Voorafgaand aan de cursus. Inhoudsopgave. 1. Inleiding. 2. Doel intakegesprek. 3. Verloop van het intakegesprek. 4. Uitsluitingcriteria

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorafgaand aan de cursus. Inhoudsopgave. 1. Inleiding. 2. Doel intakegesprek. 3. Verloop van het intakegesprek. 4. Uitsluitingcriteria"

Transcriptie

1 Bijlage 1 Voorafgaand aan de cursus Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doel intakegesprek 3. Verloop van het intakegesprek 4. Uitsluitingcriteria 5. Intakeformulier 6. Vragenlijst integratie Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 49

2 1. Inleiding Voorafgaand aan de training worden intakegesprekken gevoerd met mensen met afasie die mogelijk aan de cursus willen deelnemen. De aanwezigheid van een partner of verwante die de cliënt goed kent is zeer wenselijk. Het intakegesprek neemt ongeveer een half uur in beslag. De trainers kunnen daarvoor het bijgevoegde intakeformulier gebruiken. 2. Doel intakegesprek - verzamelen van intakegegevens van de cliënt - informatie geven over doel en inhoud van de cursus - bespreken met de cliënt en zijn partner of deelname aan de cursus geschikt is (voorwaarden zijn cliëntgebonden maar ook afhankelijk van de samenstelling van de groep als geheel) - reeds samen nadenken over het doel van de cursus voor de individuele cliënt - verzamelen van de benodigde gegevens om na afloop van het intakegesprek samen met de andere trainers te bepalen of de cursus geschikt is voor de cliënt 3. Verloop van het intakegesprek Geven van informatie over de cursus: - 14 bijeenkomsten - groep van maximaal 6 deelnemers - mensen in de groep moeten bij elkaar passen. We kijken of de cursus voor u geschikt is, maar ook of de groepsleden bij elkaar passen - doel en inhoud van de cursus uitleggen, zie het intakeformulier. Als de cliënt al deelnemer is in het Afasiecentrum: checken en aanvullen van de volgende basisgegevens (a.d.h.v. het algemeen intakeformulier van het Afasiecentrum). - Naam - Adres - Telefoonnummer - Contactpersoon + telefoonnummer - Woonsituatie / gezinssituatie / belangrijke personen - (Voormalig) beroep - Hobby s - Hoe ziet uw week er op dit moment uit? Intakevragen voor Afasie en nu verder invullen op het intakeformulier. In principe kunnen op het formulier alleen de antwoorden van de cliënt ingevuld worden. In het gesprek over de verschillende aspecten van integratie zullen meer zaken ter sprake komen en de mening van de cliënt en zijn partner kan verschillen. Schrijf op de achterkant van het formulier aanvullende informatie die van belang is. Aan het eind van het intakegesprek krijgt de cliënt een kopie van het ingevulde formulier mee naar huis 1. In het intakegesprek wordt nog geen uitsluitsel gegeven over deelname. 4. Uitsluitingcriteria - niet in groep kunnen functioneren - zeer slecht ziekte-inzicht en/of grote acceptatieproblematiek - te geringe leerbaarheid Bij twijfel doorverwijzen voor gesprek met afasietherapeut 1 Indien het kennismakingsspel uit de handleiding gebruikt wordt in de eerste bijeenkomst, wordt tijdens het gesprek gevraagd of 5 aspecten uit het gesprek op kaartjes geschreven mogen worden om te gebruiken in het kennismakingsspel in de eerste bijeenkomst Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 50

3 5. Intakeformulier Afasie en nu verder Informatie over de cursus In deze cursus staan we stil bij uw integratie in de maatschappij. De contacten met uw omgeving zijn door de afasie veranderd. U laat uzelf op een andere manier zien. En mensen reageren ook anders op u. In deze cursus van 14 bijeenkomsten werkt u in een kleine groep aan uw eigen mogelijkheden om uw integratie te verbeteren. Verderop in het gesprek gaan we wat dieper in op wat integratie voor u inhoudt. Naam deelnemer: Datum: Intake gesprek afgenomen door: Cliënt is al deelnemer in afasiecentrum: 0 Ja 0 Nee De cursus wordt waarschijnlijk gegeven op ochtend/middag, in de periode van tot Is dit haalbaar voor u? 0 Ja 0 Nee 0 Weet niet Opmerkingen: Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 51

4 Hoe is uw woon- en uw gezinssituatie? Welke mensen zijn verder voor u belangrijk? Naam Leeftijd Relatie Woonplaats Opmerkingen Wat is / was uw beroep? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 52

5 Wat zijn uw hobby s? Hoe ziet globaal uw week er uit? Ma Di Wo Do Vrij Za Zo Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 53

6 6. Vragenlijst Integratie Integratie is een lastig woord. We maken onderscheid tussen vijf onderdelen. De afbeeldingen van de vijf onderdelen maken het verschil duidelijk. Beantwoord de volgende vragen: Cliënt Partner 1. Accepteren de mensen u zoals u nu bent met de afasie? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Wie wel: Wie niet: Begrijpen ze wat de gevolgen zijn van uw hersenletsel? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Wie wel: Wie niet: Laat u voldoende kanten van uzelf zien waar u goed in bent? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Bent u tevreden met uw functioneren op dit moment? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Weet u hoe u respect kunt krijgen van uw omgeving? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 2. Kunt u voldoende aansluiting vinden bij anderen? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Gaat u (naar uw smaak) voldoende contacten aan? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 54

7 Cliënt Partner Bent u geïnteresseerd in anderen en kunt u dat laten merken? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Bent u in staat zelf actief te werken aan evenwicht in uw contacten wat betreft geven en ontvangen? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Zijn uw persoonlijke contacten bevredigend? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 3. Vindt u dat u voldoende meedoet in de maatschappij? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Doet u mee met activiteiten in de samenleving die van belang worden geacht? Binnen de mogelijkheden die u heeft natuurlijk. 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Het gaat hierbij zeker niet alleen over het hebben van (betaald) werk. Voor veel mensen met afasie is betaald werk alleen al op grond van hun leeftijd vaak niet meer de belangrijkste rol in de maatschappij. Meedoen in de samenleving betekent: U betekent iets voor een ander. 4. Benut u voldoende alle mogelijkheden die u heeft? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Iemand die geïntegreerd is, benut zijn eigen mogelijkheden optimaal. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 55

8 Heeft u voldoende inzicht in uw mogelijkheden en beperkingen? Cliënt Partner 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Weet u wat uw kwaliteiten zijn? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Bent u in staat voldoende de nadruk te leggen op wat u nog wel kunt? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 5. Heeft u het idee dat u voldoende de eigen regie over uw leven voert? Maakt u zelf keuzes voor wat betreft de vorm en inhoud van uw eigen leven? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Komt u voor u zelf op om uw eigen keuzes te volgen? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Als u de regie over uw eigen leven voert, maakt u zelf keuzes. Aan de ene kant krijgt u hulp voor de zaken die u niet meer zelf kunt doen om zelfstandig te functioneren. Maar aan de andere kant bepaalt u wel zelf de vorm en inhoud van uw eigen leven. Als u veel van de vragen hierboven beantwoordt met nee dan is de cursus Afasie en nu verder misschien iets voor u. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 56

9 Voorwaarden voor deelname Voorwaarde om deel te kunnen nemen aan deze cursus is wel dat u de vragen hieronder zoveel mogelijk met ja kunt beantwoorden. Wilt u uzelf zoveel mogelijk inzetten voor uw integratie? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Wilt u (leren) kijken naar wat u kunt, in plaats van kijken naar wat u niet kunt? Wilt u leren hoe u actiever kunt bijdragen aan het verbeteren van uw contacten? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Wilt u meer inzicht (leren) krijgen in uw mogelijkheden om weer iets te betekenen voor een ander? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Wilt u strategieën leren om weerbaarder te zijn en meer voor uzelf op te komen? 0 Ja 0 Nee 0 Ja 0 Nee Probeer alvast 1 persoonlijk doel voor deze cursus te bepalen: Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 57

10 Pas nadat alle intakegesprekken gevoerd zijn, kunnen wij aangeven of u deel kunt nemen aan de cursus. Het kan ook zijn dat u zelf na het intakegesprek besluit niet te willen deelnemen aan de cursus. Wij kijken samen met u of de cursus voor u geschikt is. En we kijken ook of de groepsleden bij elkaar passen. De trainers Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 58

11 Bijlage 2 Materiaal voor de trainers Inhoudsopgave 1. Afbeeldingen voor de 5 aspecten van integratie 2. Rolprent afbeelding 3. Schilderopdrachten 4. Afbeeldingen voor de 2 vragen Waar sta ik? en Waar wil ik heen? 5. Kwaliteiten kiezen 6. De onzichtbare gevolgen 7. Voorbeelden van communicatie adviezen 8. Voorbeelden van rollenspelen 9. Informatie over evaluatie 10. Informatie over het gebruik van SMART doelen 11. Afbeelding denken, voelen en doen 12. Voorbeelden van irrationele gedachten en omvormingen 13. Informatie over feedback en assertiviteit 14. Informatie over de verstoorde balans tussen geven en nemen 15. Informatie over het spel Waar het hart vol van is Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 59

12 1 Afbeeldingen voor de 5 aspecten van integratie Deze afbeeldingen zijn gedurende de hele cursus en dan met name in de eerste bijeenkomsten van groot belang om steeds (letterlijk) naar te kunnen wijzen. De afbeeldingen zijn ook nodig voor opdracht 1: Bepalen van het gebied waarop jouw leerdoel ligt (zie: Bijlage 3: Opdrachten) In de pilot hebben wij hiervoor de volgende afbeeldingen gebruikt. Deze afbeeldingen zijn ter illustratie voor de trainers, er is geen toestemming om deze afbeeldingen in het groot door derden te gebruiken. Vandaar dat de afbeeldingen hier verkleind en met tekst er overheen zijn weergegeven. De trainers wordt aangeraden om ofwel zelf afbeeldingen te zoeken of de thema's zelf te illustreren. Geen acceptatie of Acceptatie of respect Geen aansluiting vinden Aansluiting vinden, respect voelen of krijgen bij de ander, afzijdig staan meedoen voelen van anderen van anderen (dit doe je zelf) (dit doe je zelf) Wel of niet deel uitmaken van geen zelfinzicht hebben wel zelfinzicht hebben de maatschappij Wel of niet de regie over eigen leven hebben Het is heel belangrijk voor de deelnemers om deze abstracte aspecten (als aansluiting vinden bij anderen ) te koppelen aan visuele informatie. In het vervolg van de training kan dan steeds weer gewezen worden naar deze afbeeldingen. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 60

13 2 Rolprent In Opdracht 2 wordt gebruik gemaakt van een Rolprent : een situatieplaat waarop figuren staan die diverse sociale rollen verbeelden m.b.t. integratie (zie ook: Bijlage 3: Opdrachten, 2) Voor de training Afasie en nu verder is een eigen rolprent getekend. Het is raadzaam om de afbeelding op A3-formaat te vergroten en te kopiëren. Elke deelnemer krijgt de afbeelding twee maal. Eenmaal voor het beantwoorden van de vraag: Waar sta ik nu? En eenmaal voor het beantwoorden van de vraag: Waar wil ik naartoe? Indien mogelijk worden om het verschil aan te duiden twee vellen van verschillende kleur gebruikt (in de opdracht voor de deelnemers wordt blauw en geel gebruikt) Neem vooraf in ieder geval de afbeelding door met de deelnemers. Mensen met afasie hebben moeite om te abstraheren van de letterlijke betekenis naar een andere mogelijke betekenis van een afbeelding. Bovendien zullen de interpretaties van alle mensen die naar zo n afbeelding kijken, verschillen en zijn er meerdere goede antwoorden mogelijk! Wees daarom zeer voorzichtig met interpreteren en vraag steeds m.b.v. ja/nee vragen welke gedachten de deelnemer zelf heeft bij een figuurtje. Ideeën voor vragen vooraf om de afbeelding door te nemen: Wie doet mee? Wie staat afzijdig? Wie zorgt voor anderen? Wie is blij? Wie is tevreden? Wie heeft pech? Wie voelt zich rot? Wie helpt iemand anders? Wie heeft hulp nodig? Wie wordt geaccepteerd? Wie wordt niet geaccepteerd? Wie heeft geen zelfinzicht? Wie heeft wel zelfinzicht? Zie je iemand die zichzelf overschat? Zie je iemand die zijn mogelijkheden onvoldoende benut? Wie benut zijn mogelijkheden goed? Wie maakt zich nuttig? Wie betekent iets voor een ander? Wie heeft de regie over zijn eigen leven? Wie heeft niet de regie over zijn eigen leven? Wie geniet van het leven? Wie rust uit? Wie is ziek? Zie je welke volwassene wordt geholpen door zijn kinderen? Wie is uitgeput? Wie zijn verliefd? Wie wil weg? Wie komt juist net aan? Zie de afbeelding als een afspiegeling van de maatschappij. 1. Met wie identificeer jij je op dit moment? Als iemand bijvoorbeeld het poppetje linksonder dat voorovergebogen op de bank zit kiest, kun je vragen stellen als: Is hij ziek? Is hij uitgeput? Is hij verdrietig, huilt hij? Kies je hem omdat hij alleen zit? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 61

14 2. Wie zou je willen zijn? Vraag ook daarop door om erachter te komen welke betekenis de deelnemer aan het gekozen figuurtje geeft en waarom hij deze heeft uitgekozen. De trainers kunnen ook gebruik maken van de blob bar. De afbeelding van het Blob-café komt uit 'Games without without Frontiers', isbn Voor meer informatie over de blobtekeningen zie De afbeelding van de blob bar hebben wij niet kunnen opnemen in de training omdat er geen copyrights verkregen konden worden. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 62

15 3 Schilderopdrachten In deze training bestaan veel beeldende opdrachten uit het maken van een nat-in-nat schildering. De meeste deelnemers (en trainers) zullen deze schildertechniek niet kennen. Het is belangrijk dat in ieder geval één van de trainers wel bekend is met deze techniek en deze goed kan begeleiden. Als een trainer niet bekend is met deze techniek kan natuurlijk gezocht worden naar een andere schildertechniek of zelfs naar een hele andere beeldende opdracht. Benodigd materiaal voor het nat-in-nat schilderen: schilderplanken (kunststof) aquarelpenselen nr. 18 aquarelverf (6 basiskleuren) therapeutenpapier Bij de nabespreking van het schilderen is het belangrijk om steeds te benadrukken dat het niet om het resultaat gaat, maar om het proces. Hoe was het om te doen? dit zal altijd de eerste vraag aan de deelnemers moeten zijn. Als de deelnemers niet of minder goed in staat zijn dit onder woorden te brengen en dit is vaak het geval bij mensen met afasie, dan is het zaak om zo zorgvuldig mogelijk te beschrijven wat je als trainer hebt waargenomen bij het schilderen en dit vervolgens steeds te checken bij de deelnemers. In deze beschrijving van wat je hebt waargenomen mogen geen oordelen doorklinken. Het gaat als het ware om een fenomenologische waarneming. Als iets je opvalt, dan is het altijd raadzaam om dat als één mogelijke manier te benoemen tegenover andere mogelijkheden, die je dan het liefst natuurlijk ook benoemt. Doel hiervan is om de deelnemers te helpen bewust te worden van hoe zij de dingen doen. Bewust worden van bepaalde eenzijdigheden kan helpen om bepaalde patronen te doorbreken. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 63

16 4 Afbeeldingen voor de twee vragen Waar sta ik nu? en Waar wil ik heen?. Deze twee vragen komen voor bij Opdracht 1: Bepalen van het gebied van integratie waarop jouw leerdoel ligt. Omdat de persoonlijke doelen van de deelnemers in de loop van de cursus steeds terug zullen komen, is het belangrijk dat deze zo helder mogelijk zijn voor de deelnemers. Deze twee getekende afbeeldingen geven goed weer waar het om gaat. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 64

17 Waar sta ik nu?? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 65

18 Waar wil ik heen???? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 66

19 Wat staat mij in de weg??? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 67

20 Hoe kom ik in beweging?? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 68

21 Welke wensen zijn niet meer haalbaar? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 69

22 Hoe ga ik verder? Nu? Toekomst? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 70

23 5 Kwaliteiten kiezen Dit spel is gebaseerd op het Kwaliteitenspel ontwikkeld door Peter Gerrickens (isbn , NUR 780), zie ook: Het oorspronkelijke spel bestaat uit 140 kaartjes met daarop menselijke eigenschappen. Op de ene helft staan woorden die kwaliteiten van mensen aanduiden, de zogenaamde kwaliteitenkaartjes. Op de andere helft staan woorden die vervormingen van mensen aanduiden. De kwaliteiten en vervormingen zijn zoveel mogelijk in de vorm van een bijvoeglijk naamwoord weergegeven vanwege de praktische bruikbaarheid. Ik vind mijzelf een... persoon. Voor mensen met afasie is een puur verbaal spel in de vorm van kaartjes met woorden erg lastig om mee te werken. Daarom heeft het Afasiecentrum Utrecht nieuwe kaartjes ontwikkeld met afbeeldingen voor de kwaliteiten. Het aantal kwaliteiten is teruggebracht naar 60. Deze kaartjes worden gratis meegeleverd bij deze training. De gebruikte symbolen zijn Widgitsymbolen (www.symbolensoftware.nl). Voor het maken van de kaartjes is gebruik gemaakt van het software programma Inprint, te verkrijgen via Het gaat hierbij om de volgende kwaliteiten: Ambitieus Analytisch Assertief Avontuurlijk Bedachtzaam Behulpzaam Belangstellend Bescheiden Betrouwbaar Consequent Creatief Direct Doelgericht Doorzetter Eerlijk Enthousiast Evenwichtig Flexibel Gedisciplineerd Geduldig Gehoorzaam Genieter Gevoelig Goed luisteren Gul Handig Humoristisch Idealistisch IJverig Initiatiefrijk Inspirerend Intelligent Levendig Matig Mededogend Moedig Nuchter Ontspannen Oplettend Optimistisch Organisator Overtuigend Praktisch Rustig Serieus Speels Spontaan Tactvol Tevreden Vastberaden Veelzijdig Verantwoordelijk Vernieuwend Vriendelijk Vrijgevig Vrolijk Zelfstandig Zelfverzekerd Zorgvuldig Zorgzaam Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 71

24 Bij de pilot is de gebruikte spelvorm ontleend aan spelvorm 1 van het oorspronkelijke spel maar dan wel met maar 5 kaartjes in plaats van 8 kaartjes. De uitleg van hoe de 60 kaartjes thuis gebruikt moesten worden was daarbij als volgt: Speel het kwaliteitenspel (in je eentje, met iemand naast je, die meekijkt) als volgt: Schud de 60 kaartjes en maak een stapel. Neem 5 kaartjes van de stapel en leg die open voor je neer. Neem vervolgens steeds 1 nieuwe kaart van de stapel en Ga na of je 1 van de 5 kaartjes die vóór je liggen wilt vervangen door dit nieuwe kaartje (of niet). Leg dan 1 kaartje (het nieuwe kaartje of een oude ) af op een aflegstapel. Ga zo door tot de kaartjes van de stapel op zijn. Je hebt dan de in jouw ogen 5 belangrijkste kwaliteiten voor je liggen. Maak daarna een volgorde van belangrijkheid. De kwaliteit die jou het meest dierbaar is zet je daarbij bovenaan. Schrijf de 5 kwaliteiten in onderstaande tabel (of laat ze door iemand anders opschrijven) Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 72

25 Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 73

26 Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 74

27 Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 75

28 6 De onzichtbare gevolgen Net zoals bij de kwaliteiten verdient het de voorkeur om de deelnemers niet een (verbale) vragenlijst met de mogelijke onzichtbare gevolgen mee te geven, maar kaartjes met afbeeldingen van de onzichtbare gevolgen, waaruit zij die kaartjes moeten selecteren die voor hen van toepassing zijn. In de pilot van de training (in de periode sept. dec op het Afasiecentrum Utrecht) is er wel gewerkt met kaartjes, maar deze zijn nog in ontwikkeling en kunnen op dit moment nog niet ter beschikking worden gesteld. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Odette Stoutjesdijk, Afasiecentrum Utrecht, Als er wel gebruik gemaakt kan worden van kaartjes met afbeeldingen (naast tekst) van de onzichtbare gevolgen, dan kan de volgende opdracht voor de deelnemer meegegeven worden. Opdracht De onzichtbare gevolgen Doel van deze opdracht: proberen er achter te komen wat voor jou de onzichtbare gevolgen zijn van het CVA Toelichting: De opdracht bestaat uit 2 delen. Deel A zijn de kaartjes die je hebt gekregen. Die zijn voor jou bedoeld. Deel B is de enquête, de vragen met ja/nee er achter. Deze moet door iemand, die jou goed kent, worden ingevuld. Natuurlijk kun je wat er uitkomt bij allebei de delen achteraf met elkaar vergelijken. In de bijeenkomst zullen we hier ook met elkaar naar gaan kijken. Inzicht in je beperkingen is nodig om vervolgens te werken aan je doelen. Zo kunnen we beter voorspellen welke hindernissen er op je pad komen. Opdracht voor jou zelf (Deel A): Vraag of degene, die jou goed kent, naast je komt zitten met de vragen van Deel B. Leg de kaartjes, die je hebt gekregen, op een omgekeerde stapel vóór je. Trek steeds een kaartje van de stapel. Laat degene die naast je zit (eventueel) de bijbehorende vraag van de enquête voorlezen. De vragen in de enquête geven soms meer informatie of voorbeelden. Beoordeel of het getrokken kaartje op jou van toepassing is of niet. Degene die naast jou zit, mag niet zijn/haar eigen oordeel hierover zeggen. Het gaat om wat jij zelf denkt of vindt. Zo ga je de hele stapel door totdat de kaartjes op zijn. Stop de kaartjes die voor jou van toepassing zijn in het envelopje Ja, dit is voor mij van toepassing. Stop de kaartjes die NIET voor jou van toepassing zijn in het envelopje Nee, dit is NIET voor mij van toepassing. Stop de kaartjes die je niet begrijpt in het envelopje Begrijp ik niet. Opdracht voor degene die jou goed kent (Deel B): Vul deze enquête in naar eigen inzicht. Jij kunt als buitenstaander, als iemand die niet zelf het CVA heeft gehad, soms beter zien wat de gevolgen van dat CVA zijn. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 76

29 7. Voorbeelden van communicatie adviezen Inzichtdoos, dat wil zeggen een mooie doos met bovenop bijvoorbeeld een afbeelding en een tekst erop. In deze doos zou iemand diverse folders over Afasie kunnen stoppen, maar ook misschien een of meerdere ansichtkaarten (naar eigen keuze) met specifieke informatie over hem/haar zelf. (zie voor de mogelijke teksten daarop de voorbeelden hieronder). Ook zou er andersoortige informatie in de doos kunnen, zoals een ervaringsboek van iemand met afasie, of het boek De wonderlijke reis van Herman Smith, of de dvd naar dit boek Gatenkaas enzovoorts. Wat er in zo n doos mag komen is natuurlijk heel erg afhankelijk van de persoon, die de doos maakt. Ansichtkaart met daarop uitleg over iets dat heel erg veranderd is bij een deelnemer, zoals Ik kan nog steeds genieten van hele mooie dingen, ook al kan ik dat niet altijd goed duidelijk maken. Ik houd van: bloemen, kleuren, licht, buiten zijn, lekker borrelen met Franse kaas, reizen, theater en dans, muziek, Mercedes Sosa, Edith Piaf en zigeunermuziek. En nog veel meer! Oh ja, ik hou niet meer zo van verrassingen... Of de tekst Soms lijkt mijn hoofd LEEG... er komen dan GEEN GEDACHTEN of ideeën bij mij op. En als er wel gedachten zijn, dan kan ik er vaak GEEN WOORDEN bij vinden, of ik weet niet HOE ik die woorden moet uiten!! Je helpt me het beste door me te voeden, met ideeën, bijvoorbeeld in meerkeuzevragen. Of de tekst: Ik reageer soms stormachtig... Ik word snel BOOS, verlies sneller de controle over mijn emoties. Dit komt door mijn HERSENBESCHADIGING. Ik vind het heel naar als ik je daardoor afschrik, pijn of verdriet doe. Dit wil ik absoluut niet.... Heb geduld met mij... Persoonlijke folder In de pilotcursus is gewerkt met een persoonlijke folder (kleurenprint) op een in drieën gevouwen blad in A4 formaat. In de folder legt de persoon met afasie zelf uit hoe andere mensen rekening met hem of haar kunnen houden. In onze folder gebeurde dit aan de hand van drie vragen: - Wat is er voor mij veranderd? - Wat kun je doen om mij te ondersteunen? - Wat vind ik niet prettig? Een logopediste dient betrokken te zijn bij het opstellen van het communicatie-advies. Belangrijk is dat de formulering past bij de deelnemer. De tekst moet samen met de deelnemer en zijn partner en begrijpelijk voor de deelnemer geformuleerd worden. Belangrijk is dat het uiterlijk van de folder mooi en verzorgd is, en past bij de persoon voor wie het is. Met behulp van afbeeldingen, foto s of een watermerk wordt het persoonlijk gemaakt. De deelnemer krijgt een aantal exemplaren en het digitale bestand, zodat in de eigen omgeving aanpassingen en reproducties gedaan kunnen worden. Een voorbeeld van een folder is opgenomen in een aparte bijlage (folder communicatieadvies). Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 77

30 8 Voorbeelden van rollenspelen Bij het bespreken van de onzichtbare gevolgen en hoe onduidelijk deze vaak zijn voor de omgeving, kan het heel inzichtelijk zijn om dit te laten zien door middel van een rollenspel. De rollenspelen worden gespeeld door de trainers. Een paar mogelijkheden zijn: Situatie X (een rollenspel over het onbegrip in de omgeving) Twee mensen staan op een feestje met elkaar te praten. Persoon A heeft afasie, persoon B is een vriendin van A en heeft geen afasie. Plotseling loopt A weg. Reden hiervoor is dat het te druk op het feestje is en de muziek te hard staat. (om het nog wat aan te scherpen zou B eventueel nog onder het gesprek de muziek harder kunnen zetten, omdat zij dat nummer zo leuk vindt). A is boos weggelopen. B blijft verbaasd achter en wordt vervolgens ook geïrriteerd of boos. ( zit ik net iets leuks te vertellen en dan loopt ze weg?! of Ik dacht dat A dit nummer vroeger ook altijd zo leuk vond?! ) Situatie Y (veeleisendheid: op 2 manieren uit te beelden) Veeleisendheid kun je laten zien als: 1. impulsief en veeleisend gedrag, bijvoorbeeld op een feestje, waar de muziek te hard staat. Persoon A zou dan zomaar de muziek uit kunnen doen, zonder met iemand daarover te overleggen. 2. assertief gedrag, bijvoorbeeld op een feestje. Als persoon A met afasie de muziek te hard zou vinden, zou zij direct vragen of de muziek wat zachter zou kunnen. Situatie Z (onverschilligheid) Als je deze emotie zou willen laten zien, is het belangrijk om de gelaagdheid van onverschilligheid te laten zien. Soms lijkt onverschilligheid van mensen met afasie op emotionele vlakte of echte onverschilligheid, maar het kan ook juist voortkomen uit onvermogen om zich te kunnen uiten. Situatie A (rollenspel over assertiviteit) Bij de dokter Bij dit rollenspel gaat het erom te laten zien/ervaren hoe iemand met afasie vaak genegeerd wordt door de omgeving en hoe je dit zou kunnen voorkomen door goed voor jezelf op te komen om dit niet te laten gebeuren. (assertief gedrag) Het wordt gespeeld door de trainers (2 personen zonder afasie) en een van de deelnemers. De vrijwilliger/deelnemer heeft al een tijdje last van spanningsklachten. Hij/zij slaapt slecht, heeft veel last van hoofdpijn, pijn in nek en schouders enz. En nu gaat hij/zij hiermee naar de dokter. Zijn/haar partner of naaste gaat met hem/haar mee. De dokter en de partner of naaste gaan tijdens dit bezoek al snel met elkaar in gesprek en praten dan eigenlijk over het hoofd van de vrijwilliger/deelnemer (de persoon met afasie) heen. Hoe reageert deze hierop? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 78

31 9 Informatie over de evaluatie Om de kwaliteit van de training te waarborgen is het van belang dat deze regelmatig wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. De training wordt op twee manieren geëvalueerd: via een evaluatie aan het einde van de training en via tussenevaluaties, één (op de helft) of meer (na drie of vier bijeenkomsten). In tegenstelling tot de originele cursus Ik (b)en de samenleving is er voor gekozen om niet aan het einde van iedere bijeenkomst te evalueren. Door de evaluaties van een paar bijeenkomsten samen te voegen (en dus om de paar bijeenkomsten te evalueren), krijgen de deelnemers de gelegenheid om datgene wat is behandeld te verwerken en er mee te oefenen. Vervolgens kunnen ze de evaluatievragen in een breder perspectief plaatsen en daardoor beter beantwoorden. Aangeraden wordt om afhankelijk van de deelnemers de tussenevaluaties om de drie zes bijeenkomsten te laten plaats vinden. Het is niet haalbaar om enkel met een eindevaluatie te werken, omdat de opdrachten en onderwerpen van het begin van de training teveel zijn weggezakt. Tussenevaluaties Om de drie - zes bijeenkomsten wordt er geëvalueerd. Afhankelijk van de deelnemers en afhankelijk van de invulling van de bijeenkomsten, wordt dit ingepland. Door middel van een vragenlijst worden de evaluatievragen besproken (voorgelezen door de trainers) en gewaardeerd (door de deelnemers, eventueel met hulp van de trainers). Het is raadzaam om de betreffende opdrachten en afbeeldingen erbij te houden, zodat de deelnemers beter weten waar de vraag over gaat. Per tussenevaluatie worden algemene vragen gesteld en specifieke vragen over de onderwerpen en wat de deelnemers hiervan hebben geleerd. In het document hieronder (Tussenevaluaties) staan vragen per onderwerp/bijeenkomst, de trainers maken hier een relevante en overzichtelijke selectie van. De vragen worden geselecteerd uit: algemene vragen, de persoonlijke ontwikkelingvragen en de specifieke invulling per bijeenkomst vragen. Eindevaluatie In bijeenkomst 13, de voorlaatste bijeenkomst, is er gelegenheid om een uitgebreide evaluatie uit te voeren. Hierin kunnen onderwerpen uit de training worden besproken (en geëvalueerd), maar is er ook gelegenheid om te praten over datgene wat wel/niet bereikt is door de deelnemers. Eventuele onderwerpen of opdrachten die nog aandacht of verdieping nodig hebben, kunnen in de laatste (14 e ) bijeenkomst behandeld worden. Ook de vragen voor de eindevaluatie worden op relevante geselecteerd door de trainers, uit zowel het document tussenevaluatie als het document eindevaluatie (zie hieronder). De eindevaluatie zal bestaan uit algemene vragen over de training, en uit specifieke vragen die gaan over wat de deelnemers hebben geleerd over de 5 aspecten van integratie. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 79

32 Tussenevaluaties Algemeen: 1. De doelen van de bijeenkomst tot nu toe zijn voor mij duidelijk onjuist juist 2. De bijeenkomsten zijn duidelijk genoeg om ze te kunnen volgen onjuist juist 3. Ik vind het niveau van de cursus te licht goed te zwaar 4. Ik vind het verslag dat ik iedere week ontvang niet zinvol zeer zinvol 5. Ik vind de onderwerpen die we tot nu toe hebben behandeld niet zinvol zeer zinvol 6. Ik vind de huiswerkopdrachten duidelijk onjuist juist 7. Ik vind de huiswerkopdrachten zinvol onjuist juist 8. Ik vind het prettig en zinvol dat de partner ook bij de huiswerkopdrachten wordt betrokken niet zinvol zeer zinvol 9. De beeldende opdrachten (schilderen), vind ik niet zinvol zeer zinvol Persoonlijke ontwikkeling: 10. Ik heb nieuwe dingen geleerd onjuist juist 11. Ik ben nieuwe dingen aan het oefenen/uitproberen onjuist juist Specifieke invulling van de bijeenkomsten Bijeenkomst 1: 1. Het kennismakingsspel niet zinvol zeer zinvol 2. De in beeld gebrachte thema s van de cursus (plaatjes) niet zinvol zeer zinvol o acceptatie Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 80

33 o aansluiting bij anderen o meedoen in maatschappij o zelfinzicht o eigen regie 3. Het kiezen van een persoonlijk doel niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst 2 4. Rolprent niet zinvol zeer zinvol 5. De stappen en afbeeldingen niet zinvol zeer zinvol o waar sta ik nu? o waar wil ik heen? 6. Met zijn vieren op één vel papier een eigen boom schilderen niet zinvol zeer zinvol (de eerste keer) (2 e bijeenkomst) Bijeenkomst 3 7. Warm koud opdracht (enquête over vroeger) niet zinvol zeer zinvol 8. De visualisatie mijn kracht (eerste visualisatie) niet zinvol zeer zinvol 9. Met krijtjes tekenen van het ontvangen geschenk niet zinvol zeer zinvol (1 e keer visualisatie) Bijeenkomst Kwaliteitenspel niet zinvol zeer zinvol 11. Schilderen met karmijnrood (het ik) met indigo (wijsheid) en geel (verbinding) niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Onzichtbare gevolgen (kaarten) niet zinvol zeer zinvol 13. Schilderen met karmijnrood (het ik) met indigo (wijsheid) en geel (verbinding) niet zinvol zeer zinvol Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 81

34 Bijeenkomst Video Ze zeggen dat ik zo veranderd ben niet zinvol zeer zinvol 15. Onzichtbare gevolgen (enquête) niet zinvol zeer zinvol 16. Nadenken over het kenbaar maken van de onzichtbare gevolgen niet zinvol zeer zinvol 17. Met zijn tweeën een huis schilderen (1 e keer) niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Met elkaar (de ander en jij) de onzichtbare gevolgen bespreken niet zinvol zeer zinvol 19. Het praten over het kenbaar maken van de onzichtbare niet zinvol zeer zinvol gevolgen (communicatie-advies) 20. Met zijn tweeën een huis schilderen (1 e keer) niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Concreet maken welke situatie je zou willen veranderen niet zinvol zeer zinvol 22. In de netwerkcirkel aangeven in welk contact je iets zou willen veranderen niet zinvol zeer zinvol 23. De visualisatie mijn hindernissen (tweede visualisatie) niet zinvol zeer zinvol 24. Schilderen van mijn hindernissen (2 e visualisatie) niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Concreet maken van jouw hindernissen (obstakels) niet zinvol zeer zinvol 26. Het omvormen van negatieve gedachten naar meer reële, positieve gedachten niet zinvol zeer zinvol Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 82

35 Bijeenkomst Afspraak: negatieve gedachte omgevormd tot positieve gedachte niet zinvol zeer zinvol 28. Omvormen van een zo lelijk mogelijke schildering naar een mooie schildering niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Verbeteren een aanvullen van de eigen folder niet zinvol zeer zinvol 30. Situatie beschrijven van geven en nemen niet zinvol zeer zinvol 31. Rollenspelen over assertiviteit en feedback/geven en nemen niet zinvol zeer zinvol 32. Met zijn vieren op één vel papier een eigen boom schilderen niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Opdracht geven en nemen niet zinvol zeer zinvol 34. Opdracht assertiviteit niet zinvol zeer zinvol 35. Het spel niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Eindevaluatie niet zinvol zeer zinvol 37. Beeldende, geleide opdracht niet zinvol zeer zinvol Bijeenkomst Complimentjes aan elkaar niet zinvol zeer zinvol 39. Opbouwende feedback voor jezelf niet zinvol zeer zinvol 40. Vrij schilderen niet zinvol zeer zinvol Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 83

36 Eindevaluatie Algemeen voor kringgesprek 1. Wat heb je geleerd? 2. Wat is er veranderd? 3. Wat heb je nu nog nodig? 4. Wat heb je gemist? 5. Wat zou je nog willen (behandelen of bespreken)? 6. Ik heb veel van deze training geleerd onjuist juist 7. Met wat ik geleerd heb in de training kan ik nu zelf aan de slag onjuist juist 8. De trainers stimuleren een actieve inbreng van de deelnemers onjuist juist 9. De trainers bevorderden de samenwerking in de groep onjuist juist 10. Wil je een cijfer geven voor de training in zijn geheel? Heb je verder nog opmerkingen over de training? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 84

37 Specifiek In deze cursus hebben we stilgestaan bij uw integratie in de maatschappij. De contacten die u heeft, uw interactie met de omgeving, uw manier van presenteren, en de reacties van anderen op u. In deze cursus is het voornamelijk om vijf aspecten van integratie gegaan: Acceptatie van anderen Aansluiting vinden bij anderen Meedoen in de maatschappij Zelfinzicht en uw eigen mogelijkheden benutten Eigen regie Voorafgaand aan de cursus hebben wij u een aantal vragen gesteld over deze aspecten van integratie. Aan de hand van uw antwoorden hebben we gezamenlijk besloten of deelname aan deze cursus voor u geschikt zou zijn. Nu vragen we weer naar deze vijf aspecten. Hiermee willen we met elkaar bekijken of de cursus heeft bijgedragen aan deze aspecten van integratie. 1. Acceptatie van anderen Heeft u het gevoel dat de mensen om u heen u accepteren zoals u nu bent met de afasie? niet wel Begrijpen ze wat de gevolgen zijn van uw hersenletsel? niet wel Bent u tevreden met uw functioneren op dit moment? niet wel Bent u in staat om anderen in te schakelen wanneer nodig? niet wel 2. Aansluiting bij anderen Heeft u (naar uw idee voldoende) contacten? niet wel Bent u geïnteresseerd in anderen en kunt u dat laten merken? niet wel Is het geven en nemen in balans in de contacten die u hebt? niet wel Hebt u ideeën hoe u uw contacten kan verbeteren (indien wenselijk)? niet wel Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 85

38 3. Meedoen in de maatschappij? Vindt u dat u voldoende meedoet in de maatschappij? niet wel Hebt u ideeën hoe u uw bijdrage aan de maatschappij kan vergroten (indien wenselijk)? niet wel 4. Zelfkennis Hebt u voldoende inzicht in uw kwaliteiten? niet wel Hebt u voldoende inzicht in uw mogelijkheden en beperkingen? niet wel Benut u voldoende al uw mogelijkheden? niet wel Kunt u leren van de dingen die niet gelukt zijn? niet wel Bent u in staat te kijken naar wat u kunt, in plaats naar wat u niet meer kunt? niet wel 5. Eigen regie Maakt u zelf keuzes wat betreft de vorm en inhoud van uw leven? niet wel Komt u op voor uw eigen mening en eigen keuzes? niet wel Heeft u voldoende handvatten/ideeën om voor uzelf op te komen? niet wel Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 86

39 10 Informatie over het gebruik van SMART doelen Bij het formuleren van doelen van de deelnemers is het belangrijk om in de gaten te houden of de doelen realistisch en haalbaar zijn. Doelen moeten altijd zo concreet mogelijk geformuleerd worden. Voor de trainers is het handig om hierbij een aantal aspecten van de SMART methode in het achterhoofd te hebben. Het is niet aan te raden om deze methode expliciet en in zijn geheel samen met de deelnemers te doorlopen, aangezien het een verbale methode is, die niet bruikbaar is bij deelnemers met afasie. SMART doelen staan voor: S= Specifiek M= Meetbaar A= Acceptabel R= Realistisch T= Tijdgebonden Specifiek wil zeggen dat je in je formulering het gedrag benoemt dat je wilt bereiken, bijvoorbeeld ik wil (...) of ik kan (...). Verder is positief formuleren ook heel belangrijk, dus niet : Ik ga communicatieve situaties niet meer uit de weg als ik niet weet wat ik moet zeggen, maar In een communicatieve situatie die ik anders uit de weg zou gaan als ik niet weet wat ik moet zeggen ga ik nu vragen of mensen rekening met mij willen houden. Meetbaar betekent dat je kunt vaststellen of het doel behaald is. Je zou dus iets kunnen toevoegen als: Ik vraag aan X of zij vindt dat ik communicatieve situaties niet meer uit de weg ga. Acceptabel wil zeggen dat het je acceptabel gedrag moet formuleren. Ik vraag bijvoorbeeld of mensen rekening met mij willen houden door rustig aandacht te vragen en hen een communicatie advies te geven. Realistisch wil zeggen dat de deelnemer samen met de partner of naaste zou moeten bespreken of zijn/haar doel realistisch is. Zo kan het oppakken van werk of vrijwilligerswerk bijvoorbeeld tot discussie leiden over de mogelijkheden van de deelnemer. Tijdgebonden wil zeggen dat je moet formuleren wanneer je het doel behaald wilt hebben door er bijvoorbeeld een tijdsspanne aan te verbinden, bijvoorbeeld over drie maanden doe ik (...). Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 87

40 11 Afbeelding denken, voelen en doen Iedereen heeft gedachten over zichzelf of over de ander die niet kloppen. Kijk eens naar het plaatje hieronder: Denken Je denkt bijvoorbeeld in een winkel: Ik kom vast niet goed uit mijn woorden. Voelen Je voelt je opgelaten, want het is druk in de winkel, of je wordt zenuwachtig... Doen Je klapt dicht en het lukt je inderdaad niet om te zeggen wat je wilde zeggen. Klopt het altijd wat je denkt? Het is goed om bij de bespreking van de irrationele gedachten dit plaatje te gebruiken omdat het goed laat zien hoe deze drie dingen met elkaar verweven zijn. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 88

41 12 Voorbeelden van irrationele gedachten Met de groep worden irrationele gedachten bedacht. Deze worden vervolgens vervangen voor meer rationele gedachten. Deelnemers hebben soms moeite met het bedenken van de gedachten die hen belemmeren, maar kunnen vaak wel een gevoel benoemen. Voordat ik na een verjaardag moet, voel ik me al slecht. Dan ga ik maar niet. Tussen het gevoel en de handeling, zit een gedachte. Probeer die te formuleren. Bijvoorbeeld; ze luisteren toch niet naar me. De vragen die de trainers bij elke gedachte stellen: 1. Is deze gedachte waar? (het moet meetbaar, aantoonbaar waar zijn, zo niet, dan is het een irrationele gedachte) 2. Is het een helpende gedachte? (alleen bij een gedachte die niet helpend is, ga je verder, positieve irrationele gedachten mogen blijven bestaan!) 3. Welke helpende, positieve gedachte kan ik er tegenover stellen? Leer de deelnemers dat zij zelf op zoek mogen gaan naar gedachten die hen helpen om een beter gevoel te krijgen of negatieve gevoelens te verminderen. Hieronder staan voorbeelden mogelijke irrationele gedachten waar de deelnemers (mensen met afasie) mee kunnen komen. Daar tegenover staan dan mogelijke meer rationele gedachten. vgl. Ik ben te langzaam Ik ben misschien wel langzamer dan andere mensen, maar ik heb wel iets interessants te zeggen. Mensen wachten maar op mij, dat is helemaal niet erg. Als mensen haast hebben, dan moeten ze dat zelf maar aangeven. Ik kan niet voor hen denken, of invullen hoe zij zich voelen. Ik ben helemaal niet langzamer dan anderen. Dat denk ik zelf wel, maar het valt eigenlijk best mee. Het lukt mij toch niet Zonder het te proberen, weet ik niet of het mij wel of niet lukt. Dus: eerst proberen, en dan pas zeggen. Ik vind het moeilijk om dit te doen, maar dat is niet erg. Hoe vaker ik het zal doen, hoe makkelijker het zal gaan (oefening baart kunst). Ik vind het moeilijk om dit te doen, maar met hulp van iemand anders kan ik het eigenlijk best. Dan valt het best mee. Ik kan het niet ik kan het niet alleen, maar wel met hulp van iemand anders. Ik kan het wel, het gaat alleen iets moeizamer, maar ik neem er gewoon wat meer tijd voor. Ik schaam me ik vind dit wel moeilijk, maar ik ben wie ik ben, en daar hoef ik me niet voor te schamen. Het CVA is me overkomen,dat kan iedereen gebeuren. Ik ben nog steeds dezelfde, en daar hoef ik me helemaal niet voor te schamen! Ze luisteren toch niet naar me Is dat zo? Luistert niemand naar mij? Dat klopt helemaal niet! Er luistert wel iemand naar mij. En anders vraag ik of iemand even wil luisteren. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 89

