Prestatievergelijking bij fondsenwervèftde. instellingen. De 'charitas envelop' nader bekeken vanuit DEA perspectief.. o 0,36

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Prestatievergelijking bij fondsenwervèftde. instellingen. De 'charitas envelop' nader bekeken vanuit DEA perspectief.. o 0,36"

Transcriptie

1 I. Prestatievergelijking bij fondsenwervèftde instellingen..! De 'charitas envelop' nader bekeken vanuit DEA perspectief.. o I L 0,80 ( ,60 lil (11 '+ï c::: :(11 'u 0,40 ie (11,'liJ 0,36 Jdeirur dm DOO - 10 DOO grootte (X fl ) Arnout Ouwerkerk Rotterdam, 25 mei 2000

2 Prestatievergelijking bij fondsenwervende instellingen De 'charitas envelop' nader bekeken vanuit DEAperspectief... Afstudeerscriptie als onderdeel van het doctoraal Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in het kader van de afstudeervariant: Financieel Management Scriptant: Examennu/Jlmer: Datum: A.S. Ouwerkerk mei 2000 Afstudeercommissie Coach,' Meelezer 1: Meelezer 2: A.N.A.M. Boons C. Bukman L.C.P.M. Meijs

3 Trefwoorden: fondsen wervende instellingen / prestatiemeting / data envelopment analysis 2000 A.S. Ouwerkerk, Rotterdam Allen rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande (schriftelijke) toestemming van de auteursrechthebbende. Het auteursrecht van de scriptie berust bij de auteur; de auteur verantwoordelijk is voor de inhoud. De faculteit BedIijfskunde is slechts verantwoordelijk voor de onderwijskundige begeleiding en is niet aansprakelijk voor de inhoud.

4 "Quidquid inter vincina eminet, magnum esi illic, ubi emillet, Nam magniludo IlOn habelmodum cerium: comparatio illam AUI lollit Clllt deprimit" Selleca Epislula (43,2 ) "Alles wat in zijn eigen kring uitblinkt, is alleen binnen dat kader groot. Grootheid heeft immers geen welbepaalde afmetingen: Pas wanneer men gaat vergelijken, wordt iets groter of kleiner" Seneca Brief (43,2)

5 Lijsten Lijst met Tabellen Tabel 1: verschillen tussen private en non-private organisaties... 6 Tabel 2: aantal instellingen in Nederland... 9 Tabel 3: grootste tien instellingen op het gebied van acties Tabel 4: geefmotieven Tabel 5: functies en activiteiten ebf Tabel 6: criteria voor een ebf keurmerk Tabel 7: gebruikers gekoppeld aan de zeven verslaggevi11gdoelstellingen Tabel 8: aard van de informatie en de zeven verslaggevingdoelstellingen Tabel 9: informatiebehoeftes van donateurs Tabel 10: schematische werking Data Envelopment Analysis Tabel 11: vergelijking van DEA modellen Tabel 12: data DEA voorbeeld Tabel 13: onderzoek naar schaaleffecten van charitatieve instellingen Tabel 14: baten uit eigen fondsenwenjing na verwijdering uitbijters (bedragen xft ) Tabel 15: top tien vrij besteedbare vermogens Tabel 16: besteding vs. beschikbaarheid van middelellnaar doelstellillg Tabel 17: baten uit eigen fondsenwerving naar ebf status (bedragen x ft ) Tabel 18: instellingen met extreme baten uit eigen fondsenwenjing (bedragen x ft ) Tabel 19: resultaten variantie analyse: baten uit eigen fondsenwerving versus ebf status Tabel 20: uitbijters I: instellingen met een negatief vrij besteedbaar vermogen Tabel 21: uibljters Tl: vrij besteedbaar vermogen van instellingen met een Zscore ongelijk aan [-2,2} Tabel 22: vrij besteedbaar vermogen verdeeld naar doelstelling (voor velwijdering uitbijters) Tabel 23: vrij besteedbaar vermogen naar doelstelling (na verwijdering uitbijters) Tabel 24: ratio vrij besteedbaar vermogen vs. balanstotaal (zonder uitbijters en negatieve waarden) Tabel 25: resultaten variantie analyse: ratio vrij besteedbaar vermogen vs. balanstotaal verdeeld naar doelstelling Tabel 26: instellingen met extreme beleggingsrendementen Tabel 27: beleggingsrendementen naar doelstelling en ebf status Tabel 28: beleggingsrendelllenten van 57 instellingen Tabel 29: beleggingsrendelllenten naar ebf status en grootte Tabel 30: verhouding tussen beleggingen en het balanstotaal Tabel 31: resultaten variantie analyse: ratio (beleggingen vs. balanstotaal) naar doelstelling Tabel 32: beschrijving beleggingenrendementen kleine vs. grote instellingen Tabel 33: resultaten Hoets voor vergelijking van rendementen tussen grote en kleine instellingen Tabel 34: resultaten variantie analyse besteed vs. beschikbaarheid van middelen naar doelstelling Tabel 35: besteding vs. beschikbaarheid van middelen naar grootte Tabel 36: resultaten variantie analyse: besteding vs. beschikbaarheid van middelen naar grootte Tabel 37: kosten percentage fondsenwenjing naar grootte van de instelling Tabel 38: resultaten van de Kruskal-Wallis rank test Tabel 39: efficiëntie score verdeeld naar grootte en ebf status... JOO Tabel 40: resultaten Anova toets efficiëntie score naar grootte Tabel 41: kruistabel efficiëntie scores naar omvang... JOO Tabel 42: uitvoeringskasten eigen organisatie per werknemer (na venvljdering uitbijters) Tabel 43: extreme waarden vrij besteedbaar vermogen vs. uitvoeringskasten Tabel 44: uitvoeringskasten eigen organisatie per werknemer naar grootte Tabel 45: vrij besteedbaar vermogen vs. uitvoeringskasten Tabel 46: Anova tabel vrij besteedbaar vermogen vs. uitvoeringskasten naar doelstelling

6 Lijsten Lijst met Figuren Figuur 1: opzet van de scriptie...,... ",... ".. "... ".. ".. '.. '... """...,... """",...,... """,.. ",... ",.. '"... ",... ', 3 Figuur 2: resultatenfondsenwen1ing in de periode '92-'98...,...,... "...,,,...,...,...,..., 7 Figuur 3: bestedingen aan het goede doel in '92-'98... "... "",... ".. "... """"".. ",."...,8 Figuur 4: geïndexeerde gemiddelde baten en lasten pel' instelling...,... ",.. "... ",...,... "... "... 9 Figuur 5: relatie tussen effectiviteit en efficiency... "... "... "... ""... " Figuur 6: nalatenschappen '94-'98 (x ft, miljoen gulden)... ""... """""".. """"""",38 Figuur 7: grafische weergave DEA model ",...,... "... "...,,,...,,...,,,..,,...,,,,, Figuur 8: management 1I1Odel voor non-profit instellingen""",...,..,... """,... ",,,,,,,,,,..,,,,,..,,..,,,,,,...,,...,,,, 51 Figuu I' 9: relatieschema "... ','... """""""""""""... """",,,,,,,,,,,,,..,..,,,,..,...,,,,,,,,,,,...,,,,,,,,..,,,,,,,,,,,,..,,,,,,,,,,..,.. 56 Figuur 1 0: kostenpercentage fondsenwerving naar grootte ".. """".. ",,,,,..,,,,,,,,,,,,,,,,..,,,, """""...,... ",,,..,,,..,.., 59 Figuur 11: grafische weergave efficiëntie van 270 instellingell... "...,... "..,.. ",."""... """...,,,,,,,,,,,.., 62 Figuur 12: efficiëntie score naar grootte"... "".,,,,...,,,,,,.,,,,,.,,..,..,,,,,,..,..,,,,..,,,,,..,,,,.,,,,,.,..,,,,,,,,,.,,,...,,,,,,.,,,..,.. 63 Figuur 13: resultaten en het relatieschema "... "... """".. "... """... ""... """"... ",.. "... "... "... " 72 Lijst met Vergelijkingen Vergelijking 1: BCC Input model.. ".. ",.. "",."""".. "... "",,,..,,,..,,,,,,..,.,,..,,,..,,,,,,..,,,,,..,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,..,..,,...,,,..,,,,, 44 Vergelijkillg 2: het hypothetisch referentie punt.. """"",.. ",... ",.. ",.. ""..,... "... ",.. """,.. "... """"""... ".. "",,,.. 45 Vergelijking 3: definitie efficiëntie o.b, v, DEA model """".".. "... ""... "... ".. "... ""... "..., 61 Vergelijking 4: ratio vrij besteedbaar vermogen l's balallsvermogen """"...,,,...,,,,...,,..,,...,,,,,,..,,...,65 Vergelijking 5: ratio buffelfunctie,...,.. """..,..,.. ".. "...,... ""'...,..,...,.. ".. "... "...,..,,.. ',.. "",.,..,...,... ".., 67 Vergelijking 6: ge111iddeld beleggingsrende111ent over de periode '97- '98.. ".. """... "... "..., 68 Vergelijking 7: beleggingsrendement '98... """... "... ",.. "",... "... ",.. "... ",.. ",.. ".,... """... "'" ",,,,.. 68 Vergelijking 8: ratio beleggingen l's, balanstotaal",.",,,,,,,,,,,,,,,,,,..,,,,,,,,,,,...,,,..,,...,,,,,.. ",,,..,,..,,,..,,,,,...,...,,, 69 Vergelijking 9: bestedingen l's, beschikbare middelen...,... "... "... "... "... ""... ""..., 70 11

7 Inhoudsopgave Inhoudsopgave LIJST MET TABELLEN... I LIJST MET FIGUREN LIJST MET VERGELIJKINGEN INHOUDSOPGA VE... III SAMENVATTING... VI VOORWOORD... VII fj,oofostui( 1~ INLEIDING AANLEIDING PROBLEEMSTELLING DOELSTELLING VAN DE SCRIPTIE... 2 IA MAATSCHAPPELIJ KE RELEVANTIE AARD VAN DESCRIPTIE STRUCTUUR... 3 HOOFOSTUK 2: FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN INLEIDING FONDSEN WERVENDE INSTELLINGEN: EEN DEFINITIE KENMERKEN VAN EEN NON-PROFIT ORGANISATIE BESCHRIJVING VAN DE MARKT VOOR LIEFDADiGHEID GEEN BLIND VERTROUWEN MEER PUELIC ACCOUNTABILITY AGENCY PROBLEMATIEK CONCLUSIE HOOFDSTUK 3: TOEZICHT OP DE CHARITASMARKT INLEIDING HET DOEL VAN HET CBF FUNCTIES EN ACTIVITEITEN VAN HET CBF A HET KEURMERK VAN HET CBF GEDRAGSCODE CONCLUSIE HOOFOSTUK 4: VERSLAGGEVING INLEIDING VERSLAGGEVING DOOR FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN FUNCTIES VAN DE EXTERNE VERSLAGGEVING De verantwoordingsfullctie De inforlllatiefullctie Activiteiten en doelstellingen van de organisatie Begrotingsinfo/'lnatie Effectiviteit Efficiency Financiële levensvatbaarheid Financiële positie en resultaat Ul

8 Inholldsopgave 4.4 INFORMATIEBEHOEFfEN VAN BELANGHEBBENDEN CONCLUSIE HOOFDSTUK. s:~ PRESTATIEMETING INLEIDING DEDATAENVELOPMENT ANALYSIS TECHNIEK Inleiding Data EnveloplIlent Analysis Efficiëntie score Eisen die gesteld worden aan de data Een voorbeeld 0/1/ de werking van DEA grafisch toe te lichten RATIO ANALySE ONDERZOEK HYNDMAN EN Mc KILLOP IN WALES PRESTATIEBEOORDELING BIJ METING BIJ NON-PROFIT ORGANISATIES CONCLUSIE HOOFDSTUK 6: EMPIRISCH ONDERZOEK INLEIDING ONDERZOEKSMETHODEN: JAARREKENINGEN ONDERZOEK, ENQUÊTE EN INTERVIEWS DE HYPOTHESEN Baten uit eigenfolldsenwerving Efficiëntie Vnj besteedbaar ver/1/ogen Beleggingen Bestedingen aan de doelstelling CONCLUSIE lloqfdstuk 7:: CONCLUSIE EN DISCUSSIE INLEIDING CONCLUSIE Wie zijnfondsenwenjers? Toezichthoudende rol is van belang! Toelichting op de verslaggeving is van belang! El1/pirisch onderzoek naar de markt van het goede doel DISCUSSIE VALIDITEIT VAN HET ONDERZOEK Bijlage A Statistische bewerkingen Bijlage A.I Anova toets voor baten uit eigen fondsen werving naar CBF status Bijlage A.2 Anova toets voor het kengetal (vrij besteedbaar vermogen / b;llanstotaal) naar doelstelling Bijlage A.3 Anova toets voor het percentage beleggingen in verhouding tot het balanstotaal naar doelstelling.. 82 Bijlage A.4 T-toets voor het verschil tussen beleggingsrendementen tussen kleine en grote instellingen Bijlage A.S Toetsen van gelijkheid van varianties van de rendementen van kleine en grote instellingen Bijlage A.6 Kruskas-Wallis niet-parametrische test voor het toetsen van de gelijkheid van medianen van het kostenpercentage fondsen werving Bijlage B Kengetallen van 105 instellingen voor het jaar Bijlage C Gedragscode voor fondsenwervers opgesteld door het Nederlands Genootschap voor Fondsenwervers (NGF) Bijlage D Tabellen en Overzichten iv

9 Inhoudsopgave Bijlage D.l Baten uit eigen fondsen werving Bijlage D.2 Vrij besteedbaar vermogen Bijlage D.3 Beleggingen Bijlage D.4 Besteed aan de doelstelling Bijlage D.S Efficiëntie Bijlage D.6 Uitvoeringskosten Bijlage D.? Grafische weergave DEA scores verdeeld naar grootte Bijlage E Enquête: Controle onderzoeksgegevens LITERA TUURLIJST v

10 Samenvatting Samenvatting In deze scriptie staat de probleemstelling "hoe kunnen de financiële prestaties van Nederlandse fondsenwervers met elkaar vergeleken worden" centraal. Bij de beantwoording van deze probleemstelling wordt gebruik gemaakt van een tweetal technieken waarmee de financiële prestaties van 105 respectievelijk 270 instellingen met elkaar zijn vergeleken. De verslaggeving waar fondsenwervende instellingen en bedrijfshuishoudingen zich aan moeten conformeren bij het inrichten van hun jaarrekening is verschillend. Het uitgangspunt is hetzelfde: het geven van inzicht en het bevorderen van transparantie in de financiële en niet-financiële activiteiten die de fondsenwervers ontplooien. Voor de fondsen geldt een aparte 'Richtlijn Fondsenwervende Instellingen'. Door het Centraal Bureau Fondsenwerving, de media en door middel van zelfregulering wordt toezicht gehouden op de markt voor goede doelen. Omdat fondsenwervers voor een groot deel met gelden werken, die afkomstig zijn van de 'offervaardigheid' van het grote publiek, is het geven van invulling aan de publieke verantwoordelijkheid van cruciaal belang... De twee technieken die bij dit onderzoek gebruikt zijn staan bekend onder de naam Data Envelopment Analysis en Ratio analyse. Met behulp van de DEA techniek kunnen relatieve efficiëntie scores worden berekend waarmee een rangorde tussen goed en slecht presterende instellingen kan worden aangebracht. Met behulp van DEA zijn de prestaties van fondsen wervende instellingen op het gebied van het genereren van baten uit eigen fondsenwerving met elkaar vergeleken. Uit de resultaten van de analyse kwam naar voren dat de heel kleine en de heel erg grote instellingen qua efficiency beter presteren dan de overige instellingen. Als verklaring voor dit fenomeen moet m.i. gezocht worden in de richting van de groeifase van de organisatie en de mate van professionaliteit van de organisatie. Ook schaaleffecten spelen een rol in deze. De kosten van fondsen werving liggen tussen de 10.6% en de 15.7% al naar gelang de grootte van de organisatie. Naast de efficiency van de fondsenwerving activiteiten is ook gekeken naar de rendementen die de instellingen op het gebied van de beleggingen behalen. Hierbij kwam naar voren dat er geen significante statistische verschillen zijn tussen grote en kleine instellingen. De kleine instellingen behalen een rendement van 8.1%, de grote instellingen een rendement van 10.2% en het overall gemiddelde ligt op 9.2%. Gezien het vaak defensieve beleggingsbeleid is dit een prestatie die als normaal beschouwd moet worden. Er wordt weinig risico gelopen en hierdoor zijn de opbrengsten niet buitensporig hoog. Het verband tussen risico en rendement blijkt ook hier weer op te gaan... De omvang van de financiële buffer die de instellingen aanhouden ligt rond de 3.27 voor de instellingen die onderzocht zijn. De verhouding tussen vrij besteedbaar vermogen en de uitvoeringskosten van de eigen organisatie is hiervoor als indicator gebruikt. De buffer is hoger dan wat een aantal instellingen als ideale 'streef' verhouding (l.5 à 2 keer de begrote jaarkosten) bestempelen. Het vrij besteedbaar vermogen en het beleid dat hieromtrent gevoerd wordt, moet altijd toegelicht worden. De bestedingen van de instellingen in verhouding tot de beschikbare middelen bevinden zich voor alle doelstellingen tussen de 83% - 94%. Dit houdt dus in dat er per jaar tussen de 6% en 17% van de beschikbare middelen niet aan het goede doel besteed wordt maar 'opgepot' wordt. De kosten, die gemaakt worden om gelden binnen te halen zijn hierbij al in mindering gebracht op de middelen, die beschikbaar zijn. vi

11 Voonvoord Voorwoord Na bijna vijf jaar studeren in Rotterdam ligt hier mijn summiere bijdrage aan de 'body of knowiedge' van de wetenschap of discipline, die we Bedrijfskunde noemen. Na negen maanden werken aan het onderwerp 'prestatiemeting bij fondsenwervende instellingen' zet ik met deze scriptie de kroon op mijn Bedrijfskunde opleiding aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor de realisatie van deze scriptie heb ik een beroep kunnen doen op de kennis en vaardigheden van een groot aantal mensen, die ik vanaf deze plaats wil bedanken. Zonder de hulp van deze mensen had deze scriptie waarschijnlijk niet in deze vorm voor u gelegen. Mijn dank gaat onder andere uit naar de volgende personen: Allereerst mijn coach, de heer Boons, voor het helpen zoeken van een onderwerp en het professioneel begeleiden van het proces dat geleid heeft tot deze scriptie. Ook zou ik mijn meelezers de heer Bukman en de heer Meijs willen bedanken voor het becommentariëren van de tekst, die hier nu voor u ligt. Naast deze personen gaat mijn dank uit naar de mensen bij het Centraal Bureau Fondsenwerving, die mij hebben geholpen met het interpreteren en verzamelen van de onderzoeksgegevens. De heer van Stokkom zou ik willen bedanken voor zijn hulp en inspanningen, die hebben bijgedragen tot het schrijven van deze scriptie. Dan wil ik als laatste mijn familie en vrienden bedanken, die mij gesteund hebben op momenten dat ik het even niet meer zag zitten dat deze scriptie ooit 'afgeschreven' ging worden. Dank voor al jullie geduld en aandacht om deze scriptie tot een goed einde te brengen! In het bijzonder wil ik mijn vader bedanken die de nodige uurtjes heeft geïnvesteerd om te helpen de syntactische onregelmatigheden uit dit 'analytisch stukje proza' te verwijderen. Voor een kort overzicht van de bevindingen van dit onderzoek verwijs ik u naar het eerste hoofdstuk, waarin een samenvatting is opgenomen. Rest mij verder niets dan u veel plezier toe te wensen bij het lezen van mijn scriptie! Rotterdam, mei 2000 A.S. Ouwerkerk Vil

12 Hoofdstuk 1.' Inleiding 1.1 Aanleiding Hoo4-"dstuk 1 I 1 'd'.... "'.',.... n Cl lng Door het gebrek aan standaardisatie in de externe verslaggeving van de fondsenwervende instellingen waren de jaarverslagen tot 1988, die door deze instellingen naar buiten werden gebracht, slecht met elkaar vergelijkbaar. Naar aanleiding van de slechte leesbaarheid van de jaarrekeningen is er een werkgroep in het leven geroepen, die een aantal aanbevelingen heeft gedaan, om wat meer helderheid te verschaffen over de wijze waarop de jaarrekening en het jaarverslag van fondsenwervende instellingen ingericht moet worden. In 1988 is door de Raad van de Jaarverslaggeving in samenwerking met onder andere de Stichting Collectenplan en het Centraal Bureau Fondsenwerving een "Proeve van een richtlijn voor de verslaggeving van fondsenwervende instellingen" tot stand gebracht. In 1994 kwam er een vervolg in de vorm van een Ontwerp-Richtlijn van de Raad van de Jaarverslaggeving.. In 1998 werd na een aantal aanpassingen aan de Ontwerp-Richtlijn door de Raad van de Jaarverslaggeving een definitieve Richtlijn Fondsenwervende instellingen uitgebracht waar alle fondsenwervende instellingen zich bij het opstellen van hun jaarverslagen en jaarrekeningen door moeten laten leiden. De vraag om standaardisatie om de vergelijkbaarheid van financiële prestaties en niet-financiële prestaties te vergroten, kwam niet zozeer uit initiatieven vanuit de overheid voort, als wel vanuit de mensen, die direct betrokkenen zijn bij het opstellen en gebruiken van de jaarrekening van de fondsenwervers. Deze activiteiten, die geleid hebben tot de publicatie van de uiteindelijke Richtlijn van de Raad van de Jaarverslaggeving, hebben plaatsgevonden in nauw overleg met verschillende belanghebbenden zoals, de stichting Collectenplan, het Centraal Bureau Fondsenwerving en het NIVRA. Na tien jaar richten de meeste instellingen hun jaarrekening in conform de richtlijnen van de Raad van de Jaarverslaggeving. In Nederland is er na tien jaar veel bereikt op het gebied van het standaardiseren van de externe verslaggeving. In het buitenland is er onderzoek gedaan naar de wijze waarop fondsenwervende instellingen ten opzichte van elkaar presteren in financieel opzicht. Dergelijk onderzoek ontbreekt in Nederland. Hoewel er veel gedaan is aan het scheppen van de voorwaarden voor vergelijking van de verschillende instellingen door middel van ontwikkelingen op het gebied van de externe verslaggeving voor de non-profit sector, is geen onderzoek gedaan naar de prestaties van deze instellingen. In dit onderzoek zal ingegaan worden op de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan de externe prestatiemeting van fondsenwervende instellingen. 1.2 Probleemstelling In het kader van het ontbreken van onderzoek naar de vergelijking tussen de fondsen, die op de Nederlandse liefdadigheidsmarkt actief zijn, lijkt de volgende probleemstelling voldoende interessant en maatschappelijk relevant om nader te bekijken: "Hoe ku/1nen financiële prestaties van Nederlandse fondsenwervende instellingen //let elkaar vergeleken worden?" De instellingen worden zich steeds meer bewust van het feit dat ook zij meer bedrijfsmatig moeten gaan opereren. De mogelijkheden, die Data Envelopment Analysis en Ratio analyse te bieden hebben, 1

13 Hoofdstuk 1,' Illleidillg om de financiële performance van instellingen te beoordelen, zullen worden verkend. Deze benaderingswijze van de benchmarking problematiek binnen de non-profit sector lijkt een uitdagend gebied om nader te bekijken. 1.3 Doelstelling van de scrip tie Het bijdragen aan de inzichten hoe externe prestatie vergelijking binnen de sector van fondsenwervende instellingen plaats zou kunnen vinden. Er zal worden ingegaan op de vraag welke technieken zich het beste lenen voor vergelijking van de prestaties van de fondsenwervende instellingen. Ook wordt er stil gestaan bij de specifieke verslaggevingeisen waaraan fondsenwervers moeten voldoen. Het doel is inzicht te krijgen in de prestaties, die deze instellingen leveren op het gebied van het fondsenwerving, het beheren van gelden en het besteden van deze gelden. De resultaten van het beantwoorden van de probleemstelling zouden moeten bijdragen aan het maken van de beoordeling van de doelmatigheid van het gebruik van middelen door de onderzochte fondsenwervende instellingen en de mate waarin deze instellingen zakelijk met de aan hen toevertrouwde middelen omgaan. 1.4 Maatschappelijke releva n tie De laatste maanden staan de fondsverwervende instellingen in Nederland regelmatig in de krant met publicaties over de wijze waarop deze instellingen met hun geld om gaan. Een duidelijke wijze om de prestaties met elkaar te vergelijken is nog niet voorhanden. Er zijn wel trends te onderkennen zoals het toenemen van de opbrengst uit beleggingen, die de instellingen met de aan hun toevertrouwde gelden behalen. Ook het afnemen van bestedingen aan de doelstellingen lijkt een trend die zich voordoet. Naast deze ontwikkelingen is er al op gewezen dat vooral de grote instellingen steeds professioneler en bedrijfsmatiger te werk gaan. Op verslaggeving gebied is er nog geen onderzoek geweest dat zich heeft gericht op de efficiency van de verschillende instellingen ten opzichte van elkaar en de prestaties die ze leveren. Deze scriptie zou zijn bestaansrecht aan het ontbreken van een dergelijke publicatie C.q. onderzoek in Nederland kunnen ontlenen. 1.5 Aard van de scriptie In deze scriptie zal een aantal hypothesen met betrekking tot de prestaties die de fondsenwervende instellingen leveren getoetst worden. De insteek van het empirisch deel is dus vooral toetsend. Naast toetsend zal de scriptie ook voor een deel beschrijvend zijn. De hypothesen, die onderzocht worden, zijn voor een deel afkomstig uit vergelijkbaar onderzoek uit het Verenigd Koninkrijk en voor een deel afkomstig uit gesprekken met werknemers van het Centraal Bureau Fondsenwerving en een aantal gesprekken met een vermogensbeheerder. 2

14 Hoofdstuk 1: ln/eiding ~ ~oo Hoofstuk 2: Fondsenwervers W ie houdt toezicht op de fondsenwervers? Hoofstuk 3: CBF Hoofstuk I: Inleiding financiële prestatiemeting bij t--~ fondsenwervende instellingen: werving-, beheer, besteding van middelen Hoofstuk 6: Empirisch onderzoek Hoofstuk 7: Conclusies & Discussie infonnatiebehoeften aan spelers en regelgeving Verslaggeving Welke technieken zijn beschikbaar? Ratio-, Hoofstuk 5: Prestatiemeting 0 0 Figuur 1: opzet van de scriptie 1.6 Structuur In Figuur 1 is grafisch weergegeven hoe de structuur van deze scriptie er schematisch uitziet. De vier onderzoeksvragen zijn weergegeven in de figuur en zullen in de hoofdstukken twee tot en met vijf worden behandeld. In Hoofdstuk 2 zal nader worden in gegaan op de vraag wat nu precies onder een fondsenwervende instelling moet worden verstaan. Naast het aangeven tot welke categorie organisaties deze instellingen behoren (non-profit Organisaties; NPO) zal kort opgesomd worden welke eigenschappen en specifieke / kennferken deze organisaties hebben. De hele "liefdadigheidsmarkt" waarop fondsenverwervende instellingen actief zijn, is gebouwd op maatschappelijk vertrouwen. Accountability en transparantie zijn zaken die uiterst belangrijk zijn. Deze onderwerpen behandelt Hoofdstuk 2 eveneens. Een kort overzicht van de rol, die het Centraal Bureau Fondsenwerving vervult op de Nederlandse charitasmarkt, geeft Hoofdstuk 3. Aan welke taken en functies worden door deze organisatie invulling gegeven? Wat is het doel van het Centraal Bureau Fondsenwerving? Welke middelen heeft het CBF om aan het grote publiek te communiceren welke instellingen wel en welke niet, volgens de criteria die opgesteld zijn om heldere fondsenwerving te bevorderen, steunwaardig zijn? Als laatste onderwerp van dit hoofdstuk zullen de initiatieven van de fondsenwervende instellingen, verenigd in het Nederlands Genootschap voor Fondsenwervers, met betrekking tot een gedragscode, nader bekeken worden. Vervolgens zal in hoofdstuk 4 op de Nederlandse jaarverslaggevingregels voor fondsenwervende instellingen worden ingegaan. Welke informatie is belangrijk voor welke belanghebbenden? Wat voor soort informatie wordt er in de jaarverslagen van fondsenwervende instellingen terug gevonden? Gaat 3

15 Hoofdstuk I: Inleiding het hierbij vooral om financiële informatie of krijgt ook de niet-financiële informatie een belangrijke plaats binnen de verslaggeving? Hoofdstuk 5 concentreert zich rond de vraag welke technische hulpmiddelen er zijn om jaarrekening gegevens van fondsen wervende instellingen te beoordelen. De middelen Data Envelopment Analyse en Ratio analyse zullen toegelicht worden. In dit hoofdstuk wordt de vraag beantwoord: 'hoe kunnen prestaties op een kwantitatieve manier met elkaar vergeleken worden?', Welke eigenschappen heeft Data Envelopment Analysis? Hoe ziet het model eruit? Dit hoofdstuk behandelt als laatste onderwerp de verschillende (financiële en inhoudelijke) aspecten waarnaar gekeken kan worden bij het extern beoordelen van een fondsenwervende instelling In hoofdstuk 6 zal een analyse van de hypothesen, die op grond van de voorgaande hoofdstukken geformuleerd kunnen worden, plaats vinden. De analyse zal zich richten op de volgende deel gebieden: Baten uit eigen fondsenwerving, Efficiëntie, Vrij besteedbaar vermogen, Beleggingen en Besteding aan de doelstelling van de instellingen. De volgende hypothesen zullen hiervoor nader onderzocht worden: 1. Een CBF-keur gaat samen met boven gemiddelde inkomsten uit eigen fondsen werving. Instellingen met een CBF-keur presteren beter dan instellingen zonder dit kwaliteitsstempel. (gemiddelde baten uit eigen fondsenwerving van instellingen met een keurmerk is groter dan die van instellingen zonder dit keurmerk) 2. Kleine instellingen zijn minder efficiënt dan grote instellingen in het aantrekken van middelen door eigen fondsenwerving. Efficiëntie wordt gedefinieerd aan de hand van een DEA model met als inputs de kosten eigen fondsenwerving en als outputs de opbrengst categorieën van de baten uit eigen fondsenwerving. 3. De verhouding vrij besteedbaar vermogen / uitvoeringskosten IS voor alle inhoudelijke terreinen gelijk. 4. Het beleggingsrendement is gemiddeld hoger voor grote dan voor kleine instellingen. (de grootte is gedefinieerd aan de hand van de baten uit eigen fondsenwerving: de grens tussen groot en klein ligt bij het onderzoek naar deze hypothese op 4.5 miljoen uit baten eigen fondsenwerving) 5. Voor alle inhoudelijke terreinen wordt een even hoog percentage van de middelen, die beschikbaar zijn voor de aanwending in het kader van de doelstelling, ook daadwerkelijk aan de doelstelling besteed. (de ratio totaal besteed / totaal beschikbaar is gelijk voor alle doelstellingen) In het laatste hoofdstuk worden conclusies met betrekking tot de bevindingen uit eerdere hoofdstukken en de onderzoeksresultaten getrokken. De outside-in benadering, die in hoofdstuk 6 centraal heeft gestaan, zal in hoofdstuk 7 verlaten worden. De mate waarin instellingen in staat zijn om prestaties op het gebied van fondsen werving, beheer en besteding van middelen te beïnvloeden, zal kort worden aangestipt in de laatste paragraaf van het laatste hoofdstuk. 4

16 Hoofdslllk 2: Fondsenwervende instellingen 2.1 Inleiding Hoofdstuk 2: Fondsenwervende instellingen In dit hoofdstuk zal een beeld van de Nederlandse liefdadigheidsmarkt geschetst worden. In 2.2 wordt een definitie van een fondsenwervende instelling gegeven. 2.3 bespreekt de kenmerken van een non-profit organisatie. Vervolgens behandelt 2.4 de trends in de charitatieve sector. 2.5 gaat kort in op het afnemen van de 'geef trouw' van het grote publiek. Hierna zal kort worden stilgestaan bij de ontwikkeling van deze markt over de periode Daarna volgt een bespreking van het begrip public accountability in 2.6. Het agency vraagstuk, waar ook de non-profit instellingen zich mee geconfronteerd zien, wordt besproken in 2.7. Het hoofdstuk eindigt met een conclusie in Fondsenwervende instellingen: een definitie Een definitie van een fondsenverwervende instelling wordt gegeven door Izeboud en Kat'man. Zij omschrijven deze instellingen als volgt: "een niet op winst gerichte particuliere organisatie die qua doelstelling gericht is op het leveren van goederen en / of diensten ten behoeve van het bevorderen van een maatschappelijk nut, en die voor het realiseren van haar doelstellingen een beroep doet op de publieke offervaardigheid. De bijeengebrachte gelden zijn door het publiek vrijwillig afgestaan, vormen geen of geen evenredige tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten en er kunnen geen rechten voor zorg of hulp aan worden ontleend. I ". Onder het maatschappelijke nut dienende organisaties kunnen bijvoorbeeld ook politieke partijen vallen, die ook een beroep doen op de publieke offervaardigheid. Deze groep van instellingen wordt in deze scriptie expliciet niet gerekend tot de fondsenwervende instellingen die onderzocht zullen gaan worden. De fondsenwervende instellingen in Nederland bestaan voor een deel uit kerkelijke organisaties. Alleen grote kerkelijke instellingen zoals MISSIO, Internationaal Christelijk steunfonds en het Leger des Heils worden in het onderzoek betrokken. De kerkelijke instellingen, die wel fondsen ophalen, maar geen jaarverslag opstellen conform de richtlijn Fondsenwervende Instellingen, die later in hoofdstuk vier aan de orde zal komen, zijn eveneens buiten de analyse gelaten. Dit om de vergelijkbaarheid van de gegevens te vergroten en geen appels met peren te vergelijken. Hiernaast is nog groep, die als fondsenwerver in bovenstaande definitie gezien zou kunnen worden, expliciet niet meegenomen in de analyse. Het betreft hier de groep van organisaties, die zich inzetten voor doelstellingen met een sterk politiek ideologisch karakter. De politieke partijen die particulier zijn, het maatschappelijk nut bevorderen en een beroep doen op de publieke offervaardigheid worden niet meegenomen in de analyse. Bij het zoeken naar data in het archief bleek dat er geen politieke partijen een jaarverslag hebben ingediend. Uit de bovenstaande definitie komt naar voren dat Fondsenwervende instellingen vallen in de categorie van de non-profit organisaties 2. Het ontbreken van een evenredige tegenprestatie zoals in de definitie staat, geeft een scheiding aan tussen wat baten uit fondsen werving en baten uit sponsoring genoemd kan worden. Als er geen verplichtingen en / of evenredige tegenprestaties aan het ontvangen van gelden vast zit en er een maatschappelijk doel wordt nagestreefd, dan is er volgens bovenstaande definitie sprake van een fondsenwervende instelling. In de praktijk blijkt de grens tussen sponsoring 1 Izeboud, C. en Karman, M. (1997), p Aukes, J. (1993), p

17 Hoofdstuk 2: FOlldsellwervellde instellingen en fondsenwerving niet zo scherp als hierboven wordt gesuggereerd. Door Eikelenboom en Verbeeten worden de volgende kenmerken van deze sector samengevae. In Tabel lis een overzicht opgenomen van de kenmerken waarmee een non-profit organisatie zich onderscheidt van gewone bedrijfshuishoudingen. 2.3 Kenmerken van een non-profit organisatie Non-profit organisaties, waaronder ook de fondsenwervende instellingen behoren, zijn volgens Eikelenboom en Verbeeten gericht op het realiseren van meerdere doelen. Profit organisaties hebben als primaire doel het behalen van winst. Non-profit organisaties zijn gericht op meerdere doelen waaronder sociale-, maatschappelijke-, culturele- of wetenschappelijke doelen. Het behalen van winst is hier niet van primair belang. In het navolgend schema is dit streven naar winst te vinden onder wat door Eikelenboom en Verbeeten inkomensverwervende instellingen noemen. Non-profit organisaties zijn inkomensbestedend in tegenstelling tot het bedrijfsleven waar het verkrijgen van zoveel mogelijk inkomen een belangrijke plaats inneemt. De besteding aan het maatschappelijke doel waar de organisatie voor staat, is belangrijker dan het behalen van een zo goed mogelijk financieel resultaat. Hiernaast wordt opgemerkt dat non-profit organisaties zich bevinden in een omgeving waarin maatschappelijke en politieke factoren niet slechts randvoorwaarden zijn zoals bij for-profit organisaties, maar het juist de maatschappelijke factoren zijn waar de organisaties het bestaansrecht aan ontlenen. Vooral bij fondsen wervende instellingen, die deels door het grote publiek worden "gefinancierd", worden de activiteiten die deze organisaties ondernemen met een kritische houding op de voet gevolgd door het gevende publiek. Het publieke belang is groot. For profit organisaties Non-profit organisaties - Gericht op financieel resultaat - Gericht op meerdere doelen - Inkomensverwervend - Inkomensbestedend - Enkelvoudig doel - Meervoudige concunerende doelen - Uniforme waarden en perspectieven - Conflicterende waarden en perspectieven - Maatschappelijke en politieke factoren - Maatschappelijke en politieke factoren zijn "slechts" randvoorwaarden zijn van groot belang - Privaat belang - Publiek belang Tabel 1: verschillen tussen private en non-private organisaties Ontleend aan Eikelenbool1l en Verbeefen (1996) Van GinkeI voegt aan deze kenmerken nog toe dat bij fondsenverwervende instellingen het prijsmechanisme ontbreekt 4. Een gevolg hiervan is dat door "het ontbreken van het prijsmechanisme, waardoor geen prijs totstandkomt via de krachten van vraag en aanbod en waardoor de FW1 geen 3 Eikelenboom, B.L. en Verbeeten, F.H.M. (1996), p Van GinkeI, W.A. (1999), p

18 Hoofdstuk 2: Fondsenwervende instellingen signalen krijgt over de effectiviteit en de efficiency van haar activiteiten" het lastig wordt om de efficiency en effectiviteit van een instelling te beoordelen. Vervolgens is nog een andere karakteristiek, die in het oog springt als de Nederlandse fondsenverwervende instellingen nader bekeken worden. Het gaat hier om de juridische structuur van de instellingen. De meeste organisaties hebben de status van een privaatrechtelijke rechtspersoon, zoals omschreven in 2:3 BW 2 (vooral verenigingen en stichtingen) en het andere deel heeft de vorm van een kerkgenootschap in de zin van 2:2 BW 2. Bij fondsenwervers is dus, juridisch gezien, zowel een publieke als een private oriëntatie vast te stellen. 2.4 Beschrijving van de mar kt voor liefdadigheid De charitasmarkt in Nederland is de laatste jaren behoorlijk gegroeid. Dit blijkt uit een aantal feiten. Zo is er een toename van het aantal instellingen dat zich aanmeldt bij het Centraal Bureau Fondsenwerving. Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) is een nationale organisatie die zich ten doel heeft gesteld "de transparantie te vergroten in deze nog altijd weinig doorzichtige markt van charitass". Het CBF verzamelt de jaarverslagen van de verschillende fondsenwervende instellingen in Nederland en inventariseert hoeveel er aan de verschillende liefdadigheidsdoelstellingen wordt besteed 6. In 1998 waren er officieel 346 instellingen die hun jaarverslag bij het CBF hebben gedeponeerd. Dit in tegenstelling tot 1995 toen dit er nog maar 316 waren. Over de periode 1995 tot en met 1998 is het aantal instellingen toegenomen met 9,49 % Resultaten fondsenwerving '92-' IIIIKosten fondsenwerving 1000 DResullaal eigen fondsen werving 500 IIIIBaten eigen fondsenwerving Tijd Figuur 2: resultaten fondsenwerving in de periode '92-'98 SKIein, S. (1998), "Controle goede doel in kinderschoenen", In: Het Financieel Dagblad, 13 november Jaarverslagen Centraal Bureau Fondsenwerving, 1995 tlm 1998, Amsterdam 7

19 Hoofdstllk 2: Fondsenwervende instellingen De 'Baten eigen fondsenwerving' uit Figuur 2 bestaat uit de middelen, die verkregen worden door fondsenwervende instellingen uit: collecten, mailing acties, donaties, giften & nalatenschappen, loterijen en contributies. Naast deze opbrengst categorieën zit er een post overige baten in. Dit is een rest categorie die baten bevat, die niet in één van de andere categorieën ondergebracht kunnen worden. De 'Resultaten eigen fondsenwerving' bestaan uit de volgende componenten: opbrengst beleggingen, subsidies van de overheid, aandeel in acties van derden, aandeel in gezamenlijke acties, netto verkoopresultaat en wederom een post met overige baten en lasten. Uit Figuur 2 is te zien dat er nog steeds groei zit in de baten uit eigen fondsenwerving. De kosten van fondsenwerving zijn in verhouding tot de opbrengsten uit eigen fondsenwerving bevinden zich in de orde van grootte van 10% - 15%, zo zal later blijken uit de analyse van 346 instellingen in het jaar Voor een groep instellingen blijven de bestedingen toch achter bij de middelen die ter beschikking staan aan de fondsenwervende instellingen. In het CBF jaarverslag van 1998 wordt melding gemaakt van een "tijdelijke discrepantie tussen een sneller dan verwachte inkomstenstijging en op termijn verantwoorde groei van de bestedingen 7 ". Dit lijkt op voorzichtigheid van de kant van de charitatieve instellingen: er wordt voorrang gegeven aan het daadwerkelijk realiseren van inkomstenstijgingen en pas als het voldoende zeker is dat er extra geld beschikbaar is, worden er verplichtingen aangegaan, die met dit geld gefinancierd kunnen worden. Besteed aan de Doelstelling '92- ' Tijd I11III Besteed aan de Doelstelling o Kosten fondsenwerving Figuur 3: bestedingen aan het goede doel in '92-'98 De kosten van de eigen fondsenwerving en de totaal bestede bedragen aan het goede doel staan in Figuur 3 weergegeven. Ook deze cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau Fondsenwerving. De stijgende trend van de uitgaven is duidelijk te zien, maar blijft in vele gevallen toch achter bij de gelden die voor de doelstelling beschikbaar zijn. Toch geven 124 van de 346 instellingen meer geld uit 7 Centraal Bureau Fondsenwerving (1998), Verslag Fondsenwerving 1998, Amsterdam 8

20 Hoofdstuk 2: Fondsenwervende instellingen aan de doelstelling dan ze aan baten binnen krijgen. Deze exploitatietekorten komen onder andere ten laste van het vrij besteedbare vermogen van de instellingen. Geïndexeerde gemiddelde kosten en baten fondsenwerving per instelling (J aar 1994 is 100) ,56 121,83 ~.. 11 l1li 'IÓ9:85 116,68 100,00-140, l1li ,79 124,54 20 o Jaar -.lr-index gemiddelde kosten eigen fondsenwerving per instelling II1II. Index gemiddelde baten eigen fondsenwerving per instelling 1998 Figuur 4: geïndexeerde gemiddelde baten en lasten per instelling Uit Figuur 4 komt naar voren dat er een trend is in de richting van stijgende kosten en baten per instelling in de periode De gemiddelde baten en kosten per instelling lagen in 1994 op respectievelijk 3.46 en 0.46 miljoen. Terwijl de baten en kosten in 1998 tot 4.46 en 0.64 miljoen is gegroeid. Er zit dus een stijgende lijn in de baten en de kosten. Duidelijk is te zien dat de kosten de baten steeds voor blijven... Jaar Aantal instellingen Groei aantal instellingen (percentage) Totale omvang van de liefdadigheidsmarkt (in guldens) Marktgroei ,41% ,53% ,70% ,98% FI 2,624 miljard ft 2,314 miljard ft 2,432 miljard ft 2,720 miljard ft 3,054 miljard 11,8% 7,7% 11,8% 12,3% Tabel 2: aantal instellingen in Nederland Bron: Centraal Bureau FondsenwervÎng '95- '98 Uit de gegevens uit Tabel 2 blijkt onder meer dat er nog steeds groei zit in de markt voor "goede doelen". In 1998 was de totale omvang van de liefdadigheidsmarkt 3,054 miljard gulden groot. Ten opzichte van de marktomvang van 1994 betekent dit een groei van 16,4%. Er zit dus duidelijk een stijgende trend in de omvang van de fondsenwervingmarkt. De consumentenbond schat de omvang 9

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650

NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650 NIEUWE JAARVERSLAGREGELS RJ650 De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft sinds 2008 nieuwe richtlijnen vastgesteld voor jaarverslagen van fondsenwervende instellingen, de zogenaamde RJ650. Deze richtlijnen

Nadere informatie

Enquête. Gebruik bij uw antwoorden SVP de door ons aangebrachte nummering. Uw antwoorden ontvangen wij graag uiterlijk op donderdag 26 januari retour.

Enquête. Gebruik bij uw antwoorden SVP de door ons aangebrachte nummering. Uw antwoorden ontvangen wij graag uiterlijk op donderdag 26 januari retour. Enquête Instructie Deze enquête vormt een van de bouwstenen voor het ontwikkelen van een breed gedragen visie op Transparantie en Verantwoording. De enquête bestaat uit drie delen: In deel 1 vragen we

Nadere informatie

VERTROUWEN NEEMT TOE EN LOYALITEIT WORDT BELANGRIJKER

VERTROUWEN NEEMT TOE EN LOYALITEIT WORDT BELANGRIJKER Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Kien Het Nederlandse Donateurspanel METING MAART 2015 VERTROUWEN NEEMT TOE EN LOYALITEIT WORDT BELANGRIJKER

Nadere informatie

Vergelijking tussen het CBF-Keur en het Keurmerk ISF/SNGDT

Vergelijking tussen het CBF-Keur en het Keurmerk ISF/SNGDT VERGELIJKING CBF ISF/SNGDT De vergelijking tussen het CBF en het ISF/SNGDT begint met de doelstelling. De doelstelling van het CBF is het bevorderen dat de werving van en besteding van fondsen op een verantwoorde

Nadere informatie

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM E Ernst & Young Accountants LLP Telt +31 88 407 1000 Boompjes 258 Faxt +31 88407 8970 3011 XZ Rotterdam, Netherlands ey.corn Postbus 2295 3000 CG Rotterdam, Netherlands Nederlandse Beroepsorganisatie van

Nadere informatie

Wat we al weten Het onderzoek naar effecten van veranderingen in overheidssubsidies op geefgedrag is kort samengevat in onderstaande figuur.

Wat we al weten Het onderzoek naar effecten van veranderingen in overheidssubsidies op geefgedrag is kort samengevat in onderstaande figuur. Welke invloed hebben overheidsbezuinigingen op het geefgedrag van burgers? René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Filantropische Studies, VU Amsterdam 10 november 2013 De participatiesamenleving in actie Het kabinet

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

Toelichting bij vragenlijst Keurmerk Goede Doelen

Toelichting bij vragenlijst Keurmerk Goede Doelen In dit document wordt een toelichting gegeven op de verschillende criteria waaraan goede doelen organisaties (GDO s) moeten voldoen om in aanmerking te komen voor het Keurmerk Goede Doelen. Tevens worden

Nadere informatie

Gedragscode Fondsenwerving

Gedragscode Fondsenwerving Gedragscode Fondsenwerving Inleiding Financiering van de Vereniging VGnetwerken vindt plaats langs vier hoofdstromen: 1. structurele financiering (subsidiëring) vanuit de overheid, bedoeld voor de instandhouding

Nadere informatie

Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen. Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013

Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen. Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013 Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013 1 Toelichting onderzoek 2012 Het landelijk bedrijfsvoering benchmark onderzoek is voor het 2 e jaar afgenomen, dit

Nadere informatie

Visie op Transparantie en Toezicht

Visie op Transparantie en Toezicht Visie op Transparantie en Toezicht Op verzoek van de SBF zet Kennisbank Filantropie in dit document beknopt haar visie uiteen op Transparantie en Toezicht in de filantropische sector. Kennisbank Filantropie

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Stichting Genetische Hartspierziekte PLN. Periode 2015

BELEIDSPLAN. Stichting Genetische Hartspierziekte PLN. Periode 2015 BELEIDSPLAN Stichting Genetische Hartspierziekte PLN Periode 2015 Stichting Genetische Hartspierziekte PLN Postbus 66 1775 ZH MIDDENMEER RSIN/fiscaal nummer: 8518 79 950 1. Inleiding In dit beleidsplan

Nadere informatie

Nonprofit financiering: werken naar een overzichtelijke en inzichtelijk financieringsmatrix

Nonprofit financiering: werken naar een overzichtelijke en inzichtelijk financieringsmatrix Nonprofit financiering: werken naar een overzichtelijke en inzichtelijk financieringsmatrix Lucas Meijs & Lonneke Roza RSM Erasmus University 2014 1 Achtergrond Nonprofit organisaties (NPO s) hebben eigenlijk

Nadere informatie

Meting september 2014

Meting september 2014 Meting september 2014 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door onderzoeksbureau Kien Onderzoek. VERTROUWEN IN GOEDE DOELEN STIJGT OOK IN 3E

Nadere informatie

Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door onderzoeksbureau Kien Onderzoek.

Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door onderzoeksbureau Kien Onderzoek. Meting juni 2014 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door onderzoeksbureau Kien Onderzoek. DONATEURSVERTROUWEN BLIJFT STIJGEN Het vertrouwen

Nadere informatie

Business Continuity Management conform ISO 22301

Business Continuity Management conform ISO 22301 Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,

Nadere informatie

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Bisschop Bluyssen Fonds

Bisschop Bluyssen Fonds INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Missie en doelstellingen 3. Visie en ambitie 4. Interne ontwikkelingen en organisatie 5. Externe ontwikkelingen en activiteiten 6. Kansen en bedreigingen 7. Strategische keuzes

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

BELEIDSPLAN STICHTING HAARWENSEN

BELEIDSPLAN STICHTING HAARWENSEN BELEIDSPLAN STICHTING HAARWENSEN 2015 2018 Stichting Haarwensen Industrieweg 15 3641 RK Mijdrecht 0297-745300 www.haarwensen.nl info@haarwensen.nl KvK 34290369 Inleiding In dit beleidsplan beschrijft Stichting

Nadere informatie

Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties

Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties Accountants kunnen prima rapporteren over het jaarverslag van goede doelen organisaties Gert-Peter den Hollander Samenvatting Voor goededoelenorganisaties (en andere organisaties zonder winststreven) is

Nadere informatie

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, Meting juni 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl 80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER, AL ZIEN MINDER

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen. Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013

Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen. Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013 Bedrijfsvoering benchmark onderzoek tussenpersonen Ir. Laurens van Graafeiland Juli 2013 1 Toelichting onderzoek 2012 Het landelijk bedrijfsvoering benchmark onderzoek is voor het 2 e jaar afgenomen, dit

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

Bedrijfsmodel en Omzet Verbeteraar (BOV)

Bedrijfsmodel en Omzet Verbeteraar (BOV) Bedrijfsmodel en Omzet Verbeteraar (BOV) Branchevergelijkend onderzoek tussenpersonen Performance verbetering door benchmarking Amsterdam, januari 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken

Nadere informatie

Geven in Nederland 2007

Geven in Nederland 2007 Geven in Nederland 2007 Geven in Nederland 2007. Giften, nalatenschappen, sponsoring en vrijwilligerswerk. Prof.dr. Th.N.M. Schuyt, drs. B.M. Gouwenberg, dr. R.H.F.P. Bekkers, dr. M.M. Meijer, drs. P.

Nadere informatie

Notitie over de specifieke positie van Universiteits- en UMC-fondsen in de context van gedragscode, keurmerk en ANBI-status

Notitie over de specifieke positie van Universiteits- en UMC-fondsen in de context van gedragscode, keurmerk en ANBI-status WERVEN VOOR WETENSCHAP Notitie over de specifieke positie van Universiteits- en UMC-fondsen in de context van gedragscode, keurmerk en ANBI-status Aanleiding In juli 2013 heeft de Staatssecretaris van

Nadere informatie

Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ RHENEN JAARREKENING 2015. RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1

Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ RHENEN JAARREKENING 2015. RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1 Aan het bestuur van Stichting Help het Doel De Horst 4 3911 SZ JAARREKENING 2015 RAPPORT Inzake jaarrekening 2015 27-6-2016-1 JAARVERSLAG 2015 INHOUD Rapport Paginanummer 1 Samenstellingsverklaring 4 2

Nadere informatie

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving Alternatieve financiële prestatie-indicatoren Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving April 2014 Inhoudsopgave 1 Conclusie en samenvatting 4 2 Doelstellingen, onderzoeksopzet en definiëring

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611

Richtsnoeren. Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Richtsnoeren Richtsnoeren met betrekking tot centrale begrippen van de AIFMD 13.08.2013 ESMA/2013/611 Datum: 13.08.2013 ESMA/2013/611 Inhoud I. Toepassingsgebied 3 II. Definities 3 III. Doel 4 IV. Naleving

Nadere informatie

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Maart 2015 De Transparantiebenchmark is een jaarlijks onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken naar de inhoud en kwaliteit van externe verslaggeving

Nadere informatie

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV info@bakenadviesgroep.nl

Nadere informatie

Goede doelen doen goed werk!

Goede doelen doen goed werk! Goede doelen doen goed werk! zolang ze mij maar niet lastigvallen Door: Elisabeth Duijser (Unithoofd) TNS NIPO Civil Society 2003 Juni 2003 TNS NIPO 1 Inhoud van de presentatie Onderzoeksopzet Imago en

Nadere informatie

Beleidsplan 2014-2017

Beleidsplan 2014-2017 Beleidsplan 2014-2017 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. DOELSTELLING... 4 3. ACTIVITEITEN... 4 3.1 Geldwerving... 4 3.2 Financieren wetenschappelijk onderzoek... 5 3.3 Overige activiteiten... 6 4. FINANCIËN...

Nadere informatie

Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis

Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis Beldhuismolenweg 8a 7562 PC Deurningen Telefoon: 088 45 46 700 E-mail: info@welkomhuis-twente.nl Website: www.welkomhuis-twente.nl Beleidsplan 2014 Pagina 1

Nadere informatie

Materieel belang in de jaarrekening. Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving

Materieel belang in de jaarrekening. Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving Materieel belang in de jaarrekening Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving Agenda Inleiding Doel van de jaarrekening Wat is materieel belang Wat

Nadere informatie

RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven

RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven RJ-Uiting 2009-3: Nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven Ten geleide In deze RJ-Uiting is een nieuwe ontwerp-richtlijn voor kleine organisaties-zonder-winststreven opgenomen.

Nadere informatie

Diederik van Meenen 1

Diederik van Meenen 1 Diederik van Meenen 1 Relativiteit in de accountantsverklaring Tegenwoordig wordt er weer meer geschreven over de inhoud van accountantsverklaringen. Het verkrijgen van een accountantsverklaring is net

Nadere informatie

Gedragscode ten behoeve van de leden van de FIN Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 06-11-2009, resp. 25-03-2010

Gedragscode ten behoeve van de leden van de FIN Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 06-11-2009, resp. 25-03-2010 Gedragscode ten behoeve van de leden van de FIN Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 06-11-2009, resp. 25-03-2010 1. Inleiding 2. Uitgangspunten 3. Overzicht lidmaatschapscriteria Bijlagen a.

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2

Communicatieplan Energie- & CO 2 Communicatieplan Energie- & CO beleid Versie 9 - Januari 013 Akkoord Directie: Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1. Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en voorgenomen acties in 01 1.4

Nadere informatie

Vraag C Beslist het hoofdkantoor over sponsoraanvragen of doet elke vestiging dat apart? 1. Hoofdkantoor 2. Elke vestiging apart

Vraag C Beslist het hoofdkantoor over sponsoraanvragen of doet elke vestiging dat apart? 1. Hoofdkantoor 2. Elke vestiging apart Vragenlijst Bedrijven E4053/4 TNS NIPO houdt in opdracht van de Vrije Universiteit een onderzoek over maatschappelijk verantwoord ondernemen. MKB-Nederland en VNO-NCW steunen dit onderzoek van de Vrije

Nadere informatie

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan

Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan. Opzet van het beleidsplan Leidraad voor het opstellen van een beleidsplan Om te kunnen worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) dient de instelling onder andere te beschikken over een actueel beleidsplan.

Nadere informatie

Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015

Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015 Methodiek Nominaties Gouden Stier 2015 September 2015 AF Advisors Content - Introductie - Nominatiemethodiek op hoofdlijnen - Methodiek Beste Beleggingsfonds - Methodiek Beste Duurzame Beleggingsfonds

Nadere informatie

Meting december 2013 DONATEURSVERTROUWEN WEER IN DE LIFT

Meting december 2013 DONATEURSVERTROUWEN WEER IN DE LIFT Meting ember 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl DONATEURSVERTROUWEN WEER IN DE LIFT Nederland stelt het werk van goede doelen

Nadere informatie

Voorlichtingsbijeenkomst Aanvraag procedure Keurmerk Goede Doelen. 30 juni 2009 Den Haag

Voorlichtingsbijeenkomst Aanvraag procedure Keurmerk Goede Doelen. 30 juni 2009 Den Haag Voorlichtingsbijeenkomst Aanvraag procedure Keurmerk Goede Doelen 30 juni 2009 Den Haag 1 Welkom! Programma 09.15 uur Inloop en koffie 09.30 uur Introductie en achtergrond (Peter Helmer) 09.35 uur Waarom

Nadere informatie

versie van dit stuk en Sigrid Hemels en Frans Nijhof voor enkele correcties van feitelijke onjuistheden.

versie van dit stuk en Sigrid Hemels en Frans Nijhof voor enkele correcties van feitelijke onjuistheden. Valkuilen in het nieuwe systeem van toezicht op goededoelenorganisaties * René Bekkers, Centrum voor Filantropische Studies, Vrije Universiteit Amsterdam 28 januari 2013 De contouren van het toezicht op

Nadere informatie

2015 t/m 2017. Varkens in Nood Beleidsplan & Beloningsbeleid

2015 t/m 2017. Varkens in Nood Beleidsplan & Beloningsbeleid Varkens in Nood Beleidsplan & Beloningsbeleid 2015 t/m 2017 In het beleidsplan zijn de doelstellingen, de werkzaamheden, de fondsenwervende activiteiten en een toelichting op het financieel beheer vastgelegd

Nadere informatie

Stichting Trustfonds Hippische Alliantie Rotterdam

Stichting Trustfonds Hippische Alliantie Rotterdam Beleidsplan 2015-2018 (versie 25-02- 2015) H1: Inleiding Voor u ligt het beleidsplan van de Stichting Hippische Alliantie Rotterdam 2015-2018. Gedurende de vorige beleidsperiode (2011-2014) is de naam

Nadere informatie

DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID OVER GOEDE DOEL

DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID OVER GOEDE DOEL Meting maart 2013 Het Nederlandse Donateurspanel van WWAV wordt mede mogelijk gemaakt door het CBF en is uitgevoerd door Peil.nl DONATEUR KIEST GOEDE DOEL VANWEGE ONDERWERP EN STOPT MET STEUN VANWEGE ONTEVREDENHEID

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Wegwijs in fondsen- en subsidieland Een korte inleiding in het Wat en Hoe

Wegwijs in fondsen- en subsidieland Een korte inleiding in het Wat en Hoe Wegwijs in fondsen- en subsidieland Een korte inleiding in het Wat en Hoe Ermen Consult, Pieternel Ermen Fondsenwerving Wat verstaan we daar onder? Alle manieren van geld verwerven zonder dat daarvoor

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Jorisvrienden & Meerjarenbeleidsplan 2014-2017. Stichting Jorisvrienden (opgericht 6 november 2013)

Beleidsplan Stichting Jorisvrienden & Meerjarenbeleidsplan 2014-2017. Stichting Jorisvrienden (opgericht 6 november 2013) Beleidsplan Stichting Jorisvrienden & Meerjarenbeleidsplan 2014-2017 Stichting Jorisvrienden (opgericht 6 november 2013) INHOUDSOPGAVE: 1. HET ONTSTAAN VAN DE STICHTING JORISVRIENDEN... 3 2. BELEIDSKEUZES...3

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

STICHTING VRIENDEN VAN DE SISTERS OF NAZARETH-HAIFA BELEIDSPLAN 2011-2015

STICHTING VRIENDEN VAN DE SISTERS OF NAZARETH-HAIFA BELEIDSPLAN 2011-2015 STICHTING VRIENDEN VAN DE SISTERS OF NAZARETH-HAIFA BELEIDSPLAN 2011-2015 Algemeen Stichting Vrienden van de Sisters of Nazareth-Haifa is opgericht op 5 oktober 2011. De initiatiefnemers raakten betrokken

Nadere informatie

Stichting Koppie-Au. Voorwoord

Stichting Koppie-Au. Voorwoord Voorwoord Stichting Koppie-Au heeft een intensief tweede jaar achter de rug. Een jaar waarin veel energie is gestopt in het bouwen van het crowdfunding platform koppie-au.nl en waarin een begin is gemaakt

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Gelukskoffer

Beleidsplan Stichting Gelukskoffer Beleidsplan Stichting Gelukskoffer 2011-2015 Stichting Gelukskoffer te Amersfoort Bezoekadres: Printerweg 16, 3821 AD Amersfoort Handelsregisternummer 32169581 Inhoudsopgave 1 Inleiding p. 3 2 Werkzaamheden

Nadere informatie

2013-2014. Beleidsplan. Festivals Tegen Dierenleed. Versie 1.1 Jasper Coolen. Festivals Tegen Dierenleed

2013-2014. Beleidsplan. Festivals Tegen Dierenleed. Versie 1.1 Jasper Coolen. Festivals Tegen Dierenleed 2013-2014 Beleidsplan Festivals Tegen Dierenleed Versie 1.1 Jasper Coolen Festivals Tegen Dierenleed 4/27/2013 Inhoud 1. Voorwoord ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Help het Doel 2015. 1. Inleiding... 2. 2. Activiteiten voor de werving van middelen... 3

Beleidsplan Stichting Help het Doel 2015. 1. Inleiding... 2. 2. Activiteiten voor de werving van middelen... 3 Inhoud 1. Inleiding... 2 2. Activiteiten voor de werving van middelen... 3 3. Beheer van de verkregen middelen... 4 4. Besteding van verkregen middelen... 5 5. Nawoord... 5 1 1. Inleiding Stichting Help

Nadere informatie

Materiële vaste activa 1 0 0. Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa 2 1.962 1.717 Liquide middelen 3 164.356 175.597 166.318 177.

Materiële vaste activa 1 0 0. Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa 2 1.962 1.717 Liquide middelen 3 164.356 175.597 166.318 177. BALANS (na resultaatbestemming) 31 december 31 december Ref. ACTIVA Materiële vaste activa 1 0 0 Vlottende activa Vorderingen en overlopende activa 2 1.962 1.717 Liquide middelen 3 164.356 175.597 166.318

Nadere informatie

Sophia Stichtingen Beleidsplan 2016 2018. Een beter leven voor zieke kinderen

Sophia Stichtingen Beleidsplan 2016 2018. Een beter leven voor zieke kinderen Sophia Stichtingen Beleidsplan 2016 2018 Een beter leven voor zieke kinderen Vastgesteld: donderdag 10 december 2015 INHOUDSOPGAVE 1 SOPHIA STICHTINGEN... 3 2 MISSIE... 3 3 HOOFDDOELSTELLINGEN... 4 3.1

Nadere informatie

FINANCIEEL JAARVERSLAG 2013

FINANCIEEL JAARVERSLAG 2013 FINANCIEEL JAARVERSLAG 2013 Stichting Terima Kasih Vier-Morgenweg 6 (postadres) 6721 MS Bennekom KvK Utrecht nr. 50028235 Bankrekeningnr. NL05RABO 010.84.45.771 W.www.stichtingterimakasih.nl E. info@stichtingterimakasih.nl

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0705 Veenendaalse Woningstichting t.a.v. het bestuur Postbus 168 3900 AD VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur,

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

124 De Pensioenwereld in 2015

124 De Pensioenwereld in 2015 13 124 De Pensioenwereld in 2015 Verslaggeving & communicatie 125 Meer consistentie nodig in verslaggeving premiepensioeninstellingen Auteurs: Frans Glorie en Kees Voorburg Op 1 januari 2011 is de premiepensioeninstelling

Nadere informatie

Beleidsplan stichting "Comedor Infantil" 2015-2020

Beleidsplan stichting Comedor Infantil 2015-2020 Uitgegeven door: Stichting Comedor Infantil Datum: december 2014 Status: Definitief Versienummer: 2.0 Beleidsplan stichting "Comedor Infantil" 2015-2020 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Voorwoord... 3

Nadere informatie

Format inhoudelijk en financieel jaarverslag voor budgetsubsidies vanaf 50.000,--

Format inhoudelijk en financieel jaarverslag voor budgetsubsidies vanaf 50.000,-- Format inhoudelijk en financieel jaarverslag voor budgetsubsidies vanaf 50.000,-- Algemeen Op basis van de Algemene Subsidieverordening Maatschappelijke Ondersteuning 2011 is iedere subsidieontvanger verplicht

Nadere informatie

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG 1 Toelichting op het jaarverslag In het Jaarverslag 2013 legt het pensioenfonds uitgebreid verantwoording af over de ontwikkelingen, besluiten en gebeurtenissen

Nadere informatie

S a t de d Ad A vi v es BV B V Kw K al a ite t i e t tva v n n same m nl n eve v n

S a t de d Ad A vi v es BV B V Kw K al a ite t i e t tva v n n same m nl n eve v n Directie Reglement Stade Advies BV Kwaliteit van samenleven Artikel 1. Structuur 1. De directie is belast met de dagelijkse leiding van de W&MD-onderneming en de door het bestuur aan de directie gedelegeerde

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

WONINGSTICHTING WOENSDRECHT

WONINGSTICHTING WOENSDRECHT SPONSORBELEID WONINGSTICHTING WOENSDRECHT INLEIDING Woningstichting Woensdrecht is een non-profit organisatie. Een organisatie die streeft haar opbrengsten te investeren in haar werkgebied. Om onze doelen

Nadere informatie

Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort

Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort Controleprotocol voor de accountantscontrole bij door de gemeente Amersfoort gesubsidieerde organisaties November 2014 # 4174019 Algemeen Op grond van de

Nadere informatie

Beleidsplan 2013-2015. Universiteitsfonds Universiteit voor Humanistiek

Beleidsplan 2013-2015. Universiteitsfonds Universiteit voor Humanistiek Beleidsplan 2013-2015 Universiteitsfonds Universiteit voor Humanistiek Beleidsplan Universiteitsfonds Universiteit voor Humanistiek 2013-2015 Vastgesteld in de bestuursvergadering van 30 augustus 2013

Nadere informatie

Directiestatuut. Waterleidingmaatschappij Drenthe

Directiestatuut. Waterleidingmaatschappij Drenthe Directiestatuut Waterleidingmaatschappij Drenthe Inhoud Directiestatuut van de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe Artikel 1 Definities 3 Artikel 2 Inleiding 3 Artikel 3 Taken van de directie 3 Artikel

Nadere informatie

Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015

Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015 Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015 Opgesteld door: Helene Marcus-Baart, coördinator HagaVrienden I.s.m: Hans de Sonnaville, secretaris HagaVrienden (Beknopt) beleidsplan HagaVrienden 2013-2015

Nadere informatie

Beleidsplan. Resi Smit Foundation 2015 & 2016

Beleidsplan. Resi Smit Foundation 2015 & 2016 Beleidsplan Resi Smit Foundation 2015 & 2016 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Strategie... 3 2.1 Kernprincipes van de Resi Smit Foundation Statutaire doelstelling Afwezigheid van winstoogmerk Bestemming

Nadere informatie

Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012)

Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012) Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs (versie 2012) I. Algemene bepalingen Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze code wordt verstaan onder: a) Wet: de Wet op het Primair Onderwijs dan wel de Wet op

Nadere informatie

Voor u ligt het beleidsplan 2013-2015 van Stichting Inzamelbank voor dieren Nederland.

Voor u ligt het beleidsplan 2013-2015 van Stichting Inzamelbank voor dieren Nederland. Beleidsplan 2013 2015 Voorwoord Voor u ligt het beleidsplan 2013-2015 van Stichting Inzamelbank voor dieren Nederland. In 2013 zijn wij gestart met het helpen van 80 gezinnen eind 2013 worden er 90 gezinnen

Nadere informatie

Jaarverslag Millenniumplatform

Jaarverslag Millenniumplatform Jaarverslag Millenniumplatform Jaarverslag Millenniumplatform 2013 In 2008 heeft de gemeenteraad unaniem besloten onze gemeente uit te roepen tot Millenniumgemeente. Dit betekent dat de gemeente zich conformeert

Nadere informatie

2. Werkzaamheden...5 2.1 Organisatieontwikkeling...5 2.2 Voorlichting en fondsenwerving...7 2.3 Activiteiten...8

2. Werkzaamheden...5 2.1 Organisatieontwikkeling...5 2.2 Voorlichting en fondsenwerving...7 2.3 Activiteiten...8 JAARVERSLAG 2005 Inhoudsopgave 1. Bestuursverslag...3 1.1 Algemeen...3 1.2 Doelstelling...3 1.3 Bestuur...4 1.4 Comité van aanbeveling...4 1.5 Banden met Tastite...4 1.6 CBF-keurmerk...4 2. Werkzaamheden...5

Nadere informatie

Geïntegreerde fondsenwerving

Geïntegreerde fondsenwerving FONDSENWERVINGSBELEID Het Leger des Heils in Nederland is een veelzijdige organisatie, bestaand uit een kerkgenootschap, vier stichtingen en een besloten vennootschap. Eén van deze onderdelen, de Stichting

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Time to Help Nederland

Beleidsplan Stichting Time to Help Nederland Beleidsplan Stichting Time to Help Nederland Stichting Time to Help Nederland Hang 4 3011 GG Rotterdam info@timetohelp.nl www.timetohelp.nl Inschrijvingsnummer KVK : 55404073 RSIN/Fiscaalnummer: 851692357

Nadere informatie

Toelichting op minderheidsbelangen. Toezicht Financiële Verslaggeving

Toelichting op minderheidsbelangen. Toezicht Financiële Verslaggeving Toelichting op minderheidsbelangen Toezicht Financiële Verslaggeving Oktober 2012 Inhoudsopgave 1 Executive Summary 4 2 Belangrijkste onderzoeksresultaten 7 3 Aanleiding, doelstellingen en populatie 10

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

JAARVERSLAG RAAD VAN TOEZICHT 2014

JAARVERSLAG RAAD VAN TOEZICHT 2014 JAARVERSLAG RAAD VAN TOEZICHT 2014 STICHTING HET ERFDEEL Inleiding Voor u ligt het jaarverslag van de Raad van Toezicht van Stichting Het Erfdeel. Hiermee legt de RvT verantwoording af over haar wijze

Nadere informatie

REGLEMENT BESTUURSRAAD (RAAD VAN TOEZICHT) STICHTING DE KEMPEL

REGLEMENT BESTUURSRAAD (RAAD VAN TOEZICHT) STICHTING DE KEMPEL REGLEMENT BESTUURSRAAD (RAAD VAN TOEZICHT) STICHTING DE KEMPEL Dit reglement is op 12 december 2005 door de bestuursraad van Stichting De Kempel, statutair gevestigd te Helmond, kantoorhoudende te 5709

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 1 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden Vastgesteld

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Inleiding. 2. Historie. 3. Doelstelling van het fonds. 4. Maatschappelijke omgeving. 5. Activiteiten. 6.

Inhoudsopgave. 1. Inleiding. 2. Historie. 3. Doelstelling van het fonds. 4. Maatschappelijke omgeving. 5. Activiteiten. 6. Jaarverslag 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Historie 3. Doelstelling van het fonds 4. Maatschappelijke omgeving 5. Activiteiten 6. Het bestuur 7. Adviescommissie Projecten 8. Beleidsplan van de stichting

Nadere informatie

Structurele Sponsor- en Fondsenwerving Kansen & hobbels

Structurele Sponsor- en Fondsenwerving Kansen & hobbels Structurele Sponsor- en Fondsenwerving Kansen & hobbels Voor het goede begrip - Vermogensfondsen en loterijen - Particulieren zoals leden,vrienden, donateurs, grote giften van vermogende particulieren,

Nadere informatie

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen Goede zorg van groot belang Nederlanders staan open voor private investeringen Index 1. Inleiding p. 3. Huidige en toekomstige gezondheidszorg in Nederland p. 6 3. Houding ten aanzien van private investeerders

Nadere informatie