a. Gemeenten hebben de zorgplicht om voorzieningen te verstrekken die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid bevorderen;

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "a. Gemeenten hebben de zorgplicht om voorzieningen te verstrekken die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid bevorderen;"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 0. Samenvatting 1 0. SAMENVATTING 0.1. Inleiding De Wet voorzieningen gehandicapten: uitgangspunten Op 1 april 1994 is de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) van kracht geworden 1. Deze wet betekende een herziening van het voorzieningenstelsel voor mensen met beperkingen 2, waarbij de gemeenten de verantwoordelijkheid hebben gekregen voor de toekenning en verstrekking van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen aan zelfstandig wonende mensen met beperkingen 3. De uitgangspunten van de Wvg en de feitelijke parlementaire toezeggingen vormen het toetsingskader voor de landelijke Wvg-evaluatie 4. De opzet van de Wvg-evaluatie wordt in paragraaf kort toegelicht. De uitgangspunten voor de Wvg en het nieuwe stelsel die zijn geformuleerd bij de invoering van de Wvg 5, kunnen als volgt worden samengevat: a. Gemeenten hebben de zorgplicht om voorzieningen te verstrekken die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid bevorderen; b. en die voor allen binnen de doelgroep bereikbaar zijn (ook voor ouderen en lagere inkomensgroepen), c. door middel van een integrale en transparante uitvoeringsstructuur. d. De Wvg moet budgettair neutraal gerealiseerd worden, waarbij de zorgplicht en de budgetverantwoordelijkheid in één (gemeentelijke) hand liggen. De wetgever heeft bepaald dat de uitvoering en nadere invulling van de (geharmoniseerde) regelgeving het meest doelmatig kon plaatsvinden op het niveau van gemeenten, gezien de mogelijkheden voor maatwerk en het afstemmen of integreren van algemeen beleid op het terrein van huisvesting, vervoer en ouderen. De invoering van de Wvg betreft dus een decentralisatieoperatie, waarbij gemeenten beleidsvrijheid kregen de zorgplicht nader in te vullen en daarbij af te stemmen op de lokale omstandigheden en de individuele vraag. De Wvg kan daarmee tevens als een kaderwet worden gezien waarin in algemene zin wordt aangegeven wat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn en welke rechten gehandicapten aan de wet kunnen ontlenen. In het hiernavolgende worden de uitgangspunten kort toegelicht. Ad a Gemeentelijke zorgplicht en het bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid De zorgplicht van gemeenten houdt in dat adequate voorzieningen getroffen dienen te worden voor gehandicapten die in de betreffende gemeente woonachtig zijn. Door deze voorzieningen moeten beperkingen van de gehandicapten worden weggenomen of verminderd waardoor zij zo lang mogelijk en financieel verantwoord zelfstandig kunnen wonen en waardoor deelgenomen kan worden aan het maatschappelijk verkeer 6. Gemeenten dienen de uitwerking van de zorgplicht vast te leggen in een gemeentelijke verordening (artikel 2 van de Wvg) waardoor rechtszekerheid is gegarandeerd. In de Memorie van Toelichting 7 staat dat het gewenst is dat enige mate van afstemming en harmonisatie van het gemeentelijk beleid ontstaat, bijvoorbeeld met behulp van de modelverordening die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is opgesteld Het wetsontwerp is 17 september 1992 ingediend. Op 5 oktober 1993 is de wet door de Eerste Kamer aanvaard. In de loop der tijd zijn bepaalde thema s uitgewerkt in nadere regelingen, zoals de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg. In deze samenvatting wordt in de meeste gevallen de term gehandicapten gebruikt. Gemeenten hebben een beperkte zorgplicht voor bewoners van AWBZ-instellingen sinds Relevante documenten zijn het Voorstel van de Wet, de Memorie van Toelichting, de Memorie van Antwoord, de Nota naar aanleiding van het Eindverslag, de Handelingen Tweede Kamer en de Memorie van Antwoord Eerste Kamer. In het rapport Evaluatie van de Wvg (Buul, M.J.M. van, en I.M. Redeker, Ministerie van SZW, Den Haag, november 1993) is op de inhoud van deze stukken uitgebreid ingegaan. Deze publicatie heeft als uitgangspunt gediend voor de evaluatie. Memorie van Toelichting, TK, 17 september 1992, , nr. 3. Memorie van Antwoord, Kamerstuk II, , nr. 6. Handelingen II, 1992/1993, TK Memorie van Antwoord, Eerste Kamer, nr. IA. Memorie van Toelichting, Wet van 7 oktober 1993, Stb.545, Kamerstuk II, ,nr.3.

2 2 Een verstrekkende wet 3 Ad b Bereikbaarheid In de Memorie van Toelichting staat over de bereikbaarheid van Wvg-voorzieningen voor gehandicapten dat er met het oog op de kostenbeheersing (zie ad d) een groter beroep zal worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de gehandicapte voor de voor hem noodzakelijke voorzieningen, door middel van een financiële bijdrage in de kosten. Specifieke afspraken hierover zijn destijds vastgelegd in de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg. Gezien de gemeentelijke beleidsmogelijkheden en financiële instrumenten wordt ervan uitgegaan dat de financiële bereikbaarheid en toereikendheid van de voorzieningen voor gehandicapten niet in het geding zullen komen. Een voorwaarde voor de bereikbaarheid van de Wvg is de bekendheid met de Wvg van de doelgroep. Nietgebruik van de Wvg kan onder meer worden veroorzaakt door onbekendheid met de Wvg. Ad c Integraliteit en transparantie Een ontwikkeling naar een integrale benadering, in de vorm van één loket, als bijwerking van de harmonisering van de regelgeving door de stelselherziening is een van de uitgangspunten van de Wvg. Beoogd werd vooral een samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars aangaande de AAW-werkvoorzieningen 8. De vormgeving van één loket is niet nader ingevuld, genoemd zijn vormen als een informatiecentrum, een loketdienst voor de behandeling van aanvragen of een integrale gevalsbehandeling. Verwacht wordt dat door een één-loket-constructie de doeltreffendheid en kwaliteit van de dienstverlening toenemen. Ad d Budgettaire neutraliteit en budgetverantwoordelijkheid De Wvg koppelt de budgetverantwoordelijkheid aan de verantwoordelijkheid voor de toekenning en verstrekking van voorzieningen. Om dit te kunnen realiseren krijgen gemeenten de ruimte om, tot een bepaalde hoogte, zelf invulling aan het beleid te geven en daarbij instrumenten voor kostenbeheersing toe te passen. Hiermee wordt met name gedoeld op de uitbreiding van de werkingssfeer van de Wvg naar 65-plussers, die alleen budgettair neutraal mogelijk en verantwoord is als herstructurering plaats vindt en kostenbeheersende maatregelen worden getroffen 9. De meerjarenbedragen die zijn toegevoegd aan het Gemeentefonds ten behoeve van de uitvoering van de Wvg door gemeenten worden in principe toereikend geacht om onder andere de verwachte verdubbeling van de vraag op te vangen. Aangezien de Wvg een openeinderegeling is, lopen gemeenten financiële risico s omdat geen voorzieningen geweigerd mogen worden op grond van het overschrijden van het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget of de opgestelde begroting. Het Rijk heeft daarbij de garantie gegeven dat indien het macrobudget onvoldoende blijkt te zijn als gevolg van ontwikkelingen waar gemeenten geen invloed op kunnen uitoefenen, het Gemeentefonds zal worden aangevuld. Op het niveau van individuele gemeenten kunnen verschillen bestaan in mate van tekorten of overschotten 10. Gemeenten kunnen, bij eventuele (verwachte) tekorten maar ook in het algemeen, beheersingsmaatregelen treffen, waarbij de vervulling van de zorgplicht uiteraard dient te worden gehandhaafd Ontwikkelingen in wet- en regelgeving sinds de invoering van de Wvg Naar aanleiding van onder meer de resultaten van de eerste en tweede meting van de landelijke Wvgevaluatie zijn sinds 1994 enkele substantiële wijzigingen doorgevoerd in de regelgeving rond de Wvg. Met ingang van 1 januari 1996 is de Regeling Sociaal Vervoer AWBZ-instellingen in werking getreden ter vervanging van de Regeling Afbakening Wvg/AWBZ. Met deze regeling is de gemeentelijke zorgplicht voor de Memorie van Antwoord, Kamerstuk II, , nr. 6. Hiermee gaat het met name om de halvering van de vervoerskostenvergoeding met de invoering van de Wvg. Deze halvering is overigens geleidelijk tot stand gekomen: tussen 1992 en 1994 is in totaal 30% gekort op de vergoedingen onder de AAW. Gemeenten konden in het kader van de Wvg een eventuele verdere korting over de jaren 1994 en 1995 spreiden, bijvoorbeeld in de vorm van een overgangsregeling. Memorie van Antwoord, Kamerstuk II, , nr. 6.

3 Hoofdstuk 0. Samenvatting 3 verlening van vervoersvoorzieningen aan gehandicapten uitgebreid met bewoners van AWBZ-instellingen 11. Hiervoor is een tijdelijke bijdrageregeling AWBZ-gemeenten (T-bag) voor betreffende gemeenten ter beschikking gesteld om aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Deze wordt sinds 1996 jaarlijks uitgekeerd. De verdeelsleutel is in 1999 bijgesteld en de hoogte van de tijdelijke bijdrage per gemeente is jaarlijks gewijzigd. Na de evaluatie van de eerste negen maanden Wvg, eind 1995, is besloten de mogelijkheid voor gemeenten om eigen bijdragen te heffen te beperken. Hiertoe is per 1 april 1996 de Regeling inzake eigen betalingen en eigen bijdragen Wvg bijgesteld. 11 Bij de invoering van de Wvg werden bewoners van Gezinsvervangende tehuizen (GVT s), Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW) en de vier grote woonvormen tot de doelgroep voor vervoersvoorzieningen gerekend. In 1996 zijn daaraan toegevoegd: instellingen voor verstandelijk gehandicapten, psychiatrische ziekenhuizen of psychiatrische afdelingen van een algemeen of academisch ziekenhuis, verpleeghuizen, instellingen voor blinden en slechtzienden, instellingen voor doven en slechthorenden en het Instituut voor Epilepsiebestrijding (IvE).

4 4 Een verstrekkende wet 3 De belangrijkste wijzigingen betreffen: - De mogelijkheid voor het vragen van eigen bijdragen voor rolstoelen is vervallen; - De eigen bijdrage voor natura-voorzieningen is maximaal ƒ 100,-- bij een draagkracht tot 1½ keer het norminkomen 12 (was ƒ 500,-- in 1994 en ƒ 186,-- tot 1 maal het norminkomen); - De eigen betalingen mogen de Wvg-draagkracht niet overschrijden; - De Wvg-draagkracht geldt vanaf 1½ maal het norminkomen en is maximaal een kwart van het draagkrachtpercentage dat de gemeente in het kader van de Abw hanteert. Dit betekent een halvering ten opzichte van de oude situatie; - Gemeenten zijn verplicht bij het bepalen van de Wvg-draagkracht naast de AWBZ-eigen bijdragen rekening te houden met overige kosten voortvloeiende uit de handicap. De invulling van de posten waarmee rekening wordt gehouden ligt bij de individuele gemeenten. Vervolgens is met ingang van 1 januari 1998 de eigen bijdrageregeling voor woningaanpassingen duurder dan ƒ ,-- geharmoniseerd, vooruitlopend op de decentralisatie die hierna wordt beschreven. Per 1 april 2000 is de gemeentelijke zorgplicht uitgebreid met woonvoorzieningen waarvan de kosten meer bedragen dan ƒ , Gemeenten hebben hiermee de zorgplicht voor alle woonvoorzieningen gekregen. Gemeenten kunnen een deel van hun kosten voor dure woonvoorzieningen bij het Ministerie van SZW declareren met een gemeentelijke bijdrage van ƒ , Voor gemeenten met minder dan inwoners is dit het maximum bedrag aan gemeentelijke bijdrage per twee kalenderjaren. Sinds 1 april 2000 moeten gemeenten de cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wvg in een (inspraak)verordening regelen 15. Daarin moet worden vastgelegd dat de reikwijdte van de cliëntenparticipatie het integraal gehandicaptenbeleid betreft en welke faciliteiten aan de lokale platforms ter beschikking worden gesteld. Gemeenten dienen cliënten in het beleidsproces tijdig te raadplegen, waarbij in onderling overleg en in relatie tot het beleidsproces deze tijdigheid nader dient te worden gedefinieerd. Andere, meer gedetailleerde, wijzigingen betreffen bijvoorbeeld het verruimen van de zorgplicht van gemeenten met de uitraasruimte Dit betreft de inkomensnorm zoals gehanteerd in het kader van de Algemene bijstandswet en toegelicht in de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg. Tot deze datum vielen de woonvoorzieningen duurder dan ƒ ,-- onder verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars en lag de uitvoering bij de Ziekenfondsraad, nu het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Kamerstukken II 1998/99, , nr.3. Besluit rijksvergoeding Wvg-woonvoorzieningen en Regeling verantwoordingskosten Wvg-woonvoorzieningen (maart 2000). Met inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet. Per 1 april 2000 is de uitraasruimte onder de werkingssfeer van de Wvg gebracht (Stb. 1999, 598).

5 Hoofdstuk 0. Samenvatting Het evaluatieonderzoek Bij de invoering van de Wvg zijn bepalingen opgenomen omtrent de evaluatie van de Wvg en zijn toezeggingen gedaan aangaande de invulling van deze evaluatie. Doel van het evaluatieonderzoek is om de bouwstenen aan te leveren waarmee op hoofdlijnen de decentrale uitvoering van de Wvg kan worden beoordeeld door bewindslieden en Kamerleden. Dit heeft geleid tot een omvangrijk evaluatieonderzoek bestaande uit drie metingen (in 1995, 1997 en 2000), elk bestaande uit een groot aantal deelonderzoeken 17. Daarnaast zijn jaarlijks financiële en andere kwantitatieve gegevens onder de naam Kerncijfers Wvg verschenen. De deelonderzoeken van de landelijke Wvg-evaluatie zijn grotendeels gebaseerd op gegevens van een representatief panel van gemeenten. Daarmee kunnen de resultaten worden gegeneraliseerd naar landelijk niveau, kunnen vergelijkingen in de tijd worden gemaakt en trends worden gesignaleerd. Een aantal deelonderzoeken heeft een beperkter bereik en kende een kwalitatieve insteek. De resultaten van deze deelonderzoeken zijn veelal indicatief en vormen een verdieping van de meer algemene deelonderzoeken. De Kerncijfers Wvg, tenslotte, zijn gebaseerd op gegevens over alle gemeenten en hebben een monitorfunctie. De Kerncijfers betreffen tot nu toe de jaren 1994 tot en met De resultaten van de derde en tevens laatste meting van het evaluatieonderzoek zijn beschreven in Een verstrekkende wet 3. In deze rapportage wordt uitgebreid ingegaan op het beleid en de uitvoering van de Wvg, het aantal cliënten en verstrekte voorzieningen en de daarbij behorende kosten, ervaringen van aanvragers met de Wvg, rechtsbescherming, financiële ontwikkelingen en verschillen tussen gemeenten. Elk hoofdstuk van het rapport bevat een samenvatting met de belangrijkste resultaten. De rapportage en de samenvattingen zijn vooral beschrijvend van aard en bevatten geen beleidsaanbevelingen of oordelen. In deze samenvatting worden de resultaten van zes jaar evaluatieonderzoek op hoofdlijnen weergegeven. Bij het maken van een selectie van de belangrijkste onderzoeksuitkomsten zijn de doelstellingen en uitgangspunten van de Wvg de leidraad geweest. Niettemin is het onvermijdelijk dat sommige lezers voor hen essentiele conclusies hier niet terugvinden, dan wel dat zij vinden dat nuances verloren zijn gegaan. Het is nuttig hier te verwijzen naar de piramidevormige opbouw van de onderzoeksrapportage. Lezers die meer willen weten over een bepaald onderwerp kunnen dit (meestal) vinden in een lager document. C o n c l u s i e s S a m e n v a t t i n g op h o o f d l ij n e n E e n v e r s t r e k k e n d e W e t 3 : e i n d r a p p o r t D a t a b o e k W v g - e v a l u a t i e, d e r d e m e t i n g (b e v a t a l l e w e r k d o c u m e n t e n) Leeswijzer In deze samenvatting wordt globaal de systematiek van Een verstrekkende wet 3 gevolgd, waarbij per paragraaf, naast een beknopte beschrijving, ingegaan wordt op de uitgangspunten van de Wvg. Paragraaf 0.2. geeft naast een beschrijving van de doelgroep inzicht in de bereikbaarheid van de Wvg voor de doelgroep, waaronder ouderen en de lagere inkomensgroepen. In deze paragraaf staat derhalve uitgangspunt b (bereikbaarheid) centraal. Paragraaf 0.3. bevat een beschrijving van (de totstandkoming van) het Wvg-beleid. Vervolgens wordt meer concreet ingegaan op de invulling van de zorgplicht door gemeenten en de realisatie daarvan, onder andere wat betreft het bevorderen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Met andere woorden, uitgangspunt a (zorgplicht, zelfredzaamheid en zeflstandigheid) staat centraal in paragraaf Panelenquête (organisatie van de Wvg), verordeningenonderzoek (formeel beleid), onderzoek naar doorlooptijden bij dure woningaanpassingen, onderzoek naar systemen van collectief vervoer, onderzoek naar de stand van zaken aangaande Persoonsgebonden budget in de Wvg, onderzoek naar de uitvoeringspraktijk in het algemeen en vier thema s in het bijzonder, drie cliëntenonderzoeken, jurisprudentieonderzoek en onderzoek naar niet-gebruik. Van elk deelonderzoek is een werkdocument verschenen dat is opgenomen in een afzonderlijk gepubliceerd Databoek.

6 6 Een verstrekkende wet 3 Paragraaf 0.4. richt zich op uitgangspunt c (integraliteit en transparantie) en bevat onder meer een beschrijving van de organisatie van de Wvg-uitvoering. In paragraaf 0.5. volgt een beschrijving van de financiële aspecten op macro- en microniveau, en heeft derhalve uitgangspunt d (budgettaire neutraliteit en budgetverantwoordelijkheid) als hoofdthema. In paragraaf 0.6. tenslotte worden aan de hand van de vier uitgangspunten de conclusies van het evaluatieonderzoek weergegeven De Wvg en de doelgroep Met de Wvg wordt geregeld dat gemeenten zorg dragen voor de verstrekking van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen aan gehandicapten. Volgens artikel 1 lid a van de Wvg wordt onder gehandicapte verstaan een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen. Het gaat daarbij in principe om gehandicapten en ouderen met functiebeperkingen die zelfstandig wonen. Deze paragraaf beschrijft de doelgroep van de Wvg en beantwoordt de vraag of uitgangspunt b wordt gerealiseerd: is de Wvg financieel bereikbaar voor de doelgroep, waaronder ouderen met functiebeperkingen en gehandicapten uit lagere inkomensgroepen De doelgroep: aantallen en kenmerken Voor de beschrijving van de doelgroep van de Wvg kan gekozen worden voor twee invalshoeken. Enerzijds de jaarlijkse instroom (aanvragers) en anderzijds het bestand aan het eind van het jaar (cliënten). In 1994, het jaar waarin de Wvg is ingevoerd, hebben naar schatting personen een aanvraag ingediend. De jaarlijkse instroom is sinds 1994 gestegen tot in In 1998 en 1999 is het aantal aanvragers licht gedaald, tot in Meer informatie over de ontwikkeling van aantallen voorzieningen en uitgaven is opgenomen in paragraaf 0.5. van deze samenvatting en tabel 0.1. Ultimo 1999 zijn er ruim Wvg-cliënten met een uitstaande Wvg-voorziening 18. Dat is bijna drie maal zoveel als aan het eind van het eerste Wvg-jaar, Deze groei overtreft de aannames die aan de invoering van de Wvg ten grondslag lagen. Voor twee typen voorzieningen is nader te concretiseren in welke mate de realisatie de aannames overtreft. Bij rolstoelen is de Rijksoverheid destijds uitgegaan van een toename in gebruik van 56%. In 1999 lag het aantal echter 158% boven het oorspronkelijke AAW-aantal 19. Bij vervoersvergoedingen was de aanname een toename met 90%, terwijl de toename eind 1999 feitelijk 100% bedroeg 20. De groter dan geraamde toename van het aantal aanspraken manifesteert zich ook in een ruime meerderheid (71%) van personen van 65 jaar of ouder binnen de groep cliënten. En de (extra) instroom van ouderen is nog niet afgelopen. In 1994 had 6% van alle 65-plussers in Nederland een Wvg-voorziening; in 1999 was dit opgelopen tot 19%. Er zijn grote verschillen: in sommige gemeenten heeft 40% van de 65-plussers een Wvgvoorziening, terwijl dit in andere gemeenten minder dan 10% is. Op basis van het voorgaande mag worden verwacht dat het aandeel 65-plussers onder Wvg-cliënten nog verder zal toenemen. Personen die in de Wvg instromen onderscheiden zich, volgens de resultaten van het grootschalige cliëntenonderzoek, naast hun beperkingen van de Nederlandse populatie door hun relatief lage opleidings- en inkomensniveau en een andere woon-, leef- en werksituatie 21. De verschillen zijn deels toe te schrijven aan de leeftijdsverdeling van de Wvg-instroom Personen met een vervoersvergoeding, collectief vervoer of een vervoermiddel of rolstoel in bruikleen. Op basis van aantallen verstrekte rolstoelen per jaar. Op basis van aantallen uitstaande voorzieningen per 31 december (ultimo). Zoals een groter aantal alleenstaanden, een groter aantal personen dat woonachtig is in een instelling en het feit dat het merendeel van de Wvg-aanvragers geen bezigheden buitenshuis heeft, zoals het volgen van een opleiding en het hebben van een baan. Meer informatie hierover is beschikbaar in hoofdstuk 2 van Een verstrekkende wet 3.

7 Hoofdstuk 0. Samenvatting Bereikbaarheid van de Wvg Bekendheid met de Wvg is een eerste vereiste voor bereikbaarheid van de Wvg voor gehandicapten. Gegevens zijn bekend over personen die beperkingen hebben en zelf vinden dat zij een voorziening nodig hebben maar die deze voorziening niet hebben. Deze groep omvat 2,5% van de Nederlandse bevolking 22. Een deel hiervan 23 blijkt de Wvg niet te kennen 24. Het gaat hier relatief vaak om personen met weinig beperkingen, personen met veel beperkingen komen immers eerder in aanraking met het zorgcircuit en daarmee met de mogelijkheden van de Wvg. Niet-gebruik komt met name voor onder personen met relatief weinig beperkingen. Naast onbekendheid met de Wvg zijn de opvatting dat het aanvragen van een Wvg-voorziening te veel rompslomp is en het denken niet voor een Wvg-voorziening in aanmerking te komen de belangrijkste redenen voor potentiële aanvragers om geen aanvraag in te dienen 25. Mede gezien het gestelde in paragraaf van deze samenvatting, bestaat de indruk dat niet-gebruik van de Wvg sinds de invoering van de Wvg is afgenomen. Om analysetechnische redenen kan dit niet goed worden bevestigd. Bij het indienen van een aanvraag kunnen potentiële aanvragers drempels ervaren. In 1994 en 1995 vond de helft van de aanvragers het vervelend om naar een loket te moeten van de sociale dienst voor een Wvg-voorziening. Veel gemeenten hebben sindsdien het Wvg-loket fysiek elders ondergebracht of de naamgeving ervan gewijzigd. Een uitgangspunt van de Wvg is dat Wvg-voorzieningen financieel bereikbaar zijn voor iedereen, ook voor lagere inkomenscategorieën. Sinds de beperking van de mogelijkheden voor gemeenten om eigen bijdragen te vragen aan Wvg-cliënten per 1 april 1996 en een wijziging in de berekening van de draagkracht, is de financiële bereikbaarheid in principe gewaarborgd. Dit is ook nodig omdat Wvg-aanvragers in het algemeen gemiddeld een relatief laag (gezins)inkomen hebben, veelal verkregen uit ouderdomsregelingen en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Het gemiddelde besteedbare inkomen van het huishouden van de cliënt (exclusief de huur- of hypotheeklasten) is ƒ 1.842, Hiervan dienen eventueel eigen bijdragen betaald te worden en eigen betalingen gedaan te worden 27. Daarbij wordt rekening gehouden met de draagkracht van de betreffende persoon, waarbij ook overige kosten in verband met de handicap meegerekend worden 28. Het aantal personen dat een eigen bijdrage heeft betaald of eigen betaling heeft gedaan is in 1999 (15%) lager dan in de jaren ervoor 29. Een klein gedeelte hiervan, met name degenen met een lager inkomen, zegt te hebben moeten bezuinigen om de betalingen te kunnen doen Wvg-beleid: zorgplicht en effectiviteit Gemeenten hebben met de invoering van de Wvg een zorgplicht gekregen: zij moeten gehandicapten voorzieningen bieden ten behoeve van het langer zelfstandig blijven wonen en de deelneming aan het maatschappelijk verkeer. De voorzieningen dienen doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te zijn. Uit de Memorie van Toelichting en de Kamerbehandeling blijkt dat de zorgplicht inhoudt dat de voorzieningen adequaat moeten zijn, maar dat gemeenten bij de verstrekking niet verder hoeven te gaan dan de goedkoopst adequate voorziening. De wetgever heeft de voorzieningen niet nader omschreven, om recht te doen aan het principe van decentraal beleid en het kunnen leveren van maatwerk. De vraag of gemeenten aan hun zorgplicht voldoen is, mede vanwege het ontbreken van een specifieke en concrete omschrijving in de wet, de afgelopen jaren aanleiding geweest voor veel discussie, politiek debat en De resultaten zijn gebaseerd op analyses op gegevens uit het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek (AVO) van het Sociaal en Cultureel Planbureau in het kader van het niet-gebruik onderzoek. Ongeveer driekwart van deze 2,5%. Bij chronisch zieken gaat het om ongeveer een derde. Zie paragraaf Dit bedrag dient met enige voorzichtigheid te worden gehanteerd aangezien de gegevens zijn gebaseerd op een klein aantal respondenten en de verkregen inkomensgegevens niet altijd exact zijn aangeleverd. In 1995 ging het om 29% van de Wvg-cliënten, in 1999 om 15% die volgens eigen zeggen een eigen bijdrage of eigen betaling hebben gedaan voor een Wvg-voorziening. Gemeenten kunnen grotendeels zelf bepalen welke extra kosten zij meenemen in de draagkrachtberekening. Zoals is vastgesteld op basis van, minder betrouwbare, gegevens van Wvg-cliënten zelf uit het grootschalige cliëntenonderzoek.

8 8 Een verstrekkende wet 3 beroepsprocedures. Om dezelfde reden is de vraag of gemeenten aan hun zorgplicht voldoen in dit evaluatieonderzoek ook niet ondubbelzinnig te beantwoorden. In deze paragraaf wordt eerst een beschrijving gegeven van de wijze waarop in gemeenten het beleid (waarin de invulling van de zorgplicht wordt gedefinieerd) tot stand komt (0.3.1.) en vervolgens van de inhoud van dat beleid (0.3.2.). Vervolgens wordt ingegaan op uitgangspunt a: de realisatie van de zorgplicht en het bevorderen van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van Wvg-cliënten. In paragraaf zal daarvoor aan de hand van de jurisprudentie weergegeven worden wat de rechter verstaat onder de zorgplicht. Tenslotte wordt in paragraaf bekeken in hoeverre het beleid heeft geleid tot het langer zelfstandig kunnen blijven wonen en of in het algemeen beoordeeld kan worden of gemeenten aan hun zorgplicht voldoen Totstandkoming en vormgeving van beleid Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop in gemeenten het Wvg-beleid tot stand komt. Hiertoe worden vijf aspecten onderscheiden die daarop van invloed zijn: a. De verordening b. Cliëntenparticipatie c. Bestuur en politiek d. Beschikbare middelen e. Jurisprudentie a. De verordening Artikel 4 van de Wvg stelt dat gemeenten hun beleid neer moeten leggen in een verordening, waarin regels zijn opgenomen over: - de gevallen dat en de vorm waarin voorzieningen kunnen worden verstrekt; - de hoogte van de financiële tegemoetkomingen; - de procedures met betrekking tot toekenning, herziening, beëindiging en terugvordering van voorzieningen, daaronder inbegrepen het inwinnen van deskundigenadvies; - de gronden waarop voorzieningen kunnen worden beëindigd, dan wel teruggevorderd. Onderzoek onder de 90 panelgemeenten 30 leert dat alle gemeenten over lokale regelgeving in bovenstaande zin beschikken. Gemeenten kunnen verschillen in de verdeling van bovengenoemde bepalingen over de documenten waaruit de lokale regelgeving kan bestaan, namelijk verordening, besluiten (meestal over 'Eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen') en uitvoeringsregels (zoals een 'verstrekkingenboek'). De door de VNG opgestelde (en onderhouden) modelverordening is in de meeste verordeningen nog duidelijk terug te vinden. Over de actualiteit van de gemeentelijke verordeningen wordt opgemerkt dat het meestal enige tijd duurt voordat alle gemeenten nieuwe wettelijke bepalingen in hun verordening hebben verwerkt; dit wil niet zeggen dat ook de gemeentelijke praktijk achterloopt op landelijke regelgeving. b. Cliëntenparticipatie Sinds 1 april 2000 is het voor gemeenten volgens de Wet verplicht om regels te formuleren omtrent het betrekken van (organisaties van) cliënten bij de vormgeving en uitvoering van Wvg-beleid. Het voldoen aan deze bepaling kon in het onderzoek niet meer onderzocht worden, omdat op die datum de dataverzameling al was afgesloten. Wel is onderzocht in welke mate en op welke wijze gemeenten voor 1 april 2000 aan cliëntenparticipatie deden. Cliëntenparticipatie rond de Wvg blijkt sinds 1994, in verschillende verschijningsvormen, vrij gebruikelijk. Eind 1999 betrokken bijna alle gemeenten vertegenwoordigers van doelgroepen bij het beleid, hoewel slechts een derde dat ook formeel had vastgelegd. Het meest voorkomende aanspreekpunt voor gemeenten is een gehandicaptenplatform, daarnaast komen stichtingen ouderenwerk, ouderenplatforms en RP/CP s 31 voor. De functie van de participatie wordt door 84% van de gemeenten aangeduid als 'inspraak' Voor de landelijke Wvg-evaluatie is een representatief panel van Nederlandse gemeenten ingesteld. Regionaal Patiënten/Consumenten Platform

9 Hoofdstuk 0. Samenvatting 9 Ruim de helft van de gemeenten geeft aan dat de invloed van de belangenorganisaties in het afgelopen jaar heeft geleid tot bijstelling van het beleid, met name met betrekking tot vervoersvoorzieningen. c. Bestuur en politiek Op de vorming en uitvoering van Wvg-beleid zijn de algemene bestuursrechtelijke regels van toepassing. In 1999 is onderzocht in welke mate en op welke wijze de gemeenteraad bij de Wvg wordt betrokken. Slechts in zes procent van de gemeenten is in 1999 de Wvg géén onderwerp van bespreking in de raad geweest. In de overige gemeenten ging het vooral om beslismomenten (goedkeuring van wijzigingen in de verordening bijvoorbeeld) of om informeren over de uitvoering. Het betrekken van de raad bij de vorming van nieuw beleid komt relatief weinig voor. d. Beschikbare middelen De Wvg kent een zogenaamd open eind karakter. Dat wil zeggen dat gemeenten adequate voorzieningen moeten leveren indien een aanvrager daarvoor in aanmerking komt, los van gemeentelijke budgettaire overwegingen. Toch heeft de financiële positie invloed op het gemeentelijk beleid en daarmee op de invulling van de zorgplicht. We belichten dit vanuit twee invalshoeken: de rol die het fictieve budget speelt bij het opstellen van de Wvg-begroting en de wijze waarop gemeenten met overschotten en tekorten omgaan 32. Om met dat laatste te beginnen: in de eerste jaren na de decentralisatie hielden de meeste gemeenten geld over op hun begroting. Als gevolg daarvan verruimde ongeveer de helft van de gemeenten het beleid (bijvoorbeeld hogere vergoedingen) of de toewijzingscriteria. Inmiddels (1999) kampt echter meer dan de helft van de gemeenten met een tekort op de Wvg-begroting. Eenderde van deze gemeenten geeft aan dat om die reden, naast het doorvoeren van efficiencymaatregelen, het voorzieningenbeleid neerwaarts is bijgesteld (paragraaf gaat hier dieper op in). Daarnaast zijn er nog gemeenten die plannen in die richting hebben. De meeste gemeenten weten niet wat de hoogte van het fictieve budget is en onderschatten het. Hierdoor hebben gemeenten die bij het opstellen van de Wvg-begroting van het fictieve budget uitgaan, eerder een vermeend tekort. Ook bij gemeenten die de Wvg-begroting baseren op ervaringen uit het verleden en verwachtingen ten aanzien van de toekomst, speelt het fictieve budget een rol. Uit gesprekken blijkt dat gemeenten waar een grote discrepantie bestaat tussen de begrote uitgaven en het fictieve budget, eerder geneigd zijn kostenbesparende maatregelen door te voeren. 32 Het fictieve budget komt overeen met het deel van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds dat verband houdt met toevoegingen uit hoofde van de Wvg, uitgaande van de maatstaven die bij de verdeling van de toevoegingen zijn gehanteerd. Deze mogelijkheid tot afsplitsing laat de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering door gemeenten onaangetast.

10 10 Een verstrekkende wet 3 e. Jurisprudentie Gemeenten hechten veel belang aan de jurisprudentie die rond de Wvg is verschenen. Voor de concrete invulling van het gemeentelijk beleid is de aanwezige jurisprudentie echter maar tot een bepaalde hoogte bruikbaar. Zoals gezegd toetst de rechter of gemeenten in individuele situaties adequate voorzieningen hebben verstrekt, gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke verordening. Algemene uitspraken over de zorgplicht en adequaatheid van specifieke voorzieningen worden niet gedaan. Alleen op het gebied van collectief vervoer en in mindere mate woonvoorzieningen heeft de rechter op een aantal punten nadere invulling gegeven aan de zorgplicht van gemeenten (zie paragraaf ). Met andere woorden: de jurisprudentie geeft gemeenten weinig algemeen houvast bij het invullen van de zorgplicht en de vorming van beleid. Alleen op het niveau van individuele gehandicapten kan worden getoetst of gemeenten aan hun zorgplicht voldoen De inhoud van het beleid In deze paragraaf wordt ingegaan op de inhoud van het gemeentelijke Wvg-beleid. Belangrijkste informatiebron hiervoor vormden de verordeningen van de 90 panelgemeenten. De zogenaamde verstrekkingenboeken, waarin meer gedetailleerde beleidsregels kunnen worden vastgelegd en die voor de rechter onderdeel van het toetsingskader zijn, zijn niet in het onderzoek betrokken. Deze documenten zijn op grond van hun aard zo gedetailleerd en omvangrijk dat een vergelijkende studie niet haalbaar was. Wel is gekeken naar de regels die gemeenten hanteren bij de toekenning van enkele specifieke voorzieningen, zoals het primaat van verhuizen en toekenning van vervoervoorzieningen. Het voorzieningenpakket Bij de meeste gemeenten bestaat het voorzieningenpakket uit 23 standaard voorzieningen die onder zijn te brengen bij de drie hoofdsoorten, namelijk woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen. Deze standaard voorzieningen sluiten aan op de VNG-modelverordening die bij de invoering van de Wvg is opgesteld. Door de tijd heen is het pakket van woonvoorzieningen nauwelijks gewijzigd. De zogenoemde basisvoorzieningen verhuizing en inrichting, woningaanpassing en roerende woonvoorziening zijn in de gehele periode in alle verordeningen opgenomen. De overige woonvoorzieningen, de zogenaamde facultatieve woonvoorzieningen, komen in vrijwel alle verordeningen voor (de voorzieningen onderhoud/keuring/reparatie, tijdelijke huisvesting, huurderving, aanpassen woonwagen of schip en bezoekbaar maken van niet-hoofdverblijf komen in % van de verordeningen voor). Een uitzondering vormt de voorziening verwijdering van voorzieningen. Deze voorziening is in 1999 in iets minder dan de helft van de verordeningen opgenomen. In de beginperiode was dit slechts in eenderde van de verordeningen. Ook in het pakket van vervoersvoorzieningen is vrijwel geen verandering te constateren. Vrijwel alle vervoersvoorzieningen komen in minimaal 90% van de verordeningen voor (collectief vervoerssysteem 33, gesloten buitenwagen, open elektrische buitenwagen, ander verplaatsingsmiddel, aanpassing eigen auto, gebruik eigen auto/taxi, gebruik rolstoeltaxi en gebruik ander verplaatsingsmiddel) met uitzondering van de bruikleenauto (van 74% in 1994 naar 71% van de verordeningen in 1999) en het gebruik van de bruikleenauto (gedurende de gehele periode in rond de 80% van de verordeningen opgenomen). Steeds meer gemeenten gaan over tot het invoeren van een collectief vervoersysteem. Het percentage is toegenomen van 46% in 1996 tot 58% in het voorjaar Eind 2000 heeft naar verwachting tweederde van de gemeenten een werkend systeem. Met betrekking tot rolstoelen komen de voorzieningen rolstoel en sportrolstoel gedurende de hele periode in alle verordeningen voor. De facultatieve voorzieningen onderhoud/ gebruik/reparatie en accessoires komen in respectievelijk 77% en 64% van de verordeningen voor. Hierin is een lichte toename te zien (was in 1994 respectievelijk 73% en 59%). 33 Ongeacht of er daadwerkelijk een werkend collectief vervoersysteem in de gemeente aanwezig is.

11 Hoofdstuk 0. Samenvatting 11 Verstrekkingswijze Voorzieningen worden op verschillende wijze verstrekt. De verstrekkingswijze is veelal sterk verweven met de voorziening zelf en wordt vaak ook als zodanig gepercipieerd. De volgende aspecten zijn te onderscheiden: - De aard van de voorziening: in natura (=verstrekking in eigendom, bruikleen of in huur) of als financiële tegemoetkoming; - De wijze waarop de financiële tegemoetkoming wordt toegekend (onder andere forfaitair of gemaximeerd); - Het gedeelte dat voor rekening van de aanvrager komt: een eigen bijdrage bij voorzieningen in natura en een eigen betaling bij financiële tegemoetkomingen; - De wijze waarop eigen bijdragen en eigen betalingen worden berekend (onder andere draagkracht) - De hoogte van de vergoedingen. Verder speelt bij de toekenning nog de financiële positie van de aanvrager een rol. Voor een aantal voorzieningen kunnen gemeenten inkomensgrenzen hanteren. Indien het inkomen hoger is dan de gestelde grens wordt de voorziening niet toegekend. Op een aantal aspecten is het formele beleid van gemeenten sinds de decentralisatie steeds meer uitgekristalliseerd en uniformer geworden. De wijze waarop voorzieningen worden verstrekt zijn vereenvoudigd en worden in het algemeen gekenmerkt door weinig eigen bijdragen, weinig kosten- en inkomensafhankelijke financiële tegemoetkomingen en veel forfaitaire tegemoetkomingen. Dit leidt tot een efficiëntere uitvoering, maar heeft voor gemeenten als gevolg dat er geen financiële drempels meer zijn om een voorziening aan te vragen. Mede hierdoor is sinds 1996 het aantal aanvragers voor eenvoudige woonvoorzieningen sterk toegenomen. Op andere punten zijn de verschillen in beleid tussen gemeenten groter geworden 34. Dit laatste geldt met name voor de hoogte van vergoedingen 35. Hieronder wordt de stand van zaken per aspect (per voorziening) besproken en worden de eventuele veranderingen in de tijd aangegeven. Gedurende de periode zijn weinig veranderingen te constateren als het gaat om het verstrekken van voorzieningen in natura of als financiële tegemoetkoming. Hierbij kan het volgende worden aangetekend: Woonvoorzieningen: in een groot aantal gemeenten (81%) kan een roerende woonvoorziening volgens de verordening zowel in natura als in de vorm van een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. In de beginperiode van de Wvg lag dit percentage veel lager (11% in 1995). Voor de overige woonvoorzieningen wordt een financiële tegemoetkoming verstrekt. Vervoersvoorzieningen: de verstrekking van het vervoermiddel zelf vindt in natura plaats, terwijl de vergoedingen voor het gebruik en voor aanpassingen van de verschillende vervoersvoorzieningen, geldsomverstrekkingen zijn. Rolstoelen: de rolstoel wordt in natura verstrekt. De overige rolstoelvoorzieningen worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. De financiële tegemoetkoming bestaat veelal uit een forfaitaire 36 of een gemaximeerde geldsomverstrekking. De administratieve afhandeling van forfaitaire vergoedingen is aanzienlijk minder complex dan die van gemaximeerde vergoedingen, wat de uitvoeringskosten drukt. Nadeel is dat niet gecontroleerd kan worden of het geldbedrag ook daadwerkelijk besteed wordt aan datgene waarvoor het bestemd is. Bij gemaximeerde bedragen gebeurt dit in de regel wel. Eind 1999 bestaat de verstrekking van de voorzieningen verhuizing en inrichting en de sportrolstoel vaker uit een forfaitaire geldsomverstrekking. Omdat de werkelijke kosten van beide voorzieningen hoger zijn dan het verstrekte bedrag, is het niet zo van belang dat gecontroleerd wordt of het geldbedrag ook daadwerkelijk besteed wordt aan datgene waar het voor bestemd is. In de beginperiode van de Wvg vond de verstrekking van deze voorzieningen vaker plaats in de vorm van een gemaximeerde geldsomverstrekking. Bij geldsomverstrekkingen voor voorzieningen als gebruik bruikleenauto, gebruik eigen auto/taxi en het gebruik van de rolstoeltaxi is controle van de besteding van het geldbedrag wel van belang om oneigenlijk gebruik te voorkomen. Hoewel de vergoeding voor deze voorzieningen meestal bestaat uit een gemaximeerde geldsom, zijn de Zie paragraaf 4.5. Over de hoogte van de vergoedingen is in hoofdstuk 4. meer gedetailleerde informatie opgenomen. Een forfaitaire vergoeding betreft meestal een bijdrage die ineens, los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening, wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens. Er hoeft geen verantwoording over de besteding van het geld afgelegd te worden, bijvoorbeeld door het overleggen van bonnen.

12 12 Een verstrekkende wet 3 percentages in de loop der jaren toegenomen. Verstrekking van deze voorzieningen in de vorm van een forfaitair bedrag vindt steeds minder plaats. Naast de wettelijk bepaalde afschaffing van de eigen bijdrage voor rolstoelen, zijn er steeds meer gemeenten die de eigen bijdragen ook voor andere voorzieningen in natura afschaffen of afgeschaft hebben. In 1999 worden ook minder vaak eigen betalingen (bij geldsomverstrekkingen) en minder hoge betalingen gevraagd dan in In het merendeel van de gemeenten is de hoogte van de geldsomverstrekkingen in de afgelopen jaren conform Wvg-prijsindexcijfers verhoogd. In een minderheid van de gemeenten zijn zij verlaagd. De verschillen tussen gemeenten zijn op dit punt dus toegenomen. Dit geldt met name voor de onkostenvergoedingen voor verhuizing en het gebruik van een (rolstoel)taxi of eigen auto. Verschillen tussen gemeenten De beoordeling en uitkomst van een aanvraag is van diverse omstandigheden afhankelijk. Een op hoofdlijnen soortgelijke aanvraag wordt in de ene gemeente wel toegewezen, in de andere niet (of anders). Deze verschillen worden enerzijds veroorzaakt door verschillen in het formele voorzieningenbeleid, zoals vastgelegd in de verordening. Maar gemeenten verschillen ook in de wijze waarop dit formele beleid in de praktijk wordt uitgevoerd. Veel gemeenten hebben hiertoe beleidsregels of beoordelingscriteria vastgelegd in een verstrekkingenboek. Vergelijking van deze criteria voor bijvoorbeeld het primaat van verhuizen leert dat een aantal criteria algemeen gebruikelijk zijn (zoals rekening houden met sociale omstandigheden, beschikbaarheid van een aangepaste woning en vergelijking van kosten), maar dat de ene gemeente met veel meer criteria rekening houdt dan de andere gemeente. Ook zijn er verschillen tussen gemeenten te constateren in het belang dat aan de afzonderlijke criteria wordt toegekend. Zo weegt in de ene gemeente het wegvallen van mantelzorg erg zwaar terwijl in de andere gemeente het beschikbaar komen van een geschikte woning binnen een bepaald tijdsbestek het belangrijkst is. Door de verschillen in beleidsregels (verstrekkingenboek) en de wijze waarop voorzieningen verstrekt worden (verordening) is het voorzieningenbeleid tussen gemeenten moeilijk vergelijkbaar, zeker als het gaat om grensgevallen. De verschillen in beleid tussen gemeenten worden door belangenorganisaties vaak als onrechtvaardig ervaren als het accent wordt gelegd bij specifieke verschillen 37. Verschillen in beleid zijn een logisch gevolg van de decentralisatie en het feit dat gemeenten budgetverantwoordelijk zijn Zorgplicht Het is uiteindelijk de rechter die in individuele gevallen beoordeelt of de toegekende voorziening adequaat is en of aan de zorgplicht is voldaan. Hoewel gericht op individuele situaties, vormen de verzamelde rechterlijke uitspraken een aanduiding van de ondergrens van de Wvg-zorgplicht, althans voor die voorzieningen waarover in voldoende mate rechterlijke uitspraken zijn gedaan. De Wvg is een kaderwet waarin alleen in algemene zin grenzen zijn aangegeven. De wetgever heeft ervoor gekozen de zorgplicht voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen niet nader te omschrijven 38. Bij decentralisatie van beleid en overdracht van financiële verantwoordelijkheid naar gemeenten werd het niet gepast geacht aan het voorzieningenbeleid een nadere invulling te geven, mede omdat hierdoor lokale invulling en afstemming en daarmee maatwerk kan worden bemoeilijkt. De rechter kan worden ingeschakeld om het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke besluitvorming te toetsen: de rechter kan toetsen of een adequate voorziening is getroffen in individuele gevallen, waarbij de wettelijke zorgplicht, de gemeentelijke verordening en de omstandigheden ten tijde van de besluitvorming door de gemeente de uitgangspunten vormen 39. Wat in algemene zin als adequaat moet worden beschouwd is geen onderwerp van toetsing. Wel is sinds de invoering van de Wvg door de rechter op een aantal specifieke punten nadere invulling gegeven aan de zorgplicht van gemeenten Dit blijkt onder andere uit diverse artikelen in kranten en tijdschriften. Memorie van Toelichting, Wet van 7 oktober 1993, Stb. 545, Kamerstuk II, nr. 3. Memorie van Antwoord, Kamerstuk II, , nr. 6.

13 Hoofdstuk 0. Samenvatting 13 Met name op het gebied van het collectief vervoer zijn uitspraken 40 gedaan waar gemeenten bij de invulling van hun zorgplicht aangaande vervoersvoorzieningen gebruik van hebben gemaakt. Daarbij is veelal aangesloten bij jurisprudentie die in het kader van de AAW is ontstaan. Daarnaast heeft de rechter, in mindere mate, uitspraken gedaan gericht op de invulling van de zorgplicht aangaande woonvoorzieningen. Over rolstoelen kan op basis van de (beperkte) jurisprudentie nauwelijks iets gezegd worden. In het hiernavolgende wordt een overzicht gegeven van de invulling die de rechter heeft gegeven aan de zorgplicht van gemeenten die op een meer algemeen niveau toegepast kan worden 41. Zorgplicht ten aanzien van vervoersvoorzieningen - Als de gehandicapte een afstand van 800 meter kan overbruggen is openbaar vervoer adequaat. Als een gehandicapte meer dan 100 maar minder dan 800 meter kan overbruggen is een systeem van collectief vervoer adequaat. - De zorgplicht strekt zich uit tot de directe woon- en leefomgeving, waarbij voorzieningen als winkelcentrum, NS-station, ziekenhuis, sportaccommodatie en dergelijke bereikbaar moeten zijn ten behoeve van deelname aan het maatschappelijk verkeer De tarifering van een collectief vervoervoorziening mag globaal gesproken gelijk zijn aan de blauwe strippenkaart van het reguliere openbaar vervoer. - Er hoeft niet aan de volledige omvang van de vervoersbehoefte van de gehandicapte tegemoet te worden gekomen. - De gehandicapte dient in eerste instantie zelf voor noodzakelijke begeleiding zorg te dragen. - Verplaatsingbehoefte door het beoefenen van hobby s of vrijwilligerswerk of door het willen onderhouden van bovenregionale contacten valt niet onder de zorgplicht van de gemeente, tenzij dit leidt tot een sociaal isolement. Zorgplicht ten aanzien van woonvoorzieningen - De gemeentelijke zorgplicht is van toepassing op situaties waarin de gehandicapte belemmeringen ondervindt in het normale gebruik van de woning die voortvloeit uit een lichamelijke functionele beperking, die overigens ook veroorzaakt kan worden door een verstandelijke handicap. - Onder het normale gebruik van de woning worden, naast functies als slapen en lichaamsreiniging, ook het veilig kunnen spelen van een kind of het kunnen doen van de was verstaan. - In een AWBZ-instelling woonachtige gehandicapten vallen voor wat betreft de woonvoorzieningen niet onder de zorgplicht van gemeenten. Een uitzondering kan worden gemaakt voor het bezoekbaar maken van bijvoorbeeld de ouderlijke woning. - Het primaat van verhuizen mag worden gehanteerd indien dit minder kosten voor de gemeente met zich meebrengt dan wanneer de woning wordt aangepast. Daarbij mag de toename in woonlasten de draagkracht niet overschrijden. Samengevat markeert de rechter met betrekking tot vervoersvoorzieningen de zorgplicht aan de hand van enkele centrale begrippen: de voorziening dient de burger in staat te stellen in aanvaardbare mate deel te nemen aan het leven van alledag. Tevens werd de zorgplicht geografisch aangeduid als betrekking hebbend op de directe woon- en leefomgeving van de burger, en werd het toekennen van voorzieningen die verder gaan dan deze criteria gekoppeld aan het voorkómen van sociaal isolement. De jurisprudentie met betrekking tot woonvoorzieningen heeft nader afgebakend welke functies tot het normale gebruik van de woning gerekend moeten worden. Verder handelde de jurisprudentie over het bezoekbaar maken van de ouderlijke woning en de toepassing van het primaat van verhuizen. Op basis van het voorgaande kan niet worden bepaald of gemeenten in het algemeen wel of niet aan hun zorgplicht voldoen. Niet alle situaties waarin gemeenten niet aan hun zorgplicht voldoen worden immers aan de rechter voorgelegd. Bovendien wordt in driekwart van de hoger beroepszaken de gemeente in het gelijk gesteld en voldoen de betreffende gemeenten volgens de rechter aan hun zorgplicht in die specifieke situatie In totaal zijn 203 relevante hoger beroepszaken geanalyseerd. In hoofdstuk 8., alsmede in het werkdocument Jurisprudentie, zijn verwijzingen opgenomen naar specifieke uitspraken. Een dergelijke opsomming is opgenomen in de Modelverordening van de VNG.

14 14 Een verstrekkende wet 3 Op enkele aspecten na heeft de rechter geen algemene richtlijnen genoemd waaraan het beleid van gemeenten kan worden getoetst Realisatie van de zorgplicht De vraag in hoeverre gemeenten erin zijn geslaagd te voldoen aan hun zorgplicht kan ook naar andere criteria worden bekeken. Daarbij kan worden gedacht aan de mate waarin mensen met beperkingen vinden door de Wvg langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen, aan de tevredenheid van cliënten, aan het aantal klachten en aan het aantal in gang gezette bezwaar- en beroepsprocedures. Aangaande de ervaringen en oordelen van cliënten, zoals in deze paragraaf weergegeven, moeten twee zaken worden aangetekend. Ten eerste komen waarnemingen en oordelen van cliënten niet altijd overeen met de (juridische) werkelijkheid 43. Dit valt op te maken uit de inconsistenties tussen deelonderzoeken van de evaluatie, maar ook uit het feit dat het beroep van cliënten in veel gevallen niet gegrond wordt verklaard. Ten tweede is de tevredenheid over een (overheids)regeling vrijwel altijd volgens een statistische (Gauss)curve verdeeld over alle deelnemers en is er altijd sprake van zowel een kleine groep extreem tevreden mensen als een kleine groep extreem ontevreden mensen. De vraag welke mate van ontevredenheid acceptabel is, behoort uiteindelijk in het politieke domein beantwoord te worden. De Wvg en het langer zelfstandig blijven wonen Het ligt voor de hand dat personen met beperkingen door het gebruik van hulpmiddelen, al dan niet via de Wvg verkregen, minder hulpbehoevend worden. Dit geldt, naar eigen zeggen, vooral voor mensen met relatief weinig beperkingen. In hoeverre dit betekent dat gehandicapten ook langer zelfstandig kunnen blijven wonen, kan echter niet direct worden bepaald. Volgens het merendeel van de Wvg-aanvragers zelf (ongeveer 80%) speelt de Wvg wel een rol bij het langer zelfstandig kunnen blijven wonen, mede omdat men minder afhankelijk wordt van anderen. Ongeveer 60% van de Wvg-aanvragers vindt dat de Wvg de mogelijkheden vergroot om deel te kunnen nemen aan sociale en maatschappelijke activiteiten en ook ongeveer 60% heeft de ervaring dat de Wvg de mogelijkheden vergroot om dagelijkse bezigheden binnens- en buitenshuis uit te voeren. In een aantal van de gevallen is de voorziening in de ogen van de aanvrager echter niet doeltreffend. Van de Wvg-aanvragers die in 1999 een voorziening hebben gekregen vindt 12% dat zij niet de juiste voorziening hebben gekregen gezien de beperkingen die men heeft. Iets minder dan een kwart (23%) van de Wvg-aanvragers zegt met de voorziening minder te kunnen doen dan wat men ervan had verwacht. Dit geldt in beide gevallen vaker voor Wvg-aanvragers met een vervoersvoorziening. Tevredenheid Wvg-aanvragers Binnen het Wvg-traject wordt een aantal stappen onderscheiden: aanvraag en intake, indicatiestelling, beschikking en levering. Het algemene beeld is dat aanvragers redelijk tevreden zijn over de uitvoering van de afzonderlijke onderdelen van het traject. Op elk onderdeel blijkt echter dat ook ongeveer 15% à 20% niet tevreden is met de gang van zaken. Daarin zijn over de jaren heen nauwelijks veranderingen te constateren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om dezelfde personen. In totaal vindt 42% van de Wvg-aanvragers dat de Wvg verbeterd kan worden. Belangrijke verbeterpunten in de ogen van ontevreden Wvg-aanvragers, per onderdeel van het traject, zijn: Aanvraag en intake: - Het voorkomen van het opvragen van overbodige informatie in het aanvraagformulier; - Het verkorten van de wachttijden aan het Wvg-loket alsmede het verbeteren van de rolstoeltoegankelijkheid; Indicatiestelling: - Het beter rekening houden met de persoonlijke situatie van de aanvrager bij de indicatiestelling, met name bij relatief zwaar gehandicapten; 43 Deze constatering geldt met name voor gegevens over bedragen, doorlooptijden en betrokken organisaties.

15 Hoofdstuk 0. Samenvatting 15 - Het verbeteren van de inhoudelijke bepaling van de vervoersbehoefte en de noodzakelijke medische begeleiding van verstandelijk gehandicapten; Besluitvorming en beschikking: - Het verbeteren van de informatievoorziening over de reden van afwijzing van een aanvraag (Voor clienten die het niet eens zijn met de genomen beslissing volgens de beschikking (16%) is het niet duidelijk waarom de aangevraagde voorziening is afgewezen of waarom een andere dan de aangevraagde voorziening is toegekend. Daarnaast is het voor deze cliënten onvoldoende bewezen dat rekening is gehouden met persoonlijke omstandigheden); Kwaliteit van de verstrekte voorziening: - Verbeteren van de kwaliteit van voorzieningen in termen van degelijkheid, vormgeving en gebruiksvriendelijkheid. Met name cliënten met een vervoerskostenvergoeding of collectief vervoervoorziening zijn minder tevreden over de kwaliteit van de verstrekte voorziening, veelal omdat zij liever een andere voorziening hadden gekregen; Wvg-procedures: - Verbetering van de informatievoorziening rond de Wvg in het algemeen en de stappen in het traject in het bijzonder (de helft van de Wvg-aanvragers vindt de voorlichting en informatieverstrekking door de gemeente onvoldoende); - Het verkorten van de doorlooptijden (een derde van de Wvg-aanvragers viondt dat de duur van het traject onacceptabel lang is). Klachten, bezwaar en beroep De doeltreffendheid van de uitvoering van de Wvg vindt haar weerslag ook in de mate waarin klachten worden ingediend en de aard van deze klachten. Goed inzicht in de mate en aard van de klachten ontbreekt evenwel, omdat de helft van de gemeenten zegt geen duidelijke registratie hiervan (formeel ingediende klachten) bij te houden. Gemiddeld hebben gemeenten zeven formeel ingediende klachten ontvangen 44. Zo n 15% (17% in 1995) van de Wvg-aanvragers zegt wel eens geklaagd te hebben bij de gemeente over de Wvg, waarbij de informatievoorziening en de doorlooptijd van het traject de belangrijkste klachtenbronnen blijken te zijn. Overigens is niet duidelijk of het om formeel ingediende klachten gaat. Het aantal bezwaarschriften dat gemeenten ontvangen is sinds de invoering van de Wvg in 1994 afgenomen van gemiddeld 26 tot 15 per gemeente in De invoering van een collectief vervoersysteem in een gemeente gaat in het algemeen samen met een groter aantal bezwaarschriften. Niet bekend is in welke mate bij de bezwaarschriften de gemeente in het gelijk is gesteld. Ook het aantal beroepsprocedures neemt jaarlijks af. Van de beroepsprocedures tot en met 1999 heeft 83% betrekking op vervoersvoorzieningen, 14% op woonvoorzieningen en 3% op rolstoelen. De beroepsprocedures richtten zich in het begin vrijwel uitsluitend op vervoersvoorzieningen, terwijl later ook meer geschillen aangaande woonvoorzieningen en rolstoelen voor de rechter kwamen. In een kwart van alle beroepsprocedures werd het beroep van de gehandicapte gegrond verklaard Organisatie en afhandelingstraject In de wijze waarop de Wvg uitgevoerd kan worden hebben gemeenten een grote mate van vrijheid. De Wet formuleert slechts enkele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van de Wvg. De belangrijkste zijn: het hebben van (en de globale inhoud van) een verordening, het vastleggen van de indiceringsprocedure, het creëren van een beroepsmogelijkheid en het vastleggen van regels met betrekking tot cliëntenparticipatie (sinds 2000). Afgezien van deze beperkte richtlijnen laten gemeenten zich bij de vormgeving van de uitvoering leiden door een aantal algemene principes als efficiency, klantvriendelijkheid, expertise en dergelijke. Dit heeft tot gevolg gehad dat er uiteenlopende organisatievormen voor de Wvg voorkomen. 44 Gemeenten zonder registratie hebben een schatting van het aantal formeel ingediende klachten gemaakt.

16 16 Een verstrekkende wet 3 In deze paragraaf wordt nagegaan in hoeverre de organisatie van de Wvg integraal en transparant kan worden genoemd, een van de uitgangspunten (c) van de Wvg. De integraliteit en transparantie van de uitvoering staat in relatie tot de efficiency van de uitvoering, waartoe ook de gerealiseerde doorlooptijden in het Wvg-traject kunnen worden gerekend Samenhang en integratie van de uitvoering Het bevorderen van een samenhangende verstrekking van voorzieningen aan gehandicapten was één van de doelstellingen achter de invoering van de Wvg. De situatie waarin een aanvrager zich afhankelijk van zijn leeftijd, van de benodigde voorziening en van het beoogde gebruik bij een ander loket diende te melden, zou met de Wvg grotendeels doorbroken moeten worden. Het onderzoek laat zien dat op dit vlak op verschillende punten aanzienlijke verbetering is gerealiseerd, maar dat een werkelijk integrale, vraaggerichte verstrekking van voorzieningen nog lang niet is bereikt. De beoordeling hangt uiteraard nauw samen met de vraag hoe breed men het begrip 'integraal' definieert. Om bij een smalle definitie te beginnen: een integrale afhandeling van de verstrekking van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen (en voor alle leeftijden) is in bijna alle gemeenten tot stand gekomen. Men kan praktisch overal (in 96% van de gemeenten) bij één loket terecht voor de aanvraag van alle typen Wvgvoorzieningen (frontoffice). Daarnaast wordt in de meeste gemeenten ook de afhandeling van de aanvragen binnen de Wvg integraal gedaan, met andere woorden er wordt per cliënt in samenhang gekeken naar diens beperkingen en gewenste oplossingen (backoffice). Dat in het backoffice-traject soms verschillende instanties een rol spelen (één of meer indiceerders, bouwkundig adviseurs, huiseigenaren) doet aan die integraliteit niets af, mits goed georganiseerd. Een bredere integrale benadering met andere voorzieningen voor gehandicapten (zoals AWBZ- en AAW- (nu REA-) voorzieningen, bijstand en andere gemeentelijke voorzieningen) is niet op grote schaal tot stand gekomen. Er lijkt zich een situatie uit te kristalliseren waarbij gemeenten voor dergelijke voorzieningen niet kiezen voor het door het Wvg-loket geïntegreerd laten afhandelen van dergelijke aanvragen, maar hoogstens voor het innemen en doorzenden. Alleen bij parkeervoorzieningen en bijzondere bijstand is er sprake van enige integratie met Wvg-voorzieningen: in 30 tot 40% van de gemeenten worden deze aanvragen via het Wvg-loket afgehandeld. Over het geheel genomen zit er in deze situatie de laatste jaren niet zoveel verandering. Bij sommige typen voorzieningen is sprake van een lichte toename in integratie (thuiszorg), bij andere (ouderenwoningen, verpleging en verzorging) neemt het geïntegreerd afhandelen juist af. Vermeldenswaard is hier niettemin de perceptie van de betrokkenen zelf: bijna driekwart van de aanvragers is van mening dat zij voor bijna alles in verband met voorzieningen voor gehandicapten bij het Wvg-loket terecht kunnen. Het is mogelijk dat de komst van de Regionale Indicatieorganen (RIO) de komende jaren een katalyserende werking zal hebben in de totstandkoming van een integrale aanpak. Althans voor wat betreft de samenhang met thuiszorg, verpleging en verzorging. Op dit moment betrekt al één vijfde van de gemeenten het RIO bij de afhandeling van alle of een deel van de aanvragen 45. De breedheid van de indicering door het RIO verschilt echter nog sterk. Zowel gemeenten als RIO's kijken momenteel nog even 'de kat uit de boom'. De Wvg hield niet alleen een belofte in van meer integratie 46, maar zorgde tevens voor nieuwe afstemmingsproblemen. Vragen als 'moet deze voorziening door de Wvg of door een andere regeling (vooral AWBZ en Regeling Hulpmiddelen, maar ook bijstand, REA, AAW, thuiszorg) verstrekt worden' deden zich aanvankelijk veel voor. Het aantal gemeenten dat hier mee kampt is echter geleidelijk gedaald. Momenteel zegt nog maar een kwart tot een derde van de gemeenten af en toe last te hebben van dergelijke afbakeningsvraagstukken. De aard van de problemen is echter gevarieerd en sterk individueel bepaald, waardoor algemene oplossingen niet voor de hand liggen Met uitzondering van woningaanpassingen boven ƒ ,-, waarvoor sinds april 2000 de wettelijke verplichting bestaat om het RIO bij de medische advisering te betrekken. In 2000 is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) dieper op deze materie ingegaan.

17 Hoofdstuk 0. Samenvatting 17 Rond enkele afstemmingskwesties is inmiddels aanvullende Wvg-regelgeving ontstaan: per 1 april 2000 zijn uitraasruimten onder de werkingssfeer van de Wvg gebracht en is de uitvoering van woningaanpassingen boven ƒ ,-- gedecentraliseerd. Gemeenten zijn in de gelegenheid om op tal van beleidsterreinen rekening te houden met de wensen en beperkingen van gehandicapten, zoals de toegankelijkheid van (openbare) gebouwen en de openbare ruimte, het onderwijs, het ouderenbeleid en het vervoersbeleid. Hoewel er op veel van deze terreinen nog een lange weg te gaan is (in de helft van de gemeenten zijn bijvoorbeeld nog niet alle gemeentelijke gebouwen toegankelijk voor gehandicapten) is er sinds de introductie van de Wvg op verschillende onderdelen van een dergelijk gemeentebreed gehandicaptenbeleid vooruitgang geboekt. Hoewel te beargumenteren valt dat de Wvg gemeenten bewuster heeft gemaakt van de noodzaak van dergelijk breed en samenhangend beleid voor mensen met een handicap, is niet bewezen dat de toenemende aandacht op dit terrein is toe te schrijven aan de invoering van de Wvg Efficiency Ten aanzien van de uitvoering van de Wvg kan de vraag gesteld worden of gemeenten de Wvg optimaal efficient georganiseerd hebben. Welke mogelijkheden hebben gemeenten om de kostenontwikkeling te beheersen en kosten te besparen, en maken ze daar ook gebruik van? Daarnaast vormen de gerealiseerde doorlooptijden een indicatie voor de efficiency van de uitvoering Kostenbeheersing De belangstelling van gemeenten voor kostenbesparing is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Sinds de meeste gemeenten met overschrijdingen op het Wvg-budget worden geconfronteerd zijn zij gaan zoeken naar wegen om op de kosten te besparen. Het verlagen van het voorzieningenniveau wordt daarvoor in de regel als het laatste middel gezien. Primair gingen gemeenten op zoek naar manieren om via besparingen op de uitvoering de kostenontwikkeling te beheersen. Absoluut gezien zijn de uitvoeringskosten voor de Wvg in de periode geleidelijk toegenomen, maar in verhouding tot de voorzieningenkosten is er sprake van een daling. De uitvoeringskosten, genormeerd naar aanvrager of cliënt, kunnen tussen gemeenten wel aanzienlijk verschillen. De meeste oorzaken hiervan - in het bijzonder de schaalgrootte (grote gemeenten zijn per aanvrager veel minder kwijt dan kleine) - zijn door gemeenten niet te beïnvloeden. Een aantal factoren hebben zij wel in de hand. In de eerste plaats gaat het daarbij om de uitvoeringsorganisatie. Zo zou een procedureel eenvoudig beleid (waarbij de afhandeling van een aanvraag weinig ambtelijke handelingen vereist, bijvoorbeeld veel forfaitaire vergoedingen, weinig eigen bijdragen, weinig inkomensafhankelijke regelingen) lagere uitvoeringskosten met zich mee brengen. Dit kon echter niet worden aangetoond. Wel is het zo dat gemeenten met hoge absolute uitvoeringskosten (door veel aanvragers) gemiddeld een wat eenvoudiger beleid voeren. De interne organisatiestructuur zal ongetwijfeld tevens een rol spelen in het kostenniveau, maar afgezien van het bestaan van schaalvoordelen heeft het onderzoek hier geen nader inzicht over opgeleverd. Gemeenten die een regionaal orgaan de hele Wvg laten uitvoeren zijn wat voordeliger uit. Gemeentelijke samenwerking bij de Wvg komt nog maar weinig voor en beperkt zich meestal tot gezamenlijke aanbesteding. Het kostenbesparende effect hiervan is niet aantoonbaar. In de tweede plaats is de wijze waarop gemeenten taken uitbesteden bepalend voor het kostenniveau. De twee voornaamste onderdelen van de Wvg die uitbesteed worden zijn de sociaal-medische advisering, inclusief selectie van voorzieningen, en het collectief vervoer. Deze kostenposten kan de gemeente op verschillende manieren beïnvloeden. Om te beginnen ligt het voor de hand kosten te besparen door een zorgvuldige en kostenbewuste aanbestedingsprocedure te volgen (onder andere door bij meer bedrijven offertes aan te vragen). Bij het collectief vervoer heeft 79% van de gemeenten een (veelal Europese) aanbestedingsprocedure gevolgd. Veel van deze

18 18 Een verstrekkende wet 3 gemeenten weten echter niet of deze (vaak kostbare en langdurige) procedure ook een besparende werking heeft gehad. Vooral in de kleine gemeenten lijkt het eerder een verplichting dan een bewuste strategie te zijn: slechts 6% van deze gemeenten (tegenover 24% bij alle gemeenten met collectief vervoer) heeft de indruk dat openbaar aanbesteden kosten heeft bespaard. Daarnaast is ook de gekozen contractvorm van belang. Bij collectief vervoer bleken de fixed price contracten, waarin een vast bedrag met de vervoerder afgesproken werd en die vooral de eerste jaren populair waren, nogal duur uit te pakken door de (te) hoge aannames over reizigersaantallen. Variabele contracten (waarin de vergoeding afhankelijk is van het gebruik) blijken gemiddeld lagere vervoerskosten per pashouder te hebben. Nog maar 15% van de gemeenten heeft voor het vervoer een 'fixed' contract. Met externe indiceerders waren 'fixed' contracten vanaf de start al minder gebruikelijk, en zijn zij inmiddels een uitzondering geworden. In het algemeen geldt dat gemeenten bewuster omgaan met hun onderaannemers en leveranciers. Zo zijn gemeenten aanmerkelijk selectiever geworden in het doorsturen van binnenkomende aanvragen naar externe indiceerders. Gemeenten handelen eenvoudige vragen (voor eenvoudige woonvoorzieningen, gewone rolstoelen) zelf af en sturen alleen de complexere aanvragen door. Daarbij werken gemeenten soms met verschillende indiceerders samen, die op verschillende terreinen gespecialiseerd zijn. Veel gemeenten zijn vanwege de verwachte kostenbesparing op langere termijn overgestapt op het aanschaffen van middelen (bijvoorbeeld scootermobielen) in plaats van deze te huren. Bij woningaanpassingen worden uitvoeringskosten bespaard en lagere prijzen gerealiseerd door prijsafspraken te maken met woningcorporaties of aannemers, door de afhandeling van kleine woningaanpassingen door corporaties te laten afhandelen en door hergebruik van aangepaste woningen te bevorderen Doorlooptijden Er bestaan tussen gemeenten grote verschillen in afhandelingstermijnen van de aanvraag, vooral bij woningaanpassingen. Grote gemeenten hebben hier vaak twee maal zo veel tijd voor nodig dan kleine gemeenten. Voor twee voorzieningen is bekend hoeveel kalenderdagen gemiddeld tussen aanvraag en levering liggen: rolstoelen en woningaanpassingen tussen de ƒ 2.000,-- en ƒ ,--. De doorlooptijden die in 1999 zijn gerealiseerd van aanvraag tot verstrekking, zijn iets afgenomen ten opzichte van 1995, maar zijn voor rolstoelen nog steeds gemiddeld 52 kalenderdagen en voor woningaanpassingen tussen de ƒ 2.000,-- en ƒ ,-- gemiddeld 109 kalenderdagen. De periode van aanvraag tot beschikking bij rolstoelen (48 dagen) ligt gemiddeld binnen de wettelijke periode van acht weken (=56 kalenderdagen) 47. Bij woningaanpassingen wordt deze periode wel overschreden (gemiddeld 62 dagen). Relatief lange doorlooptijden worden in het algemeen door de volgende factoren veroorzaakt 48 : - Complexiteit van de aanvraag; - Het opvragen van extern medisch advies (en/of opvragen van informatie bij derden); - Werkdruk en personeelsproblemen bij alle betrokken organisaties (inclusief aannemers). Bij woningaanpassingen zijn daarnaast de offerteprocedure en de levering van trapliften vertragende elementen. Lange doorlooptijden worden door betrokken gemeenten vaak gezien als inherent aan de aard van de voorziening, zoals bij complexe en meervoudige aanvragen en bij noodzakeljke individuele aanpassingen aan hulpmiddelen. Bij relatief eenvoudige voorzieningen dienen de gestelde termijnen volgens gemeenten wel gehaald te worden en is het verkorten van doorlooptijden een aandachtspunt. Een derde van de Wvg-aanvragers heeft de periode tussen de aanvraag en de levering van de voorziening als te lang ervaren. De informatievoorziening over de looptijd van het traject in het algemeen en over vertragingen in het bijzonder kan volgens Wvg-aanvragers worden verbeterd In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is opgenomen dat binnen een termijn van acht weken een beslissing op de aanvraag moet zijn genomen. Volgens betrokken organisaties (zoals gemeenten, adviseurs, leveranciers en woningbouwcorporaties) waarvan vertegenwoordigers in het onderzoek naar doorlooptijden en woningaanpassingen zijn geïnterviewd.

19 Hoofdstuk 0. Samenvatting Budgettaire neutraliteit en beheersbaarheid Bij de invoering van de Wvg heeft de wetgever de voorzieningen in de wet niet nader omschreven om gemeenten de gelegenheid te geven bij de vormgeving van hun Wvg-beleid aan te sluiten op de lokale situatie. Bovendien zijn gemeenten budgetverantwoordelijk en zijn dus, met in achtneming van de geformuleerde uitgangspunten, vrij om hun eigen beleid in te richten. Zodoende zijn verschillen in beleid en uitgaven tussen gemeenten te verwachten. Bij de voorbereiding van de Wvg is uitgegaan van nagenoeg een verdubbeling van de aantallen vervoersvoorzieningen en een aanzienlijke toename van het aantal rolstoelen als gevolg van de uitbreiding van de zorgplicht naar 65-plussers. Uit de Memorie van toelichting valt af te leiden dat bij de bepaling van het budget voor vervoervoorzieningen en rolstoelen is uitgegaan van een aansprakentoename van circa 90% bij vervoervoorzieningen en 56% bij rolstoelen. Om de uitbreiding van de doelgroep budgettair neutraal op te vangen is bij het wetsontwerp afgesproken dat de hoogte van de vervoerskostenvergoeding verlaagd zou worden. Het toenmalige Kabinet achtte een niveau van 50% van het oorspronkelijk bedrag ook nog adequaat. Ten aanzien van woonvoorzieningen was de verwachting dat de introductie van de Wvg niet tot een grote toename zou leiden omdat de RGSHG geen leeftijdsgrens kende. De meerjarenbedragen die zijn toegevoegd aan het Gemeentefonds werden toereikend geacht om de verwachte verdubbeling van de vraag op te vangen. De Rijksoverheid heeft daarbij de garantie gegeven dat indien het macrobudget onvoldoende zou zijn als gevolg van ontwikkelingen waar gemeenten geen invloed op kunnen uitoefenen, het Gemeentefonds zou worden aangevuld. In deze paragraaf wordt ingegaan op het uitgangspunt dat de Wvg budgettair neutraal gerealiseerd moest worden, waarbij de zorgplicht en budgetverantwoordelijkheid in één hand liggen (uitgangspunt d). Allereerst wordt de ontwikkeling van de aantallen voorzieningen en de daarbij horende uitgaven beschreven. Daarna wordt stilgestaan bij de vraag of het budget voor de komende jaren toereikend is. Tot slot komen de verschillen tussen gemeenten aan de orde en de doorwerking van de financiële positie op het beleid dat gemeenten voeren Ontwikkeling van de aantallen voorzieningen en uitgaven Van alle Wvg-aanvragers in 1999 heeft 75% voor het eind van het jaar één of meer voorzieningen toegekend gekregen, terwijl 10% de aanvraag afgewezen zag 49. Het toekenningspercentage is de laatste jaren vrij stabiel (rond de 75%). In 1999 zijn ruim nieuwe Wvg-voorzieningen toegekend. Dat waren er minder dan in Voor het eerst sinds de decentralisatie nam het aantal toekenningen niet verder toe. Het lijkt erop dat de instroom stabiliseert. Het aantal personen dat gebruik maakt van een Wvg-voorziening, is echter veel groter dan het aantal nieuwe toekenningen, omdat een toekenning jaren kan doorlopen. Het totaal aantal uitstaande Wvg-voorzieningen is in de periode toegenomen van tot Vervoervoorzieningen, dat wil zeggen geldsomverstrekkingen en collectief vervoer, vormen nog steeds het leeuwendeel van het bestand (63%), maar het aandeel is de afgelopen jaren afgenomen. 49 De voorraad nog niet beschikte aanvragen was op 31 december % en 5% van de aanvragen is anderszins afgedaan (onder andere de aanvraag in ingetrokken en de aanvrager is verhuisd).

20 20 Een verstrekkende wet 3 Figuur 0.1. Ontwikkeling van het aantal nieuwe toekenningen en verstrekte voorzieningen (x 1.000) a b a b Aantal nieuw toegekende voorzieningen Aantal verstrekte voorzieningen (uitstaand en eenmalig) Het exacte aantal verstrekte voorzieningen in een jaar is niet bekend; het gaat om een benadering. Inclusief automatische instroom van ex-aaw-cliënten. * De uitgaven voor voorzieningen (op kasbasis) zijn in de periode gestegen van ƒ 286 miljoen tot ƒ miljoen. De sterkste stijging deed zich voor bij woonvoorzieningen. Vervoersvoorzieningen, inclusief collectief vervoer, beslaan nog steeds het grootste deel van de kosten, maar het aandeel van woonvoorzieningen is gestaag toegenomen. De kosten voor voorzieningen (op basis van aangegane verplichtingen na het afgeven van een beschikking) liggen in de gehele periode op een hoger niveau. Ze namen toe van ƒ 418 miljoen in 1994 tot ƒ miljoen in De uitvoeringskosten, dat wil zeggen de gemeentelijke apparaatskosten (personeel en materieel) en de externe indicatie- en advieskosten, zijn eveneens sterk toegenomen, van ƒ 164 miljoen in 1994 tot ƒ 340 miljoen in Het aandeel in de totale uitgaven (kas) nam echter in die periode af, van 37% tot 19%. Bij de bepaling van het budgettaire kader voor de Wvg in 1992/1993 is onderscheid gemaakt tussen een aantal categorieën middelen die zouden overgaan naar het Gemeentefonds ten behoeve van de Wvg. Het ging om de VROM-middelen voor woonvoorzieningen, de AAW-middelen voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen, en de uitvoeringskosten. Over het geheel genomen blijken de veronderstellingen die ten grondslag lagen aan de financiële overheveling van de Wvg-voorzieningen niet overeen te komen met de werkelijkheid: in alle categorieën voorzieningen zijn de aantallen meer toegenomen dan werd verwacht. De uitvoeringskosten en de uitgaven voor voorzieningen vielen eveneens hoger uit, met uitzondering van de vervoersvergoedingen. Door invoering van collectief vervoer en verlaging van de hoogte van taxikostenvergoedingen zijn gemeenten erin geslaagd om de toename van de kosten te beheersen, terwijl de verwachte (bijna) verdubbeling van de doelgroep is gerealiseerd. Ondanks de stijging van de uitgaven zijn de eigen gemeentelijke inkomsten in dezelfde periode redelijk stabiel gebleven 50. Een belangrijke reden daarvoor is dat de mogelijkheden om eigen bijdragen te vragen in 1996 zijn gereduceerd. In 1999 bedroegen de netto-inkomsten ƒ 7,5 miljoen. Daarvan is ƒ 2,3 miljoen afkomstig uit eigen bijdragen (was ƒ 7,6 miljoen in 1995). 50 Bij eigen gemeentelijke inkomsten gaat het om eigen bijdragen, terugkoopregelingen en dergelijke.

Inhoudsopgave iii. 2. De Wvg en de doelgroep 7 2.1. Inleiding 7 2.2. De doelgroep: aantallen en kenmerken 7 2.3. Bereikbaarheid van de Wvg 8

Inhoudsopgave iii. 2. De Wvg en de doelgroep 7 2.1. Inleiding 7 2.2. De doelgroep: aantallen en kenmerken 7 2.3. Bereikbaarheid van de Wvg 8 Inhoudsopgave iii INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 1.1. De Wet voorzieningen gehandicapten: uitgangspunten 1 1.2. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving sinds de invoering van de Wvg 3 1.3. Het evaluatieonderzoek

Nadere informatie

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Tekst Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 Artikel

Nadere informatie

1 Inleiding... 2. 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2. 3 Informatie... 4. 4 De aanvraag... 8. 5 Procedure... 14. 6 Wachttijd...

1 Inleiding... 2. 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2. 3 Informatie... 4. 4 De aanvraag... 8. 5 Procedure... 14. 6 Wachttijd... Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2 3 Informatie... 4 4 De aanvraag... 8 5 Procedure... 14 6 Wachttijd... 16 7 Bejegening... 19 7 Toegewezen aanvragen...

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2009 Nr. 49658 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2011 Nr. 73307 gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

De Wmo en inkomensgrenzen (2012)

De Wmo en inkomensgrenzen (2012) De Wmo en inkomensgrenzen (2012) 1. Aanleiding Recent zijn er door de Tweede Kamer en diverse gemeenten vragen gesteld over inkomensgrenzen in de Wmo, mede naar aanleiding van enkele rechterlijke uitspraken

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2010 Besluit WMO gemeente Nunspeet Januari 2010 afdeling Publiek en Sociaal gemeente Nunspeet - 2 - Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente

Nadere informatie

Het controle- en rapportageprotocol heeft de volgende indeling:

Het controle- en rapportageprotocol heeft de volgende indeling: Bijlage, als bedoeld in artikel 1a van de Regeling verantwoording kosten Wvg-woonvoorzieningen. CONTROLE- EN RAPPORTAGEPROTOCOL 2002 Besluit rijksvergoeding Wvg-woonvoorzieningen voor de bij de gemeente

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 INHOUD HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN...1 HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE REGELS OVER HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET...2 HOOFDSTUK 3

Nadere informatie

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw Raadsbrief Made, 10 januari 2012 Registratienr.: Onderwerp: Risico's gemeentelijk inkomensbeleid m.b.t. de Wmo Portefeuillehouder: Ambtelijke coördinatie: Steller: M.F.L.A. van Oosterhout Maatschappelijke

Nadere informatie

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren.

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren. CONCEPT CONCEPT CONCEPT Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente. Inleiding Naast een Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Gemeentelijk maatwerk voor personen met een chronische ziekte en/of beperking voor de regio Noord-Limburg. Juni 2014

Gemeentelijk maatwerk voor personen met een chronische ziekte en/of beperking voor de regio Noord-Limburg. Juni 2014 Gemeentelijk maatwerk voor personen met een chronische ziekte en/of beperking voor de regio Noord-Limburg Juni 2014 Inhoud Samenvatting... 3 Inleiding... 4 Aanleiding... 4 Huidige regelingen ter tegemoetkoming

Nadere informatie

Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013

Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013 Jaarverslag Zorg 2013: Individuele voorzieningen Wmo 2013 ALGEMEEN De individuele voorzieningen Wmo betreffen vervoersvoorzieningen, rolstoelen, woonvoorzieningen en hulp bij het huishouden. Onderstaand

Nadere informatie

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting op het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 2 INHOUDSOPGAVE Toelichting

Nadere informatie

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011;

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011; Gem: 0612099 Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg; gelet op artikel 5 de Wet maatschappelijke ondersteuning, gelet op de

Nadere informatie

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2013 Nr. 114031 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Leudal INHOUD Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het persoonsgebondenbudget... 2 Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen... 3 Hoofdstuk 3 Hulp bij het huishouden...

Nadere informatie

Verordening Individuele Voorzieningen. Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem

Verordening Individuele Voorzieningen. Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem Verordening Individuele Voorzieningen Een onderzoek onder leden van Digipanel Haarlem Onderzoek en Statistiek Haarlem, november 2009 1 Colofon Opdrachtgever: Samensteller: Gemeente Haarlem Programmabureau

Nadere informatie

Toelichting. Artikel 2

Toelichting. Artikel 2 Toelichting Algemeen De systematiek van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrechtse Heuvelrug is dat steeds algemene voorzieningen, waaronder het collectief vervoer, het primaat hebben.

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording 1.1. Verstrekking van een toegekende individuele

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In dit besluit wordt verstaan onder: a. Verordening: de Wmo-verordening gemeente Heusden

Nadere informatie

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011 Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 24 april 2007; gelet op artikel

Nadere informatie

Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo

Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo Eigen bijdrage voor zorg zonder verblijf en voor de Wmo De klant betaalt een eigen bijdrage voor de zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) die deze thuis krijgt (zorg zonder verblijf),

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Barneveld juli 2008

Besluit maatschappelijke ondersteuning Barneveld juli 2008 juli 2008 Burgermeester en wethouders van Barneveld; gelet op de bepalingen in de artikelen 3, 6, 7, 12, 19, 21 25, 32, 33 38 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Barneveld;

Nadere informatie

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Inleiding De wet bepaald dat de gemeente een verordening dient vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van het door de gemeenteraad

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 behorende bij de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Besluit voorzieningen maatschappelijke

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 35d 26 435 Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 2007; gelet op artikel 5, 6, 7, 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Voor de overige voorzieningen (rolstoelvoorzieningen, het collectief vervoer en forfaitaire tegemoetkomingen 1 ) wordt geen eigen bijdrage gevraagd.

Voor de overige voorzieningen (rolstoelvoorzieningen, het collectief vervoer en forfaitaire tegemoetkomingen 1 ) wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Bijlage 1 bij raadsvoorstel. (RV 2012.015) Voorstel uitbreiding eigen bijdrage regeling De eigen bijdrage is wettelijk geregeld in artikel 15 van de Wmo en het hierop gebaseerde (landelijk geldende) Besluit

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Onderwerp. : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt

Raadsvoorstel. Onderwerp. : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt Raadsvoorstel Onderwerp : Verordening Wet Maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2011. Indiener agendapunt : Het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder(s): J. Teuwen Gevraagd besluit

Nadere informatie

Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Woudenberg

Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Woudenberg Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Woudenberg Het Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Woudenberg (Besluit) is een uitwerking

Nadere informatie

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Portefeuillehouder: Onderwerp: B.G. Schalkwijk vaststellen van het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, overwegende dat

Nadere informatie

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek A. Algemene toelichting 1.0 Omvang van de eigen bijdrage/eigen aandeel In de Verordening is bepaald dat een cliënt een eigen bijdrage betaalt bij een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget

Nadere informatie

gelet op het Besluit voorzieningen maatschappelijk ondersteuning welke is vastgesteld in de raadsvergadering van 29 mei 2008;

gelet op het Besluit voorzieningen maatschappelijk ondersteuning welke is vastgesteld in de raadsvergadering van 29 mei 2008; RAADSBESLUIT Raadsvergadering van 10 december 2009 De raad van de gemeente Moerdijk, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 oktober 2009; overwegende dat de huidige tekst van artikel

Nadere informatie

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording a. Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien een

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND 2014 FINANCIËLE REGELS VANAF 1 JANUARI 2014 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Artikel 1: Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel 3 Artikel 2. Uurtarief

Nadere informatie

RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO

RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO RAPPORT TEVREDENHEID CLIËNTEN WMO Emmen 1 INDEX Index...2 Inleiding...3 1 Samenvatting...4 2 Verantwoording en achtergrondgegevens...5 3 Toegang tot de ondersteuning...7 4 Hulp bij het huishouden...9 5

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2016

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2016 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2016 Burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet; gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, alsmede de Verordening

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014. Ingangsdatum 1 januari 2014

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014. Ingangsdatum 1 januari 2014 Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Montferland 2014 Ingangsdatum 1 januari 2014 Besluit voorzieningenmaatschappelijke ondersteuning Montferland 2014 Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over

Nadere informatie

Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007

Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007 Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007 Datum: augustus 2006 Status: definitief Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening

Nadere informatie

Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zoetermeer

Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zoetermeer Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zoetermeer Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig

Nadere informatie

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende.

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende. Besluit voorzieningen Wmo gemeente Middelburg 2014 Vastgesteld in de collegevergadering van 28 december 2011 Gewijzigd: 11 december 2012, 10 december 2013 Publicatiedatum: 4 januari 2012, 19 december 2012,

Nadere informatie

Nota. Nota openbaar: Ja. Nummer: 14INT04226. Invulling Wet chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER) Onderwerp:

Nota. Nota openbaar: Ja. Nummer: 14INT04226. Invulling Wet chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER) Onderwerp: Nota Voor burgemeester en wethouders Nummer: 14INT04226 II Onderwerp: II Datum vergadering^ Ö Nota openbaar: Ja Invulling Wet chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER)

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoogeveen 2010 Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VOORSTEL 1. tot vaststelling van de verordening voorziening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gennep en intrekking van het raadsbesluit

Nadere informatie

Verordening voorzieningen gehandicapten 2005

Verordening voorzieningen gehandicapten 2005 Verordening voorzieningen gehandicapten 2005 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Oosterhout Officiële naam regeling Verordening voorzieningen gehandicapten

Nadere informatie

Voorstel aan de gemeenteraad

Voorstel aan de gemeenteraad Voorstel aan de gemeenteraad datum: portefeuillehouder: F. Pekema Datum vergadering: agendanummer: onderwerp: Inkomensgrenzen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Aan de raad, Inleiding Als

Nadere informatie

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 CVDR Officiële uitgave van Hulst. Nr. CVDR318648_1 4 juli 2016 Besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 Inleiding Het gemeentelijk besluit maatschappelijke

Nadere informatie

Verordening meedoenregeling gemeente Doetinchem 2012

Verordening meedoenregeling gemeente Doetinchem 2012 Verordening meedoenregeling gemeente Doetinchem 2012 De raad van de gemeente Doetinchem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 november 2011; gelet op artikel 147, eerste

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard. Bedragen geldig vanaf 01-01-2012

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard. Bedragen geldig vanaf 01-01-2012 Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Heerhugowaard Bedragen geldig vanaf 01-01-2012 12 december 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 2 Artikel 1 Inkomen en peiljaar Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Wmo-raad Maastricht. Advies nr. 28 Inkomensondersteuning voor personen met een chronische ziekte en/of beperking:

Wmo-raad Maastricht. Advies nr. 28 Inkomensondersteuning voor personen met een chronische ziekte en/of beperking: Wmo-raad Maastricht Advies nr. 28 Inkomensondersteuning voor personen met een chronische ziekte en/of beperking: Het beeld Als WMO-Raad constateren wij, -dat gemeenten met de drie decentralisaties verantwoordelijk

Nadere informatie

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 Raadsbesluit nr. 8 Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het besluit van burgemeester en wethouders van 29 juli

Nadere informatie

4. Eindoordeel en adviezen over de wijzigingen in de Verordening Wmo, het Besluit MO en het Verstrekkingenboek voorzieningen Wmo

4. Eindoordeel en adviezen over de wijzigingen in de Verordening Wmo, het Besluit MO en het Verstrekkingenboek voorzieningen Wmo Wmo-raad Zoetermeer Advies van de Wmo-raad Zoetermeer over de wijzigingen in de Verordening Wmo, het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning en het Verstrekkingenboek voorzieningen Wmo Advies WR2009-12

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015

Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard (RSDHW); gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de

Nadere informatie

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Samenvatting Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Waarover

Nadere informatie

Voorzieningen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Voorzieningen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Gemeente Veendam, 2013 Besluit maatschappelijke ondersteuning... 3 Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.... 3 Artikel 1.

Nadere informatie

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Algemene toelichting De gemeenteraad dient op grond van artikel 8 eerste lid onder c juncto artikel 30 van de Wet werk en bijstand (WWB)

Nadere informatie

NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016.

NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016. NOTA INVOEREN VERORDENING WMO OSS 2016 EN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING OSS 2016. I. HOE ZIET GEMEENTELIJK REGELGEVING BIJ DE WMO ER UIT? De Wmo-verordening De Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013 Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013 1 januari 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Regels rond verstrekking en verantwoording 3 Artikel 3 Vaststelling bedrag persoonsgebonden

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Gemeente Zandvoort 2010

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Gemeente Zandvoort 2010 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Vastgesteld door het college : d.d. 5 januari 2010 Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant : d.d. Inwerkingtreding : d.d. 1 januari 2010 Registratienr: 2009/12/003193

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

MEMO van college aan de raad

MEMO van college aan de raad MEMO van college aan de raad datum : 19 oktober 2010 (binnen gekomen bij de griffie op 2 november 2010) aan : Gemeenteraad van : College onderwerp : Uitwerking motie voorziening Wmo (1 juli 2010) Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Samengevat worden, met instemming van de WMO raad, de volgende beleidsaanpassingen voorgesteld:

Samengevat worden, met instemming van de WMO raad, de volgende beleidsaanpassingen voorgesteld: Raadsnota Raadsvergadering d.d.: 14 december 2009 Agenda nr: 13 Onderwerp: Vaststellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2010 gemeente valkenburg aan de Geul en het Besluit nadere regels voorzieningen

Nadere informatie

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter,

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter, uw nummer uw datum ons nummer onze datum verzonden inlichtingen bij sector/afdeling doorkiesnr. 2012/U1T/43299 10 september 2012 F. van der Heide BS/Sociale Zaken 0475-359 812 AAN de voorzitter van de

Nadere informatie

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015 De raad van de gemeente Roosendaal, gelezen het voorstel van het college van 24 maart 2015, gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6,

Nadere informatie

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties In deze bijlage behandelen we kort vijf opties die de gemeente kan inzetten bij de

Nadere informatie

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan

Nadere informatie

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Agendanr. : Doc.nr : B2003 14372 Afdeling: : Sociale Zaken en Werkgelegenheid B&W-VOORSTEL Onderwerp : Langdurigheidstoeslag 2003 Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Algemeen:

Nadere informatie

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 Algemene toelichting Tot 1 januari 1996 gold voor de bijstandsverlening een uiterst gedifferentieerde normensystematiek.

Nadere informatie

MEMO van college aan de raad

MEMO van college aan de raad MEMO van college aan de raad datum : 25 februari 2010 (binnengekomen bij de griffie 1 maart 2010) aan : Gemeenteraad van : College onderwerp : Besluit individuele maatschappelijke ondersteuning 2010 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Samenvatting basisbenchmark en cliënttevredenheidsonderzoek individuele voorzieningen Wmo

Samenvatting basisbenchmark en cliënttevredenheidsonderzoek individuele voorzieningen Wmo Samenvatting basisbenchmark en cliënttevredenheidsonderzoek individuele voorzieningen Wmo Inleiding Hoewel het gaat om twee afzonderlijke onderzoeken is vanwege de samenhang (de Wmo) ervoor gekozen om

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten

Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten Notitie categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken, gehandicapten 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Categoriale bijzondere bijstand 3. Doelgroep 4. Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 2 december 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding...3 Hoofdstuk 1 Rolstoelvoorzieningen en vervoer...4 Artikel 1.1 Persoonsgebonden budget bij een rolstoel...4 Artikel

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2015 Nr. 197229

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2015 Nr. 197229 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2015 Nr. 197229 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, alsmede

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012 FINANCIËLE REGELS VANAF 15 JULI 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Artikel 1: Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel 4 Artikel 2. Hulp bij

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN Het College, gelet op de bepalingen in de artikelen 17, 19, 22 en 30 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Velsen 2013,

Nadere informatie

ECGF/U201200226 Lbr. 12/037

ECGF/U201200226 Lbr. 12/037 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Ontwikkelingen kwijtschelding gemeentelijke belastingen uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U201200226 Lbr. 12/037

Nadere informatie

Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007

Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007 Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007 1. Inleiding..... 2 2. Aanleiding..... 2 3. De juridische basis...

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening)

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) 1. Algemene toelichting 1.1 Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

Woonvoorzieningen 2010 2011 2012 Aanvragen totaal 452 351 299 Aanvragen verhuiskostenvergoeding 8 6 4

Woonvoorzieningen 2010 2011 2012 Aanvragen totaal 452 351 299 Aanvragen verhuiskostenvergoeding 8 6 4 De heer P.C. Schultink De heer A.J. de Leeuw Datum: Ons kenmerk: Afdeling: Contactpersoon: Uw brief van: Uw kenmerk: Onderwerp: WMO-- Samenleving A. Bok 21 november 2012 Beantwoording vragen Wmo Datum

Nadere informatie

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen. 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang, De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,, inzake gelet artikel 149 van

Nadere informatie

Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning

Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning Wijzigingsverordening en wijzigingsbesluit Maatschappelijke ondersteuning Afdeling Samenleving 24 februari 2011 1 Inhoud 1. Wijzingen in de Verordening Maatschappelijke ondersteuning... 2 2. Wijzigingen

Nadere informatie

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3 Wet 3 College 3 Lid 3. Compensatieplicht 3 Lid 4. Aanmelding 3 Lid

Nadere informatie

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 gemeente Doetinchem

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 gemeente Doetinchem gemeente Doetinchem HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN... 2 Artikel 1 Begripsbepalingen (op alfabetische volgorde)... 2 HOOFDSTUK 2 COMPENSATIEPLICHT... 5 Artikel 2.1 Reikwijdte compensatieplicht gemeente...

Nadere informatie

Besluit individuele voorzieningen. Gemeente Tiel 2010. Gemeente Tiel Afdeling Werk, Inkomen en Zorg Unit Wmo

Besluit individuele voorzieningen. Gemeente Tiel 2010. Gemeente Tiel Afdeling Werk, Inkomen en Zorg Unit Wmo Gemeente Tiel 2010 Gemeente Tiel Afdeling Werk, Inkomen en Zorg Unit Wmo Hoofdstuk 1 Artikel 1 Algemene bepalingen...3 Begripsbepalingen... 3 Hoofdstuk 2 Het persoonsgebonden budget en de financiële tegemoetkoming...4

Nadere informatie

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Zaaknummer: OWZCM12 Onderwerp aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Collegevoorstel Inleiding Eind 2010 zijn, in het kader van de bezuinigingen, de nieuwe verordening Wet maatschappelijk

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Oude IJsselstreek Inhoudsopgave: Hoofdstuk 1 Bijzondere regels over het 5 persoonsgebonden budget Hoofdstuk 2 Eigen bijdragen, eigen aandeel

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Grootegast Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording. 1. Verstrekking van een

Nadere informatie