> 2 Mestbank helpt starters op weg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "> 2 Mestbank helpt starters op weg"

Transcriptie

1 STARTERSBROCHURE

2 > 2 Mestbank helpt starters op weg

3 3 < Bent u land- of tuinbouwer, of bent u op een andere manier actief in de agrarische sector? Dan kan deze brochure u op weg helpen doorheen uw rechten en plichten volgens het Mestdecreet. Deze brochure is gericht aan alle landbouwers. De term landbouwer ligt juridisch vast als eenieder die een landbouwactiviteit uitoefent. Ook tuinbouwers vallen juridisch onder de noemer landbouwer. Net zoals elke particulier of instantie die een perceel in gebruik of beheer heeft of dieren houdt. In deze brochure zullen we enkel de term landbouwer gebruiken om de leesbaarheid te vergemakkelijken. Sinds 1 januari 2011 is een nieuw Mestdecreet van kracht in Vlaanderen, het Decreet houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. Europa zette Vlaanderen aan tot een meer doorgedreven aanpak van de bescherming van het oppervlakte- en grondwater. Het Mestdecreet, ook wel MAP IV genoemd, heeft tot doel de waterverontreiniging door nitraten en fosfaten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. De afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voert dit decreet uit. De verplichtingen die de mestwetgeving met zich meebrengt, zijn niet min. Met deze brochure willen wij u als startende land- of tuinbouwer informeren over de regelgeving en bepalingen van het Mestdecreet. De brochure maakt u wegwijs in termen als aangifteplicht, bemesting, mesttransport, Mestbankloket, nitraatresidu, overname, beheerovereenkomsten, nutriëntenemissierechten, dierlijke mestproductie, Achteraan in deze brochure vindt u verder nog een handige checklist die u doorheen de mestwetgeving loodst. De gegevens in deze brochure zijn gebaseerd op de huidige regelgeving (juni 2013) en blijven dus geldig zolang de huidige wetgeving van kracht is. Voor wijzigingen of aanvullingen die naderhand gebeuren, raadpleegt u best de website Er worden eveneens op regelmatige tijdstippen persberichten verspreid in vakbladen.

4 > 4 Mestbank helpt starters op weg Inhoud 1 IDENTIFICATIE Wie moet zich laten identificeren als landbouwer? Hoe kan ik mij laten identificeren? AANGIFTEPLICHT Wie is aangifteplichtig bij de Mestbank? Waaruit bestaat de aangifteplicht bij de Mestbank? Ik ben niet-aangifteplichtig, wat nu? Ik stop met mijn landbouwactiviteiten BEMESTING PERCELEN Bemestingsrechten Bemestingsnormen Aangepaste bemestingsnormen Ik laat mijn dieren grazen op weiden die ik niet in eigen beheer heb, wat nu? Nitraatresidustaalname Groentepercelen DIEREN Nutriëntenemissierechten Berekening productie dierlijke mest Registerplicht Mestopslag Mestverwerkingsplicht VERVOER VAN MEST Mesttransport Uitzonderingen waarbij geen mesttransportdocumenten vereist zijn Uitrijperiode mest Wat met mesttransportdocumenten opgemaakt na datum van overname? SPUISTROOM MESTBALANS GLOBALE MESTBALANS UITWISSELING VAN GEGEVENS Departement Landbouw en Visserij Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) Rendac NV MESTBANKLOKET DIENST BEDRIJFSADVIES VLM Checklist Adressen Wetgeving Meer info... 31

5 5 < 1. IDENTIFICATIE Sinds 1 januari 2007 is er een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers bij het Departement Landbouw en Visserij en de Vlaamse Landmaatschappij (Mestbank). De identificatie gebeurt bij het Departement Landbouw en Visserij. Dat betekent dat het Departement Landbouw en Visserij starters en overnames registreert en die gegevens doorgeeft aan de Mestbank. 1.1 Wie moet zich laten identificeren als landbouwer? Alle landbouwers moeten zich identificeren bij het Departement Landbouw en Visserij. Zo moet u een landbouwernummer hebben als u: aangifteplichtig bent bij de VLM; niet-aangifteplichtig bent bij de VLM, maar wel mest laat aan- of afvoeren of een inscharingscontract wilt afsluiten; toeslagrechten wilt activeren; een melkquotum of zoogkoeienquotum hebt; een tussenkomst wilt aanvragen bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF); steun wilt aanvragen voor het bedrijfsadviessysteem; een beheerovereenkomst wilt sluiten; een slachtpremie voor kalveren aanvraagt; steun wilt aanvragen in het kader van de agromilieumaatregelen. 1.2 Hoe kan ik mij laten identificeren? Bent u nog niet gekend bij het Departement Landbouw en Visserij, dan moet u zich als nieuwe landbouwer eenmalig laten identificeren bij het Departement Landbouw en Visserij (niet bij de Mestbank). Hiervoor vult u een formulier in om u als nieuwe landbouwer kenbaar te maken. Hebt u een nog niet geïdentificeerde exploitatie, dan moet u een formulier invullen om de gegevens van uw nieuwe exploitatie door te geven aan het Departement Landbouw en Visserij. Als u meer dan één exploitatie wilt kenbaar maken, moet u per exploitatie een apart formulier indienen. Als u een bestaande exploitatie overneemt van een landbouwer die bij het Departement Landbouw en Visserij is geïdentificeerd, dan zal u samen met de overlater het gepersonaliseerde overnameformulier van de exploitatie moeten invullen en aan het Departement Landbouw en Visserij bezorgen. Eenmaal gekend als landbouwer bij het Departement Landbouw en Visserij krijgt u een identificatiefiche met vermelding van uw uniek landbouwernummer, exploitantnummer en exploitatienummer(s). Bewaar die fiche zorgvuldig. Het Departement Landbouw en Visserij bezorgt uw gegevens (van de identificatiefiche) aan de Mestbank. Zodra de Mestbank uw gegevens van het Departement Landbouw en Visserij heeft ontvangen, zal ze u een informatieve brief sturen, toegepast op de specifieke situatie van uw bedrijf. Alle formulieren kunt u opvragen bij het Departement Landbouw en Visserij, de contactadressen van het Departement Landbouw en Visserij vindt u achteraan in deze brochure. U kunt ze ook downloaden van de website klik op Bedrijfsvoering > Identificatie.

6 > 6 Mestbank helpt starters op weg 2. AANGIFTEPLICHT 2.1 Wie is aangifteplichtig bij de Mestbank? De aangifteplicht bij de Mestbank geldt voor elke landbouwer (zowel wie het bedrijf in hoofd- of bijberoep uitbaat als wie enkel landbouwactiviteiten uitvoert als hobby): ofwel met een bedrijf (= alle exploitaties samen) dat op jaarbasis een productie aan dierlijke mest heeft van 300 kg fosfaat 1 of meer op jaarbasis; ofwel die een oppervlakte landbouwgrond gebruikt van 2 ha of meer op een bepaald ogenblik tijdens het kalenderjaar (in eigendom, gehuurd, pacht of kosteloos gebruik), ook als hij een hoogstamboomgaardpremie aanvraagt in een weide van 2 ha of meer; ofwel die een oppervlakte groeimedium (d.i. teelt op niet-landbouwgrond zoals substraat, containerveld, potgrond, ) bewerkt van 50 are of meer. Als één of meerdere van de bovenstaande situaties op u van toepassing zijn, bent u een aangifteplichtige landbouwer, zelfs al hebt u uit uw activiteiten, als landbouwer geen inkomsten. In dat geval moet u alle landbouwactiviteiten aangeven. Bv. als u meer dan 2 ha landbouwgrond bewerkt en 20 schapen bezit, moet u ook de 20 schapen aangeven, ook al produceren zij op jaarbasis minder dan 300 kg fosfaat. U blijft aangifteplichtig bij de Mestbank zolang u niet gemeld hebt dat u gestopt bent of niet langer voldoet aan de bovenvermelde voorwaarden. De tabel met de uitscheidingscijfers per diersoort vindt u in de brochure Normen en richtwaarden op Voor meer informatie kunt u terecht bij de Mestbank in uw regio. Opgelet: u moet uw verzamelaanvraag en Mestbankaangifte tijdig indienen, anders kan u een administratieve geldboete opgelegd worden. 2.2 Waaruit bestaat de aangifteplicht bij de Mestbank? De jaarlijkse aangifteplicht bestaat uit 2 delen: de verzamelaanvraag en de Mestbankaangifte. VERZAMELAANVRAAG Het Departement Landbouw en Visserij zal u jaarlijks vragen om uw verzamelaanvraag in te dienen uiterlijk op 21 april. U moet alle percelen die u in dat kalenderjaar in gebruik hebt (in eigendom, gehuurd, pacht of kosteloos gebruik), aangeven op het loket, ook als de percelen niet in aanmerking komen voor het activeren van een toeslagrecht. Op het loket duidt u uw landbouwgronden en uw bedrijfsgebouwen aan. De percelen die u het jaar voordien gebruikte voor de hoofd- of nateelt, staan in geel ingevuld op het loket. 1 Meer of minder dan 300 kg fosfaat? U berekent de gemiddelde veebezetting per diersoort. (voor de berekening zie item 4.3. Registerplicht ). U vermenigvuldigt dan per diersoort die gemiddelde veebezetting met het uitscheidingscijfer fosfaat van de respectieve diersoort. U telt daarna alles samen.

7 7 < U kunt de verzamelaanvraag enkel digitaal indienen, via het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij. Daarvoor hebt u uw elektronische identiteitskaart en bijbehorende PIN-code nodig. Meer informatie hierover vindt u op de website van het Departement Landbouw en Visserij, Het Departement Landbouw en Visserij bezorgt de gegevens van de verzamelaanvraag aan de Mestbank, in het kader van de eenmalige perceelsregistratie. Omdat de registratie van landbouwgronden niet bij de Mestbank, maar bij het Departement Landbouw en Visserij gebeurt, kunt u voor vragen hierover terecht bij het Departement Landbouw en Visserij. De adressen vindt u achteraan in deze brochure. MESTBANKAANGIFTE De Mestbank zal u jaarlijks, eind december, een Mestbankaangifte opsturen of een uitnodiging om de aangifte digitaal in te dienen, als u ervoor hebt gekozen om de aangifte digitaal in te dienen. U moet de aangifte invullen en ondertekend terugsturen naar de Mestbank in de provincie waar uw exploitatie ligt, uiterlijk de eerste werkdag na 15 februari. Net zoals het Departement Landbouw en Visserij, heeft de Mestbank in elke provincie een vestiging. De adressen van de Mestbank staan achteraan in deze brochure. Als u de aangifte digitaal invult via het Mestbankloket, krijgt u een maand langer de tijd om uw aangifte in te dienen. U aanmelden, doet u met uw elektronische identiteitskaart en bijbehorende pincode of token. U krijgt trouwens niet enkel extra tijd om uw aangifte online in te dienen. Bovendien is het eenvoudiger om uw aangifte in te dienen via het Mestbankloket. Zo leidt het Mestbankloket u met een overzichtsscherm van ja/nee-vragen door uw aangifte en geeft het duidelijk aan waar u gegevens moet aanvullen. Er zijn ook heel wat automatische controles ingebouwd, zodat u gewezen wordt op mogelijke vergissingen of onvolledigheden. Bovendien worden al een heel aantal gegevens vooraf ingevuld zoals de rundveebezetting op basis van de gegevens van DGZ. Ook de staltypes en de opslagcapaciteit worden al weergegeven op basis van de gegevens van vorig jaar. De bijlagen bij uw aangifte kunt u via het Mestbankloket opladen. Vóór u uw aangifte definitief doorstuurt kunt u op het Mestbankloket al uw voorlopige bedrijfsbalans berekenen voor het betreffende jaar. Zo kan een onverwacht resultaat er op wijzen dat u uw aangifte niet helemaal correct invulde, of dat u uw bedrijfsvoering in het nieuwe jaar moet bijsturen. Op het Mestbankloket kunt u aanduiden of u uw Mestbankaangifte nog op papier wilt ontvangen of niet. Als u aanduidt dat u uw aangifte ook het volgende jaar digitaal wilt indienen, dan ontvangt u van de Mestbank eind december een uitnodiging om uw aangifte digitaal in te dienen. Meer informatie vindt u op de website klik door naar Land- & tuinbouwers > Mestbankloket. Wat moet ik invullen op de Mestbankaangifte? Een Mestbankaangifte heeft betrekking op de gegevens van het voorbije jaar (net zoals bij een belastingaangifte). De aangifte bestaat uit 4 delen: Deel 1 moet u altijd indienen. U moet er de volgende informatie in opgeven: de opslag van meststoffen op 1 januari, zowel dierlijke als andere meststoffen op de exploitatie of op de kopakker; het gebruik van kunstmest op landbouwgronden binnen het Vlaamse Gewest; het gebruik van eigen dierlijke mest op eigen gronden buiten Vlaanderen (inclusief begrazing door eigen dieren), het gebruik van eigen dierlijke meststoffen door Waalse of buitenlandse landbouwers op eigen landbouwgronden in Vlaanderen, zowel via spreiden van meststoffen als via begrazing.

8 > 8 Mestbank helpt starters op weg Deel 2 is enkel voor landbouwers die dieren houden. U moet er de volgende informatie in opgeven: de gemiddelde bezetting van dieren (behalve voor runderen (*)); het aantal aanwezige standplaatsen; de staltypes of het aandeel vaste versus vloeibare mest; het nutriëntenbalansstelsel dat u gebruikt om uw mestproductie te berekenen (enkel voor varkens en pluimvee); het percentage beweiding als u kiest voor het systeem werkzame stikstof. (*) Voor runderen moet de gemiddelde veebezetting niet opgegeven worden. Die gegevens krijgt de Mestbank van DGZ. U kunt ze steeds raadplegen op het Mestbankloket, waar ze op 3 plaatsen worden getoond: op het landbouwerrapport van de rundveebezetting, in de detailgegevens van de (voorlopige) balansberekening en in de digitale Mestbankaangifte. Deel 3 is bestemd voor landbouwers die exploitatie-eigen mest verwerken of een biologische of zure wasser op een van hun stallen hebben. Tuinbouwers die telen op groeimedium (substraat, potgrond, containerveld, ) moeten de teeltoppervlakte waar voedingswater wordt toegediend opgeven in deel 4 van de aangifte. Daarbij moeten ze ook hun kunstmestgebruik (op groeimedium), de geproduceerde en opgeslagen spuistroom en de opslagcapaciteit opgeven. 2.3 Ik ben niet-aangifteplichtig, wat nu? In bepaalde omstandigheden is het noodzakelijk om u toch kenbaar te maken via de hierboven beschreven werkwijze: als u dierlijke of andere mest wilt ontvangen om uw percelen te bemesten. U moet immers, als afnemer van de mest, bij de Mestbank gekend zijn om de nodige mesttransportdocumenten (of inscharingscontracten) op te stellen (zie item 5. Vervoer van mest ); als u dierlijke mest wilt afvoeren. U moet immers, als aanbieder van de mest, bij de Mestbank gekend zijn om de nodige mesttransportdocumenten op te stellen (zie item 5. Vervoer van mest ); als u de percelen die u zelf gebruikt eenduidig onder uw naam wilt registreren (bv. om te vermijden dat iemand anders uw percelen opgeeft); als u uw dieren laat grazen op een perceel van een andere landbouwer (inscharing). Op de website vindt u het formulier Aanvraag van een vrijstelling van de aangifteplicht. Als u voldoet aan de voorwaarden, vult u dit formulier in en stuurt u het op naar de Mestbank in uw provincie. De Mestbank gaat na of uw verklaring overeenstemt met de registratie van uw percelen op de verzamelaanvraag en brengt u op de hoogte van de beslissing van uw aanvraag. Als u het statuut niet-aangifteplichtig krijgt, zijn er voor u geen administratieve verplichtingen meer op het vlak van de aangifteplicht. U zult het volgende jaar dan ook geen Mestbankaangifte meer ontvangen. U moet wel eenmalig de verzamelaanvraag indienen om uw percelen te registreren. Daarnaast moet u als niet-aangifteplichtige landbouwer altijd alle wijzigingen aan uw percelen meedelen aan het Departement Landbouw en Visserij. Let op: in bepaalde situaties moet u nog wel jaarlijks een verzamelaanvraag indienen, bijvoorbeeld om toeslagrechten te activeren bij het Departement Landbouw en Visserij of om bepaalde beheerovereenkomsten te kunnen naleven. 2.4 Ik stop met mijn landbouwactiviteiten Als u uw landbouwactiviteiten definitief wilt stopzetten, moet u het gepersonaliseerde stopformulier dat u ontving van het Departement Landbouw en Visserij aanvullen en versturen naar het Departement Landbouw en Visserij. Als u dat formulier bent kwijt gespeeld, kunt u een nieuw exemplaar aanvragen bij de buitendienst van Departement Landbouw en Visserij in uw provincie. De adressen vindt u achteraan in deze brochure. Het Departement Landbouw en Visserij brengt dan de Mestbank op de hoogte om zo de nodige administratie op het vlak van de Mestwetgeving in orde te brengen.

9 9 < 3. BEMESTING PERCELEN 3.1 Bemestingsrechten U mag een perceel pas bemesten (inclusief rechtstreekse beweiding) als u op dat perceel bemestingsrechten hebt. U hebt bemestingsrechten op een perceel voor een bepaald jaar, als u het perceel in gebruik hebt op 1 januari van dat kalenderjaar (en dit dus aangeeft via de verzamelaanvraag). Start u na 1 januari of neemt u het perceel over na 1 januari, dan hebt u voor dat jaar op dat perceel geen bemestingsrechten. Als u het perceel toch wilt bemesten, dan bent u als overnemer voor de bemesting van het perceel aangewezen op een transportregeling met de overlater (burenregeling, mestafzetdocument of inscharingscontract). Het Mestdecreet geeft aan landbouwers die in de loop van het jaar een exploitatie overnemen of overlaten, de mogelijkheid een globale mestbalans aan te vragen. Zie item 8. Globale mestbalans. Opmerking Is het perceel op 1 januari niet gekend bij het Departement Landbouw en Visserij, dan heeft niemand bemestingsrechten en mag het perceel niet bemest worden. Dat houdt in dat in dat jaar door niemand mest (dierlijke mest, andere meststoffen of chemische mest) kan afgezet worden op het perceel.

10 > 10 Mestbank helpt starters op weg 3.2 Bemestingsnormen De bemestingsnorm is de maximale toegelaten hoeveelheid stikstof (N) en fosfaat (P 2 O 5 ) die u kunt opbrengen op uw landbouwgronden, uitgedrukt in kg/ha. Het nieuwe Mestdecreet legt nieuwe bemestingsnormen op. Bij de bepaling van de bemestingsnormen voor de verschillende gewassen is rekening gehouden met de nutriëntenbehoeften van de gewassen. Voor stikstof mogen de landbouwers verder werken op basis van het systeem totale stikstof, maar ze kunnen er ook voor kiezen om over te schakelen op het systeem werkzame stikstof. Opgelet: de toepassing van één van beide systemen geldt voor het hele bedrijf. De keuze voor één van beide systemen is een overgangsmaatregel. Eens omgeschakeld naar het systeem werkzame stikstof ligt die keuze vast voor de volgende jaren tot Meer informatie over beide systemen vindt u terug in de brochure werkzame stikstof op Om de juiste bemestingsnormen te kennen, moet u rekening houden met de volgende factoren: type kwetsbaar gebied (water, natuur of fosfaat) 3; zandgrond of niet-zandgrond; teelt; ontheffings- en/of huiskavelregeling (zie website brochure Het Mestdecreet en kwetsbaar gebied natuur: een overzicht ); aangepaste bemestingsnormen: zie 3.3. De bemestingsnormen vindt u in de brochure Normen en richtwaarden op Als u de verzamelaanvraag indient via het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij, wordt automatisch een bemestingsprognose gemaakt. Die kunt u op het e-loket raadplegen. 3.3 Aangepaste bemestingsnormen Derogatie Dankzij derogatie kunt u onder bepaalde voorwaarden meer dierlijke mest op een perceel opbrengen. Als u in een bepaald jaar gebruik wilt maken van derogatie, moet u vóór 15 februari van dat jaar een derogatieaanvraag indienen. Dat aanvraagformulier vindt u op de website, U moet de percelen waarop u derogatie wilt toepassen ook aanduiden op de verzamelaanvraag. Als u gebruikmaakt van derogatie, moet u zich aan een aantal voorwaarden houden. Die voorwaarden kunt u nalezen op de website Voor meer informatie hierover kunt u ook terecht bij de Mestbank in uw regio Beheerovereenkomsten Een beheerovereenkomst is een vrijwillige overeenkomst die u als landbouwer uit eigen beweging kunt afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij en waarbij u zich engageert om op uw bedrijf bepaalde maatregelen te nemen rond o.a. verminderde bemesting en perceelsrandenbeheer. Met de beheerovereenkomsten wil Vlaanderen de waterkwaliteit verbeteren, erosie bestrijden en de biodiversiteit in stand houden en herstellen. Een beheerovereenkomst sluiten kan slechts in bepaalde gebieden in Vlaanderen. 3 Hoe kan ik weten in welk kwetsbaar gebied mijn percelen liggen? Zodra de informatie over uw gronden door het Departement Landbouw en Visserij aan de Mestbank is bezorgd, kunt u daarvoor bij de Mestbank in uw regio terecht. De Mestbank bezorgt u een persoonlijk overzicht van de bemestingsnormen per perceel.

11 11 < Als u de maatregelen en de voorschriften volgens de afspraken uitvoert, ontvangt u jaarlijks een vergoeding van de overheid. In 2014 geldt een overgangsregeling omdat het Europees Landbouwbeleid wordt herzien. Voor informatie over beheerovereenkomsten kunt u steeds terecht bij de VLM of op U vindt de contactgegevens achteraan in deze brochure. 3.4 Ik laat mijn dieren grazen op weiden die ik niet in eigen beheer heb, wat nu? Bij rechtstreekse beweiding van dieren op weiden van derden, of als u dieren van een derde op uw eigen gronden laat grazen, is er sprake van inscharing. Om ook die mestafzet in rekening te brengen, moet er tussen de betrokken partijen een inscharingscontract worden opgesteld en opgestuurd naar de Mestbank. Een inscharingscontract is een bewijs van mestafzet door de inschaarder (= de persoon die zijn dieren laat grazen op een perceel dat behoort aan de houder van het perceel) en een bewijs van mestafname door de houder van het perceel (= de persoon die de bemestingsrechten heeft op het perceel en die het perceel ter beschikking stelt van de inschaarder). Een inscharingscontract kan enkel afgesloten worden tussen landbouwers die geïdentificeerd zijn bij het Departement Landbouw en Visserij en dus een landbouwernummer hebben. Een inscharingscontract kunt u opvragen bij de Mestbank in uw regio of downloaden van de website Ook voor meer informatie over inscharing kunt u terecht bij de Mestbank.

12 > 12 Mestbank helpt starters op weg 3.5 Nitraatresidustaalname Oordeelkundige bemesting is essentieel voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Het nitraatresidu in de bodem in het najaar is een goede maatstaf om de bemesting op perceelsniveau te beoordelen. De nitraatresidustaalname kan gebeuren in opdracht van de Mestbank of in opdracht van de landbouwer. De landbouwer moet het nitraatresidu laten bepalen als hij derogatie aanvraagt, een beheerovereenkomst water toepast of het jaar voordien een te hoog nitraatresidu had. Op de website vindt u een handige overzichtstabel van de bodemstalen. Als één van uw percelen geselecteerd werd, brengt de Mestbank u hiervan eind september op de hoogte. Tussen 1 oktober en 15 november voert een erkend laboratorium, een staalname op het perceel in kwestie uit. Bij het overschrijden van de drempelwaarden worden maatregelenpakketten opgelegd. 3.6 Groentepercelen Sinds 1 januari 2013 moet elke landbouwer die groenten en andere gewassen teelt van groep I en II, met uitzondering van spruitkolen en vroege aardappelen, op één of meerdere percelen de hoeveelheid stikstof in de bodem laten analyseren. Op basis van die stikstofanalyse moet hij een stikstofbemestingsadvies laten opmaken voor het gewas dat geteeld wordt op dat perceel. Om het aantal te nemen bodemstalen te bepalen neemt u het minimum van het aantal percelen met groenten van groep I of II met uitzondering van spruitkool en vroege aardappelen of het minimum van het aantal hectaren met groenten van groep I of II, met uitzondering van spruitkool en vroege aardappelen. U mag zelf bepalen op welke teelten of percelen u de stikstofanalyse laat uitvoeren. Als er op een perceel tegelijk meerdere groenteteelten geteeld worden moet er een bemestingsadvies zijn voor elke teelt. Op percelen waar de hoofdteelt geen groente is en de voor- of nateelt wel een groente is van groep I, II of III kunt u een hogere bemestingsnorm verkrijgen als u op elk van die percelen een stikstofanalyse met bijbehorend bemestingsadvies laat uitvoeren. De staalname en stikstofanalyse moeten gebeuren door een erkend laboratorium. Voor het bemestingsadvies kunt u naast de erkende laboratoria ook een beroep doen op een erkend praktijkcentrum of een erkende producentenorganisatie. Meer informatie hierover vindt u op of kunt u opvragen bij de Mestbank in uw regio.

13 13 < 4. DIEREN 4.1 Nutriëntenemissierechten Wat zijn nutriëntenemissierechten (NER)? Nutriëntenemissierechten zijn mestproductierechten, kortweg NER genaamd. Ze geven het maximaal aantal dieren weer die u op een bedrijf op jaarbasis mag houden. Er zijn 3 soorten NER: NER-D: nutriëntenemissierechten-dieren TNER-D: tijdelijke nutriëntenemissierechten-dieren NER-MVW: nutriëntenemissierechten-mestverwerking Een bedrijf met dieren waarvan de dierlijke mestproductie 300 kg fosfaat is of meer, moet NER hebben. Elk bedrijf met dieren waarvan de dierlijke mestproductie kleiner is dan 300 kg fosfaat, moet geen NER hebben. Hoe u uw dierlijke mestproductie kunt berekenen, vindt u onder 4.2. Het aantal NER dat u nodig hebt voor uw veestapel, kunt u berekenen aan de hand van de omrekeningstabel van dieren naar NER. Die tabel vindt u op De NER-waarde per diercategorie staat ook in de brochure normen en richtwaarden Hoe kan ik NER verkrijgen? Als u als exploitant geen of te weinig NER hebt, kan uw bedrijf: NER-D overnemen van een andere landbouwer; uitbreiden na bewezen mestverwerking (NER-MVW); NER verwerven door erfopvolging of de verdeling tussen erfgenamen; NER verwerven door de verdeling van NER tussen personen die in het kader van een samenuitbating, die bestond op en op die datum een gezamenlijk bedrijf uitbaatten, hetzij als natuurlijk persoon, hetzij in het kader van een rechtspersoon; TNER verwerven als er bijvoorbeeld dieren worden gehouden in het kader van een overeenkomst met een erkende natuurvereniging of een erkende onderzoeksinstelling. Overname? Let op: start tijdig met uw NER-overnamedossier. NER kunnen immers niet met terugwerkende kracht worden overgenomen. Enkel bij een overdracht op basis van melkquotumoverdracht kan er teruggegaan worden tot de datum van de melkquotumoverdracht. Informeer u steeds bij de Mestbank vóór u een bedrijf start of overneemt over de beste datum om uw NER-dossier in te dienen. Hoe overdragen? De overnemer en de overlater vullen samen het overnameformulier van NER in en ondertekenen dat. Het overnameformulier is beschikbaar op de website en kunt u ook aanvragen bij de Mestbank in uw regio. Bezorg dit formulier aan de Mestbank in de regio van de overnemer.

14 > 14 Mestbank helpt starters op weg Wat als ik geen NER heb en toch een fosfaatproductie van 300 kg of meer? Als de fosfaatproductie ten minste 300 kg bedraagt en als u onvoldoende NER hebt om de volledige veestapel op te vangen, dan legt de Mestbank u een administratieve geldboete op voor dat deel van de veestapel waarvoor u geen NER hebt. Voor informatie over NER kunt u steeds terecht bij de Mestbank of op 4.2 Berekening productie dierlijke mest De Mestbank berekent de mestproductie (stikstof en fosfaat) op basis van de gemiddelde veebezetting en de uitscheidingscijfers per diercategorie. Bepaalde factoren, bijvoorbeeld het staltype, bepalen mee de netto-uitscheidingscijfers. 4.3 Registerplicht Elke aangifteplichtige landbouwer die dieren houdt, is verplicht om jaarlijks een dierregister bij te houden per exploitatie waar dieren gehouden worden en per gehouden diersoort (behalve voor de diersoort runderen). Het resultaat van het dierregister is de gemiddelde veebezetting van het voorbije jaar. Dat getal is belangrijk voor uw aangifte aan de Mestbank en moet u in deel 2 van de aangifte invullen. Het register kunt u op twee manieren opstellen, namelijk op basis van een maandelijkse telling, of op basis van de veebewegingen op uw bedrijf. Voor de diercategorieën die in rondes worden gehouden, kunt u ook gebruikmaken van het ronderegister. Naast de versies op papier kunt u ook een digitaal register invullen. In dat register worden de berekeningen voor u gemaakt en krijgt u een duidelijk overzicht van uw aantal dieren en hun productie. U vindt op de website ook een digitaal ronderegister voor slachtkuikens. U bent niet verplicht om de registers die de Mestbank aanbiedt te gebruiken. U kunt uw eigen register gebruiken, bijvoorbeeld een boekhoudprogramma, maar u moet er wel voor zorgen dat ook op uw register alle gegevens aanwezig zijn. Voor de diersoort rundvee hoeft u geen register bij te houden, omdat voor die diersoort de gegevens van Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) de basis vormen om de gemiddelde veebezetting van de runderen te berekenen voor de Mestbankaangifte. Het dierregister kunt u opvragen bij de Mestbank in uw regio of downloaden van de website Ook voor meer informatie kunt u terecht bij de Mestbank. 4.4 Mestopslag Vereiste opslagcapaciteit Een bedrijf moet een mestopslagcapaciteit voor de opslag van dierlijke mest hebben: van ten minste 9 maanden voor dieren die steeds op stal staan; van ten minste 6 maanden voor dieren met buitenloop; van ten minste 3 maanden voor stalmest 4. 4 Stalmest is een mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden, schapen, geiten of varkens, met een drogestofgehalte van het mengsel van minimum 20 procent en waarbij het mengsel als vaste mest is ontstaan door het huisvesten van deze dieren in ingestrooide stallen.

15 15 < De verplichting geldt niet als de landbouwer kan aantonen dat elke hoeveelheid mest boven de werkelijke opslagcapaciteit op een voor het leefmilieu onschadelijke wijze zal worden verwijderd. Voor pluimvee waarvan de mest in de stal blijft en afgevoerd wordt na elke ronde geldt deze verplichting niet. De Mestbank ontwikkelde een rekenprogramma de BASsistent dierlijke opslagcapaciteit. Daarmee kunt u de grootte van uw opslagruimte voor dierlijke mest per mestsoort berekenen. U kunt dit rekenprogramma terugvinden op de website De minimale opslagcapaciteit uitgedrukt in volume-eenheden volgens de diersoort en het staltype vindt u op de website: navigator.emis.vito.be, klik op het tabblad wetgeving > besluiten van de Vlaamse Regering > Titel II van het VLAREM Bijlagen, Bijlage 5.9, onder Hoofdstuk VII, Richtlijnen voor de opslagcapaciteit van mest, 1 t.e.m Wat met de mest in opslag bij overname? Bij de overname van een veeteeltexploitatie behoort de dierlijke mest die op de datum van overname in opslag aanwezig is, vanaf de overnamedatum, tot de bedrijfsbalans van de overnemer. Bij overname op 1 januari draagt de Mestbank, de dierlijke mest aanwezig in opslag, zoals aangegeven op het aangifteformulier van de overlater, over naar het exploitant-/exploitatienummer van de overnemer. De Mestbank stelt de overnemer schriftelijk op de hoogte van de soort en de hoeveelheid dierlijke mest die werd aangegeven door de overlater. Als de overname gebeurt in de loop van het jaar, moeten de overnemer en overlater op het formulier overdracht van dierlijke mest de hoeveelheid dierlijke mest aanwezig in opslag invullen. Dat formulier, ondertekend door beide partijen, stuurt de overnemer of overlater op naar de Mestbank. U kunt dat formulier downloaden van de website U kunt ook gebruikmaken van de globale mestbalans (zie item 8. Globale mestbalans ). 4.5 Mestverwerkingsplicht Het Mestdecreet legt een mestverwerkingsplicht op die berekend wordt op basis van de gemeentelijke productiedruk van dierlijke mest en het nettostikstofoverschot van dat kalenderjaar van de bedrijfsgroep 5. Als de te verwerken hoeveelheid per bedrijfsgroep minder dan kg nettostikstof bedraagt, valt die verplichting weg voor de bedrijfsgroep. Meer informatie vindt u op de website 5 Bedrijfsgroepen zijn één of meerdere bedrijven die worden geëxploiteerd door één van de volgende categorieën personen: - echtgenoten of leden van eenzelfde gezin; - een natuurlijke persoon en één of meer rechtspersonen waarin die natuurlijke persoon, zijn echtgenoot of een ander lid van zijn gezin belast is met de dagelijkse leiding; - meerdere rechtspersonen waarin eenzelfde natuurlijke persoon, zijn echtgenoot of een andere lid van zijn gezin belast is met de dagelijkse leiding; - met een vennootschap verbonden vennootschappen en personen verbonden met een persoon als vermeld in artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen.

16 > 16 Mestbank helpt starters op weg 5. VERVOER VAN MEST 5.1 Mesttransport Dierlijke mest De aanvoer en afvoer van dierlijke mest van of naar (landbouwgronden van) een andere exploitatie, een verzamelpunt of een verwerkingsinstallatie, moet steeds aangemeld worden bij de Mestbank. Het transport gebeurt: ofwel door een erkende mestvoerder die via het Mest Transport Internet Loket (MTIL) het transport aanmeldt bij de Mestbank. De erkende mestvoerder maakt vóór de aanvang van het transport via MTIL een mestafzetdocument op. Dat doet hij om de transporten correct uit te voeren en u de nodige bewijzen van mestafzet te kunnen leveren. Binnen de 60 dagen na het transport, moet een ondertekend exemplaar van het mestafzetdocument bij de 3 betrokken partijen (aanbieder-afnemer-mestvoerder) aanwezig zijn. Dat kan een exemplaar met de originele handtekeningen zijn, of een kopie of doordruk van het exemplaar met de originele handtekeningen. Elke partij moet een exemplaar van het mestafzetdocument gedurende 5 jaar bewaren. ofwel met een overeenkomst van burenregeling. Een burenregeling kan afgesloten worden voor de transporten van: 1. dierlijke mest tussen twee exploitaties die deel uitmaken van hetzelfde bedrijf. Dat kan over een verdere afstand dan de buurgemeente, op voorwaarde dat het bedrijf maximaal drie verschillende exploitaties heeft (= NIEUW VANAF ); 2. dierlijke mest of spuistroom geproduceerd op een exploitatie in een bepaalde gemeente naar een andere exploitatie in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente; 3. champost geproduceerd op een uitbating in een bepaalde gemeente naar een exploitatie in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente; 4. dierlijke mest geproduceerd op een exploitatie in een bepaalde gemeente naar een verwerkingseenheid in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente, waarbij elk transport bij aankomst op de verwerkingseenheid gewogen wordt; = NIEUW VANAF effluent geproduceerd op een verwerkingseenheid in een bepaalde gemeente naar een exploitatie in dezelfde gemeente of een aangrenzende gemeente, waarbij elk transport bij het vertrek op de verwerkingseenheid gewogen wordt. = NIEUW VANAF U mag alleen mest vervoeren met een burenregeling als aan alle onderstaande voorwaarden voldaan is: Het transport wordt uitgevoerd door de aanbieder of de afnemer van de mest met een trekkend voertuig waarvan hij eigenaar is; In gevallen 2 t.e.m. 5: - moet de mest gelost worden in dezelfde gemeente als die van de exploitatie of uitbating van de aanbieder of in een aangrenzende gemeente; - moet de mest geproduceerd worden op het exploitatie- of uitbatingsadres van de aanbieder, zoals vermeld op het formulier; - kan de mest gelost worden in een opslag van een exploitatie. Vanuit die opslag kan de mest: naar eigen gronden, horende bij dezelfde exploitatie, vervoerd worden zonder documenten; door de landbouwer naar een andere exploitatie van hetzelfde bedrijf vervoerd worden met een burenregeling (op voorwaarde dat het bedrijf max. 3 exploitaties heeft); enkel naar derden vervoerd worden door een erkende mestvoerder.

17 17 < In gevallen 4 t.e.m. 5: - Elk vervoer dat uitgevoerd wordt in het kader van de burenregeling moet uiterlijk 24 uur voorafgaand aan het vervoer door de aanbieder of de afnemer aan de Mestbank gemeld worden. = NIEUW VANAF Elk vervoer dat uitgevoerd wordt in het kader van de burenregeling moet bij aankomst of vertrek op de verwerkingseenheid gewogen worden (weegbrug of debietmeting) = NIEUW VANAF Transporten van of naar verzamelpunten en uitbatingen van producenten van andere meststoffen kunnen niet met een burenregeling uitgevoerd worden. In bepaalde gevallen kan het transport met een grensboerdocument of een verzenddocument. Hierover vindt u meer informatie op de website De Mestbank bezorgt aan elke landbouwer overzichtsrapporten van de bij de Mestbank geregistreerde mestverhandelingen. Als u denkt dat bepaalde gegevens in het overzicht niet correct zijn, moet u dat binnen de maand na ontvangst van het jaarrapport laten weten aan de Mestbank Kunstmeststoffen Het vervoer van kunstmest moet niet gebeuren met transportdocumenten. U moet het gebruik van kunstmest wel invullen op de aangifte Andere meststoffen Een andere meststof is een meststof die niet beschouwd wordt als dierlijke mest of kunstmeststof. Voorbeelden zijn groen- en gft-compost, slib van de industrie en schuimaarde. De transporten van andere meststoffen moeten in de meeste gevallen door een erkende mestvoerder en met een mestafzetdocument gebeuren. In bepaalde gevallen (bv. bij schuimaarde) kan het transport ook met een verzenddocument gebeuren. Hierover vindt u meer informatie op de website Overzichtsrapporten De aanbieders en afnemers van mest kunnen hun geregistreerde mestverhandelingen bekijken op het Mestbankloket. De gegevens worden dagelijks geüpdatet. Ten laatste op 31 januari publiceert de Mestbank een overzicht van alle mesttransporten van het voorgaande jaar op het Mestbankloket. Meld fouten aan de Mestbank in uw provincie De Mestbank gebruikt de gegevens van de transportdocumenten om uw mestbalans te berekenen. Het is dus belangrijk om die overzichten grondig te bekijken. Als u denkt dat bepaalde gegevens in het tussentijdse overzicht niet correct zijn, laat u dat best zo snel mogelijk weten aan de Mestbank in uw provincie. Als u denkt dat bepaalde gegevens niet correct zijn in het jaaroverzicht dat de Mestbank ten laatste op 31 januari publiceert, moet u dat uiterlijk op 28 februari met een aangetekende brief laten weten aan de Mestbank in uw provincie. Een wijziging van een document vraagt u aan met het formulier wijziging van een mesttransportdocument, dat terug te vinden is op de website Het formulier moet ondertekend worden door alle betrokken partijen.

18 > 18 Mestbank helpt starters op weg 5.2 Uitzonderingen waarbij geen mesttransportdocumenten vereist zijn Bij het transport van dierlijke mest moet u in twee gevallen geen mesttransportdocumenten opmaken: bij het vervoer van mest van de eigen exploitatie naar de landbouwgronden behorende bij die exploitatie, op voorwaarde dat het transport niet gebeurt door een erkende mestvoerder. Dat is het geval als u: - de mest van uw eigen dieren wilt afzetten op uw eigen gronden van dezelfde exploitatie; - mest van derden op uw bedrijf hebt opgeslagen, die u nadien op uw eigen gronden spreidt. Als het vervoer gebeurt door een erkende mestvoerder, moet die wel een mestafzetdocument opmaken (als hij de openbare weg betreedt). U bent dan als landbouwer op dat document zowel de aanbieder als de afnemer van de mest. bij de afzet van mest naar derden (voornamelijk naar tuinen, parken en plantsoenen) mits: - het transport gebeurt met een transportmiddel met een laadvermogen van lager dan 500 kg; - het transport gebeurt binnen Vlaanderen; - het transport niet gebeurt door een erkende mestvoerder; - op jaarbasis maximaal 160 kg fosfaat op deze manier wordt afgezet; - het register voor kleine mesttransporten volledig wordt ingevuld en bijgehouden door de aanbieder van de mest op de exploitatie. Dit register kunt u opvragen bij de Mestbank of downloaden van de website 5.3 Uitrijperiode mest Informatie over de uitrijregeling, de algemene verbodsbepalingen, de verbodsperiode, de aanwendingswijze en de opslag van mest op de kopakker kunt u terugvinden op het kaartje met de uitrijregeling op 5.4 Wat met mesttransportdocumenten opgemaakt na datum van overname? Overname op 1 januari Bij een overname op 1 januari zet de Mestbank de mesttransportdocumenten (mestafzetdocumenten, burenregelingen en/ of inscharingscontracten) die na 1 januari nog opgemaakt werden op naam van de overlater, over naar de overnemer. De overnemer krijgt een overzicht van de overgezette mesttransportdocumenten toegestuurd Overname in de loop van het jaar Bij een overname in de loop van het jaar moeten de overlater en overnemer zelf nagaan of er na de overnamedatum nog mesttransportdocumenten op het exploitant- en exploitatienummer van de overlater werden gemaakt. Eventueel onterecht opgemaakte mesttransportdocumenten worden overgedragen d.m.v. het formulier wijziging van de aanbieder of afnemer op een mesttransportdocument. Dat formulier stuurt u ondertekend door alle partijen naar de Mestbank op. U kunt ook gebruikmaken van de globale mestbalans (zie item 8. Globale mestbalans ). Opmerking: er kan enkel mest gespreid worden op percelen waarvan u de bemestingsrechten hebt, dit wil zeggen dat de percelen op 1 januari van het betreffende jaar op uw verzamelaanvraag aangegeven moeten zijn.

19 19 < 6. SPUISTROOM Bij de teelt van de gewassen op groeimedium ontstaan vloeibare reststromen die in meerdere of mindere mate stikstof en fosfaat bevatten. In het Mestdecreet worden die reststromen benoemd als spuistroom. Spuistroom is het overtollige voedingswater, afkomstig van gewassen op een groeimedium, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater. Die spuistroom is ingedeeld bij andere meststoffen, naast dierlijke mest en kunstmest. Alle soorten meststoffen, dus ook spuistroom, mogen niet geloosd worden. Ze moeten oordeelkundig op landbouwgrond worden gebracht of verwerkt. Die maatregel helpt mee te voorkomen dat nitraten van agrarische oorsprong in te hoge concentratie terechtkomen in het oppervlaktewater of grondwater. 1. Opslagcapaciteit spuistroom Wie zijn spuistroom in de winterperiode niet kan afzetten volgens de wettelijke mogelijkheden, moet voor de nodige opslagcapaciteit zorgen om die periode te overbruggen. Die verplichting geldt enkel voor tuinbouwers met groeimedium dat permanent overkapt is. Teelt op groeimedium in openlucht valt hier dus niet onder. 2. Afzet van spuistroom De afzet van spuistroom moet steeds gemeld worden aan de Mestbank, behalve bij de afzet op eigen landbouwgronden. Als spuistroom afgezet wordt bij derden, moet een overeenkomst worden opgemaakt. Die moet ter goedkeuring aan de Mestbank worden voorgelegd. De exploitatie van de tuinbouwer waar de spuistroom vandaan komt, en de landbouwgrond van de afnemer waarop de spuistroom afgezet wordt, moeten in dezelfde of een aangrenzende gemeente liggen. 3. Attest winterspreiding Algemeen mag van 1 september tot en met 15 februari geen spuistroom opgebracht worden op landbouwgrond in openlucht. U kunt daarvoor een uitzonderingsattest vragen aan de Mestbank als de spuistroom een lage stikstofinhoud heeft. Bij uw aanvraag om een attest te verkrijgen, moet u een analyse voegen van maximaal 6 maanden oud. Het afgeleverde attest is 3 jaar geldig. De aanvraag voor een attest vindt u op onze website. De analyse moet uitgevoerd zijn door een erkend laboratorium. De lijst van erkende laboratoria vindt u terug op be, bij intermediairs > staalnemers en laboratoria. Voor meer informatie over spuistroom kunt u terecht op bij landtuinbouwers > mestbank > tuinbouw > grondloos.

20 > 20 Mestbank helpt starters op weg 7. MESTBALANS Op basis van de gegevens die u jaarlijks opgeeft in de verzamelaanvraag en de Mestbankaangifte (de veebezetting, het gebruik van kunstmest, het gebruik van andere meststoffen, de teelten en oppervlakte, ) én de gegevens over het mestvervoer, berekent de Mestbank de mestbalans van uw bedrijf. Sinds 2011 kunt u kiezen tussen het systeem van totale stikstof en het systeem van werkzame stikstof. Bij het systeem van totale stikstof moeten vier stikstofbemestingsnormen gerespecteerd worden: de totale stikstofnorm (= som van N uit: dierlijke mest, kunstmest en andere meststoffen); de stikstofnorm voor dierlijke mest; de stikstofnorm voor kunstmest; de stikstofnorm voor andere meststoffen. Voor fosfaat is er slechts 1 bemestingsnorm. Bij het systeem van werkzame stikstof moeten slechts twee stikstofbemestingsnormen gerespecteerd worden: totale N en werkzame N. De werkzame N is gebaseerd op de hoeveelheid N in de meststof die in het eerste jaar bruikbaar en benutbaar is voor de plant. Voor elke meststof werd daarom een werkingscoëfficiënt bepaald die de verhouding weergeeft tussen de werkzame stikstof en de totale stikstof in de meststof. Voor bedrijven die kiezen voor werkzame stikstof zijn er dus drie deelbalansen (dierlijke N, werkzame N en totale P 2 O 5 ). Meer uitleg over het systeem van bemestingsnormen voor werkzame stikstof vindt u terug in de brochure Werkzame stikstof Als de mestbalans van uw bedrijf een positieve waarde heeft, kan dat erop wijzen dat de geproduceerde dierlijke mest niet is afgezet volgens de normen of dat op uw bedrijf te veel meststoffen zijn ontvangen. Beide situaties kunnen aanleiding geven tot overbemesting op uw bedrijf. Om administratieve geldboetes te voorkomen, hebt u er alle belang bij om tijdig te berekenen hoeveel dierlijke mest wordt geproduceerd op uw bedrijf, wat de afzetmogelijkheden zijn op uw landbouwgrond, hoeveel kunstmest of andere mest u zal toedienen, hoeveel dierlijke mest u wilt aanvoeren of moet afvoeren, Die berekeningen maken deel uit van een bemestingsplan. Uit een goed opgemaakt bemestingsplan kunt u afleiden hoeveel mest u nog kunt ontvangen of moet afvoeren. In die zin is een bemestingsplan een knipperlicht om u te behoeden voor overbemesting. De berekeningen kunnen vrij eenvoudig uitgevoerd worden door middel van de rekenprogramma s die de Mestbank heeft ontwikkeld. U kunt deze programma s downloaden van de website: rekenprogramma's. Neem voor meer informatie hierover contact op met de VLM in uw regio.

21 21 < 8. GLOBALE MESTBALANS Landbouwers die in de loop van een kalenderjaar een exploitatie volledig overgenomen of overgelaten hebben, komen voor een globale mestbalans in aanmerking. Als u van die regeling gebruik wilt maken, stuurt u het formulier globale mestbalans, ingevuld en ondertekend door de overnemer en overlater, zo vlug mogelijk terug naar de Mestbank. Dat formulier kunt u opvragen bij de Mestbank in uw regio. Landbouwers die een exploitatie overnemen na 1 januari, hebben immers geen bemestingsrechten op de landbouwgronden die ze vanaf de overnamedatum in gebruik hebben. De overlater heeft de bemestingsrechten voor het volledige jaar. Als niet wordt gekozen voor de globale mestbalans: moet de overnemer transportdocumenten opmaken om zijn mestproductie op de overgenomen gronden af te zetten; moeten de al bestaande transportdocumenten verzet worden naar de overnemer; moet de dierlijke mest in opslag op de datum van de overname, overgedragen worden naar de overnemer. Als wel wordt gekozen voor de globale mestbalans: is het niet nodig om de al bestaande transportdocumenten te verzetten naar de overnemer; is het niet nodig om de dierlijke mest in opslag op de datum van de overname, over te dragen naar de overnemer. Wat regelt de globale mestbalans? Bij een globale mestbalans worden de aangiftegegevens, de transportgegevens, de gegevens van de landbouwgronden, en de melkgiften van de overlater en de overnemer samen beschouwd. De mestbalans wordt berekend alsof het om één enkel bedrijf gaat. De globale mestbalans is van toepassing op alle exploitaties die behoren tot de bedrijven van overlater en overnemer. Voor het vervoer van dierlijke mest gelden de regels die van toepassing zijn alsof het om één bedrijf gaat. De productiecategorie van de melkkoeien wordt bepaald op basis van de melkgift en het aantal melkkoeien van de overlater in het jaar vóór de overname. De overlater en overnemer hebben aldus eenzelfde uitscheidingscijfer voor melkkoeien in het overnamejaar. Het jaar nadien wordt de productiecategorie van de melkkoeien bepaald op basis van de melkgift en het aantal melkkoeien bij overnemer en overlater in het overnamejaar. Dit is schematisch terug te vinden op Als de globale mestbalans niet in evenwicht is, legt de Mestbank een administratieve geldboete of strafbepaling op aan de landbouwer die zich op dit formulier opgeeft als verantwoordelijke landbouwer. Als er geen verantwoordelijke werd aangeduid, zijn de overlater en overnemer allebei hoofdelijk aansprakelijk. Wat regelt de globale mestbalans niet? De gebruiker van de landbouwgronden op 1 januari blijft verantwoordelijk voor het respecteren van de bemestingsnormen op perceelsniveau, het respecteren van de nitraatresiduwaarde en het al dan niet aanvragen en toepassen van een derogatie en de daaraan gekoppelde voorwaarden. Nutriëntenemissierechten worden niet samengeteld. De overlater en overnemer blijven elk voor hun deel van de dierlijke productie verantwoordelijk voor het respecteren van de nutriëntenemissierechten. Voor de bepaling van de mestverwerkingsplicht worden de bedrijven van de overlater en de overnemer apart beschouwd. Hiervoor bestaat wel een specifieke regeling, waarbij voor de berekening van het overschot een deel van de landbouwgronden van de overlater bij de overnemer in rekening kunnen worden gebracht.

22 > 22 Mestbank helpt starters op weg 9. UITWISSELING VAN GEGEVENS 9.1 Departement Landbouw en Visserij Naar aanleiding van het project Eenmalige Perceelsregistratie (EPR) zijn de identificatiegegevens bij het Departement Landbouw en Visserij en de Vlaamse Landmaatschappij op elkaar afgestemd. Sinds 1 januari 2007 is elke landbouwer op een unieke manier geïdentificeerd voor zowel de uitvoering van de mestwetgeving als voor het Europese beleid. De identificatie van landbouwers gebeurt bij het Departement Landbouw en Visserij. Dat betekent dat starters en overnames door het Departement Landbouw en Visserij worden geregistreerd en dat zij die gegevens doorgeven aan de Mestbank. 9.2 Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) Bedrijven, instellingen, verenigingen en landbouwers met een leidingwaterverbruik van minstens 500 m³ of een eigen waterwinning van minstens 5 m³/u, moeten elk jaar vóór 15 maart een aangifte voor de heffing op de waterverontreiniging indienen bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Voor exploitaties met dieren en een VMM-dossiernummer grootverbruik wordt de VMM-aangifte verstuurd samen met de Mestbankaangifte. Die landbouwers moeten de VMM-aangifte samen met hun Mestbankaangifte terugsturen naar de Mestbank in hun provincie, of via het Mestbankloket opladen als bijlage bij hun Mestbankaangifte. In het kader van de administratieve vereenvoudiging krijgt de VMM de gegevens van de dieren rechtstreeks van de Mestbank. Als u voor de exploitatie nog geen VMM-dossiernummer hebt, neemt u contact op met de plaatselijke afdeling van de VMM die hiervoor bevoegd is. De contactgegevens van de VMM vindt u achteraan in deze brochure. Om een nieuw VMM-dossier grootverbruik op te starten, moet u een geldig ondernemingsnummer hebben. 9.3 Rendac NV Rendac NV vervult een taak die door de overheid wettelijk is vastgelegd in de Destructiewet. In deze wet staat onder meer dat kadavers verplicht moeten worden aangeboden aan een verwerkingsbedrijf. Daarnaast regelt deze wet dat kadavers na voorbewerking bij een destructiebedrijf moeten worden vernietigd. In het kader van de administratieve vereenvoudiging geeft de Mestbank de gegevens van de gemiddelde veebezetting door aan Rendac NV. De gemiddelde veebezetting wordt gebruikt voor de bepaling van de factuur.

23 23 < 10. MESTBANKLOKET Sinds 2011 stelt de Mestbank het Mestbankloket ter beschikking. U kunt hierop inloggen met uw identiteitskaart of token. Via het Mestbankloket kunt u uw Mestbankaangifte indienen, derogatie aanvragen, transporten in het kader van burenregelingen melden, mestverwerkingscertificaten verhandelen, uw aanwezigheid bij een staalname melden en uw mestbalans berekenen. Via de verschillende rubrieken kunt u deze gegevens raadplegen: Afzet gronden Productie Inscharingscontracten (van de voorbije jaren) NER Rundveebezetting Vervoer: vanaf januari 2014 krijgt u een dagelijkse update van het overzicht van de aan- en afvoer van mest. De oudere tussentijdse rapporten en jaarrapporten vindt u er terug als pdf. De gebruiksmogelijkheden van het Mestbankloket zullen in de toekomst verder uitgebreid worden. De landbouwer kan aan andere personen of kantoren een volmacht verlenen om de handelingen voor hem, op het Mestbankloket uit te voeren. Bezorg dan het formulier Toekenning van een volmacht voor het Mestbankloket aan de Mestbank in uw provincie. U vindt dit formulier op de website

24 > 24 Mestbank helpt starters op weg 11. DIENST BEDRIJFSADVIES VLM Om op een oordeelkundige manier te bemesten moet u als landbouwer rekening houden met heel wat factoren. Om u daarbij te ondersteunen, biedt de dienst Bedrijfsadvies van de Vlaamse Landmaatschappij vrijblijvend en gratis individuele begeleiding aan. Wie kan een beroep doen op de dienst Bedrijfsadvies? De dienst Bedrijfsadvies staat klaar voor elke landbouwer die vragen heeft over het optimale gebruik van meststoffen op zijn bedrijf. Voor welke vragen kunt u onder meer terecht bij de dienst Bedrijfsadvies? Hoe maak ik mijn bemestingsplan op? Hoe beperk ik het nitraatresidu op mijn percelen? Voldoe ik aan het pakket begeleidende maatregelen (in het kader van een te hoog nitraatresidu)? Hoe zorg ik ervoor dat de mestbalans op mijn bedrijf in evenwicht blijft? Is derogatie nuttig voor mijn bedrijf? Wat houden de verplichte stikstofadviezen voor groenten in? Hoe breng ik het humusgehalte op peil? Welke groenbemesters zaai ik best in? Wat betekent werkzame stikstof? Wat houdt een bedrijfsbegeleidend advies concreet in? De begeleiding van de dienst Bedrijfsadvies is toekomstgericht en gebaseerd op de specifieke situatie van uw bedrijf. De bedrijfsadviseurs komen persoonlijk langs bij u voor een gesprek en samen met u wordt nagegaan hoe u beter kunt bemesten en dus betere (milieu)resultaten kunt bereiken. Concreet wordt ingegaan op een aantal thema s zoals voorjaarsstaalnames, het op peil houden van het koolstofgehalte, het inzaaien van groenbedekkers, de mogelijkheden om het kunstmeststoffengebruik te beperken, de inschatting van stikstofmineralisatie uit organisch materiaal, Daarnaast duiden de bedrijfsadviseurs de focusgebieden en de MAP-meetpunten in de omgeving van uw bedrijf. Ook kunt u hen vragen stellen als u onduidelijkheden ervaart bij het uitvoeren van de mestwetgeving en de begeleidende maatregelen. Na de begeleiding ontvangt u een schriftelijk advies met relevante aanbevelingen op maat van uw bedrijf. Begeleiding bij opmaak bemestingsplan U kunt ook een beroep doen op de bedrijfsadviseurs om samen een bemestingsplan voor uw bedrijf op te maken, en om de bedrijfsmestbalans vooraf in te schatten. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van het rekenprogramma Bassistent Balanssimulator. Met dat rekenprogramma kunt u: de mestbalans voor uw bedrijf voor een bepaald productiejaar simuleren; een bemestingsplan en -register opmaken; het aantal verplichte bodemstaalnames bepalen in het kader van derogatie. De Bassistent Balanssimulator wordt jaarlijks geactualiseerd en kunt u gratis downloaden van Hoe kunt u de dienst Bedrijfsadvies bereiken? De contactgegevens vindt u achteraan in deze brochure.

25 Ik start als landbouwer, wat moet ik doen? 25 < Wilt u dieren houden met een productie van 300kg P 2O 5 of meer? JA U moet over NER s beschikken Start een NER-overnamedossier bij de Mestbank NEE JA U bent aangifteplichtig Zal u 2 ha of meer landbouwgrond gebruiken? JA U bent aangifteplichtig Hebt u het perceel in gebruik op 1 januari? NEE NEE Hebt u 50 are groeimedium of meer? JA U bent aangifteplichtig U moet zich als nieuwe landbouwer laten identificeren bij het Departement Landbouw en Visserij JA U hebt voor het volledige jaar op dat perceel geen bemestingsrechten. Dat houdt in dat u als overnemer voor de bemesting van het perceel bent aangewezen op een transportregeling met de overlater U hebt bemestingsrechten op dit perceel. Check in welk bemestingsregime uw grond ligt (zie pagina 10, voetnoot 3) Neemt u een bestaande exploitatie over? NEE U moet uw nieuwe exploitatie identificeren bij het Departement Landbouw en Visserij JA U moet samen met de overlater het overnameformulier invullen NEE Wenst u mestverhandelingen te doen? NEE NEE Overname op 1 januari: Mesttransportdocumenten en mestopslag worden automatisch overgezet indien nodig JA Overname in de loop van het jaar? JA JA U vult het formulier Globale mestbalans in en bezorgt dit ondertekend door overlater en overnemer terug aan de Mestbank U vult een formulier Vrijstelling van aangifteplicht in, maar u moet zich wel als nieuwe landbouwer laten identificeren bij het Departement Landbouw en Visserij en eenmalig een verzamelaanvraag indienen Overname volledige exploitatie met bijhorende gronden? JA Wilt u dat voor dat jaar de aangiftegegevens, de transportgegevens, de gegevens van de landbouwgronden en de melkgiften van de overlater en de overnemer samen beschouwd worden? NEE NEE De overnemer is verplicht om voor de afzet van zijn mestprocuctie op de overgenomen gronden transportdocumenten op te maken De reeds gemaakte transportdocumenten moeten verzet worden naar de overnemer De dierlijke mest in opslag op de datum van de overname moet overgedragen worden naar de overnemer U heeft geen verplichtingen ten opzichte van de Mestbank

26 > 26 Mestbank helpt starters op weg Adressen Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Afdeling Mestbank VLM Regio West Oost-Vlaanderen & West-Vlaanderen Vestiging Gent: Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus Gent Vestiging Brugge: Velodroomstraat Brugge Tel: VLM Regio Oost Antwerpen, Limburg & Vlaams-Brabant Vestiging Herentals: Cardijnlaan Herentals Vestiging Hasselt: Koningin Astridlaan Hasselt Vestiging Leuven: Diestsepoort 6, bus Leuven Tel: Vlaamse Landmaatschappij (VLM), afdeling Bedrijfsadvies VLM Regio West Oost-Vlaanderen & West-Vlaanderen Vestiging Gent: Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus Gent. Tel: Vestiging Brugge: Velodroomstraat Brugge Tel: VLM Regio Oost Antwerpen, Limburg & Vlaams-Brabant Vestiging Herentals: Cardijnlaan Herentals Tel: Vestiging Hasselt: Koningin Astridlaan Hasselt Tel: Vestiging Leuven: Diestsepoort 6, bus Leuven Tel: U vindt al de bedrijfsadviseurs terug in de folder Bedrijfsadvies op de website in de rubriek land- en tuinbouwers > bedrijfsadvies.

27 27 < Vlaamse Landmaatschappij (VLM), afdeling Beheerovereenkomsten VLM Regio West Oost-Vlaanderen & West-Vlaanderen Vestiging Gent: Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus Gent Tel: Vestiging Brugge: Velodroomstraat Brugge Tel: VLM Regio Oost Antwerpen, Limburg & Vlaams-Brabant Vestiging Herentals: Cardijnlaan Herentals Tel: Vestiging Hasselt, Koningin Astridlaan Hasselt Tel: Vestiging Leuven, Diestsepoort 6, bus Leuven Tel: Departement Landbouw en Visserij Oost-Vlaanderen Markt- en Inkomensbeheer Oost-Vlaanderen Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus Gent Tel West-Vlaanderen Markt- en Inkomensbeheer West-Vlaanderen Vlaams Administratief Centrum Jacob Van Maerlant Koning Albert I-laan 1.2, bus Brugge Tel: Vlaams-Brabant Markt- en Inkomensbeheer Vlaams-Brabant Vlaams Administratief Centrum Diestsepoort 6, bus Leuven Tel:

28 > 28 Mestbank helpt starters op weg Limburg Markt- en Inkomensbeheer Limburg VAC (Blok A, niveau 2) Koningin Astridlaan 50, Bus Hasselt Tel: Antwerpen Markt- en Inkomensbeheer Antwerpen Anna Bijns Gebouw Lange Kievitstraat , Bus Antwerpen Tel: Diensten Heffingen Grootverbruik Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) Buitendienst Gent Raymonde de Larochelaan Sint-Denijs-Westrem Tel: Buitendienst Mechelen Van Benedenlaan Mechelen Tel: Buitendienst Leuven (en Hasselt) Vlaams Administratief Centrum Diestsepoort 6, bus Leuven Tel: Buitendienst Oostende Zandvoordestraat Oostende Tel: Meer info kunt u vinden op de website: Buitendienst Herentals Belgiëlaan Herentals Tel:

29 29 < Wetgeving Een actuele tekst van de onderstaande decreten en besluiten, kunt u vinden op de website van de VLM (www.vlm.be onder regelgeving) of op Decreten 1. Decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 29 december 2006) gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 (B.S., 17 december 2008), decreet van 12 december 2008 (B.S., 4 februari 2009), decreet van 19 december 2008 (B.S., 12 maart 2009), besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 (B.S., 9 juni 2009), decreet van 30 april 2009 (B.S., 25 juni 2009),en decreet van 23 december 2010 (nog niet gepubliceerd in het B.S.); 2. Decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid (B.S., 22 januari 2007); 3. Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (B.S., 3 juni 1995), laatst gewijzigd bij decreet van 9 juli 2010 (B.S., 28 juli 2010). 4. Decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (B.S. 28 februari 1991), laatst gewijzigd bij decreet van 23 december 2010 (nog niet gepubliceerd in het B.S.). Besluiten 1. Decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. Dit decreet wordt aangehaald als het Mestdecreet. 1. Besluit van de Vlaamse Regering 9 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 27 april 2007, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 (B.S., 17 december 2008), 30 april 2009 (B.S., 25 juni 2009) en 10 september 2010 (B.S., 29 september 2010); 2. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot het bepalen van de nadere regels voor het vervoer van meststoffen en houdende uitvoering van artikel 8, 5, 3, van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 31 augustus 2007), gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juni 2008 (B.S.,26 juni 2008) en 17 december 2010 (B.S., 2 februari 2011);

30 > 30 Mestbank helpt starters op weg 3. Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 tot uitvoering van artikelen 8, 3, en 13, 2, van het mestdecreet van 22 december 2006 (B.S., 11 september 2007); 4. Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de toewijzing, het gebruik en de overname van de nutriëntenemissierechten en betreffende de bedrijfsontwikkeling na bewezen mestverwerking (B.S., 31 oktober 2007), gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 (B.S., 4 november 2009), gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 (B.S. 4 november 2009); 5. Besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 houdende nadere bepalingen aangaande de inventarisatie van gegevens in het kader van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 11 maart 2008), gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 (B.S., 4 november 2009); 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende nadere regels rond tuinbouw ter uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 17 december 2008); 7. Besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 betreffende de mestverwerking (B.S., 19 december 2008); 8. Besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2009 betreffende de nadere regels inzake het nutriëntenbalansstelsel als vermeld in artikel 25 van het Mestdecreet (B.S., 9 juni 2009); 9. Ministerieel besluit van 19 maart 2009 betreffende de afwijking op zandgronden, tot uitvoering van artikel 3, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 tot uitvoering van artikelen 8, 3, en 13, 2, van het mestdecreet van 22 december 2006 (B.S., 3 april 2009); 10. Ministerieel besluit van 30 juni 2009 betreffende het vervoer van meststoffen (B.S., 4 augustus 2009); 11. Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2010 betreffende de inventarisatie, de kennisgeving, de aanvraag tot correctie en de oprichting en de werking van de Verificatiecommissie, vermeld in artikel 41bis van het mestdecreet van 22 december 2006, en betreffende wijziging van artikelen 13 en 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2008 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten en het toekennen van vergoedingen ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (B.S., 19 mei 2010); 12. Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot bepaling van de nitraatresiduwaarde en de risicogebieden, vermeld in artikel 14, 2, en 3, eerste lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006, en tot oplegging van strengere verbodsbepalingen ter uitvoering van artikel 38 van het Mestdecreet van 22 december 2006, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (B.S., 29 september 2010). 2. Decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid 1. Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid (B.S.,13 april 2007); 2. Ministerieel besluit van 13 augustus 2009 betreffende de vaststelling van de modaliteiten tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden (B.S., 16 september 2009), gewijzigd bij Ministerieel besluit van 31 mei 2010 (B.S. 22 juli 2010). 3. Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid 1. Besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (B.S., 10 februari 2009), laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 (B.S. 28 december 2010).

31 31 < Meer info U wilt meer informatie? U kunt terecht bij de Mestbank in uw regio. Maak op voorhand wel een afspraak om langs te komen. Telefonisch is de Mestbank elke werkdag te bereiken van 8.30 uur tot uur en van uur tot uur. U wilt folders en brochures downloaden? > Mediatheek > Folders en brochures > Mestproblematiek (kiezen in het drop-downmenu) U wilt één of meerdere formulieren downloaden? > Land- & tuinbouwers > Mestbank > Formulieren en publicaties > Formulieren U wenst de ontwikkelingen van het mestbeleid op de voet te volgen? Dan is de elektronische nieuwsbrief van de Mestbank de oplossing. Deze nieuwsbrief houdt u op de hoogte van wijzigingen in de wetgeving, actuele dossiers en activiteiten in de sector. Inschrijven kan op klik op Nieuwsbrief > Inschrijven.

32 Colofon De Startersbrochure is een uitgave van de Vlaamse Landmaatschappij, Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel. Verantwoordelijke uitgever: Toon Denys gedelegeerd bestuurder Vlaamse Landmaatschappij Realisatie, tekstbewerking: VLM versie 10 - oktober 2014

Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu. staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012

Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu. staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012 Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012 VOORWOORD Elk najaar laat de Mestbank het nitraatresidu in de bodem meten op een gerichte selectie

Nadere informatie

Normen en richtwaarden

Normen en richtwaarden Normen en richtwaarden 0 INHOUD. UITSCHEIDINGSCIJFERS.... FORFAITAIRE UITSCHEIDINGSCIJFERS.... UITSCHEIDINGSCIJFERS VEEVOEDERCONVENANT.... UITSCHEIDINGSCIJFERS REGRESSIE.... RICHTWAARDEN VOOR DE SAMENSTELLING

Nadere informatie

Brochure inkomenstarief voor de opvang

Brochure inkomenstarief voor de opvang Brochure inkomenstarief voor de opvang Deze brochure is enkel voor de opvang die met inkomenstarief werkt. Ze is niet van toepassing op de opvang die met vaste prijzen werkt. INHOUD HET OPVANGPLAN 2 Sluitingsdagen,

Nadere informatie

Wat te doen bij overlijden? februari 2015

Wat te doen bij overlijden? februari 2015 Wat te doen bij overlijden? februari 2015 Inhoud Wat zijn de meest dringende zaken als iemand overleden is? 4 Een arts moet de dood vaststellen 4 Waarschuw een begrafenisondernemer 4 Waarschuw de uitvaartverzekering

Nadere informatie

Alles over studiefinanciering Voor studenten en afgestudeerden

Alles over studiefinanciering Voor studenten en afgestudeerden Alles over studiefinanciering Voor studenten en afgestudeerden Inleiding Studeren kost geld. Met studiefinanciering is het mogelijk om de opleiding of studie van je keuze te volgen. Wil je studiefinanciering

Nadere informatie

DE TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN VERSIE: 2014-07-29

DE TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN VERSIE: 2014-07-29 DE TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN VERSIE: 2014-07-29 Inhoudstafel WAAROM DEZE BROCHURE? TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN 1/ Wat is de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden? 2/ Kan ik een

Nadere informatie

Wat moet u doen na het overlijden van een dierbare? goed geïnformeerd

Wat moet u doen na het overlijden van een dierbare? goed geïnformeerd Wat moet u doen na het overlijden van een dierbare? goed geïnformeerd Inhoud Inleiding 3 Overlijden van een naaste 4 Verplichtingen van de bank 6 Het pensioen van de overledene 9 De regeling van de nalatenschap

Nadere informatie

Productkenmerken en voorwaarden Rabo DoelSparen. Productkenmerken Rabo DoelSparen Algemene voorwaarden Rabo DoelSparen 2013 Algemene Bankvoorwaarden

Productkenmerken en voorwaarden Rabo DoelSparen. Productkenmerken Rabo DoelSparen Algemene voorwaarden Rabo DoelSparen 2013 Algemene Bankvoorwaarden Productkenmerken en voorwaarden Rabo DoelSparen Productkenmerken Rabo DoelSparen Algemene voorwaarden Rabo DoelSparen 2013 Algemene Bankvoorwaarden Productkenmerken Rabo DoelSparen Leeswijzer In dit document

Nadere informatie

EEN WEGWIJZER BIJ OVERLIJDEN VAN JE ECHTGENOOT

EEN WEGWIJZER BIJ OVERLIJDEN VAN JE ECHTGENOOT EEN WEGWIJZER BIJ OVERLIJDEN VAN JE ECHTGENOOT 2, Remylaan 4b, 3018 Wijgmaal, 016/24 39 99 Het overlijden van je partner kan je voor heel wat verwachte en onverwachte problemen stellen. Deze informatiebrochure

Nadere informatie

Nalatenschap: alles wat u moet weten

Nalatenschap: alles wat u moet weten Nalatenschap: alles wat u moet weten 1 Inleiding Als één van onze dierbaren overlijdt, bevindt ieder van ons zich in een kwetsbare positie. Zeker op emotioneel vlak. Bovendien worden we geconfronteerd

Nadere informatie

Een luchtwasser, wat nu?

Een luchtwasser, wat nu? Een luchtwasser, wat nu? Types Wettelijke verplichtingen Praktijkvoorbeelden Voorwoord De intensieve veehouderij in Vlaanderen is absoluut één van de belangrijkste economische landbouwsectoren. Met ongeveer

Nadere informatie

verblijfcentra Toerisme voor Allen - jeugd en volwassenen een wegwijzer om erkenning en subsidie te verkrijgen 1 VERBLIJFCENTRA TOERISME VOOR ALLEN

verblijfcentra Toerisme voor Allen - jeugd en volwassenen een wegwijzer om erkenning en subsidie te verkrijgen 1 VERBLIJFCENTRA TOERISME VOOR ALLEN verblijfcentra Toerisme voor Allen - jeugd en volwassenen een wegwijzer om erkenning en subsidie te verkrijgen 1 VERBLIJFCENTRA TOERISME VOOR ALLEN Colofon Mei 2013 V.U. Peter De Wilde Toerisme Vlaanderen

Nadere informatie

Meten om te weten Handleiding om administratieve lasten te meten

Meten om te weten Handleiding om administratieve lasten te meten Meten om te weten Handleiding om administratieve lasten te meten Deelhandleiding RIA RIA > administratieve lasten 1 Het meten van administratieve lasten maakt onderdeel uit van het regelgevingsproces.

Nadere informatie

Verdeling ouderdomspensioen

Verdeling ouderdomspensioen Verdeling ouderdomspensioen bij scheiding In dit informatieblad vindt u informatie over de verdeling van pensioen bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van het geregistreerd partnerschap.

Nadere informatie

INFORMATIEBLAD BIOLOGISCHE TEELT VAN GEWASSEN

INFORMATIEBLAD BIOLOGISCHE TEELT VAN GEWASSEN INFORMATIEBLAD BIOLOGISCHE TEELT VAN GEWASSEN INFORMATIEBLAD BIOLOGISCHE TEELT VAN GEWASSEN > MAART 2013 2 3 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE 3 INLEIDING 5 1. ALGEMENE INFORMATIE OVER CERTIFICERING 6 2. INFORMATIE

Nadere informatie

DE INKOMENSVERVANGENDE TEGEMOETKOMING EN DE INTEGRATIETEGEMOETKOMING

DE INKOMENSVERVANGENDE TEGEMOETKOMING EN DE INTEGRATIETEGEMOETKOMING DE INKOMENSVERVANGENDE TEGEMOETKOMING EN DE INTEGRATIETEGEMOETKOMING JULI 2014 Inhoud WAAROM DEZE BROCHURE?... 4 DE TEGEMOETKOMINGEN... 5 De inkomensvervangende tegemoetkoming 5 Wat? 5 Kan ik een inkomensvervangende

Nadere informatie

Wie is wie? De expertise-artsen en hun opdracht

Wie is wie? De expertise-artsen en hun opdracht Wie is wie? De expertise-artsen en hun opdracht Mag de arbeidsgeneesheer informatie opvragen bij mijn huisarts? Wat als ik niet akkoord ga met de beslissing van de arbeidsgeneesheer? Kan de controlearts

Nadere informatie

Servicecentrum PGB voor budgethouders Uw persoonsgebonden budget en de Sociale Verzekeringsbank

Servicecentrum PGB voor budgethouders Uw persoonsgebonden budget en de Sociale Verzekeringsbank Servicecentrum PGB voor budgethouders Uw persoonsgebonden budget en de Sociale Verzekeringsbank Inhoud Waarom deze brochure? 2 Het Servicecentrum PGB? 2 Mijn PGB 4 Belangrijke informatie over uw PGB 4

Nadere informatie

De huurwet. de editie - MAART 2013

De huurwet. de editie - MAART 2013 De huurwet 14 de editie - MAART 2013 o Voorwoord Vele burgers huren een woning. Met de eigenaar van de woning wordt dan een huurovereenkomst gesloten. In die overeenkomst staan de rechten en plichten van

Nadere informatie

januari 2014 Een juridisch statuut kiezen: Eenmanszaak of vennootschap?

januari 2014 Een juridisch statuut kiezen: Eenmanszaak of vennootschap? januari 2014 Een juridisch statuut kiezen: Eenmanszaak of vennootschap? Een juridisch statuut kiezen: Eenmanszaak of vennootschap? 2 Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Vooruitgangstraat

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen

Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende goederen en vastgoeddeskundigen NVM TOELICHTING OP DE NVM-KOOPAKTE VOOR DE CONSUMENT *) *) Behorende bij model koopakte voor een appartementsrecht (model

Nadere informatie

Februari 2013. Het consumentenkrediet

Februari 2013. Het consumentenkrediet Februari 2013 Het consumentenkrediet INHOUDSTAFEL 2 Voorwoord Deze brochure bevat toelichtingen bij de Belgische regelgeving over het consumentenkrediet. Ze kan echter niet als een vervanging van de wettekst

Nadere informatie

Ontslag, en nu? Wat u moet weten als u ontslag krijgt

Ontslag, en nu? Wat u moet weten als u ontslag krijgt Ontslag, en nu? Wat u moet weten als u ontslag krijgt Werken aan perspectief Werken is belangrijk, voor uzelf en voor de maatschappij. UWV helpt u om werk te vinden en te houden. Is werken niet mogelijk,

Nadere informatie

FEBRUARI 2012. Overlevingspensioenen van de overheidssector

FEBRUARI 2012. Overlevingspensioenen van de overheidssector FEBRUARI 2012 Overlevingspensioenen van de overheidssector Deze brochure werd opgesteld door de dienst communicatie van de PDOS. Ze mag niet worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, artikel 20

Nadere informatie

Eerste Hulp Bij Kopen op Internet Rechtswinkel de Clinic clinic.nl

Eerste Hulp Bij Kopen op Internet Rechtswinkel de Clinic clinic.nl + van De Clinic is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Daarmee staan we je toe om dit werk te kopiëren, distribueren, vertonen, en op te voeren, en

Nadere informatie

Hoe krijgt u de Nederlandse nationaliteit terug? Optie- en naturalisatieprocedure voor oud-nederlanders

Hoe krijgt u de Nederlandse nationaliteit terug? Optie- en naturalisatieprocedure voor oud-nederlanders Hoe krijgt u de Nederlandse nationaliteit terug? Optie- en naturalisatieprocedure voor oud-nederlanders Inhoudsopgave 1. Waarom deze publicatie? 2. Nederlandse nationaliteit terugkrijgen in het kort 3.

Nadere informatie

Wat gebeurt er op mijn land? Informatie voor landeigenaren

Wat gebeurt er op mijn land? Informatie voor landeigenaren Wat gebeurt er op mijn land? Informatie voor landeigenaren Inhoud Inleiding Wat gebeurt er op mijn land? Inleiding 3 1 Waarom zijn er nieuwe verbindingen nodig? 4 2 Hoe komt een tracékeuze tot stand? 6

Nadere informatie

d.d. 1 januari 2015 Toelichting op een Starterslening en Algemene bepalingen voor hypothecaire leningen SVN0306A

d.d. 1 januari 2015 Toelichting op een Starterslening en Algemene bepalingen voor hypothecaire leningen SVN0306A d.d. 1 januari 2015 Toelichting op een Starterslening en Algemene bepalingen voor hypothecaire leningen SVN0306A Inhoudsopgave Algemeen 4 1. Wie is de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse

Nadere informatie

Vermindering van btw voor kleine ondernemers

Vermindering van btw voor kleine ondernemers Vermindering van btw voor kleine ondernemers De kleineondernemersregeling Hebt u een onderneming en maakt u weinig omzet? Dan is er voor u de kleine-ondernemersregeling. Volgens deze regeling kunt u in

Nadere informatie