PENSIOENREGLEMENT. van de stichting "ALGEMEEN MIJNWERKERSFONDS VAN DE STEENKOLENMIJNEN IN LIMBURG" HOOFDSTUK I

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PENSIOENREGLEMENT. van de stichting "ALGEMEEN MIJNWERKERSFONDS VAN DE STEENKOLENMIJNEN IN LIMBURG" HOOFDSTUK I"

Transcriptie

1 PENSIOENREGLEMENT van de stichting "ALGEMEEN MIJNWERKERSFONDS VAN DE STEENKOLENMIJNEN IN LIMBURG" HOOFDSTUK I Algemene Bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. De pensioenovereenkomst zoals neergelegd in dit reglement heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Dit reglement verstaat voorts onder: a. "Fonds": de te Heerlen gevestigde stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg", opgericht bij akte verleden voor J.W. Dolmans, notaris te Heerlen, op 16 december b. "Mijnonderneming": DSM-Limburg B.V.; Industriële Maatschappij, genaamd Oranje-Nassau Mijnen B.V.; Laura B.V.. ( , nr. I) c. "Werkman": degene, die door een mijnonderneming op arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld als arbeider in de zin van de Verordening van de Mijnindustrieraad betreffende punten van gemeenschappelijke aard voor ondergrondse en bovengrondse arbeiders in dienst van de Nederlandse Steenkolenmijnen respectievelijk als arbeider in de zin van de Verordening betreffende de beloning en andere arbeidsvoorwaarden van de bovengrondse arbeiders in dienst van de N.V. Nederlandse Staatsmijnen. Het voorgaande is niet van toepassing op degenen, die als lid kunnen toetreden tot het ondernemingspensioenfonds DSM-Chemie. ( ) d. "Gezinslid": de volgende personen mits zij tot het huishouden van de werkman behoren en deze volgens door het bestuur vast te stellen regelen als kostwinner dient te worden aangemerkt: 1e.de echtgenote of echtgenoot; 2e.kinderen jonger dan 16 jaar; 3e.kinderen van 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar wier voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding; 1

2 4e.kinderen van 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar die tengevolge van ziekte of gebreken naar het oordeel van het bestuur vermoedelijk in het eerstkomende jaar buiten staat zullen zijn om de helft te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen, die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen; 5e.kinderen van 27 jaar of ouder die tengevolge van ziekte of gebreken naar het oordeel van het bestuur blijvend ongeschikt zijn om in hun levensonderhoud te voorzien; 6e.de dochter of de zuster van de werkman die bij ontstentenis van de moeder of de echtgenote of wanneer de moeder of de echtgenote tengevolge van ziekte of gebreken naar het oordeel van het bestuur vermoedelijk in het eerstkomende jaar niet in staat zal zijn de huishouding te voeren in de huishouding de plaats inneemt van de moeder onderscheidenlijk de echtgenote; Voor de toepassing van het bepaalde onder 2e t/m 6e worden met kinderen gelijkgesteld kleinkinderen, stief- en pleegkinderen en, indien de vader is overleden, broers en zusters. 7e.ouders, grootouders en schoonouders die, volgens door het bestuur vast te stellen regelen, als behoeftig dienen te worden aangemerkt. Voor de toepassing van het bepaalde onder 7e worden met ouders gelijkgesteld pleegouders mits zij ten tijde der aanmelding tot de verzekering gedurende tenminste een jaar tot het huishouden van de werkman hebben behoord en tenminste een van hen de voogdij over hem heeft uitgeoefend. ( ) e. "Liquidatiewet invaliditeitswetten": deze wet alsmede de Invaliditeitswet, voor zover deze na invoering van de Liquidatiewet invaliditeitswetten van toepassing blijft. ( ) f. "Wederaanpassingsregeling": de regeling bij of krachtens de overeenkomst d.d. 20 juli 1966 tussen de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Staat der Nederlanden inzake toepassing van artikel 56, lid 2, van het EGKS-verdrag, zoals sedertdien gewijzigd, alsmede de regeling inzake aanvullende voorzieningen in het kader van artikel 4 van de Beschikking van de Hoge Autoriteit nr. 3-65, zoals bedoeld in Hoofdstuk IV, onder 5.3 van de "Nota inzake de mijnindustrie en de industriële herstructurering van Zuid-Limburg" d.d. 14 december 1965, zoals sedertdien gewijzigd. ( ) 2. Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid, onder d, wordt mede als werkman beschouwd degene die een pensioen geniet ingevolge Hoofdstuk IV van dit reglement. ( ) Loon 3. Het bestuur bepaalt, de werkgever gehoord, wat voor de toepassing van dit reglement onder loon wordt verstaan. ( ) Artikel 1bis (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 december 1972, nr. II). ( ) 2

3 Artikel 2 Doel 1. Het fonds heeft ten doel aan de werkman en zijn betrekkingen, in de gevallen bij dit reglement omschreven, geldelijke uitkeringen te verzekeren. ( ) Verzekering van andere personen 2. Het bestuur is bevoegd personen niet bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, die werkzaamheden bij een mijnonderneming verrichten op nader door hetzelve vast te stellen voorwaarden voor de toepassing van dit reglement als werkman te beschouwen. ( ) Verwante instellingen 3. Het bestuur is bevoegd een met het mijnbedrijf verwante instelling voor de toepassing van door hetzelve aan te geven artikelen van dit reglement als mijnonderneming aan te merken en de bij die instelling werkzame personen op nader door hetzelve vast te stellen voorwaarden voor de toepassing van dit reglement als werkman te beschouwen. ( ) 4. Het bestuur is bevoegd personen, wier lidmaatschap ingevolge dit reglement is geëindigd, op nader door hetzelve vast te stellen voorwaarden voor de toepassing van dit reglement als werkman te beschouwen. ( ) 5. Het bestuur is bevoegd personen niet bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, op nader door hetzelve vast te stellen voorwaarden voor de toepassing van een of meer artikelen van dit reglement als gezinslid te beschouwen. ( ) Artikel 3 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 juni 1967, nr. II). ( ) Artikel 4 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 december 1972, nr. II). ( ) Artikel 5 Geneeskundig onderzoek voor indiensttreding 1. De werkgever is verplicht, alvorens een werkman in dienst te nemen, deze geneeskundig te laten onderzoeken. 3

4 2. Van het onderzoek wordt in een door het bestuur van het fonds goedgekeurde vorm een verklaring opgemaakt, welke door tussenkomst van de werkgever aan het bestuur wordt toegezonden. ( ) HOOFDSTUK II Ziekenfonds Artikelen 6 t/m 14 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 december 1972, nr. II). ( ) Artikelen 15, 16 en 16bis (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 6 december 1962). ( ) HOOFDSTUK III Ziekenkassen Artikel 17 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 december 1972, nr. II). ( ) Artikelen 18 t/m 32 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 juni 1967, nr. II). ( ) Artikel 33 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 23 september 1970, nr. IV). ( ) Artikel 34 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 december 1947). ( ) 4

5 Artikel 34bis (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 6 december 1962). ( ) Artikel 34ter (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 juni 1967, nr. II). ( ) HOOFDSTUK IV Pensioenkas 1. Algemene bepalingen Artikel 35 Ondergrondse arbeid 1. Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt verstaan onder ondergrondse arbeid: a. ondergronds in dienst van een mijnonderneming verrichte arbeid; b. hetgeen overigens door het bestuur als ondergrondse arbeid wordt aangemerkt. Invloed buitenlandse verzekering 2. Het bestuur kan in afwijking of ter aanvulling van het bepaalde in dit Hoofdstuk regelen stellen ter voorkoming of beperking van het genot van uitkeringen uit de pensioenkas, indien en zolang de rechthebbende: a. deelneemt aan een in het buitenland geldende pensioenverzekering voor werknemers in dienst van mijnondernemingen of verzekerd is ingevolge een desbetreffende wettelijke regeling geldend in het buitenland; b. in dienst van een in het buitenland gevestigde mijnonderneming werkzaam is; c. in het genot is van uitkeringen ingevolge enige buitenlandse wettelijke regeling inzake sociale zekerheid. ( ) 3. Waar in dit reglement en deszelfs Overgangs- en Uitvoeringsbepalingen sprake is van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt deze, indien tevens recht bestaat op een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, in aanmerking genomen zoals zij zonder toepassing van artikel 46a van eerstgenoemde wet zou zijn uitbetaald. ( , nr. V) 4. In dit reglement en de daarop berustende bepalingen, met inbegrip van de Overgangs- en Uitvoeringsbepalingen, wordt gelijk gesteld met: a. echtgenoot/echtgenote: de geregistreerde partner; b. echtgenoten/gehuwden/man en vrouw: de geregistreerde partners; c. ongehuwden: de niet als partner geregistreerden; 5

6 d. gehuwd: geregistreerd; e. ongehuwd: niet geregistreerd; f. huwelijk: het aangaan van een geregistreerd partnerschap; g. hertrouwen: registratie nieuw partnerschap; h. weduwe/weduwnaar: de nagelaten partner bij een geregistreerd partnerschap; i. weduwe- en weduwnaarspensioen: het pensioen ten behoeve van de nagelaten geregistreerde partner; j. beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed: de beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door dood, vermissing of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. 5. De wijzigingen in de reglementaire aanspraken die ontstaan als gevolg van de gelijkstelling als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, werken terug tot aanvang deelnemerschap. ( ) 2. Lidmaatschap Artikel 36 Aanvang en einde lidmaatschap 1. Iedere werkman die vóór 1 januari 1984 bij een mijnonderneming in dienst is getreden is lid van de pensioenkas. ( ) 2. Het lidmaatschap vangt aan op de dag waarop de werkman in dienst treedt bij een mijnonderneming en eindigt op de dag waarop hij ophoudt werkman te zijn. ( ) Artikel 37 Aanspraken 1. Het lidmaatschap geeft onder de in de volgende artikelen omschreven voorwaarden recht op: a. ouderdomspensioen; b. weduwen- en wezenpensioenen; c. begrafenisgeld en overlijdensuitkering; d. bijbetaling op het loon; e. dienstjarenrente. ( , nr. III) Het bestuur stelt een regeling vast, op grond waarvan aan weduwnaars van gewezen vrouwelijke leden, die op 1 januari 1984 lid van de pensioenkas van dit fonds of van het Beambtenfonds voor het Mijnbedrijf waren, een weduwnaarspensioen wordt toegekend, welke regeling voor het overige bij die van het weduwenpensioen aansluit. ( , nr. V) 2. Voor zover conform de pensioenwet gesproken wordt over partnerpensioen wordt hiermee bedoeld het in lid 1 van dit artikel vermelde weduwe- en weduwnaarspensioen alsmede het in artikel 35, lid 4, onder i van dit reglement hiermee gelijkgestelde pensioen ten behoeve van de nagelaten geregistreerde partner. 6

7 3. Voor zover conform de pensioenwet gesproken wordt over nabestaandenpensioen wordt hiermee bedoeld het in lid 1 van dit artikel vermelde weduwe- en weduwnaarspensioen, het in artikel 35, lid 4, onder i van dit reglement hiermee gelijkgestelde pensioen ten behoeve van de nagelaten geregistreerde partner alsmede het in lid 1 van dit artikel bedoelde wezenpensioen. 4. Het fonds kan verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten verminderen indien: a. de technische voorzieningen en het minimaal vereist eigen vermogen niet meer volledig door waarden zijn gedekt, overeenkomstig de voorschriften van de Pensioenwet; b. het fonds niet in staat is binnen een redelijke termijn de onder a. bedoelde dekking te herstellen, zonder dat de belangen van de deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden onevenredig worden geschaad en c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet om uiterlijk binnen drie jaar te voldoen aan artikel 131 van de Pensioenwet. Verplichting 5. Het lidmaatschap verplicht tot betaling van bijdragen overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk V van dit reglement. Informatievoorziening 6. Het fonds verstrekt de deelnemer jaarlijks een overzicht van zijn opgebouwde en te verwerven pensioenaanspraken, van de waardeaangroei die benodigd is voor het vaststellen van een eventuele lijfrentepremieaftrek en informatie over de toeslagverlening. 7. Het fonds verstrekt de gewezen deelnemer eens in de vijf jaar een overzicht van zijn opgebouwde pensioenaanspraken en informatie over de toeslagverlening. 8. Het fonds verstrekt de gewezen echtgenote bij scheiding en vervolgens eens in de vijf jaar een overzicht van de opgebouwde aanspraak op bijzonder weduwepensioen en informatie over de toeslagverlening. 9. Het fonds verstrekt de pensioengerechtigde bij ingang van het pensioen en vervolgens jaarlijks een overzicht van de opgebouwde rechten en informatie over de toeslagverlening. 10.Het fonds verstrekt een (gewezen) deelnemer, pensioengerechtigde of gewezen echtgenote die aanspraak heeft op een bijzonder weduwepensioen binnen 3 maanden na wijziging van het toeslagbeleid, informatie over de wijziging. 11.Het fonds verstrekt de (gewezen) deelnemer, de gewezen echtgenote en de pensioengerechtigde op verzoek: het voor hen geldende pensioenreglement; het jaarverslag en de jaarrekening van het fonds; de voor hem relevante informatie over beleggingen; een verklaring inzake de beleggingsbeginselen als bedeld in artikel 145 van de Pensioenwet; het eventuele herstelplan als bedoeld in artikel 138 of 140 van de Pensioenwet; informatie over de hoogte van de dekkingsgraad; informatie over andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen. 12.Het fonds verstrekt de (gewezen) deelnemer en de (gewezen) partner op verzoek informatie die specifiek voor hem relevant is. Het fonds vertrekt de gewezen deelnemer op verzoek binnen drie maanden een opgave van zijn opgebouwde pensioenaanspraken. 7

8 13.Het fonds verstrekt de informatie als bedoeld in de leden 6 tot en met 12 van dit artikel tijdig en behalve de op verzoek te verstrekken informatie als bedoeld in lid 11, eerste twee gedachtestreepjes, in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen. 3. Aanspraken (Pensioenen) Artikel 38 Recht op ouderdomspensioen 1. Recht op ouderdomspensioen, na ontslag uit de dienst van een mijnonderneming, hebben leden: a. die tenminste 55 jaar oud zijn en 25 jaar ondergrondse arbeid hebben verricht; b. die tenminste 60 jaar oud zijn en 10 jaren lid zijn geweest; c. die de 65-jarige leeftijd hebben bereikt. 2. Gewezen leden, wier lidmaatschap is geëindigd zonder recht op een onmiddellijk ingaand pensioen, hebben recht op ouderdomspensioen bij het bereiken van: a. de 55-jarige leeftijd, indien zij 25 jaren ondergrondse arbeid hebben verricht; b. de 60-jarige leeftijd, indien zij 20 jaren ondergrondse arbeid hebben verricht of 25 jaren lid zijn geweest; c. de 65-jarige leeftijd, indien zij tenminste één jaar lid zijn geweest, waarbij ter bepaling van dit jaar maanden als bedoeld in artikel 39, lid 2, onder c, worden medegeteld. ( ) 3. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt met lidmaatschap gelijkgesteld de dienstbetrekking bij een mijnonderneming indien en zolang deze dienstbetrekking na het einde van het lidmaatschap onafgebroken is blijven bestaan. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid heeft degene, die op een eerder tijdstip dan vijf jaar voor hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt ophoudt lid van de pensioenkas te zijn en aansluitend of onmiddellijk na het einde van een aansluitende drempeltijd ambtenaar wordt in de zin van de Algemene burgerlijke pensioenwet, met betrekking tot diensttijd vervuld voor 1 januari 1966 bij de Staatsmijnen in Limburg geen aanspraak op pensioen doch op een uitkering-ineens. De uitkering-ineens is gelijk aan de contante waarde der pensioenaanspraken over bedoelde diensttijd, welke zouden zijn verkregen, indien het bepaalde in de vorige volzin niet van toepassing zou zijn geweest. Indien niet binnen twaalf maanden, nadat betrokkene de status van ambtenaar heeft verkregen, aan het fonds is gebleken, dat diens voormelde diensttijd wordt ingekocht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, vervalt het recht op een uitkering-ineens en is het bepaalde in het tweede lid van toepassing. Het bestuur is bevoegd de termijn van twaalf maanden te verlengen. De uitkering-ineens wordt tot het bedrag van de vastgestelde inkoopbijdrage uitbetaald aan de N.V. Nederlandse Staatsmijnen (thans DSM-Limburg B.V.). Is de inkoopbijdrage lager dan de uitkering-ineens, dan worden betrokkene voor het restant pensioenaanspraken toegekend volgens door het bestuur te bepalen nadere regelen. ( ) 8

9 Artikel Het jaarlijks ouderdomspensioen bestaat uit: a. excedentpensioen berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, lid 1, en 50a, lid 1; b. tijdelijk pensioen tot de eerste dag van de maand, waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, lid 2. ( , nr. I) 2 a. Indien bij beëindiging van het lidmaatschap vóór het tijdstip, waarop ingevolge artikel 38, lid 1, recht op ouderdomspensioen ontstaat, recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wegens een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45 % of op een door het bestuur daarmede gelijkgestelde gelijkwaardige wettelijke uitkering aanwezig was, wordt voor de berekening van het na het bereiken van de 65-jarige leeftijd uit te keren excedentpensioen aangenomen dat loon is genoten over de hierna nader aan te geven maanden gelegen tussen de maand, waarover de laatste bijdrage vóór het einde van het lidmaatschap is betaald en de maand volgend op die waarin ingevolge artikel 38, lid 1, bij voortzetting van het lidmaatschap recht op ouderdomspensioen zou zijn ontstaan. Het bepaalde in de vorige volzin vindt eveneens toepassing, indien de daar bedoelde arbeidsongeschiktheid is ontstaan na beëindiging van het lidmaatschap tengevolge van nader door het bestuur aan te geven beroepsziekten, welke tijdens het lidmaatschap zijn veroorzaakt. b. Voor de toepassing van het bepaalde onder a wordt er van uitgegaan, dat het lidmaatschap en de arbeid, zoals deze laatstelijk werden aangemerkt, zouden zijn voortgezet tot het tijdstip van ingang van het ouderdomspensioen. c. Als maanden bedoeld onder a komen slechts in aanmerking die, waarin na de beëindiging van het lidmaatschap onafgebroken, of in het geval bedoeld in de laatste volzin onder a al dan niet onafgebroken, recht op een wettelijke uitkering als bedoeld onder a aanwezig was en waarin geen lidmaatschap van de pensioenkas van het Beambtenfonds voor het Mijnbedrijf bestond. d. Van het excedentloon over een maand als bedoeld onder c wordt naargelang op de laatste dag van de betrokken maand een arbeidsongeschiktheid bestond van %:100 %, %:80 %, %:60 %, %:50 % in aanmerking genomen. Vermeerdering van de arbeidsongeschiktheid leidt niet tot verhoging van het in aanmerking te nemen percentage van het excedentloon tenzij het betreft vermeerdering van een arbeidsongeschiktheid ingevolge nader door het bestuur aan te geven beroepsziekten, welke tijdens het lidmaatschap zijn veroorzaakt. e. Het voor de onder c bedoelde maanden aangenomen loon wordt afgeleid van het loon, dat in het kalenderjaar voorafgaande aan de maand na die, waarin het lidmaatschap is geëindigd, is of zou zijn genoten over het aantal dagen, waarover in dat jaar in het mijnbedrijf loon werd betaald, welk aantal nader door het bestuur wordt vastgesteld. ( ) 9

10 Artikel 40 Ingang en einde ouderdomspensioen 1 a. Het ouderdomspensioen gaat in op de eerste dag, waarop aan alle voorwaarden voor het recht op dit pensioen wordt voldaan. b. Het ouderdomspensioen wordt niet uitgekeerd indien en zolang ziekengeld of verlengd ziekengeld, gebaseerd op een loon verdiend met arbeid in dienst van een mijnonderneming, wordt genoten. ( , nr. III) 2. Het ouderdomspensioen eindigt op de laatste dag van de maand waarin de rechthebbende overlijdt, wederom lid wordt of in dienst treedt bij een mijnonderneming. ( ) Artikelen 41 t/m 43 (Vervallen krachtens bestuursbesluit d.d. 19 juni 1967, nr. I). ( ) Artikel 44 Recht op weduwenpensioen 1. Na overlijden van een lid en van een gewezen lid wiens lidmaatschap tenminste een jaar heeft geduurd hebben de vrouw of de vrouwen met wie hij tijdens de duur van het lidmaatschap achtereenvolgens was gehuwd, zolang zij in leven zijn en niet zijn hertrouwd, recht op weduwenpensioen. De vrouw, wier huwelijk met een lid of een gewezen lid als vorenbedoeld door echtscheiding of door ontbinding na scheiding van tafel en bed eindigt, ontvangt een bewijs van de aanspraak op weduwenpensioen welke zij krachtens het reglement aan zijn lidmaatschap kan ontlenen. ( , nr. I) 2. Voor de toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid wordt met lidmaatschap gelijkgesteld, de dienstbetrekking bij een mijnonderneming indien en zolang deze dienstbetrekking na het einde van het lidmaatschap onafgebroken is blijven bestaan. ( , nr. I) 3. Na het overlijden van degene met wie een vrouw bedoeld in de leden 1 en 2 is hertrouwd heeft zij wederom recht op het in lid 1 bedoelde weduwepensioen, onder aftrek van hetgeen haar wegens overlijden van haar laatste echtgenoot mocht toekomen aan pensioen ingevolge een verzekering in verband met diens dienstbetrekking. ( , nr. I) 10

11 Artikel 45 Bedrag van het weduwepensioen 1. Het jaarlijks weduwepensioen bedraagt 70 % van het excedentpensioen opgebouwd over: a. de periode van lidmaatschap waarin de betrokken echtgenote of gewezen echtgenote met de overledene was gehuwd, en b. de daaraan voorafgaande periode waarin de overledene niet was gehuwd of gehuwd was met een vrouw die tijdens de duur van het lidmaatschap is overleden. 2 a. Ingeval van overlijden tijdens lidmaatschap wordt voor de vaststelling van het opgebouwde excedentpensioen aangenomen, dat het lidmaatschap heeft voortgeduurd en dat loon is genoten en bijdragen zijn betaald over de maanden gelegen tussen de maand, waarover de laatste bijdrage vóór het overlijden is betaald en de maand volgende op die, waarin ingevolge artikel 38, lid 1, recht op ouderdomspensioen zou zijn ontstaan. De echtgenote met wie de overledene op het tijdstip van zijn overlijden was gehuwd, wordt geacht tijdens de in de vorige volzin bedoelde periode met hem gehuwd te zijn gebleven. b. Bij de toepassing van het bepaalde onder a wordt ervan uitgegaan dat het lidmaatschap en de arbeid, zoals deze laatstelijk werden aangemerkt, zouden zijn voortgezet tot het tijdstip van ingang van het ouderdomspensioen. c. Het loon over de onder a bedoelde maanden wordt afgeleid van het loon, dat in het kalenderjaar voorafgaand aan bedoelde maanden is of zou zijn genoten over het aantal dagen, waarover in dat jaar in het mijnbedrijf loon werd betaald, welk aantal nader door het bestuur wordt vastgesteld. 3. Ingeval van overlijden tijdens de periode bedoeld in artikel 39, tweede lid, wordt ten behoeve van de berekening van het weduwepensioen voor de echtgenote met wie de overledene bij de beëindiging van het lidmaatschap was gehuwd, bij de vaststelling van het opgebouwde excedentpensioen mede in aanmerking genomen het excedentpensioen dat tijdens deze periode reeds werd opgebouwd en het excedentpensioen dat op grond van artikel 39, tweede lid, na de datum van overlijden nog opgebouwd zou zijn geworden. Bij de berekening van dit laatste excedentpensioen wordt van het excedentloon hetzelfde percentage in aanmerking genomen als gold voor de laatste maand vóór het overlijden. 4. Het jaarlijks opgebouwde weduwepensioen, vastgesteld conform de voorgaande leden, zal niet minder bedragen dan π 3,43 respectievelijk π 3,- voor elke voor de vaststelling van het pensioen in aanmerking te nemen ondergrondse respectievelijk bovengrondse bijdrage. ( , nr. I) 5 a. Voor de vrouw die ware de Mijnwerkersinvaliditeitswet niet vervallen vanaf de eerste dag van de maand waarin zij na 30 juni 1967 de 60-jarige leeftijd bereikt een weduwenrente zou genieten, wordt het weduwepensioen vanaf die dag tot de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt verhoogd met een bedrag gelijk aan dat van de weduwenrente. b. Voor de vrouw die ware het recht op een periodieke uitkering krachtens de Liquidatiewet invaliditeitswetten niet afgekocht vanaf de eerste dag van de maand waarin zij na 31 december 1975 de 60-jarige leeftijd bereikt een weduwenrente zou genieten, wordt, indien de afkoopsom aan het fonds is overgemaakt, het weduwepensioen vanaf die dag tot de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt verhoogd met het gedeelte van de weduwenrente dat is gebaseerd op de door het fonds betaalde premies. ( , nr. I) 11

12 6. Het bepaalde in de voorgaande leden vindt met betrekking tot de aanspraken op weduwepensioen na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed geen toepassing, indien man en vrouw bij notarieel verleden akte anders overeenkomen of de rechter bij het vonnis tot echtscheiding of tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed op hun gemeenschappelijk verzoek anders beslist, met dien verstande dat de verplichtingen krachtens weduwepensioen van het fonds dientengevolge in totaal gezien niet groter kunnen worden dan uit deze leden volgt. ( , nr. II) 7. Ongeacht de burgerlijke staat kunnen op datum ingang ouderdomspensioen de na 1 januari 2002 opgebouwde aanspraken op medeverzekerd weduwepensioen eenmalig worden omgeruild tegen een verhoogd excedentpensioen middels een ruilvoet, welke sekseneutraal wordt vastgesteld met inachtneming van de actuariële grondslagen van het fonds. Bij een pensioenleeftijd van 60 jaar bedraagt de gewogen ruilvoet 34 %. Dit houdt in dat iedere gulden (euro) aan opgebouwd weduwepensioen kan worden uitgeruild tegen 34 cent opgebouwd excedentpensioen. De omruil vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden en vindt plaats middels een door betrokkene te ondertekenen afstandsverklaring. Ten aanzien van de omruil is toestemming vereist van de echtgeno(o)t(e). Voor zover op de pensioendatum geen recht bestaat op nabestaandenpensioen vindt automatisch een omruil plaats. ( , nr. I) Artikel 46 Ingang en einde weduwepensioen 1. Het weduwepensioen gaat in: a. indien de echtgenoot in het genot was van pensioen op de eerste dag van de maand volgend op die, waarin hij is overleden; b. in alle andere gevallen daags nadat de echtgenoot is overleden. 2. Het weduwepensioen eindigt op de laatste dag van de maand, waarin de weduwe overlijdt of hertrouwt. 3. Het weduwepensioen, waarop na overlijden van degene met wie de weduwe is hertrouwd wederom recht bestaat, gaat in daags na bedoeld overlijden en eindigt als omschreven in lid 2. ( ) Artikel 47 Recht op wezenpensioen 1. Na het overlijden van een lid of van een gewezen lid, welk lidmaatschap is geëindigd met recht op een onmiddellijk ingaand pensioen, bestaat recht op wezenpensioen ten behoeve van: a. zijn wettige of gewettigde kinderen, die jonger zijn dan 16 jaar; b. zijn wettige of gewettigde kinderen, die 16 jaar zijn of ouder, doch jonger dan 21 jaar en wier voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding; 12

13 c. zijn wettige of gewettigde kinderen van 16 of 17 jaar die tengevolge van ziekte of gebreken naar het oordeel van het bestuur vermoedelijk in het eerstkomende jaar buiten staat zullen zijn een derde te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen, die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen. ( , nr. VI) 2. Recht op wezenpensioen als aangegeven in lid 1 bestaat voorts indien een gewezen lid, welk lidmaatschap is geëindigd zonder recht op een onmiddellijk ingaand pensioen, overlijdt in een maand als bedoeld in artikel 39, lid 2, onder c, of na het tijdstip, waarop ingevolge artikel 38, lid 1, recht op ouderdomspensioen zou zijn ontstaan, mits de laatste maand vóór dit tijdstip een maand was als bedoeld in artikel 39, lid 2, onder c. ( ) 3. Voor de toepassing van lid 1 worden met wettige kinderen gelijkgesteld kinderen, over wie de overledene reeds tijdens zijn lidmaatschap voogdij uitoefende en die gedurende het aan zijn overlijden voorafgaande jaar in zijn gezin en op zijn kosten zijn opgevoed, tenzij ten behoeve van deze kinderen reeds recht op wezenpensioen bestaat. ( ) 4. Tot de in lid 1 omschreven kinderen worden niet gerekend de kinderen uit een huwelijk, dat werd gesloten na het einde van het lidmaatschap van de vader. ( ) Artikel 48 Bedrag van het wezenpensioen 1 a. Het jaarlijks wezenpensioen bedraagt voor een vaderloze wees 15 % en voor een ouderloze wees 30 % van het excedentpensioen waarop de overleden vader na het bereiken van de 65-jarige leeftijd recht had of, indien hij niet was overleden, recht gehad zou hebben. b. Het bepaalde onder a vindt toepassing met dien verstande, dat het jaarlijks pensioen voor een vaderloze wees tenminste π 264,- en dat voor een ouderloze wees tenminste π 528,- bedraagt. ( , nr. I) Berekening over de periode na overlijden vader 2 a. Voor de vaststelling van het excedentpensioen, waarop de tijdens lidmaatschap overleden vader recht gehad zou hebben indien hij niet was overleden, wordt aangenomen, dat loon is genoten en bijdragen zijn betaald over de maanden gelegen tussen de maand, waarover de laatste bijdrage vóór het overlijden is betaald, en de maand volgend op die, waarin ingevolge artikel 38, lid 1, recht op ouderdomspensioen zou zijn ontstaan. b. Voor de toepassing van het bepaalde onder a wordt er van uitgegaan, dat het lidmaatschap en de arbeid zoals deze laatstelijk werden aangemerkt zouden zijn voortgezet tot het tijdstip van ingang van het ouderdomspensioen. c. Het loon over de onder a bedoelde maanden wordt afgeleid van het loon, dat in het kalenderjaar voorafgaand aan bedoelde maanden is of zou zijn genoten over het aantal dagen, waarover in dat jaar in het mijnbedrijf loon werd betaald, welk aantal nader door het bestuur wordt vastgesteld. ( ) 13

14 3. Voor de vaststelling van het excedentpensioen, waarop de na beëindiging van het lidmaatschap overleden vader recht gehad zou hebben indien hij niet was overleden, wordt bij toepassing van artikel 39, lid 2, voor maanden gelegen na het overlijden hetzelfde percentage van het excedentloon in aanmerking genomen als voor de laatste maand vóór het overlijden. ( ) Artikel 49 Ingang en einde wezenpensioen 1. Het wezenpensioen gaat in: a. indien de vader in het genot was van pensioen op de eerste dag van de maand volgend op die, waarin hij is overleden; b. in alle andere gevallen daags nadat de vader is overleden. 2. Indien de moeder na de vader overlijdt gaat het pensioen voor de ouderloze wees in op de eerste dag van de maand volgend op die, waarin de moeder is overleden. 3. Het wezenpensioen eindigt ten aanzien van elk kind op de laatste dag van de maand, waarin dit kind ophoudt te voldoen aan het bepaalde in artikel 47, lid 1, of overlijdt. ( ) Artikel 50 Berekening excedentpensioen 1 a. Het jaarlijks excedentpensioen bedraagt 1,75 % of voor zover het loon tijdens ondergrondse arbeid is of zou zijn genoten 2 % van het excedentloon. b. Onder excedentloon wordt verstaan het loon, dat in een kalenderjaar is genoten, verminderd met een bedrag ter grootte van 100/70 van het per 1 januari van dat jaar geldende jaarbedrag van het ouderdomspensioen in de zin van artikel 8, lid 6, sub a, van de Algemene Ouderdomswet, welk bedrag op door het bestuur te bepalen wijze wordt aangepast aan de situatie dat in een kalenderjaar als gevolg van een in de loop van dat jaar aangevangen of beëindigd lidmaatschap over minder dan het volle aantal dagen loon is genoten of dat een onvolledige dienstbetrekking is vervuld. ( , nr. I) Minimum excedentpensioen c. Voordat artikel 45, lid 5, en artikel 51, lid 1, in voorkomend geval toepassing vinden of nadat artikel 51, lid 2, in voorkomend geval toepassing heeft gevonden, kan het jaarlijks excedentpensioen of het weduwepensioen nimmer op een lager bedrag worden gesteld dan dat verkregen, indien het excedentloon voor elk kalenderjaar 40 % zou bedragen van 100/70 van het per 1 januari van hetzelfde kalenderjaar geldende bedrag van het ouderdomspensioen in de zin van artikel 8, lid 6, sub a, van de Algemene Ouderdomswet, welk bedrag op door het bestuur te bepalen wijze wordt aangepast aan de situatie dat in een kalenderjaar als gevolg van een in de loop van dat jaar aangevangen of beëindigd lidmaatschap over minder dan het volle aantal dagen loon is genoten of dat een onvolledige dienstbetrekking is vervuld. ( , nr. I) 14

15 d. Voor de toepassing van het bepaalde onder b en c wordt het jaarbedrag van het ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 8, lid 6, sub a, van de Algemene Ouderdomswet verminderd met het bedrag bedoeld in artikel 60a, lid 1, der wet, dat ingevolge artikel 60a, lid 2, der wet door de Minister is vastgesteld. ( ) 2 a. (1) Het tijdelijk pensioen bedraagt jaarlijks voor elke bijdrage 1/480 of indien de bijdrage is betaald tijdens ondergrondse arbeid 1/420 gedeelte van de op 1 januari van het jaar, waarin de bijdrage werd betaald, geldende bedragen van het ouderdomspensioen in de zin van artikel 8, lid 6, sub a of b, van de Algemene Ouderdomswet, naargelang het personen betreft die ten tijde van de uitkering gehuwd of ongehuwd zijn. ( ) Voor de toepassing van het voorgaande wordt het tijdens onvolledige dienstbetrekking werkelijk opgebrachte aantal bijdragen vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller de werktijd bij een onvolledige en de noemer de werktijd bij een volledige dienstbetrekking is. ( , nr. I) (2) In afwijking van het bepaalde onder (1) wordt, onverminderd het bepaalde onder c van dit lid, ter bepaling van het bedrag van het tijdelijk pensioen voor bijdragen betaald vóór 1 januari 1970 uitgegaan van een wettelijk ouderdomspensioen van π 5.358,- onderscheidenlijk π 3.774,- naargelang het personen betreft die ten tijde van de uitkering gehuwd of ongehuwd zijn. (3) In afwijking van het bepaalde onder (1) en (2) van dit lid wordt ter vaststelling van het tijdelijk pensioen voor degene die a. op 31 december 1972 in het genot zijn van pensioen of b. na 31 december 1972 in het genot worden gesteld van pensioen, tenzij het personen betreft wier pensioen niet onmiddellijk aansluit aan de beëindiging van hun lidmaatschap, ingaande 1 januari 1973 uitgegaan van een wettelijk ouderdomspensioen van π 8.370,- per jaar respectievelijk π 5.910,- per jaar, een en ander onverminderd het bepaalde onder c van dit lid. Het bepaalde in artikel 38, lid 3, is van overeenkomstige toepassing. ( ) b. Voor bijdragen, waarvan slechts wordt aangenomen dat zij zijn betaald, wordt het tijdelijk pensioen overeenkomstig het onder a bepaalde gebaseerd op de onder a omschreven bedragen van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, zoals deze bedragen luidden op 1 januari van het jaar, waarin de eerste dezer bijdragen geacht wordt te zijn betaald. ( ) Aanpassing tijdelijk pensioen aan AOW-pensioen c. Bij wijziging van de bedragen van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet krachtens artikel 9 dezer wet beslist het bestuur, gelet op de stand der middelen, omtrent de aanpassing van het tijdelijk pensioen. Voor de gevallen waarin deze aanpassing samenloopt met overeenkomstige aanpassingen van een of meerdere wettelijke uitkeringen, waaronder mede te verstaan loon ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening, treft het bestuur een nadere regeling. d. Het tijdelijk pensioen zal op geen hoger bedrag worden vastgesteld dan op het bedrag dat wordt verkregen bij 480 tijdens bovengrondse diensttijd betaalde bijdragen. ( ) 15

16 e. In afwijking, voor zover nodig, van het bepaalde in artikel 1, lid 2, van de Algemene Ouderdomswet geldt voor de toepassing van dit lid als gehuwd degene, wiens huwelijk niet is ontbonden, alsmede degene, die ongehuwd is doch een of meer kinderen te zijnen laste heeft voor wie recht op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet bestaat of dat (die) recht heeft (hebben) op een uitkering ingevolge de Wet op de studiefinanciering, terwijl de leeftijd van 27 jaar nog niet is bereikt. ( , nr. II) Vergoeding premie AOW/AWW f. Het bestuur stelt een regeling vast ingevolge welke uit de pensioenkas een vergoeding wordt verleend ter betaling van premie verschuldigd over het tijdelijk pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet. ( ) 3. De verwijzingen in de voorgaande leden naar artikel 8, lid 6, a en b, artikel 9 en artikel 60a, leden 1 en 2, van de AOW, worden met ingang van 1 april 1985 vervangen door verwijzingen naar artikel 9, lid 6, a en b, artikel 12 respectievelijk artikel 72, leden 1 en 3, van de AOW, met dien verstande dat het gehuwdenbedrag van de AOW, waarnaar wordt verwezen, voor wat betreft de jaren vanaf 1 april 1985 en de daarover betaalde bijdragen, dubbel in aanmerking wordt genomen. De verwijzing in de vorige volzin naar artikel 9, lid 6, a en b, van de AOW wordt met ingang van 1 april 1988 vervangen door een verwijzing naar artikel 9, lid 10, b respectievelijk a, van de AOW. ( , nr. I) Ingaande 1 januari 1990 worden de in de voorgaande leden bedoelde bedragen van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet in aanmerking genomen nadat deze bedragen zijn aangepast op grond van artikel 82, lid 3, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies. ( ) Te rekenen van 1 januari 2001 worden de in de voorgaande leden bedoelde bedragen van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet gebaseerd op de bedragen zoals deze in aanmerking zijn genomen op 31 december 2000 en vervolgens telkenmale aangepast aan de procentuele algemene verhogingen van de AOW. ( , nr. I) Berekening over periode van invaliditeitspensioen 4. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden mede in aanmerking genomen het loon en de bijdragen, welke geacht worden te zijn genoten, onderscheidenlijk te zijn betaald, over maanden gedurende welke een vroeger onmiddellijk na het einde van het lidmaatschap toegekend en inmiddels geëindigd invaliditeitspensioen werd genoten, doch slechts voor zover dit loon en deze bijdragen voor de vaststelling van dat invaliditeitspensioen in aanmerking zijn genomen. ( ) Artikel 50a 1. Het excedentpensioen, weduwen- en wezenpensioen, berekend conform artikel 50, lid 1, artikel 45, leden 1 t/m 4, en artikel 48, leden 1, 2 en 3, wordt verhoogd met 132,5 %. ( , nr. I) 16

17 2. Tevens ontvangen gepensioneerde leden een toeslag op hun excedentpensioen welke bedraagt bij: bovengrondse diensttijd; het voor de berekening van het excedentpensioen in aanmerking genomen aantal maandelijkse bijdragen x π 72,50 xxx12 ( , nr. I) ondergrondse diensttijd; het voor de berekening van het excedentpensioen in aanmerking genomen aantal maandelijkse bijdragen x π 82,85 xxx12 ( , nr. I) Het bestuur is bevoegd deze bedragen, indien en voor zolang de middelen van het fonds zulks toelaten, bij uitvoeringsbepaling te verhogen. Voor de pensioengerechtigde weduwen, ouderloze wezen respectievelijk vaderloze wezen wordt 70 %, 30 % respectievelijk 15 % toegekend van het bedrag dat de overleden echtgenoot/vader aan de hier bedoelde toeslag ontving of zou hebben ontvangen. ( , nr. I) 3. Voor degenen die op 1 januari 1985 lid van de pensioenkas waren en wier lidmaatschap in de hiernavolgende jaren werd beëindigd, gelden in plaats van het in lid 1 genoemde percentage en de in lid 2 genoemde bedragen de daarnaast genoemde percentages en bedragen: 1985: 129,5 %; π 65,50 successievelijk π 74,85; 1986: 127,7 %; π 61,15 " π 69,90; 1987: 125,0 %; π 58,90 " π 67,30; 1988: 121,1 %; π 55,75 " π 63,70; 1989: 117,5 %; π 52,80 " π 60,35; 1990: 112,5 %; π 48,60 " π 55,55; 1991: 106,5 %; π 43,70 " π 49,95; 1992: 97,5 % π 36,35 " π 41,55; 1993: 92,5 % π 32,15 " π 36,75; 1994: 85,5 % π 26,25 " π 30,00; 1995: 79,0 % π 20,65 " π 23,60. ( , nr. II) 4. Voor degenen die op 1 januari 1992 lid van de pensioenkas zijn geldt, zolang het lidmaatschap blijft voortbestaan, 72 % in plaats van het in lid 1 genoemde percentage en gelden π 14,70 successievelijk π 16,80 in plaats van de in lid 2 genoemde bedragen. De totale pensioenaanspraak op pensioendatum voor genoemde leden zal evenwel nimmer op een lager bedrag worden gesteld dan zou zijn verkregen indien alle pensioenverbeteringen, zoals deze aan degenen die hun lidmaatschap vóór 1 januari 1985 hebben beëindigd telkenjare zijn verleend in de vorm van procentuele verhogingen en/of nominale toeslagen, ook voor hen zouden hebben gegolden maar dan alleen over de verstreken lidmaatschapsjaren. ( , nr. II) 17

18 5. Op de verhoging en toeslag bedoeld in lid 1 respectievelijk lid 2 is onder uitsluiting van alle andere kortings- en reductiebepalingen ingevolge het fondsreglement het bepaalde in artikel 51, lid 1, van overeenkomstige toepassing. ( , nr. I en nr. II; , nr. II) Artikel 50b Per 1 januari 1997 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 2,1 %. Daarnaast wordt per deze datum een nominale verhoging gegeven naar rato van de voor de berekening van het excedentpensioen in aanmerking genomen aantal lidmaatschapsjaren ten bedrage van π 12,20 per bovengronds en π 13,94 per ondergronds lidmaatschapsjaar. De pensioengerechtigde weduwen, ouderloze wezen respectievelijk vaderloze wezen ontvangen 70 %, 30 % respectievelijk 15 % van de nominale verhoging, welke de overleden echtgenoot/vader ontving of zou hebben ontvangen. Per 1 januari 1998 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhoging per 1 januari 1997 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 2,3 %. Daarnaast wordt per deze datum een nominale verhoging gegeven naar rato van de voor de berekening van het excedentpensioen in aanmerking genomen aantal lidmaatschapsjaren ten bedrage van π 18,10 per bovengronds en π 20,70 per ondergronds lidmaatschapsjaar. De pensioengerechtigde weduwen, ouderloze wezen respectievelijk vaderloze wezen ontvangen 70 %, 30 % respectievelijk 15 % van de nominale verhoging, welke de overleden echtgenoot/vader ontving of zou hebben ontvangen. Per 1 januari 1999 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhoging per 1 januari 1997 en per 1 januari 1998 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 1,9 %. Daarnaast wordt per deze datum een nominale verhoging gegeven naar rato van de voor de berekening van het excedentpensioen in aanmerking genomen aantal lidmaatschapsjaren ten bedrage van π 17,95 per bovengronds en π 20,50 per ondergronds lidmaatschapsjaar. De pensioengerechtigde weduwen, ouderloze wezen respectievelijk vaderloze wezen ontvangen 70 %, 30 % respectievelijk 15 % van de nominale verhoging, welke de overleden echtgenoot/vader ontving of zou hebben ontvangen. Per 1 juli 2000 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 januari 1999 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 2,8 %. Per 1 juli 2001 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2000 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 5,2 %. Per 1 juli 2002 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2001 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 4,1 %. 18

19 Per 1 juli 2003 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto) uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2002 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 2,5 %. Per 1 juli 2004 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2003 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 1,3 %. Per 1 juli 2005 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2004 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 4,3 %. Per 1 juli 2006 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2005 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 9,1 %. Per 1 juli 2007 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2006 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 7,6 %. Per 1 juli 2008 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2007 doch met uitzondering van het tijdelijk pensioen als omschreven in artikel 50, lid 2, verhoogd met 6,4 %. Per 1 juli 2009 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2008 niet verhoogd. Per 1 juli 2010 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2009 niet verhoogd. Per 1 juli 2011 wordt de totale uit het reglement voortvloeiende en reeds verworven (bruto)uitkering met inbegrip van de reeds verleende pensioenverbeteringen ingevolge artikel 50a en de in dit artikel omschreven verhogingen per 1 januari 1997 tot en met 1 juli 2010 niet verhoogd. Op vorenomschreven verhogingen is onder uitsluiting van alle andere kortings- en reductiebepalingen ingevolge het reglement het bepaalde in artikel 51, lid 1, van overeenkomstige toepassing. (Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit d.d. 31mei 2011) Artikel 50c De pensioenrechten en pensioenaanspraken worden niet doelgericht verhoogd. Het bestuur besluit jaarlijks of een toeslag wordt verleend, rekening houdend met de financiële positie van het pensioenfonds. 19

20 Artikel 51 1 a. Indien de gepensioneerde in het genot is van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, gebaseerd op een loon verdiend met arbeid in dienst van een mijnonderneming, of van een door het bestuur daarmede gelijkgestelde gelijkwaardige uitkering, komen bij een arbeidsongeschiktheid van 80 % of meer zowel het tijdelijk pensioen als het excedentpensioen niet tot uitkering. Bij een arbeidsongeschiktheid kleiner dan 80 % komen van deze beide pensioenen de hiernavolgende gedeelten tot uitkering: bij een arbeidsongeschiktheid van % : 20 %; bij een arbeidsongeschiktheid van % : 40 %; bij een arbeidsongeschiktheid van % : 50 %; bij een arbeidsongeschiktheid van % : 60 %; bij een arbeidsongeschiktheid van % : 75 %; bij een kleinere arbeidsongeschiktheid dan 25 % : 85 %. Evenwel worden beide pensioenen samen nooit met een hoger bedrag verminderd dan met het werkelijk uitbetaalde bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dit bedrag wordt over de beide pensioenen verdeeld naar evenredigheid van hun grootte. Verhogingen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens hulpbehoevendheid blijven hierbij buiten beschouwing. Indien evenwel het tijdelijk pensioen niet of niet geheel aan de verhogingen van de uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet is aangepast, mag het bedrag aan pensioen niet lager zijn dan hetgeen betrokkene met toepassing van de voorgaande alinea aan excedentpensioen en aan aangepast tijdelijk pensioen zou hebben ontvangen als de in artikel 39, lid 2, genoemde uitgangspunten alsmede het bepaalde in artikel 50, lid 2, sub a, onder (3), juncto punt c, met uitsluiting van de tweede volzin van dat punt van toepassing waren geweest. ( ) b. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering is gebaseerd op een loon verdiend met arbeid in dienst van een mijnonderneming nadat krachtens het bepaalde in artikel 60 van dit reglement een dienstjarenrente werd toegekend, komt in afwijking van het bepaalde sub a bij een arbeidsongeschiktheid van 80 % of meer het excedentpensioen volledig tot uitkering. Het tijdelijk pensioen wordt in dit geval verminderd met het gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, verkregen door het bedrag daarvan te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer 480 is en de teller wordt gevormd door het aantal maanden waarover bijdragen tot de pensioenverzekering van het fonds zijn betaald. Met het bedrag der arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bedoeld het onverminderde met de mate van de arbeidsongeschiktheid corresponderende uitkeringsbedrag, doch zonder verhoging wegens hulpbehoevendheid. Bij de bepaling van het aantal maanden waarover bijdragen tot de pensioenverzekering zijn betaald, worden maanden gedurende welke ondergrondse of door het bestuur daarmede gelijkgestelde arbeid werd verricht 8/7 maal geteld en worden mede in aanmerking genomen de maanden in artikel 50, lid 3, bedoeld. In afwijking, voor zover nodig, van het voorgaande wordt het tijdelijk pensioen nimmer met een hoger dan het werkelijk uitgekeerde bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verminderd. Indien het tijdelijk pensioen echter niet of niet geheel aan de verhogingen van de uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet is aangepast wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering bij deze vermindering niet ten volle in aanmerking genomen, doch verlaagd volgens nader door het bestuur te stellen regelen in overeenkomstige mate als waarin het tijdelijk pensioen voor gehuwden is achtergebleven bij het ouderdomspensioen voor gehuwden ingevolge de Algemene Ouderdomswet. ( ) Toepassing van het bepaalde in sub b mag echter niet tot een lager bedrag aan pensioenuitkering leiden dan hetgeen zou zijn verkregen indien het bepaalde in sub a van toepassing was geweest. ( ) 20

RANK XEROX (NEDERLAND) B.V. PENSIOENREGLEMENT

RANK XEROX (NEDERLAND) B.V. PENSIOENREGLEMENT RANK XEROX (NEDERLAND) B.V. PENSIOENREGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Omschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 3 Artikel 3 Aanspraken 4 Artikel 4 Verzekering 4 Artikel 5 Pensioengrondslag 5 Artikel

Nadere informatie

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet

Nadere informatie

Pensioenreglement. van AEGON Levensverzekering N.V. voor de werknemers op wie van toepassing was de pensioenregeling van:

Pensioenreglement. van AEGON Levensverzekering N.V. voor de werknemers op wie van toepassing was de pensioenregeling van: van AEGON Levensverzekering N.V. voor de werknemers op wie van toepassing was de pensioenregeling van: de stichting Algemeen mijnwerkersfonds van de steenkolenmijnen in Limburg. 45284 Inhoudsopgave Algemene

Nadere informatie

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Omschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 3 Artikel 3 Aanspraken 4 Artikel 4 Verzekering 4 Artikel 5 Pensioengrondslag / dienstjaren

Nadere informatie

Reglement Anw-hiaatpensioen

Reglement Anw-hiaatpensioen Vastgesteld in de bestuursvergadering van 5 december 2013 H. Langeveld, voorzitter P. Dijkstra, secretaris Postbus 94202, 1090 GE Amsterdam Bestuursmanagement: Mol & Pensioen T 035-642 29 21 M 06-832 33

Nadere informatie

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008 Stichting Metro Pensioenfonds ANW Hiaatreglement Inhoudsopgave BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 1 DEELNEMERSCHAP... 1 KEUZEMOGELIJKHEID ANW-HIAATPENSIOEN... 1 AANVANG EN WIJZIGING VAN DE VERZEKERING VAN ANW-HIAATPENSIOEN...

Nadere informatie

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Omschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 3 Artikel 3 Aanspraken 4 Artikel 4 Verzekering 4 Artikel 5 Pensioenbedragen 5 Artikel

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT 2 Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

PENSIOENREGLEMENT 2 Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 PENSIOENREGLEMENT 2 Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; het bestuur : het bestuur

Nadere informatie

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT

RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT RANK XEROX (NEDERLAND) N.V. PENSIOENREGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Omschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 3 Artikel 3 Aanspraken 4 Artikel 4 Verzekering 4 Artikel 5 Pensioenbedragen 5 Artikel

Nadere informatie

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Regeling van 16 juli 1987, Stcrt. 1976, 143m zoals deze regeling laatstelijk is gewijzigde bij regeling van 16 maart 2004, Stcrt. 2004, 58.

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015 PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN Juni 2015 ARTIKEL 1 Begripsbepalingen De definities en de begripsomschrijvingen zoals vermeld in

Nadere informatie

WET VEREVENING PENSIOENRECHTEN BIJ SCHEIDING

WET VEREVENING PENSIOENRECHTEN BIJ SCHEIDING WET VEREVENING PENSIOENRECHTEN BIJ SCHEIDING Artikel 1 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. scheiding: echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING REGLEMENT WGA-HIAATREGELING STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ GELDEND OP 1 JANUARI 2012 januari 2012 REGLEMENT WGA-HIAATREGELING ARTIKEL 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan

Nadere informatie

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3 Stichting Pensioenfonds ARCADIS Nederland Reglement ANW-hiaatpensioen Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3 Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement,

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven 6b Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bikudak) 65 P e n s i o e n r e g e l i n g u t a - w e r k n e m e r s Jaarboek Pensioen- en bedrijfstakeigen regelingen in de sector bouwnijverheid

Nadere informatie

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet

Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet noot: Bij samenloop van één of meer van de bepalingen in deze Regelen met bepalingen in de verzekeringsvoorwaarden en/of het pensioenreglement

Nadere informatie

Pensioenbijspaarreglement van Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam

Pensioenbijspaarreglement van Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam 1 Pensioenbijspaarreglement van Stichting Pensioenfonds Ballast Nedam d.d. 23 september 2004 Artikel 1. Definities...2 Artikel 2. Deelnemers...2 Artikel 3. Aard van de pensioenaanspraken...3 Artikel 4.

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950

PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950 PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG GELDEND VANAF 1 JANUARI 2006 April 2015 OVERGANGSREGELING

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven 6b Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bikudak) 65 P E N S I O E N R E G E L I N G U T A - W E R K N E M E R S Jaarboek Pensioen- en bedrijfstakeigen regelingen in de sector bouwnijverheid

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE 1 INHOUDSOPGAVE REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 ARTIKEL 1. AANSPRAKEN... 3 ARTIKEL 2. VARIABEL PENSIOENGEVEND SALARIS...

Nadere informatie

Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds Jacobs Nederland. versie 1 oktober 2014

Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds Jacobs Nederland. versie 1 oktober 2014 Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds Jacobs Nederland 2004 versie 1 oktober 2014 1 INHOUDSOPGAVE Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH Inhoudsopgave Artikel Titel 1. Algemene bepalingen 1 2. Deelnemers 1 3. Jaarsalaris 2 4. Arbeidsongeschiktheidspensioengrondslag

Nadere informatie

STICHTING PENSIOENBELANGEN RANK XEROX AMSTERDAM REGLEMENT

STICHTING PENSIOENBELANGEN RANK XEROX AMSTERDAM REGLEMENT STICHTING PENSIOENBELANGEN RANK XEROX AMSTERDAM REGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Omschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 4 Artikel 3 Pensioenaanspraken 4 Artikel 4 Verzekering 5 Artikel 5 Pensioengrondslag

Nadere informatie

REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen. van. Stichting Pensioenfonds Haskoning. Nijmegen. Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012

REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen. van. Stichting Pensioenfonds Haskoning. Nijmegen. Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012 REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen van Stichting Pensioenfonds Haskoning te Nijmegen Aangepast per 1-1-2012 Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012 Artikel 1 - Definities In deze pensioenregeling

Nadere informatie

Pensioenreglement Philips eindloonregeling. januari 2014. Philips Pensioenfonds

Pensioenreglement Philips eindloonregeling. januari 2014. Philips Pensioenfonds Pensioenreglement Philips eindloonregeling januari 2014 Philips Pensioenfonds Pensioenreglement Philips eindloonregeling High Tech Campus, Gebouw HTC 5.2 5656 AE EINDHOVEN januari 2014 1 Kernbedragen

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015

ANW- Hiaat Reglement 2015 ANW- Hiaat Reglement 2015 1 februari 2016 Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van het deelnemerschap... 7 Artikel 5.

Nadere informatie

Reglement ANW-hiaatverzekering. van. Pensioenfonds Deloitte

Reglement ANW-hiaatverzekering. van. Pensioenfonds Deloitte Reglement ANW-hiaatverzekering van Pensioenfonds Deloitte Versie: April 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen 3 Artikel 2 ANW-hiaatverzekering 5 Artikel 3 Deelnemerschap 5 Artikel 4 Aanmelding

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland ANW- Hiaat Reglement 2015 De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van

Nadere informatie

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 20150324 Reglement Pensioenopbouw Extra pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 2 Voorwoord

Nadere informatie

Aanvullend reglement 2016. Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag)

Aanvullend reglement 2016. Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2016 Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1. Definities 4 2. Algemeen 5 3. Deelneming 5 4. Vaststelling Aanvullende pensioengrondslag

Nadere informatie

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling Yvonne Bloem Administrateur Stichting Pensioenfonds Syngenta Nederland Westeinde 62 Postbus 2 1600 AA Enkhuizen Tel. 0228-366 435 Fax. 0228-366 445 yvonne.bloem@syngenta.com Betreft: Startbrief in verband

Nadere informatie

OVERGANGSREGELING STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW

OVERGANGSREGELING STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW REGLEMENT OVERGANGSREGELING STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW Reglement Overgangsregeling van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Inhoudsopgave Artikel 1 Definities 1 Artikel 2 Informatieverstrekking

Nadere informatie

Bijlage A2 PENSIOENREGLEMENT a.s.r.

Bijlage A2 PENSIOENREGLEMENT a.s.r. Bijlage A2 PENSIOENREGLEMENT a.s.r. 01-01-2015 / 1 INHOUDSOPGAVE 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 2. PENSIOENREGELING BIJ A.S.R.... 5 3. GEWEZEN DEELNEMERSCHAP AAN DE PENSIOENREGELING... 5 4. PENSIOENAANSPRAKEN

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (versie 1 januari 2015) Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (Pensioenfonds Ten Cate) Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bitumen) Pensioenregeling uta-werknemers 7b 7.19 Deelnemers 70 7.20 Premies 70 7.21 Ouderdomspensioen 71 7.22 Vervroegd

Nadere informatie

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag)

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2 Voorwoord De verplichte pensioenregeling

Nadere informatie

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering)

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) van de vereniging Het Pensioenfonds voor het personeel van de ANWB, gevestigd te 's-gravenhage Datum: 1 januari 2015 INLEIDING

Nadere informatie

Pensioenreglement 2014 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten

Pensioenreglement 2014 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Pensioenreglement 2014 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten versie 2014 inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 DEELNEMERSCHAP Artikel 1 Begripsbepalingen en bedragen Artikel 2 Deelnemer Artikel 3 Begin en einde

Nadere informatie

Uw pensioen bij Shell

Uw pensioen bij Shell Stichting Shell Pensioenfonds Uw pensioen bij Shell Reglement VI - 1 januari 2015 3 INHOUD 1 DEFINITIES 6 1.1 Algemeen 1.2 Specifiek 2 DEELNEMERSCHAP 9 2.1 Voorwaarden voor deelnemerschap 2.2 Einde deelnemerschap

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: a. het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; b.

Nadere informatie

Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds van de Grolsche Bierbrouwerij INHOUDSOPGAVE

Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds van de Grolsche Bierbrouwerij INHOUDSOPGAVE Prepensioenreglement van INHOUDSOPGAVE behorende bij het Prepensioenreglement van Stichting Pensioenfonds van de Grolsche Bierbrouwerij te Enschede Artikel Bladzijde Omschrijving 1 1 Begripsomschrijvingen

Nadere informatie

Reglement II 2005 (Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit van 25 november 2015)

Reglement II 2005 (Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit van 25 november 2015) 1 Reglement II 2005 (Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit van 25 november 2015) Inhoudsopgave Artikel Titel 1 Begripsomschrijvingen 2 Gelijkstellingen 3 Deelnemerschap 4 Behoud van pensioenaanspraken

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: a. het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; b.

Nadere informatie

20-2t- 22-23- 24-25- 25.A'- Artikel 11 - Artikel 1,2 - Artikel 13- Artikel L4- Artikel l_5 -

20-2t- 22-23- 24-25- 25.A'- Artikel 11 - Artikel 1,2 - Artikel 13- Artikel L4- Artikel l_5 - t ^ t- rqq3 PENSIOENREGLEMENT van de StlchÈlng Pensioenfonds Urenco Nederland Inhoudsopgave HOOFDSTI'K I Artikel 1 - Artikel 2 - Artikel 3 - Artikel 4 - ertikel 5 - Artikel 6 INLEIDENDE BEPÀLINGEN Begripsbepal

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Trespa. Brochure Pensioenregeling

Stichting Pensioenfonds Trespa. Brochure Pensioenregeling Brochure Pensioenregeling Wat houdt de brochure Pensioenregeling in? De brochure maakt deel uit van de startbrief. In de brochure wordt de pensioenregeling in begrijpelijke taal toegelicht aan de hand

Nadere informatie

Uw pensioen bij Shell

Uw pensioen bij Shell Stichting Shell Pensioenfonds Uw pensioen bij Shell Reglement V - 16 november 2010 3 INHOUD 1 DEFINITIES 6 1.1 Algemeen 1.2 Specifiek 2 DEELNEMERSCHAP 9 2.1 Voorwaarden voor deelnemerschap 2.2 Aanvang

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2011

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2011 REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Per 1 januari 2011 Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo Correspondentieadres: Postbus

Nadere informatie

Reglement verzekering nettopartner- en nettowezenpensioen op risicobasis

Reglement verzekering nettopartner- en nettowezenpensioen op risicobasis Reglement verzekering nettopartner- en nettowezenpensioen op risicobasis Uitgevoerd door Stichting Pensioenfonds Hewlett-Packard Nederland Gevestigd te Amstelveen 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Artikel

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Holland Casino. Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino. Inhoudsopgave:

Stichting Pensioenfonds Holland Casino. Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino. Inhoudsopgave: 1 REGLEMENT VOOR VRIJWILLIGE EIGEN BIJDRAGEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Inhoudsopgave: Artikel 1 Definities 2 Artikel 2 Uitgangspunten van de regeling / omschrijving pensioenaanspraken

Nadere informatie

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL. Postbus 3144 2280 GC Rijswijk

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL. Postbus 3144 2280 GC Rijswijk STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL Verrijn Stuartlaan 1E 2288 EK Rijswijk Telefoon: 070-3381020 Fax : 070-3503531 Postbus 3144 2280 GC Rijswijk Website: www.bpfavh.nl

Nadere informatie

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE INHOUDSOPGAVE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 Artikel 1. DEELNEMERS... 4

Nadere informatie

TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2006

TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2006 TIJDELIJKE AANVULLINGSREGELING van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Per 1 januari 2006 Looptijd tot en met 31 december 2014 Versie 1 januari 2013 Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (versie 1 januari 2014) Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (Pensioenfonds Ten Cate) Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen)

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) 7a 7.1 Algemeen 60 7.2 Deelnemers 62 7.3 Premies 62 7.4 Ouderdomspensioen 63 7.5 Vervroegd pensioen 63

Nadere informatie

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam INHOUD Inleidende bepalingen Artikel 1. Aanvullende pensioenregeling 1 Artikel 2. Deelnemerschap 1 Artikel

Nadere informatie

Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011

Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011 Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011 Het Pensioenreglement 2011 geldend voor werknemers voor wie op 31 juli 2011 het pensioenreglement 2008 van toepassing is dan wel in dienst getreden op of na 1

Nadere informatie

Voorstel van wet houdende invoering van de Pensioenwet (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet)

Voorstel van wet houdende invoering van de Pensioenwet (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet) Voorstel van wet houdende invoering van de Pensioenwet (Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet) Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben,

Nadere informatie

Pensioenreglement 1987

Pensioenreglement 1987 Pensioenreglement 1987 (versie: 1 januari 2012) Pensioenreglement van Stichting Ahold Pensioenfonds (laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2012) Inhoudsopgave pagina HOOFDSTUK I : DEFINITIES 3 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Pensioenreglement III Abbott. Stichting Pensioenfonds Abbott Nederland. Vroegpensioenreglement 01-01-2008

Pensioenreglement III Abbott. Stichting Pensioenfonds Abbott Nederland. Vroegpensioenreglement 01-01-2008 Pensioenreglement III Abbott Stichting Pensioenfonds Abbott Nederland Vroegpensioenreglement 01-01-2008 PENSIOEN ASSET MANAGEMENT GOVERNANCE ALGEMEEN... 3 Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2

Nadere informatie

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds Reglement Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen Stichting Metro Pensioenfonds 1 Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Deelnemerschap 2 Artikel 3 Terhandstelling van bescheiden

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT VAN DSM BIOLOGICS BV

PENSIOENREGLEMENT VAN DSM BIOLOGICS BV PENSIOENREGLEMENT VAN DSM BIOLOGICS BV Datum ingang: 1 oktober 1991 Datum wijziging: 1 januari 2003 INHOUDSOPGAVE Artikel Blz. Artikel 1 Definities...1 Artikel 2 Deelname...2 Artikel 3 Pensioenverzekeringen...3

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT III

PENSIOENREGLEMENT III PENSIOENREGLEMENT III Anw-pensioen STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG April 2015 ARTIKEL 1 Individuele verzekering van Anw-pensioen Voor de werknemers in dienst van

Nadere informatie

Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67)

Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67) Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67) artikel 1. Algemeen Deze regeling is een bijlage bij het pensioenreglement van 1 van Stichting Pensioenfonds General Electric Nederland,

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 8 december 2006 (OR. en) 2005/0258 (COD) PE-CONS 3669/06 SOC 549 CODEC 1331 OC 898 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING

Nadere informatie

Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht

Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht Besluit van 7 februari 2005, Stb. 2005, 152, houdende intrekking van het Besluit reken- en procedureregels recht op waardeoverdracht en vaststelling van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 201 26 238 Wijziging van enkele wetten in verband met invoering van het regresrecht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en versterking

Nadere informatie

Overgangsregeling ECI 15 jaarsoptie Uitstel financiering van over het verleden in te kopen pensioenruimte

Overgangsregeling ECI 15 jaarsoptie Uitstel financiering van over het verleden in te kopen pensioenruimte Overgangsregeling ECI 15 jaarsoptie Uitstel financiering van over het verleden in te kopen pensioenruimte Artikel 1 Definities a) Werkgever ECI B.V. gevestigd te Vianen en de volgende aangesloten ondernemingen:

Nadere informatie

Partner- en Wezenpensioen

Partner- en Wezenpensioen Partner- en Wezenpensioen Uitgave april 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds SABIC, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend

Nadere informatie

Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw

Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Artikel 1 Definities De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in het Pensioenreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw (hierna:

Nadere informatie

Pensioenreglement. Stichting Pensioenfonds DSM Nederland. Uitgave 1 april 2014

Pensioenreglement. Stichting Pensioenfonds DSM Nederland. Uitgave 1 april 2014 Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds DSM Nederland Uitgave 1 april 2014 Inhoud Pag. Omschrijving 03 Hoofdstuk 1 - Algemeen 03 Artikel 1 Definities 06 Artikel 2 Aanvang en einde deelnemerschap 07 Artikel

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II. Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG

PENSIOENREGLEMENT II. Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG PENSIOENREGLEMENT II Aanvullend pensioen WAO/WIA STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG Januari 2015 Inhoud ARTIKEL 1 Inleidende bepalingen... 3 ARTIKEL 2 Heffing... 4 ARTIKEL

Nadere informatie

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsbepalingen als omschreven in artikel

Nadere informatie

Progress. Pensioenreglement 2002

Progress. Pensioenreglement 2002 Progress Pensioenreglement 2002 1 juli 2012 Pagina 1 van 48 Inhoudsopgave 1. ALGEMEEN 4 1.1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 4 1.2. DEELNEMERSCHAP... 9 1.3. PENSIOENAANSPRAKEN... 10 2. PENSIOENAANSPRAKEN TEN

Nadere informatie

Pensioenreglement 2004

Pensioenreglement 2004 (voor werknemers geboren vóór 1 januari 1950 en deelnemer geworden vóór 1 januari 2006) (versie: 1 januari 2013) INDEX Artikel 1 - Definities 2 Artikel 2 - Deelnemerschap 6 Artikel 3 - Aanspraken op Pensioen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1986-1987 Nr. 174d 19638 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds BRIEF VAN

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT III

PENSIOENREGLEMENT III PENSIOENREGLEMENT III Anw-pensioen STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG Januari 2015 ARTIKEL 1 Individuele verzekering van Anw-pensioen Voor de werknemers in dienst van

Nadere informatie

voor de pensioenregeling van Henkel Nederland B.V. gevestigd te Nieuwegein

voor de pensioenregeling van Henkel Nederland B.V. gevestigd te Nieuwegein Addendum op het op 1 januari 2008 in werking getreden pensioenreglement-b (= middelloon) 2008 (Pensioenregling 55-minners) van Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V. voor de pensioenregeling

Nadere informatie

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE INHOUDSOPGAVE BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 2 Artikel 1. DEELNEMERS... 4 Artikel 2. AANSPRAKEN... 4 Artikel 3. INGANG EN DUUR...

Nadere informatie

Ingang Partner- en wezenpensioen

Ingang Partner- en wezenpensioen Stichting Pensioenfonds TNO DE TNO-PENSIOENREGELING IN HET KORT Ingang Partner- en wezenpensioen Voor de nabestaanden januari 2008 Wat vindt u in deze brochure? bladzijde De hoogte van het partnerpensioen

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds N.V. W.A. Hoek s Machine- en Zuurstoffabriek. Pensioenreglement: pensioenspaarregeling op basis van kapitaalsparen

Stichting Pensioenfonds N.V. W.A. Hoek s Machine- en Zuurstoffabriek. Pensioenreglement: pensioenspaarregeling op basis van kapitaalsparen Stichting Pensioenfonds N.V. W.A. Hoek s Machine- en Zuurstoffabriek Pensioenreglement: pensioenspaarregeling op basis van kapitaalsparen PENSIOENSPAARREGLEMENT VAN DE STICHTING PENSIOENFONDS N.V. HOEK

Nadere informatie

STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW

STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW REGLEMENT PREPENSIOENREGELING STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS WATERBOUW Reglement Prepensioenregeling van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Inhoudsopgave Artikel 1 Definities 1 Artikel

Nadere informatie

REXEL NEDERLAND REGELING 2014

REXEL NEDERLAND REGELING 2014 REXEL NEDERLAND REGELING 2014 STICHTING PENSIOENFONDS SAGITTARIUS Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2 Deelnemerschap... 5 Artikel 3 Pensioenaanspraken... 5 Artikel 4 Pensioengrondslag...

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Pensioenreglement 2015

Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Pensioenreglement 2015 Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten Pensioenreglement 2015 versie 2015 www.spms.nl Pensioenreglement 2015 2 Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Deelnemerschap Artikel 1 Begripsbepalingen en bedragen Artikel

Nadere informatie

Progress. Pensioenreglement 2002

Progress. Pensioenreglement 2002 Progress Pensioenreglement 2002 1 januari 2014 Pagina 1 van 48 Inhoudsopgave 1. ALGEMEEN 4 1.1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 4 1.2. DEELNEMERSCHAP... 9 1.3. PENSIOENAANSPRAKEN... 10 2. PENSIOENAANSPRAKEN

Nadere informatie

REGLEMENT. per 1 januari 2006. Stichting VUT fonds ECI

REGLEMENT. per 1 januari 2006. Stichting VUT fonds ECI REGLEMENT per 1 januari 2006 van Stichting VUT fonds ECI houdende de regeling vrijwillig vervroegde uittreding. Bladnummer 1 van 6 DEFINITIES Artikel 1 1. In,dit reglement wordt verstaan onder: Stichting:

Nadere informatie

STICHTING FLEXIBEL PENSIOEN RANK XEROX AMSTELVEEN REGLEMENT

STICHTING FLEXIBEL PENSIOEN RANK XEROX AMSTELVEEN REGLEMENT STICHTING FLEXIBEL PENSIOEN RANK XEROX AMSTELVEEN REGLEMENT INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Begripsomschrijving 3 Artikel 2 Jaarsalaris 4 Artikel 3 Bijdrage 5 Artikel 4 Deelnemerschap 5 Artikel 5 Vervroegde

Nadere informatie

STICHTING PENSIOENFONDS XEROX VENRAY REGLEMENT BASISPENSIOENREGELING 65+

STICHTING PENSIOENFONDS XEROX VENRAY REGLEMENT BASISPENSIOENREGELING 65+ STICHTING PENSIOENFONDS XEROX VENRAY REGLEMENT BASISPENSIOENREGELING 65+ INHOUDSOPGAVE Pagina Artikel 1 Begripsomschrijving 3 Artikel 2 Deelnemerschap 4 Artikel 3 Pensioenaanspraken 4 Artikel 4 Pensioengrondslag,

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013. van Stichting Pensioenfonds AZL

PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013. van Stichting Pensioenfonds AZL PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013 van Stichting Pensioenfonds AZL Inhoudsopgave HOOFDSTUK I PENSIOENREGELING EN UITVOERING... 4 Artikel 1 Definities...4 Artikel 2 Uitvoering van

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT 2002 VAN PENSIOENSTICHTING TRANSPORT

PENSIOENREGLEMENT 2002 VAN PENSIOENSTICHTING TRANSPORT PENSIOENREGLEMENT 2002 VAN PENSIOENSTICHTING TRANSPORT INHOUDSOPGAVE A. Algemeen deel... 4 Artikel 1. Toepassingsgebied... 4 Artikel 2. Begripsbepalingen... 4 Artikel 3. Deelnemerschap... 6 Artikel 4.

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT D. Pensioenreglement D van Stichting Pensioenfonds Protector per 1 juli 2015 pagina 1 van 47

PENSIOENREGLEMENT D. Pensioenreglement D van Stichting Pensioenfonds Protector per 1 juli 2015 pagina 1 van 47 PENSIOENREGLEMENT D Pensioenreglement D van Stichting Pensioenfonds Protector per 1 juli 2015 pagina 1 van 47 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1. DEELNEMING AAN DE PENSIOENREGELING 4 Artikel 1 Deelnemers...4 Artikel

Nadere informatie