Tweede Kamer der Staten Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar Rijksbegroting voor het jaar Hoofdstuk XVI Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Nr Samenstelling: Leden: Nypels (D66), Haas-Berger (PvdA), voorzitter, Müller-van Ast (PvdA), E. Terpstra (VVD), Wöltgens (PvdA), Lansink (CDA), ondervoorzitter. Borgman (CDA), Leerling (RPF), De Pree (PvdA), Van der Heijden (CDA), Franssen (VVD), Laning-Boersema (CDA), Kamp (VVD), Nijhuis (VVD), De Kok (CDA), Janmaat-Abee (CDA), Huys (PvdA), Vriens Auerbach (CDA), Tuinstra (CDA), Van Otterloo (PvdA), Hageman (PvdA) en Netelenbos (PvdA). Plv. leden: Eisma (D66), Ter Beek (PvdA), Jabaaij (PvdA), Hermans (VVD), Beckers-de Bruijn (PPR), Oomen-Ruijten (CDA), Esselink (CDA), Van der Vlies (SGP), Moor (PvdA), Mulder-van Dam (CDA), Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), Frissen (CDA), Linschoten (VVD), Van Es (PSP), Schutte (GPV), Gerritse (CDA), Buurmeijer (PvdA), Weijers (CDA), Beinema (CDA), Van Nieuwenhoven (PvdA), Tor Veld (PvdA) en Vermeend (PvdA). 1 Samenstelling: Leden: Van Dis (SGP), Kombrink (PvdA), Van Amelsvoort (CDA), Braams (VVD), Spieker (PvdA), Lansink (CDA), Gerritse (CDA), Van Erp (VVD), Zijlstra (PvdA), Van der Linden (CDA), Van lersel (CDA), ondervoorzitter, Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), Groenman (D66), Pronk (PvdA), voorzitter, Schartman (CDA), Tommei (D66), Nijhuis (VVD), Vos (PvdA), Huys (PvdA), G. Terpstra (CDA), Van Gelder (PvdA), Boers- Wijnberg (CDA) en Van Rijn Vellekoop (PvdA). Plv leden: Leerling (RPF), Rienks (PvdA), Vreugdenhil (CDA) Scherpenhuizen (VVD), Vermeend (PvdA), Van Vlijmen (CDA), Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Lankhorst (PPR), Van Es (PSP), Doelman-Pel (CDA), Van Rey (VVD), Wolffensperger (D66), Schaefer (PvdA), Moret-de Jong (CDA), Engwirda (D66), Schutte (GPV), Lonink (PvdA), Verspaget (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA), J. H. van den Berg (PvdA), Wolters (CDA) en Feenstra (PvdA) VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 20 juni 1989 De vaste Commissies voor de volksgezondheid 1 en voor economische zaken 2 hebben op 25 mei 1989 mondeling overleg gevoerd met de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en staatssecretaris Evenhuis van Economische Zaken over de brief van de staatssecretaris van WVC van 7 april 1989 over het Omni-partijenakkoord (deze brief is als bijlage bij het verslag gevoegd) en een wijziging van het Besluit farmaceutische hulp ziekenfondsverzekering (kamerstuk , XVI, nr. 124). De commissies brengen van het gevoerde overleg het volgende verslag uit. A. OMNI Partijenakkoord (OPA) De heer De Pree (P.v.d.A.) toonde zich verheugd dat na aanvankelijke tegenstand van de bewindslieden en na enige vertraging vanwege de Europese Commissie het OPA nu een kans krijgt. Hij zag dat akkoord als een bruikbaar alternatief voor het oorspronkelijk voorgestelde ijkprijzensysteem dat hij als patiëntonvriendelijk van de hand had gewezen. Wel vroeg hij welk bezuinigingsbedrag nu naar verwachting met het OPA zal worden gehaald. Verleden jaar werd nog door de bewindslieden gesteld dat uitvoering van het OPA hoogstens 130 min zou kunnen opleveren. In het OPA zelf wordt uitgegaan van 385 min, terwijl in het FOZ 1989 een bedrag van 535 min wordt genoemd en volgens de brief van de Europese Commissie een opbrengst van 420 min zal worden behaald. Overigens stelde de heer De Pree vast dat ook als het in het OPA genoemde bezuinigingsbedrag wordt gehaald, er nog altijd sprake zal zijn van een groei (1,7%) van het extramurale medicijngebruik, al gaf hij toe dat deze dan veel lager zal liggen dan de groei van de laatste jaren die gemiddeld 8 a 9% bedroeg. Welke opbrengst zou kunnen worden behaald als het gemiddelde prijsniveau van geneesmiddelen in Nederland op hetzelfde peil zou komen te liggen als het gemiddelde van alle Westeuropese landen? In dit verband vroeg hij ook welk deel van de beoogde opbrengst in 1989 door de vertraagde inwerkingtreding van het OPA niet zal worden gehaald F ISSN SDU uitgeverij 's-gravenhage 1989 Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

2 Hij had enige twijfel of in het kader van het OPA de doelstelling van substitutie van dure merkgeneesmiddelen door goedkopere generieke produkten nog wel zal worden gehaald. Door de korting van tweemaal 2% wordt de verstrekking van merkgeneesmiddelen voor apothekers weer aantrekkelijker, terwijl de verlaging van de bonus van 33% van het prijsverschil naar 20% het voor hen minder aantrekkelijk maakt om zich te richten op substitutie. Bovendien laat het OPA de producenten vrij in het vaststellen van de prijzen van merkgeneesmiddelen, mits maar een gemiddelde prijsverlaging van 7% in deze sector wordt bereikt. Het ligt dan ook voor de hand te veronderstellen dat de producenten vooral tot prijsverlaging zullen overgaan bij die merkgeneesmiddelen die tot voor kort nog veel duurder waren dan goedkope vervangende geneesmiddelen, en de prijzen van de overige merkgeneesmiddelen zoveel mogelijk ongewijzigd zullen laten. Ook hierdoor zal de substitutie niet worden gestimuleerd. De heer De Pree betreurde het dat in het kader van het OPA de zgn. medicijn-knaak niet is afgeschaft. Hij vroeg of er, ondanks de nieuwe prescriptie-regeling, toch nog sprake is van verspilling als gevolg van het voorschrijf gedrag. Ten slotte vroeg hij wanneer de evaluatie van de werking van het OPA zal plaatsvinden en hoe de bewindslieden zich de controle op de door te voeren prijsverlagingen voorstellen. Worden de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van het ijkprijzensysteem voortgezet, opdat eventueel dit systeem per 1 januari a.s. zou kunnen worden ingevoerd als bij de evaluatie blijkt dat het OPA toch niet naar behoren functioneert? De heer Nijhuis (V.V.D.) toonde zich eveneens verheugd over het OPA, vooral omdat ook hij zich indertijd tegen het ijkprijzensysteem had gekeerd. Omdat voor dat systeem in de Kamer geen politieke meerderheid te vinden is en het OPA er nu is, leek het hem niet zinvol meer om nog verder aan dit systeem te werken. Hij had begrepen dat de betrokken organisaties hebben gekozen voor zelfregulering. Hij ging ervan uit dat deze goed zal verlopen; uit concurrentie-overwegingen zal zeker iedere partij de gang van zaken met argusogen volgen. Is het daarnaast nog de bedoeling tot enige controle van overheidswege te komen? Hij herinnerde eraan indertijd begrip te hebben getoond voor de stelling van de VNZ dat een stimulans van 33% te hoog was. In feite zouden apothekers op dit punt zelfs helemaal geen prikkel nodig behoren te hebben. Hij was blij dat dit percentage nu op instigatie van de Europese Commissie is verlaagd tot 20, maar hij zou een verdere verlaging toejuichen. Bovendien leek het hem nodig ook de voorschrijvende artsen bij deze stimulansregeling te betrekken. Ook de heer Lansink (C.D.A.) vond het plezierig dat het OPA nu een kans krijgt. Wel had hij bij geruchte vernomen dat een enkele partner (in het bijzonder de OPG) al twijfels zou hebben over de uitvoerbaarheid van het akkoord. Is dat inderdaad het geval? Voorts vroeg ook hij wanneer er zal worden geëvalueerd en hoe deze evaluatie zal verlopen. Ten slotte achtte de heer Lansink het nuttig de ervaringen met het OPA en andere maatregelen (zoals de wijziging van het Besluit farmaceutische hulp ziekenfondsverzekering) te betrekken bij de bespreking van de volgende fase van de uitvoering van het plan-dekker. In het bijzonder leken deze ervaringen hem van belang voor de vraag hoe breed de basisverzekering en de aanvullende verzekering dienen te zijn. De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur zei dat met partijen is afgesproken om na een half jaar de werking van het OPA te evalueren. Hij zegde toe de Kamer van het resultaat daarvan op de hoogte te stellen. Voorts is met partijen afgesproken dat zowel de Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

3 Europese Commissie als het ministerie van WVC maandelijks met behulp van cijfers worden geïnformeerd over de uitvoering van het akkoord. Hij was ervan overtuigd dat het OPA niet tot stand zou zijn gekomen als niet vanwege het kabinet bepaalde beleidsvoornemens waren gepresenteerd, in het bijzonder het ijkprijzensysteem en de Tijdelijke wet geneesmiddelenprijzen. Het OPA krijgt nu een faire kans, maar daarnaast worden de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van het ijkprijzensysteem voortgezet om een alternatief achter de hand te hebben als bij de evaluatie onverhoopt zou blijken dat het OPA niet voldoende heeft gewerkt. Een dergelijk alternatief is nodig gezien de zeer sterke stijging van de kosten van de geneesmiddelenvoorziening gedurende een aantal jaren, hetgeen ten koste van andere belangrijke sectoren in de gezondheidszorg is gegaan. Het is dan ook, zo meende de bewindsman, niet langer mogelijk een dergelijke kostenstijging toe te laten. De werkzaamheden ten behoeve van het ijkprijzensysteem zijn nu zo ver gevorderd dat het zo nodig per 1 januari a.s. kan worden ingevoerd. Overigens ziet een en ander er hoopvol uit, want in april jl. hebben aanzienlijke prijsverlagingen plaatsgevonden, al zijn nog niet alle bedrijven hiertoe overgegaan. Daarover is inmiddels contact met betrokken partijen opgenomen. De bewindsman sprak dan ook de hoop uit dat de Kamer de steeds door het kabinet gevolgde strakke lijn zal blijven steunen. Anders is het gevaar aanwezig dat in de praktijk onvoldoende terecht komt van uitvoering van het OPA. Met partijen is een bezuinigingsbedrag van 420 min overeengekomen, hetgeen overigens uitkomt op 535 min als ook de BTW, de incontinentiematerialen en de kunst- en hulpmiddelen worden meegerekend. Dit bedrag zal worden verkregen door een gemiddelde verlaging van 6% van de fabrikantenprijzen en van 1% van de groothandelsprijzen. Daarnaast is overeengekomen dat in de komende jaren geen prijsverhogingen zullen worden doorgevoerd en dat voor nieuw op de markt komende geneesmiddelen voortaan het gemiddelde Europese prijsniveau zal worden aangehouden. Een en ander betekent dat de stijging van de kosten van de geneesmiddelenvoorziening zal worden teruggebracht van 7 a 8% per jaar tot 3% als de incontinentiematerialen en de kunst-en hulpmiddelen worden meegerekend, of 1,7% als deze materialen buiten beschouwing worden gelaten. Overigens kan een veelvoud van het bedrag van 420 min worden behaald als het prijsniveau van geneesmiddelen in Nederland zou dalen tot het gemiddelde Europese prijsniveau. Het prijsniveau van geneesmiddelen in Nederland ligt immers veel hoger dan in veel andere Europese landen. Van de zijde van de farmaceutische industrie wordt als verklaring hiervoor aangevoerd dat in Nederland het geneesmiddelenverbruik op een laag peil ligt en dat het de gebruikelijke bedrijfspolitiek is om in landen met een laag verbruik hogere prijzen in rekening te brengen dan in landen met een hoog verbruik. De bewindsman zei het met deze argumentatie niet eens te zijn, maar een rechtstreekse beïnvloeding van deze bedrijfspolitiek was hem niet mogelijk. De vertraagde inwerkingtreding van het OPA leidt niet tot een lagere bezuinigingsopbrengst, maar alleen tot enige maanden vertraging in het moment waarop die opbrengst wordt behaald. In dit geval is het besparingsverlies ook maar zeer beperkt. Ten slotte beaamde de staatssecretaris dat het OPA enige onzekerheden bevat. Zo is niet zeker of inderdaad een verschuiving zal optreden naar generieke geneesmiddelen en parallel-importen. Van te voren is immers niet met zekerheid te voorspellen hoe de markt zal werken. Wel is het bedrag van 420 min door partijen gegarandeerd, terwijl hetzelfde geldt voor het groeipercentage van 3, resp. 1,7%. Daar zullen partijen strikt aan gehouden worden. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

