Veel en vervelend maar niet verrot.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Veel en vervelend maar niet verrot."

Transcriptie

1 Veel en vervelend maar niet verrot. Eerste rapportage van het onderzoek naar de jeugdige veelplegers in het politiedistrict Leiden-Voorschoten in de periode oktober 2007 oktober 2008, in opdracht van de Gemeente Leiden en de politie Leiden-Voorschoten. drs. G.H.P van der Helm (projectleider) mw. dr. A.G. Donker (projectleider) dhr. T. van der Meer mw. N. al Falaki mw. M. Takens, mw drs. J.E. Hanssen-de Wolf studenten MWD en SPH van de Hogeschool Leiden

2 Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden 2008 Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van deze pagina's worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets van deze pagina's mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbenden. 1

3 Voorwoord In opdracht van de gemeente Leiden hebben de Universiteit Leiden, de politie Leiden- Voorschoten en de hogeschool Leiden onder begeleiding van prof. Dr. Peter van de Laan (NSCR, UvA, VU) onderzoek gedaan naar jeugdige veelplegers in de gemeente Leiden. De gemeente Leiden streeft naar versterking van haar jeugdbeleid (zie hiervoor de nota De Leidse Jeugdfactor, integraal jeugdbeleid ) en wilde hiervoor ook de jeugdige veelplegers in kaart brengen om te onderzoeken of hulpverleningsmogelijkheden voor deze groep verbeterd konden worden. Er is regionaal nog weinig bekend van de achtergrond en ontwikkelingstrajecten van deze groep. Met behulp van verschillende onderzoeksmethoden hebben we geprobeerd hier verandering in te brengen. Studenten van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening hebben 43 jeugdige veelplegers geïnterviewd over hun leefsituatie, beschermende factoren en risicofactoren. Ook zijn de jongeren aan het woord gelaten over hun ervaringen met hulpverlening en mogelijke oplossingen, en hebben zij vragenlijsten ingevuld. Studenten criminologie van de Universiteit Leiden hebben samen met de politie Leiden- Voorschoten uitgebreid dossieronderzoek gedaan om een indruk te krijgen van zowel aanvang als verloop van het politiecontact, van delictkenmerken en van risicofactoren zoals bijvoorbeeld besproken worden in het Justitieel Casus Overleg. Het resultaat van deze multi-institutionele samenwerking is een praktijkgericht onderzoek dat een beeld geeft van de jongeren zelf, van waaruit concrete aanbevelingen worden gedaan voor gemeente, politie en hulpverlening in de regio. Peer van der Helm Andrea Donker 2

4 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 2. Onderzoek en theorie over jeugdcriminaliteit 7 3. Methode Resultaten Conclusie, discussie en aanbevelingen 36 Literatuur 43 Bijlage 1 47 Bijlage

5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding onderzoek Wie zijn de jeugdige veelplegers in Leiden? Dat is de hoofdvraag in dit onderzoek. Jeugdige veelplegers hebben allemaal meerdere delicten op hun naam staan en zijn daarom bekenden bij politie en justitie, maar hoe komt het dat deze jongeren zich bezighouden met criminaliteit? En verschillen de jeugdige veelplegers onderling hierin? De Universiteit Leiden en de Hogeschool Leiden hebben in opdracht van de Gemeente Leiden en de Politie van het district Leiden- Voorschoten onder begeleiding van prof. Peter van der Laan (NSCR) gezamenlijk onderzoek gedaan naar deze categorie jeugddelinquenten. De landelijke definitie van een jeugdige veelpleger luidt als volgt (factsheet Ministerie van Justitie, 2006): Van jeugdige veelplegers spreken we als het gaat om jongeren in de leeftijd van twaalf tot en met zeventien jaar, tegen wie in het gehele criminele verleden meer dan vijf keer een proces-verbaal is opgemaakt, waarvan tenminste één in het peiljaar. Afgaande op de landelijke Monitor Veelplegers , blijkt dat jeugdige veelplegers meestal jongens zijn en gemiddeld 16,6 jaar oud. Ze komen relatief jong voor het eerst met de politie in aanraking. Het eerste proces verbaal wordt uitgeschreven als ze gemiddeld 13 jaar oud zijn. Er is sprake van oververtegenwoordiging van bepaalde etnische groepen, met name van de Marokkaanse eerste en tweede generatie allochtonen. Deze oververtegenwoordiging bleek recentelijk in de monitor uit 2008 nog steeds aanwezig maar is relatief wel afgenomen, terwijl er een relatieve toename is te zien onder de groep Antillianen/Arubanen. Uit de monitor 2008 blijkt ook dat het aantal jeugdige veelplegers in de afgelopen paar jaar gestegen is met 34%. Deze stijging wordt toegeschreven aan de intensivering van de opsporing door de politie. De recidivekans is gelijk gebleven. (landelijke Monitor Veelplegers 2008) 2. Jeugdige veelplegers hebben een grote recidivekans. Vanuit de monitor 2008 is berekend dat drie jaar na het peiljaar er per 100 jeugdige veelplegers weer ruim 250 nieuwe processen verbaal zijn opgemaakt. Algemeen wordt aangenomen dat juist bij deze categorie jeugddelinquenten het risico op doorstromen tot in de volwassenheid groot is (Ferwerda, Kleemans, Korf en van der Laan, 2003). Het aantal jongeren dat voldoet aan het criterium voor jeugdige veelpleger is niet groot. In 2004 was 4,1% van alle jeugdige daders een jeugdige veelpleger. Het aandeel volwassen veelplegers was in 2004 nog kleiner, namelijk 3,1% van de totale populatie volwassen verdachten. 3 1 Ref monitor: Tollenaar, N, et. Al, ref monitor: Tollenaar, N. Et. Al, De wettelijke definitie van een volwassen veelpleger luidt: Iemand van 18 jaar of ouder die over een periode van vijf jaren- waarvan het peiljaar het laatste jaar vormt- meer dan 10 processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt, waarvan ten minste één in het peiljaar. Overigens wordt aan dit criterium in de Monitor veelplegers (2006 en 2008) de term Zeer actieve volwassen veelpleger (ZAVP) gekoppeld.

6 Ondanks dat veelplegers slechts een klein deel van het geheel uitmaken, wordt verondersteld dat veelplegers wel verantwoordelijk zijn voor de meerderheid van de delicten die worden gepleegd (Grapendaal en Tilburg, 2002). Uit de analyses van de Monitor Veelplegers blijkt inderdaad dat een relatief groot deel van de geregistreerde criminaliteit wordt gepleegd door veelplegers. Dit fenomeen, dat een kleine groep daders verantwoordelijk is voor een groot deel van de criminaliteit, is buiten Nederland al vaak in criminologisch onderzoek vastgesteld (Farrington, 2006; Loeber, 1998; Moffitt, 1993, Wolfgang, Figlio & Sellin, 1972). In Nederland hebben Versteegh, Janssen en Bernasco (2003) dat gedaan met hun onderzoek naar carrièrecriminaliteit in de politieregio Haaglanden. Uit analyses naar de gehele criminele loopbaan van alle verdachten die in het jaar 2001 zijn aangehouden, bleek dat tweederde deel van alle delicten in die periode gepleegd zijn door veelplegers, terwijl de groep veelplegers maar een achtste deel van alle verdachten uitmaken. Er is landelijk nog relatief weinig bekend over de achtergrond van jeugdige veelplegers en de ontwikkelingstrajecten die zij doorlopen voorafgaand aan hun registratie als veelpleger. Regionaal geldt dit waarschijnlijk nog sterker. De beschikbare informatie in de regio Leiden is tot nu toe beperkt tot geregistreerde gegevens. Door de summiere informatie en versnipperde beschikbaarheid van die gegevens is er geen beeld van wat de aanknopingspunten zouden kunnen zijn om een verdere ontwikkeling van het criminele traject te onderbreken. Met dit onderzoek is getracht in die lacune te voorzien. In dit onderzoek is door middel van dossier-analyse en interviews zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie verzameld over de jongeren van 12 tot en met 17 jaar, die in de periode oktober 2007 tot oktober 2008 geregistreerd stonden als veelplegers in het politiedistrict Leiden- Voorschoten. Het district Leiden-Voorschoten valt onder de politieregio Hollands Midden. De definitie van jeugdige veelpleger die wordt gebruikt in de politieregio s Hollands Midden en Haaglanden wijkt af van de landelijke definitie. In deze regio s is de definitie voor jeugdige veelplegers (Politie Hollands Midden, 2007): Van jeugdige veelplegers spreken we als het gaat om jongeren in de leeftijd van twaalf tot en met zeventien jaar, die tenminste twee parketnummers hebben (niet zijnde een sepot of overdracht) waarvan, waarvan tenminste één in het peiljaar. Het afwijkende criterium is vastgesteld omdat in praktijk de landelijke definitie te zwaar blijkt. Er wordt niet makkelijk aan voldaan waardoor jongeren die wel degelijk problemen veroorzaken door het plegen van delicten onterecht niet op de veelplegerslijst terechtkomen. 2

7 1.2. Beleid sinds 2002: een straffe aanpak en het JCO-J. De Ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie kwamen in 2002 met het veiligheidsprogramma, Naar een veiliger samenleving en de Minister van Justitie introduceerde het actieprogramma Jeugd terecht: aanpak jeugdcriminaliteit Deze programma s hebben als doel het voorkomen van delicten door jongeren en het terugdringen van recidive onder de jeugdige delinquenten. De jeugdige delinquenten zijn onderverdeeld in first offenders, licht-criminelen en veelplegers. Jeugdige veelplegers hebben volgens deze programma s een straffere aanpak nodig dan de lichtcriminelen en de first-offenders. Met betrekking tot de veelplegers wordt gesteld dat niet alleen op afzonderlijke delicten (die vaak licht zijn) moet worden gereageerd, maar er dient gekeken te worden naar het totaalbeeld. In het rapport wordt dat als volgt verwoord: Een jongere die volhardt in crimineel gedrag moet hiervan de consequenties voelen en van de straat worden gehaald (Ministerie van Justitie, 2003, p 9). Er zijn afspraken gemaakt met de vier grootste gemeenten: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht over speciale plekken voor jeugdige veelplegers binnen justitiële jeugdinrichtingen (JJI). Per januari 2005 zijn landelijk 283 plaatsen gereserveerd voor jeugdige veelplegers (Jakobs, Arts en Ferwerda, 2005). In januari 2003 heeft de Minister van Justitie aan de hoofdofficieren van justitie en de algemeen directeur van de Raad van de Kinderbescherming het verzoek gedaan om een Justitieel Casus Overleg Jeugd (JCO-J) in het leven te roepen (IOOV, 2004). Bij het JCO-J worden de persoonsdossiers van jeugdige veelplegers besproken door leden van de politie, Raad van de Kinderbescherming, OM en Bureau Jeugdzorg onder leiding van een Officier van Justitie. Deze overlegstructuur heeft als doel om de doorlooptijd in de strafrechtsketen te verkorten en de doelmatigheid van de strafafdoening en de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren. De lijst jeugdige veelplegers wordt elke zes maanden vastgesteld door het OM. Binnen het JCO-J wordt daarna op basis van deze lijst vastgesteld wie in aanmerking komt voor een plan van aanpak met een op het individu afgestemd traject, bestaand uit zowel repressieve als preventieve maatregelen (IOOV, 2004). De jeugdige veelplegers voor wie dit geldt worden toppers genoemd, de overigen heten doorstromers (Politie Hollands Midden, 2007). De toppers worden beschouwd als de jongeren met de meeste ernstige problematiek en/of de jongeren die op dat moment het meest gebaad zouden kunnen zijn met een interventie vanuit het JCO-V. Wie als topper worden beschouwd wordt bepaald aan de hand van harde cijfers, zoals het aantal processen-verbaal, maar ook op basis van bijvoorbeeld familieachtergrond en het eigen inzicht van de betrokken partijen met betrekking tot deze jongeren. De selectie van de toppers sluit inhoudelijk sterk aan bij wat er in de levensloop- en ontwikkelingscriminologie wordt bestudeerd (Farrington, 2003). Al een aantal decennia wordt in dat vakgebied geprobeerd inzicht te krijgen in de groep jongeren die het grootste risico lopen op het ontwikkelen van een langdurige criminele carriere. In de volgende paragraaf wordt kort een beeld geschetst van de huidige kennis van zaken op dit punt. 3

8 1.3 Wie heeft de slechtste prognose? Uit zelfrapportage-onderzoek blijkt dat de meerderheid van de Nederlandse jongeren tot achttien jaar wel eens een delict plegen (Van der Laan en Blom, 2006). Voor de meerderheid van deze groep geldt dat het waarschijnlijk bij een enkel delict zal blijven. Een minderheid loopt wel het risico door te groeien en tot in de volwassenheid crimineel actief te zijn. Op basis van met name prospectieve longitudinale studies aardig is kennis opgebouwd over welke risico- en beschermingsfactoren bij dit proces relevant zijn. Risicofactoren zijn factoren die het risico verhogen om met delinquent gedrag te beginnen of ermee door te gaan, en beschermingsfactoren verlagen die kans. De belangrijkste risicofactor om tot in de volwassenheid crimineel gedrag te vertonen is om al veel meer antisociaal gedrag te vertonen als (jong) kind dan op die leeftijd gebruikelijk is (Farrington, 2003; Farrington, Coid, Harnett, Jolliffe, Soteriou, Turner en West, 2006; Moffitt, Caspi, Rutter en Silva, 2001; Patterson, Capaldi & Bank (1991); Perez McCluskey, McCluskey, en Bynum, 2006; Piquero en Chung, 2001; Tolan en Thomas, 1995). Dat risico neemt toe als er in de kindertijd ook sprake is van andere problemen in de individuele ontwikkeling en in de (familie)achtergrond (Loeber, Farrington, Stouthamer-Loeber, Moffitt, Caspi, White, Wei en Beyers, 2003; Farrington, 2002). De belangrijkste individuele risicofactoren zijn impulsiviteit en een lage (verbale) intelligentie. De belangrijkst familie- en achtergrondfactoren zijn het hebben van een criminele ouder, inadequate opvoeding door ouder(s) en armoede. Samen met het eerder genoemde ongebruikeljke antisociale gedrag op jonge leeftijd, zijn deze risicofactoren belangrijke voorspellers voor een kind om een langdurig antisociaal ontwikkelingstraject te vertonen van ernstig antisociaal gedrag in de vroege kindertijd tot ernstig crimineel gedrag in volwassenheid. Uit met name Engels en Amerikaans onderzoek weten we dat de meeste jeugddelinquenten niet al ernstig antisociaal gedrag in de vroege kindertijd lieten zien. De meeste jeugddelinquenten beginnen pas met dat gedrag in de adolescentie, dus ongeveer vanaf de tijd dat ze op de middelbare school zitten. De risicofactoren in de adolescentie zijn deels anders dan de hierboven beschreven risicofactoren in de kindertijd. Heel belangrijk is de omgang met delinquente vrienden en de manier waarop ze hun vrije tijd besteden (Moffitt ea., 2001; Weerman, 2003; Wikstrom & Treiber, 2007). Jeugdigen die pas in de adolescentie crimineel gedrag gaan vertonen hebben een betere prognose dan de groep die al vanaf de kindertijd ernstig antisociaal gedrag vertoond (Donker, Smeenk, van der Laan en Verhulst, 2003; Moffitt, Caspi, Harrington en Milne, 2002). In het bovenstaande is een beknopte schets gegeven van de huidige kennis over risicofactoren voor crimineel gedrag. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat voor zowel risico- als beschermingsfactoren geldt dat een enkele factor vaak maar een heel klein onderdeel is van het hele proces van alle elkaar beïnvloedende factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van gedrag. 4

9 Het is duidelijk dat de opeenstapeling van risicofactoren een ongunstig effect heeft maar er zijn geen factoren waarvan we met zekerheid kunnen stellen dat ze absoluut noodzakelijk zijn voor die ontwikkeling. 4 Een tweede kanttekening die we hier willen maken is dat het niet mogelijk is op individueel niveau te voorspellen hoe de ontwikkeling zal verlopen. Zelfs voor de belangrijkste risicofactor in de kindertijd (voor de leeftijd ongebruikelijk antisociaal gedrag) geldt dat uiteindelijk slechts een minderheid (ongeveer een derde) van de kinderen zich ontwikkelt tot volwassen crimineel (Loeber en Farrington, 1998). Welke kinderen tot die minderheid gaan behoren is nooit met zekerheid te voorspellen. Wel mogelijk is het om onderscheid te maken in belangrijke en minder belangrijke risicofactoren, waarbij belangrijke risicofactoren die factoren zijn die veel bijdragen aan de voorspellende waarde om langdurig en ernstig crimineel gedrag te blijven vertonen. Meer kennis over de achtergrond en ontwikkelingstrajecten van de Leidse jeugdige veelplegers zou kunnen bijdragen aan het bepalen van een lokaal meer op maat gesneden beleid ten aanzien van deze categorie jeugddelinquenten. In dit onderzoek hebben we ons daarom in eerste instantie gericht op de vraag of er bij de jeugdige veelplegers in het district Leiden-Voorschoten sprake is van aanvang van antisociaal gedrag in de kindertijd, of dat ze met dergeljk gedrag in de adolescentie zijn begonnen. Vervolgens zijn we gaan kijken of er op basis van dit onderscheid een verschil is in de aanwezigheid van risicofactoren. Datzelfde is gedaan voor het onderscheid in Toppers en Doorstromers. 1.4 Vragen in dit onderzoek Uit het voorgaande is beschreven dat een vroege aanvang van antisociaal gedrag en de aanwezigheid van risicofactoren een belangrijke rol spelen bij het risico op de ontwikkeling van langdurig crimineel gedrag van jongeren tot in de volwassenheid. In eerste instantie hebben we daarom gekeken op basis van de dossier-analyse bij hoeveel van de jeugdige veelplegers sprake is van een vroege aanvang. Uit de wetenschappelijke literatuur weten we dat politiecontact voor het 10 e jaar overeenkomt met een vroege aanvang van antisociaal gedrag (Farrington ea., 2006). Dit criterium hebben we daarom gebruikt. 1.Hoeveel procent van de Leidse jeugdige veelplegers hebben voor hun tiende jaar al politiecontact gehad? De jeugdigen zijn ook onderverdeeld in toppers en doorstromers. De toppers zijn degenen die volgens de politie, het Openbaar Ministerie en de Raad van de Kinderbescherming de meest ernstige gevallen met de meeste problemen. Om die reden zou je verwachten dat met name onder de groep toppers een vroege aanvang van antisociaal gedrag is te zien. Bij hen luidt ook de vraag: 2. Hoeveel procent van de toppers en doorstromers hebben voor hun tiende jaar al politiecontact gehad, en is dat percentage voor toppers hoger dan voor doorstromers? 4 Het is net als met het verband tussen risicofactoren en de ontwikkeling van longkanker. Roken is de belangrijkste risicofactor en draagt sterk bij aan de voorspelling van de ontwikkeling van longkanker, maar je kunt die ziekte ontwikkelen zonder ooit gerookt te hebben. En er zijn ook factoren, zoals passief meeroken, die wel van invloed zijn maar niet altijd een sterk effect hebben. 5

10 Als een jeugdige veelpleger al op jonge leeftijd een topper is geworden zou dit kunnen duiden op een vroegere aanvang in de kindertijd en ernstiger achtergrondproblematiek. De jongere heeft immers minder lang de tijd gehad om genoeg delicten te plegen om als veelpleger beschouwd te worden. Om die reden hebben we de volgende vraag gesteld: 3. Hoeveel procent van de jonge toppers (toppers voor het 16 e jaar) en de oudere toppers hebben voor hun tiende jaar al politiecontact gehad, en is dat percentage voor jonge toppers hoger dan voor oudere toppers? Vervolgens hebben we gekeken of de verscheidene subgroepen van elkaar verschillen wat betreft politiecontact, delictkenmerken en risicofactoren. Daarvoor hebben we gebruik gemaakt van de dossiers-analyses en de interviews. We verwachtten dat we meer risicofactoren zouden aantreffen bij de early-starters (vergeleken met de late starters), bij de toppers (vergeleken met de doorstromers) en bij de jonge toppers (vergeleken met de late toppers). Onze onderzoeksvragen luiden dan ook als volgt: 4a. Kenmerkt de groep early-starters zich door een meer problematische achtergrond dan de latestarters? 4b. Kenmerkt de groep toppers zich door een meer problematische achtergrond dan de doorstromers? 4c. Kenmerkt de groep jonge toppers zich door een meer problematische achtergrond dan de oudere toppers? Tenslotte hebben we een aantal agenten om hun mening gevraagd over de toekomstige criminele carrière van de jeugdige veelplegers in dit onderzoek. Hen is gevraagd aan te geven hoe groot de kans is dat elke veelpleger over vijf jaar nog bezig zal zijn met criminaliteit. 5.Heeft de groep die van de jeugdagenten en slechtere prognose heeft gegeven een meer problematische achtergrond? Heeft de groep met de slechtste prognose volgens een aantal jeugdagenten (significant) grotere proportie risicofactoren? 1.5 Opbouw In het volgende hoofdstuk vindt u een beknopte beschrijving van eerder onderzoek naar jeugdcriminaliteit, wat we gebruikt hebben als theoretisch kader voor dit onderzoek. Hoofdstuk 3 beschrijft de manier waarop dit onderzoek is uitgevoerd, hoe de onderzoeksgroep eruit ziet, en welke factoren in de analyses zijn meegenomen. De resultaten van die analyses worden besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 komen we tot een antwoord op onze onderzoeksvragen, bediscussiëren we de resultaten en de beperkingen van dit onderzoek en komen we met een aantal aanbevelingen ten aanzien van het beleid gericht op de Leidse jeugdige veelpleger. 6

11 2 Onderzoek en theorie over jeugdcriminaliteit De leeftijd waarop iemand begint met delinquent gedrag is de belangrijkste voorspeller van toekomstig antisociaal gedrag. Hoe eerder iemand begint met antisociaal gedrag, des te waarschijnlijker het is dat die persoon later nog meer en ernstigere delinquent gedrag vertoont (Farrington, 2002; Moffitt, 1993, 2002; Piquero en Chung, 2001). Vanuit dat gegeven heeft Moffitt (1993) een theoretisch model ontwikkeld, waarin zij stelt dat er twee verschillende typen jeugdige criminelen te onderscheiden zijn. Deze typen verschillen in eerste instantie van elkaar wat betreft de leeftijd waarop zij beginnen met het vertonen van ernstig antisociaal gedrag. De eerste relatief erg kleine groep heeft Moffitt (1993) de naam life-course-persistent (hierna:lcp) gegeven. Het antisociale gedrag begint bij deze delinquenten op een jonge leeftijd, wanneer reeds aanwezig probleemgedrag verergerd wordt door de aanwezigheid van bepaalde risicofactoren in de omgeving (Moffitt et al, 2002). Deze jongeren hebben vaak cognitieve problemen en een problematisch impulsief temperamen. De lange termijn risicofactoren in de omgeving kunnen liggen vaak in de opvoeding, conflicten thuis en armoede. De wisselwerking tussen de individuele, persoonlijke risicofactoren en de risicofactoren in de omgeving maken dat iemand zich ontwikkelt tot een (gewelddadige) dader die meer kans heeft ook na de adolescentie door te gaan met het plegen van delicten. De tweede, veel grotere groep heeft Moffitt (1993) adolescence-limited (hierna:al, late groep) gelabeld. Deze jeugdige delinquenten beginnen tijdens de adolescentie met het plegen van delicten (Moffitt et al, 2002), maar omdat deze jongeren voor het begin van hun adolescentie een normale ontwikkeling hebben doorgemaakt, hebben zij een veel grotere kans dat hun delinquent gedrag zal afnemen en misschien wel helemaal verdwijnen in de volwassenheid (Moffitt et al, 2002). In zijn Integrated Cognitive Antisocial Potental (ICAP) theorie stelt Farrington (2003) dat het vermogen om antisociaal gedrag te vertonen gebaseerd is op lange en korte termijn risicofactoren. De aanwezigheid van lange termijn risicofactoren zoals impulsiviteit en antisociale ouders bepalen iemands long-term Antisocial Potential (AP), de geneigdheid tot het plegen van criminaliteit. Korte termijn (situationele) risicofactoren, zoals middelengebruik of de aanwezigheid van criminele vrienden, beinvloeden of iemand in een specifieke situatie een delict zal plegen (short-term Antisocial Potential). Lange termijn risicofactoren zijn factoren die gedurende een lange periode iemands gedrag kunnen beïnvloeden terwijl korte termijn risicofactoren iemands actuele gedrag bepalen (Farrington, 2003). De lange-termijn risicofactoren die Farrington (2002) bespreekt, zijn aanwezig op verschillende niveaus. Op individueel niveau is er de factor impulsiviteit. In de Cambridge Study of Delinquent Development (Farrington et al., 2006 ) komt naar voren dat impulsiviteit en slecht concentratievermogen sterke voorspellers zijn voor delinquent gedrag. Er bestaan verscheidene theorieën die de relatie tussen impulsiviteit en delinquentie verklaren. Eén theorie stelt dat impulsiviteit komt door tekortkomingen in de executieve (de hogere controle) functies in de hersenen. Men vertoont dan delinquent gedrag doordat er weinig controle is over zijn eigen gedrag, de consequenties van het gedrag niet wordt ingezien en de nadruk ligt op directe beloning. 7

12 Deze groep jongeren is in de regel ook minder gevoelig voor straf (Popma, 2007). Klintenberg et al. (1993) stelden ook vast dat er een verband is tussen hyperactiviteit (vastgesteld op de dertiende jaar) en (zware) delinquentie tussen de vijftien en vijfentwintig jaar oud. Factoren binnen de familie zijn ook belangrijke voorspellers van later delinquent gedrag. De belangrijkste factor binnen deze categorie is het hebben van antisociale familieleden. Uit de Cambridge Study van Farrington (2002) komt naar voren dat de veroordelingen van vader, moeder, broer of zus (onafhankelijk) belangrijke predictoren zijn voor de veroordeling van de onderzoekssubjecten. Het hebben van een veroordeelde vader of oudere broer of zus was een van de beste voorspellers. Tot een leeftijd van 40 jaar was 40 procent van de respondenten in het onderzoek van een delict veroordeeld en ook 28 procent van de vaders, 43 procent van de broers, twaalf procent van de zussen en dertien procent van de moeders (Farrington et al, 2006). Gezinsgrootte is ook een belangrijke voorspeller volgens de Cambridge Study (Farrington, 2002). Hiervoor werd gekeken naar het aantal kinderen binnen een gezin. Jongens die op hun tiende jaar vier of meer broers of zussen hadden, liepen dubbel zoveel risico om als minderjarige veroordeeld te worden, vergeleken met jongens die minder dan vier broers of zussen hadden. Voor dit verband zijn ook verschillende redenen aan te merken. Zo kan het zijn dat hoe hoger het aantal kinderen in een gezin, hoe minder aandacht de ouder(s) een kind kunnen geven (Farrington, 2002). De manier waarop de jeugdigen worden opgevoed speelt ook een rol bij het ontwikkelen van delinquent gedrag (Farrington, 2002). Loeber en Stouthamer-Loeber (1986) hebben in een metaanalyse laten zien dat vier factoren hierbij belangrijk zijn. Het gaat om mishandeling en verwaarlozing, de aanwezigheid van veel conflicten, deviantie bij de ouders of andere familieleden en instabiliteit, wat wil zeggen veel veranderingen in de gezinssamenstelling, huisvesting etc. Uit de Cambridge Study is ook gebleken dat kinderen die gescheiden worden van een biologische ouder, meer risico lopen om crimineel gedrag te vertonen dan kinderen uit complete gezinnen (Farrington, 2002). Een gebroken gezin is ook een risicofactor gebleken in de Dunedin Study (Moffitt et al, 2001) Moffitt (1993) stelt dat adolescenten beginnen met delinquent gedrag door omgang met antisociale leeftijdsgenoten, hier is de invloed van korte termijn factoren dominant. Dit is bijvoorbeeld naar voren gekomen uit de Dunedin Multidisciplinary Health Study van Moffitt et al (2001) en de Rochester Youth Development Study van Thornberry et al (2003). Hier vertonen adolescenten die omgaan met delinquente leeftijdsgenoten significant meer antisociaal gedrag dan degenen die geen delinquente vrienden hebben. Warr (1993; 1996) heeft op basis van de National Youth Survey (NYS) (van 1967 en 1976 tot en met 1980) ook een verband gevonden tussen het hebben van delinquente vrienden en het vertonen van delinquent gedrag. De invloed van delinquente vrienden is vooral sterk gedurende de adolescentie. In deze periode worden de meeste delicten ook in groepsverband gepleegd. Uit de studie van NYS gegevens over delinquente leeftijdsgenoten is ook naar voren gekomen dat adolescenten beinvloed worden door het gedrag van hun antisociale vrienden en dit gedrag deels door middel van imitatie overnemen (Warr en Stafford, 1991). Heel belangrijk is dat in een groep compliance mechanisms, spelen zoals loyaliteit, maar vooral ook de 8

13 angst om er buiten te vallen en de wens om status op te bouwen. Deze zorgen voor conformiteit van (delinquent) gedrag binnen de groep (Warr, 2002). Beke en Kleiman (1993) hebben de invloed van de groep in Nederland bestudeerd. Zij hebben gevonden dat criminele jongeren vaak omgaan met criminele vrienden en dat de binding met deze vrienden heel sterk is. Ze hechten veel waarde aan het oordeel van vrienden en zijn erg loyaal. Ze hebben vaak een vaste vriendengroep en dit is vaak de enige groep waar ze bij horen en die ook voor veiligheid op straat zorgt (de Jong, 2007). De meerderheid van deze jongeren zegt bijna al hun vrije tijd met vrienden door te brengen. Er bestaat ook een sterke groepsoriëntatie, waarbij de mening en gedrag van een individueel groepslid overeenkomt met die van de rest van de groep. Een deel van de groep laat zich dan in zijn of haar gedrag en meningen leiden door wat de rest van de groep vindt. Deze overeenstemming is ook aanwezig met betrekking tot crimineel gedrag. De jongeren hebben ook de neiging bepaalde normen te verwerpen en hun eigen normen te volgen. Met betrekking tot adolescenten is uit de RYDS van Thornberry et al (2003) ook naar voren gekomen dat jongeren die geen band hebben met school vaker delinquent gedrag vertonen. De harde kern-jongeren onderzocht door Beke en Kleiman (1993) hebben ook weinig bindingen met school. Zij hebben een negatieve relatie met de leraren. Ze zijn het vaak niet met hen eens, vinden hun oordeel over hen niet belangrijk en krijgen ook weinig steun van hen. Ook spijbelen ze veel, worden vaak uit de klas gestuurd of zelfs van school gestuurd. Cumulatie van risicofactoren Farrington (2002) stelt dat de waarschijnlijkheid dat iemand een persistent offender (iemand die na de leeftijd van eenentwintig jaar delicten blijft plegen) wordt, toeneemt met het aantal aanwezige risicofactoren. Dit is vaak onafhankelijk van welke risicofactoren er precies aanwezig zijn. De invloed van de cumulatie van risicofactoren op ernstige delinquentie is bij de Pittburgh Youth Study onderzocht (Loeber, Farrington, Stouthamer-Loeber, Moffitt, Caspi, White, Wei en Beyers, 2003). De Pittburgh Youth Study is een longitudinale studie, begonnen in 1986, naar delinquentie onder jongeren. Hierin zijn drie groepen jongeren gevolgd, elk met een verschillende startleeftijd. De jongste groep was 7 jaar, de middelste groep 9 en de oudste groep 13 jaar oud toen het onderzoek begon. Er is gekeken naar de aanwezigheid van twaalf risicofactoren en er bleek een lineaire relatie te bestaan tussen het aantal aanwezige risicofactoren en de bijbehorende kans op ernstige delinquentie. De Denver Youth Survey heeft ook gevonden dat de aanwezigheid van meerdere risicofactoren tegelijk leidt tot een grotere kans op later delinquent gedrag (Huizinga et al, 2003) Uit Nederlands onderzoek van Van der Laan, Blom en Kleemans (2008) naar de aanwezigheid van risicofactoren onder 292 jeugdigen uit de WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit is ook gebleken dat een cumulatie van risicofactoren de kans op delinquentie vergroot. 9

14 3 Methode 3.1 Respondenten Bij dit onderzoek zijn in eerste instantie gegevens verzameld van in totaal 97 jeugdige veelplegers in het district Leiden-Voorschoten. Deze 97 jongeren staan of stonden op de oude veelplegerslijst (oktober 2007 tot april 2008) en/of de huidige veelplegerslijst (april 2008 tot oktober 2008). De analyses van het onderzoek zijn vooral gericht op de veelplegers waar een zo compleet b mogelijk beeld van is. Van de totale groep met 97 jeugdige veeplegers is uiteindelijk een groep van 53 veelplegers meegenomen in de analyses (zie procedure). Deze groep bestaat uit 48 jongens en 5 meisjes. De gemiddelde leeftijd van de jongeren tijdens de interviewperiode is 16,3 jaar (SD=1,1), met een minimumleeftijd van 14 jaar en een maximumleeftijd van 18 jaar. Dit is vergelijkbaar met de totale groep 5. Van de onderzoeksgroep wonen er 25 (47,2%) in Leiden- Noord, 11 jongeren (20,8%) in Leiden-Zuid, 6 jongeren in Leiden-West, 6 jongeren in Voorschoten, en tenslotte wonen 5 jongeren in Leiden-Midden. Status op oude lijst Status op nieuwe lijst Alle veelplegers op oude en/of nieuwe veelplegerslijst N=97 Onderzoeksgroep N=53 (100%) = Doorstromer + Doorstromer = 10% Doorstromer + Topper = 4% Topper + Doorstromer = 12% Topper + Topper = 16% Niet op lijst + Doorstromer = 31% Niet op lijst + Topper = 27% 100% Figuur 1: Status van de onderzoeksgroep op de oude en nieuwe veelplegerslijst Figuur 1 laat de status zien op de oude en nieuwe veelplegerslijst van de jongeren in de onderzoeksgroep. Een kleine meerderheid van de jongeren stond niet op de oude lijst (58%). 3.2 Procedure Alle jeugdige veelplegers op de veelplegerslijsten werden per brief kennisgesteld van het onderzoek en uitgenodigd om op het politiebureau op de Lange Gracht te komen voor een interview. De coördinator Jeugdzaken en Veelplegers van het district Leiden-Voorschoten, maakte een afspraak met de jongere wat betreft datum, tijd en locatie. Meteen voor of na dit interview werden vragenlijsten ingevuld. Van alle jeugdige veelplegers hebben uiteindelijk 45 veelplegers ingestemd mee te werken aan dit onderzoek. Bij twee van de 45 veelplegers is geen (compleet) interview afgenomen, in verband met beperkte tijd van de veelpleger en het niet instemmen van de ouders. Vier van de 5 De totale groep veelplegers bestond uit 8 meisjes en 89 jongens; gemiddelde leeftijd jongeren = 16,6 (sd= 1,1); range: jaar. 10

15 interviews zijn niet op het politiebureau afgenomen: twee werden bij de veelpleger thuis afgenomen en twee werden in een justitiële jeugdinrichting afgenomen waar zij ten tijde van dit onderzoek vastzaten. Een aantal toppers is niet geinterviewd maar van hen is wel informatie verkregen uit het Plan van Aanpak (zie meetinstrument), opgesteld door het JCO. Dit was niet mogelijk bij de doorstromers die niet aan het interview meewerkten omdat er van hen geen Plan van Aanpak wordt opgesteld. Op deze wijze zijn acht toppers toegevoegd aan de 45 jongeren met wie een interview is gehouden waardoor er in totaal van 53 jeugdige veelplegers gegevens zijn verzameld. De interviews vonden plaats in de maanden april, mei en maart De interviewers waren achttien getrainde studenten (Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening) van de Hogeschool Leiden, vijftien vrouwen en drie mannen. Van alle interviews zijn 24 interviews door twee of meer interviewers samen afgenomen. De veelplegers zijn voor aanvang van het interview gevraagd een informed consent verklaring te tekenen en hun toestemming te geven om het interview op te nemen. De jongeren konden tijdens het interview aangeven dat ze niet meer wilden dat het gesprek werd opgenomen, dit is bij twee interviews gebeurd. De interviews duurden tussen de 30 en 60 minuten. Bij bijna alle interviews waren geen familieleden aanwezig. Bij één interview zat de moeder van de jeugdige veelpleger erbij. De informatie uit al deze bronnen is vervolgens verwerkt in Kwalitan, gecodeerd en in SPSS ingevoerd voor analyse. 3.3 Meetinstrumenten De informatie over de jeugdige veelplegers is verkregen door middel van de bij de politie geregistreerde delictsgeschiedenis, een interview met de veelpleger en twee vragenlijsten ingevuld door de veelpleger. Delictsgeschiedenis: De delictsgeschiedenis is in kaart gebracht door gegevens uit het Basis Processen Systeem (BPS) en het door de informatiedienst van de politie opgestelde Monitoring doelgroepen- Informatieknooppunt ketenpartners-bevraging en analyse (MIB) en indien aanwezig, een Plan van Aanpak door het JCO. In het BPS worden de politiecontacten per dader opgeslagen. Het MIB is een informatiesysteem dat gegevens uit andere systemen koppelt, waaronder het Herkenningsdienstsysteem (HKS), BPS en Compas van het OM. Dit systeem is ontstaan uit een behoefte om meer en gerichter informatie snel te kunnen raadplegen (Mali et al, 2005). In het MIB is per jeugdige veelpleger net als in het BPS te vinden welke mutaties (politiecontacten) hij heeft en of er een dossier is opgemaakt. Verder bevat het MIB-dossier een ketenkalender, waarin chronologisch is vastgesteld bij welke delicten een veelpleger als verdachte wordt beschouwd, of er een dossier is opgemaakt en of hij in (voorlopig) hechtenis heeft gezeten. Ook staat soms vermeld of hij later voor het feit is gedagvaard door het OM, er een vonnis door een rechter (vaak een kantonrechter of kinderrechter) is uitgebracht en wat dit vonnis inhield. Voor de toppers op de veelplegerslijst wordt in het JCO een Plan van Aanpak gemaakt met daarin op het individu afgestemde trajecten, bestaand uit zowel repressieve als preventieve maatregelen (Mali et al, 2005). 11

16 Interviews: De interviews werden gehouden aan de hand van een topiclijst, bestaande uit 18 topics. Deze topiclijst is door de Hogeschool en Universiteit Leiden samengesteld (zie bijlage) en beslaat vier hoofdthema s. Het eerste hoofdthema is de leefsituatie van de jongeren en hun opvoeding (vroeger en nu). Het tweede hoofdthema is het contact van de jongeren met verschillende instellingen. Deze instellingen zijn bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg (BJZ), de Raad van de Kinderbescherming (RvdK) of Jeugdreclassering (JR). Het derde hoofdthema is toekomstverwachtingen van de jeugdigen en ten slotte het vierde hoofdthema is de wensen of ideeën die de jeugdigen zelf hebben om hun problemen aan te kunnen pakken. Vragenlijsten: De eerste vragenlijst die gebruikt is, is de Youth Self-Report (YSR), met in totaal 113 items (Achenbach, 2001). Deze vragenlijst is bedoeld voor jongeren van 11 tot en met 18 jaar. De jongeren moeten op een 3-puntsschaal (helemaal niet, soms, vaak) aangeven in welke mate zij te maken hebben (of in de afgelopen zes maanden hebben gehad) met bepaalde (gedrags-) problemen. Deze kunnen bijvoorbeeld zijn middelengebruik of fysieke kwalen. De YSR heeft twee competence schalen, Activities en Social, die zich richten op de verschillende activiteiten van de jongere, zoals sport, werk en het sociale leven met bijvoorbeeld vrienden. De items van de YSR kunnen worden geanalyseerd aan de hand van acht syndroomschalen,. Deze zijn: angst/depressie, teruggetrokken/depressief, somatische problemen, sociale problemen, problematisch denken, aandachtsproblemen, delinquentgedrag en agressief gedrag. Om te bepalen of de jongeren scoren op een of meerdere syndromen is gebruik gemaakt van de grenswaarde van probleemgedrag (Achenbach, 2001). De tweede vragenlijst die gebruikt is, is de Rotters Locus of Controle Scale (1966), met zeventien items die onderzoeken in hoeverre jongeren van mening zijn dat gebeurtenissen in hun leven beïnvloed kunnen worden door eigen handelen. Deze vragenlijst werkt met een 5- puntsschaal waarop aangegeven moet worden in hoeverre een bepaalde stelling van toepassing is (1=helemaal niet van toepassing en 5=helemaal wel van toepassing). Tot slot is met behulp van een zelf gemaakte vragenlijst aan de coördinator jeugdzaken van politie Hollands-Midden en vier andere agenten uit de verschillende districten (Leiden-Noord, Leiden-Zuid, Leiden-West en Voorschoten) hun mening gevraagd over hoe waarschijnlijk het is dat de jeugdige veelplegers in dit onderzoek over vijf jaar nog bezig zullen zijn met criminaliteit. Aan de hand van een 5-puntsschaal hebben zij aangegeven of de kans zeer klein, klein, onzeker, groot of zeer groot zou zijn. 3.4 Analyse In dit onderzoek zijn een aantal korte termijn en lange termijn risicofactoren meegenomen (Farrington, 2002). Wat betreft de lange termijn is gekeken naar de aanwezigheid van de volgende risicofactoren: gebroken gezin, beperkte opvoedingsvaardigheden van de ouders, impulsiviteit, groot gezin (meer dan vier kinderen), geweld thuis en delinquente gezinsleden. Korte termijn risicofactoren die in de analyse zijn meegenomen zijn: slechte relatie met leeftijdsgenoten, slechte relatie met docenten, criminele vrienden, drugsgebruik, alcoholgebruik, schorsingen van school en de acht syndromen die uit de YSR vragenlijst kunnen blijken (angstig/depressief, 12

17 teruggetrokken/depressief, somatische klachten, sociale problemen, problematische gedachten, aandachtsproblemen, regelovertredend gedrag en ten slotte agressief gedrag). Of deze risicofactoren wel of niet aanwezig waren, is met name op basis van de interviews bepaald. Bij de toppers is over drugs- en alcoholgebruik en criminele vrienden ook informatie verkregen uit het Plan van Aanpak. Voor de risicofactor impulsiviteit is, behalve naar het interview en een eventueel Plan van Aanpak, ook gekeken naar een specifiek item van de YSR vragenlijst over impulsiviteit. De aanwezigheid van de syndromen is uit de YSR schalen gebleken. Van deze risicofactoren zijn dichotome variabelen gemaakt. Van de mening van de coördinator jeugdzaken van politie Hollands-Midden en vier andere agenten uit de verschillende districten (Leiden-Noord, Leiden-Zuid, Leiden-West en Voorschoten) is ook een dichotome variabele gemaakt, waarbij een groot en een zeer grote kans een slechte prognose voor de jongeren betekent en de rest een niet slechte prognose. Als een agent onzeker is over de criminele toekomst van een van de veelplegers is dat niet per se een goede prognose, daarom hebben we voor de benaming niet slecht gekozen. Wanneer gekeken wordt naar de proportie risicofactoren per subgroep, zijn de lange en de korte termijn risicofactoren meegenomen in de analyse, met uitzondering van: huiselijk geweld, relatie leeftijdsgenoten, relatie docenten en schorsing van school ooit. Wat betreft deze risicofactoren is van de meerderheid van de onderzoeksgroep niet bekend of hiervan sprake is. Er is onderscheid gemaakt tussen een aantal subgroepen: early-starters (voor het 10 e levensjaar al politiecontact hebben) versus late-starters; toppers versus doorstromers; voor 16 e topper geworden versus vanaf hun 16 e topper geworden; slechte prognose versus niet-slechte prognose. Er is per risicofactor gekeken of de eerder genoemde subgroepen van elkaar verschillen, maar ook is gekeken of deze groepen verschillen in de hoeveelheid (proportie) risicofactoren die bij hen aanwezig is. Achtereenvolgens is gekeken naar politiecontact en delictkenmerken; korte termijn risicofctoren; lange termijn risicofactoren en de cumulatie van risicofactoren. Om te bepalen of de groepen significant van elkaar verschillen is gebruik gemaakt van de Chi-kwadraat toets. Er zijn twee significantie niveaus gebruikt: p<.05 en p<.01. Om te onderzoeken welke verbanden voorspellend waren voor vroege jeugdcriminaliteit, latere gewelds- en vermogenscriminaliteit zijn verschillende modellen getoetst met behulp van Structuated Equation Modelling in AMOS 16. Doordat er sprake is van kleine aantallen in de groepen die we hebben geanalyseerd is de power van de statistische analyses niet groot en zullen verschillen niet snel significantie-niveau halen. In principes worden alleen significante resultaten besproken, maar om een indruk te geven van de percentuele verdeling van de factoren wordt dit besproken daar waar dat het meest relevant is. 3.5 Non-respons analyse: verschillen tussen de geïnterviewde en niet-geinterviewde jeugdige veelplegers Een deel van de benaderde veelplegers wilde niet meewerken aan het onderzoek. Er is gekeken of deze niet-geïnterviewde groep verschilt van de groep jeugdige veelplegers die wel mee hebben gewerkt (zie in bijlage 2: tabel 12 voor de toppers en tabel 13 voor de doorstromers). 13

18 Het algemene beeld is dat het politiecontact en de delictkenmerken van de niet-geïnterviewde toppers iets ernstiger zijn vergeleken met de geïnterviewde toppers. En ook hebben de nietgeïnterviewde toppers op een jongere leeftijd het eerste politiecontact (10,7 jaar versus 11,7 jaar; maar p = 0.52). Er zijn ook twee significante verschillen tussen de groepen aanwezig. Nietgeïnterviewde toppers hebben meer dagvaardingen (2,5 versus1,8; Χ²=11,26; p<.05) en) nietgeïnterviewde toppers plegen meer verschillende soorten delicten dan de geïnterviewde toppers (2,9 versus 2,3; Χ²=11,14; p<.05 ). De ES is hoog van het aantal keer verdacht zijn (.76) en het aantal vermogensdelicten (.73), dit wil zeggen dat er een redelijk groot verschil is. Op basis hiervan lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de niet-geinterviewde toppers een wat ernstigere jeugdige veelplegers is dan de toppers die hebben meegewerkt aan ons onderzoek. Er zijn geen grote verschillen gevonden tussen geïnterviewde doorstromers en niet-geinterviewde doorstromers. De verschillen zijn allen niet significant. Er kan op basis van deze resultaten geconcludeerd worden dat er waarschijnlijk geen bias is opgetreden wat betreft de selectie van de doorstromers voor het onderzoek. 14

19 4 Resultaten 4.1 Overzicht politiecontact en delictkenmerken In tabel 1 staat een overzicht van het politiecontact en delictkenmerken van de onderzochte groep jongeren. De gemiddelde leeftijd bij het eerste politiecontact van de 53 jongeren is 11,5 jaar (SD=2,7). De minimumleeftijd hierbij is 4,3 jaar en de maximumleeftijd is 14,8 jaar. De meerderheid (73,6 %) van de groep heeft voor het tiende levensjaar geen contact gehad met de politie. De meest voorkomende leeftijden waarop de jongeren voor het eerst in contact kwamen met de politie zijn 12 en 14 jaar. Respectievelijk 9 (17%) en 16 jeugdigen (30,2%) kwamen in aanraking met de politie. Van één jongen is een mutatie gemaakt in het BPS toen hij vier jaar oud was. Alle jeugdige veelplegers hebben voor het 15 e jaar voor het eerst politiecontact gehad. Op basis van de gegevens in tabel 1 kunnen we in antwoord op onze eerste onderzoeksvraag concluderen dat 26,4% van de Leidse jeugdige veelplegers voor hun tiende jaar politiecontact heeft gehad. Van de 53 jongeren zijn er dus 14 jongeren (26,4%) aan te merken als vroege-starter en 39 (73,6%) als late starter. Tabel 1. Overzicht van politiecontact en delictkenmerken van de totale groep jongeren N Min Max Gem SD Politiecontact Leeftijd 1 e politiecontact Mutaties Uren hechtenis Aantal keer verdachte Dagvaardingen 53 4,3 14,8 11,5 2, ,2 13, ,7 40, ,4 4, ,8 1,5 Delictskenmerken Aantal delictscategorieën Aantal geweldsdelicten Aantal vermogensdelicten ,3 1, ,5 2, ,1 3,3 In tabel 1 is ook te zien dat gemiddeld 23 mutaties per jongere zijn opgenomen in het BPS (sd = 13,6). Er is een grote spreiding aangetroffen in het aantal uren dat een jongere in hechtenis heeft doorgebracht, varierend van nul tot 139 uur. De jongeren werden gemiddeld 7,4 keer verdacht van een delict (sd=4,6). Dit resulteerde gemiddeld in 1,8 dagvaardingen (sd= 1,5). De politie maakt een onderscheid in vijf delictcategorieen. Gemiddeld hebben jongeren een procesverbaal voor iets meer dan twee delictcategorieen (gem. = 2,3; sd = 1,2). Zoals te zien in tabel 1 hebben de jongeren iets vaker een pv voor vermogensdelicten dan voor geweldsdelicten. 4.2 Verdeling vroege- en late-starters onder de (jonge en oudere) toppers en doorstromers De toppers zijn de jongeren die volgens de politie, het OM en de Raad voor de Kinderbescherming de meest ernstige problemen hebben. Om die reden zou je verwachten dat onder de groep toppers een vroege aanvang van antisociaal gedrag vaker voorkomt dan onder de groep doorstromers. Uit onze analyses blijkt echter geen duidelijk verschil tussen beide groepen, zoals te zien in tabel 2. 15

20 Ook kunnen we concluderen dat de meerderheid van de toppers geen vroege-starter is: van de 23 toppers zijn er 7 jongeren (30,4%) die vóór het 10 e jaar het eerste politiecontact hebben, tegen 26,9% van de doorstromers (26,9%). Er is geen significant verschil in de verdeling van vroege- en late starters tussen toppers en doorstromers. Op basis van deze gegevens kunnen we in antwoord op onze tweede onderzoeksvraag concluderen dat 30,4% van de toppers onder de Leidse jeugdige veelplegers voor hun tiende jaar politiecontact heeft gehad. Tabel 2. Verdeling van jongeren met een politiecontact voor het 10 e jaar per subgroep, in percentages Groep n % p.79 Doorstromers (n=26) Toppers (n=23) ,9 30,4 Toppers vóór het 16 e jaar (n=12) Toppers na het 16 e jaar (n=22) 6 3 Noot. Analyse via een Chi²-toets; *p< ,0 13,6.02* Als een jeugdige veelpleger al op jonge leeftijd een topper is geworden zou dit kunnen duiden op een vroege aanvang van antisociaal gedrag in de kindertijd en ernstiger achtergrondproblematiek. Om die reden verwachtten we dat het percentage vroege-starters onder de groep jonge toppers groter is dan onder de groep die na het 16 e jaar topper is geworden. In tabel 2 is inderdaad een significant verschil te zien in de verdeling van vroege- en late-starters bij jonge en oudere toppers (χ²=5,3; p<.05). Bij de jonge toppers zijn er 6 jongeren (50%) met een vroeg politiecontact tegen 13,6% van de late toppers. Op basis van deze gegevens kunnen we in antwoord op onze derde onderzoeksvraag concluderen dat 50% van de jonge toppers onder de Leidse jeugdige veelplegers (topper voor het 16 e jaar) voor hun tiende jaar politiecontact heeft gehad. 4.3 Risicofactoren vroege starters versus late starters. In deze paragraaf proberen we antwoord te geven op onderzoeksvraag 4a: Kenmerkt de groep early-starters zich door een meer problematische achtergrond dan de late-starters? Achtereenvolgens wordt gekeken naar politiecontact en delictkenmerken; lange termijn risicofactoren; korte termijn risicofactoren en de cumulatie van risicofactoren. De steekproefgrootte kan in de analyses per risicofactor nogal wisselen, omdat voor sommige jongeren de aanwezigheid van bepaalde risicofactoren niet achterhaald kon worden. In tabel 3 is een overzicht te zien van de variabelen met betrekking tot politiecontact en delictkenmerken voor early-starters en late-starters. Voor alle variabelen met betrekking tot 16

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling. Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van jeugdcriminaliteit in de periode ?

Samenvatting. Vraagstelling. Welke ontwikkelingen zijn er in de omvang, aard en afdoening van jeugdcriminaliteit in de periode ? Samenvatting Het terugdringen van de jeugdcriminaliteit is een belangrijk thema van het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Met het beleidsprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit is de aanpak

Nadere informatie

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJmaatregel Samenvatting Annelies Kepper Violaine Veen Karin Monshouwer

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Rapportage Politie in aanraking met veteranen Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Doorn 9 juni 2011 1 Aanleiding en opzet van het onderzoek In de uitvoering van haar taak komt de politie ook

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit Factsheet 7 - december 2015 Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden Crimineel gedrag en school onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Door: Paula

Nadere informatie

EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING. Deel 1: politie. Management samenvatting

EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING. Deel 1: politie. Management samenvatting EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING Deel 1: politie Management samenvatting EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS

Nadere informatie

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet?

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Stijging criminaliteit meisjes Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Anne-Marie Slotboom Vrije Universiteit Amsterdam 1 BRISBANE 2010 - Steeds meer jonge meisjes tussen tien en veertien

Nadere informatie

Samenvatting. Aard en omvang van geweld

Samenvatting. Aard en omvang van geweld Samenvatting Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar huiselijk en publiek geweld. Het omvat drie deelonderzoeken, alle gericht op het beschrijven van geweld en geweldplegers. Doelstelling van het

Nadere informatie

Samenvatting In hoofdstuk één van dit proefschrift worden verscheidene theoretische perspectieven beschreven die relevant zijn voor de vraag in

Samenvatting In hoofdstuk één van dit proefschrift worden verscheidene theoretische perspectieven beschreven die relevant zijn voor de vraag in Samenvatting In hoofdstuk één van dit proefschrift worden verscheidene theoretische perspectieven beschreven die relevant zijn voor de vraag in hoeverre de psychosociale ontwikkeling gerelateerd is aan

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

5. CONCLUSIES ONDERZOEK

5. CONCLUSIES ONDERZOEK 5. CONCLUSIES ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden de conclusies van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens worden de definitie van het begrip risicojongeren, de profielen en de registraties besproken.

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen 5 Vervolging M. Brouwers en A.Th.J. Eggen In 2012 werden 218.000 misdrijfzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) ingeschreven. Dit is een daling van 18% ten opzichte van 2005. In 2010 was het aantal ingeschreven

Nadere informatie

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren

Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren Fact sheet Volwassenencriminaliteit en risicofactoren nummer 1 juni 2012 Categorieën/doelgroepen First offender: een persoon van 18 jaar of ouder die voor het eerst in aanraking is gekomen met Justitie.

Nadere informatie

Problemen met geld en delinquent gedrag van adolescenten

Problemen met geld en delinquent gedrag van adolescenten Factsheet 2011-1 Problemen met geld en delinquent gedrag van adolescenten Auteurs: M. Blom, G. Weijters & A.M. van der Laan Mei 2011 Aanleiding Op verzoek van de Directie Justitieel Jeugdbeleid (DJJ) van

Nadere informatie

Zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit: risico s en bescherming

Zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit: risico s en bescherming a Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum Fact sheet 2007-1 Zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit: risico s en bescherming André van der Laan, Martine Blom & Stefan Bogaerts Inleiding De WODC

Nadere informatie

Monitor 2010 Veelplegers Twente

Monitor 2010 Veelplegers Twente Monitor 2010 Veelplegers Twente J. Snippe G. Wolters B. Bieleman Bij diverse organisaties is het thema één van de speerpunten van beleid. Ook in het kader van het Grote Steden Beleid (GSB) is er aandacht

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

een klasse apart? Gonneke Stevens Violaine Veen Wilma Vollebergh Algemene Sociale Wetenschappen, UU

een klasse apart? Gonneke Stevens Violaine Veen Wilma Vollebergh Algemene Sociale Wetenschappen, UU Marokkaanse jeugddelinquenten: een klasse apart? Onderzoek naar jongens in preventieve hechtenis met een Marokkaanse en Nederlandse achtergrond Gonneke Stevens Violaine Veen Wilma Vollebergh Algemene Sociale

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid

Veiligheid kernthema: maatschappelijk evenwicht & veiligheid Veiligheid kernthema: De criminaliteitscijfers en de slachtoffercijfers laten over het algemeen een positief beeld zien voor Utrecht in. Ook de aangiftebereidheid van Utrechters is relatief hoog (29%).

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De adolescentie is lang beschouwd als een periode met veelvuldige en extreme stemmingswisselingen, waarin jongeren moeten leren om grip te krijgen op hun emoties. Ondanks het feit

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie

Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Autisme spectrum stoornissen en delinquentie Lucres Nauta-Jansen onderzoeker kinder- en jeugdpsychiatrie VUmc Casus Ronnie jongen van 14, goed en wel in de puberteit onzedelijke handelingen bij 5-jarig

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave 1 Veranderende opvattingen in het jeugdstrafrecht tegen de achtergrond van veranderingen in criminaliteitscijfers onder jongeren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met uit het bronnenboekje.

Nadere informatie

Van cijfers naar interpretatie

Van cijfers naar interpretatie Van cijfers naar interpretatie Een duiding van de kwantitatieve ontwikkelingen van de jeugdcriminaliteit Samenvatting In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek-

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de

Nadere informatie

Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen

Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen Rendementsanalyse Inzicht in de opbrengsten en effecten van Veiligheidshuizen Basismonitor waarmee VH zelf hun effectiviteit kunnen (laten) meten - Stappenmeter om meer zicht te krijgen op de samenwerking

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

6 Psychische problemen

6 Psychische problemen psychische problemen 6 Psychische problemen Gonneke Stevens In onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren is het relevant aandacht te besteden aan psychische problematiek, waarbij vaak een

Nadere informatie

Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016

Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016 Fluchskrift Jeugdbescherming: minder als het kan, meer als het moet! 06 2016 Aanleiding Eerder bracht het Fries Sociaal Planbureau (FSP) een rapport uit over het gebruik van jeugdhulp in Fryslân. Deze

Nadere informatie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie Wereldwijd komt een schrikbarend aantal kinderen in aanraking met kindermishandeling, in de vorm van lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik, verwaarlozing, of gebrek aan toezicht. Soms zijn kinderen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

Bijlagen bij hoofdstuk 9 Jongeren en criminaliteit Annette van Rijn (WODC), Frits Huls (CBS) en Aslan Zorlu (WODC)

Bijlagen bij hoofdstuk 9 Jongeren en criminaliteit Annette van Rijn (WODC), Frits Huls (CBS) en Aslan Zorlu (WODC) Jaarrapport Integratie Sociaal en Cultureel Planbureau / Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum / Centraal Bureau voor de Statistiek september, 2005 Bijlagen bij hoofdstuk 9 Jongeren en criminaliteit

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene.

Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Jeugdreclassering Informatie voor ouders en verzorgers Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Is uw kind tussen de

Nadere informatie

Misdrijven en opsporing

Misdrijven en opsporing 4 Misdrijven en opsporing R.J. Kessels en W.T. Vissers In 2015 registreerde de politie 960.000 misdrijven, 4,6% minder dan in 2014. Sinds 2007 is de geregistreerde criminaliteit met ruim een kwart afgenomen.

Nadere informatie

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam samenwerkingsverband vu medisch centrum amsterdam Prof. Dr Th. Doreleijers, kinder-

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene.

Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Jeugdreclassering Informatie voor jongeren Bureau Jeugdzorg Flevoland gaat uit van het recht van ieder kind om uit te groeien tot een gezonde en evenwichtige volwassene. Ben jij tussen de twaalf en achttien

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond van het onderzoek. Doel en vraagstelling van het onderzoek

Samenvatting. Achtergrond van het onderzoek. Doel en vraagstelling van het onderzoek Samenvatting Achtergrond van het onderzoek Tot op heden zijn er in Nederland geen cijfers beschikbaar over de omvang van kindermishandeling. Deze cijfers zijn hard nodig; kennis over de aard en omvang

Nadere informatie

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren

Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren , :1),1";), Criminele carrières van autochtone en allochtone jongeren Een cijfermatige verkenning op grond van een selectie uit bestaande gegevens Marisca Brouwers Peter van der Laan april 1997 Justitie

Nadere informatie

De ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten met ADHD

De ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten met ADHD De ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten met ADHD Samenvatting 10 tot 40% van de kinderen en adolescenten met ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) ontwikkelen symptomen van

Nadere informatie

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Factsheet 2010-2 Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Auteurs: G. Weijters, P.A. More, S.M. Alma Juli 2010 Aanleiding Een aanzienlijk deel van de Nederlandse gedetineerden verblijft

Nadere informatie

Samenvatting: Summary in Dutch

Samenvatting: Summary in Dutch Samenvatting: Summary in Dutch Hoofdstuk 1: Kindermishandeling en Psychopathologie in een Multi-Culturele Context: Algemene Inleiding Dit proefschrift opent met een korte geschiedenis van de opkomst van

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

Stichting TRIX. een re-integratie en rehabilitatieproject. Kansen voor kansarmen. Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX

Stichting TRIX. een re-integratie en rehabilitatieproject. Kansen voor kansarmen. Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX Stichting TRIX een re-integratie en rehabilitatieproject Kansen voor kansarmen Resultaten en werkzame factoren van het project TRIX Door: Nicolette Plasse Jan van de Graaf Website: www.stichtingtrix.nl

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling

Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling Factsheet Risicofactoren voor kindermishandeling Risicofactoren voor kindermishandeling Een meta-analytisch onderzoek naar risicofactoren voor seksuele mishandeling, fysieke mishandeling en verwaarlozing

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Intergenerationele overdracht van criminaliteit. Steve van de Weijer

Intergenerationele overdracht van criminaliteit. Steve van de Weijer Intergenerationele overdracht van criminaliteit Steve van de Weijer s.vande.weijer@vu.nl GODDARD (1912): THE KALLIKAK FAMILY: A STUDY IN THE HEREDITY OF FEEBLE-MINDEDNESS 2 KRITIEK OP GODDARD EN DUGDALE

Nadere informatie

Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit: periode

Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit: periode Ontwikkeling van de jeugdcriminaliteit: periode 1980-1996 Een tussentijds verslag P.H. van der Laan, A.A.M. Essers, G.L.A.M. Huijbregts, E.C. Spaans Onderzoeksnotities 1998/5 Samenvatting en discussie

Nadere informatie

Monitor jeugdcriminaliteit

Monitor jeugdcriminaliteit Cahier 2014-7 Monitor jeugdcriminaliteit Ontwikkelingen in de aantallen verdachten en strafrechtelijke daders 1997 t/m 2012 A.M. van der Laan H. Goudriaan G. Weijters Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) 142 In dit proefschrift is de rol van de gezinscontext bij probleemgedrag in de adolescentie onderzocht. We hebben hierbij expliciet gefocust op het samenspel met andere factoren uit

Nadere informatie

8 secondant #3/4 juli/augustus 2008. Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007. Crimi-trends

8 secondant #3/4 juli/augustus 2008. Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007. Crimi-trends 8 secondant #3/4 juli/augustus 2008 Bedrijfsleven en criminaliteit 2002-2007 Diefstallen in winkels en horeca nemen toe Crimi-trends De criminaliteit tegen het bedrijfsleven moet in 2010 met een kwart

Nadere informatie

Kijk op jeugdcriminaliteit

Kijk op jeugdcriminaliteit Kijk op jeugdcriminaliteit Handvatten voor het opstellen van een periodieke trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en een overzicht van veelbelovende aanpakken Samenvatting Henk Ferwerda Tom van

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland

Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en delinquentie: cumulatie van risicogedrag onder jongeren in Nederland Tanja Traag en Olivier Marie Bijna een op de drie jongeren die geen onderwijs meer volgden

Nadere informatie

Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969

Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969 Bijlage 1 Definities en cijfers schoolverzuim op grond van de Leerplichtwet 1969 1. Definities schoolverzuim In de Leerplichtwet 1969 (hierna: de Leerplichtwet) worden verschillende soorten schoolverzuim

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postbus 20301 2500 EA DEN HAAG Onderwerp Voortgang aanpak criminele jeugdgroepen 1. Inleiding De

Nadere informatie

.. Zo nam in de periode het aantal meerderjarige

.. Zo nam in de periode het aantal meerderjarige Sekseverschillen in opvoeding en delinquentie Machteld Hoeve Universiteit van Amsterdam Forensische Orthopedagogiek Prevalentie van delinquent gedrag Geregistreerde criminaliteit Zelfrapportage CBS Webmagazine

Nadere informatie

FACTSHEET. Buurtveiligheidsonderzoek AmsterdamPinkPanel

FACTSHEET. Buurtveiligheidsonderzoek AmsterdamPinkPanel Resultaten LHBT-Veiligheidsmonitor 2015: Kwart maakte afgelopen jaar een onveilige situatie mee; veiligheidsgevoel onder transgenders blijft iets achter. De resultaten van het jaarlijkse buurtveiligheidsonderzoek

Nadere informatie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie C.J. Leemrijse M.Bongers M. Nielen W. Devillé ISBN 978-90-6905-995-2 http://www.nivel.nl nivel@nivel.nl Telefoon 030 2 729 700 Fax

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijwetenschappen havo I

Eindexamen maatschappijwetenschappen havo I Opgave 2 Jeugdcriminaliteit 13 maximumscore 2 Twee van de volgende: heropvoeding/resocialisatie: Het wil de ouders lichte opvoedingsondersteuning bieden / Het kind... biedt excuses aan het slachtoffer

Nadere informatie

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Mr Henk van Asselt Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal Strafrechtadvocaat Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Jeugdstrafrecht Leeftijdscategorieën Jeugdstrafrecht: - 12

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Onderzoeksrapport. Hou vol! Geen alcohol. Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders.

Onderzoeksrapport. Hou vol! Geen alcohol. Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders. Onderzoeksrapport Hou vol! Geen alcohol Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders. Suzanne Mares, MSc Dr. Anna Lichtwarck-Aschoff Prof. Dr. Rutger Engels Inleiding

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Samenvatting (Dutch summary) Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Een longitudinaal onderzoek naar werk en criminaliteit Jaarlijks worden in Nederland meer dan 4.000 jongeren

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen Een selectie naar ondernemingen uit het Midden- en Kleinbedrijf V. Sabee R.F.A. van den Bedem J.J.A. Essers

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Majone Steketee Sandra ter Woerds Marit Moll Hans Boutellier Een evaluatieonderzoek naar zes pilotprojecten Assen 2006 2006 WODC, Ministerie van Justitie.

Nadere informatie

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling

Sociale omgeving. 1. Kindermishandeling 1. Kindermishandeling Kindermishandeling is 'elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding

Samenvatting. Aanleiding Samenvatting Aanleiding Het strafrecht kent het strafverzwarende element voor verdachten van delicten ten opzichte van ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening (de naar de hoedanigheid

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : J A A R THUISSITUATIE, KINDEROPVANG EN OPVOEDING K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 2 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied,

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

Datum 12 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen leden Recourt en Marcouch inzake taakstraf in de buurt

Datum 12 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen leden Recourt en Marcouch inzake taakstraf in de buurt 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EH DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Compensatie eigen risico is nog onbekend

Compensatie eigen risico is nog onbekend Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (M. Reitsma-van Rooijen, J. de Jong. Compensatie eigen risico is nog onbekend Utrecht: NIVEL, 2009) worden gebruikt. U

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Signaleringslijst Erger Voorkomen - Toelichting

Signaleringslijst Erger Voorkomen - Toelichting Signaleringslijst Erger Voorkomen - Toelichting Met deze lijst worden achtergronden van jeugdigen in kaart gebracht. Met behulp van deze achtergronden kan worden vastgesteld of jeugdigeen een risico lopen

Nadere informatie

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 8

RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 8 RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 8 Datum: 11 juni 2013. Deelsessie: 21.00 21.50 uur in de Presentatiezaal. Doel: Beeldvorming. Onderwerp: Criminaliteitsbeeld 2012. Toelichting: Het criminaliteitsbeeld

Nadere informatie

De inzet van familienetwerkberaden. jeugdbescherming. Sharon Dijkstra, MSc Dr. Hanneke Creemers Dr. Jessica Asscher Prof. dr.

De inzet van familienetwerkberaden. jeugdbescherming. Sharon Dijkstra, MSc Dr. Hanneke Creemers Dr. Jessica Asscher Prof. dr. Sharon Dijkstra, MSc Dr. Hanneke Creemers Dr. Jessica Asscher Prof. dr. Geert Jan Stams Universiteit van Amsterdam Forensische Orthopedagogiek De inzet van familienetwerkberaden in de jeugdbescherming

Nadere informatie

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht

Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Factsheet landelijke inkoopafspraken in het kader van het jeugdstrafrecht Met de Jeugdwet komt de verantwoordelijkheid voor de jeugdreclassering en de jeugdhulp 1 bij de gemeenten te liggen. Jeugdreclassering

Nadere informatie

Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies

Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies Infosheet Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies Tijdig ingrijpen betekent voorkomen dat een de fout ingaat. Wie wil dat niet? Dat is dan ook precies wat deze infosheet beoogt: inzicht

Nadere informatie

Factsheet 1, oktober 2007

Factsheet 1, oktober 2007 Deze factsheet maakt onderdeel uit van een reeks van drie factsheets. Factsheet 1 beschrijft de bruikbaarheid en toepasbaarheid van de LDPmonitor. Factsheet 2 gaat in op de problemen en wensen van mantelzorgers

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie