Onderzoek coffeeshops Terneuzen. B. Bieleman. H. Naayer

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek coffeeshops Terneuzen. B. Bieleman. H. Naayer"

Transcriptie

1 Onderzoek coffeeshops Terneuzen B. Bieleman H. Naayer

2

3 Onderzoek coffeeshops Terneuzen April 2007 I NTRAVAL Groningen-Rotterdam

4 COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus BT Groningen Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon Telefoon Fax Fax April 2007 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Tekst: Opmaak: Druk: Omslag: Opdrachtgever: B. Bieleman, H. Naayer, m.m.v. H. Winter (Profacto/Rijksuniversiteit Groningen) en T. Surmont M. Hoorn Repro GMW E. Cusiel Gemeente Terneuzen ISBN-13:

5 VOORWOORD De gemeente Terneuzen heeft al jaren te maken met een omvangrijk softdrugstoerisme in de binnenstad. In de loop van 2006 is het volume van het softdrugstoerisme en de daarbij komende vormen van overlast (parkeer- en verkeersoverlast, audiovisuele overlast van softdrugskopers et cetera) dusdanig van omvang geworden dat vraagtekens worden gezet bij de huidige situatie van twee gedoogde verkooppunten. In opdracht van de gemeente Terneuzen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL enkele onderzoekswerkzaamheden verricht om informatie te verschaffen voor een onderbouwde beslissing over eventuele aanpassingen van het coffeeshopbeleid. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. Harm Naayer, geassisteerd door drs. Tim Surmont, onder verantwoordelijkheid van drs. Bert Bieleman. Drs. Rick Nijkamp, junioronderzoeker bij INTRAVAL, heeft een groot deel van de dataverzameling uitgevoerd en gecoördineerd, terwijl drs. Florian van de Sompel, drs. Julien Vandenhoucke en Jeroen Daveyne de tellingen van en de interviews met de klanten van de coffeeshops hebben uitgevoerd. De beschrijving van de lokale en (inter)nationale juridische aspecten van het coffeeshopbeleid is vooral het werk van de wetenschappelijk adviseur dr. Heinrich Winter, universitair hoofddocent bestuursrecht van de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van Pro Facto. Vanaf deze plaats willen wij graag alle medewerkers aan het onderzoek bedanken voor hun enthousiaste en positieve bijdrage aan de onderzoekswerkzaamheden en de totstandkoming van het rapport. Tevens willen wij alle respondenten bedanken voor hun medewerking. Zonder hun inzet was het onderzoek niet mogelijk geweest. Namens INTRAVAL, Bert Bieleman Groningen-Rotterdam Harm Naayer Mei 2007

6

7 INHOUDSOPGAVE Pagina Samenvatting I Hoofdstuk 1 Inleiding Houdgreep Probleemstelling Onderbouwing Leeswijzer 3 Hoofdstuk 2 Juridische context Nationale wet- en regelgeving Internationale wet- en regelgeving 8 Hoofdstuk 3 Klanten coffeeshops Aantallen en kenmerken Koopgedrag Toekomstig coffeeshopbeleid 13 Hoofdstuk 4 Overlast en criminaliteit Bewonersenquête Overige gegevens 18 Hoofdstuk 5 Buur- en grensgemeenten Buurgemeenten Grensgemeenten 23 Hoofdstuk 6 Aanpak softdrugstoerisme Beleids(on)mogelijkheden Beïnvloeding (koop)gedrag Resumé 33 Hoofdstuk 7 Beleidsalternatieven Alternatief A. Geen wijzigingen Alternatief B. Vestiging van een extra coffeeshop Alternatief C. Verplaatsing één of beide coffeeshops Alternatief D. Sluiting van beide coffeeshops Overige randvoorwaarden Eerste afweging 46 Geraadpleegde literatuur 51 Bijlage Bewonersenquête 53

8

9 SAMENVATTING De gemeente Terneuzen heeft al jaren te maken met een omvangrijk softdrugstoerisme in de binnenstad. In de loop van 2006 is het volume van het softdrugstoerisme en de daarbij komende vormen van overlast (parkeer- en verkeersoverlast, audiovisuele overlast van softdrugskopers et cetera) dusdanig van omvang geworden dat vraagtekens worden gezet bij de huidige situatie van twee gedoogde verkooppunten. De gemeente Terneuzen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL opdracht gegeven enkele onderzoekswerkzaamheden uit te voeren om informatie te verschaffen voor een onderbouwde beslissing over eventuele aanpassingen van het coffeeshopbeleid. Onderzoeksvraag en opzet Uit de bovengeschetste situatie zijn drie onderzoeksvragen afgeleid: A. In hoeverre zijn de beleids(on)mogelijkheden om de toestroom van buitenlandse drugstoeristen terug te dringen van toepassing op de situatie in de gemeente Terneuzen?; B. Op welke wijze kan het (koop)gedrag van buitenlandse drugstoeristen worden beïnvloed zodat zij niet meer naar Terneuzen komen?; en C. Welk aanbod sluit beter aan bij de huidige omvang en herkomst van de vraag naar softdrugs, wanneer die onontkoombaar mocht zijn? Voor de beantwoording van deze vragen zijn de volgende onderzoekswerkzaamheden uitgevoerd: een literatuurstudie; interviews met betrokkenen in de gemeente Terneuzen; interviews met functionarissen in (Belgische) buurgemeenten; tellingen van het aantal bezoekende klanten van de twee huidige coffeeshops; interviews met klanten van de huidige coffeeshops; en een overlastmeting onder bewoners van de binnenstad. Verder is nagegaan welke ervaringen een vijftal andere grensgemeenten in Nederland hebben opgedaan bij de uitvoering en handhaving van het coffeeshop- en (soft)drugsbeleid. In totaal hebben 30 gesprekken plaatsgevonden met 34 personen, zijn 150 bewoners van de binnenstad geënquêteerd en zijn 158 coffeeshopbezoekers ondervraagd. Juridische context De gemeente Terneuzen heeft bij de invulling en uitvoering van haar coffeeshopbeleid te maken met verschillende nationale en internationale wet- en regelgeving. In hoofdstuk twee wordt daarom onder andere ingegaan op de landelijk geldende Opiumwet en de zogenoemde AHOJ-G criteria. Daarnaast komen de bevoegdheden van de burgemeester aan bod waarmee illegale verkooppunten van (soft)drugs (woningen, lokalen) kunnen worden aangepakt. Bij de uitvoering van het drugsbeleid door Nederlandse (grens)gemeenten spelen verder enkele Europese verdragen een belangrijke rol. Ook deze verdragen komen in hoofdstuk twee aan bod. Er wordt onder meer ingegaan op de juridische consequenties van het zogenoemde Akkoord van Schengen. Klanten coffeeshops In de onderzoeksperiode bedraagt het totaal aantal kopende bezoekers bij beide coffeeshops gemiddeld per dag tussen de en In hoofdstuk drie wordt nader ingegaan op de achtergrondkenmerken van de bezoekers van de beide coffeeshops. Ook wordt aandacht besteed aan hun koopgedrag (frequentie, hoeveelheid et cetera). In dit hoofdstuk zijn tevens de ideeën van de bezoekers voor eventuele aanpassingen van het coffeeshopbeleid (en de mogelijke effecten daarvan) opgenomen. Samenvatting I

10 Overlast en criminaliteit De overlastmeting onder bewoners van de binnenstad van Terneuzen heeft voor de verschillende vormen van (ervaren) overlast en criminaliteit een aantal indicatorscores opgeleverd. Deze scores zijn vergeleken met de in 1996 en 2002 uitgevoerde overlastmetingen van de Monitor drugsoverlast Nederland. In hoofdstuk vier wordt ingegaan op: de mate van het voorkomen van verschillende buurtproblemen en overlastvormen; de waardering voor de woonomgeving; de mate van persoonlijk ervaren drugsoverlast, jongerenoverlast, alcoholoverlast en parkeeroverlast; de (on)veiligheidsgevoelens van bewoners; en het slachtofferschap van bewoners (vermogens- en geweldsdelicten). Naast de overlastmeting onder bewoners worden verder in hoofdstuk vier enkele overlastgegevens gepresenteerd van het drugsoverlastproject Houdgreep en de gemeentelijke inloopdag (Overlast: 'Zegt u het maar'). Ook is er aandacht voor de standpunten van de actiegroep 'De Grens is Bereikt' en de Wijkraad Binnenstad. Buur- en grensgemeenten De ervaringen en standpunten van buur- en grensgemeenten worden besproken in het vijfde hoofdstuk. In de gesprekken met burgemeesters, ambtenaren en politiefunctionarissen is nagegaan welke meningen de Belgische en Zeeuwse buurgemeenten hebben over het (huidige en toekomstige) drugsbeleid van de gemeente Terneuzen. Verder is bij vijf grensgemeenten (Venlo, Maastricht, Breda, Bergen op Zoom en Roosendaal) nagegaan welke recente ervaringen zij hebben op het gebied van de aanpak van softdrugstoerisme en de verplaatsing c.q. uitbreiding van coffeeshops in hun gemeente. Aanpak softdrugstoerisme In hoofdstuk zes wordt antwoord gegeven op de eerste twee onderzoeksvragen. In het hoofdstuk komen de (juridische) (on)mogelijkheden van verschillende beleidsopties aan bod die enerzijds het volume van het softdrugstoerisme en anderzijds het koopgedrag van de huidige bezoekers kunnen beïnvloeden. Achtereenvolgens zijn dit: het verbod op de verkoop aan niet-ingezetenen; de aanpassing van het beleid van buurgemeenten; de verhoging van de maximale toegestane verkoophoeveelheid per persoon per dag; de aanpassing van de openingstijden van de coffeeshops; een strikter afficheringverbod; aanscherping van het parkeer- en verkeersbeleid; uitbreiding van het aantal drugscontroles; preventief beleid in België en Frankrijk; en beperking van de kwaliteit van softdrugs. Beleidsalternatieven Daar waar hoofdstuk zes oplossingen voor de aanpak van het softdrugstoerisme op korte en middellange termijn aandraagt, wordt in het zevende hoofdstuk ingegaan op de beantwoording van de derde onderzoeksvraag. Er worden vier beleidsalternatieven gepresenteerd die zich richten op de lange termijn: a. geen wijzigingen in het coffeeshopbeleid; b. vestiging van een extra coffeeshop buiten de kern van Terneuzen; c. verplaatsing van één of beide coffeeshop(s) buiten de kern van Terneuzen; en d. sluiting van beide coffeeshops. Van alle vier worden de voor- en nadelen beschreven, komen de randvoorwaarden en de juridische context aan bod en worden de verwachte effecten geschetst. Vervolgens worden enkele algemene randvoorwaarden, die belangrijk zijn bij de invulling van het gemeentelijk coffeeshopbeleid, behandeld. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een eerste, indicatieve afweging van de beleidsalternatieven aan de hand van enkele criteria. II INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

11 1. INLEIDING De gemeente Terneuzen heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw als grens- en centrumgemeente te maken gehad met een omvangrijke drugsproblematiek (Bieleman e.a. 2003). Destijds zouden circa 70 verkoopadressen, waaronder een groot aantal woonpanden, oorzaak zijn van grootschalige overlast van zowel soft- als harddrugs (Gemeente Terneuzen 2006). De klachten van de inwoners waren onder meer: lastigvallen en bedreigingen door straatdealers; overlast van buitenlandse softdrugstoeristen maar ook van harddrugdealers en harddrugsgebruikers uit de Randstad; en de dreiging ingesloten te raken door de drugsscene. Voorts was er een toename van het aantal geweldsdelicten en wapenbezit. Omdat met de stijgende vraag de concurrentie aan de aanbodzijde toenam, vercriminaliseerde de handel zich. Vanaf circa 1995 wordt, mede naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen in het drugsbeleid, in de gemeente Terneuzen gestreefd naar een integrale lokale aanpak, zowel op het terrein van de openbare orde c.q. de bestrijding van de overlast als op het terrein van de preventie en de hulpverlening. Onderdeel van dit beleid zijn twee gedoogde verkooppunten. Dat aantal is gebaseerd op het uitgangspunt van één verkooppunt per inwoners. Op grond van de Notitie Uitwerking gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops zijn er in Terneuzen vanaf 1996 derhalve twee gedoogde coffeeshops, te weten Miami en Checkpoint aan de Westkolkstraat te Terneuzen. Mede door het gedogen van deze twee verkooppunten is de overlast daarna tot aanvaardbare proporties teruggebracht. De gemeente Terneuzen is momenteel de enige gemeente in Zeeuws-Vlaanderen die gedoogde verkooppunten van cannabis kent. Naast de Nederlandse buurgemeenten kennen ook België en Frankrijk geen gedoogde verkooppunten. In eerste instantie heeft Terneuzen een beleid dat zich richt op de lokale markt, maar als grensgemeente heeft het tevens te maken met vraag uit het buitenland. Als grensgemeente wordt zij zo geconfronteerd met een vraag die vele malen groter is dan het aanbod. Dat blijkt niet alleen uit de vele buitenlandse bezoekers van de gedoogde verkooppunten, maar ook uit de telkens weer opduikende illegale verkooppunten verspreid over Zeeuws-Vlaanderen. 1.1 Houdgreep Naast het instellen van een gedoogbeleid voor twee coffeeshops is vanaf 1996 tevens het speciaal daarvoor opgerichte handhavingsproject Houdgreep onderdeel van de integrale aanpak van de drugsproblematiek. De doelstelling van het project is: "het tot aanvaardbare proporties terugdringen van de drugsoverlast in het centrum en andere stadsdelen van Terneuzen". De zeggenschap over de straten en panden (dealeradressen/ coffeeshops/openbare gelegenheden/particuliere panden) diende met dit project terug in handen te komen van de politie en het openbaar bestuur, zodanig dat sprake moest zijn van een duidelijk zichtbare afname van het aantal drugspanden en van het aantal dealers, runners en gebruikers. Daarnaast moest sanering van het woningbestand en optimalisering van het bestemmingsplan bijdragen aan een betere leefomgeving. Het lokale drugsbeleid werd een jaar na de start geëvalueerd in de notitie Evaluatie beleid bestrijding drugsoverlast (Gemeente Terneuzen 1997). Daarin werd geconcludeerd dat het beleid succesvol was en moest worden voortgezet. De situatie leek beheersbaar geworden evenals de overlast, onder meer door de sluiting van ongeveer 18 drugsoverlastgevende panden. In Inleiding 1

12 de periode is vervolgens de aanpak Houdgreep gecontinueerd en zijn er nog vele drugpanden gesloten. Vanaf 2001 is de primaire doelstelling van de doorstart, Houdgreep II, het tenminste consolideren van het gevoel van veiligheidsbeleving bij de bewoners in de deelnemende gemeenten (naast Terneuzen inmiddels ook Hulst en Sluis) op het niveau van de bereikte resultaten in Een onderdeel van Houdgreep is de gratis drugsoverlastlijn waar bewoners uit de gemeenten Terneuzen, Sluis en Hulst de ervaren (drugs)overlast kunnen melden. Het project Houdgreep neemt sinds 2000 overigens ook deel aan de internationale drugacties ETOILE. In 2006 hebben vijf van dergelijke internationale drugsacties plaatsgevonden (Politie Zeeland 2007). De medewerkers van Houdgreep worden daarnaast ingezet bij de aanpak van de hennepkweek en bij grootschalige opsporingsonderzoeken van de Regionale Recherche. 1.2 Probleemstelling Het gedoogde verkooppunt Checkpoint, de meest bezochte van de twee verkooppunten, is in 2000 minnelijk onteigend in het kader van de realisatie van het bestemmingsplan Arsenaal, meer concreet de nieuwbouw van het Scheldetheater. Als gevolg hiervan is Checkpoint gegroeid van een horecazaak met een oppervlakte van circa 45m² in 1999, via een tijdelijke locatie van 75m² naar een nieuwe locatie met een oppervlakte van 150m². Deze oppervlaktes zijn exclusief de aanpalende horeca-inrichtingen. In het kader van de juridische procedures rondom het bestemmingsplan Arsenaal is in 2002 onderzoek gedaan naar de bezoekersaantallen en de parkeerbehoefte van de nieuwbouw van Checkpoint. In 2002, op de tijdelijke locatie, heeft coffeeshop Checkpoint gemiddeld duizend bezoekers per dag, met een piek van 120 bezoekers per uur. In 2006 zegt Checkpoint in het hoogseizoen tussen de tweeduizend en vijfentwintighonderd bezoekers per dag te hebben, gemiddeld tweehonderd per uur. Aangenomen wordt dat het cannabisgebruik in Zeeuws-Vlaanderen geen vergelijkbare stijgende lijn vertoont, waardoor kan worden verondersteld dat de aanwas vooral bestaat uit buitenlandse drugstoeristen. Tot eind 2005 wordt de situatie als beheersbaar ervaren. Vanaf begin 2006 worden er echter in de politiek en de media vraagtekens gezet bij de consequenties van het huidige gedoogbeleid. De stroom van pakweg één miljoen drugstoeristen per jaar vanaf de grens naar en van de gedoogde verkooppunten wordt als problematisch ervaren. Het is vooral het volume van deze vorm van toerisme die overlast veroorzaakt in de vorm van parkeerdruk, wildplassen en a-sociaal (rij)gedrag. In het gemeentelijk coalitieakkoord voor de raadsperiode wordt hieraan ruim aandacht geschonken. In het akkoord is de volgende paragraaf opgenomen: Gezien de huidige overlast (parkeren, openbare orde) de mogelijkheid van de vestiging van een coffeeshop bij de grens [te] onderzoeken. Vestiging wordt eerst overwogen als uit het onderzoek blijkt dat het volume van het drugstoerisme niet toeneemt. De exploitanten van de coffeeshops doen bijdragen in de maatschappelijke kosten van het gedoogbeleid. De overlast van het drugstoerisme door maatregelen op het terrein van openbare orde bestrijden waardoor deze overlast afneemt. De voornaamste vraagstelling van de gemeente is als volgt: als in Terneuzen slechts elf procent van de bezoekers uit Nederland komt (Surmont 2005), kan dan wel worden volstaan met een gedoogbeleid gericht op de lokale markt? En is de huidige locatie vlakbij 2 INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

