Schimmels en Allergie. Capriolen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Schimmels en Allergie. Capriolen"

Transcriptie

1 Schimmels en Allergie Capriolen

2 Oktober 2000 Capriolen is een uitgave van Pharmacia & Upjohn BV, Diagnostics. Het verschijnt een aantal keer per jaar en heeft als doelstelling specifieke onderwerpen te behandelen die van belang zijn bij allergie en allergie diagnostiek in het bijzonder. Pharmacia Diagnostics AB is marktleider in in vitro allergie diagnostiek. Met behulp van het Pharmacia CAP System/UniCAP kunnen ca. 500 specifieke allergenen (inclusief 150 voedselallergenen) bepaald worden. De tekst van deze uitgave is geschreven door: Dr. H.F. Kauffman Laboratorium voor Allergologie Academisch Ziekenhuis Groningen

3 Inleiding Schimmels komen overal voor. Buitenshuis zijn de schimmelsporen ruimschoots vertegenwoordigd, maar ook binnenshuis kunnen ze in groten getale voorkomen, vooral in vochtige ruimten. Net als pollen- en huisstofmijtallergenen behoren schimmelallergenen tot de factoren die verantwoordelijk kunnen zijn voor manifestaties van respiratoire allergie (rinitis, allergisch astma). Nieuwe inzichten in de rol van schimmels op jongere leeftijd, vooral in relatie tot astma, doet de belangstelling voor schimmels en sensibilisatie toenemen. De opzet van deze Capriolen is om de lezer een beter inzicht te geven in de relatie tussen schimmels en allergie. Hierbij komen verschillende zaken aan bod, zoals het voorkomen van schimmels, de expositie aan schimmels, leeftijdsafhankelijke sensibilisatie voor schimmels, schimmels als oorzaak van allergische verschijnselen, diagnostiek van schimmelallergie en preventie. Pharmacia BV 1

4 1. Historie De eerste studie naar allergie voor schimmels was het onderzoek van Blackley in 1873 naar de oorzaak van astma. Hierbij toonde Blackley aan dat een extract van Penicillium glaucum, dat door hemzelf werd geïnhaleerd, een aanval van bronchial catarr veroorzaakte. Het onderzoek naar schimmels in relatie tot luchtwegklachten begon in Nederland bij Storm van Leeuwen in Hij deed onderzoek naar de klima-faktoren in de lucht waarbij veel sporen van Penicillium en Cladosporium, via een open Petrischaal cultuur, werden waargenomen. Binnenshuis werd vooral veel Aspergillus aangetroffen, vooral in bedden met kapokmatrassen; een erfenis van onze koloniale periode. Door Storm van Leeuwen werd aangetoond dat extracten van deze schimmels astmatogene substanzen bevatten. Bij huidteststudies werd in 43% van de gevallen sensibilisatie gevonden voor Aspergillus fumigatus. Ten Cate en Orie (1953) vervolgden het schimmelonderzoek, ook met de open Petrischaal methode, en vonden overwegend Cladosporium (70%) gevolgd door Penicillium, Botrytis, Aspergillus en relatief lage hoeveelheden Alternaria (0.5%). In patiënten met astma vonden zij vaak sensibilisatie voor de genoemde schimmels met behulp van huidtests, die een extract bevatten van een mengsel van deze schimmels. Ook inhalatie met een mengsel van schimmelextracten liet vaak (25%) vroege en late obstructieve reacties zien bij patiënten met astma en een positieve huidtest tegen schimmels. Van der Werff verrichtte in 1958 een grote aerobiologische studie naar schimmels. In de jaren tachtig werd dit onderzoek op twee plaatsen in Nederland voorgezet. In Groningen werd door Beaumont aerobiologisch onderzoek verricht met de Anderson sampler. Tevens werd de sensibilisatie van patiënten met luchtwegklachten onderzocht (huidteststudies). In Leiden werd door Spieksma gedurende een periode van meerdere jaren aerobiologisch onderzoek verricht met de Hirst trap. Hierdoor werd een goed inzicht verkregen over het voorkomen van schimmelsporen in Nederland over een lange periode (>10 jaar). Het voordeel van de Anderson sampler is dat hiermee onderscheid kan worden gemaakt tussen Penicillium en Aspergillus, hetgeen relaties tussen klinische studies naar aspergillose en het voorkomen van sporen van Aspergillus, mogelijk maakt. De Hirst methode maakt geen onderscheid tussen Penicillium en Aspergillus sporen, maar tellingen zijn eenvoudiger te verrichten, hetgeen lange termijn studies makkelijker maakt. Een laatste opmerking bij deze inleiding kan gemaakt worden over de vroege waarneming dat sporen van paddestoelen, vooral Coprinus en Sporobolomyces, in belangrijke mate sensibilisatie (huidtest) kunnen veroorzaken (Herxheimer, Engeland 1966). Aandacht voor de sporen van paddestoelen neemt weer toe. De relatie tussen schimmels en astma staat de laatste jaren weer in de belangstelling. De reden hiervan is de waarneming dat de sensibilisatie voor schimmels leeftijdsafhankelijk blijkt te zijn, waarbij vooral de hoge mate van sensibilisatie op jonge leeftijd opvalt. Tevens wordt er bij verschillende klinische studies een relatie gevonden tussen de ernst van astma (zelfs ademstilstand op jonge leeftijd) en de sensibilisatie voor schimmels, in het bijzonder voor Alternaria. 2

5 2. Indeling van de schimmels Schimmels behoren tot het rijk van de Myceteae, dat wordt onderverdeeld in de volgende drie divisies: I Gymnomycota II Mastigomycota III Amastigomycota. Bij de Fungi imperfecti vindt sporevorming (conidia) plaats op enkelvoudige of geaggregeerde hyphae, de conidiophoor (figuur 1). Figuur 1. Aspergillus, conidiophoor De divisie Amastigomycota wordt onderverdeeld in de volgende subdivisies: 1. Zygomycotina 2. Ascomycotina 3. Basidiomycotina 4. Deuteromycotina ofwel Fungi imperfecti De Zygomyceten, Ascomyceten en Basidiomyceten kennen geslachtelijke vormen van voortplanting, terwijl dit voor de Deuteromyceten veelal niet bekend is (vandaar de indeling in de Fungi imperfecti). De Ascomyceten en Basidiomyceten zijn ook bekend als goed eetbare soorten. De Ascomyceten zijn volgens de kenners het lekkerst (morieltjes, kluifjeszwammen, truffels). Van de Basidiomyceten worden de oesterzwam (Pleurotus) en de champignon (Agaricus) het meest in de keuken gebruikt. De kennis over het belang van schimmels voor de ontwikkeling van allergische verschijnselen is nog steeds erg onvolledig. Voor allergische verschijnselen van de luchtwegen blijken twee subdivisies, te weten Basidiomyceten en Deuteromycotina (Fungi imperfecti), de belangrijkste genera te bevatten waarvoor allergische verschijnselen kunnen worden aangetoond. Dit betekent niet dat we alle belangrijke allergieën voor schimmels reeds kennen. Zoals zal blijken is sensibilisatie niet alleen afhankelijk van het aantal sporen dat geïnhaleerd wordt, maar ook van de specifieke eigenschappen van de schimmel zelf. Nieuwe verrassingen zijn nog steeds mogelijk. Sensibilisatie voor de genoemde schimmels treedt op door inademing van de sporen die gevormd worden op meer of minder gespecialiseerde vruchtlichamen. Bij de Basidiomyceten, de paddestoelen, worden de sporen gevormd op zogenaamde Basidia waarbij miljoenen sporen vrij kunnen komen. Bij de Ascomyceten vindt sporevorming plaats of op het buitenoppervlak (bij morieltjes en kluifjeszwammen) of juist in specifieke holtes (bij truffels, Choiromyces). De sporen worden gevormd in zogenaamde Asci (zakjes), die na rijping de sporen met grote kracht weg kunnen schieten. a. steel - b. zakje - c. metula - d. spore drager - e. spore De genera die van belang zijn voor allergische manifestaties zijn o.a. Cladosporium, Alternaria, Botrytis, Fusarium, Penicillium, Aspergillus, Helminthosporium, Phoma, Rhizopus, Epicoccum en Mucor (figuur 2a-d). Figuur 2. Vier schimmelsporentypen A C A Cladosporium - B Alternaria - C Botrytis - D Epicoccum B D 3

6 3. Kwantificering van schimmelsporen De methoden voor het meten van het aantal schimmelsporen zijn in te delen in: 1. Gravimetrische methode 2. Volumetrische methode 3. Chemisch- resp. immunologische methode Hieronder volgt een korte beschrijving van elk van de methoden. 3.1 Gravimetrische methode De meest eenvoudige methode is de gravimetrische methode. Hierbij dalen sporen vanuit de lucht neer op een oppervlak dat met een adhesieve stof is bedekt. Het aantal sporen kan vervolgens microscopisch geteld worden. Er wordt echter weinig informatie verkregen over het werkelijke aantal sporen per m3 en over de verschillende species. Bij de open Petrischaal methode wordt ook weinig informatie verkregen over het aantal sporen in de lucht, maar kan er beter op species gedifferentieerd worden. Deze methode werd als eerste in Nederland toegepast, zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven. Als eenvoudige screening wordt deze methode nog wel toegepast. 3.2 Volumetrische methode Beter is een methode, zoals de Hirst-Burkard methode, waarbij meer kwantitatieve informatie verkregen kan worden. Hierbij wordt een bekende hoeveelheid lucht aangezogen, die via een nauwe spleet met hoge snelheid op een bewegende plakkerige strip wordt gericht. De sporen zullen door hun gewicht op de strip gedeponeerd worden, waarna microscopisch onderzocht kan worden hoeveel sporen er per m3 lucht aanwezig zijn en welke species morfologisch getypeerd kunnen worden. Dit is een eenvoudige en vaak toegepaste methode, die in Nederland ook wordt gebruikt om gras- en boompollentellingen te doen (o.a. in Leiden en Helmond). Daarnaast is ook de Anderson sampler te gebruiken. Deze kweekmethode maakt gebruik van een apparaat waarin op verschillende hoogten Petrischalen zijn aangebracht. Lucht wordt van boven aangezogen en omdat de poriëngrootte in het apparaat van boven naar beneden steeds kleiner wordt, worden er naar onder toe steeds kleinere deeltjes op de lager gelegen Petrischalen ingevangen. Vervolgens worden de Petrischalen in een broedstoof op kweek gezet, zodat na enige tijd het aantal kolonies onder de microscoop kan worden geteld. Na sporenvorming op de vruchtlichamen is het tevens mogelijk de diverse species te determineren. Met deze methode verkrijgt men dus enerzijds kwantitatieve informatie per m3 lucht en anderzijds informatie op species niveau (bijvoorbeeld Aspergillus en Penicillium). Aangezien deze methode veel tijd vergt, wordt deze slechts toegepast voor specifieke vraagstellingen (zie studies van Beaumont naar aspergillose). Bovendien heeft deze methode als beperkende factor dat alleen de levensvatbare sporen geteld kunnen worden. Dode sporen worden dus niet geteld, in tegenstelling tot de Hirst-Burkard methode. 3.3 Chemisch- en immunologische methode De chemisch en immunologische methoden maken gebruik van specifieke chemische of immunologische eigenschappen van schimmels. De procedures zijn ontwikkeld om bijvoorbeeld de contaminatie van voeding met schimmels te kunnen meten. Thans worden deze procedures ook toegepast om schimmels te kunnen meten in stof of luchtmonsters (J. Douwes, 1999). Nadeel van de chemisch methoden is dat deze vaak minder specifiek zijn voor schimmels en vaak niet van toepassing zijn op (sub)divisie niveau. Veelbelovend zijn de immunologische methoden, die specifiek kunnen worden ingezet tot op familie- of zelfs genusniveau. Bijvoorbeeld de bepaling van de extracellulaire polysacchariden (EPS) voor beperkte groepen schimmels (EPS voor Aspergillus en Penicillium) zouden van grotere betekenis kunnen zijn. Met deze methode kan men luchtmonsters herhaaldelijk en op grote schaal (aantallen) meten in epidemiologische studies. De genoemde methoden worden veelal toegepast op luchtmonsters, maar worden ook binnenshuis toegepast bij studies naar schimmels in stofmonsters van woningen (Verhoef). Huidig onderzoek toont aan dat de hoeveelheid schimmelsporen die ingeademd worden soms vele malen groter kunnen zijn dan het aantal gras- en boompollen bij elkaar! Niettemin blijkt de sensibilisatie voor een aantal bekende schimmels lager te zijn dan op het aantal sporen verwacht mag worden. 4

7 4. Sensibilisatie voor schimmels Sensibilisatie voor schimmels kan plaatsvinden doordat de meeste sporen tussen de 3 en 10 µm groot zijn en dus gemakkelijk geïnhaleerd kunnen worden en diep in de luchtwegen kunnen doordringen. Sensibilisatie voor schimmelsporen komt het meest voor bij schimmels die vooral buitenshuis aanwezig zijn (Cladosporium en Alternaria). Sensibilisatie voor de zogenaamde in-huis schimmels (Aspergillus en Penicillium) komt minder vaak voor, hoewel dit sterk bepaald kan zijn door de hoeveelheid sporen die in bepaalde vochtige woningen aanwezig zijn. Ook de inademing van dood schimmelmateriaal uit het mycelium is een mogelijke oorzaak van sensibilisatie, maar hierover ontbreken feitelijke gegevens. De mate van sensibilisatie tegen deze schimmels is uiteraard afhankelijk van de expositie. 4.1 Type 1 en type 4 reactie Deze bespreking beperkt zich tot die sensibilisaties, die aanleiding kunnen geven tot Type 1 allergische verschijnselen gebaseerd op IgE geïnduceerde vroege- en/of late allergische reacties in de luchtwegen zoals astma, rhinitis en mogelijk eczeem. Niet besproken wordt de Type 4 allergische reactie, die voornamelijk afhankelijk is van zeer hoge exposities en van depositie van de sporen diep in de luchtwegen. Dit type reactie kan aanleiding geven tot de zogenaamde extrinsieke allergische alveolitis, ofwel de organische stofziekte (organic dust disease). Door toepassing van het anaëroob opbergen van gras en hooi onder plastic, (uitgevonden in Wageningen), behoort dit type extrinsieke allergische luchtwegziekte (zoals de boerenlong door o.a. Micropolyspora polyspora) in Nederland tot de uitzonderingen. verschillende sporen in de buitenlucht gedurende vele jaren constant is. Samen met overeenkomstige gegevens uit Groningen (Beaumont 1984) blijkt dan een duidelijk beeld te ontstaan van het aantal schimmelsporen waaraan de Nederlander is blootgesteld. Een overzicht van de belangrijkste sporen, zoals afkomstig van Beaumont, laat zien dat Cladosporium zonder uitzondering het meeste voorkomt en in belangrijke mate de hoeveelheid schimmelsporen, die wij inhaleren, bepaalt (Tabel 1). 1. Cladosporium 2. Botrytis 3. Gisten 4. Penicillium 5. Basidiomycetes 6. Aspergillus 7. Alternaria 8. Epicoccum 9. Rhizopus 10. Mucor 11. Beauveria 12. Fusarium 13. Paecilomyces 14. Trichoderma 15. Oïdiodendron 16. Scopulariopsis 17. Ulociadium 18. Aureobasidium 19. Streptomyces 20. Stemphylium 21. Phoma 74,3% 0,9% 4.2 Expositie aan schimmels Op verschillende plaatsen in de wereld worden grote verschillen in expositie aan schimmelsporen waargenomen. De expositie is afhankelijk van lokale omstandigheden zoals temperatuur, vochtigheid, seizoen, agrarische omstandigheden (aard van de cultuurgewassen in de omgeving), piekexposities (veel schimmels hebben een dag-nacht ritme in vrijmaking van sporen) en andere variabelen. Zo blijkt expositie aan Alternaria in een droog woestijnklimaat zoals in Texas of Australië, een hoge mate van sensibilisatie op jonge leeftijd te geven voor Alternaria, terwijl sensibilisatie voor huisstofmijt in die omgeving nagenoeg afwezig is. We zullen daarom voornamelijk de blootstelling (en de hiermee samenhangende sensibilisatie) aan schimmelsporen in Europa en Nederland bespreken, omdat dit meer vergelijkbare resultaten laat zien. Uit een 10 jaar durend onderzoek in Leiden (Nikkels 1996) blijkt dat ondanks variaties in de absolute hoeveelheid sporen per jaar, de onderlinge verhouding van 22. Mycelia Sterilia 23. Onbekende kolonies Tabel 1. Rangvolgorde van atmosferische schimmelgeslachten zoals verzameld/gemeten in de lucht van Noord-Oost Nederland (Beaumont et al.) 24,8% 5

8 Het is van belang om een aantal opmerkingen te maken over de tabel. Op beide plaatsen (Groningen, Leiden) is het aantal sporen van Alternaria veel lager dan het aantal sporen van Cladosporium (vaak slechts 2-5% t.o.v. Cladosporium). Daarnaast staan de sporen van Basidiomyceten (paddestoelen) op de vijfde plaats in de lijst (dus veelvoorkomend), terwijl in Nederland geen onderzoek naar sensibilisatie gedaan is. Tenslotte is een kwart van de sporen niet te determineren, hetgeen betekent dat een belangrijk deel van deze onbekende sporen een rol kan spelen bij schimmel-geïnduceerde allergische ziekten, zonder dat wij dit kunnen bepalen. Uit Europees onderzoek blijkt dat deze onderlinge verhouding tussen de schimmelsporen ook elders in Europa gevonden wordt, met Cladosporium altijd in de hoogste aantallen. Figuur 3 laat een overzicht van deze aantallen zien zoals dit door Spieksma werd samengesteld. schimmels, behoort Nederland tot een van de weinige landen waar goede informatie bekend is over zowel expositie (weliswaar buitenshuis!) als sensibilisatie. 4.3 Prevalentie en leeftijdsafhankelijke sensibilisatie Reeds uit het onderzoek van Beaumont is gebleken dat er een discrepantie bestaat tussen het aantal schimmels dat gevonden wordt in de buitenlucht en het aantal gesensibiliseerde personen zoals gevonden met de huidtest. De prevalentie van allergie voor schimmels is vrij laag (2-5%) in een groep van volwassen personen. In een later onderzoek in Groningen blijkt dat de sensibilisatie sterk afhankelijk is van de leeftijd en duidelijk meer voorkomt in de jongere leeftijdsgroep (16-19 jaar). Figuur 4 laat dit zien voor de vijf belangrijkste schimmels. Figuur 4. Positieve huidgevoeligheid voor schimmelextracten in een groep poliklinische patiënten met astmatische klachten, als functie van de leeftijd. Op de Y-as: het percentage positieve huidtests voor de individuele schimmel-extracten. Op de X-as: leeftijdsgroepen. Figuur 3. Europese schimmelsporenkalender voor een selectie van tien microscopische identificeerbare typen. Bron: Dr. F.Th.M. Spieksma Tevens laat deze figuur zien dat expositie aan sporen seizoensafhankelijk is. Overeenkomstige toename voor Cladosporium, Alternaria en Botrytis gedurende de zomermaanden, wordt ook in Nederland waargenomen (Beaumont, Spieksma). Aspergillus vertoont hogere aantallen (binnenshuis) gedurende de winter (Beaumont). Door de studies uit het verleden en de meer recente studies in Groningen naar de prevalentie van sensibilisatie voor Interessant hierbij is dat de sensibilisatie voor Alternaria ongeveer gelijk is aan die van Cladosporium. Prevalentie van sensibilisatie op nog jongere leeftijd is recent onderzocht in samenwerking met de afdeling Kinderlongziekten van het AZG te Groningen (G. Nolles, et al.) door middel van specifiek IgE metingen tegen de verschillende schimmels in groepen van kinderen tussen de 0 en 15 jaar (Tabel 2). Hieruit blijkt dat de hoogste prevalentie voor IgE antilichamen tegen schimmels wordt gevonden tussen 5 en 10 jaar, met een prevalentie voor Alternaria en Cladosporium in dezelfde orde (36%).* * Bij nadere analyse blijkt het maximum van sensibilisatie voor schimmels tussen 7 en 8 jaar te liggen met een maximale prevalentie (probability score) van 36% voor Alternaria en Cladosporium. 6

9 Schimmels 0-<5jr 5-<10jr 10-<15jr Alternaria plus Cladosporium Penicillium plus Aspergillus Alle schimmels Tabel 2. Prevalentie (%) van positieve specifiek IgE tests tegen schimmels op de polikliniek kinder-longziekten in het AZG (n = 132), gemeten met het Pharmacia CAP System. Bron: G. Nolles et al., manuscript submitted De resultaten laten tot zover drie belangrijke zaken zien die van belang zijn bij sensibilisatie voor schimmels: 1. sensibilisatie voor schimmels is afhankelijk van de leeftijd en komt vooral voor op jongere leeftijd 2. sensibilisatie is niet alleen afhankelijk van het aantal sporen dat geïnhaleerd wordt, maar ook van de specifieke eigenschappen van een schimmel om te kunnen sensibiliseren 3. sensibilisatie voor schimmels is sterk afhankelijk van de plaats en van de vochtigheid in de woonomgeving of op de werkplek. 4.4 Factoren in de luchtwegen die sensibilisatie tegengaan: de zgn. Innate ofwel van nature aanwezige bescherming Factoren die sensibilisatie kunnen verhinderen, komen voort uit de Innate (reeds aanwezige) bescherming die de luchtwegen hebben tegen vreemde deeltjes in het algemeen. Deze evolutionair oudste verdediging is uit een aantal vaste barrières opgebouwd. Deze barrières zijn gericht tegen groepen micro-organismen. In tegenstelling tot het immuunsysteem kan het Innate systeem zich niet aan individuele organismen aanpassen. Een overzicht van deze factoren wordt in figuur 5 weergegeven. Mucuslaag De eerste barrière is de mucuslaag; hierop worden deeltjes neergeslagen. Vervolgens worden deze deeltjes door trilhaarbewegingen naar de keelholte getransporteerd en daar verwijderd. De snelheid van dit transport, voor de grotere luchtwegen is dit 4-8 uur, bepaalt hoe lang een spore de gelegenheid krijgt zijn allergenen vrij te maken. Als binnen dit tijdsbestek geen allergenen zijn vrijgemaakt, dan wordt de spore verwijderd zonder dat sensibilisatie zal plaatsvinden. Enzymen Vervolgens zijn er in het mucus verschillende enzymen en cationische eiwitten van epitheelcellen aanwezig, die sporen van schimmels (en bacteriën) direct kunnen doden (lysozyme, anti-leukoprotease, defensines, etc). Opsonisatie en intracellulair doden na fagocytose Een derde verdedigingsmechanisme is het opsoniseren van schimmelsporen met eiwitten zoals Surfactant, secre- Zuivering transport systeem trilhaar beweging mucine Anti-schimmel eiwitten Lysozym ALP/SLPI TAP Lactoferrine Opsonisatie Sp-A Sp-D MBP Complement siga fagocytose schimmel sporen Fagocyterende cellen alveolaire macrofaag monocyt neutrofielen zuurstof radicalen NO defensines IL1β, TNFα doden proteases - mucus laag - epitheel cel laag - basale membraan Figuur 5. Verdedigingsstrategiën van de luchtweg... het innate verdedigingssysteem 7

10 toïr IgA en complement-eiwitten. Deze eiwitten dienen om hulp te bieden aan fagocyterende cellen zoals alveolaire macrofagen en neutrofiele cellen, die de sporen na opname doden. Dit alles leidt tot een zeer effectieve verwijdering van lichaamsvreemde deeltjes, zoals schimmelsporen, en waarbij de specifieke (adaptieve) immuunafweer niet of nauwelijks geactiveerd wordt. 4.5 Factoren die bijdragen tot een verhoogde sensibilisatie Een aantal factoren is van belang om sensibilisatie te laten plaatsvinden. De snelheid van allergeenrelease De snelheid van vrijmaking van laagmoleculaire allergenen, zoals bij gras- en boompollen, huisstofmijten, is van belang voor sensibilisatie. Het is bekend dat uit gras- en boompollen en de huisstofmijt de allergen en binnen 1 tot 10 minuten in belangrijke mate kunnen vrijkomen. Bij schimmels is dit weinig bestudeerd. Alternaria blijkt snel te kunnen kiemen en snel allergenen uit zijn sporen te kunnen vrijmaken, maar dan betreft dit toch meerdere uren; Aspergillus sporen maken weinig tot geen allergenen vrij in 24 uur. Dit kan voor een deel verklaren waarom de sensibilisatie laag is in vergelijking met de grote hoeveelheid sporen die een ieder inhaleert. De grootte van de spore De grootte van de spore is van belang want hoe kleiner de spore hoe dieper de depositie zal plaatsvinden. Dit betekent dat het verwijderen van de spore een langere transporttijd naar buiten met zich meebrengt (zoals Penicillium en Aspergillus met sporen van 3-5m). Uitscheiding van biologisch actieve stoffen Sommige schimmels, zoals Aspergillus fumigatus, blijken biologisch actieve stoffen uit te scheiden, die de transportsnelheid naar buiten verminderen door de trilhaarbewegingen te remmen. Door het langere verblijf in de luchtwegen neemt de kans op sensibilisatie toe. Ook kunnen sporen van Aspergillus zich aan epitheel- of longmatrix-eiwitten hechten, waardoor het verblijf verlengd wordt. Eiwitsplitsende enzymen Het is reeds lang bekend dat verschillende schimmels veel eiwitsplitsende enzymen (proteasen) kunnen vrijmaken, vaak in grotere hoeveelheden dan bij de huisstofmijt of bij pollen gebeurt. De gevolgen van de aanwezigheid van proteolytische enzymen staan thans volop in de belangstelling. Het is gebleken dat proteasen uit huisstofmijten en proteasen die gebruikt worden in de voedingsindustrie, een rol spelen bij sensibilisatie en bij het ontstaan van astma. Recent onderzoek in Groningen (Kauffman 2000) laat zien dat proteasen van schimmels de barrière van epitheelcellen in vitro kunnen doorbreken en de epitheelcellen kunnen activeren tot cytokine-productie. Schade aan de epitheelbarrière en activering van de cytokine-productie kunnen mogelijk een belangrijke rol spelen bij de sensibilisatie voor schimmels. geïnhaleerde sporen fagocytose doden 1 allergenen 2 proteases ECMP, plasma eiwitten - mucus laag - epitheel cel laag - basale membraan antigenen Monocyt Macrofaag APC MHC CI II T H 0 T H 1 T H 2 IFN γ IL-4 IL-13 DTH, IgG 1-3, IgA IgE, IgG 4 IL-2 IL-5 Eosinofielen Figuur 6. Verdediging van de luchtwegen tegen A fumigatus-inductie van despecifieke immuunrespons. 8

11 Overleving na fagocytose Een specifiek geval is het vermogen van sommige meer pathogene schimmels om na fagocytose in de macrofagen te overleven en deze zelfs te doden. Dit is een typische eigenschap van Aspergillus sporen en speelt een belangrijke rol bij het pathogeen zijn van deze schimmel. De sensibilisatiefase Na passage van de epitheellaag komt het allergeen via antigeenpresenterende cellen in aanraking met het immuunafweer systeem. In allergische personen geeft aanleiding tot een zgn. Th2-type immuunreactie waarbij Interleukine 4 (IL-4) en Interleukine-5 (IL-5) worden vrijgemaakt. IL-4 is de factor waardoor B-cellen worden aangezet tot IgE antilichaam productie tegen de allergenen (figuur 6). Na binding van het IgE aan mestcellen (en basofiele cellen) zullen deze cellen gaan degranuleren na herhaald contact met het allergeen. De degranulatieproducten zoals histamine en leukotrienen veroorzaken de bronchus obstructie. IL-5 speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van eosinofiele cellen uit beenmerg en de rekrutering naar weefsels (o.a. het longweefsel). 5. Schimmels als oorzaak van allergische verschijnselen 5.1 Astma en rhinitis Allergenen van schimmels blijken de oorzaak te kunnen zijn van zowel hogere (rhinitis) als lagere luchtwegklachten (astma). Zoals eerder reeds aangegeven werd het eerste experiment (inhalatie van Penicillium) door Blackley verricht. Dit leidde tot een astmatische reactie. Pepys beschreef als eerste de vroege en late obstructieve reactie na inhalatie van Aspergillus fumigatus extract. Soortgelijke vroege en late obstructieve reacties zijn ook beschreven voor Alternaria, Cladosporium, Basidiomyceten en enkele andere schimmels. Hiermee wordt duidelijk dat deze schimmels obstructieve reacties (schimmel geïnduceerd astma) kunnen veroorzaken. Aangezien deze reacties vrijwel zonder uitzondering worden waargenomen in patiënten met sensibilisatie voor meerdere allergenen, is het moeilijk aan te geven wat de feitelijke bijdrage is van de sensibilisatie voor schimmels bij het optreden van obstructieve reacties in de woonomgeving. Het onderzoek naar schimmels als oorzaak van rinitis is minder goed uitgezocht. Een studie naar schimmelallergie bij patiënten met rinitis vinden we bij het onderzoek van Crobach 1995, waarbij de prevalentie van IgE tegen schimmels in 19 huisartspraktijken werd onderzocht. Hierbij werd uit een groep patiënten met chronische rinitisklachten (leeftijd 12 jaar en ouder) die patiënten geselecteerd die positief waren voor Phadiatop (inhalatiescreening, 164/361). Van deze patiënten bleek 7% (11/164) positief voor IgE tegen het schimmelmengsel mx1 (Alternaria, Cladosporium, Penicillium en Aspergillus). De aangetoonde sensibilisatie bij deze patiënten is niet vervolgd met een provocatietest. Van belang is om op te merken dat recent onderzoek bij kinderen in Tucson (Martinez) aantoont dat het optreden van sensibilisatie voor Alternaria op jonge leeftijd voorspellend is voor de manifestatie van astma op latere leeftijd. Ook is in een studie in 1999 aangetoond dat het optreden van sensibilisatie voor Alternaria gerelateerd is aan astma. Tevens blijkt sensibilisatie voor Alternaria geassocieerd te zijn met ademstilstand (Respiratory Arrest) bij kinderen van 4 jaar (Tariq) en blijkt het een risicofactor te zijn voor levensbedreigend astma (Black). Het ziet er naar uit dat de jongste onderzoeksresultaten een impuls zullen geven aan meer uitgebreid onderzoek naar het belang van sensibilisatie voor schimmels, waarbij de aandacht vooral zal uitgaan naar de patiënt met astma en/of rinitis op jongere leeftijd. 5.2 Aspergillus: een hoofstuk apart Behalve dat Aspergillus, zoals andere schimmels, allergisch astma of rhinitis kan veroorzaken, is deze schimmel meer berucht door zijn pathogene eigenschappen. Aspergillus kan zich hechten aan het epitheel van de luchtwegen en kan daar ter plekke gaan groeien. Zonder op de achtergrond hiervan in te gaan is het resultaat dat er een zeer grote hoeveelheid antigeen aan het immuunsysteem wordt aangeboden. Bij patiënten met allergie kan dit leiden tot allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA). Dit ziektebeeld wordt gekenmerkt door langdurige perioden met ernstige bronchusobstructieve reacties. Diagnostische kenmerken van dit ziektebeeld zijn: hoge aantallen eosinofiele cellen in het bloed, extreem hoge waarden voor zowel totaal IgE als specifiek IgE tegen A. fumigatus. Ook de IgG en IgA waarden tegen A. fumigatus zijn sterk verhoogd. Na een periode van exacerbatie van de ziekte kunnen het totaal IgE en de IgG naar veel lagere waarden terugkeren (incidenteel zelfs normaal worden). Kenmerkend is het regelmatig terugkeren van exacerbaties. Dit is mogelijk een gevolg van de aanwezigheid van beschadigde plekken in de luchtwegen (bronchiëctasiën), die kenmerkend zijn voor dit ziektebeeld en waar Aspergillus opnieuw kan gaan groeien. Dit kan uiteindelijk resulteren in een ernstige chronische en moeilijk behandelbare vorm van ABPA. Alert reageren van klinische zijde en snel behandelen met corticosteroiden (al dan niet gecombineerd met anti-schimmel therapie) is een vaak toegepaste therapie in een poging om verdere schade te voorkomen. 9

12 6. Diagnostiek van schimmelallergie De diagnostiek van allergie voor schimmels is niet eenvoudig. Bij de anamnese zijn op basis van de klachten weinig specifieke kenmerken voor schimmelallergie aan te geven. Wel kan men bij verdenking op schimmelallergie specifieke vragen stellen over de woonomgeving (vochtigheid, waarneembare schimmelplekken) respectievelijk de arbeidsomstandigheden (boerderij, kwekerij, kas in de tuin of aan het huis, etc). Verdere diagnostiek d.m.v. huidtests en serumtests leveren aanvullende informatie, maar zijn niet bewijsvoerend. 6.1 Kwaliteit van schimmelextracten Het maken van goede en reproduceerbare extracten van schimmels is niet gemakkelijk. Dit heeft een aantal oorzaken: wat is het uitgangsmateriaal dat voor de extractie wordt gebruikt (sporen, mycelium)? Hoe kweekt men deze schimmels? iedere andere samenstelling van een kweekmedium blijkt een andere antigeensamenstelling op te leveren per extra kweekdag levert het kweken een andere antigeensamenstelling op verschillende stammen van dezelfde species blijken verschillend te zijn in hun antigeen productie overmatige productie van eiwitsplitsende enzymen (proteasen) zorgt voor afbraak van een deel van de allergenen. Al deze variabelen (het genoemde lijstje is niet compleet) heeft de verzuchting doen ontstaan alles wat bij schimmels kan veranderen, verandert. Concluderend kan gesteld worden dat rigide standaardisatie van de kweekcondities en controle op IgE bindend vermogen kunnen leiden tot een betrouwbaar en reproduceerbaar product, dat voor het meten van specifiek IgE in serum en het verrichten van huidtests geschikt is. 6.2 Huidtest reacties op te roepen. Rigide standaardisatie van extracten is dan ook noodzakelijk, waarbij een optimale samenstelling in de praktijk vaak niet haalbaar is. Reproduceerbaarheid en goede kwaliteit op basis van specifiek IgE bindend vermogen en een positieve huidtest, zijn sleutelbegrippen. 6.2 In vitro test Het meten van specifiek IgE tegen schimmels (RAST) via een in vitro test is een andere mogelijkheid. Bij screenen op inhalatie-allergenen (zoals bij de Phadiatop) wordt er ook op schimmelextracten gescreend. Bij een positieve Phadiatop wordt er in de uitsplitsing gekeken naar het schimmelmengsel mx1 (Alternaria, Cladosporium, Penicillium, Aspergillus). Als het schimmelmengsel een positieve uitslag geeft, kan men vervolgens testen op aanwezigheid van IgE antilichamen tegen het verdachte species. Overigens zit Aspergillus niet op de Phadiatop, dus bij verdenking op een sensibilisatie voor Aspergillus zal deze test, na het vinden van een negatieve Phadiatop, apart aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het verschil in sensitiviteit tussen huidtests en in vitro tests is het interessant te melden dat in een studie van Malling gevonden is dat de in vitro test gevoeliger is dan de in deze studie geteste commerciële huidtestextracten. De klinische sensitiviteit en specificiteit van de ImmunoCAP schimmeltests zijn bekeken in een aantal studies. Een klinische studie in Japan (Okudaira et al 1991) met het Pharmacia CAP System omvatte 5 schimmeltests (Penicillium, Cladosporium, Aspergillus, Candida, Alternaria). De sensitiviteit was 47/53 (89%) en de specificiteit 128/146 (88%) in vergelijking met de klinische diagnose. Een compleet overzicht met beschikbare serumtests voor schimmels is als addendum aan dit manuscript toegevoegd. Diagnostiek kan uitgevoerd worden via huidtesten met antigeenextracten van specifieke schimmels. De internationale literatuur laat grote verschillen zien in de prevalenties van positieve huidtesten voor schimmelextracten. Dit kan variëren van zeer laag (0-5%) tot zeer hoog (40-50%). Aangezien getallen over sensibilisatie en het aantal sporen in de lokale omgeving zelden samen voorkomen, is het moeilijk aan te geven waardoor deze verschillen veroorzaakt worden. Een van de oorzaken kan het verschil in kwaliteit van verschillende huidtestextracten zijn. Inderdaad blijken verschillen in allergeensamenstelling voor te komen tussen extracten van verschillende leveranciers en ook verschillen tussen batches van dezelfde leverancier. Soms vindt men geen IgE bindend materiaal in de huidtest-extracten; bovendien blijken sommige extracten te sterke en aspecifieke 10

13 Alternaria en Cladosporium Allergenen Alternaria alternata % Patiënten Cladosporium herbarum % Patiënten IgE+ IgE+ Alt a 1 80 Cla h 1 61 Alt a 2 60 Cla h 2 43 Alt a 3 42 Cla h 3 36 Alt a 4 37 (P 2 ribosomal protein) Alt a 5 33 Cla h 4 Alt a 6 8 Cla h 5 22 (P 2 ribosomal protein) Alt a 7 7 Cla h 7 17 (YCP4 yeast protein) Alt a 8 7 Cha h 8 11 Alt a 9 5 Cha h 9 6 (Alcohol dehydrogenase) Tabel 3: Recombinante allergenen van Alternaria en Cladosporium 6.3 Recombinante allergenen Het toepassen van recombinante allergenen (allergene eiwitten van schimmels gekweekt in bacterien, gisten, etc.) in de diagnostiek voor schimmelallergie is snel aan het toenemen. Veel recombinante allergenen zijn thans gemaakt (tabel 3). Het gebruik van recombinante allergenen maakt het in de (nabije) toekomst mogelijk tests te ontwikkelen die zijn samengesteld uit recombinante allergenen. Hiermee moet het mogelijk zijn om een maximale standaardisatie voor IgE bepalingen te bereiken. De grote variabiliteit van de immunologische patronen van individuele patiënten verhindert thans nog een snelle toepassing, maar schaalvergroting zal een economisch toepasbare IgE bepaling mogelijk gaan maken. Voor de toepassing van recombinante allergenen bij de huidtest zal de medisch ethische discussie en - besluitvorming een extra barrière vormen. Een duidelijke toepassing van recombinante allergenen is aangetoond voor de diagnose van allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA) versus Aspergillus astma. Het blijkt dat rasp f6 en rasp f4 exclusief worden herkend door patiënten met ABPA en niet door patiënten met andere sensibilisaties voor Aspergillus (tabel 4). Deze discriminerende methode wordt sinds kort ook commercieel aangeboden (zie addendum). 11

14 Aspergillus fumigatus Allergens Allergenen % Allergische % ABPA patiënten IgE + patiënten IgE + Asp f (ribotoxin) Asp f 2 Asp f (peroxisomal protein) Asp f Asp f (metalloprotease) Asp f (Mn SOD) Asp f Asp f 8 (P 2 ribosomal protein) Asp f Asp f (aspartyl protease) Asp f 11?? (cyclophilin) Asp f 12?? (heat shock protein) Asp f 13?? (serine protease) Tabel 4: Recombinante allergenen van Aspergillus fumigatus 6.4 Provocatietest Ook kan een provocatietest (bovenste of lagere luchtwegen) aantonen dat een bepaalde schimmel de betreffende klachten kan oproepen. Als deze schimmel ook in de woon- of werkomgeving kan worden aangetoond, komt men tot de weinig voorkomende situatie van bewijsvoering van de relatie tussen schimmel en klachten. 6.5 Kruisreactiviteit Patiënten, die allergisch voor schimmels zijn, zijn vaak gevoelig voor verschillende schimmelspecies. Deze klinische observatie leidt tot de veronderstelling dat de mate van kruisreactiviteit tussen de verschillende schimmelsoorten hoog is. Dit is een fenomeen dat ook bij het pollen van diverse grassoorten gezien wordt. De kruisreactiviteit kan per patiënt sterk variëren zoals o.a. uit IgE bindingsstudies blijkt. Specifieke sensibilisaties worden ook waargenomen. Door deze variabele vormen van kruisreactiviteit van schimmelsoorten onderling zijn zowel de specifiek IgE bepaling als de huidtest niet bewijzend voor een allergie tegen een specifieke schimmel. Wel is via de anamnese en onderzoek naar schimmelspecies ter plekke te controleren of het gaat om een schimmelsoort die binnenshuis, buitenshuis of op de werkplek voorkomt, hetgeen een oorzakelijke relatie waarschijnlijker maakt. 12

15 7. Preventie tegen schimmelallergie Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat preventie tegen allergie voor schimmels die buitenshuis voorkomen moeilijk zal zijn. Plaatsen waar hoge concentraties van sporen worden aangetroffen zoals schuren van boerderijen, compost en plekken waar granen geoogst worden, dienen vermeden te worden. Ook kassen in de tuin of aan het huis zijn plekken die ernstig met schimmels verontreinigd kunnen zijn, vooral bij het kweken van vruchten en tomaten (Botrytis). Binnenshuis is de belangrijkste aanbeveling om vochtige plekken tegen te gaan. Veel voorkomende plaatsen zijn vochtige buitenmuren en daaraan gebouwde vaste kasten. Voorts badkamers en optrekkend vocht in muren. Woningen met ernstige vochtverschijnselen zijn niet zonder kostbare maatregelen te saneren. De laatste mogelijkheid is desensibilisatie door toediening van het specifieke schimmelextract waar men gevoelig voor is. Dit is in Nederland niet gebruikelijk maar succesvolle desensibilisaties voor Cladosporium en Alternaria zijn beschreven (o.a. Malling). 13

16 Literatuur Achatz G. Oberkofler H, Lechenauer E, Simon B, Unger A, Kandler D, Ebner C, Prillinger H, Kraft D, Breitenbach M. Molecular cloning of major and minor allergens of Alternaria alternata and Cladosporium herbarum. Mol. Immunol. 1995;32: Angus RM, Cowan MD, Davies ML, McSharry C, Thomson NC. Computed tomography of the lungs in chronic allergic bronchopulmonary aspergillosis and in asthmatic patients skin test positive for Aspergillus fumigatus. Thorax 1992;47: Beaumont F, Kauffman HF, van der Mark TW, Sluiter HJ, de Vries K. Volumetric aerobiological survey of conidial fungi in the North-East Netherlands. I. Seasonal patterns and the influence of metereological variables. Allergy 1985;40: Beaumont F, Kauffman HF, de Moncy JGR, Sluiter HJ, de Vries K. Volumetric aerobiological survey of conidial fungi in the North-East Netherlands. II. Comparison of aerobiological data and skin tests with mould extracts in an asthmatic population. Allergy 1985;40: Black PN, Udy AA, Brodie SM. Sensitivity to fungal allergens is a risk factor for life-threatening asthma. Allergy 2000;55: Crameri R. Recombinant Aspergillus fumigatus allergens: from the nucleotide sequences to clinical applications. Int. Arch. Allergy Immunol. 1998;115: Crobach MJJS, Kaptein AA, Krams JA, Hermans J, Riderikhoff J, Mulder JD. The Phadiatop test compared with RAST, with the CAP system; proposal for a third Phadiatop outcome: inconclusive. Allergy 1994;49: Douwes J, van der Sluis B, Doekes G, van Leusden F, Wijnands L, van Strien R, Verhoeff A, Brunekreef B. J Allergy Clin Immunol. 1999;103: Kauffman HF, Tomee JFC, van der Werf TS, de Monchy JGR and Koeter GK. Review of Fungus-induced Asthmatic reactions. AM J Resp Crit Care Medicine, suppl. 1995;151: Kauffman HF, Tomee JFCI, van de Riet M, Timmerman AJB, Borger P. Protease-dependent activation of epithelial cells by fungal allergens leads to morphological changes and cytokine production. J Allergy Clin Immunology. 2000, 105: Gaultrin D, Vandenplas O, Dewitte J, L Archeveque J, Leblanc C, Trudeau C, Pauline C, Arnoud D, Morand S, Comtois P, Malo JL. Allergenic exposure, IgE-mediated sensitization and related symptoms in lawn cutters. J. Allergy Clin Immunol. 1994;93: Halonen M. Stern DA, Wright AL, Taussig LM, Martinez FD. Alternaria as a major allergen for asthma in children raised in a desert environment. Am.J.Respir.Crit, Care Med. 1997;155: Malling HJ. Diagnosis of Mold Allergy. Clin Rev Allergy. 1992:10: Niemeyer NR, de Monchy JGR. Age-dependency of sensitization to aero-allergens in asthmatics. Allergy 1992; Nikkels AH, Terstegge P, and Spieksma F Th M. Ten types of microscopically identifiable airborne fungal spores at Leiden, The Netherlands. Aerobiologia 1996;12: O Hollaren MT, Yunginger JW, Offort MS, Somers MJ, Oçonnell, Ballard DJ, Sachs MI. Exposure to an aero-allergen as a possible precipitating factor in respiratory arrest in young patients with asthma. N Engl J Med. 1991;324: Okudaira H et al. Evaluation of new system for the detection of IgE antibodies (CAP) in atopic disease. Arerugi, 1991;40: Peat JK, Tovey CM, Mellis CM, Leeder SR, Woolcock AJ. Importance of house dust mite and Alternaria allergens in childhood asthma: an epidemiological study in two climatic regions of Australia. Clin Exp.Allergy 1993;23: Sarlo K, Ritz HL, Fletcher ER, Schrotel KR, Clark ED. Proteolytic detergent enzymes enhance the allergic responses of guinea pigs to nonproteolytic detergents enzymes in a mixture: implications for occupational exposure. J Allergy Clin Immunol 1997;100: Slight S, Nicholson WJ, Mitchell CG, Pouilly N, Beswick PH, Seaton A, Donaldson K. Inhibition of the alveolar macrophage oxidative burst by a diffuseble component from the surface of the spores of the fungus Aspergillus fumigatus. Thorax 1996;51: Targonsky PV, Persky VW, Ramekrishnan V. Effect of environmental molds on risk of death from asthma during the pollen season. J Allergy Clin Immunol. 1995;95: Tariq SM, Matthews SM, Stevens M, Hakim EA. Sensitization to Alternaria and Cladosporium by the age of 4 years. Clin Exp Allergy 1996;26: Verhoeff AP, Wijnen JHv, Hoekstra ES, Samson RA, Strein RTv, Brunekreef B. Fungalpropagules in house dust: relation with home characteristics. In: Samson RA, Flannigan B, Flannigan ME, Verhoeff AP, Adan OCG, Hoekstra ES, eds. Health implications of fungi in indoor environments. Amsterdam: Elsevier, 1994:

17 Addendum Beschikbare serumtests van schimmelextracten Naam Testcode Bijzonderheden Cladosporium herbarum Alternaria tenuis Penicillium notatum Aspergillus fumigatus Mucor racemosus Candida albicans Botrytis cinerea Helminthosporium halodes Fusarium moniliforme Epicoccum purpurascens Curvularia lunata Stemphylium botryosum Rhizopus nigricans Aureobasidium pullulans Phoma betae Trichoderma viride Pityrosporum orbiculare m2 m6 m1 m3 m4 m5 m7 m8 m9 m14 m16 m10 m11 m12 m13 m15 m70 Sensibilisatie voor schimmels wordt vaak door deze twee species veroorzaakt. Beide komen voornamelijk buitenshuis voor. Deze drie species komen in alle seizoenen voor en voornamelijk binnenshuis, vooral in vochtige woningen. De sporen kunnen in grote hoeveelheden voorkomen in huisstof! Deze schimmel staat vaak bekend als de grijze verrotting van aardbeien en frambozen. Alle vier zijn het parasieten die vooral op grassen en kruiden voorkomen. Hun sporen verspreiden zich hoofdzakelijk bij warm en droog weer. Epicoccus vindt men ook binnenshuis op behangpapier. Fusarium behoort tot een zeer uitgebreide familie waarvan de productie van toxines een van de voornaamste kenmerken is. Vooral aanwezig in woningen waar hij vooral voorkomt op behangpapier; deze schimmel is verantwoordelijk voor de afbraak van cellulose. Vooral in een droge en warme omgeving, zowel buiten als binnen. Kan de oorzaak zijn van mycose onder een goed afgesloten verband en in necrotisch weefsel. Dit is een saprofiet, aanwezig op de bladeren van een groot aantal planten; komt ook voor op aluminiumramen met sterke condensatieverschijnselen (zwarte vlekken) en is niet zelden aanwezig in het water van air-conditioning systemen. Een schimmel die sterk is verspreid op afgestorven plantenresten. Is wijdverspreid: op hout in staat van ontbinding, op een voorraad graan of aardappelen, op fruit (vooral sinaasappelen en citroenen), enz.. Is aanwezig in de huid bij meer dan 80% van de volwassenen, maar eerder zeldzaam bij jonge kinderen. In sommige gevallen, zoals bij atopisch eczeem en atopische dermatitis, wordt voor dit allergeen specifiek IgE gevonden. 15

18 Naam Testcode Bijzonderheden Cephalosporium acremonium Trichophyton rubrum Trichosporon pullulans Trichophyton ment. var interdigitale Trichophyton ment. var goetzii Aspergillus niger Chaetomium globosum Penicillium frequentans Ulocladium chartarum Ustilago nuda/tritici m202 m205 Rm203 Rm211 Rm210 m207 Rm208 Rm209 Rm204 Rm201 Dit zijn huidschimmels die zowel een type I als type IV reactie kunnen geven en indirect verantwoordelijk kunnen zijn voor astma. Recombinante allergenen rasp f1 Aspergillus rasp f2 Aspergillus rasp f3 Aspergillus rasp f4 Aspergillus rasp f6 Aspergillus Rm218 Rm219 Rm220 Rm221 Rm222 Bron Bijzonderheden : Allergy, which allergens, molds & yeasts, Pharmacia Diagnostics AB 16

19

20 Pharmacia BV, Diagnostics Postbus 17, 3440 AA Woerden, Telefoon: , Telefax:

Allergie voor schimmels

Allergie voor schimmels Allergie voor schimmels Samenvatting Ondanks de grote hoeveelheden sporen van schimmels die dagelijks worden geïnhaleerd, is de verdediging tegen deze sporen zeer efficiënt en worden deze zonder klachten

Nadere informatie

Wat is een allergie? Afweersysteem

Wat is een allergie? Afweersysteem De allergie survivalgids 15 Hoofdstuk 1 Wat is een allergie? Afweersysteem Voordat we uitleggen wat een allergie is, is het handig dat je eerst weet wat een afweersysteem is. Het afweersysteem van je lichaam

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Ons immuunsysteem beschermt ons tegen allerlei ziekteverwekkers, zoals bacteriën, parasieten en virussen, die ons lichaam binnen dringen.

Nadere informatie

Minisymposium voedselallergie. 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe

Minisymposium voedselallergie. 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe Minisymposium voedselallergie 28 april 2011 Chris Nieuwhof, internistallergologe/immunologe Verschillende noten Verschillende noten Voedsel allergie Wat is allergie? Allergie is een afweerreactie (van

Nadere informatie

De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling

De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling De betekenis van dierexperimenteel onderzoek bij de risicoschatting van allergeenblootstelling C. Frieke Kuper Dieren zijn geen mensen.. 2 Focus Moeten huidcontact en inademing wel gescheiden worden? Bij

Nadere informatie

Dermatologie. Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie

Dermatologie. Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie Dermatologie Constitutioneel eczeem en (voedsel)allergie Dermatologie Veel ouders van kinderen, en ook volwassenen, denken dat een allergie de oorzaak is van eczeem. Zij komen met de vraag bij de huisarts

Nadere informatie

Subcutane immuno therapie. Sublinguale immuno therapie. Skin prick test.

Subcutane immuno therapie. Sublinguale immuno therapie. Skin prick test. Allergie A DEEL I: DIAGNOSTIEK 1e druk 2007 2e druk 2012 Samengesteld door kinderartsen, dermatologen, longartsen, KNO artsen, en laboratorium van de Isala Klinieken, en huisartsen Zwolle en omgeving.

Nadere informatie

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS

SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS SAMENVATTING IN HET NEDERLANDS Allergisch astma Allergisch astma is een veel voorkomende ziekte waarbij mensen benauwd worden wanneer ze de stof inademen waar ze allergisch voor zijn geworden. Daarnaast

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Wat is astma? Astma is een aandoening die wordt gekenmerkt door vernauwing van de luchtwegen (oftewel bronchoconstrictie) na inademing van verschillende

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Een karakteristieke eigenschap van astma is ontsteking van de luchtwegen. Deze ontsteking wordt gekenmerkt door een toename van ontstekingscellen in het longweefsel. De overgrote meerderheid

Nadere informatie

Chapter. Nederlandse samenvatting

Chapter. Nederlandse samenvatting Chapter Nederlandse samenvatting 10 Allergische ziekten van de luchtwegen, zoals hooikoorts (allergische rhinoconjunctivitis) en allergisch astma zijn chronische ontstekingsziekten met klachten zoals tranende

Nadere informatie

Voedselallergie is een veel voorkomende vorm van overgevoeligheid voor voedsel, waarbij immunoglobuline type E (IgE)-antistoffen een rol spelen. Allergische reacties op voedsel staan steeds meer in de

Nadere informatie

05 - Informatie over binnenhuisallergie

05 - Informatie over binnenhuisallergie 05 - Informatie over binnenhuisallergie Inhoud Wat zijn binnenhuisallergenen?... 1 Wat weet men eigenlijk over binnenhuisallergenen?... 2 De behandeling van binnenhuisallergie... 3 Tabel met de meest voorkomende

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting Liesbeth van rensen

Nederlandse samenvatting Liesbeth van rensen Nederlandse samenvatting Liesbeth van rensen Wat is astma? Patiënten met astma hebben het regelmatig benauwd. Kenmerkend voor de ziekte is dat de benauwdheid gepaard gaat met een piepende ademhaling, hoesten

Nadere informatie

Serologische testen en interpretatie van testresultaten

Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen en interpretatie van testresultaten Serologische testen Serologie is de leer van de stoffen die zich bevinden in het bloedserum. Bloedserum is het vocht dat verkregen is nadat bloed

Nadere informatie

1/23/2013. Index. Index. Nieuwe strategieën om kinderen met KMA sneller te laten herstellen. Orale tolerantie: Concept. Vriend of vijand?

1/23/2013. Index. Index. Nieuwe strategieën om kinderen met KMA sneller te laten herstellen. Orale tolerantie: Concept. Vriend of vijand? //0 Nieuwe strategieën om kinderen met KMA sneller te laten herstellen. Orale tolerantie: Concept Tolerantie wordt gedefinieerd als de actieve non-respons van het immuunsysteem op een antigeen dat via

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35756 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35756 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35756 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Hamid, Firdaus Title: Helminth infections, socio-economic status and allergies

Nadere informatie

Blootstellingsrisico's in de gft-verwerking. Hester Dekker, ECTS Arbo Unie; NVvA symposium 29 maart 2012

Blootstellingsrisico's in de gft-verwerking. Hester Dekker, ECTS Arbo Unie; NVvA symposium 29 maart 2012 Blootstellingsrisico's in de gft-verwerking Hester Dekker, ECTS Arbo Unie; NVvA symposium 29 maart 2012 Project Opdrachtgever: Afdeling Bioconversie Vereniging Afvalbedrijven Uitvoering: Expertise Centrum

Nadere informatie

Werkgerelateerde blootstelling aan enzymen; een introductie

Werkgerelateerde blootstelling aan enzymen; een introductie Werkgerelateerde blootstelling aan enzymen; een introductie Tim Meijster 1,2, Inge Wouters 1, Dick Heederik 1, Jelena Bogdanovic 1, Gert Doekes 1 1 Universiteit Utrecht, Institute for Risk Assessment Sciences

Nadere informatie

De allergische mars. Drs. L.N. van Veen en dr. H. de Groot

De allergische mars. Drs. L.N. van Veen en dr. H. de Groot 1 1 De allergische mars Drs. L.N. van Veen en dr. H. de Groot Dit hoofdstuk begint met een overzicht van de prevalentie van allergie. Deze is de laatste decennia sterk gestegen, ook in Nederland. Vervolgens

Nadere informatie

Allergie (allergische rhinitis)

Allergie (allergische rhinitis) Keel-, Neus- en Oorheelkunde Allergie (allergische rhinitis) www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Wat is allergie?... 3 Hooikoorts... 3 De belangrijkste allergenen... 3 Wat gebeurt er bij een allergieaanval?...

Nadere informatie

Patiëntenvoorlichting Huisdierallergie

Patiëntenvoorlichting Huisdierallergie Patiëntenvoorlichting Huisdierallergie Dieren zijn niet weg te denken uit ons bestaan. Ze zijn in het huis aanwezig als huisdier, we komen ze tegen op het werk (denk hierbij aan boerderijdieren, proefdieren

Nadere informatie

Allergische rhinitis bij kinderen

Allergische rhinitis bij kinderen Allergische rhinitis bij kinderen Dr. Jurjan R. de Boer KNO heelkunde Martini Ziekenhuis Epidemiologie Prevalentie allergische en niet allergische rhinitis in Nederland: 150 200 per 1000 personen/jaar

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Huisdierallergie

PATIËNTEN INFORMATIE. Huisdierallergie PATIËNTEN INFORMATIE Huisdierallergie Introductie Door middel van deze informatiefolder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over huisdierallergie. Wij adviseren u deze informatie zorgvuldig te lezen.

Nadere informatie

2.1 Verstoord evenwicht protease-antiprotease

2.1 Verstoord evenwicht protease-antiprotease Roken is verreweg de belangrijkste risicofactor. Andere risicofactoren zijn: beroepen of hobby s met regelmatige blootstelling aan kleine deeltjes (fijnstof ) en (zelden) een familiair voorkomend enzymtekort

Nadere informatie

DC-SIGN + cellen een rol spelen in de opruiming van dode thymocyten uit de cortex van de humane thymus (Hoofdstuk 2). De co-expressie van het

DC-SIGN + cellen een rol spelen in de opruiming van dode thymocyten uit de cortex van de humane thymus (Hoofdstuk 2). De co-expressie van het : Hematopoietische antigeen presenterende cellen in de cortex van de humane thymus: Aanwijzingen voor een rol in selectie en verwijdering van apoptotische thymocyten. Het immune systeem van (gewervelde)

Nadere informatie

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem Urticaria = galbulten = netelroos Urticaria Urticaria komen veel voor: ¼ volwassenen heeft het wel eens gehad Kenmerkend zijn snel wisselende kwaddels (bleek) daaromheen

Nadere informatie

Samenvatting. Beroepsgebonden luchtwegallergie is een belangrijk probleem

Samenvatting. Beroepsgebonden luchtwegallergie is een belangrijk probleem Samenvatting Beroepsgebonden luchtwegallergie is een belangrijk probleem Veel van de gemelde beroepsziekten van de luchtwegen worden veroorzaakt door blootstelling aan allergenen in de werkomgeving. Dat

Nadere informatie

Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer

Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer Introductie onderzoeksproject De ziekte van Alzheimer De ziekte van Alzheimer is een neurologische aandoening en is de meest voorkomende vorm van dementie.

Nadere informatie

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants

Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants Allergie bij kinderen: peanuts?! DDr. Annemie Wijnants Emma 14 jaar Op 6 jaar Symptomen: rhinitis conjunctivitis Huidtest op berk: 4+ Op 14 jaar Symptomen: lokale reactie op pinda Huidtest pinda: 4+ IgE

Nadere informatie

Bloed, Afweer en Infectieziekten

Bloed, Afweer en Infectieziekten Bloed, Afweer en Infectieziekten Functies Vervoer van stoffen O 2 van longen naar cellen CO 2 van cellen naar longen Voedingstoffen van de dunne darm naar cellen Ureum van de lever naar de nieren Hormonen

Nadere informatie

17 AUGUSTUS 2015 DUURZAAMHEIDSVRAAGSTUK MILIEUVERVUILING EN ALLERGIEËN. Actuele Topics in Aardrijkskunde 2014-2015 GULIZAR HEYECAN 3SA2

17 AUGUSTUS 2015 DUURZAAMHEIDSVRAAGSTUK MILIEUVERVUILING EN ALLERGIEËN. Actuele Topics in Aardrijkskunde 2014-2015 GULIZAR HEYECAN 3SA2 17 AUGUSTUS 2015 DUURZAAMHEIDSVRAAGSTUK MILIEUVERVUILING EN ALLERGIEËN Actuele Topics in Aardrijkskunde 2014-2015 GULIZAR HEYECAN 3SA2 Inhoud 1. Allergieën (Bevolking)... 2 2. Oorzaken van allergieën (Biosfeer,

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Respiratoir syncytieel virus Het respiratoir syncytieel virus (RSV) is een veroorzaker van luchtweginfectiesvan de mens. Het komt bij de mens met name in het winterseizoen voor.

Nadere informatie

157 De ontdekking van de natuurlijke aanwezigheid van antisense oligonucleotiden in eukaryote cellen, die de expressie van specifieke eiwitten kunnen reguleren, heeft in de afgelopen tientallen jaren gezorgd

Nadere informatie

Allergie. Allergische rhinitis: een loopneus of verstopte neus

Allergie. Allergische rhinitis: een loopneus of verstopte neus Allergie Allergische rhinitis: een loopneus of verstopte neus 2 Deze folder geeft u informatie over wat de KNO-arts in het CWZ met u bespreekt, zodat u zich kunt voorbereiden op het gesprek of na het gesprek

Nadere informatie

Wat is allergie? Wat is hooikoorts?

Wat is allergie? Wat is hooikoorts? K.N.O. Allergie Deze folder heeft tot doel u informatie te geven over allergie en de daarbij behorende klachten. Als u recent bij de KNO-arts bent geweest, die u heeft verteld dat allergie één van de

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling

Samenvatting. Vraagstelling Samenvatting Vraagstelling Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leidt de Commissie Gezondheid en beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad gezondheidskundige

Nadere informatie

Chapter 6. Nederlandse samenvatting

Chapter 6. Nederlandse samenvatting Chapter 6 Nederlandse samenvatting Chapter 6 122 Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Het immuunsysteem (of afweersysteem) beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde en ziekmakende organismen zoals

Nadere informatie

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Inleiding U heeft één of meerdere ernstige allergische aanvallen gehad, ook wel anafylaxie genoemd.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 147 Nederlands samenvatting Wat is COPD? Chronic obstructive pulmonary disease (COPD) is een ziekte waarbij er een blijvende vernauwing van de luchtwegen in de long optreedt, die voornamelijk veroorzaakt

Nadere informatie

Onderzoek naar koemelkallergie

Onderzoek naar koemelkallergie Onderzoek naar koemelkallergie Uw kind heeft verschijnselen die wijzen op een allergie voor koemelk. In deze folder wordt uitgelegd wat een allergie voor koemelk bij jonge kinderen inhoudt. Ook krijgt

Nadere informatie

Het testen van de MPXX -technologie:

Het testen van de MPXX -technologie: Het testen van de MPXX -technologie: De specificaties van een handschoen behandeld met de MPXX -technologie voldoen aan de internationale eisen van ASTM International, voorheen bekend als de American Society

Nadere informatie

Allergisch voor Primine

Allergisch voor Primine Allergisch voor Primine U bent allergisch voor Primine: Wat nu? Uw dermatoloog heeft aangetoond dat u allergisch bent voor primine. Wanneer u in contact komt met primine, kan dat aanleiding geven tot het

Nadere informatie

Allergie kind: Koemelkeiwittest aanvullende informatie (Kinderafdeling)

Allergie kind: Koemelkeiwittest aanvullende informatie (Kinderafdeling) Allergie kind: Koemelkeiwittest aanvullende informatie (Kinderafdeling) Algemeen Wat is een allergie? Verschijnselen van voedselallergie RAST-test Eliminatie-provocatieproef Aantonen van koemelkeiwitallergie

Nadere informatie

Allergie@WUR en het ACW

Allergie@WUR en het ACW Allergie@WUR en het ACW Huub F.J. Savelkoul Allergie Consortium Celbiologie en Immunologie Wageningen Universiteit Algemeen: www.allergie.wur.nl Allergie @WUR Wat is allergie? te sterke afweer tegen onschuldige

Nadere informatie

Allergie. Voedingsallergie en atopie bij hond en kat. Afweer. Afweer 28-5-2014. Eiwitten (15-40 kda) Glycoproteïne (10-70 kda)

Allergie. Voedingsallergie en atopie bij hond en kat. Afweer. Afweer 28-5-2014. Eiwitten (15-40 kda) Glycoproteïne (10-70 kda) Allergie Voedingsallergie en atopie bij hond en kat Drs. Stijn Peters info@dzeh.nl Tel. 040-3040054 Allergie Overdreven reactie op een stof/indringer Allergeen Sensitisatie Antigeen Allergeen Stoffen die

Nadere informatie

Thomas ontmoet een zebra Voorleesboekje voor een kind met allergie

Thomas ontmoet een zebra Voorleesboekje voor een kind met allergie 1 Siemens Healthcare Diagnostics, de toonaangevende onderneming voor klinische diagnose, streeft er naar om artsen informatie te verschaffen die onmisbaar is voor accurate diagnoses en de nauwkeurige behandeling

Nadere informatie

Inleiding. Allergische IgE-gemedieerde aandoeningen, zoals waterige rhinoconjunctivitis, asthma bronchiale en constitutioneel eczeem, komen

Inleiding. Allergische IgE-gemedieerde aandoeningen, zoals waterige rhinoconjunctivitis, asthma bronchiale en constitutioneel eczeem, komen Inleiding R. Gerth van Wijk. Inleiding Allergie wordt wel eens de ziekte van de 2 e eeuw genoemd. Deze uitspraak berust op de hoge en toegenomen prevalentie van allergische aandoeningen en de associatie

Nadere informatie

Centrumlocatie. Voedselprovocatie. Afdeling Allergologie

Centrumlocatie. Voedselprovocatie. Afdeling Allergologie Centrumlocatie Voedselprovocatie Afdeling Allergologie Met u is afgesproken dat u een voedselprovocatie zult doen. Dit is tot op heden de enige test waarin nagegaan kan worden of u een echte reactie krijgt

Nadere informatie

Nederlandse Samenva ing

Nederlandse Samenva ing Nederlandse Samenva ing Nederlandse Samenva ing De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa zijn de meest voorkomende vormen van chronische ontstekingen van het maag-darm-kanaal. In het engels wordt deze groep

Nadere informatie

Immunotherapie: terug van weggeweest? Dr S Maddens 05-12-2013

Immunotherapie: terug van weggeweest? Dr S Maddens 05-12-2013 Immunotherapie: terug van weggeweest? Dr S Maddens 05-12-2013 Immunotherapie? Repetitieve toediening van oplopende dosis allergeen Induceren van beschermende immunologische veranderingen Afname van allergische

Nadere informatie

Samenvatting. Chapter12

Samenvatting. Chapter12 Samenvatting Chapter12 Coinfectie met Mycobacterium Tuberculose tijdens HIV-infectie is een groot probleem in de derde wereld, daar dit leidt tot een grotere sterfte. (hoofdstuk I) In de studies beschreven

Nadere informatie

Workshop diagnostiek voedselallergie

Workshop diagnostiek voedselallergie Workshop diagnostiek voedselallergie Symposium Kinderallergologie 29-5-2015 Rob Klemans & Francine van Erp Het belang van goede diagnostiek VS. Leerdoelen workshop Aandachtspunten diagnostiek voedselallergie

Nadere informatie

Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004

Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004 Thema 2.1: Infectie- en Immuunziekten Tentamen B: correctievoorschrift 5 november 2004 Tentamencoördinator mw. Dr. I. Bakker Tentameninformatie Het tentamen bestaat uit 68 vragen, waarvan 53 gesloten en

Nadere informatie

Voedselprovocatie. Havenziekenhuis. april 2012

Voedselprovocatie. Havenziekenhuis. april 2012 Voedselprovocatie april 2012 Een allergie is een reactie van het afweersysteem van het lichaam gericht tegen niet schadelijke stoffen als stuifmeel, huidschilfers of voedingsmiddelen met allergische klachten

Nadere informatie

MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk

MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk K. Cové BDM Ventilation & Respiratory Care Agenda COPD in het kort MyAivo

Nadere informatie

Allergieën ontstaan meestal op kinderleeftijd en in de puberteit. Na het 45 ste levensjaar nemen de klachten door allergie geleidelijk af.

Allergieën ontstaan meestal op kinderleeftijd en in de puberteit. Na het 45 ste levensjaar nemen de klachten door allergie geleidelijk af. Allergie Inleiding De Keel- Neus- en Oorarts (KNO-arts) heeft u verteld dat allergie mogelijk een van de oorzaken van uw klachten is. In deze folder kunt u nalezen wat allergie is. Wat is allergie? Allergie

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Hooikoorts

PATIËNTEN INFORMATIE. Hooikoorts PATIËNTEN INFORMATIE Hooikoorts 2 PATIËNTENINFORMATIE Introductie Door middel van deze informatiefolder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over hooikoorts. Wij adviseren u deze informatie zorgvuldig

Nadere informatie

07 - Informatie over insectenallergie

07 - Informatie over insectenallergie 07 - Informatie over insectenallergie Inhoud Wat is een insectenallergie eigenlijk?... 1 Waarom is een behandeling nodig?... 2 Wat te doen indien een insectenallergie wordt vermoed?... 3 De behandeling

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/28275 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/28275 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/28275 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: O Flynn, Joseph Title: Properdin-dependent activation and control of immune-homeostasis

Nadere informatie

Contactallergologisch onderzoek

Contactallergologisch onderzoek Dermatologie Contactallergologisch onderzoek Plakproeven Inleiding U heeft een afspraak gemaakt op de polikliniek dermatologie voor plakproeven. De officiële naam daarvoor is epicutaan allergologisch

Nadere informatie

Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases

Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases Development of simplified molecular tools for the diagnosis of kinetoplast diseases Thesis by: Claire M. Mugasa Promotores: Prof. Dr. P.A. Kager & Prof. Dr. George W. Lubega Copromotor: Dr. Henk D.F.H.

Nadere informatie

KNO. Niezen, loopneus en jeukende ogen

KNO. Niezen, loopneus en jeukende ogen KNO Niezen, loopneus en jeukende ogen Niezen, loopneus en jeukende ogen Een allergie is een veranderde reactie op prikkels die door bepaalde stoffen, allergenen genoemd, worden veroorzaakt. Allergenen

Nadere informatie

Inleiding. Chapter 11. Achtergrond en doel van het onderzoek

Inleiding. Chapter 11. Achtergrond en doel van het onderzoek Chapter 11 Inleiding Achtergrond en doel van het onderzoek Kanker is na hart en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland. Per jaar wordt in Nederland bij ongeveer 70.000 mensen kanker vastgesteld

Nadere informatie

Allergologisch onderzoek

Allergologisch onderzoek Allergologisch onderzoek Allergologisch onderzoek Klachten van de huid of luchtwegen kunnen soms door overgevoeligheid (allergie) veroorzaakt worden. Bij verdenking op een allergie kan allergologisch onderzoek

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) 1 Vroeggeboorte na antenatale inflammatie bronchiale hyperreactiviteit als onderliggende oorzaak van Vroeggeboorte Over vroeggeboorte, ook wel prematuriteit genoemd,

Nadere informatie

02 - Informatie over seizoensgebonden allergieën

02 - Informatie over seizoensgebonden allergieën 02 - Informatie over seizoensgebonden allergieën Inhoud Wat zijn seizoensgebonden allergieën?... 1 Wat weet men eigenlijk over seizoensgebonden allergenen?... 4 Waarom hebben mensen met een pollenallergie

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting Samenvatting Marcel D. Posthumus SAMENVATTING Reumatoïde artritis (RA) is een aandoening die voorkomt bij 0,5-1% van de bevolking en die gekenmerkt wordt door een chronische ontsteking van meerdere gewrichten

Nadere informatie

Samenvatting -NL. Lung emphysema induced by cigarette smoke - Studies in mice

Samenvatting -NL. Lung emphysema induced by cigarette smoke - Studies in mice Lung emphysema induced by cigarette smoke - Studies in mice In deze tekst wordt het onderzoek dat ik gedurende de afgelopen 5 jaar uitgevoerd heb, op een begrijpelijke manier samengevat voor een niet ingewijd

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Methodes van antilichaam therapie voor kanker

Nederlandse samenvatting. Methodes van antilichaam therapie voor kanker Nederlandse samenvatting Methodes van antilichaam therapie voor kanker Methodes van antilichaam therapie voor kanker 151 INTRODUCTIE TOT HET IMMUUNSYSTEEM Dagelijks wordt de mens blootgesteld aan een uitgebreid

Nadere informatie

Speed ReSpiVB TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.

Speed ReSpiVB TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac. Speed ReSpiVB TM www.speedrange.nl Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.nl ALLEEN VOOR IN VITRO GEBRUIK NEDERLANDS BELANG VOOR DE PRAKTIJK Luchtwegproblemen

Nadere informatie

Kennis en Informatiecentrum voor iedereen die te maken heeft met levensbedreigende allergische reacties! Anno 2002

Kennis en Informatiecentrum voor iedereen die te maken heeft met levensbedreigende allergische reacties! Anno 2002 Stichting ONTSTAAN ALLERGISCHE AANDOENINGEN Over het ontstaan van allergieën is nog niet veel bekend. Er zijn allerlei gedachten hierover en een van de meest gangbare is de hypothese van de hygiënehypothese,

Nadere informatie

Mevr. Van W, 10-01-1980 Casus 2

Mevr. Van W, 10-01-1980 Casus 2 Mevr. Van W, 10-01-1980 Casus 2 Voorgeschiedenis: Allergisch astma bronchiale, artroscopie knie. Anamnese: 2,5 jaar geleden voor het laatst bij een longarts geweest in het Havenziekenhuis. Ze werkt zelf

Nadere informatie

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

06 - Informatie over voedselallergie

06 - Informatie over voedselallergie 06 - Informatie over voedselallergie Inhoud Wat zijn voedselallergenen?... 1 Wat weet men eigenlijk over voedselallergenen?... 2 Allergene verwantschappen... 4 Voedingsmiddelen die vaak allergieën veroorzaken...

Nadere informatie

Speed Giardia TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.

Speed Giardia TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac. Speed Giardia TM www.speedrange.nl Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.nl ALLEEN VOOR IN VITRO GEBRUIK NEDERLANDS Klinische toepassing Giardia is

Nadere informatie

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven Geen (potentiële) belangenverstrengeling Azacitidine, een gekke oorzaak van crazy paving M. Roeven; M. Cruijsen; W. van der Velden, Casus

Nadere informatie

Klinische Arbeidsgeneeskunde: longaandoeningen

Klinische Arbeidsgeneeskunde: longaandoeningen NVVA 16 april 2008 Klinische Arbeidsgeneeskunde: longaandoeningen Dr. Jos Rooyackers Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen www.nkal.nl Divisie Hart & Longen UMCU IRAS/UU Klinische arbeidsgeneeskunde

Nadere informatie

De oudere patiënt met comorbiditeit

De oudere patiënt met comorbiditeit De oudere patiënt met comorbiditeit Dr. Arend Mosterd cardioloog Meander Medisch Centrum, Amersfoort Dr. Irène Oudejans klinisch geriater Elkerliek ziekenhuis, Helmond Hartfalen Prevalentie 85 plussers

Nadere informatie

Prof.dr. R.C. Aalberse en dr. S.O. Stapel

Prof.dr. R.C. Aalberse en dr. S.O. Stapel Allergische reacties Prof.dr. R.C. Aalberse en dr. S.O. Stapel Allergische reacties zijn overgevoeligheidsreacties met een immunologische etiologie en onderscheiden zich hierdoor van de zogeheten intoleranties.

Nadere informatie

Resultaten van de Aalst Allergy Study

Resultaten van de Aalst Allergy Study // Resultaten van de Aalst Allergy Study Elke Govaere Voorjaarsvergadering VVK, Aalst. Algemene inleiding Sensitisatie in de ste eeuw Allergische klachten in de ste eeuw. De Aalst Allergy Study Doelstellingen

Nadere informatie

Allergie voor huisstofmijt

Allergie voor huisstofmijt Allergie voor huisstofmijt Allergie voor huisstofmijt Uw kind heeft klachten van astma of van allergische rhinitis ( hooikoorts ). Bovendien heeft bloedonderzoek of een huidpriktest een positieve uitslag

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Fibrose, oftewel verlittekening van weefsels, is een proces dat tot uitval van belangrijke organen kan leiden, met de dood tot gevolg. In feite ligt het aantal sterfgevallen veroorzaakt door fibrose hoger

Nadere informatie

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen: IMMUNITEIT 1 Immuniteit Het lichaam van mens en dier wordt constant belaagd door organismen die het lichaam ziek kunnen maken. Veel van deze ziekteverwekkers zijn erg klein, zoals virussen en bacteriën.

Nadere informatie

ederlandse samenvatting

ederlandse samenvatting ederlandse samenvatting In hoofdstuk 1 wordt algemene achtergrond informatie gegeven over de diagnose, histologie, pathogenese en behandeling van constitutioneel eczeem (CE). CE is een veel voorkomende

Nadere informatie

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

Kennis toepassen, en beslissingen nemen. Hoe denkt de arts? 2. Wat doet de arts? Hoe wordt kennis toegepast? Wat is differentiaal diagnose?

Kennis toepassen, en beslissingen nemen. Hoe denkt de arts? 2. Wat doet de arts? Hoe wordt kennis toegepast? Wat is differentiaal diagnose? Hoe denkt de arts? 2 Kennis toepassen, en beslissingen nemen Dr. Peter Moorman Medische Informatica ErasmusMC 1 Hoe weet je of een ziektebeeld waarschijnlijk is? de differentiaal diagnose Hoe wordt een

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Kennis en Informatiecentrum voor iedereen die te maken heeft met levensbedreigende allergische reacties! Anno 2002

Kennis en Informatiecentrum voor iedereen die te maken heeft met levensbedreigende allergische reacties! Anno 2002 Stichting WAT IS ALLERGIE? Allergie is een overgevoeligheidsreactie van het afweersysteem op stoffen van buiten het lichaam die normaal niet een dergelijke reactie geven. Het afweersysteem behoort elementen,

Nadere informatie

Interne Geneeskunde Allergologie. Immunotherapie voor insectenallergie bij mastocytose

Interne Geneeskunde Allergologie. Immunotherapie voor insectenallergie bij mastocytose Interne Geneeskunde Allergologie Immunotherapie voor insectenallergie bij mastocytose Interne Geneeskunde Allergologie Wat is mastocytose? Mastocytose is de naam voor een zeldzame ziekte, die het gevolg

Nadere informatie

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT

WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT VOLKSGEZONDHEID KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN GLOBAAL RAPPORT EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie

ONDERZOEKSRAPPORT. Ecolamp International Koninginnedijk 34c 5361 CW Grave. lucht reiniging m.b.v. Ecolamp

ONDERZOEKSRAPPORT. Ecolamp International Koninginnedijk 34c 5361 CW Grave. lucht reiniging m.b.v. Ecolamp Ecolamp International Koninginnedijk 34c 5361 CW Grave ONDERZOEKSRAPPORT Project: lucht reiniging m.b.v. Ecolamp Onderzoek : 4 x Microbiologisch luchtonderzoek Onderzoeksnummer : 20070209 Datum onderzoek

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het aantal mensen met een gestoorde nierfunctie is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Dit betekent dat er steeds meer mensen moeten dialyseren of een niertransplantatie moeten

Nadere informatie

Astma monitoring & E-health anno 2012. TRENDS XXII, Garderen

Astma monitoring & E-health anno 2012. TRENDS XXII, Garderen Astma monitoring & E-health anno 2012 TRENDS XXII, Garderen Eric de Groot, ISALA Zwolle Rijn Jöbsis, MUMC + Maastricht Leerdoelen monitoring astma Mate van astmacontrole staat centraal Eén ideaal instrument

Nadere informatie

Hypereosinofiel syndroom

Hypereosinofiel syndroom Hypereosinofiel syndroom R. Fijnheer Meander Medisch Centrum/UMCUtrecht HES Incidentie: 2-4 per 1.000.000 per jaar Man> vrouw Leeftijd: 30-70 erg in belangstelling: glivec, mepolizumab etc. Lastig voor

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!)

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) De microbiologen zagen zieke mensen. In hun ogen waren dat er veel meer dan normaal en zij spraken van een epidemie. ( ) We hebben de epidemie

Nadere informatie

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN

EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN scope EXPERTISE, DIENSTVERLENING EN KLANTENRELATIES KWALITEIT VAN MEDISCHE LABORATORIA COMMISSIE VOOR KLINISCHE BIOLOGIE COMITE VAN EXPERTEN EXTERNE KWALITEITSEVALUATIE VOOR ANALYSEN KLINISCHE BIOLOGIE

Nadere informatie