42 Ik moet perfect zijn dat is niemand. Ik kan misschien op een verjaardag niet vertellen wat ik wil, maar wel de volgende dag alleen langsgaan. Een ander staat op de verjaardag alleen maar onzin uit te kramen Ik ben te langzaam ik ben wel langzamer dan andere mensen, maar dan is het nog steeds interessant wat ik te zeggen heb. Mensen wachten maar op mij, dat is helemaal niet erg. Als mensen haast hebben, dan moeten ze dat zelf maar aangeven. Ik kan niet voor hen denken, of invullen hoe zij zich voelen. Ik ben helemaal niet langzamer dan anderen, dat denk ik zelf, maar het valt best mee eigenlijk. Het hoeft niet, ik vind het wel best zo Vind ik het wel best zo? Stiekem zou ik wel mee willen doen. Ik ga iets anders verzinnen waardoor ik wel mee kan doen. Anderen nemen mij niet serieus Dat denk ik alleen maar? Waarom zouden anderen mij niet serieus nemen? Ik kan nog steeds nadenken, misschien minder goed praten, maar ik ben niet dom! Anderen moeten veranderen, niet ik Is het realistisch te denken dat anderen moeten veranderen? Waarom? Kan ik dat van hen verlangen? Ik heb zelf ook verantwoordelijkheid. Ik kan zelf ook dingen anders doen/ veranderen. Het werkt veel beter als ik zelf verander, dan weet ik tenminste wat ik doe, heb ik het zelf in de hand. Ik vergeet steeds weer wat ik wilde Ik vergeet soms dingen. Maar niet steeds. Soms kan ik iets opschrijven, dan kan ik het terug zoeken. En een ander kan me helpen onthouden. Het lukt straks toch niet om te vertellen wat ik wil Ik kan misschien niet zo makkelijk meer praten. En dat is heel vervelend. Maar ik kan wel op een andere manier duidelijk maken wat ik wil. Bv door gebaren. Of door het aan te wijzen. Of door de tijd er voor te nemen. Of om iets op te schrijven/ te tekenen. Ik moet wel zelf vragen of iemand iets meer tijd voor mij vrij maakt. Ik kan niet lezen of schrijven, dus het maakt toch niets meer uit. Dus ik doe toch niet meer mee in de maatschappij. Ik kan dan wel niet meer zo goed lezen en schrijven als vroeger, maar ik kan nog wel (met veel tijd) iets lezen (de koppen van de krant) of iets schrijven. Dus het klopt niet dat ik dat helemaal niet meer kan. Ook al kan ik niet meer zo goed lezen en schrijven, dat betekent niet dat ik niet meer mee doe. Ik heb nog steeds zinnige gedachten, en kan nog steeds iets bijdragen. Weliswaar op een andere manier, en daar moet ik wel aan wennen (want dat is niet altijd leuk), maar ik kan nog steeds voor anderen/voor de maatschappij iets betekenen. Bv een luisterend oor bieden. Of door er gewoon te zijn. Of door illustrator te worden bij het blad van het buurthuis.. Ik heb teveel hulp nodig Ik heb voor sommige dingen wel hulp nodig. Maar ik kan ook dingen zelf. Ik mag best iets vragen aan een ander. Als ik maar niet dingen vraag die ik eigenlijk zelf zou kunnen doen. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 90

43 13 Informatie over feedback en assertiviteit In Bijlage 3: Opdrachten, 14 is een stuk opgenomen Regels en tips voor feedback dat eventueel aan de deelnemers meegegeven kan worden. Hieronder staat dezelfde tekst als in dit document. Voor de deelnemers is dat bewust in een ander en vooral groter lettertype gedaan. Assertief reageren: Kies een geschikt moment. 1. Benoem je gevoelens bij datgene wat er gebeurt. 2. Beschrijf het gedrag van de ander zo concreet mogelijk. 3. Geef aan welke gevolgen het gedrag van de ander voor jou heeft. 4. Zeg duidelijk en concreet wat je wel wilt. Voorbeelden van feedback geven aan anderen: 1. Is nu een geschikt moment om even te praten? 2. Ik wil graag dat je.. 3. Ik zie dat je 4. Dit zorgt bij mij voor. Positief a. Blijheid b. Opluchting c.tevredenheid Neutraal a. Verbazing? Negatief a. Irritatie b. Boosheid c.teleurstelling d. Verdriet Regels bij feedback geven: Wel doen bij feedback: Melden wat je opmerkt: Aangeven wat je feitelijk waarneemt, zonder te oordelen of te interpreteren. De ander kan zelf zijn of haar conclusies trekken. Wees duidelijk en concreet Melden wat het effect daarvan op jou is: Geef aan wat de gevolgen van het gedrag van de ander voor jou zijn. Geef informatie en niet direct advies. Melden wat je daarvan vindt: Geef feedback waar de ander iets mee kan. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 91

44 Geef ook positieve feedback. Ga na of de ander je heeft begrepen. Niet doen bij feedback: Niet feedback geven als de ander haast heeft. Niet feedback geven als er veel andere mensen bij zijn. Niet oude koeien uit de sloot halen. Niet oordelen of interpreteren. NB: Zie ook de afbeeldingen voor de deelnemers in de bijlage regels bij feedback geven Tips bij feedback ontvangen: Feedback is een kans om te leren en niet een aanval van de ander. Feedback zegt iets over hoe de ander jou ziet, maar dit betekent niet dat dit aangeeft wie jij bent. Verdedig je niet bij kritische opmerkingen. Vraag door wanneer je iets niet begrijpt. Check of je goed begrepen hebt wat de ander bedoelt. Aanvaard positieve feedback met Dank je wel. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 92

45 14 De verstoorde balans tussen geven en nemen Bij mensen met een chronische ziekte is de balans tussen geven en nemen in contacten vaak verstoord. Bij mensen met afasie komen we dat nog vaker tegen. Dit heeft te maken met diverse factoren die met het hersenletsel te maken hebben; natuurlijk de moeite met communiceren, maar meer nog met verminderd initiatief, verminderd geheugen (als je niet onthouden hebt dat de buurvrouw op vakantie naar Italië gaat, is het moeilijk belangstellend te vragen hoe het was), verminderde flexibiliteit, verminderd zelfinzicht etc. In de cursus wordt expliciet aandacht besteed aan het verbeteren van de balans in de contacten tussen geven en nemen. Leg uit aan de deelnemers dat in het contact met de mensen in hun omgeving de balans tussen geven en nemen belangrijk is. Neem door met de deelnemers en met de partners hoe deze balans is. Leg uit dat de balans verstoord kan zijn bij personen met een chronische ziekte omdat zij noodgedwongen meer ontvangen van hun omgeving dan voorheen. Balans richting meer ontvangen Balans richting meer geven. 1. In de eerste opdracht gaan de deelnemers bewust nadenken over wat ze kunnen betekenen voor de mensen in hun omgeving. Wat ze kunnen geven. Dat kunnen hele kleine dingen zijn; belangstelling tonen, de planten water geven, een kaart sturen ( je kunt al een kaart sturen zonder tekst, het gaat om de intentie), brood smeren, een compliment geven.. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 93

46 De deelnemers krijgen allemaal een figuur van de netwerkcirkel. Daarop worden de belangrijke personen aangegeven. De deelnemer tekent een pijl tussen zichzelf en de persoon. Een pijl in de richting van de deelnemer geeft aan dat de balans meer uitvalt in de richting van nemen. Een pijl de andere kant op betekent dat de deelnemer meer geeft. Bij een gelijkwaardig contact wijst de pijl beide kanten op. 2. Een opdracht die hieraan gekoppeld kan worden is een oefening in opmerkzaamheid. Deelnemers zitten in een kring. Één deelnemer gaat de gang op. Iemand verandert iets aan zijn of haar uiterlijk. Vervolgens moet degene die terug komt, raden wat er veranderd is. 3. In de tweede opdracht bekijken de deelnemers een set met kaartjes waarop allemaal complimentjes staan. Alle kaartjes worden doorgenomen en de betekenis wordt besproken. De deelnemers kiezen een aantal kaartjes uit dat hen aanspreekt. De opdracht is om in de thuissituatie elke dag een kaartje te kiezen en een persoon aan wie de deelnemer dat compliment wil maken en hem of haar dit kaartje te laten zien. Ook kunnen de complimenten op stickervellen worden geprint zodat iemand zelf (ansicht)kaartjes kan maken. Complimenten: Wat zie je er leuk uit. Wat zit je haar leuk. Fijn dat je er bent. Leuk dat je ook van. houdt. Fijn dat je goed naar mij luistert. Wat zie je er goed uit. Dat heb je goed gedaan, dankjewel. Je maakt mijn dag weer goed. Fijn dat je.. gedaan hebt. Fijn dat je de tijd voor mij neemt. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 94

47 Fijn dat je niet over mijn hoofd heen praat. Fijn dat je eerlijk bent. Fijn dat je mij geholpen hebt. Je maakt me blij. Ik voel me vertrouwd bij jou. Ik vind je lekker. Wat ben je romantisch. Ik ben trots op je! Dat heb je mooi gemaakt. Fijn dat je me begrijpt. Fijn dat je zoveel voor mij doet. Ik ben je dankbaar. Ik hou van je. Ik voel me prettig bij jou. Ik vind je aantrekkelijk. Fijn dat je niet meer boos bent. Dat heb je leuk gedaan. Ik vind het gezellig bij je. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 95

48 15 Informatie over het spel Waar het hart vol van is Tijdens de pilot van de training is het spel Waar het hart vol van is gespeeld. De gekleurde vakjes corresponderen met verschillende vragen en opdrachten, waarvan steeds iets in een persoonlijk logboek wordt opgeschreven of gekopieerd. De vragen hebben o.a. betrekking op de kwaliteiten van de deelnemers, en wat zij te bieden hebben aan mensen in hun omgeving. Meer informatie is verkrijgbaar bij Afasiecentrum Utrecht: Afb.: conceptversie van spel Waar het hart vol van is Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 96

49 Bijlage 3 Opdrachten voor de deelnemers Inhoudsopgave 1. Bij welk(e) aspect(en) van integratie ligt mijn doel? 2. Rolprent 3. De warm koud opdracht 4. Kwaliteiten kiezen 5. De onzichtbare gevolgen 6. Terugkoppeling vragenlijst voor de ander 7. Bespreken van de verschillen 8. Concrete situatie waarin ik iets wil veranderen 9. Mijn persoonlijke belemmeringen 10. Onzichtbare gevolgen communiceren 11. Afspraak met mijzelf 12. Aanvullen en verbeteren van eigen folder 13. Geven en nemen 14. Regels en tips over feedback 15. De balans tussen geven en nemen 16. Evalueren en positieve feedback voor de andere deelnemers en jezelf Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 97

50 Opdracht 1 Bij welk(e) aspect(en) van integratie ligt mijn doel? Dit is het thema waar ik in de training aan wil werken: Waar sta ik nu? Waar wil ik heen? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 98

51 Doel van deze opdracht Aangeven van het leerdoel voor jou van deze training: Dit is het thema waar ik in de training aan wil werken... Toelichting Bij de 5 aspecten van integratie horen verschillende afbeeldingen. Hiervan heb je een A4-tje gekregen met diezelfde afbeeldingen. Het is de bedoeling dat je met behulp van deze afbeeldingen deze vraag probeert te beantwoorden. Kies één of twee afbeeldingen die speciaal voor jou van toepassing zijn. Knip deze plaatjes uit en plak deze op het vel Opdracht 1. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 99

52 Opdracht 2 Rolprent Doel van deze opdracht Nadenken over de eigen rol in de samenleving Waar sta je nu, op dit moment? Waar zou je naar toe willen? Wat is jouw doel? Toelichting Probeer in deze opdracht jouw thema (bovenste plaatje) duidelijk te maken. Deze opdracht kun je het beste samen met iemand anders maken. Beantwoord deze twee vragen: 1. waar sta ik nu? 2. Waar wil ik heen? Bij de eerste vraag hoort het blauwe vel van de rolprent. Bij de tweede vraag hoort het gele vel. Op beide vellen staat dezelfde afbeelding van allerlei figuren. Iedereen doet hier iets anders. Het gaat duidelijk om verschillende soorten mensen. De een staat afzijdig. De ander zit gezellig tussen de anderen in. Weer een ander heeft het hoogste woord. We stellen ons voor dat deze omgeving onze samenleving is. Wat voor iemand bij jij nu, op dit moment in de samenleving? Dit is vraag 1 op het blauwe vel. Omcirkel de figuur die het meeste op jou lijkt. Je mag ook meerdere figuren omcirkelen. Wat voor iemand zou jij willen zijn? Waar zou je heen willen? Dit is vraag 2 op het gele vel. Omcirkel de figuur die jij zou willen zijn. Bedenk dat dit gaat over de samenleving. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 100

53 Probeer deze opdracht te maken met jouw persoonlijke leerdoel in je achterhoofd. Het leerdoel dat je voor jezelf hebt vastgesteld in de opdracht met de plaatjes. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 101

54 Opdracht 3 De warm koud opdracht Doel van deze opdracht proberen er achter te komen waar je vroeger als kind warm voor liep Toelichting een kind staat vaak dicht bij zichzelf als volwassene kun je de verbinding met wat je als kind graag deed kwijt zijn geraakt door als volwassene terug te kijken naar jezelf als kind ontdek je misschien weer waar je vroeger warm voor liep waar je vroeger warm voor liep geeft misschien een richting waarheen je nu in je leven zou kunnen gaan Vooraf/Inleving in de periode hoe was jij als kind op de lagere school (van ongeveer 7 tot 14 jaar) schrijf met de andere hand je naam en adres waar je toen woonde en misschien ook de school waar je toen op zat doe dat HEEL LANGZAAM (alsof je het kind van toen was) dit kan helpen om die periode in je leven terug te halen Opdracht Vul samen met iemand die jou goed kent de enquête in op de volgende bladzijde Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 102

55 Enquete warm - koud Cirkel een van de 5 getallen aan bij onderstaande vragen: 1. Ik ga graag naar school. niet waar waar 2. Ik heb veel vriendjes en/of vriendinnetjes. niet waar waar 3. De vriendjes en/of vriendinnetjes ken ik van school. niet waar waar 4. De vriendjes en/of vriendinnetjes ken ik niet van school maar van de buurt waar ik woon. niet waar waar 5. Ik speel meestal met vriendjes bij ons thuis. niet waar waar 6. Ik speel vaker bij anderen dan bij mij thuis. niet waar waar 7. Ik speel thuis ook graag met jongere of oudere broer(s) of zus(sen). niet waar waar 8. Ik kan heel goed alleen spelen. niet waar waar 9. Ik speel vooral met kinderen van mijn eigen geslacht. niet waar waar 10. Ik speel graag fantasiespelletjes (en toen was jij de...). niet waar waar 11. Ik ben een blij kind. niet waar waar 12. Ik ben gezond in deze periode (ben nooit lang ziek). niet waar waar 13. Ik krijg veel liefde en warmte thuis. niet waar waar 14. Ik krijg veel liefde en warmte op school. niet waar waar 15. Ik krijg veel liefde en warmte van vriend(innet)jes niet waar waar 16. Ik ben het liefst buiten. niet waar waar 17. Ik ben liever binnen dan buiten. niet waar waar 18. Ik ben een druk kind. niet waar waar 19. Ik ben een rustig kind. niet waar waar 20. Ik ben een makkelijk kind. niet waar waar 21. Ik ben een moeilijk kind. niet waar waar 23. Ik sport graag. niet waar waar Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 103

56 24. Mijn lievelingssport is in een team. niet waar waar 25. Mijn lievelingssport is een individuele sport. niet waar waar 26. Ik bespeel een instrument. niet waar waar 27. Ik houd van muziek. niet waar waar 28. Ik houd van zingen. niet waar waar 29. Ik heb een huisdier. niet waar waar 30. Ik vind het leuk om in de tuin te werken of met plantjes bezig te zijn. niet waar waar 31. Ik vind het leuk om in de keuken mee te helpen en bijvoorbeeld een cake te bakken. niet waar waar 32. Ik houd van knutselen (papier, karton, hout e.d.) niet waar waar 33. Ik brei, haak of borduur graag. niet waar waar 34. Ik houd veel van tekenen. niet waar waar 35. Ik lees veel. niet waar waar 36. Ik schrijf veel. niet waar waar 37. Ik treed graag op (toneel, muziek, dans) niet waar waar 38. Ik ben een dromer (zeggen ze) niet waar waar 39. Ik doe alles heel snel niet waar waar 40. Ik doe alles heel langzaam niet waar waar Ik zei vroeger altijd: Later, als ik groot ben, wil ik... worden. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 104

57 Opdracht 4 Kwaliteiten kiezen Doel van deze opdracht je probeert er achter te komen wat je kwaliteiten zijn, je kwaliteiten in het hier en nu je kwaliteiten van vroeger, als kind, die je misschien bent kwijtgeraakt in de loop van de jaren Toelichting bij de vorige huiswerkopdracht (de warm koud opdracht) zijn we op zoek gegaan naar waar je vroeger warm voor liep in de bijeenkomst van vandaag hebben we samen geprobeerd daar kwaliteiten aan te verbinden (de kwaliteiten in de eerste kolom) welke kwaliteiten zou je als kind gehad (moeten) hebben om de vragen van de enquête zo te beantwoorden als je gedaan hebt? Opdracht Het is prettig als er iemand die jou goed kent naast je zit bij deze opdracht. Speel het kwaliteitenspel (in je eentje, met iemand naast je, die meekijkt) als volgt: Schud de 60 kaartjes en maak een stapel. Neem 5 kaartjes van de stapel en leg die open voor je neer. Neem vervolgens steeds 1 nieuwe kaart van de stapel. Het kaartje dat het minste goed bij jou past, leg je weg. Je houdt dan weer 5 kaartjes over. Ga zo door tot de kaartjes van de stapel op zijn. Je hebt dan de in jouw ogen 5 belangrijkste kwaliteiten voor je liggen. Je maakt daarna een volgorde van belangrijkheid. De kwaliteit die jou het meest dierbaar is zet je daarbij bovenaan. Schrijf de 5 kwaliteiten in onderstaande tabel (of laat ze door iemand anders opschrijven) Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 105

58 1 e kwaliteit: Kwaliteiten van mij vroeger, als kind Kwaliteiten van mij nu, op dit moment 2 e kwaliteit: 3 e kwaliteit: 4 e kwaliteit: 5 e kwaliteit: Twee kwaliteiten die ik niet heb, maar (stiekem) wel zou willen hebben (mijzelf zou toewensen) zijn: Welke kwaliteiten ziet mijn partner of naaste in mij, die hierboven nog niet genoemd zijn? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 106

59 Opdracht 5 De onzichtbare gevolgen Onderstaande enquête moet 2 keer ingevuld worden! 1. allereerst door jou zelf vraag eventueel iemand, die jou goed kent, om hierbij te gaan zitten vul de vragen in naar eigen inzicht laat je niet beïnvloeden door de ander het gaat om jouw eigen inzicht 2. door iemand die jou goed kent een buitenstaander, iemand die niet zelf het CVA heeft gehad, kan soms beter zien wat de gevolgen van het CVA zijn voor jou het is belangrijk om dit onafhankelijk van wat de ander heeft ingevuld in te vullen Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 107

60 Vragenlijst over de onzichtbare gevolgen In te vullen door de deelnemer Naam deelnemer: Waarneming 1. Ik bots (vaker) tegen voorwerpen of deuren aan. ja / nee 2. Ik verwar (vaker) links en rechts met elkaar. ja / nee 3. Ik vergeet soms een kant van mijn lichaam. ja / nee rechterkant / linkerkant 4. Mijn kijken is veranderd. ja / nee (Bijvoorbeeld: linker/rechterdeel van het gezichtsveld wordt niet meer bewust waargenomen.) 5. Mijn reukvermogen is verminderd. ja / nee 6. Ik verlies sneller mijn evenwicht. ja / nee Planning (denken) 7. Ik doe bepaalde handelingen niet in de juiste volgorde. (zoals eten koken, wassen, aankleden). 8. Ik vind het moeilijk om de juiste spullen te kiezen die nodig zijn voor een bepaalde handeling. (zoals koken, schoonmaken). Oriëntatie (denken) 9. Ik verdwaal makkelijk(er). (in onbekende omgeving/ in bekende omgeving) ja / nee ja / nee ja / nee 10. Ik heb moeite met tijdsbegrip. ja / nee (zoals: moeite met inschatten hoe laat het is, of geen inzicht hebben in hoe lang iets duurt) Flexibiliteit (denken) 11. Ik ben minder flexibel. (zoals: tijdens een gesprek moeite met omschakelen tussen onderwerpen, of moeite om de ene instructie na de andere op te volgen, of ) 12. Ik kan soms blijven hangen in een bepaalde handeling of onderwerp: blijven herhalen van hetzelfde. ja / nee ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 108

61 13. Ik heb moeite met onverwachte gebeurtenissen. (Als bijvoorbeeld de taxi een kwartier later komt, dan kan ik daar niet zo goed mee overweg.) Tempo (denken) 14. Ik doe langer over dingen die vroeger vanzelf gingen. (zoals: het aankleden dat veel langzamer gaat of koffie zetten enz.) ja / nee ja / nee 15. Ik ben vaker moe. ja / nee (Ik heb bijvoorbeeld in de avond geen puf meer voor dingen. Ik kan geen twee dingen op één dag plannen. Dit soort dingen kon ik vroeger wel. Ik moet tegenwoordig eerder rusten in de middag. enz.) Abstractievermogen (denken) 16. Ik kan mij moeilijk een andere situatie dan die op dit moment voorstellen. (weinig voorstellingsvermogen) ja / nee 17. Ik begrijp grapjes minder. ja / nee Aandacht 18. Als ik in een groep ben (verjaardag, cursus) vind ik dat moeilijk. ja / nee 19. Ik heb moeite met drukte of lawaai om mij heen. ja / nee 20. Ik heb moeite met 2 dingen tegelijk doen. ja / nee 21. Ik ben sneller afgeleid. ja / nee (Ik kan mij minder goed concentreren.) 22. Ik kan minder goed nadenken (Het is chaotisch in mijn hoofd.) ja / nee 23. Ik spring vaak van de hak op de tak in een gesprek ja / nee Geheugen 24. Ik vergeet snel wat er tegen mij gezegd is. ja / nee (in gesprekken, op tv, of wat ik gelezen heb in de krant) 25. Ik vind het moeilijk om te vertellen wat ik gisteren of de vorige keer (week) gedaan heb. ja / nee 26. Ik heb moeite met afspraken onthouden. ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 109

62 Communicatie 27. Ik kan niet goed praten. ja / nee 28. Ik heb moeite met woorden vinden. ja / nee 29. Ik heb moeite met een ander begrijpen. ja / nee 30. Ik heb moeite met lezen. ja / nee 31. Ik kan niet goed schrijven. ja / nee Gedrag/ emotie/ karakter 32. Ik heb moeite met het begrijpen van sociale situaties. ja / nee 33. Ik heb moeite met zorgen voor anderen. ja / nee 34. Ik kan soms erg veeleisend zijn. ja / nee (Ik vraag soms veel aandacht, of doe alleen wat ik wil) 35. Ik stel mij vaak (of vaker) afhankelijk op. ja / nee (Dit kan soms als kinderlijk gedrag overkomen.) 36. Ik overschat snel mijn mogelijkheden. ja / nee 37. Ik heb weinig inzicht in mijn beperkingen. ja / nee 38. Ik let minder goed op mijn eigen veiligheid. ja / nee (Ik kan bijv. het gevaar niet goed inschatten.) 39. Ik vertoon weinig (of minder) initiatief. ja / nee (Ik opper bijvoorbeeld geen ideeën om iets te gaan doen of vertel minder gauw iets uit mijzelf. Of ik neem vaak een afwachtende houding aan.) 40. Ik ben impulsief, doe snel dingen zonder er over na te denken of de consequenties te overzien. 41. Ik kan soms zonder ophouden doorpraten zonder onderscheid te maken tegen wie ik praat. ja / nee ja / nee 42. Ik verlies soms de controle over zichzelf. ja / nee (Ik heb bijv. minder geduld hebben in bepaalde situaties.) 43. Ik kan soms iemand ongepast aanraken. ja / nee 44. Ik maak soms ongepaste opmerkingen zonder dat ik me dat bewust ben op dat moment. ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 110

63 45. Ik lach soms wanneer dat niet gepast is. ja / nee 46. Ik heb veel behoefte aan affectie. ja / nee 47. Mijn stemming wisselt soms heel snel. ja / nee 48. Ik ben sneller verdrietig. ja / nee 49. Ik ben sneller boos. ja / nee 50. Ik ben vaker onverschillig. ja / nee 51. Ik toon minder emoties. ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 111

64 Vragenlijst over de onzichtbare gevolgen. In te vullen door iemand die de deelnemer goed kent. Naam : Naam deelnemer : Relatie tot de deelnemer : Waarneming 1. Hij/zij botst tegen voorwerpen of deuren aan. ja / nee 2. Hij/zij verwart links en rechts met elkaar. ja / nee 3. Hij/zij vergeet soms een kant van zijn/haar lichaam. rechterkant / linkerkant ja / nee 4. Zijn/haar kijken is veranderd. ja / nee (Bijvoorbeeld: linker/rechterdeel van het gezichtsveld wordt niet meer bewust waargenomen.) 5. Zijn/haar reukvermogen is verminderd. ja / nee 6. Hij/zij verliest sneller zijn/haar evenwicht. ja / nee Planning (denken) 7. Hij/zij doet bepaalde handelingen niet in de juiste volgorde (zoals eten koken, wassen, aankleden). 8. Hij/zij vindt het moeilijk om de juiste spullen te kiezen die nodig zijn voor een bepaalde handeling (zoals koken, schoonmaken). Oriëntatie (denken) 9. Hij/zij verdwaalt makkelijk (in onbekende omgeving/ in bekende omgeving) ja / nee ja / nee ja / nee 10. Hij/zij heeft moeite met tijdsbegrip. ja / nee (zoals: moeite met inschatten hoe laat het is, of geen inzicht hebben in hoe lang iets duurt) Flexibiliteit (denken) 11. Hij/zij is minder flexibel. (zoals: tijdens een gesprek moeite met omschakelen tussen onderwerpen, of moeite om de ene instructie na de andere op te volgen, of ) 12. Hij/zij kan soms blijven hangen in bepaalde handeling of onderwerp: blijven herhalen van hetzelfde. 13. Hij/zij heeft moeite met onverwachtse gebeurtenissen. (bijvoorbeeld als de taxi een kwartier later komt, kan hij/zij daar mee omgaan?) ja / nee ja / nee ja / nee Tempo (denken) 14. Hij/zij doet langer over dingen die vroeger vanzelf gingen. (zoals: het aankleden dat veel langzamer gaat of Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 112

65 koffie zetten enz.). ja / nee 15. Hij/zij is vaker moe. (zoals: in de avond geen puf meer hebben voor dingen, of geen twee dingen op 1 dag plannen, terwijl dit vroeger wel ging; of moeten rusten tussen de middag, enz.) ja / nee Abstractievermogen (denken) 16. Hij/zij kan zich moeilijk een andere situatie dan die op dat moment voorstellen. (weinig voorstellingsvermogen) ja / nee 17. Hij/zij begrijpt grapjes minder. ja / nee Aandacht 18. Als hij/zij in een groep is (op een feestje, cursus, andere bijeenkomst), vind hij/zij dat moeilijk. Ja / nee 19. Hij/zij heeft moeite met drukte of lawaai om zich heen. ja / nee 20. Hij/zij heeft moeite met 2 dingen tegelijk doen. ja / nee 21. Hij/zij is sneller afgeleid. ja / nee (kan zich minder goed concentreren.) 22. Hij/zij kan minder goed nadenken (chaos in zijn/haar hoofd). ja / nee 23. Hij/zij springt van hak op de tak in een gesprek ja / nee Geheugen 24. Hij/zij vergeet snel wat er tegen hem/haar wordt gezegd. ja / nee (zoals: in gesprekken, op tv, of wat hij/zij heeft gelezen in de krant.) 25. Hij/zij vindt het moeilijk om te vertellen wat hij/zij gisteren heeft gedaan. ja / nee 26. Hij/zij heeft moeite om afspraken te onthouden. ja / nee Communicatie 27. Hij/zij kan niet goed praten. ja / nee 28. Hij/zij heeft moeite met woorden vinden. Ja / nee 29. Hij/zij heeft moeite met een ander begrijpen. ja / nee 30. Hij/zij heeft moeite met lezen. ja / nee 31. Hij/zij kan niet goed schrijven. ja / nee Gedrag/ emotie/ karakter 32. Hij/zij heeft moeite met het begrijpen van sociale situaties. ja / nee 33. Hij/zij heeft moeite met zorgen voor anderen. ja / nee 34. Hij/zij kan soms erg veeleisend zijn. ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 113

66 (zoals veel aandacht vragen, of alles doen wat hij/zij wil) 35. Hij/zij stelt zich afhankelijk op. ja / nee (soms kan dit op kinderlijk gedrag lijken) 36. Hij/zij overschat snel zijn/haar mogelijkheden. ja / nee 37. Hij/zij heeft weinig inzicht in zijn/haar beperkingen. ja / nee 38. Hij/zij let minder goed op zijn/haar eigen veiligheid. ja / nee (bijv. Kan het gevaar niet goed inschatten) 39. Hij/zij vertoont weinig initiatief. ja / nee (zoals geen ideeën opperen om iets te gaan doen, of om iets te vertellen, of juist een afwachtende houding aannemen). 40. Hij/zij is impulsief, doet snel dingen zonder er over na te denken of de consequenties te overzien. 41. Hij/zij kan soms zonder ophouden doorpraten zonder onderscheid te maken tegen wie wordt gepraat. ja / nee ja / nee 42. Hij/zij verliest soms de controle over zichzelf. ja / nee (zoals het minder geduld hebben in situaties) 43. Hij/ zij kan soms iemand ongepast aanraken. ja / nee 44. Hij/zij maakt soms ongepaste opmerkingen zonder dat hij/zij zich daarvan bewust is. ja / nee 45. Hij/zij lacht soms wanneer dat niet gepast is. ja / nee 46. Hij/zij heeft veel behoefte aan affectie. ja / nee 47. Zijn/haar stemming wisselt soms heel snel. ja / nee 48. Hij/zij is sneller verdrietig. ja / nee 49. Hij/zij is sneller boos. ja / nee 50. Hij/zij is vaker onverschillig. ja / nee 51. Hij/zij toont minder emoties. ja / nee Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 114

67 Opdracht 6 Terugkoppeling vragenlijst voor de ander Onderstaande vragen zijn bedoeld voor degene die ook de vragenlijst Onzichtbare gevolgen voor een van de deelnemers heeft ingevuld. Vraag 1 Hoe vond u het om de vragenlijst Onzichtbare gevolgen in te vullen? Vraag 2 Was het confronterend en/of inzichtelijk om dit te doen? Vraag 3 Waren er veel verschillen tussen wat u invulde bij de vragenlijst en wat de deelnemer (in uw bijzijn) heeft ingevuld? Vraag 4 Heeft het u iets opgeleverd? Heeft u er iets van geleerd? Deze vragen zijn ingevuld door: Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 115

68 Opdracht 7 Bespreken van de verschillen Het gaat om de verschillen in de antwoorden op de Vragenlijst onzichtbare gevolgen tussen wat de deelnemer zelf heeft ingevuld en wat de partner of naaste van die deelnemer heeft ingevuld. Doel van de opdracht Wederzijds inzicht krijgen in waarom jij en de ander op bepaalde punten verschillende dingen hebben ingevuld bij de enquête over de onzichtbare gevolgen. Toelichting De vorige keer hebben we in de bijeenkomst alle vragen en antwoorden besproken. Hierbij werd duidelijk dat bij iedere deelnemer op andere punten verschillen waren met de ander. De ander is degene, die de enquête over de onzichtbare gevolgen van het CVA bij jou, heeft ingevuld. Wij hebben nu voor iedere deelnemer apart die verschillen bij elkaar gezet. Het is de bedoeling dat je die samen met de ander doorneemt. Ga bij ieder verschil samen na waarom jullie daarbij van mening verschillen. Geef zoveel mogelijk concrete voorbeelden, die jouw antwoord steunen. Let op! Het is geen discussie! Het gaat er absoluut niet om wie er gelijk heeft of niet, want er is geen sprake van gelijk hebben. Iedereen heeft vanuit zijn eigen standpunt gezien gelijk. Wat jij zegt of vindt is waar, maar wat de ander zegt of vindt is ook waar! Want jullie ervaringen zijn op bepaalde punten waarschijnlijk anders. Dat is heel normaal. Ook zonder hersenletsel kunnen mensen hele verschillende ideeën hebben over vragen van de enquête. En sommige verschillende meningen waren misschien ook al voor jouw CVA aanwezig tussen jou en de ander. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 116

69 Het gaat er nu om dat je probeert te begrijpen waarom de ander een andere mening heeft. Het gaat dus echt alleen om begrip en respect voor de opvatting van de ander! Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 117

70 Opdracht 8 Concrete situatie waarin ik iets wil veranderen Inmiddels heb je de afgelopen bijeenkomsten al een heleboel informatie over jezelf verzameld, zoals: de thema s waaraan je wilt werken de warm koud oefening (met kwaliteiten die erbij hoorden). de kwaliteiten van nu jouw onzichtbare gevolgen de onzichtbare gevolgen die de ander bij jou ziet Daarnaast hebben we geprobeerd om al deze informatie steeds te plaatsen in een concrete situatie, een voorbeeld. situaties waar je nu ontevreden over bent Deze informatie draagt bij aan het zelfinzicht. Zelfinzicht is een belangrijk onderdeel van integratie. We willen je nu vragen om over je doel na te denken. Deze opdracht is bedoeld om uiteindelijk een doel te kunnen formuleren over dat wat je wilt bereiken om je integratie in de samenleving te verbeteren. Probeer samen met de ander jouw doel op te schrijven. Kun je nu een situatie bedenken waarin je zelf iets zou kunnen veranderen? Veranderen zodat je jezelf prettiger voelt in deze situatie. Wie je nu bent, met je afasie, neem je als uitgangspunt 1. In contact met welke persoon (of personen) zou je iets willen veranderen? Met wie in je omgeving heeft de situatie te maken? Geef in de netwerkcirkel aan bij wie dat is: Het contact met degene(n) die je het meest nabij staan (zoals een (ex)partner of kinderen)? Het contact met vrienden? Het contact met bekenden (zoals misschien je buren)? Het contact met familie (gezinsleden of ooms/tantes, enzovoorts)? Het contact met dienstverleners (artsen, logopedist, fysiotherapeut)? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 118

71 Het contact met de samenleving (zoals in de winkel, de bus, enzovoorts)? Het contact met werk, school, verblijfplaats (zoals collega s huisgenoten)? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 119

72 Netwerkcirkel Familie: Ooms, tantes, nichten, neven,.. Samenleving Mensen in de winkel, in de bus, vreemden, IK Liefsten en onmisbaren Vrienden Diensten: Arts, logopedist, fysiotherapeut, hulp thuis, Bekenden Werk, dagbesteding, hobby s, wonen: Collega s, huisgenoten, andere deelnemers,...

73 2. Om welke situatie gaat het? (probeer deze kort te omschrijven): 3. Wat doe je nu in die situatie? En wat zou je zelf misschien anders kunnen doen? 4. Wat gebeurt er nu in deze situatie? Wat zou je willen dat er gebeurt? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 121

74 Opdracht 9 Mijn persoonlijke belemmeringen Doel van de opdracht Je probeert er achter te komen waar jouw (persoonlijke) belemmeringen zitten. Wat zijn voor jou de zogenaamde beren op de weg? Wat maakt het nu speciaal voor jou moeilijk om je doel te bereiken? Toelichting Ieder mens heeft zijn eigen goede en slechte eigenschappen. Ieder mens zit hiermee (soms) zijn eigen ontwikkeling zelf in de weg. Waar dat in zit, heb je niet altijd van jezelf in de gaten. We proberen er in deze oefening achter te komen wat dat voor jou is. Aan de hand van de visualisatieoefening zijn er (hopelijk) drie mogelijke belemmeringen naar boven gekomen. 1. Welk dier stond bij jou midden op het pad? 2. Welk groot obstakel versperde de weg? 3. Welke persoon hield jou tegen? Misschien kon je tijdens de visualisatie niet op een dier, obstakel of persoon komen. Probeer dan nu te bedenken welk dier, obstakel of persoon dat zou kunnen zijn. En ga voor iedere belemmering na wat dat voor jou betekent. Dit is een speelse manier om er achter te komen wat jou in de weg staat. Dit is ook een manier om jezelf beter te leren kennen. Dier Wat zijn de objectieve kenmerken van dit dier? (woordenboek, encyclopedie) Wat zijn de kenmerken van het dier dat jij zag (of voor je ziet)? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 122

75 Met welke eigenschappen in jezelf kunnen die kenmerken te maken hebben? Hoe, op wat voor manier, zitten die eigenschappen jou in de weg? Obstakel Wat zijn de kenmerken van de wegversperring? (zwaar, groot enz.) Met welke eigenschappen in jezelf kunnen die kenmerken te maken hebben? Hoe, op wat voor manier, zitten die eigenschappen jou in de weg? Persoon Welke kenmerken heeft deze persoon? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 123

76 Ken je deze persoon? Zo ja, hoe belemmert die persoon jou? Zo nee, met wat voor eigenschappen in jezelf heeft die persoon te maken? Hoe, op wat voor manier, zitten die eigenschappen jou in de weg? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 124

77 Opdracht 10 Onzichtbare gevolgen communiceren Omcirkel één manier om aan anderen duidelijk te maken hoe zij rekening met jou zouden kunnen houden a. Folder (zie: voorbeeld) b. Doos of map (met zowel algemene informatie over afasie (zoals de AVN folder Wat is afasie ) als persoonlijke informatie c. Een Hyves (internet) pagina Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 125

78 Opdracht 11 Afspraak met mijzelf Oefenen: Negatieve gedachte -- positieve gedachte Bij elke negatieve gedachte denk ik: is het waar? (Kan ik écht meten of aantonen dat het helemaal waar is?) Helpt deze gedachte mij? Kan ik er een positieve gedachte tegenover zetten? Je zou dit contract ergens kunnen ophangen, zodat je er aan herinnerd wordt. Naam: Hier ga ik de komende weken aan werken: Een negatieve, irrationele gedachte van mij is: Deze kan ik vervangen door de volgende positieve en rationele gedachte: Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 126

79 Opdracht 12 Aanvullen en verbeteren van eigen folder Toelichting Ieder van jullie krijgt een aanzet mee van een folder over jezelf. Het is moeilijk om de onzichtbare gevolgen van het CVA dat je hebt gehad duidelijk te maken aan anderen. Jij kunt jezelf en de mensen in je omgeving helpen om de onzichtbare gevolgen zichtbaar te maken. En om uit te leggen hoe mensen jou kunnen benaderen. Opdracht Lees de folder door met iemand die jou goed kent. Verbeter samen de dingen die er niet goed in staan. De informatie hierin kan natuurlijk ook op een andere manier verpakt worden. Op de voorkant staat op de achtergrond jouw foto (als een soort watermerk) Deze foto of een andere? Dan komt de tekst: Waarom deze folder? Ik heb afasie sinds <datum klopt deze datum?> als gevolg van Veel mensen weten niet zo goed wat afasie is en ook niet hoe verschillend de onzichtbare gevolgen kunnen zijn. Vandaar deze folder. Als ik je/u deze folder geef, wil ik je helpen om met mij te praten. Ik kan soms niet zo goed zelf duidelijk maken wat ik wil zeggen. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 127

80 Maar ik wil je/u wel graag uitleggen waarom dat zo is en hoe je/u me kunt helpen. - Wat is er nu zo moeilijk voor mij? - Wat moet je/u vooral niet doen? - Hoe kun je/kunt u me helpen? Naam in het groot Naam en adresgegevens <Welke gegevens mogen hier staan van jou?> Op de binnenkant van de folder staan drie kolommen: Wat is moeilijk voor mij? Oftewel wat is anders dan vroeger? <Welke gegevens moeten hier van jou staan?> Wat moet je/u vooral niet doen? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 128

81 Wat kun je / kunt u doen om mij te helpen? Op de achterkant is ruimte voor meer algemene informatie en bijvoorbeeld een mooie afbeelding (bij de folder van Meike stond hier een plaatje van Herman Smith, De karmische schep ) Welke algemene gegevens zou je hier willen neerzetten anders dan nu in de voorbeeldfolder van Meike staan? Welke (kunst) afbeelding, gedicht, foto zou je hier misschien willen hebben? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 129

82 Opdracht 13a Geven en nemen 1. Geef minimaal één voorbeeld van een situatie waarin je voor jezelf bent opgekomen. Wat was dat voor situatie? Wat deed jij toen? Wat deed de ander, dat jij vervelend of niet prettig vond? 2. Geef minimaal één voorbeeld van een situatie waarin je iets positiefs tegen een ander hebt gezegd, of waarin je heel duidelijk hebt laten merken dat je iets van de ander zeer waardeert. Wat was dat voor situatie? Wat deed jij toen? Wat deed de ander, dat jij vervelend of niet prettig vond? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 130

83 Opdracht 13b Geven en nemen (alternatieve opdracht) Vragen voor de partner of naaste: 1. Geef een voorbeeld van een evenwichtige situatie mbt geven en nemen in de contacten van de deelnemer met zijn omgeving. 2. In welke situaties/ contacten kan de deelnemer iets veranderen in de balans tussen geven en nemen? 3. Wat zou hij zij kunnen doen om deze balans meer in evenwicht te brengen? 4. Geef een voorbeeld van een situatie waarin de deelnemer op een positieve manier voor zichzelf opkwam. 5. Geef een voorbeeld van een situatie waarin de deelnemer op een manier voor zichzelf opkwam die irritatie of onbegrip bij de omgeving bracht. 6. Op welke manier zou de deelnemer zo n situatie volgende keer anders kunnen aanpakken? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 131

84 Opdracht 14 Regels en tips over feedback Gebruik hierbij ook de afbeeldingen regels voor het geven van feedback Assertief reageren: 1. Kies een geschikt moment. 2. Benoem je gevoelens bij datgene wat er gebeurt. 3. Beschrijf het gedrag van de ander zo concreet mogelijk. 4. Geef aan welke gevolgen het gedrag van de ander voor jou heeft. 5. Zeg duidelijk en concreet wat je wel wilt. Voorbeelden van feedback geven aan anderen: 1. Is nu een geschikt moment om even te praten? 2. Ik wil graag dat je.. 3. Ik zie dat je 4. Dit zorgt bij mij voor. Positief a. Blijheid b. Opluchting c. Tevredenheid Neutraal a. Verbazing? Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 132

85 Negatief a. Irritatie b. Boosheid c. Teleurstelling d. Verdriet Regels bij feedback geven: Wel doen bij feedback: Melden wat je opmerkt: Aangeven wat je feitelijk waarneemt, zonder te oordelen of te interpreteren. De ander kan zelf zijn of haar conclusies trekken. Wees duidelijk en concreet Melden wat het effect daarvan op jou is: Geef aan wat de gevolgen van het gedrag van de ander voor jou zijn. Geef informatie en niet direct advies. Melden wat je daarvan vindt: Geef feedback waar de ander iets mee kan. Geef ook positieve feedback. Ga na of de ander je heeft begrepen. Niet doen bij feedback: Niet feedback geven als de ander haast heeft. Niet feedback geven als er veel andere mensen bij zijn. Niet oude koeien uit de sloot halen. Niet oordelen of interpreteren. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 133

86 Tips bij feedback ontvangen: Feedback is een kans om te leren en niet een aanval van de ander. Feedback zegt iets over hoe de ander jou ziet, maar dit betekent niet dat dit aangeeft wie jij bent. Verdedig je niet bij kritische opmerkingen. Vraag door wanneer je iets niet begrijpt. Check of je goed begrepen hebt wat de ander bedoelt. Aanvaard positieve feedback met Dank je wel. Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 134

87 Afasie en nu verder, trainershandleiding Vilans 135

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,

Nadere informatie

Workshop Ontdek je talent

Workshop Ontdek je talent Workshop Ontdek je talent Effective talentmanagement Mariska Karcher Tel.nr. 06 18 08 01 59 20-3- 2015 Opdracht: Successen Doel Inzicht krijgen in kwaliteiten van jezelf in verschillende omstandigheden

Nadere informatie

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben

Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,

Nadere informatie

Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren. Voor technische professionals. Donderdag 20 juni 2013

Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren. Voor technische professionals. Donderdag 20 juni 2013 Workshop Overtuigend en Ontspannen Presenteren Voor technische professionals Donderdag 20 juni 2013 Programma We behandelen achtereenvolgens de volgende thema's: 0. Kwaliteiten en presenteren 1. Omgaan

Nadere informatie

Afasie. Logopedie. Beter voor elkaar

Afasie. Logopedie. Beter voor elkaar Afasie Logopedie Beter voor elkaar Afasie In deze folder leest u wat afasie is en krijgt u adviezen hoe u de communicatie met iemand met afasie kan verbeteren. Ook staat beschreven wat de logopedist kan

Nadere informatie

Voorwoord 1. Hoofdstuk 1: Waarden 2. Hoofdstuk 2: Ontdek je talent! 3. Hoofdstuk 3: Keuzestijlen 5. Hoofdstuk 4: Kwaliteiten 7

Voorwoord 1. Hoofdstuk 1: Waarden 2. Hoofdstuk 2: Ontdek je talent! 3. Hoofdstuk 3: Keuzestijlen 5. Hoofdstuk 4: Kwaliteiten 7 Extra opdracht LOB Inhoudsopgave: Inhoud: Pagina: Voorwoord 1 Hoofdstuk 1: Waarden 2 Hoofdstuk 2: Ontdek je talent! 3 Hoofdstuk 3: Keuzestijlen 5 Hoofdstuk 4: Kwaliteiten 7 Hoofdstuk 5: Beschrijving van

Nadere informatie

Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1

Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1 Informatie en tips voor het voeren van goede gesprekken 1 De manier waarop je met elkaar omgaat en hoe je met elkaar in gesprek gaat is belangrijk in het dagelijks werk. Het helpt je elkaar beter te begrijpen

Nadere informatie

Dit is een digitale voorbeeldversie van de opdrachten voor de leerlingen. Mail naar kiesvaardig@lerenkiezen.nl voor de originele versie.

Dit is een digitale voorbeeldversie van de opdrachten voor de leerlingen. Mail naar kiesvaardig@lerenkiezen.nl voor de originele versie. Dit is een digitale voorbeeldversie van de opdrachten voor de leerlingen. Mail naar kiesvaardig@lerenkiezen.nl voor de originele versie. Via dit mailadres kunt u ook informatie aanvragen over de docentenhandleiding

Nadere informatie

Bijlage 1 Thema 1. De helppagina van een tijdschrift

Bijlage 1 Thema 1. De helppagina van een tijdschrift 98 De helppagina van een tijdschrift Bijlage 1 Thema 1 Ik ben een meisje van 10 jaar en zit in groep 6. Wij zijn in nieuwe groepjes gezet en nu zit ik tegenover een meisje waar ik me heel erg aan erger.

Nadere informatie

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering.

Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. Bij SNAP leren we ouders en kinderen vaardigheden om problemen op te lossen en meer zelfcontrole te ontwikkelen. Deze folder legt uit hoe je SNAP kan gebruiken voor een blijvende verandering. SNAP (STOP

Nadere informatie

Feedback. in hapklare brokken

Feedback. in hapklare brokken Feedback in hapklare brokken Jan van Baardewijk Zorgteamtrainer Op zorgteamtraining.nl is de meest recente versie van feedback gratis beschikbaar. Mocht je willen weten of je de meest recente versie hebt,

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL

SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL Bij werken, zowel betaald als vrijwillig, hoort leiding krijgen of leiding geven. De vraag wat effectief leiderschap is houdt dan ook veel mensen bezig. De meningen hierover

Nadere informatie

WELKE LIEFDESTAAL HEB JIJ?

WELKE LIEFDESTAAL HEB JIJ? WELKE LIEFDESTAAL HEB JIJ? Volgens psycholoog Gary Chapman zijn er vijf universele liefdestalen, waarin mensen liefde kunnen en ontvangen. Iedereen heeft een of twee liefdestalen waardoor hij of zij zich

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Waar gaan we het over hebben?

Waar gaan we het over hebben? Waar gaan we het over hebben? Onderwerp: Als je verliefd op iemand bent is dat vaak een fijn gevoel. Als de ander dan ook verliefd op jou is, wordt dit gevoel alleen maar sterker. Het is echter niet altijd

Nadere informatie

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling

In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling In gesprek gaan met ouders in verband met een vermoeden van kindermishandeling 1. Aandachtspunten voor een gesprek met ouders i.v.m. een vermoeden van kindermishandeling: Als je je zorgen maakt over een

Nadere informatie

Actief luisteren (De ander helpen zo duidelijk mogelijk te zijn)

Actief luisteren (De ander helpen zo duidelijk mogelijk te zijn) Actief luisteren (De ander helpen zo duidelijk mogelijk te zijn) Laat de ander merken dat je echt luistert door je houding en ogen. Laat merken dat je aandacht op hem/haar gericht is. Stel zoveel mogelijk

Nadere informatie

1. Wat voor werk wil ik doen?

1. Wat voor werk wil ik doen? Studiewijzer 1 Verken jezelf Het kiezen van een studie begint bij kijken naar jezelf. Als je studie aansluit op je eigenschappen en je interesses, dan zit je daar straks beter op je plek. De onderstaande

Nadere informatie

Opdracht U bekijkt uw leven tot nu toe en denkt na over wat u allemaal heeft meegemaakt.

Opdracht U bekijkt uw leven tot nu toe en denkt na over wat u allemaal heeft meegemaakt. Uw levensweg U bekijkt uw leven tot nu toe en denkt na over wat u allemaal heeft meegemaakt. a Kijk naar de levensweg. Waar bent u nu? Wat bent u op uw weg tegengekomen? Mist u nog iets op de tekening?

Nadere informatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie

Van huidige situatie ------------ naar --------------------------------- gewenste situatie Doelen stellen NLP is een doelgerichte, praktische en mensvriendelijke techniek. NLP = ervaren, ervaren in denken, voelen en doen. Middels een praktisch toepasbaar model leren we om de eigen hulpmiddelen,

Nadere informatie

VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN

VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN E-BLOG VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN in samenwerken Je komt in je werk lastige mensen tegen in alle soorten en maten. Met deze vier verbluffend eenvoudige tactieken vallen

Nadere informatie

OPVOEDEN ZO!!! De cursus is bedoeld voor ouders van kinderen van 3 tot 12 jaar

OPVOEDEN ZO!!! De cursus is bedoeld voor ouders van kinderen van 3 tot 12 jaar OPVOEDEN ZO!!! Algemeen Het opvoeden van kinderen is leuk maar kan soms ook heel zwaar zijn. Bij het opvoeden van je kind komt heel wat kijken. Jij bent tenslotte diegene, die hem het goede voorbeeld moet

Nadere informatie

GEVEN EN ONTVANGEN VAN FEEDBACK

GEVEN EN ONTVANGEN VAN FEEDBACK GEVEN EN ONTVANGEN VAN FEEDBACK De manier waarop je met collega s omgaat, roept effecten op bij hen. De manier waarop je je gedraagt, dingen zegt, doet of juist laat, maakt dus op anderen een bepaalde

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

De 5 stappen om goede voornemens te laten slagen

De 5 stappen om goede voornemens te laten slagen De 5 stappen om goede voornemens te laten slagen Op 1 januari worden volop goede voornemens gemaakt. We willen stoppen met roken, afvallen, meer bewegen, gezonder leven en ga zo maar door. Afvallen is

Nadere informatie

Werkboek Het is mijn leven

Werkboek Het is mijn leven Werkboek Het is mijn leven Het is mijn leven Een werkboek voor jongeren die zelf willen kiezen in hun leven. Vul dit werkboek in met mensen die je vertrouwt, bespreek het met mensen die om je geven. Er

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

INTRODUCTIE PERSOONLIJKE GEGEVENS. Naam: Leeftijd: Geslacht: m / v. Begindatum:

INTRODUCTIE PERSOONLIJKE GEGEVENS. Naam: Leeftijd: Geslacht: m / v. Begindatum: Naam Datum: INHOUDSOPGAVE 1. Introductie 2. Persoonlijke gegevens 3. Rapportage kwaliteit van leven 4. Persoonlijke ontwikkeling plan (POP) 5. Competenties waar nu aan wordt gewerkt 6. Binnen de stichting

Nadere informatie

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt

Nadere informatie

Vragenkaartjes voor kinderen van 4 t/m 6 jaar

Vragenkaartjes voor kinderen van 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar 4 t/m 6 jaar Hoe vraag je aan iemand om met je te spelen? Wat speel je graag op het schoolplein? Jij kan al goed helpen hè. Wie help jij graag? Wat doe je dan? van 4 t/m 6 jaar

Nadere informatie

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar

Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht

Nadere informatie

Waar gaan we het over hebben?

Waar gaan we het over hebben? Waar gaan we het over hebben? Onderwerp: Sommige meisjes zijn heel snel verliefd, andere meisjes zullen niet snel of misschien zelfs helemaal niet verliefd worden. Dit is bij ieder meisje anders. Wat gebeurt

Nadere informatie

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht I Lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen worden zich meer bewust van eigen talenten en eigenschappen en ontwikkelen een positief zelfbeeld. Kinderen kunnen

Nadere informatie

5 manieren om je eigen pad te bewandelen

5 manieren om je eigen pad te bewandelen 5 manieren om je eigen pad te bewandelen Hierbij het nieuwe artikel met als onderwerp: 5 manieren om je eigen pad te bewandelen. Het is geschreven door wandelcoach Tineke Franssen. Tineke wandelt al een

Nadere informatie

De ontwikkeling van de cursus is mogelijk gemaakt door subsidie van het Revalidatiefonds.

De ontwikkeling van de cursus is mogelijk gemaakt door subsidie van het Revalidatiefonds. AFASIE EN NU VERDER Buitengesloten, Franny Thonhauser Samenstelling Odette Stoutjesdijk, Afasiecentrum Utrecht Annemieke Bakker Arkema, Afasiecentrum Utrecht Hanneke Schurink, Afasiecentrum Utrecht Lay

Nadere informatie

Reflectiegesprekken met kinderen

Reflectiegesprekken met kinderen Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen

Nadere informatie

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve

Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Themabundel Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Assistent medewerker Dit project is mede mogelijk gemaakt met een bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Voorwoord Deze themabundel is bedoeld

Nadere informatie

Stap 6. Stap 6: Deel 1. Changes only take place through action Dalai Lama. Wat ga je doen?

Stap 6. Stap 6: Deel 1. Changes only take place through action Dalai Lama. Wat ga je doen? Stap 6. Changes only take place through action Dalai Lama Wat ga je doen? Jullie hebben een ACTiePlan voor het experiment gemaakt. Dat betekent dat je een nieuwe rol en andere ACTies gaat uitproberen dan

Nadere informatie

Overzicht Groepsaanbod. Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie

Overzicht Groepsaanbod. Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie Overzicht Groepsaanbod Mindfulness Chronische pijn Instapgroep Kerngroep SOVA Weerbaarheid Angst en depressie Waarom een groep of cursus? Waarom in een groep? Het kan zijn dat je het zelf prettiger vindt

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

Handleiding Spelvormen

Handleiding Spelvormen Handleiding Spelvormen Bijlage 1. Polariteiten in alfabetische volgorde Bijlage 2. Eigenschappen Bijlage 3. Synoniemen Bijlage 4. Vervormingen Bijlage 5. Vervormingen met onderliggende eigenschappen De

Nadere informatie

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.

- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren. Schoolse competenties Competentie 1: Agendagebruik - Je schrijft je huiswerk in je agenda als dit wordt opgegeven. - Je agenda ziet er verzorgd uit. - Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt

Nadere informatie

SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN

SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN Trainershandleiding Cursus SAMEN-WERKEN MET DE MENSEN OM JOU HEEN SAMEN-WERK BOEK Ontwikkeld in opdracht van het project Er samen voor staan door Pauline Rosendaal, trainer Zozijn School www.zozijn.nl/zozijnschool

Nadere informatie

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan De zorg en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking moet erop gericht zijn dat de persoon een optimale kwaliteit

Nadere informatie

Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg

Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg Verbetertraject Zeggenschap / Kwaliteit van Bestaan sector Lichamelijke Gehandicaptenzorg Cursus Mondigheid Dit praktijkvoorbeeld uit het verbetertraject Zeggenschap in de LG sector is door InteraktContour

Nadere informatie

Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK

Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK Naam: Stefan van Rees Studentnummer: 0235938 Klas: CMD D1 Datum: nov/dec 2009 Creative Marketing Opdracht 1: Het merk IK 1 50 vragenlijst, 10 antwoorden 1. Wat is je sterkste karaktereigenschap? Waarschijnlijk

Nadere informatie

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:

GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een

Nadere informatie

Maartje Voorbeeld 10.03.2014

Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld 10.03.2014 Maartje Voorbeeld / 10.03.2014 / Talentrapportage 2 Inleiding De wereld en de arbeidsmarkt zijn constant in beweging. Maar waarheen? Niemand weet exact hoe het werkveld er

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

Feedback is een mededeling aan iemand die hem informatie geeft over hoe zijn gedrag wordt waargenomen, begrepen en ervaren.

Feedback is een mededeling aan iemand die hem informatie geeft over hoe zijn gedrag wordt waargenomen, begrepen en ervaren. FEEDBACK WAT IS FEEDBACK EIGENLIJK? Feedback is een mededeling aan iemand die hem informatie geeft over hoe zijn gedrag wordt waargenomen, begrepen en ervaren. Hiermee is feedback een belangrijk middel

Nadere informatie

Handleiding SHARE. Regio College. Auteur: L.E. Sinnema 31-1-2013 Master Professioneel Meesterschap MBO. Opleiders: Drs. Trudy Moerkamp Dr.

Handleiding SHARE. Regio College. Auteur: L.E. Sinnema 31-1-2013 Master Professioneel Meesterschap MBO. Opleiders: Drs. Trudy Moerkamp Dr. Regio College Handleiding SHARE Een spel bij het onderzoek Juf het is school! 2012 Auteur: L.E. Sinnema 31-1-2013 Master Professioneel Meesterschap MBO Opleiders: Drs. Trudy Moerkamp Dr. Tirza Bosma 1

Nadere informatie

Deze groepstraining is een combinatie van: Rots en Water Weerbaarheidstraining voor kinderen & de weerbaarheidstraining Ho! Tot hier en niet verder.

Deze groepstraining is een combinatie van: Rots en Water Weerbaarheidstraining voor kinderen & de weerbaarheidstraining Ho! Tot hier en niet verder. Weerbaarheidstraining voor kinderen 2016: Stevig in je schoenen! Wil jij ook leren voor jezelf opkomen? Startdata eerstvolgende groepstrainingen: Leeftijd 4 tot 6 jaar: Vrijdag 13 mei 2016: 13:00 tot 14:30

Nadere informatie

Dé 14 fundamentele stappen naar geluk

Dé 14 fundamentele stappen naar geluk Dé 14 fundamentele stappen naar geluk Van de Amerikaanse psycholoog Michael W. Fordyce 1. Wees actief en ondernemend. Gelukkige mensen halen meer uit het leven omdat ze er meer in stoppen. Blijf niet op

Nadere informatie

Luisteren en samenvatten

Luisteren en samenvatten Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister

Nadere informatie

www.rkdiaconie.nl/ er zijn/ specifieke activiteit uitvoeren

www.rkdiaconie.nl/ er zijn/ specifieke activiteit uitvoeren BEGRIJP JE WAT IK ZEG? Over communicatie, luisteren en vooroordelen Situering Om op een zinvolle manier met elkaar te communiceren, heb je veel vaardigheden nodig. De doelstellingen van deze trainingsachtige

Nadere informatie

Verbindingsactietraining

Verbindingsactietraining Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken

Nadere informatie

Het houden van een spreekbeurt

Het houden van een spreekbeurt Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat

Nadere informatie

WERKBLADEN Seksuele intimidatie

WERKBLADEN Seksuele intimidatie WERKBLADEN Seksuele intimidatie 1 Waarom dit boekje? 1.1 Zet een rondje om het goede antwoord. Seksuele intimidatie komt vaak voor. Ja Nee Seksuele intimidatie komt weinig voor. Ja Nee Mannen worden vaker

Nadere informatie

Workshop overtuigingen

Workshop overtuigingen Workshop overtuigingen Inleiding Overtuigingen zijn vaak automatische gedachten, die de keuze- en handelingsvrijheid van mensen onnodig beperken. Het zijn vaak algemene, sterk emotioneel geladen ideeën

Nadere informatie

MODULE #6 DREAMBOARD PROCES

MODULE #6 DREAMBOARD PROCES MODULE #6 DREAMBOARD PROCES Welkom bij het 90 dagen mindset coachings programma. Dit programma heeft de potentie om jouw leven compleet te veranderen de komende 90 dagen. Daarin is het belangrijk dat je

Nadere informatie

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien. Foto s uitbeelden 1 Doel: de leerlingen kunnen een eenvoudige handeling uitbeelden in houding en mimiek Benodigdheden: een fototoestel De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan

Nadere informatie

Waar gaan we het over hebben?

Waar gaan we het over hebben? Waar gaan we het over hebben? Onderwerp: Relatie en romantiek Als je met iemand een relatie krijgt, wil je graag veel bij elkaar zijn en lichamelijk contact met elkaar hebben. Maar dan ben je er nog niet.

Nadere informatie

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: Rapportage Competenties Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea het Voorbeeld / 16.06.2015 / Competenties (QPN) 2 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op de competenties

Nadere informatie

Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed naar mij geluisterd, fantastisch! Daar heb je goed over nagedacht, echt slim van je!

Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed naar mij geluisterd, fantastisch! Daar heb je goed over nagedacht, echt slim van je! Wat heb jij netjes opgeruimd, tjonge wat knap! Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed op jouw beurt gewacht, je bent een kanjer! Wat ben jij goed aan het spelen, ik ben trots op je! Je hebt

Nadere informatie

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken

Als huiswerk voor de tweede bijeenkomst moeten de cursisten oefening 03.2 & 03.3 maken Bijeenkomst 1 De trainer stelt zichzelf voor en geeft een korte toelichting over de inhoud en het doel van de training. Licht de afspraken en regels toe die gelden voor deelname. Neemt hier de tijd voor,

Nadere informatie

INZETBAARHEIDS ASSESSMENT

INZETBAARHEIDS ASSESSMENT INZETBAARHEIDS ASSESSMENT Hoe werkt dat? INSTRUCTIE: Vragenlijst: Dit is een vragenlijst die is gemaakt om een beeld te krijgen van je inzetbaarheid. Het is hierom belangrijk dat je de vragenlijst zo eerlijk

Nadere informatie

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen.

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen. Groep 1, 2 1. Hallo, hier ben ik! 2. Prettig kennis te maken Kinderen leren elkaar beter kennen en ontdekken verschillen en overeenkomsten. 3. Samen in de klas Over elkaar helpen, geholpen worden en afspraken

Nadere informatie

Leven in een groep. Hoe gaat dat en wat vinden jongeren?

Leven in een groep. Hoe gaat dat en wat vinden jongeren? Leven in een groep bij DHG Hoe gaat dat en wat vinden jongeren? Jij bent belangrijk! Als je thuis woont, is je opvoeding een taak van je ouders. Woon je bij De Hoenderloo Groep, dan zorgen de groepsleiders

Nadere informatie

Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren

Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren Inhoud 1. Inleiding 2. Zeg geen Uhm 3. De emotionele bus 4. Boos op een mandarijntje 5. Levend memory Lichaamstaal 1. Inleiding In een debat is het geven

Nadere informatie

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8

Index. 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 Index 1. Voorwoord 2 2. Algemene Tips... 3 3. Gesprek 1.. 6 4. Gesprek 2.. 8 1 1. Voorwoord Welkom bij deze handleiding. Deze handleiding is bedoeld als gids bij het identificeren van de kwaliteiten van

Nadere informatie

Workshop communicatie

Workshop communicatie Workshop communicatie Feedback is collegiale ondersteuning of toch niet? Wat wil de beroepsvereniging betekenen voor Verzorgenden en Verpleegkundigen? Wij willen onze beroepsgroepen in staat stellen hun

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS Versie in eenvoudig Nederlands Kwaliteitenspel PLUS is een vereenvoudigde versie van het Kwaliteitenspel en is bestemd voor mensen die bijvoorbeeld begrippen als flexibel,

Nadere informatie

Hoe overleef jij... je beste vriend(in)? Deze acties horen bij aflevering 3 Hoe overleef ik... je beste vriend(in)?

Hoe overleef jij... je beste vriend(in)? Deze acties horen bij aflevering 3 Hoe overleef ik... je beste vriend(in)? ACTIES Hoe overleef jij... je beste vriend(in)? Deze acties horen bij aflevering 3 Hoe overleef ik... je beste vriend(in)? De vriendschapstest waar Sascha Rosa toe dwingt verloopt niet zo best. Op het

Nadere informatie

Mensen met afasie hebben moeite met taal, maar zij zijn niet gek!

Mensen met afasie hebben moeite met taal, maar zij zijn niet gek! Afasie Logopedie Afasie is een taalstoornis die ontstaat door schade aan de hersenen, bijvoorbeeld na een beroerte of CVA (hersenbloeding, herseninfarct). In deze folder leest u hoe afasie ontstaat en

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL De huidige arbeidsmarkt ziet er heel anders uit dan die van vroeger: we veranderen vaker van baan of de inhoud ervan verandert, banen zijn minder zeker en de groei

Nadere informatie

Instructie voor leerlingen.. 5. Gebruik van de lesbrieven. 6. Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7. Wat wil je zijn en worden.

Instructie voor leerlingen.. 5. Gebruik van de lesbrieven. 6. Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7. Wat wil je zijn en worden. VOORBEELD DE KLAS ALS TEAM (LEERLINGENBOEK) INHOUDSOPGAVE Instructie voor leerlingen.. 5 Gebruik van de lesbrieven. 6 Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7 Wat wil je zijn en worden. 11 Wat wil je zijn

Nadere informatie

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS - Bladzijde 1 / 7

SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS - Bladzijde 1 / 7 SPEELWIJZE KWALITEITENSPEL PLUS - Bladzijde 1 / 7 SPEELWIJZE Kwaliteitenspel PLUS Versie in eenvoudig Nederlands KWALITEITENSPEL PLUS is een vereenvoudigde versie van het KWALITEITENSPEL en is bestemd

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

o Gericht op verleden o Focus op oordelen o Eenrichtingsverkeer o Passieve bijdrage van de medewerker o Gericht op formele consequenties

o Gericht op verleden o Focus op oordelen o Eenrichtingsverkeer o Passieve bijdrage van de medewerker o Gericht op formele consequenties Het zorgen voor een goede basis. Elk bedrijf wil een goed resultaat halen. Dat lukt beter als u regelmatig met uw medewerkers bespreekt hoe het gaat, hoe dingen beter zouden kunnen en wat daarvoor nodig

Nadere informatie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over

Nadere informatie

6.2.1 Dealen met afleiding onderweg

6.2.1 Dealen met afleiding onderweg Stap 6: Deel 2 6.2.1 Dealen met afleiding onderweg In het tweede deel van jullie experiment ga je verder met het ondernemen van ACTies die je met de anderen hebt afgesproken te doen. Daarnaast krijg je

Nadere informatie

Workshops. Wie ben ik, wat voel ik, wat kan ik. Ontworpen door: SJOKA

Workshops. Wie ben ik, wat voel ik, wat kan ik. Ontworpen door: SJOKA Workshops Wie ben ik, wat voel ik, wat kan ik Ontworpen door: SJOKA Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Verkorte weergave workshop 1, 2 en 3... 3 Workshop 1 Wie ben ik... 4 Workshop 2 Wat voel ik... 10 Workshop

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl

Zorg voor je carrière. Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Neem gerust contact op of maak een afspraak. Telefoon: (030) 602 94 25 of e-mail: zorg@matchcare.nl Hoe presenteer ik mijzelf? Wat wil ik? Zorg voor je carrière Door het dagelijkse contact met mijn coach

Nadere informatie

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Zorgen en vragen 1 Gezinsinterventie 2 Tien praktische

Nadere informatie

Een goed leven voor.

Een goed leven voor. Een goed leven voor. Juultje Holla - Perspectief - maart 2013 Als onderdeel van het ZonMW project Zeggenschap en Inclusie Met dank aan Rob, die mij hierbij enorm geholpen heeft. Een goed leven voor. Een

Nadere informatie

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week

Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week onderbouw Les 1 Online Dit ben ik! Besef van jezelf Forming Ik kan mezelf voorstellen aan een ander. Ken je iemand nog niet? Vertel hoe je heet. Les 2 Online Hoe spreken we dit af? Keuzes maken Norming

Nadere informatie

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)

Nadere informatie

UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren

UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren UMCG Centrum voor Revalidatie locatie Beatrixoord Pijnrevalidatie voor kinderen en jongeren Informatie voor kinderen, jongeren en ouders Wat staat er in deze folder? Inleiding voor ouders 1 Informatie

Nadere informatie

SPEELWIJZE WERKPLEZIER SPEL - Bladzijde 1 / 11

SPEELWIJZE WERKPLEZIER SPEL - Bladzijde 1 / 11 SPEELWIJZE WERKPLEZIER SPEL - Bladzijde 1 / 11 SPEELWIJZE Werkplezier Spel Heb je plezier in je werk? Dat is een vraag die regelmatig wordt gesteld. Is je antwoord ja, dan is de kunst dit zo te houden.

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

INLEIDING. Inleiding

INLEIDING. Inleiding INLEIDING 13 Inleiding Je hebt besloten dit boek te lezen. Waarschijnlijk heb je op dit moment een relatie. En waarschijnlijk ben je benieuwd hoe je je relatie kunt verbeteren: je begrijpt je partner niet

Nadere informatie

WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie

WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie ld be e or Vo WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie Stichting Lezen & Schrijven t 070 302 26 60 www.lezenenschrijven.nl Auteur Elma Draaisma Vormgeving 7Causes Eindeloos Medeauteurs en klankbordgroep

Nadere informatie

Toetsopdracht. Communicatieve vaardigheden 2 de stage(cova 2S) Naam: Sanne Terpstra. Studentnummer: 500646500. Klas: 2B2

Toetsopdracht. Communicatieve vaardigheden 2 de stage(cova 2S) Naam: Sanne Terpstra. Studentnummer: 500646500. Klas: 2B2 Toetsopdracht Communicatieve vaardigheden 2 de stage(cova 2S) Naam: Sanne Terpstra Studentnummer: 500646500 Klas: 2B2 Datum: 15 januari 2013 Reflectieverslag bijeenkomst 1,2 en 3 Zingevingsgesprekken Dit

Nadere informatie

Ik ga een grote uitdaging niet uit de weg. Taken die moeilijk zijn, vind ik veel leuker dan eenvoudige taken.

Ik ga een grote uitdaging niet uit de weg. Taken die moeilijk zijn, vind ik veel leuker dan eenvoudige taken. Ik ga een grote uitdaging niet uit de weg. Taken die moeilijk zijn, vind ik veel leuker dan eenvoudige taken. 2 5 Ik hoef niet aangespoord te worden om mijn taken te maken. Niemand hoeft mij te zeggen

Nadere informatie

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Nieuwe woorden Grammatica: werkwoorden in de verleden tijd Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie