Kengetallen. E-19 Fokwaarde voor levensduur

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kengetallen. E-19 Fokwaarde voor levensduur"

Transcriptie

1 Kengetallen E-19 Fokwaarde voor levensduur Inleiding De levensduur van een melkkoe geeft aan hoe lang een koe in staat is geweest niet afgevoerd te worden vanwege een tekortkoming. Anders gezegd, hoe tevreden haar veehouder over haar is. Een veehouder houdt in zijn afvoerbeleid rekening met een groot aantal kenmerken. Globaal zijn die in te delen in productie, vruchtbaarheid, gezondheid en werkbaarheid. Omdat koeien gehouden worden om melk te produceren, wordt afvoer op grond van een te lage productie vrijwillige afvoer genoemd, en afvoer op grond van andere kenmerken of tekortkomingen gedwongen afvoer. In de praktijk zal de afvoerreden van een koe zelden alleen onder één van deze noemers vallen: een koe die na een inseminatie niet drachtig is en weinig produceert, zal eerder worden afgevoerd dan een bedrijfsgenoot die ook nog niet drachtig is maar beter produceert. De gerealiseerde levensduur van een melkkoe hangt af van de afvoerbeslissing van de veehouder. Aannemende dat een bedrijf over de jaren heen een constant aantal koeien heeft, is de gemiddelde gerealiseerde levensduur op een bedrijf eenvoudig te berekenen als 1/vervangingspercentage. Het vervangingspercentage is het aantal vaarzen gedeeld door het totaal aantal melkkoeien. De levensduur is dan uitgedrukt in aantal lactaties. Op landelijk niveau geldt hetzelfde. Uit de Jaarstatistieken blijkt dat het vervangingspercentage al jaren iets boven de 30% ligt. De gemiddelde gerealiseerde productieve levensduur is dus al jaren gelijk aan 3,3 lactaties. Het gemiddelde aantal melkdagen van alle lactaties, inclusief de afgebroken lijsten, is 300 dagen. In tabel 1 staat informatie over de levensduur van stamboek koeien in de MPR die zijn afgevoerd in de jaren 1989 tot en met De productieve levensduur, dat is de periode tussen de eerste afkalfdatum en de laatste proefmelkdatum is weergegeven in aantal dagen. Tabel 1. De productieve levensduur van afgevoerde stamboek koeien in de MPR in de jaren Jaar Aantal dagen Jaar Aantal dagen Jaar Aantal dagen Omdat de veehouder de levensduur van een melkkoe bepaalt, kan het voorkomen dat de resultaten van selectie op levensduur niet direct zichtbaar worden. De veehouder blijft namelijk selecteren in zijn veestapel, waarbij de selectie sterk wordt gestuurd door het percentage vaarzen, ten opzichte van zijn melkveestapel, die hij ieder jaar opfokt en aan de melk laat komen. Daardoor kan het voorkomen dat genetische selectie op levensduur niet resulteert in een langere gerealiseerde levensduur. Selectie op levensduur geeft alleen een langere levensduur als de melkveehouder ook echt besluit om minder koeien op te fokken dus een lager percentage nieuwe vaarzen in zijn veestapel laat instromen. Wel zal bij een constant gelijk percentage insteek van jonge vaarzen èn een genetische verbetering van de veestapel (op populatieniveau) gedwongen afvoer worden vervangen door vrijwillige afvoer, oftwel de melkveehouder krijgt zelf mee keuzevrijheid welke koe hij wil afvoeren in verband met een te lage melkproductie. Handboek Kwaliteit 1 Hoofdstuk E-19

2 De Nederlandse fokwaarde voor levensduur is een getal dat aangeeft hoe goed dochters van een bepaalde stier voldoenhet is een maat om stieren te rangschikken op het vermogen om afvoer tegen te gaan. Directe en indirecte informatie Uit de gegevens van de MPR is bekend wanneer een koe voor het eerst afkalft en wanneer haar laatste proefmelking was. De productieve levensduur is dan te berekenen als het verschil tussen deze twee datums. Deze informatie is de directe informatie die in de fokwaardeschatting wordt geanalyseerd. Omdat de erfelijkheidsgraad van levensduur laag is (ongeveer 12%) en het lang kan duren voordat genoeg directe informatie over de levensduur van de dochters van een stier bekend is, wordt voor jonge stieren ook gebruik gemaakt van informatie over gecorreleerde (voorspellende) kenmerken. Deze informatie is de indirecte informatie. De uiteindelijke fokwaarde voor levensduur bestaat uit twee delen: één gebaseerd op directe fokwaarde voor levensduurdirecte informatie), en één gebaseerd op fokwaarden voor andere kenmerken (indirecte informatie). De hoeveelheid informatie van beide bronnen kan per stier verschillen. Vandaar dat per stier een inweging van de directe ten opzichte van de indirecte informatie wordt gemaakt. Voor stieren waarvan de fokwaarde voor het eerst wordt berekend, zorgt de indirecte informatie voor een stijging van de betrouwbaarheid van ongeveer 10%. Naarmate een stier ouder wordt, komt meer directe levensduurinformatie beschikbaar en wordt de indirecte informatie minder belangrijk. Directe fokwaardeschatting a. gegevens De directe fokwaardeschatting is gebaseerd op de directe informatie over de levensduur van de stamboekdochters van een stier. De productieve levensduur wordt berekend uit de gegevens van de MPR: het aantal dagen tussen de eerste keer afkalven en de laatste proefmelking. Als een koe verhuist naar een ander bedrijf wat meedoet aan de MPR, heeft dat geen enkele invloed op de berekening van haar levensduur. In het halve jaar waarin wordt verhuisd is dan namelijk sprake van twee effecten. Eerst op het ene bedrijf en later op het andere bedrijf. Beide BHJ(bedrijf-half jaar)-effecten worden meegenomen. Als ze verhuist naar een bedrijf wat niet meedoet aan de MPR, is haar uiteindelijke levensduur niet bekend maar wel de tot dan toe gerealiseerde levensduur, wat een minimum is van de uiteindelijke levensduur. Om aan de fokwaardeschatting van de stier bij te dragen moet een koe bij eerste keer afkalven minimaal 640 dagen oud zijn. Daarnaast moet zij een proefmelking na 1 januari 1988 hebben. b. survival analyse De directe levensduurgegevens worden geanalyseerd met behulp van survival analyse. De methodiek van de survival analyse heeft als eigenschap dat: 1. De dieren waarvan de uiteindelijke levensduur (nog) niet bekend is, worden ook in de analyse meegenomen. 2. Er een precieze correctie voor storende effecten mogelijk is, waarbij deze effecten afhankelijk van de tijd kunnen worden gemodelleerd. 3. De kans op afvoer kan worden gemodelleerd per pariteit en binnen pariteit ook per lactatiestadium. In de survival analyse wordt niet de levensduur, maar de kans op afvoer geanalyseerd. Levensduur en kans op afvoer zijn nauw aan elkaar gerelateerd. Handboek Kwaliteit 2 Hoofdstuk E-19

3 Als koeien nog leven, is de werkelijke levensduur niet bekend. In methodieken zoals gebruikt voor de fokwaardeschatting van andere kenmerken kunnen de gegevens van deze koeien niet worden meegenomen. Zeker voor jonge stieren zou dit leiden tot een systematische onderschatting van de fokwaarde voor levensduur. Immers, een jonge stier heeft per definitie jonge dochters. Als alleen de gegevens van al afgevoerde dochters worden geanalyseerd, zijn dit koeien die al op jonge leeftijd zijn afgevoerd. De fokwaarde zal dus laag zijn, onafhankelijk hoeveel dochters nog in leven zijn. In de survival analyse worden ook gegevens van dochters die (nog) niet zijn afgevoerd opgenomen. Dit kan omdat niet de levensduur zelf, maar de kans op afvoer geanalyseerd wordt. Een koe die nog leeft, is niet afgevoerd in de concurrentiestrijd met haar bedrijfsgenotes, en dat geeft informatie over haar levensduur vergeleken met die van bedrijfsgenotes. Op deze manier kan ook een jonge stier een bruikbare fokwaarde voor levensduur krijgen. Het tweede voordeel van de survival analyse is de precieze modellering. In traditionele methodieken wordt verondersteld dat elk storend effect continu van invloed is. In de survival analyse kan een effect tijdsafhankelijk worden opgenomen. Een voorbeeld. In de fokwaardeschatting voor productie werd voorheen bij het lactatiemodel het effect van bedrijf-jaarseizoen-pariteit (BJSP) opgenomen. Afhankelijk van het bedrijf en de kalfdatum werd voor elke pariteit een BJS-effect gedefinieerd, wat gold voor die hele pariteit, dus de hele lactatie lang. Voor levensduur is het duidelijk dat één BHJ-effect voor het hele leven van een koe te lang kan zijn. Alleen al door de quotering zal het afvoerbeleid (en dus de levensduur) in de eerste helft van het jaar anders zijn dan in de tweede helft van het jaar. Survival analyse biedt de mogelijkheid om een BHJ per half jaar te laten veranderen. Ook als een koe verhuist, verandert het BHJ-effect. In Figuur 1 staat een schematisch voorbeeld van een tijdsafhankelijk BHJ-effect. De kans op afvoer ten gevolge van het BHJ-effect verandert elk half jaar. Ook als de koe verhuist van het ene bedrijf naar het andere (eind augustus), verandert het effect wat het BHJ heeft op de kans op afvoer. Ze komt namelijk op een ander bedrijf waar een ander afvoerbeleid is en dus een andere kans op afvoer. Ook andere effecten kunnen op deze manier tijdsafhankelijk worden gemodelleerd, zodat de correctie voor deze storende invloeden zeer precies is. Het derde voordeel van de survival analyse is dat de kans op afvoer kan worden gemodelleerd per pariteit en per lactatiestadium. De kans van een koe om afgevoerd te worden op dag 250 van de lactatie is kleiner dan de kans op dag 350 van de lactatie. Als een koe wordt afgevoerd op dag 250 van de lactatie heeft dit een groter effect op de fokwaarde van haar vader dan dat de koe wordt afgevoerd op dag 350 van de lactatie. Naast de voordelen heeft de survival analyse een nadeel. Door de complexiteit van de rekenmethode is veel computercapaciteit nodig om een beperkt aantal diereffecten te kunnen schatten. Daarnaast is van koeien te weinig informatie bekend om voor het vrouwelijk deel van de veestapel een fokwaarde met een redelijke betrouwbaarheid te kunnen schatten. Vandaar dat voor de fokwaardeschatting alleen een stier-moedersvadermodel gebruikt wordt engeen diermodel. Dit betekent dat bij de fokwaardeschatting rekening wordt gehouden met de vader en moedersvader van de koe en dat er alleen fokwaarden voor stieren worden geschat. Handboek Kwaliteit 3 Hoofdstuk E-19

4 De survival analyse wordt uitgevoerd met behulp van de Survival Kit. Dit is een set programma s geschreven door Vincent Ducrocq en Hans Sölkner om voor grote populaties zowel de benodigde parameters als de fokwaarden te kunnen schatten (Ducrocq en Sölkner, 1998). Kans op afvoer door BHJ-effect 1 apr. 1 okt. 1 apr. Tijd koe verhuist Figuur 1. Een schematisch voorbeeld van de werking van het tijdsafhankelijke BHJ-effect voor een koe die eind augustus verhuist naar een ander bedrijf c. statistisch model Het model voor de directe fokwaardeschatting voor levensduur is: Y ijklmnopqrst waarbij: Y ijklmpqrstu BHJ i PARSTAD j PARJ2M k = BHJ i + PARSTAD j + PARJ2M k + BGV l + LEA m + HETER p + RECOM q + V r + MV s + GG t + rest u :kans op afvoer van een koe; :bedrijf-half-jaarklasse i, met twee klassen per jaar. Dit random klasse effect is tijdsafhankelijk en verandert bij verhuizing van een koe, en op 1 april en 1 oktober elk jaar. Er wordt verondersteld dat de spreiding de gamma distributie volgt (zie tabel 2); :pariteit-lactatiestadium klasse j, de pariteiten zijn ingedeeld in pariteit 1, 2 en 3 en hoger. De lactatiestadia veranderen bij 30, 190, 250 en 330 dagen na afkalven en er wordt een aparte lactatiestadium klasse gevormd door de droge koeien. Het pariteitlacatatiestadium effect schat de kans op afvoer per dag per pariteit-lactatiestadium klasse. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een Weibull distributie. Dit levert per pariteit-lactatiestadium klasse een parameter rho op die de afvoercurve van de betreffende klasse beschrijft. De afvoercurve van pariteit 4 en hoger hebben dezelfde vorm als pariteit 3, maar het niveau van de curve kan anders zijn. Dit verschil in niveau wordt gemodelleerd door het PARJ2M-effect. De fenotypische kans op afvoer voor pariteit 1 tot en met 3 is weergegeven in figuur 2. De rho s geschat in juli 2004 staan in tabel 2. :parititeit-jaar-2-maands klasse k, als tijdsafhankelijk klasse effect dat verandert op de 15 e van de oneven maanden. De eerste klasse loopt van 1 januari 1988 tot 15 Handboek Kwaliteit 4 Hoofdstuk E-19

5 maart 1988 en verandert vervolgens per 2 maanden. De klassen zijn ingedeeld voor pariteit 1 tot en met 10. Pariteit 10 en hoger zijn samengevoegd. BGV l :bedrijfsgrootteverandering klasse l. Het BGV-effect is een tijdsafhankelijk klasse effect en wordt uitgerekend door het aantal koeien wat op 1 januari van een jaar aanwezig is op een bedrijf te vergelijken met het aantal koeien op datzelfde bedrijf op 1 januari het jaar ervoor. Er worden zeven klassen onderscheiden: krimp tussen 90 en 50%, krimp tussen 50 en 30%, krimp tussen 30 en 10%, geen krimp noch groei groter dan 10%, groei tussen de 10 en 30%, groei groter dan 30% en bedrijven die zijn gestopt (meer dan 90% krimp); LEA m :leeftijd bij eerste keer afkalven m, uitgedrukt in dagen. Dit effect wordt in klassen van dagen ingedeeld, afhankelijk van het aantal dieren per klasse. Dit effect wordt onafhankelijk van tijd opgenomen, oftewel er wordt verondersteld dat LEA hetzelfde effect heeft gedurende de hele levensduur van een melkkoe; HETER p :heterosiseffect p, het heterosiseffect is een covariabele;. RECOM q :recombinatie-effect q, het recombinatie-effect is een covariabele; V r :vadereffect r, dus de helft van het additief genetisch effect of de helft van de fokwaarde van de vader, als tijdsonafhankelijk random klasse effect (zie voor de erfelijkheidsgraad tabel 3); MV s :moedersvadereffect s, dus een kwart van het additief genetisch effect of een kwart van de fokwaarde van de moedersvader, als tijdsonafhankelijk random klasse effect (zie voor de erfelijkheidsgraad tabel 3); GG t :genetische groep t van de maternale grootmoeder (de moeder van de moeder), gebaseerd op haar rasbalk en het geboortejaar van de dochter, als tijdsonafhankelijk fixed klasse effect; Rest u :rest-term u, alles wat niet verklaard wordt door het model. De bedrijfsgrootteverandering wordt opgenomen omdat een bedrijf wat aan het uitbreiden is, een heel ander afvoerbeleid voert dan op een bedrijf wat aan het afbouwen is. De leeftijd bij eerste keer afkalven blijkt van invloed te zijn op de levensduur van melkkoeien. Koeien die relatief oud zijn bij de eerste keer afkalven, hebben een kortere levensduur dan koeien die relatief jong zijn. Een koe die dertig dagen later afkalft heeft een toename in kans op afvoer van ongeveer 2,5%, die gedurende het hele leven van die koe geldt omdat het effect onafhankelijk van tijd is opgenomen. Handboek Kwaliteit 5 Hoofdstuk E-19

6 0,01 0,009 0,008 PAR1 PAR2 PAR3 0,007 Afvoerkans 0,006 0,005 0,004 0,003 0,002 0, dagen in lactatie Figuur 2. Kans op afvoer voor pariteit 1,2 en 3 per dag in lactatie In figuur 2 is de kans op afvoer weergegeven gedurende de lactatie. Uit de grafiek blijkt dat bij vaarzen (pariteit 1) de kans op afvoer in het begin van de lactatie iets hoger is dan bij pariteit 2 en 3. Vanaf dag 150 van de lactatie neemt de kans of afvoer voor vaarzen zelfs iets af en voor pariteit 2 en 3 toe, vanaf dag 150 worden de verschillen in kans op afvoer tussen pariteit 1 en pariteit 2 en 3 steeds groter. Bij de fokwaardeschatting wordt de kans op afvoer gemodelleerd middels een basisrisicofunctie, waarbij een parameter rho bepaalt of het risico op afvoer met toename van leeftijd toeneemt of afneemt. Als de dagelijkse kans op afvoer afneemt, betekent dit dat rho kleiner wordt dan 1, dit blijkt ook uit tabel 2 voor de rho van lactatiestadium 191 tot 250 dagen voor pariteit 1. Als de dagelijkse kans op afvoer toeneemt, betekent dit dat rho groter is dan 1. Dit is in tabel 2 te zien voor alle lactatie-pariteits periodes behalve voor lactatiestadium 191 tot 250 dagen voor pariteit 1. Naarmate rho hoger is neemt de kans op afvoer in de betreffende klasse toe. Tevens laat tabel 2 zien dat gemiddeld genomen de kans op afvoer toeneemt met de pariteit. De kans op afvoer binnen de lactatie is het laagst tussen de 191 en de 250 dagen en het hoogst na 330 dagen. De kans op afvoer in de droogstand is 0 omdat als afvoerdatum voor de koeien de laatste proefmelkdatum wordt gebruikt. Tabel 2. Parameters (rho s) van de Weibull distributie geschat per pariteit-lactatiestadium klasse voor levensduur Pariteit Lactatiestadium 0-30 dagen 1,48 1,42 1, dagen 1,02 1,39 1, dagen 0,98 1,17 1, dagen 1,23 1,36 1,21 > 331 dagen 1,94 1,77 1,38 Droogstand 0,00 0,00 0,00 Handboek Kwaliteit 6 Hoofdstuk E-19

7 1,4 1,2 1 realtieve kans 0,8 0,6 0,4 0,2 0-90%/-50% -50%/-30% -30%/-10% -10%/+10% +10%/+30% >30% bedrijfsgrootte verandering Figuur 3. Kans op afvoer per bedrijfsgrootte verandering In figuur 3 wordt een beeld gegeven van de verandering van de kans op afvoer bij een verandering van de bedrijfsgrootte. De kans op afvoer neemt af naarmate het bedrijf minder krimpt tot 30 % groeit. De kans op afvoer bij bedrijven die meer dan 30% groeien is groter dan bij bedrijven die 10% krimpen tot 30% groeien. Het geschatte heterosis effect is een langere levensduur van 130 dagen. Deze langere levensduur als gevolg van heterosis is gelijk aan 45% van de genetische spreiding van levensduur. Voor melkproductie is het geschatte heterosis effect in de fokwaardeschatting 148 kilogram melk, dat is ongeveer gelijk aan 21% van de genetische spreiding van melk. Het geschatte recombinatie effect (100% recombinatie) is een 35 dagen kortere levensduur. Deze verlaging van levensduur is gelijk aan 13% van de genetische spreiding van levensduur. Voor melkproductie is het geschatte recombinatie effect bij 50% recombinatie in de fokwaardeschatting -62 kilogram melk, dat is ongeveer gelijk aan 9% van de genetische spreiding van melk. Uit de heterosis- en recombinatieschattingen voor levensduur kan worden geconcludeerd dat het heterosis en recombinatie effect relatief gezien groter is dan bij melkproductie. Voor de fokwaardeschatting wordt een uitgebreid stiermodel gebruikt: het stier-moedersvader model. De fokwaarde van de stier wordt niet alleen geschat via de informatie van de dochters, maar ook de kleindochters via de vrouwelijke lijn en de familierelaties (vader en moeder afstamming minimaal twee generaties terug) van de stier worden meegenomen. Onbekende voorouders van stieren in de relatiematrix worden opgenomen door middel van genetische groepen, die gedefinieerd worden op basis van rasbalk en geboortejaar. Er wordt optimaal rekening gehouden met de genetische aanleg van de moeder van de koe, door de maternale grootvader en een genetische groep voor moedersmoeder, die in het model zijn opgenomen. De Handboek Kwaliteit 7 Hoofdstuk E-19

8 genetische groep van de moedersmoeder wordt bepaald op basis van haar rasbalk en geboortejaar. Op deze manier wordt gecorrigeerd voor een mogelijk selectieve inzet van bepaalde stieren. d. parameters Een beschrijving van de data en de methode die zijn gebruikt voor het schatten van de huidige parameters van de fokwaardeschatting voor levensduur staat beschreven in Van der Linde (2004) en Van der Linde (2007). De resultaten kunnen in lichte mate afwijken van de resultaten beschreven in dit hoofdstuk, in dat geval gelden voor de fokwaardeschatting de resultaten zoals ze in dit hoofdstuk zijn beschreven. Tabel 3. Parameters die worden gebruikt bij de fokwaardeschatting voor levensduur Parameter Waarde Gamma 4,95 Erfelijkheidsgraad (originele schaal) 0,12 Indirecte fokwaardeschatting a. betrouwbaarheid In principe wordt de fokwaarde voor levensduur geschat met behulp van gegevens over de levensduur van dochters en kleindochters van een bepaalde stier. Echter, de betrouwbaarheid van de fokwaardeschatting van een stier hangt af van de erfelijkheidsgraad van het kenmerk waarvoor een fokwaarde wordt geschat, en van de hoeveelheid informatie die beschikbaar is. De erfelijkheidsgraad van levensduur is niet hoog: 0,12. Ter vergelijking: voor melkproductie is de erfelijkheidsgraad 0,59. Dit betekent dat voor een zekere betrouwbaarheid van de fokwaarde voor levensduur meer informatie nodig is dan voor melkproductie. Met name voor jonge stieren is de beschikbare informatie gering, omdat die vooral wordt bepaald door het aantal reeds afgevoerde dochters. Vandaar dat naast de directe informatie over de levensduur, ook gebruik gemaakt wordt van indirecte informatie. b. gebruik van voorspellende kenmerken Voor de voorspellende kenmerken (exterieur, celgetal, vruchtbaarheid) worden fokwaarden berekend. Voor deze voorspellende kenmerken worden ook de verwachtingswaarden berekend. Als voorspeller voor levensduur wordt de fokwaarde minus de verwachtingswaarde van de stier voor dat kenmerk gebruikt. Het voordeel van deze methode is dat hiermee geen informatie wordt dubbel geteld. Immers, de informatie over de voorspellers van de ouders zit ook al in de verwachtingwaarde voor levensduur van de stier. Deze methode wordt gebruikt om voor jonge stieren (KI-getest) de betrouwbaarheid van de fokwaarde voor levensduur te verhogen. Voor oudere fokstieren voegt de indirecte informatie niets meer toe aan de fokwaarde voor levensduur. c. wegingsfactoren voorspellende kenmerken Er zijn meerdere kenmerken die een verband laten zien met de levensduur. Gezocht is naar die kenmerken die, in combinatie met elkaar, leiden tot de beste voorspelling. De kenmerken waarvan de fokwaarden, naast de directe informatie over levensduur, worden meegenomen bij de schatting van de fokwaarde levensduur zijn: -celgetal (op een logaritmische schaal) - beengebruik - uierdiepte Handboek Kwaliteit 8 Hoofdstuk E-19

9 Tabel 5. Genetische correlatie tussen levensduur en voorspellers Voorspeller Genetische correlatie met levensduur Uierdiepte 0,22 Beengebruik 0,24 Log-celgetal 0,44 De wegingsfactoren waarmee de voorspellende kenmerken in de fokwaarde voor levensduur worden ingewogen, hangen af van de erfelijkheidsgraden van de kenmerken, de correlaties tussen de kenmerken, en de hoeveelheid beschikbare informatie per kenmerk. De mate waarin de voorspellende kenmerken bijdragen aan de geschatte fokwaarde voor levensduur wordt voor een belangrijk deel bepaald door het aantal dochters waarvan al afvoergegevens beschikbaar zijn. Publicatie De fokwaarde voor levensduur wordt gepresenteerd als een hele fokwaarde, uitgedrukt in dagen. De spreiding in de fokwaarde levensduur is 270 dagen.een stierindex voor levensduur wordt gepubliceerd bij een betrouwbaarheid van de index vanaf 30 procent. Basis Fokwaarden voor levensduur worden op drie verschillende basis gepresenteerd te weten zwartbont-stierbasis, roodbont-stierbasis en Lokaal-stierbasis (voorheen MRIJ-stierbasis). Zwartbont-stierbasis KI-stieren die geboren zijn in 2001 en 2002 met minimaal 87,5% HF-bloed en 12,5% of minder FHbloed en haarkleur zwartbont en officële fokwaarde hebben voor het kenmerk. Roodbont-stierbasis KI-stieren die geboren zijn in 2001 en 2002 met minimaal 87,5% HF-bloed en 12,5% of minder MRIJ-bloed en haarkleur roodbont en officële fokwaarde hebben voor het kenmerk. Lokaal-stierbasis KI-stieren die geboren zijn in in de periode van 1998 tot en 2002 met minimaal 87,5% MRIJ-bloed en 12,5% of minder HF-bloed en officële fokwaarde hebben voor het kenmerk. Iedere vijf jaar, in een jaar deelbaar door 5, wordt het referentiejaar voor de basis met 5 jaar opgeschoven De basisverschillen zijn vermeld in tabel 6. Tabel 6. Basisverschillen voor levensduur Z R R Y Z Y Levensduur Literatuur Arendonk, J.A.M. van, Studies on the replacement policies in dairy cattle. II. Optimum policy and influence of changes in production and prices. Livestock Production Science, vol. 13, pag Beek, S. van der, Economische waarde van onvrijwillige afvoer. NRS notitie. Handboek Kwaliteit 9 Hoofdstuk E-19

10 Ducrocq, V.P. en J. Sölkner, The Survival Kit a package for large analyses of survival data. Proc. 6th World Congress on Genetics Applied to Livestock Production, vol. 27, pag Linde, C. van der, G. de Jong en A.G.F. Harbers Using a piecewise Weibull mixed model in the genetic evaluation for longevity. Paper op Interbull Congres, Sousse, Tunesië. Linde, C van der, A.G.F. Harbers en G. de Jong, From functional to productive longevity in the Netherlands. Paper op Interbull Congres, Dublin, Ierland. Vollema, A.R., Selection for longevity in dairy cattle. Proefschrift Landbouwuniversiteit Wageningen, leerstoelgroep Fokkerij en Genetica. Handboek Kwaliteit 10 Hoofdstuk E-19

Kengetallen E-23 Index levensvatbaarheid bij geboorte Index levensvatbaarheid bij afkalven

Kengetallen E-23 Index levensvatbaarheid bij geboorte Index levensvatbaarheid bij afkalven Kengetallen E-23 Index levensvatbaarheid bij geboorte Index levensvatbaarheid bij afkalven Inleiding Sinds 1989 wordt op basis van geboortegegevens van koeien de index geboortegemak berekend. Deze index

Nadere informatie

Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven

Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven Kengetallen E-23 Fokwaarde levensvatbaarheid bij geboorte Fokwaarde levensvatbaarheid bij afkalven Inleiding Sinds 1989 wordt op basis van geboortegegevens van koeien de index geboortegemak berekend. Deze

Nadere informatie

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum Kengetallen E-2 Fokwaarde Ureum Inleiding Op 1 januari 2006 is het nieuwe mestbeleid van start gegaan met strengere normen. Dit nieuwe beleid was nodig omdat het Europees hof het oude (Minas)beleid onvoldoende

Nadere informatie

Kengetallen E-32 Fokwaarde Kalvervitaliteit

Kengetallen E-32 Fokwaarde Kalvervitaliteit Kengetallen E-32 Fokwaarde Kalvervitaliteit Inleiding Een duurzame en welzijnsvriendelijke melkveehouderij vraagt om vitale kalveren. Uitval van kalveren tijdens de opfok levert niet alleen economische

Nadere informatie

Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen

Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen Leeftijd bij afkalven (dagen) Kengetallen E-39 Fokwaarde Leeftijd van afkalven bij vaarzen Inleiding Het opfokken van jongvee vormt een aanzienlijke kostenpost op een melkveebedrijf. Streefwaardes voor

Nadere informatie

Kengetallen E-15 Fokwaarde melksnelheid

Kengetallen E-15 Fokwaarde melksnelheid Kengetallen E-15 Fokwaarde melksnelheid Inleiding Het is van belang om te weten hoe snel dochters van een bepaalde stier melken. Immers, te snel melkende koeien hebben een grotere kans op mastitis en kunnen

Nadere informatie

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum Kengetallen E-2 Fokwaarde Ureum Inleiding Op 1 januari 2006 is het nieuwe mestbeleid van start gegaan met strengere normen. Dit nieuwe beleid was nodig omdat het Europees hof het oude (Minas)beleid onvoldoende

Nadere informatie

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum

Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum Kengetallen E-25 Fokwaarde Ureum Inleiding Op 1 januari 2006 is het nieuwe mestbeleid van start gegaan met strengere normen. Dit nieuwe beleid was nodig omdat het Europees hof het oude (Minas)beleid onvoldoende

Nadere informatie

Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel

Kengetallen E-18. Fokwaarde Celgetal met testdagmodel Kengetallen E-18 Fokwaarde Celgetal met testdagmodel Inleiding Mastitis is een van de belangrijkste bedrijfsgebonden ziekten in de Nederlandse rundveehouderij. Mastitis resulteert in hoge economische verliezen

Nadere informatie

Kengetallen E-34 Fokwaarde Ketose

Kengetallen E-34 Fokwaarde Ketose Kengetallen E-34 Fokwaarde Ketose Inleiding Aan het begin van de lactatie is ketose een van de meest voorkomende aandoeningen bij melkvee. In de periode tot 60 dagen na afkalven hebben melkkoeien veelal

Nadere informatie

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle

Nadere informatie

Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU)

Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU) Aanpassingen NVO-fokwaardeschattingen april 2008 18 maart 2008 Animal Evaluation Unit (AEU) Aanpassingen op een rij DU ->levensduur aanpassing van NVI Vruchtbaarheid Introductie van 3 bases voor alle kenmerken

Nadere informatie

Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen

Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen Kengetallen E-26 Publicatieregels stierindexen Inleiding De fokwaardeschatting voor stieren valt onder regelgeving van de overheid. De GES (Genetische Evaluatie Stieren) is verantwoordelijk voor de publicatie

Nadere informatie

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle

Nadere informatie

Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES 2015. GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015

Programma: SPONSORS. Ontwikkelingen GES 2015. GES organisatie. Agenda. Quotum eraf, fosfaat erop? Apeldoorn 4 november 2015 10.00 - Geart Benedictus: Welkom Programma: Quotum eraf, fosfaat erop? Toekomst fokkerij? Apeldoorn 4 november 2015 10.05 - Jan Huitema (melkveehouder en Europarlementariër) 10.35 - Bonny van Ranst (melkveehouder

Nadere informatie

Jaarlijkse bijeenkomst GES. Apeldoorn 21 maart 2011

Jaarlijkse bijeenkomst GES. Apeldoorn 21 maart 2011 Jaarlijkse bijeenkomst GES Apeldoorn 21 maart 2011 Eerste jaar GES Agenda Aanpassingen fokwaardeschatting 2011 2. Eerste jaar GES Eerste jaar GES Interne organisatie: bestuur + VSI, technische commissie,

Nadere informatie

Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel

Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Inleiding In de veefokkerij gaat het erom door selectie en vervolgens paring van ouderdieren een volgende generatie runderen te

Nadere informatie

Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid

Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid Kengetallen E-30 Fokwaarde Klauwgezondheid Inleiding Klauwaandoeningen en kreupelheid vormen samen met mastitis en verminderde vruchtbaarheid de belangrijkste bedrijfsgezondheidsproblemen in de Nederlandse

Nadere informatie

Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak

Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Inleiding Van KI-stieren worden gegevens verzameld over het gemak waarmee hun nakomelingen geboren worden. Het doel van de registratie van

Nadere informatie

Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid

Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Kengetallen E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Inleiding De vruchtbaarheid van een stier uit zich op twee manieren: via het bevruchtend vermogen van zijn sperma en via de vruchtbaarheid van zijn dochters. Het

Nadere informatie

Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen?

Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen? Nieuwe fokwaarden, hoe te lezen? Bijeenkomst Studieclub Geitenhouderij 23 juni 2015 Jan ten Napel, senior genetics researcher Fokken of gokken? De melkgeitenhouderij moet zich steeds aanpassen om voorbereid

Nadere informatie

Wat heeft de veehouder aan Genomics

Wat heeft de veehouder aan Genomics 2/1/21 Wat heeft de veehouder aan Genomics Mario Calus en Johan van Arendonk Wageningen UR Livestock Research en Wageningen University Wat wil de veehouder? Een goed inkomen halen van het bedrijf door

Nadere informatie

Aanpassingen fokwaardeschatting 2013 Stand van zaken omrekening genomics. 12 maart 2013 Gerben de Jong

Aanpassingen fokwaardeschatting 2013 Stand van zaken omrekening genomics. 12 maart 2013 Gerben de Jong Aanpassingen fokwaardeschatting 2013 Stand van zaken omrekening genomics 12 maart 2013 Gerben de Jong Aanpassingen april 2013 Exterieur: openheid en parameters Kalvervitaliteit: nieuw kenmerk uitstel aug

Nadere informatie

N o t i t i e. Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/06.0108/MH/HWA Bijlage(n): -

N o t i t i e. Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/06.0108/MH/HWA Bijlage(n): - Auteur: Horneman Betreft: Lactosebepalingen MPR Datum: Arnhem, 29 augustus 2006 Onze referentie: R&D/06.0108/MH/HWA Bijlage(n): - N o t i t i e Sinds begin 2006 worden resultaten van lactosebepalingen

Nadere informatie

Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak

Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Kengetallen E-14 Fokwaarde geboortegemak Fokwaarde afkalfgemak Inleiding Van KI-stieren worden gegevens verzameld over het gemak waarmee hun nakomelingen geboren worden. Het doel van de registratie van

Nadere informatie

Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde

Kengetallen. E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde Kengetallen E-12 Inseminatiewaarde en Gebruikswaarde Inleiding Jaarlijks wordt circa 30% van de melkveestapel afgevoerd en vervangen door hoogdrachtige vaarzen. De afvoer van een koe kan gedwongen zijn

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel

Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Kengetallen E-7 Fokwaardeschatting melkproductiekenmerken met testdagmodel Inleiding In de veefokkerij gaat het erom door selectie en vervolgens paring van ouderdieren een volgende generatie runderen te

Nadere informatie

Nieuwe modellen voor het schatten van genotype-milieu interactie

Nieuwe modellen voor het schatten van genotype-milieu interactie Nieuwe modellen voor het schatten van genotype-milieu interactie Mario Calus Roel Veerkamp Divisie Dier en Omgeving Animal Sciences Group (ASG) - Lelystad Wageningen UR Wat is genotype-milieu interactie?

Nadere informatie

NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde

NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde NO Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde Inleiding Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van

Nadere informatie

Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid

Kengetallen. E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Kengetallen E-17 Fokwaarde Vruchtbaarheid Inleiding De vruchtbaarheid van een stier uit zich op twee manieren: via het bevruchtend vermogen van zijn sperma en via de vruchtbaarheid van zijn dochters. Het

Nadere informatie

Kengetallen. E-13 Voortplanting

Kengetallen. E-13 Voortplanting Kengetallen E-13 Voortplanting Inleiding Op melkveebedrijven wordt jaarlijks een aanzienlijke schade geleden als gevolg van een niet optimale tussenkalftijd en een voortijdige afvoer van koeien die niet

Nadere informatie

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken

Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Kengetallen E-8 Fokwaardeschatting exterieurkenmerken Inleiding In 1981 heeft CRV het systeem van bedrijfsinspectie geïntroduceerd. Dit houdt in dat bij deelnemers aan bedrijfsinspectie routinematig alle

Nadere informatie

Kengetallen E-27 Fokwaarde Uiergezondheid

Kengetallen E-27 Fokwaarde Uiergezondheid Kengetallen E-27 Fokwaarde Uiergezondheid Inleiding Klinische mastitis is een van de belangrijkste dierziekten bij melkvee. Er zijn managementstrategieën ontwikkeld die kunnen helpen bij het reduceren

Nadere informatie

Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie.

Vetcorrectie Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie. Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde Inleiding Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van een

Nadere informatie

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen

Er valt veel te winnen met een langere levensduur. Henk Hogeveen Er valt veel te winnen met een langere levensduur Henk Hogeveen Lange levensduur is goed...... gevolg van betere gezondheid... gevolg van betere vruchtbaarheid... minder jongvee nodig minder kosten minder

Nadere informatie

DE BASIS VAN DE FOKKERIJ

DE BASIS VAN DE FOKKERIJ 6.1 WAT IS FOKKERIJ? Fokken is het selecteren van de juiste koeien. Van de ene koe of stier willen veehouders een nakomeling, van de andere niet. Fokken is het bewust combineren van ouderdieren: een nieuwe

Nadere informatie

Fokkerijkansen voor de geit

Fokkerijkansen voor de geit Fokkerijkansen voor de geit Kor Oldenbroek Symposium duurzame toekomst geitenrassen 12 november 2016, Putten Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) CV Kor Oldenbroek IVO in Zeist/ASG Lelystad

Nadere informatie

Fokkerij, de theorie. Hoofdstuk 3. Fokken is investeren in de toekomst. Wat is een fokwaarde precies?

Fokkerij, de theorie. Hoofdstuk 3. Fokken is investeren in de toekomst. Wat is een fokwaarde precies? Hoofdstuk 3 Fokkerij, de theorie Fokken is investeren in de toekomst Fokken is eigenlijk niets anders dan selecteren. Van de ene koe of stier willen veehouders een nakomeling, van de andere niet. Fokken

Nadere informatie

STRATEGISCH FOKKEN HOOFDSTUK 7 68 DEEL 1: STRATEGISCH FOKKEN DEEL 1:: STRATEGISCH FOKKEN 69

STRATEGISCH FOKKEN HOOFDSTUK 7 68 DEEL 1: STRATEGISCH FOKKEN DEEL 1:: STRATEGISCH FOKKEN 69 7.1 Het nut van een fokdoel Fokken is investeren in de toekomst. De stieren van vandaag zorgen voor melkgevende dochters over zo n drie jaar. Die dochters vormen het kapitaal van de melkveehouderij. Om

Nadere informatie

Nieuws NVO fokwaardeschatting NRS is een onderdeel van CRV Holding BV

Nieuws NVO fokwaardeschatting NRS is een onderdeel van CRV Holding BV Nieuws NVO fokwaardeschatting 2007 NRS is een onderdeel van CRV Holding BV Onderwerpen NVI Levensduur Ureum Vruchtbaarheid Exterieur NVI Nederlands Vlaamse Index Index om dieren op te rangschikken Fokdoel

Nadere informatie

Kengetallen. E-1 Voorspelling Dagproductie

Kengetallen. E-1 Voorspelling Dagproductie Kengetallen E-1 Voorspelling Dagproductie Inleiding Ter ondersteuning van de fokkerij en het bedrijfsmanagement berekent NRS diverse kengetallen. Te denken valt aan bijvoorbeeld de fokwaarden van koeien

Nadere informatie

Overzicht van alle bases voor fokwaarden en basisverschillen

Overzicht van alle bases voor fokwaarden en basisverschillen en basisverschillen Dit stuk beschrijft de situatie vanaf augustus 2013, waarbij wordt beschreven welke bases er worden gehanteerd, wat van de basisverschillen zijn en welke dieren op welke basis worden

Nadere informatie

Alles wat u moet weten over inteelt

Alles wat u moet weten over inteelt Alles wat u moet weten over inteelt Inteelt is vaak een onderwerp van gesprek. In dit artikel vertellen wij u aan de hand van vragen en antwoorden alles over inteelt en hoe u hiermee om kunt gaan. Indien

Nadere informatie

Mil - R - Mor. Dagen sinds Ge boorte / / / / / 1, / 377

Mil - R - Mor. Dagen sinds Ge boorte / / / / / 1, / 377 Mil-R-Mor Farm Mil - R - Mor L E E F T I J D Productiein het vorige jaar LBS/ KG Melk opbrengst Opbrengst minus productie kosten Dagen sinds Ge boorte Totaal netto inkomen sinds geboortedag Netto inkomen/

Nadere informatie

Kengetallen E-22 Vleesindex

Kengetallen E-22 Vleesindex Kengetallen E-22 Vleesindex Inleiding Sinds januari 1995 worden slachtgegevens verzameld op Nederlandse slachthuizen. De slachtgegevens worden door de slachthuizen naar het PVV in Rijswijk gestuurd. In

Nadere informatie

het cijfer moet op dezelfde manier gelezen worden als bijvoorbeeld de fokwaarden. Het cijfer is gebaseerd op: niet-behaald rendement (zie punt 4).

het cijfer moet op dezelfde manier gelezen worden als bijvoorbeeld de fokwaarden. Het cijfer is gebaseerd op: niet-behaald rendement (zie punt 4). Vruchtbaarheid Vruchtbaarheid is continu een punt van aandacht voor elk melkveebedrijf. Belangrijke factoren die de vruchtbaarheid beïnvloeden, zijn onder andere de energiebalans, de tochtwaarneming en

Nadere informatie

Informatie uit melk. Benny Declerck workshops voor dierenartsen. 2015 september-oktober

Informatie uit melk. Benny Declerck workshops voor dierenartsen. 2015 september-oktober Informatie uit melk Benny Declerck workshops voor dierenartsen 2015 september-oktober Agenda CRV Dataverzameling MPR kengetallen MPR informatie Ontsluitingsprocedure 2015-09+10 workshops da mpr bd 2 CRV

Nadere informatie

14/11/2012. ... maar er zijn ook problemen! Dit is wat we een koe graag zien doen... (4 to 9 uur/dag - Hafez & Bouissou, 1975)

14/11/2012. ... maar er zijn ook problemen! Dit is wat we een koe graag zien doen... (4 to 9 uur/dag - Hafez & Bouissou, 1975) Voeropname (ds/d) 14/11/2012 Fokken voor efficiëntieverbetering Dit is wat we een koe graag zien doen... (4 to 9 uur/dag - Hafez & Bouissou, 1975) Yvette de Haas... maar er zijn ook problemen! Broeikas

Nadere informatie

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat

Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat - Eindrapportage aan de provincie Drenthe - Integraal Duurzame Veestapel Integraal denken en werken op bedrijfsniveau met oog voor klimaat Projectbeheerder: ETC Adviesgroep Mevr. I. Rameijer i.rameijer@etcnl.nl

Nadere informatie

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland

Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Claw Health in Dairy Cows in the Netherlands Chapter 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 - Chapter 10 - Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Subtitel: Epidemiologische aspecten van verschillende klauwaandoeningen

Nadere informatie

Mastitis en de vrije markt. Henk Hogeveen

Mastitis en de vrije markt. Henk Hogeveen Mastitis en de vrije markt Henk Hogeveen Wat kunt u van mij verwachten Denken in een tijd zonder quotum Het probleem: Preventieve kosten vs faalkosten En nu zonder quotum Oude denken Productiecapaciteit

Nadere informatie

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid

Agrarische Bedrijfsverzorging. Digiklauw. Meer grip op klauwgezondheid Agrarische Bedrijfsverzorging Digiklauw Meer grip op klauwgezondheid De gezondheid van de klauwen is een goede graadmeter voor de gezondheid van uw veestapel. Een goed beeld verkrijgen van het verloop

Nadere informatie

Extra bij artikel: De faalkosten van mastitis en de vrije markt

Extra bij artikel: De faalkosten van mastitis en de vrije markt Extra bij artikel: De faalkosten van mastitis en de vrije markt Mastitis en de vrije markt Het wegvallen van het melkquotum betekent een ander kosten- en opbrengstenplaatje. Wat betekent dit voor de benadering

Nadere informatie

Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen

Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen Nieuwe Vruchtbaarheidsindexen voor schapen S. Janssens, november Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Gegevens De meest recente Vruchtbaarheids

Nadere informatie

Valacon-Dairy v.o.f. Duurzaam melkvee. Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november

Valacon-Dairy v.o.f. Duurzaam melkvee. Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november Duurzaam melkvee Het waarom en hoe. Willem van Laarhoven 23 november 2010 www.duurzaammelkvee.nl 1 . Onderzoeks- en adviesbureau voor duurzaam melkvee. Richt zich op de economische, ecologische en maatschappelijk

Nadere informatie

Agenda. 1. Opening 2. Aanpassingen fokwaardeschattingen 3. Uiergezondheidsindex 4. MRY-DN evaluatie 5. Interbull 6. Rondvraag 7.

Agenda. 1. Opening 2. Aanpassingen fokwaardeschattingen 3. Uiergezondheidsindex 4. MRY-DN evaluatie 5. Interbull 6. Rondvraag 7. Agenda 1. Opening 2. Aanpassingen fokwaardeschattingen 3. Uiergezondheidsindex 4. MRY-DN evaluatie 5. Interbull 6. Rondvraag 7. Sluiting Aanpassingen fokwaardeschattingen 2009 Animal Evaluation Unit Onderwerpen

Nadere informatie

68 melkkoeien (incl vaarzen), 21 pinken, 24 kalveren Vervangingspercentage 29 %

68 melkkoeien (incl vaarzen), 21 pinken, 24 kalveren Vervangingspercentage 29 % 2. OMZET EN AANWAS De bedrijfseconomische berekening van de omzet en aanwas is een verhaal apart. Hieronder zal dat aan de hand van een voorbeeldberekening worden duidelijk gemaakt. 2.2 Voorbeeldbedrijf

Nadere informatie

Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen

Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen Nieuwe vruchtbaarheidsindexen voor schapen S. Janssens, mei Onderzoeksgroep huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Gegevens De Vruchtbaarheids voor schapen werd

Nadere informatie

Uiergezondheid: Fokkerij

Uiergezondheid: Fokkerij Uiergezondheid: Fokkerij Y. de Haas i, ii, G. de Jong i en T.J.G.M. Lam iii inleiding Uiergezondheidsproblemen kunnen ontstaan door een verstoring van de balans tussen de infectiedruk en de weerstand van

Nadere informatie

Wat zijn de kosten van mastitis in de vrije markt. Henk Hogeveen

Wat zijn de kosten van mastitis in de vrije markt. Henk Hogeveen Wat zijn de kosten van mastitis in de vrije markt Henk Hogeveen Wat kunt u van mij verwachten Het probleem: Preventieve kosten vs faalkosten Faalkosten van mastitis U weet de kosten van mastitis toch?

Nadere informatie

Zoeken naar lang. Levensduur neemt licht af levensduur van afgevoerde stamboekkoeien per jaar van afvoer, in dagen. rundveehouderij

Zoeken naar lang. Levensduur neemt licht af levensduur van afgevoerde stamboekkoeien per jaar van afvoer, in dagen. rundveehouderij Zoeken naar lang 26 Levensduur neemt licht af levensduur van afgevoerde stamboekkoeien per jaar van afvoer, in dagen 2.2 2.15 2.1 2.5 2.93 2. 1.95 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 11 Na een flinke stijging van de levensduur

Nadere informatie

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding

Nadere informatie

Genetische diversiteit in de Shetland Pony populatie

Genetische diversiteit in de Shetland Pony populatie Genetische diversiteit in de Shetland Pony populatie Lezing door Ir. Anouk Schurink, onderzoeker bij Wageningen Universiteit, tijdens ALV van het NSPS op 23 november 2013 Er is door Wageningen Universiteit

Nadere informatie

K.I.SAMEN zet de toon in ieder segment.

K.I.SAMEN zet de toon in ieder segment. K.I.SAMEN zet de toon in ieder segment. SHOGUN PS maakt zijn verwachtingen meer dan waar! KOJACK: na zijn geweldig debuut in Zwolle nu de hoogste stijger binnen roodbont. DIMAN: de hoogste PBI + topper

Nadere informatie

De duurzaamheidswinst van oude koeien of waarom we al decennia de kracht van koeien onderbenutten

De duurzaamheidswinst van oude koeien of waarom we al decennia de kracht van koeien onderbenutten De duurzaamheidswinst van oude koeien of waarom we al decennia de kracht van koeien onderbenutten Jules Gosselink, Bram Bos, Sjoerd Bokma & Peter Groot Koerkamp Aangeboden voor publikatie bij SPIL, verwachte

Nadere informatie

Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen

Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen Genomica in de melkveehouderij de praktische toepassingen Yvette de Haas Doel van vandaag Is er behoefte aan een gastcollege Genomica? Aan welk soort informatie heeft het onderwijs behoefte m.b.t. genomica?

Nadere informatie

Vruchtbaarheidsanalyse melkkoeien

Vruchtbaarheidsanalyse melkkoeien Vruchtbaarheidsanalyse melkkoeien -- t/m -6- Laatste drachtcontrole: -6- [] [] [] [] [] [] Aantal koeien op bedrijf 98 6 iddelde aantal lactatie dagen 78 78 7 77 9 iddelde aantal dagen eerste tochtigheid

Nadere informatie

Vruchtbaarheidsindex 2008 voor schapen

Vruchtbaarheidsindex 2008 voor schapen Vruchtbaarheidsindex 008 voor schapen S. Janssens, 0/0/009 Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, K.U.Leuven Inleiding De index voor vruchtbaarheid, afgekort als, wordt berekend na

Nadere informatie

Meer info? Contacteer: Frederik De Vos, DVM 03 / 877 44 34 of frederik.devos@vetoquinol-benelux.be. O ptimilq 1

Meer info? Contacteer: Frederik De Vos, DVM 03 / 877 44 34 of frederik.devos@vetoquinol-benelux.be. O ptimilq 1 Meer info? Contacteer: Frederik De Vos, DVM 03 / 877 44 34 of frederik.devos@vetoquinol-benelux.be 8 O ptimilq O ptimilq 1 efficiënt samenwerken Verantwoord antibioticagebruik wint steeds meer aan belang.

Nadere informatie

Natuurlijke geboorten bij dikbilrassen

Natuurlijke geboorten bij dikbilrassen Natuurlijke geboorten bij dikbilrassen Werkgroep Natuurlijk Luxe Jan ten Napel Problematiek Structureel gebruik van keizersnede bij dikbilrassen Maatschappelijke druk neemt toe Interesse onder jonge veehouders

Nadere informatie

Omgaan met Inteelt in Fokprogramma s

Omgaan met Inteelt in Fokprogramma s Omgaan met Inteelt in Fokprogramma s Piter Bijma Leerstoelgroep Fokkerij en Genetica Animal Breeding Wageningen & Universiteit De boodschap 1. Enige inteelt is normaal; veel inteelt is riskant 2. Inteelt

Nadere informatie

Grondbeginselen erfelijkheid. Piter Bijma Fokkerij en Genetica, Wageningen UR

Grondbeginselen erfelijkheid. Piter Bijma Fokkerij en Genetica, Wageningen UR Grondbeginselen erfelijkheid Piter Bijma Fokkerij en Genetica, Wageningen UR Kwalitatieve versus Kwantitative kenmerken Kwalitatieve kenmerken Kun je niet uitdrukken in een getal Hoornloosheid Vachtkleur

Nadere informatie

München-Grub 25 jaar ervaring Fleckvieh x Holstein

München-Grub 25 jaar ervaring Fleckvieh x Holstein München-Grub 25 jaar ervaring Fleckvieh x Holstein 1837 Fleckvieh in Beieren 1892 Fleckvieh stamboek in Duitsland 1953 Oprichting München-Grub 1984 Fleckvieh x Holstein door M-Grub 2004 München-Grub in

Nadere informatie

Overzicht van alle bases voor fokwaarden en basisverschillen

Overzicht van alle bases voor fokwaarden en basisverschillen en basisverschillen Dit stuk beschrijft de situatie vanaf april 2015, waarbij wordt beschreven welke bases er worden gehanteerd, wat de basisverschillen zijn en welke diergroepen op welke basis worden

Nadere informatie

Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid. Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. Klauwaandoeningen Spiegel voor Management

Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid. Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. Klauwaandoeningen Spiegel voor Management Relatie klauwaandoeningenregistratie en klauwgezondheid UDV Onderwijsdag 9 november 2016 Dairy Campus Afvoerredenen Nederlandse melkkoeien. De gemiddelde koe in Nederland leeft 5,7 jaar Belangrijkste redenen

Nadere informatie

Prestaties in beeld HOOFDSTUK 5. 5.1 hoe presteert mijn veestapel?

Prestaties in beeld HOOFDSTUK 5. 5.1 hoe presteert mijn veestapel? 5.1 hoe presteert mijn veestapel? Veehouders willen goede resultaten behalen. Maar waaraan lees je die af? En hoe zijn de resultaten op een gemakkelijke manier te vergelijken met bijvoorbeeld landelijke

Nadere informatie

Genetische variatie en inteelt : basisconcepten. Steven Janssens Nadine Buys

Genetische variatie en inteelt : basisconcepten. Steven Janssens Nadine Buys Genetische variatie en inteelt : basisconcepten Steven Janssens Nadine Buys Inteelt Inteelt treedt op voor dieren waarvan de ouderdieren met elkaar verwant zijn (dit betekent dat in de afstamming van vader

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 6

Inhoud. Voorwoord 5. Inleiding 6 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Erfelijkheidsleer 9 1.1 Erfelijke verandering 9 1.2 Ontdekking van de erfelijkheidsleer (genetica) 12 1.3 De chromosomen 13 1.4 Kwalitatieve eigenschappen 17 1.5 De monogene

Nadere informatie

Erfelijkheidsleer en populatiegenetica

Erfelijkheidsleer en populatiegenetica Erfelijkheidsleer en populatiegenetica Samen Friese paarden fokken Studieclub Fokvereniging Het Friesche Paard Zuid Nederland Gemonde 21 maart 2014 Even voorstellen Wie is Myrthe Maurice Van Eijndhoven

Nadere informatie

Historisch hoog. Met die woorden kopte Veeteelt. Aantal Nederlandse mpr-koeien groeit in

Historisch hoog. Met die woorden kopte Veeteelt. Aantal Nederlandse mpr-koeien groeit in Aantal Nederlandse mpr-koeien groeit in Mpr-bedrijf telt me Het was een jaar van records, zo laten de mpr-cijfers van CRV zien. Niet eerder telde een Nederlands melkveebedrijf zo veel koeien, was het totaal

Nadere informatie

18-2-2013. Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik

18-2-2013. Bacterie schematisch. Een bacterie is resistent. Oorzaak resistentie wereldwijd. Resistentie verkrijgen. Antibiogram. Matig & juist gebruik % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % % Broilers Slaughter pigs Veal calves Dairy cattle -- Themabijeenkomst Antibioticumbeleid en de (on-)mogelijkheden

Nadere informatie

Handleiding HerdOptimizer-Tabbladen Dashboard Testuitslagen en details Diergroep Instellingen... 6

Handleiding HerdOptimizer-Tabbladen Dashboard Testuitslagen en details Diergroep Instellingen... 6 HANDLEIDING 1 INHOUD Handleiding... 1 HerdOptimizer-Tabbladen... 4 Dashboard... 5 Testuitslagen en details... 5 Diergroep... 5 Instellingen..... 6 Mijn diergroepen... 6 Roodbont-/zwartbontbasis... 7 Aantal

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

HANDLEIDING. 1 Handleiding HerdOptimizer versie 2-17

HANDLEIDING. 1 Handleiding HerdOptimizer versie 2-17 HANDLEIDING 1 Handleiding HerdOptimizer versie 2-17 INHOUD Inleiding... 1 HerdOptimizer-Tabbladen... 4 Dashboard... 5 Testuitslagen en details... 5 Diergroep... 6 Instellingen... 7 Roodbont-/zwartbontbasis...

Nadere informatie

Fokkerij. Keuringsrapport. 8 Bedrijfsinspectie. Managementproducten - Fokkerij. Beslissen van kalf tot koe

Fokkerij. Keuringsrapport. 8 Bedrijfsinspectie. Managementproducten - Fokkerij. Beslissen van kalf tot koe Fokkerij Fokken is investeren in de toekomstige veestapel. Iedere veehouder heeft daarbij een eigen fokdoel voor ogen dat het beste bij zijn bedrijf(svoering) past en waarmee hij de beste resultaten denkt

Nadere informatie

Toelichting KI-Samen Stieren index draai april 2009

Toelichting KI-Samen Stieren index draai april 2009 Toelichting KI-Samen Stieren index draai april 2009 Ki Samen zoekt stieren om koeien beter te maken resulterend in rendement voor de veehouder. Wat te denken van de outcross stieren Radon en Santana, die

Nadere informatie

LEVENSPRODUCTIE VAN MELKKOEIEN

LEVENSPRODUCTIE VAN MELKKOEIEN LEVENSPRODUCTIE VAN MELKKOEIEN Deze brochure wordt u aangeboden door: Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling Melkvee Baron Ruzettelaan 1 8310 BRUGGE (ASSEBROEK)

Nadere informatie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie Notitie De vraag naar logopedie datum 24 mei 2016 aan van Marliek Schulte (NVLF) Robert Scholte en Lucy Kok (SEO Economisch Onderzoek) Rapport-nummer 2015-15 Kunnen ontwikkelingen in de samenstelling en

Nadere informatie

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 SimHerd - oefeningen Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 Je gaat nu oefeningen maken met het SimHerd model. Je gaat scenarios analyseren en aan de hand daarvan vragen beantwoorden. 1. www.simherd.com,

Nadere informatie

Duurzaamheid veestapels in project Koeien & Kansen

Duurzaamheid veestapels in project Koeien & Kansen Duurzaamheid veestapels in project Koeien & Kansen Januari 2012 Rapport nr. 64 Colofon Uitgever Wageningen UR Livestock Research Postbus 65, 8200 AB Lelystad Telefoon 0320 238 238 Fax 0320 238 022 E-mail:

Nadere informatie

inkruisen Koole & Liebregts BV Melk Het Verschil tel. 0572-394778 fax 0572-394891 e-mail: koole.liebregts@wxs.nl www.koole-liebregts.

inkruisen Koole & Liebregts BV Melk Het Verschil tel. 0572-394778 fax 0572-394891 e-mail: koole.liebregts@wxs.nl www.koole-liebregts. inkruisen Koole & Liebregts BV Melk Het Verschil tel. 0572-394778 fax 0572-394891 e-mail: koole.liebregts@wxs.nl www.koole-liebregts.com Inkruisen is van alle tijden. Koole & Liebregts heeft meer dan 15

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen

De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen De erfelijke aanleg voor aantal geboren lammeren bij vleesschapen S. Janssens, maart Onderzoeksgroep Huisdierengenetica, departement Biosystemen, KU Leuven www.huisdierengenetica.be Vruchtbaarheidsindex

Nadere informatie

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen

Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Veterinaire kengetallen om tot meer rendement te komen Inhoud presentatie Dierziekten: ontwikkelingen BVD en IBR Uiergezondheid: kengetallen omtrent droogstandstherapie Vruchtbaarheid: nieuwe benadering

Nadere informatie

Rassen die passen HOOFDSTUK 8. 8.1 Hoe gaat het kruisen in zijn werk?

Rassen die passen HOOFDSTUK 8. 8.1 Hoe gaat het kruisen in zijn werk? Rassen 8.1 Hoe gaat het kruisen in zijn werk? Bij fokkerij is het de kunst om een r te fokken dat het best bij het bedrijf en de omstandigheden past. Deze ideale koe zal er voor elke veehouder anders uitzien.

Nadere informatie

Rapport 666. Verschillen tussen bedrijven in levensduur van melkkoeien

Rapport 666. Verschillen tussen bedrijven in levensduur van melkkoeien Verschillen tussen bedrijven in levensduur van melkkoeien Juni 2013 Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het PPS-project Routekaart Levensduur waarvoor Stichting Duurzame Zuivelketen opdrachtgever

Nadere informatie

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport

Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven. Samenvattend rapport Praktische kijk op droogstandsmanagement bij Vlaamse melkveebedrijven Samenvattend rapport 1 ENQUÊTE 1.1 Opstellen van de enquête In kader van het demo-project verantwoord gebruik van antibiotica in de

Nadere informatie