Operationeel Programma INTERREG V France-Wallonie-Vlaanderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Operationeel Programma INTERREG V France-Wallonie-Vlaanderen"

Transcriptie

1 Operationeel Programma INTERREG V France-Wallonie-Vlaanderen Tussentijds rapport rapport nr. nr.5 r.5 bis December 2013

2 Inhoudsopgave 1 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie Strategie van het programma en de bijdrage ervan tot de strategie van de Unie met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei 6 2 Beschrijving van de prioritaire assen Beschrijving van de prioritaire assen (exclusief Technische Bijstand) Beschrijving van de prioritaire assen voor de technische bijstand 35 3 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma Een tabel met voor elk jaar, overeenkomstig de artikelen 53, 110 en 111 van de CPR (Common Provisions Regulation verordening inzake gemeenschappelijke bepalingen), het bedrag van de beoogde totale financiële enveloppe voor de EFRO-steun (EUR) Financieringsplan van het samenwerkingsprogramma dat voor de volledige programmeringsperiode, voor het samenwerkingsprogramma en voor elke prioritaire as, het bedrag vermeldt van de volledige financiële enveloppe voor de EFRO-steun en de nationale medefinanciering (EUR) Verdeling van het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma per prioritaire as en thematische doelstelling 41 4 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling Voor de grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma s: de aanpak toelichten voor het gebruik van de lokale ontwikkelingsinstrumenten door de gemeenschappen en de principes om te bepalen in welke zones deze toegepast zullen worden De principes om de stedelijke zones te bepalen waar geïntegreerde acties van duurzame stedelijke ontwikkeling uitgevoerd moeten worden en het aandeel van de EFRO-steun voor deze acties De aanpak voor het gebruik van de geïntegreerde territoriale investeringen (GTI) verschillend van de gevallen onder 4.2 en de indicatieve financiële toewijzing ervan voor elke prioritaire as Wanneer de lidstaten en regio s deelnemen aan macroregionale strategieën en strategieën in de maritieme regio s : aanstippen welke bijdrage ze voor de interventies met het oog op deze strategieën overwegen, onder voorbehoud van de noden van de programmazones, zoals bepaald door de betrokken lidstaten en desgevallend rekening houdend met projecten van strategisch belang in de respectieve strategieën 45 5 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Identificatie van de bevoegde autoriteiten en diensten Procedure voor de werking van het Gemeenschappelijk Secretariaat Beknopte beschrijving van de beheers- en controlemodaliteiten Verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de deelnemende lidstaten in geval van financiële correcties opgelegd door de Beheersautoriteit of de Commissie Gebruik van de euro Betrokkenheid van de partners 54 6 Coördinatie 58 7 Verlichting van de administratieve last voor de begunstigden 60 2

3 7.1 Nieuw volledig geïntegreerd beheerssysteem Invoering van een nieuw concept van voorprojecten 62 8 Horizontale principes Duurzame ontwikkeling Gelijke kansen en niet-discriminatie Gelijkheid mannen-vrouwen 65 9 Afzonderlijke elementen die als bijlagen in de gedrukte versie van het document voorgesteld worden Lijst met de voornaamste projecten waarvan de uitvoering gepland is tijdens de programmeringsperiode Prestatiekader voor het samenwerkingsprogramma Lijst met de relevante partners die bij de voorbereiding van het samenwerkingsprogramma betrokken zijn Uitvoeringsvoorwaarden van het programma die dankzij een bijdrage van de IPA en het ENB het financieel beheer, de programmering, opvolging, evaluatie en controle van de deelname van derde landen aan de transnationale en interregionale programma s regelen Socio-economische context van de samenwerkingszone Kaart van de samenwerkingszone en de gebieden Economische dynamieken Onderwijs en innovatie Dynamieken op ruimtelijk en milieuvlak Socio-demografische dynamieken Overzicht sterktes, zwaktes, opportuniteiten en bedreigingen van de samenwerkingszone Bijlagen Lijst met de interviews en gesprekspartners Bibliografie 184 3

4 Opmerking vooraf: Dit rapport is opgesteld overeenkomstig de architectuur zoals vastgelegd in versie nr. 2 van het model en de richtlijnen van de programma s voor Europese territoriale samenwerking van 28 juni 2013 ( Fiche 1B Draft model for the Cooperation Programme under the European Territorial Cooperation goal ). Met het oog op de leesbaarheid verwijzen we in een apart kader aan het begin van elke sectie, onderdeel of paragraaf naar de aanwijzingen die als leidraad dienden bij de opstelling. 4

5 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie 1 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie 5

6 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie 1.1 Strategie van het programma en de bijdrage ervan tot de strategie van de Unie met het oog op slimme, duurzame en inclusieve groei ETC Template, 28 juin 2013 : Description of the cooperation programme s strategy to contribute to the delivery of the Union strategy for smart, sustainable and inclusive ive growth and to the achievement of economic, social and territorial cohesion ( input) De strategische oriëntaties van de grensoverschrijdende samenwerking Het operationeel programma INTERREG France Wallonie Wallonie-Vlaanderen wil de grensoverschrijdende samenwerking een kwalitatieve sprong voorwaarts doen maken zodat deze een grotere bijdrage levert aan de ontwikkeling van het groeipotentieel van de grensstreek en aan de economische, sociale en territoriale cohesie van de grensoverschrijdende gebieden die er deel van uitmaken. In deze optiek liggen verschillende principes eraan ten grondslag: De acties toespitsen op de sectoren en gebieden die over een sterk potentieel beschikken om de economische ontwikkeling, de jobcreatie en de cohesie van de gebieden te versnellen, en waarvoor de grensoverschrijdende samenwerking een grote meerwaarde betekent; De synergieën tussen de regionale strategieën voor economische en sociale ontwikkeling uitbreiden met het oog op meer efficiëntie en op termijn een grotere impact; De grensoverschrijdende ervaringen en de gemeenschappelijke identiteit van de grensregio s versterken, door een geïntegreerde aanpak (meerdere sectoren, meerdere actoren, meerdere projecten) aan te moedigen bij de uitvoering van gezamenlijke projecten rond de ontwikkeling van economische activiteiten en de creatie van duurzame banen, met name rond de bescherming en valorisatie van het natuurlijk en cultureel erfgoed, en rond sociale inclusie. Dit programma is gebaseerd op een lange traditie van grensoverschrijdende samenwerking die echter ongelijk verdeeld is naargelang van de gebieden: De grensstreek tussen Nord-Pas de Calais in Frankrijk en de Belgische provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Henegouwen wordt sinds lang gekenmerkt door intense grensoverschrijdende uitwisselingen, of het nu gaat om handelsstromen of personenverkeer (werknemers, studenten, consumenten, toeristen). Door deze lokale en intense grensoverschrijdende ervaringen bestaat er een sterke traditie van grensoverschrijdende samenwerking tussen de institutionele, economische en sociale actoren van deze gebieden. Ondanks het reële en langdurige karakter van de integratie van deze grensgebieden is er nog veel ruimte om ze verder te verdiepen: ze blijkt minder ontwikkeld dan voor andere regio s zoals de grensstreken tussen Frankrijk en Zwitserland of de Euroregio Frankrijk-Duitsland-Luxemburg-België. Toch gaat de grensoverschrijdende integratie in stijgende lijn onder het dubbele effect van enerzijds de uitbreiding van het grootstedelijk gebied Rijsel-Kortrijk-Doornik dat zich uitstrekt tot ver buiten de administratieve grenzen van deze regio, en anderzijds initiatieven om de grensoverschrijdende samenwerking te institutionaliseren zoals de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai en de EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d opale. Voor andere gebieden die nochtans ook in de grensstreek liggen, zijn er nog veel onbenutte mogelijkheden, hoewel deze leefgebieden vaak geconfronteerd worden met gemeenschappelijke economische en sociale uitdagingen en qua landschap en cultuur opmerkelijke gelijkenissen vertonen, zoals de Grande Thiérache of de Frans-Belgische Ardennen. Het handels- en personenverkeer over de grens heen blijft er beperkt, ook al vonden er opmerkelijke projecten van grensoverschrijdende samenwerking plaats (met name op het vlak van cultuur, toerisme, opleiding en gezondheid) onder impuls van het INTERREGprogramma of bilaterale initiatieven tussen de Franse regio s en de Waalse provincies. Tot slot heeft de grensoverschrijdende samenwerking betrekking op de gebieden van de zone die niet meteen aan de grens liggen, waar institutionele, economische en culturele actoren met regionale uitstraling actief zijn (metropool Gent, de stadspolen Charleroi, Namen, Amiens, Reims, Saint-Quentin, Charleroi, Soissons), die nauw betrokken zijn bij de Frans-Waals-Vlaamse samenwerkingsnetwerken. Ondanks deze grote heterogeniteit worden deze gebieden aan beide kanten van de grens gekenmerkt door sterke gemeenschappelijke e economische, sociale en ecologische uitdagingen, die een grensoverschrijdende samenwerking rechtvaardigen. Op basis van deze uitdagingen werd ervoor geopteerd het operationeel programma INTERREG V France-Wallonie Wallonie-Vlaanderen voor rond vier prioritaire assen te organiseren: PRIORITAIRE AS 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie (Thematische doelstelling 1 van de EU Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie ) PRIORITAIRE AS 2 Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de kmo s Versterking van het concurrentievermogen van het mkb ) (Thematische doelstelling 3 van de EU PRIORITAIRE AS 3 beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen (Thematische doelstelling 6 van de EU Bescherming van milieu en bevordering van efficiënt gebruik van hulpbronnen ) PRIORITAIRE AS 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s (Thematische doelstelling 9 van de EU Stimulering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en ETS-investeringsprioriteit Bevordering van de werkgelegenheid en de grensoverschrijdende mobiliteit Integratie van de grensoverschrijdende arbeidsmarkten, met inbegrip van mobiliteit, informatie en adviesdiensten over gemeenschappelijke plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven evenals gemeenschappelijke opleiding ) Daarnaast werd er een transversale prioriteit voor alle prioritaire assen van het operationeel programma vastgelegd om te beantwoorden aan de transversale uitdagingen op het vlak van opleiding en vorming. Deze prioriteit zal enerzijds bijdragen tot het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, met name om de niet-ingevulde noden aan arbeidskrachten op te vangen. Anderzijds zal ze de grensoverschrijdende mobiliteit versterken van de 6

7 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie werknemers, werkzoekenden, studenten en van eenieder in een traject van beroepsinschakeling. Dit wordt weerspiegeld in de acties die ondersteund worden door de investeringsprioriteiten. TRANSVERSALE PRIORITEIT - Gezamenlijke onderwijs-,, beroepsopleidings- en vormingsprogramma s ontwikkelen en uitvoeren (investeringsprioriteit ETS) Bijdrage aan de Europa 2020-strategie Het operationeel programma sluit aan bij de 2020-strategie van de Europese Unie, die gericht is op slimme, duurzame en inclusieve groei en op een versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie. De keuze van de prioritaire samenwerkingsassen, investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen in het programma is er dan ook op gericht bij te dragen tot de verwezenlijking van de Europese doelstellingen, zoals die op nationaal niveau zijn ingevuld, en, dankzij de grensoverschrijdende samenwerking, de inspanningen van de regio's en provincies die aan het programma meewerken aan te zwengelen. PRIORITAIRE AS 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie (Thematische doelstelling 1 van de EU Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie ) De grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie is een van de voornaamste assen van het toekomstige programma De R&D- en innovatie-indicatoren van de samenwerkingszone liggen ver achter op de nationale gemiddelden en op de Europese doelstelling om het aandeel van het bbp dat aan onderzoek en ontwikkeling besteed wordt tegen 2020 op te trekken tot 3 %. 4,00% Bruto binnenlandse R&D uitgaven in 2009 (in %van het BBP) 3,00% 2,00% 2,27% 2,03% 2,09% Doelstelling Europa-2020 strategie 1,00% 0,82% 0,80% 1,24% 1,01% 1,30% 1,29% 0,30% 0,00% Bron : Eurostat, 2013 Deze grote achterstand op de doelstellingen van de Europese Unie staan in contrast met de aanwezigheid van dichte netwerken van vooraanstaande institutionele, socio-economische, universitaire en wetenschappelijke actoren in alle gebieden van de zone, die zich resoluut inzetten om beleidslijnen op het vlak van onderzoek en innovatie te ontwikkelen en projecten op te zetten. Deze beleidslijnen werden in de periode vooral vertaald in: de organisatie van het hoger onderwijs en van het onderzoek rond grote polen of regionale netwerken; een steeds uitgebreider netwerk van actoren die zich bezighouden met technologische valorisatie (science parks, competitiviteitspolen, bedrijvenclusters); initiatieven om de ontwikkeling van digitale sectoren en de creatieve economie te steunen; In deze context wil het operationeel programma enerzijds de dynamiek van deze regionale R&D- en innovatienetwerken op het niveau van de samenwerkingszone versnellen, en anderzijds het innovatiepotentieel van de samenwerkingszone versterken door zich toe te spitsen op de ontwikkeling van een beperkt aantal grensoverschrijdende sectoren met een sterk potentieel: Dankzij de uitwerking van regionale innovatiestrategieën voor een slimme specialisatie was het immers mogelijk belangrijke, opkomende economische sectoren met een sterk potentieel op het vlak van innovatie en economische valorisatie te identificeren. De grensoverschrijdende samenwerking lijkt des te relevanter aangezien de meeste regionale sectoren waarvan men meent dat ze strategisch zijn en een sterk innovatiepotentieel vertonen, aan weerszijden van de grens aanwezig zijn: o o o o nieuwe materialen (textiel, polymeer, biologische materialen, nanomaterialen); de voedingsmiddelnijverheid, de valorisatie van agrarische hulpbronnen en de groene chemie; ecologische en schone technologieën en hernieuwbare energie; ICT, digitale en creatieve economie; 7

8 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie o o de sector van de gezondheidszorg en van de ouderenzorg en farmacie; individueel en collectief transport (auto, openbaar vervoer, luchtvaart) en de logistieke sector; Naast deze als strategisch beoordeelde sectoren bestaan er aan weerszijden van de grens sterk complementaire sectoren (competenties, expertisecentra). Ze bieden mogelijkheden op het vlak van technologische, sociale, culturele en ecologische innovatie: o o o de groene sectoren (houtsector, ecologisch bouwen, afvalsector, sectoren die betrokken zijn bij de vermindering van de luchtverontreiniging); persoonsgebonden dienstverlening en ondernemerschap in de sociale economie; toerisme en cultuur. De geselecteerde investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen sluiten niet alleen aan bij deze dynamieken voor de structurering en afbakening van het onderzoeks- en innovatiebeleid, maar vertalen ook de wil van de partnerinstanties van het programma om een antwoord te bieden op de gemeenschappelijke uitdagingen van België en Frankrijk, die vastgelegd werden door de Europese Commissie in de position paper: Standpunt van de diensten van de Commissie over de uitwerking van een partnerschapsovereenkomst en programma s voor de periode BELGIË FRANKRIJK De privé-investeringen in R&I verhogen De innovatie en het concurrentievermogen van de ondernemingen stimuleren, vooral bij de kmo s De sociale innovatie aanmoedigen Een economische omgeving bevorderen die meer competitief is en innovatie aanmoedigt Investeringen in R&D en innovatie verhogen, in de eerste plaats in de privésector Bronnen: ex ante evaluatie, rapport over de externe coherentie van de strategie van het PO INTERREG, juni 2013 Meerwaarde van de grensoverschrijdende samenwerking Gemeenschappelijke uitdagingen voor de ontwikkeling en uitstraling van de zone die coördinatie rechtvaardigen Grotere efficiëntie van de gemeenschappelijke acties doordat de projecten een kritische omvang bereiken Sterke complementariteiten in de strategische sectoren aan weerszijden van de grens 8

9 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie PRIORITAIRE AS 2 Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de kmo s Versterking van het concurrentievermogen van het mkb ) (Thematische doelstelling 3 van de EU Op het vlak van economische dynamiek en grensoverschrijdende samenwerking bestaan er in de samenwerkingszone schrille contrasten. De samenstelling, de performantie en de uitdagingen van het economische weefsel blijkt bijzonder heterogeen in de samenwerkingszone: gebieden die over belangrijke, innovatieve sectoren beschikken met een sterke internationale concurrentiepositie (bepaalde industriële gebieden die geslaagd zijn in hun reconversie, aantrekkelijke landelijke en landbouwgebieden en stedelijke polen); de gebieden die hun ontwikkeling toespitsten op lokale en residentiële activiteiten (kuststreek behalve industriële gebieden, voorstedelijke en landelijke gebieden); de gebieden die nieuwe groeistimuli en economische diversificatie nodig hebben (gebieden in reconversie en ingesloten landelijke gebieden). De economische prestaties op lange termijn van een groot aantal Franse departementen en Waalse arrondissementen blijven overigens onder de nationale gemiddelden. Gemiddelde jaarlijkse groei van het BBP/ hoofd over de periode EU-27 : 3,46% Frankrijk België 2,65% 2,83% Vlaanderen Wallonië Frankrijk Aisne Oise Ardennes Marne Somme Pas-de-Calais Nord Virton Arlon Charleroi Philippeville Soignies Mons Dinant Ath Marche-en-Fa... Thuin Neufchâteau Mouscron Bastogne Namur Tournai Roeselare Oostende Veurne Kortrijk Diksmuide Gent Tielt Brugge Ieper Oudenaarde 1,18% 1,40% 1,49% 1,74% 1,95% 2,01% 2,18% 2,50% 2,83% 2,17% 2,39% 2,41% 2,46% 2,65% 2,78% 2,81% 2,86% 3,13% 3,34% 3,39% 3,44% 3,45% 2,49% 2,81% 2,87% 2,97% 2,98% 2,98% 3,06% 3,06% 3,48% 3,50% 0,00% 1,00% 2,00% 3,00% 4,00% 9

10 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie Vergelijkende evolutie van het gemiddelde BBP/hoofd over de periode België Frankrijk EU-27 Samenwerkingsgebied Bron : Eurostat, De verklaring voor deze economische prestaties ligt in een aantal structurele belemmeringen van het concurrentievermogen van de regionale economische weefsels van de zone, waarvan het gemeenschappelijke karakter grensoverschrijdende samenwerkingsacties rechtvaardigt: een weinig innovatief weefsel van kmo's, die zich om historische redenen hebben toegespitst op activiteiten met lage of middelmatige toegevoegde waarde en weinig internationaal gericht zijn; de kwetsbaarheid van bepaalde grensoverschrijdende gebieden waarvan het economische weefsel sterk gekoppeld blijft aan belangrijke sectoren die sterk geraakt zijn door de economische crisis (bv. auto-industrie) of die erop achteruit zijn gegaan (bv. staalindustrie); een economie van de nabijheidsdiensten (toerisme, diensten aan personen, sociale en solidaire economie) die nog in ontwikkeling is, hoewel de behoeften aanzienlijk zijn; een onevenwicht tussen de behoeften op de arbeidsmarkt enerzijds en de scholingsgraad van de werkzoekenden anderzijds; de beperkte kennis van de markten en economische opportuniteiten aan de andere kant van de grens; Een dynamiek van oprichting van ondernemingen en voortbestaan binnen de zone die gekenmerkt wordt door een sterke heterogeniteit van de gebieden: de provincies Oost- en West-Vlaanderen, Luxemburg en Henegouwen kennen de hoogste oprichtingsgraad tussen 2010 en 2011 (resp. +11 %, +10,5 % en +13 %) in vergelijking met een zwak gemiddelde aan Franse zijde (+2,65 %). De overlevingsgraad van de bedrijven die 5 jaar geleden werden opgericht, bedraagt 71 % in Vlaanderen, tegenover 65 % in Wallonië. In 2009 bedroeg de overlevingsgraad op 3 jaar aan Franse zijde 71 % in Champagne-Ardenne, 61 % in Picardie en 63 % in Nord-Pas de Calais. Met het oog op de doelstellingen van de Europa 2020-strategie op het vlak van ontwikkeling van innovatievermogen en jobcreatie, is het concurrentievermogen van de sectoren en de kmo s van kapitaal belang om de reconversie van het economische weefsel rond de innovatieve sectoren te begeleiden en de ontwikkeling van werkgelegenheidsbevorderende economische activiteiten in alle gebieden te ondersteunen. Deze regionale uitdagingen sluiten overigens aan bij de uitdagingen die op nationaal niveau vastgelegd werden in het kader van de Europa 2020-strategie: 10

11 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie Standpunt van de diensten van de Commissie over de uitwerking van een partnerschapsovereenkomst en programma s voor de periode BELGIË FRANKRIJK Het ondernemerschap en de toegang tot financiering bevorderen De toegang tot geavanceerde diensten verbeteren voor de ondernemingen De innovatie en het concurrentievermogen bij bedrijven (voornamelijk kmo s) aanmoedigen Grensoverschrijdende ontwikkeling van de kmo s ICT ontwikkelen (diensten en toepassingen) Het concurrentievermogen en de innovatie in de privé-sector verbeteren De toegang tot financiering en geavanceerde diensten verbeteren voor de kmo s Bronnen: ex ante evaluatie, rapport over de externe coherentie van de strategie van het PO INTERREG, juni 2013 Meerwaarde van de grensoverschrijdende samenwerking Gemeenschappelijke uitdagingen voor de ontwikkeling en uitstraling van de zone die coördinatie rechtvaardigen Gelijkaardige of complementaire strategische sectoren aan weerszijden van de grens waarvan de ontwikkeling versneld kan worden Grotere efficiëntie van de gemeenschappelijke acties doordat een kritische omvang bereikt wordt: noodzaak om de begeleidingsinstrumenten van de kmo s gemeenschappelijk in te zetten en de initiatieven te coördineren Een betere werking van de grensoverschrijdende economische regio s Om in te spelen op deze gemeenschappelijke uitdagingen en de heterogeniteit van de gebieden, wil de grensoverschrijdende samenwerking de ontwikkeling van het ondernemerschap en het concurrentievermogen van de kmo's voor ondersteunen via twee complementaire logica s: De begeleiding van de kmo s op het vlak van innovatie en internationalisering, aansluitend bij de ondersteunende acties voor de grensoverschrijdende sectoren met sterk innovatiepotentieel en de sterk complementaire sectoren; De begeleiding van de kmo s die actief zijn in de grensoverschrijdende economische en arbeidsregio s, in een optiek van verspreiding van goede praktijken, met name op het vlak van energietransitie, milieubeleid, rationeel gebruik van hulpbronnen en ICT-gebruik. Daarnaast kadert dit OP ook in de uitvoering van het Europese initiatief ter bevordering van het sociale ondernemerschap. Dat initiatief wil het sociale ondernemerschap ontwikkelen door de sociale ondernemingen in de gebieden beter zichtbaar te maken en een economisch klimaat te scheppen dat gunstiger staat tegenover de oprichting en het voortbestaan van die ondernemingen, alsook tegenover de sociale innovatie. PRIORITAIRE AS 3 beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen (Thematische doelstelling 6 van de EU Bescherming van milieu en bevordering van efficiënt gebruik van hulpbronnen ) De samenwerkingszone wordt geconfronteerd met omvangrijke grensoverschrijdende uitdagingen, vooral op het vlak van duurzame ontwikkeling: De gebieden van de zone kennen dezelfde aanzienlijke problemen met vervuiling, die grotendeels te maken hebben met de aanwezigheid van zware industriële activiteiten (bodem-, water- en luchtverontreiniging). Deze vervuilingsproblemen zijn vandaag nog verder toegenomen door belangrijke evoluties die gemeenschappelijk zijn voor alle gebieden van de zone: intensieve landbouw, verstedelijking en grotere afstanden van het woon-werkverkeer waardoor de wagen meer wordt gebruikt: De milieudiagnose van de zone maakt trouwens melding van belangrijke noden m.b.t. een brede waaier van milieu-uitdagingen: o o o o Noden inzake preventie van natuurlijke risico s: overstromingen, onderwaterzetting van de polders en kusterosie. Zo veroorzaakte de klimaatopwarming een stijging van het zeeniveau van de Noordzee met 1,7 mm per jaar in de loop van de XXste eeuw. Ook wordt nagenoeg 30 % van de Opaalkust bedreigd door overstroming; Noden inzake planning van beheerscapaciteit van grensoverschrijdende crisissen die te maken hebben met industriële risico s: de samenwerkingszone omvat 267 Seveso-inrichtingen; Nood aan de stimulering van de ontwikkeling van de milieuvriendelijke landbouw, zelfs al hebben bepaalde gebieden al een belangrijke knowhow op dat vlak. Zo is er bijvoorbeeld meer biolandbouw in Wallonië; in 2011 was de biolandbouw er goed voor 6,9 % van de landbouwgrond, tegenover net boven of onder de 1 % in 2010 voor andere regio s van de samenwerkingszone (1 % in Flandre en Champagne-Ardenne, 0,7 % in Nord-Pas de Calais en 0,5 % in Picardie); Noden inzake renovaties gericht op energiebesparing in sociale en particuliere woningen, parallel met de toename van de energiearmoede bij meer kwetsbare bevolkingscategorieën. Door deze vervuilingsproblematiek ontstaat de noodzaak om de natuurlijke hulpbronnen van de gebieden gezamenlijk te beheren, wegens hun grensoverschrijdende karakter (rivieren, grondwater), wegens de fysieke continuïteit van natuurgebieden en ecologische corridors (o.a. trames vertes et bleues) aan weerszijden van de grens en negatieve externe factoren die kunnen wegen op de aangrenzende grensoverschrijdende gebieden (natuurrisico's). Bepaalde grensoverschrijdende gebieden hebben een opmerkelijke continuïteit op het vlak van natuur en landschappen. Dit rechtvaardigt een geïntegreerde ruimtelijke planning gericht op een duurzame ontwikkeling van die gebieden (kustgebieden, rurale gebieden in Vlaanderen, stedelijke en voorstedelijke gebieden en de Eurometropool, Henegouwen, Grande Thiérache, Ardennen). Tot slot hebben deze grensoverschrijdende gebieden ontegensprekelijk een gemeenschappelijk cultureel patrimonium, zowel historisch (Herdenking van de Grote Oorlog bijvoorbeeld), architecturaal (industrieel patrimonium) als gastronomisch. Die milieu-uitdagingen omvatten overigens belangrijke grensoverschrijdende economische uitdagingen. De meeste gebieden in de zone hebben de hulpbronnen en het natuur- en landschapspatrimonium gevaloriseerd van belangrijke lokale economische sectoren in ontwikkeling: de strategische grensoverschrijdende sectoren, zoals de groene chemie en biotechnologie; 11

12 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie de lokale sectoren die aan beide kanten van de grens sterk complementair zijn (houtsector, ecologisch bouwen, ecotoerisme) en veel ontwikkelingspotentieel vertonen voor bepaalde kwetsbare rurale gebieden. Om het hoofd te bieden aan deze uitdagingen wil het operationeel programma INTERREG meerdere antwoorden bieden: De steun aan groene grensoverschrijdende sectoren en de verspreiding van de ecologische technologieën en goede praktijken in het economische weefsel beoogt om, via de assen 1 en 2, regionale inspanningen te stimuleren en lokale oplossingen te ontwikkelen voor problemen als bodemverontreiniging, renovatie van gebouwen met het oog op energiebesparing, landbouw en milieuvriendelijke industrietakken, of de circulaire economie (cradle to cradle); Naast deze acties gaat de prioriteit via de specifieke prioritaire as 3 uit naar het behoud, de bescherming en de economische, wetenschappelijke en culturele valorisatie van de grensoverschrijdende hulpbronnen, en wel volgens twee oriëntaties: o Het behoud en de bescherming van de grensoverschrijdende hulpbronnen, in de ruime zin van het woord, inclusief de preventie en het beheer van de natuurlijke en technologische risico s die een grensoverschrijdende impact kunnen hebben op het voortbestaan van de hulpbronnen; o De valorisatie van de grensoverschrijdende natuurlijke, landschaps- en culturele rijkdommen om de duurzame economische ontwikkeling van de grensgebieden te ondersteunen. Via deze ruime visie van het beheer van de grensoverschrijdende hulpbronnen willen deze oriëntaties aansluiten bij de verschillende initiatieven van de Europese Unie tegen 2020, in de eerste plaats de EU-strategie ten voordele van de biodiversiteit met als doelstelling het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van de ecosystemen tegen 2020 een halt toe te roepen, en het vlaggenschipinitiatief efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa. Dit laatste initiatief streeft ernaar het beleid ter ondersteuning van de omschakeling naar een economie die efficiënt omspringt met hulpbronnen en een lage CO 2 -uitstoot heeft, vorm te geven door: de economische prestaties te bevorderen en tegelijkertijd minder hulpbronnen te gebruiken; nieuwe mogelijkheden voor economische groei te zoeken en te creëren; de groene innovatie kracht bij te zetten om bij te dragen tot het concurrentievermogen van de EU; de klimaatverandering te bestrijden en de bedreigingen voor de ecosystemen en de menselijke gezondheid in te dijken; een waterbeleid te voeren dat prioriteit verleent aan besparingsmaatregelen en rationeler gebruik, zodat het water in voldoende hoeveelheden beschikbaar is, van goede kwaliteit is en efficiënt en energiezuinig gebruikt wordt. In dit opzicht draagt het OP bij tot de doelstellingen die bepaald werden in de EU 2020-strategie en de invulling ervan door de lidstaten: 12

13 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie Standpunt van de diensten van de Commissie over de uitwerking van een partnerschapsovereenkomst en programma s voor de periode BELGIË FRANKRIJK De uitstoot van broeikasgassen verminderen, de energie-efficiëntie van de economie verbeteren en het aandeel van hernieuwbare energiebronnen verhogen Gezamenlijke productie en beheer van de energievoorziening Bescherming van het ecologisch erfgoed (inclusief het duurzaam beheer van de visbestanden) Gezamenlijk beheer van afval en watervoorziening en preventie van natuurlijke risico s De energie-efficiëntie verhogen (met name in de productieve sectoren, inclusief landbouw, transport en gebouwen) Het aandeel van de energie die opgewekt wordt door hernieuwbare bronnen verhogen De preventie en het beheer van de risico s en de milieubescherming verbeteren Bronnen: Ex ante evaluatie, rapport over de externe coherentie van de strategie van het PO INTERREG, juni 2013 PRIORITAIRE AS 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s (Thematische doelstelling 9 van de EU Stimulering van sociale inclusie en bestrijding van armoede ) (ETS-investeringsprioriteit: bevordering van de werkgelegenheid en de grensoverschrijdende mobiliteit) Meerwaarde van de grensoverschrijdende samenwerking Gemeenschappelijke hulpbronnen en sterke externe effecten aan beide kanten van de grens (positief: economische valorisatie; negatief: vervuiling) die coördinatie rechtvaardigen Grotere efficiëntie van de gemeenschappelijke acties doordat een kritische omvang bereikt wordt Bestaan van goede praktijken aan beide kanten van de grens Gemeenschappelijke uitdagingen op het vlak van milieu en gezondheid voor de hele zone die coördinatie rechtvaardigen De gebieden van de samenwerkingszone worden geconfronteerd met structureel zorgwekkende werkgelegenheidsindicatoren die beduidend lager zijn dan de nationale normen en de doelstellingen van de EU 2020-strategie, en die wegens de economische crisis sedert het begin van het vorige programma nog werden benadrukt. 75% 73,2% werkzaamheids graad (%) 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Van 15 tot 64 jaar Doelstelling FRANKRIJK Europa Doelstelling BELGIË Europa-2020 Van 15 tot 24 jaar Van 55 tot 64 jaar Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Henegouwen Luxemburg Namen Champagne Ardennes Picardie Nord-Pas-de-Calais Bron : Eurostat 2011 Deze situatie wordt nog acuter door de zeer beperkte grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit, zeker gezien de kansen en grote complementariteiten aan beide zijden van de grens: aan de ene kant is er de niet ingevulde vraag naar geschoolde arbeidskrachten en aan de andere kant een overschot aan geschoolde krachten. Ook de integratie van de grensoverschrijdende arbeidsmarkten blijkt relatief beperkt te zijn, met een laag niveau aan kennis en informatie over de werk- en opleidingsmogelijkheden aan de andere kant van de grens. Bovendien hebben bepaalde landelijke grensgebieden te kampen met een uitgesproken sociaal isolement, ook al bevinden ze zich geografisch in het centrum van de samenwerkingszone, en ervaren ze om historische redenen moeilijkheden op het vlak van gezondheidszorg en sociale aangelegenheden. Deze situatie wordt nog versterktdoor de economische crisis, waardoor de minst mobiele bevolkingsgroepen en de bevolking in de landelijke gebieden die het verst van de economische gebieden wonen steeds kwetsbaarder worden. In die context sluiten sociale inclusie en armoedebestrijding aan bij de ruimere problemen van territoriale inclusie op het niveau van de samenwerkingszone, wat een meer uitgesproken grensoverschrijdende samenwerking op dat vlak rechtvaardigt. Dankzij de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van sociale zaken en gezondheidszorg zijn er interessante en geslaagde initiatieven ontstaan. Die initiatieven zouden gebaat zijn bij een uitbreiding naar de andere gebieden in de samenwerkingszone die te maken krijgen met identieke gezondheidsproblemen. 13

14 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie De samenwerking op het vlak van sociale en territoriale inclusie biedt niet alleen aanzienlijke uitdagingen voor armoedebestrijding, maar ook mogelijkheden om: de grensoverschrijdende identiteit en ervaringen te promoten door de invoering van een geïntegreerd aanbod van publieke en sociale diensten in de geïsoleerde gebieden, waarvoor het grenseffect groot blijft in het dagelijkse leven van de inwoners; de lokale ontwikkeling van stedelijke en landelijke gebieden in moeilijkheden te ondersteunen, door lokale economische activiteiten en diensten (sociale economie, diensten aan personen, toerisme) te promoten en die dynamischer zouden worden door een meer doorgedreven grensoverschrijdende samenwerking (grotere markt, ontwikkeling van een territoriaal merk en toeristische producten). Vanuit de wetenschap dat armoedebestrijding en de sociale inclusie van alle burgers via een betere toegang tot de sociale en gezondheidsdiensten verloopt en via een inclusieve lokale ontwikkeling van de stedelijke en landelijke grensgebieden in moeilijkheden, werkt het operationeel programma mee aan de regionale en nationale inspanningen om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te bereiken, namelijk het aantal mensen dat zich in een situatie van armoede of sociale uitsluiting bevindt of dreigt daarin terecht te komen met minstens 20 miljoen te verminderen. Het OP neemt meer bepaald deel aan de uitvoering van het Europese platform voor de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, wetende dat de hindernissen waarmee de personen in een situatie van armoede of sociale uitsluiting geconfronteerd worden voornamelijk van territoriale aard zijn en de interventie van het EFRO en acties van territoriale samenwerking rechtvaardigen; In dit opzicht draagt het OP bij tot de doelstellingen die bepaald werden in de EU 2020-strategie en de invulling ervan door de lidstaten: Standpunt van de diensten van de Commissie over de uitwerking van een partnerschapsovereenkomst en programma s voor de periode BELGIË FRANKRIJK De kwetsbare groepen actief opnemen in de maatschappij De deur naar werkgelegenheid openhouden voor mensen die in een situatie van armoede en uitsluiting dreigen terecht te komen De kwetsbare groepen actief opnemen in de maatschappij Bronnen: Ex ante evaluatie, rapport over de externe coherentie van de strategie van het PO INTERREG, juni 2013 Meerwaarde van de grensoverschrijdende samenwerking Gemeenschappelijke uitdagingen op sociaal en gezondheidsvlak en met betrekking tot de toegang tot openbare diensten Grotere efficiëntie van de gemeenschappelijke acties doordat een kritische omvang bereikt wordt Creatie van een gemeenschappelijke grensoverschrijdende identiteit TRANSVERSALE PRIORITEIT - Gezamenlijke onderwijs-,, beroepsopleidings- en vormingsprogramma s ontwikkelen en uitvoeren Daarnaast wordt er een transversale prioriteit toegevoegd aan alle prioritaire assen van het operationeel programma, om te beantwoorden aan de transversale uitdagingen van opleiding en scholingsgraad. Deze prioriteiten zijn des te meer gerechtvaardigd aangezien de samenwerkingszone opleidingsindicatoren vertoont die sterk onder de nationale normen liggen: Hoogst behaalde diploma bij de bevolking van 25 tot 64 jaar (2011) 100% 75% 29,8% 21,7% 25,4% 20,0% 34,6% 31,6% 35,1% 26,1% 31,0% 33,2% 50% 41,8% 44,9% 40,8% 41,1% 36,7% 41,3% 37,8% 37,8% 38,3% 36,9% 25% 28,4% 33,4% 33,8% 38,9% 28,7% 27,1% 27,2% 36,1% 30,7% 29,9% 0% 0% Hoger onderwijs Hoger secundair onderwijs Lager secundair onderwijs Bron : EUROSTAT, De prioriteit werd als een belangrijke uitdaging voor de samenwerkingszone aangemerkt, zowel voor: 14

15 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie o het verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie (prioritaire as nr. 1); o het beter afstemmen van de competenties op de ontwikkelingsnoden van de grensoverschrijdende strategische sectoren (prioritaire as nr. 2); o het voorzien in de grensoverschrijdende behoeften inzake arbeidskrachten voor de groene sectoren, om zo hun ontwikkeling te ondersteunen (prioritaire as nr. 3); o het bevorderen van de sociale cohesie en de beroepsinschakeling voor de meest achtergestelde grensgebieden van de zone (prioritaire as nr. 4) Rechtvaardiging van de strategie ten aanzien van de uitdagingen van de samenwerkingszone ETC Template, 28 juin 2013 : Justification for the choice of thematic objectives and corresponding investment priorities, having regard to the Common Strategic Framework, based on an analysis of the situation of the programme area as a whole in terms of needs and the strategy chosen in response (table 1) 15

16 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie Beknopte verantwoording bij de keuze van de thematische doelstellingen en investeringsprioriteiten van het cohesiebeleid van de EU PRIORITAIRE ASSEN VAN HET OP OVEREENSTEMMENDE THEMATISCHE DOELSTELLINGEN VAN DE EU INVESTERINGSPRIORITEITEN WAARNAAR DE VOORKEUR UITGAAT UITDAGINGEN BEPAALD AAN DE HAND VAN DE SOCIO-ECONOMISCHE DIAGNOSE 1 VERBETEREN EN ONDERSTEUNEN VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING OP HET VLAK VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE Thematische doelstelling 1 Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie 1.b Bevorderen van de investeringen in R&D en uitbouwen van verbanden en synergieën tussen ondernemingen, onderzoekscentra en opleidingscentra De toepassing van regionale strategieën voor slimme specialisatie ondersteunen, door voor meer samenwerking en technologische uitwisseling te zorgen tussen universiteiten, onderzoekscentra, expertisecentra en ondernemingen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de sectoren die tot de strategische activiteitsgebieden behoren (grensoverschrijdende strategische sectoren en groene sectoren) Het gezamenlijk gebruik van R&D-infrastructuur bevorderen, met name in de strategische sectoren met een economische specialisatie Voor meer samenwerking zorgen tussen de ondernemingen, onderzoekscentra, expertisecentra en institutionele actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de strategische sectoren met een sterk potentieel voor de zone De grensoverschrijdende R&I-projecten ondersteunen, ook in domeinen die verder gaan dan louter technologische innovatie Voor meer samenwerking zorgen tussen de ondernemingen, onderzoekscentra, expertisecentra en institutionele actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de strategische sectoren met een sterk potentieel voor de zone 2 VERSTERKEN VAN HET GRENSOVERSCHRIJDENDE CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE KMO S Thematische doelstelling 3 Versterking van het concurrentievermogen van het mkb 3.a 3.d Bevorderen van de ondernemerszin, in het bijzonder door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te stimuleren en de opzet van nieuwe bedrijven specifiek via bedrijvencentra Versterken van het groeipotentieel van KMO s op de regionale, nationale en internationale markten evenals hun innovatievermogen De ondernemerszin versterken Voor meer samenwerking zorgen tussen de ondernemingen, onderzoekscentra, expertisecentra en institutionele actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de strategische sectoren met een sterk potentieel voor de zone De ondernemingen in hun groei begeleiden om zo hun voortbestaan te garanderen De begeleiding versterken van de kmo s en micro-ondernemingen ondernemingen die actief zijn in de grensoverschrijdende economische regio s, bij de verspreiding van ICT, hun opleidingsacties en inspanningen voor duurzame ontwikkeling, en op internationaal niveau 16

17 Strategie voor de bijdrage van het operationeel programma aan de Europa 2020-strategie 3 BESCHERMEN EN VALORISEREN VAN HET MILIEU DOOR EEN GEINTEGREERD BEHEER VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE HULPBRONNEN Thematische doelstelling 6: De aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer bevorderen 6.c 6.d Het natuurlijke en culturele erfgoed behouden, beschermen, promoten en ontwikkelen De biodiversiteit beschermen en herstellen, bodems beschermen en herstellen en diensten met betrekking tot ecosystemen promoten, waaronder NATURA 2000 en groene infrastructuur Bestaan van een gemeenschappelijk cultureel (Grote Oorlog, industrieel patrimonium), gastronomisch, landschappelijk en natuurlijk patrimonium dat moet worden gevaloriseerd De grensoverschrijdende hulpbronnen duurzaam en geïntegreerd beheren (water, biodiversiteit, landschappen, groen-blauwe netwerken) 5.b Investeringen promoten om het hoofd te bieden aan specifieke risico's, de capaciteit tot herstel na rampen waarborgen en systemen ontwikkelen voor rampenbeheersing De grensoverschrijdende samenwerking versterken op het vlak van het beheer van technologische risico s, overstromingen en onderwaterzetting 4 BEVORDEREN VAN DE COHESIE EN DE GEMEENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT IN DE GRENSREGIO'S 9.a Investeren in sociale en gezondheidsgerelateerde infrastructuur die bijdraagt tot t de lokale ontwikkeling, die ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg afbouwt en die sociale inclusie bevordert De netwerken en de zoektocht naar complementariteiten op het vlak van gezondheidsdiensten en maatschappelijke integratie versterken Thematische doelstelling 9 Stimulering van sociale inclusie en bestrijding van armoede Investeringsprioriteit ETS: bevordering van de werkgelegenheid en de grensoverschrijdende mobiliteit 9.b ETS De achtergestelde stedelijke en rurale gemeenschappen helpen bij hun fysieke en economische heropleving Integratie van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, met inbegrip van de mobiliteit, de informatie en de adviesdiensten over gemeenschappelijke lokale initiatieven m.b.t. werkgelegenheid en gezamenlijke opleidingen De acties ondersteunen die gericht zijn op het behoud en de valorisatie van het gemeenschappelijk cultureel en natuurlijk erfgoed De uitwisseling van goede praktijken verhogen in de strijd tegen uitsluiting en voor beroepsinschakeling en maatschappelijke integratie, in het bijzonder in de achtergestelde stedelijke en landelijke grensgebieden De integratie ontwikkelen van de grensoverschrijdende arbeidsregio s en de grensoverschrijdende mobiliteit van werknemers 17

18 Beschrijving van de prioritaire assen 2 Beschrijving van de prioritaire assen 18

19 Beschrijving van de prioritaire assen 2.1 Beschrijving van de prioritaire assen (exclusief Technische Bijstand) PRIORITAIRE AS 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten en zal ten uitvoer worden gebracht op EU niveau De prioriteit zal worden uitgevoerd met behulp van instrumenten voor lokale ontwikkeling Fonds in kwestie : Investeringsprioriteit : THEMATISCHE DOELSTELLINGEN VAN DE EU Versterking van onderzoek, technologische he ontwikkeling en innovatie (1) ( INVESTERINGSPRIORITEITEN N Bevorderen van de investeringen in R&D en uitbouwen van verbanden en synergieën tussen ondernemingen, onderzoekscentra en opleidingscentra 1.b De basis voor het berekenen van steun vanuit de Europese Unie PRIORITAIRE AS 2 Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de kmo s De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten en zal ten uitvoer worden gebracht op EU niveau De prioriteit zal worden uitgevoerd met behulp van instrumenten voor lokale ontwikkeling Fonds in kwestie : Investeringsprioriteit : THEMATISCHE DOELSTELLINGEN VAN DE EU Versterking van het concurrentievermogen van het mkb b (3)( INVESTERINGSPRIORITEITEN N Bevorderen van de ondernemerszin, in het bijzonder door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te stimuleren en de opzet van nieuwe bedrijven specifiek via bedrijvencentra 3.a Versterken van het groeipotentieel van KMO s op de regionale, nationale en internationale markten evenals hun innovatievermogen 3.d De basis voor het berekenen van steun vanuit de Europese Unie AS 3 beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten en zal ten uitvoer worden gebracht op EU niveau De prioriteit zal worden uitgevoerd met behulp van instrumenten voor lokale ontwikkeling Fonds in kwestie : Investeringsprioriteit : THEMATISCHE DOELSTELLINGEN VAN DE EU INVESTERINGSPRIORITEITEN N Het milieu beschermen en het efficiënt gebruik Het natuurlijke en culturele erfgoed behouden, beschermen, promoten en ontwikkelen 6.c 19

20 Beschrijving van de prioritaire assen van de hulpbronnen bevorderen (6) ( De biodiversiteit beschermen en herstellen, bodems beschermen en herstellen en diensten met betrekking tot ecosystemen promoten, waaronder NATURA 2000 en groene infrastructuur 6.d De aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer bevorderen (5)( Investeringen promoten om het hoofd te bieden aan specifieke risico's, de capaciteit tot herstel na rampen waarborgen en systemen ontwikkelen voor rampenbeheersing 5.b De basis voor het berekenen van steun vanuit de Europese Unie PRIORITAIRE AS 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten De prioriteit zal volledig worden uitgevoerd door middel van financiële instrumenten en zal ten uitvoer worden gebracht op EU niveau De prioriteit zal worden uitgevoerd met behulp van instrumenten voor lokale ontwikkeling Fonds in kwestie : Investeringsprioriteit : THEMATISCHE DOELSTELLINGEN VAN DE EU Bevorderen van sociale inclusie en armoede bestrijden (9) ( INVESTERINGSPRIORITEITEN N Investeren in sociale en gezondheidsgerelateerde infrastructuur die bijdraagt tot de lokale ontwikkeling, die ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg afbouwt en die sociale inclusie bevordert 9.a De achtergestelde stedelijke en rurale gemeenschappen helpen bij hun fysieke en economische heropleving 9.b Stimuleren van grensoverschrijdende werkgelegenheid en mobiliteit it (ETS) Bevorderen van de grensoverschrijdende tewerkstelling en mobiliteit. Integreren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, met inbegrip van mobiliteit, informatie en advies rond gemeenschappelijke lokale initiatieven op het vlak van tewerkstelling en vorming NC De basis voor het berekenen van steun vanuit de Europese Unie 20

21 Beschrijving van de prioritaire assen Specifieke doelstellingen die overeenstemmen met de investeringsprioriteiten en verwachte resultaten ETC Template, 28 juin 2013 : (repeated for each specific objective under the investment priority : - Specific objective (500 input); - The results, which the Member States seek to achieve with EU support (2.000 input); - Programme Specific Result Indicators (Table 3) One (if possible) and no more than two result indicators should be used for each specific objective PRIORITAIRE AS 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie INVESTERINGS PRIORITEIT Bevorderen van de investeringen in R&D en uitbouwen van verbanden en synergieën tussen ondernemingen, onderzoekscentra en opleidingscentra N 1.b Specifieke doelstelling N 1 Verwachte resultaten N 1 Specifieke doelstelling N 2 Verwachte resultaten N 2 Meer duurzame samenwerkingsverbanden tot stand brengen tussen de overheid, bedrijfswereld en kennis-en onderzoekscentra op het vlak van de strategische sectoren en de sectoren met sterke complementariteit om het innovatiepotentieel van de zone duurzaam te versterken Een versterking van het innovatievermogen van de strategische sectoren (grensoverschrijdende strategische sectoren met sterk innovatiepotentieel en groene sectoren) en sterk complementaire sectoren via een toename van de transfer van onderzoeksresultaten naar de bedrijfswereld binnen de samenwerkingszone. o o Via deze doelstelling wil het OP INTERREG bijdragen tot de verhoging van de R&I-inspanningen in de samenwerkingszone en het economische weefsel innovatiever maken, meer bepaald door het innovatieproces te ondersteunen en tegelijkertijd een structurerend en duurzaam kader te ontwikkelen voor wetenschappelijke en technologische samenwerking aan beide kanten van de grens Op een meer operationeel niveau streeft het OP enerzijds naar een toename van de gemeenschappelijke R&Iprojecten, -structuren en -netwerken in het kader van grensoverschrijdende samenwerking; anderzijds wil het de R&Iuitrusting en -infrastructuur beter toegankelijk maken voor de economische en institutionele actoren van de andere gebiedsdelen. De verspreiding van innovatie en goede praktijken aan beide kanten van de grens stimuleren en valoriseren op het vlak van de strategische sectoren en de sectoren met sterke complementariteit om te beantwoorden aan de behoeften van het algemeen belang van de gebieden Een omgeving die bevorderlijk is voor de verspreiding van sociale, ecologische en culturele innovatie o Het OP wil innovatieve projecten stimuleren die werkgelegenheid creëren en economische en sociale welvaart teweegbrengen, door de territoriale, institutionele, economische, universitaire actoren en de actoren uit de sociale en solidaire economie te mobiliseren en samen te brengen in netwerken of in grensoverschrijdende incubatoren die zich toeleggen op de verspreiding van sociale en ecologische innovaties 21

22 Beschrijving van de prioritaire assen PRIORITAIRE AS 2 Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de kmo s INVESTERINGS PRIORITEIT Bevorderen van de ondernemerszin, in het bijzonder door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te stimuleren en de opzet van nieuwe bedrijven specifiek via bedrijvencentra N 3.a Specifieke doelstelling Verwachte resultaten De ondernemingszin ontwikkelen en versterken alsook startende en jonge ondernemingen stimuleren en begeleiden in de gehele grensoverschrijdende zone Een positieve bijsturing van de perceptie van bepaalde groepen over ondernemerschap en de economische exploitatie van innovaties en nieuwe ideeën o Via deze doelstelling wil het OP INTERREG promotie- en sensibiliseringsinitiatieven voor verantwoord ondernemen ondersteunen en verspreiden, vooral bij de volgende doelgroepen: langdurig werklozen, immigranten, vrouwen, universitairen en jongeren. Deze initiatieven die gefinancierd worden door en het label dragen van France- Wallonie-Flandre kunnen op het niveau van de samenwerkingszone of op het niveau van de grensoverschrijdende arbeidsregio's georganiseerd worden Ze kunnen bovendien voordeel halen uit de goede praktijken die terzake in bepaalde gebieden bestaan INVESTERINGS PRIORITEIT Versterken van het groeipotentieel van KMO s op de regionale, nationale en internationale markten evenals hun innovatievermogen N 3.d Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Grensoverschrijdende voorzieningen creëren, opwaarderen en gemeenschappelijk maken voor de begeleiding van KMO's op het vlak van innovatie en/of op het vlak van toegang tot de regionale, nationale en internationale markten Een toename van het innovatieve en internationale karakter van de KMO s om de concurrentiepositie van de grensoverschrijdende strategische of complementaire sectoren te versterken o o o Het OP INTERREG wil de creatie en het gemeenschappelijk gebruik van begeleidende diensten voor ondernemingen in als strategisch bepaalde sectoren ondersteunen voor de hele samenwerkingszone: nieuwe materialen (textiel, polymeer, biologische materialen, nanomaterialen);de voedingsmiddelennijverheid, de valorisatie van agrarische hulpbronnen en de groene chemie; ecologische en schone technologieën, hernieuwbare energie; ICT, de digitale en creatieve economie; de sector van de gezondheidszorg en de autonomie van personen en farmacie; individueel en openbaar transport (auto, openbaar vervoer, luchtvaart) en de logistieke sector. En in sectoren waarbij er aan weerszijden van de grens economische complementariteiten bestaan: de groene sectoren (houtsector, ecologisch bouwen, afvalsectoren, sectoren die betrokken zijn bij de vermindering van de luchtverontreiniging) persoonsgebonden dienstverlening en ondernemerschap in de socialeeconomie, toerisme en cultuur. Deze doelstelling wil meer specifiek de bestaande toegang tot begeleidende diensten voor kmo's bij innovatie en op internationaal niveau verruimen in de sectoren in een gebiedsdeel, en zelfs aanzetten tot de creatie of het gemeenschappelijk gebruik van nieuwe diensten (sensibilisering, in contact brengen met de clusters, acties om de kmo s van de zone samen te brengen in netwerken). PRIORITAIRE AS 3 Beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen INVESTERINGS PRIORITEIT Het natuurlijke en culturele erfgoed behouden, beschermen, promoten en ontwikkelen N 6.c Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Innovatief en duurzaam opwaarderen van het cultureel, historisch en industrieel erfgoed en het natuur- en landschapspatrimonium in het grensgebied op toeristisch, economisch en ruimtelijk vlak Opgewaardeerde grensoverschrijdende culturele, industriële, natuurlijke en landschappelijke patrimonia met een opmerkelijk en typisch karakter in de kust- en plattelandsgebieden, dankzij ontwikkelingsprojecten voor duurzame economische sectoren zoals : o o o houtsector en ecologisch bouwen; visserijhulpmiddelen en -praktijken die bijdragen tot de grensoverschrijdende regionale identiteit voor de sector van de duurzame visvangst en aquacultuur; teelten en productietypes die bijdragen tot de grensoverschrijdende regionale identiteit voor de sectoren van de duurzame landbouw. Een sterkere toeristische aantrekkingskracht van de gebieden in de samenwerkingszone, door de grensoverschrijdende 22

23 Beschrijving van de prioritaire assen culturele identiteiten en de opwaarderingsacties van die gebieden meer in de verf te zetten o Het OP heeft tot doelhet grensoverschrijdende culturele erfgoed toeristisch beter te valoriserendoor marketing- en promotieacties te ontwikkelen voor de grensgebieden als geografisch aaneensluitende culturele en toeristische bestemming en door de ontwikkeling te ondersteunen van grensoverschrijdende toeristische aanbiedingen en producten (grensoverschrijdende culturele evenementen, grensoverschrijdende bezoekers-/wandelroutes, grensoverschrijdende museumcircuits, grensoverschrijdende aanbiedingen van hotels en logies). INVESTERINGS PRIORITEIT De biodiversiteit beschermen en herstellen, bodems beschermen en herstellen en diensten met betrekking tot ecosystemen promoten, waaronder NATURA 2000 en groene infrastructuur N 6.d Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Ontwikkelen en implementeren van innoverende methodes voor een geïntegreerd en duurzaam beheer van landschappen, natuurlijke rijkdommen en ecosystemen Behoud van de ecologische continuïteit van de natuurgebieden en behoud van de grensoverschrijdende ecosystemen o Het OP van INTERREG is bedoeld om bij te dragen aan de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en van de ecosystemen, door ondersteuning te bieden voor initiatieven om gemeenschappelijke beheersinstrumenten in het leven te roepen (grensoverschrijdende parken, grensoverschrijdende handvesten) en aan initiatieven om de inwoners en de relevante economische actoren te informeren en bewuster te maken. INVESTERINGS PRIORITEIT Investeringen promoten om het hoofd te bieden aan specifieke risico's, de capaciteit tot herstel na rampen waarborgen en systemen ontwikkelen voor rampenbeheersing N 5.b Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Beheren van de natuurlijke, technologische en industriële risico s alsook van de noodsituaties Vermindering van natuurlijke risico s, zoals het risico op overstroming en watersnood met invloed op de aangrenzende grensoverschrijdende gebieden (afwatering van de polders bijvoorbeeld) via ondersteuning van preventieacties en acties om de beheerscapaciteiten uit te breiden o Dat kan door een betere samenwerking bij het beheer van overstromingen van waterlopen in het binnenland en van overstromingen vanuit de zee in de kuststreek. Deze doelstelling beoogt ook de ontwikkeling van de grensoverschrijdende hulp- en noodplannen en -diensten, zoals de verbetering van de waterafvoer. Ontwikkeling van gemeenschappelijke samenwerkingsacties om de industriële en technologische risico's met een grensoverschrijdende impact te beheren o Het programma is bedoeld om de grensoverschrijdende samenwerking te versterken op het vlak van beheer van industriële en technologische risico's, door de uitvoering van gezamenlijke planningen en oefeningen inzake crisisbeheersing. 23

24 Beschrijving van de prioritaire assen PRIORITAIRE AS 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s INVESTERINGS PRIORITEIT Investeren in sociale en gezondheidsgerelateerde infrastructuur die bijdraagt tot de lokale ontwikkeling, die ongelijkheden op het vlak van gezondheidszorg afbouwt en die sociale inclusie bevordert N 9.a Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Versterken en bestendigen van de netwerking en van het dienstenaanbod voor de bevolking op sociaal en gezondheidsvlak Ontwikkeling van het grensoverschrijdende aanbod van diensten voor gezondheidszorg en sociale inclusie en een gemakkelijkere toegang voor de bevolking aan beide kanten van de grens Deze doelstelling is bedoeld om de bestaande initiatieven door te trekken, o.a. door: o o o o de synergieën uit te breiden tussen bestaande instellingen en voorzieningen op het vlak van sociale zaken en gezondheidszorg aan beide kanten van de grens; de coördinatie van de zorgvoorzieningen aan beide kanten van de grens te verbeteren en zelfs te komen tot een grensoverschrijdende planning van sociale diensten en gezondheidsdiensten; de grensoverschrijdende toegang tot publieke diensten te bevorderen; de bevolking beter te informeren over het aanbod en de mogelijkheden van grensoverschrijdende sociale voorzieningen en gezondheidszorg. Binnen de samenwerkingszone kan de samenwerking ook betrekking hebben op medisch-sociale aangelegenheden en de toenemende problemen die bepaalde achtergestelde stedelijke en rurale gebieden ondervinden (telegeneeskunde, de medische wachtdienst in rurale gebieden, de strijd tegen ongeletterdheid, de promotie van gezondheid als hulpbron voor mensen, de promotie van gelijke kansen). INVESTERINGS PRIORITEIT Specifieke doelstelling De achtergestelde stedelijke e en rurale gemeenschappen helpen bij hun fysieke en economische heropleving Ontwikkelen van grensoverschrijdende dienstverlening aan de bevolking en bevorderen van hun toegankelijkheid N 9.b Verwachte resultaten Deze doelstelling wil de geïntegreerde projecten die gericht zijn op heropleving en herintegratie in grensoverschrijdende stads- en stadsrandzones steunen. INVESTERINGS PRIORITEIT Specifieke doelstelling Verwachte resultaten Bevorderen van de grensoverschrijdende tewerkstelling en mobiliteit. Integreren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, met inbegrip van mobiliteit, informatie en advies rond gemeenschappelijke lokale initiatieven op het vlak van tewerkstelling en vorming Bevorderen van de werkgelegenheid en de grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en integreren van de arbeidsmarkt Deze doelstelling beoogt de werkgelegenheid in de stedelijke en landelijke gebieden van de samenwerkingszone te bevorderen om de levensstandaard en de inzetbaarheid van deze bevolkingsgroepen te verbeteren 24

25 Beschrijving van de prioritaire assen TABEL MET RESULTAATINDICATOREN De kwantificering en de toevoeging van bepaalde indicatoren zal besproken worden tijdens de vergadering van 5 december Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). IP Nr. 1.b SD 1 DOELWAARDE RESULTAATINDICATOREN EENHEID REFERENTIEWAARDE JAAR GEGEVENSBRON (2022) PRIORITAIRE AS 1 VERBETEREN EN ONDERSTEUNEN VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING OP HET VLAK VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE Aantal ondersteunde grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden, die 3 jaar na afloop van het project nog actief zijn FREQUENTIE VAN DE RAPPORTAGE Aantal - - Operatoren Tweejaarlijks 1.b SD 2 Aantal ondersteunde bedrijven die een nieuw product, of een verbeterd product, proces of organisatie hebben gelanceerd Aantal Operatoren Jaarlijks PRIORITAIRE AS 2 VERSTERKEN VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE SECTOREN 3.a Aantal oprichtingen van bedrijven met begeleiding van het programma Aantal Operatoren Jaarlijks 3.a Oprichting van bedrijven per NUTS-3 grensgebied Aantal 3.d Aandeel van de omzet van de ondersteunde kmo s dat wordt gerealiseerd in de grensoverschrijdende regio. Frankrijk : INSEE België: STATBEL Jaarlijks % omzet Operatoren Tweejaarlijks 3.d Aantal kmo s die werden begeleid en die acties ondernemen op het vlak van milieubeheer, energieefficiëntie of afvalrecyclage Aantal Operatoren Tweejaarlijks 25

26 Beschrijving van de prioritaire assen 6.c Aantal toeristen die deelnemen aan toeristische activiteiten aan beide kanten van de grens PRI PRIORITAIRE AS 3 BESCHERMEN EN VALORISEREN VAN HET MILIEU DOOR EEN GEINTEGREERD BEHEER VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE HULPBRONNEN Personen Operatoren Jaarlijks 6.c Aantal grensoverschrijdende toeristische en culturele aanbiedingen en producten die werden gecreëerd tijdens de programmatieperiode Aantal Operatoren Jaarlijks 6.d Oppervlakten die geïntegreerd worden beheerd Km² Operatoren Jaarlijks 5.b 5.b Bevolking die beschermingsmaatregelen geniet tegen natuurlijke risico's en grensoverschrijdende noodsituaties in verband met deze risico s Bevolking die beschermingsmaatregelen geniet tegen industriële en technologische risico s en grensoverschrijdende noodsituaties in verband met deze risico s Personen Operatoren Jaarlijks Personen Operatoren Jaarlijks PRIORITAIRE AS 4 BEVORDEREN VAN DE COHESIE EN DE GEMEENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT IN DE GRENSGEBIEDEN 9.a 9.b Bevolking die grensoverschrijdende gezondsheidszorg geniet Bevolking die grensoverschrijdende openbare diensten geniet Personen - - Operatoren Driejaarlijks Operatoren Driejaarlijks Trans- versale Aantal grensoverschrijdende werknemers Aantal Frankrijk: INSEE België: RIZIV / INAMI Driejaarlijks 26

27 Beschrijving van de prioritaire assen Acties op basis van de investeringsprioriteiten Beschrijving van de soorten en voorbeelden van acties die zullen worden gefinancierd en van de bijdrage ervan tot de overeenkomstige specifieke doelstelling ETC Template, 28 juin 2013 : « input / investment priorities» PRIORITAIRE AS 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie Bevorderen van de investeringen in R&D D en uitbouwen van verbanden en synergieën tussen ondernemingen, onderzoekscentra en IP N 1.b opleidingscentra Grensoverschrijdende expertisecentra uitbouwen (onderzoekscentra/bedrijven/hoger onderwijs,...) door te steunen op de competentiepolen en de clusters De coördinatie bevorderen tussen de stakeholders van de onderzoekswereld (tussen disciplines en instellingen) door hen een aanbod te laten uitbouwen voor meer contacten tussen de wereld van het onderzoek en die van de innovatieve bedrijven - uitbouwen van een spin-offeffect gericht op de clusters, gebaseerd op de kennis en de knowhow van de kenniscentra enerzijds en van het bestaande industriële weefsel anderzijds De samenwerking gericht op de markt tussen de onderzoeks-/bedrijvencentra aanmoedigen, door innovatietrajecten en/of nieuwe producten-dienstentoepassingen te ontwikkelen Het grensoverschrijdende netwerk tussen van stakeholders en infrastructuur uitbouwen waardoor de menselijke, intellectuele en materiële middelen gedeeld kunnen worden Ondersteunen van de grensoverschrijdende mobiliteit en de opleiding van onderzoekers, wetenschappers, studenten, werknemers... Ontwikkelen van vormingsacties, samenwerkingsacties tussen onderwijs-/vormingsinstellingen binnen de innovatieve sectoren, de groene sectoren, de strategische sectoren en de sectoren met sterke complementariteit Stimuleren en opwaarderen van de innovatiecultuur om zo de concurrentiekracht te ondersteunen van de stakeholders uit de grensstreek door hen aan te moedigen om technologische innovatie op te nemen binnen de openbare, private sectoren, de onderzoekscentra en de onderwijs-/vormingsinstellingen Bevorderen van het gebruik van nieuwe technologieën bijvoorbeeld door demonstratieprojecten, specifiek in de innovatieve sectoren, de ecologische sectoren, de strategische sectoren en de sectoren met sterke complementariteit. Ondersteunen van toegepast onderzoek en transsectoriële innovatie Grensoverschrijdend ondersteunen, bevorderen en opwaarderen van de grensoverschrijdende initiatieven op het vlak van sociale of milieugerelateerde innovatie bij de openbare sectoren, de private sectoren, de onderzoekscentra en de onderwijs-/vormingsinstellingen Axe prioritaire 2 Prioritaire as 2 - De grensoverschrijdende erschrijdende competitiviteit van de kmo s verhogen Bevorderen van de ondernemerszin, in het bijzonder door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te stimuleren en de opzet t van IP N 3.a nieuwe bedrijven specifiek via bedrijvencentra Ondersteunen van grensoverschrijdende sensibiliserings- en informatieacties rond ondernemerschap op het niveau van het samenwerkingsgebied of de grensoverschrijdende tewerkstellingszones door de netwerking te bevorderen bij startende en jonge bedrijven (bedrijvencentra,...) Grensoverschrijdend structureren van de toegang tot financiering voor de startende en jonge bedrijven en de ondernemer grensoverschrijdend begeleiden in zijn zoektocht naar financiering (advies, hulp,...) Adviseren en begeleiden van "jonge" bedrijven om hun "markt" potentieel langs de andere kant van de grens te ontwikkelen via o.a. de opwaardering en de opzet van gemeenschappelijke grensoverschrijdende instrumenten Opwaarderen van het potentieel en versterken van de interventie- en innovatiecapaciteit en de toegang tot financiering van de bedrijven actief op sociaal en solidair vlak Bevorderen van een proactief beheer van de grensoverschrijdende tewerkstellingszones om zo de behoeften van nieuwe werkgevers op het vlak van opleiding te bepalen, te anticiperen en te beantwoorden. Uitwerken van grensoverschrijdende opleidingsinstrumenten die kunnen inspelen op de verwachtingen van jonge bedrijven Ondersteunen van opleidingsacties in innovatieve domeinen en domeinen met een sterk groeipotentieel. Ondersteunen van acties ter versterking van de beheerscapaciteit van de ondernemers en de stakeholders binnen de sociale en solidaire economie (vorming, professionalisering van de sector,...) IP Versterken van het groeipotentieel van KMO s op de regionale, nationale en internationale markten evenals hun innovatievermogen Opzetten van relais en steunpunten in de grensstreken voor de bedrijven om initiatieven te ondersteunen gericht op de verspreiding van innovatie, ICT, duurzaam ondernemen,... bij de KMO's Adviseren en begeleiden van het bedrijf bij de uitbouw van haar "markt" potentieel langs de andere kant van de grens en op internationaal vlak, via o.a. de opwaardering en de opzet van gemeenschappelijke, grensoverschrijdende instrumenten Grensoverschrijdend structureren van de toegang tot financiering voor bedrijven in ontwikkeling en begeleiden van het bedrijf bij haar zoektocht naar N 3.d 27

28 Beschrijving van de prioritaire assen financiering (advies, hulp,...) Bepalen en ondersteunen van grensoverschrijdende acties op het vlak van overdracht en overname van bedrijven Ondersteunen van grensoverschrijdende acties gericht op de integratie van duurzaam ondernemen bij de uitbouw/aanpassing van de bedrijven Bevorderen van de netwerking tussen bedrijven door de opzet van grensoverschrijdende sectoren Begeleiden van ondernemers in hun uitwerking van nieuwe technieken en nieuwe processen en nieuwe ondernemingsvormen De doelgroep bestaat met name uit sectoren met een sterk potentieel, uit belangrijke, opkomende economische sectoren met een sterk potentieel op het vlak van innovatie en economische valorisatie (nieuwe materialen, voedingsmiddelnijverheid, ecologische en schone technologieën, ICT, digitale en creatieve economie, gezondheids- en ouderenzorg, individueel en collectief transport, logistiek,...) evenals uit sterk complementaire sectoren die mogelijkheden bieden op het vlak van technologische, sociale, culturele en ecologische innovatie (houtsector en ecologisch bouwen, persoonsgebonden dienstverlening en sociaal ondernemerschap, toerisme en cultuur). Bevorderen van een proactief beheer van de grensoverschrijdende tewerkstellingszones om zo de behoeften van de werkgevers op het vlak van opleiding te bepalen en te beantwoorden aan de verwachtingen van de werkgevers en de werknemers Uitwerken van grensoverschrijdende opleidingsinstrumenten die kunnen inspelen op de verwachtingen van de bedrijven Ondersteunen van opleidingsacties in innovatieve domeinen en domeinen met een sterk groeipotentieel Ondersteunen van acties ter versterking van de beheerscapaciteit van de ondernemers en de stakeholders binnen de sociale en solidaire economie (vorming, professionalisering van de sector,...) PRIORITAIRE AS 3 beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen IP Het natuurlijke en culturele erfgoed behouden, beschermen, promoten en ontwikkelen Coördineren van innovatieve acties rond toeristisch onthaal en uitwerking van instrumenten bestemd voor toeristen met het oog op duurzaam toerisme, o.a. op het vlak van riviertoerisme, fietstoerisme, gastronomisch toerisme, ervaringsgericht toerisme, herdenkingstoerisme en jongerentoerisme Ondersteunen van innovatieve marketing- en promotieacties van de grensstreken als toeristische en culturele bestemming Ondersteunen van pilootprojecten rond nieuwe modellen van publiek-private samenwerking op het vlak van het behoud van het culturele, industriële, natuurlijke en landschappelijke erfgoed Ontwikkelen van innovatieve projecten voor de bescherming en bevordering van het culturele, industriële en landschappelijke erfgoed Versterken van de capaciteiten voor de uitwerking van innovatieve en duurzame strategieën voor het beheer van het culturele, industriële, natuurlijke en landschappelijke erfgoed Opwaarderen en ontwikkelen van innovatieve culturele acties die zorgen voor een internationale uitstraling van het samenwerkingsgebied. Toepassen van de grensoverschrijdende acties gericht op het ondersteuren van de professionaliseringsopleidingen van de stakeholders actief op het vlak van het beheer van duurzame ontwikkeling, toerisme en cultuur N 6.c De biodiversiteit beschermen en herstellen, bodems beschermen en herstellen en diensten met betrekking tot ecosystemen promoten, IP N 6.d waaronder NATURA 2000 en groene infrastructuur Ondersteunen van de instrumenten voor een geïntegreerd beheer van water (riviercontracten, grensoverschrijdend rivierenplan,...) en natuurreservaten (aanleg van grensoverschrijdende natuurreservaten, bescherming van ecologische corridors en beheer van beschermde zones,...) Ondersteunen van acties die het delen van rijkdommen en de toegang tot drinkwater voor iedereen beschikbaar maken, ten gunste van de bevolking in het grensoverschrijdende gebied Sensibiliseren van de bevolking en de plaatselijke stakeholders rond het gerationaliseerde en participatieve beheer van natuurlijke rijkdommen door best practices te delen Uitwerken van acties die zich richten op een efficiënt waterbeheer in de landbouw- en de bedrijvensector Ondersteunen van de grensoverschrijdende geïntegreerde acties bij het beheer van de landschappen, de ecosystemen, het beheer van de kustzone, de bescherming van de gronden en de biodiversiteit Ondersteunen van de investeringen die zorgen voor de uitbouw van innovatieve technologieën voor afvalverwerking, waterzuivering, bodembescherming, vermindering van de luchtvervuiling,... Investeringen promoten om het hoofd te bieden aan specifieke risico's, de capaciteit tot herstel na rampen waarborgen en systemen IP ontwikkelen voor rampenbeheersing Ondersteunen van de acties in de strijd tegen het overstromingsrisico (beheer van zoetwatervoorraden,...) en de klimaatsverandering Uitbouwen van een grensoverschrijdend informatie- en sensibiliseringsplatform voor het publiek over de natuurlijke (o.a. de overstromingen) en industriële (vervuiling,...) risico's. Toepassen van acties gericht op een efficiënt waterbeheer bij de landbouwsector en de bedrijven Ontwikkelen en versterken van de coördinatie bij de spelers op het vlak van grensoverschrijdende veiligheid (rampoefeningen, gemeenschappelijke opleidingen, grensoverschrijdend urgentieplan,...) Bevorderen van grensoverschrijdende preventiemaatregelen tegen industriële en technologische risico's ten gunste van de bevolking. N 5.b 28

29 Beschrijving van de prioritaire assen PRIORITAIRE AS 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s Investeren in sociale en gezondheidsgerelateerde infrastructuur die bijdraagt tot de lokale ontwikkeling, die ongelijkheden op o p het vlak IP N 9.a van gezondheidszorg eidszorg afbouwt en die sociale inclusie bevordert Ondersteunen van coördinatie- en netwerkingsacties bij de diensten voor zorgverstrekking en welzijn in de grensoverschrijdende woongebieden, o.a. door te zorgen voor een betere coördinatie van de diensten en het delen van de infrastructuur Ondersteunen van de mobiliteit van patiënten en zorgverstrekkers in de grensoverschrijdende woongebieden en zorgen voor de efficiënte medische opname op het platteland of in de stadsrand Bevorderen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van verslavingspreventie, gezondheidspromotie, innovatie in de zorgsector en de uitbouw van diensten gericht op de persoon. Uitbouwen en uitwerken van innovatieve concepten en methodologieën op het vlak van welzijnszorg IP De achtergestelde stedelijke en rurale gemeenschappen helpen bij hun fysieke en economische heropleving Geïntegreerde projecten uitbouwen die gericht zijn op de heropleving en de herintegratie in stads- en stadsrandszones (methodologisch concept, sociale inclusie, duurzame wijk,...). De mobiliteit van personen bevorderen door de plaatselijke grensoverschrijdende verbindingen te verbeteren en te harmoniseren en door alternatieve manieren van vervoer te bedenken (carpooling,...) Pilootprojecten ondersteunen op het vlak van e-medicine, e-vorming en onderwijs waardoor de mensen vlotter toegang krijgen tot deze diensten Geïntegreerde grensoverschrijdende acties uitwerken die erop gericht zijn om jongeren te integreren (preventie van voortijdig schoolverlaten, acties gericht op een geslaagde schoolloopbaan door innovatieve benaderingen, toegang tot huisvesting, mobiliteit en tewerkstelling,...). Optimaliseren van de toegang tot de bestaande diensten en infrastructuur langs weerszijden van de grens en verbeteren van het aanbod door de opzet of het delen van diensten gericht op de persoon. N 9.b Bevorderen van de grensoverschrijdende tewerkstelling en mobiliteit. IP Integreren van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, met inbegrip van mobiliteit, informatie en advies rond gemeenschappelijke e lokale initiatieven op het vlak van tewerkstelling en vorming Een geïntegreerd aanbod uitwerken op het vlak van grensoverschrijdende begeleiding die erop gericht is om de mobiliteit bij de werknemers, de leerlingen, de studenten en de werkzoekenden te laten toenemen. Acties ondersteunen die zich richten op talenonderwijs en cultuur vanaf jonge leeftijd Uitwerken van grensoverschrijdende opleidingsprogramma's voor knelpuntberoepen en opleidingen aangepast aan de nieuwste economische trends (sectoren gericht op de groene, wetenschappelijke, technologische, medisch-sociale economie,...). Ondersteunen van de grensoverschrijdende terbeschikkingstelling van informatie over vacatures via tewerkstellingsloketten, samenwerking tussen verschillende arbeidsbemiddelingsdiensten,... Bevorderen van de integratie van grensoverschrijdende arbeidsmarkten, met inbegrip van mobiliteit, informatie en advies rond gezamenlijke plaatselijke initiatieven rond tewerkstelling en opleiding De richtsnoeren voor de selectie van de concrete acties IP 29

30 Beschrijving van de prioritaire assen Outputindicatoren TABEL MET PRESTATIE-INDICATOREN INDICATOREN De kwantificering en de toevoeging van bepaalde indicatoren zal besproken worden tijdens de vergadering van 5 december Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). IP Nr. OUTPUTINDICATOREN EENHEID DOELWAARDE (2022) GEGEVENSBRON 1.b PRIORITAIRE AS 1 VERBETEREN EN ONDERSTEUNEN VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING OP HET VLAK VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE Aantal acties die door het programma worden ondersteund op het vlak van technologie-overdracht en/of de verspreiding van innovatie (PSI) Aantal Operatoren 1.b Aantal bedrijven die steun krijgen op het vlak van technologie-overdracht en/of de verspreiding van innovatie (CI4) Aantal Operatoren 1.b Aantal onderzoeksinstellingen die deelnemen aan een onderzoeksproject (ETC- CI 42) Aantal Operatoren 3.a PRIORITAIRE AS 2 VERSTERKEN VAN HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE SECTOREN Aantal acties die door het programma worden ondersteund op het vlak van ondernemerschap, de oprichting of overdracht van bedrijven (PSI) Aantal Operatoren 3.a 3.d Aantal begunstigden van acties die begeleiding bieden bij het ondernemen en dankzij het programma worden uitgevoerd (PSI) Aantal bedrijven die begeleiding krijgen op het vlak van (PSI): - internationale begeleiding - goede milieupraktijken - goede praktijken op het vlak van organisatie - begeleiding van innovatie - ITC-gebruik Aantal Operatoren Aantal Operatoren 30

31 Beschrijving van de prioritaire assen 6.c PRIORITAIRE AS 3 BESCHERMEN EN VALORISEREN VAN HET MILIEU DOOR EEN GEINTEGREERD BEHEER VAN GRENSOVERSCHRIJDENDE HULPBRONNEN Aantal valorisatie-acties van het - culturele, - industriële, - natuurlijke en Aantal Operatoren - landschappelijke patrimonium in de samenwerkingszone (PSI) 6.d Aantal acties rond gemeenschappelijk beheer en behoud van natuurlijke hulpbronnen (PSI) Aantal Operatoren 6.d 5.b Aantal deelnemers aan sensibiliseringsacties rond gecoördineerd milieubeheer en beheer van de natuurlijke hulpbronnen (PSI) Aantal voorzieningen voor gecoördineerd beheer van de natuurlijke risico s (overstroming, enz.) en noodsituaties (PSI) Aantal Operatoren Aantal Operatoren 5.b Aantal voorzieningen voor gecoördineerd beheer van de industriële risico s en noodsituaties (PSI) Aantal Operatoren PRIORITAIRE AS 4 BEVORDEREN VAN DE COHESIE EN DE GEMEENSCHAPPELIJKE IDENTITEIT IN DE GRENSGEBIEDEN 9.a 9.b Aantal begunstigden die toegang hebben gekregen tot een gezondheids- en sociale dienst aan beide kanten van de grens (PSI) Aantal grensoverschrijdende projecten die door het programma worden gesteund om de toegankelijkheid van de grensoverschrijdende persoonsgebonden dienstverlening te stimuleren (PSI) Aantal Operatoren Aantal Operatoren 9.b Aantal begunstigden van grensoverschrijdende acties rond gezondheids- en sociale preventie (PSI) Aantal Operatoren Trans- versaal Aantal acties om mensen te begeleiden bij het zoeken naar een baan in een grensoverschrijdend gebied (PSI) Aantal Operatoren Trans- Aantal begunstigden die toegang hebben gehad tot hulp- en begeleidingsdiensten bij grensoverschrijdende versaal mobiliteit (PSI) Aantal Operatoren 31

32 Beschrijving van de prioritaire assen Evaluatie matrix De kwantificering en de toevoeging van bepaalde indicatoren zal besproken worden tijdens de vergadering van 5 december Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). ETC Template, 28 juin 2013 : An identification of implementation steps and financial and output indicators to act as milestones and targets for the performance framework in accordance with Article 19(1) CPR and Annex (xx) Table 5: The performance framework of the priority axis PRIORITAIRE AS As 1 CATEGORIE VAN INDICATOREN IP N Outputindicatoren 1.b UITVOERINGSFASE, FINANCIËLE INDICATOR, REALISATIE- INDICATOR OF RESULTAATINDICATOR Aantal onderzoeksinstellingen die deelnemen aan een onderzoeksproject (ETC- CI 42) EENHEID Aantal TUSSENTIJDSE WAARDE (2018) DOELWAARDE (2022) GEGEVENSBRON Operatoren Toelichting bij de relevantie van de indicator, indien nuttig As 3 As 3 Aantal begunstigden van acties die begeleiding bieden Outputindicatoren 3.a bij het ondernemen en dankzij het programma worden uitgevoerd (PSI) Outputindicatoren 3.d Aantal bedrijven die begeleiding krijgen Aantal Aantal Operatoren Operatoren As 6 Outputindicatoren 6.d Aantal acties rond gemeenschappelijk beheer en behoud van natuurlijke hulpbronnen (PSI) Aantal Operatoren As 9 As 8 Outputindicatoren 9.a Outputindicatoren Transversaal Aantal begunstigden die toegang hebben gekregen tot een gezondheids- en sociale dienst aan beide kanten van de grens (PSI) Aantal begunstigden die toegang hebben gehad tot hulpen begeleidingsdiensten bij grensoverschrijdende mobiliteit (PSI) Aantal Aantal Operatoren Operatoren 32

33 Beschrijving van de prioritaire assen Categorieën van bijstandsverlening In afwachting van de publicatie van de nomenclatuur van de Europese Commissie via uitvoeringsbesluiten (ontwerp-reglement reglement ETS), blijft dit deel voorlopig onvolledig. Tabel 1: : Dimensie 1: Domein van bijstandsverlening Prioritaire as Code Bedrag Tabel 2: : Dimensie 2: FinancieringsvormF Prioritaire as Code Bedrag Niet terugbetaalbare hulp 01 Tabel 3: : Dimensie 3: ZoneZ Prioritaire as Code Bedrag Grensoverschrijdende samenwerkingszone 08 Tabel 4: : Dimensie 6 : Territoriale prestatiemechanismen Prioritaire as Code Bedrag Tabel 5: : Dimensie 12 : Thematische doelstelling Prioritaire as Thematische doelstelling 1 van de EU Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie Thematische doelstelling 3 van de EU Versterking van het concurrentievermogen van het mkb Thematische doelstelling 6 van de EU Bescherming van milieu en bevordering van efficiënt gebruik van hulpbronnen Thematische doelstelling 9 van de EU Stimulering van sociale inclusie en bestrijding van armoede Code Bedrag 33

34 Beschrijving van de prioritaire assen Een samenvatting van het geplande gebruik van de technische bijstand, indien nodig met inbegrip van de acties die erop gericht zijn het administratieve vermogen te versterken van de autoriteiten die betrokken zijn bij het beheer en de controle van de programma s en de begunstigden en, indien nodig, van de acties voor de verbetering van het administratieve vermogen van de betrokken partners om deel te nemen aan de uitvoering van de programma s (per prioritaire as) ETC Template, 28 juin 2013 : input 34

35 Beschrijving van de prioritaire assen 2.2 Beschrijving van de prioritaire assen voor de technische bijstand Prioritaire as 5 Technische bijstand Betrokken fonds: Berekeningsbasis voor de steun van de Unie: Specifieke doelstellingen en verwachte resultaten Prioritaire as 5 Technische bijstand 1 SPECIFIEKE DOELSTELLING 5.1 SPECIFIEKE DOELSTELLING 5.2 SPECIFIEKE DOELSTELLING 5.3 Een doeltreffend administratief en financieel beheer van het programma verzekeren via de update van het geïnformatiseerd gegevensbeheerssysteem, en voor meer mogelijkheden zorgen op het vlak van rechtstreekse invoer in de databank van het programma. De uitgaven controleren met naleving van de communautaire verplichtingen via de opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij de eerstelijnscontrole. De hulp bij het opzetten, de behandeling, de opvolging en de begeleiding van de projecten vergemakkelijken via de informatisering van alle informatie- en opvolgingsstromen van de projecten en via de opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij het helpen opzetten van de projecten. 1 Voor deze prioritaire as worden geen verwachte resultaten of resultaatindicatoren geformuleerd, aangezien het bedrag dat de Europese Unie toekent voor de technische bijstand van dit samenwerkingsprogramma niet hoger ligt dan 15 miljoen. 35

36 Beschrijving van de prioritaire assen Ondersteunde acties en de verwachte bijdrage ervan tot de specifieke doelstellingen (per prioritaire as) Beschrijving van de acties die gefinancierd zullen worden, en van de bijdrage ervan tot de overeenstemmende specifieke doelstelling Prioritaire as 5 Technische bijstand Specifieke doelstelling 1 - Een doeltreffend administratief en financieel beheer van het programma verzekeren via de update van het geïnformatiseerd gegevensbeheerssysteem, en voor meer mogelijkheden zorgen op het vlak van rechtstreekse invoer in de databank van het programma Update van het geïnformatiseerd gegevensbeheerssysteem: o o Ontwikkeling van een geïnformatiseerd beheersinstrument om de projecten en het bijbehorende budget online in te dienen. Integratie van een functiemogelijkheid om de schuldvorderingen en bewijsstukken rechtstreeks in te dienen met aangepaste informaticacontroles. De rechtstreekse invoer in de databank van het programma mogelijk maken: o o o o o o voor de opvolging van de financiële verklaringen van de halfjaarlijkse activiteitenrapporten door de operatoren van kleine wijzigingen om de grote wijzigingen met betrekking tot de administratieve opvolging van de projecten vlotter te laten verlopen van de stukken en gegevens door de operator voor het controleproces ervan voor de indiening van de schuldvorderingen met een harmonisering van de timesheets voor de drie gebiedsdelen door de operatoren voor de opvolging van de EFRO-betalingen. Specifieke doelstelling 2 De uitgaven controleren met naleving van de communautaire verplichtingen via de opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij de eerstelijnscontrole Opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij de eerstelijnscontrole. Specifieke doelstelling 3 - De hulp bij het opzetten, de behandeling, de opvolging en de begeleiding van de projecten vergemakkelijken via de informatisering van alle informatie- en opvolgingsstromen van de projecten en via de opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij het helpen opzetten van de projecten Informatisering van alle (feitelijke, administratieve en financiële) informatie- en opvolgingsstromen van de projecten. Opstelling van gemeenschappelijke checklisten van de te controleren punten bij het helpen opzetten van de projecten. 36

37 Beschrijving van de prioritaire assen Realisatie-indicatoren die bijdragen tot de resultaten De kwantificering en de toevoeging van bepaalde indicatoren zal besproken worden tijdens de vergadering van 5 december Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). Figuur 2: realisatie-indicatoren indicatoren INDICATOREN EENHEID DOELWAARDE (2022) BRON VAN HET GEGEVEN Aantal gesensibiliseerde potentiële operatoren Aantal Opvolgingssysteem van het OP Aantal gerealiseerde sensibiliseringsvergaderingen Aantal Opvolgingssysteem van het OP Aantal vergaderingen voor hulp bij het opzetten van gerealiseerde projecten Aantal Opvolgingssysteem van het OP Aantal behandelde projecten Aantal Opvolgingssysteem van het OP Aantal ontwikkelde grensoverschrijdende projecten Aantal Opvolgingssysteem van het OP Aantal uitgevoerde controles ter plaatse Aantal Opvolgingssysteem van het OP 37

38 Beschrijving van de prioritaire assen Categorieën van bijstandsverlening In afwachting van de publicatie van de nomenclatuur van de Europese Commissie via uitvoeringsbesluiten (ontwerp-reglement reglement ETS), blijft dit deel voorlopig onvolledig Tabel 6: : Dimensie 1: Domein van bijstandsverlening Prioritaire as a Code Steun van de EU Tabel 7: : Dimensie 2: FinancieringsvormF Prioritaire as Code Steun van de EU Niet terugbetaalbare hulp 01 Tabel 8: : Dimensie 3: ZoneZ Prioritaire as Code Steun van de EU Grensoverschrijdende samenwerkingszone 08 38

39 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma 3 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma 39

40 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma Verdeling van het financieringsplan resulterend uit de bespreking van het Comite van Toezicht op 9 december Deze cijfers moeten nog worden gevalideerd door de besluitvormende organen van de verschillende partners. Prioritaire assen Prioritaire as 1 Verbeteren en ondersteunen van de grensoverschrijdende samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie Prioritaire as 2 Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de kmo s Prioritaire as 3 Beschermen en valoriseren van het milieu door een geïntegreerd beheer van grensoverschrijdende hulpbronnen Prioritaire as 4 Bevorderen van de cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s Verdeling 30% 20% 25% 19% Prioritaire as 5 Technische bijstand 6% 3.1 Een tabel met voor elk jaar, overeenkomstig de artikelen 53, 110 en 111 van de CPR (Common Provisions Regulation verordening inzake gemeenschappelijke bepalingen), het bedrag van de beoogde totale financiële enveloppe voor de EFRO-steun (EUR) Fonds Totaal EFRO Bedragen voor het IPA (pretoetredingsinstrument), waar van toepassing Bedragen voor het ENB (Europees nabuurschapsbeleid, waar van toepassing) Totaal 3.2 Financieringsplan van het samenwerkingsprogramma dat voor de volledige programmeringsperiode, voor het samenwerkingsprogramma en voor elke prioritaire as, het bedrag vermeldt van de volledige financiële enveloppe voor de EFRO-steun en de nationale medefinanciering (EUR) ETC Template, 28 juin 2013 : 1. The financial table should set out the financial plan of the cooperation programme by priority axis. Where outermost regions programme combine cross-border and transnational allocations, separate priority axes need to be set out for each of these. 40

41 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma 2. The financial ncial table shall show for information purposes, any contribution from third countries participating in the cooperation programme (other than contributions from IPA and ENI, e.g. NO, CH) 3. The EIB contribution should be presented at the level of the priority ity axis. Fonds Berekenings basis voor de EU-steun EU-steun (a) Nationale medefinan- ciering (b) = (c) + (d) Indicatieve opsplitsing van de nationale medefinanciering Nationale Nationale openbare privéfinanciering (d) 3 financiering (c) Totale financie- ring (f) = (a) + (b) 2 Medefinan cierings- percentag e (f) = (a)/ Ter informatie Bijdragen van derde landen Bijdrage EBI? EFRO Prioritaire as 1 IPA ENB EFRO Prioritaire as 2 IPA ENB EFRO Prioritaire as 3 IPA ENB EFRO Prioritaire as 4 IPA ENB 3.3 Verdeling van het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma per prioritaire as en thematische doelstelling ETC Template, 28 juin 2013 : This breakdown is required in order to fulfil the requirement set out under (Article 7(2) (d) (ii) to specify for priority axes, which combine investment priorities from different thematic objectives, the amount of total financial appropriation and the national co-financing for each of the corresponding thematic objectives. Where each priority axis corresponds to a single thematic objective, this table will not require a breakdown below the level of a priority axis. Prioritaire assen Thematische doelstellingen EU-steun Nationale medefinanciering Totale financiering 2 Dit cijfer kan afgerond worden naar het dichtste gehele getal in de tabel. Het precieze percentage dat gebruikt wordt voor de terugbetaling van de uitgaven is de ratio (f) 3 Enkel in te vullen wanneer de prioritaire assen uitgedrukt zijn in totale kosten 41

42 Het financieringsplan van het samenwerkingsprogramma Prioritaire assen Thematische doelstellingen EU-steun Nationale medefinanciering Totale financiering Prioritaire as 1 Thematische doelstelling 1 Thematische doelstelling 2 Totaal Tabel 9: Indicatief bedrag van de te gebruiken steun voor de doelstellingen met betrekking tot klimaatverandering Prioritaire assen Indicatief bedrag van de te gebruiken steun voor de doelstellingen met betrekking tot klimaatverandering Aandeel in de totale enveloppe voor het samenwerkingsprogramma (%) Totaal 42

43 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling 4 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling 43

44 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling Voor deel 4 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling is het wachten op de regionale OP s die momenteel niet beschikbaar zijn. Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). ETC Template, 28 juin 2013 : input A description, taking into account the content and objectives of the cooperation programme, of the integrated approach to territorial development, including in respect of areas referred to in Article 174 (3) TFEU, having regard to the Partnership Agreements of the participating Member States, and showing how it contributes to the accomplishment of the programme objectives and expected results. 4.1 Voor de grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma s: de aanpak toelichten voor het gebruik van de lokale ontwikkelingsinstrumenten door de gemeenschappen en de principes om te bepalen in welke zones deze toegepast zullen worden ETC Template, 28 juin 2013 : input (where appropriate) 4.2 De principes om de stedelijke zones te bepalen waar geïntegreerde acties van duurzame stedelijke ontwikkeling uitgevoerd moeten worden en het aandeel van de EFRO-steun voor deze acties ETC Template, 28 juin 2013 : input (where appropriate) Tabel 10: Het indicatieve bedrag van de EFRO-steun voor de geïntegreerde acties van duurzame stedelijke ontwikkeling Fonds Het indicatief bedrag van de EFRO-steun voor de geïntegreerde acties van duurzame stedelijke ontwikkeling (EUR) 4.3 De aanpak voor het gebruik van de geïntegreerde territoriale investeringen (GTI) verschillend van de gevallen onder 4.2 en de indicatieve financiële toewijzing ervan voor elke prioritaire as ETC Template, 28 juin 2013 : 5000 input (where appropriate) Tabel 11: Het indicatieve financieringsaandeel aandeel voor de GTI verschillend van die vermeld onder punt 4.2 (gecumuleerd bedrag) Prioriteit Indicatief financieringsaandeel (EU-steun) (EUR) 44

45 Geïntegreerde aanpak voor de territoriale ontwikkeling Prioriteit Indicatief financieringsaandeel (EU-steun) (EUR) Prioritaire as 1 Prioritaire as 2 Prioritaire as 3 Prioritaire as Wanneer de lidstaten en regio s deelnemen aan macroregionale strategieën en strategieën in de maritieme regio s : aanstippen welke bijdrage ze voor de interventies met het oog op deze strategieën overwegen, onder voorbehoud van de noden van de programmazones, zoals bepaald door de betrokken lidstaten en desgevallend rekening houdend met projecten van strategisch belang in de respectieve strategieën De bijdrage van het samenwerkingsprogramma voor de geplande interventies in het kader van de macroregionale strategieën en de strategieën in maritieme regio s, desgevallend rekening houdend met projecten van strategisch belang in de respectieve strategieën ETC Template, 28 juin 2013 : input 45

46 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma 5 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma 46

47 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Voor deel 5 Uitvoeringsmodaliteiten Uitvoeringsmodaliteiten is het wachten op de bespreking van de partnerschapsovereenkomst op 5 december Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). 5.1 Identificatie van de bevoegde autoriteiten en diensten Figuur 3: tabel: identificatie en contactgegevens van de bevoegde autoriteiten en diensten Autoriteit / dienst Beheersautoriteit Certificatieautoriteit Auditautoriteit Naam van de autoriteit / dienst Wallonië (Wallonie-Bruxelles International) Provincie Oost-Vlaanderen Auditcel van de Inspectie van Financiën voor de Europese Fondsen Verantwoordelijke van de autoriteit / dienst De heer Philippe SUINEN Administrateur général Saincteletteplaats 2 B-1080 BRUSSEL Tel.: +32(0)2/ Fax: +32(0)2/ Mevrouw Marie-Paule BOONE Gouvernementstraat 1 B GENT Tel.: + 32 (0)9/ Fax: + 32 (0)9/ De heren Christophe RAPPE en Pierre MANGEZ, Inspecteurs van Financiën Avenue Gouverneur Bovesse, (4ème étage) B JAMBES Tel.: +32 (0)81/ Fax: +32 (0)81/ De dienst waaraan de Commissie de betalingen zal verrichten is: de Beheersautoriteit de Certificatieautoriteit Autoriteit / dienst Aangestelde dienst(en) om de controletaken te verrichten Autoriteit / dienst Aangestelde dienst(en) om de controletaken te Naam van de autoriteit / dienst Frans gebiedsdeel 4 Conseil Régional du Nord-Pas de Calais Waals gebiedsdeel SPW-Département de la Coordination des Fonds structurels-direction du Contrôle de premier niveau Fédération Wallonie-Bruxelles - Service général de la modernisation et de la stratégie Vlaams gebiedsdeel Provincie West-Vlaanderen - Eerstelijnscontrole Naam van de autoriteit / dienst Frans gebiedsdeel Conseil Régional du Nord-Pas de Calais Direction du contrôle des Verantwoordelijke van de autoriteit / dienst Mevrouw Anne WETZEL Directrice Siège de Région 151, Avenue du Président Hoover F LILLE CEDEX Tel.: +33-(0) De heer Luc HOUGARDY Directeur Place Joséphine Charlotte, 2 B JAMBES Tel.: +32-(0) Mevrouw Ingrid GOUDEMANT Leopold II-laan 44 B BRUSSEL Tel.: +32-(0) Mevrouw Sandra DEMEESTER Koning Leopold III-laan 41 B SINT-ANDRIES Tel.: +32-(0) Verantwoordelijke van de autoriteit / dienst De heer Touhami GHERISSI - Directeur Boulevard Hoover, Er wordt nog onderhandeld over welke dienst aangesteld zal worden om de controletaken uit te voeren voor het Franse gebiedsdeel. 47

48 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma verrichten fonds européens F LILLE CEDEX Tel.: +33(0) Fax: +33 (0) Waals gebiedsdeel SPW - SG - Département de l'audit - Direction de l'audit des fonds européens - DAFE Vlaams gebiedsdeel Vlaamse overheid Agentschap Ondernemen - Afdeling Europa Economie - EFRO De heer Eric STAPELLE Avenue Gouverneur Bovesse, (3ème étage) B JAMBES De heer Erik DE GENDT Ellipsgebouw Koning Albert II-laan 35 bus 12 B BRUSSEL Procedure voor de werking van het Gemeenschappelijk Secretariaat ETC Template, 28 juni 2013: input Het Gemeenschappelijk Secretariaat valt onder de Beheersautoriteit en heeft als opdracht om het operationele beheer van het programma te verzorgen binnen de bevoegdheden van de Beheersautoriteit. In dit kader staat het Gemeenschappelijk Secretariaat, in nauwe samenwerking met de Beheersautoriteit, in voor de volgende taken: de uitvoering van het operationele programma; de selectie van de concrete acties; het financiële beheer en de controle van het operationele programma; de uitvoering van de procedures om de terugbetalingsaanvragen van de begunstigden te controleren; de opvolging van de controles ter plaatse. Naast de bovenvermelde taken verzorgt het Gemeenschappelijk Secretariaat de volgende taken, waarvan sommige nieuw zijn ten opzichte van de vorige programmering: de ingediende voorprojecten in ontvangst nemen, de ontvangst ervan bevestigen en nakijken of het dossier ontvankelijk is voordat het ter behandeling wordt doorgestuurd (nieuw); in samenwerking met de Beheersautoriteit en het Technisch Team, een gemotiveerd programma-advies advies geven over de ontvankelijk verklaarde voorprojecten (nieuw); de ingediende projecten/projectportefeuilles in ontvangst nemen, de ontvangst ervan bevestigen en nakijken of het dossier ontvankelijk is voordat het ter behandeling wordt doorgestuurd; in samenwerking met de Beheersautoriteit en het Technisch Team, een gemotiveerd programma-advies advies geven over de ontvankelijk verklaarde projecten/projectportefeuilles en de budgettaire behandeling ervan verzorgen (nieuw); op basis van de vastleggingsdossiers die het Technisch Team bezorgt, de overeenkomsten met betrekking tot de vastlegging van de Europese bijdrage opstellen en de administratieve opvolging van de aanvaarde projecten/projectportefeuilles verzorgen; de opvolging van de programmering beheren in overleg met de Beheersautoriteit en het Technisch Team; voor een systeem zorgen om gegevens in te zamelen over de staat van voortgang van het programma, wat nodig is voor het beheer van het operationele programma in samenwerking met het Technisch Team; het geïnformatiseerd gegevensbeheerssysteem bijwerken en de nodige elementen controleren voor de opvolging van de projecten/projectportefeuilles, in samenwerking met het Technisch Team; in samenwerking met het Technisch Team de feitelijke e staat van voortgang van het jaaruitvoeringsrapport en het einduitvoeringsrapport consolideren en in samenwerking met de Certificatieautoriteit het financiële deel van die rapporten opstellen dat aan het Comité van Toezicht wordt voorgelegd; meewerken aan de toepassing van het in itinere evaluatieproces van het programma dat door de Beheersautoriteit wordt vastgelegd; het secretariaatswerk van het Comité van Toezicht verzorgen en de vergaderingen van de Stuurgroep bijwonen; 48

49 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma de conformiteit van de dossiers met betrekking tot de betaling van het Europese aandeel controleren, voordat de Beheersautoriteit deze dossiers doorgeeft aan de Certificatieautoriteit; de opvolging verzekeren van de financiële correcties en de toepassing van de aanbevelingen die voortvloeien uit de eerste- of tweedelijnscontroles ter plaatse en een boordtabel van de ter plaatse uitgevoerde controles bijwerken; samen met de Beheersautoriteit, het Technisch Team en de partnerautoriteiten meewerken aan de opstelling van een communicatiestrategie egie en een jaarlijks communicatieplan van het programma, die voorgelegd moeten worden aan het Comité van Toezicht; het secretariaatswerk verzorgen van de verschillende werkgroepen die door de Beheersautoriteit of het Comité van Toezicht van het programma zijn opgericht. 5.3 Beknopte beschrijving van de beheers- en controlemodaliteiten ETC Template, 28 juni 2013: input Beheersmodaliteiten De Beheersautoriteit Wallonië voert zijn mandaat uit tot de definitieve afsluiting van het operationele programma door de Europese Commissie. De Beheersautoriteit werkt in het kader van een filosofie die gebaseerd is op zes grote principes: respect voor de eigenheden van de gebieden en instellingen, rekening houdend met de complexiteit van de betrokken grens, de socio-economische heterogeniteit ervan en de vele institutionele actoren; partnership, wat een werkmethode inhoudt die op consensus berust; naleving van de financiële en juridische controlenormen die door de Franse en Belgische autoriteiten worden toegepast, wat een overdracht van de verantwoordelijkheid inhoudt (meer bepaald met betrekking tot de financiële controle en de certificatie van de uitgaven) volgens een cascadesysteem: uiteindelijk valt de controle van de conformiteit en opportuniteit altijd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaat waarin de eindbegunstigde gevestigd is (aangezien men zich niet kan beroepen op een grensoverschrijdend administratief recht ); administratieve vereenvoudiging, meer bepaald met het oog op de verbetering van het tijdsbestek waarbinnen de administratieve verwerking en de uitbetaling van de dossiers plaatsvindt en door het gebruik van vaste bedragen (onrechtstreekse kosten en personeelskosten); continuïteit en innovatie, door voort te bouwen op de kennis die verworven werd onder INTERREG IV; de toepassing van een geïntegreerd opvolgingssysteem (volledige integratie van het beheerssysteem in een geïnformatiseerde toepassing) in het kader van een resultaatgerichte aanpak. De laatste drie punten, namelijk de administratieve vereenvoudiging, de innovatie en de resultaatgerichte aanpak zijn nieuwigheden voor de programmering De Beheersautoriteit neemt, op basis van de Verordeningen (EG) nr. XXXXX, de volgende opdrachten op zich: 1. De Beheersautoriteit staat in voor het beheer van het operationele programma overeenkomstig het principe van goed financieel beheer. 2. Met betrekking tot het beheer van het operationele programma staat de Beheersautoriteit in voor de volgende taken: de activiteiten van het Comité van Toezicht ondersteunen, en aan het comité de informatie bezorgen die het nodig heeft om zijn taken uit te voeren, met name gegevens over de vooruitgang die het operationele programma geboekt heeft in de verwezenlijking van zijn doelstellingen, financiële gegevens en gegevens over de indicatoren en de fasen; het jaaruitvoeringsrapport en einduitvoeringsrapport opstellen en, na goedkeuring door het Comité van Toezicht, voorstellen aan de Commissie; aan de bemiddelende instellingen en de begunstigden de nodige informatie verstrekken voor de uitoefening van hun taken en voor de uitvoering van de concrete acties; een geïnformatiseerd systeem ontwikkelen voor de registratie en opslag van de gegevens over alle concrete acties, die nodig zijn voor de opvolging, de evaluatie, het financiële beheer, de controles en de audits, desgevallend met inbegrip van de gegevens over de verschillende betrokken partijen bij de concrete acties; erop toezien dat de gegevens bedoeld in het punt hierboven in het systeem verzameld, ingevoerd en bewaard worden en dat de gegevens met betrekking tot de indicatoren indien mogelijk per geslacht worden opgesplitst. 3. Wat de selectie van de concrete acties betreft, staat de Beheersautoriteit in voor de volgende taken: 49

50 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma aangepaste en transparante niet-discriminerende procedures en selectiecriteria opstellen die rekening houden met de algemene principes zoals vermeld in de artikelen 7 en 8 van Verordening (EG) nr. XXXXX, en deze na goedkeuring toepassen; zich ervan vergewissen dat de geselecteerde concrete actie toegewezen wordt aan het betrokken fonds en de categorie van bijstandsverlening die bepaald wordt door de prioritaire as(sen) van het operationele programma; aan de begunstigde een document bezorgen waarin de voorwaarden voor de hulp voor elke concrete actie omschreven worden, onder meer de specifieke vereisten in verband met de producten of diensten die voor de actie geleverd moeten worden, het financieringsplan en de uitvoeringstermijn; zich er vóór de goedkeuring van de concrete actie van vergewissen dat de begunstigde over het administratieve, financiële en operationele vermogen beschikt om te voldoen aan de voorwaarden vermeld in het vorige punt; indien de concrete actie van start gegaan is vóór de indiening van een financieringsaanvraag bij de Beheersautoriteit, zich ervan vergewissen dat de regels van de Unie en de nationale regels die van toepassing zijn op de concrete actie nageleefd worden; zich ervan vergewissen dat een aanvrager die onderworpen is of onderworpen had moeten worden aan een terugvorderingsprocedure in toepassing van artikel 61 van Verordening (EG) nr. XXXXX naar aanleiding van de verplaatsing van een productieactiviteit binnen de Unie, geen bijdrage van de fondsen ontvangt; bepalen onder welke categorieën van bijstandsverlening de uitgaven van een concrete actie vallen. 4. Met betrekking tot het financiële beheer en de controle van het operationele programma staat de Beheersautoriteit in voor de volgende taken: nagaan of de medegefinancierde producten en diensten verstrekt werden, en controleren of de door de begunstigden aangegeven uitgaven door hen betaald werden en beantwoorden aan de regels van de Unie en de geldende nationale regels, aan het operationele programma en aan de voorwaarden voor steun aan de concrete actie; erop toezien dat de begunstigden die aan de uitvoering van de terugbetaalde concrete acties deelnemen op basis van hun werkelijk gedane kosten hetzij een afzonderlijke boekhoudkundig systeem gebruiken, hetzij een geschikte boekhoudkundige code voor alle transacties in verband met de concrete actie; doeltreffende en evenredige antifraudemaatregelen nemen, rekening houdend met de vastgelegde risico's; procedures opstellen opdat alle documenten met betrekking tot uitgaven en audits die nodig zijn om een toereikend controlespoor te garanderen, bijgehouden worden overeenkomstig de vereisten van artikel 62, punt g) van Verordening (EG) nr. XXXXX ; een betrouwbaarheidsverklaring in verband met het beheer opstellen, over de werking van de beheers- en controlesystemen, de wettelijkheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties en de naleving van het principe van goed financieel beheer, evenals een rapport waarin de conclusies van de verrichte beheerscontroles, de vastgestelde lacunes in de beheers- en controlesystemen en alle corrigerende maatregelen die genomen werden, uiteengezet worden. 5. De controles die overeenkomstig paragraaf 4, eerste punt, uitgevoerd worden, omvatten de volgende procedures: Administratieve controles met betrekking tot elke terugbetalingsaanvraag die ingediend werd door de begunstigden. Controles ter plaatse met betrekking tot de concrete acties. De frequentie en de draagwijdte van de controles ter plaatse zijn evenredig met het bedrag van de overheidssteun die aan een concrete actie besteed wordt en met het risiconiveau dat bepaald wordt door deze controles en door de audits van de Auditautoriteit over het volledige beheers- en controlesysteem. 6. De controles ter plaatse van de verschillende acties overeenkomstig paragraaf 5, tweede punt, mogen via steekproeven uitgevoerd worden. 7. Wanneer de Beheersautoriteit ook een begunstigde van het operationele programma is, waarborgen de controlemodaliteiten bedoeld in paragraaf 4, eerste punt, een toereikende scheiding van de functies. Naast de taken die aan de Beheersautoriteit toevertrouwd worden op basis van de Verordeningen (EG) nr. XXXXXXXXXX, heeft de Beheersautoriteit van het Interreg V-programma France-Wallonie-Vlaanderen de volgende opdrachten: deelnemen aan de Stuurgroep; de opdrachten van de audit- en certificatieautoriteiten coördineren, evenals de relaties tussen de partners en met de Europese Commissie; in samenwerking met de partners een communicatiestrategie en een jaarlijks communicatieplan opstellen; in overleg met de partners het in itinere evaluatieproces van het programma opstellen; 50

51 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma de beslissingen of wijzigingen met betrekking tot het operationele programma die eerder goedgekeurd werden door het Comité van Toezicht uitvoeren Controlemechanisme Algemene context Het geheel aan beheers- en controlemechanismen dat ingesteld is door de Beheersautoriteit, de Auditautoriteit, de Certificatieautoriteit en de partners van het programma is gebaseerd op een controlesysteem dat georganiseerd is rond meerdere procedures: De invoering van Begeleidingscomités voor elk(e) project/projectportefeuille, die halfjaarlijks bijeenkomen. Het halfjaarlijks activiteitenrapport omvat een financieel deel met de uitgaven die de operatoren verricht hebben, zodat het verband gelegd kan worden tussen realisaties/resultaten en gedane uitgaven. De schuldvorderingen die ingevoerd zijn via het informaticasysteem van het programma worden pas verwerkt wanneer het activiteitenverslag gevalideerd is. De controle van de uitgaven op basis van documenten gebeurt voor de totaliteit van de voorgelegde uitgaven (eerstelijnscontrole op basis van documenten). Op een deel van de uitgaven die op basis van documenten gecontroleerd werden, wordt op een tweede niveau eveneens een eerstelijnscontrole ter plaatse verricht, namelijk op basis van een steekproef van operatoren. De Beheersautoriteit is van plan deze eerstelijncontroles ter plaatse uit te voeren op een steekproef van minstens 10 % van de uitgaven die bij de Europese Commissie gecertificeerd zijn. Daarnaast voorziet de Auditautoriteit in een derdelijnscontrole (tweedelijnscontrole ter plaatse) op basis van een willekeurige steekproef van de betrokken operatoren. Deze projectaudits worden uitgevoerd door de auditoren van de drie gebiedsdelen van het programma. In dit kader wordt minimum 10 % van de uitgaven gecontroleerd, evenals de naleving van het controlespoor. Tot slot voert de Certificatieautoriteit ook op willekeurige basis controles uit, met een gemiddelde van 10 controles ter plaatse per jaar. Bij de vaststelling van onregelmatigheden wordt als volgt tewerkgegaan: Systematische onregelmatigheden: er zal een actieplan uitgevoerd worden, dat overeengekomen werd tussen de Auditautoriteit, de Beheersautoriteit en de leidende partnerautoriteiten, om enerzijds na te gaan in welke gevallen de systematische onregelmatigheid mogelijk is en anderzijds bij bewezen onregelmatigheid de nodige correcties te waarborgen. Onregelmatigheden voor een bedrag van meer dan aan EFRO-bijdrage (OLAF-gevallen): in dit kader worden de elementen voor elk van de gebiedsdelen meegedeeld aan de Europese instanties via de hiertoe aangestelde autoriteit, die parallel hiermee de Beheersautoriteit, de Certificatieautoriteit en het Gemeenschappelijk Secretariaat informeert. Wat het Waalse gebiedsdeel betreft, heeft de Waalse regering opdracht gegeven aan de interadministratieve OLAF-werkgroep om de vastgestelde onregelmatigheden elektronisch aan het OLAF (Europese Commissie) door te geven. Er wordt ter informatie een kopie van de doorgestuurde dossiers bezorgd enerzijds aan de vertegenwoordigers van de Waalse Regering en van de regering van de Federatie Wallonië-Brussel, en anderzijds aan de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en aan de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Voor het Vlaamse gebiedsdeel geeft het Agentschap Economie van het Vlaams Gewest de vastgestelde onregelmatigheden via een geïnformatiseerd systeem door aan het OLAF. Voor het Franse gebiedsdeel geeft de nationale autoriteit de vastgestelde onregelmatigheden door aan het OLAF. Ze brengt de Beheersautoriteit, de Certificatieautoriteit en de Auditautoriteit hiervan op de hoogte, evenals de Préfet Coordonnateur, de vertegenwoordiger van de Franse Staat. Onregelmatigheden voor een bedrag van minder dan aan EFRO-bijdrage bijdrage: de correcties worden opgevolgd door de eerstelijnscontroleur waaronder de betrokken operator valt, teneinde de onterecht betaalde bedragen te recupereren. In dit kader en in alle gevallen zal het Gemeenschappelijk Secretariaat een boordtabel bijhouden om de verschillende controles en te verrichten correcties op te volgen. Deze boordtabel wordt voor opvolging ter beschikking gesteld van de Beheersautoriteit, de Auditautoriteit, de Certificatieautoriteit en de nationale leidende autoriteiten Financiële correcties Om na vaststelling van een onregelmatigheid de nodige financiële correcties te waarborgen, wordt de volgende procedure ingevoerd: Indien het project nog niet is afgelopen en er nog schuldvorderingen moeten worden ingediend, wordt het onterecht betaalde EFRO-aandeel gerecupereerd op de volgende schuldvorderingen. 51

52 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Indien het project in de afsluitingsfase verkeert en het saldodossier ingediend moet worden, wordt het onterecht betaalde EFRO-aandeel gerecupereerd bij de verwerking van het saldodossier en de betaling van de laatste EFRO-schijf. Indien het bedrag van de gevalideerde uitgaven na de vaststelling van een onregelmatigheid niet volstaat om het onterecht betaalde EFRO-aandeel te compenseren, zal de Beheersautoriteit een procedure voor de recuperatie van het EFRO-bedrag instellen bij de betrokken operator Procedure voor de behandeling en selectie van de projecten Tijdens zijn vergadering van 25 juni 2013 heeft het Comité van Toezicht van het programma de werkingsprincipes met betrekking tot het mechanisme voor de indiening, de behandeling en de uitvoering van de projecten gevalideerd. Om de strategische begeleiding van het programma te verbeteren en de behandeling van de ingediende projecten beter te beheersen, zal het behandelingsmechanisme gebaseerd zijn op een fundamenteel concept, de voorprojecten. Dit zal een verplichte fase zijn vóór de indiening van een project of projectportefeuille en het mogelijk maken de administratieve procedures voor de indiening van een project te verlichten. Daarnaast hebben de programma-autoriteiten eveneens de types projecten gevalideerd die in aanmerking komen voor financiering in het kader van het programma, namelijk: projectportefeuilles (bottum-up of top-down aanpak); projecten van het klassieke type (bottom-up aanpak); microprojecten (bottom-up aanpak). De procedures voor de indiening en behandeling van deze drie types projecten worden hierna beschreven Het mechanisme van de voorprojecten Het concept van het voorproject heeft drie doelstellingen, die overigens zowel van toepassing zouden zijn op de klassieke projecten als op de projectportefeuilles: het behandelingsproces vlotter laten verlopen; de begeleiding en de strategische beheersing versterken met het oog op de doelstellingen die zijn vastgelegd in het operationele programma; de afstemming van het voorproject op de strategie van het programma; een betere sturing van de strategische programmering. Concreet wordt voor elke oproep tot voorprojecten een uiterste datum vastgelegd. De fiche van het voorproject is beschikbaar vanaf de indiening via het informaticasysteem. De Beheersautoriteit en de technische bijstand, namelijk het Gemeenschappelijk Secretariaat en het Technisch Team, brengen een programma-advies uit en evalueren de fiche van het voorproject. Parallel hiermee wordt de fiche van het voorproject ter evaluatie naar elk gebiedsdeel verstuurd. Het programma-advies en de standpunten van de gebiedsdelen worden samengebracht in een tabel waarin de standpunten met elkaar geconfronteerd worden. Op basis hiervan kan de Stuurgroep voorbereid worden en krijgen de partnerautoriteiten een beeld van de standpunten van de betrokken partijen. De definitieve beslissing wordt genomen door de Stuurgroep, die zich zal uitspreken op basis van de volgende zes beoordelingscriteria: 1. Bijdrage van het project tot de doelstellingen en resultaten van het programma. 2. Grensoverschrijdende meerwaarde. 3. Relevantie van de overwogen acties en resultaten. 4. Relevantie van het partnership. 5. Geografische zone. 6. Kwaliteit van het budget. Het voorproject is een noodzakelijke voorbereidende fase voor de selectie van een project/projectportefeuille. Het zal verplicht zijn om een voorproject in te dienen en de instemming van de Stuurgroep te verkrijgen voordat men een project/projectportefeuille indient. Het project / de projectportefeuille dat (die) geen groen licht heeft gekregen voor het voorproject, zal geen toegang krijgen tot de projectfiche op het geïnformatiseerd beheerssysteem. Elk voorproject krijgt na behandeling groen licht of rood licht". Deze beslissing moet gemotiveerd worden met verwijzing naar de beoordeling door de Stuurgroep op basis van de zes criteria. Rood licht betekent dat het voorproject verworpen wordt en dat er geen project/projectportefeuille ingediend kan worden. De operator kan dus geen project indienen, maar hij kan wel een geamendeerd voorproject indienen bij de volgende oproep tot voorprojecten. 52

53 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Groen licht betekent dat het voorproject aanvaard wordt, waarbij desgevallend verbeteringen/aanpassingen gesuggereerd worden. De operator kan een project/projectportefeuille indienen. Dankzij het groen licht krijgt de operator toegang tot de databank, waar hij de relevante informatie vindt voor de uitwerking van het project / de projectportefeuille dat (die) hij zal indienen. Het rood licht geeft geen toegang tot de databank. De toekenning van groen licht voor een voorproject leidt niet automatisch tot de aanvaarding van het project / de projectportefeuille De projectportefeuilles (bottom-up of top-down aanpak) Vanuit de vaststelling dat er tijdens de vorige programmeringsperiode geen top-down aanpak toegepast werd, wensen de partners van het programma voor INTERREG V een meer strategische aanpak voor het beheer van de ingediende projecten te ontwikkelen door met projectportefeuilles te werken. Dit nieuwe concept steunt op de gemeenschappelijke wil van de partners om de INTERREG-projecten naar een hoger niveau te tillen, via de ontwikkeling van een geïntegreerde visie van het gebied en de impuls die uitgaat van gemeenschappelijke overheidsacties in domeinen waarvan de behandeling, als kritische samenwerkingsmassa en/of transversale bekommernis, het hele gebied of dynamische polen moet omvatten. Een projectportefeuille wordt als volgt gedefinieerd: Plannen bestaande uit een cluster klassieke samenwerkingsprojecten die betrekking hebben op verschillende domeinen en thema s, maar een gemeenschappelijke doelstelling hebben, namelijk de economische en sociale ontwikkeling van een specifiek grensoverschrijdend gebied of van de hele samenwerkingszone. De projectportefeuilles steunen op de principes integratie en structurering, transversaliteit en heterogeniteit: Integratie en structurering van het samenwerkingsgebied: van de projectlogica overgaan naar de logica van structurerende en geïntegreerde overheidsacties, die ontzuild zijn (thematiek) en geterritorialiseerd (gebied). Transversaliteit van de acties: synergieën creëren tussen thematieken die bijdragen tot de verwezenlijking van een gemeenschappelijke doelstelling met betrekking tot de ontwikkeling en integratie van het samenwerkingsgebied. Heterogeniteit van het samenwerkingsgebied: rekening houden met de specifieke noden, kenmerken en uitdagingen van bepaalde grensoverschrijdende subgebieden en de niches en specialiteiten benutten die eigen zijn aan elk van deze subgebieden in een optiek van slimme specialisatie. Verschillende projectportefeuilles zouden betrekking kunnen hebben op een en hetzelfde gebied. De projectportefeuille beantwoordt aan een logica van projectfinanciering. Voor alle duidelijkheid, de projectportefeuille is niet verwant met structuurfinanciering of de toekenning van een globale subsidie. Tot slot zou een projectportefeuille in de hele samenwerkingszone kunnen worden toegepast. De projectportefeuilles streven 4 doelstellingen na: de impact van de interventie van het programma maximaliseren, optimaliseren en duurzaam maken; de aanzet geven tot een echte top-down samenstelling van de projecten; de effecten van de acties van de projecten gemeenschappelijk maken en vermeerderen, en daarbij redundanties en overlappingen vermijden en ruimte voor overleg mogelijk maken; synergieën tussen de projecten creëren. Naar het voorbeeld van het mechanisme van het voorproject zal het mechanisme van de projectportefeuille een drijvende kracht vormen in de oriëntering, begeleiding en strategische beheersing van het operationeel programma. Het draagt bij tot een verhoging van het ambitieniveau en van de prestaties van het programma. Het voordeel dat hierbij nagestreefd wordt, is dat projecten eenzelfde doelstelling hebben. Dit voordeel vloeit voort uit het hefboomeffect, de impact van de interventie en de bijdrage tot een resultaatgerichte cultuur. Tot slot heeft de projectportefeuille een meerwaarde: het effect van de projectportefeuille is meer dan de som van de effecten van de projecten waaruit deze is opgebouwd. Zo zouden twee categorieën projectportefeuilles kunnen worden toegepast: de grensoverschrijdende territoriale geïntegreerde portefeuille: samenstelling via een bottom-up projectoproep. Wat de geografische dekking betreft, wordt deze portefeuille toegepast in een specifiek grensoverschrijdend gebied dat ontstaat. de grensoverschrijdende thematische geïntegreerde portefeuille: samenstelling via een bottom-up of top-down projectoproep. Wat de geografische dekking betreft, wordt deze portefeuille toegepast op het volledige gebied of een deel ervan De projecten van het klassieke" type (bottom-up aanpak) Parallel met de uitvoering van de projectportefeuille, past het programma ook een klassieke bottom-up aanpak toe. Deze methode steunt op de voorafgaandelijke indiening van een voorproject. 53

54 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Een project wordt enkel ingediend als het voorproject goedgekeurd werd door de Stuurgroep en ingevoerd werd via het geïnformatiseerde beheerssysteem van het programma. De behandeling van de projecten gebeurt op basis van de volgende criteria: relevantie en strategie van het project; bijdrage van het project tot de doelstellingen en resultaten van het programma; relevantie van de inhoud van het project; naleving van de horizontale principes (gelijke kansen en duurzame ontwikkeling); communicatie van de resultaten; opname van het project in een grensoverschrijdende strategie; geïntegreerde uitvoering van het project en structurering van de samenwerking; toegevoegde waarde door de samenwerking; financieel vermogen van de operatoren om het project uit te voeren; afstemming van het voorgestelde budget op de verwachte acties en resultaten De microprojecten De microprojecten zullen besproken worden tijdens de vergadering van 5 december. Dit deel is momenteel niet volledig (rapport 5.0). 5.4 Verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de deelnemende lidstaten in geval van financiële correcties opgelegd door de Beheersautoriteit of de Commissie ETC Template, 28 juni 2013: input Terugbetaling van de hulp Indien de Europese autoriteiten kunnen eisen dat er een procedure wordt ingesteld voor de recuperatie van de hulp, bijvoorbeeld bij niet-gebruik van de hulp voor de geplande doeleinden en onder de vooropgestelde bijzondere voorwaarden, of wanneer een van de eindbegunstigden afziet van zijn engagement, zullen de Beheersautoriteit en de projectleiders, in samenspraak met de partners, een minnelijke schikking zoeken voor elk mogelijk geschil bij de interpretatie en uitvoering van dit akkoord. Ze kunnen hierbij zoveel als nodig een beroep doen op experten, gesprekspartners of arbiters om alle mogelijkheden tot minnelijke schikking te benutten. Indien deze inspanningen niet slagen, zal men zich wenden tot de lidstaat van de eindbegunstigde, die de mogelijke financiële gevolgen zal dragen van de eindbegunstigden die op zijn nationaal grondgebied gevestigd zijn Verantwoordelijkheid van de lidstaten Indien er bij een eindbegunstigde een procedure ingesteld moet worden voor de recuperatie van niet-verschuldigde kredieten, zullen de partners, en in het bijzonder de Beheers- en Certificatieautoriteit en de leidende autoriteiten, de nodige middelen en procedures voor de terugvordering inzetten totdat alle minnelijke of gerechtelijke verhaalmiddelen benut zijn. Indien deze inspanningen niet slagen, zal men zich wenden tot de lidstaat van de eindbegunstigde, die de mogelijke financiële gevolgen zal dragen van de eindbegunstigden die op zijn nationaal grondgebied gevestigd zijn. 5.5 Gebruik van de euro ETC Template, 28 juni 2013: input Where applicable, the method chosen for the conversion of expenditure incurred in another currency than the Euro In het kader van deze programmering gebeuren alle uitgaven in euro. 5.6 Betrokkenheid van de partners 54

55 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Rol van de betrokken partners in de voorbereiding en implementatie van het samenwerkingsprogramma ETC Template, 28 juni 2013: input Partnerautoriteiten Overeenkomstig hun regionale of nationale reglementering hebben de partnerautoriteiten de volgende taken: deelnemen aan de bepaling en toepassing van de communicatiemiddelen en voor de verspreiding ervan zorgen; de promotie en publiciteit voor het programma verzorgen; in een langetermijnperspectief de nieuwe grensoverschrijdende samenwerkingsacties vastleggen; een gemotiveerd, gedetailleerd en gezamenlijk advies uitbrengen over de opportuniteit van de uitvoering van de projecten/projectportefeuilles in het kader van de grensoverschrijdende dossierbehandeling; nagaan of de nationale medefinanciering die nodig is voor de realisatie van het project / de projectportefeuille beschikbaar gesteld wordt en ze desgevallend vastleggen; toezien op de uitvoering van het project / de projectportefeuille op het terrein, met name door een van hun vertegenwoordigers af te vaardigen naar de vergaderingen van het Begeleidingscomité Leidende partnerautoriteiten Naast de bovenvermelde taken staan de leidende partnerautoriteiten in voor de volgende taken: de verschillende partners van het betrokken gebiedsdeel coördineren; nagaan of de communautaire en nationale verplichtingen worden nageleefd betreffende de normen inzake milieu, overheidsopdrachten, informatie en publiciteit en gelijkheid tussen mannen en vrouwen; controleren of alle uitgaven die de eindbegunstigden hebben verricht regelmatig zijn en in aanmerking komen voor nationale en communautaire financiering; de zo gecontroleerde uitgaven certificeren; de Beheersautoriteit informeren over mogelijke onregelmatigheden, de opvolging ervan verzekeren en ze indien nodig melden aan de Europese Commissie; steekproefsgewijs controleren of de uitgaven die de eindbegunstigden hebben verricht, regelmatig zijn en in aanmerking komen voor nationale en communautaire financiering, aan de hand van eerstelijnscontroles ter plaatse; de dienst en de persoon aanstellen die het betrokken gebiedsdeel zullen vertegenwoordigen bij de groep auditoren van het programma; de uitvoering en opvolging van de tweedelijnscontroles ter plaatse coördineren; de vastgestelde OLAF-gevallen aan de Commissie doorgeven via de procedures die elk van de gebiedsdelen ingesteld hebben; de uitvoering opvolgen van de aanbevelingen met betrekking tot systeemaudits of audits van projecten Het Comité van Toezicht Het Comité van Toezicht van het INTERREG V-programma France-Wallonie-Vlaanderen bestaat uit de partnerautoriteiten van het programma. Daarbij wordt toegezien op een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen. Het zal voor de eerste keer bijeenkomen binnen een termijn van drie maanden na de goedkeuring van het operationele programma door de Commissie. Nadien zal het Comité van Toezicht minstens één keer per jaar bijeenkomen. Een vertegenwoordiger van de Commissie neemt met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van het Comité van Toezicht. De taken Het Comité van Toezicht vergewist zich ervan of de bijstand op doeltreffende en kwaliteitsvolle wijze wordt uitgevoerd, overeenkomstig Verordening (EG) nr... Met het oog hierop staat het Comité van Toezicht in voor de volgende taken. Het Comité van Toezicht onderzoekt het programma en spitst zich daarbij toe op de uitvoering ervan en de gerealiseerde vorderingen om de doelstellingen ervan te bereiken. Hierbij houdt het rekening met de financiële gegevens, de gemeenschappelijke indicatoren en de specifieke indicatoren van het programma, met 55

56 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma inbegrip van de resultaatindicatoren en de vorderingen naar de gekwantificeerde doelwaarden, evenals met de fasen die vastgelegd zijn in het kader van de prestaties. Het Comité van Toezicht onderzoekt in detail alle kwesties die een impact hebben op de verwezenlijking van het programma. Het Comité van Toezicht wordt geraadpleegd en geeft advies in verband met elke wijziging die de Beheersautoriteit aan het programma voorstelt. Het Comité van Toezicht kan aanbevelingen doen aan de Beheersautoriteit in verband met de uitvoering en de evaluatie van het programma. Het verzorgt de opvolging van de acties die uit deze aanbevelingen voortvloeien. Het Comité van Toezicht onderzoekt in het bijzonder: elk probleem dat de verwezenlijking van het operationele programma belemmert; de vooruitgang die geboekt wordt bij de uitvoering van het evaluatieplan en het gevolg dat gegeven wordt aan de conclusies van de evaluaties; de toepassing van de communicatiestrategie; de uitvoering van de grote projecten; de uitvoering van de gemeenschappelijke actieplannen; de acties ter bevordering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en de gelijke kansen en de acties ter bestrijding van discriminatie, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten; de acties ter bevordering van duurzame ontwikkeling; de acties van het operationele programma met betrekking tot de naleving van de ex ante voorwaarden; de financiële instrumenten. Het Comité van Toezicht onderzoekt volgende elementen en keurt ze goed: de methode en selectiecriteria van de concrete acties; de jaaruitvoeringsrapporten en einduitvoeringsrapporten; het evaluatieplan van het operationele programma en elke wijziging die aan dit plan aangebracht wordt; de communicatiestrategie van het operationele programma en elke wijziging die aan deze strategie aangebracht wordt; elk voorstel tot wijziging van het operationele programma dat voorgelegd wordt door de Beheersautoriteit. Voor de selectie van de projecten en de dagelijkse uitvoering van het operationele programma steunt het Comité van Toezicht op een Stuurgroep waarvan de rollen, de taken en de samenstelling toegelicht worden in punt 2.7. hierna. De samenstelling Het Comité van Toezicht bestaat uit de daartoe gemachtigde vertegenwoordigers van de volgende partners: de Europese Commissie; de prefecturen van Nord-Pas de Calais, Picardie en Champagne-Ardenne, de regio s Nord Pas de Calais, Picardie en Champagne-Ardenne, de Conseils généraux van Nord, Pas-de-Calais, Aisne en Ardennes; Wallonië; de Federatie Wallonië-Brussel in België; het Vlaams Gewest; de provincie West-Vlaanderen; de provincie Oost-Vlaanderen; de Beheersautoriteit. Daarnaast zetelen de volgende personen in het Comité van Toezicht als daartoe gemachtigde waarnemers: een vertegenwoordiger van de Certificatieautoriteit; 56

57 Modaliteiten voor de uitvoering van het samenwerkingsprogramma een vertegenwoordiger van de economische en sociale raden van de regio's Nord-Pas de Calais, Picardie en Champagne-Ardenne ; een vertegenwoordiger van de Sociaal-Economische Raad van het Vlaams Gewest; een vertegenwoordiger van de sociaal-economische raad van Wallonië; een vertegenwoordiger van de bevoegde diensten inzake milieu en gelijke kansen binnen de leidende partnerautoriteiten; een vertegenwoordiger van de grensoverschrijdende INTERREG V-programma s die aan het Programma France-Wallonie-Vlaanderen grenzen; een vertegenwoordiger van de Auditautoriteit; de vertegenwoordigers van het Gemeenschappelijk Secretariaat; de vertegenwoordigers van het Technisch Team De Stuurgroep De Stuurgroep van het INTERREG V-programma France-Wallonie-Vlaanderen bestaat uit de partnerautoriteiten van het programma. Daarbij wordt toegezien op een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen. Het zal voor de eerste keer bijeenkomen binnen een termijn van zes maanden na de goedkeuring van het operationele programma door de Commissie. De taken De Stuurgroep heeft de volgende taken: de voorprojecten, projecten en projectportefeuilles die ter financiering worden voorgesteld onderzoeken n en evalueren op basis van de gezamenlijke adviezen van de partnerautoriteiten en de technische bijstand; de voorprojecten, projecten en projectportefeuilles selecteren die voor INTERREG V-financiering worden voorgesteld; de uitvoering van de projecten/projectportefeuilles ojectportefeuilles gecoördineerd opvolgen, zowel op materieel als op financieel vlak; voorstellen doen aan het Comité van Toezicht om de algemene werking van het operationele programma te verbeteren, zowel op administratief en financieel vlak als op het vlak van de behandeling, de selectie van de voorprojecten, projecten of projectportefeuilles volgens criteria vastgelegd door het Comité van Toezicht, en de opvolging van projecten/projectportefeuilles die medegefinancierd worden door het EFRO. De samenstelling De Stuurgroep bestaat uit de daartoe gemachtigde vertegenwoordigers van de volgende partners: de Prefecturen van Nord-Pas de Calais, Picardie en Champagne-Ardenne; de regio s Nord-Pas de Calais, Picardie en Champagne-Ardenne; de Conseils généraux van Nord, Pas de Calais, Aisne en Ardennes ; Wallonië ; de Federatie Wallonië-Brussel; het Vlaams Gewest; de provincie West-Vlaanderen; de provincie Oost-Vlaanderen; Daarnaast zetelen de volgende personen in de Stuurgroep als daartoe gemachtigde gangmakers en/of waarnemers: de Beheersautoriteit en het Gemeenschappelijk Secretariaat; een vertegenwoordiger van de bevoegde nationale of regionale diensten inzake milieu en gelijke kansen binnen de partnerautoriteiten; een vertegenwoordiger van de programma s Convergentie en Regionaal Concurrentievermogen en Werkgelegenheid van elke betrokken regio; een vertegenwoordiger van de Europese Commissie; de vertegenwoordigers van het Technisch Team. 57

58 Coördinatie 6 Coördinatie 58

59 Coördinatie Voor deel 6 Coördinatie Coördinatie is het wachten op de regionale OP s die momenteel niet beschikbaar zijn. Dit deel is momenteel bijgevolg niet volledig (rapport 5.0). ETC Template, 28 juni 2013: input The mechanisms that ensure an effective coordination between the Funds, the EAFRD, the EMFF and other Union and national funding instruments, including the coordination and possible combination with CEF, ENI, EDF and IPA and with the EIB taking into account the provisions laid down in the CSF as set out in Annex I of the CPR. Where Member States and third countries participate in cooperation programmes that include the use of ERDF appropriations for outermost regions and resources from the EDF, coordination n mechanisms at the appropriate level to facilitate effective coordination in the use of these resources. 59

60 Verlichting van de administratieve last voor de begunstigden 7 Verlichting van de administratieve last voor de begunstigden 60

61 Verlichting van de administratieve last voor de begunstigden ETC Template, 28 juni 2013: input A summary of the assessment of the administrative burden for beneficiaries and, where necessary, the actions planned accompanied by an indicative timeframe to reduce administrative burden. De vereenvoudiging is een belangrijk element voor het operationele programma INTERREG France Wallonie-Vlaanderen De programmering werd nog steeds gekenmerkt door een zware administratieve last, wat vele actoren ontmoedigde om zich te verenigen en samen projecten op te zetten. Om deze administratieve last te verlichten, zal de programmering op de volgende elementen berusten: de ontwikkeling van een nieuw volledig geïntegreerd beheerssysteem de invoering van een nieuw concept van voorprojecten. 7.1 Nieuw volledig geïntegreerd beheerssysteem Uit de tussentijdse evaluatie van het INTERREG IV-programma is gebleken dat de uitvoering van het programma op het vlak van kosten, vereenvoudiging en efficiëntie verbeterd kon worden via de informatisering van alle informatie- en opvolgingsstromen van de projecten. De informatisering van de procedures zou dan ook op drie niveaus gebeuren: administratieve opvolging (indiening van de projecten), materiële opvolging (rapportering van de activiteiten en wijzigingen van de projecten) en financiële opvolging (schuldvorderingen, eerste- en tweedelijnscontrole, betaling van de nationale bijdragen, en onregelmatigheden). Naar aanleiding van deze vaststelling en voor de uitvoering van het INTERREG V-programma hebben de Beheersautoriteit en de partners beslist een nieuw volledig geïntegreerd beheerssysteem te ontwikkelen. Dit zal ter beschikking gesteld worden van alle betrokken partijen en van alle operatoren vanaf de eerste projectoproep voor INTERREG V. Zo zal de volledige opvolging van een voorproject, project of projectportefeuille via het geïnformatiseerd beheerssysteem verlopen, gaande van de indieningsfase tot de afsluitingsfase, via de behandeling, de financiële opvolging, de opvolging van de activiteiten- en resultatenrapporten en de opvolging van de eerste- of tweedelijnscontrole ter plaatse. Het systeem wordt per module ontwikkeld, met een testfase voor elke module, en de volledige ingebruikname is gepland voor eind juli De modules zullen ingezet worden overeenkomstig de levensfasen van een programma. De architectuur van het INTERREG V-informaticasysteem wordt zo opgevat dat de volgende bewerkingen mogelijk zijn: de invoer en raadpleging van de informatie vanaf een boomstructuur die toegepast wordt op het operationele programma (per prioritaire as, investeringsprioriteit, project, gebiedsdeel, leidende operator, operator, medefinancierder), wat de staat van feitelijke en financiële voortgang (behandeling afgesproken bedragen, vastleggingen, uitgaven,...) betreft ; voor elk project de mogelijkheid om alle gedetailleerde gegevens (code, naam, locatie, beschrijving, operatoren, financiële staat, documenten, activiteitenrapport, indicatoren, enz.) in te voeren; voor elke operator de mogelijkheid om de gegevens over de schuldvorderingen in te voeren, bewijsstukken voor de betrokken schuldvordering voor te leggen en de validatiecertificaten van de uitgaven voor elke schuldvordering weer te geven; voor elk project en voor elk van de volgende niveaus (operator, medefinancierder, budgetposten) de mogelijkheid om alle wijzigingen in te voeren die tijdens de uitvoering van het project gevraagd of aangebracht werden en door de juiste instantie gevalideerd werden; informatie opzoeken via het opstellen van opzoekroosters die (met name) identificatiegegevens en financiële gegevens kruisen; cijfergegevens exporteren naar een spreadsheet om gekruiste gegevens te verkrijgen; rapporten, technische fiches, tabellen,... afdrukken; informatie op een precieze datum consolideren door in de databank een versie aan te maken die gekoppeld is aan de betrokken datum, wat het mogelijk maakt de gegevens te archiveren die gediend hebben voor de certificatie van de uitgaven die aan de Europese Commissie werden doorgegeven; de raadpleging van de databank voor de geconsolideerde versie van een bepaalde datum (vroegere toestanden); een gerichte en geparametreerde raadpleging van de informatie volgens het profiel en de toegangsrechten van de gebruiker (mogelijkheid voor de systeembeheerder om de toegang tot bepaalde meer vertrouwelijke informatie te blokkeren). De ontwikkeling van een geïntegreerd beheerssysteem zou alle betrokken partijen bij het programma in staat moeten stellen hun administratieve last te verlichten, aangezien een deel van hun activiteiten geïnformatiseerd worden. 61

62 Verlichting van de administratieve last voor de begunstigden 7.2 Invoering van een nieuw concept van voorprojecten In de tussentijdse evaluatie van het INTERREG IV-programma wordt ook gesuggereerd om het concept van voorprojecten te overwegen. Dit voorstel vertrekt van de vaststelling dat de behandelings- en beslissingstermijnen voor een groot aantal kandidaturen erg lang zijn. Om te vermijden dat de partners en de autoriteiten nutteloos tijd en personeel investeren, werd als oplossing voorgesteld om de indiening van een samenvattende projectfiche mogelijk te maken. Aan de hand hiervan zou snel nagegaan kunnen worden of het partnership, de doelstellingen, de acties en het budget beantwoorden aan de strategie van het OP. Daarna zou dan aan het partnership gevraagd kunnen worden om de voorstellen grondiger uit te werken of te heroriënteren. Tijdens zijn vergadering van 25 juni 2013 heeft het Comité van Toezicht van het programma de werkingsprincipes met betrekking tot het mechanisme voor de indiening, de behandeling en de uitvoering van de projecten gevalideerd. Om de strategische begeleiding van het programma te verbeteren en de behandeling van de ingediende projecten beter te beheersen, zal het behandelingsmechanisme gebaseerd zijn op een fundamenteel concept, de voorprojecten. Dit zal een verplichte fase zijn vóór de indiening van een project of projectportefeuille en het mogelijk maken de administratieve procedures voor de indiening van een project te verlichten. Het concept van de voorprojecten en de doelstellingen en praktische modaliteiten ervan worden toegelicht in punt Procedure voor de behandeling en selectie van de projecten in dit rapport. 62

63 Horizontale principes 8 Horizontale principes 63

64 Horizontale principes 8.1 Duurzame ontwikkeling ETC Template, 28 juni 2013: input Het programma wil bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van de samenwerkingszone. Hieronder verstaan we een economische en sociale ontwikkeling die houdbaar is vanuit milieuoogpunt en de ontwikkeling van de toekomstige generaties niet hypothekeert. De duurzame ontwikkeling streeft vijf doelen na: de strijd tegen klimaatverandering en de bescherming van de atmosfeer; het behoud van de biodiversiteit, het beheer van het milieu en de hulpbronnen; ontwikkelingsdynamieken volgens verantwoorde productie- en consumptiemethoden; de ontplooiing van alle mensen door toegang tot een goede levenskwaliteit; sociale cohesie en solidariteit tussen grondgebieden en tussen generaties. Voor de periode zal op de volgende manieren rekening gehouden worden met al deze doelen inzake duurzame ontwikkeling: Meerdere specifieke doelstellingen, zoals deze vermeld in de assen 3 Het milieu beschermen en valoriseren door een geïntegreerd beheer van de grensoverschrijdende hulpbronnen (in de ruime zin van het woord) en 4 De cohesie en de gemeenschappelijke identiteit in de grensregio s bevorderen, dragen rechtstreeks bij tot de verbetering van de bescherming, het behoud en de valorisatie van het milieu en de natuurlijke en culturele hulpbronnen, het behoud van de biodiversiteit en de solidariteit tussen de gebieden. Bepaalde specifieke doelstellingen dragen onrechtstreeks bij tot deze doelen, doordat ze omstandigheden creëren die bevorderlijk zijn voor de inspanningen van de regionale actoren op het vlak van bestrijding van de klimaatverandering, bescherming van de atmosfeer en behoud van de biodiversiteit. We verwijzen in het bijzonder naar de doelstellingen steun aan R&D-projecten, steun aan de groene sectoren en verspreiding van de groene technologieën in het economische weefsel. De impact van elk voorgelegd project op het vlak van duurzame ontwikkeling zal geëvalueerd worden op basis van een referentiekader waarin de drie volgende doelen beoordeeld worden: ANALYSE VAN DE BIJDRAGE TOT HET DOEL DOELEN INZAKE DUURZAME ONTWIKKELING + = -? Draagt het project globaal genomen bij tot de volgende drie elementen? (de voorbeelden worden indicatief gegeven en moeten niet apart geëvalueerd worden) 1. Klimaatverandering en bescherming van de atmosfeer Het energieverbruik en de vraag naar energie onder controle houden Hernieuwbare energie stimuleren De stadsuitbreiding beperken omdat die autoverkeer in de hand werkt Rekening houden met de impact op de atmosfeer De broeikasgassen verminderen die verband houden met bebouwing (woningen, kantoren) De andere luchtverontreinigers verminderen 2. Behoud van de biodiversiteit, beheer van het milieu en de hulpbronnen Het gebruik van ruimte door de verstedelijkte zone en de infrastructuur onder controle houden Behoud van de diversiteit van de natuurlijke habitats en de landschappen Verbetering van het ecologisch stramien Strijd tegen milieuvervuiling Rationeel beheer van de natuurlijke hulpbronnen Valorisatie van het erfgoed zodat iedereen toegang heeft tot een kwaliteitsvolle omgeving 3. Verantwoorde productie- en consumptiemethoden Verbetering van de ecologische en sociale kwaliteit van de productieprocessen Vermindering van de afvalstoffen aan de bron Gebruik van ecolabels en milieucertificering Ontwikkeling van een verantwoord aankoopbeleid Tot slot zal de Beheersautoriteit toezicht uitoefenen op de milieueffecten van het programma, door milieueffectindicatoren op te volgen en door de tussentijdse beoordeling van de milieueffecten van het programma op te nemen in het evaluatieplan, rekening houdend met de evolutie van de contextindicatoren van de samenwerkingszone: MILIEUEFFECTINDICATOREN TOREN 64

65 Horizontale principes Aantal acties waarin de bescherming van de biodiversiteit opgenomen is Aantal grensoverschrijdende acties op het vlak van beheer van natuurgebieden Landbouwoppervlakte waarop duurzame landbouwpraktijken plaatsvinden, wat de vervuiling beperkt (bodem, water en producten) Aantal ondersteunde acties voor de productie van hernieuwbare energie, en aandeel van de groene stroom in het totale geproduceerde vermogen Aantal geïntegreerde acties die gericht zijn op de vermindering van het energieverbruik, en betrokken doelgroep (ondernemingen en bewoners) Aantal geïntegreerde acties voor de beperking van het verbruik en/of de vervuiling van water, en betrokken doelgroepen (ondernemingen, bewoners) Aantal acties die rekening houden met het behoud van het landschap Aantal educatieve acties en acties die sensibiliseren voor het milieu, en populatie waarop deze acties betrekking hebben Aantal acties om risico s te voorkomen en populaties te beschermen, en doelgroep waarop deze acties betrekking hebben / bedreigde doelgroep 8.2 Gelijke kansen en niet-discriminatie ETC Template, 28 juni 2013: input Het programma wil het principe van gelijke kansen en niet-discriminatie toepassen, door van de doelstelling toegankelijkheid een van de voornaamste principes en doelstellingen van zijn actieterrein te maken, en door de maatschappelijke integratie en beroepsinschakeling van gediscrimineerde of kwetsbare groepen te verbeteren. Het programma draagt in de eerste plaats bij tot de verbetering van de algemene toegang tot t een aantal openbare diensten en beleidsstrategieën, en dit over de hele zone maar ook in de meest achtergestelde gebieden stedelijke en landelijke gebieden. Het gaat in het bijzonder om de acties ter bevordering van: o de toegang tot opleidingen (transversale prioriteit voor alle prioritaire assen van het programma); o de toegang tot begeleidende diensten op het vlak van ondernemerschap (prioritaire as 2); o de toegang tot gemeenschappelijke werkgelegenheidsdiensten en -acties (prioritaire as 4); o de toegang tot grensoverschrijdende diensten en infrastructuren voor gezondheid en gezondheidszorg (prioritaire as 4); o de toegang tot sensibiliseringsacties op gezondheids- en maatschappelijk vlak voor de meest kwetsbare doelgroepen (prioritaire as 4). De Beheersautoriteit zal de acties van het programma die rechtstreeks bijdragen tot gelijke kansen en de bestrijding van discriminatie opvolgen: Aantal gerealiseerde acties voor gediscrimineerde / kwetsbare groepen REALISATIE-INDICATOREN INDICATOREN GELIJKE KANSEN / DISCRIMINATIE Aantal acties voor opleiding / beroepsinschakeling die gevoerd worden in de achtergestelde grensgebieden (ingesloten landelijke gebieden, achtergestelde stedelijke gebieden) 8.3 Gelijkheid mannen-vrouwen ETC Template, 28 juni 2013: input Om rekening te houden met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen wordt een dubbele aanpak gevolgd: een gerichte aanpak,, waarbij het programma acties ondersteunt die specifiek op vrouwen gericht zijn om de feitelijke ongelijkheid waarvan deze het h slachtoffer r zijn te verhelpen: opleidingen, beroepsinschakelingsacties, sensibiliseringsacties op gezondheidsvlak (verslavingen bijvoorbeeld), begeleiding bij ondernemerschap; een transversale aanpak opdat het element gelijkheid tussen mannen en vrouwen systematisch opgenomen wordt in alle acties die het programma steunt. Het komt er hierbij op aan ervoor te zorgen dat er wel degelijk rekening wordt gehouden met de respectieve noden van mannen en vrouwen bij de lancering en uitvoering van de acties: UITDAGINGEN VAN DE D E BEVORDERING VAN DE GELIJKHEID MANNEN-VROUWEN ANALYSE VAN DE MATE WAARIN ER REKENING MEE WORDT GEHOUDEN + = -? Houdt het project globaal genomen rekening met de volgende vijf elementen? (de vragen worden indicatief gegeven en moeten niet apart geëvalueerd worden) 1. Toegang tot en deelname aan de arbeidsmarkt op alle niveaus 65

66 Horizontale principes Respecteert het project het gemengde karakter van de werkgelegenheid op het vlak van kwalificatie (plaatsen en functies)? Ziet het project toe op de gelijke verloning (lonen en inkomen)? 2. Deelname van vrouwen aan de oprichting en ontwikkeling van ondernemingen Maakt het project het mogelijk om de plaats van de vrouwen in de plaatselijke economische ontwikkeling te valoriseren (vrouwelijke bedrijfsleiders, enz.) Moedigt het project vrouwen aan om hun ondernemingsvermogen te ontwikkelen (loopbaanontwikkeling)? 3. Beroepsopleiding (competenties en kwalificatie) Ziet het project toe op de gelijke toegang van mannen en vrouwen tot beroepsopleidingsacties? Ondersteunt het project mannen die willen evolueren naar een typisch vrouwelijk beroep en omgekeerd? Moedigt het project de kwalificatie van vrouwen aan in sectoren met weinig mogelijkheden tot professionele evolutie? 4. Combinatie werk en gezin Houdt het project rekening met de levensomstandigheden van de (mannelijke en vrouwelijke) werknemers? Biedt het project de mannen en vrouwen de mogelijkheid hun ouderrol volledig op te nemen (werktijden, vakantie, enz.)? 5. Evenwichtige deelname aan de besluitvorming Zijn de mannen en vrouwen evenveel betrokken bij de ontwerpfase van het project? Voorziet het project in de deelname van mannen en vrouwen aan de uitvoering ervan? Moedigt het project vrouwen aan om kaderfuncties op te nemen? Daarnaast zal de doelstelling van bevordering van gelijkheid tussen mannen en vrouwen voortgezet worden bij de uitvoering van het programma via: de systematische opdeling naar geslacht van de realisatie- en resultaatindicatoren met betrekking tot de personen, die opgevolgd worden door de Beheersautoriteit; de naleving van het evenwicht tussen mannen en vrouwen in de comitologie-instanties instanties en het Gemeenschappelijk Secretariaat; de maximale deelname van de diensten van de bevoegde partnerautoriteiten van het programma aan het beleid om de gelijkheid mannen-vrouwen te bevorderen, in de comitologie-instanties van het programma, en de uitwerking van adviezen bij de behandeling van de voorprojecten en projecten. 66

67 Afzonderlijke elementen die als bijlagen in de gedrukte versie van het document voorgesteld worden 9 Afzonderlijke elementen die als bijlagen in de gedrukte versie van het document voorgesteld worden 67

68 Afzonderlijke elementen die als bijlagen in de gedrukte versie van het document voorgesteld worden 9.1 Lijst met de voornaamste projecten waarvan de uitvoering gepland is tijdens de programmeringsperiode Tabel 12: Lijst met de voornaamste projecten Titel Geplande datum voor bekendmaking / indiening van de projectaanvraag bij de Commissie (jaar, kwartaal) Geplande datum voor het begin van de uitvoering (jaar, kwartaal) Investeringsprioriteit Prioritaire as 9.2 Prestatiekader voor het samenwerkingsprogramma Prioritaire as Uitvoeringsfase, financiering, resultaat- of realisatie-indicator indicator Meeteenheid, indien van toepassing Tussentijdse doelwaarde voor 2018 Einddoelwaarde (2022) 9.3 Lijst met de relevante partners die bij de voorbereiding van het samenwerkingsprogramma betrokken zijn ETC Template, 28 juin 2013 : input 9.4 Uitvoeringsvoorwaarden van het programma die dankzij een bijdrage van de IPA en het ENB het financieel beheer, de programmering, opvolging, evaluatie en controle van de deelname van derde landen aan de transnationale en interregionale programma s regelen. 68

69 Afzonderlijke elementen die als bijlagen in de gedrukte versie van het document voorgesteld worden ETC Template, 28 juin 2013 : input 69

70 Socio-economische context van de samenwerkingszone 10 Socio-economische context van de samenwerkingszone 70

71 Socio-economische context van de samenwerkingszone METHODOLOGISCHE NOOT In dit document staat de sociaal-economische diagnose van de samenwerkingszone France-Wallonie-Vlaanderen beschreven. Daarmee willen we de evoluties die zich tijdens de vorige programmaperiode binnen de verschillende gebieden hebben afgespeeld onder de aandacht brengen en onderling vergelijken. De gegevens en data die in deze diagnose zijn gebruikt, zijn gekozen op basis hun beschikbaarheid en vergelijkbaarheid voor alle gebieden. Naargelang de beschikbaarheid van gegevens, hebben we de voorkeur gegeven aan verschillende niveaus: de arrondissementen; de provincies en departementen (Henegouwen, Namen, Luxemburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Ardennes, Marne, Aisne, Oise, Somme, Nord en Pas-de-Calais); de regio's (Wallonië, Vlaanderen, Nord-Pas-de-Calais, Champagne-Ardenne en Picardie), terwijl bepaalde regionale gebieden buiten de samenwerkingszone vallen. Indien de gegevens niet beschikbaar (of niet vergelijkbaar) waren voor het laagste niveau, hebben we het daaropvolgende niveau geanalyseerd. Daarnaast is er zoveel als mogelijk geprobeerd om met de meest recente data te werken, tenzij deze data niet vergelijkbaar zijn over de verschillende regio s (dan zijn oudere data gebruikt) Kaart van de samenwerkingszone en de gebieden Dankzij de socio-economische diagnose en de analyse op het vlak van economie, kennis, milieu en sociodemografie, kunnen we een typologie van infraregionale gebieden onderscheiden die aanzienlijke problemen en uitdagingen gemeen hebben op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking. De verschillende gebieden in de samenwerkingszone naargelang hun typologie Boulognesur-Mer Calais Oostende Brugge Dunkerque Gent Saint Omer Amiens Lens Kortrijk Tourcoing Lille Roubaix Douai Valenciennes Namur Arras Charleroi Maubeuge Saint-Quentin Tournai Mons Beauvais Soissons Compiègne Laon Creil Reims Bron: EuroGeographics / Ernst & Young, 2013 Châlons-en- Champagne Charleville- Mézières Neufchâteau Arlon Gebied van de studie Typologie van de gebieden met gemeenschappelijke en dynamische uitdagingen met betrekking tot economische en sociale ontwikkeling Stedelijke centra Kustgebieden Oorspronkelijke industriële gebieden of die in conversie Voorstedelijke en aantrekkelijk landelijke gebieden Voorstedelijke en geïsoleerde landelijke gebieden Eurometropool betrokken bij lokale samenwerking betrokken bij netwerken op het gebied van economische samenwerking, universiteiten en innovatie Omvang van grensoverschrijdende agglomeraties Duinkerke Oostende De kaart werd samengesteld aan de hand van bevindingen uit de diagnose, alsook van interviews op strategisch vlak en op het terrein. Zo kunnen we de volgende types gebieden bepalen: De stedelijke polen met: o o De stedelijke polen van de zone, die zich niet noodzakelijk in grensgebied bevinden, maar dankzij de aanwezigheid van regionale en nationale actoren actief zijn in samenwerkingsverbanden op economisch, universitair en innovatievlak op het niveau van de zone; De stedelijke gebieden in de grensstreek die actief zijn in een lokale samenwerking, aangezien dit overeenstemt met grensoverschrijdende arbeidsregio s en leefgebieden. We onderscheiden twee gebieden van dat type die de kenmerken vertonen van grensoverschrijdende agglomeraties (stedelijke continuïteit, belangrijke grensstromen op het vlak van handelsverkeer, werk, vrijetijdsbesteding en consumptie), die een steeds sterkere interconnectiviteit bezitten en grote uitdagingen bieden inzake samenwerking op institutioneel, economisch en sociaal vlak en inzake vervoer en geconcerteerde ruimtelijke van het gebied: De Eurometropool Lille-Tourcoing-Roubaix-Kortrijk-Tournai; 71

72 Socio-economische context van de samenwerkingszone De agglomeratie Dunkerque-Oostende die minder groot is dan de perimeter van de Europese groepering voor territoriale samenwerking Flandre-Dunkerque-Côte d Opale. De kustgebieden, die gedeeltelijk overlappen met de Europese groepering voor territoriale samenwerking Flandre-Dunkerque-Côte d Opale, en gemeenschappelijke uitdagingen hebben inzake economische ontwikkeling, milieubescherming en risicobeheer; De industriële gebieden die geconfronteerd worden met zware problemen op het vlak van industriële reconversie (milieu-, economische en sociale aspecten), en vooral voorkomen in het mijngebied Lens-Maubeuge-Charleroi-Namur; De aantrekkelijke peri-urbane en landelijke gebieden, met een sterke economische en bevolkingsdynamiek (residentiële bevolking en toeristen), maar die geconfronteerd worden met gelijkaardige uitdagingen, hoofdzakelijk inzake ruimtelijke ordening, bescherming en valorisatie van het milieu De ingesloten peri-urbane en rurale gebieden, die betrokken zijn bij een nog bescheiden grensoverschrijdende samenwerking - zelfs al gaat het om grensgebieden -, zich in het hart van de samenwerkingszone bevinden (Grande Thiérarche, Ardenne) en geconfronteerd worden met gemeenschappelijke uitdagingen inzake economische en sociale ontwikkeling. 72

73 Socio-economische context van de samenwerkingszone 10.2 Economische dynamieken Dit hoofdstuk analyseert de economische dynamieken binnen de samenwerkingszone. Deze dynamieken zijn transversaal voor alle regio s binnen die zone en gelden specifiek voor bepaalde infraregionale gebieden. Met het oog op de strategie van de Europese Unie behandelen deze analyses de volgende thema s: Doelstelling 1 (gedeeltelijk ): Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie Doelstelling 3: Verbetering van het concurrentievermogen van kmo s en van de landbouw- en visserijsector De economische prestaties en de creatie van welvaart in de samenwerkingszone Gebied met dynamische welvaartscreatie binnen de Europese Unie in de periode , sinds 2008 beïnvloed door de economische crisis In 2009 bedraagt het bruto binnenlands product (bbp) van de samenwerkingszone 2,2 % van het bbp van de EU Dit onderstreept het economische gewicht van dit deel van het grondgebied voor de Europese Unie, en voor Frankrijk en België in het bijzonder. De productie in de samenwerkingszone is sinds 2005 met 11,5 % toegenomen tegen lopende prijzen 6. Dit is minder dan de evolutie in geheel Frankrijk en België (respectievelijk 12,8 % en 17,2 %) maar meer dan het gemiddelde ritme van de EU-27 (11 %). In termen van het BBP per hoofd van de bevolking is de evolutie van de zone erg vergelijkbaar met die van de rest van de EU-27 in de periode (zie grafiek), de EU-27 had een snelle groei van het BBP per hoofd van de bevolking tussen , maar ook een scherpe daling tussen 2008 en Het gemiddelde bbp per inwoner ( euro) van de zone lag in 2010 iets hoger dan het Europese gemiddelde (EU-27), dat euro per inwoner bedraagt, maar blijft onder het gemiddelde voor België ( euro) en Frankrijk ( euro). Door de economische crisis is de economische dynamiek in de Europese Unie sinds 2008 zichtbaar teruggevallen, met een daling van het bbp met 2 % tussen 2008 en Voor de samenwerkingszone wordt eveneens een achteruitgang vastgesteld, maar in mindere mate en op gedifferentieerde wijze (-1,2 % gemiddeld over de gebieden van de zone). Het bbp per tewerkgestelde, dat het mogelijk maakt om bij benadering de arbeidsproductiviteit te bepalen, wordt in 2009 op euro geraamd voor de regio s en provincies van de samenwerkingszone. De zone blijft in 2009 onder het Belgische en Franse gemiddelde, maar vertoont een dynamische evolutie (+8,3 % tussen 2005 en 2009). Deze goede positie kan mogelijk verklaard worden door de economische specialisatie in performante activiteiten in de verschillende gebieden zoals in dynamische industriële sectoren (farmacie, nieuwe materialen (textiel en metallurgie), kunststofindustrie, (agro)- voedingsindustrie) en daarnaast de beperkte aanwezigheid van tertiaire activiteiten met een lagere productiviteit. Gezien het hogere groeiritme van het bbp per inwoner in vergelijking tot het EU-27-gemiddelde, en het relatief goed standhouden tegen de crisis sinds 2008 (het groeiritme in de samenwerkingszone bleef relatief hoger ten opzichte van het nationale groeiritme in Frankrijk of België), is de samenwerkingszone duidelijk een dynamisch economisch gebied dat een belangrijke plaats innneemt in de Europese Unie. Toch zijn er binnen de zone verschillen in de economische toestand en ontwikkelingen te onderscheiden Creatie van welvaart dicht bij het Europese gemiddelde, maar gedifferentieerd verdeeld over de samenwerkingszone De samenwerkingszone wordt gekenmerkt door een grote heterogeniteit tussen de gebieden waaruit ze bestaat, zowel binnen als tussen de Belgische en Franse gebieden: In 2010 varieerde het bbp per inwoner bijvoorbeeld van 59 % (Thuin) tot 154 % (Gent) van het Europese gemiddelde (EU-27). o o Bepaalde gebieden in Wallonië (Philippeville, Dinant, Virton, Thuin, Bergen, Soignies en Ath) en de departementen Aisne, Ardennes en Pas-de- Calais blijven meer dan 10 % onder het Europese gemiddelde (EU-27). De andere gebieden bevinden zich dicht bij het Europese gemiddelde of liggen er beduidend boven. Tussen 1995 en 2010 bedroeg de gemiddelde groei 2,65 % voor de samenwerkingszone tegenover 3,46 % voor de EU-27. Slechts enkele Belgische arrondissementen (Oudernaarde, Moeskroen, Doornik, Bastogne, Ieper) vertonen een groeipercentage dat hoger ligt dan het EU-gemiddelde. 5 Het gemiddeld bbp / inwoner van de EU-15 is niet beschikbaar op de Eurostat-webite. 6 Het bruto binnenlands product van de samenwerkingszone wordt berekend door de bbp s van de Belgische arrondissementen en van de Franse regio s in de samenwerkingszone samen te voegen (beschikbaar granulariteitsniveau). 73

74 Socio-economische context van de samenwerkingszone Bepaalde gebieden combineren overigens een laag gemiddelde op het vlak van bbp per inwoner met een zwakke groei (Virton, Soignies, Dinant, Aisne). In de Waalse en Vlaamse gebiedsdelen leunt het gemiddelde bbp per inwoner in 2009 dicht aan bij het Europese gemiddelde (105%) en bij het gemiddelde van de Franse departementen (96%), maar dit deel van het gebied vertoont wel de grootste groeidynamiek van de zone en blijkt ook beter bestand tegen de gevolgen van de recente crisis dan de Franse departementen (respectievelijk -2,3% en -3,8%). Gemiddelde jaarlijkse groei van het BBP / hoofd Versant flamand Versant wallon Versant français Nord Pas-de-Calais Somme Marne Ardennes Oise Aisne Tournai Mouscron Bastogne Namur Neufchâteau Thuin Marche-en-Fa... Ath Dinant Philippeville Mons Charleroi Soignies Arlon Virton Oudenaarde Ypres Veurne Tielt Brugge Diksmuide Gent Oostende Courtrai Roeselare 1,40% 1,18% UE-27 : 3,46% 2,83% 2,50% 2,18% 2,01% 1,95% 1,74% 1,49% 3,45% 3,34% 3,39% 3,44% 3,13% 2,86% 2,81% 2,78% 2,65% 2,39% 2,46% 2,17% 2,41% 2,49% 2,87% 3,06% 3,06% 2,98% 2,98% 2,81% 2,97% 3,50% 3,48% 0,80% 1,30% 1,80% 2,30% 2,80% 3,30% 3,80% 0,80% 1,30% 1,80% 2,30% 2,80% 3,30% 3,80% Territoire en zone non éligible Territoire en zone éligible Bron : Eurostat,

75 Socio-economische context van de samenwerkingszone Evolution comparée du PIB/hab moyen Vergelijkende evolutie van het gemiddelde BBP / hoofd over de periode sur la période Belgique België France Frankrijk Union européenne (27 pays) EU-27 Samenwerkingsgebied Zone de coopération Vergelijkende evolutie Evolution van het gemiddelde comparée du BBP PIB/hab / hoofd moyen over de periode sur la période -Frankrijk France Marne France Nord Ardennes Oise Somme Pas-de-Calais Aisne Vergelijkende evolutie van het gemiddelde BBP BBP / hoofd / hoofd over over de de periode periode België België België West Vlaanderen Oost Vlaanderen Namen Luxemburg Henegouwen Bron : Eurostat,

76 Socio-economische context van de samenwerkingszone BBP per inwoner in % EU27 euro gemiddelde (2010) Frankrijk % Nord % Aisne % Ardennes % Pas-de-Calais % Somme % Oise % Marne % België % Gent % Oudenaarde % Brugge % Diksmuide % Ieper % Kortrijk % Oostende % Roeselare % Tielt % Veurne % Aat % Charleroi % Bergen % Moeskroen % Soignies % Thuin % Doornik % Aarlen % Bastenaken % Marche-en-Famenne % Neufchâteau % Virton % Dinant % Namen % Philippeville % Bron : Eurostat,

77 Socio-economische context van de samenwerkingszone Een samenwerkingszone bestaande uit vier types economische ontwikkelingsgebieden De verschillen in bbp per inwoner die binnen de zone vastgesteld worden, wijzen op lokaal vlak op een specifieke economische en demografische ontwikkeling die de grenzen tussen de Franse regio s en Belgische provincies overstijgt, en complexer is dan de traditionele tegenstellingen tussen stedelijk en landelijk gebied of tussen kust en hinterland. Er tekenen zich vier types zones af, die een indeling in categorieën van samenwerkingsgebieden op economisch vlak 7 mogelijk maken: De dynamische stedelijke polen op weg naar metropolisatie, bijvoorbeeld rond Gent en het metropoolgebied Rijsel enerzijds, en de dynamische, maar kleinere stedelijke polen anderzijds. o o In de metropolen Lille en Gent is er een concentratie van industriële en tertiaire economische activiteiten, nationale en Europese onderzoeks- en opleidingscentra en culturele activiteiten op regionale schaal. Deze metropolen onderscheiden zich door hun sterke economische competitiviteit en aantrekkelijkheid (voor inwoners, studenten, toeristen, werknemers). Ze beschikken bovendien over performante transportinfrastructuur en communicatienetwerken, waardoor ze geografisch gezien een steeds sterkere invloed uitoefenen op de voorstedelijke gebieden en de kleinere naburige stadspolen. In dat opzicht is de economische werking van de metropool Rijsel vandaag duidelijk grensoverschrijdend rond de driehoek Rijsel-Doornik-Kortrijk die 2 miljoen mensen telt. In de periode is de invloedssfeer uitgebreid: de economische metropoolvorming omvat vandaag een perimeter van 3,8 miljoen mensen (grootstedelijk gebied Rijsel) en strekt zich uit over de stedelijke en voorstedelijke gebieden van de westelijke mijnregio, de gebieden in reconversie en de stedelijke gebieden van de mijnregio tot Pas-de-Calais (Lens, Douai, Arras) en de Samber (Maubeuge/Bergen); Dit geheel omvat eveneens stedelijke polen zoals Charleroi, Namen, Kortrijk, Brugge, Amiens of Reims, die een concentratie vertonen aan centra voor hoger onderwijs, openbare en culturele infrastructuur en economische en politieke beslissingscentra die stedelijk toerisme aantrekken. Elk van deze gebieden valt op door zijn specifieke dynamiek, en ontwikkelt zich in nauwe samenhang met nabije aantrekkelijke plaatsen zoals Brussel (Charleroi) of Île de France (Amiens, Reims). De kustzones vormen het tweede dynamische geheel van de zone. Vanuit economisch standpunt zijn dit grote toeristische trekpleisters met een groter aantal overnachtingen door niet-inwoners en een belangrijker vastgoedmarkt dan in de andere gebieden van de zone. Deze gebieden zijn rijk aan overnachtingsinfrastructuur, die georganiseerd wordt volgens de plaatselijke troeven en bevorderd wordt door de ontwikkeling van het kusttoerisme. Deze economische aantrekkelijkheid wordt in de hand gewerkt door de aanwezigheid van grote havens die de kuststreek structureren (Brugge-Zeebrugge, Oostende, Gent (meer in binnenland gelegen zeehaven), Boulogne-sur-Mer, Duinkerke, Calais), en die een belangrijke troef vormen voor de ontwikkeling van de logistieke functie in de samenwerkingszone en de inclusie van de gebieden van het achterland. Zo hebben heel wat industriële ondernemingen de haven van Gent als locatie voor hun distributie- en/of productieplatform gekozen in de autosector (Honda, Volvo), de metaalnijverheid (Arcelor-Mittal), de textielsector (Hanes) en de elektriciteit (windmolenpark van Electrabel). De haven van Brugge-Zeebrugge heeft een moderne infrastructuur ontwikkeld die geschikt is voor roroschepen en containerschepen. Dit is een belangrijke Europese speler in het transport van nieuwe wagens. Het is tevens een van de voornaamste Europese terminals voor gas en voor de import van vloeibaar aardgas. Hieruit blijkt dat de kuststreek een complex dynamisch geheel vormt. Er spelen economische belangen, van zowel stedelijke, toeristische als ecologische aard, die soms een bedreiging vormen voor kwetsbare risicogebieden. Voor bepaalde problematieken waarmee deze gebieden kampen, biedt een grensoverschrijdende aanpak een passende oplossing. De samenwerkingszone omvat eveneens stedelijke en industriële gebieden in reconversie die geconfronteerd worden met reële uitdagingen wanneer het erop aankomt een territoriale strategie te bepalen voor economische ontwikkeling en aantrekkingskracht. Deze gebieden waren historisch sterk gespecialiseerd in de mijnbouw, textiel- en staalindustrie, die sterk te lijden heeft gehad van desindustrialisering. Dit type zone bevindt zich hoofdzakelijk in Belgisch en Frans Henegouwen, de streek van de Samber, de Denderstreek, Duinkerke en het departement van Nord of Pas-de-Calais (Lens) of sommige Ardense zones. Sommige Vlaamse gebieden worden ook getroffen door problemen van reconversie en verlaten industrieterreinen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bredere regio rond de Leievallei, Kortrijk en Gent. Inzake reconversie stippen we voorts nog de linnen- en textielindustrie aan in West- en Oost- Vlaanderen. Alleen de modernste staalfabrieken blijven voortbestaan, zoals in het havenindustriegebied van Duinkerke. Kenmerkend voor deze gebieden is hun hogere werkloosheidsgraad, eerder laaggeschoolde bevolking, dalende demografie. Deze gebieden kampen met tegengestelde reconversiebewegingen : verarming van gebieden die bestaan uit kleine, voorheen industriële stadspolen zoals rond de Samber en in de Grande Thiérache, structurele uitbreiding van de tertiaire sector in stedelijke polen zoals in Lens dankzij toeristische ontwikkeling (erkenning van het mijnpatrimonium door de UNESCO, culturele voorzieningen), herindustrialisering door diversificatie van activiteiten rond nieuwe functies zoals biotechnologie (Bergen), vrije software (Soissons) en het beheer van bestaande logistieke infrastructuren en communicatie (Valenciennes). Men constateert een toenemende onderlinge economische afhankelijkheid van deze gebieden met regionale grootstedelijke systemen (Valenciennes, Douai en Lens ten opzichte van het metropoolgebied Rijsel, Charleroi ten opzichte van Brussel). Tot slot omvat de samenwerkingszone ook landelijke en peri-urbane gebieden in mutatie, weinig dichtbevolkt. We onderscheiden twee types zones: o o De aantrekkelijke landelijke en peri-urbane zones zoals de sterk gespecialiseerde landbouwzones (Marne, Oise) en de peri-urbane zones die onder invloed staan van een metropool en beïnvloed worden door het lokale woon-werkverkeer. Deze zones maken gebruik van hun overvloedige ruimte door een economische specialisatie in de primaire sector (landbouw, bosbouw). De diversificatie van de activiteiten, de endogene ontwikkeling en de opvang van nieuwe bevolkingen vormen essentiële problemen voor dit type zone. De ingesloten landelijke en peri-urbane zones. Dit type bevindt zich in bepaalde gevallen in het centrum van de zone en aan weerszijden van de grens, bijvoorbeeld in de Franse departementen Aisne en Ardennes, de streek van Grande Thiérache, de Belgische arrondissementen Dinant, Neufchâteau of Virton. Daardoor hebben ze soms te kampen met een gebrek aan infrastructuur (moeilijke bereikbaarheid met het vliegtuig en via het spoor, gebrek aan multimodale platformen en uitgeruste activiteitenzones, enz.) en aan een lokaal dienstenaanbod. Het toeristische patrimonium, telewerken, het aantrekken van residentiële verblijven en de sociale economie kunnen opportuniteiten betekenen voor dit type gebieden. 7 Typologie uit de analyses van Ernst & Young, die steunen op de regionale strategische diagnoses en interviews op het terrein. 77

78 Socio-economische context van de samenwerkingszone De economische specialisatie van de zone Ondanks haar heterogene karakter kenmerkt de economische zone zich door het grote belang van de verwerkende nijverheid, de landbouw en de niet-marktdiensten. Sleutelgegevens van de samenwerkingszone (Bron: Eurostat, 2009 ; Insee, 2009) De landbouw vertegenwoordigt: o 2 % van de bruto toegevoegde waarde 8 van de regio s en provincies van de samenwerkingszone in o 3 % van de totale werkgelegenheid, tegenover 1,5 % in België en 2,9 % in Frankrijk in De industrie vertegenwoordigt: o 17,6 % van de bruto toegevoegde waarde van de regio s en provincies van de samenwerkingszone in o 15,3 % van de totale werkgelegenheid, tegenover 13,7 % in België en 14,7 % in Frankrijk in De bouwsector vertegenwoordigt: o 7,1 % van de bruto toegevoegde waarde van de regio s en provincies van de samenwerkingszone in o 6,9 % van de totale werkgelegenheid, tegenover 6,1 % in België en 7 % in Frankrijk in De marktdiensten vertegenwoordigen: o 47,6 % van de bruto toegevoegde waarde van de regio s en provincies van de samenwerkingszone in o 41,6 % van de totale werkgelegenheid, tegenover 49,4 % in België en 45,4 % in Frankrijk in De niet-marktdiensten 9 dragen bij tot: o 25,8 % van de bruto toegevoegde waarde van de regio s en provincies van de samenwerkingszone in o 33 % van de totale werkgelegenheid, tegenover 29,3 % in België en 29,7 % in Frankrijk in In het algemeen onderscheiden de Belgische gebiedsdelen zich van de Franse gebiedsdelen door een lagere toegevoegde waarde in de landbouw en de nietmarktdiensten, ten gunste van een relatief grotere activiteit in de industrie, de bouw en de marktdiensten (respectievelijk 2 %, 1 % en 0,8 % hoger dan de verdeling van de bruto toegevoegde waarde voor de Franse gebiedsdelen). 8 De bruto toegevoegde waarde wordt gedefinieerd als het verschil tussen de eindwaarde van de productie en de waarde van de goederen aangewend tijdens het productieproces. Men spreekt van bruto TW indien de investeringsafschrijvingen niet afgetrokken worden. 9 Onder niet-marktdiensten verstaat men diensten die gratis verstrekt worden of aan economisch verwaarloosbare prijzen (openbare administratie, sociale economie). 78

79 Socio-economische context van de samenwerkingszone BTW verdeling per sector in de samenwerkingszone in 2009 Totale BTW in marktprijzen (M ) Landbouw, bosbouw en visserij Industrie (exl. bouw) Bouw Marktdiensten Nietmarktdiensten België ,7 1,2% 18,5% 7,6% 48,0% 24,7% Oost-Vlaanderen ,2 0,8% 20,7% 8,5% 48,3% 21,7% West-Vlaanderen ,9 1,7% 20,1% 8,4% 48,7% 21,1% Henegouwen ,5 0,8% 16,6% 5,7% 47,4% 29,5% Luxemburg 5 123,4 2,3% 13,7% 8,4% 44,6% 31,0% Namen 9 416,7 1,3% 12,6% 5,8% 47,2% 33,2% Frankrijk ,8 2,9% 16,6% 6,6% 47,2% 26,8% Champagne-Ardenne ,3 8,7% 17,5% 6,4% 42,5% 24,9% Picardie ,0 2,7% 18,0% 6,6% 47,3% 25,4% Nord-Pas de Calais ,5 1,0% 15,6% 6,6% 48,8% 28,1% Bron : Eurostat, 2009 *waarvan wetenschappelijke en technische activiteiten; administratieve en ondersteunende diensten, kunst, evenementen en recreatieve activiteiten, andere diensten, huishoudelijke activiteiten, financiële en verzekeringsactiviteiten, infromatie en communicatie, immobiliën. * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Verdeling van de werkgelegenheid in de samenwerkingszone in 2009 Totaal aantal werkenden (in duizenden) Landbouw, bosbouw en visserij Industrie (ongerekend bouw) Bouw Marktdiensten Nietmarktdiensten België 1 735,2 2,6% 14,1% 7,5% 43,1% 32,7% Oost-Vlaanderen 555,6 1,9% 16,5% 7,7% 44,9% 29,0% West-Vlaanderen 503,0 2,9% 19,5% 7,0% 44,0% 26,5% Henegouwen 425,8 1,4% 14,3% 6,7% 42,7% 34,8% Luxemburg 90,3 4,5% 10,9% 9,1% 40,2% 35,3% Namen 160,5 2,2% 9,5% 6,7% 43,7% 37,9% Frankrijk 2 731,8 3,5% 16,6% 6,4% 40,2% 33,4% Champagne-Ardenne 535,2 5,6% 17,0% 6,4% 38,5% 32,5% Picardie 679,7 3,2% 17,6% 6,6% 39,0% 33,6% Nord-Pas de Calais 1 516,9 1,6% 15,1% 6,3% 43,0% 34,0% België 4 454,3 1,5% 13,7% 6,1% 49,4% 29,3% Frankrijk ,2 2,9% 14,7% 7,0% 45,7% 29,7% Bron : Eurostat, 2009 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De gebieden van de samenwerkingszone zijn sterk heterogeen ondanks bepaalde punten van overeenkomst: De Vlaamse provincies onderscheiden zich door het grote belang van de industriële activiteiten, buiten de bouwsector, met voor West-Vlaanderen een proportioneel groter aandeel van deze sector in de werkgelegenheid (19,5 %); Nord-Pas de Calais en de provincie Henegouwen vertonen een vrij gelijkaardig profiel, met een gemiddeld belang van hun industriële sector en hun marktdienstensector, wat vooral wijst op de structurele uitbreiding van de tertiaire sector in deze regionale economieën. De provincies Luxemburg, Champagne-Ardenne en Picardie kenmerken zich door een sterke landbouwsector (respectievelijk 4,5 %, 5,6 % en 3,2 % van de regionale werkgelegenheid); 79

80 Socio-economische context van de samenwerkingszone Champagne-Ardenne en Picardie onderscheiden zich door de zwakke positie van hun marktdienstensector, zowel wat hun aandeel in de toegevoegde waarde als in de regionale werkgelegenheid betreft, in vergelijking met de gemiddelden van de samenwerkingszone en de nationale gemiddelden. Overzicht van de economische specialisaties per regio Secundaire sector Primaire sector 1 er er secteur 1 2 e secteur 1 3 e secteur 1 Tertiaire sector (verkoop) Vlaanderen Granen, varken, zuivel, rundvlees, tuinbouw, hout Chemische industrie (voornamelijk in Antwerpen - buiten de zone) Agro-voedingsindustrie Metaalverwerkende nijverheid Logistiek, hotel en restaurant Wallonië Champagne-Ardenne Picardie Nord-Pas de Calais Granen, zuivel rundvlees en hout Wijnbouw, alfalfa, gerst en hennep Koolzaad en suikerbieten Hout Suikerbieten, granen, groenten voor verwerking, aardappelen Granen, melk, aardappelen, groenten en visvangst Farmaceutische industrie Agro-voedingsindustrie Agro-voedingsindustrie Agro-voedingsindustrie Rubber- en plastieknijverheid Metaalverwerkende nijverheid Productie van elektrische apparatuur, computers,machines Productie van transportmateriaal (auto, trein) Metaalverwerkende nijverheid (gieterij) Autoindustrie Plastiek-verwerking Ijzer- en staalindustrie 1 In functie van de specialisatie-indexen en de toegevoegde waarden in 2009 (Bron : ICN IWEPS, INSEE, 2011) Logistiek, horeca Logistiek, handel Logistiek, horeca Distributie, logistiek, financiële activiteiten en verzekeringen Belangrijke sectoren in verandering Het economische weefsel van de samenwerkingszone wordt historisch bepaald door het belang van de industrie en de landbouw, wat zich vertaalt in een specialisatie van de subregionale gebieden in sectoren die vandaag volop in verandering zijn De landbouwsector, de agro-voedings voedingsindustrie, industrie, aquacultuur en de visserijsector: sterke ontwikkelingsassen In bepaalde regio s is het belang van de landbouw aanzienlijk gebleven, zoals in Ardennes, Somme, de provincie Luxemburg of West-Vlaanderen. De gediversifieerde en productieve landbouw heeft bepaalde lokale specialiteiten sterk weten te valoriseren (wijnen in Champagne-Ardenne, suikerbieten in Picardie en Champagne-Ardenne, tuinbouw rond Gent, varkenshouderij en tuinbouw in West-Vlaanderen, melkveehouderij in de Vlaamse Ardennen, rundveehouderij rond Brugge, in Oost-Vlaanderen en in Wallonië met het Belgische Witblauw ras, hout in de zone Namen Henegouwen - Champagne- Ardenne, etc). Deze landbouwrijkdom zorgde voor de vestiging van een sterke agro-voedingsindustrie, met de aanwezigheid van grote groepen met internationale uitstraling over de hele samenwerkingszone (Bonduelle, Saint-Louis Sucre, Roquette, Lesaffre International, Téréos, Mc Cain, maar ook in diverse deelsectoren zoals de aardappel- en groentenverwerkende sector (diepvriesgroenten), vooral in de streek rond Roeselare en vlees in West-Vlaanderen), enerzijds in de landbouwgebieden zelf en anderzijds in de havengebieden van de zone (bijvoorbeeld Duinkerke voor het branden van koffie). In West- en Oost-Vlaanderen is de aanwezigheid van de landbouwveilingen (bv. REO-veiling in Roeselare) en enkele proefcentra (zoals Inagro, PCG en PCS) van belang. De sectoren van de zeevisserij en de aquacultuur passen zich meer en meer aan aan die nieuwe productiecontext (dure olie, sterke lokale blootstelling aan intracommunautaire concurrentie, ). De zeevisserij- en aquacultuursector bestaat haast uitsluitend uit micro-ondernemingen en kmo s. Deze worden weinig op de hoogte gebracht van de uitdagingen op het vlak van concurrentie en innovatie. Op basis van deze troeven worden de landbouw- en agro-voedingssectoren voor hun ontwikkeling geconfronteerd met drie grote uitdagingen: De overschakeling naar een groene landbouwsector, met name door de ontwikkeling van korte ketens voor bevoorrading-productie-distributie, het gebruik van meer milieuvriendelijke en zuinige productiemethodes of de ontwikkeling van biolandbouw. Deze laatste vertegenwoordigde in ,9 % van de Waalse oppervlakte cultuurgrond 10 (OCG), tegenover 1% of minder voor de andere regio s van de samenwerkingszone; Het behoud van het concurrentievermogen van de sectoren, met name door zich te richten op de productie van voedingsmiddelen met hoge toegevoegde waarde. Zo is West-Vlaanderen de belangrijkste Europese producent van diepvriesgroenten; Het gebruik van agrarische hulpbronnen in andere economische domeinen (energie, groene chemie/bio-economie, farmaceutica, transport). In dit opzicht beschikt de samenwerkingszone over echte troeven en grensoverschrijdende mogelijkheden met een dynamiek van innovatie en structurering van het 10 De oppervlakte cultuurgrond (OCG) betreft een statistisch instrument om het gebied te meten dat wordt aangewend voor landbouwproductie. Het omvat het akkerland, grasland en meerjarige gewassen. 80

81 Socio-economische context van de samenwerkingszone economische weefsel in deze domeinen, aan Franse kant met de mondiale concurrentiecluster Picardie/Champagne-Ardenne Industries et Agroressources, of het expertisecentrum voor CO²-vrije energie PIVERT, aan Waalse kant met de concurrentiecluster WAGRALIM in Gembloux en aan Vlaamse kant met BioBase Europe, het Science Park Flanders FOOD, Fabriek voor de Toekomst voor voeding, expertisecentrum voeding van KATHO en het project Thought 4 Food in West-Vlaanderen. De aquacultuur- en visvangstsector kunnen een beroep doen op technologische vernieuwingen (innovaties van de transformatie- en verpakkingsprocessen, product- en voedingsinnovatie), diversificatie van activiteiten en hun aanwezigheid op de markt in de vorm van niches, waardoor ze beperkt zijn blootgesteld aan economische onzekerheid (visvangst naar aquacultuur, aquacultuur naar markten met sterk groeipotentieel of met grote toegevoegde waarde: op specifieke soorten, algenkweek, etc.). De belangrijkste industriële sectoren: tussen kwetsbaarheid en opleving Hoewel relatief veel vormen van industriële activiteit aanwezig zijn, kent de regio historisch een aantal sterke industriële specialisaties in de agrovoedingsindustrie, maar ook in de auto-industrie industrie, de metaalnijverheid en de textielsector. Bepaalde gebieden tot slot kenmerken zich door vaak sterk lokale nicheactiviteiten (glassector rond de vallei van de Bresle in het zuidwesten, Picardie, het spoor in de regio rond Valenciennes, luchtvaart in Picardie en Charleroi). Wallonië kent overigens een sterke specialisatie in de farmaceutische sector (met bedrijven zoals UCB en Glaxo) en Vlaanderen en West- Henegouwen in de technische textielsector (bijvoorbeeld het bedrijf Sioen voor beschermende kledij en voor gecoate weefsels of Wollux dat vlaggen produceert, ). In bepaalde sectoren vinden momenteel diepgaande veranderingen plaats, zoals in de auto- of metaalindustrie. Die sectoren zien zich op structureel vlak geconfronteerd met de toenemende internationale concurrentie, en op conjunctureel vlak met de vertraging van de Europese en internationale vraag. In Wallonië heeft de metaalnijverheid daardoor tussen 2005 en 2009 het aantal arbeidskrachten met ongeveer 15 % zien afnemen, terwijl de sector van rubberen kunststofproductie of de chemiesector iets minder dan 10 % van zijn werknemers verloor. In bepaalde gebieden krijgen de traditionele sectoren bovendien met extra grote problemen te kampen doordat ze gespecialiseerd zijn in de productie van halfafgewerkte producten, en sterk afhankelijk zijn van grote opdrachtgevers die vaak buiten de regionale gebieden gevestigd zijn (auto-onderdelen en uitrusting in Champagne-Ardenne, metaalnijverheid en chemie in Vlaanderen). In de traditionele industriële sectoren van de samenwerkingszone vinden er momenteel drie wezenlijke veranderingen plaats: Een dynamiek van (technologische) innovatie in sectoren die historisch gericht zijn op activiteiten met een lage techologische intensiteit (agrovoedingsindustrie, textiel- en metaalnijverheid in bepaalde zones); Een dynamiek van zoeken naar nieuwe groeimogelijkheden, in het bijzonder door een sterkere oriëntatie op buitenlandse groeimarkten. Een dynamiek van ontwikkeling in nieuwe nichesectoren (groene chemie in Picardie en Champagne-Ardenne, auto-uitrusting in Wallonië (de firma AW Europe fabriceert navigatiesystemen en Valéo LED verlichting voor de automobiel industrie), technisch textiel, smart plastics en blue energy in West- en Oost-Vlaanderen, bio-based economie in Gent. In West-Vlaanderen ontstonden dankzij de reconversie van de textielsector, de hout-, de meubel- en de vlassector sterke kmo s die soms zelfs uitgroeien tot wereldspelers (bv. Unilin, Quickstep, etc.) Bovendien vullen bepaalde historische sectoren aan weerszijden van de grens elkaar echt aan. Dit zien we bijvoorbeeld in de metaalnijverheid waar de Franse en Waalse industrie gespecialiseerd is in de gieterij, terwijl de Vlaamse industrie overgestapt is naar de fabricage van metaalproducten, maar er is ook een link mogelijk tussen de bio-technologie in Oost-Vlaanderen, de agro-voedingsindustrie in West-Vlaanderen en de landbouw en agro-voedingsindustrie in Frankrijk, of tussen de farmaceutische sector in Wallonië en de gezondheidszorg in andere delen van het gebied. De belangrijkste dienstensectoren: sectoren: uitgesproken specialisatie van de gebieden De economieën van de samenwerkingszone kennen momenteel een uitbreiding van de tertiaire sector, al is de tertiaire sector nog steeds minder uitgebouwd dan in Frankrijk dan in België. Parallel met het ontstaan van nieuwe tertiaire sectoren zien we in bepaalde subregionale gebieden meerdere historische specialisaties: De activiteiten op het vlak van transport-logistiek blijven economisch belangrijk, in het bijzonder voor goederentransport, en worden bevorderd door de centrale ligging van de samenwerkingszone in Europa, een dicht netwerk aan transportinfrastructuur en transnationale assen, het bestaan van grote havens en de exportgerichtheid van de regio s in de samenwerkingszone. Zo is Nord-Pas de Calais de eerste regio van Frankrijk wat het aantal transportbedrijven betreft (40 op 100 km 2 in 2005). Wallonië geniet van de concurrentiecluster Logistics in Wallonia. Deze ontving in 2013 het Europese Bronze label als erkenning voor zijn innovatiedynamiek. De logistieke sector in West-Vlaanderen steunt op de aanwezigheid van de luchthaven van Wevelgem en van belangrijke platformen, zoals bijvoorbeeld het internationaal transportcentrum LAR (Lauwe, Aalbeke, Rekkem). De handel en distributie zijn voor bepaalde gebieden gebaseerd op de historische verankering van grote groepen, bijvoorbeeld het departement Nord met de groepen Auchan, La Redoute en 3 Suisses. Het toerisme is in bepaalde gebieden van de zone een goed verankerde economische sector: kusttoerisme, erfgoedtoerisme in de steden, groen- en watertoerisme in de Belgische Ardennen, plattelandstoerisme in de Westhoek. De toeristische aantrekkingskracht van de zone is sterk toegenomen met de opkomst van nieuwe producten die verband houden met cultuurtoerisme (Louvre-Lens), historisch toerisme (erkenning van het mijnbekken als UNESCOwerelderfgoed) en herdenkingstoerisme (sites van de Eerste Wereldoorlog). De voorbije tien jaar evolueerde de toeristische activiteit echter naar een nieuw evenwicht tussen de gebieden in de samenwerkingszone, met een toename van de toeristische intensiteit in de Franse regio s (+43,3% in Picardie tussen 2007 en 2011) en een relatieve daling van het aandeel van de Waalse provincies die in het verleden de overhand hadden. De toeristische intensiteit blijft dynamisch aan Vlaamse kant en het aantal overnachtingen is toegenomen van 29% tot 31% van alle overnachtingen in de zone (cf. onderstaande tabel). 81

82 Socio-economische context van de samenwerkingszone Regionale intensiteit van toerisme (Jaarlijks aantal nachten per inwoners voor hotels en campings) 2011 Evolutie Vlaanderen Aandeel in het samenwerkingsgebied Oost-Vlaanderen ,0% 3% 4% 5% West-Vlaanderen ,2% 26% 25% 26% Wallonië Henegouwen Luxemburg Namen ,3% 1% 2% 3% ,9% 38% 36% 30% ,2% 11% 10% 9% Frankrijk Champagne-Ardenne ,9% 8% 9% 11% Picardie ,3% 6% 7% 10% Nord-Pas de Calais ,3% 6% 6% 7% Samenwerkingsgebied ,2% Bron: Eurostat, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken 82

83 Socio-economische context van de samenwerkingszone Toekomstsectoren in ontwikkeling, maar waarvan de grensoverschrijdende structureringsgraad verschilt Naast de traditionele sectoren zien we in de samenwerkingszone nieuwe sectoren opkomen die passen in de regionale strategieën voor economische specialisatie en innovatie, en die binnen de gebieden gebaseerd zijn op de traditionele sectoren, hun knowhow, hun netwerken en hun troeven. Toekomstsectoren volgens hun graad van grensoverschrijdende structuur en potentieel voor grensoverschrijdende ontwikkeling Het belang van de sectoren in de samenwerkingszone Hoog Ontwikkelen van agrarische sector en groene chemie Biotechnologie Gemiddeld Laag Toerisme Laag Houtsector Eco-constructie Luchtvaart, transport Matig Gezondheidszorg, Farmacie NTIC ICT Dienstverlening aan personen en bedrijven Hoog De uitstraling op de regionale economieën Groot potentieel voor innovatie Potentieel van grensoverschrijdende ontwikkeling Bron : Nomenclatuur van de sectoren die Ernst & Young voorstelde en die gevalideerd werden tijdens de workshops Economie en Innovatie op 21 maart Hiërarchisering van de huidige grensoverschrijdende structureringsniveaus en van het grensoverschrijdende ontwikkelingspotentieel door Ernst & Young, op basis van interviews op het terrein en van ervaringen uit vorige Interreg-programma s De zone is bijzonder goed geplaatst om sectoren te ontwikkelen die inspelen op de uitdagingen inzake duurzame ontwikkeling en groene economie: o o o De houtsector kan voordeel halen uit de aanwezigheid van grote bossen en goed verankerde vaardigheden in bepaalde gebieden (Belgische Ardennen, Champagne-Ardenne) om nieuwe groene afzetmogelijkheden te ontwikkelen: productie van hout voor energieopwekking, valorisatie van hout als bouwmateriaal; De (agro)voedingsnijverheid en de landbouwgrondstoffenindustrie (groene chemie/bio-economie, energie, biobrandstoffen) ontwikkelen zich in de gehele samenwerkingszone rond enkele grote innovatiepolen, rond enkele grote (agro)voedingsbedrijven, maar ook via een weefsel van dynamische en innovatieve kmo s. De biotech-sector, die steunt op een sterke historische aanwezigheid in en rond de Universiteit van Gent (VIB, Bio Base Plant) op de competitiviteitspool BIOWIN, het competentiecentrum voor de biochips Eppendorf Array Technologies (Wallonie) en op de aanwezigheid van belangrijke actoren in het domein van de chemie, de agro-voedingsindustrie in West-Vlaanderen en de farmaceutica. De school Paris-Tech (onderzoek in biotechnologie) in Reims draagt ook bij aan deze dynamiek. participe également à cette dynamique. De zone beschikt ook over grote troeven om nieuwe sectoren te ontwikkelen op het vlak van gezondheid en verzorging ( Care ), in het bijzonder in de farmaceutische nijverheid. Zo groeit deze laatste bedrijfstak sterk in Wallonië, waarbij het aandeel in de regionale verwerkende nijverheid gestegen is van 11 % in 2000 naar 20 % in 2009 (met bepaalde groeiende Waalse bedrijven zoals Bone Therapeutics bijvoorbeeld en grote internationale bedrijven). Hiermee werd Care in 2009 de eerste subsector in termen van toegevoegde industriële waarde; De transportsectoren van de zone zijn door hun diversiteit en de aanwezigheid van grote innoverende actoren bijzonder goed geplaatst om te profiteren van de stijgende wereldwijde vraag, zowel collectief (luchtvaart, stadsvervoer, spoor, binnenvaart) als individueel (auto s), en zich aan te passen aan de nieuwe eisen in verband met minder vervuilend transport. In de tertiaire sector ontstaan er ook nieuwe sectoren onder het dubbele effect van een daadkrachtig lokaal overheidsbeleid en de ontwikkeling van de social profit sector. In het bijzonder: De digitale sector en de creatieve economie halen in bepaalde stedelijke polen voordeel uit de actieve ontwikkeling van innovatieve startende bedrijven in heel uiteenlopende domeinen: rond de vrije software in Soissons, digitale videospelen (gaming) in Roubaix en Kortrijk (Howest), de Pôle Ubiquitaire in Rijsel, of rond I-MINDS, sociale media en 3D-printing in Vlaanderen, design in Kortrijk, het kaderprogramma Creative Wallonia dat beoogt creativiteit en innovatie tot een hoeksteen van het Waalse project te maken, de Google-projecten in Henegouwen, en het Microsoft Innovation Centre in Bergen, de E- campus van de Eurometropool, enz. 83

84 Socio-economische context van de samenwerkingszone De sector van de persoonsgebonden dienstverlening is in volle expansie, en biedt grote ontwikkelingsmogelijkheden in de zone (hoge geboortecijfers, vergrijzing van de bevolking, groeiend fenomeen van peri-urbanisering, toename van het aantal afhankelijke personen). In Nord-Pas de Calais wordt de toename van het aantal gezinnen dat hiervan gebruikmaakt op +9 % geraamd tussen 2010 en Dit vertaalt zich overigens in grote kansen voor de sociale economie, vooral in de gebieden die met de grootste sociale problemen te kampen hebben. De sociale economie telde in 2009 meer dan werknemers en sterk groeiende instellingen in Nord-Pas de Calais (+3,2 % tussen 2008 en 2009) (bron: Observatoire transfrontalier de l économie sociale et solidaire, 2010) De concurrentiekracht van de zone Een zone met gemeenschappelijke attractiviteitsfactoren De samenwerkingszone beschikt, net als geheel België en Frankrijk, over heel wat troeven inzake economische attractiviteit. Tussen 2009 en 2012 presteerden zowel België als Frankrijk relatief goed op internationale concurrentiekracht-barometers. In 2012 neemt Frankrijk de 9de plaats ter wereld in volgens het klassement van de UNCTAD (United Nations Conference on Trade and Development). Wat de impact van de directe buitenlandse investeringen (DBI) 11 en van de buitenlandse dochterondernemingen in de economie betreft (toegevoegde waarde, werkgelegenheid, lonen, fiscale inkomsten, export, uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling en kapitaalvorming), komt het land ook op de 9de plaats. België is over deze periode van de 17de naar de 4de positie wereldwijd geëvolueerd, en neemt met betrekking tot de impact van de DBI en van de buitenlandse dochterondernemingen in de economie een gelijkaardige positie in. In lijn met de positie van Frankrijk en België op wereldniveau beschikt de samenwerkingszone overeen aantal elementen van economische aantrekkingskracht: Het aantal buitenlandse investeringsprojecten bewijst in de eerste plaats dat de samenwerkingszone volop participeert in de dynamische ontwikkeling van België en Frankrijk. Tussen 2007 en 2011 werden er 450 DBI-projecten opgetekend in de regio's en provincies die deel uitmaken van de samenwerkingszone (Bron: Ernst & Young, European Investment Monitor 2012) In België trekken Wallonië en Vlaanderen (respectievelijk 25,5 % en 48,4 %) momenteel meer DBI-projecten aan dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De sectoren waarin wordt geïnvesteerd zijn vooral de verkoop en marketing (eerste betrokken activiteitssector), de industrie en de logistiek. o o Zo vertoont Wallonië een bijzonder grote dynamiek in de logistiek en de distributie, in de chemie en de farmaceutische industrie, dankzij troeven als de luchthaven van Charleroi (creatie van rechtstreekse banen, en waarschijnlijk een groot aantal onrechtstreekse banen) en het nieuwe industriepark Aéropole in de buurt van Charleroi (voor startende en hoogtechnologische ondernemingen). In België zijn de provincies Henegouwen en Oost-Vlaanderen in het algemeen de meest dynamische gebieden op het vlak van DBI. 11 De directe buitenlandse investeringen (DBI) betreffen de internationale bewegingen van kapitaal dat werden gerealiseerd binnen de samenwerkingszone met als doel een dochteronderneming op de richten, te ontwikkelen of te handhaven en/of de controle (of een aanzienlijke invloed) uit te oefenen op het beheer van een onderneming. 84

85 Socio-economische context van de samenwerkingszone Aantal DBI ( ) 2011) Europese Unie 3906 Frankrijk 2694 Nord-Pas de Calais 141 Champagne Ardenne 46 Picardie 60 België 775 West-Vlaanderen 36 Oost-Vlaanderen 69 Henegouwen 80 Namen 11 Luxemburg 7 Bron: Ernst & Young database, European Investment Monitor 2012 De Franse activiteitssectoren waarop de DBI een impact hebben zijn de bedrijfsdiensten, software en industriële uitrusting. In 2011 was Frankrijk overigens de tweede belangrijkste investeerder in België (17 DBI), na de Verenigde Staten (38 DBI). De attractiviteit van de zone vertaalt zich eveneens in de aanzienlijke ontwikkeling van het toerisme in de verschillende types gebieden: kusttoerisme, het inzetten op de kunststeden in Vlaanderen en aandacht voor erfgoed (huidige invoering van het label Ardennen ), groen toerisme in landelijke gebieden, herdenkingstoerisme, enz. Deze ontwikkeling van het toerisme in de samenwerkingszone is even belangrijk voor de binnenlandse als voor de buitenlandse bevolking. De toeristische stromen wijzen op een sterk ontwikkelingspotentieel in de samenwerkingszone dat zich evenwel geografisch onevenwichtig zou kunnen verdelen tussen kust en binnenland en tussen de Franse en Belgische gebiedsdelen. o o Zo telt de horecasector meer werknemers in België dan in alle aangrenzende Franse departementen samen. In België nemen steden uit de samenwerkingszone zoals Gent evenzeer een belangrijke plaats in. Het is echter in de arrondissementen aan de Belgische kust dat deze sector het grootste aandeel in de werkgelegenheid vertegenwoordigt (bv. Brugge, Oostende). Aan Franse kant ligt de werkgelegenheid in de toeristische sector heel wat lager dan in België, en is deze geconcentreerd in de metropool Rijsel en de kuststreek. De toeristische sector biedt dus nog veel potentieel in de landelijke gebieden, met name in het geografische hart van de zone, het departement Ardennes (groen, cultureel en herdenkingstoerisme). De attractiviteit van de verschillende gebieden in de samenwerkingszone kan ook gemeten worden aan de grensoverschrijdende stromen en bevolkingsbewegingen in de zone. In dit verband blijkt uit het onderzoek van de langetermijnevolutie dat het grenssaldo niet in evenwicht is, en eerder in het voordeel van de Belgische gebiedsdelen van de samenwerkingszone uitdraait. De ondernemingen in de Belgische grensstreek werven frequenter aan dan in de regio Nord-Pas de Calais, vooral de gebieden die niet rechtstreeks aan België grenzen. Deze stromen houden echter meer verband met bepaalde sectoren (met name de verwerkende nijverheid). o o De situatie in de Vlaamse zone is divers, maar vertoont positieve saldi, vooral voor het zuiden van het gebied. De grensarrondissementen Moeskroen en Kortrijk zijn voorbeelden van de gebieden die gekenmerkt worden door een netto-uitstroom van de bevolking. In de Franse zones Picardie en Champagne-Ardenne is er een grote bevolkingsuitstroom naar andere regio s, of naar België. De gebieden van de zone worden ook gekenmerkt door gedifferentieerde studentenstromen. In 2008 bedroeg het aandeel van de Franse studenten in de Belgische universiteiten 7,5 %. De openstelling van het Belgische onderwijssysteem is gunstig voor de Franse studenten en gaat ten koste van Frankrijk, met name voor bepaalde specifieke opleidingen (algemene geneeskunde, kinesitherapie, enz.). De studentendynamiek tussen de gebieden van de samenwerkingszone sluit perfect aan bij de demografische dynamiek, en is ongunstig voor bepaalde landelijke gebieden en gunstig voor de meer dynamische stedelijke polen. De samenwerkingszone beschikt dus over tal van attractiviteitsfactoren. Het is dus van essentieel belang dat er rekening wordt gehouden met de specifieke eigen dynamiek en evolutie van de verschillende gebieden van de zone, en dat de link gelegd wordt met de situatie inzake logistieke infrastructuur (cf. infra). 85

86 Socio-economische context van de samenwerkingszone Een dynamisch economisch weefsel dat een aantal verschillen in concurrentievermogen binnen de zone blootlegt Uit de analyse van het economische weefsel en de ondernemingen van de samenwerkingszone blijkt dat het concurrentievermogen geleidelijk aan een nieuwe dynamiek kent. De mogelijkheden zijn echter niet in elk gebied dezelfde. Op basis van de analyse van het economische weefsel van de zone kunnen 2 subgehelen onderscheiden worden: o o De dichtbevolkte en dynamische gebieden zoals Vlaanderen en de Eurometropool: in deze gebieden, waarin meer dan de helft van de werknemers van de zone geconcentreerd is, zijn de grote ondernemingen erg belangrijk, maar is er ook een groot aantal micro-ondernemingen. Rekening houdend met de bevolkingsdichtheid en de mogelijkheden in deze zones is de ondernemersdynamiek belangrijk. Aan Franse zijde stelt men een hogere dichtheid vast van bedrijven in het noorden van de zone. De regio Nord-Pas de Calais beschikt immers over een rijk en dicht economisch weefsel dat nieuwe bedrijven aantrok in de samenwerkingszone, meerbepaald tussen 2008 en 2009 (+16% bedrijven in de regio Bron: Insee 2010). Sinds 2009 zien we wel de effecten van de crisis in dit gebied. Ten opzichte van de bevolkingsdichtheid is de concentratie aan bedrijven er sindsdien eerder beperkt. Deze situatie komt enerzijds doordat veel mensen in loondienst werken, anderzijds doordat de gevestigde instellingen er eerder grote bedrijven zijn. Nord-Pas de Calais distantieert zich bijvoorbeeld omdat de meerderheid van de bedrijven er meer dan 100 werknemers telden in 2010 (Bron: Insee 2010). In België is de verdeling van het aantal ondernemingen als volgt : 60% in Vlaanderen, 30% in Wallonie en 10% in Brussel. Dit komt grosso modo overeen met de verdeling van de bevolking in België (bron: FOD Economie, eind 2011). De KMO s en microondernemingen met tussen de 1 en de 50 werknemers, zijn relatief beter vertegenwoordigd in Vlaanderen (63%) ten opzichte van 26% in Wallonië en 11% in Brussel (source: Unizo, 2009). Minder dichtbevolkte gebieden zoals Champagne-Ardenne, Picardie en Wallonië, waar het aandeel van de micro-ondernemingen groter is dan dat van de grote ondernemingen. In deze zones is er in bepaalde domeinen een grote afhankelijkheid van buitenlandse werkgevers (in 2011 is 19 % van de werkgelegenheid in Picardie afkomstig van buitenlandse groepen), wat de noodzaak van de bevordering van het ondernemerschap onderstreept. De oprichting van bedrijven blijft echter beperkt. In Wallonië zijn er minder ondernemingen geconcentreerd in de provincies Namen en Luxemburg dan in de provincie Henegouwen (maar Namen en Luxemburg zijn ook minder dicht bevolkt). Het belang van micro-ondernemingen ondernemingen is meer uitgesproken in Champagne- Ardenne (23% van de werknemers binnen instellingen in 2012) en in Picardie (20%) dan in Nord-Pas de Calais. De groei van het aantal ondernemingen is duidelijk lager in Picardie en in Champagne-Ardenne dan in Nord-Pas de Calais. Het groeiritme daalt echter meer in Nord-Pas de Calais dan in Champagne-Ardenne of in Picardie sinds Verdeling van werknemers naar bedrijfsgrootte in de Franse regio's (2010) Totaal aantal loontrekkenden in 2010 Aantal Frankrijk Champagne- Ardenne Nord-Pas de Calais Bron : Insee, 2010 Picardie Wat de oprichting van ondernemingen betreft, zijn de gebieden van de samenwerkingszone er sinds 2008 allemaal op vooruitgegaan, behalve de provincie Namen waar het aantal ondernemingen tussen 2009 en 2010 gedaald is. o Bij de beoordeling van de oprichtingen/sluitingen moet er rekening worden gehouden met de ondernemingsdichtheid van elk gebied: de Vlaamse gebieden en Nord-Pas de Calais hebben een hoge ondernemings- en bevolkingsdichtheid en zijn dus niet te vergelijken met de peri-urbane of landelijke zones. 86

87 Socio-economische context van de samenwerkingszone o o Binnen de zone verloopt de oprichting van ondernemingen sterk heterogeen: zo doet de groei die tussen 2008 en 2009 vastgesteld werd, zich vooral voor in de provincies Henegouwen en Oost-Vlaanderen en in Nord-Pas de Calais. De Belgische gebiedsdelen lijken daarbij beter bestand tegen de crisis in , terwijl de Franse regio s door een lagere groei worden getroffen. Uit het percentage faillissementen blijkt bovendien duidelijk dat de overlevingskansen aanzienlijk hoger liggen aan Vlaamse kant dan aan Waalse of Franse kant. Zo bedraagt het overlevingspercentage van de ondernemingen die 5 jaar geleden werden opgericht in ,3 % in Vlaanderen tegenover 64,7 % in Wallonië. Het overlevingspercentage op 3 jaar bedraagt in ,2 % in Champagne-Ardenne, 63,3 % in Nord-Pas de Calais en 60,6 % in Picardie. Aantal bedrijven in 2010 Evolutie Evolutie Overlevingskans sinds 2006 België ,34% 11,51% ND Frankrijk ,62% 1,72% ND Belgische gebied ,81% 9,65% 5 jaar in 2011 Oost-Vlaanderen ,91% 11,07% West-Vlaanderen ,38% 10,51% 71,3% in Vlaanderen Henegouwen ,25% 9,71% Luxemburg ,05% 12,90% 64,7% in Wallonië Namen ,59% -2,63% Franse gebied ,52% 2,65% 3 jaar in 2009 Champagne-Ardenne ,98% 1,53% 71,2% Picardie ,55% 2,98% 60,6% Nord-Pas de Calais ,98% 2,91% 63,3% Bron : Insee, *de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Als we kijken in welke sectoren er ondernemingen worden opgericht, duiken er ook regio-specifieke elementen op.: o o Zo worden er in het Waalse Gewest meer ondernemingen opgericht in de dienstensectoren (bouw, kleinhandel, horeca); In de 3 Franse regio s zien we ook een specialisatie in de bouwsector (gemiddeld 20,9 % van de opgerichte ondernemingen), de handel, het transport en diverse diensten (gemiddeld 20,01 % van de opgerichte ondernemingen) tegenover 11,5 % en 10,4 % in de industrie en de managed services. De verandering van het economische weefsel in de samenwerkingszone is dus aan de gang. De ingezette evoluties moeten voortgezet en uitgediept worden, met name door te investeren in domeinen met een hogere technologische intensiteit die het concurrentievermogen van de kmo s-micro-ondernemingen kunnen versterken, meer bepaald de domeinen innovatie en technologieoverdracht De dynamiek rond grensoverschrijdende innovatieve sectoren kan worden versterkt Zowel in België als Frankrijk wordt de samenwerkingszone gekenmerkt door een krachtige evolutie op het vlak van innovatie, netwerkopbouw en onderzoek en ontwikkeling om het economisch weefsel te versterken. In het Franse deel van de samenwerkingszone zijn zo acht competitiviteitspolen met kwaliteitslabel ontwikkeld: I-Trans, Industrie & landbouwgrondstoffen, Aquimer (de cluster van de visserijproducten), TEAM² (milieutechnologieën toegepast op stoffen en materialen), UP-TEX (geavanceerde textielmaterialen), MAUD (materialen voor huishoudelijk gebruik), Picom (handelsindustrie) en Nutrition Santé Longévité. o o Twee van deze clusters zijn internationaal ingesteld: I-Trans, gevestigd in Nord-Pas de Calais en in Picardie, is gespecialiseerd in de domeinen duurzaam vervoer over land en logistiek; de cluster Industrie & landbouwgrondstoffen is gespecialiseerd in de ontwikkeling van plantaardige chemie en industriële biotechnologieën (Champagne-Ardenne en Picardie). De pool Materalia (gevestigd in Charleville-Mézières) kan eveneens vermeld worden als één van de knooppunten op vlak van competitiviteit van materialen. Deze pool spitst zich toe op innovatie van materialen en methodes. In samenwerking met de Waalse pool MecaTech betreft dit de eerste grensoverschrijdende cluster op het gebied van materialen. In België richt het innovatiebeleid zich ook op geavanceerde sectoren. o o Vlaanderen steunt 4 strategische onderzoeks- en expertisecentra om dit type sectoren te stimuleren: IMEC (nano-elektronica en nanotechnologie), VIB (biotechnologieën), VITO (energie, milieu- en materiaaltechnologieën, bodemonderzoek) en I-MINDS (ICT en bandbreedte). Vlaanderen steunt ook het Vlaams Kenniscentrum Water (VLAKWA) en I-Cleantech Vlaanderen dat zich op de cleantechsector richt. Daarnaast focust de provincie West- Vlaanderen die ook al de hoofdzetel van het VLAKWA telt zich op drie belangrijke clusters: de agro en voedingscluster, de materials en plastics cluster (PlasticVision, Flanders inshape) en de Blue-energy cluster. De provincie Oost-Vlaanderen focust eerder op logistiek, innovatief textiel en biotechnologie. Wallonië beschikt over 6 competitiviteitspolen: in het kader van het Plan Marshall 2.Vert werd het clusterbeleid voor de competitiviteitspolen in 2005 geïntroduceerd in Wallonië. Dit beleid beoogt de regio te positioneren als een competitief industrieel gebied op wereldvlak. In dit opzicht vormt het clusterbeleid een toekomstgerichte industriële benadering die belangrijke middelen verzamelt in die economische zones die groei en werkgelegenheid scheppen. De 6 Waalse competitiviteitspolen betreffen: GreenWin (groene chemie en duurzame materialen); BioWin (biotechnologieën en gezondheid); WagrALIM (agro-industrie); MecaTech (werktuigbouwkunde); Logistics in Wallonia (transport/logistiek); Skywin Wallonie (luchtvaart en ruimtevaart). De eerste 4 competitiviteitspolen zijn rechtstreeks in de samenwerkingszone gevestigd. De competitiviteitspolen vormen tegenwoordig een prioriteit binnen het Waals economisch beleid. In 2012 was het aantal aangesloten ondernemingen verdrievoudigd. Het totaal bedroeg toen 550 leden, waarvan bijna 80% kmo s. 87

88 Socio-economische context van de samenwerkingszone o Mogelijke uitbreiding van initiatieven die een systematische grensoverschrijdende samenwerking nastreven tussen de expertisecentra van de samenwerkingszone (zoals het TANDEM project dat zich richt op de centra in West-Vlaanderen en Nord-Pas de Calais die actief zijn in 5 vooraf bepaalde domeinen). De mogelijke uitbreidingen kunnen van geografische of thematische aard zijn (en willen zo meer sectoren beslaan). In de samenwerkingszone worden de banden tussen de productieve wereld en de kenniswereld binnen elk gebied overigens versterkt door de industriële netwerken en het bestaan van talrijke spin-offs van universiteiten en de onderzoekswereld: o o o Zo zien we in België initiatieven op het vlak van bouwondernemingen (Cap 2020, Eco-Construction), duurzame energie (TWEED in Wallonië en Green Bridge Incubator and Science Park in West-Vlaanderen), hergebruik van vast afval van allerlei aard (Val+), geluidstechnologieën, digitale toepassingen en beeldtechnologie (TWIST), kunststoffenverwerking (Plastiwin), fotonica en ICT (Infopôle). In Frankrijk zijn in de regio Nord-Pas de Calais 7 lokale productienetwerken gegroepeerd (Textile-confection, Dentelle Calais, Faience de Desvres, Mecartois, France et Broderie, Clubtex, Texile Maison, ) en 11 expertisecentra op het vlak van de digitale creativiteit / beeldtechnologie, agrovoedingsindustrie, de autosector, logistiek, toerisme, de houtsector, mechanica en industriële uitrusting Dankzij deze dynamiek van R&D en innovatie bestaan er concrete complementariteiten en ontwikkelingen tussen de Belgische en Franse gebieden, met name voor de polen gezondheid en innovatief textiel (momenteel vindt een denkoefening plaats over een Frans-Vlaamse grensoverschrijdende competitiviteitspool), voor de polen nieuwe materialen en composietmaterialen (bijvoorbeeld het Frans-Waalse project Polychanvre), voor logistiek en agro-voedingsindustrie. Om het onderzoek optimaal te benutten, werken Franse en Belgische netwerken samen om hun ervaringen en dienstenaanbod uit te wisselen. Deze uitwisselingen tussen competitiviteitspolen en centres of excellence van de samenwerkingszone worden overigens gepromoot door interuniversitaire partnerschappen op te richten, zoals de ontwikkeling van gezamenlijke masters, zowel met Vlaanderen als met Wallonië, en het bijeenbrengen van onderzoeksinstellingen. Deze complementariteiten worden ook in de kijker gezet en benut, zoals gebeurd is met de Frans-Waalse deelname aan de wereldtentoonstelling van Shanghai Ze dragen in sterke mate bij tot de attractiviteit van de samenwerkingszone en staan borg voor een sterke innovatiedynamiek en een uitbreiding van het assortiment met een hogere toegevoegde waarde als resultaat. 88

89 Socio-economische context van de samenwerkingszone De sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen voor de zone m.b.t. de economische thematieken van de Europese Unie (met uitzondering van onderzoek en innovatie) Dankzij de analyse van de economische dynamieken konden de sterktes en zwaktes van de samenwerkingszone op dit gebied worden aangetoond, evenals de kansen en bedreigingen waarmee deze gebieden te maken krijgen voor de periode Deze analyses werden per thematische doelstelling van de EU voorgesteld, en brachten een aantal uitdagingen aan het licht op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking voor de volgende programma s Thematiek nr. 3: Verbetering van het concurrentievermogen van kmo s STERKTES Een sectorale specialisatie, die duidelijk de sporen draagt van de vroegere dominantie van de industrie, en op weg is naar diversificatie, dankzij een constant evolutie in de richting van de dienstensector Een sterke internationale gerichtheid en een sterke aantrekkingskracht van de samenwerkingszone voor directe buitenlandse investeringen, toerisme en studenten Aanwezigheid van grote, innovatieve internationale groepen die de stuwende kracht vormen op het economische weefsel Sterke competitieve sectoren die mee zijn met de veranderingen in hun sector Aanwezigheid van nieuwe sectoren met een groot innovatie- en ontwikkelingspotentieel Een sterke dynamiek inzake oprichting van nieuwe bedrijven (ook al hebben deze nog een groot verbeteringspotentieel (in vergelijking met het gewicht van de demografische regio's) ZWAKTES Weinig innovatief Waals en Frans economisch weefsel dat zich toespitst op activiteiten met lage en middelhoge toegevoegde waarde Een behoorlijke economische dynamiek die echter zwaar is getroffen door de crisis en waarvan de impact heterogeen is naar gelang van de gebieden Een sterke afhankelijkheid van het economische weefsel en van bepaalde grote multinationale ondernemingen Meeste bedrijven nog steeds te veel gericht op de nabije markten en te weinig op de internationele markt Een nog te beperkte verspreiding van ICT in het economisch weefsel, als gevolg van een gebrek aan tijd en middelen bij micro-ondernemingen en kmo s om zich bezig te houden met de mogelijkheden van de nieuwste digitale ontwikkelingen Een zich nog ontwikkelende lokale economie (toerisme, diensten aan personen, de sociale economie ESS) die nog zwak staat in bepaalde gebieden met nochtans aanzienlijke behoeften (Grande Thiérache, Ardenne) Laag overlevingspercentage van bedrijven Toegang tot openbare aanbestedingen aan beide zijden van de grens beperkt door het gebrek aan harmonisatie en zichtbaarheid van de elektronische platformen voor openbare aanbesteding Een gebrek aan een herkenbaar merk voor het grensoverschrijdend gebied, wat de globale attractiviteit van de samenwerkingszone vermindert. Een jonge bevolking in Frankrijk en Wallonië Aanzienlijke en evenwichtige grensoverschrijdende stromen van Franse werknemers in België en Belgische consumenten in Frankrijk... maar sommige gebieden hebben moeite om een jonge beroepsbevolking aan te trekken Grote verschillen in de scholingsgraad tussen het Franse gebied met zorgwekkende opleidingsindicatoren en de Belgische provincies Een aanzienlijk belang voor de landbouw, die vrij gediversifieerd is en zijn duidelijke specialisatiedomeinen heeft. Belangrijke landbouw- en andere natuurlijke grondstoffen, die men volop tracht te valoriseren. Een leefomgeving en een natuur- en landschapspatrimonium dat specifiek en aantrekkelijk is voor werkende jongeren, gepensioneerden en toeristen Toenemende economische metropolisering van de samenwerkingszone ten nadele van bepaalde plattelandsgebieden en voorsteden Moeilijke bereikbaarheid van bepaalde grensoverschrijdende gebieden, die de economische mobiliteit en de ontwikkeling van economische en grensoverschrijdende arbeidsregio s bemoeilijken (Grande Thiérache, Frans-Belgische Ardennen) Gedifferentieerde toeristische dynamiek tussen de grensgebieden, die nog toeneemt door de onderlinge 89

90 Socio-economische context van de samenwerkingszone Een samenwerkingszone in het centrum van Europa, die toegankelijk is met de grote pan-europese vervoersassen concurrentie Een doorgaans dicht en kwaliteitsvol transportnetwerk dat de gebieden verbindt Onderzoeks- en opleidingscentra met internationale uitstraling Een degelijk niveau van R&D-uitgaven voornamelijk gedragen door de privé-sector, met uitzondering van Nord-Pas de Calais Doorgedreven innovatie die zich toelegt op lokale economische specialisaties Een globaal genomen zwak innovatievermogen van het economische weefsel, met uitzondering van Vlaanderen Een mismatch tussen de behoeften van bedrijven op de arbeidsmarkt en de kwalificaties van werkzoekenden Innovatief kmo-weefsel in Vlaanderen gedreven door een voluntaristische dynamiek van samenwerking tussen universiteiten, onderzoekscentra en bedrijven (spin-offs van universiteiten of hoge scholen, wetenschapsparken) Territoriale bijzonderheden Heel aantrekkelijke metropolen (Eurometropool, Agglomeratie Gent) en dynamische regionale stadspolen (Charleroi, Brugge, Amiens, Reims, Valenciennes) onder impuls van lokale specialisaties Aantrekkelijke kustzones (toeristische aantrekkelijkheid) met een doorgedreven industriële specialisatie rond grote kusthavens. Landelijke en voorstedelijke zones die geïntegreerd zijn in de regionale dynamiek, dankzij gespecialiseerde landbouwactiviteiten en een aantrekkelijk leefmilieu Ingesloten landelijke en voorstedelijke grensgebieden, in het centrum van de samenwerkingszone die niet profiteren van de regionale industriële dynamiek, te kampen hebben met verslechterende sociale toestand die het gebied ook minder aantrekkelijk maken voor nieuwe residentiële bewoners. 90

91 Socio-economische context van de samenwerkingszone KANSEN Goed gepositioneerde opkomende sectoren met sterk innovatie- en ontwikkelingspotentieel (eco-technologieën, voedingsnijverheid en landbouwgrondstoffen, nieuwe materialen, gezondheid en farma, vervoer, digitale toepassingen en creatieve economie) Aanzienlijk ontwikkelingspotentieel in de grensoverschrijdende gebieden in de sector van de lokale economie (diensten aan personen, sociale economie, toerisme) Complementaire grensoverschrijdende sectoren die mogelijkheden bieden (houtindustrie, groene chemie/bioeconomie, metaalindustrie, luchtvaart) Interessante ervaringen m.b.t. grensoverschrijdende governance en kennisuitwisseling in de belangrijkste bedrijfssectoren van de samenwerkingszone (voorbeeldproject CIS2T) BEDREIGINGEN Economisch weefsel waarin soms te weinig aandacht is voor upgrading van het productaanbod, innovatieverspreiding en opleiding van bedrijfsleiders en werknemers Een economische dynamiek die steeds meer is toegespitst op de grootstedelijke centra in de omgeving van de samenwerkingszone(ile-de-france, Brussels Hoofdstedelijk Gewest) De kwetsbaarheid van sommige gebieden waarvan de economische structuur nauw is verwant aan (ex-) structurele bedrijfstakken: De automobielsector en zijn netwerk van kleine en middelgrote ondernemingen die meestal maar één klant hebben en/of één enkel product.produceren De neergang van de staalindustrie met belangrijke sociaaleconomische consequenties in de getroffen gebieden Een nieuwe fiscale behandeling van grensarbeieders (2012) die de arbeidspendel tussen Frankrijk en België op termijn zou kunnen beïnvloeden Ontwikkelingskansen voor bepaalde ingesloten grensoverschrijdende gebieden door een betere valorisatie van hun natuurlijk patrimonium (groen toerisme) Steeds duidelijker functioneel onderscheid in de subregionale gebieden tussen productieve en residentiële zones Complementaire netwerken voor onderzoek, innovatie en aanvullende opleidingen aan beide kanten van de grens in de sectoren met een aanzienlijk groeipotentieel Mogelijkheden tot versterking van de innovatie door smart specialization -strategieën gericht op sectoren met een hoog economisch en innovatief potentieel (materialen, intelligent textiel, schone technologie, gezondheid, sociale innovatie, verbeteren van de zelfredzaamheid van ouderen en gehandicapten, ICT) Weinig investeringen door micro-ondernemingen en kmo's in ICT en de overgang naar een groene economie Aanwezigheid van hoogopgeleide mensen waarvan de vaardigheden niet in overeenstemming zijn met de vraag of de behoeften Nog te beperkte interactie tussen bedrijfsleven, onderzoekscentra en universiteiten Risico dat de grensoverschrijdende ingesloten gebieden verder achterop raken tegenover de meer dynamische gebieden Territoriale bijzonderheden Gebrek aan gemeenschappelijke aansturing van de economische netwerken en de grensoverschrijdende arbeidsmarktzones 91

92 Socio-economische context van de samenwerkingszone De voornaamste economische uitdagingen voor de grensoverschrijdende samenwerking Dankzij deze sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen konden een aantal uitdagingen worden geïdentificeerd op het vlak van economische ontwikkeling. Het zijn deze uitdagingen waar de grensoverschrijdende samenwerking voor staat in de periode Deze uitdagingen werden tijdens de workshops op 21 maart jl. voorgesteld, besproken en gehiërarchiseerd samen met de stakeholders van de verschillende gebieden. Na afloop werden de voornaamste uitdagingen voor de grensoverschrijdende samenwerking vastgelegd. Vervolgens werden ze voor elk type infraregionaal gebied aan weerszijden van de grens voorgesteld, waarbij sommige gebieden gemeenschappelijke uitdagingen bleken te hebben. Grensoverschrijdende uitdagingen die uit de diagnose en de interviews met de partnerautoriteiten autoriteiten naar voor komen en die gevalideerd zijn op de workshop van 21/03/2013 Subthema 1: De competitiviteit versterken van de grensoverschrijdende economie De innovatie-inspanningen van de ondernemingen versterken door een geharmoniseerde en vereenvoudigde steunregeling (platforms) en gemeenschappelijke R&D projecten. De internationalisering van de kmo s bevorderen door de ondersteuning van marketingacties voor het samenwerkingsgebied, een convergentie van financieringsinstrumenten en een concrete begeleiding op het terrein. De bedrijven beter begeleiden in het aanspreken van de mogelijkheden van de grensoverschrijdende arbeidsmarktzone (sensibiliseren en ondersteunen van het management van groeiende kmo s, best practices uitwisselen, ondersteuning van de verspreiding van nieuwe informatie en communicatie technologien). Subthema 2: Governance, grensoverschrijdende economische samenwerking en steun aan sectoren die strategisch zijn, een sterk potentieel bieden en/of een hoge grensoverschrijdende complementariteit hebben Versterking van de governance van grensoverschrijdende arbeidsmarktzones en van de economische speerpuntsectoren die zijn geïdentificeerd door de smart specialization -strategieën en/of een hoge grensoverschrijdende complementariteit hebben: o o o o o o o Nieuwe materialen (textiel, polymeer, biobased materialen, nanomaterialen, bezinksel), met name voor de industriële gebieden in reconversie (waaronder de industriële kust); (Agro)voedingsnijverheid (waaronder landbouwgrondstoffen), en groene chemie/bio-economie (samenbrengen van experimenten,..) voor de aantrekkelijke peri-urbane en kustgebieden en voor de ingesloten landelijke en peri-urbane gebieden; Gezondheid (verhoging van de zelfredzaamheid van mensen, ); Milieutechnologieën, eco-bouw, bio-economie en cleantech voor grensoverschrijdende agglomeraties, metropolen en stedelijke polen; Individueel en collectief transport en logistiek, met name voor de industriële grondgebieden in reconversie (waaronder de industriële kust); ICT, digitale en creatieve economie, met name voor de grensoverschrijdende agglomeraties, de metropolen en stedelijke polen; Sociale Innovatie, met name voor de aantrekkelijke peri-urbane en kustgebieden en voor de ingesloten landelijke en peri-urbane gebieden. Netwerkvorming tussen bedrijven aanmoedigen uit die strategische sectoren door de oprichting van grensoverschrijdende platformen (overzicht van bedrijven in een bepaalde sector, leveranciers, platforms voor openbare aanbestedingen, onderzoeksinstellingen en -projecten, opleidingen, gezamenlijke buitenlandse promotieactiviteiten, bedrijvenclusters, aankoopcentrales). Versterking van de match tussen de kwalificaties van de arbeidskrachten en de behoeften van het bedrijfsleven door het versterken van de competentiepools in belangrijke grensoverschrijdende sectoren. Prioritisering van de grensoverschrijdende uitdagingen Opmerking: De uitdagingen zijn geprioriseerd volgens: de mate van grensoverschrijdende integratie, in functie van de intensiteit van de bestaande samenwerking (aantal, kwaliteit van de samenwerkingsprojecten en aantal actieve regionale spelers) Oostende Brugge Dunkerque Gent Calais Kortrijk Tourcoing Boulognesur-Mer Lille Roubaix Saint Omer Tournai Lens Mons Douai Valenciennes Namur Arras Charleroi Maubeuge Amiens Saint-Quentin Neufchâteau Beauvais Charleville- Soissons Mézières Compiègne Laon Arlon Creil Reims Châlons-en- Champagne Typologie van de gebieden met gemeenschappelijke en dynamische uitdagingen met betrekking tot economische en sociale ontwikkeling Stedelijke centra betrokken bij lokale samenwerking betrokken bij netwerken op het gebied van economische samenwerking, universiteiten en innovatie Kustgebieden Oorspronkelijke industriële gebieden of die in conversie Voorstedelijke en aantrekkelijk landelijke gebieden Voorstedelijke en geïsoleerde landelijke gebieden hun potentiële effect op de ontwikkeling van het gebied ten aanzien van de thematische doelstellingen van de EU Bron: EuroGeographics / Ernst & Young, 2013 Gebied van de studie Omvang van grensoverschrijdende agglomeraties Eurometropool Duinkerke Oostende 92

93 Socio-economische context van de samenwerkingszone de kritische massa ten aanzien van de interventies die nodig zijn voor een effectieve implementatie door de OP (financiering, aantal actieve spelers, schaal van de gebieden) De volgende analyses worden weergegeven door de types van gebieden te clusteren die gemeenschappelijke grensoverschrijdende uitdagingen hebben. Mate van grensoverschrijdende integratie De economische uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking voor de grensoverschrijdende agglomeraties, metropolen en stedelijke gebieden Hoog Link leggen tussen de innovatiepolen en de industrie Gemiddeld Laag Laag Ondersteunen van de netwerkvorming van bedrijven in strategische sectoren Ondersteunen van ICTverspreding Internationalisering van KMO's bevorderen Matig Ondersteunen van strategische sectoren met sterke grensoverschrijdende complementariteit (eco-technologie, gezondheidszorg, vervoer, ICT, zakelijke dienstverlening) Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie De economische uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking voor de industriële gebieden in reconversie in de grensgebieden (waaronder industriële kustgebieden) Hoog Gemiddeld Ondersteunen van de industriële sectoren in groei (transport, materialen, textiel, etc.) Laag Laag Ondersteunen van nieuwe digitale toepassingen Matig Internationalisering van KMO's bevorderen Zoeken naar groeistimuli/ groeifactoren in bepaalde sectoren (eco-bouw, diensten aan personen) Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone 93

94 Socio-economische context van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie Hoog De economische uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking voor de kustgebieden, aantrekkelijke substedelijke en landelijke gebieden en geisoleerde gebieden De locale en sociale economie blijven ondersteunen Valorisatie vannatuurlijke en culturele troeven (houtindustrie, toerisme, eco-bouw) Gemiddeld Laag Laag Gebruiken van nieuwe digitale toepassingen voor de ontwikkeling van lokale industrieën Matig Mobiliteit van werknemers bevorderen Ondersteunen van strategische sectoren met grensoverschrijdende complementariteit (agrarische sector, houtindustrie, eco-bouw, toerisme, hernieuwbare energie) Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Bron: Analyses van Ernst & Young, op basis van de strategische interviews, de socio-economische diagnose en de workshops van 21 maart

95 Socio-economische context van de samenwerkingszone 10.3 Onderwijs en innovatie Dit hoofdstuk analyseert de economische dynamieken binnen de samenwerkingszone. Deze dynamieken zijn transversaal voor alle regio s binnen die zone en gelden specifiek voor bepaalde infraregionale gebieden. Met het oog op de strategie van de Europese Unie behandelen deze analyses de volgende thematische doelstellinggen: Doelstelling 1: 1 Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie Doelstelling 2: De toegang tot ICT, het gebruik en de kwaliteit ervan verbeteren Doelstelling 3: Verbetering van het concurrentievermogen van kmo s en van de landbouw- en visserijsector Onderwijs, opleiding en hoger onderwijs Belangrijke verschillen in scholingsgraad van de beroepsbevolking ondanks een uitgebreid en kwaliteitsvol opleidingsaanbod De opleidingsniveaus van de beroepsbevolking lopen sterk uiteen: enerzijds zijn er de Franse gebiedsdelen die een historische achterstand op het vlak van opleiding kennen die zorgwekkend blijft, en anderzijds de Vlaamse en Waalse gebiedsdelen. Alleen de Belgische provincie Henegouwen komt in de buurt van de Franse regio s. Sinds de jaren 2000 is er in de Franse regio s wel een constant proces aan de gang om de achterstand van de Franse opleidingsstandaarden t.o.v. de Belgische weg te werken. In 2011 had minder dan een derde van de beroepsbevolking van de Franse regio s een diploma van het niveau hoger onderwijs, tegenover 35,1 % voor Oost-Vlaanderen en 33,2 % voor de provincie Namen. Afgezien van Oost-Vlaanderen bleven alle Belgische provincies van de samenwerkingszone echter onder het nationale gemiddelde (34,6%), in navolging van de Franse regio s (nationaal gemiddelde op 29,8%); Het aandeel van de beroepsbevolking zonder kwalificerend diploma (niveau hoger secundair onderwijs in België, baccalaureaat in Frankrijk) is vooral onrustwekkend voor de Franse gebiedsdelen en voor de provincie Henegouwen, die de nationale gemiddelden met meer dan +20 % overschrijden (+37 % voor Picardie ten opzichte van Europees Frankrijk); Hoogst behaalde diploma bij de bevolking van 25 tot 64 jaar (2011) 100% 75% 29,8% 21,7% 25,4% 20,0% 34,6% 31,6% 35,1% 26,1% 31,0% 33,2% 50% 41,8% 44,9% 40,8% 41,1% 36,7% 41,3% 37,8% 37,8% 38,3% 36,9% 25% 28,4% 33,4% 33,8% 38,9% 28,7% 27,1% 27,2% 36,1% 30,7% 29,9% 0% Hoger onderwijs Hoger secundair onderwijs Lager secundair onderwijs Bron : EUROSTAT, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De cijfers in verband met het vroegtijdig schoolverlaten bij jongeren tussen 18 en 24 jaar(schoolbanken verlaten zonder diploma secundair onderwijs op zak), weerspiegelen de Franse achterstand op de goede Belgische prestaties. Dit neemt niet weg dat het opleidingsniveau in de Franse regio s voortdurend stijgt sinds de jaren 2000, toen daadwerkelijk een procesvan lange adem ingezet werd om de achterstand met de Belgische gebieden in te halen. De Belgische gebieden worden sinds 2009 geconfronteerd met een toename van het aandeel vroegtijdige jonge schoolverlaters in de provincies Namen, Luxemburg, Oost- en West-Vlaanderen Aandeel vroegtijdige schoolverlaters zonder secundair diploma, bij de 18 tot 24 jarigen (in%) 95

96 Socio-economische context van de samenwerkingszone Aandeel vroegtijdige schoolverlaters zonder secundair diploma, bij de 18 tot 24 jarigen (in%) 30% 30% 27% 25% 20% 10% 25% 14% 13,8% 9,9% 21% 17% 11% 8,4% Picardie Nord-Pas de Calais Champagne-Ardenne Frankrijk 14% Henegouwen Namen Luxemburg België Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen 9,2% 0% Bron INSEE 2012/ STATBEL, 2013 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De gegevens die aan Franse kant beschikbaar zijn, wijzen op heel genuanceerde situaties tussen de infraregionale gebieden en met name tussen de in aanmerking komende zones en de aangrenzende zones van PO INTERREG IV FWVL: Aandeel schoolverlaters tussen 18 en 24 jaar zonder diploma secundair onderwijs (in %) CHAMPAGNE-ARDENNE ARDENNE Ardennes (in aanmerking komende zones) 29,9% 25,2% Marne (aangrenzende zones) 25,3% 21,1% PICARDIE Aisne (in aanmerking komende zones) 30,4% 25,6% Somme (aangrenzende zones) 30,6% 25,6% Oise (aangrenzende zones) 29,2% 25,1% NORD-PAS DE CALAIS Nord (in aanmerking komende zones) 27,4% 24,3% Pas-de-Calais (aangrenzende zones) 26,0% 21,9% Bron : INSEE, 2012 *de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De gebieden van de samenwerkingszone beschikken over het algemeen over een goed onderwijs- en opleidingsnetwerk, in het bijzonder voor de professionele richtingen (bron : interviews met de stakeholders), maar de toegang ertoe blijft een probleem voor de meest achtergestelde bevolkingsgroepen of de groepen die het het moeilijkst hebben om hun kansen op werk te verhogen: Op het vlak van basisopleiding: Het aanbod aan basisonderwijs en beroepsopleiding blijkt goed gespreid te zijn over het geheel van de gebieden, dankzij het bijzonder dichte netwerk van stedelijke en peri-urbane centra met een industrieel verleden. De gebieden van de zone worden gekenmerkt door het historische en nog steeds belangrijke aandeel van de korte beroepsopleidingstrajecten in vergelijking met de nationale gemiddelden. In dit verband vermelden we vooral Nord-Pas de Calais, waar 45 % van de leerlingen voor het beroepsonderwijs kiest tegenover 37,5 % op nationaal niveau; de jongeren met een technologisch of beroepsgericht baccalaureaat, of met een BTS (brevet de technicien supérieur) of IUT-diploma (Institut Universitaire de Technologie), vertegenwoordigen er bijna 18 % van de inschrijvingen in het hoger onderwijs. Deze tendens wordt aan Franse kant nog geaccentueerd door de recente ontwikkeling van het aanbod van alternerende opleidingen om met name het vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan, al bevinden de drie regio s zich in het midden van het klassement in vergelijking met de andere grootstedelijke regio s (dit type leerlingen vertegenwoordigt in ,9 % van de 16 tot 25-jarigen in Champagne-Ardenne, 5 % van de 16 tot 25-jarigen in Picardie en 3,9 % in Nord-Pas de Calais, tegenover een grootstedelijk gemiddelde van 5,0 %, wat respectievelijk overeenstemt met de 15de, 13de en 22ste positie in het nationale klassement). Aan Waalse kant vertegenwoordigt de provincie Henegouwen alleen al met leerlingen in CEFA s (Centres d'education et de Formation en Alternance) 47 % van het Waalse leerlingenbestand. 96

97 Socio-economische context van de samenwerkingszone De beroepsopleidingstrajecten van de regio leiden overigens tot een aanzienlijke grensoverschrijdende mobiliteit bij de leerlingen, al verloopt deze onevenwichtig tussen beide landen. De Franse leerlingen in CEFA s in het Waalse Gewest vertegenwoordigen in % van de buitenlandse leerlingen die afkomstig zijn uit de EU (minder dan 1 % voor de leerlingen uit Luxemburg of Nederland); drie vierden van hen (312 op 400) studeren in de provincie Henegouwen. De beroepsbasisopleidingen in Frankrijk lijken daarentegen minder toegankelijk voor Belgische leerlingen. Op het vlak van voortgezette opleiding: De toegang van volwassenen van 25 tot 64 jaar tot een opleiding gedurende hun hele leven vertoont een meer wissselend beeld, afhankelijk van de gebiedsdelen: o o o Voor de Vlaamse provincies ligt de participatiegraad van volwassenen aan opleiding en vorming het hoogst. Sinds 2007 zien we hier onder invloed van de crisis evenwel een lichte daling tot onder het Belgische gemiddelde van 7,1 % in 2011; Aan Waalse kant bevinden de drie provincies zich historisch gezien ver onder het Belgische gemiddelde, ook al kennen de provincies Luxemburg en Namen sinds 2007 een gevoelige toename van het aantal volwassenen in opleiding, onder meer als gevolg van het plan voor de ontwikkeling van de competenties van het Waalse Gewest; De drie Franse regio s bevinden zich op gemiddelde niveaus, die vanuit historisch oogpunt aansluiten bij de nationale prestaties, ook al vinden in Picardie minder volwassenen de weg naar een opleiding dan in de andere regio s. Sinds 2007 tekent zich in de drie regio s een dalende tendens af onder invloed van de economische crisis. Ondanks de grote inspanningen van de overheid, die tussen 2007 en 2013 concrete vorm aannemen met de oprichting van een groot aantal opleidingsinstellingen, blijft de voortgezette beroepsopleiding nog altijd moeilijk toegankelijk voor inwoners van de landelijke en peri-urbane gebieden, bij gebrek aan voldoende begeleiding (transport, onderdak ter plaatse, kinderopvang, enz.). Aandeel van jarigen dat participeert in volwasseneneducatie en -onderwijs (%) 9% 8% 7% 6% 5,5% 5,5% 5,6% 5% 4,2% 4% 2,8% 3% 2,6% 2,7% 2,6% 2% 1% 0% 6,2% 7,7% 7,4% 7,1% 6,9% 6,7% 5,5% 5,2% 4,8% 3,7% 3,5% 3,3% Bron : EUROSTAT, 2012 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De zone beschikt over een uitgebreid, zij het ongelijk verspreid, aanbod aan hogere opleidingen. Dat aanbod draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de gebieden en aan de onmiskenbare Europese en nationale uitstraling ervan Wat de vraag naar en het aanbod aan hoger onderwijs betreft, onderscheidt de samenwerkingszone zich door de aanwezigheid van universiteitspolen met in totaal bijna studenten, waarvan ongeveer aan Belgische kant en aan Franse kant. Dit stemt respectievelijk overeen met 34 % en 10 % van de nationale studentenpopulatie. Het aandeel van de verschillende gebieden in de nationale studentenpopulatie bevestigt het belang van de universiteitspolen, zoals in Nord-Pas de Calais (Rijsel en in mindere mate Lens, Arras en Valenciennes) en in Oost-Vlaanderen (Gent, in opmars). In de Franse regio s ligt het aandeel van de studenten hoger onderwijs in de populatie van 20 tot 24 jaar hoger dan in de Belgische provincies, met uitzondering van Namen (59 %) en vooral Oost-Vlaanderen (92 %). Uit dit laatste cijfer komt het gewicht van de Gentse universiteitspool naar voren. Afgezien van deze laatste opmerkelijke uitzondering ligt in alle gebieden van de samenwerkingszone het aandeel studenten in de populatie van 20 tot 24 jaar lager dan de respectieve nationale gemiddelden. 97

98 Socio-economische context van de samenwerkingszone Aandeel studenten t.o.v. de totale nationale populatie studenten in het hoger onderwijs: bachelor, master en doctoraat (in %) 20% 18% 16% FRANKRIJK = 100% BELGIË = 100% 16,8% 14,8% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 7,0% 1,8% 1,8% 1,9% 1,9% 6,5% 4,4% 4,7% 9,1% 7,9% 1,0% 0,9% 3,9% 4,0% 0% Aandeel studenten (20-24j) 24j) in het hoger onderwijs t.o.v. het totaal aantal 20 tot 24 jarigen in de regio (in %) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 51% 55% 41% 47% 32% 36% 48% 51% 57% 67% 23% 31% 64% 92% 43% 43% 24% 22% 52% 59% 10% 0% Bron : EUROSTAT, 2012 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Het landschap van het hoger onderwijs in de samenwerkingszone vertoont een ongelijke verdeling in de regionale gebieden en is als volgt gestructureerd: Drie universiteiten en met Europese en zelfs internationale uitstraling groeperen iets meer dan een derde van de studentenbevolking van de samenwerkingszone: de zone van de metropool Rijsel ( studenten, en dus de derde onderwijspool van Frankrijk, na Parijs en Lyon), Gent (voornaamste universiteitsstad in België met studenten op ongeveer inwoners) en de KU Leuven campus Kortrijk. In deze polen zijn multidisciplinaire universiteiten geconcentreerd met een voldoende grote kritische massa om internationaal zichtbaar te zijn, evenals instellingen voor hoger onderwijs waarvan sommige nationale erkenning genieten (bijvoorbeeld het EDHEC in Rijsel). De aantrekkingskracht van deze universiteiten, die onderwijs- en onderzoeksactiviteiten combineren, wordt overigens nog versterkt door: o de oprichting voor de universiteiten van Rijsel van het PRES Lille Nord de France (Pôle de Recherche et d Enseignement supérieur) in samenwerking met de andere universiteiten van Nord-Pas de Calais, Artois (Arras), Littoral (Duinkerke, Calais, Boulogne, Saint-Omer) en Valenciennes; o de associatie van de hogescholen van West-Vlaanderen met de universiteit van Gent: Arteveldehogeschool (Gent); Hogeschool Gent (Gent, Aalst, Melle) en Hogeschool West-Vlaanderen (Brugge, Kortrijk). o de associatie van de hogescholen en de universiteit van West- en Oost-Vlaanderen met de Universiteit van Leuven: Katholieke Hogeschool Zuid West-Vlaanderen (KATHO) campus Torhout, Roeselare, Kortrijk en Tielt, Katholieke Hogeschool Brugge Oostende (KHBO), campus Brugge en Oostendeen KU Leuven campus Kortrijk. Voor Oost-Vlaanderen zijn dat de campussen Sint-Lucas (Luca) en de campussen van KAHO Sint-Lieven in Gent. Vier universiteitspolen met regionale uitstraling en die overeenstemmen met regionale of provinciehoofdsteden: Reims, Amiens, Namen en Bergen. Deze polen omvatten universiteiten en gespecialiseerde onderwijsinstellingen (hogescholen, technische instituten) en combineren de onderwijs- en onderzoeksfuncties. Ze onderscheiden zich met succes door bepaalde expertisesectoren, waarvan de kwaliteit op nationaal en zelfs Europees niveau erkend wordt, en die gebaseerd zijn op de specialisaties van het lokale economische weefsel. Deze polen oefenen binnen hun regionaal gebied een 98

99 Socio-economische context van de samenwerkingszone belangrijke aantrekkingskracht uit.. Deze instellingen hebben een minder grote kritische massa dan de polen van Gent of Rijsel en vinden meer aansluiting bij de interregionale en grensoverschrijdende dynamiek, met name: o o de oprichting van een gemeenschappelijk PRES voor de universiteiten van Reims Champagne-Ardenne en Jules Verne Picardie; de samenwerking tussen de universiteiten van Reims Champagne-Ardenne en van Bergen. Afgezien van deze aantrekkingspolen wordt de samenwerkingszone gekenmerkt door een vrij dicht netwerk van gespecialiseerde onderwijsinstellingen, die aansluiten bij de historische specialiteiten van het industriële en landbouwweefsel. Bepaalde middelgrote steden beschikken evenwel over erkende instellingen, zoals de technische universiteiten van Compiègne en Troyes of de paramedische of pedagogische hogescholen van Doornik. Deze instellingen rekruteren hoofdzakelijk in de nabijgelegen gebieden en hebben aantrekkelijke studieprogramma s ontwikkeld voor studenten uit de grensstreek (hogescholen van Doornik, IUT van Charleville-Mézières). Het hoger onderwijs in de samenwerkingszone wordt gekenmerkt door het belang van de korte technologische en beroepsopleidingen, n, in het bijzonder voor de Franse en Waalse gebiedsdelen: De korte opleidingen die tot een diploma leiden, vertegenwoordigen 16,4 % van het totale studentenbestand in Nord-Pas de Calais, 21,3 % in Picardie en 22% in Champagne-Ardenne, in vergelijking met een nationaal gemiddelde van 15,3 %; In de Waalse gebieden ligt dit aandeel bij gebrek aan grote universiteitinstellingen nog hoger, namelijk 67 % van het studentenbestand in de provincie Henegouwen, 54 % in de provincie Namen en 84 % in de provincie Luxemburg. FRANKRIJK 5 hoger onderwijs sites 1 regionale multidisciplinaire universiteit Een dicht netwerk van technische instituten en ingenieursopleidingen Afdelingen van nationale instellingen HOGER ONDERWIJS REGIONALE/PROVINCIALE FICHES CHAMPAGNE-ARDENNE ARDENNE studenten in 2011 ( (daling sinds 2005 : 1,1%) -1,1% - waarvan studenten ingenieurswetenschappen - REIMS CHAMPAGNE-ARDENNE ARDENNE (URCA) - 5 locale vestigingen (Reims, Charleville-Mézières, Châlons-en-Champagne, Chaumont en Troyes) - 3 IUT (Reims, Troyes et Charleville-Mézières) - 1 Université de technologie de Troyes - 1 Institut de formation technique supérieur (Charleville-Mézières) - 4 écoles d ingénieur (waarvan les antennes d Arts et Métiers Paris Tech et de Centrale Paris Tech) - Sciences,, Sciences de l ingénieur et Santé Des dynamiques de coopération tournées vers la Picardie et la Wallonie 30 hogere onderwijs sites 1 regionale multidisciplinaire universiteit Des établissements techniques et formations d ingénieurs reconnus Erkende excellentiecentra (ook Europees) Samenwerkingsverbanden met Champagne- Ardenne et l Ile-de de-france 25 hoger onderwijs sites 1 Europees ingebed onderzoeks- en hoger onderwijs instelling Instellingen met technische en ingenieursopleidingen Internationale erkenning Reeds lang bestaande samenwerkingsdynamieken met België WALLONIË 5 hoger onderwijs sites Een multidisciplinaire universitair centrum in Bergen - URCA met de Université Picardie Jules Verne - URCA met de Université de Mons (grensoverschrijdende samenwerking in onderwijs en onderzoek) PICARDIE studenten in ( 2011(stijging sinds 2005 : +3,2%) - waarvan 4 921studenten ingenieurswetenschappen - PICARDIE JULES VERNE (UPJV) - 6 lokaal (Amiens, Saint-Quentin, Laon, Soissons, Creil, Beauvais) - 3 IUT (Aisne, Amiens et Beauvais) - 1 Université de technologie de Compiègne - 1 Institut supérieur des sciences et techniques - 3 écoles d ingénieurs - Sciences exactes, Chimie et Sciences de l ingénieur (56% van de masters in de exacte wetenschappen kregen een A+) - 1 erasmus mundus master«matériaux pour le stockage et la conversion de l énergie» (PUJV) - met de Université Reims Champagne-Ardenne - met de universiteiten van de Ile de France - partnershap tussen de Université de Reims en de Université de Mons NORD-PAS DE CALAIS studenten in (daling sinds 2005 : 0,4%) -0,4% - waarvan studenten ingenieurswetenschappen - 1 PRES «Université Lille Nord de France» (6 publieke universiteiten et 2 hogescholen) - 1 universitaire en polytechnische federatie in Rijsel (Institut catholique, Edhec, ESA IESEG etc.) - 9 ingenieursscholen - Economische afdelingen van de Université Lille 1 in het klassement van CHE Medisch onderzoek, ICT, chemisch materiaal, ruimtewetenschappen en wiskunde - Reeds lang bestaande samenwerking van de Université Lille 1, 2 en 3 met de Universiteit van Gent en de Université de Mons - Versterkte samenwerking tussen de Université de Valenciennes en de Université de Mons HENEGOUWEN studenten in 2010 (stabiel sinds 2005) - waarvan in universiteiten et in hogescholen 2 universiteiten : - UNIVERSITE DE MONS (UMONS) - FACULTES UNIVERSITAIRES CATHOLIQUES DE MONS (PUCAM) 99

100 Socio-economische context van de samenwerkingszone HOGER ONDERWIJS REGIONALE/PROVINCIALE FICHES 7 hogescholen op 3 lokaties : Charleroi, Bergen, Kortrijk Een belangrijk k netwerk van hogescholen olen in de regio 2 opleidingen van het korte type in Economie, paramedisch en pedagogie 7 van de 9 opleidingen van het lange type betreffen paramedische en technische opleidingen Opleidingen gelieerd aan de faculteit polytechniek van Bergen (Sciences de l ingénieur, génie civil, Erkende ingenieursdiploma s op nationaal niveau sciences des matériaux) Samenwerkingsverbanden met Nord-Pas de Calais - UMONS met de Université CHAMPAGNE-ARDENNE en Champagne-Ardenne - UMONS met de Universités Lille 1 en 2, en de Université Valenciennes Hainaut Cambrési LUXEMBURG studenten en 2010 (stijging sinds 2005 : +1,7%) 3 hoger onderwijs sites - waarvan in hogescholen 2 hogescholen in Arlon, Neufchâteau et Virton Gespecialiseerd in onderwijs van het korte type voor economie, pedagogie en technische wetenschappen Samenwerkingsverbanden Projecten met Champagne-Ardenne NAMEN studenten in 2010 (stijging ing sinds 2005 : +13,7%) 2 hoger onderwijs sites - waarvan in universiteiten en in hogescholen Eén universiteit gespecialiseerd in de 1 universiteit : menswetenschappen en sociale wetenschappen -FACULTES UNIVERSITAIRES NOTREDAME DE LA PAIX 3 hogescholen rond Namen en Dinant Gespecialiseerd in onderwijs van het korte type: economie, pedagogie, technische wetenchappen Regionaal al ingebed onderwijs Menswetenschappen, biomedische wetenschappen en farmacie Samenwerkingsverbanden Uitwisselingsprojecten rond diensten en voorzieningen met Champagne-Ardenne VLAANDEREN studenten in 2010 Verschillende hoger h onderwijssites - waarvan studenten in Oost-Vlaanderen (stijging sinds 2005 : +28,4%) - waarvan studenten in West-Vlaanderen (stijging sinds 2005 : +16,1%) - UNIVERSITEIT GENT (UGENT) 136 Een europees en internationaal ingebedde e op de THE QS World University Rankings in e grootste universiteit in België universitaire pool - KU Leuven Campus Kortrijk «ASSOCIATIE UNIVERSITEIT GENT» - Arteveldehogeschool (Gent) - Hogeschool Gent (Gent, Aalst, Melle) - Hogeschool West-Vlaanderen (Brugge, Kortrijk) Twee belangrijke associaties «ASSOCIATIE KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN» - Katholieke Hogeschool Zuid West-Vlaanderen (KATHO) (Kortijk, Roeselare, Tielt, Torhout) - Katholieke Hogeschool Brugge Oostende (KHBO) (Brugge, Oostende) - Campussen Sint-Lucas (Luca) en de campussen van KAHO Sint-Lieven Eén universiteit in Kortrijk die geassocieerd is met de universiteit van Leuven (buiten de zone) Katholieke Universiteit Leuven campus Kortrijk (KULAK) Kennisontwikkeling en valorisatie van het onderzoek De middelen besteed aan onderzoek in de samenwerkingszone zijn relatief beperkt in vergelijking met het economisch potentieel van de zone Het heterogene karakter van de gebieden inzake onderzoeksinspanningen sluit aan bij de verschillende profielen van de zone op economisch vlak en op het vlak van hoger onderwijs. 100

101 Socio-economische context van de samenwerkingszone Intramurale R&D uitgaven (in % van het BBP) 3,0% 2,5% 2,12% 2,04% 2,09% 1,89% 2,0% 1,86% 2,16% 2,25% 1,5% 1,0% 0,5% 1,01% 1,30% 0,30% 1,29% 1,24% 1,11% 0,81% 0,81% 0,72% 0,67% 0,0% Bron : Eurostat, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De onderzoeksinspanningen oeksinspanningen van de samenwerkingszone, gemeten aan het aandeel van de R&D-uitgaven in het bbp, is sinds 2004 positief geëvolueerd overeenkomstig de nationale evolutie, maar staat nog niet helemaal in verhouding tot het economisch potentieel van de gebieden: o Hoewel het gemiddeld aandeel van de R&D-uitgaven hoger ligt in Frankrijk dan in België, leveren de Belgische provincies grotere R&D-inspanningen dan de Franse regio s: Champagne-Ardenne en Nord-Pas de Calais nemen respectievelijk de 20ste en 21ste plaats in op 22 in het klassement van de Franse regio s; o Oost-Vlaanderen onderscheidt zich door hoge R&D-inspanningen, namelijk 2,09 % van het bbp in 2009, wat meer is dan het Belgisch gemiddelde. Daar staat tegenover dat de provincie Luxemburg en de regio s Champagne-Ardenne en Nord-Pas de Calais heel zwakke R&D-inspanningen voorleggen, wat het weinig innoverende karakter van het economische weefsel weerspiegelt; o De R&D-inspanningen van de samenwerkingszone blijven niettemin ver beneden het gemiddelde van de EU van 15 lidstaten 12. Verdeling van de intramurale R&D-uitgaven - BELGIË (in %) 100% 75% 31% 34% 33% 29% 35% 24% 24% 50% 25% 69% 66% 67% 71% 65% 76% 76% 0% BELGIË VLAANDEREN WALLONIË Bedrijven Publieke sect or (publieke laborat oria, hoger onderwijs, non-profit organisaties) 12 Op vlak van onderzoeksinspanning vormt het gemiddelde van de EU-15 een homogener geheel. Dit maakt een beter aangepaste vergelijking mogelijk dan bij de EU

102 Socio-economische context van de samenwerkingszone Verdeling van de intramurale R&D-uitgaven - FRANKRIJK (in %) 100% 75% Verdeling van de intramurale R&D uitgaven - BELGIË (in %) 17% 26% 19% 37% 38% 37% 29% 57% 50% 50% 25% 63% 62% 63% 74% 71% 83% 81% 43% 50% 0% Frankrijk CHAMPAGNE-ARDENNE PICARDIE NORD-PAS- DE-CALAIS Bedrijven Publieke sector (publieke laborat oria, hoger onderwijs, non-profit organisat ies) Bron : Eurostat, 2012 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De verdeling van de R&D-inspanningen tussen de ondernemingen en de overheidssector weerspiegelt het heterogene karakter van de zone, dat aansluit bij de economische profielen van de gebieden: o o De R&D-uitgaven van de ondernemingen liggen hoger in België dan in Frankrijk. We stellen toch een toename van de overheidssteun vast tussen 2004 en 2009 voor het Vlaamse Gewest. Dit is het gevolg van een daadkrachtig investeringsbeleid van de overheid in onderzoek en innovatie; Aan Franse kant zijn de onderzoeksinspanningen in Champagne-Ardenne en Picardie in verhouding veel meer toe te schrijven aan de ondernemingen dan aan de overheidssector, waardoor deze regio s respectievelijk de 3de en 4de plaats innemen in het klassement van de Franse regio s in Deze resultaten weerspiegelen vooral de zwakke overheidsinvesteringen terzake en de geringe aanwezigheid van grote openbare onderzoekslaboratoria op hun grondgebied. Nord-Pas de Calais onderscheidt zich dan weer door een groter aandeel van de overheidsinspanningen, maar sinds 2004 tekent zich stilaan een nieuw evenwicht af. Uit het aantal R&D-werknemers blijkt het groot potentieel van de samenwerkingszone (meer dan voltijdse equivalenten in 2009), het overwicht van Oost-Vlaanderen, van Nord-Pas de Calais,, maar ook van Picardie,, drie regio s die samen goed zijn voor twee derde van het aantal werknemers. De evolutie van het aantal R&D-werknemers wijst overigens op een fenomeen van n metropolisering van de onderzoeksbanen op het grondgebied van de samenwerkingszone, en bevestigt de attractiviteit van de gebieden die over belangrijke universiteitscentra beschikken: in de provincies Oost-Vlaanderen, Henegouwen en Namen, evenals in de regio Nord-Pas de Calais groeit het werknemersbestand sterk aan tussen 2004/2006 en R&D-werknemers en onderzoekers (VTE) Evolutie Onderzoekers aandeel (2009) VLAANDEREN Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Henegouwen Luxemburg Namen Champagne-Ardenne Picardie Nord-Pas de Calais % 65% % 55% WALLONIË % 64% % 59% % 68% FRANKRIJK % 56% % 53% % 56% 102

103 Socio-economische context van de samenwerkingszone Bron : Eurostat, 2012, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Aandeel van het R&D-personeel en onderzoekers in de beroepsbevolking (VTE- in%) 3,0% 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 1,16% 1,24% 1,42% 0,64% 0,58% 0,16% 0,87% 1,37% 0,46% 0,63% 0,57% 0,0% Bron Bron : Eurostat, 2012, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De samenwerkingszone beschikt over een groot wetenschappelijk en technologisch potentieel, al lijkt dit globaal genomen onder te doen voor het economisch h belang van de zone: o o o De Vlaamse provincies nemen samen een aanzienlijke wetenschappelijke output voor hun rekening, in een Vlaamse regio die sterk groeit ten opzichte van het nationale gemiddelde (+7,85 % tegenover +4,25 % voor de Franse gemeenschap). Ze zijn ook verantwoordelijk voor de grootste technologische output,, en voeren onder meer een actief beleid om spin-offs te ontwikkelen i.s.m. onderzoekscentra en commerciële sectoren. Vooral Oost-Vlaanderen onderscheidt zich als de voornaamste zone voor de aflevering van octrooien (gemiddeld 195,3 aanvragen ingediend tussen 2006 et 2008), wat het belang van het onderzoek aan de Universiteit Gent bevestigt (gemiddeld 5,76 wetenschappelijke publicaties per hoogleraar in 2010 tegenover gemiddeld 5,02 voor de Vlaamse universiteiten Bron: website van de Universiteit Gent). Zo is het arrondissement Gent het enige arrondissement dat voorkomt in de top 100 van Europese gebieden voor het aantal fondsen dat ingezameld werd in het kader van het 7de Europese kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling (3de plaats van de Belgische arrondissementen, na het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Leuven, goed voor 10 % van de Belgische fondsen, waarvan de helft alleen al door de Universiteit Gent werd ingezameld). Daarnaast vertoont ook de provincie West-Vlaanderen, als vierde in rij, een aanzienlijk aantal ingediende patentaanvragen. Aan het andere uiteinde vertonen de Waalse provincies wetenschappelijke en technologische prestaties die onder de nationale, Vlaamse, maar ook gemeenschapsprestaties blijven. De provincie Henegouwen onderscheidt zich echter van de twee andere provincies door een veel hoger gemiddeld aantal aanvragen voor octrooien tussen 2006 en 2009 (104,7 tegenover 30,2 voor de provincie Luxemburg en 27,2 voor de provincie Namen), maar blijft onder de prestaties van Vlaanderen en van de Franse regio s Picardie en Nord-Pas de Calais. De Franse regio s leveren alle drie minder goede wetenschappelijke prestaties dan Frankrijk in zijn totaliteit. Picardie en Nord-Pas de Calais zorgen echter voor een heel aanzienlijke technologische output. Dit weerspiegelt het innovatieve karakter van het economische weefsel in deze gebieden, waarvan het wetenschappelijke dynamisme er nochtans op achteruitgaat. 103

104 Socio-economische context van de samenwerkingszone Gemiddeld aantal ingediende patentaanvragen ( ) EU-27 ranking 74 ste 98 ste 109 ste 174 ste 177 ste 130 ste 90 ste 84 ste ,3 123,1 104,7 30,2 27,2 74,3 137,3 159,3 Bron : Eurostat, 2012, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Erkende topinstellingen met een sterke nationale en Europese uitstraling Het wetenschappelijk onderzoek in de samenwerkingszone is heel divers en kenmerkt zich door enkele expertisedomeinen met nationale en Europese uitstraling: Aan Vlaamse kant o o Oost-Vlaanderen: vormt het voornaamste gebied van wetenschappelijke en technologische productie in de samenwerkingszone. Deze provincie onderscheidt zich dankzij toponderzoekscentra met Europese en internationale uitstraling op het gebied van biotechnologie (Ghent Bio-Economy, Bio-Energy Valley en Flanders Institute for Biotechnology; de UGent staat trouwens op de 10de plaats in de wereldranglijst, dankzij de impact van de publicaties in de landbouw- en milieuwetenschappen Bron: HEEACT World University Rankings), eco-innovatie en groene energie (Ghent Bio- Energy Valley), nanotechnologie (Centrum voor nano- en biofotonica), breedbandtechnologie (Iminds)en medisch onderzoek (Instituut voor neurowetenschappen), innovatief textiel (TIO3 in Ronse) Daarnaast vinden we rond Gent ook het Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek (ILVO). West-Vlaanderen Vlaanderen: De provincie telt enkele satellietcampussen (diverse locaties) van de UGent en het Greenbridge incubator and science park van Oostende, Greenbridge wil een innovatief en ondernemend klimaat creëren in de regio Oostende. In de incubatorfaciliteiten begeleiden ze specifiek hightech start-ups en/of spin-offs bij de uitbouw van hun onderneming. De rest van het wetenschapspark is open voor meer ervaren bedrijven in veelbelovende technologiedomeinen. Greenbridge is omring door het energiekennisplatform Power-Link en The Energy Box als demonstratieproject voor duurzame energietechnologieën. Daarnaast beschikt de campus Kortrijk van de KULeuven (KULAK) over een interdisciplinair onderzoekscentrum dat actief is in vakgebieden gaande van economie tot wiskunde en neurowetenschappen. Andere erkende instellingen zijn het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in Oostende (West-Vlaanderen), dat fungeert als coördinatie- en informatieplatform voor zeewetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen en Inagro, een kennispartner in land- en tuinbouw. Aan Waalse kant o o Provincie Henegouwen: het onderzoek wordt gekenmerkt door twee sterke pijlers: informatie- en communicatietechnologie (topprogramma NUMEDIART, onder impuls van de Université de Mons (Bergen), in samenwerking met de technopool MULTITEL, die is gespecialiseerd in beeldverwerking) en ingenieurs- en materiaalwetenschappen (topprogramma OPTI2MAT, onder impuls van de Université de Mons, de voormalige Faculté polytechnique de Mons en het onderzoekscentrum MATERIA NOVA). Overigens bestaan er ook meer gebiedsgebonden specialisaties buiten de universiteitspool van Bergen op het vlak van biowetenschap in Edingen (Qualitis Science Park met Agrofood Valley) en op het vlak van luchtvaart in Charleroi met het Aéropole Science Park dat banden heeft met de Université Libre de Bruxelles (ULB). Provincie Namen: de onderzoekslijnen in deze provincie hebben minder uitstraling, maar zijn belangrijk op het gebied van biotechnologie en medisch onderzoek onder impuls van de Facultés Notre Dame de la Paix de Namur (universiteit van Namen, topprogramma NANOTOXICO). Aan Franse kant o Nord-Pas de Calais: het regionale onderzoekssysteem heeft te lijden onder een gebrekkige toegankelijkheid door het grote aantal spelers. Er is echter een sterke specialisatie in wiskunde (5de in nationaal klassement) en medisch onderzoek (2de in nationaal klassement). Die laatste onderzoekslijn werd versterkt dankzij aanzienlijke onderzoeksuitrustingen (met name de Cancéropôle Nord-Ouest) en het Programme d Investissements d Avenir (EGID-project voor biologie-gezondheid, het enige regionale project dat het label "Laboratoire d excellence" heeft gekregen). In dit gebied zijn er ook investeringen op het vlak van ingenieurswetenschappen, fysica, menswetenschappen en sociale wetenschappen, hoofdzakelijk onder impuls van de universiteitspool van Lille Métropole (Rijsel), maar ook van Valenciennes wat engineering en mechanica (transport) betreft. 104

105 Socio-economische context van de samenwerkingszone o o Picardie: de bijzonder vruchtbare resultaten van de Programmes d'investissements d'avenir (2de plaats in het klassement van de begunstigde regio's, met 17 aanvaarde projecten) hebben verscheidene welbepaalde wetenschappelijke expertisedomeinen versterkt, die echter vooral een nationaal uitstralingspotentieel hebben: ingenieurswetenschappen (energieopslag met het Laboratoire LRCS d Amiens met internationale uitstraling, werktuigbouwkunde), groene chemie (waaronder eco-energie met de bioraffinage uit planten) en medische en chirurgische wetenschappen (met speerpuntonderzoek in reconstructieve mond-, kaak- en aangezichtschirurgie). Deze regio kent eveneens een sterke specialisatie op het vlak van de agro-voedingsindustrie met de vestiging van de INRA in Amiens. Champagne-Ardenne: het regionale onderzoek kenmerkt zich door een sterke specialisatie in chemie (4de plaats in de nationale rangschikking volgens impactfactor), de agro-voedingssector met grote, internationale onderzoeksprojecten (FUTUROL-biobrandstof, AII OSIRIS-project, BIODEMO-platform) en ingenieurswetenschappen (6de plaats in de nationale rangschikking volgens impactfactor) met een grote vooruitgang inzake werktuigbouwkunde (Centre d enseignement et de recherche Arts & métiers Paris Tech) en materiaalwetenschappen (CRIT van Charleville-Mézière) Innovatiecapaciteit van het economische weefsel en innovatieverspreiding Het economische weefsel van de samenwerkingszone kent een aantal opmerkelijke technologische sectoren, echte "locomotieven" voor de rest van de gebieden Het economische weefsel in de samenwerkingszone kenmerkt zich door een middelhoog niveau van technologie-intensiteit en kennis, dat lager ligt dan de nationale prestaties. Picardie vormt daarop een significante uitzondering. Het onderscheidt zich namelijk door een aanzienlijk aandeel van de hoog- en middelhoogtechnologische verwerkende industrie binnen de regionale werkgelegenheid (6,5 % in 2011 tegenover een Frans gemiddelde van 4,8 %). Verder weerspiegelt de samenwerkingszone de nationale tendensen: tussen 2008 en 2011 nam het aandeel van de hoogtechnologische verwerkende industrie af, terwijl dat van de hoogtechnologische diensten toenam. Specifieker: De provincies Oost-Vlaanderen, West-Vl Vlaanderen en Henegouwen kenmerken zich door hun aandeel hoogtechnologische activiteiten ten opzichte van het nationale gemiddelde. In de provincie Oost-Vlaanderen is het aandeel van de hoogtechnologische verwerkende industrie tussen 2008 en 2011 sterk afgenomen. Het lag zelfs onder het Belgische gemiddelde (respectievelijk 4,9 % tegenover 5,2 %), maar die achterstand is intussen ingehaald, in navolging van Henegouwen. De regio's Nord-Pas de Calais en Champagne-Ardenne en de provincies Luxemburg (tenminste wat t de diensten betreft) en Namen daarentegen bevestigen hun positionering binnen de laag- en middelhoogtechnologische activiteiten. De provincie Namen en de regio Picardie onderscheiden zich: Namen door een aanzienlijk aandeel hoogtechnologische diensten in vergelijking met de rest van de zone, van dezelfde ordegrootte als West-Vlaanderen; Picardie door een groot aandeel van de hoog- en middelhoogtechnologische verwerkende industrie. Aandeel van high en medium-tech industrie in totale werkgelegenheid (in %) 10,0% 7,5% 5,0% 5,9% 5,2% 6,4% 5,5% 4,9% 4,7% 5,8% 5,0% 3,6% 3,5% 5,3% 4,8% 6,7% 6,5% 4,3% 3,7% 3,9% 3,9% 2,5% 0,0% NA NA

106 Socio-economische context van de samenwerkingszone Aandeel van hoogtechnologische diensten in totale werkgelegenheid (in%) 10,0% 7,5% 5,0% 2,5% 3,0% 3,3% 3,2% 2,6% 2,0% 2,3% 1,6% 1,6% 3,3% 3,0% 2,4% 2,4% 2,3% 2,6% 1,2% 1,3% 2,0% 1,5% 0,0% ND ND Bron : Eurostat, 2012, * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Het innovatievermogen van het economische weefsel in de samenwerkingszone heeft te kampen met verscheidene structurele moeilijkheden die te maken hebben met de erfenis uit het verleden: een economie die gericht was op industrie en landbouw. We kunnen drie types regionaal economisch weefsel onderscheiden: De e provincies Oost- en West-Vlaanderen staan gerangschikt bij de Europese "innovatieleiders" (Bron: EU, Europees innovatiescorebord, 2012) en onderscheiden zich door een dynamisch economisch weefsel, dat een belangrijke rol speelt in onderzoek en innovatie (13 % boven het EU-27-gemiddelde in 2009). De meest innovatieve sectoren in 2011 waren: farma, plastic, informatie- en communicatietechnologie (17 % van het private R&D) en transport (12 % van het private R&D). De Waalse provincies steunen op een economisch h weefsel dat is verdeeld tussen enerzijds een veelheid aan kleine bedrijven die in vergelijking met de Vlaamse kmo's weinig innovatief zijn op het vlak van producten en procedés, en anderzijds een klein aantal grote ondernemingen n waarvan het aandeel in de regionale economieën blijft stijgen. De instellingen met meer dan 1000 bedienden waren goed voor 54,4 % van de private R&D-uitgaven in 2007 en spitsen zich toe op bepaalde sectoren met de farmaceutische industrie in het bijzonder (47,3 % van de private uitgaven). Het economische weefsel van de Franse regio's blijkt weinig dynamisch op het vlak van innovatie, met uitzondering van sommige specifieke, gespecialiseerde sectoren: o o o In Picardie steunen bepaalde innovatieve economische sectoren op een relatief sterke private R&D en profiteren van de aanwezigheid van grote groepen, innovatieve ieve gangmakers die het lokale economische weefsel een duwtje in de rug geven: verwerking van landbouw- en voedingsmiddelen (BONDUELLE, ROQUETTE frères, SYRAL, TEREOS, ), materialen (SAINT GOBAIN SEKURIT), landvervoer en uitrustingen (VALEO, FAURECIA, MERSEN, MBK) en luchtvaart (onderaannemingen). Deze specialisatie blijft echter regionaal beperkt en komt slechts een beperkt aantal gebieden ten goede, vooral in het zuiden van de regio. In Champagne-Ardenne heeft het economische weefsel te lijden onder de quasi q uasi-afwezigheid afwezigheid van grote groepen, met uitzondering van enkele sectoren die zijn getroffen door de afname van het aantal industrieën (metaal- en automobielsector). Het is belangrijk om te weten dat de sector van de voedingsmiddelenindustrie nog altijd lijdt onder de beperkte technische steun op het vlak van innovatie (uitrusting, onderzoekscentra van grote opdrachtgevers, steun voor de verspreiding van innovaties aan onderaannemers). De tak van de Champagne-wijnen is weinig innovatief en grotendeels gericht op marketing of export. Nord-Pas de Calais is in 2006 geklasseerd onder de Europese "bescheiden innovatoren" en geniet een aanzienlijk zij het historisch gezien weinig innovatief economisch weefsel De samenwerkingszone beschikt over een goede verspreiding van informatie- en communicatietechnologie ICT-verspreiding BREEDBAND Bevolking BELGIË (2012) Bedrijven BELGIË 74% 90% Vlaanderen 76% 91% Wallonië 72% 89% FRANKRIJK (2009) Ardennes 98,4% 98,3% 106

107 Socio-economische context van de samenwerkingszone BREEDBAND Bevolking Bedrijven Marne 98,5% 97,9% Aisne 99,1% 99,0% Oise 99,9% 99,0% Somme 99,8% 98,8% Nord 99,7% 98,5% Pas de Calais 99,5% 98,7% ICT GEBRUIK Personen die regelmatig van het internet gebruik maken Personen die goederen of diensten via het internet voor prive- gebruik hebben besteld BELGIË België 66% 78% 21% 43% Oost-Vlaanderen 69% 78% 22% 44% West-Vlaanderen 60% 79% 15% 33% Henegouwen 57% 74% 17% 40% Luxemburg 59% 72% 19% 42% Namen 60% 81% 19% 49% FRANKRIJK (2012) Frankrijk 63% 74% 40% 53% Bekken van Parijs (met Champagne-Ardenne en Picardie) 56% 69% 36% 51% Nord-Pas de Calais 60% 71% 35% 43% Bron : Eurostat, 2012, STATBEL, 2013 * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Dankzij de daadkrachtige acties van de overheid zijn informatie- en communicatietechnologieën goed verspreid in de gebieden, onder de bevolking en de bedrijven. Zelfs in de meest afgelegen gebieden is er bijna overal hogesnelheidsinternet beschikbaar (98,3% in de Franse Ardennen). De verspreiding van het gebruik ervan is minstens even belangrijk, of het nu gaat om regelmatig gebruik van internet of interactie met de overheid (e-administration) en bedrijven (ecommerce). De verspreiding van het gebruik binnen de Franse regio's mag dan al hoger liggen dan in de Vlaamse of Waalse provincies, toch blijft ze onder het nationale gemiddelde. De acties van de publieke overheden hebben zich ook vertaald in een ondersteuning van verschillende opkomende sectoren, zoals: Internet, videogames, creatieve economie en e-commerce in Nord-Pas de Calais ; Logiciels libres et montée en gamme des centres d appel en Picardie ; Industriële eledetectie en telebewaking in Champagne-Ardenne ; Internet of things en Cloud computing in Wallonie, onder impuls van het Waalse agentschap van telecommunicatie en het Master Plan ICT van de Waalse Overheid. 3D printing en social media in Oost-Vlaanderen Socio-tech in West-Vlaanderen (ICT voor socio-economische innovatie) Nieuwe ontwikelingen inzake innovatie De overheden hebben in de periode sterk geïnvesteerd in de ontwikkeling van territoriale innovatiestrategieën volgens de logica van de smart specialization. Er zijn heel wat initiatieven en voorzieningen maar die hebben te lijden onder een zekere verbrokkeling en een gebrek aan structurering, wat nadelig is voor de toegankelijkheid van de regionale innovatiesystemen. In Frankrijk werden de maatregelen ingevoerd rond regionale innovatiestrategieën uit Die strategieën worden voor de periode herbekeken. Ze identificeren een aantal belangrijke en opkomende innovatieve sectoren en steunen daarvoor op dynamieken die ingezet werden door de competentiepolen en op de projectoproepen van de Programmes d'investissements d'avenir. 107

108 Socio-economische context van de samenwerkingszone In de Vlaamse provincies is de tenuitvoerlegging van het plan "Vlaanderen in Actie" uit 2009, met als doel Vlaanderen in de top vijf van Europese "regions of excellence" te brengen, nog versterkt met het witboek "Een Nieuw Industrieel Beleid voor Vlaanderen". Daarin krijgen het industriële aspect en de maatregelen ten voordele van de innovatie van producten, procedés en organisatie extra aandacht. De Waalse prioriteiten waren al vastgelegd in het "Plan Marshall " en zijn voortgezet en versterkt in het recente "Plan Marshall 2.Vert", met een budget ter waarde van 1,6 miljard euro over vijf jaar. Specialisatiesectoren geidentificeerd op basis van hun regionale innovatiestrategie INNOVERENDE SECTOREN Mechanische, materialen en vezels Agrarische hulpbronnen en groene chemie Transport, intermodaliteit en geavanceerde Eco-innovatie Gezondheid ICT Toekomstige handel Textiel BESTAANDE INITIATIEVEN Champagne-Ardenne Twee clusters, waarvan één met een globaal perspectief : - Industrieën et agro-resources (interregionale met Picardie) - Materalia (interregionale met Lorraine) Picardie Twee clusters met een globaal perspectief : - Industries et Agro-ressources (interregionale met Champagne-Ardenne) - I-Trans (interregionale met Nord-Pas-de-Calais) Drie gelabelde clusters: - Glass Vallée (luxe flessen) - PHMA (Luchtvaart en hydrauliek) - Intelli'N (ICT) Nord - Pas-de-Calais Zeven clusters, waarvan één met een globaal perspectief : - I-Trans (interregionale met Picardie) - Aquimer (Agrarish en agro-voeding) - Handelsindustrie (technisch/ diensten) - Maud (Consumer, Chemie, Materialen) - Voeding Gezondheid Levensduur (Biotechnologieën / Gezondheid) - Team2 (Ecotechnologieën) - Up-Tex (Materialen) Vlaanderen Zeven "Science park" op basis van spin-offs van Vlaamse universiteiten Wallonië Zes excellentie programma's met drie in het samenwerkingsgebied Zes clusters - Levenwetenschappen - Agro-voeding - Transport en logistiek - Mechaniek - Luchtvaart - Eco-technologieën LEGENDE : Bestaande sectoren Opkomende sectoren *Toekomstige handel: het betreft hier technologieën van handel op afstand (e-commerce) 108

109 Socio-economische context van de samenwerkingszone De sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de zone per Europese thematiek m.b.t. onderwijs en innovatie Dankzij de analyse van de dynamieken voor excellentie konden de sterktes en zwaktes van de samenwerkingszone op dit gebied worden aangetoond, evenals de kansen en bedreigingen waarmee deze gebieden te maken krijgen voor de periode Deze analyses werden per thematische doelstelling van de EU voorgesteld, en brachten een aantal uitdagingen aan het licht op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking voor de volgende programma s Thematiek nr. 1: Versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie STERKTES ZWAKTES Belangrijke en innovatieve bedrijfstakken aan beide kanten van de grens die vaak complementair zijn : o o De belangrijkste bedrijfstakken: agro-voedingsnijverheid, materialen, gezondheidzorg, automobielsector, metaalindustrie, individueel en collectief transport, duurzame ontwikkeling De opkomende industrieën met een groot potentieel: de bio-economie inclusief de groene chemie en de schone technologieën), nieuwe materialen, en ICT (meer bepaald de nieuwe digitale en creatieve technologieën) alsook sociale innovatie (o.a. in ouderenzorg) Aanwezigheid van grote multinationale groepen, die leidinggevend zijn in hun sector Aanzienlijke en groeiende directe investeringsstromen uit het buitenland Afhankelijkheid voor bepaalde gebieden van buitenlandse groepen of opdrachtgevers (Vlaanderen en Champagne- Ardenne) Regionale economische dynamieken die niet de hele grensoverschrijdende zone bereiken Een landschap van micro-ondernemingen en kmo s waar nieuwe technologische innovaties maar zeer geleidelijk ingang vinden Een grote studentenpopulatie in de stadscentra Sterk verschillende opleidingsindicatoren in de deelregio s: Geschoolde en gespecialiseerde arbeidskrachten (metaalindustrie, farmaceutische sector, gezondheidszorg) o o Een doorgaans hoogopgeleide Vlaamse en Waalse bevolking; Franse indicatoren die achterop hinken ten opzichte van de nationale gemiddelden Aantrekkelijke stadspolen voor studenten en doctorandi Gediversifieerde landbouw- en natuurlijke grondstoffen met hoog meerwaarde potentieel (groene chemie, biobrandstof, ecologisch bouwen) Dynamieken van regionale specialisatie die de economische en ruimtelijke metropolisering van de gebieden in de samenwerkingszone nog versterken. Aanwezigheid van universiteits- en R&D innovatiecentra met nationale en Europese uitstraling Dicht netwerk van actoren met betrekking tot technologische valorisatie (science parks, competitiviteitspolen, bedrijvenclusters) in geïdentificeerde sectoren met potentieel Ruime verspreiding van ICT ter ondersteuning van digitale sectoren en de creatieve economie Kwalitatieve technische opleidingen Concrete tendens van interregionale en grensoverschrijdende R&D-samenwerking, dankzij talrijke onderzoeks- en valorisatieprojecten Te versterken relaties tussen de onderzoekscentra en de bedrijven (vooral kmo's), in het bijzonder in Wallonië en Frankrijk Een gebrek aan aansluiting tussen onderzoeksactiviteiten en concrete innovatieprojecten, o.a. in Vlaanderen Een beperkte uitwisseling van studenten, promovendi en onderzoekers tussen de universiteiten van de samenwerkingszone en tussen de hogescholen en secundaire scholen. Een soms te weinig stimulerend kader voor spin-offs Een onderzoeksdynamiek die steeds vaker een transversaal, sectoroverschrijdend karakter krijgt. 109

110 Socio-economische context van de samenwerkingszone Territoriale bijzonderheden Actoren uit hoger onderwijs, onderzoek en innovatie die de gebieden verbinden, dankzij afdelingen of zelfs spin-offs ook voor de economisch meest ingesloten departementen/ arrondissementen KANSEN De tenuitvoerlegging van regionale smart specialization - strategieën in groeisectoren met veel potentieel op het vlak van innovatie Het op gang komen van een dynamiek van short circuit innovaties in het economisch weefsel Sterke grensoverschrijdende complementariteiten: BEDREIGINGEN Een structurele achteruitgang van de industriële activiteit Frans en Waals economisch weefsel met structurele obstakels voor de ontwikkeling van een innovatiedynamiek (zwakke organisatorische en technische innovatiecapaciteit, beperkte integratie in innovatienetwerken, geringe kansen voor professionele vorming) o mechanica, materialen en kunststoffen o Textiel o groene chemie, voedingsnijverheid en landbouwgrondstoffen en biotechnologieën o Individueel en openbaar vervoer o eco-technologieën o gezondheid en farma De samenwerkingsdynamieken tussen verschillende polen (menswetenschappen, agro-voeding, transport en logistiek, mechanische engineering en milieutechnologieën). De sector voor lucht- en ruimtevaart bevindt zich eveneens in Wallonië. Ontwikkeling van sociale innovatie door de aanwezigheid / beschikbaarheid van sterke onderzoekspolen in de sociale en menswetenschappen op het grondgebied De moeilijkheid in de Franse en Waalse gebieden om hun doctorandi te behouden, nadat ze hun proefschrift hebben afgewerkt De sociale innovatie is nog weinig zichtbaar en weinig gestructureerd Landbouw op weg naar diversificatie, waardoor de groeikansen toenemen Potentieel voor sterke onderzoeks-en innovatie-activiteiten voor alles wat verband houdt met de zee en de kust (aquacultuur, hernieuwbare energie, visserij, vervoer over zee) Efficiëntere organisatie van het hoger onderwijs en onderzoek aan Franse kant met de oprichting van PRES (Pôle de recherche et d'enseignement supérieur) Versterkte innovatiedynamiek via de Programmes d'investissements d'avenir aan Franse kant voor Picardie en Champagne-Ardenne en het Plan Marshall 2.Vert voor Wallonië Nog geringe zichtbaarheid van de onderzoeks- en innovatieactoren aan beide kanten van de grens Overheidssteun die te veel is toegespitst op zuiver technologische innovatie Thematiek nr. 2: De toegang tot ICT, het gebruik en de kwaliteit ervan verbeteren STERKTES ICT-sector in volle ontwikkeling onder impuls van talrijke innovatieve start-ups in heel diverse domeinen (creatieve economie, videospelen, vrije software, digitale toepassingen, sociale media...) Aanwezigheid van grote internationale groepen (Google, ZWAKTES Moeilijke overgang van micro-ondernemingen en kmo's naar digitale toepassingen (vooral in handel, ambachten, toerisme en landbouw): aanpassingsmoeilijkheden (methoden, materiaal, digitale tools en diensten) en nog beperkte begeleiding 110

111 Socio-economische context van de samenwerkingszone Microsoft) Een op Europees niveau erkende dynamiek in de creatieve economie, die nog is versterkt aangezien Wallonië het label "Europees creatief district" heeft binnengehaald Een nog te beperkte verspreiding van ICT in het economisch weefsel, als gevolg van een gebrek aan tijd en middelen bij micro-ondernemingen en kmo s om zich bezig te houden met de mogelijkheden van de nieuwste digitale ontwikkelingen Voortdurend stijgende lokale internetpenetratie-percentages, ondanks minder gunstige sociaaleconomische indicatoren... Een globaal genomen voldoende uitrusting van de gezinnen om de nieuwe digitale toepassingen te verspreiden (web 2.0, mobiel internet)... maar waarvan het niveau nog onder het Belgische en Franse nationale gemiddelde ligt Verspreiding onder de bevolking van digitale toepassingen (internettoepassingen, e-commerce) die onder het Franse en Belgische gemiddelde blijft Een hoofdzakelijk sociale digitale breuklijn met grote verschillen volgens leeftijd, scholingsniveau en inkomen Relatief goede dekking voor hogesnelheidsinternet, zelfs in de meest ingesloten gebieden (met uitzondering van enkele achterblijvende gebieden zonder netwerkdekking), o.a. dankzij overheidsinitiatieven Hogere kosten voor de uitrol van glasvezel en hogesnelheidsinternet voor dunbevolkte en rurale gebieden Sterke digitale innovatiedynamiek rond starterscentra, bedrijfsclusters, science parks, en competitiviteitspolen (I- Mind, Intelli N Microsoft innovation center, TWIST, Infopôle TIC...) Aanwezigheid van erkende opleidings- en onderzoeksnetwerken (Supinfogame, Pôle IIID, numediart, Pôle Hainuyer...) Verschillende grensoverschrijdende projecten op het vlak van digitale toepassingen (Pôle TIC du Hainaut transfrontalier, Centre des écritures contemporaines et numériques du Manège Maubeuge Mons (Bergen)) Territoriale bijzonderheden Hogere penetratiepercentages voor ICT onder de Franse bevolking Beter ontwikkelde digitale toepassingen in Belgische bedrijven dan in Franse (e-commerce, e-administration, web 2.0) KANSEN Aanzienlijke ontwikkeling- en innovatiekansen voor de bestaande digitale sectoren (e-commerce, vrije software, videospelen, domotica, sociale media) Belangrijke economische sectoren (chemie, gezondheid en farma, mechanica, vliegtuigbouwkunde, biotechnologie, landbouw) met aanzienlijk ontwikkelingspotentieel inzake nieuwe ICT Groot ontwikkelingspotentieel in de creatieve economie en de digitale cultuur van bepaalde stedelijke gebieden, bvb. rond het label Wallonia Creative District (groter dan de ICT) Ontwikkeling van krachtige initiatieven om bedrijven te ondersteunen (underwriting platforms, branding, consulting, ethisch charter etic), zoals het Waals Technology Agency... maar meer hogesnelheidsinternet aan Belgische kant door de globaal genomen betere infrastructuur BEDREIGINGEN De aanhoudende sociale digitale breuklijn remt de ontwikkeling af van nieuwe toepassingen die oplossingen kunnen bieden voor de problemen rond vereenzaming, afgeslotenheid en mobiliteit in bepaalde gebieden (gezondheid, thuiswerk, e-administration, e-learning) 111

112 Socio-economische context van de samenwerkingszone Regionale overheidsstrategieën inzake innovatie die van de verspreiding van ICT een prioriteit maken binnen economische ontwikkeling en innovatie (cloud computing, open data, The internet of Things, e-commerce, e-administration) Ontwikkeling van digitale initiatieven op het vlak van e- learning 112

113 Socio-economische context van de samenwerkingszone Thematiek nr. 10: Investeren in onderwijs, competenties en levenslang leren STERKTES Initiatieven op vlak van het in kaart brengen van de gevolgde opleidingen en op het vlak van het levenslang leren, in samenwerking met het bedrijfsleven en beroepsfederaties. ZWAKTES Een economisch weefsel dat de bevordering van de voortgezette opleiding bemoeilijkt (moeilijke toegang van de microondernemingen en kmo s, gebrek aan communicatie en informatie over het opleidingsaanbod) Onvoldoende afstemming tussen de noden van het bedrijfsleven en het opleidingsaanbod rond levenslang leren Sterk uiteenlopende opleidingsniveaus tussen de Franse regio s die verontrustende indicatoren optekenen en de Belgische provincies die gemiddelde indicatoren kennen Het percentage vroegtijdige schoolverlaters bij jongeren van 18 tot 24 jaar ligt tweemaal zo hoog in Frankrijk dan in België Een relatieve verarming en beperkte mobiliteit van bepaalde bevolkingsgroepen in landelijke gebieden dat weegt op de uitbouw van de opleidingstrajecten Het aanbod aan basisonderwijs en beroepsopleidingen is globaal genomen goed verspreid over alle gebieden Drie multidisciplinaire universiteitspolen met Europese en internationale uitstraling, Rijsel Gent en Kortrijk (KULAK) Regionale universiteitspolen in volle ontwikkeling, aansluitend bij de economische specialisatie van de gebieden Een aantrekkelijk opleidingsaanbod van erkende kwaliteit Een goede samenwerking tussen de universiteiten (uitwisseling van studenten, stagiairs, professoren en onderzoekers) Interessante initiatieven langs beide zijden van de grens op het vlak van digitale universiteit en e-learning Een historisch belang van de korte opleidingen, vooral voor de Franse en Waalse gebiedsdelen Franse en Waalse gebieden die moeite hebben om hun doctorandi te behouden Onevenwichtige grensoverschrijdende studentenstromen, ten voordele van de stromen Frankrijk -> België Een gebrek aan transparantie van de grensoverschrijdende opleidingen Geringe grensoverschrijdende mobiliteit van de stagiairs Relatief beperkte Frans-Vlaamse uitwisselingen, o.a. als gevolg van de taalbarrière Onvoldoende afstemming van het opleidingsaanbod op de economische clusters Zwak niveau van pedagogische innovatie Weinig transparantie en onwetendheid van levenslang grensoverschrijdend leren Belangrijke tekortkomingen in de grensoverschrijdende erkenning van diploma s en verworven competenties. Nord-Pas de Calais: aanwezigheid van het PRES Lille Nord de France Aisne en Ardennes: uitgesproken en vaak definitieve uittocht van de jongeren Territoriale bijzonderheden De belangrijke rol van de Ugent in Oost-Vlaanderen en KULAK in West-Vlaanderen en hun netwerk van geassocieerde hogescholen Picardie Champagne-Ardenne: versterking van de 113

114 Socio-economische context van de samenwerkingszone samenwerkingsverbanden door de oprichting van het PRES Provincies Namen en Henegouwen: aanwezigheid van de Universiteit van Bergen en projecten voor samenwerking en uitwisseling met Nord-Pas de Calais en Champagne- Ardenne KANSEN Grote toekomstmogelijkheden in innovatieve sectoren met veel potentieel en in lokale economie (toerisme, ecologisch bouwen, windenergie, persoonsgebonden dienstverlening, gezondheid) BEDREIGINGEN Grote migratiestromen van studenten naar regio s buiten de samenwerkingszone (Ile-de-France, Luik, Brussel, Nederland) Sterke grensoverschrijdende complementariteiten op het vlak van onderwijs en opleiding (gedeeld gebruik van uitrusting, complementaire competenties; bv. houtsector) Aanbieden van loopbaanoriëntatie aan pas afgestudeerden en van advies aan startende ondernemingen. Een aanhoudende stijging van het opleidingsniveau van de jongeren, zelfs in de gebieden die een demografische stagnatie kennen Een netwerk van versnipperde instellingen en centra die hoge organisatiekosten met zich brengen Ontwikkeling in de richting van samenwerking in het hoger onderwijs (structuur van PRES in Frankrijk, Samenwerking tussen universiteiten in Bergen) waardoor die regionale onderwijsspelers een meer adequate schaal krijgen in een nationale en Europese context erke ontwikkeling van alternerende opleidingen in het hoger onderwijs. De grensoverschrijdende uitwisseling van studenten, docenten en onderzoekers wordt afgeremd door de tweetaligheid van de zone Sterk tekort aan pedagogische innovatie Sterke ontwikkeling van elkaar afwisselende opleidingen in het hoger onderwijs Mogelijkheid tot opleidingen in innovatieve sectoren Ontwikkeling van de interregionale en grensoverschrijdende samenwerking in het hoger onderwijs en in onderzoek Uitdagingen inzake grensoverschrijdende samenwerking met betrekking tot onderwijs en innovatie Dankzij deze sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen konden een aantal uitdagingen worden geïdentificeerd op het vlak van economische ontwikkeling. Het zijn deze uitdagingen waar de grensoverschrijdende samenwerking voor staat in de periode Deze uitdagingen werden tijdens de workshops op 21 maart jl. voorgesteld, besproken en gehiërarchiseerd samen met de stakeholders van de verschillende gebieden. Na afloop werden de voornaamste uitdagingen voor de grensoverschrijdende samenwerking vastgelegd. Vervolgens werden ze voor elk type infraregionaal gebied aan weerszijden van de grens voorgesteld, waarbij sommige gebieden gemeenschappelijke uitdagingen bleken te hebben. 114

115 Socio-economische context van de samenwerkingszone Grensoverschrijdende uitdagingen die uit u de diagnose en de interviews met de partnerautoriteiten autoriteiten naar voor komen en die gevalideerd zijn op de workshop van 21/03/2013 Subthema 1 : Versterking van het potentieel van de samenwerkingszone op vlak van R&D R en innovatie en de economische valorisatie daarvan Kmo s aanmoedigen en ondersteunen door nieuwe technologieën sneller toe te passen in het bedrijfsleven; Economische en R&D-actoren aanmoedigen en ondersteunen bij multidisciplinaire onderzoeks- en innovatieprojecten ook in gebieden die buiten de pure technologische innovatie vallen, zoals sociale innovatie; Innovatieprojecten ondersteunen door het invoeren van echte co-realisatie van innovatie door een intense samenwerking tussen overheid, bedrijven en onderzoeksinstellingen (Triple Helix Model); Subthema 2 : Het ondersteunen van regionale strategieën van smart smart-speciali specializati ation om de effecten ervan te vereenvoudigen Een grensoverschrijdende governance opzetten (strategische intelligentie, een uitwisselings- en dienstenplatform, grensoverschrijdende acties, regionale marketing, R&D-projecten, innovatieactoren) voor bepaalde strategische sectoren / domeinen : o o o o o o o Nieuwe materialen (textiel, polymeren, biomaterialen, nanomaterialen); (Agro)voedingsnijverheid, landbouwgrondstoffen,en groene chemie; Persoonlijke gezondheid en autonomie; Ecotechnologie en cleantech; Individueel en collectief transport; ICT, digitale en creatieve economie Sociale innovatie. Ondersteunen van onderzoeksprojecten die een groot economisch valorisatiepotentieel hebben in bovenstaande sectoren; Zodanig oriënteren van ontwikkelingsinspanningen, onderwijs, competenties en levenslang leren dat ze een ondersteuning vormen voor de dynamiek van smart-specialization en de ontwikkeling van economische sectoren met een hoog potentieel voor innovatie en werkgelegenheid. o Lokale acties op het vlak van basis- en voortgezette opleiding ontwikkelen, die één of meerdere arbeidsmarktzones beslaan, rond complementaire of gemeenschappelijke sectoren. Subthema 3 : Versnellen van de digitale transformatie van het economisch weefsel en ondersteunen van digitale sectoren en van de creatieve economie Opzet van een grensoverschrijdend elektronisch platform gewijd aan de ondersteuning van ICT dat de hele samenwerkingszone dekt (oplijsting van de economische en publieke actoren, hulpmiddelen, regionale bronnen van open data en elektronische platformen voor openbare aanbestedingen); De verspreiding van nieuwe digitale toepassingen begeleiden in het lokale economische weefsel en de grensoverschrijdende arbeidsregio's (uitwisseling van expertise en best practices, advies aan bedrijven); de opkomst versnellen van innovatieve clusters van micro-ondernemingen en kmo s in de sector van de digitale toepassingen en de creatieve economie; Gemeenschappelijke onderzoeks- en innovatieprojecten en opleidingen steunen in de sector van de digitale toepassingen; De verspreiding van nieuwe digitale toepassingen bevorderen via gemeenschappelijke projecten voor sociale innovatie (onderwijs, gezondheid, e- government, toerisme, cultuur). 115

116 Socio-economische context van de samenwerkingszone Grensoverschrijdende uitdagingen die uit de diagnose en de interviews met de partnerautoriteiten autoriteiten naar voor komen en die gevalideerd zijn op de workshop van 21/03/2013 Subthema 4: komen tot een echte grensoverschrijdende samenwerking in hoger onderwijs en onderzoek Samenwerkingsnetwerken opzetten en zorgen voor het gedeeld gebruik van apparatuur en platformen voor R&D en innovatie; Ondersteunen van wetenschappelijke activiteiten en valoriseren van onderzoeksfaciliteiten aan beide zijden van de grens; De zichtbaarheid en kennis bevorderen van de regionale en grensoverschrijdende systemen inzake onderwijs en opleiding; Het versterken van de grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden op het gebied van onderwijs en onderzoek, met name rond de grote regionale actoren en instellingen, die als locomotief fungeren binnen hun grondgebied; Vergroten van de zichtbaarheid en bekendheid van regionaal en grensoverschrijdend onderwijs, opleiding en innovatie, zowel binnen als buiten de regio; Aanmoedigen om binnen de universiteit aan te werven vanuit het grensoverschrijdende aanbod (docenten, onderzoekers, studenten) alsook vanuit het algemene opleidingsaanbod (stage bedrijven, gelijkwaardige opleidingen, grensoverschrijdende ervaringen, etc.). Subthema 5: het bevorderen van individuele grensoverschrijdende mobiliteit Ondersteunen van de mobiliteit van studenten, personeel en werknemers door het versterken van de uitwisselingen tussen bedrijven, onderzoekscentra en onderwijsinstellingen; Opzetten van een aanvullend dienstenaanbod (huisvesting, vervoer, catering, ) om de toegang tot onderwijs te vergemakkelijken; Opzetten van een professionele uitwisseling binnen de samenwerkingszone voor jongerenstages (alternerend leren/werken). Subthema 6: Versterken van de lokale grensoverschrijdende samenwerking op gebied van onderwijs en opleiding en zorgen dat de afgeleverde kwalificaties beter aansluiten op de behoeften op de arbeidsmarkt Het wegwerken van de beschotten tussen de kmo s en de onderwijsactoren binnen de grensoverschrijdende arbeidsmarktzones om zo een dynamisch en professioneel netwerk te ontwikkelen. Versterken van het grensoverschrijdend gebruik van didactisch materiaal en pedagogisch en innovatieve projecten tussen de lokale opleidingsinstellingen. Prioritisering van de grensoverschrijdende uitdagingen Opmerking: de uitdagingen zijn geprioriseerd volgens: de mate waarin ze grensoverschrijdend geïntegreerd zijn, in functie van de intensiteit van de bestaande samenwerking (aantal, kwaliteit van de samenwerkingsprojecten en aantal actieve regionale spelers) hun potentiële impact op de ontwikkeling van de zone ten aanzien van de thematische doelstellingen van de EU Oostende Brugge Dunkerque Gent Calais Kortrijk Tourcoing Boulognesur-Mer Lille Roubaix Saint Omer Tournai Lens Mons Douai Valenciennes Namur Arras Charleroi Maubeuge Amiens Saint-Quentin Neufchâteau Beauvais Charleville- Soissons Mézières Compiègne Laon Arlon Creil Reims Châlons-en- Champagne Typologie van de gebieden met gemeenschappelijke en dynamische uitdagingen met betrekking tot economische en sociale ontwikkeling Stedelijke centra betrokken bij lokale samenwerking betrokken bij netwerken op het gebied van economische samenwerking, universiteiten en innovatie Kustgebieden Oorspronkelijke industriële gebieden of die in conversie Voorstedelijke en aantrekkelijk landelijke gebieden Voorstedelijke en geïsoleerde landelijke gebieden de kritische massa ten aanzien van de interventies die nodig zijn voor een effectieve implementatie door de OP (financiering, aantal actieve spelers, schaal van de gebieden) Bron: EuroGeographics / Ernst & Young, 2013 Gebied van de studie Omvang van grensoverschrijdende agglomeraties Eurometropool Duinkerke Oostende De volgende analyses worden weergegeven door de types van gebieden te clusteren die gemeenschappelijke grensoverschrijdende uitdagingen hebben. 116

117 Socio-economische context van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdend e integratie Hoog Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking gelieerd aan politieke excellentie voor de grensoverschrijdende aglomeraties en de stedelijke gebieden van de zone. Versterken van de samenwerking tussen universitaire centra Versnellen van de opkomst van start-up clusters in de digitale en creatieve industrie Gemiddeld Laag Laag Bevorderen van grensoverschrijdende aanwervingenaan de universiteiten en grensoverschrijdende mobiliteit van studenten, professorenen onderzoekers Verspreiden digitaal gebruik in de grensoverschrijdende economie Matig Ontwikkelenvan opleidingen rond de grensoverschrijdende strategische sectoren Ondersteunenvan R&D projecten met een hoog potentieel voor de economische ontwikkeling van grensoverschrijdende strategische sectoren (transport, ecotechnologie, gezondheidszorg, vervoer, ICT) Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking gelieerd aan politieke excellentie voor de kust en rurale gebieden Hoog Gemiddeld Ondersteunen van nieuwe digitale toepassingen door gemeenschappelijke projecten rond sociale innovatie (onderwijs, gezondheidszorg, toerisme, cultuur) Laag Ondersteuning grensoverschrijdende mobiliteit van studenten en werknemers in opleiding Ondersteunenvan R&D projecten met een hoog potentieel voor de economische ontwikkeling van grensoverschrijdende strategische sectoren (landbouwgrondstoffen, groene chemie) De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Laag Matig Hoog Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone 117

118 Socio-economische context van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie Hoog De economische uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking voor de industriële reconversie gebieden en geisoleerde gebieden De link tussen KMO's en de opleidingsinstituten bevorderen Opzetten van een grensoverschrijdend bestuur voor industriele en werkgelegenheidsgebieden Gemiddeld Laag Laag Implementerenvan professionele uitwisseling voor stagaires en werknemers in opleiding economische ontwikkeling Ondersteunen van nieuwe digitale van grensoverschrijdende toepassingen door strategische sectoren gemeenschappelijke projecten (mechanica, nieuwe rond sociale innovatie (onderwijs, materialen, textiel, gezondheidszorg, toerisme, transport) cultuur) Matig Ondersteunenvan R&D projecten met een hoog potentieel voor de Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Bron: Analyses van Ernst & Young, op basis van de strategische interviews, de socio-economische diagnose en de workshops van 21 maart

119 Socio-economische context van de samenwerkingszone 10.4 Dynamieken op ruimtelijk en milieuvlak Dit hoofdstuk analyseert de dynamieken op ruimtelijk en milieuvlak binnen de samenwerkingszone. Deze dynamieken zijn transversaal voor alle regio s binnen die zone en gelden specifiek voor bepaalde infraregionale gebieden. Met het oog op de strategie van de Europese Unie behandelen deze analyses de volgende thematische doelstellingen: Doelstelling nr. 4: De overgang naar een koolstofarme economie ondersteunen in alle bedrijfstakken Doelstelling nr. 5: De aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer bevorderen Doelstelling nr. 6: Het milieu beschermen en het efficiënt gebruik van de hulpbronnen bevorderen Doelstelling nr. 7: Duurzaam transport stimuleren en de obstakels in de netwerkinfrastructuur opheffen Een gebied dat zich kenmerkt door landbouw, bossen en meer of minder ontwikkelde verstedelijkte zones, afhankelijk van de regio s De samenwerkingszone beslaat een gebied van km², met een bevolking van 10,8 miljoen inwoners in Deze uitgestrekte zone onderscheidt zich door zijn landschappen, natuurzones en stedelijke ruimte. Dit deel van de diagnose beschrijft het bodemgebruik, terwijl het deel omtrent de sociodemografische dynamiek de stedelijke bezetting van het gebied toelicht. Gebruik van de grond binnen de samenwerkingszone Gebruik van de grond per regio Bossen en natuurgebieden Versteddelijkte gebieden 75% Landbouw 25% 13% 50% 25% Bossen Natuurgebieden 0% Diensten en huisvesting 62% Agrarische gebieden -25% Handel, financieren, bedrijven en utilities Bron : Eurostat, 2009 Bron : Eurostat, ,00% 75,00% Onbebouwde gronden 50,00% 25,00% 0,00% Bebouwde gronden en aanverwant terrein Gebruik van het land op provinciaal niveau in België Bron : FOD economie Algemene directie Statistiek en Economische informatie (2011) * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken 119

120 Socio-economische context van de samenwerkingszone Het landschap van de samenwerkingszone staat hoofdzakelijk in het teken van de landbouwactiviteiten met een oppervlakte cultuurgrond (OCG) 13 die 62 % van de totale oppervlakte uitmaakt. Dat cijfer is iets hoger dan het Belgische (52 %) en het Franse gemiddelde (54 %). Tweederde van de hele samenwerkingszone bestaat uit landbouwgrond. Hiervan dient slechts een bijzonder klein percentage voor biolandbouw 14. Vooral Wallonië zet daarop in (in 2011 diende 6,9 % van de OGC voor biologische landbouw), in vergelijking met de andere regio's van de samenwerkingszone die rond of onder de 1% schommelen (1 % in Vlaanderen en Champagne-Ardenne, 0,7 % in Nord-Pas de Calais en 0,5 % in Picardie 15 ). Biolandbouw streeft naar een kwaliteitsvolle landbouwproductie en stelt de regio's in staat om een duurzaam landbouwbeheerssysteem op te zetten aan de hand van biodiversiteitsbehoud, bodembescherming, lucht- en waterkwaliteit en respect voor dierenwelzijn. Deze tendens is aan een opmars bezig met een percentage dat voor België in 2011 opliep tot 4,43 %, tegenover 3,6 % in Het gebied is ook vrij bebost: een kwart ervan bestaat uit bossen en natuurreservaten. Het Waalse gebied bestaat zelfs voor een derde (5.161 km² in 2009) uit bossen en natuurreservaten. Daarmee is Wallonië de meest bosrijke regio in de samenwerkingszone. Hoewel de verstedelijkte gebieden slechts goed zijn voor 13 % van de totale oppervlakte van de samenwerkingszone, blijven ze wel uitbreiden (op hetzelfde ritme als op nationaal niveau) en zetten ze het milieu onder druk. De verstedelijking zou aanzienlijke gevolgen met zich mee kunnen brengen, zoals het verlies van natuurlijke en landbouwkundige hulpbronnen, bodemafdichting, verhoogd risico op overstromingen of horizonvervuiling. De verstedelijking laat zich sterker voelen in bepaalde domeinen waar de afgelopen jaren belangrijke werken zijn uitgevoerd. Denken we bijvoorbeeld aan het wegennet en het spoorwegnet waarvan de oppervlakte in tien jaar tijd is verdubbeld. Bevolking in 2012, oppervlakte en bevolkingsdichtheid Bevolking 2012 Oppervlakte Bevolkingsdichtheid (inw/km ²) inwoners in % van de zone Km² In % van de zone (inw/km ²) Franse deel ,11% ,98% 150,9 Champagne- Ardenne Ardenne ,62% ,44% 54,1 Marne ,22% ,18% 69,1 Picardie Aisne ,03% ,90% 73,7 Oise ,47% ,46% 137,8 Somme ,31% ,96% 93,0 Nord-Pas de Calais Nord ,91% ,27% 450,0 Pas-de-Calais ,56% ,77% 219,7 Belgische deel ,89% ,02% 238,2 Vlaanderen West-Vlaanderen ,83% ,08% 372,0 Oost-Vlaanderen ,85% ,74% 436,0 Wallonië Namur ,44% ,92% 131,0 Hainaut ,24% ,11% 349,5 Luxembourg ,53% ,17% 61,6 Totaal ,00% ,00% 174,5 Bron : FOD economie Algemene directie Statistiek en Economische informatie (2012), Insee (2012) Er bestaan verschillen tussen de landschappen en de bevolkingsdichtheden in de samenwerkingszone. Zo vinden we enerzijds meer verstedelijkte regio's, zoals Vlaanderen, met een bevolkingsdichtheid van 436 inwoners per km 2 in Oost-Vlaanderen en van 372 per km 2 in West-Vlaanderen, en Nord-Pas de Calais, dat dichtbevolkt en sterk verstedelijkt is, met 450 inwonders per km 2 in het departement Nord. Anderzijds bestaan er ook meer landelijke grensoverschrijdende regio's, zoals het zuidoosten van de samenwerkingszone. Deze regio bestaat nog grotendeels uit landbouwgrond en natuurgebieden en heeft de laagste bevolkingsdichtheid van de zone (54,1 inwoners per km 2 voor het departement Ardennes en 61,1 voor de provincie Luxemburg). 13 De oppervlakte cultuurgrond (OCG) is een gestandaardiseerd begrip uit de Europese landbouwstatistiek. Het omvat het akkerland (hiertoe behoren ook tijdelijk weiland, braakland, teelt onder beschutting, tuinen voor eigen gebruik...), grasland en de meerjarige gewassen (wijngaarden, boomgaarden...). Bron : Insee 14 De biolandbouw wil kwalitatieve voedingsmiddelen produceren, met respect voor de gezondheid, het milieu en met behoud van de natuurlijke hulpbronnen. [ ] Hij sluit het gebruik uit van chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen, genetisch gewijzigde organismen en wil de specificiteit van zijn producten valoriseren. Bron: Insee 15 Bronnen: BioForum Wallonie 2012 en Agence Française pour le Développement et la Promotion de l Agriculture Biologique 16 Voor Oost-Vlaanderen zijn enkel de gegevens verwerkt van de arrondissementen die zijn opgenomen in de samenwerkingszone 120

121 Socio-economische context van de samenwerkingszone Tal van acties om klimaatverandering te bestrijden, de uitstoot van broeikasgassen terug te schroeven en de natuurlijke en industriële risico s te beheren In het kader van het Kyotoprotocol dat in 1997 tot stand kwam, heeft de Europese Unie zich ertoe geëngageerd om tussen 2008 en 2012 haar uitstoot van broeikasgassen (BKG's) met 8 % terug te schroeven ten opzichte van het niveau in Om haar internationale engagementen kracht bij te zetten lanceerde de Europese Unie in 2000 het Europees programma inzake klimaatverandering (EPK). Dat programma voorzag initiatieven in tal van domeinen, waaronder de promotie van hernieuwbare energiebronnen en energiebesparingsmaatregelen voor gebouwen en wagens. Eind 2008 werkte de Europese Unie ook een "klimaat- en energiepakket" uit dat tegen 2020 drie doelstellingen nastreeft: de uitstoot van BKG's met 20 % terug te schroeven ten opzichte van de uitstoot in 1990 ervoor te zorgen dat het totale energieverbruik voor 20 % bestaat uit hernieuwbare energie en de energie-efficiëntie met 20% op te krikken Inspanningen op vlak van broeikasgasemmissies in alle regio's van de samenwerkingszone om de Europese doelstellingen te behalen Op internationaal niveau dwingt het Kyotoprotocol de 33 geïndustrialiseerde landen om inspanningen te leveren om tegen 2012 minder CO2 uit te stoten. Die inspanningen werden doorvertaald op nationaal en regionaal niveau: De doelstelling voor België bestond erin om zijn uitstoot van BKG's tussen terug te schroeven met 7,5 % ten opzichte van het referentiejaar Dat streefcijfer bedroeg eveneens 7,5 % voor Wallonië en 5,2% voor Vlaanderen. Aan Franse kant bedroeg het streefcijfer voor verminderde CO2-uitstoot 0 % 17. In het kader van de Kyoto-doelstellingen na 2012 moeten we de inspanningen voortzetten en opdrijven. Het IPCC (de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering) heeft aangetoond dat het noodzakelijk is om de uitstoot van BKG's tegen 2050 met 75 % terug te schroeven. Die doelstellingen hebben geleid tot nationale en regionale maatregelen. De regio's van de samenwerkingszone stoten in totaal meer dan 200 miljoen ton BKG's per jaar uit. De regio's onderscheiden zich niet alleen door hun totale uitstoot, maar ook door de uitstoot per sector. Vlaanderen blijft op kop lopen op vlak van uitstoot van BKG's met meer dan 40 % van de totale uitstoot binnen de samenwerkingszone. In elke regio werden klimaatplannen opgesteld om de strijd aan te binden met klimaatverandering en om de Europese, nationale en regionale doelstellingen te halen. Ook al kennen bepaalde sectoren, zoals industrie en landbouw, in de meeste regio's een dalende uitstoot (daling met 17 % voor de verwerkende nijverheid en 27 % voor de landbouw in Nord-Pas de Calais tussen 1990 en 2010 bijvoorbeeld), toch blijft de uitstoot in andere sectoren voortdurend stijgen, zoals in de transportsector bijvoorbeeld (stijging met 43 % in Wallonië tussen 1990 en 2010 bijvoorbeeld). De regio's van de samenwerkingszone zouden die sectoren van dichtbij moeten opvolgen. 17 De berekening van de doelstellingen voor deze EU-landen is de resultante van de verdeling van de Europese doelstelling van -8 % tussen de lidstaten, in functie van hun milieuprestaties uit het verleden en van hun toekomstige ontwikkelingsbehoeften. De doelstelling van 0% daling voor Frankrijk geeft een stabiel niveau weer van de emissies tussen 2008 en 2012 (eerder dan een toename). 121

122 Socio-economische context van de samenwerkingszone Uitstoot van broeikasgassen per regio Uitstoot van broeikasgassen per sector VLAANDEREN WALLONIË CHAMPAGNE- ARDENNE PICARDIE % 80% 60% 40% 20% 0% 18% 23% 50% 21% 26% 11% 25% 31% 23% 23% 15% 22% 29% 21% 34% 25% 12% 18% 14% 26% Andere (afvalwerking,...) Energie/ electriciteit Landbouw Transport Gebouwen/ huisvesting NORD PAS DE CALAIS 44 Industrie miljoen ton eq. CO2 Bronnen : Schéma régional du climat, de l air et de l énergie (Nord-Pas de Calais, 2008), Tableau de bord des émissions de GES et de l énergie (Picardie, 2007), Insee (Champagne-Ardenne, 2008), IWEPS (Wallonie, 2010), Vlaanderen in cijfers (Vlaanderen, 2010) * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken In Vlaanderen werd op 20 januari 2009 het Pact 2020 ondertekend. Dit Pact omvat twintig ambitieuze en duidelijk gekwantificeerde doelstellingen. Met dit toekomstplan wil men significante vooruitgang boeken op verschillende vlakken, waaronder milieu. Punt 14 van het Pact vermeldt de doelstelling van Vlaanderen betreffende de uitstoot van BKG's: "14. [...] een verdergaande verlaging van de broeikasgasemissies conform de voor Vlaanderen vastgestelde doelstellingen in het kader van de Europese klimaatwetgeving [...]". Vlaanderen is met meer dan 80 miljoen ton CO2 (in 2010) de koploper op vlak van BKG-uitstoot binnen de samenwerkingszone. In de transportsector en de huishoudens loopt de BKG-uitstoot op. Dat is hoofdzakelijk te wijten aan het stijgende aantal woningen en aan een toename van het aantal auto s, van de gemiddelde afgelegde afstand en van het gebruik van vloeibare brandstoffen. De industrie- en energiesectoren blijven echter de grootste uitstoters. Wallonië heeft een "Plan Air-Climat" ingevoerd dat 100 concrete maatregelen bundelt om een antwoord te bieden op de klimaatuitdaging en om de luchtkwaliteit te verbeteren. De uitstoot van BKG's is al sterk gedaald in Wallonië tussen 1990 en 2005 (-21,4 %). Die daling is vooral te wijden aan een dalende uitstoot in de industrie- en energiesector. De sluiting van verschillende ijzer- en staalbedrijven, de verbeterde energie-efficiëntie, maatregelen binnen de industrie en het toenemende gebruik van aardgas en hout hebben bijgedragen tot de tendensen die we de afgelopen jaren konden waarnemen. Desalniettemin blijft de industriesector de grootste vervuiler met 34 % van de totale uitstoot van BKG's in Wallonië in Ter vergelijking: de uitstoot van de transportsector is minder hoog, maar is sinds 1990 alleen maar blijven stijgen (een toename met 43 %). In 2010 heeft Wallonië 43 miljoen ton CO2-equivalent uitgestoten. De regio Champagne-Ardenne heeft in 2007 het initiatief genomen om een regionaal klimaat-energieplan op te stellen met als doel de uitstoot van BKG's terug te schroeven en de strijd aan te binden met klimaatverandering om de doelstellingen van het Kyotoprotocol te halen: de uitstoot van BKG's tegen 2050 met 75 % terugschroeven. De regio Champagne-Ardenne heeft in ,6 miljoen ton CO2 uitgestoten, wat neerkomt op 10 ton per inwoner. Hoewel deze regio een van de kleinste uitstoters van Frankrijk is (17de plaats in Europees Frankrijk), weerspiegelt ze toch het nationale gemiddelde wat de uitstoot per inwoner betreft. In tegenstelling tot andere regio's is de transportsector de sector met de hoogste CO2 uitstoot (31% in 2008). Sinds 1990 is de uitstoot van BKG's in Nord-Pas de Calais lichtjes gedaald en bedroeg de uitstoot van CO2-equivalent 44 miljoen ton in Via het Schéma Régional du Climat de l Air et de l Energie van Nord-Pas de Calais ondernam de regio tal van acties tegen klimaatopwarming. De inzet op regionaal niveau bestaat erin om te werken aan de prioritaire sectoren inzake BKG-uitstoot. De BKG-uitstoot vloeit hoofdzakelijk voort uit de industriële sector (50% in 2008) die de resultante is van het industriële verleden van de regio. Ondanks dat aanzienlijke aandeel heeft de sector zijn uitstoot tussen 1990 en 2005 toch met 6 % kunnen terugschroeven. De huishoudens en de transportsector, hoewel ver achter de industriële sector, zijn aan een sterke opmars bezig. Picardie brengt binnenkort zijn Plan Climat-Energie Territorial uit dat als doelstelling heeft om de BKG-uitstoot aan banden te leggen. Dit plan beoogt coherent te zijn met het Schéma Régional Climat Air Energie. In 2007 stond de teller voor de BKG-uitstoot op 14,1 miljoen ton CO2-equivalent. Op nationaal niveau is Picardie verantwoordelijk voor zo'n 3 % van de Franse uitstoot. De industrie is met 29 % de sector die het meest uitstoot in de regio, daarna komen de transport-, de bouw- en de landbouwsector Opmars van de productie van hernieuwbare energie In 2010 was hernieuwbare energie in de EU-27 goed voor 12,5 % van het eindverbruik van energie. Dat percentage is tussen 2006 en 2010 aanzienlijk gestegen: van 9 % tot 12,5 %. Desalniettemin moet de Europese Unie die tendens ook voortzetten, wil ze de doelstelling van 20 % halen tegen Daartoe moet de 20 %-doelstelling worden uitgesplitst tussen de lidstaten. Frankrijk stond in 2010 op 12,9 % en tegen 2020 moet 23 % van de totale consumptie uit hernieuwbare energie bestaan. Voor België stond de teller in 2010 nog op 5,1 %. Tegen 2020 moet dat aandeel oplopen tot 13 %. Hernieuwbare energie kunnen we onderverdelen in vijf groepen: energie uit wind, water, zon, aardwarmte 18 en biomassa 19. Op het niveau van de samenwerkingszone varieert het aandeel van hernieuwbare energie ten opzichte van de totale energieproductie, net als de verdeling tussen de verschillende energiebronnen: 18 Het begrip aardwarmte of geothermische energie verwijst naar de energie afkomstig uit de warmte in de aardkorst en in de oppervlaktelagen van de aarde (dictionnaire de l environnement). 122

123 Socio-economische context van de samenwerkingszone Productie van hernieuwbare energie t.o.v. het eindgebruik van energie VLAANDEREN 3,5% WALLONIË 3,4% CHAMPAGNE- ARDENNE 14,5% PICARDIE 4,6% NORD PAS DE CALAIS 1,9% In % van het finaal electiciteitsgebruik Bron: DREAL (France, 2008), Les chiffres clés de la Wallonie (Wallonie, 2010), Vlaanderen in cijfers (Vlaanderen, 2010), * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken In Vlaanderen, waar de productie van hernieuwbare energie 3,5 % van de totale energieproductie omvat, vertegenwoordigt biomassa de belangrijkste bron van hernieuwbare energie. Dat neemt niet weg dat de installatie van zonnepanelen en windmolens het aandeel hernieuwbare energie uit die bronnen heeft opgekrikt van 17 % in 2009 naar 35 % in Voor Wallonië krijgen we een gelijkaardig beeld op vlak van productie van hernieuwbare energie (3,4 % in 2010). Net als in Vlaanderen vormt biomassa in Wallonië de belangrijkste bron van hernieuwbare energie; meer dan de helft van de hernieuwbare energie wordt op die manier geproduceerd. Het aandeel van windenergie is sinds 2009 met 67 % gestegen. Samen met waterenergie vormt het 30 % van de hernieuwbare energie in Wallonië. In 2008 kwam 14,5 % van de eindconsumptie in Champagne-Ardenne voort uit hernieuwbare energie. Daarmee behaalde de regio de beste prestatie van de samenwerkingszone. Deze regio heeft heel wat troeven voor de productie van hernieuwbare energie, dankzij de gunstige geologische en hydrogeologische ligging. Dat verklaart waarom waterkracht, goed voor 78 % van de totale opgewekte hernieuwbare energie, de primaire bron van elektriciteit in deze regio is. In 2011 produceerde Champagne-Ardenne als eerste Franse regio hernieuwbare elektriciteit. In 2008 kwam slechts 1,9 % van het totale eindverbruik van elektriciteit in Nord-Pas de Calais uit hernieuwbare energie. Door zijn omvang en natuurlijke karakteristieken, beschikt Nord-Pas de Calais niet over sterke ontwikkelkingscapaciteiten voor hydro-electriciteit maar de regio beschikt wel over bepaalde troeven voor de ontwikkeling van windenergie. Datzelfde jaar lag dat cijfer in Picardie een beetje hoger: 4,6 %. Het begrip hernieuwbare energie wordt in Picardie traditioneel geassocieerd met bioenergie, hoewel andere hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie of windenergie ook in de lift zitten. Die cijfers blijven echter vrij laag in vergelijking met de nationale en Europese doelstellingen. Hernieuwbare energie vormt slechts een klein aandeel in de energieproductie binnen de samenwerkingszone, waar gas, aardolie en steenkool nog steeds toonaangevend zijn. De regio s in de samenwerkingszone zullen inspanningen moeten leveren om te voorkomen dat de niet-hernieuwbare energiebronnen uitgeput raken en om klimaatverandering te bestrijden Energie-efficiëntie De derde doelstelling van de Europa 2020-strategie inzake energie en klimaat bestaat erin de energie-intensiteit met minstens 20 % te verminderen ten opzichte van het verwachte niveau in Het komt erop neer dat het totale energieverbruik in Europa met 368 megaton olie-equivalent (Mtoe) moet verminderen. De duurzame ontwikkeling van de samenwerkingszone impliceert een zekere energieonafhankelijkheid om de toevoer van energie veilig te stellen en prijsschommelingen in de mate van het mogelijke te beheersen. Energieonafhankelijkheid kan men op twee manieren bereiken: ofwel door de beschikbare energiebronnen in het gebied te bevorderen (zoals de hernieuwbare energie) ofwel door de energiebehoefte van consumenten af te zwakken en door de energieefficiëntie van de gebouwen te verbeteren. In dat opzicht zullen de regio's van de samenwerkingszone hun eindverbruik van energie moeten terugschroeven als ze de Europese doelstellingen willen halen. Momenteel kenmerkt de energie-efficiëntie van de samenwerkingszone zich door de volgende aspecten: 19 Het begrip biomassa-energie verwijst naar de energie afkomstig uit de gisting, de oxidatie, de chemische synthese of enzymsynthese van de biomassa (geheel van planten en dieren, evenals hiermee verbonden organisch afval) (dictionnaire de l environnement). 123

124 Socio-economische context van de samenwerkingszone Finale energieconsumptie per sector 100% 75% 50% 19% 1,0% 31% 26% 27% 29% 4% 4% 1% 43% 38% 36% 24% 11% 2% 22% Energiesector Transportsector 25% 0% 26% 28% 31% 34% 38% Landbouwsector Tertiaire huisvstingsector Industriesector Bron: Schéma régional du climat, de l air et de l énergie (Nord-Pas de Calais, 2008), Statistiques environnement développement durable (Picardie, Champagne- Ardenne, 2009), IWEPS (Wallonie, 2009), Balance énergétique VITO (Flandre, 2009) * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De energie-intensiteit van Vlaanderen ligt een pak hoger dan het Europese gemiddelde en dan de intensiteit van de andere regio's in de samenwerkingszone. Dit komt door de chemische en metaalverwerkende industrie, de intensiteit van het transport en de beperkte thermische isolatie van gebouwen in Vlaanderen. Hoewel het binnenlandse bruto-eindverbruik in 2011 met 32 % is gestegen ten opzichte van 1990 (37,65 Mtoe), was dat cijfer toch 5 % lager dan in De industrie- en de energiesector zijn de grootste verbruikers met respectievelijk 38 % en 24 % van het eindverbruik. In Wallonië is, ten gevolge van de financiële crisis van 2008, het eindverbruik van energie in 2009 afgenomen met 16 % ten opzichte van 2008 en met 13 % ten opzichte van Dat verbruik liep op tot 10,93 Mtoe in 2009, met een soortgelijke verdeling tussen de industriesector (daling met 33 % ten opzichte van 2008) en het verbruik van de huishoudens (stijging met 59 % ten opzichte van 1990). Het eindverbruik is in 2010 opnieuw gaan stijgen (+11 % ten opzichte van 2009). Dat is vooral te wijten aan een lichte economische heropleving en het toegenomen transportgebruik. De Waalse elektriciteitsproductie blijft sterk afhankelijk van kernenergie (met de drie reactoren van Tihange). In 2009 verbruikte de regio Champagne-Ardenne ongeveer 4,2 % Mtoe. De meest energieverslindende sector is de bouwsector (38 % van het totale verbruik). De industriesector, met zijn 31 % van het totale eindverbruik in 2009, volgt op de voet. Het verbruik van de transportsector is ook sterk gestegen sinds Dat is vooral te wijten aan het toegenomen (woon-werk)verkeer en wegvervoer. De landbouwsector heeft sinds 1990 zijn verbruik sterk verminderd en is nu de sector die het minst verbruikt. Met een eindverbruik van 11,8 Mtoe in 2009 hoort de regio Nord-Pas de Calais tot de meest energieverslindende regio's van Frankrijk. Dat valt te verklaren door de aanzienlijke hoeveelheid industrie, de hoge bevolkingsdichtheid en de stadsuitbreiding die bijkomend vervoer vergt. De industriële sector maakt 46 % van het eindverbruik van energie uit. Dat is te wijten aan de sterke vertegenwoordiging van de industrie en de staalindustrie in de regio. In 2005 daalde het verbruik in alle sectoren, behalve bij de consumptie van de huishoudens. Daar steeg het energieverbruik nog lichtjes. In 2005 is gas uitgegroeid tot de belangrijkste energiebron van de regio. In 2009 bereikte het eindverbruik van energie in Picardie 5,4 Mtoe. De grootste uitdaging in deze regio situeert zich in de sector van de consumptie van de huishoudens en de tertiaire sector. Die vertegenwoordigen 43 % van het energieverbruik en weerspiegelen daarmee het Franse gemiddelde. De industrieen transportsector volgen op de voet met respectievelijk 28 % en 26 %. Het is belangrijk om aan te stippen dat Picardie één van de Franse regio s is waar de woon-werkafstand het hoogst ligt. De samenwerkingszone kenmerkt zich door verschillen in energiegebruik tussen de regio's en door overeenkomsten in het aandeel van de verscheidene sectoren. De industriesector is dominant in Vlaanderen en Nord-Pas de Calais, terwijl de consumptie van de huishoudens en de tertiaire sector in Wallonië, Picardie en Champagne-Ardenne de meeste energie opslokken. De transportsector heeft de afgelopen jaren in de hele samenwerkingszone een sterke stijging gekend. Als de samenwerkingszone de nationale en Europese doelstellingen wil nakomen, zal elke regio haar energieverbruik moeten verminderen en letten op de energie-efficiëntie van haar gebouwen Industriële en natuurlijke risico's in de samenwerkingszone Wat de industriële risico's betreft, hebben de Lidstaten van de Europese Unie een richtlijn aangenomen betreffende de risico s van industriële ongevallen. Die richtlijn kwam er na het ongeval in een chemische fabriek van de Italiaanse stad Seveso in 1976 (de Seveso-richtlijn). De samenwerkingszone omvat 287 risicovolle industriële bedrijven (Seveso-sites hoge en lage drempels). Risicovolle industriële bedrijven (Seveso-sites sites hoge en lage drempels) Sites Seveso Frankrijk

125 Socio-economische context van de samenwerkingszone Champagne-Ardenne Ardenne 5 Marne 12 Picardie Aisne 15 Oise 34 Somme 15 Nord-Pas de Calais Nord Pas-de-Calais 79 België 132 Vlaanderen West-Vlaanderen 31 Oost-Vlaanderen Wallonië Namur 14 Hainaut 44 Luxembourg 6 Totaal 287 Bron : Ministère de l'écologie, du développement durable et de l'énergie (France, 2012), Schéma Régional de Cohérence Ecologique (Nord-Pas de Calais, 2012),SPW (Wallonie, 2012), LNE (Vlaanderen, 2012) Seveso-sites liggen doorgaans dicht bij agglomeraties en/of industriële centra (zoals Rijsel, Gent, Charleroi en de haven van Duinkerke) en langs bevaarbare waterwegen: Charleroi-Luik (langs de Samber en de Maas) en Charleroi-Antwerpen (kanaal Charleroi-Brussel). Omwille van hun belangrijkste industriële activiteit, beschikken de provincies van West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Henegouwen en het departement Nord over een groter aantal geklasseerde Seveso-inrichtingen dan de andere regio's van de samenwerkingszone. Dankzij bepaalde beleidsmaatregelen en de bereidheid van bepaalde industrieën om hun risico's in te perken, hebben bepaalde regio's, zoals Picardie, investeringen kunnen doorvoeren om de Seveso-sites te laten doorlichten en er de veiligheid te verhogen. Natuurlijke risico's vormen een belangrijke uitdaging in de samenwerkingszone. Overstromingen zijn het vaakst voorkomende risico wegens de verstedelijking in bepaalde overstromingsgebieden. Die risico's vertalen zich hoofdzakelijk in overstromingen van laagvlaktes, met rivieren die buiten hun oevers treden en overstromingen aan de kust. De overstromingen van laagvlaktes zijn zorgwekkend en kunnen aanzienlijke materiële schade veroorzaken wanneer de gebieden vrij lang onder water blijven staan en ze dichtbevolkt zijn. De overstromingen veroorzaken erosie, vervuiling door sedimenten en tasten de bodemrijkdom aan. Dit kan dan weer belangrijke negatieve gevolgen hebben voor de menselijke activiteiten en levens, schade berokkenen aan gebouwen en infrastructuren, en de ruimte voor landbouwgronden verminderen. De erosie werkt op onomkeerbare wijze het verlies van de bodem in de hand, wat zijn productiecapaciteit beperkt en een rol speelt in de watervervuiling, doordat er vervuilde bodemdeeltjes terechtkomen in de oppervlaktewateren. In Nord-Pas de Calais veroorzaken de Samber en haar zijrivieren, de Leie en haar zijrivieren, de Aa, de Liane en de Canche overstromingsgevaar. Aan Waalse kant werden vier knelpuntzones geïdentificeerd: de zone langs de Elnon, de Scheldevallei, de Val de Verne en de vlakte van de Haine. In Picardie zijn de belangrijkste overstromingen te wijten aan de Aisne, de Oise, en de bekkens van de Somme, de Authie en de Bresle. In Champagne-Ardenne bevinden de overstromingsgebieden van de Maas en zijn zijrivieren zich voorbij Mouzon. Ook in het geval van de Aisne en de Marne vormen de overstromingsrisico s een belangrijk gevaar. In West-Vlaanderen vormt het IJzerbekken een overstromingsgevaar. Wat de overstromingen in de polders betreft, is de regio Noordzee gevoelig aan overstromingen vanuit zee. Deze gevoeligheid is te wijten aan de stijging van het zeeniveau als gevolg van de klimaatopwarming. De gemiddelde temperatuur is in Frankrijk met +1 C gestegen sedert 1900, en de wetenschappelijke modellen schatten dat deze stijging wereldwijd gemiddeld met +2 tot 6 C zal oplopen tegen het eind van deze eeuw. De temperatuurstijging zal een thermische uitzetting van de oceanen teweegbrengen en een afsmelting van de gletsjers en poolkappen. Dit zal op zijn beurt het zeeniveau doen stijgen en dus ook de risico s op overstroming vanuit zee. Gedurende de 20ste eeuw was de klimaatopwarming in het geval van de Noordzee goed voor een jaarlijkse stijging van het zeeniveau met 1,7 mm. Vaker voorkomende regenbuien en stormen als gevolg van de klimaatopwarming zorgen voor een grotere hoeveelheid water en de natuurlijke evacuatie van dit water via de getijdencyclus is beperkt. Bovendien is de drainageinfrastructuur in sommige regio s niet aangepast aan de gevolgen van de klimaatverandering. Nord-Pas de Calais is een gevoelige regio, die een belangrijke zone telt met gronden onder het zeeniveau en met een kustzone die gekenmerkt wordt door erosie. Bijna 30 % van de Opaalkust loopt overstromingsrisico. De vlakte van maritiem Vlaanderen (aan Franse kant) is gevoelig voor overstromingen, aangezien het land er op sommige plaatsen 4 tot 5 meter onder het zeeniveau ligt. De polderzones in Vlaanderen zijn ook blootgesteld aan overstromingsrisico Bescherming van het milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de samenwerkingszone Om het milieu te beschermen en het rationele gebruik van natuurlijke hulpbronnen te bevorderen, zijn heel wat richtlijnen aangenomen op Europees niveau. Die verschaffen de Lidstaten sleutelcijfers of streefdoelen met betrekking tot thema's zoals afvalbeheer, waterbeheer, biodiversiteit en bodemvervuiling. 20 Voor Oost-Vlaanderen zijn enkel de gegevens verwerkt van de arrondisssementen die behoren tot de samenwerkingszone. 125

126 Socio-economische context van de samenwerkingszone Luchtkwaliteit: een aspect dat de landsgrenzen overstijgt Luchtkwaliteit vormt een belangrijke uitdaging wegens het grensoverschrijdende aspect ervan: een slechte luchtkwaliteit in een grensregio kan een negatieve impact hebben op de luchtkwaliteit aan de andere kant van de grens. Luchtvervuiling kan veel schade toebrengen aan de menselijke gezondheid en aan het milieu: nefaste effecten op de menselijke gezondheid, op biologische hulpbronnen en ecosystemen, klimaatverandering en geuroverlast. Hoewel bepaalde natuurlijke fenomenen een rol spelen in luchtvervuiling (de natuurlijke uitstoot van methaan bijvoorbeeld), is luchtvervuiling hoofdzakelijk te wijten aan menselijke activiteiten, zoals weg- en luchtvervoer (van goederen en personen), afval van energieproductie en -consumptie (verwarmingssystemen), industrie en landbouw. Zoals staat beschreven in het hoofdstuk over de uitstoot van broeikasgassen, hebben de regio's programma's opgezet om luchtvervuiling te voorkomen en te verminderen via regionale lucht-/klimaatplannen. Elk land heeft ook interregionale maatregelen ingevoerd. In België is er de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu IRCEL, een orgaan dat in realtime informatie verschaft over de luchtkwaliteit in België. Een netwerk van 92 stations meet voortdurend de luchtkwaliteit en de hoeveelheid vervuilende stoffen, zoals stikstofdioxide, zwevende deeltjes, zwaveldioxide en benzeen. In Vlaanderen bevinden 18 meetstations zich in de samenwerkingszone. In Wallonië zijn dat er 13. In Frankrijk verspreidt het interregionale platform ESMERALDA (EtudeS Multi RégionALes De l Atmosphère) dagelijks informatie over de luchtkwaliteit via kaarten en voorspellingen voor zes regio's in het noorden van Frankrijk: Haute-Normandie, Ile-de-France, Champagne-Ardenne, Picardie, Centre, en Nord- Pas de Calais. De luchtkwaliteit wordt gemeten op basis van een index, ATMO in Frankrijk en BELATMO in België, die in één enkel representatief getal de concentraties van verschillende vervuilende stoffen in de lucht verzamelt. Die index varieert van 1 (uitstekend) tot 10 (barslecht). De luchtkwaliteit is doorgaans minder goed in de grote steden (Lille, Gent, Charleroi), door de hoge bevolkingsdichtheid, het industriële weefsel en het uitgebreidere wegennet. De gemiddelde concentraties van bepaalde vervuilende stoffen kunnen hoger uitvallen in zones met veel wegverkeer. Dat is bijvoorbeeld het geval in Nord-Pas de Calais voor stikstofdioxide (NO2). De concentratie van andere vervuilende stoffen, zoals van de zwevende deeltjes, wordt ook bepaald door de volgende factoren: de seizoenen (meer zwevende deeltjes tijdens de warme maanden), wind (erosie, resuspensie), regen ("reiniging" van de lucht en de bodem) en de bodembedekking (vegetatie, verstedelijkte oppervlakte...). In de Europese richtlijn 1999/30/CE staat een daggrenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid die niet meer dan 35 dagen per jaar mag worden overschreden. Door frequente vervuilingspieken leven bepaalde regio's die norm momenteel niet na Afvalbeheer dringt geleidelijk aan door in de regio's van de samenwerkingszone In 2008 heeft de samenwerkingszone meer dan kiloton gemeentelijk afval geproduceerd. Dat is gemiddeld 640 kg afval per persoon per jaar. Geproduceerd afval per regio per inwoner Recyclagepercentage van afval 1000 ton kg/inwoner Afval (1000 ton) Afval per inwoner (kg) 100% 75% 50% 25% 64% 31% 53% 66% 70% 0 0 0% Bron : Eurostat (2008) Bron : Statistiques environnement développement durable (France, 2010), IWEPS (Wallonie, 2009), Mira VMM (Flandre, 2011) Nord-Pas de Calais en Vlaanderen produceren het meeste afval. In 2008 produceerden ze respectievelijk en kiloton afval. In 2008 werd in Wallonië kiloton huishoudelijk afval opgehaald. Dat cijfer ligt hoger dan dat van Picardie (1.798 kiloton). De regio Champagne-Ardenne heeft in 2008 met zijn 904 kiloton het minste afval geproduceerd binnen de samenwerkingszone. Die verschillen zijn toe te schrijven aan de bevolkingsomvang, de hoeveelheid en de soort economische activiteiten, het consumptiegedrag en het huidige beleid inzake preventie en beheer in elk van de regio's. Daarnaast is het interessant om het aantal ton afval per regio en per inwoner te bekijken. Zo kunnen we vaststellen dat de Belgische regio's de kleinste hoeveelheden afval per inwoner (473 kg/inwoner voor Wallonië en 491 kg/inwoner voor Vlaanderen in 2008) produceren. Dat is te verklaren recente plannen zoals het Plan wallon des déchets en het Vlaamse Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen. De hoeveelheid afval in 2008 liep op tot 676 kg/inwoner in Champagne-Ardenne, 865 kg/inwoner in Nord-Pas de Calais en 937 kg/inwoner in Picardie. 126

127 Socio-economische context van de samenwerkingszone Wat afvalverwerking betreft, hebben bepaalde grensoverschrijdende gebieden dankzij performante terugwinnings- en recyclagesystemen hun terugwinnings- of recyclagepercentage voor afval 21 in de afgelopen jaren kunnen opkrikken. Het recyclagepercentage voor huishoudelijk afval is het hoogst in Vlaanderen, in 2011 werd daar 70 % van het huishoudelijk afval gerecycleerd: 45 % van het afval ging naar recyclagecentra, 21 % was bestemd voor compostering of gisting, 2 % voor voorbehandeling (drogen om stoffen te scheiden) en 2 % voor hergebruik. Het recyclagepercentage lag in 2009 wat lager in Wallonië: 66 % van het gemeentelijk afval ging naar recyclage-, composterings- of biomethanisatiecentra. De terugwinningspercentages voor de Franse regio's waren lager voor Nord-Pas de Calais (64 % in 2010) en Champagne-Ardenne (52,5 % in 2010) en aanzienlijk lager voor Picardie (31 % in 2010). De regio's verwerken niet altijd zelf het afval dat ze produceren: Nord-Pas de Calais heeft in 2005 ongeveer 105 kiloton afval uitgevoerd, waarvan meer dan 70 % naar verwerkingscentra aan de andere kant van de grens, in België. In de samenwerkingszone zijn er ook verschillen in sortering van afval en selectieve afvalophaling. In bepaalde regio's zijn die praktijken al goed verankerd, terwijl andere regio s dit nog aan het invoeren zijn Het waterbeheer, een grensoverschrijdende uitdaging Dankzij de overvloedige en regelmatige regenval en de ondergrond waar zich doorgaans makkelijk waterhoudende lagen vormen, beschikt de samenwerkingszone over een aanzienlijke grondwatervoorraad. Die wordt hoofdzakelijk aangewend voor de productie en distributie van drinkwater. De kwaliteit van dat grondwater is vaak aangetast door vervuiling afkomstig van industrieel, landbouwkundig en huishoudelijk afvalwater, het overmatige gebruik van stikstofhoudende meststoffen en het gebruik van ongeschikte pesticiden. Teneinde de kwaliteit van het grondwater te verbeteren, heeft de Europese Unie een kaderrichtlijn (richtlijn 2000/60/EG) opgesteld om de waterbescherming en het waterbeheer te waarborgen. In de richtlijn ligt de nadruk op preventieve maatregelen en is een milieudoelstelling vastgelegd: ervoor zorgen dat al het water in de EU tegen 2015 in een goede ecologische en chemische staat is. Wat de bodemkwaliteit en kwaliteit van het oppervlaktewater betreft, zijn de doelstellingen van de kaderrichtlijn in de samenwerkingszone nog niet gehaald. In Champagne-Ardenne kunnen we voor slechts 17 (op de 40 aanwezige) grondwaterreservoirs in de regio hopen dat het water in kwalitatief goede staat zal zijn tegen Voor de 23 overige waterreservoirs is de termijn uitgesteld tot 2021 of In Vlaanderen bevond geen enkele van de 202 oppervlaktewaterreservoirs zich in (potentieel) goede ecologische staat tussen en minder dan de helft bevond zich in goede chemische staat. Voor het bekken Artois-Picardie zijn de doelstellingen van maximum 40 en 50mg/l nitraatgehalte slechts voor 23 punten op 117 behaald voor de ondergrondse watermassa s in Voor oppervlaktewater overschrijden 6 watermassa s op 30 met 6 punten de maximumwaarde van 40mg/l en bevinden ze zich hiermee in het 90ste percentiel. De globale analyse van het bekken wijst op een langzame en algemene toename van de nitraatgehaltes in het ondergrondse water en op sterk afwisselende concentraties ervan in het oppervlaktewater (zonder noemenswaardige evolutie).in Wallonië is 60 % van het grondwater in goede staat (op 33 grondwaterreservoirs), voornamelijk in het zuiden van de regio. Tegen 2015 zal de verwachte verbetering komen van drie grondwaterreservoirs in de stroomgebiedsdistricten van de Maas en de Schelde. Wat de oppervlaktewateren betreft, is 32% in goede staat (op 354 grondwaterreservoirs). De grondwaterreservoirs in slechte staat bevinden zich in zones waar de druk van de menselijke activiteiten op de wateren veel groter is (intensieve landbouw, dichtbevolkt woongebied en sterk geconcentreerde industriële activiteiten). Het is de bedoeling om tegen 2015 een verbetering vast te stellen voor de stroomgebiedsdistricten van de Maas, de Rijn en de Seine, terwijl de verbetering voor de Schelde na 2015 moet volgen. De ontwikkeling van menselijke activiteiten heeft het watermilieu in belangrijke mate gewijzigd en op de proef gesteld. Een goed waterbeheer is daarom belangrijk om te waken over de kwaliteit, de toegankelijkheid en de hoeveelheid water. Op het niveau van samenwerkingszones zien we: Wat het waterverbruik en -beheer betreft, bengelt de samenwerkingszone onder het Europese gemiddelde van ongeveer 265 liter per inwoner per dag. In Wallonië daalt het gemiddelde verbruik van leidingwater sinds 2004: in 2010 bedroeg het verbruik nog 126 liter per inwoner en per dag, tegenover 134,4 liter in In Vlaanderen is het verbruik van leidingwater tussen 2000 en 2010 langzaam gedaald met ongeveer 5 %. In Nord-Pas de Calais is het verbruik constant gebleven. In 2003 bedroeg het ongeveer 120 liter per inwoner. Op het vlak van de gezamenlijke afvalwaterverwerking, is de capaciteit van Wallonië verdubbeld sinds 2000, toen de Société publique de gestion de l eau (SPGE) werd opgericht. In 2009 bedroeg de capaciteit ongeveer 3,5 miljoen per inwoner. Dat cijfer blijft echter ontoereikend in vergelijking met de Europese richtlijnen. Op basis daarvan kunnen de Waalse zuiveringsstations slechts 80 % verwerken van het eigenlijke streefcijfer, dat in 2005 al moest gehaald zijn om de verplichtingen van richtlijn 91/271/EEG na te komen. In 2007 telde Nord-Pas de Calais 333 zuiveringsstations voor een capaciteit van 6,3 miljoen inwoners. Het beheer van rivieren en hun waterkwaliteit is een ander belangrijk element om rekening mee te houden bij grensoverschrijdende samenwerking. Het doel is om samenwerkingsprojecten op te zetten om het gemeenschappelijk patrimonium te behouden en te verbeteren. In dit kader kunnen we volgende voorbeelden aanstippen: Voor het bekken Semois/Semoy werd een beheersplan opgesteld. Het doel van dit plan was het koppelen van de verschillende actoren die betrokken zijn bij het beheer van vis, het behoud van de waterbiotoop en het onderhouden van het natuurlijke erfgoed. Dit project is ontstaan uit een gemeenschappelijke wens van de grensoverschrijdende partners om het ecologische erfgoed Basin Semois-Semoy te behouden. Na de overstromingen in 1993 en 1995 hebben de regio s Champagne-Ardenne en Lorraine, de departementen Ardennes, Haute-Marne, Meuse en Vosges in 1996 een preventieplan opgesteld tegen overstromingen: het Etablissement Public d Aménagement de la Meuse et de ses Affluents, kortweg EPAMA. Het oorspronkelijke doel was om voor de Maas een volledige studie te maken van de modellering van de waterdoorstroming bij hoogwater. Het EPAMA bevordert het overleg tussen de verschillende spelers om zo op kwantitatieve en kwalitatieve wijze een globaal beheer van de rivier mogelijk te maken. 21 De terugwinning of recyclage van afval (ongeacht het soort afval) is een werkwijze die toelaat het afval te hergebruiken, hoofdzakelijk door het te recycleren, composteren, methaniseren, regenereren of te verbranden met energieterugwinning. In tegenstelling hiermee bestaan ook circuits voor afvalverwijdering zonder terugwinning of recyclage, namelijk verbranding zonder energieterugwinning of stockage in opslaginstallaties (Insee). 127

128 Socio-economische context van de samenwerkingszone Verschillen tussen de regio's op het vlak van bodemvervuiling en bodemsanering De industriële activiteiten die tot het begin van de 20ste eeuw hebben bijgedragen tot de industriële bloei van de Europese regio's (cokesfabrieken, metaalnijverheid, kolenmijnen...) hebben talrijke vervuilde (zware metalen, cyaniden...) sites achtergelaten. Die vormen vandaag niet alleen een risico voor het milieu en de gezondheid, maar zetten een rem op de economische heropleving van de grensoverschrijdende samenwerkingszone. De sanering van de sites is van primordiaal belang. Vanuit die invalshoek heeft de EU in 2007 een ontwerpkaderrichtlijn aangenomen over bodembescherming, doorgaans de "Bodemrichtlijn" genoemd, teneinde een eerste Europees kader te scheppen om tegen de bodemregressie en -degradatie te strijden op Europese schaal. Enerzijds staan in die richtlijn gemeenschappelijke doelstellingen voor bodembescherming, maar anderzijds is er een grote flexibiliteit voor de Lidstaten in de manier waarop men deze doelstellingen wil bereiken. Inventaris van vervuilde sites in de samenwerkingszone Sites geclassificeerd als verontreinigd of potentieel verontreinigd Source: Insee Bron : Insee ( ) Bron : Eurostat, 2008 Wat betreft bodemsanering zien we grote verschillen tussen de verschillende gebieden in de samenwerkingszone: Het Vlaamse Gewest was de eerste regio in Europa die beschikte over een specifiek wetgevend instrument (decreet sinds 1995) met betrekking tot de bodemproblematiek. Daarmee is die regio wereldwijd een voorbeeld van doeltreffend bodembeheer. In 2009 trad ook in Wallonië een decreet inzake het bodembeheer in werking. Aan Franse kant bestaat er geen enkele specifieke tekst met betrekking tot de problematiek van de vervuilde sites en bodems. Wat de inventaris betreft van de potentieel vervuilde sites, variëren de gegevens al naargelang van de informatiebron en is het moeilijk om vergelijkbare gegevens te verzamelen over de verschillende regio s. De inventarissen zijn gedetailleerder voor de regio's (zoals Vlaanderen) die al jaren over reglementaire instrumenten beschikken, waardoor de vervuilde sites precies zijn geïdentificeerd. In die regio stonden er volgens de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) in sites geïnventariseerd als vervuild. Volgens Eurostat bedroeg dit aantal Volgens deze laatste bron telde Oost-Vlaanderen verontreinigde of potentieel verontreinigde sites in 2008, en West-Vlaanderen Aan Franse kant bedroeg het aantal verontreinigde of potentieel verontreinigde sites in Nord-Pas de Calais is de Franse regio met het hoogste aantal vervuilde sites, namelijk 565, wat overeenkomt met 11,6 % van het totale aantal vervuilde sites in Frankrijk. Dat het cijfer zo hoog is, heeft te maken met het industriële verleden van de regio, meer bepaald de mijnontginning. Picardie en Champagne-Ardenne tellen respectievelijk 209 en 193 vervuilde sites. Het belangrijke verschil tussen het aantal verontreinigde of potentieel verontreinigde sites in Vlaanderen en in Frankrijk vloeit hoofdzakelijk voort uit het feit dat het identificatieproces van de sites niet overal in dezelfde mate gevorderd is. Zoals reeds vermeld, beschikt Vlaanderen momenteel over een gedetailleerdere inventaris. In de samenwerkingszone liggen de vervuilde sites gegroepeerd rond industriële gebieden: Gent, Rijsel, Roubaix, Valenciennes, Bergen en Charleroi De oprichting van het Natura 2000-netwerk, van natuurparken en andere initiatieven om verlies van biodiversiteit tegen te gaan Als antwoord op het verlies van de biodiversiteit, heeft de Europese Unie een ecologisch netwerk opgericht, Natura Het is bedoeld om de natuurlijke habitat en de bedreigde dier- en plantensoorten te beschermen. Dat netwerk vloeit voort uit twee Europese richtlijnen: de "Vogelrichtlijn", die speciale beschermingszones opricht voor het behoud van de vogelstand en de "Habitatrichtlijn" die speciale beschermingszones opricht voor natuurlijke habitats en habitats van soorten. De samenwerkingszone heeft een diversiteit van landschappen en omgevingen met een rijke biodiversiteit. Die biodiversiteit gaat er sterk 128

129 Socio-economische context van de samenwerkingszone op achteruit en talloze soorten zijn met uitsterven bedreigd onder druk van menselijke activiteiten zoals toerisme, industrieel en huishoudelijk afval, verstedelijking, landbouwpraktijken... De samenwerkingszone herbergt 493 Natura-sites die zich uitstrekken over km². Oppervlakte van Natura 2000 gebieden Natura 2000-sites km² % van de gebiedoppervlakte 14,00% 12,00% 10,00% 8,00% 6,00% 4,00% 2,00% 0,00% Oppervlakte van de Natura 2000 gebieden % van Natura 2000 gebieden t.o.v de totale oppervlakte in de regio Aantal NATURA 2000 sites NORD-PAS-DE - CALAIS 42 PICARDIE 48 CHAMPAGNE- ARDENNE 101 WALLONIË 240 VLAANDEREN 62 Bron : Statistiques environnementales développement durable (France, 2012), SPW (Wallonie, 2009), Natura 2000 in Vlaanderen (Vlaanderen) * de granulariteit is gebaseerd op de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken Bron : Statistiques environnementales développement durable (France, 2012), SPW (Wallonie, 2009), Sociaaleconomische analyse Studiedienst van de Vlaamse Regering (Flandre, 2012) Wallonië begon vanaf 2001 de twee Europese richtlijnen toe te passen en selecteerde 240 sites die tot het netwerk zullen behoren. Dit stemt ongeveer overeen met 13% van het gebied. Sinds 2005 brengen specialisten de biotopen in kaart, inventariseren ze de soorten en beoordelen ze de milieukwaliteit in de 240 geïdentificeerde sites. Zo beogen ze de nodige informatie te verkrijgen om de doelstellingen tot natuurbehoud te bepalen, de sites dagelijks te beheren en de beschermingsmaatregelen op te stellen. In Vlaanderen zijn 24 beschermde gebieden (onder de Vogelrichtlijn) en 38 beschermde gebieden (onder de Habitatrichtlijn) geselecteerd om deel uit te maken van het Natura 2000-netwerk. Aan Franse kant telt Nord-Pas de Calais 32 beschermde natuurgebieden onder de habitatrichtlijn en 10 beschermde gebieden voor het behoud van de vogelstand. Slechts 2,7 % van deze regio maakt deel uit van Natura 2000 en daarmee hoort ze bij de laagste percentages op nationaal niveau. Dat komt omdat er weinig natuurgebieden zijn en de menselijke activiteiten er veel druk op het milieu zetten. Picardie zit met 48 Natura 2000-sites (goed voor 918 km² of 4,7 % van de regio) dicht in de buurt van Nord-Pas de Calais. De regio Champagne-Ardenne onderscheidt zich van de andere Franse regio's: meer dan 12 % van het gebied, km², behoort tot het Natura 2000-netwerk. In de regio zijn 86 sites geklasseerd als beschermde gebieden onder de Vogelrichtlijn en 15 bescherme natuurgebieden voor de Habitatrichtlijn. Er bestaan ook andere initiatieven om de biodiversiteit en de natuurlijke hulpbronnen te beschermen, met name via nationale en lokale beleidslijnen ter bescherming van natuurgebieden. In Frankrijk zijn de Parcs naturels regionaux, de regionale natuurparken, opgericht om grote, bewoonde landelijke gebieden te beschermen en optimaal te beheren. De gebieden die geclassificeerd staan als Park naturel régional zijn hoofdzakelijk landelijk van aard met landschappen, natuurlijke omgevingen en cultureel erfgoed van hoge kwaliteit, maar met een fragiel evenwicht. Frankrijk telt 48 dergelijke regionale natuurparken, waarvan vier in de samenwerkingszone: het Parc naturel régional des Caps Marais d Opale, het Parc naturel régional Scarpe-Escaut, het Parc naturel régional de l Avesnois en het Parc naturel régional des Ardennes. Drie van die parken liggen langs de Frans-Belgische grens. In België wordt een natuurpark gedefinieerd als een gebied met een sterk landelijk karakter dat opmerkelijke landschappen telt en een nog aanzienlijke en gediversifieerde fauna en flora bevat. De rol van het natuurpark bestaat erin het (natuurlijke, culturele en onroerende) erfgoed te beschermen en tegelijk ook het welzijn van de bevolking en de economische ontwikkeling van de regio te garanderen. Wallonië telt negen natuurparken, waarvan er zeven in de samenwerkingszone liggen: het Parc naturel du Pays des Collines, het Parc naturel des Plaines de l Escaut, het Parc naturel des Hauts-Pays, het Parc naturel Viroin-Hermeton, het Parc naturel des Deux Ourthes, het Parc naturel Haute-Sûre Forêt d Anlier en het Parc naturel de la Vallée de l Attert. Drie ervan liggen langs de Frans-Belgische grens. Het Parc naturel transfrontalier du Hainaut of het Grensoverschrijdende natuurpark van Henegouwen brengt twee gebieden met vergelijkbare geografische kenmerken samen, namelijk het Parc naturel régional Scarpe-Escaut in Frankrijk en het Parc naturel des Plaines de l Escaut in België. Momenteel overweegt het grensoverschrijdende natuurpark van Henegouwen de mogelijkheid om zich een eigen juridische structuur toe te kennen. In Frankrijk wijst het groen-blauwe netwerk ( trame verte et bleue ) op een duurzame tool voor ruimtelijke ordening van het gebied (maatregel van het Grenelle Environnement, het Franse initiatief voor duurzame ontwikkeling) die de achteruitgang van de biodiversiteit wil tegengaan door de ecologische continuïteit te behouden en herstellen. Dat netwerk bestaat uit alle landelijke en watergebonden ecologische corridors die geïdentificeerd zijn in de regionale plannen voor ecologische coherentie en in staatsdocumenten, de overheden van het gebied en hun groepering. Het wil bijdragen aan de instandhouding van de natuurlijke habitats en soorten en aan de goede ecologische staat van de waterbekkens om de dier- en plantensoorten te behouden. Er bestaan andere lokale initiatieven om het natuurlijke patrimonium van de samenwerkingszone te beschermen en valoriseren die sterk bedreigd wordt door de evolutie van onze huidige levenswijzen. De Conservatoires d espaces naturels van Champagne-Ardenne, Nord-Pas de Calais en Picardie organiseren activiteiten voor het behoud, beheer en de sensibilisering, om de achteruitgang van de natuurlijke milieus en bijgevolg ook de verdwijning van dier- en plantensoorten tegen te gaan. Het natuurlijke patrimonium en de landschappen van de samenwerkingszone, zoals de Ardennen bijvoorbeeld, vertegenwoordigen een essentiële troef die absoluut moet worden behouden en gevaloriseerd. 129

130 Socio-economische context van de samenwerkingszone Duurzaam transport en netwerkinfrastructuur in de samenwerkingszone De zone wordt doorkruist door grote Europese transportassen De samenwerkingszone is uitstekend gelegen in het centrum van het Europese autowegen- en spoorwegnet. Parijs, Keulen, Frankfurt en Amsterdam liggen allemaal op vergelijkbare afstand; een economische troef die nog versterkt wordt door de afwezigheid van natuurlijke grenzen (bergen, wouden, stromen). Waterwegen en havens De samenwerkingszone wordt gekenmerkt door een uitgebreid waterwegennet, vooral in België. Het noorden van België bezit een uitgebreid netwerk van kanalen die geschikt zijn voor grote schepen (>1000 t) en middelgrote schepen [400t t]. Deze kanalen verbinden de belangrijkste steden van Vlaanderen en het noorden van Wallonië. Er zijn rivierhavens in Charleroi, Namen en La Louvière. In de provincie Luxemburg is er daarentegen geen enkel kanaal waarop goederenvervoer mogelijk is. In Frankrijk is het waterwegennet minder dicht dan in België. Het aandeel van de waterwegen die toegankelijk zijn voor grote en middelgrote schepen is er kleiner; de meeste waterwegen zijn alleen geschikt voor kleine schepen (< 400t). In Nord-Pas de Calais is er evenwel het kanaal Duinkerke-Schelde, een van de weinige kanalen die toegankelijk zijn voor middelgrote schepen. Picardie wordt doorkruist door de Oise, die Parijs met het noorden van Frankrijk verbindt, en wordt gekenmerkt door een dicht waterwegennet geschikt voor kleine schepen. Bovendien loopt er in Picardie van noord tot zuid het Canal du Nord, dat toegankelijk is voor middelgrote schepen. Voor dit kanaal bestaat een uitbreidingsproject in het kader van het kanaal Seine - Noord-Europa (zie hieronder). Champagne-Ardenne ten slotte wordt gekenmerkt door een beperkt netwerk en waterwegen die alleen kleine schepen aankunnen. Het geplande kanaal Seine - Noord-Europa wil een verbinding voor grote schepen realiseren tussen de Oise en het kanaal Duinkerke-Schelde om de rivierverbinding tussen het Seine- en het Scheldebekken te verbeteren. Deze nieuwe waterweg met een lengte van 106 km tussen Picardie en Nord-Pas de Calais zal Compiègne verbinden met Aubencheul-au-Bas. De doelstellingen en verwachte resultaten van het project zijn de volgende: Het Seine- en Scheldebekken worden momenteel verbonden door het Canal du Nord. Maar door zijn lage transportcapaciteit vormt dit Canal du Nord een flessenhals die de riviervaart en het verkeer van grote schepen beperkt. Het kanaal Seine - Noord-Europa zal schepen met een vracht tot ton aankunnen. Volgens de vooruitzichten zal het transport op jaarbasis hierdoor kunnen stijgen van 4 miljoen ton in 2000 tot 13 miljoen ton in Deze toename van de riviervaart zal nog in de hand gewerkt worden door de creatie van 4 nieuwe multimodale platformen die de ontwikkeling van multimodale logistieke en industriële activiteiten bevorderen. Het goederentransport over de weg kan dan vervangen worden door goederentransport via de binnenvaart, wat het wegverkeer en de bijbehorende vervuiling zal verminderen, evenals de uitstoot van broeikasgassen per vervoerde ton. Dit project wil eveneens de rivieren opwaarderen via de ecologische versterking van de oevers, de ontwikkeling van fauna en flora, enz. Wat de werkgelegenheid betreft, gaat men ervan uit dat dit project tot de creatie van tot nieuwe banen zal leiden. Recente evoluties hebben de haalbaarheid van dit project echter opnieuw ter discussie gesteld. In 2009 werd de aanbestedingsprocedure ingezet voor een partnerschapsovereenkomst voor de realisatie en exploitatie van het project. Aanvankelijk werden de kosten van het project op 4,2 miljard euro geraamd. De Europese Commissie zou hiervan 333 miljoen euro financieren, de Franse staat en overheden elk 1 miljard euro, en de privésector zou de resterende 1,66 miljard euro voor zijn rekening nemen. In een recente analyse van de financiële haalbaarheid van het project, die in maart 2013 bekendgemaakt werd, werden de huidige kosten op meer dan 7 miljard euro geraamd. Op basis van deze conclusies heeft de onderminister van Transport beslist de aanbestedingsprocedure voor de partnerschapsovereenkomst stop te zetten, de technische aspecten van het dossier nog eens volledig door te lichten, en een nieuw opzet uit te tekenen voor het project, dat op 1 september 2014 voorgesteld moet worden aan de Europese Commissie met het oog op Europese financiering die tot 30 % van de investeringskosten zou kunnen dekken. 22 Dit hoofdstuk werd in de ruimtelijke en milieudynamiek opgenomen vanwege zijn duurzaam karakter dat nauw verbonden is met de doelstelling om BKG s terug te schroeven en de aanpassing aan de klimaatsveranderingen. Transport is een transversaal thema voor alle dynamieken. 130

131 Socio-economische context van de samenwerkingszone Waterwegennet in de samenwerkingszone Bron: Service public de Wallonie, Direction Générale opérationnelle de la mobilité et des Voies hydrauliques (2009) De samenwerkingszone beschikt over middelgrote havens op wereldniveau. Hoewel de grootste havens, zoals die van Antwerpen, geen deel uitmaken van het betrokken gebied, zijn de havens van Duinkerke, Brugge-Zeebrugge en Calais belangrijke spelers in het goederenvervoer, waarbij elke haven jaarlijks meer dan 40 miljoen ton getransporteerde goederen voor zijn rekening neemt. De haven van Calais is eveneens een grote speler in het personenvervoer. Met 11,5 miljoen passagiers in 2007 was ze de op een na belangrijkste haven voor personenvervoer ter wereld. Oostende en Boulogne hebben ook een kleinere zeehaven: op jaarbasis worden hier respectievelijk iets minder dan 10 miljoen ton en 1,7 miljoen ton per jaar verscheept. Hoewel de stad Gent niet rechtstreeks verbonden is met de zee, is het toch een belangrijke zeehaven in België met een volume van ongeveer 25 miljoen ton per jaar. Wegeninfrastructuur De samenwerkingszone beschikt over een dicht wegennet rond en tussen de grote stedelijke polen van de zone, en profiteert van de grote Europese assen tussen Antwerpen, Brussel en Parijs. Na Nederland heeft België het dichtste autowegennet ter wereld, met vier types grote assen. In de eerste plaats de radiale snelwegen in stervorm vanuit de drie agglomeraties Brussel, Luik en Antwerpen. Ten tweede de secundaire wegen die twee steden of twee belangrijke snelwegen met elkaar verbinden. Ten derde de kortere lokale wegen die de steden verbinden met bepaalde grotere autowegen. Het vierde type grote assen ten slotte zijn de ringwegen, te vergelijken met de Franse périphériques. Ze bestaan rond de voornaamste Belgische steden. De regio Nord-Pas de Calais beschikt over een relatief dicht wegennetwerk (51 km snelweg per km 2 ), dat het gebied van noord tot zuid verbindt via Rijsel en de kust, evenals van oost tot west via Rijsel. Dat wegennetwerk verbindt ook de steden van het voormalige mijnbouwbekken met elkaar. Het wegennetwerk van Picardie vertoont een gematigde dichtheid (28 km snelweg per km 2 ), met van noord naar zuid de snelwegen A1, A2, A16 en A28, en van oost naar west de A29, de A26 en de A4. Champagne-Ardenne heeft een wegennetwerk met een lagere dichtheid dan de andere regio's (20 km snelweg per km 2 ). Champagne-Ardenne wordt van noord naar zuid doorkruist door de snelwegen A34 en A26 en van oost naar west door de A4. Het departement Ardennes is het enige departement aan Franse zijde waar slechts één snelweg doorheen loopt. Vanuit grensoverschrijdend oogpunt zijn er vier snelwegen die de Frans-Belgische grens doorkruisen: de A16-E40 verbindt Duinkerke met Veurne, twee snelwegen verbinden Rijsel met Doornik (A27-E42) en Rijsel met Kortrijk (A22-E17), en de A2-E19 verbindt Valenciennes met Bergen. De verkeersstromen zijn geconcentreerd rond de werkgelegenheidspolen van de grensstreek. Er is bijzonder veel verkeer in Rijsel en binnen de driehoek Brussel-Gent-Antwerpen: De grote Belgische verkeersassen in de samenwerkingszone telden in 2006 gemiddeld tot voertuigen per dag. Ten zuiden van Rijsel overtrof het gemiddeld aantal voertuigen op de A1 in voertuigen per dag, en zorgde voor grote fileproblemen. 131

132 Socio-economische context van de samenwerkingszone Tot slot is het vrachtverkeer veel sterker aanwezig op de snelwegen richting havens en op de A1, die een echte corridor vormt tussen Noord- en Zuid- Europa. Spoorinfrastructuur Aan Belgische kant is het spoornetwerk in stervorm gestructureerd rond de drie grote stations van Brussel (Brussel-Zuid, Brussel-Centraal en Brussel- Noord), waar het spoorvervoer in België in ruime mate geconcentreerd is. Hoewel Brussel geen deel uitmaakt van de samenwerkingszone, leidt deze structuur tot een reeks grote Belgische stations (Gent met meer dan reizigers per dag) en middelgrote stations (Brugge, Kortrijk, Bergen, Charleroi en Namen) in de samenwerkingszone. De provincie Luxemburg wordt daarentegen minder goed bediend. In Nord-Pas de Calais zien we eenzelfde structuur in stervorm rond Rijsel, waar de stromen van Nord-Pas de Calais en meer bepaald van de steden Roubaix, Tourcoing, Valenciennes, Douai, Lens en Arras geconcentreerd zijn. Picardie beschikt op zijn grondgebied over het TGV-station Haute-Picardie. Dit station is niet bestemd voor het radiale verkeer, maar eerder voor de verbindingen tussen provincies. Een belangrijk project voor het spoorvervoer in Picardie is de lijn Roissy-Picardie, die de hogesnelheidslijn Interconnexion Est zou verbinden met de klassieke lijn Parijs-Creil-Amiens. Dit zou rechtstreeks toegang geven tot de hogesnelheidslijnen vanuit Creil via Amiens. De twee departementen van Champagne-Ardenne worden gekenmerkt door een spoornetwerk dat de voornaamste steden van het gebied (Charleville- Mézières, Reims, Châlons-en-Champagne en Epernay) met elkaar verbindt. In het departement Marne loopt van oost naar west de hogesnelheidslijn Est Européenne en van noord naar zuid het netwerk TransChampagneArdenne.Tot slot werden vijf investeringsassen opgenomen in het Contrat de Plan om de spoorinfrastructuur van de regio te verbeteren. De belangrijkste spoorwegen zijn geconcentreerd rond en tussen de grote stedelijke ruimtes van deze zone. Ook de Europese hogesnelheidslijnen tussen Brussel, Parijs, Londen, Antwerpen, Amsterdam, Luik en Keulen doorkruisen dit gebied. Afgezien van de grote Europese assen blijven de grensoverschrijdende stromen in het spoorvervoer geconcentreerd in de grensoverschrijdende stedelijke zone Rijsel-Kortrijk-Doornik, en in mindere mate in de zone Valenciennes-Maubeuge-Bergen-Charleroi. De spoorinfrastructuur wordt sterk getekend door het grenseffect. Dit is toe te schrijven aan de historisch verschillende ontwikkelingsstrategieën van de NMBS en de SNCF, wat tot slecht op elkaar aansluitende netwerken heeft geleid en tot verschillende technische en veiligheidsnormen. Luchthaveninfrastructuur De samenwerkingszone beschikt over meerdere belangrijke luchthavens Er zijn luchthavens in Oostende, Charleroi, Rijsel, Châlons-en-Champagne, Wevelgem en Beauvais. De luchthavens van Charleroi en Beauvais zijn belangrijke actoren in het personenvervoer via de lagekostenmaatschappijen. In Picardie is de luchthaven van Beauvais met meer dan 3,6 miljoen passagiers op jaarbasis de negende meest bezochte luchthaven in Frankrijk. Het vervoer dat vooral op het buitenland gericht is, wordt verzekerd door lagekostenmaatschappijen (voornamelijk Ryanair). In Nord-Pas de Calais staat de luchthaven van Rijsel met 1,1 miljoen passagiers per jaar op de 13 e plaats in Frankrijk. In Champagne-Ardenne verwerkte de luchthaven van Vatry, de nieuwe basis in Parijs voor Ryanair, in 2012 in totaal passagiers (een sterk stijgend cijfer). Het goederenvervoer is sinds 2009 daarentegen sterk gedaald tot nog slechts ton in 2010 (tegenover ton in 2008) wegens het vertrek van de maatschappijen Avient en in mindere mate DHL. In Vlaanderen heeft de luchthaven van Oostende in 2012 iets meer dan ton aan vracht vervoerd en iets meer dan passagiers. In Wallonië nam de luchthaven van Charleroi in 2011 meer dan 6,5 miljoen passagiers voor zijn rekening, waarvan 83 % voor de maatschappij Ryanair. Het is de tweede grootste luchthaven voor personenvervoer in België. Multimodaliteit Multimodaliteit betekent dat men op eenzelfde plaats over meerdere vervoermiddelen beschikt. Dankzij multimodale platformen kan het goederen- en personenvervoer geoptimaliseerd worden door in elke situatie voor het interessantste vervoersmiddel te kiezen. Zo zijn alle havens, stations en luchthavens multimodale platformen. Toch geven we hieronder de meest relevante infrastructuren en kenmerken per regio: Nord-Pas de Calais beschikt over heel goede infrastructuur die multimodaliteit mogelijk maakt: o o o Het trimodale platform Delta 3 van Dourges. Dit bevindt zich op 20 km ten zuiden van Rijsel en strekt zich uit over meer dan 300 hectare. Het beschikt over een terminal voor gecombineerd vervoer spoor/weg/waterweg onder beheer van de LDCT (Lille Dourges Conteneur Terminal). Dit platform is uitstekend gelegen door de nabijheid van grote Franse en Belgische havens en grote Europese wegenassen (kruising van de snelwegen A1 en A21). Een groot aantal transport- en logistieke vestigingen in Rijsel, Lens, Douai, Valenciennes, Calais en Duinkerke. Als ten slotte het project Seine - Noord-Europa uiteindelijk gerealiseerd wordt, zal de logistieke attractiviteit van de regio nog verhogen en zullen er nieuwe multimodale platformen van aanzienlijke omvang nodig zijn. De ontwikkeling van vier platformen wordt onderzocht: in Cambrai-Marquion, Péronne-Haute-Picardie, Nesle en Noyonnais. 132

133 Socio-economische context van de samenwerkingszone In Champagne-Ardenne beschikt de luchthaven van Vatry over een logistieke zone van meer dan 400 hectare. Deze maakt luchtverkeer mogelijk evenals verkeer over de weg via de snelwegen A26 en A4 en spoorverkeer door een rechtstreekse aansluiting. Nochtans heeft de sterke daling van het luchtvervoer van vracht door de luchthaven sinds 2009 ook een grote invloed op het volume dat via de andere middelen vervoerd wordt. In Picardie is het voornaamste multimodale platform voor personenvervoer de luchthaven van Beauvais. Deze luchthaven is niet alleen een belangrijke speler in het luchtvervoer van passagiers, maar is bovendien aangesloten op de wegenassen A16 en RN1 vanuit Parijs en op de RN31 vanuit Rouen of Reims en op het spoornetwerk dankzij het station van Beauvais. Picardie beschikt eveneens over belangrijke multimodale platformen voor vrachtvervoer, die verbonden zijn met het Canal du Nord. In Wallonië kunnen twee logistieke zones met een oppervlakte van meer dan 50 hectare als multimodale platformen gekwalificeerd worden: o o o Garocentre - La Louvière: deze trimodale infrastructuur met een oppervlakte van 178 hectare in de provincie Henegouwen beschikt over een aansluiting op het Canal du Centre en bevindt zich in de buurt van de E42 en de E19. De vervoermodi waarover het platform beschikt, zijn de weg, het spoor en de waterweg. Athus - Pôle Européen de Développement (PED): deze trimodale infrastructuur met een oppervlakte van 107 hectare in de provincie Luxemburg combineert drie vervoersmodi: het spoor, de weg en in mindere mate het luchtvervoer. Het spoorvervoer wordt mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van een station ter plaatse. De grote wegenassen in de buurt zijn de E411 en de N81. Deze infrastructuur bevindt zich ten slotte heel dicht bij de luchthaven van Luxemburg. Ardennes Logistics (Neufchâteau): deze bimodale infrastructuur met een oppervlakte van 80 hectare in de provincie Luxemburg combineert twee vervoersmodi: het spoor en de weg. Het spoorvervoer wordt mogelijk gemaakt door de nabijheid van de spoorlijnen 162 en 165. De grote nabijgelegen wegenassen zijn de E411 en de E25. West-Vlaanderen heeft belangrijke logistieke activiteiten. De regio profiteert van de nabijheid van productie en distributie gebieden en de aansluiting op internationale routes. o o o Op dit moment, zijn de bestaande logistieke platformen in West-Vlaanderen: het centrum van het internationale transport LAR (Lauwe, Aalbeke, Rekkem), Port of Zeebrugge, Haven van Oostende, Container Terminal Avelgem, Rivier Terminal Wielsbeke en logistiek platform Roeselare- Izegem. Onder impuls van het logistieke overlegplatform Westpoort, is de provincie aan het onderzoeken welke nieuwe multimodale platforms mogelijk kunnen zijn (bijvoorbeeld in de regio Roeselare). Het eerste provinciale ankerpunt logistiek in Vlaanderen werd ingehuldigd in Zeebrugge in Dit platform is ontworpen om bedrijven te helpen oplossingen te vinden voor hun logistieke problemen. Het centrum streeft ernaar om zoveel gecombineerd transport over de weg, het spoor en de waterwegen mogelijk te maken. In het algemeen heeft de zone heeft met twee tegengestelde problemen te kampen, die de heterogene situatie op het vlak van logistieke infrastructuur onderstrepen: De modernisering van de verbindingen per spoor en over water en de uitbreiding en optimalisering van de intermodaliteit zijn grote uitdagingen voor de bijzonder dichtbevolkte gebieden; denken we maar aan assen zoals de autosnelweg A22-E17, die te kampen hebben met files door het woon-werkverkeer tussen Rijsel, Kortrijk en Gent. In dit verband moet verder onderzocht worden hoe zonder meerkosten een grensoverschrijdend vervoersaanbod kan worden uitgewerkt dat aangepast is aan de mobiliteit van de bevolking. De ontwikkeling van logistieke infrastructuur in bepaalde gebieden, die vandaag nog ingesloten zijn. De landelijke gebieden worden specifiek getroffen als doorgangsgebieden. De economische dynamiek wordt er ook belemmerd door het gebrek aan grensoverschrijdende infrastructuur: zo is er van Charleroi tot Virton geen enkele grensoverschrijdende as (noch via het spoor, noch via de autoweg) die uitwisselingen mogelijk maakt. In dit opzicht vormt de sluiting van de grensoverschrijdende spoorlijn Charleville-Mézières/Givet-Dinant in de Ardennen een fysieke bevestiging van de institutionele grens, die de culturele en toeristische economie van de zone afremt. In tegenstelling, de westelijke tak van de "Y Ardennen" (uitbreiding van de A34 snelweg Charleville - Mezières in België),die gerealiseerd zullen zijn in 2014, zal bijdragen aan de ontsluiting van het gebied. Gezien deze twee problemen zijn de mogelijkheden die de digitale ontwikkeling biedt als alternatief voor verplaatsingen van essentieel belang, met als basis een ICT-netwerk waarvan de kwaliteit voor bepaalde gebieden nog moet worden verbeterd Transport in de grensstreek Eurometropool Lille-Kortrijk Kortrijk-Tournai Het aantal dagelijkse grensoverschrijdende verplaatsingen binnen het grondgebied van de Eurometropool wordt op geraamd, wat een relatief klein aantal is. In 2006 nam het openbaar vervoer slechts 5 % van deze reizigers voor zijn rekening. Maar dit cijfer is in de voorbije jaren wel wat toegenomen. Iets meer dan 85 % van de grensoverschrijdende gebruikers van het openbaar vervoer neemt de trein op de lijnen tussen Rijsel-Tourcoing-Moeskroen en Rijsel- Tournai. De rest bestaat uit busgebruikers, waarvan de meerderheid (1.000 per dag) de MWR-lijn (Moeskroen Wattrelos Roubaix) neemt, waarvoor een specifieke tarifering geldt. Dat zo weinig mensen een beroep doen op het openbaar vervoer, is vooral te verklaren door de slechte verbinding tussen de netwerken en het feit dat de operatoren zich beperken tot het grondgebied dat ze bedienen: de NMBS, De Lijn en TEC in België en de SNCF, het netwerk Arc-en-ciel en Transpole in Frankrijk. 133

134 Socio-economische context van de samenwerkingszone Er zijn twee pistes voor toekomstige ontwikkeling in de zone geopperd. Op korte termijn moet het bestaande aanbod versterkt worden door betere communicatie over en duidelijkheid in het grensoverschrijdende netwerk. Op middellange termijn bestaat het doel erin inspanningen te leveren met het oog op geïntegreerde grensoverschrijdende netwerken van openbaar vervoer. Het wegverkeer kent weinig problemen, met uitzondering van het netwerk rond Rijsel waar het verkeer vaak verzadigd is. De redenen voor de verplaatsingen, voor alle transportmiddelen samen, zijn als volgt verdeeld: 1/3 voor het werk of de studies, 2/3 om persoonlijke redenen zoals aankopen van goederen of diensten, ontspanning, toeristische bezoeken. Ingesloten zones Uit de analyse van de verbindingsinfrastructuur en de stromen aan personen en goederen kan men afleiden dat bepaalde relatief ingesloten zones minder goed bediend worden. Deze gebieden bevinden zich meer bepaald in de departementen Aisne en Ardennes, in de regio van Grande Thiérache en de arrondissementen Dinant, Neufchâteau of Virton. Deze gebieden zijn niet alleen qua verbindingswegen minder goed uitgerust dan de andere gebieden van de samenwerkingszone, ze worden ook gekenmerkt door een vrij hoog aandeel van het transitverkeer in het totale verkeer. Dit betekent dat het vrachtvervoer deze gebieden doorkruist zonder er te stoppen, wat de insluiting ervan nog meer in de hand werkt. Deze situatie van insluiting lijkt er mettertijd niet beter op te worden. De verbindingswegen ontwikkelen zich immers steeds meer naar en in de meest verstedelijkte zones, in plaats van in de minst dichtbevolkte gebieden. Bij wijze van voorbeeld vermelden we de oude grensoverschrijdende lijn 156 Hermetonsur-Meuse - Mariembourg - Chimay - Anor die in 1987 werd afgeschaft Het goederenvervoer blijft hoofdzakelijk gebruik maken van de weg Verdeling van de transportmodi voor het goederenvervoer per regio in 2006* Goederenvervoer (miljard ton-km) ,9 4,2 21,8 4,6 4,1 31,1 0,1 1,4 10,2 0,4 6,8 20,0 0,4 1,6 12,3 Goederenvervoer (%) 100% 80% 60% 40% 20% 0% 6,7% 11,5% 1,1% 1,6% 2,7% 15,0% 10,3% 12,1% 24,9% 11,2% 78,3% 78,2% 86,8% 73,6% 86,1% Waterwegen Spoorvervoer Wegvervoer Waterwegen Spoorvervoer Wegvervoer Bron : IWEPS 2009, Mobiliteitraad van Vlaanderen 2009, Ministère français de l'écologie, du développement durable et de l'énergie, SITRAM, *Voor Frankrijk zijn data van 2005 gebruikt, die van 2006 zijn niet beschikbaar *. De gegevens op provinciaal niveau zijn niet beschrikbaar, de analyse gebeurde daarom op regionaal niveau. De eerste grafiek illustreert de verdeling van het vrachtverkeer per vervoersmiddel en per regio. Vlaanderen is de regio die de het meeste goederen vervoert met een totaal van 39,8 miljard tonkilometer in De tweede grafiek illustreert dezelfde gegevens maar relatief weergegeven, dit laat toe om een analyse te maken van het gebruik van de verschillende transportmiddelen per regio. Het vervoersmiddel dat meest gebruikt wordt in alle regio s is het wegvervoer, met in elke regio meer dan 70% van alle tonkilometers in In België neemt het vervoer via de waterwegen een belangrijkere plaats in dan in Frankrijk, als gevolg van een beter ontwikkeld en dicht netwerk (zoals hierboven beschreven). In Vlaanderen is het transport via de waterwegen belangrijker dan het vervoer via het spoor, terwijl we het omgekeerde fenomeen observeren in de andere regio s. In Nord-Pas de Calais neemt het spoorvervoer t.o.v. de andere regio s van de samenwerkingszone een dubbel zo belangrijke plaats in. Dit fenomeen hangt samen met de activiteit van de haven van Duinkerke, waar 60% van de materialen per spoor vertrekken. Vanuit een dynamisch standpunt vermindert de activiteit van het vrachtvervoer (deze beweging wordt waargenomen in de andere Franse regio s en eveneens in Wallonië), terwijl het transport via de binnenvaart aanzienlijk toeneemt. 134

135 Socio-economische context van de samenwerkingszone Fiets- en wandelroutes In Frankrijk hebben de drie regio s van de samenwerkingszone regionale plannen voor fietsroutes en groene wegen ( Schémas Régionaux des véloroutes et voies vertes ) doorgevoerd. De groene wegen zijn vrijliggende wegen (in eigen bedding), terwijl de fietsroutes een combinatie zijn van beveiligde wegen en vrijliggende wegen. Beide categorieën fietsvoorzieningen beantwoorden aan een bestek dat opgesteld werd op nationaal niveau. De realisatie van deze voorzieningen past in een nationaal richtplan dat op termijn in meer dan km aan fietswegen voorziet. In juli 2010 was km aangelegd of in de afwerkingsfase. Hieronder geven we een overzicht van het aantal kilometer dat voorzien werd in de plannen en het aantal kilometer dat (bijna) gerealiseerd is per regio. Fietsroutes en groene wegen Regio Geplande routes (km) (Bijna) gerealiseerd (km) Gerealiseerd (%) Champagne-Ardenne ,20% Nord-Pas de Calais ,90% Picardie ,70% Bron: Atlas des véloroutes et voies vertes (2010) Bovendien wordt in België er een mobiliteitsbeleid gevoerd dat de zachte vervoerswijzen wil stimuleren. In Wallonië is RAVeL het voornaamste netwerk voor fiets- en wandelverkeer. Het bestaat uit meer dan kilometer aan wegen die voorbehouden zijn voor trage gebruikers (voetgangers, fietsers, personen met beperkte mobiliteit, skaters en paardrijders). De vijf trajecten doorkruisen Wallonië volledig en verbinden de voornaamste agglomeraties met elkaar. En dit is niet het enige netwerk, we verwijzen ook naar de pré-ravel, PIC (Plan d'itinéraires Communaux) Verts, les Voies Vertes. Hieronder volgt een overzicht van de steden die doorkruist worden door de RAVeL-routes en de afstanden per route : RAVeL 1 West: Comines-Warneton Celles Torunai Antoing - Bergen (91,9 km) RAVeL 1 Centrum : Bergen - La Louvière -Charleroi - Namen (108,8 km) RAVeL 1 Oost : Namen - Huy - Luik- Visé (96 km) RAVeL 2 : Mariembourg Hastière Namen - Hoegaarden (113,8 km) RAVeL 3 : Erquelinnes - Thuin Seneffe - Tubize (89,8 km) RAVeL 4 : Saint-Aybert Ath - Overboelare (51,4 km) RAVeL 5 : la Ligne 38: Vaux-sous-Chèvremont - Hombour (37 km) en de Ourthe: Luik- Durbuy (53,7 km) Ook in Vlaanderen werden meerdere initiatieven genomen. De knooppunten tekenen een bijzonder groot aantal fietsroutes uit in heel Vlaanderen en vertegenwoordigen ongeveer km. Een Lange Afstand Fietsroute loopt doorheen de vijf Vlaamse provincies. Tot slot zijn er daarnaast tal van kleinere initiatieven. 135

136 Socio-economische context van de samenwerkingszone De sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de zone m.b.t. de milieuthematieken van de Europese Unie Dankzij de analyse van de milieudynamieken konden de sterktes en zwaktes van de samenwerkingszone op dit gebied worden aangetoond, evenals de kansen en bedreigingen waarmee deze gebieden te maken krijgen voor de periode Deze analyses werden per thematische doelstelling van de EU voorgesteld, en brachten een aantal uitdagingen aan het licht op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking voor de volgende programma s Thematiek nr. 4 en nr. 5: De overgang naar een koolstofarme economie ondersteunen in alle bedrijfstakken / de aanpassing aan de klimaatverandering en risicopreventie en -beheer bevorderen STERKTES Economische ontwikkeling van de sectoren gekoppeld aan de vergroening van de economie en het bereiken van de klimaatdoelstellingen (vermindering CO2-emissies), ondersteund door regionale beleidslijnen (voorbeelden: bouw van passieve gebouwen, opwekking van energie door middel van biomassa) ZWAKTES Ondanks een lichte daling blijft de industrie de grootste uitstoter van broeikasgassen en de grootste consument van energie Effectieve vermindering van de emissies van broeikasgassen in de industriële en landbouwsectoren Verbetering van het bewustheid van de bevolking rond de problematiek van klimaatsverandering Een hoge ecologische voetafdruk Een gebrek aan opleiding en competenties in de bouw en renovatie van passieve gebouwen (energiebalans te theoretisch en beperkte kennis van het aanbod) Algemene slechte isolatie van gebouwen, aanzienlijk verlies van energie Toename van de productie van hernieuwbare energie (wind, zon en biomassa) in de hele samenwerkingszone Beheer van risicovolle industriële sites (Seveso) via inspectie om de veiligheid ervan te verhogen Geografische zones gunstig voor de ontplooiing van windenergie (bv.windkaart) Geografische zones gunstig voor de ontplooiing van fotovoltaïsche zonne-energie Toename van de broeikasgassen en energieverbruik in de transportsector voornamelijk toe te wijzen aan een toename van het wegtransport. Het energieverbruik wordt nog altijd in ruime mate beheerst door gas, aardolie en steenkool Aanwezigheid van risicovolle industriële sites (Seveso) in de samenwerkingszone, vooral in de nabijheid van agglomeraties en/of industriële centra, met sterke concentratie in Vlaanderen Geavanceerd onderzoek naar eco-innovatie, de ontwikkeling van duurzame materialen, duurzaam beheer van de supply chain, enz. Gebrek aan het in kaart brengen van het volledig grensoverschrijdend gebied betreffende de milieuproblematiek Territoriale bijzonderheden Invoering van regionale plannen om de klimaatverandering tegen te gaan: o Vlaanderen: Pact 2020 o Wallonië: lucht-klimaatplan o Champagne-Ardenne: klimaat- en energieplan o Nord-Pas de Calais: Schéma Régional Air Energie o Picardie: territoriaal klimaat- en energieplan KANSEN Doorvoering van de nationale en internationale maatregelen rond klimaatverandering (Kyoto-protocol bijvoorbeeld) die tot tal van industriële toepassingen kunnen leiden en nieuwe bronnen van economische ontwikkeling kunnen vormen Wil om vooruitgang te boeken op het gebied van duurzaamheid Overstromingsgevaar voor regio s langs waterlopen en aan de kuststreek Gebrek aan coördinatie van schema s en regionale voorschriften voor windmolenparken BEDREIGINGEN Duurzaamheid en milieu zijn niet altijd prioritair voor ondernemingen (prioriteit omzet versus daling CO2-emissies en energieverbruik) Belang van kosten van de bouw / renovatie van woningen, in 136

137 Socio-economische context van de samenwerkingszone (opgenomen in het regionaal beleid) De noodzaak om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren door middel van renovatieprojecten combinatie met een daling van de overheidsfinanciering Ter discussie stellen van de duurzaamheid van het systeem van groene stroomcertificaten (in Vlaanderen en Wallonië) De milieuprestaties zijn een belangrijke uitdaging voor de kmo s en ondernemingen, die erop moeten toezien hun concurrentiepositie te verbeteren. Tegelijk moeten ze de reflex hebben om hun energie beter te benutten Opportuniteit voor de ontwikkeling en specialisatie van de bouw en renovatie sector in passiefbouw Het is moeilijk om de levensstijl van mensen met een hoge ecologische voetafdruk te veranderen Bewustmaking van het grote publiek inzake de problematiek betreffende de aanpassing aan de klimaatverandering Mogelijkheid om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, de productie van hernieuwbare energie te verhogen en het energieverbruik te verminderen, dit om te vermijden dat de niet-hernieuwbare energiebronnen uitgeput geraken, om de energieonafhankelijkheid te waarborgen en om tot een gediversifieerde en zekere energiebevoorrading te komen Toename van het energieverbruik en van broeikasgasemissies in bepaalde sectoren, waardoor de regio s en landen de gestelde doelstellingen misschien niet kunnen halen Groeiend besef van het belang van een groene economie en van de klimaatverandering (richting duurzame ontwikkeling in de universiteiten) Grensoverschrijdende kennis- en expertisedeling over energie Mogelijkheid tot oprichten van een gezamenlijk grensoverschrijdend observatorium om opzoekingen te vergemakkelijken betreffende milieu-aangelegenheden zoals luchtkwaliteit, etc. Afwezigheid van grenzen vanuit milieuoogpunt (gelijkaardige problemen en gelijkaardige te bereiken doelstellingen) Gebrek aan continuïteit van het regionaal beleid omtrent groene energie Territoriale bijzonderheden Europese en nationale maatregelen die de landen en regio s ertoe aanzetten/verplichten zich hieraan te houden: Het Kyoto-protocol dat inspanningen voor de vermindering van de emissies van broeikasgassen oplegt voor 33 landen, met inbegrip van Frankrijk en België. Deze inspanningen werden op nationaal en regionaal niveau vertaald (doelstellingen voor vermindering gedurende de periode ten opzichte van 1990): o België: 7,5 % o Wallonië: 7,5 % o Vlaanderen: 5,2 % o Frankrijk: 0 % De invoering door de Europese Unie van een klimaat- en energiepakket tegen 2020 met de volgende doelstellingen: Gebrek aan samenhang en onderlinge afstemming in de vertaling van Europese doelstellingen op nationaal en regionaal vlak Overstromingsgevaar in bepaalde regio s van het samenwerkingsgebied o o o Vermindering van de emissies van broeikasgassen met 20 % ten opzichte van het niveau ervan in 1990 Een aandeel van 20 % hernieuwbare energie bereiken in het totale energieverbruik De energie-efficiëntie met 20 % verbeteren 137

138 Socio-economische context van de samenwerkingszone Thematiek nr. 6: Het milieu beschermen en het efficiënt gebruik van de hulpbronnen bevorderen STERKTES Complementaire, gevestigde en opkomende sectoren aan weerszijden van de grens (groene chemie, materialen, transport, ICT, houtsectoren) Toeristische aantrekkingskracht van bepaalde regio s (groene zones) wegens hun natuurlijke rijkdom ZWAKTES Probleem van overname van landbouwbedrijven als gevolg van een lage rentabiliteit en hoge overnamekosten Moeilijkheid van diversificatie van de landbouwactiviteiten in bepaalde achtergestelde zones (bv. blijvend grasland) Veel verontreinigde sites op het grondgebied van de samenwerkingszone als gevolg van de industriële activiteiten Concurrentie tussen de regio s en gebrek aan compensatiesystemen in het kader van grond verbruik Organisatieprobleem van kortere waardeketens (rechtstreeks van de boer naar de klant) in de voedingssector Een relatief laag waterverbruik per inwoner in de samenwerkingszone (onder het Europees gemiddelde) Heropleving van landelijke gebieden (gepaard gaand met negatieve impact op transport) Een vrij hoge hoeveelheid afval per inwoner in de Franse regio s van de samenwerkingszone Een verstedelijkte zone die 13 % van het grondgebied inneemt, maar aangroeit en een zekere druk uitoefent op het milieu De aanwezigheid van grote voorraden grondwater die voornamelijk gebruikt worden voor de productie en distributie van drinkwater Programma s ter verbetering van de waterlichamen om de Europese doelstellingen te bereiken Frans-Belgische samenwerking om de waterkwaliteit van bepaalde rivieren (bv. Semois/Semoy) te verbeteren en de terugkeer van bepaalde vis- en diersoorten in grensoverschrijdende gebieden te bevorderen Natuurparken uitgestrekt over weerszijden van de grens Kwaliteit van grensoverschrijdende landschappen met een territoriale aantrekkingskracht Aantasting van de waterkwaliteit door vervuiling die afkomstig is van lozingen door de industrie, de landbouw en de gezinnen Een nog zwakke kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater t.o.v. de Europese kaderrichtlijn De aantasting van de biodiversiteit Een andere notie van natuurparken naargelang de regio Vergelijkbare landschappen langs beide kanten van de grens, maar toch merkt ment een verschillende aanpak en beheer naargelang de regio Afwezigheid van transregionale beheer van landschappen (holistische visie op het landschap) Afwezigheid van de coördinatie van het waterbeheer Beter ontwikkelde maatregelen voor beheer en hergebruik van afval in België dan in Frankrijk Een bodemsaneringsbeleid dat al goed verankerd is in bepaalde regio s, zoals in de Vlaamse regio s, waar de verontreinigde terreinen duidelijk geïdentificeerd worden Identificatie van de Natura 2000-terreinen in het grensgebied, waarvoor momenteel 493 terreinen geïnventariseerd zijn Weinig middelen om het gebied rond de landgrens in kaart te brengen Het ontbreken van een centre of excellence op vlak van verontreiniging / vervuiling in het gebied Het ontbreken van gezamenlijk beheer van bepaalde natuurlijke hulpbronnen (gebrek aan samenwerking voor het beheer van de Natura 2000 sites bijvoorbeeld) Sterk engagement en deskundigheid op vlak van natuurgebieden Territoriale bijzonderheden Hoge grondprijs door een beperkte beschikbaarheid van grond in bepaalde regio s (bv. Vlaanderen) Zwakke ontwikkeling van de biologische landbouw en agrobosbouw. 138

139 Socio-economische context van de samenwerkingszone KANSEN Kansen voor de ontwikkeling van de toeristische activiteit door de opwaardering van het natuurlijk erfgoed en het groene toerisme (bv. toeristische routes in de samenwerkingszone) BEDREIGINGEN Een aanhoudende industriële activiteit in bepaalde regio s van de zone, die tot bodem- en waterverontreiniging en een aantasting van de biodiversiteit kan leiden Een verbetering van de waterwegen tussen België en Frankrijk via het project Seine-Schelde, dat een impuls zal geven aan het vervoer over water en het mogelijk zal maken goederentransport over de weg geleidelijk te vervangen door binnenvaart hetgeen een positieve impact heeft op het milieu Het op elkaar afstemmen van korte waardeketens in de voedingssector (rechtstreeks van de boer naar de klant), alsook het creëren van interessante mogelijkheden voor de lokale agrarische sectoren Diversificatie van de landbouwactiviteit (toerisme bijvoorbeeld) om de mogelijkheden tot opwaardering te verhogen Aantrekkingskracht van landelijke gebieden die in de nabijheid liggen van stedelijke gebieden voor een creatieve klasse (theorie van Florida) Een groot aantal Europese richtlijnen inzake milieubescherming en efficiënt beheer van de hulpbronnen, Beperkt consistentie bij het vertalen van de Europese doelstelling naar de gewestelijke grondgebieden. o Bodemsanering: de bodemrichtlijn die gemeenschappelijke doelstellingen oplegt, maar de lidstraten vrij laat in de keuze van de middelen die ze daarvoor inzetten o Biodiversiteit: doorvoering van het Natura 2000-netwerk, het LIFE-programma, Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn o Water: richtlijn die erop gericht is de waterbescherming en het waterbeheer te waarborgen, overstromingsrichtlijn Verbeteren van de bescherming en kwaliteit van landschappen Verbreden van de notie landschap teneinde alle aspecten te omvatten die een impact kunnen hebben op het landschap (planten, mensen, economische activiteiten ) Het milieu kan baat hebben bij innovatie, bijvoorbeeld: recyclage van afval, behandeling van afvalwater, ontwikkeling van biopolymeren, enz. Ontwikkeling van de innovatie in de voedingsmiddelensector De uitwisseling van technologie, kennis en methodes voor water- en afvalbeheer, enz. kan baat hebben bij een grensoverschrijdende samenwerking Optimalisatie en integratie van recyclage materialen bij bepaalde processen (wegenbouw bijvoorbeeld om de druk op de baan te verminderen) Het project Trame verte et bleue in Frankrijk heeft tot doel om de biodiversiteit op het Franse grondgebied te beschermen. Homogene grensoverschrijdende regio s vanuit het standpunt van landbouwgebied Het bestaan van specifieke territoriale aspecten waarmee rekening moet worden gehouden Territoriale bijzonderheden Problematiek van waterbeheer die de grenzen overschrijdt (gemeenschappelijke waterlopen, enz.) Het bestaan van grensoverschrijdende natuurgebieden op de 139

140 Socio-economische context van de samenwerkingszone grens 140

141 Socio-economische context van de samenwerkingszone Thematiek nr. 7: duurzaam transport stimuleren en de obstakels in de netwerkinfrastructuur opheffen STERKTES Toenemende grensoverschrijdende stromen voor woonwerk/studies/consumptie/hobby s in het grensgebied tussen Nord-Pas de Calais/Wallonië/West-Vlaanderen Uitgebreide infrastructuur met nationale en Europese uitstraling, die de aantrekkelijkheid van alle regionale gebieden opkrikt en de vestiging van ondernemingen en het goederenverkeer stimuleert ZWAKTES Nog beperkte grensstromen tussen Picardie/Wallonië en Champagne-Ardenne/Wallonië Bestaan van vrachtinfrastructuur maar met beperkt gebruik (vooral infrastructuur van waterwegen maar ook van spoorwegen) Aanzienlijke en competitieve sector van logistiek en transport Spoorwegspecialisatie van de regionale economieën, wat de concurrentiekracht van het goederenvervoer per spoor nog versterkt Aantrekkelijke havens (Gent, Dunkerque, Brugge-Zeebrugge) als distributieplatform voor vele industrieën, het vrachtvervoer per spoor of het handelsvervoer Toenemend woon-werkverkeer, grotendeels individueel (1 persoon per wagen) Weinig mobiele landelijke en sociaal uitgesloten bevolking in bepaalde regio s Een grote gevoeligheid bij kwetsbare bevolkingsgroepen voor de stijgende vervoersprijzen Een suboptimale organisatie van het intermodaal verkeer met de grote Europese netwerken (bijvoorbeeld spoorverbindingen) Suboptimale grensoverschrijdende verbindingen voornamelijk in landelijke gebieden Dicht spoornetwerk tussen de stadspolen van de samenwerkingszone Een dynamiek van intermodaal vervoer in de stadspolen, die echter beperkt blijft in het grensoverschrijdende gebied Suburbanisatie (oprukkende voorsteden) langs de belangrijkste verkeerswegen van de gebieden, wat het aantal verplaatsingen met privévoertuigen opdrijft en verkeersopstoppingen op de toegangswegen naar de grote steden verergert Stijging van de broeikasgasuitstoot in de transportsector (in Wallonië +43 % sinds 1990) Stijging van het eindverbruik van energie in de transportsector in Champagne-Ardenne, vooral door de stijging van het verkeer, het wegvervoer en het aantal woon-werkverplaatsingen Economische en R&D-actoren die goed gepositioneerd zijn in de problemen rond duurzaam en innovatief vervoer (groene wagens, biobrandstof, collectief vervoer, luchtvervoer) Territoriale bijzonderheden EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d opale en Eurometropool: initiatieven tot inventarisatie van het aanbod grensoverschrijdend vervoer EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d opale en Eurometropool: Beperkte intermodaliteit door de tweetaligheid van de informatiesystemen voor de reiziger Niet te onderschatten grenseffect, waardoor mensen afzien van bepaalde verplaatsingen, vooral tussen 141

142 Socio-economische context van de samenwerkingszone woonplaats-school KANSEN Nieuwe verbindingen en projecten die de gebieden aantrekkelijker maken (Kanaal Seine-Noord-Europa, Roissy- Picardie) BEDREIGINGEN Buitensporige kosten van nieuwe infrastructuurwerken (kanalen, transit lijnen) Ontwikkeling van acties die toelaten een grotere homogeniteit te verkrijgen van het interstedelijk grensoverschrijdend aanbod ( carte Pass Pass, oprichting van het SMIRT (Syndicat mixte intermodal régional de transports) in Nord-Pas de Calais, etc.) Een grote gevoeligheid bij de kwetsbaarste bevolkingsgroepen voor de stijgende vervoersprijzen Een betere verbinding tussen de Seine en de Schelde dankzij het "Seine-Scheldeproject", wat een impuls zal geven aan de binnenscheepvaart, die zo een alternatief vormt voor het goederenvervoer over de weg Ontwikkeling van het elektrische transport, waarvoor Frankrijk op Europees niveau al goed geplaatst is, in termen van het aantal elektrische voertuigen en oplaadstations Bloei van nieuwe technologieën en innovatieve diensten, waarvoor het economische weefsel van de samenwerkingszone goed gepositioneerd is Territoriale bijzonderheden Eurometropool: "De versterking van de interne mobiliteit en de internationale toegankelijkheid van het grensoverschrijdende gebied" is geselecteerd als een van de drie prioritaire hoofdlijnen voor de strategie Er wordt nog te weinig rekening gehouden met het mobiliteitsaspect in de ontwikkeling van het grondgebied De voornaamste milieuuitdagingen inzake grensoverschrijdende samenwerking Dankzij deze sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen konden een aantal uitdagingen worden geïdentificeerd op het vlak van economische ontwikkeling. Het zijn deze uitdagingen waar de grensoverschrijdende samenwerking voor staat in de periode Deze uitdagingen werden tijdens de workshops op 21 maart jl. voorgesteld, besproken en gehiërarchiseerd samen met de stakeholders van de verschillende gebieden. Na afloop werden de voornaamste uitdagingen voor de grensoverschrijdende samenwerking vastgelegd. Vervolgens werden ze voor elk type infraregionaal gebied aan weerszijden van de grens voorgesteld, waarbij sommige gebieden gemeenschappelijke uitdagingen bleken te hebben. Grensoverschrijdende uitdagingen die uit de diagnose d en de interviews met de partnerautoriteiten naar voor komen en die gevalideerd zijn op de workshop van 21/03/2013 Subthema 1: Versnelling van de transitie naar een economie met lage CO2 uitstoot Bevordering van energie-efficiëntie in het bouwbeheer (consumptie, industriële processen, enz.): o o Bevordering van lokale energie, in combinatie met de vermindering van het energieverbruik in gebouwen; Het betrekken van mensen in de lokale productie van energie (cf. de coöperatieve modellen die al bestaan voor mensen in Vlaanderen). 142

143 Socio-economische context van de samenwerkingszone Ontwikkelen van hernieuwbare energie door een grensoverschrijdende regionale coördinatie, meer specifiek in het licht van de impact op de ruimtelijke ordening; De ontwikkeling van een grensoverschrijdende coördinatie op vlak van hernieuwbare energie (wind, zon, biomassa, geothermische, hydraulische...),in het bijzonder op vlak van impact op ruimtelijke ordening; Steun voor de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken voor de bevordering van hernieuwbare natuurlijke energie en van de energie efficiëntie in processen, openbare gebouwen, private gebouwen (residentieel, industrieel), logistieke processen, enz. Ondersteuning en begeleiden van de aanpassing aan klimaatverandering: o Beheren van gemeenschappelijke thema s zoals overstromingen, wateroverlast, etc. Bevorderen van een geïntegreerde aanpak op vlak van aanpassen aan klimaatverandering en het streven naar een economie met een lage CO2-uitstoot. Door samen te werken kan men alle thematieken in beschouwing nemen en toch rekening houden met specifieke regionale kenmerken die soms verschillen (stroken land). Subthema 2: Bescherming van de omgeving en ontwikkeling van de groene economische sector Ondersteunen van de transitie van de landbouwsector in lijn met de duurzame ontwikkeling van de regio; Ontwikkeling van de groene economie (afvalbeheer, eco-technologie, eco-bouw, etc.); Ontwikkelen van een groene economie (toerisme, landbouw, bosbouw); Rekening houden met de verschillende dimensies van het landschapsbeheer; Een gezamenlijke aanpak tot stand brengen voor het beheer van problematieken zoals bodemvervuiling, luchtkwaliteit, behoud van biodiversiteit, etc. Subthema 3: 3 Duurzame ruimtelijke ordening van de grensoverschrijdende regio s en gransoverschrijdend beheer eer van natuurlijke hulpbronnen Verminderen van de consumptie van natuur en landbouwgebieden door de verschillende projecten van ruimtelijke ordening op elkaar af te stemmen, vertrekkende van projecten zoals Trame verte et bleue in Noord-Frankrijk (maar ook andere projecten zoals groene sporen in West-Vlaanderen), samen met projecten voorzien van een kwaliteitslabel; Het op een geïntegreerde en gecoördineerde manier beheren van de oppervlaktewateren en grondwateren; Bevordering van een grensoverschrijdende en holistische visie op de ruimtelijke planning van de regio s: o o o Ondersteuning van het beheer van grensgebieden op een lagere milieu-impact of verbeteren van ecologische gebieden (groene en blauwe gebieden, druk het landgebruik, de ontwikkeling van korte cursussen); Valoriseren van de complementariteit van de gebieden; Aanpassing van de gebieden aan natuurgebieden en stroomgebieden voor thema's zoals landschappen, water, biodiversiteit en de daaraan verbonden risico's. Opzetten van een observatorium voor het cartograferen van de nuances tussen de gebieden zonder rekening te houden met de administratieve grenzen: o Het in kaart brengen van grensoverschrijdende geografische relaties en consistenties. Het aspect transport integreren in het beleid rond ruimtelijke planning/ordening: o o Voorzien van mobiliteit bij de planning van de ruimtelijke ordening; Profiteren van kennisuitwisseling en goede praktijken. Subthema 4: 4 Valorisatie van de belangrijkste transportassen Ontwikkelen en valoriseren van transport via het spoor en via de binnenvaart om de belangrijkste assen te valoriseren: o o Aanwezigheid van grote structurele assen maar een gebrek aan verbindingen tussen deze assen; Versterken van de Europese positie van de regionale spoornetwerken door de ontwikkeling van nieuwe grensoverschrijdende diensten (vracht en reizigers) en van een hogere interoperationaliteit van de spoornetwerken in de verschillende gebieden. Link maken tussen internationale initiatieven en lokale spoornetwerken (bijvoorbeeld hogesnelheidslijnen) en doen erkennen en versterken van de Europese positie van de regionale spoornetwerken ; Ontwikkelen en valoriseren van het spoornetwerk en de grensoverschrijdende binnenvaart om een verbreiding van het vrachtvervoer te realiseren; Ondersteunen van een duurzame ruimtelijke ordening van de ingesloten gebieden van de samenwerkingszone : o Ontwikkelen van de toegankelijke grensoverschrijdende arbeidsmarktzones ; o Versterken van het aanbod van gezamenlijke vervoerdiensten, aangepast aan de noden van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen (mobiliteit van de werkzoekenden, leerlingen van beroepsopleidingen, studenten, oudere personen). 143

144 Socio-economische context van de samenwerkingszone Subthema 5: 5 Versterking van de grensoverschrijdende mobiliteit van personen Ontwikkelen van milieuvriendelijke mobiliteit ter bevordering van de belangrijkste assen en het versterken van grensoverschrijdend woon-werk verkeer o Bevorderen van het intermodaal verkeer door alle transportmiddelen te integreren, gaande van de meest zware (spoorwegvervoer) tot de meest lichte ; o Ondersteunen van de coördinatie en de versterking van de dienstverlening voor het grensoverschrijdend transportaanbod (tariefbepaling, informatie aan de reizigers, gezamenlijke communicatie) ; o autogebruikers steunen en stimuleren om over te schakelen op openbaar vervoer; o Ontwikkelen van nieuwe mobiliteitsvormen (zachte vervoerswijzen, carpooling, WOA (werken op afstand)) ; o Verbeteren van de communicatie en informatie van het bestaande aanbod. o Gebruik maken van de ervaring van het GECT Eurometropool en het delen van andere middelen Prioritisering van grensoverschrijdende uitdagingen Opmerking: de uitdagingen zijn geprioriseerd volgens: de mate waarin ze grensoverschrijdend geïntegreerd zijn, in functie van de intensiteit van de bestaande samenwerking (aantal, kwaliteit van de samenwerkingsprojecten en aantal actieve regionale spelers) hun potentiële impact op de ontwikkeling van de zone ten aanzien van de thematische doelstellingen van de EU Oostende Brugge Dunkerque Gent Calais Kortrijk Tourcoing Boulognesur-Mer Lille Roubaix Saint Omer Tournai Lens Mons Douai Valenciennes Namur Arras Charleroi Maubeuge Amiens Saint-Quentin Neufchâteau Beauvais Charleville- Soissons Mézières Compiègne Laon Arlon Creil Reims Châlons-en- Champagne Typologie van de gebieden met gemeenschappelijke en dynamische uitdagingen met betrekking tot economische en sociale ontwikkeling Stedelijke centra betrokken bij lokale samenwerking betrokken bij netwerken op het gebied van economische samenwerking, universiteiten en innovatie Kustgebieden Oorspronkelijke industriële gebieden of die in conversie Voorstedelijke en aantrekkelijk landelijke gebieden Voorstedelijke en geïsoleerde landelijke gebieden de kritische massa ten aanzien van de interventies die nodig zijn voor een effectieve implementatie door de OP (financiering, aantal actieve spelers, schaal van de gebieden) Bron: EuroGeographics / Ernst & Young, 2013 Gebied van de studie Omvang van grensoverschrijdende agglomeraties Eurometropool Duinkerke Oostende De volgende analyses worden weergegeven door de types van gebieden te clusteren die gemeenschappelijke grensoverschrijdende uitdagingen hebben. Mate van grensoverschrijdende integratie Hoog Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking m.b.t.milieu-dynamiek voor grensoverschrijdende aglomeraties en de stedelijke gebieden van de zone Bevorderen van energieefficiëntie in het beheer van gebouwen Ontwikkelen van groene industrieën (eco-technologieën, eco-bouw,...) Gemiddeld Laag Laag Automobilistenstimuleren om gebruik te maken van het openbaar vervoer Matig Ontwikkelen van eco-mobiliteit in de grensoverschrijdende werkgelegenheidsgebieden (geïntegreerde planning) Bevorderen van een geïntegreerde aanpak voorde bestrijding van luchtverontreiniging in steden Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone 144

145 Socio-economische context van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking m.b.t.milieu-dynamiek voor de grensoverschrijdende industrieële reconversie gebieden Hoog Gemiddled Laag Laag Geïntegreerd beheer t.a.v. de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater De bodemverontreiniging als gevolg van industriële activiteiten aanpakken Matig Ontwikkelen van groene industrieën (ecotechnologieën, eco-bouw,...) Bevorderen van een geïntegreerde aanpak voor de bestrijding van luchtverontreiniging door industriële lozingen Ontwikkelen en verbeteren van transportdienstenover spoor en binnenvaart om de belangrijksteassen en hun verbindingen te valoriseren Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking m.b.t.milieu-dynamiek voor de kustgebieden Mate van grensoverschrijdende integratie Hoog Gemiddeld Rekening houden met de verschillende dimensies van landschapsbeheer Gezamenlijk beheer van kwesties zoals overstromingsrisico's Beschermen en verbeteren van natuurlijke hulpbronnen (mariene biodiversiteit, water...) Ontwikkelen van groene sectoren (valorisatie van mariene baggersedimenten, eco-bouw,...) Laag Laag Matig Ontwikkelen van hernieuwbare energie (zee-, wind-, zonneenergie, waterkracht,...) Hoog De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone 145

146 Socio-economische context van de samenwerkingszone Mate van grensoverschrijdende integratie Uitdagingen ten aanzien van de grensoverschrijdende samenwerking m.b.t.milieu-dynamiek voor de rurale, aantrekkelijke grensoverschrijdende suburbane en geisoleerde gebieden Hoog Gemiddeld Geïntegreerd beheer t.a.v. de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater Rekening houden met de verschillende dimensies van landschapsbeheer Beheren van het probleem van bodemverontreiniging als gevolg van landbouwactiviteiten Beschermen en valoriseren van natuurlijke hulpbronnen (natuurlijke parken, landschappen, biodiversiteit,...) De ontwikkeling van de rurale gebieden ondersteunen door groen toerisme Laag Ondersteunen van agrarische mutaties gekoppeld aan de duurzame ontwikkeling van geïsoleerde gebieden De verbinding tussen grensoverschrijdende regionale en nationale transportassen verbeteren De kritieke massa die noodzakelijk is om de acties te operationaliseren Laag Matig Hoog Potentieel voor de ontwikkeling van de samenwerkingszone Bron : Analyses van Ernst & Young, op basis van de strategische interviews, de socio-economische diagnose en de workshops van 21 maart

147 Socio-economische context van de samenwerkingszone 10.5 Socio-demografische dynamieken Dit hoofdstuk analyseert de sociodemografische dynamieken binnen de samenwerkingszone. Deze dynamieken zijn transversaal voor alle regio s binnen die zone en gelden specifiek voor bepaalde infraregionale gebieden. Met het oog op de strategie van de Europese Unie behandelen deze analyses de volgende thema s: Doelstelling 8: Bevorderen van werkgelegenheid en arbeidsmobiliteit Doelstelling 9: Bevorderen van sociale inclusie en armoede bestrijden Demografie van de samenwerkingszone Sleutelgegevens van de samenwerkingszone Bevolking in de samenwerkingszone in 2007 en 2012 Verdeling van de bevolking over de samenwerkingszone in 2012 Population (Mhab) 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0, Nord-Pas de Calais 34% Oost- Vlaanderen 12% West- Vlaanderen 10% Prov. Hainaut 11% Picardie 16% Champagne- Ardenne 11% Luxembourg 2% Namur 4% Bron : Eurostat 2012 Bron : Eurostat Algemene demografische context van de samenwerkingszone De samenwerkingszone binnen het Operationele Programma INTERREG IV rond de Frans-Belgische grens strekt zich uit over twee Belgische en drie Franse regio s. Op het Belgische grondgebied maken twaalf arrondissementen deel uit van de in aanmerking komende zone en nog eens twaalf arrondissementen in de aangrenzende zone. Op het Franse grondgebied maken drie departementen deel uit van de in aanmerking komende zone en nog eens vier van de aangrenzende zone. In 2012 telde de totale samenwerkingszone 10,8 miljoen inwoners. De zone strekte ze zich uit over een gebied van km²: 2,15 % van de inwoners en 1,41 % van de oppervlakte van de Europese Unie. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in de samenwerkingszone bedraagt 174,5 inwoners/km², al zijn er wel aanzienlijke verschillen tussen de verschillende regio s: 147

148 Socio-economische context van de samenwerkingszone Bevolking, oppervlakte en bevolkingsdichtheid in 2012 Bevolking 2012 Oppervlakte Bevolkingsdic htheid Aantal in % van de Km² in % van de inw/km² inwoners zone zone In aanmerking komende zones ,94% ,45% 180,5 Frankrijk ,55% ,61% 185,9 Champagne-Ardenne Ardennes ,62% ,44% 54,1 Picardie Aisne ,03% ,90% 73,7 Nord-Pas de Calais Nord ,91% ,27% 450,0 België ,38% ,84% 168,8 Vlaanderen Ieper ,98% 550 0,89% 193,5 Kortrijk ,62% 404 0,65% 700,9 Veurne ,56% 275 0,44% 221,0 Wallonië Aat ,79% 487 0,79% 174,5 Bergen ,35% 584 0,94% 435,4 Moeskroen ,68% 101 0,16% 731,6 Neufchâteau ,56% ,19% 44,9 Virton ,49% 771 1,24% 68,4 Dinant ,00% ,57% 67,6 Philippeville ,61% 909 1,47% 72,4 Thuin ,39% 934 1,51% 161,0 Doornik ,35% 608 0,98% 239,8 Aangrenzende zones ,31% ,32% 169,2 Frankrijk ,56% ,37% 127,0 Champagne-Ardenne Marne ,22% ,18% 69,1 Picardie Oise ,47% ,46% 137,8 Somme ,31% ,96% 93,0 Nord-Pas de Calais Pas-de-Calais ,56% ,77% 219,7 België ,75% ,71% 313,8 Wallonië Namen ,84% ,88% 263,2 Soignies ,71% 517 0,83% 358,1 Charleroi ,97% 555 0,90% 772,5 Aarlen ,55% 317 0,51% 186,8 Bastogne ,42% ,68% 43,8 Marche-en-Famenne ,51% 954 1,54% 57,9 Vlaanderen Brugge ,58% 661 1,07% 421,3 Diksmuide ,47% 362 0,58% 138,8 Oostende ,42% 292 0,47% 524,3 Roeselare ,36% 272 0,44% 539,4 Tielt ,84% 329 0,53% 276,8 Gent ,96% 944 1,52% 567,7 Oudenaarde ,12% 419 0,68% 289,3 In aanmerking komende en aangrenzende zones ,25% ,00% 174,1 148

149 Socio-economische context van de samenwerkingszone Bevolking 2012 Oppervlakte Bevolkingsdic htheid Aantal in % van de Km² in % van de inw/km² inwoners zone zone Frankrijk ,11% ,98% 150,9 Nord-Pas de Calais ,47% ,04% 326,2 Picardie ,81% ,32% 99,2 Champagne Ardenne ,84% ,62% 63,2 België ,89% ,02% 238,2 Vlaanderen ,91% ,32% 405,3 Wallonië ,22% ,20% 174, Bevolkingsstructuur Leeftijdsgroepen (jaren) > Leeftijdsgroepen (jaren) > Bron : FOD Economie - Algemene directie Statistiek en Economische informatie, Insee 2012 Bevolkingspyramide voor de 5 belgische provincies en de 3 franse regio s r van de samenwerkingszone Oost-Vlaanderen Bevolking (inwoners) Luxembourg Bevolking (inwoners) Leeftijdsgroepen (jaren) > West-Vlaanderen Bevolking (inwoners) Leeftijdsgroepen (jaren) > Hainaut Bevolking (inwoners) 149

150 Socio-economische context van de samenwerkingszone Leeftijdsgroepen (jaren) > Leeftijdsgroepen (jaren) > Namur Bevolking (inwoners) Nord-Pas de Calais Bevolking (inwoners) Leeftijdsgroepen (jaren) > Leeftijdsgroepen (jaren) > Champagne-Ardenne Bevolking (inwoners) Picardie Bevolking (inwoners) Bron: Eurostat 2012 De bevolkingspiramide van de hele samenwerkingszone is sterk getekend door de vergrijzing van de babyboomgeneratie. Die babyboomers zijn geboren tussen 1945 en 1970 en zijn inmiddels tussen de 43 en 68 jaar oud. Ze maken om en bij de 38 % uit van de bevolking in de samenwerkingszone. Toch bestaan er regionale verschillen in de vorm van de bevolkingspiramides: Nord-Pas de Calais is een jonge regio, in die zin dat het aandeel jongeren er even groot is als het aandeel babyboomers. De reden voor die jonge bevolking is het vruchtbaarheidscijfer dat significant hoger ligt dan in de rest van Frankrijk. Het is interessant om op te merken dat er zich een grote concentratie jongeren in de stedelijke gebieden bevindt. Ook Picardie en Champagne-Ardenne laten, nadat hun geboortecijfer 20 tot 30 jaar geleden kelderde, nu een aanzienlijke stijging in hun geboortecijfer optekenen. De Waalse provincies en in nog sterkere mate de Vlaamse provincies zien echter de basis van hun bevolkingspiramide wegslinken. Dat fenomeen is een belangrijke uitdaging die een impact kan hebben op het Operationele Programma Interreg V France Wallonië Vlaanderen. De generatie babyboomers schuift immers geleidelijk aan op naar de hoogste leeftijdscategorieën onder de bevolking (een fenomeen dat ook de opaboom of de grijze golf wordt genoemd). Als we de leeftijdsstructuur van de bevolking onder de loep nemen, springt het grensgebied er dus duidelijk uit, zoals te zien is op de volgende kaart: 150

151 Socio-economische context van de samenwerkingszone Leeftijdsstructuur van de bevolking Bron : Atlas transfrontalier Démographie Habitat 2012 Vanuit een dynamisch standpunt vergrijst de bevolking van de hele samenwerkingszone. We stellen vast dat de gemiddelde leeftijd van de regio's toeneemt, aangezien het aandeel jongeren afneemt, en het aandeel ouderen stijgt. Evolutie van de bevolkingspyramide Leeftijdsgroepen (jaren) > Bevolking (inwoners) Bron : Eurostat 2012 Vanuit een dynamisch standpunt is het aantal inwoners in de Vlaamse provincies, de Waalse provincies, Picardie en Nord-Pas de Calais in de loop der tijd toegenomen, terwijl het aantal inwoners van Champagne-Ardenne is afgenomen

152 Socio-economische context van de samenwerkingszone Evolutie van het aantal inwoners per regio tussen 1997 en 2012 Inwoners Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Hainaut Luxembourg Namur Champagne-Ardenne Picardie Nord-Pas de Calais Bron : Eurostat 2012 De jaarlijkse bevolkingsevolutie van de regio's is niet alleen toe te schrijven aan de natuurlijke ontwikkeling, maar ook aan bepaalde migratiestromen. Dit wordt hieronder verder besproken Migratiestromen De onderstaande kaart illustreert het interne migratiesaldo 23 in Een immigratie-overschot staat hier in het rood aangeduid; hoe donkerder, hoe groter het overschot. Een emigratie-overschot staat in het blauw aangeduid; hoe donkerder, hoe kleiner het overschot. Ook de politieke grens is opvallend op deze kaart. De Belgische arrondissementen aan de grens hebben bijna allemaal een positief migratiesaldo van meer dan 2,9 %. Uitzonderingen zijn Roeselare, Tielt en Doornik met een migratiesaldo tussen de 0 en 2,9 % en Kortrijk en Ieper met een negatief migratiesaldo. De grensgebieden in het zuiden van België kennen vooral een korteafstandsmigratie vanwege hun aantrekkelijke en semirurale landelijke karakter en de nabijheid van Rijsel. Bovendien is de toegang tot diensten en werkgelegenheid in de voorsteden en de rurale zones erop vooruitgegaan, zoals we eerder aanhaalden. De Franse departementen die aan België grenzen in de samenwerkingszone van het Interreg IV-programma hebben allemaal een negatief migratiesaldo tussen de 2 en de 5 ). De meest zuidelijke departementen hebben ook een negatief migratiesaldo, zij het minder uitgesproken dan in de grenszones. In Frankrijk is er een duidelijke tendens van noord naar zuid in de migratiestromen en sinds kort ook naar het westen. De bevolking in het noordelijke departement groeit weinig aan en dat uitsluitend dankzij een geboorteoverschot, aangezien er een negatief migratiesaldo is. Nord-Pas de Calais is het zwaarst getroffen door dit fenomeen. Dat komt omdat jongeren er na hun studies de regio verlaten om vooral richting Parijs te trekken, waar men meer kansen heeft om aan werk te geraken. 23 Het migratiesaldo is het verschil tussen het aantal personen die het gebied inkwamen en die het verlieten in de loop van het jaar (Insee). 152

153 Socio-economische context van de samenwerkingszone Migratiesaldo in 2007 Bron : Atlas transfrontalier Démographie Habitat Territoriale dynamiek: naar een toenemende ongelijkheid tussen de regio s De samenwerkingszone kenmerkt zich door een territoriale heterogeniteit; de regio s tellen verschillende sociodemografische tendenzen die de ongelijkheden in de afgelopen twintig jaar dreigen te versterken. Uit de analyse van die tendenzen kunnen we vier evoluties onderscheiden met heel uiteenlopende uitdagingen op het vlak van sociale cohesie Metropolisatie van de twee belangrijkste stedelijke gebieden De aantrekkelijkheid en de economische uitstraling van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai en de Agglomeratie Gent is sterk toegenomen, waardoor er op hun grondgebied een concentratie is van economische actoren. Anderzijds zien we een fenomeen van oprukkende voorsteden, waarbij de stadsrand opschuift in de richting van de aangrenzende landelijke gebieden als gevolg van de (door migratie) aangroeiende stadsbevolking. De aantrekkingskracht van deze Eurometropool strekt zich uit tot in de stadszones van Pas-de-Calais rond Lens en Douai. Steeds meer inwoners uit die zones komen in de buurt van Rijsel werken of studeren. Die gebieden zijn relatief minder getroffen door de algemene vergrijzing van de bevolking. Dit komt onder andere door de aanwezigheid van universiteiten, de aantrekkelijke jobkansen voor jonge werkzoekenden en doordat jonge gezinnen zich opnieuw in de stadscentra gaan vestigen. Vanuit sociaal oogpunt vertonen deze metropolen schrille contrasten. Zowel de gegoede als de meest kwetsbare bevolkingsgroepen uit de regio wonen er soms heel dicht bij elkaar Een netwerk van de minder grote, maar wel dynamische, stedelijke gebieden Naast de twee belangrijke polen onderscheidt de samenwerkingszone zich door stedelijke gebieden die dynamisch en autonoom functioneren. Die gebieden omvatten vrij grote stadscentra die een sterke aantrekkingskracht uitoefenen (dankzij cultureel en historisch lokaal patrimonium, economische specialisatie, etc.). 153

154 Socio-economische context van de samenwerkingszone Ze zijn ook onderworpen aan de oprukkende voorsteden, zij het in mindere mate, en profiteren van de nabijheid van plattelandszones. Ze profiteren met name ook van de grote transportassen die het gebied doorkruisen en ze blijven verbonden met de grote stadspolen van de zone (de twee metropolen) en daarbuiten (Brussel en Ile-de-France). Vanuit sociaal oogpunt vertonen die stedelijke gebieden soortgelijke problemen als de twee grote metropolen: grote sociale ongelijkheid, concentratie van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, oprukkende voorsteden. Onder die gebieden vallen: De regionale (Amiens, Reims, Namen) en departementale hoofdsteden (Laon, Arras, Charleville-Mézières); In de kuststeden zijn deze problemen minder uitgesproken dan in grote metropolen als Calais, Dunkerque en Boulogne. In de Vlaamse kuststreek is Oostende de stad met het grootste aantal ongelijkheden, hoewel het niveau van ongelijkheden duidelijk lager ligt dan in de metropolen; Bepaalde stedelijke gebieden die zwaar zijn getroffen door de industriële omschakeling, maar een impuls krijgen van een nieuwe economische en sociodemografische dynamiek (Valenciennes, Cambrai, Charleroi, Bergen). Die gebieden kampen echter met economische problemen doordat het aandeel zestigplussers twee keer sneller groeit dan het nationale gemiddelde: hoge sterftecijfers, laag inkomen/inwoner, zorgwekkende opleidingsindicatoren, etc. In het mijnbekken van Nord-Pas de Calais namen de moeilijkheden af, in tegenstelling tot een verhoogde concentratie ervan in bepaalde wijken in bijvoorbeeld Reims of Amiens Voorsteden op weg naar metropolisatie De gebieden met de sterkste bevolkingsaangroei binnen de samenwerkingszone zijn de perifere gebieden rond de steden, waar de voorsteden oprukken. Vanuit sociaal oogpunt neemt het fenomeen van de oprukkende voorsteden twee duidelijk verschillende vormen aan: De bevolkingsgroepen met hogere inkomens werken in de stadscentra of zijn met pensioen en kiezen ervoor zich in de landelijke voorsteden te vestigen, vaak aangetrokken door de hogere levenskwaliteit. De werkende gezinnen ondergaan als het ware een gedwongen migratie en zien zich genoodzaakt om verder van de stadscentra te gaan wonen door het gebrek aan huisvesting en de stijgende prijzen. Die gezinnen met lagere inkomens wonen steeds verder van de stadspolen waar de economische activiteiten en de culturele, sociale, vrije tijds- en opleidingsvoorzieningen zitten. Die gebieden en bevolkingsgroepen hebben vaak te kampen met sociale problemen Geïsoleerde landelijke en voorstedelijke gebieden De samenwerkingszone kent ook problemen rond zowel fysiek als sociaal ingesloten zones. Hoewel die zich in het geografische hart van de samenwerkingszone bevinden, zijn die gebieden ver verwijderd van de grote transportassen en de economische en demografische activiteiten in de regio s. Dat is het geval voor de Franse Ardennen en de Grande Thiérache in Frankrijk en Wallonië. Vanuit sociaal oogpunt zijn die gebieden traditioneel landelijk of is het aantal sterk gespecialiseerde industrieën er afgenomen, zonder dat er een diversificatie in de plaats kwam om een endogene en lokale 24 economie te helpen ontwikkelen. Ze zijn getroffen door werkloosheid en vertonen zorgwekkende sociodemografische indicatoren: Een bevolking die ouder is dan het gemiddelde (het aandeel zestigplussers in Avesnois is tussen 1962 en 2006 met 5 punten gestegen, tegenover 3,5 punten voor het regionale gemiddelde); Een lage bevolkingsdichtheid met daar bovenop een uitgesproken plattelandsvlucht en een geboortecijfer dat onder de regionale gemiddelden ligt (Ardennes en la Marne zijn de enige Franse departementen van de samenwerkingszone met een bevolkingsafname); Er heerst relatief meer armoede en velen doen een beroep op een uitkering; De gemiddelde scholingsgraad gaat erop achteruit en de mobiliteit van jongeren om te gaan studeren in de universitaire centra of opleidingsinstellingen van de samenwerkingszone blijft beperkt Werkgelegenheid en mobiliteit binnen de samenwerkingszone 24 Betreft de economie van nabijheidsdiensten: de lokaal uitgevoerde activiteiten ter productie van goederen en diensten om de behoeften te bevredigen van de personen die reëel aanwezig zijn in de zone, als inwoner of als toerist (Insee). 154

155 Socio-economische context van de samenwerkingszone Sleutelgegevens van de samenwerkingszone Werkloosheidsgraad in en 2011 Werkgelegenheidsgraad in 2011 Werkloosheidsg raad (%) 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0-20,8% +6,7% -8,6% -8,8% -5,9% +27,4% -7,8% +10,3% werkzaamheids graad (%) 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Van 15 tot 64 jaar Van 15 tot 24 Van 55 tot 64 jaar jaar Bron : Eurostat 2011 Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Henegouwen Luxemburg Namen Champagne Ardennes Picardie Nord-Pas-de-Calais Bron : Eurostat Structuur van de beroepsbevolking Onderstaande tabel geeft de structuur weer van de beroepsbevolking in 2007, in 2011 en de evolutie tussen die twee jaartallen. De categorie werkzame personen is de som van de werknemers, zelfstandigen, gezinsleden die meewerken in het familiebedrijf en personen die de peiling niet hebben beantwoord (die laatste categorie is hier niet opgenomen in de tabel). De absolute en relatieve waarden in functie van de werkzame personen zijn aangeduid in de tabel. De populatie werkzame personen van de vijf Belgische provincies en drie Franse regio s in de samenwerkingszone vertegenwoordigt iets meer dan 2 % van de werkzame personen binnen de EU-27. Het aantal werknemers onder de werkzame personen ligt hoger in de samenwerkingszone dan het EU-gemiddelde, in tegenstelling tot het aandeel zelfstandigen. De meewerkende gezinsleden zijn gemiddeld talrijker in de EU-27 dan in de samenwerkingszone, maar vormen slechts een klein percentage binnen de groep werkzame personen. Vanuit dynamisch standpunt bleef het aantal werkzame personen in de samenwerkingszone tussen 2007 en 2011 nagenoeg constant, terwijl dat aantal lichtjes daalde in de EU-27. Het aantal werknemers nam af binnen de samenwerkingszone en binnen de gehele Europese Unie. Nochtans is de impact minder uitgesproken in de samenwerkingszone. Het aantal zelfstandigen steeg met bijna 5% in deze zone, ondanks een daling ervan binnen de Europese Unie. Het aandeel van de meewerkende gezinsleden is echter duidelijk gedaald tussen 2007 en 2011, zowel in de Europese Unie als in de samenwerkingszone. De twee Vlaamse provincies en de provincie Luxemburg onderscheiden zich van de andere regio's op het vlak van de structuur van zijn beroepsbevolking. Het zijn de zones met het hoogste aandeel zelfstandigen en meewerkende gezinsleden binnen de samenwerkingszone. Bijgevolg is het aandeel werknemers binnen deze zones het laagst. De provincies Henegouwen en Namen volgen de gemiddelde structuur van de samenwerkingszone. De provincie Luxemburg kent een iets hoger aandeel zelfstandigen en meewerkende gezinsleden dan de samenwerkingszone, maar een iets lager aandeel werknemers. Bovendien is het aantal werkzame personen het sterkst gestegen in deze regio; De regio Champagne-Ardenne benaderde in 2011 eveneens het gemiddelde van de samenwerkingszone. Toch is het aandeel van de zelfstandigen in deze regio tussen 2007 en 2011 met bijna 10 % gedaald. Het aandeel meewerkende gezinsleden daarentegen is over dezelfde periode niet veranderd. Picardie onderscheidt zich, omdat de regio het hoogste aandeel werknemers en het laagste aandeel zelfstandigen binnen de samenwerkingszone telt. Picardie is ook de regio waar het aantal werkzame personen het meest is gedaald. Het aandeel van de werknemers in Nord-Pas de Calais ligt boven het gemiddelde van de samenwerkingszone, maar het aandeel zelfstandigen ligt lager. Wat Nord-Pas de Calais onderscheidt is dat het aandeel zelfstandigen met bijna 40 % is toegenomen tussen 2007 en Het is bovendien de enige regio met een stijgend aantal meewerkende gezinsleden. De werkzame personen in Werkzame personen Werknemers Zelfstandigen Meewerkende gezinsleden Aantal ('000) % Aantal ('000) % Aantal ('000) % Aantal ('000) % 155

156 Socio-economische context van de samenwerkingszone EU ,5 100% ,5 83,3% , 5 15,1% 3481,9 1,6% Samenwerkingszone 4.724,7 100% 4.189,5 88,7% 496,6 10,5% 38,8 0,8% Oost-Vlaanderen 644,5 100% 542,8 84,2% 93,2 14,5% 8,5 1,3% West-Vlaanderen 508,0 100% 425,4 83,7% 73,1 14,4% 9,5 1,9% Hainaut 469,0 100% 411,7 87,8% 52,4 11,2% 4,9 1,0% Luxembourg 112,0 100% 95,6 85,4% 15,0 13,4% 1,5 1,3% Namur 186,8 100% 162,9 87,2% 22,7 12,2% 1,2 0,6% Champagne Ardenne 519,5 100% 451,5 86,9% 62,4 12,0% 5,6 1,1% Picardie 783,5 100% 721,3 92,1% 59,6 7,6% 2,7 0,3% Nord-Pas de Calais 1.501,4 100% 1.378,3 91,8% 118,2 7,9% 4,9 0,3% Evolutie Werkzame personen Werknemers Zelfstandigen Meewerkende gezinsleden EU 27-0,85% -0,59% -0,72% -11,34% Samenwerkingszone* -0,04% -0,32% 4,37% -18,83% Oost-Vlaanderen 3,30% 1,65% 15,20% -5,56% West-Vlaanderen -0,02% 3,71% -14,90% -20,83% Hainaut 1,41% 2,51% -3,50% -26,87% Luxembourg 5,56% 4,14% 18,11% 0,00% Namur 0,92% 2,32% -2,58% -55,56% Champagne Ardenne -7,17% -7,29% -9,04% 40,00% Picardie 1,11% 0,77% 9,76% -43,75% Nord-Pas de Calais -0,33% -1,80% 23,38% -30,99% Bron : Eurostat 2011 *De in deze grafiek vermelde samenenwerkingsgebied is een benadering (som van de Belgische provincies en de Franse regio s vermeld in de tabel) van de reële samenwerkingszone van het Interreg-programma. Deze laatste omvat Oost-Vlaanderen niet in zijn geheel Werkgelegenheids- en werkloosheidsgraad Onderstaande tabel toont de werkgelegenheidsgraad voor de verschillende leeftijdscategorieën van de bevolking en voor vrouwen. Met minder dan zeven op de tien personen tussen 15 en 64 jaar is de werkgelegenheidsgraad van de samenwerkingszone structureel zwak ten opzichte van het EU-gemiddelde. De provincies van de zone met de hoogste werkgelegenheidsgraad zijn de twee Vlaamse provincies (67,4%). Het zijn bovendien de twee enige provincies in de samenwerkingszone waarvan de werkgelegenheidsgraad boven het gemiddelde ligt van de EU. De provincie Henegouwen heeft de laagste werkgelegenheidsgraad (53,8%). De arbeidsmarkt kan nauwkeuriger omschreven worden met behulp van de volgende aspecten: Werkgelegenheidsgraad eidsgraad in 2011 (%) Werkgelegenheidsgraad: 15 tot 64 jaar Werkgelegenheidsgraad: 15 tot 24 jaar Werkgelegenheidsgraad: 55 tot 64 jaar Werkgelegenheidsgraad: vrouwen van 15 tot 64 jaar 156

157 Socio-economische context van de samenwerkingszone EU 27 64,2% 33,5% 47,4% 58,4% Oost-Vlaanderen 67,4% 28,6% 38,7% 63,5% West-Vlaanderen 67,4% 31,5% 39,2% 63,4% Hainaut 53,8% 21,4% 34,0% 47,7% Luxembourg 62,1% 24,4% 38,6% 55,8% Namur 58,7% 24,9% 34,6% 53,8% Champagne Ardenne 60,7% 28,9% 38,6% 56,9% Picardie 63,8% 33,2% 37,8% 59,0% Nord-Pas de Calais 57,5% 26,6% 32,9% 52,2% Bron : Eurostat 2011 De werkgelegenheidsgraad van jongeren in de samenwerkingszone is laag. In alle gebieden van de samenwerkingszone ligt de lokale werkgelegenheidsgraad van jongeren tussen 15 en 24 jaar immers onder het gemiddelde van de EU-27. In het Waalse Gewest is dit fenomeen bijzonder uitgesproken: volgens de provincies heeft slechts tussen 21% en 25 % van de jongeren er een baan. De werkgelegenheidsgraad van de 55- tot 64-jarigen ligt in alle regio's van de samenwerkingszone lager dan 40 %. Dat percentage dreigt nog verder te dalen, aangezien de generatie van de 45- tot 64-jarigen in de komende jaren met pensioen blijft gaan. De werkgelegenheidsgraad van vrouwen ligt in alle regio's van de samenwerkingszone onder het streefcijfer van 75 % tegen Vrouwen blijven in mindere mate dan mannen participeren op de arbeidsmarkt. Ook al is de kloof in de afgelopen tien jaar aanzienlijk kleiner geworden, toch lijkt het verschil zich sinds 2009 te hebben gestabiliseerd. Enkel in de Vlaamse provincies, en in mindere mate in Picardie, ligt de werkgelegenheidsgraad van de vrouwen boven het Europees gemiddelde. De werkgelegenheidsgraden zijn nagenoeg het hoogst in Oost- en West-Vlaanderen, onafhankelijk van de leeftijdsgroep of het geslacht. De drie Waalse provincies vertonen de laagste werkgelegenheidsgraden binnen de hele samenwerkingszone (onafhankelijk van de beschouwde leeftijdsgroep of het geslacht). De provincie Luxemburg kent echter ietwat betere cijfers dan de provincie Namen. Henegouwen vertoont de slechtste scores. De algemene werkgelegenheidsgraad en die van jongeren in de regio Champagne-Ardenne is gemiddeld in vergelijking met de rest van de samenwerkingszone. Die percentages liggen maar net onder de EU-gemiddelden. Het percentage van de 55- tot 64-jarigen in de regio is het hoogste van de Franse regio's in de samenwerkingszone, maar is wel zwakker dan de Vlaamse percentages. De werkgelegenheidsgraad in Picardie ligt op het gemiddelde van die van de samenwerkingszone en boven de gemiddelden in de Franse regio s (behalve het percentage van de 55- tot 64-jarigen). Nord-Pas de Calais kent zwakke werkgelegenheidsgraden vergeleken met de rest van de samenwerkingszone en de zwaktste cijfers vergeleken met de Franse regio s in het samenwerkingsgebied.. Zoals al eerder aangehaald, is de werkgelegenheidsgraad van de volledige samenwerkingszone relatief zwak. Het percentage van de 55- tot 64-jarigen biedt de meeste marge tot verbetering, aangezien de waarden binnen die leeftijdscategorie het meest afwijken van het gemiddelde in de EU-27. De meeste deeltijdse werknemers zijn vrouwen. Dat fenomeen geldt des te meer in de samenwerkingszone, aangezien het aandeel vrouwen binnen de deeltijdse werknemers er schommelt tussen de 78,5 % en de 82,4 %, terwijl het EU-gemiddelde op 74,8 % ligt. Deze tendens tot oververtegenwoordiging van vrouwen binnen deeltijds werk is tussen 2007 en 2011 gedaald. In de tabel hieronder ziet u het algemene werkloosheidspercentage in 2011, de evolutie ervan tussen 2007 en 2011, het percentage langdurige werkloosheid en het percentage jongerenwerkloosheid (15 tot 24 jaar). Werkloosheidsgraad Werkloosheidsgraad 2011 Evolutie werkloosheidsgraad Langdurige werkloosheidsgraad jarigen (2011) EU 27 9,60% 33,33% 4,14% 21,40% Oost-Vlaanderen 3,80% -20,83% 1,34% 11,40% West-Vlaanderen 3,20% 6,67% 0,90% 11,40% Hainaut 11,70% -8,59% 6,42% 30,80% 157

158 Socio-economische context van de samenwerkingszone Luxembourg 6,20% -8,82% 2,73% 18,60% Namur 8,00% -5,88% 4,13% 22,00% Champagne-Ardenne 10,70% 27,38% 4,41% 26,70% Picardie 9,40% -7,84% 4,60% 23,60% Nord-Pas de Calais 12,90% 10,26% 6,58% 31,00% Bron : Eurostat 2011 De werkloosheidsgraad ligt in de meeste Belgische provincies en Franse regio's van de samenwerkingszone hoger dan het EU-gemiddelde (9,6 %). De twee Vlaamse provincies vormen hierop een uitzondering: Oost-Vlaanderen kende een werkloosheidsgraad van 3,8 % en West-Vlaanderen van 3,2%. De werkloosheidsgraad bij de jongeren bedroeg 11,4 % in beide provincies. In de drie Waalse provincies is de werkloosheidsgraad in drie jaar tijd gedaald met 5 tot 9 %. De provincies Luxemburg en Namen hebben een middelhoge werkloosheidsgraad in vergelijking met de rest van de samenwerkingszone. De indicatoren van de provincie Luxemburg zijn een beetje beter dan die van Namen. De provincie Henegouwen en de regio Nord-Pas de Calais hebben de hoogste werkloosheidsgraad van de samenwerkingszone, ook voor de langdurige werkloosheid en de jongerenwerkloosheid. Nord-Pas de Calais heeft niet alleen de slechtste indicatoren, maar het de werkloosheidsgraad is er bovendien met 10 % gestegen. Picardie en Champagne-Ardenne hebben relatief lage werkloosheidsgraden ten opzichte van de hele samenwerkingszone, maar ze liggen dicht bij het EUgemiddelde. Ze zijn echter beter dan die van Henegouwen en Nord-Pas de Calais. Tussen 2007 en 2011 zijn de werkloosheidsgraden in alle regio s gunstiger geevolueerd dan het EU-gemiddelde. De stijging van de werkloosheidsgraad in Champagne-Ardenne is alarmerend. Het langdurige werkloosheidsgraad is tussen 1999 en 2011 gedaald in de hele samenwerkingszone. In 2008 steeg de werkloosheid als gevolg van de crisis tot 2010, maar vanaf 2011 zette de neerwaartse trend zich weer door. Langdurige werkloosheidgraad (%) 12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 2,00 Langdurige werkloosheidsgraad 0, West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Henegouwen Luxemburg Namen Champagne-Ardenne Picardie Nord - Pas-de-Calais Bron : Eurostat 2011 Wat de afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt betreft, vertonen bepaalde gebieden van de samenwerkingszone een groot onevenwicht, namelijk een daling van de werkgelegenheid in de industrie en de zwakke creatie van werkgelegenheid in sector van de marktdiensten (in de provincie Henegouwen, Aisne of Ardennes bijvoorbeeld): 158

159 Socio-economische context van de samenwerkingszone o o Het onevenwicht is des te problematischer door de zorgwekkende situatie van de jongeren, zelfs in gebieden met een lage totale werkloosheidsgraad zoals de provincies Namen en Luxemburg. In de provincie Henegouwen was in ,8 % van de min 25-jarigen werkloos, evenals 26,7 % in Champagne-Ardenne en 31 % in Nord-Pas de Calais. De provincies Oost- en West-Vlaanderen worden daarentegen geconfronteerd met een fenomeen van schaarste op de arbeidsmarkt, wat voor een deel de omvang van de grensoverschrijdende realiteit verklaart (meer dan grensarbeiders). De sectoren met een groot potentieel in deze gebieden (met name de metaalnijverheid, de bouwsector, de agrovoedingssector en de zorgsector) vinden moeilijk werknemers en de werkloosheidsgraad bij de min 25-jarigen ligt erg laag. Deze behoefte aan arbeidskrachten, die blijkt uit de grensoverschrijdende BMO-enquêtes (Besoins en Main d Oeuvre) Nord-Pas de Calais/België, verklaart onder meer de grensoverschrijdende aanwervingen: zo werden in rekruteringsprojecten opgezet in de Belgische grensstreek en door ondernemingen in de regio Nord-Pas de Calais. De socio-economische stand van zaken voor 2011 van Wallonië die werd opgesteld door het Forem, onderstreept overigens dat voor 37 van de 47 knelpuntberoepen de krapte op de arbeidsmarkt aan de basis ligt. In de Waalse grensstreek en meer in het algemeen in België is de vraag vooral groot in de tertiaire sector Scholingsgraad van de arbeidskrachten In de tabel hieronder ziet u de evolutie van de scholingsgraad van de werknemers tussen 2002 en Scholingsgraad van de arbeidskrachten : : vergelijking van het scholingsniveau volgens de internationale onderwijsindeling van de Unesco voor 1997 (ISCED 1997) Laaggeschoold niveau 0-2 Middengeschoold niveau 3-4 Hooggeschoold niveau EU 27 25,7% 21,3% 48,8% 48,6% 25,1% 29,9% Oost-Vlaanderen 24,4% 19,6% 41,0% 40,8% 34,6% 39,7% west-vlaanderen 24,4% 19,5% 42,8% 45,5% 32,8% 35,0% Hainaut 28,3% 23,6% 40,9% 42,4% 30,8% 33,9% Luxembourg 28,3% 23,0% 40,1% 41,3% 31,5% 35,7% Namur 24,9% 20,1% 39,8% 40,4% 35,2% 39,5% Champagne-Ardenne 29,9% 25,1% 46,3% 50,3% 23,9% 24,6% Picardie 33,6% 29,4% 43,6% 46,7% 22,8% 24,0% Nord-Pas de Calais 30,2% 22,5% 44,5% 44,6% 25,3% 33,0% Bron : Eurostat 2011 * de granulariteit is aangepast aan de beschikbare gegevens om een homogene vergelijking mogelijk te maken De hooggeschoolde arbeidskrachten zijn meer vertegenwoordigd in de volledige samenwerkingszone dan in de EU. De twee regio s die hierop een uitzondering vormen zijn Champagne-Ardenne en Picardie. De drie Franse regio's lijken over het algemeen lager opgeleide arbeidskrachten te hebben dan de Belgische provincies. Vanuit dynamisch oogpunt zijn de arbeidskrachten in alle regio's van de samenwerkingszone geëvolueerd naar een hoger scholingsniveau, net zoals in de Europese Unie. De provincies Oost-Vlaanderen en Namen hebben de hoogste percentages hooggeschoolden. Champagne-Ardenne en Picardie zijn de regio s met de laagste percentages. De Vlaamse provincies zijn de zones met het kleinste aandeel laaggeschoolden, Picardie die met het hoogste aandeel. Het bestaan van echte grensoverschrijdende arbeidsmarktregio s en van gemeenschappelijk economische sectoren aan weerszijden van de grens rechtvaardigen de ontwikkeling van gemeenschappelijke beroepsopleidingen in heel wat gebieden. In dit verband hebben bepaalde gebieden belangrijke initiatieven gelanceerd. Zo werd in 2012 het project Distance Zéro opgestart tussen de regio Champagne-Ardenne en Wallonië om in een grensoverschrijdend verband 600 stagiairs op te leiden over een periode van 4 jaar. De 6 opleidingstrajecten van het project spitsen zich toe op beroepen met goede vooruitzichten die beantwoorden aan de vraag naar arbeidskrachten van ondernemingen in de regio Champagne-Ardenne en in Wallonië Grensoverschrijdende mobiliteit De grensoverschrijdende mobiliteit tussen België en Frankrijk kunnen we op verschillende manieren belichten: enerzijds met een analyse op het niveau van de landen of regio's en anderzijds vanuit het perspectief van de in- of uitgaande stromen. Afhankelijk van de gekozen perspectieven en bronnen verschillen de gegevens en is de samenhang niet altijd perfect. De gegevens van het RIZIV geven een zeer globaal beeld van de grensoverschrijdende mobiliteit. Deze gegevens leenden zich beter tot analyse dan de regionale data omdat deze laatste onvolledig en moeilijk vergelijkbaar zijn. 159

160 Socio-economische context van de samenwerkingszone Volgens het RIZIV hebben inwoners van Frankrijk in 2012 in België gewerkt, terwijl slechts inwoners van België in Frankrijk hebben gewerkt. Dat gebrek aan coherentie in de methodiek om gegevens te verzamelen en de favoriete Belgische werkplaatsen van de Fransen zijn te zien in de volgende figuur. Daarin ziet u de verdeling van de werknemers in België die ook in Frankrijk wonen volgens twee verschillende bronnen. Verdeling van de Franse werknemers over de verschillende Belgische provincies Bron : RIZIV 2009, ONSS 2009 Bovendien kwam de volgende informatie naar voren: In 2009 kwamen Franse werknemers naar West-Vlaanderen. Iets minder dan de helft van hen werkte in het arrondissement Kortrijk. In 2009 kwamen Franse werknemers naar Henegouwen. Ongeveer de helft van hen is gelijk verdeeld over Moeskroen en Doornik. Voor die twee provincies die meer dan 70 % van de Franse grenswerknemers tewerkstelden, kunnen we de volgende statistieken vermelden: 75 % van de grenswerknemers zijn mannen. De industriesector zet 50 % van de Franse grenswerknemers in. De op een na grootste sector is de groot- en kleinhandel en administratieve en ondersteunende diensten met 10 % Franse grenswerknemers. Die werknemers zijn relatief jong (een kwart is jonger dan 30). Tweederde van de Fransen die in België werken, komen uit Nord-Pas de Calais, uit de regio Roubaix-Tourcoing (34 %), Sambre-Avesnois (18 %), Valenciennes (15 %), Duinkerke en Flandre-Lys (14 %) en Rijsel (13 %). Voor de Belgen die in Frankrijk werken, geldt: Het aantal Belgische inwoners dat in Frankrijk werkt, is gedaald van 5979 naar 5477 personen tussen 2008 en In 2012 telde het RIZIV desondanks 6700 Belgen die in Frankrijk werkten. Deze waarde was de hoogste in 10 jaar. Driekwart van de Belgen die in Frankrijk werken, woont in Henegouwen. Van het overige kwart woont de helft in West-Vlaanderen. De onderstaande figuur toont de voortgang van die tendensen vanuit dynamisch oogpunt: 160

161 Socio-economische context van de samenwerkingszone Evolutie van het aantal grenswerknemers van Bron : RIZIV 2012 Het arbeidsaanbod varieert sterk langs de grens en de situatie kan worden opgesplitst volgens de arbeidsmarktregio's: Duinkerke en de Vlaamse kustregio vormen een eerste arbeidsregio. Het arbeidstekort in Vlaanderen door het extreem lage werkloosheidspercentage, in combinatie met de hoge werkloosheidsgraad in Nord-Pas de Calais, maken een evenwicht mogelijk, hoewel er nog een aanzienlijke marge voor verbetering bestaat. De zone van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai vormt een tweede arbeidsregio van meer dan banen, verdeeld over Rijsel (56,5 %), de Vlaamse gebieden (30,7 %) en Picardisch Wallonië (12,8 %). De werknemers van Rijsel zijn vooral actief in de tertiaire sector, die rond Kortrijk in de industrie en die in Picardisch Wallonië in de dienstensector en in mindere mate ook in de industrie. Binnen Picardie en Champagne-Ardenne kan geen enkele zone als grensoverschrijdende arbeidsmarktregio worden beschouwd, gezien de zwakkere activiteit en de talrijke mobiliteitsobstakels. De grensoverschrijdende stromen blijven niettemin vrij homogeen wat de categorie van de betrokken werknemers betreft. In de regio Nord-Pas de Calais hebben deze stromen immers vooral betrekking op de arbeiders. Maar door de geleidelijke diversificatie van de activiteiten in de zone winnen andere werknemerscategorieën aan belang in deze stromen, zoals kaderleden. Zo heeft de grensoverschrijdende uitstroom in het departement Marne vooral betrekking op de kaderleden en technici. Ook fiscale voorzieningen beïnvloeden de arbeidsmarkt. Deze ondergingen echter onlangs belangrijke veranderingen: Voor 2008 werden de grenswerknemers belast in het land waar ze gevestigd waren, maar betaalden ze hun sociale lasten in het land waar ze werkten. Aangezien de inkomstenbelasting in Frankrijk lager is dan in België, en de persoonlijke bijdragen hoger zijn in Frankrijk dan in België, was het heel gunstig voor ingezetenen van Frankrijk om in België te werken, maar niet interessant voor inwoners van België om in Frankrijk te werken. Deze situatie benadeelde Belgische werknemers op de arbeidsmarkt in de grensstreek, en zette Belgen aan om zich in Frankrijk te vestigen. In 2008 heeft men met een wetgevend initiatief evenwel geprobeerd om verandering te brengen in die situatie, door de werknemer in het land van arbeid te belasten. In de praktijk heeft dit de onevenwichten op de grensoverschrijdende Frans-Belgische arbeidsmarkt echter niet veranderd. Dit initiatief schaft met retroactief effect tot 2007 de grensregeling af voor Belgen die in Frankrijk tewerkgesteld zijn en voorziet een overgangsperiode van 25 jaar voor de Fransen die in België werken. Sinds 1 januari 2012 kan een persoon dus niet langer het statuut van grenswerknemer verkrijgen. Diegenen die echter al beschikten over het statuut per 31 december 2011, kunnen het behouden tot in 2033 op drie voorwaarden. 161

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020

Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 EUROPESE COMMISSIE Samenvatting van de partnerschapsovereenkomst voor Nederland, 2014-2020 Algemene informatie De partnerschapsovereenkomst (PO) van Nederland is het overkoepelende strategische document

Nadere informatie

Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020

Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020 Europese Territoriale Samenwerking: INTERREG-programma s 2014-2020 1 INTERREG Wat is INTERREG? INTERREG-programma s zijn subsidieprogramma s die sinds 1990 de samenwerking stimuleren tussen regio s uit

Nadere informatie

Indicatorenfiche: prioriteit 2

Indicatorenfiche: prioriteit 2 INTERVENTIELOGICA INTERREG 5 In de verordeningen voor de periode 2014-2020 legt de Europese Commissie de nadruk op de interventielogica van de s en op het belang van de selectie van de resultaat- en realisatiegebonden

Nadere informatie

Europese subsidies voor de Sociale Economie

Europese subsidies voor de Sociale Economie Europese subsidies voor de Sociale Economie Kader en functioneren van Europese subsidies Hoe werken EU subsidies? 1 EU BELEIDSKADER BEPALEND VOOR DE INHOUD SUBSIDIEPROGRAMMA S (1) Europa 2020 doelstellingen

Nadere informatie

Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020

Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020 Infosessie Zorg 29 april 2014 Europese subsidieprogramma s 2014-2020 Europa 2020 SLIMME GROEI DUURZAME GROEI INCLUSIEVE GROEI De uitdagingen Groei en banen scheppen Klimaatverandering en Energieafhankelijkheid

Nadere informatie

Europese Structuurfondsen Betty De Wachter

Europese Structuurfondsen Betty De Wachter Europese Structuurfondsen Betty De Wachter Politieke Academie 2013 Europese cohesiebeleid Doel: economische, sociale en territoriale samenhang of cohesie in de Europese Unie Principes: ontwikkeling herverdeling

Nadere informatie

COHESIEBELEID 2014-2020

COHESIEBELEID 2014-2020 GEÏNTEGREERDE TERRITORIALE INVESTERING COHESIEBELEID 2014-2020 De nieuwe wet- en regelgeving voor de volgende investeringsronde van het EU-cohesiebeleid voor 2014-2020 is in december 2013 formeel goedgekeurd

Nadere informatie

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 17.12.2014

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 17.12.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.12.2014 C(2014) 10125 final UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 17.12.2014 tot goedkeuring van bepaalde elementen van het samenwerkingsprogramma "Interreg V-A Vlaanderen-Nederland"

Nadere informatie

COMMISSIEVAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE. van 19ЯХ/2008

COMMISSIEVAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE. van 19ЯХ/2008 COMMISSIEVAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 19/IX/2008 C(2008) 5113 definitief WORDT NIET GEPUBLICEERD BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19ЯХ/2008 tot goedkeuring van het operationeel programma "Frankrijk

Nadere informatie

Handleiding voor projectpartners

Handleiding voor projectpartners Handleiding voor projectpartners Versie 1-30 maart 2015 Avec le soutien du Fonds européen de développement régional Met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling INLEIDING 6 HOOFDSTUK 1

Nadere informatie

Cultura Creative (RF) / Alamy Stock Photo

Cultura Creative (RF) / Alamy Stock Photo Cultura Creative (RF) / Alamy Stock Photo DE EUROPESE STRUCTUUR- EN INVESTERINGSFONDSEN (ESI-FONDSEN) EN HET EUROPEES FONDS VOOR STRATEGISCHE INVESTERINGEN (EFSI) HET VERZEKEREN VAN COÖRDINATIE, SYNERGIEËN

Nadere informatie

Voorlopige versie. 26 september 2006 WOORD VOORAF

Voorlopige versie. 26 september 2006 WOORD VOORAF Voorbereidend document voor de opbouw van het Operationeel Programma in het kader van het objectief Europese territoriale samenwerking voor de periode 2007-2013 Voorlopige versie 26 september 2006 WOORD

Nadere informatie

Interreg A Euregio Maas-Rijn

Interreg A Euregio Maas-Rijn Interreg A Euregio Maas-Rijn Growing Together EU 2020 strategie limburg.be EU 2020 strategie limburg.be Inhoud van het Interregprogramma As 1 As 2 As 3 As 4 Innovatie 2020 Economie 2020 Sociale inclusie

Nadere informatie

EU subsidies voor KRW opgaven

EU subsidies voor KRW opgaven EU subsidies voor KRW opgaven Themabijeenkomst op 26 november 2015 Govert Kamperman en Wimjan van der Heijden Waar staan we bij stil Kerndoelstellingen Europa Europa 2020-strategie EU subsidies, waar begint

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

16/04/2015 WORKSHOP 3 : EUROPESE MOGELIJKHEDEN STRUCTUURFONDSEN

16/04/2015 WORKSHOP 3 : EUROPESE MOGELIJKHEDEN STRUCTUURFONDSEN WORKSHOP 3 : EUROPESE MOGELIJKHEDEN STRUCTUURFONDSEN 1 Plattelandsontwikkeling & LEADER Doel: Verhogen van de leefbaarheid van het platteland Verschillende subsidiepoten: Subsidiepoot voor gehele provincie*

Nadere informatie

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 29.10.2014. tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE. van 29.10.2014. tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België EUROPESE COMMISSIE Brussel, 29.10.2014 C(2014) 8190 final UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 29.10.2014 tot goedkeuring van bepaalde elementen van de partnerschapsovereenkomst met België CCI 2014BE16M8PA001

Nadere informatie

Operationeel programma "Nederland-Duitsland" 2007-2013

Operationeel programma Nederland-Duitsland 2007-2013 MEMO/08/318 Brussel, 20 mei 2008 Operationeel programma "Nederland-Duitsland" 2007-2013 1. "Operationeel programma voor grensoverschrijdende samenwerking Nederland-Duitsland" programma in het kader van

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 28 mei 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Peter Bellens Telefoon: 03 240 52 40 Agenda nr. 10/1 Europa. Beheers- en uitvoeringsovereenkomst Samenwerkingsprogramma

Nadere informatie

Informations générales / Algemene informatie. Opérateur chef de file / Projectleider

Informations générales / Algemene informatie. Opérateur chef de file / Projectleider Informations générales / Algemene informatie Titre du projet / Titel van het project Acronyme (20 caractères)/ Acroniem (20 tekens) Thématique / Priorité / (ne cocher qu une seule case) Thematiek / Prioriteit

Nadere informatie

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen?

Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Hoe beïnvloedt het Europese beleid de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen? Cascade van beleidsniveaus en beleidsteksten Beleid EU Strategie Europa 2020 Europees werkgelegenheidsbeleid Richtsnoeren

Nadere informatie

INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties

INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties INTERREG NOORDWEST-EUROPA Overzichtstabel van de assen, doelstellingen en soorten acties Elke as streeft één of meerdere specifieke doelstellingen na, elk onderverdeeld in soorten acties. De aangehaalde

Nadere informatie

PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE. bij de

PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE. bij de EUROPESE COMMISSIE Brussel, 25.2.2015 COM(2015) 80 final ANNEX 1 PAKKET ENERGIE-UNIE BIJLAGE STAPPENPLAN VOOR DE ENERGIE-UNIE bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET

Nadere informatie

Personen met een handicap hebben gelijke rechten

Personen met een handicap hebben gelijke rechten Personen met een handicap hebben gelijke rechten De Europese strategie voor personen met een handicap 2010-2020 Europese Commissie Gelijke rechten, gelijke kansen Europese toegevoegde waarde Circa 80 miljoen

Nadere informatie

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011 Workshop 3 Digitale inclusie Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa Brussel, 11.10.2011 2 E-inclusion e-inclusie (of digitale inclusie) verwijst naar alle beleidslijneninitiatieven die een inclusieve

Nadere informatie

Wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) van de Commissie van 14 maart 2012 zijn vetgedrukt weergegeven.

Wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) van de Commissie van 14 maart 2012 zijn vetgedrukt weergegeven. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 20 april 2012 (23.04) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2011/0276 (COD) 2011/0268 (COD) 2011/0273 (COD) 8207/12 ADD 1 REV 2 FSTR 26 FC 17 REGIO 39 SOC 240 AGRISTR

Nadere informatie

Overige Europese (Co)Financieringsfondsen. EC 2,1 miljard euro periode 2007-2013. België 4 miljoen Euro 2007

Overige Europese (Co)Financieringsfondsen. EC 2,1 miljard euro periode 2007-2013. België 4 miljoen Euro 2007 Overige Europese (Co)financieringsfondsen LIFE+ EFRO INTERREG IV PDPO Visserijfonds CIP Ludo Holsbeek Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Beleidsvoorbereiding en Evaluatie. Koning Albert II-laan,

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

De Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai werft een Algemeen Directeur (m/v) aan

De Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai werft een Algemeen Directeur (m/v) aan De Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai werft een Algemeen Directeur (m/v) aan I. EUROMETROPOOL LILLE-KORTRIJK-TOURNAI : EEN GEZAMENLIJKE WIL OM ACTIE

Nadere informatie

INTERREG V A 2014 2020

INTERREG V A 2014 2020 INTERREG V A 2014 2020 Doelen en subsidieinstrumenten van de EU Slimme groei Duurzame groei Inclusieve groei Structuurfondsen Doelstelling 1 Convergentie (Regio s met BBP/inw. < 75% van het Europese gemiddelde)

Nadere informatie

projectmedewerk(st)er visuele communicatie en multimedia (webmaster)

projectmedewerk(st)er visuele communicatie en multimedia (webmaster) De Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai werft aan: projectmedewerk(st)er visuele communicatie en multimedia (webmaster) I. DE EUROMETROPOOL LILLE-KORTRIJK-TOURNAI

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020

Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020 Europese fondsen voor de steden in het OP Zuid 2014-2020 Innovatie, duurzaamheid en inclusieve groei 1. Inleiding De steden in Zuid-Nederland, verenigd in de de B5, L4 en Z4, hebben aangegeven een nadrukkelijke

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

ADVIES. Operationeel Programma 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 15 mei 2014

ADVIES. Operationeel Programma 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 15 mei 2014 ADVIES Operationeel Programma 2014-2020 van de Europese Structuurfondsen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 15 mei 2014 Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Bischoffsheimlaan

Nadere informatie

Tijdens de zitting van 18 mei 2009 heeft de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen de conclusies in bijlage dezes aangenomen.

Tijdens de zitting van 18 mei 2009 heeft de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen de conclusies in bijlage dezes aangenomen. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 mei 2009 (26.05) (OR. en) 9909/09 DEVGE 147 E ER 187 E V 371 COAFR 172 OTA van: het secretariaat-generaal d.d.: 18 mei 2009 nr. vorig doc.: 9100/09 Betreft: Conclusies

Nadere informatie

A. Projectspecifieke indicatoren ten behoeve van thematische prioriteit 4 : Stedelijke ontwikkeling

A. Projectspecifieke indicatoren ten behoeve van thematische prioriteit 4 : Stedelijke ontwikkeling A. Projectspecifieke indicatoren ten behoeve van thematische prioriteit 4 : Stedelijke ontwikkeling 4.1. Voor EFRO-projecten onder operationele doelstelling: Ondersteunen van geïntegreerde stedelijke ontwikkelingsprojecten

Nadere informatie

Wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) van de Commissie van 14 maart 2012 zijn vetgedrukt weergegeven.

Wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) van de Commissie van 14 maart 2012 zijn vetgedrukt weergegeven. eil UE PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 2 april 2012 (19.04) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2011/0276 (COD) 2011/0268 (COD) 2011/0273 (COD) 8207/12 ADD 1 LIMITE FSTR 26 FC 17 REGIO 39 SOC

Nadere informatie

Europese subsidies voor de Sociale Economie. Kader en functioneren van Europese subsidies

Europese subsidies voor de Sociale Economie. Kader en functioneren van Europese subsidies Europese subsidies voor de Sociale Economie Kader en functioneren van Europese subsidies Hoe werken EU subsidies? EU BELEIDSKADER BEPALEND VOOR DE INHOUD SUBSIDIEPROGRAMMA S (1) Thema s van belang voor

Nadere informatie

Monitoring en evaluatie van het programma voor

Monitoring en evaluatie van het programma voor Monitoring en evaluatie van het programma voor plattelandsontwikkeling in Vlaanderen (PDPO II) Ellen Maertens Afdeling voor Monitoring i en Studie Departement Landbouw en Visserij 27 april 2010 Landbouw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 21 501-08 Milieuraad Nr. 525 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION

Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION ethodologische nota note methodologique - zie m voir II - 73 Total des attributaires sur base de prestations de travail - LIEU D'HABITATION Totaal aantal rechthebbenden op basis van arbeidsprestaties-

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) (Europees Globaliseringsfonds)

Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) (Europees Globaliseringsfonds) Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) (Europees Globaliseringsfonds) Met behulp van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) kan de Europese Unie steun verlenen

Nadere informatie

INTERREG V Deutschland Nederland. 2 oktober 2014 Peter Paul Knol Gemeenschappelijk INTERREG-Secretariaat

INTERREG V Deutschland Nederland. 2 oktober 2014 Peter Paul Knol Gemeenschappelijk INTERREG-Secretariaat INTERREG V Deutschland Nederland 2 oktober 2014 Peter Paul Knol Gemeenschappelijk INTERREG-Secretariaat Kader Europa 2020 Strategie Slimme groei Duurzame groei Inclusieve groei Europese Verordeningen Structuurfondsen

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Cohesie Fonds 2 medegefinancierd door het Cohesie Fonds zijn een duurzame en efficiënte manier om te investeren in het versterken van economische,

Nadere informatie

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland

Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland Samenvatting Operationeel Programma EFRO Noord-Nederland 2014-2020 Inzet op innovatie en een koolstofarme economie In het Europa van 2020 wil Noord-Nederland zich ontwikkelen en profileren als een regio

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij medegefinancierd door Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij zijn een duurzame en efficiënte

Nadere informatie

Europa wil slim, duurzaam en inclusief

Europa wil slim, duurzaam en inclusief Europa wil slim, duurzaam en inclusief Noord-Nederland bereidt zich intensief voor op de Europese programma s in de periode 2014 2020. Het SNN biedt u met dit bericht inzicht in voortgang en verwachtingen.

Nadere informatie

Vastgoed is een bron van een kapitaalstroom met een jaarlijks debiet van vermoedelijk omtrent 1/3 BBP Vastgoed is zowel voor particulieren als voor

Vastgoed is een bron van een kapitaalstroom met een jaarlijks debiet van vermoedelijk omtrent 1/3 BBP Vastgoed is zowel voor particulieren als voor Vastgoed is een bron van een kapitaalstroom met een jaarlijks debiet van vermoedelijk omtrent 1/3 BBP Vastgoed is zowel voor particulieren als voor bedrijven vaak de grootste financiële investering ooit

Nadere informatie

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio.

uitgroeien tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio met economische creativiteit als concept voor meer welvaart en welzijn in de regio. Flanders Smart Hub 1. Waarom dit project? 2. Wie maakt deel uit van dit project? 3. Vanwaar komt de naam? 4. Het vertrekpunt van het project 5. Actiedomeinen 6. Wat zijn onze doelstellingen? 7. Logistiek

Nadere informatie

3/12/13. Horizon 2020 Challenge 5: klimaat, milieu, resource efficiency en grondstoffen

3/12/13. Horizon 2020 Challenge 5: klimaat, milieu, resource efficiency en grondstoffen 3/12/13 Horizon 2020 Challenge 5: klimaat, milieu, resource efficiency en grondstoffen Mieke Houwen Horizon 2020 : klimaat, milieu, resource efficiency en grondstoffen Agenda n Horizon 2020 algemeen n

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Koolstofarme economie Link met andere EU- subsidieprogramma s. 25 april 2014

Koolstofarme economie Link met andere EU- subsidieprogramma s. 25 april 2014 Gerichte infosessie Interreg: Noordzee Regio en Noordwest Europa 2014-2020 Koolstofarme economie Link met andere EU- subsidieprogramma s 25 april 2014 Vlaams- Europees verbindingsagentschap Joke Hofmans

Nadere informatie

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Programma 15.15 uur: Inleiding duurzaam toerisme door Dr. Anja de Groene 15.35 uur: Cradle to Cradle

Nadere informatie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie

Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Europese EFRO-subsidies voor innovatie en CO 2 -reductie Via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimuleert Europa de regionale

Nadere informatie

Brussels Smart Cities Andere Europese financiering voor Brusselse Smart Cities

Brussels Smart Cities Andere Europese financiering voor Brusselse Smart Cities Brussels Smart Cities Andere Europese financiering voor Brusselse Smart Cities Camille LEPINAY, VSGB 4/12/2014 Association de la Ville et des Communes de la Région de Bruxelles-Capitale asbl Vereniging

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld.

Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Preview. De vragenlijst kan uitsluitend online worden ingevuld. Vragenlijst "Een tussentijdse herziening van Europa 2020 - het standpunt van de EU-regio's en -steden" Achtergrond De tussentijdse herziening

Nadere informatie

Europese subsidies en de sociale economie

Europese subsidies en de sociale economie Europese subsidies en de sociale economie Tewerkstelling van vluchtelingen binnen de sociale economie 24 Mei 2016 Agenda 14:00 Welkom 14:15 Inleiding: Wie zijn de vluchtelingen? Quentin Callens, Agentschap

Nadere informatie

Associatie Raamwerk Overeenkomst tussen de Republiek Suriname en MERCOSUR

Associatie Raamwerk Overeenkomst tussen de Republiek Suriname en MERCOSUR Associatie Raamwerk Overeenkomst tussen de Republiek Suriname en MERCOSUR De Argentijnse Republiek, de Federatieve Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay, de Republiek ten oosten van de Uruguay, de

Nadere informatie

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013

Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst. Brussel, 27 februari 2013 Gimv Health & Care fonds Investeren in de gezondheids- en zorgsector van de toekomst Brussel, 27 februari 2013 Inhoud 1. Health & Care fonds zorgt voor kritische massa en multiplicatoreffect (Urbain Vandeurzen)

Nadere informatie

Interreg V Vlaanderen-Nederland

Interreg V Vlaanderen-Nederland Interreg V Vlaanderen-Nederland Waarom deze workshop - Doelstellingen OP-Zuid en Interreg Vlaanderen-Nederland afgestemd - Projectidee past niet zo goed in OP-Zuid, maar wèl in Interreg - Bijkomend: subsidie

Nadere informatie

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE

Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE istock Investeren in klimaatactie, investeren in LIFE Overzicht van het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie 2014-2020 Klimaat Wat is het nieuwe LIFE-subprogramma Klimaatactie? De Europese staatshoofden

Nadere informatie

Vet gemarkeerd zijn de wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) die de Commissie op 14 maart 2012 heeft gepresenteerd.

Vet gemarkeerd zijn de wijzigingen ten opzichte van de herziene versies (corrigendum) die de Commissie op 14 maart 2012 heeft gepresenteerd. eil UE PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 8 juni 2012 (18.06) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2011/0276(COD) 2011/0268(COD) 2011/0275(COD) 2011/0274(COD) 2011/0273(COD) 11027/12 ADD 1 LIMITE

Nadere informatie

R A P P O R T Nr. 87 --------------------------------

R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- Europese kaderovereenkomst betreffende inclusieve arbeidsmarkten Eindevaluatie van de Belgische sociale partners ------------------------ 15.07.2014

Nadere informatie

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds Financieringsinstrumenten

vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds Financieringsinstrumenten vooruitgang met financieringsinstrumenten vanuit ESI-fondsen Het Europees Sociaal Fonds medegefinancierd door het Europees Sociaal Fonds zijn een duurzame en efficiënte manier om te investeren in de groei

Nadere informatie

Het Meetjesland. Een regio met ontwikkelingsachterstand?

Het Meetjesland. Een regio met ontwikkelingsachterstand? Het Meetjesland Een regio met ontwikkelingsachterstand? Periode 1988 1994 Impulsprogramma Vlaams programma 7 gemeenten 150 mio bef. vanuit Vlaanderen Projecten rond economie, toerisme en diverse Vlaamse

Nadere informatie

Services & activiteiten

Services & activiteiten Services & activiteiten Informatie en advies Europese subsidies, artists residencies en mobiliteit, focuslanden Verzamelen van data, publicaties, onderzoek (oa Buitengaats) Organisatie Bijeenkomsten (voorlichting,

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

ONDERNEMEN. HET ZIT IN ONS.

ONDERNEMEN. HET ZIT IN ONS. ONDERNEMEN. HET ZIT IN ONS. Ondernemen zit in ons. Van kindsbeen af. Geen wonder: we groeiden op in West-Vlaanderen, een provincie die steeds vooruit wil. Die innoveert en investeert in kennis. En die

Nadere informatie

MEMORANDUM OF UNDERSTANDING ENERGIE-EFFICIËNTIE IN DE GEBOUWDE OMGEVING IN DE BENELUX EN AANGRENZENDE GEBIEDEN

MEMORANDUM OF UNDERSTANDING ENERGIE-EFFICIËNTIE IN DE GEBOUWDE OMGEVING IN DE BENELUX EN AANGRENZENDE GEBIEDEN MEMORANDUM OF UNDERSTANDING ENERGIE-EFFICIËNTIE IN DE GEBOUWDE OMGEVING IN DE BENELUX EN AANGRENZENDE GEBIEDEN MEMORANDUM OF UNDERSTANDING Energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving in de Benelux en

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C381 van 16/12/97

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C381 van 16/12/97 bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C381 van 16/12/97 Uitnodiging tot het indienen van voorstellen voor OTO-werkzaamheden (geavanceerde opleidingscursussen) in het kader van het specifieke

Nadere informatie

Ontwerp van samenwerkingsakkoord

Ontwerp van samenwerkingsakkoord Ontwerp van samenwerkingsakkoord Tussen: de Franse Gemeenschap Vertegenwoordigd door Mevrouw Fadila LAANAN, Minister van Cultuur, Audiovisuele Zaken, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen En: de Vlaamse

Nadere informatie

-2- Opleiding, opleidingen en onderwijs aan de universiteiten

-2- Opleiding, opleidingen en onderwijs aan de universiteiten Verklaring van Münster omtrent de onderlinge relaties op het gebied van hoger onderwijs, wetenschap en onderzoek tussen Nederland, de Vlaamse Gemeenschap van België, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE REGIO S VOOR ECONOMISCHE VERANDERING {SEC(2006) 1432}

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE REGIO S VOOR ECONOMISCHE VERANDERING {SEC(2006) 1432} NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 8.11.2006 COM(2006) 675 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE REGIO S VOOR ECONOMISCHE VERANDERING {SEC(2006) 1432} NL NL MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Nadere informatie

Workshop 1 Vergroten van productiviteit, werkgelegenheid en economische groei in steden en gemeenten

Workshop 1 Vergroten van productiviteit, werkgelegenheid en economische groei in steden en gemeenten Workshop 1 Vergroten van productiviteit, werkgelegenheid en economische groei in steden en gemeenten Workshop sessie 1a Steden, innovatie en regionale ontwikkeling Samenvatting van de rapporteur 27-11-1998

Nadere informatie

Europese subsidies voor de Sociale Economie. Kader en functioneren van Europese subsidies

Europese subsidies voor de Sociale Economie. Kader en functioneren van Europese subsidies Europese subsidies voor de Sociale Economie Kader en functioneren van Europese subsidies Hoe werken EU subsidies? EU BELEIDSKADER BEPALEND VOOR DE INHOUD SUBSIDIEPROGRAMMA S (1) Thema s van belang voor

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

DUURZAAM WIJKCONTRACT MAALBEEK

DUURZAAM WIJKCONTRACT MAALBEEK Gemeente Elsene Brussels Hoofdstedelijk Gewest DUURZAAM WIJKCONTRACT MAALBEEK Projectoproep ambachtslieden, ontwerpers en creatieve beroepen uit de Maalbeekwijk Publicatie : Januari 2016 Uiterste datum

Nadere informatie

Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen

Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen Landbouw in de stad en in de stadsrand ontwikkelen Actie 1: commerciële landbouw Doelstellingen: 1 De kennis over stedelijke landbouw ontwikkelen Een strategisch standpunt identificeren over het haalbare

Nadere informatie

Symposium Groene chemie in de delta

Symposium Groene chemie in de delta DPI Value Centre als onderdeel van TKI SPM en het valorisatienetwerk 2.0 Symposium Groene chemie in de delta A. Brouwer, 12 November 2012 TKI Smart Polymeric Materials Topresearch in polymeren 5-10 jaar

Nadere informatie

ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving

ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving Voorzichtig herstel bedreigde soorten Verdere achteruitgang functioneren van ecosystemen en biodiversiteit Meer aandacht voor natuur als basisvoorwaarde

Nadere informatie

Groot Composiet II Houtkoolschets

Groot Composiet II Houtkoolschets II Groot Composiet II Houtkoolschets Europa investeert in uw toekomst uit het Europese fonds voor regionale ontwikkeling Europa investeert in uw toekomst uit het Europese fonds voor regionale ontwikkeling

Nadere informatie

EFRO 2014-2020. Prioritaire as 1: Stimuleren van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie

EFRO 2014-2020. Prioritaire as 1: Stimuleren van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie EFRO 2014-2020 Prioritaire as 1: Stimuleren van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie Prioritaire as 2: Versterken concurrentievermogen KMO s Prioritaire as 3: Overgang naar koolstofarme

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RESULTAAT BESPREKINGEN van: Groep civiele bescherming d.d.: 16 april 2002 nr. vorig doc.: 7573/02 prociv

Nadere informatie

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST

SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST E u r o p e s e Commissie INFORMATIESYSTEEM VOOR STRATEGISCHE ENERGIETECHNOLOGIEËN SETIS VOOR EEN KOOLSTOFARME TOEKOMST http://setis.ec.europa.eu Europese Commissie Informatiesysteem voor strategische

Nadere informatie

Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en

Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en Beleidsregel MKB-Regeling Het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland zijnde Management Autoriteit Noord-Nederland; gelet op de Verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 7.6.2006 COM(2006) 275 definitief Deel I MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN

Nadere informatie

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers

FARMACIJFERS 2014. De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei. De kerncijfers FARMACIJFERS 214 De geneesmiddelenindustrie in België : een vector voor groei De kerncijfers Verantwoordelijke uitgever : Catherine Rutten voor pharma.be, Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie

Nadere informatie

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad

DORDRECHT. Aan. de gemeenteraad *P DORDRECHT Retouradres: Postbus 8 3300 AA DORDRECHT Aan de gemeenteraad Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT T 14 078 F (078) 770 8080 www.dordrecht.nl Datum 4 december 2012 Begrotingsprogramma

Nadere informatie

Perspectief voor de Achterhoek

Perspectief voor de Achterhoek Perspectief voor de Achterhoek 1 Perspectief voor de Achterhoek Aanleiding Op 23 september organiseerde De Maatschappij met Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek een interactieve bijeenkomst met als doel

Nadere informatie

Noord-Nederland en OP EFRO

Noord-Nederland en OP EFRO N o o r d - N e d e r l a n d Noord-Nederland en OP EFRO versterking van de noordelijke economie O P E F R O De afgelopen jaren heeft Noord-Nederland hard gewerkt aan de versterking van haar sociaal economische

Nadere informatie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/0339(COD) 11.4.2012. van de Begrotingscommissie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2011/0339(COD) 11.4.2012. van de Begrotingscommissie EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Begrotingscommissie 11.4.2012 2011/0339(COD) ONTWERPADVIES van de Begrotingscommissie aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid inzake het voorstel

Nadere informatie

Het regionaal beleid van de EU Een instrument voor groei en banen

Het regionaal beleid van de EU Een instrument voor groei en banen Het regionaal beleid van de EU Een instrument voor groei en banen NL Europa moet groeien en heeft behoefte aan investeringen die kmo s, onderwijs, onderzoek, innovatie, digitale infrastructuur, energie

Nadere informatie

EFRO 2014 2020. Ed Meijerink

EFRO 2014 2020. Ed Meijerink EFRO 2014 2020 Ed Meijerink EFRO 2014-2020: waar staan we? OP EFRO RIS3 Noord-Nederland (4 maatschappelijke opgaven, living lab, geïntegreerde projecten) Focus op inzet MKB Innovatie Koolstofarm Beschikbare

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.7.2004 COM(2004) 495 definitief 2004/0167 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Europees Fonds voor

Nadere informatie

Een duurzame manier om de economische en sociale doelstellingen van de EU te bereiken

Een duurzame manier om de economische en sociale doelstellingen van de EU te bereiken Een duurzame manier om de economische en sociale doelstellingen van de EU te bereiken medegefinancierd door Europese Structuur- en Investeringsfondsen zijn een duurzame en efficiënte manier om te investeren

Nadere informatie