4 Staatssecretaris Evenhuis van Economische Zaken wees erop dat het ministerie van Economische Zaken bij het OPA is betrokken met het oog op de aspecten van mededinging en prijsregeling. Nu het OPA er eenmaal is, wilde hij zich strikt zakelijk opstellen. Het akkoord zal door betrokkenen zelf moeten worden uitgevoerd; de overheid is daar geen partij in, maar dient betrokkenen wel te houden aan het door hen gegarandeerde bedrag van 420 min. Hoewel hij op dit moment geen redenen had om te twijfelen aan een goede uitvoering van het akkoord, achtte hij het toch verstandig dat de Kamer bereid is gebleken de behandeling van de Tijdelijke wet geneesmiddelenprijzen voort te zetten. De overheid zal immers enige instrumenten achter de hand moeten hebben, voor het geval het OPA toch niet voldoende blijkt te werken. Het percentage voor de stimulansregeling achtte de bewindsman in zekere zin arbitrair. Een percentage van 33 achtte hij redelijk, ten einde een zo groot mogelijke prikkel voor substitutie te geven, maar de Europese Commissie heeft dit percentage nu op 20 gesteld. Een verdere verlaging ervan is voor haar niet aanvaardbaar. Overigens ging hij ervan uit dat dit onderwerp bij de evaluatie een belangrijke rol zal spelen. De heer De Pree (P.v.d.A.) onderschreef de stelling van de bewindslieden dat het nodig is druk op de ketel te houden. Daarnaast had hij begrepen dat de besparingsopbrengst nog veel groter zou zijn als in Nederland het gemiddelde Europese prijsniveau voor geneesmiddelen zou gelden. Met het oog hierop beschouwde hij het OPA als een eerste stap. De heer Nijhuis (V.V.D.) ging ervan uit dat over enige jaren, als de interne EG-markt is voltooid, de prijzen van geneesmiddelen in Nederland aanzienlijk zullen veranderen. Voorts kon hij niet goed begrijpen waarom een stimulanspercentage van 15 volgens de Europese Commissie strijdig zou zijn met een goed mededingingsbeleid, en een percentage van 20 niet meer. Hij kon echter niet anders dan dit percentage van 20 accepteren, nu het voor de Europese Commissie een voorwaarde is voor haar instemming met het OPA. Ten slotte bleef hij het zinloos achten om verdere voorbereidingen voor het ijkprijzensysteem te treffen. Het heeft gefunctioneerd als stok achter de deur, maar nu het OPA er eenmaal is, is die stok niet meer nodig. Bovendien past dit systeem niet in de uitvoering van het plan-dekker. Wel beschouwde hij de Tijdelijke wet geneesmiddelenprijzen als een bruikbaar alternatief. Met het oog hierop had hij zich ook bereid verklaard mee te werken aan de verdere behandeling van dit wetsvoorstel. De heer Lansink (C.D.A.) kon zich wel voorstellen dat ervoor wordt gepleit te streven naar verdere verlaging van de prijzen van geneesmiddelen in Nederland, tot het gemiddelde Europese prijsniveau, maar hij zou niet graag zien dat een dergelijk Europees gemiddelde ook wordt nagestreefd voor bij voorbeeld de voorzieningenstructuur of de ziektekostenverzekering. Het leek hem verstandiger dit onderwerp maar te laten rusten totdat het plan-dekker geheel is uitgevoerd. De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur herhaalde dat naar zijn overtuiging alleen onder de dreiging van invoering van het ijkprijzensysteem het OPA tot stand is gekomen. Hij betreurde dan ook de opmerking van de heer Nijhuis ter zake, omdat deze niet bijdraagt tot versterking van de onderhandelingspositie van de overheid ten opzichte van de zeer machtige farmaceutische industrie. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

