RAJECT AAR WERK NALFABETE NDERSTALIGEN. Els Maton Bert Aerts

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAJECT AAR WERK NALFABETE NDERSTALIGEN. Els Maton Bert Aerts"

Transcriptie

1 RAJECT AAR WERK NALFABETE NDERSTALIGEN Els Maton Bert Aerts

2

3 Inhoudstafel 1. Inleiding Theoretisch kader rond geïntegreerde scholing en laaggeletterde anderstaligen Kenmerken van een geïntegreerd scholingsmodel Een combinatie van algemene vaardigheden, taalgericht vakonderwijs en praktijkervaring Samen verantwoordelijk voor het volledige traject Kritische evaluatie van doelen, inhoud, materialen en werkvormen Een directe link met de eisen van de arbeidsmarkt Mogelijke onderdelen van een geïntegreerd scholingstraject Laaggeletterde anderstaligen Analfabeten of laaggeletterden? Laaggeletterde anderstaligen: een heterogene groep Een aantal gemeenschappelijke kenmerken Geïntegreerde opleidingstrajecten voor laaggeletterde anderstaligen De huidige opleidingsmogelijkheden voor laaggeletterde anderstaligen Geïntegreerde scholing: een haalbaar model voor laaggeletterde anderstaligen Voorwaarden om te starten met een geïntegreerde opleiding Overleg en samenwerking Individuele trajectbegeleiding / cursistenbegeleiding/arbeidsbemiddeling Voldoende financiële middelen Doelen, inhouden en organisatie van de verschillende opleidingsonderdelen Inleiding Overkoepelende doelen die in alle onderdelen terug komen Een specifiek voortraject taal en andere algemene vaardigheden Loopbaanoriëntatie De geïntegreerde beroepsopleiding De methodiek en rol van de verschillende begeleiders De taaldocent Casus brood bakken De taalklas, een krachtige leeromgeving Een specifieke doelgroep vraagt een specifieke aanpak Ter inspiratie: een overzicht van werkvormen op maat van laaggeletterde, zeer laagtaalvaardige cursisten De vakdocent Inleiding: Nederlands leren door taal in alle vakken Toegankelijke lessen door een stevige lesopbouw Begrijpelijk taalaanbod, context en taalsteun Optimale spreekkansen voor laagtaalvaardige cursisten Besluit Literatuurlijst Bijlagen

4 VOORWOORD In het kader van de decreten Inburgering - Inwerking ontwikkelt de VDAB begeleidingstrajecten op maat van anderstalige ingeschreven werkzoekenden. Na verloop van tijd voelden wij, net als onze betrokken partners de nood aan een aangepast en aanvaardbaar traject naar werk voor analfabete anderstaligen. Deze voor Antwerpen toch wel grote groep stond voor een lang taaltraject met weinig perspectief op een passende begeleiding naar werk. Maatwerk en een andere aanpak waren hier aangewezen. Binnen bepaalde nationaliteitsgroepen kunnen sommige analfabete anderstaligen een beroep doen op een eigen netwerk en raken zo na een poos toch aan de slag. Voor velen gaat dit echter niet op. Ofwel beschikken ze niet over een dergelijk netwerk, ofwel ontbreken de arbeidsattitudes, sleutelvaardigheden en/of technische competenties. Voor de VDAB was hier dus zeker een opdracht weggelegd. Analfabete anderstaligen vinden in hun land van herkomst gemakkelijker een job dan in Vlaanderen. Ze gaan zonder veel problemen aan de slag in de bouw, verkoop, onderhoud, productiearbeid, als bus- of vrachtwagenchauffeur. Vaak beschikken ze over tal van vaardigheden en competenties. In onze samenleving krijgen ze echter meteen de status van ongeletterde en vinden ze veel moeilijker toegang tot de arbeidsmarkt. Voor deze werkzoekenden is dit een heel moeilijke situatie. Wij denken bij laaggeletterdheid en analfabetisme al snel aan mensen die het Staatsblad niet kunnen lezen of niet over de nodige IT-vaardigheden beschikken. Bij de doelgroep analfabete anderstaligen hebben we het echt over absoluut analfabetisme. Het gaat hier om burgers die enkel en alleen mondeling communiceren. Zij leren al doende. Het komt er dus op aan om hun begeleiding en opleiding zo concreet mogelijk te maken, en hen op die manier klaar te stomen voor onze arbeidsmarkt. In navolging van het Equal-project in Mechelen en onder coaching van docenten van de Karel de Grote Hogeschool zijn consulenten, trajectbegeleiders en instructeurs van de VDAB in Antwerpen erin geslaagd om een aangepast, korter en intensiever opleidingstraject uit te tekenen voor de sectoren bouw, groen, horeca en professionele schoonmaaktechnieken. Dat het resultaat gunstig was, kwam er mede dankzij de partnerschappen die in het kader van dit project werden opgezet. Een samenwerking die als bijzonder constructief en positief ervaren werd. Het voorwoord zou dan ook meer dan onvolledig zijn zonder een woord van dank aan Levanto vzw, Werkvormm vzw, het Centrum voor Basiseducatie Antwerpen, het Onthaalbureau stad Antwerpen en de VDAB-medewerkers van de dienst Inwerking en de Competentiecentra. De docenten van de Karel de Grote Hogeschool, die naast de coaching ook opleiding verzorgden voor consulenten, trajectbegeleiders en instructeurs, speelden een cruciale, noodzakelijke en bijzonder waardevolle rol. Graag dank aan allen. 2

5 Het project toonde tevens aan dat voor bepaalde cursisten, intensieve duale trajecten tot een gunstig resultaat kunnen leiden en dit heeft ons blij verrast. Het project had uiteindelijk als doel, kortere en haalbare trajecten te realiseren. De expertise van de docenten van het Centrum voor Basiseducatie en van de medewerkers van het Huis van het Nederlands werd ingezet om te bepalen wie al dan niet in een intensief traject kon instappen. Dat vaktechnische opleidingen bij de VDAB en zijn partners de deuren openden voor cursisten die nog geen taalniveau A1 behaalden, is nieuw. Op de opleiding Professionele Schoonmaak Technieken in Mechelen na, had niemand al enige ervaring. Alle instructeurs hebben deze uitdaging met het nodige enthousiasme aangevat en met verve vervuld. Het project Traject naar werk voor anderstalige analfabeten kan gezien worden als de start van een maatgerichte aanpak voor een bijzonder kwetsbare groep van werkzoekenden. Voor de toekomst zien we nog een aantal grote uitdagingen. Zo willen we in 2010 evolueren van duale naar geïntegreerde, intensieve opleidingstrajecten. Basis-Nederlands, vaktechnisch Nederlands en de beroepsopleiding op één opleidingsvloer met één team van instructeurs dat permanent afstemt op het traject naar werk van de cursist. Daarnaast willen we ook werken aan een bemiddelingsfase, waarin de jobcoaches een cruciale rol vervullen en waar we ten volle inzetten op een tewerkstelling in het normaal economisch circuit, al dan niet voorafgegaan door een werkstage en/of IBO met taalondersteuning. Tot slot is er nood aan samenwerking met de welzijnssector, omdat voor een deel van de doelgroep bepaalde problemen op korte termijn een begeleidingstraject naar werk in de weg staan. Het draaiboek is naar de hand van de docenten coaches van de Karel de Grote Hogeschool en is een vertaling van het pilootproject van de VDAB in Antwerpen en zijn partners. Het is een mooi en bruikbaar werkinstrument geworden met als doel ervaringen, tips, mogelijke valkuilen en tools om die te ontwijken te delen met al wie in Vlaanderen, binnen of buiten de VDAB, aan de slag wil gaan met analfabete anderstalige werkzoekenden om hen te begeleiden naar duurzame tewerkstelling. We hopen dat het boek ook als inspiratie kan dienen voor al wie werkt met specifieke doelgroepen. Dit boek is zeker niet af en zal nog meer dan één vervolg krijgen. Regiorealiteiten, doelgroepverschillen, nieuwe samenwerkingsverbanden, experimenten met methodieken en verschillende aanpakken zullen hier zeker toe bijdragen. We kijken er alvast naar uit! Luc Hostens directeur VDAB-Antwerpen Ann Vroonen directeur compententiecentra Antwerpen Dit project werd mogelijk gemaakt dankzij de financiële steun van de Stad Antwerpen en de VDAB. 3

6 1. Inleiding In het Vlaamse regeerakkoord van juli 2009 lezen we het volgende: In het kader van het inwerkingsdecreet wordt voor analfabete inburgeraars werk gemaakt van een specifiek traject met een professioneel perspectief (De Vlaamse regering, 2009, p. 74). Een statement dat het werkveld alleen maar kan toejuichen. Analfabete inburgeraars of laaggeletterde anderstaligen (de term die we in deze publicatie hanteren) zijn anno 2009 maar met mondjesmaat te vinden in de vele beroepsopleidingen voor kansengroepen. De instapdrempel van de bestaande opleidingen is op het vlak van algemene vaardigheden bij de grote meerderheid veel te hoog voor deze specifieke doelgroep. Nochtans telt Vlaanderen heel wat laaggeletterde anderstaligen. (Ter illustratie: in 2007 startten cursisten in een aanbod NT2 voor analfabeten in de centra voor basiseducatie. In 2008 waren dat cursisten 1 ). En door een striktere opvolging van de werklozen via het inwerkingsdecreet worden ook de VDAB-centra in hun loopbaanoriëntatie meer en meer geconfronteerd met anderstaligen die onvoldoende kunnen lezen en schrijven. Zolang er echter geen beroepsopleidingen zijn die zich specifiek richten naar deze doelgroep kunnen deze mensen enkel georiënteerd worden naar algemene taaltrajecten in de centra voor basiseducatie. Het taalverwervingsproces verloopt bij deze groep echter heel wat trager dan bij mensen die wel vlot kunnen lezen en schrijven. Ook de sleutelcompetenties hebben zij onvoldoende verworven. Zelfs met grote inspanningen zal het traject daar een aantal jaren duren om het instapniveau te behalen voor een bepaalde beroepsopleiding. De nood aan specifieke trajecten met professioneel perspectief voor laaggeletterde anderstaligen is dus heel reëel. Voorlopig is het echter nog wachten op concrete acties door de overheid. Ondertussen zijn er in Vlaanderen reeds een aantal initiatieven genomen om dergelijke trajecten op te zetten. Een eerste initiatief werd genomen in Mechelen in In een samenwerking tussen het Centrum voor Basiseducatie, de VDAB, het onthaalbureau en een privétewerkstellingsorganisatie, en onder leiding van Karel de Grote-Hogeschool realiseerden deze organisaties een modeltraject en werkten ze hiervoor een specifieke methodiek uit. Het project werd financieel mogelijk gemaakt met middelen van Equal, het transnationale programma van het Europees Sociaal Fonds. In navolging van dit project nam de VDAB in Antwerpen het initiatief om met eigen middelen en in samenwerking met de betrokken organisaties trajecten uit te werken voor vier sectoren, met name Bouw, Horeca, PST en Groen 3. De Karel de Grote-Hogeschool werd aangesproken om de instructeurs te coachen en een draaiboek uit te schrijven. Dit draaiboek ligt nu voor u. De auteurs van dit draaiboek hebben beiden in de twee bovenvermelde projecten een actieve rol gespeeld. Met het draaiboek willen we de opgebouwde expertise en ervaringen doorgeven aan anderen die een gelijkaardig traject willen starten. U vindt hier geen concrete beschrijving van bestaande projecten maar wel een aantal stappenplannen om de doelen, inhouden en organisatie van het traject vorm te geven (zie hoofdstuk 4). Uit de ervaring met bovenstaande projecten hebben we geleerd wat essentiële voorwaarden zijn om een succesvol traject te realiseren (zie hoofdstuk 3). Het model van geïntegreerde scholing is niet nieuw. Het wordt reeds van in de jaren 90 door verschillende instanties gepromoot en er zijn heel wat voorbeelden van dergelijke trajecten voor gealfabetiseerde anderstaligen. In hoofdstuk 2 schetsen we nog eens dit theoretisch kader en linken we het kader aan de specifieke kenmerken van laaggeletterde anderstaligen om tot de conclusie te komen dat dit model uitermate geschikt is voor deze specifieke doelgroep. In hoofdstuk 5 teslotte geven we didactische wenken aan docenten die de trajecten concreet vorm moeten geven, met name de vakdocenten en taaldocenten. 1 Bron: inspectie voor de basiseducatie. 2 Dit project kreeg als naam Analfabeten ingeburgerd aan het werk 3 Dit project kreeg als naam Traject naar werk voor analfabete anderstaligen 4

7 2. THeoretisch kader rond geïntegreerde scholing en laaggeletterde anderstaligen Het concept van geïntegreerde scholing is niet nieuw. Het werd eerder door anderen bedacht en ontwikkeld. De specificiteit van de doelgroep van laaggeletterde anderstaligen werd eveneens al in eerdere publicaties beschreven. In de methodiekbeschrijving van het Equal-project Analfabeten ingeburgerd aan het werk (Aerts, Maton, & Menten, 2008) werd de koppeling gemaakt tussen de methodiek van geïntegreerde scholing en de doelgroep van laaggeletterde anderstaligen. Dit theoretisch kader is het vertrekpunt van deze publicatie. We hebben het daarom overgenomen en beperkt aangepast. 2.1 Kenmerken van een geïntegreerd scholingsmodel Een combinatie van algemene vaardigheden, taalgericht vakonderwijs en praktijkervaring. Praktijkervaring Vakscholing Algemene vaardigheden Zoals in het schema hierboven wordt aangeduid, is de kern van een geïntegreerd scholingsmodel dat de volgende drie componenten in één aansluitend programma en parallel aangeboden worden en op elkaar afgestemd worden. (Bolle, 2001 ) Zowel het taalonderwijs als het onderwijs in algemene vaardigheden (vb. sociale en cognitieve vaardigheden, attitudes, rekenen, ) worden afgestemd op een welbepaald vakgebied of functioneringsgebied. Het onderwijs in specifieke kennis en vaardigheden in functie van een beroep (vaktechnische scholing) is qua taalniveau laagdrempelig en past zijn methodiek aan zodat er ook in die (vak)lessen aan taalondersteuning gedaan wordt. De cursisten functioneren ondertussen al in een praktijksituatie, waardoor zelfs de lessen in algemene en specifieke kennis en vaardigheden een concrete betekenis krijgen. Tevens is deze praktijksituatie een concrete leersituatie waar de algemene en specifieke kennis en vaardigheden geoefend worden. Het zijn de vaklessen, praktijksituaties en simulaties die in een geïntegreerd traject de taalleeromgeving 5

8 vormen. De context van het vak en het taalgebruik op de werkvloer staan centraal bij het leren van de Nederlandse taal en andere algemene vaardigheden. Verder zijn er nog een aantal kenmerken te noemen waarmee in een goed traject rekening gehouden wordt: - Het instapniveau NT2 wordt zo laag mogelijk gehouden. Het uitgangspunt is immers dat de taal in een geïntegreerd traject op een efficiëntere manier geleerd wordt dan in een voortraject waar nog geen koppeling gemaakt wordt met de vakspecifieke kennis en vaardigheden en de praktijksituaties. - De taal is een middel en geen doel op zich. De doelstellingen liggen op het terrein van participatie, zelfredzaamheid, educatieve en professionele vaardigheden. De taalvaardigheid dient daarom ook onmiddellijk gekoppeld te worden aan deze specifieke vaardigheden. - In de specifieke vakcomponent gaat ook veel aandacht naar het ontwikkelen van de taalvaardigheid. Dit gebeurt onrechtstreeks door cursisten te stimuleren om veel met taal te doen en veel te praten met elkaar en met hun begeleider over hun concrete werkzaamheden en opdrachten. Anderzijds moet de vakinhoudelijke overdracht begrijpelijk gehouden worden. - Als het gaat om een beroepsopleiding veronderstelt dit model dat de beroepskeuze zo snel mogelijk gemaakt wordt. Loopbaanoriëntatie dient dus zo snel mogelijk aangeboden te worden. - De leerstof wordt zo veel mogelijk geordend rond praktijksituaties zodat de talige component en de vaktechnische component door handelingen en concrete situaties ondersteund worden. De voordelen van een dergelijke aanpak zijn: - een toespitsing op die kennis en vaardigheden die de leerder daadwerkelijk nodig heeft; - een versterking van de motivatie van de cursist, die snel met de geleerde vaardigheden in een educatieve, professionele of maatschappelijke context aan de slag kan; - een grote toename van de efficiëntie van opleidingen, werksituaties en maatschappelijke participatie door daadwerkelijk te werken aan die vaardigheden die cursisten nodig hebben om zodoende de leerweg te verkorten; - een vergroting van de effectiviteit van het onderwijs, door expliciet in het programma een koppeling te maken met praktijksituaties Samen verantwoordelijk voor het volledige traject De verantwoordelijkheid voor het taalaanbod, de algemene vaardigheden en attitudes ligt in een geïntegreerd traject niet alleen bij de taaldocenten, maar in grote mate ook bij de vakdocenten, praktijkopleiders en begeleiders. Zij worden allen geacht op verschillende fronten samen te werken. Deze samenwerking is essentieel voor het welslagen van het traject. Vak- en taaldocenten en praktijkbegeleiders moeten eveneens in de gaten houden of de communicatie op de werkvloer en de overdracht van de vakkennis begrijpelijk genoeg is. De zelfredzaamheid van de anderstalige cursisten staat daarbij voorop. In de leeromgeving moeten voldoende hulpmiddelen zijn om problemen in eerste instantie zelf op te lossen. Om dit te kunnen realiseren is overleg tussen de begeleiders een conditio sine qua non. In dit overleg dienen de programma s inhoudelijk op elkaar afgestemd te worden en kunnen de begeleiders vanuit hun eigen expertise elkaar ondersteunen (vakdocenten kunnen hun vak verduidelijken bij de taaldocent en die kan op zijn beurt tips geven hoe de vaktechnische opleiding talig meer toegankelijk gemaakt kan worden). Er kan eveneens een inhoudelijke uitwisseling plaatsvinden over ervaringen met methodieken en werkvormen en ook kunnen de vorderingen van cursisten aan elkaar uitgewisseld worden en besproken. Er moet immers op alle fronten tijdig ingegrepen worden op storingen in het proces van de cursisten. 6

9 2.1.3 Kritische evaluatie van doelen, inhoud, materialen en werkvormen Het loslaten van het zogenaamde stapelmodel waarin vaardigheden na elkaar aangeleerd worden (eerst taal, dan een vakopleiding, teslotte werkervaring) heeft een aantal consequenties. Cruciaal hierbij is dat alle onderdelen onmiddellijk gekoppeld worden aan de uitstroom, aan concrete praktijksituaties en aan de eisen van de arbeidsmarkt. Alle programmaonderdelen dienen zich daarom te bezinnen over de doelen en de inhoud. Sluiten die effectief aan bij de eindtermen van de opleiding en de beginsituatie van de cursisten? Een ander belangrijk gegeven is dat cursisten op een lager taalniveau instromen in (de praktijk van) het vakonderwijs. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de manier waarop het taal- en vakonderwijs ingericht wordt. Het naar voren halen van de praktijk betekent ook een herbezinning op de didactiek, lesmaterialen en toetsvormen. Laagtaalvaardige cursisten moeten immers de kans krijgen de geboden lesstof te begrijpen, toe te passen en te onthouden. Taalgebruik en vakleer moeten in eerste instantie concreet en gestructureerd zijn. De (taal)docent moet tijd en kennis van zaken hebben om acute taalproblemen op te lossen. Ook cursisten moeten de mogelijkheid hebben om met elkaar of met collega s te overleggen en samen oplossingen te vinden. Concrete referentiepunten, een gestructureerd (taal)aanbod, directe taalondersteuning en samenwerkingsmogelijkheden zijn essentieel Een directe link met de eisen van de arbeidsmarkt Dat een opleidingsinstantie ervoor kiest om anderstaligen zo snel mogelijk te laten instromen in een beroepsopleiding betekent niet dat mensen zonder meer en zo snel mogelijk de werkvloer opgestuurd moeten worden. De verleiding voor werkzoekende anderstaligen om al snel aan het werk te gaan ver onder hun functioneringsniveau, uit noodzaak om geld te verdienen, is groot. Beroepsopleidingen die geïntegreerde trajecten opzetten, zouden dit als een opportuniteit moeten gebruiken om zo gericht mogelijk op te leiden en al van bij het begin een groot gedeelte van de opleiding op het werk te laten plaatsvinden. Met andere woorden, met behulp van een geïntegreerd traject kunnen werkgevers aan stagiairs en arbeidskrachten komen, die tegelijkertijd nog opleiding krijgen en hun taal verbeteren. Anderstalige werkzoekenden kunnen, gesteund door de beroepsopleidingen, van een mogelijks toekomstige werkplek een leerplek maken. 7

10 2.1.5 Mogelijke onderdelen van een geïntegreerd scholingstraject In de publicatie Taalgericht naar Werk van het Huis van het Nederlands Antwerpen (Linguapolis, UA, Huis van het Nederlands, s.a.) werden de mogelijke onderdelen van een geïntegreerd scholingstraject met expliciete aandacht voor de taalverwerving als volgt beschreven: Talige beroepsgerichte voortrajecten Talige beroepsgerichte voortrajecten zijn specifieke talige trajecten die plaats vinden vóór het eigenlijke geïntegreerde traject. De bedoeling van dit voortraject is het niveau van het Nederlands hoog genoeg te maken zodat de cursisten daarna de instructies van de vakdocent voldoende kunnen volgen, de schriftelijke cursus of werkboeken kunnen gebruiken en zich voldoende kunnen uitdrukken om uitleg te vragen of zelf uit te leggen waarom ze iets op een bepaalde manier gedaan hebben. Het verschil met een algemene taalcursus is dat de inhoud van een dergelijk voortraject al toegespitst is op de vakopleiding of beroepssector die men nadien gaat volgen. Dit is motiverend voor de cursisten en veel doelgerichter. Zij verhogen hun taalniveau via voor hen relevante contexten. Zij leren die woordenschat en taalhandelingen die zij nadien in de beroepsopleiding en de praktijk nodig zullen hebben. Het voortraject hoort bij de eigenlijke beroepsopleiding en wordt best zo kort mogelijk gehouden, omdat de combinatie van taalopleiding en beroepsopleiding meer voordelen biedt dan een opeenvolging van deze onderdelen. Het is dan ook noodzakelijk dat cursisten al een beroepskeuze gemaakt hebben. Het eindniveau van die talige vooropleiding wordt bepaald door de beroepsopleiding: welke talige eisen stelt de vakdocent? Is de vakdocent in staat om taalgericht vakonderwijs te geven? (zie verder) In hoeverre verwacht de vakdocent dat de cursisten zelfstandig gebruik kunnen maken van schriftelijke instructies? Wordt er in de vakopleiding Nederlands op de opleidingsvloer of beroepsgericht Nederlands georganiseerd? Besteedt de vakopleiding nog voldoende aandacht aan de taalontwikkeling zodat de cursisten op het einde het gewenste niveau voor de arbeidsmarkt behaald hebben? In dit voortraject kan er al een koppeling gelegd worden naar praktijksituaties of naar de opleidingsvloer via een aantal beroepsgerichte activiteiten, zoals een bezoek aan de vakopleiding of bedrijfsbezoeken, een interview met de vakdocent. Men kan bijvoorbeeld ook een toestel in de taalklas halen en aan het gebruik ervan talige oefeningen koppelen, enz. Talige beroepsgerichte neventrajecten Bij talige beroepsgerichte neventrajecten worden de taallessen tegelijkertijd met de vakopleiding georganiseerd en wordt de inhoud zo goed als volledig door de vakopleiding bepaald. Talige situaties van de opleidingsvloer, gesprekken op de werkvloer, schriftelijk materiaal op de werkvloer, schriftelijk cursusmateriaal, werkroosters, vormen de inspiratiebronnen waarmee in de taalles gewerkt wordt. Uiteraard kan er ook een deel algemeen Nederlands aan bod komen. Een cursist heeft dit immers steeds nodig, ook op de werkvloer. Denk maar aan informele contacten met collega s, problemen uit je thuismilieu die je best kan melden aan je baas omdat ze van invloed zijn op de werkprestaties, enz. Maar de focus blijft echter het beroepsgericht Nederlands, dat van de opleidingsvloer en dat van de werkvloer. Het voordeel van dit talige neventraject in vergelijking met Nederlands op de opleidingsvloer is dat de cursisten de mogelijkheid hebben om zich helemaal te focussen op het Nederlands en de praktische vaardigheden even achterwege te laten. Het opsplitsen van vaardigheden kan immers de mogelijkheid bieden om bepaalde deelvaardigheden heel aandachtig in te oefenen, om ze dan nadien beter te kunnen inzetten in de reële context van de opleidingsvloer of werkvloer. De verhouding tussen het aantal uren opleiding, taallessen en praktijkervaring hangt af van de context van de volledige opleiding. Wat is het taalniveau van de cursisten? Is er Nederlands op de opleidingsvloer? Heeft de instructeur voldoende vaardigheden om taalgericht vakonderwijs te geven? Hoe groot zijn de taaleisen op de werkvloer? Het meest voor de hand liggende model is dat er in het begin veel uren taalonderwijs gegeven 8

11 worden en weinig uren vakopleiding en praktijk, maar dat die verhouding stilaan omgekeerd wordt naar het einde van de opleiding toe. Er kunnen echter volkomen verantwoorde overwegingen zijn om al van in het begin veel uren opleiding te geven en weinig uren taalles. Die overwegingen kunnen van praktische aard zijn, kunnen te maken hebben met de vaardigheden van de begeleiders, met de leerstijlen van de cursisten, met de eisen van de werkvloer, enzovoort Het spreekt voor zich dat er intensief overleg nodig is tussen de vakdocent en taaldocent. Hoe meer beide programma s op elkaar afgestemd worden, hoe groter het leerrendement. Vak- en taaldocent dienen dus te overleggen over de inhoud van het taalprogramma en over de taalproblemen van individuele cursisten. Ook kan de taaldocent tips geven aan de vakdocent hoe die met talige problemen op de opleidingsvloer kan omgaan. Taalgericht vakonderwijs Het principe van geïntegreerde scholing is dat cursisten zo snel mogelijk, ook met een beperkte taalvaardigheid, aan de vakopleiding kunnen beginnen. Het is immers veel efficiënter om taal te leren, vertrekkende vanuit concrete handelingssituaties, waarbij de taal een middel wordt en niet meer als doel beschouwd wordt. De cursisten hebben de taal nodig om een opleiding te leren en nadien aan het werk te kunnen en de taal wordt dan ook geleerd vanuit dit perspectief. Wanneer de cursist, terwijl hij de taal leert ook al een deel van het vak kan leren, heeft dit alleen maar voordelen. Niet alleen wordt de inhoud van de vaktaal veel concreter en herkenbaarder, ook kunnen de taallessen veel doelgerichter ingevuld worden. Op de opleidingsvloer zijn er meer mogelijkheden om al doende, in combinatie met de vakkundige vaardigheden, de taal te leren. Dit veronderstelt echter wel dat er op de opleidingsvloer taalgericht vakonderwijs gegeven wordt. De vakdocent moet oog hebben voor de beperkte taalvaardigheid van de cursisten en die taalvaardigheid via de praktijksituaties naar een hoger niveau optillen. De volgende zaken zijn daarbij essentieel: Interactief onderwijs: waarbij cursisten zoveel mogelijk tot communicatie aangezet worden. Zo kunnen cursisten gestimuleerd worden om te vertellen wat ze doen, om uitleg te vragen aan medestudenten of zelf opdrachten te geven enzovoort. Contextrijk vakonderwijs: hierbij worden de technieken die aangeleerd worden, steeds in een ruimer geheel gekaderd en gelinkt met al opgedane kennis. Door handelingen in een ruime context aan te bieden worden de handelingen betekenisvol en concreet. Om dit te doen staat de taal weer centraal en krijgen de cursisten een ruim en betekenisvol taalaanbod, wat essentieel is voor een goede taalverwerving. Begrijpelijk taalaanbod: voldoende taalondersteuning is dus noodzakelijk. Die taalondersteuning kan op verschillende manieren gebeuren. Visuele ondersteuning, herhaling en parafraseren zijn hiervan enkele voorbeelden. Nederlands op de opleidingsvloer (Nodo) Bij Nederlands op de opleidingsvloer staat de docent Nederlands samen met de vakinstructeur op de opleidingsvloer. De taak van de docent Nederlands bestaat erin om individuele cursisten te ondersteunen bij het begrijpen van de opdrachten en om uitleg te geven bij het uitvoeren van hun eigen opdrachten. Deze taak is in principe remediërend van aard. De taaldocent gaat in op taalproblemen en taalaspecten die zich op de opleidingsvloer voordoen. Daarnaast heeft de taaldocent de taak om de vakdocent te ondersteunen in het taalgericht vakonderwijs. De taaldocent kan de vakdocent didactische aanwijzingen geven waardoor zijn vaklessen meer taalgericht worden. Uiteraard is een goede teamspirit tussen vakdocent en taaldocent noodzakelijk. De focus blijft liggen op de vakopleiding, maar de taaldocent zorgt ervoor dat de taal geen hinderpaal is voor de cursisten en dat ze tijdens de opleiding hun taalniveau kunnen verhogen. 9

12 De VDAB heeft al heel wat ervaring opgebouwd met Nederlands op de opleidingsvloer. Nodo wordt door de VDAB omschreven via acht kenmerken: Het gebeurt doorgaans in de praktijk of op de stagevloer De vak- en taaldocent staan samen voor de klas Het is vooral remediërend Een geïndividualiseerde aanpak en onmiddellijke feedback Ondersteuning van cursisten én vakdocenten Duidelijke taakverdeling tussen docenten Structureel overleg Teamspirit Taalgerichte praktijkervaring Aan de acties die beschreven werden in Taalgericht naar werk (Linguapolis, Universiteit Antwerpen & Huis van het Nederlands Antwerpen, 2007) willen we graag nog een actie toevoegen, nl. de taalgerichte praktijkervaring. Bij geïntegreerde scholing is de praktijkervaring een essentieel onderdeel. Die praktijkervaring kan gebeuren in de vorm van stages of werkervaring. De essentie van de praktijkervaring is dat cursisten het geleerde zo snel mogelijk gaan toepassen in een reële context, weg van de veiligheid en voorspelbaarheid van een opleidingsvloer. In een reële setting leren cursisten het geleerde concreet toepassen, krijgen ze zicht op hun sterke kanten en op de zaken die ze nog beter onder de knie moeten krijgen. De zelfredzaamheid van de cursisten staat hier centraal. Bij onvoorziene omstandigheden moeten ze zelf naar oplossingen gaan zoeken. Ze kunnen eveneens problemen of zaken die ze onvoldoende beheersen, terug meebrengen naar de taalles of de vakopleiding, waar dan verder met de concrete praktijksituatie geoefend kan worden. Uiteraard is het belangrijk dat er in de reële praktijk begeleiding door een mentor of stagebegeleider voorzien is. De stagebegeleider zal vermoedelijk hogere verwachtingen hebben dan een instructeur op de opleidingsvloer, want deze weet wat de reële eisen van de werkvloer zijn en wil dat de stagiair daar zoveel mogelijk aan beantwoordt. In een reële praktijksituatie komen alle vaardigheden gecombineerd aan bod, nl. taalvaardigheden, technische vaardigheden, arbeidsattitudes, sleutelcompetenties en sociale vaardigheden. Belangrijk bij de praktijkervaring is dat er ook voldoende aandacht besteed wordt aan de verdere taalontwikkeling. Op een werkvloer ligt de focus in eerste instantie op de arbeidstaken. Worden die grondig en met de nodige vakkennis uitgevoerd, aan een voldoende hoog tempo? Het is echter ook de bedoeling dat de praktijksituatie de anderstalige de kans geeft om in een natuurlijke situatie zijn Nederlands te oefenen. De werkvloer moet daarom voldoende talige uitdagingen bieden. Dit kan door bvb een werkoverleg te organiseren, door informele contacten met collega s mogelijk te maken, door de cursist voldoende ruimte te geven om voor bepaalde problemen bij collega s oplossingen te gaan vragen en zo verder. Specifieke taaltaken die gegeven worden vanuit de taalopleiding, kunnen de kans op voldoende taalactiviteit op de werkvloer verhogen. Daarom is het ook van belang dat de mentor of stagebegeleider niet alleen technisch voldoende onderlegd is en hieromtrent een aantal didactische vaardigheden bezit, maar dat hij of zij ook inzicht heeft in hoe de taalverwerving in een concrete praktijksituatie gestimuleerd kan worden. Een ideaal geïntegreerd traject beschrijven is zo goed als onmogelijk. Elke sector, elke organisatie en elke regio heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Per traject dient bekeken te worden welke acties opportuun zijn en op welke manier de verschillende acties met elkaar gecombineerd kunnen worden. 10

13 2.2 Laaggeletterde anderstaligen Analfabeten of laaggeletterden? Vlaanderen neemt nogal vlug de term analfabeten in de mond als het gaat over volwassenen die niet of onvoldoende kunnen lezen en schrijven. Ervaren beroepskrachten weten dat de groep die onder deze benaming valt een heel diverse groep is. Bij buitenstaanders is deze term echter verbonden met een vrij enge betekenis van totaal ongeletterd zijn, als het ware een a van een b niet kunnen onderscheiden. Bij anderstalige analfabeten denken we hierbij aan mensen die in eigen land nooit naar school zijn geweest en die dus weinig of geen taalkundige notie hebben. Schriftelijke vaardigheden hebben deze mensen dus niet, zelfs niet in hun eigen moedertaal. Zij kennen geen enkel letterschrift, noch het Latijnse noch een ander letterschrift. Bovendien zijn zij de Nederlandse taal niet machtig: zij spreken en verstaan geen Nederlands. Uiteraard horen deze mensen onder de noemer van analfabeet, maar wat doe je met mensen die op één of andere manier toch een beetje hebben leren lezen en schrijven, hetzij in hun vaderland, hetzij hier in België. Zo heb je bijvoorbeeld mensen die erin geslaagd zijn min of meer de letters van ons alfabet te kunnen onderscheiden, maar die nog steeds heel spellend lezen en daardoor niet tot begrijpend lezen komen. Zijn die mensen nu al gealfabetiseerd of behoren zij toch nog tot de groep analfabeten? En waar plaats je mensen die op één of andere manier - al dan niet door onderwijs - een strategie ontwikkeld hebben om woorden in zijn globaliteit te herkennen maar daardoor enkel vertrouwde teksten en woorden kunnen lezen en een woord dat hen onbekend is, niet kunnen ontcijferen? En waar plaats je mensen die schijnbaar vlot technisch kunnen lezen, maar niet in staat zijn om een tabel te lezen of een eenvoudig plan te ontcijferen? Al dan niet gealfabetiseerd of geletterd zijn, kan niet tot een dichotoom begrip herleid worden. Er is geen duidelijke lijn te trekken tussen niet gealfabetiseerd en wel gealfabetiseerd zijn. De term laaggeletterd heeft deze nuances veel meer in zich. Het is ook een term die in de hedendaagse vakliteratuur meer en meer gebruikt wordt. We gebruiken daarom consequent deze term in deze publicatie Laaggeletterde anderstaligen: een heterogene groep Laaggeletterde anderstaligen behoren samen met de autochtone laaggeletterden tot de ruimere groep van laaggeletterden. Dit zijn volwassenen die niet voldoen aan de minimumeisen van de samenleving op het gebied van geletterdheid. (Bohnenn, 2004) Deze groep is niet alleen zeer heterogeen, maar ook vrij omvangrijk. Een internationale studie (Van Damme, 1997), waarvan hieronder verder sprake is, toonde aan dat in Vlaanderen ongeveer 17 % van de bevolking niet in staat is om de nodige informatie uit een eenvoudige tekst te halen. Over het aantal anderstaligen in die groep zijn geen cijfers beschikbaar maar in Nederland schat men de allochtonen op een derde van deze groep. Heterogeen naar niveau van geletterdheid Een internationaal onderzoek, het zogenaamde IALS-onderzoek (International Adult Literacy Survey, 1997) heeft deze doelgroep (allochtonen en autochtonen) voor verschillende landen beter in kaart gebracht. Dit onderzoek biedt ook een duidelijkere omschrijving van de doelgroep laaggeletterden. Het onderzoek werd gevoerd in de jaren 90 in een aantal westerse landen waaronder Nederland, Vlaanderen, Canada en de Verenigde Staten. De bedoeling van het onderzoek was om de spreiding na te gaan van lees- en rekenvaardigheden bij volwassenen in relatie tot sociaaldemografische gegevens en werk. De onderzoeksgroep bestond uit een representatieve steekgroep van volwassenen tussen de 16 en 65 jaar. Zij kregen schriftelijke taken voorgelegd met een verschillende moeilijkheidsgraad. Er werden in het onderzoek drie soorten geletterdheid en taken onderscheiden: 11

14 - Prozageletterdheid: het kunnen verwerken van informatie uit geschreven en gedrukte bronnen als krantenartikelen of verhalen; - Documentgeletterdheid: het kunnen verwerken van informatie uit bijvoorbeeld gebruiksaanwijzingen, kaarten, tabellen en grafieken; - Kwantitatieve geletterdheid: het kunnen uitvoeren van rekenkundige bewerkingen zoals het invullen van een cheque of het kunnen berekenen van de rente van een lening. Zoals eerder gezegd, kan geletterdheid/ongeletterdheid niet gezien worden als een dichotoom begrip: er is immers geen scherp breekpunt dat mensen verdeelt in ongeletterden en geletterden. De IALS-studie verdeelt de vaardigheid geletterdheid in vijf niveaus. Volgens het IALS-rapport ondervinden volwassenen op niveau 1 grote problemen bij het omgaan met alledaagse teksten. (Niveau 1 wordt omschreven als het kunnen vinden van de benodigde informatie in een simpele tekst, zoals bvb het aantal in te nemen medicijnen op een bijsluiter.) Op niveau 2 lopen veel mensen een risico als de vaardigheidseisen thuis, op het werk of in de samenleving veranderen. Het IALS-onderzoek geeft niet expliciet een grens aan waaronder mensen niet meer zouden kunnen functioneren, maar in veel publicaties wordt niveau 3 beschouwd als het geletterdheidniveau dat nodig is om in de kenniseconomie en de moderne westerse samenleving adequaat te kunnen functioneren. In het Vlaamse volwassenenonderwijs is de niveauaanduiding voor tweede- en vreemdetalenkennis gebaseerd op het Europese Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Reference for Languages CEFR, 2001). De basiseducatie is de onderwijsverstrekker voor laaggeletterden. Het eindniveau in de basiseducatie is richtgraad 1 voor anderstaligen. Richtgraad 1 veronderstelt de vaardigheid van het technisch lezen, het kraken van de code, of het aanvankelijk lezen. Het enge begrip van analfabeet zijn, is vooral gerelateerd met dat technische lezen, maar naast die vaardigheid staat ook de vaardigheid van het functionele lezen. Het is vooral die vaardigheid die in de beide niveauaanduidingen (IALS en CEFR) aan bod komt. Richtgraad 1 komt min of meer overeen met niveau 1 van het IALS-rapport. Cursisten die dus het eindniveau van de basiseducatie halen, hebben in principe nog steeds een laag niveau van geletterdheid. Bij mensen die in hun eigen taal hebben leren lezen en schrijven, heeft dit uiteraard te maken met het feit dat zij in een voor hen nieuwe taal moeten leren lezen en schrijven. Vaak is voor hen de code snel gekraakt, maar het functionele lezen gaat hand in hand met het verwerven van de mondelinge vaardigheden. Mensen die in hun eigen taal nooit hebben leren lezen en schrijven, dienen dus niet alleen het functionele lezen te verwerven maar moeten tegelijk het lange proces van aanvankelijk lezen en schrijven nog meester worden. 12

15 Een heterogene achtergrond levert een heel divers leertempo Anderstalige laaggeletterden hebben allen als gemeenschappelijk kenmerk dat zij zo goed als geen of een heel beperkte schoolloopbaan achter de rug hebben. Heterogeniteit in niveau is zowel aanwezig bij Nederlandstaligen als anderstaligen, dat werd in de vorige paragraaf al aangegeven, maar het gemeenschappelijke kenmerk (van geen of een heel beperkte schoolloopbaan) geldt enkel voor de anderstaligen. In Vlaanderen heeft de autochtone bevolking immers ruim de kans gehad om naar school te gaan en daarom heeft deze specifieke groep over het algemeen ook een vrij lange schoolloopbaan achter de rug. De overgrote meerderheid van de laaggeletterde anderstaligen heeft in het land van herkomst echter niet of nauwelijks de kans gehad om naar school te gaan. Allerlei sociale, economische of politieke redenen liggen daaraan ten grondslag. In sommige landen is het percentage dat niet of nauwelijks naar school is gegaan, heel hoog. Dat mensen niet of nauwelijks naar school gegaan zijn, betekent echter niet dat zij niets geleerd hebben. Er zijn immers heel wat meer mogelijkheden om zaken te leren dan via de schoolbanken. Het feit dat zij tot nog toe op een andere, meer ervaringsgerichte manier, hebben geleerd, heeft tot gevolg dat zij een andere leerstijl ontwikkeld hebben, Die andere leerstijl is niet noodzakelijk slechter, maar wel is het zo dat vooral op school het abstract denken aangeleerd wordt. Ook geeft het leren lezen en schrijven een andere kijk op taal en schrift. (Kurvers, 2002). Dat mensen niet naar school gegaan zijn, zegt echter niets over het leertempo als zij op latere leeftijd beginnen met het leren lezen en schrijven. Iemand die nooit naar school is geweest, kan evengoed enorm intelligent zijn en bijgevolg zeer snel nieuwe dingen leren. Het is zelfs niet uitgesloten dat andere, niet-schoolse vaardigheden sterker ontwikkeld zijn dan bij geschoolde mensen. Dat het leertempo zo sterk kan verschillen heeft te maken met het grote aantal factoren dat van invloed is op dit leertempo. Uit onderzoek naar tweedetaalverwerving blijkt dat de volgorde waarin iemand een taal verwerft universeel is, maar dat het tempo heel verschillend kan zijn. De volgende factoren zijn immers van invloed op het tempo van verwerving: - De sociale achtergrond, waaronder de socio-economische status, de familiestructuur en het lidmaatschap van een etnische of culturele groep; - Aangeboren kenmerken, waaronder sekse, intelligentie, leerstijl, persoonlijkheid en leeftijd; - Het taalcontact: de mate en de aard van het taalcontact, het gebruik van de eerste taal t.o.v. de tweede taal en de kwaliteit van het NT2-onderwijs; - Taalervaringen en leerervaringen, waaronder de beheersing van de moedertaal, graad van alfabetisering, vooropleiding, ervaring met tweede- of vreemdetaal leren; - Sociaalpsychologische factoren, waaronder de reden van migratie, de motivatie, de perspectieven en de attitude. Uiteraard valt het alfabetiseringsproces niet helemaal samen met de theorie over taalverwering, maar het ligt voor de hand dat bovengenoemde factoren ook hun invloed zullen hebben op het alfabetiseringsproces Een aantal gemeenschappelijke kenmerken Het formuleren van kenmerken houdt steeds het gevaar in te stigmatiseren ook als je ervan uitgaat dat de uitzonderingen de regel bevestigen. Toch is het belangrijk om een aantal zaken te formuleren die bij laaggeletterde anderstaligen meer voorkomen dan bij geschoolde anderstaligen. Het is essentieel om het onderwijs op die kenmerken af te stemmen, om zodoende zoveel mogelijk rekening te houden met de specificiteit van deze doelgroep. 13

16 Volgende kenmerken vinden wij in dit opzicht zeer relevant. Een beperktere kennis van de eigen taal De meeste cursisten hebben hun eigen taal geleerd binnen de beperkte context van hun concrete leefsituatie. Beschouwelijke aspecten over de eigen taal, zoals inzicht in de grammaticale aspecten van de taal (fonologie, morfologie en syntaxis) maakten vermoedelijk geen deel uit van hun leefwereld. Dit betekent dat laaggeletterden vaak weinig inzicht hebben in hun eigen taal. Het zogenaamde metalinguïstische bewustzijn is dus niet of enkel gedeeltelijk aanwezig. Ook de woordenschat blijft beperkt tot hun eigen leefwereld. Aangezien zij niet kunnen lezen, kan er ook enkel maar uitbreiding van hun woordenschat zijn via mondelinge weg. Teslotte moet er ook rekening mee worden gehouden dat ze weinig vertrouwd zijn met de taal in de opleiding, de schooltaal, die duidelijk verschilt van de thuistaal en die gekenmerkt wordt door meer abstracte woorden, meer ondergeschikte zinnen, meer oorzaak-gevolgrelaties, enz. Niet vertrouwd met typisch schoolse vaardigheden In een schoolse context worden allerlei specifieke vaardigheden geleerd. Er zijn verschillende vaardigheden te onderscheiden en ze worden in verschillende bronnen anders gerangschikt. Ter illustratie nemen we hier de indeling over uit de publicatie van het VOCB over alfabetisering in het Nederlands als tweede taal (Van Hoeteghem, 2002). Met betrekking tot de leerhouding zijn de cursisten niet of nauwelijks vertrouwd met: - zelfstandig werken, samenwerken, groepsopdrachten; - systematiek en structuur, bijvoorbeeld bijhouden van een map, sorteersysteem, zoeken in een tekst (van boven naar onder, van links naar rechts, elimineren, schrappen); - het nieuwe beeld van de lesgever als coach; - het voorbereiden, bewaken en evalueren van hun leerproces; - het corrigeren van het eigen handelen; - het belang van persoonlijk werken (niet spieken of laten helpen bij individueel werk, huiswerk maken, regelmatig de lessen volgen); - kritisch lezen en luisteren. Met betrekking tot tekstbegrip zijn de cursisten niet of nauwelijks vertrouwd met: - de ondersteuning van schriftelijke taal tijdens het leerproces; - tekstsoorten; - abstractie maken van het hier en nu, het loslaten van de eigen persoon en situatie; - allerlei werkvormen (zie methodieken). Met betrekking tot cognitieve vaardigheden zijn de cursisten niet of nauwelijks vertrouwd met: - nauwkeurig waarnemen, vergelijken, selecteren, ordenen, concluderen, samenvatten, oriënteren in ruimte en tijd. 14

17 Met betrekking tot opzoekvaardigheden zijn de cursisten niet of nauwelijks vertrouwd met: - het raadplegen van plattegronden, naslagwerken, alfabetisch geordende lijsten; - praktische vaardigheden zoals klokkijken, kalender lezen, maten en gewichten, geld, enzovoort. Beperkte kennis van de wereld Uiteraard hebben we hier met volwassenen te maken en - niet te vergeten - met een groep mensen die erin geslaagd is om hun vertrouwde omgeving achter zich te laten, naar een ander werelddeel te gaan en daar op zoek te gaan naar een nieuwe plek in een voor hen onbekende samenleving. Deze ingrijpende onderneming zorgt voor een enorme verruiming van hun kennis van de wereld. Toch is die kennis van de wereld niet op een overzichtelijke en gestructureerde manier aangebracht. Op school krijg je immers inzicht in en een overzicht van belangrijke aspecten van de wereld, zoals geografie, geschiedenis, wetenschap, techniek en natuur, kunst en literatuur, wiskunde enzovoort. Het is bij deze doelgroep vaak verrassend om te zien wat ze wel allemaal weten dankzij hun rijke levenservaring. Tegelijkertijd moet je constateren dat ze heel wat zaken niet kennen die voor ons evident zijn, omdat wij ze in onze schoolloopbaan als het ware met de paplepel binnengekregen hebben. Een opmerkelijk voorbeeld: naar aanleiding van de Dag van de Alfabetisering in 2008 hebben we samen met de cursisten een persconferentie over het project voorbereid. Het was voor de cursisten echter heel moeilijk om zich een voorstelling van een persconferentie te maken, omdat dit voor hen een onbekend gebeuren was. Moeite om af te stappen van het eigen gezichtsveld Mensen met weinig schoolse ervaring zijn minder geneigd om uit hun eigen context te stappen, omdat ze dat nooit geleerd hebben. Ook is hun kennis van de wereld voornamelijk gebaseerd op hun eigen ervaringen. Daardoor is het voor hen over het algemeen moeilijker om zich in te leven in het gezichtsveld van iemand anders. Hiermee willen we niet zeggen dat deze mensen geen empatisch vermogen hebben. Uiteraard kunnen zij zich inleven in gevoelens en emoties van anderen, zeker als die overeenkomen met eigen gevoelens en emoties, maar het is vaak moeilijk om in de rol van een ander te kruipen en afstand te doen van hun eigen gezichtsveld. Concreet hebben we ervaren dat laaggeletterden bijvoorbeeld vaak niet de bedoeling van een rollenspel begrijpen. Zij kunnen geen afstand doen van hun persoonlijke situatie en de rol van iemand anders spelen. Moeite om afstanden in ruimte en tijd te overbruggen Omdat in hun leefwereld vooral het hier en het nu centraal staat en er weinig stilgestaan wordt bij wat er ergens anders gebeurt en wat er in de toekomst kan plaatsvinden of in het verleden plaatsvond, hebben laaggeletterden vaak problemen om zich zaken voor te stellen die ver van het hier en nu liggen. Een aantal voorbeelden: - De cursisten in het Equal-project konden in het begin van het traject moeilijk inschatten wat het betekent om gedurende anderhalf jaar een voltijdse opleiding te volgen. - De cursisten konden zich moeilijk voorstellen wat het betekent om op stage te gaan. Een bezoek aan de stageplaatsen was daarom zeker een noodzakelijke voorbereiding. 15

18 Een specifieke leerstijl Laaggeletterden hebben vooral geleerd vanuit concrete situaties, vanuit de taken die zij in het dagelijkse leven voorgeschoteld kregen. Daardoor werd hun abstracte denkvermogen minder aangesproken (zoals hierboven ook al werd aangegeven) en vermoedelijk ook minder ontwikkeld. Het is voor hen dus niet evident om op een abstracte, afstandelijke manier zaken te leren. Leren vanuit concrete ervaringen en handelingen is voor hen de meest vertrouwde manier. Een voorbeeld: een uitleg krijgen over hoe een bepaalde schoonmaakmachine werkt, zal moeilijker te begrijpen zijn dan zelf proberen te werken met die machine. Een minder positief zelfbeeld Laaggeletterden zijn zich maar al te goed bewust van het feit dat ze niet kunnen lezen en schrijven, en dat dit een belangrijke vaardigheid is in onze samenleving. Vaak zijn zij het ook gewoon om enkel in een vertrouwde omgeving met bekenden te functioneren. Ze hebben daarom vaak weinig zelfvertrouwen en een laag positief zelfbeeld, waardoor ze terughoudend zijn en weinig initiatief durven nemen. Zo was er bijvoorbeeld een deelneemster die eigenlijk al voldoende in staat was om naar de stageplaats te bellen om te zeggen dat ze ziek is, maar toch eerst naar de cursistenbegeleider belde met de vraag of die naar de stageplaats kon bellen. Een beperkte beheersing van de sleutelcompetenties Bij onderwijs aan laaggeletterden en laaggeschoolden wordt meer en meer de focus gelegd op het ontwikkelen van sleutelcompetenties. Sleutelcompetenties zijn competenties die vooral in een schoolse context systematisch aangeleerd worden en die mensen in het latere leven nodig hebben als basis om verschillende taken en opdrachten op een goede manier aan te pakken. In Vlaanderen worden de sleutelcompetenties in een 7-tal groepen opgedeeld: - communiceren - omgaan met numerieke gegevens - omgaan met informatietechnologie - samenwerken - eigen leren en presteren verbeteren - omgaan met problemen - keuzes uitvoeren In recente literatuur over geletterdheid (Van Horen, 2007) wordt het begrip geletterdheid verruimd tot die basisvaardigheden. Om goed mee te kunnen in onze maatschappij, om breed inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt, is de ontwikkeling van deze vaardigheden noodzakelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de basiseducatie het belang van het werken aan deze sleutelvaardigheden meer en meer benadrukt. Ook in het traject dat aan deze publicatie voorafging, liep de aandacht voor deze sleutelcompetenties als een rode draad doorheen de opleiding. Een paar sleutelcompetenties zijn gelieerd met bovenvermelde kenmerken (zoals oriëntatie in ruimte en tijd) en werden dus al min of meer besproken Het leek ons echter verhelderend om ze hier nog eens expliciet te vernoemen. 16

19 2.3 Geïntegreerde opleidingstrajecten voor laaggeletterde anderstaligen De huidige opleidingsmogelijkheden voor laaggeletterde anderstaligen Laaggeletterde anderstaligen zijn niet of nauwelijks terug te vinden in het huidige beroepsgerichte opleidingsaanbod voor kansengroepen. In Vlaanderen wordt een dergelijk aanbod georganiseerd door de VDAB, het OCMW en verder door de derdenorganisaties (lokale, niet-commerciële aanbieders van begeleidingstrajecten naar werk). Dat laaggeletterde anderstaligen maar sporadisch deelnemen aan dergelijke opleidingen komt door het - voor deze doelgroep hoge instapniveau. Bij de VDAB situeert het instapniveau zich op richtgraad 1.1. of 1.2. en veronderstelt men dat de cursisten een basisvaardigheid van lezen en schrijven hebben. Bij het OCMW en de derden is het instapniveau moeilijker te achterhalen omdat alle initiatieven daar vrij over kunnen beslissen, maar voorbeelden van trajecten waar er specifiek gewerkt wordt aan aanvankelijke lees- en schrijfvaardigheid bij anderstaligen zijn ons niet bekend. Laaggeletterde anderstaligen zijn daarom genoodzaakt om eerst een algemeen niveau van taalvaardigheid en geletterdheid te verwerven vooraleer zij kunnen instappen in een beroepsspecifieke opleiding. De centra voor basiseducatie zijn in Vlaanderen verantwoordelijk voor dergelijke programma s. De huidige praktijk van alfabetiseringstrajecten in het Nederlands als tweede taal bij de centra voor basiseducatie heeft de volgende kenmerken: - De trajecten concentreren zich in grote lijnen op algemene taalvaardigheid: groepen worden immers samengesteld op basis van niveau (richtgraad 1.1. is opgesplitst in 10 modules van elk 60 uur) en niet op basis van bvb. interesse, behoeften of toekomstperspectief. - De trajecten zijn over het algemeen weinig intensief waardoor het lang duurt vooraleer een laaggeletterde cursist een bepaald niveau van taalvaardigheid bereikt heeft. Voor richtgraad 1.1. zijn 600 lesuren voorzien. Bij een intensiteit van 9 uur per week doet een cursist daarover minimum twee jaar. Om richtgraad 1.2. te behalen komen er nog eens 360 uur bij, of één jaar intensief les volgen. - Cursisten haken vaak voortijdig af en stromen niet door naar een vervolgopleiding of naar meer specifieke trajecten. Het vraagt immers heel wat doorzettingsvermogen om een programma van drie jaar te volgen vooraleer je kunt doorstromen naar een specifieke beroepsopleiding. In het buitenland zien we voorbeelden van trajecten die enerzijds intensiever zijn, en anderzijds een meer geïntegreerd aanbod bieden waarin niet alleen taalvaardigheid, maar ook andere vaardigheden zoals sleutelcompetenties, rekenvaardigheden, maatschappelijke oriëntatie en loopbaanoriëntatie aan bod komen. (Plichart, 2003) Al snel wordt het NT2-verhaal in dergelijke trajecten gekoppeld aan een specifieke opleiding of vorming. Uit onderzoek blijkt dat er bij dergelijke trajecten meer doorstroom is naar vervolgopleidingen of naar werk Geïntegreerde scholing: een haalbaar model voor laaggeletterde anderstaligen Het is uiteraard begrijpelijk dat opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven een instapniveau taalvaardigheid hanteren. Dergelijke trajecten willen immers binnen een aantal maanden werkzoekenden een gerichte beroepsopleiding geven en gaan ervan uit dat algemene vaardigheden, zoals taalvaardigheden en rekenvaardigheden, best op voorhand verworven worden. Op die manier kan de focus helemaal liggen op de technische vaardigheden en zijn er geen communicatieproblemen. Bovendien zijn technische instructeurs over het algemeen ook niet geschoold om te werken aan taalvaardigheid. En op die manier kan je te veel heterogeniteit in de groep uitsluiten, want een combinatie van moedertaalsprekers met Nederlandsonkundige laaggeletterden in een groep is niet evident. 17

20 Vanuit het oogpunt van de laaggeletterde anderstaligen is dit echter niet de beste keuze. Het is voor hen immers heel moeilijk om de vereiste taalvaardigheid te verwerven los van concrete functioneringsgebieden. Dat heeft onderzoek rond taalverwerving al aangetoond. Het taalaanbod dat tweede-taalleerders moeten krijgen, moet voldoen aan een aantal voorwaarden om een vlotte taalverwerving tot stand te brengen: het taalaanbod moet ruim zijn, relevant, interessant en op het niveau van de cursist. - In algemene, niet intensieve taalcursussen, waarin cursisten samen zitten op basis van hun niveau kan er slechts aan één van deze criteria recht gedaan worden, en dat is een taalaanbod op het niveau van de cursist. De andere criteria zijn veel moeilijker te realiseren. - Met een ruim taalaanbod wordt er bedoeld dat cursisten een groot aanbod moeten ontvangen en liefst van verschillende sprekers, zodat er voldoende variatie in het aanbod zit. In een cursus van 6 à 9 uur per week hangt de input dus grotendeels af van wat de cursist buiten de les nog aan taalaanbod krijgt. Bij de traditionele migrantengroepen die vooral in eigen kring leven is dit taalaanbod buiten de les vaak heel miniem. - Relevant taalaanbod is taalaanbod dat inspeelt op de directe behoeften van de cursisten. Cursisten met schoolgaande kinderen zijn bijvoorbeeld gebaat met een taalaanbod dat aansluit bij hun contacten met de school van hun kinderen. En voor cursisten met een zwakke gezondheid is dat taalaanbod dat hen helpt bij hun contacten met de medische wereld en bij alle administratie op dat gebied. Cursisten die een bepaald beroep willen leren, kunnen uiteraard best zaken leren die te maken hebben met dit beroep. Dit is natuurlijk moeilijk te realiseren in een cursus waar cursisten met allerlei verschillende behoeften samen zitten. - Het criterium interessant sluit hier bij aan. Het taalaanbod dat gegeven wordt, moet een zekere nieuwswaarde en uitdaging hebben. Cursisten moeten geïnteresseerd zijn in wat er gezegd of geschreven wordt. Door hen nieuwsgierig te maken voor de boodschap wordt de taal enkel een middel en wordt het natuurlijke taalverwervingsproces heel sterk benaderd. De focus ligt op de boodschap, wat de motivatie en aandacht alleen maar ten goede komt en waardoor de taal verworven wordt en niet enkel geleerd. Dit is ook waar het om draait in content-based language learning : een manier van taalleren waarbij de inhoud van de taal centraal staat en de taalverwerving als het ware spontaan verloopt. Het model van geïntegreerde scholing, zoals hierboven al besproken, zorgt ervoor dat het taalaanbod veel meer aansluit bij de onmiddellijke ervaringswereld van de cursisten. Wat de cursisten leren in de Nederlandse les, kunnen ze onmiddellijk gebruiken op de opleidingsvloer, bij het programma maatschappelijke oriëntatie, op de stage, bij de trajectbegeleider, Nederlands leren wordt op die manier interessant en relevant voor de cursist. Er is sprake van een veel ruimer taalaanbod omdat de cursisten niet alleen in de Nederlandse taalles aan hun taalvaardigheid werken maar ook in de vakopleiding en op de praktijkvloer is er een taalaanbod dat aan bovengestelde criteria beantwoordt. Het geïntegreerde scholingsmodel sluit ook mooi aan bij een aantal van de hierboven genoemde kenmerken van laaggeletterde anderstaligen: Een beperkte beheersing van de sleutelcompetenties Door een geïntegreerd scholingsmodel krijgt de cursist meerdere kansen om te werken aan het ontwikkelen van sleutelcompetenties. Sleutelcompetenties worden beschouwd als opleidingsoverschrijdende competenties en alle modules bieden op hun specifieke manier een ideale context om de sleutelcompetenties te oefenen. Op een werkvloer moet men bijvoorbeeld kunnen samenwerken en problemen oplossen, maar ook in de taalles en op de opleidingsvloer zijn die mogelijkheden er. In de loopbaanoriëntatie wordt specifiek aandacht besteed aan het leren maken van keuzes, maar ook bij de keuze van stageplaatsen komt die vaardigheid aan bod. Doordat er in de verschillende modules telkens op een andere manier aan de sleutelcompetenties wordt gewerkt, is er een cyclisch aanbod van deze leerstof en wordt de transfer expliciet geoefend. 18

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid, Departement Inburgering in het kader van Managers van diversiteit. Taalgericht naar werk Inhoud I

Gerealiseerd met de steun van de Vlaamse Overheid, Departement Inburgering in het kader van Managers van diversiteit. Taalgericht naar werk Inhoud I taalgericht naar werk Over het belang van geïntegreerd vakonder wijs voor beroepsgerichte opleidingen Publicatie ontwikkeld door Linguapolis, Instituut voor Taal en Communicatie Universiteit Antwerpen

Nadere informatie

TAALBELEIDSPLAN OPLEIDING POLYVALENT VERZORGENDE

TAALBELEIDSPLAN OPLEIDING POLYVALENT VERZORGENDE TAALBELEIDSPLAN OPLEIDING POLYVALENT VERZORGENDE Voor de periode van 2011 tot 2014 1. Voorstelling van de opleiding begeleider in de kinderopvang en polyvalent verzorgende Het CVO biedt volwassenen met

Nadere informatie

Groot gelijk?! Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen 23 november 2004

Groot gelijk?! Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen 23 november 2004 Groot gelijk?! Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen 23 november 2004 Praktijklessen als kansrijke leeromgevingen voor vak én taal: een aanzet tot geïntegreerde scholing Goedele Vandommele Heidi De Niel

Nadere informatie

Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021

Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021 Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021 Beschrijving van de methodiek Nederlands op de boulevard Inleiding In het

Nadere informatie

De G-coach. Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen. Brussel, 23 oktober 2009. dept. WSE

De G-coach. Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen. Brussel, 23 oktober 2009. dept. WSE De Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen Brussel, 23 oktober 2009 dept. WSE Onderzoek i.o. MVG, Dept. WSE en ikv. Plan Geletterdheid Verhogen Literatuur- en praktijkonderzoek Didactisch

Nadere informatie

Cursussen voor volwassenen

Cursussen voor volwassenen Groningen Drenthe Overijssel 26 2014-2015 Cursussen voor volwassenen www.alfa-college.nl U volgt uw cursus bij het Alfa-college Het Alfa-college is het regionaal opleidingen centrum voor Noorden Oost-Nederland,

Nadere informatie

Taalbewust beroepsonderwijs. Vijf vuistregels voor effectieve didactiek 1

Taalbewust beroepsonderwijs. Vijf vuistregels voor effectieve didactiek 1 9. Taalbeleid en -screening Ronde 4 Tiba Bolle & Inge van Meelis ITTA Contact: Tiba.bolle@itta.uva.nl Inge.vanmeelis@itta.uva.nl Taalbewust beroepsonderwijs. Vijf vuistregels voor effectieve didactiek

Nadere informatie

TRAINING WERKEN MET. Training Werken met. Ella Bohnenn Fouke Jansen. In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl

TRAINING WERKEN MET. Training Werken met. Ella Bohnenn Fouke Jansen. In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl ... WERKEN MET TRAINING Ella Bohnenn Fouke Jansen In opdracht van Stichting Expertisecentrum ETV.nl Stichting Expertisecentrum ETV.nl Lange Voorhout 9 2514 EA Den Haag Postbus 556 2501 CN Den Haag T 070-3765490

Nadere informatie

Support desk Nova College Taal in de buurt Nieuwsbrief Supportdesk Taal in de Buurt, nummer 2, februari 2011

Support desk Nova College Taal in de buurt Nieuwsbrief Supportdesk Taal in de Buurt, nummer 2, februari 2011 Support desk Nova College Taal in de buurt Nieuwsbrief Supportdesk Taal in de Buurt, nummer 2, februari 2011 Via uw e mail ontvangt u vanaf december 2010 iedere twee maanden een digitale nieuwsbrief. In

Nadere informatie

Gedifferentieerde leertrajecten

Gedifferentieerde leertrajecten Studiedag: Het volwassenenonderwijs en levenslang leren: een krachtige synergie VERSLAG WORKSHOP PCA / 4 februari 2015 Gedifferentieerde leertrajecten Dit verslag is een beknopte weergave van de gevoerde

Nadere informatie

Historiek Basiseducatie

Historiek Basiseducatie Overzicht workshop 1. Werking Open-School / Centrum voor Basiseducatie 2.Laaggeletterdheid 3. Hoe doorverwijzen / ermee rekening houden in de eigen praktijk? 4. Eenvoudig taalgebruik Historiek Basiseducatie

Nadere informatie

LEERGEBIED MAATSCHAPPIJ-ORIËNTATIE

LEERGEBIED MAATSCHAPPIJ-ORIËNTATIE Vlaamse Onderwijsraad Raad Levenslang en Levensbreed Leren Kunstlaan 6 bus 6 26 februari 2008 1210 Brussel RLLL/ET/ADV/005bijl3 Bijlage bij het Vlor-advies LEERGEBIED MAATSCHAPPIJ-ORIËNTATIE Opleiding

Nadere informatie

Vakdidactiek: inleiding

Vakdidactiek: inleiding Vakdidactiek: inleiding Els Tanghe 1 1. Inleiding Een specialist in de wiskunde is niet noodzakelijk een goede leraar wiskunde. Een briljant violist is niet noodzakelijk een goede muziekleraar. Een meester-bakker

Nadere informatie

TAALCOACHING OP Z'N BRUSSELS CENTRUM BASISEDUCATIE BRUSSELLEER

TAALCOACHING OP Z'N BRUSSELS CENTRUM BASISEDUCATIE BRUSSELLEER -1- TAALCOACHING OP Z'N BRUSSELS CENTRUM BASISEDUCATIE BRUSSELLEER -2- INHOUDSTAFEL WAT IS TAALCOACHING OP Z'N BRUSSELS? p.3 ~ HOE IS TAALCOACHING ONTSTAAN? p.4 ~ HOE START EEN TAALCOACHING? p.6 ~ WAT

Nadere informatie

Kijkwijzer techniek. Kijkwijzer leerlingencompetenties, materiaal uit traject Talenten breed evalueren, dag 1 Pagina 1

Kijkwijzer techniek. Kijkwijzer leerlingencompetenties, materiaal uit traject Talenten breed evalueren, dag 1 Pagina 1 Kijkwijzer techniek Deze kijkwijzer is een instrument om na te gaan in welke mate leerlingen een aantal competenties bezitten. Door middel van deze kijkwijzer willen we verschillende doelen bereiken: Handvatten

Nadere informatie

Resonans geletterdheidsmodules

Resonans geletterdheidsmodules Resonans geletterdheidsmodules Provinciaal Onderwijs Vlaanderen 8 mei 2014 Inhoud 1. Wat 2. Ontwikkeling 3. Stand van zaken 4. Mogelijkheden en beperkingen 5. Organisatie 6. Vragenronde 7. Inhoudelijke

Nadere informatie

NEDERLANDS LEREN EN OEFENEN

NEDERLANDS LEREN EN OEFENEN 2 32 Oriëntatiegids NEDERLANDS LEREN EN OEFENEN In Brussel leer je op verschillende plaatsen Nederlands. In dit hoofdstuk informeren we je over waar je Nederlands kan leren en oefenen. We leggen in paragraaf

Nadere informatie

Cursussen voor volwassenen

Cursussen voor volwassenen Groningen Drenthe Overijssel 25 2012-2013 Cursussen voor volwassenen U volgt uw cursus bij het Alfa-college Het Alfa-college is het regionaal opleidingen centrum voor Noorden Oost-Nederland, met een breed

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid. Amendementen. voorgesteld na indiening van het verslag

Ontwerp van decreet. betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid. Amendementen. voorgesteld na indiening van het verslag stuk ingediend op 1867 (2012-2013) Nr. 9 27 mei 2013 (2012-2013) Ontwerp van decreet betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid Amendementen voorgesteld Stukken in het dossier: 1867 (2012-2013)

Nadere informatie

Leren. Werkervaring & Werkplekleren. 27 november 2012 29-5-2013. Wat is werkplekleren?

Leren. Werkervaring & Werkplekleren. 27 november 2012 29-5-2013. Wat is werkplekleren? Werkervaring & Werkplekleren 27 november 2012 Wat is werkplekleren? Leren Op de werkplek (productieomgeving) Gestructureerd en systematisch (met opleidingsplan) Situatiegebonden maar leidt naar overdraagbare

Nadere informatie

Voorwoord. Veel succes met de schrijftraining! Amsterdam, februari 2012. Freek Bakker Joke Olie. 6 Voorwoord

Voorwoord. Veel succes met de schrijftraining! Amsterdam, februari 2012. Freek Bakker Joke Olie. 6 Voorwoord Voorwoord Schrijven op B2 is een takenboek dat hulp biedt bij de training in het schrijven van korte en langere teksten in het Nederlands, die geschreven moeten worden op het Staatsexamen NT2 II. Schrijven

Nadere informatie

Wat is duaal inburgeren?

Wat is duaal inburgeren? Wat is duaal inburgeren? Duaal is participeren Voldoende van Nederland en de Nederlandse taal leren om actief te kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving Duaal is gelijktijdigheid Les en praktijk

Nadere informatie

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo entree. april 2016

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo entree. april 2016 Schets van het onderwijsprogramma De leerlingen in route 2 uitstroomprofiel entreeopleiding worden voorbereid op instroom in de entreeopleiding in het mbo. De entreeopleiding is drempelloos en duurt een

Nadere informatie

Wie kan terecht in een centrum voor basiseducatie? Wat kan je er leren?

Wie kan terecht in een centrum voor basiseducatie? Wat kan je er leren? basis educatie Wie niet goed kan lezen, schrijven en rekenen, is geen uitzondering. In ons land heeft meer dan half miljoen mensen er moeite mee. In een centrum voor basiseducatie kan je die achterstand

Nadere informatie

WHITEPAPER. Waarom taalkennis veiligheid en productiviteit verhoogt

WHITEPAPER. Waarom taalkennis veiligheid en productiviteit verhoogt WHITEPAPER Gebrekkige taalkennis is gevaarlijk en contraproductief Het kunnen spreken van goed Nederlands is voor veel mensen een vanzelfsprekendheid. Men gaat er dan ook vaak van uit dat iedereen probleemloos

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED ALFABETISERING NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Basiseducatie LEERGEBIED ALFABETISERING NEDERLANDS TWEEDE TAAL Basiseducatie LEERGEBIED ALFABETISERING NEDERLANDS TWEEDE TAAL Opleiding Latijns schrift basiseducatie AO BE 042 basiseducatie - BVR Pagina 1 van 13 Inhoud 1 Opleiding... 3 1.1 Relatie opleiding referentiekader...

Nadere informatie

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo 2. april 2016

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo 2. april 2016 Schets van het onderwijsprogramma De leerlingen in route 2 uitstroomprofiel mbo 2 worden voorbereid op instroom in een niveau 2 opleiding op het mbo. De school moet voor deze leerlingen een veilige plek

Nadere informatie

12 scenario s. van warme overdracht

12 scenario s. van warme overdracht 12 scenario s van warme overdracht Scenario s van warme overdracht tussen centra voor volwassenenonderwijs CVO - centra voor basiseducatie CB Voor mensen met minder geletterdheidsvaardigheden is het niet

Nadere informatie

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem

Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VOET LEREN LEREN EN GOK Voet@2010 leren leren en thema s gelijke onderwijskansen Socio-emotionele ontwikkeling (1ste graad)

Nadere informatie

De G-coach. Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen. Leuven, 29 november 2010. matthias.vienne@vsko.be. dept.

De G-coach. Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen. Leuven, 29 november 2010. matthias.vienne@vsko.be. dept. De Geïntegreerde geletterdheidstraining in beroepsopleidingen Leuven, 29 november 2010 matthias.vienne@vsko.be dept. WSE Onderzoek i.o. MVG, Dept. WSE en ikv. Plan Geletterdheid Verhogen Literatuur en

Nadere informatie

basiseducatie Wie kan terecht in een centrum voor basiseducatie? Wat kan je er leren?

basiseducatie Wie kan terecht in een centrum voor basiseducatie? Wat kan je er leren? basis educatie Heb je problemen met lezen, schrijven of rekenen? Je bent niet alleen! In Vlaanderen heeft 1 op 7 mensen er moeite mee. Bij Basiseducatie kan je opnieuw bijbenen. Er zijn 13 Centra voor

Nadere informatie

Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven

Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven Wilma van der Westen Project Docenten aan zet bij taal in alle vakken Utrecht 7 november 2012 Even voorstellen: Bestuurslid Het Schoolvak Nederlands HSN

Nadere informatie

Reflectiegesprek: toekomstbeelden

Reflectiegesprek: toekomstbeelden 1 Reflectiegesprek: toekomstbeelden 1. Mastercampussen: nog sterkere excellente partnerschappen in gezamenlijke opleidingscentra (VDAB West-Vlaanderen) 2. Leertijd+: duaal leren van de toekomst (Syntra

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE

Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE RLLL/EXT/ADV/004bijl003 Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE Zwevende Module ICT (Ontwerp) Versie 1.0 Pagina 1 van 1 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 15 Januari

Nadere informatie

Voorstel programma educatie

Voorstel programma educatie Voorstel programma educatie 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Landelijke ontwikkelingen 3. Regio Rivierenland 4. Opdracht ROC Rivor 5. Opleidingsbehoefte per gemeente 6. Voorwaarden cursusaanbod 2013

Nadere informatie

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding (Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding Aan de slag met lezen in beroepsgerichte vakken Voor de verbetering van leesvaardigheid is het belangrijk dat leerlingen regelmatig en veel lezen. Hoe krijg

Nadere informatie

Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6

Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: niet

Nadere informatie

Duits in het MBO: Deutsch für den Beruf. Keuzedeel Duits: het onderwijsmodel Auteur: Marianne Driessen

Duits in het MBO: Deutsch für den Beruf. Keuzedeel Duits: het onderwijsmodel Auteur: Marianne Driessen Duits in het MBO: Deutsch für den Beruf Keuzedeel Duits: het onderwijsmodel Auteur: Marianne Driessen I Inhoud 1 Hoe leer je Duits?... 1 1.1 Visie op het leren van een vreemde taal... 1 1.2 Visie keuzedeel

Nadere informatie

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen

Nadere informatie

Omgaan met. meer- en anderstaligheid. op school

Omgaan met. meer- en anderstaligheid. op school Omgaan met meer- en anderstaligheid op school Omgaan met meer- en anderstaligheid op school 1 Basisvoorwaarden Een school die goed weet om te gaan met meer-/anderstaligheid neemt een open houding aan tegenover

Nadere informatie

Opleiding. Meertalig secretariaat. Code + officiële benaming van de module. A3 Frans 1. Academiejaar 2015-2016. Semester. 1 en 2.

Opleiding. Meertalig secretariaat. Code + officiële benaming van de module. A3 Frans 1. Academiejaar 2015-2016. Semester. 1 en 2. Opleiding Meertalig secretariaat Code + officiële benaming van de module A3 Frans 1 Academiejaar 2015-2016 Semester 1 en 2 Studieomvang 9 studiepunten Totale studietijd 180 Aantal lestijden 120 Aandeel

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 LEERGEBIED TALEN. Modulaire opleiding Frans Opstap talen AO BE 011

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 LEERGEBIED TALEN. Modulaire opleiding Frans Opstap talen AO BE 011 LEERGEBIED TALEN Modulaire opleiding Frans Opstap talen AO BE 011 Versie 2.0 BVR Pagina 1 van 9 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 1 Opleiding... 3 1.1 Relatie opleiding

Nadere informatie

Op-Stap Een oriëntatie- en activeringsmodule voor personen met een psychische kwetsbaarheid

Op-Stap Een oriëntatie- en activeringsmodule voor personen met een psychische kwetsbaarheid Op-Stap Een oriëntatie- en activeringsmodule voor personen met een psychische kwetsbaarheid Ontstaan Doorheen de jaren een stijging van het aantal aanmeldingen van personen met een psychische kwetsbaarheid.

Nadere informatie

Van anderstalig tot zelfredzaam. Geletterdheid bevorderen bij analfabete nieuwkomers

Van anderstalig tot zelfredzaam. Geletterdheid bevorderen bij analfabete nieuwkomers Van anderstalig tot zelfredzaam Geletterdheid bevorderen bij analfabete nieuwkomers Nood werkveld kader aanpak alfabetisering en beginnende geletterdheid + aangepaste materialen (digi info) Bevraging /

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 60

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 60 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Marketing Module Management & Organisatie Code C2 Lestijden 60 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen vrijstelling

Nadere informatie

A. Persoonlijke gegevens

A. Persoonlijke gegevens Windesheim, Gesprek op afstand Zelfevalutie/feedbackformulier Beste (aankomende) student, Hartelijk dank voor het invullen en versturen van het Intakeformulier Afstandsleren School of Education. Per e-mail

Nadere informatie

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering Vacature Consortium volwassenenonderwijs Antwerpen vzw Kantooradres: Francis Wellesplein 1 2018 Antwerpen Postadres: Postbus 10030 Brederodestraat 90 2018 Antwerpen Tel. 03 338 93 70 Fax 03 338 93 65 info@vol-ant.be

Nadere informatie

Doelstelling Partners Projectinhoud en opbouw opleiding Instapvoorwaarden Wat bieden wij? Na de opleiding Contactgegevens

Doelstelling Partners Projectinhoud en opbouw opleiding Instapvoorwaarden Wat bieden wij? Na de opleiding Contactgegevens 10 VOOR KOKEN Doelstelling Partners Projectinhoud en opbouw opleiding Instapvoorwaarden Wat bieden wij? Na de opleiding Contactgegevens Clienten van het OCMW via een korte intensieve opleiding en stage

Nadere informatie

Kennisbasis Duits 8 juli 2009. 2. Taalkundige kennis

Kennisbasis Duits 8 juli 2009. 2. Taalkundige kennis Kennisbasis Duits 8 juli 2009 Thema Categorie/kernconcept Omschrijving van de categorie / het kernconcept De student 1. Taalvaardigheden 1.1 De vaardigheden 1.1.1 beheerst de kijkvaardigheid en de luistervaardigheid

Nadere informatie

De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn:

De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn: Specifieke lerarenopleiding C ECTS-fiche opleidingsonderdeel vakdidactische oefeningen 2 Code: 10375 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:

Nadere informatie

Taalprofielen opstellen in een vakopleiding

Taalprofielen opstellen in een vakopleiding Eva Van Herck & Jessica Leppens Huis van het Nederlands, Antwerpen Contact: Eva.vanherck@stad.antwerpen.be Jessica.leppens@stad.antwerpen.be Taalprofielen opstellen in een vakopleiding 1. Inleiding Laagtaalvaardige

Nadere informatie

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt Methodiekbeschrijving Januari 2008 Laat Zien Wat Je Kunt Deel 1: Methodiekbeschrijving Het is bij de juiste methodiekvaststelling bepalend uit welke personen de doelgroep bestaat. De methodiek is vooral

Nadere informatie

Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING

Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING INHOUD Voor wie? Waar staan wij voor? Opleidingsstructuur en diploma Inhoud van de modules Studiepunten Studieduur en modeltraject Flexibiliteit Waar en wanneer

Nadere informatie

Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw. Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau

Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw. Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau Onthaalbureau Inburgering Limburg vzw Presentatie voor ERSV (18/12/2012) AI in het Onthaalbureau Inhoud 1. Wat doet Onthaalbureau Inburgering Limburg? 2. VuurWerkt als methode voor perspectiefbepaling

Nadere informatie

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Programma Kennismaken Presentatie Jong geleerd Warming-up Pauze Praktische oefening Afsluiting Jong geleerd over het belang van actieve stimulering van ontluikende

Nadere informatie

Intake bij atlas trefdag NT2

Intake bij atlas trefdag NT2 Intake bij atlas trefdag NT2 Nieuwe organisatie Atlas Bij Atlas, integratie& inburgering Antwerpen kan je terecht voor: inburgeringstrajecten en informatie over Nederlands leren en oefenen ondersteuning

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE

Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE RLLL/EXT/ADV/004bijl2 Basiseducatie LEERGEBIED INFORMATIE EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE Modulaire opleiding Informatie en communicatietechnologie (ICT) AO BE 001 (Ontwerp) communicatietechnologie, opleiding

Nadere informatie

VRAGENLIJST LEERKRACHT MIDDENBOUW TUSSENDOELENMONITOR

VRAGENLIJST LEERKRACHT MIDDENBOUW TUSSENDOELENMONITOR VRAGENLIJST LEERKRACHT MIDDENBOUW TUSSENDOELENMONITOR INHOUDSOPGAVE Gevorderde geletterdheid Doelen blz. 3 Activiteiten blz. 3 Evaluatie blz. 3 Speciale leerbehoeften blz. 4 Mondelinge communicatie Doelen

Nadere informatie

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist Nederlandse taal Kinderen ontwikkelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden waarmee ze de Nederlandse taal leren gebruiken in situaties die zich in het dagelijkse leven voordoen. Tevens verwerven ze

Nadere informatie

Banketbakkerij Merba, van inpakster naar machinebediener

Banketbakkerij Merba, van inpakster naar machinebediener Banketbakkerij Merba, van inpakster naar machinebediener 1. Karakteristieken Circa 14 laaggeletterde Turkse vrouwen werken als inpakster bij Banketbakkerij Merba. De werkzaamheden van de inpaksters worden

Nadere informatie

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs

Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Professionaliseren van de didactische aanpak van het informatievaardighedenonderwijs Angelique van het Kaar Risbo Erasmus Universiteit Rotterdam 7 november 2012 Overzicht onderwerpen Training Didactische

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Informatie Taal op de werkvloer. Nederlandse taal op de werkvloer: ook uw belang! Hoe ziet het traject Taal op de werkvloer eruit?

Informatie Taal op de werkvloer. Nederlandse taal op de werkvloer: ook uw belang! Hoe ziet het traject Taal op de werkvloer eruit? Informatie Taal op de werkvloer Nederlandse taal op de werkvloer: ook uw belang! De Nederlandse taal verbindt ons allemaal Heeft u werknemers in dienst die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen? Die

Nadere informatie

De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen.

De cursist moet geen opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen. Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-fiche opleidingsonderdeel: COMMUNICATIEVAARDIGHEID Code: 10368 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 3 Studietijd: 75 à 90 uur Deliberatie: mogelijk

Nadere informatie

Visie- en afsprakennota bij de samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse VI (via het NIC), het RIZIV, GTB en de VDAB

Visie- en afsprakennota bij de samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse VI (via het NIC), het RIZIV, GTB en de VDAB Samen werken aan werk Visie- en afsprakennota bij de samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse VI (via het NIC), het RIZIV, GTB en de VDAB Deze nota bevat de operationele visie en concrete afspraken

Nadere informatie

Afstandsonderwijs (AO) binnen de lerarenopleiding Katho

Afstandsonderwijs (AO) binnen de lerarenopleiding Katho Afstandsonderwijs (AO) binnen de lerarenopleiding Katho Vraagstelling/Probleemstelling Omschrijving: De opleiding via afstandsonderwijs is ontstaan vanuit een vraag op de arbeidsmarkt. Er was een tekort

Nadere informatie

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen KB BB GL/TL Een handreiking voor leerkrachten van groep 7 en 8 in het basisonderwijs, leerkrachten in het speciaal basisonderwijs en de docenten vmbo onderbouw

Nadere informatie

Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding. volwassenen. Liv Geeraert

Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding. volwassenen. Liv Geeraert Oriëntatie en leerloopbaanbegeleiding voor volwassenen Liv Geeraert De Leerplek = een geïntegreerd loket: - Huis van het Nederlands - consortium volwassenenonderwijs - VDAB lokale werkwinkel (aanpalend)

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Taalstimulering voor kinderen en volwassenen Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Enkele stellingen Taalontwikkeling 1. Voortalige fase: van 0 tot 1 jaar 2. Vroegtalige fase: van 1 tot 2,5 jaar Eentalige

Nadere informatie

Opleiding Sterk. als Vakleerkracht

Opleiding Sterk. als Vakleerkracht Opleiding Sterk als Vakleerkracht HCO Bezoekadres: Zandvoortselaan 146, Den Haag Postadres: Postbus 53509, 2505 AM Den Haag Telefoon: 070 448 28 28 info@hco.nl www.hco.nl Samenstelling en tekst: HCO Inhoud

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Academiejaar 2013/2014 navorming Mentor Klinisch Onderwijs Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Navorming Mentor Klinisch Onderwijs Deze opleiding is een samenwerking van het departement Gezondheid en

Nadere informatie

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk

Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk Sollicitatietraining: op weg naar stage & werk De jongeren die zich aanmelden bij Maljuna Frato hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en hebben weinig of geen zicht op hun mogelijkheden, kwaliteiten

Nadere informatie

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling Scholingsplan 2012-2013 Samen in ontwikkeling Inhoudsopgave Inleiding 3 Pijlers 4 Kader 5 Deskundigheidsbevordering 2012-2013 6 Beschrijvingen van de scholingen 7 Aanmelden voor externe scholingen 9 Inleiding

Nadere informatie

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Didactische verantwoording Allemaal taal Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Jenny van der Ende Taalondersteuning bij kinderen Naast behoefte aan

Nadere informatie

Online taalleren met professionele ondersteuning

Online taalleren met professionele ondersteuning Online taalleren met professionele ondersteuning Met NLvaardig volgen deelnemers hun taaltraject volledig online. Natuurlijk onder enthousiaste professionele begeleiding. Geen groepslessen dus, cursisten

Nadere informatie

Interpersoonlijk competent

Interpersoonlijk competent Inhoudsopgave Inhoudsopgave...0 Inleiding...1 Interpersoonlijk competent...2 Pedagogisch competent...3 Vakinhoudelijk & didactisch competent...4 Organisatorisch competent...5 Competent in samenwerken met

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

PrOmotie, Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs

PrOmotie, Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs De leeromgeving biedt het praktijkonderwijs, zijn leerlingen en docenten een volwaardig en betaalbaar

Nadere informatie

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering

Vacature. voltijds medewerker begeleiding educatief secundair traject inburgering Vacature Consortium volwassenenonderwijs Antwerpen vzw Kantooradres: Francis Wellesplein 1 2018 Antwerpen Postadres: Postbus 10030 Brederodestraat 90 2018 Antwerpen Tel. 03 338 93 70 Fax 03 338 93 65 info@vol-ant.be

Nadere informatie

Opleiding. Tolk Vlaamse Gebarentaal. Code + officiële benaming van de module. Module Vlaamse Gebarentaal B. Academiejaar 2015-2016.

Opleiding. Tolk Vlaamse Gebarentaal. Code + officiële benaming van de module. Module Vlaamse Gebarentaal B. Academiejaar 2015-2016. Opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal Code + officiële benaming van de module Module Vlaamse Gebarentaal B Academiejaar 2015-2016 Semester 2 Studieomvang 9 studiepunten Totale studietijd 180 Aantal lestijden

Nadere informatie

tieve En Ect Educa traj

tieve En Ect Educa traj Educatieve trajecten Educatieve trajecten In opdracht van gemeentes verzorgt het ROC Kop van Noord- Holland opleidingen voor volwassenen om participatie in de samenleving of op het werk te vergroten: de

Nadere informatie

Het non-formele bibliotheekaanbod voor volwassenen

Het non-formele bibliotheekaanbod voor volwassenen Het non-formele bibliotheekaanbod voor volwassenen Programma s laagdrempelig Voor veel laaggeletterden is leren en het volgen van formeel of non-formeel onderwijs allerminst een vanzelfsprekend. Zaken

Nadere informatie

Doelomschrijving vier deelnemende scholen

Doelomschrijving vier deelnemende scholen Doelomschrijving vier deelnemende scholen 1 doelgroepomschrijvingen Leerbedrijf BAVA (ROC-AKA) Het leerbedrijf Basisvaardigheden (BAVA) is onderdeel van de school voor AKA van het ROC Midden Brabant. Bij

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Marketing Module Algemene Marketing Code A5 Lestijden 160 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen vrijstelling

Nadere informatie

Beroepsstandaarden Talendocent

Beroepsstandaarden Talendocent De Beroepsstandaarden en Registratie in het Talenonderwijs (BiT) zijn ontwikkeld in opdracht van Levende Talen en in afstemming met het SBL. De beroepsstandaarden in dit document zijn uitgewerkt door een

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 4 De rol van de leidinggevende 59 4.1 Inleiding 59 4.2 De verschillende rollen van de leidinggevende 59

Inhoud. Inleiding 7. 4 De rol van de leidinggevende 59 4.1 Inleiding 59 4.2 De verschillende rollen van de leidinggevende 59 Inhoud Inleiding 7 1 Coaching en ontwikkeling van medewerkers in organisaties 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Professionele ontwikkeling in organisaties 13 1.3 Coaching in organisaties 14 1.4 Coachend leidinggeven

Nadere informatie

Blok 1. Lezingen en demonstraties

Blok 1. Lezingen en demonstraties Blok 1. Lezingen en demonstraties Locatie 12.00 12.45 uur Congreszaal Film: Beleidsmakers ervaren in Marokko het leren van (grote lezing) Arabisch als tweede taal Noureddine Erradi, ROC Midden-Brabant

Nadere informatie

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs . Competentieleren Hajer, M. & T. Meestringa (2004). Handboek taalgericht vakonderwijs. Bussum: Coutinho. Ministerie van OC&W (2004). Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 (http://taalinmbo.kennisnet.nl/bronnen/aanvalsplan).

Nadere informatie

Klare taal rendeert. Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties

Klare taal rendeert. Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties Klare taal rendeert Over het belang van een taalbeleid voor bedrijven en organisaties Taalbeleid: geen overbodige luxe Duidelijk en transparant taalgebruik vermijdt misverstanden, verbetert de samenwerking

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO)

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO) Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie () Opleiding Maatschappijoriëntatie - Mobiliteit 022 Opleidingsprofiel Volwassenenonderwijs: Basiseducatie Mobiliteit Versie 1.0 - BVR Pagina 1 van 14 Inhoud

Nadere informatie

Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent

Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent BIJLAGE Bijlage nr. 1 Fiches Titel initiatief: Initiatiefnemer: Opleiding en werkervaring aanvullende thuiszorg vzw Aksent Projectomschrijving Het project wordt opgenomen binnen volgende strategische en

Nadere informatie

Ouderenzorg, allen daarheen? Lieselore Beckers 2015

Ouderenzorg, allen daarheen? Lieselore Beckers 2015 8 okt - Gent 13 okt - Mechelen Trefdag voor arbeidsbemiddelaars Ouderenzorg, allen daarheen? Lieselore Beckers 2015 Vacatures ouderenzorg voor Vlaanderen van januari t.e.m. mei 2015 Ontvangen Vervuld Kinesitherapeut

Nadere informatie

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod

Hulp bij ADHD. Scholingsaanbod Hulp bij ADHD Dit heeft mijn beeld van ADHD enorm verrijkt. Ik zie nu veel mogelijkheden om kinderen met ADHD goede begeleiding te bieden deelnemer workshop bij Fontys Hogescholen Copyright 2010 Hulp bij

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie