.H. Vr 0.6 Bloemen, J.G. Do 4.3 Engel, A.F. Do 4.4 Do 5.8 Krestin, G.P. Vr 6.4 Blom, D.M. Do 4.7 Engelen, S.M.E. Do 4. Hehenkamp, W.J.K. Do. Krieken, J.H. van Do 5.4 Bodewitz, S.T. Vr 0.3 Do 4. Heijmen, R.H. Do.8 Kroft, L.J.M. Vr 8.7 Boetes, C. Vr 8. Engelshoven, J.M.A. van Do 3. Heijmink, S.W.T.P.J Vr 9.5 Kuijper, E.A.M. Vr 9. Boetes, C. Vr 8.3 Do 4. Hendrikse, C.A. Vr 8.8 Kuijpers, D. Do 3.3 Bondt, R.B.J. de Vr 7.8 Do 4. Hendrikse, J. Vr 7. Do 3.5 Boomsma, M.F. Vr 8.4 Vr 6. Vr 7.3 Laar, P.J. van Vr 7. Bosch, H. van den Vr 9. Vr 6.7 Vr. 7.6 Vr 7.3 Bosch, H.C.M. van den Vr 9.3 Vr 6.8 Hendrikx, A. Vr 9.3 Lahaye, M.J. Do 4. Bossuyt, P.M.M. Do 4.4 Es, A.C.G.M. van Vr 7.7 Hermans, J.J. Vr 0.7 Do 4. Boxel, P. Do 5.8 Eygendaal, D. Vr 0.4 Heuvel, D.A.F. van den Do.8 Do 4.3 Breedveld, F.C. Do.7 Feyter, P. de Vr 6.4 Hofman, P.A.M. Vr 7.4 Lambalk, C.B. Vr 9. Brink, W. van den Do.8 Figdor, C.G. Do 5.4 Vr 7.5 Laméris, J.S. Do 5.7 Bruijninckx, C.M.A. Do.6 Florie, J. Do 4.6 Vr 7.8 Lammering, G. Do 4.3 Bruïne, A. de Do 4. Vr 9.7 Hommes, D.W. Vr 9.7 Lampmann, L.E.H. Do. Buchem, M.A. van Do.7 Fütterer, J.J. Vr 9.5 Horsthuis, K. Vr 9.7 Langen, H. van Do 5.6 Vr 7. Garssen, B. Vr 8.4 Hout, J.H.W. van den Vr 0. Lanschot van, J.J. Do 5.7 Vr 7.7 Gast, A.N. de Do. Houwers, J.B. Vr 6.5 Launer, L.J. Vr 7. 8 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

9 0 de radiologendagen 005 Lavini, C. Do. Do.5 Do.8 Vr 9.7 Leeuw, B. de Do.5 Leeuwen, M.S. van Do.6 Leiner, T. Do 3. Lesterhuis, W.J. Do 5.4 Liem, Y.S. Do 3. Lips J. Vr 6.3 Littooij, A.S. Do 5. Lohle, P.N.M. Do. Loo, C.E. Vr 8. Loon, M. van Vr 0. Lu, H. Vr 7. Lugt, A. van der Vr 6. Maas, M. Do 5.7 Do 5.8 Majoie, C.B.L.M. Do. Do.5 Mali, W.P.T.M. Vr 8.5 Vr 8.6 Vr 7.3 Vr 7.6 Mallant, M.P.J.H. Vr 9.8 Vr 0.8 Manganiello, M. Do 3.7 Manoliu, R.A. Vr 0.8 Mayer, M. Do 3.7 Meijer, S. Vr 8.4 Meijering, E. Vr 6. Mertens, B.J.A. Vr 8.7 Meyenfeldt, M.F. von Do 4. Do 4. Mieghem, C.A.G. van Vr 6.4 Mol van Otterloo, J.C.A. de Do.7 Mollet, N.R. Vr 6.4 Mulder, C.J. Vr 9.8 Mulder, P.G.H. Vr 0.7 Mull, M. Do. Muller, S.H. Vr 8. Nawijn, A.A. Do.6 Nederkoorn, P.J. Vr 7.4 Vr 7.5 Nelemans, P.J. Vr 6.8 Vr 7.8 Nievelstein, R.A.J. Do 4.6 Niezen, R.A. Vr 0. Nijenhuis, R.J. Do. Nooitgedacht-de Haas, M.J. Vr 0.6 Obradov, M. Vr 0.4 Ooijen, P.M.A. van Vr 6.3 Oomen, J.L.T. Vr 8.4 Oostra, R.J. Do 5.7 Osch, M.J.P. van Do.6 Vr 7. Ott, P. Vr 0.5 Oudkerk, M. Do 3.3 Do 3.5 Do 4.7 Vr 6.3 Vr 6.5 Vr 6.6 Vr 8.5 Vr 8.6 Ouhlous, M. Vr 6. Ouwendijk, R. Vr 6.7 Vr 6.8 Overbosch, J. Do 3.5 Overhagen, H. van Do.6 Overtoom, T.TH.C. Do.4 Do.8 Vr 9.4 Oyen, W.J.G. Do 5.4 Palm, W.M. Vr 7. Pattynama, P.M.T. Do 3.8 Vr 6.7 Peters, J. Do 4.5 Peterse, J.L. Vr 8. Petersen, E. Vr 7.3 Planken, R.N. Do 3. PM Huisman namens de Christoph Do 3.6 Poulus, M. Do 4.6 Prakken, N.H.J. Do 3.4 Priester, J.A. de Do 4.4 Prokop, M. Do.6 Punt, C.J.A. Do 5.4 Puylaert, J.B.C.M. Do 4.8 Vr 9.6 Quarles van Ufford, H.M.E. Vr 0.6 Quekel, L.G.B.A. Do 5. Raamt, F. van Vr 7.6 Reekers, J.A. Do. Reijnierse, M. Vr 0.4 Reitsma, J.B. Vr 9.7 Renema, K. Do 5.6 Reneman, L. Do.8 Ridder, M. van de Do 5.3 Rijn, J.C. van Do.5 Rinkel, G.J.E. Do.3 Robben, S.G.F. Do 5.5 Robotti, R. Do 3.7 Roks, G. Do.3 Rommes, J.H. Vr 8.8 Rooij, W.J. van Do. Do.3 Do.4 Do.5 Rooy, T.P.W. de Do.7 Rouw, D.B. Do 4.7 Runza, G. Vr 6.4 Sambeek, M.R.H.M. van Vr 6. Vr 6.7 Schaaf, I.C. van der Do.6 Schaik, J.P.J. van Do 5. Do 5.3 Scheenen, T.W.J. Do 5.4 Vr 9.5 Schepens, M.A. Do.8 Schlief, A. Vr 8. Schmid, A. Do 5.5 Schoemaker, M.C. Vr 0.3 Schonewille, W. Do.4 Schoonenberg, G. Do 4.5 Schurink, G.W.H. Vr 6. SchutzeKool, L.J. Vr 6.7 Sijstermans, R. Do 5.8 Simons, P.C.G. Do.6 Slieker, W.A.T. Vr 8.4 Slob, M.J. Do.3 Slot, E.M. Vr 8.4 Sluzewski, M. Do.3 Do.5 Smits, M. Vr 7.4 Vr. 7.5 Snijder, E.R. Do.6 Sprengers, M.E.S. Do. Do.5 Spronk, P.E. Vr 8.8 Staaks, G.H.A. Vr 0.6 Steenhoven, T.J. van der Do.7 Stijnen, T. Vr 6.7 Stoker, J. Do 4.4 Do 4.5 Do 4.6 Vr 9.7 Strackee, S.D. Do 5.7 Strijen, M.J.L.V. Do 3.8 Swartbol, P. Vr 0. Tanghe, H.L.J. Vr 7.4 Vr 7.5 Teertstra, H.J. Vr 8. Ten Wolde, M. Do 3.8 Terra, M.P Do 4.4 Teule, G.J.J. Do 4.3 Thomassen, M.A. Do 4.6 Thron, A. Do. Tielbeek, A.V. Do 3. Vr 6.7 Tipker-Vos, C.A. Do 5.7 Tjeenk Willink, D. Vr 8.4 Togt, R. van der Do 5.8 Tordoir, J.H.M. Do 3. Twijnstra, A. Vr 7.4 Vr 7.5 Ulzen, K. van Do.3 Velde, C.J.H. van de Do 4. Veldkamp, W.J.H. Vr 8.7 Velthuis, B.K. Do.6 Veltman, J. Vr 8.3 Venema, H.W. Do 4.5 Verbeke, J.I.M.L. Vr 9. Vijverberg, P.L. Vr 9.4 Villan, S. Do 5.8 Visser, A.P. Vr 8.4 Visser, L.H. Vr 0.3 Vliegen, R.F.A. Do 4. Vliegenthart, R. Do 3.3 Vr 8.5 Vlieger, E.J.P. Do.8 Vliet, J.A. van der Vr 6.7 Volkers, N.A. Do. Vonken, E.P.A. Do.6 Do 3.4 Voormolen, M.H.J. Do. Vos, J.A. Do.4 Do.8 Vos, P.E. Vr 7.4 Vr 7.5 Vries, A.H. de Do 4.5 Vries, E.H. de Do.6 Vries, I.J.M. de Do 5.4 Vries, M. de Vr 6.7 Vr 6.8 Waaijer, A. Do.6 Waes, P.F.G.M. van Do 5. Do 5. Vr 0.6 Waesberghe, J.H.T.M. van Vr 9.8 Wang, Y. Vr 8.5 Vr 8.6 Weert, T.T. de Vr 6. Weits, T. Do 5. Welten, R.J.T.H.J. Vr 6. Wentink, N. Vr 0.7 Willems, T.P. Do 3.5 Vr 6.5 Vr 6.6 Vr 8.5 Vr 8.6 Wilmink, J.T. Do. Win, M.M.L. de Do.8 Witjes, J.A. Vr 9. Vr 9.5 Wondergem, J.H.M. Vr 9.3 Xu, D. Vr 8.5 Vr 8.6 Zaag, H.J. van der Vr 8.5 Vr. 8.6 Zijlstra, F. Do 3.3 Vr 6.5 Vr. 6.6 Zondervan, P.E. Vr 6. J a a r g a n g 0 - n u m m e r

10 MEMORAD donderdag Refresher Courses 005 Donderdag 9 september 005, uur Refresher Course I BEELDVORMING EN CLASSIFICATIE VAN THORAKOLUMBALE WERVELLETSELS Sessie: Radiologie van Spinale Traumata Dr. F.C. Oner, UMC Utrecht, Classificatie en behandeling van traumatische thorakolumbale wervelletsel zijn controversieel. Verbeteringen in de beeldvormende technologie zoals CT-MPR en MRI samen met de toenemende klinische ervaringen hebben toe geleid dat men langzamerhand de belangrijkste factoren in deze letsels beter in kaart kan brengen. Een internationale collectief van spinale chirurgen met interesse in dit onderwerp (STSG- Spine Trauma Study Group) heeft een nieuwe benadering ontwikkeld die samengevat wordt onder de naam TLICS Thoracolumbar Injury Classification and Severity Score. Dit systeem wordt gebaseerd op drie aspecten: - Morfologie of patroon van het letsel; - Integriteit van PLC (Posterior Ligamentary Complex); 3- Neurologie. Voor de Severity Score worden punten toegewezen aan elk item afhankelijk van de ernst van het letsel. Dit leidt tot een score die de behandelende chirurg kan helpen in de besluitvorming over de beste behandeling en gebruikt kan worden voor prospectieve onderzoeken. Refresher Course I BEELDVORMING BIJ SPINALE TRAUMATA Ton van der Vliet, Neuroradiologist/neuro-interventionalist, Dept. of Neuroradiology, University Hospital St. Radboud De vragen die zich voordoen bij letsels van de wervelkolom zijn globaal als volgt: Is het letsel stabiel of instabiel en zijn er complicaties? Hoe worden deze begrippen gedefinieerd of omschreven? Stabiele letsels: de ossale componenten zullen niet verplaatsen bij normale bewegingen, de neurale structuren zijn niet in gevaar en deformiteit van de wervelkolom is niet te verwachten Instabiele letsels: toename van ossale verplaatsing is mogelijk bij normale belasting of beweging, de neurale structuren zijn in gevaar, een wervelhoogteverlies van 40 % of meer, een kyfosering van 0 graden of meer, multiple wervelfracturen en te verwachten wervelkolom deformiteit Complicaties bij wervel letsels: neurologische uitvalsverschijnselen, mogelijk progressief, deformiteit en pijnklachten van de wervelkolom op termijn. De keuze van de beeldvorming is gericht op een zo goed mogelijke beantwoording van bovenstaande vragen. Geprobeerd wordt om de letsels te classificeren. Voor letsels van de thoracale en lumbale wervelkolom wordt vaak de Magerl/AO classificatie gebruikt ( kolommenconcept). Hierin zijn er 3 typen krachten werkzaam: compressiekrachten, distractiekrachten en axiale rotatiekrachten. Deze zijn in een uitgebreid schema vervat (A, B, C-indeling). Craniocervicale en cervicale letsels hebben een eigen classificatie. Het is goed te bedenken dat de schade, zichtbaar op de beeldvorming, niet altijd een afspiegeling is van wat er zich op het moment van aangrijpen van het trauma heeft afgespeeld, m.a.w. klinische schade kan uitgebreider zijn dan met de beeldvorming overeenkomt. Algemene beeldvorming bij wervelkolomtraumata: - conventioneel: standaard richtingen AP en LAT, bij de CWK aangevuld met een dens opname en eventueel een Zwemmersopname voor de cervicothoracale overgang. Flexie en extensieopnamen in de acute opvang zijn bijna nooit (!) geïndiceerd. Indien wel, dan alleen i.o. tussen behandelaar en radioloog. Ook voor _ opnamen bestaat geen harde indicatie, zeker niet als CT met MPR beschikbaar is. Wat de CWK betreft heeft de laterale opname op zich een hoge sensitiviteit (70-85%), echter gecombineerd met een AP en Densopname neemt de sensitiviteit toe ( 80-95). Combinatie met CT geeft de hoogste sensitiviteit (95-00%). - CT: voor de CWK is een afbeelding van alle niveau s, incl. hoog thoracaal met MPR in minimaal richtingen noodzakelijk. Voor afbeelding van de TWK en LWK scannen van het aangedane niveau/ de aangedane niveau s inclusief de aangrenzende wervels. CT geeft aard en uitbreiding van de ossale beschadigingen van de WK beter weer dan conventionele opnamen alleen. Techniek: bij voorkeur volumescan met dunne coupes van mm voor de CWK en 3mm voor de TWK/LWK. MPR dikte voor de CWK mm met een gap van,5 mm en voor de TWK/LWK 3 mm met een gap van mm. - MRI: bij neurologische afwijkingen of ernstige instabiliteit. Aantonen of uitsluiten van hematomen (in myelum, extra-axiaal), ligamentair letsel, traumatische HNP s of SCIWORA syndroom (= spinal cord injury without radiological abnormalities, vooral voorkomend bij kinderen). Altijd in overleg met de radioloog. Te gebruiken scantechnieken: spinecho TW en turbospinechotw sagittaal, Flash (=gradiënt) TW sagittaal (bloed), evt. TIRM TW opnamen sagittaal (ligamenten). Aanvullende TW en TW transversale opnamen op de plaats van de afwijkingen. Is in wezen voldoende voor bepaling OK niveau en reconstructietechniek. Bij verschijnselen van myelumcompressie (incomplete, maar ook complete(!) dwarslesie) scanning en OK binnen 4 uur!!! Ook kan MRI dienen voor de prognosebepaling van de neurologische schade. Een en ander zal tijdens de presentatie worden uitgewerkt. Literatuur. Ginai AZ. Acute Thoracic and Lumbar Spine Trauma. Syllabus Acute Radiologie EduRad 50: 6-8, nov 004. Heilbron EA. De CWK conventioneel versus CT X-CWK. Syllabus Acute Radiologie EduRad 50: 9-3, nov Selden NR et al. Emergency Magnetic Resonance Imaging of Cervical Spinal Cord Injuries: Clinical Correlation and Prognosis. Neurosurgery, Vol 44 (4): , april 999 Refresher Course II LAPAROSCOPISCHE PARTIËLE NEFRECTOMIE Dr. R.F.M. Bevers, Afdeling Urologie, Leids Universitair Medisch Centrum De behandeling van het niercelcarcinoom bestaat uit het verwijderen van de aangedane nier. Deze nefrectomie wordt bij voorkeur laparoscopisch uitgevoerd, omdat het herstel van de patiënten na een laparoscopische ingreep veel sneller verloopt. Door de opkomst van echo en CT onderzoek worden meer niertumoren 0 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

11 refresher courses 005 bij toeval gevonden als een kleine solide afwijking (< 3-4 cm ) in de nier. Door deze geringen afmetingen is het vaker oncologisch verantwoord een partiële nefrectomie uit te voeren. Behandeling van de niertumor veroorzaakt zo minder nierfunctieverlies. Door nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde is nu ook de partiële nefrectomie laparoscopisch mogelijk Deze nieuwe techniek kan bij daarvoor geschikte patiënten in een centrum met ruime ervaring met laparoscopische nieroperaties worden toegepast. Wij rapporteren de eerste ervaringen met deze techniek in het LUMC. Sinds maart 005 werd bij twee patiënten een laparoscopische partiële nefrectomie uitgevoerd. De operatie kon in beide gevallen succesvol worden afgesloten met een gemiddelde operatietijd van 40 minuten. Peroperatief was er geen relevant bloedverlies. Beide patiënten hadden postoperatief geen complicaties en konden op de 3e dag na operatie het ziekenhuis in goede conditie verlaten. Bij patiënt A bestond verdenking op een maligne niertumor in de onderpool van de nier. Voor het receseren van de tumor was het nodig om de nierarterie gedurende 4 minuten af te klemmen. Na resectie werd gebruik gemaakt van een coagulatiebevorderend preparaat om bloeding uit het nierbed te behandelen. Pathologisch anatomisch onderzoek toonde een niercelcarcinoom van,8 cm, graad II volgens Fuhrman. De snijvlakken waren schoon. Bij vervolgonderzoek zijn er tot nut toe geen aanwijzingen voor recidief of metastasering. Bij patiënt B was sprake van een dubbelsysteem van de nier met ectope uitmonding van de ureter van een bovenpoolssysteem van de nier met dubbele aanleg. niet goed functionerende bovenpool van een dubbel aangelegd urinewegsysteem. Bij operatie werd de ureter en de bovenpool van de nier verwijderd. Conclusie: De eerste resultaten van deze techiek zijn bemoedigend. De laparoscopische partiële nefrectomie is voor patiënten met een kleine afwijking in de nier een interessante nefronsparende optie. met name bij diagnostische ingrepen van MDL-artsen. Naast Propofol wordt het ultra kort werkende opiaat Remifentanil steeds vaker gebruikt voor pijnlijke ingrepen waarbij enige sedatie wenselijk is. De Bispectrale Index (BIS) is een maat voor de diepte van anesthesie op basis van een EEG registratie. Sinds de introductie in 996 kent de BIS een groeiende populariteit. Het aantal publicaties over de beperkingen van deze vorm van bewaking neemt echter ook toe. Met behulp van informatie technologie zijn er infuuspompen (Target Controlled Infusion systems) ontwikkeld waarmee een bepaalde plasmaconcentratie van anesthesiemiddelen nagestreefd kan worden. De Target Controlled Infusion techniek wordt momenteel vooral gebruikt voor de toediening van Propofol, maar deze techniek zal zeker ook gebruikt gaan worden voor de toediening van analgetica. Mogelijk zal de combinatie van anesthesie diepte meting en target controlled infusion op termijn resulteren in een closed loop systeem voor sedatie en narcose. Refresher Course III SEDATIE OF NARCOSE VOOR RADIOLOGISCHE INGREPEN BIJ KINDEREN Jeanne Bezstarosti-van Eeden, Erasmus MC Sophia, Rotterdam Vele procedures die bij volwassenen gedaan kunnen worden terwijl ze wakker zijn, vragen bij kinderen een andere aanpak. Zeker als zij lang stil moeten liggen of de procedure pijnlijk is. Er bestaat naast de mogelijkheid van algemene anesthesie ook de optie tot sedatie. Sedatie wil zeggen dat er medicatie gegeven wordt teneinde een depressie van het Centraal Zenuwstelsel te verkrijgen met behoud van een vrije ademweg en beschermende reflexen. Refresher Course III NIEUWE ONTWIKKELINGEN OP HET GEBIED VAN SEDATIE EN NARCOSE BUITEN DE OK Prof.dr. J. Klein, ERASMUS MC, Rotterdam Anesthesiologische ondersteuning buiten de OK is duur en anesthesiologen zijn schaars. De behoefte aan dit soort ondersteuning neemt echter alleen maar toe. Theoretisch zijn er meerdere oplossings richtingen. - Verlaging anesthesiologische tarieven - Drastische uitbreiding aantal opleidingsplaatsen voor anesthesiologen - Toepassing van sedatie en narcose door niet anesthesiologen, zo mogelijk met nieuwe, veilige anesthesiemiddelen en/of nieuwe technieken Deze bijdrage betreft het laatste onderwerp. De Americain Society of Anesthesiologists (ASA) onderscheidt vier niveaus van sedatie.. Minimaal. Licht 3. Diep 4. Narcose Hoewel een professional die een sedatietechniek toepast in staat moet zijn om de patiënt uit een stadium dieper dan bedoeld te redden, wordt het anestheticum Propofol op steeds grotere schaal toegediend door niet anesthesiologen, Meerdere vragen komen dan naar boven. - Wat is beter voor de patiënt? - Hoe staan ouders hier tegenover? - Wat is beter voor de logistiek? - Bestaat er een financieel verschil? - Bestaat er een vertraging in het stellen van een diagnose als de procedure overgedaan moet worden? Wanneer de literatuur hier op nageslagen wordt, blijkt dat in geval van sedatie er een aantal procedures mislukken terwijl dit eigenlijk niet het geval is bij algehele anesthesie. In het Sophia mislukten 5 van de 57 MRI-procedures onder sedatie ( april 00-april 003). In vele klinieken wordt sedatie gezien als een noodoplossing, die alleen dan dient plaats te vinden wanneer er onvoldoende tijd en middelen beschikbaar zijn voor anesthesie. In deze voordracht zal verder worden ingegaan op de voor- en nadelen van sedatie of algehele anesthesie bij kinderen die voor een MRI scan komen. Dit met betrekking tot de medische aspecten, alsmede ook de logistieke en financiële kant van het geheel. Het welslagen van de scan hangt in hoge mate af van de immobiliteit van de patiënt. Toch zijn er ook vele andere factoren die van belang zijn voor het slagingspercentage van de procedure. Het is de bedoeling dat deze uitgebreid belicht zullen worden. Na deze zaken van meerdere kanten te hebben belicht zal er een duidelijk beeld voor de toekomst uitrollen wat aangeeft hoe wij het beste met de kinderen om kunnen gaan wanneer deze zich in de kliniek melden voor een MRI scan. J a a r g a n g 0 - n u m m e r

12 MEMORAD vrijdag Refresher Courses 005 Vrijdag 30 september 005, uur Refresher Course V PERCUTANE RFA VAN LEVER-, LONG- EN BOTMETASTASEN & NIERTUMOREN Warner Prevoo, Afdeling Radiologie, Frits van Coevorden, Afdeling Heelkunde, Het Nederlands Kankerinstituut/Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam Radiofrequente ablatie (RFA) is een relatief nieuwe methode voor de lokale behandeling van tumoren, waarbij op gecontroleerde wijze tumornecrose kan worden verkregen. Behandeling met RFA is veilig, voorspelbaar en goedkoop. De percutane techniek leent zich uitstekend om ook meerdere keren bij dezelfde patiënt te herhalen. Een enkele naald, of een naald met te ontplooien elektroden aan het uiteinde, wordt in de te behandelen tumor gebracht. Een generator voorziet de elektrode(n)van een wisselstroom die ionen rondom de elektroden in beweging brengt. Door frictie-warmte denaturen de cellen met necrose van het weefsel als gevolg. RFA was bij de klinische introductie, begin jaren negentig, experimenteel en werd beschouwd als een strict palliatieve behandeling. In dat kader werd in eerste instantie gekozen voor een percutane benadering: minimaal invasief en goedkoop. Tot op heden zijn de meeste procedures percutaan uitgevoerd (bijvoorbeeld RFA van levertumoren: >65%, laparotomie >0%, laparoscopie <5%). Welke benadering nu het beste is, is onduidelijk. De literatuur vermeldt wisselende resultaten. Mulier et al. hebben in hun meta-analyse van behandeling van levertumoren met RFA, onafhankelijk van de tumorgrootte, een significant betere lokale tumorcontrole aangetoond bij laparotomie en laparoscopie. Zij concludeerden dat de percutane benadering hierom vooral zou moeten worden toegepast bij patiënten die een contra-indicatie hebben voor chirurgische benadering/behandeling. Het is daarom van belang dat de overwegingen en indicaties tot percutane behandeling, in nauw multidisciplinair overleg worden besproken. Ook de eigen praktische ervaring telt in de overweging mee. De uiteindelijke beslissing tot behandeling wordt genomen door de chirurg, radioloog en patiënt. In het AvL wordt de behandeling van lever- en longmetastasen bij patiënten, met een sterk verhoogd risico op meerdere metstasen, percutaan uitgevoerd: minder morbiditeit, kortere opname. Doel hierbij is lange termijn palliatie, waarbij het doel en de verwachting is, dat de op dat moment presenterende (ogenschijnlijk solitaire) metastase blijvend wordt uitgeschakeld. De keuze van beeldvormende modaliteit bij percutane RFA is afhankelijk van de eigen ervaring en voorkeur en de lokatie van de te behandelen tumor. Levertumoren en niertumoren zijn vaak goed echogeleid aan te prikken. Voor bot-, en longtumoren verdient een CT geleide benadering de voorkeur. Percutane RFA s van lever-, en niertumoren vinden over het algemeen plaats op OK, onder algehele anaesthesie. CT-geleide procedures worden bij voorkeur verricht onder epidurale anaesthesie. Vooral de logistiek rond een CT geleide procedure kost veel tijd. De anaesthesist moet ingepland worden en er moet ruimte gemaakt worden in het CT programma. In het AvL worden alle procedures bij voorkeur ook door chirurg en radioloog samen uitgevoerd. Hoewel ook bij percutane procedures complicaties kunnen optreden (bv. lever-, longbloedingen, viscerale schade), is bij zorgvuldige selectie en planning chirurgische re-interventie hiervoor in ons instituut tot op heden niet nodig gebleken. De afgelopen twee jaar werden meer dan 60 RFA s uitgevoerd. De helft werd percutaan uitgevoerd. Het merendeel betrof RFA van levermetastasen. Bij tien patiënten werd een RFA van longmetastasen uitgevoerd, vier patiënten ondergingen een RFA van de nieren en vier patiënten ondergingen een RFA van een ossale metastase. Tijdens de voordracht zullen de overwegingen en indicaties besproken worden, alsmede de complicaties en resultaten. - Mulier et al, Local recurrence after hepatic radiofrequency coagulation-multivariate meta-analysis and review of contributing factors, Annals of Surgery,005;4;; Gillams, The use of radiofrequency in cancer, British Journal of Cancer. 005,(9), King et al, Percutaneous radofrequency ablation of pulmonary metastases in patients with colorectal cancer, Br J Surg.004;9:7-3 - Mayo-Smith et al, Imaging guided percutaneous radiofrequency ablation of solid renal masses: techniques and outcomes of 38 treatment sessions in 3 consecutive patients. AJR 003;80: Refresher Course V RFA VAN BOTPROCESSEN Dr. W.R.Obermann, Afdeling Radiologie, LUMC, Albinusdreef, 333 ZA Leiden, Het principe van RF (radiofrequency) ablatie berust op het lokaal verhitten van weefsel door het opwekken van een geconcentreerde wisselstroom bij de ongeïsoleerde naaldpunt waarbij de ionen in het weefsel bij de naaldpunt zeer snel gaan bewegen en hierdoor frictie geven waardoor de temperatuur in het weefsel stijgt. Indirect wordt de naaldpunt ook verhit waarbij een sensor in de naald de temperatuur meet. De locale verhitting destrueert de tumor. Afhankelijk van het type naald en type machine kan de destructie klein tot groot zijn. Voor kleine laesies is het Radionics-RFG 3 C RF-lesion Genererator System, Burlington USA geschikt. De meest praktische naald is de 45-mm lange Sluyter-Mehta 0 G RF ablatie holle naald met een 5-mm lange niet-geïsoleerde punt (Radionics). De RF thermal ablation probe (SMK-TC 5;Radionics), welke een 5 cm lange rechte stijve electrode is met een diameter van mm moet in deze naald geplaatst worden. De probe moet verbonden worden met de generator welke op zijn beurt weer is verbonden met een geleideplaat op de huid van de patiënt (zo dicht mogelijk bij de te behandelen laesie). De maximale destructie die hiermee te bereiken is, is een elliptisch bolletje van ongeveer cm in doorsnede. Voor grotere laesies is de RITA machine geschikt (RITA Medical Systems, Inc. Mountain View USA). Deze machine kan meer vermogen leveren. Voor botlaesies wordt hierbij de Starburst SDE naald (6 G diameter) cm lang met een gedeeltelijk geïsoleerde G introductie naald van 6 cm gebruikt. De naald kan K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

13 refresher courses 005 een elliptische bol van bij cm destrueren, of wanneer de antennes zijn uitgeschoven een bol van bij cm. Een nieuwer bot naald type is de Talon naald, welke met een waterdrip systeem werkt en een bot destructie kan geven van maximaal 4 bij 4 cm. In grotere botlaesies (lytische) kunnen ook nog krachtiger naalden gebruikt worden ( naalden met langere antennes) met of zonder introductienaald (de 4 G, 5 of 0 cm lange RITA Starburst XL naald). Deze kunnen een bol tot 5 cm destrueren. Het nieuwste type naald is de Xli naald, ook met een waterdrip welke tot 7 cm kan destrueren. Met het RITA systeem moeten de huidgeleide platen (twee) juist ver van de laesie geplaatst worden. Indicaties voor RF ablaties aan het bewegingsapparaat zijn: osteoid osteoma (meestal kleiner dan cm, soms groter en in pijpbeenderen soms langgerekt (tot 3,5 cm)), osteoblastoma, chondroblastoma, recidief- reusceltumor, chordoma en chondrotumor, metastatische botlaesies en kleine AV malformaties. De procedure moet onder algehele of spinale anaesthesie gedaan worden. De procedure wordt onder CT-geleiding gedaan, bij voorkeur met een multislice scanner. Na localisatie van de laesie kan de tumor bereikt worden met het Bonopty co-axiale bot biopsie systeem (Radi Medical Systems, Uppsala, Sweden) wanneer het gaat om kleine laesies zoals het osteoid osteoom. Voor grotere laesies moet de tumor bereikt worden met de G introductie naald van RITA. De anatomisch veiligste route moet gekozen worden, hetgeen betekent dat soms een langere weg gekozen wordt door meer bot. De grootte van de laesie moet eerst bepaald worden en afhankelijk van het volume van één coagulatie actie moet de naald verplaatst worden voor een volgende coagulatie actie etc. tot het gehele volume gedestrueert is. Het is belangrijk de destructie iets groter te maken dan de afmeting van de laesie. Dichtbij vitale structuren zoals bij de wervelkolom kan dit moeilijk zijn. Voor benigne kleine laesies in de wervelkolom zoals osteoid osteomas and osteoblastomas is het Radionics apparaat met naalden het meest geschikt om zeer precieze coagulaties te verrichten waarbij de 5 mm ongeïsoleerde tip van de naald op 5 mm afstand van de vitale structuren moet blijven. Met het Radionics apparaat wordt meestal een temperatuur van 90 graden celsius nagestreefd voor 4 minuten voor elke naald positie. Met het RITA apparaat worden temperaturen tussen 85 en 00 graden met verschillende tijdsduur door de firma voorgeschreven. Met RITA kan ook een track ablation gedaan worden. Beide systemen alsook procedure voorbeelden zullen getoond worden. References:. Pinto CH, Taminiau AHM, Vanderschueren GM, Hogendoorn PCW, Bloem JL, Obermann WR. Technical considerations in CT-guided radiofrequency thermal ablation of osteoid osteoma: tricks of the trade. AJR 00;79: Organ LW. Electrophysiologic principles of radiofrequency lesion making. Appl Neurophysiol 976;39: Tillotsen CL, Rosenberg AE,Rosenthal DI. Controlled thermal injury of bone:report of a percutaneous technique using radiofrequency electrode and generator. Invest Radiol 989;4: Refresher Course V DE CHIRURGISCHE BENADERING VAN LEVERTUMOREN EN DE PLAATS VAN RFA C.Verhoef, M.D., Dept Surgical Oncology, Erasmus University Medical Center Daniel den Hoed Cancer Center De grootste groep levertumoren waarbij een chirurgische behandeling wenselijk is, zijn de metastasen, waarvan het overgrote deel de colorectale metastasen (CRM) zijn (+/- 300 patiënten/jaar in Nederland). De 5-jaars overleving na partiele leverresectie i.v.m. CRM is tussen de 5 en 50%, afhankelijk van prognostische factoren. Duidelijk prognostische factoren zijn: tumor volume (aantal en grootte van de metastasen), uni-/ bilobaire lokalisatie en aanwezigheid van extra-hepatische ziekte. De invloed van synchroon/metachroon, rectum/colon, primaire tumor stagering en resectie marge van de metastase chirurgie is discutabel. De rol van systemische chemotherapie wordt groter, door het succes van Oxaliplatin en Irinotecan. De waarde van RFA t.o.v. systemische chemotherapie in de palliatieve setting (indien alle laesies behandeld kunnen worden met RFA) bij CRM is onbekend (CLOCC-Trial). De waarde van RFA in de curatieve setting is tot nu toe beperkt. Een enkele studie laat een 5-jaars overleving zien variërend tussen de 0 30%. Een gerandomiseerde trial met RFA versus Resectie is gaande in Frankrijk, echter inclusie verloopt zeer moeizaam. RFA wordt in toenemende mate gebruikt met een curatieve intentie bij bi-lobaire ziekte (twostage resection). Ook hierbij zijn er slechts een beperkt aantal studies die dit onderbouwen. Concluderend: Partiele leverresectie is de gouden standaard bij de behandeling van CRM in de lever. RFA heeft een vaste plaats gewonnen in de behandeling bij CRM in de lever, echter, het kan nu nog niet gezien worden als vervanging voor resectie en moet gezien worden als experimentele additieve behandeling. Refresher Course VI NON-ACCIDENTAL INJURY S.G.F. Robben, Afdeling Radiologie, Academisch Ziekenhuis Maastricht Ossale letsels: In tegenstelling tot letsels van de buikorganen en van het centraal zenuwstelsel (CZS), zijn ossale letsels zelden fataal. Toch spelen ossale afwijkingen een belangrijke rol in de bewijsvoering van kindermishandeling. Met name bij zuigelingen zijn bepaalde laesies bijna pathognomonisch voor kindermishandeling. Het betreft hier metafysaire avulsiefracturen, fracturen van ribben, scapula, processus spinosus of sternum. Andere laesies zijn minder specifiek, doch kunnen, in combinatie met andere letsels en klinische informatie, toch sterke verdenking op kindermishandeling oproepen. Bijvoorbeeld multipele fracturen, fracturen van verschillende data, of fracturen waarvan de ernst van de fractuur niet correleert met de anamnese. De rol van de radioloog beperkt zich niet alleen tot het beantwoorden van vragen van clinici over de mogelijkheid van non-accidental injury. Vanuit zijn expertise moet de radioloog ook de clinici attenderen op de mogelijkheid van non-accidental injury na het beoordelen van skeletfoto s. Het missen van deze diagnose kan op korte of lange termijn fatale gevolgen hebben voor het kind. Echter een onterechte diagnose resulteert in een onterechte beschuldiging van de verzorgers van het kind. Daarom moet de radioloog zich bewust zijn van de differentiaal diagnosen van non-accidental injury, o.a. rachitis, geboortetrauma, accidental injury, metafysaire dysplasie, osteogenesis imperfecta, normvarianten, ziekte van Menke. Viscerale letsels: Zoals boven reeds vermeld, zijn viscerale en CZS letsels veel vaker fataal dan ossale letsels. Naarmate kinderen ouder worden is het aandeel fatale viscerale letsels hoger dan het aandeel fatale CZS letsels. De gemiddelde leeftijd van kinderen met een visceraal letsel na non-accidental injury is jaar en de mortaliteit is 50%. De hoge mortaliteit is vooral gerelateerd aan patiënt (= parent) delay bij massale bloedingen of peritonitis na perforatie van een hol orgaan. Alle thoracale en abdominale organen die bij accidental injury beschadigd kunnen worden, zijn ook bij non-accidental injury betrokken, echter met name de holle buikorganen, mesenterium, lever, bijnier en pan- J a a r g a n g 0 - n u m m e r

14 MEMORAD vrijdag creas. Letsels van de nieren en milt zijn relatief zeldzaam bij non-accidental injury, in tegenstelling tot accidental injury. De beeldvormende diagnostiek van visceraal trauma bestaat uit echografie, CT en conventioneel contrast onderzoek Literatuur: - Kleinman PK (998) Diagnostic Imaging of Child Abuse nd ed. Mosby, St. Louis - Lonergan GJ, Baker AM, Morey MK, Boos SC. From the archives of the AFIP. Child abuse: radiologic-pathologic correlation. Radiographics. 003;3:8-45. Refresher Course VI KINDERMISHANDELING NEURORADIOLOGISCHE ASPECTEN Dr. R.A.J. Nievelstein, UMC, Utrecht ook geldt voor een positieve CT uitslag. Bij chronische neurologie of ontbreken van neurologische uitval maar wel suspecte fracturen is MRI het onderzoek van eerste keuze. Echografie kan in het diagnostische proces een rol spelen als screenende modaliteit en bij de follow-up van de zeer kleine kinderen, met name indien zij op de intensive care liggen. Tijdens de voordracht zullen de diverse craniële en intracraniële letsels suspect voor kindermishandeling de revue passeren. Specifieke kenmerken zoals lokalisatie en aspect van bloedingen en datering van letsels zullen besproken worden. Daarnaast zal er aandacht worden besteed aan enkele valkuilen in de diagnostiek en de belangrijkste differentiaal diagnostische overwegingen. Literatuur suggesties. Kleinman PK. Diagnostic Imaging of Child Abuse. Second edition. Mosby, St. Louis, Demaerel P, Casteels I, Wilms G. Cranial imaging in child abuse. Eur Radiol 00;: Nimkin K, Kleinman PK. Imaging of child abuse. Radiol Clin North Am 00;39: Stoodley N. Neuroimaging in non-accidental head injury: if, when, why and how. Clin Radiol 005;60:-30. Hoewel letsels van het centraal zenuwstelsel slechts in ongeveer 0% van alle mishandelde kinderen voorkomen, leiden ze frequent tot levensbedreigende situaties met ernstige lange termijn effecten. De meeste letsels van het centraal zenuwstelsel na kindermishandeling worden gevonden bij peuters en kleuters, met een gemiddelde leeftijd van 0, maanden. Daarnaast zijn deze letsels de belangrijkste doodsoorzaak na kindermishandeling, met een piek incidentie op de leeftijd van 6 maanden. Pathofysiologisch kunnen drie trauma mechanismen onderscheiden worden. Allereerst is er het directe of contact trauma, resulterend in een lokale distorsie of fractuur van de schedel, focale corticale schade of een epi- of subduraal hematoom. Hoewel dit mechanisme frequent voorkomt bij kindermishandeling resulteert het zelden in levensbedreigende letsels. Het tweede mechanisme betreft een indirect trauma door plotselinge acceleratie of deceleratie van het hoofd ( shaken baby syndrome ). Dit resulteert in spannings- en afscheuringletsels ( shear strain deformation ) van de intracraniële structuren, met ernstige levensbedreigende en lange termijn effecten. Tot slot kan er sprake zijn van een combinatie van een direct en indirect trauma met bijbehorende letsels ( shaken-impact syndrome ). De laatste twee trauma mechanismen gaan vrijwel altijd gepaard met retinabloedingen, een bijna pathognomische bevinding voor kindermishandeling. Bij de verdenking op kindermishandeling met neurologisch letsel speelt de radiologische diagnostiek een belangrijke rol (zie figuur). Indien er sprake is van acute neurologie is CT het eerste onderzoek van keuze. Als de CT negatief is dient aanvullende diagnostiek middels MRI plaats te vinden, hetgeen overigens Chronische neurologie (echografie) Acute neurologie (echografie) Geen neurologie (suspecte fracturen) MRI CT MRI lage suspectie... hoge suspectie Stop MRI MRI Figuur: neurologisch protocol bij kindermishandeling (naar kleinman) 4 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

15 interventie radiologie Sessie - Interventie Radiologie Donderdag 9 september 005, uur Abstractnr.: Do. ARANDOMISED COMPARISON OF UTERINE ARTERY EMBOLISATION AND HYSTERECTOMY IN THE TREATMENT OF SYMPTOMATIC UTERINE FIBROIDS (EMMY TRIAL): PAIN AND RECOVERY. W.J.K. Hehenkamp, N.A. Volkers, E. Birnie, W.M. Ankum, J.A. Reekers Academisch Medisch Centrum, AMSTERDAM, Nederland Purpose: We performed the first randomised trial comparing UAE with hysterectomy in the treatment of uterine fibroids causing menorrhagia. This report focuses on treatment related pain and resumption of daily activities. Materials & methods: 77 patients have been included in this trial (89: hysterectomy; 88: UAE). Pain scores (numerical rating scale) and other aspects of pain were measured. Recovery to various activities was assessed by questionnaire. Results: UAE patients experienced significantly more pain during the first 4 hours after treatment as determined by univariate mixed models regression analysis (p=0.0). Six weeks after discharge 9.9% of UAE patients still experienced pain compared to6 % of hysterectomy patients (difference not significant). Compared to the situation before treatment, UAE patients showed less improvement of pain than hysterectomy patients (OR: 0.63; 95%CI: ; p=0.004). Recovery from UAE was significantly faster than from hysterectomy (for work: 8. versus 63.4 days; p<0.00). Conclusions: For pain neither UAE nor hysterectomy seemed to be clearly superior. Recovery to daily activities was always in favour of UAE. Long term efficacy of UAE in comparison to hysterectomy still needs to be determined and will be available in the course of 005. pijnmedicatie: geen, paracetamol/nsaid: matig en tramal/morfine: zwaar. Follow-up eindigde april 005. Resultaten: bij 00 patiënten werden 63 OWF behandeld met 6 PV. Gemiddelde follow-up was 0 maanden (mediaan, spreiding 3-37). Totale follow-up was 044 maanden. Alle PV waren technisch succesvol. De enige procedurele complicatie betrof een pedikelfractuur zonder neurologische sequelen. Op lange termijn ontstonden geen nieuwe complicaties. Vier patiënten werden in meerdere sessies behandeld vanwege multipele OWF. Twaalf patiënten werden behandeld voor nieuw ontstane WF gedurende follow-up. Gemiddelde leeftijd was 7 jaar (spreiding 46-9), 8% vrouw. Initiële VAS was gemiddeld 8.7 (mediaan 9, spreiding 4-0). Initieel pijnmedicatie gebruik was 0% geen, 36% matig en 54% zwaar. Percentage follow-up na 6, en > maanden was respectievelijk 8%, 5% en 3%. Gedurende follow-up ontstonden 4 nieuwe WF (4%) met botoedeem op MRI, waarvan (50%) met PV werden behandeld en 50% met conservatieve methoden. VAS na 3, 6, en > maanden was gemiddeld 3.6 (mediaan 4, spreiding 0-0), 3.0 (mediaan 3, spreiding 0-8),.8 (mediaan.5, spreiding 0-8) en.8 (mediaan 3, spreiding 0-6). Pijnmedicatie gebruik was op 3 maanden 55% geen, 7% matig en 8% zwaar; op 6 maanden 6% geen, 8% matig en 0% zwaar; op maanden 77% geen, 3% matig en 0% zwaar; op > maanden 77% geen, 5% matig en 8% zwaar. Uiteindelijk waren 6 patiënten (6%) ontevreden met het resultaat na PV. Drie patiënten hadden geen botoedeem in behandelde OWF voorafgaand aan PV. Eén patiënt had een procedurele complicatie. Twee patiënten behielden onverklaarde persisterende rugklachten. Conclusie: het klinische resultaat na PV is uitstekend, zowel op korte als langere termijn, met een evidente daling in VAS pijnscore en pijnmedicatie gebruik. Dit resultaat is vrijwel direct merkbaar en blijft gedurende follow-up van een jaar constant. Abstractnr.: Do. KLINISCHE FOLLOW-UP 00 PATIËNTEN NA PERCUTANE VERTEBROPLASTIEK VAN 63 OSTEOPOROTISCHE WERVELINZAKKINGSFRACTUREN M.H.J. Voormolen, P.N.M. Lohle, J.R. Juttmann, L.E.H. Lampmann St Elisabeth Ziekenhuis, TILBURG, Nederland Abstractnr. : Do.3 VASCULAIRE INTERVENTIES: BELEVING VAN DE PATIëNT VOOR, TIJDENS EN NA DE PROCEDURE. K. van Ulzen, J.M.A. Biemans Twenteborg Ziekenhuis, ALMELO, Nederland Doel: bepalen klinische uitkomst patiënten na behandeling pijnlijke therapieresistente osteoporotische wervelinzakkingsfracturen (OWF) met percutane vertebroplastiek (PV) Materiaal en methode: patiënten met OWF waarvoor PV in de periode Maart 00 tot Januari 005 met minimale follow-up van 3 maanden met gehele wervelkolom MRI scans en korte vragenlijsten bestaande uit rugpijnscore middels Visueel Analoge Scores (VAS) en pijnmedicatie gebruik onderverdeeld in geen Doel: Prospectieve studie naar de patiëntenbeleving voor, tijdens en tot week na vasculaire interventie. Materiaal en methoden: Er werden 40 patiënten geïnterviewd voorafgaand aan, direct na de vasculaire interventie, aan het einde van de dag en 7 tot 0 dagen na de procedure. De beleving van de patiënt werd aan de hand van een standaard vragenlijst gescoord. Bij de vragenlijst werd mede gebruik gemaakt van een verbale numerieke score. Na 7 tot 0 dagen werden de patiënten nog- J a a r g a n g 0 - n u m m e r

16 MEMORAD donderdag maals geïnterviewd naar ervaringen en onderzocht op complicaties. Resultaten: Patiënten zijn tevreden over de uitleg op de polikliniek en de patiëntenfolder. Desondanks zegt meer dan de helft van de patiënten ook nog uitleg te willen voorafgaande aan de procedure. Patiënten die eerder een zelfde procedure hebben ondergaan gaven gemiddeld een lagere pijnscore tijdens en na de interventie dan patiënten die voor de eerste keer het onderzoek ondergingen. In de eerste week na de interventie ervaren de patiënten vrijwel geen pijn en hebben geen pijnstilling of andere medische zorg nodig. Alle patiënten gaven een hoge mate van tevredenheid aan. Bij de helft van de patiënten werd een hematoom gevonden, waarvan de meerderheid kleiner dan 5 cm. Geen enkele patiënt ondervond belemmering in het dagelijks functioneren na de vasculaire interventie. Er traden geen andere complicaties op. Conclusie: Uitleg voorafgaande aan de interventie blijft belangrijk, naast eerdere uitleg op polikliniek en door middel van een patiëntenfolder. Vrijwel alle patiënten geven weinig pijn aan tijdens en na de interventie. Patiënten die eerder ervaring hebben met de procedure ervaren over het algemeen minder pijn. Complicaties traden op in de vorm van een (meestal klein) hematoom, waarvan mensen geen pijn hebben ervaren en dat ook niet belemmerde in het dagelijks functioneren. Abstractnr. : Do.4 TECHNICAL SUCCESS RATE AND CLINICAL OUTCOME OF INTRA-ARTERIAL TREATMENT FOR BASILARY ARTERY THROMBOSIS. J.A. Vos, W. Schonewille, T.TH.C. Overtoom St. Antonius Ziekenhuis, NIEUWEGEIN, Nederland Purpose: A basilar artery occlusion is a relatively infrequent, but very serious condition. If left untreated, it carries a high mortality (+/-40 %) and an even higher morbidity (+/-50%). We report the preliminary results of intra-arterial treatment of patients with this condition. Material and Methods: Between July 003 and May 005, seven patients (5 male, median age 55 y, range 7-7) with basilar artery thromboses were treated with intra-arterial thrombolysis. All patients had significant symptoms of brainstem ischemia prior to treatment. Symptoms included hemiplegia, quadriplegia, eye movement disorders, swallowing or breathing disorders and loss of consciousness. Four (57%) required mechanical ventilation during the procedure. In all patients a micro-catheter was advanced from the groin, through the occlusion. In all cases Urokinase ( to IE) was administered locally. Technical success was defined as restoration of antegrade flow throughout the basilar artery and run-off in at least patent P- segments on both sides. Results: In all cases (00%) the treatment was technically successful. In two cases (9%) a significant residual stenosis was treated (one with PTA and stent placement, one with PTA alone). One patient (4%) died in the Intensive Care ward, ten days after the intervention, as a result of pneumonia and respiratory insufficiency. In a follow up of 7 days to months, no re-intervention in any of the patients was necessary. One patient (4%) had residual hemianopsia and one (4%) had weakness in one leg. The other four patients (57%) remained free of symptoms during the follow up period. Conclusion: Trans catheter thrombolysis is a very promising treatment option for patients with basilary artery thrombosis. Results appear to be superior to traditional medical treatment. More research is needed in larger patients groups to confirm these data. Abstractnr. : Do.5 PERCUTANE TRANSLUMINALE ANGIOPLASTIEK IN DE BEHANDELING VAN ISCHAEMISCHE DIABETISCHE VOETULCERA TER VOORKOMING VAN GROTE AMPUTATIES. O.A.M. Kessels, C.E.V.B. Hazenberg, B. de Leeuw, J.G. van Baal, M. Kraai Twenteborg Ziekenhuis, ALMELO, Nederland Doel: Veel patiënten met diabetes mellitus (DM) ontwikkelen vasculaire problemen in het bijzonder aan de extremiteiten. Er is een steeds grotere rol weggelegd voor Percutane Transluminale Angioplastiek (PTA) bij de behandeling van kritische ischaemie en ischaemische diabetische voetulcera. Met deze studie evalueren we de klinische resultaten van PTA van de onderste extremiteitsvaten met betrekking tot de wondgenezing en de preventie van boven-de-enkel amputaties. Materialen en Methoden: In de periode januari 00-december 004 ondergingen 60 patiënten met DM en een PTA i.v.m. kritische ischaemie en voetulcera. Alle patiënten hadden Fontaine 3 of 4 klachten. Retrospectief werd het effect van PTA en zonodig recanalisatie geëvalueerd op de wondgenezing en limb-salvage. De follow-up varieert van een half tot drie en een half jaar. Resultaten: Bij 57 patiënten (95%) werd een succesvolle PTA verricht (_33 en _4, gem. lft. 73jr.). Bij enkele patiënten waren beide extremiteiten aangedaan, waardoor in totaal 67 extremiteiten behandeld werden. In het merendeel van de gevallen betrof het een supra-genuale interventie. Een succesvolle PTA resulteerde in een versnelde wondgenezing en limb-salvage van 49 extremiteiten (73%). Bij 8 extremiteiten (7%) resulteerde de PTA niet in een primaire limb-salvage. Bij van deze 8 extremiteiten werd operatief een bypass aangelegd wat alsnog resulteerde in limb-salvage. Van de resterende 6 extremiteiten ondergingen er 3 een amputatie Drie patiënten overleden aan al dan niet vasculair gerelateerde pathologie. Er waren complicaties, patiënt had een nabloeding en bij patiënt ontstonden microemboliën. Bij 3 patiënten (5%) kon om verschillende redenen geen succesvolle PTA verricht worden. Conclusies: PTA is succesvol bij diabetische patiënten met kritische ischaemie en ischaemische voetulcera. PTA resulteert in versnelde wondgenezing en verminderd de noodzaak tot amputatie. PTA zou hierdoor de behandeling van eerste keus moeten zijn bij deze patiëntengroep. Abstractnr. : Do.6 RESULTATEN VAN STENTPLAATSING VOOR DISTALE AORTASTENOSE. P.C.G. Simons, A.A. Nawijn, C.M.A. Bruijninckx, B. Knippenberg, E.H. de Vries, E.R. Snijder, H. van Overhagen HAGAziekenhuis, DEN HAAG, Nederland Vlietland Ziekenhuis, VLAARDINGEN, Nederland Doel: Disale aortastenose is een weinig voorkomende aandoening met name bij jonge patiënten, meestal vrouwen. Wij evalueerden de resultaten van stentplaatsing voor distale aortastenose. Materiaal en Methode: Van juli 998 tot oktober 004 werden 6 patiënten (3 mannen, 3 vrouwen, gemiddelde leeftijd 56 (39-80) jaar met claudicatioklachten behandeld door middel van primaire stentplaatsing in een distale aortastenose. 7 Patiënten hadden een geïsoleerde aortastenose, 9 patiënten hadden multilevel vaatlijden. 5 Patiënten ondergingen tijdens de procedure aanvullend PTA of stentplaatsing vanwege iliacaal vaatlijden. 6 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

17 interventie radiologie Resultaten: Stentplaatsing was succesvol in alle patiënten. Bij 4 patiënten (88%) was het systolische drukverval na stentplaatsing <0%. Bij twee patiënten was het resultaat suboptimaal (persisterende gradient van 5%). Initiëel klinische succes, gedefinieerd als verdwijnen of verbeteren van de symptomen, werd bereikt bij 5 patiënten (94%). Bij patiënten traden complicaties op; dissectie ter plaatse van de puntieplaats en binnen 4 dagen trombose in de stents waarvoor succesvolle urokinase en PTA behandeling. Gedurende de follow-up (gemiddeld 8 (-66) maanden), kregen vier patiënten recidief symptomen. Bij twee patiënten werden de recidief klachten veroorzaakt door femorale occlusie (na 3 maanden) of iliacale occlusie (na jaar) en bij twee patiënten door in-stent restenose (na 3 jaar en 3,8 jaar) welke succesvol behandeld werden met respectievelijk PTA en re-stent plaatsing. Zowel de aorta klinische patency als de haemodynamische patency, gedefinieerd als EAI >0.90 of verbetering >0.0, waren 94% na maand en daalde naar 70% na 3 jaar (Kaplan- Meier analyse). Secundaire patency was 94%. Conclusie: Primaire stentplaatsing voor een distale aortastenose heeft een goed technisch, klinisch en haemodynamisch succespercentage. Stentplaatsing biedt dus een goed alternatief voor chirurgie. Abstractnr. : Do.7 RESULTATEN BIJ ENDOVASCULAIRE BENADERING VAN HET ANEURYSMA VAN DE ABDOMINALE AORTA IN EEN PERIFERE KLINIEK P.J.E. van Dijk, T.P.W. de Rooy, T.J. van der Steenhoven, J.C.A. de Mol van Otterloo Medisch Centrum Haaglanden, Westeinde, DEN HAAG, Nederland Doel: Evaluatie van kwantiteit en kwaliteit van de endovasculaire behandeling van het abdominale aneurysma in een perifere kliniek vergeleken met resultaten uit multi-center trials. Materiaal en methoden: Retrospectief onderzoek over de periode 0-0-'99 t/m 3--'04 waarbij middels statusonderzoek, operatieverslagen en radiologieverslagen uit het ZIS werd gekeken naar: afmetingen van hals en aneurysma, tapering hals, angulatie hals vs. aneurysma, aanwezigheid van trombus in hals, leeftijd patient, merk stent, type stent, OK-duur, opnameduur (IC en afdeling), ASA-classificatie, complicaties, aantal en type endoleaks en hun behandeling, groei / krimp aneurysma en overleving van patienten. Resultaten: Er werden 6 patienten geincludeerd waarvan 4 patienten electief en patienten acuut behandeld werden. Gemiddelde leeftijd 75 jaar. Het betrof bij alle patienten een infrarenaal aneurysma waarbij streng geselecteerd werd op de anatomie van de hals zowel qua lengte en diameters als de hoek t.o.v. het aneurysma. Er werden goede resultaten verkregen vergeleken met de literatuur mbt IC-verblijf, frequentie voorkomen EL type en overleving in eerste 30 dagen na OK. Er werden vergelijkbare resultaten verkregen mbt voorkomen EL type en complicaties in de eerste 30 dagen na OK. Conclusie: De endovasculaire behandeling van het abdominale aneurysma aortae in een perifeer ziekenhuis met kleine aantallen patienten en strenge selectiecriteria boekt vergelijkbare resultaten als in de literatuur beschreven resultaten behaald in multi-center trials en blijkt dus een verantwoorde behandeloptie. Abstractnr. : Do.8 ENDOVASCULAR STENT GRAFTING FOR THORACIC AORTIC PATHOLOGY: SINGLE-CENTRE EXPERIENCE IN 05 CONSECUTIVE PATIENTS D.A.F. van den Heuvel, R.H. Heijmen, J.A. Vos, M.A. Schepens, T.TH.C. Overtoom Sint Antonius Ziekenhuis Nieuwegein, NIEUWEGEIN, Nederland Objective: Endovascular stent-graft repair has emerged as an alternative treatment option for a spectrum of acute and chronic disorders of the thoracic aorta. We report our single-centre experience. Methods: Since 997, 05 patients underwent endovascular thoracic aortic repair. Treated pathology comprised descending thoracic aortic aneurysm (65%), type B dissection (0%), penetrating aortic ulcer (6%), and other (9%). Forty-one of 05 patients were treated in emergency. The Talent (7%) and Excluder (0%) stent-grafts were used predominantly. All procedures were performed in the operating theatre, in a joint procedure of thoracic surgery and interventional radiology. Results: In 99% of patients, the stent-graft was successfully introduced and deployed at the intended position. Endovascular access was achieved through the groin in 9%. A (minor) stroke occurred in 6 patients, and no paraplegia was observed postoperatively. Median length of stay was 6 days. In-hospital mortality was 9% (elective repair 3%, emergent repair 7%). In 5 patients, an early type I endoleak occurred requiring re-intervention. Type II endoleaks sealed spontaneously in 5 of 9 patients. After a median follow-up of 7 months (range to 79), 0 late deaths occurred (%), of which were aorta-related. Late endoleaks occurred in patients, related to dilatation of the aortic neck and stent-graft migration. Conclusions: Early and mid-term results of endovascular stent grafting for thoracic aortic lesions are associated with low morbidity and mortality rates, including patients at high risk and treated in emergency settings. J a a r g a n g 0 - n u m m e r

18 MEMORAD donderdag Sessie - Neuroradiologie en KNO I Donderdag 9 september 005, uur genomineerd Radiologendagen Prijs 005 genomineerd Radiologendagen Prijs 005 Abstractnr. : Do. LOCALIZATION OF THE ADAMKIEWICZ ARTERY AND THE VASCULAR MALFORMATION IN PATIENTS WITH SUSPECTED SPINAL VASCULAR ABNORMALITIES USING CONTRAST-ENHANCED MR ANGIOGRAPHY R.J. Nijenhuis, M. Mull, J.T. Wilmink, A. Thron, W.H. Backes Academisch Ziekenhuis Maastricht, MAASTRICHT, Nederland Abstractnr. : Do. LONG TERM MRA FOLLOW UP TO DETECT DE NOVO ANEURYSM FORMATION AFTER THERAPEUTIC OCCLUSION OF THE INTERNAL CAROTID ARTERY A.N. de Gast, W.J. van Rooij, C.B.L.M. Majoie, C. Lavini, M.E.S. Sprengers Elisabeth Ziekenhuis, TILBURG, Nederland Amsterdam Medisch Centrum, AMSTERDAM, Nederland Aachen University Hospital, AACHEN, Germany Purpose: To determine whether contrast-enhanced MR Angiography (CE-MRA) is able (i) to locate the Adamkiewicz artery (AKA), and (ii) to identify the feeders of spinal vascular malformations (SVM) validated by digital subtraction angiography (DSA). Materials and Methods: Nineteen consecutive patients with suspected SVM underwent both a CE-MRA and DSA examination. In all cases CE-MRA preceded DSA. CE-MRA (.5 Tesla) consisted of a 3D spoiled gradient echo sequence with centrically ordered k-space filling of which the start was synchronised with the arrival of a 0.3 mmol/kg dose of Gadolinium contrast agent in the lower aorta. One observer, who was blinded for the DSA findings, determined the level and side of (i) the AKA, and (ii) the feeder(s) of the SVM on the CE-MRA images. Three other experienced neuroradiologists jointly scored the level and side of the AKA on DSA projection images and compared the image quality between CE-MRA and DSA in terms of vessel conspicuity, contrast, continuity, sharpness, and background homogeneity on a relative 5-point scale. The neuroradiologist also evaluated the presence of vascular pathology and compared MRA with DSA findings. Results: Twelve of the 9 patients had a SVM (0 spinal dural arteriovenous fistulas (SDAVF) and spinal arteriovenous malformations (SAVM)). The localization and morphology of the AKA by MRA was in 8 out of 9 cases in agreement with the DSA. Comparison of image quality revealed that in general DSA remains superior (p<0.00) to MRA except for contrast (equal score). Regarding the localization and morphology of the SDAVF the MRA was in 8 out of 0 cases in agreement with the DSA. The level and course of the major feeding arteries in complex SAVM were identified by MRA as well as DSA, other smaller feeders were detected by DSA only. Conclusions: CE-MRA is able to locate the vertebral level of the AKA correctly. In addition CE-MRA can localize SDAVF and identify the predominant feeders in SAVM. The spatial resolution of DSA remains superior to MRA. CE-MRA appears to be a useful adjunct to DSA to focus the DSA catherization, and may make the DSA procedure less time-consuming and burdensome. Background and Purpose: Therapeutic carotid artery balloon occlusion is an effective and safe method in the treatment of large and giant carotid aneurysms. However, hemodynamic changes in the circle of Willis may promote growth of additional aneurysms and formation of de novo aneurysms over time. In this study, MRA at 3 Tesla long term after therapeutic carotid artery occlusion was compared with initial DSA to assess the incidence of de novo aneurysm formation and growth of additional aneurysms. Materials en Methods: Between January 996 and August 004, 5 patients were treated with carotid balloon occlusion for carotid artery aneurysms. Twenty-nine of these patients (4 women and 5 men, mean age 55 years, range 6-78 years) agreed to screening with 3 Tesla MRA and MRI after a mean follow up period of 54 months (range 9-06 months) after carotid occlusion. MRA studies were compared with DSA performed at the time of carotid artery occlusion. Our institutional review board approved this study and patient informed consent was obtained. Results: In the 9 patients, no de novo aneurysms were identified on MRA (0%, 97.5% CI 0-4%). Of the 6 additional aneurysms in 5 patients, none had changed in size. Conclusion: Therapeutic carotid artery occlusion is not a risk factor for the development of de novo aneurysms on the circle of Willis. 8 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

19 neuroradiologie en kno I Abstractnr. : Do.3 ADDITIONAL COILING OF PREVIOUSLY COILED CEREBRAL ANEURYSMS: CLINICAL AND ANGIOGRAPHIC RESULTS M.J. Slob, M. Sluzewski, W.J. van Rooij, G. Roks, G.J.E. Rinkel 3 St. Anna Ziekenhuis, GELDROP, Nederland Coiled incidental aneurysms did not rupture during follow up of median 8.5 months. Mean hospital stay per patient was.5 days. Conclusion: coiling of incidental intracranial aneurysms has a low complication rate in selected aneurysms and patients. Coiling should be the first treatment option in incidental aneurysms suitable for this technique. St. Elisabeth Ziekenhuis, TILBURG, Nederland 3 UMC, UTRECHT, Nederland Background and Purpose: Some cerebral aneurysms that have been coiled reopen over time and additional treatment should be considered to reduce the risk of recurrent hemorrhage. Our purpose was to assess procedural complications and angiographic results of additional coiling in patients with previously coiled but reopened aneurysms and to evaluate protection against (re)bleeding. Methods: We compared procedural complications of initial coiling of 488 aneurysms in 439 patients with those of 53 additional coiling procedures in 4 reopened aneurysms in 40 patients. Angiographic results of additional coiling were assessed. We compared episodes of (re)bleeding in patients with complete or near-complete aneurysm occlusion after additional coiling with those of patients with incomplete aneurysm occlusion at 6-month follow-up angiography who were not additionally treated or who still had incomplete occlusion after additional coiling. Results: Thirty-five procedural complications occurred in 488 initial coiling procedures, and no complications occurred in 53 additional procedures. Complete or near-complete angiographic occlusion after additional coiling was obtained in 3(76%) of 4 aneurysms. Rebleeding occurred in two of 9 patients with incomplete aneurysm occlusion but in none of the 3 patients with complete or near-complete occlusion after additional coiling. Conclusions: Additional coiling of previously coiled aneurysms has a low procedural complication rate and leads to sufficient occlusion in most aneurysms. The data indicate that successful additional coiling decreases the risk of rebleeding. Abstractnr. : Do.4 CHARACTERISTICS AND COMPLICATION RATE AFTER TREATMENT OF INCIDENTALLY FOUND ANEURYSMS. A.N. de Gast, W.J. van Rooij Elisabeth Ziekenhuis, TILBURG, Nederland Background and purpose: to report the complication rate and angiographic results of coiling of incidentally found aneurysms and to compare characteristics of coiled incidental aneurysms with incidental aneurysms that were not treated. Patients and methods: during a 0 year period, 97 patients without previous subarachnoid hemorrhage, presented with incidentally found intracranial aneurysms. In 48 patients, 58 aneurysms were coiled. Mean size of the 58 coiled incidental aneurysms was 0.9 mm (median 9, range 3-40 mm). Twenty-six of 58 coiled aneurysms (44.8%) were 0 mm. Results: permanent morbidity of coiling was.% ( of 48), mortality was 0%. Compared to non treated patients with incidental aneurysms, coiled patients were younger and had more often multiple aneurysms. Aneurysms of coiled patients more often had a small neck, were more often located on the carotid artery and were less often located on the middle cerebral artery. Of 46 aneurysms with angiographic follow up, 45 were completely or near completely occluded. To obtain these results, three aneurysms were coiled more than once. Abstractnr. : Do.5 MR ANGIOGRAPHY AT 3.0-TESLA VERSUS DIGITAL SUBTRACTION ANGIOGRAPHY IN THE FOLLOW-UP OF INTRACRANIAL ANEURYSMS TREATED WITH DETACHABLE COILS M.E.S. Sprengers, C.B.L.M. Majoie, W.J. van Rooij, C. Lavini, M. Sluzewski, J.C. van Rijn, G.J. den Heeten AMC, UvA, AMSTERDAM, Nederland St. Elisabeth Ziekenhuis, TILBURG, Nederland MRA DSA Background and Purpose: To assess the feasibility and usefulness of 3- dimensional time-of-flight (3D-TOF) MRA performed at 3.0-Tesla compared to digital subtraction angiography (DSA) for the follow-up of coiled intracranial aneurysms. Methods: In a prospective study, 0 consecutive patients with coiled intracranial aneurysms underwent DSA, unenhanced and enhanced multiple overlapping thin slab acquisition (MOTSA) 3D-TOF MRA at 3.0-T on the same day at a mean follow-up of 6 months (range 4-4 months) after coil placement. MRA was evaluated for presence of artifacts, presence and size of aneurysm remnants and recurrences, patency of parent- and branch vessels and added value of contrast enhancement. MRA findings were compared to DSA. Results: Interobserver agreement of MRA was good as was agreement between MRA and DSA. All three recurrences that needed additional treatment were detected on MRA. Minor disagreement occurred in 4 cases: 3 coiled aneurysms were scored on MRA as having a small remnant, while on DSA these aneurysms were occluded and the other aneurysm was scored on MRA as having a small remnant, while on DSA this was a small recurrence. The use of contrast material had no additional value. Coil-related MR imaging artifacts were minimal and did not interfere with evaluation of the occlusion status of the aneurysm. Conclusions: High-spatial resolution 3D-TOF MRA at 3.0-T is feasible and useful in the follow-up of patients with intracranial aneurysms treated with coil placement. J a a r g a n g 0 - n u m m e r

20 MEMORAD donderdag Abstractnr. : Do.6 CHANGES IN CEREBRAL PERFUSION BEFORE AND AFTER TREATMENT FOR SYMPTOMATIC CAROTID ARTERY STENOSIS. A. Waaijer, I.C. van der Schaaf, B.K. Velthuis, M.S. van Leeuwen, E.P.A. Vonken, M.J.P. van Osch, M. Prokop UMCU, UTRECHT, Nederland Purpose: To evaluate the effect of treatment on cerebral perfusion in patients with symptomatic carotid artery stenosis using CT perfusion. Materials and Methods: We scanned 3 patients with symptomatic carotid artery stenosis before and after primary stent placement (n=) or carotid endarterectomy (n=0) on a multi-detector CT scanner. We performed dynamic CT scanning at the level of the basal ganglia during the injection of 40 ml contrast material. From these data CT perfusion images were calculated according to the deconvolution method. On two slabs we manually drew a ROI in the anterior, middle deep, middle cortical and posterior flow territories yielding 6 ROIs per patient. For cerebral blood volume (CBV) and cerebral blood flow (CBF), we calculated the ratios of measurements in the ROIs in the asymptomatic to symptomatic hemisphere and compared the ratios before and after treatment using a paired t-test. The same was done with the difference in MTT between the two hemispheres. Results: CBV ratios did not change significantly in after treatment. CBF ratios increased significantly in the middle cortical territory from 0.8 ml/00mg/min to 0.90 ml/00mg/min (p= 0.0), and MTT difference decreased significantly in the middle cortical territory from.4s to 0.6s (p<0.005), in the middle deep territory from 0.77s to 0.40s (p<0.05) and in the posterior flow territory from -0.4s to -0.4s (p<0.05). Conclusion: Treatment for symptomatic carotid artery stenosis leads to a significant increased CBF and decreased MTT in the middle cortical flow territory, indicating where treatment has the strongest positive hemodynamic effect on brain perfusion. The anterior flow territory profits least from treatment and therefore seems to be least dependent on ipsilateral carotid artery flow. Abstractnr. : Do.7 BRAIN INVOLVEMENT IN RHEUMATOID ARTHRITIS B.J. Emmer, A.E. Van der Bijl, F.C. Breedveld, T.W.J. Huizinga, M.A. van Buchem, J. van der Grond LUMC, LEIDEN, Nederland Purpose: The effects of chronic rheumatoid Arthritis (RA) on brain metabolism are currently unknown. In the present study we aimed to detect possible brain involvement in RA patients using magnetic resonance spectroscopy (MRS). Furthermore, we investigated whether involvement of the brain was correlated with clinical and serological markers of disease. Methods: 8 healthy age and sex-matched control subjects and 35 RA patients (8 male; 7 female; age average: 5.8 years range 49-67y) with varying disease activity (Erythrocyte Sedimentation Rate av. 3.8, range -7) were subjected to single voxel H-MRS using a double spin-echo PRESS sequence (TR/TE: 000/36). Patients with a history of neurological complaints or with neuroradiological abnormalities were excluded from further analysis. The volume-ofinterest (VOI) was selected in the left centrum semi-ovale. Results: Compared with control subjects, RA patients did not show any significant difference in metabolite ratios. However, in RA patients we found significant correlations between the choline/creatine ratio (r=0.44, p<0.00) and N- acetylaspartate/choline ratio (r=-0.37, p=0.07) with the erythrocyte sedimentation rate, which is a measure of disease severity. In 6 subjects the disease activity score (DAS8, average 4.4 range ) was available. In addition to the erythrocyte sedimentation rate, DAS8 was correlated with the choline/creatine ratio (r= 0.5, p<0.05), almost with the N-acetylaspartate/choline ratio (r= 0.49, p = 0.054) but not with N-acetylaspartate/creatine ratios (r = 0., p= 0.675). Conclusion: Brain involvement occurs in active RA. Our data show that MR spectra in patients with a high erythrocyte sedimentation rate and with an increased disease activity score are characterized by an increased choline concentration, suggesting impaired membrane related metabolism. How these findings affect possible future cognitive impairment or cause structural brain damage, should be investigated. Abstractnr. : Do.8 MRI BASED PROSPECTIVE LONGITUDINAL STUDY ON NEUROTOXICITY OF ECSTASY IN NOVICE ECSTASY USERS M.M.L. de Win, L. Reneman, E.J.P. Vlieger, C. Lavini, W. van den Brink, G.J. den Heeten Academisch Medisch Centrum, AMSTERDAM, Nederland Purpose: The neurotoxicity of ecstasy (3,4-methelenedioxymethamphetamine, MDMA) has been shown in heavy users using neuro-imaging techniques such as PET, SPECT, H-MR Spectroscopy (H-MRS), Diffusion Weighted Imaging (DWI), and Perfusion Weighted Imaging (PWI). The current study assessed neurotoxicity of a low dose of ecstasy in new users using a combination of various MRI techniques. Methods: At baseline 88 ecstasy-naive adults (8-35 y) with high risk for first time ecstasy use were included. After follow-up 6 incident/first time ecstasy users ( M, 4 F,.9 ± 3. yr,.9 ecstasy tablets on average) were reexamined. Subjects had to be abstinent from psychoactive drugs for at least weeks. We compared parameters of neurotoxicity measured with MRI techniques between baseline and follow-up sessions. The MRI (.5T, Signa, GE) protocol included PD- and T-weighted images, single voxel H-MRS, Diffusion Tensor Imaging (DW-EPI, TE/TR=90/8000, b=000, directions), PWI (gradient echo EPI), and a T-weigthed high resolution 3D scan. Apparent Diffusion Coefficient (ADC), Fractional Anisotropy (FA) en relative Cerebral Blood Volume (rcbv) maps were registered to the spatially normalized T3D scans. Regions of interests (ROIs) were drawn onto the normalized brain (both hemispheres) and reslized to the original maps. rcbv-values were obtained by dividing mean CBV in the ROI by mean CBV of the white matter. Spectra were analyzed using LC-Model and the concentrations of neurometabolites N-Acetylaspartate (NAA), Choline (Cho) and Myo-Inositol (mi) were calculated using Creatine (Cr) as a reference. The Wilcoxon signed ranks test was used with P < 0.05 as threshold for statistical significance. Results: Using H-MRS, the mi/cr ratio in frontal gray matter was significantly increased after ecstasy use. No significant differences in ADC, FA and rcbv values were found. Conclusion: Increased Myo-Inositol in the frontal cortex might indicate gliosis after ecstasy use, although absence of other MRI parameters of neurotoxicity suggests that incidental use of ecstasy does not lead to major brain damage. However, we cannot exclude that there might be several factors that play a role in individual vulnerability for acute and long-term effects of ecstasy. 0 K I J K o o k o p w w w. r a d i o l o g e n. n l

Plenaire sessies. IT in de acute radiologie: Drs M.J. Scheerder, OLVG Prof. dr. S.G.F. Robben, MUMC

Plenaire sessies. IT in de acute radiologie: Drs M.J. Scheerder, OLVG Prof. dr. S.G.F. Robben, MUMC Plenaire sessies Wervelfracturen: Dr. S.D Roosendaal, Erasmus MC Drs. K.H. Nieboer, UZ Brussels Level 2-3 Wervelfracturen bij trauma ernstig letsel Classificaties veranderen Richtlijn niet breed bekend

Nadere informatie

Radiotherapie in de palliatieve zorg

Radiotherapie in de palliatieve zorg Radiotherapie in de palliatieve zorg Radiotherapie bij myelumcompressie Karin Kleynen 24-11-2011 Casus: Dhr B 58 jaar Consult Urologie 21-7-2011 Patiënt had sinds 3 weken buik- en rugklachten, met name

Nadere informatie

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is Auteur Soort studie Aantal patiënten Lee 2013 Qurashi Systematic review 1999-2011 Systematic review 1999-2011 Radiotherapie / Chirurgie (meestal gevolgd door ) 377 Conservatief waaronder Inclusiecriteria

Nadere informatie

MRI: more is less? Emiel Rutgers

MRI: more is less? Emiel Rutgers Het 9e NKI-AVL mammacarcinoom symposium Less is more? Minder overbehandeling voor meer borstkankerpatiënten MRI: more is less? Emiel Rutgers Indicaties MRI mammae Opsporen van onbekende primaire bij patiënten

Nadere informatie

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment [Proefschriften] Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment Mammacarcinoom is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in

Nadere informatie

TRENDY STUDIE Lekensamenvatting. 1-Titel:

TRENDY STUDIE Lekensamenvatting. 1-Titel: 1-Titel: Een gerandomiseerde fase studie naar de werkzaamheid van stereotactische radiotherapie (experimentele behandeling) versus chemo embolisatie met drug-eluting beads (standard behandeling) in patiënten

Nadere informatie

CURSUS. kinderradiologie Sandwich. i n s c h r i j v e n u i t s l u i t e n d v i a d e w e b s i t e. Nederlandse Vereniging voor Radiologie

CURSUS. kinderradiologie Sandwich. i n s c h r i j v e n u i t s l u i t e n d v i a d e w e b s i t e. Nederlandse Vereniging voor Radiologie kinderradiologie Sandwich CURSUS i n s c h r i j v e n eerste cursus 18 EN 19 november 2008 t weede cursus 20 EN 21 november 2008 u i t s l u i t e n d v i a d e w e b s i t e Georganiseerd door de Onderwijscommissie

Nadere informatie

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker

Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker Radiofrequente ablatie van lokaal doorgegroeide alvleesklierkanker lokale verbranding van de alvleeskliertumor Doel Het doel van de studie is te onderzoeken of radiofrequente ablatie (RFA) gevolgd door

Nadere informatie

Plenaire voordrachten. Titel Update techniek en protocollen: blanco (HR)CT. Spreker Dr. I.J.C. Hartmann, Maasstad Ziekenhuis.

Plenaire voordrachten. Titel Update techniek en protocollen: blanco (HR)CT. Spreker Dr. I.J.C. Hartmann, Maasstad Ziekenhuis. Plenaire voordrachten Titel Update techniek en protocollen: blanco (HR)CT Spreker Dr. I.J.C. Hartmann, Maasstad Ziekenhuis Duur 20 minuten Level 2 = AIOS betreffende differentiatie, algemeen radiologen

Nadere informatie

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Siemens Biograph true point PET/CT 40 slice Sinds 21 januari 2011 Sinds

Nadere informatie

RECIST-criteria voor de oncologie. Ferry Lalezari. Radioloog, UMC Utrecht

RECIST-criteria voor de oncologie. Ferry Lalezari. Radioloog, UMC Utrecht RECIST-criteria voor de oncologie Ferry Lalezari Radioloog, UMC Utrecht CRA Dag 17 april 2012 Vraag 1 Zijn dit metingen volgens RECIST? Vraag 2 Zijn dit meetbare laesies volgens RECIST? Vraag 3 Zijn dit

Nadere informatie

Plenaire sessies: 1) The new stroke era? Prof. dr. Y.B.W.E.M. Roos Mw. Dr. M.E.S. Sprengers

Plenaire sessies: 1) The new stroke era? Prof. dr. Y.B.W.E.M. Roos Mw. Dr. M.E.S. Sprengers Plenaire sessies: 1) The new stroke era? Prof. dr. Y.B.W.E.M. Roos Mw. Dr. M.E.S. Sprengers Een 'new Era' in stroke startte in het voorjaar van 2015. Na de positieve resultaten van de Nederlandse MR Clean

Nadere informatie

Hoogenergetisch trauma Wervelletsels kunnen ook voorkomen na val van een paard of van een huishoudtrapje

Hoogenergetisch trauma Wervelletsels kunnen ook voorkomen na val van een paard of van een huishoudtrapje Gerian Huitema orthopedisch chirurg Komen minder vaak voor dan letsels van het perifere skelet Leiden tot aanzienlijke invaliditeit en de slechtste functionele uitkomsten (Hu et al 1996, Fisher et al 2006).

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Verwijderen van niertumoren

PATIËNTEN INFORMATIE. Verwijderen van niertumoren PATIËNTEN INFORMATIE Verwijderen van niertumoren 2 PATIËNTENINFORMATIE Door middel van deze informatiefolder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over de behandeling van niertumoren. Wij adviseren

Nadere informatie

Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom

Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom Een prospectief gerandomiseerd onderzoek N.M.A. Krekel M.H. Haloua M.P. van den Tol S. Meijer Chirurgische oncologie VU Universitair Medisch Centrum Incidentie

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Longkanker

Patiënteninformatie. Longkanker Patiënteninformatie Longkanker Inhoudsopgave Pagina Wat is longkanker? 4 Onderzoek en diagnose 4 De meest voorkomende onderzoeken. 5 Behandeling 7 De meest voorkomende behandelmethoden 8 Revalidatie 9

Nadere informatie

Percutaneous vertebroplasty in osteoporotic vertebral compression fractures

Percutaneous vertebroplasty in osteoporotic vertebral compression fractures Maurits H.J. Voormolen Percutaneous vertebroplasty in osteoporotic vertebral compression fractures 3DRX CT MPR MRI OPM PV QUALEFO RMD STIR VAS WF driedimensionale rotatieröntgen computertomografie multiplanar

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016 Factsheet en CVA (CVAB) 2016 Registratie gestart: 2014 In- en exclusiecriteria Definities: - CVA (Beroerte): intracerebrale bloeding of herseninfarct. - Intracerebrale bloeding: spontane bloeding in het

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/39153 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Hommes, M. Title: The injured liver : management and hepatic injuries in the traumapatient

Nadere informatie

CURSUS. Cardiac Imaging. i n s c h r i j v e n. u i t s l u i t e n d. Sandwich. eerste cursus. 17 EN 18 juni 2010. t weede cursus

CURSUS. Cardiac Imaging. i n s c h r i j v e n. u i t s l u i t e n d. Sandwich. eerste cursus. 17 EN 18 juni 2010. t weede cursus Cardiac Imaging CURSUS i n s c h r i j v e n eerste cursus 15 EN 16 juni 2010 t weede cursus 17 EN 18 juni 2010 LET OP: DEZE CURSUS IS NIET GESPIEGELD Sandwich u i t s l u i t e n d v i a d e w e b s i

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

BIJLAGE 4: COMPREHENSIVE CLASSIFICATION VAN AO EN INJURY SEVERITY SCORE VAN STSG

BIJLAGE 4: COMPREHENSIVE CLASSIFICATION VAN AO EN INJURY SEVERITY SCORE VAN STSG BIJLAGE 4: COMPREHENSIVE CLASSIFICATION VAN AO EN INJURY SEVERITY SCORE VAN STSG Comprehensive Classification (AO) Dit schema is voornamelijk gebaseerd op de pathomorfologische karakteristieken van de

Nadere informatie

Met MRI kijken naar neuropsychiatrische SLE

Met MRI kijken naar neuropsychiatrische SLE Prof. dr. Tom Huizinga (l) en prof dr. Mark van Buchem leiden al jaren het onderzoek naar NPSLE Martijn Steenwijk, Bsc; prof. dr. Mark van Buchem, neuroradioloog; drs. Margreet Steup-Beekman, internist-reumatoloog;

Nadere informatie

Rapid Recovery. Anesthesiologische mogelijkheden. Xander Eijsbouts Xeijsbouts@fzr.nl Anesthesioloog Franciscus Ziekenhuis Roosendaal

Rapid Recovery. Anesthesiologische mogelijkheden. Xander Eijsbouts Xeijsbouts@fzr.nl Anesthesioloog Franciscus Ziekenhuis Roosendaal Rapid Recovery Anesthesiologische mogelijkheden Original in the Royal College of Surgeons of England, London. 18th Century Surgery October 17, 1846: First public demonstration of the use of ether in anesthesia

Nadere informatie

Echografie van de schouder door de reumatoloog: toy or tool?

Echografie van de schouder door de reumatoloog: toy or tool? Echografie van de schouder door de reumatoloog: toy or tool? Henk Martens, reumatoloog Sint Maartenskliniek Nijmegen 29-11-2013 inleiding echografie in de reumatologie/door de reumatoloog echogeleide interventies

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

Achtergrond. capitatum lunatum. trapezoideum. duim scafoïd. pink. trapezium

Achtergrond. capitatum lunatum. trapezoideum. duim scafoïd. pink. trapezium Chapter 11 Samenvatting Achtergrond Het scafoïd (scaphoideum) is een van de 8 handwortelbeenderen en vormt de belangrijkste schakel tussen de hand en pols (Figuur 11.1). Scafoïdfracturen komen veel voor

Nadere informatie

CHAPTER 8. Samenvatting

CHAPTER 8. Samenvatting CHAPTER 8 Samenvatting Samenvatting 8. Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene introductie. Doel van dit proefschrift is om de kosten en effectiviteit van magnetische resonantie (MR) te evalueren indien

Nadere informatie

1. WAT IS DOTAREM EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT

1. WAT IS DOTAREM EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT BIJSLUITER Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel te gebruiken. Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem nog een keer nodig. Raadpleeg uw arts of apotheker als u aanvullende

Nadere informatie

vrijdag 18 maart 2016

vrijdag 18 maart 2016 9 e Nascholing Hematologie voor verpleegkundigen en andere disciplines PROGRAMMA vrijdag 18 maart 2016 Locatie: Onderwijscentrum Erasmus MC Dr. Molewaterplein 50 3015 GE Rotterdam Inlichtingen: Mevrouw

Nadere informatie

Metastasen (uitzaaiingen)

Metastasen (uitzaaiingen) Metastasen (uitzaaiingen) Inleiding Metastasen zijn uitzaaiingen van kwaadaardige gezwellen (tumoren) elders in het lichaam (de z.g. primaire tumor). Uitzaaiingen van primaire tumoren kunnen overal in

Nadere informatie

08.00 09.00 Registratie & ontvangst Forum Lounge

08.00 09.00 Registratie & ontvangst Forum Lounge DONDERDAG 5 NOVEMBER NVT & NVOT & LVO 08.00 09.00 Registratie & ontvangst Forum Lounge 09.00 09.10 Welkom door voorzitters NVT & NVOT Welkom Landelijke Vereniging Operatieassistenten SESSIE 1 Voorzitters:

Nadere informatie

Chapter 12. Samenvatting

Chapter 12. Samenvatting Salkantay Trek, Peru Chapter 12 Samenvatting 182 I Chapter 12 Radiculaire beenpijn veroorzaakt door een lumbale hernia komt wereldwijd vaak voor en bij de meeste patienten is het natuurlijke beloop gunstig.

Nadere informatie

Richtlijnen voor spinale beeldvorming en interpretatie "

Richtlijnen voor spinale beeldvorming en interpretatie Richtlijnen voor spinale beeldvorming en interpretatie " acuut, chronisch, postoperatief A. Rappaport Spinale beeldvorming RX CT MRI Guidelines spinale beeldvorming Focus on medical imaging: acute lage

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT, gadoteerzuur Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt want er staat belangrijke informatie voor u in. Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft

Nadere informatie

Percutane vertebroplastiek

Percutane vertebroplastiek Percutane vertebroplastiek Inleiding Patiënten die wervelbreuken hebben ten gevolge van osteoporose, hebben vaak veel last van rugpijn. In enkele gevallen is er ook sprake van neurologische uitval. Vroeger

Nadere informatie

Aneurysma Spurium. Het zorgnetwerk van ons allemaal

Aneurysma Spurium. Het zorgnetwerk van ons allemaal Aneurysma Spurium Disclosure (Potentiële) belangenverstrengeling: Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven: Geen Inhoud Wat is een aneurysma spurium? Oorzaken Symptomen Onderzoek

Nadere informatie

PTC drainage procedure

PTC drainage procedure PTC drainage procedure Masterclass GE-oncologie 11 september 2015 Adriaan Moelker Hoofd Interventie Radiologie ErasmusMC Rotterdam Overzicht Interventie radiologie ErasmusMC 4 interventie radiologen 2

Nadere informatie

New developments in imaging and treatment of intracranial aneurysms

New developments in imaging and treatment of intracranial aneurysms Anjob Laurent de Gast New developments in imaging and treatment of intracranial aneurysms Sinds de introductie van loslaatbare coils in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, heeft de endovasculaire

Nadere informatie

John Hermans. Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis

John Hermans. Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis John Hermans Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis Dit proefschrift gaat over het afbeelden van de syndesmose van de enkel, bij mensen die hun lichaam

Nadere informatie

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Behandeling van een trigger finger Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Overzicht Inleiding PICO Zoekstrategie & Flowchart Artikelen Chirurgie Anatomie Open vs percutaan Conclusie Inleiding Klinische symptomen

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn... 1

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 1 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 2 1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK Tabel 1: Invasieve borstkanker en ductaal carcinoma in situ

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Centraal in dit proefschrift staat de minimaal invasieve slokdarmresectie als behandeloptie voor het slokdarmcarcinoom. In hoofdstuk 2 en 3 belichten wij in twee overzichtsartikelen de in de literatuur

Nadere informatie

Osteoporotische indeukingsfracturen conservatief of kyphoplasty/vertebroplasty. Koen hendrix Heup/rug campus Henri Serruys Consulent UZ Gent rug

Osteoporotische indeukingsfracturen conservatief of kyphoplasty/vertebroplasty. Koen hendrix Heup/rug campus Henri Serruys Consulent UZ Gent rug Osteoporotische indeukingsfracturen conservatief of kyphoplasty/vertebroplasty Koen hendrix Heup/rug campus Henri Serruys Consulent UZ Gent rug Behandeling van osteoporotische indeukingsfracturen 1984

Nadere informatie

in de Cardioanesthesiologie

in de Cardioanesthesiologie Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie Rondom nieuwe technieken in de Cardioanesthesiologie 13 en 14 november 2015 TU Eindhoven VOORWOORD Beste collega s, Met veel genoegen presenteren wij u het programma

Nadere informatie

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH I.L. Vegting, N. Alam, K. Ghanes, O. Jouini, F. Mulder, M. Vreeburg, T. Biesheuvel J. van Bokhorst, P. Go, M.H.H. Kramer, G.M. Koole 2, P.W.B. Nanayakkara

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C 1 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn...

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Dutch Spine Surgery Registry DSSR

Dutch Spine Surgery Registry DSSR pagina 1 Dutch Spine Surgery Registry DSSR Vetgedrukte items zijn verplicht Lumbale wervelkolom - Ongeïnstrumenteerd, versie: 2015-6-1 - v3.0.0 Identificatie Het BSN-nummer bestaat uit 9 cijfers, inclusief

Nadere informatie

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie)

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Maatschap Urologie IJsselland Ziekenhuis Inleiding De uroloog heeft bij u een niertumor (niercelcarcinoom) geconstateerd.

Nadere informatie

Een melanoom, wat nu?

Een melanoom, wat nu? Een melanoom, wat nu? Aanvullende diagnostiek Is er op gericht om aan te tonen dat er sprake is van gelokaliseerde ziekte Gelokaliseerde ziekte = een primair melanoom met ten hoogste satelliet-, intransit-

Nadere informatie

Ik zie, jij ziet, wij zien... beeldvormend medisch onderzoek

Ik zie, jij ziet, wij zien... beeldvormend medisch onderzoek Ik zie, jij ziet, wij zien... beeldvormend medisch onderzoek Scholingen & Trainingen Datum: Dinsdag 12 mei 2015 Locatie: Jaarbeurs Utrecht Ik zie, jij ziet, wij zien... beeldvormend medisch onderzoek Datum:

Nadere informatie

Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad

Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad Indeling Probleembeschrijving evaluatie CRT Nieuwe technieken; MRI DWI Presentatie MRTRACE

Nadere informatie

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben Indicatoren evaluatie project richtlijn Niercelcarcinoom Indicator 1 a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben ondergaan waarbij minstens 2 histologische

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Chapter IX De schildwachtklier is de eerste lymfklier waarop een kwaadaardige tumor draineert. Deze lymfklier zal als eerste zijn aangedaan, wanneer de tumor via de lymfbanen

Nadere informatie

Orthopedie. Radiofrequente ablatie (RFA) van een afwijking in het bot

Orthopedie. Radiofrequente ablatie (RFA) van een afwijking in het bot Orthopedie Radiofrequente ablatie (RFA) van een afwijking in het bot Orthopedie Bij u is een afwijking in een bot gevonden, die behandeld kan worden met CT-geleide radiofrequente ablatie. Dit is een kleine

Nadere informatie

ESWL. Frank d Ancona Upfront cursus 16-18 december 2009

ESWL. Frank d Ancona Upfront cursus 16-18 december 2009 ESWL Frank d Ancona Upfront cursus 16-18 december 2009 Steen lozing/ evacuatie Spontane lozing Extracorporal Shock Wave Lithotrypsie (ESWL) Ureterorenoscopie (URS) met fragmentatie Percutane Nefrolitho

Nadere informatie

Geneeskundige Dagen Antwerpen. Percutane Vertebroplastiek & Kyphoplastiek

Geneeskundige Dagen Antwerpen. Percutane Vertebroplastiek & Kyphoplastiek Geneeskundige Dagen Antwerpen Percutane Vertebroplastiek & Kyphoplastiek M VOORMOLEN, MD PhD Interventionele Neuroradiologie Afdeling Radiologie Universitair Ziekenhuis Antwerpen, België Antwerpen, 11

Nadere informatie

HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015

HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015 HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015 Josée Zijlstra VUMC www.hematologie.nl/ j.zijlstra@vumc.nl Thomas Hodgkin 1798-1866 Hodgkin lymfoom Diagnostiek Pathologie Epidemiologie Symptomen Beeldvorming

Nadere informatie

Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken. G.M. Woerlee, Anesthesioloog

Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken. G.M. Woerlee, Anesthesioloog Juridische aspecten postoperatieve zorg, Postoperatieve pijnbehandeling, Nieuwe technieken G.M. Woerlee, Anesthesioloog NIEUWERE ANESTHESIE TECHNIEKEN?? POSTOPERATIEVE PIJN VERMINDERING Lokale anesthetica

Nadere informatie

Vroege detectie van naadlekkage. Marcel den Dulk 25 juni 2013

Vroege detectie van naadlekkage. Marcel den Dulk 25 juni 2013 Vroege detectie van naadlekkage Marcel den Dulk 25 juni 2013 Take home message Naadlekkage is een gevreesde complicatie geassocieerd met hoge morbiditeit en mortaliteit Leakage scores resulteren in gereduceerde

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands. Samenvatting

Samenvatting in het Nederlands. Samenvatting Samenvatting Dit proefschrift bevat de resultaten van enkele wetenschappelijke studies over magnetische resonantie (MR) enteroclyse en video capsule endoscopie (VCE). Deze twee minimaalinvasieve onderzoeksmethoden

Nadere informatie

Magnetic resonance imaging for traumatic knee injury

Magnetic resonance imaging for traumatic knee injury HONEUR MRI RCT Huisartsen Onderzoek Netwerk Erasmus Universiteit Rotterdam magnetic resonance imaging randomized clinical trial Magnetic resonance imaging for traumatic knee injury Traumatisch knieletsel

Nadere informatie

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA)

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA.

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Chapter 5

Nederlandse Samenvatting. Chapter 5 Nederlandse Samenvatting Chapter 5 Chapter 5 Waarde van MRI scans voor voorspelling van invaliditeit in patiënten met Multipele Sclerose Multipele Sclerose (MS) is een relatief vaak voorkomende ziekte

Nadere informatie

CT arthrografie. Onderzoek van een gewricht. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

CT arthrografie. Onderzoek van een gewricht. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl CT arthrografie Onderzoek van een gewricht Informatie voor patiënten F0992-4410 maart 2012 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260

Nadere informatie

CRPS-1 EN PLEXUS BRACHIALIS- EN PERIFEER ZENUWLETSEL

CRPS-1 EN PLEXUS BRACHIALIS- EN PERIFEER ZENUWLETSEL CRPS-1 EN PLEXUS BRACHIALIS- EN PERIFEER ZENUWLETSEL Foto: Kees de Boer, Donderdag 27 en vrijdag 28 maart 2014 Leiden Toelichting De Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen (VRA) organiseert in samenwerking

Nadere informatie

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend Lemonitsa Mammatas, internist-oncoloog in opleiding NVMO Nascholing Targeted Therapy, 31 maart 2015 Geen belangenverstrengeling

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE FOLDER Vaststellen van de waarde van nieuwe MRI technieken bij de behandeling van endeldarmkanker

PATIËNTEN INFORMATIE FOLDER Vaststellen van de waarde van nieuwe MRI technieken bij de behandeling van endeldarmkanker PATIËNTEN INFORMATIE FOLDER Vaststellen van de waarde van nieuwe MRI technieken bij de behandeling van endeldarmkanker Dit studieprotocol en de bijbehorende patiënteninformatie en het toestemmingsformulier

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) CVAB 2015 [2015.5.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015] Registratie gestart: 2014

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) CVAB 2015 [2015.5.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015] Registratie gestart: 2014 Factsheet en CVA (CVAB) CVAB 2015 [2015.5.ZIN besluit ; 05-11- 2015] Registratie gestart: 2014 pagina 1 van 10 enoverzicht Nr. 1. Percentage TIA- en CVA patiënten ingevuld in de CVAB (2014) vergeleken

Nadere informatie

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA)

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

Eenmalige bestraling bij borstkanker

Eenmalige bestraling bij borstkanker Deze folder geeft u informatie over Eenmalige bestraling bij borstkanker patiënteninformatie Intra-Operatieve Radiotherapie Inleiding Deze folder gaat over eenmalige inwendige bestraling tijdens een borstsparende

Nadere informatie

13-17 maart Programma

13-17 maart Programma 13-17 maart 2016 Programma ZONDAG 13 MAART 2016 18:45 19:15 Pubquiz Chemo gerelateerde onderwerpen Targeted therapies Immunotherapie Chirurgie Pathologie MAANDAG 14 MAART 2016 Tijd Lezingen Spreker(s)

Nadere informatie

Center for Medical Imaging North-East Netherlands

Center for Medical Imaging North-East Netherlands Center for Medical Imaging North-East Netherlands CMI NEN - University of Twente Branch Prof. Dr G.P. Vooijs CMI Supervisory Board MIRA: Institute for Biomedical Technology and Technical Medicine University

Nadere informatie

Chapter 13. Nederlandse samenvatting

Chapter 13. Nederlandse samenvatting Chapter 13 Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 145 In hoofdstuk 1 hebben we het onderwerp van dit proefschrift geïntroduceerd. Nauw betrokken bij de behandeling van kinderen met stomp buiktrauma

Nadere informatie

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Wat is de invloed van tractie op een lumbale

Nadere informatie

Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden

Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden 157 Introductie In de Westerse wereld is het aantal mensen dat slokdarmkanker krijgt de laatste jaren sterk toegenomen. In 1989 werd de diagnose

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting GENETISCHE EN RADIOLOGISCHE MARKERS VOOR DE PROGNOSE EN DIAGNOSE VAN MULTIPLE SCLEROSE Multiple Sclerose (MS) is een aandoening van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Chemotherapie en stolling

Chemotherapie en stolling Chemotherapie en stolling Therapie, preventie en risicofactoren Karen Geboes UZ Gent 4 december 2015 Avastin en longembolen: hoe behandelen en Avastin al dan niet verder? Chemotherapie en stolling: Therapie,

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22739 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22739 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22739 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Barzouhi, Abdelilah el Title: Paradigm shift in MRI for sciatica Issue Date: 2013-12-03

Nadere informatie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Annemie Rutten Medische Oncologie AZ St. Augustinus Maligne melanoma 10% van alle huidkankers, maar meest agressieve. Incidentie van maligne melanoma neemt

Nadere informatie

Vertebroplastiek behandeling. Centrumlocatie

Vertebroplastiek behandeling. Centrumlocatie Centrumlocatie Uw behandelend specialist heeft u geadviseerd om een vertebroplastiek behandeling te ondergaan. In deze folder vindt u informatie over deze behandeling. Wat is vertebroplastiek Vertebroplastiek

Nadere informatie

Basisbegrippen Oncologie

Basisbegrippen Oncologie Basisbegrippen Oncologie Tumor afmeting Diagnose periode Behandel periode Preventie/interventie periode Invasie interventie Tijd Detectie drempel Van normale naar kankercel Normale cel Van celkern naar

Nadere informatie

Inleiding Wat is een melanoom? Hoe vaak komt het voor? Hoe ontstaat een melanoom?

Inleiding Wat is een melanoom? Hoe vaak komt het voor? Hoe ontstaat een melanoom? MELANOOM 1179 Inleiding De dermatoloog heeft bij u een melanoom geconstateerd. Deze folder geeft u informatie over een melanoom en de behandelmogelijkheden. Daarnaast krijgt u meer informatie over zelfonderzoek

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Biomedische beeldanalyse

Biomedische beeldanalyse ICT in andere disciplines Biomedische beeldanalyse nauwkeurigere diagnose en minimaal invasieve behandeling Wiro Niessen Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam Universiteit van Delft Overzicht

Nadere informatie

MAKE FAILURE TO RESCUE A THING OF THE PAST MIRRE DE NOO, WOUTER VAN DIJK

MAKE FAILURE TO RESCUE A THING OF THE PAST MIRRE DE NOO, WOUTER VAN DIJK MAKE FAILURE TO RESCUE A THING OF THE PAST MIRRE DE NOO, WOUTER VAN DIJK Sprekers Mirre de Noo chirurg Deventer Ziekenhuis, lid wetenschappelijke commissie DSCA Wouter van Dijk Medeoprichter en adviseur

Nadere informatie

Coiling van een aneurysma in het hoofd

Coiling van een aneurysma in het hoofd Coiling van een aneurysma in het hoofd Informatie voor patiënten F0985-4410 januari 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK

Nadere informatie

Rugpoli in Enschede. Lucille Dorresteijn, Neuroloog Marleen Wijnstra, Physician assistant

Rugpoli in Enschede. Lucille Dorresteijn, Neuroloog Marleen Wijnstra, Physician assistant Rugpoli in Enschede Lucille Dorresteijn, Neuroloog Marleen Wijnstra, Physician assistant Stellingen Bij een langer bestaand LRS is een MRI van de LWK aangewezen Ik (huisarts) verwijs nu zelf voor een MRI

Nadere informatie

Hysteroscopie. Inleiding

Hysteroscopie. Inleiding Hysteroscopie Inleiding Deze brochure geeft informatie over een hysteroscopie. Hierin staat waarvoor dit onderzoek dient en wat u van dit onderzoek kunt verwachten. De in deze brochure vermelde informatie

Nadere informatie

Snelle mutatiescreening bij borstkanker. Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht

Snelle mutatiescreening bij borstkanker. Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht Snelle mutatiescreening bij borstkanker Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht Erfelijke borstkanker Tenminste 5% van de patiënten met mammacarcinoom Dominante overerving Oorzaak:

Nadere informatie

Chirurgie bij levermetastasen. Nail Al Saudi Ronald Saat Maarten Vermaas

Chirurgie bij levermetastasen. Nail Al Saudi Ronald Saat Maarten Vermaas Chirurgie bij levermetastasen Nail Al Saudi Ronald Saat Maarten Vermaas Heer C 67 jaar VG/ Angst-& paniekstoornis 2007 Tibiaplateaufractuur; weigerde opname 2013 gestoord glucosetolerantie bij 120kg 2014

Nadere informatie

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET F.J. van Oost 1, J.J.M. van der Hoeven 2,3, O.S. Hoekstra 3, A.C. Voogd 1,4, J.W.W. Coebergh

Nadere informatie

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 Een goede voorbereiding is het halve werk Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 1. Werking van FDG PET en PET/CT 2. Nut van FDG PET 3. Voorbereiding van patiënten voor

Nadere informatie

Onderstaande vragen zijn van toepassing op de periode 4-6 maanden postoperatief

Onderstaande vragen zijn van toepassing op de periode 4-6 maanden postoperatief Aantal maanden? Datum: Setting: O klinisch O poliklinisch Beoordelaar: (naam) Algemeen Onderstaande vragen zijn van toepassing op de periode 4- postoperatief Is de patient opgenomen geweest in een van

Nadere informatie