5 B. Wijziging besluit farmaceutische hulp ziekenfondsverzekering De heer De Pree (P.v.d.A.) had begrepen dat tot op het laatste moment de formulering van het wijzigingsbesluit nog aan verandering onderhevig is geweest. Met het oog hierop vroeg hij wanneer betrokkenen (in het bijzonder huisartsen en apothekers) op de hoogte zijn gesteld van de eindversie van het wijzigingsbesluit. Hij vond het begrijpelijk dat inzake homeopatische en antroposofische geneesmiddelen wordt verwezen naar de indertijd door de Kamer aangenomen motie, maar hij bleef moeite houden met de op dit punt genomen maatregel, vooral omdat zijns inziens deze geneesmiddelen nu niet op een goede manier worden gedefinieerd. Het komt erop neer dat ze voor vergoeding in aanmerking komen als ze voorkomen in een bepaald Westduits register. Is het ministerie bezig tot een betere afbakening van deze geneesmiddelen te komen? Voorts had hij er grote moeite mee dat deze geneesmiddelen zijn vrijgesteld van registratie en dus ook buiten de controle op werkzaamheid en mogelijke schadelijkheid vallen. Hij onderschreef de stelling in de brief van de KNMG van 9 mei jl., dat hier in feite met twee maten wordt gemeten. Uit enige brieven had de heer De Pree begrepen dat bepaalde geneesmiddelen die tot dusverre wel voor vergoeding in aanmerking kwamen, door het wijzigingsbesluit van vergoeding worden uitgesloten. In het bijzonder geldt dat voor buikvormers die vaak door oudere patiënten met grote regelmaat worden gebruikt. Deze mensen worden nu met hoge financiële lasten geconfronteerd. Hij drong erop aan dat dit punt nader wordt overwogen. Voorts vroeg hij welke criteria zijn gehanteerd bij het opstellen van de lijst van geneesmiddelen met een sociaal-medische betekenis. Ook vroeg hij hoeveel medicijnen als gevolg van het wijzigingsbesluit nu niet meer voor vergoeding in aanmerking komen. Ten slotte pleitte de heer De Pree ervoor het advies van de Ziekenfondsraad te volgen inzake geneesmiddelen die nog niet zijn geregistreerd, maar die wel worden voorgeschreven. De raad heeft geadviseerd deze middelen in principe wel voor vergoeding in aanmerking te laten komen, mits het betrokken ziekenfonds daar vooraf mee heeft ingestemd. De heer IMijhuis (V.V.D.) vroeg of al een gesprek is gevoerd met de KNMP over de zeer kritische reactie van die organisatie op het wijzigingsbesluit. Wellicht was het verstandiger geweest het wijzigingsbesluit in concept, desnoods informeel, eerst voor commentaar aan deze organisatie voor te leggen. Hij vond het ook wat merkwaardig dat vlak voor de invoeringsdatum van het wijzigingsbesluit nog verbeteringen nodig waren. Voorts had hij begrepen dat homeopatische en antroposofische geneesmiddelen nog niet volledig voor vergoeding in aanmerking komen. Hij vroeg welk deel (of welke geneesmiddelen) dan buiten de vergoedingsregeling vallen. Hij ging er verder van uit dat naast de kameruitspraak over deze geneesmiddelen ook is overwogen dat het als onrechtvaardig moet worden beschouwd dat ze tot nu toe niet werden vergoed. De heer Lansink (C.D.A.) meende dat met de brief van 10 februari jl. afdoende is gereageerd op de vele brieven en persberichten over het wijzigingsbesluit. Wel had naar zijn smaak in deze brief nog meer aandacht kunnen worden gegeven aan de overweging inzake zelfmedicatie. Overigens meende hij dat de KNMG wel erg laat is met haar reactie over homeopatische en antroposofische geneesmiddelen. Deze had eigenlijk al moeten komen toen jaren geleden de desbetreffende motie door de Kamer werd aanvaard. Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

6 De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur had de afgelopen maanden veel energie moeten steken in het ophelderen van misverstanden en het rechtzetten van onjuiste berichtgeving. Hij betreurde dat, omdat onnodig verwarring is gezaaid en omdat hij graag zou zien dat de overheid niet zou hoeven te komen tot het type regelgeving als het nu aan de orde zijnde wijzigingsbesluit. De overheid is echter helaas gedwongen om hiertoe over te gaan, nu betrokken partijen ondanks aandrang daartoe niet tot zelfregulering komen. In reactie op de opmerkingen over de formulering van het wijzigingsbesluit herinnerde hij eraan, dat indertijd door zijn ambtsvoorganger een concept-wijzigingsbesluit om advies aan de Ziekenfondsraad is voorgelegd. In dat concept zijn precies dezelfde bewoordingen gebruikt als die, welke in het nu genomen besluit staan. De Ziekenfondsraad, waarin alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd, óók de KNMP, heeft toen echter een andere formulering geadviseerd. Dit advies is vervolgens door de bewindsman overgenomen, omdat hij ervan uitging dat het door de betrokken partijen werd gedragen. Hij was dan ook onaangenaam verrast toen juist die partijen eind januari weer kritiek leverden op de indertijd door henzelf geadviseerde formulering. Met het oog hierop is toen besloten terug te vallen op de formulering van het oorspronkelijke concept-wijzigingsbesluit. Overigens had de staatssecretaris begrepen dat de KNMP inmiddels in een brief aan de Ziekenfondsraad verontschuldigingen voor haar optreden heeft aangeboden. Ingaande op de maatregel inzake homeopatische en antroposofische geneesmiddelen wees hij eerst op de indertijd door de Kamer gedane uitspraak. Een belangrijke overweging voor deze maatregel is geweest dat er voor deze geneesmiddelen geen alternatief is, terwijl dat wel het geval is voor de zgn. drogisterij-artikelen. De definitie van deze geneesmiddelen is overgenomen uit een advies van de Ziekenfondsraad, dat deze raad heeft gebaseerd op in beroep gedane uitspraken. Voorts wees hij erop dat kenmerk van deze geneesmiddelen juist is dat de gangbare westerse natuurwetenschappelijke criteria inzake werkzaamheid en schadelijkheid niet toegepast kunnen worden op deze geneesmiddelen. Daardoor komen ze ook niet voor registratie in aanmerking. Wel beraden de betrokken fabrikanten zich inmiddels op een toetsing van hun produkten aan kwaliteitsaspecten. Op de negatieve lijsten die tot 1 mei jl. golden, kwamen 409 geneesmiddelen voor. Thans komen 347 geneesmiddelen niet meer voor vergoeding in aanmerking. Het wijzigingsbesluit werkt dus gunstig uit voor betrokkenen. Wel onderkende ook de bewindsman dat zich hierdoor onrechtvaardigheden kunnen voordoen, in het bijzonder bij de buikvormers. Hij verklaarde zich dan ook bereid de nu geldende lijst in die zin aan te passen dat buikvormers weer voor vergoeding in aanmerking komen. Voorts zegde hij toe ook eventuele andere knelpunten nader te bezien. Hij erkende dat het criterium van geneesmiddelen met een sociaal-medische betekenis min of meer arbitrair is. Het was dan ook zijn voornemen hierover met de Ziekenfondsraad overleg te plegen. De regeling die nu voor nog niet geregistreerde geneesmiddelen is getroffen, is bedoeld om het oneigenlijke gebruik tegen te gaan dat van de tot voor kort bestaande regeling werd gemaakt. In de praktijk bleken betrokkenen geen enkele haast meer te maken met de registratie van geneesmiddelen, omdat zij een beroep konden doen op de tot voor kort geldende uitzonderingsbepaling. De bewindsman onderkende overigens de mogelijkheid, dat in uitzonderlijke gevallen een patiënt een geneesmiddel nodig heeft dat niet in Nederland is geregistreerd omdat het in Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

7 Nederland vrijwel nooit wordt gebruikt, maar wel in een ander land verkrijgbaar is. Hij stelde zich voor, voor deze gevallen een hardheidsclausule in te voeren. De heer De Pree (P.v.d.A.) bleef moeite houden met het feit dat homeopatische en antroposofische geneesmiddelen van elke vorm van controle of toetsing zijn vrijgesteld. Hij realiseerde zich dat de gebruikelijke toetsingscriteria niet voor deze geneesmiddelen kunnen gelden. Is dan echter werkelijk elke vorm van toetsing uitgesloten? De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur zei zelf ook nooit goed begrepen te hebben hoe homeopatische en antroposofische geneesmiddelen kunnen werken. De verdunning is namelijk zodanig groot dat er volgens de gangbare natuurwetenschappelijke criteria geen enkele werking meer kan zijn. Bovendien wordt als geneesmiddel juist de stof gehanteerd die de klachten heeft veroorzaakt. Hij had echter ook te maken met de maatschappelijke realiteit: al vele tientallen jaren menen tal van mensen dat zij baat vinden bij deze geneesmiddelen en ze worden door een groot aantal artsen voorgeschreven, ook door regulier werkende artsen. Bovendien is er wel degelijk sprake van een behoorlijke kwaliteitscontrole, voordat middelen worden opgenomen in het Duitse homeopatische Artzeneibuch. Dat register heeft in de Bondsrepubliek ook een wettelijke status en staat daar in hoog aanzien. In dit verband herinnerde de bewindsman nog aan de indertijd gemaakte afspraak, naar aanleiding van het rapport van de commissie-muntendam over alternatieve geneeswijzen, om effectiviteitsonderzoek naar alternatieve geneeswijzen te verrichten waar dat mogelijk is. Daarvoor is een jaarlijks budget beschikbaar. Hij had echter ook begrepen dat dergelijk onderzoek bij homeopatische en antroposofische geneesmiddelen nauwelijks zin heeft. De voorzitter van de commissie, Haas-Berger De griffier van de commissie. De Gier Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

8 BIJLAGE Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Rijswijk, 7 april 1989 Mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, A. J. Evenhuis, zend ik u, reagerend op uw brief d.d. 28 februari 1989, kopie van de missive d.d. 3 maart van E.G. Commissaris Sir Leon Brittan. Kortheidshalve moge naar de inhoud daarvan worden verwezen. In overleg met OPA-partijen d.d. 29 maart jl. is besloten het Akkoord per 1 april te doen ingaan. De administratieve verwerking van de prijsmutaties is thans gaande en zal uiterlijk op 24 april a.s. op het niveau der apotheekhoudenden zijn verwezenlijkt. Tijdens het te houden mondeling overleg zal de Commissie onzerzijds over de alsdan bestaande situatie worden geïnformeerd. De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, D. J. D. Dees Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

9 3rd March 1989 Dear Sirs, Sir Leon Brittan, who is absent from Brussels today, has asked me to send you the enclosed letter. The formal, signed letter will follow early next week. Yours faithfully, J. Faull encls. Messrs. A. J. Evenhuis and D. J. D. Dees Staatssecretarissen Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

10 Aan de Staatssecretarissen A. J. Evenhuis en drs D. J. D. Dees Mijne Heren, Naar aanleiding van uw brief van 9 februari j.l. heb ik besloten om mijn voorlopig oordeel over het Omni-Partijenakkoord (hierna OPA) te herzien op een wijze die zoveel mogelijk aan uw wensen en doelstellingen tegemoet komt. De beheersing van de kosten van de geneesmiddelenvoorziening in Nederland vormt een van de hoofddoelstellingen van uw beleid. Ik onderschrijf als voormalig Minister van Financiën het belang van deze doelstelling. In dit verband doet het mij deugd te constateren dat het vergoedingssysteem dat uw regering op 1 januari 1988 heeft ingevoerd tot daadwerkelijke besparingen leidt en dat een bezuiniging van 128 miljoen gulden voor 1988 te verwachten valt. Het is evenwel mijn huidige taak erop toe te zien dat de mededingingsverhoudingen tussen ondernemingen in de gemeenschappelijke markt niet vervalst worden. Het OPA druist tegen deze doelstelling in. Dit akkoord tast buiten het spel van de mededinging om de concurrentiepositie van parallel geïmporteerde en/of generieke geneesmiddelen aan. De concurrentie, die van het aanbod van deze produkten uitgaat is van wezenlijk belang in de sector van de geneesmiddelenvoorziening, waarin de marktwerking op veel punten te wensen overlaat. Het feit dat het OPA deze concurrentie beperkt vormt ook voor de Nederlandse consumentenen patiëntenorganisaties een van de voornaamste redenen om dit akkoord af te wijzen. Het belemmeren van de parallel-invoer in Nederland betekent bovendien dat het OPA de Nederlandse markt isoleert ten opzichte van de overige Lidstaten. Waar in het licht van 1992 de regeringen van de Lidstaten en de Commissie een toenemende marktintegratie voorstaan, daar past het niet dat de overgrote meerderheid van de ondernemingen, die in alle stadia van de geneesmiddelenvoorziening actief zijn, de nationale markt reguleert en afschermt. Indien de Commissie ten aanzien van het OPA in zijn huidige vorm een positieve beslissing zou nemen, dan zou deze beslissing als een precedent voor private marktregulering in andere sectoren van de economie en/of andere Lidstaten kunnen werken. Anderzijds ben ik mij ervan bewust dat het OPA in zekere zin gezien moet worden als een bijzondere overeenkomst, die een bijzondere aandacht verdient. De partijen bij het OPA, die in menig opzicht tegengestelde belangen vertegenwoordigen, bieden de Nederlandse overheid een concrete garantie voor een besparing van 420 miljoen gulden. Een dergelijke garantie komt duidelijk aan de op bezuiniging gerichte doelstellingen van uw regering tegemoet. Bovendien kan het OPA op steun uit het Nederlandse Parlement rekenen. Een meerderheid van de Tweede Kamer dringt op de inwerkingtreding van dit breedgedragen particulier bezuinigingsinitiatief aan. Op grond van deze bijzondere omstandigheden heb ik mijn diensten opgedragen om te onderzoeken of ten aanzien van de bepalingen van het OPA omtrent de prijsdaling en het prijsniveau van nieuwe produkten, een positieve beslissing genomen zou kunnen worden. De inhoud van de overige clausules van het OPA en in het bijzonder de artikelen omtrent de verlaging van de stimuleringspremie en het verbreden van de toegestane kortingsmarge, belet evenwel dat het onderzoek van mijn diensten kan uitmonden op een dergelijke positieve beslissing. De toepassing van deze artikelen zou rekenkundig, bij een prijsverschil tussen het spécialité en het overeenkomstige alternatieve geneesmiddel van 30%, tot gevolg hebben dat de stimuleringspremie in absolute termen met 65% wordt verminderd. De in uw brief aangevoerde argumenten omtrent het mogelijke functioneren van een stimulans van 15% hebben mij niet kunnen Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

11 overtuigen dat substitutie onder deze omstandigheden voor de apothekers nog aantrekkelijk blijft. Deze argumenten houden geen rekening met de wisselwerking tussen de verlaging van de stimuleringspremie en de verbreding van de kortingsmarge. Bovendien blijkt uit uw brief dat het prijsverschil tussen het spécialité en het gelijkwaardige alternatief groter moet worden dan het huidige verschil om de stimulans van 15% te laten werken. Dit betekent dat er bij gelijke of kleinere prijsverschillen geen aanleiding meer bestaat om te substitueren. Voordat in positieve zin beslist kan worden zal de anti-concurrentiële werking van voornoemde artikelen moeten worden afgezwakt. Dit betekent dat de verlaging van de stimulans tot 15% niet aanvaardbaar is. Dit impliceert echter niet dat de huidige premie van 33% in elk geval gehandhaafd zou moeten worden. Zoals U in uw brief vermeldt kan er geen steun worden gevonden in een wetenschappelijke onderbouwing voor de hoogte van dit percentage. De werking van de premie zal in de praktijk moeten blijken. In dit verband stel ik u voor om de verlaging van de stimulans van 33% te beperken tot 20% in plaats van de in het OPA voorziene 15% en om de werking van de premie van 20% in de praktijk gedurende een jaar te beproeven. Deze werking alsmede de toepassing van het OPA in het algemeen mogen echter de mededinging met alternatieve geneesmiddelen niet vervalsen. Bij de beoordeling of er al dan niet sprake is van een dergelijke mededingingsvervalsing, zal worden uitgegaan van de prognoses van de OPA-partijen omtrent de ontwikkeling van de substitutie in de geneesmiddelenmarkt. In het kader van deze beoordeling zouden deze prognoses vergeleken kunnen worden met de feitelijke ontwikkeling in de markt. Om deze ontwikkeling vast te stellen zou men kunnen denken aan de uitwisseling van statistische marktgegevens. Een zodanige uitwisseling zou de Commissie in staat stellen om toe te zien op de gevolgen van het OPA voor de concurrentie van de kant van generieke en/of parallel ingevoerde geneesmiddelen. Dit toezicht zou afgestemd kunnen worden op de door uw overheid geëiste controle op het OPA. Op ambtelijk niveau zouden er contacten tussen de Nederlandse en Europese overheid gelegd kunnen worden om een dergelijk systeem van parallele controle nader uit te werken. Indien uit de op deze wijze verkregen marktgegevens zou blijken dat de concurrentiemogelijkheden van generieke en/of parallel ingevoerde geneesmiddelen merkbaar belemmerd worden, dan zou het niveau van de stimuleringspremie op initiatief van de Nederlandse overheid of van de OPA-partijen verhoogd moeten worden. De wijziging van en het toezicht op het OPA in de bovenaangegeven zin zouden het mij mogelijk maken om de procedure voor het nemen van een positieve beslissing te openen. Het spreekt vanzelf dat mijn conclusies ten aanzien van het OPA de procedurele rechten van de partijen, die het OPA hebben aangemeld, en van Prodifarma, die een klacht tegen dit akkoord heeft ingediend, niet aantasten. De aanpassing van het OPA is naar mijn mening de aangewezen methode om de vereisten van een onvervalste mededinging en directe besparingen met elkaar te verenigen. De vrijstelling zou niet alleen op korte termijn een besparing garanderen van 420 miljoen gulden, maar zij zou bovendien waarborgen dat het spel van de mededinging op langere termijn tot verdere bezuinigingen leidt. De mededinging tussen spécialité preparaten en generieke en/of parallel ingevoerde geneesmiddelen veroorzaakt immers een nederwaartse druk op het prijspeil. Het functioneren van het huidige vergoedingsstelsel geeft hiervoor een duidelijke aanwijzing. Hoogachtend Tweede Kamer, vergaderjaar , hfdst. XVI, nr

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 18 386 Besluit afbreking zwangerschap Nr. 29 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 30 mei 1988 De vaste Commissie voor de Volksgezondheid 1 heeft onderstaande

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-21 800 IX B Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk IX B (Ministerie van Financiën) voor het jaar Nr. 25 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21 300 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk V (Ministerie van Buitenlandse Zaken) voor het jaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 808 Inkomensbeleid 1989 Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 28 oktober 1988 De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1 heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 18039 Sportbeleid Nr.7 De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting 1982-1983 en in het vergaderjaar 1983-1984 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20400 Lasopleidingen Nr. 5 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 1 september 1988 De vaste commissie voor Onderwijs en Wetenschappen 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 908 Elektriciteitsplan 1989-1998 Nr. 7 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 7 maart 1989 De vaste Commissie voor Economische Zaken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 19 218 Het verworven immuun deficiëntiesyndroom (AIDS) Nr. 37 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 3 oktober 1989 De vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1991-199 300 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) voor het jaar199

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 18670 Academisering in de eerste lijn en ambulante geestelijke gezondheidszorg Nr. 6 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 22 juni 1988

Nadere informatie

GENEESMIDDELEN Veel gestelde vragen en antwoorden. Augustus 2008

GENEESMIDDELEN Veel gestelde vragen en antwoorden. Augustus 2008 GENEESMIDDELEN Veel gestelde vragen en antwoorden Augustus 2008 Toelichting: De vragen zijn ingedeeld in drie onderdelen: -1- vergoedingen voor geneesmiddelen, -2- preferentiebeleid van zorgverzekeraars,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 16773 Aanschaffingsbeleid en Innovatie Nr. 15 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 17 januari 1989 De vaste Commissie voor Economische

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 606 Het onderbrengen van de zorg, bestaande uit duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis, in de aanspraken op grond van de Algemene

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20026 Financieel beleid basisgezondheidsdiensten Nr. 2 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 15 december 1987 De vaste Commissie voor de

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19952 Tandprothetici Nr. 4 VOORLOPIG VERSLAG Vastgesteld 14 juli 1987 De vaste Commissie voor de Volksgezondheid 1 heeft de eer als volgt verslag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1983-1984 17370 Taak en functie van de PTT met betrekking tot informatieen telecommunicatietechnologie Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 19 april 1984 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Rijksbegroting voor het jaar 1987 19 700 Hoofdstuk V Ministerie van Buitenlandse Zaken Nr. 28 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 20

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 19218 Het verworven immuun deficiëntie-syndroom (AIDS) Nr. 13 1 Samenstelling: Leden: Haas-Berger (PvdA), Stoffelen (PvdA), Kosto (PvdA) voorzitter.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) G VERSLAG VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 6 september 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 6 september 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22152 Voorlichtingscampagnes van het Rijk Nr. 3 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 1991 De Commissie voor de Rijksuitgaven 1 legt over dit rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 13 419 Eurocontrol Nr. 16 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 6 februari 1980 De vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat' heeft op 28 november

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 16 709 Sportbeoefening door gehandicapten Nr. 10 1 Samenstelling: Leden: Nypels (D66), Worrell (PvdA), Scherpenhuizen (VVD), Müller-van Ast (PvdA)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19218 Het verworven immuun deficiëntiesyndroon (AIDS) Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 7 november 1985 Ter voorbereiding van het mondeling overleg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21442 Aandelenvervreemding Eurometaal Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Stemerdink (PvdA), Gualthèrie van Weezel (CDA), Frinking (CDA), ondervoor zittter,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XIII Ministerie van Economische Zaken Nr. 19 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 22 oktober 1984 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22 300 XIV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk XIV (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 890 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B vs. C en E, beide te D. Zaak Zaaknummer : 2008.00672 Zittingsdatum : 1 oktober 2008 : Premiekorting, wijziging verzekeringsvoorwaarden aanvullende verzekering 1/6

