Michiel Voet. Promotor: Prof. dr. Hilde Van Keer. Begeleider: Jessie De Naeghel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Michiel Voet. Promotor: Prof. dr. Hilde Van Keer. Begeleider: Jessie De Naeghel"

Transcriptie

1 Niet alle leerlingen doen het even goed voor lezen: Een onderzoek naar de invloed van geslacht en schoolse achterstand op de relatie tussen leesmotivatie, betrokkenheid en leesvaardigheid in het vijfde leerjaar. Michiel Voet Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van Master in de pedagogische wetenschappen, afstudeerrichting pedagogiek en onderwijskunde Promotor: Prof. dr. Hilde Van Keer Begeleider: Jessie De Naeghel Academiejaar

2 ABSTRACT Dit onderzoek geeft een beschrijving van de leesmotivatie van kinderen voor de contexten van lezen in de vrije tijd en van lezen op school. Leesmotivatie werd daarbij opgesplitst in autonome en gecontroleerde motivatie, constructen die ontleend werden aan de zelf-determinatietheorie. Daarnaast ging het onderzoek na of betrokkenheid van de kinderen tijdens leesactiviteiten in staat is om de relatie tussen hun leesmotivatie en leesvaardigheid te verklaren. Als laatste werd onderzocht of het geslacht en de schoolse achterstand van de kinderen een effect uitoefenen op hun leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid. In totaal namen 1260 leerlingen uit het vijfde leerjaar van het lager onderwijs en hun 67 leerkrachten aan het onderzoek deel. De resultaten tonen dat vrijetijdslezen werd gekenmerkt door een hogere autonome en lagere gecontroleerde motivatie dan schools lezen. Toch werd er in beide contexten van lezen hoofdzakelijk gelezen omwille van autonome redenen. Verder werd duidelijk dat de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid gemedieerd werd door de betrokkenheid tijdens leesactiviteiten, al volstond de mate van betrokkenheid tijdens leesactiviteiten niet om deze relatie volledig te verklaren. Ten slotte bleek dat het geslacht van de kinderen een invloed had op hun leesmotivatie en betrokkenheid tijdens leesactiviteiten, maar niet op hun leesvaardigheid. De schoolse achterstand van kinderen had een invloed op zowel hun leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten als leesvaardigheid. Sleutelwoorden: betrokkenheid tijdens leesactiviteiten, geslacht, lager onderwijs, leesmotivatie, leesvaardigheid, schoolse achterstand 2

3 VOORWOORD Het schrijven van een masterproef is een werk van lange adem. Het is enkel dankzij de medewerking en steun van een groot aantal mensen dat ik deze opdracht tot een goed einde kon brengen. In de eerste plaats ben ik heel wat dank verschuldigd aan Jessie De Naeghel, mijn begeleider, voor de kans om aan te sluiten bij een onderzoeksproject van de vakgroep onderwijskunde, het grondig nalezen van mijn teksten en de vele waardevolle adviezen en suggesties. Verder wil ik prof. dr. Hilde Van Keer, mijn promotor, bedanken voor haar heldere antwoorden op mijn vragen bij de verwerking van de data. Ik wil ook mijn medestudente Elke Ruys bedanken voor het nalezen van deze masterproef. In de tweede plaats wil ik ook alle scholen, leerkrachten en leerlingen, die aan het onderzoek deelnamen, bedanken. Zonder hun medewerking was dit onderzoek niet mogelijk geweest. Ten slotte wil ik een aantal personen bedanken die geen deel waren van dit onderzoek, maar van wie de steun niettemin van onschatbare waarde voor me was. Eerst en vooral wil ik graag mijn ouders bedanken voor de kans om pedagogische wetenschappen te studeren. Daarnaast wil ik ook mijn vriendin Liedewei bedanken. Haar woorden motiveerden me om me niet te laten kennen door de onzekerheden en problemen waarmee ik tijdens het uitwerken en neerschrijven van deze masterproef geconfronteerd werd. De richtlijnen van de American Psychology Association, zesde editie (APA 6), fungeerden als richtsnoer voor de uitwerking van deze masterproef. 3

4 INHOUDSOPGAVE ABSTRACT... 2 VOORWOORD... 3 INHOUDSOPGAVE... 4 INLEIDING LITERATUURONDERZOEK Leesmotivatie Domeinspecifiteit van leesmotivatie Multidimensionaliteit van leesmotivatie De zelf-determinatietheorie Het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Leesvaardigheid als begrijpend lezen De rol van de hoeveelheid van lezen De rol van betrokkenheid tijdens leesactiviteiten Het effect van geslacht en schools achterstand Het effect van geslacht Het effect van schoolse achterstand ONDERZOEKSVRAGEN Doelen van het onderzoek Onderzoeksvragen METHODE Design Participanten Instrumenten Procedures Data-analyse

5 4. RESULTATEN Contexten en dimensies van leesmotivatie Verschillen tussen contexten en dimensies van leesmotivatie Samenhang tussen contexten van leesmotivatie Het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Betrokkenheid tijdens leesactiviteiten als mediator Het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Het effect van geslacht en schoolse achterstand Het effect van geslacht en schoolse achterstand op leesmotivatie Het effect van geslacht en schoolse achterstand op betrokkenheid tijdens leesactiviteiten Het effect van geslacht en schoolse achterstand op leesvaardigheid DISCUSSIE Hiaten in het onderzoek naar leesmotivatie Contexten en dimensies van leesmotivatie Het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Het effect van geslacht en schoolse achterstand Beperkingen en verder onderzoek CONCLUSIE REFERENTIES

6 INLEIDING In de voorbije 20 jaar kregen onderzoekers die het lezen van kinderen bestuderen steeds meer aandacht voor hun motivatie (Gambrell, 1996; Watkins & Coffey, 2004; Wigfield, Guthrie, Tonks, & Perencevich, 2004). Aanvankelijk richtten deze onderzoekers zich hoofdzakelijk op de cognitieve processen van het lezen (Baker & Wigfield, 1999; Gambrell, 1996; Powell-Brown, 2006; Snow, Burns, & Griffin, 1998; Watkins & Coffey, 2004), maar aan het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw wees een aantal van hen erop dat kinderen niet enkel moeten kunnen, maar ook moeten willen lezen als ze effectieve lezers willen worden (Anderson, Hiebert, Scott, & Wilkinson, 1985; Winograd, 1986). Dat kinderen leesvaardig zijn, betekent immers niet automatisch dat ze ook bereid zijn om te lezen. Lezen is een activiteit die niet alleen vaardigheid, maar ook een keuze en volgehouden inspanning vereist (Baker & Wigfield, 1999; Watkins & Coffey, 2004; Wigfield e.a., 2004). Leesmotivatie oefent bovendien een belangrijke invloed uit op de frequentie, duur en hoeveelheid van het lezen (Baker & Wigfield, 1999; Becker, McElvany, & Kortenbruck, 2010; Cox & Guthrie, 2001; Guthrie, Wigfield, Metsala, & Cox, 1999; Wigfield & Guthrie, 1997), en de leesvaardigheid (Baker & Wigfield, 1999; Chapman & Tunmer, 1995; Gottfried, 1985, 1990; Guthrie e.a., 2006, 2007; Morgan & Fuchs, 2007; Tabaoda, Tonks, Wigfield, & Guthrie, 2009; Wang & Guthrie, 2004). Leesmotivatie wordt daarom ook wel beschouwd als de sleutel tot het bevorderen van de onderwijskansen van kinderen die problemen ondervinden met lezen (Gambrell, 1996). Ook buiten de school kan het belang van leesmotivatie nauwelijks onderschat worden. Volgens Cullinan (zoals geciteerd in Kush & Watkins, 1996, p. 315) bevordert een positieve leeshouding de ontwikkeling van een levenslange leesgewoonte. Mensen die van lezen een levenslange gewoonte maken, blijven hun leesvaardigheid onderhouden (Poppe, 2005). Dit is van groot belang omdat een goede leesvaardigheid een absolute voorwaarde is om te functioneren in de huidige samenleving, die voortdurend complexer wordt en daardoor steeds hogere eisen stelt aan haar burgers (Mommers, 2006). Tegelijkertijd hebben kinderen die in het huidige tijdperk opgroeien veel meer keuze in het bepalen van hun vrijetijdsbesteding dan de vorige generaties. Nieuwe mogelijkheden zoals videogames, instant messaging en televisie wedijveren met lezen om hun aandacht en zorgen ervoor dat lezen aan populariteit moet inboeten (Majid & Tan, 2007; Nippold, Duthie, & Larsen, 2005; Powel-Brown, 2006). Het is goed denkbaar dat kinderen met een gemiddelde tot lage leesmotivatie niet meer lezen wanneer deze andere opties beschikbaar zijn (Lazarus & Callahan, 2000). Dit wordt verder gecompliceerd doordat de leesmotivatie van kinderen afneemt naarmate ze ouder worden. Deze 6

7 negatieve evolutie vangt aan omstreeks het einde van het lager onderwijs (Chapman & Tunmer, 1995; Codling & Palmer, 1996; Gottfried, 1985; Gottfried, Fleming, & Gottfried, 2001; Lau, 2009; Nippold e.a., 2005; Sainsbury & Clarkson, 2004) en zet zich voort in het secundair onderwijs (Anderson, Wilson, & Fielding, 1988; Bokhorst-Heng & Pereira, 2008). Samengevat is leesmotivatie van kinderen dus van cruciaal belang, omdat ze een invloed uitoefent op hun schoolse prestaties, hun volharding in het uitoefenen van leesactiviteiten en de keuzes die ze maken inzake de invulling van hun vrije tijd (Wigfield, 1997). Gecombineerd met onderzoek naar de leesmotivatie van kinderen, geeft deze vaststelling aanleiding tot ongerustheid. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt immers dat niet minder dan zes op tien kinderen in het vierde leerjaar in Vlaanderen een negatieve tot slechts gematigd positieve leeshouding hebben (Mullis, Martin, Kennedy, & Foy, 2007). Deze resultaten kwamen onverwachts, omdat eerder onderzoek een uitgesproken positieve leeshouding vastgesteld had bij kinderen uit de tweede en derde graad van het lager onderwijs (Ghesquire, 1993). Onderzoek naar de leesmotivatie van kinderen is daarom belangrijker dan ooit. Deze masterproef wil drie hiaten in het bestaande onderzoek naar leesmotivatie opvullen. In de eerste plaats geeft het een beschrijving van de leesmotivatie van kinderen voor het lezen in de vrije tijd en het lezen voor school (Schram, 2007). Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen de autonome en gecontroleerde leesmotivatie van de kinderen (De Naeghel, Van Keer, & Vansteenkiste, 2011; Guay e.a., 2010). Omdat het nog onduidelijk is hoe het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid tot stand komt (Becker e.a., 2010; Guthrie e.a., 1999; Wang & Guthrie, 2004), heeft dit onderzoek als tweede en tevens ook als hoofddoel om na te gaan of de betrokkenheid tijdens leesactiviteiten dit effect kan verklaren (Skinner, Kindermann, & Furrer, 2009; Skinner, Wellborn & Connell, 1990). Ten slotte gaat het onderzoek ook na welk effect het geslacht en de schoolse achterstand van kinderen uitoefenen op hun leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid (Cloer & Pearman, 1992; Ghesquière, 1993; Hyde & Linn, 1987; Kush & Watkins, 1996; Logan & Johnston, 2009; Mullis e.a. 2007, Mullis, Martin, Gonzalez, & Kennedy, 2003; McGeown, Goodwin, Henderson, & Wright, in press; Ming Chiu & McBride-Chang, 2006; Skinner e.a., 2008, 2009; Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2011). Het eerste luik van deze masterproef bestaat uit het theoretisch kader van het uitgevoerde onderzoek. Omdat leesmotivatie een centrale rol speelt in het onderzoek wordt eerst een omschrijving gegeven van eerder onderzoek naar de aard van leesmotivatie. Vervolgens wordt leesmotivatie omschreven aan de hand van de zelf-determinatietheorie. Wat verder wordt er dieper 7

8 ingegaan op de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid en de theorievorming rond betrokkenheid. Ten slotte wordt de relatie beschreven die geslacht en schoolse achterstand met leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid onderhouden. In het tweede luik worden de doelen van dit onderzoek geschetst en vertaalt naar onderzoeksvragen. Het derde luik omvat de methode van het onderzoek, waarin het onderzoeksdesign, de participanten, de instrumenten, de procedures en de data-analyse worden beschreven. In het vierde luik worden dan de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Het vijfde luik omvat de discussie. Daarin wordt een verklaring gezocht voor de gevonden resultaten en worden de resultaten met eerder onderzoek vergeleken. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de beperkingen waarmee het onderzoek geconfronteerd werd en worden er aanbevelingen gegeven voor vervolgonderzoek. Het zesde luik geeft ten slotte in de vorm van een conclusie de belangrijkste bevindingen van het onderzoek weer. 8

9 1. LITERATUURONDERZOEK 1.1. Leesmotivatie Domeinspecifiteit van leesmotivatie Motivatie is doorheen de jaren door verschillende onderzoekers omschreven als een proces dat energie en richting geeft aan het gedrag van mensen (Berelson & Steiner, 1964; Deci & Ryan, 1985; Eccles & Wigield, 2002; Jones, 1995; McClelland, 1987; McFarland, 1974; Weiner, 1992; Young, 1961). Motivatieonderzoek probeert met andere woorden te achterhalen waarom mensen op een bepaalde wijze denken en handelen, en niet anders (Weiner, 1992). De vraag of en hoe motivatie verschilt over verschillende schoolse domeinen is een belangrijke theoretische en methodologische kwestie in toegepast onderzoek, waaronder ook het onderzoek naar lezen. Onderzoekers gaan op verschillende manieren met deze kwestie om. Sommigen definiëren motivatie als een algemeen construct, zonder er rekening mee te houden hoe motivatie kan variëren over verschillende domeinen. Andere onderzoekers definiëren en meten motivatie specifiek binnen een domein. Om te begrijpen hoe motivatie het gedrag binnen een bepaald domein beïnvloedt, is het volgens hen noodzakelijk om de motivatie voor activiteiten binnen dat domein te meten (Wigfield, 1997; Wigfield e.a., 2004). Een eerste vraag met betrekking tot de domeinspecificiteit van motivatie is of de intensiteit van de motivatie van kinderen varieert over verschillende domeinen (Wigfield e.a., 2004). Een reeks van studies toont dat dit inderdaad het geval is (Bouffard, Marcoux, Vezeau, & Bordeleau, 2003; Gottfried, 1985, 1990; Gottfried e.a., 2001; Guay e.a., 2010; Wigfield e.a., 1997). De studies die Gottfried en haar collega s uitvoerden, maakten duidelijk dat de intensiteit van de motivatie van kinderen verschilde voor lezen, wiskunde, exacte wetenschappen en sociale wetenschappen (Gottfried, 1985, 1990; Gottfried e.a., 2001). Ander onderzoek liet zien dat deze verschillen in motivatie meer uitgesproken werden naarmate de leerlingen ouder werden. Waar er in het begin van het lager onderwijs nog maar weinig verschillen in intensiteit merkbaar waren, trad er in de loop der jaren steeds meer differentiatie op in de motivatie voor de verschillende schoolse domeinen (Bouffard, e.a., 2003; Guay e.a., 2010). Een meer complexe vraag is of ook de betekenis van motivatie verschilt over de verschillende schoolse domeinen. De veronderstelling is dan dat sommige motivationele processen enkel 9

10 voorkomen binnen een bepaald domein. Wigfield en zijn collega s argumenteerden dat een aantal aspecten van leesmotivatie eigen kunnen zijn aan het domein van lezen, zoals de sociale aspecten van het delen van boeken met anderen, of de ervaring van helemaal opgeslorpt te worden door een boek (Wigfield, 1997; Wigfield e.a., 2004). Tot op heden werd er echter nog maar weinig theoretisch en empirisch onderzoek naar deze vraag verricht, waardoor het onduidelijk is of de motivatie van leerlingen ook conceptueel verschilt over verschillende schoolse domeinen (Wigfield e.a., 2004). Het in kaart brengen van leesmotivatie veronderstelt dus het meten van de motivatie voor activiteiten binnen het domein van lezen (Bouffard e.a., 2003; Gottfried, 1985, 1990; Gottfried e.a., 2001; Guay e.a., 2010; Wigfield e.a., 1997). Een aantal onderzoekers maakt voor het domein van lezen een bijkomend onderscheid tussen de motivatie voor schools lezen en vrijetijdslezen (Cloer & Pearman, 1992; Cox & Guthrie, 2001; Kush & Watkins, 1996; Logan & Johnston, 2009; McKenna & Kear, 1999; Sainsbury & Clarkson, 2004). Vanuit een sociocultureel perspectief kan er immers geargumenteerd worden dat wanneer het over leesmotivatie gaat, de context steeds mee in rekening moet gebracht worden. Lezen is een activiteit die steeds op een bepaalde plek, een bepaald tijdstip en in een bepaald sociaal milieu plaatsvindt. Schools lezen en vrijetijdslezen hebben daardoor een verschillend karakter. Schools lezen wordt gekenmerkt door verplichting en reflectie, terwijl vrijetijdslezen meestal vrijwillig gebeurt en belevend van aard is (Schram, 2007). Kinderen die in de ene context gemotiveerd zijn om te lezen, zijn dat niet noodzakelijk ook in de andere (Guthrie & Alao, 1997). Onderzoek naar de verhouding tussen de motivatie voor schools lezen en de motivatie voor vrijetijdslezen van kinderen is echter schaars, waardoor het nog niet duidelijk is of en hoe hun motivatie overheen deze twee contexten verschilt (Schram, 2007) Multidimensionaliteit van leesmotivatie In de voorbije decennia ontstond er vanuit verschillende intellectuele tradities een verscheidenheid aan motivatietheorieën. Motivatieonderzoek is daardoor een gefragmenteerd onderzoeksgebied. In plaats van één theorie, is er sprake van een familie van aan elkaar gerelateerde theorieën (Rueda, 2004; Weiner, 1992). Toch zijn de hedendaagse theorieën met elkaar verbonden door een focus op overtuigingen, waarden en doelen als belangrijkste aspecten van motivatie (Eccles & Wigfield, 2002; Wigfield, 1997). Vanuit verschillende invalshoeken, zoals self-efficacy theorie (Bandura, 1977), waarde-verwachtingstheorie (Eccles & Wigfield, 2002), prestatiedoel theorie (Ames, 1992) en zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 1985) proberen theoretici dezelfde vraag te beantwoorden: hoe beïnvloeden de overtuigingen, waarden en doelen van kinderen hun gedrag (Wigfield, 1997)? Deze beschouwing van motivatie als een verzameling van overtuigingen, waarden en doelen impliceert dat 10

11 kinderen lezen omwille van een veelheid aan redenen. Onderzoekers zijn het er dan ook unaniem over eens dat leesmotivatie uit meerdere dimensies bestaat (Chapman & Tunmer, 1995; Gambrell, Codling, & Palmer, 1996; Guay e.a., 2010; Watkins & Coffey, 2004; Wigfield & Guthrie, 1995; Wigfield, Baker, & Fernandez-Fein, 1996). Er bestaat echter geen eensgezindheid over het precieze aantal dimensies van leesmotivatie. Het aantal dimensies dat door onderzoek onderscheiden werd, varieert van twee (Chapman & Tunmer, 1995) tot elf (Baker & Wigfield, 1999). Het onderzoek naar de multidimensionaliteit van leesmotivatie is hoofdzakelijk gebaseerd op de Motivations for Reading Questionnaire (MRQ), die door Wigfield en Guthrie (1995) werd ontwikkeld. De MRQ weerspiegelt elf dimensies van leesmotivatie, die ontstonden uit een synthese van algemeen motivatieonderzoek en specifiek onderzoek naar leesmotivatie (Wigfield & Guthrie, 1995). Volgens Wigfield (1997) kunnen deze dimensies ondergebracht worden in een theoretische taxonomie van drie categorieën. De eerste categorie is gebaseerd op theorievorming rond selfefficacy en competentie. Deze categorie omvat de dimensies van reading efficacy, de overtuiging dat men goed kan lezen, reading challenge, de bereidheid om moeilijke teksten te lezen, en reading work avoidance, het verlangen om leesactiviteiten uit de weg te gaan. De tweede categorie is gebaseerd op onderzoek naar doelen en waarden. De eerste twee dimensies uit deze categorie weerspiegelen de constructen van intrinsieke motivatie (Ryan & Deci, 1985) en leeroriëntatie (Ames, 1992): reading curiosity, het verlangen om over een interessant onderwerp te lezen, reading involvement, het beleven van plezier aan lezen. De derde dimensie, importance of reading, is gebaseerd op onderzoek naar subjectieve taakwaarden (Wigfield & Eccles, 1992) en drukt het belang uit dat men aan lezen hecht. De laatste drie dimensies zijn gebaseerd op de constructen van extrinsieke motivatie (Ryan & Deci, 1985) en prestatieoriëntatie (Ames, 1992): recognition, de voldoening die voortvloeit uit het ontvangen voor erkenning van de leesvaardigheid, grades, het verlangen om positief beoordeeld te worden door de leerkracht, en competition, het verlangen om beter te zijn in lezen dan anderen. De derde categorie is gebaseerd op theorievorming rond de sociale aspecten van lezen en omvat social reasons for reading, het proces van het samen met vrienden en familie construeren en delen van betekenis door lezen, en compliance, het lezen om tegemoet te komen aan de verwachtingen van anderen (Baker & Wigfield, 1999; Wigfield & Guthrie, 1995; Wigfield, 1997). Ondanks de populariteit van de MRQ, vonden Watkins en Coffey (2004) dat de elf-dimensionale structuur van leesmotivatie niet ondersteund werd door de data die ze met de MRQ verzameld hadden. In een overzicht van het validatieonderzoek van de MRQ lieten zij zien dat dat ook het geval was bij het onderzoek van Wigfield en zijn collega s (Baker & Wigfield, 1999; Wigfield & Guthrie, 11

12 1995, 1997; Wigfield e.a., 1996). Het merendeel van deze studies vond geen elf-dimensionale structuur van leesmotivatie terug. Bovendien bleken verschillende dimensies van de MRQ ook sterk met elkaar te overlappen. Desondanks besloten Wigfield en Guthrie (1997) dat het nuttig is om te veronderstellen dat leesmotivatie uit elf dimensies bestaat. De resultaten van de verschillende validatiestudies roepen niettemin vragen op over de bruikbaarheid van de MRQ als meetinstrument voor de dimensies van leesmotivatie. Watkins en Coffey (2004) besloten dan ook dat de MRQ beter niet meer gebruikt wordt in onderzoek naar leesmotivatie, zolang de elf-dimensionale structuur van het meetinstrument niet door onderzoek bevestigd wordt De zelf-determinatietheorie Heel wat onderzoek toont aan dat leesmotivatie multidimensionaal is (Chapman & Tunmer, 1995; Gambrell e.a., 1996; Guay e.a., 2010; Watkins & Coffey, 2004; Wigfield & Guthrie, 1995; Wigfield e.a., 1996). Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de elf-dimensionale structuur van de MRQ, het meest gebruikte meetinstrument binnen het onderzoek naar de multidimensionaliteit van leesmotivatie, niet wordt teruggevonden door onderzoek (Baker & Wigfield, 1999; Watkins & Coffey, 2004; Wigfield & Guthrie, 1995; Wigfield e.a., 1996). Een nieuw theoretisch kader dringt zich dus op. De zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan (1985) is een empirisch onderbouwde theorie, die motivatie beschouwt als een multidimensionaal construct. De theorie maakte in het voorbije decennium sterk opgang en is nog steeds actueel. Tot op de dag van vandaag wordt ze gehanteerd en verfijnd door een netwerk van wetenschappers over de hele wereld (Deci & Ryan, 2008). Bovendien bewees de ZDT eerder al haar nut in het veld van onderwijs (voor een review, zie Guay, Ratelle, & Chanal, 2008). De ZDT is een organismisch-dialectische theorie van motivatie. Volgens deze theorie hebben kinderen een inherente drang om zichzelf te ontplooien, maar is die ontplooiing enkel mogelijk wanneer ze wordt ondersteund door de sociale context. Afhankelijk van de dialectiek tussen het kind en de omgeving, verschilt de mate waarin het kind zelf zijn handelen stuurt, wat door de theorie wordt benoemd als zelf-determinatie. In deze context maakt de ZDT een onderscheid tussen autonome en gecontroleerde motivatie (Deci & Ryan, 1985; Ryan & Deci, 2002). Autonome motivatie verwijst naar gevoelens van welwillendheid en vrijheid. Binnen autonome motivatie kunnen twee subtypes onderscheiden worden: intrinsieke en geïnternaliseerde motivatie (Deci & Ryan, 2002; Sierens & Vansteenkiste, 2009; Vansteenkiste, Sierens, Soenens, & Lens, 2007). Intrinsieke motivatie verwijst naar spontane interesse, of de aangeboren drang van kinderen om aan interessante activiteiten deel te nemen, te oefenen en uitdagingen te overwinnen. Omwille van die spontaneïteit wordt intrinsieke motivatie ook wel het prototype van zelf-determinatie genoemd. 12

13 Intrinsiek gemotiveerde kinderen lezen omwille van de inherente voldoening die aan het lezen verbonden is, en niet omwille van externe beloningen. Zij lezen uit vrije wil, omdat ze geïnteresseerd zijn in en plezier beleven aan het lezen (Deci & Ryan, 1985, 2002). Intrinsieke motivatie is niet het enige type van motivatie, maar wel een zeer belangrijk. Mensen zijn immers al van bij hun geboorte actieve, nieuwsgierige en speelse wezens, die gedreven worden door een drang om te ontdekken en te leren (Ryan & Deci, 2000a). Toch wordt het grootste deel van de menselijke handelingen niet door intrinsieke motivatie aangedreven. Sociale eisen en rollen zorgen ervoor dat mensen hun gedrag aanpassen en verantwoordelijkheid nemen voor taken waarvoor ze niet intrinsiek gemotiveerd zijn. Extrinsieke motivatie maakt dat ze deze taken toch uitvoeren. Extrinsiek gemotiveerde kinderen lezen om een bepaald doel te bereiken. Lezen komt dan niet spontaan tot stand, maar wordt door het kind of door anderen gereguleerd (Deci & Ryan, 2002; Ryan & Deci, 2000a). In de oorspronkelijke theorievorming werden intrinsieke en extrinsieke motivatie als elkaars tegengestelden beschouwd. Intrinsieke motivatie werd dan geassocieerd met autonomie en vrijheid, terwijl extrinsieke motivatie werd gelijk gesteld aan controle en dwang (Vansteenkiste e.a., 2007). Deci en Ryan (1985, 2002) menen dat deze tegenstelling niet houdbaar is. Ook wanneer kinderen niet spontaan geïnteresseerd zijn in lezen, is het toch mogelijk dat ze uit vrije wil lezen. In dat geval is er sprake van geïdentificeerde regulatie. Kinderen die gedreven worden door een geïdentificeerde regulatie lezen uit vrije wil, omdat ze lezen als waardevol zien of omdat ze zich met het lezen kunnen identificeren (Ryan & Deci, 2000a, 2000b; Sierens & Vansteenkiste, 2009; Vansteenkiste e.a., 2007). Tegenover autonome motivatie staat gecontroleerde motivatie, dat verwijst naar gevoelens van stress en druk. Ook binnen gecontroleerde motivatie kan een onderscheid gemaakt worden tussen twee subtypes van motivatie: externe regulatie en geïntrojecteerde regulatie (Deci & Ryan, 2002; Sierens & Vansteenkiste, 2009; Vansteenkiste e.a., 2007). Externe regulatie is het minst autonome type van motivatie. Kinderen met een extrinsiek gereguleerde motivatie lezen om te voldoen aan de verwachtingen van derden, om een beloning te verkrijgen of om een straf te vermijden. Het lezen wordt dus aangedreven door een druk die van buitenaf wordt uitgeoefend. Bij geïntrojecteerde regulatie komt de druk van binnenuit. Lezen wordt dan gedreven door de drang naar zelfwaardering en waardering door anderen. Kinderen met een geïntrojecteerde regulatie lezen om gevoelens van trots te verwerven, en gevoelens van schaamte en schuld te vermijden (Ryan & Deci, 2000, 2000b; Sierens & Vansteenkiste, 2009; Vansteenkiste e.a., 2007). 13

14 Gecontroleerde motivatie Autonome motivatie Type motivatie Extrinsiek Extrinsiek Extrinsiek Intrinsiek Type regulatie Externe regulatie Geïntrojecteerde regulatie Geïdentificeerde regulatie Geen regulatie Motivationele drijfveer Verwachtingen, beloningen, straf Schuld, schaamte, angst Persoonlijke waarde Plezier interesse Onderliggende emoties Stress, druk Stress, druk Welwillendheid, vrijheid Welwillendheid, vrijheid Figuur 1. Motivatie volgens de ZDT (Ryan & Deci, 2000a, 2000b; Vansteenkiste, 2007) Uit het voorgaande wordt duidelijk hoe de zelf-determinatietheorie, met het onderscheid tussen autonome en gecontroleerde motivatie, een alternatief theoretisch kader biedt voor onderzoek naar de verschillende dimensies van de leesmotivatie van kinderen. Toch is de toepassing van de ZDT in onderzoek naar leesmotivatie relatief nieuw (De Naeghel e.a., 2011; Guay e.a., 2010). Daardoor is er nog maar weinig geweten over de verhoudingen tussen de autonome en gecontroleerde leesmotivatie van leerlingen Het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Leesvaardigheid als begrijpend lezen Lezen vergt in eerste instantie tal van basisvaardigheden, zoals het herkennen van letters en lettercombinaties, het verklanken van letters en het synthetiseren van afzonderlijke klanken en klankgroepen, maar ook het automatiseren en integreren van deze basisvaardigheden. Dit wordt benoemd als technisch lezen. Het ultieme doel van lezen is echter steeds om te begrijpen wat er geschreven staat (van der Leij, 2003; Van Keer, 2006). Dit begrijpend lezen wordt door Snow en Sweet (2003) beschreven als het afleiden en construeren van betekenis. Zo bekeken omvat begrijpend lezen twee uitdagingen: enerzijds moeten letters en woorden correct en effectief 14

15 geïdentificeerd en verklankt worden, anderzijds moeten nieuwe betekenissen opgebouwd worden en geïntegreerd worden binnen de bestaande denkkaders. Deze conceptualisering van begrijpend lezen is gebaseerd op het eenvoudige leesmodel, een theorie die een grote invloed heeft gehad op het denken over begrijpend lezen (Åsberg, Carlsson, Oderstam, & Miniscalo, 2010). Volgens dit model is begrijpend lezen het product van twee componenten: decoderen en taalbegrip. Wanneer één van deze componenten ontbreekt, zijn kinderen niet in staat tot begrijpend lezen (Hoover & Gough, 1990; Gough, Hoover, & Peterson, 1996). Onderzoek bevestigt dat de combinatie van decoderen en taalbegrip een groot deel van de variantie in begrijpend lezen verklaart (Chen & Vellutino, 1997; Carver, 1998; Catts, Adlof, & Weismer, 2006; Dreyer & Katz, 1992; Hoover & Gough, 1990; Vellutino, Tunmer, Jaccard, & Chen, 2007). De twee geïdentificeerde componenten van het simpele leesmodel verklaren echter niet alle variantie in begrijpend lezen (Conners, 2009). Uit onderzoek blijkt dat ook het gebruik van strategieën (Cordón & Day, 1996; Kirby & Savage, 2008; NICHD, 2000), monitoring van het leesbegrip (Brown, Armbruster, & Baker, 1986; Baker & Brown, 1984; Conners, 2009) en wereldkennis (Anderson & Pearson, 1998; Bransford & Johnson, 1972; Snow e.a., 1998; van der Leij, 2003; Wilson & Anderson, 1986) een rol spelen in begrijpend lezen. De wijze waarop Mullis, Kennedy, Martin en Sainsbury (2003) begrijpend lezen omschrijven, is een goede synthese van dit onderzoek. Begrijpend lezen verwijst volgens hen naar het construeren van betekenis door het focussen op en ophalen van specifieke ideeën, het trekken van conclusies, het interpreteren van informatie en ideeën, en het onderzoeken en evalueren van tekstkenmerken. Deze processen worden overkoepeld door metacognitieve processen en strategieën die lezers toelaten om hun tekstbegrip te onderzoeken en hun aanpak aan te passen. Ten slotte voorzien de kennis en ervaringen die kinderen met zich meebrengen hen van taal-, tekst- en wereldkennis, die optreden als een filter van hun begrip De rol van de hoeveelheid van lezen Leesmotivatie is volgens theoretische modellen en empirisch onderzoek één van de belangrijkste voorspellers van leesvaardigheid (Becker e.a., 2010; NICHD, 2000). Volgens Guthrie e.a. (1999) wordt het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid gemedieerd door de hoeveelheid van lezen. Een reeks van studies in het lager onderwijs kwam tot de conclusie dat de leesmotivatie van kinderen een effect uitoefende op de frequentie (Baker & Wigfield, 1999; Becker e.a., 2010) en hoeveelheid van lezen (Becker e.a., 2010; Cox & Guthrie, 2001; Guthrie e.a., 1999; Wigfield & Guthrie, 1997). Uit het 15

16 onderzoek bleek wel dat de intrinsieke motivatie van leerlingen een veel betere voorspeller was voor de hoeveelheid van lezen dan hun extrinsieke motivatie. Kinderen met een hogere intrinsieke leesmotivatie lazen dagelijks ongeveer driemaal zo veel als kinderen met een lage intrinsieke leesmotivatie, terwijl het verschil bij extrinsieke motivatie veel kleiner was (Wigfield & Guthrie, 1997). De studie van Cox & Guthrie (2001) vond bovendien dat het effect van leesmotivatie afhankelijk was van de context waar het lezen plaats had. Uit de studie bleek dat de leesmotivatie van kinderen de beste voorspeller was van de hoeveelheid van vrijetijdslezen, maar niet van de hoeveelheid van schools lezen. De hoeveelheid van lezen op school werd vooral voorspeld door de vaardigheid van kinderen in het gebruik van strategieën voor begrijpend lezen. Andere studies toonden dat de frequentie en hoeveelheid van lezen op hun beurt een effect uitoefenden op de leesvaardigheid van de leerlingen (Anderson e.a., 1988; Cipielewski & Stanovich, 1992; Guthrie e.a., 1999; Stanovich & Cunningham, 1993). Kinderen die meer lazen, beschikten daardoor over een betere leesvaardigheid. Een frequent contact met de literatuur bevorderde onder meer de ontwikkeling van woordenschat, woordherkenning, leesbegrip en algemene kennis (Echols, West, Stanovich, & Zehr, 1996; Leppänen, Aunola, & Nurmi, 2005; Sénéchal & LeFevre, 2002; Stanovich, West, & Harrison, 1995). Anderson e.a. (1988) vergeleken de invloed van lezen met die van andere vrijetijdsactiviteiten en kwamen tot de conclusie dat lezen de belangrijkste voorspeller was van leesvaardigheid. Guthrie e.a. (1999) besloten dan ook dat één van de belangrijkste bijdragen van leesmotivatie aan leesvaardigheid eruit bestaat dat leesmotivatie leidt tot een toename van de hoeveelheid van lezen, wat op zijn beurt zorgt voor een toename van leesvaardigheid. Toch zijn niet alle onderzoekers het eens over de verklarende rol van de hoeveelheid van lezen in de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid. Becker e.a. (2010) vonden dat zowel de invloed van intrinsieke als extrinsieke motivatie op leesvaardigheid gemedieerd werd door de hoeveelheid van het lezen, maar stelden ook vast dat wanneer er gecontroleerd werd voor eerdere leesvaardigheid, dit effect verdween. Andere studies rapporteerden een direct effect van leesmotivatie op leesvaardigheid (Baker & Wigfield, 1999; Chapman & Tunmer, 1995; Guthrie e.a., 2006; Guthrie e.a., 2007; Tabaoda e.a., 2009; Wang & Guthrie, 2004). Vooral de studie van Wang en Guthrie (2004) springt hierbij in het oog. Deze onderzoekers vonden dat dat de hoeveelheid van lezen geen invloed had op hun leesvaardigheid wanneer er gecontroleerd werd voor intrinsieke en extrinsieke leesmotivatie. 16

17 De rol van betrokkenheid tijdens leesactiviteiten Er bestaat dus nog geen eensgezindheid over de rol van de hoeveelheid van lezen als het verklarend mechanisme van het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid. De vraag kan echter gesteld worden of een focus op louter de hoeveelheid van lezen volstaat om het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid te verklaren. Vanuit het perspectief van de zelf-determinatietheorie bekeken, is het aannemelijk dat zowel autonoom als gecontroleerd gemotiveerde kinderen meer zullen lezen dan kinderen die niet gemotiveerd zijn, zij het om verschillende redenen. Onderzoek doet echter vermoeden dat het leesgedrag van autonoom en gecontroleerd gemotiveerde lezers sterk uiteenloopt. Zo vonden Skinner e.a. (2009) dat er sterke verschillen waren tussen de betrokkenheid van kinderen met een autonome motivatie en kinderen met een gecontroleerde motivatie. Betrokkenheid kan beschreven worden als het gedrag waardoor de motivatie van leerlingen een invloed uitoefent op hun ontwikkeling (Jang, Reeve, & Deci, 2010; Reeve, Jang, Carell, Jeon, & Barch, 2004). Het construct verwijst naar de actieve deelname van leerlingen tijdens het leren (Fredricks, Blumenfeld, & Paris, 2006). Reviewstudies tonen aan dat betrokkenheid een multidimensionaal construct is (Fredricks, e.a., 2004; Jimmerson, Campos, & Greif, 2003). Er bestaat binnen de onderzoekswereld echter nog geen eensgezindheid over het aantal dimensies dat onderscheiden kan worden. Volgens Skinner, Furrer, Marchand en Kindermann (2008) is dit te wijten aan een gebrek aan heldere definities en onvoldoende onderzoek naar de multidimensionaliteit van betrokkenheid. Toch beschrijft heel wat recent onderzoek betrokkenheid als de intensiteit van het gedrag en de kwaliteit van de gevoelens van kinderen tijdens het uitvoeren van een activiteit (Jang e.a., 2010; Reeve e.a., 2004; Skinner & Belmont, 1993; Skinner e.a., 2008). Deze definitie bouwt verder op een veelgebruikt onderscheid dat betrokkenheid opdeelt in een gedrags- en affectieve dimensie (Finn & Voelkl, 1993; Jimmerson e.a., 2003). Betrokken kinderen nemen meer initiatief wanneer ze de gelegenheid krijgen, leveren meer inspanningen, werken geconcentreerder en hebben meer de neiging om taken op de grens van hun kunnen te selecteren. Tijdens het handelen ervaren deze kinderen positieve gevoelens, zoals enthousiasme, optimisme, nieuwsgierigheid en interesse. Tegenover betrokkenheid staat vervreemding, dat meer is dan louter de afwezigheid van betrokkenheid. Net zoals betrokkenheid bestaat ook vervreemding uit een gedrags- en affectieve dimensie. Vervreemde leerlingen zijn passiever, proberen minder hard en geven sneller op wanneer ze met een uitdaging geconfronteerd worden. Deze leerlingen ervaren meer negatieve gevoelens, zoals verveling, verdriet, angst en woede (Skinner & Belmont, 1993; Skinner e.a., 2008, 2009). 17

18 De studie van Skinner e.a. (2009) wees uit dat een autonome motivatie samenhing met betrokkenheid, terwijl een gecontroleerde motivatie samenhing met vervreemding. Verder toonde een andere studie van Skinner e.a. (1990) aan dat betrokken kinderen betere schoolprestaties boekten dan vervreemde kinderen. Toegepast op het onderzoek naar de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid, doen deze bevindingen vermoeden dat een focus op louter de hoeveelheid van het lezen niet volstaat om het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid te verklaren. Het lijkt erop dat dit effect ook gemedieerd wordt door de betrokkenheid tijdens leesactiviteiten. Mogelijks kan dit verklaren waarom sommige studies een direct effect van leesmotivatie op leesvaardigheid vonden, zelfs wanneer er gecontroleerd werd voor de hoeveelheid van lezen. Tot op heden werd er echter nog geen onderzoek verricht naar de rol van betrokkenheid tijdens leesactiviteiten als mediator in het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid Het effect van geslacht en schools achterstand Het effect van geslacht De relatie van leesmotivatie op leesvaardigheid bevindt zich niet in een vacuüm. De bevinding dat kinderen verschillen in hun leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid roept de vraag op naar welke factoren deze verschillen veroorzaken. Dit onderzoek focust op twee factoren die betrekking hebben op individuele verschillen tussen kinderen. De eerste daarvan is hun geslacht. Geslacht verwijst naar het onderscheid tussen jongens en meisjes, en daarmee ook naar de verschillen tussen jongens en meisjes (Kessler & McKenna, 1985). Een groot aantal studies vond dat meisjes over het algemeen meer gemotiveerd zijn om te lezen dan jongens (Baker & Wigfield, 1999; Guay e.a., 2010; Marinak & Gambrell, 2010; McGeown e.a., in press; Meece, Glienke, & Burg, 2006; Wigfield & Guthrie, 1997). De studies van Guay e.a. (2010) en McGeown e.a. (in press) nuanceren deze resultaten. Beide studies kwamen tot de conclusie dat meisjes enkel beter scoorden voor intrinsieke leesmotivatie. Guay e.a. (2010) stelden geen geslachtsverschillen vast in de geïdentificeerde en gecontroleerde leesmotivatie van de kinderen. Analoog daarmee rapporteerden McGeown e.a. (in press) dat de extrinsieke leesmotivatie van meisjes niet verschilde van die van jongens. Het is echter nog niet duidelijk of het effect van geslacht op leesmotivatie verschilt over verschillende contexten van lezen. Er is enkel onderzoek dat rapporteerde dat meisjes een positievere leeshouding hadden dan jongens voor vrijetijdslezen, maar niet voor schools lezen (Cloer & Pearman, 1992; Kush & Watkins, 1996). Het geslacht van kinderen 18

19 oefent ook een invloed uit op hun betrokkenheid. Skinner e.a. (2008, 2009) stelden bij meisjes een hogere betrokkenheid en lagere vervreemding vast dan bij jongens. Er is echter nog geen onderzoek voorhanden dat dit effect binnen het domein van lezen onderzocht. Het is daardoor nog onzeker of meisjes ook tijdens leesactiviteiten een hogere betrokkenheid vertonen. Geslacht oefent ten slotte ook een effect uit op leesvaardigheid. Een groot aantal studies rapporteerde dat meisjes over een betere leesvaardigheid beschikten dan jongens (Hyde & Linn, 1987; Logan & Johnston, 2009; Mullis e.a., 2003, 2007; Ming Chiu & McBride-Chang, 2006; Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2008). Volgens Logan en Johnston (2009) waren de geslachtsverschillen die door onderzoek werden teruggevonden in leesvaardigheid echter klein. Bovendien vond niet elk onderzoek een invloed van geslacht op leesvaardigheid terug (McGeown e.a., in press). Verder onderzoek is dus nodig om deze tegenstrijdige resultaten uit te klaren Het effect van schoolse achterstand De tweede factor waarop dit onderzoek focust is de schoolse achterstand van kinderen. Schoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een kind oploopt ten opzichte van leeftijdsgenoten. Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door ziekte, een verlate instap in het lager onderwijs en atypische studieovergangen, al blijkt wel dat een groot deel van de kinderen met schoolse vertraging ooit een jaar moest overdoen (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2006). Uit de meest recente cijfers blijkt dat maar liefst 17.78% van alle leerlingen in het vijfde leerjaar één of meer jaren schoolse vertraging heeft opgelopen (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2011). Tot op heden werd er nog maar weinig onderzoek verricht naar het effect van schoolse achterstand op de leesmotivatie van de kinderen. De reden daarvoor is dat internationaal onderzoek zich hoofdzakelijk richt op de deelgroep van zittenblijvers. De schaarse informatie over de invloed van schoolse achterstand is dus vooral afkomstig uit Vlaams onderzoek. Als eerste werd er nog geen onderzoek verricht naar het effect van schoolse achterstand op leesmotivatie. Er is wel onderzoek beschikbaar over het effect van schoolse achterstand op de leeshouding van leerlingen. Daaruit bleek dat kinderen met schoolse achterstand over het algemeen een negatievere leeshouding hadden dan leerlingen zonder schoolse achterstand (Ghesquière, 1993). Daarnaast is er ook onderzoek dat vond dat zittenblijvers minder gemotiveerd waren en een negatievere houding hadden ten aanzien van de school dan kinderen die wel waren overgegaan naar het volgende leerjaar (Holmes & Matthews, 1984; Jimerson, 2001; Martin, 2009). Er werd ook nog geen onderzoek uitgevoerd naar de invloed van schoolse achterstand op betrokkenheid tijdens 19

20 leesactiviteiten. De enige informatie over dit effect is afkomstig uit internationaal onderzoek, dat vaststelde dat zittenblijvers minder aandachtig waren, meer storend gedrag vertoonden, passiever waren en meer negatieve gevoelens ervoeren dan kinderen die op leeftijd zaten (Martin, 2009; Pagani, Tremblay, Vitaro, Boulerice, & McDuff, 2001). Het effect van schoolse achterstand op leesvaardigheid ten slotte, is wel al onderzocht. Uit de resultaten van de peiling lezen en luisteren (Nederlands) in het Vlaamse basisonderwijs bleek dat kinderen met schoolse achterstand gemiddeld een lagere leesvaardigheid hadden dan kinderen die op leeftijd zaten (Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2008). Er bestaat echter nog geen onderzoek dat deze resultaten bevestigt. 20

21 2. ONDERZOEKSVRAGEN 2.1. Doelen van het onderzoek Omdat het nog onzeker is welke invloed de context van lezen heeft op de leesmotivatie van kinderen (Schram, 2007), wil dit onderzoek nagaan of de motivatie van kinderen voor vrijetijdslezen verschilt van hun motivatie voor schools lezen. Leesmotivatie wordt in beide contexten opgesplitst in autonome en gecontroleerde leesmotivatie, constructen die ontleend zijn aan de zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan (1985). De ZDT werd echter nog maar zelden toegepast in onderzoek naar lezen, waardoor het onduidelijk is hoe de gemeten dimensies van leesmotivatie zich tot elkaar verhouden (De Naeghel e.a., 2011; Guay e.a., 2010). Dit onderzoek wil daarom tevens nagaan of er een verschil is tussen de autonome en gecontroleerde leesmotivatie van de kinderen. Daarnaast zijn onderzoekers het nog niet eens over hoe leesmotivatie een invloed uitoefent op leesvaardigheid. Eerder onderzoek probeerde dit effect te verklaren aan de hand van de hoeveelheid van lezen (Becker e.a., 2010; Guthrie e.a., 1999; Wang & Guthrie, 2004). Het is echter mogelijk dat ook de kwaliteit van leesactiviteiten een verklarende rol speelt in dit effect (Skinner e.a., 1990, 2009). Omdat dit tot op heden nog niet onderzocht werd, wil dit onderzoek nagaan of betrokkenheid tijdens leesactiviteiten een mediator is van dit effect. Om te onderzoeken of betrokkenheid tijdens leesactiviteiten het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid volledig kan verklaren, wil het onderzoek ook nagaan of leesmotivatie een effect uitoefent op leesvaardigheid wanneer er gecontroleerd wordt voor betrokkenheid tijdens leesactiviteiten. Ten slotte blijkt dat er nog heel wat onduidelijkheden bestaan over het effect dat geslacht en schoolse achterstand uitoefenen op de relatie tussen leesmotivatie en leesvaardigheid. Daarom wil dit onderzoek nagaan welk effect geslacht en schoolse achterstand uitoefenen op leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid. 21

22 2.2. Onderzoeksvragen De hierboven beschreven onderzoeksdoelen laten zich vertalen in de volgende onderzoeksvragen: 1. Verschilt de motivatie van kinderen voor lezen in de vrije tijd van hun motivatie voor schools lezen? 2. Verschilt de autonome leesmotivatie van de kinderen van hun gecontroleerde leesmotivatie? 3. Wordt het effect van leesmotivatie op leesvaardigheid gemedieerd door betrokkenheid tijdens leesactiviteiten? 4. Oefent leesmotivatie een effect uit op leesvaardigheid wanneer er gecontroleerd wordt voor betrokkenheid tijdens leesactiviteiten? 5. Welk effect oefenen het geslacht en de schoolse achterstand van kinderen uit op hun leesmotivatie, betrokkenheid tijdens leesactiviteiten en leesvaardigheid? 22

23 3. METHODE 3.1. Design Om de bovenstaande onderzoeksvragen te beantwoorden, werd gekozen voor een kwantitatief onderzoeksdesign. Kwantitatief onderzoek is immers het meest geschikt om hypotheses te toetsen en uitspraken te doen over de relaties tussen de genoemde constructen. Bijkomende voordelen van kwantitatief onderzoek zijn dat het toelaat om op een relatief korte tijd een grote hoeveelheid aan data te verzamelen, te verwerken en te analyseren, en om afstand te houden van de subjecten die deel uitmaken van het onderzoek, waardoor een persoonlijke bias vermeden kan worden (Cohen & Manion, 1994) Participanten Deze studie kaderde in een onderzoeksproject over leesmotivatie, dat werd georganiseerd door de vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent. Het onderzoek werd afgenomen bij een nietgerandomiseerde steekproef van 1260 kinderen uit het vijfde leerjaar en hun 67 leerkrachten (Brewerton & Millward, 2001). De groep van kinderen bestond voor 50.5% uit meisjes en 49.5% jongens. De leerlingen waren gemiddeld jaar oud (SD = 0.54). 19.6% van hen had in de loop der jaren één of meer jaren schoolse achterstand opgelopen. Deze steekproef van leerlingen was representatief voor de populatie van leerlingen in het vijfde leerjaar (Vlaams Ministerie van onderwijs en vorming, 2011). De groep van leerkrachten bestond voor 78.5% uit vrouwen, tegenover slechts 21.5% mannen. De leerkrachten hadden gemiddeld (SD = 10.14) jaar anciënniteit in het lager onderwijs. De steekproef werd samengesteld via een advertentie in het tijdschrift Klasse voor leerkrachten. Daarin werd aan scholen gevraagd om telefonisch of per te reageren als ze aan het onderzoek wensten deel te nemen. Daarna werd de steekproef via en telefonisch contact systematisch uitgebreid. In totaal stemden 45 scholen, verspreid over de regio s van Oost- en West- Vlaanderen, Antwerpen en Brussel, in om aan het onderzoek deel te nemen. 23

24 3.3. Instrumenten Leesmotivatie De leesmotivatie van de kinderen werd gemeten aan de hand van de SRQ-Reading Motivation, een vragenlijst die gebaseerd is op onderzoek naar de ZDT (De Naeghel e.a., 2011). De SRQ-Reading Motivation telt 17 items en bestaat uit twee subschalen: acht items voor autonome leesmotivatie (vb. Ik lees omdat ik lezen plezierig vind., Ik lees omdat ik lezen heel erg nuttig vind voor mezelf. ) en negen items voor gecontroleerde leesmotivatie (vb. Ik lees omdat anderen me dan pas zullen belonen., Ik lees omdat ik anderen niet wil teleurstellen. ). De SRQ-Reading Motivation werd twee keer afgenomen bij de kinderen: één keer om de leesmotivatie voor schools lezen te meten en één keer om de leesmotivatie voor vrijetijdslezen te meten. De vragenlijst voor de kinderen bestond bijgevolg uit twee delen: een deel over leesmotivatie voor vrijetijdslezen en een deel over leesmotivatie voor schools lezen. De formulering van de opgave en items werd in beide delen aangepast aan de bijhorende context. Het deel over de leesmotivatie voor vrijetijdslezen had als opgave: Waarom lees je in je vrije tijd?, bij het deel over leesmotivatie voor schools lezen was dat: Waarom lees je voor school? Denk hierbij zowel aan lezen op school als aan lezen tijdens je huiswerk. Elk item onderging een gelijkaardige verandering, zodat het duidelijk verwees naar de leesmotivatie voor vrijetijdslezen (vb. Ik lees in mijn vrije tijd omdat ik lezen plezierig vind. ) of schools lezen (vb. Ik lees voor school omdat ik lezen plezierig vind. ). Aan de leerlingen werd gevraagd om voor elk item het best passende antwoord aan te duiden op een 5-punts Likertschaal, gaande van 1 ( Helemaal niet akkoord ) tot 5 ( Helemaal akkoord ). De autonome subschaal had een hoge interne consistentie, zowel voor schools lezen (α = 0.94) als voor vrijetijdslezen (α = 0.94). De interne consistentie van de gecontroleerde subschaal lag zowel voor schools lezen (α = 0.84) als voor vrijetijdslezen (α = 0.85) iets lager, maar was toch nog steeds hoog. Betrokkenheid tijdens leesactiviteiten De betrokkenheid van de kinderen tijdens leesactiviteiten werd gemeten aan de hand van een scoringslijst van Reeve e.a. (2004). In tegenstelling tot de oorspronkelijke studie, waar de scoringslijst door getrainde beoordelaars gebruikt werd om de betrokkenheid van een volledige klas te meten, werd de scoringslijst in deze studie ingevuld door de leerkracht, en dat voor elk kind. De scoringslijst bestond uit 5 items, die de leerkracht vroegen om respectievelijk de aandacht, inspanning, verbale activiteit, volharding en emotionele expressie van het kind te beoordelen. Elk item werd gescoord op 24

Een longitudinaal onderzoek in het vijfde leerjaar naar de relatie tussen leesmotivatie en begrijpend lezen en de rol van leesfrequentie

Een longitudinaal onderzoek in het vijfde leerjaar naar de relatie tussen leesmotivatie en begrijpend lezen en de rol van leesfrequentie Een longitudinaal onderzoek in het vijfde leerjaar naar de relatie tussen leesmotivatie en begrijpend lezen en de rol van leesfrequentie Lien De Feyter (00804171) Masterproef ingediend tot het behalen

Nadere informatie

Een positief leesklimaat in de klas? Een interventieonderzoek in het vijfde leerjaar naar de invloed op leesmotivatie.

Een positief leesklimaat in de klas? Een interventieonderzoek in het vijfde leerjaar naar de invloed op leesmotivatie. UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2011-2012 Eerste Examenperiode Een positief leesklimaat in de klas? Een interventieonderzoek in het vijfde leerjaar naar

Nadere informatie

Weerzin tegen lezen of weer zin om te lezen?

Weerzin tegen lezen of weer zin om te lezen? Weerzin tegen lezen of weer zin om te lezen? Roel van Steensel Vrije Universiteit Amsterdam Erasmus Universiteit Rotterdam Deze lezing Waar komt de motivatie om te lezen vandaan? Hoe hangt motivatie samen

Nadere informatie

Klasbetrokkenheid bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl

Klasbetrokkenheid bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl Klas bij jongens en meisjes bij de start van het secundair onderwijs: de cruciale rol van leerkrachtstijl Sofie Lietaert Debora Roorda Bieke De Fraine Karine Verschueren Ferre Laevers Centrum voor Onderwijseffectiviteit

Nadere informatie

Zelfsturend leren met een puberbrein

Zelfsturend leren met een puberbrein Zelfsturend leren met een puberbrein Jacqueline Saalmink In het hedendaagse voortgezet onderwijs wordt een groot beroep gedaan op zelfsturend leren. Leerlingen moeten hiervoor beschikken over vaardigheden

Nadere informatie

Samenvatting (in Dutch)

Samenvatting (in Dutch) Summary Samenvatting (in Dutch) Motivatie is een veelgebruikte term, ook in het dagelijks leven. Iedereen heeft een bepaald beeld bij het concept motivatie, maar vaak loopt de perceptie hiervan uiteen.

Nadere informatie

Het belang van gender in het leerkrachtenteam

Het belang van gender in het leerkrachtenteam Het belang van gender in het leerkrachtenteam Sofie Lietaert, Dimitri Van Maele, Bieke De Fraine, Karine Verschueren, Ferre Laevers IWT SBOproject Gender op School www.steunpuntssl.be De feminizering van

Nadere informatie

Zorg dat je kind wint, los van het resultaat! Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen

Zorg dat je kind wint, los van het resultaat! Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen Infosessie Opvoedingsondersteuning van ouders in jeugdsportclubs Zorg dat je kind wint, los van het resultaat! Deze infosessie is het resultaat van het PWO-project van de HUB Ouders en jeugdsport: geen

Nadere informatie

Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken. Astrid van den Hurk 22 januari 2015

Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken. Astrid van den Hurk 22 januari 2015 Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken Astrid van den Hurk 22 januari 2015 Doelen Zicht op basisbehoeftes van leerlingen om gemotiveerd te kunnen werken; Zelfdeterminatietheorie

Nadere informatie

Ouders & Clubs: één doel?!

Ouders & Clubs: één doel?! Ouders & Clubs: één doel?! Infosessie Opvoedingsondersteuning van ouders in jeugdsportclubs Zorg dat je kind wint, los van het resultaat! Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen Kenniscentrum Hoger Instituut

Nadere informatie

Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen honoursonderwijs? Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger

Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen honoursonderwijs? Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger Hoe autonomie-ondersteunend werkt een docent binnen Tineke Kingma Elanor Kamans Marjolein Heijne-Penninga Marca Wolfensberger Fellow onderzoeker Adviseur en coördinator 2 Opzet onderzoekspresentatie 1.

Nadere informatie

SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs

SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs SCHOOLFEEDBACKRAPPORT ONDERZOEK WELBEVINDEN Bevraging van de leerlingen van het lager onderwijs Aan de directeur, de leerkrachten en de leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar van school 1

Nadere informatie

WORKSHOP Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat

WORKSHOP Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen Partner in de Hogeschool-Universiteit Brussel - Huart Hamoirlaan 136-1030 Brussel WORKSHOP Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat Joris Lambrechts Hans

Nadere informatie

Leesmotivatie in de klas: een studie naar leesbevorderend leerkrachtgedrag via dagboeken.

Leesmotivatie in de klas: een studie naar leesbevorderend leerkrachtgedrag via dagboeken. h UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar -3 Leesmotivatie in de klas: een studie naar leesbevorderend leerkrachtgedrag via dagboeken. Delphine Franco Promotor:

Nadere informatie

Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat. Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen

Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat. Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen WORKSHOP Opvoedingsondersteuning van ouders in jeugdsportclubs Je kind kan winnen, los van het wedstrijdresultaat. Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen Deze workshop is het resultaat van het PWO-project

Nadere informatie

Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae

Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae Dutch Summary Acknowledgements Curriculum Vitae 184 Welbevinden en hoofdpijn bij adolescenten: de rol van zelfregulatie In dit proefschrift is de rol van zelfregulatie processen voor het welbevinden van

Nadere informatie

Motivatie. Even voorstellen 11-11-14. Gedragsverandering bij schulden Waarom en hoe?

Motivatie. Even voorstellen 11-11-14. Gedragsverandering bij schulden Waarom en hoe? Gedragsverandering bij schulden Waarom en hoe? Gejo Duinkerken Motivatie 0 10 Op een schaal van 1 tot 10, hoe belangrijk vindt u het om uw achterstand in te lopen? Even voorstellen Wat is de rol van motivatie

Nadere informatie

For Love or Money? Vrijwilligers motiveren op lange termijn

For Love or Money? Vrijwilligers motiveren op lange termijn For Love or Money? Vrijwilligers motiveren op lange termijn Dr. Jemima Bidee Ontbijtsessies CJP/BILL, 2014 12-12-2014 pag. 1 Intro 12-12-2014 pag. 2 Intro Koecomfort: technologie, benadering Individuele

Nadere informatie

Effectiviteit van leesmotivatie bevorderende interventies: Uitkomsten van een meta-analyse

Effectiviteit van leesmotivatie bevorderende interventies: Uitkomsten van een meta-analyse Effectiviteit van leesmotivatie bevorderende interventies: Uitkomsten van een meta-analyse Lisa van der Sande, Roel van Steensel, Wichor Bramer & Lidia Arends Congres Stichting lezen: 10 november 2016

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Uit crosscultureel onderzoek is bekend dat de cultuur waarin men opgroeit van jongs af aan invloed heeft op emotie-ervaringen en emotie-uitingen. Veel minder bekend is in welke

Nadere informatie

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1

Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs 1 Bijlage 1: Het wetenschappelijk denk- en handelingsproces in het basisonderwijs: Stadium van het instructie model Oriëntatiefase

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden

Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Stap 3 Leeractiviteiten begeleiden Bij het begeleiden van leeractiviteiten kun je twee aspecten aan het gedrag van leerkrachten onderscheiden, namelijk het pedagogisch handelen en het didactisch handelen.

Nadere informatie

Competentie-invullingsmatrix

Competentie-invullingsmatrix Competentie-invullingsmatrix masterprf Master of Science in de wiskunde Academiejaar 2016-2017 Legende: W=didactische werkvormen E=evaluatievormen Competentie in één of meerdere wetenschappen Wetenschappelijke

Nadere informatie

Effectiviteit van Probleemgestuurd Onderwijs binnen de Erasmus School of Law. Marit Wijnen Lunchbijeenkomst onderzoeksagenda 2 februari 2016

Effectiviteit van Probleemgestuurd Onderwijs binnen de Erasmus School of Law. Marit Wijnen Lunchbijeenkomst onderzoeksagenda 2 februari 2016 Effectiviteit van Probleemgestuurd Onderwijs binnen de Erasmus School of Law Marit Wijnen Lunchbijeenkomst onderzoeksagenda 2 februari 2016 September 2012 Nadruk op hoorcolleges Vakken parallel Sommige

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

De menselijke maat: Een wetenschappelijke onderbouwing Gerben Westerhof & Ernst Bohlmeijer

De menselijke maat: Een wetenschappelijke onderbouwing Gerben Westerhof & Ernst Bohlmeijer De menselijke maat: Een wetenschappelijke onderbouwing Gerben Westerhof & Ernst Bohlmeijer 1 Een praktijkvoorbeeld De verzorgende helpt de bewoner zich aan te kleden en pakt de deodorant. Bewoner: Ga weg

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De adolescentie is lang beschouwd als een periode met veelvuldige en extreme stemmingswisselingen, waarin jongeren moeten leren om grip te krijgen op hun emoties. Ondanks het feit

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting Perseverative cognition: The impact of worry on health Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Perseveratieve cognitie: de invloed van piekeren op gezondheid Iedereen maakt zich wel eens zorgen.

Nadere informatie

KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur

KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur Iedere ouder zal het volgende herkennen: de blauwe en rode potloden uit de kleurdozen van kinderen zijn altijd het eerst op. Geel roept aanvankelijk ook warme gevoelens

Nadere informatie

Lezen Om te Leren. Elisabeth Duursma Maaike Pulles. Netwerk Taalcoördinatoren 6 april 2011. expertisecentrum taal, onderwijs & communicatie

Lezen Om te Leren. Elisabeth Duursma Maaike Pulles. Netwerk Taalcoördinatoren 6 april 2011. expertisecentrum taal, onderwijs & communicatie Datum 06-04-2011 1 Lezen Om te Leren Elisabeth Duursma Maaike Pulles Netwerk Taalcoördinatoren 6 april 2011 Datum 06-04-2011 2 Begrijpend Lezen, is dat wel leuk? Datum 06-04-2011 3 Stoeldraijer (2007)

Nadere informatie

Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een aantal onderzoeken op het gebied van gehechtheid en psychosociaal functioneren in de volwassenheid. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de gehechtheidstheorie.

Nadere informatie

Monitor de Bibliotheek op School een nieuw instrument voor beleid. Kees Broekhof Sardes

Monitor de Bibliotheek op School een nieuw instrument voor beleid. Kees Broekhof Sardes + Monitor de Bibliotheek op School een nieuw instrument voor beleid Kees Broekhof Sardes + Onderwerpen Vrij lezen en vrijetijdslezen als onderwerp van beleid De Monitor de Bibliotheek op school De monitor

Nadere informatie

Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding

Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding Helmond, 16 juni 2016 Puck Lamers Master Onderwijswetenschappen Radboud Universiteit Nijmegen drs. Monique van der Heijden dr. Jeannette Geldens Kempelonderzoekscentrum

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Hoger onderwijs, lager onderwijs, schoolloopbaan, schoolse vertraging, secundair onderwijs, universitair onderwijs, watervalsysteem, zittenblijven

Hoger onderwijs, lager onderwijs, schoolloopbaan, schoolse vertraging, secundair onderwijs, universitair onderwijs, watervalsysteem, zittenblijven 1. Referentie Referentie Duqué, H. (1998). Zittenblijven en schoolse vertraging in het Vlaams onderwijs. Een kwantitatieve analyse 1996-1997. Onuitgegeven onderzoeksrapport, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,

Nadere informatie

Moetivatie of goesting? Hoe een optimale motivatie te bevorderen bij studenten

Moetivatie of goesting? Hoe een optimale motivatie te bevorderen bij studenten Moetivatie of goesting? Hoe een optimale motivatie te bevorderen bij studenten Jolene van der Kaap-Deeder Nathalie Aelterman Maarten Vansteenkiste Universiteit Gent Eline Sierens Arteveldehogeschool Gent

Nadere informatie

Samenvatting. Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld

Samenvatting. Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld Samenvatting Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld om hen heen. Zo hebben vele mensen een natuurlijke neiging om zichzelf als bijzonder positief te beschouwen (bijv,

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Factsheet: De beleving van een vroege eerste geslachtsgemeenschap

Factsheet: De beleving van een vroege eerste geslachtsgemeenschap Factsheet: De beleving van een vroege eerste geslachtsgemeenschap Katrien Symons (contact: Katrien.Symons@UGent.be) Prof. Dr. Mieke Van Houtte Dr. Hans Vermeersch ACHTERGROND Een vroege eerste geslachtsgemeenschap

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Lezen in het voortgezet onderwijs (2): Improving Adolescent Literacy

Lezen in het voortgezet onderwijs (2): Improving Adolescent Literacy Lezen in het voortgezet onderwijs (2): Improving Adolescent Literacy Algemeen Dit artikel gaat in op het rapport Improving Adolescent Literacy: Effective Classroom and Intervention Practices. De publicatie

Nadere informatie

Informatieve teksten leren lezen in de middenbouw van het basisonderwijs; effecten van een ontwikkelingsgerichte benadering

Informatieve teksten leren lezen in de middenbouw van het basisonderwijs; effecten van een ontwikkelingsgerichte benadering Informatieve teksten leren lezen in de middenbouw van het basisonderwijs; effecten van een ontwikkelingsgerichte benadering promotieonderzoek Yvonne van Rijk Prof. dr. Monique Volman Prof. dr. Bert van

Nadere informatie

Een exploratieve studie naar de relatie tussen geïntegreerd STEM-onderwijs en STEM-vaardigheden op secundair niveau

Een exploratieve studie naar de relatie tussen geïntegreerd STEM-onderwijs en STEM-vaardigheden op secundair niveau Een exploratieve studie naar de relatie tussen geïntegreerd STEM-onderwijs en STEM-vaardigheden op secundair niveau dr. H. Knipprath ing. J. De Meester STEM Science Engineering Technology Mathematics 2

Nadere informatie

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten

Samenvatting. Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten Samenvatting Motiveren van oudere werknemers: Een levensloopperspectief op de rol van waargenomen personeelsinstrumenten 1 Introductie De beroepsbevolking in westerse landen vergrijst. Door het stijgen

Nadere informatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Thema Kernelementen Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Tips voor de trainer: Werken met mensen is werken met emotie. Leer emoties als signaal te herkennen, maar niet als leidraad te

Nadere informatie

de jaren van de vorige eeuw lag de focus op de beschrijving van stressreacties en onderzoek van de (karakteristieken van) stimuli die een

de jaren van de vorige eeuw lag de focus op de beschrijving van stressreacties en onderzoek van de (karakteristieken van) stimuli die een Samenvatting Werkstress bij verpleegkundigen is al jaren wereldwijd een probleem. Werkstress kan negatieve gevolgen hebben voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid en kan het plezier in het werk

Nadere informatie

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Auteurs: Sara Diederen Rianne van Kemenade Jeannette Geldens i.s.m. management initiële opleiding (MOI) / jaarcoördinatoren 1 Inleiding Dit document is bedoeld

Nadere informatie

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd.

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. TH-MI Motivation Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 30-08-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 30-08-2013. OVER DE MOTIVATION

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Jouw motivatie. Excellent gemotiveerd. Waarom? Excellent gemotiveerd 2014. Hoe creëer je een omgeving waarin leerlingen willen excelleren?

Jouw motivatie. Excellent gemotiveerd. Waarom? Excellent gemotiveerd 2014. Hoe creëer je een omgeving waarin leerlingen willen excelleren? Excellent gemotiveerd Excellent gemotiveerd Hoe creëer je een omgeving waarin leerlingen willen excelleren? Motivatie volgens Deci en Ryan Feedback geven met 3 vragen Zelf oefenen Sandra Elzinga Sandra@betaonderwijsopmaat.nl

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

2. In functie van implementatie van onderzoekscompetenties in de lerarenopleiding

2. In functie van implementatie van onderzoekscompetenties in de lerarenopleiding Gebruikswijzer P- Reviews: Hoe kunnen de Reviews op een nuttige manier geïntegreerd worden in de lerarenopleiding? In deze gebruikswijzer bekijken we eerst een aantal mogelijkheden tot implementatie van

Nadere informatie

1 Aanbevolen artikel

1 Aanbevolen artikel Aanbevolen artikel: 25 november 2013 1 Aanbevolen artikel Ik kan het, ik kan het zélf, ik hoor erbij Over de basisingrediënten voor het (psychologisch) welzijn Een klassieke motivatietheorie toegelicht

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1

Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 1 Brochure Begrijpend lezen VMBO 2 Inleiding Het belang van begrijpend lezen kan nauwelijks overschat worden. Het niveau van begrijpend lezen dat kinderen aan het einde van

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Plezier beleven aan leren en lezen WWW.CPS.NL

Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Plezier beleven aan leren en lezen WWW.CPS.NL Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Plezier beleven aan leren en lezen WWW.CPS.NL Lezen is heerlijk Het kan heerlijk wezen om een boek te lezen: boom-roos-vis-vuur en een boek is heus niet

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant Best Peter Assistant TH-PI Performance Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 10-03-2015. OVER DE PERFORMANCE INDICATOR

Nadere informatie

Meedoen met de Monitor

Meedoen met de Monitor Meedoen met de Monitor met de Bibliotheek Een school die deelneemt aan de Monitor de Bibliotheek op school (Monitor dbos) wil doelgericht samenwerken met de Bibliotheek om de taalontwikkeling en de informatievaardigheden

Nadere informatie

Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item

Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item Vragenlijst Klastitularis - Eerste leerjaar A of B (schooljaar 2009-2010): overzicht items per schaal Schaal (Dimensie) Items Itemnummer Bron item Integratie - Populariteit (sociale ontwikkeling) heeft

Nadere informatie

De Wondere Werking van Verhalen

De Wondere Werking van Verhalen De Wondere Werking van Verhalen Multiply Your Happiness! 2013 Inleiding Sinds het begin der tijden vertellen mensen overal ter wereld, bij kampvuur en bij kaarslicht, elkaar verhalen. Dit deden en doen

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs

De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs De relatie tussen geboortekwartaal en schools succes in de eerste jaren van het lager onderwijs Verachtert P. De Fraine B. Onghena P. Ghesquière P. Katholieke Universiteit Leuven 1. Achtergrond A. Leeftijdsverschillen

Nadere informatie

Theorie! Cognitive Bias Modification! Resultaten onderzoek!

Theorie! Cognitive Bias Modification! Resultaten onderzoek! Cognitive Bias Modification Resultaten onderzoek December 2013 Jules Reijnen Ron Jacobs Theorie Cognitive Bias Modification (CBM) is een recent onderzoeksgebied dat zich richt op de vertekening (bias)

Nadere informatie

Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief. Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit

Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief. Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit SAMENVATTING Determinanten van Leiderschap-Succes: Ontwikkeling van een Integratief Model van Persoonlijkheid, Overtuigingen, Gedrag, en Diversiteit Leiders zijn belangrijke leden van organisaties. De

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Deel I: Integratie van Opvoeding in het I-Change Model

Deel I: Integratie van Opvoeding in het I-Change Model Samenvatting Hoewel bekend is dat roken schadelijk is voor de gezondheid, beginnen adolescenten nog steeds met roken. Om dit te veranderen is het nodig een beter inzicht te krijgen in de factoren die

Nadere informatie

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Compassie leven 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Inhoudsopgave Voorwoord Wekelijkse inspiraties 01 Geweld in de taal? Wie, ik?

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan

Leren/coachen van meisjes - Dingen om bij stil te staan De ontwikkeling van vrouwen en meisjes in het rugby heeft de afgelopen jaren flink aan momentum gewonnen en de beslissing om zowel heren als dames uit te laten komen op het sevenstoernooi van de Olympische

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

JOnG!0: Longitudinale ontwikkeling van opvoeding, kindgedrag en zorg

JOnG!0: Longitudinale ontwikkeling van opvoeding, kindgedrag en zorg Steunpunt WVG Minderbroedersstraat 8 B-3000 Leuven +32 16 37 34 32 www.steunpuntwvg.be swvg@kuleuven.be Rapport 42 JOnG!0: Longitudinale ontwikkeling van opvoeding, kindgedrag en zorg Onderzoeker: Promotor:

Nadere informatie

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief

Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Samenvatting Autobiografisch geheugen in longitudinaal perspectief Stabiliteit en verandering in gerapporteerde levensgebeurtenissen over een periode van vijf jaar Het belangrijkste doel van dit longitudinale,

Nadere informatie

Juf, er staat geen leuk boek in de kast!

Juf, er staat geen leuk boek in de kast! Taal Gemotiveerd stillezen Juf, er staat geen leuk boek in de kast! Betrokken zijn tijdens stillezen hoe vaak is dit zichtbaar in je klas? Er zijn altijd een paar boekenwurmen, die graag lezen. Daar hoef

Nadere informatie

DESSA. Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties. HTS Report. Otto Peterszoon ID Datum Leerkrachtversie

DESSA. Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties. HTS Report. Otto Peterszoon ID Datum Leerkrachtversie DESSA Vragenlijst over sociaal-emotionele competenties HTS Report ID 256-4 Datum 07.10.2014 Leerkrachtversie Informant: Neeltje Smit Leerkracht DESSA Interpretatie 3 / 20 INTERPRETATIE De DESSA biedt informatie

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Infosessie& Workshop Opvoedingsondersteuningvan oudersin jeugdsportclubs

Infosessie& Workshop Opvoedingsondersteuningvan oudersin jeugdsportclubs Infosessie& Workshop Opvoedingsondersteuningvan oudersin jeugdsportclubs Zorgdatje kind wint, los van het resultaat! Aanleiding onderzoek Sportclub Ouder Kind 2 Aanleiding onderzoek Sportclub Ouder Kind

Nadere informatie

Van compliance naar participatie. Dr. Joyce Rupert In samenwerking met: HRM Expertise Centrum Rijksuniversiteit Groningen

Van compliance naar participatie. Dr. Joyce Rupert In samenwerking met: HRM Expertise Centrum Rijksuniversiteit Groningen Van compliance naar participatie Dr. Joyce Rupert In samenwerking met: HRM Expertise Centrum Rijksuniversiteit Groningen Aanleiding Stagnatie in dalende trend aantal arbeidsongevallen 20 % daarvan technische

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad Profilering derde graad De leerling heeft in de eerste en de tweede graad de gelegenheid gehad om zijn of haar interesses te ontdekken. Misschien heeft hij of zij al enig idee ontwikkeld over toekomstige

Nadere informatie

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de

doordat er op dat moment geen leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Als ze iets mochten veranderen gaven ze aan dat de meeste kinderen iets aan de SAMENVATTING Er is onderzoek gedaan naar de manier waarop kinderen van 6 8 jaar het best kunnen worden geïnterviewd over hun mening van de buitenschoolse opvang (BSO). Om hier antwoord op te kunnen geven,

Nadere informatie

Appraisal. Datum:

Appraisal. Datum: Appraisal Naam: Sample Candidate Datum: 08-08-2013 Over dit rapport: Dit rapport is op automatische wijze afgeleid van de resultaten van de vragenlijst welke door de heer Sample Candidate is ingevuld.

Nadere informatie

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104 Samenvatting 103 De bipolaire stoornis, ook wel manisch depressieve stoornis genoemd, is gekenmerkt door extreme stemmingswisselingen, waarbij recidiverende episoden van depressie, manie en hypomanie,

Nadere informatie

Taxanomie van Bloom en de kunst van het vragen stellen. Anouk Mulder verschil in talent

Taxanomie van Bloom en de kunst van het vragen stellen. Anouk Mulder verschil in talent Onthouden Kunnen ophalen van specifieke informatie, variërend van feiten tot complete theorieën Opslaan en ophalen van informatie (herkennen) Kennis van data, gebeurtenissen, plaatsen Kennis van belangrijkste

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19934 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Pat El, Ron Jonathan Title: Lost in translation : congruency of teacher and student

Nadere informatie

Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever

Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever Al spelend leren: onderzoek naar de educatieve (meer)waarde van computergames in de klas Project Ben de Bever 2010-2011 Een onderzoek van: Universiteit Gent Katarina Panic Prof. Dr. Verolien Cauberghe

Nadere informatie

D U TC H S U M M A RY Samenvatting In zowel westerse als diverse niet-westerse samenlevingen wordt veel waarde gehecht aan schoolprestaties. Ouders en docenten stimuleren kinderen al op jonge leeftijd

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Intensief Onderwijs. Onderwijs waar je van wakker ligt

Intensief Onderwijs. Onderwijs waar je van wakker ligt Intensief Onderwijs Onderwijs waar je van wakker ligt Teun Dekker - Vice-Dean of Academic Affairs - University College Maastricht Fried Keesen - Director of Education - University College Utrecht Leo de

Nadere informatie