ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN"

Transcriptie

1 ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN Utrecht, maart 2012

2 VOORWOORD Naar het hoger onderwijs wordt al langere tijd met een vergrootglas gekeken. De stortvloed aan negatieve mediaberichten over het hoger beroepsonderwijs in de afgelopen anderhalf jaar is desondanks opmerkelijk. De gehanteerde loep is soms zuiver, maar even vaak ook niet. Onze eerdere rapportage over alternatieve toets- en afstudeertrajecten van april 2011 maakt daar al melding van (Alternatieve afstudeertrajecten en de bewaking van het eindniveau in het hoger onderwijs, april 2011). De nu voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van de onderzoeken naar het gerealiseerd niveau die de NVAO bij vier opleidingen uitvoerde. Daarnaast rapporteerden tien hogescholen over hun verbetermaatregelen. Ook van dit verbeterbeleid doen wij nu verslag. Een kritische uitkomst is dat onderzoekspanels van de NVAO onze eerdere zorgen over de kwaliteit van de toetsing en de examinering en het eindniveau van afgestudeerden bij de onderzochte opleidingen grotendeels bevestigen. Vooral voor afgestudeerden die te horen kregen dat hun afstudeerwerk of het werk van collegastudenten met terugwerkende kracht van onvoldoende niveau werd verklaard zal de boodschap hard zijn aangekomen. Positief is dat het een gering aantal opleidingen en een relatief gering aantal afgestudeerden betreft. Gebleken is ook dat bestuurders, leidinggevenden en medewerkers volledige verantwoordelijkheid nemen voor de geconstateerde problemen en met succes aan verbetering werken. Alles wijst er op dat de betrokken opleidingen per saldo aan kracht en kwaliteit zullen winnen. Diverse betrokkenen hebben bijgedragen aan een goed verloop van het onderzoek. Dat geldt zeker voor de onderzoekspanels die vaak in korte tijd van aanzienlijke aantallen afgestudeerden het afstudeerniveau beoordeelden en over de soms kritische uitkomsten met medewerkers van opleidingen het gesprek aangingen. Het geldt ook voor de NVAO die de organisatie van verscheidene onvoorziene onderzoeken op zich nam in de drukke periode waarin ook de omslag plaatsvindt van het oude naar het nieuwe stelsel van accreditatie. Drs. H.G.J. Steur hoofdinspecteur hoger onderwijs Pagina 2 van 69

3 INHOUD 1 INLEIDING Achtergrond Eerdere bevindingen Aanleiding huidige rapportage Leeswijzer 4 2 BEVINDINGEN Inleiding Hogeschool Inholland Christelijke Hogeschool Windesheim Hanzehogeschool Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Hogeschool Leiden Voor verbetering vatbare opleidingen 12 3 CONCLUSIES 14 4 TOT BESLUIT 15 BIJLAGE 1 Samenvatting inspectierapport 17 BIJLAGE 2 Beoordelingskader 24 BIJLAGE 3 Hogeschool Inholland 31 BIJLAGE 4 Christelijke Hogeschool Windesheim 40 BIJLAGE 5A Hanzehogeschool 47 BIJLAGE 5B Zienswijze instellingsbestuur 53 BIJLAGE 6A Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 54 BIJLAGE 6B Zienswijze instellingsbestuur 61 BIJLAGE 7A Hogeschool Leiden 63 BIJLAGE 7B Zienswijze instellingsbestuur 68 Pagina 3 van 69

4 1 INLEIDING 1.1 Achtergrond In 2010 en 2011 deed de inspectie onderzoek naar alternatieve toets- en afstudeertrajecten in het hoger onderwijs. Aanleiding voor het onderzoek was een artikel in de Volkskrant op 10 juli 2010 met de boodschap dat bij de opleiding Media & Entertainment Management (MEM) van Hogeschool Inholland te Haarlem langstuderende studenten te lichtvaardig een diploma zouden hebben ontvangen op basis van een alternatief afstudeertraject. Mede op basis van signalen over andere instellingen startte de inspectie in juli 2010 een onderzoek naar alternatieve trajecten onder alle instellingen in het hoger onderwijs. 1.2 Eerdere bevindingen Op basis van diverse signalen en informatiebronnen werden vijftien opleidingen van in totaal tien bekostigde hogescholen geselecteerd voor een nader onderzoek. Eind april 2011 publiceerde de inspectie het eindrapport van het landelijke onderzoek en separaat een rapport over de situatie bij Inholland. Zeven opleidingen werden aangemerkt als voor verbetering vatbaar, vier opleidingen als zorgelijk en bij één instelling werden vier opleidingen aangemerkt als zeer zwak. 1 Omdat in het onderzoek een selectie is gemaakt op basis van voorinformatie over risico s zijn de bevindingen niet representatief voor het hoger beroepsonderwijs als geheel. 1.3 Aanleiding huidige rapportage De inspectie kondigde in april 2011 aan dat bij vier opleidingen van vier hogescholen een onderzoek zou plaatsvinden naar het niveau van afgestudeerden. Daarnaast vroegen wij alle tien de betrokken hogescholen per 1 september 2011 te rapporteren over de resultaten van hun verbetertraject. De nu voorliggende rapportage beschrijft de uitkomsten van het niveau-onderzoek van de NVAO en de stand van zaken in de verbetertrajecten van de betrokken hogescholen. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt per instelling de situatie beschreven. Paragrafen 2.2 tot en met 2.6 gaan in op de situatie bij elk van de vijf instellingen waar nader onderzoek plaatsvond en een panel van de NVAO het gerealiseerde eindniveau onderzocht. Paragraaf 2.7 gaat in op de stand van zaken bij de hogescholen waar de situatie werd aangemerkt als voor verbetering vatbaar. Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en beschrijft het vervolgtoezicht. Besloten wordt in hoofdstuk 4 met enkele algemene reflecties. In bijlage 1 wordt het traject tot en met april 2011 toegelicht. Bijlage 2 bevat het gehanteerde beoordelingskader. Bijlagen 3 tot en met 7 bevatten de onderliggende rapporten van bevindingen over de vijf instellingen waar nader onderzoek naar het gerealiseerde eindniveau heeft plaatsgevonden. In voorkomende gevallen is de zienswijze van het College van Bestuur bij de instellingsrapportage gevoegd. 2 1 Voor de betekenis van de kwalificaties voor verbetering vatbaar, zorgelijk en zeer zwak wordt verwezen naar bijlage 1. 2 Op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan het instellingsbestuur de inspectie verzoeken een zienswijze als bijlage bij een inspectierapportage te voegen. Pagina 4 van 69

5 2 BEVINDINGEN 2.1 Inleiding Bij tien bekostigde hogescholen heeft een verbetertraject plaatsgevonden. Alle instellingen werd gevraagd de inspectie per 1 september te informeren over de wijze waarop de geconstateerde tekortkomingen waren weggenomen. Bij in totaal vijf hogescholen heeft een panel van de NVAO onderzoek gedaan naar het niveau van afgestudeerden. Bij Hogeschool Inholland werd over de uitkomst daarvan al gerapporteerd in het rapport dat de inspectie in april 2011 uitbracht. Bij de vier andere hogescholen werd het onderzoek van het panel afgerond in het najaar van Met de Colleges van Bestuur van deze vijf instellingen heeft de inspectie in december een gesprek gevoerd waarbij het eerdere onderzoek van de inspectie, het onderzoek van de NVAO en het verbeterbeleid van de instelling in samenhang aan de orde zijn geweest. De uitkomsten daarvan zijn onderstaand samengevat. Bijlagen 3 tot en met 7 bevatten de volledige onderliggende rapportages aan de afzonderlijke instellingen. 2.2 Hogeschool Inholland Tekortkomingen Bij vijf opleidingen van Hogeschool Inholland vond eind 2010 onderzoek plaats naar de naleving van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW), de naleving van interne regels inzake toetsing en examinering, en het eindniveau van afgestudeerden. Bij de opleiding MEM Rotterdam constateerde de inspectie enkele tekortkomingen in de naleving van de wettelijke voorschriften. Bij deze opleiding stelde een commissie van deskundigen van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) vervolgens vast dat het eindniveau van afgestudeerden voldoende was. Bij de overige vier opleidingen - BE Haarlem, CE Diemen, MEM Haarlem en VTM Diemen - was sprake van aanzienlijke tekortkomingen in de naleving van de wettelijke voorschriften, de interne regels en procedures, en de borging van het eindniveau van afgestudeerden. Bij deze vier opleidingen stelde de NVAO vast dat een aanzienlijk deel van de afgestudeerden in een steekproef het hbobachelorniveau niet bereikte. Het betrof zowel regulier afgestudeerden als afgestudeerden via alternatieve afstudeertrajecten. De inspectie merkte de vier opleidingen op basis hiervan aan als zeer zwak (zie bijlage 1 en bijlage 2 voor een toelichting). Verbetertraject Het rapport van de inspectie van april 2011 beschreef de eerste uitkomsten van het verbetertraject dat door het vernieuwde College van Bestuur was gestart. Een half jaar na het onderzoek van de inspectie heeft een commissie van de NVAO onderzocht of de opleidingen op koers liggen voor een zinvol proces van accreditatie in de eerste helft van 2012 (Rapport van bevindingen t.b.v. een tussentijds oordeel over de verbeterpotentie van de opleidingen BE, CE, MEM en VTM van Hogeschool Inholland (1 juli 2011). Het tussenoordeel van de onderzoekscommissie over de vraag of de opleidingen met kracht aan de eerder geconstateerde tekortkomingen werken, luidt positief. De inspectie stelt op basis van een actualisatie van de informatie per december 2011 vast dat Hogeschool Inholland uitvoering geeft aan een robuust verbetertraject dat alle geconstateerde tekortkomingen omvat en alle lagen van de organisatie betreft (zie bijlage 3 voor nadere informatie). Daarbij is goede voortgang geboekt. Vermelding verdient het feit dat aan alle 86 afgestudeerden die onder het vereiste niveau afstudeerden en alle studenten die in de onderzoeksjaren bij de vier Pagina 5 van 69

6 betrokken opleidingen afstudeerden een reëel en degelijk voorstel voor aanvullende scholing is gedaan. Gelet op de ernst van de eerdere bevindingen en het feit dat (nog) niet van alle verbetermaatregelen kan worden vastgesteld of zij in voldoende mate vrucht hebben afgeworpen - met name wat het gerealiseerde niveau van afgestudeerden betreft vergt dit een langere doorlooptijd - sluit de inspectie het onderzoek nog niet. Vervolg In het voorjaar van 2012 worden de vier betrokken opleidingen opnieuw voor accreditatie voorgedragen. Als de uitkomsten daarvan bekend zijn gaat de inspectie het gesprek met het College van Bestuur aan over de op dat moment gerealiseerde verbeteringen. Als de uitkomst daarvan positief is wordt het onderzoek daarna gesloten. 2.3 Christelijke Hogeschool Windesheim Tekortkomingen Bij de Christelijke Hogeschool Windesheim werd de opleiding Journalistiek door de inspectie in april 2011 als zorgelijk aangemerkt. Er was een alternatief afstudeertraject. Hiervan vertoonde de uitvoering tekortkomingen en achtte de inspectie de bewaking van het eindniveau voor de betreffende studenten niet boven alle twijfel verheven. Ook was de naleving van de wet voor verbetering vatbaar op de onderwerpen onderwijs- en examenregeling (OER), examencommissie, diplomasupplement, en in mindere mate examinatoren. Stappen in het proces De inspectie heeft het instellingsbestuur verzocht voor 1 september 2011 de in het inspectierapport van april 2011 geconstateerde tekortkomingen te herstellen, en uiterlijk per die datum informatie te verstrekken op basis waarvan de inspectie zich een oordeel kan vormen over de gerealiseerde verbeteringen. De inspectie heeft de NVAO gevraagd onderzoek te doen naar het niveau van afgestudeerden. In december 2011 vond een gesprek plaats met het College van Bestuur over de uitkomsten van het onderzoek van de NVAO en de gerealiseerde verbeteringen. Bevindingen NVAO Niveau afstuderen alternatief traject In totaal studeerden 34 studenten af via het alternatieve traject. In 25 gevallen waren de dossiers niet meer beschikbaar c.q. niet beoordeelbaar bij gebrek aan voldoende materiaal. Van zes van de negen beoordeelbare dossiers van afgestudeerden via het alternatieve traject was het eindniveau voldoende, bij twee had het panel forse twijfels en één beoordeelde het panel als onvoldoende. Het panel beoordeelde ook vijf dossiers van regulier afgestudeerden in hetzelfde leerplan (1998); deze waren alle vijf van hbo-niveau. Het vermogen tot reflectie van acht van de negen langs alternatieve weg afgestudeerden beoordeelde het panel van de NVAO als onder hbo-niveau. Het panel is ook kritisch over de diepgang van het merendeel van de afstudeerdossiers. Een belangrijk journalistiek aspect als research was vaak onvoldoende aanwezig in de producties. Zelfstandig journalistieke producten kunnen vervaardigen was een eis maar werd niet getoetst. Het panel merkt op dat, naar de huidige maatstaven gemeten, de eindopdracht die de opleiding binnen het leerplan 1998 aan studenten verstrekte als instrument om het afstudeerniveau te kunnen beoordelen als ontoereikend moet worden gekenschetst. Uitvoering alternatief traject Ook over de wijze waarop het alternatieve afstudeertraject werd uitgevoerd is het panel kritisch. Het panel vraagt zich af of de door de beoordelaars gegeven oordelen over de afstudeerders voldoende valide zijn. De oordelen van de examinatoren wer- Pagina 6 van 69

7 den onvoldoende onderbouwd. Niet altijd werden bij het afstuderen eindgesprekken gevoerd. Als dat wel het geval was werd dat niet deugdelijk gedocumenteerd. De toelatingsvoorwaarden tot het alternatieve afstudeertraject werden niet altijd correct toegepast. Het panel merkt op dat werkplek waar de ervaring werd opgedaan die tot de ingediende beroepsproducten leidde, soms te veel in het verlengde van de stage lag. Ook waren er onvoldoende eindcontroles bij zowel de beoordeling als de archivering. Reguliere opleidingsaccreditatie Gelijktijdig met het onderzoek van het panel naar het niveau van afgestudeerden van het alternatieve afstudeertraject vond bij de opleiding een regulier accreditatieonderzoek plaats. In dit verband werden 23 afstudeerdossiers beoordeeld. Samen met de negen dossiers van afgestudeerden in het alternatieve traject en de vijf regulier afgestudeerden in hetzelfde leerplan als de alternatief afgestudeerden (het leerplan van 1998) bracht dit het aantal op 37. Hiermee werd voldaan aan het verzoek om van minimaal 30 afgestudeerden het niveau te beoordelen. Tijdens het gesprek in december heeft het College van Bestuur aangegeven dat het panel van de NVAO zal rapporteren dat de waarborgen voor het eindniveau onvoldoende aanwezig waren en dat in 11 van de 23 onderzochte afstudeerdossiers de afgestudeerden niet het vereiste niveau behaalden. Het College van Bestuur heeft besloten alle afstudeerwerken van studenten die na 1 september 2009 afstudeerden opnieuw te laten beoordelen door een externe commissie. Op het moment van vaststellen van de instellingsrapportage waren de resultaten nog niet beschikbaar. Verbetertraject Op grond van de toegezonden verbeterinformatie en de toelichting daarop in december 2011 constateert de inspectie dat de opleiding diverse maatregelen heeft genomen om de eerder door de inspectie geconstateerde tekortkomingen te verhelpen (zie bijlage 4 voor nadere informatie). De tekortkomingen in de naleving van de WHW zijn gerepareerd. Gelijktijdig met het onderzoek van het panel naar het niveau van afgestudeerden van het alternatieve afstudeertraject vond bij de opleiding een regulier accreditatieonderzoek plaats. Daarbij is gebleken dat de waarborgen voor het eindniveau in de opleiding als geheel onvoldoende aanwezig waren. Dit is voor de NVAO aanleiding geweest de opleiding de mogelijkheid te bieden voor een hersteltraject. De opleiding dient daartoe uiterlijk 1 april 2012 bij de NVAO een herstelplan in dat is beoordeeld door een onafhankelijk panel. Op basis van dit herstelplan kan de NVAO besluiten tot het verlengen van de accreditatietermijn met een jaar tot en met 31 december 2013 (de huidige accreditatie eindigt op 31 december 2012). Gedurende de herstelperiode zal de opleiding er in moeten slagen het eindniveau op orde te brengen. Op dit moment kan dus nog niet van alle verbetermaatregelen het effect worden vastgesteld. Vervolg Gelet op het voorgaande en de ernst van de bevindingen wordt het onderzoek van de inspectie nog niet gesloten. Als de uitkomsten van de heraccreditatie van de opleiding Journalistiek eind 2012 bekend zijn arrangeert de inspectie een gesprek met het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleiding om de situatie op dat moment te beoordelen. 2.4 Hanzehogeschool Tekortkomingen Bij de Hanzehogeschool werd de situatie bij het Instituut voor Communicatie en Media door de inspectie als zorgelijk aangemerkt. Er was een alternatief afstudeertraject van de drie opleidingen in het instituut waarvan de uitvoering aanzienlijke tekortkomingen vertoonde, onder andere wat betreft de beoordelingscriteria en het vastleggen van de uitkomsten. Daardoor achtte de inspectie de bewaking van het eindniveau voor de betreffende studenten niet boven alle twijfel verheven. Ook de Pagina 7 van 69

8 naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie, het diplomasupplement en, in mindere mate, examinatoren. Stappen in het proces De inspectie heeft het instellingsbestuur verzocht voor 1 september 2011 de in het inspectierapport van april 2011 geconstateerde tekortkomingen te herstellen, en uiterlijk per die datum informatie te verstrekken op basis waarvan de inspectie zich een oordeel kan vormen over de gerealiseerde verbeteringen. De inspectie heeft de NVAO gevraagd onderzoek te doen naar het door afgestudeerden gerealiseerde eindniveau. In december vond een gesprek plaats met het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleidingen over de uitkomsten van het onderzoek van de NVAO en de gerealiseerde verbeteringen. Bevindingen NVAO Niveau afstuderen In totaal studeerden 53 studenten af via het alternatieve traject. Van deze 53 afgestudeerden bleken twaalf dossiers niet beoordeelbaar bij gebrek aan voldoende materiaal. Het eindoordeel over 35 geslaagden neemt het panel over. Zij voldoen zonder twijfel aan het hbo-niveau. Van zes van de 41 beoordeelde dossiers komt het panel tot de bevinding dat het niveau van afgestudeerden onvoldoende is (pag. 4). Op verzoek van de instelling beoordeelde het panel ook de negen dossiers van studenten die niet geslaagd waren na het doorlopen van het alternatieve traject (pag. 4). Van deze dossiers neemt het panel het oordeel van de instelling over, met uitzondering van één dossier dat als niet beoordeelbaar wordt gezien. Overige bevindingen Het panel constateert dat examinatoren niet voldoende waren geschoold voor de beoordelingen in het alternatieve afstudeertraject en dat studenten tijdens het proces van alternatief afstuderen beter hadden moeten worden begeleid. Er was onvoldoende controle op volledigheid en kwaliteit van het dossier voordat de student aan het assessment deelnam. Van de toelatingsvoorwaarden tot het alternatieve traject werd soms afgeweken. De inhoud van het assessment, de afwegingen van examinatoren en de eindoordelen werden onvoldoende gedocumenteerd. De documentatie maakte het nauwelijks mogelijk na te gaan hoe het eindoordeel tot stand is gekomen, en het gebruikte beoordelingsformulier legde onvoldoende een relatie tussen de beoordeelde competenties en te realiseren curriculumonderdelen. Bij de beoordeling was onvoldoende aandacht voor de mate waarin de student een verbinding kan leggen tussen theorie en praktijk. Bij de inrichting van het assessment en in de beoordelingsformulieren was niet voldoende rekening gehouden met de aanzienlijke verschillen tussen de onderdelen van het programma die door studenten nog niet waren behaald. Niet bij alle studenten zijn alle competenties op eindniveau getoetst, waardoor mogelijk inconsistenties in beoordelingen zijn ontstaan. Wel merkt het panel op dat gewaarborgd was dat studenten in de opleiding al een degelijke kennisbasis hebben opgebouwd door de eis dat zij minimaal 200 EC moesten hebben behaald. Verbetertraject Op grond van de toegezonden verbeterinformatie en de toelichting daarop door het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleiding in december 2011 constateert de inspectie dat de opleiding diverse maatregelen heeft genomen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen (zie bijlage 5 voor nadere informatie). De tekortkomingen in de naleving van de WHW zijn gerepareerd. Twee van de drie opleidingen die tot het Instituut voor Communicatie en Media behoren zijn recent geaccrediteerd. Dat geeft vertrouwen in de kwaliteit van het onderwijs en de examinering van deze opleidingen. Op dit moment kan echter nog niet van alle verbetermaatregelen het effect worden vastgesteld. Dit vergt een langere doorlooptijd. De derde opleiding van het instituut, de opleiding Communicatiesystemen, wordt in september/oktober 2012 door een panel van de NVAO beoordeeld in het kader van Pagina 8 van 69

9 de reguliere opleidingsaccreditatie. Het College van Bestuur heeft er de voorkeur voor uitgesproken dat een vervolgactiviteit van de inspectie zoveel mogelijk samenvalt met het onderzoek in verband met de accreditatie van deze opleiding. Vervolg van het onderzoek Omdat op dit moment nog niet van alle verbetermaatregelen kan worden vastgesteld of zij in voldoende mate vrucht hebben afgeworpen sluit de inspectie het onderzoek nog niet. De inspectie neemt het initiatief om in september 2012 met een vertegenwoordiging van het docententeam en de examencommissie van het Instituut voor Communicatie en Media over de resultaten van het hiervoor beschreven beleid te spreken. Daarbij zullen twee thema s centraal staan: het functioneren van de examencommissie en het functioneren van de overige waarborgen die voorkomen dat studenten afstuderen zonder dat het vereiste niveau wordt gerealiseerd en zonder dat dit tijdig wordt opgemerkt. Als de uitkomst van dat gesprek positief is wordt het onderzoek daarna gesloten. 2.5 Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Tekortkomingen Bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen beoordeelde de inspectie de situatie bij de opleiding Werktuigbouwkunde als zorgelijk. Bij deze opleiding is of was geen sprake van een alternatief traject; het betreft de reguliere wijze van toetsing die tekortkomingen vertoonde. Ten aanzien van de opleiding Werktuigbouwkunde concludeerde de inspectie in haar eindrapport in april 2011 het volgende. Er was een signaal over de kwaliteit van de reguliere toetsing en examinering. De uitvoering van de toetsing en beoordeling van studenten vertoonde aanzienlijke tekortkomingen, onder andere inzake de richtlijnen voor de beoordeling, de beoordelingscriteria en het vastleggen van de uitkomsten. Daardoor achtte de inspectie de bewaking van het eindniveau van studenten niet boven alle twijfel verheven. Ook de naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie, examinatoren en het diplomasupplement. Stappen in het proces De inspectie heeft het instellingsbestuur verzocht voor 1 september 2011 de in het inspectierapport van april 2011 geconstateerde tekortkomingen te herstellen, en uiterlijk per die datum informatie te verstrekken op basis waarvan de inspectie zich een oordeel kan vormen over de gerealiseerde verbeteringen. De inspectie heeft de NVAO gevraagd onderzoek te doen naar het door afgestudeerden gerealiseerde eindniveau. In december vond een gesprek plaats met het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleiding over de uitkomsten van het onderzoek van de NVAO en de gerealiseerde verbeteringen. Bevindingen NVAO Niveau afstuderen De afstudeerwerken bestaan uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte; via een gewogen gemiddelde wordt de eindbeoordeling berekend. Daarmee bestaat de mogelijkheid dat een scriptie met een onvoldoende beoordeling als gevolg van een voldoende voor het mondeling examen tot afstuderen leidt, maar ook dat een scriptie met een voldoende beoordeling niet tot afstuderen leidt vanwege een onvoldoende mondeling examen. Het panel heeft voorafgaand aan het bezoek in mei vier door de opleiding geselecteerde schriftelijke eindwerkstukken beoordeeld. Eén werkstuk achtte het panel geen voldoende scriptie. Naast de vier door de opleiding geselecteerde werkstukken heeft het panel er vervolgens nog 26 onderzocht. Daarvan vond het er vier niet voldoen aan het bachelorniveau. De belangrijkste kritiek richt zich op het niet goed uitwerken van de probleemstelling, een magere verantwoording van keuzes, het geringe werktuigbouwkundige gehalte en het taalgebruik. Het panel heeft de vijf afstudeerwerken die het niet voldoende vond besproken met de begeleiders en assessoren, en uiteindelijk vastgesteld dat de betreffende getuigschriften Pagina 9 van 69

10 niet onterecht zijn uitgereikt. Het panel merkt op dit punt het volgende op: Hoewel het panel de uitleg van de assessoren plausibel vond, is deze beoordeling voor een buitenstaander niet navolgbaar, omdat de beoordelingsformulieren hierover geen informatie bevatten. Daarnaast heeft het panel er moeite mee dat studenten kunnen afstuderen met een plan van aanpak dat onvoldoende is, een schriftelijke deel van het afstudeerwerk dat onvoldoende is en een presentatie/verdediging die voldoende is. De instelling heeft aan de inspectie aangegeven dat het inmiddels niet meer mogelijk is om met een onvoldoende schriftelijk afstudeerwerk het diploma te behalen. In juli heeft het panel na het verzoek van de NVAO om meer afstudeerwerken te beoordelen een aanvullend bezoek aan de opleiding gebracht. Het heeft twaalf afstudeerwerkstukken bestudeerd van studenten die in de maand juni 2011 voor het eindassessment zijn opgegaan. Het panel constateerde dat de documentatie van het mondelinge gedeelte van deze recente afstudeerzittingen op orde was. Het panel heeft de twaalf werken zelf met negentien afstudeerwerken aangevuld. Bij het bestuderen van deze afstudeerwerkstukken trof het panel er één aan waarover het twijfels had of de beoordeling terecht was. Ook hier had de mondelinge toelichting op het examen de doorslag gegeven voor een voldoende beoordeling. Het panel heeft ook een omgekeerde situatie aangetroffen: een voldoende schriftelijk werk met een onvoldoende eindbeoordeling op grond van presentatie en verdediging. Overige bevindingen Het panel onderschrijft de conclusie van de inspectie dat de opleiding tekortkomingen vertoonde waardoor het eindniveau van de afgestudeerden niet voldoende was gewaarborgd. Het panel stelt net als de inspectie vast dat de examencommissie haar rol om te controleren of de afgestudeerden aan de kwalificaties voldoen, nog niet vervulde. Het panel concludeert ook dat de opleiding de opmerkingen van de inspectie ter harte heeft genomen en bezig is verbetermaatregelen te implementeren. Het panel heeft gezien dat de examencommissie haar rol serieus oppakt en een aantal processen inzichtelijker maakt, bijvoorbeeld wat betreft de rol van de gecommitteerde en de beoordeling door examinatoren. Ook heeft de opleiding de eisen aan het afstuderen scherper geformuleerd. Het panel beveelt de opleiding wel dringend aan om het afstudeerproces te verbeteren door: a. de goedkeuring voor de afstudeeropdracht vast te leggen en bij afwijkingen opnieuw de kwaliteit van de opdracht te keuren; b. strengere eisen aan het plan van aanpak te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van een go/no go-moment; c. kwalitatieve eisen aan het rapport te stellen die voorwaardelijk zijn voor deelname aan de afstudeerzitting; d. een verslag te maken van de mondelinge zittingen, zodat de beoordelingen traceerbaar en navolgbaar worden. Samenloop reguliere accreditatie Het zojuist beschreven onderzoek viel samen met een onderzoek in verband met de reguliere accreditatie van de opleiding. De uitkomst van het aanvullende niveauonderzoek luidt kort samengevat als volgt. Over het niveau van zes van de 61 eindwerken had het panel twijfels: op grond van de schriftelijke werkstukken kwam het panel in eerste instantie tot een onvoldoende beoordeling. Na een toelichting door de examinatoren achtte het panel het plausibel dat het eindoordeel van de afstudeerwerken een voldoende was op grond van het mondelinge deel van het afstuderen. Gecombineerd met het feit dat bij het tweede bezoek van het panel het mondelinge deel goed was gedocumenteerd, leidde dit tot een voldoende beoordeling voor de standaard 'toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties'. Het panel heeft het vertrouwen gekregen dat de opleiding op dit moment in staat is het gerealiseerde eindniveau van studenten te waarborgen en komt tot een positief oordeel voor de reguliere opleidingsaccreditatie. Wel doet het panel de opleiding aanbevelingen op het gebied van toetsing en examinering. Pagina 10 van 69

11 Verbetertraject Het NVAO-panel komt in het kader van de reguliere accreditatie tot een positief oordeel over de opleiding. Op grond hiervan, en op basis van de toegezonden verbeterinformatie en de toelichting daarop door het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleiding in december 2011 concludeert de inspectie dat de opleiding diverse maatregelen heeft genomen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen (zie bijlage 6 voor nadere informatie). De tekortkomingen in de naleving van de WHW zijn gerepareerd. Op dit moment kan echter nog niet van alle verbetermaatregelen het effect worden vastgesteld. Dat vergt een langere doorlooptijd. De NVAO en de instelling zijn overeengekomen dat over twee jaar opnieuw het niveau van afgestudeerden wordt onderzocht. Het College van Bestuur heeft er de voorkeur voor uitgesproken dat een vervolgactiviteit van de inspectie zoveel mogelijk samenvalt met de vervolgmeting van de NVAO over twee jaar. Vervolg Omdat op dit moment nog niet van alle verbetermaatregelen kan worden vastgesteld of zij in voldoende mate vrucht hebben afgeworpen sluit de inspectie het onderzoek nog niet. De NVAO zal in het najaar van 2013 opnieuw het niveau van afgestudeerden onderzoeken. De inspectie neemt het initiatief om in diezelfde periode met een vertegenwoordiging van het docententeam en de examencommissie over de op dat moment gerealiseerde verbeteringen te spreken. Als de uitkomst van dat gesprek positief is wordt het onderzoek daarna gesloten. 2.6 Hogeschool Leiden Tekortkomingen Bij Hogeschool Leiden beoordeelde de inspectie de situatie bij de opleiding Communicatie als zorgelijk. Er was sprake van een alternatief toetstraject. De uitvoering daarvan vertoonde aanzienlijke tekortkomingen met betrekking tot de opzet, de rol van de examencommissie en de uitvoering. Studenten realiseerden in een korte tijdspanne een disproportioneel aantal studiepunten. Daardoor achtte de inspectie de bewaking van het eindniveau van studenten niet boven alle twijfel verheven. De naleving van de wet was ten aanzien van het functioneren van de examencommissie voor verbetering vatbaar. Stappen in het proces De inspectie heeft het instellingsbestuur verzocht voor 1 september 2011 de in het inspectierapport van april 2011 geconstateerde tekortkomingen te herstellen, en uiterlijk per die datum informatie te verstrekken op basis waarvan de inspectie zich een oordeel kan vormen over de gerealiseerde verbeteringen. De inspectie heeft de NVAO gevraagd onderzoek te doen naar het door afgestudeerden gerealiseerde eindniveau. In december vond een gesprek plaats met het College van Bestuur over de uitkomsten van het onderzoek van de NVAO en de gerealiseerde verbeteringen. Bevindingen NVAO Niveau afstuderen Het panel van de NVAO beoordeelde in totaal 36 dossiers van afgestudeerden. Van negentien afstudeerwerken van studenten die deelnamen aan het alternatieve toetstraject beoordeelde het panel er één als van onvoldoende niveau. De overige achttien en de zeventien afstudeerwerken van afgestudeerden die niet aan het alternatieve toetstraject deelnamen waren van voldoende of meer dan voldoende niveau. Het panel trof ook goede en excellente werken aan. Het panel merkt op dat de oordelen van de commissie over het eindniveau van de reguliere studenten gemiddeld hoger zijn dan de oordelen van de opleiding. Het alternatieve toetstraject Het panel is kritisch over de uitvoering van het alternatieve toetstraject. Het panel concludeert dat de uitvoering van het alternatieve toetstraject niet volgens de OER Pagina 11 van 69

12 heeft plaatsgevonden. In het alternatieve toetstraject werd veelal gekozen voor een gecomprimeerde vorm van toetsing om de duur van het tentamen in te korten. Ook is eenzelfde toets op meerdere momenten in de toetsweek bij verschillende studenten afgenomen. Het panel beoordeelt de kwaliteit van de toetsen als voldoende; door het inkorten van toetsen is het echter mogelijk dat de validiteit en betrouwbaarheid van deze toetsen in het geding zijn komen. Bij mondelinge toetsen zijn studenten steeds op hoofdlijnen ondervraagd waarbij de nadruk gelegd is op eindkwalificaties; veelal waren daarbij twee beoordelaars aanwezig. Er zijn geen scoreof beoordelingsformulieren gebruikt. Vooraf zijn geen expliciete criteria vastgesteld, anders dan dat gebruik is gemaakt van het bestaande competentieprofiel uit de modulehandleiding. Het panel stelt dat bij deze vorm van toetsing zonder vooraf geformuleerde beoordelingscriteria het reële risico bestaat dat de toetsing onvoldoende valide en betrouwbaar was. Reguliere toetsing en examinering binnen de opleiding Ten aanzien van de reguliere toetsing concludeert het panel dat de kwaliteit van de uitvoering van de toetsing niet in alle gevallen inzichtelijk is. Zo heeft de opleiding niet voldoende duidelijk gemaakt waar in de opleiding iedere eindkwalificatie op eindniveau wordt getoetst. De relatie tussen de aard en het niveau van de toetsen enerzijds en de te toetsen eindkwalificaties mag helderder worden. Tevens hanteerde de opleiding geen eenduidige beoordelingscriteria voor de afstudeerscriptie. Het panel constateert dat het cluster Management en Bedrijf waar de opleiding onder valt diverse intensieve verbeteracties met betrekking tot toetsing en beoordeling in gang heeft gezet. De focus ligt daarbij op (het verbeteren van) de kwaliteit van toetsing in het algemeen en van de toetsing van het eindniveau van de studenten in het bijzonder. Het panel ondersteunt de noodzaak van de verbeteracties. Verbetertraject Op grond van de toegezonden verbeterinformatie en de toelichting daarop door het College van Bestuur en vertegenwoordigers van de opleiding in december 2011 constateert de inspectie dat de opleiding diverse maatregelen heeft genomen om de geconstateerde tekortkomingen te verhelpen (zie bijlage 7 voor nadere informatie). De tekortkomingen in de naleving van de WHW zijn gerepareerd. De uitkomsten ten aanzien van het niveau van de afgestudeerden, de aard en omvang van de getroffen maatregelen en het feit dat deze veelal instellingsbreed worden ingezet geven de inspectie voldoende vertrouwen om het onderzoek te sluiten. Vervolg Vervolgtoezicht is niet aan de orde. De inspectie en het College van Bestuur deelden de wens om in het najaar van 2012 met vertegenwoordigers van de opleiding nog eenmaal over de ontwikkelingen tot op dat moment van gedachten te wisselen. 2.7 Voor verbetering vatbare opleidingen Tekortkomingen Bij zeven opleidingen van zeven hogescholen merkte de inspectie in april 2011 de situatie als voor verbetering vatbaar aan. Dat betekent dat niet aan alle aspecten van het beoordelingskader van de inspectie werd voldaan en/of dat interne afspraken en procedures niet volledig worden nageleefd, maar dat er geen aanwijzing is van tekortkomingen in de borging van het eindniveau van afgestudeerden of het eindniveau zelf. De tekortkomingen betroffen in alle gevallen het functioneren van de examencommissie en de documentatie van de opleiding in het wettelijke voorgeschreven onderwijs- en examenreglement. In enkele gevallen waren er tekortkomingen met betrekking tot het naleven van de interne regels en procedures. Onderstaand wordt de situatie per opleiding kort beschreven Pagina 12 van 69

13 Christelijke Agrarische Hogeschool; Bedrijfskunde en Agribusiness De opleiding bood maatwerkvormen van toetsing aan in de eindfase van de opleiding. De documentatie van beslissingen over individuele trajecten en de documentatie van de beoordeling van studenten was ontoereikend. De borging van het eindniveau stond echter niet ter discussie. De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie en diplomasupplementen. Christelijke Hogeschool Ede; Gezondheidszorg Er was sprake van een alternatief toetstraject in de eindfase van de opleiding. De documentatie van beslissingen over individuele trajecten was ontoereikend. De borging van het eindniveau stond echter niet ter discussie. De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie, examinatoren, getuigschriften en diplomasupplementen. Christelijke Hogeschool Windesheim; Logopedie Er was sprake van een negatief signaal over het niveau van de opleiding en de contacttijd. Dit signaal gaf de feitelijke situatie echter niet juist weer. De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER en diplomasupplementen en, in mindere mate, de examencommissie. Haagse Hogeschool; Commerciële Economie Er was een signaal over de kwaliteit van de examinering. Dit signaal gaf echter de feitelijke situatie niet juist weer. De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie en examinatoren. Hogeschool Inholland; MEM Rotterdam De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, exa- mencommissie, en diplomasupplementen, en in mindere mate examinatoren. De borging van het eindniveau stond niet ter discussie. De NVAO heeft vastgesteld dat alle afgestudeerden in de steekproef het hbo-bachelorniveau bereikten. Het verbetertraject maakt onderdeel uit van het overkoepelende verbetertraject van Hogeschool Inholland dat hiervoor werd beschreven. Hogeschool Rotterdam; Vastgoed en Makelaardij Er was sprake van een alternatief toetstraject. De borging van het eindniveau stond niet ter discussie: waarborgen voor de kwaliteit van het alternatieve traject bleken voldoende aanwezig. De naleving van de wet was op het onderwerp examencommissie en een enkel ander aspect voor verbetering vatbaar. Hogeschool Utrecht; Technische Bedrijfskunde Er was sprake van een zeer kleinschalig alternatief afstudeertraject waarvan de uitvoering met voldoende waarborgen omkleed bleek. De borging van het eindniveau stond niet ter discussie. De naleving van de wet was voor verbetering vatbaar op de onderwerpen OER, examencommissie, getuigschriften en diplomasupplementen, en in mindere mate examinatoren. Verbetertraject De betreffende instellingen is gevraagd per 1 september 2011 informatie aan de inspectie te leveren over het herstel van de tekortkomingen. Op grond daarvan constateert de inspectie dat de geconstateerde tekortkomingen zijn in alle gevallen hersteld. Vervolg De zeven opleidingen die als voor verbetering vatbaar werden aangemerkt hebben inmiddels de tekortkomingen verholpen. Het onderzoek bij de betreffende instellingen is inmiddels gesloten. Pagina 13 van 69

14 3 CONCLUSIES Opleidingen waar het niveau is onderzocht Uitkomsten NVAO-onderzoek Bij alle vijf de instellingen waar de NVAO aanvullend onderzoek deed naar het gerealiseerde eindniveau werden bij de betreffende opleidingen tekortkomingen geconstateerd in de kwaliteit van de toetsing en/of de examinering. Onderstaande tabel toont de uitkomsten van het onderzoek naar het gerealiseerde eindniveau van afgestudeerden. In deze tabel is geen onderscheid gemaakt tussen reguliere en alternatieve vormen van toetsing en afstuderen. Instelling Niet beoordeelbaar Wel beoordeelbaar Niveau onvoldoende Hs van Arnhem & Nijmegen; Werktuigbouwkunde Hogeschool Leiden; Communicatie Hanzehogeschool; Instituut voor Communicatie en Media Christelijke Hs Windesheim; Journalistiek Hs Inholland Totaal Over de gegevens van Hogeschool Inholland rapporteerde de inspectie al in april Samen met de gegevens van de vier onderzochte opleidingen komt het totaal aantal afstudeerdossiers dat voor onderzoek werd geselecteerd op 445. Hiervan bleken er 50 niet beoordeelbaar bij gebrek aan voldoende materiaal. Van de 395 dossiers die wel beoordeelbaar waren werden er 290 van voldoende niveau bevonden. In totaal werden 105 afstudeerdossiers niet van voldoende niveau bevonden. Ten overvloede wordt gemeld dat deze gegevens niet maatgevend zijn voor het hoger beroepsonderwijs als geheel; de opleidingen werden immers via een risicoanalyse geselecteerd. Sancties Daar waar afgestudeerden niet het vereiste niveau hadden en ook andere tekortkomingen werden geconstateerd is sprake van onterecht uitgereikte getuigschriften. De inspectie zal in deze situaties passende financiële sancties treffen. 3 Het gaat in totaal om 19 afgestudeerden. In april 2011 werden voor de opleidingen van Hogeschool Inholland 86 dossiers bij de staatssecretaris aangemeld voor een sanctie. Opleidingen met beperkte tekortkomingen De zeven opleidingen die als voor verbetering vatbaar werden aangemerkt hebben inmiddels de tekortkomingen verholpen. Het onderzoek bij de betreffende instellingen is inmiddels gesloten. 3 De minister van OCW heeft de inspectie daartoe onlangs gemandateerd. Pagina 14 van 69

15 4 TOT BESLUIT In dit laatste hoofdstuk vragen wij aandacht voor drie onderwerpen: - de innovatiebereidheid van instellingen, - het belang van goede archivering door instellingen, - de ontwikkeling van het inspectietoezicht. Innovatie versus prudentie Recent zijn sommige bestuurders van instellingen terughoudend geworden: aan werkwijzen die afwijken van de reguliere gang van zaken wordt al snel een halt toegeroepen. In verscheidene gesprekken die de inspectie voerde is dit expliciet aan de orde geweest. Ook besloten sommige opleidingen beperkter dan voorheen vrijstellingen te verlenen aan studenten. Dat blijkt uit enkele signalen van studenten die bij de inspectie binnenkwamen. Ook hebben diverse instellingen besloten het aanbod van EVC (erkenning van eerder of elders verworven competenties) stop te zetten. Alhoewel in dat laatste geval ook andere overwegingen een rol spelen (zoals een tegenvallend aantal EVC-kandidaten) ziet de inspectie in de ontwikkelingen een toenemende voorzichtigheid om buiten gebaande paden te treden. Enerzijds is terughoudendheid met experimenten begrijpelijk gelet op alle signalen over haperende onderwijskwaliteit van de afgelopen jaren, en is het ook wenselijk voor zover experimenten en pilots niet aan de te stellen kwaliteitseisen voldoen. Anderzijds betreurt de inspectie het als alternatieve werkvormen en procedures per definitie als risicovol of zelfs verdacht zouden worden aangemerkt. De inspectie is warm voorstander van nieuwe ontwikkelingen, op voorwaarde dat aan de waarborgen voor kwaliteit voldoende aandacht wordt besteed. Instellingen lijken nu echter zo voorzichtig te worden dat dit ten koste gaat van vernieuwing en innovatie. In plaats van het stopzetten van experimenten kan ook worden gekozen voor het verbeteren van de kwaliteit ervan. Nu examencommissies een steeds zwaardere stem krijgen in de bewaking van het niveau van de afgestudeerden, zowel in regelgeving als in de praktijk, ligt hier een mogelijke uitweg voor het probleem. Door examencommissies nadrukkelijk te betrekken bij het formuleren van de randvoorwaarden voor de bewaking van het niveau in experimentele situaties wordt immers een belangrijke randvoorwaarde gecreëerd voor het realiseren van de gewenste uitkomsten. Als de examencommissie vervolgens - overeenkomstig haar wettelijk taak - expliciet toeziet op de uitkomsten in termen van het door studenten te realiseren niveau, hoeft niets een goed experiment in de weg te staan. Archivering en bewaartermijn Gebleken is dat opleidingen na het afstuderen van hun studenten de onderliggende documenten (werkstukken en beoordelingen) onvoldoende lang archiveren. Van een aanzienlijk deel van de afgestudeerden bleek dat panels daardoor het eindniveau niet konden verifiëren. Afgelopen jaren bestond er geen wettelijke bewaartermijn. Naar onze opvatting ligt het echter in de rede dat instellingen belangrijke documenten zoals afstudeerwerken meerdere jaren bewaren, bijvoorbeeld ten behoeve van interne en externe controles. Momenteel is wetgeving in voorbereiding die een bewaartermijn van zeven jaar voorschrijft. Ontwikkeling inspectietoezicht De aanbevelingen die de inspectie in haar eindrapport van april 2011 deed ten aanzien van de kwaliteit van examinering zijn door de staatssecretaris van OCW overgenomen en aangevuld met extra beleidsmaatregelen. Deels zijn deze al ingevoerd, en deels is daarvoor wetgeving in voorbereiding. Onderdeel van dit beleid is de herijking van het inspectietoezicht. Dat is nodig omdat de incidenten aantonen dat de bestaande mechanismen voor de borging van de kwaliteit, waaronder ook het accreditatiestelsel, niet alle tekortkomingen konden voorkomen en deze ook niet tijdig signaleerden. Inmiddels is het nodige in gang gezet om het toezicht op de instellingen en het toezicht op het stelsel van accreditatie Pagina 15 van 69

16 te versterken. Over het toezichtkader van de inspectie heeft in november 2011 een eerste ronde van externe consultatie plaatsgevonden onder instellingen voor hoger onderwijs, hun vertegenwoordigende organen en andere betrokken partijen, zoals de studentenkoepels. Dit overleg krijgt in maart 2012 zijn vervolg. Invoering van het vernieuwde toezicht is voorzien medio Pagina 16 van 69

17 BIJLAGE 1 Samenvatting inspectierapport Onderstaand volgt een korte samenvatting van het inspectierapport Alternatieve afstudeertrajecten en de bewaking van het eindniveau in het hoger onderwijs van april HET ONDERZOEK IN VOGELVLUCHT Gebreken in de naleving van de wet Er is in het bekostigd hoger beroepsonderwijs onvoldoende discipline in de naleving van wettelijke voorschriften die essentieel zijn voor de bewaking van het afstudeerniveau. Dit volgt uit de beoordeling van vijftien opleidingen van tien verschillende hogescholen en uit documentenonderzoek bij elf opleidingen van elf andere hogescholen. In alle gevallen is de situatie op zijn minst voor verbetering vatbaar. Vier zorgelijke en vier zeer zwakke opleidingen Er zijn in het hoger beroepsonderwijs ruim 1200 geaccrediteerde bacheloropleidingen. De inspectie deed bij vijftien bacheloropleidingen van tien hogescholen onderzoek naar de naleving van de wettelijke voorschriften en de interne regels met betrekking tot de toetsing en de examinering. De selectie vond plaats op basis van informatie over alternatieve toets- of afstudeertrajecten en negatieve signalen over de kwaliteit van de beoordeling of het niveau van studenten. Bij acht opleidingen van vijf hogescholen is de situatie niet in orde. Vier van deze acht opleidingen merkt de inspectie aan als zeer zwak, mede op grond van het oordeel van een commissie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) dat een aanzienlijk deel van de afgestudeerden niet het hbo-bachelorniveau bereikte. Bij de vier andere opleidingen kenmerkte de inspectie de situatie als zorgelijk en werd de NVAO gevraagd het gerealiseerde niveau te onderzoeken. Hiaten in het stelsel van externe kwaliteitszorg Met het stelsel van interne en externe kwaliteitsvoorzieningen lijkt op dit moment onvoldoende gegarandeerd dat zwakke opleidingen tijdig worden gesignaleerd en gecorrigeerd. Ook het accreditatiestelsel kan hier kennelijk niet altijd in voorzien. Komende jaren zal prioriteit moeten worden gegeven aan de naleving van die onderdelen van de wet die voorwaardelijk zijn voor de bewaking van het eindniveau van afgestudeerden. In de opleidingsaccreditatie is, gelet op het zwaarwegende belang van dit onderwerp, wenselijk dat separaat geoordeeld wordt over het gerealiseerde eindniveau. Daarvoor is nodig dat in de huidige standaard toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties beide onderwerpen worden gescheiden. Daarenboven zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om kwaliteitsrisico s en kwaliteitsfalen tussen twee accreditaties in zoveel mogelijk uit te sluiten. ACHTERGROND Aanleiding Op 10 juli 2010 publiceerde de Volkskrant een artikel met de boodschap dat bij de opleiding Media & Entertainment Management (MEM) van Hogeschool Inholland te Haarlem langstuderende studenten te lichtvaardig een diploma zouden hebben ontvangen op basis van een alternatief afstudeertraject. Het toenmalige College van Bestuur van Hogeschool Inholland kondigde kort na 10 juli een onderzoek aan van een onafhankelijke onderzoekscommissie onder leiding van dhr. drs. G.B.M. Leers. Deze publiceerde op 23 september 2010 een kritisch rapport. Landelijk onderzoek Mede naar aanleiding van signalen over andere instellingen startte de inspectie in juli 2010 een onderzoek naar alternatieve afstudeertrajecten onder alle instellingen in het hoger onderwijs. Op 19 oktober 2010 werd daarover een tussenrapportage aan de Tweede Kamer gezonden. In zijn beleidsreactie op de tussenrapportage Pagina 17 van 69

18 vroeg de staatssecretaris van Onderwijs de inspectie om een tussentijds bericht over de situatie bij Hogeschool Inholland met informatie over de uitvoering van het verbeterbeleid en antwoord op twee vragen die na het rapport van de commissie Leers opkwamen. Medio januari is aan dit verzoek voldaan. VRAAGSTELLING Onderzoeksvragen Dit rapport geeft antwoord op de volgende vragen. 1. In welke mate komen in het hoger onderwijs alternatieve afstudeertrajecten voor? 2. Zijn er alternatieve afstudeertrajecten of alternatieve vormen van toetsing in de eindfase van opleidingen die een risico vormen voor het eindniveau? 3. Leven de betreffende opleidingen de voorschriften in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek 4 na inzake de toetsing en de borging van het eindniveau? Alternatieve afstudeertrajecten Het onderzoek van de inspectie vindt zijn oorsprong in negatieve signalen over alternatieve afstudeertrajecten en de kwaliteit van de toetsing en het eindniveau. Een alternatief afstudeertraject wordt gedefinieerd als een manier van afstuderen die qua inhoud, proces of beoordelingswijze afwijkt van het afstudeerproces dat vastgelegd is in de onderwijs- en examenregeling. In het geval van een proef of experiment is denkbaar dat de opzet op andere wijze is gedocumenteerd dan in de onderwijs- en examenregeling. In die situatie mag worden verwacht dat het traject elders nauwgezet is beschreven en dat de examencommissie haar goedkeuring heeft gehecht aan de opzet en waakt over de uitvoering. Alternatieve toetsvormen Voor alternatieve toetsvormen in de eindfase van de opleiding geldt hetzelfde. Als een student enkele studiepunten via een vervangende opdracht realiseert valt dit buiten het bestek van dit onderzoek. 5 Gaat het om meer studenten of om studenten die twintig of dertig studiepunten in het laatste studiejaar op alternatieve wijze realiseren dan behoort dit wel tot het object van onderzoek. In de eerste fase van het onderzoek - een landelijke enquête - was de aandacht vooral gericht op alternatieve afstudeertrajecten. Naar aanleiding van de signalen en de resultaten van de landelijke enquête zijn in een schriftelijke verdiepingsronde ook alternatieve toetswijzen in de eindfase van de opleiding in het onderzoek betrokken, evenals serieuze signalen die in bredere zin de bewaking van het eindniveau betroffen. Cesuur De inspectie onderscheidt in haar beoordeling vier situaties: volledig in orde, voor verbetering vatbaar, zorgelijk en zeer zwak. Natuurlijk bepaalt de aard van de tekortkoming de ernst van de situatie. Hier is geen algemene rekenregel voor te geven omdat als gevolg van de grote mate van autonomie in het hoger onderwijs de onderliggende situaties sterk kunnen verschillen en ook deze verschillen in de beoordeling moeten worden betrokken. De volgende algemene cesuur is als richtlijn gehanteerd. Volledig in orde: de wet wordt volledig nageleefd en de borging van het eindniveau van de opleiding staat niet ter discussie. De inspectie beoordeelt de situatie als volledig in orde als aan alle aspecten van het beoordelingskader is voldaan - dat wil zeggen, als de WHW op alle onderdelen volledig wordt nageleefd en de interne afspraken en procedures worden nageleefd - en er geen aanwijzing is van tekortkomingen in de borging van het eindniveau van afgestudeerden. Voor verbetering vatbaar: er zijn aanpassingen nodig om volledig aan de wet 4 Hierna: Wet op het hoger onderwijs, of kortweg WHW. 5 Een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs omvat in totaal 240 studiepunten, ofwel 240 EC (European credit points). Pagina 18 van 69

19 te voldoen maar de borging van het eindniveau van de opleiding staat niet ter discussie. De situatie is voor verbetering vatbaar als niet aan alle aspecten van het beoordelingskader is voldaan en/of interne afspraken en procedures niet volledig worden nageleefd, maar er geen aanwijzing is van tekortkomingen in de borging van het eindniveau van afgestudeerden. Zorgelijk: er zijn aanpassingen nodig en de borging van het eindniveau is niet boven alle twijfel verheven; het gerealiseerde eindniveau zal worden onderzocht. De situatie is zorgelijk als het gebrek aan naleving op één onderwerp van het beoordelingskader ernstig is of op twee of meer onderwerpen aanzienlijk en/of als er andere aanwijzingen zijn van tekortkomingen in de borging van het eindniveau van afgestudeerden. Zeer zwak: er zijn verreikende aanpassingen nodig; het eindniveau van afgestudeerden is in het geding. Het oordeel luidt zeer zwak als de NVAO - al dan niet in aanvulling op het nalevingsonderzoek van de inspectie zoals onder zorgelijk is geformuleerd - vaststelt dat een aanzienlijk deel van de afgestudeerden niet het hbo-bachelorniveau bereikte. Met aanzienlijk wordt bedoeld: in meer dan een incidenteel geval. Onderzoek naar eindniveau Bij Hogeschool Inholland is van vijf opleidingen door de NVAO het niveau van afgestudeerden in alternatieve en reguliere afstudeertrajecten onderzocht. Daarvoor is een commissie van inhoudsdeskundigen ingesteld. Uitgangspunt was het beoordelingskader zoals dat in de reguliere opleidingsaccreditatie wordt gebruikt. De commissie heeft een steekproef genomen van afstudeerwerken van studenten van het reguliere traject, en alle afstudeerwerken van afgestudeerden via het alternatieve traject beoordeeld. In voorkomende gevallen werden naast het afstudeerwerk ook andere werkstukken beoordeeld. Elf verificatieopleidingen Aanvullend heeft de inspectie bij elf aselect gekozen opleidingen van elf bekostigde hogescholen documenten onderzocht. Het betreft hogescholen waar niet al een onderzoek op locatie plaatsvond. Doel van de verificatie was het completeren van het beeld over de toetsing en de examinering en de wettelijk voorgeschreven documentatie, vanuit de vraag of er breder een probleem is met de naleving van de wet. Daartoe is de onderwijs- en examenregeling geanalyseerd, evenals aanvullende documentatie met betrekking tot het afstudeerproces en het functioneren van de examencommissie, voor zover dat uit documenten kan worden afgeleid. Ook werden uitgereikte getuigschriften en diplomasupplementen beoordeeld. CONCLUSIES Opmerkingen vooraf Voordat de conclusies worden gepresenteerd in de vorm van antwoorden op de onderzoeksvragen, worden eerst enkele opmerkingen gemaakt die de achtergrond schetsen waartegen de conclusies moeten worden begrepen. Dit onderzoek geeft geen algemeen beeld of algemene stand van zaken van het gehele bekostigde hoger beroepsonderwijs, laat staan van het gehele hoger onderwijs. Daarvoor is het ook niet bedoeld. Vanaf het begin stonden risicovolle situaties centraal, vanuit de invalshoek van het behaalde eindniveau. Eveneens geldt dat per instelling slechts één of enkele opleidingen zijn onderzocht en dat de uitkomsten niet representatief zijn voor de instelling als geheel. Dat de wet niet of onvoldoende wordt nageleefd hoeft op zich niets te zeggen over het gerealiseerde eindniveau van afgestudeerden. Alleen onderzoek van inhoudsdeskundigen kan daarover uitsluitsel geven. Niet alles wat alternatief is, is risicovol. De inspectie is voorstander van experiment en vernieuwing. Voorwaarde is wel dat dit met voldoende waarborgen is omkleed. Het is niet zo dat bij alle veertig instellingen waar een schriftelijke verdiepingsronde plaatsvond risico s voor het eindniveau aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor Pagina 19 van 69

20 de vijftien opleidingen waar onderzoek op locatie plaatsvond. In een aantal gevallen is sprake van zorgvuldige en doordachte alternatieve trajecten of bleken signalen onjuist. Wel is in alle onderzochte gevallen sprake van verbeterpunten. Mogelijk zijn er nog onbekende risicovolle situaties. Honderd instellingen voor hoger onderwijs bieden samen enkele duizenden opleidingen aan. Deze zijn niet allemaal onderzocht. Vertrekpunten waren de vraag aan instellingsbesturen om alternatieve afstudeertrajecten te melden en signalen van studenten en docenten. Ook andere initiatieven dan afstudeertrajecten kunnen risicovol zijn, en bin- nen grote instellingen is niet op elk moment alles tot in detail en op het juiste niveau bekend. 1. In welke mate komen in het hoger onderwijs alternatieve afstudeertrajecten voor? Volgens opgave van de instellingen zelf komen bij universiteiten en niet-bekostigde instellingen geen alternatieve afstudeertrajecten voor. Op vier bekostigde hogescholen was sprake van alternatieve afstudeertrajecten bij in totaal zes opleidingen. Daarnaast boden vier opleidingen van vier andere hogescholen een alternatief toetstraject aan in de eindfase van de opleiding. In totaal was dus sprake van tien alternatieve trajecten bij acht hogescholen. 2. Zijn er alternatieve afstudeertrajecten of alternatieve vormen van toetsing in de eindfase van opleidingen die een risico vormen voor het eindniveau? Bij vier opleidingen van Hogeschool Inholland zijn tekortkomingen geconstateerd in de borging van het eindniveau en is door de NVAO vastgesteld dat een aanzienlijk deel van de afgestudeerden het hbo-bachelorniveau niet bereikte. Bij drie van deze vier opleidingen was sprake van een alternatief traject; de vierde opleiding is ter verificatie in het onderzoek betrokken. De uitkomst geldt zowel voor afgestudeerden in de reguliere trajecten als in de alternatieve trajecten. Alle vier de opleidingen merkt de inspectie aan als zeer zwak. Ook bij vier opleidingen van vier andere hogescholen vertoont de borging van het eindniveau tekortkomingen, zij het niet steeds voor de gehele opleiding. Het betreft opleidingen van de Hanzehogeschool, Hogeschool Leiden, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Christelijke Hogeschool Windesheim. Bij de betreffende opleidingen zal de NVAO onderzoek doen naar het niveau van afgestudeerden. De situatie bij deze vier opleidingen kenmerkt de inspectie vooralsnog als zorgelijk. Bij drie van deze vier opleidingen is of was sprake van een alternatief traject; bij de vierde opleiding vertoont de reguliere toetsing tekortkomingen. Al met al is het eindniveau van afgestudeerden bij zes van de tien alternatieve trajecten niet boven alle twijfel verheven. Bij de andere vier staat de borging van het eindniveau niet ter discussie. 3. Leven de betreffende opleidingen de voorschriften in de Wet op het hoger onderwijs na inzake de toetsing en de borging van het eindniveau? Geen van de vijftien op locatie onderzochte opleidingen houdt zich volledig aan alle wettelijke bepalingen met betrekking tot de toetsing en de borging van het eindniveau. Een aanzienlijk deel van de tekortkomingen betreft de wettelijk voorschreven documentatie van de opleiding. In alle gevallen geldt dat voor meer dan één hoofdonderwerp uit het beoordelingskader (onderwijs- en examenregeling, examencommissie, examinatoren) de wet niet volledig wordt nageleefd. Twaalf opleidingen leven minder dan de helft van alle 25 getoetste aspecten niet of niet volledig na. Bij de elf aselect gekozen verificatieopleidingen is de naleving van de wet beter, maar ook hier zijn er in alle gevallen verbeterpunten. Onderstaand worden de antwoorden op de onderzoeksvragen nader toegelicht en Pagina 20 van 69

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS RAPPORTAGE OVER DE NIVEAU-BEOORDELINGEN EN DE VERBETERTRAJECTEN Utrecht, maart 2012 VOORWOORD Naar het hoger onderwijs wordt al langere tijd met een

Nadere informatie

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU IN HET HOGER ONDERWIJS

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU IN HET HOGER ONDERWIJS ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU IN HET HOGER ONDERWIJS Utrecht, april 2011 VOORWOORD Op hoofdlijnen gaat het goed met het Nederlandse hoger onderwijs, zo luidde de opening

Nadere informatie

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND

ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN EN DE BEWAKING VAN HET EINDNIVEAU BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND Utrecht, april 2011 VOORWOORD Een gevarieerd aanbod van flexibel hoger onderwijs dat studenten de mogelijkheid

Nadere informatie

11 juli 2012 Beleidsreactie advies NVAO m.b.t. kwaliteit en niveau van BE, VTM, CE en MEM bij Hogeschool Inholland

11 juli 2012 Beleidsreactie advies NVAO m.b.t. kwaliteit en niveau van BE, VTM, CE en MEM bij Hogeschool Inholland a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 3 88 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 304 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 484 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Datum 24 augustus 2015 Tussenrapportage CE en MEM-opleidingen van Hogeschool Inholland

Datum 24 augustus 2015 Tussenrapportage CE en MEM-opleidingen van Hogeschool Inholland >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit. Onderwijskwaliteit

Onderwijskwaliteit. Onderwijskwaliteit 14 opleidingen oordeel goed... 3 Meeste opleidingen voldoende op gerealiseerd eindniveau... 5 Klein aantal opleidingen met hersteltermijn... 7 Meer wo-opleidingen in herstelfase... 8 Maatschappelijke hulp

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. Business Marketing Services te Badhoevedorp. Beveiliger

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO. Business Marketing Services te Badhoevedorp. Beveiliger ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO Business Marketing Services te Badhoevedorp Beveiliger Januari 2013 Plaats: Badhoevedorp BRIN: 29WT Onderzoeksnummer: 127795 Onderzoek uitgevoerd in: November 2012

Nadere informatie

Dit reglement is een extract uit de Onderwijs- en Examenregeling van NOVI Hogeschool.

Dit reglement is een extract uit de Onderwijs- en Examenregeling van NOVI Hogeschool. EXAMENREGLEMENT Dit reglement is een extract uit de Onderwijs- en Examenregeling van NOVI Hogeschool. Art 5.1 Toetsing binnen de opleiding 1. Een tentamen ter afsluiting van een onderwijseenheid bestaat

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Menso Alting te Groningen

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Menso Alting te Groningen ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC Menso Alting te Groningen Opleidingen Pedagogisch Werk 4 (Gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang) Maatschappelijke Zorg (Medewerker

Nadere informatie

VERVOLG VAN HET ONDERZOEK NAAR DE NALEVING VAN DE DECLARATIEVOORSCHRIFTEN DOOR BESTUURDERS IN HET HOGER ONDERWIJS VERTROUWEN OP ZELFREINIGEND VERMOGEN

VERVOLG VAN HET ONDERZOEK NAAR DE NALEVING VAN DE DECLARATIEVOORSCHRIFTEN DOOR BESTUURDERS IN HET HOGER ONDERWIJS VERTROUWEN OP ZELFREINIGEND VERMOGEN VERVOLG VAN HET ONDERZOEK NAAR DE NALEVING VAN DE DECLARATIEVOORSCHRIFTEN DOOR BESTUURDERS IN HET HOGER ONDERWIJS VERTROUWEN OP ZELFREINIGEND VERMOGEN Utrecht, augustus 2016 Kenmerk: 4890765 Voorwoord

Nadere informatie

Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur? Het toezicht op besturen en scholen per 1 augustus 2017

Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur? Het toezicht op besturen en scholen per 1 augustus 2017 Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur? Het toezicht op besturen en scholen per 1 augustus 2017 Inleiding Het onderwijs verandert. En het toezicht verandert mee. Vanaf 1 augustus 2017 houden

Nadere informatie

Datum 15 AUG. 2013. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Datum 15 AUG. 2013. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De president van de Algemene Rekenkamer mevrouw drs. S.J. Stuiveling Postbus 20015 2500 EA DEN HAAG Hoger Onderwijs

Nadere informatie

Kwaliteit van toetsing

Kwaliteit van toetsing Kwaliteit van toetsing Scholingsdag HAN, 3 oktober 2012 Desirée Joosten-ten Brinke Open Universiteit Fontys Lerarenopleiding Tilburg Programma Kennismaking 9:45 Het borgen van toetskwaliteit Gerealiseerd

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO. VAVO Rijnmond College, Albeda-Zadkine te Rotterdam. Opleiding vwo

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO. VAVO Rijnmond College, Albeda-Zadkine te Rotterdam. Opleiding vwo ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO VAVO Rijnmond College, Albeda-Zadkine te Rotterdam Opleiding vwo BRIN: 25LP Kenmerk: 4481172 Onderzoek uitgevoerd in: November 2014 Rapport vastgesteld te Utrecht

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.

INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1. 1 INHOUDSOPGAVE... 2 1. ALGEMEEN... 4 1.1 Aard van dit document... 4 1.2 Informatie en communicatie... 4 1.3 Inwerkingtreding en duur... 4 1.4 Onderwijs- en examenregeling... 4 2. TOELATING TOT DE OPLEIDING...

Nadere informatie

Rapport van bevindingen NVAO-commissie Onderzoek alternatief toetstraject Hogeschool Leiden

Rapport van bevindingen NVAO-commissie Onderzoek alternatief toetstraject Hogeschool Leiden Rapport van bevindingen NVAO-commissie Onderzoek alternatief toetstraject Hogeschool Leiden 24 november 2011 Inhoud 1 Samenvatting 3 2 Verantwoording 5 2.1 Aanleiding onderzoek 5 2.2 Onderzoeksvragen 5

Nadere informatie

TUSSENRAPPORTAGE ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS

TUSSENRAPPORTAGE ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS TUSSENRAPPORTAGE ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN IN HET HOGER ONDERWIJS Utrecht, oktober 2010 Voorwoord Het Nederlandse hoger onderwijs heeft een goede reputatie. Niveaumetingen - nationaal via de accreditatie,

Nadere informatie

Protocol PDG en educatieve minor

Protocol PDG en educatieve minor Protocol PDG en educatieve minor 28 april 2014 Inhoud Protocol voor beoordelingen door de NVAO van de kwaliteit van de afstudeerrichtingen algemeen vormend onderwijs en beroepsgericht onderwijs, het traject

Nadere informatie

Afstudeerproces. Agenda 25-4-2015. HBO ICT Opleidingen een vergelijking

Afstudeerproces. Agenda 25-4-2015. HBO ICT Opleidingen een vergelijking Afstudeerproces HBO ICT Opleidingen een vergelijking Agenda Introductie Doelstelling Werkwijze Resultaten Conclusie / Aanbevelingen Stellingen NIOC 2015 Dia 2 1 Doelstelling In kaart brengen hoe het eindniveau

Nadere informatie

Datum 20 april 2015 Rapport Verdere versterking over het functioneren examencommissies

Datum 20 april 2015 Rapport Verdere versterking over het functioneren examencommissies >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA.DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING (OKV) Thorbecke Voortgezet Onderwijs, Afdeling VWO Plaats: Rotterdam BRIN-nummer: 15HX-0 Registratienummer: 3416702 Onderzoek uitgevoerd op:

Nadere informatie

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen

Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij o.b.s. De Carrousel, loc. Windmolen Plaats : Heerhugowaard BRIN-nummer : 14GU Onderzoeksnummer : 123227 Datum schoolbezoek : 4 juli 2011 Rapport

Nadere informatie

Kwaliteit van Toetsen. Dr C.G.Groot

Kwaliteit van Toetsen. Dr C.G.Groot Kwaliteit van Toetsen Dr C.G.Groot Er was eens. - Vragen niet correct - Toets geen afspiegeling van de stof - Procedures onduidelijk - Mondeling (in dit geval) niet objectief 2 Wettelijk kader - Wet op

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Clusius College te Alkmaar

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Clusius College te Alkmaar ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU Clusius College te Alkmaar Natuur en groene ruimte 3 (Vakbekwaam medewerker groenvoorziening) 97252 Bloemendetailhandel (Medewerker bloembinden)

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO

KWALITEITSONDERZOEK MBO KWALITEITSONDERZOEK MBO ROC A12 te Ede Ondernemer detailhandel definitief januari 2015 3257863/5 BRIN: 25PM Onderzoeksnummer: 279415 Onderzoek uitgevoerd in: november 2014 Conceptrapport verzonden op:

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Arcus College

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Arcus College ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU Arcus College Plaats : Heerlen BRIN nummer : 25PU Onderzoeksnummer : 290623 Datum onderzoek : 31 oktober en 1 november 2016 Datum vaststelling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 00 0 3 88 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 67 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Datum 20 mei 2011 Betreft Beleidsreactie op de eindrapporten alternatieve afstudeertrajecten

Datum 20 mei 2011 Betreft Beleidsreactie op de eindrapporten alternatieve afstudeertrajecten a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs

Bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs Bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 4 november 2011 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Beoordelingskader 4 3 Procedure 6 pagina 2 1 Inleiding Instellingsbesturen kunnen voor opleidingen met kleinschalig,

Nadere informatie

Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering

Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering Gwendoline van Puttenschool Sint Eustatius, afdeling mbo Plaats : Sint Eustatius BRIN-nummer : 30GV Crebo-nummer : 92640 Datum

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag a > Retouradres Postbus 6375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 6375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool NAO nederlands- vlaamse accreditatieorganisatie Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding hbo-bachelor Bewegingstechnologie van De Haagse Hogeschool Datum: 1 oktober

Nadere informatie

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer

Auditstatuut. Systeemtoezicht Wegvervoer Auditstatuut Systeemtoezicht Wegvervoer Datum: 17 januari 2013 Status: vastgesteld versie 1.0 Pagina 1 van 9 Inhoud 1 Voorwoord 3 2 Audits 4 2.1 Systeemcriteria 4 3 Traject audit 5 3.1 Self-assessment

Nadere informatie

Protocol TNO Educatieve Master

Protocol TNO Educatieve Master Protocol TNO Educatieve Master NVAO 14 maart 2016 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Werkwijze toets nieuwe opleiding educatieve master (womaster) 4 3 Toelichting op het beoordelingskader beperkte toets nieuwe opleiding

Nadere informatie

Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008

Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Berechja College ONDERZOEK KWALITEIT EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, september 2008 p.2 van 17 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de examinering

Nadere informatie

PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014

PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014 PEER REVIEWS Managementgroep Interactum September 2014 Met peer review wordt een systeem bedoeld waarbij de betreffende opleidingen structureel gebruik maken van elkaars deskundigheid en elkaars critical

Nadere informatie

3. Een norm voor valide examenproducten norm voor valide examenproducten cesuur exameninstrumentarium

3. Een norm voor valide examenproducten norm voor valide examenproducten cesuur exameninstrumentarium Dit document is een onderdeel uit het advies Drie routes naar een valide examenproduct van mei 2016. De uitwerking van het advies vindt plaats vanaf augustus 2016 door de hiervoor aangestelde kwartiermaker

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 33 495 Financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Memo te Amersfoort

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Memo te Amersfoort KWALITEITSONDERZOEK MBO Instituut Memo te Amersfoort Doktersassistent juni 2013 H3257863/3 BRIN: 30LG Onderzoeksnummer: 4055487 Onderzoek uitgevoerd in: 6 en 15 april 2013 Conceptrapport verzonden op:

Nadere informatie

Examenreglement. Da Vinci College

Examenreglement. Da Vinci College Examenreglement van het Regionaal Opleidingencentrum Zuid-Holland Zuid Da Vinci College Dit reglement is vastgesteld op 2013 door het College van Bestuur en treedt in werking op 1 augustus 2013 Da Vinci

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2011 536 Besluit van 24 oktober 2011, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van het bepaalde in artikel 5a.11,

Nadere informatie

Nederlands Netwerk Kwaliteit Hoger Onderwijs Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten

Nederlands Netwerk Kwaliteit Hoger Onderwijs Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten Nederlands Netwerk Kwaliteit Hoger Onderwijs Borging van de kwaliteit van deeltijdse en duale varianten en maatwerktrajecten 30 mei 2013 Henri Ponds Waar ga ik op in? De rollen van de Inspectie HO en de

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Amsterdam te Amsterdam

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Amsterdam te Amsterdam ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC van Amsterdam te Amsterdam Ondernemer horeca/bakkerij (Manager/ondernemer horeca) Januari, 2015 BRIN: 25PZ Onderzoeksnummer: 278550 Onderzoek

Nadere informatie

TUSSENBERICHT ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND

TUSSENBERICHT ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND TUSSENBERICHT ONDERZOEK NAAR ALTERNATIEVE AFSTUDEERTRAJECTEN BIJ HOGESCHOOL INHOLLAND Utrecht, januari 2011 INHOUD 1 Samenvatting en conclusie 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Vraagstelling 3 1.3 Werkwijze 4 1.4

Nadere informatie

Beoordelingen opleidingsschool en academische kop Sjoerd de Jong (OCW) Irma Franssen (NVAO) 10 juni 2014

Beoordelingen opleidingsschool en academische kop Sjoerd de Jong (OCW) Irma Franssen (NVAO) 10 juni 2014 Beoordelingen opleidingsschool en academische kop 2013 Sjoerd de Jong (OCW) Irma Franssen (NVAO) 10 juni 2014 Over de NVAO Binationale accreditatieorganisatie (Nederland en Vlaanderen); Oordeel over hoger

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek examinering en diplomering middelbaar beroepsonderwijs bij. Gwendoline van Putten School

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek examinering en diplomering middelbaar beroepsonderwijs bij. Gwendoline van Putten School RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek examinering en diplomering middelbaar beroepsonderwijs bij Gwendoline van Putten School Plaats : Sint Eustatius BRIN-nummer : 30GV Crebo-nummer : 90440 Datum

Nadere informatie

Format jaarverslag examencommissie. Eigenaar stafafdeling Juridische Zaken

Format jaarverslag examencommissie. Eigenaar stafafdeling Juridische Zaken Format jaarverslag examencommissie Eigenaar stafafdeling Juridische Zaken Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 22 april 2013 Toelichting Met ingang van september 2010 bepaalt de WHW dat de examencommissie,

Nadere informatie

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK ONDERZOEK NAAR DE MIDDENMETING LOCATIES NOORD EN ZEEBURG VAN BASISSCHOOL AS-SIDDIEQ (23HR)

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK ONDERZOEK NAAR DE MIDDENMETING LOCATIES NOORD EN ZEEBURG VAN BASISSCHOOL AS-SIDDIEQ (23HR) RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK ONDERZOEK NAAR DE MIDDENMETING LOCATIES NOORD EN ZEEBURG VAN BASISSCHOOL AS-SIDDIEQ (23HR) Haarlem, 2 april 2008 VASTSTELLING Dit rapport bevat de resultaten van

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO Rijn IJssel Allround grimeur definitief december 2012 Plaats: Arnhem BRIN: 25LF Onderzoeksnummer: Kenmerk: 127766 H3478441/MB/25LF Onderzoek uitgevoerd in: september

Nadere informatie

STAAT VAN DE INSTELLING TCI

STAAT VAN DE INSTELLING TCI STAAT VAN DE INSTELLING TCI Plaats : Schoonrewoerd BRIN nummer : 27RA Onderzoeksnummer : 289652 Datum onderzoek : 30 juni 2016 Datum vaststelling : 12 september 2016 4772211 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT bij Stichting VU-VUmc (Dhr. L.M. Bouter) Plaats: Utrecht Bestuursnummer: 75792 Onderzoeksnummer: 276697 Datum onderzoek: najaar 2014 Datum vaststelling: 28 april

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE Plaats : Kampen BRIN-nummer : 13KB Onderzoeksnummer : 119040 Datum schoolbezoek : 30 Rapport vastgesteld te Zwolle op 9

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 554 Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 26 september 2013

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL DE PIONIER Plaats : Amstelveen BRIN-nummer : 15EX Onderzoeksnummer : 118995 Datum schoolbezoek : 15 Rapport vastgesteld

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. o.b.s. Het Groene Hart

RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK. o.b.s. Het Groene Hart RAPPORT VAN BEVINDINGEN VIERJAARLIJKS BEZOEK o.b.s. Het Groene Hart Plaats : Zuidwolde Dr BRIN nummer : 12TS C1 Onderzoeksnummer : 196419 Datum onderzoek : 6 juni 2013 Datum vaststelling : 11 juni 2013

Nadere informatie

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Conferentie Onderwijsinspectie, Amersfoort, 20 mei 2015 Sietze Looijenga, QANU In deze workshop: Hoe wordt in visitaties aandacht besteed aan

Nadere informatie

Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen: vervolgonderzoek 2013.

Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen: vervolgonderzoek 2013. 31 554 Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen: vervolgonderzoek 2013. nr. Verslag houdende lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden

Nadere informatie

Reglement examencommissie (regels ex art. 7.12b, 3 e lid WHW)

Reglement examencommissie (regels ex art. 7.12b, 3 e lid WHW) Reglement examencommissie (regels ex art. 7.12b, 3 e lid WHW) Reglement examencommissie, vastgesteld door de examencommissie van de Undergraduate School Geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht, op

Nadere informatie

Rapport van Bevindingen NVAO-Commissie Onderzoek Hogeschool Inholland

Rapport van Bevindingen NVAO-Commissie Onderzoek Hogeschool Inholland Rapport van Bevindingen NVAO-Commissie Onderzoek Hogeschool Inholland 26 april 2011 Inhoud 1 Korte samenvatting van de resultaten 3 2 Inleiding 9 3 Inleiding en verantwoording gevolgde werkwijze 11 4 Presentatie

Nadere informatie

Deze notitie schetst op hoofdlijnen de opbouw en inrichting van dat stelsel.

Deze notitie schetst op hoofdlijnen de opbouw en inrichting van dat stelsel. Preambule [1] De Nederlandse Universiteiten willen naar een stelsel van kwaliteitszorg waarbij de verbeterfunctie van het onderwijs weer centraal komt te staan, en de externe verantwoording op instellingsniveau

Nadere informatie

DOE040 VOORTGEZET ONDERWIJS

DOE040 VOORTGEZET ONDERWIJS BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK DOE040 VOORTGEZET ONDERWIJS TE EINDHOVEN INHOUD Uitkomst onderzoek DOE040 VO te Eindhoven 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 10 Bijlage

Nadere informatie

RAPPORT VAN EEN SPECIFIEK ONDERZOEK NAAR FINANCIËLE ASPECTEN BIJ STICHTING MEERWERF BASISSCHOLEN TE DEN HELDER (41858)

RAPPORT VAN EEN SPECIFIEK ONDERZOEK NAAR FINANCIËLE ASPECTEN BIJ STICHTING MEERWERF BASISSCHOLEN TE DEN HELDER (41858) RAPPORT VAN EEN SPECIFIEK ONDERZOEK NAAR FINANCIËLE ASPECTEN BIJ STICHTING MEERWERF BASISSCHOLEN TE DEN HELDER (41858) Utrecht, juni 2013 Voorwoord Dit rapport bevat de resultaten van een specifiek onderzoek

Nadere informatie

LOS VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

LOS VOOR PRIMAIR ONDERWIJS BIJLAGE 2: UITKOMST ONDERZOEK LOS VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE DEURNE INHOUD Uitkomst onderzoek LOS te Deurne 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 11 Bijlage 1A: Overzicht

Nadere informatie

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Zorgen voor het bedreigde kind Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2006 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting...

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool Plaats : Doesburg BRIN-nummer : 23ED Onderzoeksnummer : 123094 Datum schoolbezoek : 17 Rapport vastgesteld te Zwolle op

Nadere informatie

7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor:

7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor: 7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor: Lerarenopleidingstraject van de Educatieve Master / Master Communicatie en Educatie Master LVHO Educatieve Minor met betrekking

Nadere informatie

Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering

Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek mbo Examinering en diplomering Scholengemeenschap Bonaire Vestiging Kaya Korona Plaats : Bonaire, Kralendijk BRIN-nummer : 30GR-5 Crebo-nummer : 10049, 10742

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1

Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1 Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1 Rechter(s) : mr. Nijenhof Datum uitspraak : 27 februari 2014 Partijen : Verzoeker tegen CBE Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Trefwoorden : [duur] Bindend negatief

Nadere informatie

1. De opbrengsten van de aanbevelingen van de commissie Bruijn

1. De opbrengsten van de aanbevelingen van de commissie Bruijn Bestuurlijke afspraken tussen de HBO-raad en de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, naar aanleiding van het advies Vreemde ogen dwingen van de Commissie externe validering examenkwaliteit hoger

Nadere informatie

Nr. 253 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Nr. 253 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 31288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 253 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17

Nadere informatie

Den Haag, 26 augustus namens de KNAW-commissie Gedragswetenschappen, 1 De instelling heeft op 4 september 2015 ingestemd met het advies.

Den Haag, 26 augustus namens de KNAW-commissie Gedragswetenschappen, 1 De instelling heeft op 4 september 2015 ingestemd met het advies. Beoordeling van het herstelplan van de Vrije Universiteit Amsterdam met betrekking tot de onderzoeksgerichte wo-masteropleiding Clinical and Developmental Psychopathology (research) van de Vrije Universiteit

Nadere informatie

Een kinderbeschermingsmaatregel?

Een kinderbeschermingsmaatregel? Een kinderbeschermingsmaatregel? Stand van zaken naar aanleiding van het vervolgonderzoek naar de kwaliteit van de Bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij de besluiten over een kinderbeschermingsmaatregel

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hove

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hove RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Basisschool De Hove Plaats : De Heurne BRIN-nummer : 09ZJ Onderzoeksnummer : 122124 Datum schoolbezoek : 12 Rapport vastgesteld te Zwolle

Nadere informatie

TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE. Leiderdorp

TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE. Leiderdorp TOEZICHT OP DE TAAKUITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING DOOR DE GEMEENTE Leiderdorp Plaats : Leiderdorp Gemeentenummer : 0547 Onderzoeksnummer : 281765 Datum onderzoek : 10 november - 23 december 2014

Nadere informatie

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008

LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 LANDSTEDE ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING EXAMINERING 2007-2008 Amersfoort, juni 2008 p.2 van 17 VASTSTELLING RAPPORT Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar kwaliteitsverbetering van

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij De Floriant

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij De Floriant RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij De Floriant Plaats : Zoetermeer BRIN-nummer : 24CT Onderzoeksnummer : 125947 Datum schoolbezoek : 16 april 2012 Rapport vastgesteld te Zoetermeer

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij p.c.b.s. Ds. Hasperschool

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij p.c.b.s. Ds. Hasperschool RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij p.c.b.s. Ds. Hasperschool Plaats : Akkrum BRIN-nummer : 15BD Onderzoeksnummer : 122393 Datum schoolbezoek : Rapport vastgesteld te Leeuwarden

Nadere informatie

Jaarverslag toetsing en examinering 2012 College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging

Jaarverslag toetsing en examinering 2012 College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging Jaarverslag toetsing en examinering 212 College voor Gezondheidszorg en Uiterlijke Verzorging Scalda/ College voor gezondheidszorg en uiterlijke verzorging (kenmerk: 1314-zorg-exc-3638) Goes, Januari 213

Nadere informatie

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS

ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL JOHANNES PAULUS Plaats : Heusden Gem Heusden BRIN-nummer : 09PB Onderzoeksnummer : 118176 Datum schoolbezoek : 2 februari 2010

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL HET ANKER

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL HET ANKER RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL HET ANKER Plaats : Veghel BRIN-nummer : 09IS Onderzoeksnummer : 118627 Datum schoolbezoek : 5 Rapport vastgesteld te Eindhoven

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. c.b.s. "De Hoeksteen"

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. c.b.s. De Hoeksteen RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij c.b.s. "De Hoeksteen" Plaats : Dokkum BRIN-nummer : 13NG Onderzoeksnummer : 121212 Datum schoolbezoek : 11 januari 2011 Rapport vastgesteld te

Nadere informatie

LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS BIJLAGE: UITKOMST ONDERZOEK LUMIAR VOOR PRIMAIR ONDERWIJS TE VIANEN INHOUD 1. Uitkomst onderzoek Lumiar te Vianen 5 2. en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 7 3. Samenvattend oordeel 13 Bijlage

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. basisschool De Meander

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij. basisschool De Meander RAPPORT VAN BEVINDINGEN Tussentijds kwaliteitsonderzoek bij basisschool De Meander Plaats : Hendrik-Ido-Ambacht BRIN-nummer : 12GN Onderzoeksnummer : 120272 Datum schoolbezoek : 7 oktober 2010 Rapport

Nadere informatie

Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi. Challenge the future

Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi. Challenge the future Vreemde ogen dwingen? Marinke Sussenbach Sarah Morassi 1 Outline presentatie 1. Speelveld examencommissie 2. Aanscherping examencommissie 3. Context wet kwaliteitswaarborgen hoger onderwijs 4. Aanscherping

Nadere informatie

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School Feedforward en beoordeling Afstudeeronderzoek eindfase studiejaar 2014-2015 VT-DT Feedforwardformulier afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Bachelor of Business Administration (MER opleiding)

Bachelor of Business Administration (MER opleiding) Bachelor of Business Administration (MER opleiding) voor decentrale overheden Het Onderwijs De Bachelor of Business Administration voor decentrale overheden (Management, Economie & Recht, MER) wordt aangeboden

Nadere informatie

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg

Dat de instellingen en evaluatieorganen voldoende kwaliteitsbewustzijn zullen tonen om de verbeterfunctie van de externe kwaliteitszorg Accreditatie hoger onderwijs Onder welke voorwaarden kan accreditatie in de toekomst een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs. Blijvend succes

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder. Zaaknummer : 2014/232A en 232B Rechter[s] : mrs. Nijenhof, Van der Spoel, Hoogvliet Datum uitspraak : 25 maart 2015 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool Zeeland Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN/ OPLEIDINGSNIVEAU. Leidse instrumentmakers School te Leiden

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN/ OPLEIDINGSNIVEAU. Leidse instrumentmakers School te Leiden ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN/ OPLEIDINGSNIVEAU Leidse instrumentmakers School te Leiden Fijnmechanische techniek (Researchinstrumentmaker) 4255204/4 BRIN: 02OV Onderzoeksnummer:

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Aventus te Apeldoorn. Medewerker sociale zekerheid

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC Aventus te Apeldoorn. Medewerker sociale zekerheid ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC Aventus te Apeldoorn Medewerker sociale zekerheid Januari 2015 3280511/8 BRIN: 27DV Onderzoeksnummer: 279425 Onderzoek uitgevoerd in: november

Nadere informatie

Subsector overig. Subsector overig

Subsector overig. Subsector overig Subsector overig Samenvatting... Grote subsector... 2 Veel switchende studenten... 3 Hoge uitval onder mbo ers... 4 Hoog wo-diplomarendement... 4 Minste studenten van hbo naar wo... 4 8 accreditaties na

Nadere informatie

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Kosmos te Eindhoven

KWALITEITSONDERZOEK MBO. Instituut Kosmos te Eindhoven KWALITEITSONDERZOEK MBO Instituut Kosmos te Eindhoven Schoonheidsspecialist definitief December 2015 BRIN: 25BD Onderzoeksnummer: 287297 Onderzoek uitgevoerd: 17 juni 2015 t/m 8 oktober 2015 Conceptrapport

Nadere informatie

Training examencommissies

Training examencommissies Training examencommissies N.a.v. midterm review instellingstoets kwaliteitszorg 5 maart 2015 Linda Verbeek 1 Voorstellen Drs Scheikunde (UU) MSc Onderwijskundig ontwerp en advisering (UU) Nu: Beleidsmedewerker

Nadere informatie

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland

Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland KWALITEITSCODE EVC Beoordelingskader en normering onderzoek kwaliteit EVC-procedures in Nederland CODE 1. DOEL Het doel van EVC is het zichtbaar maken, waarderen en erkennen van individuele competenties.

Nadere informatie

Protocol voor Nederlandse Aanvragen Accreditatie leidend tot een Joint degree. 7 juni 2010

Protocol voor Nederlandse Aanvragen Accreditatie leidend tot een Joint degree. 7 juni 2010 Protocol voor Nederlandse Aanvragen Accreditatie leidend tot een Joint degree 7 juni 2010 versie februari 2011 Inhoud Voorwoord 3 1 Inleiding 3 2 Wanneer kan een accreditatie voor een joint degreeopleiding

Nadere informatie

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Archiveren toetsen Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Moeten we toetsen archiveren? Welke onderdelen? Waarom moeten we dat doen? Hoe lang moeten we dat doen? Wie

Nadere informatie

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan

RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij basisschool 'De Verrekijker' locatie Wilhelminalaan Plaats : Kedichem BRIN-nummer : 09HC Onderzoeksnummer : 121113 Datum schoolbezoek : 25

Nadere informatie