Werkblad beschrijving en beoordeling interventies

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werkblad beschrijving en beoordeling interventies"

Transcriptie

1 Werkblad beschrijving en beoordeling interventies NAAM INTERVENTIE: Communities in Beweging (CiB) Samenvatting Doel Het hoofddoel van de interventie Communities in Beweging (CiB) is het stimuleren van mensen met een lage sociaal economische status (SES) en een beweegachterstand om meer en regelmatig te bewegen. Op lokaal niveau is het doel om CiB op te zetten en uit te voeren volgens de community-aanpak. Doelgroep CiB is bedoeld voor mensen met lage SES van alle leeftijden met een beweegachterstand. In dit werkblad wordt met name de doelgroep allochtone vrouwen toegelicht. Aanpak CiB wordt lokaal opgezet en uitgevoerd vanuit een samenwerkingsverband tussen organisaties zoals Gemeente, GGD, sportorganisaties en Welzijn. CiB is een vraaggerichte interventie en sluit aan bij de behoeften en wensen van de doelgroep en bij de locale context. CiB bestaat uit een menu van werkvormen en instrumenten die in de drie samenhangende fasen worden ingezet: 1) Voorbereiden, 2) Uitvoeren en 3) Evalueren. In CiB wordt gewerkt met zeven werkprincipes die grotendeels overeenkomen met de principes van gezondheidsbevordering. De sociale netwerkbenadering wordt gebruikt om nieuwe deelnemers te werven, om beweeggedrag te stimuleren en om de heersende sociale normen ten aanzien van bewegen en gezondheid te beïnvloeden. Participatie wordt nagestreefd om deelnemers te betrekken bij de inhoud, uitvoering en besluitvorming van (beweeg)activiteiten. Plezier in bewegen staat centraal om mensen positieve ervaringen met bewegen op te laten doen. Veel aandacht gaat uit naar groepsprocessen en naar de sociale en fysieke omgeving. Doordat verschillende organisaties intersectoraal samenwerken kunnen (nieuwe) groepen bereikt worden en vanuit meerdere kanten gestimuleerd worden tot een actieve leefstijl en kan gewerkt worden aan de structurele inbedding van CiB. Materiaal NISB heeft een handboek waarin de aanpak van CiB is toegelicht, een bundel met werkvormen en instrumenten, een brochure en een dvd met voorbeelden van CiB projecten en een website. Onderzoek effectiviteit Tussen 2003 en 2008 is CiB in 30 gemeenten uitgevoerd en zijn 70 groepen met 8-20 deelnemers bereikt. NISB heeft 20 pilotprojecten geëvalueerd op bereik en participatie en belemmerende en bevorderende factoren. Resultaten van een gevalideerde vragenlijst aan 53 allochtone meiden en 15 allochtone vrouwen in 8 pilots laat zien dat deelnemers van CiB meer zijn gaan bewegen en ten aanzien van bewegen een positieve attitude hebben ontwikkeld en meer vaardigheden hebben gekregen. De evaluatie van de GGD Amsterdam van het pilotproject Gezonde leefgewoonten Westerpark laat zien dat 120 (15% van totaal aantal) Turkse en Marokkaanse vrouwen in Westerpark in één of meer fasen van de interventie hebben geparticipeerd en dat doelgroep participatie van het gewenste niveau is. Buitenlandse studies concluderen dat voor etnische minderheidsgroepen de community aanpak het meest succesvol is. Het toepassen van werkprincipes, zoals de sociale netwerkbenadering, draagt op zichzelf bij aan gezondheid. 1. Toelichting naam van de interventie CiB staat voor Communities in Beweging. De naam is gebaseerd op Community Based Interventions, een term die gebruikt wordt binnen het werkveld gezondheidsbevordering en verwijst 1

2 naar de context van gezondheid en gezondheidsgedrag waaronder de fysieke en sociale omgeving. De interventie is gebaseerd op de Asset-Based-Community-Development (ABCD) methode (Davelaar et al., 2002; Kretzman en McKnight, 1993). De ABCD-methode is afkomstig uit de VS en gericht op buurt- of wijkontwikkeling. In de methode zijn de capaciteiten, kennis en talenten van bewoners en bestaande samenwerking het uitgangspunt. De naam community is een uitnodiging aan alle mensen die tot een bepaalde community behoren om (gezamenlijk) in beweging te komen. Dit betekent dat zowel het individu als de community onderdeel zijn van de interventie. 2. Doel van de interventie Het hoofddoel van het project CiB is het stimuleren van mensen met een beweegachterstand om meer en regelmatig te bewegen. Uiteindelijk moet dit doel leiden tot een duurzaam actieve leefstijl. Het hoofddoel van CiB sluit aan bij het kabinetsbeleid (Ministerie van VWS 2001; 2005). De aanpak van CiB kan ook andere maatschappelijke doelen dienen, zoals mensen uit het sociale isolement halen en allochtone vrouwen en jongeren activeren. Het doel van NISB is dat lokaal samenwerkingspartners, dit zijn bijvoorbeeld medewerkers van GGD en, gemeenten, welzijnswerkers en sportorganisaties, CiB opstarten en uitvoeren op basis van de werkprincipes. De samenwerkingspartners formuleren vervolgens samen met de doelgroep (sub)doelen. De subdoelen zijn gericht op het stimuleren van een duurzame en actieve leefstijl bij de betreffende doelgroep. De subdoelen verschillen afhankelijk van de locatie, doelgroep en context. Op het niveau van het individu kunnen subdoelen geformuleerd worden rondom: Bewegen: meer bewegen in de groep, meer bewegen in het dagelijks leven, meer bewegen met mensen uit de directe omgeving. Kennis en bewustzijn: over de beweegnorm, gezond bewegen en eten, voorzieningen in de fysieke omgeving (wandelroutes, sportfaciliteiten, winkels). Motivatie, attitude en vaardigheden om te bewegen. Op het niveau van de community kunnen subdoelen geformuleerd worden rondom: Doelgroepparticipatie in verschillende fasen. Fysieke en sociale omgeving. Intersectorale samenwerking. Structurele inbedding. Indien het effect van CiB gemeten wordt, moeten doelen SMART geformuleerd worden: Bijvoorbeeld: x % van de deelnemers aan CiB na deelname voldoet aan de norm voor gezond bewegen, x % van de deelnemers aan CiB kent na deelname de norm voor gezond bewegen in detail, de doelgroep is actief betrokken bij de ontwikkeling van activiteiten (functionele participatie) of de doelgroep zet na afloop van CiB zelf nieuwe activiteiten op. 3. Doelgroep van de interventie Voor wie en wat is de interventie bedoeld? CiB is bedoeld voor mensen met lage SES en met een beweegachterstand, mensen die niet voldoen aan de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB) zoals vastgesteld in 1998 (Kemper et al., 2000). De norm is verschillend voor jongeren, volwassenen en ouderen en is vastgesteld op minimaal 5 dagen per week 30 minuten matig intensief bewegen. Omdat mensen met een lage SES minder vaak voldoen aan de norm, richt CiB zich op verschillende groepen met een lage SES, zoals allochtone vrouwen, allochtone meiden, kinderen en (VMBO-)jongeren en hun ouders. Ook is er ervaring met groepen voor (allochtone) ouderen, mensen met een verstandelijke handicap en moeilijk lerende kinderen. Het bedienen van meerdere doelgroepen door CiB kan doordat het een interventie is die op werkprincipes is gebaseerd. Door het toepassen van de werkprincipes wordt aangesloten bij de 2

3 behoeften en wensen van de doelgroep en de locale context. CiB is maatwerk voor iedere doelgroep. Dit betekent dat CiB geen kopieerbaar product is. In de praktijk wordt veeleer creatief omgegaan met de mogelijkheden en kansen die zich voordoen dan het trouw volgen van een interventie protocol. CiB is dus niet een best package omdat daarvoor de voorwaarde onder andere is dat er een homogene doelgroep is en een stabiele organisatie, maar een best principles interventie. Dit sluit aan bij de principes van gezondheidsbevordering en is in community projecten het meest geschikt (Saan en De Haes, 2008). CiB heeft tot nu toe het meeste ervaring opgedaan met allochtone vrouwen en meiden met een lage SES. Om deze reden wordt in dit werkblad de resultaten behaald met deze groepen gebruikt voor de onderbouwing van CiB. CiB is voor meer doelgroepen met een lage SES bedoeld. Wat voor welke doelgroep werkt hangt af van de (sociaal-culturele) kenmerken, wensen en het niveau van de doelgroep. Prevalentie en spreiding In voldoet 34% niet aan de beweegnorm en is 5% inactief (Breedveld, 2008). In de praktijk zijn mensen met een lagere SES vaker inactief dan mensen met een hogere SES (Dowler, 2001; Ooijendijk et al., 2007; Wendel-Vos en Frenken, 2008). Ook zijn mensen met een niet- Nederlandse afkomst en in iets mindere mate mensen met overgewicht vaker inactief (Wendel-Vos en Frenken, 2008). Laagopgeleiden bewegen gemiddeld twee uur minder tijd per week en sporten significant vaker niet dan hoogopgeleiden (Kamphuis en Tiessen-Raaphorst, 2008). De resultaten van Ooijendijk et al., (2007) laten zien dat 52% van de allochtonen en 56% van de autochtonen aan de NNGB voldoet. Ook na controle voor de variabelen leeftijd en/of opleiding is het verschil tussen allochtonen en autochtonen aanzienlijk (Breedveld et al., 2008) en blijft het beweeggedrag van Turken, eerstegeneratie Marokkanen en eerstegeneratie Surinamers achter ten opzichte van het beweeggedrag van autochtonen (Kamphuis en Tiessen-Raaphorst, 2008). Turkse en Marokkaanse vrouwen doen het minst aan sportbeoefening, respectievelijk beoefent 26 en 29% sport. Voor autochtone vrouwen is dit 56%. Ook voor lidmaatschap van sportverenigingen geldt dat Turkse en Marokkaanse vrouwen ver achterblijven ten opzichte van autochtonen (Breedveld, 2008). Indicatie- en contra-indicatiecriteria Er zijn geen specifieke indicatiecriteria vastgesteld. Toepassing bij etnische groepen De interventie is niet speciaal ontwikkeld voor allochtone groepen. In de praktijk wordt CiB wel uitgevoerd met en voor met name allochtone vrouwen en allochtone meiden en is het materiaal daartoe goed bruikbaar. In de werkvormenbundel en het handboek staan voorbeelden van beweegprogramma s. Het materiaal is niet vertaald voor deze groepen. Door de aanpak van CiB, het toepassen van werkprincipes, is CiB goed toepasbaar bij etnische groepen. Lokaal kan CiB bijvoorbeeld contact leggen met de doelgroep via sleutelfiguren en groepsbijeenkomsten laten verzorgen door VETC-ers. 4. Omschrijving van de interventie 4.1 Methodiek CiB is een interventie die zich kenmerkt doordat deze bestaat uit verschillende onderdelen (multicomponent) die in fasen zijn te onderscheiden, verschillende niveaus betrekt namelijk de samenwerkingspartners en de doelgroep (multi-level) en aansluit bij de doelgroep en context (maatwerk). CiB wordt lokaal uitgevoerd door verschillende organisaties in de vorm van intersectorale samenwerking. De interventie omvat beweegactiviteiten en kennis- en bewustwordingsactiviteiten met betrekking tot een gezonde en actieve leefstijl. Tot beweegactiviteiten kunnen allerlei sporten gerekend worden zoals dansen, aerobics, fitness, zwemmen, gymnastiek, zaalvoetbal, wandelen etc. Kennis- en bewustwordingsactiviteiten zijn het overbrengen en delen van kennis, informatie en ervaringen over 3

4 onderwerpen zoals de NNGB, de voor en nadelen van bewegen en manieren om actiever te worden in het dagelijkse leven. In samenspraak met de doelgroep kan ook aandacht besteed worden aan andere onderwerpen. Kennis- en informatie-uitwisseling kan zowel tijdens de beweegactiviteiten plaats vinden, ervoor of erna of in aparte bijeenkomsten. De deelnemers participeren actief en kunnen ook nieuwe activiteiten organiseren. Het organiseren van nieuwe activiteiten door de deelnemers wordt gestimuleerd. Afhankelijk van de doelgroep en de context kunnen andere activiteiten rondom andere thema s georganiseerd worden (Hiemstra et al., 2007). In Amsterdam is aan allochtone vrouwen voorlichting gegeven over gezonde voeding, zijn supermarktrondleidingen gedaan en hebben vrouwen samen gezond gekookt. De aanpak van CiB bestaat uit verschillende (creatieve) werkvormen en instrumenten die gedurende de drie fasen ingezet worden en stoelt op zeven werkprincipes die tot doel hebben om de doelgroep te motiveren en stimuleren tot meer bewegen. De werkprincipes worden in alle fasen toegepast. De minimum vereiste aanpak voor een CiB interventie is de minimaal benodigde tijd per fase. Dit is in totaal minimaal 9 maanden en uitgewerkt in Daarnaast geldt dat een project als CiB bestempeld mag worden indien de interventie volgens de zeven werkprincipes uitgevoerd wordt. Deze zijn beschreven in Fasen van CiB Voor de verschillende fasen wordt achtereenvolgens aangegeven welke activiteiten in die fase verricht worden, wat de minimaal benodigde tijd hiervoor is, wie er bij betrokken moeten zijn en een voorbeeld van een instrument dat in de fase toegepast kan worden. De keuze voor een bepaald instrument wordt gebaseerd op de wensen en behoeften van de deelnemers en het doel dat de groep geformuleerd heeft. Voor de uitvoering van CiB kan gebruik gemaakt worden van de beslisboom (zie bijlage). 1. Voorbereiding In deze fase gaat het om idee ontwikkeling, het inzicht krijgen in de interventie CiB (o.a. volgen van training), analyse van het gemeentelijk beleid, het kennis nemen van en analyseren van de sociale kaart en sociale structuur in de wijk, de feiten en cijfers, NNGB, materiaal van CiB, het leggen van contacten met mogelijke samenwerkingspartners en het creëren van draagvlak. De minimaal benodigde tijd voor deze fase is anderhalve maand. Bij voorkeur zijn in deze fase meerdere samenwerkingspartners betrokken om het draagvlak zo groot mogelijk te maken. Minimaal aantal is drie partners uit gezondheid, welzijn- en sportsector. Later kan dit aantal partners veranderen, afhankelijk van de behoeften en activiteiten. Een belangrijke voorwaarde is dat er beleid is voor de beoogde doelgroep opdat lokale inbedding en financiering gerealiseerd kan worden. In deze fase kan de het instrument de Sociale kaart gebruikt worden. De sociale kaart levert informatie op over de kenmerken van de bewoners (leeftijdsopbouw, etniciteit, gezondheidstoestand, economische status, etc.), de instellingen en organisaties die zich bezig houden met het thema bewegen en/of gezondheid en een overzicht van sportaccommodaties en (sociale- en beweeg-) activiteiten die in de wijk plaats vinden. Vervolgens wordt in deze fase het plan voor CiB ontwikkeld met afspraken over planning en organisatie samen met de meest berokken samenwerkingspartners, wordt contact gelegd met de vertegenwoordigers van de doelgroep, en wordt een bestaande of nieuwe groep voor CiB geworven. De minimaal benodigde tijd voor deze fase is een maand, indien financiering, samenwerkingspartners en beoogde doelgroep al aanwezig zijn. Moet er bijvoorbeeld nog naar (extra) financiering gezocht worden, dan is de voorbereidingstijd minimaal twee tot drie maanden. In deze fase zijn minimaal twee samenwerkingspartners betrokken. In deze fase zijn een actoren identificatie of een netwerkanalyse geschikte instrumenten om de rol en taak van verschillende personen en organisaties helder te krijgen. 2.Uitvoering Het uitvoeren van CiB gebeurt met de groep. De uitvoering van CiB is minimaal 6 maanden. De uitvoering van het beweeg- en activiteitenprogramma, inclusief kennisbijeenkomsten, vindt in het algemeen plaats vanaf september of vanaf januari. De beweegbijeenkomsten zijn 1 uur per week 4

5 (totaal minimaal 24 lessen). Daarnaast is er minimaal eens per twee weken een kennisbijeenkomst van een uur (totaal 10 bijeenkomsten). Desgewenst kan de bijeenkomst ook langer zijn, en kan deze bijvoorbeeld gecombineerd worden met gezamenlijk koffie drinken. In de uitvoering zijn vier verschillende stappen aan te geven. De stappen met tijdsbestek, bijbehorende activiteiten en mogelijk te gebruiken instrumenten staan in onderstaande tabel. De begeleider van de groep kiest op basis van behoefte en wensen van deelnemers de in te zetten instrumenten. In de tabel zijn de minimaal benodigde beweeglessen en kennisbijeenkomsten vet aangegeven opdat participatie- en beweegdoelen gerealiseerd kunnen worden. Het formuleren en evalueren van SMART doelen, zowel voor bewegen als voor participatie aan het programma, zijn hierin essentieel. Afhankelijk van (sociaal-culturele) kenmerken, wensen en niveau van de doelgroep kan er meer nodig zijn voordat de doelgroep samen doelen kan formuleren en er een succesvolle interventie gerealiseerd kan worden. Stappen in uitvoering Stap 1. Kennismaking en opbouwen vertrouwen en groepsbinding 1 maand Stap 2. Opdoen van kennis van en ervaring met bewegen en gezondheid 2 maand Stap 3. Uitbreiden beweegervaring, stimuleren actieve bijdrage van deelnemers, betrekken sociale en fysieke omgeving 2 maanden Activiteiten Kennis maken met elkaar Verwachtingen, motivatie uitspreken. Discussie over belang en voordelen van bewegen en actieve leefstijl Beweegbehoefte inventariseren Kennismaking met verschillende lichte en plezierige beweegvormen. Samen (SMART) doelen stellen over bewegen en participatie. Kennis maken met (verschillende) beweegactiviteiten Kennis vergroten over relatie bewegen, voeding en gezondheid en over NNGB en alledaagse beweegvormen. Bewustwording over drempels en kansen voor bewegen. Continueren van beweegprogramma Stimuleren actieve bijdrage van deelnemers aan het organiseren van activiteiten op het terrein van bewegen en andere thema s. Deelnemers doen kennis en vaardigheden op rondom het beïnvloeden van de sociale en fysieke omgeving. Instrumenten Minimaal 4 beweeglessen en 2 kennisbijeenkomsten Interview tussen 2 personen over bewegen (23)*, Beweeg als (25) Focusgroepgesprek (4) Beweegsalade (31), Beweegcollage (34), De heen-en-weerwedstrijd (s4) Fittest in de wijk (16), Beweeglessen. Focusgroepgesprek (4) Minimaal 8 beweeglessen en 3 kennisbijeenkomsten. Ren je rot kennisquiz (38), Beweegmeter: Thuis stappentellen (42), Beweegwijzer en beweegdagboek (s12), Lekker koken (s7). Rollenspel (50), De Roze Wolk (54) Minimaal 8 beweeglessen en 4 bijeenkomsten. Een nieuw sport- en beweegspel bedenken (59), Themagroepen (63), Estafettespel (s22). Fotoproject De wijk in (s19), Speurtocht in de wijk (s21), Supermarktbezoek (s14). 5

6 Stap 4. Beklijven van nieuw gedrag. 1 maand Continuering van beweegprogramma. Opfrissing, c.q. verdieping, en evaluatie van opgedane kennis en vaardigheden Minimaal 4 beweeglessen en 1 kennisbijeenkomst. Locatieloop of samen buiten spelen (s17), Deelnamestimulans (s20), Practiviteit (s25), Bezoek sportschool. Evalueren van (SMART) doelen. Focusgroepgesprek (4) * De cijfers verwijzen naar de nummering van de instrumenten in de werkvormenbundel, waar de instrumenten uitgebreid beschreven zijn. In totaal zijn meer dan 100 werkvormen beschreven. 3. Evalueren Evalueren: door middel van checklisten en participatieve technieken worden effecten en processen gemonitord en geëvalueerd zowel met deelnemers als begeleiders als betrokken organisaties. Het soort instrumenten en methoden hangen samen met de fase van de interventie. Evalueren gebeurt tegelijkertijd en na afloop van de interventie. Het programma kan als succesvol beschouwd worden wanneer: - er een samenwerkingsstructuur is gerealiseerd die CiB mogelijk maakt - de SMART doelen zijn geformuleerd en geëvalueerd met en door de doelgroep - doelgroep geparticipeerd heeft in verschillende fasen en tevreden is over niveau van participatie - de doelgroep plezier heeft gehad in de verschillende (beweeg-) activiteiten - er structurele inbedding plaats vindt. Daarnaast hangt succes af van de doelen die vooraf geformuleerd zijn met samenwerkingspartner en de inhoud van de SMART doelen met de doelgroep voor zowel uitkomsten op beweeggedrag als op participatie. De tijdsinvestering is afhankelijk van de tussentijdse rapportage. Een voorbeeld is het spinnenweb van Rifkin (zie werkvormenbundel, 65). Dit instrument brengt het bereik, de betrokkenheid en de deelname van personen en organisaties aan het programma of een activiteit in kaart. De spinnenweb kan zowel aan het begin, tussentijds en aan het eind gebruikt worden (zie noodzakelijke aanpassing 3). Structurele inbedding beoogt op lokaal niveau te zorgen dat CiB wordt voortgezet. Dit kan doordat organisaties in hun beleid vastleggen dat er geld en menskracht voor CiB beschikbaar is. Ook kan op gemeentelijk niveau CiB in het beleid opgenomen worden. De benodigde tijdsinvestering is afhankelijk van wat gedurende de andere fasen al bereikt is en van de lokale context. De fasen komen overeen met fasen die anderen hebben opgesteld voor samenwerkingsprocessen (Florin et al., 1993; Granner en Sharpe, 2004; Green en Kreuter, 2005; Saan en De Haes, 2005, p. 111) en doelgroepparticipatie (Ten Dam, 1997, p. 147), hoewel de fasen met andere woorden geduid worden. In de praktijk kunnen de fasen tegelijkertijd plaats vinden en door elkaar heen lopen. Zo kan het tijdens de interventie nodig zijn nieuwe samenwerkingspartners te betrekken. De ervaring in Nederland is dat het planmatig werken, in fasen, in de praktijk maar beperkt wordt toegepast (Harting en Van Assema, 2007a). In de praktijk worden vier planningsaanpakken gehanteerd (Wink et al., 2007): de klassieke (in fasen), de evolutionaire (creëren diversiteit), de systemische (bottom up) en de procesmatige (stap voor stap). Hoewel de evolutionaire, systemische en procesmatige aanpak minder goed lijken te passen bij evidence based werken sluiten deze wel goed aan bij community based werken daar deze in dynamische en complexe situaties beter bruikbaar zijn. In de systemische aanpak zijn doelen en middelen afhankelijk van het lokale systeem: doelen worden door de lokale samenwerkingspartners en de doelgroep geformuleerd. Het plannen is een stap voor stap proces (procesmatig), van idee naar actie naar reflectie, naar nieuwe ideeën. Evolutionair betekent dat wat zal aanslaan zal overleven: in de praktijk blijkt dat een bepaalde activiteit heel succesvol is en voor herhaling vatbaar is terwijl een andere activiteit dat niet is Werkprincipes van CiB Door het volgen van de zeven werkprincipes en deze zorgvuldig in te zetten wordt via de betreffende 6

7 setting de doelgroep bereikt en wordt het programma met hen uitgevoerd, opgezet en geëvalueerd. 1. Sociale netwerkbenadering In CiB wordt gezocht naar een begin van een te vormen groep of aangesloten bij een groep die met andere doelen bijeenkomt. Het inzetten van het sociale netwerk kan het vormen van een groep vergemakkelijken. Deelnemers kunnen nieuwe leden werven via hun netwerk. Ook kunnen deelnemers met hun kennis en beweeggedrag familie en vrienden beïnvloeden. Mensen kunnen elkaar ondersteunen en feedback geven. Een netwerk oefent invloed uit op de heersende sociale normen en rolmodellen en op de mate van participatie en betrokkenheid. Instrumenten die ingezet kunnen worden zijn bijvoorbeeld Sport- en spelinstuif in de wijk (werkvormenbundel 37), Focusgroepsgesprek (4) en Externe communicatie: beeld en tekstmateriaal gebruiken (68). 2. Participatie Deelnemers worden betrokken bij de inhoud, uitvoering en besluitvorming van het project. Door participatie sluit de interventie daadwerkelijk aan bij de behoeften en mogelijkheden van de deelnemers. De wensen, mogelijkheden en eigen kracht van de groep staan centraal. Deelnemers bepalen samen met professionals hoe ze willen bewegen, doen mee in de organisatie van activiteiten en in het werven van nieuwe deelnemers. Deelnemers worden gestimuleerd om goede keuzes voor zichzelf te maken (empowerment) en ook initiatief te nemen voor (nieuwe) activiteiten. Participatie is één van de belangrijke pijlers van gezondheidsbevordering en een belangrijk voorwaarde voor het voortzetten van gedragsverandering. Participatie gaat zowel over het aantal mensen dat meedoet als het niveau waarop zij meedoen. Om participatie te bevorderen zijn er verschillende mogelijkheden voor het geven van ruimte in de groep zodat mensen eigen beslissingen kunnen nemen, het samen opstellen van doelen (bijvoorbeeld wekelijks oefeningen doen) en deelnemers opbellen als ze niet komen. 3. Plezier in bewegen Omdat mensen met een beweegachterstand over het algemeen nog geen positieve ervaringen hebben met bewegen is een doel van CiB om te laten zien en ervaren dat bewegen leuk is. Door eenvoudige manieren van bewegen aan te bieden en het accent op plezier te leggen krijgen deelnemers zelfvertrouwen dat zij kunnen bewegen. Laagdrempelige beweegactiviteiten in de eigen omgeving zijn geschikt, zoals fietsen, wandelen, dansen, gymnastiek etc. Het stimuleren van bewegen kan ook door de wijk te verkennen met wijkbewoners en hen kennis te laten maken met sporten die in de buurt worden gegeven. Ook kan meer bewegen in het dagelijks leven worden gestimuleerd zoals traplopen, stofzuigen, lopend boodschappen doen. NISB heeft verschillende werkvormen om plezier in bewegen te stimuleren zoals Fietslessen (45), Beweegsalade (31) of Beweegbreak (30). 4. Aandacht voor groepsproces Om het resultaat, meer bewegen te bereiken, is het belangrijk om aandacht te besteden aan de processen die tot het resultaat leiden. Het is de bedoeling dat initiatieven vanuit de groep zelf worden ontwikkeld om een groter bewustzijn rondom bewegen en actieve leefstijl te creëren. Het vergroten van zelfvertrouwen, een belangrijk onderdeel van empowerment, gaat geleidelijk waarbij deelnemers steeds meer zelf moeten doen. Het is de kunst voor en de taak van een beweegbegeleider om de stappen via activiteiten in te zetten en te begeleiden. Mensen in de groep worden op hun onderlinge verbondenheid aangesproken. Dit kan door bijvoorbeeld het inzetten van kennismakingsspelletjes, een kringgesprek en het gezamenlijk bedenken, organiseren en uitvoeren van (nieuwe) activiteiten (gevorderde fase). In de werkvormenbundel zijn voorbeelden te vinden van oefeningen die naast een specifiek doel als kennisoverdracht en/of een vaardigheid leren, tegelijkertijd positief werken op het groepsproces: Kringgesprek (3), Zelfportret met sociale omgeving (s3), Speurtocht in de wijk (s21), Gezond leven spel (49) en Een nieuw sport- en beweegspel bedenken (59). 5. Sociale en fysieke omgeving CiB betrekt actief de sociale en de fysieke omgeving van de deelnemers. Familie en vrienden raken op de hoogte van het plezier in bewegen, goede voornemens van de deelnemers en worden daar waar 7

8 mogelijk meegenomen in een actiever dagelijks leven. De kennis over een gezonde en actieve leefstijl wordt ook gedeeld met de sociale omgeving. Familie of vrienden worden betrokken bij kooklessen of boodschappen doen. De drempels in de sociale en fysieke omgeving kunnen laag gehouden worden door aan te sluiten bij de doelgroep en door activiteiten in een vertrouwde en veilige omgeving te organiseren. Het verkennen van de omgeving kan veel opleveren: het maakt mensen duidelijk waar de stimulans in hun eigen omgeving zit, bijvoorbeeld het aanwezig zijn van een fietspad of een veilige wandelroute naar winkels en scholen. Ook kunnen deelnemers gestimuleerd worden om in hun gemeente (kleine) aanpassingen te regelen. Instrumenten zijn bijvoorbeeld Fotoproject de wijk in (s19) en Speurtocht in de wijk (s3). 6. Intersectorale samenwerking CiB is gebaseerd op samenwerking tussen organisaties zoals gemeente, sportbuurtwerk, welzijnswerk en GGD. Minimaal zijn twee samenwerkingspartners nodig, bij voorkeur meer. Afhankelijk van de fase van Cib kan gekeken worden welke samenwerkingspartners in meer of mindere mate betrokken moeten zijn. De samenwerking biedt mogelijkheden om (nieuwe) groepen te bereiken en de groepen vanuit meerdere kanten te stimuleren tot een actieve leefstijl. Organisaties dragen vanuit hun eigen invalshoek en expertise bij aan CiB. Bijvoorbeeld de vorming van beleid rondom bewegen (gemeente), plezier en toename in bewegen (sportbuurtwerk), groepsprocessen, empowerment en participeren (welzijnswerk) en kennis over gezondheid en gezond eten (GGD). Instrumenten die intersectorale samenwerking ondersteunen zijn onder andere Een praktisch knelpunt vanuit meerdere perspectieven bekeken (79) en Taken en rollen analyse (80). 7. Structurele inbedding Om te zorgen dat deelnemers gestimuleerd blijven om te bewegen, wordt al vanaf de start van CiB aandacht besteed aan structurele inbedding. Dit kan zijn doordat lokaal CiB wordt voortgezet en activiteiten georganiseerd worden voor nieuwe groepen. Ook kan structurele inbedding betekenen dat deelnemers zelf verder gaan en activiteiten organiseren en/of verder gaan door deel te nemen aan het reguliere sport- en beweegaanbod. Daartoe maken deelnemers van CiB kennis met beweegvormen die weinig geld kosten en relatief gemakkelijk in te passen zijn in het dagelijks leven. Ook kan het zijn dat een gemeente besluit om de stad of wijk beweegvriendelijk(er) in te richten. Bij de voortgang is het belangrijk dat CiB zichtbaar is voor anderen en voor potentiële financierders. Om structurele inbedding te bevorderen kan bijvoorbeeld een stuurgroep (werkvormenbundel 71) opgericht worden die zich bezig houdt met projectontwikkeling, financiering en project aansturing op hoofdlijn. Samenvattend kan een interventie als CiB bestempeld worden wanneer: De drie fasen van CiB doorlopen worden van minimaal 8 maanden. De uitvoeringsfase hierin is ten minste 6 maanden en bestaat uit vier stappen. De zeven werkprincipes centraal staan in het uitvoeren van de interventie: er wordt gewerkt met groepen en het sociale netwerk van deelnemers wordt betrokken; participatie van deelnemers wordt gestimuleerd, plezier in bewegen wordt bevorderd door leuke beweegactiviteiten en het bieden van een laagdrempelig aanbod; er aandacht is voor groepsprocessen, de sociale en fysieke omgeving van deelnemers wordt betrokken; de interventie wordt gedragen door tenminste twee organisaties en er aandacht is voor structurele inbedding. Een samenwerkingsstructuur is gerealiseerd die CiB implementeert en zorg draagt voor structurele inbedding. Met de doelgroep SMART doelen geformuleerd en geëvalueerd worden op het niveau van participatie en bewegen. Protocol / handleiding De interventie bevat een handboek waarin de aanpak van CiB is toegelicht. Daarnaast is er een bundel met werkvormen en instrumenten die in de verschillende fasen gebruikt kunnen worden en is er een dvd met voorbeelden van projecten die CiB uitvoeren. Op de website zijn de fasen en werkprincipes beschreven en de bijbehorende 8

9 werkvormen en instrumenten te downloaden. Locatie van uitvoering De doelgroep is bepalend voor de setting van CiB. De locatie van de bijeenkomsten is afhankelijk van de setting, de doelgroep en de beweegactiviteit waar het om gaat. Het is bijvoorkeur een locatie die al bekend is voor de doelgroep en die bereikbaar en toegankelijk is (laagdrempelig) zoals een buurthuis, een wijkgebouw of een school. Afhankelijk van de (beweeg) activiteit kan het ook een sportaccommodatie zijn (bijvoorbeeld gymzaal of zwembad) of een supermarkt (in geval een supermarktrondleiding onderdeel is van het programma). 4.2 Onderbouwing: probleem- of risicoanalyse Kenmerken risico of probleem Allochtone vrouwen, en met name Turkse en Marokkaanse vrouwen voldoen het minst vaak aan de beweegnorm, doen het minst aan sportbeoefening en zijn minst vaak lid van een sportvereniging ten opzichte van autochtone vrouwen (zie ook paragraaf 3). Lichamelijke inactiviteit vormt één van de belangrijkste onafhankelijke risicofactoren voor de gezondheid. Inactiviteit draagt bij aan vroegtijdige sterfte en aan de kans op hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, osteoporose en colonkanker (Wendel-Vos et al., 2005a). Ook literatuurstudie (Proper en Van Zaanen, 2008) bevestigt dat er voldoende aanwijzingen zijn voor een relatie tussen sedentair gedrag en overgewicht/obesitas, en een verhoogd risico op diabetes. Er bestaat een omgekeerde relatie tussen lage SES en overgewicht (Dowler, 2001). Het percentage mensen met overgewicht en obesitas stijgt de laatste jaren aanzienlijk, vooral bij mensen met een lage SES. Voldoende lichamelijke activiteit zorgt voor behoud van gezondheid, maar ook voor een gunstiger verloop van een aantal ziekten en het optreden van tal van andere chronische aandoeningen. Voorts voelen sporters en mensen die voldoende bewegen zich gezonder (Tiessen-Raaphorst et al., 2005). Dijkshoorn et al. (2003 en 2008) hebben gevonden dat er etnische verschillen zijn als het gaat om de prevalentie van overgewicht onder eerste generatie migranten in Amsterdam. Zelfs na correctie voor factoren zoals sociaal economische status komt overgewicht meer voor. Laag opgeleide Turkse vrouwen hebben significant vaker overgewicht. Ook andere studies in Amsterdam (Cornelisse- Vermaat en Maassen van den Brink, 2007; Hosper et al., 2007; Uitenbroek et al., 2006) en in West Europa (Uitewaal et al., 2004) laten zien dat immigranten een groter risico hebben op overgewicht en een significant hogere BMI hebben dan de autochtone bevolking. Hosper et al. (2007) hebben de onderliggende gedragsdeterminanten onderzocht bij Marokkaanse en Turkse migranten van jaar in Amsterdam. Zowel in de 1 e al de 2 e generatie migranten vrouwen kwam meer overgewicht en minder fysieke activiteit voor vergeleken met autochtone vrouwen. Wel gaan latere generaties meer op de autochtone bevolking lijken voor overgewicht en bewegen. Bij Marokkaanse vrouwen was dit in mindere mate het geval dan bij Turkse vrouwen. Verblijfsduur houdt verband met sportdeelname. Hoe langer men in Nederland woont, hoe vaker men sport. Met risico of probleem samenhangende factoren Te weinig bewegen is een oorzaak van ongezondheid. Mensen die te weinig bewegen zijn in het algemeen ongezonder dan mensen die voldoende bewegen. Te weinig bewegen is vaak onderdeel van een ongezonde leefstijl (Tiessen-Raaphorst et al., 2005). De invloed van de omgeving op beweeggedrag wordt steeds meer onderkend. Giles-Corti en Donovan (2002) hebben de relatieve invloed van individuele, sociale en fysieke determinanten van bewegen onderzocht in een gemeente in Australië. De conclusie is dat complementaire strategieën nodig zijn waarbij alle determinanten geadresseerd worden. Onderzoek laat zien dat een deel van de Nederlanders die niet aan de beweegnormen voldoen aangeeft dat het niet goed lukt om meer te gaan bewegen doordat de partner/familie weinig beweegt en dat vanuit de sociale omgeving bewegen niet gestimuleerd wordt (Ooijendijk et al., 2008). Uit de nationale gezondheidstest, gehouden in 2004 onder 2330 mensen, blijkt dat mensen behoefte hebben aan een maatje om te bewegen (Jans et al., 2007). Ook het belang van de fysieke omgeving is 9

10 onderkend: de toegankelijkheid van voorzieningen en recreatieve ruimten staan in relatie tot (meer) bewegen (Wendel-Vos et al., 2005b) en het aanwezig zijn van een aantrekkelijk groene omgeving zet aan tot wandelen en fietsen (RMNO, 2007). Symons Downs en Hausenblas (2005) concluderen in hun review van 47 onderzoeken naar opvattingen over beweeggedrag dat de opvattingen van familieleden grote invloed hebben op beweeggedrag, evenals de eigen overtuiging dat bewegen goed is voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Bevorderende factoren voor beweeggedrag zijn gemak, plezier en ondersteuning uit de omgeving. Dit betekent bijvoorbeeld dat progamma s toegankelijk of laagdrempelig moeten zijn, de activiteiten plezierig moeten zijn, deelnemers wekelijks herinnerd moeten worden om te bewegen en de voordelen van bewegen benadrukt moeten worden en de deelnemers geholpen moeten worden om over barrières te stappen. Fysieke beperkingen, het hebben van geen toegang tot voorzieningen, gebrek aan motivatie en gebrek aan sociale ondersteuning uit de omgeving weerhouden mensen ervan om te gaan bewegen. De opvattingen over bewegen zijn in verschillende populaties anders en kunnen ook veranderen, hetgeen van invloed is op de attitude, sociale norm en eigeneffectiviteit ten aanzien van bewegen. Daarom is het belangrijk om de attitude van de doelgroep over bewegen te identificeren om verandering in beweeggedrag te bewerkstelligen. Er zijn weinig studies die in gaan op kenmerken van de doelgroep (Symons Downs en Hausenblas, 2005). Aangeraden wordt om niet af te gaan op algemene kenmerken van een etnische groep, maar uit te gaan van de groep en rekening houden met culturele verschillen binnen de groep (Taylor et al., 1998). In 2003 en 2004 zijn in Nederland 258 Turkse en 170 Marokkaanse jonge vrouwen geïnterviewd over de factoren die bijdragen tot deelname aan sportactiviteiten (Hosper et al., 2008). Turkse en Marokkaanse vrouwen die de voordelen van sporten inzien en minder op hebben met de nadelen en cultureel specifieke attitude ten aanzien van sport en een hogere eigeneffectiviteit hebben ten aanzien van sport sporten meer. De geringe sportdeelname van vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen wordt onder andere verklaard door de (sport-)cultuur in het land van herkomst. Bijvoorbeeld kledingvoorschriften kunnen van invloed zijn op sportdeelname. Turkse en Marokkaanse vrouwen in Amsterdam ervaren een tekort aan voor hen toegankelijke sportvoorzieningen en ervaren dat hun sociaal-culturele omgeving hen er van weerhoud om meer aan sport te doen. Zo kunnen zij vaak niet deelnemen aan gemengde groepen en hebben zij toestemming van hun echtgenoot nodig om buitenshuis te gaan (Van t Riet et al., 2006). Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zij vaak moeilijk te bereiken zijn met reguliere activiteiten en niet deelnemen aan het reguliere sport- en beweegaanbod. Deze groepen hebben over het algemeen minder financiële mogelijkheden, minder kennis van beweegmogelijkheden in de omgeving en zijn over het algemeen minder zelfredzaam in het maatschappelijke leven. Ook het ontbreken van kinderopvang, het hebben van gezondheidsklachten en tijdgebrek (c.q. het passen in het tijdschema) zijn factoren die bewegen kunnen belemmeren. Bevorderende factoren zijn ontspanning, afvallen en sociale aspecten, het samen met andere vrouwen iets doen. Voor moslimvrouwen is het belangrijk dat zij begeleid worden door een vrouw, liefst allochtoon en ook dat er geen mannen in de buurt zijn (Arends et al., 2006; Hiemstra et al., 2007). Uit bovenstaande gegevens komt naar voren dat beweeggedrag van mensen zowel te maken heeft met (individueel) gedrag en de opvattingen, attituden als met de sociale en fysieke omgeving, zoals bijvoorbeeld sociaal-culturele gebruiken. In interventies is het van belang dat er aandacht besteed wordt aan de sociale en fysieke omgeving en dat aangesloten wordt bij de culturele behoeften en gebruiken van de doelgroep. Dit betekent dat interventies cultuur specifiek moeten zijn, de doelgroep bij voorkeur homogeen, en met iedere doelgroep een behoeften inventarisatie gedaan moet worden. 4.3 Onderbouwing: verantwoording doelen en aanpak Koppeling risico/probleem - doelen aanpak CiB stimuleert meer bewegen door de community aanpak. Het belang voor meer bewegen wordt kort toegelicht, vervolgens wordt ingegaan op de community aanpak en wordt onderbouwd waarom deze aanpak gekozen is. Te weinig bewegen is een belangrijke oorzaak van slechte gezondheid. Onderzoek toont aan dat meer 10

11 bewegen, waaronder sporten, bijdraagt aan een betere gezondheid (Tiessen-Raapveld et al., 2005). Daarnaast blijkt dat inactiviteit één van de belangrijkste onafhankelijke risicofactoren is en dat voldoende beweging de prevalentie van ziektes en sterfte verlaagt (Kahn et al., 2002; Yancey et al., 2007; Ministerie VWS 2005; Wendel-Vos et al., 2005a). De principes van de community aanpak zijn gebaseerd op de zogenaamde wijkgerichte of community-based aanpak zoals beschreven in belangrijke WHO handvatten: het Ottawa Charter on Health Promotion (1986) en het Bangkok Charter on Health Promotion (2005). Volgens de WHO Working Group on Health Promotion Evaluation (Rootman, 2001) zijn de principes van gezondheidsbevordering: - Empowerment van individuen en community; - Participatie van alle belanghebbenden in alle stadia en processen; - Holistisch: fysieke, mentale, sociale en spirituele gezondheid; - Intersectoraal; - Gericht op gelijkheid en sociale rechtvaardigheid; - Duurzaamheid; - Verschillende strategieën inzetten om gezondheid te bevorderen. De werkprincipes van CiB komen voor een groot deel overeen met de principes van gezondheidsbevordering (participatie, holistisch, intersectoraal en duurzaamheid), al wordt niet precies dezelfde terminologie gebruikt. Door het hanteren van de community aanpak wordt gewerkt aan empowerment van zowel individuen als community. Ook streeft CiB naar gelijkheid en sociale rechtvaardigheid doordat de interventie op mensen met een lage SES gericht is en worden in CiB verschillende strategieën ingezet. Het belang van de community benadering wordt steeds meer onderkend. In de voorlaatste kabinetsnota, Kiezen voor Gezond Leven wordt de wijk als setting genoemd (Ministerie VWS, 2003). De VTV van het RIVM geeft aan dat wijkgerichte interventies logisch zijn, omdat ongezond gedrag en ongezondheid niet op zichzelf staan, maar een sterke samenhang vertonen met de sociale en fysieke omgeving van mensen (Hollander et.al., 2006, p. 15). Gegevens uit de literatuur laten zien dat de community-aanpak voor bewegen werkt. In een systematische en uitgebreide review naar de effectiviteit van interventies die het doel hebben om bewegen te bevorderen (Kahn et al., 2002) blijkt dat interventies die in community-settings plaatsvinden en die multi-componenten bevatten het meest succesvol zijn in het stimuleren van beweeggedrag. Ook anderen bevestigen dat de meest succesvolle leefstijlinterventies zich kenmerken door: preventie op maat, integraal gezondheidsbeleid, multisectorale aanpak en continuïteit (Jansen et al., 2002; Koelen en Van den Ban, 2004; Saan en De Haes, 2004; Wendel-Vos et al., 2005a). In Nederland is de community aanpak in Hartslag Limburg effectief gebleken. Gedurende vijf jaar zijn 790 interventies uitgevoerd waarvan bijna de helft rondom bewegen en een ander groot deel rondom voeding. Met een cohort-design is aangetoond dat over een periode van vijf jaar een stijging in lichamelijke activiteit van 1,6 uur per week heeft plaatsgevonden in de interventieregio, vergeleken met de controle regio in Doetinchem (Bemelmans et al., 2004). Ook is Hartslag Limburg succesvol in het terugdringen, en in sommige gevallen voorkomen van, leeftijd en tijd gerelateerde toename van BMI, tailleomtrek, bloeddruk en in vrouwen, glucoseconcentraties (Schuit et al., 2006). De conclusie dat de wijkbenadering effectief is wordt ondersteunt door vergelijkbare buitenlandse projecten (Bemelmans et al., 2005). Een review in Amerika naar 24 studies over community-based werken met vrouwen van etnische minderheiden laat zien dat community-based werken effectief is (Andrews et al., 2004). Door het inzetten van een gezondheidsprofessional (dit kan ook iemand uit de doelgroep zijn) maken vrouwen meer gebruik van gezondheidsvoorzieningen, neemt hun kennis toe en wordt gedragsverandering veranderd. De rol van de gezondheidsprofessional is cruciaal, maar consensus over wat deze rol precies inhoudt is er nog niet. De auteurs bevelen procesevaluatie aan om meer zicht te krijgen op hoe de interventie werkt in een specifieke populatie en dat evaluatie opgezet, uitgevoerd en geanalyseerd moet worden met alle betrokken, inclusief de doelgroep. Samenvattend komt uit de literatuur dat de wijkgerichte benadering effectief is om bewegen te bevorderen en dat systematische, multi-level en multisectorale interventies nodig zijn die zowel op individueel niveau als op community niveau insteken, nieuwe sociale normen creëren en veranderingen in de omgeving tot stand brengen ( zie ook Yancey et al., 2007). 11

12 Een multi-level en multi-componenten aanpak betekent dat op verschillende niveaus doelen gesteld worden en dat meerdere theorieën en benaderingen, zowel op individueel niveau als op community niveau de aanpak onderbouwen. Voor CiB zijn de volgende doelen te onderscheiden (zie ook 2): Hoofddoel: stimuleren van mensen met een beweegachterstand om meer en regelmatig te bewegen. Doel samenwerkingspartners: lokaal opstarten en uitvoeren van CiB volgens werkprincipes. Subdoelen: lokaal geformuleerde doelen op het niveau van het individu en de community. In de community-aanpak spelen naast individuele gedragsveranderingtheorieën ook benaderingen op community niveau een rol. In paragraaf zijn theorieën op het individuele niveau (determinanten van beweeggedrag) en in paragraaf zijn benaderingen op community niveau beschreven Individueel niveau: bevorderen gezondheidsgedrag Voor het opzetten en ontwikkelen van CiB zijn op individueel niveau twee theorieën toegepast. In eerste instantie is de theorie van gepland gedrag toegepast. Later is het model voor het vormen van gewoontegedrag toegevoegd omdat voor beweeggedrag ook onbewuste processen en gewoonten een rol spelen. De theorieën hangen onderling samen en zijn ook (deels) gerelateerd aan de benaderingen op community niveau. Theorie van gepland gedrag De theorie van gepland gedrag (Ajzen en Fishbein, 1980) stelt dat de intentie van een persoon de beste voorspeller is van dat gedrag. Volgens de theorie zijn attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit de aspecten zijn die gezamenlijk een bepaalde intentie vormen. De theorie veronderstelt dat gedrag van mensen gebaseerd is op het maken van bewuste keuzen, bijvoorbeeld dat mensen meer bewegen omdat zij meer positieve dan negatieve gevolgen ervaren. Onderzoek ondersteunt de bruikbaarheid van de theorie van gepland gedrag voor het verklaren van beweeggedrag (Symons Downs en Hausenblas, 2005). Rivis en Sheeran (2003) concluderen dat de theorie bruikbaar is voor het voorspellen van intentie tot bewegen en beweeggedrag. Armitage (2005) concludeert dat de eigen effectiviteit significant samenhangt met intentie tot en (behoud van) beweeggedrag. Ook de meta-analyse van Hagger et al. (2002) bevestigt de correlatie tussen de aspecten van de theorie van gepland gedrag en bewegen. CiB past de theorie van gepland gedrag toe door verschillende activiteiten op te nemen met het doel de attitude ten aanzien van bewegen te veranderen. Bijvoorbeeld een stappentellen-oefening maakt mensen bewust van hoeveel zij bewegen op een dag. Een aanbod van verschillende beweegactiviteiten (beweeglessen) heeft tot doel dat mensen ervaren dat bewegen leuk kan zijn. De aanname is dat positieve ervaringen leiden tot een positieve attitude en een grotere eigen-effectiviteit ten aanzien van beweeggedrag. De eigeneffectiviteit wordt ook vergroot door deelnemers te stimuleren zelf een actieve bijdrage te leveren. Bijvoorbeeld door gezamenlijk een nieuw sport- en beweegspel te bedenken. Door in groepen te werken en door de sociale omgeving van deelnemers te betrekken wordt er gewerkt aan een positieve sociale invloed. Model voor het vormen van gewoonte gedrag Het model van gewoontegedrag beschrijft de niet beredeneerde of onbewuste processen van gewoontegedrag in relatie tot lichaamsbeweging (Aarts et al., 1997) en is een goede aanvulling op de aspecten van de theorie van gepland gedrag (Verplanken en Melkovik, 2008). Het proces van herhaling en bekrachtiging van het nieuwe gedrag is een belangrijk aspect bij het ontstaan van gewoontegedrag. Ook de omgeving speelt een belangrijke rol in de vorming van gewoontegedrag, aangezien bepaalde gewoonten sterk samenhangen met omgevingskenmerken die dat gedrag uitlokken of juist belemmeren (Verplanken en Wood, 2006). Het gemak waarmee (gewenst) gedrag uitgevoerd kan worden hangt af van kenmerken in de omgeving. Deze omgevingskenmerken kunnen zowel betrekking hebben op de fysieke omgeving (de buurtkenmerken) als op het aanbod (de sportvoorzieningen in de buurt) of kenmerken van het lokale beleid. Eigeneffectiviteit (een aspect van de theorie van gepland gedrag) heeft een grote rol in het vormen van gewoontegedrag (Armitage, 12

13 2005). NISB streeft ernaar dat CiB over langere tijd wordt voortgezet en dat mensen door het plezier dat zij ervaren gemotiveerd raken om door te gaan met meer bewegen Community niveau Bij het beschrijven van het community niveau is uitgegaan van de werkprincipes zoals CiB deze hanteert. 1. Sociale netwerkbenadering In sociale netwerken functioneren mensen als sociaal model voor elkaar en oefenen sociale invloed op elkaar uit. Door leden van het eigen netwerk te betrekken in de verspreiding van de informatie kunnen ook zij worden bereikt en zal gedragsverandering eerder optreden (Bandura, 1986; Preston, 1988; Damoiseaux, 1991). De sociale netwerkbenadering is een sociaal-wetenschappelijke theorie waarop ondermeer de theorie over diffusie van innovaties leunt (Rogers 1995). Informatieoverdracht zal meer mensen bereiken indien zowel formele als informele communicatiekanalen gebruikt worden. Met name personen in lagere sociaaleconomische strata ontvangen veel informatie via mensen in hun directe sociale omgeving (Rogers, 1995). Naast het aanspreken van bestaande sociale netwerken, is het ook belangrijk deze te versterken of uit te breiden. Mensen met een stevig en divers netwerk hebben een gezonder en gelukkiger leven dan mensen die meer geïsoleerd zijn. Ondersteunende sociale netwerken verminderen stress en daarmee de kans dat mensen ongezonde gewoonten aannemen (Berkman en Glass, 2000; Heaney en Israel, 2002). Meer sociale cohesie leidt tot betere gezondheidsuitkomsten (McNeill et al, 2006), betere zelfgerapporteerde gezondheid (Kawachi en Berkman, 2000) en op buurtniveau tot meer kwaliteit van leven (Drukker, 2004). Kahn et al. (2002) hebben aangetoond dat interventies die zich richten op het ontwikkelen of versterken van sociale netwerken effectief ondersteuning bieden bij het bevorderen van bewegen. CiB besteedt actief aandacht aan sociale netwerken en de houding van familieleden en bekenden. Zo is in Groningen een gesprek geweest met het moskeebestuur dat van mening was dat bewegen voor moslimmeiden niet noodzakelijk was en niet netjes. Door het gesprek is het moskeebestuur overtuigd dat bewegen gezond is voor meiden. 2. Doelgroepparticipatie Participatie van een community wordt gedefinieerd als een proces waarbij mensen als individu en burger uit een community betrokken zijn bij het identificeren van hun behoeften, het aangeven van doelstellingen, het identificeren en verkrijgen van middelen om de doelstellingen te halen, alsook de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van de inzet van de middelen en de resultaten (Koelen en Van den Ban, 2004, p.138). Er is sprake van een community als de leden zelf ook ervaren dat ze deel uit maken van een community. Mensen voelen zich behorend bij een wijk of een buurt, bij een familie, bij een school en bij het werk. Communities zijn dynamisch en veranderen steeds van samenstelling (Koelen en Van den Ban, 2004). Voor CiB is meestal sprake van doelgroepparticipatie omdat uitgegaan wordt van een georganiseerde groep waarmee individuen zich identificeren (Laverack en Labonte, 2000). Twee belangrijke redenen voor het betrekken van de doelgroep zijn dat participatie bij draagt aan gezondheid (zie hiervoor sociale netwerken) en dat participatie bij draagt aan de effectiviteit van de interventie. Het betrekken van de doelgroep in de verschillende fasen van een programma vergroot de motivatie van de doelgroep en dus ook de effectiviteit van de interventie (Pretty, 1995; South et al., 2005; Watson, 2002). Het betrekken van de doelgroep en afstemmen van de interventie op de behoeften van de doelgroep is het functioneel of instrumentalistisch argument, hetgeen in de meeste Nederlandse interventies voor gezondheidsbevordering gebruikt wordt (Harting en Van Assema, 2007b). De ervaring is dat het betrekken van mensen uit de community, in de opzet en uitvoering van activiteiten, gebaseerd op de wensen en behoeften van bewoners een leerproces is voor zowel professionals als bewoners, en dat het tijd kost maar de moeite waard is omdat de interventie succesvol verloopt (Steenbakkers et al., 2005, Wagemakers et al., 2007; Wagemakers et al., 2008). 13

1. Buurtsportcoach Sport en Zorg, 0.4 fte

1. Buurtsportcoach Sport en Zorg, 0.4 fte 1. Buurtsportcoach Sport en Zorg, 0.4 fte Bevolking Doesburg De gemeente Doesburg heeft 11.437 inwoners. 30-39: 1129 Daarvan is 39% tussen de 40 64 jaar ( 4455) en 21% boven de 65 jaar ( (Bron: CBS 2014).

Nadere informatie

Bijlage WIJS (Wat Is Jouw Stijl)

Bijlage WIJS (Wat Is Jouw Stijl) Bijlage WIJS (Wat Is Jouw Stijl) Deze bijlage hoort bij de beschrijving van de interventie WIJS (Wat Is Jouw Stijl), zoals die is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies. Meer informatie:

Nadere informatie

De Leefgezondcoach in de praktijk. Een handleiding voor professionals

De Leefgezondcoach in de praktijk. Een handleiding voor professionals De Leefgezondcoach in de praktijk Een handleiding voor professionals Waarom deze handleiding? Heeft u ook cliënten die weinig weten over gezonde voeding? Die wel minder vet willen eten, maar niet goed

Nadere informatie

GIDS-gemeenten die de JOGGaanpak & GIDS combineren

GIDS-gemeenten die de JOGGaanpak & GIDS combineren GIDS-gemeenten die de JOGGaanpak & GIDS combineren Notitie versie 1.0 September 2016 Door Frea Haker (Gezond in ) Eveline Koks (Jongeren Op Gezond Gewicht) Anneke Meijer (Coördinatie Gezond Gewicht Fryslân

Nadere informatie

Onderzoek in de wat leren we er van Informatiesysteem

Onderzoek in de wat leren we er van Informatiesysteem Onderzoek in de wat leren we er van Informatiesysteem Liesbeth Preller (NISB), Dave van Dijk (Vital Health) Experimenteel onderzoek Vooronderzoek Behandeling Experiment Controle Verschil Implementatie

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N LICHAAMSBEWEGING EN GEWICHT V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 4 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in

Nadere informatie

Empowerment Kwaliteit Instrument: Operationalisering en Normering Voor gezondheidsbevorderaars en preventiewerkers als aanvulling op de Preffi 2.

Empowerment Kwaliteit Instrument: Operationalisering en Normering Voor gezondheidsbevorderaars en preventiewerkers als aanvulling op de Preffi 2. Empowerment Kwaliteit Instrument: Operationalisering en Normering Voor gezondheidsbevorderaars en preventiewerkers als aanvulling op de Preffi 2.0 Cluster 0: Randvoorwaarden 0.1 Empowermentvaardigheden

Nadere informatie

Fit en Gezond in Overijssel 2016

Fit en Gezond in Overijssel 2016 Fit en Gezond in Overijssel 2016 Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2016 Provinciale resultaten sport en bewegen Colofon Fit en Gezond in Overijssel Provinciale resultaten sport en bewegen uit de

Nadere informatie

Een voorbeeld van een schoolprogramma gericht op preventie van overgewicht in Nederland: het DOiT programma

Een voorbeeld van een schoolprogramma gericht op preventie van overgewicht in Nederland: het DOiT programma 7 Samenvatting 8 Dit proefschrift beschrijft de voorbereiding op de landelijke implementatie van het Dutch Obesity Intervention in Teenagers (DOiT) programma. Daarnaast wordt de evaluatie beschreven die

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN LICHAAMSBEWEGING

INFOKAART OUDEREN EN LICHAAMSBEWEGING INFOKAART OUDEREN EN LICHAAMSBEWEGING Inleiding Lichaamsbeweging kan gezien worden als een relatief goedkope manier om het ontstaan van een aantal belangrijke ziekten, zoals hart- en vaatziekten, ouderdomssuiker,

Nadere informatie

IN BEWEGING. Onderneem! Nietsdoen is geen optie

IN BEWEGING. Onderneem! Nietsdoen is geen optie IN BEWEGING Onderneem! Nietsdoen is geen optie Belang bewegen Emotioneel: plezier, je goed voelen, zelfvertrouwen, eigenwaarde, positieve invloed op emotionele stoornissen Sociaal: participatie, ontwikkeling

Nadere informatie

Leefstijlprogramma binnen Talant. 15 september 2011

Leefstijlprogramma binnen Talant. 15 september 2011 Leefstijlprogramma binnen Talant 15 september 2011 Achtergrond Mensen met een beperking hebben achterstand in leefstijl door o.a.: - minder frequent bewegen - bezuinigingen op de AWBZ (bewegingsagogen?)

Nadere informatie

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht akkoord stichting jongeren op gezond gewicht De stichting Jongeren Op Gezond Gewicht en haar partners verbinden zich met dit akkoord gezamenlijk, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, in de periode

Nadere informatie

Gedragsverandering in fasen

Gedragsverandering in fasen Gedragsverandering in fasen Stimuleren van een actieve leefstijl Een middel om een blijvende actieve leefstijl te stimuleren is door te werken aan kennis, houding en vaardigheden ten aanzien van bewegen.

Nadere informatie

PROGRAMMABEGROTING

PROGRAMMABEGROTING PROGRAMMABEGROTING 2016-2019 Programma 1 : Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs 1A Lokale gezondheidszorg Inleiding Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) heeft de gemeente de taak door middel van

Nadere informatie

ADVIESNOTA. Hattem kiest met JOGG voor samenwerking aan een gezonde jeugd. Inleiding. Achtergrond Gezondheidsbevordering.

ADVIESNOTA. Hattem kiest met JOGG voor samenwerking aan een gezonde jeugd. Inleiding. Achtergrond Gezondheidsbevordering. ADVIESNOTA Hattem kiest met JOGG voor samenwerking aan een gezonde jeugd Inleiding Een gezonde jeugd. Dat is wat onze gemeente wil. Overgewicht onder jongeren vormt echter een bedreiging. Daarom is bestrijding

Nadere informatie

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Overgewicht is een snel groeiend wereldwijd probleem en is geassocieerd

Nadere informatie

Beweegrichtlijnen Nr. 2017/08. Samenvatting

Beweegrichtlijnen Nr. 2017/08. Samenvatting Beweegrichtlijnen 2017 Nr. 2017/08 Samenvatting Beweegrichtlijnen 2017 pagina 2 van 6 Achtergrond In Nederland bestaan drie normen voor bewegen: de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, die adviseert op minstens

Nadere informatie

Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!)

Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!) Voorbeeld vragenroute die is te gebruiken bij het voeren van een focusgroepinterview (bron: Bewegen valt Goed!) INLEIDING (ongeveer 5 minuten) Welkom heten Bedanken voor hun komst, werver noemen: U bent

Nadere informatie

Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s

Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s Paramedisch Onderzoek Centrum POC Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Fysiotherapie werkt Veelgehoorde redenen om niet te bewegen Ik heb teveel

Nadere informatie

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Ketenaanpak / netwerkaanpak actieve leefstijl De oplossing om meer mensen met een hoog gezondheidsrisico in beweging

Nadere informatie

Voorbeeld aanvraag Honours Grant

Voorbeeld aanvraag Honours Grant Voorbeeld aanvraag Honours Grant Naam van het project Het multiculturele Rotterdam in beweging: op weg naar een gezonde toekomst Aanvrager(s) Khaoula Makouri en Linda Al-Hassany Samenvatting (max 250 woorden)

Nadere informatie

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2006

Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 2006 Factsheet Astma-/COPD-Monitor Oktober 06 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding worden gebruikt (M. Heijmans, Teveel mensen met COPD bewegen te weinig, NIVEL,

Nadere informatie

EVALUEREN VAN WIJKGERICHTTE GEZONDHEIDSBEVORDERING. Consortium Integrated Approach Overweight

EVALUEREN VAN WIJKGERICHTTE GEZONDHEIDSBEVORDERING. Consortium Integrated Approach Overweight EVALUEREN VAN WIJKGERICHTTE GEZONDHEIDSBEVORDERING Consortium Integrated Approach Overweight WIJKGERICHTTE GEZONDHEIDSBEVORDERING (WG) 2 Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen WIJKGERICHTTE GEZONDHEIDSBEVORDERING?

Nadere informatie

5 Voorlichting. 5.1 Probleemanalyse

5 Voorlichting. 5.1 Probleemanalyse 5 Voorlichting Om patiënten met reumatische artritis ervan te overtuigen dat bewegen gezond is, wordt er voorlichting gegeven. De voorlichting bestaat uit vier stappen die achtereen volgens ervoor moeten

Nadere informatie

Uitvoeringsprogramma Samen naar een gezonde, actieve leefstijl Sportstimulering voor volwassenen

Uitvoeringsprogramma Samen naar een gezonde, actieve leefstijl Sportstimulering voor volwassenen Uitvoeringsprogramma Samen naar een gezonde, actieve leefstijl Sportstimulering voor volwassenen 2010-2013 Januari 2010 Inleiding: een lokaal gezondheidsbeleid In 2007 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Feiten en cijfers beweegnormen

Feiten en cijfers beweegnormen Feiten en cijfers beweegnormen * Hoe staat Súdwest-Fryslân er voor op het gebied van sport en bewegen? Evaluatie sportbeleidsnota 2013-2016 * Nieske Witteveen MSc - maart 2016 Achtergrondinfotmatie beweegnormen

Nadere informatie

Werken met groepen. Verder geldt voor kinderen dat de activiteiten het beste tijdens of direct na schooltijd kunnen plaatsvinden.

Werken met groepen. Verder geldt voor kinderen dat de activiteiten het beste tijdens of direct na schooltijd kunnen plaatsvinden. Werken met groepen Plezier in bewegen staat voorop Wanneer deelnemers plezier beleven aan de activiteiten, is de kans groter op een gedragsverandering op lange termijn. De motieven en voorwaarden om plezier

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Voorbeeldadvies Cijfers

Voorbeeldadvies Cijfers Voorbeeldadvies GGD Twente heeft de taak de gezondheid van de Twentse jeugd, volwassenen en ouderen in kaart te brengen. In dit kader worden diverse gezondheidsmonitoren afgenomen om inzicht te verkrijgen

Nadere informatie

Doorstroom naar geschikt beweegaanbod in de wijk

Doorstroom naar geschikt beweegaanbod in de wijk Doorstroom naar geschikt beweegaanbod in de wijk In dit document met belemmeringen en aanbevelingen worden 3 hoofdcategorieën onderscheiden, te weten: - Aanbod - Organisatie - Gezondheid Zij bevatten persoonlijke,

Nadere informatie

Brochure. Kindcentrum

Brochure. Kindcentrum Brochure Kindcentrum Positive Action Positive Action is een programma waarmee kinderen ondersteund en uitgedaagd worden in het ontwikkelen van hun unieke talenten. Het gaat daarbij niet alleen over goede

Nadere informatie

Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp

Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s. Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp Bewegingsarmoede bij ouderen: implementatie van beweegprogramma s Prof.dr. Rob A.B. Oostendorp DOEL Inzicht verschaffen aan fysiotherapeuten in factoren die een succesvolle implementatie van beweegprogramma

Nadere informatie

15 DO S voor professionals om invloed uit te oefenen op ouders

15 DO S voor professionals om invloed uit te oefenen op ouders Wat werkt? 15 DO S voor professionals om invloed uit te oefenen op ouders Hoe krijg ik ouders zo ver dat zij hun invloed gebruiken om hun kinderen meer te laten bewegen? Dit is een vraag waar menig professional

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding Inleiding Overgewicht en obesitas bij kinderen is een serieus volksgezondheidsprobleem. Het wordt veroorzaakt door een complex geheel van onderling samenhangende persoonlijke, sociale en omgevingsfactoren.

Nadere informatie

Wat werkt? Doorstroom van zorg naar regulier sport- en beweegaanbod verbeteren

Wat werkt? Doorstroom van zorg naar regulier sport- en beweegaanbod verbeteren Wat werkt? Doorstroom van zorg naar regulier sport- en beweegaanbod verbeteren Wat werkt? Wat zijn de werkzame principes voor lokale samenwerking tussen zorg, sport en bewegen om de doorstroom van mensen

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant. Aangenaam kennis te maken

Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant. Aangenaam kennis te maken Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant Aangenaam kennis te maken Via dit overzicht laten wij u graag nader kennis maken met de medewerkers en activiteiten van de Academische Werkplaats Publieke

Nadere informatie

De lokale verbinding JOGG en GIDS

De lokale verbinding JOGG en GIDS De lokale verbinding JOGG en GIDS Studiedag Gezond in 3 november 2016 Wat is ook alweer het verschil tussen JOGG en GIDS? Wat doen gemeenten die zowel JOGG als GIDS zijn? Voorbeelden: Nuth, Weststellingwerf,

Nadere informatie

Wethouder van Jeugd, Welzijn en Sport Wethouder van Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie

Wethouder van Jeugd, Welzijn en Sport Wethouder van Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie Wethouder van Jeugd, Welzijn en Sport Wethouder van Volksgezondheid, Duurzaamheid, Media en Organisatie Karsten Klein Rabin Baldewsingh Gemeente Den Haag Retouradres: Postbus 12 600, 2500 DJ Den Haag De

Nadere informatie

Sport- en beweegaanbod

Sport- en beweegaanbod Coach Organisatie: Centrum voor Beweging en Onderzoek Groningen Contactpersoon: mevrouw Siska Sprenger Contactpersoon 2: mevrouw Brechje Houet Erkenningen: Goed beschreven Sport- en beweegaanbod Achtergrond

Nadere informatie

Collega s activeren collega s. De aanjager laat mensen meer bewegen

Collega s activeren collega s. De aanjager laat mensen meer bewegen Collega s activeren collega s De aanjager laat mensen meer bewegen Waarom hebben we aanjagers nodig? Veel mensen willen wel meer bewegen. Maar in de hectiek van alledag lukt dat vaak niet. Een klein zetje

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

Stappenplan voor het vormgeven van lokale samenwerking

Stappenplan voor het vormgeven van lokale samenwerking Stappenplan voor het vormgeven van lokale samenwerking NISB ontwikkelt de BeweegKuur met subsidie van het ministerie van VWS en in samenwerking met NHG, LVG, NVDA, KNGF, LHV, DVN, NDF en VSG. Nederlands

Nadere informatie

WIJKGERICHT WERKEN AAN GEZONDHEID

WIJKGERICHT WERKEN AAN GEZONDHEID WIJKGERICHT WERKEN AAN GEZONDHEID 1. GEZONDE WIJKEN Gebaseerd op Factsheet Gezond leven: Gezonde wijken. NIGZ, 2001 Gezonde-wijkenbenadering In achtergebleven stadsdelen en oude centrumbuurten ziet men

Nadere informatie

Gemeenten kunnen lokaal kiezen waarom ze voor Sportdorp kiezen en wat ze hierin belangrijk vinden.

Gemeenten kunnen lokaal kiezen waarom ze voor Sportdorp kiezen en wat ze hierin belangrijk vinden. Sportdorpen Limburg Wat is Sportdorp? Sportdorp is een samenwerkingsverband van sportverenigingen en andere lokale partijen in een dorpskern om inwoners vanuit hun eigen behoefte meer en vaker te laten

Nadere informatie

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht Factsheet Meet the Needs Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht ZIO, Zorg in Ontwikkeling Regio Maastricht-Heuvelland Maart 2013 Colofon: Onderzoeksteam

Nadere informatie

Wat heeft u gisteren gedaan om uw gezondheid op peil te houden?

Wat heeft u gisteren gedaan om uw gezondheid op peil te houden? Wat heeft u gisteren gedaan om uw gezondheid op peil te houden? Nooit te oud om te leren Gelderse bijeenkomst Consultatiebureaus voor Ouderen, 12-01- 2010, Provinciehuis, Arnhem Bankjes, buurtsuper, betaalbaar

Nadere informatie

PROGRAMMABEGROTING 2015-2018

PROGRAMMABEGROTING 2015-2018 PROGRAMMABEGROTING 2015-2018 Programma 1 : Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs 1A Lokale gezondheidszorg Inleiding Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) heeft de gemeente de taak door middel van

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie

Specifieke doelgroepen DA

Specifieke doelgroepen DA Keuzedeel mbo Specifieke doelgroepen DA gekoppeld aan één of meerdere kwalificaties mbo Code K0101 Penvoerder: Sectorkamer zorg, welzijn en sport Gevalideerd door: Sectorkamer Zorg, welzijn en sport Op:

Nadere informatie

Projectplan VMBO in Beweging VMBO in Beweging

Projectplan VMBO in Beweging VMBO in Beweging Projectplan VMBO in Beweging 2010 2013 VMBO in Beweging Initiatiefnemer : Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen Projectnaam : VMBO in Beweging School : Sport en Beweegcoördinator : Telefoon : E-mail

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten

risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten Hart- en vaatziekten vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid.

Nadere informatie

Een gemeentelijke aanpak om burgers aan te zetten tot een gezonde, actieve leefstijl

Een gemeentelijke aanpak om burgers aan te zetten tot een gezonde, actieve leefstijl Een gemeentelijke aanpak om burgers aan te zetten tot een gezonde, actieve leefstijl Lokaal Actief Samenbrengen van verschillende organisaties uit diverse werkvelden Zorg Sport en recreatie Onderwijs Sociaal

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING Samenvatting 147 Samenvatting Bezorgdheid om te vallen is een algemeen probleem onder zelfstandig wonende ouderen en vormt een bedreiging voor hun zelfredzaamheid. Deze bezorgdheid is geassocieerd met

Nadere informatie

Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief.

Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief. Onze invitatie beoogd een stimulatie van integrale participatie binnen de ministerieel aangedragen kaders voor het pilotproject Lokaal Actief. Bullshit bingo Eerste woord. Š Tweede woord Š Derde woord.

Nadere informatie

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF SANNE NIEMER & EMMA VAN DEN EYNDE FEBRUARI 2015 Introductie In het najaar van 2014 is in 8 steden, op 10 locaties de pilot LEFF uitgevoerd. In deze factsheet worden

Nadere informatie

Opening, voorstellen. Introductie op de proeftuin. Aanpak en resultaten. Werkwijze. Film aanpak. Micro-analyses. Praktijk voorbeeld

Opening, voorstellen. Introductie op de proeftuin. Aanpak en resultaten. Werkwijze. Film aanpak. Micro-analyses. Praktijk voorbeeld Programma Opening, voorstellen Introductie op de proeftuin Aanpak en resultaten Werkwijze Film aanpak Micro-analyses Praktijk voorbeeld Vragen en discussie Waarom? Wat is Proeftuin Ruwaard? Een vitale

Nadere informatie

Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering

Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering Diet Tielbeek Marieke van Schijndel-Speet Consortium Gezond OUDer met een verstandelijke beperking Deze workshop Doel onderzoek Ontwikkeling

Nadere informatie

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF SANNE NIEMER & EMMA VAN DEN EYNDE FEBRUARI 2015 Introductie In het najaar van 2014 is in 8 steden, op 10 locaties de pilot LEFF uitgevoerd. In deze factsheet worden

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos

Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos Bijlage 2 Onderwerpen/deelprojecten regionaal uitvoeringsprogramma depressiepreventie 2008 t/m 2011 Gelderse Roos A1 Uitbrengen jaarkrant A2 Advertentie huis aan huis bladen A3 Consultatie B1 Brochures

Nadere informatie

Bewegen en overgewicht in Purmerend

Bewegen en overgewicht in Purmerend Bewegen en overgewicht in Purmerend In opdracht van: Spurd, Marianne Hagenbeuk Uitgevoerd door: Monique van Diest Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2009 Verkrijgbaar

Nadere informatie

Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009

Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009 Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009 Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid 17 juni 2009 Inleiding Onderwijs en gezondheid hebben een

Nadere informatie

SAMENVATTING Dijkstra, Coosje.indd :45

SAMENVATTING Dijkstra, Coosje.indd :45 SAMENVATTING Samenvatting INTRODUCTIE Grote sociaal economische gezondheidsverschillen zijn een groeiend probleem in bijna alle Westerse landen. In Nederland leven mensen met een lagere opleiding gemiddeld

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Zo kan het ook! Organisatie: Onbeperkt Sportief Contactpersoon: mevrouw Erna Mannen Contactpersoon 2: mevrouw Marjo Duijf Erkenningen:

Zo kan het ook! Organisatie: Onbeperkt Sportief Contactpersoon: mevrouw Erna Mannen Contactpersoon 2: mevrouw Marjo Duijf Erkenningen: Zo kan het ook! Organisatie: Onbeperkt Sportief Contactpersoon: mevrouw Erna Mannen Contactpersoon 2: mevrouw Marjo Duijf Erkenningen: Sport- en beweegaanbod Achtergrond Samenvatting Doelgroep De doelgroep

Nadere informatie

Op de fiets naar school

Op de fiets naar school In beweging Voorlichting over calorieën of aansporingen tot meer beweging zijn niet genoeg in de strijd tegen overgewicht. Wat beter helpt is een wijkgerichte aanpak om het bewoners zo gemakkelijk mogelijk

Nadere informatie

Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij

Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij Call Gebiedsgerichte gezondheidsaanpakken fase 1 voor Programma Gezonde Toekomst Dichterbij Aanleiding Fonds NutsOhra heeft met het programma Gezonde Toekomst Dichterbij de ambitie om de gezondheidsachterstanden

Nadere informatie

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014 Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Doelstelling Nurses on the Move Bijdragen aan verbetering kwaliteit van zorg in verpleeg- en

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Leefstijlprogramma Preventie Diabetes

Leefstijlprogramma Preventie Diabetes Leefstijlprogramma Preventie Diabetes Thuiszorg Groot Rijnland Voorkom diabetes nu?! Gezond leven, gezond blijven Diabetes is een steeds vaker voorkomende ziekte in Nederland. Het aantal patiënten met

Nadere informatie

RealFit. Wat is het Doelstelling Voor wie Historie Waarom RealFit

RealFit. Wat is het Doelstelling Voor wie Historie Waarom RealFit RealFit Wat is het Doelstelling Voor wie Historie Waarom RealFit Wat is RealFit? Effectieve multidisciplinaire aanpak van overgewicht bij jongeren van 13 tot 18 jaar. De 13 weken durende cursus bevat:

Nadere informatie

Stimuleren dat oudere migranten de weg naar voorzieningen voor zorg en welzijn, wonen en inkomen weten te vinden. Dat beoogt Stem van de oudere

Stimuleren dat oudere migranten de weg naar voorzieningen voor zorg en welzijn, wonen en inkomen weten te vinden. Dat beoogt Stem van de oudere Stimuleren dat oudere migranten de weg naar voorzieningen voor zorg en welzijn, wonen en inkomen weten te vinden. Dat beoogt Stem van de oudere migrant. Dit Netwerk Utrecht Zorg voor Ouderenproject (NUZO;

Nadere informatie

SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG

SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG www.livingvision.nl MANAGEMENT SAMENVATTING SPORTSTIMULERING IN DE OPVANG Oktober 2009 Meedoen, de uitdaging De sportvisie van de Federatie Opvang is onderdeel van het programma Meedoen van de Federatie

Nadere informatie

Projectaanvraag Achterstandsfonds. Naam Project (voluit): Een patiëntgerichte multidisciplinaire aanpak van overgewicht in Maastricht.

Projectaanvraag Achterstandsfonds. Naam Project (voluit): Een patiëntgerichte multidisciplinaire aanpak van overgewicht in Maastricht. Projectaanvraag Achterstandsfonds Naam Project (voluit): Een patiëntgerichte multidisciplinaire aanpak van overgewicht in Maastricht. Korte omschrijving van het project (eventueel vervolgen op achterzijde)

Nadere informatie

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Aanleiding voor de werkconferenties Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengt in het najaar van 2006 een tweede Preventienota

Nadere informatie

Zicht krijgen op resultaten en effecten van de inzet van buurtsportcoaches

Zicht krijgen op resultaten en effecten van de inzet van buurtsportcoaches Zicht krijgen op resultaten en effecten van de inzet van buurtsportcoaches Caroline van Lindert Ine Pulles Nationale Kennisdag Sport en Gemeenten 29 januari 2015 Mulier Instituut, Utrecht Agenda Doelstellingen

Nadere informatie

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht Factsheet Sportparticipatie in Utrecht mei 2015 Overzicht Deze factsheet geeft op hoofdlijnen een beeld van sporten en bewegen in de stad en maakt deel uit van Utrecht Sport, de Utrechtse sportvisie op

Nadere informatie

Figuur 1 Precede/Proceed Model

Figuur 1 Precede/Proceed Model Nederlandse samenvatting Benzodiazepinen zijn geneesmiddelen die vooral bij angstklachten en slaapstoornissen worden voorgeschreven. Ze vormen de op één na meest voorgeschreven middelen in Nederland. Tien

Nadere informatie

Sport en bewegen in de opvang

Sport en bewegen in de opvang Sport en bewegen in de opvang Eindrapportage van drie jaar onderzoek Rianne Verwijs Niels Hermens Inhoud Voorwoord De opvang in beweging 5 Samenvatting 7 1 Inleiding 9 2 Sport en Bewegen bij de instellingen

Nadere informatie

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle Onderzoekscentrum Preventie Overgewicht CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in ZWOLLE Een onderzoek naar het eet- en beweeggedrag van leerlingen van de 2 e klas

Nadere informatie

Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening

Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Onderzoeksopzet Waarom dit onderzoek? Beweging is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Wetenschappelijk

Nadere informatie

Interventie zelfmanagement Turkse mannen met diabetes. Monica Overmars GVO functionaris GGD Hart voor Brabant

Interventie zelfmanagement Turkse mannen met diabetes. Monica Overmars GVO functionaris GGD Hart voor Brabant Interventie zelfmanagement Turkse mannen met diabetes Monica Overmars GVO functionaris GGD Hart voor Brabant Inhoud - Aanleiding - Onderzoekspilot in Tilburg 2010/2011 - Doel - Evaluatie pilot - Sterke

Nadere informatie

GROEPSGERICHTE INTERVENTIES FLITS

GROEPSGERICHTE INTERVENTIES FLITS GROEPSGERICHTE INTERVENTIES FLITS KANSEN EN UITDAGINGEN Dorine van Ravensberg Programmaleider Kwaliteit en Doelmatigheid paramed zorg 1 WAT VERWACHT iedere DOELGROEP Goede, te vertrouwen behandelaar Begrijpt

Nadere informatie

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Sittard-Geleen Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Rijssen-Holten

Kernboodschappen Gezondheid Rijssen-Holten Kernboodschappen Gezondheid Rijssen-Holten De GGD Twente verzamelt in opdracht van de gemeente Rijssen-Holten epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Rijssen-Holten en de factoren

Nadere informatie

Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden

Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden Stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsachterstanden Inleiding Gezondheid is het belangrijkste dat er is. Ook gemeenten hebben baat bij gezonde en actieve burgers. Ze participeren meer, zijn zelfredzamer,

Nadere informatie

Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht.

Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht. Vierde nationaal congres opvoedingsondersteuning Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht. Ede,1 juni 2012 1 Opbouw workshop Coach je kind Kort voorstellen, warming up Presentatie van

Nadere informatie

Jongeren Op Gezond Gewicht Roermond

Jongeren Op Gezond Gewicht Roermond 2017-2019 Jongeren Op Gezond Gewicht Roermond JOGG Landelijk JOGG staat voor Jongeren op Gezond Gewicht. Het is een intersectorale aanpak die bewezen effectief is om de stijging van overgewicht bij jongeren

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016

JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016 JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016 Afdeling Samenlevingszaken, november 2013 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Achtergrond... 4 2.1. Gezondheidsbevordering... 4 2.2. Integrale aanpak... 4 3. Probleemstelling... 5

Nadere informatie

Kwetsbare mensen doen mee in wijken en buurten

Kwetsbare mensen doen mee in wijken en buurten Kwetsbare mensen doen mee in wijken en buurten Leerervaringen uit het ontwikkel- en onderzoeksproject 14 maart 2011 Jolanda Habraken Inhoud presentatie Aanleiding project Structuur Activiteiten Resultaten

Nadere informatie

Beweegvriendelijke gemeenten

Beweegvriendelijke gemeenten Body @ work, 24 mei 2011 Beweegvriendelijke gemeenten Dayenne L abée, projectleider BVO Jan Willem Meerwaldt, senior adviseur Invloed van ruimte op bewegen foto Context Ruimte heeft invloed op bewegen

Nadere informatie

Alle leerlingen actief! Een onderdeel van de oplossing. Bram Buiting Adviseur Datum: 10/12/2009

Alle leerlingen actief! Een onderdeel van de oplossing. Bram Buiting Adviseur Datum: 10/12/2009 Alle leerlingen actief! Een onderdeel van de oplossing Bram Buiting Adviseur Datum: 10/12/2009 Doel & Doelgroep Het doel van de methodische aanpak Alle leerlingen Actief! is het activeren van inactieve

Nadere informatie

Preventie via de gemeentepolis. Samenvatting rapport Preventie en de gemeentepolis van BS&F

Preventie via de gemeentepolis. Samenvatting rapport Preventie en de gemeentepolis van BS&F Preventie via de gemeentepolis Samenvatting rapport Preventie en de gemeentepolis van BS&F Dit is een samenvatting van het rapport Preventie en de gemeentepolis van BS&F (februari 2017). Het rapport laat

Nadere informatie