Constitutioneel recht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Constitutioneel recht"

Transcriptie

1 Constitutioneel recht Leereenheid 1 Deel 1. Hoofdstuk 1. Staatsrecht Het begrip staat komt nauwelijks voor in ons positief recht. Wel komt het voor en heeft het juridische betekenis in privaatrecht (rechtspersoon) en volkenrecht (volkenrechtsubject). Staatsrecht (voorlopige definitie): staatsrecht is het recht dat uitsluitend relaties regelt waarbij de overheid betrokken is. Typerend is dat staatsrecht altijd betrekking heeft op relaties waarbij de overheid is betrokken. Verschil met privaatrecht: niet in haar kwaliteit van overheid, maar toevallige kwaliteit van rechtspersoon. Verschil met bestuursrecht (nuttig in methodologische en didactische zin): Staatsrecht is het primaire, scheppende recht zonder welk de gelding van het overige recht positiefrechtelijk niet is te verklaren -> bestuursrecht geldt op grond van constitutioneel recht. Staatsrecht heeft betrekking op verhoudingen waarbij de overheid is betrokken. Zowel tussen overheden onderling, maar het regelt vooral de grotendeels eenzijdige machtsuitoefening van de overheid op de onderdaan -> het maakt macht tot rechtsmacht, tot bevoegdheid -> een deel van de macht van de overheid ontsnapt echter aan deze rechtsmacht (bijv. in noodsituaties). Staatsrecht (voorlopige definitie - 2): Het primaire recht dat betrekkingen binnen de overheid alsook de betrekkingen tussen de overheid en de onderdanen regelt. Bij het begrip overheid zijn hierin macht en bevoegdheid onlosmakelijk verbonden -> ambten. Een ambt kenmerkt zich door (een zekere mate van) duurzaamheid en welomschrevenheid met betrekking tot taken en bevoegdheden -> overheid bestaat uit een complex van ambten met onderscheiden bevoegdheden en taken, waarbij het ambt in stand blijft, ook al ontbreekt de ambtsdrager. Staatsrecht / constitutioneel recht(definitie): Het primaire recht dat uitsluitend overheidsambten instelt, daaraan bevoegdheden toekent en hun onderlinge betrekkingen alsmede die tot de onderdanen regelt. => Staat (definitie): Een in externe verhoudingen onafhankelijk, door het recht geregeld complex van ambten, die in een rechtens geregelde verhouding tot elkaar en tot de onderdanen staan (vloeit niet voort uit positief recht maar sluit er wel bij aan). Deel 1. Hoofdstuk 2. De staat in het volkenrecht Staat (volkenrecht 3 elementen): a. een groep personen b. die leven op een bepaald territoir c. moet geregeerd worden door een overheid die effectief en daadwerkelijk onafhankelijk gezag (juridische notie) uitoefent over die personen 3 wijzen van ontstaan of tenietgaan: 1. staat deelt zich op in kleinere staten 2. twee of meer staten worden één staat 3. theoretische mogelijkheid staat ontstaat op stuk territoir Het volkenrecht staat indifferent naar de constitutionele inrichting en praktijk van een staat. Wie bepaalt of er aan de criteria van een staat is voldaan (erkenning)? Erkenning geschiedt door een of meer staten door gedragingen van die staten die als erkenning zijn te typeren. Er is geen verplichting om te erkennen -> afhankelijk van politieke verhoudingen en gedragsregels (bijv. VN democratie, grondrechten als eis), maar erkennen kan niet als niet voldaan is aan de 3 criteria. Verschil met erkenning overheid. Erkenning overheid betekent ook erkenning staat, maar andersom hoeft niet. Erkenning overheid heeft geen betrekking op overheid in abstracto maar op een concrete groep mensen die beweert overheid van een bepaalde staat te zijn. Deel 1. Hoofdstuk 4. De functies van het staatsrecht 1

2 1. Inleiding De in H1 genoemde definitie van het staatsrecht leidt tot de volgende functies: 1. de constituerende of instellingsfunctie 2. de attribuerende of bevoegdheidsverlenende functie 3. de regulerende of matigende functie, zowel inzake de ambten onderling als inzake de relatie tussen ambt en onderdaan Deze indeling bezit een zekere chronologische logica. Zij komt ook, m.u.v. hoofdstuk 1 (grondrechten menswaardigheid) redelijk overeen met de grondwettelijke systematiek. De 3 functies van het staatsrecht zijn vaak in 1 wet vervat, waardoor ze als het ware gelijktijdig plaatsvinden en een onderscheid kunstmatig lijkt. Toch kan een geconstitueerd ambt bij een ander besluit meer of minder bevoegdheden krijgen toegekend. Heeft het staatsrecht ook een legitimerende functie? Niet direct. De vraag van legitimatie betreft de bereidheid van de onderdaan tot aanvaarding van machtsuitoefening en rechtsschepping door de overheid. Deze de-facto aanvaarding kan het staatsrecht niet afdwingen, hoogstens bevorderen. Legaal = bevoegd volgens het positieve recht maar niet gezien als legitiem door onderdanen. Omgekeerd kan illegaal optreden door de overheid wel als legitiem worden bestempeld (bijv. in noodsituaties). Staatsrecht kan wel een bijdrage leveren aan de legitimiteit van de overheid: Bepaalde structuren kunnen ertoe bijdragen door: - tegengaan van machtsusurpatie (checks and balances) - minder scherpe kloof overheid en burger d.m.v. inspraak, referenda, openbaarheid enz - bepaalde waarden als grondrechten en volkssoevereiniteit te benadrukken Inmiddels hangt nationale legitimiteit en legaliteit niet alleen af van nationaal recht, maar ook van verdragen en besluiten van supra (EG) en internationale organisaties (EVRM). In het nederlandse constitutionele recht is geen specifieke grondslag voor de legitimiteit van de overheid aan te wijzen. Wel houden onderdelen hiermee verband (kiesrecht, grondrechten, vertrouwensbeginsel, enz), maar het staatsrecht heeft geen legitimerende functie als zodanig -> aanvaarding van overheidsgezag is uiteindelijk geen juridisch verschijnsel maar een psychologische dat op vele motieven kan berusten. 2. De constituerende functie Deze beperkt zich niet louter tot het in leven roepen (of erkennen) van ambten, maar ook de regeling van de omvang en samenstelling of inrichting van de ambten en de wijzen van aanwijzing van ambtsdragers. Deze is niet alleen vervat in de Grondwet, maar het constitutionele recht (of de constitutie) van een staat is niet noodzakelijk vervat in een speciaal document. Bronnen van constitutioneel recht in nederland: - de grondwet. Wet in formele zin, laatst gewijzigd in 2000, bijzondere wijze van totstandkoming. Tot stand gekomen in 1814 op buitenconstitutionele wijze (Willem- Frederik samen met 600 notabelen) - organieke besluiten. (Formele definitie: onderwerpen geregeld krachtens een opdracht in de GW). Materiele betekenis: Alle besluiten, wetten of niet, die een primaire constituerende functie vervullen. Soms grondwettelijk (kieswet), soms ook niet (reglement van orde van de ministerraad) - Ongeschreven recht, conventions. Bijv. vloeiend uit rechtspraak zoals Meerenberg (Koning is beperkt in het uitvaardigen van AMVB s) en fluoridering (sommige ingrijpende beslissingen slechts met toestemming van wetgever). Ook gewoonterecht. Twee vereisten: regelmatig terugkerend gedrag en de overtuiging dat dat gedrag rechtens is vereist. Het geschreven constitutionele recht in het algemeen en met name dat deel ervan dat betrekking heeft op de inrichting, bevoegdheid en onderling verhouding van regering en parlement is een open systeem in deze zin dat het veel ruimte laat voor veranderingen, voor wisselende beleidskeuzen, voor politieke strategie en taktiek. 2

3 Hoe meer ongeschreven recht -> des te minder ruimte -> rigide en snel verouderd -> verlies van stabiliteit en bestendigheid (wezenskenmerken van het recht) -> slechts 2 harde ongeschreven rechtsregels: 1. vertrouwensregel en 2. Het kabinet mag de 2 e kamer geen 2 maal ontbinden n.a.v. hetzelfde conflict. Beide zijn noodzakelijk om een langdurige blokkade tussen regering en staten generaal te voorkomen - Het statuut. Grondwet voor samenwerkingsverband tussen Nederland, Aruba en de Antillen. Staat boven de GW in hierarchie. - Internationaal recht. Supranationaal zoals EG en andere verdragen, waaraan nederland verbonden is zoals EVRM. Buiten de tot de constitutie te herleiden ambten zijn rechtens geen overheidsambten mogelijk. De constituerende functie van het staatsrecht is limitatief. Bovendien kunnen alleen die ambten een constituerende functie uitoefenen, die de bevoegdheid daartoe hebben verkregen. Er is geen ambt dat een niet herleidbare constituerende macht bezit. 3. De attribuerende macht Het gaat hierbij niet om schepping van ambten maar van bevoegdheden. Kenmerken: - schepping van bevoegdheden die daarvoor nog niet bestonden - Attribuent oefent niet zelf de bevoegdheid uit - Ambten die attribuerende bevoegdheid bezitten kunnen deze (evenals bij constituerende ambten) onder omstandigheden overdragen aan andere ambten - Attributie is limitatief. Ambten bezitten slechts bevoegdheden krachtens attributie (en niet meer Meerenberg) Onderscheid attributie en taakstelling. Taakstelling (sociale grondrechten) geven geen bevoegdheid omdat dit de limitatieve bevoegdheidsattributie zou doorbreken. Ze hangen wel samen. Bezit van bevoegdheid heeft weinig zin als er geen doel is waarvoor een taak wordt uitgeoefend. Tegelijk is taakstelling zonder bevoegdheidstoekenning een lege huls. Het is (vooral) het constitutionele recht dat betrekking heeft op de bevoegdheid en de politiek die de taak bepaalt. Naast attributie is ook delegatie (als de constitutie het toestaat) en mandaat mogelijk. De uitvoerende macht is geattribueerd aan de regering o.g.v. art. 42. Uitvoeringsbevoegdheid houdt zowel regelstellende als beschikkingsbevoegdheid in. Echter in nederland omvat deze geattribueerde uitvoeringsbevoegdheid niet de vaststelling van burgers bindende, extern werkende regels in (wel bijv. formulieren). Zij is beperkt tot het geven van interne regels, beschikkingen en het verrichten van feitelijke handelingen. Deel 1. Hoofdstuk 5. Staat en soevereiniteit Soevereiniteit (definitie 16 e eeuw breuk feodale structuur en RK-kerk): Een hoogste, niet herleidbare, ondeelbare, ongebonden en onbeperkbare macht of bevoegdheid (van de vorst) -> definitie heeft nog wel zin in volkenrechtelijke zin: onafhankelijkheid van een staat van andere staten, zodanig dat de staat op zijn rechtsgebied de overheidsmacht zonder inmenging van andere staten uitoefent. Tevens wijst het op het zijn van een volkenrechtelijk rechtssubject (beperking door verdragen en ius cogens (dwingend volkenrecht) verbod oorlogsmisdrijven e.d.). Soevereiniteit en nationaal staatsrecht: er is geen hoogste ambt. De grondwetgever is dat ook niet meer omdat zij zelf bevoegdheden heeft geattribueerd en ze dus niet meer zelf kan uitoefenen (geldt ook voor de statuutgever). De eerste, oorspronkelijke eenmalige soevereiniteitsuitoefening is van weinig staatsrechtelijke betekenis. Is het soevereiniteitsbegrip nog wel van betekenis? Men zou van soevereiniteit kunnen spreken, waar gedoeld wordt op ambten, ambtencomplexen of overheidsverbanden die niet aan toezicht of normen afkomstig van derden onderworpen zijn -> 2 soevereinen: - het verband van het koninkrijk - de landen zelf 3

4 Dit uitgeklede soevereiniteitsconcept wijkt af van de klassieke die is vervangen door een wat abstracte conceptie van een overheidsverband als complex van ambten, niet aan toezicht onderworpen. De gedecentraliseerde overheidsverbanden zijn geen soeverein, maar zijn onderworpen aan toezicht van centrale ambten. Het centrale overheidsverband in geen soeverein meer voorzover zijn bevoegdheden zijn overgegaan op de EG. Art 92 GW maakt het mogelijk om nationale bevoegdheden over te dragen aan volkenrechtelijke organisaties zonder enige verwijzing naar nationale soevereiniteit. Dit is echter anders in andere landen (Fr) waardoor het soevereiniteitsbegrip aan scherpte verliest en een politiek strijdmiddel wordt voor of tegen verbanden als de EG. Deel 1. Hoofdstuk 7. De grenzen van het staatsrecht Verhouding macht en recht (2 vragen): a. Waarop berust de gelding van de constitutie zelf? b. Waarop berust de gelding van extra-constitutioneel handelen van de overheid? Ad a. De constitutie is sinds de schepping nageleefd door de geconstitueerde ambten en het gros van de onderdanen. Aannemelijk is dat de inhoud van de constitutie mede bepalend is voor de aanvaarding, de legitimiteit, ervan => echter niet zonder meer beslissend. Beziet men de grote verschillen die er bestaan tussen de constituties van de staten alsook de toepassing die eraan wordt gegeven, dan moet met wel tot de slotsom komen dat de gelding van een constitutie voor een groot deel onsafhankelijk is van haar inhoud. De macht van de overheidsambten en hun oordeel over wat als recht moet gelden, zijn en blijven van grote betekenis. Ad b. In buitengewone omstandigheden (Staatsnoodrecht) biedt de constitutie niet altijd voldoende mogelijkheden. Maatregelen vloeien dan voort uit buitenconstitutionele machtsuitoefening -> constitutie weer oppakken als situatie is genormaliseerd. Bij revolutie wordt de constitutie zelfs even opzij gezet en vervangen door een andere. Gelding van een constitutie is uiteindelijk afhankelijk van instemming van ambten (en onderdanen). Intussen zijn er in internationale verdragen bepalingen over noodtoestand opgenomen (15 EVRM en 4 IVBPR) waardoor de nationale factor macht in het verschijnsel constitutie afneemt. Ook in bepaalde landen (niet nederland) zijn er andere grenzen aan de constitutie zoals al dan niet uitdrukkelijke verwijzing naar bovenconstitutioneel recht in Fr en Du. Waartoe dient een constitutie? Belangrijkste functie is het tegengaan van de totalitaire staat anders is het een non-constitutie. Ook moet de nederlandse constitutie blijven voldoen aan de eisen van het constitutionalisme (verdeling van bevoegdheden) en de rechtsstaat -> constitutie berust niet louter op feiten en macht maar zij moet teven aan (hoe vaag ook) inhoudelijke criteria voldoen (rechtsbeginselen of structuurprincipes). Kortmann: De mens weet veelal niet wat goed recht is maar heeft wel een notie van wat slecht recht is. Leereenheid 2. Deel 1. Hoofdstuk 4. paragraaf 4. De regulerende functie A. Inleiding Het binnen de perken houden van de overheidsmacht en van de uitoefening van overheidsbevoegdheden is altijd een preoccupatie geweest van denkers over staat, hoezeer men ook overtuigd was van de noodzaak van een overheid. Hobbes: Machtige soeverein maar wel gebonden aan laws of nature Huidige theoretische en positiefrechtelijke beperkingen van overheidsmacht sluiten meer aan bij denkbeelden van Locke (grondrechten) en Montesquieu (Trias). B. Constitutionalisme en rechtsstaat Constitutionalisme: kenmerkt zich door een zodanige in een constitutie verankerde organisatie van de overheid, dat er diverse ambten zijn die niet alle hiërarchisch 4

5 onderworpen zijn aan één ambt en van welke niet één de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het gehele ambtencomplex heeft. Het kan tot uiting komen in de staatsvorm en in de regeringsvorm. Tegenhanger van Constitutionalisme is absolutisme (4 kenmerken): - alle overheidsbevoegdheden zijn rechtens in één ambt geconcentreerd - niet noodzakelijk verbonden aan monarchie (President kan ook) - hangt nauw samen met soevereiniteitstheorieen. Er is één ambt aan te wijzen als de uiteindelijk beslissingsbevoegde in een staat - Absolutisme is een juridisch begrip. Dat de bevoegdheid bij één ambt ligt betekent niet dat deze ook feitelijk de macht bezit. Constitutionalisme en staatsvorm. In Nederland geldende staatsrecht in 4 onderscheiden overheidsverbanden worden overheidsbevoegdheden uitgeoefend: - het rijk (land, staat) - het koninkrijk (o.g.v. statuut) - het supranationale verband van de EG - de vele gedecentraliseerde verbanden (Gemeenten, provincies) Vier standaard staatsvormen (Algemeen): 1. Eenheidsstaat (Bestaat niet meer in Europa): Één Grondwet. Overheidsfuncties (wetgeving, rechtspraak e.d.) worden uitgeoefend door ambten die behoren tot één overheidsverband (deconcentratie wel mogelijk) 2. Gedecentraliseerde eenheidsstaat: Eén grondwet. Aantal overheidsfuncties (defensie, rechtspraak, buitenlands beleid) uitgeoefend op centraal niveau. Echter ook op constitutie berustende ambten die tot een ander overheidsverband behoren. Geen hiërarchische band maar wel vaak vorm van toezicht. 3. Federatie: Grondwet van federatie en van deelstaten, die ook eigen staatsvorm en regeringsvorm hebben. Federale ambten krijgen een aantal bevoegdheden limitatief toegekend (VS) of krijgen alles behalve wat tot de federale regering behoort (DL) 4. Confederatie: geen grondwet, maar een verdrag tussen staten. Verdrag kent een bepaald aantal welomschreven bevoegdheden toe aan confederale ambten. Aparte staten blijven volkenrechtelijk rechtssubject en houden recht van secessie. Overheidsverband: een structuur waarin overheidsambten in een rechtens bepaalde verhouding tot elkaar staan en in een wederkerige relatie staan tot onderdanen of groepen daarvan. De ambten oefenen al dan niet in samenwerking, bevoegdheden uit over de onderdanen, terwijl deze op hun beurt invloed hebben op de samenstelling van de ambten en de uitoefening van hun bevoegdheden, onder meer door kiesrecht, inspraak- en beroepsmogelijkheden. Liever term overheidsverband met ambten dan openbaar lichaam met organen omdat de 1 e meer duidt op publiekrecht en de 2 e op privaatrechtelijkhandelen. Vaak hoort een ambt maar tot 1 overheidsverband maar er zijn uitzonderingen (commissaris van de koninging Centrale overheid en decentraal, minister van bui. Za. Zowel centrale overheid, koninkrijk en de EG). Regeringsvorm: betrekkingen tussen de ambten binnen één en hetzelfde overheidsverband. Men moet elk overheidsverband apart bezien welke regeringsvorm het bezit. Statutair koninkrijk en Nederland zijn constitutionele monarchie met parlementair stelsel. Berust op Trias gedachte van Montesquieu. Constitutionele monarchie: een stelsel waarin niet slechts de monarch bevoegdheden bezit, doch naast hem diverse andere ambten eigen, hun door de constitutie geatrribueerde bevoegdheden bezitten. NL Parlementaire stelsel berust op 2 pijlers: 1. vertrouwensregel en ontbindingsrecht van de regering. De Trias gedachten is in Nederland slechts beperkt verwezenlijkt. Hoofdstukken 5 (wetgeving en bestuur) en 6 (rechtspraak) van de GW verwijst ernaar maar in het algemeen zijn de bevoegdheden niet duidelijk aan afzonderlijk van elkaar opererende ambten geattribueerd (bijv. wetgeving door regering en statengeneraal samen). 5

6 Regeringsvorm van de provincies en gemeenten is meer republikeins van aard (geen ontbindingsrecht). Ook geen Trias (rechtspraak en gemeenteraden bezitten ook bestuursbevoegdheid). Regeringsvorm EG bezit geheel eigen trekken: 4 machten bijvoorbeeld. Zuivere vorm van de Trias (3 aspecten): - De constitutie moet 3 instellingen constitueren en 3 functies onderscheiden. Welke valt niet in abstracto te zeggen. In Eur en VS zijn dat Wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende. - De constitutie moet een van de 3 functies exclusief toekennen aan een van de 3 geconstitueerde ambten, dat deze functie zonder inmenging van andere ambten, vervult - geen hiërarchische relatie tussen de ambten, en geen duidelijk overwicht van 1 Pure Trias hadden de bedenkers niet voor ogen. Zonder onderlinge controle of samenwerking, zouden ambten op hun terrein als het ware absolutistische ambten worden en dat wil de Trias juist voorkomen -> checks and balances = een zeker evenwicht d.m.v. onderlinge controle op en samenwerking van ambten (2 kamerstelsel, vertrouwensregel). Rechtsstaat: heeft betrekking op grenzen, gesteld aan het optreden van de overheid en is aldus een elment van de regulerende functie oorspronkelijk geen bemoeiende overheid. Politiestaat: een overheid die min of meer per geval, afhankelijk van de omstandigheden, naar eigen goeddunken optreedt. Totalitaire staat: rechtens geen grens aan de overheidsinterventie, overheid mag zich met alles bemoeien. 6 Basiselementen van de Nederlandse rechtsstaat (ook deel 2. Hoofd. 3. par. 3 tot p. 323) a. Legaliteitsbeginsel b. Voorafgaande algemene regel c. Algemene regel van een ander ambt d. Democratie e. Onafhankelijke rechter f. Grondrechten Ad a. Legaliteitsbeginsel: alle overheidsoptreden moet berusten op en overeenstemmen met kenbare en voldoende specifieke algemene regels. Niet vervat in geschreven constitutioneel recht, maar wel aanknopingspunten in GW (art. 1, grondrechten, wetgeving en bestuur). Legaliteitsbeginsel is niet volledig gerealiseerd in Nederland (subsidies geen wettelijke grondslag nodig). Legaliteitsbeginsel kan in 2 betekenissen worden gebezigd: - verlangt een grondslag in een wet in formele zin - vereist een voorafgaande algemene regel, al dan niet vervat in een wet in formele zin Hier wordt niet altijd aan voldaan, maar als stelregel geldt dat de overheid, waar zij eenzijdig lasten en verplichtingen aan de onderdaan oplegt, alsook sancties of dwang toepast, moet kunnen verwijzen naar een in de GW of wet vervatte algemene regel. Mag overheidsoptreden ook berusten op een algemene ongeschreven regel? Ja, dat kan in principe (rechtspraak), maar we gaan er steeds meer naar toe dat het in beginsel moet steunen op een wet in formele zin (3 e tranche AWB). Ad b. Geen terugwerkende kracht niet in gepositiveerde constitutie terug te vinden (wel deelterrein art. 16 GW). Als algemene regel kan worden gesteld dat terugwerkende kracht van de burger belastende regels slechts geoorloofd is op grond van zwaarwegende belangen of bijzondere omstandigheden. Ad c. Behoort tot de Trias. Het voorkomt dat het uitvoerende ambt naar believen de regels wijzigt op basis waarvan het optreedt. Echter in Nederland maar beperkte mate AMVB s, ministeriele regelingen. 6

7 Ad d. Twee uitersten van uitleg van democratie: - de onderdanen nemen alle bindende besluiten zelf (ideaal van Rousseau) nergens verwezenlijkt - constitutie en wijzigingen ervan berusten op een uitspraak van de onderdanen of door hen gekozen vertegenwoordigers Meeste stelsels ergens tussenin. Nederland: representatieve democratie op centraal niveau (rechtstreeks gekozen 2 e kamer en indirect 1 e kamer). Democratisch element van rechtsstaat idee niet meer louter nationaal, maar verplicht door art 3 1 e protocol EVRM en ook 25 IVBPR. M.b.t. democratie zijn niet alleen verkiezingen van belang, maar ook openbaarheid van bestuur. Al deze garanties waarborgen echter nog niet dat er de facto sprake is van aanmerkelijke volksinvloed politieke elite, belangengroepen, bedrijven, media. Grote zwakte van de democratie: het is moeilijk om te voorkomen dat een meerderheid aan de macht komt, en vervolgens voorkomt dat de minderheid ooit weer aan de macht komt. Men zal dus moeten toestaan dat de democratie wordt verdedigd d.m.v. niet-democratische middelen. Ad e. Deze Trias gedachte heeft steeds meer nadruk gekregen. Geen administratief beroep meer op de kroon (n.a.v. benthem arrest art 6 EVRM). Ad f. Klassieke grondrechten opgenomen in GW, EVRM en IVBPR. Verder ook rechtspraak en verdrag betreffende de EU die hiernaar verwijst. 4 Verschijnselen in Nederland die op gespannen voet staan met bovengenoemde elementen van de rechtsstaat: 1. de algemene regel en het ongeschreven recht 2. de algemene regel en de wet in materiele zin 3. de terugtred van de wetgever 4. het karakter van de grondrechten Ad 1. Blijkens de jurisprudentie moet het overheidsoptreden daar waar geen of onvoldoende duidelijk geschreven recht aanwezig is, ook conform ongeschreven regels plaatsvinden (algemene beginselen van behoorlijk bestuur). Sommige schrijvers en enige rechterlijke uitspraken nemen de mogelijkheid van op ongeschreven recht berustende, extern werkende overheidsbevoegdheden aan. Meestal echter wordt een verband gezocht met een wettelijk voorschrift. Voor het standpunt dat ongeschreven recht geen bevoegdheidsgrondslag kan zijn is vanuit de rechtsstaatgedachte veel te zeggen. Op de 1 e plaats is de ongeschreven regel niet afkomstig van een democratische wetgever. Ten tweede gaat de ongeschreven regel tenzij in geval van constante jurisprudentie niet vooraf aan het overheidsoptreden (overigens kan de wetgever de rechterlijke normstelling altijd nog corrigeren). Ad 2. Wet in materiele zin: algemene regel die burgers bindt en vastgesteld is door een gezag dat de bevoegdheid daartoe aan een wet ontleent. Algemeen verbindend voorschrift: Heeft interne werking en behoeft dan geen wettelijke grondslag (deze creeeren ook geen rechten of verplichtingen voor onderdanen. Bij externe werking houdt het, anders dan bij een wet in materiele zin, geen verband met werking buiten de rechtspersoon doch met werking buiten het ambt dat de regel vaststelt. Beleidsregels: voorschriften die een bestuursambt zichzelf of zijn ondergeschikten stelt met betrekking tot de uitoefening van (discretionaire) bestuursbevoegdheden. Zijn wel recht in de zin van art. 99RO (avanti-arrest)en kunnen dus rechten creeeren voor burgers. Besluit: schriftelijke beslissing inhoudende de publiekrechtelijke rechtshandeling: algmene of niet algemene strekking (beschikking). Probleem van onderscheid zijn er echter: - Besluit van algemene strekking/avv wat is een zelfstandige normstelling? - Onderscheid AVV/beleidsregels 7

8 Ad 3. 2 thema s m.bt. terugtred van de wetgever: a. delegatie van wetgevende bevoegdheid aan het bestuur b. toekenning van discretionaire bevoegdheden aan het bestuur ad a. Delegatie: overdracht van geattribueerde bevoegdheden. Een sprong naar een ander overheidsverband is hierin mogelijk. Delegatie werkt privatief (verlener mag niet meer gebruikmaken van). Sinds GW herziening van 1983 is delegatie geoorloofd o.g.v. de terminologie van de GW. Aan welke ambten mag worden gedelegeerd volgt niet uit de tekst, maar uit het onderwerp, de strekking en de historie van het onderwerp. Het grondwettelijk stelsel houdt in een zekere terugkeer naar het klassieke legaliteitsbeginsel in. Deze is echter van beperkte betekenis: - stelsel geldt slechts voor de GW zelf - vele bepalingen maken delegatie mogelijk - een delegatieverbod houdt niet in het verbieden van toekenning van uitvoeringsbevoegdheden Een nieuw aspect van het delegatiebegrip sinds 1983 is, dat onder delegatie van wetgeving niet slechts te rekenen is de overdracht van regelende bevoegdheid, doch ook de toekenning van belangrijke, essentiele (discretionaire) beschikkingsbevoegdheid. Ad b. O.a. de ontwikkeling van de verzorgingsstaat heeft ertoe geleid dat de regelgever het bestuur veelal niet tot in details bindt, doch mogelijkheid biedt tot eigen beoordeling. Bijv. door normen formuleren met naar eigen oordeel e.d. Dit gat in de rechtsstaat wordt tot op zekere hoogte gedicht door de rechter die de uitoefening van discretionaire bevoegdheden toetst aan ongeschreven rechtsregels. Deze marginale toetsing betreft toetsing van de rechtmatigheidsgrenzen. De rechter trekt deze grenzen aan de hand van het Heldenkermisarrest: - de rechter moet rekening houden me de grenzen binnen welke de overheid vrij moet zijn om naar eigen inzicht te handelen - die grenzen, voorzover niet bepaald door de wettelijke omschrijving van de taak, worden bepaald door de aard van de taak en omstandigheden waaronder deze moeten worden volbracht - en dat daarom de grens soms heel eng en soms heel ruim moet worden genomen Ook als wordt het handelen door de rechter (marginaal) getoetst, staat het toekennen van discretionaire bevoegdheden op gespannen voet met de rechtsstaatgedachten. Immers de norm wordt grotendeels niet door de democratische wetgever geformuleerd, doch door de rechter en achteraf per geval. Overigens houdt een delegatieverbod ook een verbod op het toekennen van belangrijke, discretionaire beschikkingsbevoegdheid. Welke belangrijk zijn of niet beslist de wetgever echter in principe zelf. Door problemen die voor de wetgever zijn ontstaan door grondwettelijke delegatieverboden is de wetgever nogal een uitgegaan van een ruim begrip van de uitvoering eisen van de praktijk. Ad 4. Klassieke rechten passen duidelijk in het rechtsstaatidee. Sociale grondrechten die juist zijn gericht op overheidsinterventie passen hier echter juist minder in. Ook klassieke grondrechten worden tegenwoordig ook socialiserend uitgelegd. Inpassen van deze sociale en socialiserende klassieke grondrechten is alleen mogelijk indien zij de positie van de onderdaan tegenover de overheid versterken (Kortmann). Zolang er niet veel waarde wordt gehecht aan de sociale grondrechten, lijken zij geen ernstige bedreiging voor de klassieke rechtstaat te vormen. Boon, Hoofdstuk 1 Algemene aspecten 1.1. De wetsidee. de wet als beschavingsideaal Twee concepten spelen in het denken over staat en onze staatsinrichting een belangrijke rol, rechtsstaat en democratie. Vloeien beide voort uit het universele menselijke streven naar vrijheid. Rechtsstaat belichaamt de negatieve zijde, zij bepaalt de grenzen van machtsuitoefening. Democratie het positieve, machtsuitoefening in het belang van allen. Het 8

9 concept van rechtsstaat is onlosmakelijk verbonden met het ideaal van de heerschappij van de wet. De wet is als het ware de neerslag van wat alom wordt ervaren als juist en rechtvaardig. Een onderwerping van allen aan het inherent goede. Democratie daarentegen is juist niet onderwerping, maar zelfbepaling in vrijheid. Democratie is een actieve keuze en die keuze krijgt bij uitstek gestalte in de wet. De wet is de uitdrukking van de wil van vrije mensen. De spanning tussen deze 2 begrippen is dus dat de wet norm en wilsdaad ineen is. Deze spanning treedt niet voortdurend aan de dag. De 1.2. Funderende beginselen. Vertegenwoordiging, constitutionalisme en legaliteit Kenmerken rechtsstaat (?): a. Vertegenwoordiging b. constitutionalisme c. legaliteit ad a. De burgers wijzen een betrekkelijk klein aantal medeburgers aan die namens hen de belangrijke taak van besluitvorming verrichten -> herkenning van eigen wensen is belangrijk. Door de vertegenwoordiging vooral te richten op belangen, en zo weinig mogelijk op driften en impulsen, en door daarbij als orientatiepunt het belang van allen oftewel het algemeen belang te kiezen, vindt al een zekere zuivering van de politieke wilsvorming plaats en wordt de gesignaleerde spanning reeds verminderd. Dit wordt versterkt door constitutionalisme. Ad b. constitutionalisme. Spreiding van overheidsmacht zodat machtsopeenhoping wordt tegengegaan. Anderzijds houdt ze in dat niet iedere uitkomst van het politieke wilsvormingsproces zonder meer aanvaardbaar is. Ad c. Ieder overheidsoptreden moet berusten op een aan het optreden vaarafgaande algemene regel. Deze driedelige fundering zorgt ervoor dat de eerder gesignaleerde spanning tussen de idealen van rechtsstaat en democratie niet opblaast, maar juist een vruchtbare ordenende kracht. Van de wet kan wellicht niet meer worden gezegd dat zij de neerslag is van wat alom wordt ervaren als juist en rechtvaardig, en evenmin dat zij de uitdrukking is van de wil van vrije mensen, maar wel dat zij een doorgaans acceptabel en ook een feitelijk geaccepteerd richtsnoer is voor het handelen van burgers en overheid. Een complicerende factor bij die acceptatie is de trend van codificatie naar modificatie. Het klassieke rechtsstatelijke wetsconcept was vooral georiënteerd op ordenende en codificerende wetten. Steeds meer echter is de wet een beledisinstrument geworden waarmee bepaalde sociale, economische en politieke doeleinden worden nagestreefd. Door die instrumentalisering heeft de wet een vluchtiger karakter gekregen vervanging van het instrument. Dit leidt weer tot minder acceptatie en een juridische strijdlustigheid onder de burgers Het wetsbegrip. De wet in het positieve staatsrecht Wet in formele zin. Elk besluit dat door regering en staten generaal samen wordt vastgesteld volgens een bepaalde grondwettelijk voorgeschreven procedure. Wet in materiele zin. Algemene, naar buiten werkende regels, waaraan zowel burgers als overheidsorganen gebonden zijn en waaraan zij rechten (bevoegdheden) kunnen ontlenen. Deze 2 begrippen sluiten elkaar niet uit, maar wetten in formele zin zijn bijna altijd wetten in materiele zin (uitzondering heten puur-formele wetten). Puur materiele wetten komen heel veel voor, te weten alle wetten die niet volgens de procedure van de wet in formele zin tot stand zijn gekomen. De meeste overheidshandelingen zijn overigens noch wet in formele zin of materiele zin, maar beschikkingen en privaatrechtelijke handelingen Algemeenheid. Overal, altijd, tekens weer iedereen? Wanneer is een besluit een algemeen besluit? 9

10 - algemeenheid naar plaats. Wanneer het geldt in het hele rechtsgebied waarover de desbetreffende overheid zeggenschap heeft. - Algemeenheid naar tijd. Onbepaalde duur en permanent. - Algemeenheid naar toepassingsmogelijkheden. Vatbaar voor herhaalde toepassing in een niet van tevoren exact vast te stellen aantal gevallen. - Algemeenheid naar personen. Geeft uitdrukking aan de waarde van gelijkheid voor de wet. Geen van deze criteria is bikkelhard. Toch is het van belang om vast te stellen of we al dan niet te maken hebben met een besluit van algemene strekking - belangrijk voor rechtsbescherming van de AWB. Tekst 2. Soevereiniteit G.F.M. van der Tang 1.9. De volkenrechtelijke benadering Het beginsel van soevereine gelijkheid impliceert dat in het proces van internationale rechtsvorming alle staten dezelfde juridische status hebben, ongeacht hun omvang en politiek gewicht. Volkenrechtelijke soevereiniteit wordt primair opgevat als zelfstandigheid en onafhankelijkheid van andere staten. Daarom spreekt met ook wel van negatieve soevereiniteit, terwijl staatsrechtelijke soevereiniteit positieve soevereiniteit wordt genoemd. Ondanks alle tegenwerping is het onderscheid tussen staatsrechtelijke en volkenrechtelijke soevereiniteit gemakkelijk overeind gebleven. Volkenrechtelijke soevereiniteit omvat het recht van de staat op politieke onafhankelijkheid en op erkenning van en respect voor zijn interne soevereiniteit. Tevens omvat zij de bevoegdheid om als subject van volkenrecht rechtsvormend op te treden in het volkenrechtelijk verkeer. Volkenrechtelijke rechten van de staat: - recht om verdragen aan te gaan - recht om oorlog te voeren - recht van territoriale integriteit onschendbaarheid van het grondgebied van de staat (landgrenzen) - territoriale soevereiniteit het volkenrechtelijk geregeld en gewaarborgd recht om over het grondgebied van de staat te beschikken - recht tot uitoefening van soevereine rechtsmacht binnen het grondgebied van de staat en tot regeling van verhouding van staatsburgers (territoriaal statuut). - Interventieverbod het beginsel van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine staat - Soevereine gelijkheid - Recht vrij te verkeren met andere staten en diplomatieke relaties te onderhouden Uit de soevereiniteit van de staat vloeit voort dat hij niet tegen zijn wil kan worden onderworpen aan de rechtsmacht van een andere staat. Tegenwoordig geldt de regel niet meer absoluut. Een beroep op soevereine immuniteit wordt in het algemeen gesproken slechts gehonoreerd wanneer de staat als overheid heeft gehandeld en de vreemde overheidshandeling publiekrechtelijk van aard is. Bij privaatrechtelijke geschillen acht de rechter zich wel bevoegd. Men spreekt van restrictieve of relatieve immuniteit De leer van de kompetenz-kompetenz (formeelrechtelijke soevereiniteitsbenadering) In de eigenlijke betekenis van kompetenz-kompetenz gaat het niet om de bevoegdheid van anderen, maar om de eigen bevoegdheid. De soevereiniteit wordt verbonden aan de bevoegdheid om vrij en zelfstandig, zonder tussenkomst van een hogere autoriteit, de grenzen van de eigen bevoegdheid te bepalen. Soevereiniteit is aldus de oorspronkelijke (originaire) bevoegdheid over de eigen bevoegdheid te beslissen. Jellinek: Voor het aangaan van verdragen geldt kompetenz-kompetenz niet omdat het weliswaar geldt voor het aangaan van het verdrag, maar ten aanzien van het verdrag is de 10

11 staat gebonden. Voor het volkenrecht zou kompetenz-kompetenz dus onhoudbaar zijn. De formule van kompetenz-kompetenz wordt vaak gebruikt om te bepalen bij welk orgaan of orgaancomplex binnen een gegeven staatsbestel de soevereiniteit berust (britse parlement, Nederlandse grondwet) Soevereiniteit als samenstel van overheidsbevoegdheden (materieelrechtelijke soevereiniteitsbenadering) De vraag of een bepaald politiek verband als soevereine staat moet worden aangemerkt is mede afhankelijk van de mate waarin deze rechten en bevoegdheden effectief worden uitgeoefend. Als beslissend criterium geldt derhalve ook een zekere mate van feitelijke soevereiniteit. Soevereiniteit is aldus een verzamelbegrip voor een reeks bestaansvoorwaarden voor het statelijk verband, een begrip dat dan ook gemakkelijk in stukken wordt gehakt (economische, militaire, fiscale, enz soevereiniteit). Een materieelrechtelijke opvatting is eveneens te vinden in de notie van soevereiniteit als (statelijk) overheidsgezag in het algemeen. Onder dit begrip soevereiniteit vallen de wetgevende en gouvernementele activiteiten, voorzover ze een zelfstandig het staatkundig leven vormende en ordenende werking hebben. In welke mate kan afstand worden gedaan van soevereine rechten of kunnen bevoegdheden verloren gaan dat nog van soevereiniteit kan worden gesproken en de staat zijn identiteit van zelfstandige staat niet verliest? Voor een antwoord op deze vraag biedt een materieel begrip, zo lijkt het, geen oplossing. Men komt toch weer uit op formele criteria: Er is sprake van soevereiniteit zolang en voorzover een politiek verband of organen binnen dat verband slechts krachtens eigen wil juridisch kunnen worden gebonden. Leereenheid 3. Staats- en regeringsvormen Tekst Staatsvormen, C. Riezenbos 5.4. Eenheidsstaat Eenheidsstaat: een unitaire, centralistische staat. Wetgeving, bestuur en rechtspraak ontspringen aan één bron, gezagsbinding is volledig eenzijdig: het centrum legt zijn wil op aan de periferie (heeft nooit bestaan slechts theoretisch) Deconcentratie 2 varianten van deconcentratie: 1. de taak van de regionale ambtenaar beperkt zich enkel tot het doorgeven van opdrachten van zijn ambtelijke en politieke superieuren op centraal niveau 2. het toekennen (delegeren) van eigen wetgevings- of bestuursbevoegdheden aan ambten in de regio die onderdeel uitmaken van de centrale overheid en ondergeschikt zijn aan de superieuren op centraal niveau. In beide gevallen is deconcentratie echter een variant van centralisatie en in die zin een minder sterke relativering van de eenheidsstaatsidee dan decentralisatie Decentralisatie Decentralisatie: Het toekennen van bevoegdheden aan organen van publiekrechtelijke lichamen buiten de centrale, departementale overheid. De organen van de centrale overheid hebben geen directe invloed op de uitoefening van die bevoegdheden. Territoriale Decentralisatie: de verdeling van het staatsgebied in kleinere gebieden en de instelling van met bevoegdheden beklede politieke en administratieve instituties binnen die gebieden. Kenmerkend voor een gedecentraliseerde eenheidsstaat is dat de samenstellende gebiedseenheden niet beschikken over onaantastbare grondwettelijke bevoegdheden (centrale wetgever kan naar zich toetrekken in grote mate). Behalve over een algemene, autonome regelings- en bestuurscompetentie beschikken territoriale bestuurseenheden in 11

12 een gedecentraliseerde eenheidsstaat in het algemeen over een groot aantal bevoegdheden ten behoeve van de medewerking aan de uitvoering van besluiten van hogere overheden (medebewind, art. 234 lid 2 GW). Functionele decentralisatie: toekennen van bevoegdheden aan organisaties die een zodanige zelfstandigheid hebben bij het uitoefenen van hun taken, dat er geen hierarchische ondergeschiktheid is t.o.v. een minister. De bevoegdheid is beperkt tot de behartiging van bepaalde, specifiek aangeduide belangen en omvatten geen algemene wetgevende en bestuurlijke competenties. In nederland 2 categorieen: 1. Die op basis van 133 en 134 GW: waterschappen, instellingen van beroep en bedrijf e.d. 2. organisaties met specifieke taken en bevoegdheden zonder grondwettelijke grondslag (ZBO s) Motieven voor terr. decentralisatie van overheidstaken en bevoegdheden (o.a.): - in democratie dienen publieke taken uitgeoefend te worden door lichamen die dicht bij betrokkenen staan - kleinschaligheid komt de efficientie ten goede en komt een zekere mate van diversiteit ten goede Motieven voor funct. decentralisatie van overheidstaken en bevoegdheden (o.a.): - mogelijkheid om deskundigen in het orgaan op te nemen (deskundigheidstype) - mogelijkheid om onafhankelijk van de regering een taak uit te oefenen (onafhankelijkgezaghebbende type) - moegelijkheid om medeverantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties gestalte te geven (participatietype) Kortmann. Deel 1, hoofdstuk 6. Decentralisatie Niet alleen de Grondwet constitueert gedecentraliseerde verbanden en hun ambten, noch attribueert en regelt enkel de grondwet. Ten aanzien van gedecentraliseerde ambten worden deze functies ook door andere ambten uitgeoefend (getrapte wijze van constitueren, attribueren en reguleren): - provincies en gemeenten. Grondwet constitueert bepaalde ambten ( ). Andere gem. en prov. Ambten kunnen bij of krachtens de wet worden ingesteld. O.g.v. 124 GW bezitten prov. En gem. besturen bevoegdheid op te treden in autonomie en medebewind. 127 GW geeft PS en raad verordenende bevoegdheid. Nadere attribuerende en regulerende functie wordt daarentegen aan de wetgever overgelaten (132 GW). - Waterschappen. PS (grondwetgever van de waterschappen) oefenen bovengenoemde functies uit m.b.t. waterschappen (133 GW). De wetgever kan echter zelf ook optreden dan wel andere ambten als pouvoir constituant van de waterschappen aanwijzen. - Samenwerkingsambten (o.g.v. 135 GW). De samenstellende ambten zijn de grondwetgevers van deze samenwerkingsambten. Overigens kunnen vaak de geattribueerde bevoegdheden worden gedelegeerd binnen het ambt. Decentralisatie. Anders dan in een ambtelijke hierarchie, en dus ook bij deconcentratie het geval is, bezitten de centrale ambten geen (algemene) bevelsbevoegdheid over de gedecentraliseerde ambten (dus niet lagere lichamen). Dat er geen hierarchische relatie is betekent nog niet dat de gedecentraliseerde overheidsverbanden en hun ambten een onafhankelijke positie zoals de centrale overheid die inneemt (geen soevereiniteit). Toezicht (art 132 lid 2, 133 lid 3, 134 lid 3): Preventief toezicht in de vorm van goedkeuring en repressief toezicht in de vorm van vernietiging. Ook 2 andere wijzen van controle: 1. rechterlijke controle op besluiten van gedecentraliseerde ambten 2. centrale overheid kan ingrijpen bij verwaarlozing van autonomie of medebewind (132 lid 5). Kortmann. Deel 2, hoofdstuk 4. De Decentralisatie Niet vanuit een centraal punt gedecentraliseerd, maar juist omgekeerd: van statenbond naar gedecentraliseerde eenheidsstaat (Thorbecke). 12

13 Regulering van overheidsmacht kan geschieden door bevoegdheidsverdeling, zoals decentralisatie: naast de ambten van het centrale overheidsverband zijn er ambten van een of meer overheidsverbanden die door de constitutie bevoegdheden geatrribueerd krijgen, bij de uitoefening waarvan zij (behoudens specifieke wettelijk regeling) niet ondergeschikt zijn aan de ambten van het centrale verband. Dit in tegenstelling tot deconcentratie wat een organisatorisch-bestuursrechtelijk verschijnsel is terwijl decentralisatie staatsrechtelijk van aard is. Territoriale decentralisatie (kenmerken volgens regering 1983): - openbare lichamen van algemeen bestuur voor een bepaald gedeelte van het land - voornaamste bevoegdheden bij een rechtstreeks gekozen ambt - bevoegdheid van de besturen is binnen het gebied algemeen, waarbij hogere regelingen in acht moeten worden genomen - wettelijk geregeld financieel statuut moet vrijheid tot het voeren van algemeen bestuur waarborgen Kern is echter dat er geen hierarchische verhouding is. Bevoegdheden van gedecentraliseerde ambten: 1. Autonomie: Eigen beleid, eigen politiek van het gedecentraliseerde ambt. Het bepaald zelf zijn doelen en middelen. 2. Medebewind: Mede realiseren van beleid dat al dan niet in hoofdlijnen, door een ambt van een ander overheidsverband is vastgesteld. Artikel 124 GW (ook 105 PW en 108 Gem. W) suggereert dit onderscheid. Ad 1. welke onderwerpen behoren tot de autonomie?: - het moet gaan om openbare belangen; besturen mogen niet treden in bijzondere belangen der ingezetenen - behartiging van bepaalde belangen is onttrokken aan de gedecentraliseerde ambten (strafrecht, procesrecht, verdragen sluiten, enz ) - de centrale overheid is vrij om belangen die worden behartigd door de gedecentraliseerde ambten weer aan zich te trekken Overigens mag er geen strijd ontstaan met het (overigens) vage Europees sociaal handvest inzake lokale autonomie. Regeling op hoger niveau betekent overigens niet dat er geen bevoegdheden voor de gedecentraliseerde ambten overblijven: - ontnomen autonomie kan in medebewind worden teruggegeven - het kan zijn dat er nadien nog een aanvullende bevoegdheid overblijft Rechtsgevolgen uit het onderscheid tussen autonomie en medebewind: a. 128 Gw. Attributie van autonome bevoegdheden aan andere ambten dan die genoemd in art 125 GW is slechts mogelijk door PS en de raad (zelfs niet door wetgever). Bij medebewind kan het besluit dat medebewind vordert het ambt dat moet meewerken aan de uitvoering aanwijzen. b. Bij Verwaarlozing van medebewindstaken regelt de wet (120, 121 Prov.W en 123, 124 Gem.W) de voorzieningen. Bij autonomie geldt alleen ingrijpen bij grove verwaarlozing (art. 128 GW) c. Preventief toezicht. Geen verschil in de grondwet. Bij autonomie limitatief geregeld in de Gem.W en Prov.W, bij medebewind geregeld in de medebewindvorderende regeling zelf. d. Onderscheid tussen provincies en gemeenten (???) Toezicht (art 132 GW) in nederland ligt bij bestuursambten zoals de kroon (rechterlijk toezicht is geen toezicht in de zin van art. 132 GW. Voorafgaand toezicht (meestal goedkeuring) vindt plaats bij of krachtens de wet (132 lid 3). De wetgever regelt ook het toeziend ambt (132 lid 2). Belangrijkste bepalingen m.b.t. goedkeuring in de AWB: gronden voor onthouding van goedkeuring (strijd met recht) voorwaarden goedkeuring Repressief toezicht: vernietiging (art. 132 lid 4) slechts bij koninklijk besluit wegens strijd met recht of algemeen belang. Belangrijkste bepalingen m.b.t. vernietiging in de AWB: 13

14 Bevoegdheid slechts verleend bij wet Het is altijd, ongeacht de termijn, mogelijk Terugwerkende kracht, maar rechtsgevolgen kunnen in stand blijven - in afwijking van art 15 RvS. Raad van state hoeft niet te worden gehoord Ook bestaan er andere controlemechanismen zoals meldingsplichten en verplichtingen tot overleg en bevoegdheden om aanwijzingen en bevelen te geven (positief toezicht). 2 punten van algemene aard die van belang zijn m.b.t. gedecentraliseerde besturen: 1. art 127 GW. PS en de raad heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen. De term verordeningen is echter zeer vaag en kan een avv zijn, maar ook een intern werkend document zijn of zelfs civielrechtelijke algemene voorwaarden. Ook zijn ze vormvrij. Een verordening is een verordening als het die naam draagt of door een ander besluit zo wordt aangeduid. 2. art. 136 GW bepaalt dat geschillen tussen openbare lichamen worden bij KB besluit beslist, tenzij ze behoren tot de kennisneming van de rechterlijke macht -> zodat er altijd een bevoegde instantie is; zal meestal spelen bij belangengeschillen. De regering beschouwt de regeling nu als rechtstreekse grondslag om zogenaamde horizontale geschillen tussen bestuursambten door de kroon te laten beslissen (een soort vreemde uitbreiding van de Grondwet in de memorie van toelichting). Tekst 4. Regionaal bestuur en grondwet Elzinga 3.1. Inleiding Welke ruimte biedt de grondwet om het vaste patroon van territoriale decentralisatie te doorbreken? Welke grondwettelijke ruimte is er bijvoorbeeld om meer zelfstandige vormen van regionaal bestuur in het leven te roepen? Zowel artikel 134 lid 1 en 135 GW maken de vorming van nieuwe openbare lichamen mogelijk. Art 135 ziet ondermeer op de samenwerking tussen gemeenten en provincies (voorheen Wet gemeenschappelijke regelingen, nu kaderwet bestuur in verandering). Art 134 ziet op andere openbare lichamen De betekenis van de grondwet 1983 Het eindresultaat was dat het parlement het niet aanvaardbaar achtte om de vaststelling van het hoofdpatroon van de territoriale decentralisatie te deconstitutionaliseren; om die reden werd dit voorstel tot wijziging van de Grondwet ingetrokken. Nu werd het vervangingsverbod verbreed tot de grondwettelijke ongewenstheid de wetgever de vrijheid te geven het hoofdpatroon van de territoriale decentralisatie zoals neergelegd in de grondwet te doorbreken. Niet alleen werd het vervangingsverbod gecontinueerd, tevens kwam vast te staan dat geen openbare lichamen kunnen worden ingesteld die materieel het in de grondwet neergelegde drie-lagen-systeem doorbreken of zullen kunnen doorbreken. Substantiele wijziging van het patroon van territotiale decentralisatie dient via herziening van de grondwet te geschieden Regionaal bestuur en art. 124 GW Art 124 lid 1 ziet op het autonome taakgebied van de decentrale overheden; lid 2 op het medebewind. In wezen gaat het hierbij om de gelede vraag of (1) de autonomienorm uit de GW een juridisch beperkende functie heeft t.o.v. de hogere overheden en (2) als dat het geval is, welke dan precies deze beperkingen zijn. Ondanks andere opvattingen is het structuurprincipe dat regeling en bestuur van een lokale gemeenschap aan lokale besturen moet worden overgelaten of opgedragen, naar de opvatting van Elzinga, een rechtsbeginsel dat inherent is aan de parlementair democratische rechtsstaat. Dit rechtsbeginsel manifesteert zich in 2 gedaanten: 14

15 1. O.b.v. GW en Eur. Handvest inz. Lokale autonomie geldt dat de algehele beleidsvrijheid voor gemeenten en provincies substantieel moet zijn. Indachtig de nationale politiekbestuurlijke ontevredenheid over het huidige niveau van decentralisatie, kan worden gesteld dat in ieder geval verdere substantiele achteruitgang van de decentrale beleidsvrijheid strijdig is het GW en het Handvest. 2. De decentrale autonomie als het recht op een vrij bestuurlijk initiatief niet teniet wordt gedaan (of wordt aangepast naar medebewind). Vrijheid van beleidsinitiatief de harde kern van de grondwettelijke decentrale autonomie uit art. 124 GW impliceert de beslissing om wel of geen beleid te voeren. Konijnebelt: Vanuit art 124 kan een rechtsnorm worden afgeleid: een rechtsnorm voor wetgeving, bestuur en rechtspraak; voor zover regeling en bestuur aan provincie- en gemeentebesturen kunnen worden overgelaten, moet dat ook worden overgelaten. De norm verplicht niet alleen tot het scheppen van een vrije autonome sfeer voor decentrale overheden, maar de norm van lid 1 is ook van betekenis voor het medebewind uit lid 2. Elzinga: In hoofdlijnen eens met konijnebelt echter de voorkeur gaat uit naar een redenering waarbij de algemene beleidsvrijheid voor de decentrale overheden vooral in het licht wordt gezien van het Europees Handvest inzake lokale autonomie in combinatie met art. 124 GW. Elzinga hecht daarom grote waarde aan de decentrale autonomie naar strikt nederlandse norm, die inhoudt dat decentrale overheden een vrij initiatiefrecht wordt gelaten. Wat zijn nu de implicaties van art 124 GW voor het regionale bestuur? 1. De rechtsnorm van 124 impliceert dat gemeenten in stadsprovincies hun vrijheid niet enkel mogen ontlenen aan de medebewindsfiguur 2. in stedelijke gebieden waarin krachtige vormen van regionaal of stadsprovinciaal bestuur ontstaan, de gemeenten in vergelijking tot andere nederlandse gemeenten qua bevoegdheids- en taakuitoefening niet op wezenlijke achterstand mogen geraken. Tenslotte: differentiatie in de verhouding tussen provincies en gemeenten is mogelijk. De algehele beleidsruimte van provincies en gemeenten tezamen moet substantieel zijn; de beleidsruimte van provincies en gemeenten afzonderlijk moet substantieel zijn. Voor de onderlinge verhoudingen tussen provincies en gemeenten zijn evenwel accentverschillen mogelijke. De differentiatie vindt haar grondwettelijke grens waar: 1. het vrije initiatiefrecht wordt aangetast en 2. sprake is van ernstige en substantiele regressie op het punt van de vrije beleidsruimte voor de gemeenten. Boon Regels van de Europese gemeenschappen Inleiding Europese gemeenschappen zijn supranationaal. Haar besluiten binden niet alleen de lidstaten, maar ook de (rechts)personen van die lidstaten. Meestal is een meerderheidsbeslissing voldoende (anders dan bij intergouvernementele organisaties). EG bestaat uit EGKS, EGA en Eur. Gemeenschap. Art. 2. EG-verdrag formuleert de doelen: - instellen gemeenschappelijke markt - geleidelijk nader tot elkaar brengen van de door de lidstaten te voeren economische politiek enz Douane unie voor industrieporoducten -> verwezenlijken gemeenschappelijke markt in > 1993 verdrag van maastricht: EU 3 pijlers: 1. Europese gemeenschappen 2. Gemeenschap. Buitenlands en veiligheids beleid 3. Samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken 15

16 1997: Verdrag van Amsterdam -> onderwerpen als asiel uit de 3 e pijler gecommunautiseerd naar de 1 e pijler -> 2000 Verdrag van Nice faciliteren van toetreding 10tal nieuwe lidstaten (gerealiseerd in 2004) De meest betrokken instellingen - raad is politiek en wetgevend orgaan elk lid één vertegenwoordiger afhankelijk van het onderwerp. Bij toerbeurt van 6 maanden voorzitterschap (203 EGV). - Raad wordt bijgestaan door Coreper (art. 207 EGV) - Commissie is de initiatiefneemster van alle EG-wetsvoorstellen en ziet toe op de naleving en implementatie van de gemeenschapswetgeving + zelfstandige wetgevingsbevoegdheid (mededinging) - Europese Parlement oefent controlerende taken uit ten opzichte van commissie en vervult een rol in wetgevingsproces. Ook medebeslissing en commissie verzoeken om wetsvoorstel in te dienen. Leereenheid 4. Het statuut voor het koninkrijk en de grondwet Kortmann. Deel 1. hoofdstuk 3. Geschiedenis Unie van Utrecht: Verdrag tussen 7 gewesten gemeenschappelijke verdediging -> gewesten bleven zelfstandig Plakkaat van verlatinghe. Gewesten zweren Philips II af Unie wordt volkenrechtelijk erkend bij de vrede van Munster.Unie was echter geen eenheidsstaat en zelfs geen federatie. Instellingen van de Unie kregen maar weinig bevoegdheden: verdragen, land en zeemacht, daarmee gemoeide financiën en toezicht op handelscompagnieen. Echter ook provincies zelf geen eeinheidsstaatjes (steden en heerlijkheden die waren onttrokken aan gezag provincie). Regeringsvorm was na afzweren Philips II een republiek. Belangrijkste ambten van de Unie: Staten generaal: afgevaardigden van de gewesten. Besloten over oorlog en vrede. Weinig besluitvorming omdat vaak unanimiteit vereist en niet geneigd te delegeren. Stadhouders: ambtenaar benoemd door de staten (vaak dezelfde door verschillende provincien) uiteindelijk stadhouder van holland oranjes (Erfelijk). Raadspensionaris: ook een soort ambtenaar, maar vooral buitenlandsbeleid (Samen met stadhouder een soort regering; echter beperkte bevoegdheden vanwege staten-generaal. Raad van state: administratieve en financiele beheersfunctie Rekenkamer: toezicht op financieel beheer Verwijderd: Provincies kenden verschillende structuren. Allen hadden een college van provinciale staten maar opbouw verschilde (steden, adel, boeren, enz ). In theorie waren staten soeverein in de provincie, maar de facto had de stadhouder veel macht (legeraanvoerder, openbare orde). College van gedeputeerde staten: dagelijks bestuur van de provincie Er was geen eenheid van recht. Allen hadden eigen gerechtshof en lokale lagere rechtbanken. Wel HR van holland en zeeland (college in appel en soms eerste aanleg in Den Haag). Voordelen constitutioneel bestel Unie: afwezigheid absolutisme, geen militaire macht in interne verhoudingen, ontstaan politiek en maatschappelijk pluralisme. Nadelen: traagheid besluitvorming, geen rechtseenheid, geringe slagvaardigheid in buitenlandse betrekkingen Franse overheersing Geen constitutie vanwege meningsverschillen tussen federalisten (handhaving oude structuur) en unitaristen (centraal geleide staat) M.b.v. Fransen federalisten gedwongen te vertrekken -> staatsregeling voor het Bataafse Volk centraal gezag, provincies en gemeenten onderworpen hieraan 16

17 wetgevende macht berustte volledig bij een uit 2 kamers bestaand vertegenwoordigend orgaan dit orgaan koos een (niet uit eigen gelederen) uitvoerend bewind Nieuwe staatsregeling (beknopter) vertegenwoordigend orgaan beperkt t.o.v. uitvoerend bewind Nieuwe staatsregeling: slechts 1 raadpensionaris als regering met uit 19 leden bestaand vertegenwoordigend lichaam Koninkrijk Holland (lodewijk napoleon). Koningschap met 38 gekozen leden door de departementen Nederland ingelijfd bij Frankrijk. Gouverneur generaal benoemd en departementen en gemeenten werden grotendeels vanuit Parijs bestuurd ver doorgevoerde centralisatie en rechtseenheid. Kortmann. Deel 2. Hoofdstuk 1. Staatsrecht Par. 1. Staatsrecht; kenmerken van het Nederlandse staatsrecht: 1. Nauwelijks of niet ideologisch gekleurd. Bijvoorbeeld geen positiefrechtelijk antwoord op de vraag waar de soevereiniteit berust (spanje bij het volk, engeland bij parlement enz ). Wel een aantal leidende principes: monarchie, democratie (kieswet), sociale staat (sociale grondrechten), liberale staat (klassieke grondrechten). Het Nederlandse constitutionele recht vormt een amalgaam van diverse onuitgesproken ideologieën en beginselen, waarvan er geen als hét leidende beginsel is aangeduid. In deze zin is de Nederlandse constitutie weinig doctrinair. 2. Erfelijke monarchie. Te verklaren doordat de franse overheersing liet zien dat er voordelen waren aan een krachtig centraal gezag. Koning nam tot diep in de 19 e eeuw (meerenberg arrest 1879) een centrale plaats in. Wel collegiale besluitvorming ministers en koning sinds Nederlandse constitutionele recht is een betrekkelijk open systeem (als Engeland). Zonder formele wijzigingen, toch grote veranderingen monarchie -> parlementair stelsel, inperking wetgevende bevoegdheid koning (meerenberg) zonder constitutionele aanpassing. Ook veel open normen in grondwet (grondrechten) en delegatie aan formele wetgever. Aanpassing GW is ook moeilijk gezien de zware herzieningsprocedure. 4. Ontbreken van één centrale instantie die met de uiteindelijke uitleg en handhaving van het constitutionele recht is belast. Rechter is het verboden te toetsen aan Grondwet, art 120 GW. Regering en Staten generaal zijn dus belangrijke interpretators van het Nederlandse constitutionele recht. Zij concurreren wel of worden begrensd door de rechterlijke uitleg van supra- en internationaal recht. Er is geen nauwkeurig normering voor relatie Regering en Staten generaal (vertrouwensregel, min. Verantwoordelijkheid, ontbinding kamers, formatie). Interpretatie ligt bij instellingen zelf. Rechter bemoeit zich hier niet mee. Par. 2. De Grondwet; Organieke besluiten Grondwet en herzieningen: Eerste GW voor eenheidsstaat Nederland na Frankrijk: Erfelijk koningschap, staten generaal, wetgevende macht bij regering en staten generaal, RvS, Rekenkamer, centraal georganiseerde rechtspraak, provincies, gemeenten, waterschappen Invoering 2 kamerstelsel. Beide nemen deel aan wetgevende macht. Recht van petitie, bescherming woning, drukpersvrijheid Strafrechtelijke min. Verantwoordelijkheid en afschaffing contraseign. Nieuwe begrotingsregeling. Meer liberale stroming (Thorbecke ziew 1848) Belangrijkste herziening: ministeriele verantwoordelijkheid geconcretiseerd in de ministeriele inlichtingenplicht, rechtstreekse kiesrecht voor 2 e kamer, provinciale staten en gemeente raden. Als tegenwicht van ministeriele verantwoordelijkheid komt recht op kamerontbinding. Recht op amendement en enquete. Ook brengt zij de hoofdstructuur van de inrichting van de gedecentraliseerde overheidsverbanden, dader te regelen door de wet 17

18 en een aantal nieuwe grondrechten: onderwijs, briefgeheim, vereniging en vergadering. Vrijheid van kerkelijke organisatie Beperkte herziening Staatscommissie o.l.v. J. Heemskerk Azn.:-> cauout-chouc artikel: het kiesrecht voor de 2 e kamer kan door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders, die door de kieswet te bepalen kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand bezitten, worden uitgeoefend. 2 e kamer elke 4 jaar volledig aftreden. Bepalingen van AMVB s door straffen te handhaven dienen te berusten op delegatie door de wet (meerenberg). Ook mogelijkheid administratieve rechtspraak (maar zeer beperkte uitvoering) Algemeen kiesrecht mannen. Passief kiesrecht vrouwen. Districtenstelsel -> evenredige vertegenwoordiging. Financiele gelijkstelling bijzonder onderwijs einde schoolstrijd (onderwijs pacificatie) Wijziging wijze van troonopvolging. Actief kiesrecht vrouwen. Wijziging bepalingen m.b.t. goedkeuring van verdragen en oorlogsverklaring Beperkte herziening. Minister zonder portefeuille wordt ingevoerd en ministerschap wordt onverenigbaar verklaard met lidmaatschap van staten-generaal Poging vereenvoudiging grondwetsherziening (mislukt). Beperkte wijzigingen Afwijking van de GW geoorloofd bij overgang naar nieuwe rechtsorde van overzeese gebieden (Indonesië). Invoering ambt van staatssecretaris Invoering algemeen geldend vereiste van parlementaire goedkeuring van internationale overeenkomsten, de mogelijkheid bij overeenkomst bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak aan volkenrechtelijke organisaties op te dragen en een conflictenregeling inzake de verhouding tussen nationaal en verdragsrecht (art. 90 e.v. GW) Staatscommissie van Schaik. 2 e kamer 150, 1 e 75 leden. Aanpassing GW n.a.v. wegvallen Indonesië, totstandkoming statuut Aanpassing regels troonopvolging, leeftijd actief en passief kiesrecht verlaagd. In 1966 verschijnt de Proeve van een nieuwe grondwet (door bin. Zaken en externe deskundigen) -> reacties maatschappelijke organisaties -> commissie van advies GW en kieswet (Cals- Donner) -> geheel nieuwe tekst basis voor Aanpassing belasting koning, geldelijke voorzieningen leden staten-generaal. Verlaging leeftijd actief kiesrecht (18). Geen financiele relatie kerk-staat meer. 39 voorstellen voor aanpassing hierna (Cals-Donner). 4 Worden verworpen, 1 wordt ingetrokken. Van de 34 ingediende voorstellen haalt slechts 1 het niet. De nieuwe GW treedt in werking op 17 februari Aanpassing wijziging zittingsduur en wijze van verkiezing leden 1 e kamer (beperkt belang)., Ook wijzigingen inz. Rechtspraak welke gerechten tot de rechterlijke macht behoren, wordt door de wetgever bepaald. Belangrijkste verschil: Grondrechten in hoofdstuk 1, maar vooral de parlementaire beschouwingen hierover verdienen de aandacht Beperkte herziening. Verzoek om inlichtingen van ministers kan ook van individuele kamerleden komen i.p.v. voltallige kamer Beperkte herziening. Mogelijkheid afschaffing dienstplicht. Afschaffing ontbinding 1 e kamer tussen 2 lezingen herziening GW. Hierna nog geen rust op GW gebied. In 1990 bijzondere commissie vraagpunten (Deetman): De politiek voelde in meerderheid niet voor een door 2 e kamer gekozen kabinetsformateur noch voor een referendum, wijziging in kiesstelsel of gekozen burgemeester. 1996: Nacht van Wiegel, stemde tegen correctief wetgevingsreferendum als enige van de VVD. 1999/2000. Nieuwe regeling inz. Nationale ombudsman, kleinere aanpassingen en diverse voorstellen zij nog aanhangig. Hoofdlijnen in grondwetshistorie: Uitbreiding kiesrecht, vergroting bevoegdheden kamers en aantal leden, terugdringing zelfstandige bevoegdheid regering, uniformering van de inrichting en bevoegdheden van de gedecentralieseerde besturen, nadruk op grondrechten, meer aandacht voor internationaal recht. Desondanks weinig gewijzigd in structuur sinds Tegenwoordig komen belangrijkste veranderingen in het constitutionele recht op het conto van wetgever (in formele zit) en voor EG-recht, verdragen en internationale rechtspraak. 18

19 Herzieningsprocedure grondwet (137 e.v. GW). 1. Wandeling in 1 e lezing. Indiening op initiatief regering of 2 e kamer. Voorstel wordt behandeld als ieder andere wet. Afwijking is de 2 e kamer zonder instemming van de regering het voorstel kan splitsen(combi van amendement en initiatief) in 2 of meer voorstellen die op hun beurt de gewone wetsprocedure volgen. 2. Ontbinding kamer. Kiezers kunnen uitspreken over aanpassingen. Gebeurt niet in de praktijk. Maken geen onderdeel van politiek gekrakeel in verkiezingstijd e lezing. Teksten in 1 e lezing tot stand gekomen, worden in vorm van wetsvoorstel ingediend (door regering of indieners 1 e voorstel). Vindt plaats vlak na de 1 e bijeenkomst van de nieuwe 2 e kamer. Wijziging voorstellen is in 2 e lezing niet mogelijk en gekwal. Meerderheid is vereist. Bevoegdheid tot splitsing is er wel nog voor 2 e kamer (kans echter klein dat een 2/3 meerderheid bereid is bezwaren van een minderheid groter dan 1/3 te honoreren. 4. Bekendmaking na bekrachtiging bij koninklijk besluit. Zij treden terstond in werking (139 juncto 141). 2 bijzondere wijzen van grondwetsherziening verdienen aandacht: 1. (o.g.v. art 5 statuut). Grondwetsherziening inzake bepalingen betreffende aangelegenheden van het koninkrijk de rijkswetprocedure is verplicht. 2. art 142 GW. Bij de wet kan de GW met het statuut in overeenstemming worden gebracht. GW bevat 2 typen bepalingen m.v.t. overgangsrechtelijke regime bij herziening: 1. additonele artikelen die alle regelen waneer een nieuwe grondwetsbepaling in werking treedt en of en hoe lang vroegere (grondwets)bepalingen van kracht blijven. Na verloop van tijd verliezen deze hun betekenis (veel geschrapt in 1983) GW. Alle anterieure formele wette, andere regelen en besluiten die in strijd zijn met een verandering in de GW bijven gehandhaafd. Dit is vreemd en dubbelzinnig omdat niet 120 geldt, maar 140 waardoor lagere regelingen ook blijven gelden (om te voorkomen dat er een rechtsvacuüm ontstaat. Het statuut laat een dergelijke buiten behandeling van lagere anterieure regelingen niet toe (art. 56). Organieke regelingen hebben formeel geen bijzondere status maar bevatten gedelegeerd grondwettelijk recht. De praktijk wijst uit dat de bijzondere wetgever herhaaldelijk van dergelijke algemene wetten afwijkt. Bovendien is de verhouding tussen dergelijke algemene wetten problematisch: welke ervan is het meest algemeen? Par. 3. Het statuut. In 1954 kwam het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tot stand. Daarmee was het koloniale tijdperk voor Nederland definitief ten einde. Op die datum vormden Nederland, suriname en de ned. Antlillen tezamen het koninkrijk en was niet langer de GW maar het statuut de hoogste staatsregeling ookal verwijst deze voor een aantal onderwerpen naar de GW. In 1975 eindigde de statutaire band met suriname. Aruba zou ook uittreden in 1994 maar dat ging niet door en nu kan Aruba o.g.v. art 59 statuut wel uittreden (via beslissend referendum (!)). Sinds 1986 omvat het koninkrijksverband 3 landen: Nederland, Antillen, Aruba. De laatste 2 hebben eigen grondwetten (staatsregeling). Formeel is er gelijkwaardigheid, maar voor wat betreft gemeenschappelijke belangen hebben Nederlandse ambten het uiteindelijk voor het zeggen. Statuut in hoofdlijnen. Het koninkrijk is een soort federatie, maar wel een eigensoortige. Ambten van het koninkrijk: Kroon van het koninkrijk is dezelfde als de Nederlandse. Raad van state is dezelfde evt. aangevuld met een lid uit de antillen en/of Aruba (art 13) De Nederlandse ministerraad fungeert als ministerraad voor het koninkrijk aangevuld met de gevolmachtigde ministers van de overzeese gebiedsdelen (art. 7). Die laatste nemen alleen 19

20 deel als het gaat over aangelegenheden van het koninkrijk die het betrokken land raken (art 10, 11, 45). Wetgever is de Nederlandse wetgever (bijzondere procedure, art 15) Hoge raad is ook cassatierechter voor Antillen en Aruba (art 23) Wetgeving is volgens art. 4 2 e lid van het statuut een taak van de wetgever van het koninkrijksverband, de rijkswetgever of de gever van de algemene maatregel van rijksbestuur, maar: 1. (art 14 lid 1, 5 lid 1) regeling van koninkrijksaangelegenheden is mogelijk bij de grondwet en internationale regelingen 2. (art 14 lid 3) regeling van koninkrijksaangelegenheden die noch in de antillen noch in aruba gelden, worden gesteld bij gewone Nederlandse wet of AMVB 3. (art 14 lid 4) regeling van koninkrijksaangelegenheden kan gedelegeerd worden aan een niet-gezamenlijk ambt 4. (bijv. 30,31) regeling van koninkrijksaangelegenheden bij landsverordening (bijv. dienstplicht in Aruba en antillen) Bij een blijvend meningsverschil (bezwarenprocedure art 12) in de ministerraad hebben de Nederlandse ministers het laatste woord omdat zij in de meerderheid zijn. Art 5 lid 2 stelt dat de GW het statuut in acht moet houden. Hoe zit het met de toetsing aan het statuut? Art 49: bij rijkswet kunnen regels worden gesteld omtrent de verbindendheid van wetgevende maatregelen die in strijd zijn met het statuut -> die rijkswet is echter nooit gekomen dus zou de rechter toetsingsbevoegd kunnen zijn, echter de HR grijpt (i.i.g. m.b.t. wet in formele zin) naar het harmonisatiewetarrest. Art 50 lid 1: De kroon kan wetgevende maatregelen in Aruba en antillen vernietigen bij strijd met hogere regeling of andere belangen. Lid 2 stelt dat m.b.t. Nederland dit zo nodig in de GW wordt geregeld. Welke zij de aangelegenheden van het koninkrijk? Art 3. bevat de hoofdmoot (8 onderwerpen). Via de procedure van art 55 kunnen andere onderwerpen worden toegevoegd. Ook gelden de grondwetsartikelen genoemd in art. 5 lid 1 als aangelegenheden van het koninkrijk. Andere aangelegenheden treft men aan in paragraaf 4 van het statuut (art 43 fundamentele menselijke rechten, 44, 50 en 51 bevoegdheid regering). Als er geen sprake is van aangelegenheden van het koninkrijk dan behartigen de staten (art 41) zelfstandig hun eigen aangelegenheden. Dit is overigens wel met inachtneming van art. 36 die handelen over onderlinge bijstand, overleg en samenwerking. Ook kunnen voor landsaangelegenheden procedurele vereisten van het statuut (art. 44,45) gelden. Art 55 handelt over herziening van het statuut (n.b. gewone meerderheid, dus minder streng dan GW terwijl GW statuut in acht moet houden juncto 142 GW). Staatsrecht antillen en Aruba. Beiden hebben staatsregelingen vastgesteld door zogenaamde landsverordeningen. Verder parallel met Nederland (gouverneur i.p.v. koning). Uit 1 kamer bestaand vertegenwoordiging (staten) en raad van advies (RvS). Door samenwerking ter wille van o.m. het niet al te zeer uiteengroeien van de rechtsstelsels van de antillen en Aruba bestaat sinds 1985 een samenwerkingsregeling tussen de 2 om in een aantal gevallen eenvormige landsverordeningen tot stand te moeten brengen. Wetgevende macht vaardigt landsverordeningen, regering landsbesluiten en minister, ministeriele verordeningen. Rechtspraak geschiedt in 2 instanties± 1 e aanleg en appel bij het gem. hof van justitie in willemstad. Staatsregeling van Aruba is moderner dan de antiliaanse. In Aruba is rechterlijke toetsing van landsverordeningen aan grondrechten van de staatsregeling mogelijk en is de vertrouwensregel erin vastgelegd (niet in Nederland). Ook heeft Aruba geen gedecentraliseerde structuur. Tenslotte is er nog het Constitutionele hof, 20

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht Prof.mr. A.D. Belinfante Mr. J.L. de Reede Beginselen van het Nederlands Staatsrecht druk Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1997 VOORWOORD II AFKORTINGEN 13 I INLEIDING 15 1. Benadering van

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

BEGELEIDINGSPLAN VOOR DE CURSUS INLEIDING

BEGELEIDINGSPLAN VOOR DE CURSUS INLEIDING BEGELEIDINGSPLAN VOOR DE CURSUS INLEIDING BESTUURSRECHT (R08181) (onderdeel traject Propedeuse Rechten) studiecentrum: Zwolle tijdvak: november 2010 t/m januari 2011 begeleider: mr drs G.E.P. ter Horst

Nadere informatie

BEGELEIDINGSPLAN BASISCURSUS RECHT (R01152)

BEGELEIDINGSPLAN BASISCURSUS RECHT (R01152) BEGELEIDINGSPLAN BASISCURSUS RECHT (R01152) (onderdeel traject Propedeuse Rechten) studiecentrum: Amsterdam tijdvak: februari 2011 t/m juni 2011 begeleider: JC Moree INLEIDING Dit begeleidingsplan behoort

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord XI. 3 Staatshoofd en ministers 46 3.1 De liefde van een crimineel 46 3.2 De Grondwet 47 3.3 Het Statuut 50

Inhoud. Voorwoord XI. 3 Staatshoofd en ministers 46 3.1 De liefde van een crimineel 46 3.2 De Grondwet 47 3.3 Het Statuut 50 Inhoud Voorwoord XI 1 Nederland vergeleken 1 1.1 Bestaat Nederland nog? 1 1.2 De Staat der Nederlanden 3 1.3 Nederland en de wereld 6 1.4 Vragen en perspectieven 8 1.5 Nederland vergeleken 12 Internetadressen

Nadere informatie

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren.

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren. Quiz over politiek, Europa en staatsrechtelijke spelregels Toelichting In de periode 2008-2010 werkte ik als staatsrechtjurist binnen het projectteam versterking Grondwet bij het Miniserie van BZK. Dit

Nadere informatie

Handvest van de grondrechten van de EU

Handvest van de grondrechten van de EU Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999-1999/2064(COS)) Het Europees

Nadere informatie

De hiërarchie der normen

De hiërarchie der normen De hiërarchie der normen De hiërarchie der normen houdt in dat er een rangorde bestaat tussen de verschillende reglementaire teksten. Dit betekent dat een lagere norm niet mag indruisen tegen een hogere

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

1. Indeling van het recht

1. Indeling van het recht H E S R o t t e r d a m I n s t i t u u t v o o r F i n a n c i e e l M a n a g e m e n t 1. Indeling van het recht Wij kunnen het recht op verschillende manieren in groepen verdelen. Een heel gebruikelijke

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

knowledge is power and power makes corrupt, so study hard and be evil

knowledge is power and power makes corrupt, so study hard and be evil knowledge is power and power makes corrupt, so study hard and be evil Kijk voor ons actuele aanbod van tentamentrainingen op www.capitaselecta.nl Voorwoord Welkom in Utrecht! Het nieuwe collegejaar staat

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Vertaling C-603/12-1 Zaak C-603/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Maatschappijleer par. 1!

Maatschappijleer par. 1! Maatschappijleer par. 1 Iets is een maatschappelijk probleem als: 1. Het groepen mensen aangaat 2. Het samenhangt met of het is gevolg is van maatschappelijke verandering 3. Er verschillende meningen zijn

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03 NOTA van: aan: Betreft: het praesidium de Conventie Instellingen - Ontwerp-artikelen voor titel IV van deel I van de

Nadere informatie

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL In het kader van de gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten wordt met het in het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel bepaald onder

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) PUBLIC 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 INLEIDENDE NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Nadere informatie

BESLUIT MANDAAT, VOLMACHT EN MACHTIGING FUMO

BESLUIT MANDAAT, VOLMACHT EN MACHTIGING FUMO Uitgegeven: 11 oktober 2013 2013, nr. 61 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLÂN Mandaatbesluit FUMO Vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van de FUMO d.d. 16 september 2013 BESLUIT MANDAAT, VOLMACHT EN MACHTIGING

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving. Deel II: Soorten regelgeving

Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving. Deel II: Soorten regelgeving Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving Deel II: Soorten regelgeving IPM Decentrale Regelgeving Versie 4.0, Augustus 2008 ICTU / Overheid heeft Antwoord Wilhelmina van Pruisenweg 104 2595 AN Den

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 303 Besluit van 30 mei 1996, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 juni 1993, houdende vaststelling van regelen, bedoeld in de

Nadere informatie

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID PREAMBULE Erkennende dat ondanks de bestaande verschillen in de nationale familierechten er evenwel een toenemende convergentie

Nadere informatie

Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs.

Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs. Gevolgen van de Wet goed onderwijs Goed onderwijsbestuur voor de verhouding tussen gemeenten en verzelfstandigd openbaar onderwijs. Per 1 augustus 2010 is de Wet Goed onderwijs Goed onderwijsbestuur in

Nadere informatie

Algemeen juridische beroepsvorming 4 ALGEMEEN JURIDISCHE BEROEPSVORMING 4 (CJU01.4/CREBO:50109)

Algemeen juridische beroepsvorming 4 ALGEMEEN JURIDISCHE BEROEPSVORMING 4 (CJU01.4/CREBO:50109) ALGEMEEN JURIDISCHE BEROEPSVORMING 4 (CJU01.4/CREBO:50109) sd.cju01.4.v3 ECABO, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, overgenomen, opgeslagen of gepubliceerd in

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000), P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de

Nadere informatie

De strijd tussen paus en keizer over wie de bisschop mag benoemen. John Locke. Om vrijheid te bereiken gaat hij uit van de volgende vereisten:

De strijd tussen paus en keizer over wie de bisschop mag benoemen. John Locke. Om vrijheid te bereiken gaat hij uit van de volgende vereisten: Theocratische staatsleer Investituurstrijd Klassiek-liberale rechtsstaat In de middeleeuwen is de vorst soeverein omdat hij in naam van god regeert. De vorst kan de wet nooit schenden omdat hij zelf de

Nadere informatie

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IIMIM III III II III IIII BM1401251 De raad van de gemeente Steenbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2014; gelet op: gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Statuten Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek- Waterland

Statuten Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek- Waterland Statuten Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie Zaanstreek- Waterland Naam, zetel en duur Artikel 1 1 De Stichting is genaamd: Stichting Regio College voor Beroepsonderwijs en Educatie

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 3 februari 2010 Betreft: Voorstel

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 47 Landsverordening van de 2 de juli 2014, tot wijziging van de Sanctielandsverordening inzake de wijze van implementatie van vastgestelde sanctieverordeningen

Nadere informatie

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid Vak Maatschappijwetenschappen Thema Politieke besluitvorming (katern) Klas Havo 5 Datum november 2012 Hoofdstuk 4 Het landsbestuur (regering en parlement) Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier

Nadere informatie

BEGINSELEN VAN BELGISCH PRIVAATRECHT I. Walter VAN GERVEN

BEGINSELEN VAN BELGISCH PRIVAATRECHT I. Walter VAN GERVEN BEGINSELEN VAN BELGISCH PRIVAATRECHT I Walter VAN GERVEN Professor emeritus K.U.Leuven, U.Tilburg, U.Maastricht Gewezen advocaat-generaal Europees Hof van Justitie Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie

Nadere informatie

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan. Inleiding

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan. Inleiding Mr. R.L. Vucsan Bestuursrecht Inleiding De vorige twee Katernen bestuursrecht werden geheel gedomineerd door de op 1 januari jongstleden ingevoerde eerste en tweede tranche van de Algemene wet bestuursrecht.

Nadere informatie

Publicatieblad Nr. L 082 van 22/03/2001 blz. 0016-0020

Publicatieblad Nr. L 082 van 22/03/2001 blz. 0016-0020 Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen,

Nadere informatie

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.)

Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) Privacy reglement kinderopvang Opgesteld volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens (W.B.P.) 1. Begripsbepalingen 1. Persoonsgegevens: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten

Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98. P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten Gevoegde zaken C-18 0/98 C-184/98 P. Pavlov e.a. tegen Stichting Pensioenfonds Medische Specialisten (verzoek van het Kantongerecht te Nijmegen om een prejudiciële beslissing) Verplichte deelneming in

Nadere informatie

Rolnummer 3009. Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T

Rolnummer 3009. Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T Rolnummer 3009 Arrest nr. 39/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 21 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-,

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67

PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67 PROVINCIAAL BLAD VAN LIMBURG 2005 / 67 Provinciale Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 16

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan:

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan: VERDRAG INZAKE BETAALDE ARBEID TEN BEHOEVE VAN AFHANKELIJKE GEZINSLEDEN VAN HET DIPLOMATIEK, CONSULAIR, ADMINISTRATIEF, TECHNISCH EN ONDERSTEUNEND PERSONEEL VAN DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE MISSIES De

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen

Profielschets Raad van Commissarissen Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

2de bach PSW. Publiek Recht. Boek / PPT / Notities. uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B23 4.80 EUR

2de bach PSW. Publiek Recht. Boek / PPT / Notities. uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B23 4.80 EUR 2de bach PSW Publiek Recht Boek / PPT / Notities Q uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be B23 4.80 EUR Nieuw!!! Online samenvattingen kopen via www.quickprintershop.be Syllabus:

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid 50 (1986) Nr. 2 1 ) TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2002 Nr. 112 A. TITEL Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele

Nadere informatie

1 Het onderwerp van het staats- en bestuursrecht 31-10-2004 7:54 De plaats van het staats- en bestuursrecht

1 Het onderwerp van het staats- en bestuursrecht 31-10-2004 7:54 De plaats van het staats- en bestuursrecht 1 Het onderwerp van het staats- en bestuursrecht 31-10-2004 7:54 De plaats van het staats- en bestuursrecht Het staats en bestuursrecht omvat formele en materiële rechtsnormen inzake het handelen van de

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van De Goudse Scholengemeenschap te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G530 Datum: 7 juni 1995 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van "De Goudse Scholengemeenschap" te Gouda, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Nadere informatie

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3

Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland. als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Generale regeling voor stichtingen en besloten vennootschappen van de Protestantse Kerk in Nederland als bedoeld in ordinantie 11-27-3 Inhoudsopgave Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. Artikel 4. Artikel

Nadere informatie

Boek I, titel 2 van het Wetboek van economisch recht Hoofdstuk 5. Definities eigen aan boek XIV:

Boek I, titel 2 van het Wetboek van economisch recht Hoofdstuk 5. Definities eigen aan boek XIV: Vrij beroep 1/ België Wet van 15 mei 2014 houdende invoeging van Boek XIV "Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende de beoefenaars van een vrij beroep" in het Wetboek van economisch recht

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Universiteit Maastricht Trefwoorden : algemeen verbindend voorschrift

Nadere informatie

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1,

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1, C 42/8 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 15.2.2002 II (Voorbereidende besluiten krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie) Initiatief van het Koninkrijk Belgiº en het

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ De Republiek der Nederlanden, verenigd in een micronatie sinds de uitroeping van de Unie van Utrecht 2007, beseffend dat een grondige hervorming

Nadere informatie

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven'

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' 1 Toezicht op bestuur Op 31 mei 2011 is het wetsvoorstel bestuur en toezicht (het "Wetsvoorstel")

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon.

1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon. Vastgesteld door de Raad van Bestuur, november 2010 Artikel 1 Begripsbepalingen 1.1 persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerd of identificeerbaar persoon. 1.2 verwerking van persoonsgegevens:

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2006

Examen VMBO-GL en TL 2006 Examen VMBO-GL en TL 2006 tijdvak 1 woensdag 31 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 37 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK

1. DOEL EN TOEPASSINGSBEREIK EUROPESE COMMISSIE Directoraat-generaal Concurrentie Beleid en coördinatie inzake staatssteun Brussel, DG D(2004) COMMUNAUTAIRE KADERREGELING INZAKE STAATSSTEUN IN DE VORM VAN COMPENSATIES VOOR DE OPENBARE

Nadere informatie

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels Staten en kiesstelsels Oostenrijk Oostenrijk is een van de vele landen in Europa waar verkiezingen plaatsvinden volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging. Toch heeft Oostenrijk weer bepaalde

Nadere informatie

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden Overdracht van raadsbevoegdheden Rekenkamer Leeuwarden Juli 2014 Colofon Samenstelling Rekenkamer Leeuwarden drs. P.L. Polhuis MA (voorzitter) ir. E. Voorwinde M.A. Hoekstra mw. J.E. Rijpma (secretaris)

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Besluitvorming Toezicht Sancties Rechtsgebied bestuursrecht oktober 2011 Rechtsgebied bestuursrecht Verhoudingen tussen bestuursorgaan/belanghebbende - stelt het bestuur is staat

Nadere informatie

2 DE SPREIDING VAN DE MACHTEN EN DE INVLOED VAN DE BURGER IN DE

2 DE SPREIDING VAN DE MACHTEN EN DE INVLOED VAN DE BURGER IN DE 2 DE SPREIDING VAN DE MACHTEN EN DE INVLOED VAN DE BURGER IN DE LOOP DER TIJD 12 Als in de landen van West-Europa met de orde ook het gezag van soevereine vorsten zich vestigt, houden filosofen als Locke,

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents

Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents Het Verdrag van Amsterdam in werking Prof. mr. R. Barents Kluwer - Deventer - 1999 DEEL1. HET VERDRAG VAN AMSTERDAM Hoofdstuk 1. Van Maastricht naar Amsterdam 3 1. Inleiding 3 2. De Europese verdragen

Nadere informatie

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet.

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 februari 2003 (10.03) (OR. en) PUBLIC 6614/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0027 (CNS) LIMITE VISA 35 COMIX 117 NOTA van: aan: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie

Controleprotocol provincie Utrecht

Controleprotocol provincie Utrecht Controleprotocol provincie Utrecht Controleprotocol voor de accountantscontrole bij door de provincie Utrecht gesubsidieerde instellingen Januari 2010 Controleprotocol provincie Utrecht 1 van 7 Controleprotocol

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 13 februari 2012 ADVIES 2012-8 met betrekking tot de openbaarheid van voorbereidende documenten

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen:

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren

Nadere informatie

Artikel 3. Taken voorzitter

Artikel 3. Taken voorzitter Ontwerp-besluit De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; gelezen het voorstel van het presidium van de gemeenteraad van 14 maart 2013; overwegende dat het gewenst is de integrale bevoegdheid van

Nadere informatie

Petra Vries Trainingen. Het Nieuwe Procederen bij de bestuursrechter. de wijzigingen in de Awb

Petra Vries Trainingen. Het Nieuwe Procederen bij de bestuursrechter. de wijzigingen in de Awb Het Nieuwe Procederen bij de bestuursrechter & de wijzigingen in de Awb Introductie Dit document is een bijlage bij de presentatie over Het Nieuwe Procederen bij de bestuursrechter. Hierin bespreek ik

Nadere informatie

Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal privaatrecht: naar een wetboek van internationaal privaatrecht?

Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal privaatrecht: naar een wetboek van internationaal privaatrecht? DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING C: RECHTEN VAN DE BURGER EN CONSTITUTIONELE ZAKEN JURIDISCHE ZAKEN Bestaande lacunes en toekomstperspectieven in het Europees internationaal

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 31 926 Uitvoering van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een

Nadere informatie

1. Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

1. Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. PRIVACYREGLEMENT 1. Begripsbepalingen 1. Persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. 2. Zorggegevens: persoonsgegevens die direct of indirect

Nadere informatie

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3 Artikel 1 1. Dit verdrag is van toepassing op de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen op het grondgebied van een andere Staat dan die waar de erkenning en tenuitvoerlegging

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het

Nadere informatie