Bewegingsanalyse en sportblessures

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bewegingsanalyse en sportblessures"

Transcriptie

1 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 1 Bewegingsanalyse en sportblessures Musculoskeletaal - onderdeel sportfysiotherapie December 2012 Samengesteld en bewerkt door Erwin van Beek

2 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 2 Inhoud Sportblessures met eigennaam en/of regioaanduiding. p. 3 Sportblessures per sport p Basketbal 2. Dansen 3. Golf 4. Handbal 5. Honkbal 6. Judo 7. Kanoën 8. Klimsport 9. Lopen en springen Lopen Sprinten en springen 10. Paardensport 11. Roeien 12. Schaatsen en skeeleren 13. Tennis 14. Turnen en gymnastiek 15. Voetbal 16. Volleybal 17. Werpen en stoten 18. Wielrennen 19. Zwemmen

3 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 3 Sportblessures met eigennaam en/of regioaanduiding Hoofd Bloemkooloor: Zie onder Judo Schouder / bovenarm Zwemmersschouder: zie onder zwemmen Elleboog Judo men s elbow: Golfarm: Tennisarm: Zie onder judo Zie onder golf Zie onder tennis Pols / hand / onderarm Fietsershand: Roeierspols: Zie onder wielrennen Zie onder roeien Heup / bovenbeen Hamstring-blessures: Zie onder Lopen springen (sprinten en springen) Knie Runners knee: Jumpers knee: Schoolslagknie: Voetbalknie: Zie onder Lopen springen (sprinten en springen) Zie onder Basketbal; Handbal; Lopen springen (sprinten en springen) Zie onder Zwemmen zie onder Voetbal Enkel / voet / onderbeen Springersenkel: Shin splint: Logesyndroom: Zweepslag Footballer's ankle Springschenen Zie Lopen springen (sprinten en springen) Zie Lopen springen Zie Lopen springen Zie schaatsen; voetbal (ook Coup de fouet genoemd) Zie voetbal Zie basketbal Wervelkolom

4 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 4 Sportblessures per sport 1. Basketbal Blessurepreventie algemeen Blessurepreventie begint bij de begeleiding van de teams. Via een gericht sportmedisch onderzoek kunnen zwakke schakels worden blootgelegd en vervolgens worden aangepakt. De sporter is dan in staat om reeds bij initiële klachten deskundig advies te vragen. Specifieke conditietesten (onder andere de Shuttle run-test) kunnen spelers tonen waar nog trainingsarbeid is te verrichten om tekorten weg te werken en zo indirect blessures te voorkomen. Adequate warming-up en cooling-down maken onderdeel uit van een blessurepreventieve aanpak. Verder is laagdrempelige toegang tot sportmedisch advies noodzakelijk. Helaas is dit alles bij maar weinig clubs een feit. Bracing is vaak erg persoonlijk en er zijn voldoende types op de markt om verantwoorde keuzes te maken. De effectiviteit ervan om enkelletsels te voorkomen is meerdere malen aangetoond, zowel via biomechanisch onderzoek als via gerandomiseerd prospectief onderzoek. Kniebraces, voor instabiliteit, hebben meestal onvoldoende effect. Natuurlijke bracing door middel van kracht, balans en propriocepsis zijn meestal voldoende. Lukt dit niet, dan is de vraag of het basketball moet worden gecontinueerd. Over het algemeen zijn gewrichtsletsels van enkel en knie het meest voorkomend. Opvallend is de hogere frequentie van knieletsels bij vrouwen. Dit verschil wordt in meerdere onderzoeken, nationaal en internationaal, teruggevonden. Ook vingerletsels treden bij vrouwen meer op. Mogelijk speelt de grotere gemiddelde laxiteit van het kapsel, samen met de geringere spierkracht, hierbij een rol. Het kan echter ook zo zijn dat het type spel dat door vrouwen wordt gespeeld, anders is dan dat van de mannen en dat dit speltype leidt tot een ander lokalisatiepatroon. Hoofd Hoofdletsels zijn meestal het gevolg van lichamelijk contact met een andere speler in het veld. In mindere mate speelt een val op het hoofd een rol. Gebitsletsels en neusbloedingen zijn het meest frequent. Een enkele maal is een gebroken neus het gevolg. Een hersenschudding of wervelverdraaiing kan het gevolg zijn van een val op de grond of tegen een obstakel. Een juiste diagnostiek en vervolgens een afwachtend beleid is meestal voldoende. Ernstig blijvend letsel wordt zelden opgelopen. Een enkele maal komen oogletsels voor. Meestal betreft het hoornvliesletsels ten gevolge van de vinger van een tegenstander of een bloeding door een elleboog in het gezicht. Ze herstellen meestal zonder restklachten. Rug en romp Door contact met een tegenstander kunnen rib- of spierkneuzingen ontstaan. Deze zijn zelden een groot medisch probleem. Chronische aspecifieke rugklachten met name bij jongeren na de groeispurt komen nogal eens voor. Aanpassing van de belasting in combinatie met gerichte oefeningen levert meestal een goed resultaat op. Bovenste extremiteiten Vingerletsels komen frequent voor en vereisen een goede diagnostiek om blijvend functieverlies in de toekomst te vermijden. Immobiliseren is meestal voldoende. Een röntgenfoto kan nodig zijn om een breuk uit te sluiten. Schouderklachten zijn berucht om hun therapieresistentie. Bij basketball kunnen letsels van het kraakbeen in het schoudergewricht ontstaan (Bankartlaesie) door

5 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 5 geforceerde bewegingen bij een worsteling om de bal boven schouderhoogte of door een val op de uitgestrekte arm, waarbij een SLAP-laesie kan ontstaan. SLAP is een afkorting voor Superior Labrum Anterior-Posterior, wat kortweg inhoudt: een letsel van het bovenste (superior) gedeelte van het labrum, dat van voor (anterior) naar achter (posterior) loopt. Bovenbeen Spierscheuringen komen minder vaak voor dan in andere explosieve sporten. Een zogenaamd 'knietje' van een tegenstander tegen een aangespannen bovenbeen leidt tot een contusie (spierkneuzing) met bloeding of zelfs een ruptuur (spierscheur). Belangrijk is om snel een drukverband aan te leggen en geen tijd te verdoen met koelen. Indien mogelijk is het drukverband het beste aan te leggen met de m. quadriceps op maximale lengte. Dit bevordert de functionaliteit van het te vormen litteken. Hamstringletsels zijn nogal eens chronisch van aard door het frequente sprinten en afremmen, waarbij een grote strekkende kracht op deze spiergroep wordt uitgeoefend. Peesproblemen zijn meestal gelokaliseerd in de knieholte en stralen uit over het achterste kniekapsel. Overmatig draaien van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen kan dit soort klachten provoceren. Bij verkorting van de adductoren en bij bekkeninstabiliteit treden vaker liesblessures op (met liespijn / Eng: groinpain), onder andere door het frequente 'spreiden-sluiten' tijdens het verdedigend voetenwerk. Knie Knieletsels komen bij basketball veel voor en kunnen, zeker als het bandletsel betreft, dramatisch zijn voor de desbetreffende speler. De voorste-kruisbandruptuur heeft bij basketball veel toekomstplannen verstoord. Operaties of conservatieve behandelingen leiden slechts in een klein aantal gevallen tot een klachtenvrije spelhervatting op het oude niveau. Vele factoren, zoals de mate van bandletsel (partieel of totaal), de bijkomende letsels (binnenband, meniscus, botletsels) en de spelpositie van de speler spelen een rol. Belangrijk is dat in een vroeg stadium een adequate diagnose wordt gesteld en er een strikt sportmedisch beleid wordt gehanteerd. Goede communicatie tussen behandelaars en coach speelt hierbij een grote rol. Meniscusletsels komen ook voor en zijn vaak na chirurgische behandeling een minder groot probleem. Op latere leeftijd echter treden met name aan de buitenzijde van de knie nogal eens artrotische veranderingen op. Van de chronische klachten komt het patellofemorale pijnsyndroom het meeste voor. Vaak betreft het dan de zogenaamde 'springersknie'. Oorzaken zijn de extreme belasting van het strekapparaat tijdens het basketballspel, al of niet in combinatie met statiekafwijkingen. Hierbij moet gedacht worden aan beenlengteverschillen, X- of O-benen, standsafwijkingen van de heupen, platvoeten, hypermobiliteit van de knieschijf en dergelijke. Op jeugdige leeftijd komen ook pijnklachten voor op de aanhechting van het lig. patellae, welke veroorzaakt kunnen worden door een ontsteking van de groeikern in de tuberositas tibiae (Osgood-Schlatter). Deze aandoeningen ontstaan waarschijnlijk ten gevolge van verhoogde trekkrachten op de groeikern. Een enkele maal houden spelers tot op latere leeftijd last ten gevolge van een blijvend los botfragment. De Patellaklachten kunnen indien mogelijk met aanpassing van de statiekafwijkingen worden bestreden door tijdelijk aanpassen van de sportbelasting in combinatie met een zogenaamd knieschijfbandje of kniebrace. Verder is in het beginstadium fysiotherapie zinvol, eindigend in een intensief revalidatieprogramma met o.a. het aanleren van de juiste techniek van springen. Soms blijven er restklachten, met name op het uiterste topje van de knieschijf. Onderbeen De meest voorkomende problemen in het basketball zijn de zogenaamde springschenen ofwel het tibia-stress-syndroom. Dit zijn pijnklachten vooral tijdens sprinten en springen en neerkomen. De oorzaak is een overmatige trekkracht van de onderbeenflexoren.

6 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 6 Behandeling bestaat uit aanpassing van de belasting en correctie van statiekafwijkingen. Daarna opvoeren van de belasting in combinatie met specifieke spiertraining. Rust heeft meestal geen effect. Rupturen van de kuitspier zijn berucht om hun herhalingspercentage. Drukverband en immobiliseren in tractie kunnen dit percentage verminderen. Intensieve oefentherapie voor flexoren en extensoren sluit de revalidatie af. Schoenaanpassing ter stabilisatie van de hiel is soms nodig. Het dragen van beenwarmers kan preventief werken door een verhoging van de spiertemperatuur. Achillespeesblessures zijn ook bij basketball een frequent voorkomende bron van ergernis en teleurstelling. Veel factoren spelen een rol in het ontstaan. De klachten kunnen afhankelijk van de ernst in diverse stadia worden ingedeeld. Rust is ook hier niet de oplossing. Veel meer moet men trachten de optimale belasting te vinden voor de pees en van daaruit trachten de belastbaarheid te vergroten. Enkel Het verzwikken van de enkel (inversie) met een enkelbandletsel aan de buitenzijde als gevolg is bij basketball de meest voorkomende blessure. Een groot aantal factoren speelt een rol in het ontstaan. De spelsituatie waarin de blessure vaak voorkomt, is de landing op de voet van een andere speler. Ook overmatige toeïng-in (lopen met een binnenwaarts gedraaide voetplaatsing) door heupstandafwijkingen kan een versterkte inversieneiging oproepen. Natuurlijke laxiteit kan ook mede een oorzaak zijn, evenals een eerder trauma. Ook foutief aangemaakte inlegzooitjes kunnen dit veroorzaken. Het accent van de behandeling ligt op compressie, koelen en zo snel mogelijk ingezette functionele oefentherapie. Na een acuut enkelletsel dreigt altijd het gevaar van chronische enkelinstabiliteit. Gestoorde propriocepcis van de enkelregio of zwakte van de peroneusmusculatuur kunnen een grote rol hierbij spelen. Soms is er sprake van mechanische instabiliteit oftewel een te grote laxiteit van vooral de laterale enkelbanden. Een vergrote voorste schuiflade van de Talus in de enkelvork (tibia/fibula) met tevens enige rotatoire beweging is dan het gevolg. 1 Het wetenschappelijk bewijs voor een preventief effect van braces is volgens E. Verhagen sterker dan het bewijs van de effectiviteit van tape, maar beide zijn werkzaam. De effectiviteit van schoeisel op de preventie van acuut enkelbandletsel blijft onduidelijk volgens hem. Naast tape en brace reduceert ook proprioceptieve training de incidentie van recidief acuut lateraal enkelbandletsel. 2 Voet Voetletsels zijn meestal kneuzingen, die geen grote medische problemen veroorzaken. Een enkele keer wordt een stressbreuk gezien van een van de voetbotjes. Aangepast schoeisel, al of niet met inlays of een podotherapeutische orthese, kan uitkomst bieden. Huid Ook huidaandoeningen, zoals eeltvorming kunnen problemen opleveren. Blaren onder het eelt leiden nogal eens tot een pijnlijke tijdelijke onderbreking van de training. Juiste sokken (acrylaat) en goede voethygiëne kunnen dit voorkomen. Soms zijn inlays of eventueel ortheses nodig. Ingegroeide teennagels kunnen een reden zijn voor bezoek aan de pedicure. Eczeem dient vroegtijdig met een antischimmelmiddel te worden behandeld. Tape-allergie kan leiden tot hinderlijke huidletsels en er dient tijdig een alternatief te worden gezocht. 1 Krips, Rover en Dijk, Niek van. Instabiliteit van de enkel, Geneeskunde en sport, februari 2006 p. 3 11; 2 Verhagen, Evert. Preventie van (recidieve) acute laterale enkelbandletsels, Geneeskunde en sport, februari 2006 p ;

7 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p Dansen Knie De klassieke ballettechniek vereist een uitgedraaide positie, liefst 180, van de benen en de voeten, vanuit de heup. Dit wordt ook wel turn-out of en-dehors genoemd. Bij elke danspatiënt dienen de heuprotaties (in buikligging) gemeten te worden. Een krappe of asymmetrische uitdraai is een risicofactor. Naast pech, oververmoeidheid en stress, ontstaan de meeste dansblessures door techniekfouten: het niet goed uitvoeren van de klassieke ballet techniek, die de basis vormt voor vrijwel elke danstraining of -opleiding. Deze techniekfouten ontstaan vaak door het (trachten te) compenseren van lichamelijke onvolkomenheden, fysieke beperkingen, die daardoor een structurele predispositie vormen voor blessures. Het is duidelijk dat de dansdocent de eerste en belangrijkste schakel is bij de preventie en begeleiding van dansblessures. De oefentherapeut Mensendieck kan daarbij een belangrijke aanvulling zijn, zowel preventief als therapeutisch. Kennis van de correcte dans (uitdraai-) techniek is daarbij vereist. Screwing your knees. Niet elke danser is voldoende uitgedraaid in de heupen om 180 uitgedraaid te staan. Om dat dan toch te bereiken worden, vaak onbewust, compensatiemechanismen toegepast: de lumbale wervelkolom (onderrug) wordt ge-(hyper-)lordoseerd (hol getrokken), het voorste heupkapsel en de ilio-psoaspees worden aangespannen, de knieën komen onder exotorsie spanning te staan en de voeten hyperproneren ("inrollen"). Deze compensatiemechanismen van een (te) krappe heupuitdraai, die gebruik maken van de ontspanning van het voorste heupkapsel (ligamentum ilio-femorale) in flexie en abductie, zijn de belangrijkste bron van dansblessures. Dansblessures betreffen in de meeste gevallen, ruim 77%, de onderste extremiteit. De knie (25%) is na de enkel (27%) het meest geblesseerde gewricht bij dansers. Eén van de redenen daarvoor is de torsiekracht waar de knieën aan onderworpen worden bij de uitgedraaide positie: In flexie kan de knie exoroteren, maar in extensie niet. Daarvan maken dansers onbewust gebruik bij het compenseren van onvoldoende heupuitdraai: de voeten worden in demi-plié in maximaal uitgedraaide stand gefixeerd op de vloer en vervolgens worden de knieën gestrekt en wordt de (uitgedraaide) eerste balletpositie ingenomen. Het gevolg is een geweldige torsiekracht op de knieën met rotatoir malalignment van het patellofemorale gewricht en spanning op de mediale structuren. Dit wordt wel "screwing your knees" genoemd. Het onvermijdelijk gevolg is patello-femorale klachten, zoals retro-patellaire chondropathie en soms zelfs een (laterale) patella luxatie. Uitdraaitechniek. Naast de algemene behandeling bestaande uit o.a. versterking van de m.vastus medialis en adviezen hoe patello-femorale belasting (zoals traplopen, hurken, grand-plié s, diepe sprongen en knielen) te vermijden, moet aan dansers uitgelegd worden hoe ze zelf deze klachten kunnen beïnvloeden door een zorgvuldige uitdraaitechniek vanaf de heupen omlaag, niet vanaf de grond omhoog. Beter gebruik van de adductoren en de mediale hamstrings is daarbij essentieel. Overigens is een status na patella luxatie géén contraindicatie om door te gaan met dansen. Mits daarbij een zorgvuldige uitdraai techniek wordt gebruikt en de danser zich bewust is welke bewegingen vermeden dienen te worden. Riskant is dan vooral flecteren van een gestrekte knie met exorotatie kracht van het onderbeen t.o.v. het bovenbeen, zoals bijv. bij een spagaat met het aangedane been achter. Dansers krijgen deels "gewone" orthopaedische blessures, deels specifieke dansblessures. In beide gevallen geldt dat bij hun behandeling rekening moet worden gehouden met de specifieke motivatie en toewijding van de danser, alsmede met de specifieke belasting van een danserlichaam. Kennis van - en belangstelling voor de danstechniek en -terminologie is essentieel voor elke hulpverlener om een danser bevredigend te kunnen behandelen en om het voor een therapeutische relatie vereiste vertrouwen van danspatiënten te winnen.

8 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 8 Onderbeen voet Het posterieur enkel impingement is een inklemming in het achterste enkelcompartiment. Dit komt veel voor bij balletdansers maar ook bij voetballers en hardlopers. 3 Geforceerde plantairflexie in de balletposities en pointe en demi pointe bij balletdansers geeft bovengenoemde overbelasting. Downhill running bij hardlopers, met reperterende geforceerde plantairflexie heeft eenzelfde effect. Aanleiding voor een impingement kan behalve een traumatische gebeurtenis bijv. het dansen op harde ondergrond zijn en een toegenomen mobiliteit van het gewricht door het verleggen van anatomische grenzen in de training. 3. Golf Blessuregevoeligheid en sportletsels algemeen De blessuregevoeligheid en sportletsels bij golf zijn onder te verdelen in twee, groepen, als gevolg van: externe, omgevingsgebonden factoren; interne, persoonsgebonden factoren. Externe, omgevingsgebonden factoren De letsels voor een golfer door externe, omgevingsgebonden factoren ontstaan op drie manieren: a. letsels door het gebruik van de clubs en de 'slag'; b. letsels door het bewegen door de baan, door de vrije natuur; c. letsels door geweld van buitenaf. Ad a. Twee factoren spelen mee in de absolute blessuregevoeligheid. Ten eerste is de lichaams-'stand' meestal niet ideaal, doordat door afwisselende terreinomstandigheden de voeten niet op gelijke hoogte staan door glooiing of een hindernis of iets dergelijks en dikwijls de bal niet in hetzelfde vlak ligt als de voeten. De tweede belangrijke factor in de blessuregevoeligheid zijn bovenal de fouten in de slagtechniek, met als gevolg abnormale of ongewenste spierafwikkelingen, gewrichtsbelastingen enzovoort. Dit heeft als ultieme consequentie: over de bal heen slaan >geen impact >alle energie verdwijnt in de doorzwaai in de grond slaan respectievelijk tegen de grond slaan, waarbij praktisch of geheel geen doorzwaai ontstaat. Gesteld kan worden dat in de specifieke golfslag alle gewrichten en de gehele musculatuur van het bewegingsapparaat worden gebruikt, met dien verstande dat er linksrechtsverschillen zijn. Ad b. Bij letsels door het bewegen door de baan wordt gedoeld op letsels die niet direct aan de eigen sportieve activiteit toe te schrijven zijn, maar als het ware door de baan worden veroorzaakt, zoals enkel-, knie-, heup- of rug blessures door struikelen over boomstronken, in konijnenholen enzovoort. Ad c. Bij letsels door geweld van buitenaf moet worden gedacht aan gelukkig zeer zeldzame zaken; voornamelijk zeldzaam door met name de strenge regels van de etiquette en golfvaardigheid. Gedoeld wordt hier op het geraakt worden door een bal geslagen door een andere speler, door een terugkaatsende eigen bal, bijvoorbeeld door een boom of ander voorwerp, of door een slag van een medespeler met diens club (bijna altijd door onachtzaamheid, vooral een onder zeer jeugdigen nogal eens waargenomen letsel). Interne, persoonsgebonden factoren Onder interne, persoonsgebonden factoren kan men verstaan: 3 Scholten, Peter en Dijk, Niek van. Posterieur enkelimpingement, Geneeskunde en sport, februari 2006 p

9 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 9 overbelasting c.q. slechte training en/of warming-up; foute techniek; role of the mind ('tussen de oren'). Deze factoren gelden niet als specifiek voor golf en worden (niet omdat ze niet uiterst belangrijk zijn) niet behandeld in de context van dit artikel. Aard en omvang van de letsels Statistische gegevens over blessures in golf zijn weinig voorhanden. Wel kan een indruk worden verkregen over de meest voorkomende aan de sport toe te schrijven blessures door empirische noteringen. Het blijkt dat ook bij officiële wedstrijden en ondanks sportmedische begeleiding veel blessures niet worden geregistreerd of gemeld en buiten de statistiek om behandeld zijn. Zeer veel, misschien wel de helft van de blessures, zijn herhalingen van oude blessures, wat gezien de aard van de blessures en/of de aard van de sport niet verbazingwekkend is. Ook kan worden gesteld dat ernstig of blijvend letsel ten gevolge van de sport niet of zeer sporadisch voorkomt. De enige botbreuk die specifiek wordt gesignaleerd is de fractuur van het os hamatum, een fractuur die eveneens wordt waargenomen bij sporten met een swing door de pols, zoals bij baseball. Veel voorkomend zijn klachten ter plaatse van de elleboog, identiek aan de 'tennisarm' (epicondylitis lateralis) maar dan in de linker elleboog bij een rechtshandig individu. Verder wordt de tendovaginitis In tegenstelling tot wat verwacht wordt moet golf worden gerekend tot de middelmatig zware sporten. De 'workload' is zeer verschillend en onder meer sterk afhankelijk van factoren als snelheid van bewegen door de baan, dragen van de tas, geaccidenteerdheid van het terrein en weersomstandigheden. Fysiologisch onderzoek toont de te verwachten invloeden op hartritme, bloed-glucosespiegels, oxygenatie, vrij-vetzuurgehalten enzovoort. Een apart probleem binnen deze sport wordt hier alleen gememoreerd, zonder dat de zwaarte van de sportmedische implicatie bekend is. Dit betreft het verschil in inspanning, dat geldt gedurende het grootste deel van de ronde met steeds de overgang naar perioden van relatieve rust tijdens het precisiewerk op de putting-green (door de baan is het grof en zwaar werk, op de green licht en fijn). Preventie van blessures Hoewel vaak onvoldoende onderkend, hoort preventie van letsels ook tot het medisch handelen. Gezien de aard van de golfletsels en de grote incidentie van preëxistente letsels, wordt benadrukt dat ter voorkoming van letsels een goede algemene conditie, inclusief algemene fysieke training, van het uiterste belang is. Voordat aan de beoefening van de sport (het 'lopen van een ronde door de baan') wordt begonnen, moet een goede algemene warming-up plaatsvinden, gevolgd door specifieke oefeningen in de golfswing. Onder toezicht op de 'hygiëne' van de sport kan evenals het bovenstaande ook worden verstaan het gebruik van goed materiaal, aangepaste kledij, goede hulpmiddelen enzovoort. De specifieke blessures die bij golf optreden, vragen geen aparte medische kennis en kunnen worden verholpen met behulp van een algemene behandeling van sportblessures met de gewone algemene diagnostiek en behandeling, zoals immobilisatie, rust, oefentherapie, bandage en algemene advisering. Vaak zijn de letsels herhalingen van eerder opgetreden ongemak (ca. 50%). Zoals vermeld is het enige mogelijk typische golfletsel de fractuur van het os hamatum en de 'golfarm'. 4. Handbal Blessures bij handbal De lichaamsdelen die bij handbal het meest geblesseerd raken, zijn enkels, vingers en knieën. Een botbreuk betreft meestal de hand, vingers of middenhandsbeentjes. Het sleutelbeen is eveneens een kwetsbare structuur die kan breken bij een val op de schouder

10 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 10 of de uitgestrekte arm. Oorzaken In het algemeen onderscheidt men bij handbal acute en chronische blessures. Acute blessures (85-90%) komen vaker voor dan chronische blessures (10-15%). Acute blessures zijn veelal contactblessures met bal, tegenstander of accommodatie (doel, muur). Ook ontstaan ze vaak door verstappen en verzwikken, waarbij de schijnbeweging berucht is als oorzaak van een voorstekruisband-letsel van de knie. Chronische blessures ontstaan voornamelijk door veelvuldig herhalen van bewegingen met onvoldoende techniek, onvoldoende fysieke basisvaardigheden en ongunstige lichaamskenmerken als lengte, gewicht en vetpercentage. Het zijn dan ook overbelastingsblessures. Afhankelijk van iemands positie wordt de ene of de andere structuur meer belast. Zo maakt een opbouwspeler bijvoorbeeld vaker gebruik van het sprongschot en blesseert relatief vaak rug, schouder en knie. De cirkelloper belast vooral de polsen door het opvangen van het lichaam bij de valworp en de hoekspeler belast in het bijzonder de knie en de schouder door de valworp. De keeper belast de bovenbeenspieren, knie en rug door de hordenzit en spagaat en vooral de elleboog door het blokken van de bal. Als oorzaken van handbalblessures worden genoemd: contact met tegenstander, bal of accommodatie; verstappen en verdraaien; Risico-factoren: Het blessurerisico van de wedstrijdsporter die aan de competitie deelneemt is in het algemeen 3,3 maal zo groot als dat van de recreatiesporter, en tijdens wedstrijden is het blessurerisico 2 tot 3 maal zo hoog als tijdens trainingen; het grootste percentage blessures treedt op in de laatste 15 minuten van de eerste en de tweede wedstrijdhelft. Het resultaat van de wedstrijd speelt hierbij ook een rol. spelers op nationaal niveau zijn relatief minder vaak geblesseerd dan spelers op een lager niveau. Naarmate er meer getraind wordt, neemt de incidentie af; onvoldoende herstel na een blessure is een veel voorkomende oorzaak van blessures. Vaak is er in het voorgaande jaar al een identieke blessure geweest; boven de 20 jaar wordt het relatieve blessurerisico tweemaal zo groot; door onvoldoende warming-up en rekkingsoefeningen loopt het lichaam een grotere kans op blessures. Knie Voorstekruisbandletsel Het voorstekruisbandletsel is een relatief veel voorkomende ernstige blessure bij handbal. De schijnbeweging wordt steeds vaker genoemd bij het optreden van het voorstekruisbandletsel. Over de echte oorzaak tast men nog in het duister. Het lijkt dat deze blessure vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. Dit zou mogelijk te maken kunnen hebben met de breedte van de intercondylaire groeve, waarbij een smalle groeve < 17 mm, een groter risico op afklemmen van de voorste kruisband zou betekenen. Ook hebben vrouwen vaker een vergrote valgusstand en een hyperextensiemogelijkheid in de knieën, wat predisponerend is voor een voorstekruisbandletsel. Ook veronderstelt men dat een groter risico samenhangt met het mediale tibiaplateau. Naarmate het oppervlak van dit plateau platter is, is de benige stabiliteit in het kniegewricht minder. De behandeling van het voorstekruisbandletsel is afhankelijk van de gevonden afwijkingen bij MRI, artroscopie en van de instabiliteit bij onderzoek. Bij tophandbal is meestal een operatieve reconstructie met een plastiek nodig gezien de grote rotatoire belasting van de knie. Hierbij maakt men tegenwoordig nog bijna uitsluitend gebruik van lichaamseigen materiaal zoals de patellapees. De kans op breuk en slijtage is bij kunstbanden te groot. De revalidatieperiode na een voorste kruisbandletsel is zwaar en ook psychisch belastend door de lange tijd die het in

11 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 11 beslag neemt voordat men weer op het oude topsportniveau terug is (6-9 maanden). Jumpers knee De jumpers knee is een overbelastingsletsel van de aanhechting van de patellapees aan de onderrand van de patella. Bij handbal ontstaat dit vooral door veel springen en door het landen, dat bij handbal vaak op één been (het sprongbeen) gebeurt. Bij snel aanzetten en afremmen van een beweging treden er grote krachten op ter plaatse van de patellapees en kan er overbelasting ontstaan, evenals door regelmatig vallen op de knie. Behalve deze handbalspecifieke oorzaken vormen verkorting van de quadricepsspieren en overgewicht een extra risico voor het ontstaan van een jumpers knee. Preventie van deze blessure bestaat uit: goede krachttraining van de abductoren inclusief buikspieren, bovenbeen- en kuitspieren; rekkingsoefeningen van de m. quadriceps; dragen van kniebeschermers; vermijden van overgewicht. Schouder Schouderluxatie De schouder van een aanvaller is vooral kwetsbaar tijdens de uithaalbeweging van de worp, aangezien dit de meest instabiele positie is. De schouder bevindt zich hierbij in abductie, exorotatie en retroflexie. Als er op dit moment tegen de arm wordt geduwd (wat reglementair verboden is), of bij een val op de uitgestrekte arm, is de kans op een luxatie of subluxatie met beschadiging van het labrum glenoidale groot. Ook bij de verdediger bestaat het risico op een luxatie of een subluxatie als hij zijn armen onvoldoende voor zijn lichaam houdt, waardoor de kracht om een inkomende tegenstander met een arm tegen te houden te gering is. Voor de preventie van deze blessure zijn het spelen volgens de spelregels, een goede timing en een goede techniek, als ook een goede statische en dynamische kracht van de schouderspieren van belang. Gezien de grote kans op een recidiverende luxatie bij een sport als handbal is men bij een eerste luxatie momenteel geneigd bij jonge handballers direct een artroscopie met operatief herstel van het letsel uit te voeren. Luxaties en subluxaties die optreden zonder dat er sprake is van een duidelijk trauma, komen niet in aanmerking voor een artroscopie. Zij zijn meer het gevolg van dysbalans in spierkracht van de verschillende spieren van de rotator-cuff en bij deze sporters zal de nadruk op spierversterking en stabilisatie van de schoudermusculatuur moeten liggen. Peesontsteking van de schouder Tendinitis ter plaatse van de schouder kan ontstaan door overbelasting. De pass en het schot op doel vormen de belasting voor het schoudergewricht tijdens de aanval. Het aantal passes per speler ligt tijdens een wedstrijd tussen 100 en 120. Het aantal schoten op doel ligt voor een opbouwspeler tussen 15 en 20 per wedstrijd. Voor een cirkel loper en een hoekspeler ligt dit tussen 4 en 5. Het efficiency-percentage van een goede opbouwer is internationaal 50. Dit betekent dat 50% van de schotpogingen een doelpunt oplevert. Dit percentage ligt voor de hoeken en cirkels hoger. Tijdens een training is het aantal schoten op doel vele malen hoger. Overbelasting van de pezen van de schouder kan bij een handballer ontstaan door: onvoldoende techniek: als bij een sprongschot of strekworp de schouder onvoldoende wordt ingezet of als er onvoldoende lichaamsrotatie is, gaat een deel van de bewegingsketen verloren en neemt de snelheid van het. schot af. Om dit te compenseren wordt meer met kracht vanuit de schouders en ellebogen geschoten, waardoor er een overbelasting van de pezen aan schouder en/of elleboog kan ontstaan; beperkte beweeglijkheid in de schouder: de schouderinzet kan ook beperkt zijn door een bewegingsbeperking in de schouder;

12 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 12 instabiele schouder: overbelasting van peesaanhechtingen kan ook ontstaan als de schouderstabiliteit niet optimaal is door onvoldoende kracht van de rotator-cuff (in het bijzonder de exorotatoren). Preventie is mogelijk door het aanleren van een goede techniek met inzet van de gehele bewegingsketen, het verbeteren van de beweeglijkheid in schouder en wervelkolom en spierversterkende oefeningen van de rotator-cuff. Om de lichaamsrotatie optimaal te kunnen benutten is bovendien een goed ontwikkelde buikmusculatuur noodzakelijk. Deze vormt een belangrijk onderdeel van de werpketen. Elleboog Overstrekking van de elleboog Deze blessure komt voornamelijk voor bij keepers door het blokken van een harde bal halfhoog. De bal wordt dan met de onderarmen gestopt en de elleboog kan hierbij overstrekt raken. Bij het stoppen van hoge en lage ballen is een uitgestrekte elleboog noodzakelijk, maar het stoppen van de bal gebeurt hier hoofdzakelijk met de handen. Bij verdedigers kan het overstrekken ook gebeuren tijdens het blokken van een bal en bij een aanvaller tijdens een schotpoging waarbij zijn onderarm wordt geblokkeerd door de hand van een verdediger. Om dit letsel te voorkomen, moet een keeper een licht gebogen houding van de ellebogen hebben met een goede voorspanning van romp-, schouder- en armspieren en een goede timing met een voorwaartse beweging in de richting van de bal. Daarnaast is een goede statische kracht van romp- en schouderspieren, biceps, triceps en onderarmspieren noodzakelijk. 5. Honkbal Blessures Honkbal en softball bestaan uit werpen, slaan, vangen en honklopen. Aan de hand van deze verschillende actiemomenten worden de blessures besproken. Werpen Bovenhands werpen geeft vooral belasting op de schouder en de elleboog. Honkbalpitchers werpen bijna altijd bovenhands, een enkele met een zogenaamde sidearm, of onderhands. Softball pitchers zijn verplicht onderhands te werpen. Vanzelfsprekend gooit de pitcher de meeste ballen. Deze speler is dan ook het meest blessuregevoelig. Ook de korte stop en de buitenvelders moeten over een goede arm beschikken. De binnenvelders maken de meeste nullen op het eerste honk, waarbij de korte stop de grootste afstand moet overbruggen (30 à 40 meter). De buitenvelders moeten soms vanuit het buitenveld naar de thuisplaat gooien (70 tot 90 meter). De betere pitchers kunnen niet alleen de bal in de slagzone werpen, maar doen dit ook nog op een gevarieerde manier. Zo kan een pitcher de baan die de bal beschrijft laten variëren alsmede de snelheid van de geworpen bal. Hij doet dit door techniekaanpassingen, onder andere door de positie van de vingers op de naden van de bal te wijzigen. Hierdoor ontstaan rotaties van de bal. Alle terminologie hierbij is in het Engels. Zo wisselt de pitcher fastballs af met sliders en curves. De fastball is een harde rechte bal, waarbij sommige Amerikaanse toppitchers een snelheid van 160 kilometer per uur kunnen bereiken. De slider wordt ook hard gegooid (120 à 125 kilometer per uur) en beschrijft een bocht naar buiten, zodat de slagman in verwarring kan worden gebracht bij de slag/ wijd beoordeling en zijn eventuele swing. De curve is een bal die met een snelheid van 100 kilometer per uur wordt gegooid en van boven naar beneden valt. De betere pitchers zijn dermate waardevol voor hun team dat constant overbelasting dreigt. Het pitchen kan worden gesplitst in zes fasen. Bij de wind-up houdt de pitcher de bal verborgen in de handschoen en wordt het tegenovergestelde been opgetild. Bij de stride

13 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 13 maakt het opgetilde been een uitvalspas en komt de schouder van de werparm in een draaiing naar buiten. Cocking begint bij het neerkomen van de voet bij de uitvalspas en brengt de schouder in maximale uitdraai. Daarna komt de arm acceleration die duurt tot de release van de bal. Na de release volgt de arm deceleration met tot slot de follow through. Bij hard werpen worden grote krachten uitgeoefend op de schouder en de elleboog. Techniekfouten in combinatie met overbelasting leiden snel tot blessures. De werpactie moet eigenlijk een vloeiende beweging van het hele lichaam zijn, zodat overmatige piekbelastingen op de weke delen worden voorkomen. Nederland heeft eigenlijk geen 'werpcultuur'. Veel meer wordt er tegen een bal getrapt dan met een bal gegooid. In Amerika is dit tegenovergesteld. Technisch goed werpen moet al op jonge leeftijd worden aangeleerd. De schouder Impingementklachten van de schouder zijn de meestvoorkomende blessures die door het werpen worden veroorzaakt. Peesontstekingen zijn daarbij vaak het anatomisch substraat. De pezen van de rotatorcuff moeten de bovenarm bij de werpactie stabiliseren in de schouderkom en worden zwaar belast. Dysbalansen kunnen de impingementklachten verergeren. De passieve stabiliteit wordt verzorgd door het gewrichtskapsel en de kapselligamenten. Beschadigingen hierin kunnen leiden tot instabiliteitsklachten, een schrikbeeld voor een pitcher. Ook hier spelen dysbalansen een oorzakelijke rol. De deceleratiefase veroorzaakt stress op dorsale kapsel en musculatuur van de schouder, door de grote excentrische krachten die daarbij ontstaan. Onvoldoende spierkracht van de schouderspieren aan de dorsale zijde zal snel leiden tot klachten van dit gebied. Niet vaak voorkomend, maar wel enige keren beschreven zijn stressfracturen van de bovenarm bij pitchers. Bij de behandeling van schouderklachten is behalve lokaal op de betreffende structuur gerichte therapie een goed gedoseerde krachttraining essentieel. Hierbij kan een technische analyse ondersteund met dynamische krachtmeting de oorzaak aan het licht brengen. MRI-onderzoek (maar vooral CT-scintigrafie) en een kijkoperatie van de schouder hebben een verrijking van de therapeutische mogelijkheden gebracht. De elleboog De meestvoorkomende klachten van de elleboog zijn gelokaliseerd aan de binnenzijde. Berucht is de peesontsteking (eigenlijk tendinose) van de polsflexoren. Deze groep spieren die aanhecht op de binnenzijde van de elleboog krijgen vooral tijdens de acceleratiefase een enorme stress te verwerken. Bij het werpen van een curvebal wordt dit nog eens versterkt, vooral als de worp technisch niet goed wordt uitgevoerd. Ook de zenuwen die door de elleboog lopen kunnen door deze stress overmatig gerekt worden en een klachtenbeeld geven. Bij jongere pitchers kan de zogenaamde Little League Elbow ontstaan. Op jongere leeftijd moet heel zuinig worden omgesprongen met het werpen van curveballen. Dit kan nog eens versterkt worden, indien de bal nat is en door het vocht zwaarder is geworden. De allerjongsten spelen met een lichtere en zachtere bal. Aandoeningen van het voorste, achterste en buitenzijde komen veel minder frequent voor. Onderhands werpen levert veel minder blessures op dan bovenhands werpen. Softballpitchers zijn dan ook veel minder geblesseerd dan honkbalpitchers. Ook softballpitchers werpen zoveel mogelijk gevarieerd (drop, rise, chang-up en curve). Ook bij softballpitchers kunnen een enkele keer stressfracturen voorkomen, maar dan in de pols. Deze aandoening ontstaat door de herhaaldelijke draaiing. Preventie van overbelastingsletsels Zoals bij veel sporten kan een goed aangeleerde techniek en een goed uitgevoerde warming-up veel blessures voorkomen. Daarnaast moet gewaakt worden voor overbelasting, vooral bij de pitchers. Voordat een pitcher speel klaar is, moet hij zeker vijftig tot zestig ballen

14 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 14 geworpen hebben, naast de algemene warming-up. De eerste twintig ballen op halve afstand en halve snelheid, daarna op normale afstand en normale snelheid, zeker tien worpen van ieder type (fastball, slider, curve). Daarnaast moet hij bij een lange slagbeurt van zijn eigen partij tussendoor ook wat werpen. Het aantal worpen moet bijgehouden worden, zodat overbelasting kan worden voorkomen. Na afloop is het gebruikelijk de schouder met ijs te koelen, hoewel niet iedereen van het nut overtuigd is. Het duurt gemiddeld vier relatieve rustdagen, voordat een pitcher na een volledige wedstrijd weer in staat is de volgende wedstrijd te werpen. Hij dient in de herstel periode wel regelmatig los te werpen. Secundaire preventie na letsels bestaat vooral uit een goed gedoseerde krachttraining met aandacht voor alle cuffspieren. Vangen Een honkbal weegt circa 150 gram en heeft een harde buitenkant. Een volop de knuppel genomen bal kan een snelheid van 200 kilometer per uur bereiken. De binnenvelders staan op betrekkelijk korte afstand. Het vereist daarom een goed reactievermogen, een goede visus en een goede techniek om de bal met de handschoen te kunnen vangen of fielden. Fielden betekent een via de grond geslagen bal vangen. Bovendien kan door een zogenaamde bad hop de bal plotseling opstuiten. Hierdoor kunnen kneuzingen van diverse lichaamsdelen ontstaan. Het dragen van een gebitsbeschermer is geen gewoonte, maar is wel aan te bevelen. Standaard voor iedere honkbalspeler is wel de balzakbeschermer, de zogenaamde cap of tok. Verkeerd gevangen ballen kunnen leiden tot blessures van de hand en de vingers. Het zijn voornamelijk kneuzingen van de gewrichten in de hand, maar ook breuken en peesscheuren. De buitenvelders moeten bij hoog geslagen ballen goed met elkaar communiceren om onderlinge botsingen te voorkomen. Tevens moeten zij de afmetingen van het veld goed kunnen inschatten om aanvaringen met de omheining te voorkomen. Dit laatste is spectaculair voor de toeschouwers, maar minder aangenaam voor de betreffende speler. Als het buitenveld erg ongelijk is, kunnen inversie- of eversie-traumata optreden aan de spronggewrichten. Een specialist op het gebied van vangen is vanzelfsprekend de catcher. In een gehurkte houding zit hij achter de plaat om niet-geslagen ballen te vangen. De catcher bepaalt in principe de soort bal die de pitcher moet werpen, zodat hij zich hierop kan instellen. Hoewel de catcher goed beschermd is door knie- en lichaamsbeschermers en een speciale catchers helm, zal hij toch regelmatig kneuzingen oplopen van de bal. De helm heeft tegenwoordig ook een speciale keelbeschermer. Vooral een op de grond voor hem stuiterende bal is moeilijk te verwerken. Gevaarlijk zijn ook ballen die door een lichte aanraking met de knuppel iets van richting veranderen. Indien er geen tegenspelers op de honken staan, kan de catcher zijn werphand veilig op de rug houden. Is dit echter wel het geval, dan zal de werphand dichter bij de handschoen worden geplaatst om tijdverlies te voorkomen bij het aangooien naar bijvoorbeeld het tweede honk bij steelpogingen. Dit leidt vanzelfsprekend tot meer trauma's van deze hand. De gehurkte houding belast de knieën extra, vooral de knieschijf krijgt voortdurend grote krachten te verwerken. Bij jeugdigen moet ook het catchen goed gedoseerd worden om pijnklachten van patella (knieschijf) en bovenbeen te voorkomen. Honklopen Honklopen betekent vanuit stilstand een maximale sprint van doorgaans 27,5 meter. Soms kan een extra honk worden genomen hetgeen de loopafstand verdubbelt. Op het eerste honk is een uitloop mogelijk, op de andere honken niet, zodat daar vaak een sliding wordt uitgevoerd. De sliding kan met een gestrekt been naar voren worden uitgevoerd, maar ook met de handen naar voren, een zogenaamde head-first. Honklopers zijn verplicht een helm te dragen, omdat de bal tegelijkertijd naar het honk wordt gegooid en hard het hoofd kan raken. Slidings kunnen leiden tot lelijke schaafwonden van het dijbeen en de knie, zogenaamde

15 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 15 strawberries. Hard gravel of steentjes aan de oppervlakte werken dit in de hand. Het is dan ook raadzaam om tijdens de training en de wedstrijd een speciale slidingbroek te dragen, die extra bescherming biedt. Tegenwoordig liggen de honken vast. Hierdoor ontstaan bij het honklopen meer enkeltraumata. Te laat ingezette slidings kunnen ook kneuzingen van de knie en breuken van de enkel en het onderbeen veroorzaken. Soms moet een honkloper een dubbelspel opbreken, waarbij de honkman zoveel mogelijk gehinderd moet worden om de bal nog goed te kunnen aangooien. Dit kan leiden tot forse botsingen tussen honkman en honkloper. Ook op de thuisplaat kunnen spectaculaire botsingen ontstaan tussen de catcher en de honkloper, waarbij de catcher moet trachten de honkloper uit te tikken, voordat hij de plaat bereikt. Het voluit sprinten kan leiden tot spierscheuren van voornamelijk de hamstrings, maar omdat soms een ronding van een honk wordt gemaakt, kunnen ook de bovenbeenadductoren in de lies scheuren. Lage temperaturen in het voor- en najaar werken dit extra in de hand, zodat dan meer aandacht geschonken moet worden aan de warming-up voor iedere slagbeurt. Slaan Specifieke blessures door het slaan komen niet frequent voor. De slagman kan soms wijd gegooide ballen niet ontwijken en kan daarbij hard geraakt worden door de bal. Zeer pijnlijke kneuzingen kunnen daarbij optreden van de voorste elleboog en de scheenbenen. Het hoofd is beschermd door een helm. Oorbeschermers zijn daarbij standaard. Recent worden ook helmen gemaakt met een extra uitbouw om de oogkas te beschermen. Er zijn ernstige breuken van de oogkas beschreven, die vooral in de slagsituatie bij de slagmensen voorkwamen. Speciale beschermstukken voor de elleboog en de schenen komen ook steeds meer in zwang. Problemen in de lage wervelkolom en de spieren kunnen tot uiting komen door misgeslagen ballen, waarbij een grote draaiing ontstaat. De slagman maakt dan een slagbeweging in het luchtledige. Hierbij kan ook de elleboog van de voorste arm overstrekt worden met achterste kapselirritaties. Niet goed geraakte ballen kunnen behoorlijk doordreunen in handen en polsen. Vooral een bal die op het dunne gedeelte van de knuppel komt, resoneert dermate door, dat de duimmuis van de achterste hand zwaar gekneusd wordt. Overig Tijdens wedstrijden en trainingen moet iedere speler voortdurend alert zijn op gevaarlijke situaties. Fout geslagen ballen kunnen alle kanten opvliegen, bijvoorbeeld ook in de dug outs. Iedereen moet dan ook altijd oog op de slagsituatie hebben of voldoende bescherming zoeken. In de Verenigde Staten zijn in de periode van 1973 tot dodelijke ongevallen gerapporteerd, voornamelijk door hard geslagen ballen tegen borst, nek of hoofd. Tijdens de training worden verplaatsbare hekken gebruikt om bijvoorbeeld pitchers die batting practise werpen te behoeden voor ongevallen. 6. Judo In het judo zien we relatief weinig overbelastingsletsels. De overbelastingsblessures die we wel regelmatig tegenkomen, zijn onderarmklachten, rugklachten en schouderklachten. Judo behoort tot de zogenaamde contactsporten. Een eerste vereiste bij deze sport is het goed beheersen van het 'val breken'. De energie die vrijkomt met het contact met de mat, moet over een zo groot mogelijk oppervlak verdeeld worden. Hoewel judo er door de armklemmen, verwurgingen en het vele vallen gevaarlijk uitziet, komen er in de praktijk weinig ernstige blessures voor. Contactsporten worden vaak gezien als sporttakken met een hoge blessure-incidentie. Judo staat echter slechts op de vijftiende plaats in de ranglijst wanneer men het aantal blessures per 1000 uren sporten uitdrukt. Wanneer men gaat kijken naar het aantal medisch behandelde blessures in het judo, staat judo op de negende plaats. Het betreft vooral aandoeningen van de bovenste extremiteiten en in mindere mate blessures van hoofd, nek en de onderste extremiteiten. Distorsies

16 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 16 (verstuikingen) maken circa de helft uit van alle blessures. Belangrijke oorzaken van letsels bij judo zijn een slechte valtechniek, een slechte worptechniek, een geblokkeerde worp of het vloeroppervlak. Veel van deze blessures zijn te voorkomen door zich aan de spelregels te houden en alleen correcte technieken toe te passen. Uit onderzoek blijkt dat er bij verdedigend judo meer blessures ontstaan dan bij aanvallend judo. Door het verzet van de verdediger, komen er grotere krachten vrij. De huid: De meeste huidletsels zijn schaafwonden door de ruwe mat. Ook de nek wordt nog wel eens open geschuurd door de kraag van de jas. Doordat men op blote voeten sport, komen schimmelinfecties van de voeten regelmatig voor. Het hoofd Door de intensieve training in het valbreken komen hersenschuddingen weinig voor. Met veel judoka's op de mat bestaat wel het gevaar van een botsing. Bij een omstrengeling of verwurging kan door het dichtdrukken van de circulatie of de luchtpijp de zuurstoftoevoer naar de hersenen onvoldoende worden. Een ander gevaar is druk op het regel mechanisme in de halsslagader, de sinus caroticus met als gevolg een sterke prikkeling van de tiende hersenzenuw (nervus vagus), waardoor de bloeddruk en de polsslag sterk dalen en de judoka het bewustzijn verliest. Wanneer de judoka op tijd opgeeft, worden zelden nadelige gevolgen gezien. Hierbij is een belangrijke taak weggelegd voor de scheidsrechter, die tijdig moet ingrijpen. De scheidsrechter moet aan de verdwijnende spierspanning zien dat de judoka het bewustzijn verliest en de partij onmiddellijk beëindigen. Volgens de reglementen mag de scheidsrechter de judoka niet aanraken, maar het is beter wanneer hij toch de juiste EHBO toepast. De EHBO'er kan dit werk daarna snel overnemen. Bij bewusteloosheid door een verwurging moet de judoka op de rug gelegd worden met de benen omhoog. Binnen enkele seconden komt hij dan bij. Zo niet, dan volgen de EHBO-regels bij een bewusteloze. Ook in trainingssituaties zal een verwurging soms zo snel gaan dat er een bewusteloosheid optreedt. Uiteraard moet dezelfde eerste hulp toegepast worden. De bewusteloosheid is meestal zo kort, dat men vrijwel altijd na een paar minuten de training kan voortzetten. Er zijn geen nadelige gevolgen bekend. Neusbloedingen komen frequent voor, doch zijn meestal snel te stelpen. In de training en bij kinderen past men de EHBO-regels toe. Bij wedstrijden en bij oudere sporters kan men witte watten in het neusgat stoppen en het judo vervolgen. Het oor Door druk op het oor tijdens het grondgevecht kan een bloeding in de oorschelp ontstaan (otohematoom). De bloeding vindt plaats tussen het kraakbeen en het kraakbeenvlies van de oorschelp. Dit heeft een zeer pijnlijke zwelling tot gevolg. Koelen helpt nauwelijks. Wordt het hematoom niet ontlast, dan zal na een pijnlijke genezing van een paar weken een vervorming van de oorschelp ontstaan, die wordt veroorzaakt door bindweefselvorming. Wanneer in de loop van een judocarrière er meerdere van deze bloedingen zijn geweest, vervormt het oor zo dat het eruit gaat zien als een bloemkool: het bloemkooloor. Dezelfde blessure treedt op bij onder andere rugby, worstelen en boksen. De therapie bestaat uit een steriele punctie uitgevoerd door een arts, gevolgd door een drukkend verband. Er zijn ook ingrijpender behandelingen bekend met incisies en drains gevolgd door verschillende methodes van verbinden met druk. Er is een methode beschreven met aan de voor- en achterkant van de oorschelp een boordenknoop die door en door vastgehecht wordt. De eigen ervaring heeft geleerd dat de punctiemethode en een drukverband rondom het hoofd gedurende minimaal 48 uur goede resultaten geeft. Tertiaire preventie bestaat uit het dragen van oorbeschermers (waterpolocap), doch dit wordt slechts zelden door judoka's gedaan.

17 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 17 Halswervelkolom Indien een worp of valbreektechniek verkeerd wordt uitgevoerd, kan men zodanig op het hoofd terechtkomen, dat een distorsie, wervelfractuur of een kneuzing van de halswervels ontstaat. In een overigens zeer zeldzaam geval kan dit leiden tot een verlamming (hemi- of tetra plegie). In 1995 kreeg een judoka een dwarslaesie. Dit is na analyse met de scheidsrechters, de tegenstander en het slachtoffer verklaard door een zeer ongelukkige val op het hoofd waarbij niemand schuld trof. Het is overigens in de reglementen verboden om opzettelijk op het hoofd te landen (reglement). Dit geldt zowel voor aanvallende als voor verdedigende technieken. De judoka wordt gediskwalificeerd. Borst- en lendenwervelkolom Er zijn diverse oorzaken van rugklachten in het judo. Geforceerd gewichtsverlies of te lang in een te lichte gewichtsklasse blijven kunnen een oorzaak zijn. Het toepassen van een onjuiste techniek eveneens. De wervelkolom staat bij judo bloot aan veel buig- en torsiebelastingen. Tevens ontstaat bij bepaalde worpen een grote druk op de tussenwervelschijven, vooral in het lumbale gedeelte. Met name in de tweede groeifase is de wervelkolom extra kwetsbaar in verband met een dysbalans in de ontwikkeling van het skelet en die van de spieren. Het gevaar voor overbelasting is met name aanwezig bij een insufficiënte strekmusculatuur van de rug, bij foute werptechnieken of bij te eenzijdige oefening van een speciale worp. Aan het einde van de groei wordt nog wel eens gezien dat een judoka te lang in zijn gewichtsklasse probeert te blijven, terwijl hij er letterlijk uitgegroeid is. Door een chronisch tekort aan brandstoffen zullen de houdingsspieren hun werk onvoldoende kunnen doen. Een overbelasting van de rug is het gevolg. Elke judoka hoort systematisch en op een correcte wijze rug- en buikspieren te trainen. Dit kan toegepast worden als een onderdeel van de normale training, vooral bij jeugdigen. Schouder Veel voorkomende aandoeningen in dit gebied zijn breuken van het sleutelbeen, verstuikingen en ontwrichtingen (luxaties) van het acromioclaviculaire (AC-) gewricht en distorsie van het glenohumerale gewricht. Luxaties van dit laatste gewricht treden betrekkelijk weinig op, omdat judoka's leren dat ze nooit op een uitgestrekte arm moeten vallen. Bij de meeste schouderletsels zal er een conservatieve behandeling plaatsvinden. Er is zelden een operatie nodig bij een sleutelbeenfractuur. Dit geldt ook bij een totale (derdegraads) distorsie van het AC-gewricht. Letsels van de schouder treden meestal op door een onvoldoende worp- of valtechniek en zijn zodoende te voorkomen door een verantwoord optreden van beide judoka's. Ook een goede schokabsorberende judomat werkt blessurepreventief. Steeds vaker herkennen we schouderklachten op basis van een instabiliteit van het glenohumerale gewricht. Deze instabiliteit kan sluipend beginnen door bijvoorbeeld een onjuiste technische uitvoering van een schouderworp of taiotoshi. Na bevrijdingstechnieken bij een armklem of houdgreep zien we meer een acuut moment. Elleboog Door het uitsteken van een arm tijdens een val kan een distorsie, luxatie of botbreuk in het ellebooggewricht optreden. Meestal is de oorzaak van een elleboogdistorsie een geforceerde armklem. Via de overstrekking kan het kapsel scheuren. Wanneer de judoka niet op tijd opgeeft, of wanneer de scheidsrechter dit te laat onderkent kan een fors elleboog letsel ontstaan. Het kapsel scheurt en er kan dan ook een ruptuur van de binnenste gewrichtsband (ligamentum humero-ulnare) ontstaan. Soms moet dit geopereerd worden, waarna een lange revalidatie volgt. Ook hier behoort het tot de taak van de scheidsrechter tijdig in te grijpen. Door recidiverende distorsies kan een chronisch beeld ontstaan met pijn en functiebeperking, de zogenaamde 'judo men's elbow'. Herhaaldelijk vallen op de elleboog

18 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 18 kan leiden tot een slijmbeursontsteking (bursitis olecrani). Dit kan voorkomen worden door het dragen van elleboogbeschermers. Onderarm Een typische overbelastingsblessure in het judo, maar ook bij motorsporters en turners is een aandoening van de onderarmflexoren en de ulna. Het gaat hier om een overbelasting van de polsflexoren en de aanhechting hiervan op het periost. Het is analoog aan de shin splints bij de onderbenen. Door de repeterende grote krachten met veel statische momenten op de onderarmspieren kan een periostontsteking aan de binnenzijde van de ulna ontstaan. Hier hechten de polsflexoren gedeeltelijk aan. Deze spieren zijn dan pijnlijk en verhard en de aandoening kan zelfs uitlopen tot een logesyndroom van de polsflexoren. De judoka heeft tijdens en na afloop van een training pijn aan de binnenzijde van de ulna. De behandeling bestaat uit het rekken van de polsflexoren en het versterken van de polsextensoren in combinatie met gedoseerde rust. Soms is fysiotherapeutische behandeling geïndiceerd en heel zelden een operatie om de spierfascie te klieven. Hand Distorsies van vinger- en duimgewrichten komen vrij frequent voor, met name in het grondgevecht of door het blijven hangen van de vinger in de jas. Ter voorkoming van recidieven kunnen de vingers getapet worden. De vingernagels moeten kortgeknipt en goed verzorgd zijn. Bij judoka's die intensief trainen, vallen kleine knobbeltjes ter hoogte van de laatste vingergewrichtjes op. Deze lijken op noduli van Heberden en men kan dan aan artrose denken. Het zijn echter eenvoudige eeltknobbeltjes en de gewrichtjes zijn volstrekt normaal. Knie De knie is bij judo een kwetsbaar gewricht. Indien tijdens het werpen het been geblokkeerd wordt, kan een draailetsel ontstaan. Dit kan leiden tot scheuringen van kapsel, collateraalbanden, kruisbanden en menisci. Dit soort letsels zijn moeilijk te voorkomen. In trainingen en op kleinere toernooien moet erop worden toegezien dat de niveauverschillen tussen de judoka's niet te groot zijn. Vooral een groot verschil in lichaamsgewicht, wat bij trainingen kan voorkomen, vergroot de kans op onder andere knieblessures. Bij wedstrijden zijn de judoka's in gewichtsklassen ingedeeld. In de zwaarste klasse kunnen echter grote verschillen bestaan. Door het vallen op de knie kan een slijmbeursontsteking op de knieschijf (bursitis praepatellaris) ontstaan, waarbij preventie mogelijk is door het dragen van kniebeschermers. Enkel en voet Het wekt geen verbazing dat een contactsport als judo die op blote voeten wordt uitgevoerd, regelmatig enkel- en voetblessures tot gevolg heeft. Blokkeren van de voet bij de inzet van een worp kan een laterale enkeldistorsie veroorzaken. Dit kan ook gebeuren bij een te zachte mat. De preventie is vooral gelegen in de goede genezing van het bandletsel met hierbij preventieve enkeltape. Van de overige voetblessures staat de distorsie van het basisgewricht van de grote teen op de voorgrond. De oorzaak is doorgaans het omknikken van dit gewricht in een zachte mat of in een spleet tussen twee matten. In de herstelfase moet men lang preventief blijven tapen. 7. Kanoën Blessures tijdens kanoën kan je voorkomen door vóór aanvang van je tocht een "warming up" te doen. Echter is het effect hiervan maar beperkt. Blessures doen zich met name voor in de schouderregio en rug. Zeker als je nog maar nét in de kano zit en je moet onverwachts een correctie uitvoeren omdat je uit balans raakt. Dan

19 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 19 loop je het risico op blessures omdat je spieren nog niet goed opgewarmd zijn. Verdere typische kano-blessures zijn: blaren op de handen en crepitaties in de pols (de kraakpols ). Blaren kun je soms voorkomen door gebruik van handschoenen. Dit moeten echter wel speciale kano-handschoenen zijn, anders heb je er meer last dan gemak van. Veel ervaren kanoërs gebruiken liever geen handschoenen. Mensen die last hebben van een pols-crepitaties hebben nog wel eens baat bij een peddel zonder linkse of rechtse draai, waardoor het geïrriteerde kraakbeen van de pols aan de draaikant minder belast wordt. 8. Klim-sport Acute sportklimblessures De ringbandruptuur In de vingers bevinden zich (per vinger) twee buigpezen. De beide buigpezen lopen aan de palmaire (handpalm) zijde dicht tegen het bot aan. Ze worden 'op hun plaats' gehouden door circulair en kruislings verlopende bindweefselstrengen (ringbandjes). Buigen de vingers zich, dan schuiven deze ringbandje tegen elkaar aan en vormen zo een koker om pees en peesschede. Zo wordt voorkomen dat de pees als het ware de kortste weg kiest. Deze blessure doet zich vaak voor als een klimmer met zijn voeten wegglijdt en zich met één of enkele vingers probeert vast te houden. Soms gebeurt het door een zeer heftige dynamische beweging, of bij vermoeidheid aan het einde van een training. De positie van de vinger, de manier waarop een greep wordt gefixeerd, speelt hier vermoedelijk ook een rol. Er is een, zelfs op afstand hoorbaar, knapje. Het is onmogelijk in de acute fase door te klimmen. De pijn en de zwelling zijn meestal geconcentreerd aan de palmaire zijde van het eerste vingerkootje. Meestal betreft het de middelvinger of ringvinger. De behandeling is, zoals bij veel acute sportletsels, in eerste instantie: koelen. De verdere behandeling is conservatief. De vinger wordt gespalkt gedurende drie tot zes weken, waarna voorzichtig en op geleide van de klachten met behulp van 'kneedballetjes' gerevalideerd kan worden. Na drie tot vier maanden kan weer met de klimtraining worden begonnen. Onderzoek wijst uit dat het merendeel van de klimmers weer op het oude niveau terugkomt. In een enkel geval is operatieve reconstructie van het ringbandje noodzakelijk. Sommigen adviseren na een dergelijk letsel de vingers te tapen. Dat zou mogelijk ook het ontstaan van een ringbandruptuur voorkomen. Kapselletsel van de vingergewrichten Door fors zijdelings kracht uit te oefenen, vooral als de vinger in een 'mono' (één-vingergat) of in een spleet zit, kan een overrekking of scheuring optreden van het gewrichtskapsel. Er ontstaat een zwelling door vocht in het gewricht en er kunnen haematomen (bloeduitstortingen) zichtbaar worden. Behandeling: koelen, waarna een periode van immobilisatie. Bij het hervatten van het klimmen kan tapen van het aangedane gewricht overwogen worden, evenals 'buddy-tapen' (twee vingers aan elkaar). Preventie: moeilijk, vooral bij het rotsklimmen is deze blessure niet altijd te vermijden. Het vierde-lumbricalissyndroom Dit is een blessure die behalve bij sportklimmers ook bij boogschutters beschreven wordt. Vaak wordt de pink niet gebruikt omdat de greep te klein en de pink te kort is. De klimmer gebruikt zijn wijs-, middel- en ringvinger om zich mee op te trekken. De pink 'hangt' er als het ware bij. Wordt er forse kracht gebruikt dan kunnen scheuren ontstaan in de aanhechtingen van de buigpezen van de ringvinger en de pink. Dit veroorzaakt pijn in de handpalm aan de pink-zijde. Als therapie wordt buddytapen aanbevolen, zo nodig operatieve behandeling. Preventie: de pink 'erbij' houden. Chronische overbelastingsletsels

20 Saxion, AGZ Master en Minor Musculoskeletaal sportfysiotherapie p. 20 peesontstekingen De buigpezen van de vingers worden tijdens het klimmen, maar nog meer tijdens sportklimtraining, fors belast. De meeste pees-(schede)ontstekingen ontstaan dan ook bij de training. Soms zijn de oorzaken overduidelijk: geen warming-up/cooling-down, te snel een te hoge moeilijkheidsgraad willen bereiken, trainen op te kleine greepjes of randjes, trainen met de vingers in 'arqueé'-positie. Soms is het niet duidelijk, mogelijk ligt een oorzaak in de constitutie: lange, dunne vingers zijn misschien kwetsbaarder dan korte, brede. De symptomen zijn: pijn bij bewegen en bij belasten, drukpijn en eventueel is er crepitatie (een soort 'knisperen') te voelen in het verloop van de betreffende pees. Dit ontstaat doordat de binnenkant van de peesschede ruw is geworden. Ter plaatse kan ook zwelling ontstaan. Zelfs kan de peesschede door de ontstekingsreactie plaatselijk te nauw worden, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Behandeling bestaat verder uit NSAID'S (niet-steroïde ontstekingsremmers) en - in hardnekkige gevallen - injecties met ontstekingsremmende medicamenten in de peesschede. Vaak is de behandelaar in een dergelijk geval een plastisch chirurg. Verdikte vingergewrichten Tot op zekere hoogte is verdikking van de vingergewrichten een normale aanpassing aan de belasting. De vingergewrichten zijn scharniergewrichten, er is slechts beweging mogelijk om één as. Toch worden deze gewrichten tijdens het klimmen vaak in andere richtingen belast: zijdelings buigen of draaien. Het mag duidelijk zijn dat dit, indien dit zeer frequent gebeurt, een oorzaak is van irritatie van de gewrichten. Het resultaat blijkt uit de vele klachten van klimmers over stijve vingers bij het ontwaken, 'startpijn', pijn en zwelling na belasten en problemen met de fijne motoriek. Het geheel strekken of sluiten van de hand is beperkt. Therapie: aanpassen van, dan wel tijdelijk stoppen met de training, NSAID'S, onbelast oefenen en vooral een goede warming-up en cooling-down. Artrose Onderzoekers hebben de handen van een groep klimmers, die deze sport al heel lang beoefenen, op dit aspect bekeken. Een groot gedeelte van de groep had enige röntgenologische symptomen van slijtage van de vingergewrichten. Vooral bij de ouderen in deze groep was dit evident. Deze oudere klimmers haalden bij lange na niet het niveau, dat tegenwoordig door de 'top' geklommen wordt. Preventie van sportklimblessures Bij sommige blessures is vrij nauwkeurig aan te geven wat de waarde van specifieke preventieve maatregelen is. Soms is dat niet zo duidelijk en is het van groot belang een aantal min of meer algemene voorzorgen in acht te nemen. Samenvattend de volgende zaken: goede warming-up en cooling-down, stretching, vermijden van trainingsvormen zoals die in het verleden gehanteerd werden, zoals: het 'springen' naar smalle richels, verzwaard met extra gewichten (tot 75 kg!), heel langzaam stijgen van het klimniveau, voldoende rust, vooral na krachttraining, periodisering, aandacht voor de algemene conditie. 9. Lopen en springen Lopen algemeen

Fysiologische kenmerken

Fysiologische kenmerken Fysiologische kenmerken Bij basketbalwedstrijden zijn gemiddelde hartfrequenties gemeten van rond de 90% van de maximale hartfrequentie. Bij bepaalde spelsituaties komen lactaatconcentraties voor van 6-8

Nadere informatie

7. Houd een dagboek bij Als je op papier ziet dat je een flinke vooruitgang boekt dan werkt dit voor velen erg motiverend.

7. Houd een dagboek bij Als je op papier ziet dat je een flinke vooruitgang boekt dan werkt dit voor velen erg motiverend. In deze uitgave van de nieuwsbrief van de Handbal Opleiding Volendam een aantal onderwerpen die over sport en menta(a)l(iteit) gaan. Veel plezier met het lezen van de nieuwsbrief en als er vragen zijn

Nadere informatie

Een acuut letsel is een blessure die plots op treed (bvb een enkel verzwikking, een spierscheur, )

Een acuut letsel is een blessure die plots op treed (bvb een enkel verzwikking, een spierscheur, ) Sporten is hoe dan ook gezond, maar brengt ook een verhoogd risico op bepaalde letsels met zich mee. Er zijn echter enkele aandachtspunten en preventie oefeningen die dit risico sterk kunnen verlagen.

Nadere informatie

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen De schouder De schouder is een relatief complex gewricht. De vorm van het gewricht laat het toe om onze arm in alle richtingen te bewegen. Zolang alle componenten normaal functioneren kan de schouder perfect

Nadere informatie

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden ! Knieblessure De knie is het gewricht tussen het bovenbeen (het femur) en het scheenbeen (de tibia). Het kuitbeen (de fibula) begint onder het kniegewricht en ligt aan de buitenkant van het onderbeen.

Nadere informatie

Evidence Based Blessurepreventie in de Sport

Evidence Based Blessurepreventie in de Sport Evidence Based Blessurepreventie in de Sport Maarten Barendrecht Sportfysiotherapeut, medische begeleiding Hellas docent MOS, MSPT bij Avans+ Nederlands Instituut voor Sportblessurepreventie Overzicht

Nadere informatie

AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN

AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN De liesblessure Wat is het? Pijn in de lies wordt vaak een liesblessure genoemd. Automatisch denkt men dan vaak aan een blessure van de aanvoerende beenspieren (adductoren),

Nadere informatie

Patellofemoraal pijnsyndroom

Patellofemoraal pijnsyndroom Orthopedie Patellofemoraal pijnsyndroom Pijn in en rond de knieschijf Inleiding U heeft een bezoek gebracht aan uw behandelend arts op de poli. De arts heeft geconstateerd dat u patellofemorale pijnklachten

Nadere informatie

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament.

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament. Verstuikte enkel Een verstuikte enkel is een veel voorkomende aandoening. Ongeveer 25.000 mensen per dag maken dat mee. Enkel verstuikingen komen voor bij atleten en bij niet atleten, bij kinderen en volwassenen.

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder INSTABILITEIT VAN DE SCHOUDER Inleiding De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de kop relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk

Nadere informatie

AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN SPRINGERSKNIE - JUMPERS KNEE - HERSTEL

AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN SPRINGERSKNIE - JUMPERS KNEE - HERSTEL AMICA MANU SPORTMEDISCH GEZIEN SPRINGERSKNIE - JUMPERS KNEE - HERSTEL Springersknie De springersknie is een chronische blessure, waarbij de kniepees is geïrriteerd. Bij te grote belastingen, zoals explosief

Nadere informatie

Oefeningen voor thuis en op het werk.

Oefeningen voor thuis en op het werk. Oefeningen voor thuis en op het werk. Adviezen over wat je wel en beter niet kan doen. In Nederland is in de laatste twintig jaar veel onderzoek gedaan naar de invloed van oefeningen op het bewegingsapparaat.

Nadere informatie

Ligamentair letsel kniegewricht

Ligamentair letsel kniegewricht Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl Ligamentair letsel

Nadere informatie

Peesaandoeningen I Inleiding

Peesaandoeningen I Inleiding Peesaandoeningen I Inleiding Wat is een pees? Pezen zorgen voor de aanhechting van een spier op een vast punt in het lichaam. Meestal betreft dit een botstuk. De overgang van de spier naar de pees is geleidelijk

Nadere informatie

Preventietips voor sportblessures

Preventietips voor sportblessures .Stef Verheyden Kinesitherapie Preventietips voor sportblessures Groepspraktijk De Brug Waarom blessurepreventie? Sportbeoefening en sportblessures, jammer genoeg gaan ze al te vaak samen. Vroeg of laat

Nadere informatie

Screening rapport. Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren

Screening rapport. Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren Kinécentrum Ispra Knowledge to move... Screening rapport Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren Subject: Screeners: Leen DOE Kevin KUPPENS Tim VOLLON Datum: 13 Apr 2009 Specifieke

Nadere informatie

Patellofemoraal (pijn)syndroom Pijnklachten aan de voorzijde van de knie

Patellofemoraal (pijn)syndroom Pijnklachten aan de voorzijde van de knie Patellofemoraal (pijn)syndroom Pijnklachten aan de voorzijde van de knie Inhoudsopgave Inleiding 2 Wat is het patellofemoraal (pijn)syndroom? 2 Klachten 3 Oorzaken 3 Behandeling 3 Behandeling bij wat minder

Nadere informatie

Eindtermen Certificaat Eerste Hulp bij Sportongevallen van. Het Oranje Kruis. 18 december 2012

Eindtermen Certificaat Eerste Hulp bij Sportongevallen van. Het Oranje Kruis. 18 december 2012 Eindtermen Certificaat Eerste Hulp bij Sportongevallen van Het Oranje Kruis 2013 18 december 2012 Eindtermen Certificaat Eerste Hulp bij Sportongevallen vastgesteld door het College van Deskundigen Doelgroep

Nadere informatie

AANDOENINGEN VAN DE KNIE

AANDOENINGEN VAN DE KNIE AANDOENINGEN VAN DE KNIE In deze folder geeft het Ruwaard van Putten Ziekenhuis u algemene informatie over aandoeningen van de knie en de meest gebruikelijke behandelingen. Wij adviseren u deze informatie

Nadere informatie

Eerste Hulp Bij Sport Ongelukken (EHBSO) Blessure preventie

Eerste Hulp Bij Sport Ongelukken (EHBSO) Blessure preventie Eerste Hulp Bij Sport Ongelukken (EHBSO) & Blessure preventie Wie zijn wij? Wij zijn Procare fysiotherapie met praktijkruimtes in Gorinchem, Vuren en Herwijnen. Onze praktijken bieden naast diverse specialisaties

Nadere informatie

10 minuten training 1 Total Body

10 minuten training 1 Total Body 10 minuten training 1 Total Body Met deze 10 Minuten training train je het hele lichaam. Alle spiergroepen komen aan bod. Waarom 10 minuten trainingen? Voor veel mensen is het nog steeds moeilijk om een

Nadere informatie

Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel

Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel Wat is een verzwikte enkel? Bij het verzwikken van de enkel kantelt de voet naar binnen terwijl het been belast

Nadere informatie

TRAININGSPLAN STABILITEIT

TRAININGSPLAN STABILITEIT TRAININGSPLAN STABILITEIT Stabiliteitstraining Om goed te kunnen bewegen en/of te kunnen sporten is een sterke romp noodzakelijk. In een rechtop staande houding moet de romp het lichaam te allen tijde

Nadere informatie

Informatieavond SDV. Barneveld

Informatieavond SDV. Barneveld Informatieavond SDV. Barneveld Blessurepreventie 22-10-2012 Pieter Jansen & Arjan de Bruijn Voorstellen Pieter Jansen Voorstellen - Fysiotherapeut, master sportfysiotherapeut Fysiotherapie Vis, Wageningen

Nadere informatie

Oefeningen en tips voor geblesseerden

Oefeningen en tips voor geblesseerden Oefeningen en tips voor geblesseerden Ben je al geblesseerd, dan vind je hier tips en oefeningen voor een snel, maar verantwoord herstel van je blessure. Als je twijfelt over de ernst van de blessure,

Nadere informatie

De voorste kruisbandreconstructie

De voorste kruisbandreconstructie Afdeling: Onderwerp: Fysiotherapie De voorste kruisbandreconstructie 1 De voorste kruisbandreconstructie 2 De Voorste Kruisbandreconstructie De knie: De meeste mensen zien een knie als een simpel scharniergewricht

Nadere informatie

Informatieavond SDV. Barneveld

Informatieavond SDV. Barneveld Informatieavond SDV. Barneveld Eerste Hulp Bij Sport Ongevallen 01-04-2015 Pieter Jansen Master sportfysiotherapeut Inhoud 1. Risicofactoren voor blessures Inhoud 2. Acute blessures 3. Eerste hulp bij

Nadere informatie

1 Teenstand vanaf vlakke ondergrond. 2 Band training achillespees. 3 Teenstand op traptrede (gestrekte knie)

1 Teenstand vanaf vlakke ondergrond. 2 Band training achillespees. 3 Teenstand op traptrede (gestrekte knie) Pagina 1 van 5 Bij welke blessures werkt deze oefentherapie? Deze oefentherapie is effectief bij kuit, enkel, scheenbeen en fascia plantaris klachten. De fascia plantaris is de grote pees in de voetzool

Nadere informatie

Arm uit de kom / schouderluxatie

Arm uit de kom / schouderluxatie Arm uit de kom / schouderluxatie Orthopedie Beter voor elkaar Arm uit de kom Schouderluxatie is het uit de kom gaan van de bovenarm. Dat betekent dat het bovenarmdeel van het schoudergewricht niet meer

Nadere informatie

De beenderen in het hoofd vormen samen de schedel. De schedel word gedragen door de wervelkolom die in de romp naar beneden loopt.

De beenderen in het hoofd vormen samen de schedel. De schedel word gedragen door de wervelkolom die in de romp naar beneden loopt. THEMA 8 Paragraaf 1 het skelet De mens heeft ( net als alle andere gewervelden) een inwendig skelet of geraamte. Dit skelet bestaat uit vele beenderen (botten). De beenderen in het hoofd vormen samen de

Nadere informatie

Blessurepreventieve maatregelen voor Volleybal: Sportuitrusting - Sportschoenen - Sportkleding - Beschermende materialen

Blessurepreventieve maatregelen voor Volleybal: Sportuitrusting - Sportschoenen - Sportkleding - Beschermende materialen Het weten waard Volleybal staat op de derde plaats in de top-10 van sporttakken die relatief gezien de meeste blessures hebben. De hand en de vinger zijn de meest kwetsbare lichaamsdelen, terwijl verstuikingen

Nadere informatie

Nog vragen? Artrose van de knie De knie Wat is een artrotische knie?

Nog vragen? Artrose van de knie De knie Wat is een artrotische knie? Artrose van de Knie Artrose van de knie Bij artrose van de knie is er sprake van slijtage. Er zijn drie vormen die het kniegewricht kunnen aantasten. In deze folder leest u over de mogelijkheden van een

Nadere informatie

Cambridge Health Plan Benelux BV

Cambridge Health Plan Benelux BV Wanneer doet u deze oefeningen? Doe deze minstens 3 keer per week en al vrij snel voelt u verandering in uw lichaam. Ook krijgt u meer zelfvertrouwen. Naast deze oefeningen zorgt een dagelijkse wandeling

Nadere informatie

Sportgeneeskunde. Een lopers knie (Iliotibiale band syndroom)

Sportgeneeskunde. Een lopers knie (Iliotibiale band syndroom) Sportgeneeskunde Een lopers knie (Iliotibiale band syndroom) Algemeen Deze folder geeft u informatie over een lopers knie oftewel het iliotibiale band syndroom. De iliotibiale band is een lange peesplaat

Nadere informatie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie Kerkweg 45a 4102 KR Zijderveld Telefoon 0345-642618 Fax 0345-641004 E-mail vriesfysio@planet.nl Internet www.fysiodevries.nl/ Frozen shoulder

Nadere informatie

Achillespees blessure

Achillespees blessure Wat is het? 1. de aanhechting van de pees op de hiel 2. de pees met het omringende weefsel 3. de slijmbeurs in de diepte aan de voorzijde van de pees Een achillespeesblessure is een typische overbelastingsblessure.

Nadere informatie

Voorste kruisband reconstructie. Orthopedie

Voorste kruisband reconstructie. Orthopedie Voorste kruisband reconstructie Orthopedie Inhoudsopgave Inleiding 4 Klachten 5 Diagnose stellen 6 De operatie 6 Hamstring pezen techniek 7 Patellapees techniek 9 Na de operatie 10 Ontslag 11 Leefregels

Nadere informatie

Beter voorkomen dan genezen voorkomen van kwetsuren door middel van de juiste trainingsopbouw

Beter voorkomen dan genezen voorkomen van kwetsuren door middel van de juiste trainingsopbouw Blessurebehandeling en preventie Overzicht: 1. (R)ICE 2. meest voorkomende kwetsuren a) hoofd en hals b) armen c) romp d) benen e) andere letsels Beter voorkomen dan genezen voorkomen van kwetsuren door

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Buitenveld Onderdelen Buitenveld 1a. Hoge bal 1b. Blokken 1c. Scoopen 1d. Communicatie

Hoofdstuk 1 Buitenveld Onderdelen Buitenveld 1a. Hoge bal 1b. Blokken 1c. Scoopen 1d. Communicatie 1 Datum: Maandag 23 april 2012 Onderwerp: Coachcursus 1. Buitenveld 2. Honklopen 3. Tactiek Door: Percy Isenia Aantekeningen door: Michel ten Broeke Algemene opmerkingen: - De coachcursus is gericht op

Nadere informatie

De 11+ Een compleet warming-up programma

De 11+ Een compleet warming-up programma De 11+ Een compleet warming-up programma Deel 1 & 3 A A }6m Deel 2 B A: Hardlopen B: Jog terug B! ORGANISATIE A: Running OP HET exercise VELD B: Jog back Het parcours bestaat uit 6 paren evenwijdig geplaatste

Nadere informatie

Welk letsel kunt u opgelopen hebben?

Welk letsel kunt u opgelopen hebben? Acute knieblessure U bent op de Spoedeisende hulp van het Canisius-Wilhelimina Ziekenhuis (CWZ) terecht gekomen omdat u een acute knieblessure heeft opgelopen. Deze folder geeft u informatie over mogelijk

Nadere informatie

Algemene instructies oefeningen

Algemene instructies oefeningen Algemene instructies oefeningen o Lees eerst de disclaimer voordat u deze oefeningen begint. o Indien u pijnklachten vraag dan eerst uw arts of therapeut om advies o Zorg er voor dat de spieren niet koud

Nadere informatie

Presentatie blessure preventie. John Klerkx

Presentatie blessure preventie. John Klerkx Presentatie blessure preventie John Klerkx Programma 1. Doel van de presentatie. 2. De meest voorkomende blessures. 3. Preventie (voorkomen blessures). 4. Geslacht, leeftijd, lichaamsbouw/ gezondheid.

Nadere informatie

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint:

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint: Rek/Strek oefeningen mogen nooit pijn veroorzaken. Mocht u pijn krijgen stop dan onmiddellijk met de oefening. Het is belangrijk om de rek niet

Nadere informatie

Sport Specifieke Blessure Begeleiding

Sport Specifieke Blessure Begeleiding Sport Specifieke Blessure Begeleiding Week 8. Knierevalidatie Acute knie 300.000 knie letsels per jaar Aandoeningen contusie / distorsie hydrops heamartros meniscus kruisbanden / collaterale banden Acute

Nadere informatie

Voorste kruisbandreconstructie

Voorste kruisbandreconstructie Voorste kruisbandreconstructie Orthopedie / Fysiotherapie Beter voor elkaar 2 Orthopedisch netwerk Ikazia Als u in het Ikazia Ziekenhuis geopereerd wordt aan de voorste kruisband, bent u verzekerd van

Nadere informatie

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren

PECTUS REVALIDATIE. De pectoralisspieren. De rugspieren PECTUS REVALIDATIE Het doel van de pectus revalidatie (training borst- en rugspieren) is het versterken van de spieren van de borst en de rug en hiermee het verbeteren van je lichaamshouding. De volgende

Nadere informatie

Voorste kruisband reconstructie

Voorste kruisband reconstructie Voorste kruisband reconstructie Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan de knie. Hierbij zal de afgescheurde/beschadigde voorste kruisband worden vervangen. Hiervoor wordt een pees gebruikt die op

Nadere informatie

Wat zorgt voor de stabiliteit? Instabiliteit ontstaat wanneer er iets mis met het actieve of passieve systeem.

Wat zorgt voor de stabiliteit? Instabiliteit ontstaat wanneer er iets mis met het actieve of passieve systeem. (In-) Stabiliteit Inleiding Wat is instabiliteit? Instabiliteit van het schoudergewricht houdt in dat de weefsels in en rond de schouder niet in staat zijn de kop van de bovenarm op een juiste manier in

Nadere informatie

Achillodynie, Achillespeesklachten, Achillotendinopathie

Achillodynie, Achillespeesklachten, Achillotendinopathie Achillodynie, Achillespeesklachten, Achillotendinopathie De grootste en sterkste pees van het lichaam, de Achillespees is een kwetsbare plek. Achillespeesklachten vormen 6,5-11% van de blessures bij hardlopers.

Nadere informatie

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan.

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan. Rotator Cuff Scheur Rotator cuff scheur Inleiding Een rotator cuff scheur is een vaak voorkomende oorzaak van pijn en ongemak in de schouder bij een volwassene. De rotator cuff bestaat uit 4 spieren en

Nadere informatie

O m t e b e g i n n e n : V e i l i g h e i d s r e g e l s : G e n i e t e n f o r c e e r n i e t s!

O m t e b e g i n n e n : V e i l i g h e i d s r e g e l s : G e n i e t e n f o r c e e r n i e t s! Wanneer doet u deze oefeningen? Doe deze minstens 3 keer per week en al vrij snel voelt u verandering in uw lichaam. Ook krijgt u meer zelfvertrouwen. Naast deze oefeningen zorgt een dagelijkse wandeling

Nadere informatie

Instabiliteit van de schouder

Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de bol relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk worden.

Nadere informatie

TRAININGSPLAN XCO-TRAINER

TRAININGSPLAN XCO-TRAINER TRAININGSPLAN XCO-TRAINER HET PRINCIPE VAN XCO-TRAINING. Nieuw explosieve training met maximaal resultaat. Door actieve bewegingsvormen kan de mechanische belastbaarheid van spieren, het bindweefsel in

Nadere informatie

De foamroll oefeningen

De foamroll oefeningen www.bodyrelease.nl De foamroll oefeningen Wat je vooraf moet weten De foamroll oefeningen die je uitvoert moeten voelen als een diepe massage en kunnen zowel direct op de huid als met kleding aan worden

Nadere informatie

Schouder uit de kom SUCCES!!!

Schouder uit de kom SUCCES!!! Schouder uit de kom Schouder uit de kom Deze folder is bedoeld voor mensen bij wie de schouder regelmatig uit de kom schiet. In feite is het de kop van de bovenarm die naar voren of naar achteren uit de

Nadere informatie

Verzwikte of verstuikte enkel

Verzwikte of verstuikte enkel Verzwikte of verstuikte enkel Verzwikte of verstuikte enkel Vrijwel iedereen verzwikt of verstuikt wel eens een enkel. Bij een verzwikking is de schade beperkt; uw enkel is niet meer dan een beetje gezwollen

Nadere informatie

Gratis open inloopspreekuur

Gratis open inloopspreekuur 1 augustus 2012 In dit nummer Hierbij ontvangt u de nieuwsbrief van Praktijk chiropractie Stegeman. Wij houden u met deze nieuwsbrief op de hoogte Sport Tips Inloopspreekuur Blessures voorkomen van belangrijke

Nadere informatie

Orthopedie. Voorste kruisband plastiek

Orthopedie. Voorste kruisband plastiek Orthopedie Voorste kruisband plastiek Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw knie. Er wordt een voorste kruisband reconstructie verricht. In deze folder vindt u informatie over de voorste kruisband,

Nadere informatie

Informatie (achtergrond)

Informatie (achtergrond) Programma Informatie (achtergrond) Mallet vinger Kneuzingen Soorten Plaats Ontstaan t Page 1 Malletvinger Baseballfinger Swanneckvinger Page 2 Oorzaken Een malletvinger ontstaat meestal door een directe

Nadere informatie

Trainingsopbouw na knieblessures

Trainingsopbouw na knieblessures Trainingsopbouw na knieblessures Trainingsopbouw na knieblessures Nu het herstelproces van uw geblesseerde knie al zo ver is gevorderd, wilt u natuurlijk weer zo snel mogelijk uw activiteiten hervatten.

Nadere informatie

Voorste kruisband reconstructie

Voorste kruisband reconstructie Voorste kruisband reconstructie De voorste kruisband Tijdens sporten of een ongelukkige beweging kan de voorste kruisband scheuren. Uw orthopedisch chirurg zal in veel gevallen adviseren de voorste kruisband

Nadere informatie

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid T-III Acuut enkelletsel Inleiding Het inversietrauma van de enkel is met een geschatte incidentie van 425.000 gevallen per jaar in Nederland waarschijnlijk het meest voorkomende letsel van het bewegingsapparaat.

Nadere informatie

Lenig worden. Inhoud: Inleiding Warming up Stretchen Cooling-down Poses. M.koning

Lenig worden. Inhoud: Inleiding Warming up Stretchen Cooling-down Poses. M.koning Lenig worden Inhoud: Inleiding Warming up Stretchen Cooling-down Poses M.koning Inleiding: Leniger worden, dat willen we allemaal wel. Maar hoe word je nou eigenlijk lening? En wat is de beste manier om

Nadere informatie

Blessurepreventie zwemmen

Blessurepreventie zwemmen Blessurepreventie zwemmen AZ&PC 6 december 2014 Master of Science Physiotherapy Orthopedisch manueel therapeut Werkzaam en mede eigenaar bij Geeresteingroep (www.geeresteingroep.nl) Fysio- en manueel therapeut

Nadere informatie

PREVENTIEF HANDELEN & WAT TE DOEN BIJ.. BLESSURES

PREVENTIEF HANDELEN & WAT TE DOEN BIJ.. BLESSURES PREVENTIEF HANDELEN & WAT TE DOEN BIJ.. BLESSURES Presentatie VV GKC, najaar 2012 Ralf Henderickx, Fysiotherapeut 1: Inleiding + introductie 2: Enkel Blessure, wat te doen 3: Knie blessure, wat te doen

Nadere informatie

Hardlopen Veel voorkomende blessures en het voorkomen ervan

Hardlopen Veel voorkomende blessures en het voorkomen ervan BRENGT GEZONDHEID IN BEWEGING Hardlopen Veel voorkomende blessures en het voorkomen ervan In samenwerking met: Wie zijn wij? MERAS Fysiotherapie Jeroen Panhuizen - Sportfysiotherapeut Ruud Huijbregts -

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging. Basisstof 1. Stevigheid bij dieren door:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging. Basisstof 1. Stevigheid bij dieren door: Samenvatting Thema 8: Stevigheid en beweging Basisstof 1 Stevigheid bij dieren door: - uitwendig skelet (pantser bij bv. insecten aan de buitenkant) - inwendig skelet (botten aan de binnenkant) Alle botten

Nadere informatie

Enkele blessures die specifiek bij gymnastiek en turnen kunnen voorkomen, behoeven nadere toelichting.

Enkele blessures die specifiek bij gymnastiek en turnen kunnen voorkomen, behoeven nadere toelichting. Blessures binnen turnen De aard van de blessures verschilt per turndiscipline en is tevens afhankelijk van het niveau waarop geturnd wordt. Ervaring leert dat wanneer het niveau waarop de turnsport beoefend

Nadere informatie

ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE

ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE ASPECIFIEKE, HOUDINGSGEBONDEN LAGE RUGPIJN: OEFENTHERAPIE Aspecifieke lage rugpijn bestaat uit klachten waarvoor geen lichamelijke afwijking kan gevonden worden die deze klachten veroorzaakt. Het probleem

Nadere informatie

1. Inhoud 1. Inhoud...1 Gooien...2 Fielden...5 Slaan...10

1. Inhoud 1. Inhoud...1 Gooien...2 Fielden...5 Slaan...10 1. Inhoud 1. Inhoud...1 2. Gooien...2 Bal vasthouden...2 Gooien...2 3. Fielden...5 Binnenveld...5 Buitenveld...8 Bal fielden en Crow Hop...9 4. Slaan...10 Klaar staan aan de plaat...10 Slaghouding...10

Nadere informatie

De kijkoperatie. (Artroscopie)

De kijkoperatie. (Artroscopie) De kijkoperatie (Artroscopie) De kijkoperatie Als u een aandoening in uw knie heeft, kan de orthopedisch chirurg een kijkoperatie adviseren. Met deze ingreep kan de diagnose vaak beter worden gesteld.

Nadere informatie

Blessurepreventie bij joggers

Blessurepreventie bij joggers Blessurepreventie bij joggers Infosessie Jogbegeleiders 4 oktober 2014 Dr. Kris Peeters Joggen : goed voor lichaam en geest Veel voordelen Toch ook nadelen 1 Lichamelijk voordelen -> goed voor hart en

Nadere informatie

Door Wout Verhoeven & Maarten Thysen OPWARMING CORE STABILITY

Door Wout Verhoeven & Maarten Thysen OPWARMING CORE STABILITY Deze work-out neemt ongeveer drie kwartier in beslag. Je hoeft niet elke oefening te doen, je kan zelf kiezen aan welke zones je extra aandacht wil besteden. 'Toch is het gezond om elke work-out te starten

Nadere informatie

Patello-Femoraal Pijn Syndroom. Pijn rondom de knieschijf door verkeerde sporing

Patello-Femoraal Pijn Syndroom. Pijn rondom de knieschijf door verkeerde sporing Patello-Femoraal Pijn Syndroom Pijn rondom de knieschijf door verkeerde sporing Evt. Inhoudsopgave Inleiding De functie van de knieschijf De oorzaak van het Patello-Femoraal Pijn Syndroom. Het klachtenbeeld.

Nadere informatie

Bij deze oefening worden de lage rugspieren gerekt en worden de buik- en bilspieren versterkt.

Bij deze oefening worden de lage rugspieren gerekt en worden de buik- en bilspieren versterkt. Bij acute rug- of nekpijn zijn oefeningen meestal niet aangewezen. Vaak zijn ze ook niet mogelijk omdat elke beweging te veel pijn doet. Maar als de eerste pijn wat verminderd is, kunnen ze helpen om de

Nadere informatie

Overbelastingsblessures van de knie. Beleid bij topsporters

Overbelastingsblessures van de knie. Beleid bij topsporters Overbelastingsblessures van de knie Beleid bij topsporters Lateraal Tractus ileotibialis frictie syndroom Degeneratieve laterale meniscuslaesie Strain/tendinopathie biceps femoris LCL-laesie Entrapment

Nadere informatie

STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012

STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012 STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012 TJITTE KAMMINGA DOCENT FYSIOTHERAPIE HS LEIDEN FYSIOTHERAPEUT/MANUEEL THERAPEUT EX- TRAINER HARDLOPER WWW.TJITTEKAMMINGA.NL

Nadere informatie

Spier- en gewrichtspijn

Spier- en gewrichtspijn Spier- en gewrichtspijn Spierpijn na het sporten, een zweepslag, een verzwikte enkel, een gekneusde pink... Door een verkeerde beweging of door extra inspanning kunt u plotseling pijn aan spieren of gewrichten

Nadere informatie

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter

Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekoefeningen voor de Gehandicapte schutter Rekken is een essentieel onderdeel van een evenwichtig trainingsprogramma. Het dagelijks uitvoeren van rekoefeningen kan de flexibiliteit en gezonde gewrichten

Nadere informatie

Posterolaterale hoek letsels

Posterolaterale hoek letsels Posterolaterale hoek letsels Dr. Peter Van Eygen 04-11-2014 CAMPUS HENRI SERRUYS Inleiding Vaak niet herkend J. Hughston: You may not have seen posterolateral corner injuries, I can assure you that they

Nadere informatie

Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven

Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven Oefeningen tegen Ischias en klachten van de tussenwervelschijven Ischias is een vorm van zenuwpijn, beginnend in de heup en verdergaand langs de achterzijde van het been tot aan de voet, veroorzaakt door

Nadere informatie

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e Post-Op braces t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e OT TO BOCK POT- OP BRCE --------------------------- eer en meer worden bij postoperatieve of posttraumatische

Nadere informatie

Bursitis, tendinitis en enthesitis/enthesopathie

Bursitis, tendinitis en enthesitis/enthesopathie Reumatologie Bursitis, tendinitis en enthesitis/enthesopathie i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Inleiding De reumatoloog heeft de diagnose bursitis, tendinitis of enthesitis/enthesopathie bij

Nadere informatie

Veel voorkomende specifieke rugaandoeningen zijn een lumbale hernia en een wervelkanaal vernauwing.

Veel voorkomende specifieke rugaandoeningen zijn een lumbale hernia en een wervelkanaal vernauwing. (Chronische) lage rugklachten en rompstabiliteit Zeven tot acht op tien personen krijgen ooit te maken met (a)specifieke lage rugpijn. Aspecifieke rugklachten zijn te definiëren als pijn in het gebied

Nadere informatie

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar Henny Leentvaar (Sport)Massage Functie testen Datum: 14 mei 2008 Opgesteld door: Henny Leentvaar Functie testen Voordat kan worden overgegaan tot tapen of bandageren van een aangedane spier en/of gewricht

Nadere informatie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie Het doorbewegen bij een dwarslaesie Tetraplegie Inhoud Inleiding 3 Algemene opmerkingen 3 Zelfstandig doorbewegen 4 Doorbewegen door een hulppersoon 9 De Sint Maartenskliniek 24 Colofon 24 Inleiding In

Nadere informatie

kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging

kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging Rudy Duvillier benen 1 maak de knipmes beweging benen 2 ter plaatse 15'' knieen hoog afwisselend L en R en met de armen eveneens afwisslend L en R hoog.(snel tempo) benen 3 B Bal moet gerold worden van

Nadere informatie

Lage rugpijn. Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl

Lage rugpijn. Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl Lage rugpijn Voor meer informatie over onze organisatie kijkt u op: www.fydee.nl Inleiding Lage rugpijn Rugklachten komen veel voor. 4 van de 5 mensen heeft weleens te maken met rugpijn. In veel gevallen

Nadere informatie

Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees)

Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees) ORTHOPEDIE Voorste kruisband reconstructie Het plaatsen van een nieuwe kruisband (donorpees) Uw orthopedisch chirurg heeft u geadviseerd om de voorste kruisband van uw knie te vervangen en daarmee de stabiliteit

Nadere informatie

Patellaluxatie. De mate van patellaluxatie wordt in verschillende graden van ernst uitgedrukt:

Patellaluxatie. De mate van patellaluxatie wordt in verschillende graden van ernst uitgedrukt: Patellaluxatie Patellaluxatie is een aandoening die frequent wordt gezien bij de Engelse en Franse Bulldog, de Chihuahua, Yorkshire Terrier, Dwergkees en dwergpoedel. Het is niet bekend hoe hoog het percentage

Nadere informatie

Boulestechniek Keuze van boules

Boulestechniek Keuze van boules Boulestechniek Keuze van boules Om voor u de juiste diameter van de boules te bepalen, wordt door de Franse Jeu de Boules Bond de volgende meetmethode geadviseerd: Meet de afstand van het topje van de

Nadere informatie

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Anne van Vegchel SGA West-brabant CV 2000-2006 geneeskunde Utrecht 2007-2011 sportgeneeskunde Utrecht 2008-2012 clubarts eredivisieploeg handbal 2008-heden bondarts

Nadere informatie

Trainersbijeenkomst 9 september 2015

Trainersbijeenkomst 9 september 2015 Trainersbijeenkomst Programma ductie Bakker & De Vos van sportblessures Bakker & De Vos Centrum voor bewegen en gezondheid Actief op sportgebied middels begeleiding & sponsoring van sportclubs, waaronder

Nadere informatie

Schouderoperatie wegens inklemming

Schouderoperatie wegens inklemming Paramedische Ziekenhuiszorg Schouderoperatie wegens inklemming oefeningen en richtlijnen Inleiding Werking van de schouder De bovenarm eindigt bovenaan met een bol, dit is de schouderkop. Deze schouderkop

Nadere informatie

Verdraaiing (distorsie) van de knie

Verdraaiing (distorsie) van de knie Verdraaiing (distorsie) van de knie Verdraaiing (distorsie) van de knie Een blessure van de knie ontstaat vaak door een verdraaiing of andere onnatuurlijke beweging. Vaak wordt de knie al snel erg dik.

Nadere informatie

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie Groningen Sport Revalidatie (sport) fysiotherapie praktijk locatie Alfa - Kardingerweg 48 9735 AH Groningen locatie Hanze - Eyssoniusplein 18 9714 CE Groningen

Nadere informatie