13 de binnenstad, het verst van de grens verwijderd, wel passend gelet op de herkomst van de vraag naar softdrugs? Afgeleide vragen uit het voorgaande zijn: A. In hoeverre zijn de beleids(on)mogelijkheden om de toestroom van buitenlandse drugstoeristen terug te dringen van toepassing op de situatie in de gemeente Terneuzen? B. Op welke wijze kan het (koop)gedrag van buitenlandse drugstoeristen worden beïnvloed zodat zij niet meer naar Terneuzen komen? C. Welk aanbod sluit beter aan bij de huidige omvang en herkomst van de vraag naar softdrugs, wanneer die onontkoombaar mocht zijn? 1.3 Onderbouwing Onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL heeft in opdracht van de gemeente Terneuzen enkele werkzaamheden uitgevoerd die een eventuele aanpassing van het coffeeshop- en sofdrugsbeleid in de gemeente dienen te onderbouwen. De werkzaamheden zijn: documentstudie; interviews met betrokkenen in de gemeente Terneuzen; interviews met functionarissen in (Belgische) buurgemeenten; tellingen van het aantal bezoekende klanten van de twee huidige coffeeshops; interviews met klanten van de huidige coffeeshops; en een overlastmeting onder bewoners van de binnenstad. Verder is nagegaan welke ervaringen een vijftal andere grensgemeenten in Nederland hebben opgedaan bij de recentelijke uitvoering en handhaving van het coffeeshop- en (soft)drugsbeleid. In totaal hebben 30 gesprekken plaatsgevonden met 34 personen, zijn 150 bewoners geënquêteerd en zijn 158 coffeeshopbezoekers ondervraagd. 1.4 Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst per onderzoeksdeel kort ingegaan op de resultaten van de werkzaamheden. Het volgende hoofdstuk bespreekt de juridische context van het Nederlandse coffeeshopbeleid en de internationale verdragen die ten aanzien van het uitvoeren van het (lokale en landelijke) drugsbeleid van toepassing zijn. Het derde hoofdstuk behandelt de (ontwikkeling in de) bezoekersaantallen van de coffeeshops en het koopgedrag van de klanten van beide coffeeshops. Hoofdstuk vier gaat in op de aard en omvang van de overlast, waarbij met name de resultaten van de bewonersenquête zijn verwerkt. In hoofdstuk vijf wordt kort ingegaan op het huidige softdrugsbeleid en de ervaringen en meningen van de (Belgische) buurgemeenten. In dit hoofdstuk worden eveneens de ervaringen geschetst van vijf andere grensgemeenten waarin coffeeshops zijn gevestigd. Hoofdstuk zes behandelt enkele opties om de omvang van het softdrugstoerisme terug te dringen. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de eerste twee onderzoeksvragen. Tenslotte komen in hoofdstuk zeven vier beleidsalternatieven aan bod. Op basis van de interviews en de in de voorgaande paragrafen beschreven informatie worden vier mogelijke varianten van het toekomstige coffeeshopbeleid gepresenteerd en toegelicht. Hierbij worden de verwachte voor- en nadelen, de randvoorwaarden, de juridische context en de eventuele effecten van de verschillende varianten aangegeven. Het hoofdstuk geeft input voor de beantwoording van de derde onderzoeksvraag. Inleiding 3

14 4 INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

15 2. JURIDISCHE CONTEXT In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de juridische context van het (inter)nationale softdrugsbeleid waarmee de gemeente Terneuzen rekening dient te houden bij de invulling van haar coffeeshopbeleid. 2.1 Nationale wet- en regelgeving Op grond van de wijziging van de Opiumwet van 1976 geldt voor hennepproducten als cannabis dat het verrichten van illegale handelingen milder wordt bestraft dan dezelfde handelingen met harddrugs. 1 In de wet wordt een onderscheid gemaakt tussen drugs met een onaanvaardbaar risico (harddrugs als heroïne, cocaïne en xtc) en middelen die een geringer risico opleveren voor de volksgezondheid (waaronder de softdrugs). Op lijsten behorend bij de Opiumwet staan de verschillende middelen opgesomd. Het bezit van een geringe hoeveelheid softdrugs (tot 30 gram) geldt niet als misdrijf, maar als overtreding. Dat Nederland coffeeshops kent is een uitvloeisel van het scheidingsbeleid dat sinds deze wijziging van de Opiumwet in 1976 wordt gevoerd. Bezit, productie en handel in cannabis is verboden op grond van artikel 3 van de Opiumwet. Het gebruik is niet strafbaar. Hoewel verkoop van cannabis is verboden heeft het Openbaar Ministerie met inachtneming van het opportuniteitsbeginsel beleid geformuleerd op grond waarvan wordt afgezien van strafrechtelijke vervolging. Dit beleid wordt gedoogbeleid genoemd en is vastgelegd in de zogenoemde Opiumrichtlijn van het College van procureurs-generaal. 2 De voorwaarden waaronder wordt gedoogd gaan ook wel door het leven als de AHOJ-G criteria. Wanneer een verkooppunt (een coffeeshop) zich houdt aan de volgende voorwaarden, ziet het OM van vervolging af: - geen affichering (reclameuitingen); - geen verkoop van harddrugs; - geen overlast (parkeeroverlast, geluidhinder, vervuiling, rondhangende klanten); - geen toelating van jongeren onder 18 en geen verkoop aan jeugdigen onder 18; - geen grote hoeveelheden (verkoop per klant < 5 gram). In dit beleid is niet bepaald welke hoeveelheid cannabis een coffeeshop in voorraad mag hebben. Dat kan lokaal worden bepaald, zij het dat de voorraad volgens de Opiumrichtlijn van het College van Procureurs-generaal maximaal 500 gram hennepproducten mag zijn. Verder geldt voor coffeeshops landelijk een verbod op de verkoop van alcoholhoudende dranken. 3 Ook worden lokaal wel andere voorwaarden gehanteerd. Daarbij gaat het dikwijls om sluitingstijden die afwijken van de sluitingstijden die voor de overige horecagelegenheden gelden, de verplichte aanwezigheid van een vergunninghouder in een coffeeshop, geen vestiging in de buurt van een school of in bepaalde delen van een gemeente, bepaalde inrichtingseisen et cetera. 1 TK 1999/2000, , nr. 75, notitie Het pad naar de achterdeur. 2 Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet, College van procureurs-generaal, 10 september 1996, Stcrt. 10 en 27 september Dit verbod geldt sinds 1 april 2007 ook in de gemeente Amsterdam, waar voorheen in een deel van de coffeeshops, de zogenoemde hasjcafés, de verkoop van alcohol werd toegestaan. Juridische context 5

16 De lokale overheid kan cannabisbeleid of coffeeshopbeleid voeren. In dit beleid gaat het om het gedogen van coffeeshops als onderdeel van een samenhangend drugsbeleid. Veel gemeenten hebben gekozen voor de nuloptie, dat wil zeggen dat geen coffeeshops worden gedoogd. Andere gemeenten hebben een maximumstelsel ontwikkeld, waarin is aangegeven welk maximale aantal coffeeshops wordt gedoogd (Bieleman en Naayer 2006). Het belangrijkste instrument voor de burgemeester om op te treden tegen een coffeeshop die de voorwaarden overtreedt is het toepassen van bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet. Wanneer een burgemeester een maximumstelsel wil hanteren voor gedoogde coffeeshops, dan kan hij dat handhaven op grond van artikel 13b Opiumwet. Concrete overlast als gevolg van de vestiging van een coffeeshop waardoor het maximum wordt overschreden hoeft dan niet te worden bewezen om op te kunnen treden. Artikel 13b Opiumwet is in 1999 in de Opiumwet opgenomen. Gesproken wordt ook wel van de Wet Damocles. Voorheen was het optreden van de burgemeester tegen dergelijke coffeeshops gebaseerd op een overlastbepaling in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dat was niet altijd eenvoudig omdat in die gevallen overlast moest worden aangetoond in de vorm van onaanvaardbare aantasting van de woon- en leefsituatie. Gemeenten kennen vaak ook een exploitatievergunningenstelsel, dat veelal is neergelegd in de APV. Dergelijke vergunningen gelden voor alle horeca-gelegenheden en dus ook voor coffeeshops. In veel gemeenten worden in de exploitatievergunning de AHOJ-G voorwaarden opgenomen en eventueel ook de andere hiervoor genoemde voorwaarden, zoals de inrichtingeisen of de verplichte aanwezigheid van de vergunninghouder, waardoor bij een overtreding van die voorschriften de vergunning kan worden ingetrokken. Strikt genomen is dat in juridische zin echter niet juist. Na de invoering van art. 13b Opiumwet is het gedoogbeleid immers niet meer gebaseerd op de weigeringsgronden voor de exploitatievergunning, maar op art. 13b Opiumwet. Dat neemt overigens niet weg dat de nieuwe beleidsregels materieel vaak gelijk zijn aan de oude: in veel gemeenten is na de invoering van art. 13b Opiumwet het oude coffeeshopbeleid in al dan niet aangepaste vorm voortgezet. Het nieuwe beleid mag, gelet op de gewijzigde strekking van art. 13b Opiumwet, naast de bescherming van de volksgezondheid ook de voorkoming van overlast als motief hebben. Nu het gedogen geen rechtstreekse relatie (meer) heeft met de exploitatie, maar met art. 13b Opiumwet, is het beter deze relatie ook formeel los te laten en naast de exploitatievergunning (eventueel in hetzelfde document) een afzonderlijke gedoogverklaring met voorwaarden af te geven, welke uitdrukkelijk gebaseerd is op art. 13b Opiumwet. Het lokale coffeeshopbeleid komt tot stand in samenwerking tussen Openbaar Ministerie, politie en de burgemeester. De burgemeester kan een coffeeshop wel sluiten, maar kan de overtreder van de Opiumwet niet vervolgen. Het OM kan wel vervolgen, maar de coffeeshop niet sluiten. De verschillende bevoegdheden, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke, dienen daarom op elkaar te worden afgestemd. Die afstemming krijgt veelal plaats in de lokale driehoek. 4 Afstemming met omringende gemeenten is ook relevant: het waterbedeffect leidt tot een toeloop van softdrugsgebruikers van gemeenten die geen gedoogde coffeeshops kennen naar die gemeente(n) waar wel een coffeeshop is gevestigd. In zekere zin is van dat waterbedeffect eveneens sprake bij coffeeshops aan de Nederlandse grens, omdat cannabisgebruikers uit andere Europese landen die geen legale verkooppunten kennen naar Nederland komen. Op grond van artikel 174a Gemeentewet (de zogenoemde Wet Victoria) heeft de burgemeester de bevoegdheid tot ontruiming en sluiting van woningen en niet voor het publiek toegankelijk lokalen indien sprake is van (ernstige vrees voor) verstoring van de 4 TK 1994/95, , nr. 2-3, Het Nederlandse drugsbeleid: continuïteit en verandering (Drugnota). 6 INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

17 openbare orde door drugsgebruikers en drugshandelaren en of het in het geding zijn van de veiligheid en gezondheid van omwonenden als gevolg van drugsgebruik of drugshandel. Daarnaast is momenteel een wijziging van artikel 13b Opiumwet bij de Eerste Kamer aanhangig waarmee het mogelijk wordt voor de burgemeester bestuursdwang toe te passen ter handhaving van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in woningen en lokalen en bij woningen of die lokalen behorende erven, ook zonder dat de handel in verdovende middelen leidt tot verstoring van de openbare orde. 5 Verwacht wordt dat deze maatregel in 2007 toepasbaar wordt. De Wet Victor heeft betrekking op vervolgmaatregelen na sluiting van een woning, woonkeet, woonwagen of ander gebouw op grond van artikel 174a van de Gemeentewet (dan wel een verordening op basis van artikel 174 Gemeentewet) of op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Op grond van de Wet Victor is het College van Burgemeester en Wethouders onder meer bevoegd om aanwijzingen te geven aan eigenaar of gebruiker om het gebouw weer op redelijke wijze voor bewoning of gebruik geschikt te maken (bevoegdheid opgenomen in artikel 16a van de Woningwet). Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond het betreffende gebouw, dan is het College van Burgemeester en Wethouders als uiterste redmiddel bevoegd tot onteigening over te gaan (bevoegdheid opgenomen in artikel 77, eerste lid, sub 6 van de Onteigeningswet). Daarnaast is de burgemeester verplicht een besluit tot sluiting, dat is gegrond op artikel 174a van de Gemeentewet dan wel op artikel 13b van de Opiumwet, zo spoedig mogelijk in te schrijven in de openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (Kadaster). De cannabisbrief De zogenoemde cannabisbrief uit 2004 stelt dat Het omvangrijk coffeeshoptoerisme een knelpunt is dat tot internationale kritiek leidt en een negatief effect heeft op de buitenlandse betrekkingen. Nederland kan tegenover deze kritiek stellen dat het coffeeshoptoerisme negatieve effecten op de openbare orde en de veiligheid heeft in met name de grensstreek. De raadsverklaring bij het Kaderbesluit Illegale Drugshandel roept alle lidstaten van de Europese Unie op maatregelen te treffen tegen drugstoerisme. Het kabinet zal daarom in overleg met de betrokken gemeenten met kracht bevorderen dat het drugstoerisme in met name de grensregio s ingedamd wordt. 6 Uit de cannabisbrief blijkt door het ontbreken van concrete maatregelen dat daadwerkelijke initiatieven op dit vlak waarschijnlijk niet erg kansrijk zullen zijn. Het kabinet stelt bijvoorbeeld overleg met gemeenten in het vooruitzicht over een betere handhaving van de AHOJ-G-criteria en het hanteren van een afstandscriterium van coffeeshops tot scholen en (indien van toepassing) tot de landsgrens. Van dergelijke voornemens is sindsdien nog weinig vernomen. In de brief die de regering nadien stuurde aan de Tweede Kamer over de implementatie van de Cannabisbrief wordt melding gemaakt van overleg met Duitse en Belgische autoriteiten in het kader van grensoverschrijdende samenwerking ter bestrijding van drugstoerisme. 7 5 EK 2006/07, , nr. A. 6 TK 2003/04, , nr TK 2005/06, , nr Juridische context 7

18 2.2 Internationale wet- en regelgeving Nederland is partij bij een aantal verdragen die de productie en de handel in drugs aan banden trachten te leggen en die controlemechanismen in het leven roepen 8 : het enkelvoudig verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd bij protocol in 1972; het verdrag inzake psychotrope stoffen, 1971; het VN-verdrag tegen sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1988; het akkoord van Schengen, Uit deze verdragen zijn de volgende relevante punten te noemen: 1. Er zijn gedragingen die uit hoofde van de Verdragen strafbaar gesteld moeten worden, zoals de productie, de (internationale) verhandeling en het bezit van cannabis. De Verdragen geven ook een indicatie van het soort straffen waaraan moet worden gedacht. De Verdragen leggen daarmee het strafrechtelijke kader vast, maar niet de hoogte van de straffen. 2. De Verdragen laten aan de Verdragspartijen speelruimte om onderscheid te maken tussen ernstige en minder ernstige delicten voor wat betreft de toe te passen sancties en om daaruit consequenties te trekken voor het eigen vervolgingsbeleid. 3. De Verdragen tasten het in Nederland gehanteerde opportuniteitsprincipe bij de vervolging van strafbare feiten niet aan, maar eisen wel een loyale uitvoering. De Europese Unie hecht veel belang aan de gezamenlijke bestrijding van teelt, productie en handel van cannabis. Hiertoe is in de loop van de tijd een aantal actieplannen en gemeenschappelijke optredens geformuleerd. Belangrijk is het Gemeenschappelijk Optreden van 17 december 1996, betreffende de onderlinge aanpassingen van wetgevingen en praktijken van de Lidstaten van de Europese Unie ter bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van de illegale drugshandel. In dit Gemeenschappelijk Optreden zijn bindende afspraken gemaakt over het nader op elkaar afstemmen van het nationale beleid en de wetgeving van de lidstaten. De volgende relevante doelstellingen zijn geformuleerd: bestrijding van de drugshandel en van het drugstoerisme; bescherming van de buitengrenzen tegen de import van drugs; onderlinge afstemming van de werkwijze van politie en justitie. Het Gemeenschappelijk Optreden legt uitdrukkelijk vast (art. 7) dat de lidstaten erop toezien dat zij nauwgezet zullen voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de verdragen van de VN inzake verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1961, 1971 en Opportuniteitsbeginsel De eigen Nederlandse wetgeving is in overeenstemming met de uit deze Verdragen, actieplannen en Gemeenschappelijke Optredens, voortvloeiende verplichtingen. In de Nederlandse strafwetgeving is het opportuniteitsbeginsel vastgelegd: het OM kan afzien van vervolging van strafbare feiten op gronden ontleend aan het algemeen belang. Van deze mogelijkheid maakt Nederland gebruik door het bezit, de aankoop en kleinschalige teelt van cannabis voor eigen gebruik te gedogen. Dit betekent dat Nederland hieraan geen opsporings- en vervolgingsprioriteit wenst te geven. Doordat in de verschillende verdragen 8 Zie TK 1999/2000, , nr. 75, notitie Het pad naar de achterdeur en Peter Cohen & Mark Teurlings, Het regelen van de achterdeur van coffeeshops, in: NJB 11 februari INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

19 de mogelijkheid is gecreëerd gedragingen voor wat betreft het opleggen van straffen te onderscheiden in ernstig en minder ernstig, handelt Nederland hiermee niet in strijd met deze Verdragen. Dat zou echter wel het geval zijn indien het opportuniteitsbeginsel toegepast zou gaan worden op activiteiten die naar hun aard in de Verdragen als ernstig worden gekwalificeerd. Zo bepaalt het Verdrag uit 1988 tegen de sluikhandel dat de teelt van cannabis dient te worden aangemerkt als een serious criminal offence. Een verbreding van het gedoogbeleid in de richting van de teelt en de toevoer van cannabis aan coffeeshops lijken op gespannen voet met deze verdragen te staan. Het akkoord van Schengen Op 14 juni 1985 sloten de Benelux, Duitsland en Frankrijk het Akkoord van Schengen betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. Dit Akkoord van Schengen werd uitgewerkt in de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst van Schengen. Van die verdragen wordt wel gesteld dat ze de vestiging van een coffeeshop aan de grens met een andere Europese lidstaat zouden verbieden. Dat is echter nog maar de vraag. In deze verdragen werd voor het eerst onderscheid gemaakt tussen binnengrenzen en buitengrenzen van een aantal Europese landen, die samen het zogenoemde Schengen-acquis vormen. Momenteel geldt het grondgebied van de gehele Europese Unie als Schengen-acquis. De grenzen tussen Nederland en België en Nederland en Duitsland zijn daarbij bijvoorbeeld binnengrenzen. Waar Nederland aan de zee grenst, evenals de luchthaven Schiphol, wordt gesproken van een buitengrens. De lidstaten hebben in de bedoelde verdragen afspraken gemaakt over de wijze waarop controles langs de gemeenschappelijke binnengrenzen plaats zullen vinden, de geleidelijke afschaffing van personencontroles aan de binnengrenzen en over de totstandkoming van een gemeenschappelijk visumbeleid. Relevant in dit verband lijkt artikel 71, lid 2 van de Overeenkomst van Schengen, volgens welke de bij de overeenkomst aangesloten landen zich verplichten de verkoop van verdovende middelen, inclusief cannabis, tegen te gaan. Volgens een bij de overeenkomst gevoegde gemeenschappelijke verklaring neemt elk van de bij de overeenkomst aangesloten lidstaten voor zover zij afwijkt van het beginsel dat is neergelegd in artikel 71, lid 2 de noodzakelijke strafrechtelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om illegale in- en uitvoer van verdovende middelen naar het grondgebied van andere lidstaten tegen te gaan. Op basis van deze bepaling dreigde de Franse president Chirac in 1999 met het herinvoeren van grenscontroles aan de Franse binnengrens. Concluderend bepaalt het verdrag van Schengen dat de lidstaten de in- en uitvoer van verdovende middelen dienen tegen te gaan. In de praktijk vindt dit (reeds) plaats door handhaving op het eigen grondgebied van de lidstaten en door middel van gezamenlijke controles aan de binnengrenzen van de lidstaten van het Schengen-acquis. Formeel gezien handhaaft de politie in de Nederlandse grensgemeenten de Nederlandse Opiumwet, die onder andere het bezit en het transport van cannabis strafbaar stelt. Het verdrag spreekt zich niet uit over het al dan niet toestaan van gedoogde verkooppunten op of in de nabijheid van deze grenzen. Het verdrag heeft verder geen duidelijke juridische waarde bij de bepaling van de locaties van coffeeshops op het grondgebeid van grensgemeenten. Juridische context 9

20 10 INTRAVAL - Onderzoek coffeeshops Terneuzen

COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN

COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN Coffeeshopbezoekers Terneuzen najaar 2009 COFFEESHOPBEZOEKERS TERNEUZEN NAJAAR 2009 INTRAVAL Groningen-Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Inleiding 1 1.1 Probleemstelling 1 1.2 Onderzoeksopzet 2 1.3 Leeswijzer

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396 Zaaknummer : 65344 Raadsvergaderin : 2 december 2014 Agendapunt : g Commissie : Bestuur Onderwerp : Informerende nota coffeeshop Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder :

Nadere informatie

NULMETING OVERLAST EN BEZOEK COFFEESHOPS MAASTRICHT

NULMETING OVERLAST EN BEZOEK COFFEESHOPS MAASTRICHT NULMETING OVERLAST EN BEZOEK COFFEESHOPS MAASTRICHT OWP research Groningen-Rotterdam Maastricht COLOFON Postadres: St. INTRAVAL OWP Research Postbus 1781 Weth v Caldenborghlan 76 9701 BT Groningen 6226

Nadere informatie

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 Monitor naleving rookvrije werkplek 2006 METINGEN 2004 EN 2006 B. Bieleman A. Kruize COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam:

Nadere informatie

Inventarisatie overlast uitgaanscentrum Vlaardingen

Inventarisatie overlast uitgaanscentrum Vlaardingen Inventarisatie overlast uitgaanscentrum Vlaardingen J. Snippe A. Beelen B. Bieleman Inventarisatie overlast uitgaanscentrum Vlaardingen Oktober 28 I NTRAVAL Groningen-Rotterdam COLOFON St. INTRAVAL Postadres:

Nadere informatie

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde NUL-BELEID COFFEESHOPS Gemeente Bellingwedde 2014 Aanleiding In archiefstukken wordt aangegeven dat de gemeente Bellingwedde een nul-beleid hanteert voor coffeeshops. Echter is er in het archief geen raadsbesluit

Nadere informatie

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Vaststelling: 15 augustus 2012 Publicatie: 23 augustus 2012 Inwerkingtreding: 24 augustus 2012 Inhoud Samenvatting Inleiding 1. Nederlands drugsbeleid 2. Vormen

Nadere informatie

COFFEESHOPBEZOEKERS IN VENLO 2009 TELLINGEN EN ENQUÊTE COFFEESHOPBEZOEKERS VENLO

COFFEESHOPBEZOEKERS IN VENLO 2009 TELLINGEN EN ENQUÊTE COFFEESHOPBEZOEKERS VENLO COFFEESHOPBEZOEKERS IN VENLO 2009 TELLINGEN EN ENQUÊTE COFFEESHOPBEZOEKERS VENLO B. Bieleman R. Nijkamp COFFEESHOPBEZOEKERS IN VENLO 2009 TELLINGEN EN ENQUÊTE COFFEESHOPBEZOEKERS VENLO Juli 2009 INTRAVAL

Nadere informatie

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria:

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria: Casenummer 10G200903 Registratienr. 365938 / 365938 Coffeeshop beleid. Artikel 1: definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 1. harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorend bij

Nadere informatie

Onderzoek Kooppogingen alcohol door jongeren

Onderzoek Kooppogingen alcohol door jongeren CO LO F O N St. I NTRAVAL Postadres Postbus 1781 971 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: St. Jansstraat 2C Telefoon - 313 4 2 Fax - 312 7 26 Kantoor Rotterdam: Goudsesingel

Nadere informatie

EVALUATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE DELFZIJL

EVALUATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE DELFZIJL EVALUATIE COFFEESHOPBELEID GEMEENTE DELFZIJL B. Bieleman R. Nijkamp R. Voogd Evaluatie coffeeshopbeleid gemeente Delfzijl September 2013 INTRAVAL Groningen-Rotterdam COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus

Nadere informatie

Monitor coffeeshopbeleid Rotterdam

Monitor coffeeshopbeleid Rotterdam - E N 1- M E T I N G Monitor coffeeshopbeleid Rotterdam B. Bieleman R. Nijkamp F. Schaap MONITOR COFFEESHOPBELEID ROTTERDAM - EN 1-METING September 21 INTRAVAL Groningen-Rotterdam COLOFON St. INTRAVAL

Nadere informatie

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk;

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk; Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van De Ronde Venen; Gelezen het advies van; Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden Veiligheidsmonitor Gemeente Leiden Resultaten per stadsdeel en in de tijd Mediad Rotterdam, maart 2011 Veiligheidsmonitor, Gemeente Leiden 1 In dit overzicht worden de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor

Nadere informatie

"De overheid is een goede werkgever voor criminele organisaties"

De overheid is een goede werkgever voor criminele organisaties NRC Next 27 september 2011 Hoeveel zin heeft het coffeeshop-beleid? "De overheid is een goede werkgever voor criminele organisaties" De Maastrichtse gemeenteraad besluit vandaag waarschijnlijk tot verplaatsing

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

Overlast park Lepelenburg

Overlast park Lepelenburg Overlast park Lepelenburg 1-meting oktober 2014 www.onderzoek.utrecht.nl Colofon Uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl in opdracht

Nadere informatie

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016

Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Bekendmaking beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Weststellingwerf 2016 Datum vaststelling: 26-05-2016 Inwerkingtreding: 02-06-2016 Kenmerk besluit: 2016-006596/c Publicatiedatum: 01-06-2016 Bijlage

Nadere informatie

COFFEESHOPBEZOEK ROTTERDAM VOORJAAR 2012

COFFEESHOPBEZOEK ROTTERDAM VOORJAAR 2012 COFFEESHOPBEZOEK ROTTERDAM VOORJAAR 2012 R. Nijkamp B. Bieleman COFFEESHOPBEZOEK ROTTERDAM VOORJAAR 2012 Augustus 2012 INTRAVAL Groningen-Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina 1. Inleiding 1 1.1 Vraagstelling

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van Houten; gelet op de artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; overwegende: dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de

Nadere informatie

Evaluatie gratis openbaar vervoer 65+-ers Rotterdam

Evaluatie gratis openbaar vervoer 65+-ers Rotterdam Evaluatie gratis openbaar vervoer 65+-ers Rotterdam J. Snippe F. Schaap M. Boendermaker B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden Resultaten per district en in de tijd Bureau Onderzoek Op Maat april 2010 Veiligheidsmonitor 2009, gemeente Leiden 1 In dit overzicht worden de uitkomsten van de

Nadere informatie

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet

Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Titel: Bestuursrechtelijke sancties artikel 13B Opiumwet Vastgesteld: 31-05-2016 Treedt in werking: 7 juni 2016 Wettelijke basis: Artikel 13B Opiumwet

Nadere informatie

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2008-2011

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2008-2011 Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 28-211 Deze notitie brengt op basis van de Amsterdamse Veiligheidsmonitor de leefbaarheid en veiligheid in de regio Amsterdam-Amstelland tussen 28 en 211

Nadere informatie

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen De burgemeester van Vianen, Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 De van de gemeente Capelle aan den IJssel, gelezen het voorstel van Team Integrale Veiligheid van de afdeling Bestuur- en Concernondersteuning,

Nadere informatie

Quick Scan. Ontwikkeling in Aantal. Coffeeshops in Nederland

Quick Scan. Ontwikkeling in Aantal. Coffeeshops in Nederland NTRAVAL A bureau voor onderzoek, advies Ontwikkeling in Aantal Coffeeshops in Nederland B. Bieleman, S. Biesma, J. Snippe, E. de Bie INTRAVAL Groningen-Rotterdam December 1996 Auteursrechten voorbehouden

Nadere informatie

Onderzoek kopen tabak door jongeren

Onderzoek kopen tabak door jongeren meting 214 Onderzoek kopen tabak door jongeren A Kruize B. Bieleman 1. Inleiding Vanaf 1 januari 214 is de leeftijdsgrens voor de verkoop van tabaksproducten van 16 naar 18 jaar gegaan. De verstrekker

Nadere informatie

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Hay Janssen, fractievoorzitter PvdA Venlo 17 november 2008 Door het invoeren van een overlastverordening en een nieuw vergunningensysteem voor de vestiging

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Eval uat i e Camer at oezi cht Gouda Ei ndr appor t Samenvatting en conclusies De gemeente Gouda is begin 2004 een proef gestart met cameratoezicht in de openbare ruimte op diverse locaties in de gemeente.

Nadere informatie

Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeente Rotterdam

Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeente Rotterdam QUICK-SCAN: GEVOLGEN REGIOBINDING ROTTERDAM COLOFON INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon

Nadere informatie

Damoclesbeleid Gemeente Sluis

Damoclesbeleid Gemeente Sluis Damoclesbeleid Gemeente Sluis Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Doel van Wet Damocles 2 2.1 Inleiding 2 2.2 Doel van Wet Damocles 2 2.2.1 Algemeen 2 2.2.2 Doel van het gemeentelijk Damoclesbeleid 3 3. Wet

Nadere informatie

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond

Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond Notitie ter ondersteuning van het debat over richtinggevende criteria locatie vestiging coffeeshop in Helmond 1. Inleiding Coffeeshops zijn alcoholvrije horecagelegenheden waar handel in en gebruik van

Nadere informatie

Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011

Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 Wijziging bijlage 2 van de beleidslijn woonoverlast 2009, Gemeenteblad 2009, 133, Beleidsregel artikel 13b Opiumwet inzake een woning of lokaal 2011 De burgemeester van de gemeente Rotterdam, Gelezen het

Nadere informatie

Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk

Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk Evaluatie Coffeeshopbeleid Waalwijk December 2004 Inhoudsopgave pagina Hoofdstuk 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Inhoud van de evaluatie 3 Hoofdstuk 2 Vigerend coffeeshopbeleid Waalwijk 4 2.1 Inleiding

Nadere informatie

gemeente Groningen Lokaal balanceren B. Bieleman R. Nijkamp K. de Haan

gemeente Groningen Lokaal balanceren B. Bieleman R. Nijkamp K. de Haan Onde rzoe k coffeeshopbele i d gemeente Groningen Lokaal balanceren B. Bieleman R. Nijkamp K. de Haan Lokaal balanceren Onderzoek coffeeshopbeleid gemeente Groningen Augustus 2011 I NTRAVAL Groningen-Rotterdam

Nadere informatie

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Hoe veilig is Leiden? Integrale Veiligheidsmonitor gemeente Leiden Bijlagenrapport April 2012 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2012/022 Datum April

Nadere informatie

Oplegvel Informatienota

Oplegvel Informatienota Onderwerp Beleidsregels Handhaving Opiumwet Oplegvel Informatienota Portefeuille mr. B. B. Schneiders Auteur Dhr. J.A.M. Lubbers Telefoon 5113815 E-mail: jlubbers@haarlem.nl VVH/VHR Reg.nr. 2009/2531 ZONDER

Nadere informatie

Binnenstad Groningen

Binnenstad Groningen Thermometer Binnenstad Groningen metingen 1998-29 B. Bieleman A. Kruize G. Wolters Inleiding In opdracht van de gemeente Groningen heeft onderzoeks- en adviesbureau INTRAVAL in 29 voor het twaalfde achtereenvolgende

Nadere informatie

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES In januari 2001 is de gemeente Venlo gestart met het drugsoverlastproject Hektor. Om tot een substantiële reductie van de (soft)drugscriminaliteit en drugsgerelateerde overlast

Nadere informatie

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Vastgesteld gewijzigde versie door de burgemeester op 27 mei 2014

Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten. Vastgesteld gewijzigde versie door de burgemeester op 27 mei 2014 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Tilburg. Nr. 32905 12 juni 2014 Beleidsregels Artikel 13b Opiumwet in de B5-gemeenten Breda Eindhoven Helmond s-hertogenbosch Tilburg Gemeente Tilburg Vastgesteld

Nadere informatie

Handhavingarrangement coffeeshopbeleid

Handhavingarrangement coffeeshopbeleid Handhavingarrangement coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Lelystad Officiële naam regeling Handhavingarrangement coffeeshopbeleid

Nadere informatie

Beleidsregel handhaving Wet Damocles

Beleidsregel handhaving Wet Damocles 1 "Al gemeente f(s Heemskerk Beleidsregel handhaving Wet Damocles 15 december 2014 BIVO/2014/30108 Illill Hl lllll lllll lllll lllll Z015994FE86 fë BELEIDSREGEL HANDHAVING WET DAMOCLES Inhoudsopgave Beleidsregel

Nadere informatie

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid Veiligheid kernthema: De criminaliteitscijfers en de slachtoffercijfers laten over het algemeen een positief beeld zien voor Utrecht in. Ook de aangiftebereidheid van Utrechters is relatief hoog (29%).

Nadere informatie

De gemeenteraad van Gouda Oriënterende informatie coffeeshopbeleid naar aanleiding van de motie hierover dd 10 november 2011.

De gemeenteraad van Gouda Oriënterende informatie coffeeshopbeleid naar aanleiding van de motie hierover dd 10 november 2011. memo aan onderwerp van datum De gemeenteraad van Gouda Oriënterende informatie coffeeshopbeleid naar aanleiding van de motie hierover dd 10 november 2011. College van Burgemeester en Wethouders 15 mei

Nadere informatie

Coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013

Coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013 Coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Lelystad Officiële naam regeling Coffeeshopbeleid gemeente Lelystad 2013 Citeertitel

Nadere informatie

Monitor eerste verplaatsing coffeeshops Amsterdam

Monitor eerste verplaatsing coffeeshops Amsterdam Monitor eerste verplaatsing coffeeshops Amsterdam B. Bieleman R. Mennes J. Snippe MONITOR EERSTE VERPLAATSING COFFEESHOPS AMSTERDAM Maart 215 INTRAVAL Groningen-Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina Hoofdstuk

Nadere informatie

Wietbeleid gewogen. J. Snippe. K. de Haan. B. Bieleman

Wietbeleid gewogen. J. Snippe. K. de Haan. B. Bieleman E valuati e coffeeshopbele i d Haarlemmermeer Wietbeleid gewogen J. Snippe K. de Haan B. Bieleman Wietbeleid gewogen Evaluatie coffeeshopbeleid Haarlemmermeer September 2011 INTRAVAL Groningen-Rotterdam

Nadere informatie

Drie jaar Taskforce Overlast

Drie jaar Taskforce Overlast Drie jaar Taskforce Overlast Duidelijke afname van ervaren overlast Centrum en Sinds 2010 werkt de gemeente Dordrecht met de Taskforce Overlast in de openbare ruimte aan het terugdringen van de overlast

Nadere informatie

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTADUTRECHT PROCESEVALUATIE CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE J. Snippe, M. Hoorn, B. Bieleman INTRAVAL Groningen-Rotterdam 4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Nee tegen Nederwiet in grensstreek

Nee tegen Nederwiet in grensstreek 22 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Fotoserie Werken tegen wiet Nee tegen Nederwiet in Nederlandse grensstreek Werkvloer Een toestroom van drugstoeristen, levensbedreigende hennepkwekerijen en wapengevaarlijke

Nadere informatie

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012

Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012 Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Twenterand 2012 De burgemeester van Twenterand; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Overwegende: 1. dat artikel 13b lid 1 Opiumwet

Nadere informatie

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood

28 secondant #3/4 juli-augustus 2011. Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid. Nut en nood 28 secondant #3/4 juli-augustus 2011 Volksgezondheid staat centraal in het Nederlandse drugsbeleid Nut en nood van coffeeshops Zes op tien coffeeshops dicht door kabinetsbeleid, Sluit coffeeshops in Maastricht,

Nadere informatie

Nulbeleid coffeeshops en bestuursrechtelijke handhavingsarrangement

Nulbeleid coffeeshops en bestuursrechtelijke handhavingsarrangement Inleiding De gemeente Woudenberg wordt, zoals meer Nederlandse kleinere gemeenten, tot op heden weinig geconfronteerd met handel in en gebruik van betekenis van hard- en softdrugs en de daarmee samenhangende

Nadere informatie

Inventarisatie shisha lounges 2015

Inventarisatie shisha lounges 2015 Inventarisatie shisha lounges 215 A. Kruize M. Sijtstra B. Bieleman 1. Inleiding Binnen de horeca geldt een rookverbod voor het roken van tabaksproducten. Het rookverbod bestaat voor producten die, al

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-030 23 april 2010 9.30 uur Aantal slachtoffers criminaliteit stabiel, meer vandalisme Aantal ondervonden delicten stijgt door meer vandalisme Aantal

Nadere informatie

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet

Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet Beleidsnota Bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet versie 24 januari 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen... 2 2. Doelstelling van artikel 13b Opiumwet... 2 3. Juridisch kader... 3 4. Handhavingsarrangement

Nadere informatie

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76 VOORSTUDIE SOFTDRUGSGEBRUIK JONGERENROTTERDAM COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: Sint Jansstraat

Nadere informatie

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) De burgemeester van de Gemeente Valkenswaard; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 2 Politiewet; BESLUIT: Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Nadere informatie

Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet)

Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) Damoclesbeleid gemeente Waalre (Handhavingsbeleid op artikel 13b Opiumwet) Vastgesteld door de burgemeester d.d. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2 2. Juridisch kader 2 3. Damoclesbeleid (Handhavingsbeleid artikel

Nadere informatie

Inhoudsopgave B E L E I D S R E G E L H O R E C A H A N D H A V I N G 2 0 0 2

Inhoudsopgave B E L E I D S R E G E L H O R E C A H A N D H A V I N G 2 0 0 2 12 juni 2002 Inhoudsopgave Geregistreerd onder nummer BIVO/2010/29815 Wettelijke grondslag: Drank- en horecawet 1 1. Inleiding Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen. Titel 4.3 van Algemene

Nadere informatie

TEYLINGEN BURGEMEESTERSBESLUIT 2008/06788. Coffeeshop beleid. Beheer Leefomgeving. C.M, HoektfJ^Jsifc. De burgemeester besluit:

TEYLINGEN BURGEMEESTERSBESLUIT 2008/06788. Coffeeshop beleid. Beheer Leefomgeving. C.M, HoektfJ^Jsifc. De burgemeester besluit: BURGEMEESTERSBESLUIT TEYLINGEN onderwerp registratienummer Coffeeshop beleid 2008/06788 afdeling Beheer Leefomgeving paraaf afdelingshoofd ^ behandeld door datum besluit C.M, HoektfJ^Jsifc paraaf burgemeester

Nadere informatie

Besluit van de burgemeester

Besluit van de burgemeester Besluit van de burgemeester Datum: 25 maart 2014 Onderwerp: Beleidsregels ex artikel 13b Opiumwet voor lokalen en woningen 2014 De burgemeester van Bergen, Overwegende Dat artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Leefbaarheid in de buurt

Leefbaarheid in de buurt 12345678 Leefbaarheid in de buurt Nu het oordeel van de Dordtenaren over hun woonkwaliteit, woonomgeving en de geboden voorzieningen in kaart is gebracht, zullen we in dit hoofdstuk gaan kijken hoe de

Nadere informatie

Het college kan criteria stellen om te voorkomen dat met name jongere doelgroepen op jonge leeftijd al in aanraking komen met coffeeshops.

Het college kan criteria stellen om te voorkomen dat met name jongere doelgroepen op jonge leeftijd al in aanraking komen met coffeeshops. Discussienotitie aanscherping lokaal coffeeshopbeleid De burgemeester is het bevoegde gezag betreffende de uitvoering van het lokaal coffeeshopbeleid. Hij verstrekt de exploitatievergunning voor het exploiteren

Nadere informatie

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET HELMOND 2012

BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET HELMOND 2012 BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET HELMOND 2012 Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Helmond, ieder voor zover bevoegd; b e s l u i t vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden

Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden De gemeente Dordrecht zet zich in om overlast in het algemeen, en van coffeeshops in het bijzonder, te verminderen. Dordrecht telt in totaal acht

Nadere informatie

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; Burgemeester van Schouwen-Duiveland; gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat de effecten van illegale verkooppunten van verdovende middelden

Nadere informatie

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen september-december 2015

Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen september-december 2015 Monitor Veiligheidsbeleid gemeente Groningen september-december 215 Deze publicatie is uitgegeven door Onderzoek en Statistiek Groningen februari 216 In dit rapport worden politiestatistieken en resultaten

Nadere informatie

Leefbaarheid en overlast in buurt

Leefbaarheid en overlast in buurt 2013 Leefbaarheid en overlast in buurt Gemeente (2013): Scherpenzeel vergeleken met Regionale eenheid Oost-Nederland Landelijke conclusies Leefbaarheid buurt Zeven op de tien Nederlanders vinden leefbaarheid

Nadere informatie

A: geen affichering: betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit.

A: geen affichering: betekent geen reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit. BELEID VAN DE BURGEMEESTER ALS UITVOERING VAN DE KADERSTELLING VAN DE GEMEENTERAAD ZOALS VASTGESTELD OP 19 MEI 2008 MET BETREKKING TOT HET SOFTDRUGSBELEID VOOR DE GEMEENTE SLIEDRECHT (kort aangeduid als

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland inzake APV-wijziging drugsoverlast

Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland inzake APV-wijziging drugsoverlast leuwegem Gemeenteraad O 0 1 ö " 2 5 7 onderwerp Initiatiefvoorstel Trots Op Nederland Inzake APVwljzlglng drugsoverlast Datum 10 augustus 2010 Raadsvoorstel Afdeling Communicatie, Juridische & Personeelszaken

Nadere informatie

Het Rotterdamse model 2007-2012

Het Rotterdamse model 2007-2012 Erasmus School of Law Het Rotterdamse model 2007-2012 Ciroc 7-3-2012 Coffeeshops, het beste van twee kwaden Thaddeus Muller Opzet Intro Onderzoek Het Rotterdamse model? Effecten en

Nadere informatie

KAPPEN MET DRUGS. Failliet beleid. Enkele feiten

KAPPEN MET DRUGS. Failliet beleid. Enkele feiten KAPPEN MET DRUGS KAPPEN MET DRUGS Failliet beleid Het drugsbeleid van Nederland is failliet. De gevolgen van het gedoogbeleid op de volksgezondheid, de veiligheid en het sociale leven zijn ontwrichtend.

Nadere informatie

2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL. Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl

2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL. Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl COLOFON 2007 WODC, ministerie van Justitie / St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon

Nadere informatie

Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE

Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet GEMEENTE HEEZE-LEENDE De burgemeester van de gemeente Heeze-Leende; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 2 Politiewet; BESLUIT: Vast te

Nadere informatie

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert

Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Nul optiebeleid coffeeshops 4. Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet 5. Afwijkingsbevoegdheid

Nadere informatie

Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid

Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid Blauwe Nota discussienota coffeeshopbeleid Inhoud 1. inleiding a. huidig coffeeshopbeleid b. regionale afspraken c. aanleiding blauwe nota d. doel van de blauwe nota 2. opdracht raad a. opdrachtomschrijving

Nadere informatie

DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 t.a.v. het sluiten van woningen en lokalen

DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 t.a.v. het sluiten van woningen en lokalen DAMOCLESBELEID GEMEENTE LEEK 2013 1.1 Inleiding Evenals andere Nederlandse gemeenten ziet de gemeente Leek zich geconfronteerd met drugscriminaliteit die (mede) plaatsvindt in of wordt georganiseerd vanuit

Nadere informatie

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting Gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal, Dorien de Bruijn 23 mei 2014 Vanaf 1997 is de Amersfoortse Stadspeiling elke twee jaar voor een belangrijk deel

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Agendanummer Registratienummer raad 6755 Behorend bij het Burgemeester-advies met registratienummer 6087 Moet in elk geval behandeld zijn in de raadsvergadering van de gemeente

Nadere informatie

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11 De Eindhovense Eindhoven, oktober 11 Inhoud 1 Inleiding 1 2 Objectieve index: 3 2.I Inbraak 3 2.II Diefstal 4 2.III Geweld 4 2.IV Overlast/vandalisme 4 2.V Veilig ondernemen (niet in index) 5 3 Subjectieve

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 20 202 24 077 Drugbeleid Nr. 265 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26

Nadere informatie

Samenvatting. De coffeeshop. Bekendheid met en houding tegenover de coffeeshop

Samenvatting. De coffeeshop. Bekendheid met en houding tegenover de coffeeshop Samenvatting Medio augustus 2011 werd in Lelystad (ruim 75.000 inwoners) voor het eerst een coffeeshop geopend. In een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam zijn de ontwikkelingen in Lelystad rondom

Nadere informatie

Evaluatie coffeeshopbeleid

Evaluatie coffeeshopbeleid Vastgesteld door het college d.d. 17 december 2004 Inwerkingtreding d.d. 31 december 2004 Gemeente Zandvoort Telefoon: 023 574 01 00 Fax: 023 571 37 24 Email: info@zandvoort.nl Internet: www.zandvoort.nl

Nadere informatie

NOTITIE TOEKOMST COFFEESHOPBELEID

NOTITIE TOEKOMST COFFEESHOPBELEID NOTITIE TOEKOMST COFFEESHOPBELEID 1. HET DRUGSTOERISME IN TERNEUZEN 1.1 Inleiding Het nu al meer dan dertig jaar lang bestaande Nederlandse gedoogbeleid gaat uit van een scheiding van de markten van hard-

Nadere informatie

Coffeeshopbeleid Breda 2005. herziene versie 2009

Coffeeshopbeleid Breda 2005. herziene versie 2009 Coffeeshopbeleid Breda 2005 herziene versie 2009 1 nul. Inhoudsopgave één. Inleiding 3 twee. Sluitingsbeleid ten aanzien van de gedoogde coffeeshops 5 drie. Toelichting op het sluitingsbeleid 9 vier. Handhaving

Nadere informatie

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

Buurtenquête hostel Leidsche Maan Buurtenquête hostel Leidsche Maan tussenmeting 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht (GG&GD) DIMENSUS beleidsonderzoek April 2013 Projectnummer 527 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding

Nadere informatie

Integrale veiligheid. resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007

Integrale veiligheid. resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007 Integrale veiligheid resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 1.1 Respons 1 2 Veiligheidsgevoelens 3 2.1 Gevoel van veiligheid in specifieke situaties 3 2.2 Verschillen onderzoeksgroepen

Nadere informatie

Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis van artikel 13b Opiumwet

Vast te stellen hieronder opgenomen Damoclesbeleid lokalen en woningen op basis van artikel 13b Opiumwet Ons kenmerk G.15.01258 ii urn in li ui ii in ii ii Dossiercode: Besluit van de Burgemeester De burgemeester van besluit: Vast te stellen hieronder opgenomen "Damoclesbeleid lokalen en woningen" op basis

Nadere informatie

Stadsmonitor. -thema Veiligheid-

Stadsmonitor. -thema Veiligheid- Stadsmonitor -thema Veiligheid- Modules Samenvatting 1 Vermogensdelicten 2 Geweldsdelicten 5 Vernieling en overlast 7 Verdachten 10 Onveiligheidsgevoelens 11 Preventie 13 Oordeel over functioneren politie

Nadere informatie

2.1 Coffeeshops in Nederland

2.1 Coffeeshops in Nederland 2.1 Coffeeshops in Nederland Eind 14 telt Nederland 591 coffeeshops verspreid over 3 coffeeshopgemeenten (figuur 2.1). Daarmee ligt het aantal coffeeshops voor het eerst sinds 1999, toen de eerste meting

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 juni 2013 Onderwerp Coffeeshopbeleid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 juni 2013 Onderwerp Coffeeshopbeleid 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie