Hoofdhals Tumoren. Ledenlijst "werkgroep Hoofd-Hals" : (klik hier voor een mail naar alle leden van de werkgroep)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofdhals Tumoren. Ledenlijst "werkgroep Hoofd-Hals" : (klik hier voor een mail naar alle leden van de werkgroep)"

Transcriptie

1 Hoofdhals Tumoren Verantwoordelijke contactpersoon: Philippe Clarysse, Sidney Kunz, Walter Sneyers, Laurence Goethals. Tumoren in het hoofd-halsgebied nemen een speciale plaats in binnen de oncologie door hun lokatie in een gebied dat voor iedereen zichtbaar is en dat voor vele vrijwel onmisbare levensfuncties als eten, drinken, ademhalen, praten etc. bijzonder belangrijk is. De diagnostiek en behandeling van deze relatief zeldzame tumoren dient bij voorkeur te gebeuren door een multidisciplinair team, dat moet kunnen beschikken over een hoofd- halschirurg, kaak & aangezichtchirurg, KNO chirurg, radiotherapeut, patholoog, medisch oncoloog, radioloog, fysiotherapeut, logopedist, dïetist, mondhygiënist en een tandarts-prothetist 1 Verwijzingen Verwijzing voor patiënten die niet in onze ziekenhuizen behandeld kunnen worden of voor wie de voorkeursbehandeling niet in onze ziekenhuizen kan plaatsvinden: Zij worden verwezen naar een ander ziekenhuis - naargelang expertise van een referentieziekenhuis in het betreffend domein, - naargelang van een klinisch onderzoek op dat ogenblik in een bepaald ziekenhuis - volgens voorkeur van patiënt en verwijzende arts 2 ledenlijst Ledenlijst "werkgroep Hoofd-Hals" : (klik hier voor een mail naar alle leden van de werkgroep) Busschaert Marc ORL AZ Groeninge Clarysse Philippe ORL AZ Groeninge Debruyne Philip Oncologie AZ Groeninge De Clercq Ali Stomatologie AZ Groeninge De Keyzer Eric ORL AZ Groeninge D'Haeseleire Patricia Stomatologie AZ Groeninge Kunz Sidney Stomatologie AZ Groeninge Lemayeur Jan Stomatologie AZ Groeninge Thielens Paul Stomatologie AZ Groeninge Vandeputte Philippe ORL AZ Groeninge Vercruysse Bernard ORL AZ Groeninge Vierstraete Kathie ORL AZ Groeninge Derycke Sylvie Radiotherapie AZ Groeninge Lambrecht Antoon Radiotherapie AZ Groeninge Stellamans Karin Radiotherapie AZ Groeninge

2 Goethals Laurence Radiotherapie AZ Groeninge Borms Marleen Radiotherapie AZ Groeninge Geldhof Kurt Oncologie AZ Groeninge Van Eygen Koen Oncologie AZ Groeninge Vanrietvelde Frederik Radiologie AZ Groeninge Brabant Peter Stomatologie Kliniek O.L.V. van Lourdes Goethals Herwig ORL Kliniek O.L.V. van Lourdes Joniau Sander ORL Kliniek O.L.V. van Lourdes Sneyers Walter ORL Kliniek O.L.V. van Lourdes Demuynck Edwin ORL Jan Yperman ziekenhuis Matthys Evert ORL Jan Yperman ziekenhuis Stoffels Griet ORL Jan Yperman ziekenhuis Van Haverbeke Paul ORL Jan Yperman ziekenhuis Verhelst Carlos Stomatologie Jan Yperman ziekenhuis Geachte Dokter, Indien uw gegevens niet correct zijn of indien U ten onrechte wel of niet op deze lijst staat, gelieve dit door te geven aan Annelies Dewanckel, secr. Zorgprogramma, Met dank, Annelies Secr. MOC 3 Historiek - multidisciplinair overleg 16/11/ verslag.pdf - multidisciplinair overleg 16/11/ uitnodiging.pdf - multidisciplinair overleg 16/06/ verslag.pdf - multdisciplinair overleg 16/06/ uitnodiging.doc - tekst handboek 15/12/ tekst handboek 3/5/ multidisciplinair overleg 3/5/2007 : verslag. - multidisciplinair overleg 15/12/2005 : verslag 4 Externe Links 1. Cancernet - lip en mondholte - orofarynx - larynx 2. NCCN (National Comprehensive Cancer Network)

3 Gratis registratie nodig om toegang te krijgen. Richtlijnen NCCN-Head and Neck 2. Website Belgische ORL vereniging nko.be 3. Voor patiënten patienteninformatie van het NKI-AVL te Amsterdam Nederlandse lotgenoten contactgroep nuttige andere links graag melden aan de webmaster 5 Hoofdhals diagnostiek mondholte en ORL regio Etiologische factoren: - alcohol, nicotine en vooral de combinatie - HPV virus infectie - Slechte mondhygiëne, irritatie door slecht passende protheses - UV straling (lip en huid) 1. Anamnese: mogelijke presenterende symptomen - zwelling in de hals? - pijn uitstralend naar de oren - heesheid, slikklachten - trismus 2. Uitwerking van een tumor in het hoofdhalsgebied. T- classificatie: - Volledig NKO- onderzoek Inspectie + palpatie tumorproces - nauwkeurige beschrijving van tumor en eventuele metastasen: een tekening van de klinische lokalisatie/uitgebreidheid meegegeven. Deze SJABLOON kan hiervoor gebruikt worden en meegegeven met dossier/patiënt. - biopt - Onderzoek onder narcose (bepaling infiltratie, uitbreiding, en screening tweede primaire tumoren biopt). - Aanvullende oesophagososcopie bij mondholte, oro- en hypopharynxtumorenen larynxtumoren - Afhankelijk van lokalisatie: OPG CT- scan/mri van de tumorregio N- classificatie: - Inspectie + palpatie van de hals - Cytologie van palpabele klieren - Echo hals + cytologie (FNAC) bij verdachte adenopathieën. - CT- scan/mri halsregio. - PET-CT is geen routineonderzoek, enkel op indicatie M- classificatie: - RX- thorax

4 - Echo- lever - Gericht andere beeldvormende diagnostiek - labo (algemeen oriënterend onderzoek met schildklierfunctie; voor H&N tumoren zijn er geen bruikbare tumormerkers) Referentie-artikel over dit onderwerp, ook op de website van nko.be terug te vinden: "Initial work-up in head-and-neck squamous cell carcinoma" 3. Onderzoek en sanering door tandtarts en rookstopadvies => zie topic "tandsanering" 5.1 Hoofdhals tandsanering Een optimale mondhygiene en de eliminatie van dentogene foci of potentiele dentogene foci dragen in een belangrijke mate bij aan de kwaliteit van leven na de behandeling. Een zorgvuldige dentale inventarisatie met een evaluatie van de toestand van de gebitselementen, het parodontium, de aanwezigheid van strategische gebitselementen, de gebitsprothese, de orale mucosa met onderliggend kaakbot is noodzakelijk. Ook het niveau van de mondhygiëne en de motivatie van de patiënt moet kritisch worden beoordeeld. Op basis van deze factoren, en een aantal maligniteit-gerelateerde risicofactoren, wordt besloten welke foci verwijderd dienen te worden. Voor de gebitselementen grenzend aan de maligniteit, zeker deze aan de tong, mondvloer en wangen, bestaat een sterke indicatie voor extractie om bijv de wondsluiting te vereenvoudigen, de preventie van cariës op plaatsen van maximale bestraling, en vermijden van traumatisatie van bestraalde weefsels met ulceratie. Belangrijk is dat men geen extracties zal uitvoeren in een tijdspanne van minder dan twee weken voor de start van de bestraling, gezien het grote risico op osteoradionecrose (ORN). Fluocaps : tekst door Dr. Kunz nog te versturen SAMENGEVAT: Mondholte: een focusonderzoek! - Tong en gingiva - Tanden; parodontium, periapicale regio, pathologische processen, pathologie in de regio - Onderzoek van restauraties - Onderzoek van prothetische voorziening - Processus alveolaris - RX-foto's: Orthopanthotomogram, occlusale opname, solo foto's - Indicaties tot tandextracties: Gebitselementen dicht bij de tumor. Molaren in het bestralingsveld. extracties uiterlijk 14 dagen voor start radiotherapie. 6 hoofdhals algemene inleiding 6.1 Indeling van de hals Niveau 1: submentale (Ia) (begrensd door voorste buiken van de musculi digastrici, kin en hyoïd) en submandibulaire (Ib) (begrensd door mandibula, hyoïd en de musculus digastricus) driehoek. Niveau II: lymfklieren rond het craniale 1/3 van de vena jugularis interna en de nervus accessorius gelegen. Begrensd door schedelbasis, het hyoïd (carotis- bifurcatie), achterrand van de musculus sternohyoïdeus en van de musculus sternocleidomastoïdeus. IIa: onder boven de N. accessorius, IIb: bovenonder de N. accessorius. Niveau III: dit gebied ligt onder regio II. De overige grenzen zijn: de musculus omohyoïdeus (of onderrand cricoïd) en de posterieure rand van de musculus sternocleidomastoïdeus.

5 Niveau IV: laag- jugulaire lymfklieren. Grenzen: musculus omohyoïdeus (of onderrand cricoïd), de musculus sterno- hyoïdeus, de clavicula en de achterrand van de musculus sternocleidomastoïdeus. Niveau V: klieren in de achterste halsdriehoek. Grenzen: de achterrand van de musculus sternocleidomastoïdeus, de musculus trapezius en de clavicula. In deze regio liggen dus de lymfklieren rond het caudale gedeelte van de nervus accessorius, rond de arteria transversa colli en de supraclaviculaire lymfklieren. VIIa: boven niveau cricoïd onderrand. VIIb: onder niveau cricoïd onderrand. Niveau VI: bevat de lymfklieren tussen hyoïd, jugulum en de mediale begrenzing van de carotisschede. 6.2 histologische types Plaveiselcelcarcinoom (meest frequent voorkomende type) Tumoren uitgaande van de speekselklieren Basocelulair carcinoom Melanoom Sarcoom Metastase van elders Maligne lymfomen Overige zeldzame tumoren

6 7 TNM Stagering Stadiëring volgens TNM- classificatie (UICC- 2002) T- classificatie: afhankelijk van de primaire tumor (larynx, pharynx, mondbodem,...) zie voor elke topografie NCI Cancer Database N- classificatie (niet voor schildklier of nasopharynx carcinomen): NO: geen klieren palpabel. N1: metastase in ipsilaterale solitaire klier kleiner of gelijk aan 3 cm. N2a: metastase in solitaire ipsilaterale klier groter van 3 cm, doch kleiner of gelijk aan 6cm. N2b: metastasen in multipele ipsilaterale klieren kleiner of gelijk aan 6 cm. N2c: metastasen in bilaterale of contralaterale lymfklieren kleiner of gelijk aan 6 cm. N3: metastase in een lymfklier groter dan 6 cm. M- classificatie: M0: geen aantoonbare metastasen op afstand. M1: metastasen op afstand. STAGE GROUPING T N M Stadium 0 Tis N0 M0 Stadium I T1 N0 M0 Stadium II T2 N0 M0 Stadium III T3 N0,N1 M0 Tx N1 M0 Stadium IV T4 N0,N1 M0 Tx N2,N3 M0 Tx Nx M1 8 Hoofdhalstumoren: algemene behandelingsprincipes De primaire, in opzet curatieve behandeling bestaat in principe, afhankelijk van de lokalisatie en grootte van het tumorproces, uit - primaire chirurgie - CO 2 laser behandeling - radiotherapie - chemotherapie - een combinatiebehandeling van deze modaliteiten Doel: een maximale oncologische behandeling + optimaal functiebehoud.

7 Andere behandelingsvormen zoals fotfodynamische therapie nemen vooralsnog geen vooraanstaande plaats in bij de protocollaire behandeling van hoofd- halstumoren. 8.1 Hoofdhals: inductiechemotherapie Bij inoperabele tumoren stadium III/IV (T3-4 en/of N+) bij fitte en jonge patiënten (PS WHO = 0 of 1, < 65 jaar ) Bij lokaal gevorderde tumoren (grote tumorbulk)is dit individueel te bespreken tot er meer gerandomiseerde gegevens beschikbaar zijn over de indicaties. * Behandelinssequentie - Preoperatief: 4 cycli chemotherapie TCF (taxotere 75 mg/m², cisplatinum 75 mg/m², 5FU 750 mg/m², om de drie weken x 4) (ref: Vermorken et al. N Eng J Med 2007; 357(17)). - Herevaluatie met overwegen indicatie nekdissectie. - Radiotherapie zonder gelijktijdige chemotherapie. - Herevaluatie met overwegen indicatie nekdissectie. 8.2 Hoofdhals concomittante chemoradiotherapie 1. Fitte patiënten: cisplatinum 40 mg/m²/week voor de duur van de radiotherapie. Een totaaldosis van > 200 mg/m² dient te worden nagestreefd. 2. Minder fitte / oudere patiënten: gezien terugbetalingsmodaliteiten opgesplitst in twee groepen: - mondboden tot en met nasopharynx: cisplatinum 25 mg/m²/w gedurende de gehele radiotherapie. - vanaf oropharynx tot meer distaal in ORL gebied (hypopharynx, larynx) : cetuximab, te starten 1 week voor de radiotherapie 400 mg/m², daarna wekelijks 250 mg/m² gedurende de gehele radiotherapie (maximum 7 x 250 mg/m²). Patiënt moet op de MOC worden voorgesteld om terugbetaling te bekomen! 8.3 Hoofdhals: indicaties halsevidement Indien een operabel klier(pakket) met diameter van meer dan 3 cm aanwezig is, dient voor eventuele radiotherapie een halsklierevidement te gebeuren. 8.4 Hoofdhals: indicaties postop radiotherapie Majeure indicaties: - Afhankelijk van lokalisatie en T- stadium (per tumorsoort apart vermeld).pt3-t4 - pn2-n3 (meer dan 1 klier positief) - Onvolledige of marginale resectie, positieve sectievlakken (indien technisch mogelijk ook reëxcisie overwegen). - Perineurale of vaso- invasieve groei. - Positieve klier met kapseldoorbraak - Extranodale tumorlocalisatie Relatieve indicaties: - Krappe sectievlakken ( 5 mm) - KapseldoorbraakPerineurale-, bloedvat- of lymfevatinvasie

8 Dit alles rekening houden met patiëntgerelateerde factoren zoals leeftijd, algemene toestand en levensverwachting Combinatie met chemotherapie: Postoperatieve radiotherapie standaard niet concomitant met chemotherapie, tenzij individueel af te wegen bij zeer grote kans op locaal recidief: bij pt3-4 of N1 bij patiënten in goede conditie (Performance Status WHO 0 of 1, jonger dan 70) als: - R1 (positief sectievlak. Definitie positief sectievlak? < 5 mm? nog te bespreken). - Kapseldoorbraak. - Individueel te bespreken bij bloed - en/of lymfevatinvasie Hoofdhals: indicaties salvage heelkunde Indien bij herevaluatie drie maand na afloop van de radiotherapie nog actieve tumor kan worden aangetoond, is er een indicatie voor salvage heelkunde. 8.6 Hoofdhals: behandeling locoregionaal recidief Bij recidief tumor in het gebied van de primaire tumor of de regionale klierstreken: - Na primaire chirurgie: Indien mogelijk reëxcisie gevolgd door radiotherapie. - Na primaire radiotherapie: Indien mogelijk chirurgie. - Na combinatiebehandeling: Individueel te beoordelen. Indien mogelijk reëxcisie, chemotherapie 8.7 Hoofdhals: behandeling van metastasen De therapeutische opties voor gemetastaseerde tumoren uit het hoofdhalsgebied zijn relatief beperkt: 1. Eerstelijns systemische therapie: Palliatieve chemotherapie cisplatinum / 5FU 2. Tweedelijns systemische therapie: methotrexaat lage dosis (bijv. 30 mg/m² wekelijks) 3. Palliatieve radiotherapie op symptomatische geïsoleerde lokalisaties 4. Behandeling in studieverband 9 Larynx 9.1 Begrenzing De craniale begrenzing is de epiglottisrand en caudaal de onderzijde van het cricoïd. Er worden drie gebieden onderscheiden: 1. Supraglottis: de laryngeale zijde en de linguale zijde en de vrije rand van de epiglottis, aryepiglottische plooi, arytheoïd, valse stembanden, infrahyoïdale deel van de epiglottis en sinus van Morgagni. 2. Glottis: (stembanden, voorste en achterste commissuur). 3. Subglottis: (0,5 cm vanaf de vrije rand van de stemband) tot onderste begrenzing van cricoïd. 9.2 Histologie Plaveiselcarcinoom (> 90%). Differentiatie met de relatief vaak voorkomende pre- maligne afwijkingen (lichte/matige/ernstige) dysplasie en hyperplasie. Bij andere histologie zoals het kleincellig anaplastisch carcinoom, speekselkliertumoren en sommige sarcomen moet de behandeling worden geïndividualiseerd. Bij tumoren van de larynx komen relatief frequent (15-40%) tweede primaire tumoren voor.

9 9.3 Anamnese 1. symptomen - Heesheid > 3 weken - Slikklachten > 6 weken - Oorpijn (uitstralend) - Stridor - Prikkelhoest - Foetor ex ore - Zwelling in de hals - Vermagering 2. risicofactoren - Roken - Alcohol 9.4 Diagnostiek 1. Indirecte laryngoscopie, volledig NKO- onderzoek en halspalpatie (+biopsie?) 2. Radiografie: - CT- scan hals - Echo- geleide punctie (FNAC) van N+ - Soms PET (in geval van verdenking recidief) - RX- thorax, CT- thorax (wanneer? Bij T3-4 of N+) - Stroboscopie - Echo abdomen (wanneer? Bij adenoca, T3-4, N+) 3. Directe laryngoscopie - Preferentieel excisionele (fotochirurgische) biopsie door middel van CO 2 laser voor diepe biopten. Ook panendoscopie andere lokalisaties (secundaire metachrone tumoren) met eventueel preventief plaatsen PEG-sonde. 4. Consult tandarts/stomatoloog indien radiotherapie. 9.5 Stagering TNM- classificatie Actuele en online staging informatie voor Larynxcarcinoma: Cancer.gov Vaststelling op grond van klinisch onderzoek, CT- scan en laryngoscopisch onderzoek. 9.6 Behandeling N0 (Kliernegatief) Supraglottis T is CO 2 laser. T1 CO 2 laser excisie of radiotherapie. T2 CO 2 laserresectie, radiotherapie of supraglottische horizontale laryngectomie (ook voor T1? Cfr nccn).

10 T3 Radio(chemo)therapie tenzij indicatie voor tracheotomie bestaat, dan totale laryngectomie + ipsilateraal selectief (II-IV) halsevidement. T4a wanneer niet door het kraakbeen en/of er weinig invasie is in de tongbasis; radiochemotherapie of heelkunde Totale laryngectomie in het geval van aanzienlijke extralaryngeale uitbreiding + ipsilateraal selectief (II-IV) halsevidement.. Glottis T is CO 2 laser of radiotherapie. T1 CO 2 laserbehandeling of radiotherapie. T2 CO 2 laserresectie of radiotherapie. T3 Radio(chemo)therapie tenzij indicatie tot tracheotomie bestaat, dan totale laryngectomie met halsevidement T4 Totale laryngectomie. met selectief (II-IV) halsevidement Of radiochemotherapie als inoperabel Subglottis T1 Radiotherapie. T2 Radiotherapie. T3 Radio(chemo)therapie tenzij indicatie tot tracheotomie bestaat dan totale laryngectomie. T4 Totale laryngectomie + ipsilateraal selectief halsevidement (II-IV) N+ (klierpositief) Zo mogelijk wordt de primaire tumor behandeld als bij N0. Supraglottis Indien primair radiotherapeutische behandeling: N1 Locoregionale radiotherapie. N2-3 Halsklierdissectie (niveaus II tem. V) met locoregionale radio(chemo)therapie. Indien primair chirurgisch behandeling: N1-2 a/b Ipsilaterale halsklierdissectie (niveaus II tem V). N2 c -3 Bilaterale (evt. 1 kant selectieve) nekdissectie (niveaus II tem V). Glottis en subglottis Indien primair chirurgische behandeling: Halsklierdissectie niveaus II tem V met postoperatieve radio(chemo)therapie. Indien primair radiotherapeutische behandeling: N1 Locoregionale radiotherapie. N2-3 Halsklierdissectie (niveaus II tem V) met locoregionale radio(chemo)therapie Recidief Na CO2 behandeling van het carcinoma kan bij een beperkt recidief deze herhaald worden of moet in geval van een uitgebreider recidief radiotherapie volgen. Na radiotherapie: indien mogelijk chirurgie (CO2 laserresectie, partiële laryngectomie, totale laryngectomie, halsklierdissectie). Zoniet indien mogelijk herbestralen of chemotherapie. Na chirurgie: zo mogelijk heroperatie met (palliatieve) radio- (chemo)therapie. Bij laryngectomie ook halsklierdissectie indien initieel N+, anders alleen selectief (II-IV). Eventueel chemotherapie.

11 10 Hypopharynx 10.1 Begrenzing De hypopharynx is dat deel van de pharynx dat craniaal begrensd is met het hyoïd en met als ondergrens het cricoïd. Er worden 3 gebieden onderscheiden: - Sinus piriformis - Postcricoïd regio - Hypopharynxachterwand 10.2 Histologie Meest plaveiselcel carcinoom. Bij tumoren van de hypopharynx komen relatief frequent (tot 40 %) secundaire tumoren voor in andere delen van de mond- keelholte, in de longen en in de oesophagus Diagnostiek zie "diagnostiek larynxtumoren" nb: Bij tumoren van de hypopharynx komen relatief frequent (tot 40 %) secundaire tumoren voor in andere delen van de mond- keelholte, in de longen en in de oesophagus Stagering TNM- classificatie Actuele en online staging informatie voor Hypopharynx carcinoma: Cancer.gov Vaststelling op grond van klinisch onderzoek, CT- scan en laryngoscopisch onderzoek Behandeling N0 en N+ - T1 Radiotherapie, (soms CO2 laser). Bij N1 ook radio(chemo)therapie hals. - T2-4 Radio(chemo)therapie. - T4 Met een afunctionele larynx/hypopharynx (blijvende tracheotomie): totale laryngo- pharyngectomie met ipsilaterale halsklierdissectie (niveaus II tem V) met reconstructie van de voedselweg met behulp van een pectoralis myocutane lap indien er onvoldoende slijmvlies overblijft om de pharynx primair te sluiten. Indien een totale pharyngectomie noodzakelijk is, kan de voedselweg worden gereconstrueerd met een gastric pull- up procedure of colon interpositie. Postoperatieve radio- (chemo)therapie. Bij inoperabele tumoren op basis van tumorproces en/of algemene gronden (leeftijd, algemene conditie) of bij weigeren operatie: radio(chemo)therapie Recidief Na radiotherapie (totale laryngectomie, halsklierdissectie). Na chirurgie en radiotherapie: meest palliatief, chemotherapie. Metastasen:meest palliatief, bvb. chemotherapie.

12 11 Mondholte en Oropharynx 11.1 Begrenzing De mondholte wordt aan de ventrale zijde begrensd door de lippen. De dorsale begrenzing wordt gevormd door een denkbeeldig vlak door het palatum molle, de voorste pharynxbogen en de tongbasis ter hoogte van de papillae circumvallatae. Tumoren van de huidgedeelten van boven en onderlip worden beschouwd als huidtumor. De oropharynx wordt aan de ventrale zijde begrensd door het denkbeeldige vlak door het palatum molle, de voorste pharynxbogen en de tongbasis ter hoogte van de papillae circumvallatae. Naar craniaal door de nasopharynx en naar dorsaal door de pharynx achterwand. Het caudale vlak loopt door de vallecula. Er worden 4 gebieden onderscheiden in de oropharynx: - Achterwand - Laterale wand (tonsil, tonsilloge, pharynxbogen) - Voorwand (tongbasis, vallecula) - Bovenwand 11.2 Diagnostiek 1. Volledig NKO- onderzoek. Inspectie + palpatie tumorproces. 2. Beeldvorming: OPG, MRI (of CT?), echo hals met punctie, RX thorax, routine lab. 3. Meestal onderzoek onder narcose (bepaling uitbreiding en screening tweede primaire tumor). 4. Consult tandarts Stagering TNM- classificatie Actuele en online staging informatie voor Mondholte en lipcarcinoma: Cancer.gov Actuele en online staging informatie voor oropharyngeaal carcinoma: Cancer.gov Vaststelling op grond van klinisch onderzoek, CT- scan en laryngoscopisch onderzoek Behandeling Mondholte Lipcarcinoom N0 - T1 < 1 cm: bij voorkeur chirurgie (wigexcisie) 1-2 cm: brachytherapie/radiotherapie. - T2 Brachytherapie/radiotherapie. Geen electieve behandeling van de hals. - T3-4 Chirurgische behandeling Electieve behandeling van de hals. (resectie? zone?) Indien inoperabel: chemoradiatie. N+ - De therapiekeuze is gekoppeld aan de behandelingskeuze van de primaire tumor. - Chirurgische therapie van de primaire tumor: halsklierdissectie bij suspecte klieren. - Radiotherapie van de primaire tumor: locoregionale radiotherapie..

13 Wangcarcinoom N0 - T1-2 Lokale resectie (evt. door CO2 laser) of radiotherapie of brachytherapie. - T3-4 Chirurgie met zo nodig marginale of segmentale resectie mandibula/maxillectomie. Electieve halsklierdissectie (I-III). Chemoradiatie indien inoperabel. N+ Resectie primaire tumor en halsklieren (niveau I tem V).. Palatum durum carcinoom N0 - T1-T2 Uitwendige radiotherapie of heelkunde - T3-T4 Bovenkaakresectie (partiële of totale) met afsluitende tandheelkundige klos in dezelfde zitting, indien operabel. Indien niet chemoradiatie. N+ - Resectie van primaire tumor en halsklieren niveau I tem V Oropharynx Tonsilcarcinoom N0 - T1-2 Locoregionale radiotherapie of HK. - T3-4 Locoregionale chirurgie (commandoprocedure), waarbij de behandeling van de hals kan variëren van een selectieve halsklierdissectie bijvoorbeeld niveaus I tem IV (anterolateraal) tot (gemodificeerd) radicale nekdissectie. Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie. N+ - T1-2 locoregionale radio(chemo)therapie;. - T3-4 Locoregionale chirurgie (commandoprocedure) met halsevidement). Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie Palatum molle carcinoom N0 - T1 Locoregionale radiotherapie in combinatie met brachytherapie (als boost). bij T is /T1: CO 2 laser. - T2 Locoregionale radiotherapie of heelkunde. - T3-4 Locoregionale chirurgie (commandoprocedure), waarbij de behandeling van de hals kan variëren van een selectieve halsklierdissectie bijvoorbeeld niveaus I tem IV (anterolateraal) tem (gemodificeerde) radicale nekdissectie. Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie. (voorkeur ) N+ - T1-2 locoregionale radio(chemo)therapie. - T3-4 Locoregionale chirurgie. Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie Tongbasis tumoren N0 - T1-2 Locoregionale radiotherapie.

14 - T3-4 Locoregionale chirurgie (commandoprocedure), waarbij de behandeling van de hals kan variëren van een selectieve halsklierdissectie bijvoorbeeld niveaus I tem IV (anterolateraal) tem (gemodificeerde) radicale nekdissectie. Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie. N+ -T1-2 N2-3 locoregionale radiotherapie na nekdissectie (I tem V). N1 locoregionale radiotherapie. - T3-4 Locoregionale chirurgie (commandoprocedure) met postoperatieve radio- (chemo)therapie. Indien (functioneel) inoperabel: chemoradiatie. Pharynxachterwand tumoren N0 - T1-2 Radiotherapie. Bij Tis/T1: evt. CO2 laser. - T3-4 Meestal functioneel inoperabel: chemoradiatie. N+ - Bij T1-2/N2-3 oropharynxcarcinomen eventueel eerst halsklierdissectie niveaus I tem V gevolgd door locoregionale radio- (chemo)therapie. -T3-4 Meestal functioneel inoperabel: chemoradiatie. 12 Nasopharynx 12.1 Begrenzing De nasopharynx wordt gevormd door dat gedeelte van de pharynx dat zich uitbreidt van het niveau van het palatum molle tot de schedelbasis en dat aan de voorzijde begrensd wordt door de choanae, aan de onderzijde door het palatum molle, aan de zijkant door de laterale pharynxwand en aan de achterzijde door de achterste pharynxwand. Er worden drie gebieden onderscheiden: - Dak en achterwand. - Laterale wand (fossa van Rosenmüller) - Onderwand (dorsale zijde van palatum molle) 12.2 Histologie - Ongedifferentieerd carcinoom van het nasopharyngeale type (WHO 3). - Plaveiselcelcarcinoom (WHO 1 en 2). - Maligne lymfomen 12.3 Anamnese - Neusverstopping. - Afscheiding uit de neus. - Epistaxis. - Unilaterale slechthorendheid (otitis serosa). - Pijn. - Zwelling (vaak zijn zwellingen aan de hals door metastasen eerder waarneembaar dan zwellingen door de primaire tumor). - Craniale zenuwuitval (met name niveaus V en VI). - Foetor ex ore. - Spraakvermindering. - Trismus.

15 - Ras (Chinees, Noord- Afrikaans). - Geboorteplaats en/of streek waar jeugd is doorgebracht (waar EBV virus endemisch is) Diagnostiek - Nauwkeurige beschrijving van tumor en eventuele metastasen. - Tumoruitbreiding aangeven op schema. - Endoscopisch onderzoek door middel van nasopharynx- optieken. - Otoscopie. - Beoordeling functie hersenzenuwen. - Epstein Barr virus serologie. - Biopsie onder algehele narcose. - Radiologie: CT/MRI- scan. Echo hals + punctie (FNAC). RX- thorax. Uitgebreidere stagering (NCCN richtlijnen): thorax, lever, bot staging indien N2-3 of performance status WHO Stagering TNM- classificatie Actuele en online staging informatie voor Nasopharynx carcinoma: Cancer.gov Vaststelling op grond van klinisch onderzoek, CT- scan en laryngoscopisch onderzoek Behandeling Primaire Tumor - T1-2N0 Locoregionale radiotherapie inclusief hals (niveaus I tem. V beiderzijds). - T3-4N0-3 Locoregionale radiotherapie, in combinatie met chemotherapie. (cisplatinum ) Bij onvoldoende regressie van de kliermetastase(n) 6-8 weken na radiotherapie en complete remissie van primaire tumor, indien mogelijk halsklierdissectie. - M1: Chemotherapie, zo complete remissie: RT primaire tumor + hals (NCCN) Recidief Er is geen standaard behandeling. Eventueel chemotherapie, halsevidement. 13 Neus en sinussen 13.1 Begrenzing Onder de neus en sinussen wordt de bekleding van het inwendige van de neus en de sinussen verstaan. Aan de achterzijde gaat het slijmvlies ter hoogte van de choanae over in dat van de nasopharynx 13.2 Histologie - Plaveiselcelcarcinoom. - Adenocarcinoom in België meest voorkomend (meubelindustrie).

16 - Adenoïd cystic carcinoom. - Melanoom. - Maligne lymfomen 13.3 Anamnese 1. Symptomen - Neusverstopping. - Rhinorea. - Unilaterale slechthorendheid (otitis serosa). - Pijn. - Foetor. - Spraakverandering. 2. Risicofactoren Contact met hardhout, leer en zware metalen Diagnostiek - Nauwkeurige beschrijving van tumor en eventuele metastasen. - Tumoruitbreiding aangegeven op schema, eventueel klinische foto. - Endoscopisch onderzoek met behulp van optieken. - Beoordeling orbita en functie hersenzenuwen. - Beoordeling palatum. - Bioptie: tangbiopt van endonasaal letsel zonder anaesthesie meestal mogelijk. - Röntgendiagnostiek: CT-scan. MRI-scan. RX-thorax Stagering TNM- classificatie Vaststelling op grond van klinisch onderzoek, CT- scan en laryngoscopisch onderzoek. Sinus ethmoïdalis tumoren - T1 Tumor beperkt tot het ethmoïd met of zonder boterosie. - T2 Tumor breidt uit tot de nasale caviteit. - T3 Tumor breidt uit naar anterieure orbita, en/of maxillaire sinus. - T4 Tumor met intracraniële uitbreiding, orbitale uitbreiding met aantasting van de apex, aantasting van het sfenoïd, en/of frontale sinus en/of huid van de uitwendige neus. Sinus maxillaris tumoren - Tis Pre- invasief carcinoom = carcinoma in situ. - T1 Tumor beperkt tot de mucosa van het antrum zonder erosie of destructie van bot. - T2 Tumor met erosie of destructie van de infrastructuur inclusief palatum durum en/of de middelste neusgang. - T3 Tumor met uitbreiding in de volgende structuren: huid van de wang, achterwand van sinus maxillaris, bodem of mediale wand van de orbita, voorste deel van sinus ethmoïdalis. - T4 Tumor met uitbreiding in de orbita inhoud en/of de volgende structuren: lamina cribosa, achterste deel sinus sphenoïdalis, nasopharynx, palatum molle, fossa pterygomaxillaris of fossa temporalis, schedelbasis.

17 Vestibulum nasi tumoren (TNM- classificatie volgens plaveiselcelcarcinoom van de huid) - T1 Tumor < 2 cm in grootste diameter, oppervlakkig of exophytisch groeiend. - T2 Tumor > 2 cm maar < 5 cm in grootste diameter of minimale infiltratie van de huid, ongeacht de grootte. - T3 Tumor > 5 cm of diepe infiltratie van de huid, ongeacht de grootte. - T4 Tumor met ingroei in kaakbeen, spier of bot. N- en M- classificatie: Zie inleiding Behandeling N0 (Kliernegatief) Neusbijholten tumoren Combinatie radiotherapie chirurgie. Volgorde individueel te overleggen (meestal eerst chirurgie). Verschillende type operaties al naargelang de uitbreiding: 1. Tumoren uitgaande van de sinus maxillaris: maxilectomie. Deze wordt gevolgd door een klos of prothese. 2. Tumoren waarbij uitbreiding aanwezig is in de ethmoïden. Hierbij wordt via een benadering volgens laterale rhinotomie, Denker procedure of facial degloving de tumor verwijderd, tenzij duidelijk aantasting van de schedelbasis met intracraniële uitbreiding bestaat. 3. Cranio- faciale resectie met medeneming van de orbita is soms geïndiceerd bij uitbreiding in schedelbasis of orbita. 4. Endoscopische resectie in geselecteerde gevallen, wat de postoperatieve morbiditeit belangrijk vermindert. Bij adenocarcinomen wanneer de operatie niet curatief is of bij recidief wordt de operatieholte middel 5-FU oplossing en tetracycline gazen, volgens Sato, nabehandeld. Postoperatief gedurende 4 weken: 2 maal per week necrotomie + appliceren 5- FU oplossing en tetracyclinegazen. Na 2-3 maanden: inspectie operatieholte in narcose. Vestibulum Nasi Tumoren - T1 Brachytherapie, externe radiotherapie. - T2-4 Uitwendige radiotherapie. Geen electieve behandeling van de hals. Wel nauwgezette stagering en follow up. Chirurgie voor recidieven N+ (klierpositief) In principe identieke behandeling van de primaire tumor als bij N0 tumoren. Behandeling van de hals Neusbijholte tumoren Halsklierdissectie niveaus I tem V aan aangedane zijde. Bij inoperabele halsklieren: chemoradiatie. Postoperatieve radiotherapie van de hals: zie inleiding.

18 Vestibulum nasi carcinoma Halsklierdissectie niveaus I tem V plus parotidectomie. Neusbijholten tumoren - Bij adenocarcinoom: herhalen debulking met 5- FU of RxT. - Radiotherapie na chirurgie. - Chirurgie na radiotherapie. - Chirurgie (meerstal palliatieve debulking) na radiotherapie. Eventueel cytostatische therapie lokaal (5- FU) of systematisch bij voorkeur in onderzoeksverband. - Cranio- faciale resectie. Vestibulum nasi tumoren Chirurgie na radiotherapie, indien mogelijk. Eventueel met partiële maxillectomie Recidief 14 Speekselklieren 14.1 Begrenzing Speekselklier tumoren komen voor in de glandula parotis, submandibularis, sublingualis en de kleine mucosale speekselklieren in mondholte en pharynx. Speekselklierweefsel is het weefsel met het grootste aantal histologische tumordiagnosen. Derhalve wordt in deze richtlijn niet specifiek op iedere diagnose ingegaan 14.2 Histologie Een algemene regel is dat hoe kleiner de speekselklier waar de tumor van uitgaat hoe groter de kans op maligniteit. Parotis tumoren zijn in 80% beninge, glandula submandibularis tumoren in 50% terwijl 80% van de overige speekselkliertumoren maligne zijn. 1. Adenomas: - Pleiomorf adenoma (gemengd gezwel). Meest voorkomende benigne tumor van de parotis (70-80%), meestal in de oppervlakkige kwab. (parotis: submandibularis: sublingualis = 10 : 10 : 1). Heeft een langzaam progressief verloop en kan (10%) maligne ontaarden. Kom op alle leeftijden voor, met een piek tussen de 40 à 60 jaar. Multipele lokalisaties komen vrijwel uitsluitend bij een recidief voor. Na adequate chirurgische resectie treken lokale recidieven bij 1-4% op, vaak pas na 10 tot 20 jaar. Vrij groot gevaar voor ent- metastasen bij tumor spilling. Metastasen zijn beschreven, doch zeer zeldzaam. Maligne ontaarding (carcinoom ex pleiomorf adenoom) is zeldzaam en komt vaker voor als de tumor langer bestaat (10% bij > 15 jaar). - Myoepithelioom. - Basaal cel adenoom. - Whartin (adenolymfoom). Tweede meest voorkomende benigne tumor van de parotis (5-10%). Zeldzaam in de andere lokalisaties. Komt vooral bij mannen voor. Heeft een langzaam progressief verloop doch kan, door infectie, plots in grootte toenemen. In 10-15% zijn multipele lokalisaties aanwezig (in ipsi/contra laterale parotis). Maligne ontaarding komt vrijwel niet voor. Lokale recidieven zijn zeldzaam na adequate excisie. - Oncocytoom.

19 - Zeldzaam: Canaliculair adenoom, Sebaceous adenoom, Ductaal papilloom, Inve? Papilloom, Intraductaal papilloom, Sialadenoma papilliferum, Cystadenoma, Papi? Cystadenoma, Mucinous cystadenoma. 2. Carcinomas - Acinic cel carcinoom. Komt vooral voor in de parotis, soms bilateraal. Deze tumoren kunnen metastaseren (16-19%) soms pas na vele jaren. Maar er is vooral een kans op lokaal recidief. Dit laatste soms met een interval van 30 jaar. Er worden meerdere celtypen en groeipatronen onderscheiden die geen prognostisch belang hebben. Het stadium is van prognostisch belang. - Mucoepidermoïd carcinoom. Meest voorkomende maligne tumor. Er zijn meerdere graderingssystemen om binnen deze tumoren hooggradige en laaggradige tumoren te onderscheiden. Gradering van Mucoepidermoïd carcinomen zegt alleen iets over de tumoren uitgaande van de parotis. Mucoepidermoïd carcinomen van de kleine speekselklieren moeten altijd als hooggradig beschouwd worden. Overheersen van mucineuze cellen of > 10% cysten wijzen in de parotis op lage tumor graad (lage graad: 6-12% recidief en geen metastasen vs hoge graad: recidief 50%, metastasen 70-80%). De stagering en radicaliteit van de operatie is ook bepalend voor lokale recidivering en prognose. - Adenoïd cystic carcinoom. Komt vooral voor in de parotis, soms bilateraal. Deze tumoren kunnen metastaseren (16-19%) soms pas na vele jaren. Maar er is vooral een kans op lokaal recidief. Dit laatste soms met een interval van 30 jaar. Er worden meerdere celtypen en groeipatronen onderscheiden die geen prognostisch belang hebben. Het stadium is van prognostisch belang. Adenoïd cystic carcinoom Er zijn drie typen van groeiwijzen (glandulair, tubulair en solide) met neiging tot infiltratieve perineurale groei en een slechte begrenzing. Met name de adenoïd cystic carcinomen met een solide groeiwijze hebben een ongunstiger klinisch beloop. Het beloop is meestal langzaam progressief en hoewel locoregionale controle vaak mogelijk is, metastaseren 30-50% van deze tumoren op de lange duur, zelfs na vele jaren, naar longen en bot. Het tumor stadium en de radicaliteit van de operatie zijn prognose bepalend. - Polymorf low- grade adenocarcinoom (Terminale duct adenocarcinoom). - Carcinoom-ex-pleiomorf carcinoom. - Epitheliaal-myoepitheliaal carcinoom. - Basaalcel adenocarcinoom. - Zeldzaam: Sebaceous carcinoom, Papillair cystadenocarcinoom, Mucineus adenocarcinoom, Oncocytisch adenocarcinoom, Salivary duct adenocarcinoom, Adenocarcinoom, Maligne Myoepithelioom, Plaveiselcel carcinoom, Kleincellig Ongedifferentieerd carcinoom. Overige carcinomen 3. Lymfomen Dit kunnen zowel lokalisaties van de ziekte van Hodgkin (15%) als van een non- Hodgkin lymfoom (85%) betreffen. Patiënten met de ziekte van Sjogren hebben een hogere kans op een NHL van de parotis (40x). 4. Niet- epitheliale tumoren: sarcomen, fibromen e.d. 5. Metastasen van tumoren buiten de speekselklieren. 6. Niet- neoplastische zwellingen: Cystische lymfoïde hyperplasie (AIDS), cysten, necrotiserende sialometaplasie, oncocytosis, sialoadenosis, chronische scleroserende sialoadenitis Diagnostiek 1. Klinisch verloop Benigne tumoren hebben vrijwel altijd een langzaam progressief verloop van een zwelling zonder bijkomende klachten. Zelden is sprake van een snelle progressie (Warthin). Bij een ligging in de diepe kwab is de tumor vaak minder mobiel en/of is een parapharyngeale zwelling zichtbaar. Maligne tumoren kunnen eveneens langzaam progressief zijn en klinisch niet te onderscheiden van een benigne proces. Snelle groei (NHL), fixatie van de

20 tumor, pijn, parese/paralyse van de nervus facialis, ulceratie en/of verdachte klieren in de hals zijn suggestief voor een maligniteit. 2. Cytologisch onderzoek Het cytologisch onderzoek dient ter uitsluiting van laesies die niet chirurgisch behandeld hoeven te worden zoals een reactieve klier, infectie, lymfoom of metastase. Tevens is het onderscheid benigne maligne speekselklier tumor van groot belang. De accuraatheid van cytologisch onderzoek voor dit onderscheid ligt rond de 80-90%. Bij een kleine of cysteuze laesie kan echogeleid (FNAC) een meer betrouwbare aspiratie worden verricht. In een groot aantal gevallen kan cytologisch het precieze tumor type worden herken. 3. Beeldvorming De indicaties van MRI en CT zijn: - Maligne tumor: onderzoek naar lymfklier metastasen - Cytologisch bevestigde maligne tumor. - Vermoeden van diepe lob tumor (minder mobiel, parapharyngeale zwelling). - Recidief of residu na eerdere excisie. 4. Histologisch onderzoek Wanneer er cytologisch sprake is van een maligne tumor (en geen metastase) is een chirurgische resectie vrijwel altijd nodig. Bij een lymfoom om de exacte classificatie mogelijk te maken, bij andere primaire tumoren als onderdeel van de behandeling. Omdat er bij benigne tumoren meestal onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de diagnose, deze tumoren langzaam progressief zijn en bovendien kunnen ontaarden is ook hier een chirurgische resectie meestal aangewezen. Een true- cut biopt levert frequent te weinig materiaal om een NHL te classificeren en heeft risico op ent- metastasen bij een carcinoom en pleiomorf adenoma. Een open biopt heeft een groter risico op kwetsen van de N. facialis en tumor spilling en is derhalve gecontraïndiceerd (uitzondering: ulcererende tumoren). Zowel voor het verkrijgen van histologisch materiaal al voor therapie is een (partiële) oppervlakkige of totale parotidectomie geïndiceerd Stagering TNM classificatie (AJCC 2002) T1 Tumor < 2 cm diameter. T2 Tumor > 2 cm en < 4 cm diameter. T3 Tumor > 4 cm en < 6 cm diameter (zonder facialisuitval). T4 Tumor > 6 cm diameter of invasie in de schedelbasis of aantasting van de facialis. LET OP! Alle T- categorieën worden onderverdeeld in: Ta : Geen lokale uitbreiding. Tb :Met aanwijzingen voor lokale uitbreiding. Onder lokale uitbreiding wordt verstaan klinische of macroscopische aanwijzing voor tumoruitbreiding in de huid, weke delen, botten en/of zenuwen. Microscopische aanwijzing alleen geldt voor deze classificatie niet als lokale uitbreiding 14.5 Behandeling Benigne tumoren Indien klinisch onderzoek en cytologie op een benigne tumor wijzen - (partiële) oppervlakkige parotidectomie voor oppervlakkig gelegen parotis tumoren - totale parotidectomie met sparen N. facialis voor diepe tumoren.

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het carcinoom van de neusholte, neusbijholten en het vestibulum nasi

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het carcinoom van de neusholte, neusbijholten en het vestibulum nasi XII Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het carcinoom van de neusholte, neusbijholten en het vestibulum nasi naar Algemeen 568 Epidemiologie 568 1. Screening 568 2. Diagnostiek 568 2.1 Anamnese

Nadere informatie

Hoofd hals tumoren. Richtlijnen voor gestandaardiseerde behandeling en follow-up

Hoofd hals tumoren. Richtlijnen voor gestandaardiseerde behandeling en follow-up Hoofd hals tumoren Richtlijnen voor gestandaardiseerde behandeling en follow-up Deelnemende centra: Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA), AZ Monica, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA), AZ Sint Maarten

Nadere informatie

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx IX Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de hypopharynx naar Algemeen 552 Epidemiologie 552 1. Screening 552 2. Diagnostiek 552 2.1 Anamnese 552 2.2 Fysische diagnostiek

Nadere informatie

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary VII Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van een onbekende primaire tumor in het hoofd-halsgebied: Unknown Primary naar Algemeen 538 Epidemiologie 538 1. Screening 538 2. Diagnostiek 538 2.1 Anamnese

Nadere informatie

Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek

Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek Hoofd-hals kanker epidemiologie, etiologie, symptomatologie en diagnostiek M. Lacko KNO-arts/Hoofd-hals oncoloog Oncologie symposium, Maastricht 21 mei 2015 Indeling presentatie 1. Incidentie en epidemiologie

Nadere informatie

Larynxcarcinoma 10/03/2013. Heesheid en vroegdiagnostiek bij middel van narrow band imaging (NBI) en orgaansparende heelkunde bij larynxcarcinoma

Larynxcarcinoma 10/03/2013. Heesheid en vroegdiagnostiek bij middel van narrow band imaging (NBI) en orgaansparende heelkunde bij larynxcarcinoma 1 Heesheid en vroegdiagnostiek bij middel van narrow band imaging (NBI) en orgaansparende heelkunde bij larynxcarcinoma Prof. Dr. Olivier Vanderveken Dienst NKO, Hoofd en Halsheelkunde UZA Faculteit Geneeskunde

Nadere informatie

Head and neck orofarynxcarcinomen formulier voor registratie nieuwe diagnose

Head and neck orofarynxcarcinomen formulier voor registratie nieuwe diagnose Head and neck: orofarynxcarcinoomregistratieformulier (nieuwe diagnose) 1/7 08/10/2012 Head and neck orofarynxcarcinomen formulier voor registratie nieuwe diagnose Alle variabelen zijn verplicht in te

Nadere informatie

SAMENVATTING RICHTLIJN MONDHOLTE- EN OROFARYNXCARCINOOM

SAMENVATTING RICHTLIJN MONDHOLTE- EN OROFARYNXCARCINOOM SAMENVATTING RICHTLIJN MONDHOLTE- EN OROFARYNXCARCINOOM N.B. De diagnostiek en behandeling van mondholte- en orofarynx-carcinomen is dusdanig complex, dat deze samenvatting zeer beknopt is en niet zonder

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

Het larynxcarcinoma. dr. M. Degroote

Het larynxcarcinoma. dr. M. Degroote Het larynxcarcinoma dr. M. Degroote Larynx of strottenhoofd Orgaan in de hals betrokken bij De ademhaling De bescherming van de luchtpijp Maken van geluid Bestaat uit kraakbeen delen verbonden met pezen

Nadere informatie

Een melanoom, wat nu?

Een melanoom, wat nu? Een melanoom, wat nu? Aanvullende diagnostiek Is er op gericht om aan te tonen dat er sprake is van gelokaliseerde ziekte Gelokaliseerde ziekte = een primair melanoom met ten hoogste satelliet-, intransit-

Nadere informatie

Richtlijn classificatie halsklierdissecties

Richtlijn classificatie halsklierdissecties VI Richtlijn classificatie halsklierdissecties naar Inleiding 532 1. Uitgangspunten 532 2. Omschrijving groepen lymfklieren 532 3. Classificatie halsklierdissecties 534 3.1 Radicale halsklierdissectie

Nadere informatie

Plaveiselcelcarcinoom

Plaveiselcelcarcinoom Plaveiselcelcarcinoom 19 197 Plaveiselcelcarcinoom Dr. G.A.M. Krekels, drs. R.J. Borgonjen De richtlijn dateert uit 2010. De tekst van de samenvatting is niet gewijzigd. Wel is een nieuwe flowchart toegevoegd.

Nadere informatie

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van tumoren van de grote speekselklieren

Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van tumoren van de grote speekselklieren XV Richtlijn voor diagnostiek en behandeling van tumoren van de grote speekselklieren naar Algemeen 610 Epidemiologie 610 Etiologie 610 1. Screening 610 2. Diagnostiek 2.1 Klinisch beeld en symptomatologie

Nadere informatie

Zwelling in de hals Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant

Zwelling in de hals Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant Doelstellingen Doelstellingen Zwelling in de hals Regionale Transmurale Afspraak Zwelling Zuidoost in de Brabant hals Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant Afstemming van beleid rond diagnostiek

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 1 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 2 1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK Tabel 1: Invasieve borstkanker en ductaal carcinoma in situ

Nadere informatie

7.3.2. Baarmoedercarcinoom

7.3.2. Baarmoedercarcinoom 7.3.2. Baarmoedercarcinoom 1 Stadiëring 1.1 TNM-classificatie (7 th edition, 2009) Tx T0 Tis T1 T1a T1b T2 T3a T3b T4 Nx N0 N1 N2 M0 M1 Primaire tumor kan niet beoordeeld worden Geen evidentie voor primaire

Nadere informatie

Hoofd- en halsheelkunde EVOLUTIES IN HOOFD- EN HALSHEELKUNDE. Breed operatiegebied. Nasofarynx, orofarynx en hypofarynx

Hoofd- en halsheelkunde EVOLUTIES IN HOOFD- EN HALSHEELKUNDE. Breed operatiegebied. Nasofarynx, orofarynx en hypofarynx Hoofd- en halsheelkunde EVOLUTIES IN HOOFD- EN HALSHEELKUNDE Dr. Chr. Vanclooster Diensthoofd NKO-Hoofd-en Halschirurgie AZ Sint-Lucas Consulent Hoofd- en Halschirurgie UZ Leuven Brede regionale heelkundige

Nadere informatie

Fotodynamische therapie

Fotodynamische therapie Fotodynamische therapie 1 Verleden heden toekomst Spreker: Mw. H. (Hannah) Tefsen (MANP) Verpleegkundig specialist Hoofd-hals Oncologie 5 juni 2014 2 Inhoud Doel Incidentie kanker Hoofd-hals kanker Verleden:

Nadere informatie

BASISPRINCIPES VAN KANKER

BASISPRINCIPES VAN KANKER BASISPRINCIPES VAN KANKER Prof.dr. D.J. Ruiter Afdeling Pathologie Cursus Introductie in de Fundamentele en Klinische Oncologie HET BEGRIP KANKER? a.alle gezwelgroei b.alle kwaadaardige gezwelgroei c.alle

Nadere informatie

Anuscarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1. Datum Goedkeuring: 27-08-2003 Methodiek: Consensus based Verantwoording: LW GE-tumoren

Anuscarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1. Datum Goedkeuring: 27-08-2003 Methodiek: Consensus based Verantwoording: LW GE-tumoren Anuscarcinoom Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Datum Goedkeuring: 27-08-2003 Methodiek: Consensus based Verantwoording: LW GE-tumoren Inhoudsopgave Algemeen...1 Screening...2 Diagnostiek...3 Medisch technisch...3

Nadere informatie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Annemie Rutten Medische Oncologie AZ St. Augustinus Maligne melanoma 10% van alle huidkankers, maar meest agressieve. Incidentie van maligne melanoma neemt

Nadere informatie

Chirurgische behandeling van het larynxcarcinoom

Chirurgische behandeling van het larynxcarcinoom Chirurgische behandeling van het larynxcarcinoom Hoofd-Hals oncologie symposium 21 mei 2015 Maarten Borgemeester AIOS KNO 2 Larynx of strottenhoofd Orgaan in de hals betrokken bij De ademhaling De bescherming

Nadere informatie

9 e Post-O.N.S. Meeting. Head and Neck Cancer. Jan Ouwerkerk Research Coördinator Oncologie Leids Universitair Medisch Centrum

9 e Post-O.N.S. Meeting. Head and Neck Cancer. Jan Ouwerkerk Research Coördinator Oncologie Leids Universitair Medisch Centrum 9 e Post-O.N.S. Meeting Head and Neck Cancer Jan Ouwerkerk Research Coördinator Oncologie Leids Universitair Medisch Centrum Hoofd- halskanker mondholte mondkeelholte keel strottenhoofd 2 Oncologie Wereldwijd

Nadere informatie

lipcarcinoom 4/100.000 per jaar mondcarcinoom 3/100.000 per jaar dubbeltumoren zijn er in 15%

lipcarcinoom 4/100.000 per jaar mondcarcinoom 3/100.000 per jaar dubbeltumoren zijn er in 15% 1 Het plaveiselcelcarcinoma van de mondholte: - Bespreek de relatieve frequentie ervan t.a.v. van de overige kwaadaardige tumoren in de mondholte - Geef de oorzakelijke factoren aan - Welke zijn de premaligne

Nadere informatie

Richtlijnen behandeling hoofd- en halstumoren AZ Sint-Lucas

Richtlijnen behandeling hoofd- en halstumoren AZ Sint-Lucas Richtlijnen behandeling hoofd- en halstumoren AZ Sint-Lucas I. Algemeen A. Aanpak van de hals B. Indicaties voor post-operatieve radio(chemo)therapie C. (Para)medische voorbereiding bij de radiotherapie

Nadere informatie

Kanker in het Hoofd-Halsgebied

Kanker in het Hoofd-Halsgebied Inleiding Kwaadaardige gezwellen (=tumoren) die zich voordoen binnen het werkgebied van de kaakchirurg worden gerekend tot de zogenaamde hoofd- halstumoren. Kwaadaardige gezwellen in het hoofd- halsgebied

Nadere informatie

Factsheet NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

Factsheet NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Factsheet NABON Breast Cancer Audit () [1.0.; 15-09-] Registratie gestart: 2011 Als algemene voorwaarde voor het meenemen van een patiënt in de berekening van de kwaliteitsindicatoren is gesteld dat ten

Nadere informatie

Behandelingsstrategie bij het Bronchuscarcinoma. Dr. Alida Vaes Pneumologie A.Z. St.-Dimpna Geel / H. Hartziekenhuis Mol

Behandelingsstrategie bij het Bronchuscarcinoma. Dr. Alida Vaes Pneumologie A.Z. St.-Dimpna Geel / H. Hartziekenhuis Mol 1 Behandelingsstrategie bij het Bronchuscarcinoma Dr. Alida Vaes Pneumologie A.Z. St.-Dimpna Geel / H. Hartziekenhuis Mol 2 Type tumor APO Niet kleincellig longcarcinoom(nsclc) Kleincellig longcarcinoom

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015

HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015 HOVON-Hematologie scholingsdag donderdag 1 okt 2015 Josée Zijlstra VUMC www.hematologie.nl/ j.zijlstra@vumc.nl Thomas Hodgkin 1798-1866 Hodgkin lymfoom Diagnostiek Pathologie Epidemiologie Symptomen Beeldvorming

Nadere informatie

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA)

Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Dutch Lung Surgery Audit (DLSA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NABON Breast Cancer Audit (NBCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De ontsluiting

Nadere informatie

Galblaascarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1

Galblaascarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Galblaascarcinoom Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Datum Goedkeuring: 10-05-2004 Methodiek: Consensus based Verantwoording: Landelijke werkgroep GI-tumoren Inhoudsopgave Algemeen...1 Screening...2 Diagnostiek...3

Nadere informatie

Echografie + biopsie

Echografie + biopsie Proces Chirurg/verpleegkundige anamnese en lichamelijk onderzoek Mammacare verpleegkundige geeft uitleg over de gang van zaken en begeleidt Mammografie/ echografie en zo nodig direct echogeleid histologisch

Nadere informatie

Cervixcarcinoom. PROTOCOL Centrum Gynaecologische Oncologie Amsterdam RICHTLIJNEN VOOR ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN MALIGNE TUMOREN VAN DE CERVIX

Cervixcarcinoom. PROTOCOL Centrum Gynaecologische Oncologie Amsterdam RICHTLIJNEN VOOR ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN MALIGNE TUMOREN VAN DE CERVIX PROTOCOL Centrum Gynaecologische Oncologie Amsterdam Cervixcarcinoom RICHTLIJNEN VOOR ONDERZOEK EN BEHANDELING VAN MALIGNE TUMOREN VAN DE CERVIX CGOA protocol cervixcarcinoom Pagina 1 Inhoud Inleiding...3

Nadere informatie

Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden

Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden Nederlandse introductie en samenvatting voor niet-ingewijden 157 Introductie In de Westerse wereld is het aantal mensen dat slokdarmkanker krijgt de laatste jaren sterk toegenomen. In 1989 werd de diagnose

Nadere informatie

Palveiselcelcarcinomen in Fanconi anemia

Palveiselcelcarcinomen in Fanconi anemia Palveiselcelcarcinomen in Fanconi anemia A G P100 B M E F C ub L P24 I D2 UBE2T USP1 ub I ub D2 BRCA1 D1/BRCA2 N/PALB2 J/BRIP1 BRCA1 FA core complex (upstream) downstream Courtesy Johan de Winter and Hans

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 101 Chapter 7 SAMENVATTING Maligne tumoren van de larynx en hypopharynx ( keelkanker ) zijn de zesde meest voorkomende type kankers van het hele lichaam, en de meest voorkomende

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NBCA 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015]

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NBCA 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05-11- 2015] Factsheet en NABON Breast Cancer Audit () 2015 [2015.3.ZIN besluit verwerkt; 05112015] Inclusiecriteria Nabon Breast Cancer Audit Inclusie Alle primaire invasieve mammacarcinomen volgens de WHO classificatie

Nadere informatie

Basisbegrippen Oncologie

Basisbegrippen Oncologie Basisbegrippen Oncologie Tumor afmeting Diagnose periode Behandel periode Preventie/interventie periode Invasie interventie Tijd Detectie drempel Van normale naar kankercel Normale cel Van celkern naar

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis)

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis) kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Operatie aan de onderkaakspeekselklier (Glandula Submandibularis) De onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis) 1: oorspeekselklier

Nadere informatie

Schildkliernodus Iris Wakelkamp

Schildkliernodus Iris Wakelkamp Schildkliernodus Iris Wakelkamp 30 september 2010 Casus I Vrouw 53 jaar, komt met zwelling rechts in de hals. Ontdekt door de schoonheidspecialiste. Geen klachten passende bij hyperthyreoidie. Familie

Nadere informatie

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is

- incidentele bevinding zonder klachten - weigering van chirurgische behandeling - slechte algehele conditie waardoor chirurgie niet verantwoord is Auteur Soort studie Aantal patiënten Lee 2013 Qurashi Systematic review 1999-2011 Systematic review 1999-2011 Radiotherapie / Chirurgie (meestal gevolgd door ) 377 Conservatief waaronder Inclusiecriteria

Nadere informatie

Disclosure belangen sprekers

Disclosure belangen sprekers Disclosure belangen sprekers Francien van Nederveen, patholoog PAL Dordrecht Mariette Schoofs, internist-endocrinoloog Albert Event, Albert Schweizer ziekenhuis, 19 maart 2014 (potentiële) belangenverstrengeling

Nadere informatie

Spinocellulaire carcinomen van de huid: beleidslijnen

Spinocellulaire carcinomen van de huid: beleidslijnen Spinocellulaire carcinomen van de huid: beleidslijnen 1. Voorkomen Spinocellulair carcinoom (SCC): - tweede meest frequente huidtumor na basocellulair carcinoom - risicofactoren: o blootstelling aan zon

Nadere informatie

hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen

hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen hoofd- halsaandoeningen in de beste chirurgische handen Kwaliteit in de behandeling van aandoeningen in het hoofd-halsgebied (n.a.v. de Hoofd-Hals enquête gehouden onder de Nederlandse chirurgen 2005)

Nadere informatie

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Siemens Biograph true point PET/CT 40 slice Sinds 21 januari 2011 Sinds

Nadere informatie

Huidkanker. Melanoom. Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom. Diagnostiek en behandeling

Huidkanker. Melanoom. Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom. Diagnostiek en behandeling Huidkanker Melanoom Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom Diagnostiek en behandeling Is het huidkanker? Welke huidkanker? Hoe wordt de diagnose gesteld? Verhaal Hoe lang bestaat de afwijking? Verandering?

Nadere informatie

NABON Breast Cancer Audit. Pathologie

NABON Breast Cancer Audit. Pathologie NABON Breast Cancer Audit Pathologie Dr. P.J. Westenend, patholoog, pathologisch laboratorium Dordrecht Drs. A.C.M. van Bommel, arts-onderzoeker, DICA DICA Congres 25 juni 2013 Pathologie Volledige verslaglegging

Nadere informatie

Kanker in het hoofd-halsgebied

Kanker in het hoofd-halsgebied Kanker in het hoofd-halsgebied Afdeling Keel- Neus- en Oorheelkunde Deze patiënteninformatie map is eigendom van: Naam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: 10-2015-6094 Geachte... U heeft een bezoek gebracht

Nadere informatie

7.4. Borsttumoren. Borsttumoren

7.4. Borsttumoren. Borsttumoren 7.4. 1. TNM classificatie (UICC 2009) 1.1. Klinische classificatie 1.1.1 Primaire tumor (T) TX T0 Tis primaire tumor kan niet worden beoordeeld geen evidentie voor primaire tumor Carcinoma in situ T1 Tis

Nadere informatie

Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom

Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom Multidisciplinaire behandeling van patient met een renaalcelcarcinoom Introductie via een case-report Dr. Karen Heyrman, huisarts Initiële symptomen? Klassieke triade: (10%) Hematurie Flankpijn Palpabele

Nadere informatie

Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA)

Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA) Dutch Upper GI Cancer Audit (DUCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA. De

Nadere informatie

Oncologie. R. de Bree, C. van Laer, M. W.M. van den Brekel en CR. Leemans 24.1-368. 24.2 Hals - 370. 24.3 Lokalisaties primaire tumor - 371

Oncologie. R. de Bree, C. van Laer, M. W.M. van den Brekel en CR. Leemans 24.1-368. 24.2 Hals - 370. 24.3 Lokalisaties primaire tumor - 371 Oncologie R. de Bree, C. van Laer, M. W.M. van den Brekel en CR. Leemans 24.1-368 24.1.2 Behandeling - 369 24.2 Hals - 370 24.3 Lokalisaties primaire tumor - 371 1 24.3.2 Farynx-372 24.3.3 Larynx - 373

Nadere informatie

DE SLOKDARM DE SLOKDARM

DE SLOKDARM DE SLOKDARM DE SLOKDARM DE SLOKDARM De slokdarm (oesofagus) is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Het grootste deel van de slokdarm ligt in de borstholte. De slokdarm loopt ongeveer midden door de borstholte

Nadere informatie

Richtlijn Hoofd-halstumoren

Richtlijn Hoofd-halstumoren Richtlijn Hoofd-halstumoren INITIATIEF Nederlandse Vereniging voor KNO (NVKNO) IN SAMENWERKING MET De patiëntenvereniging voor stembandlozen (NSvG) De Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) De Nederlandse

Nadere informatie

Pancreascarcinoom en kansen voor de toekomst

Pancreascarcinoom en kansen voor de toekomst 18 mei 2006 Jaarbeurs Utrecht Pancreascarcinoom en kansen voor de toekomst Jan Ouwerkerk Research Coördinator Oncologie Leids Universitair Medisch Centrum Pancreas Carcinoom Incidencie: 33.730 nieuwe patiënten

Nadere informatie

Tandheelkunde. Inspectie en palpatie van de mondholte

Tandheelkunde. Inspectie en palpatie van de mondholte Tandheelkunde Inspectie en palpatie van de mondholte Inspectie en palpatie van de mondholte Inleiding Dieren met gebitsaandoeningen komen vaak voor in de dierenartsenpraktijk. Vaak zijn de eigenaren hier

Nadere informatie

Echo-endoscopie. Dr. Mike Cool. AZ Damiaan Oostende UZ Leuven. Echo-endoscopie

Echo-endoscopie. Dr. Mike Cool. AZ Damiaan Oostende UZ Leuven. Echo-endoscopie Echo-endoscopie Dr. Mike Cool AZ Damiaan Oostende UZ Leuven 1. Wat is echo-endoscopie? 2. Wat is de meerwaarde van echo-endoscopie? 3. Diagnostische toepassingen A. Oncologie 1. Slo kdarmcarcinoom 2. Maagcarcinoom

Nadere informatie

artseninformatie GESPECIALISEERD ONCOLOGISCH ZORGPROGRAMMA VOOR HOOFD- EN HALSTUMOREN GezondheidsZorg met een Ziel

artseninformatie GESPECIALISEERD ONCOLOGISCH ZORGPROGRAMMA VOOR HOOFD- EN HALSTUMOREN GezondheidsZorg met een Ziel i artseninformatie GESPECIALISEERD ONCOLOGISCH ZORGPROGRAMMA VOOR HOOFD- EN HALSTUMOREN MULTIDISCIPLINAIR HANDBOEK ONCOLOGIE EDITIE 2014 GezondheidsZorg met een Ziel 1 AZ Maria Middelares Gespecialiseerd

Nadere informatie

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker INDICATOR B1 Proportie van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker bij wie een systeembehandeling voorafgegaan werd door ER/PR-

Nadere informatie

Operatie aan de speekselklieren

Operatie aan de speekselklieren Operatie aan de speekselklieren In deze folder geven wij u meer informatie over de operatie die eventueel nodig is bij mogelijke aandoeningen van de speekselklieren. De speekselklieren Ieder mens heeft

Nadere informatie

Galgangcarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1

Galgangcarcinoom. Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Galgangcarcinoom Landelijke richtlijn, Versie: 1.1 Datum Goedkeuring: 06-10-2003 Methodiek: Consensus based Verantwoording: Landelijke tumorwerkgroep gastro-intestinale tumoren Inhoudsopgave Algemeen...1

Nadere informatie

6.2 Zwelling hoofd/hals

6.2 Zwelling hoofd/hals 18-Chirurgie 6.2 24-06-2005 12:29 Pagina 131 131 6.2 Zwelling hoofd/hals A.J.M. Balm Een 55-jarige patiënt bezoekt het spreekuur van zijn huisarts met de mededeling dat er de laatste drie maanden sprake

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren

Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren Vlaams Indicatoren Project VIP²: borstkankerindicatoren Op initiatief van de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Icuro, Zorgnet Vlaanderen en de Vlaamse overheid, is het Vlaamse VIP 2 -indicatorenproject

Nadere informatie

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA)

Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Dutch Surgical Colorectal Audit (DSCA) Beschrijving Dit overzicht toont de kwaliteitsindicatoren welke per 1 april 2014 ontsloten zullen worden in het kader van het getrapte transparantiemodel van DICA.

Nadere informatie

Mond- en keelkanker LIP RISICOFACTOREN SYMPTOMEN DIAGNOSE EN STADIERING MULTIDISCIPLINAIRE BEHANDELING

Mond- en keelkanker LIP RISICOFACTOREN SYMPTOMEN DIAGNOSE EN STADIERING MULTIDISCIPLINAIRE BEHANDELING Mond- en keelkanker LIP ENDOGEEN blank ras (indien relatief weinig huidpigmentatie): verhoogd risico zonnelicht en weersinvloeden: verhoogd risico bij landbouwers en zeelui (via premaligne actinische keratose)

Nadere informatie

Operatie aan de speekselklieren

Operatie aan de speekselklieren KNO-heelkunde Operatie aan de speekselklieren Inleiding Deze folder geeft u informatie over operaties aan de speekselklieren (operatieve verwijdering van de oorspeekselklier of van de onderkaakspeekselklier).

Nadere informatie

stichting kankerregister Handleiding voor de Klinische Kankerregistratie bij een nieuwe diagnose & bij follow-up

stichting kankerregister Handleiding voor de Klinische Kankerregistratie bij een nieuwe diagnose & bij follow-up Handleiding voor de Klinische Kankerregistratie bij een nieuwe diagnose & bij follow-up handleiding voor de registratie van een nieuwe diagnose uu voor gevallen al dan niet besproken op een Multidisciplinair

Nadere informatie

Oncologie, oncogenese en kankerzorg. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 27 september 2014

Oncologie, oncogenese en kankerzorg. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 27 september 2014 Oncologie, oncogenese en kankerzorg Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 27 september 2014 Oncologie Deel van de geneeskunde dat kanker bestudeert en probeert te genezen Medische wetenschap

Nadere informatie

Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer

Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer Investigatie van microcalcificaties dmv mammotoom dr. W. Aertsens dr. S. Dekeyzer Beeldvormende technieken bij borstpathologie 20 november 2010 Indicaties Techniek Voordelen en nadelen Resultaten van eerste

Nadere informatie

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Huisartsensymposium Borstkanker 35% van kankers bij vrouwen 1989-1993 5 jaars overleving borstkanker: 77% inmiddels 5 jaars

Nadere informatie

Colorectale tumor met beperkte metastasen. Curatie en controle Dr. Sarah Verherstraeten Dr. Julie Bogaert Dr. Michel Martens

Colorectale tumor met beperkte metastasen. Curatie en controle Dr. Sarah Verherstraeten Dr. Julie Bogaert Dr. Michel Martens Colorectale tumor met beperkte metastasen Curatie en controle Dr. Sarah Verherstraeten Dr. Julie Bogaert Dr. Michel Martens Casus 1 Marc 53 jaar Antecedenten: Bimalleolaire enkelfractuur 04/2015: Spoedopname

Nadere informatie

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008 Project Kwaliteitsindicatoren 2007-2008 De borstkliniek: Iedere nieuwe diagnose van een borsttumor dient door de borstkliniek te worden geregistreerd bij het Nationaal Kankerregister. Het Project Kwaliteitsindicatoren

Nadere informatie

Gerichte niet-invasieve borst-biopsies

Gerichte niet-invasieve borst-biopsies Gerichte niet-invasieve borst-biopsies Dr. Bart Claikens Dienst Radiologie NMR AZ Damiaan Oostende www.radiologie-azdamiaan.be Inhoud -Borstkanker -Het doel van borst biopsies -Wat wordt van radioloog

Nadere informatie

Mammareconstructie & Radiotherapie

Mammareconstructie & Radiotherapie Mammareconstructie & Radiotherapie Oncologie in perspectief Focus op kwaliteit 5 juni 2014 Leonie Woerdeman Plastisch chirurg Mamma-reconstructie Slechts bij 15 % borstkanker patiënten t.g.v. onwetendheid

Nadere informatie

Huidkanker, een gezamenlijke strijd voor een behandeling op maat. Dr. X. Keuter Plastisch Chirurg

Huidkanker, een gezamenlijke strijd voor een behandeling op maat. Dr. X. Keuter Plastisch Chirurg Huidkanker, een gezamenlijke strijd voor een behandeling op maat Dr. X. Keuter Plastisch Chirurg Plastische Chirurgie Reconstructieve chirurgie Hand chirurgie Esthetische chirurgie Brandwond chirurgie

Nadere informatie

Bossche Samenscholingsdagen MAMMACARCINOOM 2.0

Bossche Samenscholingsdagen MAMMACARCINOOM 2.0 Bossche Samenscholingsdagen MAMMACARCINOOM 2.0 3-10-2014 Dr. M. (Maud) Bessems Chirurg-oncoloog JBZ Malaga DOELSTELLING Update van de huidige standaard in zorg rondom het mammacarcinoom Sneak preview in

Nadere informatie

Evoluties in de primaire en secundaire preventie van baarmoederhalskanker. Koen Traen

Evoluties in de primaire en secundaire preventie van baarmoederhalskanker. Koen Traen Evoluties in de primaire en secundaire preventie van baarmoederhalskanker Koen Traen Baarmoederhalskanker Baarmoederhalskanker Baarmoederhalskanker Life-time risico in België 1 2% 600 nieuwe gevallen/jaar

Nadere informatie

Maagkanker Multimodale behandeling anno 2014. Henk Boot, MDL-arts 10 januari 2014

Maagkanker Multimodale behandeling anno 2014. Henk Boot, MDL-arts 10 januari 2014 Maagkanker Multimodale behandeling anno 2014 Henk Boot, MDL-arts 10 januari 2014 Prognose bij maagkanker Prognose maagkanker : TNM 7 (2010) Marelli 2012 In: de Manzoni et al. Surgery in the multimodal

Nadere informatie

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het?

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? Oncologie/0145 1 Deze informatiebrochure is voor personen met een weke delen sarcoom en alle anderen die hier heel dichtbij betrokken zijn: familie, vrienden We geven

Nadere informatie

Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker

Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker Dr. André VERSTRAETEN Dr. Elke GOVAERTS Dienst longziekten Pneumo-oncologie - Longkanker is de belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde mortaliteit in beide

Nadere informatie

Therapie & Prognose. Dr. A. Janssen

Therapie & Prognose. Dr. A. Janssen Therapie & Prognose Dr. A. Janssen Therapie & Prognose Heelkunde Radiotherapie Chemotherapie Hormonaal Herceptine Follow up Heelkunde van de borst Heelkunde van de borst Invloed leeftijd op de heelkunde

Nadere informatie

Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad

Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad Voorspellen van tumor respons op neo-adjuv. therapie bij oesophagusca. Alex Dik, AIOS radiologie Atrium MC Parkstad Indeling Probleembeschrijving evaluatie CRT Nieuwe technieken; MRI DWI Presentatie MRTRACE

Nadere informatie

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben

a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben Indicatoren evaluatie project richtlijn Niercelcarcinoom Indicator 1 a) Percentage patiënten met een niercelcarcinoom 4 cm (ct1a) die geen nefrectomie hebben ondergaan waarbij minstens 2 histologische

Nadere informatie

Procare : kwaliteitsbewaking van de behandeling van het rectumcarcinoom in België

Procare : kwaliteitsbewaking van de behandeling van het rectumcarcinoom in België Definitie rectumtumor Procare : kwaliteitsbewaking van de behandeling van het rectumcarcinoom in België Dr L. Deruyter Digestieve Oncologische Heelkunde AZ Sint-Jan Brugge-Oostende Campus Henri Serruys

Nadere informatie

CHAPTER 8. Samenvatting

CHAPTER 8. Samenvatting CHAPTER 8 Samenvatting 108 Chapter 8 Samenvatting 109 Samenvatting Jaarlijks wordt wereldwijd bij 1,2 miljoen mensen de diagnose longkanker gesteld en overlijden 1,1 miljoen mensen aan deze ziekte. Hiermee

Nadere informatie

Zorgprogramma borstkliniek. Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes

Zorgprogramma borstkliniek. Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes Zorgprogramma borstkliniek Bespreking AZ Groeninge RZJ Yperman Ziekenhuis OLV Lourdes Belgisch staatsblad 20.07.2007 ed 02 Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan het gespecialiseerd

Nadere informatie

Lymf kliermetastasen van piaveiselceicarcinomen in het hoofd-halsgebied

Lymf kliermetastasen van piaveiselceicarcinomen in het hoofd-halsgebied Lymf kliermetastasen van piaveiselceicarcinomen in het hoofd-halsgebied b 'A) De rol van de radiotherapie HARRY BARTEUNK LYMFKLIERMETASTASEN VAN HET PLAVEISELCELCARCINOOM IN HET HOOFD-HALSGEBIED De rol

Nadere informatie

Hoofd-halscarcinoom. Nascholing. Inleiding. Saskia Coenraad, Rob Baatenburg de Jong

Hoofd-halscarcinoom. Nascholing. Inleiding. Saskia Coenraad, Rob Baatenburg de Jong Saskia Coenraad, Rob Baatenburg de Jong Nascholing Hoofd-halscarcinoom I Inleiding In 2010 werden in Nederland 95.456 nieuwe gevallen van kanker vastgesteld, waarvan 2857 (3%) hoofd-halsmaligniteiten.

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 8 Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Nadere informatie

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn:

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn: Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009

Nadere informatie