op betalingsverkeer Innovaties in het betalingsverkeer Succesvolle sturing van de geldmarktrente Afwikkeling OTC-derivaten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "op betalingsverkeer Innovaties in het betalingsverkeer Succesvolle sturing van de geldmarktrente Afwikkeling OTC-derivaten"

Transcriptie

1 focus Een special issue over de betaal- en effectenmarkt van het Focusgebied betalingsverkeer op betalingsverkeer Innovaties in het betalingsverkeer Succesvolle sturing van de geldmarktrente Afwikkeling OTC-derivaten

2 In deze uitgave: Stabiliteitsanker in een zee van veranderingen 3 Innovaties in het betalingsverkeer 6 Succesvolle sturing van de geldmarktrente 12 Niet-bancaire partijen in het retailbetalingsverkeer 18 Veiligheid in het retailbetalingsverkeer 20 Integratie en consolidatie 25 Afwikkeling OTC-derivaten 35 Onderpandgebruik voor centralebankkrediet 39

3 3 / focus op betalingsverkeer, 2008 Stabiliteitsanker in een zee van veranderingen De wereld van het betalings- en effectenverkeer verandert snel. Moderne ICT doet de grenzen van tijd en ruimte verdwijnen. Dagelijks gaan er honderden miljarden door de systemen waarin de grote financiële instellingen hun onderlinge betalingen afwikkelen. Een goede werking van deze systemen aan de achterkant van de financiële markten is van groot belang voor de stabiliteit van het financiële stelsel. Voor consument en bedrijf is het elektronische betalingsverkeer feitelijk onmisbaar geworden. De rol van het bankbiljet is nog lang niet uitgespeeld, maar het overgrote deel van de waardeoverdrachten in de reële economie lopen via de elektronische systemen van banken en private clearinginstellingen. In Europa is een harmonisatie-, integratie- en consolidatieproces gaande, dat uiteindelijk moet leiden tot een echt Europese markt voor het betalings- en effectenverkeer. Als nationale centrale bank in het Europese Stelsel van Centrale Banken volgt DNB deze ontwikkelingen nauwgezet en onderneemt ze, als hoedster van de goede werking van het betalingsverkeer, waar nodig actie. Maar het belang van de ontwikkelingen in het betalings- en effectenverkeer overstijgt dat van haar taak in het betalingsverkeer alleen. Veranderingen in de rol en het belang van het geld dat in de boeken van de centrale bank staat, bankbiljetten natuurlijk, maar ook de tegoeden van de commerciële banken bij de centrale bank die worden gebruikt om hun onderlinge betalingen af te wikkelen, kunnen de uitvoering van het monetaire beleid beïnvloeden. De Europese integratie van het betalings- en effectenverkeer heeft effect op de marktstructuur en marktverhoudingen tussen de belangrijkste spelers, waaronder de onder toezicht van DNB staande financiële instellingen. Redenen genoeg voor een speciale focus van DNB op deze ontwikkelingen. Dit magazine brengt een aantal inzichten hieruit voor het voetlicht. De elektronisering schrijdt voort Elektronisch betalen is in de afgelopen jaren gemeengoed geworden. Van de betalingen van de consument aan de kassa in de detailhandel wordt van elke uitgegeven euro 60 cent met een betaalpas afgerekend en nog maar 40 cent contant. Veel kleine betalingen gaan nog wel contant, maar juist daarvoor verschijnen nu toepassingen van contactloze chips, op betaalpassen maar bijvoorbeeld ook ingebouwd in mobiele telefoons, die snel en gemakkelijk afrekenen van kleine betalingen mogelijk

4 focus op betalingsverkeer, 2008 / 4 maken. Voor het betalen van rekeningen en andere betalingen op afstand, zowel van consumenten als bedrijven, is internetbankieren de norm geworden en is het gebruik van papieren formulieren sterk gedaald. maar bedreigt de uitvoering van het monetaire beleid niet De trend doortrekkend zullen bankbiljetten steeds minder nodig zijn in het betalingsverkeer. En de post bankbiljetten in omloop vormt traditioneel één van de kernonderdelen van de balans van een centrale bank, die bepalend is voor de ruimte op de geldmarkt. Een ander deel zijn de reserves die banken aanhouden om bij de centrale bank onderlinge betalingen te verrichten. Maar ook dat is als het niet verplicht wordt voorgeschreven steeds minder nodig. Houdt een centrale bank dan nog wel grip op de geldmarktrente, hèt instrument waarmee ze haar primaire doelstelling, prijsstabiliteit, moet zien te halen? Ja, is het antwoord, maar het kan wel aanpassingen in het monetaire beleidsinstrumentarium nodig maken. Daarin zijn ontwikkelingen in het betalingsverkeer overigens niet uniek, en bovendien goed te overzien. De recente turbulentie op de financiële markten hadden een veel hevigere en plotselinge impact op het beleid van centrale banken, die daarop hebben gereageerd met zowel ad hoc maatregelen als (voornemens tot) meer structurele aanpassingen in het instrumentarium. Niet alleen het domein van banken Betalen doe je met een pasje van je bank. Of je haalt bankbiljetten uit een geldautomaat van een bank. Of je logt aan via de internetsite van je bank om een girale betaling te doen. De bankrekening is en blijft een centraal element in het betalingsverkeer. Maar op de achtergrond spelen steeds vaker niet-bancaire partijen een rol. Banken besteden processing activiteiten uit aan IT bedrijven. Voor betalen op internet bieden gespecialiseerde bedrijven innovatieve oplossingen. Creditcardmaatschappijen hebben zich losgemaakt van hun veelal bancaire wortels en zijn een zelfstandige speler in de markt geworden. Deze ontwikkelingen bevorderen de efficiëntie van het betalingsverkeer. Ze hebben ook consequenties voor de manier waarop DNB toezicht houdt op het betalingsverkeer. Veiligheid en integriteit staan voorop Het moderne geldstelsel staat of valt met vertrouwen. Vertrouwen in de partijen die geld onder hun hoede hebben en ervoor zorgen dat geld van eigenaar verwisselt, en vertrouwen in de instrumenten die daarvoor worden gebruikt. Als toezichthouder op de soliditeit van het bankwezen en op de veiligheid en betrouwbaarheid van betaalsystemen heeft DNB hierin een speciale verantwoordelijkheid. Uiteraard zijn het de marktpartijen zelf die voldoende maatregelen moeten nemen om het betalingsverkeer veilig te houden. Parallel aan de innovaties die het betalingsverkeer efficiënter en veiliger maken worden door criminelen ook slimme en innovatieve manieren bedacht om het betalingsverkeer frauduleus te gebruiken en de integriteit aan te tasten. DNB ziet er op toe dat de markt hier voldoende maatregelen tegen neemt. Al is het een wedloop die nooit helemaal gewonnen kan worden. Een Europese markt in wording Globalisering en technologische vooruitgang ten spijt: Europa is nog lang niet één markt. Die ene markt komt er wel, ook in het betalings- en effectenverkeer. De gesegmenteerde nationale structuren en producten zullen zich ontwikkelen naar pan-europese. Marktkrachten werken in die richting, daarbij waar nodig gedreven door politieke initiatieven en regelgeving. Het is een complex speelveld, met een veelheid aan marktpartijen, zoals de eigenaren van infrastructuursystemen, de grote internationale banken (veelal mede-eigenaar en gebruiker van systemen), effectenbeurzen, internationale creditcardmaatschappijen, ICT-bedrijven, enzovoort, en autoriteiten zoals de Europese Commissie (interne markt en mededinging), het Eurosysteem (ook aanbieder van een deel van de infrastructuur), en nationale overheden, centrale banken en toezichthouders. Op sommige terreinen gaan ontwikkelingen sneller dan op andere. Het Europese besluitvormingsproces heeft er moeite mee te komen tot harmonisatie van regelgeving en het opgeven van nationale bijzonderheden. Vaak wordt gekozen voor zelfregulering (de Single Euro Payments Area ) en bevordering van concurrentie en marktwerking (zoals op effectenterrein door de MiFID en de Code of Conduct ). De uitkomst van

5 5 / focus op betalingsverkeer, 2008 het proces is ongewis. Als het goed gaat, profiteren Europese bedrijven, beleggers en consumenten uiteindelijk van een moderne, efficiënte en concurrerende betaal- en afwikkelstructuur. Het gevaar is echter ook aanwezig dat delen van de markt blijven steken in een situatie van onvolkomen concurrentie en inefficiëntie. De achterkant is van belang De omvang van de derivatenhandel, vooral die tussen professionele handelaren (OTC markten), is in de afgelopen jaren explosief gestegen. De derivatenmarkten maken het mogelijk risico s te verhandelen en daarmee te spreiden. Dat spreidingsproces kan overigens soms op onverwachte plekken weer tot concentraties leiden. En zoals in het afgelopen jaar is gebleken, kan de omvang van de aanvaarde risico s in stresssituaties tot grote turbulenties leiden, met mogelijk fatale gevolgen voor de financiële positie van grote spelers. De administratieve processen om al die verhandelde contracten goed en tijdig te verwerken, zodat de marktdeelnemers in staat zijn hun eigen risicoprofiel goed te overzien, heeft geen gelijke tred gehouden met de ontwikkeling van de markt. Mede op aandringen van de toezichthoudende autoriteiten hebben marktpartijen hier verbetering in gebracht, en wordt nu gewerkt aan een aantal initiatieven om met behulp van nieuwe infrastructuren de afhandeling van transacties en het risicobeheer te verbeteren. Stabiliteitsanker De betaal- en afwikkelsystemen zelf hebben zonder probleem gefunctioneerd in de periode van stress op de financiële markten. Ook meer in algemene zin mag de maatschappij er op rekenen dat centrale banken voorbereid zijn op moeilijke en ongewisse situaties. Het handhaven van financiële stabiliteit vergt meer dan oog hebben voor de risico s van vandaag. Vooruitkijken, ontwikkelingen analyseren en inspelen op wat de toekomst kan brengen zijn zeker zo belangrijk. In het vervolg van dit magazine worden bovengenoemde onderwerpen vanuit dit perspectief nader uitgediept. Liquiditeit verzekeren Het belang van een ander back-office fenomeen, de verstrekking van onderpand, is eveneens in het afgelopen jaar meer naar voren gekomen. Het beroep op korte-termijn krediet van centrale banken nam sterk toe. Voor die leningen moeten marktpartijen onderpand inbrengen, en dat moet op een snelle en efficiënte wijze geleverd kunnen worden. Ook kan het nodig zijn om in geval van stresssituaties de lijst van acceptabel onderpand uit te breiden. Centrale banken werken in samenwerking met de markt aan verbeteringen op dit terrein. Eén daarvan is het door DNB en de Nationale Bank van België samen te ontwikkelen nieuwe onderpandsysteem voor het Eurosysteem, CCBM2.

6 De bank in je broekzak focus op betalingsverkeer, 2008 / 6

7 7 / focus op betalingsverkeer, 2008 Innovaties in het betalingsverkeer Zaterdagmiddag, een drukke winkelstraat in een stad in Nederland, maart Je hebt net geluncht en rekent af. Daarna nog even winkelen. Het winkelende publiek beweegt zich als een grote stroom langs de winkels. Iedereen op zoek naar koopjes en ook jij kunt na een uurtje winkelen al spreken van een geslaagde jacht. Je neemt de tram naar de parkeerplaats waar je auto staat en rijdt naar huis. Klinkt hetzelfde als een zaterdagmiddag anno 2008, maar met een belangrijk verschil: je hebt alles met je mobiele telefoon betaald. Onderweg met de auto ontvang je een bericht op je mobiel. Het is een herinnering dat je nog een rekening moet betalen voor het einde van de maand. Heb je zelf ingesteld, want dat vind je handig. Je klikt op het linkje, logt met een handomdraai in op je mobiele bankiertoepassing en autoriseert de betaling. Op je financiële barometer zie je direct dat de balans voor je inkomsten en uitgaven voor deze maand nog steeds keurig in het groen is, ook na vandaag. Je denkt terug aan december toen de barometer van geel naar rood ging zo vlak voor de feestdagen. December 2019 was een dure maand. Je bent net thuis gekomen en er wordt aangebeld. De wekelijkse boodschappen die je via internet bij de supermarkt hebt gekocht, worden bezorgd, keurig op tijd. De bezorger houdt een mobiele terminal voor en je bevestigt én betaalt de boodschappen. Delivery versus payment, ook in Het contante geld bestaat in 2020 nog wel; het wordt alleen nauwelijks nog gebruikt. Waarom met kleingeld betalen als het makkelijker kan? Naast het gewone internetbankieren op de computer is het mobiel bankieren en betalen volledig ingeburgerd, omdat het gewoon ontzettend handig is. De bank zit in je broekzak. Het bovenstaande scenario klinkt misschien als verre toekomstmuziek, maar het is het eigenlijk niet. Sterker nog, het meeste is nu al mogelijk, in Technisch, het is alleen nog niet breed ingevoerd. Dat zal de komende jaren gebeuren. De mobiele telefoon is anno 2008 niets nieuws meer. Iedereen heeft er een, velen zelfs twee. De eerste mobiele telefoons werden in de jaren tachtig geïntroduceerd en eind jaren negentig begon de massale adoptie. Qua toepassingen is de mobiele telefoon van nu nog vrij primitief, maar dat gaat de komende jaren veranderen met nieuwe generaties mobiele telefoons. De mobiele telefoon is de portemonnee van de toekomst, je portemobiel. Informatiemaatschappij Informatietechnologie heeft een grote invloed op ons dagelijks leven. Niet alleen direct zichtbaar, zoals in het gebruik van allerlei verschillende media als internet en mobiele telefoon. Ook onzichtbaar, verborgen in allerlei systemen bij bedrijven en instanties. De back-office is jaren geleden al erg veranderd als gevolg van informatietechnologie. De komende jaren zal naar verwachting vooral de voorkant zichtbaar anders worden. Door de geschiedenis heen is het betalingsverkeer een afspiegeling geweest van de tijd waarin we leven. Vroeger lag het geld dat op onze bankrekening stond in de kluis en gingen we naar het bankkantoor om transacties te doen. Tegenwoordig zijn het

8 focus op betalingsverkeer, 2008 / 8 nullen en enen in de systemen van een bank. Haast vergelijkbaar met een stille revolutie is het betalingsverkeer de afgelopen jaren sterk veranderd. Geleidelijk en tegelijkertijd erg ingrijpend heeft het elektronisch betalen een plaats verworven in ons dagelijks leven. Door een aantal belangrijke innovaties zal deze plaats de komende jaren verder worden versterkt. Waarschijnlijk zal de introductie van mobiele betaaltoepassingen het meest in het oog springen, maar veel innovaties zullen verder gaan dan dat. Hierna volgt een beschrijving van hoe toekomstige scenario s zich kunnen gaan ontwikkelen. Verschuivingen In verschillende situaties betalen we normaal gesproken op verschillende manieren. In winkels aan de toonbank betalen we meestal met pin of contant geld. Op afstand voor rekeningen gebruiken we meestal een overschrijving of incasso. Aan elkaar betalen gebeurt meestal met contant geld of we maken geld aan elkaar over met een overschrijving als we op afstand zijn van elkaar. Aan de hand van deze situaties zullen enkele belangrijke innovaties worden toegelicht. Aan de toonbank De komende jaren zal EMV een wereldwijde standaard die betalingen met chip bij een betaalterminal definieert en is vernoemd naar de initiatiefnemers Europay, MasterCard en Visa worden ingevoerd op de passen en zullen alle bestaande betaalautomaten die op basis van de magneetstrip werken het veld gaan ruimen voor nieuwe EMV betaalautomaten. De invoering van EMV zal de beveiliging van het elektronisch betalen met betaalpassen in winkels verder verbeteren. EMV kan op termijn ook worden uitgebreid met een contactloze interface, zodat er contactloos mee kan worden betaald. In een aantal landen buiten Europa neemt het contactloos betalen nu al een grote vlucht. Hierbij wordt voor het doen van transacties gebruik gemaakt van contactloze chips om met de betaalautomaat te communiceren. Zowel plastic kaarten als mobiele telefoons kunnen met een contactloze chip worden uitgerust. In de Verenigde Staten gaat het vooral om creditcards om kleine betalingen mee te doen. In Azië, en dan met name in Hong Kong, Japan, Singapore en Zuid-Korea, is men enkele jaren geleden begonnen met contactloze chipkaarten voor gebruik in het openbaar vervoer.

9 9 / focus op betalingsverkeer, / focus op betalingsverkeer, 2008 Tegenwoordig zijn ook mobiele telefoons uitgerust met contactloze chiptechnologie en worden de betaaltoepassingen stap voor stap uitgebreid naar winkels buiten het openbaar vervoer. Miljoenen mensen in Azië maken ondertussen gebruik van deze nieuwe manier van contactloos betalen. Ook in Nederland zijn verschillende partijen bezig met proeven om technologie én gebruik te testen. Deze proeven vinden plaats zowel met contactloze betaalpassen als met mobiele telefoons via het zogeheten Near Field Communication (NFC) protocol. Dit is een wereldwijde standaard voor dataverkeer van mobiele telefoons op korte afstand (ongeveer 10 cm). Er zitten meestal nog flinke stappen tussen een proef in een gesloten omgeving en een algemene betaaltoepassing. Naar verwachting zullen consumenten de komende jaren bij steeds meer gelegenheden met een dergelijke contactloze betaaltoepassing kunnen betalen. Op afstand Het betalingsverkeer op afstand is omvangrijk. Rekeningen voor gas, water, licht, telefoon en televisie worden voornamelijk door middel van een overschrijving of incasso betaald. De afgelopen jaren heeft een massale adoptie van het internet én het internetbankieren plaatsgevonden in Nederland. Volgens CBS-cijfers had in procent van de mensen in Nederland internettoegang, de meesten (79 procent) breedband. Nederland behoort daarmee tot de koplopers in Europa. Dat biedt mogelijkheden voor allerlei toepassingen die een paar jaar geleden nog science fiction leken. Nieuwe technologische toepassingen om op afstand te kunnen betalen dienen zich aan dankzij het internet. Het internetbankieren vormt een basis om nieuwe toepassingen te introduceren. Dat gebeurde eigenlijk al voor het eerst eind 2005 met de introductie van ideal - een online betaalmiddel bij webwinkels. In 2008 volgt een standaard om digitaal nota s via het internetbankieren te ontvangen en betalen. Daarnaast kan het internetbankieren door banken verder worden uitgebreid als hulpmiddel voor de financiële planning van huishoudens, mits de toepassingen eenvoudig te gebruiken zijn. De komende jaren zullen waarschijnlijk velen hun rekeningen digitaal gaan ontvangen én betalen. Ook het winkelen en betalen via internet is sterk aan het groeien. In 2007 is voor ongeveer vier miljard euro gekocht bij Nederlandse webwinkels aan producten én

10 focus op betalingsverkeer, 2008 / 10 Van de 6,5 miljard mensen op de wereld hebben er minder dan één miljard een bankrekening, maar ruim drie miljard een mobiele telefoon. diensten. Mensen kopen niet alleen spullen zoals kleding en elektronica op internet, maar ook diensten zoals verzekeringen en vliegreizen. Veel verschillende betaalmethoden worden gebruikt om te betalen voor internetaankopen, waarbij de creditcard al jarenlang een van de meest gebruikte betaalmiddelen op internet is. Recent lijkt ideal in Nederland de creditcard van de troon te gaan stoten als populairste online betaalmiddel. Een vergelijkbaar Europees betaalmiddel ligt in het verschiet. Ook zien we dat de nieuwigheid eraf is bij het betalen op internet. Waarschijnlijk nu nog niet voor iedereen, maar voor velen is het betalen op internet al iets vanzelfsprekends. Aan elkaar We betalen elkaar meestal met contant geld als we bij elkaar zijn en op afstand doorgaans met een overschrijving. Maar je ziet nu al veranderingen in hoe we elkaar betalen. Vroeger was het betalingsverkeer hoofdzakelijk het domein van banken. Mede door het internet kunnen nieuwe partijen betaaldiensten gaan aanbieden, en mogelijk zelfs uitgroeien tot bank. Zo is PayPal begonnen in de markt voor het online betalen tussen consumenten onderling, maar wordt het nu steeds meer gebruikt in webwinkels. Sinds de introductie in 1998 is PayPal uitgegroeid tot een bank met ruim 150 miljoen rekeninghouders in meer dan 190 landen. PayPal treedt zo in concurrentie met niet alleen de creditcards die vanaf de opkomst van de e-commerce dit segment hebben beheerst. Het treedt ook in concurrentie met nieuwe online betaalsystemen van banken, zoals ideal in Nederland. Ook een ander groot Amerikaans internetbedrijf is online betaaldiensten gaan aanbieden. Google is een internetkassa begonnen onder de naam Google Checkout. Ook in andere hoeken bewegen zwaargewichten zich. Begin 2007 heeft een aantal grote mobiele telefoonbedrijven, verenigd in de GSM Association, een initiatief gelanceerd om internationaal geld over te maken met de mobiele telefoon. De naar schatting 200 miljoen migranten in de wereld zijn een eerste doelgroep, maar deze dienst is potentieel uit te breiden naar iedereen in de wereld die toegang heeft tot een mobiele telefoon. Volgens GSM Association zijn wereldwijd bijna drie miljard mensen in het bezit van een mobiele telefoon en heeft tachtig procent van de wereldbevolking momenteel toegang tot een netwerk van een mobiele aanbieder. Van de 6,5 miljard mensen op de wereld hebben er minder dan één miljard een bankrekening. Om gebruik te maken van financiële dienstverlening via de mobiele telefoon is geen bankrekening nodig. De ontvanger hoeft alleen in het bezit te zijn van een werkende mobiele telefoon waarop hij tekstberichten kan ontvangen. Nadat het geld via een tekstbericht door de verzender is overgemaakt, kan de ontvanger het geld ophalen bij een van de lokale banken die deel uitmaken van het wereldwijde netwerk van MasterCard, een creditcardmaatschappij. Er komen waarschijnlijk nog meer mogelijkheden om betalingen aan elkaar te doen met de mobiele telefoon. Zowel voor dichtbij

11 11 / focus op betalingsverkeer, 2008 als op afstand. Als een toepassing aanslaat bij het grote publiek, dan zal elektronisch betalen ook voor het aan elkaar betalen gemeengoed kunnen worden. Massale adoptie Een aantal innovaties kan een belangrijke stap gaan betekenen om het betalingsverkeer als geheel efficiënter te maken. Belangrijke voorwaarde daarvoor is wel dat een bepaalde betaaltoepassing massaal gebruikt gaat worden, zowel door consumenten als door winkeliers. Bij het in de markt zetten van nieuwe betaalmogelijkheden gaat het daarbij voor aanbieders niet eens zozeer om de klanten die hier al snel na de introductie gebruik van gaan maken, de zogeheten early adopters; juist de massamarkt moet worden gewonnen. Voor de meeste mensen is het vooral van belang dat een nieuw betaalmiddel eenvoudig is te gebruiken. Early adopters zijn nog wel bereid om zelf ergens aan te sleutelen, maar voor de massa moet een toepassing het gewoon meteen doen zonder dat verdere uitleg nodig is. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde voor het vertrouwen van het publiek in het betalingsverkeer. Dat heeft zijn weerslag in het gebruik van betaalmiddelen. Indien een nieuw betaalmiddel niet veilig wordt gevonden dan beginnen mensen er niet eens aan. Naarmate een betaalmiddel groeit in gebruik wordt het vaak ook een aantrekkelijker doelwit voor criminelen. Daarom is het voor aanbieders belangrijk om te zorgen voor een voldoende hoog beveiligingsniveau en dat niveau ook te verhogen in de loop der tijd. DNB ziet hier streng op toe. Mensen zijn in de praktijk vaak terughoudend voor nieuwe dingen. Vooral als het enigszins technologisch lijkt, wordt het al snel ingewikkeld gevonden. Bij innovaties in het betalingsverkeer gaat het eigenlijk per definitie om technologische toepassingen. De meerderheid van de mensen is terughoudend voor nieuwe manieren van betalen en vreest dat het moeilijker en daardoor minder toegankelijk wordt. Nieuwe toepassingen kunnen juist ook de mogelijkheid bieden om het makkelijker te maken, in het bijzonder voor kwetsbare groepen. Aanbieders doen er goed aan hun innovaties in complete eenvoud in de markt te zetten om massale adoptie te bereiken. Succes van een nieuw betaalmiddel wordt tenslotte uiteindelijk niet bepaald door de early adopters maar door de massamarkt. Tot slot Het betalingsverkeer is doorgaans niet leidend maar volgend in nieuwe trends en ontwikkelingen. Het is vooral een afspiegeling van de tijd waarin we leven. Het betalen aan de toonbank, op afstand en aan elkaar zal de komende jaren verder veranderen. Een aantal ontwikkelingen staat nog maar aan het begin. De mobiele telefoon heeft een belangrijke plaats verworven in ons dagelijks leven. Ook het betalingsverkeer heeft een belangrijke plaats in het leven van mensen. Die plaats zal door een aantal belangrijke innovaties in het betalingsverkeer de komende tijd verder worden versterkt. De afgelopen jaren is een aantal bouwstenen geplaatst om van de mobiele telefoon een volwaardig bancair kanaal te maken. Samen met de bouwstenen die de komende jaren nog in plaats worden gezet, zal de klant een verschuiving naar de mobiele telefoon als kanaal van dichtbij gaan meemaken, letterlijk. De bank komt in de broekzak. En zal daarmee altijd en overal bereikbaar zijn. DNB houdt deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en beoordeelt ze vanuit haar doelstelling voor een veilig, efficiënt en toegankelijk betalingsverkeer. Want ook in 2020 willen we de markt kennen, zo goed als onze eigen broekzak.

12 focus op betalingsverkeer, 2008 / 12 Hoe de ontwikkelingen in het betalingsverkeer de uitvoering van monetair beleid kunnen beïnvloeden

13 13 / focus op betalingsverkeer, 2008 Succesvolle sturing van de geldmarktrente Nieuwe producten. Nieuwe systemen. Nieuwe spelers. Het betalingsverkeer verandert continu. Dit heeft een belangrijke impact op de kerntaken van een centrale bank. Niet alleen op de wijze waarop zij werkt aan een veilig en betrouwbaar betalingsverkeer, maar ook op de uitvoering van monetair beleid. De ontwikkelingen in het betalingsverkeer beïnvloeden namelijk de vraag naar betaalmiddelen, waaronder centralebankgeld, dat essentieel is voor de uitvoering van monetair beleid. De uitvoering van monetair beleid De zeer korte geldmarktrente, daar draait het om bij de uitvoering van het monetaire beleid door het Eurosysteem, dat bestaat uit de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben. Doordat deze rente doorwerkt op alle overige marktrentes, probeert het Eurosysteem daarmee het investerings- en spaargedrag van bedrijven en consumenten te beïnvloeden en uiteindelijk het prijspeil in de economie onder controle te houden. De sturing van de korte geldmarktrente is gebaseerd op de monopoliepositie van het Eurosysteem in het aanbod van geld, ofwel liquiditeit, aan het bankwezen. Normaal gesproken is er altijd sprake van een liquiditeitstekort op de markt. Dit tekort vloeit voort uit twee bronnen. Allereerst hebben banken bankbiljetten nodig die door het publiek gebruikt worden voor het doen van betalingen. Daarnaast hebben banken behoefte aan centralebanktegoeden. Deze behoefte wordt hoofdzakelijk door het Eurosysteem bepaald, vanwege de reserveverplichtingen die het Eurosysteem het bankwezen oplegt. Maar ook voor de afwikkeling van het betalingsverkeer houden banken tegoeden aan bij de centrale bank. Het Eurosysteem vangt deze vraag op met diverse instrumenten. Ten eerste bieden de nationale centrale banken commerciële banken de mogelijkheid langer dan één dag, ofwel overnight, geld bij hen te lenen of onder te brengen. De gehanteerde rentevoeten voor deze zogenoemde belenings- en depositofaciliteiten, vormen het plafond en de bodem waarbinnen de marktrente fluctueert, de zogenaamde rentecorridor. Geen enkele commerciële bank zou immers haar tegoeden elders tegen een lagere depositorente willen uitzetten of geld willen lenen tegen een hogere beleningsrente. De beoogde rente bevindt zich exact in het midden van de rentecorridor. Om de geldmarktrente zo dicht mogelijk bij de beoogde rente te houden, voert het Eurosysteem repo-transacties uit. Daarbij leent of verkoopt het waardepapieren aan banken om liquiditeit te absorberen, of leent of koopt het Eurosysteem waardepapieren van banken om liquiditeit in de markt te injecteren. De veranderende wereld van het betalingsverkeer Innovaties en nieuwe informatietechnologieën hebben het betalingsverkeer tussen consumenten en bedrijven ingrijpend veranderd. Zo betalen zij steeds vaker met elektronische betaalmiddelen. In winkels halen consumenten de betaalpas tevoorschijn en voor betalingen op afstand gebruiken zij in toenemende mate incasso s en elektronische overschrijvingen. Een relatief jonge ontwikkeling is de opkomst van elektronisch geld. Dit is geld opgeslagen op een kaartchip of op software van bijvoorbeeld een computer of telefoon. Het kan niet alleen gebruikt worden voor het afrekenen van aankopen in winkels, maar ook voor het overboeken van geld naar bijvoorbeeld andere elektronische tegoeden.

14 focus op betalingsverkeer, 2008 / 14 Vroeger, toen alle betalingen nog een voor een handmatig werden verwerkt, duurde het enkele dagen voordat het geld bij de ontvanger terechtkwam. Ook het betalingsverkeer tussen financiële instellingen heeft sinds het begin van de vorige eeuw een enorme metamorfose ondergaan. Vroeger, toen alle betalingen nog een voor een handmatig werden verwerkt, duurde het enkele dagen voordat het geld bij de ontvanger terechtkwam. Helemaal wanneer het een internationale betaling was, wat overigens zeldzaam was. Dat is nu wel anders. Ten eerste is de aard van de betalingen sterk veranderd. Als gevolg van nieuwe technologieën is het betalingsverkeer sneller, efficiënter en veiliger geworden, waardoor geld veel soepeler tussen banken heen en weer vloeit. Het betalingsverkeer wordt ook steeds meer gedreven door financiële, zoals effecten- of valutatransacties, in plaats van door goederentransacties. Tevens is het aantal grensoverschrijdende betalingen sterk gegroeid door de globalisering van de financiële markten. Ten tweede spelen private partijen een steeds grotere rol in de afwikkeling van het betalingsverkeer. Steeds meer banken handelen hun betalingen af via rekeningen aangehouden bij andere commerciële banken, ofwel correspondentbanken. Hierdoor worden steeds meer transacties buiten de centrale bank om afgewikkeld en neemt de rol van de centrale bank als finale betalingsverwerker in belang af. Andere voorbeelden van groeiende private betalingsverwerkers zijn CLS Bank, opgericht in 2002 door een groep van grote Europese, Amerikaanse en Japanse banken voor de afwikkeling van valutatransacties, en de in Brussel gevestigde Euroclear Bank, opgericht in 2000 voor de afwikkeling van onder meer obligaties- en aandelentransacties. Tot slot maken steeds meer banken gebruik van real time gross settlement (RTGS) systemen voor de afwikkeling van hun betalingen. Deze systemen verwerken iedere betaling direct en afzonderlijk door overboeking van het bruto bedrag. Het belangrijkste voordeel hiervan is dat de betrokken partijen geen kredietrisico meer lopen. Iedere partij is er immers zeker van dat zodra de betaling het systeem wordt ingezonden, het overgemaakte bedrag onmiddellijk bij de crediteur terechtkomt. De ontwikkelingen in het betalingsverkeer en de behoefte aan centralebankliquiditeit Wat betekenen de ontwikkelingen in het betalingsverkeer voor de vraag naar centralebankliquiditeit? Zolang er behoefte is aan centralebankliquiditeit, zal het Eurosysteem de korte geldmarktrente kunnen blijven sturen op de manier zoals het Eurosysteem dat al jaren doet. Zou deze behoefte niet op het spel kunnen komen te staan als gevolg van het veranderde betalingsverkeer? De groei in het gebruik van elektronische betaalmiddelen heeft ervoor gezorgd dat consumenten en bedrijven steeds vaker rechtstreeks van hun bankrekening betalen. Hierdoor is de waarde van de in omloop gebrachte bankbiljetten als percentage van het bruto binnenlands product in veel landen gedaald. Hetzelfde is te verwachten naarmate consumenten vaker elektronisch geld gaan gebruiken in plaats van bankbiljetten en munten en zij steeds meer geld aanhouden op elektronische geldrekeningen in plaats van op reguliere bankrekeningen. In dat geval komt er bij een betaling geen contant geld of reguliere bankrekening meer aan te pas en ontstaat er als het ware een nieuw, elektronisch geldcircuit. Niet alleen de vraag naar contant geld, maar ook de verplichte reserves zullen in dat geval afnemen. Ook de ontwikkelingen in het betalingsverkeer tussen financiële instellingen zouden de behoefte aan overnight centralebankli-

15 15 / focus op betalingsverkeer, 2008 quiditeit kunnen beïnvloeden. Dankzij de versnelling van het betalingsverkeer en de toenemende rol van RTGS systemen is de frequentie van betalingen en ontvangsten sterk gegroeid. Banken hebben hierdoor steeds meer behoefte om heel kort geld te kunnen lenen dat zij binnen één dag, intraday, terugbetalen. Daarnaast kunnen zij als gevolg van nieuwe technologieën steeds beter hun liquiditeitsbehoefte inschatten en vaker liquiditeit hergebruiken, waardoor zij hun totale liquiditeitsbehoefte kunnen beperken. Ook door het toenemende belang van correspondentbanken en andere private partijen in de afwikkeling van het betalingsverkeer zou de vraag naar overnight centralebankgeld kunnen dalen. Steeds meer betalingen worden immers buiten de centrale bank om, in commercieel bankgeld, afgewikkeld. Kortom, door de ontwikkelingen in het betalingsverkeer zouden banken minder behoefte kunnen krijgen aan centralebankliquiditeit in de vorm van bankbiljetten en tegoeden. Ook is een verschuiving te verwachten in de behoefte, van overnight naar intraday liquiditeit. Maar dat is niet alles. Ook de voorspelbaarheid van de vraag zou kunnen afnemen. Door de globalisering wordt de behoefte aan liquiditeit steeds afhankelijker van financiële ontwikkelingen elders op de wereld. Hierdoor kan het steeds moeilijker worden voor de centrale bank om een inschatting te maken van de liquiditeitsvraag en om de gewenste omvang van de repo-transacties te bepalen. Gevolgen voor de uitvoering van monetair beleid; nu en in de toekomst In het eurogebied is het belang van intraday krediet de laatste jaren inderdaad gegroeid. De totale vraag naar centralebankliquiditeit is echter niet gedaald. De vraag naar bankbiljetten is de afgelopen jaren toegenomen, hoewel voor andere dan betalingsdoeleinden zoals voor het aanhouden van spaargeld of als voorbereiding op toekomstige toetreding tot het eurogebied, en vanwege de reserveverplichtingen houden banken nog altijd tegoeden aan bij de centrale bank. Ook zijn er nog geen problemen met de voorspelbaarheid van de vraag. Het Eurosysteem is daardoor nog altijd in staat de korte geldmarktrente te sturen op traditionele wijze, via repo-transacties, een rentecorridor en verplichte reserves. Aanpassingen in of van de huidige instrumenten zijn daarom vooralsnog niet nodig. Maar voor hoe lang nog? De vraag naar centralebankliquiditeit zou op den duur wél aanzienlijk kunnen dalen. Zo zou als gevolg van een verdergaande verschuiving richting correspondentbanken, private afwikkelpartijen en RTGS systemen, de vraag naar tegoeden geheel kunnen verdwijnen. Wat in dat geval overblijft, is de vraag naar intraday krediet, bankbiljetten en munten, en verplichte reserves. Maar ook de vraag naar deze laatste twee zullen minder worden wanneer het gebruik van elektronische betaalmiddelen verder toeneemt en elektronisch geld echt van de grond komt. En wat dan?

16 focus op betalingsverkeer, 2008 / 16 De eenvoudigste oplossing is de vraag naar overnight tegoeden te handhaven, door bijvoorbeeld de bestaande reserveverplichtingen te verhogen en reserveverplichtingen in te stellen voor elektronische geldtegoeden. Op soortgelijke wijze heeft de centrale bank van Peru haar controle over de geldmarktrente kunnen behouden nadat het publiek vanaf de jaren 80 spontaan was overgegaan op de Amerikaanse dollar in plaats van de Peruviaanse Sol. Door reserveverplichtingen in te stellen op zowel Solreserves als Dollarreserves kon de centrale bank haar monetair beleid succesvol blijven uitvoeren via repo-transacties, een rentecorridor en verplichte reserves. Ook zou het Eurosysteem elektronische geldverstrekkers kunnen verplichten de uitstaande elektronische tegoeden met euro s te dekken en zou het banken kunnen verplichten hun betalingen in centralebankgeld af te wikkelen. Lukt dit niet, dan zou het Eurosysteem het liquiditeitsoverschot kunnen accepteren en het beleid hierop kunnen aanpassen, zoals bijvoorbeeld in Polen (zie box Monetair beleid onder een liquiditeitsoverschot). Dit betekent wel dat de centrale bank de concurrentie zal moeten aangaan met de markt en verlieslatende operaties moet kunnen uitvoeren. Met mogelijke gevolgen voor haar onafhankelijkheid van dien. De behoefte aan intraday krediet lijkt tot nu toe alleen nog maar te groeien. Daarom zou het Eurosysteem ook nieuwe, op intraday basis beruste instrumenten kunnen overwegen, zoals verplichte intraday tegoeden en permanente intraday faciliteiten. Uiteraard zal dit diverse gevolgen hebben. De centrale bank zal niet de enige intraday krediet verstrekker zijn. Daarnaast zouden banken als reactie hierop hun betaalgedrag kunnen gaan veranderen. Zo zijn banken in de VS hun betalingen gaan uitstellen tot later op de dag toen de Federal Reserve Bank intraday krediet ging tariferen. Dergelijke strategische reacties kunnen verschillende risico s met zich meebrengen, bijvoorbeeld voor de voortgang van het betalingsverkeer. Toch kan, afhankelijk van de hoogte van de kosten van intraday en overnight liquiditeit, tarifering van intraday krediet banken stimuleren om uit voorzorg toch overnight tegoeden aan te houden bij de centrale bank. Hierdoor zou de vraag naar overnight tegoeden weer tot leven kunnen

17 17 / focus op betalingsverkeer, 2008 Monetair beleid onder een liquiditeitsoverschot komen en het monetaire beleid weer op de traditionele wijze uitgevoerd kunnen worden. Ook wanneer de voorspelbaarheid van de vraag in problemen dreigt te komen, kunnen diverse maatregelen getroffen worden. Zo zou het Eurosysteem de instrumenten kunnen aanpassen door bijvoorbeeld de rentecorridor te versmallen en de frequentie van repo-transacties te verhogen, zoals bijvoorbeeld in Canada is gebeurd. Hoewel banken in Canada vrijwel geen centralebanktegoeden meer aanhouden, heeft de centrale bank de geldmarktrente nog altijd onder controle dankzij een smalle rentecorridor en dagelijkse repo-transacties. Wel zullen deze aanpassingen de marktwerking inperken, waardoor het huidige hands-off principe van de monetaire beleidsuitvoering van het Eurosysteem op het spel kan komen te staan. Het extreme scenario In het meest extreme scenario is de rol van het Eurosysteem als aanbieder van zowel overnight als intraday liquiditeit helemaal overgenomen door de markt. Alle banken zijn in dit scenario aangesloten bij enkele grote correspondentbanken en het publiek is massaal overgegaan op het gebruik van elektronisch geld dat deze banken zelf hebben uitgegeven. In dat geval is de behoefte aan centralebankliquiditeit geheel verdwenen. Zelfs in dit extreme geval zijn er verschillende mogelijkheden voor de centrale bank om de controle over de korte geldmarktrente te behouden. Zij zou, zoals bij een liquiditeitsoverschot, kunnen besluiten de concurrentie aan te gaan met de grote banken. Bijvoorbeeld op basis van haar unieke eigenschap: het ontbreken van liquiditeits- en kredietrisico s. De centrale bank zal immers nooit zonder geld komen te zitten en failliet kunnen gaan. Ook zou zij zelf een liquiditeitstekort kunnen creëren door zelf elektronisch geld uit te geven. Maar ook hier zal het product dusdanig aantrekkelijk gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld door het vergoeden van rente op de uitstaande elektronische geldtegoeden. Hoewel niet ondenkbaar, is dit extreme scenario moeilijk voor te stellen. Centrale banken hebben namelijk een speciale positie. Zo mogen zij als enige het wettige betaalmiddel uitgeven en on- In geval van een liquiditeitsoverschot is het bankwezen niet langer afhankelijk van het aanbod van liquiditeit door de centrale bank. Dit zou de sturing van de marktrente kunnen bemoeilijken. Ook zou de centrale bank in staat moeten zijn verlieslatende operaties uit te voeren. Zij zal namelijk liquiditeit moeten kunnen absorberen door bijvoorbeeld termijn deposito s aan te trekken of schuldbewijzen uit te geven. Dit kan met financiële ondersteuning van de overheid, maar met de mogelijke gevolgen voor haar onafhankelijkheid van dien. Daarnaast zou een liquiditeitsoverschot kunnen resulteren in een structurele daling van de centralebankbalans doordat structureel vaste activa zal moeten worden verkocht. Toch laat het voorbeeld van Polen zien dat een liquiditeitsoverschot niet per definitie tot problemen hoeft te leiden. Polen kampt al enige jaren met een liquiditeitsoverschot. Dit heeft echter niet tot problemen geleid in de monetaire beleidsuitvoering. De korte geldmarktrente wordt nog altijd succesvol gestuurd volgens het corridor principe, waarbij de liquiditeitsoverschotten worden geabsorbeerd door verplichte reserves, de uitgifte van kortlopend schuldpapier en de verkoop van staatsobligaties. Ook heeft zij vanwege de hoge winsten op haar grote valutareserves nog altijd geen problemen met haar financiële positie. derscheiden zij zich door hun neutrale positie op de markt, het ontbreken van krediet- en liquiditeitsrisico s en hun unieke rol als lender-of-last-resort, de geldschieter in nood. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat de behoefte aan centralebankgeld in de afzienbare toekomst geheel zal verdwijnen. Conclusie De uitvoering van het monetaire beleid door het Eurosysteem zal voorlopig nog niet op problemen stuiten als gevolg van de ontwikkelingen in het betalingsverkeer. Toch zou de vraag naar overnight centralebankliquiditeit op langere termijn dusdanig kunnen dalen dat het huidige instrumentarium niet langer effectief is. Maar zelfs dan lijkt het onwaarschijnlijk dat het Eurosysteem de controle over de marktrente verliest. Het Eurosysteem zou zijn controle kunnen behouden of zelfs terug kunnen nemen door aanpassingen van de huidige monetaire instrumenten.

18 focus op betalingsverkeer, 2008 / 18 Niet-bancaire partijen in het retail- betalingsverkeer en de gevolgen voor risicogebaseerd toezicht Steeds meer niet-bancaire partijen, voorzien van vaak technische specialistische kennis, nemen delen van het betalingsverkeerproces van banken over. Tot een aantal jaren geleden speelden niet-bancaire partijen nog maar een relatief kleine rol in het betalingsverkeer. Dit beeld is de laatste jaren snel en drastisch aan het veranderen. Het betalingsverkeerproces kan gezien worden als een lopende band met een aantal schakels dat samen voor een eindproduct zorgt. Tussen het begin- (het betalen aan de kassa met je pinpas) en het eindpunt (bijwerken van je rekening) worden veel verschillende handelingen verricht, zoals het controleren van je persoonsgegevens (is deze pas wel van jou?), het checken van het rekeningsaldo en het feitelijke af- en bijboeken. Dit alles gebeurt in de enkele seconden die een pinbetaling duurt. Waar vroeger de banken alle afzonderlijke stappen voornamelijk zelf deden, individueel en in samenwerking, worden deze nu steeds vaker uitbesteed aan niet-bancaire partijen. Dan moet je vooral denken aan het maken van de soft- en hardware die nodig zijn bij de betalingsafhandeling. Naast het in dienst zijn bij een bank (via uitbesteding), opereren ook veel niet-bancaire partijen op zelfstandige basis. Een belangrijke markt waarin zij actief zijn is die van internetbetalingen. Door de komst van het internet zijn mensen makkelijker in staat een eigen bedrijfje of winkel online op te starten. Probleem hierbij is vaak het aanbieden van betaalmethodes. Door de technologische ontwikkelingen van de laatste jaren zijn er nieuwe vormen van betalen bijgekomen, zoals ideal of prepaid betaalkaarten voor gebruik op internet. Het is voor een online onderneming heel lastig om zelf aan zijn klanten verschillende betaalmethodes aan te bieden. Niet-bancaire partijen zijn hierop ingesprongen door als intermediair te fungeren tussen webwinkel en banken. Maar niet-bancaire partijen komen eigenlijk over de hele linie van het betalingsverkeerproces voor. Ze vervaardigen bijvoorbeeld betaalterminals aan het begin van het betaalproces en verzorgen het printen van rekeningoverzichten aan het einde. Er zijn ook niet-bancaire partijen die zich al veel langer in het betalingsverkeer bevinden; dit zijn bijvoorbeeld de creditcardmaatschappijen en de vervoerders van bankbiljetten. Als aanjager voor het groeiende aantal niet-bancaire partijen in het betalingsverkeer fungeren de ontwikkelingen in de informatietechnologie en de toenemende internationalisering. Zij hebben geleid tot een verheviging van de concurrentie tussen banken wereldwijd. Dit noodzaakt banken tot kostenbesparing, en het afstoten van bepaalde onderdelen kan hieraan bijdragen. Ook biedt de vorming van één Europese betaalruimte (SEPA) meer mogelijkheden voor niet-bancaire partijen om een grote doelgroep te bereiken voor de vaak specialistische werkzaamheden. Risicogebaseerd toezicht De trend van een toenemend aantal niet-bancaire partijen in het betalingsverkeer heeft gevolgen voor het toezicht op banken en het oversight op het betalingsverkeer. DNB is zowel toezichthouder als overseeer. Het prudentiële toezicht van DNB is risicogebaseerd. Dat wil zeggen dat een bepaald aantal risico s voor banken is gedefinieerd en dat DNB onderzoekt hoe banken met deze risico s omgaan in normale omstandigheden. Daarnaast kijkt DNB ook naar het ondernemersbeleid om dezelfde risico s ook in extreme omstandigheden te beheersen. Oversight is een vorm van toezicht gericht op het bevorderen van de veiligheid en de efficiëntie van betalings- en effectenafwikkelsystemen. Daarom richt het oversight zich onder meer op het voorkomen van het risico dat problemen bij een deelnemer aan het systeem doorwerken naar andere onderdelen van de financiële sector (systeemrisico). Het maakt uit of een niet-bancaire partij op zelfstandige basis opereert of in dienst is van een bank. In het laatste geval valt een niet-bancaire partij onder de activiteiten van een bank, dus onder

19 19 / focus op betalingsverkeer, 2008 het toezicht van DNB. Wanneer sprake is van een ingeschakelde onafhankelijke dienstverlener, valt deze indirect onder DNB s toezicht: de uitbesteder is en blijft volledig verantwoordelijk, maar waar nodig kan de toezichthouder zich ook rechtstreeks tot de dienstverlener wenden. Naast de algemene risico s die zich voordoen in het betalingsverkeer, kan de komst van niet-bancaire partijen mogelijke extra risico s met zich meebrengen. Voorbeelden hiervan zijn reputatie- en concentratierisico s voor de banken zelf en de financiële sector als geheel. Wanneer activiteiten in het betalingsverkeer op zelfstandige basis worden uitgevoerd valt een niet-bancaire partij onder het oversight. Als steeds meer niet-bancaire partijen een plek innemen in het betalingsverkeerproces wordt het aantal ondernemingen waarop het oversight betrekking heeft dus steeds groter. DNB hanteert als oversightmodel daarom een scheme-georiënteerd model. Een scheme is de combinatie van rollen en systemen gericht op één betaalproduct. In het voorbeeld van de lopende band kan een scheme-owner gezien worden als de bedrijfsleider die toeziet op en verantwoordelijk is voor het gehele proces. Binnen deze vorm zijn alle stappen (rollen) onderkend die onderdeel vormen van het betaalproces voor een bepaald betaalproduct. Deze vorm van oversight voorziet in een eigen monitoring door de scheme-owner. Deze eigenaar richt zich op de rollen in het scheme en stelt standaarden op waaraan deze moeten voldoen. In Nederland is bijvoorbeeld de organisatie Currence eigenaar van onder andere de producten PIN en Chipknip. Bij een goede invulling van deze scheme-organisatie kan het oversight efficiënter en effectiever plaatsvinden. De Betaaldienstenrichtlijn Niet-bancaire partijen opereren nog vaak op een beperkt deel van de Europese markt. Dit komt mede doordat betaalmarkten in Europa op dit moment nog nationaal georganiseerd en gereguleerd zijn. Toetredings- en toezichtsregels tussen de lidstaten in Europa verschillen van elkaar, waardoor niet-bancaire partijen in sommige landen wel hun diensten mogen aanbieden, maar in andere niet. Dit belemmert hun groei. De Betaaldienstenrichtlijn ( Payment Services Directive ) die het Europees Parlement en de Raad van Ministers in 2007 hebben aangenomen en die per 1 november 2009 in nationale wetgeving zal zijn geïmplementeerd, zal hier verandering in brengen. Deze richtlijn harmoniseert de juridische regels op het gebied van betalingsverkeer in Europa, waarbij rekening is gehouden met niet-bancaire partijen. Eén van de doelstellingen van de richtlijn is namelijk het bevorderen van concurrentie en innovatie in het Europese retailbetalingsverkeer door de toetredingsmogelijkheden voor niet-bancaire partijen in de lidstaten gelijk te trekken. De richtlijn heeft onder meer betrekking op internet betaalkantoren, telecom operators en geldtransactiekantoren. Niet alle typen niet-bancaire partijen vallen overigens onder deze richtlijn. Tenslotte biedt de richtlijn de mogelijkheid om bepaalde kleine betaalinstellingen een ontheffing te verlenen van het toezicht op betaalinstellingen. Tot slot De toename van niet-bancaire partijen in het betalingsverkeer draagt bij aan een grotere mate van efficiëntie in het betalingsverkeer, door bijvoorbeeld deelprocessen op een grotere schaal uit te voeren. Niet-bancaire partijen kunnen echter ook extra risico s met zich meebrengen. Een voorbeeld hiervan is concentratierisico, wanneer verschillende bancaire partijen afhankelijk zijn van dezelfde niet-bancaire partij voor het uitvoeren van een bepaalde activiteit. Er zal een goede balans gevonden moeten worden tussen het minimaliseren van de risico s en het vermijden van onnodige toetredingsbarrières in de vorm van regelgeving. DNB meent met het scheme-georiënteerd model en de nationale implementatie van de Betaaldienstenrichtlijn hierin een afgewogen keuze te hebben gemaakt.

20 focus op betalingsverkeer, 2008 / 20

21 21 / focus op betalingsverkeer, 2008 Veiligheid in het retailbetalingsverkeer Enige tijd geleden stond er bij een grote internationale zoekportal op internet één meerkeuzevraag als enquête waar mensen konden antwoorden wat ze belangrijk vonden aan een nieuwe toepassing in het betalingsverkeer. Men had de keuze uit vier antwoorden: a) dat de prijs laag was, b) dat er overal mee kon worden betaald, c) dat het de efficiëntie voor iedereen zou vergroten, d) dat het veilig was. Na het invullen van het eigen antwoord kon de totale respons op de vraag worden gezien. Daaruit bleek dat de antwoorden a, b en c elk zo n 10 procent van de stemmen hadden gekregen en dat maar liefst 70 procent van de respondenten voor d had gekozen; mensen vonden dat een nieuwe betaaltoepassing veilig moest zijn, anders zouden ze het überhaupt niet gaan gebruiken. Soms kunnen belangrijke zaken heel eenvoudig worden gevat. Dit voorbeeld ging over het gebruik van nieuwe betaaltoepassingen. Die lijn kan rechtstreeks worden doorgetrokken naar bestaande betaaltoepassingen: veiligheid is van groot belang voor het betalingsverkeer in het algemeen en geldt voor iedere betaaltoepassing bestaand én nieuw. Dat spreekt de Nederlandsche Bank aan vanuit haar doelstelling voor een veilig, efficiënt en toegankelijk betalingsverkeer. De laatste jaren is de wereld ingrijpend veranderd en daarmee ook het betalingsverkeer. Zowel in de achterliggende systemen als in de kanalen en betaalproducten die aanbieders gebruiken en aanbieden richting de klant. Daarbij zijn digitale informatiestromen het betalingsverkeer gaan domineren. Of het betalingsverkeer veiliger is geworden of juist niet in deze veranderde wereld is lastig te zeggen. Criminelen gaan met de tijd mee en maken misbruik van elke nieuwe kans om geld of waarde te bemachtigen. Alles wat geld of waarde representeert, trekt criminelen aan. Informatie is letterlijk vaak goud waard en dient daarom ook als zodanig te worden beschermd. Tegenwoordig zijn cybercriminaliteit en andere moderne fraudes in opkomst. Aanbieders dienen ervoor te zorgen dat ze het geboefte voortdurend enkele stappen voor blijven. Veiligheid dichtbij In het betalingsverkeer kan veiligheid voor een consument heel dichtbij en tastbaar zijn. Neem bijvoorbeeld een bankbiljet. Dit is uitgerust met een aantal kenmerken waaraan het te herkennen is als echt. Door een biljet te bekijken, te kantelen en te voelen, kan een consument vaststellen of een biljet echt is. Daarnaast bevat het nog kenmerken die kunnen worden gecontroleerd met behulp van apparatuur. Veel winkeliers gebruiken dergelijke detectieapparaten. Al deze kenmerken hebben tot doel de veiligheid van bankbiljetten te vergroten. Georganiseerde criminaliteit binnen Europa is voortdurend bezig om bankbiljetten na te maken. Soms minder geslaagd, soms wat beter. Het is zaak voor de hele keten

22 focus op betalingsverkeer, 2008 / 22 van opsporing tot vervolging om hier bovenop te zitten. De Nederlandsche Bank heeft een centrale positie in het hele proces als uitgever van bankbiljetten. Ook in de communicatie over valse bankbiljetten neemt ze een belangrijke rol voor haar rekening. Ook iets potentieel waardevols dat de gemiddelde consument in Nederland vaak bij de hand heeft om mee te betalen, is de pinpas. De laatste jaren proberen criminelen steeds vaker magneetstrips van pinpassen te kopiëren dit wordt skimming genoemd. Aanvankelijk gebeurde dit alleen bij geldautomaten. Meer recent richten criminelen zich ook op betaalautomaten in winkels en verkoopautomaten. Consumenten die slachtoffer worden van skimming zien dat meestal pas enige tijd later, doordat er afboekingen op hun rekeningafschriften staan die ze niet hebben gedaan. Banken vergoeden de schade als gevolg van skimming aan hun klanten. De diverse betrokken partijen nemen maatregelen tegen skimming. Eén van de belangrijkste maatregelen die wordt genomen, is de gehele verhoging van het niveau van beveiliging. Dit gebeurt feitelijk door de opvolger van de magneetstrip: de EMVchip - vernoemd naar de initiatiefnemers Europay, MasterCard en Visa. Deze chip wordt sinds een aantal jaren internationaal uitgerold ter vervanging van de magneetstrip op betaalpassen. Winkeliers dienen hiervoor wel nieuwe betaalautomaten te kopen die EMV-passen kunnen accepteren. De EMV-chip maakt het kopiëren van gegevens aanzienlijk moeilijker. Nederland loopt achter op andere Europese landen met de invoering van de relatief veilige EMV technologie. Dit komt mede door de remmende voorsprong die we hebben met het betaalproduct PIN op de magneetstrip, dat in ons land een breed geaccepteerd betaalsysteem is geworden. Dit leidt tijdelijk tot een hoger skimming risico in Nederland en kan een prikkel zijn voor partijen om snel voortgang te maken met de invoering van EMV. Veiligheid op afstand - internetbankieren Internetbankieren is een voorbeeld van een betaaltoepassing op afstand waarbij veiligheid van cruciaal belang is. In een periode van enkele jaren is een groot deel van de bevolking gebruik gaan maken van het internetbankieren om de bankzaken te regelen. Dit komt mede door de groei in het gebruik van breedbandin- Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, De digitale economie 2007

23 23 / focus op betalingsverkeer, 2008 ternet in Nederland. Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 88 procent van de mensen in Nederland internettoegang, waarvan de meesten (79 procent) breedbandinternet. Volgens hetzelfde onderzoek maakt 72 procent van de internetgebruikers in Nederland gebruik van internetbankieren, oftewel 64 procent van de bevolking tussen 12 en 74 jaar. Nederland behoort met deze cijfers samen met enkele Scandinavische landen tot de kopgroep van Europa. Banken in Nederland beveiligen het internetbankieren op basis van een risicoanalyse. Vanaf het moment van introductie heeft de Nederlandsche Bank als toezichthouder daarin een rol gespeeld. Enerzijds zag DNB in het internetbankieren een goede manier om de maatschappelijke efficiëntie te verbeteren. Anderzijds heeft ze in haar rol als toezichthouder bij de instellingen de risicobeheersing beoordeeld. Om toegang te kunnen hebben tot het internetbankieren en transacties te kunnen doen, moeten mensen gebruik maken van een kenmerk van kennis en een kenmerk van bezit. De meeste grote banken gebruiken als kenniskenmerk de pincode en als bezitskenmerk de pinpas met paslezer. De Postbank hanteert als kenniskenmerk de gebruikersnaam en een wachtwoord en als bezitskenmerk TAN-codes, die onder meer via SMS-berichten naar de mobiele telefoon worden gestuurd. Maar de door de Nederlandse banken uitgevoerde risicoanalyses en de vele beveiligingsmaatregelen vrijwaren hen niet van aanvallen door criminelen. Wellicht komt dit omdat Nederland aantrekkelijk is vanwege de snelle overboeking van gelden (als de aanval is gelukt, heeft de aanvaller snel het geld). Enkele van deze aanvallen hebben tot nu toe tot beperkte schades geleid van enkele tienduizenden euro s per aanval. Banken vergoeden deze schade aan hun klanten. Internationaal gezien is het beveiligingsniveau van het internetbankieren in Nederland hoog. Dit is echter geen garantie dat aanvallen niet plaatsvinden. In 2007 was een geavanceerde aanval nog erg nieuw voor banken; in 2008 is het al business as usual hoe er door banken mee wordt omgegaan. Het is voor banken van belang om de omgeving en de dreigingen te kennen en daarop in te spelen, door het beveiligingsniveau verder te verhogen als dat noodzakelijk is. In de huidige toepassing hangt de veiligheid van het gebruik van internetbankieren echter ook af van de beveiliging van de PC door de klant zelf. Klanten dienen dan ook voldoende alert en beveiligingsbewust te zijn en te blijven, zodat zij hun PC zo goed mogelijk beschermen tegen aanvallen. Betalingsverkeer = informatie Het retailbetalingsverkeer is in hoge mate geautomatiseerd. Waar vroeger het betalingsverkeer hoofdzakelijk op bankkantoren tijdens openingsuren plaatsvond, en informatiesystemen veelal papieren procedures waren, nemen tegenwoordig computersystemen een prominente plaats in. Zowel aan de achterkant in de systemen van banken, als aan de voorkant via elektronische systemen bij winkels en op computers thuis. Het belang van informatie in het betalingsverkeer én beheersing van de informatiestromen is daarmee zeer groot geworden voor alle betrokken partijen in het betalingsverkeer. Continuïteit en informatiebeveiliging zijn belangrijke zaken voor financiële instellingen om te beheersen. Bij de beheersing van de continuïteit gaat het

24 focus op betalingsverkeer, 2008 / 24 Beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid Bij een risicoanalyse worden onder andere de karakteristieken beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid bepaald. Beschikbaarheid bevat de garanties voor het afgesproken niveau van dienstverlening. Integriteit gaat om de juistheid, volledigheid, tijdigheid en geautoriseerdheid van transacties. Vertrouwelijkheid gaat over de exclusiviteit van informatie en privacybescherming van klanten. Het waarborgt dat alleen geautoriseerde personen toegang krijgen en dat informatie niet kan uitlekken. om het identificeren van potentiële bedreigingen ten aanzien van de beschikbaarheid voor de organisatie en om het bepalen van de mogelijke consequenties wanneer deze bedreigingen zich manifesteren. Continuïteit biedt een kader om tegen deze bedreigingen weerstand te bieden, onder andere door in staat te zijn effectief te kunnen reageren. Informatiebeveiliging is het geheel van maatregelen, procedures en processen die de integriteit en vertrouwelijkheid van alle vormen van informatie binnen een organisatie of een maatschappij garanderen. Doel ervan is om de informatievoorziening te waarborgen en de eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten tot een acceptabel, vooraf bepaald niveau, te beperken. Het beleid ten aanzien van informatiebeveiliging wordt vooraf bepaald en is een belangrijk sturingsmiddel en een belangrijke waarborg voor de feitelijke beveiliging op de werkvloer. DNB zal vanuit haar toezichthoudende taak met name toezien op een integere en beheerste bedrijfsvoering. In dit kader verwacht zij van de instellingen die onder toezicht staan, dat relevante risico s zijn geïdentificeerd en dat de instelling de nodige maatregelen neemt om deze risico s te beheersen. Door het nemen van maatregelen op organisatorisch, procedureel en technisch vlak, wordt het gewenste niveau van beveiliging bepaald. Deze maatregelen zijn gebaseerd op een risicoanalyse of een wettelijke verplichting. Risico s die overblijven in vaktermen restrisico s genoemd zullen door de organisatie gebaseerd zijn op een afweging van gebruiksgemak, veiligheid en kosten. De omgeving ontwikkelt zich voortdurend verder. Zo ook de dreigingen vanuit die omgeving. Daarom is het zaak voor organisaties om regelmatig risicoanalyses opnieuw uit te voeren. Zoals eerder gesteld, leven we tegenwoordig in een informatietijdperk, waarin veranderingen snel plaatsvinden. Dit betekent in de praktijk dat voor bepaalde kritische zaken een jaar te lang is en dat een risicoanalyse bijvoorbeeld elk kwartaal dient te worden gedaan, of na incidenten. Want indien er zich te veel incidenten zouden voordoen, bestaat het risico dat het vertrouwen in het betalingsverkeer een deuk oploopt. En het herwinnen van dit vertrouwen zal voor alle betrokken partijen veel moeite kosten. Tot slot Vertrouwen komt te voet en gaat te paard is een uitspraak die ook in de digitale wereld opgaat. DNB ziet er vanuit het algemene belang op toe dat aanbieders hun organisaties, processen, kanalen en producten voldoende beheersen en daardoor bestand zijn tegen dreigingen. DNB onderhoudt hiervoor nauwe contacten met marktpartijen. Voor DNB is het zaak om de aanbieders in beweging te houden: stilstand is achteruitgang in deze veranderende wereld en dat geldt zeker voor veiligheid in het betalingsverkeer. Stevig de pas erin is goed voor de fitheid van het hele systeem.

25 25 / focus op betalingsverkeer, 2008 Integratie en consolidatie Nationale kampioenen maken zich op voor de slag om Europa! Betalen kost geld. Veel geld. Voor heel Europa bedragen de kosten vermoedelijk meer dan honderd miljard euro per jaar. Vooral betalingen naar bedrijven of personen in andere landen of grensoverschrijdende effectentransacties kunnen aardig in de papieren lopen. Dergelijke betalingen vergen namelijk nog vaak handmatige handelingen doordat zij langs meerdere partijen in verschillende landen moeten met ieder hun eigen betaalsysteem. Zij zijn hierdoor foutgevoeliger en nemen bovendien veel meer tijd in beslag dan een binnenlandse betaal- of effectentransactie. Deze zaken waren de publieke autoriteiten in Europa al jarenlang een doorn in het oog. Zij belemmeren namelijk de grensoverschrijdende handel in Europa en druisen lijnrecht in tegen het politieke ideaal van een interne Europese markt en een Europese Monetaire Unie. Om de Europese markt ook echt als één markt te laten functioneren is een uniform betaal- en effectensysteem voor heel de Europese markt onontbeerlijk, met betaalmiddelen waarmee je overal terecht kunt, net zoals nu met het eurobiljet al het geval is. De bestaande nationale betaal- en effectenmarkten dienen omgevormd te worden tot één Europese betaal- en effectenmarkt, zodat er geen verschillen meer zijn tussen binnenlandse betalingen of effectentransacties en grensoverschrijdende. Niet qua tarieven en ook niet qua doorlooptijden. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn verscheidene juridische, technische en commerciële barrières die de nationale betaal- en effectenmarkten in Europa van elkaar scheiden. Het wegnemen ervan en het omvormen van de afzonderlijke markten tot één Europese betaal- en effectenmarkt kan verstrekkende gevolgen hebben voor marktpartijen. Aanbieders kunnen hierdoor makkelijker hun diensten in heel Europa gaan aanbieden en de concurrentie met partijen in andere landen aangaan. Door zelf in die landen actief nieuwe klanten te gaan werven, door fusies aan te gaan met al aanwezige spelers of door hen over te nemen. Met dit laatste is de afgelopen periode als gevolg van de kredietcrisis al een begin gemaakt. De hiermee gepaard gaande consolidatieslag leidt tot schaalvergroting, wat zeer grote besparingen kan opleveren. Jaarlijks mogelijk wel tientallen miljarden euro s, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. Consumenten en bedrijven in Europa hebben hier baat bij, omdat zij op termijn minder hoeven te betalen voor hun beleggingen en betalingen. Maar er is ook een nadeel. Door de integratie gaat het systeemrisico in het betaal- en effectensysteem omhoog. Daarnaast heeft het gevolgen voor de concurrentieverhoudingen in Europa (zie de box Consolidatie en systeemrisico ). Hierbij rijzen vragen als Hoe ziet de ideale Europese betaal- en effectenmarkt er eigenlijk uit?, Wat kunnen publieke autoriteiten doen om bij te dragen aan de vorming ervan? en Wat zijn de gevolgen als de uiteindelijke Europese betaal- en effectenmarkt afwijkt van het ideale eindplaatje? De ideale Europese betaal- en effectenmarkt Belangrijke aandachtspunten voor centrale bankiers bij het vormen van een beeld hoe een nieuwe Europese betaal- en effectenmarkt er in hoofdlijnen idealiter uit kan zien, zijn efficiëntie en veiligheid. Laten we beginnen met de aanbieders van betaal- en beleggingsdiensten, de banken. Europese banken verschillen

26 focus op betalingsverkeer, 2008 / 26 Consolidatie en systeemrisico Naast efficiëntievoordelen, kunnen integratie en consolidatie het systeemrisico dat voortvloeit uit het betalingsverkeer doen toenemen. Door consolidatie neemt de gemiddelde omvang van financiële instellingen immers toe en daarmee ook de impact van eventuele problemen op het hele systeem. Door integratie raken financiële instellingen steeds meer met elkaar vervlochten, waardoor eventuele calamiteiten bij de ene instelling sneller kunnen overslaan op anderen. Afwikkeling van betalingen en effectentransacties via de boeken van de centrale bank neemt daardoor in belang toe. Toezichthouders zouden daarom het veiligheidsaspect van de afwikkeling van transacties in centralebankgeld meer onder de aandacht kunnen brengen bij financiële instellingen. sterk in hoe efficiënt zij deze diensten verlenen. Vanuit efficiëntie oogpunt is het daarom wenselijk dat het marktaandeel van efficiënte banken aanzienlijk gaat toenemen door nieuwe klanten buiten hun oorspronkelijke thuismarkt binnen te halen en dat zij hierdoor uitgroeien van nationale kampioen tot Europese topspeler. Minder presterende banken kunnen door hen overgenomen worden. Hier kunnen zelfs nationale kampioenen tussen zitten, zoals we zelf verleden jaar met ABN Amro hebben ondervonden. Het aantal banken neemt in het ideale plaatje fors af, maar zij worden wel veel groter. Er blijft hierbij overigens veel ruimte over voor kleine banken die zich richten op bepaalde niches of specifieke klantsegmenten. Hoewel het aantal banken afneemt, vallen de gevolgen voor de concurrentie mee. Er zijn nu immers ongeveer zesduizend banken in Europa en hier blijven wel vele honderden zoniet enkele duizenden van over. Dan de betaalkaartenmarkt. Het optimale aantal systemen voor debit- of creditcardbetalingen zal naar verwachting rond de twee à drie liggen. Hoe minder systemen, des te groter de schaalvoordelen bij de verwerking van kaartbetalingen. Bovendien kan het kleine aantal kaartsystemen er toe leiden dat consumenten, ook in het buitenland, meer met hun betaalpas gaan betalen. Het zal dan namelijk vaker het geval zijn dat een winkelier hun merk betaalpas accepteert, wat bij een wildgroei aan kaartsystemen minder vaak het geval zal zijn. Eén systeem lijkt op voorhand beter dan meerdere systemen, maar is dat mogelijk niet. Een monopolist voelt namelijk weinig druk om te innoveren, efficiënt te functioneren en lage tarieven te vragen. Daarnaast kunnen meerdere systemen de veiligheid verhogen: als één systeem serieuze veiligheidsproblemen heeft dan kan men altijd nog overstappen op een andere. Naast efficiëntie en veiligheid speelt ook een politieke factor een rol bij het optimale aantal kaartsystemen. De twee van origine Amerikaanse kaartmaatschappijen Visa en MasterCard hebben nu een dominante positie in de Europese betaalkaartenmarkt en zullen deze naar verwachting behouden. Het Eurosysteem, bestaande uit de ECB en de centrale banken in het eurogebied, en de Europese Commissie willen echter dat er in Europa ook één of meerdere Europese kaartsystemen komen. Die kunnen voortvloeien uit bestaande nationale kaartsystemen, maar kunnen ook nieuwe systemen zijn. Vervolgens de betaalverwerkingsfabrieken. Voor het realiseren van schaalvoordelen in de verwerking van transacties is schaalvergroting nodig. Vanuit het oogpunt van efficiëntie is wederom één verwerker optimaal, want dan zijn de schaalvoordelen het grootst. Hierdoor wordt echter ook de concurrentie in dit deel van de markt uitgeschakeld en wordt het risico van ernstige continuïteitsproblemen in het betalingsverkeer vergroot, mocht deze partij ooit in de problemen raken. Drie à vier betaalverwerkers is daarom beter. Met dit aantal zijn flinke schaalvoordelen mogelijk, is er voldoende concurrentie en blijven continuïteitsrisico s laag. Om dezelfde redenen ligt in de effectenmarkt het optimale aantal handelsplatformen voor effectenhandel, centrale bewaarbedrijven, centrale tegenpartijen en clearingorganisaties ook rond de drie à vier. In de ideale Europese betaal- en effectenmarkt is ook plaats voor nieuwe, niet-bancaire spelers die zich richten op het verlenen van heel specifieke diensten in het betaal- en effectenafwikkelproces. Zij kunnen die diensten door specialisatie efficiënter uitvoeren dan bestaande partijen. Dit wordt nog eens versterkt door de schaalvoordelen die op gaan treden als zij hun diensten aan meerdere bedrijven in Europa kunnen aanbieden. Het is overigens allerminst zeker of het zojuist geschetste beeld ooit werkelijkheid zal worden. Er zijn immers veel partijen betrokken bij de overgang naar één Europees betaal- en effectensysteem, zoals de aanbieders van diensten, nationale en Europese publieke autoriteiten, consu-

27 27 / focus op betalingsverkeer, 2008 menten en zakelijke afnemers. Zij kunnen verschillende belangen hebben en machtsverhoudingen kunnen uiteindelijk uit gaan maken wie het meest zijn zin gaat krijgen. Maar uiteindelijk zullen zij allemaal in meer of mindere mate invloed hebben op hoe de Europese betaal- en effectenmarkt er uit gaat zien. Marktwerking en zelfregulering Hoe kan die ideale markt nu bereikt worden? De publieke autoriteiten laten het vormgeven van de Europese retailbetaal- en effectenmarkt wat betreft het ontwikkelen van diensten en een Europese infrastructuur zoveel mogelijk over aan marktpartijen zelf. Ook moeten zij zelf ervoor zorgen dat concurrentie op Europese schaal mogelijk wordt. Kortom, de markt bepaalt! Concurrentie zal zich gaan afspelen op verschillende niveaus in de betaal- en effectenketen. Zo zullen banken, beleggingsinstellingen en handelsplatformen concurreren om de gunst van consumenten en bedrijven. Marktpartijen die elders in de keten actief zijn zullen juist gaan concurreren om hun diensten te verkopen aan banken, beleggingsinstellingen en handelsplatformen. De afnemers van eind- en tussendiensten bepalen hierdoor uiteindelijk wie er in de keten als winnaars uit de strijd gaan komen in de slag om de Europese betaal- en effectenmarkt. Door de toenemende concurrentie kunnen de tarieven gemiddeld fors dalen en kan de dienstverlening in het eurogebied als geheel naar een hoger niveau worden getild. Partijen die hierbij niet goed inspelen op de wensen van hun klanten kunnen hierbij de boot missen en hun klantenbestand zien slinken, waarna ze te klein kunnen worden om zelfstandig door te gaan. Dit geldt voor alle partijen in de Europese betaal- en effectenmarkt die onvoldoende in staat blijken om hun kosten te reduceren. Dat publieke autoriteiten de markt zelf zoveel mogelijk ruimte geven om te komen tot één Europese betaal- en effectenmarkt betekent natuurlijk niet dat zij met hun armen over elkaar dit hele proces gadeslaan en afwachten waar de markt mee komt. Integendeel zelfs. Europese Commissie stimuleert zelfregulering en werkt aan opruimen juridische barrières... Het aaneensmeden van de nationale betaal- en effectenmarkten naar een Europese markt verloopt traag. Marktpartijen staan nog niet allemaal te popelen om fors te investeren in nieuwe Europese systemen, waarvoor zij meer concurrentie vanuit het buitenland in ruil kunnen krijgen. Bovendien verdienen sommige marktpartijen goed aan de inefficiënties die de huidige fragmentatie van de Europese betaal- en effectenmarkt met zich

28 focus op betalingsverkeer, 2008 / 28 Concurrentie zal zich gaan afspelen op verschillende niveaus in de betaal- en effectenketen. meebrengt. Naast weinig intrinsieke prikkels bij marktpartijen zijn er ook allerlei juridische hindernissen die bijdragen aan het voortduren van de fragmentatie. De Europese Commissie heeft daarom enerzijds marktpartijen zelf onder druk gezet om maatregelen te nemen om een Europese betaal- en effectenmarkt op te zetten en is anderzijds zelf aan de slag gegaan met het wegnemen van de juridische hobbels die grensoverschijdende concurrentie in de weg staan. Bolkestein verordening luidt SEPA in Het Europees Parlement en de Raad van Ministers namen eind 2001 de zogenoemde Bolkestein verordening aan. Deze verordening stelt dat grensoverschrijdende geldopnames bij geldautomaten, betalingen met de betaalpas en overschrijvingen in euro s in de Europese Unie (EU) tegen hetzelfde tarief afgehandeld moesten gaan worden als in het binnenland. Europese banken konden hierdoor de extra kosten van internationale betalingen niet meer in rekening brengen bij hun klanten. Hoewel het bankwezen heel afwijzend reageerde op de verordening (marktverstoring door prijsbeïnvloeding!), bleek deze wel heel effectief. In nog geen vier maanden tijd spraken grote spelers in het Europese bankwezen af om uiterlijk in 2010 een Europese betaalruimte (Single Euro Payments Area, kortweg SEPA) voor consumenten en bedrijven te realiseren. Doel van SEPA is dat Europese burgers en bedrijven met één betaalrekening en met één set van drie betaalmiddelen (overschrijving, incasso en betaalkaarten) hun betalingen in euro in de hele EU net zo snel, veilig, makkelijk en tegen dezelfde prijs kunnen verrichten als in hun eigen land. Op 28 januari 2008 is SEPA officieel van start gegaan met de eerste SEPA overschrijving. Op termijn zal die de nationale overschrijvingen gaan vervangen. Ook de bestaande nationale incasso s en debitcardsystemen zullen, wanneer de SEPA betaalmiddelen voldoende ingeburgerd zijn, veelal niet meer aangeboden worden. De precieze uitfaseerdata kunnen per euroland verschillen. Naast het ontwikkelen van Europese betaalmiddelen zetten Europese banken ook een Europese betaalinfrastructuur op die de nationale infrastructuren gaat vervangen. SEPA is heel belangrijk voor het wegnemen van de barrières die concurrentie op Europese schaal lange tijd in de weg stonden. Dit geldt niet alleen voor de bancaire dienstverlening, maar ook voor andere onderdelen in de betaalketen, zoals de verwerking van transacties. Door SEPA kunnen burgers en bedrijven zich minder gebonden gaan voelen aan banken in eigen land. Zij kunnen immers in principe even makkelijk een rekening openen bij een bank om de hoek als bij een bank over de grens. Recente ervaringen met buitenlandse banken kunnen er echter toe leiden dat zij de komende jaren slechts mondjesmaat gebruik gaan maken van diensten van buitenlandse banken. Daarnaast zullen SEPA overschrijvingen, incasso s en debitcardbetalingen in het hele eurogebied verwerkt kunnen worden. Er is immers geen verschil meer tussen bijvoorbeeld

29 29 / focus op betalingsverkeer, 2008 een Nederlandse SEPA overschrijving en een Italiaanse. Dit effent de weg voor meer concurrentie tussen Europese verwerkers. Banken zijn niet meer gebonden aan de verwerkers in eigen land, maar kunnen overstappen op andere, goedkopere verwerkers. Dit leidt tot schaalvergroting, waardoor fors op de kosten bespaard kan worden. Schaalvergroting kan tevens tot uiting komen in fusies. Het samengaan van het Nederlandse Interpay en het Duitse TAI tot Equens en de fusie van de Engelse verwerkers VOCA en Link tot Vocalink zijn hier voorbeelden van. Betaaldienstenrichtlijn Voor het goed functioneren van de Europese betaalruimte is het niet alleen nodig om in de technische sfeer tot harmonisatie te komen, maar is het ook van belang dat dit op juridisch terrein gebeurt. Er zijn nu allerlei juridische verschillen tussen lidstaten op het vlak van consumentenbescherming, toetredings- en toezichtseisen. De betaaldienstenrichtlijn die het Europees Parlement en de Raad van Ministers in 2007 hebben aangenomen, pakt deze verschillen aan. Uiterlijk 1 november 2009 moeten de nationale consumentenbeschermingsregels tussen lidstaten in Europa gelijk zijn getrokken, evenals de toetredings- en toezichtseisen voor niet-bancaire partijen die betaaldiensten willen gaan aanbieden (zie ook het artikel Niet-bancaire partijen in het betalingsverkeer en de gevolgen voor risicogebaseerd toezicht ). Dit laatste is gunstig voor bedrijven die hiermee willen beginnen, omdat zij dit gelijk in heel Europa kunnen gaan doen. Hun kans op succes neemt hierdoor toe, omdat zij op grotere schaal kunnen opereren. Net als partijen in de betaalmarkt hebben partijen in de effectenmarkt de afgelopen jaren wat duwtjes in de rug gekregen vanuit Brussel om zelf maatregelen te nemen om de nationaal georiënteerde effectenmarkten om te vormen tot een Europese effectenmarkt en om de marktwerking te verbeteren. Code of Conduct harmoniseert effectenmarkt Aangespoord door de Europese Commissie heeft de effectensector eind 2006 een gedragscode ondertekend, de zogenoemde Code of Conduct, waarin zij aangeeft zelf een aantal zaken te gaan regelen om de Europese effectenmarkt te harmoniseren. Het gaat hierbij om het vergroten van de prijstransparantie en het bevorderen van eerlijke toegang tot handelsplatformen, clearingorganisaties en centrale bewaarbedrijven. Hierdoor kunnen handels-, clearing en settlementdiensten apart aangeboden en geprijsd worden. De vragende partijen kunnen hierdoor zelf gaan bepalen bij welke partij ze welke diensten inkopen en hoeven niet meer alle diensten bij één partij in te kopen. MiFID verbetert marktwerking kapitaalmarkt Om de marktwerking op de Europese kapitaalmarkt te bevorderen is in november 2007 de Markets in Financial Instruments Directive (MiFID) in de Europese Unie in werking getreden. Deze richtlijn doorbreekt de monopoliepositie van nationale beurzen. Handelaren kunnen voortaan kiezen tussen drie typen handelsinstellingen. Naast de traditionele beurzen kunnen zij nu ook terecht bij alternatieve zogeheten multilaterale handelsplatformen. Het Britse platform Chi-X en het door negen grote banken opgerichte handelsplatform Turquoise zijn hier voorbeelden van, en dit jaar komen daar het Amerikaanse BatsTrading en Nasdaq OMX PAM nog bij. Banken mogen nu overigens ook effectenorders binnen hun eigen organisatie afhandelen, ofwel internaliseren. Door de MiFID kan één en hetzelfde aandeel voortaan op meerdere plaatsen verhandeld worden, waardoor banken en handelshuizen voortaan kunnen kiezen waar ze hun effectentransacties afsluiten. Voorwaarde is wel dat de klant de beste prijs krijgt. De toenemende concurrentie tussen deze verschillende handelsplaatsen zal uiteindelijk lagere tarieven tot gevolg hebben voor beleggers. De MiFID leidt echter ook tot meer fragmentatie van liquiditeit in de Europese kapitaalmarkt, omdat het totale aantal handelsplatformen ondanks fusies van traditionele handelsbeurzen kan toenemen. terwijl het Eurosysteem bijdraagt aan de veiligheid en technische standaardisatie Terwijl de Europese Commissie zich buigt over juridische zaken die spelen bij de realisatie van een Europese betaal- en effectenmarkt houdt het Eurosysteem zich meer bezig met de operati-

30 focus op betalingsverkeer, 2008 / 30 onele kant en de veiligheidsaspecten ervan. Centrale banken vervullen van oudsher een operationele rol in het betalingsverkeer. Denk bijvoorbeeld aan de uitgifte van bankbiljetten en het controleren op schoonheid en echtheid van de bankbiljettencirculatie. Minder bekend bij het grote publiek, maar zeker zo belangrijk, zijn de activiteiten die zij vervullen in het betalingsverkeer tussen financiële instellingen, het zogenoemde hoogwaardige betalingsverkeer. Zij zorgen ervoor dat betalingen tussen deze instellingen snel en veilig in centralebankgeld worden afgewikkeld. Centrale banken in het Eurosysteem zijn bezig om hun eigen systemen zoveel mogelijk samen te voegen tot één systeem. Dit is nodig voor de integratie van het hele Europese betaal- en effectenverkeer. Hoogwaardig betalingsverkeer Met de komst van het nieuwe Europese hoogwaardige betaalsysteem Target2 worden steeds meer binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen in euro op dezelfde wijze verwerkt vanaf één systeem. Hierbij vervullen de centrale banken van Duitsland, Frankrijk en Italië een operationele rol. De efficiëntie van het hoogwaardige betalingsverkeer neemt hierdoor toe. Vóór Target2 werden hoogwaardige betalingen namelijk verwerkt op verspreide nationale systemen, waardoor grensoverschrijdende transacties door verschillende systemen heen moesten. Dit maakte de verwerking ervan kostbaar. Target2 biedt marktpartijen allerlei efficiëntievoordelen. Zo hoeven zij nog maar één softwaresysteem te ondersteunen en niet meer één voor elke centrale bank bij wie zij een rekening aanhouden. Verder kunnen zij ervoor kiezen om hun betalingsverkeer te concentreren en via één centrale bank te laten lopen in plaats van via verschillende centrale banken, zoals veel multinationaal opererende banken deden. Dit pakt voor hen veelal goedkoper uit. Daarnaast kunnen zij de saldi die zij op rekeningen bij verschillende centrale banken hebben, samenvoegen alsof het één rekening is. Hiermee besparen zij op liquiditeitskosten. Target2 heeft ook de harmonisatie op aanpalende terreinen in een stroomversnelling gebracht, zoals de grensoverschrijdende afwikkeling van effectentransacties en het grensoverschrijdend onderpandbeheer. Grensoverschrijdende effectenafwikkeling Target2-Securities (T2S) is een initiatief van het Eurosysteem op het vlak van grensoverschrijdende effectenafwikkeling. Het behelst de creatie van één gezamenlijk IT platform waarop effecten in centralebankgeld tegen lage kosten grensoverschrijdend worden afgewikkeld. Hierbij besteden centrale bewaarbedrijven gedurende de dag hun administratie van afwikkelactiviteiten uit aan het T2S-platform. T2S verhoogt de veiligheid van grensoverschrijdende effectenhandel vanwege de afwikkeling in centralebankgeld. Dit is nu alleen nationaal mogelijk. T2S zwengelt ook de standaardisatie in de afwikkeling van effectentransacties aan en fungeert als aanjager voor verdere harmonisatie op Europees niveau. Bijvoorbeeld bij de standaardisatie van operationele procedures en het gelijktrekken van nationale regelgeving. Het succes van T2S zal afhangen van het aantal marktpartijen dat transacties via T2S wil afwikkelen en, wat nog belangrijker is, van het aantal centrale bewaarbedrijven dat afwikkelactiviteiten gaat uitbesteden aan het Eurosysteem. Centrale bewaarbedrijven hebben hierbij gemengde gevoelens. Aansluiting bij T2S zou voor hen betekenen dat zij een deel van hun business kwijtraken. Anderzijds staan banken, die eigenaren zijn van centrale bewaarbedrijven, positief kritisch tegenover T2S. Als voldoende bewaarbedrijven zich bij T2S aansluiten dan zal T2S levensvatbaar kunnen zijn. Schaalvoordelen zullen namelijk alleen optreden wanneer er voldoende transacties over het platform lopen. Alleen dan kan het Eurosysteem de afwikkeldiensten tegen aantrekkelijke tarieven in de markt zetten. Want naast meer veiligheid dat T2S biedt, vinden financiële instellingen een gunstig prijskaartje ook erg belangrijk. Met T2S gaat het Eurosysteem de concurrentie aan met de effectenmarkt. T2S zou initiatieven van commerciële partijen van de markt kunnen gaan drukken. Deelname aan T2S is trouwens niet verplicht, dus het Eurosysteem zal met een goed aanbod moeten komen om voldoende vraag te genereren. Het krijgt hiermee in feite zelf ook te maken met de tucht van de markt. Grensoverschrijdend onderpandbeheer Ook in het onderpandbeheer zijn forse besparingen mogelijk. DNB en de Nationale Bank van België (NBB) vervullen een voortrekkersrol in het initiatief van het Eurosysteem om te komen tot één centraal onderpandbeheersysteem voor het eurogebied,

31 31 / focus op betalingsverkeer, 2008 genaamd CCBM2 (zie ook het artikel Onderpandgebruik voor centralebankkrediet: sneller, veiliger en efficiënter ). De vooruitzichten hiervan zijn goed, omdat de markt hier zelf nadrukkelijk om heeft gevraagd. Het succes van CCBM2 hangt tevens af van het aantal centrale banken dat wil aansluiten. In CCBM2 zal binnenlands en grensoverschrijdend gebruik van onderpand ten behoeve van betalingsverkeer en monetaire beleidstransacties centraal geregeld worden op één IT-platform. Dit kan net als bij Target2 aanzienlijke efficiëntievoordelen opleveren ten opzichte van de huidige situatie, waarbij nationale onderpandsystemen wel aan elkaar gekoppeld zijn maar ieder op een iets andere manier werken. Met CCBM2 wordt de verwerking van onderpandgebruik in het hele eurogebied gelijkgetrokken. Er zal geen onderscheid meer zijn tussen binnenlands en grensoverschrijdend onderpandgebruik. Dit kan banken forse besparingen opleveren. Specialisatie centrale banken Net als bij commerciële partijen die actief zijn in de betaal- en effectenmarkt is er ook bij de centrale banken in het Eurosysteem een trend zichtbaar van specialisatie en uitbesteding van diensten. Een drietal centrale banken vervult een grote rol bij Target2, anderen weer bij T2S en DNB en de NBB trekken de kar bij CCBM2. Specialisatie zal zich hierbij net als in de markt uitbetalen in efficiëntiewinsten. De veiligheid blijft echter altijd de hoogste prioriteit houden. van diensten geregeld met elkaar om de tafel moeten zitten om afspraken te maken (zie box Concurrentie en samenwerking). Mededingingsautoriteiten zitten hen hierbij echter dicht op de huid. Het wankele evenwicht tussen de baten van samenwerking en die van meer concurrentie komt hier duidelijk naar voren. De vraag is of mededingingsautoriteiten zich niet te strikt opstellen. De kritiek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op het al dan niet mogen vaststellen van einddata waarop nationale betaalmiddelen in het kader van SEPA kunnen worden uitgefaseerd is hier een voorbeeld van. Hierdoor blijven nationale en SEPA betaalmiddelen langer naast elkaar in gebruik dan wellicht nodig is. De integratie van de betaalmarkten kan hierdoor vertraging oplopen, evenals de consolidatie bij marktpartijen in het retailbetalingsverkeer. Efficiëntiewinsten kunnen hierdoor later op gaan treden dan wanneer er wel duidelijke einddata afgesproken hadden mogen worden. Zo kunnen inefficiënte verwerkers hun bedrijf nog een poosje voortzetten, omdat zij de enige zijn die betalingen met bepaalde nationale betaalinstrumenten kunnen verwerken. Mogen interbancaire vergoedingen? Verder biedt de uitspraak van de Europese Commissie op 19 december 2007 in de MasterCard-case de markt weinig houvast over onder welke voorwaarden banken gezamenlijke afspraken mogen maken over onderling te verrekenen vergoedingen voor Alternatieve eindscenario s De weg van nationaal ingerichte naar één geharmoniseerde Europese betaal- en effectenmarkt is complex. Zowel aanbieders van betaal- of beleggingsdiensten, de gebruikers ervan en de publieke autoriteiten oefenen invloed uit op het eindresultaat. Vooralsnog is daarom nog niet duidelijk hoe het eindplaatje er precies uit zal zien. Wel zijn er enkele ontwikkelingen die erop wijzen dat de geharmoniseerde Europese betaal- en effectenmarkt niet helemaal overeen zal komen met het eerder geschetste ideale eindplaatje. Einddatum uitfasering Om een veilig en soepel functionerend Europees betaal- en effectensysteem op poten te kunnen zetten, zullen aanbieders

32 focus op betalingsverkeer, 2008 / 32 betalingen met betaalkaarten en incasso s. De afspraken die gemaakt zijn voor bepaalde debit- en creditcardbetalingen van betaalkaartenmaatschappij MasterCard zijn volgens de Commissie ongeoorloofd. Wat wél mag is echter niet helemaal helder. Banken hebben echter wel behoefte aan meer duidelijkheid. Zij zijn in het kader van SEPA namelijk bezig met het ontwikkelen van nieuwe Europese betaalmiddelen, en de interbancaire vergoedingen spelen een belangrijke rol in de prijzen voor winkeliers en consumenten. Angst om op een bepaald moment door Brussel terug gefloten te worden wanneer zij dergelijke vergoedingen afspreken, maakt hen terughoudend om Europese betaalmiddelen aan te gaan bieden of om te investeren in nieuw te ontwikkelen betaalmiddelen. De migratie naar SEPA, en daarmee de integratie van het Europese retailbetalingsverkeer, kan hierdoor gevaar oplopen. Wat ook mogelijk is, is dat het door het Eurosysteem gewenste Europese debitcard scheme niet van de grond komt. De marktposities van de Amerikaanse systemen Visa en MasterCard in de betaalkaartenmarkt dreigen hierdoor dominant te worden. Grensoverschrijdende concurrentie Consumenten en bedrijven kunnen wellicht meer gehecht blijken aan banken en beleggingsinstellingen in eigen land dan aanvankelijk verwacht. De keerzijde hiervan is dat consolidatie uitblijft en dat de in Europees opzicht slecht presterende dienstverleners blijven bestaan. Belangrijk is dat wanneer dit gebeurt, nagegaan wordt of consumenten en bedrijven wel willen overstappen, maar dit om de een of andere reden niet kunnen, of dat zij echt tevreden zijn met de eigen aanbieders. Consumenten hebben mogelijk meer vertrouwen in de eigen banken en de eigen toezichthouder dan die in andere landen, zeker gezien de huidige onrust in de financiële wereld. Hier kan een taak liggen voor toezichthouders. Wanneer burgers en bedrijven problemen hebben met financiële instellingen in het buitenland, dan moet dit snel en adequaat opgelost worden en niet uitmonden in een lange lijdensweg langs allerlei instanties. Spelers worden te dominant De betaal- en effectenmarkt worden gekenmerkt als markten waarin spelers hoge infrastructurele investeringen moeten doen, maar betrekkelijk lage variabele kosten hebben. Schaalvoordelen spelen in deze markt een belangrijke rol. Een grote speler zal hierdoor, wanneer de Europese betaal- en effectenmarkten eenmaal geïntegreerd zijn, concurrentievoordeel hebben ten opzichte van spelers die lage aantallen transacties verwerken. Bijvoorbeeld omdat zij een kleine thuismarkt hebben. In een dergelijke markt is het mogelijk dat een grote speler alle vraag naar zich toetrekt en zich ontpopt tot natuurlijk monopolist. In dat geval is er duidelijk sprake van te ver doorgeschoten consolidatie. Mededingingsautoriteiten moeten er dan voor waken dat deze monopolist zijn marktmacht niet gaat misbrui-

33 33 / focus op betalingsverkeer, 2008 Concurrentie en samenwerking ken door zijn prijzen omhoog te gooien. Daarnaast moet er nagedacht worden over hoe toetreding door nieuwe aanbieders toch mogelijk blijft. Toestaan alternatieve handelsplatforms Onder de MiFID neemt de concurrentie in de effectenhandel toe. Ondanks het feit dat het aantal traditionele effectenbeurzen afneemt door fusies, daalt het totale aantal handelsplatformen nauwelijks door de komst van alternatieve handelsplatforms. De consolidatie in deze markt wordt daardoor als het ware nog even uitgesteld. Deze voorbeelden maken duidelijk dat er nog een lange weg te gaan is, dat er nog vele uitkomsten mogelijk zijn en dat de invloed van de publieke autoriteiten op het eindresultaat groot is. Tot slot De overgang van nationale naar één Europese betaal- en effectenmarkt is nu in volle gang. Hoe deze markt er precies uit zal gaan zien en wie hierbij als winnaars uit de strijd zullen komen en zich Europees kampioen mogen noemen, valt niet te voorspellen. Mogelijk moeten spelers uiteindelijk het veld ruimen of worden zij overgenomen. Dit is positief, omdat de efficiëntie van de Europese betaal- en effectenmarkt hierdoor naar een hoger plan wordt getrokken. Ook is nog onbekend hoeveel tijd het integratie- en consolidatieproces in beslag zal gaan nemen. Dit hangt deels af van de houding van consumenten en bedrijven, maar ook van die van de mededingingsautoriteiten. Zij hebben veel goed werk geleverd en de spelers in de Europese betaal- en effectenmarkt goed wakker geschut. Die leveren nu grote inspanningen om van het integratieproces een succes te maken. Belangrijk hierbij is wel dat zij zich in dit complexe traject ondersteund blijven voelen door de publieke autoriteiten en dat zij hen duidelijkheid verschaffen waar nodig. Consolidatie en integratie kunnen er toe leiden tot sommige spelers een wel heel dominante positie verwerven, met mogelijk nadelige gevolgen voor de concurrentie en een toenemend systeemrisico als gevolg. Afwikkeling van transacties in centralebankgeld neemt hierdoor in belang toe. Toezichthouders In betaal- en effectenmarkten is enige mate van samenwerking tussen concurrenten noodzakelijk. Aangezien bijvoorbeeld niet iedereen bij dezelfde bank een rekening aanhoudt, kunnen niet alle betalingen in dezelfde computer plaatsvinden. Verschillende banken moeten dus met elkaar afspreken hoe en onder welke voorwaarden ze gegevens met elkaar uitwisselen. Dit geldt voor alle betaalinfrastructuren: van technische standaarden tot en met clearinghuizen en computersystemen. Goede samenwerking blijkt essentieel te zijn om te zorgen dat transacties veilig en efficiënt verlopen. Daarbij blijft nog voldoende ruimte over voor concurrentie. Zo kunnen aanbieders in de betaal- en effectenmarkten concurreren op prijzen, op de keuzemogelijkheden voor klanten en op basis van investeringen in productinnovaties om te voldoen aan toekomstige gebruikerswensen. De betaal- en effectenmarkt is niet de enige markt waarbij concurrenten in meer of mindere mate samenwerken. Dit gebeurt ook in andere markten waar concurrenten gebruik maken van dezelfde infrastructuur. Voorbeelden hiervan zijn de telecom- en de energiemarkt. De vraag waar mededingingsautoriteiten en de spelers in de betaal- en effectenmarkt mee worstelen, is op welke domeinen het maatschappelijk gezien positief is als aanbieders samenwerken, en wanneer het beter is als zij onafhankelijk van elkaar hun koers bepalen. Mededingingsautoriteiten dwingen aanbieders weliswaar tot een steeds scherpere afbakening van het gebied waarop mag worden samengewerkt. Toch maakt het gebrek aan Europese regelgeving het voor marktpartijen soms wel heel moeilijk om vooraf te bepalen of bepaalde gezamenlijke afspraken mededingingsrechterlijk gezien door de beugel kunnen of niet. Dit maakt hen wellicht terughoudender in de samenwerking dan maatschappelijk gezien gewenst is. zouden dit moeten benadrukken bij marktpartijen. De echte winnaars van de slag om de Europese betaal- en effectenmarkt zijn de Europese consumenten en beleggers. Zij zullen in de toekomst de vruchten plukken van meer concurrentie, de integratie en de toenemende efficiëntie van de betaal- en effectenmark, door meer keuzevrijheid, meer betaalgemak en lagere prijzen.

34 focus op betalingsverkeer, 2008 / 34

35 35 / focus op betalingsverkeer, 2008 Afwikkeling OTC derivaten: versterken infrastructuur De handel in derivaten is de laatste jaren enorm gegroeid. Maar de administratieve verwerking ervan bleef daarbij achter. Op het moment dat zich een financiële stresssituatie voordoet kan dit een negatieve spiraal versterken. In geval van administratieve achterstanden is het namelijk moeilijk snel duidelijkheid te verkrijgen over de financiële posities van partijen. Wat zijn derivatencontracten? Derivatencontracten worden afgesloten omdat partijen zich willen indekken tegen het risico dat een investering of belegging in waarde vermindert, of omdat een partij de daarvoor betaalde premie wil ontvangen. Met derivaten kan het risicoprofiel van een portefeuille met beleggingen worden verkleind of vergroot. Veel derivaten worden niet op een beurs verhandeld, maar komen tot stand in bilaterale contracten tussen professionele partijen. Deze handel is sterk in omvang toegenomen, waarbij steeds meer niet-banken, zoals pensioenfondsen, verzekeringsbedrijven, hedge funds, private equity funds en staatsfondsen, actieve tegenpartijen zijn geworden. Deze niet-banken worden aangeduid als de zogenoemde buy-side partijen. In 2007 groeide de markt met ruim 43 procent, en was er aan het einde van het jaar voor USD 596 biljoen aan hoofdsommen gemoeid met OTC derivatencontracten. De meeste marktgroei is te zien bij kredietderivaten. Toch bestond de bulk van de OTC markt in 2007 nog voor tweederde uit rentederivaten. Kredietderivaten ( credit default swaps ) bieden voor de koper dekking voor faillissementrisico s bij bedrijfsobligaties. De verkoper van een kredietderivaat is een partij die dit risico wil aanvaarden, om de hiervoor betaalde premie te kunnen innen. Renteswaps bestaan ter dekking van renterisico s. Zo kan een onzekere variabele rente-inkomstenstroom worden omgezet (swappen) naar een vaste inkomstenstroom tegen betaling van een premie. De omvang van de uitstaande derivatencontracten kan de onderliggende waarden ver overtreffen. Zo bleek er in 2005 bij het faillissement van de Amerikaanse auto-onderdelen firma Delphi in totaal voor USD 28 miljard aan kredietderivatencontracten uit te staan. Daartegenover stond niet meer dan USD 5,2 miljard aan daadwerkelijke obligaties en leningen van Delphi. Waardoor worden de administratieve achterstanden veroorzaakt? Het administratief verwerken van een OTC derivatencontract is een bewerkelijke klus. Zo houden handelaren doorgaans per tegenpartij op bilaterale basis allerlei gegevens bij, zoals welke transacties juridisch gezien afgerond zijn, welke transacties nog enige nazorg behoeven en of er aanpassingen van onderpand nodig zijn. Vanwege het tijdrovende karakter hiervan kunnen makkelijk administratieve achterstanden ontstaan, vooral wanneer de groei van de verwerkingscapaciteit in de back-office achterblijft bij de groei van de handelsvolumes. Terugdringen van de administratieve achterstanden Op aansporing van de toezichthouders hebben de banken sinds 2005 hun eigen administratieve processen verbeterd. Daarnaast zijn er infrastructurele oplossingen gekomen of in de maak, om de afwikkelprocessen voor derivaten te versterken. Hierbij richten partijen zich vooral op het opzetten van een gemeenschappelijke infrastructuur waarmee de clearing en afwikkeling van handelstransacties centraal op één platform worden afgehandeld. Bij een grootscheepse deelname van handelaren kan een dergelijk platform administratieve voordelen bieden voor alle deelnemende partijen. Wel vereist het standaardisatie in de vastlegging en verwerking van contracten. Centrale tegenpartijen Voor de afwikkeling van traditionele beurshandel in effecten en

36 focus op betalingsverkeer, 2008 / 36 In 2007 groeide de OTC markt met ruim 43 procent. Vanwege het tijdrovende karakter van de administratieve verwerking ervan, kunnen makkelijk administratieve achterstanden ontstaan. derivaten bestaan partijen die de clearing verzorgen en optreden als centrale tegenpartij. Bekende namen in dit verband zijn DTCC, Eurex en LCH.Clearnet. Veelal zijn deze partijen ook betrokken bij de opzet van infrastructuren voor de OTC derivaten handel. Swapclear, een dochter van LCH.Clearnet Ltd in Londen, is tot dusver de enige centrale tegenpartij voor de clearing van OTC derivaten. Swapclear levert haar clearingdiensten alleen aan banken met ten minste een A-rating. Swapclear verwerkt nagenoeg alle interbancaire renteswaps van de aangesloten banken. Dit biedt zowel operationele als risicotechnische voordelen. Groot operationeel voordeel is dat de bilaterale confirmatieprocedure overbodig wordt, omdat transacties tussen deelnemende banken automatisch aan elkaar worden gekoppeld. Ook de onderpandlevering ter afdekking van de ingenomen posities is veel eenvoudiger, omdat er meer nettering is en het onderpand wordt geleverd aan Swapclear in plaats van aan de afzonderlijke banken. Doordat Swapclear optreedt als centrale tegenpartij van alle deelnemers, ontstaat met multilaterale nettering een risicoreductie. Dit levert de deelnemende banken beduidend lagere kapitaal- en onderpandvereisten op in vergelijking met bilaterale nettering tussen de afzonderlijke banken. Voor credit default swaps is in 2003 DTCC, het centrale clearing- en settlementinstituut voor de Amerikaanse effectenhandel, gestart met koppel- en confirmatiediensten. Recentelijk is deze dienstverlening uitgebreid naar OTC aandelen- en rentederivaten. Ook is gestart met een dienst om betaalstromen onderliggend aan de derivatentransacties te koppelen en te netteren. De betalingen vinden plaats in het CLS-systeem dat is opgezet voor de afwikkeling van valutatransacties. Met het zogenoemde Trade Information Warehouse wordt bij DTCC Deriv/serve een contract tijdens de levensduur gevolgd en worden de (betaal)verplichtingen uitgevoerd. Deze diensten zijn toegankelijk voor zowel handelende banken als eerder genoemde buy side partijen. In 2007 groeide het transactievolume van Deriv/serve met 123 procent naar 5,87 miljoen transacties. Het aantal klanten groeide met 43 procent naar DTCC Direv/serve heeft wereldwijd een marktaandeel van meer dan 80 procent in de after-trade service markt voor credit default swaps. Hiermee is een belangrijk deel van de after-trade administratie voor credit default swaps versneld ingebed in een gestandaardiseerde infrastructuur. In beginsel staan infrastructuren als deze onder toezicht van centrale banken en effectentoezichthouders. In internationaal verband zijn er richtlijnen opgesteld voor bewaarbedrijven en centrale tegenpartijen in de effectenindustrie. Bovengenoemd Trade Information Warehouse concept is echter een nieuwe vorm van infrastructuur die nog niet geadresseerd is in deze richtlijnen. Wel zijn toezichthouders bij de vormgeving betrokken geweest. Een heel recente ontwikkeling in de kredietderivatenmarkt is dat diverse partijen hebben aangeven een centrale tegenpartij voor kredietderivaten te willen opzetten. The Clearing Corporation (TCC) in Chicago wil dit in samenwerking met DTCC gaan doen. Maar andere financiële centra in de wereld willen niet achterblijven. Zo zijn soortgelijke initiatieven aangekondigd door B-clear/LCH-Clearnet in Londen en Eurex in Frankfurt. Neutralisatie van contracten Naast hierboven genoemde centrale infrastructurele services, zijn er ook service providers die centrale tegenpartijen willen helpen met hun complexe huidige bilaterale contracten. Zo heeft het Zweedse bedrijf Tri-Optima AB de Tri-reduce service opgezet voor dealers die hun portefeuilles en bijbehorende risico s en operationele en onderpandvereisten willen verkleinen. Dit gebeurt door de portefeuilles van twee (bilateraal) of meer (multilateraal) dealers naast elkaar te leggen en de onderlinge transacties die elkaar neutraliseren te beëindigen. Voor 2008 zijn 31 sessies gepland voor kredietderivaten en 24 voor rentederivaten. Sinds het begin van de marktturbulentie in 2007 is de deelname aan deze sessies snel toegenomen. In de september/oktober sessies voor dollar- en eurocontracten werden rente- en kredietderivatencontracten beëindigd. Ook is het bedrijf Tri-optima in 2007 de Tri-resolve service gestart. Dit is een reconciliatieservice, waarbij Tri-optima een methode biedt aan twee dealers om al hun bilaterale contracten naast elkaar te leggen. Op deze manier kunnen disputen in de confirmatieprocedure of in de onderpandsfeer worden herleid naar specifieke individuele contracten. Verschillen in de transactiedocumentatie of in de economische waardering van een transactie worden hierdoor snel duidelijk, waardoor disputen efficiënt kunnen worden verme-

37 37 / focus op betalingsverkeer, 2008 den of worden opgelost. Inmiddels wordt 40 procent van de OTC contracten met Tri-resolve gereconcilieerd. Fouten op voorhand opsporen T-zero is een in 2005 gestarte service voor kredietderivaten. Het bedrijf T-zero is eigendom van de Creditex Groep en werkt met een vergunning verkregen van de Financial Services Authority (FSA) van het Verenigd Koninkrijk. Het is een zogenaamd affirmatieplatform, waarbij een contract eerst wordt geaffirmeerd, alvorens het wordt geconfirmeerd. De affirmatie behelst in feite een bevestiging van de economische termen van een contract en gaat vooraf aan de confirmatie met de juridische finalisering van een transactie. Het idee hierachter is dat het voordeliger (cq minder arbeidsintensief) is om een fout voorafgaand aan de confirmatieprocedure vast te stellen en te corrigeren dan daarna. Het corrigeren van een fout in de front-office fase van een transactie is namelijk veel eenvoudiger dan het herstellen van een verkeerde vastlegging in de back-office (of middle-office). Deels vergelijkbaar met T-zero biedt LCH.Clearnet ook een platform voor de confirmatie van renteswaps, dat zonder beperking gebruikt kan worden door alle handelaren en buy-side klanten. Dit platform heet SWAPWIRE en wordt intensief gebruikt voor renteswaps. Tot slot Vooralsnog nemen de aantallen verhandelde contracten in de front-offices van handelaren toe en blijven hun back-offices moeite houden om die transacties allemaal op tijd te verwerken. Marktpartijen zijn op zoek naar oplossingen voor dit probleem. Het is belangrijk dat zij zich hierbij niet alleen richten op het vergroten van de interne verwerkingscapaciteit en op het efficiënter afhandelen van bilaterale transacties. Zij dienen zich vooral te richten op het opzetten van een gezamenlijke infrastructuur voor de verwerking van derivatentransacties. Daarbij zal een sleutelrol worden vervuld door centrale tegenpartijen. Uit bovenstaande figuur blijkt dat de confirmatieachterstanden bij kredietderivaten in 2005 en 2006 goed werden ingelopen, mede op basis van de hierboven beschreven infrastructurele verbeteringen. Echter, toen het handelsvolume in de eerste helft van 2007 meer dan verdubbelde, kon de backoffice dat niet bijhouden en liepen de achterstanden weer snel op.

38 focus op betalingsverkeer, 2008 / 38

39 39 / focus op betalingsverkeer, 2008 Onderpandgebruik voor centralebankkrediet: sneller, veiliger en efficiënter Het grote beroep dat banken sinds het begin van de marktturbulentie hebben gedaan op centralebankkrediet illustreert het belang van de centrale bank als liquiditeitsverschaffer aan de markt. De korte termijn kredietverstrekking door centrale banken is ook een belangrijk instrument om de geldmarktrente te beïnvloeden. En voor de behoefte van banken aan kasgeld gedurende de dag, verstrekken centrale banken zelfs renteloos krediet, om een soepele werking van het betalingsverkeer tussen de financiële instellingen te verzekeren. Centrale banken eisen, dat tegenover het verstrekte krediet zekerheden worden gesteld. Dit gebeurt in de vorm van onderpand dat de banken bij de centrale bank onderbrengen. Mocht een bank in gebreke blijven bij het terugbetalen van een krediet, dan kan de centrale bank dit onderpand verkopen. Als beheerder van publieke middelen heeft een centrale bank de verantwoordelijkheid om alle nodige zekerheid te vragen om terugbetaling te garanderen. Anderzijds dwingt een centrale bank deelname aan de kredietfaciliteiten ook in zekere zin af om monetair beleid te kunnen voeren. Daarom zal ze zich redelijkerwijze moeten inspannen om de kosten die dit voor de banken met zich meebrengt te beperken. Verruiming acceptatie onderpand Na de introductie van de euro zijn de centrale banken van het Eurosysteem begonnen om onderpand te accepteren vanuit alle eurolanden. De meest gangbare vormen van onderpand (zoals staatspapier) kwamen op een gezamenlijke lijst die door alle centrale banken werd gehanteerd. De mogelijkheden voor banken om onderpand te leveren werden hierdoor enorm verruimd. Wel bleven specifieke onderpandsoorten bestaan die alleen lokaal werden geaccepteerd (in Frankrijk bijvoorbeeld bankleningen). Maar vanaf 1 januari 2007 geldt een single list : één onderpandlijst voor alle banken in het Eurosysteem. Hierdoor zijn alle verschillen die nog bestonden tussen de eurolanden verdwenen, wat opnieuw een verruiming van de keuzemogelijkheden betekende. De banken hebben hier veel profijt van gehad toen hun kasgeldbehoefte de laatste jaren toenam door sterke groei in onder meer de valuta- en derivatenhandel. De martktturbulentie die in augustus 2007 begon was ook aanleiding voor banken om meer bij de centrale bank te lenen vanwege de hoge rente op de interbancaire markt. Omdat, in tegenstelling tot diverse andere centrale banken, de onderpandlijst van het Eurosysteem zodanig ruim is, was het tijdens de marktturbulentie niet nodig de onderpandlijst uit te breiden. Securitisaties als onderpand De waarde van het onderpand wordt door de centrale bank zoveel mogelijk bepaald op basis van actuele marktprijzen. Na aftrek van bepaalde veiligheidsmarges (haircuts), die per onderpandcategorie verschillen, wordt de kredietlijn van een bank aangepast. Het Eurosysteem is onder bepaalde voorwaarden securitisaties van bankactiva (zoals hypotheken) gaan

40 focus op betalingsverkeer, 2008 / 40 toestaan als onderpand. In onderstaande figuur is de positie van Nederland en Spanje als emissiegebied voor genoemd Asset Backed Securities (ABS) papier duidelijk zichtbaar. Hierbij valt op dat de emissies in Nederland en Spanje in 2007 zijn gestegen terwijl deze in het VK en de andere landen daalden. Dit illustreert hoe een balans gevonden kan worden tussen enerzijds zekerheid (want tegenover hypothecaire leningen staat onroerend goed als onderpand, en soms ook garanties), en anderzijds kostenbeperking voor banken (zij kunnen immers deze minder liquide activa gebruiken als onderpand). Deze balans moet gewaarborgd blijven. Ook wanneer marktomstandigheden veranderen. Daarom worden per 1 februari 2009 de voorwaarden op sommige punten iets aangescherpt. Zo moeten de activa onderliggend aan ABS, euro activa zijn. Ook worden met ingang van deze datum de haircuts voor ABS papier, evenals de haircuts voor ongedekte bankobligaties, verhoogd. Uitwisseling van onderpand tussen G-10 muntgebieden in noodgevallen Zoals gezegd is de lijst van beleenbaar onderpand in het eurogebied heel ruim. Het gemak waarmee banken sinds het begin van de kredietcrisis extra onderpand aan het Eurosysteem hebben geleverd, bevestigt dit. Dat is niet overal zo. Toch zijn er bijzondere omstandigheden denkbaar waarin ook in het eurogebied partijen tijdelijk tekort aan onderpand kunnen hebben. In dat geval kan een bank geholpen zijn wanneer dit tekort gecompenseerd kan worden door een overschot aan onderpand in een ander muntgebied. De G-10 centrale banken zijn hierover in gesprek. Realisatie van een dergelijke uitwisseling van onderpand

41 41 / focus op betalingsverkeer, 2008 vergt infrastructurele aanpassingen in de kanalen voor waardeoverdracht tussen G-10 centrale banken. Toch zal acceptatie van onderpand uit de G-10 muntgebieden geen routine aangelegenheid worden binnen het eurogebied. De huidige onderpandlijst biedt namelijk ruim voldoende mogelijkheden. Wel kunnen dergelijke uitwisselingsmogelijkheden in bepaalde scenario s een uitkomst bieden. Harmonisatie onderpandprocedures Ook is het Eurosysteem druk bezig de manieren waarop onderpand binnen het eurogebied kan worden gemobiliseerd te verbeteren. Bij de introductie van de euro zijn alle Eurosysteem centrale banken gaan samenwerken in het zogenaamde Correspondent Central Bank Model (CCBM). In dit model kan iedere centrale bank onderpand ontvangen als agent van een andere centrale bank. Momenteel wordt een modernisering- en harmonisatieslag voorbereid waarbij alle centrale banken hun onderpandbeheer gaan uitbesteden aan een centrale operator. Dit project heet CCBM2. DNB en de Nationale Bank van België zullen uitvoerders zijn van deze centrale onderpandadministratie. Centrale afhandeling van onderpand biedt banken veel harmonisatievoordelen. Nu kent iedere centrale bank van het Eurosysteem, ondanks de single list, haar eigen procedures voor levering van de waardepapieren en voor bewaaractiviteiten zoals rente en aflossingbetalingen. Het CCBM2 project ligt ook in het verlengde van de ambitie van de afzonderlijke Eurosysteem centrale banken om zich op deelterreinen te specialiseren. Efficiënter onderpandgebruik door autocollateralisatie Een manier om op het gebruik van onderpand te besparen is het mechanisme van zogenoemde autocollateralisatie. Dit is een onderpandservice ten behoeve van de afwikkeling van effectentransacties, aangeboden door de centrale banken in Frankrijk, Italië, Spanje en Duitsland. Binnen enkele jaren zullen ook de Nederlandse banken hier gebruik van kunnen maken. Autocollateralisatie kent in principe twee verschijningsvormen. Met autocollateralisatie on flow kan een effectenbewaarbedrijf in naam van de centrale bank de kredietwaarde van het stuk dat ter afwikkeling wordt aangeboden toekennen als krediet voor de koper. Op deze wijze financiert de effectenstroom als het ware zichzelf. Dit kan echter alleen voor single list stukken en ook ță Roemenië Slovenië Polen Slowakije Hongarije TsjechiëLitouwen Italië Oostenrijk Griekenland LetlandFrankrijk EstlandFinlandBelgiëMalta Luxemburg ZwedenDuitsland SpanjePortugal IerlandNederland VK Denemarken Zwitserland VS

42 focus op betalingsverkeer, 2008 / 42 gelden hierbij de haircuts die het Eurosysteem toepast. Een andere variant is autocollateralisatie on stock. Hierbij verstrekt het bewaarbedrijf krediet in naam van de centrale bank op basis van een hiervoor aangewezen voorraad effecten. Zodra een kopende bank die over deze kredietlijn beschikt, onvoldoende contanten heeft om de effecten te betalen, dan worden hiervoor automatisch de aangewezen effecten beleend bij de centrale bank om de betaalcapaciteit te verhogen. bulentie hebben de marktpartijen hier veel baat bij gehad. Het Eurosysteem is voornemens deze XEMAC service te integreren in het toekomstige CCBM2 model en open te staan voor andere aanbieders van tri-party onderpand management, zoals Clearstream Banking Luxemburg en Euroclear Bank. en door de komst van tri-party onderpand management Een recente vernieuwing in de acceptatie van onderpand door centrale banken betreft tri-party onderpand management. De Bundesbank maakt al enkele jaren gebruik van externe onderpand diensten van de private partij Clearstream Banking Frankfurt (CBF). Deze dienst heet XEMAC. XEMAC is een tri-party onderpand management systeem waarbij een derde partij, in dit geval CBF, bemiddelt ten behoeve van onderpandvragers en onderpandverstrekkers. Voorbeelden van onderpandvragers in Duitsland zijn naast de centrale bank de Duitse Repomarkt en het clearinghuis Eurex. De onderpandverstrekkers in XE- MAC zijn de banken die actief zijn in de Duitse markt. Deze service maakt snelle en efficiënte uitwisselingen van onderpand mogelijk. Binnen XEMAC kunnen waardepapieren namelijk snel gesubstitueerd worden tussen de handelsportefeuille van een bank en de onderpandportefeuille. Zeker ten tijde van de markttur-

43 Colofon Focus op betalingsverkeer is een speciale uitgave van het Focusgebied Betalingsverkeer van de Nederlandsche Bank. Het Focusgebied Betalingsverkeer is een forum bestaande uit medewerkers die werkzaam zijn bij de divisies betalingsverkeer, economisch beleid en onderzoek, financiële markten, financiële stabiliteit, juridische zaken, toezicht beleid en toezicht uitvoering. Het heeft zich de afgelopen twee jaar gericht op het vergroten van inzicht in de gevolgen van technologische en marktordeningsontwikkelingen in het Europese betalings- en effectenverkeer op de uitoefening van de hoofdtaken van DNB: het medebepalen en uitvoeren van monetair beleid, het uitvoeren van goed toezicht op financiële instellingen en de bevordering van een goed werkend betalingsverkeer. Focus op betalingsverkeer geeft een overzicht van de onderwerpen die tussen 2006 en 2008 de revue zijn gepasseerd. Hoofdredactie: Hans Brits Eindredactie: Nicole Jonker, Thijs Kettenis en Anneke Kosse Redactie: Hans Brits, Rien Jeuken, Nicole Jonker, Raymond Kleijmeer, Anneke Kosse, Judith Looman en Bram Scholten De artikelen zijn gebaseerd op de gevoerde discussies en verrichtte onderzoeken binnen het Focusgebied Betalingsverkeer en daardoor mede tot stand gekomen door inbreng van: Barend van Amerongen, Beata Bierut, Ron Berndsen, Alies van den Berg, Jaap Bikker, Wilko Bolt, Ronald Bosman, Paul Cavelaars, Richard Derksen, Michiel van Doeveren, Nynke Doornbos, Ronald Heijmans, Iddo de Jong, Simon Kappelhof, Rein Kieviet, Jan Lamers, Eloy Lindeijer, Lars Luijten, Ellen Naudts, Paul Osse, Daaf van Oudheusden, Cees Rensen, Carlien Roodink, Ton Roos, Gerard Scheepers, Bram Scholten, Erus Schuurman, Jurgen Spaanderman, Erik Smid, Leon Strous, Roland Uittenbogaard, Tom van Veen, Els de Vogel, Ariena van Wageningen, Froukelien Wendt en Carlo Winder Aan dit nummer werkten verder mee: Loek van Daalen, Odette Verlee en Gwan Tjia Fotografie/ Illustraties: Nicole Jonker, Anneke Kosse en Rob Meulemans Opmaak, vormgeving en druk: Fd-reproductie, Joh. Enschedé (vormgeving) Artikelen uit Focus op betalingsverkeer mogen niet zonder toestemming van de redactie worden overgenomen. De tot uitdrukking gebrachte zienswijzen in Focus op betalingsverkeer zijn voor rekening van de auteurs en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de officiële standpunten van de Nederlandsche Bank Voor meer informatie over actuele ontwikkelingen in het betalingsverkeer en de taken van de Nederlandsche Bank en het Europese Stelsel van Centrale Banken: Komende evenementen van het Focusgebied Betalingsverkeer: 3 december 2008 Seminar Cybercrime

Werk aan de winkel! evisie. Synopsis pag. 2 t/m 7 > Hypotheses pag. 8 t/m 27 > Aan de slag! pag. 29 t/m 43 >

Werk aan de winkel! evisie. Synopsis pag. 2 t/m 7 > Hypotheses pag. 8 t/m 27 > Aan de slag! pag. 29 t/m 43 > evisie Synopsis pag. 2 t/m 7 > Hypotheses pag. 8 t/m 27 > Aan de slag! pag. 29 t/m 43 > Rabo evisie op online verkoop, november 2011 Visie pag. 44 t/m 51 > Cases pag. 52 t/m 53 > Colofon pag. 54 > Werk

Nadere informatie

Trends in de samenleving. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein.

Trends in de samenleving. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein. Ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, media en informatie binnen het sociaal-culturele domein. Colofon Sectorinstituut Openbare Bibliotheken Koninginnegracht 14 2514 AA Den Haag Postbus

Nadere informatie

Crowdfunding - Naar een duurzame sector

Crowdfunding - Naar een duurzame sector Crowdfunding - Naar een duurzame sector Onderzoek naar (toezicht op) de crowdfundingsector December 2014 Inhoudsopgave Managementsamenvatting... 3 Methodiek en leeswijzer... 5 Verantwoording onderzoek...

Nadere informatie

ONS. GELDSYSTEEM Problemen en mogelijke oplossingen. Een verkenning van. Economy Transformers in samenwerking met Oxfam Novib

ONS. GELDSYSTEEM Problemen en mogelijke oplossingen. Een verkenning van. Economy Transformers in samenwerking met Oxfam Novib Economy Transformers in samenwerking met Oxfam Novib Een verkenning van ONS GELDSYSTEEM Problemen en mogelijke oplossingen Verzameld en geschreven door: Helen Toxopeus en Simone Toxopeus EEN VERKENNING

Nadere informatie

Ons Geld. Naar een nieuw geldsysteem. Frans Doorman Stichting Ons Geld 1

Ons Geld. Naar een nieuw geldsysteem. Frans Doorman Stichting Ons Geld 1 Ons Geld Naar een nieuw geldsysteem Frans Doorman Stichting Ons Geld 1 Inhoudsopgave SAMENVATTING...3 1. GEBREK AAN GELD...5 2. WAT IS GELD?...7 3. WAT HEBBEN WE VAN GELD GEMAAKT?...8 4. HOE WORDT GELD

Nadere informatie

Toezicht op herbeoordelingen door banken van rentederivaten bij het nietprofessionele

Toezicht op herbeoordelingen door banken van rentederivaten bij het nietprofessionele Rapportage rentederivatendienstverlening aan het MKB Toezicht op herbeoordelingen door banken van rentederivaten bij het nietprofessionele MKB Maart 2015 3333 Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert

Nadere informatie

Rekenschap en transparantie moet je omarmen. Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg

Rekenschap en transparantie moet je omarmen. Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg Rekenschap en transparantie moet je omarmen Sneller Beter - Rekenschap en transparantie in de zorg Eindrapportage AEGON mei 2005 Inhoudsopgave Voorwoord 3 Managementsamenvatting 5 Ontwikkelingen in de

Nadere informatie

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc

Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK. Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Van het oude werken De dingen Die voorbijgaan HET NIEUWE WERKEN BIJ HET RIJK Drs. Marloes Pomp Dr. Anthon Klapwijk Gerbrand Haverkamp Anita Smit Msc Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2 De Hub 24 Hoofdstuk

Nadere informatie

SPELEN MET DE ZORG VA N MOR G E N. Trendboek ehealth in de eerste lijn

SPELEN MET DE ZORG VA N MOR G E N. Trendboek ehealth in de eerste lijn SPELEN MET DE ZORG VA N MOR G E N Trendboek ehealth in de eerste lijn 1 Inhoud Eerste lijn maakt zich op voor een golf van veranderingen 5 Inleiding 8 Wat als in 2020 alle zorgconsulten online plaatsvinden?

Nadere informatie

Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb

Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb Colofon Colofon Kansrijk! De groeiagenda voor ondernemerschap in het mkb is een uitgave van MKB-Nederland en VNO-NCW Postbus 93002 2509 AA Den Haag

Nadere informatie

Controle houden over de uitgaven: administratie en verleidingen. Onderdeel van de reeks: Het financiële gedrag van consumenten

Controle houden over de uitgaven: administratie en verleidingen. Onderdeel van de reeks: Het financiële gedrag van consumenten Controle houden over de uitgaven: administratie en verleidingen Onderdeel van de reeks: Het financiële gedrag van consumenten Controle houden over de uitgaven: administratie en verleidingen Onderdeel van

Nadere informatie

Barrières voor toetreding tot de Nederlandse bancaire retailsector

Barrières voor toetreding tot de Nederlandse bancaire retailsector Barrières voor toetreding tot de Nederlandse bancaire retailsector Monitor Financiële Sector Autoriteit Consument & Markt Juni 2014 2/91 Over de Monitor Financiële Sector en deze studie De Monitor Financiële

Nadere informatie

Hoe? Zo! Bring Your Own Device (BYOD)

Hoe? Zo! Bring Your Own Device (BYOD) Hoe? Zo! Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Wat is BYOD? 4 3 Hoe kun je BYOD zinvol inzetten? 7 4 Wat zijn de consequenties van de invoering van BYOD? 10 5 Hoe werkt BYOD voor medewerkers? 14 6 Hoe kan ik BYOD

Nadere informatie

Wendbaar in een duurzame economie

Wendbaar in een duurzame economie Wendbaar in een duurzame economie Een externe analyse van het economisch domein ten behoeve van de verkenning hoger economisch onderwijs (heo) Verkenningscommissie hoger economisch onderwijs, november

Nadere informatie

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw De klant centraal bij financieel dienstverleners Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn

Nadere informatie

Marcel van Kuijk Universiteit van Tilburg November 2007. Recht op toegang tot het internet?

Marcel van Kuijk Universiteit van Tilburg November 2007. Recht op toegang tot het internet? Marcel van Kuijk Universiteit van Tilburg November 2007 Recht op toegang tot het internet? The internet is as diverse as human thought * * ACLU v. Reno, 929 F. Supp. 824, 830-849 (ED Pa. 1996) at 842

Nadere informatie

Een ander Europa is mogelijk

Een ander Europa is mogelijk Een ander Europa is mogelijk Ideeën voor een nieuw Europa Willem Bos F 2,- Vooraf Na de referenda over de Europese Grondwet in Frankrijk en Nederland, op respectievelijk 29 mei en 1 juni 2005, werd door

Nadere informatie

Van patiënt tot klant. Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Van patiënt tot klant. Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Van patiënt tot klant Advies uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Zoetermeer, 2003 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Adviesopdracht

Nadere informatie

ING Klantenraad. behoeften. Zwolle. Zwolle. wensen. wensen. verbeteren hypotheken. oud luisteren. September 2013. Programma.

ING Klantenraad. behoeften. Zwolle. Zwolle. wensen. wensen. verbeteren hypotheken. oud luisteren. September 2013. Programma. wensen wensen beleggen beleggen geld geld Zwolle Zwolle Amsterdam Amsterdam vragen mening vragen mening Den Bosch financiële sector Den Bosch financiële sector Op 17, 24 en 26 september hebben de eerste

Nadere informatie

Meebetalen aan de zorg

Meebetalen aan de zorg Meebetalen aan de zorg Meebetalen aan de zorg Nederlanders over solidariteit en betaalbaarheid van de zorg Sjoerd Kooiker en Mirjam de Klerk (scp) Judith ter Berg en Yolanda Schothorst (Bureau Veldkamp)

Nadere informatie

DNB. Occasional Studies

DNB. Occasional Studies Occasional Studies Verstorende effecten van de crisismaatregelen en hoe deze te beperken DNB Occasional Studies Vol.7/No.3 (2009) Jan Willem van den End Silvie Verkaart Arjen van Dijkhuizen Centrale bank

Nadere informatie

Tussen wetenschap en ondernemerschap

Tussen wetenschap en ondernemerschap Tussen wetenschap en ondernemerschap Publieke managementletter over de sector Life Sciences Oktober 2014 De leden van de NBA vormen een brede, pluriforme beroepsgroep van ruim 20.000 professionals werkzaam

Nadere informatie

Vroegsignalering moet en kan! Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van een Landelijk Informatiesysteem Schulden. Dr. Nadja Jungmann Myra Anderson

Vroegsignalering moet en kan! Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van een Landelijk Informatiesysteem Schulden. Dr. Nadja Jungmann Myra Anderson Vroegsignalering moet en kan! Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van een Landelijk Informatiesysteem Schulden Dr. Nadja Jungmann Myra Anderson 2 Voorwoord Als het onderhoudslampje op het dashboard

Nadere informatie

Kredietverlening en bancair kapitaal

Kredietverlening en bancair kapitaal DNB Occasional Studies Vol.12/No. 3 (2014) Kredietverlening en bancair kapitaal DNB Occasional Studies Gerbert Hebbink, Mark Kruidhof, Jan Willem Slingenberg Centrale bank en prudentieel toezichthouder

Nadere informatie

9 11 Relatie aan het woord: William van Ettinger lage rente stelt nieuwe uitdagingen

9 11 Relatie aan het woord: William van Ettinger lage rente stelt nieuwe uitdagingen Beleggingsvisie Extra rendement nog steeds mogelijk Pagina 4 Relatie aan het woord over de lage rente: William van Ettinger Pagina 9 Een kijkje in de keuken van Aegon Pagina 16 Jaargang 18 april 2015 2

Nadere informatie

Lessen over diversiteitsbeleid. bij gemeenten, provincies en waterschappen

Lessen over diversiteitsbeleid. bij gemeenten, provincies en waterschappen Lessen over diversiteitsbeleid 1 bij gemeenten, provincies en waterschappen 2 L e s s e n o v e r d i v e r s i t e i t s b e l e i d b i j g e m e e n t e n, provincies en waterschappen 3 Lessen over

Nadere informatie

Niet doorschuiven maar aanpakken

Niet doorschuiven maar aanpakken Niet doorschuiven maar aanpakken Verkiezingsprogramma VVD 2012-2017 Tweede Kamerverkiezingen 12 september 2012 Niet doorschuiven maar aanpakken Verkiezingsprogramma VVD 2012-2017 Tweede Kamerverkiezingen

Nadere informatie

Adviescommissie Toekomst Banken

Adviescommissie Toekomst Banken Naar herstel van vertrouwen Adviescommissie Toekomst Banken Cees Maas, Voorzitter Sylvester Eijffinger Wim van den Goorbergh Tom de Swaan Johanneke Weitjens, Secretaris Naar herstel van vertrouwen Adviescommissie

Nadere informatie

Goed bestuur in MKB familiebedrijven

Goed bestuur in MKB familiebedrijven Windesheim zet kennis in werking Windesheim zet kennis in werking ONDERZOEK Goed bestuur in MKB familiebedrijven Lectoraat Familiebedrijven Ondernemers over hun overwegingen en keuzes Driekwart van het

Nadere informatie

Samen werken aan een gezond en waardig leven. Werkgroep Zorg

Samen werken aan een gezond en waardig leven. Werkgroep Zorg Samen werken aan een gezond en waardig leven Werkgroep Zorg WBS Cahier Den Haag, november 2012 Colofon Wiardi Beckman Stichting Den Haag, november 2012 Vormgeving: Jaap Swart WBS Cahier Samen werken aan

Nadere informatie