CAPITA SELECTA BOUWKOSTENNOTA 2006

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "CAPITA SELECTA BOUWKOSTENNOTA 2006"

Transcriptie

1 College bouw zorginstellingen Postbus GB Utrecht T (030) F (030) E I CAPITA SELECTA BOUWKOSTENNOTA 2006 Vastgesteld door het College bouw zorginstellingen op 19 juni 2006 College bouw zorginstellingen 2006 Rapportnummer 597 ISBN-10: ISBN-13:

2

3 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 2. Normatieve huisvestingscomponenten (NHC s) 2 3. Wijzigingen in de bouwregelgeving 7 4. Landelijke uniformering voorschriften brandveilig gebruik bouwwerken De aanscherping van de EPC voor nieuwbouwwoningen Ontwikkelingen en uitgangspunten bouwkundige voorzieningen Ontwikkelingen werktuigbouwkundige voorzieningen Ontwikkelingen elektrotechnische voorzieningen Aanbestedingsbeleid Life Cycle Costing (LCC) voor zorginstellingen Aanvullende interne kostenonderzoeken naar aanleiding van de Bouwkostennota

4

5 1. Inleiding Naar aanleiding van het klanttevredenheidsonderzoek Bouwkostennota 2003 van Marktplan Adviesgroep en het commentaar van VWS op de Bouwkostennota 2004 is vorig jaar gekozen voor een nieuwe opzet van de Bouwkostennota, waarbij deze is opgesplitst in twee documenten, te weten: - een kerndocument over de (onderbouwing van) kostennormen en kostentechnische aspecten; - een tweede, gelijktijdig te publiceren document, waarin de zogeheten Capita Selecta zijn opgenomen, die ingaan op actuele beleidsmatige onderwerpen op het gebied van bouwkosten. Dit jaar wordt in de Capita Selecta aandacht besteed aan de ontwikkeling in de bekostiging van kapitaallasten in de zorg (hoofdstuk 2), wijzigingen in de bouwregelgeving (hoofdstuk 3, 4 en 5), de ontwikkelingen in de bouwkundige, werktuigbouwkundige en elektrotechnische voorzieningen (hoofdstuk 6, 7 en 8), het aanbestedingsbeleid (hoofdstuk 9) en de levenscycluskosten voor zorginstellingen (hoofdstuk 10). Voorts wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het in de Bouwkostennota 2005 aangekondigde aanvullende kostenonderzoek betreffende bouwplannen in de sectoren verzorgingshuizen en gehandicaptenzorg. De Capita Selecta zijn gemiddeld wat omvangrijker dan de Capita Selecta die voorheen in de Bouwkostennota zelf werden opgenomen. Deze bundel wordt ook op het Kennisplein van het Bouwcollege gepubliceerd (www.bouwcollege.nl). 1

6 2. Normatieve huisvestingscomponenten (NHC s) In onderstaande beschouwing wordt nader ingegaan op de ontwikkelingen van de bekostiging van kapitaallasten in de zorg en de hiermee gepaard gaande introductie van de zogeheten normatieve huisvestingscomponent (NHC). Inleiding Op 8 maart 2005 verzonden de minister en staatssecretaris van VWS de zogeheten kapitaallastenbrief aan de Tweede Kamer 1. In deze brief en de bijbehorende nota wordt benadrukt dat zorginstellingen meer verantwoordelijkheid zouden moeten krijgen voor investeringsbeslissingen. Het systeem van aanbodsturing waarbij de overheid de omvang en de prijs van de geleverde zorg bepaalt, de budgetsystematiek, beantwoordt niet meer aan de behoeften van patiënten en cliënten. Zorgaanbieders zouden meer moeten worden afgerekend op geleverde prestaties. Daarvoor is binnen de zorg een modernisering nodig in de vorm van de invoering van integrale prestatiebekostiging waarbij de huisvestingslasten deel uitmaken van de kostprijzen voor het leveren van zorg. Zorginstellingen zouden zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de afwegingen om de productiefactoren arbeid en kapitaal in te zetten, de rentabiliteit van investeringen te beoordelen en keuzes te maken voor bouwen, kopen of huren. De patiënt of cliënt zal uiteindelijk profiteren van het nieuwe bekostigingssysteem omdat zorginstellingen meer rekening zullen houden met zijn of haar wensen. Zeker in de care, waar de kosten voor wonen een groot deel uitmaken van de kapitaallasten, is dit van groot belang. Zowel in de cure- als in de caresector is al een begin gemaakt met de prestatiebekostiging. In de curesector gaat dat samen met de introductie van de diagnose behandelcombinaties (DBC s) en in de caresector met de introductie van de zeven functies in het kader van de gemoderniseerde AWBZ. De normatieve huisvestingscomponent (NHC) In het kader van de integrale prestatiebekostiging wordt een zogeheten normatieve huisvestingscomponent 2 (NHC) geïntroduceerd, de prestatie-eenheid voor de huisvestingslasten. Een NHC is een productiegebonden normatieve vergoeding voor (vervangende) nieuwbouw en instandhouding bestaande uit een geïndexeerde jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus, investerings- en instandhoudingsuitgaven te dekken. Dit kan met het volgende model worden gevisualiseerd. 1 Transparante en integrale tarieven in de gezondheidszorg, VWS, 8 maart 2005 (TK 2004/05, , nr. 52). 2 In sommige documenten wordt ook wel gesproken van een normatieve kapitaallastencomponent (NKC). 2

7 Figuur 1: Model voor een NHC, uitgaande van volledige nieuwbouw in jaar nul met afschrijving in 40 jaar, jaarlijkse instandhoudinginvesteringen gedurende deze 40 jaar, 50% renovatie na 20 jaar en een boekwaarde van nul euro na 40 jaar. De NHC in het aanvangsjaar bedraagt in dit geval circa 7,2% van de initiële investering afschrijvingen rente nhc kapitaallasten 250 per m² jaren Een NHC houdt niet direct rekening met de werkelijke kapitaallasten, zoals in figuur 1 wordt geïllustreerd. De NHC kan in een bepaald jaar hoger zijn dan de werkelijke kapitaallasten, als sprake is van bijvoorbeeld oudere, volledig bezette gebouwen. De zorginstelling houdt in dat geval over aan de NHC en spaart bijvoorbeeld al voor een grote investering in de huisvesting. Net na oplevering van een nieuw gebouw zullen de werkelijke kapitaallasten hoger zijn dan de vergoeding via de NHC. In het huidige instellingsspecifieke vergoedingssysteem was het tot dusver mogelijk om, daar waar uitzonderingen noodzakelijk waren, extra investeringen of bouwkundige infrastructuur vergoed te krijgen. In een uniform systeem waarin de vergoeding voor huisvesting op een normatieve wijze verloopt, is het maken van uitzonderingen niet langer mogelijk. Er zullen vanwege de overgang naar het nieuwe bekostigingssysteem verschillende reallocatie-effecten ontstaan. Zo kan er in de transitiefase tijdelijk sprake zijn van onderbekostiging, omdat zorginstellingen nog geen reservering uit een eerdere periode van overbekostiging hebben kunnen opbouwen. Tijdens een gewenningsproces zullen volgens de kapitaallastenbrief voor (bestaande) zorginstellingen herfinancieringen, compensaties en vereveningen moeten plaatsvinden. De Zorgautoriteit, waartoe het huidige CTG/ZAio zal worden omgevormd, zal de NHC s periodiek moeten aanpassen in verband met inflatie, wijzigingen in de kapitaalmarktrente en geconstateerde efficiëntieontwikkelingen in de sector. De curesector en de diagnosebehandelcombinaties (DBC s) De ziekenhuizen hebben inmiddels de administratieve omslag voor de toerekening van kosten naar de nieuwe prestatie-eenheden, de diagnosebehandelcombinaties ofwel DBC s, voor een belangrijk deel gemaakt. Voor de DBC s in het zogenoemde B-segment (dat thans circa 10% van de ziekenhuiszorg omvat) geldt per 1 februari 2005 al vrije prijsvorming ofwel marktwerking. DBC's in het B-segment zijn relatief eenvoudige, planbare ingrepen en betreffen dus niet de acute of spoedeisende zorg. De vrije prijsvorming geldt nog niet voor de huisvestingslasten, waarvoor als tijdelijke oplossing een vaste opslag is afgesproken totdat een beter onderbouwde normvergoeding kan worden toegepast. Voor de DBC s in het zogenoemde A-segment (90% van de ziekenhuisverrichtingen) gelden thans nog vastgestelde tarieven. Voor het A-segment zal de volledige nacalculatie van rente en afschrijving van 3

8 vergunningplichtige investeringen en instandhoudingsprojecten op termijn worden beëindigd en wordt per DBC een normatieve integrale kostprijs inclusief een NHC ontwikkeld. In 2005 heeft het Bouwcollege het ministerie van VWS geadviseerd over een methodiek voor het toerekenen van kapitaallasten aan DBC s voor in eerste instantie de algemene ziekenhuizen. Allereerst zijn hiervoor vijf productieparameters ofwel verrichtingenprofielen bepaald, te weten dagverplegingsdagen, verpleegdagen, polikliniekbezoeken, operatie-eenheden en verrichtingen betreffende beeldvormende diagnostiek. Voor de te onderscheiden productieparameters zijn vervolgens gedifferentieerde investeringskosten bepaald. Niet alle ziekenhuisfuncties worden direct gedekt door de genoemde productieparameters. Hiervoor zijn mogelijke toeslagen in oppervlakte en investeringskosten per verrichting berekend. Ook voor PM-posten die voor een gedeelte vallen onder de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen zijn oppervlakte- en investeringskostentoeslagen bepaald. Voorts heeft de Nederlandse vereniging van ziekenhuizen (NVZ) met Twijnstra Gudde in opdracht van VWS een model ontwikkeld om te berekenen hoe een NHC zou kunnen worden bepaald. Daarnaast heeft het CTG/ZAio voor de NVZ een simulatiemodel ontwikkeld waarmee de ziekenhuisinstellingen zelf een reële inschatting kunnen maken van de effecten van de nieuwe kapitaallastenfinanciering voor hun instelling 3. In deze modellen is er (voorlopig) van uitgegaan dat een gemiddeld ziekenhuis gedurende zijn levensduur van 40 jaar circa 190% van de vervangingswaarde investeert. De caresector en de zorgzwaartepakketten (ZZP s) Per 1 april 2003 is een eerste stap gezet om de AWBZ te moderniseren en zijn de aanspraken, de indicatiestelling en de toelating in zeven AWBZ-brede functies omschreven: huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding, behandeling en verblijf. Per 1 januari 2005 is voor de extramurale zorg een verdere stap gezet op weg naar een modulair systeem van functiegerichte bekostiging. Functiegerichte bekostiging houdt in dat zorgaanbieders begroten en betaald krijgen naar de AWBZ-zorg die ze leveren, uitgedrukt in AWBZfuncties. Vóór de invoering van functiegerichte bekostiging kreeg de zorgaanbieder een vast bedrag betaald per patiënt, ongeacht hoeveel zorg deze nodig had. De intramurale zorg wordt tot dusver nog bekostigd op de klassieke manier, inclusief de kapitaallastenvergoedingen. Zo krijgen instellingen met een vergunning op grond van de WZV of WTZi van het CTG/ZAio een voor de levensduur van het gebouw geldende vergoeding voor de jaarlijkse rente en afschrijving op basis van de door het Bouwcollege goedgekeurde eindafrekening. De huisvestingslasten zijn in de intramurale zorg tot dusver nog niet opgenomen in de integrale kostprijs van AWBZ-functies. Binnen de caresector wordt inmiddels gewerkt aan een systeem van zogeheten zorgzwaartepakketten (ZZP s) 4. VWS streeft ernaar om de NHC s uiteindelijk deel te laten uitmaken van het vergoedingssysteem dat gekoppeld is aan deze ZZP s. Voor de intramurale zorg worden vooralsnog maximaal vijftien pakketten ontwikkeld. In het systeem van zorgzwaartebekostiging krijgen mensen die zich melden bij een indicatiekantoor - net als nu - een indicatie in termen van AWBZ-functies. Maar anders dan nu het geval is, krijgen verblijfscliënten straks zorg uitgedrukt in een totaal urenpakket. Een cliënt met een lichtere zorgbehoefte valt in een pakket met minder uren. Iemand die zware zorg nodig heeft, krijgt een indicatie voor een pakket met meer uren. De ZZP s bestaan uit een vastgesteld gemiddeld aantal uren zorg en de soorten 3 Simulatiemodel Kapitaallasten & NKC s met toelichting (versie 1.2), NVZ vereniging van ziekenhuizen, 12 oktober Plan van aanpak Zorgzwaartebekostiging, VWS, 25 januari 2006 (TK 2005/06, , nr. 162). 4

9 zorg die iemand nodig heeft. De cliënt kan vervolgens zelf deze zorg gaan inkopen, bijvoorbeeld bij een zorginstelling. Op verzoek van het ministerie van VWS hebben het Bouwcollege, het CTG/ZAio en Prismant in navolging op de kapitaallastenbrief van 8 maart 2005 een quick scan uitgevoerd naar de budgettaire effecten van NHC s en de boekwaardeproblematiek binnen de AWBZ. Om op macro niveau de budgettaire effecten van NHC s te kunnen bepalen is in de quick scan getracht om: - met behulp van de huidige prestatie-eisen het aantal m² en de nieuwbouwkosten voor het huidige volume op macroniveau vast te stellen; - op basis van analyses van investeringsgeschiedenissen van instellingen een realistisch investeringspatroon vast te stellen; - een model te bepalen voor de ontwikkeling van NHC s binnen de care. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat VWS uitdrukkelijk heeft aangegeven dat niet alleen de sectoren ouderenzorg en gehandicaptenzorg, maar ook het gehele intramurale deel van de sector GGZ deel dient uit te maken van de quick scan in de care, ook al zal een deel van deze sector (de kortdurende zorg) uit de AWBZ gelicht worden en als onderdeel van de cure via de zorgverzekeringswet worden bekostigd. Voor dit deel van de GGZ zullen producten in de vorm van DBC s worden ontwikkeld. Uit de aannames en uitkomsten van de quick scan blijkt dat een realistisch investeringspatroon voor de instellingen in de care per saldo uitkomt op circa 190% van de kosten van de aanvangsinvestering. De hiervan afgeleide NHC (in het aanvangsjaar) komt neer op circa 7,2%. Er zal echter nog veel moeten gebeuren om daadwerkelijk tot invoering van integrale kostprijzen te kunnen komen. Enkele onderdelen van de quick scan hadden ook slechts het karakter van een eerste verkenning op macroniveau, gericht op verder onderzoek. Tijdpad Als zorginstellingen zelf verantwoordelijk worden voor de investeringsbeslissingen, dan verhoogt dat hun bedrijfsrisico s. Het is daarom reëel rekening te houden met een gewenningsperiode. Het einddoel is, volgens de kapitaallastenbrief van maart 2005, om in 2012 geheel te zijn overgegaan op integrale en transparante prestatiebekostiging. Voor de instellingen betekent de nieuwe situatie dat zij verlost zijn van de administratieve lasten die nu voortvloeien uit de noodzaak van het verkrijgen van een deel van de overheidstoestemming om te mogen bouwen. De NHC s zullen fasegewijs worden ingepast in de prestatiebekostiging, in samenhang met een tijdpad voor het loslaten van de contracteerplicht en het bouwregime. Voor de curesector is de introductie van de koppeling van de NHC aan de DBC-tarievenstructuur voorzien vanaf 1 januari Ook de zorgzwaartebekostiging binnen de caresector zal volgens het plan van aanpak van VWS worden geïntroduceerd op 1 januari Hiervoor vinden in de loop van 2006 pilots plaats om het werken met zorgzwaartepakketten in de hele zorgketen (van indicatiestelling, tot zorginkoop en verantwoording) te testen. VWS streeft ernaar dat per 1 januari 2008 de huisvestingslasten kunnen worden opgenomen in de bekostigingsstructuur voor de te onderscheiden ZZP s. 5

10 Gevolgen voor zorgorganisaties Het introduceren van prestatiebekostiging geeft bestuurders van zorginstellingen meer vrijheid in het nemen van investeringsbeslissingen. De verwachting is dat prioriteiten over de verdeling van de inkomsten binnen de instelling een belangrijk nieuw thema wordt op de agenda van bestuurders. Een langetermijnvisie op vastgoed zal blijvend onderdeel moeten gaan uitmaken van de managementagenda. Dit toekomstperspectief vergt een cultuuromslag van de zorginstellingen en stelt daarmee eisen aan het management en de organisatie van het vastgoed. Tegenover een op productie gebaseerde vaststaande vergoeding moeten instellingen leren om te gaan met de werkelijke kosten en reserveringen voor het vastgoed. Het sturen op productie is, anders dan bij ziekenhuizen, binnen de caresector slechts beperkt mogelijk. Het wordt daarentegen wel mogelijk de eigen kosten te beïnvloeden. Het overgaan op een systeem met NHC s biedt instellingen ook mogelijkheden. Er kan worden geïnvesteerd in een gebouw dat efficiënt wordt ingezet. Dat kan betekenen dat bepaalde voorzieningen of functies gecombineerd worden (efficiënter ruimtegebruik), meer gebruikt worden (betere benuttingsgraad van ruimten) of in constructieve zin eenvoudig aanpasbaar (flexibel) zijn en mogelijk voor restwaarde zorgen. Al deze elementen kunnen in eerste instantie leiden tot hogere investeringskosten, maar kunnen in de exploitatie een blijvend voordeel opleveren. Vastgoed speelt ook nog een andere rol voor zorginstellingen. Het vastgoed is meer dan alleen een aandeel in de kostprijs van producten. Vastgoed is tevens een bedrijfsmiddel, het wordt gebruikt en draagt bij aan de primaire processen binnen de zorgorganisatie. De logistieke efficiency van processen, exploitatiekosten van het gebouw en zaken als welbevinden voor cliënten en medewerkers zijn mede afhankelijk van de manier waarop het vastgoed wordt gebouwd en gebruikt. Kortom, de wijziging in bekostiging brengt voor de huisvesting van zorgorganisaties veel veranderingen mee. Er komt een systeem dat voor zorginstellingen een geheel andere kijk op vastgoed en financiering teweegbrengt. Bewustwording van de gevolgen van de invoering van integrale DBC- en zorgzwaartebekostiging kan zorginstellingen straks helpen in een systeem waarbij zij volledig risico gaan lopen op hun vastgoed. In dit kader heeft de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in maart 2006 op verzoek van VWS advies uitgebracht over het interne management van zorginstellingen, waarin deze zelf verantwoordelijk zijn voor de huisvestingslasten 5. Door de invoering van integrale en transparante tarieven zal niet meer te onderscheiden zijn wat de NHC is. Er wordt op basis van geleverde productie één totaalbedrag uitgekeerd, waaruit alle samenhangende kosten gedekt moeten worden. Het bedrag dat voor bouw en instandhouding is bedoeld, wordt niet langer geoormerkt en kan dus ook aan andere zaken worden besteed. Daarnaast zal het bouwregime, met bijbehorende prestatie-eisen en kostennormen, op termijn worden afgeschaft. Controle op de kwaliteit van huisvesting zal via de Kwaliteitswet gaan plaatsvinden. 5 Management van vastgoed in de zorgsector, RVZ, Zoetermeer,

11 3. Wijzigingen in de bouwregelgeving Inleiding Op 1 september 2005 is een aantal wijzigingen in het Bouwbesluit 2003 in werking getreden. De wijzigingen zijn van belang daar in het Bouwbesluit de minimale technische eisen zijn vastgelegd waaraan bouwwerken moeten voldoen. Het besluit maakt daarbij onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Nadat het Bouwbesluit in 2003 al toegankelijker en eenvoudiger is gemaakt, is het in 2005 onderworpen aan een nieuwe ronde van deregulering en harmonisering. Met deze aanpassingen is, in lijn met het regeringsbeleid, beoogd de regelgeving en regeldruk verder te verminderen. De in het Bouwbesluit opgenomen regelgeving blijft overigens onderwerp van discussie. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt het besluit nog steeds ondoorzichtig en ingewikkeld. De Kamer heeft de Minister van VROM opgeroepen de Rijksbouwmeester in te schakelen om te bezien hoe het aantal regels in het Bouwbesluit kan worden teruggebracht. De wijzigingen De op 1 september 2005 ingegane wijzigingen omvatten het schrappen en vereenvoudigen van voorschriften, het in overeenstemming brengen van de Bouwbesluitvoorschriften met technische voorschriften uit andere wet- en regelgeving, het stellen van op onderdelen nieuwe en scherpere eisen en de correctie van onjuistheden. Schrappen van eisen Het schrappen van eisen heeft vooral betrekking op de aan onderwijsinstellingen en daaraan gerelateerde gymnastiek- en sportlokalen gestelde eisen. De nadere eisen voor speciaal en basisonderwijs zijn teruggebracht tot een set basiseisen. Verder is een aantal overbodige voorschriften, die inbreuk op de privacy zouden moeten voorkomen, geschrapt. Afstemming met andere voorschriften en beleid Het Bouwbesluit is verder afgestemd met de (technische) regelgeving van andere departementen. Belangrijkste wijziging in dit verband is de opname van voorschriften voor kinderopvangvoorzieningen: in het Bouwbesluit is een nieuwe subgebruiksfunctie voor kinderopvang opgenomen. Verder zijn ook eisen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Besluit eisen inrichtingen Drink- en Horecawet in het Bouwbesluit overgenomen. Nieuwe en scherpere eisen In het gewijzigde Bouwbesluit is een klein aantal nieuwe of aangescherpte eisen opgenomen. Het gaat hierbij om de plafondhoogtes in nieuw te bouwen utiliteitsgebouwen en regels over de toelaatbare concentratie van asbestvezels in bestaande gebouwen. Verder is ook de NEN 1010:2005 (Bepalingen voor het ontwerp en de realisatie van veilige, doelmatige en goed functionerende elektrische installaties) in het Bouwbesluit opgenomen. Dat betekent dat deze versie van de norm de status van wet heeft gekregen. Correctie van onjuistheden en actualisering De wijziging van het Bouwbesluit is aangegrepen om een aantal onjuistheden uit de vorige versie te corrigeren. Ook is een aantal maatvoeringen geactualiseerd. De gevolgen hiervan zijn zeer gering. 7

12 Met ingang van 1 januari 2006 is in het Bouwbesluit een strengere eis gesteld aan de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) voor nieuw te bouwen woningen: De EPC voor woningen (dus ook zorgwoningen) is verlaagd van 1,0 naar 0,8. Gevolgen voor de gezondheidszorgbouw Doorgangs- en plafondhoogtes Bij het van kracht worden van het Bouwbesluit 2003 was sprake van een discrepantie in de voorschriften voor de hoogten ten behoeve van de woonfunctie en onder meer de gezondheidszorgfunctie. Voor de woonfunctie golden vanaf 1 januari 2003 eisen voor de vrije doorgang (hoogte minimaal 2,30 m) en de vrije hoogte van de verblijfsruimten (minimaal 2,60 m). Voor de gezondheidszorgfunctie (maar ook voor bijvoorbeeld onderwijs) luidden deze eisen respectievelijk 2,10 m en 2,40 m. Deze discrepantie is per 1 september 2005 opgeheven. De eisen voor de minimale hoogte voor de vrije doorgang (toegang en route) en de vrije hoogte van de verblijfsruimten zijn nu voor nagenoeg alle functies (dus ook de gezondheidszorg) gelijk en vastgesteld op respectievelijk 2,30 m en 2,60 m. In opdracht van VROM heeft het adviesbureau DHV het rapport Consequenties wijziging afmeting van deuren, verkeersruimten en liften in utiliteitsgebouwen uitgebracht. In dat rapport zijn de voorstellen besproken voor een verhoging van de vrije hoogten voor 'toegang' (deurhoogte van 2,10 m naar 2,30 m) en 'doorgang' (ganghoogte van 2,10 m naar 2,30 óf 2,60 m). Het DHV-rapport becijfert de financiële consequenties voor de ziekenhuisbouw (polikliniek) van de verhoging van de deurhoogte naar 2,30 m op een stijging van de bouwkosten met 1,98 per m². Aan de verhoging van de plafondhoogten in de gangen naar 2,30 m zijn, aldus het DHV-rapport, geen kostengevolgen verbonden, daar deze plafondhoogte al in verreweg de meeste gevallen wordt toegepast. Hetzelfde geldt ook voor de verhoging van de vrije hoogte in de verblijfsruimten naar 2.60 m. Ook deze hoogte wordt - ook bij de aanleg van verlaagde plafonds - al in veel gevallen gehanteerd. Resumerend kan worden gesteld dat de nu voorgeschreven verhoging van de minimale eisen in de praktijk niet zullen leiden tot het realiseren van een hogere (bruto) verdiepingshoogte. In de Bouwkostennota wordt uitgegaan van een gemiddelde bruto verdiepingshoogte van 3,30 m voor de AWBZ-voorzieningen en 3,75 m voor de ziekenhuizen, hetgeen toereikend wordt geacht voor inpassing van de nu voorgeschreven hoogte-eisen. De financiële consequenties zijn marginaal en beperken zich tot de meerkosten voor duurdere binnendeuren en liftkooien. Deze meerkosten, af te ronden op 2,-- per m², zijn betrokken bij de vaststelling van de Bouwkostennota NEN De nieuwe NEN 1010 vervangt tevens de NEN 3134, die speciaal was toegesneden op medisch gebruikte ruimten. De belangrijkste gevolgen voor de gezondheidszorg (met name de ziekenhuisbouw) hebben betrekking op een andere classificatie met aanvullende voorzieningen van de medisch gebruikte ruimten. Voorts schrijft de NEN 1010 en een jaarlijkse, realistische noodstroomtest en een inspectie van de installaties voor. De nieuwe NEN 1010 leidt voor ziekenhuizen tot een verhoging van de kosten met ca 9,-- per m². 6 In hoofdstuk 6 van de Capita Selecta 2006 Ontwikkelingen elektrotechnische voorzieningen wordt verder ingegaan op de gevolgen van de nieuwe NEN

13 Deze meerkosten zijn betrokken bij de vaststelling van de Bouwkostennota Voor de overige categorieën heeft de wijziging van deze NEN vrijwel geen additionele invloed op de kosten. Aanscherping van de EPC voor nieuwbouwwoningen 7 De EPC van een woning kan worden verlaagd door het nemen van maatregelen op het gebied van vermindering van de warmtevraag, de ruimteverwarming, warmtapwaterbereiding en de ventilatie. Uit onderzoek is gebleken dat een kostenneutrale aanscherping van de EPC mogelijk is. De extra investeringskosten worden gecompenseerd door lagere energiekosten. De aanscherping van de EPC heeft geen consequenties voor de in de Bouwkostennota 2006 opgenomen kostennormen voor voorzieningen die onder het bouwregime ex WTZi vallen. 7 In hoofdstuk 5 van de Capita Selecta 2006 De aanscherping van de EPC voor nieuwbouwwoningen wordt verder ingegaan op de verlaging van de EPC. 9

14 4. Landelijke uniformering voorschriften brandveilig gebruik bouwwerken Op grond van de huidige Woningwet moeten gemeenten in hun bouwverordening voorschriften geven over het brandveilig gebruik van bouwwerken. Daartoe zal naar verwachting op 1 januari 2007 het Besluit Gebruik Bouwwerken ook wel het Gebruiksbesluit genoemd in werking treden. Nu heeft elke gemeente eigen voorschriften, wat tot veel ergernis leidt bij eigenaren en gebruikers (bedrijven en instellingen). De minister van VROM gaat deze voorschriften landelijk uniform vastleggen in het Besluit Gebruik Bouwwerken. Tegelijk wil de minister ook het aantal gebouwen waarvoor een gebruiksvergunning nodig is, drastisch beperken, zo mogelijk tot 20 procent van het huidige aantal. Om het brandveilig gebruik van gebouwen te bevorderen heeft elke gemeente in de gemeentelijke bouwverordening een aantal voorschriften over het gebruik van gebouwen. De meeste van die gebruiksvoorschriften gaan over het brandveilig gebruik. Denk aan bijvoorbeeld de verplichte aanwezigheid van brandmeldinstallaties, onderhoud en controle van blusinstallaties en het niet mogen belemmeren van vluchtwegen. Naast brandveiligheid gaan de gebruiksvoorschriften ook over zaken zoals de beschikbaarheid van drinkwater en energie en de hoeveelheid mensen die tegelijk in een ruimte aanwezig mag zijn. Het Gebruiksbesluit maakt de gemeentelijke bouwverordening dunner. Op termijn kan de verordening zelfs afgeschaft worden. In het Gebruiksbesluit komt één set landelijke voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken. Uitgangspunt daarbij is om het huidige veiligheidsniveau te handhaven. Het Gebruiksbesluit maakt een eind aan lokale verschillen, en biedt meer rechtszekerheid en minder administratieve lasten voor bedrijven én gemeenten. Bij gemeenten komt zo meer capaciteit vrij voor de controles. Omgevingsvergunning Als de gebruiksvergunning in 2007 alleen nog maar nodig is voor een beperkt aantal typen gebouwen (zoals cafés, restaurants, bioscopen, theaters, discotheken, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen, hotels en pensions) zal de volgende stap zijn om die vergunning in te bedden in de 'omgevingsvergunning 8. Dan zal een instelling die vergunningen voor de bouw en het gebruik van zo'n gebouw aanvraagt, te maken krijgen met één loket en een gebundelde behandeling door de gemeente van een 'omgevingsvergunning'. Uiteindelijk moeten deze stappen leiden tot een vermindering van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven met minimaal 25 procent. Voordelen landelijke uniformering Allereerst biedt de uniformering van die voorschriften allerlei voordelen. Uit onderzoek is gebleken dat die uniformering zowel voor de procedurele als de materiële voorschriften goed mogelijk is. 8 Vanaf 1 januari 2008 is er, volgens de planning van de minister van VROM, op gemeentelijk niveau één vergunningstelsel voor alle vergunningen op het gebied bouwen, wonen, ruimtelijke ordening, milieu en monumentenzorg. Voor vergunningen ten aanzien waarvan nu de provincie het bevoegd gezag is gebeurt dit uiterlijk op 1 januari De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning die moet leiden tot minder administratieve lasten, betere dienstverlening door de overheid, kortere procedures en het wegnemen van tegenstrijdige voorschriften. 10

15 Het landelijk uniformeren van de voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken heeft allerlei voordelen: één set landelijk geldende voorschriften geen onnodige lokale verschillen meer minder verbrokkeling van brandveiligheidsvoorschriften meer rechtszekerheid en rechtsgelijkheid betere mogelijkheden voor voorlichting en ondersteunende ICT-toepassingen betere afstemming op Bouwbesluit 2003 en milieuvoorschriften minder administratieve lasten voor bedrijven Wat houdt de uniformering feitelijk in? Inhoudelijk is de landelijke uniformering in beginsel een beleidsneutrale operatie. Die uniformering zal geschieden op basis van het brandveiligheidsniveau dat in de voorschriften van de model- Bouwverordening is vervat. Het is dus niet de intentie om dat brandveiligheidsniveau bij de uniformering te verlagen of te verhogen. Op drie punten zal het Besluit gebruik bouwwerken in elk geval wél behoorlijk verschillen van de model-bouwverordening. 1. De opbouw en de structurering van de voorschriften. Die voorschriften zijn in de model- Bouwverordening momenteel sterk verbrokkeld (hoofdstukken 2, 5 en 6; bijlagen 2 t/m t/m 12; bijlage 2 bij toelichting). In het Besluit gebruik bouwwerken zullen de voorschriften in samenhang worden gestructureerd, hetgeen de toegankelijkheid en inzichtelijkheid van die voorschriften sterk ten goede zal komen. 2. De voorschriften in het Besluit gebruik bouwwerken zullen zoveel mogelijk zijn afgestemd op het Bouwbesluit 2003 en op de zogenoemde 8.40-amvb s ex Wet milieubeheer. 3. Het aantal gebruiksvergunningplichtige situaties zal zoveel mogelijk worden beperkt (de zorg zal niet worden vrijgesteld van de vergunningsplicht); overigens zou de daardoor bij gemeenten beschikbaar komende personele capaciteit ingezet kunnen gaan worden voor controles ter plaatse. Maar er is nog een heel ander verschil. Gemeenten dragen momenteel in het algemeen niet of nauwelijks zorg voor goede voorlichting over de voorschriften met betrekking tot brandveilig gebruik. Het is de bedoeling dat bij de inwerkingtreding van het Besluit gebruik bouwwerken in deze lacune voorzien gaat worden door VROM-voorlichting, die qua opzet vergelijkbaar is met de voorlichting die door VROM thans al op het terrein van de bouwregelgeving wordt gegeven. Verwacht mag worden dat die voorlichting zal leiden tot grotere bekendheid van die voorschriften bij het publiek, hetgeen een positief effect op de naleving ervan zal hebben. Beperking aantal gebruiksvergunningplichtige situaties (niet voor de zorg) Met name als gevolg van de cafébrand te Volendam is de aandacht voor de gebruiksvergunning sterk toegenomen, onder meer omdat gemeenten zich voor een forse inhaalslag bij de afgifte van gebruiksvergunningen zagen/zien geplaatst. In verband met de omvang en de duur van die inhaalslag, alsmede uitvoeringsaspecten (capaciteitsbeslag) en het streven naar beperking van regel- en administratieve lastendruk, is het gewenst na te gaan welke positie de figuur gebruiksvergunning in de toekomst moet gaan krijgen als instrument om integrale brandveiligheid van bouwwerken te bereiken. Naar het zich laat aanzien zijn er zeker mogelijkheden om het aantal gebruiksvergunningplichtige situaties fors te beperken, zonder het daarbij beoogde brandveiligheidsniveau aan te tasten. Het lijkt mogelijk om de gebruiksvergunningplicht voor bouwwerken waarin meer dan 50 personen tegelijk zullen 11

16 verblijven, aanmerkelijk te beperken. Dat kan door in het Besluit gebruik bouwwerken een aantal randvoorwaarden aan (het brandveilig gebruik van) dergelijke bouwwerken te stellen. Indien in een concreet geval aan die randvoorwaarden wordt voldaan, is het gebruik van zo n bouwwerk niet meer gebruiksvergunningplichtig. Nog bezien wordt of het gebruik van zo n bouwwerk in zulke gevallen aan de gemeente moet worden gemeld. Op basis van die melding kan de gemeente (veelal de brandweer) dan ter plekke gaan controleren of het (gebruik van het) bouwwerk inderdaad aan de gestelde randvoorwaarden voldoen. Overigens: het betreft hier VROM-voornemens waarover bij de verdere uitwerking nog (politieke) besluitvorming gaat plaatsvinden. Gemeenten dienen vooralsnog dan ook door te gaan met de inhaalslag bij de afgifte van gebruiksvergunningen. 12

17 5. De aanscherping van de EPC voor nieuwbouwwoningen Sinds december 1995 dient bij de bouwaanvraag van nieuwe woningen een energieprestatieberekening te worden toegevoegd. In 1995 was de energieprestatiecoëfficiënt (EPC)-eis nog 1,40. Per 1 januari 2006 is de EPC voor nieuwbouwwoningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. De afgelopen jaren hebben bouwende partijen gemeend deze aanscherping tegen te moeten gaan met als argument dat met slechts enkele installatieconcepten deze EPC van 0,8 kan worden gerealiseerd. Ook het binnenklimaat zou verslechteren als gevolg van deze aanscherping: energiezuiniger woningen zijn alleen mogelijk door toepassing van installatietechnische maatregelen die minder vrijheid bieden aan de bewoners en meer onderhoud vergen. In een toelichting op de wijziging geeft de Minister van VROM aan dat er voldoende keuzevrijheid overblijft voor de bouwers vooral vanwege de ontwikkelingen op het gebied van ventilatiesystemen. Uitgangspunt daarbij is dat ontwerp, uitvoering en onderhoud adequaat moeten worden uitgevoerd. De Minister zegt daarover: Het is aan de ontwerper/bouwer om een deugdelijk systeem te realiseren, zodat de gezondheid van de gebruiker gewaarborgd is. De verwarmings-/ventilatie-installatie kan niet meer de sluitpost van het ontwerp zijn maar de ruggengraat. Dan pas is het mogelijk een woning te ontwerpen met een goed, gezond, veilig en comfortabel binnenklimaat gedurende lange tijd. Kosten/baten De EPC van een woning kan worden verlaagd door het nemen van maatregelen op het gebied van vermindering van de warmtevraag, de ruimteverwarming, warmtapwaterbereiding en de ventilatie. Voor acht verschillende referentiewoningtypen, die een representatief beeld geven van de nieuwbouwproductie en verschillende varianten/typen in de installaties zijn de effecten van extra investeringskosten en besparing op energiekosten nagegaan 9. Het blijkt daarbij dat een kostenneutrale aanscherping van de EPC mogelijk is, uitgaande van het prijspeil voor energiekosten op 1 februari Voor de afschrijfperiode van de bouwkundige maatregelen is daarbij 25 jaar aangehouden, voor de installatietechnische maatregelen 15 jaar. De meerprijzen voor de verschillende woningtypes ten gevolge van de aanscherping van de EPC bedragen 0,5 tot 1%. Ook andere studies 10 geven aan dat de eigenaar-bewoner er in veel concepten wat woonlasten betreft (bij de huidige energieprijzen) niet op achteruit gaat. Milieu Door de aanscherping van de EPC wordt het primaire energiegebruik in nieuwbouwwoningen gereduceerd. Reductie van het primaire energiegebruik heeft een verlaging van de CO2 uitstoot tot gevolg. Hiermee wordt een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de realisatie van de klimaatdoelstelling. Oververhitting Tegenstanders van aanscherping van de EPC argumenteerden dat een lagere EPC leidt tot dermate goed geïsoleerde woningen, dat deze s zomers niet meer kunnen afkoelen. Bewoners van dergelijke goed geïsoleerde huizen gaan over tot de aanschaf en het gebruik van airconditioning apparatuur. Er is inderdaad geconstateerd dat in het verleden nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd die tot ongewenste oververhitting hebben geleid omdat bij het ontwerpen onvoldoende rekening is gehouden met de zomersituatie. Grote glaspartijen op het zuiden waren aantrekkelijk om een lage EPC te realiseren, vanwege de benutting van de zoninstraling in de winter. Deze zonnewarmte kan in de zomer 9 DHV rapport: Regeleffecttoets aanscherping EPC woningen, mei Antwoorden VROM aan Tweede Kamer inzake Bouwbesluit m.b.t. aanscherping EPC, 16 januari

18 oververhitting veroorzaken. In bepaalde zongerichte woningen werd daardoor de energiewinst van de winterperiode in de zomerperiode volledig teniet gedaan door het gebruik van airco-units. Bij de nieuwe berekeningsmethode, die tegelijkertijd met de aanscherping van de EPC is ingevoerd, wordt de kans op oververhitting mede betrokken 11. Als de berekende binnenluchttemperatuur boven de 24 C stijgt wordt een fictieve koellast berekend. De hiervoor benodigde energie wordt in de EPCberekening meegenomen en beïnvloedt de EPC-waarde in ongunstige zin. Ook is om deze reden overgestapt op een maandelijkse berekeningsmethodiek. Collectieve systemen en warmtepompen Collectieve systemen zoals warmtekracht en externe warmtelevering maar ook warmtepompen waren slechts beperkt uitgewerkt in de oude NEN 5128:2001. Door de afnemende warmtevraag voor ruimteverwarming spelen het opwekkingsrendement, de distributie- en systeemverliezen en de benodigde hulpenergie een steeds belangrijker rol. In de nieuwe norm is een structuur opgezet waarbinnen de verschillende systeemconfiguraties en hun onderlinge interacties kunnen worden gewaardeerd met forfaitaire waarden dan wel door middel van formules waarin op de werkelijkheid toegespitste gegevens kunnen worden ingevoerd. 11 Aanscherping EPC vraagt om integrale benadering, Bolscher en v.d. Heide, VV+, december

19 6. Ontwikkelingen en uitgangspunten bouwkundige voorzieningen Inleiding In vroegere edities van de Bouwkostennota werd in de bijlage ingegaan op de bij de bouwkostennormen behorende kwaliteitsomschrijvingen. Deze kwaliteitsomschrijvingen waren, zeker voor wat betreft de bouwkundige voorzieningen, algemeen van aard. Voor een deel hadden de beschreven uitgangspunten betrekking op de eisen die ondertussen ook vanuit andere wet- en bouwregelgeving, en dan met name het Bouwbesluit, aan gebouwen met een gezondheidsfunctie werden gesteld. Inmiddels zijn de algemene technische eisen voor de gebouwen met een gezondheidszorgfunctie volledig in het thans van kracht zijnde Bouwbesluit 2003 geïntegreerd. Daarnaast heeft het Bouwcollege eind 2002 afzonderlijke prestatie-eisen en richtlijnen geformuleerd en gepubliceerd ten aanzien van binnenklimaat en installatietechniek in de zorgsector. Voor specifieke functies of voorzieningen voor bijzondere doelgroepen stelt het Bouwcollege bovendien, in de daarvoor opgestelde maatstavenrapporten of prestatie-eisen, nadere eisen en richtlijnen met betrekking tot de daarvoor benodigde technische uitwerking. Om deze redenen zijn de bijlagen waarin werd ingegaan op de beschrijving van de technische kwaliteit niet langer opgenomen in de Bouwkostennota. Het spreekt echter voor zich dat bij de jaarlijkse vaststelling van bouwkostennormen rekening wordt gehouden met de actuele technische eisen en ontwikkelingen. Algemene uitgangspunten In de praktijk blijkt bij herhaling sprake te zijn van een behoefte aan een omschrijving van de algemene technische uitgangspunten. Om aan deze behoefte tegemoet te komen zijn de eerder geformuleerde uitgangspunten geactualiseerd en onderstaand weergegeven. De beschrijving van de bouwtechnische kwaliteit volgt de indeling van de Elementenmethode '91, die onder auspiciën van de Stichting Bouwkwaliteit (SBK) is uitgebracht. Bouwkundige elementen Onderbouw (elementen (11) tot en met (17)) Voor bodemvoorzieningen (11) wordt ervan uitgegaan dat onder het gebouw een normale kruipruimte komt. Bij ziekenhuizen komen echter beloopbare gedeelten voor ter plaatse van leidingentracés. De funderingsconstructies (16) c.q. paalfunderingen (17) zijn afhankelijk van de grondslag en andere specifiek locatiegebonden aspecten. De omvang van de bodemvoorzieningen en de daaraan verbonden kosten zijn verder in hoge mate afhankelijk van het aantal bouwlagen van het gebouw. Om de bouwtijd te verkorten en tevens de kwaliteit van het werk te verhogen kan worden geopteerd voor de toepassing van prefab funderingsbalken. Bovenbouw (elementen (21) tot en met (28)) De bovenbouw omvat met name de elementen buiten- en binnenwanden (21 en 22), vloeren (23), daken (27) en hoofddraagconstructies (28). Vooral voor deze elementen zijn in het Bouwbesluit eisen gedefinieerd. Bij de verdere keuzen inzake de kwaliteitsuitgangspunten is het van belang dat rekening wordt gehouden met aspecten als duurzaamheid, flexibiliteit, doelmatigheid en beperking van onderhoud. Hierdoor kunnen de levenscycluskosten van het gebouw worden beperkt. In de ontwerpfase is rekening te houden met de kostengevolgen die het ontwerp juist op deze elementen heeft. Een hoge gevel-, dak- en binnenwandfactor werkt kostenverhogend. In sommige hedendaagse ontwerpen is sprake van moeilijk te maatvoeren en te realiseren vormen, hetgeen eveneens kostenverhogend werkt. 15

20 Ook voor de bovenbouwelementen geldt dat, om de bouwtijd te verkorten en tevens de kwaliteit van het werk te verhogen, kan worden geopteerd voor de toepassing van prefab (beton)elementen. Verder wordt gewezen op de diverse innovatieve vloersystemen die inmiddels op de markt zijn verschenen. Deze vloersystemen kenmerken zich onder meer door grote vrije overspanningen en de integratie van leidingen en installaties, zoals betonkernactivering. Door de toepassing van dergelijke vloertypen ontstaat een nagenoeg vrij indeelbare plattegrond. In het kader van de flexibiliteit kan worden gekozen voor lichte metal-stud binnenwanden en zo mogelijk verplaatsbare systeemwanden. Afbouw (elementen (31 t/m 38)) Binnen deze groep zijn de buiten- en binnenwandopeningen (31 en 32) de belangrijkste kosten- en kwaliteitbepalende elementen. Naast specifieke aspecten inzake toegankelijkheid en veiligheid is bij de materiaalkeuze rekening te houden met duurzaamheid en beperking van onderhoud. Hierdoor kunnen de levensduurkosten van het gebouw worden beperkt. Ten aanzien van de buitenwandopeningen werkt het zogeheten repetitie-effect kostenverlagend. Bij het ontwerp van de gevelopeningen is ook de beheersing van de binnentemperatuur in de zomersituatie van belang. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat adequate, zo nodig centraal bedienbare, zonwering wordt aangebracht en grote, op de zon gerichte glasoppervlakken zo mogelijk worden vermeden. De eigenschappen van de beglazing zijn de laatste jaren op het gebied van isolatiewaarde, (zonlicht)reflectie en veiligheid sterk verbeterd. Voor sommige doelgroepen kan een verzwaarde uitvoering noodzakelijk zijn. Hierbij valt te denken aan de toepassing van molestbestendige materialen (massieve deuren, zwaar hang- en sluitwerk, veiligheidsglas) en het afschermen van obstakels zoals radiatoren om letsels te voorkomen. Afwerkingen (elementen (41) tot en met (48)) Bij de buitenwandafwerking (41) komt een breed scala van afwerkingsmogelijkheden voor. Zij dienen voldoende akoestisch en thermisch isolerend te zijn. Op dit punt geldt dat onderhoudsarme materialen en constructies in principe de voorkeur genieten. De binnenwandafwerking (42) moet zijn afgestemd op het gebruik van de ruimten. Zo zijn verkeersruimten ten dele af te werken met stootvast materiaal. Sanitaire en spoelruimten zijn te voorzien van vochtbestendig en reinigbaar materiaal, waarbij keramische tegels de voorkeur genieten. Ook de keuze voor de vloerafwerking (43) dient in overeenstemming met de functie van de betreffende ruimte te zijn. Naast reinigbaarheid, chemicaliënbestendigheid, elektrische weerstand en akoestische eigenschappen kan ook stroefheid bepalend zijn voor de materiaalkeuze. Met betrekking tot de plafondafwerking (45) geldt dat toepassing van verlaagde plafonds in diverse situaties niet noodzakelijk wordt geacht. Het mogelijk achterwegen laten van het verlaagde plafond leidt behoudens tot een kostenvoordeel ook tot een betere benutting van het warmteaccumulerende vermogen van de vloerconstructie. Bij de keuze van verlaagde plafonds kunnen verder akoestische en hygiënische eisen een rol spelen. Omwille van de hygiëne worden in de zorg veelal gladde, weinig absorberende materialen op vloeren en wanden toegepast die juist akoestische problemen kunnen opleveren. De ongewenste galm moet vaak worden gereduceerd door toepassing van geluidsabsorberende elementen. Ook bij de verdere vormgeving van de ruimte dient goed rekening te worden gehouden met de consequenties voor de akoestiek. Bij de afwerking speelt ook het kleurgebruik een belangrijke rol. Voldoende contrast tussen vloeren, wanden en wandopeningen is van belang voor mensen met visuele beperkingen. Ook kunnen met behulp van afwijkende kleuren bepaalde bouwonderdelen (zoals traptreden en leuningen) worden gemarkeerd en gids- of geleidelijnen worden aangebracht. 16

Berekeningsmethodiek NHC in de Care

Berekeningsmethodiek NHC in de Care TNO-rapport - TNO-060-UTC-2011-00078 Berekeningsmethodiek NHC in de Care Datum 4 mei 2011 Auteur(s) Norman Egter van Wissekerke Oscar Verhoeff Henk Sijsling Aantal pagina's 8 Opdrachtgever Projectnaam

Nadere informatie

4.2 Wijzigingen in de bouwregelgeving. 4.2.1 Bouwbesluit

4.2 Wijzigingen in de bouwregelgeving. 4.2.1 Bouwbesluit 4.2 Wijzigingen in de bouwregelgeving 4.2.1 Bouwbesluit EPC-verlaging Per 1 januari 2009 is een aanpassing van het Bouwbesluit doorgevoerd, waarbij de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) voor de gezondheidszorgfunctie

Nadere informatie

De wereld van de zorg en haar NHC s voor MKW. Bram Baselmans senior adviseur

De wereld van de zorg en haar NHC s voor MKW. Bram Baselmans senior adviseur De NHC s en Woningcorporaties De wereld van de zorg en haar NHC s voor MKW Bram Baselmans senior adviseur Bram Baselmans Bouwkunde TU Eindhoven Vastgoedmanagement AAG vanaf 2002 Financiële vraagstukken

Nadere informatie

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen

Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Slimme keuzes voor woningconcepten met warmtepompen Interactie tussen gevelisolatie, ventilatiesystemen en capaciteit warmtepompsystemen Per 1 januari 2015 worden de EPCeisen aangescherpt. Voor woningen

Nadere informatie

Energieke Zorgbouw. 5 oktober 2011. Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO)

Energieke Zorgbouw. 5 oktober 2011. Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO) Energieke Zorgbouw 5 oktober 2011 Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO) Introductie Wijnanda Willemse adviseur NL Energie & Klimaat - Agentschap NL Voorheen SenterNovem Energiebesparing

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl EVALUATIE VKP-REGELING VERZORGINGSHUIZEN Uitgebracht aan

Nadere informatie

Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg

Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg Catergorie Geestelijke gezondheidszorg: verslavingszorg Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg Regeling College bouw ziekenhuisvoorzieningen tot wijziging

Nadere informatie

Energieverspilling is zinloos

Energieverspilling is zinloos Aan de slag in de Bestaande Bouw Energieverspilling is zinloos in het verleden en daarna samengesteld door: Martin Liebregts Haico van Nunen Donderdag 13 september 2007 Milieu - Aandacht in de tijd 2/31

Nadere informatie

Minder en eenvoudiger regels: tòch brandveilig! Drs. Harry Boschloo Ministerie VROM Wonen, Wijken en Integratie

Minder en eenvoudiger regels: tòch brandveilig! Drs. Harry Boschloo Ministerie VROM Wonen, Wijken en Integratie Minder en eenvoudiger regels: tòch brandveilig! Drs. Harry Boschloo Ministerie VROM Wonen, Wijken en Integratie NVBR-congres 16 en 17 september 2008 Inhoud Presentatie Kabinetsbeleid vermindering regeldruk

Nadere informatie

College bouw zorginstellingen

College bouw zorginstellingen College bouw zorginstellingen Het College bouw zorginstellingen, kortweg het Bouwcollege genoemd, houdt zich bezig met de huisvesting van de intramurale gezondheidszorg. Daarbij gaat het om ziekenhuizen,

Nadere informatie

Vastgoed en zorg. Syllabus. Een inspirerende bundeling van theorie en praktijk, tips en ervaringen, kansen en bedreigingen.

Vastgoed en zorg. Syllabus. Een inspirerende bundeling van theorie en praktijk, tips en ervaringen, kansen en bedreigingen. Syllabus Vastgoed en zorg Een inspirerende bundeling van theorie en praktijk, tips en ervaringen, kansen en bedreigingen. Inclusief artikelen over strategisch vastgoedbeleid in de zorg, investeren in zorgvastgoed

Nadere informatie

Toepassingen van BKA in de gezondheidszorg. H.J.Nicolaas College bouw zorginstellingen

Toepassingen van BKA in de gezondheidszorg. H.J.Nicolaas College bouw zorginstellingen Toepassingen van BKA in de gezondheidszorg H.J.Nicolaas College bouw zorginstellingen Inhoud De gezondheidszorg in Nederland Ontwikkelingen Financiering Verleden, heden en toekomst Mogelijkheden BKA Voor-

Nadere informatie

Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit

Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit Het behalen van energie-efficiëntieverbetering in een bepaald type gebouw wordt zowel door het Bouwbesluit

Nadere informatie

Energieverspilling is zinloos

Energieverspilling is zinloos Aan de slag in de Bestaande Bouw Energieverspilling is zinloos in het verleden en daarna samengesteld door: Martin Liebregts Haico van Nunen Donderdag 13 september 2007 2/25 3/25 1. Praktijk van het verleden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 28 325 Bouwregelgeving 2002 2006 Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De Woningwet De belangrijkste wijzigingen in de uit 1901 daterende en laatst in 1991 herziene Woningwet hebben betrekking op de (gemeentelijke) bouwvergunningsprocedures, op de introductie van de gefaseerde

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

Compensatieregeling AWBZ/GGZ versus Compensatieregeling Ziekenhuizen

Compensatieregeling AWBZ/GGZ versus Compensatieregeling Ziekenhuizen Compensatieregeling AWBZ/GGZ versus Compensatieregeling Ziekenhuizen Onderdeel AWBZ/GGZ Algemene/ Academische Ziekenhuizen Commentaar 1. Beleidsregel CA 300 493 Compensatie vaste activa AWBZ en GGZ in

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-5119

BELEIDSREGEL BR/CU-5119 BELEIDSREGEL Eenmalige verrekening overgangsregeling kapitaallasten kind en jeugd Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c

BELEIDSREGEL CA-300-536. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO)

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO) Energieprestatie Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector Kees Arkesteijn (ISSO) Programma 1. Inleiding Energieprestatie gebouwen 2. Methoden bepaling Energieprestatie 3. Wet en

Nadere informatie

Energy-Floor haalt energie uit de bodem van uw woning

Energy-Floor haalt energie uit de bodem van uw woning Energy-Floor haalt energie uit de bodem van uw woning De laatste jaren is er qua energiebehoefte veel veranderd in de woningbouw. Voorheen waren de behoefte en kosten m.b.t. verwarming in nieuwbouw woningen

Nadere informatie

Scheiden van wonen en zorg (SWZ) Technische Briefing Tweede Kamer 7 maart

Scheiden van wonen en zorg (SWZ) Technische Briefing Tweede Kamer 7 maart Scheiden van wonen en zorg (SWZ) Technische Briefing Tweede Kamer 7 maart Inhoudsopgave - Historie - Kabinetsplannen - Huidige bekostiging - Verdieping V&V - Vervolgstappen Historie wonen in de AWBZ 1963

Nadere informatie

Bouwbesluit 2012 kostenneutraal? Concept Bouwbesluit 2012, het perspectief

Bouwbesluit 2012 kostenneutraal? Concept Bouwbesluit 2012, het perspectief Bouwbesluit 2012 kostenneutraal? Concept Bouwbesluit 2012, het perspectief Op 28 april 2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer J.P.H. Donner, het Concept Bouwbesluit

Nadere informatie

Voorwaarden voor vergoeding

Voorwaarden voor vergoeding Voorwaarden voor vergoeding Introductie in de procedures voor de aanvraag van een DBC. Mr. Ron de Graaff 12 maart 2008 Vergoeding medische technologie Extramuraal (Regeling Hulpmiddelen) AWBZ gefinancierde

Nadere informatie

meer werk of meerwaarde? Pps bij scholenbouw in Nederland

meer werk of meerwaarde? Pps bij scholenbouw in Nederland meer werk of meerwaarde? Pps bij scholenbouw in Nederland Overweegt u nieuwbouw of renovatie van een school? Deze folder geeft u inzicht in wat publiekprivate samenwerking (pps) bij scholen inhoudt. Wanneer

Nadere informatie

algemeen gebou, bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen t: 06 26 102 791, e: info@mgarchit.nl, w: www.mgarchit.nl, a: vasteland 29, 3011 bj, rotterdam

algemeen gebou, bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen t: 06 26 102 791, e: info@mgarchit.nl, w: www.mgarchit.nl, a: vasteland 29, 3011 bj, rotterdam algemeen Dank u voor interesse in gebou. Gebou is een jong buro dat esthetische bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen maakt. Wij richten ons vooral op het segment kleinschalige nieuwbouw en renovatie van

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN 4 juli 2007 19:11 uur Blz. 1 / 8 cursus Luc Volders - 2-7-2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: FB Projectgegevens: testpand 1234AB Software: EPA-W Kernel 1.09 07-06-2007 Vabi Software

Nadere informatie

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1 REGELING Verplichte informatieverstrekking zorgaanbieders van forensische zorg Ingevolge artikel 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de navolgende

Nadere informatie

Bepaal je bestemming vóórdat je vertrekt! Kennisdag Grip op Kwaliteit, 10 november 2015

Bepaal je bestemming vóórdat je vertrekt! Kennisdag Grip op Kwaliteit, 10 november 2015 Bepaal je bestemming vóórdat je vertrekt! Kennisdag Grip op Kwaliteit, 10 november 2015 Introductie Bernd Karstenberg, LCC adviseur André van den Hoek, Projectmanager onderwijshuisvesting (o.a. voor Lucas

Nadere informatie

Nieuwe energieprestatienorm

Nieuwe energieprestatienorm Nieuwe energieprestatienorm >> Als het gaat om energie en klimaat De tools Uw weg vinden in de nieuwe energieprestatienorm, wie helpt u daarbij? Heeft u hem al in huis, de nieuwe energieprestatienorm NEN

Nadere informatie

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?,

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, ir. F.W. (Freek) den Dulk Nieuwe eis per 1 januari 2006 EPC 0,8 Herziening norm: NEN 5128:2004 Energieprestatie van woonfuncties en

Nadere informatie

samenvatting WOONZORGVISIE GEERTRUIDENBERG Woonzorgvisie Geertruidenberg 4 maart 2015 Pagina 1

samenvatting WOONZORGVISIE GEERTRUIDENBERG Woonzorgvisie Geertruidenberg 4 maart 2015 Pagina 1 samenvatting WOONZORGVISIE GEERTRUIDENBERG Woonzorgvisie Geertruidenberg 4 maart 2015 Pagina 1 Inleiding In de gemeente Geertruidenberg staan al geruime tijd woonzorgcomplexen op de nominatie om herontwikkeld

Nadere informatie

de Nederlandse Zorgautoriteit dhr mr. T.W. Langejan Postbus 3017 3502 GA UTRECHT Datum Betreft voorlopige contracteerruimte 2014

de Nederlandse Zorgautoriteit dhr mr. T.W. Langejan Postbus 3017 3502 GA UTRECHT Datum Betreft voorlopige contracteerruimte 2014 > Retouradres VWS, Postbus 20350, 2550EJ DEN HAAG de Nederlandse Zorgautoriteit dhr mr. T.W. Langejan Postbus 3017 3502 GA UTRECHT Directie Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag T 070 340 79 11 F

Nadere informatie

Woningen met EPC ( 0,8

Woningen met EPC ( 0,8 Een initiatief van in samenwerking met 1 Woningen met EPC ( 0,8 Toelichting wijzigingen en bouwkundige aandachtspunten en duurzame energie - ontwerp- en adviesbureau BNA ir. F.W. den Dulk (Freek) 2 1 Onderwerpen

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-583. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c

BELEIDSREGEL CA-300-583. Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c Bijlage 12 bij circulaire CARE/AWBZ/13/05c BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Rapport installatieconcept

Rapport installatieconcept Rapport installatieconcept voor het realiseren van een schoolpand annex nazorg voor delinquenten Adres: Teleportboulevard 2 Plaats: Amsterdam Stadsdeel: Sloterdijk Teleport Projectgroep: A-tomos Projectnummer:..

Nadere informatie

KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN

KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN April 2002 ECN-RX--02-013 KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN Nieuw Den Helder Centrum als praktijkvoorbeeld J.C.P. Kester E. Sjoerdsma H. van der Veen (Woningstichting

Nadere informatie

BOUWTRADE B.V. PREFAB BADKAMERS

BOUWTRADE B.V. PREFAB BADKAMERS BOUWTRADE B.V. PREFAB BADKAMERS PREFAB BADKAMERS De prefab badkamer wint snel terrein in de bouwwereld. Geen wonder, want de prefab badkamer is een kwaliteit product dat de functionaliteit en de uitstraling

Nadere informatie

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: Het in gebruik nemen en verbouwen van een vakantie-appartementsgebouw.

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: Het in gebruik nemen en verbouwen van een vakantie-appartementsgebouw. OMGEVINGSVERGUNNING 20110088 Aanvraag Mevrouw L.M.T. Otten heeft op 29 juni 2011 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het verzoek tot in gebruik name van een vakantie-appartementsgebouw op het

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 30941 2500 GX Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Betreft Beantwoording

Nadere informatie

Betaalbare Woning Ontwikkeling. Een antwoord op de huizencrisis

Betaalbare Woning Ontwikkeling. Een antwoord op de huizencrisis Betaalbare Woning Ontwikkeling Een antwoord op de huizencrisis April 2012 Betaalbare nieuwbouwwoningen voor elke groep starters 2 INHOUD 1. Inleiding 2. BWO Partners 3. BWO Huizen 4. Referentie Woning

Nadere informatie

-PERSBERICHT- -ZORGINSTELLING ANTICIPEREN OP EFFECTEN SCHEIDEN WONEN EN ZORG-

-PERSBERICHT- -ZORGINSTELLING ANTICIPEREN OP EFFECTEN SCHEIDEN WONEN EN ZORG- -PERSBERICHT- Utrecht, 19 maart 2013 -ZORGINSTELLING ANTICIPEREN OP EFFECTEN SCHEIDEN WONEN EN ZORG- Door de invoer van wonen en zorg transformeert de markt in hoog tempo van aanbodgericht naar vraaggestuurd.

Nadere informatie

Toelichting op de waardering van zorgvastgoed in de jaarrekening 2010 van AWBZ- en GGZ-instellingen

Toelichting op de waardering van zorgvastgoed in de jaarrekening 2010 van AWBZ- en GGZ-instellingen -Wijzer 1 Toelichting op de waardering van zorgvastgoed in de jaarrekening 2010 van AWBZ en GGZ-instellingen -wijzer 1 Toelichting op de waardering van zorgvastgoed in de jaarrekening 2010 van AWBZ- en

Nadere informatie

Programma van Eisen Frisse Scholen april 2012

Programma van Eisen Frisse Scholen april 2012 Programma van Eisen Frisse Scholen april 2012 Voor u ligt het Programma van Eisen Frisse Scholen. Dit Programma van Eisen dient als leidraad voor opdrachtgevers van nieuw- en verbouw van scholen (schoolbesturen

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Beta Testbedrijf E. van Dijk 007 Kleveringweg 12 2616 LZ Delft info@vabi.nl Delft, 8 februari 2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: Opdrachtgever BV A. Bee Projectgegevens: Voorbeeldproject

Nadere informatie

FAQ Update enquête inventarisatie boekwaarde AWBZ

FAQ Update enquête inventarisatie boekwaarde AWBZ FAQ Update enquête inventarisatie boekwaarde AWBZ Met deze vraag en antwoord geven wij een nadere toelichting op het formulier enquête inventarisatie boekwaarde AWBZ. Dit is een update van de FAQ die 26

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 25539 20 augustus 2015 Informatieverstrekking gebudgetteerde zorgaanbieders van gespecialiseerde GGZ Vastgesteld op 11

Nadere informatie

Wijzigingen Bouwbesluit 2012. ing. A. de Jong Maart 2013

Wijzigingen Bouwbesluit 2012. ing. A. de Jong Maart 2013 Wijzigingen Bouwbesluit 2012 ing. A. de Jong Maart 2013 Introductie algemeen Nieman Raadgevende Ingenieurs BV Onderdeel van de Nieman Groep Sinds 1988 actief in de bouw Bouwfysica, bouwregelgeving, brand,

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-5069. Extramurale curatieve GGZ

BELEIDSREGEL BR/CU-5069. Extramurale curatieve GGZ BELEIDSREGEL Extramurale curatieve GGZ Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels

Nadere informatie

Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening gemeente

Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening gemeente gemeente Eindhoven Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer Raadsnummer 03.R499.OOI Inboeknummer osbooo4s4 Beslisdatum BikW xo juni soos Dossiernummer a24.75i Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening

Nadere informatie

4 Energiebesparingsadvies

4 Energiebesparingsadvies 4 Energiebesparingsadvies 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het energiebesparingsadvies voor het gebouw gepresenteerd. Allereerst wordt een inventarisatie gegeven van de reeds getroffen en onderzochte

Nadere informatie

Miel Karthaus Martijn de Gier

Miel Karthaus Martijn de Gier Miel Karthaus Martijn de Gier Fig 1 1/5 13 3 5 1 17 12 11 18 2 11 31 16 15 12 14 8 7 4 6 22 21 20 19 9 10 e versus WarmBouwen 8 Verhouding tussen warmteweerstand en warmtestroomdichtheid

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o 2012 - I

Eindexamen vwo m&o 2012 - I Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 5. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Projectontwikkelaar Bouwfonds ontwikkelt, bouwt en verkoopt het appartementencomplex

Nadere informatie

Bouwbesluit 2012. Brandveiligheid en gebouwontwerp

Bouwbesluit 2012. Brandveiligheid en gebouwontwerp Bouwbesluit 2012 Brandveiligheid en gebouwontwerp Programma Waartoe leidt het Bouwbesluit 2012? Wijzigingen Bouwbesluit 2012 Doormelding Certificering Vluchten Conclusie: Brandveiligheid is een keuze (wetgeving

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-2051

BELEIDSREGEL BR/CU-2051 BELEIDSREGEL Instandhoudingsinvesteringen Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels

Nadere informatie

Lindenhove. Renovatie & Transformatie. Informatie vanuit Renovatieteam Lindenhove

Lindenhove. Renovatie & Transformatie. Informatie vanuit Renovatieteam Lindenhove Lindenhove Renovatie & Transformatie Informatie vanuit Renovatieteam Lindenhove ' Duurzaam & Comfortabel Met slimme combinaties van energiebesparende maatregelen en opwekking van duurzame energie komen

Nadere informatie

indien ten behoeve van het getrouwe beeld een nadere toelichting noodzakelijk is in een jaarrekening die voldoet aan de Regeling Verslaggeving WTZi

indien ten behoeve van het getrouwe beeld een nadere toelichting noodzakelijk is in een jaarrekening die voldoet aan de Regeling Verslaggeving WTZi Audit Alert 25 Verklaringen bij jaarrekeningen van AWBZ- en GGZ-instellingen indien ten behoeve van het getrouwe beeld een nadere toelichting noodzakelijk is in een jaarrekening die voldoet aan de Regeling

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-300-523. Volledig Pakket Thuis

BELEIDSREGEL CA-300-523. Volledig Pakket Thuis BELEIDSREGEL Volledig Pakket Thuis Op grond van artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast

Nadere informatie

Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie

Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie Examen Energielabel nieuwbouw bestaat uit twee delen: 40 MC tijdsduur 0 minuten Softwaretoets

Nadere informatie

Verpleging en verzorging (V&V)

Verpleging en verzorging (V&V) Bijlage 1 : Aanscherping ZZP-omschrijvingen en algoritmen Op verzoek van VWS zijn de zorgzwaartepakketten (ZZP s) voor de AWBZ inhoudelijk aangescherpt en de algoritmen in het ZZP-registratieprogramma

Nadere informatie

11 oktober 2012 W2.4: Constructieve aspecten van transformatie. Imagine the result

11 oktober 2012 W2.4: Constructieve aspecten van transformatie. Imagine the result 11 oktober 2012 W2.4: Constructieve aspecten van transformatie Imagine the result Wie zijn wij? Jeroen Bunschoten Senior adviseur bouwregelgeving ARCADIS Nederland BV Gerard van Engelen Senior adviseur

Nadere informatie

Installatie- en elektrotechnische ontwikkelingen in de gezondheidszorgbouw

Installatie- en elektrotechnische ontwikkelingen in de gezondheidszorgbouw Installatie- en elektrotechnische ontwikkelingen in de gezondheidszorgbouw ir. H.J. Nicolaas, senior-stafmedewerker afdeling Bouwzaken Techniek vormt een belangrijk deel van de bouwkosten in de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Subsidieregeling Energiebesparing in de Sociale Huursector, nr. 2006wem004996i.

Subsidieregeling Energiebesparing in de Sociale Huursector, nr. 2006wem004996i. Subsidieregeling Energiebesparing in de Sociale Huursector, nr. 2006wem004996i. Toelichting Inleiding Provinciale staten van Utrecht hebben besloten om 750.000,- in te zetten voor de reductie van CO 2

Nadere informatie

Whitepaper. Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen. bbn adviseurs 2013. www.bbn.nl info@bbn.nl

Whitepaper. Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen. bbn adviseurs 2013. www.bbn.nl info@bbn.nl Whitepaper Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen bbn adviseurs 2013 www.bbn.nl info@bbn.nl Risico s in vastgoedportefeuille Marktwerking, zorgzwaartepakketten, normatieve huisvestingscomponent

Nadere informatie

Een zorgeloze overgang van het buitenonderhoud. voor scholen in het Primair Onderwijs

Een zorgeloze overgang van het buitenonderhoud. voor scholen in het Primair Onderwijs Een zorgeloze overgang van het buitenonderhoud voor scholen in het Primair Onderwijs worden de beslissingslijnen korter. Deze situatie kan voordelen opleveren, mits er voldoende strategische onderhoudskennis

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-5059

BELEIDSREGEL BR/CU-5059 BELEIDSREGEL Voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC's GGZ Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Energiebesparing. Betonkernactivering. Programma. Energiebesparing EPBD. Energy Performance Building Directive. Europese richtlijn.

Energiebesparing. Betonkernactivering. Programma. Energiebesparing EPBD. Energy Performance Building Directive. Europese richtlijn. Programma Energiebesparing & Betonkernactivering Energiebesparing Europa Nederland Besparingspotentieel Specialisten gevraagd? Betonkernactivering Publicatie Leergang Kees Arkesteijn 1 2 Energiebesparing

Nadere informatie

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 Nota Financiële kengetallen Careinstellingen en zorgzwaarte 2012 Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 1. Inleiding Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het CBS verzocht om,

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-5066

BELEIDSREGEL BR/CU-5066 BELEIDSREGEL Afschrijvingskosten dubieuze debiteuren curatieve GGZ Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

2. Actuele wet- en regelgeving

2. Actuele wet- en regelgeving 2. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, per 1 oktober 2010) regelt de omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen de bouwvergunning) en de omgevingsvergunning/gebruiksmelding

Nadere informatie

3.1 Zorgaanbieder De zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg.

3.1 Zorgaanbieder De zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg. Bijlage 19 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c REGELING Administratie- en declaratievoorschriften ZZP-meerzorg Wlz Ingevolge de artikelen 36, derde lid, 37, eerste lid en artikel 38 derde lid van de Wet marktordening

Nadere informatie

De Beleidsregel nacalculatie bevat het beleid van de NZa met betrekking tot de beoordeling en afhandeling van de nacalculatie.

De Beleidsregel nacalculatie bevat het beleid van de NZa met betrekking tot de beoordeling en afhandeling van de nacalculatie. Bijlage 1 bij circulaire Care/AWBZ/10/17c BELEIDSREGEL NACALCULATIE Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

HAALBAARHEIDSONDERZOEK

HAALBAARHEIDSONDERZOEK 193 Hartogstraat 7a Slot vastgoedbeheer Zoetermeer HAALBAARHEIDSONDERZOEK Hartogstraat 7a Plaats 18 Den Haag 8 januari 2009 INLEIDING Op verzoek van Slot vastgoedbeheer heeft ons bureau een onderzoek verricht

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 0910655 Ag nr. : Datum : 15-12-09

Raadsvoorstel Reg. nr : 0910655 Ag nr. : Datum : 15-12-09 Ag nr. : Onderwerp Tariefaanpassingen en overige wijzigingen van de verordeningen/besluiten betreffende de belastingen en rechten voor het jaar 2010 (aanvulling). Voorstel Door vaststelling van de verordeningen/besluiten,

Nadere informatie

Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen

Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen Samen verduurzamen Uitdagingen op de Nederlandse markt De Nederlandse woningbouw staat voor een fikse uitdaging. De tijd van grote nieuwbouwprojecten

Nadere informatie

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Inhoud presentatie 1. Impact Wabo o o o Doelstellingen Verplichtingen Kansen 2. Inzicht in de inhoud o o o o Inhoud en reikwijdte Procedures Aandachtspunten Inwerkingtreding

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl SIGNALERINGSRAPPORT inzake WONEN EN ZORG OP MAAT Uitgebracht

Nadere informatie

Een nieuwe woning in Zoetermeer 42 woningen De Blauwe Tuinen

Een nieuwe woning in Zoetermeer 42 woningen De Blauwe Tuinen KLIMAATGARANT Een nieuwe woning in Zoetermeer 42 woningen De Blauwe Tuinen De energie van morgen vandaag in huis Project in Rijswijk Een energieneutrale woning: het kan! Binnenkort start de verkoop van

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 26775 21 december 2012 Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2012, Z-3145524,

Nadere informatie

- in aanvulling op en ter nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden (ASV);

- in aanvulling op en ter nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden (ASV); BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEEUWARDEN; - in aanvulling op en ter nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Leeuwarden (ASV); - gelet op de ASV artikel 2 en artikel 3 lid 3; - gelet op de

Nadere informatie

RENOVATIE KANTOOR NOTITIE ENERGIEBESPARING EN INVESTERINGEN INHOUDSPOGAVE

RENOVATIE KANTOOR NOTITIE ENERGIEBESPARING EN INVESTERINGEN INHOUDSPOGAVE RENOVATIE KANTOOR NOTITIE ENERGIEBESPARING EN INVESTERINGEN INHOUDSPOGAVE SAMENVATTING 0. INLEIDING 1. ISOLATIE 2. INSTALLATIE 3. RAMEN EN KOZIJNEN 4. ZONWERING EN KOELING 5. VERLICHTING DIA duurzame auteur:

Nadere informatie

Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave

Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave REGELING Gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave Gelet op de artikelen 61, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

BESLISSING OP BEZWAAR 34709-49699

BESLISSING OP BEZWAAR 34709-49699 BESLISSING OP BEZWAAR 34709-49699 Met een brief van 19 maart 2013 heeft Stichting Osira Amstelring (hierna te noemen: Osira) tijdig bezwaar gemaakt tegen een tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Deel II. De PM-posten

Deel II. De PM-posten Deel II De PM-posten Stap 1: reikwijdte PM-posten In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de PM-posten die leiden tot additionele ruimtebehoefte bovenop het gebruikelijke functiepakket van

Nadere informatie

Praktijkvoorbeeld. Pagina 1 van 5

Praktijkvoorbeeld. Pagina 1 van 5 Toekomst verzorgingshuizen: complexiteit exploitatie zorg- en dienstverlening vaak over het hoofd gezien Vooral kleine verzorgingshuizen krijgen het lastig Door de extramuralisering van de zorgzwaartepakketten

Nadere informatie

Mozaïekpark. Groeien in het groen. Woningen Wageningen. Toelichting op het klimaatsysteem Wageningen 30 augustus 2012 Ronald Scheffer

Mozaïekpark. Groeien in het groen. Woningen Wageningen. Toelichting op het klimaatsysteem Wageningen 30 augustus 2012 Ronald Scheffer Mozaïekpark Groeien in het groen Woningen Wageningen Toelichting op het klimaatsysteem Wageningen 30 augustus 2012 Ronald Scheffer Onderwerpen NIBE organisatie Installatie in uw woning Warmte- en koudeopslag

Nadere informatie

Lijst van vragen en antwoorden - wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffend de implementatie van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen

Lijst van vragen en antwoorden - wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffend de implementatie van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen Lijst van vragen en antwoorden - wijziging van het Bouwbesluit 2012 betreffend de implementatie van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen Kamerstuknummer : 32757-115 Vragen aan : Regering Commissie

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428 Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. mevrouw drs. E.I. Schippers Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11

Nadere informatie

Vernieuwde brandveiligheidsregelgeving: Wat betekent het voor u?

Vernieuwde brandveiligheidsregelgeving: Wat betekent het voor u? Vernieuwde brandveiligheidsregelgeving: Wat betekent het voor u? Adviesburo Nieman BV Lieuwe de Witte 30 november 2010 KOW Architectuur Den Haag KOW Architectuur Den Haag Opbouw: Gebruiksbesluit verschillen

Nadere informatie

Figuur 1: impressie Rabobank Dommelstreek te Geldrop. Figuur 2: uitleg ontwerpconcept oorwarmers

Figuur 1: impressie Rabobank Dommelstreek te Geldrop. Figuur 2: uitleg ontwerpconcept oorwarmers Omschrijving van het project Rabobank Dommelstreek heeft in Geldrop het bestaand kantoor herontwikkeld. Er is een kantoor ontstaan met alle faciliteiten onder één dak. Een vernieuwde omgeving die beter

Nadere informatie

KLIMAATGARANT. De energie van morgen vandaag in huis

KLIMAATGARANT. De energie van morgen vandaag in huis KLIMAATGARANT Een nieuwe woning in De energie van morgen vandaag in huis Een energieneutrale woning: het kan! is gestart met de verkoop van woningen in het project. Duurzame woningen, want wordt een wijk

Nadere informatie

Verduurzamen meerjarenonderhoud bij basisscholen

Verduurzamen meerjarenonderhoud bij basisscholen Verduurzamen meerjarenonderhoud bij basisscholen Workshop 8 Gezonde scholen Congres GEZONDRONDOM 15 mei 2013 ir. Henk Versteeg Onafhankelijk advies- en ingenieursbureau te Nieuwegein met veertig jaar ervaring

Nadere informatie

Steek Energie in je huis

Steek Energie in je huis Steek Energie in je huis 9 oktober 2012 Breda 1 Bouwbedrijf Boot B.V. Bouwbedrijf Boot is actief in de woningbouw (particulier, ontwikkeling), zorg huisvesting en utiliteit (scholen, kantoren, bedrijfsgebouwen).

Nadere informatie