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20200 Hoofdstuk XV Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid IMr. 94 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 2 februari 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 2 februari 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 18840 Besluitvorming inzake de aanschaf van YPR 765 pantserrupsvoertuigen Nr.4 ' Samenstelling: Leden: Joekes (VVD), Scholten, Van der Hek (PvdA),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19258 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet (gelijkstelling niet-gehuwde personen met gehuwden of echtgenoten) Nr. 8 EINDVERSLAG Vastgesteld 13

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22011 Hoofdlijnen van een nieuwe uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen Nr. 15 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 3 september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23265 Begrotingsadministratiesystemen Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 12 november 1993 De Commissie voor de Rijksuitgaven' heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 29 477 Geneesmiddelenbeleid Nr. 269 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 februari 2014 In de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20 200 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 127 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 29 544 Arbeidsmarkbeleid Nr. 339 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 558 Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 19218 Het verworven immuun deficiëntiesydroom (AIDS) Nr. 34 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 26 april 1989 De vaste Commissie voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 681 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21452 Jeugdbeleid en Onderwijsbeleid Nr. 3 LIJSTVAN VRAGEN Vastgesteld 15 mei 1990 De bijzondere Commissie voor het jeugdwelzijnsbeleid 1 en de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22 800 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk XVI (Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 15317 Jeugdwelzijnsbeleid Nr. 163 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XIV Ministerie van Landbouw en Visserij Nr. 99 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 18927 Vrijwilligerswerk op de terreinen van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 5 september 1985 De vaste Commissies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19465 19905 Verslag van de Algemene Rekenkamer over 1985 Verslag van de Algemene Rekenkamer over 1986 Nr. 25 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20200 Nota over de toestand van 's Rijks financiën IMr. 44 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 24 februari 1988 De commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Kamervragen over voorlichting verhoogde vrijstelling erfbelasting en mantelzorgcompliment

Kamervragen over voorlichting verhoogde vrijstelling erfbelasting en mantelzorgcompliment Regelingen en voorzieningen CODE 10.1.3.331 Kamervragen over voorlichting verhoogde vrijstelling erfbelasting en mantelzorgcompliment bronnen Tweede Kamer Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011 2012

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 17554 Beleid inzake het starten van een (eigen) bedrijf Nr. 24 ' Samenstelling: Leden: Salomons (PvdA), voorzitter, Van der Linden (CDA), Van Erp

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20436 Schijnerkenningen IMr. 3 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 31 augustus 1988 De vaste Commissie voor Justitie' heeft op 9 juni

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening) Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 814 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Herziening van het stelsel van sociale zekerheid BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Nr. WJZ/2005/30013 (3764) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1498 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan.

Dit advies, gedateerd 3 april 2015, nr. W /l, bied ik U hierbij aan. Nr. WJZ/877024(6633) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 154 Bouw van een haven in de westelijke Sahara Nr. 1 1 Samenstelling: Portheine (VVD), Mommersteeg (CDA), Van Thijn (PvdA), Van Rossum (SGP). Wolff

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 10 december 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 10 december 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 31 571 Voorstel van wet van het lid Thieme tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 21 800 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van hoofdstuk VIII (Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 19160 Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 5 maart 1986 De vaste commissie voor Ontwikkelingssamenwerking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 237 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het gebruik van het burgerservicenummer bij de uitvoering van het depositogarantiestelsel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20614 Europese Raad te Hannover, 27 en 28 juni 1988 Nr. 1 1 Samenstelling: Leden: Van Dis (SGP), Stoffelen (PvdA), Ter Beek (PvdA), ondervoorzitter,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 10 juli 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 10 juli 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 55 BRIEF VAN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 294 Interpellatie van het lid Kant inzake de eigen bijdrage AWBZ Nr. 8 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 20 706 Kunstmatige bevruchting en draagmoederschap Nr. 3 herdruk 3 1 Samenstelling: Leden: Haas-Berger (PvdA), Stoffelen (PvdA), Kosto (PvdA),

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20 223 Wijziging van de inkomstenbelasting in verband met een verruiming van de rentevrijstelling voor binnenlandse belastingplichtigen Nr. 7 EINDVERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 498 Wijziging van de arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de wijziging van de systematiek van de herbeoordelingen (Wet wijziging systematiek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Landelijk instituut sociale verzekeringen. 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren

R e g i s t r a t i e k a m e r. Landelijk instituut sociale verzekeringen. 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren R e g i s t r a t i e k a m e r Landelijk instituut sociale verzekeringen 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren070-3811300..'s-Gravenhage, 23 mei 2001.. Onderwerp uitvoering wet Rea Bij brief van

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19801 Binnenmilieu Nr. 3 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 10 juni 1987 De vaste Commissie voor Milieubeheer 1 heeft op 2 april 1987

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 311 Zelfstandig ondernemerschap Nr. 83 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 29 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 33 226 Oprichting door de Staat der Nederlanden van een vereniging naar Nederlands recht ter ondersteuning van het internationale collectief «Initiative

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.2274 (047.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1991-1992 22547 De CITES-conferentie (Kyoto, 2-13 maart 1992) Nr. 3 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 26 maart 1992 De vaste Commissie voor landbouw

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie