Aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála"

Transcriptie

1 Universiteit Gent Master in de Afrikaanse Talen en Culturen Academiejaar Aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála Promotor: Prof. Dr. M. Meeuwis Copromotor: Prof. Dr. Ing. GM. De Schryver Masterproef, ingediend voor het behalen van de graad Master in de Afrikaanse Talen en Culturen door Astrid De Beukelaer en Astrid Dhaenens

2

3

4

5 Universiteit Gent Master in de Afrikaanse Talen en Culturen Academiejaar Aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála Promotor: Prof. Dr. M. Meeuwis Copromotor: Prof. Dr. Ing. GM. De Schryver Masterproef, ingediend voor het behalen van de graad Master in de Afrikaanse Talen en Culturen door Astrid De Beukelaer en Astrid Dhaenens

6

7

8

9 Dankwoord Graag willen wij enkele mensen bedanken. We bedanken onze copromotor, Professor De Schryver, voor zijn hulp bij onder meer het op weg helpen met het softwareprogramma TshwaneLex, het geven van adviezen doorheen het ontwikkelingsproces van onze woordenlijst en het nalezen en becommentariëren van bepaalde secties van onze masterproef. Verder willen we onze informant, Lambert Phuati, bedanken om ons te helpen met het herwerken en actualiseren van de hoofdbron voor onze woordenlijst, namelijk het woordenboek van Van Everbroeck uit Ook bedanken wij onze ouders voor het nalezen van onze masterproef en voor de gegeven feedback. In het bijzonder wensen wij onze promotor, Professor Meeuwis, te bedanken voor het helpen in onze zoektocht naar een onderwerp en de pragmatische begeleiding om tot dit resultaat te komen.

10

11 Inhoudsopgave Verklarende lijst met gebruikte afkortingen Algemene inleiding... 1 Deel één... 3 Hoofdstuk 1: Inleiding (A. De Beukelaer & A. Dhaenens) Doelstelling Kinshasa Lingála Relevantie Methodologie Duo thesis Structuur thesis Hoofdstuk 2: Het Lingála en de geschiedenis van de Lingála lexicografie Inleiding (A. Dhaenens) Het Lingála (A. De Beukelaer) Het Lingála van Kinshasa (A. De Beukelaer) De lexicografie van het Lingála in het licht van de geschiedenis van de taal (A. De Beukelaer) De evolutie van het Lingála: Beginperiode tot 1876 (A. De Beukelaer) Van 1876 tot 1884 (A. De Beukelaer) Van 1884 tot 1900 (A. Dhaenens) Baptist Missionary Society (A. Dhaenens) Congregatio Immaculati Cordis Mariae (A. Dhaenens) Bangala Station (A. De Beukelaer) Van Kerckhovens Nijlexpeditie (A. De Beukelaer) De 'anti-arabische oorlog' (A. De Beukelaer) De bezetting van de Lado enclave (A. De Beukelaer) Van Iboko naar Bangala (A. Dhaenens) Woordenboeken (A. De Beukelaer) Van 1900 tot 1960 (A. De Beukelaer) Egide De Boeck (A. Dhaenens)... 25

12 Lingála van De Boeck: verspreiding en verzet (A. Dhaenens) Protestantse missionarissen (A. Dhaenens) Walter H. Stapleton (A. De Beukelaer) Malcolm Guthrie (A. Dhaenens) De Norbertijnen van Tongerloo (A. De Beukelaer) L. B. De Boeck en R. Van Everbroeck (A. Dhaenens) Andere woordenboeken (A. De Beukelaer) Van 1960 tot heden (A. De Beukelaer) Woordenboeken verschenen na 1960 (A. Dhaenens) Conclusie (A. De Beukelaer) Hoofdstuk 3: Benadering en methode Inleiding (A. Dhaenens) Voorgeschiedenis van het onderzoek (A. De Beukelaer) Werkwijze (A. Dhaenens) Stap één: herwerken van de bestaande woordenlijst van Prof. Meeuwis (A. Dhaenens) Stap twee: herwerken van het woordenboek van René Van Everbroeck (A. Dhaenens) Nomina (A. Dhaenens) Lemmatisering van nomina (A. Dhaenens) Leenwoorden (A. Dhaenens) Multilexicale items (A. Dhaenens) Afgeleide nomina (A. Dhaenens) Synoniemen (A. Dhaenens) Werkwoorden (A. Dhaenens) Lemmatisering van werkwoorden (A. Dhaenens) Kernuitbreidingen (A. Dhaenens) Schrijfwijze (A. Dhaenens) Stap drie: woordenboek van Van Everbroeck overlopen met Lambert (A. De Beukelaer) Stap vier: lemma's invoeren in TshwaneLex (A. De Beukelaer) TshwaneLex (A. De Beukelaer) Lingála-Nederlands: lemma's invoeren (A. De Beukelaer) Woordenlijst Lingála-Nederlands op punt stellen (A. De Beukelaer)... 78

13 De uiteindelijke woordenlijst Lingála-Nederlands (A. De Beukelaer) Stap vijf: het creëren en op punt stellen van de woordenlijst Nederlands-Lingála Omkeren van de woordenlijst (A. Dhaenens) Fouten rechtzetten (A. Dhaenens) Aanvullen van de lijst Nederlands-Lingála (A. Dhaenens) Woordcategorieën (A. Dhaenens) Rangschikken van de betekenissen (A. Dhaenens) Nagaan van ontbrekende betekenissen (A. Dhaenens) Aanpassen van multilexicale lemma's (A. Dhaenens) Synoniemen (A. Dhaenens) Aanpassingen aan de lijst Lingála-Nederlands (A. Dhaenens) Aanpassingen aan de lay-out (A. Dhaenens) Frequente Nederlandse woorden toevoegen (A. De Beukelaer) Uiteindelijke lay-out (A. De Beukelaer) Stap zes: het op punt stellen van de volledige woordenlijst (A. De Beukelaer) Conclusie (A. De Beukelaer) Hoofdstuk 4: Conclusie (A. De Beukelaer & A. Dhaenens) Deel twee Grammaticale schets (A. De Beukelaer & A. Dhaenens) Woordvolgorde Syllabe structuur Tonologie Nominale klassen Kwalificatie van een nomen Persoonlijke voornaamwoorden Demonstratieven Telwoorden Hoofdtelwoorden Rangtelwoorden Werkwoorden

14 11.1. Subjectmarkeerders De reflexieve markeerder Kernuitbreidingen Tijd-aspect-modaliteit categorieën Derivatie Derivatie van nomina uit werkwoorden Praktische woordenlijst Lingála Nederlands Nederlands Lingála Bronnenlijst

15 Verklarende lijst met gebruikte afkortingen BMS CICM CPH DRC H L OCR TLex Baptist Missionary Society Congregatio Immaculati Cordis Mariae Critical Period Hypothesis Democratische Republiek Congo Hoge toon Lage toon Optical Character Recognition TshwaneLex

16

17 Algemene inleiding Onze masterproef bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit vier hoofdstukken die handelen over ons onderzoek, het tweede deel bestaat uit de praktische woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála, voorafgegaan door een korte grammaticale schets die het gebruik van de praktische woordenlijst faciliteert. 1

18 2

19 Deel één Hoofdstuk 1: Inleiding (A. De Beukelaer & A. Dhaenens) Onze masterproef betreft een aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála met als voornaamste doelgroep Nederlandstalige studenten van het Lingála, universitair of daarbuiten. De inhoud van deze masterproef is een beschrijving van ons onderzoek en daarnaast de uitkomst van ons onderzoek, namelijk de praktische woordenlijst die voorafgegaan wordt door een grammaticale schets. In het deel waarin we ons onderzoek beschrijven, zullen we ten eerste ingaan op de geschiedenis van de taal Lingála en op de geschiedenis van de lexicografische traditie van het Lingála. Ten tweede bespreken we ook de benadering en de methode die we gehanteerd hebben bij de samenstelling van onze woordenlijst. Wanneer iemand een nieuwe taal leert, maakt die vaak gebruik van woordenboeken. Woordenboeken zijn van cruciaal belang bij de verwerving van een nieuwe taal, aangezien ze de persoon in kwestie niet alleen in staat stellen om die nieuwe taal te begrijpen, maar ook om de taal te spreken. Tweetalige woordenboeken vormen bovendien een handig hulpmiddel om teksten in beide richtingen te vertalen. Volgens Gouws (2004) moeten woordenboeken gezien worden als praktische instrumenten voor de taalgebruiker. Bijgevolg moeten woordenboeken op een zodanige manier ontworpen worden dat een welbepaalde gebruiker de informatie kan terugvinden die nodig is voor een specifiek doel (Gouws 2004: 265). In deze inleiding geven we een antwoord op de vragen omtrent de doelstelling, de relevantie en de methodologie van onze masterproef. We behandelen als eerste punt onze invulling van een praktische woordenlijst. We duiden kort de beslissing om te werken met de variant van het Lingála die in Kinshasa gesproken wordt. Deze beslissing wordt omstandig verantwoord in sectie 2.1. Als derde punt beschrijven we de redenen waarom wij besloten een praktische woordenlijst op te stellen als masterproef. Het vierde onderwerp dat we behandelen, is hoe we te werk gegaan zijn bij het opstellen van de praktische woordenlijst. Vervolgens geven we meer uitleg bij de invulling van een duo-thesis en de reglementen terzake. Als laatste zetten we de structuur van onze masterproef uiteen. 3

20 1.1. Doelstelling Het hoofddoel van deze masterproef is een aanzet geven tot een praktische woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála, ten behoeve van Nederlandstaligen die Lingála willen leren. Met een praktische woordenlijst bedoelen wij een lijst die praktisch nut heeft voor iemand die de taal leert. Onze woordenlijst zal echter niet noodzakelijk ook van nut zijn voor een taalkundige. Het is niet correct om hieruit te concluderen dat onze woordenlijst niet wetenschappelijk zou zijn, aangezien onze woordenlijst op basis van een wetenschappelijke methode tot stand gekomen is. Het is dus een wetenschappelijke woordenlijst, waarbij de doelgroep niet de gemeenschap van wetenschappers is, maar wel die van niet-linguïsten. In de wetenschappelijke literatuur duidt men woordenboeken bedoeld voor personen die een nieuwe taal leren, aan met de term learner's dictionary. Gouws (2004: 265) stelt dat woordenboeken een specifiek doel moeten vervullen. Bij learner's dictionaries, en dus ook bij onze woordenlijst, is dat doel het helpen van personen bij het leren van een bepaalde taal. Learner's dictionaries zijn traditioneel eentalig, maar sinds de jaren negentig worden er steeds meer tweetalige learner's dictionaries op de markt gebracht, doordat men hun functionele waarde steeds hoger acht (Gouws 1993: 30). Gouws (2004: 267) schrijft dat learner's dictionaries tot een typologische categorie behoren die zeer diverse data omvat en gericht is naar een wijd spectrum van gebruikersgroepen. Wanneer men de functies van learner's dictionaries bekijkt, kan men twee verschillende gebruikersgroepen onderscheiden. Ten eerste zijn er leerlingen die het woordenboek gebruiken in een schoolomgeving en ten tweede zijn er gebruikers die niet betrokken zijn met schoolactiviteiten. Learner's dictionaries worden meestal geclassificeerd als woordenboeken die dienen om een vreemde taal te leren. Gouws (2004: 268) stelt echter voor om de term learner's dictionary als een overkoepelende term te gebruiken voor woordenboeken die de typische kenmerken vertonen van woordenboeken voor mensen die een taal leren, zowel in een schoolomgeving als daarbuiten. Op die manier omvat de term learner's dictionary ook woordenboeken voor moedertaalsprekers die de eigen taal willen perfectioneren. Gouws (2004: 265) benadrukt ook de opkomst van een user-driven of 'gebruikersgedreven' aanpak in de lexicografie. 'Traditionele' lexicografie was vaak meer bekommerd om de 4

21 problemen van de lexicograaf dan om de noden van de gebruiker van het woordenboek (Gouws 1993: 30). De focus op de gebruiker staat ook bij onze woordenlijst centraal. Hierbij is een voorafgaande duidelijke identificatie van de doelgroep van het grootste belang (Gouws 2004: 270). Bovendien moet de lexicograaf vertrouwd zijn met de toekomstige gebruiker van het woordenboek, aldus Gouws (2004: 266). Dat vormt voor ons geen enkel probleem, aangezien we zelf tot de doelgroep behoren. Gouws (2004: ) gaat in zijn artikel dieper in op ons begrip van de termen 'eentalig woordenboek' en 'tweetalig woordenboek'. Hij stelt dat tweetalige woordenboeken typisch gezien worden als woordenboeken waarin lexicale items van twee gegeven talen gecoördineerd worden. Gouws (2004: 272) vermeldt dat onderzoek aangetoond heeft dat de meeste mensen die een taal leren, kiezen voor een tweetalig woordenboek waarin hun moedertaal gecoördineerd wordt met de doeltaal. De consultatie van het woordenboek dient dan om een woord in de vreemde taal te vinden voor een bepaald item in de moedertaal of om het juiste woord in de moedertaal te vinden voor een woord dat men tegenkomt in de vreemde taal. Vanuit een didactisch perspectief argumenteert men daarentegen dat het beter is voor de gebruiker om een eentalig woordenboek te raadplegen, omdat men op die manier beter vertrouwd raakt met de vreemde taal in kwestie. Volgens Gouws (2004: 273) is het gebruikersperspectief echter van groter belang, waardoor een tweetalig woordenboek aangeraden is. De auteur stelt dat het gebruik van een tweetalig woordenboek vaak voor een sneller begrip zorgt van de woorden uit de vreemde taal, doordat ze gecombineerd worden met woorden uit de moedertaal (Gouws 2004: 273). De doelgroep die men voor ogen heeft, bepaalt welk type woordenboek de lexicograaf opstelt. In functie van onze doelgroep kozen wij ervoor om een tweetalige learner's dictionary op te stellen. Een belangrijk onderscheid binnen tweetalige woordenboeken is het verschil tussen enerzijds productiegerichte woordenboeken en anderzijds receptiegerichte woordenboeken (Hanay 2003: 145). In de meeste gevallen zijn tweetalige woordenboeken een samenstelling van zowel receptie- als productiegerichte informatie. Dat is ook het geval voor onze woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála. De lijst Lingála-Nederlands in onze woordenlijst vervult bijgevolg de taak van een receptiegerichte woordenlijst en de lijst Nederlands-Lingála die van een productiegerichte woordenlijst. De opstelling van onze twee lijsten zal om die reden op enkele punten van elkaar verschillen. Hieronder wordt besproken waarom de opbouw van beide types verschilt. 5

22 De gebruikers van een receptiegerichte woordenlijst gaan van het onbekende naar het bekende. Het onbekende is een gegeven woord in een vreemde taal waarvan de gebruiker de vertaling in zijn eigen taal wenst te kennen. Interessant voor de gebruiker van een receptiegericht woordenboek zijn informatie over de grammaticale vormen van het woord en alternatieve vormen voor de onbekende term (Hanay 2003: 148). Om overbodige en complexe ingaven te vermijden, kozen wij ervoor om de grammaticale informatie niet bij het lemma zelf te plaatsen. De grammaticale informatie die nodig is om de woordenlijst te hanteren, is terug te vinden in de grammaticale schets die de woordenlijst begeleidt. In de lijst Lingála-Nederlands die de functie van een receptiegerichte woordenlijst vervult, hebben wij steeds de bestaande synoniemen aangegeven bij de Lingála lemma s zodat de gebruiker meteen een zicht heeft op de alternatieve Lingála vormen. Aan de Nederlanse zijde, die de receptieve functie vervult, hebben wij de verschillende Nederlandse woorden die hetzelfde Lingála woord als equivalent hebben als lemma's opgenomen, maar zijn er geen synoniemverwijzingen toegevoegd. Omdat het doelpubliek uit Nederlandstaligen bestaat, leek ons dit niet noodzakelijk. De opstelling van een productiegerichte woordenlijst is verschillend van die van een receptiegerichte woordenlijst omwille van de andere functie. De gebruikers van een productiegericht woordenboek gebruiken dit om, zoals Gouws (2004: 272) beschrijft, een vertaling van een uitdrukking uit de eigen taal te vinden in een vreemde taal. De gebruiker gaat in dit vertalingsprobleem van het bekende naar het onbekende, hij zoekt in de woordenlijst een woord op uit de eigen taal waarvoor de woordenlijst een aantal vertalingsmogelijkheden biedt (Hanay 2003: 146). Deze vertalingsequivalenten vereisen vaak extra informatie om de mogelijke betekenisverschillen tussen de verschillende equivalenten duidelijk te maken; deze extra informatie hebben wij in onze woordenlijst als context toegevoegd. Extra informatie over de grammaticale condities van het woord kan daarnaast ook wenselijk zijn. Men kan deze informatie aangeven bij het lemma zelf, maar dan komt de helderheid van de woordenlijst in het gedrang. Een andere oplossing hiervoor, die wij in onze woordenlijst hanteren, is een aparte grammaticasectie die als appendix bij de woordenlijst gevoegd wordt. Met het oog op het gemak van de gebruiker pleit Gouws (1993: 36) voor een zo groot mogelijke eenvoud in de structuur van een woordenboek. Ook stelt hij dat de informatie in een learner's dictionary zo helder en expliciet mogelijk moet worden weergegeven (Gouws 1993: 38). Wij hebben deze principes van eenvoud en helderheid zo veel mogelijk proberen na te streven in onze 6

23 woordenlijst. Een mogelijke methode om deze twee doelen te bereiken, is de densiteit van de informatie in het woordenboek verlagen. De complexiteit van een woordenboekartikel moet dus zoveel mogelijk beperkt worden (Gouws 1993: 39). Om die reden hebben wij, zoals vermeld, besloten de grammaticale informatie niet bij de lemma's zelf te plaatsen, maar in een grammaticale schets die de woordenlijst voorafgaat. Bovendien moet de lexicograaf bij het bepalen van de densiteit van een bepaald woordenboek, rekening houden met de noden en de vaardigheden van de doelgroep (Gouws 1993: 41). Wij hebben er bijvoorbeeld voor gekozen om bij elk naamwoord de naamwoordelijke klasse waartoe het naamwoord behoort, aan te geven. Gezien onze primaire doelgroep, Nederlandstalige studenten van het Lingála, is het nuttig deze informatie te verschaffen. Een learner's dictionary moet in de eerste plaats een bruikbaar instrument zijn dat de gebruikers helpt bij het verbeteren van hun communicatieve vaardigheden (Gouws 1993: 42). Om die reden nemen we in onze woordenlijst enkel op wat van belang is voor de student Lingála Kinshasa Lingála Wanneer we schrijven dat we een aanzet tot een woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands- Lingála opgesteld hebben, moeten we erbij vermelden dat het specifiek gaat over de variant gesproken in Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo. Over de verschillende varianten van het Lingála wordt meer uitleg gegeven in sectie 2.1. Wij kozen voor de variant van Kinshasa omdat deze zowel politiek als cultureel de belangrijkste rol speelt. In sectie 2.1. gaan we dieper in op de redenen die aan de basis liggen van deze dominantie Relevantie De redenen waarom we besloten een aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála op te stellen, zijn heel eenvoudig. Ten eerste is er geen recent woordenboek Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála voorhanden. Bovendien is er wel degelijk nood aan een dergelijk woordenboek, vooral in het kader van de lessen Lingála aan de Universiteit Gent. De studenten Lingála kunnen tot nu toe geen gebruik maken van een woordenboek dat aan hun noden voldoet. Het enige woordenboek met een behoorlijke kwaliteit is: 'Dictionnaire Lingála: Lingála-Français, Français-Lingála. Maloba ma lokóta' van René Van Everbroeck (1985), dat de studenten kunnen bestellen bij Pater Liessens in Brussel. Dit woordenboek is helaas verre van praktisch. Het probleem met het woordenboek van Van Everbroeck is dat het ten eerste heel 7

24 inclusief en daardoor zeer omvangrijk is, voornamelijk doordat het alle varianten van het Lingála omvat. Aan de studenten wordt enkel de variant van Kinshasa onderwezen, wat de overige varianten in het woordenboek voor hen overbodig maakt. Ten tweede omvat het woordenboek van Van Everbroeck veel woorden die nu niet meer gebruikt worden in het Lingála van Kinshasa. Een derde factor die afbreuk doet aan de gebruiksvriendelijkheid van het woordenboek, is het feit dat het een tweetalig woordenboek Lingála-Frans, Frans-Lingála is, wat wil zeggen dat de studenten de Franse woorden nog eens moeten vertalen naar het Nederlands. Met het oog op onze doelgroep is een gebruiksvriendelijker woordenboek dus zeker aan de orde Methodologie Ons doel is, zoals hierboven reeds besproken, het maken van een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála die de functie van een learner's dictionary zal vervullen. De bronnen die gebruikt worden om een woordenboek te creëren, worden bij voorkeur gekozen naargelang het type woordenboek dat men voor ogen heeft. Voor het compileren van onze woordenlijst vonden wij het werken met een bestaand woordenboek en een woordenlijst als bronnen, aangevuld met veldwerk, de meest wenselijke methode. De meeste lexicografen kiezen voor het gebruik van corpora als lexicografische bron omwille van de vlugge beschikbaarheid van een grote hoeveelheid data die corpora bieden, de toegang tot een brede context waarin de woorden voorkomen en informatie over het syntagmatische gebruik van woorden (Cermák 2003: 20). Wij zijn er ons terdege van bewust dat deze werkwijze het meest aangewezen is voor het maken van een modern woordenboek. Omwille van het gebrek aan een volwaardig en gebruiksklaar Lingála-corpus, maakten wij echter geen gebruik van een corpus bij het ontwerpen van onze praktische woordenlijst. Het samenstellen van een corpus is doorgaans een langdurige arbeid en het samenstellen van een Lingála-corpus gaat gepaard met bijkomende moeilijkheden. Als eerste probleem zijn er weinig Lingála bronnen te vinden op het internet, bijgevolg zou het corpus voornamelijk op papieren bronnen gebaseerd moeten zijn. Deze bronnen in boek- of bladvorm moeten één voor één ingescand worden en met behulp van OCR-software (optische tekenherkenning) verbeterd worden, een tijdrovende bezigheid. Een tweede probleem hierbij is dat het Lingála gekenmerkt wordt door een hoge graad van code-switching met het Frans waardoor het vinden van 'pure' Lingála bronnen nog moeilijker is. Een derde probleem is het ontbreken van een standaardorthografie in het Lingála waardoor men in verschillende teksten en zelfs in één en dezelfde tekst verschillende schrijfwijzen aantreft. Voor het corpus zouden de 8

25 schrijfwijzen van de verschillende bronnen eerst gelijkgezet moeten worden voor men er gebruik van zou kunnen maken. Voorafgaand aan ons onderzoek werd er door de vakgroep Afrikaanse talen en culturen al tweemaal een poging ondernomen om een woordenlijst Lingála-Nederlands op te stellen. De eerste maal in 2003 en de tweede maal in het academiejaar , telkens op basis van een corpus. Deze aanzetten worden verder uitgeschreven in hoofdstuk drie in sectie 3.1. 'Voorgeschiedenis van het onderzoek'. Deze beide pogingen hebben niet geleid tot een volwaardig en werkbaar corpus of een volledige woordenlijst Lingála-Nederlands. Op basis van het corpus dat in 2007 samengesteld was, is er wel een aanzet gekomen tot een woordenlijst Lingála- Nederlands. Deze aanzet werd door ons gebruikt als een van de twee bronnen waarop wij onze eigen woordenlijst gebaseerd hebben. Samengevat bestaat er echter geen Lingála-corpus dat voldoet als basis voor een woordenlijst. Door de beperkte tijd waarin wij onze masterproef schrijven en de moeilijkheden die gepaard gaan met het maken van een Lingála-corpus, was het zelf samenstellen van een corpus voorafgaand aan de compilatie van onze woordenlijst geen optie. Wij kozen er als alternatief voor om op een meer traditionele manier te werk te gaan met een bestaand woordenboek en een woordenlijst als bronnen. Lexicografen consulteren vaak andere woordenboeken of eerdere edities van hetzelfde woordenboek als basis voor hun eigen woordenboeken, tenzij het de samenstelling betreft van het eerste woordenboek van een taal. Bij het consulteren van eerder verschenen woordenboeken wordt gekeken naar veranderingen, nalatigheden, nieuwe functies of nieuwe woorden. Bij nood aan extra informatie of gegevensondersteuning kan, indien aanwezig, het corpus geraadpleegd worden of anders kan men zijn toevlucht nemen tot andere technieken (Cermák 2003: 19). Deze andere technieken omvatten volgens Cermák een waaier aan veldwerktechnieken waarvan de voornaamste interviews en vragenlijsten zijn die afgenomen worden van goed gekozen en goed geïnformeerde moedertaalsprekers (Cermák 2003: 19). De werkwijze die wij hanteerden om de bestaande woordenlijsten aan te vullen, bestond er uit de woordenlijsten te overlopen met een moedertaalspreker die de actueel gesproken woorden aanduidde en de andere schrapte. Onze werkwijze sluit dus eerder aan bij de andere technieken die Cermák onderscheidt. Bij het maken van onze woordenlijst hebben wij ons gebaseerd op een bestaand woordenboek Lingála-Frans, Frans-Lingála van René Van Everbroeck uit 1885 en op de woordenlijst die door 9

26 onze vakgroep op basis van een corpus in het academiejaar samengesteld werd. In hoofdstuk twee wordt de geschiedenis van de Lingála lexicografie besproken en wordt er extra aandacht besteed aan het woordenboek van Van Everbroeck. Onze aanpak bestond verder uit het herwerken van de twee bronnen. Aangezien er geen volwaardig corpus beschikbaar was om verdere informatie te verschaffen, werkten wij met een andere techniek. Allereerst maakten wij een dataselectie uit de bestaande woordenlijsten aangepast aan het type woordenlijst dat wij wilden maken. Vervolgens werd de aangepaste woordenlijst overlopen door een moedertaalspreker van het Lingála die aanduidde welke de hedendaags gebruikte woorden in het Kinshasa Lingála zijn, de variant die het onderwerp is van ons onderzoek. Hoewel dit soort veldwerkprocedures die wij hanteren eerder perifeer zijn voor het maken van standaard moderne woordenboeken, zijn het altijd de standaardprocedures geweest voor het verkrijgen van dialectologische informatie (Cermák 2003: 19). Onze werkwijze wordt uitvoerig besproken in hoofdstuk drie waar wij deze stap voor stap zullen toelichten en motiveren Duo thesis Omwille van de omvang van deze masterproef raadde Prof. Meeuwis ons aan om deze met twee te schrijven. Op 28 oktober 2011 werd door ons een aanvraag ingediend tot het schrijven van een scriptie met dubbel auteurschap. Op 3 november van dat jaar kregen wij hiertoe schriftelijke toestemming van Prof. Dr. Jurgen Pieters, voorzitter van de Commissie Onderwijszaken. Ons werk voldoet aan de richtlijnen en de voorwaarden voor het schrijven van een scriptie met dubbel auteurschap in de Master of Arts in de Afrikaanse talen en culturen. Hiermee wordt bedoeld dat in het werk duidelijk geïdentificeerd werd welke delen van het onderzoekswerk door welke auteur uitgevoerd werden en welke (sub)sectie van de masterproef door wie geschreven is, zodat afzonderlijke evaluatie mogelijk is. Er werden door ons beiden drie exemplaren van de scriptie ingediend Structuur thesis Onze masterproef bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit vier hoofdstukken die handelen over ons onderzoek, het tweede deel bestaat uit de praktische woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála voorafgegaan door een korte grammaticale schets die het gebruik van de praktische woordenlijst vergemakkelijkt. Deze inleiding op ons onderzoek vormt het eerste hoofdstuk van onze masterproef. 10

27 Het tweede hoofdstuk, 'Het Lingála en de geschiedenis van de Lingála lexicografie', behandelt het Lingála, de taal die het onderwerp is van ons onderzoek. In dit hoofdstuk bespreken we in de eerste sectie de geografische en politieke situering van de taal. We gaan tevens dieper in op de verschillende varianten van het Lingála, waarbij we onze keuze voor de variant van Kinshasa nader toelichten. In de tweede sectie wordt de geschiedenis van de lexicografie van het Lingála besproken in het licht van het ontstaan en de ontwikkeling van de taal. Deze tweede sectie wordt opgedeeld in tijdsperiodes die schakelmomenten vormden in de geschiedenis van het Lingála. Per tijdsperiode bespreken we de verschenen woordenboeken en gaan we in enkele gevallen dieper in op het werk en de biografie van invloedrijke auteurs. Er wordt nagegaan met welke bedoelingen de woordenboeken geschreven werden en welke invloed ze hadden op de ontwikkeling van het Lingála. Hoofdstuk drie, 'Benadering en methode', is een presentatie van onze werkwijze in de vorm van een stappenplan. Voorafgaand aan de uiteenzetting van onze werkmethode, wordt in sectie 3.1. de voorgeschiedenis van ons onderzoek uitgeschreven. Sectie 3.2. behandelt onze werkwijze. Deze is opgedeeld in zes grote methodologische stappen. Stap één en twee bestaan uit het herwerken van de woordenlijsten die aan de basis liggen van onze eigen praktische woordenlijst. In subsecties en bespreekt Dhaenens de keuzes op basis waarvan wij een selectie maakten van de woorden die we in onze woordenlijst opgenomen hebben en de motivaties van die keuzes. De uiteenzetting van onze beslissingen betreffende de selectie en de wijze waarop de woorden ingevoerd werden, valt uiteen in drie subsecties. De eerste subsectie behandelt de beslissingen omtrent de groep woorden die het grootste deel uitmaakt van onze praktische woordenlijst, de nomina. De tweede subsectie beschrijft de gemaakte keuzes voor de groep van de werkwoorden. Een derde subsectie is gewijd aan de schrijfwijze die wij doorheen onze praktische woordenlijst gehanteerd hebben. Subsectie bespreekt de derde stap van ons werk, die bestaat uit het overlopen van de herwerkte bronnen met een moedertaalspreker van het Lingála. In deze subsectie worden het verloop en het nut van deze stap door De Beukelaer uitgewerkt. In subsectie bespreekt De Beukelaer de werking van de lexicografische software TshwaneLex en op welke manier wij met behulp van deze software onze praktische woordenlijst opgesteld hebben. De genomen beslissingen en eventuele aanpassingen hiervan worden chronologisch besproken. Subsectie behandelt het aanpassen en aanvullen van de lijst Nederlands-Lingála. In subsectie bespreekt De Beukelaer tenslotte de laatste stap in de 11

28 samenstelling van de praktische woordenlijst, namelijk het op punt stellen van de volledige woordenlijst. Hoofdstuk vier vormt de conclusie van ons onderzoek. Hierin evalueren we ons werk en bespreken we de resultaten en de limieten. Ok geven we aan hoe onze aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála in de toekomst verder aangevuld kan worden om tot een nog uitgebreidere praktische woordenlijst te komen. Het tweede deel van onze masterproef betreft de aanzet tot een praktische woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála. Dit is een alfabetische woordenlijst van 5011 lemma's, bestaande uit 1961 Lingála lemma's en 3050 Nederlandse lemma's. Voorafgaand aan de praktische woordenlijst vindt de lezer een korte grammaticale schets. Deze grammaticale schets heeft niet de bedoeling volledig te zijn, maar dient uitsluitend om de gebruiksvriendelijkheid van onze praktische woordenlijst te versterken. Voor een complete grammatica van het Lingála verwijzen we naar 'A grammatical overview of Lingála' van Meeuwis uit

29 Hoofdstuk 2: Het Lingála en de geschiedenis van de Lingála lexicografie Inleiding (A. Dhaenens) Als masterproef besloten De Beukelaer en ik een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála te maken. Voor we begonnen aan het maken van de woordenlijst, onderzochten we zowel de geschiedenis van de taal als de lexicografische traditie van het Lingála. In dit hoofdstuk bespreken we in een eerste sectie de geografische en politieke situering van de taal en schenken we extra aandacht aan de rol die de variant van Kinshasa speelt. In de tweede sectie van dit hoofdstuk bespreken we de geschiedenis van de lexicografie van het Lingála in het licht van de ontwikkeling van de taal Het Lingála (A. De Beukelaer) Lingála is een Bantoetaal van de Niger-Congo taalfamilie. Het wordt gesproken in het Noorden en in het Westen van de Democratische Republiek Congo (DRC), inclusief de hoofdstad Kinshasa, in de noordelijke en centrale delen van de Republiek Congo (waar in de hoofdstad Brazzaville zowel Lingála als Kituba wordt gesproken), in Noord-Angola en in de Centraal- Afrikaanse diaspora in de westerse wereld. Er zijn wereldwijd ongeveer 15 miljoen moedertaalsprekers van het Lingála, terwijl ongeveer 10 miljoen sprekers het Lingála als lingua franca hanteren. 1 De meeste moedertaalsprekers zijn stedelingen uit de regio's in Afrika die ik hierboven noemde, terwijl de taal in rurale gebieden meestal meer lingua franca gebruikers heeft dan moedertaalsprekers. Zowel de DRC als de Republiek Congo erkennen Lingála als één van hun 'nationale talen'. In de DRC komen hier nog het Kiswahili, het Cilubà en het Kikongo bij, in de Republiek Congo enkel het Kituba. Frans is de 'officiële taal' in beide landen (Meeuwis 2010: 11). Het Lingála kent verschillende varianten. Met het risico van aanzienlijke oversimplificatie, kan men volgens Meeuwis (2002: 41-42) tenminste drie hoofdvarianten vaststellen. Ten eerste is er de variant die gesproken wordt in de noordwestelijke of Equateur provincie van de DRC. Deze variant stond lange tijd gekend als het 'school Lingála', 'geschreven Lingála' of 1 De term lingua franca verwijst naar een taal die op grote schaal als gemeenschappelijk communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met een verschillende moedertaal. 13

30 'verbeterd/gecorrigeerd Lingála'. Deze labels heeft deze variant te danken aan de corpus-planning van bepaalde katholieke missionarissen, die in het begin van de 20ste eeuw in deze noordwestelijke delen van de DRC werkten (meer uitleg hierover volgt in sectie 2.2. van dit hoofdstuk). Ten tweede is er de variant van Kinshasa, die aanzienlijk verschilt van de eerste variant doordat de prescriptieve onderneming van de missionarissen veel minder impact had op het Lingála van Kinshasa. De Kinshasa variant maakt veel meer gebruik van codeswitching met het Frans, heeft een distinctieve fonologie en een eenvoudigere morfologie die dichter aanleunt bij de originele pidgin. Tenslotte is er de variant die sinds het begin van de Belgische koloniale heerschappij en tot de dood van Mobutu in 1997, gebruikt werd als lingua franca in het leger. Deze variant leunt fonologisch dichter aan bij de Equateur variant dan bij de Kinshasa variant, maar onderscheidt zich van deze eerste door een specifieke morfologie en lexicon (Meeuwis 2002: 41-42). De redenen waarom wij de variant van Kinshasa hanteren in onze woordenlijst, worden hieronder beschreven. Het Lingála van Kinshasa (A. De Beukelaer) Wij kozen voor de variant van Kinshasa omdat deze zowel politiek als cultureel de belangrijkste rol speelt. Meeuwis (2010: 20-22) geeft aan dat deze dominantie verschillende redenen heeft die we in diverse maatschappelijke domeinen kunnen terugvinden. Op het politieke domein hebben postkoloniale regimes, vooral het regime van Mobutu Sese Seko van 1965 tot 1997, bewust of onbewust de sociolinguïstische suprematie van het Lingála versterkt. Mobutu's regime bevestigde de rol van het Lingála als de taal van het nationale leger. Mobutu was zelf geen moedertaalspreker van een Bantoetaal, maar aangezien hij afkomstig was uit het noordwesten van de Democratische Republiek Congo, leerde hij als kind Lingála gebruiken als lingua franca. Bovendien streefde Mobutu naar een sterk gecentraliseerde staat, waarbij het politiekadministratief apparaat zich in de Lingála-sprekende hoofdstad situeerde. De status van de variant als taal van de hoofdstad, samen met het feit dat de president afkomstig was uit Lingála-sprekend gebied, maakten dat de elite het Lingála, naast het Frans, overnam als haar politieke werktaal (Büscher et al. 2013: 4). Het werd gebruikt voor mobilisatie van de massa in politieke speeches, televisie- en radiospots en alle andere vormen van ideologische bewustmaking. Naast deze politieke dimensie is het Lingála ook de belangrijkste taal op sociocultureel vlak. Vanaf de jaren zestig werd de Zaïrese (en later Congolese) muziek immens populair, niet alleen 14

31 binnen het land zelf, maar over het volledige Afrikaanse continent (Stewart 2004). Aangezien de muziek bijna integraal in de hoofdstad gemaakt werd, werd de muziek gezongen in het Lingála van Kinshasa. Door de politieke en socioculturele invloeden wordt de taal nu ook gesproken in steden waar voorheen Kiswahili, Kikongo of Cilubà heerste als belangrijkste lingua franca (Boguo 1988; Meeuwis 2010: 20). In 1997 werd het Mobutu-regime verdreven door Laurent-Désiré Kabila met behulp van troepen getraind in Oeganda, Rwanda en Oost-Congo. Als gevolg daarvan zijn het Engels en het Kiswahili tot op zekere hoogte een bedreiging beginnen vormen voor het Lingála. De leden van de politieke elite rond Kabila gebruiken Kiswahili als supplementaire taal naast het Lingála. Een poging om het leger te Swahiliseren mislukte snel, dus Lingála heeft op dit domein nog steeds het monopolie (Meeuwis 2010: 20-22). Bovendien staan veel van de inwoners van Kinshasa kritisch tegenover het politieke leiderschap van Kabila, zowel van Laurent-Désiré Kabila als van zijn zoon Joseph Kabila Kabange. Dit konden we opnieuw merken bij de opstoten na de verkiezingsuitslag van de Congolese presidentsverkiezingen in december Meer dan ooit houden deze inwoners daarom vast aan het Lingála als een embleem van nationaal-territoriale soevereiniteit. Daarenboven wint het Lingála van Kinshasa terrein op bepaalde domeinen die vroeger werden ingenomen door de variant gecorrigeerd door missionarissen, zoals de media, geprinte materialen en christelijke liturgie (Meeuwis 2010: 20-22). Tenslotte is het Lingála van Kinshasa ook de variant die het meest gesproken wordt onder leden van de Centraal-Afrikaanse diaspora (Büscher et al 2013; Maenhaut 2007; Meeuwis 1997, 2010; Vigouroux 2008a; Storme 2004). De verschillende factoren die we hierboven bespraken, op zowel politiek, militair als cultureel vlak, zorgden voor de significante verspreiding en dominantie van de Kinshasa variant van het Lingála (Meeuwis 2010: 21). Het is om deze reden dat wij ervoor kozen het Lingála van Kinshasa als onderwerp te gebruiken voor ons onderzoek De lexicografie van het Lingála in het licht van de geschiedenis van de taal (A. De Beukelaer) In het licht van deze masterproef onderzochten we welke woordenboeken van het Lingála reeds voorhanden zijn. We gingen na vanuit welke visies en met welke bedoelingen de woordenboeken 15

32 geschreven zijn en plaatsten ze in de geschiedenis van het Lingála. Wanneer men aan lexicografie doet, is het belangrijk om zich eerst te verdiepen in de lexicografische geschiedenis van de taal die men als onderzoeksobject neemt. Dit is zeker van belang wanneer men, zoals Dhaenens en ik, een bestaand woordenboek als bron gebruikt. Men moet namelijk weten tegen welke achtergrond deze woordenboeken werden opgesteld, zodat men bijvoorbeeld rekening kan houden met de doelen van de auteurs. Belangrijk is dat niet alle grammatica's en woordenboeken van de talen gesproken in de ex-kolonies met enkel descriptieve doelen geschreven werden. Vaak werden ze opgesteld om standaarden te creëren en normen te installeren, waardoor ze de linguïstische realiteiten 'veranderden' in plaats van ze te 'representeren' (Meeuwis 2006: 114). Het is noodzakelijk dat men in hedendaags onderzoek rekening houdt met deze wijd uiteenlopende doelen. We delen deze sectie op in tijdsperiodes die belangrijke schakelmomenten waren in het ontstaan en de vorming van het Lingála. Tevens vermelden en bespreken we de voornaamste woordenboeken van iedere tijdsperiode De evolutie van het Lingála: Beginperiode tot 1876 (A. De Beukelaer) De taal Lingála kent een complexe geschiedenis. In een eerste fase is zij het resultaat van lexicale en grammaticale vereenvoudigingen die de taal Bobangi heeft ondergaan. De hervormde variant van het Bobangi kwam vervolgens in contact met verschillende talen gesproken in de Nouvelle- Anvers regio, waardoor ze zich weer uitbreidde. Het Lingála is het resultaat van de lexicale en grammaticale invloeden die het Bobangi onderging (Meeuwis 2006: 117). De belangrijkste personen die voor deze veranderingen zorgden, waren de Europese pioniers, hun veel talrijkere West-Afrikaanse en Oost-Afrikaanse helpers en de lokale bevolking. Het Bobangi werd gesproken als moedertaal op en langs de oevers van de Kongo-rivier, in een zone tussen wat nu Kinshasa is in het zuiden en de evenaar in het noorden (Meeuwis 2010: 12). De moedertaalsprekers van deze taal waren invloedrijke handelaars. Doordat het Bobangi gebruikt werd als de dominante taal voor deze uitvoerige handelsactiviteiten, werd het ook gesproken door vele niet-moedertaalsprekers en kan het dus al veranderingen ondergaan zijn vóór 1876 (Meeuwis 2006: 118). Samarin benadrukt dat deze commerciële activiteiten er voor zorgden dat het Bobangi ook door individuen van andere etnische groepen gesproken werd: 16

33 It is known, for example, that the Bobangi sealed trading relations with others by marriage alliances. They also used to leave some of their own people, a kinsman or a slave, as surety when goods, like ivory, were taken to be sold elsewhere. These people had to stay in the village of the creditor for several months, if not longer. They would certainly have learned something of the local language. Such people would have become valuable in trade transactions. Even without such alliances, there would have been opportunity for buyers and sellers to acquire the languages of other people, for some transactions took several months to complete, during which time the guests lived in the village. (Samarin 1989: 237) Toch was de linguïstische verandering in deze periode waarschijnlijk miniem, aangezien de moedertalen van diegenen die het Bobangi als lingua franca gebruikten, nauw verwant waren met het Bobangi (Meeuwis 2010: 12) Van 1876 tot 1884 (A. De Beukelaer) In 1877 arriveert Stanley ( ) in wat hij Upoto noemt, waar het volk hem vertelt over een bevolking verder stroomafwaarts naar wie zij refereren als 'Bangala'. Dit etnoniem (hetzij pre- Europees, hetzij misverstaan door Stanley) werd enkel door anderen als identificatie gebruikt en niet door de bevolking zelf. Stanley gebruikte voor de bevolking in kwestie dit label, dat werd overgenomen door andere Europeanen, maar de betekenis ervan veranderde in latere periodes (Meeuwis 2006: 119; Bawele 1995: 352, 370). Nadat Stanley zijn reis naar de riviermond van de Kongo voltooid had in 1878, begon hij aan de stichting van Kongo Vrijstaat. Nu werkte hij stroomopwaarts vanaf de benedenloop. Hij en zijn Europese officieren richtten posten op rond en ten noorden van Stanley Pool, dus aan de westelijke delen van de Kongo rivier (Meeuwis 2006: 119). Ze merkten het wijdverbreide gebruik van het Bobangi op bij deze delen van de rivier. Daarom besloten ze de taal te gebruiken als communicatiemiddel voor hun contacten met zowat alle lokale volkeren. Dit is de eerste fase van verandering, namelijk een fase van pidginisering of simplificatie. Samarin zegt over dit fenomeen: Pidginization is the process that a language goes through when it is not learned effectively in normal language-learning contexts. It is reduction in the form the language takes and reduction in the uses to which it is put. In one word, pidginization is simplification. (Samarin 1989: 243) 17

34 De taal onderging een structurele simplificatie en de introductie van elementen uit het Kiswahili en het Kikongo, die de Afrikaanse tussenpersonen respectievelijk geleerd hadden tijdens de eerste jaren in de regio van de benedenloop van de Kongo. De lexicale en grammaticale input van de andere talen was verwaarloosbaar, gezien de grote typologische diversiteit tussen hen onderling en het kleine aantal sprekers van elke taal. De Bobangi-sprekers bleven onderling het originele Bobangi gebruiken, maar in de contexten waar de taal vroeger als lingua franca werd gebruikt, nam de nieuw opkomende pidgin het over (Meeuwis 2010: 13). In mei 1884 stichtte Stanley de staatspost 'Bangala Station' nabij het dorp Iboko, de regio waarvan hij dacht dat deze bewoond werd door de 'Bangala'. Het Iboko volk had een eigen moedertaal, maar de Europeanen en hun West- en Oost-Afrikaanse helpers introduceerden er de gesimplificeerde Bobangi-taal, die vanaf dan Bangala zal genoemd worden, en legden ze op voor algemeen gebruik (Meeuwis 2006: 120) Van 1884 tot 1900 (A. Dhaenens) In deze periode is de aankomst van verschillende congregaties van missionarissen een belangrijke gebeurtenis in de evolutie van het Lingála. Hieronder bespreken we de congregaties die het meeste invloed hadden op de ontwikkeling van het Lingála, namelijk de Baptist Missionary Society en de Congregatio Immaculati Cordis Mariae. Deze laatste staan ook bekend als de Missionarissen van Scheut of de Scheutisten. Ook de oprichting van Bangala Station door Stanley speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het Lingála. Daar onderging het Bangala namelijk een linguïstische expansie, waardoor de taal geherstructureerd werd. Tevens worden in deze periode de eerste woordenboeken in verband met het Lingála (toen nog Bangala) uitgebracht. Deze komen op het einde van de subsectie aan bod Baptist Missionary Society (A. Dhaenens) Missionarissen volgden al snel na de komst van de Europeanen in het Kongobekken. De eerste congregatie was de Britse Baptist Missionary Society (BMS), die al in Kameroen gevestigd was. De BMS installeerden zich in het dorp Bolobo in 1888 en in Yakusu in Protestantse missies waren in het kader van hun evangelisatiewerk bezig met het aanleren van talen. Ze wilden immers zo snel mogelijk de bijbel in lokale talen vertalen. Er zijn volgens Samarin geen aanwijzingen dat de Protestantse missionarissen in de 19de eeuw interesse toonden voor het opkomende Bangala, hoewel de taal een belangrijke rol begon te spelen voor de officieren en 18

35 agenten van de Kongo Vrijstaat. Wanneer Bangala vernoemd werd, verwees het volgens Samarin naar de verkeerstaal gesproken in Bangala Station. De interesse van de Protestanten zou eerder gericht geweest zijn op het Kibangi in de tijd dat het Bangala aan het opkomen was (Samarin 1986: ). In de andere missiepost van de BMS in Monsembe, gesticht in 1890 door J.H. Weeks ( ) en W.A. Stapleton ( ), werd er wel gewerkt met en rond het Bangala (Samarin 1986: 147). De Protestanten in Monsembe gebruikten als communicatiemiddel in hun contacten met de plaatselijk bevolking eerst Bangala, maar veranderden een paar jaar later naar Bolóki, dat daar de lokale taal was Congregatio Immaculati Cordis Mariae (A. Dhaenens) Naast de Baptist Missionary Society was er een tweede groep missionarissen die rond dezelfde tijd in het gebied terecht kwam en een rol speelde in de geschiedenis van het Lingála. Dit waren de missionarissen van de Antwerpse wijk Scheut ofwel de Congregatio Immaculati Cordis Mariae (CICM). Verder zullen De Beukelaer en ik naar deze groep verwijzen als de Scheutisten. In 1888 overtuigde Leopold II ( ) de paus om het nieuw opgerichte apostolisch vicariaat toe te vertrouwen aan de Scheutisten. De eerste Kongo-gebonden Scheutisten waren Albert Gueley ( ), Ferdinant Huberlant ( ), Albert de Backer ( ) en Emeri Cambier ( ). Deze vestigden zich in 1888 in de verlaten missiepost van de Witte Paters in Kwamouth en noemden deze Berge-Sainte-Marie (Meeuwis 2009: ). In minder dan een jaar leerden de Scheutisten de lokale taal Bobangi. In 1889, wanneer de Scheutisten in Berghe-Sainte-Marie interesse toonden in het leren van de lokale taal, was het Bobangi onder twee varianten aanwezig: het originele Bobangi en de geherstructureerde variant. Het Bobangi dat de missionarissen in deze eerste fase aanleerden, was niet de originele maar de geherstructureerde variant. In 1889 werden Cambier en Camille Van Ronslé ( ) door Gueley uit Berghe-Sainte-Marie gestuurd om een missiepost te stichten in het dorp Mpombo bij Bangala Station (Meeuwis 2009: 247). 19

36 Bangala Station (A. De Beukelaer) Bangala Station was een staatspost opgericht door Stanley in naam van Leopold II in In 1890 kreeg het een nieuwe naam, namelijk 'Nouvelle-Anvers' (Meeuwis 2010: 13). Vanaf 1884 werd Bangala Station een van de belangrijkste posten van Kongo Vrijstaat aan de Kongo rivier ten noorden van Stanley Pool. De lokale bevolking rond Bangala Station sprak het gesimplificeerde Bobangi als tweede taal (zie ). Dit maakte het voor de missionarissen mogelijk om ook hier het geherstructureerde Bobangi als communicatiemiddel te gebruiken. Doordat Bangala Station een heel belangrijke post werd, groeide de post uit tot een aantrekkingspool voor Afrikanen uit verschillende regio s, wat de nood aan een algemene lingua franca nog versterkte. Tussen 1884 en 1891 onderging het gesimplificeerde Bobangi een uitbreidende invloed van de lokale of regionale talen in Bangala Station. In mindere mate werd de pidgin ook beïnvloed door andere talen, gesproken door Afrikanen uit andere districten die arriveerden in Bangala Station. Het gepidginiseerde Bobangi onderging dus opnieuw een proces van linguïstische expansie. Het was de taal die hieruit voortkwam, waaraan de Europeanen begonnen te refereren als het 'Bangala' (Meeuwis 2006: 122). Bronnen uit die tijd beschrijven dat de geherstructureerde taal zodanig met Bangala Station werd geassocieerd dat het naar de plaats genoemd werd. Vanaf 1884 verschijnt het glossoniem Bangala in de lijst van namen die voor de taal gebruikt werden (Meeuwis 2009: ). Dit leidde tot een terminologisch samengaan tussen het glossoniem en het etnoniem 'Bangala'. Dit bleef zo tot de Scheutisten het glossoniem veranderden in 'Lingála' in (Meeuwis 2006: 122). Bangala Station speelde een belangrijke rol in de opkomst van het koloniale leger, de Weermacht (in het Frans koloniaal jargon gekend als Force Publique). De militairen Coquilhat ( ) en later Van Kerckhoven ( ) onderworpen de 'Bangala' mannen aan militaire training, niet alleen ter versterking van Bangala Station zelf, maar vooral met het doel strijdkrachten te leveren aan andere posten. Aangezien Bangala de taal was waarin de troepen getraind werden te Bangala Station, verspreidde de taal zich mee naar de andere posten. Veel Bangala militairen werden naar Boma gestuurd, waar de Weermacht officieel zou ontstaan in Rond 1886 bereikte de taal voor het eerst Leopoldville, dat toen nog kleiner was dan en afhankelijk van Bangala Station. Dit is eveneens de periode waarin Van Kerckhoven een reputatie begon te verwerven als de 'invoerder' van de Bangala taal ten oosten van Bangala Station. Tijdens zijn reis naar Yambuya, op de Aruwimi, merkte hij de uitgebreidheid op van de regio onder Afro- 20

37 Arabische, en dus Kiswahili, invloed. Hij was ervan overtuigd dat dit 'Afro-Arabische gevaar' tegengehouden moest worden. Zijn plan was om een staatspost op te richten aan de monding van de Aruwimi die niet bemand werd door Afro-Arabieren, maar door Bangala en Haussa. Hij slaagde in zijn opzet. Zo werden er meerdere posten opgericht om de westwaartse Afro- Arabische invloed en bijgevolg de verspreiding van het Kiswahili, te verhinderen (Meeuwis 2006). In noordelijke richting organiseerde de Staat verschillende campagnes tegen de activiteiten van de Afro-Arabieren. Een nog grotere dreiging kwam vanuit wat nu Soedan is, met de Mahdist opstand die zich zuidwaarts bewoog. Connecties tussen de Afro-Arabische handelaars en deze Soedanese Arabieren moesten koste wat het kost vermeden worden. Dit betekende dat de eersten zo ver mogelijk naar het zuiden moesten worden teruggedrongen en de anderen zo ver mogelijk naar het noorden. Daarom introduceerden de officieren het Bangala waar ze voorbijkwamen en zich settelden. De campagnes hadden onmiddellijk effect: de Afro-Arabische handelaars werden teruggedrongen tot Stanley Falls. Dit werd definitief gemaakt tijdens de eerste fases van Van Kerckhovens Nijlexpeditie en uiteindelijk betekende het het einde van de aanwezigheid van Kiswahili ten noorden van de Aruwimi. De grote Nijl expeditie en de bezetting van de Lado enclave (zie verder) zorgden ervoor dat er geen connectie kwam tussen de Afro-Arabieren en de Soedanese Arabieren (Meeuwis 2006). Het Bangala verwierf haar eerste moedertaalsprekers op het einde van de jaren 1890 en in het begin van de jaren Dit was zo in het volledige territorium waarover de taal zich toen uitstrekte, maar vooral in de steden en centra zoals Bangala Station en Leopoldville (Meeuwis 2010: 16). Van Kerckhovens Nijlexpeditie (A. De Beukelaer) Van Kerckhovens Nijlexpeditie was de hoofdonderneming om de drievoudige ambitie van koning Leopold II waar te maken. Ten eerste wou hij Kongo Vrijstaat linken aan de bovenste delen van de Nijl. Ten tweede wou hij de zuidwaartse voortgang van de Mahdisten en de Soedanese handelaars hinderen. Tenslotte wou hij een finale slag toebrengen aan de noordelijke aanwezigheid van de Zanzibar handelaars én hen beletten banden te smeden met de Soedanese Arabieren. Bangala werd gebruikt als lingua franca voor alle verticale communicatie met de 21

38 troepen en opgelegd aan de Afrikaanse volkeren die ze onderweg in Uele tegenkwamen. De expeditie veroverde het volledige Uele bassin door een dicht netwerk van staatsposten. In het proces werd de lingua franca Bangala geïntroduceerd en het bestaat daar nog steeds bovenop de lokale talen. Tot op vandaag is de taal daar gekend als 'Bangala'. De grammaticale en lexicale structuren zijn opvallend anders dan die van het Lingála zoals wij het vandaag kennen (Meeuwis 2006: 125) De 'anti-arabische oorlog' (A. De Beukelaer) De 'anti-arabische oorlog' was eigenlijk een voortzetting van de vroegere pogingen van koning Leopold II om de Arabieren van Zanzibar terug te dringen en te overwinnen. De initiële situatie was dat de steden Basoko, Basankusu en Lusambo in handen van de staat waren. Nyangwe en de Afro-Arabische helft van Falls Station waren de twee voornaamste hoofdkwartieren van de Afro- Arabieren. Ze hadden ook een netwerk van posten ten westen van de Lomami. Kiswahili was al verdreven uit Uele voor de anti-arabische oorlog, maar de Afro-Arabische invloed ten westen van de Lomami trok zich pas terug ten tijde van de anti-arabische oorlog. In mei 1893 viel Stanley Falls volledig in Europese handen (Meeuwis 2006: ). Cruciaal is dat tot op de dag van vandaag de rivier Lomami en de rivier Aruwimi de grens tussen Lingála en Kiswahili vormen in de DRC. In de regio ten noorden van de Aruwimi en in die ten westen van de Lomami was de duur van de linguïstische acculturatie niet lang genoeg voor het Kiswahili om in gebruik te blijven nadat de Afro-Arabieren verslagen werden. Daartegenover staan de regio's ten zuiden van Stanleyville en ten oosten van de Lomami, die wel onderdeel bleven van het verspreidingsgebied van het Kiswahili doordat de periode van linguïstische acculturatie veel langer was. De blijvende aanwezigheid van Kiswahili daar is ook het gevolg van andere factoren, zoals het feit dat de missionarissen en de koloniale autoriteiten de taal bleven gebruiken. Bovendien was het zo dat de Weermacht in elke regio een taal koos op basis van pragmatische criteria. Dus, in contrast met de Nijlexpeditie, werd in de anti-arabische oorlog en de latere Maniema campagnes gebruik gemaakt van dezelfde taal als de vijand, namelijk Kiswahili (Meeuwis 2006: ). 22

39 De bezetting van de Lado enclave (A. De Beukelaer) De bezetting van de Lado enclave was gelinkt aan de bedreiging die de Mahdisten, komend van het noorden, vormden. Door het einde van de anti-arabische oorlog in de Maniema regio kon de Weermacht zich toeleggen op een harde campagne tegen deze Mahdisten. Ook werden verschillende doelen gecombineerd: het was de vurige wens van koning Leopold II dat de anti- Mahdisten campagne zou resulteren in de bezetting van de Lado enclave. In 1899 waren alle Mahdisten verdreven uit Oost-Congo en de Lado enclave. Daarna bleef koning Leopold II vasthouden aan de bezetting van Lado. Het was tijdens deze bezetting dat de legerofficier Wtterwulghe ( ) een woordenlijst van verschillende talen uitbracht, waarover later meer. De bezetting zou standhouden tot 1910, wanneer Lado terug eigendom werd van Engeland (Meeuwis 2006: 126). Het Bangala was ondertussen al zover geraakt dat het zelfs in het Lado district gesproken werd. Men ging er zich zelfs vanuit Britse hoek, vanuit Soedan, voor interesseren. In 1910 schreef Thomas Campbell Mackenzie 'A vocabulary of the Bangala language as spoken in the Lado district, Mongalla Province' (Mackenzie 1910). In het korte voorwoord staat dat dit woordenboek bedoeld is voor Britse officieren en ambtenaren die in het Lado district werken. Het heeft niet de pretentie volledig te zijn, daarom zijn er blanco pagina s voorzien zodat officieren en ambtenaren er voorstellen en correcties kunnen aan toevoegen Van Iboko naar Bangala (A. Dhaenens) In 1889 werd de missiepost Mission du Sacre Coeur à Mpombo gesticht bij Bangala Station door de Scheutisten Cambier en Van Ronslé. De staatspost en de missiepost werden samen Nouvelle-Anvers genoemd. De Scheutisten Cambier en Van Ronslé ontdekten dat er naast het dominante geherstructureerde Bobangi ook andere talen gesproken werden in Bangala Station. Pas na enkele weken werden zij zich er van bewust dat de bevolking onder elkaar Iboko sprak en dat ze de lokale taal dus niet beheersten. Cambier en Van Ronslé begonnen het Iboko te bestuderen en data te verzamelen voor een grammatica en een woordenboek (Meeuwis 2009: 248). Eind 1890 keerde Cambier terug naar België, ook Van Ronslé verliet Nouvelle-Anvers in Door het vertrek van de twee missionarissen werd het onderzoek rond het Iboko gestaakt (Meeuwis 2009: 249). Tijdens zijn tweede verblijf in Berghe-Sainte-Marie (zijn eerste was in 1889, zie de subsectie 23

40 over CICM) hield Van Ronslé zich opnieuw bezig met de taalkwestie. In plaats van rond het Iboko te werken, concentreerde hij zijn studie nu rond het originele Bobangi. (Meeuwis 2009: ). Zijn studiewerk rond het Bobangi heeft hij, net als dat rond het Iboko, niet voltooid. In 1896 werd Van Ronslé benoemd tot apostolisch vicaris van de hele kolonie, drie jaar later werd de zetel van het vicariaat verhuisd naar Leopoldville. Daarnaast maakten uitbraken van de slaapziekte dat Berghe-Sainte-Marie moest sluiten in Sinds 1882 was de dominante handelspositie van de Bobangi sterk verminderd en verving het Bangala het Bobangi als dominante lingua franca. Tegen 1900 besefte Van Ronslé het sterk verminderde belang van het Bobangi en zette hij zijn studiewerk rond de taal stop (Meeuwis 2009: 250) Woordenboeken (A. De Beukelaer) Al in 1894 verschijnt van Charles F. Lemaire ( ): 'Congo, Vocabulaire pratique: Français, Anglais, Zanzibarite (Swahili), Fiote, Kibangi-Irébou, Mongo, Bangala' (Lemaire 1894). In 1897 verschijnt een tweede editie en in 1903 een derde (Lemaire 1897; Lemaire 1903). 'Kibangi' is het Bobangi. Lemaire is een legerofficier, namelijk 'lieutenant du 5e Régiment d'artillerie'. In de 'Avertissement de la 1 re Edition' lezen we dat het voor allen die naar Afrika gaan noodzakelijk is de woordenschat te kennen. Lemaire raadt iedereen aan Engels en Fiote te leren. De woordenlijst die hij presenteert is vooral nuttig voor zij die naar de regio van de Evenaar gaan. In de 'Avertissement de la 2e Edition' staat dat de eerste editie uitverkocht is. Duizend exemplaren werden verkocht, wat voor hem bewijst dat het werk beantwoordde aan een nood. Bovendien geeft de staat nu een exemplaar aan alle ambtenaren (Lemaire 1894). Er is dus eigenlijk niets veranderd aan de woordenlijst zelf, het werd gewoon herdrukt met een extra voorwoord. In 1899 verschijnt van Georges-François Wtterwulghe 'Vocabulaire à l'usage des fonctionnaires se rendant dans les territoires du district de l'uele et de l'enclave Redjaf-Lado' (Wtterwulghe 1899). Het werk wordt herdrukt in 1903 en Wtterwulghe was eveneens een legerofficier. Op de voorpagina staat: ''Capitaine-commandant de 2e classe de la Force publiqu''. Er is geen inleiding, hieruit kunnen we afleiden dat de publicatie van een woordenlijst een duidelijke noodzaak was en dat verdere argumentatie niet nodig geacht werd. Wel staat er onderaan de eerste pagina van de woordenlijst een opmerking, namelijk dat de 'langue commerciale' een 'mélange de plusieurs idiomes' is, waarbij het 'Bangala' domineert. Het Bangala waarvan sprake 24

41 is in het boekje van Lemaire en in dat van Wtterwulghe, is wat later het Lingála zou worden, voor de missionarissen van Scheut aan hun 'verbetering van bovenuit' van de taal begonnen zijn. Samarin wijst er op dat blanken genoegen namen met een minimaal vocabularium om hun doelen te bereiken (Samarin 1989: 234). In de 19de eeuw werden woordenlijsten opgesteld, occasioneel voorzien van verondersteld nuttige zinnetjes. Blanken dachten waarschijnlijk dat de talen geen grammatica hadden of dat het volstond om de woorden samen te zetten zoals zij, de blanken, dat deden. Een favoriet type was het meertalig woordenboek. In het algemeen was er volgens Samarin echter niet echt interesse in Afrikaanse talen (Samarin 1989: 235). Het valt inderdaad op dat er in deze beginperiode geen grammatica's werden gepubliceerd, enkel woordenlijsten. Deze woordenlijsten waren dan ook van de hand van legerofficieren, die geen linguïstische doelen hadden, maar zich enkel verstaanbaar wilden maken bij de lokale bevolking. Deze eerste woordenlijsten werden dus louter voor het praktische nut opgesteld Van 1900 tot 1960 (A. De Beukelaer) Tot nu toe hebben we twee belangrijke fasen in de geschiedenis van het Lingála voor 1900 onderscheiden. Ten eerste onderging het Bobangi een pidginisering of simplificatie in de periode Ten tweede was er na 1884 de introductie van de Bobangi pidgin in Bangala Station. Daar onderging de Bobangi pidgin een expansie op basis van de lokale en regionale talen en een verspreiding onder de naam 'Bangala' naar andere locaties (Meeuwis 2010: 16). Na 1900 zijn vooral individuele missionarissen van groot belang. De belangrijkste namen zijn de Scheutist Egide De Boeck ( ), de Protestant Walter H. Stapleton ( ) en de Premonstratenser Léon Derikx ( ). Allen vonden ze het lexicon en de grammatica van het Bangala te pover om als communicatiemiddel te dienen en om deze reden startten ze projecten op van linguïstische interventie. De pogingen van De Boeck hadden het meeste invloed (Meeuwis 2010: 17) Egide De Boeck (A. Dhaenens) De Scheutist Egide De Boeck is zonder twijfel een van de belangrijkste personen in de geschiedenis van het Lingála, meer bepaald voor de derde fase in de ontwikkeling van de taal. Hij is diegene die het glossoniem 'Lingála' introduceerde. Dit nieuwe glossoniem kende vlug een 25

42 algemene verspreiding. Enkel in de noord-oostelijke delen van de DRC bleef de term 'Bangala' in gebruik (Meeuwis 2010: 17). Het verhaal start in 1901, toen de Scheutist Egide De Boeck aankwam in Nouvelle-Anvers, de staatspost voorheen bekend als Bangala Station. Op dat moment was de creolisering of uitbreiding van de Bobangi pidgin nog ver van compleet (Meeuwis 2001: 331). De Boeck wordt vice-directeur en daarna directeur van het nieuwe heropende koloniale internaat en de eerste apostolisch vicaris van Nouvelle-Anvers. Later wordt de zetel van dit vicariaat verhuisd naar Lisala (Meeuwis 2009). In 1904 verscheen zijn 'Grammaire et vocabulaire du Lingála ou langue du Haut-Congo' (De Boeck 1904a). In 1911 publiceert hij een tweede editie hiervan, die naar eigen zeggen gecorrigeerd en aangevuld is. Deze tweede editie bevat dezelfde inleiding uit 1904 en wordt gevolgd door een voorwoord. In dit voorwoord schrijft De Boeck: Dans cette seconde édition on trouvera quelques corrections, ainsi que quelques modifications, tendant surtout à fixer, ce qui n'avait été que suggéré dans la première (De Boeck 1911: het voorwoord heeft geen paginanummers). Verder schrijft hij dat het snelle succes van het Lingála verzekerd zou worden indien de regering de studie ervan zou inschrijven in haar programma (De Boeck 1911). Eveneens in 1904 verschijnt van De Boeck 'Notions du Lingála, ou langue du Haut-Fleuve, vocabulaire et phrases pratiques' (De Boeck 1904b). Dit boekje bevat geen inleiding of voorwoord. Het is een lijst van nuttige woorden en zinnen, reeds gebaseerd op de grammaticale en lexicale correcties die De Boeck doorvoerde (daarover later meer). In 1906 verschijnt 'Lingála, petit vocabulaire et phrases usuelles' (De Boeck 1906). Hiervan hebben we geen exemplaar kunnen vinden. In 1914 verschijnt 'Eenige begrippen van Lingála met woordenlijst en gebruikelijke volzinnen - Quelques notions du Lingála avec vocabulaire et phrases usuelles. Derde uitgave - Troisième édition' (De Boeck 1914). Dit is het vervolg op zijn 'Notions du Lingála, ou langue du Haut-Fleuve vocabulaire et phrases pratiques', waaraan hij verbeteringen aanbracht. Ook deze uitgave bevat geen inleiding, de auteur start direct met de substantieven. Terwijl de voorgaande editie enkel in het Frans was, is deze uitgave tweetalig: Nederlands-Frans. Blijkbaar was er dus ook vraag naar een Nederlandstalige versie. In het voorwoord van 'Grammaire et vocabulaire du Lingála ou langue du Haut-Congo' uit 1904 beschrijft De Boeck dat zijn programma in Nouvelle-Anvers inhield dat hij de taal moest onderwijzen die gebruikt werd in de 'Haut-Fleuve'. De Boeck kende de taal niet, enkel de namen waaronder het bekend stond: 'la langue du fleuve', 'la langue commerciale' of simpelweg het 26

43 Bangala. De Boeck was sterk geïnteresseerd in het ontwikkelen van een geschikt medium voor onderwijs en evangelisatie. De koloniale autoriteiten hadden het Bangala geïntroduceerd in de school, maar De Boeck vond de taal niet geschikt vanwege de grammaticale reducties en de lexicale vermenging. Hij schreef in het voorwoord van zijn 'Grammaire': J eus bientôt la conviction qu apprendre à lire et a écrire ce «Bangala» tel qu il parle, à en faire un moyen efficace de communication, un instrument de civilisation, on tenterait chose aussi ridicule qu impossible (De Boeck 1904: 3, aanhalingstekens in origineel). Daartegenover stond dat er veel verschillende talen gesproken werden door de bevolking rond Nouvelle-Anvers, waarvan geen enkele geschikt was het Bangala te vervangen als lingua franca. De Boeck ziet het Bangala als een noodzakelijk kwaad in deze toren van Babel. Het belang van de taal valt niet te ontkennen. Daarom aanvaardt De Boeck het Bangala, maar slechts onder de voorwaarde van een drastische hervorming van de taal. De functionaliteit en het bereik van het Bangala was onomkeerbaar, maar de linguïstische kenmerken niet. De taal zou voordeel halen uit de grote functionaliteit en verspreiding die het Bangala genoot, maar zou verrijkt en aangepast worden opdat het een 'volledige' taal zou worden. Pas dan zou het geschikt zijn voor onderwijs en het missiewerk (Meeuwis 2009). Of zoals hij zelf schrijft in het voorwoord van de publicatie in 1904: C'est que le but de ce livre est avant tout missionnaire. Nous avons, nous, besoin d'une langue, et le Lingála corrigé s'impose à ce titre (De Boeck 1904: IV, cursief in origineel). De Boeck argumenteert dat hij niet zomaar een arbitraire grammatica heeft samengesteld. Inderdaad, zo stelt de auteur, zullen er woorden voorkomen die niet overal begrepen worden, maar in het algemeen zijn deze wel geconstrueerd en samengesteld op een 'universele' manier (De Boeck 1904). De universele methode van De Boeck bestond er uit dat hij de vastgestelde lacunes in het Bangala verving door elementen uit andere talen. Zo zocht hij doorheen het Mabale, Iboko en Bobangi naar geschikte bouwstenen en goot deze samen in één nieuwe grammatica. Om de nieuwe taal meteen deel te laten uitmaken van het gesproken repertoire, produceerde De Boeck meteen een grote serie van beschrijvende grammatica s en woordenboeken (Meeuwis 2009). De Boeck beschrijft in het voorwoord van de grammatica uit 1904 dat het lexicon van het Bangala voor vier vijfden ontleend was uit de 'dialecten' die gesproken werden door de volkeren die men de Bangala noemden. Deze 'dialecten' waren volgens hem het Boloki, Mabale, Liboko en Bobangi, die hij de moedertalen van het Lingála noemt. De Boeck scheert hier al deze talen over dezelfde kam en maakt dus niet het analytisch en historisch noodzakelijke onderscheid 27

44 tussen de eerste oorsprongstaal van het Lingála, (het Bobangi) en de lokale talen gesproken rond Bangala Station (het Liboko, Mabale en Boloki), die de Bobangi pidgin in een tweede fase sterk beïnvloedden. We merken een vrij negatieve houding op bij De Boeck tegenover de algemene taalpolitiek van de Europeanen. Hij schrijft in de Grammaire uit 1904: Evidemment, il coûtera toujours moins de peine au Blanc d apprendre deux à trois cent mots et de les juxtaposer sans forme ni lois, quitte à ne pouvoir exprimer qu un nombre restreint d idées et à rester incompris dans bien de cas. Pour apprendre une langue plutôt qu un language corrompu, le blanc devra employer plus d efforts. (De Boeck 1904: 4) Toch heeft het volgens hem alleen maar voordelen om de inheemse taal te beheersen. Voor de lokale bevolking daarentegen zou het geen enkele moeite kosten een andere Bantoetaal aan te leren, of dit nu een gecorrigeerde is of een andere. De Boeck geeft toe dat deze gecorrigeerde variant wel erg verschilt van de gesproken variant. Volgens hem is dit bijna volledig te wijten aan het gebrek of het verkeerde gebruik van concordantieprefixen in de gesproken variant. Ook bepaalde tijden zijn volgens hem niet goed uitgewerkt in de werkwoordsvervoegingen. Dit probleem heeft hij opgelost door enkele tijden te interpreteren volgens een manier die hem logisch leek (De Boeck 1904). De taalhervorming van De Boeck was dus niet helemaal arbitrair, aangezien hij zich liet inspireren door andere Bantoetalen. Daarom wordt soms gesproken van de rebantoeïsatie van het Bangala (Meeuwis 2010: 17). Een van deze talen was het Mabale dat De Boeck geleerd had door zijn contact met arbeiders. Een andere inspiratiebron was het Iboko, waarbij De Boeck zich baseerde op het werk van Cambier en op de ongepubliceerde werken van Van Ronslé. Verder steunde hij op het Bobangi, via een manuscript van Van Ronslé en via studiewerk van John Whitehead (Meeuwis 2009). De Boeck lanceerde een groot hervormingsplan via actieve interventie in het lexicon en de grammatica van het Bangala. De missionaris noemde de taal het Congolese Esperanto, wijzend op het artificiële aspect ervan (Meeuwis 2010: 18). Later ontkende hij echter dat artificiële aspect en wees erop dat het een even volledige taal was als andere talen. Om de discontinuïteit met het Bangala te benadrukken, noemde hij de taal Lingála. De Boeck vond de term Bangala een van de 28

45 linguïstische gruwelen van de taal, daar in de lokale talen rond Nouvelle-Anvers het prefix ba- gebruikt werd voor mensen en niet voor talen, hiervoor werd li-, lo- of ki- gebruikt (Meeuwis 2009: 13). 2 Scholen waren een uitgelezen plaats om de nieuwe taal aan te leren en te veralgemenen. Het onderwijs in de kolonie werd gedomineerd door de missies, de Scheutisten hadden een groot deel van de lagere scholen in het Westen en Noordwesten van Congo in handen. De kinderen in het internaat van Nouvelle-Anvers waren vaak wezen en bevrijdde slaven. Ze hadden geen thuis om naar terug te keren en verloren daardoor gemakkelijk hun moedertaal ten voordele van het Lingála. Andere kinderen leerden het Lingála vrij snel als tweede taal en gebruikten de taal later om hun eigen kinderen in op te voeden. Zo ontstond er een nieuwe generatie die het Lingála als moedertaal sprak. Dit proces van internalisering en autochtonisering vond vooral plaats in de streek rond Nouvelle-Anvers en Lisala (Meeuwis 2009). In 1920 brengt De Boeck het werk 'Cours théorique et pratique de Lingála, avec vocabulaire et phrases usuelles' uit (De Boeck 1920). De datum leiden we af uit het voorwoord, dat ondertekend is met: Scheut, novembre In het voorwoord zet De Boeck de geschiedenis van het Lingála uiteen. Hij begint met de stelling: Le Lingála est la langue des Bangala. Deze stelling is onjuist. Zoals we beschreven hebben, is het een hervorming van de taal van de Bobangi. Hij gaat verder met een uitleg over wat men verstaat onder de term 'Bangala'. Hierbij merkt hij op dat de Bobangi niet ver van de 'Bangala stammen' af staan. Hij zegt dat door de handel tussen die 'stammen' de verschillende dialecten gefusioneerd zijn. Bovendien paraît-il qu'une espèce de langage commercial commun existait déjà avant l'arrivée des Européens (De Boeck 1920: 8). Dit is correct, maar wat hij niet duidelijk aangeeft, is dat deze gemeenschappelijke handelstaal het Bobangi was, dat daardoor enkele veranderingen onderging. Wel schrijft hij dat uit getuigenissen blijkt dat in 1890 de taal die gesproken werd langs de rivier voor een groot deel bestond uit de taal van de Bobangi (De Boeck 1920). Hij gaat verder over het belang van Nouvelle-Anvers in de verspreiding van de taal. Helaas is het Lingála door de grote verspreiding teruggebracht tot een jargon, zonder grammaticale regels of syntaxis, aldus De Boeck. Omdat missionarissen volgens hem nood hebben aan een meer correcte taal, probeerde hij het Lingála 2 Merk op dat noch het Bobangi, noch het Lingála zelf, het prefix li- gebruikt om talen aan te duiden. In het Lingála wordt daarvoor het prefix ki- gebruikt. Haar eigen naam is de enige uitzondering hierop (Meeuwis 2010: 16-17). 29

46 terug te brengen naar haar grammatica'. Daarom bestudeerden ze de 'dialecten' van Nouvelle- Anvers, wat als resultaat de grammatica's uitgegeven in 1904 en 1911 opbracht (De Boeck 1920). In de 'Cours théorique et pratique' uit 1920 stelt De Boeck opnieuw dat het Bangala een mengsel van verschillende dialecten is. Vervolgens schrijft hij: Il était donc assez facile, théoriquement, de ramener ce «jargon» puisqu'il faut l'appeler par son nom, dans les liens grammaticaux de ses «langues-mères» (De Boeck 1904: II aanhalingstekens in origineel). In zijn ogen was, zoals eerder beschreven, deze pidgin van het Bobangi, die in Nouvelle-Anvers evolueerde tot het Bangala, dus een onwaardig jargon (Meeuwis 2001). Deze bestempeling als onwaardig jargon maakt De Boeck echter niet vanuit een linguïstisch standpunt, aangezien hij geen linguïst was. Wel ziet hij het Bangala als een onwaardig jargon voor het onderwijswerk waarvoor hij naar Nouvelle-Anvers gekomen was. Verder merkt hij op dat zijn 'Cours théorique et pratique' nog onvolledig is. Desondanks hoopt hij dat het gecorrigeerde Lingála zal kunnen dienen als instrument voor educatie, overal waar het 'commerciële jargon' de moedertaal van de 'inboorlingen' verdrong. We zullen zien dat het Lingála soms ook werd opgelegd in plaatsen waar dit niet het geval was. De Boeck ziet een gemeenschappelijke taal als een noodzakelijk instrument voor administratie, handel en religie. Naar zijn mening kan het commerciële Lingála niet tegengehouden worden, maar wel beperkt en geregulariseerd. Hij sluit af met woorden die, voor die tijd, toch getuigen van een groot inzicht: Renonçons à ce préjugé encore trop fréquent que chez ces peuples primitifs il n'y a ni règles grammaticales ni lois linguistiques. Nous, Européens, n'avons que trop contribué à déformer le langage des indigènes, il est temps de travailler à son relèvement (De Boeck 1920: 10). Ook in 1920 verschijnt van De Boeck 'Leçons élémentaires de Lingála: suivies d un vocabulaire et de conversations pratiques'. Hiervan hebben wij geen exemplaar gevonden. In 1927 komt er een tweede editie van 'Cours théorique et pratique de Lingála, avec vocabulaire et phrases usuelles' (De Boeck 1927). Dit is exact hetzelfde als de eerste editie uit Aan het voorwoord is niks veranderd en er is ook geen extra voorwoord voor de tweede editie bijgekomen. Het is dus geen nieuwe editie, zoals wordt aangegeven, maar gewoon een herdruk. In 1942 verschijnt een derde editie met terug het voorwoord uit Ook in 1942 komt er een Nederlandse versie van 'Cours théorique et pratique', met als titel 'Theoretische en practische (sic) cursus in Lingála: met woordenlijst en samenspraken' (De Boeck 1942b). Het is een vertaling van de editie uit 1927 door L. B. De Boeck, een neef van Egide De Boeck. Het boek bevat een noot van enkele zinnen 30

47 waarin de vertaler aangeeft dat het de vertaling is van de tweede editie van de 'Cours theorique et pratique' en dat er niets werd veranderd of toegevoegd (De Boeck 1942b). In 1937 wordt een tweede editie uitgegeven van 'Vocabulaire Lingála-français, français-lingála, par des Missionnaires (C.I.CM.-Scheut) de Nouvel-Anvers', met als auteurs E. De Boeck & E. Peeters (De Boeck & Peeters 1937). Wij hebben de eerste editie hiervan teruggevonden, maar hier ontbreken zowel auteur als datum. We nemen aan dat het voor 1926 gepubliceerd moet zijn, aangezien in het boekje geschreven staat dat het in 1926 in de bibliotheek is opgenomen. Het bevat geen voorwoord of inleiding, het begint met de gebruikte afkortingen en vangt daarna meteen aan met de woordenlijst. Lingála van De Boeck: verspreiding en verzet (A. Dhaenens) De Boeck wou zijn gecorrigeerde Lingála zo veel mogelijk verspreiden, zowel onder de Afrikaanse bevolking als onder de Europeanen (voornamelijk de missionarissen en de docenten). Om dit doel te realiseren, publiceerde hij zowel lees-, school- en catecheseboekjes in het Lingála, als woordenboeken en grammatica's in het Frans over het Lingála. Dit 'Lingála van De Boeck' werd als norm aanvaard door vele missionarissen, zeker door de Scheutisten, en stelde zich zo tegenover het 'gesproken Lingála' (Meeuwis 2001). Het Lingála van De Boeck kende vlug acceptatie bij delen van de Congolese bevolking en de Europeanen. De aanvaarding van de taal kende echter meer moeilijkheden buiten de regio s van Nouvelle-Anvers en Lisala. In de noordoostelijke delen, waar Bangala verspreid was sinds 1890, hadden de Scheutisten minder invloed. Daar bleef het Bangala aanwezig tot vandaag (Meeuwis 2009: 252). Het meer gepidginiseerde Bangala uit de noordoostelijke regio heeft een ander geschiedenis dan het Lingála. Verschillende factoren hebben een belangrijke rol gespeeld in haar ontwikkeling en verspreiding. De Belgische confrontatie met de Arabieren bracht duizenden troepen in de regio en na hun dienst settelden velen van hen zich in de streek. Daarnaast richtte de overheid ook steden op voor bevrijdde slaven. Deze multilinguïstische en multi-etnische gemeenschappen waren de context waar het Bangala zich autonoom kon ontwikkelen van de vorm ontstaan aan de Kongo rivier (Samarin 1986: ). In de hoofdstad Leopoldville (nu Kinshasa) bleef de oudere vorm van Bangala in gebruik, het 31

48 was daar de primaire lingua franca sinds 1886 (Meeuwis 2009: 257). Deze oudere vorm bleef in gebruik doordat de Scheutisten in Leopoldville niet hetzelfde monopolie hadden over onderwijs en missionering als in het noordwesten. In Leopoldville moesten ze samenwerken met andere organisaties van missionarissen, die niet allemaal dezelfde linguïstische overtuigingen hadden als de Scheutisten. De opgelegde taal werd in Leopoldville eerder geassimileerd dan zuiver geadopteerd (Meeuwis 2009: 256). Wel werd de gecorrigeerde variant aanvaard voor bepaalde gemarkeerde domeinen, zoals liturgie en sommige media. Hoewel in Leopoldville de bewoners dus eerder het Bangala bleven gebruiken, werd ook hier de benaming Lingála overgenomen. Om het onderscheid te maken werd er voor het geconstrueerde Lingála gesproken over het boek Lingála, Kerk Lingála, De Boecks Lingála, geletterde Lingála, Nouvelle-Anvers Lingála, school Lingála, en geschreven Lingála. Voor de dagelijkse variant gebruikte men de termen gesproken Lingála en Lingála van Leopoldville/Kinshasa (Meeuwis 2009: 257). Na 1945 kende Leopoldville een grote bevolkingsgroei. De instroom van moedertaalsprekers van het Kikongo had een belangrijke invloed op de ontwikkeling van het Lingála in Leopoldville. De variant van het Lingála die vandaag in Kinshasa gesproken wordt, leunt dichter aan bij de uitgebreide variant van de Bobangi pidgin die ontstond op het einde van de 19de eeuw, dan bij de variant gesproken in het noordwesten. Deze laatste variant is recenter en vormt het resultaat van corrigerende interventies. Het Lingála van Kinshasa kende haar eigen ontwikkeling in de 20ste eeuw en wordt onder andere gemarkeerd door een aanzienlijke invloed van het Kikongo vanaf de jaren 1940 (Meeuwis 2010: 18-19). Dit was de tweede maal dat de taal beïnvloed werd door het Kikongo, aangezien ze op het eind van de 19de eeuw al invloed van het Kikongo onderging (zie subsectie ). De diglossie leefde voort na de koloniale periode en het is pas recent dat de gesproken variant zijn intrede doet in klaslokalen en kerken in Kinshasa. (Meeuwis 2009). In Leopoldville krijgt het opgelegde Lingála van De Boeck te maken met een vorm van linguïstisch verzet. Een andere variant van verzet kwam vanuit de congregatie zelf, er waren stemmen die de legitimiteit van de productie en generalisering van een geforceerde taal betwistten. De Scheutist Natalis de Cleene ( ) stelde dat in vele regio s de kerstening uitgesteld moest worden omdat de taal van De Boeck te vreemd was voor de lokale bevolking. Dit zou volgens hem niet het geval geweest zijn wanneer gebruik zou gemaakt zijn van een lokale taal. Een ander tegenstander, naast de Cleene, was Bittremieux ( ), de secretaris van Van Ronslé. Hij hanteerde een Herderiaanse ideologie en stelde dat de artificiële taal van De 32

49 Boeck nooit een echte Congolese taal zou kunnen worden, aangezien ze niet geworteld was in een tribale traditie en dus geen echte drager was van de cultuur. Een grammatica die gebaseerd is op Europese patronen kon volgens hem nooit een Congolese grammatica worden. Hugo Rombauts ( ), een secretaris van de apostolisch vicaris in Leopoldstad, stelde een graduele maar volledige uitroeiing van het Lingála in Leopoldville voor. Hij wou het Lingála daar vervangen door het Kikongo, aangezien de hoofdstad volgens hem nood had aan een authentieke Bantoetaal. Deze mening werd ook gedeeld in de Jezuïeten missies. Zij hadden hun missiewerk begonnen in de lagere Kongo gebieden en hadden daar het Kikongo gegeneraliseerd, gestandaardiseerd en gepromoot. Ondanks dit verzet bleef het gesproken Lingála de dominante taal in Leopoldville in dagelijkse situaties en het Lingála van De Boeck die van de scholen, liturgie en hogere sferen, naast het Frans (Meeuwis 2009: ) Protestantse missionarissen (A. Dhaenens) In de Protestantse post in Monsembe werkten in 1895 zes missionarissen, waaronder Walter H. Stapleton. De Protestantse missionarissen maakten gebruik van het Bangala, dat zij de handelstaal noemden, om zich verstaanbaar te maken in nieuwe gebieden. Als medium voor expansie van het missiewerk, was het Bangala echter geen eerste keuze. Het werd door de missionarissen als een noodzakelijk kwaad gezien om te communiceren met mensen wiens taal ze niet beheersten. De beheersing en het gebruik van de taal verschilde bij de missionarissen. Één van de factoren waarom sommigen het gebruik van het Bangala vermeden, was omdat het een hybride taal was. Samarin (1986) schrijft in zijn artikel Protestants missions and the spread of Lingála dat het Bangala een marginaal element in de samenleving karakteriseerde, namelijk de vreemde Afrikaanse werkers en soldaten die een erg slechte reputatie hadden. De taal werd maar voor bepaalde situaties gebruikt, daarom werd het ook de handelstaal genoemd. Lange tijd werd het Bangala door de Protestantse missionarissen gezien als een imperfecte spin-off van wat zij het Ngala noemden. 3 Whitehead, een Protestantse missionaris, rapporteert dat de taal onder de Bobangi werd herkend als taal van de blanken en dat sommige missies weigerden zich met de taal bezig te houden omdat het mager was in constructie en woordenschat (Samarin 1986: 150). 3 Engelstalige onderzoekers gebruikten het glossoniem 'Ngala' om naar een cluster van gerelateerde lokale talen te verwijzen, waardoor verwarring ontstond. Deze kleinere talen beïnvloedden de groei van Bangala in de tweede fase van zijn ontwikkeling, maar kunnen er niet toe gereduceerd worden (Meeuwis 2006: 124). 33

50 Walter H. Stapleton (A. De Beukelaer) In het begin van de twintigste eeuw vonden veranderingen plaats in de houding van de Protestanten. Naast de Scheutisten, en onafhankelijk van hen, lanceerde ook de Protestantse missionaris Walter H. Stapleton een programma van taalhervorming. Ook hij vond dat het wijdverspreide Bangala te gelimiteerd was voor evangelisatie. Onafhankelijk van De Boeck en op basis van zijn eigen project van linguïstische interventie, ontwikkelde Stapleton een andere variant van het Bangala. In tegenstelling tot De Boeck, behield Stapleton het glossoniem Bangala (Meeuwis 2001: 334). Zijn eerste werk, 'Comparative handbook of Congo languages', werd gedrukt in 1903 (Samarin 1986: 148). In hetzelfde jaar, een jaar voor de eerste grammatica van De Boeck verscheen, publiceerde hij 'Suggestions for a grammar of "Bangala" (The "Lingua Franca" of the Upper Congo), With 2000 Words and many useful Phrases' (Stapleton 1903a). De titel geeft aan dat het meer dan een beschrijving van de taal was. Een voorstel tot een grammatica duidt op ideeën en plannen om de taal te corrigeren en te vervolledigen. In het voorwoord van 'Suggestions' beschrijft Stapleton enkele problemen waarmee Kongo Vrijstaat te kampen heeft. Sommige van deze, stelt hij, worden op een briljante wijze opgelost. Andere, zoals het gebrek aan een efficiënt communicatiemiddel tussen de blanken en de 'Bantoestammen', wachten nog op een oplossing. Hij lijst alle tegenargumenten op die men aanbrengt tegen zijn plan om de taal te hervormen. Deze argumenten zijn onder andere dat het Bangala een jargon zonder grammatica is, dat uitwisseling van gedachten in die taal praktisch onmogelijk is en dat de taal hopeloos ontoereikend is als middel tot intercommunicatie. Stapleton gaat hier vervolgens tegenin. Hij stelt dat een gemeenschappelijke taal een praktische noodzaak is voor de situatie: The attempt made by the State authorities to impose one administration over the whole area of the Congo basin involves some common efficient means of intercommunication between the forces of Government and the many tribes of the Bantu race speaking different languages which occupy this huge territory. (Stapleton 1903a: d) Daarom besloot de regering enkele jaren voor het boek geschreven werd, dat Bangala gebruikt moest worden als lingua franca. Volgens Stapleton is het invoeren van een Europese taal, wat H. 34

51 Johnston ( ) voorstelde, geen goede oplossing. Stapleton ziet het Frans als enige optie daarvoor, maar merkt op dat de Congolese bevolking niet gemakkelijk het Frans verwerft. Bovendien is het Bangala al wijd verspreid. Hoewel hij liever de moedertalen zou gebruiken, is dit naar zijn mening niet meer mogelijk, aangezien velen het Bangala reeds als moedertaal hebben verworven (Stapleton 1903a). Net als De Boeck ziet Stapleton het belang en de wijde verspreiding van het Bangala. Hij stelt dat het 'Bangala' als basis moet gebruikt worden voor een gemeenschappelijke taal. Maar ook bij hem kan dit pas na aanpassingen: Will it not be wise for us to consider whether or not 'Bangala' could be used as the basis of an effective common language? Could not the white men introduce into this lingua franca those grammatical forms of expression which would make it such, and without which it will, and must remain an utterly ineffective jargon? (Stapleton 1903a: f) Stapleton begon een nieuwe taal te monteren op basis van eigen uitvindingen en elementen uit andere talen (Meeuwis 2009: 21). In zijn inleiding van de woordenlijst van 'Suggestions' uit 1903, staat dat het Bangala zich nog aan het ontwikkelen is en dat vele woorden nog niet vaststaan, daarom probeert hij de meest algemeen gebruikte woorden op te nemen. Indien er geen woord voorhanden is, gebruikt hij het woord dat de meeste riviertalen gemeenschappelijk hebben. Indien deze talen geen 'goed' woord bezitten, neemt hij zijn toevlucht tot het Swahili, gesproken in Congo. It is scarcely to be expected that more than a fair proportion of these suggested words will be accepted (Stapleton 1903a: 51). Stapleton geeft in dit voorwoord een korte uiteenzetting over het ontstaan van het Bangala. Volgens hem is de taal ontstaan onder invloed van drie talen: de talen van de Bobangi, Lolo en Bangala volkeren, die volgens hem allen evenveel bijdrage leverden (Stapleton 1903a). In zijn visie, net zoals bij De Boeck, wordt niet erkend dat het Bobangi de voornaamste basis was. In hetzelfde jaar verschijnt 'Suggestions for a grammar of "Bangala"' in het Frans onder de titel: 'Suggestions pour une grammaire du Bangala (La lingua franca du Haut Congo), Avec beaucoup de phrases et 2000 mots bien usités' (Stapleton 1903b). Dit is een bijna letterlijke vertaling in heel slecht Frans. Het voorwoord doet uitschijnen dat Stapleton het zelf in (gebrekkig) Frans 35

52 geschreven heeft en dat de rest vertaald is door een collega van hem, een zekere M. Millman: ce chapitre mon collègue M. Millman a bien me traduit en Français (Stapleton 1903b: b). In 1911 kwam opnieuw een Franse vertaling van het Engelse werk: 'Propositions pour une grammaire de Bangala" (La "Lingua Franca" du Haut Congo) et un vocabulaire français-bangalaswahili. Survit [sic] d'un manuel de conversation, nouvelle édition' (Stapleton 1911a). Het voorwoord van deze tweede editie is geschreven door W. Millman. Millman schrijft dat Stapleton, voor zijn overlijden in 1906, een gelijkaardige versie van zijn eerste editie wou publiceren. Hij wou een werk publiceren dat voor algemeen gebruik kon dienen voor de bewoners van het district rond Stanleyville. Om die algemene bruikbaarheid te garanderen, voegde Millman er de Kigwanya variant bij. Daarna volgt het voorwoord van Stapleton uit 1903, maar dan in veel beter Frans. De inhoud is, naast de Kingwanya woorden, volledig hetzelfde (Stapleton 1911a). Ook in 1911 verschijnt 'Suggestions pour une grammaire du Bangala (La Lingua Franca du haut Congo) et un vocabulaire Français Bangala Swahili Avec beaucoup de Phrases dans ces trois langues'. Deze bevat hetzelfde voorwoord van Millman en de inleiding uit 1903 van Stapleton (Stapleton 1911b). Op de Conference of Congo Missionaries in 1911 werd besloten om deel te nemen in het samenstellen van een Bangala grammatica, maar daar werd niets mee gedaan in de volgende conferenties. Nochtans is er vastgelegd dat Franck ( ), Minister van Koloniën van 1918 tot 1924, aandrong om Lingála als algemene taal te gebruiken. Wat de adoptie van Bangala voor onderwijs en vertalingen gestimuleerd heeft, was volgens Samarin het officieel onderzoek van de Belgische regering naar officiële 'inheemse' talen om een taalpolitiek te installeren. Het keerpunt voor het Bangala kwam op de conferentie van De missionaris Christy Davies ( ) maakte een rapport over de officiële talen van Congo en argumenteerde sterk voor het gebruik van wat hij zowel Lingála als Mangala noemde. Davies schreef in dat rapport dat hij het een wijze beslissing vond van de eerste missionarissen om de lokale talen te leren, maar dat er nu nieuwe noden waren waaraan de missionarissen zich moesten aanpassen. Handel en reizen vervaagden het afgescheiden lokale en tribale. Daardoor was er, volgens Davies, meer interactie tussen de verschillende 'etnische' groepen en een sterke tendens naar meer coöperatie tussen de missieposten die in de onderwijspolitiek deelnamen. Bovendien zouden er in de grote industriecentra honderden kinderen geboren worden die Lingála als moedertaal zouden spreken. Lingála, schreef Davies, was als een vloedgolf gekomen en werd gesproken in meer dan een 36

53 kwart van Congo. Daarom stelde hij voor dat de conferentie een Lingála comité aanduidde om de taal te coördineren en zich in te zetten voor de verbetering en verrijking van de taal. Hij duidde hier niet enkel op het codificeren van de taal, maar op alle stappen die gezet moesten worden om er een standaardtaal van te maken (Samarin 1986: ). Vreemd genoeg waren de Protestantse missionarissen schijnbaar niet op de hoogte van de krachten die al aan het werk waren in de koloniale overheid en in de Katholieke kringen, en zeker niet van de samenwerking tussen deze beide instanties. Het is niet duidelijk waarom de missionarissen meenden dat het lot van het Bangala in hun handen lag. Ze moeten op de hoogte geweest zijn van de grammatica van De Boeck, maar deze volstond niet in hun ogen. Zelfs het eerdere werk van Stapleton, nochtans een Protestant, was voor hen niet voldoende. De attitude van de missionarissen is wel duidelijk voorschrijvend. Wanneer de missionarissen bezig waren met het Bangala, vonden ze, anders dan bij de lokale talen, dat ze iets creëerden dat er nog niet was (Samarin 1986: ). In 1914 verscheen 'Suggestions for a grammar of "Bangala": The "Lingua Franca" of the Upper Congo, with dictionary. Second edition, revised and enlarged by Frank Longland' (Stapleton 1914). Ook deze versie bevat het voorwoord van Stapleton uit Daarin werd één iets veranderd, namelijk the Congo Free State officials zijn hier the Congo Colonial officials geworden (Stapleton 1914: A). Dat is enigszins logisch, in de zin dat Kongo Vrijstaat in 1908 Belgisch Congo werd. Malcolm Guthrie (A. Dhaenens) Het duurde tien jaar voor het werk van de Protestanten rond de taal voltooid was. In die periode namen de Protestanten de benaming Lingála over, die De Boeck had geïntroduceerd. Op de Lingála-Bangala conferentie in 1932 werd beslist dat de Protestantse missionaris Christy Davies de 'Lingála Revised grammar and Vocabulary' zou voorbereiden voor publicatie en dat hij daarin delen van het werk van Guthrie ( ) zou incorporeren, zijnde 'Suggestions for the Lingála revised grammar'. Er is geen aantekening gevonden van de publicatie van het werk van Christy Davies. Daarentegen werd wel 'Lingála grammar and dictionary' van Guthrie gepubliceerd in 1935 (Guthrie 1935). Het voorwoord van het werk vermeldt een eerdere conferentie in Yalemba in 1931, waar men Guthrie had aangeduid om het werk van Stapleton voort 37

54 te zetten en om al het werk dat de Protestanten al verzameld hadden over het Lingála, te ordenen en uit te geven (Samarin 1986: 154). Terwijl vroegere werken vaak in een wat nederige toon geschreven zijn, geeft het voorwoord van 'Lingála grammar and dictionary' blijk van een ware verheerlijking van het koloniale gebeuren en dan vooral van het missionaire werk. Het begint met volgende uiting: The marvellous changes which have taken place in the Belgian Congo during the past fifty years have only been made possible by magnificent devotion and unselfish cooperation. ( ) it is also gloriously true of evangelistic missionary enterprise. (Guthrie 1935: iii) Dit boek zou het bewijs hiervoor moeten vormen. Ze hopen dat het boek zal leiden tot verdere vertalingen en literaire werken in het Lingála en dan in het bijzonder een vertaling van het Nieuwe Testament. Het voorwoord is ondertekend door H. Wakelin Coxill, Secretary, Conseil Protestant du Congo. De inleiding is geschreven door Guthrie zelf. Lingála wordt voorgesteld als een communicatiemiddel tussen 'Bantoestammen' onderling, tussen 'Bantoestammen' en 'niet- Bantoestammen' en tussen 'blanken' en 'zwarten'. Guthrie stelt dat het Lingála haar structuur en woordenschat dankt aan het originele Lingála gesproken door de Bangala, wat niet correct is, en aan de taal van de Bobangi, maar dat er ook nog veel andere bronnen zijn. Verder wijst hij er op dat het moeilijk is woorden te vinden die begrepen worden in het volledige Lingála-sprekende gebied, gezien de taal zich nog te veel in een staat van ontwikkeling bevindt. Guthries grammatica uit 1935 bevat een appendix getiteld 'The lingua franca on north eastern belgian Congo'. Deze lingua franca, een dialect van het Lingála, wordt Bangala genoemd, zo schrijft Guthrie: To increase the usefulness of the work, an appendix has been added dealing with the attenuated dialect of the language, known locally as «Bangala» (Guthrie 1935: x). Hij claimt dat ondanks de kenmerken die Lingála en Bangala gemeen hebben, de gelijkenis oppervlakkig is aangezien het Bangala beïnvloed is door niet-bantoetalen. Hij stelt dat het Bangala, net als andere handelstalen, een gebrek aan morfologie heeft. Het boek is bedoeld voor mensen die Lingála willen leren en eveneens als factor in de stabilisatie van het Lingála, destined to be one of Central Africa's future languages (Guthrie 1935: xi). 38

55 In 1939 verschijnt Guthries werk in het Frans: 'Grammaire et dictionnaire de Lingála: La langue universelle actuellement parlée sur les deux rives de la partie centrale du fleuve Congo. Avec un manuel de conversation français-lingála' (Guthrie 1939). In het voorwoord geeft Guthrie aan dat dit werk meer is dan een vertaling: cette oeuvre au lieu d être une simple traduction de l édition anglaise est plutôt une toute nouvelle présentation de la même langue (Guthrie 1939: V). Guthrie schrijft dat de Engelse editie uit 1935 weinig wetenschappelijk was in de presentatie. Met deze uitgave wil hij een heel nieuwe presentatie van dezelfde taal geven. Er zijn aanvullingen en correcties gebeurd, maar het is vooral de nieuwe manier om Bantoetalen te bestuderen op grammaticaal en fonetisch vlak, die dit boek zou karakteriseren. Guthrie schrijft dat hij onderzoek heeft verricht in zowel Leopoldville als Lisala, waardoor het resultaat kan gebruikt worden voor de gehele regio waarin Lingála gesproken wordt. In de introductie die volgt op het voorwoord geeft Guthrie meer uitleg over de geschiedenis van het Lingála. Het Lingála, zo schrijft Guthrie, is een universele taal, het wordt door meerdere stammen gesproken die daarnaast hun eigen taal hebben. Ook Guthrie schrijft de foute stelling dat het Lingála origineel het Mangala genoemd werd en dat het de taal van een particuliere stam was, de Bamangala. De benaming Mangala wordt volgens hem meer gebruikt in communicatie met de 'inheemsen' dan Lingála, aangezien deze laatste een uitvinding van de blanken is. Het Mangala, schrijft Guthrie, zou min of meer verdwenen zijn, maar is in haar eigen omgeving vervangen door een gemodificeerde vorm die soms Lingála wordt genoemd. Volgens hem wordt de taal slechts gesproken door 'inheemsen' in een klein district rond Nouvelle Anvers en kan ze niet beschouwd worden als een universele taal. De term Bangala komt volgens Guthrie voort uit een vergissing van de blanken, die dachten dat 'Bangala' de naam van de taal was die het Bangalavolk sprak. Guthrie schrijft dat het Bangala geen echte taal is, maar het resultaat van de contacten tussen 'blanken' en 'zwarten' en dat het bijna nooit gesproken wordt onder 'zwarten'. Als samenvatting stelt hij dat het Lingála dat bestudeerd wordt in zijn boek, de taal is van verschillende 'stammen' en op dat moment het meest verspreid onder de 'inboorlingen' zonder invloed van de Europeanen. Hier moeten we Guthrie corrigeren, want de taal werd wel degelijk beïnvloed door de Europeanen. Hij eindigt ongeveer op dezelfde manier als in de Engelse editie, namelijk met de stelling dat het Lingála in de toekomst zeker heel belangrijk zal worden, voornamelijk voor het lokale onderwijs (Guthrie 1939). 39

56 In 1951 verschijnt een tweede editie van het franse werk uit 1939, en in 1954 een derde, telkens met hetzelfde voorwoord. In 1951 verscheen ook 'Dictionnaire français-lingála et Lingálafrançais avec manuel de conversation' bij La Librairie Evangélique au Congo, Léopoldville (Auteur onbekend 1951). Er is geen auteur bekend van dit werk, maar waarschijnlijk is dit ook van de hand van Guthrie. Er staat binnenin: Réimpression de 1951, maar het is niet duidelijk wat hier bedoeld wordt. Misschien gaat het over een herdruk van Guthrie In de inleiding, die begint op pagina 81, wordt er verwezen naar een grammatica, maar deze laatste is niet opgenomen in het werk. Het boek zelf begint dus op pagina 81. Deze inleiding is exact dezelfde als de inleiding op het tweede deel, het eigenlijke woordenboek, van 'Grammaire et dictionnaire de Lingála: la langue actuellement la plus parlée sur les deux rives de la partie centrale du fleuve Congo, avec un manuel de conversation Français-Lingála. Troisième édition' van Guthrie uit 1954 (Guthrie 1954). Gezien de treffende gelijkenis met dit boek van Guthrie uit 1954, bestaat er weinig twijfel over dat het auteurloze boek uit 1951 eveneens van Guthrie is. In 1966 verschijnt van Guthrie de derde editie van 'Grammaire et dictionnaire de Lingála: la langue universelle actuellement parlée sur les deux rives de la partie centrale du fleuve Congo. Avec un manuel de conversation'. Zelf hebben we het boek niet kunnen bemachtigen, maar volgens Prof. Meeuwis is het gewoon een herdruk van de editie uit In 1988 verschijnt 'Lingála grammar and dictionary', met als auteurs Malcolm Guthrie en John F. Carrington (Guthrie & Carrington 1988). Carrington ( ) schrijft dat het Lingála op dat moment de meest gekende taal is in de Democratische Republiek Congo en verder wordt gebruikt in Angola en de Republiek Congo. Door de populariteit van de Lingála muziek, heeft de taal prestige verworven in het hele westerse deel van Afrika en zelfs verder. Hij schrijft verder dat Guthrie zelf de bedoeling had een revisie te publiceren van zijn 'Grammaire et dictionnaire'. Wanneer Guthrie Congo bezocht in 1970 als gastdocent, begon hij notities te maken voor zo een revisie. Hij stierf in 1973 voor hij zijn werk kon afmaken. Het boek is dus de neerslag van de verdere opzoekingen van Guthrie tussen 1970 en 1973 en die van Carrington tot Carrington besluit zijn voorwoord met de nota dat deze versie nauw aansluit bij het boek uit 1939 en dat het een hulde moet zijn aan het linguïstische werk van Guthrie (Guthrie & Carrington 1988: 3) De Norbertijnen van Tongerloo (A. De Beukelaer) Naast Stapleton en De Boeck, die de twee bekendste namen zijn op vlak van de creolisering van 40

57 bovenuit van het Bangala, is er minstens nog één andere persoon die genoemd moet worden, namelijk Léon Derikx. Het werk van Derikx is veel minder bekend en had ook een veel kleinere impact. Hij is één van de 'Premonstratensian Fathers' of Norbertijnen van Tongerloo, die vanaf 1898 missionarissen naar Buta in de Uele regio stuurden (Meeuwis 2001: 334). De Norbertijnen merkten het wijdverbreide gebruik van het Bangala in Uele op. De eerste Norbertijnen gebruikten het voor alle soorten communicatie met de lokale bevolkingen, later zouden ze overschakelen op lokale talen. Onafhankelijk van de Scheutisten in Nouvelle-Anvers, maar ongeveer op hetzelfde moment, startte pater L. Derikx met een vergelijkbaar corpusplanning project. Derikx had namelijk dezelfde mening over de linguïstische aspecten van het Bangala als De Boeck en Stapleton. De Norbertijnen schakelden ook over van het glossoniem Bangala naar Lingála, wat een uitzondering is in het oosten. In 1901 publiceerden ze het 'Handboekje tot aanleeren der taal gebruikt in de Norbertijner missiën van Oewelee', dat grotendeels descriptief van aard was en ook nog sprak over Bangala in plaats van Lingála (Norbertijnen 1901). In de inleiding schrijven ze dat het over het Bangalasch gaat en dat dit niet de taal van een 'volksstam' is, maar eerder de handelstaal die door missionarissen en staatsmensen in de Opper-Kongo wordt gebruikt. De naamsverandering die De Boeck doorvoerde, was nog niet tot bij hen doorgedrongen. De taal, die wij in deze woordenlijst het «Bangalasch» noemen, is eigenlijk niet de taal door den volksstam van dien naam gesproken, maar de handelstaal, gebruikt door de Missionarissen en de Staatsbeambten van Opper-Kongo in hunne betrekkingen met den neger. ( ) Het is een samenraapsel van verschillende talen: van het Azandeesch, Zanzibarisch, Arabisch, Neder-Kongoaansch en van de Bangalataal. Deze laatste schijnt echter de overhand te hebben. (Norbertijnen 1901: de inleiding heeft geen paginanummers) In 1904 publiceerde Derikx zijn 'Handleiding tot het aanleeren van het Lingála', waarin hij dus wel de term 'Lingála' gebruikt en hij ook sterk intervenieert in de grammatica van het Bangala. Dit boekje hebben wij niet kunnen bemachtigen. Volgens Meeuwis (Meeuwis 2001) staat er in de inleiding van Derikx duidelijk dat hij de taal niet gewoon wou beschrijven, maar haar wou veranderen en een 'verbeterde' versie voorstellen. In 1909 publiceerde hij zijn 'Vocabulaire Lingála-français' (Derikx 1909). Dit is een klein handgeschreven woordenlijstje Lingála- Frans, 41

58 dat geen inleiding bevat. Waarschijnlijk ging Derikx er van uit dat het doel van een woordenboek duidelijk genoeg is en daarom geen inleiding nodig heeft. Het jaar daarop voegden de Norbertijnen daar catechismussen, gebedsboeken en leesboeken aan toe. Derikx's keuze om het glossoniem in 1904 te veranderen zou kunnen geïnspireerd zijn door wat de Scheutisten drie jaar eerder in Nouvelle-Anvers hadden gedaan, maar zijn corpus-planning interventie was onafhankelijk van hen, aangezien hij inspiratie opdeed uit de lokale talen gesproken in zijn omgeving (Meeuwis 2006: 128). Derikx creëerde dus nog een andere gecorrigeerde versie van het Bangala, ditmaal gebaseerd op de talen in de omgeving van Buta (Meeuwis 2001: 334) L. B. De Boeck en R. Van Everbroeck (A. Dhaenens) In 1952 verschijnt 'Manuel de Lingála: tenant compte du langage parlé et du langage littéraire' van een neef van Egide De Boeck, namelijk L.B. De Boeck (De Boeck 1952). Hij probeerde in deze grammatica het Lingála van Lisala te beschrijven, maar dan wel het Lingála zoals het daar écht gesproken werd. In de introductie schrijft L.B. De Boeck ( ) dat deze grammatica zowel het gesproken als het geschreven Lingála behandelt. Dit in tegenstelling tot de grammatica s van E. De Boeck, die voornamelijk gericht waren op het literaire Lingála, en die van Guthrie, die enkel het gesproken Lingála behandelde. Dit werk houdt enkel rekening met het Lingála van de 'inheemsen', aangezien het Lingála van de blanken hoogstens een slechte imitatie ervan kan zijn, zo schrijft De Boeck. Voor de presentatie van het materiaal wou men zo praktisch mogelijk zijn, er is in deze grammatica dan ook enkel opgenomen wat men effectief hoort en leest (De Boeck 1952). René Van Everbroeck ( ) geeft in 1956 'Lingála woordenboek: Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála' uit (Van Everbroeck 1956). Het werk van Van Everbroeck is een mengeling van de traditie van E. De Boeck en van zijn neef L.B. De Boeck. Hij onderscheidt drie soorten taal: literaire taal, verzorgde taal en omgangstaal. Hij nuanceert dat deze indeling niet absoluut is voor alle plaatsen, ze steunt op de taal zoals ze voorkomt in Leopoldville. Woorden die hij als literair classificeert, zullen volgens Van Everbroeck door 'de zwarten' niet begrepen worden, daar de meeste inwoners van Leopoldville geen Lingála moedertaalsprekers zijn en geen uitgebreide kennis ervan hebben. Woorden van de geschreven of verzorgde taal bestempelen zij gemakkelijk als taal van de school of van de missionarissen! (Van Everbroeck 1956: 1). Van Everbroeck eindigt met een dankbetuiging voor Louis De Boeck, die zijn opmerkingen, 42

59 raadgevingen en nota s beschikbaar gesteld heeft en het handschrift heeft nagezien. In 1985 verschijnt van Van Everbroeck 'Dictionnaire Lingála: Lingála-Français, Français- Lingála. Maloba ma lokóta' (Van Everbroeck 1985). Dit is een sterk aangevulde versie van zijn vroegere woordenboek. In de inleiding probeert Van Everbroeck de geschiedenis van het Lingála te schetsen. Hij schrijft dat het Lingála ook Mangála genoemd wordt en dat het oorspronkelijk een communicatietaal was, gebruikt door de mensen die langs de Kongo stroom woonden. Aan de basis van het Lingála liggen de talen van de 'rivierstammen' langs de stroom, aldus Van Everbroeck. Volgens hem zijn woordenboeken noodzakelijk om er voor te zorgen dat er geen woorden verloren gaan in de loop der tijd, aangezien het Lingála nog constant evolueert. Woordenboeken moeten bijgevolg ook vernieuwd en aangepast worden, om de rijkdom van de taal te bewaren. Tenslotte merkt hij nog op dat het Lingála zich op twee niveaus voordoet, namelijk de literaire taal en de gesproken taal. De literaire taal is volgens hem meer vergelijkbaar met andere Bantoetalen (Van Everbroeck 1985). De Beukelaer en ik gebruikten dit woordenboek als basis voor onze aanzet tot een woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála. De reden hiervoor is dat het woordenboek van Van Everbroeck uit 1985 het enige kwaliteitsvolle Lingála woordenboek is. Het is ook een heel uitgebreid woordenboek, waardoor men er van kan uitgaan dat de belangrijkste en meest gebruikte basistermen er deel van uitmaken. Het woordenboek van Van Everbroeck was dus een goede basis voor onze woordenlijst, maar moest wel nog geactualiseerd en herwerkt worden (meer uitleg hierover volgt in hoofdstuk drie) Andere woordenboeken (A. De Beukelaer) Naast de grotere tradities die we hierboven beschreven, zijn er nog een aantal publicaties die afzonderlijk te beschouwen zijn. We zetten ze hieronder kort uiteen. C. Elge publiceert in 1926 'Dictionnaire bangala -français flamand. Première édition' (Elge 1926). Elge schrijft in zijn voorwoord dat de Ngala stam uit het Bangala district hun taal hebben opgelegd in de verschillende regio s die ze doorkruisten, met toevoeging van frequente uitdrukkingen van de volkeren daar. Die mengelmoes van het Lingála en andere dialecten is later geadopteerd en gevulgariseerd door de meerderheid van 'de zwarten. Op deze manier is volgens Elge het Lingála tot stand gekomen dat door de meerderheid van de 'inheemsen' gesproken wordt. Ten gevolge van de grote verspreiding en het belang van het Lingála, stelt Elge dat de 43

60 verspreiding van het Lingála door de blanken het probleem van meertaligheid in de kolonie kan oplossen. Vanuit deze visie heeft hij dit woordenboek opgesteld. Er zijn woorden in verwerkt die hij heeft aangeleerd in de districten van Zuid-Uele, van de Bangala, Aruwimi, de evenaar en Sankuru-Nord. Het boek is bedoeld om de sprekers toe te laten in de verschillende regio s Lingála te spreken (Elge 1926). We weten niet of Elge tot een bepaalde traditie behoorde. In 1943 verschijnt het auteurloze 'Vocabulaire: Français Lingála' bij Léopoldville: Imprimerie du quartier général de la Force Publique (Auteur onbekend 1943). Deze publicatie is te vergelijken met andere boekjes die over het Lingála van de Weermacht gaan. Het heeft een heel korte inleiding van twee zinnen onder de titel 'Notice'. Daarin staat dat het boek bestaat uit de woorden die gewoonlijk gebruikt worden in de eenheden van de provincies Léopoldville en Coquilhatville. Het enige doel is het uniformeren van de gebruikte taal in de relaties met de troepen. In 1953 geeft E. Blavier 'Dictionnaire; Woordenboek: français-lingála-nederlands, Nederlandslingála-Français, lingála-français-nederlands' uit (Blavier 1953). Het boek bevat een Nederlandse en Franse inleiding, geschreven door Luitenant generaal A. Gilliaert, opperbevelhebber van de Weermacht. Hij zegt dat het de taal van de Weermacht is die door Blavier besproken wordt. Gilliaert spreekt over het Lingála, dat door 'de zwarten' Mangala genoemd wordt. E. Blavier, zo schrijft Gilliaert, heeft lange tijd gediend bij de Weermacht te Lisala, waar het leger een belangrijke kazerne had, en daarna bij de opvoedkundige dienst van Leopoldville. Deze dienst geeft onder andere brochures uit voor 'inlandse' militairen en krijgt een duizendtal lezersbrieven per maand. Deze briefwisseling is, aangevuld door kranten, een van de bronnen geweest voor dit werk. Bovendien had Blavier twee informanten: één uit Leopoldville en één uit de Ubangui streek. Het werk van Blavier baseert zich dus zowel op het gesproken als op het geschreven Lingála, zo concludeert Gilliaert. Hij schrijft dat het werk ontstaan is vanuit de duidelijke noodzaak ervan voor militairen, maar dat het zonder twijfel van groot nut zal zijn voor de Belgische eenheid. Aangezien het de taal van de hoofdstad is, is het succes ervan verzekerd volgens Gilliaert. Verder prijst hij het werk omdat 'blanken' en 'zwarten' ervoor samenwerkten en het zo een voorbeeld voor de toekomst van Belgisch Afrika vormt. In 1958 komt er een tweede uitgave van dit boek, met als titel 'Dictionnaire - Woordenboek: lingála-français-néerlandais, français-lingála-néerlandais, Nederlands-Lingála- Frans. 2e édition 2e uitgave' (Blavier 1958). De inleiding is dezelfde als in de eerste editie. 44

61 Van 1960 tot heden (A. De Beukelaer) Twee opmerkingen zijn van belang voor deze tijdsperiode. Ten eerste moet vermeld worden dat de koloniale autoriteiten in Belgisch Kongo altijd een piramidale ordening van talen hadden gehanteerd. Bovenaan stond het Frans als de officiële taal van de kolonie. Het middendeel van de piramide bevatte vier wijdverspreide regionale lingua franca's (die ook steeds meer moedertaalsprekers begonnen te verwerven): Kiswahili in het oosten, Lingála in het noorden en in het westen, Cilubà in de centrale regio's en Kikongo in het zuidwesten. De basis bestond uit Congo's meer dan 200 etnische talen. Onder de vier lingua franca's had het Lingála altijd een geprivilegieerde positie ingenomen: het was de voornaamste taal in de hoofdstad en het volgde Bangala op als de taal gebruikt door de Weermacht over heel het Congolese grondgebied. Ten tweede veroverde het Lingála in de eerste helft van de 20ste eeuw het gebied dat nu de Republiek Congo is, toen een Franse kolonie. Prekoloniale patronen van contact waren steeds behouden gebleven en de nabijheid van Brazzaville ten opzichte van Leopoldville was ook een belangrijke factor. Brazzaville onderging en ondergaat nog steeds culturele en linguïstische invloeden van Leopoldville (Kinshasa). Dit geldt ook voor het Lingála: ondanks lexicale en sommige fonologische verschillen, vertonen de varianten gesproken in deze twee steden sterke gelijkenissen (Meeuwis 2010: 19-20). Woordenboeken verschenen na 1960 (A. Dhaenens) In deze subsectie bespreek ik de woordenboeken die verschenen na 1960 en die niet behoren tot een eerdere traditie. Boeken die verschenen zijn na 1960, maar waarvan de auteur eerdere werken had uitgebracht, werden besproken in de vorige (sub)secties. De woordenboeken die verschenen na 1960 en die niet behoren tot eerdere tradities, geven een meer wetenschappelijke presentatie dan de woordenboeken geschreven vóór De inleidingen zijn vaak korter of de werken bevatten helemaal geen inleiding of voorwoord. Een belangrijk verschil is dat de woordenboeken van na 1960 niet langer corpus-planning tot doel hebben, maar louter beschrijvend zijn. Bovendien worden recente woordenboeken door linguïsten opgesteld in plaats van door missionarissen of legerofficieren, waardoor de nadruk eerder op de taal zelf ligt en niet op het nut van de taal als communicatiemiddel voor specifieke doelen. Ik lijst hieronder chronologisch enkele recente werken op. In 1982 verschijnt 'English-Lingála 45

62 dictionary' van John Ellington (Ellington 1982). Dit boek bevat een introductie die voornamelijk over de grammatica gaat. Zo heeft de auteur bijvoorbeeld gekozen voor een vijf klinker systeem in tegenstelling tot eerdere woordenboeken en grammatica s die een zeven klinker systeem hanteerden. In 1992 komt van Shigeki Kaji 'Vocabulaire Lingála classifié' uit. Wij hebben geen exemplaar van dit werk kunnen bemachtigen. Van Lumana Pashi en Alan Turnbull verschijnt in 1994 'Lingála-English dictionary' (Pashi & Turnbull 1994). Dit werk bevat geen sociolinguïstische of grammaticale inleiding. In 1996 komt 'Lingála-English, English-Lingála dictionary and phrasebook' uit van Thomas A. Akowuah (Akowuah 1996). Dit boek bevat een hele korte introductie, die beschrijft dat de taal gesproken wordt in Kongo (nu de Republiek Congo) en Zaïre (nu de Democratische Republiek Congo), maar ook gebruikt wordt in andere landen in Centraal Afrika. Het is, volgens hem, de taal van de muziek en een rijke en gevarieerde folkloristische cultuur. In 2001 verschijnt van de auteur Jean Kapenda, 'Diccionario Lingálaespañol, español-lingála: historias y orígen africano del negro ecuatoriano'. Ook van dit werk hebben wij geen exemplaar kunnen vinden. Op de volgende auteur, Adolphe Dzokanga, gaan we iets dieper in, aangezien hij een belangrijke naam is in deze periode. Ook bij Kawata Ashem Tem geven we wat extra uitleg, aangezien hij net als Dzokanga zijn woordenboeken voorziet van een voorwoord en een inleiding. Als laatste beschrijf ik het recentste werk dat we gevonden hebben. De auteur Adolphe Dzokanga is geboren in Makotopoko in Hij sprak al op jeugdige leeftijd Lingála en heeft de taal gedurende verschillende jaren bestudeerd, zowel aan de universiteit van Brazzaville als aan l Institut National des Langues et Civilisations Orientales (Université de la Sorbonne Nouvelle). Hij was hoofd van het onderzoek naar Lingála in de nationale bibliotheek. Daar heeft hij lang samengewerkt met Père Moysan, een katholieke missionaris. Dzokanga brengt meerdere woordenboeken uit tussen 1979 en In 1979 verschijnt 'Dictionnaire lingála-français, suivie d'une grammaire lingála' (Dzokanga 1979). In het voorwoord van dit werk staat er wel een uiteenzetting over de geschiedenis van het Lingála. Dzokanga begint met op te noemen in welke landen de taal gesproken wordt en stelt op grond daarvan dat het Lingála de belangrijkste verkeerstaal is in Centraal-Afrika. Daarna bespreekt hij de oorsprong van de taal. De taal werd eens gesproken door een kleine stam, de Bangala of de Mangala, die woonden tussen Makanza en Mbandaka. Deze streek is ook de plaats van herkomst van het Bobangi en het staat volgens hem vast dat deze de moedertaal is van alle talen van de stammen rond de rivier. Hij stelt dat het Lingála direct afstamt van het Bobangi (Dzokanga 1979). In 2001 verschijnen twee werken. Als eerste verschijnt 'Nouveau dictionnaire illustré lingála-français/français-lingála, 46

63 Edition bilingue', dit bevat eerst informatie over de auteur en daarna een voorwoord, door zijn kinderen geschreven (Dzokanga 2001a). Daarin staat dat het in de voorgaande editie de bedoeling was van Dzokanga om zoveel mogelijk materiaal te verzamelen en dat zo snel mogelijk beschikbaar te maken. In deze editie hebben zijn kinderen geprobeerd om de presentatie ervan te verbeteren zonder de wetenschappelijke inhoud te wijzigen. Ten tweede verschijnt 'Dictionnaire sémantique illustré français-lingála, 2 vols' (Dzokanga 2001b). Wij hebben enkel het tweede volume kunnen vinden, dat geen introductie bevat, maar meteen met de letter 'I' begint. In 2002 of 2003 (de exacte datum is niet duidelijk) verschijnt van Adolphe Dzokanga, 'Parler quotidien de Lingála'. Ook omtrent 2002, 2003 komt 'Grammaire pratique du Lingála' uit. Van deze laatste twee werken hebben wij eveneens geen exemplaar kunnen bemachtigen. Kawata Ashem Tem publiceert in 2003 'Bagó Lingála/Falansé, Dictionnaire français/lingála' (Ashem Tem 2003). Dit lijkt heel sterk gebaseerd op dat van Van Everbroeck uit Het boek bevat een heel kort deeltje Pour le lecteur waarin staat dat het boek ontworpen is voor sprekers van zowel Centraal-Afrika als de Franstalige landen. In 2004 verschijnt van dezelfde auteur 'Bagó ya lingála mambí ma lokóta: Dictionnaire lingála' (Ashem Tem 2004). Dit is het enige werk met een voorwoord en inleiding in het Lingála. Hiervoor riep De Beukelaer de hulp in van een moedertaalspreker van het Lingála. Zij vond het echter moeilijk om de inleiding te vertalen, omdat het volgens haar 'oud Lingála' was. Kawata Ashem Tem schrijft dat zijn woordenboek het Lingála omvat dat gesproken wordt in Angola, Centraal-Afrika, Congo-Brazzaville, Gabon, Congo-Kinshasa en Kameroen. Verder vermeldt hij dat Dzokanga, net als vele anderen, een woordenboek Lingála-Frans schreef, maar enkel uitleg gaf in het Frans en niet in het Lingála. Dit woordenboek geeft wel uitleg in het Lingála bij de woorden die in het boek opgenomen zijn. Omdat de jongeren en ook sommige volwassenen het 'echte' Lingála echter niet goed kennen, voegt Kawata Ashem Tem er op het einde een korte uitleg in het Frans aan toe. Het recentste werk dat wij gevonden hebben is 'Webster s Lingála-English thesaurus dictionary' van Philip M. Parker, gepubliceerd in 2008 (Parker 2008). Dit is een heel dun woordenlijstje Lingála - Engels. In het voorwoord staat dat dit boek ontworpen is voor Lingála-sprekers die de Engelse taal beter willen begrijpen. 47

64 2.3. Conclusie (A. De Beukelaer) De geschiedenis van het Lingála is een vrij complex gegeven. Het Lingála is het resultaat van de verschillende linguïstische invloeden die het Bobangi onderging. Vóór 1876 kende het Bobangi waarschijnlijk al een aantal kleine veranderingen doordat het een belangrijke handelstaal was op en langs de oevers van de Kongo-rivier. In de eerste fase, tussen 1876 en 1884, onderging het Bobangi een pidginisering of simplificatie. In 1884 werd de Bobangi pidgin geïntroduceerd in Bangala Station (later Nouvelle-Anvers genoemd). In een tweede fase onderging de Bobangi pidgin daar een expansie op basis van de lokale en regionale talen en een verspreiding onder de naam 'Bangala' naar andere locaties. De weinige woordenlijsten die in deze tijdsperiode het licht zagen, werden meestal opgesteld door legerofficieren. Deze korte woordenlijsten hebben vaak geen of slechts een korte inleiding en werden opgesteld vanuit een praktische noodzaak. Bij deze boekjes is er geen sprake van taalaanpassingen, ze zijn enkel een opsomming van woorden gesproken in de omgeving. Na 1900, de derde fase, zijn vooral bepaalde missionarissen van groot belang voor de ontwikkeling van het Lingála. De belangrijkste namen zijn de Scheutist Egide De Boeck, de Protestant Walter H. Stapleton (later gevolgd door Malcolm Guthrie) en de Premonstratenser Léon Derikx. Allen vonden ze het lexicon en de grammatica van het Bangala te pover om als communicatiemiddel te dienen en startten ze daarom projecten van linguïstische interventie op. In deze periode werden dan ook de meeste woordenboeken gepubliceerd. De corpus-planning van De Boeck had het meeste invloed. Hij was diegene die het glossoniem 'Lingála' introduceerde. Het Lingála van De Boeck werd snel geaccepteerd, maar niet door iedereen. In de hoofdstad Leopoldville (nu Kinshasa) bijvoorbeeld bleef de oudere vorm van het Bangala in gebruik. Ze namen wel de benaming 'Lingála' over, maar niet de opgelegde linguïstische veranderingen die ermee gepaard gingen. De meeste woordenboeken die tussen 1900 en 1960 tot stand kwamen, werden geschreven door missionarissen. Vaak hebben ze een eigen visie op de taal een daardoor ook een grote eigen inbreng. De auteurs zetten hun kijk op de geschiedenis van het Lingála uiteen en legitimeren de manier waarop ze hun woordenboek hebben opgesteld en soms zelfs de aanpassingen die ze in de taal hebben doorgevoerd. Meestal wilden ze de taal 'verbeteren' om ze op die manier als communicatiemiddel voor onderwijs en evangelisatie te laten dienen. De woordenboeken die 48

65 verschijnen na 1960 en die niet behoren tot eerdere tradities, geven een meer wetenschappelijke presentatie. De inleidingen zijn vaak korter of de werken bevatten helemaal geen inleiding of voorwoord. Waarschijnlijk gaan veel auteurs er van uit dat een Lingála woordenboek geen verantwoording meer nodig heeft, gezien de bekendheid en wijde verspreiding van de taal. Dit in tegenstelling tot auteurs zoals Stapleton in het begin van de jaren 1900, die een inleiding schreven om duidelijk te maken welke taal het Lingála was en waarom zij het de moeite vonden er een woordenboek en/of grammatica over op te stellen. Nog een belangrijk verschil is dat de woordenboeken van na 1960 niet langer linguïstisch interveniëren, maar louter beschrijvend zijn. Bovendien worden recente woordenboeken door linguïsten opgesteld in plaats van door missionarissen of legerofficieren, waardoor de nadruk eerder op de taal zelf ligt en niet op het nut van de taal als communicatiemiddel voor specifieke doelen. 49

66 50

67 Hoofdstuk 3: Benadering en methode Inleiding (A. Dhaenens) Hoofdstuk drie behandelt de werkwijze van ons onderzoek. In een eerste sectie bespreken wij de geschiedenis die vooraf ging aan ons werk, in een tweede sectie wordt onze werkwijze in zes methodologische stappen besproken. Bij de productie van de praktische woordenlijst zijn De Beukelaer en ik niet van nul gestart, andere actoren van de vakgroep Afrikaanse talen en culturen van de UGent hebben inspanningen geleverd om een praktische woordenlijst op te stellen. De voorgeschiedenis van ons onderzoek wordt door De Beukelaer behandeld in het eerste deel van dit hoofdstuk. Uit deze inspanningen is onder andere een woordenlijst Lingála-Nederlands ontstaan, wat een van de twee bronnen is die we gebruikt hebben om onze eigen woordenlijst samen te stellen. De tweede bron die aan de basis ligt van onze woordenlijst is het woordenboek 'Dictionnaire Lingála: Lingála-Français, Français-Lingála. Maloba ma lokóta' van René Van Everbroeck uit 1985 Het doel van dit onderzoek is een beknopte praktische woordenlijst maken met als doelpubliek Nederlandstalige studenten van het Lingála. Op basis hiervan hebben wij bepaalde keuzes moeten maken met betrekking tot wat we opnamen in onze woordenlijst en wat niet. De genomen beslissingen en de motivaties hierbij worden besproken in het tweede deel van dit hoofdstuk. We presenteren onze benadering en methode in de vorm van een stappenplan waarin we onze werkwijze chronologisch beschrijven en onze keuzes en motivaties voor iedere stap verklaren Voorgeschiedenis van het onderzoek (A. De Beukelaer) In het academiejaar begon de vakgroep Afrikaanse talen en culturen van de Universiteit Gent onder leiding van Prof. Dr. Ing. Gilles-Maurice De Schryver aan een corpusverzameling van het Lingála. De syllabus Lingála van Prof. Dr. Michael Meeuwis werd in het corpus opgenomen en er werd ook op het internet gezocht naar teksten in het Lingála. Op basis daarvan kwam er een eerste aanzet tot het maken van een woordenboek. Dit Worddocument bestond uit een beperkte woordenlijst van 'a' tot 'z', bestaande uit ongeveer 900 Lingála 51

68 lemma's. Op 14 januari 2008 werd een print van deze lijst meegegeven met Lambert Phuati, de praktijkassistent Lingála. Lambert kreeg de opdracht de woorden te schrappen die niet reëel in Kinshasa gebruikt worden, bijvoorbeeld woorden die enkel gebruikt worden in de streek van Mankanza, Lisala, Libanda of ergens anders. De overblijvende woorden moest hij nakijken en verbeteren waar nodig op vlak van tonen, schrijfwijze (bijvoorbeeld i of y, u of w, u of o), woordsoort en vertaling. Op 15 december 2009 werden de wijzigingen die door Lambert aangebracht werden, in het Word-document ingevoerd. Een print van de aangepaste versie werd opnieuw naar Lambert gestuurd met de opdracht nog eens na te kijken of de tonen en vertalingen correct waren, of er nog steeds woorden instonden die niet in Kinshasa gebruikt werden (en deze bijgevolg te elimineren) en om nieuwe woorden toe te voegen indien mogelijk. Op 11 januari 2011 werden de wijzigingen die Lambert aanbracht bij de tweede herziening, opnieuw ingebracht in het Word-document. Het resultaat daarvan was het document met de naam 'Lingála Nederlands doc'. In deze fase stapten A. Dhaenens en ik in het project. In september 2011 klopten we aan bij Prof. Meeuwis tijdens onze zoektocht naar een onderwerp voor onze bachelorpaper. Hij stelde ons voor om verder te werken aan dit woordenboek, waartoe de aanzet al gegeven was. Ons werk zou zijn om uit het woordenboek 'Dictionnaire Lingála: Dictionnaire Lingála-français, français- Lingála. Maloba ma lokóta' van René Van Everbroeck (1985) de woorden te selecteren die nu nog effectief gebruikt worden in Kinshasa, deze typografisch volledig te herwerken (op vlak van klinkers, medeklinkers en toontekens), de woordsoorten en naamwoordklassen aan te geven en woorden te schrappen volgens de regels die we in sectie 3.2. zullen bespreken. De door ons aldus herwerkte versie moest vervolgens ingevoerd worden in de lexicografische software TshwaneLex van Prof. De Schryver. Ook het document dat in 2011 verkregen werd, werd ingevoerd in deze software. Het uiteindelijke doel is het maken van een praktisch zakwoordenboekje voor studenten, omdat dit niet voorhanden is. 52

69 Voor onze bachelorpaper, die in deze thesis de tweede sectie van hoofdstuk twee uitmaakt, onderzochten we de geschiedenis van de lexicografie van het Lingála. Hiervoor zochten we zoveel mogelijk (tot 2012) verschenen Lingála woordenboeken op en probeerden we deze ook te bemachtigen. Dhaenens en ik analyseerden de inleidingen en de voorwoorden van alle woordenboeken die we bemachtigd hadden. Op die manier probeerden we de motieven van de auteurs voor het ontwerpen van het woordenboek te achterhalen. We bekeken ook welke beslissingen de auteurs genomen hadden, bijvoorbeeld voor welke variant van het Lingála ze gekozen hadden en welke schrijfwijze ze hanteerden. Tot slot onderzochten we welke impact deze woordenboeken hadden op de ontwikkeling van het Lingála zoals we het vandaag kennen. Er is nog een tweede element in de voorgeschiedenis verbonden aan deze masterproef. In het academiejaar ondernam Pieter Vangenechten, student Afrikaanse Talen en Culturen, in zijn masterproef al een eerste poging tot de ontwikkeling van een Lingála-Nederlands woordenboek. Zijn doelstelling kwam overeen met die van ons, namelijk de ontwikkeling van een learner's dictionary. Ook hij maakte de keuze om met het Lingála van Kinshasa te werken en dit om dezelfde redenen als de onze. Hij koos eveneens voor een woordenboek in de beide richtingen, dus zowel Lingála-Nederlands als Nederlands-Lingála. Als reden voor de ontwikkeling van dit woordenboek gaf ook hij aan dat er nood aan is, zeker voor de studenten Lingála aan de Universiteit Gent. Nog een overeenkomst is de keuze in schrijfwijze, waarbij hij eveneens koos voor de schrijfwijze die het dichtst aanleunt bij de fonologie van Kinshasa. We kunnen stellen dat onze doelstelling en enkele praktische keuzes overeenstemmen met die van Vangenechten. Het grote verschil is echter de werkwijze. Vangenechten maakte de keuze om op basis van een corpus te werken. Hij moest echter eerst zelf een corpus samenstellen vermits er geen corpus voor het Lingála voorhanden was. Daarbij werd hij geconfronteerd met drie problemen, namelijk de soorten teksten, het beperkte aantal teksten te vinden op het internet en het gebrek aan een standaard spelling. Het eerste probleem dat hij aanhaalt in zijn masterproef is een gebrek aan geschreven bronnen en een overvloed aan religieuze teksten. Dit tweede punt vormt een probleem omdat in een corpusverzameling de diverse soorten teksten gelijkwaardig verdeeld moeten zijn. Het tweede probleem dat hij aanhaalde is het feit dat het samenstellen van een corpus enorm tijdrovend is, aangezien alle teksten in boek- of bladvorm één voor één moeten ingescand en verbeterd worden. 53

70 Dit geldt zeker voor een taal als het Lingála, waarvan er slechts een beperkt aantal teksten op het internet te vinden is. Een derde probleem hierbij is dat er geen standaard spelling bestaat voor het Lingála, waardoor er veel verschillende schrijfwijzen voorkomen op het internet. Uit het corpus dat hij samenstelde, haalde hij een frequentielijst, die er voor zou zorgen dat enkel de meest gebruikte termen in het learner's dictionary zouden terechtkomen. Na het maken van een basiswoordenlijst, zette hij deze woorden om in een gelemmatiseerde woordenlijst. Hierbij nam hij alle toontekens weg, met de bedoeling ze later correct terug te plaatsen, waarbij dan enkel de hoge, stijgende en dalende toontekens aangeduid zouden worden. Hij verwijderde ook de prenasalisaties bij stemloze plosieven en alveolaire fricatieven, aangezien die niet gebruikt worden in het Lingála van Kinshasa. Hierbij maakte hij echter twee belangrijke fouten. Ten eerste verwijderde hij ook de prenasalisaties voor de /z/, wat een stemhebbende alveolaire fricatief is. Ten tweede alfabetiseerde hij enkel de drie laatste kolommen van zijn Excel-bestand in plaats van alle kolommen, waardoor het niet meer duidelijk was welke frequentie bij welk woord hoorde. Hij veranderde ook de meervouden in enkelvouden en de werkwoorden in stammen, eventueel met een extensie. Bij het lemmatiseren gebruikte hij het woordenboek van Van Everbroeck uit 1985 als referentiewoordenboek. Uiteindelijk kwam hij tot een definitieve lijst van ongeveer 2050 woorden, die hij vervolgens in het woordenboekprogramma TshwaneLex plaatste. Dhaenens en ik hebben eveneens gebruik gemaakt van TshwaneLex, waarover meer uitleg in sectie en De bedoeling was om in zijn woordenboek enkel het lemma, de woordsoort, de klasse en de vertaling op te nemen. Hierbij moesten de toontekens opnieuw worden toegevoegd. In zijn nawoord schreef Vangenechten dat zijn doelstelling te ambitieus was. Zijn uiteindelijke resultaat was een corpus van ongeveer woorden en een frequentielijst van ongeveer 2050 termen, waarvan slechts een deel in het woordenboekprogramma opgenomen was. Samenvattend kunnen we stellen dat er twee grote tekortkomingen zijn aan het werk van Vangenechten. Ten eerste maakte hij cruciale fouten bij het lemmatiseren van de frequentielijst. Ten tweede kwam hij niet tot de samenstelling van een woordenboek, of zelfs maar tot een basiswoordenlijst, wat toch zijn vooropgesteld doel was. We kunnen zijn werk zelfs geen aanzet tot een learner's dictionary noemen, aangezien zijn materiaal niet goed genoeg is om op verder te werken. Gezien deze belangrijke tekortkomingen in de masterproef van Vangenechten, hebben wij dan ook besloten om volledig opnieuw te beginnen. Bovendien zijn wij van mening dat de doelstelling 54

71 van Vangenechten op zich niet te ambitieus was, zoals hij zelf stelt, maar vooral de manier waarop hij te werk gegaan is. Een aanzet geven tot een praktische woordenlijst Lingála- Nederlands, Nederlands-Lingála is wel degelijk haalbaar in een éénjarige master, maar niet op basis van een corpus. Indien Vangenechten op een meer traditionele manier te werk gegaan was, had hij waarschijnlijk wel tot een aanzet gekomen waar wij hadden kunnen op verder werken. Dit zou echter een kleinere aanzet geweest zijn dan hetgeen wij bereikt hebben, aangezien Vangenechten er alleen voor stond. Daarom hebben Dhaenens en ik besloten om samen te werken en om een meer 'traditionele' werkmethode te hanteren. Deze werkwijze zullen we in het volgende deel uiteenzetten Werkwijze (A. Dhaenens) De werkwijze van ons onderzoek bestond uit zes grote stappen. De eerste twee stappen betroffen het herwerken van ten eerste de bestaande woordenlijst Lingála-Nederlands van Prof. Meeuwis en ten tweede het woordenboek 'Dictionnaire Lingála: Lingála-Français, Français-Lingála. Maloba ma lokóta' van René Van Everbroeck uit Stap drie hield in dat wij dit herwerkte woordenboek van Van Everbroeck overlopen hebben met een moedertaalspreker. Stap vier, vijf en zes hebben betrekking op het maken van onze woordenlijst. In subsectie bespreekt De Beukelaer hoe we praktisch te werk gegaan zijn bij het invoeren van de geselecteerde lemma s in de lexicografische software TLex en de verdere keuzes die hierbij gemaakt werden. In subsectie bespreken we hoe we de woordenlijst Lingála-Nederlands omkeerden naar een woordenlijst Nederlands-Lingála en welke stappen we ondernamen om deze Nederlandse woordenlijst zo volledig mogelijk te maken. In subsectie bespreekt De Beukelaer de laatste stap in de samenstelling van de praktische woordenlijst, namelijk het op punt stellen van de volledige woordenlijst Stap één: herwerken van de bestaande woordenlijst van Prof. Meeuwis (A. Dhaenens) Onze eerste stap op weg naar het samenstellen van onze praktische woordenlijst bestond eruit het document dat in 2011 opgesteld was door Prof. Meeuwis en Lambert ('Lingála Nederlands doc') te overlopen en te herwerken. Dit is een woordenlijst Lingála-Nederlands, 55

72 bestaande uit ongeveer 900 Lingála lemma s met een aanduiding van de woordcategorie, naamwoordklasse (wanneer het een nomen betrof) en het Nederlandse equivalent of de betekenis in het Nederlands. In de lijst werden enkelvoudige nomina opgenomen met prefix, werkwoorden werden enkel opgenomen in de vorm van de lexicale werkwoordstam, dus zonder prefixen. Werkwoorden met kernuitbreidingen werden ook opgenomen in de lijst, net als een aantal uitdrukkingen die bestaan uit combinaties. Uit deze lijst selecteerden wij de relevante woorden voor onze woordenlijst en pasten de lemma s zo nodig aan. De keuzes op basis waarvan we de selectie maakten, bespreek ik in het volgende deel Stap twee: herwerken van het woordenboek van René Van Everbroeck (A. Dhaenens) De tweede stap van ons onderzoek bestond uit het overlopen en herwerken van het woordenboek van Van Everbroeck uit De woordenlijst Lingála-Frans die wij gebruikten als bron bestaat uit ongeveer 7400 lemma s. In deze lijst staan de Lingála lemma s, de woordcategorie waartoe het lemma behoort, een aanduiding van de meervoudsvorm, de Franse equivalenten en voorbeeldzinnen. Het woordenboek van Van Everbroeck is een heel inclusief woordenboek waarin de verschillende regionale varianten van het Lingála vertegenwoordigd zijn en waarin veel woorden opgenomen zijn die gevormd worden volgens productieve grammaticale processen. Het overlopen en herwerken van het woordenboek gebeurde op dezelfde manier en volgens dezelfde methodes als het herwerken van het document 'Lingála Nederlands '. De methodes die we hanteerden voor de selectie van woorden bespreek ik uitgebreid in dit deel. Wij hebben ervoor gekozen om de praktische woordenlijst beperkt te houden en puur lexicaal. Voorafgaand aan de praktische woordenlijst zullen wij een korte grammaticale schets geven met enkele belangrijke morfologische kenmerken van het Lingála. Deze grammaticale schets is enkel bedoeld om het gebruik van de woordenlijst te vergemakkelijken en niet om een wetenschappelijke beschrijving te geven van de grammatica van het Lingála. Zoals bij ieder woordenboek wordt de gebruiker geacht al een zekere grammaticale kennis van de taal te hebben (Van Wyk 1995: 82). Alle woordvormen die volgens ons eerder tot het domein van de grammatica behoren of lexicale afleidingen die door vaste grammaticale processen gevormd worden en daardoor een voorspelbare betekenis hebben, zijn geschrapt uit het document 'Lingála 56

73 Nederlands '. De grammaticale info die nodig is om de woordenlijst te kunnen gebruiken, is samengebracht in een grammaticale schets die aan de woordenlijst voorafgaat. Sublexicale elementen zoals naamwoordprefixen, subject- en objectmarkeerders zijn niet opgenomen in de woordenlijst. Deze elementen zijn productief in woordvormingsprocessen, maar vormen geen woorden op zich. Om deze reden zijn ze niet geselecteerd voor de woordenlijst. In de grammaticale schets die de woordenlijst voorafgaat, zal de gebruiker de prefixen wel terugvinden. Onze grootste groep lemma s bestaat uiteraard uit nomina en werkwoorden. Ik zal de keuzes die we maakten met betrekking tot deze categorieën hieronder verder uitwerken Nomina (A. Dhaenens) De grootste groep lemma's in onze woordenlijst zijn nomina. De lijst van nomina wouden wij zo volledig mogelijk houden, maar om overbodigheid te voorkomen, maakten wij wel een selectie van de nomina uit het woordenboek van Van Everbroeck en het document 'Lingála Nederlands '. De keuzes op basis van dewelke we deze selectie maakten, worden hieronder besproken. Niet enkel omtrent de selectie van woorden moesten er keuzes gemaakt worden. Andere belangrijke keuzes hadden betrekking op de vorm en de schrijfwijze waarin we de nomina opnamen. Lemmatisering van nomina (A. Dhaenens) We kozen ervoor om de nomina te lemmatiseren op woordbasis en niet op basis van de stam. De nomina worden dus opgenomen in hun volledige woordvorm, dit wil zeggen stam plus prefix. Bij de invoering van de nomina is er in onze woordenlijst vervolgens een één-op-één relatie tussen het woord en de lexicale ingave. Wij kozen voor de woordgebaseerde en niet voor de stamgebaseerde lemmatisering, aangezien deze methode het best aansloot bij het doel dat wij voor ogen hadden. De belangrijkste reden waarom wij voor deze methode kozen, is dat een woordgebaseerde lemmatisering voor nomina gebruiksvriendelijker is (Van Wyk 1995: 86, 88). De gebruiker kan het woord opzoeken in de volledige geschreven vorm en hoeft het prefix niet weg te denken om tot de stam te komen. 57

74 De lemmatisering van de nomina zou volgens de andere mogelijke methode ook op basis van de stam kunnen gebeuren, wat dan als voordeel heeft dat de lexicale relaties tussen verschillende woorden met dezelfde lexicale kern duidelijk worden (Van Wyk 1995: 85). In dat geval zouden woorden als moto = mens en bomoto = mensheid, allebei terug te vinden zijn onder het lemma -to, waardoor de lexicale relatie tussen de twee woorden duidelijk getoond wordt. Voor onze doelstelling zou dit niet echt een meerwaarde zijn. Volgens de auteurs Ziervogel en Mokgokong is de stammethode meer wetenschappelijk, maar Van Wyk beargumenteert in zijn artikel uit 1995 dat hier geen stevige bewijzen voor bestaan en dat de stammethode bovendien minder gebruiksvriendelijk is (Van Wyk 1995: 84-86). Lemmatisering op basis van de stam zou niet zorgen voor een beperkter aantal trefwoorden dan volgens de woordmethode; de combinaties van de stam met verschillende prefixen en de bijhorende betekenissen zouden dan apart ingegeven moeten worden en dus leiden tot evenveel trefwoorden (Van Wyk 1995: 87-88). Moto en bomoto zouden volgens de stammethode gelemmatiseerd worden als -to (mo-/ba-) = 'mens en -to (bo-/mo-) = 'mensheid en volgens de woordmethode als moto (1/2) = 'mens en bomoto (14) = 'mensheid, beiden zorgen bijgevolg voor twee lexicale trefwoorden. We maakten omwille van de hierboven besproken redenen gebruik van de woordvorm voor de lemmatisering van nomina in onze woordenlijst, zoals dat ook het geval was in de woordenlijst die door Prof. Meeuwis is opgesteld en in het woordenboek van Van Everbroeck. Wat de selectie en lemmatisering van enkelvouden en meervouden van nomina betreft, moesten we opnieuw een keuze maken. Het Lingála maakt gebruik van een klassensysteem van naamwoorden waarbij enkelvoud en meervoud aangeduid worden door prefixen. De naamwoordklassen vormen paren waarvan de oneven nummers de enkelvoudige vorm aangeven en de even nummers het overeenstemmende meervoud (Meeuwis 2010: 37). We kozen ervoor alleen enkelvoudige nomina te lemmatiseren om onze woordenlijst beperkt te houden. Het nadeel van een enkelvoudige lemmatisering van nomina is de vereiste dat de gebruiker op de hoogte moet zijn van de grammaticale regels van het Lingála (De Schryver & Prinsloo 1999: ). Vertrekkend van onze doelstelling - een praktische woordenlijst voor een Nederlandstalig publiek dat al een zekere grammaticale kennis heeft van het Lingála - is dit nadeel weinig relevant. Om deze reden vinden wij de keuze voor de lemmatisering van enkelvouden een geschikte keuze. De keuze zorgt voor een veel beperkter aantal lemma s wat een voordeel is bij ons doel, namelijk 58

75 een beperkte praktische woordenlijst. De gebruiker vindt in de woordenlijst het woord terug onder zijn enkelvoudige vorm en kan volgens de grammaticale regels het meervoud gemakkelijk afleiden. Om het gebruik van de woordenlijst gebruiksvriendelijk te maken, staat het naamwoordklassepaar vermeld bij het nomen, bijvoorbeeld ekoko nomen (7/8) = 'beeldhouwwerk en kan men de tabel van de naamwoordklassen terugvinden in de grammaticale schets voor de lijst. Bij naamwoorden die enkel in het meervoud voorkomen, wordt een uitzondering gemaakt. Deze naamwoorden worden in de meervoudsvorm opgenomen. Dit zijn bijvoorbeeld collectieven zoals: mabelé = aarde, klei, mabéle = melk, mafúta = olie. Deze woorden zijn nomina die allemaal tot klasse zes behoren en geen enkelvoud kennen. Meervouden van nomina die een andere betekenis krijgen dan het enkelvoud worden naast de enkelvoudsvorm ook in de meervoudsvorm opgenomen. Voor het lemmatiseren van nomina in onze woordenlijst baseren wij ons dus op de vorm van het enkelvoudige geschreven nomen, behalve voor nomina die enkel een meervoud kennen, daarvan wordt enkel de meervoudsvorm gelemmatiseerd. Leenwoorden (A. Dhaenens) Een volgende keuze bij het selecteren van de nomina, was het wel of niet opnemen van woorden die uit een andere taal afkomstig zijn. Wij kozen ervoor om leenwoorden op te nemen in onze woordenlijst, aangezien ze evengoed behoren tot het lexicon van het Lingála als woorden met een Lingála oorsprong. In onze woordenlijst willen wij enkel leenwoorden opnemen en geen code-switches (zie volgende alinea), het is daarom belangrijk om dit onderscheid te maken. Voor veel Lingála-sprekers die opgegroeid zijn in een stedelijke context geldt dat zij vanaf het begin een variant van het Lingála verwierven die sterk gekenmerkt werd door code-switching met het Frans. Het grootste deel van de gebruikte Franse woorden, zinnen of uitdrukkingen zijn niet geïntegreerd en vervangen in het algemeen de Lingála equivalenten niet (Meeuwis en Blommaert 1998: 84). Bij code-switching alterneert dezelfde spreker gedurende eenzelfde conversatie tussen verschillende linguïstische varianten. De linguïstische varianten kunnen verschillende talen, dialecten of stijlen binnen 59

76 dezelfde taal zijn (Myers-Scotton 1995: 1-2). De switch kan plaats vinden tussen zinnen, dit is intersententiële code-switching, of binnen zinnen, wat intrasententiële code-switching genoemd wordt (Myers-Scotton 2006: 203). Code-switching kan toegepast worden op zinnen, woorden of zelfs woorddelen (Spolsky 1998: 49). De term code-mixing wordt gebruikt voor de inbedding van affixen of woorden uit een andere linguïstische variant in eenzelfde zin (Bokamba 1989). De volgende zin is een voorbeeld van intrasententiële code-switching tussen Lingála en Frans: Esepelisi bango te. azwi bourse. et puis along, azwi, aréussir na chick. facteur ya jalousie eza na (yango wana) (Meeuwis & Blommaert 1998: 87). Bij code-switching van een enkel woord is het erg moeilijk om zijn status als code-switch of leenwoord te onderscheiden (Poplack et al. 1989: 392). Het algemene criterium voor het onderscheid tussen code-switching en ontlening is de graad van integratie van het woord in de ontvangende taal. Een compleet geïntegreerd woord wordt beschouwd als een leenwoord (Nortier & Schatz 1992: ). Uiteraard speelt de duur van het taalcontact tussen de twee talen mee in de aard en de graad van de integratie van het leenwoord (Nortier & Schatz 1992: 190). Het verschil tussen een leenwoord en een code-switch is met andere woorden de status die het woord heeft binnen het lexicon van de ontvangende taal. Een leenwoord is in tegenstelling tot een codeswitch eigendom van de taal. Een leenwoord is een terugkerend en wijdverspreid element in het taalgebruik. Leenwoorden zijn ook beschikbaar voor eentalige sprekers van de ontvangende taal en worden op dezelfde manier ontvangen als de rest van het lexicon van de ontvangende taal, het woord wordt dus niet als vreemd aangevoeld door de meerderheid van de moedertaalsprekers (Myers-Scotton & Ury 1977: 7). Om praktisch het onderscheid te maken tussen een leenwoord en een code-switch, kunnen we afgaan op verschillende indicatoren. De duidelijkste indicatie is wanneer het woord ingebed wordt in de grammatica van de gasttaal, de morfologische en fonologische kenmerken ervan opneemt en ingepast wordt in de syntactische structuur (Nortier & Schatz 1992: 189). Een voorbeeld van een fonologisch geïntegreerd leenwoord is het Franse woord boutique dat in het Lingála opgenomen is als butíki, het woord wordt afgestemd op de CV structuur (consonantvocaal) en tonologisch aangepast. In de eerste fase van ontlening zijn de woorden nog niet geïntegreerd, noch fonologisch noch morfologisch en kunnen we ze niet onderscheiden van codeswitches (Nortier & Schatz 1992: ). Er zijn eveneens leenwoorden die wel al volledig 60

77 behoren tot het lexicon, maar toch niet fonologisch geïntegreerd zijn of waarbij dit aan de oppervlaktestructuur niet zichtbaar is. Dit is het geval wanneer het woord patronen bevat die niet vreemd zijn aan de ontvangende taal (Winter-Froemel 2008: 157). Door interlinguïstisch toeval kan het leenwoord al corresponderen met de patronen van de gasttaal en valt het criterium van fonologische integratie weg (Poplack 1988: 220). Het Franse woord bébé bijvoorbeeld heeft al een CV structuur, wat de canonieke syllabestructuur is in het Lingála, waardoor het woord onveranderd opgenomen kan worden in het Lingála lexicon (Meeuwis 2010: 32). Wanneer de indicatie van fonologische integratie wegvalt, keken wij voor de selectie voor onze woordenlijst naar andere kenmerken van leenwoorden om het onderscheid met code-switches te maken. Zo keken wij of het woord van vreemde afkomst de functie invulde die een leenwoord normaal in een taal heeft. Een voorbeeld van een leenwoord waarbij de fonologische integratie niet zichtbaar is en waarbij we ons moesten baseren op de functie van het woord is taxi. Het Lingála woord taxi heeft dezelfde morfofonologie als het woord in het Frans, maar het is wel een voorbeeld van een veelgebruikt woord in het Lingála dat een lexical gap in de taal invult. Woorden worden voornamelijk ontleend uit een andere taal wanneer de gasttaal zelf geen woord heeft voor een bepaald object of concept. Leenwoorden in een taal vullen met andere woorden vaak een lexical gap in. Een lexical gap ontstaat wanneer het lexicon geen benaming heeft voor een nieuw cultureel item of wanneer een concept niet gelexicaliseerd is in de doeltaal (Augustín Llach 2010: ; Myers-Scotton & Okeju 1973: 871). Voorbeelden van zulke leenwoorden in het Lingála zijn efimiéle, afkomstig van het Franse woord infirmière, of limeló, gebaseerd op het Franse numéro. Deze twee woorden zijn ook voorbeelden van fonologisch geïntegreerde leenwoorden. Een leenwoord is dus niet enkel te onderscheiden van een code-switch door zijn fonologische integratie of enkel door de functie die het woord vervult in de taal. De indicatoren waarop wij ons baseren, kunnen zowel afzonderlijk als gelijktijdig terug te vinden zijn in een leenwoord. Lexicale ontleningen uit andere talen komen niet enkel tot uitvoering voor de benaming van cultureel nieuwe elementen, maar hebben vaak betrekking op concepten die al aanwezig zijn als actief lexicale items in de ontvangende taal (Myers-Scotton & Okeju 1973: 883). We kunnen dan spreken van een verdringing van het eigen woord van de taal door het leenwoord. Deze verdringing kan volledig zijn of enkel betrekking hebben op een deelbetekenis van het eigen 61

78 woord. Zo zien we dat in het Lingála het woord elílí dat foto, afbeelding of prent betekent voor de betekenis van foto verdrongen wordt door het uit het Frans afkomstige woord fotó. Samengevat kunnen we drie indicatoren onderscheiden om leenwoorden te omschrijven. Deze kunnen samen optreden maar we kunnen een leenwoord ook definiëren op basis van één van deze kenmerken. De duidelijkste indicator voor de status van het woord als eigendom van de taal is morfofonologische integratie. Daarnaast is het opvullen van een lexical gap een tweede indicator en het volledig of gedeeltelijk verdringen van een eigen woord, een derde. Wij baseerden ons op deze drie criteria om woorden met een andere oorsprong als leenwoord te categoriseren en te selecteren voor onze woordenlijst en code-switches uit te sluiten. Multilexicale items (A. Dhaenens) Multilexicale items zijn lexicale items die bestaan uit meerdere woorden, zoals woordgroepen, samenstellingen, uitdrukkingen enzovoort (Gouws 1991: 114). Ons eerste idee was om deze multilexicale items niet op te nemen in onze woordenlijst, om deze laatste zo beperkt mogelijk te kunnen houden. Veel lexicale elementen die in het Nederlands bestaan uit één woord, worden in het Lingála gevormd door de kwalificatie van een nomen. Kwalificatie in het Lingála gebeurt niet altijd door middel van een adjectief, verschillende woordcategorieën kunnen het nomen kwalificeren. Adjectieven volgen, wanneer attributief gebruikt, het nomen onmiddellijk zonder de verbinding via een connectief. Een voorbeeld is de Lingála vertaling van iets wat elóko mókó wordt, letterlijk ding één Voor andere categorieën, zoals bijwoorden, infinitieven en nomina, moet er een connectief gebruikt worden (Meeuwis 2010: 71). Een voorbeeld is meisje, dat in het Lingála omschreven wordt als kind van vrouw, mwána ya mwási. De kwalificatie van nomina is een grammaticaal proces en om deze reden stelden wij aanvankelijk dat we deze multilexicale elementen niet zouden opnemen in onze lijst. Bij het overlopen van de eerder vermelde woordenlijst van Prof. Meeuwis, merkten we dat bij het weglaten van multilexicale elementen uit het Lingála en aantal frequent gebruikte woorden in het Nederlands niet zouden worden opgenomen in de lijst Nederlands-Lingála. Uitgaande vanuit ons eerste keuze, zouden woorden als meisje (mwána ya mwásí) en jongen (mwána ya mobáli) weggelaten worden, aangezien zij in het Lingála multilexicale elementen zijn. Om deze reden 62

79 besloten we toch een selectie van multilexicale elementen op te nemen in de praktische woordenlijst. Vervolgens stelde zich het probleem van de selectie: welke samenstellingen wilden we opnemen en welke niet? Onze eerste doelstelling was namelijk om onze lijst beperkt te houden en geen overbodige lexicale elementen op te nemen. Het idee was dat we uitdrukkingen of woordgroepen die gevormd worden via een grammaticaal proces dat een voorspelbare betekenis genereert, niet in de woordenlijst zouden invoegen. Daar staat tegenover dat we in zowel de lijst Lingála- Nederlands als de lijst Nederlands-Lingála een zo volledig mogelijke reeks wilden van de nomina. We kozen er nadien voor om een selectie te maken van multilexicale elementen uit het Lingála, op basis van onze doelgroep. Multilexicale elementen waarvan het Nederlandse equivalent niet mag ontbreken in de lijst Nederlands-Lingála werden wel opgenomen, andere multilexicale elementen niet. Een volgende uitdaging bestond erin te bepalen op welke wijze we deze elementen gingen opnemen in onze lijst, in de macrostructuur en dus als volledige lemmata, of in de microstructuur van het hoofdnomen. Deze kwestie wordt verder beschreven in sectie 3.4. van onze thesis waarin we de stap invoeren in TshwaneLex behandelen. Afgeleide nomina (A. Dhaenens) Nomina kunnen in het Lingála van andere nomina afgeleid worden of van werkwoordstammen (Meeuwis 2010: 50-53). Nominale derivatie van nomina gebeurt via het vormen van samenstellingen. 4 Deverbatieve derivatie, het afleiden van nomina van werkwoordstammen, gebeurt via affixatie. Deverbatieve derivatie is een grammaticaal proces, waarbij de betekenis vaak voorspelbaar is. Woorden zoals molobi, wat spreker betekent, en liloba, wat woord betekent, zijn beide afgeleid van de werkwoordstam -lob- = 'spreken'. De deverbatieven worden gevormd door het toevoegen van een naamwoordprefix en een eindklinker. Uitgaande van deze redenering zouden we deverbatieven met een voorspelbare betekenis kunnen uitsluiten van onze woordenlijst. We kozen er echter voor om nominale deverbatieven toch op te nemen om onze lijst van nomina, die het belangrijkste deel zal vormen van onze woordenlijst, zo volledig mogelijk te houden. Deverbatieven zoals molobi en liloba hebben een voorspelbare betekenis maar mogen niettemin niet ontbreken in onze lijst, daar dit woorden zijn die ook in het 4 Onze benadering van samenstellingen heb ik besproken in de vorige subsectie over multilexicale elementen. 63

80 Nederlands frequent gebruikt worden. Bij het overlopen van de woordenlijst van Prof. Meeuwis hebben we alle deverbatieven opgenomen, bij het overlopen van het woordenboek van Van Everbroeck stootten we echter op heel wat deverbatieven die geen unilexicaal Nederlands equivalent hebben. Uit het woordenboek van Van Everbroeck hebben we de deverbatieven geselecteerd op basis van onze doelgroep om de woordenlijst beperkt te houden. De deverbatieven die een frequent gebruikt Nederlands equivalent hebben, zijn door ons opgenomen in onze woordenlijst, andere deverbatieven niet. Onder de geselecteerde deverbatieven bevinden zich ook deverbatieven van werkwoorden met kernuitbreidingen. Deze werden allemaal opgenomen, ook wanneer het werkwoord met een extensie zelf niet opgenomen werd. Onze benadering met betrekking tot werkwoorden met kernuitbreidingen wordt in het deel besproken waarin ik de keuzes met betrekking tot werkwoorden behandel. Synoniemen (A. Dhaenens) Aanvankelijk wilden wij voor synoniemen enkel de meest gebruikte variant opnemen. Bij het overlopen van de synoniemen in de woordenlijst van Prof. Meeuwis en het woordenboek van Van Everbroeck stelden wij al snel vast dat het niet zo gemakkelijk te concluderen is welke van de synoniemen het frequentst gebruikt wordt. Zelfs bij het voorleggen aan een moedertaalspreker bleek dit niet altijd eenvoudig. Daarnaast bevatten de betekenissen van synoniemen soms kleine contextuele nuances, of heeft één van de woorden nog andere betekenissen waardoor de twee woorden niet volledig overlappen; absolute synoniemen komen dan ook slechts zelden voor (Louw 1998: 173). Vanwege deze moeilijkheden, gedeeltelijke synonymie en het frequentieprobleem, kozen we ervoor alle synoniemen op te nemen op een gelijkwaardige manier. Zowel famí bijvoorbeeld, wat gezin en familie betekent, als libótá, wat eveneens gezin en familie betekent, zijn als lemma's terug te vinden in onze woordenlijst, met een verwijzing naar elkaar. De lemmatisering van synoniemen wordt meer in detail besproken in de subsectie over TshwaneLex. 64

81 Werkwoorden (A. Dhaenens) Naast de nomina maken werkwoorden een groot deel uit van de praktische woordenlijst die wij samenstelden. Ook voor deze woordengroep moesten keuzes gemaakt worden in verband met de selectie ervan en de vorm waarin we ze opnamen. Zoals in het vorige deel over de nomina bespreek ik als eerste de lemmatisering van de werkwoorden en ga daarna in op welke werkwoorden wel en niet opgenomen zijn. Lemmatisering van werkwoorden (A. Dhaenens) Voor de lemmatisering van werkwoorden kozen we in tegenstelling tot bij de nomina voor een stamgebaseerde methode. Werkwoorden zijn in onze woordenlijst terug te vinden als -loba = spreken, of -linga = houden van. We vinden deze methode voor het lemmatiseren van werkwoorden overzichtelijker en gebruiksvriendelijker dan de woordmethode waarbij de werkwoorden als nalobi = ik spreek, olobi = jij spreekt, alobi= hij spreekt, enz. opgenomen zouden worden. Wanneer we net zoals voor de nomina voor een woordgebaseerde methode zouden geopteerd hebben, zou iedere combinatie van een werkwoordstam met alle mogelijke affixen apart ingevoerd moeten worden, wat zou leiden tot een massa trefwoorden per werkwoordstam. De stammethode biedt voor het invoeren van werkwoorden een betere optie, namelijk enkel de werkwoordstam invoegen voorafgegaan door een koppelteken. De gebruiker van de woordenlijst wordt dan verwacht zelf de nodige prefixen te combineren met de werkwoordstam. De gebruiker moet bij het gebruik van de stammethode op de hoogte zijn van de morfofonologie van het werkwoord (Van Wyk 1995: 84-85). Voor onze doelgroep zou deze vereiste geen problemen mogen geven. We maakten gebruik van verschillende methodes voor nomina en werkwoorden aangezien de aard van het nominaal prefix in grote mate verschilt van dat van het werkwoord. Het naamwoordprefix is niet zo mobiel en veranderlijk als een werkwoordprefix. Een naamwoordstam heeft een vast prefix voor de enkelvoud- en meervoudsvorm en kan niet zomaar met andere naamwoordprefixen gecombineerd worden. Een werkwoordstam kan gecombineerd worden met verschillende prefixen, zoals subjectmarkeerders en objectmarkeerders. Er zijn bij een werkwoord bijgevolg veel meer mogelijke combinaties wat tot 65

82 een groter aantal trefwoorden zou leiden. Als extra reden vonden wij het ook overzichtelijker als de woorden gealfabetiseerd werden op basis van de eerste letter van de stam. In Europese talen worden de werkwoorden standaard gelemmatiseerd in hun infinitief, spreken, houden van. Voor Lingála werkwoorden zou dit geen goede optie zijn, gelet op het feit dat de infinitief in het Lingála gevormd wordt door toevoeging van het prefix ko-, waardoor alle werkwoorden vervolgens alfabetisch onder dezelfde letter zouden staan. De stammethode is ook degene die zowel in het woordenboek van Van Everbroeck gebruikt werd als in de woordenlijst van Prof. Meeuwis. Ook voor onze woordenlijst vonden wij deze manier de meest geschikte. Kernuitbreidingen (A. Dhaenens) Werkwoorden kunnen in het Lingála afgeleid worden van andere werkwoorden, ofwel door stamreduplicatie ofwel door kernuitbreidingen. Bij stamreduplicatie wordt de volledige stam van het werkwoord verdubbeld. Reduplicatie drukt herhaling van de handeling uit (Meeuwis 2010: 143). Kernuitbreidingen zijn gebonden morfemen die direct op de werkwoordskern volgen en het grammaticale en/of semantische bereik van het werkwoord uitbreiden (Meeuwis 2010: 147). Het Lingála kent vier productieve kernuitbreidingen (applicatief -el-, causatief -is-, wederkerend -an- en passief -am-) en vier niet productief gebruikte kernuitbreidingen (-ol-, -uk-, -w-, -al-) die enkel in gelexicaliseerde werkwoordstammen voorkomen (Meeuwis 2010: 147). Door het productieve karakter van de kernuitbreidingen kunnen er per werkwoordstam een groot aantal afgeleide betekenissen gegenereerd worden, wat een gekend probleem vormt voor de lexicograaf (Mochiwa 2007: 116). Opnieuw moesten wij een selectie maken om ons woordenboek beperkt en gebruiksvriendelijk te houden. Zowel in de bestaande woordenlijst van Prof. Meeuwis als in het woordenboek van Van Everbroeck waren verschillende werkwoorden met kernuitbreidingen opgenomen. Om dit aantal op een consequente manier te beperken, maakten wij gebruik van het voorspelbaarheidscriterium (Chabata 1998). Het voorspelbaarheidscriterium schrijft voor dat wanneer de betekenis van een afgeleide woordvorm gemakkelijk teruggebracht kan worden tot de betekenis van de basisvorm, de betekenis voorspelbaar is en dus niet in het woordenboek opgenomen moet worden (Chabata 66

83 1998: 142). Werkwoorden met een kernuitbreiding of een stamreduplicatie die zowel qua vorm als betekenis regelmatig en dus voorspelbaar zijn, werden door ons dus niet opgenomen in de woordenlijst. Het werkwoord -bátela betekent 'beschermen'. Wanneer de werkwoordskern uitgebreid wordt met de kernuitbreiding die de passiefbetekenis genereert (-am-), krijgen we -bátelama wat 'beschermd worden' betekent. De afgeleide betekenis is voorspelbaar en wordt bijgevolg niet opgenomen in de woordenlijst. Het voorspelbaarheidsprincipe stelde ons natuurlijk niet in staat zomaar alle afgeleide werkwoorden te schrappen. Veel afgeleide werkwoorden werden individueel besproken voor er beslist werd. De voorspelbaarheid van de betekenissen van afgeleide werkwoorden geldt niet voor alle gevallen. Er zijn casussen waarbij het afgeleide werkwoord een andere betekenis krijgt dan men zou verwachten volgens het regelmatige derivatieproces. Sommige werkwoorden hebben meerdere betekenissen die vaak niet allemaal voor de hand liggend zijn. Het werkwoord -bima betekent 'naar buiten gaan', wanneer het werkwoord de kernuitbreiding -is- krijgt (causatief), is de voor de hand liggende betekenis van -bimisa 'doen naar buiten gaan'. Deze betekenisverandering is voorspelbaar en zou volgens het voorspelbaarheidscriterium niet opgenomen moeten worden in de woordenlijst. Echter, als tweede betekenis heeft -bimisa 'ontslaan', 'aan de deur zetten'. Deze tweede betekenis is veel minder voorspelbaar en moet wel opgenomen worden in de woordenlijst. In deze gevallen hebben wij de werkwoordstammen met hun kernuitbreiding in de lijst opgenomen. Bij werkwoorden met een extensie of stamreduplicatie met meerdere betekenissen waarvan er één of meerdere niet voorspelbaar zijn, werden alle betekenissen opgenomen in de woordenlijst. In de woordenlijst is -bimisa terug te vinden met beide betekenissen (-bimisa = 1 'doen naar buiten gaan'; 2 'ontslaan', 'aan de deur zetten'). Sommige werkwoorden hebben een gelexicaliseerde kernuitbreiding. Bij deze werkwoorden is er geen basisvorm (meer) en kan de betekenis van de uitgebreide vorm dus niet teruggebracht worden tot de betekenis van de basisvorm (Meeuwis 2010: 149). Een voorbeeld hiervan is het werkwoord -bóndela = 'smeken'. De extensie -el- is gelexicaliseerd, de werkwoordskern zonder de extensie (-bónd-) bestaat niet (meer) in het Lingála. Werkwoordstammen met een gelexicaliseerde kernuitbreiding werden met hun extensie opgenomen in onze woordenlijst. Er is daarnaast nog een andere reden waarom we soms werkwoorden met een extensie en een voorspelbare betekenis toch opnamen. Wanneer het hoofdwerkwoord zonder extensies in het 67

84 Lingála niet gelijk was aan een infinitief in het Nederlands, namen we ook de vorm met extensie(s) op die wel gelijk stond aan een infinitief in het Nederlands. Het werkwoord -bika betekent bijvoorbeeld 'genezen zijn', 'gered zijn'. Wanneer men de causatief -is- toevoegt, krijgt men het werkwoord -bikisa, wat 'genezen', 'redden' betekent. Vanuit Lingála standpunt zouden we enkel het hoofdwerkwoord -bika opnemen, maar vanuit Nederlands standpunt zouden we net 'genezen' en 'redden' als lemma's zetten. Omwille van deze reden namen we beide werkwoorden op in onze woordenlijst. De werkwoorden werden op een andere manier gelemmatiseerd dan de nomina omdat dit ons geschikter leek. Op basis van het voorspelbaarheidscriterium maakten wij een selectie van werkwoordstammen met kernuitbreidingen: degene met een voorspelbare betekenis werden niet opgenomen in de woordenlijst, degene met een afwijkende betekenis of een gelexicaliseerde uitgebreide kern werden wel opgenomen Schrijfwijze (A. Dhaenens) Een andere keuze die wij moesten maken met betrekking tot de manier waarop we de woorden in onze woordenlijst opnamen, was de schrijfwijze. Voor dit hoofdstuk baseer ik mij op de sectie 2.5. uit A Grammatical Overview of Lingála van Meeuwis uit 2010 (Meeuwis 2010: 34-35). Er is voor het Lingála geen standaardspelling voorhanden, waardoor men een grote verscheidenheid ziet in de spelling. Allereerst kozen we ervoor om hoge tonen te markeren en lage tonen ongemarkeerd te laten, zoals dat ook het geval was in de woordenlijst van Prof. Meeuwis en het woordenboek van Van Everbroeck. Ook dalende tonen (hoog-laag) worden gemarkeerd. Naast de tonen zijn er veel orthografische varianten met betrekking tot de semivocalen. De palatale semivocaal wordt soms als <y> en soms als <i> geschreven wanneer hij gevolgd of voorafgegaan wordt door een medeklinker. Tussen twee vocalen wordt de palatale semivocaal als <y> geschreven, of door sommigen helemaal niet. In het woordenboek van Van Everbroeck werden de twee mogelijke spellingswijzen voor veel woorden opgenomen, bijvoorbeeld zowel mái als máyi voor water. Wij kozen ervoor om de palatale semivocaal altijd te schrijven en hiervoor gebruik te maken van de <y>. Ook voor de labiovelare semivocaal zijn er verschillende schrijfwijzen. Wanneer de semivocaal gevolgd of voorafgegaan wordt door een medeklinker, wordt er gealterneerd tussen <o>, <u> en <w>. Tussen twee klinkers wordt de semivocaal ofwel 68

85 als <w> geschreven, ofwel helemaal niet. Ook voor deze semivocaal kozen we ervoor om die in onze schrijfwijze altijd als <w> te schrijven. We schrijven in onze woordenlijst dus mwána ( kind ) en niet muána. Een andere kwestie in de orthografie is het wel of niet schrijven van een prenasaal voor stemloze medeklinkers aan het begin van een woord. Hoewel in het Kinshasa Lingála de prenasaal niet uitgesproken wordt, wordt deze door sommigen wel geschreven. Wij opteerden ervoor om deze niet te schrijven, aangezien we zo dicht mogelijk bij de gesproken variant willen blijven. We schrijven dus pási voor pijn en niet mpási. Wat de prenasalisering van stemhebbende medeklinkers aan het begin van een woord betreft, is er weinig discussie over het wel en niet schrijven van de prenasaal. Deze wordt in het Kinshasa Lingála altijd uitgesproken bij stemhebbende medeklinkers aan het begin van een woord en bijgevolg door de meesten ook geschreven. Occasioneel wordt de prenasaal gescheiden geschreven, maar wij kozen ervoor om de prenasaal aan het woord te schrijven. Het Lingála zoals het gesproken wordt in Kinshasa is een vijfklinkertaal, die fonologisch onderscheid maakt tussen i, e, a, o, en u. In de noordwestelijke delen van de DRC is het Lingála gekenmerkt door een zevenklinkersysteem. Sommige Lingála-sprekers uit Kinshasa gebruiken enkel e en o, anderen variëren vrij tussen e en ɛ en o en ɔ (Meeuwis 2010: 23). In het woordenboek van Van Everbroeck werd gebruik gemaakt van het zevenklinkersysteem. Wij kozen voor het gebruik van o en e waar Van Everbroeck ɔ en ɛ schreef. In het Kinshasa Lingála wordt de o vaak vervangen door de u. Dit gebeurt vooral bij de naamwoordprefixen mo- en lo- onder invloed van het Kikongo (Meeuwis 2010: 24). Zo kan bijvoorbeeld mondélé ( blanke ) ook als mundélé geschreven worden. In onze woordenlijst kiezen wij altijd voor het gebruik van o Stap drie: woordenboek van Van Everbroeck overlopen met Lambert (A. De Beukelaer) De derde stap in onze werkwijze bestond uit het overlopen van het woordenboek van Van 69

86 Everbroeck met onze informant Lambert Phuati. Hierbij was het de bedoeling dat Lambert de resterende lemma's bekeek en aanduidde of het woord (nu nog) gebruikt wordt in Kinshasa of niet. Bij een woord dat volgens Lambert niet of niet meer in Kinshasa gebruikt wordt, gaf hij soms aan welk woord dan wel gebruikt wordt voor die betekenis. In augustus 2012 begonnen Dhaenens en ik samen met Lambert de resterende lemma's te overlopen, maar omdat dat veel te traag ging, stelde Lambert voor om de aangeduide kopieën mee te nemen en zelf thuis te bekijken en aan te duiden. We gaven hem het eerste deel van het woordenboek mee (van pagina 1 tot en met 98), dat ik al had bekeken en herwerkt. We spraken af dat hij een 'v' zette voor een woord dat gebruikt wordt in Kinshasa, een 'x' voor een woord dat niet (meer) gebruikt wordt en een cirkel rond de toepasselijke synoniemen. Begin oktober zouden we dit eerste deel terugkrijgen en het tweede deel van het woordenboek (van pagina 99 tot en met 196) meegeven, dat Dhaenens ondertussen had herwerkt. Lambert was toen echter nog lang niet klaar en uiteindelijk ben ik tot en met 10 december papieren gaan halen bij hem. Dit zorgde voor enige vertraging bij het invoeren van de lemma's in het woordenboekprogramma TshwaneLex, vooral voor het deel van Dhaenens. Lambert Phuati emigreerde in oktober 1994 naar België en woont in Antwerpen, waar hij Nederlands/Vlaams heeft geleerd. Hij was 32 jaar toen hij naar België kwam. Hij is niet in Kinshasa geboren, maar wel daar opgevoed, namelijk in de gemeente Matete. Het grootste deel van zijn familie woont nu nog steeds in Matete. Hij zegt dat hij niet tot de Bangala behoort, maar tot de Bakongo, waardoor hij zowel in het Lingála als in het Kikongo werd opgevoed. Buitenshuis sprak Lambert steeds Lingála. Tegenwoordig communicert hij bijna elke dag nog met Lingála-sprekers, voornamelijk familie, die wel nog in Kinshasa wonen. Het Lingála van Kinshasa is volgens Lambert sinds 1994 veel veranderd op vlak van straatwoorden, maar hij noemt dat 'een ander soort Lingála'. Het 'normale' Lingála van Kinshasa, het Lingála dat wij in onze woordenlijst opgenomen hebben, heeft volgens Lambert sindsdien geen belangrijke veranderingen ondergaan. Zijn gezin is een tijdje na hem ook naar België geëmigreerd. Met hen spreekt hij zowel Nederlands als Frans en Lingála. Momenteel werkt Lambert als praktijkassistent Lingála aan de Universiteit Gent op de vakgroep Afrikaanse talen en culturen. Hij geeft les aan de studenten van de derde bachelor. Er zijn verschillende redenen waarom Lambert een geschikte informant is voor onze doelstelling. Eerst en vooral is het belangrijk te benadrukken dat Lambert niet onze bron van het Lingála is. 70

87 Lambert moest ons enkel helpen bij het aanpassen en actualiseren van een woordenboek dat al bestond. Het is dus niet zo dat de praktische woordenlijst een weerspiegeling van het taalgebruik van één persoon is, aangezien Lambert enkel een actualiserende functie uitoefende. Het zou natuurlijk beter zijn om meerdere informanten het woordenboek te laten nakijken en dan de visies van de verschillende informanten met elkaar te vergelijken, maar dit zou ons te ver geleid hebben en was niet haalbaar in een éénjarige master. Gezien de tijd die we tot onze beschikking hadden, was de keuze voor één informant een pragmatische beslissing. Verder zijn er drie belangrijke motiveringen voor Lambert als informant: 1) Doordat hij pas op 32-jarige leeftijd naar hier gekomen is, waren zijn belangrijkste vormingsjaren op vlak van taal al voorbij. Lambert is een volleerd spreker van het Lingála en doordat zijn emigratie naar België zich pas op latere leeftijd voordeed, zal dat ook niet meer veranderen. Deze stelling wordt ondersteund door wetenschappelijke onderzoeken over de 'Critical Period Hypothesis' (CPH). Volgens Pallier (2007: 155) heeft dit begrip twee verschillende betekenissen. Ten eerste verwijst het naar een empirische vaststelling die stelt dat mensen in de eerste jaren van hun leven efficiënter zijn op vlak van taalverwerving. Volgens de CPH is de leeftijd van taalverwerving dus een belangrijke factor voor de uiteindelijke vaardigheid in de taal: hoe later men start met het leren van een taal, hoe minder kans dat men er even vaardig in zal worden als een moedertaalspreker. De tweede betekenis van de CPH houdt in dat een leeftijdsgerelateerde afname in de neurale vormbaarheid de oorzaak is van stijgende moeilijkheden bij het leren van een taal. Volgens Pallier (2007) moeten de twee betekenissen van elkaar onderscheiden worden, omdat er volgens hem ook andere oorzaken kunnen zijn dan onomkeerbare neurale veranderingen. Los van het debat over de mogelijke oorzaken, zijn de meeste auteurs het er over eens dat het effect van leeftijd op taalverwerving onbetwistbaar is: hoe jonger je bent bij het leren van een taal, hoe groter de kans dat je er een bekwaam spreker van wordt (Pallier 2007; Gürsoy 2011). Naast leeftijd spelen er ook nog andere factoren mee, namelijk de duur van blootstelling aan de taal en hoe vaak men de taal gebruikt (Pallier 2007: 157; Gürsoy 2011: 760). Wanneer men vòòr de leeftijd van 10 jaar emigreert en een tweede taal aanleert, is de kans groot dat men de vaardigheid in de moedertaal verliest, aldus Pallier (2007: 160). Studies tonen aan dat deze afname in vaardigheid veel minder voorkomt bij volwassenen dan bij kinderen. Men trekt hier de grens rond de puberteit (Pallier 2007: 163). Aangezien 71

88 Lambert op jonge leeftijd Lingála leerde als moedertaal (samen met het Kikongo), langdurig werd blootgesteld aan de taal en het Lingála, nu hij in België is, nog heel frequent gebruikt, is hij zeker een vaardig spreker van het Lingála. Het feit dat hij al 18 jaar in Antwerpen woont, doet dus geen afbreuk aan zijn bekwaamheid als informant. 2) Door zijn frequente contacten met mensen in Kinshasa heeft hij genoeg voeling met hedendaagse evoluties van het Lingála in Kinshasa. 3) Hij bevindt zich zeker in het Lingála van de diaspora en uit onderzoek weten we dat dit rechtstreeks congruent is met het Lingála van Kinshasa. Meeuwis (1997) onderzocht in zijn doctoraatswerk 'Constructing sociolinguistic consensus: A linguistic ethnography of the Zairian community in Antwerp, Belgium' het Lingála van de Congolese gemeenschap in Antwerpen en kwam tot de conclusie dat dit congruent is met het Lingála van Kinshasa. In 2002 schreef Meeuwis het artikel 'The sociolinguistics of Lingála as a diaspora lingua franca: Historical and language-ideological aspects', waarin hij stelt dat het Lingála de positie van lingua franca verworven heeft op vlak van informele communicatie in de diaspora, in tegenstelling tot de drie andere Congolese nationale talen, namelijk Kikongo, Kiswahili en Ciluba (de redenen hiervoor staan uitgelegd in Meeuwis 2002). Bovendien is het steeds de variant van Kinshasa die gebruikt wordt voor intergroepcommunicatie. Het Lingála van Kinshasa wordt namelijk als neutraal beschouwd omdat deze variant van het Lingála niet verbonden wordt met een bepaalde groep of provincie in Congo (Meeuwis 2002: 41-43). Het Lingála van Kinshasa staat bijgevolg symbool voor de Congolese identiteit in het algemeen (Meeuwis 2002: 38-40). Vigouroux (2008b) deed onderzoek naar de Congolese migratie naar Zuid-Afrika en stelt dat het Lingála in Zuid-Afrika het Lingála van Kinshasa is. De congruentie met het Lingála van Kinshasa is dus een algemene regel die voor de hele Congolese diaspora geldt en niet alleen voor de diaspora die zich in Europa bevindt. Ook Büscher et al. (2013), Maenhaut (2007), Meeuwis (2002) en Storme (2004) kwamen in hun studies tot gelijkaardige conclusies. Gezien deze drie belangrijke motiveringen kunnen we stellen dat Lambert een geschikte informant vormt voor onze doelstelling, namelijk een aanzet geven tot een praktische woordenlijst Lingála-Nederlands, Nederlands-Lingála en dit op basis van het woordenboek van Van Everbroeck uit 1985, herwerkt door Dhaenens en mezelf en geactualiseerd door onze informant Lambert. 72

89 Stap vier: lemma's invoeren in TshwaneLex (A. De Beukelaer) TshwaneLex (A. De Beukelaer) TshwaneLex (of TLex) is een gespecialiseerd softwareprogramma voor de samenstelling van woordenboeken. 5 Wij hebben de versie uit 2012 gebruikt. De naam 'Tshwane' komt van de Afrikaanse term voor Pretoria, de plaats waar de software ontwikkeld werd. De software zelf is volledig geïnternationaliseerd en kan gebruikt worden voor vrijwel elke taal in de wereld (Joffe & De Schryver 2012). Men kan er zowel eentalige als tweetalige woordenboeken mee maken. Dhaenens en ik kozen ervoor om een tweetalige woordenlijst te maken, dus in beide richtingen. Als men in TshwaneLex voor een tweetalig woordenboek kiest, wordt het scherm in twee helften gesplitst. Bij ons kwam dit neer op het volgende: de linkerhelft toonde de lijst Lingála- Nederlands en de rechterhelft toonde de lijst Nederlands-Lingála (aangezien we als Primary language Lingála invulden en als Target language Nederlands). Door Window/Expanded view (Ctrl+w) te selecteren, kan je op één helft van het woordenboek werken. Per helft zijn er vier belangrijke gebieden (Joffe & De Schryver 2012): 1) Het eerste gebied bestaat uit een lijst met alle lemma's die zich in het woordenboek bevinden. Om een ingevoerd lemma te zien of te bewerken, moet je op het desbetreffende lemma in de lijst klikken. Via het quick-search venster kan je een lemma snel terugvinden. 2) Het tweede gebied toont de boomstructuur van een lemma, die de hiërarchische structuur van het geselecteerde lemma weergeeft. Wanneer men rechtsklikt op een element in de boomstructuur, verschijnt een lijst met mogelijke opties die beschikbaar zijn voor dat element, bijvoorbeeld een extra betekenis toevoegen of een verwijzing naar een ander lemma plaatsen. 3) Het derde gebied bestaat uit zes tabbladen, F1 tot en met F6. De eerste twee tabbladen worden gebruikt om de eigenschappen van het geselecteerde lemma in te voeren. In F1 kan men volgende eigenschappen aanduiden: de woordsoort, de betekenis(sen) en eventuele nota's, combinaties of context gegevens. Wat dit allemaal inhoudt, wordt verderop in deze subsectie uitgelegd. F2 bestaat uit een eindige lijst van waarden, bij ons 5 Doorheen de thesis zullen wij verder TLex gebruiken in plaats van TshwaneLex. 73

90 waren dit de nominale klassen, waarin men de gepaste waarde(n) kan aanvinken. F3 is een zoekfunctie waarmee het volledige woordenboek kan doorzocht worden. F4 (Format) bepaalt hoe de lemma's worden weergegeven in de voorvertoning (het vierde gebied) en dus in het uiteindelijke woordenboek. F5 is een filter die gebruikt kan worden om slechts op een deel van het woordenboek te werken, bijvoorbeeld enkel op de lemma's die behoren tot klasse 5/6. Je kan er ook voor kiezen om enkel te werken op de lemma's die je zelf hebt ingevoerd, in mijn geval door 'A. De Beukelaer' aan te vinken. F6 geeft toegang tot corpora en was voor ons dus niet van toepassing. 4) Het vierde gebied is een voorvertoning van het eindresultaat. Het venster toont ook de kruisverwijzingen die vasthangen aan het geselecteerde lemma. In een tweetalig woordenboek worden deze vier gebieden getoond voor elke taal. Zowel de linker- als de rechterhelft bestaat dus uit deze vier gebieden. Door een van deze twee helften te selecteren, worden enkel de vier gebieden van de geselecteerde helft getoond. Dit ziet er bij mij als volgt uit (de nummers komen overeen met de zopas besproken gebieden): 74

91 Lingála-Nederlands: lemma's invoeren (A. De Beukelaer) In het begin stelde Prof. De Schryver enkel de mogelijkheden 'lemma', 'betekenis' en 'verwijzing' in. Dit betekent dat we aan een ingevoerd lemma een of meerdere betekenissen konden koppelen en dat we naar eventuele synoniemen konden verwijzen. We konden ook aanduiden tot welke woordsoort een lemma behoort en de naamwoorden konden we in een nominale klasse plaatsen. Als mogelijke woordsoorten voerde Prof. De Schryver op onze vraag in: nomen, bijwoord, werkwoord, veranderlijk adjectief, onveranderlijk adjectief, voorzetsel, persoonlijk voornaamwoord, telwoord, onbepaald voornaamwoord, vraagwoord, demonstratief, connectief en voegwoord. Voor de nominale klasse konden we kiezen uit klassenpaar 1/2, 3/4, 5/6, 7/8, 9/10, 11/6, 14 of 15. Dhaenens en ik lazen het begin van de TshwaneLex User Guide om ons op weg te helpen en gingen met het softwareprogramma aan de slag. We begonnen met de korte lijst van Prof. Meeuwis, waarvan Dhaenens pagina 1 tot en met 14 (A-M) invoerde en ik vanaf pagina 15 tot en met 26 (M-Z) voor mijn rekening nam. Bij de betekenis plaatsten we een komma tussen verwante betekenissen, terwijl we niet-verwante betekenissen aanduidden met behulp van cijfers: Wanneer een woord twee maal voorkwam, maar tot een verschillende woordsoort behoorde, namen we beide woorden op in de woordenlijst als lemma 1 en lemma 2 : Tijdens het invoeren stootten we al snel op enkele problemen. Bij het opnemen van de nominale klassen hadden we klasse 1a/2 voor verwantschapstermen over het hoofd gezien, bijvoorbeeld voor het lemma ndéko ('familielid'). We vroegen dus aan Prof. De Schryver om dit klassenpaar toe te voegen (aangezien we zelf geen toegang hadden tot de DTD of de woordenboekgrammatica). Ook vroegen we om alle klassen tevens in hun aparte vorm toe te voegen, dus bijvoorbeeld niet enkel klassenpaar 5/6, maar ook klasse 5 en klasse 6 apart. Dit was 75

92 noodzakelijk omdat sommige woorden nooit in het meervoud voorkomen, zoals Pótó ('Europa'), terwijl andere woorden enkel in het meervoud voorkomen, met name collectieven, zoals mafúta ('olie'). Bovendien moesten er enkele woordsoorten toegevoegd worden, namelijk 'anaforisch demonstratief' en 'partikel'. Ik had ook gemerkt in de voorvertoning dat sommige woordsoorten in hun volledige vorm stonden en sommige met hun afkorting aangeduid werden. Dit moest dus ook aangepast worden. Nadat al deze aanpassingen doorgevoerd waren, konden Dhaenens en ik de reeds ingevoerde lemma's op punt stellen. Wanneer we hiermee klaar waren, begonnen we aan het invoeren van de resterende lemma's uit het woordenboek van Van Everbroeck. Zoals reeds vermeld in subsectie nam ik pagina 1 tot en met 98 (A-L) van het woordenboek van Van Everbroeck voor mijn rekening en was pagina 99 tot en met 196 (L-Z) voor Dhaenens. Bij het invoeren kwamen er opnieuw enkele problemen naar voor. Dhaenens merkte op dat sommige woorden tot het klassenpaar 14/6 behoorden (bv. bololé: 'stommiteit', 'domheid'), dus moest dit klassenpaar toegevoegd worden aan de lijst met klasse mogelijkheden. Bovendien was het zo dat we tot hier toe slechts één klasse of klassenpaar bij een bepaald lemma konden aanduiden, maar ik merkte dat er in mijn deel woorden voorkwamen die tot verschillende klassen konden behoren. Het lemma mobangé ('oudere', 'ouderling', 'bejaarde') kan bijvoorbeeld zowel in klassenpaar 3/4 als in klassenpaar 1/2 voorkomen. De mogelijkheid moest dus bestaan om meerdere klassen aan te duiden bij één bepaald lemma. De lijst van nominale nomina werd dan van F1 naar F2 verplaatst, waardoor het vanaf nu mogelijk was om meerdere klassen aan te vinken, terwijl we voordien slechts één klasse of klassenpaar konden aanduiden. Dit bracht ons tot volgend lemma: Ook voegden we de woordsoort 'ander' toe voor lemma's die tot geen enkele van de genoemde woordsoorten behoren, bijvoorbeeld: Er vond nog een belangrijke aanpassing plaats. Tot hier toe hadden we alle woorden als aparte lemma's ingevoerd, ook als het ging om samenstellingen, zoals mwána ya mwási ('meisje'). Ik 76

93 had echter gemerkt dat de samenstelling en het hoofdwoord niet altijd onder elkaar stonden, aangezien er volgens de alfabetische rangschikking soms een ander woord tussen het hoofdwoord en de samenstelling kwam te staan. Dit was bijvoorbeeld het geval bij mokolo níni ('wanneer'): Omdat we van mening zijn dat de samenstelling onmiddellijk na het hoofdwoord moet komen, besloten we om het element 'combinatie' toe te voegen. Dit wil zeggen dat men aan het hoofdwoord een combinatie met dit hoofdwoord kan toevoegen. Zo komen we tot het volgende beeld: De reden dat we dit niet onmiddellijk op deze manier gedaan hebben, is dat het hoofdwoord soms ontbreekt. Bijvoorbeeld bij de samenstelling -bébana na moto ('in conflict gaan met iemand'), is het hoofdwerkwoord -bébana niet opgenomen in de woordenlijst, aangezien dit een werkwoord met extensie met een voorspelbare betekenis is. 6 Bij samenstellingen waarvan het hoofdwoord niet in de woordenlijst is opgenomen, hebben we besloten deze wel als apart lemma op te nemen: Bij sommige lemma's vonden Dhaenens en ik het nodig om een context aan de betekenis van het lemma toe te voegen, zodanig dat er geen verwarring zou kunnen ontstaan voor de gebruiker van de woordenlijst. Prof. De Schryver voegde dus het element 'context' toe aan de boomstructuur. Een woord waarbij context noodzakelijk is, is bijvoorbeeld líbenga: 'zak in kledingstuk'. Om te voorkomen dat bij het omkeren van de woordenlijst Lingála-Nederlands naar Nederlands-Lingála 'zak in kledingstuk' als een lemma naar voor komt, zetten we 'in kledingstuk' als context bij 'zak'. Dit ziet er als volgt uit: 77

94 Een laatste aanpassing bestond uit het toevoegen van het element 'nota voor de gebruiker'. Deze nota's komen zelden voor, maar zijn soms toch noodzakelijk opdat de gebruiker van de woordenlijst de term correct zou hanteren. Bij ebelé en bij míngi heb ik bijvoorbeeld volgende nota's opgenomen: Woordenlijst Lingála-Nederlands op punt stellen (A. De Beukelaer) Op het moment dat Dhaenens en ik klaar waren met het invoeren van het herwerkte en geactualiseerde woordenboek van Van Everbroeck in TLex, maakten we een afspraak met Prof. De Schryver om onze twee afzonderlijke delen samen te voegen oftewel te mergen. Dit hield in dat alle lemma's die enkel in mijn deel voorkwamen en alle lemma's die enkel in het deel van Dhaenens voorkwamen, werden samengevoegd. Hiernaast waren er ook nog een groot aantal lemma's die elkaar overlapten. Er lagen twee oorzaken aan de basis van deze overlappingen. Ten eerste was het zo dat één van ons beide soms een lemma had aangevuld dat in een vroegere fase door de andere was ingevoerd. Doordat we na het invoeren van de korte lijst van Prof. Meeuwis onze delen al eens hadden samengevoegd, kwam dit frequent voor. Een tweede reden dat er veel overlappingen waren, was dat we telkens de door Lambert als correct aangeduide synoniemen ook invoerden in TLex. Op die manier was het vaak zo dat één van ons een synoniem toevoegde, terwijl de andere hetzelfde woord als lemma invoerde, waardoor het woord in onze beide delen stond. Deze overlappingen hebben Dhaenens en ik samen met Prof. De Schryver manueel overlopen, waarbij we telkens keken welk lemma de beste inhoud had, waarna we dat lemma aan onze gemergde woordenlijst toevoegden. Nadat onze delen samengevoegd waren, was het onze taak om de resterende foutjes in de woordenlijst Lingála-Nederlands te corrigeren, alvorens we deze zouden omkeren naar een woordenlijst Nederlands-Lingála. Prof. De Schryver installeerde 6 Onze selectiecriteria werden uiteengezet in subsectie De lay-out van de woordenlijst werd later aangepast. 78

95 tevens een nieuwere versie van TLex, namelijk versie Ik zal nu de stappen overlopen die Dhaenens en ik samen met Prof. De Schryver hebben ondernomen om onze woordenlijst Lingála-Nederlands op punt te stellen. Door de filter bij F5 op nota's in te stellen, konden we zien bij welke lemma's nog een nota stond. Het gaat hier niet om nota's voor de gebruiker, maar om nota's die enkel de lexicografen kunnen zien. Bij geval van twijfel over de naamwoordelijke klasse, kan zo'n nota bijvoorbeeld zijn: naamwoordelijke klasse toevoegen. Op basis van deze nota's pasten we de lemma's aan waar nodig, waarna we de nota's verwijderden. Dhaenens en ik beslisten om bij combinaties geen woordcategorie toe te voegen, aangezien deze bijna altijd dezelfde is als die van het hoofdwoord en in andere gevallen de woordcategorie vaak moeilijk vast te stellen is. Vervolgens verwijderden we de aanwezige woordcategorieën bij combinaties, zodanig dat alle combinaties op dezelfde manier behandeld werden. Ik vroeg aan Prof. De Schryver om de mogelijkheid 'verwijzing' toe te voegen op het niveau van de combinaties. Tot hier toe was er op dit niveau enkel de mogelijkheid 'betekenis'. Bij de afzonderlijke betekenissen kon je wel verwijzingen plaatsen, maar niet bij de combinatie in het geheel. Op het vlak van de lay-out gebeurde er ook een aanpassing. Tijdens het invoeren had ik namelijk gemerkt dat verwijzingen ná de betekenis van het lemma werden geplaatst, terwijl ze bij combinaties vóór de betekenis stonden. Ik vroeg dus aan Prof. De Schryver om de verwijzingen bij combinaties eveneens na de betekenis te plaatsen. We krijgen dus: Wanneer men bij een combinatie een tilde (~) typt, herhaalt en onderlijnt TLex het hoofdwoord. Hierna voerden we in F3 een haakje in als zoekterm. Zo konden we, met het oog op onze toekomstige woordenlijst Nederlands-Lingála, de haakjes waar mogelijk verwijderen, door 79

96 bijvoorbeeld '(voet)bal' te vervangen door 'bal, voetbal'. Samen met Prof. De Schryver deden we een error check. Wanneer men op error check klikt, toont TLex potentiële fouten, bijvoorbeeld ontbrekende naamwoordelijke klassen, doodlopende verwijzingen en spaties die er niet horen te staan (redundant whitespace). Bij elke mogelijke fout staat het overeenkomstige aantal lemma's, waardoor men die gemakkelijk kan aanpassen. Nadat we samen met Prof. De Schryver al een heleboel fouten uit de woordenlijst Lingála- Nederlands hadden gehaald, stelden Dhaenens en ik de lijst verder op punt. We filterden via F5 op homographs om de lemma's die er dubbel in stonden, er uit te halen. Dit wil zeggen dat we alle woorden bekeken die op dezelfde manier gespeld worden. Aangezien het Lingála een toontaal is, zijn twee homografen met een verschillende toonstructuur vaak effectief twee verschillende woorden. Dhaenens en ik bekeken bij alle homografen of het echt om twee verschillende lemma's ging of om hetzelfde lemma dat tweemaal met een verschillend toonschema was ingegeven. Wanneer twee homografen een andere toonstructuur en een andere betekenis hadden, lieten we ze allebei staan in onze woordenlijst. In dat geval gaat het namelijk om twee verschillende lemma's. Een voorbeeld hiervan is: Indien twee homografen hetzelfde toonschema hadden, maar tot een andere woordcategorie behoorden, lieten we beide lemma's eveneens staan. Ook hier betreft het twee verschillende lemma's, bijvoorbeeld: Een ander voorbeeld hiervan is: Daarnaast gebeurde het dat twee homografen in feite slechts één lemma voorstelden, waarbij één van de twee homografen een foutief toonschema had. In dat geval zochten Dhaenens en ik het 80

97 lemma opnieuw op in Van Everbroeck en verwijderden we het lemma met het foutieve toonschema. Er zijn twee hoofdredenen voor de aanwezigheidvan deze foutieve toonschema's. Ten eerste waren de tonen in de korte lijst Lingála-Nederlands samengesteld door de vakgroep Afrikaanse talen en culturen niet altijd correct. Ten tweede voegde onze informant Lambert soms zelf synoniemen toe aan het woordenboek van Van Everbroeck, waarbij hij de toonschema's niet altijd correct weergaf. Dit komt doordat moedertaalsprekers van het Lingála de toonschema's zelden of nooit noteren. Dhaenens en ik doen dit wel, aangezien onze doelgroep in de eerste plaats studenten en geen moedertaalsprekers van het Lingála zijn. We kwamen bijvoorbeeld volgende homografen tegen, waarvan we het eerste lemma verwijderden: Dhaenens en ik maakten op vlak van de schrijfwijze de beslissing om altijd gebruik te maken van de semivocalen <y> en <w>. Zo schrijven we in onze woordenlijst bomoyi in plaats van bomoi. Om te controleren of we deze beslissing overal toegepast hadden, tikten we in F3 alle mogelijke klinkercombinaties met i (y) en o (w) in beide richtingen (bijvoorbeeld zowel ai als ia) en met alle mogelijke tooncombinaties (LL, HH, HL en LH) in. Waar nodig plaatsen we een semivocaal. Bij leenwoorden die fonologisch niet aangepast zijn aan het Lingála, plaatsten we geen semivocaal tussen opeenvolgende klinkers, bijvoorbeeld: We controleerden ook op mogelijke spelfouten door de translation equivalents te exporteren naar een tekstdocument, waarin we de Nederlandse spellingchecker activeerden. Wanneer we een fout zagen, pasten we dit aan in de TLex woordenlijst. Verder verbeterden Dhaenens en ik foutieve naamwoordelijke klassen en woordcategorieën. We verwijderden tevens de combinaties die nog als aparte lemma's in de woordenlijst stonden en plaatsen deze onder het hoofdwoord van de combinatie. Daarna controleerden we of alle verwijzingen correct waren en indien nodig voegden we nog verwijzingen toe. In onze woordenlijst hanteren we enkel de verwijzingen 'synoniem' en 'equivalent'. Deze laatste gebruiken we wanneer twee synoniemen direct onder elkaar in de woordenlijst staan. In dit geval zetten we bij het tweede lemma geen woordcategorie, geen naamwoordelijke klasse en geen betekenis, maar enkel de verwijzing 'equivalent' die naar het 81

98 bovenstaande lemma verwijst. Een voorbeeld: We keken na of alle dagen, maanden en telwoorden in de woordenlijst opgenomen waren. Blijkbaar stonden deze niet allemaal in onze bronnen, dus voegden we de ontbrekende lemma's toe. Verder probeerden we de equivalenten bij de betekenis van een lemma zo veel mogelijk tot één woord te beperken, aangezien deze zo in de meeste gevallen juiste lemma's vormden wanneer we de woordenlijst omkeerden naar Nederlands-Lingála. Niet alle vertalingsequivalenten vormden echter automatisch juiste lemma's. Sommigen, zoals werkwoordsvervoegingen of beschrijvingen, vereisten later nog gelemmatiseerd te worden. Wanneer een equivalent uit een woordgroep bestond, probeerden we een woord te vinden met dezelfde betekenis. Uiteraard is dit bij sommige woordgroepen onmogelijk, bijvoorbeeld bij: Tenslotte verwijderde ik de nog aanwezige prenasalisaties bij stemloze plosieven (p, t, k) en de stemloze alveolaire fricatief (s), aangezien die niet gehoord worden in het Lingála van Kinshasa. Zo schrijven wij bijvoorbeeld tína in plaats van ntína. Van Everbroeck schreef in zijn woordenboek de prenasalisaties voor stemloze medeklinkers wel en soms hadden wij deze verkeerdelijk overgenomen De uiteindelijke woordenlijst Lingála-Nederlands (A. De Beukelaer) Nadat Dhaenens en ik onze woordenlijst Lingála-Nederlands op deze wijze op punt gesteld hadden, kwamen we uit op een totaal van 1951 Lingála lemma's. Door de verdere aanpassingen die we hieronder zullen beschrijven, bestaat de uiteindelijke woordenlijst Lingála-Nederlands uit 1961 lemma's, 188 combinaties en 4574 equivalenten. Dit aantal lijkt aan de lage kant te zijn wanneer men weet dat het woordenboek 'Dictionnaire Lingála: Lingála-Français, Français- Lingála. Maloba ma lokóta' van Van Everbroeck, waarop we ons baseerden, naar schatting 7400 Lingála lemma's telt. Aan deze discrepantie liggen twee redenen ten grondslag. Ten eerste is het woordenboek van Van Everbroeck heel inclusief, en dit op verschillende vlakken, en ten tweede 82

99 waren wij veel strenger in de keuze van onze lemma's. Om te beginnen nam Van Everbroeck de woorden van alle varianten van het Lingála op in zijn woordenboek. Wanneer het lemma slechts gebruikt werd in één van deze varianten, gaf hij dit aan door na het lemma de eerste letter te plaatsen van de regio waarin de variant in kwestie gesproken wordt. Zo staat de B voor Brazzaville en bij uitbreiding de Republiek Congo, de K voor Kinshasa en omstreken, de L voor Lisalá, Lb voor Libanda, de M voor Mankanza en de U voor Uéle. Aangezien onze Lingála-woordenlijst enkel de variant van Kinshasa betreft, vielen er al een groot aantal lemma's weg. Een ander gebied waarop het woordenboek van Van Everbroeck heel inclusief is, is dat van de kernuitbreidingen. Zo vind je in het woordenboek van Van Everbroeck niet alleen het hoofdwerkwoord -báka, maar ook alle uitgebreide vormen van -báka, namelijk -bákana, - bákela, -bákema, -bákisa en -bákisela. Dhaenens en ik namen, zoals beschreven in subsectie enkel de vormen met kernuitbreidingen op wanneer deze een onvoorspelbare betekenis hadden (of zowel een voorspelbare als een onvoorspelbare betekenis). Ook gelexicaliseerde vormen met kernuitbreidingen namen we op in onze woordenlijst. Al de anderen werden er echter uitgeselecteerd, wat opnieuw de eliminatie van een groot aantal lemma's betekende. Op het vlak van afgeleide nomina is het woordenboek van Van Everbroeck opnieuw heel inclusief. Het afleiden van nomina van werkwoorden is zeer productief in het Lingála. Van Everbroeck maakte de beslissing om bijna al deze afgeleide nomina op te nemen in zijn woordenboek, zelfs wanneer het nomen in kwestie een voorspelbare betekenis heeft en geen equivalent heeft in het Frans. Zo neemt hij bijvoorbeeld het lemma bopánzi op, met als vertaling 'action de disperser, de répandre'. Dit nomen behoort tot klasse 14 en is afgeleid van het werkwoord -pánza. Wanneer men weet dat -pánza 'disperser, répandre' betekent en dat 'bo- plus de kern van het werkwoord plus i' zo goed als steeds de actie van de werkwoordelijke kern uitdrukt, komt men echter snel zelf tot deze vertaling. Daarom hebben we besloten deze vorm van afleiding in onze grammaticale schets op te nemen en niet al deze afgeleide nomina in onze woordenlijst te plaatsen. Bovendien zijn deze afleidingen zo productief dat het bijna onmogelijk is om ze allemaal in een woordenboek op te nemen. Met het oog op onze doelgroep, namelijk Nederlandstalige studenten van het Lingála, en op de gebruiksvriendelijkheid van onze woordenlijst, besloten Dhaenens en ik de afgeleide nomina enkel op te nemen wanneer deze een 83

100 Nederlands equivalent hebben. Zo namen we het nomen bikósákosa, afgeleid van het werkwoord -kósa ('bedriegen, misleiden'), wel op in onze woordenlijst, aangezien het een Nederlands equivalent heeft, namelijk 'bedrieglijkheid'. Door deze eliminatie vielen er opnieuw een groot aantal lemma's weg. Een andere reden voor het verschil in aantal lemma's, is dat Van Everbroeck veel lemma's heeft opgenomen die de fauna en flora betreffen en die als vertaling een Latijnse naam hebben. Ook staan er heel veel religieuze termen in, zoals allerlei verschillende soorten zalvingen en dergelijke. Aangezien Dhaenens en ik een learner's dictionary voor ogen hadden en aangezien we onze woordenlijst zo gebruiksvriendelijk mogelijk wilden houden, besloten we om dergelijke jargon-specifieke woorden niet op te nemen. Na het voltooien van de woordenlijst Lingála-Nederlands maakten Dhaenens en ik een afspraak met Prof. De Schryver om onze lijst om te keren naar een woordenlijst Nederlands-Lingála. In de volgende subsectie zullen we de stappen bespreken die we ondernomen hebben om de woordenlijst Nederlands-Lingála zo correct en volledig mogelijk te maken Stap vijf: het creëren en op punt stellen van de woordenlijst Nederlands- Lingála Omkeren van de woordenlijst (A. Dhaenens) Om te kunnen beginnen aan het andere deel van de woordenlijst, moest de voltooide woordenlijst Lingála-Nederlands omgedraaid worden. Prof. De Schryver hielp ons bij het omdraaien van de lijst in TLex. De omkering gebeurt via de menufunctie Dictionary/Full language reversal. Na bevestiging van de reversal kunnen er verschillende opties aangeduid worden. Zo kan de gebruiker kiezen om enkel unilexicale equivalenten om te draaien of ook equivalenten die uit twee, drie of meerdere woorden bestaan of om alle equivalenten om te draaien (Joffe & De Schryver 2012: 45-46). Wij kozen de reverse all optie zodat alle Nederlandse equivalenten die we ingevoerd hadden, als lemma's verschenen aan de zijde Nederlands-Lingála. We vinkten eveneens de optie aan die alle omgekeerde lemma's als onvolledig aangeeft. Na dit automatisch omkeren, kregen we een lijst die er als het volgende fragment uitzag: 84

101 De Nederlandse lemma's staan in het blauw aangeduid, de Lingála equivalenten in het groen. De vraagtekens die voor elk lemma staan, duiden er op dat het lemma nog onvolledig is en aanvullingen vereist. Wanneer het lemma volledig aangepast was en de nodige elementen toegevoegd waren, duidden wij het lemma als volledig aan en verdween het vraagteken. Deze optie maakte het makkelijker om bij te houden welke lemma's afgewerkt waren en welke niet. Onze woordenlijst Lingála-Nederlands bestond op dat moment uit 1951 lemma's. De redenen waarom ons aantal lemma's zo veel verschilt van het aantal lemma's opgenomen in het woordenboek van Van Everbroeck, hebben wij al aangeraakt in de vorige stap (subsectie ). Bovendien werden de 159 combinaties door de software niet als lemma s meegerekend. De lijst Nederlands-Lingála bestond net na het omkeren uit 3204 lemma's. De reden voor dit verschil is dat wij bij de meeste Lingála lemma's meerdere Nederlandse equivalenten ingegeven hebben. Doordat er in veel gevallen meerdere equivalenten bij één lemma staan, zorgt dit ervoor dat bij het omkeren er meer Nederlandse lemma's zijn aan de zijde Nederlands-Lingála dan Lingála lemma's aan de zijde Lingála-Nederlands. Bijvoorbeeld het woord kokotí aan de Lingála-zijde krijgt als equivalenten 'kokospalm' en 'kokosnoot'. Aan de Nederlandse zijde verschijnen de twee equivalenten van kokotí als aparte lemma's. 85

102 Ook aan de Nederlandse zijde staan er vaak meerdere equivalenten bij één lemma. Voor de 3204 Nederlandse lemma's zijn er 4219 Lingála equivalenten. Dit komt doordat dezelfde Lingála woorden als equivalenten terugkomen bij meerdere Nederlandse lemma's. Dit zijn lemma's uit onze lijst Lingála-Nederlands die dezelfde Nederlandse equivalenten hebben en in de lijst Lingála-Nederlands als synoniemen aangeduid staan. Bijvoorbeeld bandá en útá hebben beide 'vanaf', 'sinds' en 'sedert' als equivalenten in de lijst Lingála-Nederlands. Deze lemma's zien er aan de Lingála-zijde als volgt uit: Bij het omkeren van de lijst verschenen de Nederlandse equivalenten als aparte lemma's in de lijst Nederlands-Lingála. We krijgen dan: Bandá en útá verschijnen beide drie maal in de Nederlandse lijst. Dit feit zorgt voor het grote aantal Lingála equivalenten in de lijst Nederlands-Lingála. De aantallen van de lemma's en equivalenten veranderden naarmate we de lijst Nederlands-Lingála verder aanpasten. De uiteindelijke lijst Nederlands-Lingála telt 3050 lemma's, 276 combinaties en 4449 equivalenten Fouten rechtzetten (A. Dhaenens) Voor wij de nodige aanpassingen en aanvullingen konden doen, moesten wij eerst twee andere elementen rechtzetten. Ten eerste verschenen de combinaties die wij ingegeven hadden in de lijst Lingála-Nederlands niet als lemma in de lijst Nederlands-Lingála. De Nederlandse equivalenten die aan de Lingála-zijde bij de combinaties staan, verschenen wel als lemma aan de Nederlandse zijde, maar hadden als equivalent enkel het Lingála hoofdwoord gekregen. Ik geef een voorbeeld om dit probleem te verduidelijken. Bij het lemma -banda hadden wij als combinatie -banda etumba ingegeven, wat 'aanvallen' betekent: 86

103 Het was de bedoeling dat aan de Nederlandse zijde het lemma 'aanvallen' zou komen met als equivalent -banda etumba. Echter, nadat de lijst door het programma omgekeerd werd, zagen we dat de elementen die in de combinatie bij het hoofdwoord toegevoegd waren, weggevallen waren. In de Nederlandse lijst stond bijgevolg: Alle lemma's aan de Nederlandse zijde die als equivalent een combinatie hadden moeten zijn, moesten manueel aangepast worden. In onze lijst Lingála-Nederlands hadden wij 137 zulke combinaties ingegeven, waarvan vele meerdere Nederlandse equivalenten hadden. Om de verbetering praktisch mogelijk te maken, filterden wij eerst in de lijst Lingála-Nederlands op combinaties. Dit kan via de F5 filterfunctie. De lijst die hiermee verscheen, exporteerden we vervolgens in een Word-document waarin alle Lingála lemma's die een of meerdere combinaties hadden, opgelijst stonden. Het volgende voorbeeld is een fragment hieruit: -béta werkwoord 1 slaan; 2 bespelen [muziekinstrument]; 3 hard werken -béta mbatá slaan, een klap geven Synoniemen -bámbola, -zipa :1 biló nomen 9/10 1 bureau, kantoor; 2 agentschap biló ya tibináli parket -bimisa werkwoord 1 doen naar buiten gaan; 2 aan de deur zetten, ontslaan -bimisa péma uitademen bokáti nomen 14 1 doorsnede; 2 vonnis bokáti likambo vonnis Nadien zochten we via de search functie alle Nederlandse equivalenten op in de lijst Nederlands- Lingála die in de geëxporteerde lijst in het groen aangeduid stonden. De equivalenten van deze lemma's werden aangepast, zodat de volledige combinatie zichtbaar werd in plaats van enkel het hoofdwoord. Bij 'aanvallen' werd -banda dus vervangen door -banda etumba. 87

104 Deze werkwijze werd voor alle Lingála combinaties aan de Nederlandse zijde toegepast. Een tweede fout die aan het licht kwam na het omkeren van de lijst was dat al de lemma's waar enkel een verwijzing en geen betekenis aan was toegevoegd, door Tlex niet als lemma's herkend werden. Dit was het geval bij woorden als dokotolo en lipatá, waarbij we geen betekenis maar enkel een verwijzing plaatsten naar het lemma dat er aan vooraf ging. Als verwijzing gebruikten we in deze gevallen 'equivalent' in plaats van 'synoniem'. We vonden het niet nodig om bij deze lemma's een woordcategorie, naamwoordelijke klasse en betekenis toe te voegen, aangezien deze volledig hetzelfde zijn als bij het lemma dat er aan vooraf gaat. We pasten deze strategie enkel toe indien de twee synoniemen elkaar onmiddellijk opvolgden in de woordenlijst Lingála- Nederlands. De woorden die geen Nederlands equivalent gekregen hadden in de lijst Lingála-Nederlands en dus niet verschenen aan de Nederlandse zijde, werden door ons handmatig ingevoerd in de lijst Nederlands-Lingála. Terwijl we de combinaties en ontbrekende lemma's aanpasten, voerden we ook al meteen de juiste woordcategorie in voor deze woorden en pasten de betekenissen aan waar nodig. Wat deze aanpassingen precies inhielden, bespreek ik hieronder Aanvullen van de lijst Nederlands-Lingála (A. Dhaenens) De lijst Nederlands-Lingála was verre van volledig na de automatische omkering. Om een complete woordenlijst te worden, moesten er nog elementen toegevoegd worden, zoals woordcategorieën en context. Er moesten daarnaast aanpassingen gebeuren aan de betekenissen. Het aanpassen en aanvullen van de Nederlandse lijst is door de Beukelaer en mezelf afwisselend gedaan. Om problemen bij het mergen, zoals overlappingen, te vermijden, besloten we niet meer gelijktijdig aan hetzelfde document te werken. In plaats daarvan werkten we er elk een periode 88

105 aan en mailden het aangepaste document daarna door, zodat de andere er verder aan kon werken. We kunnen de gemaakte aanpassingen onderverdelen in vier groepen dewelke ik in deze subsectie uitgebreid zal bespreken: het toevoegen van de woordcategorieën, het rangschikken van de betekenissen, het nagaan van ontbrekende betekenissen en het aanpassen van multilexicale lemma's. Tenslotte veranwoord ik onze beslissing om geen synoniemverwijzingen te plaatsen aan de zijde Nederlands-Lingála. Woordcategorieën (A. Dhaenens) Een eerste element dat toegevoegd moest worden om van de omgekeerde lijst een goede woordenlijst te maken, zijn de woordcategorieën bij de Nederlandse woorden. Om de woordenlijst Lingála-Nederlands te maken, had Prof. De Schryver al een aantal woordcategorieën ingegeven, maar om de Nederlandse zijde te kunnen vervolledigen, moesten er nog enkele categorieën toegevoegd worden. Deze extra categorieën zijn nodig omdat de woordcategorieën die gebruikt worden om Lingála woorden te categoriseren niet allemaal overeenkomen met die uit het Nederlands. Voor de Nederlandse lijst maakten we gebruik van enkele categorieën die we al ingevoerd hadden: werkwoord, bijwoord, voegwoord, voorzetsel, telwoord, vraagwoord en demonstratief. We voegden er nog een aantal bij: adjectief (in de plaats van veranderlijk of onveranderlijk adjectief, aangezien dit onderscheid niet gebruikt wordt in het Nederlands), substantief (omdat deze term gangbaarder is dan 'nomen' wat we gebruikten voor de Lingálazijde), gerundium, lidwoord, tussenwerpsel, voornaamwoord en uitdrukking. We maakten gebruik van de online versie van het woordenboek Dikke Van Dale om de juiste woordcategorieën toe te kennen aan de Nederlandse lemma's (Van Dale s.d.). Rangschikken van de betekenissen (A. Dhaenens) Een tweede element dat aangepast moest worden, was de rangschikking van de equivalenten. Nederlandse woorden die op dezelfde manier geschreven worden, komen als een lemma aan de Nederlandse kant te staan. Dit gebeurt ook voor woorden die niet exact dezelfde betekenis of dezelfde woordcategorie hebben. Zo komen bij het Nederlandse lemma 'eten' als equivalenten zowel biléyi als -líya, omdat bij zowel biléyi als -líya 'eten' staat als equivalent of als een van hun equivalenten. 89

106 In de lijst Nederlands-Lingála gaven we vervolgens het lemma 'eten' tweemaal in, eenmaal als lemma 'eten' met woordcategorie 'werkwoord' dat vervolgens als equivalent -líya krijgt en een tweede maal met als woordcategorie 'substantief' en als equivalent biléyi. Een ander geval waar de rangschikking van de betekenissen aangepast moest worden, waren de Nederlandse lemma's die meerdere Lingála equivalenten hebben die niet volledig gelijk zijn. Bijvoorbeeld bij het woord 'corrigeren' staan na het omkeren van de lijst als equivalenten -longobana en -pésa etúmbu. Deze woorden betekenen inderdaad beide corrigeren maar -longobana wordt eerder gebruikt in de zin van een fout corrigeren of verbeteren, terwijl -pésa etumbu eerder gebruikt wordt in de betekenis van 'iemand' te corrigeren of een standje te geven. Deze twee equivalenten moesten in de Nederlandse lijst vervolgens opgesplitst worden. We gaven de verschillende equivalenten dan in als aparte betekenissen zodat ze verschijnen met een cijfer 1 en 2 ervoor. Om het betekenisverschil duidelijk te maken, voegden we vervolgens een context toe. In plaats van: kwam in de aangepaste Nederlandse lijst het volgende: In de verbeterde versie zijn de twee betekenissen uit elkaar gehaald en worden met de cijfers 1 en 2 de eerste en tweede betekenis aangeduid. In het roze is er een context bijgevoegd, zodat de gebruiker van de lijst het betekenisverschil kan duiden. 8 8 De lay-out van de woordenlijst werd later aangepast. In de uiteindelijke lijst staat de context voor het equivalent en werd de kleur van de context aangepast. 90

107 Nagaan van ontbrekende betekenissen (A. Dhaenens) Een derde element in de woordenlijst Nederlands-Lingála dat aanpassingen vereiste, was het feit dat bij de Nederlandse lemma's vaak een equivalent staat dat slechts één betekenis van het Nederlandse woord dekt. Om na te gaan bij welke lemma's dit het geval was, zochten wij de Nederlandse lemma's op in de online versie van het woordenboek Dikke Van Dale (Van Dale s.d.). Het woord 'aanleggen' bijvoorbeeld, heeft in Van Dale vijf verschillende betekenissen, één: 'van een vaartuig', twee: 'van een geweer', drie: 'tegen of om iets aanbrengen', vier: 'doen overeenkomstig met een bepaald doel' en vijf: 'bezig zijn tot stand te brengen'. Wij hebben in onze woordenlijst enkel een Lingála equivalent voor 'aanleggen' in de betekenis van 'een vaartuig aanleggen of afmeren'. Dit komt doordat wij begonnen zijn vanuit een Lingála bron waarin het lemma -sémba het equivalent 'aanleggen' heeft in de zin van 'afmeren'. De andere betekenissen van het Nederlandse woord 'aanleggen' zijn niet als Lingála lemma's aanwezig in onze bron waardoor ze ook niet vertegenwoordigd zijn aan de Nederlandse zijde. Een eerste oplossing voor dit probleem is een context toevoegen aan het Nederlandse lemma zodat de gebruiker van de woordenlijst weet welke betekenis van het Nederlandse woord bedoeld wordt. Bij het lemma 'aanleggen' staat in onze woordenlijst als context 'vaartuig' aangegeven zodanig dat er geen onduidelijkheid kan zijn. In een volgend stadium zal het nodig zijn om de woordenlijst volledig te maken door ook de Lingála equivalenten in te geven voor de andere betekenissen van de Nederlandse lemma's. Deze Lingála equivalenten zullen dan ook ingegeven moeten worden als lemma's in de lijst Lingála-Nederlands. Aanpassen van multilexicale lemma's (A. Dhaenens) Net zoals in de lijst Lingála-Nederlands stootten we aan de Nederlandse zijde op het probleem van de lemmatisering van multilexicale items (zie subsectie ). We kozen ervoor om ook aan de Nederlandse zijde een selectie van multilexicale items te behouden en dit om dezelfde reden als aan de Lingála-zijde, namelijk dat bij het weglaten van alle multilexicale items er woorden zouden verdwijnen die frequent gebruikt worden in de andere taal. In veel gevallen hadden wij bij de Lingála lemma s een Nederlandse omschrijving ingevoerd als betekenis. Doordat we bij de reversal de optie reverse all aangeduid hadden, kwamen ook deze equivalenten die uit meerdere woorden bestonden als lemma s aan de Nederlandse zijde. We 91

108 kregen dan lemma s als: Om het probleem van multilexicale items, zoals samenstellingen en uitdrukkingen, op te lossen, gebruikten we verschillende methodes. Waar mogelijk probeerden we de multilexicale items in één woord om te zetten. Waar nodig werd vervolgens een context toegevoegd om de betekenis te verduidelijken. Zo werden omschrijvingen als oom aan moederszijde, oudere broer van vader en jongere broer van vader samengebracht onder het lemma 'oom'. De Lingála equivalenten werden opgesplitst in verschillende betekenissen. Bij elke betekenis werd een context toegevoegd om het onderscheid te duiden. Een andere methode die wij gebruikten om multilexicale items te vermijden, was deze als een combinatie toe te voegen. Deze methode hebben we ook toegepast aan de Lingála-zijde om multilexicale items op te nemen. Een voorbeeld van een woordgroep die we als combinatie opgenomen hebben, is donker worden. In dit voorbeeld stond donker reeds als lemma in onze Nederlandse lijst en hebben we donker worden als combinatie onder het hoofdlemma donker geplaatst. Dit was niet altijd het geval, net zoals aan de zijde Lingála-Nederlands was het hoofdlemma niet altijd opgenomen. Aan de Lingála-zijde was dit bij sommige combinaties het geval doordat het hoofdwoord niet bestaat of dat het omwille van onze beslissingen betreffende de selectie van lemma s als overbodig beschouwd werd. In die gevallen besloten we om de multilexicale items in de lijst Lingála- Nederlands wel als lemma s op te nemen (zie ). Aan de Nederlandse zijde kozen we er echter voor om het hoofdlemma wel in te voegen als het nog niet in onze lijst stond. We namen deze beslissing omdat dit meestal woorden betrof die frequent gebruikt worden in het Nederlands en bijgevolg niet aan de Nederlandse zijde mogen ontbreken. Een voorbeeld is het woord doorweekt. Er bestaat geen Lingála equivalent voor doorweekt maar wel voor doorweekt 92

109 zijn namelijk -pola. We besloten in dit geval doorweekt in te voeren als lemma aan de Nederlandse zijde zonder een Lingála equivalent en als combinatie van dit lemma het multilexicale item doorweekt zijn in te voeren. Om de Nederlandse lijst te vervolledigen, zullen deze ingevoerde Nederlandse lemma s een Lingála equivalent of beschrijving moeten krijgen, welke dan eveneens aan de Lingála-zijde als lemma moeten worden ingevoerd. Synoniemen (A. Dhaenens) In de lijst Lingála-Nederlands hebben wij steeds de synoniemen aangegeven door middel van kruisverwijzingen. Ons doelpubliek bestaat uit Nederlandstaligen, dus de lijst Lingála- Nederlands vervult de functie van een receptieve woordenlijst. Omdat de gebruiker van de woordenlijst hier van het onbekende naar het bekende gaat, is het interessant voor de gebruiker om ook een zicht te krijgen op de alternatieve vormen van het woord dat hij opzoekt. De lijst Nederlands-Lingála vervult de functie van een productieve woordenlijst (Hanay 2003: 146). Hier vertrekt de gebruiker vanuit de taal die hij kent en vonden wij het niet nodig om te verwijzen naar de synoniemen van de Nederlandse lemma's Aanpassingen aan de lijst Lingála-Nederlands (A. Dhaenens) Tijdens het aanpassen van de Nederlandse zijde zorgden we ervoor dat de lemma s waarop we werkten ook zichtbaar werden aan de Lingála-zijde. We werkten daarvoor met de side-by-side view mode in Tlex waarin aan de linkerzijde de lijst Lingála-Nederlands zichtbaar is en aan de rechterzijde de lijst Nederlands-Lingála. De language editing window waarin je aan het werken bent, wordt aangeduid door een rode omkadering. Via de Linked View mode die geactiveerd kan worden in de View menufunctie, worden de verwante lemma s aan de andere zijde van de woordenlijst getoond terwijl je aan een Nederlands lemma werkt. De functie toont meer bepaald alle lemma's aan de andere kant van de woordenlijst dewelke als vertalingsequivalenten verschijnen bij het geselecteerde lemma. Wanneer je bijvoorbeeld aan de Nederlandse zijde het 93

110 woord adolescentie selecteert, verschijnen aan de andere zijde de twee Lingála lemma s die bij adolescentie als equivalenten staan. Dankzij deze optie is het eenvoudig om verwante ingaven te vergelijken en evenwaardig te behandelen. Doordat we voor ieder Nederlands lemma de verwante ingaven aan de Lingála-zijde zagen, kregen we een beter overzicht dan wanneer we nog uitsluitend aan de Lingála-lijst werkten. Bij het voorbeeld van adolescentie zien we dat de twee Lingála lemma s met adolescentie als equivalent een kruisverwijzing naar elkaar hebben, waardoor bij bolengé als synoniem bonzénga aangegeven staat en omgekeerd. In sommige gevallen stonden er in de Lingála-lijst echter lemma s met een gelijkaardige betekenis maar zonder synoniemverwijzing. Dankzij de Linked View optie werden er nog vele synoniemen zichtbaar, die tijdens het werken aan de Lingála-lijst over het hoofd gezien waren. Dit was het geval in het volgende voorbeeld: in de Nederlandse lijst krijgt het lemma nietsnut twee Lingála equivalenten: mobobé en nyangalakáta. In de Lingála language editing window worden deze twee equivalenten zichtbaar. We zien dat deze twee Lingála lemma s dezelfde betekenis hebben, maar geen synoniemverwijzing naar elkaar gekregen hebben. Bij de lemma s die dezelfde betekenis maar geen verwijzing naar elkaar hadden, voegden wij de synoniemverwijzingen toe. Naast de ontbrekende verwijzingen werd dankzij de Linked View ook duidelijk wanneer de betekenissen van synoniemen aan de Lingála-zijde niet volledig overeenstemden. Bijvoorbeeld bij het Nederlandse lemma weg staan er als equivalenten balabála en nzelá. In de Linked View 94

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Latijn en Grieks in de 21ste eeuw Kiezen voor Latijn en/of Grieks? Als leerling in het laatste jaar van de basisschool sta jij voor een belangrijke keuze. Welke studierichting moet je gaan volgen in het

Nadere informatie

In deze les werk je in groepen van drie of vier personen. Vul hier de namen van de groepsleden in:

In deze les werk je in groepen van drie of vier personen. Vul hier de namen van de groepsleden in: Congo De Democratische Republiek Congo is nu vaak in het nieuws. Er is een verschrikkelijke burgeroorlog aan de gang. Verschillende groepen in het land vechten met elkaar. De Europese Unie wil misschien

Nadere informatie

wel rijp voor een ruimere maatschappelijke rol?

wel rijp voor een ruimere maatschappelijke rol? Is de Vlaams-Belgische Gebarentaal wel rijp voor een ruimere maatschappelijke rol? April 1998 Auteurs: Myriam Vermeerbergen Mieke Van Herreweghe Voorafgaande opmerking Deze tekst werd geschreven in de

Nadere informatie

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I Deze leidraad heeft tot doel om studenten uitleg te geven bij het opmaken van hun onderzoeksvoorstel voor de masterscriptie. Er wordt

Nadere informatie

Scriptie over Personal Branding en Netwerking

Scriptie over Personal Branding en Netwerking Scriptie over Personal Branding en Netwerking 1e versie - 16 november 2012 Jana Vandromme Promotor: Hannelore Van Den Abeele 1. Inhoudstafel 1. Inhoudstafel 2. Onderzoeksvragen 2.1 Onderzoeksvraag 1 2.2

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.2 Het moderne imperialisme Onderzoeksvraag: Welke motieven hadden de Europeanen om in Afrika en Zuidoost Azië een groot koloniaal imperium op te bouwen? Kenmerkende aspect: De moderne vorm van imperialisme die verband hield met

Nadere informatie

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Jaarplan GESCHIEDENIS Algemene doelstellingen Eerder gericht op kennis en inzicht 6 A1 A2 A3 A4 A5 Kunnen hanteren van een vakspecifiek begrippenkader en concepten, nodig om zich van het verleden een wetenschappelijk

Nadere informatie

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Uitgegeven: 3 februari 2010 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN BELEIDSREGEL voor het verkrijgen van een partiële ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs in de provincie

Nadere informatie

Engels als Aanvullende Taal

Engels als Aanvullende Taal International School of Amsterdam Engels als Aanvullende Taal Richtlijnen voor Ouders English as an Additional Language (EAL) Dutch Het doel van het EAL programma is om kinderen zelfstandig en zelfverzekerd

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Juist in het openbaar onderwijs

Juist in het openbaar onderwijs Juist in het openbaar onderwijs Over de aandacht voor levensbeschouwing op de openbare school Legitimatie MARLEEN LAMMERS Wie denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht mag besteden aan levensbeschouwing,

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Het Huis der Talen. «Immersie onderwijs in de provincie Luik» Luik 10.06.2013. Agnes De Rivière

Het Huis der Talen. «Immersie onderwijs in de provincie Luik» Luik 10.06.2013. Agnes De Rivière Het Huis der Talen «Immersie onderwijs in de provincie Luik» Luik 10.06.2013 Agnes De Rivière Wie zijn wij? Opgericht in 2008 Platform Ondersteuning van de economische ontwikkeling in de regio. Promotie

Nadere informatie

Takie bakra nanga froestan bakra na toe (de taal, het Nederlands, praten en het verstaan, zijn twee verschillende zaken) (J.G.A.

Takie bakra nanga froestan bakra na toe (de taal, het Nederlands, praten en het verstaan, zijn twee verschillende zaken) (J.G.A. Takie bakra nanga froestan bakra na toe (de taal, het Nederlands, praten en het verstaan, zijn twee verschillende zaken) (J.G.A. Koenders) Presentatie Peter Sanches, voorzitter Stichting IBS ter gelegenheid

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 --------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 7, 3

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Congo 50 jaar! Congo op de wereldkaart. Wat is een kolonie? Auteur: Stijn Dekelver. terugvinden in de scholen.

Congo 50 jaar! Congo op de wereldkaart. Wat is een kolonie? Auteur: Stijn Dekelver. terugvinden in de scholen. Auteur: Stijn Dekelver In dit krantje willen we het hebben over Congo. Dat land viert in 2010 een verjaardag. Het is namelijk precies 50 jaar geleden dat Congo onafhankelijk werd. Congo was tot dan een

Nadere informatie

OPTICAL CHARACTER RECOGNITION (OCR)

OPTICAL CHARACTER RECOGNITION (OCR) OPTICAL CHARACTER RECOGNITION (OCR) MTSO-INFO 21 DIMITRI MORTELMANS 2001 Faculteit PSW Universiteit Antwerpen Contact: prof. dr. Dimitri Mortelmans (dimitri.mortelmans@ua.ac.be) Tel : +32 (03) 820.28.53

Nadere informatie

Samenvatting De belangrijkste onderzoeksvraag waarop het werk in dit proefschrift een antwoord probeert te vinden, is welke typen taalkundige informatie het nuttigst zijn voor de lexicale desambiguatie

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk Interactieve werkvormen in de klaspraktijk Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk Lia Blaton, medewerker Onderzoek naar onderwijspraktijk In het kader van de opdracht van het Steunpunt Gelijke Onderwijskansen

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs stuk ingediend op 1224 (2010-2011) Nr. 1 6 juli 2011 (2010-2011) Voorstel van resolutie van de heer Jean-Jacques De Gucht, de dames Ann Brusseel, Marleen Vanderpoorten en Elisabeth Meuleman, de heren Boudewijn

Nadere informatie

editie 11 // 12 3de graad so Het verhaal van een reiskoffer geschiedeniswedstrijd

editie 11 // 12 3de graad so Het verhaal van een reiskoffer geschiedeniswedstrijd editie 11 // 12 3de graad so EUSTORY Het verhaal van een reiskoffer geschiedeniswedstrijd EUSTORY Het verhaal van een reiskoffer Op zoek naar een beter of een ander leven Ken jij een migratieverhaal in

Nadere informatie

Audit WoordenSchatuitbreiding.

Audit WoordenSchatuitbreiding. Naam: Groep: Audit WoordenSchatuitbreiding. Invoeringsfase: Opmerkingen (knelpunten afspraken): Datum: Tijd: 1. Doelen: a. b. c. 2. Discussie en/of reflectie: 3. Klassenbezoek / feedback: Werkwijze: Observatiepunten

Nadere informatie

Toegepaste Taalkunde Academisch Nederlands

Toegepaste Taalkunde Academisch Nederlands Academisch Nederlands Toegepaste Taalkunde (TTK) Dr. Uus (Eugenia) Knops Probleem Toenemende kloof mbt taalvaardigheid (vooral schrijfvaardigheid) Nederlands tussen instroom - uitstroom / markteisen Gebrek

Nadere informatie

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen

1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen 1. Soorten wetenschappelijke informatiebronnen Wanneer je als student in het hoger onderwijs de opdracht krijgt om te zoeken naar wetenschappelijke informatie heb je de keuze uit verschillende informatiebronnen.

Nadere informatie

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Inleiding De tekst die voor jou ligt, verduidelijkt onze visie bij het organiseren van vrijwilligerswerk in het buitenland. We sturen je niet zo maar naar het

Nadere informatie

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel Willibrord Willibrord werd geboren als zoon van pas bekeerde ouders en werd als zevenjarige jongen door zijn vader Wilgis toevertrouwd aan het klooster van Ripon nabij

Nadere informatie

Projectoproep / Commemoraties 1914-18

Projectoproep / Commemoraties 1914-18 1. Algemene Informatie 1.1 Context Herdenkingsplechtigheden Eerste Wereldoorlog (1914-18) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt zich op voor de herdenking van honderd

Nadere informatie

Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen.

Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen. 1 Op het einde van de negentiende eeuw werd het Nederlands een van de officiële talen in België. Maar welk Nederlands? Er waren twee kampen. De particularisten pleitten voor een eigen Nederlands pleitten,

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Soorten vragen, vraagwoorden, signaal- en sleutelwoorden Schema 1 Soorten vragen Open vraag

Nadere informatie

Suriname in de kijker

Suriname in de kijker 44 2012 Suriname in de kijker Dit boekje brengt jullie naar een land, ver hier vandaan. Een vliegtuig doet er ongeveer 9 uur over om van Schiphol (in Nederland) naar de hoofdstad Paramaribo te vliegen.

Nadere informatie

You ve got mail. Nr. Thema Leeftijd Werkvorm Duur Materiaal Leergebied

You ve got mail. Nr. Thema Leeftijd Werkvorm Duur Materiaal Leergebied 3.2 You ve got mail Nr. Thema Leeftijd Werkvorm Duur Materiaal Leergebied 3.2 Taal & Cultuur 6 12 j. Klasgesprek Groepswerk 50 Computers Internetverbinding Nederlands Wereldoriëntatie ICT Leren leren Sociale

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Congo 50 jaar! Feest in Congo. Feest in België. Auteur: Hugo Vanderstraeten

Congo 50 jaar! Feest in Congo. Feest in België. Auteur: Hugo Vanderstraeten Auteur: Hugo Vanderstraeten Feest in Congo Op 30 juni 2010 vieren de Congolezen de vijftigste verjaardag van hun land. Op 30 juni 1960 werd de huidige Democratische Republiek Congo onafhankelijk van België.

Nadere informatie

Documenten scannen met OCR

Documenten scannen met OCR Documenten scannen met OCR Wat betekent OCR eigenlijk? OCR staat voor: "Optical Character Recognition" in het Nederlands optische tekenherkenning. Je kunt er papieren documenten mee scannen, die dan niet

Nadere informatie

Projectplan EersteWereldoorlog.nu Samenvatting

Projectplan EersteWereldoorlog.nu Samenvatting 1 1. Inleiding In 2014 was het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In 2014-2018 wordt wereldwijd stilgestaan bij de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal

Nadere informatie

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Interactive Grammar Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Doelgroep Interactive Grammar Het programma is bedoeld voor leerlingen in de brugklas van

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie RLLL-RLLL-EXT-ADV-007bijl7 Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie Opleiding AO BE 024 (Ontwerp) Versie {1.0} (Ontwerp) Pagina 1 van 11 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 15 januari

Nadere informatie

Jaarproject programmeren bij LORE

Jaarproject programmeren bij LORE Jaarproject programmeren bij LORE Elke onderzoeksgroep heeft een eigen karakter en vereisten. Zo ook met LORE. Opdat je zou weten wat we van je verwachten maar ook wat je van ons mag verwachten, hebben

Nadere informatie

Algemene beschrijving

Algemene beschrijving Algemene beschrijving Lokalisatie De wijk Vogelenzang ligt ten zuidwesten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op het grondgebied van de gemeente Anderlecht. Het gebied van het zwarte punt heeft betrekking

Nadere informatie

THE LANGUAGE SITUATION IN SUB-SAHARAN AFRICA: HISTORICAL ROOTS, MEASUREMENT, AND DEVELOPMENT IMPACTS

THE LANGUAGE SITUATION IN SUB-SAHARAN AFRICA: HISTORICAL ROOTS, MEASUREMENT, AND DEVELOPMENT IMPACTS THE LANGUAGE SITUATION IN SUB-SAHARAN AFRICA: HISTORICAL ROOTS, MEASUREMENT, AND DEVELOPMENT IMPACTS De taalsituatie in Sub-Saharisch Afrika: historische wortels, meettechnieken en ontwikkelingseffecten

Nadere informatie

Mobiliteitsvensters en Opportuniteitsvensters. Prof. dr. Patrick Bultinck, Universiteit Gent

Mobiliteitsvensters en Opportuniteitsvensters. Prof. dr. Patrick Bultinck, Universiteit Gent Mobiliteitsvensters en Opportuniteitsvensters Prof. dr. Patrick Bultinck, Universiteit Gent Sense of Urgency: Studenten chemie mobiliseren 1. Missie van Chemie@UGent: Onderzoeksgedreven academisch onderwijs

Nadere informatie

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS

RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen in het KLEUTERONDERWIJS CONFERENTIE STEUNPUNT GOK: De lat hoog voor iedereen!, Leuven 18 september STROOM KRACHTIGE LEEROMGEVINGEN RONDE 1: INBREKEN IN DE KLAS Didactische praktijken ter ondersteuning van gelijke onderwijskansen

Nadere informatie

1. De methodiek Management Drives

1. De methodiek Management Drives 1. De methodiek Management Drives Management Drives is een unieke methodiek die u concrete handvatten biedt in het benaderen van de ontwikkeling van individu, team en organisatie. De methodiek kent een

Nadere informatie

Fase 2-formulier voor ECTS-fiche opleidingsonderdeel

Fase 2-formulier voor ECTS-fiche opleidingsonderdeel Fase 2-formulier voor ECTS-fiche opleidingsonderdeel Gebruik dit formulier voor de omschrijving van elk opleidingsonderdeel dat nog moet ingevoerd worden of dat grondig aangepast wordt. Gebruik voor een

Nadere informatie

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën 1 Bijlage 10. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (derde leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vrij concreet

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Rolnummer 2926 Arrest nr. 186/2004 van 16 november 2004 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, gesteld door het Arbeidshof te Gent. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van de Hogeschool Rotterdam. Mijn presentatie is opgebouwd

Nadere informatie

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Vakdocumenten Frans (2004) Visie en accenten leerplan Frans BaO 1 De eerste stappen zetten - Basiswoordenschat

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS)

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) Latijns-Amerika Studies (LAS) BA programma REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS) De Bacheloropleiding Latijns-Amerika Studies (specialisatie geschiedenis) wordt in het tweede semester

Nadere informatie

Lexicografie en lexicologie

Lexicografie en lexicologie Lexicografie en lexicologie Basisliteratuur: Piet van Sterkenburg (ed.) (2003), A Practical Guide to Lexicography. John Benjamins Publishing Company, Amsterdam/Philadelphia. + aanvullende literatuur op

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

CLIL Toolkit voor het basisonderwijs

CLIL Toolkit voor het basisonderwijs CLIL Toolkit voor het basisonderwijs Auteurs: Alessandra Corda, Eke Krijnen, Wibo van der Es Redactie: Jan Willem Chevalking, Tine Stegenga 2012 Expertisecentrum mvt, Leiden Een digitale versie van deze

Nadere informatie

14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad

14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad 14. Over de evaluatie van de werking van de ouderenadviesraad Elke gezonde organisatie of structuur stelt op regelmatige basis zichzelf de vraag: Zijn wij in feite wel goed bezig? Ook voor ouderenadviesraden

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Techniek, (g)een zorg voor later - technische geletterdheid bevorderen Leerlijnen technische geletterdheid

Nieuwsbrief. Techniek, (g)een zorg voor later - technische geletterdheid bevorderen Leerlijnen technische geletterdheid Techniek, (g)een zorg voor later - technische geletterdheid bevorderen Leerlijnen technische geletterdheid Tijdens het schooljaar 2009 2010 werkte het Steunpunt Diversiteit & Leren samen met RVO - Society,

Nadere informatie

VELOV conferentie 26 februari 2015 Wim Lauwers, Katrien Goossens, Leen Alaerts, Koen Crul, Lysbeth Jans, Lode Vermeersch, contact:

VELOV conferentie 26 februari 2015 Wim Lauwers, Katrien Goossens, Leen Alaerts, Koen Crul, Lysbeth Jans, Lode Vermeersch, contact: VELOV conferentie 26 februari 2015 Wim Lauwers, Katrien Goossens, Leen Alaerts, Koen Crul, Lysbeth Jans, Lode Vermeersch, contact: wim.lauwers@ucll.be ONDERZOEK VRAGEN EN KADER Hoe cultuureducatie integreren

Nadere informatie

Vaksubkernen Inhouden vwo kerndoelen onderbouw. De leerling kan zijn Latijnse woordenschat inzetten bij het tekstbegrip

Vaksubkernen Inhouden vwo kerndoelen onderbouw. De leerling kan zijn Latijnse woordenschat inzetten bij het tekstbegrip Tussendoelen Latijn ( vwo ) Latijn havo/vwo onderbouw K = gericht op voorbereiding op deze vakken in bovenbouw (Turquoise) KGV= gericht op algemene gymnasiale vorming (Zilver) = K = Kgv Taalsysteem Vocabulaire

Nadere informatie

GRIEKSE EPIGRAFIE OP LOCATIE (MA/PhD)

GRIEKSE EPIGRAFIE OP LOCATIE (MA/PhD) N e d e r l a n d s I n s t i t u u t A t h e n e Ολλανδικό Ινστιτούτο Αθηνών Netherlands Institute at Athens NIA INTERUNIVERSITAIRE CURSUS GRIEKSE EPIGRAFIE OP LOCATIE (MA/PhD) Nederlands Instituut in

Nadere informatie

luisteren: ET 4, 6 spreken: ET 15, 18, 23 lezen: ET 10, 12 schrijven: ET 28, 30, 31, 34 mondelinge interactie: 24, 27

luisteren: ET 4, 6 spreken: ET 15, 18, 23 lezen: ET 10, 12 schrijven: ET 28, 30, 31, 34 mondelinge interactie: 24, 27 TABASCO Oriëntatie + voorbereiden Leercoach Leerlingen Iemand voorstellen (schriftelijk en mondeling) Leerplandoelstellingen kiezen functionele kennis: - woordvelden: 35.1.1 en 35.1.2 en 35.1.3 - grammatica:

Nadere informatie

Beleidsplan 2013-2014

Beleidsplan 2013-2014 Beleidsplan 2013-2014 Geachte lezer, Voor u ligt het beleidsplan van International Federation of Medical Students Associations The Netherlands (IFMSA-NL) voor het beleidsjaar 2013-2014. Hierin zijn de

Nadere informatie

Inhoudsopgaven I. Voorwoord II. Drijfveer III. Geschiedenis -doelstelling - missie - visie - werkgebieden - middelen

Inhoudsopgaven I. Voorwoord II. Drijfveer III. Geschiedenis -doelstelling - missie - visie - werkgebieden - middelen Inhoudsopgaven I. Voorwoord II. Drijfveer III. Geschiedenis doelstelling missie visie werkgebieden middelen IV. Locatie V. Doelgroep VI. Activiteiten VII. Financiën VIII. Planning 20122013 1 Stichting

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie RLLL-RLLL-EXT-ADV-007bijl10 Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie Opleiding Cultuur AO BE 027 (Ontwerp) Versie {1.0} (Ontwerp) Pagina 1 van 9 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Nadere informatie

Profielschets. Ondernemende school

Profielschets. Ondernemende school Profielschets Ondernemende school Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023 534 11 58 fax: 023 534 59 00 1 Scholen met Succes Een school

Nadere informatie

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Inleiding In de komende maanden willen we als kerkenraad een beleidsplan opstellen voor de komende vijf jaar. Iedereen die op dit moment op de één of andere manier

Nadere informatie

Typering van Ondersteunde Communicatie als onderzoeks-gebied Onderzoek voor de prakijk. Filip T. Loncke

Typering van Ondersteunde Communicatie als onderzoeks-gebied Onderzoek voor de prakijk. Filip T. Loncke Typering van Ondersteunde Communicatie als onderzoeks-gebied Onderzoek voor de prakijk Filip T. Loncke Twee grote onderzoeksvragen Ondersteunde Communicatie als fenomeen wat leren we eruit? Hoe maken we

Nadere informatie

a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok

a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok Gelijkvormigheid in de 17 de - en 18 de -eeuwse landmeetkunde Heb jij enig idee hoe hoog dat gebouw of die boom is die je uit het raam van je klaslokaal ziet? Misschien kun je de hoogte goed schatten,

Nadere informatie

Congo-Kinshasa Geschiedenis en algemene informatie

Congo-Kinshasa Geschiedenis en algemene informatie Congo-Kinshasa Geschiedenis en algemene informatie Bron: www.nl.wikipedia.org Congo-Kinshasa of de Democratische Republiek Congo (vaak afgekort als DR Congo), het vroegere Zaïre, is een onafhankelijk land

Nadere informatie

Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos. 2 Stappen bij het opstellen van een behandelplan 29

Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos. 2 Stappen bij het opstellen van een behandelplan 29 Inhoud Inleiding 15 Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos 1 Het computerprogramma 23 1.1 Inleiding 23 1.2 Doel van het computerprogramma Behandeldoelen tos 23 1.3 Doelgroep en gebruikers

Nadere informatie

Achtergrond van het onderzoek:

Achtergrond van het onderzoek: Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) MEMO / 26 januari 2010 De Holocaust bezien vanuit mensenrechtenperspectief: het eerste EU-brede onderzoek naar Holocaust-onderwijs en mensenrechtenonderwijs

Nadere informatie

4. Niet de moedertaal maar wel de gekozen taalcategorie bepaalt de taal die zal gebruikt worden doorheen de wedstrijd.

4. Niet de moedertaal maar wel de gekozen taalcategorie bepaalt de taal die zal gebruikt worden doorheen de wedstrijd. Wedstrijdreglement Eustory Doel EUSTORY is een geschiedeniswedstrijd georganiseerd door BELvue, onder toezicht van de Koning Boudewijnstichting. Het wil jongeren van alle onderwijstypes de hand reiken

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 Census 2011, een volkstelling voor de eenentwintigste eeuw Een schat aan gegevens over leven, werk en wonen in België 11.000.638 inwoners, gemiddeld 40,8 jaar oud en

Nadere informatie

columbus Boeren tegen Britten: oorlog in Zuid-Afrika lesbrief HAVO/V leerjaa brengt het beste uit twee werelden samen

columbus Boeren tegen Britten: oorlog in Zuid-Afrika lesbrief HAVO/V leerjaa brengt het beste uit twee werelden samen columbus brengt het beste uit twee werelden samen lesbrief HAVO/V leerjaa WO r3 Boeren tegen Britten: oorlog in Zuid-Afrika columbus Inleiding Deze zomer vindt het WK voetbal plaats in Zuid-Afrika. Allerlei

Nadere informatie

1. WAAROM DIT HANDBOEK? 2

1. WAAROM DIT HANDBOEK? 2 2 1.1. WAAROM DIT HANDBOEK? Internationale mobiliteit wordt steeds meer een absolute noodzaak op een arbeidsmarkt waar een sterke vraag heerst naar meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Een van de

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET

VLAAMSE RAAD ONTWERP VAN DECREET Stuk 123 (1981-1982) - Nr. 1 VLAAMSE RAAD TERUGBEZORGEN VLAAMSE RAAD ZITTING 1981-1982 23 JUNI 1982 ONTWERP VAN DECREET houdende goedkeuring van het Cultureel Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk

Nadere informatie

Coach Profession Profile

Coach Profession Profile Arenberggebouw Arenbergstraat 5 1000 Brussel Tel: 02 209 47 21 Fax: 02 209 47 15 Coach Profession Profile AUTEUR PROF. DR. HELMUT DIGEL / PROF. DR. ANSGAR THIEL VERTALING PUT K. INSTITUUT Katholieke Universiteit

Nadere informatie

GOEDGEKEURDE VERSIE. Centrum voor Strategische Defensiestudies Zuid Amerikaanse Defensieraad Unie van Zuid Amerikaanse Naties.

GOEDGEKEURDE VERSIE. Centrum voor Strategische Defensiestudies Zuid Amerikaanse Defensieraad Unie van Zuid Amerikaanse Naties. PRELIMINAIR RAPPORT VAN HET CEED VOOR DE ZUID-AMERIKAANSE DEFENSIERAAD BETREFFENDE REFERENTIETERMEN VOOR DE CONCEPTEN VEILIGHEID EN DEFENSIE IN DE ZUID- AMERIKAANSE REGIO Het (CEED) is een kennisinstantie

Nadere informatie

Wetenschap. Versterkt Engels! in Versterkt. - Spor t s- Fa s t L a n e Discover y. < A r tfac tor y >

Wetenschap. Versterkt Engels! in Versterkt. - Spor t s- Fa s t L a n e Discover y. < A r tfac tor y > Fa s t L a n e Discover y N a a s t e e n s t e r k b a s i s p a k ke t, t i j d vo o r t a l e n t! Versterkt Engels! Wetenschap in Versterkt Locatie Wijdschildlaan voor atheneum, havo en mavo [ Te c

Nadere informatie

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor?

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? 8 Ondernemers voor Ondernemers Jaarverslag 2014 9 Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? Missie De missie van de vzw Ondernemers voor Ondernemers (opgericht in 2000) is het bevorderen van duurzame

Nadere informatie

2. Hoe zoeken in deze databank?... 2. 2.1 Snelzoeken... 2. 2.2 Eenvoudig zoeken... 4. 2.3 Geavanceerd zoeken... 5. 2.4 Zoeken via zoekbomen...

2. Hoe zoeken in deze databank?... 2. 2.1 Snelzoeken... 2. 2.2 Eenvoudig zoeken... 4. 2.3 Geavanceerd zoeken... 5. 2.4 Zoeken via zoekbomen... Abraham Gids voor het gebruik van de databank Inhoudsopgave 1. Wat is Abraham?... 2 2. Hoe zoeken in deze databank?... 2 2.1 Snelzoeken... 2 2.2 Eenvoudig zoeken... 4 2.3 Geavanceerd zoeken... 5 2.4 Zoeken

Nadere informatie

eindtermen basisonderwijs

eindtermen basisonderwijs STAM op schoolmaat eindtermen basisonderwijs inhoudstafel 1. inleiding...3 2. leergebied overschrijdende eindtermen...3 2.1. ICT...3 2.2. sociale vaardigheden...3 3. eindtermen leergebieden...4 3.1. muzische

Nadere informatie

Constructie van de variabele Etnische afkomst

Constructie van de variabele Etnische afkomst Constructie van de variabele Etnische afkomst Ter inleiding geven we eerst een aantal door verschillende organisaties gehanteerde definities van een allochtoon. Daarna leggen we voor het SiBO-onderzoek

Nadere informatie

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten)

Faculteit Rechten. Universiteit Hasselt. Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten) Faculteit Rechten Universiteit Hasselt Reglement betreffende de bachelorscriptie (derde bachelor rechten) Versie 25 augustus 2010 Artikel 1: Algemene doelstellingen De bachelorscriptie is een bijzondere

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2007 tijdvak 1 dinsdag 22 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1

Paragraaf 4: De Germaanse cultuur - TL 1 Auteur Floris Sieffers Laatst gewijzigd 28 October 2015 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/65939 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Methodewijzer. Surf naar. www.plantyn.com

Methodewijzer. Surf naar. www.plantyn.com Wilt u meer informatie over Ars Legendi of een presentatie in uw school? Neem dan contact op met uw vertegenwoordiger. Johan Jonckers Telefoon: 0476 76 19 40 johan.jonckers@plantyn.com Dirk Van Den Berghen

Nadere informatie

Rapport onderzoek Afgevaardigden

Rapport onderzoek Afgevaardigden 1. Inleiding Op 30 november 2012 (herinnering op 12 december) hebben 28 afgevaardigden en 1 oudafgevaardigde van Badminton Nederland een mailing ontvangen met daarin een link naar de enquête Afgevaardigden

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie