ESG-rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ESG-rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf"

Transcriptie

1 ESG-rapportage Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf November 2013

2 2

3 Managementsamenvatting Dit rapport bevat een overzicht van de engagementactiviteiten die Kempen Capital Management (KCM) heeft uitgevoerd voor de beleggingsportefeuilles van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf (BPFL) in het eerste, tweede en derde kwartaal van het jaar KCM streeft er naar om uw vermogen op een verantwoorde manier te beleggen. Engagement is daar een belangrijk onderdeel van. We spreken de ondernemingen aan op hun verantwoordelijkheden rondom milieu-, sociale en governance (ESG) kwesties. Door middel van een constructieve dialoog willen we positieve verandering bewerkstelligen. Ieder kwartaal worden de holdings in portefeuille gescreend door een onafhankelijke Engagement Manager. Hieruit volgt een overzicht met ondernemingen die (mogelijk) betrokken zijn bij schendingen van ESG-criteria. De basis voor deze screening bestaat uit de tien beginselen van de United Nations (UN) Global Compact, opgebouwd uit richtlijnen rondom corruptie, milieustandaarden, mensenrechten, en arbeidsrechten. Veel multinationals lopen in hun bedrijfsactiviteiten aan tegen ESG-uitdagingen. Het is echter onmogelijk om met alle ondernemingen in de portefeuilles van BPFL een intensieve dialoog te voeren om de issues te bespreken. We kiezen daarom voor een thematische benadering waarin we onze engagement richten op een aantal specifieke thema s en ondernemingen die hierbij betrokken zijn. We zijn ervan overtuigd dat een engagementproces met duidelijke focus een grotere impact heeft op de lange termijn bedrijfsvoering. De ESG Council van KCM besluit welke ondernemingen en welke thema s voor engagement in aanraking komen. Het is essentieel dat het om een schending gaat die kan resulteren in materiele risico s voor de onderneming en voor uw portefeuille. Hierbij worden er meerdere typen cases onderscheiden. Ondernemingen die mogelijk betrokken zijn bij schendingen van ESG-criteria, maar die momenteel niet resulteren in een materiele schending kunnen als Observatie cases worden gecategoriseerd. Dit betekent dat de portefeuillemanagers op de hoogte zijn van de situatie, maar dat er geen actief dialoog gevoerd wordt met deze onderneming. Daarnaast is er de categorie Engage to Inform. Dit zijn ondernemingen die we informeren over ons beleid en de mogelijke gevolgen daarvan. Tot slot hebben we de categorie Closed cases, wat bestaat uit factsheets van afgeronde engagementtrajecten. In dit rapport vindt u thematische engagement papers, engagement factsheets, observatie factsheets, en closed cases van de ondernemingen die in 2013 opgenomen waren in de portefeuille van BPFL. Het doel van dit rapport is om u een compleet en gedetailleerd overzicht te geven van de engagementactiviteiten in uw beleggingsportefeuilles. Het rapport zal twee keer per jaar verschijnen. Marieke de Leede Director Responsible Investment 3

4 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 3 Introductie 6 Overzicht ESG-cases 7 1. Kinderarbeid cacao-industrie 8 1a. ADM 12 1b. Barry Callebaut 13 1c. Nestlé 14 1d. Lindt & Sprüngli 15 1e. Mondelez Int Palmolieplantages 17 2a. Astra International 21 2b. Jardine Matheson 22 2c. IOI Corp Omstreden damprojecten 24 3a. ICBC 28 3b. Eletrobras 29 3c. Turkiye Garanti Bankasi 30 3d. Alstom 31 3e. ÅF AB 32 3f. Andritz Omstreden arbeidsomstandigheden 34 4a. Walmart 38 4b. Toyota Motor Corp. 39 4c. Deutsche Post 40 4d. Apple 41 4e. Mattel 42 4f. Prosegur 43 4

5 5. Corruptie 44 5a. Finmeccanica 48 5b. China Mobile Kernwapens 50 6a. Boeing 53 6b. Safran 54 6c. EADS 55 6d. Finmeccanica Overige 57 7a. Boeing 57 7b. G4S 58 7c. Motorola Solutions 59 7d. Yahoo! 60 7e. VTB Bank 61 Afgeronde engagement cases 62 Bridgestone 63 H&M 64 Walt Disney 65 TeliaSonera 66 FMC 67 Eutelsat 68 Uitsluitingen 69 Excluded Companies 70 5

6 Introductie Het rapport is opgebouwd rondom verschillende thema s. De thematische engagement papers geven inzicht in de problemen die spelen in een specifieke sector of rondom een specifiek product. Deze papers geven informatie over de uitdagingen waar ondernemingen tegen aan kunnen lopen en over de mogelijke stappen die ze kunnen zetten om schendingen van arbeidsrechten, milieustandaarden, corruptienormen en mensenrechten te verminderen of (bij voorkeur) te voorkomen in toekomstige projecten. Achter ieder thematisch engagement paper vindt u de bijbehorende factsheets van de ondernemingen die betrokken zijn bij de milieu-, sociale, of governance-uitdagingen die in de paper beschreven zijn. Dit kunnen zowel Engagement facstheets als Observatie factsheets zijn. De factsheets vatten de feiten samen, beschrijven hoe de onderneming betrokken is bij de schending, geven aan wat de risico s zijn, de engagementresultaten zijn en wat de toekomstige engagementdoelen zijn. Na de thematische papers en de bijbehorende factsheets volgen de factsheets van de afgeronde engagement cases, de closed cases. In dit rapport treft u zes thematische papers aan, vijftien Engagement factsheets, twaalf Observatie factsheets, vier Engage to Inform factsheets en zes Closed cases. Tot slot bevat dit rapport een overzicht van de huidige uitsluitingslijst van BPFL. Op basis van het ESG-beleid sluiten we enkele ondernemingen uit van belegging. Dit gaat om ondernemingen die betrokken zijn bij fundamentele schendingen van ESGcriteria en waar engagement geen effect heeft. Dit zijn bijvoorbeeld ondernemingen die betrokken zijn bij de productie van controversiële wapens. 6

7 Overzicht ESG-cases Kinderarbeid Omstreden Omstreden Omstreden Corruptie Kernwapens Overig cacao-industrie palmolie- damprojecten arbeids- plantages omstandigheden Engage ADM Astra Int. ICBC Walmart Finmeccanica Barry Callebaut Jardine Matheson Eletrobras Toyota Nestlé IOI Corp. Turkiye Garanti Deutsche Post Lindt & Sprüngli Bankasi Mondelez Int. Engage to Boeing inform Safran EADS Finmeccanica Observatie Alstom Apple China Mobile Boeing ÅF AB Mattel G4S Andritz Prosegur Motorola Solutions Yahoo! VTB Bank Closed Bridgestone H&M Walt Disney TeliaSonera Eutelsat FMC 7

8 1. Kinderarbeid cacao-industrie Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper

9 Kinderarbeid cacao-industrie In de beleggingsportefeuille van KCM zijn diverse ondernemingen betrokken bij kinderarbeid in de cacao-industrie. KCM is in dialoog met deze ondernemingen om positieve verandering te stimuleren. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid. Op dit moment werken naar schatting 1,8 miljoen kinderen in de cacao-industrie. Ze moeten vaak zware ladingen dragen, gevaarlijk gereedschap (kapmessen) gebruiken en ze worden blootgesteld aan chemische bestrijdingsmiddelen. Het werk belet kinderen ook naar school te gaan. In internationale verdragen worden deze omstandigheden aangemerkt als ernstige vormen van kinderarbeid, in tegenstelling tot kinderen die helpen op de boerderij van de familie. Kinderarbeid is in strijd met beginsel 5 van de United Nations Global Compact en met richtlijn V van de OESOrichtlijnen voor internationale ondernemingen. Op grond van relevante verdragen van de International Labour Organisation (ILO) mogen ontwikkelingslanden afwijken van de leeftijdsgrens voor kinderarbeid. In deze landen mogen kinderen vanaf 12 jaar lichte arbeid verrichten en vanaf 14 jaar ook reguliere arbeid. Er is sprake van kinderarbeid als kinderen jonger zijn of als ze overmatig zware arbeid verrichten. Kinderarbeid komt vooral voor in West-Afrikaanse landen, zoals Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Volgens de Tropical Commodity Coalition (het samenwerkingsverband voor tropische producten) zijn deze landen verantwoordelijk voor 70% van de wereldwijde productie van cacaobonen. Cacaobonen worden verbouwd door ongeveer zes miljoen kleine boeren en komen vervolgens in een complexe productieketen terecht. Het engagementproces richt zich op ondernemingen die niet rechtstreeks van boeren kopen; normaal gesproken gaan de bonen via een aantal tussenschakels naar productiebedrijven, die de halffabricaten weer verkopen aan chocoladeproducenten en consumentenmerken. Ook in die gevallen vereisen de UN Guiding Principles on Human Rights dat ondernemingen schendingen van mensenrechten voorkomen of verminderen. Betrokkenheid bij ernstige vormen van kinderarbeid kan tot aanzienlijke risico's voor de reputatie van de onderneming en van KCM leiden. Als de onderneming het probleem ontkent en weigert bij te dragen aan verbeteringen in de branche, kan dit op termijn financiële risico s opleveren. Ander materieel risico kan ontstaan door de slechte levensomstandigheden van cacaoboeren. Als de situatie niet verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. In de afgelopen jaren is onze Engagement Manager met een aantal ondernemingen uit de cacao-industrie in dialoog gegaan over de problemen rondom kinderarbeid. Door middel van brieven, bijeenkomsten, conference calls en een gezamenlijke engagementaanpak zijn de problemen in de productieketen en slechte levensomstandigheden van boeren bespreekbaar gemaakt. De Engagement Manager werkt samen met het Interfaith Center on Corporate Sustainability (ICCS), één van de grootste Amerikaanse instellingen op het gebied van ESG-engagement. De cacaoondernemingen laten (onder andere) vooruitgang zien in deelname aan initiatieven die de cacao-industrie heeft ontwikkeld, zoals het Harkin-Engel Protocol, een ILO-IPEC partnership, certificeringsprogramma's, traceersystemen en verschillende programma's ter verbetering van de levensomstandigheden van cacaoboeren (zie bijlage). Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper Geactualiseerd: november

10 Hieronder staan enkele voorbeelden van opmerkelijke verbeteringen in de industrie over de afgelopen jaren: Een aantal ondernemingen heeft in samenwerking met overheidsvertegenwoordigers uit Ivoorkust en Ghana, de Amerikaanse senator Harkin en de Amerikaanse afgevaardigde Engel, een 'Framework of Action' opgezet. Dit is een vervolg van het Harkin-Engel Protocol en stelt als doel om kinderarbeid in 2020 met 70% te verminderen. De cacao-industrie ontwikkelt standaard indicatoren om de voortgang te meten inzake de bestrijding van kinderarbeid in de productieketen. De World Cocoa Foundation coördineert deze inspanningen. Zij is ook gestart met kinderarbeid monitoringsystemen (CLMS) om na te gaan of kinderarbeid daadwerkelijk afneemt. In het begin van 2012 heeft de Fair Labour Association (FLA) van verschillende ondernemingen in Ivoorkust de cacaoproductieketens onderzocht. Nadat bleek dat kinderarbeid nog steeds aanwezig was, heeft de FLA samen met de betrokken ondernemingen een uitgebreid actieplan opgesteld. Noemenswaardige acties zijn het uitbreiden van programma s ter verbetering van de levensomstandigheden van boeren, de ontwikkeling van KPI's die de voortgang laten zien van initiatieven die kinderarbeid bestrijden en de CLMS-pilot om na te gaan of kinderarbeid daadwerkelijk afneemt onder cacaoboeren in West-Afrika. Toekomstige engagementdoelen Ondanks de ondernomen stappen zijn de problemen met kinderarbeid in de cacao-industrie nog niet opgelost. Het toekomstige engagementproces zal zich richten zich op: Transparantie Rapporteren over (middel)langetermijndoelen ter bestrijding van kinderexploitatie, gevaarlijke kinderarbeid, en kinderhandel; Rapporteren conform gebruikelijke KPI's in de industrie over vooruitgang in boerenprogramma's en andere initiatieven, zoals de aantallen inschrijvingen op scholen en de inkomensstijging van boeren. Beleidsontwikkeling Invoeren van strikter beleid tegen kinderarbeid, inclusief verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering huidige omstandigheden Verspreiden van verwachtingen over verantwoordelijkheid van ondernemingen verder in de productieketen; Blijven doorgaan met het invoeren en verbeteren van systemen voor het traceren en monitoren van cacaobonen; Programma s ontwikkelen rondom het verbeteren van arbeidsomstandigheden voor boeren (o.a. meer opbrengsten en inkomsten voor boeren, betere marktkennis en markttoegang) en die boeren opleiden over het vermijden van gevaarlijke kinderarbeid voor kinderen die meehelpen op de boerderij van het gezin; Scholing bevorderen voor kinderen in cacao-gemeenschappen die betrokken zijn bij kinderarbeid 1. Sectorinitiatieven Invoeren van CLMS verder ondersteunen om het aantal kinderen dat betrokken is bij gevaarlijke kinderarbeid te registreren en vervolgens te verminderen; Verhogen van het percentage gecertificeerde cacaobonen dat wordt gekocht, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij labels als Fair Trade, UTZ Certified, EU Organic en/of Rainforest Alliance; Ondersteunen van de Children s Rights and Business Principles die zijn gelanceerd door de UN Global Compact, UNICEF en Save the Children. 1 Onderwijs is belangrijk bij de verbetering van de omstandigheden in de cacao-industrie. Onderwijs is een speerpunt van ons engagement proces bij cacao-ondernemingen. In sommige programma's voor boeren zijn ook onderwerpen opgenomen als bouwen van scholen, aanstellen van meer docenten, leveren van materialen en onderdak voor docenten. Het meest op onderwijs gerichte programma is het WCF ECHOES-programma. Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper Geactualiseerd: november

11 Bijlage - Internationale initiatieven cacao-industrie 2001 Harkin-Engel Protocol Dit protocol, een publiek-private overeenkomst tussen overheidsvertegenwoordigers en acht grote chocoladeproducenten, bevat concrete initiatieven om kinderarbeid in de cacao-industrie te bestrijden. Eén van die initiatieven is het ontwikkelen van een standaard voor sectorbrede certificering voor kinderarbeidvrije cacao. In de opvolger van dit protocol ('Framework of Action') gaat de aandacht uit naar het met 70% terugbrengen van de ergste vormen van kinderarbeid. Hiertoe is een werkgroep opgericht; de Child Labour Cocoa Coordinating Group - CLCCG. ILO-IPEC Partnership Hierin wordt gewerkt aan het bestrijden van kinderarbeid in de cacao-industrie in West-Afrika. Het heeft drie doelen: 1) het verbeteren van kennis van overheden, sociale partners en cacaoboeren ter bestrijding van kinderarbeid; 2) het ondersteunen van ontwikkeling en uitbreiding van een monitoringsysteem voor kinderarbeid; 3) het verbeteren van de coördinatierol van nationale kinderarbeid comités. Children s Rights and Business Principles Deze beginselen zijn uitgevaardigd in 2012 door de UN Global Compact, UNICEF en Save the Children en vormen een belangrijke basis om kinderrechten te versterken. Hierin spelen ondernemingen, industriebrede samenwerkingsverbanden en investeerders allemaal een belangrijke rol. Met het uitvaardigen van de beginselen wordt de industrie er ook aan herinnerd vooruit te kijken naar langetermijndoelen in de bestrijding van kinderarbeid in de cacaoproductieketen. De Children s Rights and Business Principles laten buiten twijfel dat het werk van kinderen niet mag leiden tot exploitatie of gevaarlijke kinderarbeid. Bij de bestrijding is kinderhandel een buitengewoon belangrijk onderwerp. World Cocoa Foundation De World Cocoa Foundation (WCF) brengt donoren, leden van de industrie, regeringen van producerende landen, onderzoeksinstituten en NGO's samen om te komen tot een duurzame cacao-industrie. WCF voert programma's uit ten behoeve van boeren in regio's waar cacao wordt verbouwd in Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. De belangrijkste programma's zijn WCF African Cocoa Initiative, WCF Cocoa Livelihoods Program en WCF ECHOES. International Cocoa Initiative Het International Cocoa Initiative (ICI) is een samenwerking tussen het maatschappelijk middenveld, de vakbonden en de chocola-industrie en werkt aan het uitbannen van de ergste vormen van kinderarbeid en dwangarbeid uit de cacaoverbouw en chocolaproductie. ICI werkt samen met autoriteiten in cacaoproducerende landen, met nationale en internationale technische agentschappen en met gemeenschappen die cacao verbouwen en biedt duurzame oplossingen om de ergste vormen van kinderarbeid en dwangarbeid in de cacaoproductieketen te bestrijden. Relevante certificeringsprogramma's Fair Trade standaarden voor arbeidsrechten zijn opgenomen en naleving wordt jaarlijks gecontroleerd. Er wordt een minimum prijs en ook een toeslag betaald als de standaard marktprijzen een minimum niveau bereiken. UTZ Certified standaarden voor kinderarbeid en arbeidsrechten zijn opgenomen en naleving wordt jaarlijks gecontroleerd. Er is geen garantie voor minimum toeslagen. Rainforest Alliance standaarden voor kinderarbeid en arbeidsrechten zijn opgenomen en naleving wordt jaarlijks gecontroleerd. Er is geen garantie voor minimum toeslagen. Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper Geactualiseerd: november

12 Engagement factsheet Kinderarbeid cacao-industrie Archer Daniels Midland (ADM) u 1a. ADM Onderneming Het Amerikaanse bedrijf ADM verwerkt landbouwproducten en heeft werknemers. ADM is in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid in het productieproces. Volgens de Tropical Commodity Coalition, een samenwerkingsverband van Nederlandse NGO s voor tropische producten, komt 70 procent van de wereldwijde productie van cacaobonen uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Cacaobonen worden meestal verbouwd door kleine boeren om vervolgens in een ingewikkelde productieketen terecht te komen. De meeste grote ondernemingen stellen dat het hierdoor moeilijk is om de productieketen goed onder controle te houden. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid beveelt aan om cacao uit die landen op een lijst te plaatsen van goederen waarvan men denkt dat ze zijn geproduceerd met dwang- en/of kinderarbeid. ADM haalt zijn bonen uit verschillende West-Afrikaanse landen. Beginsel 5 UN Global Compact. ADM loopt als verwerkend bedrijf structureel aan tegen problemen met kinderarbeid in de cacao-industrie. ADM koopt niet rechtstreeks van de cacaoboerderijen; normaal gesproken gaan de bonen via een paar tussenschakels naar productiebedrijven en daarom is de betrokkenheid van ADM bij kinderarbeid indirect. Betrokkenheid bij kinderarbeid kan materiële risico s opleveren. Het is slecht voor de reputatie van ADM als de link met kinderarbeid in haar keten blijft bestaan. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Een ander belangrijk risico wordt gevormd door de slechte levensomstandigheden van cacaoboeren. Als deze situatie niet wordt verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. ENGAGEMENT ADM heeft een aantal stappen ondernomen om kinderarbeid in haar keten te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de cacao-industrie te onderstrepen. Met een thematische aanpak vergroot KCM de druk op de hele sector om maatregelen te nemen tegen kinderarbeid. Het probleem met kinderarbeid is wijd verbreid en betreft de hele cacao-industrie. Onze Engagement Manager heeft een aantal van de grootste cacaoverwerkers en chocolaproducenten opgenomen in zijn analyse en engagement. Sinds 2011 is onze Engagement Manager in dialoog met ADM over kinderarbeid. ADM heeft de volgende stappen ondernomen om betrokkenheid hierbij te verminderen: - De onderneming heeft programma's ontwikkeld voor boeren in de keten ter verbetering van productie en productiviteit met als doel de opbrengsten van de boer te vergroten. Er wordt verwacht dat hierdoor de behoefte aan kinderarbeid vermindert; - ADM doet mee aan initiatieven om kinderarbeid in de cacao-industrie in West-Afrika te bestrijden, zoals het ILO/IPEC-partnership en het Harkin-Engel protocol (zie thematische paper); - ADM promoot certificering al in zijn boerenprogramma's. Op dit moment bereikt ADM ongeveer boeren in Ivoorkust, die allemaal zijn gecertificeerd door Fair Trade, Rainforest Alliance of UTZ Certified; - ADM onderzoekt de introductie van traceringssystemen met behulp van GPS-informatie en stelt ondernemingsbrede gedragsregels op die vermoedelijk openbaar wordt in Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en deelname aan sectorinitiatieven. De engagement met ADM richt zich op: Transparantie ADM is gevraagd om transparanter te worden over zijn beleid en aanpak in de bestrijding van kinderarbeid. Het bedrijf moet informatie verstrekken over lange en middellangetermijndoelstellingen en hierover rapporteren conform de indicatoren die zijn ontwikkeld binnen de cacao-industrie. Beleidsontwikkeling ADM is gevraagd beleid inzake kinderarbeid te ontwikkelen met verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden ADM is gevraagd traceringssystemen te ontwikkelen en in te voeren en programma s voor boeren uit te breiden ter verbetering van hun levensomstandigheden en de toegang tot scholen voor kinderen in cacaogemeenschappen. ADM wordt ook gevraagd om zijn leveranciersgedragscode (die op dit moment wordt opgesteld) te verspreiden onder indirecte ketenpartners. Sectorinitiatieven ADM is gevraagd verder te gaan met het invoeren van monitoringsystemen voor kinderarbeid om het aantal kinderen dat betrokken is bij gevaarlijke kinderarbeid te identificeren. Ook is ADM gestimuleerd om het percentage van gekochte gecertificeerde cacaobonen te vergroten (Fair Trade, UTZ Certified en/of Rainforest Alliance) en de Children s Rights and Business Principles te ondersteunen. Engagement factsheet Archer Daniels Midland Geactualiseerd: november

13 Engagement factsheet Kinderarbeid cacao-industrie Barry Callebaut Onderneming Barry Callebaut is een Zwitserse cacao- en chocolaproducent. u 1b. Barry Callebaut Barry Callebaut is in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid. Volgens de Tropical Commodity Coalition, een samenwerkingsverband van Nederlandse NGO's voor tropische producten, komt 70 procent van de wereldwijde productie van cacaobonen uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Cacaobonen worden meestal verbouwd door kleine boeren om vervolgens in een ingewikkelde productieketen terecht te komen. De meeste grote ondernemingen stellen dat het hierdoor moeilijk is om de productieketen goed onder controle te houden. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid beveelt aan om cacao uit die landen op een lijst te plaatsen van goederen waarvan men denkt dat ze zijn geproduceerd met dwang- en/of kinderarbeid. Barry Callebaut haalt zijn bonen uit verschillende West- Afrikaanse landen zoals Ivoorkust, Ghana en Kameroen. Beginsel 5 UN Global Compact. Als chocolaproducent ziet Barry Callebaut de problemen van kinderarbeid onder ogen. De problemen in deze branche zijn structureel en aanhoudend. Barry Callebaut koopt niet rechtstreeks van de cacaoboerderijen; normaal gesproken gaan de bonen via een paar tussenschakels naar productiebedrijven en daarom is de betrokkenheid indirect. Betrokkenheid bij kinderarbeid kan materiële risico's opleveren. Het is slecht voor de reputatie van Barry Callebaut als de link met kinderarbeid in haar keten blijft bestaan. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Een ander belangrijk risico wordt gevormd door de slechte levensomstandigheden van cacaoboeren. Als deze situatie niet wordt verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. ENGAGEMENT Barry Callebaut heeft een aantal stappen ondernomen om kinderarbeid in haar keten te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de cacao-industrie te onderstrepen. Met een thematische aanpak vergroot KCM de druk op de hele sector om maatregelen te nemen tegen kinderarbeid. Het probleem met kinderarbeid is wijdverbreid en betreft de hele cacao-industrie. Onze Engagement Manager heeft een aantal van de grootste cacaoverwerkers en chocolaproducenten opgenomen in zijn analyse en engagement. Sinds 2010 is onze Engagement Manager in dialoog met Barry Callebaut. Er zijn stappen ondernomen om betrokkenheid bij kinderarbeid te verminderen: - Met het Quality Partner Program (QPP) bereikt de onderneming boeren in Ivoorkust en Kameroen en worden productie en daarmee middelen van bestaan voor boeren verbeterd; er wordt aangenomen dat hiermee de behoefte aan kinderarbeid vermindert. - In maart 2012 is Barry Callebaut gestart met een wereldwijd initiatief, genoemd 'Cocoa Horizons', waarin 10 jaar lang CHF 40 miljoen wordt geïnvesteerd om opbrengsten, kwaliteit en levensomstandigheden te verbeteren in grote cacaoproducerende landen. Onlangs is het programma uitgebreid met mobiele eenheden om cacaogemeenschappen te bezoeken in Ivoorkust voor trainingssessies over goede landbouwpraktijken, gezondheidsdiensten, alfabetisering en met programma's om kinderarbeid bespreekbaar te maken; - Barry Callebaut doet mee aan initiatieven om kinderarbeid in de cacao-industrie in West-Afrika te bestrijden, zoals het ILO/IPEC-partnership en het Harkin-Engel protocol (zie thematisch paper); - De onderneming heeft een nieuwe gedragscode voor leveranciers opgesteld die van toepassing is op alle toeleveranciers (niet alleen de directe); - Een beperkt aantal producten is gecertificeerd met labels van Fair Trade, UTZ Certified, EU Organic en Rainforest Alliance, maar volgens de definitie van Barry Callebaut is circa tien procent van de gekochte bonen 'duurzaam'. Een geo-informatie systeem wordt onderdeel van het monitoringsysteem om de tracering in de productieketen te vergroten. Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering van: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en deelname aan sectorinitiatieven. De engagement met Barry Callebaut richt zich op de volgende doelen: Transparantie Barry Callebaut is gevraagd om transparanter te worden over de bestrijding van kinderarbeid. Het bedrijf moet informatie verstrekken over lange en middellangetermijndoelstellingen en hierover rapporteren conform de indicatoren die zijn ontwikkeld binnen de cacao-industrie. Beleidsontwikkeling Barry Callebaut is gevraagd beleid inzake kinderarbeid te ontwikkelen met verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Barry Callebaut is gevraagd zijn nieuwe leveranciersgedragscode te verspreiden onder indirecte ketenpartners, traceringssystemen te blijven ontwikkelen en in te voeren en programma s voor boeren (zoals Cocoa Horizon) uit te breiden ter verbetering van hun levensomstandigheden en de toegang tot scholen voor kinderen in cacaogemeenschappen. Sectorinitiatieven Barry Callebaut is gevraagd verder te gaan met het invoeren van monitoringsystemen voor kinderarbeid om het aantal kinderen dat betrokken is bij gevaarlijke kinderarbeid te identificeren. Ook is Barry Callebaut gestimuleerd om het percentage van gekochte gecertificeerde cacaobonen te vergroten (Fair Trade, UTZ Certified en/of Rainforest Alliance) en de Children s Rights and Business Principles te ondersteunen. Engagement factsheet Barry Callebaut Geactualiseerd: november

14 Engagement factsheet Kinderarbeid cacao-industrie Nestlé Onderneming Het Zwitserse Nestlé is actief in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie. u 1c. Nestlé Nestlé is in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid in het productieproces. Volgens de Tropical Commodity Coalition, een samenwerkingsverband van Nederlandse NGO s voor tropische producten, komt 70 procent van de wereldwijde productie van cacaobonen uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Cacaobonen worden meestal verbouwd door kleine boeren om vervolgens in een ingewikkelde productieketen terecht te komen. De meeste grote spelers stellen dat het hierdoor moeilijk is om de productieketen goed onder controle te houden. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid beveelt aan om cacao uit die landen op een lijst te plaatsen van goederen waarvan men denkt dat ze zijn geproduceerd met dwang- en/of kinderarbeid. Nestlé haalt zijn bonen uit verschillende West-Afrikaanse landen, zoals Ivoorkust en Ghana Beginsel 5 UN Global Compact. Nestlé is als consumentenmerk structureel in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Nestlé koopt niet rechtstreeks van de cacao-boerderijen; normaal gesproken gaan de bonen via een paar tussenschakels naar productiebedrijven, die op hun beurt weer halffabricaten verkopen aan chocolaproducenten en consumentenmerken. Betrokkenheid bij kinderarbeid kan materiële risico s opleveren. Het is slecht voor de reputatie van Nestlé als de link met kinderarbeid in haar keten blijft bestaan. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Een ander belangrijk risico wordt gevormd door de slechte levensomstandigheden van cacaoboeren. Als deze situatie niet wordt verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. ENGAGEMENT Nestlé heeft een aantal stappen ondernomen om kinderarbeid in haar keten te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de cacao-industrie te onderstrepen. Met een thematische aanpak vergroot KCM de druk op de hele sector om maatregelen te nemen tegen kinderarbeid. Het probleem met kinderarbeid is wijdverbreid en betreft de hele cacao-industrie. Onze Engagement Manager heeft een aantal van de grootste cacaoverwerkers en chocolaproducenten opgenomen in zijn analyse en engagement. Sinds 2009 is onze Engagement Manager in dialoog met Nestlé, dat stappen heeft ondernomen om betrokkenheid bij kinderarbeid te verminderen: - In 2009 is het Nestlé Cocoa Plan opgezet, gericht op het verbeteren van de productiviteit en de middelen van bestaan voor boeren in de eigen productieketen. Hiermee is het gelukt om in 2012 van 12% van de cacaobonen de oorsprong te herleiden. Nestlé heeft boeren bereikt en streeft naar een bereik van nog boeren in de komende vijf jaar. Het meerdendeel van de deelnemende boeren in het Nestlé Cocoa Plan hebben een certificaat van Fair Trade en UTZ Certified. - Er is een gedragscode voor alle directe leveranciers en er worden ook leveranciersrichtlijnen geïntroduceerd voor leveranciers van high risk commodities (grondstoffen met een verhoogd risico), zoals cacao. De cacaorichtlijn is in december 2012 geïntroduceerd en streeft er naar dat alle leveranciers de UTZ Good Inside Code of Conduct for Cocoa of gelijkwaardige standaarden volgen. - Nestlé doet mee aan initiatieven om kinderarbeid in de cacao-industrie in West-Afrika te bestrijden, zoals het ILO/IPEC-partnership en het Harkin-Engel protocol (zie thematische paper); - Nestlé werkt samen met de Fair Labour Association om arbeidsomstandigheden in de productieketen te verbeteren. In 2012 hebben onafhankelijke deskundigen in Ivoorkust de productieketen van Nestlé onderzocht en aangetoond dat kinderarbeid bij cacaoboeren in Ivoorkust nog steeds bestaat. In reactie hierop heeft Nestlé een actieplan opgesteld. De onderneming wil het Nestlé Cocoa Plan uitbreiden, de vooruitgang van bovengenoemde initiatieven meten door KPI s te ontwikkelen en monitoringsystemen invoeren voor kinderarbeid. Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering van: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden en deelname aan sectorinitiatieven. De engagement met Nestlé richt zich op de volgende doelen: Transparantie Nestlé is gevraagd om transparanter te worden over zijn beleid en aanpak in de bestrijding van kinderarbeid. Het bedrijf moet informatie verstrekken over lange en middellangetermijndoelstellingen en hierover rapporteren conform de indicatoren die zijn ontwikkeld binnen de cacao-industrie. Beleidsontwikkeling Nestlé is gevraagd beleid inzake kinderarbeid te ontwikkelen met verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Nestlé is gevraagd de leveranciersrichtlijnen voor cacao verder te verspreiden onder indirecte ketenpartners, traceringssystemen te verbeteren, en programma s voor cacaoboeren uit te breiden ter verbetering van levensomstandigheden en ter verbetering van de toegang tot educatie. Sectorinitiatieven Nestlé is gevraagd verder te gaan met het invoeren van monitoringsystemen voor kinderarbeid om het aantal kinderen dat betrokken is bij gevaarlijke kinderarbeid te identificeren. Ook is Nestlé gestimuleerd om het percentage van gekochte gecertificeerde cacaobonen te vergroten (Fair Trade, UTZ Certified en/of Rainforest Alliance) en de Children s Rights and Business Principles te ondersteunen. Engagement factsheet Nestlé Geactualiseerd: november

15 Engagement factsheet Kinderarbeid cacao-industrie Lindt & Sprüngli Onderneming De Zwitserse onderneming Lindt & Sprüngli produceert en verkoopt chocolaproducten. u 1d. Lindt & Sprüngli Lindt & Sprüngli is in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid in het productieproces. Volgens de Tropical Commodity Coalition, een samenwerkingsverband van Nederlandse NGO s voor tropische producten, komt 70 procent van de wereldwijde productie van cacaobonen uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Cacaobonen worden meestal verbouwd door kleine boeren om vervolgens in een ingewikkelde productieketen terecht te komen. De meeste grote ondernemingen stellen dat het hierdoor moeilijk is om de productieketen goed onder controle te houden. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid beveelt aan om cacao uit die landen op een lijst te plaatsen van goederen waarvan men denkt dat ze zijn geproduceerd met dwang- en/of kinderarbeid. Lindt & Sprüngli haalt zijn bonen uit verschillende West- Afrikaanse landen, zoals Ivoorkust en Ghana Beginsel 5 UN Global Compact. Als consumentenmerk is Lindt & Sprüngli in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Lindt & Sprüngli koopt niet rechtstreeks van de cacaoboerderijen; de bonen gaan langs een aantal tussenschakels voordat ze naar een productiebedrijf worden gebracht, die op hun beurt weer halffabricaten verkopen aan chocoladeproducenten en consumentenmerken. Betrokkenheid bij kinderarbeid kan materiële risico's opleveren. Het is slecht voor de reputatie van Lindt & Sprüngli als de link met kinderarbeid blijft bestaan. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Een ander belangrijk risico wordt gevormd door de slechte levens-omstandigheden van cacaoboeren. Als deze situatie niet wordt verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. ENGAGEMENT Lindt & Sprüngli heeft een aantal stappen ondernomen om kinderarbeid in haar keten te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de cacao-industrie te onderstrepen. Met een thematische aanpak vergroot KCM de druk op de hele sector om maatregelen te nemen tegen kinderarbeid. Het probleem met kinderarbeid is wijdverbreid en betreft de hele cacao-industrie. In de analyse en engagement van onze Engagement Manager is een aantal van de grootste cacaoverwerkers en chocola-producenten opgenomen. Sinds 2011 is onze Engagement Manager in dialoog met Lindt & Sprüngli over kinderarbeid. Lindt & Sprüngli heeft de volgende stappen ondernomen om betrokkenheid bij kinderarbeid te verminderen: - De onderneming kan 100% van zijn cacaobonen ( ton) uit Ghana herleiden tot het dorp waar ze zijn geoogst, een deel ervan zelfs tot de individuele boer. In 2012 betrof het van de ongeveer boeren. Het doel is dat eind 2013 dit traceerbaarheidscijfer is gestegen tot tussen de en boeren. Het doel van de onderneming is om in 2016 alle boeren te kunnen herleiden. Er is dan ook een controlesysteem waarmee kinderarbeid kan worden opgespoord in de hele cacaoproductieketen van Lindt in Ghana. Een onafhankelijke auditor voert de jaarlijkse inspectie uit. De geregistreerde boerderijen worden jaarlijks gemonitord. De boeren krijgen les in goede landbouwpraktijken en het verhogen van opbrengsten; - Lindt & Sprüngli heeft een gedragscode voor leveranciers opgesteld; - Lindt & Sprüngli is in 2013 gestart met de Lindt & Sprüngli Cocoa Foundation; - De producten van het bedrijf hebben geen certificaat. Lindt & Sprüngli kiest voor zijn eigen controlesysteem in plaats van te moeten vertrouwen op externe certificeringsorganisaties; - Lindt & Sprüngli doet mee aan initiatieven die ontwikkeld zijn door de cacao-industrie, zoals de World Cocoa Foundation (WCF) (zie thematische paper). Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met Lindt & Sprüngli richt zich op de volgende doelen: Transparantie Lindt & Sprüngli heeft informatie geleverd over de lange- en middellangetermijndoelstellingen in de bestrijding van uitbuiting of gevaarlijke kinderarbeid. De onderneming is ook gevraagd om conform gebruikelijke KPI's in de industrie boerenprogramma's en andere initiatieven te organiseren en over de vooruitgang daarvan te rapporteren. Beleidsontwikkeling Lindt & Sprüngli is gevraagd beleid inzake kinderarbeid te ontwikkelen met verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Lindt & Sprüngli is gevraagd de gedragscode voor cacaoleveranciers verder te verspreiden dan alleen onder de directe leveranciers en de programma s voor boeren uit te breiden. Lindt & Sprüngli is ook gevraagd om conform planning verder te gaan met de traceringssystemen. Sectorinitiatieven Lindt & Sprüngli is gevraagd om invoering van monitoringsystemen voor kinderarbeid te ondersteunen om het aantal kinderen, betrokken bij gevaarlijke kinderarbeid, te identificeren en om de Children s Rights and Business Principles te ondersteunen. Engagement factsheet Lindt & Sprüngli Geactualiseerd: november

16 Engagement factsheet Kinderarbeid cacao-industrie Mondelez International Onderneming Mondelez is een Amerikaans bedrijf en produceert en verkoopt wereldwijd verpakte voedingsmiddelen. In oktober 2012 is de onderneming afgescheiden van Kraft Foods. u 1e. Mondelez Int. Mondelez is in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. Al meer dan tien jaar wordt de cacao-industrie beschuldigd van wijdverbreide inzet van kinderarbeid in het productieproces. Volgens de Tropical Commodity Coalition, een samenwerkingsverband van Nederlandse NGO s voor tropische producten, komt 70 procent van de wereldwijde productie van cacaobonen uit Ivoorkust, Ghana, Nigeria en Kameroen. Cacaobonen worden meestal verbouwd door kleine boeren om vervolgens in een ingewikkelde productieketen terecht te komen. De meeste grote ondernemingen stellen dat het hierdoor moeilijk is om de productieketen goed onder controle te houden. Het Amerikaanse ministerie van Arbeid beveelt aan om cacao uit die landen op een lijst te plaatsen van goederen waarvan men denkt dat ze zijn geproduceerd met dwang- en/of kinderarbeid. Mondelez haalt zijn bonen uit verschillende West- Afrikaanse landen, zoals Ivoorkust en Ghana Beginsel 5 UN Global Compact. Mondelez is als chocolaproducent in verband gebracht met kinderarbeid in de cacao-industrie. De problemen in deze branche zijn structureel en aanhoudend. Mondelez koopt niet direct van de cacaoboerderijen; de bonen gaan normaal gesproken langs een aantal tussenschakels voordat ze naar een productiebedrijf worden gebracht, die op hun beurt weer halffabricaten verkopen aan chocolaproducenten en consumentenmerken. Betrokkenheid bij kinderarbeid kan materiële risico s opleveren. Het is slecht voor de reputatie van Mondelez als de link met kinderarbeid in haar keten blijft bestaan. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Een ander belangrijk risico wordt gevormd door de slechte levensomstandigheden van cacaoboeren. Als deze situatie niet wordt verbeterd, kan dit gevolgen hebben voor toekomstige cacaovoorraden. ENGAGE Mondelez heeft een aantal stappen ondernomen om kinderarbeid in haar keten te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de cacao-industrie te onderstrepen. Met een thematische aanpak vergroot KCM de druk op de hele sector om maatregelen te nemen tegen kinderarbeid. Het probleem met kinderarbeid is wijdverbreid en betreft de hele cacao-industrie. In de analyse en engagement van onze Engagement Manager is een aantal van de grootste cacaoverwerkers en chocolaproducenten opgenomen. Sinds 2009 is onze Engagement Manager in dialoog met Mondelez over kinderarbeid, die het volgende heeft gedaan om betrokkenheid bij kinderarbeid te verminderen: - Enkele producten zijn gecertificeerd conform Fair Trade of Rainforest Alliance; - Mondelez heeft bedrijfsverantwoordelijkheden ingevoerd voor zijn leveranciers. Hierin is opgenomen dat directe leveranciers geen kinderen jonger dan 14 jaar in dienst mogen nemen; - In november 2012 zijn plannen aangekondigd om USD 400 miljoen te investeren over een periode van 10 jaar om leveranciers te helpen hun productiviteit te vergroten en duurzaamheidsinspanningen te verbeteren. Cocoa Life is een programma gebaseerd op initiatieven voor cacaopartnerschap van dochteronderneming Cadbury en heeft geleid tot groei van de cacao-opbrengsten voor deelnemende boeren in Ghana met 20%. Cadbury wil tussen 2008 en 2018 USD 70 miljoen investeren in programma's voor een duurzame leveringsketen. Mondelez wil met Cocoa Life cacaoboeren bereiken in vijf andere landen: Indonesië, Brazilië, Ghana, India en de Dominicaanse Republiek. De onderneming onderzoekt ook manieren om een controlesysteem te ontwikkelen voor het programma; - Mondelez doet mee aan initiatieven om kinderarbeid in de cacao-industrie in West-Afrika te bestrijden, zoals het ILO/IPEC-partnership en het Harkin-Engel protocol (zie thematisch paper). Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met Mondelez richt zich op: Transparantie Mondelez is gevraagd om transparanter te worden over de bestrijding van kinderarbeid. Het bedrijf moet informatie verstrekken over lange en middellangetermijndoelstellingen en hierover rapporteren conform de indicatoren die zijn ontwikkeld binnen de cacao-industrie. Beleidsontwikkeling Mondelez is gevraagd beleid inzake kinderarbeid te ontwikkelen met verwijzing naar ILO Conventie 182. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Mondelez is gevraagd de verwachtingen over bedrijfsverantwoordelijkheden verder te verspreiden dan alleen onder directe leveranciers en om traceringssystemen te ontwikkelen en in te voeren. Daarbij is hen gevraagd programma s voor boeren uit te breiden ter verbetering van hun levensomstandigheden en de toegang tot scholen voor kinderen in cacaogemeenschappen te verbeteren. Sectorinitiatieven Mondelez is gevraagd verder te gaan met het invoeren van monitoringsystemen voor kinderarbeid om het aantal kinderen dat betrokken is bij gevaarlijke kinderarbeid te identificeren. Ook is Mondelez gestimuleerd om het percentage van gekochte gecertificeerde cacaobonen te vergroten (Fair Trade, UTZ Certified en/of Rainforest Alliance) en de Children s Rights and Business Principles te ondersteunen. Engagement factsheet Mondelez International Geactualiseerd: november

17 2. Palmolieplantages Palmolieplantages Thematisch engagement paper

18 Palmolieplantages In de beleggingsportefeuille van KCM zijn ondernemingen betrokken bij omstreden palmolieplantages. KCM is in dialoog met deze ondernemingen om positieve verandering te stimuleren. Palmolie is een belangrijke bron van plantaardige olie geworden, goed voor een geraamde groei van 15,8% 1 per jaar vanwege de lage kosten en hoge opbrengst. Palmolie en afgeleide producten zijn over de hele wereld te vinden in duizenden producten, van donuts tot zeep en van lippenstift tot biodiesel. Sinds 1990 is de consumptie van palmolie wereldwijd vervijfvoudigd. 2 De in Maleisië en Indonesië geconcentreerde palmolieplantages, goed voor ongeveer 80% van de mondiale productie, blijken nogal vaak omstreden. Volgens schattingen is 70% van de palmolieplantages ontstaan door het verwijderen van bossen. 3 Ontbossing bedreigt de biodiversiteit, wat leidt tot het uitsterven van bedreigde Sumatraanse orang-oetans (minder dan 7000) en tijgers (minder dan 400). Bovendien zijn inheemse volkeren van tropisch regenwoud en veenlanden in Zuidoost Azië het slachtoffer van landroof en misbruik van mensenrechten. Op plantages in Indonesië zijn vele schendingen van arbeidsnormen, zoals vormen van dwangarbeid of mensenhandel, gerapporteerd. 4 Nieuw bewijs suggereert dat de productie van palmolie net zo vervuilend is als benzine. 5 Ondanks de omstreden reputatie blijft de vraag naar palmolie het aanbod overstijgen en wordt de productie uitgebreid naar West Afrika. Palmolieactiviteiten creëren een groot risico op schendingen van conventies van de International Labour Organisation (ILO), inclusief de conventie ter bescherming van inheemse volgens en het verdrag over biodiversiteit. De vernietiging van de natuurlijke leefomgeving van de orang-oetang schendt beginselen 7 en 8 van de UN Global Compact over het milieu en ook richtlijnen II, IV en VI van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor multinationale ondernemingen. Er moet verschil worden gemaakt tussen een directe schending (palmoliekwesties op het eigen bedrijfsterrein) en indirecte schending (palmoliekwesties in de productieketen of bij de dochteronderneming). Een onderneming die rechtstreeks betrokken is bij de kwestie is in staat om de situatie rechtstreeks te beïnvloeden. Als de schending indirect is moet helder worden gemaakt of de schending materieel is en of de onderneming in de positie is om de situatie te beïnvloeden. Op basis van deze informatie kan KCM de succes kansen van het engagementproces inschatten. De reeks producten waar palmolie voor wordt gebruikt is oververtegenwoordigd in de markt, maar er bestaat beperkt inzicht in de herkomst van het product. De omstreden kwesties van palmolieplantages draaien om schending van arbeidsrechten, rechten van inheemse bevolking, landroof en ontbossing. Betrokkenheid bij deze vormen van vernietiging van het milieu leidt tot risico's als verlies van biodiversiteit, dat impact heeft op extreem bedreigde dieren, en substantiële toename van CO2-uitstoot. Een slechte relatie met traditionele gemeenschappen vergroot het risico op langdurige en dure juridische conflicten en op reputatieschade voor KCM en de ondernemingen in de beleggingsportefeuille. Ondanks de indirecte betrokkenheid vertegenwoordigt palmolie een risico voor winstgevendheid en reputatie dat verbonden wordt aan holdings van KCM. De voortdurende controverses rondom palmolieplantages vormen een materieel risico. Sinds 2009 is de Engagement Manager van KCM in dialoog met ondernemingen in de palmolie-industrie over hun milieubeleid en sociaal beleid. De betrokken ondernemingen geven aan dat ze historische geschillen hebben opgelost, milieubescherming serieus nemen in hun activiteiten uitvoeren in overeenstemming met de voor hen geldende regelgeving. Er is vooruitgang geboekt in verschillende gebieden, bijvoorbeeld in het maken van Environmental and Social Impact Assessments over bedreigde diersoorten en het aangaan van een constructieve dialoog met gemeenschappen met wie het voorheen moeilijk was in goede sfeer tot afspraken te komen. 1 FAO Southeast Asian forests and forestry to 2020: Subregional report of the second Asia-Pacific forestry sector outlook study. Cited in Union of Concerned Scientists The Root of the Problem: What s Driving Tropical Deforestation Today? 2 Bloomberg BusinessWeek, Indonesia's Palm Oil Industry Rife With Human-Rights Abuses, E. Benjamin Skinner, July 18, Down to Earth. April years of oil palm. 4 Bloomberg BusinessWeek, Indonesia's Palm Oil Industry Rife With Human-Rights Abuses, E. Benjamin Skinner, July 18, De EPA (V.S.) oordeelde vorig jaar dat palmolie zorgt voor te veel broeikasgassen Meer informatie: US EPA, December Palmolieplantages Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

19 Overzicht van overige engagementresultaten: - Palmolieondernemingen hebben vooruitgang geboekt in de ondersteuning van duurzaamheidsnormen door diverse programma s te subsidiëren voor duurzame palmolie. - Een aantal ondernemingen heeft een certificaat van Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) verworven (zie bijlage). - Een aantal ondernemingen heeft gevraagd naar een ISPO-certificaat (Indonesian Sustainable Palm Oil System) voor dochterondernemingen in Indonesië en deze ook gekregen. - Het stimuleren van transparantere rapportageprocedures heeft ertoe geleid dat holdings van KCM jaarlijks rapporten over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Toekomstige engagementdoelen De engagementinspanningen voor deze thematische aanpak richten zich op: Transparantie Organiseren van en rapporteren over vooruitgang die het gevolg is van duurzaamheidsprogramma's waarin openlijk wordt gerapporteerd over actuele en toekomstige activiteiten. Actuele informatie bieden op de website (bijvoorbeeld geraamde CO2-uitstoot, benoemen van afnemende aantallen bedreigde orang-oetangs). Stimuleren van het gebruik van rapportages op basis van de Global Reporting Initiative (GRI). Beleidsontwikkeling Respecteren van milieuwetgeving en het realiseren van MVO-verplichtingen. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Oplossen van voortslepende geschillen met inheemse bewoners en andere belanghebbenden. De dialoog onder aandeelhouders verbeteren en de zorgen van de NGO's aan de orde stellen door duidelijk te maken wat het tijdsbestek is dat van alle partijen wordt verwacht voor het aanpakken van de schendingen. Sectorinitiatieven Stimuleren van alle plantages om zich te certificeren, bij voorkeur onder het RSPO certificeringssysteem. En te rapporteren over duurzame productie aansluitend bij de High Conservation Value Forest (HCVF). Ondersteunen van degenen die lid willen worden van een algemene instantie zoals de RSPO om het consistent monitoren van de ontwikkeling van plantages te stimuleren. Richtlijnen blijven verbeteren om te werken conform het initiatief van de nieuwe Palm Oil Innovation Group (POIG) die in gesprek gaat met RSPO-leden om bewezen processen te blijven ontwikkelen. Palmolieplantages Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

20 Bijlage - Internationale initiatieven palmolie-industrie RSPO De RSPO (Roundtable on Sustainable Palm Oil, 2004) is een groep van NGOs, palmolieproducenten en verkopers. Zij belonen ondernemingen die palmolie produceren conform een reeks duurzaamheidsprincipes en criteria. Het ultieme doel van RSPO is om de milieuprestaties en het bedrijfsimago van de palmolieindustrie te verbeteren. Zelfs met optimistische ramingen is slechts 0,8% van de palmolie die op dit moment wordt gebruikt duurzaam 6 geproduceerd. POIG Palm Oil Innovation Group (2013) is een nieuw initiatief ontstaan uit kritiek op de RSPO over het gebrek aan ambitie in de benadering van het oplossen van de problemen in de palmolie-industrie. De groep streeft naar erkenning van ondernemingen die vooroplopen in het aanbieden van duurzame oplossingen in de palmolie. / ISPO Indonesian Sustainable Palm Oil System (ISPO) is beleid dat in 2011 is ontwikkeld door de Indonesische regering ter verbetering van de concurrentiepositie van de Indonesische palmolie-industrie. Dit beleid is bedoeld om aan te sluiten op de toezeggingen van de President van de Indonesische Republiek om broeikasgassen te verkleinen en om aandacht te geven aan milieuproblemen. REDD Reducing carbon Emissions from Deforestation and forest Degradation (2010) is opgericht als financieel mechanisme om landeigenaren te compenseren voor de waarde van CO2 dat door ontbossing in de atmosfeer terecht komt. Koolstofpunten verkregen van REDD kunnen worden gebruikt om te betalen voor het behoud van biodiversiteit. Tot het moment dat REDD-punten worden erkend onder een internationaal klimaatregiem is het waarschijnlijk dat ze op de meeste landsoorten niet kunnen concurreren. SHARP breidt het programma uit naar kleinere aandeelhouders in private partnerschappen tussen financiers en kleine boeren. WNF Het Wereldnatuurfonds (WNF) heeft een initiatief geleid om financiering van een duurzame palmolie-industrie te stimuleren door uniforme prestatiecriteria op te stellen tussen RSPO, investeerders en palmolieproducenten. Het WNF rapporteert jaarlijks over de voortgang met onder andere een unieke enquête onder 35 belangrijke palmolie-investeerders waarin wordt onderzocht wat de uitdagingen zijn voor duurzame palmolie productie. PRI Palmoil Working Group Een groep van 25 mondiale investeerders, gecoördineerd door het PRI-secretariaat (PRI zijn de Principles for Responsible Investment), heeft een werkgroep geformeerd die is gericht op bewustwording van de uitdagingen rondom palmolie productie. Deze werkgroep, die een verenigde investeerdersstem laat horen, ondersteund duurzame palmolie en is in gesprek met ondernemingen ter ondersteuning van duurzamere activiteiten. 6 Palmolieplantages Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

21 Engagement factsheet Omstreden palmolieplantages Astra International Onderneming Het Indonesische Astra International, een dochteronderneming van Jardine Matheson, is een industrieel concern actief in verschillende u 2a. Astra International sectoren waaronder de landbouwindustrie. Astra International is in verband gebracht met de productie van niet-duurzame palmolie. Astra Agro Lestari (AAL), een dochteronderneming van Astra International, heeft palmolie als belangrijkste product, maar is ook actief in rubberplantages. In 2007 heeft AAL de PT Surya Panen Subur palmolieplantage gekocht, die langs de rand van het Tripaveen moeras ligt in Atjeh (Indonesië). Het moeras maakt onderdeel uit van het Leuser ecosysteem, bekend om zijn unieke biodiversiteit en deels UNESCO Werelderfgoed. Greenpeace Groot Brittannië en Wetlands International hebben AAL beschuldigd van vernietiging van het Tripamoeras. De palmolie-activiteiten zouden verantwoordelijk zijn voor het jaarlijks kappen van hectare moeras. De huidige palmolieplantage tast de natuurlijke leefomgeving aan van de Sumatraanse orangoetang, die met uitsterven wordt bedreigd. In oktober 2010 is de concessie van PT Surya Panen Subur verkocht, waarmee de directe schendingen door AAL zijn gestopt. Beginselen 2, 7 en 8 UN Global Compact. Astra International is incidenteel betrokken bij niet-duurzame palmolie. AAL is een dochteronderneming en daarom is Astra International indirect betrokken bij de kwestie. Ondanks dat er momenteel geen schending is gerapporteerd, loopt Astra International substantieel risico op toekomstige aanklachten bij de palmolie productie bij AAL De omstreden kwesties van palmolieplantages draaien om schending van arbeidsrechten, rechten van inheemse bevolking, landroof en ontbossing. Een slechte relatie met traditionele gemeenschappen vergroot het risico op langdurige en dure juridische conflicten. Ondanks de indirecte betrokkenheid vertegenwoordigt palmolie een risico voor winstgevendheid en de reputatie van Astra International. ENGAGEMENT Astra International heeft enkele stappen gezet om productie van niet-duurzame palmolie te verminderen. KCM zet het engagement proces met de onderneming voort om de productie van duurzame palmolie verder te stimuleren. KCM gebruikt een thematische aanpak om de druk op de gehele industrie te vergroten en kijkt integraal naar alle problemen in verband met palmolieplantages. Sinds 2009 is de Engagement Manager in gesprek met Astra Agro Lestari (AAL), Astra International en Jardine Matheson. Volgens Jardine Matheson nemen de ondernemingen milieubescherming serieus en voldoen ze aan de regelgeving in Indonesië. Hierin zit ook milieueffectonderzoek, waarin het effect op bedreigde dieren, zoals de orang-oetang, is opgenomen. Astra International heeft de volgende stappen ondernomen: - Het standpunt van de onderneming is dat alle plantages van AAL voldoen aan de wet- en regelgeving van Indonesië; - De onderneming stelt dat Environmental Impact Assessments worden uitgevoerd voordat het land wordt gebruikt voor de productie van palmolie. Er zou bijvoorbeeld een assessment zijn gedaan nadat AAL in 2007 de hectare grote PT Surya Panen Subur plantage kocht. Naar aanleiding hiervan zou AAL hebben besloten om maar de helft van het totaal aantal hectare te gebruiken; - AAL claimt zich strikt te houden aan het beleid dat bos niet wordt afgebrand (het is verboden om bos vrij te maken door het af te branden en zo geschikt te maken voor de productie van palmolie). Er worden regelmatig oefeningen gedaan om bosbranden te voorkomen en bewustwording onder de lokale bevolking te stimuleren; - AAL publiceert jaarlijks een duurzaamheidsrapport en claimt dat het in alle fases van het productieproces zoveel mogelijk milieuvriendelijke productiemethoden gebruikt. Een periodieke toets bij alle dochterondernemingen maakt hier onderdeel van uit; - In maart 2013 hebben drie van de veertig plantages van AAL een ISPO-certificaat (Indonesian Sustainable Palm Oil) ontvangen. Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. Dit engagement proces met Astra International richt zich op de volgende doelen: Beleidsontwikkeling Astra International is gevraagd te garanderen dat alle plantages van AAL worden gecertificeerd, bij voorkeur onder het certificeringsysteem van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). RSPO stimuleert en controleert wereldwijd duurzame palmolieproductie Ook wordt Astra International gestimuleerd om lid te worden van het initiatief van de Palm Oil Innovation Group (POIG) die in gesprek gaat met RSPO-leden om bewezen processen te blijven ontwikkelen Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Astra International is gevraagd ervoor te zorgen dat ALL Environmental and Social Impact Assessments uitvoert op alle palmolieconcessies van AAL en die informatie openbaar te maken en te bespreken met belanghebbenden zoals investeerders. Milieurisico's moeten worden verminderd en de lokale bevolking moet worden betrokken in de dialoog en worden gecompenseerd als dat van toepassing is. Sectorinitiatieven Astra International en/of AAL zijn gevraagd om lid te worden van de RSPO en de POIG. Als alternatief kan de onderneming laten zien dat haar beleid en praktijken conform deze initiatieven zijn. Engagement factsheet Astra International Geactualiseerd: november

22 Engagement factsheet Omstreden palmolieplantages Jardine Matheson Holdings Limited Onderneming Jardine Matheson is actief in de auto- en onroerend goed-industrie, restaurants, hotels en in transport, mijnbouw en landbouw. u 2b. Jardine Matheson Jardine Matheson is betrokken bij de productie van niet-duurzame palmolie. Jardine Matheson is eigenaar van Astra International, het moederbedrijf van Astra Agro Lestari (AAL). AAL produceert vooral palmolie. AAL heeft de PT Surya Panen Subur palmolieplantage gekocht, die langs de rand van het Tripaveenmoeras ligt in Atjeh (Indonesië). Dit moeras maakt deel uit van het Leuser ecosysteem, dat bekend is om zijn unieke biodiversiteit en voor een gedeelte op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. AAL is door Greenpeace GB en Wetlands International beschuldigd van de vernietiging van het moeras. De palmolie-activiteiten zijn de oorzaak van het jaarlijks kappen van hectare moeras. De plantage tast de natuurlijke leefomgeving aan van de Sumatraanse orang-oetang, die met uitsterven wordt bedreigd. In oktober 2010 is de concessie voor PT Surya Panen Subur verkocht, waarmee de directe schendingen door AAL zijn gestopt. Beginselen 2, 7 en 8 UN Global Compact. Jardine Matheson is via AAL indirect betrokken bij de productie van niet-duurzame palmolie en bij de vernietiging van de natuurlijke leefomgeving van de orang-oetang. Ondanks dat er momenteel geen schending is gerapporteerd, loopt Jardine Matheson substantieel risico op toekomstige aanklachten bij de palmolie productie bij AAL. De omstreden kwesties van palmolieplantages draaien om schending van arbeidsrechten, rechten van inheemse bevolking, landroof en ontbossing. Een slechte relatie met traditionele gemeenschappen vergroot het risico op langdurige en dure juridische conflicten. Ondanks de indirecte betrokkenheid vertegenwoordigt palmolie een risico voor winstgevendheid en de reputatie van Jardine Matheson. ENGAGEMENT Jardine Matheson heeft enkele beginstappen genomen om de productie van niet-duurzame palmolie te verminderen. KCM zet het engagement proces met de onderneming voort om de productie van duurzame palmolie verder te stimuleren. KCM gebruikt een thematische aanpak om de druk op de hele industrie te vergroten en kijkt integraal naar alle problemen die te maken hebben met palmolieplantages. Sinds 2009 is de Engagement Manager in gesprek met Astra Agro Lestari (AAL), Astra International en Jardine Matheson. Volgens Jardine Matheson neemt AAL milieubescherming serieus en voldoen ze aan de regelgeving in Indonesië. Dit betreft ook milieu-effectonderzoek, waarin het effect op bedreigde dieren, zoals de orang-oetang, is opgenomen. Jardine Matheson heeft de volgende stappen ondernomen: - De onderneming stelt dat alle plantages van AAL voldoen aan de wet- en regelgeving van Indonesië; - Jardine Matheson voert Environmental Impact Assessments uit voordat het land wordt gebruikt voor de productie van palmolie. Er zou bijvoorbeeld een assessment zijn gedaan nadat AAL in 2007 de hectare grote PT Surya Panen Subur-plantage kocht. Naar aanleiding hiervan heeft AAL besloten om maar de helft van het totaal aantal hectare te gebruiken; - AAL claimt zich strikt te houden aan het beleid dat bos niet wordt afgebrand (het is verboden om bos te verwijderen door het in brand te steken en zo geschikt te maken voor de productie van palmolie). Er worden regelmatig oefeningen gedaan om bosbranden te voorkomen en bewustwording onder de lokale bevolking te stimuleren; - AAL publiceert jaarlijks een duurzaamheidsrapport en gebruikt zoveel mogelijk milieuvriendelijke productiemethoden gebruikt in alle fases van het productieproces. Een periodieke toets bij alle dochterondernemingen maakt hier onderdeel van uit; - In maart 2013 hebben 3 van de 40 plantages van AAL een ISPO- certificaat (Indonesian Sustainable Palm Oil) ontvangen. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sector-initiatieven. Dit engagement proces met Jardine Matheson richt zich op de volgende doelen: Beleidsontwikkeling Jardine Matheson is gevraagd te garanderen dat alle plantages van AAL worden gecertificeerd, bij voorkeur onder het certificeringssysteem van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO). RSPO stimuleert en controleert wereldwijd duurzame palmolieproductie. Ook wordt Jardine Matheson gestimuleerd om lid te worden van het initiatief van de Palm Oil Innovation Group (POIG) die in gesprek gaat met RSPO-leden om bewezen processen te blijven ontwikkelen. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Jardine Matheson is gevraagd om Environmental Impact Assessments uit te voeren op alle palmolieconcessies van AAL en die informatie openbaar te maken en te bespreken met belanghebbenden zoals investeerders. Milieurisico's moeten worden verminderd en de lokale bevolking moet worden betrokken in de dialoog en worden gecompenseerd wanneer dat van toepassing is. Sectorinitiatieven Jardine Matheson is gevraagd om ervoor te zorgen dat Astra International en AAL lid worden van RSPO en bij voorkeur ook van POIG. Engagement factsheet Jardine Matheson Geactualiseerd: november

23 Engagement factsheet Omstreden palmolieplantages IOI Corporation Berhad (IOI) Onderneming Het Maleisische IOI is de op twee na grootste palmolieproducent van Maleisië.. u 2c. IOI Corp. IOI is betrokken bij geschillen over land, veroorzaakt door palmolieplantages. IOI beheert palmolieplantages in Sarawak, Maleisië. 90% van alle palmolie komt uit Maleisië en Indonesië De Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) heeft IOI beschuldigd van overtreding van het inheems gewoonterecht op land van het Long Teran Kanan volk in Sarawak. De onderneming zou betrokken zijn bij geschillen over twee stukken land: IOI heeft geen goedgekeurde Environmental Impact Assessment voor de palmolie-plantages, heeft valse verklaringen afgelegd over bestaande plantages en is in het bezit van illegale plantages in voorheen beboste gebieden, die buiten concessiegrenzen vallen, en er zijn beschuldigingen dat er in strijd met het beleid van IOI in concessiegebied illegaal wordt afgebrand. De overtredingen hebben tot klachten geleid van meerdere Maleisische gemeenschappen. Deels heeft IOI die geschikt. In 2010 heeft de hoogste rechtbank van Sarawak beslist dat IOI plantages mag blijven exploiteren, maar dat het de gemeenschappen financieel moet compenseren. RSPO besloot in april 2011 om registratie van certificering tijdelijk aan te houden totdat IOI een oplossing voor de problemen had geboden. Beginselen 2 en 7 UN Global Compact. IOI is structureel betrokken in geschillen over land en niet-duurzame activiteiten op palmolieplantages. IOI is in de gelegenheid om de overtredingen te beïnvloeden. ENGAGEMENT IOI heeft stappen ondernomen om zijn productieactiviteiten te verbeteren. KCM blijft met de onderneming in gesprek om IOI te stimuleren de issues met de Sarawak op te lossen. KCM gebruikt een thematische aanpak om de druk op de gehele industrie te versterken en kijkt integraal naar alle problemen die te maken hebben met palmolieplantages. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met IOI. Tot nu toe is de dialoog met de onderneming zeer vruchtbaar geweest. Volgens IOI zijn de geschillen met alle gemeenschappen opgelost, behalve die met de inwoners van Sarawak. De oorspronkelijke bewoners van Sarawak worden op dit moment vertegenwoordigd door een bemiddelaar. IOI is blij met deze bemiddeling omdat een constructieve dialoog voorheen moeilijk is gebleken. Met ingang van februari 2013 zijn elf van de twaalf palmolieplantages van IOI door RSPO gecertificeerd. RSPO heeft gezegd dat de Pelitaplantage van IOI pas wordt gecertificeerd als partijen tot een minnelijke overeenkomst zijn gekomen. In juli 2013 zouden RSPO, IOI en de vertegenwoordigers van Sarawak samen komen om te bespreken hoe het nu gaat en of een minnelijke overeenkomst nabij is. Vooralsnog hebben noch RSPO, noch IOI hun gegevens geactualiseerd. IOI heeft de volgende stappen ondernomen: - De onderneming ondersteunt duurzaamheidsnormen voor palmolieplantages; - IOI heeft zich geconformeerd aan de gedragscode van RSPO; - De onderneming publiceert een rapport over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en het jaarverslag bevat een onderdeel over MVO. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met IOI richt zich op de volgende doelen: Transparantie IOI is gevraagd een rapport te maken van de huidige en toekomstige palmolie-activiteiten en dat openbaar te maken en de website te actualiseren. Specifieker is de onderneming gevraagd om het mensenrechtenbeleid en het onderzoek naar duurzaamheidspraktijken transparant op de bedrijfswebsite te plaatsen. Beleidsontwikkeling IOI is gevraagd om het mensenrechtenbeleid van de onderneming op te stellen en daarin de Native Customary Rights to Land (gewoonterechten) van de inheemse bevolking op te nemen. Verder moet de onderneming zijn beleid laten aansluiten op de Rio Declaration inzake milieu en ontwikkeling. De omstreden kwesties van palmolieplantages draaien om schending van arbeidsrechten, rechten van inheemse bevolking, landroof en ontbossing. Een slechte relatie met traditionele gemeenschappen vergroot het risico op langdurige en dure juridische conflicten. Palmolie productie creëert materiele risico s voor de winstgevendheid en de reputatie IOI. Engagement factsheet IOI Corporation Berhad Geactualiseerd: november

24 3. Omstreden damprojecten Omstreden damprojecten Thematisch engagement paper

25 Omstreden damprojecten Een aantal ondernemingen in de beleggingsportefeuille van KCM is betrokken bij omstreden damprojecten. KCM is in dialoog met deze ondernemingen om positieve verandering te stimuleren. Grote infrastructurele projecten, in het bijzonder het bouwen van dammen, kunnen enorme impact hebben op het milieu en op lokale gemeenschappen. Er zijn veel belanghebbenden bij deze grote damprojecten: regeringen, elektriciteits- en nutsbedrijven die damprojecten exploiteren of materiaal leveren, adviseurs, bouwbedrijven en banken die de projecten financieren. Naar verluidt wordt bij diverse damprojecten internationale wet- en regelgeving overtreden, te weten: De Belo Montedam die op dit moment wordt gebouwd in de Xingurivier in Brazilië. De planning is om het hydro-elektriciteitsproject te voltooien in De Ilisudam die wordt gebouwd in Zuid-Turkije en naar verwachting gereed is in De aanleg van een Soedanese dam in de Nijl: de Merowedam, die begin 2010 werd opgeleverd. De aanleg van de hydro-elektriciteitsdam Gibe II in Ethiopië, waarvan oorspronkelijk werd verwacht dat deze gereed zou zijn in 2013, maar die met vertraging kampt. De bouw van de Xayaburidam in Laos is gestart, maar wordt sterk bekritiseerd door de Mekong River Commission, waar ook de benadeelde buurlanden Vietnam en Cambodja deel van uitmaken. Een negatief effect van bovengenoemde omstreden dammen betreft onder andere de gedwongen verhuizing van inheemse volken en lokale gemeenschappen zonder voldoende overleg en compensatie. Bovendien hebben de damprojecten een negatief effect op zaken als biodiversiteit en middelen van bestaan door het wijzigen van rivierstelsels en het onder water zetten van grote gebieden. Bij dammen die in gebieden liggen met een zwakke regering, zoals in het geval van de Ethiopische en Soedanese dammen, ontstaan vaak verhoogde risico s op mensenrechtenschendingen en milieurisico's vanwege het gebrek aan capaciteit om die risico s in te perken. Aan de andere kant kan waterkrachtproductie in potentie de druk op het klimaat verminderen door de relatief schone manier van energieproductie vergeleken met bijvoorbeeld energieproductie uit kolen, of olie en gas. Als de dammen niet op verantwoorde wijze worden gebouwd ontstaan risico's op schending van de beginselen 1 en 2 (mensenrechten) en 7 en 8 (milieu) van de UN Global Compact. De damprojecten kunnen ook in strijd zijn met de richtlijnen IV en VI van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Het niveau van betrokkenheid is per onderneming verschillend. Onder de ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten zoekt KCM engagement met degenen die de grootste invloed op die projecten hebben. In de praktijk gaat het voornamelijk om uitvoerders en financiers. Maar KCM gaat, als dat noodzakelijk wordt geacht voor het proces van engagement, ook in gesprek met bouwbedrijven en met de belangrijkste leveranciers van apparatuur en technische diensten. Betrokkenheid bij de hiervoor genoemde controverses op het gebied van milieu en sociale kwesties veroorzaakt zowel negatieve publiciteit als materiële risico's voor ondernemingen die bij deze projecten zijn betrokken. Er zijn voorbeelden van damaanleg waar vertraging en verstoring optreden door blokkades en protesten van lokale gemeenschappen en andere tegenstanders. Ernstige milieuschade kan ook leiden tot rechtszaken tegen betrokken ondernemingen. In beide gevallen lopen ondernemingen het risico van kostbare vertraging. Een indirect risico is het verlies van groei en toekomstige bedrijfsuitbreiding ten gevolge van betrokkenheid bij gevoelige projecten. Het gevolg is dat door investeringen in deze ondernemingen voor KCM in potentie risico's ontstaan op het gebied van reputatie en materiële kwesties. In de afgelopen jaren heeft de Engagement Manager verschillende ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten aangesproken en ook met meerdere van die ondernemingen persoonlijk contact opgenomen. De Engagement Manager probeert ook de bouwterreinen zelf te bezoeken. Een aantal ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten heeft onder meer verbeteringen laten zien op het gebied van Environmental and Social Impact Assessment (ESIAs), schadebeperkingsprogramma's en plannen voor nieuwe vestiging. Bovendien hebben ze vooruitgang geboekt in hun werk om bedrijfsbeleid en management aan te laten sluiten op internationale richtlijnen als de Equator Principles (richtlijnen voor duurzaamheidscriteria). Sommige ondernemingen hebben ook laten zien hoe ze lokale gemeenschappen en inheemse groepen die zijn getroffen door damprojecten hebben geraadpleegd. Omstreden damprojecten Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

26 Toekomstige engagementdoelen Hoewel de initiatieven die hiervoor zijn genoemd positieve stappen voorwaarts zijn, blijven veel kwesties nog steeds onopgelost en/of moeten verder worden gereduceerd. De engagementdoelen die hieronder worden opgesomd zijn van toepassing op de meeste omstreden damprojecten, de doelstellingen kunnen wisselen afhankelijk van de thema s die in deze engagement worden aangesproken met betrekking tot een specifiek omstreden damproject, bijvoorbeeld biodiversiteitskwesties, inheemse rechten, zwakke regeringsgebieden. De doelen kunnen ook afwijken, afhankelijk van de rol van de betrokken onderneming (d.w.z. als het de uitvoerder is of de financier of hoofdleverancier). Hiermee rekening houdend zijn de engagementdoelen voor ondernemingen die in verband zijn gebracht met omstreden damprojecten de volgende: Transparantie Resultaten openbaar maken van ESIAs, mitigatieprogramma s en andere maatregelen die door de onderneming zijn getroffen. Rapportages laten controleren/verifiëren door een onafhankelijke derde partij. Beleidsontwikkeling Mensenrechtenbeleid en milieubeleid opstellen. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden 1 Het uitvoeren van grondige ESIAs voor de damprojecten waar de onderneming bij betrokken is. 2 De uitvoerende onderneming moet programma's ontwikkelen om vastgestelde milieu-effecten en sociale effecten (zoals verlies van biodiversiteit en effecten op middelen van bestaan) te beperken. De uitvoerende onderneming moet samen met de autoriteiten van het gastland lokale gemeenschappen en belanghebbenden raadplegen.. Als inheemse groepen onderdeel uitmaken van de betrokken lokale gemeenschappen moet de uitvoerende onderneming ook proberen om hun instemming te verkrijgen. Als het nodig wordt geacht moet de uitvoerende onderneming een klachtensysteem introduceren om geschillen met lokale gemeenschappen makkelijker op te lossen. Een monitoringinstrument met controle of auditing door een derde moet worden opgezet zodat a) vooruitgang van mitigatieprogramma's en andere hiervoor genoemde maatregelen kan worden vastgelegd en b) naleving van internationale normen en bedrijfsbeleidslijnen bij dergelijke maatregelen kan worden gegarandeerd. Sectorinitiatieven Beleid en programma's afstemmen op passende internationale initiatieven, zoals de UN Global Compact, de Equator Principles, IFC Performance Standards en het International Hydropower Association s (IHA) Sustainability Assessment Protocol. 1 Als de onderneming zelf niet de uitvoerder is moet deze duidelijk maken hoe zij haar invloed gebruikt om de uitvoerder de genoemde maatregelen te laten treffen. 2 Dit is ook conform de Equator Principles (van belang voor projectfinanciers). Voor de uitvoerder kan het protocol van de International Hydropower Association (IHA) voor duurzaamheidsbeoordeling gebruikt worden als gidsdocument. Omstreden damprojecten Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

27 Bijlage Internationale initiatieven damprojecten IFC Performance Standards De International Finance Corporation (IFC) zet in op positieve ontwikkelingsresultaten bij de activiteiten die ze ondersteunen in ontwikkelingslanden. Deze activiteiten zijn onder andere (i) investeringen die rechtstreeks gefinancierd worden door IFC; (ii) investeringen uitgevoerd met financiële tussenpersonen of beheerd door de Asset Management Company van IFC of een andere dochteronderneming van IFC, en ook investeringen die deels of volledig worden gefinancierd met giften; en (iii) adviesdiensten. In de IFC Performance Standards zijn de verantwoordelijkheden van de klant opgenomen bij het beheer van milieurisico's en sociale risico's. De Performance Standards bestaan uit het volgende: 1. Toetsing en beheersing van risico's en effecten voor milieu- en sociale aspecten 2. Arbeidsomstandigheden 3. Efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen en voorkoming van milieuverontreiniging 4. Openbare gezondheid, geborgenheid en veiligheid 5. Landverwerving en onvrijwillige nieuwe vestiging 6. Behoud van biodiversiteit en duurzaam beheer van levende natuurlijke hulpbronnen 7. Inheemse volken 8. Cultureel erfgoed Document.pdf?MOD=AJPERES Equator Principles De Equator Principles (EP's) vormen een kader voor risicomanagement, dat is overgenomen door financiële instellingen voor het vaststellen, beoordelen en beheren van risico's voor milieu- en sociale kwesties in projecten en is vooral bedoeld om een minimum richtlijn te bieden voor structureel onderzoek naar duurzaamheidspraktijken ter ondersteuning van verantwoorde risicobesluitvorming. De EP's zijn wereldwijd van toepassing, op alle sectoren van de industrie en op vier financiële producten: 1. Adviesdiensten voor projectfinanciering 2. Projectfinanciering 3. Zakelijke leningen gerelateerd aan projecten 4. Overbruggingskredieten Op dit moment passen 78 financiële instellingen in 35 landen de EP's officieel toe en dat is meer dan 70% van het internationale projectfinancieringskrediet in opkomende markten. Er komt door de EP's in de projectfinancieringsmarkt steeds meer aandacht voor normen en verantwoordelijkheid op het gebied van sociale kwesties en gemeenschapsaspecten, waaronder krachtige richtlijnen voor inheemse volken, arbeidsrichtlijnen en raadpleging van lokaal getroffen gemeenschappen. De International Hydropower Association s (IHA) Sustainability Assessment Protocol De International Hydropower Association (IHA) heeft op sectorniveau een Sustainability Assessment Protocol voor waterkrachtontwikkelingen en activiteiten gepubliceerd. Het protocol verwijst naar een aantal milieu-onderwerpen en sociale onderwerpen die aan de orde moeten komen in verschillende fases van een project van aanleg van een dam en de bijbehorende uitvoeringsfase. Een aantal ondernemingen, aangesproken door de Engagement Manager, verwijst naar het protocol als onderdeel van het management van milieu- en sociale kwesties bij damprojecten. Omstreden damprojecten Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

28 Engagement factsheet Controversiële damprojecten Industrial and Commercial Bank of China (ICBC) Onderneming ICBC levert bancaire en financiële diensten. Het Chinese ministerie van financiën en Cental Hujin Investments Ltd. bezitten beide 47%. In totaal is meer dan 90% van ICBC in u 3a. ICBC handen van de Chinese overheid. ENGAGEMENT ICBC heeft enkele stappen genomen om de milieu- en mensenrechtenschendingen. KCM blijft in gesprek met de onderneming om ICBC aan te sporen beleid en praktijken af te stemmen op de Equator Principles. KCM gebruikt een thematische benadering om bewustzijn van de risico's van grote damprojecten te vergroten en om druk uit te oefenen voor een verantwoorde aanpak. ICBC is in verband gebracht met de financiering van een controversieel damproject in Ethiopië. Met een lening aan Dongfang Electric Corp. financiert ICBC ongeveer 85% van de aanleg van de hydro-elektriciteitsdam Gibe III in Ethiopië. De bouw is in 2006 begonnen en de export van elektriciteit is naar verwachting mogelijk vanaf De dam vormt een bedreiging voor de lokale bevolking die onder dwang verhuisd worden. Zij hebben hiertegen geprotesteerd en dat heeft geleid tot arrestaties, straffen, dodelijke schietpartijen, verdrinkingen en verkrachtingen. Hiernaast is de Omorivier verantwoordelijk voor instroom van 90% van het water in het Turkanameer in Kenia. Met de dam komt het grootste deel van het meer droog te liggen en dat leidt tot problemen voor Kenianen op het gebied van landbouw, veeteelt en visserij. Ondanks een resolutie die is aangenomen door het Keniaanse parlement om te stoppen met de aanleg en de zorgen van de UN World Heritage Committee over de negatieve effecten van de dam op het Turkanameer, heeft de premier van Ethiopië laten weten dat de bouw wordt doorgezet. Beginselen 1, 7 en 8 UN Global Compact. ICBC draagt bij aan de financiering van dit omstreden damproject. Dit is momenteel de enige gerapporteerde controversiële zaak waar ICBC betrokken bij is. Als voornaamste financier is ICBC rechtstreeks betrokken. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met ICBC. De onderneming heeft tot dusver de volgende stappen ondernomen: - In 2010 heeft ICBC regels opgesteld over groen kredieten. Deze bevatten het opstellen van een milieurapportage voordat een project wordt gefinancierd. Het groenkredietbeleid zelf is niet openbaar gemaakt; - ICBC rapporteert conform de Global Reporting Initiative (GRI); - In 2012 heeft ICBC de UN Global Compact ondertekend en is actief lid geworden. Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met ICBC richt zich op de volgende doelen: Beleidsontwikkeling ICBC moet garanderen dat het Gibe III project aansluit op de IFC Performance Standards (IFC PS). Er moet speciaal aandacht worden besteed aan de problemen rond middelen van bestaan voor de Keniaanse gemeenschappen die afhankelijk zijn van het Turkanameer en voor de milieu-effecten op de Omorivier, het Omorivierbekken en het Turkanameer Bovendien moet ICBC mensenrechten- en milieubeleid ontwikkelen en garanderen dat Dongfang Environmental and Social Impact Assessments (ESIA) uitvoeren conform de IFC PS. Transparantie ICBC is gevraagd te garanderen dat Dongfang een ESIA uitvoert en de resultaten publiceert. Bovendien moet de onderneming laten zien dat Dongfang Electric Corp. een dialoog start met de betreffende partijen, waaronder de lokale gemeenschappen. ICBC moet rapporteren over de vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming ('Free, Prior and Informed Consent') die gekregen is van de lokale inheemse volken en over de compensatie die aan deze mensen is betaald. ICBC moet dit met Dongfang bespreken. Sectorinitiatieven ICBC is gevraagd de Equator Principles te ondertekenen of conform de Equator PRinciples de resultaten van de ESIA te publiceren, die door een externe adviseur worden gecontroleerd. Betrokkenheid bij milieuschade en gedwongen verhuizing van de lokale bevolking kunnen materiele risico's opleveren. Protesten kunnen de bedrijfsvoering beïnvloeden en kunnen leiden tot verlies aan maatschappelijk draagvlak voor de werkzaamheden. Op de lange termijn kan dit ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Engagement factsheet Industrial and Commercial Bank of China Geactualiseerd: november

29 Engagement factsheet Controversiële damprojecten Eletrobras Onderneming Eletrobras is een Braziliaanse elektriciteitsonderneming. u 3b. Eletrobras Eletrobras is in verband gebracht met de bouw van een controversieel damproject. ENGAGEMENT Eletrobras heeft stappen ondernomen om de schendingen van de rechten van inheemse volken te verminderen. KCM blijft met de onderneming in gesprek om het belang van het verbeteren van de bestaande situatie te benadrukken. KCM gebruikt een thematische aanpak om het bewustzijn te vergroten van de risico's van grote damprojecten en om druk uit te oefenen voor een verantwoorde aanpak. Consortium Norte Energia S.A. bouwt de Belo Monte dam in de Xingurivier in Brazilië, met een verwachte oplevering in Eletrobras is de grootste aandeelhouder (49,98%). In april 2011 heeft de Inter-American Commission on Human Rights (IACHR) de Braziliaanse regering gevraagd om de bouwvergunning in te trekken vanwege een klacht van de inheemse gemeenschappen uit het Xingurivierbekken over onvoldoende informatie van Eletrobras over de effecten van de dam. Twee maanden later liet IACHR zijn verzoek vallen om de bouw op te schorten en adviseerde in plaats daarvan om maatregelen te treffen ter bescherming van leven, gezondheid en veiligheid van getroffen inheemse gemeenschappen. Een vergelijkbaar verzoek is gedaan door de International Labour Organisation (ILO). Er loopt ook een zaak bij de hoogste rechtbank van Brazilië over de vergunning: er wordt gesteld dat een aantal van de vereiste sociale en milieumaatregelen niet zou zijn nageleefd. Beginselen 1, 2 en 7-9 UN Global Compact. Eletrobras is als grootste aandeelhouder van het Belo Monte dam consortium in de positie om het project te beïnvloeden. Daarnaast is Eletrobras via een dochteronderneming betrokken bij het Madeiraproject voor hydroelektriciteit in Brazilië, dat momenteel wordt onderzocht op omstreden praktijken. De overtredingen zijn ernstig en kunnen leiden tot protesten van lokale gemeenschappen; dit heeft de bouwwerkzaamheden al een aantal keer opgehouden en het heeft geleid tot kostbare vertragingen. Het project kent ook oponthoud door processen over vermeend ontoereikend management van de milieu- en sociale effecten. Hierdoor ontstaan reputatierisico s en financiële risico's voor de onderneming en voor KCM. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met Eletrobras. Volgens Eletrobras zijn de bouwplannen in de loop der jaren ingrijpend veranderd. Waar het oorspronkelijke project nog uitging van het onder water zetten van inheems land, komt in de huidige plannen een kleiner deel onder water (geen inheems land) en zijn de effecten voor milieu en sociale kwesties verminderd. Het dichtstbijzijnde land dat toebehoort aan een inheemse groep, Paquicamba, ligt op een afstand van 10 km van het damcomplex. Inheemse volken zullen echter effecten ondervinden van het damproject, bijvoorbeeld door invloed op hun viswateren. Eletrobras heeft de volgende stappen ondernomen om de effecten op milieu en sociale kwesties van het Belo Monte damproject te verminderen: - Eletrobras heeft een milieubeleid geformuleerd; - De onderneming is bezig om een reeks programma's in te voeren voor het verminderen van schade op het gebied van milieu- en sociale kwesties voor lokale gemeenschappen (waaronder inheemse groepen); - Er is een aantal bijeenkomsten georganiseerd met lokale gemeenschappen (waaronder inheemse groepen) om de ontwikkeling van de dam te bespreken. De verschillen tussen de oorspronkelijke plannen en de huidige projecten zijn ook in de bijeenkomsten besproken om de effecten van de Belo Monte dam duidelijk te maken. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met Eletrobras richt zich op de volgende doelen: Transparantie Eletrobras is gevraagd om te rapporteren over de programma s die de milieu- en mensenrechten schendingen moeten beperken. De onderneming is gevraagd deze rapporten door een onafhankelijke derde te laten controleren. Beleidsontwikkeling Eletrobras is gevraagd om een mensenrechtenbeleid op te stellen, inclusief rechten voor inheemse groepen. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Eletrobras is gevraagd om verder te gaan met de invoering van sociale- en milieuprogramma's zoals vereist door de Braziliaanse milieu-autoriteiten en om de rechten van inheemse groepen te respecteren conform internationale verdragen. Engagement factsheet Eletrobras Geactualiseerd: november

30 Engagement factsheet Controversiële damprojecten Turkiye Garanti Bankasi Onderneming Turkiye Garanti Bankasi(TGB) is de op twee na grootste particuliere bank in Turkije. u 3c. Turkiye Garanti Bankasi TGB is betrokken bij de financiering van een controversieel damproject: de Ilisu dam. ENGAGEMENT Turkiye Garanti Bankasi heeft een aantal stappen ondernomen om milieu- en mensenrechtenschendingen te verminderen. KCM blijft in gesprek om TGB te stimuleren om aan te sluiten bij de richtlijnen en implementatie van de Equator Principles. KCM gebruikt een thematische aanpak om het bewustzijn te vergroten van de risico's van grote damprojecten en om druk uit te oefenen voor een verantwoorde aanpak. TGB is één van de drie commerciële banken die de Ilisu dam in Turkije financieren. Door de dam wordt de biodiversiteit bedreigd in de Tigrisvallei, komt de jaar oude stad Hasankeyf onder water en moeten ongeveer Koerdische inwoners weg uit hun dorpen. Zowel Syrië als Irak zijn afhankelijk van de watertoelevering en zijn tegen de aanleg van de dam. In 2008 hebben onafhankelijke deskundigen vastgesteld dat het project niet voldoet aan de financieringsrichtlijnen van de Wereldbank. Daarop heeft de Wereldbank geweigerd het project te financieren. Het Europees parlement heeft in 2010 een resolutie aangenomen om het project tijdelijk een halt toe te roepen totdat er meer duidelijkheid over de effecten zou zijn. Dit is genegeerd. Intussen zijn diverse bouwbedrijven, commerciële banken en kapitaalverschaffers met het project gestopt. In 2013 heeft de hoogste bestuursrechtbank van Turkije zich uitgesproken voor de zaak, en is een onmiddellijke bouwstop gelast. De rechtbank concludeerde dat verder gaan zonder de juridisch vereiste Environmental Impact Assessments in tegenspraak is met de Turkse milieuwetgeving. De bouw gaat momenteel nog steeds door en NGO 'Stop Ilisu' geeft aan dat de Turkse overheid stelt dat de uitspraak voor haar niet bindend is. Beginselen 1, 2, 7 en 8 UN Global Compact. De bank is betrokken bij omstreden damprojecten. Momenteel is de Ilisu dam de enige bekende zaak waar de bank als financier rechtstreeks bij betrokken is. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met TGB. De onderneming heeft gesteld het project niet te willen verlaten, omdat het schriftelijke garanties heeft gekregen van de Turkse projectleider (General Directorate of State Hydraulic Works, DSI) dat het project geen bedreiging vormt voor het milieu en de lokale bevolking. Toch heeft de bank de volgende stappen ondernomen: - TGB heeft verbeteringen doorgevoerd en vooruitgang geboekt op het gebied van ESG-beleid (milieu, sociaal en bestuur); - De onderneming heeft de UN Global Compact ondertekend; - TGB stelt dat het geen activiteiten financiert die verboden zijn door nationale en/of internationale wet- en regelgeving. De bank financiert alleen projecten die voldoen aan verplichtingen op milieu en sociaal gebied, aan wet- en regelgeving en de eigen richtlijnen van de bank; - TGB publiceert jaarlijks een tijdschrift over duurzaamheid; - De onderneming heeft een systeem voor Environmental Impact Assessments ingevoerd; - De onderneming gaat een duurzaamheidsteam starten met de bedoeling om activiteiten te coördineren die de bank direct en indirect beïnvloeden. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met TGB richt zich op de volgende doelen: Beleidsontwikkeling TGB is gevraagd zijn beleid te verbeteren om financiering van omstreden projecten in de toekomst te voorkomen. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden TGB is gevraagd om te garanderen dat zakenpartners die op het project werken alle getroffen belanghebbenden raadplegen over alle aspecten van de projectuitvoering. De bank moet ook garanderen dat een adequate Environmental & Social Impact Assessment (ESIA) wordt uitgevoerd en dat de vereiste verbeteringen binnen een redelijke termijn worden doorgevoerd. Deze vereisten moeten deel uitmaken van de kredietovereenkomst. Sectorinitiatieven TGB is gevraagd zijn beleid en praktijken aan te laten sluiten op de Equator Principles. De onderneming wordt aangemoedigd de Equator Principles te ondertekenen. Betrokkenheid bij een project dat niet verenigbaar is met de sociale- en milieurichtlijnen van de Wereldbank is schadelijk voor de reputatie van TGB. Betrokkenheid bij dergelijke schendingen kan leiden tot claims, boetes en protesten. Dit resulteert in materiele en financiële risico s voor de onderneming en voor KCM. Engagement factsheet Turkiye Garanti Bankasi Geactualiseerd: november

31 Observatie factsheet Controversiële damprojecten Alstom Onderneming De Franse onderneming Alstom levert o.a. energieproductie en elektriciteitsnetwerken. u 3d. Alstom Alstom is geassocieerd met mensenrechtenschendingen bij de bouw van de Merowe dam in Soedan. De Merowe dam is begin 2010 gerealiseerd en heeft ongeveer USD 1,8 miljard gekost. Naast de Chinese regering waren de belangrijkste financiers financiële instellingen uit het Midden-Oosten en de regering van Soedan. De bouw zelf werd geleid door een Duits ingenieursbureau, Lahmeyer Int. Alstom is de grootste leverancier van elektronische apparatuur. Het project is door veel organisaties bekritiseerd. Ongeveer plaatselijke bewoners moesten voor de dam verhuizen. Velen waren ontevreden met de ontvangen compensatie. In 2006 ontstonden spanningen tussen Soedanese militairen en de plaatselijke bevolking. In 2007 heeft de UN Human Rights Mission alle bij de bouw betrokken ondernemingen opgeroepen het werk tijdelijk neer te leggen om een complete en onafhankelijke beoordeling te maken van de effecten van de dam op de mensenrechten van de plaatselijke bevolking. Geen enkele onderneming gaf gehoor aan de oproep. De UN Human Rights Mission kreeg geen toegang meer tot de regio en ook journalisten en onafhankelijke organisaties mogen met regelmaat het gebied niet bezoeken. Beginselen 1 en 2 UN Global Compact. Als leverancier van elektronische apparatuur aan de Merowe dam is Alstom indirect betrokken bij de vermeende schendingen. Betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen kan materiële risico's opleveren. Alstom voldeed niet aan het verzoek van de UN Human Rights Mission, wat slecht is voor de reputatie van de onderneming en ten koste kan gaan van de financiële resultaten op de lange termijn. KCM is zich bewust van het risico, maar gezien de relatief indirecte betrokkenheid van Alstom, gelooft KCM dat de risico's op dit moment niet materieel genoeg zijn voor rechtstreekse engagement met Alstom. OBSERVATIE Alstom heeft stappen ondernomen om mensenrechtenschendingen te beperken en toont bereidheid om de situatie te verbeteren. KCM vindt de zaak momenteel onvoldoende materieel om engagementcapaciteit op in te zetten. Alstom is indirect betrokken en de invloed die het bedrijf kan hebben op de kwestie is beperkt. Fondsmanagers zijn echter geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager zal de onderneming blijven monitoren. Via een thematische engagementaanpak worden andere ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten benaderd voor een dialoog. Sinds 2006 is de Engagement Manager in gesprek met Alstom over de bouw van de Merowe dam. Alstom heeft aangegeven zich niet verantwoordelijk te voelen voor de situatie en stelt dat de klant, de afdeling projectuitvoering van de Merowe High Dam, onderdeel van de Soedanese regering, primair verantwoordelijk is. Volgens Alstom is de dam waardevol voor de Soedanese bevolking, omdat toegang tot elektriciteit een impuls kan geven aan de sociale en economische ontwikkeling van het land. Alstom geeft ook aan geen plannen te hebben om andere nieuwe projecten in Soedan aan te nemen, zolang de internationale gemeenschap kritisch blijft over de situatie daar. In september 2009 heeft Alstom medegedeeld dat de afdeling projectuitvoering een verhuizingsplan had gemaakt waarin staat dat alle getroffen plaatselijke bewoners nieuwe huizen krijgen. Alstom heeft de volgende stappen ondernomen: - De UN Global Compact Expert Group on Responsible Business in High-Risk areas (deskundigengroep voor verantwoord ondernemen in gebieden met een hoog risico) heeft richtlijnen opgesteld, die op dit moment worden getest in een proefprogramma. Alstom is één van de deelnemers. Als het proefprogramma succesvol is integreert Alstom de richtlijnen in zijn mensenrechtenbeleid; - In een nieuw protocol voor duurzaamheidsbeoordeling voor waterkrachtprojecten van de International Hydropower Association (IHA) wordt beschreven hoe Environmental and Social Impact Assessments (ESIAs) moeten worden uitgevoerd. Verschillende belanghebbenden hebben eraan meegewerkt, zoals NGO's, regeringen, commerciële banken en de Hydro Equipment Association (HEA, waarvan Alstom een van de grondleggers is). Alstom is betrokken bij het testen en promoten van het protocol; - De onderneming heeft een programma en beleid voor duurzame hulpbronnen aangenomen om een duurzame waardeketen te realiseren en waarin training van de teams voor hulpbronnen en leverancierskwaliteit is opgenomen. Alstom eist dat leveranciers en aannemers van Alstom zich aansluiten bij het Alstom Handvest voor duurzame ontwikkeling. In maart 2012 zijn al meer dan handvesten ondertekend. Naleving van het handvest is ook opgenomen in de algemene inkoopvoorwaarden van Alstom; - Alstom heeft een ethische code opgesteld gebaseerd op drie fundamentele regels: overeenkomsten en afspraken met concurrenten, voorkomen van corruptie en omkoping en interne controle en openbaarheid van informatie. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met Alstom over de volgende doelen: Transparantie Alstom is gevraagd om de testresultaten van het protocol van de IHA openbaar te maken. Beleidsontwikkeling Alstom is gevraagd om specifiek beleid in te voeren om de risico's van dit type project in de toekomst in kaart te brengen en te beperken. Dit beleid moet de doelstelling bevatten om internationale richtlijnen en conventies na te leven. Observatie factsheet Alstom Geactualiseerd: november

32 Observatie factsheet Controversiële damprojecten ÅF AB Onderneming Het Zweedse bedrijf ÅF AB biedt mondiaal technisch advies aan. u 3e. ÅF AB ÅF AB is betrokken bij de bouw van een controversieel damproject: de Ilisu dam. De Ilisu dam wordt in Turkije gebouwd. ÅF Colenco, dochter van ÅF AB, heeft een contract voor het monitoren van de veiligheidsaspecten. Door de dam wordt de biodiversiteit bedreigd in de Tigrisvallei, komt de jaar oude stad Hasankeyf onder water en moeten ongeveer Koerdische inwoners weg uit hun dorpen. Zowel Syrië als Irak zijn afhankelijk van de watertoelevering en zijn tegen de aanleg van de dam. In 2008 hebben onafhankelijke deskundigen vastgesteld dat het project niet voldoet aan de financieringsrichtlijnen van de Wereldbank. Daarop heeft de Wereldbank geweigerd het project te financieren. Het Europees parlement heeft in 2010 een resolutie aangenomen om het project tijdelijk een halt toe te roepen totdat er meer duidelijkheid over de effecten zou zijn. Dit is genegeerd. Intussen zijn diverse bouwbedrijven, commerciële banken en kapitaalverschaffers met het project gestopt. In 2013 heeft de hoogste bestuursrechtbank van Turkije zich uitgesproken voor de zaak, en is een onmiddellijke bouwstop gelast. De rechtbank concludeerde dat verder gaan zonder de juridisch vereiste Environmental Impact Assessments in tegenspraak is met de Turkse milieuwetgeving. De bouw gaat momenteel nog steeds door en NGO 'Stop Ilisu' geeft aan dat de Turkse overheid stelt dat de uitspraak voor haar niet bindend is. Beginselen 1, 2, 7 en 8 UN Global Compact ÅF AB is structureel maar indirect betrokken bij omstreden damprojecten. Momenteel is ÅF AB betrokken bij de monitoring van veiligheidsaspecten bij de Ilisu dam en bij het bekritiseerde Xayaburiproject in Laos. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de overtreding maar vindt de zaak onvoldoende materieel om engagementcapaciteit op in te zetten. ÅF AB heeft verscheidene stappen gezet om zijn strategie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen te verbeteren en ontwikkelt momenteel een nieuw risico management systeem. De aanvullende invloed die de onderneming kan uitoefenen op de kwestie is beperkt en het is op dit moment moeilijk om voor ÅF AB concrete engagementdoelen te formuleren. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager blijft de onderneming monitoren. Andere ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten zullen via een thematische engagementaanpak benaderd worden voor een dialoog. Sinds 2010 is de Engagement Manager in gesprek met ÅF AB over de aanleg van de dam. In reactie heeft de onderneming gezegd begrip te hebben voor de kritiek. De onderneming stelt echter dat er een reden is om in het project te blijven: als ÅF AB zich terugtrekt kan het zijn dat een minder gekwalificeerde adviseur in de plaats treedt. ÅF AB gelooft dat de onderneming een belangrijke rol speelt bij het geven van garanties voor de veiligheid van de dam en zodoende ook voor de veiligheid van de omwonenden. ÅF AB heeft de volgende stappen ondernomen: - ÅF AB heeft een nieuwe strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen opgesteld. Op basis van dit beleid moet ÅF AB voordat ze een project start eerst een analyse maken van de potentiële effecten van het project. Dit is veelbelovend ook al voldoet de Ilisu dam niet aan de nieuwe strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. - ÅF AB is bezig zich te committeren aan het volgen van de tien UN Global Compact Guiding Principles als onderdeel van het duurzaamheidsbeleid. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met ÅF AB over de volgende doelen: Beleidsontwikkeling ÅF AB is gevraagd zijn processen voor risicomanagement en beoordeling te verbeteren om betrokkenheid bij omstreden projecten in de toekomst te voorkomen. De onderneming ontwikkelt haar beoordelingsinstrument voor projectrisico s verder; hiermee worden sociale en milieurisico s duidelijker. Dit betekent dat projecten verder worden geanalyseerd om de ernst van de risico s vast te stelen en passende maatregelen te zoeken. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden ÅF AB is gevraagd het gesprek te starten met aandeelhouders en NGO s en andere belangrijke stakeholders. Sectorinitiatieven De onderneming heeft het voornemen de UN Global Compact te ondertekenen en de Global Reporting Initiative (GRI) richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving over te nemen. ÅF AB wordt aangemoedigd dit ook echt te doen. KCM is zich bewust van het risico, maar gezien de relatief indirecte betrokkenheid van ÅF AB, gelooft KCM dat de risico's op dit moment niet materieel genoeg zijn voor rechtstreekse engagement met ÅF AB. Observatie factsheet ÅF AB Geactualiseerd: november

33 Observatie factsheet Controversiële damprojecten Andritz Onderneming Andritz AG is een Oostenrijkse leverancier van installaties, apparatuur en diensten. u 3f. Andritz Andritz is betrokken bij de bouw van een controversieel damproject: de Ilisu dam. De Ilisu dam wordt in Turkije gebouwd en Andritz is aannemer van het project. Door de dam wordt de biodiversiteit bedreigd in de Tigrisvallei, komt de jaar oude stad Hasankeyf onder water en moeten ongeveer Koerdische inwoners weg uit hun dorpen. Zowel Syrië als Irak zijn afhankelijk van de watertoelevering en zijn tegen de aanleg van de dam. In 2008 hebben onafhankelijke deskundigen vastgesteld dat het project niet voldoet aan de financieringsrichtlijnen van de Wereldbank. Daarop heeft de Wereldbank geweigerd het project te financieren. Het Europees parlement heeft in 2010 een resolutie aangenomen om het project tijdelijk een halt toe te roepen totdat er meer duidelijkheid over de effecten zou zijn. Dit is genegeerd. Intussen zijn diverse bouwbedrijven, commerciële banken en kapitaalverschaffers met het project gestopt. In 2013 heeft de hoogste bestuursrechtbank van Turkije zich uitgesproken voor de zaak, en is een onmiddellijke bouwstop gelast. De rechtbank concludeerde dat verder gaan zonder de juridisch vereiste Environmental Impact Assessments in tegenspraak is met de Turkse milieuwetgeving. De bouw gaat momenteel nog steeds door en NGO 'Stop Ilisu' geeft aan dat de Turkse overheid stelt dat de uitspraak voor haar niet bindend is. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de overtreding maar vindt de zaak onvoldoende materieel om engagementcapaciteit op in te zetten. Andritz is indirect en niet structureel betrokken bij het damproject. De invloed die het bedrijf kan hebben op de kwestie is beperkt en het is moeilijk om concrete engagementdoelen te formuleren. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager zal de onderneming blijven monitoren. Via een thematische engagementaanpak worden andere ondernemingen die betrokken zijn bij omstreden damprojecten benaderd voor een dialoog. Sinds 2010 is de Engagement Manager in dialoog met Andritz over de bouw van de dam. Volgens Andritz is de onderneming noch kredietverstrekker, noch bedrijfsleider van het project en draagt daarom minder verantwoordelijkheid voor de impact van het project op het milieu en de lokale bevolking. Andritz stelt dat het de impact heeft geëvalueerd maar levert hierover geen verdere details. De onderneming zegt te werken conform en met respect voor de wet- en regelgeving van de landen waarin zij actief is. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met Andritz over de volgende doelen: Beleidsontwikkeling Andritz is gevaagd om een beleid te formuleren omtrent de sociale en milieu gerelateerde risico s voor grote projecten. Dit beleid moet vergelijkbare risico's in toekomstige projecten kunnen opsporen en bijpassende maatregelen bieden. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Andritz is gevraagd te garanderen dat de effecten van het project passen binnen internationale richtlijnen voor milieu en sociale aspecten, waaronder de IFC Performance Standards. Verder moet de onderneming de kwestie bespreken met aandeelhouders, NGO's en de projectleider van de General Directorate of State Hydraulic Works (DSI). Beginselen 1, 2, 7 en 8 UN Global Compact. Naast de Ilisu dam is Andritz ook leverancier voor de Belo Monte dam in Brazilië. Andritz heeft als ingehuurde aannemer beperkt invloed op de controversiële praktijken. KCM is zich bewust van het risico, maar gezien de relatief indirecte betrokkenheid van Andritz, gelooft KCM dat de risico's op dit moment niet materieel genoeg zijn voor rechtstreekse engagement met Andritz. Observatie factsheet Andritz Geactualiseerd: november

34 4. Omstreden arbeidsomstandigheden Omstreden arbeidsomstandigheden Thematisch engagement paper

35 Omstreden arbeidsomstandigheden In de beleggingsportefeuille van KCM zijn diverse ondernemingen in verband gebracht met omstreden arbeidsomstandigheden. KCM is in dialoog met deze ondernemingen om positieve verandering te stimuleren. Ondernemingen in verscheidene sectoren zijn betrokken bij omstreden arbeidsomstandigheden. De problemen doen zich voor in voorzieningen die volle eigendom zijn van de onderneming of in voorzieningen in de productieketen. Er zijn veel voorzieningen, waaronder fabrieken, boerderijen, velden, magazijnen, kantoren, mijnen en winkels, waar omstreden arbeidsomstandigheden zich kunnen voordoen en er zijn veel soorten omstreden arbeidsomstandigheden. De belangrijkste voorbeelden zijn schendingen die verband houden met het recht op vereniging en het recht op collectieve arbeidsonderhandelingen, dwangarbeid, kinderarbeid, beloning, discriminatie en gezondheid en veiligheid. Omstreden arbeidsnormen kunnen leiden tot overtreding van de beginselen 1-6 van de UN Global Compact. Ook richtlijn V van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen is van toepassing. Er moet verschil worden gemaakt tussen een directe schending (omstreden arbeidsomstandigheden op het eigen bedrijfsterrein) en een indirecte schending (omstreden arbeidsomstandigheden in de productieketen). Een onderneming die rechtstreeks is betrokken bij de kwestie is in staat om de situatie rechtstreeks te beïnvloeden. Als de schending indirect is moet duidelijk worden gemaakt of de schending materieel is en of de onderneming in de positie is om de situatie echt te beïnvloeden. Met deze informatie kan KCM beslissen of engagement concrete resultaten kan bewerkstelligen. Als ondernemingen het probleem ontkennen en weigeren om bij te dragen aan verbeteringen in hun voorzieningen en/of in de productieketen, leiden omstreden arbeidsomstandigheden mogelijk tot rechtszaken, boetes en/of werknemersprotesten die voor de onderneming en voor KCM risico's veroorzaken op het gebied van reputatie en financiën. Bovendien kunnen slechte arbeidsomstandigheden in fabrieken (van leveranciers) de productiviteit en de kwaliteit negatief beïnvloeden en/of specifiek de levering van goederen verstoren (ten gevolge van stakingen en andere werkonderbrekingen of inefficiënt werken) en dat veroorzaakt bedrijfsrisico's. De laatste jaren heeft de Engagement Manager van KCM meerdere pogingen ondernomen om in gesprek te gaan met ondernemingen over omstreden arbeidsnormen. Dit engagement proces heeft tot nu toe geleid tot een aantal opmerkelijke verbeteringen in de industrie en voor individuele ondernemingen: - KCM heeft meegedaan aan gezamenlijke engagementinitiatieven waaruit persoonlijke ontmoetingen zijn voortgekomen met betrokken ondernemingen om openlijk te spreken over arbeidskwesties. - Op basis van engagementaanbevelingen hebben ondernemingen opdracht gegeven voor onafhankelijk onderzoek door de Fair Labor Association (FLA), waaruit rapporten naar voren zijn gekomen met punten ter verbetering van de arbeidsomstandigheden van werknemers. - Een aantal ondernemingen in de beleggingsportefeuille van KCM is lid geworden van het Better Cotton Initiative. Het doel van dit initiatief is katoen te produceren volgens sociale criteria en milieucriteria en de katoen te certificeren. Toekomstige engagementdoelen De engagementdoelen voor deze thematische aanpak richten zich op: Transparantie Wees transparant over de locatie van productiefaciliteiten en leveranciers. Maak details openbaar over de invoering van beleid, risicobeoordeling, auditresultaten en verbeterplannen. Publiceer jaarlijks duurzaamheidgegevens die kunnen worden vergeleken. Omstreden arbeidsomstandigheden Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

36 Beleidsontwikkeling Ontwikkel een formele aanpak om arbeidsnormen hoog te houden in alle ondernemingsprocessen, ofwel door specifiek beleid voor arbeidsrechten of door het integreren van relevante aspecten in een gedragscode en/of mensenrechtenbeleid. Sluit de beleidslijnen van de onderneming (inclusief die van dochterondernemingen) aan op de conventies van de International Labour Organisation (ILO) en onderschrijf de acht fundamentele conventies (zie bijlage). Vraag hetzelfde van leveranciers. Zorg ervoor dat een anoniem klokkenluidersysteem is ingevoerd. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Verspreid de verwachtingen over verantwoordelijkheid van ondernemingen verder in de productieketen (niet alleen de grootste leveranciers). Bouw een eerlijke en betrouwbare relatie met leveranciers op. Monitor leveranciers proactief op naleving van internationaal vastgelegde arbeidsnormen en controleer of hun uitingen ook conform zijn. Maak gegevens van auditresultaten en informatie over vervolgmaatregelen openbaar in gevallen waar tekortkomingen zijn gesignaleerd. Sectorinitiatieven De onderneming wordt gestimuleerd om sectorinitiatieven te ondersteunen en te implementeren, zoals de UN Global Compact, ICP, FLA, ICI, RSPO en BCI (zie bijlage). Omstreden arbeidsomstandigheden Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

37 Bijlage - Internationale initiatieven tegen omstreden arbeidsomstandigheden ILO Conventies De International Labour Organisation (ILO) heeft acht conventies aangemerkt als 'fundamenteel'. Deze conventies gaan over fundamentele principes en rechten op werk: de vrijheid van vereniging en de erkenning van het recht op collectieve arbeidsonderhandelingen; het uitbannen van alle vormen van gedwongen arbeid; het succesvol afschaffen van kinderarbeid; en het uitbannen van discriminatie in relatie tot werk en beroep. Freedom of Association and Protection of the Right to Organise Convention, 1948 (No. 87) Right to Organise and Collective Bargaining Convention, 1949 (No. 98) Forced Labour Convention, 1930 (No. 29) Abolition of Forced Labour Convention, 1957 (No. 105) Minimum Age Convention, 1973 (No. 138) Worst Forms of Child Labour Convention, 1999 (No. 182) Equal Remuneration Convention, 1951 (No. 100) Discrimination (Employment and Occupation) Convention, 1958 (No. 111) ILO-IFC Better Work initiative Een partnership tussen de International Labour Organisation (ILO) en de International Finance Corporation (IFC) gericht op arbeidsnormen en hun toepassing, met speciale aandacht voor de productieketen. Ethical Trading Initiative Een samenwerking tussen ondernemingen, vakbonden en vrijwilligersorganisaties met als doel het wereldwijd verbeteren van het leven van arme en kwetsbare arbeiders die consumentengoederen maken. Fair Labour Association (FLA) Als gezamenlijke poging van maatschappelijk verantwoordelijke ondernemingen, scholen en universiteiten en organisaties, biedt FLA duurzame oplossingen voor ongewenste arbeidspraktijken. FLA levert instrumenten en ideeën aan ondernemingen, geeft trainingen, voert structureel onderzoek uit en bepleit meer transparantie en verantwoording van ondernemingen, producenten, en fabrieken bij mondiale productieketens. SA8000 Mondiaal is SA8000 één van de eerste sociale certificeringsnormen voor een fatsoenlijke werkplek, geschikt voor audits in alle industriële sectoren. Het is gebaseerd op de ILO-conventies, VN-recht en nationale wetten. Better Cotton Initiative (BCI) Het doel van dit initiatief is katoen te produceren volgens sociale en milieucriteria en deze te certificeren. International Cocoa Initiative (ICI) Het ICI is een initiatief van de cacao-industrie, opgericht in De missie van het ICI is om de inspanningen, waarmee de ergste vormen van kinderarbeid en dwangarbeid in de verbouw en verwerking van cacaobonen en hun afgeleide producten worden uitgebannen, in beeld te hebben en te ondersteunen. ICTI CARE Process (ICP) Dit is een mondiaal speelgoedinitiatief om de arbeidsomstandigheden in fabrieken te verbeteren. Speelgoedfabrieken die zijn geregistreerd bij ICTI CARE worden ten minste een keer per jaar geaudit voor naleving van de ICP-gedragscode. Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) De Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) is opgericht in 2004 met als doel het stimuleren van de groei en het gebruik van duurzame palmolieproducten door betrouwbare mondiale standaarden en engagement van belanghebbenden. RSPO bestaat uit diverse organisaties van verschillende sectoren in de palmolieindustrie en heeft als doel om mondiale richtlijnen voor duurzame palmolie te ontwikkelen en in te voeren. Omstreden arbeidsomstandigheden Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

38 Engagement factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Wal-Mart Stores (Walmart) Onderneming Walmart is een Amerikaanse supermarktketen met 2,2 miljoen werknemers. u 4a. Walmart Walmart is structureel in opspraak vanwege diverse schendingen van arbeidersrechten. In de afgelopen tien jaar liepen veel rechtszaken tegen Walmart met beschuldigingen van het systematisch discrimineren van vrouwen en migranten, die lagere lonen en minder carrièrekansen krijgen en tegenstand ondervinden als ze discriminatie rapporteren. Ook wordt Walmart in verband gebracht met slechte arbeidsnormen en misleiding van arbeidsvoorwaarden. Walmart heeft zaken geschikt en verloren in diverse federale en staatsgroepsprocessen, waarin werd gesteld dat Walmart medewerkers die per uur werden betaald oplichtte en dwong om ook in pauzes door te werken. Er zijn veel rapporten over misstanden in de arbeidsomstandigheden, schendingen van basale arbeidersrechten en veiligheids- en gezondheidsovertredingen bij leveranciers van Walmart, die leiden tot ernstige stakingen. De dodelijke brand in een fabriek in Bangladesh in november 2012, waar kledingstukken voor Walmart werden gemaakt, onderstreept de risico's van leveranciers die werk uitbesteden aan andere fabrieken waar Walmart geen weet van heeft. Beginselen 3-6 UN Global Compact. Walmart is structureel en rechtstreeks betrokken bij de beschuldigingen van schendingen van arbeidersrechten en is in de positie om de schending te beïnvloeden. De schendingen zijn ernstig en kunnen leiden tot materiele risico's voor de reputatie en de financiën van Walmart en KCM. De slechte reputatie vanwege schendingen van arbeidsnormen en de maatschappelijke oppositie die er uit voortkomt, leidt ertoe dat het Walmart moeite heeft om vergunningen voor nieuwe winkels te krijgen. Ook resulteren de aanklachten en protesten in problemen met het bevoorraden van de schappen met verse producten. Dit leidt vervolgens tot verlies aan verkoopmogelijkheden. ENGAGEMENT Walmart is betrokken bij materiële schendingen van arbeidsrechten. Het is een bijzondere casus omdat de onderneming steeds opnieuw in opspraak raakt. Na een moeizame periode met weinig contact heeft Walmart in september 2013 toegezegd de dialoog voort te willen zetten en te verbeteren. Sinds 2004 is de Engagement Manager in gesprek met Walmart over schendingen van arbeidersrechten. Sinds 2005 werkt de Engagement Manager samen met het Interfaith Centre of Corporate Responsibility (ICCR), een engagementinstituut in de Verenigde Staten. Het engagement proces met Walmart is gericht op: - Committeren aan ILO-normen; - Diversiteit en gelijkheid, waarbij iedere vorm van discriminatie of intimidatie wordt vermeden; - Publiceren van cijfers over werknemerstatistieken; - Het verminderen van spanningen en ontevredenheid onder het personeel in de Verenigde Staten; - Beheer van de productieketen. In juli 2013 heeft de CEO van de Engagement Manager per brief de CEO van Walmart verzocht om te praten over de problemen bij de onderneming. In een vervolggesprek in september heeft Walmart toegezegd om in vier conference calls per jaar de verscheidene aanklachten met de Engagement Manager te bespreken. Ook heeft Walmart investeerders en Engagement Managers uitgenodigd om de onderneming te helpen bij het opstellen van Walmart's Global Responsibility Report Toekomstige engagementdoelen Over het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering van: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden en deelname aan sectorinitiatieven. De engagement met Walmart richt zich op de volgende doelen: Transparantie Walmart is gevraagd openlijk de ILO-richtlijnen op de werkzaamheden van toepassing te verklaren. Daarnaast moet het bedrijf meetbare data over discriminatie, gelijkheid en medewerkerstevredenheid bekendmaken en rapporteren over relevante maatregelen om de hieraan gerelateerde klachten te verminderen. Beleidsontwikkeling Walmart is gevraagd om een zero-tolerance-beleid te formuleren en in te voeren inzake discriminatie en pesterijen, waaronder begrepen gelijke kansen en betaling voor vrouwen en minderheden. Walmart is ook gevraagd het proactieve beheer van mensenrechten verbeteren en verbreden in de ondernemingen, idealiter door de ontwikkeling van mensenrechtenbeleid. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Walmart is gevraagd om leveranciers proactief te monitoren op naleving van internationaal overeengekomen arbeidsnormen. Auditing van de productieketen moet robuuster gemaakt worden en centraal afgesproken richtlijnen moeten worden aangescherpt. Bovendien moet Walmart haar inkooppraktijken evalueren. Verder wordt de onderneming aangespoord om de beschikbare klachtenprocedures voor werknemers te verbeteren. Engagement factsheet Walmart Geactualiseerd: november

39 Engagement factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Toyota Motor Corporation (Toyota) Onderneming Toyota is een Japanse onderneming, die actief is in de auto-industrie. u 4b. Toyota Motor Corp. Toyota is in verband gebracht met het beperken van arbeidsrechten. Toyota Motor Philippines Corporation (TMP), een dochteronderneming van Toyota op de Filipijnen, weigerde in 2001 TMP Company Workers' Association (TMPCWA) als officiële onderhandelaar te erkennen. Dit leidde tot protesten van werknemers. Toyota bestempelde de protesten in tegenspraak met de gedragscode, waarop ontslag van 233 medewerkers volgde. In 2002 is de TMP Labor Organization (TMPCLO) opgericht met, volgens critici, vanwege toezichthoudende medewerkers zeer nauwe banden met het Toyota-management. TMPCLO werd in 2005 gekozen als vakbond in plaats van TMPCWA. In 2010 deed de hoogste rechtbank uitspraak dat de certificering van TMPCWA inderdaad niet correct was en dat de certificering van TMPCLO wel correct was. De rechtbank stemde ook in met het ontslag van 233 werknemers zonder dat Toyota enige compensatie hoefde te betalen. Niettemin ondersteunde Toyota jarenlang 67% van de ontslagen medewerkers financieel. In 2012 is door derden bevestigd dat de bestaande vakbond TMPCLO bij Toyota wordt gezien als een vrije en eerlijke bond die de verkiezingen op een eerlijke manier heeft gewonnen. Het recht op vrijheid van vereniging van werknemers wordt nu gerespecteerd. Bij de ILO loopt nog steeds de zaak over de pesterijen van vakbondsleden van TMPCWA en eerdere gerelateerde nationale uitspraken. ENGAGEMENT De zaak kan worden aangemerkt als een materiële schending. KCM blijft in dialoog met Toyota om de zorgen over arbeidsrechten te bespreken. Sinds 2005 is de Engagement Manager in gesprek met Toyota. KCM heeft samen met 14 andere investeerders een brief aan Toyota mede ondertekend. Vanwege dit gezamenlijke engagement lukte het de Engagement Manager om Toyota te ontmoeten in Stockholm in juni Toyota heeft de volgende stappen ondernomen om betrokkenheid bij het beperken van arbeidsrechten te verminderen: - Toyota s Guiding Principles (gericht op de dagelijkse praktijk) zijn ingevoerd en daarnaast ook beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dat beleid wordt de mogelijkheid voor werknemers behandeld om actief betrokken te zijn bij een werknemersvereniging, afhankelijk van het land waar de onderneming is gevestigd; - Internationaal is een gedragscode ingevoerd; - Jaarlijks wordt een duurzaamheidsrapport gepubliceerd. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met Toyota richt zich op de volgende doelen: Transparantie Toyota zou het rapporteren over werknemerstevredenheid en punten waar de onderneming zich niet aan afspraken houdt, kunnen verbeteren. Beleidsontwikkeling Toyota is gevraagd om het beleid voor arbeidsrechten te verduidelijken en te verbeteren. Het beleid moet het recht op vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen bevatten conform de ILO-conventies 87 en 98. Sectorinitiatieven Toyota is gevraagd om de UN Global Compact na te leven en de tien beginselen te ondertekenen. Beginsel 3 UN Global Compact. Toyota is in verband gebracht met schending van de vrijheid van vereniging, maar is niet meer rechtstreeks betrokken. Er loopt nog wel een rechtszaak tegen Toyota bij de ILO. Betrokkenheid bij beperkingen van arbeidsrechten kan materiele risico s opleveren. Het kan leiden tot protesten van werknemers en kan de stabiliteit van de bedrijfsvoering beïnvloeden. Dit kan leiden tot reputatie en financiële risico s van de onderneming en van KCM. Engagement factsheet Toyota Geactualiseerd: november

40 Engagement factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Deutsche Post Onderneming Deutsche Post is een Duitse onderneming en aanbieder van logistieke diensten. u 4c. Deutsche Post Deutsche Post is in verband gebracht met schendingen van arbeidsrechten. Deutsche Post is eigenaar van DHL Express dat meer dan werknemers in de VS heeft. In september 2010 heeft Human Rights Watch gerapporteerd dat DHL Express ervan wordt beschuldigd rechten van arbeiders niet te respecteren, te verhinderen dat werknemers een vakbond vormen, werknemers te bedreigen met structurele vervanging als zij gebruik maken van het recht om te staken en agenda's van werknemers te doorzoeken. De schendingen zijn bevestigd door de National Labour Relations Board. In een rapport van oktober 2010 werd DHL Express niet alleen beschuldigd van schending van arbeidsrechten bij de werkzaamheden in de VS, maar ook in diverse andere landen. In de VS gaan de beschuldigingen over het systematisch discrimineren van werknemers van Afro- Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse afkomst. DHL is beboet met meer dan USD voor opzettelijke schendingen van veiligheid- en gezondheidswetgeving. In maart 2012 oordeelde een rechtbank voor arbeidsrecht dat het ontslag van zes medewerkers, die werkten voor DHL Lojistik Hitzmetleri, onrechtmatig was. Volgens de Turkse vakbond TUMTIS zijn ze ontslagen vanwege hun interesse in een vakbond. In Colombia, Costa Rica en Zuid- Afrika zou DHL medewerkers hebben gedwongen tot leugendetectortests, ondanks eerdere verklaringen het gebruik van dergelijke tests niet toe te laten. ENGAGEMENT De beschuldigingen kunnen worden aangemerkt als een materiële schending en Deutsche Post is structureel en rechtstreeks betrokken. KCM gaat in gesprek met Deutsche Post om de zorgen over rechten van arbeiders bij dochteronderneming DHL Express te bespreken. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met Deutsche Post over schendingen van arbeidsnormen. Deutsche Post heeft de volgende stappen ondernomen om betrokkenheid bij schendingen van arbeidsnormen te verminderen: - Vanwege consolidatie van haar activiteiten heeft de heeft de vestiging gesloten die genoemd wordt in het rapport uit 2010 over de schendingen van rechten van arbeiders. - Deutsche Post heeft gesteld dat de situatie die in het rapport is beschreven een geïsoleerd en uniek voorval betreft, dat niet strookt met de gedragscode van de onderneming en ook niet representatief is voor gedrag elders in de organisatie. - De gedragscode is gebaseerd op internationale afspraken en richtlijnen, waaronder de universele verklaring van de rechten van de mens, de conventies van de International Labour Organisation en de UN Global Compact. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. Dit engagement proces met Deutsche Post richt zich op de volgende doelen: Transparantie Deutsche Post is gevraagd om te laten zien wat de onderneming doet om schending van internationale arbeidsnormen te beperken en wordt gestimuleerd om hierover te rapporteren. Beleidsontwikkeling Deutsche Post dient een beleid te formuleren voor de vrijheid van vereniging bij alle ondernemingen wereldwijd. Deutsche Post heeft een goed beleid en implementatie in Duitsland en de meeste andere Europese landen, maar het beleid voor vrijheid van vereniging is daar buiten nog beperkt ingevoerd. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Deutsche Post is gevraagd om het huidige arbeidsconflict met de vakbonden aan te pakken. De onderneming dient het gesprek met de aandeelhouder over de beschuldigingen voortzetten. Beginselen 3 en 4 UN Global Compact. Deutsche Post wordt structureel geconfronteerd met problemen die verband houden met slechte werk- en milieupraktijken en is er rechtstreeks bij betrokken. Betrokkenheid bij de schending van arbeidsrechten kan materiele risico's opleveren. Protesten van zowel medewerkers als vakbonden kunnen een negatieve invloed hebben op de dagelijkse werkzaamheden. Aanhoudende beschuldigingen kunnen leiden tot reputatie en financieel risico s voor de onderneming en voor KCM. Engagement factsheet Deutsche Post Geactualiseerd: november

41 Observatie factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Apple Onderneming Het Amerikaanse bedrijf Apple is actief in mobiele communicatie, media-apparatuur, computers en draagbare muziekspelers. u 4d. Apple Apple wordt in verband gebracht met slechte werk- en milieupraktijken bij leveranciers. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de overtredingen bij de leveranciers van Apple. Apple is zich bewust van de beschuldigingen en neemt voldoende actie en verantwoordelijkheid met betrekking tot de problemen in de productieketen. Daarom voert KCM momenteel geen actieve engagement met Apple. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager blijft in gesprek met Apple om verbetering en transparantie te stimuleren. Apple krijgt kritiek van NGO's, arbeidsorganisaties, vakbonden en milieuorganisaties voor omstreden praktijken bij zijn leveranciers. In 2009 kwam aan het licht dat Apple-leverancier Wintek Corporation arbeidswetgeving had overtreden en werknemers in Taiwan en China had uitgebuit. Het verhaal ging dat er was gesneden in werknemerssalarissen, werknemers waren gedwongen om onbetaald verlof te nemen, overuren niet waren gecompenseerd en dat er in 600 medewerkers onrechtmatig waren ontslagen. Ook is leverancier Foxconn beschuldigd van slechte werkomstandigheden. In augustus 2011 hebben milieuorganisaties Apple in een rapport bekritiseerd over het achterhouden van leveranciersoverzichten en over onduidelijkheid over de milieu-invloed van zijn leveranciers. In het rapport staat dat afvalwater en afvalgas gestort worden in lokale rivieren, chemisch afval niet juist wordt behandeld en slechte monitoring van gasuitstoot de oorzaak kan zijn van irritatie en een toename van het aantal kankerpatiënten. In juni 2013 is ook de Taiwanese leverancier Pegratron beschuldigd van onbetaalde overuren en andere schendingen van arbeidsrechten. Beginselen 1, 3, 7-9 UN Global Compact. Apple wordt structureel geconfronteerd met problemen die verband houden met slechte werk- en milieupraktijken. Apple is indirect betrokken bij de schendingen. Het gaat om problemen bij de leveranciers van Apple. Sinds 2009 is de Engagement Manager in gesprek met Apple over de bovenstaande kwestie. Tot nu toe heeft Apple de volgende stappen ondernomen om slechte werk- en milieupraktijken te verminderen: - De onderneming gebruikt een monitoringsysteem om te controleren of werknemers de gedragscode voor leveranciers volgen. De controle bevat het inspecteren van fabrieken, het ontwikkelen van actieplannen en het invoeren van controlemethoden. In de afgelopen jaren hebben er 130 audits plaatsgevonden. Als er schendingen worden geconstateerd wordt een plan gemaakt om de situatie te verbeteren. Vervolgens is een audit op de controle van de verbeteringsactie gedaan om na te gaan of het plan correct is uitgevoerd; - De onderneming werkt samen met leveranciers om werknemers te informeren over hun rechten. Daarnaast traint Apple het management en de controleurs in maatschappelijke verantwoordelijkheid; - Als gevolg van de beschuldigingen bij Foxconn heeft Apple begin 2012 opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek door de Fair Labor Association (FLA). Dit heeft geleid tot een rapport met punten om de arbeidsomstandigheden van werknemers te verbeteren; - Apple en Foxconn hebben een plan gemaakt om ieder probleem te bespreken zodra dat zich voordoet. In augustus 2012 heeft FLA gemeld dat Foxconn vooruitloopt op de verplichting om hogere salarissen te betalen en om werknemers minder verplichte overuren te laten werken. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met Apple over de volgende doelen: Transparantie Apple is gevraagd om transparanter te zijn over het aantal incidenten en over de maatregelen om schendingen in de toekomst te verminderen/voorkomen. Beleidsontwikkeling Apple is gevraagd om duidelijke gedragscodes voor leveranciers op te stellen conform internationale mensenrechten en arbeidsrechten. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Het beleid moet onafhankelijk worden gecontroleerd/geaudit. Betrokkenheid bij schendingen van arbeidsrechten en milieunormen kan materiele risico's opleveren. Protesten van medewerkers en NGO's kunnen de reputatie van de onderneming negatief beïnvloeden. Op lange termijn kunnen de voortdurende beschuldigingen kunnen ten koste gaan van de financiële resultaten van de onderneming. Observatie factsheet Apple Geactualiseerd: november

42 Observatie factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Mattel Onderneming Het Amerikaanse Mattel ontwerpt, produceert en verkoopt wereldwijd speelgoedproducten. u 4e. Mattel Mattel wordt in verband gebracht met slechte werkomstandigheden bij leveranciers in China. In 2009 rapporteerde China Labor Watch (CLW) over voortdurende uitbuiting bij Merton Plastics and Electronics Factory, een Chinese leverancier van Walt Disney, Mattel en McDonald's Corp. De schendingen werden bekend in 2000 en een aanpak volgde in 2004 met Project Kaleidoscope. Dit was een 5- jarig initiatief van diverse belanghebbenden onder leiding van Walt Disney en McDonald's en betrof herstel en regelmatige monitoring. Maar vervolgonderzoeken in 2006 en 2009 onthulden opnieuw voortdurende schendingen van arbeidsrechten, waaronder illegale lonen, buitensporig overwerk, ingetrokken vakanties, ernstige veiligheidsovertredingen en slechte leefomstandigheden. In verder onderzoek door CLW en Students & Scolars Against Corporate Misbehaviour (SACOM) in 2010, 2011 en meest recent eind 2012 blijkt dat Mattel systematische problemen heeft met arbeidsomstandigheden in de productieketen die verder gaan dan de Mertonfabriek. Volgens CLW zijn de omstandigheden aanzienlijk verslechterd in de afgelopen 15 jaar en is ook het monitoringsysteem van de onderneming verzwakt. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de overtreding. Mattel heeft enkele stappen gezet om de schendingen in de fabrieken te verminderen. KCM blijft de onderneming volgen maar voert op dit moment geen actieve dialoog met Mattel. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager blijft in gesprek met Mattel om verbetering en transparantie te stimuleren. Sinds 2009 is de Engagement Manager in gesprek met Mattel. In 1997 heeft Mattel de Global Manufacturing Principles (GMP) uitgevaardigd waarmee voortdurende betrokkenheid wordt getoond om wereldwijd verantwoord te produceren. De onderneming beheert negen fabrieken, maar de helft van de producten wordt gemaakt in fabrieken van verkopers die niet rechtstreeks onder controle van Mattel staan. Mattel zegt dat het bij een nieuwe zakelijke relatie voor de productie van eindproducten direct zijn verwachtingen communiceert over prestaties op het gebied van ethisch inkopen. Bovendien staan de GMP en verplichtingen van de verkopers om zowel de GMP toe te passen als te voldoen aan de wetgeving voor veilige en rechtvaardige arbeidsomstandigheden in het land of de landen waar ze zaken doen, duidelijk in contracten. Daarnaast: - Voert Mattel periodiek onaangekondigde audits uit om de arbeidsomstandigheden in de fabrieken te controleren. Een fabriek moet bevindingen waarvoor zerotolerance geldt meteen aanpakken en moet andere uitkomsten corrigeren volgens een overeengekomen tijdpad en een actieplan met verbeteringen; - Is Mattel een actieve deelnemer aan het ICTI CARE Process (ICP), het mondiale initiatief van de speelgoedindustrie om arbeidsomstandigheden in fabrieken te verbeteren. Speelgoedfabrieken die zijn geregistreerd bij ICTI CARE worden minimaal één keer per jaar ge-audit voor naleving van de ICP-gedragscode, waarna ze ofwel een compliance-stempel van ICTI ontvangen, ofwel een actieplan met verbeteringen moeten uitvoeren. De resultaten van GMP- en ICP-audits worden meegewogen als nieuwe bestellingen worden geplaatst. Mattel publiceert geen details (zoals het jaarlijkse aantal, de frequentie of resultaten) van de GMPaudits die zijn uitgevoerd bij verkopers. Van de negen fabrieken die rechtstreeks onder beheer zijn bij Mattel vallen er zeven onder de ICP. Mattel heeft bedrijfsspecifieke rapporten van ICP-audits van deze ondernemingen tot en met 2010 openbaar gemaakt. In 2011 heeft Mattel een beknopte tabel gepubliceerd. Beginselen 1 en 4 UN Global Compact. Mattel is incidenteel betrokken bij slechte werkomstandigheden. Sinds 2009 is Mattel meerdere keren in verband gebracht met gebrekkige arbeidsnormen en is indirect betrokken bij de schendingen via zijn leveranciers. Betrokkenheid bij slechte werkomstandigheden kan leiden tot protesten en kan de stabiliteit van de bedrijfsvoering beïnvloeden. Omstandigheden in fabrieken die niet aan internationale normen voldoen kunnen ook de productiviteit van de leveranciers, het vermogen om opdrachten op tijd af te leveren en de kwaliteit van de producten die worden gemaakt, negatief beïnvloeden. Dit kan leiden tot reputatie risico's en op termijn ook in financiële risico s voor de onderneming en voor KCM. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met Mattel over de volgende doelen: Transparantie Mattel moet opener zijn over de audit-procedures, resultaten en herstelacties wanneer niet aan de norm wordt voldaan. De onderneming moet deze informatie openbaar maken, zowel van de fabrieken als de verkopers en leveranciers. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Mattel moet maatregelen versterken die gaan over monitoring en systematische auditing waaronder bepalingen voor risicobeoordeling, handhaving en corrigerende maatregelen. Deze maatregelen moeten gelden voor alle fabrieken die eigendom zijn van Mattel en ook voor leveranciers waarmee een contract wordt aangegaan om producten te maken. Observatie factsheet Mattel Geactualiseerd: november

43 Observatie factsheet Omstreden arbeidsomstandigheden Prosegur Compania de Seguridad (Prosegur) Onderneming Het Spaanse Prosegur houdt zich bezig met de levering van beveiligingsdiensten. u 4f. Prosegur Prosegur is in verband gebracht met schendingen van arbeidsrechten. Prosegur wordt beschuldigd van het beperken van de vrijheid van vereniging en de het recht op collectieve arbeidsonderhandelingen van medewerkers. Volgens de UN Global Union heeft Prosegur medewerkers in Colombia onrechtmatig meer dan USD betaald om een Pacto Colectivo te ondertekenen, een overeenkomst vergelijkbaar met het contract dat is uitonderhandeld door de vakbond, maar alleen niet-vakbondsleden kunnen met het Pacto werk krijgen. Veel werknemers zijn ingestapt voor het geld, ook al moesten ze hiervoor het vakbondslidmaatschap opzeggen. Naar verluidt moet een werknemer die tijdens de looptijd ( ) uit het Pacto Colectivo stapt het geld terugbetalen aan Prosegur. Er wordt ook beweerd dat Prosegur openlijk belooft om kinderen van werknemers die geen lid zijn van de vakbond en het Pacto Colectivo tekenen een voorkeursbehandeling te geven bij nieuwe banen. De UNI Prosegur Alliance stelt dat vakbondsleden en hun gezinnen hierdoor gediscrimineerd worden. In 2012 zijn in Paraguay 327 vakbondsleden ontslagen. Ze hadden gestaakt tegen buitensporige en nietgecompenseerde uren, onveilige arbeidsomstandigheden en activiteiten die zich tegen de vakbond keerden. Toen vakbondsvertegenwoordigers daarna in gesprek wilden om te eisen dat de medewerkers weer werden aangenomen, weigerde Prosegur dit overleg. Beginselen 3 en 4 UN Global Compact. In Colombia en Paraguay is Prosegur betrokken bij beschuldigingen van activiteiten gericht tegen de vakbonden. Prosegur is in de positie om de schendingen te beïnvloeden. Betrokkenheid bij schendingen van arbeidsrechten kan materiele risico's opleveren. Protesten van zowel medewerkers als vakbonden kunnen een negatieve invloed hebben op de dagelijkse werkzaamheden. Aanhoudende beschuldigingen kunnen leiden tot reputatie risico's en op termijn ook in financiële risico s voor de onderneming en voor KCM. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de beschuldigingen tegen Prosegur. Er is tegenstrijdige informatie over de aanklachten en de zaak wordt verder onderzocht. KCM heeft Prosegur daarom aangemerkt als een observatie casus en voert momenteel geen actieve engagement met de onderneming. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager blijft in gesprek met Prosegur om verbetering en transparantie te stimuleren. Sinds 2012 is de Engagement Manager in gesprek met Prosegur over de schendingen van arbeidsrechten. Prosegur heeft de volgende stappen ondernomen: - De onderneming heeft de Engagement Manager over haar MVO-activiteiten geïnformeerd, waaronder deelname aan de Global Compact en naleving van het recht van werknemers op collectieve onderhandelingen en vrijheid van vereniging in alle landen waar Prosegur actief is; - Prosegur stelt tijdens het zakendoen de waardigheid van alle mensen te respecteren en alle toepasselijke internationale humanitaire en mensenrechtenwetgeving strikt na te leven. Ten aanzien van arbeidsrechten respecteert Prosegur het recht van werknemers in alle landen om naar keuze rechtmatig verenigingen of organisaties te vormen, er lid van te worden of er actief in te zijn met als doel de belangen van werknemers te behartigen en te beschermen en collectieve onderhandelingen te voeren. De Engagement Manager kan dit niet bevestigen. De plaatselijke vakbonden betogen dat deze omstandigheden niet kloppen met het Pacto Colectivo van Prosegur. Beide kanten leveren dus tegenstrijdige informatie over de rechtsgeldigheid van het Pacto Colectivo; - Prosegur stelt dat het Pacto Colectivo is ingesteld conform Colombiaanse wetgeving en is goedgekeurd door het ministerie van sociale zaken van het land; - Ten aanzien van de gebeurtenissen in Paraguay stelt de onderneming de eisen van de stakers niet te hebben geaccepteerd, omdat ze als buitenproportioneel werden gezien. Volgens zeggen leidde dit tot vrijwillige ondertekening van het ontslag door een aantal van deze werknemers; - Prosegur is haar mensenrechtenbeleid aan het verbeteren en is bezig de gedragscode te actualiseren. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met Prosegur over de volgende doelen: Transparantie Prosegur is gevraagd om de transparantie over de positie van arbeidsrechten in de onderneming te vergroten. De onderneming moet informatie leveren over hoeveel werknemers vrijheid van vereniging hebben, over de dialoog met belanghebbenden en training over de kwestie door de onderneming. Beleidsontwikkeling Prosegur is gevraagd om ervoor te zorgen dat het beleid van de onderneming voor vrijheid van vereniging wordt gevolgd. De onderneming heeft goede beleidslijnen en praktijken in Spanje en de meeste andere Europese landen, maar moet haar beleid voor vrijheid van vereniging in alle bedrijfsonderdelen invoeren. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Prosegur is gevraagd om het huidige arbeidsconflict met de vakbonden in Colombia en Paraguay aan te pakken. Prosegur moet het gebrek aan consistentie aanpakken in de uitoefening van arbeidsrechten in al zijn ondernemingen wereldwijd. Observatie factsheet Prosegur Compania de Seguridad Geactualiseerd: november

44 5. Corruptie Corruptie Thematisch engagement paper

45 Corruptie In de beleggingsportefeuille van KCM zijn diverse ondernemingen in verband gebracht met corruptie. KCM is in dialoog met deze ondernemingen om positieve verandering te stimuleren. Corruptie kan worden gedefinieerd als het misbruik van toevertrouwde bevoegdheid voor persoonlijk gewin. Er zijn vele vormen van corruptie zoals omkoping en afpersing. Het bestaan van corruptie duidt erop dat middelen onjuist worden ingezet en dat de kwaliteit van bijbehorende diensten en materialen ernstig in gevaar wordt gebracht. Zowel het omkopen van een medewerker van de overheid als van een onderneming kan worden gezien als corruptie. Volgens de UN Global Compact wordt corruptie op dit moment erkend als een van de grootste uitdagingen ter wereld. Het is een enorm obstakel voor duurzame ontwikkeling met een onevenredig effect op arme gemeenschappen. Investeerders moeten naast boetes, juridische kosten en andere kosten ook rekening houden met reputatierisico's van corruptie. Corruptie is een schending van het VN Verdrag tegen corruptie, dat ook is opgenomen in beginsel 10 van UN Global Compact dat luidt: Ondernemingen moeten alle vormen van corruptie tegengaan, waaronder afpersing en omkoping. Corruptie valt ook onder richtlijn VII inzake de bestrijding van omkoping van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. De mate waarin ondernemingen betrokken zijn bij corruptie verschilt per voorval; sommige ondernemingen zijn incidenteel betrokken bij corruptiepraktijken, andere structureel. Bovendien moet onderscheid worden gemaakt tussen een directe schending (corruptiepraktijken die in de invloedsfeer van de onderneming liggen, zoals bijvoorbeeld bij agenten en tussenpersonen) en een indirecte schending (corruptiepraktijken buiten de invloedsfeer van de onderneming). Een onderneming die direct betrokken is bij corruptiepraktijken is in staat om de situatie rechtstreeks te beïnvloeden. Als is vastgesteld dat de corruptie heeft plaatsgevonden buiten de invloedsfeer van de onderneming, is het moeilijker om de onderneming verantwoordelijk te houden voor het voorval. Betrokkenheid bij corruptie leidt tot aanmerkelijke reputatie- en financiële risico s. De boetes voor corruptie zijn onlangs verhoogd. De Amerikaanse wet tegen buitenlandse corruptiepraktijken (Foreign Corrupt Practices Act, FCPA) is van toepassing op alle personen en ondernemingen die in relatie staan tot de VS. De Britse omkopingswet (Bribery Act) is van toepassing op alle ondernemingen die in relatie staan tot het Verenigd Koninkrijk. Verder kunnen ondernemingen die betrokken zijn bij corruptie op een zwarte lijst worden geplaatst, bijvoorbeeld door de Wereldbank of door landen waar deze ondernemingen werkzaam zijn. Naast de financiële risico s, schaadt corruptie de reputatie van de onderneming aan. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor toekomstige bedrijfsactiviteiten. Als ondernemingen het probleem ontkennen en weigeren anticorruptie maatregelen te nemen, leidt dat tot materiele risico's voor de onderneming en voor KCM. De laatste jaren heeft de Engagement Manager van KCM verschillende ondernemingen aangesproken op betrokkenheid bij corruptie. De engagement met ondernemingen over corruptie richt zich op verbetering van hun beleid, programma's en monitoringsystemen. Lopende rechtszaken kunnen niet worden besproken omdat de juridische afdeling van de onderneming dat niet toestaat. Daarom richt de aandacht zich op de toekomst en de verbetering van het anti-corruptiesysteem en niet op mogelijk eerdere overtredingen. Diverse ondernemingen hebben hun anti-corruptiesysteem verbeterd naar aanleiding van het engagement proces. Ondernemingen gaan vaak over tot inhuur van compliance functionarissen om een betrouwbaar anticorruptiesysteem in te voeren als de onderneming betrokken raakt bij mondiale corruptie en het probleem systematisch blijkt. Door het opzetten van nieuwe systemen en het zorgen voor externe controle hebben Corruptie Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

46 diverse ondernemingen zich hersteld van corruptieschandalen, zelfs in het geval van een onderneming waar sprake was van een boete van 1,6 miljard USD. Toekomstige engagementdoelen De engagementdoelen richten zich op het verbeteren van het anti-corruptiesysteem in een onderneming. De meeste engagement doelen zijn gebaseerd op werk van Transparancy International, een organisatie die wereldwijd corruptie bestrijdt door samen te werken met partners in de overheid, de zakenwereld en de samenleving. Transparantie Het anti-corruptieprogramma en de uitvoering moeten openbaar worden gemaakt. Externe borging van het anti-corruptieprogramma moet openbaar worden gemaakt. Beleidsontwikkeling Formuleer en publiceer doeltreffend anti-corruptiebeleid, inclusief een anti-omkoopbeleid en verwijzing naar relevante lokale wetgeving. Ontwerp gedetailleerd beleid voor politieke bijdragen en liefdadigheidsbijdragen, kleinere smeergelden, giften en reiskostenvergoedingen. Neem een anonieme, door een derde bediende tiplijn voor klachten op. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Voer het anti-corruptiebeleid in in alle gelederen van de onderneming. Geef alle werknemers training in de gedragscode en geef specifieke werknemers op maat gemaakte anti-corruptietraining. Beoordeel werknemers met examens en maak resultaten openbaar. Communiceer het anti-corruptiebeleid en de uitvoering daarvan naar werknemers, zakenpartners en andere belanghebbenden. Betaal compensatie, schades, boetes en schikkingen. Sectorinitiatieven De onderneming moet zijn betrokkenheid (of gebrek eraan) bij anti-corruptie initiatieven toelichten en wordt aangemoedigd om deel te nemen aan bestaande anti-corruptieprogramma's. Corruptie Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

47 Bijlage - Internationale initiatieven tegen corruptie Juridische instrumenten tegen corruptie Er zijn verschillende verdragen en wetten tegen corruptie. VN Verdrag tegen corruptie, 2003 OESO-Verdrag tegen omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale handelstransacties, 1997 UK Bribery Act, 2010 (anti-omkopingswet van Groot Brittannië) US Foreign Corrupt Practices Act, 1977 (Amerikaanse wet inzake buitenlandse corruptiepraktijken) Inter-American Convention Against Corruption, 1996 (Inter-Amerikaans verdrag tegen corruptie) Verdragen van de Raad van Europa inzake corruptie, The African Union Convention on Preventing and Combating Corruption, 2003 (Verdrag van de Afrikaanse Unie inzake het voorkomen en bestrijden van corruptie) CleanGovBiz Initiatief Het CleanGovBiz Initiatief helpt regeringen om de bestrijding van corruptie te versterken en te bespreken in de samenleving en in de private sector ter stimulering van echte verandering op weg naar integriteit. World Economic Forum s Partnering Against Corruption Initiative (PACI) PACI is een initiatief van de private sector opgericht voor ondernemingen om zichzelf te verplichten tot ontwikkeling, invoering en monitoring van anti-corruptieprogramma s met behulp van netwerkbijeenkomsten met collega's en levering van ondersteuningsinstrumenten door de private sector zelf. Extractive Industry Transparency Initiative (EITI) Het EITI is een mondiale richtlijn die transparantie over opbrengsten stimuleert en het nemen van verantwoordelijkheid in de delfstoffenwinning. Het kent een methodologie voor het monitoren en afstemmen van bedrijfsbetalingen en overheidsopbrengsten uit olie, gas en mijnbouw op landniveau. UN Global Compact Working Group on the 10 th Principle Het doel van deze werkgroep bestaande uit meerdere belanghebbenden is om strategische inbreng te bieden aan het werk van de Global Compact inzake anti-corruptie en om de behoeften van ondernemers te bepalen bij het invoeren van de 10 e richtlijn. De werkgroep richt zich op het bijdragen aan grotere samenhang door de aansluiting bij bestaande initiatieven te ondersteunen en te vermijden dat inspanningen dubbel worden gedaan. Corruptie Thematic engagement paper Geactualiseerd: november

48 Engagement factsheet Corruptie Finmeccanica Onderneming Finmeccanica is voor ongeveer 30% eigendom van de Italiaanse staat en is gespecialiseerd in vlieg- en ruimtereizen, u 5a. Finmeccanica defensie en veiligheid. Finmeccanica wordt in verband gebracht met corruptiepraktijken. In februari 2012 is de algemeen directeur van Finmeccanica gearresteerd in verband met een lopend onderzoek naar vermeende corruptiepraktijken van Finmeccanica en dochteronderneming AugustaWestland in India. Tijdens het onderzoek, uitgevoerd door de Italiaanse rechtbank, werd ontdekt dat de onderneming in 2010 illegale betalingen had gedaan aan Indiase overheidsmedewerkers om een contract binnen te halen van USD 749 miljoen voor de levering van 12 topveiligheidshelikopters voor gebruik door hoge regeringsleiders. Naar verluidt kreeg een voormalige luchtmachtcommandant een bedrag van USD 5 miljoen aan steekpenningen aangeboden om AugustaWestland te helpen aan een ander contract. De rechtszaak tegen de ouddirecteuren van Finmeccanica en AugustaWestland loopt op dit moment bij een rechtbank in Italië. Beginsel 10 UN Global Compact. Finmeccanica is al eerder beschuldigd van omkoping. Finmeccanica is rechtstreeks betrokken bij corruptieschandalen en is in de gelegenheid om de kwestie te beïnvloeden. ENGAGEMENT Finmeccanica heeft enkele stappen genomen om corruptie te verminderen. KCM is in gesprek met Finmeccanica en oefent druk uit op de onderneming om anticorruptiebeleid aan te nemen. Sinds 2013 is de Engagement Manager in gesprek met Finmeccanica. De onderneming heeft laten weten niet op de omkoopbeschuldigingen te kunnen ingaan zolang het onderzoek loopt, maar heeft wel aangegeven dat het veranderingen doorvoert om controleprocedures te verbeteren, waaronder het opzetten van een structuur voor risicomanagement waarin de interne auditactiviteiten en de indirecte inkoop van het concern worden gecentraliseerd. De onderneming heeft de volgende stappen ondernomen: - In februari 2013 heeft Finmeccanica een nieuwe algemeen directeur benoemd; - In april 2013 heeft Finmeccanica een ethisch comité opgericht dat rechtstreeks aan het bestuur rapporteert; - In juli 2013 is een nieuwe bestuursvoorzitter benoemd; - De onderneming gaat een externe auditor benoemen om de aankopen van het concern van immateriële goederen, zoals software, techniek en adviesdiensten te evalueren. Toekomstige engagementdoelen In het algemeen richt de engagement van KCM zich op verbetering op verschillende terreinen: transparantie, beleidsontwikkeling, toetsing en verbetering van huidige omstandigheden, en het naleven van sectorinitiatieven. De engagement met Finmeccanica richt zich op de volgende doelen: Beleidsontwikkeling Finmeccanica is gevraagd om doeltreffend anticorruptiebeleid op te stellen en openbaar te maken, waarin geen enkele vorm van omkoping wordt geaccepteerd. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden Finmeccanica is gevraagd om adequate systemen in te voeren waarmee naleving van het anticorruptiebeleid wordt gegarandeerd. Een onafhankelijke derde moet dit monitoren. Sectorinitiatieven Finmeccanica is gevraagd om zijn beleid te laten aansluiten op de UN Global Compact, waarin een anticorruptieprincipe is opgenomen. De onderneming wordt ook aangemoedigd om het UN Global Compact te ondertekenen. Betrokkenheid bij corruptiepraktijken kan materiele risico's opleveren. Boetes voor corruptie zijn aanzienlijk hoger geworden de laatste jaren. De zaak leidt mogelijk ook tot aanmerkelijke reputatierisico's en dat kan van invloed kan zijn op de toekomstige bedrijfsvoering. Finmeccanica kan door de corruptieprakrijken in India op de zwarte lijst terechtkomen en dat vormt een probleem, omdat India een belangrijke groeimarkt is voor Finmeccanica. Bovendien kunnen aandeelhouders hun vertrouwen in de onderneming verliezen, en dat kan leiden tot financiële risico's voor de onderneming en voor KCM. Engagement factsheet Finmeccanica Geactualiseerd: november

49 Observatie factsheet Corruptie China Mobile Onderneming China Mobile is een beleggingsmaatschappij, die mobiele telecommunicatie en aanverwante diensten levert. u 5b. China Mobile China Mobile wordt in verband gebracht met corruptiepraktijken. Er wordt bij China Mobile onderzoek gedaan naar beschuldigingen van corruptie door de Central Commission of Discipline Inspection in China. In 2011 is een voormalige topmanager van China Mobile schuldig bevonden aan het meerdere keren accepteren van steekpenningen tussen 1994 en 2009 tot een bedrag van ongeveer USD 1,15 miljoen en er was sprake van dat ook senior overheidsmedewerkers betrokken waren. In verband hiermee werd onderzoek gedaan naar meer dan 60 mensen, waaronder overheidspersoneel en managers en werknemers van aangesloten telecombedrijven. De manager is veroordeeld tot voorwaardelijke doodstraf (levenslang). Sinds 2009 zijn zeven managers van China Mobile aangeklaagd in grootschalige corruptiezaken, waaronder de voormalige vicepresident die werd ontslagen nadat bekend was geworden dat hij in december 2009 steekpenningen had aangenomen; de algemeen directeur van de afdeling Wifimuziek van het bedrijf is naar Canada gevlucht toen hij in maart 2010 op de hoogte werd gesteld van een onderzoek; en de algemeen directeur van een dochteronderneming in Sichuan is in juni 2010 aangehouden voor corruptie. OBSERVATIE KCM is op de hoogte van de betrokkenheid van de onderneming bij corruptiezaken. China Mobile heeft de afgelopen jaren een aantal doeltreffende beleidslijnen en programma's ingevoerd. De onderneming toont bereidheid om de situatie te verbeteren en neemt voldoende stappen om schendingen in de toekomst te voorkomen. KCM bestempelt deze zaak als een observatiezaak. Fondsmanagers zijn echter wel geïnformeerd over de kwestie en de Engagement Manager blijft de onderneming monitoren. Sinds 2011 is de Engagement Manager in gesprek met China Mobile over corruptie. China Mobile heeft de volgende stappen ondernomen om betrokkenheid bij corruptie te verminderen: - In 2012 heeft China Mobile een anti-corruptieprogramma ingevoerd om preventie en controlesystemen te verbeteren en om corruptie gerelateerde risico's te voorkomen; - De onderneming heeft een klokkenluiderprogramma ingevoerd; - Een groot deel van het personeel heeft training over corruptie gevolgd; - China Mobile heeft waarborgen voor het bestuur ingebouwd om ervoor te zorgen dat eerst een aantal afdelingen en het hoofdkantoor akkoord moeten gaan met grote contracten en besluiten over geld voordat betalingen worden goedgekeurd. Toekomstige engagementdoelen De Engagement Manager blijft in gesprek met China Mobile over de volgende doelen: Transparantie China Mobile is gevraagd om te laten zien wat de onderneming doet om corruptiepraktijken te beperken en hierover te rapporteren. Toetsing en verbetering van huidige omstandigheden China Mobile moet laten zien hoe het beleid voor de aanpak van corruptie wordt gehandhaafd met programma's. Beginsel 10 UN Global Compact. China Mobile is betrokken bij beschuldigingen die verband houden met corruptiepraktijken. De onderneming is rechtstreeks betrokken bij de kwesties en is in de positie om de schending te beïnvloeden. Betrokkenheid bij corruptiepraktijken kan materiele risico's opleveren. Boetes voor corruptie zijn aanzienlijk hoger geworden de laatste jaren. De zaak leidt mogelijk ook tot aanmerkelijke reputatierisico's en dat kan van invloed kan zijn op de toekomstige bedrijfsvoering. Bovendien kunnen aandeelhouders hun vertrouwen in de onderneming verliezen, en dat kan leiden tot financiële risico's. Observatie factsheet China Mobile Geactualiseerd: november

50 6. Kernwapens Kernwapens Thematisch engagement paper

Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper

Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper 25 Kinderarbeid cacao-industrie Thematisch engagement paper Engagement Factsheet: The Southern Company 26 Een belangrijke doelstelling van KCM luidt om beleggers bewuster te maken van de materiële impact

Nadere informatie

ESG Rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf

ESG Rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf ESG Rapportage Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf Mei 2014 2 Management samenvatting Dit ESG rapport is opgesteld voor Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf

Nadere informatie

ESG-rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf (BPFL)

ESG-rapportage. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het. Levensmiddelenbedrijf (BPFL) ESG-rapportage Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Levensmiddelenbedrijf (BPFL) November 2014 2 Managementsamenvatting Dit ESG rapport is opgesteld voor Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor

Nadere informatie

Manifest Task Force Duurzame Palmolie

Manifest Task Force Duurzame Palmolie Manifest Task Force Duurzame Palmolie Initiatief ter stimulering van het gebruik van RSPO-gecertificeerde palmolie in Nederland November 2010 Rijswijk www.taskforceduurzamepalmolie.nl 1. Ambitie De Nederlandse

Nadere informatie

Hoe een coalitiecampagne uitwerken om kinderarbeidvrije cacao te bevorderen?

Hoe een coalitiecampagne uitwerken om kinderarbeidvrije cacao te bevorderen? Hoe een coalitiecampagne uitwerken om kinderarbeidvrije cacao te bevorderen? Oxfam Wereldwinkels en Fairtrade Campagne Kindslavernij lust ik niet! Doelgroepen Partners: hoe elkaar versterken? En nu? Oxfam

Nadere informatie

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Maatschappelijk verantwoord beleggen Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Beleid ten aanzien van Maatschappelijk verantwoord beleggen Inleiding BPF Houthandel draagt

Nadere informatie

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Stand: september 2015 Onze visie Eenvoud, verantwoord, betrouwbaar: al meer dan 100 jaar ligt koopmanschap ten grondslag aan het succes van ALDI NORD (hierna: ALDI).

Nadere informatie

MAKE CHOCOLATE FAIR! WE VERZAMELDEN 122 826 HANDTEKENINGEN!

MAKE CHOCOLATE FAIR! WE VERZAMELDEN 122 826 HANDTEKENINGEN! MAKE CHOCOLATE FAIR! WE VERZAMELDEN 122 826 HANDTEKENINGEN! Op meer dan 400 evenementen in Europa werden 122 826 handtekeningen verzameld door een aantal Europese voedingsvakbonden en NGO s voor duurzame

Nadere informatie

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen

De leden van de beleggingscommissie. 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen NOTITIE Van Aan CC Datum Betreft Sjoerd Hoogterp De leden van de beleggingscommissie 10 januari 2011 Beleid Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Inleiding Het pensioenfonds Werk en (re)integratie (PWRI)

Nadere informatie

Duurzaamheidsverklaring

Duurzaamheidsverklaring DUURZAAMHEIDSVERKLARING Ondergetekende: [Naam Leverancier en rechtsvorm [ ], statutair gevestigd te [plaats], aan de [straat, nummer en postcode] (KvK ), hierna te noemen Leverancier, hierbij rechtsgeldig

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

Waarom engagement belangrijk is

Waarom engagement belangrijk is 1/7 Petercam Institutional Asset Management vindt drie zaken belangrijk wanneer het aankomt op Verantwoord Beleggen: 1. Belangrijke vragen stellen bij de gevolgen van onze activiteiten; 2. Een aandeelhouder

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.710578 Datum

Nadere informatie

Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen

Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen Internationaal ondernemen: maatschappelijk verantwoord met de OESO-richtlijnen omesantodomingowashingtonaddisababacaracasdaressalaamlimamanilariyadhsaopaulowarsawalgierscapetowndhakakuwaitmaputoriodejaneirosarajevovilniusammancanberra

Nadere informatie

Vattenfall Gedragscode voor leveranciers

Vattenfall Gedragscode voor leveranciers Vattenfall Gedragscode voor leveranciers Introductie Vattenfall levert energie voor de maatschappij van vandaag en draagt bij aan het energiesysteem van morgen. Bij de uitvoering van onze bedrijfsactiviteiten

Nadere informatie

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Contents P. 2 Introductie P. 2 VINCI s commitments P. 4 Leveranciers commitments P. 6 Implementatie 1 15 april 2012 Introductie Deze Code «Global Performance

Nadere informatie

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000 Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties 2 Inhoudsopgave ISO 26000: een richtlijn voor iedereen

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen In dit document wordt het Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid (MVB-beleid) van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds

Nadere informatie

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Beleid maatschappelijk verantwoord beleggen... 3 2.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid...

Nadere informatie

verantwoord beleggen

verantwoord beleggen verantwoord beleggen Verantwoord beleggen bij Delta Lloyd Delta Lloyd Groep ziet beleggen als een effectieve manier om waarde te vermeerderen, zolang dat op een verantwoorde manier gebeurt. Maar wat is

Nadere informatie

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN)

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) 6e Sustainability Congres 17 maart 2005 Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) Programma Voorstel voor ISO Guidance on Social Responsibility Resultaten eerste vergadering

Nadere informatie

Beleid tegen mensenhandel en slavernij

Beleid tegen mensenhandel en slavernij Beleid tegen mensenhandel en slavernij Inhoud Doel Bereik Beleidsverklaring onderzoek en naleving auditbeleid Verwante documenten en processen 2 B e l e i d t e g e n m e n s e n h a n d e l en s l a v

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 16 maart 2010 Betreft Intentieverklaring duurzame cacao

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 16 maart 2010 Betreft Intentieverklaring duurzame cacao > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Agroketens en Visserij Cluster Duurzame grondstofketens Prins Clauslaan

Nadere informatie

WAT MAG JE VAN EEN LEVERANCIER VERWACHTEN EN HOE BEOORDEEL JE DAT? WORKSHOP 2 Liesbeth Unger: Human Rights @ Work

WAT MAG JE VAN EEN LEVERANCIER VERWACHTEN EN HOE BEOORDEEL JE DAT? WORKSHOP 2 Liesbeth Unger: Human Rights @ Work WAT MAG JE VAN EEN LEVERANCIER VERWACHTEN EN HOE BEOORDEEL JE DAT? WORKSHOP 2 Liesbeth Unger: Human Rights @ Work 24 APRIL 2014 DE WORKSHOPS Workhop 1: Toepassing sociale voorwaarden in de praktijk Workhop

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid

Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid Maatschappelijk Verantwoord beleggen Beleid 8 januari 205 Inleiding In de Investment Policy Statement heeft SPT de volgende beleggingsovertuiging geformuleerd: Een pensioenfonds is een institutionele,

Nadere informatie

tony s chocolonely Crazy about chocolate, serious about people

tony s chocolonely Crazy about chocolate, serious about people tony s chocolonely Crazy about chocolate, serious about people Inhoud 1. Geschiedenis 2. Visie & Missie 3. Routekaart 4. Tony s & Fairtrade 5. Bean-to-Bar 6. Impact in Ghana 7. Impact in Ivoorkust 8. Chocolonely

Nadere informatie

DUURZAAMHEIDSSCAN. Ja/altijd Meestal Soms Meestal niet Nee/nooit Niet van toepassing

DUURZAAMHEIDSSCAN. Ja/altijd Meestal Soms Meestal niet Nee/nooit Niet van toepassing DUURZAAMHEIDSSCAN Hoe duurzaam is uw bedrijfsvoering? Deze duurzaamheidsscan geeft een globaal beeld van uw niveau van duurzaamheid en laat zien hoe maatschappelijk verantwoord u onderneemt in vergelijking

Nadere informatie

LEEFBAAR LOON. Loonniveau in internationale handelsketens

LEEFBAAR LOON. Loonniveau in internationale handelsketens LEEFBAAR LOON Loonniveau in internationale handelsketens 2 Werken om van te leven: in de westerse wereld is dat vanzelfsprekend. U wilt dat uw medewerkers genoeg verdienen om van te leven. Die ambitie

Nadere informatie

Duurzaam ondernemen Musea

Duurzaam ondernemen Musea Duurzaam ondernemen Musea Kunst voor bedrijfsvoering Rob van Tilburg Mei 2012 DHV 2012 All rights reserved Alleen voor intern gebruik Welkom en agenda Definitie en duiding duurzaam ondernemen Omgang bedrijven

Nadere informatie

Jaaroverzicht 2014. Verantwoord beleggen

Jaaroverzicht 2014. Verantwoord beleggen Jaaroverzicht 2014 Verantwoord beleggen u ESG: Environmental, Social, Governance ESG Council Postadres Erik Luttenberg (voorzitter) Lars Dijkstra Marieke de Leede (secretaris) Almar Rietberg Theo Nijssen

Nadere informatie

Duurzaamheidsanalyse bedrijven

Duurzaamheidsanalyse bedrijven De inspanningen van bedrijven op het vlak van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden door KBC Asset Management beoordeeld volgens een evaluatiemodel dat werd opgesteld in samenwerking

Nadere informatie

Engagement Rapport Mei 2015

Engagement Rapport Mei 2015 Engagement Rapport Mei 2015 Managementsamenvatting 2 Managementsamenvatting Dit rapport bevat een overzicht van de engagementactiviteiten die Kempen Capital Management (KCM) heeft uitgevoerd voor uw beleggingsportefeuilles

Nadere informatie

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011 Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder 14 december 2011 Overzicht presentatie Intro VGG Communicatie en organisatie GRI en Jaarbeeld CO2 en Prestatieladder Transparantiebenchmark Aanbestedingen Slide

Nadere informatie

Beleid Verantwoord Beleggen

Beleid Verantwoord Beleggen N.V. Versie: 5 Inhoudsopgave Over Aegon en Verantwoord Beleggen 3 Inleiding 3 Verantwoord Beleggen volgens Aegon 3 ESG-integratie 4 Uitvoering en verantwoording 4 Beleid Verantwoord Beleggen 5 Goed bestuur

Nadere informatie

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID

ONZE VERANTWOORDELIJKHEID ONZE VERANTWOORDELIJKHEID CORPORATE RESPONSIBILITY POLICY I Inhoud Voorwoord 1 Waardering medewerkers 2 Ketenverantwoordelijkheid 3 Behoud van natuurlijke hulpbronnen 4 Maatschappelijke betrokkenheid

Nadere informatie

Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten

Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten Verantwoord beleggen beleid Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten Inleiding Fysiotherapeuten heeft als eerste doelstelling zorg te dragen voor een goed en betaalbaar pensioen. Binnen deze fiduciaire

Nadere informatie

Voorwoord. Patrick Mol Managing partner

Voorwoord. Patrick Mol Managing partner Voorwoord In 2011 ondertekende Wealth Management Partners (WMP) zowel de United Nations Principles for Responsible Investments (UNPRI) als de UN Global Compact (UNGC). Dit was voor ons de stimulans om

Nadere informatie

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam bij small cap ondernemingen Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen Agenda De rol van aandeelhouders Betrokken aandeelhouderschap

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid SPMS en Maatschappelijk Verantwoord Beleggen In dit document wordt het Maatschappelijk Verantwoord Beleggingsbeleid (MVB-beleid) van Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten (SPMS) uiteengezet. Dit

Nadere informatie

MVO volgens : een ISO26000 zelfverklaring

MVO volgens : een ISO26000 zelfverklaring MVO volgens : een ISO26000 zelfverklaring 1 Waarom MVO? Moeten: Horen: Lonen: gedrag af MVO handelen wordt afgedwongen MVO handelen o.b.v. vrijwilligheid (morele motivatie) De markt beloont MVO en straft

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 2015

Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 2015 Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 5 Palmolie wordt verwerkt in meer dan de helft van de producten die te koop zijn in de supermarkt. Daarmee is het de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld.

Nadere informatie

Kinderrechten in de toerismesector

Kinderrechten in de toerismesector Kinderrechtentop 20 november 2014 Ronde Tafel Discussie Kinderrechten in de toerismesector Organisatoren: UNICEF, Defence for Children-ECPAT, Universiteit Leiden, The Danish Institute for Human Rights,

Nadere informatie

10 oktober 2014. Beleid Verantwoord Beleggen

10 oktober 2014. Beleid Verantwoord Beleggen 10 oktober 2014 Beleid Verantwoord Beleggen Beleid Verantwoord Beleggen SPW Verantwoord beleggen is voor SPW een belangrijk onderdeel van de beleggingsfilosofie en een integraal onderdeel van de beleggingsbeginselen.

Nadere informatie

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam bankieren bij ABN AMRO ABN AMRO levert een scala aan producten en diensten aan particuliere, private

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA 's-gravenhage Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag Directie Arbeidszaken Publieke Sector Arbeidsvoorwaarden en Overleg

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z07205 Datum 4 mei 2015

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 3312 Vragen van de leden

Nadere informatie

Vergelijking van drie koffie labels:

Vergelijking van drie koffie labels: Vergelijking van drie koffie labels: Fairtrade Rainforest Alliance UTZ Certified Juli 2010 1 Vergelijkende tabel voor koffielabels 1 Beheerder Startpunt/ Concept Fairtrade Rainforest Alliance UTZ CERTIFIED

Nadere informatie

MVO gedragscode gavilar B.V.

MVO gedragscode gavilar B.V. PAGINA 1 MVO gedragscode B.V. Documentgegevens Bedrijf Adres Opgesteld Gecontroleerd Akkoord : B.V. : Kamerlingh Onnesweg 63, 3316 GK Dordrecht : R. ten Hove : QHSE-coördinator : P. Klijs : Operations

Nadere informatie

Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 2015

Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 2015 Duurzaam geproduceerde palmolie: de norm in 5 Palmolie wordt verwerkt in meer dan de helft van de producten die te koop zijn in de supermarkt. Daarmee is het de meest gebruikte plantaardige olie ter wereld.

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Van verbruik naar gebruik Pagina 1 van 5 Inleiding: Voor u ligt het MVO beleid van ABIRD Industrial Rental Services. Maatschappelijk Verantwoord en Duurzaam

Nadere informatie

Kinderrechten in de toerisme sector. #Kinderrechtentop

Kinderrechten in de toerisme sector. #Kinderrechtentop Kinderrechten in de toerisme sector Sector wijde impact assessment van de toerisme sector in Myanmar Door Myanmar Centre for Responsible Business: Neutraal platform voor dialoog over MVO tussen bedrijven,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.667199 Uw

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds

Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds INTRODUCTIE Het Verantwoord Beleggingsbeleid van Ahold Pensioenfonds Ahold Pensioenfonds (APF) belegt op lange termijn en wereldwijd. Als belegger heeft APF de taak om het beste resultaat te behalen in

Nadere informatie

Internationaal Cacao-Inkoopbeleid

Internationaal Cacao-Inkoopbeleid nternationaal Cacao-nkoopbeleid Stand: juli 2015 Onze visie Eenvoud, verantwoord, betrouwbaar: al meer dan 100 jaar ligt koopmanschap ten grondslag aan het succes van ALD Nord (hierna: ALD). Een belangrijke

Nadere informatie

MVO actieplan HKV 2015-2016

MVO actieplan HKV 2015-2016 MVO actieplan HKV 2015-2016 November 2015 November 2015 MVO actieplan HKV Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Onze MVO doelen en actiepunten... 5 3 Implementatie, review en communicatie... 8 4 Verantwoording...

Nadere informatie

MVO. MVO Prestatieladder. Ondernemen met oog voor balans tussen 3- P s. People Planet Profit. MVO kan bijdragen om deze balans te vinden.

MVO. MVO Prestatieladder. Ondernemen met oog voor balans tussen 3- P s. People Planet Profit. MVO kan bijdragen om deze balans te vinden. MVO meetbaar gemaakt Themabijeenkomst VNO NCW 22 november 2010 MVO-Prestatieladder MVO Ondernemen met oog voor balans tussen 3- P s People Planet Profit MVO kan bijdragen om deze balans te vinden Wat valt

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Ministerie van Buitenlandse Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Datum 19 november

Nadere informatie

Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid. Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015

Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid. Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015 Hoe Triodos bedrijven selecteert op duurzaamheid Presentatie voor TNM- werkgroep fondsen Ton Rennen, 25 Augustus 2015 Inhoud Selectie van bedrijven Onderzoeksproces in vogelvlucht Bedrijven met duurzame

Nadere informatie

Jaaroverzicht 2013. Verantwoord beleggen

Jaaroverzicht 2013. Verantwoord beleggen Jaaroverzicht 23 Verantwoord beleggen u ESG: Environmental, Social, Governance ESG Council Postadres Erik Luttenberg (voorzitter) Lars Dijkstra Marieke de Leede (secretaris) Almar Rietberg Ulrike Beyrich

Nadere informatie

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 Inhoudsopgave INLEIDING... 3 DOEL VAN DE MANUCHAR GEDRAGSCODE... 3 TOEPASSINGSGEBIED... 3 TOEZICHT OP DE NALEVING... 3 GEDRAGSCODE... 4 RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 NALEVING

Nadere informatie

OVEREENKOMST TUSSEN. SECURITAS AB (publ) UNION NETWORK INTERNATIONAL DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS (SWEDISH TRANSPORT WORKERS UNION) OVER

OVEREENKOMST TUSSEN. SECURITAS AB (publ) UNION NETWORK INTERNATIONAL DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS (SWEDISH TRANSPORT WORKERS UNION) OVER Gelieve er nota van te nemen dat dit een vertaling is van een origineel document in het Engels. OVEREENKOMST TUSSEN SECURITAS AB (publ) EN UNION NETWORK INTERNATIONAL EN DE ZWEEDSE UNIE VOOR TRANSPORTWERKERS

Nadere informatie

Delta Lloyd Asset Management. Themapaper Myanmar. 10 juli 2012

Delta Lloyd Asset Management. Themapaper Myanmar. 10 juli 2012 Delta Lloyd Asset Management Themapaper Myanmar 10 juli 2012 Myanmar in ontwikkeling Onstuimige geschiedenis Myanmar, voorheen Birma, is een van oorsprong boeddhistische staat, ingeklemd tussen China,

Nadere informatie

PostNL Business Principles

PostNL Business Principles 3 december 2014 PostNL N.V. PostNL Business Principles Raad van Bestuur Auteur Director Audit & Security Titel PostNL Business Principles Versie 1.1 Dit document is een vertaling van de Engelstalige versie.

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wint aan terrein in het bedrijfsleven en in de samenleving als geheel. Het verwachtingspatroon

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE. Begeleidend Document. bij het Voorstel voor een

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE. Begeleidend Document. bij het Voorstel voor een COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.10.2008 SEC(2008) 2616 WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE Begeleidend Document bij het Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Nadere informatie

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 1 Planet The world is flat 2 People 3 Wereldbevolking: 6.541.920.085 (per

Nadere informatie

Gedragscode. SCA Gedragscode

Gedragscode. SCA Gedragscode SCA Gedragscode 1 Gedragscode SCA Gedragscode SCA wil op sociaal- en milieutechnisch verantwoorde wijze omgaan met haar belanghebbenden en op basis van respect, verantwoordelijkheid en uitmuntendheid een

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep drugshandel Ontwerp-aanbeveling van de Raad over de noodzakelijke

Nadere informatie

natuurlijke oorsprong

natuurlijke oorsprong PALMOLIE Palmolie is de meest gebruikte plantaardige olie in de wereld en een belangrijke bron van vetten in onze voeding. Palmolie is een ingrediënt in margarines, koekjes en ijs, maar ook in non-food

Nadere informatie

Publieke verwachtingen (1) Grote ondernemingen zouden moeten op zodanige wijze moeten opereren dat hun producten het milieu niet schaden 81%

Publieke verwachtingen (1) Grote ondernemingen zouden moeten op zodanige wijze moeten opereren dat hun producten het milieu niet schaden 81% GLOBAL SERVICE / INDUSTRY KPMG GLOBAL SUSTAINABILITY SERVICES Duurzaam vermogensbeheer vanuit het perspectief van overheden Utrecht, Karel V, 18 december 2006 ADVISORY Floris Lambrechtsen Agenda Doel van

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoorde Ketens. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52804

Maatschappelijk Verantwoorde Ketens. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52804 Auteurs Saskia Kamps ; Laatst gewijzigd 27 August 2014 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52804 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING

DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING DATUM: 17 MAART 2014, VERSIE: 2.0 LEVERANCIERSVERKLARING 1 / 5 Geachte leverancier, Sapa is een gediversifieerd industrieconcern dat wereldwijd actief is. Sapa s waarden en onze cultuur van duurzame ontwikkeling

Nadere informatie

Duurzaam inkopen betekent dat sociale en milieuaspecten door organisaties in aanmerking worden genomen in hun beleid ten aanzien van toeleveranciers.

Duurzaam inkopen betekent dat sociale en milieuaspecten door organisaties in aanmerking worden genomen in hun beleid ten aanzien van toeleveranciers. 1 INLEIDING Duurzaam inkopen betekent dat sociale en milieuaspecten door organisaties in aanmerking worden genomen in hun beleid ten aanzien van toeleveranciers. Duurzaam inkopen is een actueel thema binnen

Nadere informatie

Viertal pijlers voor verantwoord beleggen

Viertal pijlers voor verantwoord beleggen Achmea Beleggingsfondsen Beheer BV (Achmea Beleggingsfondsen) is beheerder van meerdere beleggingsinstellingen van Achmea en voert daarvoor een verantwoord beleggingsbeleid. In dit document wordt het Verantwoord

Nadere informatie

Voor een beter milieu.

Voor een beter milieu. Voor een beter milieu. Milieubewust ondernemen, in uw voordeel De zorg voor een beter klimaat zit Berendsen in de genen. We willen onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk houden, en daarom leveren

Nadere informatie

Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders?

Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders? Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders? Carolus van de Ven Hoofd vermogensadvies 18 december 2006 Agenda - Definitie duurzaam beleggen - Hoofdvormen - Historie / Huidige situatie - Corporate

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds)

Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds) Beleggingsstatuut Longfonds (voorheen Astma Fonds) April 2012 Inhoud 1. Algemeen...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Wet- en regelgeving...3 2. Financiële middelen...3 2.1 Algemeen...3 2.2 Schulden en reserves...4

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective Editors: J.J.A. Hamers CA. Schwarz B.T.M. Steins Bisschop Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective INTERSENTIA METRO TABLE OF CONTENTS Woord

Nadere informatie

Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant

Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant Actiepunten energiebedrijven m.b.t. uitvoering van het kolenconvenant Het kolenconvenant zoals het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de energiebedrijven E.ON, EPZ, Essent, NUON en GDF Suez dat hebben

Nadere informatie

Amsterdam, 30 juli 2004. Onderwerp: Vragenlijst diamanten. Beste vrijwilliger,

Amsterdam, 30 juli 2004. Onderwerp: Vragenlijst diamanten. Beste vrijwilliger, Amsterdam, 30 juli 2004 Onderwerp: Vragenlijst diamanten Beste vrijwilliger, Prins Hendrikkade 33 Postbus 10707 1001 ES Amsterdam T: +31 (0) 20 520 62 10 F: +31 (0) 20 520 62 49 I: www.niza.nl We zijn

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance

Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en Corporate Governance Uitgave mei 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds SABIC, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds

Nadere informatie

Kinderarbeid Kinderarbeid de wereld uit. November 2008

Kinderarbeid Kinderarbeid de wereld uit. November 2008 Kinderarbeid Kinderarbeid de wereld uit November 2008 Kinderarbeid is een onderwerp dat heftige reacties oproept, zowel bij politici als bij consumenten. Het is voor iedereen duidelijk dat kinderen niet

Nadere informatie

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn Zet goede bedoelingen om in goede acties Ingeborg Boon NEN met dank aan Hans Kröder 1 Europees: 30 leden Wereldwijd: 159 leden ruim 60 jaar 18.000 publicaties Missie:

Nadere informatie

b) "Internationaal logo", het in de VS gedeponeerde certificeringsmerk dat is omschreven in bijlage A en eigendom is van het US EPA;

b) Internationaal logo, het in de VS gedeponeerde certificeringsmerk dat is omschreven in bijlage A en eigendom is van het US EPA; bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB CE 274 van 28/09/99 OVEREENKOMST tussen de regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Gemeenschap over de coördinatie van programma's

Nadere informatie

Nut en noodzaak van gecertificeerde duurzame viskweek

Nut en noodzaak van gecertificeerde duurzame viskweek Certificering viskweek Nut en noodzaak van gecertificeerde duurzame viskweek Presentatie op 30 november 2006 voor Nederlands Genootschap voor Aquacultuur Door: John Oosterhuis Kwaliteitsmanager Albert

Nadere informatie

Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011

Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011 Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1. Interpretatie van de grafieken 4 1.2. Leeswijzer 4 2. De aard van de gebruikte

Nadere informatie

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Ketenaanpak en -verantwoordelijkheid > Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Doel: boeren ondersteunen bij de impact van klimaatverandering en ontbossing tegen te gaan. Ons klimaat verandert

Nadere informatie

1. ALGEMENE RICHTLIJNEN

1. ALGEMENE RICHTLIJNEN Beleggingsstatuut JULI 2015 1. ALGEMENE RICHTLIJNEN 1.1. Statutaire doelstelling De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, zich beroepend op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, stelt

Nadere informatie

Inkopen en de sociale impact over de grens

Inkopen en de sociale impact over de grens Inkopen en de sociale impact over de grens Thea Smid-Verheul, gemeente Amersfoort Jaap Stokking en Shirley Justice Namens Programmadirectie DI, Ministerie VROM 27 sept 2010 Programma workshop Starring:

Nadere informatie

ING Private/Business Banking

ING Private/Business Banking ING Private/Business Banking Workshop Duurzaam Beleggen Congres Grip op je Vermogen 5/6 oktober 2012, Den Haag Jan van Hoven, consultant Susanne van de Wateringen, senior analist 1 Welkom op planeet Aarde

Nadere informatie

Ad Hoc rapportage of constante sturing. Presentatie door: Paul Brands Regional Account Executive

Ad Hoc rapportage of constante sturing. Presentatie door: Paul Brands Regional Account Executive 1 Ad Hoc rapportage of constante sturing Presentatie door: Paul Brands Regional Account Executive Agenda 2 Wie zijn wij? Duurzaam ondernemen / Informatie voorziening. Veranderende inzichten. Knelpunten

Nadere informatie