Beste Student,

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "www.vetserieus.nl Beste Student,"

Transcriptie

1 Beste Student, De documenten op VETserieus.nl zijn alleen bedoeld als ondersteuning bij het studeren. De samenvattingen worden nagekeken door studenten tijdens het volgen van de lessen en waar nodig aangepast. Dit project heeft als doel foutloze samenvattingen te bieden die met hun tijd meegaan, ondanks dit streven is er altijd een kans dat er fouten in de documenten staan. Mocht je tijdens het lezen van de samenvatting fouten vinden kun je dat doorgeven via de contactpagina op de site of direct een mail sturen naar De student is verantwoordelijk voor zijn of haar leermethode en voor het uiteindelijke resultaat. Allemaal veel succes met de voorbereidingen!! Hartelijke groet, VETserieus.nl 1

2 SAMENVATTING LOCOMOTIE Thema 1: ontwikkeling, bouw en functie van het locomotieapparaat Aanvullende stof: Organen van verschillende diersoorten zijn homoloog als ze aan drie criteria voldoen: De organen nemen dezelfde positie in ten opzichte van andere organen; gelijke topografie. Deze is met name lastig. De testes van reptielen en zoogdieren zijn homoloog maar hebben geen gelijke positie. De afdaling van de testis is bij de zoogdierfoetus te zien, dat is dus het bewijs voor homologie. De organen zijn op dezelfde wijze ontstaan tijdens de evolutie; gelijke fylogenie De organen zijn op dezelfde manier gevormd in het embryo; gelijke ontogenie. Structuren met dezelfde functie, maar die uit andere componenten zijn opgebouwd, noemt men analoog. Hoorcollege 1: inleiding ontwikkeling en adaptatie Het grootste deel van het bewegingsapparaat wordt gevormd uit de somieten, lateraal van de chorda uit paraxiaal mesoderm. Deze somieten zullen zich opsplitsen in 3 delen (onder invloed van de chorda), de myotoom, sclerotoom en dermatoom.het myotoom en dermatoom vormen eerst samen nog het dermamyotoom. Het myotoom vormt de dwarsgestreepte spieren en splitst zich in een epimeer en een hypomeer. Het epimeer blijft lateraal en doorsaal van de ruggenwervels liggen en vormt de epaxiale spieren. Het hypomeer zakt verder naar ventraal af, waaruit de hypaxiale spieren ontstaan. Deze spieren krijgen een andere aansturing en dus ook een andere functie. Het skelet kun je onderverdelen in twee gedeelten: het axiale skelet (in de as) en het perifere skelet. Het axiale skelet heeft nog heel duidelijk een gesegmenteerde opbouw, en ook de spieren die hierbij horen hebben dat. Je wilt dat een spier twee segmenten overspant om beweging tussen twee botdelen te verkrijgen. Wat je ziet gebeuren in de ontwikkeling is dat een botstukje, een sclerotoom, zich gaat splitsen en dat het caudale deel van het sclerotoom gaat vergroeien met het craniale deel van het volgende sclerotoom. Daarmee krijg je dus de vorming van een wervel van twee sclerotomen. De spieren behouden hun oude configuratie uit de oorspronkelijk somiet. Deze indeling kun je overigens beter waarnemen in de diepere rugspieren dan de oppervlakkige (vloeiende beweging) maar ze hebben het allemaal. Ondertussen gaat de neurale buis zich ontwikkelen met de spinale zenuwen. Door deze ontwikkeling krijg je de vorming van wervels die je ten opzichte van elkaar kunt bewegen. De chorda vormt uiteindelijk de nucleus pulposus van de tussenwervelschijf. Feit is dat de oorspronkelijke vorm van somieten wel bij spieren maar niet bij botdelen gehandhaafd wordt. De extremiteiten ontstaan uit de pootknoppen, met een kern van mesenchymale oorsprong en bedekt met ectodermale cellen. Aan dorsale zijde verdikt het ectoderm tot een apicale ectodermale richel, AER. Deze richel induceert het onderliggende mesenchym tot proliferatie in lengterichting, langs de proximo-distale-as. Deze groeizone noemen we ook wel de progressiezone, PZ. Op het moment dat je lengtegroei krijgt moet er een differentiatie plaatsvinden in welke botten er uiteindelijk gevormd gaan worden. Dit vindt plaats onder invloed van HOX-genen. Aan de proximale zijde vindt expressie van HOX-genen plaats, waardoor de activiteit van de AER beïnvloedt wordt. Door Shh genen wordt de zone van polariserende activiteit- de ZPA genoemd gevormd en deze zorgt voor de cranio-caudale uitgroei van de extremiteiten. De dorsoventrale as wordt beïnvloed door Wnt-7a uit het dorsale ectoderm. Al deze factoren zijn van belang dat zowel de groei als de differentiatie goed verloopt. 2

3 Bron: HC1 Locomotie , UU Skeletdelen ontstaan lokaal uit het mesenchym, terwijl de spieren in de pootknop gaan ingroeien uit het myotoom. In eerste instantie wordt het skelet gevormd door kraakbeen. Tijdens de geboorte is het skelet van het dier nog niet volledig verbeend en de mate van verbening is tussen diersoorten erg wisselend. Van de spieren die gaan ingroeien heb je twee type spieren, de dorsale en ventrale spiermassa,afhankelijkvan waar ze ingroeien. Door draaiing van de pootjes (eerst groeit deze dorsaal) zullen de dorsale spieren de strekkers gaan vormen en de ventrale spieren de buigers gaan vormen. Hier hoort dan dus ook een specifieke innervatie bij. Als we verder kijken naar de musculatuur hebben we spiergroepen die vanuit de romp naar de poot oversteken, of juist binnen een poot blijven. - Intrinsieke musculatuur:spieren binnen één poot - Extrinsieke musculatuur: spieren tussen de romp en poot De innervatie van de spieren komt uiteraard uit het ruggenmerg, lokaal vanuit het ruggenmerg zien we een verdikking ontstaan op de plaats waar de poot zich gaat ontwikkelen. Uit deze verdikking krijg je de vorming van spinale zenuwen, welke gaan samengroeien tot een plexus (plexus brachialis voor en plexus lumbosacralis in het bekken). Dan krijg je heel specifiek een innervatiesysteem opgesplitst in de lichaamsdelen. Dit is specifiek handig omdat bij uitval van een zenuw je ook de atrofie in de bijbehorende spier kunt aantreffen. De voorpoten worden aan cranio-dorsale zijde geïnnerveerd vanuit segment costaal 5-7, het caudoventrale deel van costaal 8-thoracaal 2. De achterpoten worden geïnnerveerd vanuit lumbaal 3 sacraal 3. Tijdens de draaiing gaan de elleboog naar achter en de pols naar voren, terwijl juist de knie naar voren en de hak naar achter gaat. Daarom zijn de achterpoot en de voorpoot omgekeerd in vorming. Door de draaiing vindt ook een kruising plaats tussen radius en ulna. De hoogte van waar je gewrichten vindt wisselt afhankelijk van de uiteindelijke functie. Wat wel van belang is, is wanneer je over respectievelijk buiging en strekking spreekt. Bij een knie is dit makkelijk, maar niet bij elk gewricht. Lastiger is bijvoorbeeld de heup, namelijk als de poot naar achteren gaat dan praten we 3

4 over de strekking van de heup, en naar voren is dus buigen. Pols naar boven is hyperextensie (of dorso-flexie) en naar beneden is buigen. Op 180 graden zetten is strekken. Poot naar achter is buigen van de schouder, poot naar voren is strekken van de schouder. Aanvullende stof Hoorcollege 2: Been, kraakbeen en peesmateriaal vangen krachten op (bescherming) en dragen ze over (beweging). Als een kracht F van twee kanten op een structuur of weefsel inwerkt, dan verdeelt deze kracht zich over de hele structuur. Per oppervlakte-eenheid A wordt een bepaald deel van de kracht opgenomen. Bij een gelijkmatige verdeling van F over A ontstaat overal in de structuur/het weefsel een spanning (stress)σ: σ = F/A (Nm -2 ). Botten die steeds een bepaalde kracht moeten opvangen, zijn dusdanig gebouwd dat de kracht zoveel mogelijk gelijkmatig over het spanning-opnemende oppervlak wordt verdeeld. Verder zal het totaaloppervlak groot genoeg moeten zijn, terwijl tegelijkertijd het bot niet zo groot kan zijn dat de spanningen ver beneden het maximaal toelaatbare blijven; dat is 'zonde' van het gebruikte materiaal. Wolf formuleerde dit principe voor het eerst, en wel als volgt: de inwendige structuur en de uitwendige vorm van levend bot passen zich aan bij de overheersende belastingen, en wel zo, dat het bot met een minimum aan materiaal zijn functie kan vervullen. Spanningen in het materiaal leiden tot vervormingen, ε = 1 betekent dus: 1 meter rek per meter materiaal, meestal is ε natuurlijk veel kleiner. Door deze vervorming, die meestal elastisch (d.w.z. reversibel) is, wordt energie opgeslagen, waardoor voorkomen wordt dat het bot breekt. Een inkeping leidt onmiddellijk tot hogere locale spanning en dus mogelijk breuk. De wet van Wolf zegt dat een inkeping niet kan voorkomen: immers, op andere plekken dan de inkeping zit dan meer bot dan nodig is. Het zal worden geresorbeerd, omdat het te weinig belast wordt. Wet van Hooke: De evenredigheidsconstante E is de elasticiteitsmodulus; grote E, weinig vervorming bij een bepaalde spanning, dus stijf materiaal. Als je E en de breukspanning σbreuk kent, dan kun je via de wet van Hooke de breukvervorming εbreuk uitrekenen: εbreuk = σbreuk /E. Bij buiging wordt de kracht niet gelijkmatig over het materiaal gespreid. De spanning aan de buitenzijde van het materiaal is groot en aan de binnenzijde klein. Binnenin is de spanning nul. Hoe verder het materiaal van de middenlijn (de zgn. neutrale lijn of het neutrale vlak) zit, hoe groter de spanning. Hoe groot wordt nu de materiaalspanning σy op afstand (y) van de neutrale lijn bij een buigend moment M? Dat hangt af van de weerstand tegen buiging die het materiaal heeft. σy= M*y/ I. Hoe groter de constante I (traagheidsmoment) hoe minder materiaalspanning bij een gegeven buigend moment wordt opgewekt. Omdat het buigend moment in iedere doorsnede werkt, is de opgewekte spanning in elke doorsnede afhankelijk van de I van die doorsnede. Wil je dus een gegeven hoeveelheid materiaal optimaal benutten om buiging op te vangen (wet van Wolf!) dan moet: I van alle doorsneden gelijk zijn per doorsnede het materiaal zo ver mogelijk van de neutrale as liggen (een holle buis is dus beter dan een massieve van gelijk gewicht) Omdat het volume van het blokje gelijk moet blijven, moet het blokje in de richtingen loodrecht op de rek krimpen. Er treedt dus bij trekken aan dit materiaal niet alleen trekspanning op, maar ook, in een richting loodrecht hierop, drukspanning, die leidt tot krimp. Bekijk je één vlak, dan kunnen de richtingen van trek en, loodrecht hierop als lijnen worden aangegeven. Dit zijn de hoofdspanningsrichtingen. Als we dit gaan toepassen in botten, dan is de velg van het wiel de compacta, en de spaken de spongiosa. Een bot dat langs een bepaalde richting belast wordt zal spongiosa bezitten, waarvan de beenbalkjes in de richting en loodrecht op de richting van de belasting lopen. 4

5 Been: Compacta bestaat uit lamellair bot; dit is niet in alle richtingen even sterk. Men noemt dat verschijnsel anisotropie. Omdat bot vaak in vele richtingen belast wordt of moet kunnen worden, afhankelijk van de functie die het uitvoert, wisselt de lamellenrichting in compacta sterk. Dit wordt bereikt doordat aangemaakte botlagen later worden afgebroken en vervangen door nieuw bot. Dit verschijnsel heet 'remodelling'; het treedt op tijdens de groei maar ook in volwassen toestand. Hierdoor wordt het bot meer isotropisch(materiaaleigenschappen in alle richtingen gelijk). Spongiosa is veel slapper dan compacta, maar het draagt toch in belangrijke mate bij aan de sterkte van een bot, omdat het een groot oppervlak inneemt en in de richting van de krachten is georiënteerd. De in de intercellulaire ruimte liggende calciumapatietkristallen zijn zeer goed in het opvangen van druk, terwijl het collageen de trek opvangt. Door deze materialen aan elkaar vast te 'klinken' ontstaat een composiet dat zowel druk als trek aankan. Pezen: Peesweefsel staat vaak in het begin vrij veel rek toe en wordt daarna stijver omdat de aanvankelijk wat golvende collageenvezels dan recht getrokken zijn. Dat is een voorbeeld van nietlineair elastisch gedrag. Pezen zijn vrijwel uitsluitend treksterk; ze bestaan vrijwel uitsluitend uit collageen. Sesambeenderen bestaan uit bot met fibreus kraakbeen. Ze treden op daar, waar pezen op druk worden belast en/of onderhevig zijn aan slijtage doorschuiven. Het kraakbeen en het been vangen de drukspanningen op. Het been kan tevens een gewricht vormen dat slijtage, opgewekt door het schuiven, voorkomt. Gewrichtskraakbeen: Gewrichtskraakbeen heeft de eigenschap na belasting niet meteen de uitgangsvorm te bereiken (zoals een koperdraadje dat je buigt), dit heet hysterese. Dit komt omdat er bij druk extracellulaire vloeistof uitgeperst wordt, deze vloeit vrij langzaam uit de synovia terug het kraakbeen in. De synoviale vloeistof kan aldus voedingsstoffen van de rijk van bloedvaten voorziene synoviale membraan naar het vaatloze kraakbeen brengen, en afvalstoffen verwijderen. Verder vermindert de stroperige uitstromende vloeistof de wrijving tijdens belasting. Hyalien kraakbeen is goed bestand tegen druk door zijn extracellulaire matrix van proteoglycanen. Collageenvezels geven ook dit materiaal extra treksterkte. Tegen trek is het materiaal minder goed bestand. Fibreus kraakbeen, zoals dat van de meniscus van de knie bevat zeer veel collageen. Dit is trekvast en drukbestendig. Hoorn: Hoorn is een tamelijk elastisch druk- en trekvast materiaal. Het is dood weefsel en de mechanische eigenschappen worden sterk negatief beïnvloed door het vochtgehalte. Hoorcollege 2: sterkte en stevigheid Als je gaat lopen of bewegen heb je altijd te maken met krachten die op het bewegingsapparaat inwerken, en wanneer deze krachten vanaf de buitenkant erop in werken gaat er in het materiaal aan de binnenkant iets veranderen om deze krachten op te vangen. Kracht per oppervlak is spanning, en je hebt dus ook een inwendige spanning en lokale vervormingen. Uiteindelijk als het vervormd is, gaat het ook weer herstellen afhankelijk van het materiaal en de hoeveelheid kracht. We kunnen dus het volgende schema vervolgen: uitwendige kracht inwendige kracht inwendige spanning inwendige vervorming elastisch herstel. Wanneer je bijvoorbeeld aan een materiaal trekt dan krijg je een elastische uitrekking, en dus een delta lengte. Hiermee kun je allerlei formules opstellen, bijvoorbeeld voor de spanning: 5

6 = kracht per oppervlak. En ook een formule voor de rek: het lengteverschil dat je door je krachten opwekt,. Het is dus ook zo dat je krachten in principe hetzelfde kunnen zijn, maar als je oppervlak waarop je dit uitoefent verandert, verandert de spanning ook (trappen met naaldhak of schoen). Als we gaan rekken is het effect ook afhankelijk van het type materiaal dat je hebt en ook herstel is hier afhankelijk van. Ook hier kun je weer een wet op formuleren afhankelijk van de materiaaleigenschappen. De wet van Hooke zegt dat de spanning afhankelijk is van de elasticiteitsmodulus (stijf of slap) en de rek. Welke materialen hebben we dan? 1. Been: bot is zwaar en gemaakt van kostbare stof (Ca) dus eigenlijk wil je hier zo min mogelijk van. De wet van Wolff zegt dat de hoeveelheid bot die aanwezig is de minimale hoeveelheid bot is, die nodig is om de krachten te kunnen weerstaan. Om hieraan te kunnen voldoen passen de inwendige structuur en de uiterlijke vorm zich aan bij overheersende belastingen. Bijvoorbeeld als je in het gips zit, neemt een hoeveelheid bot af omdat het gips een deel van de krachten opvangt. We kennen 2 soorten bot: a. Compacta / corticaal bot: stevig bot dat altijd aan de buitenkant zit. Dit soort bot vormt de Haverse kanalen voor de bloedvoorziening. Kan redelijk wat kracht opvangen, maar kan niet zo goed uitrekken. Houten plank. b. Spongiosa / trabeculair bot: beenbalkjes die zich in het inwendige deel van de beenderen bevinden. In eerste instantie vormen zich deze in willekeurige richting, met daartussen allerlei bloedvoorzieningen. Het is geen sterk biomateriaal, je kunt er niet veel aan trekken en ook niet zoveel kracht op uitoefenen. Spons. 2. Kraakbeen: we weten hiervan dat het cellen zijn binnen een ECM die niet doorbloed is. Kraakbeen ontvangt de voeding dus ook door diffusie. Zenuwweefsel vinden we hier niet, dus een beschadiging aan enkel kraakbeen doet geen pijn, maar pas als het doorloopt tot het bot. Wel natuurlijk als je een kapsel oprekt, bot aantast of een band kapot maakt. Door gebrek aan bloed kan het ook heel lastig genezen. 3. Pezen en ligamenten: zowel aan uiteinden van spieren als ligamenten aanwezig. Het bestaat uit collageen en is meer of minder elastisch. Het kan ontzettend veel trekkrachten weerstaan, en ook een gemiddelde hoeveelheid aan spanning. Elastiek. Uiteraard hebben we ook spieren, maar de elasticiteit hiervan is afhankelijk van de contractiestatus, dus daar gaan we nu niet verder op in. Als de elasticiteitsmodulus heel groot is, dan is het materiaal heel stijf. Niet alleen de krachten zijn van belang, maar ook de richting van de krachten. Er zijn materialen bijvoorbeeld die goed tegen uitrekking kunnen, maar niet tegen druk, zoals pees. Pezen moeten dus ook beschermd worden tegen invloed van druk, zeker wanneer ze aan het oppervlak lopen (carpus). We zien op deze punten dat de pezen zijn beschermd door een peesschede, een buis gevuld met synovia (eigenlijk een slijmbeurs die een zakje om de pees vormt). Hetzelfde geldt als een pees over een benig oppervlak heen en weer moet bewegen, zoals bij de knie. De oplossing hiervoor is de knieschijf, eensesambeentje, dat met de pees over de knie heen rolt. 6

7 Bron: HC2 Locomotie, UU Op verschillende plekken in het lichaam vinden we verschillende vormen van bot, afhankelijk van de functie. Wat je ook ziet, is dat bij een pijpbeen de doorsnede overal even groot is. Dat is handig omdat de kracht dan per oppervlak gelijk blijft, zou je een inkeping hebben dan is dat de zwakke plek en breekt het bot daar eerder. De uiteinden verschillen het meeste van vorm, waar bewogen wordt ten opzichte van andere botten. Zo zien we bijvoorbeeld vaak een kop, omgeven door kraakbeen, of andere bulten zoals de trochanter. Op dit oppervlak kunnen ook de spieren aanhechten. Je hebt ook uitsteeksels, welke handig zijn om de spieren van het gewricht af te leiden en zo een hefboom te creëren (elleboog: triceps, hielbeen; achillespees). Als je kijkt naar het compacta en spongiosa valt het op dat het compacta veel steviger is. Toch bestaat niet alles uit dit materiaal. Aan het bot hebben beiden een even belangrijke bijdrage. Het voordeel van het spongiosa is dat het niet zomaar kriskras aanwezig is (alleen tijdens de vorming), maar onder invloed van kracht krijg je een herinrichting van de beenbalkjes in de richting van de grootste kracht. Als alle beenbalkjes in deze richting staan kunnen ze samen net zoveel kracht weerstaan als compacta. Dit is van belang, want als de hoeveelheid oestrogenen afnemen, vindt er meer afbraak van bot plaats dan aanmaak (osteoporose), waarbij dan de bijdrage van het spongiosa heel belangrijk is. Als een bot belast wordt heb je altijd een tegengesteld effect tijdens de beweging. Op het moment dat je een bot gaat buigen is er aan de buitenkant van het bot een trekkracht, maar aan de binnenkant wordt er tegen aan geduwd. In het midden is er een neutrale lijn zonder trek en duwkracht. De spanning van een buiging is afhankelijk Bron: HC2 Locomotie, UU van het traagheidsmoment, dat de afstand is van de plaats van de buiging tot het neutrale vlak. Hoe groter deze afstand is, hoe minder buiging er zal gaan plaatsvinden. Het is van belang om je massa zoveel mogelijk vanaf je neutrale vlak te laten staan, zodat je weinig buiging hebt. Een holle buis houdt het materiaal verder van het neutrale vlak, dus een holle buis is sterker dan een massieve buis. Dus botten zijn hol omdat ze dan een groter traagheidsmoment hebben. Het trekken van het bot wordt het beste opgevangen door het collagene vezels in het bot, terwijl botkristallen(mineraal) voor de weerstand van drukkracht zorgen. Aan het trabeculaire bot kun je zien wat voor krachten er daar heersen. De balkjes richten zich namelijk richting de kracht zelf. In defemur bijvoorbeeld vinden we in de schacht een holte met daaromheen corticaal bot, terwijl de kop (meer richting het heupgewricht) en de Bron: HC2 Locomotie, UU 7

8 hals voornamelijk uit spongieus bot bestaat. Dit omdat je weer zuinig met het materiaal wilzijn. De beenbalkjes in een bepaalde richting zijn ook zo met een reden. Wanneer je aan materiaal trekt aan een zijde, dan wordt hij in de binnenzijde wat dunner, drukkracht dus. Hierdoor vindt aan de binnenzijde vervorming plaats onder invloed van de krachten. Dit materiaal wil echter deze vervorming tegengaan. Beenbalkjes zijn in die zin te zien als een soort van spaken van een fietswiel. Als je op een wervel duwt, zal deze namelijk aan de zijkant willen uitrekken. Je wilt dus niet alleen in de hoofdrichting van de kracht, maar ook 90 graden hierop, beenbalkjes hebben om de juiste vorm te behouden. Bij beenbalkjes zie je dus een configuratie van balkjes in de richting van de kracht, maar ook 90 graden hierop. Deze hoofdrichting van de kracht verschilt niet heel erg per moment, en daarom heb je dus ook niet (anders dan een fietswiel) in alle richtingen beenbalkjes hebben. Je hoeft niet overal balken neer te zetten om te voorkomen dat het buigt, dat kost namelijk veel bot. Een andere constructie zien we bijvoorbeeld in het schouderblad dat zelf vrij dun in, maar bovenop een kam heeft. Hierdoor wordt het moeilijker het schouderblad door te breken, de spina scapula. Aanvullende stof hoorcollege 3: De effectiviteit waarmee de gewrichten worden bewogen wordt niet door de grootte van de kracht, maar door de grootte van het moment bepaald. Een lichaam verkeert in (statisch) evenwicht wanneer de som van alle daaropwerkende krachten en alle daarop werkende momenten beide gelijk zijn aan nul. Tijdens het staan op vier poten worden er op het dier vijf krachten uitgeoefend. De zwaartekracht trekt het dier naar beneden; de bodem biedt daar weerstand tegen en oefent een viertal bodemreactiekrachten (BRK) uit, die omhoog gericht zijn. De som van deze vijf krachten is gelijk aan nul en ook de som van de momenten die deze krachten uitoefenen moet gelijk aan nul zijn (eerste wet van Newton). De vier bodemreactiekrachten hoeven niet allemaal gelijk te zijn: koeien, paarden en honden dragen een groter gewicht op hun voor- dan op hun achterpoten. Ook hoeven de krachten niet zuiver verticaal te zijn: zolang de som van de horizontale krachten maar gelijk is aan nul. Als dieren op drie benen staan (been op rust bij paard) moet het zwaartepunt weer binnen de driehoek van de steunende benen liggen, anders valt het dier om. Om te kunnen staan, moeten de strekkers van de knie en tarsus en de buigers van de tenen aangespannen worden en een tegenmoment leveren, precies gelijk aan het moment van de uitwendige kracht. De hond gebruikt zijn intrinsieke pootspieren dus om zijn poot te stabiliseren. Stil staan kost dus spierkracht en dus energie! Naarmate dieren groter worden kost staan steeds meer energie. Dat komt omdat de spieren relatief zwak zijn bij grote dieren. Er is viermaal zoveel spierkracht nodig om een achtmaal zo groot gewicht te dragen. Grote(re) dieren staan met rechtere hoeken in hun gewrichten (vergelijk skelet konijn en olifant), zodat de momentarmen van de uitwendige krachten kleiner zijn. Paarden vervangen allerlei spieren geheel of gedeeltelijk door pees, dat 'gratis' kracht levert. Ook kunnen paarden hun knie 'op slot zetten' zodat deze niet meer kan buigen. Locomotie en staan met gebogen poten hebben als voordeel, dat er gebruik kan worden gemaakt van de intrinsieke pootmusculatuur (strekkers van de gewrichten) om weg te lopen of te springen uit stand. Het nadeel is, dat de BRK grote momenten op de gewrichten uitoefent, waardoor de strekkers voortdurend krachten moeten uitoefenen om het been te stabiliseren. 8

9 Hoorcollege 3: biomechanica en gewrichten Statica is het deel van de mechanica dat zich bezig houdt met voorwerpen die in rust verkeren. Je kijkt nooit naar de beweging zelf, maar welke krachten op een voorwerp heersen in rust. Hierbij heb je te maken met de wetten van Newton: 1. Eerste wet van Newton: Een voorwerp waarop geen netto kracht werkt is in rust of beweegt met een éénparige snelheid. 2. Derde wet van Newton: als een voorwerp in rust een kracht uitoefent op een ander voorwerp dan voert het tegengestelde voorwerp een zelfde tegenkracht uit. Actie = reactie. Als we deze zogenaamde reactiekracht weghalen is het voorwerp niet meer in rust. a. Bodem reactie kracht: een dier oefent door middel van de zwaartekracht kracht uit op de bodem, en de bodem oefent deze zelfde kracht terug uit (normaalkracht / bodemreactiekracht). Deze kracht maakt ook gebruik van gewrichten. Wat de bodem reactie kracht doet met de beenderen heeft te maken met de positie van het gewricht en de afstand tot het gewricht. De kracht blijft gelijk, maar het moment verandert doordat de arm verandert als gevolg van buigen van de beenderen. i. Moment: kracht x arm. Een bepaald punt kan rondom een as bewegen, de kracht x arm is het moment dat wordt uitgeoefend. Hierbij in een dier komt het door het samen trekken van een spier en het draaipunt is het gewricht. De kortste afstand tot het draaipunt is loodrecht op de as van de kracht. Het heeft alles te maken met een hefboom. Hoe groter het moment, hoe groter het effect. Dit is gedaan met gewrichten, vaak wordt de kracht van het gewricht verder aangehecht (olecranon, hielbeen, patella, knieschijf). Wanneer je met de klok mee beweegt wordt de arm negatief, tegen de klok in is positief, hierdoor kunnen namelijk alleen maar de krachten in balans zijn, uitkomst = 0. De som van krachten die op een voorwerp in rust werken EN de som van alle krachten zijn dus ook 0. Het moment van alle krachten mag berekend worden t.o.v. een willekeurig punt, maar het is vaak het handigste om het gewricht als draaipunt te nemen. Wanneer je wilt rekenen moet je zorgen dat je het een vrij lichaam geeft en alle contacten die het lichaam heeft met zijn omgeving vervangen worden door reactiekrachten. Bijvoorbeeld niet rekenen met een been dat op de grond staat en dus bodem reactiekracht ondervindt. Als we kijken naar een beweging, kunnen we elke stap van die beweging weer statisch maken. Bij elke onderdelen van de pas, kun je verschillende bodem reactiekrachten verwachten. Bron: HC3 Locomotie, UU 9

10 Voortbewegen is het effect van de retractiekrachten van voor en achterpoten. Als je stilstaat en wilt gaan bewegen zijn de eerste spieren die je aanspant je retractiespierenvan voor en achterbenen, je moet namelijk eerst het lichaam naar voren brengen en dus de benen naar achter. De belangrijkste retractiespier is de latissimus dorsi. Hoe groter de achterwaartse spierkracht, hoe groter de wrijvingskracht zal worden en hoe meer de bodemreactiekracht naar voren gericht is en uiteindelijk ga je zien dat de BRK van caudaal van de schouder naar craniaal van de schouder gaat lopen. Hierdoor buig, respectievelijk strek je de schouder. En dat is de reden dat een spier die aan de caudale zijde verloopt, de schouder zal buigen, maar door invloed van de BRK kan de oorspronkelijk functie van de latissimus dorsi (buigen) omgezet worden in het strekken van de schouder = afzetspier. Hetzelfde geldt voor de hamstrings, welke zonder grondcontact de knie buigen maar afzetten als gestrekt. Wrijvingskracht: we hebben hier altijd mee te maken, welke werkt in het contactvlak. De verhouding tussen de Fw en de Fn bepaalt de richting van BRK. Binnen gewrichten is de wrijvingskracht verwaarloosbaar en is de normaalkracht loodrecht op het gewrichtsvlak. Bron: HC3 Locomotie, UU Musculus triceps moet goed ontwikkeld zijn om een strekking(extensie) van de elleboog te krijgen, een pootverlenging. Hiermee kun je goed snel rennen. Gewrichten kun je bewegen omdat er assen zijn die je kunt beschrijven als een rotatie (scharnier) om één of meerdere draaiassen. Het is een beweging van botstukken die samen een gewricht vormen. Hij kan een flexie-extensie beweging maken rondom een medio-laterale as. Het is een verzameling van punten die niet van plek veranderen tijdens de beweging. Iedere verbinding tussen twee botdelen noemen we een gewricht, onafhankelijk of ze wel of niet kunnen bewegen. Synoviaal gewrichten horend bij beweging bestaan worden gevormd door een fibreus kapsel, een synoviaal membraan, de synovia en het gewrichtskraakbeenen worden versterkt door banden. De stabilisatie in buig/strekrichting vindt vooral plaats door spieren (=actief) en de stabilisatie in dwarsrichting vindt plaats door banden, kapsels en richels (=passief). Richtingstolerantie: alleen krachten loodrecht op het oppervlak kunnen overgebracht worden. Afschuifkrachten kunnen door collaterale banden omgezet worden in loodrechte krachten. Gewrichten zijn in tedelen naar rotatieassen. 1. Scharniergewrichten: hebben één as, en kunnen alleen een beweging in buigen en strekken uitvoeren. De as staat loodrecht op het gewricht en de beweging draait hier om heen. 2. Ei-gewricht: heeft 2 assen, namelijk een as voor buigen en strekken, medio lateraal op het gewricht. Maar ook een as voor voor en naar achter voor abductie en adductie. 3. Zadelgewrichten: is meer twee holle oppervlakte op elkaar waarbij je ook twee assen hebt. Het gewrichtskraakbeen is in één richting hol en in de andere richting bol. Het zijn eigenlijk rotatieassen. 4. Kogelgewricht: hierbij heb je een kom en een kop waarbinnen je 3 assen kunt onderscheiden. Buigen-strekken-as, abductie en adductie as, en een as loodrecht in de ledemaat voor een endo- en exorotatie beweging. Een goed voorbeeld hiervan is de heup. Werkcollege 1: Locomotiepatronen - Protractie: het voorbeen of achterbeen naar voren toe bewegen. Maakt geen onderscheid tussen gewrichten. Gebeurt in de zwaaifase. 10

11 - Retractie: hele poot naar achteren. Zegt dus niets over de verschillende gewrichten. Gebeurt in de steunfase. - Flexie: buigen, kleiner maken van de gewrichtshoek. - Extensie: strekken, gewrichtshoek groter maken. - Abductie: verder van de mediaanlijn af. (Ab=af) - Adductie:dichter naar de mediaanlijn toe. - Rotatie: om de lengteas draaien. Endorotatie is naar binnen, exorotatie is naar buiten. - Supinatie: draaien van de radius en de ulna met de handpalmen naar voren, waardoor beiden zichtbaar zijn. Zie afbeelding van DaVinci. Alleen om de handen in feite. Veel dieren kunnen niet heel goed deze houding aannemen. Het is eigenlijk een exorotatie van ulna en radius. - Pronatie: handrug naar voren en het tegenovergestelde van supinatie. De steunfase van een pas is de periode waarbij de poot op de grond is. Hierbinnen kun je twee verschillende onderdelen onderscheiden, fase 1 tussen landen en poot loodrecht, en tweede fase tussen poot loodrecht en afzetten. Je kunt dit ook omschrijven als een remmende fase (neerkomen en loodrecht) en stuwende fase (weer voortstuwen). In het eerste deel van de steunfase kun je een aantal krachten onderscheiden; zwaartekracht, normaalkracht, voorwaartse kracht, wrijvingskracht. De zwaartekracht en de voorwaartsekracht zijn te ontbinden in één factor. Recht hiertegen over staat de bodemreactiekracht die de verzameling is van de normaalkracht en wrijvingskracht. Tijdens deze landingsfase is spierkracht nodig om de poot niet te laten intrekken en recht te houden. Tijdens de loodrechte fase heb je wel een normaalkracht en een zwaartekracht, maar geen wrijvingskracht of andere krachten in het horizontale vlak, hij staat immers stil. In de afzetfase kun je de krachten tekenen hetzelfde als bij de remfase, alleen de voorwaartse kracht noem je nu de afzetkracht. De bodemreactiekracht is hierbij echter gespiegeld. De zwaaifase van de pas is het naar voren toe zwaaien van het been. Aan het begin van de zwaaifase strekken de gewrichten zich, dan buigen ze en dan strekken ze weer. Een gang is cyclisch en herhaalt zich dus. Voor het beschrijven van een gang maken we gebruik van een football pattern waarbij we het patroon van het grondcontact weergeven. Het been met grondcontact is een zwart rondje, zonder contact is een open rondje. Stap: Er zijn altijd 2 of 3 benen aan de grond. Er is geen zweeffase. In principe wisselen de benen zich als volgt af: 3 benen lateraal diagonaal 3 benen aan de grond. Draf: In principe zijn er minimaal 0 en maximaal 2 benen aan de grond. De benen worden kruislings geplaatst en er is een zweefmoment. Telgang: Zie je wel bij honden, kamelen, giraffen en een aantal paarden. De benen worden tegelijk voor en achter aan één zijde opgetild en daarna de andere zijde. Er is eveneens een zweefmoment. En er staan dus 2 of 0 benen op de grond. Kun je ook wel zien als: RV+RA zweeffase LV+LA. Galop: er staan 0,1,2 of 3 benen aan de grond. Bij de linkergalop springt het linker voorbeen verder naar voren, rechts andersom (leidend voorbeen). Het is een asymmetrische gang, de paslengte is niet tussen alle benen gelijk. De benen hebben tijdens de steunfase een remmende en een voortstuwende fase. Nu wil je natuurlijk niet dat op hetzelfde moment het ene been remt en het andere been afzet, dan werken ze elkaar namelijk tegen. Het valt best mee hoe vaak dit het geval is, maar er is één klein moment in de galoppassen waarbij dit wel gebeurt. Je ziet dan dat het ene achterbeen nog in de remmende en het andere achterbeen in de voortstuwende fase is. Dieren die hard kunnen rennen op een vlakke bodem kun je anatomisch herkennen. Een belangrijk punt is dat ze 4 benen hebben (t.o.v. de mens), hond en hoefdieren staan meer op de tenen en verlengen zo hun been (langere benen geeft langere paslengte), distale gedeelte van de poten / benen wegen minder en de spieren zitten veel meer proximaal, schouder is opgehangen in spieren 11

12 waardoor de klappen goed opgevangen kunnen worden en de uitrekking meer mogelijk is, wervelkolom is relatief stijf om de krachten door te kunnen geven. Voor vliegen van vogels zijn natuurlijk ook een aantal aanpassingen nodig. Beide sleutelbeenderen zijn vergroeid, waardoor de schoudergewrichten ten opzichte van elkaar gestabiliseerd zijn tijdens het vliegen. De beenderen zijn hol, waardoor deze minder wegen. Lange hals, waardoor het zwaartepunt tijdens de vlucht aangepast kan worden. Luchtzakken in de botten. Veren. Spieren die een rol spelen bij het vliegen zijn eigenlijk twee belangrijkste: - M. pectoralis superficialis (kipfilet): naar beneden trekken van de vleugels en dus op de lucht omhoog duwen. Hecht aan tussen humerus (ventrale zijde) en sternum. - M. supracoracoïdeus: zorgt ervoor dat de vleugels weer strekken en dus spreiden. Hecht tussen humerus en sternum, aan de dorsale zijde. Sommige vogels nemen een aanloop voordat ze de lucht in gaan. Dit komt omdat we twee soorten spieren hebben; - Type 1: aeroob, kan lang vol houden maar minder sterk in maximaal inspannen = rood. - Type 2: anaeroob, kan snel actie geven en dus goed opstijgen = wit. Goede vliegers zoals ganzen hebben voor de lange afstanden de langzame spieren nodig en moeten dus met de benen eerst hard rennen om de lucht in te komen, omdat ze met de vliegspieren geen plotselinge harde kracht kunnen zetten. Het rotatiepunt van de voorpoot t.o.v. van het lichaam, dus in de scapula voor pro- en retractie, zit aan de dorsale zijde van de scapula, dus in de synsarcosis. De optimale richting voor een spier die voor protractie zorgt, is natuurlijk recht naar voren, alleen is dit niet haalbaar. Dus de spieren die voor protactie zorgen, lopen niet op die manier. De protractiespier van de voorpoot is: brachiocephalicus van humerus naar de kop. Wanneer je kijkt naar de stand van deze spieren zie je dat maar een heel klein deel het been naar voren kan trekken, de rest is verticaal.de protractiespier van de achterpoot is de m. iliopsoas. Retractiespier van de voorpoot: latissimusdorsi van de rug naar humerus. De retractoren zijn wel efficiënter dan de protractor spieren. Dit omdat de protractie alleen nodig is, in de zweeffase en dus niet heel veel kracht nodig heeft. De retractie is de afzetfase en vergt door de steunfase meer spierkracht. Als deze samentrekt dan buigt het schoudergewricht als het been wordt opgetild. Wanneer het been staat op de grond zal het schoudergewricht juist strekken naar achteren. Voor de achterhand kennen we op deze plaats de broekspieren. Deze kunnen de knie buigen als het been is opgetild, maar strekken naar achter als het been op de grond staat. Dit komt door de rol van de wrijvingskracht. Een kat kan niet passief staan, want dan zakt deze door de achterbenen. Deze staat standaard met een beetje gebogen gewrichten. Echt passief kan niemand, maar de mens is hier wel beter in, omdat de gewrichten in één rechte lijn lopen. Het paard kan met heel weinig spierkracht staan, en kan één been passief op slot zetten en het andere been op rust zetten. Hoorcollege 8: fracturen (let op: the cutting Edge niet in de SV, zelf doornemen dus!) Bron van alle plaatjes is HC8 door dr. S. Cokelaere, Locomotie UU Een fractuur is een doorbreking van de continuïteit van het bot of kraakbeen. Meestal komen ze voor aan de extremiteiten en bij GD ook wel een bekkenfractuur en fracturen boven de extremiteiten. Ze komen minder vaak voor bij LH dan GD. De oorzaken van een fractuur kunnen inwendig of uitwendig zijn, meestal trauma. Een voorbeeld van een inwendige oorzaak is een tumor die op het bot drukt en hem zo breekt. De symptomen bestaan uit: - Pijn op 3 benen - Zwelling - Functio laesa: functiestoornis 12

13 - Abnormale stand van het lichaamsdeel - Abnormale beweeglijkheid - Crepitatie Naast de klinische symptomen kun je natuurlijk ook röntgen, echo of CT gebruiken, waarbij van belang is op welke locatie je de fractuur vindt, hoeveel het er zijn en hoe ze er precies uitzien. Röntgen speelt de belangrijkste rol, echo alleen aanvullend (griffelbeenfractuur, welke weke delen zijn aangetast). Bij GD doen ze ook een CT, deze kan een meerwaarde hebben door het 3D beeld, en zo kun je erachter komen hoeveel fragmenten er eigenlijk aanwezig zijn. Fracturen kun je onderverdelen in soorten, gebaseerd op het gesloten of open zijn (de huid), de lokalisatie, de configuratie van de fractuur, en of er sprake is van dislocatie is. Als je verder kijkt naar de lokalisatie kun je naar de epifyse, metafyse, diafyse of metafyse kijken. Verder is het belangrijk om te kijken of het intra- of extra articulair is want dat bepaalt in hoge mate de prognose. Configuratie: hier maken we eveneens onderscheid in 3 vormen. Als je meerdere fragmenten hebt (meerdere breuken dus) kun je bepaalde configuraties zien. Een voorbeeld hiervan is de butterfly fractuur. Hierbij komen meerdere fractuurlijnen op één punt bij elkaar. Het belang hiervan is de stabiliteit van je fractuur. De communitieve fractuur is eigenlijk een complete verbrijzeling van het bot. Er zijn dan meer dan 3-4 losse stukken bot te zien. Deze fracturen zijn het ernstigste en ook het moeilijkste te behandelen en hebben dus ook de slechtste prognose. Een compressiefractuur is wanneer twee krachten naar elkaar toebewegen en dus het tussengelegen deel samen persen. Vaak in de wervelkolom. Een avulsiefractuur is vaak ter hoogte van de aanhechting van pezen en ligamenten. Er schieten hierbij door tractie stukken van het bot los. Een chipfractuur zie je vaak in de kogel bij de kogel. Of het een fractuur is of osteochondrose valt over te twisten. Het is een stukje kraakbeen met bot dat in het gewricht loskomt. De incomplete fractuur (fissuur) houdt in dat het bot niet doormidden is,en de breuk dus niet van cortex cortex loopt. Binnen de incomplete fracturen onderscheiden we wederom verschillende vormen: - Infractie hierbij is er op één cortex een compressiekracht zonder verplaatsing van de fragmenten. - Defect hierbij is er wel een verplaatsing van fragmenten. - Greenstick : dit zie je vaak bij jonge dieren. Het bot gaat buigen en gedeeltelijk breken maar niet helemaal. - Fissuur: een bekende is het kootbeen fissuur, die meestal niet van de ene gewrichtsvlakte naar het andere zal gaan. Een aparte classificatie geldt voor groeischijffracturen, en heel vaak zie je type I en II, de anderen komen niet zoveel voor. Belangrijke classificatie om te weten. 13

14 Zoals gezegd delen we naast op basis van de soort fractuur ook in op basis van dislocatie of niet. Er kan hier natuurlijk sprake zijn van wel, geen of gedeeltelijk contact tussen de fractuurdelen. - dislocatio ad axim (a) - ad latus (b) - ad longitudinem cum contractione (c) - ad longitudinem cum distractione (d) - ad peripheriam (e) Wanneer we naar de behandeling kijken van fracturen dan is de eerste opvang heel erg belangrijk. Hierbij moet je inschatten wat er aan de hand is en hoe het dier zich voelt. Doorsturen alleen is niet voldoende en de algemene toestand en voorkomen van verdere letsels spelen een rol. De behandeling kan je ook thuis proberen, maar alleen conservatief. Vaak wordt het dier doorgestuurd naar de kliniek, en als er geen behandeling mogelijk is leidt dit vaak tot euthanasie. Belangrijk is dat je de patiënt stabiliseert (bijvoorbeeld bij shock) en pijnstilling. Daarna pas ga je naar de fracturen kijken. Een tijdelijk stabilisatie van de fracturen speelt hierbij vaak een rol, bijvoorbeeld met gips, spalken en Robert Jones verbanden. Afhankelijk van de hoogte van de fractuur kun je kiezen voor een half-limb casc (tot de sprong) of een full-limb casc. Welke van de twee je ook kiest, je moet altijd twee aangrenzende gewrichten hierbij betrekken. Hoger dan de knie bij paarden lukt je niet, bij gezelschapsdieren soms nog wel. Eventueel kun je hierbij gebruik maken van een spalk, omdat fracturen de neiging hebben om naar buiten toe te treden. De spalk doe je onder het verband. Gips aanleggen is meestal niet zo praktisch. Bij GD gaat het iets makkelijker om een heel stevig verband aan te leggen en heel erg goed te immobiliseren door de thorax en het bekken erbij te betrekken. Het blijft echter hetzelfde principe. Wanneer er sprake is van een halsfractuur of een onder/ bovenkaakfractuur wordt het lastiger, maar kun je bijvoorbeeld een band gebruiken om de boel een beetje te fixeren. Fixeren is namelijk heel belangrijk om verdere letsels te voorkomen. Hierbij moet je letten op dat je de vascularisatie niet verstoort, de fractuur niet verergert en je de weke delen hierbij niet beschadigt. Na de eerste opvang kun je de fractuur gaan behandelen, waarbij je veel overwegingen maakt. Een belangrijke daarbij is de gevoelswaarde, die met name bij GD hoog kan oplopen. Natuurlijk speelt de gebruikswaarde een rol, wat wil iemand na de behandeling nog met het dier? Revalidatie is bij de behandeling ook belangrijk, mensen beseffen soms niet dat dit maanden kan duren. Dus dit moet je van te voren goed bespreken. Plaats en type van fractuur, faciliteiten en complicerende factoren (hoefbevangenheid, overbelasting, infecties) neem je ook mee in je overwegingen en het gesprek met de eigenaar. Om in te dekken,maar ook een inschatting te kunnen geven van de prognose. Een behandeling bestaat in principe uit repositie en retentie. Bij een conservatieve behandeling gebeurt dit vaak onbloedig, zonder snijden, en is de retentie door gips / spalk verbanden. Een chirurgische behandeling is uiteraard wel met snijden en bloed tijdens de repositie. Bovendien kan de retentie zowel uitwendig door een stabilisator uitwendig, als inwendig zijn door middel van osteosynthetisch materiaal (schroef / plaat) in het lichaam. 14

15 Bij externe fixatie hebben we 3 typen. Type I is een unilaterale stabilisatie, type II bilateraal in 2D configuratie en type III is een stabilisatie op verschillende vlakken, en dus 3D. Welke je kiest hangt af van de diersoort, lokalisatie, beschikbaar materiaal en type fractuur. Een andere externe fixator is de Ilizarov, en is een circulaire fixator die wel eens bij GD wordt gebruikt. Bij paarden en koeien is het niet stevig genoeg en het is redelijk duur. Een loopbeugel is een combinatie van gips en externe fixatie, waarbij de pinnen in het gips verwerkt worden. Het doel hiervan is om bij gecompliceerde fracturen de krachten op deze fractuur weg te nemen. Dit is niet zonder complicaties, waarbij secundaire fracturen kunnen ontstaan ter hoogte van de pinnen. Soms komen de pinnen los door osteolyse onder de pinnen, met eventueel een infectie als gevolg. Voor interne fixatie heb je tal van mogelijkheden in de vorm van platen en schroeven. Afhankelijk van de lokatie en type fractuur kun je ook kiezen voor een combinatie van plaat en schroef. De schroeven verschillen per type. De corticale schroeven hebben schroefdraad over de hele lengte van de schroef en de spongiosa schroef slechts tot de helft van de lengte. Bovendien is de schacht van de spongiosa schroef smaller. Het nadeel van deze schroef is echter dat je hem er niet meer uitkrijgt als hij er eenmaal in zit, de corticale schroef kun je wel verwijderen. Bij een kootbeen fissuur werk je altijd met schroeven, welke je in een bepaalde configuratie aanbrengt. Een andere optie is ijzer cerclage waarbij je draden van verschillende diameters gaat vastzetten. Voornamelijk bij GD en LH bij mandibulaire, maxillaire, schedelfracturen etc. Intramedullaire fixatie Steinmann/Rush pin (alleen GD)is het inbrengen van een nagel in de mergholte om de beide uiteinden van het bot ten opzichte van elkaar goed te brengen. Interlocking nail heeft ongeveer hetzelfde principe, maar dan ga je het met schroeven vastzetten. Dit wordt in USA wel bij paarden gebruikt, succes% is echter niet erg hoog. Na de osteosynthese is het soms nodig om extra gips en spalkverbanden aan te brengen. Bij landbouwhuisdieren en paard fixeer je sowieso altijd met gips of een thomasspalkverband na interne fixatie, bij GD vaak ook maar vaak wel in de vorm van een spalk of een schoudersteunverband en niet zozeer gips. Als we dan kijken naar de genezing hebben we twee vormen van genezing. - Botgenezing per primam - bij absoluut stabiele fixatie (interne en externe fixatie met schroeven en platen). De fractuuruiteinden bewegen niet ten opzichte van elkaar. Het nieuwgevormde bot wordt rechtstreeks op de fractuurranden afgezet. De klinische genezing is langzamer doordat er geen callus-vorming plaatsvindt. - Botgenezing per secundam bij (micro)beweeglijkheid in fractuurgebied. Er wordt ook bindweefsel en kraakbeen gevormd. Binnen per secundam hebben we verschillende stadia: van hematoom zachte callus (bindweefsel, kraakbeen) harde callus (bot). Door de callusvorming is de klinische genezing sneller. Afhankelijk van de locatie wil je echter toch wel of geen callus-vorming, je wilt dit bijvoorbeeld niet op gewrichtsplaatsen en locaties van buigpezen. Je kiest dus niet altijd voor secundaire botgenezing. De duur van de fractuurgenezing hangt af van verschillende factoren. Zo is het afhankelijk van de doorbloeding van het fractuurgebied, maar ook van de reductie van de delen (hoe dicht op elkaar), de mate van stabilisatie (beweeglijkheid), de leeftijd van de patiënt en het type bot (spongieus/ compact). Hoe goed je het ook doet, er kunnen altijd storingen optreden. 15

16 Een vertraagde genezing(delayed union)treedt bijvoorbeeld op als de fractuurdelen niet goed op elkaar staan. Een malunion is bijvoorbeeld als gevolg van infectie, weke delen tussen de fractuureinden of een te grote beweeglijkheid van de fractuur. Een nonunion is als de fractuureinden niet met elkaar in contact komen: uiteinden niet in repositie tegenover elkaar gebracht, of hele grote weke delen ertussen. Pseudoartrose is op een plaats waarbij de fractuur zich zodanig laat inkapselen door kraakbeen en spieren dat het een soort van gewricht gaat vormen. Als je kijkt naar groeiplaat fracturen moet je rekening houden met een verstoring van de lengtegroei en dat er dus bepaalde krommingen kunnen ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is hetradius curvus (GD) en valgus (X-vorm) /varus (O-benen) deviatie. Oorzaken van verstoorde fractuurgenezing: - Onvoldoende immobilisatie - Onvoldoende repositie - Interpositie van pees/spier/fascie - Te verstoorde circulatie - Afgestript periost/endost (circulatie) - Mate van comminutie: aantal fragmenten en verbrijzeling. - Infectie, leidend tot sekwestratie Complicaties tijdens en na de genezing kunnen op korte of lange termijn: hoefbevangenheid, verzwakking van spieren, verdunning van gewrichtskraakbeen, artrose. Toevoeging syllabus: - Varus- en valgusdeviaties bij het paard en de hond Aan de voor- en/of achterbenen van veulens wordt regelmatig een deformiteit gezien,waarbij schijnbaar vanuit een bepaald gewricht (kootgewricht, carpus of tarsus) het distale been naar mediaal of naar lateraal devieert. De afwijking naar mediaal wordt varusdeviatie genoemd en naar lateraal valgusdeviatie. De oorzaak van de kromming is niet in het gewricht zelf gelegen, maar in de distale groeischijf (epifysaire schijf) van het proximaal aangrenzende bot. Doordat de endochondrale ossificatie aan één zijde van deze groeischijf (lateraal of mediaal) vertraagd is, treedt vanuit deze groeischijf een valgus- of varusdeviatie van het distale been op. Wanneer de deviatie beperkt is, kan een niet-chirurgische therapie worden ingesteld, zoals het inkorten van de laterale of mediale verzenwand van de hoef of het ingipsen van het been in een correcte stand. Bij grotere deviaties moet altijd operatief worden ingegrepen. Ontwikkelingsstoornissen die leiden tot varus- en valgusdeviaties worden ook bij de hond regelmatig gezien. Het bekendste voorbeeld is het radius curvussyndroom, het kromgroeien van de radius. - Het radius curvussyndroom van het antebrachium bij de hond Tijdens de groeifase vindt lengtetoename van de radius en ulna plaats in de epifysaire schijven via het proces van endochondrale ossificatie. De radius heeft een proximale en distale groeischijf, terwijl de ulna met name lengtegroei vertoond uit een enkele distale groeischijf. Een verminderde lengtegroei of voortijdige sluiting van de distale groeischijf van de ulna met een relatief ongehinderde lengtegroei van de radius, leidt tot het klassieke radius curvussyndroom. Kenmerkend is een craniale kromming ( curvus ) van de radius, een exotorsie van het antebrachium en een valgusdeviatie van de ondervoet. De belangrijkste oorzaak van de verkregen vorm is een traumatisch groeischijfletsel. De patiënt moet altijd zo spoedig mogelijk chirurgisch worden behandeld, waarbij een groeiversnelling aan de holle zijde en/of groeivertraging aan de bolle zijde wordt uitgevoerd. De prognose is vooral afhankelijk van de eventuele betrokkenheid van de elleboog en carpus, aangezien schade aan de gewrichten in regel irreversibel is en op termijn met osteoartrose rekening moet worden gehouden. Thema 2: gewrichten Hoorcollege 4: calcium en botmetabolisme 16

17 Kennis van hyperparathyreoïdie en renale hyperparathyreoïdie hebben dat kan leiden tot een hypocalcemie. Het is van levensbelang voor veel diersoorten dat het calcium gehalte in het plasma constant wordt gehouden, het speelt een belangrijke rol bij bloedstolling, maar ook bij de contractie van spieren. Er zal dus alles gedaan worden door het lichaam om het calcium gehalte constant te houden. Dit wordt gedaan door 1,25-diohydroxy-vitamine D, PTH en calcitonine. Deze zorgen ervoor dat er zelfs onder abnormale omstandigheden, een constante plasma waarde behoudt. De calcium wordt ook grofweg door 3 organen geregeld: de darm, de nier en het bot. 99% van het lichaamscalcium zit in het bot opgeslagen in hydroxyapatiet, in combinatie met fosfaat. Een deel van het calcium uit het voer wordt opgenomen, en een deel wordt weer uitgescheiden naar de darm toe (endogeen fecale fractie). Totale fecale exretie is calcium wat niet geabsorbeerd wordt. De nier is belangrijk voor de uitscheiding en terugresorptie van calcium, ongeveer 90% van het calcium ondergaat het laatste. De rest van het calcium wordt opgestapeld in het bot, accretie. Bij het volwassen dier is er een continue absorptie en afgifte van calcium bone remodelling. Jong dier: accretie > resorptie. Volwassen dier: accretie = resorptie. Oud dier: accretie < resorptie. Als de calciuminname daalt dan heeft de plasma concentratie de neiging om te dalen, en dat zet de bijschildklieren aan tot het produceren van het parathyreoïdhormoon. PTH zorgt voor osteoclastenactivatie en reabsorptie calcium in tubuli nier. Met fosfaat is dit niet het geval, omdat het tubulaire maximum van fosfaat daalt onder invloed van PTH meer fosfaat in urine. PTH heeft geen invloed op de darmen. PTH heeft wel invloed op de osteoblasten, welke krimpen zodat de osteoclasten beter bij het bot kunnen en er is vorming van nieuwe osteoclasten. Deze osteoclasten eten met name in de cortex van een bot en niet de medulla. PTH werkt overigens wel op de omzetting van vitamine D en zo indirect op de darmen. PTH hydroxyleert vitamine D. Dit wordt nog tweemaal gehydroxyleerd in de lever en in de nier. Hieruit wordt 1,25-dihydroxy-vitamine-D gevormd. Dit heeft invloed op de actieve absorptie van calcium uit de darm. Het is het enige calciotrope hormoon dat zorgt voor actieve absorptie van Calcium uit de darm. Het zorgt tevens voor een hogere calcium terugresorptie vanuit de nier, een hogere botturnover en het activeert osteoclasten. Net gevormd osteoid mineraliseert met 1,25 Vit. D. Vanuit de darm vindt ook passieve absorptie van calcium plaats via de diffusie gradiënt bij hoge concentratie in het lumen van de darm. Ca deficiëntie in voer PTH release omhoog osteoclasten (PTH en vit. D), re-absorptie nier (PTH & vit. D), mineralisatie van bot en kraakbeen (vit. D), actieve darmabsorptie (vit. D). Bij miniatuurpoedels treedt er pas bij een hele lage concentratie calcium in het voer een deficiëntie op, maar bij Deense doggen al vrij snel. Een calcium tekort kan leiden tot osteoporose. Het optimale calciumgehalte in het voer hangt overigens af van leeftijd, volwassen gewicht en de samenstelling van het voer. Een te hoge calcium opname kan natuurlijk ook. Wanneer de opname verhoogt dan gaat PTH omlaag, dus de actieve absorptie van calcium verlaagt.er vindt nog wel passieve absorptie Ca plaats. Doordat PTH daalt, zal ook de vitamine D activiteit afnemen en er zal meer calcium via de urine het lichaam te verlaten. Dit gebeurt echter slechts voor een klein deel en het lichaam zal calcium vooral in het bot proberen op te slaan. Dit systeem is echter minder effectief dan nodig is, omdat alle landzoogdieren juist gebouwd zijn om calcium binnen te houden (calcium is normaal schaars). Dit geldt niet voor waterdieren, in zee zit heel veel calcium, dus zalm en paling hebben een heel goed systeem. 17

18 Calcitonine uit de C-cellen van de schildklier heeft als doel om het bloedcalcium te laten dalen als calcium te hoog is, door de osteoclasten het zwijgen op te leggen. De pseudopodiën van de osteoclasten worden opgetrokken, waardoor ze niet bij het bot kunnen komen om te resorberen. Tevens zorgt calcitonine ervoor dat het verzadigingscentrum geprikkeld wordt waardoor het dier minder eet. Te veel calcium kan leiden tot panosteïtis, de botten zijn pijnlijk bij palpatie en het dier vertoont migrerende kreupelheid (ene dag ene poot, andere dag andere poot). In de botten zijn kanalen tussen endiost en periost in bloedvoorziening. Wanneer de hond groeit, en het bot ook, maar de (Haverse) kanalen niet wijder worden, treedt stuwing op in de vaten oedeem. Ook treedt stuwing op in de medullairholte, waar je witte eilandjes op de röntgenfoto ziet. Dit is oedeem, een opstapeling van calcium en eiwit. Zeer pijnlijk om op periost te drukken, want periost staat strak doordat er oedeem onder ligt. Het periost zit vol zenuwen. Hypercalcitoninisme Andere aandoeningen zijn bij een overmaat: Wobbler syndroom: jonge honden met een vernauwing in het wervelkanaal waardoor een insnoering van het ruggenmerg ontstaat.osteoclasten zijn niet actief, dus geen verwijding wervelkanaal. Het leidt tot degeneratie van het ruggenmerg, signaal gaat niet goed van achteren naar voren atactische gang. Osteochondrose: vertraagde differentiatie groeiend kraakbeen en daarmee samenhangend een gestoorde endochondrale ossificatie. Wanneer dit in kraakbeen van gewrichten zit heeft het klinische gevolgen. Enostose Achtergebleven kraakbeenzuil Van een overmaat aan calcium wordt ongeveer 40% geabsorbeerd op een passieve wijze tussen de cellen door, vooral bij jonge dieren. Dus een actief transport is helemaal niet nodig om het binnen te krijgen. Echter zorgt dit ook voor een tekortkoming in het tegenhouden van de darmabsorptie. Een nier moet calcium in het lichaam houden en fosfaat uitscheiden. Wanneer de nieren het niet goed doen zal het dier een renale hyperparathyreoïdie krijgen. Hij zal zijn bot opeten, en zo dus tot osteoclasie leiden, met name in de schedel. Een dier met een vitamine D gebrek (rachitis bij jonge dieren / osteomalacie bij volwassen dieren). Omdat vitamine D nu niet meer voor calciumabsorptie uit de darm zorgen gebeurt dat dus niet meer. PTH zal wel blijven zorgen voor terugresorptie van calcium uit de nieren. Vitamine D is er met name op gericht dat nieuw gevormd bot of kraakbeen mineraliseert, dus dit zal ook niet gebeuren. Dus door het gebrek aan vitamine D is de input gecoupeerd in de darm, maar ook de grootste behoefte aan vitamine D gecoupeerd. Als het fosfaat gehalte stijgt in het lichaam heeft dit de neiging om het calcium te binden calcium fosfaat. Wanneer je hier heel veel van hebt kun je zelfs mineralisering van weke delen krijgen. Er zal calcium neerslaan en het vrije gehalte dus dalen. Onder invloed van PTH zal het lichaam echter de fosfaat uit het lichaam proberen te krijgen via de nieren, maar het calcium behouden. Hoorcollege 5: gewrichten (HD, ED, Patella Luxatie) De heupen, ellebogen en knie zijn het vaakst aangedaan bij erfelijke aandoeningen. - Heupdysplasie: er bestaat een losse aansluiting tussen de kop en de kom in de heup. Overdwars loopt een bandje, ligamentum teres, en er zit een kapsel om de heup heen. Niet alle honden met een losse heup hebben heupdysplasie, en ook de erfelijke relatie is nog niet helemaal duidelijk. De fokkerij wil dat er op jonge leeftijd al voorspeld kan worden of er sprake kan zijn van HD later. De voorspelbaarheid loopt steeds meer op door nieuwe technieken maar is zeker nog geen 100%. Er zijn ook andere factoren (overmaat aan beweging)die bijdragen, hoewel de erfelijke aanleg wel aanwezig moet zijn. Greyhounds krijgen het bijvoorbeeld niet omdat de aanleg 18

19 ontbreekt. Bovendien zie je bij jonge honden nog niet zo veel, omdat bij jonge dieren de gewrichten nog helemaal uit kraakbeen bestaan. Tijdens de ontwikkeling van de heup ontstaat remodelling, de hoek tussen de kom en de heup wordt groter bij het ouder worden en de heup heeft de neiging om uit de kom te schieten. Voor remodelling zijn osteoblasten en osteoclasten nodig. Bij honden met HD is de hoek tussen kom en kop afwijkend, er is nauwelijks een contact tussen kop en kom. De heup is een kogelgewricht. Door het verminderde raakvlak tussen kop en kom komt er een grotere druk op het (kleinere) oppervlak. Hierdoor verbuigt of breekt het kraakbeen gewricht. De kop slijt af, kan zelfs tot op het subchondrale bot. Dit is pijnlijk, gaat gepaard met artrose. Er zijn enkele methoden om de positie van de kop op kom te beoordelen. o Norberg waarde: het middelpunt van de ene kop wordt met het middelpunt van de andere kop verbonden. Vanuit dit middelpunt gaat er een raaklijn naar de rand van het acetabulum. De Norberg hoek is de hoek tussen bb en c of deze hoek + 90 graden. De waarde is voor beide kanten bij elkaar opgeteld. De Norberg waarde laat zien hoe ver een punt meer naar mediaal is verschoven, en dus hoe diep in de femurkop in het acetabulum ligt. Voor de beoordeling van een foto moet natuurlijk de foto goed zijn en de hond moet helemaal recht liggen op de foto. o Distractiemethode: de hond in rugligging met de knieën naar het plafond. Er wordt een wig gemaakt tussen de dijen en de benen worden geadduceerd. Hierdoor wordt de femurkop naar buiten gedrukt. De mate van losheid van het heupgewircht wordt hiermee dus vastgesteld. De afstand tussen de oorspronkelijke plaats wordt gerelateerd aan de nieuwe locatie, gecorrigeerd voor de grootte van de hond (straal van de kop). Als er geen enkele distractie mogelijk is, kan de hond geen HD krijgen, en afhankelijk van het ras bij bepaalde afstanden wel. o Angle of reduction: hond op de rug leggen, knie bewegen richting de mediaanlijn en de kop uit de kom proberen te drukken door een abductiebeweging. De mate van de afstand van het wegdrukken van de poot vanaf de lichaamsas is een maat voor de HD. o Dorsal acetabular rim, DAR: hoe meer graden de hoek tussen de kop en de kom hoe meer kans op HD. Oorzaken die bijdragen aan HD zijn de voeding (in de ontwikkeling kwantiteit en kwaliteit en bij een oudere hond met name kwaliteit). Een verhoogd calcium gehalte in het bloed leidt tot een verminderde activiteit van de osteoclasten, osteoblasten en kraakbeen, die allen nodig zijn voor de remodelling. Hetzelfde gaat tot op zekere hoogte ook gepaard met vitamine D die de calciumopname mogelijk maakt. Bovendien is het ook zo dat honden met een overgewicht ernstigere en sneller HD krijgen. De bespiering om de kop in de kom te houden neemt in kracht relatief af bij een zwaardere hond. Bij chronische HD komt het gewricht juist weer in de kom terug omdat er bot is afgezet op de gewrichtsranden, het gewrichtskapsel is door chronische ontsteking verdikt. De hond heeft vooral in het begin van HD er veel last van. De meeste pijn komt tussen de 6 en 18 maanden. In de chronische fase heel immobiel, juist omdat de heup zo vast zit in de kom door bindweefselvorming. - Artrose: is gewrichtsslijtage die op kan treden door diverse oorzaken (trauma, fractuur, bloedingen in gewricht, HD). Er treedt in ieder geval op enig moment gewrichtsschade op dat leidt tot ontsteking van het kapsel van het gewricht, het synoviaalmembraan.dit is het membraan dat het synovia maakt, witte snotterige gewrichtsvloeistof dat het gewricht smeert en de enige voedingsbron is van het kraakbeen. Wanneer dit ontstoken raakt leidt het tot ernstig verval van kraakbeen en subchondraal bot. Door het vervallen van deze cellen komt arachidonzuur vrij dat de bouwstof is van prostaglandinen. Dit zorgt voor allerlei zaken: verlagen van de pijndrempel, verwijden van de bloedvaten (warmte), overvulling van het gewricht met waterige vloeistof ipv snot (synovia wordt van transsudaat van het plasma gemaakt en komt 19

20 meer vrij door vasodilatatie). Het gewricht wordt dus slechter gevoed en gesmeerd, waardoor meer gewrichtsschade ontstaat en zich een vicieuze cirkel vormt. - Elleboog dysplasie: eigenlijk een verkeerde naam omdat er 3 verschillende vormen van zijn. o Los processus coronoïdeus: het gewricht dat er voor zorgt dat je een lengte rotatie kunt maken om de lengte as. Zie je alleen op een zijwaartse röntgenfoto, en tekent zich af als een los punt tussen radius en ulna. Dit treedt veel op bij de Berner Sennenhond, waarbij de ulna langer is dan de radius. Een deel van de ulna (uitstekend puntje) draagt het lichaamsgewicht, en dan kan het coronoïdeus afbreken. o Osetochondritis dissecans = OCD: het gewrichtskraakbeen is op een plek in het gewricht verdikt, waardoor een scheur kan ontstaan tussen kraakbeen en bot, die zich een flap kan vormen aan de periferie. Dit is heel pijnlijk. Het is te zien als een kuiltje in het bot op een röntgenfoto. o Los processus anconeus: is het bovenste punt van de elleboog, welke kan afbreken. Dit kan omdat dit puntje los ossificeert en tot 5 maanden verbonden blijft met een kraakbeenschijf aan het olecranon. Hierdoor wordt het kwetsbaar en kan afbreken. Wanneer de radius hoger ligt dan de ulna, en dus niet samen een goede gewrichtskom vormt (incongruentie van het ellebooggewricht), duwt de radius omhoog en de humerus drukt zo de anconeus van zijn oorsprong. Wanneer de anconeus al verbeend is (>5,5 maand) treedt geen verplaatsing op maar geeft een enorme drukpijn. Het treedt bij een groeistoornis van de groeischijf van de ulna terwijl de radius wel goed groeit en dus tegen de humerus kan drukken. o Elleboogincongruentie:afwijkende pasvorm van de elleboog. Kan komen door een te korte radius, maar kan ook door een te korte ulna veroorzaakt worden. Er is een hoogteverschil tussen het gewrichtsvlak van de radiuskop en het gewrichtsvlak van de ulna, ook wel aangeduid als stapvorming. Deze aandoeningen kunnen artrose van het ellebooggewricht veroorzaken. De aandoeningen zijn erfelijk. Bij de behandeling kijken we naar of de hond kreupel is. Niet-chirurgisch ingrijpen doen we als de hond niet kreupel is. Bovendien doen we dit als de prognose slecht is. De behandeling bestaat uit het toedienen van NSAID s, aanpassen van de levensstijl en verminderen van het lichaamsgewicht. Vetweefsel produceert heel veel ontstekingsmediatoren, en kan zo dus de vicieuze cirkel in stand houden. In de behandeling is afvallen dus heel belangrijk, bij 120% overgewicht is 6% gewichtsverlies hiervoor al voldoende. Osteoartrose (syllabus) Onder osteoartrose (ook osteoartritis genoemd) wordt een gewrichtsaandoening verstaan, die is gekenmerkt door primaire regressieve (oude dieren) en progressieve (jonge dieren: dyschondroplasie) veranderingen in het gewrichtskraakbeen en subchondrale been. Het resultaat is een vervorming van het gewricht, die is gekenmerkt door kraakbeenusuur, pannusvorming, kraakbeen- en beenproliferaties (osteofytvorming) en functieverlies. Als er meerdere gewrichten zijn aangetast, is er sprake van poly-osteoartrose. In de extracellulaire matrix van het gewrichtskraakbeen heerst een evenwicht tussen anabole en katabole processen. Verstoring van dit evenwicht (door bijvoorbeeld trauma) kan er voor zorgen dat katabole processen gaan overheersen, met als gevolg dat kraakbeenafbraak optreedt. De productie van proteoglycanen is in het beginstadium van osteoartrose nog duidelijkverhoogd. Hiermee kan in principe de optredende verhoogde afbraak worden gecompenseerd, maar als de structurele integriteit van het collageenskelet is aangetast, zullen de nieuw aangemaakte proteoglycanen weer gemakkelijk verloren gaan. Uiteindelijk zal het kraakbeen dus worden gekenmerkt door een proteoglycaandepletie. Zodoende is er steeds minder (over)belasting voor nodig om de schade te doen verergeren. Zo ontstaat er dus een vicieuze cirkel. Naast bovengenoemde factoren speelt ook de chondrocyt een rol bij het ontstaan van artrose. Van alle 20

MIND & MOVEMENT COACH. Bewegen

MIND & MOVEMENT COACH. Bewegen Bewegen Om te kunnen bewegen hebben we spieren nodig, maar ook een skelet dat ons lichaam vorm geeft en de beweging mogelijk maakt. Onze gewrichten zorgen er voor dat dit mogelijk is binnen ons lichaam.

Nadere informatie

Het bewegingsstelsel. 1 Inleiding

Het bewegingsstelsel. 1 Inleiding DC 14 Het bewegingsstelsel 1 Inleiding Wij bewegen voortdurend. Om dat mogelijk te maken, hebben we een heel systeem. Dat systeem bestaat voornamelijk uit beenderen, gewrichten en spieren. De spieren worden

Nadere informatie

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten

Nadere informatie

Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom

Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom Om uw rugklachten beter te kunnen begrijpen is een basiskennis van de rug noodzakelijk. Het Rughuis heeft in haar behandelprogramma veel aandacht

Nadere informatie

Dier van de maand September 2015

Dier van de maand September 2015 Dier van de maand September 2015 Deze maand hebben we als dier van de maand een patiënt die eigenlijk veel te jong is om in deze rubriek terecht te komen. Het gaat namelijk om een katertje van 12 weken

Nadere informatie

Ykja, is een IJslander, een merrie van 13 jaar oud en roodbont. Ze wordt gebruikt om recreatief te rijden, ze staat dag en nacht in een paddock.

Ykja, is een IJslander, een merrie van 13 jaar oud en roodbont. Ze wordt gebruikt om recreatief te rijden, ze staat dag en nacht in een paddock. Verslag Paard Ykja Inhoudsopgave 1. Vooraf bekende gegevens...3 2. Onderzoek...3 a. Protocol...3 Anamnese:...3 Inspectie in stand:...4 Oppervlakkige palpatie:...4 Inspectie in beweging:...4 Herhaling oppervlakkige

Nadere informatie

De beenderen in het hoofd vormen samen de schedel. De schedel word gedragen door de wervelkolom die in de romp naar beneden loopt.

De beenderen in het hoofd vormen samen de schedel. De schedel word gedragen door de wervelkolom die in de romp naar beneden loopt. THEMA 8 Paragraaf 1 het skelet De mens heeft ( net als alle andere gewervelden) een inwendig skelet of geraamte. Dit skelet bestaat uit vele beenderen (botten). De beenderen in het hoofd vormen samen de

Nadere informatie

Fracturen en luxaties hand

Fracturen en luxaties hand Fracturen en luxaties hand phalanx fracturen hand veel voorkomende fracturen op EHBO indien verkeerde behandeling: aanzienlijk functieverlies kans op arbeidsongeschiktheid goede behandeling: anatomische

Nadere informatie

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10. Momenten R.H.M.

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10. Momenten R.H.M. Inhoud... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen... 10 1/10 HAVO In de modules Beweging en Krachten hebben we vooral naar rechtlijnige bewegingen gekeken. In de praktijk

Nadere informatie

Spreekbeurtpakket - het skelet

Spreekbeurtpakket - het skelet Spreekbeurtpakket - het skelet Inleiding spreekbeurt voor de leerling: het skelet De voorbereiding van de spreekbeurt over het skelet. 10 tips 1. Start met het verzamelen van materiaal. Heel veel over

Nadere informatie

BEHANDELING VAN FRACTUREN

BEHANDELING VAN FRACTUREN BEHANDELING VAN FRACTUREN 25733 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening

Nadere informatie

VGN immobilisatieprotocollen

VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen INLEIDING De VGN immobilisatieprotocollen bevatten de richtlijnen die bepalen waar een correct aangelegd gipsverband aan hoort te voldoen. De immobilisatieprotocollen

Nadere informatie

Voorbeelden krachtoefeningen voor niet lopende sporters met CP

Voorbeelden krachtoefeningen voor niet lopende sporters met CP Voorbeelden krachtoefeningen voor niet lopende sporters met CP Oefening 1: Armen horizontaal (schouders, m. Deltoidius en m. Biceps) Werkwijze Endo- en exorotatie van de schouders gelijkmatig trainen Materiaal

Nadere informatie

Fysiotherapie na een hernia-operatie

Fysiotherapie na een hernia-operatie Fysiotherapie na een hernia-operatie Albert Schweitzer ziekenhuis maart 2015 pavo 0292 Inleiding U bent in het Albert Schweitzer ziekenhuis geopereerd aan een hernia in uw rug. In deze folder willen wij

Nadere informatie

TRAININGSPLAN STABILITEIT

TRAININGSPLAN STABILITEIT TRAININGSPLAN STABILITEIT Stabiliteitstraining Om goed te kunnen bewegen en/of te kunnen sporten is een sterke romp noodzakelijk. In een rechtop staande houding moet de romp het lichaam te allen tijde

Nadere informatie

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren PECTUS REVALIDATIE Het doel van de pectus revalidatie (training borst- en rugspieren) is het versterken van de spieren van de borst en de rug en hiermee het verbeteren van je lichaamshouding. De volgende

Nadere informatie

De basis van de ondervoet bij het paard! Inleiding:!

De basis van de ondervoet bij het paard! Inleiding:! Dierenarts van Leeuwen www.vanleeuwenvoorpaarden.nl De basis van de ondervoet bij het paard Inleiding: Omdat de vraag naar uitleg mij meermaals wordt voorgeschoteld, heb ik een zeer korte maar hopelijk

Nadere informatie

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar Henny Leentvaar (Sport)Massage Functie testen Datum: 14 mei 2008 Opgesteld door: Henny Leentvaar Functie testen Voordat kan worden overgegaan tot tapen of bandageren van een aangedane spier en/of gewricht

Nadere informatie

Kruisbandherstel d.m.v.

Kruisbandherstel d.m.v. Kruisbandherstel d.m.v. operatie Voorste kruisbandruptuur VKB-ruptuur) Vaak worden we geconfronteerd met een hond die plotseling of geleidelijk is gaan manken met een of beide achterbenen. Zeer frequent

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Skelet Hoofdstuk 1 Waarom een spreekbeurt over het skelet? Ik wil graag een spreekbeurt over het skelet houden omdat ik het een interessant onderwerp vind. Ik wil aan jullie laten zien dat het skelet niet

Nadere informatie

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen De schouder De schouder is een relatief complex gewricht. De vorm van het gewricht laat het toe om onze arm in alle richtingen te bewegen. Zolang alle componenten normaal functioneren kan de schouder perfect

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging. Basisstof 1. Stevigheid bij dieren door:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging. Basisstof 1. Stevigheid bij dieren door: Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging Basisstof 1 Stevigheid bij dieren door: - uitwendig skelet (pantser bij bv. insecten aan de buitenkant) - inwendig skelet (botten aan de binnenkant) Alle botten

Nadere informatie

Bewegingsapparaat, 'het jonge kind'

Bewegingsapparaat, 'het jonge kind' Meer leren over lichaam en gezondheid Bewegingsapparaat, 'het jonge kind' M.A. Witlox 20-5-2015 Inhoud Vogelvlucht Ontwikkeling en groei As en stand Heup Wervelkolom Voet 1 Team kinderorthopaedie Prof.

Nadere informatie

Uitgangshouding Uitvoering Aandachtspunten Ruglig, benen opgetrokken Eén hand in lordose van de lage rug

Uitgangshouding Uitvoering Aandachtspunten Ruglig, benen opgetrokken Eén hand in lordose van de lage rug Houding Low load o o o Ruglig, benen opgetrokken Eén hand in lordose van de lage rug Kantel je bekken naar achter en vlak hierdoor je rug af Kantel je bekken naar voor en maak hierdoor je rug hol Enkel

Nadere informatie

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden ! Knieblessure De knie is het gewricht tussen het bovenbeen (het femur) en het scheenbeen (de tibia). Het kuitbeen (de fibula) begint onder het kniegewricht en ligt aan de buitenkant van het onderbeen.

Nadere informatie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie Het doorbewegen bij een dwarslaesie Tetraplegie Inhoud Inleiding 3 Algemene opmerkingen 3 Zelfstandig doorbewegen 4 Doorbewegen door een hulppersoon 9 De Sint Maartenskliniek 24 Colofon 24 Inleiding In

Nadere informatie

Gebroken pols bij volwassenen

Gebroken pols bij volwassenen Gebroken pols bij volwassenen Uw behandelend arts heeft met u besproken dat uw klachten veroorzaakt worden door een gebroken pols. Deze folder geeft u informatie over wat de chirurg in het CWZ met u bespreekt.

Nadere informatie

Oefeningen na een onderbeenamputatie

Oefeningen na een onderbeenamputatie Oefeningen na een onderbeenamputatie Bij het leren lopen met een prothese zijn mobiliteit, lenigheid en spierkracht belangrijk. Een bewegingsbeperking beïnvloedt de kwaliteit van het staan of lopen negatief.

Nadere informatie

De 11+ Een compleet warming-up programma

De 11+ Een compleet warming-up programma De 11+ Een compleet warming-up programma Deel 1 & 3 A A }6m Deel 2 B A: Hardlopen B: Jog terug B! ORGANISATIE A: Running OP HET exercise VELD B: Jog back Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste

Nadere informatie

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel BOTTUMOREN Om beter te kunnen begrijpen wat een bottumor juist is, wordt er in deze brochure meer uitleg gegeven over de normale structuur van het bot. Op die manier krijgt u een beter zicht op wat abnormaal

Nadere informatie

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest 2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof Oefeningen voor een gezond lichaam en geest De Soldaat Dit is de eerste van de vier warming up oefeningen waarbij het doel is de hartslag te verhogen

Nadere informatie

TRAININGSPLAN XCO-TRAINER

TRAININGSPLAN XCO-TRAINER TRAININGSPLAN XCO-TRAINER HET PRINCIPE VAN XCO-TRAINING. Nieuw explosieve training met maximaal resultaat. Door actieve bewegingsvormen kan de mechanische belastbaarheid van spieren, het bindweefsel in

Nadere informatie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl/ Frozen shoulder

Nadere informatie

Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding

Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding Verkeerde lichaamshoudingen veroorzaken klachten. Eén van de meest voorkomende verkeerde houdingen, wordt veroorzaakt door een naar vorend hangend hoofd,

Nadere informatie

Schouderprothese. Orthopedie. Oorzaken van de klachten. Artrose. Reuma. Fracturen. Onherstelbare rotator cuff-scheuren. Anatomie van de schouder

Schouderprothese. Orthopedie. Oorzaken van de klachten. Artrose. Reuma. Fracturen. Onherstelbare rotator cuff-scheuren. Anatomie van de schouder Orthopedie Schouderprothese Bij slijtage van de schouder kan het schoudergewricht worden vervangen door een prothese. Wat zijn de oorzaken van de klachten en welke soorten prothesen kunnen worden ingezet.

Nadere informatie

Lage rugklachten. www.gzcdiemenzuid.nl

Lage rugklachten. www.gzcdiemenzuid.nl Lage rugklachten Introductie De lage rug is het gebied ter hoogte van de onderste 5 lendenwervels (lumbale wervels) en de overgang met het heiligbeen (lumbo-sacrale overgang). De lendenwervelkolom bestaat

Nadere informatie

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen - 31 - Krachten 1. Voorbeelden Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen 2. Definitie Krachten herken je aan hun werking, aan wat ze veranderen of

Nadere informatie

Pijnsyndromen van de ledematen

Pijnsyndromen van de ledematen www.printo.it/pediatric-rheumatology/nl/intro Pijnsyndromen van de ledematen Versie 2016 title PIJNSYNDROMEN VAN DE LEDEMATEN 10. Osteochondrose (synoniemen: osteonecrose, avasculaire necrose) 10.1 Wat

Nadere informatie

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie

Nadere informatie

Orthopedie. Artrotische knie / correctie kniestand. Afdeling: Onderwerp:

Orthopedie. Artrotische knie / correctie kniestand. Afdeling: Onderwerp: Afdeling: Onderwerp: Orthopedie Artrotische knie / correctie kniestand 1 Correctie van de kniestand (artrotische knie) Correctie van de kniestand Door slijtage (artrose) kan een afwijkende stand van uw

Nadere informatie

Kracht en stabilisatie

Kracht en stabilisatie Kracht en stabilisatie 1. Frontbridge Steunen op onderarmen en tenen, zorg voor één rechte lijn van schouders, ruggenwervels, heup, knieën en hakken. 2. Frontbridge one leg lift Steunen op onderarmen en

Nadere informatie

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar Fractuur behandeling Chirurgie Beter voor elkaar 2 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk

Nadere informatie

Bovenarm breuk subcapitale humerus fractuur Spoedeisende Hulp

Bovenarm breuk subcapitale humerus fractuur Spoedeisende Hulp Bovenarm breuk subcapitale humerus fractuur Spoedeisende Hulp Beter voor elkaar 2 Inleiding De arts of verpleegkundig specialist op de Spoedeisende Hulp (SEH) heeft u verteld dat uw bovenarm gebroken is

Nadere informatie

zwaartekracht (N of kn) Dus moeten we Fz bepalen dat kan alleen als we de massa weten. Want

zwaartekracht (N of kn) Dus moeten we Fz bepalen dat kan alleen als we de massa weten. Want Sterkteberekening Dissel berekenen op afschuiving. Uitleg over de methode Om de dissel te berekenen op afschuiving moet men weten welke kracht de trekker kan uitoefenen op de bloemkoolmachine. Daarvoor

Nadere informatie

1.2.3 Vooruitblik... 9

1.2.3 Vooruitblik... 9 XIII 1 Bindweefsel als een organiserend systeem...................................... 1 1.1 Van scheiden en verbinden............................................................ 2 1.2 Verbinden en scheiden

Nadere informatie

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus. BOVENSTE EXTREMITEITEN Spiergroep Spiernaam Aanhechtingsplaats proximaal Aanhechtingsplaats distaal Innervatie Functie Extensoren bovenarm * m. biceps brachii * short head: eind van coracoid van scapula

Nadere informatie

Verslag van de presentatie van een Biomechanisch onderzoek met IJslandse paarden.

Verslag van de presentatie van een Biomechanisch onderzoek met IJslandse paarden. Verslag van de presentatie van een Biomechanisch onderzoek met IJslandse paarden. Op 25 oktober 2011 werd het onderzoek in Eindhoven gepresenteerd door veterinair en wetenschapper Hilary Clayton uit Michigan,

Nadere informatie

Bovenarmbrace Informatie en adviezen voor het dragen van een bovenarmbrace

Bovenarmbrace Informatie en adviezen voor het dragen van een bovenarmbrace U hebt uw bovenarm gebroken. Als onderdeel van de behandeling krijgt u een bovenarmbrace aangemeten. Uiteraard is niet elke patiënt en bovenarmbreuk hetzelfde, waardoor de bovenarmbrace niet voor iedere

Nadere informatie

Patellaluxatie. De mate van patellaluxatie wordt in verschillende graden van ernst uitgedrukt:

Patellaluxatie. De mate van patellaluxatie wordt in verschillende graden van ernst uitgedrukt: Patellaluxatie Patellaluxatie is een aandoening die frequent wordt gezien bij de Engelse en Franse Bulldog, de Chihuahua, Yorkshire Terrier, Dwergkees en dwergpoedel. Het is niet bekend hoe hoog het percentage

Nadere informatie

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 Theorie-examen anatomie 12 januari 2007 1. Welke uitspraak met betrekking tot spiercontracties is altijd juist? A. Bij concentrische contracties wordt de spanning in de spier kleiner. B. Bij excentrische

Nadere informatie

Controle: Bekijk nu of aan het evenwicht wordt voldaan voor het deel BC, daarvoor zijn immers alle scharnierkracten bekend

Controle: Bekijk nu of aan het evenwicht wordt voldaan voor het deel BC, daarvoor zijn immers alle scharnierkracten bekend Hints/procedures voor het examen 4Q130 dd 25-11-99 ( Aan het einde van dit document staan antwoorden) Opgave 1 Beschouwing vooraf: De constructie bestaat uit twee delen; elk deel afzonderlijk vrijgemaakt

Nadere informatie

Veel voorkomende specifieke rugaandoeningen zijn een lumbale hernia en een wervelkanaal vernauwing.

Veel voorkomende specifieke rugaandoeningen zijn een lumbale hernia en een wervelkanaal vernauwing. (Chronische) lage rugklachten en rompstabiliteit Zeven tot acht op tien personen krijgen ooit te maken met (a)specifieke lage rugpijn. Aspecifieke rugklachten zijn te definiëren als pijn in het gebied

Nadere informatie

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint:

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Rek/Strek oefeningen mogen nooit pijn veroorzaken. Mocht u pijn krijgen stop dan onmiddellijk met de oefening. Het is belangrijk om de rek niet

Nadere informatie

Rijtechniek Springen. Fases van de sprong en verlichte zit

Rijtechniek Springen. Fases van de sprong en verlichte zit Rijtechniek Springen p Fases van de sprong en verlichte zit Doelstelling van de les De student kan de verschillende fases van de sprong benoemen en herkennen. De student kan aangeven hoe de houding van

Nadere informatie

ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE

ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE RUGPIJN: OEFENTHERAPIE Aspecifieke lage rugpijn bestaat uit klachten waarvoor geen lichamelijke afwijking kan gevonden worden die deze klachten veroorzaakt. Het probleem

Nadere informatie

TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN

TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN TRAININGSPLAN STRETCHBANDEN FITNESSBANDENSET TRAININGSHANDLEIDING Let op: Wees er voor de training van verzekerd dat uw training bij uw fysieke conditie aansluit. Consulteert u, bij twijfel, de huisarts.

Nadere informatie

ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

ANATOMIE EN FYSIOLOGIE FUTURO DE POLS In een notendop De pols is wellicht het belangrijkste gewricht in het alledaagse en beroepsleven. De pols wordt niet alleen belast bij vele vormen van handarbeid maar ook bij het sporten

Nadere informatie

Figuur 2 Achillespeesruptuur

Figuur 2 Achillespeesruptuur Chirurgie / Traumatologie Achillespeesruptuur Behandeling van een gescheurde achillespees Inleiding U heeft van uw behandelend arts vernomen dat u een achillespeesruptuur heeft. In deze folder staat wat

Nadere informatie

ISPO JAAR CONGRES 2011. Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese

ISPO JAAR CONGRES 2011. Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese ISPO JAAR CONGRES 2011 Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese Lichamelijk onderzoek Gangbeeld analyse, MRI, röntgen Algemene lichamelijke conditie Mobiliteit van heup,knie,en

Nadere informatie

Werkblad 3 Krachten - Thema 14 (niveau basis)

Werkblad 3 Krachten - Thema 14 (niveau basis) Werkblad 3 Krachten - Thema 14 (niveau basis) Opdracht Dit werkblad dient als voorbereiding voor de toets die in week 6 plaats vindt. Je mag dit werkblad maken in groepjes van maximaal 4 personen. Je moet

Nadere informatie

KNZB applicatie MOZ landtraining

KNZB applicatie MOZ landtraining KNZB applicatie MOZ landtraining Praktijk oefeningen Stahouding Ingezakte houding Actieve stahouding Squathouding Foute squathouding Juiste squathouding Controle transversus Neutraal, geen aanspanning

Nadere informatie

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekken is een essentieel onderdeel van een evenwichtig trainingsprogramma. Het dagelijks uitvoeren van rekoefeningen kan de flexibiliteit en gezonde gewrichten

Nadere informatie

Ligamentair letsel kniegewricht

Ligamentair letsel kniegewricht Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl Ligamentair letsel

Nadere informatie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Epidemiologische gegevens bij heup# Er zijn +/- 2,2 miljoen ouderen in Nederland (> 65 jaar).

Nadere informatie

Fitnessbal training. Kern training / Core stability

Fitnessbal training. Kern training / Core stability Fitnessbal training Kern training / Core stability De spieren van je buik, billen en onderrug vormen de 'kern'. Deze zone is verantwoordelijk voor alle acties waarbij je draait, reikt en buigt en is het

Nadere informatie

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Diagnostiek aan de schoudergordel Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Doorsnede art. humeri bicepspees, loopt door bovenkant van kapsel en voorkomt inklemming van kapsel in gewrichtsspleet

Nadere informatie

AANDOENINGEN VAN DE KNIE

AANDOENINGEN VAN DE KNIE AANDOENINGEN VAN DE KNIE In deze folder geeft het Ruwaard van Putten Ziekenhuis u algemene informatie over aandoeningen van de knie en de meest gebruikelijke behandelingen. Wij adviseren u deze informatie

Nadere informatie

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie Botbreukoperatie afdeling Chirurgie Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Chirurgie september 2013 pavo 0323 Inleiding In het menselijk lichaam zitten zeer veel verschillende botten, die op verschillende

Nadere informatie

De foamroll oefeningen

De foamroll oefeningen www.bodyrelease.nl De foamroll oefeningen Wat je vooraf moet weten De foamroll oefeningen die je uitvoert moeten voelen als een diepe massage en kunnen zowel direct op de huid als met kleding aan worden

Nadere informatie

krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting) krachten sep 3 10:09 Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

10 minuten training 1 Total Body

10 minuten training 1 Total Body 10 minuten training 1 Total Body Met deze 10 Minuten training train je het hele lichaam. Alle spiergroepen komen aan bod. Waarom 10 minuten trainingen? Voor veel mensen is het nog steeds moeilijk om een

Nadere informatie

Osteoarthrose, Osteoarthritis, arthrose, artrose Ontsteking is niet de oorzaak maar het gevolg van het proces itt. Reumatoide artritis

Osteoarthrose, Osteoarthritis, arthrose, artrose Ontsteking is niet de oorzaak maar het gevolg van het proces itt. Reumatoide artritis Osteo-Artrose Osteoarthrose, Osteoarthritis, arthrose, artrose Ontsteking is niet de oorzaak maar het gevolg van het proces itt. Reumatoide artritis Artrose Hoe ziet normaal kraakbeen eruit? Hoe werkt

Nadere informatie

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012 Luxaties van schouder elleboog en vingers Compagnonscursus 2012 De schouder - Epidemiologie Meest gedisloceerde gewricht: NL 2000/jaar op SEH 45% van alle luxaties betreffen schouder 44% in de leeftijdsgroep

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 12L Fase A Titel Tak op de weg. Onderwerp Radiuskopfractuur Inhoudsdeskundige Dr. P.A. van Luijt, traumatoloog Technisch verantwoordelijke E. Beekhuizen, COO ontwikkelaar Opleidingsniveau studenten

Nadere informatie

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon Deze uitgebreide informatiefolder wordt u aangeboden door de Maatschap Chirurgen & Orthopeden Arnhem. Deze maatschap maakt deel uit van de Alysis Zorggroep. Proximale humerusfractuur - een gebroken schouder

Nadere informatie

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede. Examenstichting Perimedische Opleidingen Diploma: sportmassage, massage, wellness massage 22 januari 2010, Beschikbare tijd: 60 minuten Anatomie Aanwijzing: Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn

Nadere informatie

Cambridge Health Plan Benelux BV

Cambridge Health Plan Benelux BV Wanneer doet u deze oefeningen? Doe deze minstens 3 keer per week en al vrij snel voelt u verandering in uw lichaam. Ook krijgt u meer zelfvertrouwen. Naast deze oefeningen zorgt een dagelijkse wandeling

Nadere informatie

snijlijn snijlijn Hebt u nog vragen? Artrose in de schouder Maak meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk Wat is artrose?

snijlijn snijlijn Hebt u nog vragen? Artrose in de schouder Maak meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk Wat is artrose? Schouderartrose Artrose in de schouder Bij schouderartrose is er sprake van slijtage in het schoudergewricht. Pijn in de schouder, voortdurend aanwezig of alleen als u uw arm wilt bewegen, kan wijzen op

Nadere informatie

Bekkenkanteling: maak afwisselend een bolle- en holle rug, waarbij romp en hoofd stil blijven liggen op de onderlaag.

Bekkenkanteling: maak afwisselend een bolle- en holle rug, waarbij romp en hoofd stil blijven liggen op de onderlaag. www.gezondbewegen.nl Rugoefeningen Algemene adviezen: Creëer een vaste plaats en een vast tijdstip en voer de oefeningen twee keer per dag uit Realiseer u, indien de klachten verminderd of verdwenen zijn,

Nadere informatie

Onderdeel 5: 10 cm of minder 3 punten; 11 t/m 20 cm = 2 punten; 21 cm of meer = 1 punt.

Onderdeel 5: 10 cm of minder 3 punten; 11 t/m 20 cm = 2 punten; 21 cm of meer = 1 punt. ZEILBOOTDIPLOMA 1. Van zwemmen naar voortbewegende technieken a.25 m rugcrawl, de hele baan zonder onderbreking uitzwemmen. b.25 m borstcrawl, de hele baan zonder onderbreking uitzwemmen. 2. Stuwen a.stuwen

Nadere informatie

Afdeling revalidatie. De wervelfractuur

Afdeling revalidatie. De wervelfractuur Afdeling revalidatie De wervelfractuur Deze folder geeft algemene informatie over de behandeling bij een (in)stabiele wervelfractuur. Deze folder geeft aan hoe de meeste patiënten kunnen worden behandeld,

Nadere informatie

Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees)

Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees) ORTHOPEDIE Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees) Uw orthopedisch chirurg heeft u geadviseerd om de voorste kruisband van uw knie te vervangen en daarmee de stabiliteit

Nadere informatie

Aanvulling: Om de oefeningen wat uitdagender te maken kun je je handen op je borst leggen ipv naast je lichaam op de grond.

Aanvulling: Om de oefeningen wat uitdagender te maken kun je je handen op je borst leggen ipv naast je lichaam op de grond. FOAM ROLLER OEFENINGEN Naast de bekende bindweefsel massage is de foam roller een fantastisch hulpmiddel voor het versterken van je core. Door gebruik te maken van een onstabiele ondergrond zoals de foam

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Paramedisch Extensorpeesletsel zone 3 & 4 Boutonnière v.1-01/2013 Een boutonnière deformiteit (knoopsgatdeformiteit) beschrijft een 'zigzag'-collaps van een vinger of duim waarbij het PIP gewricht in flexie

Nadere informatie

Lage rugpijn. Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl

Lage rugpijn. Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl Lage rugpijn Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl Inleiding Lage rugpijn Rugklachten komen veel voor. 4 van de 5 mensen heeft weleens te maken met rugpijn. In veel gevallen

Nadere informatie

Oefenprogramma revalidatie

Oefenprogramma revalidatie Oefenprogramma revalidatie Dit oefenprogramma ontvangt u van uw revalidatiearts. Oefen dit programma bij voorkeur 2x per dag. Oefeningen moet u pijnvrij kunnen doen, en adem door! Schouder en arm oefeningen:

Nadere informatie

Reumatoïde artritis van de hand

Reumatoïde artritis van de hand Reumatoïde artritis van de hand Reumatoïde artritis van de hand Wat is artritis? Letterlijk betekent artritis 'ontstoken gewricht'. Normaal gesproken bestaat een gewricht uit twee gladde, met kraakbeen

Nadere informatie

Fracturen. (Gebroken botten) Chirurgie

Fracturen. (Gebroken botten) Chirurgie Fracturen (Gebroken botten) Chirurgie Inhoudsopgave Inleiding 6 Wat is een fractuur en wat merkt u ervan? 6 De behandeling 6 Er is eigenlijk geen behandeling nodig 7 De gips behandeling 7 De operatieve

Nadere informatie

Krachten, spieren en modellen. Project V3

Krachten, spieren en modellen. Project V3 Krachten, spieren en modellen. Project V3 Een project van de vakken natuur-scheikunde, techniek en biologie. Klas: vmbo 3 tl Inleiding; Dit project doe je met techniek, nask en biologie. Opdracht; Kies

Nadere informatie

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband?

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband? Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband? Bij mensen kan slechts 1 w h i p l a s h a c c i d e n t langdurige pijn en lijden veroorzaken. De anatomie van de hond is fundamenteel gelijk aan

Nadere informatie

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament.

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament. Verstuikte enkel Een verstuikte enkel is een veel voorkomende aandoening. Ongeveer 25.000 mensen per dag maken dat mee. Enkel verstuikingen komen voor bij atleten en bij niet atleten, bij kinderen en volwassenen.

Nadere informatie

Posterolaterale hoek letsels

Posterolaterale hoek letsels Posterolaterale hoek letsels Dr. Peter Van Eygen 04-11-2014 CAMPUS HENRI SERRUYS Inleiding Vaak niet herkend J. Hughston: You may not have seen posterolateral corner injuries, I can assure you that they

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol PIP hyperextensie (volaire plaat) letsel v.2-07/2013 Het hyperextensie letsel van het PIP gewricht is de meest voorkomende luxatie in de hand. - Instabiliteit

Nadere informatie

2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg

2. Bevestiging spieren. 3. Stevigheid (samen met spieren) 4. Beweeglijkheid (samen met spieren) 5. Aanmaak rode bloedcellen in beenmerg Anatomy is destiny Sigmund Freud Belangrijkste botten Nomenclatuur Reina Welling WM/SM-theorieles 1 Osteologie bekken en onderste extremiteit Myologie spieren bovenbeen Met dank aan Jolanda Zijlstra en

Nadere informatie

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier: 1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: B. Overspanning van: C. Indeling en functie van de spier: D. Bijzonderheden: E. Voorbeelden van oefeningen: van 5-7de rib naar schaambeen

Nadere informatie

Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis

Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis Het is belangrijk om de oefeningen die u in het ziekenhuis hebt gedaan thuis dagelijks voort te zetten. Dit om de gewrichten en spieren in een goede conditie te houden. Probeer op een vast tijdstip te

Nadere informatie

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e Post-Op braces t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e OT TO BOCK POT- OP BRCE --------------------------- eer en meer worden bij postoperatieve of posttraumatische

Nadere informatie

O m t e b e g i n n e n : V e i l i g h e i d s r e g e l s : G e n i e t e n f o r c e e r n i e t s!

O m t e b e g i n n e n : V e i l i g h e i d s r e g e l s : G e n i e t e n f o r c e e r n i e t s! Wanneer doet u deze oefeningen? Doe deze minstens 3 keer per week en al vrij snel voelt u verandering in uw lichaam. Ook krijgt u meer zelfvertrouwen. Naast deze oefeningen zorgt een dagelijkse wandeling

Nadere informatie