Het sociaal rendement van. Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het sociaal rendement van. Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven"

Transcriptie

1 Het sociaal rendement van Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven

2 s Hertogenbosch, 24 december 2014 Het sociaal rendement van Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven Auteur: Jan Olde Loohuis Copyright 2014 Pimbaa. Alle rechten voorbehouden. Het is toegestaan gegevens uit dit rapport te gebruiken in artikelen en andere niet-commerciële uitingen, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld. Aan de informatie in dit onderzoek kunnen geen rechten worden ontleend. Pimbaa aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van onjuistheden en/of gedateerde informatie. Het sociaal rendement van LIFE 1

3 Inhoudsopgave 1. INLEIDING ONDERZOEKSOPZET LEESWIJZER SOCIAAL RENDEMENT LIFE BEHOUD WERKGELEGENHEID INVESTERING LIFE HEFBOOMEFFECT VAN DE INVESTERING EFFECTEN VOOR DE BELANGHEBBENDEN IMPACT VAN LIFE OP HET BEHALEN VAN DE EFFECTEN SOCIALE WAARDE VAN LIFE VOOR BELANGHEBBENDEN NETTO SOCIAAL RENDEMENT VAN LIFE BIJLAGE 1 BEGRIPPEN EN TOELICHTING IMPACT BIJLAGE 2 WAARDERING VAN EFFECTEN Het sociaal rendement van LIFE 2

4 1. Inleiding In 2013 heeft de gemeente Eindhoven het Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven (LIFE) opgezet. Het investeringsfonds komt voort uit de Crisiskredietregeling, een initiatief waarmee Start Foundation van 2009 tot en met 2011 geïnvesteerd heeft in 14 bedrijven. Door de Crisiskredietregeling werden 122 arbeidsplaatsen voor kwetsbare werknemers behouden en werd een positief sociaal rendement gerealiseerd. Deze goede resultaten, in combinatie met de aanhoudende economische crisis, waren voor de gemeente Eindhoven aanleiding om LIFE te starten. LIFE heeft als doel te voorkomen dat werknemers die kwetsbaar zijn op de huidige arbeidsmarkt, op straat komen te staan. Bedrijven die door de (aanhoudende) crisis in de problemen zijn geraakt, maar wel een gezond toekomstperspectief hebben, kunnen onder voorwaarden een beroep doen op LIFE. In dit onderzoek wordt geëvalueerd wat het sociaal rendement is van LIFE, wat de impact is van LIFE op het voorkómen van faillissement, en in hoeverre werkgelegenheid voor potentieel kwetsbare werknemers in de regio Eindhoven behouden is. De evaluatie betreft de resultaten van LIFE sinds de start in 2013 tot december Onderzoeksopzet De evaluatie van het Lokaal InvesteringsFonds Eindhoven is gebaseerd op de 7 principes van de Social Return in Investment (SROI) methode. Toepassing van deze principes betekent dat men in gesprek gaat met alle potentiële belanghebbenden om bij hen, en vanuit hun perspectief, te achterhalen welk effect zij ervaren of verwachten als gevolg van een project/interventie. Met interviews of vragenlijsten wordt achterhaald wat de belangrijkste effecten zijn en wat de waarde is van deze effecten. Vervolgens wordt bekeken in hoeverre het bereiken van deze effecten aan de interventie mag worden toegerekend; dit is de impact. Hiervoor worden alle externe factoren, die van invloed zijn (bijvoorbeeld demografische/economische ontwikkelingen of veranderende wetgeving), in kaart gebracht. In overleg met Start Foundation is besloten de betrokkenheid van de belanghebbenden te beperken tot de ondernemers achter de ondernemingen waarin geïnvesteerd is. Op basis van discussie met Start Foundation en literatuurstudie zijn belanghebbenden benoemd waarvan werd verwacht dat zij significante veranderingen zouden ondervinden als gevolg van LIFE. Vervolgens zijn de relevante effecten voor deze belanghebbenden geïdentificeerd. De gegevensverzameling voor de SROI-analyse van LIFE is uitgevoerd door een combinatie van literatuuronderzoek, vragenlijsten en interviews met de ondernemers, Start Foundation, banken en accountants. Middels (telefonische) interviews en vragenlijsten zijn gegevens verkregen bij de ondernemers over het werknemersbestand. Hiermee werd onder meer de leeftijd, het opleidingsniveau, het salaris, en de gezinssituatie van de werknemers in kaart gebracht. Met deze gegevens kan de baanvindduur bepaald worden. De baanvindduur drukt uit hoe lang de te verwachten werkloosheidsduur is van werknemers indien ze op een bepaald moment ontslagen zouden worden. Een werknemer Het sociaal rendement van LIFE 3

5 is potentieel kwetsbaar als deze, op basis van zijn leeftijd en opleidingsniveau, een baanvindduur heeft die boven het landelijk gemiddelde ligt. Hoe langer de baanvindduur is, hoe groter de besparing op maatschappelijke kosten indien werkgelegenheid wordt behouden. Op basis van data uit CBS statline is de baanvindduur voor werknemers voor diverse leeftijds- en opleidingscategorieën bepaald. Hiervoor is de meest recente beschikbare data over het jaar 2013 gebruikt. De impact LIFE is bepaald door bij diverse betrokkenen (ondernemer, kredietcommissie Start Foundation, accountant en bank) navraag te doen naar de kans op faillissement, de mate waarin andere partijen bijdroegen aan de financiering, en de mate waarin deze financiering door derden conditioneel was op de investering vanuit LIFE. Op deze manier worden zowel economische als bedrijfsspecifieke factoren in de berekening van de impact van LIFE betrokken en kan zo objectief mogelijk vastgesteld worden of er sprake was van een hefboomeffect door de investering vanuit LIFE. De sociale waarde van de effecten is berekend op basis van literatuuronderzoek en de werknemersbestanden van de betrokken bedrijven. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het sociaal rendement van LIFE stap voor stap gepresenteerd. In paragraaf 2.1 wordt beschreven hoeveel (kwetsbare) banen behouden zijn. In paragraaf wordt de investering van LIFE in de bedrijven berekend, waarna in paragraaf 2.3 aangegeven wordt in hoeverre deze investeringen ook een hefboom waren voor een investering door andere financiers. In paragraaf 2.4 worden de verwachte effecten van de LIFE regeling benoemd. De impact van LIFE op het realiseren van deze effecten wordt in paragraaf 2.5 berekend. Paragraaf 2.6 presenteert per belanghebbende de gerealiseerde sociale waarde. Tot slot wordt in paragraaf 2.7 het sociaal rendement van LIFE berekend. De gehanteerde definities worden in bijlage 1 toegelicht. In bijlage 2 worden de berekeningen onderbouwd die toegepast zijn om de effecten van LIFE te waarderen. Het sociaal rendement van LIFE 4

6 2. Sociaal rendement LIFE In de volgende paragrafen geven we aan welke resultaten LIFE tot nu toe opgeleverd heeft en welke investering LIFE gedaan heeft. 2.1 Behoud werkgelegenheid LIFE is in het leven geroepen om banen voor potentieel kwetsbare werknemers te behouden of een eventueel ontslag met een aanzienlijke periode uit te stellen. Tussen november 2013 en september 2014 heeft LIFE in 5 ondernemingen geïnvesteerd. Alle bedrijven staan per december 2014 nog overeind. Een aantal bedrijven heeft ondanks de crisis toch meer werknemers aan kunnen nemen, enkele anderen hebben hun personeelsbestand licht moeten inkrimpen. Onderstaande tabel geeft het aantal en het type werknemers weer dat de ondernemingen in dienst hadden op het moment van de investering (T=0) en per december 2014 (T=1). De baanvindduur betreft de gemiddelde baanvindduur voor de werknemers van de betreffende onderneming in december Tabel 1 overzicht werknemersbestand Werknemers op T=0 Werknemers op T=1 Gemiddelde baanvindduur Onderneming Kwetsbaar Niet kwetsbaar Kwetsbaar Niet kwetsbaar Portfolio Nederland A ,6 10,5 B ,0 10,5 C ,2 10,5 D ,6 10,5 E ,5 10,5 Gemiddelde 6,0 7,8 6,4 8,6 10,2 10,5 Totaal In totaal zijn bij deze ondernemingen 32 kwetsbare banen behouden (T=0: 30) en 43 nietkwetsbare banen behouden (T=0: 39). De verhouding tussen kwetsbare en niet-kwetsbare medewerkers is tussen t=0 en t=1 vrijwel gelijk gebleven. 43% van alle werknemers is te kenmerken als kwetsbaar op basis van de verwachte baanvindduur. De baanvindduur van de portfolio is iets lager dan het gemiddelde in Nederland. Dit wordt veroorzaakt door de lage baanvindduur van één bedrijf in de portfolio. 2.2 Investering LIFE De investering door LIFE in de ondernemingen bestaat uit drie componenten; de lening, een korting op de gangbare marktinterest en ondersteuning door de bedrijfsadviseurs van Start Foundation. Hieronder worden de achtergrond en waarde van elke component beschreven. Het sociaal rendement van LIFE 5

7 1. De hoogte van het verstrekte krediet LIFE heeft in totaal aan leningen verstrekt aan vijf ondernemingen. De verstrekte kredieten variëren van tot met een gemiddelde hoogte van In de meeste gevallen is het eerste jaar aflossingsvrij en wordt aflossing vervolgens in 48 gelijke maandelijkse termijnen voldaan. LIFE vraagt geen afsluitprovisie voor het verstrekken van de lening. 2. De waarde van de korting op de gangbare marktinterest LIFE verstrekt leningen met een interestpercentage dat onder de gemiddelde marktinterestvoet voor vergelijkbare kredieten ligt. Uit onderzoek in het kader van de Crisiskredietregeling van Start Foundation kwam naar voren dat banken voor vergelijkbare kredieten een interestpercentage van circa 9% hanteren. Uit discussie komt eveneens naar voren dat banken bij meer risicovolle ondernemingen navenant hogere interestpercentages hanteren. Voor de berekening van de interestkorting wordt echter uitgegaan van een conservatief gemiddelde van 9%. Afhankelijk van een aantal sociale en financiële kengetallen bepaalt Start Foundation als uitvoerder van LIFE per onderneming het vereiste interestpercentage. De interestkorting varieert hierdoor van 3% tot 4% met een gemiddelde van 3,6%. De waarde van deze interestkorting gemeten over de gehele looptijd van alle leningen in portfolio, rekening houdend met aflossing in 48 termijnen vanaf het tweede jaar, bedraagt De waarde van de ondersteuning aan de ondernemingen LIFE investeert in de ondernemingen in portfolio door de tijd van een adviseur ter beschikking te stellen. Deze ondersteuning gaat de normale activiteiten rondom het administratieve beheer van een investering te boven. Met de sectorkennis, het financiële inzicht en de ervaring in bedrijfsadvisering kan de adviseur van Start Foundation veel bijdragen aan de overleving van de onderneming. We baseren de waarde van het advies daarom op het gemiddelde uurtarief van 120 dat een financieel adviseur hanteert 1. In totaal verwachten de adviseurs van Start Foundation 400 uren aan ondersteuning te zullen bieden, hetgeen een waarde vertegenwoordigt van De inzet varieert van 50 tot 100 uur per bedrijf en is afhankelijk van de ingeschatte begeleidingsbehoefte. In dit bedrag zijn geen kosten versleuteld voor de tijd die de staf van Start Foundation kwijt is aan behandeling van aanvragen die uiteindelijk niet tot een investering kwamen. De waarde van de advisering bevat dus geen expliciete opslag voor overhead ten aanzien van de activiteiten voor het beheer van de portfolio. 1 Bron: Het sociaal rendement van LIFE 6

8 Verdeeld over de drie componenten bedraagt de totale investering in LIFE In onderstaande tabel presenteren we per onderneming de hoogte van de verstrekte lening, de waarde van de interestkorting en de waarde van de advisering door Start Foundation. Tabel 3 overzicht investeringen LIFE Investering LIFE in lening, interestkorting en advies Onderneming Lening Interestkorting Waarde korting Aantal uren Waarde advies Totale inbreng A ,0% B ,0% C ,0% D ,0% E ,0% Gemiddelde ,6% Totaal Hefboomeffect van de investering Een van de aanleidingen om LIFE te starten was gelegen in het feit dat banken, vanwege de kredietcrisis, de deur dichthielden voor financieringsaanvragen van bedrijven die in moeilijke omstandigheden verkeerden. Door te investeren in dit type bedrijven wilde LIFE een aanjager en hefboom zijn voor het verkrijgen van aanvullende bancaire financiering. Bij 2 van de 5 investeringen kunnen we concluderen dat de participatie van LIFE ertoe leidde dat derden (bank en BBZ) bereid waren tot financieren. Deze financiering betreft zowel additionele financieringen als opschorting van aflossingsverplichtingen. In totaal hebben de derden op deze manier geïnvesteerd. We berekenen het hefboomeffect op basis van de door LIFE verstrekte leningen ad omdat banken niet zozeer geïnteresseerd zijn in de waarde van de interestkorting en het bedrijfsadvies. De hefboom op de totale portefeuille komt hierdoor op 0,72 (of 72%). Op bedrijfsniveau varieert de hefboom van 0 tot 1,8. Bij 2 andere investeringen was financiering door derden niet conditioneel op de participatie door LIFE. Deze derden, de bank respectievelijk een particuliere investeerder, hebben samen met LIFE geïnvesteerd maar zouden deze investering ook gedaan hebben als LIFE niet geparticipeerd had in de financieringsronde. Op dit bedrag ( ) is daarom geen hefboom van toepassing. In één geval was LIFE de enige investeerder. In onderstaande tabel is de verdeling van de financiering, de procentuele bijdrage van LIFE en de hefboomfactor per onderneming weergegeven. Tabel 4 overzicht hefboom LIFE Investering LIFE en hefboomeffect Onderneming Lening LIFE Bedrag hefboom Niet-hefboom Totaal Bijdrage LIFE Hefboom A ,0% 0,00 B ,71% 1,80 C ,76% 0,00 D ,1% 0,75 E ,0% 0,00 Gemiddelde ,9% Totaal ,9% 0,72 Het sociaal rendement van LIFE 7

9 Uit bovenstaande tabel blijkt dat in totaal aan financiële middelen geïnvesteerd is in de bedrijven in de portfolio, waarvan LIFE 45% voor haar rekening heeft genomen. Grafiek 1 investeringen en hefboom LIFE Investeringen en hefboom LIFE ; 23% ; 32% ; 45% Lening LIFE Hefboom LIFE Overige financiering 2.4 Effecten voor de belanghebbenden Er zijn 5 belanghebbenden gedefinieerd waarvoor middels een SROI-analyse de verwachte effecten in kaarten zijn gebracht en de sociale waarde is berekend. Tabel 5 overzicht belanghebbenden en effecten Belanghebbenden en effecten LIFE Belanghebbende Effect Indicator Kwetsbare werknemer Behoud vaste baan Behoud inkomen Niet-kwetsbare werknemer Behoud vaste baan Behoud inkomen Gemeentelijke overheid Lagere instroom WWB Lagere kosten WWB Landelijke overheid Behoud belasting Behoud belastingopbrengst UWV WERKbedrijf Lagere instroom WW Lagere kosten WW Voor elk effect is één indicator vastgesteld waarmee gemeten kan worden in hoeverre het effect bereikt wordt en wat de verwachte waarde van het effect is. De waarde van de effecten is afhankelijk van de samenstelling van het werknemersbestand, en varieert daarom van bedrijf tot bedrijf. Factoren die een rol spelen bij de berekening van de waarde zijn onder meer de leeftijd, de verwachte baanvindduur, het huidige bruto maandloon en de opgebouwde WW-rechten van de werknemers. In bijlage 2 wordt toegelicht op welke manier de waarde van de effecten berekend wordt. 2.5 Impact van LIFE op het behalen van de effecten Een belangrijk onderdeel van een SROI-analyse betreft de bepaling in hoeverre een effect is toe te rekenen aan de interventie die gepleegd is, in dit geval de LIFE regeling. Op basis van Het sociaal rendement van LIFE 8

10 de kans op faillissement zonder financiering door LIFE, de procentuele bijdrage van LIFE en de hefboom kunnen we bepalen hoe groot de impact is van LIFE op het bereiken van de in vorige paragraaf beschreven effecten. De kans op faillissement is een gemiddelde op basis van gesprekken met de directeur/eigenaar van de onderneming, de accountant, de bank en de adviseur van Start Foundation en de leden van de kredietcommissie. Het gemiddelde betreft hier de kans uitgedrukt in een percentage van 0% tot 100% dat de onderneming vanaf T=0 binnen 6 tot 9 maanden failliet zou gaan indien er geen aanvullende en/of vervangende financiering zou komen. De gemiddelde kans op faillissement ligt op bijna 50%, met een variatie van 29% tot 88%. De impact van LIFE stijgt naarmate de kans op faillissement hoger is. De procentuele bijdrage van LIFE en de respectievelijke hefboomfactor zijn reeds weergegeven in paragraaf 2.2 en 2.3. De impact stijgt naarmate de bijdrage en/of de hefboom hoger zijn. In bijlage 1 wordt de berekening van de impactbepaling nader toegelicht. In onderstaande tabel wordt de impact per onderneming weergegeven, gebaseerd op de kans op faillissement, de procentuele bijdrage van LIFE en de hefboomfactor. Tabel 6 overzicht hefboom en impact LIFE Hefboom en Impact van LIFE Onderneming Kans op faillissement Bijdrage LIFE* Hefboom* Impact* A 42,5% 100,0% 0,00 43% B 87,5% 35,7% 1,80 88% C 47,5% 36,8% 0,00 17% D 28,8% 57,1% 0,75 29% E 41,3% 50,0% 0,00 21% Gemiddelde 49,5% 44,9% 0,72 39% * De gemiddelden van de bijdrage van LIFE, de hefboom en de impact zijn berekend op portfolioniveau en zijn daarom geen gemiddelde van de in de tabel weergegeven cijfers. 2.6 Sociale waarde van LIFE voor belanghebbenden In paragraaf 2.4 is geschetst welke effecten LIFE kan realiseren en in paragraaf 2.5 is berekend wat de impact is van LIFE op het realiseren van deze effecten. In onderstaande tabel wordt getoond hoeveel sociale waarde de LIFE regeling per onderneming en per belanghebbende gerealiseerd heeft, na correctie voor de impact van LIFE. In bijlage 2 worden de aannames en grondslagen voor de waardering van de effecten nader toegelicht. Tabel 7 overzicht sociale waarde LIFE na impact Waarde effecten LIFE portfolio, per belanghebbende, na correctie impact Onderneming Kwetsbare Niet kwetsbare Gemeente Belastingdienst UWV Totaal werknemers werknemers A B C D E Gemiddelde Totaal Procentueel 13% 9% 3% 11% 65% Het sociaal rendement van LIFE 9

11 Uit de resultaten blijkt dat 65% van de sociale waarde verwacht wordt bij belanghebbende UWV en 11% bij belanghebbende De Belastingdienst. Uit de analyses blijkt dat, gezien de leeftijd van de werknemers, de opgebouwde WW-rechten relatief hoog zijn. In combinatie met de verwachte baanvindduur blijkt dat slechts enkele werknemers uiteindelijk in WWB komen gedurende de baanvindduur die nog resteert na de WW-uitkering, Daardoor is de sociale waarde voor de gemeente relatief gering. Grafiek 2 sociale waarde LIFE per belanghebbende Sociale waarde LIFE per belanghebbende Kwetsbare werknemers Niet kwetsbare werknemers Gemeente Belastingdienst UWV 22% van de sociale waarde wordt gegenereerd voor de werknemers. 57% van de waarde voor de werknemers wordt gerealiseerd voor potentieel kwetsbare werknemers. Dit bevestigt dat potentieel kwetsbare werknemers verhoudingsgewijs het meest te winnen hebben bij de instandhouding van het bedrijf waar zij werken. 2.7 Netto sociaal rendement van LIFE Vanuit het perspectief van een investeerder is het netto sociaal resultaat van LIFE interessant. Om het netto resultaat te bepalen, wordt de netto sociale waarde afgezet tegen de netto investeringen. Daarbij wordt middels de discontofactor rekening gehouden met de onzekerheid van toekomstige opbrengsten. Onzekerheid toekomstige opbrengsten LIFE heeft leningen verstrekt aan ondernemingen met een relatief hoog risico. De kans op spoedig faillissement is weliswaar verkleind door de investering, maar het risicoprofiel blijft hoog gezien de relatief zwakke positie van de ondernemingen en de staat van de economie. In maatschappelijke kosten-baten analyses (MKBA s) wordt normaliter uitgegaan van een Het sociaal rendement van LIFE 10

12 discontovoet van 4% voor de berekening van de contante waarde van toekomstige opbrengsten en investeringen. In deze rapportage is ervan uitgegaan dat de disconto die van toepassing is op de LIFE regeling aanzienlijk hoger zou moeten zijn omdat er een hoger dan gemiddeld risico is dat de verwachte sociale waarde en de terugbetaling van de lening niet volledig gerealiseerd wordt. Naarmate er sprake is van een hogere disconto daalt de contante waarde van de in de toekomst te verwachten effecten en aflossingen, hetgeen de onzekerheid reflecteert. De kredietcommissie van Start Foundation heeft per onderneming het risicoprofiel besproken. Ook de accountant, de ondernemer en de bank hebben hiervan een inschatting gegeven. Dit risicoprofiel is omgezet naar een discontovoet om de contante waarde van toekomstige opbrengsten te berekenen. De gemiddelde disconto is 29%, met individuele variaties van 13% tot 45%. Realisatie netto sociaal rendement In paragraaf 2.4 is de investering per bedrijf berekend en in paragraaf 2.6 is de sociale waarde per bedrijf, na correctie voor impact, gepresenteerd. Deze bedragen worden gecorrigeerd met de discontofactor om te komen tot het netto resultaat. Tabel 8 overzicht netto investeringen en netto sociale waarde LIFE Investering en sociale waarde na correctie disconto Onderneming Investering Netto Investering* Sociale waarde Netto Sociale waarde** A B C D E Gemiddelde Totaal * Investering op T=1 na aftrek van voldane aflossingen en na correctie voor de discontofactor over de nog af te lossen bedragen en te verstrekken interestkorting gedurende de openstaande investeringstermijn. ** De sociale waarde is gebaseerd op het werknemersbestand bij aanvang van een investering, aangepast voor groei of afname van het werknemersbestand, en houdt rekening met de impact en de discontofactor. Op basis van de netto investeringen en de netto sociale waarde wordt het netto resultaat berekend en kan de Social Return on Investment bepaald worden. Tabel 9 toont het netto resultaat van de investering in LIFE. Tabel 9 overzicht netto resultaat en SROI LIFE * Netto sociale waarde minus netto investering. ** Netto sociale waarde gedeeld door netto investering. Realisatie netto resultaat en SROI Onderneming Netto sociale waarde Netto Investering Netto resultaat* SROI Ratio** A ,6 B ,1 C ,5 D ,8 E ,9 Gemiddelde Totaal ,5 Het sociaal rendement van LIFE 11

13 De LIFE portfolio heeft tot op heden een positieve Social Return on Investment van 3,5 gerealiseerd. Dit betekent dat voor iedere geïnvesteerde euro een sociale waarde van 3,5 euro gerealiseerd wordt. Grafiek 3 netto resultaat LIFE Netto resultaat LIFE 0 Netto sociale waarde Netto Investering Netto resultaat Afhankelijk van de prestaties van de ondernemingen kan het rendement gedurende de looptijd van het krediet positiever of negatiever uitpakken. De netto sociale waarde stijgt als de bedrijven erin slagen om te groeien en meer werknemers in dienst te nemen. De netto investering daalt als bedrijven de lening aflossen omdat de discontofactor niet meer van toepassing is op de afgeloste bedragen. Beide factoren hebben een positief effect op het sociaal rendement. Echter, als een onderneming alsnog failliet gaat dan zal het verstrekte krediet niet afgelost worden en zullen werknemers alsnog hun baan verliezen. Dit heeft een negatief effect op het sociaal rendement. Het sociaal rendement van LIFE 12

14 Bijlage 1 Begrippen en toelichting impact In onderstaande tabel is beschreven wat een begrip inhoudt en hoe dit gebruikt wordt in de berekeningen. Tabel 10 overzicht definities Begrip Definitie en omschrijving Voorbeeld Deadweight Attributie Impact Risicoprofiel en disconto Deadweight is het deel van een effect dat ook zonder de interventie van LIFE behaald zou zijn. Voor de Crisiskredietregeling wordt de deadweight bepaald op basis van de kans op faillissement. Hoe hoger de kans op faillissement, des te lager de deadweight; als de onderneming zonder financiering vanuit LIFE failliet zou zijn gegaan, dan zouden de verwachte effecten niet bereikt kunnen worden. De formule voor de berekening van deadweight is 100% minus de procentuele kans op faillissement. De deadweight wordt voor iedere onderneming afzonderlijk vastgesteld. Attributie is het deel van een effect dat door de participatie/invloed van andere partijen/factoren bereikt wordt. De attributie wordt berekend op basis van het procentuele aandeel van LIFE in de financieringsronde ( a ), vermenigvuldigd met de eventuele hefboom ( b ) op het loskrijgen van financiering door derden. De attributie aan andere partijen wordt berekend volgens de formule 100% minus ( a plus ( a maal b )). De attributie wordt voor iedere onderneming afzonderlijk vastgesteld. De impact is het deel van het effect dat is toe te rekenen aan de interventie van LIFE. De impact wordt vastgesteld door de formule (1 minus deadweight) maal (1 minus attributie). Het risicoprofiel is een inschatting van de leden van de kredietcommissie, de ondernemer, de accountant en de bank ten aanzien van de mogelijkheid dat een onderneming na afwenden van de initiële kans op faillissement, gedurende de vijfjarige looptijd van de lening alsnog failliet gaat. Het risicoprofiel wordt operationeel gemaakt met de disconto. De disconto is dus een maatstaf voor de onzekerheid van het realiseren van sociale waarde en inlossen van aflossings- en rentebetalingsverplichtingen. Met de disconto wordt de netto contante waarde berekend van de aflossingen, de interestkorting, de waarde van de ondersteuning en de sociale waarde. Kans op faillissement: 88% Deadweight: 12% Procentuele aandeel LIFE in de financieringsronde: 20% Hefboom: 3,0 Attributie: 20% Deadweight: 12% Attributie: 20% Impact: 70,4% Risicoprofiel: 20% Disconto: 20% Definitie Baanvindduur De baanvindduur is van toepassing op mensen die deel uitmaken van de beroepsbevolking en direct beschikbaar zijn voor werk. De baanvindduur drukt uit hoe lang de te verwachten werkloosheidsduur is van werknemers indien ze op een bepaald moment ontslagen zouden worden. Voor de berekening van de baanvindduur wordt gebruik gemaakt van CBS gegevens die baanvindduur aangeven voor mensen die 0 tot 6 maanden werkloos zijn. De CBS cijfers zijn afkomstig uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB). Op dit moment staan Het sociaal rendement van LIFE 13

15 cijfers met betrekking tot de baanvindduur in 2013 ter beschikking. Cijfers over 2014 worden medio 2015 door het CBS gepubliceerd. Mensen die vallen onder proefplaatsingen, werkervarings- of re-integratie plekken, begeleid werken of via de WSW gedetacheerd zijn, hebben mogelijk een zwakkere positie ten opzichte van de arbeidsmarkt dan in de baanvindduur tot uiting komt. Deze zwakkere positie wordt momenteel verder uitgewerkt. Vooralsnog wordt de reguliere baanvindduur toegepast. De in onderstaande tabel omgeschreven definities worden gehanteerd ten aanzien van de indeling in opleidingsniveaus van lager, middelbaar, en hoger. Dit zijn de definities die door het CBS gehanteerd worden bij de indeling van mensen in opleidingsniveaus. Tabel 11 overzicht opleidingsniveaus Niveau Omvat de volgende opleidingen Lager Maximaal basisonderwijs/lbo/vmbo/mavo/mbo-1 Middel HAVO/VWO/MBO-2 t/m MBO-4 Hoger HBO/Universiteit Uitsluitingen berekening Baanvindduur In de analyse van het werknemersbestand en de baanvindduur worden eventuele werknemers ouder dan 65 niet meegenomen. Omdat zij feitelijk gepensioneerd zijn, zijn zij niet opgenomen in de databestanden van het CBS en hebben zij statistisch gezien een baanvindduur van 0 maanden. Het meenemen van de 65 plussers zou dan een vertekend beeld geven van de baanvindduur. Voor werknemers van 63 of 64 jaar oud wordt een correctie uitgevoerd op de baanvindduur om te voorkomen dat de baanvindduur overschat wordt ten opzichte van het aantal maanden dat de werknemer nog rest tot de pensioengerechtigde leeftijd. In de analyse van het werknemersbestand en de baanvindduur worden eventuele werknemers met een BOL-stage overeenkomst niet meegenomen. Het volgen van een stage als onderdeel van de opleiding impliceert dat de werknemer nog niet direct beschikbaar is voor arbeidsmarkt. De baanvindduur is geen relevant meetinstrument voor deze groep werknemers omdat de baanvindduur alleen van toepassing is op mensen die direct werkzaam kunnen zijn in een reguliere baan, eventueel met enige aanpassingen. Onderstaande grafiek geeft de samenhang tussen het aantal maanden baanvindduur, de leeftijdscategorie en het opleidingsniveau weer. Het verschil in baanvindduur op basis van geslacht is relatief kleiner, en daarom niet apart opgenomen in deze grafiek. Het sociaal rendement van LIFE 14

16 Maanden baanvindduur Pimbaa Onderzoek & Advies Grafiek 4 overzicht baanvindduur naar leeftijd en opleidingsniveau Aantal maanden baanvindduur naar leeftijd en opleidingsniveau ,0 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0, Leeftijdscategorie Lagere opleiding Middelbare opleiding Hogere opleiding Uit de grafiek blijkt dat de baanvindduur vooral sterk toeneemt voor de leeftijdscategorie jaar, en voor de categorie jaar. Het verschil in baanvindduur op basis van het opleidingsniveau is relatief het grootst tussen lager en middelbaar of hoger opgeleiden. Dit verschil blijft vrijwel constant naarmate de leeftijd toeneemt. Het sociaal rendement van LIFE 15

17 Bijlage 2 Waardering van effecten In onderstaande tabel is per indicator de waarderingsmethode aangegeven. Belanghebbende Effect Indicator Waarderingsmethode Kwetsbare medewerker Behoud vaste baan Behoud inkomen 1. Verschil netto inkomen uit huidige werk en netto-inkomen uit WW- en/of WWB-uitkering Niet-kwetsbare medewerker Gemeentelijke overheid Landelijke overheid Behoud belasting Behoud belastingopbrengst Behoud vaste baan Behoud inkomen 1. Verschil netto-inkomen uit huidige werk en netto-inkomen uit WW- en/of WWB-uitkering Lagere instroom WWB Lagere kosten WWB 2. Hoogte van de WWB-uitkering gedurende maanden van werkloosheid die niet gedekt worden door een WWuitkering 3. Verschil tussen opbrengsten uit belastingheffing op inkomen uit werk en inkomen uit uitkering UWV WERKbedrijf Lagere instroom WW Lagere kosten WW 4. Som van bruto WW-uitkeringen gedurende de maanden van werkloosheid Generieke aannames Baanvindduur: a. De baanvindduur voor nieuwe werknemers die tussen T=0 en T=1 in dienst getreden zijn wordt gelijk gesteld aan de baanvindduur van werknemers met een vergelijkbaar profiel die reeds in dienst waren. Er wordt dus geen rekening gehouden met de periode waarin de nieuwe werknemer mogelijk al werkloos was voordat hij in dienst trad bij de onderneming. Rechten op WW-uitkering: a. De werknemer heeft voor ieder jaar sinds zijn 18 e een maand WW-recht opgebouwd. b. Aangenomen wordt dat relatief laag geschoolde werknemers vanaf hun 18 e werkzaam zijn, continue gewerkt hebben, en niet eerder gebruik gemaakt van een WW-uitkering. c. Voor werknemers die tussen T=0 en T=1 zijn aangenomen vanuit een WW-uitkering wordt geen rekening gehouden met eventueel opgesoupeerde WW-rechten. Hoogte WW-uitkering: a. Voor werknemers die op T=0 in dienst waren wordt het dan bekende bruto maandloon als basis genomen voor de berekening van de hoogte van de WW-uitkering. b. Voor werknemers die tussen T=0 en T=1 aangenomen zijn wordt het bruto maandloon per peildatum 1 december 2014 als basis genomen voor de berekening van de hoogte van de WW-uitkering. c. De hoogte van de WW-uitkering is 75% van het laatstgenoten bruto inkomen gedurende de eerste 2 maanden van werkloosheid, rekening houdend met het maximum dagloon. Het sociaal rendement van LIFE 16

18 d. De hoogte van de WW-uitkering is 70% van het laatstgenoten bruto inkomen gedurende de daaropvolgende maanden van werkloosheid, rekening houdend met het maximum dagloon. e. De maximale WW-duur is 38 maanden. Rechten op WWB-uitkering a. Alleen werknemers met een hoofdinkomen en een leeftijd hoger dan 27 jaar aanspraak kunnen maken op een WWB-uitkering als hun rechten op een WW-uitkering opgesoupeerd zijn. Voor elke werknemer is door de ondernemer ingeschat of deze een hoofdinkomen of een aanvullend inkomen verdiend. Hoogte WWB-uitkering: a. Werknemers zijn ingedeeld in de volgende WWB-categorieën Gehuwd/geregistreerd partner/ongehuwd samenwonend, Alleenstaande ouders met kinderen < 18, Alleenstaanden, Jonger dan 27, voor zover bekend en gebaseerd op de door de ondernemer verstrekte gegevens over de gezinssituatie van de werknemer. De bijbehorende standaarduitkeringen zoals vastgesteld per 1 juli zijn gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van de WWB-uitkering. Er is hierbij geen rekening gehouden met eventuele persoonsgebonden toeslagen. Inkomstenbelasting: a. Het gemiddelde inkomstenbelastingpercentage is vastgesteld 33% vanuit de gedachte dat het inkomen van laaggeschoolde werknemers over het algemeen in de laagste belastingschijven zal vallen. b. Over een WWB-uitkering is geen inkomstenbelasting verschuldigd. Waarderingsmethoden Waarderingsmethode 1: Verschil netto inkomen uit huidige werk en netto inkomen uit WW- en/of WWB-uitkering Van toepassing op alle werknemers die op peildatum 1 december 2014 in dienst waren. Stappen voor waardering: 1. Hoe lang zal de werknemer aanspraak gaan maken op een WW/WWB-uitkering? a) Bepaal de baanvindduur voor de werknemer op basis van de gemiddelde baanvindduur. 2. Hoeveel maanden WW-rechten heeft de werknemer opgebouwd? a) Bepaal de opgebouwde WW-rechten door 18 jaar af te trekken van de leeftijd van de werknemer op de datum waarop de investering door LIFE gedaan werd. 2 Het sociaal rendement van LIFE 17

19 3. Zal de werknemer ook aanspraak kunnen maken op de WWB? a) Stel vast of de opgebouwde WW-rechten onvoldoende zijn om de volledige baanvindduur te dekken. b) Bepaal of de werknemer in aanmerking komt voor WWB gezien zijn leeftijd en inkomenssituatie. c) Hoeveel inkomen zal de werknemer netto inleveren als hij in de WW, en eventueel in de WWB komt? d) Bereken het netto inkomen dat de werknemer zou hebben als hij gedurende de baanvindduur periode zijn inkomen uit werk zou behouden. e) Bereken het netto inkomen uit de uitkering(en) dat de werknemer zou hebben gedurende de baanvindduur periode. f) Het verschil tussen (d) en (e) is de waarde van het behoud van inkomen. Waarderingsmethode 2: Hoogte van de WWB-uitkering gedurende maanden van werkloosheid die niet gedekt worden door een WW-uitkering Van toepassing op alle werknemers die op peildatum 1 december 2014 in dienst waren, ouder zijn dan 27, een hoofdinkomen verdienen, en onvoldoende WW-rechten hebben opgebouwd om tijdens de op basis van de baanvindduur verwachte periode van werkloosheid een inkomen te kunnen genieten. Stappen voor waardering: 1. Zal de werknemer aanspraak kunnen maken op de WWB? a. Stel vast of de opgebouwde WW-rechten onvoldoende zijn om de volledige baanvindduur te dekken. b. Bepaal of de werknemer in aanmerking komt voor WWB gezien zijn leeftijd en inkomenssituatie. 1. Hoe lang zal de werknemer aanspraak gaan maken op een WWB-uitkering? a. Bepaal het aantal maanden dat de werknemer gebruik zal maken van een WWBuitkering, gebaseerd op het aantal maanden baanvindduur dat niet gedekt wordt door de opgebouwde WW-rechten. 2. Hoe hoog is de totale WWB-uitkering die werknemer zal ontvangen? a. Bepaal de maandelijkse uitkering op basis van de gezinssituatie van de werknemer. Waarderingsmethode 3: Verschil tussen opbrengsten uit belastingheffing op inkomen uit werk en inkomen uit uitkering Van toepassing op alle werknemers die op peildatum 1 december 2014 in dienst waren. Stappen voor waardering: Het sociaal rendement van LIFE 18

20 1. Hoeveel belasting zou de werknemer gedurende de baanvindduur betalen over zijn bruto inkomsten als hij zijn baan zou behouden? a. Bereken de totale bruto loonsom en de af te dragen inkomstenbelasting. 2. Hoeveel belasting zou de werknemer gedurende de baanvindduur betalen over zijn bruto inkomsten als hij zijn baan niet zou behouden en inkomsten uit de WW en eventueel WWB zou moeten krijgen? a. Bereken de totale uitkeringssom en de af te dragen inkomstenbelasting. 3. Stel het verschil vast tussen de inkomstenbelasting over de bruto loonsom en de inkomstenbelasting over de uitkering. Waarderingsmethode 4: Som van bruto WW-uitkeringen gedurende de maanden van werkloosheid Van toepassing op alle werknemers die op peildatum 1 december 2014 in dienst waren, die WW-rechten opgebouwd hebben. Stappen voor waardering: 1. Bepaal op basis van de berekeningen bij waarderingsmethode 1 de bruto WWuitkeringen die de werknemers van een onderneming zullen ontvangen gezien hun opgebouwde WW-rechten, maximum dagloon en baanvindduur. Het sociaal rendement van LIFE 19

Evaluatie Crisiskredietregeling van

Evaluatie Crisiskredietregeling van Evaluatie Crisiskredietregeling van Start Foundation Rekenen op sociale waarde In opdracht van Uitgevoerd door :Start Foundation :Koster & van Hooren EgberinkDeWinter B.V. Datum :November 2012 www.kosterenvanhooren.nl

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Een verantwoord krediet

Een verantwoord krediet Een verantwoord krediet Uw gegevens Dhr. Proefpersoon Mevr. Partner Datum 13 januari 2014 Kantoorgegevens TP Finance Postbus 11000 6969XX Alkmaar 0900-3487658 072-4123589 info@fitsolutions.nl Uw situatie

Nadere informatie

Hierna zal de berekening van de compensatie overkreditering worden toegelicht.

Hierna zal de berekening van de compensatie overkreditering worden toegelicht. 1. Inleiding Bij kredietverlening aan particulieren worden normen gehanteerd om te bepalen hoeveel krediet u op basis van uw persoonlijke omstandigheden maximaal verleend mag worden. Indien er meer krediet

Nadere informatie

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën CPB Notitie Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën Budget deeltijd-ww 1 Inleiding Per 1 april 2009 is de regeling deeltijd-ww tot behoud van

Nadere informatie

Factsheet. Inleiding. Thema Werkgelegenheid

Factsheet. Inleiding. Thema Werkgelegenheid Factsheet Thema Werkgelegenheid Inleiding Rotterdam wil dromers, denkers en doeners ondersteunen bij het realiseren van ideeën en initiatieven waarmee maatschappelijke vraagstukken in de stad worden aangepakt.

Nadere informatie

2 Aflossing studieschuld bij leenstelsel

2 Aflossing studieschuld bij leenstelsel CPB Notitie Aan: Ministerie OCW Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070)3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon Marcel Lever Datum: 7 juni 2013 Betreft: Aflossing studieschuld

Nadere informatie

Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CPB Notitie 7 juni 2013 Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. CPB Notitie Aan: Ministerie OCW Centraal Planbureau

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Werkloosheid nauwelijks veranderd

Werkloosheid nauwelijks veranderd Persbericht Pb14-084 18-12-2014 09.30 uur Werkloosheid nauwelijks veranderd - Werkloosheid blijft 8 procent - Meer mensen aan het werk in de afgelopen drie maanden - Aantal WW-uitkeringen met 6 duizend

Nadere informatie

Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij.

Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij. Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij. Wij hebben uitgerekend welk hypotheekbedrag u verantwoord kunt lenen, het bedrag dat uw partner kan lenen en het bedrag dat u gezamenlijk kunt lenen.

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 2

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2011 / 2 ECONOMISCHE MONITOR EDE 211 / 2 De economische monitor geeft een beeld van de economie van de gemeente Ede in de afgelopen periode van 27 tot 211. De economische monitor is verdeeld in twee delen. Het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening)

5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening) 5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening) Algemeen In deze uitvoeringsregels worden beschreven: Kenmerken van de Starterslening; Voorwaarden aan

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKTREGIO DRECHTSTEDEN

SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKTREGIO DRECHTSTEDEN SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKTREGIO DRECHTSTEDEN December 2012 WW-rechten Het aantal WW-uitkeringen steeg in december met 4,5% tot ruim 7.500. Deze maand werden 1.010 nieuwe WW rechten toegekend. Het aantal

Nadere informatie

Duurzaamheid uitstroom uit een Abw- en WW-uitkering

Duurzaamheid uitstroom uit een Abw- en WW-uitkering Duurzaamheid uitstroom uit een Abw- en WW-uitkering verschillen tussen uitstroom naar Bedrijf en Loondienst Inspectie Werk en Inkomen (februari 2006) 1 Inhoud \ Managementsamenvatting 3 1 Inleiding 4 2

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht

Basiscijfers gemeenten. Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht Basiscijfers gemeenten Arbeidsmarktregio Midden- Inhoudsopgave Inleiding... 3 Nww-percentage december 2011... 4 Ontwikkeling nww 2010-2011... 5 Standcijfers nww 2011 en nww-percentages december 2010 en

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek.

Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Hieronder de vergelijking tussen de annuïteitenhypotheek en de lineaire hypotheek. Inleiding: De genoemde vormen zijn voor starters de enige vormen die sinds 01-01-2013 leiden tot renteaftrek. Andere vormen,

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 320 Ingangsdatum: 01-01-2014

Afdeling Samenleving Richtlijn 320 Ingangsdatum: 01-01-2014 Afdeling Samenleving Richtlijn 320 Ingangsdatum: 01-01-2014 VERREKENING VAN INKOMSTEN EN INKOMSTENVRIJLATING Algemeen De in aanmerking te nemen zijn in art. 31 WWB gedefinieerd. Hiermee wordt rekening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 311 Zelfstandig ondernemerschap Nr. 83 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR.

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht.

Hierna worden de belangrijkste stappen in de berekening van uw compensatie overkreditering toegelicht. Uitwerking compensatieberekening Eerste hypotheek of combi hypotheek Cliënt : Voorbeeld Beoordeling : Eerste hypotheek of combihypotheek Afgesloten in het jaar : 2006 Verstrekt krediet : 200.000,-- De

Nadere informatie

Werkloosheid in augustus gedaald

Werkloosheid in augustus gedaald Persbericht PB13-061 19 september 09.30 uur Werkloosheid in augustus gedaald - In augustus minder werkloze jongeren - Stijgende trend werkloosheid minder sterk - Bijna 400 duizend WW-uitkeringen De voor

Nadere informatie

NRC Carrière Monitor Scan 2: belonings- en verdiencomponenten

NRC Carrière Monitor Scan 2: belonings- en verdiencomponenten NRC Carrière Monitor Scan 2: belonings- en verdiencomponenten Jan de Werker 19 september 2015 Disclaimer Copyright 2015 Alle rechten voorbehouden. Dit rapport, evenals de analyses die er aan ten grondslag

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2012 tijdvak 1 economie CSE GL en TL GT-0233-a-12-1-b Help, het voedsel wordt duurder Informatiebron 1 jaar graanproductie in tonnen* aantal mensen op de wereld 2010 1.002.400.000

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Wat kost een rechtszaak?

Wat kost een rechtszaak? Wat kost een rechtszaak? Wat kost een rechtszaak? Dat is de grote vraag en het antwoord of liever gezegd het niet- antwoord daarop, weerhoudt een aantal mensen een rechtszaak te beginnen of als gedaagde

Nadere informatie

WIA Opvang Polis. www.vkg.com. Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars

WIA Opvang Polis. www.vkg.com. Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars WIA Opvang Polis Het antwoord van de Van Kampen Groep op de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) Terecht méér dan verzekeraars www.vkg.com WIA Opvang Polis Versie 2008 Hoe wordt de hoogte van

Nadere informatie

Hypotheekrecht en - vormen

Hypotheekrecht en - vormen Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van

Nadere informatie

Prospectus Privélimiet Plus

Prospectus Privélimiet Plus Prospectus Privélimiet Plus De ABN AMRO Bank N.V. (ABN AMRO) is een financiële dienstverlener die onder andere actief is als aanbieder van kredieten. Op basis van de wetgeving voor financiële dienstverleners

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Beleidsregels Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz)

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Beleidsregels Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Beleidsregels Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) Programma / Programmanummer Werk & Inkomen / 1061 BW-nummer N.v.t. Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting

Nadere informatie

Gemeentelijke uitvoeringsregels starterslening

Gemeentelijke uitvoeringsregels starterslening Algemeen De gemeente besluit over de toekenning van de Startersleningen uit het gemeentelijk fonds. De gemeente bepaalt de doelgroep en het marktsegment waarvoor ze de Starterslening wil inzetten. De gemeente

Nadere informatie

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd Persbericht Pb14-070 20 november 2014 09.30 uur Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd - Meer mensen aan het werk - Aantal WW-uitkeringen vrijwel onveranderd - WW-uitkeringen toegenomen vanuit seizoengevoelige

Nadere informatie

Prospectus. Doorlopend krediet. Santander Consumer Finance Benelux B.V.

Prospectus. Doorlopend krediet. Santander Consumer Finance Benelux B.V. Prospectus Doorlopend krediet Santander Consumer Finance Benelux B.V. Santander Consumer Finance Benelux B.V. (hierna Santander) is als kredietverstrekker geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten

Nadere informatie

Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst

Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Rabobank. Een bank met ideeën. Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Lees deze brochure zorgvuldig door. U hebt uw droomhuis gevonden, een prachtig

Nadere informatie

Prospectus Internet Voordeel Krediet

Prospectus Internet Voordeel Krediet Prospectus Internet Voordeel Krediet De ABN AMRO Bank N.V. (ABN AMRO) is een financiële dienstverlener die onder andere actief is als aanbieder van kredieten. Op basis van de wetgeving voor financiële

Nadere informatie

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën.

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Beschrijving van de eigen bijdrage systematiek Deze bijlage geeft een beschrijving van de wijze waarop de eigen

Nadere informatie

NAAM: UW KLANTPROFIEL. Assurantie Administratie Belastingzaken Financieringen Hypotheken

NAAM: UW KLANTPROFIEL. Assurantie Administratie Belastingzaken Financieringen Hypotheken NAAM: UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis uw kennis, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten)

Vergelijking tussen sectoren (In (Aandeel procenten) arbeidsplaatsen in procenten) Staat van 2014 Sectorstructuur In welke sectoren is sterker vertegenwoordigd dan het s gemiddelde? Zakelijke diensten (16,5%), Informatie en Communicatie (6,5%), Financiële instellingen (4,5%) Vergelijking

Nadere informatie

Portefeuilleprofielen

Portefeuilleprofielen Portefeuilleprofielen Rood BANDBREEDTE van de portefeuille Laatste update: 1 oktober 2015 ROOD Minimum Maximum Tactisch Aandelen 80,00% 100,00% 95,00% Obligaties 0,00% 15,00% 0,00% Onroerend Goed 0,00%

Nadere informatie

Werkloosheid opnieuw gestegen

Werkloosheid opnieuw gestegen Persbericht PB14-012 20 februari 09.30 uur Werkloosheid opnieuw gestegen - Werkloze beroepsbevolking in januari met 10 duizend toegenomen - Aantal WW-uitkeringen met 23 duizend gestegen De voor seizoeninvloeden

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Overzicht

Persoonlijk Financieel Overzicht Persoonlijk Financieel Overzicht 19 augustus 2014 In dit rapport geven we u inzicht in uw persoonlijke financiële situatie op dit moment. Dit rapport is een overzicht en geen financieel advies. We hebben

Nadere informatie

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux

Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Kort jaarverslag Stichting Pensioenfonds nv Linde Gas Benelux Beleggingen Het totaal rendement over het afgelopen boekjaar 2010 is uitgekomen op 15,6%. Als we naar de onderverdeling kijken zien we het

Nadere informatie

ACHTERGRONDINFORMATIE STAALBANKIERS HYPOTHECAIRE LENING IN ZWITSERSE FRANKEN

ACHTERGRONDINFORMATIE STAALBANKIERS HYPOTHECAIRE LENING IN ZWITSERSE FRANKEN Staalbankiers N.V. Postbus 327 2501 CH DEN HAAG ACHTERGRONDINFORMATIE STAALBANKIERS HYPOTHECAIRE LENING IN ZWITSERSE FRANKEN Deze achtergrondinformatie bij de Staalbankiers hypothecaire lening in Zwitserse

Nadere informatie

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER

DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER UTRECHT MIDDEN DE PARTICIPATIEWET VOOR U ALS WERKGEVER Doel van de Participatiewet De Participatiewet vervangt de bijstandswet, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong. Het doel van de

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Beleggen met geleend geld van de BV

Beleggen met geleend geld van de BV Beleggen met geleend geld van de BV Overtollige middelen van de BV kunnen beter niet binnen de BV worden belegd, maar in privé. De BV betaalt namelijk 35% vennootschapsbelasting over de beleggingsresultaten,

Nadere informatie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie

Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Aanvulling Management en organisatie in Balans vwo in verband met de expliciteringen van de examencommissie Eindterm: het noemen van de relevante belastingen bij de diverse rechtsvormen Je kunt - de relevante

Nadere informatie

Werkloosheid verder toegenomen

Werkloosheid verder toegenomen Persbericht PB14-019 20 maart 09.30 uur Werkloosheid verder toegenomen - Werkloze beroepsbevolking in februari met 13 duizend gestegen - Vrijwel evenveel werkloze jongeren als drie maanden geleden - Aantal

Nadere informatie

Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent

Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent Voorstel aan de raad Nummer: 141024839 Portefeuille: Programma: Programma onderdeel: Wethouder Werk en Inkomen, Stads en Wijkbeheer en Sport 2. Op weg met talent 2.3 Verhogen arbeidsparticipatie Steller:

Nadere informatie

De Hypotheek. De Hypotheekrente. Rentevastperiode. Wat is een hypotheek? Wat zijn de kosten van mijn lening? Variabele rente

De Hypotheek. De Hypotheekrente. Rentevastperiode. Wat is een hypotheek? Wat zijn de kosten van mijn lening? Variabele rente De Hypotheek Je gaat een woning kopen en hebt hiervoor een lening nodig van de bank. In deze toelichting proberen wij je inzichtelijk te maken wat een hypotheek is en wat de meest voorkomende vormen zijn.

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding

gemeente Eindhoven Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding gemeente Eindhoven Raadsnummer 12R5074 Inboeknummer Dossiernummer Initiatiefvoorstel Lokaal Investeringsfonds behoud en bevorderen werkgelegenheid Inleiding Het tafelzilver is op, de tijd dat we ruim in

Nadere informatie

Richtlijn financieel ratingsysteem. Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016

Richtlijn financieel ratingsysteem. Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016 Richtlijn financieel ratingsysteem Uitgave nr. : versie 2.7 Datum : 1 januari 2016 INHOUD Inleiding... 3 Waardering financiële positie van licentiehouders... 3 Definities van kernvariabelen uit financieel

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 12. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht 7-74% betaald werk voor

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-003 17 januari 2013 9.30 uur Werkloosheid verder toegenomen Werkloosheid in december opgelopen naar 7,2 procent Vanaf medio vrijwel voortdurende stijging

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen September 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage

Nadere informatie

Vragen en antwoorden variabele rente

Vragen en antwoorden variabele rente Vragen en antwoorden variabele rente Hoe is de variabele rente opgebouwd? Hoe is de opslag variabele rente opgebouwd? De variabele rente wordt bepaald door twee elementen: de 1- maands Euribor en de opslag

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie

De bijstandsmogelijkheden voor zelfstandig ondernemers

De bijstandsmogelijkheden voor zelfstandig ondernemers De bijstandsmogelijkheden voor zelfstandig ondernemers Bureau Zelfstandigen Posbus 63 3770 AB Barneveld Raadhuisplein 2 Barneveld (0342) 495 887 (maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag tussen 9.00 en 12.00

Nadere informatie

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011

Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 Barometer Arbeidsmarkt Regio Achterhoek (BARA) April 2011 In deze notitie van het UWV WERKbedrijf, die vanwege de resultaten van de Quick Scan wat later verschijnt dan gebruikelijk, worden de actuele ontwikkelingen

Nadere informatie

Aflevering 3 - Advies over opbouw van vermogen

Aflevering 3 - Advies over opbouw van vermogen Aflevering 3 - Advies over opbouw van vermogen Het aangaan van een hypothecair krediet is voor consumenten een belangrijke beslissing. De kosten en aflossing van deze lening hebben voor langere termijn

Nadere informatie

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 29544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 514 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 april 2014 Bijgaand treft u het rapport

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Werk en Inkomen. Eerste kwartaal 2015

Kwartaalrapportage Werk en Inkomen. Eerste kwartaal 2015 Kwartaalrapportage Werk en Inkomen Eerste kwartaal 2015 April 2015 Aantal Uitkeringsgerechtigden 2015: Kode Regeling JANUARI FEBRUARI MAART APRIL MEI JUNI JULI AUGUSTUS SEPTEMBER OKTOBER NOVEMBER DECEMBER

Nadere informatie

Maart 2010. Brancheschets Transport & Logistiek

Maart 2010. Brancheschets Transport & Logistiek Maart 2010 Brancheschets Transport & Logistiek Brancheschets Transport en Logistiek Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis, Niek Veeken Landelijk bedrijfsadviseur voor

Nadere informatie

De familiebank - vanaf 2013

De familiebank - vanaf 2013 De familiebank - vanaf 2013 Inleiding Sinds 01-01-2013 moet iedere nieuwe lening t.b.v. de eigenwoning worden afgelost, met uitzondering van situaties die vallen onder het overgangsrecht. Omdat banken

Nadere informatie

PE Plus Basis oefenexamen

PE Plus Basis oefenexamen PE Plus Basis oefenexamen Kennis Vraag 1 Mariëtte (50 jaar) werkt al jaren als verpleegster in een ziekenhuis. Vanwege een reorganisatie raakt ze haar baan kwijt. Mariëtte wordt in 2020 ontslagen, ze is

Nadere informatie

Samenvatting. Analyses. Kostendekkende premie

Samenvatting. Analyses. Kostendekkende premie Samenvatting Op 14 juli 2015 heeft DNB aangekondigd dat zij de berekeningsmethodiek van de Ultimate Forward Rate (UFR), welke onderdeel vormt van de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen

Nadere informatie

De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015

De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015 De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015 Utrecht, 12 februari 2013 Martin Heekelaar, tel 06-23152767 Ad Baan, tel 06-55364740 1 Gemeenten kunnen (feitelijk: moeten) een MAU aanvragen als: Voldoen

Nadere informatie

Social return bij Gemeente Zaanstad

Social return bij Gemeente Zaanstad Social return bij Gemeente Zaanstad SPG Heerhugowaard - 28 november 2013 Marcel Verra, projectleider social return Agenda Social Return bij Gemeente Zaanstad Doelstelling van social return Social return

Nadere informatie

Rapport. Doorrekening kosten beëindiging Stichting Personeel de Stroming. 4 november 2013 Ernst 8; Young - Human Capital

Rapport. Doorrekening kosten beëindiging Stichting Personeel de Stroming. 4 november 2013 Ernst 8; Young - Human Capital Behoort bij het besluit van de naad van /ļ- \ 1-13 SC13,04572 de griffier, Rapport Doorrekening kosten beëindiging Stichting Personeel de Stroming 4 november 2013 Ernst 8; Young - Human Capital Rapport

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKTREGIO DRECHTSTEDEN

SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKTREGIO DRECHTSTEDEN SNELINFORMATIE ARBEIDSMARKT April 2014 WW-rechten Het aantal WW-uitkeringen neemt in april 2014 met -1,6% af tot 6.552. Deze maand zijn 635 nieuwe WW rechten toegekend. Het aantal beëindigde WW rechten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

Financieel Risico Profiel Uw hypotheek en de inkomensrisico's

Financieel Risico Profiel Uw hypotheek en de inkomensrisico's Financieel Risico Profiel Uw hypotheek en de inkomensrisico's de heer A. Maatwerk en mevrouw B. Maatwerk-Advies 31 januari 2009 Uitgerekend voor u Inhoudsopgave 1. Dit rapport in het kort...3 2. Achtergrond

Nadere informatie

AGENDA. - Allereerste vragen en aandachtspunten - WW - Bijstand - IOAW - IOW - Wat nu?

AGENDA. - Allereerste vragen en aandachtspunten - WW - Bijstand - IOAW - IOW - Wat nu? Versie: april 2013 AGENDA - Allereerste vragen en aandachtspunten - WW - Bijstand - IOAW - IOW - Wat nu? De WW eisen 1: Belangrijkste eis: DOE ER ALLES AAN OM UIT DE WW TE BLIJVEN Referte eis: De WW eisen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19064 Bedrijfsovername in de land- en tuinbouw Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW EN VISSERIJ Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie