I N T E R V E N T I E S O P D E A A N B O D Z I J D E V A N D E H A R D D R U G S M A R K T I N R O T T E R D A M

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "I N T E R V E N T I E S O P D E A A N B O D Z I J D E V A N D E H A R D D R U G S M A R K T I N R O T T E R D A M"

Transcriptie

1 I N T E R V E N T I E S O P D E A A N B O D Z I J D E V A N D E H A R D D R U G S M A R K T I N R O T T E R D A M - M O G E L I J K H E D E N V O O R E E N G E R E G U L E E R D E H A R D D R U G S H A N D E L? - P. Gruter D. van de Mheen

2 Inhoud DEEL 1 1. Inleiding Ontwikkelingen aan de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt in de gemeente Rotterdam 6 3. Interventies op de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt in de gemeente Rotterdam Harmreduction en gedoogbeleid Afbakening van het begrip interventie Interventies: Openbaar Ministerie, Gemeente, Politie Openbaar Ministerie Gemeente Politie Particuliere interventies Tot slot Overwegingen bij toekomstig beleid rond de aanbodzijde van de harddrugsmarkt in de gemeente Rotterdam Gedifferentieerde interventies Evenwichtige spreiding dealerlocaties Geraadpleegde Literatuur Inhoud Deel 2 Artikelen IVO-studies

3 1. INLEIDING Drugsgerelateerde overlast vormt een hardnekkig verschijnsel in de gemeente Rotterdam. Zelfs het veelvuldig sluiten van overlastgevende drugspanden blijkt de afgelopen jaren daarvoor onvoldoende soelaas te bieden, omdat de onderbroken handel meestal kort daarna in een ander pand wordt voortgezet. Daarnaast wordt er ook steeds vaker gekozen voor andere verkoopwijzen, zoals de 06-handel (Barendregt et al. 2000). De marktwerking in de drugshandel lijkt tegen dit soort repressieve maatregelen dus opgewassen 1. Deze ontwikkeling roept de vraag op of naast het druggebruik ook de drugshandel niet als een sterk gewortelde realiteit erkend zou moeten worden. Hierdoor is de gedachte ontstaan te zoeken naar aanvullende oplossingen voor de drugsproblematiek via interventies op de lokale gebruikersmarkt (GGD 2000). Bovenstaande gedachte is publiekelijk voor het eerst verwoord in het concept van Verantwoord Schoon (GGD 1998). Het is de benaming van de Rotterdamse integrale aanpak van de problematiek rond handel in en gebruik van harddrugs, zoals deze sinds 1997 in Rotterdam wordt uitgevoerd. Het initiatief voor Verantwoord Schoon is genomen door de GGD Rotterdam en omstreken. De GGD werkt daarbij intensief samen met verslavings- en maatschappelijke zorginstellingen, politie, justitie, bewonersorganisaties, woningcoöperaties en belangenorganisaties. Bewaking van (volks)gezondheid en overlastbestrijding staan daarbij centraal 2. Het Masterplan Verantwoord Schoon (GGD 1998) voor de aanpak van de harddrugsproblematiek kent drie pijlers: - Opzetten van woonbegeleidingsprojecten voor harddrugverslaafden; - Het onder voorwaarden openstellen van gebruiksruimtes 3 ; - Interveniëren op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt. Deze pijlers van Verantwoord Schoon vormen overigens geen nieuwe gezichtspunten. Zo maken woonbegeleidingsprojecten en de inrichting van gebruiksruimten al sinds 1995 deel uit van het gemeentelijk verslavingsbeleid (GGD 1998). In Rotterdam bestaan sinds dat jaar diverse woonbegeleidingsprojecten en sinds de zomer van 1997 is een eerste gebruiksruimte in Spangen operationeel. In het najaar van 1997 volgt een gebruiksruimte gekoppeld aan het aanloopproject Keetje Tippel op de Keileweg. Het vernieuwende in Verantwoord Schoon ligt dan ook vooral in het besef dat voor het vinden van oplossingen rond de harddrugsproblematiek c.q. het creëren van voorzieningen het een voorwaarde is om voldoende draagvlak te 1 Tenzij anders vermeld, wordt in deze tekst met harddrugs en drugs bedoeld: heroïne en cocaïne. 2 Waar hier gesproken wordt in termen van overlast in relatie tot drugshandel, hanteren we de indeling die in 1996 door Bureau Intraval is opgesteld. Hierbij worden drie aspecten van drugsgerelateerde overlast onderscheiden, te weten: 1. Criminaliteit (geweld en bedreiging; verwervingscriminaliteit; overige criminaliteit). 2. Openbare orde (annexatie openbare ruimte). 3. Audiovisueel (verloedering; irritant, hinderlijk en onaangepast gedrag) (Bieleman et al. 1995). 3 Een gebruiksruimte is gedefinieerd als een voorziening die door een formele organisatie beheerd wordt en waarin druggebruikers de gelegenheid krijgen drugs te consumeren. Een gebruiksruimte heeft als primaire bestemming het gebruik van drugs en is als zodanig ook ingericht. Met de gebruiksruimte wil de uitvoerende organisatie een breder doel bewerkstelligen, in het bijzonder op het terrein van secundaire preventie (zoals het voorkomen van overdosissen of HIV-infecties) en de bestrijding van overlast door druggebruik in het openbaar (De Jong 1997; Linsen 2000). 3

4 creëren bij de bevolking. Bij elk van de drie pijlers is er een sleutelrol gereserveerd voor de bewoners, ondernemers en gebruikers in de wijk. Alle activiteiten die in het kader van Verantwoord Schoon worden ontwikkeld, hebben tot doel de situatie van de dak- en thuisloze druggebruikers te verbeteren en de drugsoverlast voor bewoners en bedrijven te doen afnemen. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan deelgemeenten waar de drugsgerelateerde overlast en criminaliteit het grootst is. De basisgedachten van Verantwoord Schoon kunnen als volgt worden samengevat (Spijkerman et al. 2000) - Er bestaat recht op een aangename woonomgeving voor kwetsbare groepen; - Oplossing van problemen rond drugsoverlast moet worden gerealiseerd door zowel ordehandhaving als sociale steun/hulpverlening en de afstemming daartussen; - Drugsoverlast is een subjectieve ervaring; niet alleen bepaald door visuele aspecten van drugshandel/gebruik, maar ook door algemene kwaliteit van leefomgeving en sociale structuren; - De 'verdunnings- of verspreidingsgedachte'. Aanpak en oplossingen van problemen rond drugsoverlast worden gezocht in het spreiden van een lichtere concentratie overlast over de gehele gemeente in plaats van het te laten bestaan van kleine gebieden in de gemeente waarin problemen van drugsoverlast zich concentreren. Het betekent dat gebruikers die regelmatig in een bepaalde deelgemeente verblijven, daar worden gehuisvest en daar de gelegenheid krijgen te gebruiken; - Een (grootschalige) voorziening kan niet worden gecontinueerd zonder draagvlak bij de bewoners. Hoewel de doelstellingen van Verantwoord Schoon op papier nobel zijn, blijken aan de praktische uitvoering de afgelopen jaren nogal wat haken en ogen te zitten. Het is een politiek delicaat project, waarin rekening gehouden moet worden met vele tegenstrijdige belangen van betrokken partijen. Zo levert het vinden van geschikte locaties om de beoogde voorzieningen op te starten regelmatig problemen op. Een van de kritiekpunten, zo blijkt uit de tussentijdse evaluatie van Verantwoord Schoon, is dat een aantal partijen vindt dat de GGD een te weinig uitgesproken standpunt inneemt ten aanzien van de derde pijler van het project, te weten de interventies aan de aanbodzijde van de harddrugsmarkt. Volgens deze partijen zou de GGD meer risico's moeten durven nemen en meer nieuwe experimenten kunnen opzetten vanuit de hulpverlening, zodat alle mogelijkheden om de handel te reguleren kunnen worden verkend (Spijkerman et al. 2000). Het honoreren van deze wens tot verkenning van reguleringsmogelijkheden van de harddrugshandel is echter een complexe zaak, niet in de laatste plaats gezien de strenge beperkingen die de wetgever daaraan stelt. Het verkopen van harddrugs is bij wet verboden en wordt in vergelijking met zowel het gebruiken van harddrugs als het verkopen van softdrugs relatief zwaar bestraft. Het betekent onder de huidige wetgeving, dat het initiatief voor experimenten rond regulering van drugshandel in elk geval niet kan worden genomen door instellingen verbonden aan overheidsinstanties (Spijkerman et al. 2000). Wat in deze situatie vooralsnog resteert, zijn particuliere initiatieven, waarbij pogingen worden gedaan de verkoop van harddrugs te reguleren. Hierbij wordt er naar gestreefd de betrokken dealers zoveel mogelijk rekening te laten houden met belangen van gebruikers en omwonenden. Door het illegale karakter van de onderneming is het voor de dealers in kwestie echter beter uit de openbaarheid te blijven. Omdat de wettelijke mogelijkheden om openbare afspraken te maken ontbreken, is het daarmee ook moeilijk structuur aan te brengen of openbare afspraken te maken. 4

5 Om gehoor te geven aan de wens meer aandacht te besteden aan mogelijke interventies op de aanbodzijde van harddrugshandel, worden in deze tekst de factoren belicht die een rol spelen bij de problematiek op de aanbodzijde van de Rotterdamse harddrugsmarkt, en worden mogelijkheden tot regulering in kaart gebracht. Bij de beschrijving van de verschillende factoren rond interventies op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt zullen we putten uit de resultaten van een aantal IVO-studies die de afgelopen jaren, sinds de start van Verantwoord Schoon, rond dit thema zijn uitgevoerd. Het betreft: a. een studie naar drugshandel en overlast in Rotterdam (Barendregt et al. 1998); b. een analyse van de economie van de drugsdetailhandel (Ponsioen et al.1999a en 1999b) c. een studie naar de achtergronden en motieven van Rotterdamse druggebruikers die kopen bij straatdealers ( Barendregt et al. 2000); d. een studie naar klantkenmerken en selectiemechanismen in de zelfgereguleerde drugshandel (Broer en Barendregt 2001); e. een inventarisatie van mogelijke kwaliteitscriteria voor zelfgereguleerde drugshandel (Barendregt et al. 2001). De volledige tekst van de betreffende artikelen is te vinden in deel 2 van deze bundel. Methode van onderzoek Voor het verzamelen van gegevens voor deel 1 van deze bundel is gebruik gemaakt van literatuuronderzoek en telefonische interviews. Deze interviews zijn gehouden met vertegenwoordigers van enkele Meldpunten Drugsoverlast, politiefunctionarissen, de veiligheidsmanager van de RET en enkele medewerkers van de GGD. Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beknopte beschrijving van de ontwikkelingen rond de aanbodzijde van de harddrugsmarkt in de gemeente Rotterdam in de jaren negentig. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingezoomd op de interventies op de aanbodzijde van de lokale drugsmarkt. Hoofdstuk 4 schetst de overwegingen rond een model voor toekomstige interventies op de aanbodzijde van de Rotterdamse harddrugsmarkt. Deze interventies moeten ertoe kunnen bijdragen dat in de toekomst de ongewenste effecten van het harddrughandel, zowel ten aanzien van de (volks)gezondheid als de openbare orde beheersbaar blijven. 5

6 2. ONTWIKKELINGEN AAN DE AANBODZIJDE VAN DE LOKALE HARDDRUGSMARKT IN DE GEMEENTE ROTTERDAM Het is eind jaren tachtig als de Stichting voor Kerkelijke Sociale Arbeid (KSA) aan de oostzijde naast het Centraal Station de voorziening Perron Nul creëert. Zowel voor gebruikers als politie lijkt de nieuwe plek aanvankelijk een goede ontwikkeling. Voor de gebruikers, omdat ze er graag komen en voor de politie omdat ze rondhangende gebruikers nu tenminste ergens naar toe kunnen verwijzen. Als de voorziening verhuist naar de westzijde van het Centraal Station groeit het bezoekersaantal snel. Dagelijks komen er grote aantallen dealers en gebruikers. In deze periode gaan dealers er toe over cocaïne in direct rookbare vorm aan te bieden (basecoke). Deze direct rookbare cocaïne is op dat moment gezien de grote drukte op Perron Nul en het gegeven dat alles in de open lucht plaatsvindt een goed alternatief. De gebruikers kunnen op deze manier de cocaïne minder omslachtig tot zich nemen. Eind 1994 wordt Perron Nul gesloten vanwege de te grote toeloop en steeds vaker voorkomende wanordelijkheden. Als gevolg van de sluiting zwermt een groot aantal dealers en gebruikers uit over de stad; de markt van voorgekookte cocaïne met zich meenemend. Als reactie op de toegenomen aanwezigheid van dealers en gebruikers én de daarmee samenhangende overlast, lanceert de politie de operatie 'Victor'. In het kader van deze operatie worden veel druggebruikers gearresteerd en tal van dealpanden gesloten. De dealers die zich als gevolg van de politieacties steeds kwetsbaarder zijn gaan voelen, schermen hun handel verder van de buitenwereld af. Het maakt dat veldwerkers van de hulpverlening steeds moeilijker toegang krijgen tot de dealpanden. Steeds minder dealers zijn ook nog geneigd om mee te werken aan projecten zoals de spuitenomruil. (Barendregt 2000). Ondertussen ontstaat bij de beleidsmakers het besef dat opjagen van dealers en gebruikers de overlast niet zal doen afnemen, maar slechts zal verplaatsen. In 1995, nog voor Verantwoord Schoon, organiseert de GGD daarom een studiedag over deze problematiek. Deelnemers zijn politiemensen, druggebruikers, dealers, hulpverleners en vertegenwoordigers van buurtorganisaties. Tijdens deze bijeenkomst wordt men het in grote lijnen eens over het feit dat kleinschalige gereguleerde drugshandel een bijdrage zou kunnen leveren aan het welzijn van druggebruikers zonder dat buurtbewoners daar overlast van hoeven te ondervinden (Blanken 1995). In de periode erna openen verschillende dealers een dealadres dat voldoet aan de consensus die op de studiedag was bereikt over de voorwaarden waaraan een dergelijk dealpand zou moeten voldoen (kleinschaligheid, rust en ruimte om binnen te kunnen gebruiken en mogelijkheden voor spuitomruil). Een aantal van hen ontmoet elkaar met regelmaat op de dealervergadering van de Stichting tot Regulering van de Drugshandel. In dat kader wordt er het lokale drugsbeleid besproken, maar leren de deelnemers ook van elkaar hoe het 'dealerschap zonder overlast' het beste vorm gegeven kan worden. Daarnaast opereren er andere dealers -niet gelieerd aan de Stichting- van wie een aantal er eveneens in slaagt kleinschalig en relatief overlastvrij te werken. Ook deze groep dealers lijkt, zolang hun dealeractiviteiten onopvallend blijven, te mogen rekenen op een lage opsporingsprioriteit van de politie. (Barendregt 2000). De hiervoor genoemde operatie Victor is niet louter een politionele actie. Het terugdringen van drugsgerelateerde overlast is een gezamenlijk project van politie en gemeentelijke instellingen. De gemeente heeft bovendien door een wijziging in de gemeentewet een nieuw juridisch instrument tot haar beschikking om overlastgevende (drugs)panden te sluiten 4. Deze in maart 1997 in werking getreden wet 4 174a Gemeentewet: de burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij een woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. De wet trad op 26 maart 1997 in werking (Blom et al. 1998). 6

7 (Victoria) heeft de afgelopen jaren vooral in de deelgemeente Delfshaven geleid tot sluitingen van tientallen dealpanden. Een belangrijk gevolg van de sluitingen is echter ook, dat de praktijk van het straatdealen nieuwe impulsen krijgt. Zo neemt ruim de helft van de straatkopers noodgedwongen hun toevlucht tot de straat.(barendregt et al. 2000) 5. Een recente ontwikkeling in de wijze waarop drugs worden aangeboden, is het veelvuldig gebruik van de mobiele telefoon. Gegevens uit het Rotterdamse Drugs Monitoring Systeem (DMS) laten zien dat het aandeel van druggebruikers dat ook van de telefonische handel gebruik maakt in twee jaar is gestegen van eenvijfde naar tweederde deel (Barendregt et al ) 6. Vanaf 1996 is het Rotterdams drugsbeleid erop gericht de drugsproblematiek te beheersen door te streven naar kleine over de stad verspreidde drugsscenes die min of meer opgaan in het lokale stadsleven (Barendregt et al. 2000). Om dit te bereiken worden over de gehele stad opvangvoorzieningen (gebruiksruimten) voor verslaafden gepland. In 2002 kent Rotterdam inmiddels zeven formele gebruiksruimten waar drugsgebruikers hun drugs kunnen consumeren, maar waar geen drugs mogen worden gedeald 7. Daarnaast is er sprake van zogenaamde informele gebruiksruimten (voortkomend uit de voormalige basements) die zijdelings gelieerd zijn aan de activiteiten van de Stichting tot Regulering van de Drugshandel). Formele en informele gebruiksruimten zijn locaties in Rotterdam waar ter plaatse harddrugs gebruikt kunnen worden. Slechts houders van een pasje hebben toegang tot deze (zowel formele als informele) gebruiksruimtes. Alle gebruikersruimten samen krijgen dagelijks bezoek van zo n 475 harddruggebruikers (Barendregt et al. 2002) 8. Daarnaast zijn er in Rotterdam tientallen drugspanden van waaruit harddrugs worden verkocht en waar in een aantal gevallen ook kan worden gebruikt. Het betreft echter een steeds wisselend aantal, waardoor het geven van een betrouwbaar cijfer niet mogelijk is. 5 De andere helft van de harddruggebruikers, zo blijkt uit dit onderzoek, koopt vrijwillig op straat. Dit omdat de prijzen daar in de regel lager liggen. 6 De meest populaire straathandellocaties anno 2002 zijn: de West-Kruiskade, het gebied rond de Mathenesserbrug, het Marconiplein, de Millinxbuurt, de prostitutiezone aan de Keileweg ('s nachts), de Nieuwe Binnenweg ('s avonds), de metro Delfshaven en het Kruyfplein. Daarnaast is er een groot aantal, vaak wisselende afspraakplaatsen in verband met de 06-handel in harddrugs (Bron: Ongepubliceerde veldwerkdata Drugs Monitor Systeem (DMS). Rotterdam: Instituut voor Onderzoek naar leefwijzen & Verslaving). 7 Naast de Pauluskerk: de Buren, het Dok (voorheen het Buurthuis), de Sluis, Moerkerkestraat, de Hille en de Vijver. 8 In het getal van 475 zit een onbekende overlap (personen die geregistreerd zijn bij meer dan één formele of informele gebruiksruimte). 7

8 3. INTERVENTIES OP DE AANBODZIJDE VAN DE LOKALE HARDDRUGS MARKT IN DE GEMEENTE ROTTERDAM Het Nederlands drugsbeleid is gebaseerd op het in de Opiumwet vastgelegde onderscheid tussen harddrugs met een onaanvaardbaar risico en cannabisproducten (Openbaar Ministerie 1976). Het primaat ligt bij de volksgezondheid, hierdoor is er veel aandacht voor hulpverlening. De strafrechtpleging kent een terughoudende opstelling voor zover het druggebruikers en verslaafden betreft. Het drugsbeleid heeft twee belangrijke pijlers: het bewaken van de volksgezondheid en het bestrijden van de internationale handel. Kenmerkend voor de uitvoering van dit beleid zijn de begrippen harmreduction (beperking van gezondheidsschade) en gedoogbeleid. 3.1 HARMREDUCTION EN GEDOOGBELEID Harmreduction is het streven om de gezondheidsschade die ontstaat tengevolge van druggebruik direct of indirect te beperken. Het beleid is niet gericht op abstinentie (afkicken). In plaats van criminalisering van druggebruik staat hierbij vooral het verlenen van hulp centraal. Deze vorm van hulpverlening is vaak ingebed in laagdrempelige programma s om zoveel mogelijk verslaafden te bereiken. De inspanningen op dit terrein zijn vooral gericht op opvang, hulp en maatschappelijke integratie van druggebruikers en drugverslaafden. Voorbeelden zijn het verstrekken van methadon, de spuitenomruil, het geven van medische zorg en onderdak.(trimbos, 1996). Het gedoogbeleid doet formeel intrede na de wijziging van de Opiumwet in 1976, die vooral is ingegeven door de gedachte de markt van soft- en harddrugs zoveel mogelijk te scheiden. Bij opsporing en vervolging wordt aan de (internationale) handel in soft- en harddrugs prioriteit gegeven. Het gebruik van drugs is op zichzelf niet strafbaar. Voor cannabis is het bezit van dertig gram geen misdrijf maar een overtreding. Op grond van het opportuniteitsbeginsel worden verkopers van gebruikershoeveelheden cannabis niet vervolgd en het opsporen van het bezit van een gebruikershoeveelheid harddrugs heeft geen prioriteit (Van der Stel 1999, 26). Met het gedogen ofwel het nalaten van mogelijke strafrechtelijke interventies wordt ruimte gecreëerd waarmee het beleid door de jaren heen steeds opnieuw aan de praktijk wordt aangepast. Ondanks het feit dat Nederland steeds meer afhankelijk is van internationale ontwikkelingen, heeft dit vooralsnog niet geleid tot een variant van harde repressieve scenario s zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. In de jaren negentig is er echter wel ruimte ontstaan voor verontruste burgers en politieke vertegenwoordigers om drugdealers en gebruikers het leven minder aangenaam te maken. 'Dwang en drangtrajecten' zijn begrippen die daarbij steeds vaker opduiken. Dit heeft geleid tot de invoering van de maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV) (GGD Rotterdam e.o 1999a) 9. Tegelijkertijd is er echter ook ruimte voor minder repressieve maatregelen voor harddrug gebruikers zoals het medische experiment met heroïneverstrekking aan langdurig harddrugverslaafden. (Van der Stel 1999). 9 De SOV-maatregel die in april 2001 in werking is getreden duurt maximaal twee jaar en mag pas worden opgelegd als andere voorzieningen in de verslavingszorg geen soelaas meer bieden. De SOV richt zich met name op zogenaamde draaideur criminelen die in het kader van de SOV door de rechter veroordeeld kunnen worden tot verplicht afkicken in een daartoe geoutilleerde inrichting. 8

9 3.2 AFBAKENING VAN HET BEGRIP INTERVENTIE Een overzicht van de interventies op de aanbodzijde van de Rotterdamse harddrugsmarkt in de afgelopen jaren, laat zien dat Openbaar Ministerie, gemeente en politie de belangrijkste actoren zijn (zie verder 3.3). Daarnaast zijn er echter ook interventies met een meer particulier karakter (zie verder 3.4). Hieronder volgt eerst een afbakening van het begrip interventies. Alle initiatieven van bovengenoemde partijen om de aanbodzijde van de lokale drugsmarkt te beïnvloeden, kunnen we onderscheiden in enerzijds rechtstreekse interventies en anderzijds in maatregelen die niet expliciet gericht zijn op de aanbodzijde, maar die door hun aard indirect toch een interveniërende werking hierop hebben. Bij de rechtstreekse interventies staat de wens centraal ongewenste effecten (overlast, criminaliteit) van het drugsaanbod voor anderen te beperken. Interventies als het sluiten van dealpanden of het bestrijden van harddrugshandel in de openbare ruimte hebben in meer of mindere mate rechtstreeks invloed op de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt, evenals de strafrechtelijke vervolging van harddrugsdealers (of het nalaten daarvan). Dit in tegenstelling tot maatregelen die in de eerste plaats zijn bedoeld om de gezondheidsschade van harddruggebruikers te beperken, zoals de verstrekking van methadon of het experiment met gecontroleerde medische verstrekking van heroïne. Ook deze laatstgenoemde maatregelen kunnen in hun toepassing -hoewel daar niet direct voor bedoeld- invloed hebben op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt. Zo wordt de maatschappelijke overlast beperkt, omdat het voor de ontvangers de noodzaak doet verdwijnen over te gaan tot inkomstenverwerving uit criminaliteit. Korf (1995) constateert in dit verband vooral kort na een inschrijving in een methadonprogramma een duidelijke afname van inkomsten uit drugsgebonden criminaliteit en drugshandel. Ook bij het medische heroïne-experiment wordt er een duidelijke afname van illegale activiteiten geconstateerd (Van de Brink et al. 2002). Daarnaast zijn er ook maatregelen, zoals het instellen van gebruiksruimten, die als primaire doel hebben overlast door druggebruik te beperken en niet zozeer overlast door drugshandel. Indirect kan dit echter ook een effect hebben op de aanbodzijde. De in het navolgende beschreven interventies/ interventiemogelijkheden vormen geen uitputtende opsomming. Zo wordt ook justitieel onderzoek als gevolg waarvan soms grote partijen harddrugs in beslag worden genomen, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast vatten we de rol van de hulpverlening op als niet rechtstreeks interveniërend op de aanbodzijde. De invloed die de hulpverlening (verslavingszorg) wellicht indirect heeft op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt door te interveniëren in het leven van de harddruggebruikers, laten we daarom buiten beschouwing. De hulpverlening heeft immers als primair aangrijpingspunt de gebruiker en niet de dealer. De interventies op de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt omschrijven we nu als volgt: Overheidsmaatregelen of maatregelen van particuliere organisaties of individuen die tot doel hebben zodanige invloed uit te oefenen op de aanbodzijde van de Rotterdamse harddrugsmarkt, dat de ongewenste openbare orde effecten van de drugshandel worden tegengegaan c.q. beheersbaar blijven. 9

10 3.3 INTERVENTIES: OPENBAAR MINISTERIE, GEMEENTE, POLITIE Het lokale overheidsbeleid rond de bestrijding van drugsoverlast is zoals gezegd een zaak van gemeente, politie en het Openbaar Ministerie. De burgemeester, korpschef en officier van Justitie komen daartoe bijeen in het driehoeksoverleg. De partijen kunnen in dit overleg, elk vanuit hun verantwoordelijkheid en eigen bevoegdheid, bijdragen aan een samenhangend en effectief beleid. Elk van deze partijen zorgt namelijk voor een deel van de handhaving: de officier kan vervolgen, maar kan een drugspand niet sluiten, de burgemeester kan wel sluiten maar niet strafrechtelijk vervolgen en de politie kan pas effectief worden ingezet als prioriteiten bij de aanpak gesteld zijn en er een duidelijk beeld bestaat over de capaciteit die vereist is voor bestuursrechtelijke handhaving en strafrechtelijke opsporing OPENBAAR MINISTERIE Strafrechtelijk kan het Openbaar Ministerie overgaan tot opsporing en vervolging van Opiumwetdelicten en feiten die in het kader van bestrijding van drugsoverlast strafbaar zijn gesteld. Het Openbaar Ministerie bepaalt echter zelf op grond van de wet en haar richtlijnen of vervolging opportuun is. In het Nederlandse strafrecht is het opportuniteitsbeginsel opgenomen. Dit houdt in dat het Openbaar Ministerie de bevoegdheid heeft om af te zien van vervolging van strafbare feiten als hiermee het algemeen maatschappelijk belang gediend is. Op 1 oktober 1996 zijn de richtlijnen voor de opsporing en vervolging van Opiumwetdelicten bijgesteld. In deze richtlijnen zijn prioriteiten voor de opsporing en vervolging aangegeven. Gebruik is niet strafbaar. Strafbare feiten met betrekking tot harddrugs anders dan het gebruik hebben de hoogste prioriteit, zoals gezegd hebben opsporing en vervolging van het bezit van harddrugs voor eigen gebruik (in het algemeen 0,5 gram) de laagste prioriteit (Van der Stel 1999). Bij het in bezit hebben van minder dan 0,5 gram harddrugs wordt dus geseponeerd. Soms blijft echter in de praktijk ook het proces-verbaal achterwege bij het bezit van meer dan 0,5 gram, omdat aannemelijk is dat de persoon in kwestie geen dealer is, maar een gebruiker die zijn dagportie drugs op zak heeft. Bij alle eventueel politieel ingrijpen rond de drugshandel staat daarbij vooral de vraag centraal in welke mate de betrokkenen overlast veroorzaken. Het aanbod dat zich richt op de lokale gebruikerspopulatie en daarbij geen overlast geeft, heeft lage opsporingsprioriteit. In Nederland zijn overigens dezelfde handelingen rond drugs strafbaar als in veel andere landen. Ook alle handelingen ter voorbereiding van handel in harddrugs zijn strafbaar evenals pogingen tot invoer. Strafbare feiten en maximumstraffen zijn de volgende: Tabel 1 Strafbare feiten en maximumstraffen HARDDRUGS Maximale vrijheidsstraf Boetebedrag Invoer/uitvoer 12 jaar Verkoop, vervoer, vervaardiging 8 jaar Voorgenomen in-/uitvoerverkoop, vervoer, vervaardiging 6 jaar Voorbereiding van misdrijven 6 jaar Witwassen van zwart geld 6 jaar Vervaardiging en in de handel brengen van precursoren 6 jaar Bezit 4 jaar Bezit voor eigen gebruik 1 jaar (Bron: Trimbos-instituut 1999b) 10

11 3.3.2 GEMEENTE Gemeentewet en APV Veel overlast wordt veroorzaakt door de handel in en het gebruik van drugs in en rondom woningen. Wanneer het gaat om particuliere verhuurders, staat de mogelijkheid van een administratieve of civielrechtelijke procedure tot ontruiming tegen de overlast veroorzakende huurder open. Wanneer de woning het bezit is van een bij de drugshandel belanghebbende, biedt die weg echter geen oplossing. Strafrechtelijke aanpak van een dealer kan bijvoorbeeld niet voorkomen dat een ander vanuit hetzelfde pand de handel voortzet. Sluiting van een dergelijk pand is slechts in beperkte mate mogelijk omdat de woning in verband met artikel 10 van de Grondwet voor bewoners en hun familieleden toegankelijk moet blijven. Sinds de inwerkingtreding van artikel 174a van de Gemeentewet op 26 maart 1997 (wet Victoria ) heeft de burgemeester echter de bevoegdheid drugspanden voor de periode van een jaar te sluiten als de openbare orde rond de woning zodanig wordt verstoord dat de gezondheid en veiligheid van omwonenden in het geding is. Daarbij wordt in het bijzonder gedacht aan drugsgerelateerde activiteiten. De inbreuk die daarmee gedaan wordt op de persoonlijke levenssfeer wordt gerechtvaardigd door de behoefte drugsoverlast tegen te gaan 10.(Trimbos-instituut 1999b). Andere bestuursrechtelijke instrumenten die kunnen worden ingezet bij de bestrijding van overlast door harddrugshandel en -gebruik op straat zijn vastgelegd in de artikelen 172, 175 en 176 van de Gemeentewet. Daarnaast is een aantal bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening van belang. Zo kunnen samenscholings- en gebiedsverboden worden uitgevaardigd. Ook een verbod de openbare weg te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is biedt ruimte de drugsoverlast te bestrijden. Gemeentelijke Openbaar Vervoer verordeningen In een poging de overlast tegen te gaan die het aanbod (en gebruik) van harddrugs met zich meebrengt in het openbaar vervoer heeft de RET in de afgelopen jaren een aantal specifieke maatregelen genomen. Het beleid van het gemeentevervoersbedrijf is er op gericht om de problemen rond drugdealers, drugsgebruikers en daklozen beheersbaar te houden. De belangrijkste regels in dat kader zijn: geen drugshandel, geen drugsgebruik en geen bedelarij 11. Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen, de moeilijke klanten beter te leren kennen, maar ook om de eigen RET-toezichthouders te professionaliseren, is bij het bedrijf sinds 2001 vanuit de hulpverlening een zorgmakelaar gedetacheerd. Naast het aanstellen van deze functionaris zijn er ook andere maatregelen genomen om de overlast die voortvloeit uit de drugshandel te verminderen. Belangrijkste ingrediënten zijn daarbij het cameratoezicht en mobiele groepen RET-functionarissen die bij problemen binnen korte tijd op elk Rotterdams station bijstand kunnen verlenen. Verder is er een zogenaamd handhavingarrangement afgesloten met de politie. Dit arrangement bestaat uit een planmatige en een meer incidentgerichte aanpak. Voor de incidentgerichte werkwijze wordt gebruik gemaakt van zogenaamde gebiedsindicaties. Het werkterrein van de RET is daartoe verdeeld in rode, oranje en groene zones. Bij 10 De handhaving van een aantal bepalingen rond drugsoverlast binnen de APV worden besproken in paragraaf Deze maatregelen zijn genomen op basis van de Wet Personenvervoer 2000 Artikel 72, 73 en 74. Dit laatste artikel geeft de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen over hetgeen onder verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt verstaan. Tevens kunnen er regels worden gesteld over de wijze waarop aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot orde, rust, veiligheid en een goede bedrijfsgang. (Staatsblad 2001, 180 en 584) 11

12 incidentmeldingen uit de rode zones wordt door de RET-medewerkers slechts gewerkt in combinatie met politieassistentie 12. Deelgemeenten: Meldpunten Drugsoverlast De deelgemeenten die het meest geconfronteerd worden met de effecten van de harddrugshandel - Delfshaven, Charlois, Feijenoord - kennen een eigen Meldpunt Drugsoverlast. Daarnaast heeft ook het Centrumgebied een eigen meldpunt. Bewoners kunnen hier panden aanmelden die volgens hen overlast geven. Bij het periodieke drugspandenoverleg in elk van deze gebieden worden vervolgens de ervaringen van het meldpunt en de politie uitgewisseld 13. Indien de overlastsituatie aanwijsbaar gevolg is van drugshandel wordt contact opgenomen met de eigenaar/hoofdbewoner (aanschrijvingsprocedure). Indien de situatie niet blijkt te verbeteren, kan het betreffende adres uiteindelijk worden afgesloten 14. Bij voortdurende tegenwerking van de hoofdbewoners/eigenaren van betrokken panden en een situatie waarin de overlast bovendien voortduurt, kan de gemeente in het uiterste geval overgaan tot sluiting op last van de burgemeester (wet Victoria). Behalve in de deelgemeente Delfshaven is van dit ultieme middel ook in sommige andere deelgemeenten gebruik gemaakt, zoals de cijfers in de onderstaande tabel laten zien. Tabel 2 Dealpandsluitingen en gemiddeld aantal dealadressen (peildatum januari 2002) Deelgemeente / gebied Burgemeesterssluitingen Totaal aantal aanschrijvingen / sluitingen van woningen in verband met drugsgerelateerde overlastsituaties. Gemiddeld aantal continue dealadressen * Delfshaven Sinds 1997: 40 à 50 Sinds 1997: 300 à à 70 Charlois Sinds 1997: 5 Sinds juli 2000: à 30 Feijenoord Sinds 1997: 1 Onbekend 40 Centrum Sinds 1997: 0 Onbekend 10 Het betreft hier een schatting van dealadressen die bekend zijn omdat ze in meer of minder mate overlast geven. Het werkelijke aantal dealadressen in deze vier deelgemeenten ligt waarschijnlijk hoger. (Bron: woordvoerders van de Meldpunten Drugsoverlast) 12 Bron: interview met Veiligheidsmanager RET. Volgens deze medewerker van de RET is de afgelopen anderhalf jaar veel verbeterd in de situatie rond de drugsproblematiek in het openbaar vervoer. Zo zou de RET meer weten dan vroeger, mede dankzij de verbeterde samenwerking met andere partijen (verslavingszorg, politie, deelgemeentes, bewonersoverleggen). 13 Lang niet alle overlastmeldingen blijken achteraf gerelateerd te kunnen worden aan drugshandel Zo zijn er in januari 2002 bij het meldpunt in Delfshaven 92 klachten binnengekomen. Na controle van de politie is gebleken dat in vijftig gevallen de overlast daadwerkelijk verband heeft met het verkopen van harddrugs vanuit woningen (Bron: interview woordvoerder Meldpunt Drugsoverlast Delfshaven). 14 In de praktijk betekent dit dat -op kosten van de deelgemeente- de oorspronkelijke voordeur wordt vervangen door een stalen exemplaar met stevig slot. (Bron: interview politiefunctionaris Rotterdam-Rijnmond district-west). 12

13 3.3.3 POLITIE De politie is als uitvoerder van het strafrechtelijke en lokale openbare orde beleid de meest zichtbare handelende partij. In aanvulling op de reguliere politieaandacht voor geweld en overlast, is in 2000 verder een Flying squad opgericht. Dit regionaal opererende team bestaat uit twintig medewerkers en wordt ingezet waar geweld en overlast op straat dreigen toe te nemen. Deze flying squad richt zich onder meer op de aanpak van drugsoverlast. (Politie Rotterdam Rijnmond 2002). In de Millinxbuurt (Rotterdam-Zuid) is daarnaast door de districten Zuid en Feijenoord-Ridderster een zogenaamd Combiteam ingericht. De tien medewerkers ervan bestrijden verstoringen van de openbare orde in het grensgebied tussen de twee districten. Daartoe behoort ook de aanpak van overlastgevende dealpanden. Daarnaast wordt er in dit gebied ook aandacht besteed aan het dealen op straat. Op de zogenaamde hot spots is verscherpte surveillance.(politie Rotterdam Rijnmond 2001). Waar het politieoptreden de openbare orde betreft, gebeurt dit op grond van bepalingen in de APV 15. Zo wordt bijvoorbeeld in de deelgemeente Delfshaven de APV onder meer toegepast bij overtredingen in sfeer van drugshandel, drugsbezit en prostitutie. In samenspraak met Openbaar Ministerie is in dit kader een 'lik op stuk'-beleid geformuleerd 16. Op basis van de APV kunnen tegen de daders in kwestie in gebiedsverboden uitgevaardigd worden die afhankelijk van het delict 24, 48 uur of zelfs veertien dagen gelden 17. Regel is dat de mensen die in het kader van drugsoverlast van straat worden opgepakt, na opmaken van proces verbaal met een dagvaarding de deur uitgaan 18. Als de betrokkene niet komt opdagen op de datum van voorkomen wordt deze bij verstek veroordeeld. Indien er geen reactie volgt is het vonnis na veertien dagen onherroepelijk. Na dat moment gaat er een signalering 'opsporing' uit zodat de persoon in kwestie bij de eerst volgende ontmoeting met politie definitief kan worden aangehouden en vastgezet. Bij deze gang van zaken zou, zo blijkt uit de interviews, de hulpverlening momenteel beter aansluiten dan een aantal jaren geleden. Vooral de vanuit de hulpverlening bij de politie gedetacheerde zorgmakelaar speelt hierbij in toenemende mate een belangrijke rol. Deze functionaris probeert de arrestanten (indien het problematische drugsgebruikers betreft) te bemiddelen voor een traject binnen de hulpverlening. 15 Gemeentblad, 21 maart 2001 Mandaatbesluit verblijfsontzeggingen Rotterdam (bij APV). 16 Sinds eind 2000 is de werkwijze bij het opmaken bij het opmaken van een proces-verbaal in overleg met het Openbaar Ministerie aangepast. Duurde het in de oude situatie vaak langer dan een jaar voordat iemand tot een straf veroordeeld was, nu duurt dat hooguit twee maanden waarna de opgelegde straf ook onmiddellijk kan worden uitgevoerd (Politie Rotterdam Rijnmond 2001). 17 De verblijfsontzegging kan in de volgende situaties worden gegeven: Tippelen buiten aangewezen gebied; verkoop van drugs; verzamelingen van personen in verband met drugs; openlijk druggebruik; weggooien van spuiten. (Bron: Regiopolitie Rotterdam Rijnmond District Rotterdam-West; verblijfsontzeggingsformulier versie ). De verblijfsontzeggingen gelden voor strak omschreven, beperkte gebiedsdelen (Bron: DOG -District Ondersteunings Groep-West). 18 In 2001 zijn in Delfshaven 470 mini-pv s uitgereikt en 198 DIP s (Dagvaardingen In Persoon). Verder is er 123 keer een verblijfsontzegging gedaan. In 2001 zijn er door het DOG (District Ondersteunings Groep West) 62 panden betreden in verband met drugshandel, hiervan zijn er 52 afgesloten met een stalen deur. Voorts zijn in dat jaar in het district op last van de burgemeester twee horecagelegenheden gesloten (Politie Rotterdam Rijnmond 2002b). 13

14 De APV wordt het strengst gehandhaafd in de gebieden die bekend staan als 'hot spots'. Voorbereidingshandelingen voor het gebruik van harddrugs betekenen op deze plaatsen in alle gevallen dat betrokkenen worden aangehouden. Echter ook hier geldt weer het overlastcriterium. Als er sprake is van onopvallend gebruik op plaatsen die niet in het oog springen dan wordt minder snel ingegrepen. Naast druggebruik en handel worden op de hot spots op grond van de APV overigens ook openlijk drankgebruik, urineren en prostitueren aangepakt. Voor wat betreft de interventies rond dealadressen geldt in de praktijk, net als bij de bestrijding van de straathandel, overlast voor de omgeving als belangrijkste criterium voor politieel optreden. Met het doel overlast ten gevolge van drugshandel tegen te gaan is er op een aantal plaatsen in de openbare ruimte (deelgemeente Delfshaven) sinds enige tijd ook cameratoezicht. 3.4 PARTICULIERE INTERVENTIES Van particuliere interventies op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt spreken we als er sprake is van initiatieven genomen door personen of organisaties die geen onderdeel uitmaken van het overheidsapparaat. Informele gebruiksruimtes De belangrijkste activiteiten in dit kader zijn ongetwijfeld de ideeën zoals die in de praktijk zijn gebracht door de Stichting tot Regulering van de Drugshandel. Het betreft de oprichting in 1996 van zogenaamde Basements, zoals ze destijds genoemd werden. Het initiatief daartoe is ontstaan na de sluiting van Perron Nul. Zoals eerder beschreven heeft de open scene na deze sluiting zich over de stad verspreid, waardoor er al snel een dringende behoefte is ontstaan voor kleinschalige opvang van harddruggebruikers die basecoke roken. Naar aanleiding van het baseverbod in de Pauluskerk is -zonder bemoeienis van buitenaf- het initiatief Basement ontstaan(barendregt et al. 1999). Het Basementconcept kent de volgende kenmerken. De Basements zijn niet alleen opgericht teneinde overlast te voorkomen. Ook het beperken van gezondheidsschade vormt uitdrukkelijk onderdeel van de opzet. Daarnaast is het Basementconcept niet slechts gericht op het gebruiken maar ook op andere activiteiten (spelletjes, bingoavonden, dagtochtjes). Tevens is er elke dag gratis eten en drinken. Gebruikers kunnen in deze omgeving hun drugs kopen voor normale, gangbare prijzen. In tegenstelling tot een gewoon dealadres is er een maximum gesteld aan het aantal klanten, zijn er selectiecriteria (pasjesregeling) en huisregels 19. In het najaar van 2000 ontstond er commotie naar aanleiding van een NOVA-reportage over de situatie in de Basements. Formeel is daarna besloten dat er in de Basements niet meer gedeald mag worden: in antwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Nicolaï (VVD) naar aanleiding van de NOVA-reportage antwoordt Minister van Justitie (Korhals) dat: ( ) in Rotterdam de handel in harddrugs nimmer wordt gedoogd. Wel passen binnen het lokale beleid ruimten waar gebruikers verdovende middelen kunnen gebruiken. Deze beleidslijn is in de lokale driehoek van Rotterdam van 23 mei 2000 nog eens nadrukkelijk vastgelegd. (...) op last van de gemeente is de handel weggehaald uit drie van de vier basements. Eén basement is spontaan gesloten. De politie zal controleren of de handel niet terugkeert in de basements 20. Ds. Visser heeft naar aanleiding van een en ander besloten voortaan niet meer te spreken over de Basements maar over informele gebruiksruimtes. Zelfgereguleerde drugshandel 19 Basementfolder (1999) De basement deal- en gebruiksadressen. Rotterdam: Beheer Basements. 20 Tweede Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar Aanhangsel van de Handelingen, KVR , ISSN , Sdu uitgevers s Gravenhage

15 Als laatste kunnen we ook de initiatieven die leiden tot de vestiging van illegale dealadressen rekenen tot de categorie particuliere interventies. De vestiging van deze adressen heeft echter niet expliciet het doel overlast te bestrijden. Sommige van de panden zullen eerder zorgen voor meer overlast, terwijl bij andere panden daar geen sprake van is. De drugsdealer wordt in dit licht niet alleen gezien als een crimineel maar ook als ondernemer die kan worden gestuurd en die bereid is maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen (Blanken en Hendriks 1996). Deze illegale dealpanden kunnen, naast de hierboven beschreven Basements, gezien worden als een andere vorm van gereguleerde drugshandel (al dan niet gelieerd aan de Stichting tot Regulering van de Drugshandel). Dit onder de conditie dat zij zich houden aan meer of minder expliciete criteria (zie hieronder); en daarmee onder de overlastnorm blijven. De Rotterdamse Junkiebond heeft al in de jaren negentig een poging gedaan tot het opstellen van een keurmerk. Uit enkele studiedagen georganiseerd door de GGD en het IVO (Barendregt en Vermeulen 1999) met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen is gebleken dat de criteria die vanuit gebruikersperspectief worden opgesteld, grote overeenkomst vertonen met criteria die vanuit bewoners, politie of hulpverlening worden geformuleerd. Het gaat daarbij vooral om criteria als kleinschaligheid, rust en ruimte om binnen te kunnen gebruiken en mogelijkheden voor spuitomruil. Dit heeft geleid tot het opstellen van kwaliteitscriteria voor dealpanden.(barendregt et al. 2001). 3.5 TOT SLOT In het voorgaande is de rol besproken van Openbaar Ministerie, gemeente en politie bij het interveniëren op de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt. Ook de voornaamste particuliere initiatieven op dit terrein zijn de revue gepasseerd. Indien we de mogelijkheden c.q. genomen maatregelen ten aanzien van interventies op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt op een rijtje zetten, kunnen we een tweedeling maken in soorten interventies. Enerzijds is daarbij sprake van (semi)overheidsinterventies die de handel in harddrugs repressief benaderen. Afhankelijk van het soort maatregel is er sprake van ontmoedigen of verbieden (Meldpunten Drugsoverlast, openbaar vervoerverordeningen, sluiting dealpanden, maatregelen op basis van de APV). Anderzijds zijn er interventies met een regulerend, gedogend karakter. Hieronder valt vanuit overheidswege ook de zogenaamde non-interventie op basis van het opportuniteitsbeginsel. De beschreven particuliere interventies kunnen gerangschikt worden onder regulerende, gedogende maatregelen. In schema gezet kunnen de verschillende interventies op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt als volgt worden weergegeven. 15

16 Figuur 1 Overheids- versus particuliere interventies afgezet tegen repressieve c.q. regulerende interventies op de aanbodzijde van de Rotterdamse harddrugsmarkt. Zelf gereguleerde drugspanden PARTICULIERE INTERVENTIES Georganiseerde gebruikers Basements tot najaar 2000 Gedoseerde- of harde repressie Reguleren of gedogen Meldpunten Drugsoverlast Openbaar Vervoerverordeningen Non-interventie op basis van opportuniteitsbeginsel Sluiting overlast gevende dealpanden (strafrechtelijk of op basis van Wet Victoria) OVERHEIDS INTERVENTIES Maatregelen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening 16

17 4. OVERWEGINGEN BIJ TOEKOMSTIG BELEID ROND DE AANBODZIJDE VAN DE HARDDRUGSMARKT IN DE GEMEENTE ROTTERDAM In het voorgaande hebben we gezien welke mogelijkheden Openbaar Ministerie, gemeente, politie en particuliere organisaties hebben rond interventies op de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt en hoe deze in de praktijk worden gebracht. Het in bezit hebben van en het gebruik van harddrugs is in Nederland een geaccepteerd fenomeen, waarop beleid wordt gemaakt om gezondheidsrisico s tegen te gaan en overlast te bestrijden. De tijd lijkt aangebroken om op een vergelijkbare manier om te gaan met de handel in harddrugs. Ondanks het feit dat de bepalingen in de Opiumwet officieel geen mogelijkheden laten, lijken er op grond van de tot op heden in de praktijk gehanteerde wettelijke marges wel kansen te zijn voor een aanvullend beleid rond de aanbodzijde van de lokale harddrugsmarkt. In het navolgende bespreken we daarom interventiemogelijkheden voor de aanbodzijde van harddrugsmarkt die in de toekomst meer recht kunnen doen aan de doelen van het gemeentelijk drugsbeleid. Deze doelen zijn het voorkomen of terugdringen van schade als gevolg van drugsgebruik, in termen van volksgezondheid, openbare orde en overlast (GGD Rotterdam e.o. 1999b). 4.1 GEDIFFERENTIEERDE INTERVENTIES Een belangrijk deel van de drugsproblematiek wordt veroorzaakt door de hechte afhankelijkheidsrelatie tussen verslaafde en dealer. Om het schaarse goed te kunnen gebruiken dat een dealer in zijn bezit heeft, heeft menig verslaafde veel over, met alle gevolgen van dien voor zijn eigen gezondheid en veiligheid, en voor de gezondheid en de veiligheid van zijn omgeving. In beginsel zijn er vier manieren om hiermee om te gaan: legalisering, harde repressie, gedoseerde repressie en regulering. Voor deze wijzen van interventie geldt dat er sprake zal moeten zijn van een gedifferentieerde aanpak. Legalisering Legalisering zou het opheffen van de strafbaarheid van het bezit van en handel in drugs betekenen. Hoewel legalisering zeer waarschijnlijk een afname van (drugsgerelateerde) criminaliteit met zich mee zal brengen, zijn de gevolgen van een dergelijke maatregel voor de gezondheid moeilijk te voorspellen. Het is zeer wel mogelijk dat het aantal gebruikers fors zal toenemen. De belangrijkste reden echter om legalisering hier niet als optie te zien is het feit dat een dergelijke maatregel uitkomst is van discussie gevoerd op landelijk en internationaal niveau en dus nu buiten het bestek van de huidige mogelijkheden van de gemeentelijke overheid valt. Harde repressie Repressie betekent het nauwkeurig handhaven van de bepalingen uit de Nederlandse Opiumwet. In de Opiumwet is bezit en handel in drugs verboden. Door bezit en handel via het strafrecht stevig aan te pakken, zou in theorie een eind gemaakt kunnen worden aan de drugsproblematiek. Immers, als er geen drugs beschikbaar zijn, kan er ook niet worden gebruikt. Al in de jaren tachtig is er (ook via wetenschappelijk onderzoek) gebleken dat repressief optreden (overigens in combinatie met afkickprogramma s voor gebruikers) nogal ernstige negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid, het welzijn en de veiligheid (Grund 1993). Doorgaans treedt er bij harde repressie een verdergaand marginaliseringproces op. Door sluiting van dealpanden verplaatst de handel zich voor een groot

18 deel naar de straat (Barendregt et al. 2000). Op straat is de scene minder grijpbaar voor de politie, maar ook voor de hulpverlening. Er ontstaan dan onveilige en ongezonde drugsgerelateerde situaties. Het belang van rechtshandhaving (Opiumwet) enerzijds en het belang van de openbare orde lijken daarmee op dat punt met elkaar te botsen. Gezondheid, welzijn en veiligheid lijken daarom slecht gediend met harde repressieve maatregelen. Gedoseerde repressie Het opportuniteitsbeginsel biedt de ruimte vervolging van strafbare feiten achterwege te laten indien de effecten van vervolging - op overlast - ernstiger worden geschat dan effecten van het laten voortbestaan van de strafbare feiten. In de praktijk van de strijd tegen de drugshandel wordt deze strategie ook toegepast. Zo wordt in de opsporing prioriteit gegeven aan de groothandel, de internationale handel en overlastgevende handel. De handel op consumentenniveau, die zich richt op de lokale gebruikerspopulatie, en die geen overlast geeft, heeft een lage opsporingsprioriteit. Repressieve maatregelen worden zo gedoseerd toegepast. Het idee dat dealers zich aan een dergelijk beleid conformeren gaat gedeeltelijk op. Er zijn altijd dealers die in korte tijd veel geld willen verdienen en zich niet storen aan hun (woon)omgeving (Barendregt et al. 1998). Onderzoek heeft echter uitgewezen dat er ook dealers zijn die wel aanspreekbaar zijn op hun gedrag (Ponsioen et al. 1999a en b). Dealers die proberen niet overlastgevend te zijn, zijn over het algemeen wel selectief in hun klantenkring: zij weren de gebruikers die potentieel overlast veroorzaken, vooral de zwakkeren in de gebruikerspopulatie. Deze groep gebruikers is in een omgeving van gedoseerde repressie daarmee nog meer aangewezen op een leven op straat. Gezondheid, welzijn en veiligheid zijn met gedoseerde repressie meer gediend, dan met harde repressie of legalisering, maar ook dat is geen panacee getuige de nog altijd voortdurende drugsoverlast in Rotterdam. Regulering Regulering gaat uit van gedoseerde repressie, maar baseert zich daarbij op een actievere betrokkenheid van dealers (particulier initiatief). Vanuit volksgezondheid en overlastbestrijding worden criteria geformuleerd, waaraan dealadressen zouden moeten voldoen om een lage opsporingsprioriteit te krijgen, zoals bijvoorbeeld weergegeven in Barendregt et al. (2001). Meer dan bij gedoseerde repressie zou daarbij ook op gezondheids- en welzijnsaspecten moeten worden gelet. Een gedifferentieerde keuze De keuze voor legalisering, harde repressie, gedoseerde repressie of regulering, is niet eenduidig te maken. Op de eerste plaats is deze keuze afhankelijk van het middel. Bij cannabis en XTC zijn wij eerder geneigd, althans op consumentenniveau, te kiezen voor legalisering om daarmee de weg te openen voor regelgeving. Dat is voor de middelen die in de gemarginaliseerde harddrugscene worden gebruikt (voornamelijk gekookte coke en heroïne) op dit moment niet aan de orde. Op de tweede plaats is de keuze afhankelijk van de plaats van gebruik. Op plekken in de stad waar veel drugsgerelateerde overlast is, zoals dat bijvoorbeeld recent nog in de Millinxbuurt gold, ligt een keuze van harde repressie voor de hand. Op plaatsen waar drugs niet weg te denken zijn uit het straatbeeld, zoals aan de Keileweg, lijkt het meer aan te bevelen te kiezen tussen gedoseerde repressie en regulering. Ten slotte is de keuze afhankelijk van de doelgroep. De situatie van chronische gebruikers, die in een zeer zwakke positie staan ten opzichte van hun dealer, pleit meer voor regulering dan voor 18

19 gedoseerde repressie. Als er gekozen wordt voor enige vorm van regulering, is het weer afhankelijk van vele individuele (biologische, sociale en psychische) factoren, welke uitwerking daaraan wordt gegeven. Zoals bij elke interventie in de verslavingszorg, moeten ook de interventies die gericht zijn op de aanbodzijde van de drugsmarkt op maat gesneden zijn. Analyse en planvorming De realisatie van een gedifferentieerde keuze begint met een goede, gezamenlijk gedragen analyse van de problematiek. De basis voor die analyse zou gelegd kunnen worden in een overleg, waar hulpverlening (onder andere veldwerkers), politiefunctionarissen, deelgemeentefunctionarissen en andere betrokkenen (bijvoorbeeld ook gebruikers en dealers) gezamenlijk de ontwikkelingen binnen de scene in kaart brengen. Deze overleggen moeten, aangevuld met wetenschappelijk meer verantwoorde informatie, de gemeente de nodige inzichten geven in de (bewegingen binnen de) drugsproblematiek, naar aard, omvang, plaats en te onderscheiden groepen gebruikers. Op basis hiervan zou een gezamenlijk gedragen plan moeten worden geformuleerd. 4.2 EVENWICHTIGE SPREIDING DEALERLOCATIES Onderdeel van gedifferentieerde interventies op de aanbodzijde van de harddrugsmarkt is een evenwichtige spreiding van gecontroleerde verkooplocaties, overeenkomstig het gedachtegoed van Verantwoord Schoon (Spijkerman et al. 2000). Uitgaande van de huidige realiteit waarin het in bezit hebben en gebruiken van een kleine hoeveelheid harddrugs wordt gedoogd, richt de verspreidingsgedachte zich op het beheersbaar maken van de harddrugshandel die onlosmakelijk is verbonden met het gedogen van het bezit en gebruik van deze harddrugs. Het verspreidingsidee komt voort uit de gedachte dat de beheersing van de overlast als gevolg van de harddrugshandel het meest gebaat is bij een situatie waarin verkooplocaties evenwichtig zijn verspreid over Rotterdam. De dealadressen zouden bijvoorkeur op die plaatsen gevestigd moeten zijn waar de Rotterdamse harddruggebruikers hun woonadres hebben of gewoon zijn te verblijven. De huidige situatie zoals die in de deelgemeente Delfshaven, waar gemiddeld tweederde van de gebruikers van buiten deze deelgemeente komt (Bron: Meldpunt Drugsoverlast Delfshaven), zal na uitvoering van de verspreidingsgedachte tot het verleden behoren. De verspreidingsgedachte is geïnspireerd op de praktijk dat sommige dealers naast verkoop ook gelegenheid geven aan hun klanten om op locatie te gebruiken, hetgeen geleid heeft tot het concept voormalige basements waarin harddruggebruikers en -dealers gebruik maken van hetzelfde adres. Ook de kwaliteitscriteria voor dealadressen (Barendregt et al. 2001) zijn op dit concept gebaseerd. Deze locatiegebonden dealers, zo blijkt uit een studie rond de economie van het harddrugs dealen, zijn in toenemende mate gevoelig voor overheidsinterventies (Ponsioen et al. 1999a). Ook lijken steeds meer van hen geneigd te zijn rekening te houden met omgevingsfactoren en zich te bekommeren om de gezondheidssituatie van hun afnemers. Het betekent dat er op deze locaties onder meer een portier is die zorgt voor de orde en rust in en om het pand; dat er gebruikt mag worden in het pand en dat er voor de drugs acceptabele prijzen worden gevraagd. Kortom een 19

20 werkwijze die overeenkomt met de criteria zoals die door de Rotterdamse Junkiebond in hun keurmerk voor dealadressen zijn vastgelegd 21 en in de kwaliteitscriteria van Barendregt et al. (2001). Bij een plan voor de verspreiding van dealadressen over de gemeente Rotterdam is het van belang enig inzicht te hebben in het huishoudboekje van de drugsdealer. Dit om een indicatie te krijgen vanaf welk punt een dealadres voldoende economisch levensvatbaar is en daarmee te kunnen becijferen hoeveel gereguleerde dealadressen er grofweg minimaal nodig zouden zijn. Op basis van onderzoeksgegevens (Ponsioen et al. 1999a) kan de volgende inschatting worden gemaakt van het huishoudboekje van een locatiegebonden dealer. De belangrijkste uitgaven die een dealer doet, betreffen de volgende posten: Inkoopkosten van te verkopen drugs; Materiële kosten voor huisvesting, energie, voorzieningen voor gebruikers (koffie, maaltijden) en verpakkingsmateriaal voor de drugs; Personeelslasten (weger, klusjesman, portier, maaltijdbereider). Naast deze kosten moet de dealer er rekening mee houden dat een deel van zijn drugsvoorraad zal worden gebruikt door hem of haar zelf, door het personeel of door bezoekende gebruikers bij wijze van beterschapje of klantenbinding. De inkomsten worden grotendeels gehaald uit de verkoop van drugs. Hierbij geldt dat gemiddeld genomen er twee maal zoveel (gekookte en rauwe) cocaïne wordt verkocht als heroïne (Ponsioen et al. 1999a). Naast het inkomen uit de verkoop van drugs, zijn er dealers die daarnaast een uitkering hebben of uit andere bronnen inkomsten hebben. Als de dealer met zijn handel een modaal inkomen zou moeten genereren van circa 450 euro s per week (bruto) per week zou een uitkering niet meer aan de orde zijn. Indien de inkomsten en uitgaven per week naast elkaar gelegd worden kan het volgende overzicht opgesteld worden: Tabel 3 Huishoudboekje locatiegebonden dealer (bedragen in euro s) Inkomsten per week Uitgaven per week Verkoop van drugs 40 gr. Cocaïne à 59,= per gram 2360,= Inkoop van drugs 61 gr. cocaïne à 27,30= per gram 1.665,= 20 gr. Heroïne à 45,= 900,= 38 gr. Heroïne à 18,20,= 692,= per gram per gram Subtotaal 2.357,= Materiële kosten 227,= Personeelskosten. 239,= Totaal verkoop van drugs 3.260,= Totaal uitgaven per week 2823,= Bruto winst per week (exclusief 437,= eigen gebruik) Bron: Ponsioen et al. 1999a, p 82 e.v. 21 Tien voorwaarden voor het keurmerk: Gekochte drugs mogen in het pand gebruikt worden; gebruikte spuiten kunnen voor schone worden geruild; de drugs die verkocht worden zijn van goede kwaliteit; één streep (0,1 gr.) cocaïne kost (per streep gekocht) niet meer dan zeven euro en een streep heroïne niet meer dan vijf euro; klanten hoeven geen minimum hoeveelheid drugs te kopen; cocaïne moet ook in rauwe vorm te koop zijn; het pand is niet langer dan twaalf uur open per dag; een portier houdt in de gaten wat er binnen en buiten gebeurt; er is een voordeurbeleid; per dag komen er niet meer dan 65 klanten (Rotterdamse Junkiebond 1997). 20

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396 Zaaknummer : 65344 Raadsvergaderin : 2 december 2014 Agendapunt : g Commissie : Bestuur Onderwerp : Informerende nota coffeeshop Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder :

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland inzake APV-wijziging drugsoverlast

Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland inzake APV-wijziging drugsoverlast leuwegem Gemeenteraad O 0 1 ö " 2 5 7 onderwerp Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland Inzake APVwljzlglng drugsoverlast Datum 10 augustus 2010 Raadsvoorstel Afdeling Communicatie, Juridische & Personeelszaken

Nadere informatie

Nederlandse cannabisbeleid

Nederlandse cannabisbeleid Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Vaststelling: 15 augustus 2012 Publicatie: 23 augustus 2012 Inwerkingtreding: 24 augustus 2012 Inhoud Samenvatting Inleiding 1. Nederlands drugsbeleid 2. Vormen

Nadere informatie

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Datum vaststelling: 26-05-2016 Inwerkingtreding: 02-06-2016 Kenmerk besluit: 2016-006596/c Publicatiedatum: 01-06-2016 Bijlage

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Titel: Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Vastgesteld: 31-05-2016 Treedt in werking: 7 juni 2016 Wettelijke basis: Artikel 13B Opiumwet

Nadere informatie

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) De burgemeester van de Gemeente Valkenswaard; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 2 Politiewet; BESLUIT: Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Nadere informatie

Beleidsregel handhaving Wet Damocles

Beleidsregel handhaving Wet Damocles 1 "Al gemeente f(s Heemskerk Beleidsregel handhaving Wet Damocles 15 december 2014 BIVO/2014/30108 Illill Hl lllll lllll lllll lllll Z015994FE86 fë BELEIDSREGEL HANDHAVING WET DAMOCLES Inhoudsopgave Beleidsregel

Nadere informatie

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde NUL-BELEID COFFEESHOPS Gemeente Bellingwedde 2014 Aanleiding In archiefstukken wordt aangegeven dat de gemeente Bellingwedde een nul-beleid hanteert voor coffeeshops. Echter is er in het archief geen raadsbesluit

Nadere informatie

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria:

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria: Casenummer 10G200903 Registratienr. 365938 / 365938 Coffeeshop beleid. Artikel 1: definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 1. harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorend bij

Nadere informatie

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Hay Janssen, fractievoorzitter PvdA Venlo 17 november 2008 Door het invoeren van een overlastverordening en een nieuw vergunningensysteem voor de vestiging

Nadere informatie

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk;

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk; Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van De Ronde Venen; Gelezen het advies van; Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven

Nadere informatie

Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid

Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid Inhoud 1. inleiding a. huidig coffeeshopbeleid b. regionale afspraken c. aanleiding blauwe nota d. doel van de blauwe nota 2. opdracht raad a. opdrachtomschrijving

Nadere informatie

KAPPEN MET DRUGS. Failliet beleid. Enkele feiten

KAPPEN MET DRUGS. Failliet beleid. Enkele feiten KAPPEN MET DRUGS KAPPEN MET DRUGS Failliet beleid Het drugsbeleid van Nederland is failliet. De gevolgen van het gedoogbeleid op de volksgezondheid, de veiligheid en het sociale leven zijn ontwrichtend.

Nadere informatie

Besluit van de burgemeester

Besluit van de burgemeester Besluit van de burgemeester Datum: 25 maart 2014 Onderwerp: Beleidsregels ex artikel 13b Opiumwet voor lokalen en woningen 2014 De burgemeester van Bergen, Overwegende Dat artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012 Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012 De burgemeester van Twenterand; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Overwegende: 1. dat artikel 13b lid 1 Opiumwet

Nadere informatie

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 De van de gemeente Capelle aan den IJssel, gelezen het voorstel van Team Integrale Veiligheid van de afdeling Bestuur- en Concernondersteuning,

Nadere informatie

Wat zijn Skaeve Huse. Over de omgeving

Wat zijn Skaeve Huse. Over de omgeving Wat zijn Skaeve Huse - Waarom Skaeve Huse? - Hoe zien Skaeve Huse eruit? - Waarom deze rare naam? - Wat is woonoverlast en waar komt het voor? - Wat lost Skaeve Huse op? - Wat doet de gemeente nog meer

Nadere informatie

Oplegvel Informatienota

Oplegvel Informatienota Onderwerp Beleidsregels Handhaving Opiumwet Oplegvel Informatienota Portefeuille mr. B. B. Schneiders Auteur Dhr. J.A.M. Lubbers Telefoon 5113815 E-mail: jlubbers@haarlem.nl VVH/VHR Reg.nr. 2009/2531 ZONDER

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen

Nadere informatie

Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis van artikel 13b Opiumwet

Vast te stellen hieronder opgenomen Damoclesbeleid lokalen en woningen op basis van artikel 13b Opiumwet Ons kenmerk G.15.01258 ii urn in li ui ii in ii ii Dossiercode: Besluit van de Burgemeester De burgemeester van besluit: Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis

Nadere informatie

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood 28 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid Nut en nood van coffeeshops Zes op tien coffeeshops dicht door kabinetsbeleid, Sluit coffeeshops in Maastricht,

Nadere informatie

Toen was het stil op straat

Toen was het stil op straat wetenschappelijk bureau voor onderzoek, expertise en advies op het gebied van leefwijzen, verslaving en daaraan gerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen F A C T S H E E T Toen was het stil op straat

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van Houten; gelet op de artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; overwegende: dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de

Nadere informatie

Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet)

Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) Vastgesteld door de burgemeester d.d. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Juridisch kader 2 3. Damoclesbeleid (Handhavingsbeleid artikel

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

IIP Heerhugowaard Stad van kansen

IIP Heerhugowaard Stad van kansen IIP Heerhugowaard Stad van kansen Raadsvergadering 15 FEB ĨM1 Besluit: Voorstelnummef: 54Ü ^ r/ Agendanr. Voorstel nr. Onderwerp 11. RB2011008 1ste wijziging Algemene plaatselijke verordening (Apv) Aan

Nadere informatie

Rotterdam, 7 juli 2009.

Rotterdam, 7 juli 2009. Rotterdam, 7 juli 2009. Onderwerp: Vaststellen van de beleidsregel inzake het beperken van overlast door jongeren; Opnemen van artikel 2.4.4a Algemene Plaatselijke Verordening: Mosquito op openbare plaatsen.

Nadere informatie

Damoclesbeleid Echt-Susteren

Damoclesbeleid Echt-Susteren Geme ^Echt-Susteren Damoclesbeleid Echt-Susteren Artikel 13b Opiumwet 1 ste wijziging Damoclesbeleid Echt-Susteren Inhoudsopgave Artikel 1: Algemeen 3 Artikel 2: Lokalen 5 Softdrugs 5 Harddrugs 5 ArtikelS:

Nadere informatie

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen De burgemeester van Vianen, Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet gemeenten basisteam Veluwe - Noord Elburg Epe Hattem Heerde Nunspeet Oldebroek Vastgesteld door het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Hattem op

Nadere informatie

TEYLINGEN BURGEMEESTERSBESLUIT 2008/06788. Coffeeshop beleid. Beheer Leefomgeving. C.M, HoektfJ^Jsifc. De burgemeester besluit:

TEYLINGEN BURGEMEESTERSBESLUIT 2008/06788. Coffeeshop beleid. Beheer Leefomgeving. C.M, HoektfJ^Jsifc. De burgemeester besluit: BURGEMEESTERSBESLUIT TEYLINGEN onderwerp registratienummer Coffeeshop beleid 2008/06788 afdeling Beheer Leefomgeving paraaf afdelingshoofd ^ behandeld door datum besluit C.M, HoektfJ^Jsifc paraaf burgemeester

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

NO DRUGS. Plan van aanpak drugsproblematiek

NO DRUGS. Plan van aanpak drugsproblematiek NO DRUGS Plan van aanpak drugsproblematiek Inleiding De gemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal hebben het voornemen hun coffeeshops in 2009 te sluiten. Dit kan leiden tot negatieve effecten voor de illegale

Nadere informatie

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO)

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) / Bijlage 3.2 Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) 7 juni 2012 Inhoudsopgave Artikel 1 Bevoegdheden op grond van artikel 172a Gemeentewet 2 Artikel

Nadere informatie

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond 1. Inleiding Coffeeshops zijn alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 juni 2013 Onderwerp Coffeeshopbeleid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 juni 2013 Onderwerp Coffeeshopbeleid 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing

3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing 3.2 De bevoegdheid van de officier van justitie tot het geven van een gedragsaanwijzing 3.2.1 Aard en karakter van de gedragsaanwijzing Zoals in het voorgaande aan de orde kwam, kunnen bepaalde tot ernstige

Nadere informatie

Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE

Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE De burgemeester van de gemeente Heeze-Leende; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 2 Politiewet; BESLUIT: Vast te

Nadere informatie

31 maart 2015. Onderzoek: Drugsbeleid

31 maart 2015. Onderzoek: Drugsbeleid 31 maart 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 NOTA van: aan: Betreft: het Italiaanse voorzitterschap de horizontale Groep drugs Ontwerp-resolutie van

Nadere informatie

DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 t.a.v. het sluiten van woningen en lokalen

DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 t.a.v. het sluiten van woningen en lokalen DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 1.1 Inleiding Evenals andere Nederlandse gemeenten ziet de gemeente Leek zich geconfronteerd met drugscriminaliteit die (mede) plaatsvindt in of wordt georganiseerd vanuit

Nadere informatie

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet versie 24 januari 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen... 2 2. Doelstelling van artikel 13b Opiumwet... 2 3. Juridisch kader... 3 4. Handhavingsarrangement

Nadere informatie

6 Justitiële verkenningen, jrg. 32, nr. 1 2006

6 Justitiële verkenningen, jrg. 32, nr. 1 2006 5 Voorwoord De discussie over de paradoxale kanten van het Nederlandse softdrugsbeleid is in het afgelopen jaar weer opgelaaid. Aanleiding was de oproep van een aantal burgemeesters in Limburg om niet

Nadere informatie

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD CONVENANT Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD Partijen komen het volgende overeen: De scholen zijn op grond van de Wet op de Arbeidsomstandigheden verantwoordelijk

Nadere informatie

Drugsbeleid gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2014

Drugsbeleid gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2014 Drugsbeleid gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2014 Dit beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 21 januari 2014 en wordt gepubliceerd in het digitale gemeenteblad

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 NOTA van: het Italiaanse voorzitterschap aan: de horizontale Groep drugs nr. vorig doc.: 11051/03 CORDROGUE

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Raadsvoorstel Concept Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: Sliedrecht, 15 april 2008 Onderwerp: Voorgestelde kaders voor het softdrugsbeleid. Samenvatting: In Sliedrecht is al vele jaren

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 Rapport Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gereageerd op zijn brieven waarin hij klachten

Nadere informatie

Evaluatie Cameratoezicht Roterdam

Evaluatie Cameratoezicht Roterdam Evaluatie Cameratoezicht Roterdam SAMENVATTING EN CONCLUSIES In juni 2000 zijn in Rotterdam camera s geplaatst op het Stadhuisplein en in het Saftlevenkwartier. De locatie voor cameratoezicht in het Saftlevenkwartier

Nadere informatie

Hangen in Hoogeveen. repressieve aanpak overlastgevende jeugd

Hangen in Hoogeveen. repressieve aanpak overlastgevende jeugd Hangen in Hoogeveen repressieve aanpak overlastgevende jeugd Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Hoofdstuk 2 is vertrouwelijk 3. Mogelijke maatregelen 9 3.1 Proactie 10 3.2 Preventie 11 3.3 Preparatie 11 3.4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 24 077 Drugbeleid Nr. 265 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Vastgesteld gewijzigde versie door de burgemeester op 27 mei 2014

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Vastgesteld gewijzigde versie door de burgemeester op 27 mei 2014 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Tilburg. Nr. 32905 12 juni 2014 Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten Breda Eindhoven Helmond s-hertogenbosch Tilburg Gemeente Tilburg Vastgesteld

Nadere informatie

Nee tegen Nederwiet in grensstreek

Nee tegen Nederwiet in grensstreek 22 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Fotoserie Werken tegen wiet Nee tegen Nederwiet in Nederlandse grensstreek Werkvloer Een toestroom van drugstoeristen, levensbedreigende hennepkwekerijen en wapengevaarlijke

Nadere informatie

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES In januari 2001 is de gemeente Venlo gestart met het drugsoverlastproject Hektor. Om tot een substantiële reductie van de (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast

Nadere informatie

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG vra2007vws-16 24 077 Drugbeleid VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 Betreft Gemeentelijk optreden bij incidenten met honden naar aanleiding intrekking RAD uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U200901131

Nadere informatie

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; Burgemeester van Schouwen-Duiveland; gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat de effecten van illegale verkooppunten van verdovende middelden

Nadere informatie

Onderwerp: Vestiging opvanglocatie voor dak- en thuislozen met OGGZindicatie aan de Wilhelminastraat 10-12

Onderwerp: Vestiging opvanglocatie voor dak- en thuislozen met OGGZindicatie aan de Wilhelminastraat 10-12 Collegenota Onderwerp: Vestiging opvanglocatie voor dak- en thuislozen met OGGZindicatie aan de Wilhelminastraat 10-12 Reg.nummer: 2014/360708 1 Inleiding Het college zoekt een geschikte locatie voor de

Nadere informatie

25 juni 2013 Gemeenteblad

25 juni 2013 Gemeenteblad Jaar: 2013 Nummer: 53 Besluit: 25 juni 2013 Gemeenteblad BELEIDSREGEL SCHULDDIENSTVERLENING HELMOND 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, gelet op het bepaalde in de artikelen 2 en 3

Nadere informatie

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving Aanpak: Bemoeizorg De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: GGD West-Brabant

Nadere informatie

Nulbeleid coffeeshops en bestuursrechtelijke handhavingsarrangement

Nulbeleid coffeeshops en bestuursrechtelijke handhavingsarrangement Inleiding De gemeente Woudenberg wordt, zoals meer Nederlandse kleinere gemeenten, tot op heden weinig geconfronteerd met handel in en gebruik van betekenis van hard- en softdrugs en de daarmee samenhangende

Nadere informatie

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen Bijlage Bijlage Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen 1. Inleiding Als gevolg van de invoering van nieuwe wetgeving wordt aan de decentrale overheden, waaronder de

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Eval uat i e Camer at oezi cht Gouda Ei ndr appor t Samenvatting en conclusies De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare ruimte op diverse locaties in de gemeente.

Nadere informatie

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009;

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009; Pagina 1 van 5 Versie 2 Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009 Onderwerp: vaststellen Handhavingsverordening WWB en WIJ 2010 De raad der gemeente Leiderdorp: gelezen het voorstel van burgemeester

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Nul optiebeleid coffeeshops 4. Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet 5. Afwijkingsbevoegdheid

Nadere informatie

Met dit memo beogen wij een beeld te geven van de recente ontwikkelingen en de gevolgen van een keuze voor één van de instrumenten.

Met dit memo beogen wij een beeld te geven van de recente ontwikkelingen en de gevolgen van een keuze voor één van de instrumenten. Directie Grondgebied Openbare Ruimte Aan BTHV Datum - Opgesteld door, telefoonnummer Jan Abelen, Twan van Meijel Onderwerp Bestuurlijke strafbeschikking / Bestuurlijke boete Aanleiding Op 5 februari 2009

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

ONDERWERP: Aanpassing Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

ONDERWERP: Aanpassing Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Agendapunt: 17 No. 80/'11 Dokkum, 20 september 2011 ONDERWERP: Aanpassing Algemene Plaatselijke Verordening (APV) SAMENVATTING: In het kader van het project Geweld is niet oké worden de APV s van de deelnemende

Nadere informatie

Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk

Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk December 2004 Inhoudsopgave pagina Hoofdstuk 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Inhoud van de evaluatie 3 Hoofdstuk 2 Vigerend coffeeshopbeleid Waalwijk 4 2.1 Inleiding

Nadere informatie

Het Nederlandse drugsbeleid

Het Nederlandse drugsbeleid Het Nederlandse drugsbeleid 1 juli 1999 De centrale doelstelling van het Nederlandse drugbeleid is de bescherming van de gezondheid van het individu, zijn directe omgeving en de samenleving als geheel.

Nadere informatie

BELEIDSREGEL HANDHAVING HELINGBESTRIJDING

BELEIDSREGEL HANDHAVING HELINGBESTRIJDING BELEIDSREGEL HANDHAVING HELINGBESTRIJDING 1. Inleiding Het tegengaan van heling is één van de speerpunten in het Integraal Veiligheidsplan van de gemeente. Het is onderdeel van de aanpak van woninginbraak

Nadere informatie

Veilige Buurten. 1. Overlast en criminaliteit aanpakken

Veilige Buurten. 1. Overlast en criminaliteit aanpakken Veilige buurten Veilige buurten Veilige Buurten 1. Overlast en criminaliteit aanpakken Iedereen wil wonen, werken, wandelen en winkelen in een veilige buurt. Een buurt waar je gewoon je kinderen buiten

Nadere informatie

Met politie en woningcorporaties zijn wij in overleg om de gegevensuitwisseling binnen de kaders van de Wet Politiegegevens te optimaliseren.

Met politie en woningcorporaties zijn wij in overleg om de gegevensuitwisseling binnen de kaders van de Wet Politiegegevens te optimaliseren. DORDRECHT Retouradres: Postbus 8 Aan de gemeenteraad 3300 AA DORDRECHT Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT T 14078 F (078) 770 8080 www.dordrecht. nl Datum 13 oktober 2015 Ons kenmerk SBC/1499024

Nadere informatie

Gemeenten Stadskanaal en Vlagtwedde

Gemeenten Stadskanaal en Vlagtwedde Gemeenten Stadskanaal en Vlagtwedde Evaluatie versie: 24-11-2014 Startpunt: Uit een onderzoek van de aanpak van een jeugdgroep te Stadskanaal, het beeld van VNN, beelden politie(o.a. uit verhoren), signalen

Nadere informatie

Beleid coffeeshop(s) en illegale verkooppunten verdovende middelen gemeente Velsen 2008

Beleid coffeeshop(s) en illegale verkooppunten verdovende middelen gemeente Velsen 2008 Beleid coffeeshop(s) en illegale verkooppunten verdovende middelen gemeente Velsen 2008 De burgemeester van Velsen, gelet op artikel 13b Opiumwet, de landelijke Richtlijn inzake opsporing- en vervolgingsbeleid

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

Damoclesbeleid Gemeente Sluis

Damoclesbeleid Gemeente Sluis Damoclesbeleid Gemeente Sluis Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Doel van Wet Damocles 2 2.1 Inleiding 2 2.2 Doel van Wet Damocles 2 2.2.1 Algemeen 2 2.2.2 Doel van het gemeentelijk Damoclesbeleid 3 3. Wet

Nadere informatie

Stadsberichten Extra. Tijdelijke alcoholopvang aan de Kleine Haag. Maliebaan. Stad met een hart. Nieuws van de gemeente Amersfoort

Stadsberichten Extra. Tijdelijke alcoholopvang aan de Kleine Haag. Maliebaan. Stad met een hart. Nieuws van de gemeente Amersfoort Stadsberichten Extra Nieuws van de gemeente Amersfoort Tijdelijke alcoholopvang aan de Kleine Haag Begin oktober verhuist de huidige groep bezoekers van het zorgcentrum de Kleine Haag naar het hostel voor

Nadere informatie

roerdalen gemeente Damoclesbeleid Roerdalen 2014 Artikel 13b Opiumwet Damoclesbeleid Roerdalen

roerdalen gemeente Damoclesbeleid Roerdalen 2014 Artikel 13b Opiumwet Damoclesbeleid Roerdalen gemeente roerdalen Artikel 13b Opiumwet Damoclesbeleid Roerdalen Inhoudsopgave Artikel1: Algemeen 4 Artikel 2: Lokalen 5 Softdrugs 5 Harddrugs 6 Artikel 3: Woningen 7 Softdrugs 7 Harddrugs 7 2 gemeente

Nadere informatie

FACTSHEET. Dak- en thuislozen en verslaafden in Rotterdam: leefsituatie en overlast. Resultaten van Trendspotting 2007. Inleiding.

FACTSHEET. Dak- en thuislozen en verslaafden in Rotterdam: leefsituatie en overlast. Resultaten van Trendspotting 2007. Inleiding. wetenschappelijk bureau voor onderzoek, expertise en advies op het gebied van leefwijzen, verslaving en daaraan gerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen FACTSHEET Dak- en thuislozen en verslaafden

Nadere informatie

Startnotitie ketenbeleid Menameradiel. Inhoud. 1. Inleiding 2. Situatie Menameradiel 3. Uitgangspunten 4. De gekozen aanpak 5. Partners en omgeving

Startnotitie ketenbeleid Menameradiel. Inhoud. 1. Inleiding 2. Situatie Menameradiel 3. Uitgangspunten 4. De gekozen aanpak 5. Partners en omgeving Startnotitie ketenbeleid Menameradiel Inhoud 1. Inleiding 2. Situatie Menameradiel 3. Uitgangspunten 4. De gekozen aanpak 5. Partners en omgeving bijlagen bijlage 1. bijlage 2. bijlage 3. bijlage 4. bijlage

Nadere informatie

Handhavingarrangement coffeeshopbeleid

Handhavingarrangement coffeeshopbeleid Handhavingarrangement coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Lelystad Officiële naam regeling Handhavingarrangement coffeeshopbeleid

Nadere informatie

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015 De raad van de gemeente Boxtel, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2014, gelet op artikelen 8a, eerste lid, onderdeel b en 9 eerste lid onderdeel c van

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Datum 27 oktober 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het toenemende aantal drugslabs in seniorenflats

Datum 27 oktober 2014 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het toenemende aantal drugslabs in seniorenflats 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Beleidsregel. Beleidsregels van de burgemeester van Simpelveld voor de toepassing van. artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet

Beleidsregel. Beleidsregels van de burgemeester van Simpelveld voor de toepassing van. artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet Beleidsregel Beleidsregels van de burgemeester van Simpelveld voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet Vastgesteld 29 april 2014 Inhoudsopgave Begrippenlijst 1. Inleiding Aanpak

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011

Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 De burgemeester van de gemeente Rotterdam, Gelezen het

Nadere informatie