De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek"

Transcriptie

1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz Een rechtsvergelijkend onderzoek Danny Das Tilburg University Tilburg School of Economics and Management Master Fiscale Economie Afstudeerdatum 25 juni 2012 Examencommissie M.J. Hoogeveen A.C. Rijkers

2 Inhoudsopgave Lijst van gebruikte afkortingen / 4 Hoofdstuk 1 - Inleiding / Aanleiding tot het onderzoek / Probleemstelling / Opzet en structuur van het onderzoek / 8 Hoofdstuk 2 - De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in Nederland / Inleiding / Parlementaire geschiedenis / De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten met ingang van 2010 / Kritiek op de rechtsgrond en vormgeving / Last of tegenprestatie en belastinglatenties / Kwalificerend ondernemingsvermogen / De verkrijging van een onderneming / De verkrijging van een medegerechtigdheid / De verkrijging van een aanmerkelijk belang / Meegetrokken en fictief aanmerkelijk belang / Preferente aandelen / Beleggingsvermogen / Indirect aanmerkelijk belang / De verkrijging van ter beschikking gestelde onroerende zaken / Kwalificerende erflater en schenker / Voortzettingsvereiste / Ondernemingsvermogen in de inkomstenbelastingsfeer / Aanmerkelijk belang / Preferente aandelen / Ter beschikking gestelde onroerende zaken / 24 1

3 2.7 - Verdeling van de nalatenschap en huwelijksgemeenschap / Conclusie / 26 Hoofdstuk 3 - De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in Duitsland / Inleiding / Systematiek Erbschaftsteuergesetz / Parlementaire geschiedenis / De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten met ingang van 2009 / Regelverschonung / Optionsverschonung / Kritiek op de rechtsgrond en vormgeving / Begünstigtes Vermögen / Land- en bosbouwondernemingen / Ondernemingsvermogen / Belangen in kapitaalvennootschappen / Jurisprudentie Hof van Justitie / Beleggingsvermogen / Voortzettingsvereiste / Behaltensregelung / Ondernemingsvermogen / Land- en bosbouwondernemingen / Belangen in kapitaalvennootschappen / Uitzonderingen / Lohnsummenregelung / De loonsomeis / Lohnsumme / Kritiek op de Lohnsummenregelung / Samenvatting en conclusie / 43 2

4 Hoofdstuk 4 - Rechtsvergelijking Nederland-Duitsland / Inleiding / Systematiek Successiewet 1956 en Erbschaftsteuergesetz / Achtergrond en doelstelling bedrijfsopvolgingsfaciliteiten / De faciliteiten / Kwalificerend ondernemingsvermogen / Kwalificerende erflater en schenker / Voortzettingsvereiste / Verdeling nalatenschap en huwelijksgemeenschap / Samenvatting en conclusie / 52 Hoofdstuk 5 - Conclusie en aanbevelingen / Inleiding / Samenvatting en algemene conclusies / Rechtsgrond en vormgeving van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten / Beleggingsvermogen / Voortzettingsvereiste / Aanbevelingen / 56 Literatuurlijst / 58 Jurisprudentielijst / 61 3

5 Lijst van gebruikte afkortingen BVerfG Bundesverfassungsgericht Diss. Dissertatie EER Europese Economische Ruimte EIM Economisch Instituut voor het Midden- en kleinbedrijf ErbStG Erbschaftsteuer- und Schenkungsteuergesetz ErbStRG Erbschaftsteuerreformgesetz EU Europese Unie FTV Civiel en Fiscaal Tijdschrift Vermogen HR Hoge Raad der Nederlanden IW 1990 Invorderingswet 1990 KvK Kamer van Koophandel LJN Landelijk Jurisprudentie Nummer MKB Midden- en kleinbedrijf NTFR Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht R E Richtlinien zum Erbschaftsteuergesetz R.o. Rechtsoverweging Stb. Staatsblad 4

6 SW 1956 Successiewet 1956 TFO Tijdschrift Fiscaal Ondernemingsrecht TiU Tilburg University Uitv. Reg. schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling Schenk- en erfbelasting V-N Vakstudie Nieuws VwEU Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie WBR Wet van Belastingen op Rechtsverkeer Wet IB 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 WFR Weekblad Fiscaal Recht WPNR Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie 5

7 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot het onderzoek Uit cijfers van de Kamer van Koophandel 1 en onderzoeksbureau EIM 2 blijkt dat er in Nederland jaarlijks circa bedrijfsoverdrachten plaatsvinden. Naar verwachting zal dit aantal, mede als gevolg van de toenemende vergrijzing van de ondernemerspopulatie in Nederland, in de nabije toekomst toenemen. 3 De bedrijfsoverdracht neemt in ondernemersland derhalve een prominentere plaats in dan ooit. De bedrijfsoverdracht is een complexe aangelegenheid, waarbij verschillende aspecten een rol spelen. Niet slechts emotionele of praktische problemen kunnen een succesvolle bedrijfsoverdracht in gevaar brengen, doch ook de fiscale wetgeving kan een struikelblok vormen. 4 In de nationale fiscale wetgeving zijn in onder andere de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956 faciliteiten opgenomen die van toepassing kunnen zijn bij de overgang van een onderneming tussen natuurlijke personen. In deze masterthesis zal, gelet op de omvang van het onderzoek, slechts worden ingegaan op de successierechtelijke regels omtrent de overgang van ondernemingsvermogen in het kader van een bedrijfsopvolging. In beginsel is over de verkrijging krachtens erfrecht of schenking van ondernemingsvermogen erf- of schenkbelasting verschuldigd. 5 De verschuldigde erf- of schenkbelasting kan tot financiële problemen leiden die de continuïteit van de onderneming zouden kunnen aantasten indien voor de betaling van de erf- of schenkbelasting liquide middelen aan de onderneming moeten worden onttrokken. De wetgever acht dit vanuit sociaal-economisch oogpunt niet wenselijk. 6 De erf- of schenkbelasting mag vanwege het belang van de onbelemmerde voortzetting van economische bedrijvigheid geen bedreiging vormen voor reële bedrijfsoverdrachten. 7 Sinds vele jaren voorziet de fiscale wetgeving in faciliteiten die ten doel hebben een bijdrage te leveren aan de continuïteit van ondernemingen door de druk van de erf- en schenkbelasting ten 1 Nieuwsbericht KvK Te raadplegen via 2 Meijaard & Diephuis 2004, p In Nederland bestaat er geen instantie die de feiten met betrekking tot bedrijfsoverdrachten registreert. Wel is regelmatig veldonderzoek verricht naar bedrijfsoverdrachten. Naar schatting ligt het aantal bedrijfsoverdrachten tussen de en per jaar. In de literatuur is gesteld dat dit aantal zal toenemen als gevolg van onder andere de vergrijzing van de ondernemerspopulatie in Nederland. Zie Hoogeveen 2011, en Zie voor een uitgebreidere beschouwing Hoogeveen 2011, Op grond van art. 1 SW 1956 is (in beginsel) erf- of schenkbelasting verschuldigd over al wat krachtens erfrecht of schenking wordt verkregen (door het overlijden) van iemand die ten tijde van het overlijden (de schenking) in Nederland woonde. 6 Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p. 4. 6

8 gevolge van de overgang van de onderneming te verminderen. 8 De speciale faciliteiten voor de erf- en schenkbelasting die is verschuldigd over de verkrijging van een onderneming, vinden hun oorsprong in het in 1983 aan de Tweede Kamer aangeboden Rapport Fiscale maatregelen ten bate van het midden- en kleinbedrijf. 9 Met ingang van 1 januari 2002 zijn de zogenoemde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten opgenomen in de Successiewet Tot die tijd waren soortgelijke tegemoetkomingen in de Invorderingswet 1990 neergelegd. Recentelijk zijn de in de Successiewet 1956 neergelegde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten grondig herzien. De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn met ingang van 1 januari 2010 van kracht geworden en neergelegd in Hoofdstuk IIIA van de Successiewet Sinds de invoering van een voorwaardelijke vrijstelling voor krachtens erfrecht of schenking verkregen ondernemingsvermogen, zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bekritiseerd. In de fiscale literatuur zijn vraagtekens gezet bij verschillende onderdelen van de regeling. 10 Met name wordt veelvuldig kritiek geuit op het feit dat er nooit onderzoek heeft plaatsgevonden naar het nut en de noodzaak van de invoering en verruiming van de faciliteiten. 11 In de nationale successiewetgeving van onze oosterburen, de Erbschaftsteuer- und Schenkungsteuergesetz, zijn soortgelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteiten neergelegd. Het doel van de regeling is ondernemers een bijdrage te laten leveren aan de schatkist zonder dat dit de liquiditeitspositie van de onderneming onder druk zou zetten, dan wel gepaard zou gaan met een faillissement. 12 Ook in Duitsland zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten onderwerp van discussie. Op 7 december 2006 heeft het Duitse Constitutionele Hof, het Bundesverfassungsgericht, de Duitse successiewetgeving, in het bijzonder de verschillende waarderingsmethoden voor verschillende vermogensbestanddelen, ongrondwettelijk verklaard. 13 Het hof gaf daarbij aan dat de wetgeving uiterlijk op 31 december 2008 in overeenstemming diende te worden gebracht met de Duitse grondwettelijke bepalingen. Na maandenlange parlementaire discussies is het wetsvoorstel tot hervorming van de Duitse successiewetgeving, de Erbschaftsteuerreformgesetz, op 5 december 2008 aangenomen. De nieuwe wetgeving is op 1 januari 2009 van kracht geworden Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, p Kamerstukken II 1983/84, , nr. 3, p Zie o.a. Hoogeveen 2002 en De Wijkerslooth-Lhoëst Zie o.a. Hoogeveen 2010, 1.1 en Hoogwout 2009, 5. Ook de Raad van State heeft kritiek geuit op de vrijstelling. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 4, p Kessler & Eicke 2009, p Beschluss des BVerfG vom , Az.: 1 BvL 10/ Kessler & Eicke 2009, p

9 1.2 Probleemstelling Zowel de Nederlandse als de Duitse nationale successiewetgeving bevat speciale faciliteiten die zien op de overgang van ondernemingsvermogen in het kader van een bedrijfsopvolging. Beide regelingen zijn betrekkelijk recent herzien. De in de Erbschaftsteuergesetz neergelegde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn met ingang van 1 januari 2009 van kracht geworden, terwijl de Nederlandse successierechtelijke faciliteiten exact een jaar later in werking zijn getreden. Het kan op zijn minst opmerkelijk genoemd worden dat bij de totstandkoming van de met ingang van 1 januari 2010 in werking getreden Successiewet 1956 geen gebruik lijkt te zijn gemaakt van enig rechtsvergelijkend onderzoek. De herziene Erbschaftsteuergesetz alsmede haar totstandkomingsproces had immers inspiratie kunnen bieden voor de Nederlandse successiewetgever ter verbetering van de fiscale wetgeving omtrent de overgang krachtens erfrecht of schenking van ondernemingsvermogen. 15 Deze masterthesis voorziet in een rechtsvergelijkend onderzoek tussen de Nederlandse en de Duitse bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, aan de hand waarvan uiteindelijk kan worden bezien of de Duitse regeling aanknopingspunten biedt ter verbetering van haar Nederlandse equivalent. Op grond van bovenstaande zal deze masterthesis worden vormgegeven aan de hand van de volgende probleemstelling: In hoeverre verschillen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de faciliteiten uit de Erbschaftsteuer- und Schenkungsteuergesetz van elkaar, en in hoeverre biedt de Duitse wetgeving aanknopingspunten tot verbetering van haar Nederlandse equivalent? 1.3 Opzet en structuur van het onderzoek In deze masterthesis zullen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Nederlandse en Duitse wetgeving besproken en met elkaar vergeleken worden. Zoals gezegd zal daarbij, gelet op de omvang van het onderzoek, slechts worden ingegaan op de successierechtelijke faciliteiten. Verder zal, vanwege het feit dat de regels voor schenking en vererving van ondernemingsvermogen nagenoeg aan elkaar gelijk zijn, in het vervolg slechts gesproken worden over de vererving van ondernemingsvermogen. Indien op bepaalde punten de regels voor schenking en vererving van ondernemingsvermogen van elkaar afwijken, zal daarvan expliciet melding worden gemaakt. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in het tweede hoofdstuk de met ingang van 1 januari 2010 in de Successiewet 1956 neergelegde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten worden besproken. Na een korte schets van de parlementaire geschiedenis in aanloop naar de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zal aan de hand van de relevante wetsartikelen inhoudelijk worden ingegaan op de regeling, waarbij met name de 15 Sonneveldt en De Kroon 2009,

10 rechtsgrond en vormgeving van de faciliteiten, de behandeling van beleggingsvermogen en de regeling voor holdingstructuren aan bod zullen komen. In het derde hoofdstuk zal allereerst kort de systematiek van de Duitse Erbschaftsteuer- und Schenkungsteuergesetz worden geschetst, gevolgd door een bespreking van de parlementaire geschiedenis in aanloop naar de met ingang van 1 januari 2009 van kracht geworden bedrijfsopvolgingsregeling. Vervolgens zal gedetailleerd ingegaan worden op de regeling aan de hand van de relevante wetsartikelen, waarbij met name de rechtsgrond en vormgeving van de faciliteiten, de behandeling van beleggingsvermogen en het voortzettingsvereiste aan bod zullen komen. Hierop voortbordurend zullen in het vierde hoofdstuk de Nederlandse en Duitse bedrijfsopvolgingsregeling naast elkaar worden gelegd en worden bezien of de Duitse wetgeving aanknopingspunten biedt ter verbetering van de Nederlandse wetgeving omtrent de overgang van ondernemingsvermogen krachtens erfrecht of schenking. In het vijfde en laatste hoofdstuk zal het geheel nog eens kort worden samengevat en zullen de uit het onderzoek voortvloeiende algemene conclusies en aanbevelingen worden gepresenteerd om zo tot een antwoord op de probleemstelling te komen. 9

11 Hoofdstuk 2 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in Nederland 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat een bespreking van de met ingang van 1 januari 2010 in Hoofdstuk IIIA van de Successiewet 1956 neergelegde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Na een korte schets van de parlementaire geschiedenis in aanloop naar de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, zal aan de hand van de relevante wetsartikelen op de regeling ingegaan worden. Achtereenvolgens zullen de faciliteiten, de voorwaarden met betrekking tot de verkrijging, de erflater of schenker en de verkrijger, het voortzettingsvereiste en enkele uitzonderingen met betrekking tot de verdeling van een nalatenschap of huwelijksgoederengemeenschap aan de orde komen. Het hoofdstuk zal worden afgesloten met een korte samenvatting, gevolgd door een conclusie. 2.2 Parlementaire geschiedenis In beginsel is over de verkrijging krachtens erfrecht of schenking van ondernemingsvermogen erf- of schenkbelasting verschuldigd. 16 Sinds vele jaren voorziet de fiscale wetgeving echter in faciliteiten die ten doel hebben een bijdrage te leveren aan de continuïteit van ondernemingen door de druk van de erf- en schenkbelasting ten gevolge van de overgang van de onderneming te verminderen. 17 De speciale faciliteiten voor de erf- en schenkbelasting die is verschuldigd over de verkrijging van ondernemingsvermogen vinden hun oorsprong in het in 1983 aan de Tweede Kamer aangeboden Rapport Fiscale maatregelen ten bate van het midden- en kleinbedrijf. Naar aanleiding hiervan is in het kader van de fiscale lastenverlichting voor het midden- en kleinbedrijf een gefaseerde betalingsregeling ingevoerd voor de verschuldigde erf- en schenkbelasting over het krachtens erfrecht of schenking verkregen ondernemingsvermogen. 18 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hebben hernieuwde aandacht gekregen in het Belastingplan De werkgroep Modernisering successiewetgeving had de opdracht binnen een budgettair neutraal kader de modernisering van de successiewetgeving te onderzoeken, waarbij de bedrijfsopvolgingsregeling één van de speerpunten was Op grond van art. 1 SW 1956 is (in beginsel) erf- of schenkbelasting verschuldigd over al wat krachtens erfrecht of schenking wordt verkregen (door het overlijden) van iemand die ten tijde van het overlijden (de schenking) in Nederland woonde. 17 Kamerstukken II 1997/98, , nr. 3, p Kamerstukken II 1983/84, , nr. 3, p Kamerstukken II 2000/01, , nr. 1, p Kamerstukken II 2001/02, , nr. A, p

12 De werkgroep Modernisering successiewetgeving heeft ter vervanging van de toen geldende regeling een tweetal faciliteiten in de vorm van waarderingsvoorschriften en een uitstelregeling voorgesteld, welke neergelegd zouden moeten worden in de Successiewet 1956 respectievelijk de Invorderingswet Door de werkgroep is voorgesteld de faciliteiten als boedelfaciliteit vorm te geven, hetwelk inhoudt dat ook de erfgenamen die de onderneming niet voortzetten delen in de faciliteiten, naar de mate waarin de waarde van het ondernemingsvermogen tot uitdrukking komt in hun verkrijging. 22 De wetgever heeft het voorstel van de werkgroep om de kern van de regeling op te nemen in de Successiewet 1956 onderschreven, maar kon zich om een aantal redenen niet vinden in de voorgestelde boedelfaciliteit: 23 Voor de continuïteit van de onderneming is [ ] slechts een faciliteit voor de voortzetter nodig. Er is weliswaar sprake van een ongelijke behandeling van erfgenamen, maar die is reeds in het verleden gerechtvaardigd omdat het ongelijke gevallen betreft: de een zet een onderneming voort en de anderen niet. Verder kan het voorstel er toe leiden dat de bedrijfsopvolger slechter af is dan in de huidige situatie: de faciliteit die hij nu alleen krijgt, zou hij dan immers moeten delen met zijn mede-erfgenamen. Ook ontstaat in het voorstel een nieuwe ongelijkheid. De heffing van successiebelasting bij een erfgenaam die bijvoorbeeld alleen een geldsom verkrijgt uit een nalatenschap zou mede afhankelijk zijn van de vraag of een andere erfgenaam uit die nalatenschap een onderneming verkrijgt en voortzet. Dit leidt er toe dat erfgenamen in verschillende nalatenschappen die wat betreft hun eigen verkrijging in een gelijke positie verkeren fiscaal ongelijk worden behandeld. Het kabinet acht dat niet gerechtvaardigd. Op grond van het vorenstaande meent het kabinet dan ook dat dit onderdeel van het voorstel van de werkgroep niet moet worden gevolgd. Met ingang van 1 januari 2002 zijn de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten opgenomen in Hoofdstuk IIIA van de Successiewet Voor de toepassing van de Successiewet 1956 wordt aangeknoopt bij de verkrijging van de individuele verkrijger. Ondanks het feit dat de Successiewet 1956 ook kenmerken van een nalatenschapsbelasting heeft, kan de nationale successiewetgeving getypeerd worden als een zogenoemde verkrijgersbelasting. Vanwege haar onduidelijkheid en complexiteit is de regeling in de fiscale literatuur sinds de invoering veelvuldig bekritiseerd. Door Zwemmer is de tekstuele begrijpelijkheid van deze bedrijfsopvolgingsregeling treffend omschreven als hemeltergend ingewikkeld Voorts werden het verschil in belastingheffing tussen verkrijgers van ondernemingsvermogen en verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen, alsmede het verschil in fiscale behandeling tussen verkrijgers van vermogensbestanddelen 21 Kamerstukken II 2000/01, , nr. 1, p Rapport Commissie-Moltmaker 2000, Kamerstukken II 2000/01, , nr. 1, p Zwemmer 2002, 2.

13 die bij de erflater of schenker behoorden tot een aanmerkelijk belang en verkrijgers van een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet inkomstenbelasting 2001 als bezwaarlijk ervaren. 25 Mede naar aanleiding van vorenstaande kritiek zijn de in de Successiewet 1956 neergelegde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten recentelijk grondig herzien. Nadat de staatssecretaris van Financiën reeds in het bedrijfsopvolgingsbesluit van 10 oktober had aangekondigd met een wetswijziging te zullen komen, is het oorspronkelijke, op 20 april 2009 ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten 27 na een aantal wijzigingen op 17 december 2009 aangenomen. 28 Volgens de staatssecretaris van Financiën is gebleken dat de toen geldende regeling aan de ene kant een te beperkte en aan de andere kant een te ruime werking had. 29 Beide situaties achtte hij onwenselijk. Middels een pakket aan maatregelen heeft hij getracht de bedrijfsopvolgingsregeling eenvoudiger, toegankelijker en evenwichtiger te maken. De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn met ingang van 1 januari 2010 van kracht geworden en neergelegd in Hoofdstuk IIIA van de Successiewet Uitgangspunt van de regeling blijft dat de verschuldigde erf- of schenkbelasting vanwege het belang van de onbelemmerde voortzetting van economische bedrijvigheid, geen bedreiging mag vormen voor reële bedrijfsoverdrachten De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten met ingang van 2010 Indien de verkrijging krachtens erfrecht of schenking van ondernemingsvermogen plaatsvindt binnen het kader van een reële bedrijfsopvolging, wordt op verzoek van de verkrijger een voorwaardelijke vrijstelling verleend voor het verkregen ondernemingsvermogen. Onder een reële bedrijfsopvolging wordt verstaan: 31 Een verkrijging van ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 35c, van een erflater of schenker die voldoet aan de bezitstermijn als bedoeld in artikel 35d, mits de verkrijger gedurende vijf jaren voldoet aan het voortzettingvereiste, bedoeld in artikel 35e. De omvang van de vrijstelling is gerelateerd aan de waarde van de objectieve onderneming. 32 Het verkregen ondernemingsvermogen wordt in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan is toe 25 De Wijkerslooth-Lhoëst 2008, Besluit staatssecretaris van Financiën van 10 oktober 2007, nr. CPP 2007/383M, V-N 2007/ Kamerstukken II 2008/09, , nr Stb. 2009, Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Art. 35b lid 5 SW In art. 7 Uitv. Reg. schenk- en erfbelasting wordt invulling gegeven aan het begrip objectieve onderneming. Onder een objectieve onderneming wordt mede begrepen buitenvennootschappelijk gehouden ondernemingsvermogen en onroerende zaken die op de voet van art Wet IB 2001 ter beschikking zijn gesteld aan de vennootschap en dienstbaar zijn aan de in de vennootschap gedreven onderneming. 12

14 te rekenen in het economische verkeer, zijnde de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde besteed zou zijn. 33 Over het algemeen zal dit de waarde going concern betreffen, tenzij de liquidatiewaarde deze waarde overstijgt. In dat geval wordt het ondernemingsvermogen in aanmerking genomen naar de liquidatiewaarde. 34 Indien de waarde van het ondernemingsvermogen van de objectieve onderneming waarop de verkrijging betrekking heeft niet te boven gaat, wordt op grond van artikel 35b lid 1 onderdeel a Successiewet 1956 een vrijstelling van 100% verleend. In alle andere gevallen geldt de volgende trapsgewijze vrijstelling van artikel 35b lid 1 onderdeel b Successiewet Indien de liquidatiewaarde van het ondernemingsvermogen hoger is dan de waarde going concern, is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de lagere waarde going concern voor 100% vrijgesteld. Daarnaast geldt een 100%-vrijstelling voor zover de totale waarde van het ondernemingsvermogen niet te boven gaat. Ten slotte bedraagt de vrijstelling 83% voor zover de totale waarde van het ondernemingsvermogen wel overschrijdt. De vrijstelling wordt eerst definitief wanneer wordt voldaan aan het voortzettingsvereiste. Indien niet aan dit vereiste wordt voldaan, worden de verleende faciliteiten naar rato teruggenomen, aldus artikel 35b lid 6 Successiewet Het voortzettingsvereiste zal worden besproken in paragraaf Het kan op zijn minst opmerkelijk worden genoemd dat het bedrag van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in 2011 geïndexeerd is, terwijl dit in 2012 achterwege is gebleven. Een dergelijke willekeurige indexering past ook niet in het voornemen van de staatssecretaris van Financiën de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten eenvoudiger te maken. Het zou mij logischer voorkomen de bedrijfsopvolgingsvrijstelling terug te brengen naar een bedrag van en jaarlijkse indexering achterwege te laten. 35 Naast de vorenbedoelde voorwaardelijke vrijstelling bestaan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit een uitstelfaciliteit. Hetgeen resulteert na toepassing van de voorwaardelijke vrijstelling kan op verzoek van de verkrijger worden aangemerkt als geconserveerde waarde. Voor de verschuldigde erf- en schenkbelasting, na toepassing van de voorwaardelijke vrijstelling, kan op grond van artikel 25 lid 12 Invorderingswet 1990 invorderingsrentedragend uitstel van betaling worden verkregen voor de duur van tien jaren. Eenzelfde uitstelregeling is van toepassing op de erf- en schenkbelasting die is toe te rekenen aan de verkrijging van een vordering op een medeverkrijger ter zake van door deze medeverkrijger verkregen ondernemingsvermogen HR 6 maart 1963, LJN AX Art. 21 lid 1 jo. lid 12 SW Zie ook Kamerstukken II 2009/10, , nr. 60, p Deze uitstelfaciliteit is neergelegd in art. 25 lid 13 IW

15 Zowel de voorwaardelijke bedrijfsopvolgingsvrijstelling als de uitstelfaciliteit worden aan de top verleend. 37 Als gevolg van het progressieve tarief dat de Successiewet 1956 kent, heeft de verkrijging van niet-ondernemingsvermogen naast ondernemingsvermogen invloed op de (relatieve) omvang van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Dit komt Gubbels onjuist voor, omdat uit het niet-ondernemingsvermogen de verschuldigde erf- of schenkbelasting zou kunnen worden voldaan zodat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd wordt. Zij pleit voor een vrije-middelentoets, waarbij de faciliteiten slechts worden verleend indien uit het overig tot de nalatenschap behorend vermogen de verschuldigde erf- of schenkbelasting niet kan worden voldaan. Mocht een dergelijke vrijemiddelentoets niet worden ingevoerd, pleit zij voor het verlenen van de faciliteiten tegen het gemiddelde tarief waardoor de verkrijging van niet-ondernemingsvermogen de (relatieve) omvang van de faciliteiten niet beïnvloedt Kritiek op de rechtsgrond en vormgeving In de fiscale literatuur worden de rechtsgrond en de vormgeving van de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten veelvuldig ter discussie gesteld. De noodzaak van dit privilege wordt in twijfel getrokken. Of, en zo ja in welke mate, de verschuldigde erf- of schenkbelasting bij bedrijfsopvolging de continuïteit van een onderneming in gevaar brengt is immers nooit onderwerp van enig fundamenteel onderzoek geweest. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn geplaatst in de sleutel van het voorkomen van de continuïteitsbedreiging van de onderneming indien voor de betaling van de verschuldigde erf- en schenkbelasting liquide middelen aan de onderneming moeten worden onttrokken. 39 In snel tempo is de vrijstelling verruimd naar thans 100% over en 83% voor zover het verkregen ondernemingsvermogen te boven gaat. Naar het oordeel van de Raad van State is reeds in het verleden de grens overschreden waarbij de faciliteit nog in genoemde sleutel kan worden geplaatst. 40 Het nagenoeg geheel onbelast laten van ondernemingsvermogen is niet te verklaren uit de continuïteitsbedreiging uit hoofde van de onttrekking van liquide middelen. De verhouding met de heffing van erf- en schenkbelasting over overige vermogensbestanddelen is zoek. Voorts roept het nagenoeg geheel onbelast laten van het ondernemingsvermogen spanning op met het gelijkheidsbeginsel. In het verleden is in de fiscale literatuur meermaals voorgesteld de huidige faciliteiten te vervangen door een uitstelregeling. 41 Het feit dat verschillende auteurs hebben betoogd dat de regeling niet noodzakelijkerwijs moet bestaan uit een vrijstelling, heeft de wetgever er echter niet toe doen besluiten 37 Voor de toepassing van de uitstelfaciliteit is dit expliciet neergelegd in art. 35b lid 3 SW Gubbels 2002, 2.5 en Kamerstukken II 2008/09, , nr. 4, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 4, p Zie o.a. Zwemmer 2000, p. 145 en Rijkers

16 af te wijken van de reeds ingeslagen weg. 42 Ook het voorstel van Hoogeveen om de huidige fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten te laten vervallen en te vervangen door een niet-belastinggerelateerde kredietfaciliteit, speciaal ingericht voor bedrijfsopvolgingen, is tot op heden door de wetgever niet in overweging genomen Last of tegenprestatie en belastinglatenties Ingeval het ondernemingsvermogen is verkregen onder een last of tegen een tegenprestatie, wordt die last of tegenprestatie niet in mindering gebracht op de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen, aldus artikel 35b lid 4 Successiewet Deze bepaling kan opmerkelijk genoemd worden. Indien de verkrijger iets moet opofferen voor zijn verkrijging, bijvoorbeeld bij een legaat tegen inbreng van de waarde, bestaat de fiscale verkrijging uit het saldo van de verkrijging en de opoffering. Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wordt een dergelijke opoffering echter niet in mindering gebracht op de verkrijging. 44 Op grond van artikel 20 lid 5 jo. lid 6 Successiewet 1956 wordt wel op forfaitaire wijze rekening gehouden met latente (inkomsten)belastingschulden, door op de verkrijging een aftrek toe te staan. Doelstelling hiervan is cumulatie van inkomstenbelasting en erf- of schenkbelasting te voorkomen. 45 Omdat deze cumulatie zich niet voordoet ingeval een vermogensbestanddeel is vrijgesteld van erf- of schenkbelasting, dient de latente belastingschuld naar evenredigheid te worden toegerekend aan het vrijgestelde en het niet-vrijgestelde ondernemingsvermogen Kwalificerend ondernemingsvermogen Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten worden aan zowel de verkrijging, de erflater of schenker, als ook aan de verkrijger van ondernemingsvermogen eisen gesteld. Hiermee wordt bereikt dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten slechts van toepassing zijn indien en voor zover sprake is van een reële bedrijfsoverdracht. In deze paragraaf zal worden ingegaan op de eisen die worden gesteld aan de verkrijging van ondernemingsvermogen, waarbij onderscheid zal worden gemaakt tussen de verschillende vormen van voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kwalificerend ondernemingsvermogen. 42 Zie o.a. Hoogeveen 2002, 2 en De Wijkerslooth-Lhoëst 2009, Hoogeveen 2011, Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p HR 5 november 1997, LJN BI5838, r.o Besluit staatssecretaris van Financiën van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M, V-N 2011/23.23, onderdeel

17 2.4.1 De verkrijging van een onderneming De verkrijging van een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet inkomstenbelasting 2001, of een gedeelte daarvan, kwalificeert op grond van artikel 35c lid 1 onderdeel a Successiewet 1956 als een verkrijging van ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Of sprake is van een materiële onderneming dient te worden beoordeeld aan de hand van het ondernemingsbegrip uit de Wet inkomstenbelasting Daarbij worden geen eisen gesteld aan de omvang van het verkregen ondernemingsvermogen De verkrijging van een medegerechtigdheid De verkrijging van een medegerechtigdheid als bedoeld in artikel 3.3 lid 1 onderdeel a Wet inkomstenbelasting 2001, of een gedeelte daarvan, kwalificeert op grond van artikel 35c lid 1 onderdeel b Successiewet 1956 slechts onder voorwaarden als een verkrijging van ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Met betrekking tot de medegerechtigdheid in vorenbedoelde zin kan met name worden gedacht aan het commanditaire aandeel in een personenvennootschap. Omdat de verkrijger van een medegerechtigdheid niet zonder meer kan worden beschouwd als een bedrijfsopvolger, maar veel meer kan worden gezien als kapitaalverstrekker, dient de medegerechtigdheid te zijn ontstaan in het kader van een bedrijfsopvolging. De commanditaire vennootschap fungeert dan als tussenfase voor de uiteindelijke bedrijfsoverdracht. 47 De vraag kan worden gesteld of dergelijke verkrijgingen onder de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten dienen te worden geschaard. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn immers bedoeld ter faciliëring van reële bedrijfsoverdrachten. Of daarvan sprake is bij de verkrijging van een medegerechtigdheid, kan worden betwijfeld De verkrijging van een aanmerkelijk belang De verkrijging van vermogensbestanddelen die bij de erflater of schenker tot een aanmerkelijk belang behoorden kwalificeert op grond van artikel 35c lid 1 onderdeel c Successiewet 1956 als ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, mits het lichaam waarop de verkrijging betrekking heeft een onderneming drijft dan wel een medegerechtigdheid houdt Meegetrokken en fictief aanmerkelijk belang De verkrijging van vermogensbestanddelen die op grond van de meetrekregeling als aanmerkelijk belang te kwalificeren is, wordt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uitgezonderd. De verkrijging van een fictief aanmerkelijk belang is wel onder de bedrijfsopvolgingsregeling gebracht vanwege het feit 47 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p

18 dat een fictief aanmerkelijk belang alleen heeft kunnen ontstaan vanuit een echt aanmerkelijk belang. 48 Voor de verkrijging van een meegetrokken aanmerkelijk belang gaat dit niet op. De meegetrokken aanmerkelijkbelanghouder kan volgens de wetgever niet als ondernemer worden aangemerkt, zodat geen reden bestaat de faciliteiten aan verkrijgers van dergelijke aandelen te verlenen Preferente aandelen De verkrijging van een aanmerkelijk belang, bestaande uit preferente aandelen, kwalificeert uitsluitend onder bepaalde, in artikel 35c lid 4 Successiewet neergelegde voorwaarden als ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. 50 De staatssecretaris van Financiën motiveert dit als volgt: 51 De verkrijger van [ ] preferente aandelen kan niet zonder meer worden beschouwd als een bedrijfsopvolger, maar kan veel meer worden gezien als een kapitaalverstrekker. Omdat er alleen in gevallen van een reële bedrijfsopvolging voldoende rechtvaardigingsgrond bestaat om de verkrijger van ondernemingsvermogen een vrijstelling te verlenen, wordt de verkrijging van [ ] preferente aandelen alleen gefaciliteerd indien zij zijn ontstaan in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging. Van Vijfeijken vraagt zich terecht af waarom de verkrijging van preferente aandelen, volgens de staatssecretaris meer met vreemd vermogen dan met eigen vermogen te vergelijken, onder de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten vallen, terwijl een vordering die is ontstaan in het kader van een bedrijfsopvolging niet deelt in de vrijstelling Beleggingsvermogen Indien krachtens erfrecht of schenking vermogensbestanddelen worden verkregen die bij de erflater of schenker behoorden tot een aanmerkelijk belang, wordt op grond van artikel 35c lid 1 onderdeel c onder 1 Successiewet 1956 voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten als ondernemingsvermogen aangemerkt de waarde van de verkregen vermogensbestanddelen die toerekenbaar is aan de door het onderliggende lichaam gedreven onderneming of gehouden medegerechtigdheid. Bovendien wordt op grond van artikel 35c lid 1 onderdeel c onder 2 48 Kamerstukken II 2008/09, , nr. 10, p Kamerstukken II 2009/10, , nr. 13, p Voor de uitleg van de term preferente aandelen dient te worden aangesloten bij de uitleg die daaraan wordt gegeven in het spraakgebruik. Er dient kort gezegd gedacht te worden aan aandelen die slechts recht geven op een vast dividend. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Van Vijfeijken 2009,

19 Successiewet 1956 het beleggingsvermogen van het lichaam tot maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen gefacilieerd. 53 Uitgangspunt van de bedrijfsopvolgingsregeling is dat slechts ondernemingsvermogen wordt gefacilieerd. De 5% marge voor beleggingsvermogen maakt echter, om uitvoeringstechnische redenen, inbreuk op dit uitgangspunt. De achterliggende gedachte van de 5% marge is om in gevallen waarin de inspecteur in één oogopslag ziet dat er slechts weinig beleggingsvermogen in de BV aanwezig zal zijn, hij de discussie met de verkrijger over de omvang van dit beleggingsvermogen achterwege kan laten. 54 Ik ben met een aantal auteurs de mening toegedaan dat de 5% marge dient te vervallen. 55 Hiertoe kunnen verschillende argumenten worden aangedragen. Allereerst kan worden gesteld dat de faciliëring van beleggingsvermogen niet te verklaren valt vanuit de doelstelling van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Daarnaast kan de motivering van de staatssecretaris van Financiën dat de marge discussies tussen de inspecteur en belastingplichtigen voorkomt allerminst overtuigen. Voorts komt ook het feit dat beleggingsvermogen tot maximaal 5% van het ondernemingsvermogen in de faciliteiten wordt betrokken als onlogisch voor, omdat de vaststelling van de omvang van het ondernemingsvermogen nu juist onderwerp van geschil is. Ten slotte kan gesteld worden dat de marge leidt tot een ongelijkheid tussen de verkrijgers van vermogensbestanddelen die bij de erflater of schenker behoorden tot een aanmerkelijk belang en verkrijgers van een onderneming als bedoeld in artikel 3.2 Wet inkomstenbelasting 2001 respectievelijk verkrijgers van regulier beleggingsvermogen. De conclusie is dat er geen steekhoudende argumenten zijn aan te voeren om de 5%-marge voort te laten bestaan binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Indirect aanmerkelijk belang Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wordt een krachtens erfrecht of schenking verkregen indirect aanmerkelijk belang in een lichaam dat een onderneming drijft zoveel mogelijk gelijk behandeld als een direct aanmerkelijk belang. De bezittingen en schulden van de onderliggende werkmaatschappij worden, met inachtneming van de omvang van de deelneming, toegerekend aan de houdstermaatschappij waarin het aanmerkelijk belang wordt verkregen, aldus artikel 35c lid 5 Successiewet Ingeval het aandelenkapitaal van de vennootschap waarin de erflater of schenker indirect een belang hield uit meerdere soorten aandelen bestaat, geschiedt de toerekening met inachtneming van de waarde in het economische verkeer van die aandelen. De beoordeling of, en zo ja in welke mate, er sprake is 53 Met de term beleggingsvermogen wordt het saldo van de beleggingen en de daarvoor aangegane schulden bedoeld. Bovendien impliceert de term dat het dient te gaan om blijvend overtollig vermogen. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken I 2009/10, , nr. D, p Zie o.a. Hoogeveen 2004, p. 210, Schut 2007, en De Wijkerslooth-Lhoëst 2009,

20 van ondernemingsvermogen vindt vervolgens plaats op het niveau van de houdstermaatschappij. Indien de houdstermaatschappij een belang heeft in meerdere werkmaatschappijen, mag de toerekening geconsolideerd plaatsvinden. 56 Ook ingeval de erflater of schenker geen indirect aanmerkelijk belang, maar een belang van minder dan 5% doch ten minste 0,5% heeft in een lichaam dat een onderneming drijft, worden onder omstandigheden de bezittingen en schulden van de werkmaatschappij, met inachtneming van de omvang van het belang, toegerekend aan de houdstermaatschappij. 57 De toerekeningsregeling vindt toepassing indien bedoeld belang van de erflater of schenker bij een van zijn rechtsvoorgangers krachtens erfrecht, huwelijksvermogensrecht of schenking een indirect aanmerkelijk belang heeft gevormd, dat belang uitsluitend is verwaterd door vererving, overgang krachtens huwelijksvermogensrecht of schenking en direct voorafgaande aan de verwatering van dat belang tot beneden de 5%, dat andere lichaam een onderneming dreef of een medegerechtigdheid hield. 58 De vorenbedoelde toerekeningsbepaling heeft, in combinatie met de huidige vrijstelling van 100% over en 83% over het meerdere, tot gevolg dat door de erflater of schenker gehouden indirecte belangen in een holdingstructuur ongunstiger worden behandeld dan direct in privé gehouden belangen in verschillende vennootschappen. Het kan derhalve aantrekkelijk zijn in het zicht van een schenking of overlijden de holdingstructuur te ontmantelen. 59 Ook de wetgever heeft dit ingezien en heeft gepoogd dit oneigenlijk gebruik tegen te gaan door in artikel 7 lid 4 Uitvoeringsregeling schenken erfbelasting de volgende bepaling op te nemen: Indien de verkrijging aandelen betreft in een lichaam waarin de erflater, onderscheidenlijk de schenker, op enig moment in het afgelopen jaar, onderscheidenlijk op enig moment in de afgelopen vijf jaren, indirect aandeelhouder was, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de situatie als ware de erflater, onderscheidenlijk de schenker, nog steeds indirect aandeelhouder. Ingeval de holdingstructuur één jaar voor het overlijden respectievelijk vijf jaren voor de schenking is ontmanteld, zal deze bepaling derhalve geen toepassing vinden. De vraag is of deze termijnen van voldoende lengte zijn om oneigenlijk gebruik van de bepaling tegen te gaan. 56 Kamerstukken II 2008/2009, , nr. 10, p Art. 35c lid 5 onderdeel b SW Art. 35c lid 5 onderdeel b onder 1, 2 en 3 SW Zie o.a. De Wijkerslooth-Lhoëst 2010, 3.3 en Heithuis

21 2.4.4 De verkrijging van ter beschikking gestelde onroerende zaken Ten slotte kwalificeert de verkrijging van onroerende zaken 60 die bij de erflater of schenker onder de terbeschikkingstellingsregeling van artikel 3.92 Wet inkomstenbelasting 2001 vielen als ondernemingsvermogen voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, mits deze onroerende zaken dienstbaar zijn aan de onderneming in het betrokken lichaam en op voorwaarde dat de verkrijger de onroerende zaak tegelijkertijd met enig belang 61 in het lichaam waaraan de zaak ter beschikking is gesteld verkrijgt. 62 Om de faciliteiten te behouden, dient de verkrijger de onroerende zaak ter beschikking te blijven stellen aan de vennootschap en dient de onroerende zaak dienstbaar te blijven aan de in het lichaam gedreven onderneming. 63 Het is opvallend dat voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten slechts ter beschikking gestelde onroerende zaken kwalificeren als ondernemingsvermogen. De wetgever heeft hier echter bewust voor gekozen: 64 Voor andere ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen is de reden om het vermogen in privé te houden minder aanwezig. Onroerende zaken vertegenwoordigen een grote waarde en de beëindiging van de terbeschikkingstelling kan leiden tot afrekening in de inkomstenbelasting over de meerwaarde van de onroerende zaak. Die redenen gelden minder bij andere vermogensbestanddelen. Daarbij komt dat de regeling zowel wetstechnisch als in de uitvoering te ingewikkeld zou worden indien uitbreiding met andere vermogensbestanddelen zou plaatsvinden. 2.5 Kwalificerende erflater en schenker De erflater of schenker en diens onderneming dienen aan bepaalde vereisten te voldoen alvorens de voortzetter succesvol een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zal kunnen doen. In deze paragraaf zal worden ingegaan op deze aan de erflater of schenker en diens onderneming gestelde vereisten. 60 Onder onroerende zaken worden mede verstaan appartementsrechten, rechten van opstal en erfpacht of vruchtgebruik van onroerende zaken, dan wel de economische eigendom, opgevat overeenkomstig art. 2 lid 2 WBR, van onroerende zaken of genoemde rechten. Zie art. 35c lid 6 SW Niet het gehele aanmerkelijk belang van de erflater of schenker in het lichaam waaraan ter beschikking wordt gesteld behoeft te worden gekregen. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Art. 35c lid 1 onderdeel d SW Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p

22 Met als doelstelling enerzijds één element van een te faciliëren reële bedrijfsopvolging te definiëren 65 en anderzijds te voorkomen dat in het zicht van het overlijden of de schenking het belast vermogen van de erflater of schenker wordt omgezet in gefacilieerd ondernemingsvermogen 66, wordt aan de rechtsvoorganger een zogenoemd bezitsvereiste gesteld van één jaar tot het overlijden van de erflater, onderscheidenlijk vijf jaren tot de schenking van de schenker. Deze bezitseis, waarop via de delegatiebepaling van artikel 35d lid 2 Successiewet 1956 in artikel 9 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting een aantal uitzonderingen is opgenomen, dient tegen de achtergrond van het antimisbruikkarakter materieel te worden ingevuld. 67 Met betrekking tot een voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kwalificerende aanmerkelijkbelanghouder of terbeschikkingsteller, strekt het bezitsvereiste zich niet slechts uit over de erflater of schenker zelf, maar ook over de onderneming. Op grond van artikel 35d lid 1 onderdeel c Successiewet 1956 worden aan het lichaam waarop het aanmerkelijk belang betrekking heeft, vereisten gesteld aan het in het lichaam aanwezig zijnde beleggingsvermogen. Het beleggingsvermogen mag niet in de periode van één jaar tot het overlijden respectievelijk vijf jaren tot de schenking via een storting in het lichaam zijn ingebracht. Hierdoor wordt voorkomen dat het beleggingsvermogen wordt opgepompt om op die manier niet-gefacilieerd vermogen toch onder de bedrijfsopvolgingsregeling te krijgen. 68 Met betrekking tot een kwalificerende ter beschikking gestelde onroerende zaak wordt in artikel 35d lid 1 onderdeel d Successiewet 1956, in het licht van het anti-misbruikkarakter, als aanvullende voorwaarde gesteld dat de ter beschikking gestelde onroerende zaak gedurende de periode van één jaar tot het overlijden, onderscheidenlijk vijf jaren tot de schenking, dienstbaar dient te zijn geweest aan de onderneming van de vennootschap waaraan de onroerende zaak ter beschikking is gesteld. 2.6 Voortzettingsvereiste De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten hebben ten doel slechts reële bedrijfsopvolgingen te faciliteren. Kern van de regeling is dat de verkregen onderneming gedurende een periode van ten minste vijf jaren dient te worden voortgezet, hetwelk in de Successiewet 1956 is geconcretiseerd met het opnemen van een zogenoemd voortzettingsvereiste in artikel 35e Successiewet Indien de voortzetter de onderneming niet voortzet gedurende deze periode, worden de verleende faciliteiten op grond van artikel 35e lid 6 Successiewet 1956 in zoverre ingetrokken. In deze paragraaf zal worden ingegaan op het voor de verschillende soorten van ondernemingsvermogen geldende voortzettingsvereiste. 65 Er is slechts sprake van een reële bedrijfsopvolging indien de onderneming enige tijd door de erflater of schenker werd gedreven. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, blz

23 2.6.1 Ondernemingsvermogen in de inkomstenbelastingsfeer Voor de verkrijger van ondernemingsvermogen uit de inkomstenbelastingsfeer geldt dat op grond van artikel 35e lid 1 onderdeel a jo. onderdeel b Successiewet 1956 de verkrijger niet mag ophouden uit de verkregen onderneming of medegerechtigdheid, of een gedeelte daarvan, winst te genieten. Voor de bepaling of, en in hoeverre, er sprake is van een staking van de onderneming, wordt in beginsel aangesloten bij het stakingsbegrip uit de Wet inkomstenbelasting Dit kan anders zijn wanneer de specifieke aard van de bedrijfsopvolgingsregeling daarom vraagt. 70 Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten is de inbreng van een krachtens erfrecht of schenking verkregen onderneming in een personenvennootschap, voor zover de winstgerechtigdheid overgaat op een ander, aanleiding om de faciliteiten in te trekken. In dergelijke gevallen is er immers sprake van een (gedeeltelijke) staking van de onderneming. Ook de inbreng van de onderneming onder voorbehoud van de stille reserves heeft tot gevolg dat de faciliteiten worden ingetrokken. Ondanks het feit dat er in een dergelijk geval voor de inkomstenbelasting niet behoeft te worden afgerekend op grond van goed koopmansgebruik, is er wel degelijk sprake van een (gedeeltelijke) staking van de onderneming voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. 71 Op grond van artikel 35e lid 2 Successiewet 1956 ziet het voortzettingsvereiste slechts op de omvang van het aandeel waarover de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zijn verleend ingeval de verkrijger een aandeel in een samenwerkingsverband verkrijgt krachtens erfrecht of schenking, waarvan hij reeds voor de verkrijging deel uitmaakte Aanmerkelijk belang Met betrekking tot de krachtens erfrecht of schenking uit een aanmerkelijk belang verkregen vermogensbestanddelen, geldt dat de vermogensbestanddelen of een gedeelte van de in deze vermogensbestanddelen besloten liggende rechten niet mogen worden vervreemd. Evenmin mogen de tot het verkregen aanmerkelijk belang behorende vermogensbestanddelen door de verkrijger worden omgezet in aandelen met een beperkte winst- of waardegerechtigdheid. Ten slotte mag het lichaam waarop de vermogensbestanddelen betrekking hebben niet ophouden winst te genieten, aldus artikel 35e lid 1 onderdeel c SW Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Indien er bijvoorbeeld bij de overdracht van een onderneming gebruik wordt gemaakt van de doorschuiffaciliteit van art Wet IB 2001, wordt de onderneming voor de inkomstenbelasting geacht niet te zijn gestaakt, hetgeen echter niet doorwerkt naar de bedrijfsopvolgingsregeling. Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling zal er wel sprake zijn van een (gedeeltelijke) staking van de onderneming. Zie Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 9, p

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Mr. Sabine A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst en Paul-Johan Swank LLM 1 Met de verschillende doorschuiffaciliteiten in de Wet IB 2001 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Bedrijf schenken of erven Nieuwe regels 2010 Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is met de komst

Nadere informatie

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de diverse regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging in de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 Naam student: A.N. Klok Studentnummer: 320949 Begeleider: J.E.

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij schenking en vererving van aanmerkelijkbelangaandelen Mr. Maria de L. Monteiro 1 Ruim een jaar geleden schreef T.C. Hoogwout een lezenswaardig artikel in dit blad

Nadere informatie

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen 2013/2014 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen Een rechtsvergelijkend onderzoek Auteur: Jeroen Smolenaers Tilburg School of

Nadere informatie

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 S.C.B. Heller Koperwiek 2 5165 KK Waspik Waspik, 18 augustus 2008 Universiteit van Tilburg Afstudeerrichting: Fiscaal

Nadere informatie

De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder

De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder Spant de bedrijfsopvolgingsfaciliteit nog altijd het paard achter de wagen? Naam: M.V. (Michiel) Meulenkamp

Nadere informatie

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Auteur: Mr. drs. M.G.H. van der Kroon[1] In dit artikel gaat de auteur in op de fiscale aandachtspunten

Nadere informatie

Vergelijking doorschuiffaciliteiten

Vergelijking doorschuiffaciliteiten Carmen van Lier ANR: 646230 Fiscale Economie Examencommissie: drs. J.J.H. Gortzak prof. dr. J.A.G. van der Geld Vergelijking doorschuiffaciliteiten Wet IB 2001 November, 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

Verhuur van vastgoed:

Verhuur van vastgoed: Erasmus Universiteit Rotterdam Nadruk Verboden Erasmus School of Economics Masterscriptie Verhuur van vastgoed: Wel of geen onderneming? Naam: Janwillem den Hollander Examennummer: 332859 Begeleidster:

Nadere informatie

Alles onder Controle!

Alles onder Controle! Alles onder Controle! Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 20 oktober 2009 Onderwerpen Bedrijfsopvolging in Nederland Inkomstenbelasting Successiewet Bedrijfsopvolging in België Samenloop Nederland

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:

Nadere informatie

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet Bachelorscriptie Fiscale Economie Astrid van der Werff 5736781 19 juli 2011 Mw. dr. S.J. Mol-Verver Studiejaar 2010-2011 Fiscale Economie

Nadere informatie

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Afstudeerscriptie G.C.J. van Esterik ANR 171524 Examencommissie Mr. dr. M.J. Hoogeveen

Nadere informatie

Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen

Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen Master scriptie Fiscaal Recht Door: W.P. Croonen Onder begeleiding van: Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen

Nadere informatie

Page 1 of 7 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel I) NTFRB2011-35 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35c SW 1956-art.

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden Auteur: Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Ondernemers houden met veel rekening maar vaak niet met hun eigen overlijden. Het

Nadere informatie

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel?

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS-

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 1 van 5 17-8-2015 11:55 ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 30-07-2015 Datum publicatie 06-08-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 9248 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Bedrijfsoverdracht Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting 20 april 2011 www.inventivecontrol.com 1 Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Sprekers: mr. J.J.G.M. (Jolanda) van Nunen mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch

Nadere informatie

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Auteur: F.H.J. Kruijssen Anr: s267272 Studie: Fiscale Economie Datum: 8 mei 2012 Examencommissie:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 20619 31 december 2009 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting 17 december 2009 NR. DB 2009-175 Directoraat-Generaal

Nadere informatie

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting Dr. S.A. Stevens 1. Inleiding Per 1 januari 2010 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (hierna: BOF) in de SW 1956 gewijzigd. De BOF

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven Bedrijfsopvolging bij schenken en erven A.E.M. Loeffen 167138 Universiteit van Tilburg Faculteit der Rechtsgeleerdheid Fiscaal Recht Examencommissie: mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst prof. mr. I.J.F.A.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 633 Wet van 15 december 1995, houdende wijziging van de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting (belastingheffing in geval van tijdelijke

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M.

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Spotlight Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Renate de Lange - Family Business/Private Wealth, Tax & Human Resource Services Jan Nieuwenhuizen - Family Business/Private Wealth,

Nadere informatie

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 1 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein Belastingen op arbeid en vermogen Besluit van 16 maart 2004,

Nadere informatie

De uitwerking van de Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in zowel het Nederlandse als het Duitse staatsbestel

De uitwerking van de Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in zowel het Nederlandse als het Duitse staatsbestel Tilburg University, augustus 2014 De uitwerking van de Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in zowel het Nederlandse als het Duitse staatsbestel Een keuze tussen trias politica en constitutionele toetsing Kevin

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer Kennisdocument Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer agrarisch) Bij de overdracht van een onderneming komt veel kijken. Naast het vinden van de koper(s) en het bepalen van de overdrachtswaarde, moet

Nadere informatie

Is de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet in strijd met het gelijkheidsbeginsel?

Is de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet in strijd met het gelijkheidsbeginsel? Is de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet in strijd met het gelijkheidsbeginsel? Faculteit der Rechtsgeleerdheid Fiscaal Recht Auteur: M.C.H. Verbraak ANR: 275042 Examinator: Tweede

Nadere informatie

De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956

De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956 De bedrijfsopvolging in de Successiewet 1956 De beoogde doelen van de wetgever inzake het kwalificerend ondernemingsvermogen bereikt? Naam: Studierichting: Sabine Kranenbroek Master Fiscale Economie Administratienummer:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2175 31 januari 2013 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 17 januari 2013 Nr. BLKB2012/1221M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop Bedrijfsopvolging Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting Testamenten Andere civielrechtelijke zaken 0 Inleiding Mr. C. (Kees) Goeman Mr. E.J.Ph. (Ed) Bijnsdorp Sprekers: Mw. mr. J.J.G.M. (Jolanda)

Nadere informatie

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 17 januari 2013, nr. BLKB2012/1221M De staatssecretaris van

Nadere informatie

De invoering van een boedelvrijstelling in de Successiewet 1956:

De invoering van een boedelvrijstelling in de Successiewet 1956: De invoering van een boedelvrijstelling in de Successiewet 1956: In strijd met het gelijkheidsbeginsel? door M.C.M. Kuiten onder begeleiding van dr. M.J. Hoogeveen Universiteit van Tilburg Faculteit Rechtsgeleerdheid

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit discriminerend?

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit discriminerend? Bedrijfsopvolgingsfaciliteit discriminerend? Tilburg school of Economics and Management Fiscale economie Auteur: M.C. van Son ANR: 855069 Examinator: mr. S.A.M. de Wijkerslooth- Lhoest Tweede beoordelaar:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 6416 13 april 2011 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 4 april 2011 Nr. BLKB2011/68M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen 2016 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen ONDER WELKE OMSTANDIGHEDEN OVERSCHRIJDEN DE ACTIVITEITEN VAN EEN VASTGOEDVENOOTSCHAP DE NORM NORMAAL VERMOGENSBEHEER VOOR TOEPASSING VAN

Nadere informatie

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt?

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? Student: mw. S.J.M.A. Peters Studentnummer: 990683 Begeleider: mw. mr. M.L.M. van Kempen Inhoudsopgave

Nadere informatie

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting De nieuwe Successiewet (deze wet regelt de schenk- en erfbelasting) is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen!

Nadere informatie

Hoge Raad vs. A-G IJzerman: Is de Bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 in Strijd met het Gelijkheidsbeginsel?

Hoge Raad vs. A-G IJzerman: Is de Bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 in Strijd met het Gelijkheidsbeginsel? Hoge Raad vs. A-G IJzerman: Is de Bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 in Strijd met het Gelijkheidsbeginsel? Chantelle Senden De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 (SW) voorziet

Nadere informatie

De invoering van een boedelvrijstelling in de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet 1956

De invoering van een boedelvrijstelling in de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet 1956 De invoering van een boedelvrijstelling in de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet 1956 Een onderzoek naar de wijze waarop de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 vormgegeven dient

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober 2012, nr. BLKB/2012/611M. De staatssecretaris van Financiën

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken Seminar Fiscaal vriendelijk erven en schenken Estate planning Fiscale en juridische begeleiding overgang en instandhouding (familie)vermogen Vermogen zo goedkoop mogelijk naar volgende generatie Wensen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid. WIJZIGING VAN DE SUCCESSIEWET 1956 EN ENIGE ANDERE BELASTINGWETTEN (VEREENVOUDIGING BEDRIJFSOPVOLGINGSREGELING EN HERZIENING TARIEFSTRUCTUUR IN DE SUCCESSIEWET 1956, ALSMEDE INTRODUCTIE VAN EEN REGELING

Nadere informatie

Inleiding HOOFDSTUK 1

Inleiding HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 1 Inleiding Schenking en vererving van een IB-onderneming, van aanmerkelijkbelangaandelen en van ter beschikking gestelde onroerende zaken is met ingang van 1 januari 2010 ingrijpend gewijzigd,

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen. Het

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Inhoudsopgave 1. Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht... 3 1.1 Wordt een onderneming

Nadere informatie

Den Haag 24 november 2008

Den Haag 24 november 2008 De voorzitter en leden van de Vaste Commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Briefnummer 08/12.715/JLa/Ha Onderwerp Voortgang modernisering successiewetgeving

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 1956 en het nieuwe wetsvoorstel tot vereenvoudiging en herziening.

De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 1956 en het nieuwe wetsvoorstel tot vereenvoudiging en herziening. De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 1956 en het nieuwe wetsvoorstel tot vereenvoudiging en herziening. Mark van Laake 0121118 Versie 2, 24 juni 2009 Begeleider: Mr. N. Idsinga Tweede lezer:

Nadere informatie

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger DD-NR 0904-491 Regelingen en voorzieningen CODE 3.3.1.211 verwachte wijzigingen Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger bronnen Nieuwsbericht ministerie van Financiën, 20.4.2009;

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 69005 29 december 2016 Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 29 december 2016, nr. 2016-0000223377, tot wijziging

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen?

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen? Faculteit Rechtswetenschappen Masterscriptie Bedrijfsopvolging per 1 januari 2010, nieuwe kansen en beperkingen? Helmond, 2010 Student: ANR: Studierichting: Scriptiebegeleider: S. H. Hamacher S745980 Fiscaal

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal.

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal. Position Paper van FBNed September 2009 In zake T.b.v. : Wijzigingsvoorstellen op de Successiewet : rondetafelgesprek vaste commissie voor Financiën woensdag 23 september 2009 Samenvatting Rode draad Belastingplan

Nadere informatie

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 Masterscriptie Fiscaal Recht Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 C.A.V Liebregts ANR: 976052 Universiteit van Tilburg

Nadere informatie

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11993 7 juli 2011 Natuurschoonwet 29 juni 2011 Nr. BLKB2011/310M Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s/brieven

Nadere informatie

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Amsterdam,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 19 november

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag MR. GEERT DE JONG MR. ALMER M.A. DE BEER 1 Bij de berekening van de grondslag

Nadere informatie

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18.

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18. Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

1 Maatregelen in het wetsvoorstel Belastingplan 2017

1 Maatregelen in het wetsvoorstel Belastingplan 2017 Inleiding Op Prinsjesdag is aan de Tweede Kamer het pakket Belastingplan 2017 aangeboden. Het pakket Belastingplan 2017 bestaat uit zes wetsvoorstellen. Onder andere in het wetsvoorstel Belastingplan 2017

Nadere informatie

Tilburg University. De 100%-vrijstelling: aanpassen of afschaffen (II) Hoogeveen, Mascha; De Beer, A.M.A. Published in: Weekblad Fiscaal Recht

Tilburg University. De 100%-vrijstelling: aanpassen of afschaffen (II) Hoogeveen, Mascha; De Beer, A.M.A. Published in: Weekblad Fiscaal Recht Tilburg University De 100%-vrijstelling: aanpassen of afschaffen (II) Hoogeveen, Mascha; De Beer, A.M.A. Published in: Weekblad Fiscaal Recht Document version: Publisher's PDF, also known as Version of

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 en het gelijkheidsbeginsel

De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 en het gelijkheidsbeginsel ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Faculteit der Economische Wetenschappen Bachelorscriptie De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 en het gelijkheidsbeginsel Naam student: P.D.M.

Nadere informatie

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Belastingdienst 2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen.

Nadere informatie

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING FISCALE SIGNALEN Jaargang 2010, nummer 1 In het eerste nummer van onze nieuwsbrief in 2010 geven wij een aantal signalen die voor u van belang kunnen zijn. Geheel fiscaal zijn deze signalen deze keer niet.

Nadere informatie

Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017

Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017 Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017 Maatregelen tegen box 2-beleggen in VBI s De belastingdruk op box 2-vermogen kan worden beperkt door vermogen waarop een abclaim rust onder te brengen in een vrijgestelde

Nadere informatie

DGA uit de loonheffing

DGA uit de loonheffing DGA uit de loonheffing Met ingang van 1 januari 2008 Art 6 lid 6 wet LB 1964 Degene tot wie uitsluitend één of meer directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in art. 6, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 34 323 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met enkele aanpassingen inzake de fiscale eenheid (Wet aanpassing fiscale eenheid) NOTA VAN WIJZIGING Het

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! www.stolk-accountants.nl Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste

Nadere informatie

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Invorderingswet 1990 Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscale tips voor het verkoopproces Mr Roelof Oldenziel Accountants + Adviesgroep Los Spacelab 12 3824 MR AMERSFOORT Tel. 033-460 38 38 www.los.nl Wat is

Nadere informatie

pagina 1 van 7 LJN: BX3386, Rechtbank Breda, 11/5509 Datum 13-07-2012 uitspraak: Datum 01-08-2012 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:De rechtbank

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 065 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk

Nadere informatie

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt

Nadere informatie

De kwalificatie van ab-vermogen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet

De kwalificatie van ab-vermogen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Erasmus School of Economics Masterscriptie De kwalificatie van ab-vermogen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet Naam: Linsey Berg Studentnummer: 372874

Nadere informatie

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Inleiding Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de fracties van het CDA, de PvdA, de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:360

ECLI:NL:GHSHE:2017:360 ECLI:NL:GHSHE:2017:360 Instantie Datum uitspraak 03 02 2017 Datum publicatie 06 04 2017 Zaaknummer 16/00441 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2212,

Nadere informatie