Jan Derksen Nog veel dilemma s rond DSM-5

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jan Derksen Nog veel dilemma s rond DSM-5"

Transcriptie

1 JAARGANG 5 NUMMER 4 mei 2013 Jan Derksen Nog veel dilemma s rond DSM-5 Narcisme Op latere leeftijd MMPI-2 Gebruik bij Turkse Nederlanders Boek Terug naar normaal

2 Gehechtheid Voel jij je buitengesloten? - Accreditatie is aangevraagd bij: FGzP NIP NIP K&J / NVO NVvP V&V Onder voorzitterschap van prof. dr. Marianne Riksen-Walraven komen de volgende presentaties aan bod: Introductie: Gehechtheid en de behoefte erbij te willen horen Leerkracht-kindrelaties vanuit gehechtheidsperspectief Gehechtheid bij pleegzorg en adoptie Gehechtheid & Partnerrelaties Mannengroepen Gehechtheid en sociaal functioneren op latere leeftijd Dinsdag 18 juni 2013, uur Congrescentrum de ReeHorst, Ede

3 IN DIT NUMMER jaargang 5 nummer 4 mei Bijeenkomst Dilemma s rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk De categorieën in de DSM vormen heldere grenzen om stoornissen te classificeren. Een classificatie is echter nog geen diagnose. Jan Derksen Onlangs verscheen de langverwachte en veelbesproken DSM-5. De totstandkoming van het classificatieboek is niet zonder slag of stoot verlopen, en ook de reacties op het resultaat zijn verdeeld. Tijdens een druk bezocht congres werd de spotlight gezet op de dilemma s rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk. Wetenschap 10 Narcisme op latere leeftijd I. Debast, G. Rossi, J.J.L. Derksen, S.P.J. van Alphen 18 MMPI-2: gebruik bij Turkse Nederlanders en het belang daarbij van aparte normen V. Yildirim, P.A. Boelen, J.J.L. Derksen Praktijk 16 DSM-5: vooruitgang of schade voor het vak? In april jl. verscheen het boek Terug naar normaal van Allen Frances. Huib van Dis bespreekt dit boek en schetst zijn opinie over wat nu in Nederland te doen met de DSM-5. Rubrieken 4 Nieuws 15 Column Gerton Heyne Fraude in de ggz? 27 De werkplek Marco de Wind 29 Column Jan Derksen GZ-psychologen verenigt u 30 Agenda Oproep Heeft u een studie uitgevoerd waarvan de resultaten interessant zijn voor de lezers van GZpsychologie? Of heeft u onlangs in een niet-nederlandstalig tijdschrift een wetenschappelijk artikel gepubliceerd dat voor een Nederlands publiek bewerkt kan worden? GZ-psychologie staat open voor wetenschappelijke bijdragen. De volledige auteursinstructies vindt u op Als u eerst wilt overleggen, kunt u een sturen naar

4 n i e u w s Stress versterkt emotioneel geheugen Psychosociale stress heeft bij mannen en die na de stressvolle ervaring de afbeeldingen vrouwen een verschillend effect op het hadden bekeken, herinnerden een week later in geheugen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek verhouding meer emotionele dan neutrale afbeeldingen. Deze mannen presteerden ook beter op van Sandra Cornelisse. een andere geheugentaak dan mannen uit de Cornelisse bracht de helft van 77 studenten controlegroep. Bij vrouwen had de stressvolle in een stressvolle situatie. De proefpersonen ervaring geen invloed op de geheugenprestatie. moesten met slechts drie minuten voorbereidingstijd een presentatie van vijf minuten houden Stresshormoon voor een zogenaamd sollicitatiegesprek, de Cornelisse koppelt de geheugenprestaties aan commissie reageerde heel koel. Daarna moesten de concentratie van het stresshormoon cortisol. ze een ingewikkelde rekenopdracht maken. Als de concentratie van dat hormoon steeg, Proefpersonen in de controlegroep hoefden alleen verbeterde namelijk het geheugen. De cortisolconcentratie steeg bij mannen die de stressvolle maar een tijdschrift te lezen. Hierna moesten alle proefpersonen op een computerscherm twee opdracht kregen. Bij vrouwen bleek de concentratie minder te stijgen na psychosociale stress. soorten afbeeldingen bekijken, neutrale (bijvoorbeeld een koffiemok) en emotionele (bijvoorbeeld Waarschijnlijk beïnvloedt de hormonale cyclus een explosie). Na een week werden alle proefpersonen, 23 mannen en 54 vrouwen, opnieuw minst bij vrouwen die de pil gebruikten, 39 van het cortisolniveau. Het stresshormoon steeg het opgeroepen en keek Cornelisse hoeveel afbeeldingen ze zich nog konden herinneren. de 54. Bron: UMC Utrecht Stress blijkt bij mannen en vrouwen een verschillend effect te hebben op het geheugen. Mannen Symforatapes opnieuw uitgebracht en online beschikbaar De Symforatapes, dvd s met therapiesessies door master clinicians, zijn al enige jaren niet meer beschikbaar. Psychotherapy.net heeft nu een aantal van de tapes onder de titel approaches to personality disorders opnieuw uitgebracht: die van Linehan, Kernberg en Freeman, respectievelijk Dialectische Gedragstherapie, Transference Focused Psychotherapy en Cognitieve Gedragstherapie. Deze nieuwe serie toont niet alleen de originele therapiesessies, maar omvat ook interviews met de betrokken topclinici over de essentie van hun benadering en hoe die is geëvolueerd. Erg interessant is hun commentaar op de sessie dat ook integraal is opgenomen. De dvd s kunnen worden aangeschaft en zijn online beschikbaar. Bron: Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen Jij bent je brein Kleine groep tieners neemt risico met online seksueel gedrag Online seksueel risicogedrag komt niet massaal voor onder tieners, maar beperkt zich tot slechts een kleine groep adolescenten. Ook verschillen volwassenen en adolescenten weinig in online seksueel risicogedrag en hun inschatting van de bijbehorende voor- en nadelen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Susanne Baumgartner. De bevindingen nuanceren eerdere zorgen over de mate van online seksueel risicogedrag onder de jeugd. Echter, de kleine groep adolescenten die dit gedrag wel vertoont, verdient extra aandacht. De promovenda toont verder aan dat jongeren met een verhoogd online seksueel risicogedrag ook meer offline seksueel risicogedrag vertonen, vaker worden lastig gevallen op het internet en vaker ongewilde seksuele verzoeken krijgen. Vrienden van grote invloed op risicogedrag Het ingeschatte aantal vrienden dat risico s neemt, bleek verreweg de meest consistente en sterkste voorspeller van online seksueel risicogedrag. De bevindingen van het onderzoek onderstrepen de invloed van leeftijdsgenoten op het online seksueel risicogedrag van adolescenten. De resultaten impliceren dat online risicogedrag, net als offline risicogedrag, vooral wordt beïnvloed door wat vrienden doen en wat hun normen zijn. Onderzoeksmethode Het onderzoek van Baumgartner is gebaseerd op zowel een longitudinale als een cross-nationale studie. De longitudinale data omvat Nederlandse adolescenten in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Deze adolescenten zijn op vier momenten met tussenpozen van zes maanden ondervraagd. Tijdens het eerste meetmoment hebben tevens Nederlandse volwassenen (19 tot 85 jaar oud) deelgenomen aan de studie. Om de focus van het onderzoek te verbreden en niet alleen uitspraken te doen over Nederlandse adolescenten, is een cross-nationale dataset geanalyseerd. Deze bestond uit informatie over het online seksueel risicogedrag van adolescenten in de leeftijd van 11 tot 16 jaar die afkomstig waren uit 20 Europese landen (EU Kids Online project). Bron: Universiteit van Amsterdam Samen met kinderboekenschrijver Jan Paul Schutten herschreef Swaab zijn bestseller Wij zijn ons brein tot een jeugdversie getiteld Jij bent je brein. Hoe werkt je geheugen? Waarom wil je wat je wilt? Wat zijn verschillen tussen jongensen meisjeshersenen? Voorbeelden van onderwerpen die in begrijpelijke taal aan bod komen. Maar ook zaken als vrije wil, autisme, en het criminele brein worden besproken. Jij bent je brein. Alles wat je wilt weten over je hersenen is verschenen bij uitgeverij Atlas. Bron: PrimaOuders 4 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

5 Internetbehandeling depressie verzekerde zorg Het CVZ concludeert dat internetbehandeling niet wezenlijk wijzigt ten opzichte van de oorspronkelijke zorg. De beoordeling of dit het geval is ligt bij gebaseerd op cognitieve gedragstherapie voor volwassen patiënten met een lichte of zware depressie, voldoet aan de stand van de wetenschap en ervoor gekozen om voor internetbehandeling bij zorgverzekeraars en aanbieders. Toch heeft het CVZ praktijk. Ook aan de overige wettelijke voorwaarden depressie een beoordeling te doen. De reden is dat is voldaan en daarmee behoort dit type interventie in het geval van internetbehandeling bij depressie tot de te verzekeren prestaties van de Zvw. sprake leek te zijn van grote verschillen in aanpak tussen online en face-to-face. In 2011 heeft het CVZ het standpunt ingenomen dat nieuwe verschijningsvormen van reeds bestaande, Meer informatie vindt u in het rapport Standpunt verzekerde zorg in principe niet afzonderlijk beoordeeld hoeven te worden. De zorg blijft verzekerde internetbehandelingen bij depressie van het CVZ. zorg als de samenstelling en de effectiviteit ervan Bron: GGZ Nederland Petitie Zorg over jeugd-ggz ruim keer getekend Ontwikkelingen en uitgavengroei in de ggz Op 23 april heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mevrouw Schippers de Marktscan Geestelijke Gezondheidszorg en de notitie Kostenontwikkeling GGZ aangeboden aan de Tweede Kamer. Marktscan Geestelijke Gezondheidszorg De Marktscan Geestelijke Gezondheidszorg van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) brengt recente ontwikkelingen in de jaren feitelijk in kaart. De cijfers en analyses in de marktscan hebben betrekking op de structuur van de ggz-sector, het gedrag van de verschillende spelers en het effect daarvan op de publieke belangen. n i e u w s Begin april hebben kinder- en jeugdpsychiaters Menno Oosterhoff, Peter Dijkshoorn en Inge van Balkom een petitie op internet (www.petitiejeugdggz.nl) geplaatst. Zij maken zich zorgen over de nieuwe Jeugdwet. In de transitie Jeugdzorg, zoals de stelselwijziging wordt genoemd, valt de jeugdzorg in 2015 onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Jaarlijks komen ongeveer vijf procent van alle kinderen onder de achttien jaar, , in aanraking met de tweedelijns jeugd-ggz. Zorgen Jeugdzorg De petitie is een stem tegen het verwijderen van de ggz voor kinderen en jongeren uit het basispakket van de ziektekostenverzekering. Volgens de opstellers van de petitie is de zorg die kinderen en jongeren straks krijgen afhankelijk van de woonplaats. Immers: ggz wordt gemeentebeleid en gemeenten bepalen zelf hoe zij het geld voor de zorg besteden. Als deze wet wordt aangenomen zijn kinderen en jongeren niet meer verzekerd van geestelijke gezondheidszorg op basis van de zorgverzekering. De verantwoordelijk hiervoor komt bij de gemeenten te liggen. Daardoor dreigt de afbraak van de huidige jeugd-ggz als een samenhangend systeem van opleiding, onderwijs, wetenschappelijk onderzoek, innovatie en het aanbieden van specialistische zorg. De petitie heeft in anderhalve maand tijd meer dan handtekeningen opgeleverd. Onder de ondertekenaars zijn ouders, gezondheidszorgpsychologen, directies en raden van bestuur van bijna alle grote instellingen voor jeugd-ggz, hoogleraren, sociotherapeuten, orthopedagogen, leerkrachten, kinderpsychiaters, psychologen. Bron: ggznieuws.nl Notitie Kostenontwikkeling GGZ De RIVM-notitie Kostenontwikkeling GGZ focust op de onderliggende determinanten van de uitgavengroei in de ggz van 2000 tot en met Deze notitie is onderdeel van de publicatiereeks Notities kosten van ziekten, opgesteld in het kader van de zesde uitgave van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning van het RIVM, die in 2014 verschijnt. De documenten zijn te vinden op: documenten-en-publicaties/kamerstukken/ 2013/04/23/aanbiedingsbrief-marktscangeestelijke-gezondheidszorg-ggz-en-notitiekostenontwikkeling-ggz.html Bron: volksgezondheidtoekomstverkenning.nl F o r u m De redactie nodigt u uit schriftelijk te reageren op artikelen in deze uitgave. U kunt uw reactie mailen naar De reacties plaatsen we in een volgend nummer. De redactie houdt zich het recht voor inzendingen te weigeren of in overleg met de auteur in te korten. GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

6 Bijeenkomst Bijeenkomst Dilemma s rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk De komst van DSM-5 lost nog lang niet alle discussiepunten op 6 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

7 Bijeenkomst Onlangs verscheen de langverwachte en veelbesproken DSM-5. De totstandkoming van het lijvige classificatieboek is niet zonder slag of stoot verlopen. Ook de reacties op het uiteindelijke resultaat zijn verdeeld. Tijdens een druk bezocht congres eind maart werd de spotlight gezet op de dilemma s rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk. Een classificatie is a-theoretisch, maar ons vak niet. naomi querido, wetenschapsjournalist De nieuwste versie van het handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen, kortweg DSM, heeft een aantal vernieuwingen ondergaan. Zo zijn er nieuwe categorieën als de autismespectrumstoornis toegevoegd en zijn de grenzen van enkele bestaande stoornissen verbreed. Ook is de benadering in DSM-5 veel dynamischer. Voor het eerst is er aandacht voor beweeglijke aspecten als dimensies, stagering en gradaties van ernst. Toch is de introductie niet met louter gejuich ontvangen in het werkveld van psychologen, orthopedagogen en psychiaters. Sterker nog, de DSM-5 heeft, nog voor de verschijning, al veel kritiek gekregen, discussie losgemaakt en de professional voor praktische dilemma s gesteld. Op het congres Dilemma s rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk van Van der Hoef & Partners zijn dan ook meer dan tweehonderd professionals om met elkaar van gedachten te wisselen, zicht te krijgen op nieuwe zienswijzen en antwoorden te vinden op prangende kwesties. Classificatie versus diagnose Een van die vragen is welke plaats de DSM verdient in het instrumentarium van de psycholoog en psychiater. De DSM is in de eerste plaats een classificatiesysteem, vertelt prof. dr. Jan Derksen, klinisch psycholoog-psychotherapeut en als hoogleraar werkzaam aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Vrije Universiteit van Brussel. De categorieën in de DSM vormen heldere grenzen om stoornissen te classificeren. De biologische optiek staat daarbij van oudsher voorop: het DSM-systeem tracht structuur en ordening te brengen via biologische parameters en ankerpunten in het brein. Een classificatie is echter nog geen diagnose. Toch zien we in de praktijk vaak dat niet-deskundige professionals, van fysiotherapeut tot leerkracht, een diagnose stellen op basis van een classificatie. De DSM is zelfs meer dan een classificatiesysteem, vindt bijzonder hoogleraar Persoonlijkheidsstoornissen Roel Verheul van de Universiteit van Amsterdam. Het boek is, zoals de titel al aangeeft, een diagnostical manual. Er staat informatie in over de aard van klachten, symptomen en de mate van ernst. Anderzijds blijven zaken als beloop, pathogenese en contextuele factoren veelal buiten beschouwing. De criteria verklaren bovendien weinig. Er is geen link met de etiologie, het ontstaan van de aandoening, of de prognose, de voorspellende waarde van de diagnose. Ook blijven contextuele invloeden, zoals de omgeving, onderbelicht. Voor een diagnose is dus wel meer nodig dan de DSM alleen. Het stellen van een diagnose vraagt erom zowel te kijken naar de klachten en de context en naar bijkomende factoren als functionele beperkingen, de familieanamnese en etiologische achtergronden, stelt hoogleraar Psychiatrie Bert van Hemert van het Leids Universitair Medisch Centrum. Al die afwegingen tezamen leiden tot een onderbouwde diagnose. De rol van de DSM is volgens Van Hemert vooral die van betrouwbaar instrument om de gestelde diagnose in te delen in een classificatie. Het is een boek voor diagnostiek, maar geen meetinstrument. Bovendien hangt de validiteit ook af van de al eerder genoemde factoren én een kundige beoordeling. Een classificatie is a-theoretisch, maar ons vak niet. We moeten patiënten zien om de kenmerken en stagering te bepalen. Risico s en valkuilen De DSM schept eenheid in de basisbegrippen, maar maakt slechts een klein onderdeel uit van de diagnostiek, benadrukt ook hoogleraar Bipolaire Stoornissen bij het VU medisch centrum Ralph Kupka op de vraag hoe de behandelaar het boek kan inzetten in de dagelijkse praktijk: Kennis van symptomen en syndromen kun je niet inzetten zonder het herkennen van patronen, variatie en samenhang. Het diagnostisch construct bestaat uit vier elementen: een toestandsbeeld, de syndroomdiagnose, de structuurdiagnose en de differentiatiediagnose. In het gesprek met de patiënt gaat het er niet om een classificatie vast te stellen, maar om vragen te stellen die hem of haar helderheid bieden. Het gesprek en het probleem We weten in de psychologie niet wat normaliteit is, daar bestaat geen definitie van, laat staan dat we dus weten wat een stoornis is van de patiënt zijn het uitgangspunt, de classificatie is daar het eindproduct van. Uiteindelijk behandel je niet de classificatie, maar de structuurdiagnose. De veelgemaakte fout dat de DSM kan worden beschouwd als een handboek voor het diagnosticeren van stoornissen, met bijbehorende etikettering en medicalisering, draagt nog meer gevaren met zich mee, waarschuwt Jan Derksen. Zo bestaat het risico op reïficatie, waarbij een stoornis als ding wordt gezien, terwijl het een theoretisch construct is. In plaats van etiketten uitdelen die voor mensen de functie van een prothese krijgen, is het juist de rol van de psycholoog om gezondheid te bevorderen. Een voorbeeld? Je kunt een kind met het label dyslexie zijn hele school- en studietijd extra tijd geven bij examens, of het door training met woorden beter door het alledaagse leven laten komen. Gezondheid bevorderen betekent: geen etiketten plakken. Voor psychologen, orthopedagogen en psychiaters is het dan ook van belang om de psychologische processen en patronen te GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

8

9 Bijeenkomst Roel Verheul: Een gemeenschappelijke kader is belangrijk, want integratie van onderzoeksgebieden als psychologie, neurowetenschap en de gen-omgevingscorrelatie verdient nog veel aandacht. onderzoeksgebieden als psychologie, neurowetenschap en de gen-omgevingscorrelatie (de manier waarop genetische en omgevingsinvloeden elkaar beïnvloeden, NQ) verdient nog veel aandacht. fotografie: Naomi Querido diagnosticeren. Derksen: We weten in de psychologie niet wat normaliteit is, daar bestaat geen definitie van, laat staan dat we dus weten wat een stoornis is. Wellicht is het beter uit te gaan van adaptatieproblemen, die leiden tot lijden. Vraag daarom uit tegen welke problemen iemand aanloopt met liefhebben, werken en spelen. Psychische processen zijn beweeglijk en veranderlijk, terwijl psychische patronen stabieler zijn en meer over iemands persoonlijkheid zeggen. Daarop is de hulpvraag vervolgens toe te spitsen. Na de psychologische analyse moet de interventie volgen op basis van de conditioneringstheorie, de cognitieve benadering en de psychodynamische aanpak. Derksen: Je hebt alle drie de theorieën nodig. Zo vallen angst- en stemmingsstoornissen in de DSM-5 nu onder emotie-regulatieproblemen. De exacte vorm varieert, maar processen en patronen spelen, gezien vanuit de hechtingstheorie, een belangrijke rol om emoties te reguleren naar gevoelens. Hervormingen en verbeteringen Wat levert de nieuwe DSM, ondanks de kritische geluiden en valkuilen, dan op voor psychologen? Met de komst van DSM IV kwam er internationaal aandacht voor het herkennen van persoonlijkheidsstoornissen, betrouwbare diagnostiek en het stimuleren van onderzoek naar behandeling en richtlijnen, vertelt Roel Verheul. Anders dan vaak gedacht, heeft het verschil in cluster bij de persoonlijkheidsstoornissen belangrijke implicaties voor de behandeling. Door de eenvoud van het systeem kun je daar goed met elkaar over van gedachten wisselen. Dat gemeenschappelijke kader is belangrijk, want integratie van Grote hervormingen in de DSM-5 zijn uitgebleven, zoals een betere aansluiting bij de roep vanuit de praktijk om handvatten voor disease management, het scala aan interventies dat zich richt op het verbeteren van de coördinatie en de afstemming van de zorgverlening tussen verschillende hulpverleners. In de nieuwe DSM ontbreekt het ontwikkelingsperspectief: voorstadia van stoornissen staan er bijvoorbeeld niet in beschreven, zegt dr. Jaap van der Stel, lector geestelijke gezondheidszorg aan de Hogeschool Leiden en senior onderzoeker GGZ ingeest/vumc in Amsterdam. Maar met de toevoeging van stagering wordt wel tegemoet gekomen aan het uitgangspunt dat de zorg tot doel heeft om mensen beter te maken. Ten slotte biedt de nieuwe DSM met de focus op zelfregulering nóg een belangrijk concreet handvat voor behandeling. Van der Stel: Vaak is de zelfregulatie De categorieën in de DSM vormen heldere grenzen om stoornissen te classificeren. Een classificatie is echter nog geen diagnose ernstig verstoord of niet tot ontwikkeling gekomen. Samen met de betrokkene en de omgeving kan de behandelaar op zoek naar manieren voor herstel of behoud van die zelfregulatie. Duidelijk is dat DSM-5 een dappere en deels geslaagde poging is om meer aan te sluiten bij de dagelijkse dynamiek van het werk, vooruitgang in het werkveld te stimuleren, en aan te tonen dat er nog veel onderzoeksvragen dienen te worden beantwoord onder meer door psychologen. En dat maakt meteen ook duidelijk dat de discussie tussen de beroepsbeoefenaars en wetenschappers over de psychiatriebijbel nog lang niet is uitgewoed. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd. Niet voor niets krijgt de nieuwe versie de naam DSM 5.0: achter de schermen wordt alweer hard gewerkt aan een nieuwe herziene editie... n Meer achtergronden en visies? Bekijk de presentaties van het congres op GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

10 WETENSCHAP Narcisme op latere leeftijd Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste senior van het land? I. Debast, G. Rossi, J.J.L. Derksen, S.P.J. van Alphen Narcisme op latere leeftijd blijkt onderbelicht in de wetenschappelijke literatuur. Niettemin is aandacht voor narcisme bij 65-plussers in de klinische praktijk zeer relevant. Ouderen met een narcistische stoornis hebben doorgaans grote moeite om grootheidswensen te modificeren aan leeftijdsspecifieke verlieservaringen en beperkingen. Het is algemeen bekend dat de huidige DSM-criteria voor de narcistische persoonlijkheidsstoornis (APA, 2000) beperkt toepasbaar zijn voor zowel jongere als oudere volwassenen. Daarom pleiten wij voor een verbreding van het construct. Het betreft een dimensionale benadering die contextafhankelijk is en waarbij wordt uitgegaan van adaptief versus maladaptief narcisme. De overgang van adaptief naar maladaptief is een moeilijk onderscheid, omdat disfunctie bepaald wordt door de context waarin men zich bevindt. Deze context bepaalt ook de variatie van (dis)functioneren, geoperationaliseerd in grandioze versus sensitieve uitingsvormen. In de praktijk zien we dat ouderen met een narcistische stoornis in het bijzonder moeite hebben met adequate coping bij veranderde maatschappelijke (onder andere pensionering) en individuele context (onder andere verlies van naasten, eigen gezondheid en autonomie). Dit leidt tot een verhoogde kwetsbaarheid en een risico op een eerste psychische decompensatie (bijvoorbeeld leegtedepressie) op latere leeftijd. Aandacht voor adaptief en maladaptief narcisme bij ouderen is dus van bijzonder belang voor juiste indicatiestelling van behandeling en gerichte gedragsadvisering voor mantelzorgers en professionele zorg. Trefwoorden: narcisme, narcistische stoornis, ouderen, grandioosheid, sensitiviteit, context Inleiding De klinische ouderenpsychologie en ouderenpsychiatrie richten zich op het bestuderen van veranderingsprocessen op biologisch, psychologisch en sociaal niveau bij 65-plussers met psychische problemen. Ouderen worden vaak geconfronteerd met leeftijdsspecifieke uitdagingen, zoals verlies van maatschappelijke status door onder meer pensionering of lichamelijke achteruitgang. De uitdaging is om ongewenste veranderingen toe te laten en deze vervolgens dusdanig te reorganiseren zodat men als persoon wezenlijk dezelfde functie, structuur en identiteit kan behouden in de nieuwe context. Bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen ontbreekt het vaak aan voldoende veerkracht of weerbaarheid om met ongeplande veranderingsprocessen om te gaan en zichzelf niet te verliezen in de nieuwe context. Iemand met een narcistische kwetsbaarheid ervaart bijzonder veel moeite met ouder worden in geval van een dreigend verlies van status of identiteit. Vanuit een levensloopperspectief kan narcisme niet los worden gezien van de invloed van de sociaal-culturele context in de ontwikkeling van narcistische trekken. Derksen (2007) stelt dat we in onze Westerse individualistische samenleving opgroeien tegen een achtergrond waarin de vorming van het zelf steeds meer centraal staat en narcisme gestimuleerd wordt. Zonder zelfvertrouwen en lef komen we niet ver. Er is een sterk gevoel van ik -individualiteit; jezelf ontplooien is uitermate belangrijk. Maar geldt dit ook voor ouderen en leeftijd geassocieerde kwetsbaarheid in het algemeen, en voor ouderen gekenmerkt door zorgafhankelijkheid in het bijzonder? Deze laatste categorie verblijft doorgaans in de verzorgings- en verpleeghuissector waar de omgeving ofwel het personeel, mede als gevolg van de hoge werkdruk, niet bepaald zit te wachten op bewoners met veel zelfvertrouwen en durf. Dit vraagt op hoge leeftijd om aanpassing aan de nieuwe situatie. Niet meer mondig zijn en toch jezelf op een of andere manier als coherent ervaren in het proces van ouder worden. Moet narcisme op latere leeftijd dan worden ontkracht of is het juist van belang om op zoek te gaan naar nieuwe bekrachtigers? In dit artikel vragen wij aandacht voor het fenomeen narcisme op latere leeftijd om wetenschappelijk onderzoek binnen dit onontgonnen terrein naar behandeling en gedragsadvisering te stimuleren. Vanuit het levensloopperspectief pleiten we voor een bredere benadering van narcisme dan de huidige DSM-conceptualisatie narcistische persoonlijkheidsstoornis. 10 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

11 WETENSCHAP Een dimensionale benadering met aandacht voor leeftijdsspecifieke aspecten leidt tot het beter signaleren van narcisme bij ouderen, een meer gerichte indicatiestelling voor therapieën en biedt handvatten voor een op de problematiek toegespitste gedragsadvisering. We bespreken daarom allereerst de dimensionale aspecten van narcisme en vervolgens kaderen we dit binnen de context van ouderen op basis van een literatuurstudie en klinische impressies vanuit de ouderenzorg. Conceptueel kader Narcisme kent een waaier aan theoretische referentiekaders. Van Dale omschrijft de term narcisme kortweg als ziekelijke liefde voor zichzelf. Deze omschrijving is weliswaar kernachtig, maar gaat voorbij aan de heterogeniteit van het construct. Derksen (2007) vat narcisme samen als een normaal dan wel verstoord zelfgevoel. Een normale ontwikkeling van het zelfgevoel voltrekt zich wanneer tijdens de gezonde narcistische investering in het zelf in de kindertijd de eigen beperkingen worden gevoeld terwijl de energie gericht wordt op een in de toekomst te bereiken ik-ideaal. Deze ontwikkeling weerspiegelt een adequate afstand tussen het zelf en dit wensenpakket over hoe het zelf in de toekomst zou kunnen zijn, waardoor we onszelf blijven verbeteren. Een narcistische stoornis kan een adequate ontwikkeling van het zelfgevoel op twee manieren verstoren. Bij een te grote afstand tussen zelf en ideaal weerspiegelt dit zich in minderwaardigheidsgevoelens, bij een te kleine afstand in meerderwaardigheidsgevoelens die ter afweer dienen van krenkingen van het zelf. Dat narcisme op verschillende niveaus van de persoonlijkheidsorganisatie kan voorkomen (neurotisch, borderline, psychotisch), geeft nog maar eens de complexiteit van het construct weer. De manifestatie van narcisme kan bijgevolg heel divers zijn. In deze bijdrage beperken we ons dan ook tot de manifestatie van een narcistische stoornis. Een narcistische stoornis kan bedekt bestaan onder problemen in de adaptatie aan intieme relaties en werk, en daarmee zorgen voor depressie, burn-out of relatieproblemen. Bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis is de stoornis van het zelf zo sterk dat het gedrag hierdoor grotendeels gedomineerd wordt (Derksen, 2004). Het meest gebruikte classificatiesysteem, de DSM-IV-TR (APA, 2000), beschrijft de narcistische persoonlijkheidsstoornis aan de hand van negen criteria. Deze omvatten een voortdurend patroon van grandioosheid, behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie. De recente visie op narcisme van Pincus (Pincus, 2013; Pincus e.a., 2009; Pincus & Lukowitsky, 2010) gaat echter uit van een breder concept van narcisme en narcistische persoonlijkheidsstoornis door verschillende referentiekaders over narcisme te integreren. In deze visie wordt narcisme gedefinieerd als iemands mogelijkheid om een positief zelfbeeld te behouden door middel van zelf-, affect- en interpersoonlijke regulatieprocessen. Deze processen zijn onderliggend aan de behoefte aan erkenning en bewondering, en de motivatie om op overte (gedrag, uitgedrukte emoties en attitudes) en coverte (cognities, niet uitgedrukte gevoelens, motieven, behoeftes) wijze zelfbevestigende ervaringen op te zoeken in de sociale omgeving. Hoewel zulke behoeftes normale aspecten zijn van de persoonlijkheid, worden ze pathologisch wanneer ze zo intens zijn dat continu ervaringen van zelfpromotie worden opgezocht. Daarom verwijst een narcistische stoornis volgens Pincus en collega s (2009) naar het reguleren van het zelfbeeld op een maladaptieve manier vanuit een kwetsbare identiteit en extreme behoefte aan bewondering. Deze definitie van pathologisch narcisme omvat zowel grandioze alsook sensitieve dimensies. Evidentie voor deze disfunctionele thema s is afkomstig van een conceptuele analyse van beschreven verschijningsvormen van pathologisch narcisme in de klinische en empirische literatuur (Cain, Pincus & Ansell, 2008). Narcistische grandioosheid wordt gekenmerkt door onder andere een opgeblazen zelfbeeld, uitbuitende interpersoonlijke gedragingen, een gebrek aan empathie, intense jaloezie, preoccupatie met geïdealiseerde fantasieën, en exhibitionisme (Pincus & Lukowitsky, 2010). Doordat grandioosheid de extreme behoefte aan erkenning en bewondering en daardoor het voortdurend nastreven van zelfpromotie inhoudt, is het individu kwetsbaar voor zelf-, affect en gedragsmatige ontregeling als reactie op het onvermogen om een positief zelfbeeld te behouden (Pincus, 2013). Deze sensitiviteit voor bedreigingen van het fragiele zelfbeeld gaat gepaard met gevoelens van hulpeloosheid, leegte, schaamte en woede, sociale terugtrekking uit angst om niet bewonderd te worden, en zelfs suïcidaliteit (Pincus e.a., 2009). Omdat de huidige DSM-formulering van de narcistische persoonlijkheidsstoornis onvoldoende kenmerken inhoudt die narcistische sensitiviteit weerspiegelen (Pincus e.a., 2009; Ronningstam, 2009), is de validiteit en klinische bruikbaarheid van de diagnose ernstig beperkt (Pincus & Lukowtisky, 2010). Vanwege deze nauwe constructdefinitie deden Cain e.a. (2008) de aanbeveling om in een herziening van de DSM de classificatiestelling niet alleen te baseren op narcistische grandioosheid, maar ook sensitiviteit op te nemen. De American Psychiatric Association (APA) heeft recent besloten om het categoriale model en bijhorende criteria (ook voor de narcistische persoonlijkheidsstoornis) te behouden in DSM-5. Wel wordt een hybride model met onder meer een dimensionale trekkenbenadering opgenomen in een aparte sectie voor verder onderzoek (APA, 2012). Deze trekkenbenadering houdt rekening met fluctuaties in de mate van beperkingen in het interpersoonlijk functioneren en de zelfregulatie, maar benadrukt nog steeds de grandioze trekken. Narcisme vanuit een levensloopvisie Niettemin vinden wij dat de relatie tussen een normaal of verstoord zelfgevoel en de mate van (mal)adaptief functioneren vanuit levensloopperspectief niet zo rechtlijnig is als Pincus vooropstelt. Een mengeling van afwisselende adaptieve en maladaptieve aspecten in het functioneren komt relatief vaak voor bij narcisme, waardoor de scheidingslijn tussen gezond en pathologisch narcisme in de klinische praktijk niet even evident te bepalen is. Individuen met narcistische kwetsbaarheden kunnen succes hebben op sommige domeinen van functioneren (zoals werk en sociaal leven) zodat de regulatie van het zelfbeeld en interpersoonlijke relaties onder controle blijven, terwijl ze op GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

12 WETENSCHAP andere vlakken beperkingen vertonen (bijvoorbeeld intieme relaties, ouderlijke rol, of morele standaarden en gedrag) (Ronningstam, 2009). De variatie in (dis)functioneren hangt dus af van de context waarin men zich bevindt. Door de vele transities die ouderen ondergaan in allerlei contexten (werk, thuis, et cetera), kunnen de uitingsvormen dus in het bijzonder variëren. Bovendien stelt Ronningstam (2009) dat de manifestatie gekenmerkt kan worden door schommelingen in grandioosheid en sensitiviteit onder invloed van omgevingsfactoren. Enerzijds kunnen narcistische krenkingen tijdelijk een verhoging in defensief grandioos gedrag veroorzaken, anderzijds kunnen deze ervaringen leiden tot een verlaagd zelfbeeld, gekenmerkt door sensitieve aspecten zoals schaamte en onthechting. Kortom, onze voorkeur gaat uit naar een dimensionale benadering van een narcistische stoornis, waarbij wordt uitgegaan van contextafhankelijkheid om (dis)functioneren te bepalen enerzijds, en waarbij anderzijds ook rekening wordt gehouden met het gegeven dat grandioze en sensitieve uitingsvormen aan verandering onderhevig zijn. Narcisme op latere leeftijd Een literatuuronderzoek Een literatuuronderzoek in de Web of Science Indexed Journals van bij older adults of elderly in combinatie met de zoektermen narcissistic personality disorder en narcissism leverde slechts elf publicaties op, waarvan drie (Balsis, Eaton & Cooper, 2011; Cramer, 2011; Heisel e.a., 2007) het als een hoofdthema benaderden. Eén van de publicaties specifiek gericht op ouderen is een gevalsbeschrijving (Balsis e.a., 2011) die de diagnostische moeilijkheden illustreert van een narcistische persoonlijkheidsstoornis op oudere leeftijd. Ondanks de narcistische persoonlijkheid van deze tachtigjarige vrouw voor duidelijke problemen zorgde op het gebied van sociaal functioneren, bereikte deze vrouw toch maar net de vereiste vijf DSM-criteria voor een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Balsis en collega s (2011) verklaarden dit vanuit een leeftijdsbias van de DSM-criteria voor de grandioze uitingsvorm, aangezien bij oudere mensen met narcistische kwetsbaarheden de mogelijkheid afneemt om bewondering te oogsten voor prestaties. Daarnaast nemen de interacties met andere mensen af en daardoor waarschijnlijk ook de bijhorende kans om arrogant over te komen. Doordat de DSM-criteria voor een persoonlijkheidsstoornis temporele stabiliteit veronderstellen en geen rekening houden met contextafhankelijke factoren, sluiten deze criteria voor een narcistische persoonlijkheidsstoornis onvoldoende aan bij de context van ouderen. Hoewel bescheiden in aantal, tonen de publicaties aan dat narcisme als stoornis op oudere leeftijd zonder meer relevant is in het proces van ouder worden (Balsis e.a., 2011; Segal, Cooldige & Rosowsky, 2006). Twee auteurs (Cramer, 2011; Heisel e.a., 2007) hebben de gevolgen voor het sociaal functioneren en de aanpassing aan de context van ouder worden onder de loep genomen. Cramer (2011) voorspelde op basis van een longitudinale studie naar zowel narcistische grandioosheid als sensitiviteit blijvend emotioneel lijden en minder gunstige gevolgen op latere leeftijd. Heisel en collega s (2007) wezen uit dat een narcistische persoonlijkheid, weergegeven door een persoonlijkheidsstoornis dan wel trekken, een belangrijke risicofactor blijkt voor (geslaagde) tentamen suïcidii op oudere leeftijd. Impressies vanuit de praktijk Het navolgende vignet illustreert de moeilijkheden die senioren met een narcistische stoornis kunnen ondervinden bij het aanpassen aan het latere leven, en de contextafhankelijkheid die met de manifestatie ervan gepaard gaat. De heer Victor ervaart sinds enkele maanden somberheidsklachten. Bij zijn huisarts is hij bekend met hypertensie en een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. Hij heeft een hoge functie in het bedrijfsleven gehad en na zijn pensioen nog verschillende commissariaten, maar sinds kort is hem verzocht ook daarmee te stoppen vanwege zijn leeftijd van 75 jaar. Hij ervaart deze gedwongen stop als uitermate krenkend. Voorheen was hij helemaal gericht op zijn werk en daardoor veel van huis. Nu hij thuis zit, bemoeit hij zich met de huishouding van zijn vrouw. Dit leidt tot relationele spanningen die hoog kunnen oplopen. De relatie met zijn drie kinderen is altijd suboptimaal geweest; de heer Victor wordt door hen omschreven als een zender in plaats van een ontvanger, enkel gericht op de buitenwereld en weinig betrokken bij het gezin. De heer Victor evalueert zijn eigen levensloop als succesvol, maar voelt zich nu afgedankt en niet meer gewaardeerd. Hij is de laatste tijd snel geprikkeld en ervaart gevoelens van leegte en anhedonie door het wegvallen van zijn commissariaten en bewondering door anderen. De huidige situatie maakt hem erg onzeker. Voorheen heeft hij deze insufficiëntiegevoelens altijd weten te (over)compenseren door te presteren, vooral op zijn werk. Dit vignet illustreert dat de heer Victor zijn overmatige behoefte aan bewondering en erkenning gedurende zijn hele leven heeft kunnen bekrachtigen via zijn carrière als leidinggevende. Hierdoor beschikte hij over voldoende compensatiemogelijkheden om op een subklinisch narcistisch niveau te functioneren. Het verlies van prestige en transitie van rollen bij het ouder worden zorgde bij de heer Victor voor een krenking en grotere kwetsbaarheid voor de gemaskeerde minderwaardigheidsgevoelens, met leegtegevoelens tot gevolg. Hoewel de grandioze uitingsvorm eerder op een gezonde manier gekanaliseerd werd in de werkcontext, zien we een verscherping van disfunctionele, grandioze compensatiemechanismen op latere leeftijd. Zoals in het vignet weergegeven, kan narcistische pathologie leiden tot (symmetrisch escalerende) partnerrelatieproblematiek in de thuiscontext. Maar ook wanneer professionele hulp nodig is door lichamelijke of cognitieve achteruitgang kan narcistische pathologie de aanleiding zijn tot ernstige omgangsproblemen door denigrerende uitingen naar mantelzorgers of professionele zorg werkzaam in de verpleeg- en verzorgingshuiscontext, dan wel leiden tot weerstand bij hulpverleners in de ggz. Bovendien is de problematiek ook complexer en dienen een aantal alternatieve oorzaken voor dergelijk gedrag uitgesloten te worden. Specifiek bij ouderen zou differentiaaldiagnostisch gedacht kunnen worden 12 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

13 WETENSCHAP aan een fronto-temporale dementie van het ontremde type. Megalomanie en grandioosheid vormen binnen deze dementievorm belangrijke kenmerken en hetero-anamnestische informatie en neuropsychologisch onderzoek bieden hier soelaas om de juiste ziekte-entiteit vast te stellen. De bovenstaande beschrijving illustreert een dynamisch in plaats van een statisch beloop van narcisme. Vanuit het oogpunt dat de uiting van narcisme kan variëren onder invloed van interpersoonlijke en omgevingsfactoren, stellen we dat de context van ouder worden een kritische fase is waarin de kwetsbaarheid voor mogelijke krenkingen van het fragiele zelfbeeld vergroot wordt. Leeftijdsspecifieke triggers hiervoor zijn veranderingen in het uiterlijk, lichamelijke achteruitgang en toegenomen afhankelijkheid, alsook het verlies van macht en prestige bij pensionering (Segal e.a., 2006; Oltmanns & Balsis, 2011). Hoewel vele senioren zichzelf als succesvol beschouwen in het proces van ouder worden door een geslaagd aanpassingsproces gebaseerd op adequate coping-strategieën en een gevoel van persoonlijke controle (Ponjaert-Kristoffersen, 2012), lijkt de groep ouderen met een narcistische stoornis daar meer moeite mee te hebben. Relaties met familieleden en vrienden zijn veelal beperkt door levenslange patronen van veeleisend, ongevoelig en egoïstisch gedrag, waardoor ondersteunende relaties ontbreken als buffer voor het omgaan met moeilijke levenservaringen. Het ouder wordende individu met narcistische kwetsbaarheden zou met andere woorden meer afhankelijk worden van anderen om zijn/haar behoeftes te verwezenlijken en tegelijkertijd sneller gekrenkt zijn (Segal e.a., 2006). Samengevat, leeftijdsspecifieke stressoren in combinatie met een beperkte capaciteit om hier adequaat mee om te gaan zorgen bij veel individuen met een narcistische stoornis voor een verhoogde lijdensdruk en risico op ontsporing op oudere leeftijd. Conclusie Vanuit een levensloopperspectief staat een dynamisch beloop van veranderingsprocessen op biologisch, psychologisch en sociaal niveau centraal. Door deze veranderingsprocessen wordt het ouder wordende individu steeds veelvormiger. Ook mensen met een narcistische stoornis ondergaan transities, maar ondervinden doorgaans meer hinder bij leeftijdsspecifieke veranderingen. Het omgaan met transities zorgt vaak voor een dynamisch verloop van grandioze en sensitieve kenmerken in geval van disfunctioneren. De beschikbare literatuur over narcisme bij ouderen wijst op een beperkte toepasbaarheid van het DSM-concept narcistische persoonlijkheidsstoornis bij 65-plussers. De criteria omvatten bovendien enkel het grandioze aspect. Derhalve pleiten we voor een dimensionale benadering van narcisme waarbij uit wordt gegaan van een continuüm van adaptief tot maladaptief narcisme en waarbij er tevens aandacht is voor subtypen, zoals het grandioze en sensitieve, en het bijhorende dynamisch verloop van deze types. Empirisch onderzoek naar de constructvaliditeit en contextafhankelijke aspecten van narcisme bij ouderen is echter een eerste vereiste. Momenteel staat dit volledig in de kinderschoenen en daarom geven wij een viertal suggesties voor empirisch onderzoek: 1. Crosssectioneel onderzoek binnen een populatie van jongvolwassenen en ouderen naar de aard en intensiteit van (mal)adaptief narcisme kan belangrijke indicaties geven over mogelijke cohortverschillen in de manifestatie bij disfunctioneren. 2. Psychometrisch onderzoek naar de leeftijdsneutraliteit van narcismevragenlijsten kan meer duidelijkheid brengen rond items met vertekeningen. Bovendien is onderzoek naar de meerwaarde van informantenvragenlijsten aangewezen vanwege de onderrapportage bij gebruik van zelfrapportagevragenlijsten in het meten van narcistische kenmerken (Clifton, Turkheimer & Oltmanns, 2005; Pincus & Lukowitsky, 2010). 3. Longitudinaal onderzoek naar de constructvaliditeit, gerelateerd aan de temporele stabiliteit van narcisme bij ouderen is noodzakelijk om een beeld te krijgen van het dynamisch verloop tot op hoge leeftijd. 4. Onderzoek naar de impact van adaptief narcisme op succesvol ouder worden kan handvatten geven om kwetsbaarheid te verlagen en weerbaarheid te verhogen. Er is alleszins meer aandacht nodig voor zowel adaptief als maladaptief narcisme bij ouderen, zodat interventies op het gebied van behandeling en gedragsadvisering verbeteren. Zeker gezien de verwachting dat door zowel sociaal-demografische, als sociaal-culturele factoren, het absolute en relatieve aantal ouderen met narcistische kwetsbaarheden alleen maar zal toenemen in de Westerse landen. n Auteurs n Drs. I. (Inge) Debast, Vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie, Vrije Universiteit Brussel. Correspondentieadres: n Prof. dr. G. (Gina) Rossi, Vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie, Vrije Universiteit Brussel n Prof. dr. J.J.L. (Jan) Derksen, hoogleraar Klinische psychologie, Radboud Universiteit Nijmegen, Vrije Universiteit Brussel n Prof. dr. S.P.J. (Bas) van Alphen, bijzonder hoogleraar Klinische ouderenpsychologie, Vrije Universiteit Brussel, en gz-psycholoog, GGZ Mondriaan Ouderen, locatie Heerlen Literatuur n American Psychiatric Association (2000). DSM-IV-TR: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4th Red., text revision). APA: Washington, DC. n American Psychiatric Association (2012). American Psychiatric Association Board of Trustees Approves DSM-5. Retrieved from the American Psychiatric Association: DSM 5 development at uploads/2012/12/dsm-5-bot-vote-news-release pdf n Balsis, S., Eaton, N.R., Cooper, L.D., e.a.. (2011). The presentation of Narcissistic Personality disorder in an octogenarian: Converging evidence from multiple sources. Clinical Gerontologist, 34, n Cain, N.M., Pincus, A.K., & Ansell, E.B. (2008). Narcissism at the crossroads: Phenotypic description of pathological narcissism across clinical theory, social/ personality psychology, and psychiatric diagnosis. Clinical Psychology Review, 28, GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

14 adres postbus telefoon internet WETENSCHAP n Cramer, P. (2011). Narcissism through the ages: What happens when narcissists grow older? Journal of Research in Personality, 45, n Derksen, J.J.L. (2004). Psychologische diagnostiek: Enkele structurele en descriptieve aspecten. Nijmegen: PEN Tests Publisher. n Derksen, J.J.L. (2007). Zijn wij wel narcistische genoeg? Over het ontstaan van onze lentecultuur als gevolg van gewijzigde vroegkinderlijke condities. Nijmegen: PEN Tests Publisher. n Heisel, M.J., Links, P. S., Conn, D., e.a. (2007).Narcissistic personality and vulnernability to late-life suicidality. American Journal of Geriatric Psychiatry, 15, n Oltmanns, T.F., & Balsis, S. (2011). Personality disorders in later life: Questions about the Measurement, Course, and Impact of Disorders. Annual Review of Clinical Psychology, 7, n Pincus, A.L. (2013). The Pathological Narcissism Inventory. In: Ogrodniczuk, J.S. (Red.).: Treating pathological narcissism. Washington, DC: American Psychological Association. n Pincus, A.L., Ansell, E.B., Pimental, C.A., e.a. (2009). Initial construction and validation of the Pathological Narcissism Inventory. Psychological Assessment, 21, n Pincus, A.L., & Lukowitsky, M.R. (2010). Pathological Narcissism and Narcissistic Personality Disorder. Annual Review of Clinical Psychology, 6, n Ponjaert-Kristoffersen, I. (2012). Succesvol ouder worden: een vlag voor vele ladingen. Tijdschrift Klinische Psychologie, 42, n Ronningstam, E.F. (2009). Narcissistic personality disorder: facing DSM-V. Psychiatric Annals, 39, n Segal, D.L., Cooldige, F.L., & Rosowski, E. (2006). Personality Disorders and Older Adults: diagnosis, assessment and treatment. John Wiley & Sons, Inc. ALLES OVER WERKEN IN ZORG EN WELZIJN IN OOST-NEDERLAND r adipiscing elit. Cras libero sapien, dignissim ut, adipiscing eu, ultrices non, ectetur adipiscing elit. Cras ultrices molestie tellus. Integer eu neque. Cras s pede a felis. Donec nulla. Etiam varius blandit enim. Donec viverra. Etiam nunc mauris, sagittis vitae, fringilla vel, iaculis et, metus. estas. Vivamus aliquet. Morbi neque augue, euismod et, volutpat eget, a, sapien eu facilisis lobortis, felis augue volutpat nisl, quis condimentum facilisi. Suspendisse ac ligula sed sapien scelerisque malesuada. Quisque da laoreet. Aenean non diam at urna pellentesque placerat. Etiam placerat ed id ante aliquam neque cursus congue. Quisque a magna. Sed id erat. sed, laoreet eget, nulla. Duis metus. Sed porta velit. Curabitur eros. Donec us dui. In purus. Ut dui enim, lar. Suspendisse ac ligula sed sapien sceledipiscing. Duis tristique nisl in magna. r adipiscing elit. Cras libero sapien, dignissim ut, adipiscing eu, ultrices non, ectetur adipiscing elit. Cras ultrices molestie tellus. Integer eu neque. Cras s pede a felis. Donec nulla. Etiam varius blandit enim. Donec viverra. Etiam nunc mauris, sagittis vitae, fringilla vel, iaculis et, metus. r adipiscing elit. Cras libero sapien, dignissim ut, adipiscing eu, ultrices non, ectetur adipiscing elit. Cras ultrices molestie tellus. Integer eu neque. Cras s pede a felis. Donec nulla. Etiam varius blandit enim. Donec viverra. Etiam nunc mauris, sagittis vitae, fringilla vel, iaculis et, metus. MOBIEL: M.ZORGSELECT.NL Mediant GGZ, gewoon goede werkgever in Twente adres postbus telefoon internet Piet Heinstraat JE Enschede AT Enschede pact.nl Voor het psychodiagnostiek en Advies Centrum Twente, onderdeel van Mediant GGZ, zoeken wij een topper die samen met het team de uitdaging aan gaat! GZ-psycholoog Dinnie Hoekstra GGZ Arts uur per week Piet Heinstraat JE Enschede AT Enschede pact.nl Ons centrum heeft een drieledige functie: psychodiagnostiek, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs & opleiding. We zijn zowel werkzaam voor de eigen organisatie als voor externe aanvragers (bijvoorbeeld huisartsen, gemeenten, UWV). Binnen PACT wordt met name onderzoek uitgevoerd naar klinische problematiek (waaronder ontwikkelingsstoornissen) en wordt persoonlijkheidsonderzoek gedaan bij volwassenen. Natuurlijk heeft PACT ambities. We willen ons onderscheiden op kwaliteit, klaar zijn voor de uitdagingen van deze complexe tijd, groeien en toonaangevend zijn. Uw functie U vervult een belangrijke rol binnen het centrum. Enerzijds classificeert u volwassenen en adolescenten met verschillende psychiatrische toestandsbeelden en voert u ook zelf psychodiagnostisch onderzoek uit. U bespreekt de onderzoeken met cliënten, verwijzers en behandelaren. Anderzijds fungeert u als inhoudelijke coach en superviseert en begeleidt u de in het centrum werkzame basispsychologen, psychodiagnostisch werkers en studenten in hun werk. Daarbij bent u het aanspreekpunt voor onze klanten, verwijzers en behandelaren, waarbij u vanuit uw expertise de onderzoeksuitkomsten kunt toelichten en duiden. Tevens levert u een bijdrage aan de ontwikkeling van het centrum. Informatie Bent u de topper die wij zoeken? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw J. van Sonsbeek, teammanager PACT, telefoon (053) of kijken op en Uw reactie ontvangen wij graag via (zoek op vac.nr ), of mailt u naar psychodiagnostisch adviescentrum twente

15 column Fraude in de ggz? Medisch-specialistische zorgverleners, vervoersbedrijven, PGB-bureaus en ggz-organisaties plegen in verhouding vaker fraude. Zo. Goedemorgen. Een fijn citaat. En wie zegt dat? En tegen wie? En met welke intentie? Het is niet de minste die hier spreekt. Het is Pieter Hasekamp, directeur van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en hij richt zich in een brief d.d. 8 april jl. tot niemand minder dan de Vaste Commissie VWS van de Tweede Kamer. Hasekamp maakt in zijn brief weliswaar nadrukkelijk het onderscheid tussen foutief en frauduleus declareren, maar bovenstaande zinsnede zet ggz-organisaties ondanks alle nuances in die zin en andere zinnen toch in de hoek van de fraudeurs. Enig weerwoord lijkt me hier wel op zijn plaats. Een van de aanleidingen voor deze kwestie is de affaire in de eerste helft van 2012 rondom Europsyche, een netwerkorganisatie van zo n behandelaars in de ggz. Europsyche ging met een omzet van zo n 14 miljoen euro failliet, nadat verschillende zorgverzekeraars hun betalingen aan de stichting hadden gestopt. Verzekeraars constateerden namelijk dat zorg werd verleend door verpleegkundigen en psychologen, terwijl hun polisvoorwaarden een psychiater of klinisch psycholoog vereisten. De discussie over het hoofdbehandelaarschap is ook in dit blad volop gevoerd en is op het moment van dit schrijven nog niet beslecht, maar ik voorspel dat in mindere of meerdere mate geknaagd zal gaan worden aan het hoofdbehandelaarschap van de GZ-psycholoog in de specialistische ggz. In zijn brief constateert Hasekamp dat zorgverzekeraars veel investeren in het voorkomen van foutief en frauduleus declareren. Met betrekking tot dat laatste heeft ZN in 2011 voor 7,7 miljoen aan fraude geconstateerd. Let wel, elke euro fraude is er één teveel, maar het gaat hier wel om een totaal budget van ongeveer 70 miljard euro in de zorg. Desondanks pleit Hasekamp voor meer informatie op declaraties (wat op gespannen voet staat met privacywetgeving, maar ook in het kader van een evenwichtige relatie tussen de inkoper en verkoper disproportioneel is), een stringenter toelatingsbeleid voor zorginstellingen (wat even later extra voeding kreeg door de discussie over de kwaliteit van private verslavingsklinieken) en door intensievere samenwerking met opsporingsinstanties (mind you). In het consultatiedocument, waarmee de IGZ in november 2012 het veld uitnodigt om met adviezen over het hoofdbehandelaarshap te komen, constateert de inspectie een gebrek (...) aan voldoende eenduidig fundament onder het begrip hoofdbehandelaarschap in de tweedelijns ggz. Er is geen sprake van eenduidige wet- en regelgeving en vanuit verschillende hoek (CVZ, NZa tariefbeschikking, DBC-spelregels, polisvoorwaarden verzekeraars, professioneel statuut van instellingen, et cetera) worden verschillende definities gehanteerd. De strekking is dus dat sprake is van onduidelijkheid over spelregels voor inzet en facturatie; en dat gaat overigens verder dan alleen de kwestie over het hoofdbehandelaarschap. Welbeschouwd is dat voor alle partijen ongewenst. Op landelijk niveau worden tussen (onder andere) GGZ Nederland en ZN afspraken gemaakt over DBC-spelregels. Daar waar sprake is van onduidelijkheid zullen er partijen zijn die op zoek gaan naar mogelijkheden om regels zoveel als mogelijk in hun eigen voordeel te interpreteren. Dat doen ggz-organisaties, maar verzekeraars ook. De eerste uit kwaliteits- of efficiencyoverwegingen of in het kader van taakherschikking, en soms ook om binnen de marges van (onduidelijke) spelregels opbrengsten te maximeren, de tweede om uit kwaliteitsoogpunt verlengde-armconstructies te voorkomen, maar natuurlijk ook om zoveel als mogelijk risico s en kosten te reduceren. Omdat zorgverzekeraars inmiddels ook risicodragend zijn geworden voor dit deel van de zorgverzekeringswet, kijken zij op lokaal niveau steeds meer op welke manier zij voor het minste geld zoveel mogelijk liefst kwalitatief hoogstaande zorg kunnen inkopen. ZN is een belangrijke partner voor de ggz. Zoiets als een Bestuurlijk Akkoord getuigt daarvan. Daarin zijn afspraken gemaakt over kwaliteit en transparantie die volledig worden nagekomen. Daarom gaat het niet aan om zonder het probleem in zijn proporties te duiden, en zonder de eigen rol in de interpretaties van onduidelijke spelregels ter sprake te brengen, de andere partij in ieder geval in dit belangrijk schrijven weg te zetten als frauduleus en te pleiten voor controle en opsporing waarvan de proportionaliteit op zijn minst ter discussie staat. Het ware eleganter geweest om ook hier op z n minst het belang van samenwerking met de branche te benadrukken. Gerton Heyne is lid van de Raad van Bestuur van de Reinier van Arkel groep. GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

16 boek Terug naar normaal DSM-5: vooruitgang of schade huib van dis, afdeling psychologie, universiteit van amsterdam Saving normal An Insider s Revolt against Out-of-Control Psychiatric Diagnosis, DSM-5, Big Pharma and Medicalization of Ordinary Life, is in april in Nederland in vertaling uitgebracht en is in mei in de Verenigde Staten verschenen. Het boek is een waarschuwing, een aanbeveling om de DSM-5 niet in te voeren. De auteur Allen Frances is niet zo maar een opposant. Hij is emeritus hoogleraar psychiatrie en betrokken geweest bij de totstandkoming van de DSM-III en de DSM-III-R onder leiding van Robert Spitzer. Hij was voorzitter van de APA-taskforce van de DSM-IV. Na enkele jaren op afstand van de psychiatrie pakte hij de handschoen op tijdens de APA van mei 2009 ten aanzien van de publieke controverse over wat normaal is en welke rol de psychiatrie moet spelen in de bepaling daarvan. Hij publiceerde zijn kritiek eerder in Psychiatric Times en Psychology Today. Is het chic om je als voorzitter van de taskforce van de DSM-IV te verzetten tegen de DSM-5? Dit was een belangrijke afweging voor Allen Frances; hij geeft goede argumenten dit wel te doen. Hij reflecteert op fouten die gemaakt zijn bij de DSM-III en DSM-IV, en voorziet ernstige consequenties van het persisteren en verder uitbreiden van de ingeslagen weg van verruiming van diagnostische criteria en toevoeging van nieuwe diagnostische categorieën. Hij waarschuwt voor de gevaren van de DSM-5: a. De grens tussen normaliteit en psychopathologie wordt opgeschoven door het versoepelen van inclusiecriteria voor diagnoses en de introductie van nieuwe categorieën. Hierdoor zal de prevalentie van stoornissen toenemen en zullen pseudoepidemieën ontstaan. Als >40 procent van de volwassenen ooit een psychische stoornis blijkt te hebben gehad en >20 procent in de laatste 12 maanden, waar is dan de normale veerkracht gebleven, normale angst, zorgen, verdriet, rouw, excentriciteit, vergeetachtigheid en niet-modale eetgewoonten? Het verhogen van ernst- en duurdrempels lijkt dan meer voor de hand te liggen. Allen Frances beschrijft hoe hij persoonlijk bij de invoering van de DSM-5 ten minste twee diagnoses rijker wordt. b. Frances ziet de hogere prevalentie van diagnoses en afkalving van normaliteit als diagnostische inflatie. Deze inflatie wordt onder meer veroorzaakt door overtrokken ambities van de DSM-5 tot grondige herziening, intellectuele aspiraties om alle gevallen te willen vangen, meer oog te hebben voor sensitiviteit dan voor specificiteit, en de wens om ook patients at risk te willen diagnosticeren. c. Deze overinclusie zal leiden tot hogere prevalenties en meer medicatiegebruik. In 2010 gebruikte 20 procent van de Amerikanen ten minste één psychotropicum, 21 procent van de vrouwen antidepresssiva, 4 procent van de kinderen psychostimulantia, 45 procent van de bewoners van verpleeghuizen antipsychotica. En hoeveel hiervan wordt ten onrechte voorgeschreven? Met bijwerkingen? Nederland is trendvolger. d. Frances wijst op de financiële belangenverstrengelingen. De DSM-5 is een belangrijke inkomstenbron voor de American Psychiatric Association zelf; mede daarom is de publicatie zo overhaast tot stand gekomen. De financiële belangenverstrengeling van leden van de taskforce en de farmaceutische industrie blijft zorgelijk. Verder wacht Big Pharma rustig af, geregisseerd; elke nieuwe diagnose, elke verruiming van criteria leidt tot meer patienten met psychofarmacotherapie, op indicatie dan wel off-label. e. Het potentiële maatschappelijke gebruik van de DSM-5 door overheid, verzekeraars, justitie, en onderwijs maakt dat nog meer zorgvuldigheid noodzakelijk is. Het diagnostisch classificatiesysteem is primair bedoeld voor de professional, die zich wel bewust moet zijn van deze invloeden. Voor Nederland kijken ook CVZ, DBC-onderhoud, en andere instanties mee. Frances ziet de verschuiving van de grens tussen normaal en gestoord als een ontsporing van de diagnostiek en mede oorzaak van overmedicatie in de Verenigde Staten. Hij besluit zijn boek met de twee doelen die hij zich had gesteld, de normaliteit en de psychiatrie (en gezondheidszorgpsychologie (HvD)) te redden, twee zijden van dezelfde medaille. Het boek is een zeer leesbaar betoog, geschreven voor een breder publiek. Het geeft de mogelijkheid de problemen van de DSM-5 breed te overzien. Historisch is het boek interessant voor iedereen die het ontwikkelingsproces van de DSM wil begrijpen. Het geeft inzicht hoe complex de herziening van een diagnostisch systeem is, hoeveel directe en indirecte stakeholders er zijn en hoe risicovol dit is. Het is een must voor Psy-professionals, die een mening willen vormen over de DSM-5. Laat deze kritische beschouwing daarom ook een plaats krijgen in de Psy-opleidingen. Wat nu te doen in Nederland? Moet de DSM-5 wel in Nederland worden ingevoerd? Weinig mensen zijn in staat om de DSM-IV en DSM-5 over de gehele breedte van de psychopathologie te overzien. Oordelen zijn veelal gebaseerd op kennis van deelgebieden. Enkele experts hebben reeds op onderdelen afstand genomen van de DSM GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

17 boek voor het vak? De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie heeft in het verleden de vertaling geautoriseerd en de DSM-IV mede uitgegeven. Sindsdien zijn de BIG-registraties voor de psychologische beroepen geïntroduceerd. Zij maken alle gebruik van de DSM. Het is de morele verantwoordelijkheid van de beroepsverenigingen hierover het debat aan te gaan en een standpunt te formuleren over de DSM-5. Gezien het fundamentele kritische commentaar kan de DSM-5 niet klakkeloos worden overgenomen. De discussie moet dus gevoerd worden, in eerste instantie door de professionals, maar laat klinisch epidemiologen en wellicht gezondheidseconomen meepraten in de beoordeling van de DSM-5. Gaan de beroepsverenigingen gezamenlijk de afweging maken over vertaling, autorisatie en implementatie of zijn er alternatieven? Is er internationale afstemming nodig? Nederland is een van de weinige landen in Europa waarin de DSM-IV breed geaccepteerd is. In de meeste Europese landen gebruikt men de ICD-10 van de World Health Organization (WHO). De ICD kent deels dezelfde problemen als de DSM. Het transitietraject van de ICD-10 naar de ICD-11 door de WHO heeft echter een andere aanpak gekend (meer talen, meer culturen, meer gericht op bruikbaarheid, geen winstoogmerk) en kan wellicht ook nog leren van de fouten van de DSM-5. De afronding van de ICD-11 wordt verwacht in 2015/2016. De British Psychological Association heeft al eerder ernstige kritiek geuit op de DSM-5. Ook binnen de American Psychological Association zijn verschillende oppositionele geluiden tegen de DSM-5. Bovendien heeft de APA geïnvesteerd in de ontwikkeling van de ICD-11. Het is wellicht verstandiger de ICD-11 af te wachten en voorlopig de DSM-IV te blijven gebruiken. Voor overheid, semioverheid, verzekeraars, en andere, past enige terughoudendheid ten aanzien van spoedige implementatie, totdat de professionals een oordeel hebben gevormd. Implementatie is kostbaar, nieuwe registratiesystemen zijn nodig met bijscholing voor professionals en ondersteunend personeel. Slechts de softwareontwikkelaars van deze systemen zullen er beter van worden. Het zou een grote stap voorwaarts zijn indien alle Psy-beroepen gemeenschappelijk een standpunt kunnen innemen over het te kiezen systeem voor de categorisering van psychopathologische syndromen in de komende decennia. n Allen Frances, Terug naar normaal Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam 2013 ISBN GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

18 WETENSCHAP MMPI-2: gebruik bij Turkse Nederlanders en het belang daarbij van aparte normen V. Yildirim, P.A. Boelen, J.J.L. Derksen Achtergrond De Minnesota Multiphasic Personality Inventory - 2 (MMPI-2), wereldwijd het meest onderzochte en gebruikte instrument binnen de klinische psychologie, is in 1993 voor Nederland vertaald en genormeerd. Mede op basis van een exploratief vergelijkend onderzoek wordt in de handleiding van het instrument gesuggereerd dat de ontwikkelde normgroep onvoldoende aansluit bij het allochtone deel van de Nederlandse bevolking. Allochtonen zouden in vergelijking met de Nederlandse normgroep veel hoger scoren op de MMPI-2, met het gevaar op overpathologiseren als gevolg. Het verzamelen van aparte MMPI-2 normen voor verschillende groepen Nederlanders van buitenlandse afkomst wordt door de auteurs daarom als een noodzaak beschouwd. In het huidige onderzoek wordt het belang van deze aparte normen onderzocht. Nagegaan wordt in hoeverre de MMPI-2 scores van Turkse Nederlanders verschillen van de Nederlandse normgroep. Ook wordt nagegaan waar eventuele verschillen mee te maken hebben. Methode In totaal 214 Turkse Nederlanders (algemene, niet-klinische populatie) vulden naast enkele vragen naar demografische variabelen, de SCL-90 en de MMPI-2 in. De gemiddelde scores werden vergeleken met die van de Nederlandse normgroep, ook nadat de twee groepen op basis van leeftijd, sekse en opleiding één-op-één aan elkaar waren gematcht. Resultaten Op 8 van de 13 validiteit- en klinische hoofdschalen van de MMPI-2 (L, 1, 2, 3, 4, 7, 8, 9) scoorden de Turkse Nederlanders klinisch significant hoger dan de Nederlandse normgroep, terwijl er tussen de twee groepen geen verschil gevonden werd in het actuele niveau van klachten en psychopathologie. Conclusie en implicaties voor de praktijk van de GZ-psycholoog De huidige Nederlandse MMPI-2 normgroep vormt geen adequate referentiegroep voor de Turkse Nederlanders en aparte MMPI-2 normen voor deze groep blijken inderdaad nodig te zijn. De GZ-psycholoog doet er voorlopig goed aan lichte tot matige verhogingen op bovenstaande MMPI-2 schalen bij Turkse Nederlanders niet te snel te pathologiseren. Trefwoorden: cultuur, etnische verschillen, MMPI-2, MMPI-2 normen, Turken Inleiding De Minnesota Multiphasic Personality Inventory 2 (MMPI-2) is al meerdere decennia wereldwijd één van de meest gebruikte vragenlijsten voor de meting van psychopathologie en persoonlijkheidskenmerken (Butcher, Cheung & Lim, 2003; Derksen, Mey, Sloore & Hellenbosch, 2007). De vragenlijst is in meer dan boeken en wetenschappelijke artikelen gepubliceerd, in 25 talen beschikbaar en wordt voor onderzoek en klinische doeleinden in meer dan 46 landen gebruikt (Butcher & Williams, 2009). Voor Nederland en het Nederlandse taalgebied werd de MMPI-2 in 1993 vertaald en genormeerd (Derksen et al., 2007). Volgens Butcher (1996) en Strassberg, Tilley, Bristone en Oei (1992) was dat laatste geen noodzaak aangezien bevolkingen met een vergelijkbare culturele achtergrond als de Amerikaanse slechts geringe en irrelevante verschillen vertonen op de MMPI-2. In Nederland zouden daarom ook de Amerikaanse normen gehanteerd kunnen worden. Desalniettemin werd voor Nederland toch een eigen normgroep ontwikkeld. Volgens Derksen et al. (2007) bleek deze ontwikkeling van eigen normen geen overbodige luxe (p.25), want in vergelijking tot de Amerikaanse normen bleken de Nederlanders significant hoger te scoren op de Leugenschaal, op de neurotische 18 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

19 WETENSCHAP schalen en op de Sociale introversieschaal van de MMPI-2. De klinische betekenis van deze verschillen bleek echter nauwelijks relevant te zijn (Derksen et al., 2007). Tien jaar na de ontwikkeling ervan ontstonden twijfels over de representativiteit van de Nederlandse MMPI-2 normgroep voor de Nederlandse bevolking. Deze twijfels waren met name gericht op de representativiteit van de normen voor het gegroeide allochtone deel van de Nederlandse bevolking. Hoewel zij in de oorspronkelijke normering procentueel representatief waren opgenomen, heeft dit weinig betekenis, aangezien de invloeden ervan op het gemiddelde van zo n grote groep (N=1.244) wegvallen (Derksen et al., 2007). Mede ondersteund door de resultaten van een exploratief vergelijkend onderzoek (Yaktemur, 2001) onder 50 Turkse Nederlanders spreken Derksen et al. (2007) in de handleiding van de Nederlandse MMPI-2 de noodzaak uit om voor verschillende groepen Nederlanders van buitenlandse afkomst aparte normgegevens te verzamelen. Turkse Nederlanders scoorden namelijk klinisch significant hoger (verschillen met een klinische relevantie) op de schalen F, 2, 4, 6, 7, 8 en 9 (zie Tabel 1 voor de schaalnamen). Hierdoor zou gebruik van de Nederlandse normen voor Turkse Nederlanders tot problemen bij de interpretatie kunnen leiden (Derksen et al., 2007). Eerder onderzoek naar de MMPI in Turkije (Savasir & Culha, 1996) lijkt deze stelling te onderschrijven. Turken uit Turkije bleken hierbij behalve op schaal 0 vrijwel over de hele linie van de validiteit- en klinische hoofdschalen van de MMPI klinisch significant hoger te scoren dan de Amerikaanse normgroep. Het adaptatieproces van de MMPI-2 voor Turkije is helaas nog niet afgerond, waardoor onderzoek daarnaar ontbreekt. Aparte MMPI-2 normen voor Nederlanders van buitenlandse afkomst zijn, ondanks de noodzakelijke oproep daartoe in de Tabel 1: MMPI-2 validiteit- en klinische hoofdschalen MMPI-2 (validiteit- en klinische hoofdschalen) L F Schaalnamen* Leugenschaal Infrequentieschaal K Correctieschaal 1 (Hs) Hypochondrie 2 (D) Depressie 3 (Hy) Hysterie 4 (Pd) Psychopathische deviatie 5 (Mf) Mannelijkheid Vrouwelijkheid 6 (Pa) Paranoia 7 (Pt) Psychastenie 8 (Sc) Schizofrenie 9 (Ma) Hypomanie 0 (Si) Sociale introversie * De oorspronkelijke schaalnamen. Tegenwoordig worden de schalen bij hun nummer (zie links) genoemd. handleiding, tot op heden niet verzameld. Ook ontbreekt het aan empirisch onderzoek op dit gebied. Gezien de herhaaldelijk beschreven etnische verschillen in psychopathologie en persoonlijkheidskenmerken (Kotelnikova & Tackett, 2009; Lewis- Fernández & Kleinman, 1994; Nagayama Hall, 2001) is dit zeer opvallend. Daarbij is enerzijds gewezen op de rol van culturele verschillen tussen etniciteiten, bijvoorbeeld aan de hand van de dimensies van Hofstede (1991), zoals individualisme en collectivisme (Arrindell & Albersnagel, 1999; Nagayama Hall, Bansal & Lopez, 1999). Niet-westerse etnische groepen, die een overwegend collectivistische oriëntatie hebben, hechten bijvoorbeeld meer belang aan interpersoonlijke harmonie en aanpassing. Deze factoren kunnen van invloed zijn op persoonlijkheidsontwikkeling en de beleving en uiting van psychopathologie. Zo bleek uit een onderzoek van Kotelnikova en Tackett (2009) dat individuen uit individualistische en collectivistische culturen verschillende persoonlijkheidsprofielen hebben. Mensen uit individualistische culturen scoorden bijvoorbeeld hoger op de persoonlijkheidskenmerken Extraversie en Openheid. Ook worden niet-westerse individuen in verband gebracht met een neiging te somatiseren en te externaliseren (Itkina, Van den Hout, Rijkeboer & Cath, 2011) en met geloof in bovennatuurlijke krachten zoals magie, het boze oog en geesten (Arrindell & Albersnagel, 1999; Hoffer, 1994). Anderzijds wordt bij de bespreking van verschillen tussen etnische groepen vaak gewezen op het verschil in het actuele niveau van psychopathologie, dat onder meer samenhangt met het gegeven dat sommige groepen een minderheidsgroep vormen in de samenleving (Nagayama Hall, 2001; Nagayama Hall et al., 1999). Daardoor zou deze zogenoemde allochtone groep meer dan de autochtone groep te maken hebben met risicofactoren voor de ontwikkeling van psychopathologie, zoals een lage sociaal-economische status, integratieproblemen, ervaren discriminatie, buitensluiting en eenzaamheid (Pace et al., 2006), alsmede aan hun biculturele achtergrond gerelateerde stress, spanning en identiteitsproblemen (Yildirim, 2008). Ook vanuit internationaal empirisch onderzoek, naar aanleiding waarvan de MMPI/MMPI-2 al voor verschillende bevolkingen apart is genormeerd (zie voor een overzicht Butcher, 1996; 2011; en Butcher, Lim & Nezami, 1998), worden aanwijzingen gevonden voor etnische verschillen in psychopathologie en persoonlijkheidskenmerken. Het meeste empirisch onderzoek naar dit onderwerp komt uit de Verenigde Staten. Daaruit is herhaaldelijk gebleken dat er klinisch significante verschillen bestaan tussen de gemiddelde MMPI-2 scores van verschillende etnische minderheidsgroepen en de Amerikaanse normgroep. Behalve onderzoek naar verschillen in gemiddelde MMPI-2 scores is in deze onderzoeken ook het belang onderstreept van onderzoek naar de mogelijke betekenis van deze etnische verschillen (Greene, 1987; McNulty, Graham, Ben-Porath & Stein, 1997; Timbrook & Graham, 1994; Whatley, Allen & Dana, 2003). Gevonden verschillen in MMPI-2 scores worden doorgaans toegeschreven aan culturele verschillen tussen onderzochte groepen (zoals verschillen in culturele overtuigingen en waarden), maar zijn mogelijk (ten dele) ook toe te schrijven aan daadwerkelijke GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI

20 WETENSCHAP verschillen in het actuele niveau van psychopathologie tussen de onderzochte groepen. Hierdoor wordt aanbevolen om in onderzoek naar etnische verschillen op de MMPI-2 dit actuele niveau van psychopathologie te betrekken. In dat verband vergeleken Monnot, Quirk, Hoerger en Brewer (2009) de gemiddelde MMPI-2 scores van 735 Afrikaans Amerikaanse en 449 autochtone Amerikaanse psychiatrische patiënten, waarbij hun psychiatrisch toestandsbeeld tegelijkertijd werd gemeten met behulp van een structureel interview. Daar de gevonden verschillen op de MMPI-2, Afrikaans Amerikaanse patiënten scoorden significant hoger op onder andere de klinische hoofdschalen 2, 3 en 9, niet in gelijke mate werden teruggevonden in het psychiatrische toestandsbeeld van de onderzochte patiënten, manen de onderzoekers tot voorzichtigheid bij het crossculturele gebruik van de MMPI-2 om psychopathologie te meten. Aangezien het in dit onderzoek om psychiatrische patiënten ging, zijn de resultaten moeilijk te generaliseren naar de normale populatie. Wanneer etnische minderheden gemiddeld hoger scoren op de MMPI-2 dan het autochtone deel van de bevolking, maar niet op een conceptueel relevante aanvullende meting, dan kan de test volgens Poortinga (geciteerd in Bleichrodt & Van de Vijver, 2001) als partijdig oftewel cultureel biased worden beschouwd. Dezelfde MMPI-2 scores voor in andere opzichten overeenkomstige groepen etnische minderheden en autochtonen hebben dan niet zonder meer eenzelfde betekenis, waardoor de interpretatie van de testscores tot problemen kan leiden. Hierdoor ontstaat het gevaar een vertekend beeld van de etnische minderheidsgroep te verkrijgen en hen daarmee te pathologiseren of anderszins te benadelen (Abrisi et al., 2002). Als gevolg hiervan zou een individu uit een etnische minderheidsgroep, in situaties waarin gebruik wordt gemaakt van de MMPI-2 (gezondheidszorg, rechtbank, arbeidsmarkt), een verschillende en mogelijk nadelige behandeling kunnen ontvangen (Nagayama Hall, 1999). Dit gevaar onderschrijft de noodzaak om voor het gebruik van de MMPI-2 in Nederland aparte normen te verzamelen voor de verschillende groepen Nederlanders van buitenlandse afkomst (Derksen et al., 2007); juist ook omdat anno 2013 één op de vijf individuen uit Nederland tot een etnische minderheidsgroep behoort, waarvan meer dan de helft van nietwesterse herkomst is (CBS, 2012). Daar komt bij dat ongeveer 10 jaar geleden allochtone cliënten verantwoordelijk waren voor 30 tot 50 procent van de aanmeldingen bij de ggz in grote steden (Colijn, Snijders & Trijsburg, 2003) en er zijn geen aanwijzingen dat dit percentage is afgenomen (De Jong & Colijn, 2010). De kans dat individuen uit etnische minderheidsgroepen daarmee in aanmerking komen om een vragenlijst zoals de MMPI-2 in te vullen, lijkt dan ook reëel te zijn. Het is echter ondoenlijk om voor alle etnische minderheidsgroepen in Nederland aparte MMPI-2 normgroepen te verzamelen. De aanbeveling is dan ook om dat uitsluitend te overwegen voor de grootste etnische minderheidsgroepen, waarvoor reeds is aangetoond dat de gemiddelde MMPI-2 scores in klinisch relevante mate verschillen van de Nederlandse normgroep. In het onderhavige onderzoek wordt gehoor gegeven aan de oproep om voor de verschillende groepen Nederlanders van buitenlandse afkomst aparte normen te verzamelen. Specifiek wordt in het onderhavige onderzoek nagegaan of en in hoeverre de MMPI-2 scores van Turkse Nederlanders verschillen van de Nederlandse normgroep. Hierbij staan de scores op de MMPI-2 validiteitschalen en klinische hoofdschalen centraal, omdat vooral deze schalen eerder in vergelijkbaar crosscultureel MMPI-2 onderzoek zijn onderzocht (Butcher et al., 1998; Nagayama Hall et al., 1999; Savasir & Culha, 1996; Yaktemur, 2001) en deze schalen centraal staan in de klinische praktijk. Er is specifiek voor de Turkse Nederlanders gekozen, omdat zij de grootste etnische minderheidsgroep van Nederland vormen (CBS, 2012) en omdat uit eerder onderzoek reeds grote verschillen in gemiddelde MMPI-2 scores naar voren kwamen tussen deze groep en de Nederlandse normgroep (Derksen et al., 2007; Yaktemur, 2001). Op basis van dit eerdere onderzoek en het onderzoek naar de MMPI in Turkije wordt verwacht dat de Turkse Nederlanders over de hele linie van de validiteit- en klinische hoofdschalen van de MMPI-2 statistisch significant hoger zullen scoren dan de Nederlandse normgroep. Schaal 0 valt daarbij op als een uitzondering, waarvoor dat niet geldt. Voorts wordt verwacht dat de meeste van deze statistisch significante verschillen ook het niveau van klinische significantie (een verschil van minstens 5 T-scores) zullen bereiken. Dit valt, vanwege het vermeende verband met traditionele Turkse overtuigingen in bovennatuurlijke krachten en beïnvloeding, het meest te verwachten voor schaal 8. Verder wordt verwacht dat deze verschillen in stand blijven wanneer de twee groepen op enkele demografische variabelen waaronder leeftijd, sekse en opleiding worden gematcht. Aanvullend wordt nagegaan of er tussen beide groepen sprake is van een significant verschil in het actuele niveau van symptomen en psychopathologie. Dit wordt niet verwacht. Methoden Onderzoeksgroep De onderzoeksgroep bestond uit 199 Turkse Nederlanders; 88 mannen (44,2 procent) en 111 vrouwen (55,8 procent) met een gemiddelde leeftijd van 29,9 jaar (SD = 8,3); 141 (70,9 procent) van de participanten zijn in Nederland geboren; 56 (28,1 procent) in Turkije en 2 (1 procent) elders. Voor 193 (97 procent) participanten gold dat hun beide ouders in Turkije zijn geboren. Voor 5 participanten (2,5 procent) gold dat voor één van hun ouders. Van 1 (0,5 procent) participant waren beide ouders in Nederland geboren. Het opleidingsniveau zag er als volgt uit: MAVO, VMBO, LTS, LBO of gelijkwaardig: 1,5 procent. HAVO, VWO, atheneum, gymnasium of gelijkwaardig: 7,5 procent. MBO, MEAO, MTS of gelijkwaardig: 10,1 procent. HBO, HEAO, HTS, enkele jaren universiteit: 34,2 procent. Universiteit: 46,7 procent. De MMPI-2 normgroep voor Nederland werd in 1992 verzameld en bestaat uit participanten, waarvan 681 man (54,7 procent) en 563 vrouw (45,3 procent) met een gemiddelde leeftijd van 43,7 jaar (SD = 14,2). Het opleidingsniveau zag er als volgt uit: lager of basisonderwijs: 3,2 procent. MAVO, 20 GZ-PSYCHOLOGIE 4 n MEI 2013

NPS score: -77 Lorem Ipsum Donec sodales lorem in libero rhoncus, ac egestas augue rhoncus.

NPS score: -77 Lorem Ipsum Donec sodales lorem in libero rhoncus, ac egestas augue rhoncus. Pakkende titel van de infographic Subtitel of introtekst: Praesent id congue lorem, eget ultricies sapien. Quisque vel nunc id quam porttitor feugiat non et quam. Donec vulputate mauris at consectetur

Nadere informatie

styleguide POWERNATION

styleguide POWERNATION styleguide Inleiding De branding van Powernation word uitgebereid beschreven in deze styleguide. Powernation is het nieuwe bedrijf dat producten verkoopt in alle populaire categorieën van sport. Hiermee

Nadere informatie

Brandpepper. Navigatiestructuur.

Brandpepper. Navigatiestructuur. Navigatiestructuur Inhoud 1 Navigatie 2 Wireframes 21 22 23 Diensten 24 Portfolio 25 Contact sitemap Vacatures Diensten Portfolio Cases Onze klanten Contact Lay out Header Navigatie Pagina content Footer

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten Prof. Dr. Bas van Alphen Inhoud Temporele stabiliteit Leeftijdsneutraliteit DSM-5 Behandelperspectief Klinische implicaties Casuïstiek Uitgangspunten!

Nadere informatie

Huisstijl-Boek -- Cards 4 Free

Huisstijl-Boek -- Cards 4 Free Huisstijl-Boek -- Cards 4 Free Door: Peter van der Meulen Mr Iniawei 1 9219 VR De Tike petervdmeulen.rfdgra.nl Inhoud Pagina 4 Pagina 5 pagina 6 pagina 7 2 HuisstijlBoek -- Cards4Free Dezign Samenvatting

Nadere informatie

COMPANY NAME. Onderwerpregel 2. Opdrachtgever. Inschrijving / Offerte. Onderwerpregel 1. Onderwerpregel 3. ten behoeve van

COMPANY NAME. Onderwerpregel 2. Opdrachtgever. Inschrijving / Offerte. Onderwerpregel 1. Onderwerpregel 3. ten behoeve van Inschrijving / Offerte COMPANY NAME Onderwerpregel 1 Onderwerpregel 2 Onderwerpregel 3 ten behoeve van Opdrachtgever Opdrachtgever naamsvermelding Pagina 1 Opdrachtgever naamsvermelding Pagina 2 USB-stick

Nadere informatie

Functioneel Ontwerp. Mousegestures

Functioneel Ontwerp. Mousegestures Functioneel Ontwerp Mousegestures Mogelijke single mousegestures Tijdens het laden van de applicatie kan de gebruiker verschillende gestures proberen. De handelingen hebben effect op de bal. Als de handeling

Nadere informatie

Voor vragen: http://www.richard3332.nl/ of mail naar Richard3332@gmail.com

Voor vragen: http://www.richard3332.nl/ of mail naar Richard3332@gmail.com Welkom bij mijn website tutorial (Deel 4) Ik ga uit van Microsoft XP voor de duidelijkheid. Ik heb dus geen idee of de programma s die ik gebruik ook op Vista werken. Notepad++ werkt zowieso op xp en Vista.

Nadere informatie

HUISSTIJLHANDBOEK DRUKWERK

HUISSTIJLHANDBOEK DRUKWERK HUISSTIJLHANDBOEK DRUKWERK HUISSTIJLHANDBOEK DRUKWERK Het belang van een huisstijl kan niet onderschat worden. Het consequente gebruik ervan is een eenvoudige doch uiterst efficiënte manier om herkenbaarheid

Nadere informatie

Houd medewerkers gemotiveerd en betrokken

Houd medewerkers gemotiveerd en betrokken 1 Another designfreebies.org exclusive Volume 1 Number 1 2014 Houd medewerkers gemotiveerd en betrokken In toporganisaties staan er negen engaged werknemers t.o.v. één disengaged medewerker. Gallup 2011

Nadere informatie

Zoning. Header. Header biedt identiteit en vaste links, los van schermen.

Zoning. Header. Header biedt identiteit en vaste links, los van schermen. Header Zoning Header biedt identiteit en vaste links, los van schermen. De pijltjes aan de zijkanten van het scherm kunnen gebruikt worden om te navigeren tussen de hoofdpagina s Inhoudsopgave Sociaal

Nadere informatie

INHOUDS KEUKENS EN RECEPTEN 13-259 BORIS & YVONNE 5

INHOUDS KEUKENS EN RECEPTEN 13-259 BORIS & YVONNE 5 INHOUDS OPGAVE introductie 9 mijn voorraadkast 11 KEUKENS EN RECEPTEN 13-259 bronnen 260 recepten index 263 ingredienten register 264 dankwoord 271 4 BORIS & YVONNE 5 KEUKENS EN recepten boris & YVONNE

Nadere informatie

Inleiding: Huisstijl. Wat is een Huisstijl? Waarom een Huisstijl?

Inleiding: Huisstijl. Wat is een Huisstijl? Waarom een Huisstijl? Inleiding: Huisstijl Wat is een Huisstijl? Van Dale omschrijft een huisstijl als de manier waarop een bedrijf zichzelf presenteert door aankleding, kleuren, materiaal e.d. Kortom, een huisstijl is het

Nadere informatie

IDENTITEIT LANDELIJK PLATFORM COMMUNICATION & MULTIMEDIA DESIGN

IDENTITEIT LANDELIJK PLATFORM COMMUNICATION & MULTIMEDIA DESIGN IDENTITEIT LANDELIJK PLATFORM COMMUNICATION & MULTIMEDIA DESIGN Mischa Piepers & Martijn Hoenderop Hogeschool van Arnhem & Nijmegen Voorwoord Het logo is ontstaan door te beginnen met een reflectie van

Nadere informatie

L AVION Huisstijlhandboek

L AVION Huisstijlhandboek Huisstijlhandboek Bastian Schilderink Inhoudsopgave Logo Typografie Kleurgebruik Huisstijlelementen Toepassingen huisstijl pagina 3 pagina 4 pagina 5 pagina 6 pagina 7 briefpapier volgvel envelop visitekaartje

Nadere informatie

Texel 600 jaar Stad DE NAAM. De naam Texel 600 jaar Stad dient altijd geschreven te worden als: Texel 600 jaar Stad

Texel 600 jaar Stad DE NAAM. De naam Texel 600 jaar Stad dient altijd geschreven te worden als: Texel 600 jaar Stad HUISSTIJLHANDBOEK INTRODUCTIE Om het 600-jarig bestaan van Texel te vieren, is onlangs een identiteit met huisstijl ontwikkeld voor de gebeurtenis en alle evenementen die daarmee gepaard gaan. In dit huisstijlhandboek

Nadere informatie

Opdracht Analyse en ontwerp van je website

Opdracht Analyse en ontwerp van je website Door: Dirk van der Sar Informatica 4a1 Opdracht Analyse en ontwerp van je website Opdracht 1 www.ah.nl => tot hoe laat is de Albert Heijn in Nesselande op zaterdag open. De informatie: tot 20.00 uur. Ik

Nadere informatie

Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek

Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek Woensdag 2 april 2014 Ad van der Sijde, Yulius Autisme Paul Reijnen, BOBA Inhoud Presentatie Vragen Veranderingen DSM-5 autisme

Nadere informatie

Wazzup Real Estate TE KOOP 725.000,- K.K. JACOB CREMERSTRAAT 59 6821 DC ARNHEM. Wazzup Real Estate. Utrechtseweg 310 H02 6812AR Arnhem

Wazzup Real Estate TE KOOP 725.000,- K.K. JACOB CREMERSTRAAT 59 6821 DC ARNHEM. Wazzup Real Estate. Utrechtseweg 310 H02 6812AR Arnhem TE KOOP JACOB CREMERSTRAAT 59 6821 DC ARNHEM Wazzup Real Estate Wazzup Real Estate Utrechtseweg 310 H02 6812AR Arnhem 026 20 20 116 info@wazzuprealestate.nl www.wazzuprealestate.nl 725.000, K.K. In 1 van

Nadere informatie

STRIKT VERTROUWELIJK

STRIKT VERTROUWELIJK Referentierapport STRIKT VERTROUWELIJK KANDIDAAT TESTKANDIDAAT FINANCIEEL DIRECTEUR -TESTORGANISATIE 29 oktober 2014 Inhoudsopgave INTRODUCTIE 3 OVER REFQ 4 BASISGEGEVENS 5 PROFIEL 6 REFERENT1 TESTREFERENT1

Nadere informatie

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart DSM-5 whitepaper De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart Prof. dr. Gina Rossi, Vakgroep Klinische en LEvensloopPsychologie (KLEP) aan de Vrije Universiteit Brussel De Personality

Nadere informatie

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae

Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae chapter 7 Discussion Summary Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae 140 chapter 7 SAMENVATTING De bipolaire stoornis (of manisch-depressieve stoornis) is een stemmingsstoornis waarin episodes van (hypo)manie

Nadere informatie

Huisstijl handboek. Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl.

Huisstijl handboek. Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl. Huisstijl handboek Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl. 1 Colofon Redactie: B2Design, Groningen Vormgeving en opmaak: B2Design, Groningen Fotografie: Ruud Krispijn Huisstijl

Nadere informatie

Jongeren op de digitale brug, Link in de Kabel geeft ze een duwtje in de rug.

Jongeren op de digitale brug, Link in de Kabel geeft ze een duwtje in de rug. Jongeren op de digitale brug, Link in de Kabel geeft ze een duwtje in de rug. Link in de Kabel digitale brug architecten Riddersstraat 147, 3000 Leuven 016 62 34 45 www.lidk.be Visie 2014 De digitale brug

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie

Grensoverschrijdend gedrag. Les 2: inleiding in de psychopathologie Grensoverschrijdend gedrag Les 2: inleiding in de psychopathologie Programma Psychopathologie; wat is het? Algemene functionele psychopathologie DSM Psychopathologie = Een onderdeel van de psychiatrie

Nadere informatie

Factotum. Ons complete aanbod gebundeld in een handig Actueel Magazine. Aanbod van de maand september 2012

Factotum. Ons complete aanbod gebundeld in een handig Actueel Magazine. Aanbod van de maand september 2012 Ons complete aanbod gebundeld in een handig Actueel Magazine. Aanbod van de maand september 2012 WTC Schiphol Boulevard 383 1118 BJ Luchthaven Schiphol Tel: +31 (0)20 30 80 150 info@factotumdemomakelaar.nl

Nadere informatie

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Het moeilijke kind stelt ons vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

Profiel Registreren Registreren Registreren Succes- Stap 1 Stap 1 Stap 1 wens home Wat is dit? Gids Pers. gids Zender volgorde Categorie volgorde

Profiel Registreren Registreren Registreren Succes- Stap 1 Stap 1 Stap 1 wens home Wat is dit? Gids Pers. gids Zender volgorde Categorie volgorde Profiel Registreren Stap 1 Registreren Stap 1 Registreren Stap 1 Succeswens home Wat is dit? Gids Pers. gids Zender volgorde Categorie volgorde home Morbi dignissim bibendum ligula. Picture Proin at purus

Nadere informatie

Strategie //// Concept //// Ontwerp //////////////////////////////////////// Mark Moget & Taco Sipma

Strategie //// Concept //// Ontwerp //////////////////////////////////////// Mark Moget & Taco Sipma Strategie //// Concept //// Ontwerp //////////////////////////////////////// Mark Moget & Taco Sipma Beeld Dit is geen spoedcursus Wat maakt beeld zo moeilijk te verzinnen, vinden en/of maken? Wat maakt

Nadere informatie

De Wordpress Workshop

De Wordpress Workshop Bekijk voordat je begint de Wordpress instructievideo (4 minuten) op www.dewordpresstraining.nl en je weet met welk Wordpress thema en welke Wordpress plugin je nodig hebt bij deze instructie. Inhoud 1.

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C

Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Persoonlijkheidsstoornis Cluster C Deze folder geeft informatie over de diagnostiek en behandeling van cluster C persoonlijkheidsstoornissen. Wat is een cluster C Persoonlijkheidsstoornis? Er bestaan verschillende

Nadere informatie

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen 2 3 INHOUDSOPAVE PAGINA Kennis over psychische problemen bij ouderen nodig?! 4 Praktische

Nadere informatie

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. De leerlingen werken deze dag aan het project.

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. De leerlingen werken deze dag aan het project. Weekthema: Mei 2015 week Beroemd 21 Nr. 6 25 september 2015 Belangrijke data Belangrijke data Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data: Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data

Nadere informatie

Woord vooraf Opbouw van deze studie

Woord vooraf Opbouw van deze studie Woord vooraf Opbouw van deze studie XIII XVI DEEL I: PROBLEEMSTELLING 1 HOOFDSTUK I ONTWIKKELING EN STAGNATIE IN DE PSYCHIATRIE 2 Inleiding 2 1. 1 Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg - stand van

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING 143. Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING 143 Nederlandse samenvatting 144 NEDERLANDSE SAMENVATTING De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat psychische gezondheid een staat van welzijn is waarin een individu zich

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een aantal onderzoeken op het gebied van gehechtheid en psychosociaal functioneren in de volwassenheid. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de gehechtheidstheorie.

Nadere informatie

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Psychologie Inovum Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Waarom psychologie Deze folder is om bewoners, hun naasten en medewerkers goed te informeren over de mogelijkheden

Nadere informatie

Leg hoofdbehandelaarschap bij de psychiater

Leg hoofdbehandelaarschap bij de psychiater Leg hoofdbehandelaarschap bij de psychiater Publica tie Jaargan g Rubrie k Auteur Pagina' s Nr. 26-27 juni 2013 2013 Medisch Contact Artikelen Chris Vleugels 1448-1450 Regie in gespecialiseerde ggz hoort

Nadere informatie

GGzE centrum autisme volwassenen

GGzE centrum autisme volwassenen GGzE centrum autisme volwassenen GGzE centrum autisme volwassenen Centrum voor specialistische zorg, kennis en ontwikkeling op het gebied van autisme Informatie voor verwijzers >> GGzE centrum autisme

Nadere informatie

digital art 2d - over posters - opdracht drugs poster en website

digital art 2d - over posters - opdracht drugs poster en website digital art 2d - over posters - opdracht drugs poster en website medium is the message The medium is the message is a phrase coined by Marshall McLuhan meaning that the form of a medium embeds itself in

Nadere informatie

Ontwerpen van drukwerk

Ontwerpen van drukwerk 5 Ontwerpen van drukwerk 5.1 Werken met sjablonen 5.2 Poster 5.3 Brochure 5.4 Nieuwsbrief 5.5 Rapport A4 5.6 Werken in series en reeksen 64 65 5.1 Werken met sjablonen stap 1 Open in InDesign het sjabloon

Nadere informatie

Het ontwikkelen van een online advies op maat voor cyberpest slachtoffers

Het ontwikkelen van een online advies op maat voor cyberpest slachtoffers Het ontwikkelen van een online advies op maat voor cyberpest slachtoffers Video Casey Heynes Personen Niels Jacobs (Promovendus) Dr. Trijntje Völlink (co-promotor/dagelijkse begeleider) Dr. Francine Dehue

Nadere informatie

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ

INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ INDIGO HET ANTWOORD OP DE BASIS GGZ Inhoudsopgave Indigo Brabant 2 Wat is de Basis GGZ? 2 Wat kan Indigo mij bieden? 4 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Specialistische GGZ 7 Heeft u vragen? 7 Contact

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis

Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Zorgprogramma voor mensen met gerontopsychiatrische problematiek in het verpleeghuis Anne van den Brink Specialist Ouderengeneeskunde Onderzoeker Pakkende ondertitel Inhoud presentatie Inleiding Aanleiding

Nadere informatie

Ontwerpen van drukwerk

Ontwerpen van drukwerk 5 Ontwerpen van drukwerk 5.1 Werken met sjablonen 5.2 Poster 5.3 Brochure 5.4 Nieuwsbrief 5.5 Word-sjablonen 5.6 Werken in series en reeksen 5.1 5.1 Werken met sjablonen stap 1 Open in InDesign het sjabloon

Nadere informatie

Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische

Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische Standpunt NVGzP inzake hoofdbehandelaarschap in de specialistische GGZ In april van dit jaar publiceerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg een concept-advies over het hoofdbehandelaarschap in de specialistische

Nadere informatie

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Griezelig

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Griezelig Nr. 9 16 oktober 2015 Belangrijke data Belangrijke data Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data: vindt u een overzicht van Hieronder belangrijke data ma voor 11 t/m de komende 26 mei weken

Nadere informatie

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012

MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED. Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 MOEILIJKE MENSEN? HTTP://WWW.YOUTUBE.COM/WATCH?V=GGHL0QQUXVU&FEATURE=REL ATED Bernard Kloostra en Alie Schenk, Frontlijnteam 19-04-2012 Moeilijke mensen, ze zijn overal. In je huis, in je buurt, op je

Nadere informatie

Q&A-lijst. Vijftien veel gestelde vragen over DSM-5

Q&A-lijst. Vijftien veel gestelde vragen over DSM-5 Q&A-lijst Vijftien veel gestelde vragen over DSM-5 1. Wat is de DSM en wat kunnen psychiaters ermee? De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) is een gereviseerd classificatiesysteem

Nadere informatie

Persoonlijke rapportage van B. Smit

Persoonlijke rapportage van B. Smit Persoonlijke rapportage van B. Smit Gegevens deelnemer Naam Organisatie Functie B. Smit PiCompany Intern Manager Productieafdeling Gegevens Reflector 360 Datum 17 maart 2009 Nummer 25177.82301 Profiel

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Afdeling Medische psychologie

Afdeling Medische psychologie Afdeling Medische psychologie U bent door uw medisch specialist doorverwezen naar de afdeling Medische psychologie. In deze folder leest u meer over de behandeling door de medisch psycholoog, met welke

Nadere informatie

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think.

Our brains are not logical computers, but feeling machines that think. Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst van kinderen,

Nadere informatie

Behandeling van ouderen in de eerste lijn

Behandeling van ouderen in de eerste lijn Behandeling van ouderen in de eerste lijn Lucinda Meihuizen, GZ psycholoog Bestuurslid sectie ouderenpsychologen NIP Zorgpartners Midden-Holland en Samenwerkende psychologen Alphen a/d Rijn Agenda workshop

Nadere informatie

42 de psycholoog / mei 2014 de dsm is geen zorgbepalend instrument malou van hintum

42 de psycholoog / mei 2014 de dsm is geen zorgbepalend instrument malou van hintum 42 de psycholoog / mei 2014 malou van hintum foto s: herman wouters de psycholoog / mei 2014 43 interview met michiel hengeveld de dsm is geen zorgbepalend instrument Tijdens het voorjaarscongres van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B, tegen C te D en E te F Zaak : Geestelijke gezondheidszorg Zaaknummer : 2009.02144 Zittingsdatum : 23 juni 2010 1/6 Geschillencommissie Zorgverzekeringen (prof.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod

Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod Persoonlijkheidsstoornissen Kortdurend Behandelaanbod U bent niet de enige Een op de tien Nederlanders heeft te maken met een persoonlijkheidsstoornis of heeft trekken hiervan. De Riagg Maastricht is gespecialiseerd

Nadere informatie

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

BlueBerry. interactie aan de magazines toe te voegen. Hierdoor veranderd een platte pub-

BlueBerry. interactie aan de magazines toe te voegen. Hierdoor veranderd een platte pub- BlueBerry voudige manier publicaties online te plaatsen. Een ontwerper kan hierbij zelf bepalen om het magazine eenvoudig of uitgebreid op te zetten. De uitgebreide opties in het pakket geven ontwerpers

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Dank je! 20 + 21 november

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Dank je! 20 + 21 november Weekthema: Mei 2015 week Dank 21 je! Nr. 10 30 oktober 2015 Belangrijke data Belangrijke data Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data: vindt u een overzicht van Hieronder belangrijke data

Nadere informatie

het antwoord op de Basis GGZ

het antwoord op de Basis GGZ het antwoord op de Basis GGZ mentale ondersteuning direct en dichtbij Inhoudsopgave Indigo Wat is de Basis GGZ? Verwijscriteria Wat kan Indigo mij bieden? 1. POH-GGZ 2. Generalistische Basis GGZ Mirro:

Nadere informatie

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131 chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 132 Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 133 Zaadbalkanker wordt voornamelijk bij jonge mannen vastgesteld

Nadere informatie

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch werker Volwassenen en ouderen mensenkennis Van onze klinisch psycholoog heb ik een groep cliënten overgenomen, bij wie ik de instrumenten uit de opleiding

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

Descriptieve en structurele psychodiagnostiek

Descriptieve en structurele psychodiagnostiek Descriptieve en structurele psychodiagnostiek Prof. Dr. Jan Derksen, UHD psychodiagnostiek Universiteit van Nijmegen, Professor psychotherapie Vrije Universiteit Brussel Descriptieve en structurele diagnostiek

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Klantrapport. Fixie. Quickscan

Klantrapport. Fixie. Quickscan Klantrapport Fixie Quickscan Inhoud Klanten zijn kostbaar Inleiding en opdracht Dataverantwoording Herkomst klanten Samenvatting klantprofiel Conclusies & aanbevelingen Notities Pagina 4 Pagina 5 Pagina

Nadere informatie

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind Psychiatriseren = Het moeilijke kind stelt de volwassene vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

Samenvatting (summary in Dutch)

Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,

Nadere informatie

Herstel bij verslaving

Herstel bij verslaving 13-11- 12 Herstel bij verslaving Op de voordeur staat geschreven: hier werken wij samen aan herstel Visie op moderne verslavingszorg Jaap van der Stel Lector Geestelijke Gezondheidszorg Hogeschool Leiden

Nadere informatie

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies.

gegeven met informatie over risico, complexiteit, duur, ernst en een doorverwijzingsadvies. Geachte, Pearson start een onderzoek naar Innerview. Innerview is een beslissingsondersteunend instrument (BOI) voor doorverwijzing in de geestelijke gezondheidszorg en is uniek in zijn soort als het gaat

Nadere informatie

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Bijzondere ontmoetingen

Weekthema: Afscheid nemen. Belangrijke data Belangrijke data. Rhondcus dolor. Weekthema: Bijzondere ontmoetingen Weekthema: Mei 2015 week bijzondere 21 ontmoetgen Nr. 16 11 december 2015 Belangrijke data Belangrijke data Hieronder vdt u een overzicht van belangrijke data: vdt u een overzicht van belangrijke Hieronder

Nadere informatie

Belangrijke data Belangrijke data. Weekthema: Leerling zijn Rhondcus dolor. De leerlingen werken deze dag aan het project.

Belangrijke data Belangrijke data. Weekthema: Leerling zijn Rhondcus dolor. De leerlingen werken deze dag aan het project. Nr. 7 2 oktober 2015 Belangrijke data Belangrijke data Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data: Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke data ma voor 11 t/m de komende 26 mei weken

Nadere informatie

Huisstijlhandboek versie 1.2 - maart 2008

Huisstijlhandboek versie 1.2 - maart 2008 Huisstijlhandboek versie 1.2 - maart 2008 Inhoudstafel Inleiding p. 03 1. Logo MOW p. 05 2. Logo s entiteiten p. 17 3. Typografie p. 27 4. Basisdrukwerk p. 31 5. Afgeleid drukwerk MOW p. 43 6. Afgeleid

Nadere informatie

Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT) voor cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis

Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT) voor cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis Mentaliseren Bevorderende Therapie (MBT) voor cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis Informatie voor cliënten en hun verwijzers Mentaliseren Bevorderende Therapie voor cliënten met een borderline

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/22989 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Pouw, Lucinda Title: Emotion regulation in children with Autism Spectrum Disorder

Nadere informatie

Samenvatting: dit document vind je op Toledo en moet hier ingevoegd worden.

Samenvatting: dit document vind je op Toledo en moet hier ingevoegd worden. Titel van de stage opdracht Samenvatting: dit document vind je op Toledo en moet hier ingevoegd worden. Titel van de stage opdracht Woord vooraf IPv6 biedt de industrie een enorme uitdaging. Het was dan

Nadere informatie

Verwijzen naar de GGZ. Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ?

Verwijzen naar de GGZ. Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ? Verwijzen naar de GGZ Wanneer verwijzen naar de Generalistische basis GGZ en Gespecialiseerde GGZ? Nieuwe structuur in de geestelijke gezondheidszorg Om de kwaliteit en de kostenbeheersing in de geestelijke

Nadere informatie

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Richtlijnen/wenken voor het gebruik van onze groepsvisie: Context Het is van steeds groter belang dat we dezelfde boodschappen vertellen (naar patiënten,

Nadere informatie

EMOTIEREGULATIE. Jaarbeurs Utrecht. Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline

EMOTIEREGULATIE. Jaarbeurs Utrecht. Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline EMOTIEREGULATIE Boosheid, verdriet en angst bij kinderen en adolescenten met ASS, ODD, ADHD, depressie en borderline Congres Dinsdag 26 november 2013 Jaarbeurs Utrecht prof.dr. Bram Orobio de Castro prof.dr.

Nadere informatie

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut

Stemmingsstoornissen. Van DSM-IV-TR naar DSM-5. Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Stemmingsstoornissen Van DSM-IV-TR naar DSM-5 Johan van Dijk, klinisch psycholoog-psychotherapeut Max Güldner, klinisch psycholoog-psychotherapeut Inhoud Veranderingen in de DSM-5 Nieuwe classificaties

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij autisme

Cognitieve gedragstherapie bij autisme Cognitieve gedragstherapie bij autisme Caroline Schuurman, gz-psycholoog Centrum Autisme Rivierduinen Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van autisme bij volwassenen Utrecht, 14 juni 2011 CGT bij autisme

Nadere informatie

Disclaimer. Deze presentatie kan off-label informatie bevatten. Raadpleeg altijd de SmPC alvorens enige medicatie voor te schrijven.

Disclaimer. Deze presentatie kan off-label informatie bevatten. Raadpleeg altijd de SmPC alvorens enige medicatie voor te schrijven. Disclaimer De inhoud van deze presentatie is onafhankelijk samengesteld door de spreker(s). De slides representeren de persoonlijke mening van de spreker(s). Deze presentatie kan off-label informatie bevatten.

Nadere informatie

GGzE centrum ouderenpsychiatrie. Autisme bij ouderen. Informatie over autisme en onze mogelijkheden. informatie voor cliënten >>

GGzE centrum ouderenpsychiatrie. Autisme bij ouderen. Informatie over autisme en onze mogelijkheden. informatie voor cliënten >> GGzE centrum ouderenpsychiatrie Autisme bij ouderen Informatie over autisme en onze mogelijkheden informatie voor cliënten >> Ervaring leert dat een aantal ouderen en hun naasten eerder een beroep hebben

Nadere informatie

Huisstijl handboek. Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl.

Huisstijl handboek. Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl. Huisstijl handboek Algemene richtlijnen & instructies voor het gebruik van de huisstijl. 1 Colofon Redactie: B2Design, Groningen Vormgeving en opmaak: B2Design, Groningen Fotografie: BPZ Huisstijl ontwikkeling

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Welkom bij de Friese Bond van Binnenvissers. 4 juni 2013

Welkom bij de Friese Bond van Binnenvissers. 4 juni 2013 Welkom bij de Friese Bond van Binnenvissers 4 juni 2013 Inleiding Binnen%de%Nederlandse%Beroepsbinnenvissers%hebben%veer1en% vissers%zich%georganiseerd%als%de%friese%bond%van%binnenvissers% en%vertegenwoordigen%daarmee%een%unieke%posi1e%in%nederland.

Nadere informatie

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS

Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS Training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS ADOS-training Karakter organiseert een training in het gebruik, de scoring en interpretatie van de ADOS. Wat is ADOS? Het Autisme Diagnostisch

Nadere informatie