OPEN HUIS HOUDEN. Welkom in de jeugdhuismethodiek!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OPEN HUIS HOUDEN. Welkom in de jeugdhuismethodiek!"

Transcriptie

1 OPEN HUIS HOUDEN Welkom in de jeugdhuismethodiek!

2 COLOFON Dit is een uitgave van Formaat Jegdhuiswerk Vlaanderen vzw Auteurs Bart Degryse René De Pauw Leen Lauwers Barbara Redant Kobe Vanhaeren Tom Willox Agogische Commissie Denkcel (AC/DC) De commissie werd in 2005 door de raad van bestuur van toen nog VFJ gemandateerd met het actualiseren en herdefiniëren van de jeugdhuismethodiek. Samenstelling: Bart Degryse, René De Pauw, Barbara Redant, Kobe Vanhaeren, Tom Willox, Manfred Ingebrecht, Leen Lauwers (vanaf september 2006), Arnout Vercruysse (in 2005) en Johan Muyldermans (juni 2005 tot sept. 2006). Vormgeving & lay-out Pepijn Haghebaert Foto s Formaat & lokale jeugdhuizen Met dank aan de nalezers voor feedback Jan Bal, Frank Cockx, Filip Coussée, David Fraters, Erik Tjampens, Bart Van Bouchaute, Dirk Van Grembergen, Tom Vermeylen Dank ook aan het educatief team, de algemene vergadering en de raad van bestuur van Formaat voor hun feedback en ondersteunend denkwerk. Goedgekeurd door de raad van bestuur van op 14 juni Alles uit deze uitgave mag worden overgenomen met uitdrukkelijke bronvermelding De Wittestraat 2, 2600 Berchem (T) (F) rekeningnummer

3 InhOudStAfeL Colofon Inhoudstafel Met de deur in huis Van toen en ginder Van hier en nu Langs de grote poort: de doelen van jeugdhuiswerk Ruimte die stimuleert tot experimenteren Voor vrienschapsnetwerken en jongerencultuur Over kansen en groeikracht Voor een open, solidaire en sociale samenleving Zet de deur maar open: OASE, de functies van het jeugdhuis Ontmoeten Activeren Samen Educatie Stevige scharnieren: werk- en handelingsprincipes Openheid Betrokkenheid Engagement Zelforganisatie De sleutel op de deur? Doordacht handelen als strategie Paradoxen binnen de strategieën Draai- en schuifdeuren: processen in het jeugdhuiswerk Leerprocessen Creatieprocessen Participatieprocessen Groepsprocessen Organisatieprocessen Langs het achterpoortje verder Bibliografie 3

4 Met de deur in huis... Het behoort tot de kernopdracht van Formaat om de jeugdhuismethodiek te verspreiden en te versterken, maar wat is dat eigenlijk dé jeugdhuismethodiek? Iedereen kent wel een jeugdhuis en toch zijn er geen twee gelijk. Het is iets laagdrempeligs, iets met ontmoeting, ontspanning, met activiteiten die ook wel vormend kunnen zijn, iets van de jongeren zelf Feit is dat dagelijks duizenden enthousiaste jongeren er zich voor inzetten. De sector is vandaag in volle bloei! Tijd dus om ons er in te verdiepen. In 2005 werd AC-DC in het leven geroepen. Het is de Agogische Commissie DenkCel van Formaat Jeugdhuiswerk Vlaanderen. Haar eerste opdracht: nadenken over en uitschrijven van de jeugdhuismethodiek. Het oprichten van AC-DC betekende de start van een intensief proces met úren boeiende discussies, pinten drinken, veel brainstormen en vergaderen. De mosterd haalde AC-DC bij Baert, Ketelslegers en De Vriendt. Ze werkten de methodiek van het sociaal-cultureel werk uit en legden zo de basis voor een theorisch model (Baert, Ketelslegers en De Vriendt, 2003). Het agogisch begrip methodiek is niet te verwarren met techniek (bijvoorbeeld de manier waarop je vorming geeft) of methode (bijvoorbeeld de Freinet-methode uit het onderwijs). Een methodiek is een algemene wijze van denken en handelen. Achter een methodiek schuilt een visie, idealen die je nastreeft binnen de samenleving. Vanuit die idealen ontstaan ook concrete doelstellingen, uitdagingen en functies wat ook wel eens geformuleerd wordt als de maatschappelijke opdracht. Je wilt immers iets bereiken met de methodiek. Vanuit die idealen legt een methodiek ook de principes vast waarop het werken en handelen is gebaseerd, en bepaalt ze de strategie om de doelstellingen te bereiken. Tot slot omvat elke methodiek een beschrijving van de processen die zich afspelen binnen de werking, in dit geval de jeugdhuizen. Het spreekt voor zich dat elke organisatie binnen de algemene methodiek eigen keuzes kan maken die afgestemd zijn op de eigenheid van de werking, de leden, de noden, de context Het model van Baert en co bleek een zeer analytisch model dat ons in staat stelde om uit de bestaande praktijk in de Vlaamse jeugdhuizen die elementen te halen die de methodiek van het jeugdhuiswerk zichtbaar maken. Deze tekst is een eerste poging om de jeugdhuismethodiek te beschrijven, maar dit proces is niet af. De tekst roept vragen op en lokt discussie uit, maar net dat is haar verdienste: ze wil verantwoordelijken (in spé) in jeugdhuizen en jongerencentra, beleidsmakers, studenten en andere actoren binnen het sociaal-cultureel werk aanzetten tot reflectie. Deze tekst beschrijft dus een geheel van begrippen, visies en mogelijke handelswijzen die de jeugdhuismethodiek gestalte geven. Formaat biedt met deze tekst een kader dat richting kan geven aan het handelen binnen jeugdhuizen, jongerencentra of overheden, maar het zijn, voor alle duidelijkheid, geen voorschriften. We beseffen dat het gebruik van agogische termen de tekst soms iets zwaarder op de hand maakt. Waar mogelijk hebben we dat vermeden. We vervolledigen deze inleiding met een korte historische plaatsing van het jeugdhuiswerk en een schets van het jeugdhuiswerk vandaag. We starten daarna met de visie op de doelgroep, op de samenleving en op het jeugdhuis. Vanuit die visie komen we tot vier doelen voor het jeugdhuiswerk. Daarnaast plaatsen we de functies die een jeugdhuis heeft voor de samenleving en de jongeren. Het laatste deel behandelt de werk- en handelingsprincipes gekoppeld aan de strategieën: de weg die het jeugdhuis volgt om doelen en functies waar te maken. Je leest ook meer over allerlei processen die al dan niet bedoeld in het jeugdhuis voorkomen. In de epiloog formuleren we een aantal onbeantwoorde vragen en kwesties die aanleiding kunnen geven tot debat en verder denkwerk. 4

5 VAN TOEN EN GINDER Jeugdwerk in Vlaanderen bestaat al vele decennia en speelde net zoals het sociaal-cultureel werk overigens doorheen haar geschiedenis telkens in op bepaalde (vaak impliciete) behoeften binnen de samenleving. Als halfweg de 19de eeuw een aanzienlijk deel van de bevolking in de industrie gaat werken, verandert de rol van het gezin die vooral gericht was op opvoeding en productie ingrijpend. De arbeiders brengen meer tijd door in de fabriek dan thuis en zien zich vaak verplicht naar de steden te verhuizen, niet zelden in armzalige omstandigheden. Vanuit de armenzorg worden patronaten voor de arbeidersjeugd opgericht die zowel ontspanning als vorming bieden. Eerst vanuit katholieke hoek, maar vrij snel ook vanuit openbare instellingen. Gelijktijdig ontstaan de zogenaamde jeugdbewegingen, waarin de jeugd op eigen initiatief en geïnspireerd door een jeugdig idealisme zelf vorm wil geven aan het gezellig samen-zijn. In Duitsland ontstaat de Wandervogel-Bewegung zonder inmenging van volwassenen; het Britse scoutisme, net wel door volwassenen opgericht uit bezorgdheid voor het morele en maatschappelijke peil van de jeugd, vindt snel bijval vanuit het leger en de katholieke kerk. In Vlaanderen etaleren de verzuilde initiatieven elk een eigen visie op de samenleving, op opvoeding en socialisatie, op onderwijs en op de invulling van vrije tijd. Na WOI zien de eerste verenigingen het licht en ontstaan heel nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding, zoals amateuristische kunstbeoefening. Jeugdbewegingen worden vooral gezien als een aanvullend opvoedingsmilieu. In het interbellum begint zich stilaan een aparte jeugdwereld te ontwikkelen, kinderen blijven door het voortgezette onderwijs langer kind, met eigen noden. Doordat tijdens WOII de jeugdbeweging zowat de enige ontspanningsvorm is, wordt haar succes snel groter. Maar niet iedereen sluit zich aan. Een deel van de jongeren, vaak afkomstig uit het arbeidersmilieu, zoekt amusement binnen de groeiende ontspanningsindustrie. In navolging van de omringende buurlanden gaat men op zoek naar een instelling waarin die verwilderde jeugd toch nog kan opgevangen worden. Men ziet het als onaanvaardbaar dat zij, die zelf het meeste kans lopen afwijkend gedrag te ontwikkelen door hun ontoereikende opvoeding, geen corrigerend opvoedingsaanbod zouden kunnen ontvangen. Men hoopt in het jeugdhuiswerk een oplossing te vinden voor deze groep, die men aanziet als verwaarloosd, losgelaten en onbeschaafd. Jeugdhuiswerk past dan duidelijk binnen een beleid van zedelijke bescherming, met veel nadruk op zinvolle vrijetijdsbesteding in een beschermde omgeving met toezicht van volwassenen (Kindt, 2002) De directe voorlopers van het huidige jeugdhuiswerk vinden we in de Young Women Christian Association (YWCA). Na de tweede wereldoorlog wilde men een open ontmoetingsruimte creëren waar jonge mensen onthaald worden in gezellige en aparte ruimtes met een aantal voorzieningen voor vrijetijdsbesteding. De eerste jeugdhuizen waren dus zeker niet vrij van allerlei bevoogdende intenties (de vrijetijd moest zinvol doorgebracht worden) en de (bege)leiding was vooral de taak van volwassenen (Kindt, 2002). In de beginjaren gaat men er van uit dat enkel jongeren van minder goede afkomst, die hun weg naar de jeugdbeweging niet vinden, naar het jeugdhuis trekken. Laagdrempeligheid is daarom een noodzakelijke voorwaarde en het jeugdhuiswerk tracht bij te dragen aan een geordende, veilige samenleving. Het heeft een opvoedende finaliteit en participatie wordt gezien als middel om jongeren te conformeren aan de vigerende waarden en normen. Vandaar ook de belangrijke rol die volwassenen binnen de jeugdhuiswerking spelen. De individuele smaak en de pluriformiteit van het culturele domein kleuren intussen steeds meer het (ped)agogisch proces in het sociaal-cultureel werk. In deze periode veralgemeent ook de middenklassencultuur die nog sterk de elitaire waarden hanteert en een grote invloed op het beleid uitoefent. 5

6 Wellicht onder invloed van afgestudeerden uit het vormingswerk vinden groepswerk en hulpverlening meer en meer ingang in het jeugdhuiswerk. In de eerste helft van de jaren zeventig worden nieuwe accenten gelegd zoals inspraak, zelfbeheer, individuele en maatschappelijke begeleiding, kritische informatie, vorming en actie. Deze vernieuwing komt echter niet overal tegelijk en er is zelfs een grote groep van jeugdhuizen die zich niet met deze trend wil verzoenen. Toch blijken deze accenten een belangrijke invloed te hebben op het jeugdhuiswerk. Sommige jeugdhuizen gaan zich uitsluitend richten op specifieke doelgroepen zoals kansarme jongeren. Kenmerkend is ook dat de (eerder zo expliciete) rol van de volwassene op verschillende plaatsen in vraag gesteld wordt. Hij zal voortaan vooral instaan voor de continuïteit en de coördinatie van de werking die meer en meer door jonge vrijwilligers wordt gedragen (Kindt, 2002). Als halfweg de jaren zeventig de economische crisis toeslaat, kampen ook heel wat jeugdhuizen met financiële en structurele problemen. Hun kritische functie mag dan wel een belangrijk deelaspect vormen van de werking, ze betalen een zware prijs voor hun onafhankelijkheid. De relevantie van de sector wordt in vraag gesteld, de subsidieriem wordt strakker aangespannen, de politieke desinteresse groeit. De sector is in crisis. De jeugdwerkloosheid van de jaren 80 is voor de overheid een aanleiding om nieuwe jobs ( de nepstatuten ) in het leven te roepen. Ook jeugdhuizen springen op de kar. Heel wat gemeentes starten met een jeugddienst en het jeugdbeleid krijgt concreet vorm. Dit gebeurt mede onder impuls van de verschuiving van deze bevoegdheid van het federale naar het Vlaamse niveau. De komst van het decreet op lokaal jeugdwerk versterkt dit nog. Het jeugdhuiswerk bouwt verder op enkele sterke inhoudelijke verworvenheden zoals lagedrempelactiviteiten, een eigen huis, een open instuif en een begeleiding waar vrijwilligers een belangrijke plaats hebben verworven naast de professionele kaders. Vanaf 1995 is sprake van een comeback van het jeugdhuiswerk (Kindt, 2002). Willen we jeugdhuiswerk vandaag de dag typeren, dan is het niet onbelangrijk een aantal conclusies te trekken uit deze (korte) historiek. - Jeugdhuiswerk voor en door jongeren is een element dat doorheen de jaren steeds belangrijker werd. De bevoogdende intenties (van volwassenen) verminderden sterk doorheen de jaren. - Jeugdhuiswerk is een werkvorm die, binnen de sector jeugdwerk, een stevige eigen plaats opgeëist heeft (Verbist, 2001). De aanwezigheid van sterke federaties en koepelorganisaties speelde daarin een grote rol (Kindt, 2002). - In de jaren 80 kende jeugdhuiswerk een diepe crisis. De wederopstanding in de jaren 90 en de groei van de federatie(s) maakten de vragen naar verdieping, kwaliteitsdenken en het aangaan van nieuwe uitdagingen (grootstedelijk jeugdwerk, EVC-denken) prangend. Deze nieuwe volwassenheid van de sector maakt een goede onderbouw van de jeugdhuismethodiek noodzakelijk. (Desanghere e.a., 2002) - Onder meer door het decreet op lokaal jeugdwerk en de daaraan verbonden lokale inbedding is jeugdhuiswerk meer aanvaard en ingeburgerd dan in de jaren 70. Voor het jeugdhuiswerk zijn er intussen meer kansen tot maatschappelijke appreciatie. 6

7 VAN HIER EN NU Jeugdhuizen zijn er vandaag in alle maten en gewichten: er zijn er grote met duizend leden en enkele beroepskrachten, er zijn er met slechts enkele vrijwilligers en een 50-tal leden. Ze zijn gehuisvest in een (eigen) huis, een boot, zijn geïntegreerd als deel van bijvoorbeeld een jeugdcentrum of zijn onafhankelijk. De jeugdhuismethodiek is terug te vinden in verschillende praktijkvormen: jeugdhuizen, jongeren(ontmoetings)centra, jeugdcentra, jeugdclubs. We gebruiken verder in deze tekst de term jeugdhuis, maar bedoelen dan deze diversiteit aan praktijkvormen en benamingen. Wat ze allen gemeen hebben is dat ze van, voor en door jongeren zijn: dat betekent álle jongeren, bovendien vrijwillige jongeren. Waar het globale jeugdwerk de leeftijd van 3 tot 26 bestrijkt, ligt de core-leeftijd voor jeugdhuizen tussen 14 en 25 jaar, al hanteren de meesten flexibele onder- en bovengrenzen. Hun relatie met de buitenwereld is zeer gevarieerd: uitzonderlijk zijn jeugdhuizen volledig autonoom en krijgen of willen helemaal geen externe ondersteuning. Meestal krijgen ze logistieke en/of materiële ondersteuning van het gemeentebestuur of uit particulier initiatief. Ze beheren autonoom hun middelen. Jeugdhuizen zijn lokaal verankerd in een gemeente, een stad, een dorp, een wijk en bereiken veelal de jongeren uit die buurt. Het maakt dat ze deel zijn van het plaatselijk jeugd(werk)beleid waardoor ze aanspraak kunnen maken op subsidies. Een toog is lang niet het enige maar wel een centraal gegeven binnen jeugdhuizen. Veel centraler staat de vrijetijdsbesteding op zich: jongeren ontmoeten elkaar in het jeugdhuis, krijgen er kansen en mogelijkheden om samen initiatief te nemen. Jeugdhuiswerk is ook groepswerk, met een open werking: altijd dienen zich nieuwe deelnemers aan, wijzigen posities. In deze zin is jeugdhuiswerk een afspiegeling van de maatschappij. Jongeren krijgen inspraak én participatiekansen op het niveau van de activiteit, het globale aanbod en het beleid van de organisatie. Het is vanzelfsprekend dat jongeren al doende voortdurend nieuwe ervaringen opdoen en zich verrijken. Het jeugdhuis in ons dorp is elke woensdag, vrijdag- en zaterdagavond open. Op woensdag komen vooral de vrijwilligers langs want dan gaan de werkgroep-, kern- en bestuursvergaderingen door. Er wordt heel wat afgediscussieerd, laatst nog over de herinrichting van het jeugdhuis. De ene groep wou werken met grafitti, de andere groep wou vooral de belichting aanpakken. Ook de activiteiten die in het jeugdhuis doorgaan, worden op de bijeenkomsten gepland en uitgewerkt. Concerten, fuiven, film, LAN-party: alles kan aan bod komen, maar het is wel doorwerken voor de vrijwilligers om alles georganiseerd te krijgen. Vrijdagavond is het jeugdhuis open na de schooluren. De jongeren uit de middelbare school komen langs. Er worden plannen gesmeed voor het weekend. De laatste voorbereidingen voor de activiteit van die avond worden uitgevoerd. Aan de computer in de secretariaatsruimte wordt gewerkt aan de lay-out van de affiche voor de fuif die samen georganiseerd wordt met de jeugdbewegingen. Ondertussen wordt er aan de toog gediscussieerd of het jeugdhuis een debat zal organiseren bij de lokale verkiezingen. Evenveel volk staat rond de deejay-hoek en zoekt wat cd s uit om het weekend op feestelijke wijze in te zetten. In de zetels in de hoek trekt een groep meisjes zich daar niks van aan. Voor hen is de vrijdagavond in het jeugdhuis hét moment om na te praten over de voorbije schoolweek. Jeugdhuizen zijn organisaties die niet stilstaan. Ze gaan uit van de dynamieken die aanwezig zijn in de groep, passen zich aan aan wisselende generaties en nieuwe jongeren zijn vaak kritisch voor bestaande systemen. 7

8 Langs de grote poort: de doelen van jeugdhuiswerk RUIMTE DIE STIMULEERT TOT EXPERIMENTEREN Jongeren hebben nood aan een eigen plek, hoor je vaak als je vraagt naar het waarom van een jeugdhuis. Waarom hebben jongeren die nood? Wat willen we daarmee bereiken? Een stimulerende en ondersteunende omgeving Jeugdhuizen in Vlaanderen richten zich naar jongeren in de adolescentie- en jeugdfase, overgangsfasen tussen hun kinderjaren én het leren dragen van de volle verantwoordelijkheid als volwassene. Dé jongere bestaat daarbij niet. Individuele verschillen maar ook deze op vlak van etnisch-culturele achtergrond, geslacht en gender, sociale afkomst en inkomen, gezondheidssituatie en eventuele functiebeperkingen zorgen niet alleen voor diversiteit maar hebben een sterke invloed op de vorming van het zelfbeeld en de identiteit van elk individu. Lichamelijk zijn deze jongeren het kind-zijn ontgroeid. In de maatschappij moeten ze hun plaats echter nog verwerven. Elke methodiek, dus ook de jeugdhuismethodiek, vertrekt vanuit een kijk op mens en samenleving. Vanuit kritische beschouwingen over het functioneren van jongeren en de samenleving, formuleren we een aantal doelen. Het zijn geen concrete eindstations, maar doeloriëntaties of uitdagingen die iets zeggen over waar we samen naartoe willen in de samenleving of in het jeugdhuis. Deze doelen geven richting aan de jeugdhuispraktijk van alledag en de ontwikkeling van de bijhorende methodiek. Ze geven jeugdhuiswerk een bestaansreden, een maatschappelijke relevantie en vormen een onderbouw voor het oplossen van concrete vraagstukken en het invullen van concrete projecten. Als je op reis merkt dat het doel steeds maar verder weg is, heb je ingezien dat het echte doel de reis zelf is. (Durckheim) De jeugdfase is voor veel jongeren een periode van grote emoties en verandering, een spannende, soms moeilijke tijd. Een kwart van de jongeren doorloopt deze ontwikkeling geruisloos. Zoeken naar identiteit kan wel een positieve ervaring zijn. Op allerlei vlakken tast je je eigen grenzen af: lichamelijk, emotioneel, samen met anderen en in je eentje. Jongeren dagen zichzelf en de andere uit (Verhofstadt-Deneve, Van Geert en Vyt, 1998). Het jeugdig zijn manifesteert zich in een uiterlijk én in een gedrag dat vaak gekenmerkt wordt door een originaliteitsen emancipatiestreven. Jongeren ontdekken hun seksuele identiteit, verwerven emotionele onafhankelijkheid van hun ouders en/of andere volwassenen en ontwikkelen een eigen intimiteits- en hechtingsgedrag. 8

9 Jongeren ontdekken de relativiteit en het tijds- en ruimtegebonden karakter van de heersende waardesystemen en dat maakt hen in deze fasen gewoonlijk wat progressiever dan hun ouders. Ze verzetten zich tegen bevoogding en worden mondiger. Ze zoeken naar eigen normen en maken een keuze tussen integratie (het overnemen van bepaalde groepsstandaarden) en kritische participatie. Het gedrag van jongeren kenmerkt zich tegelijkertijd door een groeiende zelfstandige opstelling tegenover volwassenen, het zich solidair tonen met leeftijdsgenoten of de uitbouw en participatie aan een eigen jeugd- of tegencultuur als een voor hen betekeniscreërend proces (Monks en Knoers, 1997). Jongeren geven zelf aan dat ze het belangrijk vinden om samen te zijn met andere jongeren, anderen te helpen, nieuwe dingen te leren, zich uit te leven en dingen te doen waar ze goed in zijn. (Coussée, 2006) Jeugdhuizen spelen in op deze nood aan ruimte om de adolescentiefase ten volle te kunnen exploreren. Jeugdhuizen willen een experimenteerruimte en een stimulerende omgeving zijn, maar ook een rustgevende en vertrouwde plek, een ondersteunende omgeving, een brug tussen kindertijd en volwassenheid, tussen thuis, de school en de samenleving. Doen = leren Jongeren gaan op zoek naar hun betekenis in de samenleving. Betekenis creëren is een leerproces. Door te participeren en te realiseren, willen ze mee vorm geven aan de samenleving, er een bijdrage toe leveren of er zich tegen afzetten. Jeugdhuiswerk wil actief bijdragen aan die betekenisverlening, met het doel jongeren de kans te geven zich te ontplooien in de samenleving. Onze samenleving hecht veel belang aan kennis en het kunnen beschikken over informatie. Kennis als concept wordt steeds vaker verdrongen door het begrip competentie: een cluster van kennis, vaardigheden en attitudes. Competenties worden op velerlei wijzen verworven. Jeugdhuiswerk wil een unieke leerplaats zijn voor jongeren. De jeugdhuismethodiek vertrekt expliciet van een competentiehypothese en niet van een deficiëntiehypothese. We vertrekken van de mogelijkheden van jongeren en van een veelheid aan kansen die hen voor het grijpen liggen. We vertrekken in onze visie niet van hun tekorten of een nog niet -stelling, hun on -afzijn, normvervaging, enz. We kiezen voor hun mogelijkheden, liever dan dat we jongeren zien als nog niet volgroeid of onvolwassen. Anders gezegd is ons uitgangspunt: dat jonge mensen over competenties beschikken; ze de nodige aanvullende competenties kunnen verwerven; en jongeren beide zo kunnen ontwikkelen dat ze de belangrijkste persoonlijke en maatschappelijke uitdagingen aankunnen. Een gunstig klimaat en een stimulerende omgeving zijn in dit ontwikkelingsproces van groot belang. Jeugdhuizen spelen daarop in door zich op te stellen als experimenteerruimte, laboratorium of oefenplaats. De bezoekers, leden, medewerkers en bestuursleden krijgen de kans zich in het jeugdhuis op diverse terreinen te ontplooien, zowel op creatief, intellectueel, sociaal, persoonlijk, als op emotioneel en relationeel vlak. Jeugdhuiswerk geeft jongeren ruimte die stimuleert tot experimenteren. De adolescentiefase is voor jongeren soms een moeilijke tijd. Ze gaan op zoek naar hun eigenheid en uniciteit. Tegelijkertijd wordt geëxperimenteerd met relatievorming. Men wil vaak niet liever dan bij leeftijds- en cultuurgenoten zijn. Jongeren hebben nood aan ruimte om deze adolescentiefase ten volle te kunnen beleven. Als stimulerende en ondersteunende omgeving die ook rust geeft, een vertrouwde plek is, een brug tussen kindertijd en volwassenheid, tussen thuis, de school en de samenleving wil het jeugdhuis daarop inspelen. Jeugdhuiswerk wil jongeren de kans geven al doende te leren en zich op alle vlakken te ontplooien. 9

10 VOOR VRIENDSCHAPSNETWERKEN EN JONGERENCULTUUR Jeugdhuiswerk is groepswerk. In de adolescentiefase ontwikkelen jongeren een eigen identiteit, in wisselwerking met de groepen en netwerken waartoe ze behoren. (Vriendschaps)netwerken zijn cruciaal in de ontwikkeling van jongeren. Groepsvorming impliceert de ontwikkeling van (sub)culturen. Jongeren krijgen als groep de kans eigen waarden- en normenkaders te creëren en vorm te geven. Ze maken met andere woorden cultuur, gebaseerd op verbondenheid, gedeelde taal en gedragingen. Het versterkt het gevoel van ergens bij te horen. Identiteitsontwikkeling In de adolescentiefase ontwikkelen jongeren een eigen identiteit, die deels een sociale constructie is, het resultaat van allerlei groepsprocessen. Identiteitsdynamieken ontwikkelen zich minimaal op twee niveaus: het individuele niveau en het groepsniveau. Identiteit heeft met andere woorden ook een sociale dimensie. We behoren tot verschillende sociale groepen en hebben er een verschillende loyaliteit en een ander gevoel van verbondenheid tegenover. Het gaat zowel over het behoren tot groepen met sterke interpersoonlijke contacten als over het behoren tot meer abstracte gehelen. Geen enkele groep bestaat geisoleerd van de bredere maatschappelijke realiteit (Pinxten en Verstraete, 1998). De netwerken waarin jongeren zich bewegen en de (sub)culturen waartoe ze behoren, hebben een belangrijke invloed op de identiteitsontwikkeling van jongeren. Jongeren vinden het belangrijk zich te kunnen identificeren met vrienden. Ze zoeken een evenwicht tussen persoonlijke en sociale identiteit, maar vaak profileren ze zich meer volgens hun sociale identiteit (Thienpont & Poels, 2002). Vriendschapsnetwerken Bij intermenselijke relaties worden netwerken steeds crucialer en mensen, inclusief jongeren, bouwen ze steeds meer zelf op. Ze zorgen ervoor dat je erbij hoort of niet, ze doen appél op je inschattings- en aanpassingsvermogen, ze dienen om je een plaats te geven, ze helpen je (soms) vooruit. Feit is dat jonge mensen hun leefomgeving verkennen op een actieve manier én in steeds wijdere kringen, meer en meer geholpen door de technologie en het wereldwijde web. Tegelijkertijd vallen sommige mensen hier buiten of is hun kring of netwerk te beperkt (Castells, 2004). Een jeugdhuis wil een essentiële schakel zijn in netwerken van jongeren en kiest daarom resoluut voor insluiting. Jeugdhuizen zijn er niet voor de priviléges van de happy few, maar staan open voor een sociale mix aan jongeren. Op die manier willen zij een tegengewicht vormen tegen de steeds verdergaande individualisering. Ingaand tegen een sterker wordende maatschappelijke stroming die in het wilde weg integratie eist van wie anders is, kiest het jeugdhuiswerk voor insluiting. Het jeugdhuis past zich dus qua vorm en inhoud aan de eigenheid, persoonlijkheid en diversiteit van leden en medewerkers aan en niet andersom. We geloven in de maatschappelijke meerwaarde van eigenheid, persoonlijkheid en diversiteit. Jeugdhuizen als afspiegeling én onderdeel van de maatschappij, worden sterker wanneer ze werken vanuit gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap. Wanneer netwerken uitgroeien tot vriendschapsnetwerken hebben ze een bijzondere waarde voor jongeren. Allerlei dingen worden samen beleefd, maar ook tegenslagen kunnen samen worden verwerkt. Ze kunnen als peergroep, een groep van gelijken waarin de leden een zelfde status hebben, heilzaam werken wanneer jongeren risicogedrag stellen, experimenteren met relaties, etc. Jeugdhuiswerk wil een bijdrage leveren aan de kwaliteit van netwerken van jongeren zodat ze kunnen uitgroeien tot (h)echte vriendschapsnetwerken. Jeugdhuizen bevorderen het gevoel verbonden te zijn met anderen. 10

11 OVER KANSEN EN GROEIKRACHT In het jeugdhuiswerk zijn veel jongeren actief betrokken. Ze komen er graag omdat men er gelooft in hun kracht en mogelijkheden. Vanuit dat geloof krijgen jongeren in jeugdhuizen veel kansen, daarbuiten is dat niet altijd het geval. Het jeugdhuiswerk tracht zich niet af te sluiten van de samenleving maar stimuleert jongeren net tot volwaardig deelnemen aan de samenleving. Jong zijn? Cultuuropbouw Dat het jeugdhuis cultuur maakt, geldt eigenlijk op twee manieren: Door een plek te creëren waar jongeren thuis zijn, ondersteunen jeugdhuizen de ontwikkeling van een jongerencultuur. Tegelijkertijd leveren ze er een bijdrage aan door de keuzes die gemaakt worden in het activiteitenaanbod, de muziek, de inrichting, door de vernieuwing die kansen krijgt, enz. Het activiteitenaanbod kan zelfs zo opgebouwd zijn dat er werkelijk cultuur (lees: kunst) gecreëerd wordt! Cultuur is ook te begrijpen als het geheel van waarden en normen. Het gaat om het vormen van een eigen jongerencultuur, die jongeren gebruiken om onderling verschil aan te brengen. (Sinnave en Schillemans, 2006). Jongerencultuur verbindt jongeren met de anderen en geeft tegelijkertijd kansen tot een gevoel van uniciteit. Jeugdhuizen werken dus mee aan cultuuropbouw. Deelnemen aan activiteiten is deelnemen aan die cultuuropbouw, en vormt zo een manier om zich uit te drukken, om te zijn, om te groeien. Het versterkt de sociale banden en is een verrijking voor een open en solidaire samenleving. De samenleving ontgroent en vergrijst: er zijn steeds minder jonge mensen en het aantal oudere mensen neemt toe. Dat heeft zijn effect op de perceptie van jong -zijn en op de maatschappelijke bepalingen van jeugd of jeugdig. Jonge mensen zijn sneller rijp, maar blijven langer thuis wonen, studeren later af, settelen zich vaak later. Oudere mensen willen jong blijven, kleden zich trendy, gaan regelmatig uit Door deze evolutie vervagen duidelijke leeftijdsgrenzen en hebben ouderen soms een dubbelzinnige houding tegenover jonge mensen: uit nostalgie hebben ze veel sympathie voor de jeugd tegelijk heeft de samenleving een bijna clichématig schrikbeeld ontwikkeld over de manier waarop jongeren met relaties omspringen, over druggebruik, onrespectvol gedrag, piercings, lawaai De media spelen in deze beeldvorming niet zelden een belangrijke rol. Een deel van de oudere generatie staat sceptisch tegenover de jongeren die de toekomst moeten maken. Niet dat ze er zich tegen verzetten Wel groeit vanuit onbegrip en onwetendheid vaak een zekere onverschilligheid die de integratie van jongeren in verschillende maatschappelijke domeinen niet vergemakkelijkt. Jongeren moeten een steeds groter wordende groep ouderen overtuigen hen een plaats te geven in de samenleving (Van Gils, 2001). Jeugdhuiswerk stimuleert vriendschapsnetwerken en jongerencultuur. Jongeren verwerven in de adolescentiefase een eigen identiteit. Identiteitsontwikkeling kent een sociale component, het is het resultaat van groepsprocessen en interacties. Het behoren tot netwerken die kunnen uitgroeien tot vriendschapsnetwerken is bijzonder belangrijk voor jongeren. Ze kunnen er op terugvallen en deze netwerken geven jongeren de kans in verbondenheid te leven. Ook cultuuropbouw is een verbindend proces waar jeugdhuizen aan werken. Jeugdhuizen kiezen dus voor insluiting als reactie op een individualiserende samenleving. Jeugdhuizen kiezen voor diversiteit met respect voor de eigenheid van elke ander, eerder dan voor integratie. Groeikracht Het jeugdhuiswerk wil dat jongeren kritisch kunnen reflecteren, betekenis zoeken en zo mogelijk een engagement opnemen. Geloof in de groeikracht van jongeren kan hen stimuleren bij te dragen aan de vormgeving van onze samenleving. Dit impliceert vertrouwen in wat jongeren aankunnen. Het geloof in hun mogelijk succes vraagt erom hen de nodige kansen te bieden. 11

12 Participatie (Bouverne-De Bie en Coussée, 2001) In het jeugdhuis lossen jongeren al doende allerhande praktische, sociale en zelfs ethische problemen op. Dit gebeurt op een heel gewone, dagdagelijkse manier, door mee te draaien in de werking, door actief te participeren. Recent onderzoek (Putnam, 2000; Elchardus, Huyse en Hooghe, 2000) toont aan dat het jeugdwerk (in ruime zin) als deel van de civil society een vitale rol speelt in het levend houden van de democratie. Jongeren leren opkomen voor hun mening, leren samen beslissingen nemen, oefenen in het dragen van verantwoordelijkheid, leren respect opbrengen Participatie en emancipatie zijn in dit licht vaak onderling verwisselbare concepten, omdat jongeren, meer dan volwassenen, expliciet aangesproken worden op hun sociale identiteitsontwikkeling. De participatierechten van jongeren worden vaak beperkt tot die domeinen waar de samenleving hen macht gunt, zoals het sociaal-culturele domein. Een participatiebegrip dat een meer gelijkwaardige machtsverhouding tussen jongeren en volwassenen nastreeft, is essentieel. We zien jongeren als een deel van de actuele samenleving, eerder dan als toekomstige generatie die voorlopig en mits de nodige beperkingen mag oefenen binnen enkele vrij strikt afgebakende domeinen. Jeugdhuizen hebben de neiging op zichzelf terug te vallen en aan jongeren een veilige ruimte te bieden voor groepsvorming en zelfbeheer van het jeugdhuis. Deze in-geslotenheid hoeft niet haaks te staan op een visie die het jeugdbegrip ontdoet van zijn moratoriumstatus: we willen jongeren niet in quarantaine plaatsen, maar beschouwen hen als een essentiële groep die deel uitmaakt van de gehele sociale structuur. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening! Jeugdhuiswerk geeft jongeren kansen, vertrouwend in hun groeikracht. Door een toenemende ontgroening en vergrijzing krijgen jongeren het moeilijk om hun positie te verwerven in de samenleving. Jongeren worden vaak wantrouwig bekeken. Jeugdhuiswerk stelt hier een sterk vertrouwen in de groeikracht van jongeren tegenover. Van hieruit wil jeugdhuiswerk jongeren kansen geven, véél kansen, om jong te zijn. Anderzijds wil het jeugdhuis jongeren ook aanzetten tot participatie binnen de samenleving, vertrekkend vanuit de eigen leefwereld maar met impact op alle samenlevingsdomeinen die voor jongeren van belang zijn. VOOR EEN OPEN, SOLIDAIRE EN SOCIALE SAMENLEVING Jongeren leren in het jeugdhuis samenleven. Een jeugdhuis is geen eilandje, het maakt deel uit van de samenleving. De jeugdhuismethodiek maakt duidelijke keuzes en kiest voor een positieve benadering van mens, groep en samenleving. Wie zijn toekomst rooskleurig inschat, tobt weinig en doet veel. De samenleving staat voor heel wat uitdagingen. Jeugdhuizen willen jongeren aanzetten een actieve bijdrage te leveren tot het samenleven. Handelen is verstandiger dan twijfelen, tobben en niets doen. Of zoals The Red Hot Chili Peppers zingen: It s better to regret something you did, than something you didn t do. Een samenleving met uitdagingen In de perceptie is onze cultuur de laatste 50 jaar meer veranderd dan in vele millennia voordien. We leven in een turbulente tijd van conflicterende wereldbeelden, zowel veraf als dichtbij. Jeugdhuizen willen zowel binnenshuis als in hun omwereld hun bijdrage leveren aan een menswaardige en mensvriendelijke toekomst, een bijdrage die meestal kleinschalig begint. In een steeds groeiende global village komen ons monopolie op de waarheid, onze eigen cultuur en ons samenlevingsmodel steeds meer onder druk te staan. Jeugdhuiswerk kiest in deze kwestie absoluut voor een dialogale samenleving waaruit een zich-met-elkaar-verstaan ontspringt: mensen begrijpen, waarderen en vertrouwen elkaar. Vlaanderen zelf wordt meer en meer een lappendeken van culturele gemeenschappen met een diversiteit in leefstijlen en culturele smaakprofielen, met verscheiden etnisch-culturele en religieuze achtergronden. De culturele diversiteit van onze steden is een rijkdom voor wie zijn ogen opent Samenleven is niet altijd makkelijk of vanzelfsprekend. Tot in hun wijk- en dorpsgemeenschap toe, worden jongeren geconfronteerd met een zij en wij denken en met de machteloosheid van de moderne samenleving om dit omgaan met vreemdheid te doorbreken. We willen in jeugdhuizen het vanzelfsprekende van samenleven inruilen voor openheid, verwondering en luisterbereidheid. Jeugdhuizen mogen verwachten dat de samenleving oog heeft voor interculturele communicatie en interactie, waarbij gelijkwaardigheid en respect voorop staan. Diversiteit als rijkdom Diversiteit is méér dan informele tolerantie. Jeugdhuizen vatten diversiteit op als een progressieve differentiatiedynamiek. Ik ben ik omdat jij jij bent. Dat wat ons anders maakt, zorgt dat we ons van onszelf bewust worden. Zowel de diversiteit als de bewustwording van die diversiteit zijn niet statisch maar schrijden voort. Bovendien hebben we er niet de grip op die we misschien zouden willen hebben. 12

13 (jonge) vrijetijdsconsument, zorgen voor extra stress. Iedereen wil erbij horen. Het is dan ook een expliciete opdracht van de jeugdhuismethodiek om de kritische zin van jongeren blijvend te stimuleren door ruimte te geven en stil te staan bij wat zich in hun leven en in het leven met elkaar aandient. Deze kritische zin kan ook resulteren in een denken dat de basis is voor een rijkere creativiteit in kunst, wetenschap, technologie, in handelen en veranderen, voor solidariteit. Een open, solidaire en sociale samenleving We trekken het even naar een intenser niveau. Je kent de uitspraak verliefdheid maakt blind. Jongeren beleven een relatie vaak als een fusie en die werkt verblindend. Een gerijpte relatie krijg je pas na differentiatie. Echte verbondenheid groeit, zeg maar, na verschilligheid. Je wordt jezelf, leert de ander zien in zijn eigenheid en hecht gewicht aan het gevoel van de ander, iets waarvan hij of zij de eigenaar is. Relaties zijn een voordurende confrontatie en in je betrokkenheid blijf je bijleren. Intimiteit ontstaat als mensen met een luisterend oor tegen elkaar uitspreken wat hen echt op het hart ligt. Het leren beperkt zich niet tot groepsleren of het opdoen van praktische kennis of vaardigheden. Het bewust worden van diversiteit verrijkt: door in alle intimiteit oprecht te luisteren naar de ander, worden we ons bewust van onszelf en daardoor ook van de ander. Evenzo gebeurt dit omgekeerd. Het is een dynamiek die diversiteit bevestigt, het verschil bevordert en die niet streeft naar de opheffing ervan, in tegenstelling tot fundamentalisme en hokjesdenken. All the freaky people make the beauty of the world! (Spearhead) Daarom zien wij het jeugdhuis als een oefenplaats, een laboratorium of een experimenteerruimte, in dit geval voor vriendschapsnetwerken. Culturele alleseters op de markt van belevenissen Een andere verschuiving binnen onze samenleving zien we in de vrije tijd. Er is méér vrije tijd en toch heeft iedereen het druk-druk-druk. De expansie van de vrijetijdsindustrie beweegt zich tussen cultuur en economie en raakt aan onze culturele identiteit. Onze markt van belevenissen is een vervlechting tussen media, games, entertainment, sport, kunst en cultuur, toerisme, natuur en recreatie. De samenleving staat steeds meer onder druk van de media en van snelle (communicatie)technologische evoluties die op hun beurt sterk zijn gecommercialiseerd. Veel staat in het teken van kijkcijfers waardoor belangrijke items het soms verliezen tegen spectaculaire uitzendingen, tot in het nieuws toe. De toenemende invloed en massificatie van media en de strijd om de In elk jeugdhuis vinden wel eens spontaan acties plaats, nemen leden, vrijwilligers en/of bezoekers het op voor elkaar. Het gemeenschappelijk belang wordt dan boven het belang van een individu gezet. Dat heet solidariteit. Het begrip is echter zwaar geladen en wordt politiek zo vaak in de mond genomen dat het haast hol wordt. Men zweemt met termen als cohesie en gemeenschapszin die even zinvol als vaag lijken. Voor ons betekent solidariteit dat zowel de gelijkwaardigheid van de andere als zijn zelfredzaamheid bevorderd worden. Je bent solidair vanuit een maatschappelijke overtuiging dat iedereen gelijke rechten heeft, niet vanuit medelijden. Dat is soms een moeilijke evenwichtsoefening, maar net in het jeugdhuis is er ruimte om die slappe koord te verkennen. Het potentieel om in een jeugdhuis solidariteit aan te wakkeren is groot. Precies omdat de specifieke manier van werken aanzet tot verbondenheid met elkaar en met het hogere belang van het jeugdhuis en hierdoor vervreemding wordt tegengegaan. De jeugdhuismethodiek onderscheidt zich in die zin van individuele begeleiding. In het laatste geval staat het belang van het individu voorop, wordt het bovengeschikt aan het groepsbelang Jeugdhuiswerk werkt aan een open, solidaire en sociale samenleving. De samenleving formuleert heel wat uitdagingen aan zijn burgers. Jeugdhuiswerk heeft zeker en vast niet de pretentie te stellen dat ze die uitdagingen, die vaak uitgroeien tot echte problemen, kan oplossen. We zijn er wel van overtuigd dat jeugdhuiswerk kan bijdragen tot het vormen van kritische burgers. Het zien van de complexiteit van de samenleving is moeilijker dan het formuleren van eenvoudige oplossingen. Op die manier hoopt jeugdhuiswerk mee te werken aan een open, solidaire en sociale samenleving. Het jeugdhuis wil een plek zijn waar solidariteit wordt aangewakkerd. 13

14 Zet de deur maar open: OASE, de functies van het jeugdhuis De snelle evoluties binnen de samenleving brengen met zich mee dat structuren en referentiekaders veranderen. De wereld wordt kleiner en komt dichterbij, maar vereenvoudigt er daarom niet op. De groeiende individuele verantwoordelijkheid en het stijgende aantal keuzes die jongeren moeten maken, zorgen dat een overzichtelijke en beheersbare mini-samenleving binnen een grotere wereld aan belang toeneemt. Een jeugdhuis maakt actief deel uit van de bredere samenleving en is er op kleinere schaal een afspiegeling van. Een jeugdhuis draagt bij tot het functioneren en de ontplooiing van het individu, de mini-samenleving die het jeugdhuis zelf is en/of de bredere samenleving. De onderstaande vier functies geven de essentie weer van wat een jeugdhuis kan betekenen in de samenleving. Elk jeugdhuis geeft daaraan een eigen invulling en kiest voor het meer of minder uitbouwen van bepaalde functies. Toch komen ze alle vier in elk jeugdhuis terug en is dit ook noodzakelijk om van de jeugdhuismethodiek te kunnen spreken. De jeugdhuisfuncties zijn opgebouwd aan de hand van het woord oase. Volgens Van Dale is een oase een van water voorziene, vruchtbare plaats in de woestijn, m.n. in de Sahara, een lieflijke plek te midden van een minder aangename omgeving: een oase van rust, een aangename afwisseling in wat dor en eentonig is of sponsachtig materiaal, gebruikt bij bloemschikken. Formaat ziet een jeugdhuis als een oase. Het jeugdhuis is een brug/ruimte tussen kind en volwassenheid, een oase van rust, een aangename afwisseling. Het jeugdhuis biedt ruimte voor ontmoeting, activering, samenwerking en educatie. ONT-MOETEN Het jeugdhuis is een plaats waar jongeren elkaar tegenkomen, waar ze elkaar kunnen ontmoeten in een open en ongedwongen sfeer. In een jeugdhuis draait het ook om ont-moeten. Het is een plaats waar niets moet, maar vanalles moet kunnen. Ontmoeten is de basisfunctie van waaruit alle dynamieken vertrekken. Vanuit laagdrempelige ontmoeting worden jongeren uitgenodigd tot het opnemen van een engagement. ACTIVEREN Het jeugdhuis houdt jongeren wakker en vertrekt vanuit engagement. De structuur van jeugdhuizen vraagt om de actieve inzet van haar medewerkers en geeft energie aan de zelforganiserende motor. Zo is er ruimte om dingen te organiseren, wordt men aangespoord kritisch te zijn, actie te ondernemen, bewust om te gaan met de wereld. Daarnaast wordt aan het jeugdhuis ook actief vorm gegeven door iedereen die zich engageert en worden degenen die zich engageren actief ondersteund. Het jeugdhuis is tevens een broedplaats voor verandering en idealisme, wat ook de bezoeker niet koud kan laten. SAMEN In het jeugdhuis vormen jongeren samen een groep die meer is dan een los geheel van individuen. Het gaat om samen zijn, samen werken en samen leven. Het behoren tot een groep en tot een netwerk is belangrijk voor het welzijn en de draagkracht van elke jongere. Samenzijn impliceert evenwaardigheid, insluiting, vanuit verdraagzaamheid, solidariteit en respect. Samenwerken veronderstelt samen verantwoordelijkheid opnemen, samen vorm en invulling geven aan de werking. Het jeugdhuis is er voor en door jongeren. Door samen te leven maken jongeren ook samen een cultuur, door vaste gewoontes, terugkerende activiteiten, thematische feestjes, gedeelde afspraken, waarden en normen. Jongeren krijgen er een plaats, ze geven er betekenis. Het delen van lief en leed en het begeleiden van dit proces versterkt individuen en netwerken. In een jeugdhuis leren jongeren (nieuwe) mensen kennen, smeedt men vriendschapsbanden. Jongeren gaan er met elkaar in dialoog. Het jeugdhuis biedt een bewuste vrijetijdsinvulling, het is met andere woorden geen platte commercie. Jongeren kunnen er stoom afblazen, gewoon genieten, weg van de drukte van alledag, met een vertrouwd thuisgevoel. 14

15 EDUCATIE Het jeugdhuis biedt een context waarin allerhande leerprocessen plaatsvinden en begeleid kunnen worden. Jongeren leren er van elkaar, door een cursus of gewoon al doende. Er is ruimte om te experimenteren met een open venster op de wereld. Het is een leerschool voor democratie en burgerschap, voor verantwoordelijkheidszin en voor het ontwikkelen van competenties die ook handig zijn buiten het jeugdhuis. BEDOELDE FUNCTIES VERSUS EFFECTEN Een jeugdhuis levert dus een bijdrage aan de samenleving doordat het bepaalde functies vervult. Bovenstaande zijn bedoelde functies en zijn het resultaat van een bewuste keuze. Ontegensprekelijk zijn er ook een aantal niet-bedoelde functies of effecten. We denken bijvoorbeeld aan preventie, door het sterker maken van jongeren, of hulpverlening, door sommige jongeren eerder individueel te gaan begeleiden in hun ontwikkelings- of groeiproces. Het is niet de bedoeling van de jeugdhuismethodiek om zich te concentreren op preventie of hulpverlening, maar het zijn wel effecten die voortspruiten uit de andere functies. De functies van een jeugdhuis zijn niet verticaal af te lijnen, het zijn geen afgebakende terreinen. Ze zijn aan elkaar gelinkt, ze vullen elkaar aan, ze zijn het resultaat van horizontaal en diagonaal lopende processen. Zo zet de functie activeren zowel leerprocessen in gang, als creatieprocessen en participatieprocessen (zie ook Processen ). 15

16 Stevige scharnieren: werk- en handelingsprincipes We hadden het tot nu over de achterliggende waarden en ideeen, over de doelen en functies die op zich vrij abstract zijn. Binnen een methodiek zijn de werk- en handelingsprincipes die vorm geven aan de manier waarop een jeugdhuis wordt opgebouwd belangrijke onderdelen. Het gaat dus niet om de methodes zelf, maar om de principes erachter. Al deze principes haken op elkaar in, versterken elkaar. We trachten ze wat uit elkaar te trekken. OPENHEID Niet alle jeugdhuizen dienen op dezelfde momenten open te zijn of een bepaald aantal uren per week beschikbaar te zijn. Het gaat hier om openheid in de ruime zin van het begrip. De deuren van het jeugdhuis staan altijd open Een ontmoetingsplaats zijn, impliceert dat openingsuren afgestemd zijn op de gewoonten van de buurt en/of doelgroep (jongeren). Dit afstemmen op de omgeving is een proces dat regelmatig vernieuwd kan worden. De omgeving evolueert constant, soms is het voor jongeren niet evident om laat van huis weg te blijven, er zijn ook wettelijke regels over nachtlawaai en overlast, enz. Dat de deuren altijd openstaan, kan ook als bereikbaar en toegankelijk gelezen worden. Een goed bereikbare en toegankelijke locatie is belangrijk voor een jeugdhuis omdat het jeugdhuis wil deel uitmaken van de leefgemeenschap en niet in de marge wil fungeren. Jongeren hebben verschillende behoeftes. De ene heeft nood om aan een toog te hangen. Een ander wil de laatste intieme afwikkelingen van een stukgelopen relatie bespreken, nog iemand anders wil Als jeugdhuis hierop inspelen is niet steeds eenvoudig. Wel kan je met de ruimte die je hebt aan de slag: onder meer de inrichting en constructie van een locatie bepalen hoe je de jeugdhuisfuncties kan vervullen. Verschillende functies moeten tegelijkertijd gerealiseerd kunnen worden. Dat veronderstelt een infrastructuur met verschillende en polyvalente ruimtes. Verder is het permanent kunnen beschikken over een eigen locatie en ze kunnen inrichten naar eigen aanvoelen en goeddunken een voorwaarde voor het creëren van een thuisgevoel (en het kwalitatief uitbouwen van de ontmoetingsfunctie). Iedereen heeft ook meer respect voor wat zelf werd opgebouwd. In een jeugdhuis bepalen medewerkers, samen met leden en bezoekers dus hoe de ruimtes eruit zien. Je hebt bezoekers die dagelijks langskomen, terwijl anderen naar activiteiten komen. Niet iedereen wil (of kan?) consumeren, bij openheid hoort een niet-commerciële opstelling. Het jeugdhuis is voor iedereen Een jeugdhuis richt zich op diverse jongeren. Alle jongeren zijn welkom, zonder onderscheid van afkomst, geslacht, leeftijd, geaardheid, studieniveau, geloofsovertuiging of schoenmaat. Hierin zijn er zeker subgroepen te onderscheiden, maar iedere jongere blijft uniek. Een jeugdhuis moet een plaats zijn waar jongeren zich thuis voelen. Diversiteit is een meerwaarde voor een jeugdhuiswerking en vraagt een gedifferentieerde aanpak. Opdat iedereen zich zou thuisvoelen, is variatie inbouwen in je aanbod, de muziekkeuze, inkleding van het jeugdhuis enz. aangewezen. Ook als beroepskracht of vrijwilliger in een jeugdhuis is een open houding noodzakelijk. Als zich spontaan subgroepen vormen waarvan er één de inkleuring van je jeugdhuiswerking bepaalt, is dat niet noodzakelijk een negatieve evolutie. Beter een jeugdhuis waar een specifieke doelgroep komt en iedereen zich thuis voelt, dan een geforceerd open plaats met veel variatie in bezoekers maar weinig tevredenheid. Specifiek doelgroepenbereik is niet het basisprincipe, maar het kan in bepaalde jeugdhuizen een meerwaarde betekenen. Dag vreemde man Wie meermaals op weekend ging met de jeugdhuisploeg zal het zelf wel ervaren hebben hoe hecht je wordt als groep, en hoe moeilijk het is voor buitenstaanders om erbij te horen Dit is een ander facet van openheid. 16

17 Hoe gaat het jeugdhuis dan om met nieuwkomers? Worden die scheef bekeken of net onthaald? Een klein welkomstwoordje kan wonderen doen, je kunt een drankje aanbieden of tonen waar de ideeënbus staat, waar de toiletten zijn Een uitgewerkt onthaalbeleid kan ervoor zorgen dat jongeren zich sneller thuis voelen, zich snel betrokken voelen en de stap kunnen zetten naar een engagement binnen de organisatie. Vandaar dat het werken met lidkaarten een goed systeem kan zijn. Het symboliseert de verbondenheid van jongeren met de organisatie. Het kan ook verder gaan door actiever je hand uit te reiken naar jongeren buiten de werking. BETROKKENHEID Openheid als houding en als principe nodigt jongeren uit tot betrokkenheid. Het is een toestand waarin mensen die op een intense manier met iets bezig zijn, zich bevinden. Zonder die betrokkenheid kan je moeilijk van de jeugdhuismethodiek spreken. Dan ben je gewoon een groepje jongeren, waarbinnen elk met zijn eigen ding bezig is. Een jeugdhuis kenmerkt zich doordat er wordt samengewerkt, een sociaal netwerk wordt uitgebouwd, aan groepswerk wordt gedaan. Betrokkenheid op elkaar en op de organisatie zelf en welbevinden zijn nauw met elkaar verbonden. Het motiveert jongeren en nodigt uit tot het opnemen van een ruimer engagement. Betrokkenheid stimuleert tot participatie, net als jongeren een uitdaging bieden, waar ze tegelijkertijd greep op hebben (Jans en De Backer, 2001). Dialooggestuurd aanbod In het jeugdhuis worden niet zomaar activiteiten geprogrammeerd. Jeugdhuizen hebben aandacht voor de ideeën en visies van alle bezoekers, die trouwens niet zomaar publiek zijn maar actieve deelnemers. Door interesses te bevragen en jongeren aan te sporen tot een actieve inbreng kunnen de activiteiten afgestemd worden op wat leeft en verhoogt de betrokkenheid. Inspraak Participatie en emancipatie zijn in een jeugdhuis nauw met elkaar verbonden. Jongeren worden gestimuleerd tot inspraak. Ze krijgen de kans te bepalen hoe de instuif eruitziet. Ze bepalen welke groepen er spelen op het festival. Jeugdhuizen creëren zo een draagvlak voor hun werking en jongeren hebben het gevoel dat ze er werkelijk hun ei kwijt kunnen. Wat jongeren zelf gecreëerd hebben, mee vorm gegeven hebben zullen ze ook meer appreciëren (en respecteren). Ze voelen zich mee verantwoordelijk voor het goed functioneren van de organisatie. ENGAGEMENT Een jeugdhuis leeft van engagement. Bezoekers en leden worden uitgenodigd tot het opnemen van engagement vanuit hun betrokkenheid. Ze krijgen de kans vrijwilliger te worden en het jeugdhuis zelf mee vorm te geven. Zonder vrijwilligers geen jeugdhuis Jongeren nemen in het jeugdhuis veel uiteenlopende vrijwillige engagementen op. Vrijwilligers zijn het hart van het jeugdhuis. Ze bepalen (samen met leden en bezoekers) de werking, het activiteitenaanbod, beheren de financiën, vragen subsidies aan, etc. Vrijwilligerswerk is een essentieel onderdeel van het jeugdhuis én een steunpilaar van de jeugdhuismethodiek. Vrijwilligers krijgen de kans zich op allerlei terreinen in te zetten. Ze kunnen hun talenten versterken en hun interesses verkennen. Door het opnemen van een engagement, vanuit een wens de samenleving mee vorm te geven en te werken aan hun eigen levenskwaliteit, ontplooien jongeren zich op diverse terreinen. Vrij(blijvend)heid Vrijwilligerswerk is nooit verplicht. Je hebt altijd de keuze of je een engagement aangaat. De jeugdhuismethodiek voegt nog een extra component aan deze vrijblijvendheid toe. Je geeft zelf vorm aan je engagement. Vrijwilligers bepalen zelf in welke mate ze actief zijn, hoe lang ze actief zijn en vooral waarin ze zich engageren. Het jeugdhuis is op die manier een plek waar jongeren hun eigen interesses en behoeften kunnen exploreren, ontdekken en ze omzetten in concrete projecten en acties. Op die manier wordt spontaan geleerd door ervaringen. Jongeren leren ook de consequenties dragen van hun keuzes. Zelfstandig denken, oordelen en handelen wordt gestimuleerd. Verantwoordelijkheid Vrijwillig een engagement opnemen is niet vrijblijvend. Hoewel de keuze tot het opnemen van een engagement vrijblijvend is en de invulling zelf gekozen wordt, zijn aan het vrijwillig opnemen van engagement heel wat verantwoordelijkheden verbonden. Vrijwilligers in het jeugdhuis hebben een verantwoordelijkheid ten aanzien van de groep. Vrijwilligers onderling beoordelen elkaars werk en gemaakte beloftes moeten worden nagekomen. Er heerst een groepsdruk die zowel stimulerend als verstikkend kan werken. Door dit bespreekbaar te maken, blijft het gezond. Hoe groter het engagement, hoe meer verantwoordelijkheid jongeren ook dragen ten aanzien van het geheel van de organisatie. Jongeren kunnen doorgroeien in het jeugdhuis. Het dragen van meer verantwoordelijkheid vormt vaak een extra stimulans voor het opnemen van een groter engagement. Tegelijk zijn hieraan allerlei minder plezante taken verbonden. 17

18 Als alles in regels wordt gegoten, is de fun eraf ZELFORGANISATIE Binnen een groep jongeren die een jeugdhuis willen oprichten ontstaat spontaan een vorm van zelforganisatie. Ook in latere fasen is het jeugdhuis een flexibele organisatie die zich vaak en op gepaste tijden moet kunnen heruitvinden, openstaan voor kritiek en een nieuwe start moet kunnen nemen. Voor en door jongeren Jeugdhuizen zijn er voor en door jongeren. Dat betekent dat jongeren de eindverantwoordelijkheid dragen in de organisatie, zowel formeel-juridisch als informeel. Het jeugdhuis is een zelforganisatie. Een belangrijk kenmerk van zelforganisatie is dat structuren organisch groeien vanuit de praktijk en in onderling overleg. De voorwaarden waardoor zelforganisatie mogelijk wordt, worden wel geschapen. Eén van die voorwaarden is het geloof in de krachten, talenten en mogelijkheden die in elke jongere aanwezig zijn. Voortdurend in beweging Op deze manier is het jeugdhuis nooit af en is er nooit een eindfase. Het jeugdhuis denkt na, stelt zichzelf in vraag en wordt gevormd door de jongeren zelf. Voorwaarden zijn democratische en altijd veranderbare structuren, bevolkt door jongeren die zelf gebruiker zijn. Een vzw-structuur vormt een goede basis voor democratie en zelforganisatie. Een algemene vergadering samengesteld door iedereen die betrokken is bij de organisatie van het jeugdhuis geeft kansen tot verandering en een kritische kijk. Het is logisch dat de samenstelling van de raad van bestuur en de algemene vergadering vaak verandert en dat deze organen bestaan uit jongeren die in het jeugdhuis actief zijn. Elke zelforganisatie zoekt naar een evenwicht. Binnen het jeugdhuis leidt dit tot een aantal basisregels en minimale afspraken. In de organisatie kunnen er eigen regels zijn, beter bekend als een huishoudelijk reglement. Daarin geef het jeugdhuis richting aan de werking, worden afspraken geformaliseerd en kan er een beleid uitgestippeld worden. Het is wel zo dat een teveel aan regels verstikkend en demotiverend kan werken. Regels moeten veranderbaar zijn en in vraag gesteld kunnen worden. Een jeugdhuis heeft ook een organisatiecultuur, bestaande uit normen en waarden, tradities en gewoontes. Ze bepalen hoe jongeren zich gedragen in het jeugdhuis, hoe beslissingen worden genomen of hoe nieuwkomers onthaald worden. Ook hierbij moet regelmatig stilgestaan worden. Basisdemocratie Jongeren bepalen dus zelf hoe het jeugdhuis eruitziet. Dit zorgt vaak voor complexe processen en vereist van begeleiders en beroepskrachten heel wat creativiteit. Het maakt de jeugdhuismethodiek wel tot een unieke manier van werken met jongeren. Basisdemocratie is een belangrijke succesfactor van een jeugdhuiswerking. Het maakt jeugdhuiswerk aantrekkelijk voor jongeren. De transparante en democratische structuur van de jeugdhuismethodiek zorgt ervoor dat zowel medewerkers als bezoekers inspraak hebben. Sommige jeugdhuizen nemen bijvoorbeeld een enquête af of stellen de bestuursvergaderingen open voor elke geïnteresseerde. Anderen werken met vertegenwoordigers en afgevaardigden en organiseren campagnes en verkiezingen, anderen doen het nóg anders Het resultaat is echter steeds een democratie van onderuit gegroeid, gebaseerd op de principes van een zelforganisatie. 18

19 De sleutel op de deur? Doordacht handelen als strategie bewaken. Sommige jeugdhuizen hebben de kans dit te doen samen met een beroepkracht, een sociaal-cultureel werker, die de leidende groep kan ondersteunen in dit doordacht handelen. Formaat ondersteunt het kader in jeugdhuizen, bestuurders, kernmedewerkers en beroepskrachten, onder andere door kadervorming. Doordacht handelen veronderstelt afstand kunnen nemen, kunnen analyseren en verschillende opties tegen elkaar kunnen afwegen. PARADOXEN BINNEN DE STRATEGIEËN De manier waarop een jongere zich in het jeugdhuis opstelt of er aan meewerkt, heeft steeds een invloed op de andere jongeren én op de structuur van de werking. Nieuwe inzichten en werkwijzen maken dat het systeem zich steeds een beetje aanpast naar een min of meer stabiele situatie. Wanneer er nieuwe jongeren bijkomen of wanneer een medewerker nieuwe interesses of ideeën heeft, brengt dit een vernieuwde energie in het jeugdhuis en verschuiven de structuren, plannen en strategieën. De werking van een jeugdhuis is dus bijzonder dynamisch en berust op zelforganisatie. Vanuit een chaotisch systeem (een groep jongeren die samen komt) ontstaan schijnbaar spontaan structuren die de werking van het jeugdhuis bepalen en vastleggen. Elk jeugdhuis bepaalt op basis van de doelen die het zichzelf stelt de interventiestrategieën. Omdat de concrete doelstellingen van elk jeugdhuis sterk afhankelijk zijn van plaats en situatie, veranderlijk zijn in tijd en daarbij ook in belangrijke mate beïnvloed worden door de kwaliteiten en interesses van de medewerkers en bezoekers, is er ook niet zoiets als één grote strategie binnen een jeugdhuis. Binnen het jeugdhuiswerk is er al helemaal geen éénvormige of sluitende strategie te bepalen. Een jeugdhuis kan verschillende wegen inslaan. Binnen de jeugdhuismethodiek omschrijven we daarom een interventiestrategie als het doordacht handelen om eerder genoemde waarden, doeloriëntaties en principes in de praktijk te brengen, eerder dan te spreken over een doordacht (en vastgelegd) plan. Eigen aan een zelforganisatie is de regulerende impact van elke handeling op een andere. Als jeugdhuizen vasthouden aan één bepaalde strategie, beperkt dat de regulerende invloed van de verschillende handelingen in belangrijke mate. Wanneer een bepaalde strategie als zaligmakend beschouwd wordt, blijkt al snel dat het jeugdhuis haar eigen vooropgestelde principes en doelstellingen onmogelijk maakt. Een belangrijke lijn in de mogelijke strategieën binnen de jeugdhuismethodiek is dat deze strategieën bijna allen gestoeld zijn op paradoxen. Nu eens gaat het over slechts schijnbare tegenstellingen, dan weer zijn ze heel duidelijk. Zoals eerder gezegd bestaat er niet zoiets als een éénvormige strategie. Het zijn stuk voor stuk moeilijke evenwichtsoefeningen die net zo typerend zijn voor de jeugdhuismethodiek. Het is dikwijls niet of-of maar en-en. We sommen er enkele op: De werking behouden en / of vernieuwen? Men zegt wel eens never change a winning team, maar jongeren komen en gaan. Soms is het makkelijker, lijkt het evident of soms is het gewoon de juiste keuze om verder te doen zoals men bezig is. Toch kan dit er snel toe leiden dat men vastgeroest zit in structuren, activiteiten of planningen die ooit opgesteld werden. Door een permanente instroom van jongeren, wijzigende interesses en de snel veranderende jongerencultuur is permanente vernieuwing echter nodig binnen het jeugdhuiswerk. Daar tegenover staat dan weer dat het niet mogelijk is om telkens opnieuw het warm water uit te vinden of te leven volgens het carpe diem -principe. Het zullen vooral jongeren die de leiding nemen in het jeugdhuis zijn die vanuit de jeugdhuismethodiek de jongeren begeleiden in het maken van keuzes, soms sturend, soms ondersteunend (zie verder). Het is in ieder geval belangrijk dat een aantal jongeren deze positie innemen, om de doelen, processen, principes te 19

20 Ontspanning en/of inspanning? Voor de doelgroep een aanbod in ontspanning voorzien, vraagt een inspanning van de aanbieders. Veelal is de groep van aanbieders beperkt in omvang en is er hoge druk om het aanbod voldoende groot te hebben. Een jeugdhuis is echter geen evenementenbureau waarvan de activiteiten louter geconsumeerd worden. Het is dan ook zaak zich te hoeden voor een situatie waarbij de aanbieders zelden doelgroep worden, en waarbij mensen uit de doelgroep niet de stap zetten naar de zijde van de aanbieder. Het moet leuk blijven voor iedereen. Instuif en/of activiteiten? Het vinden van de balans tussen het faciliteren en organiseren van een aangename ontmoetingsplaats (de instuif) en het organiseren van activiteiten is voor veel jeugdhuizen een moeilijke evenwichtsoefening. Waar steek je je energie in, focus je op één van beide, waar vind je het evenwicht tussen een gevarieerd aanbod en een rustige ontmoetingsplaats? Activiteiten organiseren is een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van de jeugdhuismethodiek. Bovendien is het proces om te komen tot een product (bv. een activiteit) vaak even belangrijk als het product zelf. Ook hierin is het soms kiezen tussen het realiseren van een succeservaring en activiteiten opzetten met vallen en opstaan vanwaaruit, met de nodige begeleiding, kan geleerd worden. Een jeugdhuis denkt. Een jeugdhuis denkt niet. Beleidsmatig werken, evalueren, plannen, weloverwogen samen beslissen in een jeugdhuis wordt veel aandacht besteed aan serieus en bewust werken. Tegelijkertijd willen jongeren in een jeugdhuis ook de druk van de buitenwereld kunnen lossen, tot rust komen in een omgeving waar niet dezelfde regels als thuis gelden. Ze willen het jeugdhuis als experimenteerruimte gebruiken en grenzen aftasten. Directieve en/of niet-directieve begeleidershouding? Jong vs. oud Eigen aan de jeugdhuismethodiek is dat ze bestaat voor en door jongeren. Dit gegeven vraagt dat de medewerkers op een bepaald moment de fakkel overdragen aan een nieuwe generatie. Vele jeugdhuizen komen voor de situatie te staan waar de oude garde al te lang aan het roer staat, met gekende gevolgen: er is minder voeling met de jongste leden, te weinig nieuwe jongeren stromen door als vrijwilliger, het activiteitenaanbod is niet vraaggestuurd of vermindert in aantal, oude bestuursleden hebben moeite om de touwtjes uit handen te geven Anderzijds kent elk jeugdhuis ook wel eens de situatie waarbij een grote groep jonge vrijwilligers te weinig ondersteuning kent door een gebrek aan mensen met ervaring. De voorgeschiedenis van het jeugdhuis of de bestaande (ongeschreven) afspraken zijn te weinig gekend doordat kennis niet voldoende werd doorgegeven. Ook het besturen van het jeugdhuis of het organiseren van activiteiten loopt al eens mis door een gebrek aan kennis en ervaring. Het doorgeven van impliciete en expliciete kennis en het bewaken van een gezonde doorstroom van medewerkers is een continu aandachtspunt van elk jeugdhuis. Op een moment stappen de ouderen uit het jeugdhuis of worden ze door de jonge generatie onder zachte dwang afgevoerd. Het is niet iedereen gegeven en vergt daarenboven moed en relativeringsvermogen van de anciens om zichzelf overbodig te maken en een werk van jaren in vertrouwen over te laten aan jongeren. De kracht van een jeugdhuis is net dat er continue een evenwicht gezocht wordt binnen deze paradoxen en dat nieuwe impulsen makkelijk hun weg vinden binnen de structuur. Jongeren leren zelf bij, leren onderhandelen, leren situaties inschatten en leren vergaderen, maar leren tegelijkertijd ook andere jongeren nieuwe zaken aan. Het vraagt van diegenen die de begeleidersrol opnemen (vrijwilligers en beroepskrachten) een bewust en doordacht bezig zijn met het jeugdhuis. Wie het uitvoeren van strategieën en processen begeleidt, bevindt zich vaak in een dubbele situatie. Enerzijds worden jongeren gestimuleerd naar zelfsturing en trachten begeleiders zichzelf overbodig te maken. Anderzijds, en dat is zeker zo in jeugdhuizen zonder beroepskracht, leidt het actief opnemen van de procesbegeleiding tot situaties waarin diegenen die het proces begeleiden zelf voorwerp worden van hun eigen begeleidershouding. De begeleider begeleidt met andere woorden zijn eigen proces. 20

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Inleiding De tekst die voor jou ligt, verduidelijkt onze visie bij het organiseren van vrijwilligerswerk in het buitenland. We sturen je niet zo maar naar het

Nadere informatie

opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK

opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK opdrachtsverklaring centrum voor volwassen personen met handicap MOZAÏEK Bij het begin van de jaren 70 zoeken enkele ouders een dagcentrum voor hun volwassen gehandicapt kind. Voordien was het bijna evident

Nadere informatie

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg.

Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg info@osbj.be - www.osbj.be Spannend: Participatieprocessen in de Bijzondere Jeugdzorg. Deel 2: aandachtspunten voor organisaties Naar aanleiding van het

Nadere informatie

GIBO HEIDE. pedagogisch project

GIBO HEIDE. pedagogisch project GIBO HEIDE pedagogisch project gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2015 Het pedagogisch project is de vertaling van de visie van directie en leerkrachten die betrekking heeft op alle aspecten van het onderwijs

Nadere informatie

dialooghouding We stellen u onze visie even voor.

dialooghouding We stellen u onze visie even voor. schoolvisie Als katholieke basisschool willen we zorg dragen voor de opvoeding van elk kind. We zien onze school als een huis met een tuin waarin we de basis leggen voor de toekomst, om later met de beste

Nadere informatie

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Elementen van een pedagogisch project 1 GEGEVENS M.B.T. DE SITUERING VAN

Nadere informatie

De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School

De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School De lat hoog voor iedereen! Referentiekader voor een Brede School Opdracht Steunpunt Gok Ontwikkelen visietekst Opvolgen proefprojecten Formuleren beleidsaanbevelingen Brede School? Verkenning van enkele

Nadere informatie

TOELICHTING HANDVEST SUCCESVOL VRIJWILLIGEN

TOELICHTING HANDVEST SUCCESVOL VRIJWILLIGEN TOELICHTING HANDVEST SUCCESVOL VRIJWILLIGEN Het Handvest succesvol vrijwilligen is opgevat als een handig en visueel aantrekkelijke tool. Het moet organisaties toelaten zich te profileren als vrijwilligersorganisatie(-dienst

Nadere informatie

tekst voor voorbereiding forum visie

tekst voor voorbereiding forum visie + Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw Aromagebouw / Vooruitgangstraat 323 bus 6 (3 de verdieping) / 1030 Brussel / tel. 02-204 06 50 / fax : 02-204 06 59 info@vlaams-netwerk-armoede.be

Nadere informatie

Wat willen we in Pegode VZW bereiken?

Wat willen we in Pegode VZW bereiken? Niel, 15 november 2012 Wat willen we in Pegode VZW bereiken? Doelstelling Pegode VZW zoals vermeld in de statuten: De vereniging heeft als doel, met uitsluiting van elk winstoogmerk, de maatschappelijke

Nadere informatie

Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015

Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015 Waarom Wetenschap en Techniek W&T2015 In het leven van alle dag speelt Wetenschap en Techniek (W&T) een grote rol. We staan er vaak maar weinig bij stil, maar zonder de vele uitvindingen in de wereld van

Nadere informatie

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen.

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen. Pedagogisch project 1. situering onderwijsinstelling 2. levensbeschouwelijke uitgangspunten 3. visie op ontwikkeling en opvoeding 4. het schoolconcept 1. Situering onderwijsinstelling 1.1 Een gemeenteschool:

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Identiteit van de Koos Meindertsschool

Identiteit van de Koos Meindertsschool Identiteit van de Koos Meindertsschool 1. Identiteit - het karakter van de school Wij zijn een open school waarin een ieder gelijkwaardig is. Wij heten elk kind welkom op de Koos Meindertsschool, ongeacht

Nadere informatie

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren

1 Doe jij ook mee?! Team in beweging - Nu beslissen Steunpunt Diversiteit & Leren Nu beslissen De motieven om te starten met leerlingenparticipatie kunnen zeer uiteenlopend zijn, alsook de wijze waarop je dit in de klas of de school invoert. Ondanks de bereidheid, de openheid en de

Nadere informatie

Participatie, waarom niet? Misschien draaien we de vraag waarom participatie? beter om. Dan wordt het: waarom zou je er niet aan beginnen?

Participatie, waarom niet? Misschien draaien we de vraag waarom participatie? beter om. Dan wordt het: waarom zou je er niet aan beginnen? Participatie, waarom niet? Misschien draaien we de vraag waarom participatie? beter om. Dan wordt het: waarom zou je er niet aan beginnen? Zijn er gegronde redenen om participatie geen plaats te geven?

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Interview met minister Joke Schauvliege

Interview met minister Joke Schauvliege Interview met minister Joke Schauvliege over de rol en de toekomst van etnisch-culturele federaties in Vlaanderen. Dertien etnisch-cultureel diverse federaties zijn erkend binnen het sociaalcultureel werk.

Nadere informatie

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Hoofdstuk 1: Missie, visie en doelstellingen Voorwoord Onze Missie en Identiteit Onze Visie Pedagogische hoofddoelstellingen Een goed pedagogisch klimaat Hoofdstuk

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Auteur: Ingeborg van der Zanden Bartels Datum: 05 januari 2015 Plaats: Kerkdriel Versie: 0.1 Pedagogisch beleidsplan BSO VillaDriel 12 april 2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang

Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang Pedagogisch beleid Tussenschoolse opvang Introductie Introductie Het pedagogisch beleid van de tussenschoolse opvang SKN s Eetclub biedt een kader dat de overblijfkrachten en de coördinatoren tussenschoolse

Nadere informatie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie Samen de Wereld Kleuren Pedagogische visie 2 SWK-Kinderopvang Samen de Wereld Kleuren Samen de Wereld Kleuren SWK-Kinderopvang: Samen de Wereld Kleuren Onze kinderopvangorganisaties hebben aandacht voor

Nadere informatie

Concept van een ontmoetingsplaats

Concept van een ontmoetingsplaats Concept van een ontmoetingsplaats Algemene omschrijving Zowel uit de verschillende bezoeken in Brussel, Antwerpen, Frankrijk en Italië, als uit ons onderzoek, blijkt dat ontmoetingsplaatsen voor kinderen

Nadere informatie

v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK

v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK v.u.: Ward Van Hoorde, Kwatrechtsteenweg 168, 9260 Wetteren opdrachtsverklaring SINT-LODEWIJK OPDRACHTSVERKLARING SINT- LODEWIJK cliënt-organisatie-medew MISSIE SINT-LODEWIJK - biedt aangepast onderwijs

Nadere informatie

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z Samen doen Zorgvisie Zorg- en dienstverlening van A tot Z Wat en hoe? 3 W Samen met de cliënt bepalen we wát we gaan doen en hóe we het gaan doen. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen op diverse

Nadere informatie

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Pedagogisch Project van het Stedelijk Onderwijs

Pedagogisch Project van het Stedelijk Onderwijs Pedagogisch Project van het Stedelijk Onderwijs (1) Het Stedelijk Onderwijs is de dynamische ontmoetingsplaats van alle leernetwerken ingericht door de Stad Antwerpen. (2) Het Stedelijk Onderwijs voldoet

Nadere informatie

KERN VAN HET SPEELPLEINWERK

KERN VAN HET SPEELPLEINWERK KERN VAN HET SPEELPLEINWERK Achtergrond bij de affiche Ik kies voor vakantie, op het speelplein! Het speelpleinwerk is een wijd verspreide werkvorm met een uniek profiel. Het speelpleinlandschap is doorheen

Nadere informatie

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK?

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAT MAAKT UNIEK? WAAROM De vrijeschool heeft een geheel eigen kijk op onderwijs, die gebaseerd is op het mensbeeld uit de antroposofie. Daarbinnen heeft iedere vrijeschool in Nederland een grote mate van

Nadere informatie

Inhoud. Steunpunt Diversiteit en Leren 17/03/2010. Brede School in Vlaanderen en Brussel

Inhoud. Steunpunt Diversiteit en Leren 17/03/2010. Brede School in Vlaanderen en Brussel Inhoud Vooraf: Steunpunt Diversiteit en Leren 1. Wat is een Brede School? 2. Welke impact ervaren de proefprojecten? 3. Brede school in de toekomst 4. Standpunt VVJ Brede School in Vlaanderen en Brussel

Nadere informatie

Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders.

Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders. Informele en sociale steun bij de opvoeding in Vlaanderen. Modellen van ontmoetingsplaatsen voor jonge kinderen en hun ouders. Benedikte Van den Bruel en Sarah Vanden Avenne Inhoud 1. Waarom aandacht naar

Nadere informatie

Appendix bij Pedagogisch Beleidsplan voor Buiten Schoolse Opvang

Appendix bij Pedagogisch Beleidsplan voor Buiten Schoolse Opvang Appendix bij Pedagogisch Beleidsplan voor Buiten Schoolse Opvang INLEIDING Algemeen: Om tegemoet te komen aan de vraag van ouders vervullen wij op dezelfde locatie ook een BSO functie. Zij dit wel in beperkte

Nadere informatie

We willen in de toekomst blijvend verder bouwen aan de totale persoonsvorming van steeds meer kinderen en jongeren binnen onze jeugdbeweging.

We willen in de toekomst blijvend verder bouwen aan de totale persoonsvorming van steeds meer kinderen en jongeren binnen onze jeugdbeweging. KSA Nationaal vzw Vooruitgangstraat 225 1030 Brussel (T) 02 201 15 10 info@ksa.be www.ksa.be Basismap (deel Structuur) Visie & Missie 1. Missie KSA is een jeugdbeweging voor alle kinderen en jongeren vanaf

Nadere informatie

De paradox van de burger als uitgangspunt

De paradox van de burger als uitgangspunt GEMEENTE WINTERSWIJK De paradox van de burger als uitgangspunt De dialoog als methodiek Rhea M. Vincent 1-11-2013 In het nieuwe zorgstelsel staat de vraag van de burger centraal. De professional en de

Nadere informatie

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg Claire Meire 2014 Een sterveling draagt zijn ouders op zijn schouders. Of niet op zijn schouders. In zijn binnenste. Zijn leven lang moet

Nadere informatie

BIJLAGE. Bijlage nr. 1. Fiches. Titel initiatief: Caleidoscoop. Initiatiefnemer: GC De Vaartkapoen. Projectomschrijving

BIJLAGE. Bijlage nr. 1. Fiches. Titel initiatief: Caleidoscoop. Initiatiefnemer: GC De Vaartkapoen. Projectomschrijving BIJLAGE Bijlage nr. 1 Fiches Titel initiatief: Caleidoscoop Initiatiefnemer: GC De Vaartkapoen Caleidoscoop is een zelforganisatie die is ingebed in het gemeenschapscentrum. Een 8-tal vrouwelijke, allochtone

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Flexkidz

Pedagogisch beleid Flexkidz Pedagogisch beleid Flexkidz Voor u ligt het verkorte pedagogisch beleidsplan van Flexkidz. Hier beschrijven we in het kort de pedagogische visie en uitgangspunten. In dit pedagogisch beleidsplan beschrijven

Nadere informatie

Actief burgerschap. Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl

Actief burgerschap. Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl 2013 Actief burgerschap 0 Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl Inhoudsopgave Pagina Inleiding 2 Hoofdstuk 1 : 3 Hoofdstuk 2 : : een doel en een middel

Nadere informatie

Werken aan actief burgerschap & sociale integratie. Tekst: Daan Fens, Lieke Eijsackers, Cees de Wit en Detje de Kinderen

Werken aan actief burgerschap & sociale integratie. Tekst: Daan Fens, Lieke Eijsackers, Cees de Wit en Detje de Kinderen Datum Werken aan actief burgerschap & sociale integratie Tekst: Daan Fens, Lieke Eijsackers, Cees de Wit en Detje de Kinderen Stevige mensen worden die ergens voor staan en voor gaan, die hun plek in de

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Maken transities de wereld duurzamer?

Maken transities de wereld duurzamer? Maken transities de wereld duurzamer? Erik Paredis Centrum voor Duurzame Ontwikkeling Universiteit Gent www.cdo.ugent.be Benelux conferentie 2014 Leren in Transitie 18 november 2014 Gent 1. Denken over

Nadere informatie

Hoe nieuwe trekkers werven? Geert Vansieleghem

Hoe nieuwe trekkers werven? Geert Vansieleghem Hoe nieuwe trekkers werven? Geert Vansieleghem 1 www.cocreatie.net - www.de-raet.be vorming, training, opleiding en procesbegeleiding op maat voor besturen, organisaties, verenigingen en bedrijven 2 Werven

Nadere informatie

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult.

Deze leidraad helpt om het gesprek in team aan te gaan rond kwaliteit, vooraleer je de sjablonen in de digitale leermodules invult. Deel 2 Kwaliteitsbeleid Deze leidraad is gebaseerd op de digitale leermodules van Kind & Gezin. Die modules zijn bedoeld om de verschillende onderdelen van het kwaliteitshandboek uit te werken. Die modules

Nadere informatie

Aandacht, affectie, waardering, respect en ondersteuning.

Aandacht, affectie, waardering, respect en ondersteuning. Het Pedagogisch Klimaat Schooljaar 2007 / 2008 Wat is een pedagogisch klimaat? Als we praten over een pedagogisch klimaat binnen Breedwijs Zuid Berghuizen gaat het over de sfeer die de partners willen

Nadere informatie

& Sociale Integratie. Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP. Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1

& Sociale Integratie. Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP. Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1 Beleidsstuk ACTIEF BURGERSCHAP & Sociale Integratie Actief burgerschap & Sociale integratie. Het Palet MeerderWeert 1 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Visie op actief burgerschap & sociale integratieactie Hoofdstuk

Nadere informatie

BASECAMPvzw 2011. De missie van Basecamp vzw

BASECAMPvzw 2011. De missie van Basecamp vzw BASECAMPvzw 2011 De missie van Basecamp vzw 1 Doel Basecamp vzw groeide vanuit een kerngroep van begeleiders met elk een eigen theoretische, technische en sociale achtergrond. Omwille van deze achtergronden

Nadere informatie

Colofon Juni 2015. Eindredactie: Dorine van Walstijn, projectleider. EDventure Bezuidenhoutseweg 161 2594 AG Den Haag

Colofon Juni 2015. Eindredactie: Dorine van Walstijn, projectleider. EDventure Bezuidenhoutseweg 161 2594 AG Den Haag Landelijk debat Ons Onderwijs 2032 28 mei 2015 Colofon Juni 2015 Eindredactie: Dorine van Walstijn, projectleider EDventure Bezuidenhoutseweg 161 2594 AG Den Haag 070 315 41 00 info@edventure.nu www.edventure.nu

Nadere informatie

Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen

Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen Verslag focusgroep ouders met jongeren in secundaire scholen Doelgroep Methodiek Thema s 11 ouders van jongeren in secundaire scholen (2014) Waarderende benadering Ouderbetrokkenheid- Communicatie Ondersteuning

Nadere informatie

SKS Alles Kids. Ieder kind is uniek. Onze visie. De 5 speerpunten

SKS Alles Kids. Ieder kind is uniek. Onze visie. De 5 speerpunten GEEF ZE DE VIJF! SKS Alles Kids De wereld om ons heen verandert. Ook in de kinderopvang zijn nieuwe ontwikkelingen aan de orde van de dag. SKS Alles Kids biedt al jaren kinderopvang en loopt voorop als

Nadere informatie

Gesprekken zonder einde

Gesprekken zonder einde Gesprekken zonder einde sociale media vanuit interactieperspectief Nijmegen, 2 oktober 2010 Noelle Aarts, Universiteit van Amsterdam Wageningen Universiteit Enkele cijfers 82 % van alle dertigers in Amerika

Nadere informatie

T E N D R I E S PEDAGOGISCH PROJECT

T E N D R I E S PEDAGOGISCH PROJECT BuBaO BuSO T E N D R I E S PEDAGOGISCH PROJECT Pedagogisch project van Buitengewoon Onderwijs Ten Dries Buitengewoon Onderwijs (BuO) Ten Dries is een onafhankelijke pluralistische organisatie, ontstaan

Nadere informatie

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK?

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAAROM DE VRIJESCHOOL De vrijeschool heeft een geheel eigen kijk op onderwijs, die gebaseerd is op het mensbeeld uit de antroposofie. Daarbinnen heeft iedere vrijeschool

Nadere informatie

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl 1 Actief burgerschap en sociale integratie: Door de toenemende individualisering in onze samenleving is goed

Nadere informatie

PROJECT BESTEMMING REISLEIDER EUROPA

PROJECT BESTEMMING REISLEIDER EUROPA MODULE PROJECT BESTEMMING REISLEIDER EUROPA Afstudeerrichting: reisleider Code: 25 Academiejaar: vanaf 2014-2015 Niveau: specialisatiemodule Periode binnen het modeltraject: semester 1 Start binnen de

Nadere informatie

Ulrica WF van Panhuys Authentic Leadership www.uwfvanpanhuys.com

Ulrica WF van Panhuys Authentic Leadership www.uwfvanpanhuys.com Module 1 Profileren van de emotionele intelligentie: Team Effectiviteit (). De Team Effectiviteit wordt vastgesteld door het identificeren, vaststellen en beheersen van de emotionele intelligentie van

Nadere informatie

Functieprofiel. Wat is het?

Functieprofiel. Wat is het? Functieprofiel Wat is het? Een functieprofiel is een omschrijving van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van een functie binnen een organisatie. Het zorgt ervoor dat discussies worden vermeden

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie 201-2017 Actief burgerschap en sociale integratie Inhoudsopgave: Kwaliteitszorg actief burgerschap en sociale integratie Visie en planmatigheid Visie Doelen Invulling Verantwoording Resultaten Risico s

Nadere informatie

Youth for Christ Zwolle. Meerjarenplan YFC Zwolle 2013 2016

Youth for Christ Zwolle. Meerjarenplan YFC Zwolle 2013 2016 Youth for Christ Zwolle Meerjarenplan YFC Zwolle 2013 2016 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 3 2 MISSIE EN VISIE YOUTH FOR CHRIST ZWOLLE... 4 2.1 MISSIE... 4 2.2 VISIE... 4 3 DROOM EN VISIE VOOR 2013-2016...

Nadere informatie

Brochure. Primair onderwijs. Brochure. Primair onderwijs

Brochure. Primair onderwijs. Brochure. Primair onderwijs Brochure Primair onderwijs Brochure Primair onderwijs Positive Action Positive Action is een programma waarmee kinderen ondersteund en uitgedaagd worden in het ontwikkelen van hun unieke talenten. Het

Nadere informatie

VISIE PEDAGOGISCH PROJECT

VISIE PEDAGOGISCH PROJECT VISIE PEDAGOGISCH PROJECT van daltonschool De Kleine Icarus Algemene visie De opdracht van daltonschool De Kleine Icarus bevat naast het onderwijskundig eveneens een maatschappelijk aspect Wij brengen

Nadere informatie

Doorbreek je belemmerende overtuigingen!

Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Herken je het dat je soms dingen toch op dezelfde manier blijft doen, terwijl je het eigenlijk anders wilde? Dat het je niet lukt om de verandering te maken? Als

Nadere informatie

Visie in de praktijk

Visie in de praktijk Gastlessen voor studenten 2 e leerjaar PW 3 en 4 Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar - Docentenhandleiding Visie in de praktijk Gastles visie in de praktijk - Docentenhandleiding Theorie over dit onderwerp:

Nadere informatie

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland 1 ONZE SCHOOL en de SCHOLENGROEP ARKORUM Het katholiek basisonderwijs brengt al vele jaren een aanbod van kwalitatief onderwijs en opvoeding aan kleuters en leerlingen in de regio Roeselare- Ardooie. In

Nadere informatie

Signaalkaart Jongeren

Signaalkaart Jongeren Signaalkaart Jongeren Naam: Mike de Boer Inhoudsopgave Inleiding... 3 Signaalkaart Mike... 5 Toelichting op de uitslag... 6 Pagina 2 van 8 Inleiding Op 14 maart 2014 heeft Mike de Boer de Signaalkaart

Nadere informatie

Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap

Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap Visie en Methoden Mondiaal Burgerschap De KNVB gelooft in de maatschappelijke meerwaarde van voetbal. Voetbal brengt de samenleving in beweging. Zo n 300.000 vrijwilligers zijn in Nederland actief bij

Nadere informatie

Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring. Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen

Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring. Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen Motiveren en werven van vrijwilligers voor de kring Dr. Klara Ampe, voorzitter Vlaamse kamer Federale Raad voor Huisartsenkringen vandaag Zicht op de bouwstenen van een duurzame motivatie Nieuwe (chinese)

Nadere informatie

Ontwikkelingsgericht leidinggeven

Ontwikkelingsgericht leidinggeven Ontwikkelingsgericht leidinggeven Rudy Vandamme, 2009 Situering Dit artikel is enkel gewijd aan de ontwikkelingsgerichte visie op leiderschap en niet aan het totale domein van de leidinggevende competentie.

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Inspiratiedag VVSG Ouderen- en thuiszorg. Cis Dewaele

Inspiratiedag VVSG Ouderen- en thuiszorg. Cis Dewaele Inspiratiedag VVSG Ouderen- en thuiszorg Cis Dewaele Inhoud 1. Waarom outreach 2. Quickscan 3. De visie 4. De cirkel 1. Waarom outreach Niet bereikte groepen De relatie werkt! (leefwereld, waarden en normen)

Nadere informatie

Gedragscode. Gewoon goed doen

Gedragscode. Gewoon goed doen Gedragscode Gewoon goed doen 2 Inhoudsopgave pagina 1. Missie, ambitie en kernwaarden 4 2. Gewoon goed doen 5 3. Waarom een gedragscode? 6 4. Omgaan met de patiënt/klant: respectvol en gastvrij 7 5. Professioneel

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan buitenschoolse opvang het Zwammeke

Pedagogisch beleidsplan buitenschoolse opvang het Zwammeke Pedagogisch beleidsplan buitenschoolse opvang het Zwammeke Inhoud 1. Inleiding 2. Onze visie 3. Doelstellingen 4. Pedagogische uitgangspunten voor het kind 5. Pedagogische uitgangspunten voor de groepsleiding

Nadere informatie

ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT

ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT 1 INHOUDSOPGAVE Pedagogisch project Opdracht 1 Werken aan de schooleigen christelijke identiteit 3 Opdracht 2 Werken aan een degelijk en samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod.

Nadere informatie

Thema in de kijker : Filosoferen met kinderen

Thema in de kijker : Filosoferen met kinderen Thema in de kijker : Filosoferen met kinderen Wat is filosoferen met kinderen? Samen op een gestructureerde wijze nadenken en praten over filosofische vragen. Zoeken naar antwoorden op vragen die kinderen

Nadere informatie

OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE

OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE DOELSTELLING De Linde is een school voor buitengewoon lager onderwijs. Onze doelstelling kadert volledig binnen de algemene doelstelling van de Vlaamse Overheid met betrekking

Nadere informatie

Virbo 19/03/2014 Mensen en Cultuur - Weerstand

Virbo 19/03/2014 Mensen en Cultuur - Weerstand Virbo 19/03/2014 Mensen en Cultuur - Weerstand Verwachtingen? Leervragen? Doelen De deelnemers reflecteren op de rol van mensen en cultuur bij schoolontwikkeling hebben meer inzicht in weerstand en krijgen

Nadere informatie

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek

Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek Algemeen verslag denkdag 15 juni 2015 de Kriekelaar Schaarbeek 1 Inleiding 2 Op 15 juni 2015 verzamelden de leden van de advieswerkgroep Sociaal-Cultureel Werk en vertegenwoordigers van regionale koepelverenigingen

Nadere informatie

Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie?

Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie? Fiche 4: Hoe verhoog je je interculturele competentie? In deze fiche vind je instrumenten om de interculturele competenties van personeelsleden op te bouwen en te vergroten zodat het diversiteitsbeleid

Nadere informatie

Je bent je bewust van je eigen referentiekader en houdt er rekening mee dat anderen handelen vanuit hun referentiekader.

Je bent je bewust van je eigen referentiekader en houdt er rekening mee dat anderen handelen vanuit hun referentiekader. 3. Samen eten Een Afrikaanse vrouw nodigt de Vlaamse buurkinderen uit voor het eten. De buurvrouw komt thuis en vindt haar kinderen niet. Ze is ongerust en maakt zich kwaad. Je gaat toch niet zomaar bij

Nadere informatie

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel.

Onze visie op cliënten, medewerkers en organisatie vertrekt vanuit 6 waarden: Cliëntgestuurd, Integer, Inclusief, Open, Participatief, Professioneel. missie en VISIE Het GielsBos wil een veilige en geborgen thuis bieden aan volwassenen en kinderen met een beperking. We bieden deze mensen en hun leefomgeving een brede ondersteuning vanuit ervaring en

Nadere informatie

Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding

Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding 1 Basisschakelmethodiek, een opstap in de armoedebestrijding Herman Baert Annelies Droogmans Lieve Polfliet 2 Bij het geheel of gedeeltelijk gebruik van deze power point, dienen de auteursrechten op de

Nadere informatie

Hoofdstuk 18 Bouwen aan organisatie met de netwerkmultiloog

Hoofdstuk 18 Bouwen aan organisatie met de netwerkmultiloog Hoofdstuk 18 Bouwen aan organisatie met de netwerkmultiloog Anne-Marie Poorthuis en Sjanneke Werkhoven De netwerkmultiloog is een methode om veel mensen in een organisatie te betrekken bij een organisatiethema

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

ENGAGEMENTSVERKLARING vzw LEJO

ENGAGEMENTSVERKLARING vzw LEJO ENGAGEMENTSVERKLARING vzw LEJO Rechten en plichten van de organisatie en de vrijwilliger 1. Vrijwilliger Naam:. Voornaam: Woonplaats: Verblijfplaats Telefoon:.. GSM: E-mail: Geboortedatum:.../.../... Opleiding/beroep:

Nadere informatie

Outreach: ja hallo 19/05/2016

Outreach: ja hallo 19/05/2016 Outreach: ja hallo 19/05/2016 Inhoud 1. Visie 2. Quality of Life 3. Quickscan 4. De cirkel Visie? Visie geeft denken en handelen vorm Mens-en maatschappijvisie Ruimer dan outreach alleen Iedereen heeft

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Kwaliteitsvisie kinderopvang voor pedagogisch medewerkers en gastouders

Kwaliteitsvisie kinderopvang voor pedagogisch medewerkers en gastouders Kwaliteitsvisie kinderopvang voor pedagogisch medewerkers en gastouders Visie De pedagogische kwaliteiten van medewerkers bepalen voor een zeer groot deel de kwaliteit van de kinderopvang, passend bij

Nadere informatie

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Jaarplan GESCHIEDENIS Algemene doelstellingen Eerder gericht op kennis en inzicht 6 A1 A2 A3 A4 A5 Kunnen hanteren van een vakspecifiek begrippenkader en concepten, nodig om zich van het verleden een wetenschappelijk

Nadere informatie

OPDRACHTVERKLARING WZC Leiehome (Actualisering 12.06.2015)

OPDRACHTVERKLARING WZC Leiehome (Actualisering 12.06.2015) OPDRACHTVERKLARING WZC Leiehome (Actualisering 12.06.2015) Woonzorgcentrum Leiehome is een woonplaats met ruime verzorgingsmogelijkheden voor ouderen. Wij verlenen een deskundige en actuele zorg op maat.

Nadere informatie

1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK

1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK 1. Iedereen is welkom in de opvang DE KINDEROPVANG HEEFT EEN BELANGRIJKE SOCIALE TAAK Kinderen krijgen in de opvang volop kansen om zich te ontwikkelen. Ouders kunnen intussen werk zoeken of gaan werken,

Nadere informatie

Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent!

Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent! De missie van onze school: Samen leren jezelf te zijn, kansrijk en uniek Wij maken werk van talent! De visie van onze school: A: Goed onderwijs, opbrengstgericht Door middel van een gevarieerd lesaanbod

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

SOCIALE INNOVATIE VERSTERKT CONCURRENTIEKRACHT

SOCIALE INNOVATIE VERSTERKT CONCURRENTIEKRACHT SOCIALE INNOVATIE VERSTERKT CONCURRENTIEKRACHT Het is alweer even geleden dat de wereld wakker werd geschud door de economische crisis. We noemen het nog vaak crisis, maar feitelijk is het een overgangsfase

Nadere informatie

Diverse school, diverse kansen

Diverse school, diverse kansen Diverse school, diverse kansen Stel je buur de volgende 3 vragen: 1. Hoe kom jij in aanraking met diversiteit in onderwijs? 2. Wat is het eerste gevoel dat jij hebt wanneer je denkt aan diversiteit? 3.

Nadere informatie

Mijn gelijk en ons geluk

Mijn gelijk en ons geluk 1 Mijn gelijk en ons geluk Een model voor bezinning op het omgaan met verscheidenheid in de gemeente Als de kerkenraad besluit tot het starten van een bezinningsproject over omgaan met verscheidenheid,

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. Inleiding. BSO Vrij Spel

Pedagogisch beleidsplan. Inleiding. BSO Vrij Spel Pedagogisch beleidsplan Inleiding U heeft gekozen voor Vrij Spel en mag erop vertrouwen dat wij goed voor uw kind zullen zorgen. Uw kind zal in uw afwezigheid liefdevol en veilig worden opgevangen. Wij

Nadere informatie

Activiteitenplan Vrouwencentrum 2009

Activiteitenplan Vrouwencentrum 2009 Activiteitenplan Vrouwencentrum 2009 Participatie, wiens behoefte? In de vorige bijeenkomst (17 juni 2008) stonden we stil bij het gegeven dat de deelname, en dus participatie van de doelgroepen soms te

Nadere informatie